Chapter 7

XXVII.

Eenige dagen verliepen. Groot was in 't dorp de opschudding en de vreemdste verhalen gingen rond. Meneer Vitàl lag in de "moersessen"1en had de "kamezool-de-fors"2aan, werd verteld. Dag en nacht lag hij te schreeuwen en te brullen dat men hem groote ratten in de keel stopte om hem te doen stikken. Iederen avond hoopten zich stille groepjes samen bij het hek om het akelig geluid te hooren.

't Es*'t bolleken; hij hè dezelve ziekte as Nonkelken, 'n famieldeziekte*," meenden de menschen. Maar enkelen schimplachten bedekt:

"'t Gloazen bolleken, mee dzjenuiver in van binnen."

Toen lachten zij allen even gedempt, maar eenige vermanende stt's werden gefluisterd en weer stonden zij met ingehouden adem te luisteren of ze zijn rauw gebrul nog hoorden.--De avonden waren frisch en rein, de volle maan rees dof-oranjekleurig-glanzend in het langzaam uitstervend daglicht met haar rond gezicht over de donkere daken, het-zwaar-gezwollen beekje stroomde bruisend op zijn hobbelbed van keitjes en de avondster blonk als een groote, solitaire diamant in 't westen, terwijl hoog in de zwarte, bladerlooze kruinen van den tuin, de wakkere lijster met haar krachtige, kristal-heldere stem, het voelen-naderen van de lente zong.

"De die 'n hè gien bolleken in heur keele," fluisterden de mannen, naar de hooge donkere boomen opkijkend.

En weer hoorden zij dan, als een ver en dof gebrul van moord, door 't helder zingen van den vogel heen, het schorre schreeuwen van meneer Vitàl, achter de toegeblinde ramen van 't kasteelken....

En plotseling was het uit. Op een vroegen avond hoorden zij niets meer.--'t Kasteelken stond daar, schijnbaar onbewoond-verlaten in de grauwe schemering tegen zijn zwarten achtergrond van hooge kruinen, met al zijn luiken als het ware in lijdende bespiegeling gesloten. Er was iets gebeurd, iets volbracht; een ongewone atmosfeer scheen er omheen te hangen, een atmosfeer van benauwende stilte en mysterie; iets plechtigs, dat zij allen die daar stonden instinctmatig, angstbekruipend voelden. De stemmen werden nog fluisterender, de gezichten schemerden lijkachtigbleek in het halfduister, de groote, donkere oogen keken elkander ondervragend aan.

"Zoedt-hij deud zijn?" vroeg eindelijk iemand hol en dof, als uit een graf.

Zacht ging de deur van het kasteelken open en in de grauwe schemering kwam de vaag-zwevende gestalte van 't chauffeurtje naar het hek toe.

"Es hij deud?" waagde stil-fluisterend een der nieuwsgierigen te vragen.

"Joa hij," antwoordde op denzelfden toon 't chauffeurtje. En hij verdween in 't grijze van de straat.

In opgewonden stem-gefluister schaarden de nieuwsgierigen zich achter den omheiningsmuur tot een druk en somber troepje samen.

Het beekje suisde in ondertoon en tusschen 't zwart gewirwar van de naakte twijgen flonkerde Venus' diamanten-schicht.

Zacht rees de maan boven de stille daken. Hoog en helder in de ijle lucht jubelde het lieve lijstertje de komst der blaadjes en der bloempjes, de zachtheid van de avonden en de sereenheid van de nachten, 't herboren-worden van de frissche lente tegemoet....

1Delirium tremens.

2Dwangbuis.

bron / correctie, commentaar of verklaring(asterisk = terug naar tekst)*'t kasteelken / "kasteelken" wordt soms met hoofdletter, soms met kleine letter, soms wel dan weer niet tussen aanhalingstekens, geschreven.*-- / Vaak beginnen zinnen met een gedachtestreep.*pleizier / plezier*stamenee / van fr. estaminet. In België herberg, kroeg.*fanfarenkorps / fanfarekorps*hooggeleid / hoog opgeleid*bizonder / bijzonder*congestief / afgeleid van congestie: ophoping van bloed in enig orgaan (m.n. in het hoofd).*karabientsjes / verkleinwoord van karabijn: handvuurwapen met korte loop.*stanvastig / standvastig*'t Es... / "'t Es*viveurtje / verkleinwoord voor viveur: pretmaker, losbol.*'K en / "Ik" wordt bij het begin van een zin vaak als "'K" geschreven.*'T 'n / 't 'n*ge zilt aan 't irfdeel goan liggen / je zal binnenkort erven*dzjenuiver / jenever*spiretus / van fr. spriritus, alcohol, wijngeest*zijn in bed / in zijn bed*gefronsd / bw. gel. (ik fronste, heb gefronst, B. fronsde, gefronsd), tot rimpels zamentrekken (het voorhoofd). (Nieuw Woordenboek der Nederlandsche taal, 1864)*Vital / Vitàl*om den broode / om den brode: om er de kost mee te verdienen, niet uit lust of liefde*enigzins / enigszins*Altroassie / altratie: emotie, opwinding*dikkels / dikwijls*te noaste joare / volgend jaar*aberratie / afwijking, m.n. van psychische aard*ankylose / gewrichtsverstijving*hartelust / hartenlust*koddebeier / jachtopziener, veldwachter, politieagent*aovend / wordt op andere plaatsen "oavend" gespeld*seeve / van seef of seve: "Sap, essentie of geest van iets." (INL)*verbauwereerde / verbouwereerde*detoneerden / detoneren: uit de toon vallen, lelijk afsteken*Ça / "Ça*getuigen? / getuigen?"*menschen / messen*morieljes / morielje: klein geslacht van eetbare zakjeszwammen die in het voorjaar verschijnen, gekenmerkt door een ronde of conische hoed met raatachtig oppervlak en een wat opgeblazen steel (Morchella)*Romanée / La Romanée-Conti is de naam van een grand cru wijngaard, gelegen in het dorp Vosne-Romanée, dat tot de Côtes de Nuits (Bourgogne) behoort, en waarnaar het beroemdste wijnhuis van de Bourgogne genoemd is. De wijn heeft grote smaakreserves en wordt beschreven als "een huwelijk van satijn en fluweel". Roald Dahl noemde het proeven van deze wijn "een orgasme op de tong". Het is de duurste wijn ter wereld. (http:*konterfeitsel / portret*decoratie-vlammetje / speldje dat gedragen wordt in plaats van de decoratie zelf.*kanoalde / uit het Frans: canaille*giegelde / giechelde*pootje / (schertsend) podagra (soort van jicht die zich openbaart door een hevige pijn in de voet, vooral in het gewricht tussen middelvoetsbeentje en grote teen)*roturier / een niet-adellijke man of vrouw*dérogerait van déroger: zijn rang / geboorte / afkomst / verloochenen*Cé / C'est*totnogtoe / tot nog toe*gekamerd / (verouderd) (van een vrouw die een kamer op kosten van haar minnaar bewoont) op een kamer gezet.*ongewachtste / onverwachtse*mademoiselle? / mademoiselle?"*bar-maid / barmeid*paardespel / paardenspel: tent waarin paarden kunsten verrichten*écuyère / goeder ruiter, amazone*circkel / cirkel*cirk / cirkel*couranten / kranten*groom / stalknecht, m.n. rijknecht*ostentatie / praalzucht, pralerij*gecontrariëerde / van contrariëren: dwarsbomen, tegenwerken*verbauwereerdheid verbouwereerdheid*ca / ça*verwoed / met woede (gevoerd); synoniem: woedend*letten / vertragen, ophouden*aberratie / afwijking, m.n. van psychische aard*chic-que / van chique: verbogen vorm van chic: deftig, verfijnd*cadet / wschl. wordt hier "kadee" bedoeld, vent; "chicque cadet": deftige vent*veur 't feit stellen / bewijzen*depravatie / ontaarding*marquise / markies, luifel*" ontbreekt*beneen / beneden*gegiegel / gegiechel*miserie-boompje / jeneverbes*landbouwen / bebouwd land*popel / populier*leeuwetand / leeuwentand: paardenbloem*nuchter / nuchtere*zoekon / zoeken*bulletijntje / van bulletin: rapport*af / of*Verkoop / Verkoopt*met de thuiswacht liggen / thuis moeten blijven*lochtijnk / (groenten)tuin, hof*santus / santé: gezondheid*" ontbreekt*van doage / vandoage: vandaag*schouw / bang*goesting es keup / goesting doet kopen*'t Es / "'t Es*almets / soms*portée / draagwijdte*nobiljontje / (Belgisch-Nederlands, schertsend) adellijk persoon*Meneer / "Meneer*lizzen / laarzen*kastrollen / kookpannen*schoolmeestesse / schoolmeesteres*speelreis / huwelijksreis*patois / volkstaal, dialect*'k Zal / "'k Zal*voiletten / voile, voilette, sluier*Fritz - Suze / onduidelijk waar dit op slaat*noaisterigge / naaister*sampoande / champagne*'t Dijnke mij / Ik denk*uchtijnk / ochtend*Wil / "Wil*pendrons / prendrons*reiskes / rondje*nentraal / neutraal*uit te lokken? / uit te lokken.*luidpratend / luid pratend*colback / ook kolbak; Turks kalpak (bontmuts) (verouderd) berenmuts*isoloir / stemhokje*gemeens mee had / gemene zaak mee had, mee te maken had*agitant-wapperende / onrust, agitatie teweegbrengend*kiezijnge / verkiezingen*kiezijnje / kiezijnge*Den / "Den*er ou ingesteken hen / u bedrogen hebben*zulle / drempel*demissie / ontslag*geweire - gewiere/ geweer*stille," da / stille, da*moaken... / moaken..."*chambercloak / chamberloek, sjamberloek: Door de slavische talen en het hd. ontleend aan turksch jamurlyk, regenmantel. Daarnaast veelal de op onjuiste afleiding berustende spelling chambercloak. Kamerjapon, thans alleen van mannen, vroeger ook van vrouwen. (INL - GTB)*fleiwte / flauwte*ander / anders*almets / plots*flasselken / flesje*'t as / 't es - ' t is*Cest / C'est*ziendelijngen / zienderogen*posmiester / postmiester - postmeester*sefeur / chauffeur*sitoe / van Fr. aussitôt - onmiddellijk*sebiet / straks*lucht / licht*'t Es / "'t Es*famieldeziekte / familieziekte

*'t kasteelken / "kasteelken" wordt soms met hoofdletter, soms met kleine letter, soms wel dan weer niet tussen aanhalingstekens, geschreven.

*-- / Vaak beginnen zinnen met een gedachtestreep.

*pleizier / plezier

*stamenee / van fr. estaminet. In België herberg, kroeg.

*fanfarenkorps / fanfarekorps

*hooggeleid / hoog opgeleid

*bizonder / bijzonder

*congestief / afgeleid van congestie: ophoping van bloed in enig orgaan (m.n. in het hoofd).

*karabientsjes / verkleinwoord van karabijn: handvuurwapen met korte loop.

*stanvastig / standvastig

*'t Es... / "'t Es

*viveurtje / verkleinwoord voor viveur: pretmaker, losbol.

*'K en / "Ik" wordt bij het begin van een zin vaak als "'K" geschreven.

*'T 'n / 't 'n

*ge zilt aan 't irfdeel goan liggen / je zal binnenkort erven

*dzjenuiver / jenever

*spiretus / van fr. spriritus, alcohol, wijngeest

*zijn in bed / in zijn bed

*gefronsd / bw. gel. (ik fronste, heb gefronst, B. fronsde, gefronsd), tot rimpels zamentrekken (het voorhoofd). (Nieuw Woordenboek der Nederlandsche taal, 1864)

*Vital / Vitàl

*om den broode / om den brode: om er de kost mee te verdienen, niet uit lust of liefde

*enigzins / enigszins

*Altroassie / altratie: emotie, opwinding

*dikkels / dikwijls

*te noaste joare / volgend jaar

*aberratie / afwijking, m.n. van psychische aard

*ankylose / gewrichtsverstijving

*hartelust / hartenlust

*koddebeier / jachtopziener, veldwachter, politieagent

*aovend / wordt op andere plaatsen "oavend" gespeld

*seeve / van seef of seve: "Sap, essentie of geest van iets." (INL)

*verbauwereerde / verbouwereerde

*detoneerden / detoneren: uit de toon vallen, lelijk afsteken

*Ça / "Ça

*getuigen? / getuigen?"

*menschen / messen

*morieljes / morielje: klein geslacht van eetbare zakjeszwammen die in het voorjaar verschijnen, gekenmerkt door een ronde of conische hoed met raatachtig oppervlak en een wat opgeblazen steel (Morchella)

*Romanée / La Romanée-Conti is de naam van een grand cru wijngaard, gelegen in het dorp Vosne-Romanée, dat tot de Côtes de Nuits (Bourgogne) behoort, en waarnaar het beroemdste wijnhuis van de Bourgogne genoemd is. De wijn heeft grote smaakreserves en wordt beschreven als "een huwelijk van satijn en fluweel". Roald Dahl noemde het proeven van deze wijn "een orgasme op de tong". Het is de duurste wijn ter wereld. (http:

*konterfeitsel / portret

*decoratie-vlammetje / speldje dat gedragen wordt in plaats van de decoratie zelf.

*kanoalde / uit het Frans: canaille

*giegelde / giechelde

*pootje / (schertsend) podagra (soort van jicht die zich openbaart door een hevige pijn in de voet, vooral in het gewricht tussen middelvoetsbeentje en grote teen)

*roturier / een niet-adellijke man of vrouw

*dérogerait van déroger: zijn rang / geboorte / afkomst / verloochenen

*Cé / C'est

*totnogtoe / tot nog toe

*gekamerd / (verouderd) (van een vrouw die een kamer op kosten van haar minnaar bewoont) op een kamer gezet.

*ongewachtste / onverwachtse

*mademoiselle? / mademoiselle?"

*bar-maid / barmeid

*paardespel / paardenspel: tent waarin paarden kunsten verrichten

*écuyère / goeder ruiter, amazone

*circkel / cirkel

*cirk / cirkel

*couranten / kranten

*groom / stalknecht, m.n. rijknecht

*ostentatie / praalzucht, pralerij

*gecontrariëerde / van contrariëren: dwarsbomen, tegenwerken

*verbauwereerdheid verbouwereerdheid

*ca / ça

*verwoed / met woede (gevoerd); synoniem: woedend

*letten / vertragen, ophouden

*aberratie / afwijking, m.n. van psychische aard

*chic-que / van chique: verbogen vorm van chic: deftig, verfijnd

*cadet / wschl. wordt hier "kadee" bedoeld, vent; "chicque cadet": deftige vent

*veur 't feit stellen / bewijzen

*depravatie / ontaarding

*marquise / markies, luifel

*" ontbreekt

*beneen / beneden

*gegiegel / gegiechel

*miserie-boompje / jeneverbes

*landbouwen / bebouwd land

*popel / populier

*leeuwetand / leeuwentand: paardenbloem

*nuchter / nuchtere

*zoekon / zoeken

*bulletijntje / van bulletin: rapport

*af / of

*Verkoop / Verkoopt

*met de thuiswacht liggen / thuis moeten blijven

*lochtijnk / (groenten)tuin, hof

*santus / santé: gezondheid

*" ontbreekt

*van doage / vandoage: vandaag

*schouw / bang

*goesting es keup / goesting doet kopen

*'t Es / "'t Es

*almets / soms

*portée / draagwijdte

*nobiljontje / (Belgisch-Nederlands, schertsend) adellijk persoon

*Meneer / "Meneer

*lizzen / laarzen

*kastrollen / kookpannen

*schoolmeestesse / schoolmeesteres

*speelreis / huwelijksreis

*patois / volkstaal, dialect

*'k Zal / "'k Zal

*voiletten / voile, voilette, sluier

*Fritz - Suze / onduidelijk waar dit op slaat

*noaisterigge / naaister

*sampoande / champagne

*'t Dijnke mij / Ik denk

*uchtijnk / ochtend

*Wil / "Wil

*pendrons / prendrons

*reiskes / rondje

*nentraal / neutraal

*uit te lokken? / uit te lokken.

*luidpratend / luid pratend

*colback / ook kolbak; Turks kalpak (bontmuts) (verouderd) berenmuts

*isoloir / stemhokje

*gemeens mee had / gemene zaak mee had, mee te maken had

*agitant-wapperende / onrust, agitatie teweegbrengend

*kiezijnge / verkiezingen

*kiezijnje / kiezijnge

*Den / "Den

*er ou ingesteken hen / u bedrogen hebben

*zulle / drempel

*demissie / ontslag

*geweire - gewiere/ geweer

*stille," da / stille, da

*moaken... / moaken..."

*chambercloak / chamberloek, sjamberloek: Door de slavische talen en het hd. ontleend aan turksch jamurlyk, regenmantel. Daarnaast veelal de op onjuiste afleiding berustende spelling chambercloak. Kamerjapon, thans alleen van mannen, vroeger ook van vrouwen. (INL - GTB)

*fleiwte / flauwte

*ander / anders

*almets / plots

*flasselken / flesje

*'t as / 't es - ' t is

*Cest / C'est

*ziendelijngen / zienderogen

*posmiester / postmiester - postmeester

*sefeur / chauffeur

*sitoe / van Fr. aussitôt - onmiddellijk

*sebiet / straks

*lucht / licht

*'t Es / "'t Es

*famieldeziekte / familieziekte


Back to IndexNext