GOEDKOOPE UITGAVENVAN H. J. W. BECHT.

GOEDKOOPE UITGAVENVAN H. J. W. BECHT.OP DEZELFDE WIJZE UITGEGEVEN ALS DIT BOEK, VERSCHEEN OOK:SABBATHDOOR HERMAN HEIJERMANSJr.TRINETTEDOOR HERMAN HEIJERMANSJr., DERDE DRUK.ALLEENDOOR GUSTAF AF GEIJERSTAM.VERWEGHE EN ZIJN VROUWDOOR C. P. BRANDT VAN DOORNE, TWEEDE DRUK.MIJN KLEINE JONGENDOOR CARL EWALD.INGRIDDOOR SELMA LAGERLÖF, 3EDRUK.VOORBIJGAANDE SCHEPEN IN DONKEREN NACHTDOOR BEATRICE HARRADEN, VIERDE DRUK.DE PRIJS VAN ELK DER BOVENGENOEMDE FRAAIE BOEKWERKEN, WELKE TERECHT ALS KUNSTWERKEN VAN DEN EERSTEN RANG BEKEND ZIJN EN WAARVAN DAN OOK DUIZENDEN EXEMPLAREN VERKOCHT WORDEN, IS SLECHTS75 CENTSINGENAAID ENf1.–GEBONDEN IN PRACHTBAND ZIE DE RECENSIES HIERACHTER.[118]DE PERS OVER „TRINETTE”.WOLFGANG in de Nederl. Spectator.Geensymbolismemaar een schilderijtje in het genre der oud-Hollandsche schilderkunst. Het volksleven van nabij gezien. Geen Jan Steen, maar een Herm. Heijermans. Een novelle, uit het staal der waarheid gesmeed en Aan Frederik van Eeden gewijd.Wie zoo schrijft, kan zeggen: „ik ben er”. En dat resultaat weer alleen verkregen door eenvoud en natuur, die zoo moeilijk te vinden sleutelzet van het probleem der kunst.De Indische Mercuur.Een meesterlijke schets der gewaarwordingen van een dorpsmeisje uit de omstreken van Brussel, dat onbewust verlangend is naar de genoegens der groote stad. Zij komt daar spoedig in betrekking en gaat weldra onder in den maalstroom van het haar vreemde leven. Het is als een reekstableaux-vivants, die voor ons oog voorbijtrekt, zoo meesterlijk zijn de beschrijvingen en ontledingen.Enkele tafereelen blijven den lezer nog lang bij.Zoo bijv. de tocht naar Brussel ter gelegenheid der nationale feesten, het tooneel in het café-chantant, het doodsbed van Victorine enz. Leesgezelschappen zullen weldoen, zich dit boek aan te schaffen.Het Vaderland.De geschiedenis van een dorpskind, dat te Brussel komt en op den verkeerden weg raakt, knap verteld en met groote oprechtheid, zonder een streven naar mooi doen, zonder conventie.…Ten slotte nog dit: „Trinette” is geen lectuur voor jonge meisjes, maar daarom volstrekt niet een onzedelijk boek.Het Algemeen Handelsblad.De schrijver heeft een aardigen kijk op de dingen. Hij teekent met enkele lijnen, doch ze staan op haar plaats en stellen, hetgeen weergegeven wordt, den lezer helder voor den geest. De beschrijving van het Brusselsch avondfeest is levendig en treffend. Aardig gedacht is de groote verbazing van een bedelares, die in een rijkelui’s woning ziet, hoe iemand weigert van een der schotels te nemen.Verbeeld je: weigeren![119]De Nederlandsche Pers over „SABBATH”.WOLFGANG in De Nederlandsche Spectator.In zijn „Sabbath” geeftHerm. HeijermansJr. een natuurgetrouw beeld van de „jodenbuurt”, kort voor het intreden van den Sabbath op een heeten Augustus-namiddag, gevolgd door een dineetje in een voddenwinkel.In hun vluchtige verschijning maar druk en snel beweeg grijpt de auteur iets kenmerkends van die joodsche figuren bij den kraag. Zoo de magere meid, die zuur koopt. Zoo de voddenkoopman Zelik, die met zijn „as ’k tijd had ging ’k zwèmmen” Bekkie doet schrikken. Zoo Zelik’s moeder, met buiklijden geplaagd, die haar zoon beter kent, en zegt: „laat ’m pràte”.De Tijdspiegel.Als realistische schildering van een sabbatdag in de Jodenbreestraat is deze studie ongetwijfeld een zeldzaam knap stuk. De lezer waant zich met dit boek vóór zich midden in de Jodenbuurt; hij ziet en hoort het lawaai van de hokkende, elkaar verdringende karren en het roepen en schelden van de Joodjes, die in de stoffige benauwing der straat met bruin-vette tabaksmonden tegen elkaar staan te schreeuwen; hij ruikt het zuur en de komkommers, zwemmend in goudgelig vocht, en den smeulstank der doovekolen, waarop een ijzeren pot met lauw water en eieren staat te walmen. De typen van de mannen, vrouwen en Jodenkinderen zijn voortreffelijk. Ook de imitatie van de eigenaardige Joodsche uitdrukkingen, hunne taal, soms moeilijk verstaanbaar, is ongeëvenaard; men moet onder Joden geleefd hebben, om dat zóó te kunnen weergeven. Meesterlijk is ook de teekening van den sabbatavond ten huize van Zelik, wanneer ze zitten te smullen van Bekkie’s soep—de sjabbessoep, „fijne zoep, zoep om duizend jaren van te leve”,—en hoe op den warmen Augustusavond de sabbatvrede zich oplost in de stille vrijerij van Zelik en Bekkie.Inderdaad, Heijermans heeft met deze studie op ’t gebied van realistische beschrijvingskunst een meesterstuk geleverd.De Nieuwe Rotterdamsche Courant.De hoofdfiguren zijn Zelik en Bekkie, zijn behagelijke nicht, van wie hij zijne vrouw wil maken. Raak en geestig is Zelik’s verliefddoen geteekend. Raak en geestig het geheele verhaal. Overal vòl „atmosfeer”. De vent die zijn goed beleenen komt, de kribbige oude moeder, Maupie, de googeme gast, we zien ze doen, we hooren ze praten.[120]De Nederlandsche Pers over „Verweghe en zijn Vrouw”.Nieuwe Rotterdamsche Courant.Wie zoo vertelt, heeft wat te vertellen. Brandt van Doorne heeft in zijn „geval” het belangrijke gespeurd, dat er immers altoos zijn zal inàllemenschelijke handelingen en toestanden, voor hem die deze toestanden en handelingen nieuw ziet, d. w. z. aanschouwt in den spiegel van eigen gevoel.—Wat ons bij het nasoezen over ons bewonderingsgevoel even verwonderde, is van die bewondering juist de grond.Van NouhuijsinHet Vaderland.Ik vind dit knap, tevens gevoelig werk.Het Handelsblad.Het is o. i. het beste wat deze schrijver ons nog heeft gegeven. De oude geschiedenis van een ouderen man, hertrouwd met een jongere vrouw die verliefd wordt op een jongmensch, is in „Verweghe en zijn vrouw”, volkomen waar, volkomen begrijpelijk verteld. De schrijver heeft zich in de eerste 50 bladzijden bijna uitsluitend met den man beziggehouden, met zijn argwaan, zijn denken wat hij doen zou als het waar was, dat zijn vrouw hem bedroog, zijn hopen dat het niet zoo is. Die bladzijden zijn o. i. bijzonder goed, de beste. Ieder woord om zoo te zeggen is er doordacht en eerst na nauwkeurige overweging neergezet. Maar ook in de vrouw heeft de schrijver zich goed ingedacht. En heel knap is zooals hij alles in dit kleine, eenvoudige boek terugvoert op het gevoel van die drie menschen. Mooi is ook weer het slot, haar bekentenis aan haar man. En dat alles is, gelooven wij, te danken aan de groote soberheid, waarmee het boek is geschreven, niets te veel en al wat noodig was om ons het lijden van deze menschen mee te doen leven.De Oprechte Haarlemsche Courant.Een edel boek, een treffend verhaal; knap, vlot, sober geschreven. En met een zeer goede, zedelijke strekking.De Avondpost.Een talentvol bearbeid boek, waarin het geval wordt behandeld van een man, die door zijn zeer jeugdige vrouw wordt bedrogen en haar, als zij hem haar ontrouw bekent, zonder eenig voorbehoud vergiffenis schenkt.De Haagsche Courant.Wat een prachtig stukje natuur heeft deze superieure artiest ons nu hiermee weer gegeven.„Verweghe en zijn vrouw” is van een ontroerend, weemoedig mooi.[121]De Deensche Pers over „Mijn kleine Jongen”.„Mijn kleine Jongen” is wel het glanspunt in de literatuur van dit jaar.CARL EWALDgaf ons menig mooi boek, maar met „Mijn kleine Jongen” heeft hij aller harten stormenderhand veroverd.GEORGE BRANDES in de „Politiken”.Dit boek zalover de grenzen vliegen! Het is éenig in de Deensche literatuur.Dagblad van Kopenhagen.Wilt ge een teer, rein boekje lezen, dat u het eene oogenblik doet schateren, het andere oogenblik tot ernst stemt? Lees „Mijn kleine Jongen”—het iseen meesterwerk!Nieuwsblad voor Elseneur.Hoe eenvoudig en toch krachtig! Hoe teer, zonder eenige sentimentaliteit! Waarlijk,CARL EWALD overtrof hier zichzelf—zijn boek„Mijn kleine Jongen” is een volmaakt kunstwerk.Avondblad voor Jutland.Het is te hopen, dat „Mijn kleine Jongen” in alle talen vertaald en in alle landen gelezen wordt; het verdient dat dubbel en dwars.Deensch Tijdschrift voor Literatuur.Het is benijdenswaard, zulk een zuiver kunstwerk te kunnen schrijven.—„Mijn kleine Jongen” zal altijd tot de standaardliteratuur blijven behooren.GUSTAF AF GEIJERSTAM.[122]De Nederlandsche Pers over:„Voorbijgaande Schepen in donkeren Nacht”.De Spectatorzegt o. a.:Een wijs en geestig boekje, door welks onverbiddelijke tragedie de vonk des verstandigen levens gloort in somberen nacht.Vele opmerkingen van den „zonderling” stemmen tot nadenken. „Het is verwonderlijk hoeveel men leert, als men niet leest.” (24) „Als gij boeken schrijft,” raadt hij het meisje aan, „laat uwe personen (dan) nooit lange gesprekken met elkaar houden. In het werkelijke leven spreken de menschen geen vier bladzijden achtereen. En als gij twee verstandige menschen bij elkaar brengt, laat hen dan niet verstandig redeneeren. Dat doen verstandige menschen niet. Alleen de dommen denken dat zij altijd verstandig moeten praten.” (139)Waar „zooveel wijsheid viel”, „smolt wijsheid ziel aan ziel” van hem en haar te samen.Toen kwam de dood, en het lied was uit.Natuurlijk verdient een boekje met zooveel aristocratischsavoir-vivreeen bijzondere vermelding.Wolfgang.Het Handelsbladzegt o. a.:Ook ons publiek zal dit boek, in goed Hollandsch vertaald, gaarne lezen: het is eenvoudig en lief geschreven en de schrijfster heeft het treffende in korte ontmoetingen van vreemden, die daarna weer voor altijd uit elkaar gaan, zeer goed geteekend, ook in den titel Voorbijgaande Schepen in donkeren Nacht.Het Vaderlandzegt o. a.:Het is in één woordeen Juweeltje.[123]De Nederlandsche Pers over „INGRID”.De Kerkelijke Courant:Weer hebben wij een zonderling en een mooi boek voor ons. Het is of de Zweedsche schrijfster droomen vertelt, zoo vrijmoedig schildert zij de vreemdste toestanden, en tegelijk heerscht zij over den mooien vorm en echt diep gevoel. Ingrid, bijna levend begraven en later met liefde en geduld den krankzinnige genezend, staat voor ons als de heldin uit een sprookje, maar een sprookje uit een rijk gemoed gevloeid.Het Vaderland:De auteur van „Gösta Berling” is hier weer op haar eigenaardige wijze voor den dag gekomen en de mengeling van reëel en onreëel is haar uitnemend gelukt.Dit boek heeft iets van een sprookje en is toch zoo gewoon menschelijk roerend.Een boek als „Ingrid” is een buitenkansje; de vertaling verdient warm te worden geprezen.De Avondpost:WieGösta Berlingvan de Zweedsche schrijfster Selma Lagerlöf heeft gelezen—een van de weinige boeken waarvan de herinnering ook na jaren levendig blijft—zal verlangend zijn, kennis te maken met haar jongste werk:Ingrid, dat Margaretha Meijboom op zoo uitnemende wijze verdietschte. Niet minder dan vanGösta Berlinggaat er van dit wonderlijke sprookjesachtige verhaal een eigenaardige bekoring uit. Het vertelt van de zwerftochten van een waanzinnige door groote bosschen en uitgestrekte gemeenten, van de macht welke de muziek over zijne ziel heeft; van de demonen, van zijn waanzin, die hem geen rust gunnen, tot een jong meisje, „Ingrid met de sterrenoogen,” hen op de vlucht drijft.Het is een dichtwerk van buitengewone waarde, deze verheerlijking van de alvermogende macht der liefde. Zulke hooge poëzie, naïef en diepzinnig tegelijk, kan slechts ontstaan in een land, waar de lucht nog vervuld is van sagen en legenden.[124]Bij den Uitgever dezes verscheen mede:KAMERTJESZONDEHERINNERINGEN VAN ALFRED SPIERDOORHERM. HEIJERMANSJr.Vijfde uitgave.Prijs ingenaaidƒ 1.90; in prachtbandƒ 2.50.Het Algemeen Handelsblad.Kamertjeszonde, Herinneringen van Alfred Spier, is, laat ons dit terstond zeggen, in het minst geen onzedelijk boek; integendeel, van wat men gewoonlijk onder onzedelijkheid verstaat, is dit boek geschikt den lezer een groote walging te geven.Maar wel is het, laat ons maar zeggen, een realistisch boek, in dien zin dat het een stukje werkelijkheid te zien geeft, voor het meerendeel afschuwelijk leelijk, heftig terugstootend, beschreven niet alleen zonder er eenigszins doekjes om te winden, maar getoond, men zou willen zeggen, naakter dan naakt. Het is misschien het ruwste boek dat wij ooit in handen gehad hebben.Maar onzedelijk, neen.Voor een deel is „Kamertjeszonde” bijzonder knap geschreven ook. Zeer mooi is de beschrijving van de verhouding tusschen twee menschen die elkaar werkelijk liefhebben, zij het dan ook dat die verhouding naar de thans bijna overal heerschende begrippen ongeoorloofd is; bijzonder goed ook ziet de schrijver het mooie in het spreken en bewegen van kleine kinderen.De Nederl. Spectator.Zolageëvenaard, zoo niet overtroffen.Elseviers Maandschrift.Dat talent is onbetwistbaar. Tusschen bladzijden waaruit de vunzigerealiteit u tegenwalmt, staan fragmenten van een hoog idealisme, geuit in de kalm-frissche bewoordingen van iemand, die zich, van zijn machtige zeggingskracht bewust, uit als een der grooten onder de woordkunstenaars. En de lezer van Spier’s Herinneringen laat zich sleuren door het slijk van ’t nachtelijk Amsterdam, hij zit aan met walging waar gemeene wijven haar vuile woorden doen schetteren, hij rilt van afschuw, maar verzet zich niet als de auteur hem met een armzwaai hoog beurt boven al dat gedoe en laat zien dat zelfs in de café-chantant-vrouw het ideale niet behoeft onder te gaan, dat de man die zich, volgens de burgerlijke begrippen, heeft verslingerd „aan zoo’n mensch” nog zijn enthousiasme voorKunst en Liefdekan behouden en vermag op te heffen haar die hem liefde schenkt na een leven van ontucht.ColofonBeschikbaarheidDit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam opwww.pgdp.net.MetadataTitel:’n Jodenstreek?Auteur:Herman Heijermans (1864–1924)Infohttps://viaf.org/viaf/32107862/Aanmaakdatum bestand:2023-05-27 19:33:13 UTCTaal:Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)Oorspronkelijke uitgiftedatum:1904CoderingDit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.Documentgeschiedenis2023-05-26 Begonnen.VerbeteringenDe volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:BladzijdeBronVerbeteringBewerkingsafstand24BèjeBè-je137aaiïngaaiing1 / 041ontgroenigontgroening141societeitsociëteit1 / 058vrijzinigevrijzinnige159[Niet in bron].161.,167,81[Niet in bron]”1118”[Verwijderd]1124,[Verwijderd]1

GOEDKOOPE UITGAVENVAN H. J. W. BECHT.OP DEZELFDE WIJZE UITGEGEVEN ALS DIT BOEK, VERSCHEEN OOK:SABBATHDOOR HERMAN HEIJERMANSJr.TRINETTEDOOR HERMAN HEIJERMANSJr., DERDE DRUK.ALLEENDOOR GUSTAF AF GEIJERSTAM.VERWEGHE EN ZIJN VROUWDOOR C. P. BRANDT VAN DOORNE, TWEEDE DRUK.MIJN KLEINE JONGENDOOR CARL EWALD.INGRIDDOOR SELMA LAGERLÖF, 3EDRUK.VOORBIJGAANDE SCHEPEN IN DONKEREN NACHTDOOR BEATRICE HARRADEN, VIERDE DRUK.DE PRIJS VAN ELK DER BOVENGENOEMDE FRAAIE BOEKWERKEN, WELKE TERECHT ALS KUNSTWERKEN VAN DEN EERSTEN RANG BEKEND ZIJN EN WAARVAN DAN OOK DUIZENDEN EXEMPLAREN VERKOCHT WORDEN, IS SLECHTS75 CENTSINGENAAID ENf1.–GEBONDEN IN PRACHTBAND ZIE DE RECENSIES HIERACHTER.[118]

GOEDKOOPE UITGAVENVAN H. J. W. BECHT.

OP DEZELFDE WIJZE UITGEGEVEN ALS DIT BOEK, VERSCHEEN OOK:SABBATHDOOR HERMAN HEIJERMANSJr.TRINETTEDOOR HERMAN HEIJERMANSJr., DERDE DRUK.ALLEENDOOR GUSTAF AF GEIJERSTAM.VERWEGHE EN ZIJN VROUWDOOR C. P. BRANDT VAN DOORNE, TWEEDE DRUK.MIJN KLEINE JONGENDOOR CARL EWALD.INGRIDDOOR SELMA LAGERLÖF, 3EDRUK.VOORBIJGAANDE SCHEPEN IN DONKEREN NACHTDOOR BEATRICE HARRADEN, VIERDE DRUK.DE PRIJS VAN ELK DER BOVENGENOEMDE FRAAIE BOEKWERKEN, WELKE TERECHT ALS KUNSTWERKEN VAN DEN EERSTEN RANG BEKEND ZIJN EN WAARVAN DAN OOK DUIZENDEN EXEMPLAREN VERKOCHT WORDEN, IS SLECHTS75 CENTSINGENAAID ENf1.–GEBONDEN IN PRACHTBAND ZIE DE RECENSIES HIERACHTER.[118]

OP DEZELFDE WIJZE UITGEGEVEN ALS DIT BOEK, VERSCHEEN OOK:

SABBATHDOOR HERMAN HEIJERMANSJr.

TRINETTEDOOR HERMAN HEIJERMANSJr., DERDE DRUK.

ALLEENDOOR GUSTAF AF GEIJERSTAM.

VERWEGHE EN ZIJN VROUWDOOR C. P. BRANDT VAN DOORNE, TWEEDE DRUK.

MIJN KLEINE JONGENDOOR CARL EWALD.

INGRIDDOOR SELMA LAGERLÖF, 3EDRUK.

VOORBIJGAANDE SCHEPEN IN DONKEREN NACHTDOOR BEATRICE HARRADEN, VIERDE DRUK.

DE PRIJS VAN ELK DER BOVENGENOEMDE FRAAIE BOEKWERKEN, WELKE TERECHT ALS KUNSTWERKEN VAN DEN EERSTEN RANG BEKEND ZIJN EN WAARVAN DAN OOK DUIZENDEN EXEMPLAREN VERKOCHT WORDEN, IS SLECHTS75 CENTSINGENAAID ENf1.–GEBONDEN IN PRACHTBAND ZIE DE RECENSIES HIERACHTER.[118]

DE PERS OVER „TRINETTE”.WOLFGANG in de Nederl. Spectator.Geensymbolismemaar een schilderijtje in het genre der oud-Hollandsche schilderkunst. Het volksleven van nabij gezien. Geen Jan Steen, maar een Herm. Heijermans. Een novelle, uit het staal der waarheid gesmeed en Aan Frederik van Eeden gewijd.Wie zoo schrijft, kan zeggen: „ik ben er”. En dat resultaat weer alleen verkregen door eenvoud en natuur, die zoo moeilijk te vinden sleutelzet van het probleem der kunst.De Indische Mercuur.Een meesterlijke schets der gewaarwordingen van een dorpsmeisje uit de omstreken van Brussel, dat onbewust verlangend is naar de genoegens der groote stad. Zij komt daar spoedig in betrekking en gaat weldra onder in den maalstroom van het haar vreemde leven. Het is als een reekstableaux-vivants, die voor ons oog voorbijtrekt, zoo meesterlijk zijn de beschrijvingen en ontledingen.Enkele tafereelen blijven den lezer nog lang bij.Zoo bijv. de tocht naar Brussel ter gelegenheid der nationale feesten, het tooneel in het café-chantant, het doodsbed van Victorine enz. Leesgezelschappen zullen weldoen, zich dit boek aan te schaffen.Het Vaderland.De geschiedenis van een dorpskind, dat te Brussel komt en op den verkeerden weg raakt, knap verteld en met groote oprechtheid, zonder een streven naar mooi doen, zonder conventie.…Ten slotte nog dit: „Trinette” is geen lectuur voor jonge meisjes, maar daarom volstrekt niet een onzedelijk boek.Het Algemeen Handelsblad.De schrijver heeft een aardigen kijk op de dingen. Hij teekent met enkele lijnen, doch ze staan op haar plaats en stellen, hetgeen weergegeven wordt, den lezer helder voor den geest. De beschrijving van het Brusselsch avondfeest is levendig en treffend. Aardig gedacht is de groote verbazing van een bedelares, die in een rijkelui’s woning ziet, hoe iemand weigert van een der schotels te nemen.Verbeeld je: weigeren![119]

DE PERS OVER „TRINETTE”.

WOLFGANG in de Nederl. Spectator.Geensymbolismemaar een schilderijtje in het genre der oud-Hollandsche schilderkunst. Het volksleven van nabij gezien. Geen Jan Steen, maar een Herm. Heijermans. Een novelle, uit het staal der waarheid gesmeed en Aan Frederik van Eeden gewijd.Wie zoo schrijft, kan zeggen: „ik ben er”. En dat resultaat weer alleen verkregen door eenvoud en natuur, die zoo moeilijk te vinden sleutelzet van het probleem der kunst.De Indische Mercuur.Een meesterlijke schets der gewaarwordingen van een dorpsmeisje uit de omstreken van Brussel, dat onbewust verlangend is naar de genoegens der groote stad. Zij komt daar spoedig in betrekking en gaat weldra onder in den maalstroom van het haar vreemde leven. Het is als een reekstableaux-vivants, die voor ons oog voorbijtrekt, zoo meesterlijk zijn de beschrijvingen en ontledingen.Enkele tafereelen blijven den lezer nog lang bij.Zoo bijv. de tocht naar Brussel ter gelegenheid der nationale feesten, het tooneel in het café-chantant, het doodsbed van Victorine enz. Leesgezelschappen zullen weldoen, zich dit boek aan te schaffen.Het Vaderland.De geschiedenis van een dorpskind, dat te Brussel komt en op den verkeerden weg raakt, knap verteld en met groote oprechtheid, zonder een streven naar mooi doen, zonder conventie.…Ten slotte nog dit: „Trinette” is geen lectuur voor jonge meisjes, maar daarom volstrekt niet een onzedelijk boek.Het Algemeen Handelsblad.De schrijver heeft een aardigen kijk op de dingen. Hij teekent met enkele lijnen, doch ze staan op haar plaats en stellen, hetgeen weergegeven wordt, den lezer helder voor den geest. De beschrijving van het Brusselsch avondfeest is levendig en treffend. Aardig gedacht is de groote verbazing van een bedelares, die in een rijkelui’s woning ziet, hoe iemand weigert van een der schotels te nemen.Verbeeld je: weigeren![119]

WOLFGANG in de Nederl. Spectator.

Geensymbolismemaar een schilderijtje in het genre der oud-Hollandsche schilderkunst. Het volksleven van nabij gezien. Geen Jan Steen, maar een Herm. Heijermans. Een novelle, uit het staal der waarheid gesmeed en Aan Frederik van Eeden gewijd.

Wie zoo schrijft, kan zeggen: „ik ben er”. En dat resultaat weer alleen verkregen door eenvoud en natuur, die zoo moeilijk te vinden sleutelzet van het probleem der kunst.

De Indische Mercuur.

Een meesterlijke schets der gewaarwordingen van een dorpsmeisje uit de omstreken van Brussel, dat onbewust verlangend is naar de genoegens der groote stad. Zij komt daar spoedig in betrekking en gaat weldra onder in den maalstroom van het haar vreemde leven. Het is als een reekstableaux-vivants, die voor ons oog voorbijtrekt, zoo meesterlijk zijn de beschrijvingen en ontledingen.Enkele tafereelen blijven den lezer nog lang bij.Zoo bijv. de tocht naar Brussel ter gelegenheid der nationale feesten, het tooneel in het café-chantant, het doodsbed van Victorine enz. Leesgezelschappen zullen weldoen, zich dit boek aan te schaffen.

Het Vaderland.

De geschiedenis van een dorpskind, dat te Brussel komt en op den verkeerden weg raakt, knap verteld en met groote oprechtheid, zonder een streven naar mooi doen, zonder conventie.…Ten slotte nog dit: „Trinette” is geen lectuur voor jonge meisjes, maar daarom volstrekt niet een onzedelijk boek.

Het Algemeen Handelsblad.

De schrijver heeft een aardigen kijk op de dingen. Hij teekent met enkele lijnen, doch ze staan op haar plaats en stellen, hetgeen weergegeven wordt, den lezer helder voor den geest. De beschrijving van het Brusselsch avondfeest is levendig en treffend. Aardig gedacht is de groote verbazing van een bedelares, die in een rijkelui’s woning ziet, hoe iemand weigert van een der schotels te nemen.

Verbeeld je: weigeren![119]

De Nederlandsche Pers over „SABBATH”.WOLFGANG in De Nederlandsche Spectator.In zijn „Sabbath” geeftHerm. HeijermansJr. een natuurgetrouw beeld van de „jodenbuurt”, kort voor het intreden van den Sabbath op een heeten Augustus-namiddag, gevolgd door een dineetje in een voddenwinkel.In hun vluchtige verschijning maar druk en snel beweeg grijpt de auteur iets kenmerkends van die joodsche figuren bij den kraag. Zoo de magere meid, die zuur koopt. Zoo de voddenkoopman Zelik, die met zijn „as ’k tijd had ging ’k zwèmmen” Bekkie doet schrikken. Zoo Zelik’s moeder, met buiklijden geplaagd, die haar zoon beter kent, en zegt: „laat ’m pràte”.De Tijdspiegel.Als realistische schildering van een sabbatdag in de Jodenbreestraat is deze studie ongetwijfeld een zeldzaam knap stuk. De lezer waant zich met dit boek vóór zich midden in de Jodenbuurt; hij ziet en hoort het lawaai van de hokkende, elkaar verdringende karren en het roepen en schelden van de Joodjes, die in de stoffige benauwing der straat met bruin-vette tabaksmonden tegen elkaar staan te schreeuwen; hij ruikt het zuur en de komkommers, zwemmend in goudgelig vocht, en den smeulstank der doovekolen, waarop een ijzeren pot met lauw water en eieren staat te walmen. De typen van de mannen, vrouwen en Jodenkinderen zijn voortreffelijk. Ook de imitatie van de eigenaardige Joodsche uitdrukkingen, hunne taal, soms moeilijk verstaanbaar, is ongeëvenaard; men moet onder Joden geleefd hebben, om dat zóó te kunnen weergeven. Meesterlijk is ook de teekening van den sabbatavond ten huize van Zelik, wanneer ze zitten te smullen van Bekkie’s soep—de sjabbessoep, „fijne zoep, zoep om duizend jaren van te leve”,—en hoe op den warmen Augustusavond de sabbatvrede zich oplost in de stille vrijerij van Zelik en Bekkie.Inderdaad, Heijermans heeft met deze studie op ’t gebied van realistische beschrijvingskunst een meesterstuk geleverd.De Nieuwe Rotterdamsche Courant.De hoofdfiguren zijn Zelik en Bekkie, zijn behagelijke nicht, van wie hij zijne vrouw wil maken. Raak en geestig is Zelik’s verliefddoen geteekend. Raak en geestig het geheele verhaal. Overal vòl „atmosfeer”. De vent die zijn goed beleenen komt, de kribbige oude moeder, Maupie, de googeme gast, we zien ze doen, we hooren ze praten.[120]

De Nederlandsche Pers over „SABBATH”.

WOLFGANG in De Nederlandsche Spectator.In zijn „Sabbath” geeftHerm. HeijermansJr. een natuurgetrouw beeld van de „jodenbuurt”, kort voor het intreden van den Sabbath op een heeten Augustus-namiddag, gevolgd door een dineetje in een voddenwinkel.In hun vluchtige verschijning maar druk en snel beweeg grijpt de auteur iets kenmerkends van die joodsche figuren bij den kraag. Zoo de magere meid, die zuur koopt. Zoo de voddenkoopman Zelik, die met zijn „as ’k tijd had ging ’k zwèmmen” Bekkie doet schrikken. Zoo Zelik’s moeder, met buiklijden geplaagd, die haar zoon beter kent, en zegt: „laat ’m pràte”.De Tijdspiegel.Als realistische schildering van een sabbatdag in de Jodenbreestraat is deze studie ongetwijfeld een zeldzaam knap stuk. De lezer waant zich met dit boek vóór zich midden in de Jodenbuurt; hij ziet en hoort het lawaai van de hokkende, elkaar verdringende karren en het roepen en schelden van de Joodjes, die in de stoffige benauwing der straat met bruin-vette tabaksmonden tegen elkaar staan te schreeuwen; hij ruikt het zuur en de komkommers, zwemmend in goudgelig vocht, en den smeulstank der doovekolen, waarop een ijzeren pot met lauw water en eieren staat te walmen. De typen van de mannen, vrouwen en Jodenkinderen zijn voortreffelijk. Ook de imitatie van de eigenaardige Joodsche uitdrukkingen, hunne taal, soms moeilijk verstaanbaar, is ongeëvenaard; men moet onder Joden geleefd hebben, om dat zóó te kunnen weergeven. Meesterlijk is ook de teekening van den sabbatavond ten huize van Zelik, wanneer ze zitten te smullen van Bekkie’s soep—de sjabbessoep, „fijne zoep, zoep om duizend jaren van te leve”,—en hoe op den warmen Augustusavond de sabbatvrede zich oplost in de stille vrijerij van Zelik en Bekkie.Inderdaad, Heijermans heeft met deze studie op ’t gebied van realistische beschrijvingskunst een meesterstuk geleverd.De Nieuwe Rotterdamsche Courant.De hoofdfiguren zijn Zelik en Bekkie, zijn behagelijke nicht, van wie hij zijne vrouw wil maken. Raak en geestig is Zelik’s verliefddoen geteekend. Raak en geestig het geheele verhaal. Overal vòl „atmosfeer”. De vent die zijn goed beleenen komt, de kribbige oude moeder, Maupie, de googeme gast, we zien ze doen, we hooren ze praten.[120]

WOLFGANG in De Nederlandsche Spectator.

In zijn „Sabbath” geeftHerm. HeijermansJr. een natuurgetrouw beeld van de „jodenbuurt”, kort voor het intreden van den Sabbath op een heeten Augustus-namiddag, gevolgd door een dineetje in een voddenwinkel.

In hun vluchtige verschijning maar druk en snel beweeg grijpt de auteur iets kenmerkends van die joodsche figuren bij den kraag. Zoo de magere meid, die zuur koopt. Zoo de voddenkoopman Zelik, die met zijn „as ’k tijd had ging ’k zwèmmen” Bekkie doet schrikken. Zoo Zelik’s moeder, met buiklijden geplaagd, die haar zoon beter kent, en zegt: „laat ’m pràte”.

De Tijdspiegel.

Als realistische schildering van een sabbatdag in de Jodenbreestraat is deze studie ongetwijfeld een zeldzaam knap stuk. De lezer waant zich met dit boek vóór zich midden in de Jodenbuurt; hij ziet en hoort het lawaai van de hokkende, elkaar verdringende karren en het roepen en schelden van de Joodjes, die in de stoffige benauwing der straat met bruin-vette tabaksmonden tegen elkaar staan te schreeuwen; hij ruikt het zuur en de komkommers, zwemmend in goudgelig vocht, en den smeulstank der doovekolen, waarop een ijzeren pot met lauw water en eieren staat te walmen. De typen van de mannen, vrouwen en Jodenkinderen zijn voortreffelijk. Ook de imitatie van de eigenaardige Joodsche uitdrukkingen, hunne taal, soms moeilijk verstaanbaar, is ongeëvenaard; men moet onder Joden geleefd hebben, om dat zóó te kunnen weergeven. Meesterlijk is ook de teekening van den sabbatavond ten huize van Zelik, wanneer ze zitten te smullen van Bekkie’s soep—de sjabbessoep, „fijne zoep, zoep om duizend jaren van te leve”,—en hoe op den warmen Augustusavond de sabbatvrede zich oplost in de stille vrijerij van Zelik en Bekkie.Inderdaad, Heijermans heeft met deze studie op ’t gebied van realistische beschrijvingskunst een meesterstuk geleverd.

De Nieuwe Rotterdamsche Courant.

De hoofdfiguren zijn Zelik en Bekkie, zijn behagelijke nicht, van wie hij zijne vrouw wil maken. Raak en geestig is Zelik’s verliefddoen geteekend. Raak en geestig het geheele verhaal. Overal vòl „atmosfeer”. De vent die zijn goed beleenen komt, de kribbige oude moeder, Maupie, de googeme gast, we zien ze doen, we hooren ze praten.[120]

De Nederlandsche Pers over „Verweghe en zijn Vrouw”.Nieuwe Rotterdamsche Courant.Wie zoo vertelt, heeft wat te vertellen. Brandt van Doorne heeft in zijn „geval” het belangrijke gespeurd, dat er immers altoos zijn zal inàllemenschelijke handelingen en toestanden, voor hem die deze toestanden en handelingen nieuw ziet, d. w. z. aanschouwt in den spiegel van eigen gevoel.—Wat ons bij het nasoezen over ons bewonderingsgevoel even verwonderde, is van die bewondering juist de grond.Van NouhuijsinHet Vaderland.Ik vind dit knap, tevens gevoelig werk.Het Handelsblad.Het is o. i. het beste wat deze schrijver ons nog heeft gegeven. De oude geschiedenis van een ouderen man, hertrouwd met een jongere vrouw die verliefd wordt op een jongmensch, is in „Verweghe en zijn vrouw”, volkomen waar, volkomen begrijpelijk verteld. De schrijver heeft zich in de eerste 50 bladzijden bijna uitsluitend met den man beziggehouden, met zijn argwaan, zijn denken wat hij doen zou als het waar was, dat zijn vrouw hem bedroog, zijn hopen dat het niet zoo is. Die bladzijden zijn o. i. bijzonder goed, de beste. Ieder woord om zoo te zeggen is er doordacht en eerst na nauwkeurige overweging neergezet. Maar ook in de vrouw heeft de schrijver zich goed ingedacht. En heel knap is zooals hij alles in dit kleine, eenvoudige boek terugvoert op het gevoel van die drie menschen. Mooi is ook weer het slot, haar bekentenis aan haar man. En dat alles is, gelooven wij, te danken aan de groote soberheid, waarmee het boek is geschreven, niets te veel en al wat noodig was om ons het lijden van deze menschen mee te doen leven.De Oprechte Haarlemsche Courant.Een edel boek, een treffend verhaal; knap, vlot, sober geschreven. En met een zeer goede, zedelijke strekking.De Avondpost.Een talentvol bearbeid boek, waarin het geval wordt behandeld van een man, die door zijn zeer jeugdige vrouw wordt bedrogen en haar, als zij hem haar ontrouw bekent, zonder eenig voorbehoud vergiffenis schenkt.De Haagsche Courant.Wat een prachtig stukje natuur heeft deze superieure artiest ons nu hiermee weer gegeven.„Verweghe en zijn vrouw” is van een ontroerend, weemoedig mooi.[121]

De Nederlandsche Pers over „Verweghe en zijn Vrouw”.

Nieuwe Rotterdamsche Courant.Wie zoo vertelt, heeft wat te vertellen. Brandt van Doorne heeft in zijn „geval” het belangrijke gespeurd, dat er immers altoos zijn zal inàllemenschelijke handelingen en toestanden, voor hem die deze toestanden en handelingen nieuw ziet, d. w. z. aanschouwt in den spiegel van eigen gevoel.—Wat ons bij het nasoezen over ons bewonderingsgevoel even verwonderde, is van die bewondering juist de grond.Van NouhuijsinHet Vaderland.Ik vind dit knap, tevens gevoelig werk.Het Handelsblad.Het is o. i. het beste wat deze schrijver ons nog heeft gegeven. De oude geschiedenis van een ouderen man, hertrouwd met een jongere vrouw die verliefd wordt op een jongmensch, is in „Verweghe en zijn vrouw”, volkomen waar, volkomen begrijpelijk verteld. De schrijver heeft zich in de eerste 50 bladzijden bijna uitsluitend met den man beziggehouden, met zijn argwaan, zijn denken wat hij doen zou als het waar was, dat zijn vrouw hem bedroog, zijn hopen dat het niet zoo is. Die bladzijden zijn o. i. bijzonder goed, de beste. Ieder woord om zoo te zeggen is er doordacht en eerst na nauwkeurige overweging neergezet. Maar ook in de vrouw heeft de schrijver zich goed ingedacht. En heel knap is zooals hij alles in dit kleine, eenvoudige boek terugvoert op het gevoel van die drie menschen. Mooi is ook weer het slot, haar bekentenis aan haar man. En dat alles is, gelooven wij, te danken aan de groote soberheid, waarmee het boek is geschreven, niets te veel en al wat noodig was om ons het lijden van deze menschen mee te doen leven.De Oprechte Haarlemsche Courant.Een edel boek, een treffend verhaal; knap, vlot, sober geschreven. En met een zeer goede, zedelijke strekking.De Avondpost.Een talentvol bearbeid boek, waarin het geval wordt behandeld van een man, die door zijn zeer jeugdige vrouw wordt bedrogen en haar, als zij hem haar ontrouw bekent, zonder eenig voorbehoud vergiffenis schenkt.De Haagsche Courant.Wat een prachtig stukje natuur heeft deze superieure artiest ons nu hiermee weer gegeven.„Verweghe en zijn vrouw” is van een ontroerend, weemoedig mooi.[121]

Nieuwe Rotterdamsche Courant.

Wie zoo vertelt, heeft wat te vertellen. Brandt van Doorne heeft in zijn „geval” het belangrijke gespeurd, dat er immers altoos zijn zal inàllemenschelijke handelingen en toestanden, voor hem die deze toestanden en handelingen nieuw ziet, d. w. z. aanschouwt in den spiegel van eigen gevoel.—Wat ons bij het nasoezen over ons bewonderingsgevoel even verwonderde, is van die bewondering juist de grond.

Van NouhuijsinHet Vaderland.

Ik vind dit knap, tevens gevoelig werk.

Het Handelsblad.

Het is o. i. het beste wat deze schrijver ons nog heeft gegeven. De oude geschiedenis van een ouderen man, hertrouwd met een jongere vrouw die verliefd wordt op een jongmensch, is in „Verweghe en zijn vrouw”, volkomen waar, volkomen begrijpelijk verteld. De schrijver heeft zich in de eerste 50 bladzijden bijna uitsluitend met den man beziggehouden, met zijn argwaan, zijn denken wat hij doen zou als het waar was, dat zijn vrouw hem bedroog, zijn hopen dat het niet zoo is. Die bladzijden zijn o. i. bijzonder goed, de beste. Ieder woord om zoo te zeggen is er doordacht en eerst na nauwkeurige overweging neergezet. Maar ook in de vrouw heeft de schrijver zich goed ingedacht. En heel knap is zooals hij alles in dit kleine, eenvoudige boek terugvoert op het gevoel van die drie menschen. Mooi is ook weer het slot, haar bekentenis aan haar man. En dat alles is, gelooven wij, te danken aan de groote soberheid, waarmee het boek is geschreven, niets te veel en al wat noodig was om ons het lijden van deze menschen mee te doen leven.

De Oprechte Haarlemsche Courant.

Een edel boek, een treffend verhaal; knap, vlot, sober geschreven. En met een zeer goede, zedelijke strekking.

De Avondpost.

Een talentvol bearbeid boek, waarin het geval wordt behandeld van een man, die door zijn zeer jeugdige vrouw wordt bedrogen en haar, als zij hem haar ontrouw bekent, zonder eenig voorbehoud vergiffenis schenkt.

De Haagsche Courant.

Wat een prachtig stukje natuur heeft deze superieure artiest ons nu hiermee weer gegeven.„Verweghe en zijn vrouw” is van een ontroerend, weemoedig mooi.[121]

De Deensche Pers over „Mijn kleine Jongen”.„Mijn kleine Jongen” is wel het glanspunt in de literatuur van dit jaar.CARL EWALDgaf ons menig mooi boek, maar met „Mijn kleine Jongen” heeft hij aller harten stormenderhand veroverd.GEORGE BRANDES in de „Politiken”.Dit boek zalover de grenzen vliegen! Het is éenig in de Deensche literatuur.Dagblad van Kopenhagen.Wilt ge een teer, rein boekje lezen, dat u het eene oogenblik doet schateren, het andere oogenblik tot ernst stemt? Lees „Mijn kleine Jongen”—het iseen meesterwerk!Nieuwsblad voor Elseneur.Hoe eenvoudig en toch krachtig! Hoe teer, zonder eenige sentimentaliteit! Waarlijk,CARL EWALD overtrof hier zichzelf—zijn boek„Mijn kleine Jongen” is een volmaakt kunstwerk.Avondblad voor Jutland.Het is te hopen, dat „Mijn kleine Jongen” in alle talen vertaald en in alle landen gelezen wordt; het verdient dat dubbel en dwars.Deensch Tijdschrift voor Literatuur.Het is benijdenswaard, zulk een zuiver kunstwerk te kunnen schrijven.—„Mijn kleine Jongen” zal altijd tot de standaardliteratuur blijven behooren.GUSTAF AF GEIJERSTAM.[122]

De Deensche Pers over „Mijn kleine Jongen”.

„Mijn kleine Jongen” is wel het glanspunt in de literatuur van dit jaar.CARL EWALDgaf ons menig mooi boek, maar met „Mijn kleine Jongen” heeft hij aller harten stormenderhand veroverd.GEORGE BRANDES in de „Politiken”.Dit boek zalover de grenzen vliegen! Het is éenig in de Deensche literatuur.Dagblad van Kopenhagen.Wilt ge een teer, rein boekje lezen, dat u het eene oogenblik doet schateren, het andere oogenblik tot ernst stemt? Lees „Mijn kleine Jongen”—het iseen meesterwerk!Nieuwsblad voor Elseneur.Hoe eenvoudig en toch krachtig! Hoe teer, zonder eenige sentimentaliteit! Waarlijk,CARL EWALD overtrof hier zichzelf—zijn boek„Mijn kleine Jongen” is een volmaakt kunstwerk.Avondblad voor Jutland.Het is te hopen, dat „Mijn kleine Jongen” in alle talen vertaald en in alle landen gelezen wordt; het verdient dat dubbel en dwars.Deensch Tijdschrift voor Literatuur.Het is benijdenswaard, zulk een zuiver kunstwerk te kunnen schrijven.—„Mijn kleine Jongen” zal altijd tot de standaardliteratuur blijven behooren.GUSTAF AF GEIJERSTAM.[122]

„Mijn kleine Jongen” is wel het glanspunt in de literatuur van dit jaar.CARL EWALDgaf ons menig mooi boek, maar met „Mijn kleine Jongen” heeft hij aller harten stormenderhand veroverd.

GEORGE BRANDES in de „Politiken”.

Dit boek zalover de grenzen vliegen! Het is éenig in de Deensche literatuur.

Dagblad van Kopenhagen.

Wilt ge een teer, rein boekje lezen, dat u het eene oogenblik doet schateren, het andere oogenblik tot ernst stemt? Lees „Mijn kleine Jongen”—het iseen meesterwerk!

Nieuwsblad voor Elseneur.

Hoe eenvoudig en toch krachtig! Hoe teer, zonder eenige sentimentaliteit! Waarlijk,CARL EWALD overtrof hier zichzelf—zijn boek„Mijn kleine Jongen” is een volmaakt kunstwerk.

Avondblad voor Jutland.

Het is te hopen, dat „Mijn kleine Jongen” in alle talen vertaald en in alle landen gelezen wordt; het verdient dat dubbel en dwars.

Deensch Tijdschrift voor Literatuur.

Het is benijdenswaard, zulk een zuiver kunstwerk te kunnen schrijven.—„Mijn kleine Jongen” zal altijd tot de standaardliteratuur blijven behooren.

GUSTAF AF GEIJERSTAM.[122]

De Nederlandsche Pers over:„Voorbijgaande Schepen in donkeren Nacht”.De Spectatorzegt o. a.:Een wijs en geestig boekje, door welks onverbiddelijke tragedie de vonk des verstandigen levens gloort in somberen nacht.Vele opmerkingen van den „zonderling” stemmen tot nadenken. „Het is verwonderlijk hoeveel men leert, als men niet leest.” (24) „Als gij boeken schrijft,” raadt hij het meisje aan, „laat uwe personen (dan) nooit lange gesprekken met elkaar houden. In het werkelijke leven spreken de menschen geen vier bladzijden achtereen. En als gij twee verstandige menschen bij elkaar brengt, laat hen dan niet verstandig redeneeren. Dat doen verstandige menschen niet. Alleen de dommen denken dat zij altijd verstandig moeten praten.” (139)Waar „zooveel wijsheid viel”, „smolt wijsheid ziel aan ziel” van hem en haar te samen.Toen kwam de dood, en het lied was uit.Natuurlijk verdient een boekje met zooveel aristocratischsavoir-vivreeen bijzondere vermelding.Wolfgang.Het Handelsbladzegt o. a.:Ook ons publiek zal dit boek, in goed Hollandsch vertaald, gaarne lezen: het is eenvoudig en lief geschreven en de schrijfster heeft het treffende in korte ontmoetingen van vreemden, die daarna weer voor altijd uit elkaar gaan, zeer goed geteekend, ook in den titel Voorbijgaande Schepen in donkeren Nacht.Het Vaderlandzegt o. a.:Het is in één woordeen Juweeltje.[123]

De Nederlandsche Pers over:„Voorbijgaande Schepen in donkeren Nacht”.

De Spectatorzegt o. a.:Een wijs en geestig boekje, door welks onverbiddelijke tragedie de vonk des verstandigen levens gloort in somberen nacht.Vele opmerkingen van den „zonderling” stemmen tot nadenken. „Het is verwonderlijk hoeveel men leert, als men niet leest.” (24) „Als gij boeken schrijft,” raadt hij het meisje aan, „laat uwe personen (dan) nooit lange gesprekken met elkaar houden. In het werkelijke leven spreken de menschen geen vier bladzijden achtereen. En als gij twee verstandige menschen bij elkaar brengt, laat hen dan niet verstandig redeneeren. Dat doen verstandige menschen niet. Alleen de dommen denken dat zij altijd verstandig moeten praten.” (139)Waar „zooveel wijsheid viel”, „smolt wijsheid ziel aan ziel” van hem en haar te samen.Toen kwam de dood, en het lied was uit.Natuurlijk verdient een boekje met zooveel aristocratischsavoir-vivreeen bijzondere vermelding.Wolfgang.Het Handelsbladzegt o. a.:Ook ons publiek zal dit boek, in goed Hollandsch vertaald, gaarne lezen: het is eenvoudig en lief geschreven en de schrijfster heeft het treffende in korte ontmoetingen van vreemden, die daarna weer voor altijd uit elkaar gaan, zeer goed geteekend, ook in den titel Voorbijgaande Schepen in donkeren Nacht.Het Vaderlandzegt o. a.:Het is in één woordeen Juweeltje.[123]

De Spectatorzegt o. a.:

Een wijs en geestig boekje, door welks onverbiddelijke tragedie de vonk des verstandigen levens gloort in somberen nacht.

Vele opmerkingen van den „zonderling” stemmen tot nadenken. „Het is verwonderlijk hoeveel men leert, als men niet leest.” (24) „Als gij boeken schrijft,” raadt hij het meisje aan, „laat uwe personen (dan) nooit lange gesprekken met elkaar houden. In het werkelijke leven spreken de menschen geen vier bladzijden achtereen. En als gij twee verstandige menschen bij elkaar brengt, laat hen dan niet verstandig redeneeren. Dat doen verstandige menschen niet. Alleen de dommen denken dat zij altijd verstandig moeten praten.” (139)

Waar „zooveel wijsheid viel”, „smolt wijsheid ziel aan ziel” van hem en haar te samen.

Toen kwam de dood, en het lied was uit.

Natuurlijk verdient een boekje met zooveel aristocratischsavoir-vivreeen bijzondere vermelding.

Wolfgang.

Het Handelsbladzegt o. a.:

Ook ons publiek zal dit boek, in goed Hollandsch vertaald, gaarne lezen: het is eenvoudig en lief geschreven en de schrijfster heeft het treffende in korte ontmoetingen van vreemden, die daarna weer voor altijd uit elkaar gaan, zeer goed geteekend, ook in den titel Voorbijgaande Schepen in donkeren Nacht.

Het Vaderlandzegt o. a.:

Het is in één woordeen Juweeltje.[123]

De Nederlandsche Pers over „INGRID”.De Kerkelijke Courant:Weer hebben wij een zonderling en een mooi boek voor ons. Het is of de Zweedsche schrijfster droomen vertelt, zoo vrijmoedig schildert zij de vreemdste toestanden, en tegelijk heerscht zij over den mooien vorm en echt diep gevoel. Ingrid, bijna levend begraven en later met liefde en geduld den krankzinnige genezend, staat voor ons als de heldin uit een sprookje, maar een sprookje uit een rijk gemoed gevloeid.Het Vaderland:De auteur van „Gösta Berling” is hier weer op haar eigenaardige wijze voor den dag gekomen en de mengeling van reëel en onreëel is haar uitnemend gelukt.Dit boek heeft iets van een sprookje en is toch zoo gewoon menschelijk roerend.Een boek als „Ingrid” is een buitenkansje; de vertaling verdient warm te worden geprezen.De Avondpost:WieGösta Berlingvan de Zweedsche schrijfster Selma Lagerlöf heeft gelezen—een van de weinige boeken waarvan de herinnering ook na jaren levendig blijft—zal verlangend zijn, kennis te maken met haar jongste werk:Ingrid, dat Margaretha Meijboom op zoo uitnemende wijze verdietschte. Niet minder dan vanGösta Berlinggaat er van dit wonderlijke sprookjesachtige verhaal een eigenaardige bekoring uit. Het vertelt van de zwerftochten van een waanzinnige door groote bosschen en uitgestrekte gemeenten, van de macht welke de muziek over zijne ziel heeft; van de demonen, van zijn waanzin, die hem geen rust gunnen, tot een jong meisje, „Ingrid met de sterrenoogen,” hen op de vlucht drijft.Het is een dichtwerk van buitengewone waarde, deze verheerlijking van de alvermogende macht der liefde. Zulke hooge poëzie, naïef en diepzinnig tegelijk, kan slechts ontstaan in een land, waar de lucht nog vervuld is van sagen en legenden.[124]

De Nederlandsche Pers over „INGRID”.

De Kerkelijke Courant:Weer hebben wij een zonderling en een mooi boek voor ons. Het is of de Zweedsche schrijfster droomen vertelt, zoo vrijmoedig schildert zij de vreemdste toestanden, en tegelijk heerscht zij over den mooien vorm en echt diep gevoel. Ingrid, bijna levend begraven en later met liefde en geduld den krankzinnige genezend, staat voor ons als de heldin uit een sprookje, maar een sprookje uit een rijk gemoed gevloeid.Het Vaderland:De auteur van „Gösta Berling” is hier weer op haar eigenaardige wijze voor den dag gekomen en de mengeling van reëel en onreëel is haar uitnemend gelukt.Dit boek heeft iets van een sprookje en is toch zoo gewoon menschelijk roerend.Een boek als „Ingrid” is een buitenkansje; de vertaling verdient warm te worden geprezen.De Avondpost:WieGösta Berlingvan de Zweedsche schrijfster Selma Lagerlöf heeft gelezen—een van de weinige boeken waarvan de herinnering ook na jaren levendig blijft—zal verlangend zijn, kennis te maken met haar jongste werk:Ingrid, dat Margaretha Meijboom op zoo uitnemende wijze verdietschte. Niet minder dan vanGösta Berlinggaat er van dit wonderlijke sprookjesachtige verhaal een eigenaardige bekoring uit. Het vertelt van de zwerftochten van een waanzinnige door groote bosschen en uitgestrekte gemeenten, van de macht welke de muziek over zijne ziel heeft; van de demonen, van zijn waanzin, die hem geen rust gunnen, tot een jong meisje, „Ingrid met de sterrenoogen,” hen op de vlucht drijft.Het is een dichtwerk van buitengewone waarde, deze verheerlijking van de alvermogende macht der liefde. Zulke hooge poëzie, naïef en diepzinnig tegelijk, kan slechts ontstaan in een land, waar de lucht nog vervuld is van sagen en legenden.[124]

De Kerkelijke Courant:

Weer hebben wij een zonderling en een mooi boek voor ons. Het is of de Zweedsche schrijfster droomen vertelt, zoo vrijmoedig schildert zij de vreemdste toestanden, en tegelijk heerscht zij over den mooien vorm en echt diep gevoel. Ingrid, bijna levend begraven en later met liefde en geduld den krankzinnige genezend, staat voor ons als de heldin uit een sprookje, maar een sprookje uit een rijk gemoed gevloeid.

Het Vaderland:

De auteur van „Gösta Berling” is hier weer op haar eigenaardige wijze voor den dag gekomen en de mengeling van reëel en onreëel is haar uitnemend gelukt.Dit boek heeft iets van een sprookje en is toch zoo gewoon menschelijk roerend.Een boek als „Ingrid” is een buitenkansje; de vertaling verdient warm te worden geprezen.

De Avondpost:

WieGösta Berlingvan de Zweedsche schrijfster Selma Lagerlöf heeft gelezen—een van de weinige boeken waarvan de herinnering ook na jaren levendig blijft—zal verlangend zijn, kennis te maken met haar jongste werk:Ingrid, dat Margaretha Meijboom op zoo uitnemende wijze verdietschte. Niet minder dan vanGösta Berlinggaat er van dit wonderlijke sprookjesachtige verhaal een eigenaardige bekoring uit. Het vertelt van de zwerftochten van een waanzinnige door groote bosschen en uitgestrekte gemeenten, van de macht welke de muziek over zijne ziel heeft; van de demonen, van zijn waanzin, die hem geen rust gunnen, tot een jong meisje, „Ingrid met de sterrenoogen,” hen op de vlucht drijft.

Het is een dichtwerk van buitengewone waarde, deze verheerlijking van de alvermogende macht der liefde. Zulke hooge poëzie, naïef en diepzinnig tegelijk, kan slechts ontstaan in een land, waar de lucht nog vervuld is van sagen en legenden.[124]

Bij den Uitgever dezes verscheen mede:KAMERTJESZONDEHERINNERINGEN VAN ALFRED SPIERDOORHERM. HEIJERMANSJr.Vijfde uitgave.Prijs ingenaaidƒ 1.90; in prachtbandƒ 2.50.Het Algemeen Handelsblad.Kamertjeszonde, Herinneringen van Alfred Spier, is, laat ons dit terstond zeggen, in het minst geen onzedelijk boek; integendeel, van wat men gewoonlijk onder onzedelijkheid verstaat, is dit boek geschikt den lezer een groote walging te geven.Maar wel is het, laat ons maar zeggen, een realistisch boek, in dien zin dat het een stukje werkelijkheid te zien geeft, voor het meerendeel afschuwelijk leelijk, heftig terugstootend, beschreven niet alleen zonder er eenigszins doekjes om te winden, maar getoond, men zou willen zeggen, naakter dan naakt. Het is misschien het ruwste boek dat wij ooit in handen gehad hebben.Maar onzedelijk, neen.Voor een deel is „Kamertjeszonde” bijzonder knap geschreven ook. Zeer mooi is de beschrijving van de verhouding tusschen twee menschen die elkaar werkelijk liefhebben, zij het dan ook dat die verhouding naar de thans bijna overal heerschende begrippen ongeoorloofd is; bijzonder goed ook ziet de schrijver het mooie in het spreken en bewegen van kleine kinderen.De Nederl. Spectator.Zolageëvenaard, zoo niet overtroffen.Elseviers Maandschrift.Dat talent is onbetwistbaar. Tusschen bladzijden waaruit de vunzigerealiteit u tegenwalmt, staan fragmenten van een hoog idealisme, geuit in de kalm-frissche bewoordingen van iemand, die zich, van zijn machtige zeggingskracht bewust, uit als een der grooten onder de woordkunstenaars. En de lezer van Spier’s Herinneringen laat zich sleuren door het slijk van ’t nachtelijk Amsterdam, hij zit aan met walging waar gemeene wijven haar vuile woorden doen schetteren, hij rilt van afschuw, maar verzet zich niet als de auteur hem met een armzwaai hoog beurt boven al dat gedoe en laat zien dat zelfs in de café-chantant-vrouw het ideale niet behoeft onder te gaan, dat de man die zich, volgens de burgerlijke begrippen, heeft verslingerd „aan zoo’n mensch” nog zijn enthousiasme voorKunst en Liefdekan behouden en vermag op te heffen haar die hem liefde schenkt na een leven van ontucht.

Bij den Uitgever dezes verscheen mede:KAMERTJESZONDEHERINNERINGEN VAN ALFRED SPIERDOORHERM. HEIJERMANSJr.Vijfde uitgave.Prijs ingenaaidƒ 1.90; in prachtbandƒ 2.50.Het Algemeen Handelsblad.Kamertjeszonde, Herinneringen van Alfred Spier, is, laat ons dit terstond zeggen, in het minst geen onzedelijk boek; integendeel, van wat men gewoonlijk onder onzedelijkheid verstaat, is dit boek geschikt den lezer een groote walging te geven.Maar wel is het, laat ons maar zeggen, een realistisch boek, in dien zin dat het een stukje werkelijkheid te zien geeft, voor het meerendeel afschuwelijk leelijk, heftig terugstootend, beschreven niet alleen zonder er eenigszins doekjes om te winden, maar getoond, men zou willen zeggen, naakter dan naakt. Het is misschien het ruwste boek dat wij ooit in handen gehad hebben.Maar onzedelijk, neen.Voor een deel is „Kamertjeszonde” bijzonder knap geschreven ook. Zeer mooi is de beschrijving van de verhouding tusschen twee menschen die elkaar werkelijk liefhebben, zij het dan ook dat die verhouding naar de thans bijna overal heerschende begrippen ongeoorloofd is; bijzonder goed ook ziet de schrijver het mooie in het spreken en bewegen van kleine kinderen.De Nederl. Spectator.Zolageëvenaard, zoo niet overtroffen.Elseviers Maandschrift.Dat talent is onbetwistbaar. Tusschen bladzijden waaruit de vunzigerealiteit u tegenwalmt, staan fragmenten van een hoog idealisme, geuit in de kalm-frissche bewoordingen van iemand, die zich, van zijn machtige zeggingskracht bewust, uit als een der grooten onder de woordkunstenaars. En de lezer van Spier’s Herinneringen laat zich sleuren door het slijk van ’t nachtelijk Amsterdam, hij zit aan met walging waar gemeene wijven haar vuile woorden doen schetteren, hij rilt van afschuw, maar verzet zich niet als de auteur hem met een armzwaai hoog beurt boven al dat gedoe en laat zien dat zelfs in de café-chantant-vrouw het ideale niet behoeft onder te gaan, dat de man die zich, volgens de burgerlijke begrippen, heeft verslingerd „aan zoo’n mensch” nog zijn enthousiasme voorKunst en Liefdekan behouden en vermag op te heffen haar die hem liefde schenkt na een leven van ontucht.

Bij den Uitgever dezes verscheen mede:

KAMERTJESZONDE

HERINNERINGEN VAN ALFRED SPIER

DOORHERM. HEIJERMANSJr.

Vijfde uitgave.

Prijs ingenaaidƒ 1.90; in prachtbandƒ 2.50.

Het Algemeen Handelsblad.

Kamertjeszonde, Herinneringen van Alfred Spier, is, laat ons dit terstond zeggen, in het minst geen onzedelijk boek; integendeel, van wat men gewoonlijk onder onzedelijkheid verstaat, is dit boek geschikt den lezer een groote walging te geven.Maar wel is het, laat ons maar zeggen, een realistisch boek, in dien zin dat het een stukje werkelijkheid te zien geeft, voor het meerendeel afschuwelijk leelijk, heftig terugstootend, beschreven niet alleen zonder er eenigszins doekjes om te winden, maar getoond, men zou willen zeggen, naakter dan naakt. Het is misschien het ruwste boek dat wij ooit in handen gehad hebben.

Maar onzedelijk, neen.

Voor een deel is „Kamertjeszonde” bijzonder knap geschreven ook. Zeer mooi is de beschrijving van de verhouding tusschen twee menschen die elkaar werkelijk liefhebben, zij het dan ook dat die verhouding naar de thans bijna overal heerschende begrippen ongeoorloofd is; bijzonder goed ook ziet de schrijver het mooie in het spreken en bewegen van kleine kinderen.

De Nederl. Spectator.

Zolageëvenaard, zoo niet overtroffen.

Elseviers Maandschrift.

Dat talent is onbetwistbaar. Tusschen bladzijden waaruit de vunzigerealiteit u tegenwalmt, staan fragmenten van een hoog idealisme, geuit in de kalm-frissche bewoordingen van iemand, die zich, van zijn machtige zeggingskracht bewust, uit als een der grooten onder de woordkunstenaars. En de lezer van Spier’s Herinneringen laat zich sleuren door het slijk van ’t nachtelijk Amsterdam, hij zit aan met walging waar gemeene wijven haar vuile woorden doen schetteren, hij rilt van afschuw, maar verzet zich niet als de auteur hem met een armzwaai hoog beurt boven al dat gedoe en laat zien dat zelfs in de café-chantant-vrouw het ideale niet behoeft onder te gaan, dat de man die zich, volgens de burgerlijke begrippen, heeft verslingerd „aan zoo’n mensch” nog zijn enthousiasme voorKunst en Liefdekan behouden en vermag op te heffen haar die hem liefde schenkt na een leven van ontucht.

ColofonBeschikbaarheidDit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam opwww.pgdp.net.MetadataTitel:’n Jodenstreek?Auteur:Herman Heijermans (1864–1924)Infohttps://viaf.org/viaf/32107862/Aanmaakdatum bestand:2023-05-27 19:33:13 UTCTaal:Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)Oorspronkelijke uitgiftedatum:1904CoderingDit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.Documentgeschiedenis2023-05-26 Begonnen.VerbeteringenDe volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:BladzijdeBronVerbeteringBewerkingsafstand24BèjeBè-je137aaiïngaaiing1 / 041ontgroenigontgroening141societeitsociëteit1 / 058vrijzinigevrijzinnige159[Niet in bron].161.,167,81[Niet in bron]”1118”[Verwijderd]1124,[Verwijderd]1

Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.

Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam opwww.pgdp.net.

Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.

De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:


Back to IndexNext