De moorddadige aanval op de vrijwilligers der Vereenigde Staten teBaltimorewerd door alle staten, die aan de Unie getrouw gebleven waren, als een hoon beschouwd. De gouverneurHicksen deMayor Brownschreven gezamenlijk een brief aan den President, waarin zij verzochten, dat er geen troepen meer doorMarylandzouden trekken. In het antwoord, datLincolndoor zijn secretarisSewardliet geven, diende hij aan deze trouwelooze ambtenaren eene duchtige berisping toe.
Op den 19denApril vaardigdeLincolneen proclamatieuit, waarbij de havens van afgescheidene staten geblokkeerd verklaard werden. Deze en verscheidene andere orders waren de stappen, die de regering deed om zich te verdedigen; want de toon, dien de zuidelijke pers voerde, zoowel als de verklaring der zuidelijke ambtenaren, bewezen genoegzaam, dat het hun doel was om den oorlog, dien zij bijCharlestonbegonnen hadden, meer naar het Noorden te verplaatsen.Jefferson Davishad dit reeds lang te voren te kennen gegeven, enMr. Walker, de secretaris van Oorlog der Geconfedereerden hield, toen hij vernam dat de aanval bijSumterbegonnen was, eene rede, waarin hij zeide, »dat daar niemand kon zeggen, waar de oorlog zou eindigen, hij wel durfde voorspellen, dat de vlag, die nu in het Zuiden wapperde, vóór den eersten Mei op het koepeldak van het oude Kapitool teWashingtonzou geplant worden.” Het Zuiden had reeds 20,000 man naar Virginië afgezonden, en de PresidentLincolnwas dan ook ten volle geregtvaardigd, toen hij zijne eerste krijgsverrigtingen tot de verdediging vanWashingtonbeperkte.
Virginië onttrok zich omstreeks dezen tijd aan de Unie; andere slavenstaten volgden dit voorbeeld; en van daar werd de blokkade van zuidelijke havens op den 27stenApril bij eene proclamatie ook tot Virginië en Noord-Carolinauitgestrekt. Op den derden Mei werden er nog meer troepen opgeroepen en een bevel uitgevaardigd, dat er eene ligting van recruten zou plaats hebben voor het leger te land en ter zee.
De nieuwe regering was er al spoedig op bedacht om de verhouding, waarin zij tot vreemde mogendheden stond, vast te stellen.Mr. Adams, Minister te Londen, kreeg instructiën omtrent den weg, dien hij te volgen had, welke zich door voorzigtigheid en kloekheid kenmerkten. Men vreesde, dat de Engelsche regering, vóór de aankomst van den MinisterAdams, in overeenstemming met Frankrijk zou handelen ten opzigtevan de erkenning van het Zuiden als eene oorlogvoerende mogendheid.Mr. Adamskreeg instructiën om daartegen bepaaldelijk te protesteren. Op den 15denJunij verzochten de Engelsche en Fransche ministers teWashingtonom eene audiëntie bijMr. Seward, ten einde dezen de bepaalde instructiën mede te deelen, welke zij van hunne respectieve regeringen ontvangen hadden; maar toen de Secretaris van Staat den aard dezer instructiën vernam, weigerde hij ze te hooren voorlezen, of zelfs officiëele notitie daarvan te nemen.
Van het begin des oorlogs af was het de politiek vanLincoln, alles wat naar eene inmenging van vreemde mogendheden in den burgeroorlog van Amerika zweemde, bepaald van de hand te wijzen.
Het Congres hield op den 4denJulij 1861 eene buitengewone zitting. De republikeinen hadden in de beide Huizen de overhand, en werden bovendien ondersteund door enkele democratische leden, die er op aandrongen, dat de oorlog met alle kracht zou voortgezet worden.Galusha A. Growd, een ijverig voorstander van den oorlog, werd tot redenaar van het Huis verkozen. Op den 5denJulij hield de PresidentLincolnde openingsrede van het Congres. In deze rede ontwikkelde hij de omstandigheden, welke aan het bombardement van hetfort Sumtervoorafgegaan waren, in duidelijke bewoordingen, en verdedigde daarop de wijze, waarop hij zich ten opzigte van de afgescheidene staten gedragen had, totdat hun bloedvergieten hem tot het nemen van ernstiger maatregelen gedwongen had. Nadat het eerste schot op hetfort Sumtergevallen was, was ook alle mogelijkheid op verzoening verdwenen. Het was de eerste stap tot het voeren van den oorlog, en die stap was onherroepelijk. Er bleef dus geen andere keus over, dan zich tot den oorlog toe te rusten en tegen de legermagt, tot vernietiging der Unie gebezigd, eene legermagt tot hare instandhouding over te stellen.
De President gewaagde daarop met een enkel woord van de afscheiding van Virginië en van de oorzaken, die daartoe medegewerkt hadden, en stelde de onregtmatigheid en de onhoudbaarheid van de »neutraliteit” vanKentuckyin het licht, waarop hij eene korte schets gaf van de maatregelen, die zouden genomen worden. Daarop besprak hij de kwestie der afscheiding en ontkende hare wettigheid op duchtige gronden.
De draad, die door deze geheele rede liep—en inderdaad door ieder document van een dergelijk karakter, dat de President uitvaardigde—was eene regtvaardiging van gevoelens, die in overeenstemming zijn met de regten der menschheid en den voortgang der beschaving.
De handelingen van de buitengewone zitting waren geheel overeenkomstig met de inzigten van het uitvoerend bewind: een ontwerp, doorM'Clernand, uitIllinois, voorgesteld, werd door het Huis met eene groote meerderheid van stemmen aangenomen. Daarbij verbond dit staats-ligchaam zich om zijne goedkeuring te hechten aan elke som gelds en elk getal manschappen, welke noodig mogten geacht worden tot de onderdrukking van den opstand.
De zitting werd op den 6denAugustus gesloten, nadat de krachtigste maatregelen tot de voortzetting van den oorlog genomen waren, maar toch werd elke handeling, die aanleiding zou kunnen geven tot verdeeldheid of tot verzwakking van den volksgeest vermeden. De natie beantwoordde de handelingen van het Congres met eenegeestdriften eene eenstemmigheid, die waarlijk opmerkelijk mogten heeten.
Het nationale leger trok op den 16denJulij van dePotomacop, onder het bevel van generaalM'Dowell, en het gevecht bijBull Runnam vijf dagen later een aanvang. De uitslag daarvan was de volkomene nederlaag van de ongeoefende legermagt der federalisten,die, door schrik overmeesterd en in verwarring gebragt, de vlugt naarWashingtonnam, na een verlies van 480 dooden en 1000 gekwetsten geleden te hebben. Hadden de geconfedereerden kennis gedragen van het volslagene dier nederlaag, dan zou de inneming vanWashingtondaarop ongetwijfeld gevolgd zijn.
Doch de hand, die het roer van den Staat in handen hield, was die van een man, die zich een pad gebaand had door de digte bosschen van het verre Westen en de wateren van den koning der stroomen met zijne roeiriemen gekliefd had; die man verloor den moed niet, zelfs toen de overige manschappen op het verdek van het schip van staat door vrees aangegrepen werden. Hij had één doel—het zuiden tot onderwerping te brengen, en dit kon niet anders geschieden dan door nederlagen zoowel als door overwinningen. Hij wist, dat hij een volk onder zijn bestuur had, bereid om hem te ondersteunen in iedere poging tot bereiking van dit doel, en hij ging voort »zonder vrees en met een onversaagd hart.” Er was niemand in het noorden, die zich geheel liet ontmoedigen door de verliezen bijBull Rungeleden. Het leger werd gereorganiseerd, in getalssterkte vermeerderd, terwijl er intusschen maatregelen genomen werden om zoo wel op de kust als in het hart van het zuiden vasten voet te krijgen.
Op den 28stenAugustus viel het fortHatterasin handen der Noordelijken met alle kanonnen en de geheele bezetting.Port Royalvolgde en gaf zich op den 31stenOctober over, waardoor de krijgsmagt der federalisten vasten voet in Zuid-Carolinakreeg.Ship-Island, tusschenMobileenNew-Orleansgelegen, werd op den 3denDecember bemagtigd. Nu werd er een krijgstogt naarNew-Orleansondernomen. De geconfedereerden werden insgelijks uit Westelijk-Virginië,KentuckyenMissouriverdreven.
GeneraalScottgaf zijne positie op den 31stenOctoberop, en de generaal-majoorM'Clellanwerd met het bevelhebberschap belast, ten einde een nieuwen aanval opRichmondte doen.
Tot dusverre had het Congres bij de voortzetting van den oorlog zoo veel mogelijk vermeden om eenige maatregelen te nemen ten opzigte van de slavernij, die dan ook slechts zouden gestrekthebbenom de vooroordeelen van de grensstaten op te wekken. De Confiscatie-Acte had dan ook alleen betrekking op die slaven, »welke door hunne meesters zouden geprest worden en van hen de vergunning zouden verkrijgen om de wapenen in het belang der Zuidelijken op te vatten.”
Op den 27stenMei 1861 bezigde generaalButlerde benaming van »contraband” voor slaven, die als vlugtelingen in zijne legerplaats kwamen. De vraag: »Wat zullen wij met hen doen?” was een tijd lang moeijelijk op te lossen, maarButlerbegon zijn voorraad »contraband” gedurig te vermeerderen, en dat niet alleen, maar hij gebruikte dien ook ten dienste van de federale regering. De politiek van het departement van Oorlog was van den beginne af op dit punt zeer wankelend en voorzigtig; maar het heeft nooit voor een enkel oogenblik aan de teruggaven van zulke slaven aan hunne meesters gedacht; en vóór het einde van Augustus gaf de Secretaris van Oorlog instructiën aan generaalButler, om alle vlugtelingen, die zich in zijn leger vertoonden, op te nemen, onverschillig of zij aan getrouwe of ontrouwe meesters behoorden. Er werd echter te gelijker tijd voorgesteld om aanteekening van dergelijke vlugtelingen te houden, ten einde aan die meesters, welke aan de zaak der Unie getrouw gebleven waren, bij het einde der vijandelijkheden eene vergoeding daarvoor te geven.
GeneraalFremontvoerde toen het bevel over het leger inMissouri. Deze vaardigde op den 31stenAugustus een dagorder uit van den volgenden inhoud: »De eigendommen, zoowel roerende als onroerende, van allepersonen in den staatMissouri, die de wapenen tegen de Vereenigde Staten zullen opvatten, of die op het slagveld een werkzaam aandeel aan de zaak van de vijanden der Unie zullen nemen, worden hierbij verbeurd verklaard tot algemeen gebruik, en aan hunne slaven, indien zij die hebben, wordt tevens de vrijheid geschonken.” Dit was natuurlijk eene overschrijding van de magt, waarmede GeneraalFremonttoen bekleed was. Het Congres alleen kon zulk een besluit uitvaardigen. De PresidentLincolnbeschouwde de zaak ook uit dat oogpunt. Hij zou het zelfs als eene overschrijding van de magt, die hem zelven door het Congres verleend was, beschouwd hebben, en haastte zich om die fout te herstellen. Op den 11denSeptember schreef hij daarom een brief aan GeneraalFremont, waarin hij hem gelastte zijne woorden zoo te wijzigen, dat zij overeenkwamen met de bepalingen van de Confiscatie-Acte van den 6denAugustus1861.
De tijd heeft sedert geleerd, datLincolnin deze moeijelijke en teedere zaak uiterst verstandig te werk gegaan is. Er werden van verscheidene kanten gedurig pogingen aangewend om den President van zijne voorzigtige en gematigde politiek af te brengen. De groote meerderheid zijner vrienden wenschte, dat hij niet alleen terstond alle slaven der rebellen vrij zou verklaren, maar hun ook wapenen in handen geven en hen als soldaten gebruiken. Maar de voorzigtige man liet zich niet afbrengen van de politiek, welke de toen bestaande omstandigheden van hem vorderden. Hij verklaarde zijn politiek stelsel aldus: »Mijne heeren! ik ben in deze belangrijkekwestiëngeenaanvoerderdes volks; ik ben slechts eenwerktuigin de handen mijner landgenooten. Alszij,bij voorbeeld, eene proclamatie tot vrijverklaring der slaven van mij verlangen, dan hebben zij hunne wenschen slechts door bemiddeling van het Congres uit te spreken, en dan zullen zij inmij een werktuig vinden om aan hun verlangen te voldoen. Ik wil de publieke opinie niet naar mijne meeningen fatsoeneren, maar ik zal in den noodlottigen toestand, waarin de republiek verkeert, voor haren wil buigen. Zoo behoef ik, daar ik de grenzen mijner magt niet overschrijd, nooit iets terug te trekken. Wat ik doe, is onherroepelijk.” Zeer bepaald werd de politiek van den President door de groote meerderheid des volks ondersteund. Zij werd niet minder geregtvaardigd door den uitslag, en de omzigtigheid, waardoor zijne handelingen gekenmerkt waren, is een van de merkwaardigste bewijzen, dat hij juist de man was, die de geschiktheid bezat om de heerschende krisis ten beste te leiden.
Het was altijd zijn ijverig streven om den vrede met alle volken van Europa, inzonderheid met Engeland en Frankrijk, te bewaren. In lateren tijd wendde hij een gevaarlijk geschil met de Fransche regering af door de meening van het Congres omtrent het Mexicaansche keizerrijk niet te vragen.
De redevoering, welkeMr. Lincolnop het Congres in zijne gewone zitting van December 1861 hield, was een document, doortrokken met dat wijze conservatisme, dat al zijne vroegere redevoeringen gekenmerkt had. Bij het spreken over de politiek, die gevolgd moest worden ten einde den opstand te onderdrukken, vermeldde hij, dat de onvermijdelijke strijd, noodwendig tot de bereiking van het doel, niet moest ontaarden in een verbitterd revolutionair gevecht. In ieder document, dat hij uitvaardigde, zoowel als in zijne gesprekken over de kwestiën van den dag, was het niet twijfelachtig, welke zijne persoonlijke meeningen waren. En zijne persoonlijke inzigten—zoo als zij onder anderen zijn uitgedrukt in zijn brief aanFremont, waarin hij de laatste woorden van diens bevel tot emancipatie wijzigde, en in zijn brief aan den GouverneurMagoffin, vanKentucky,waarin hij weigerde om de federale troepen uit dien staat te verwijderen en de weinig vaderlandslievende verzoeken van dien ambtenaar berispte—die inzigten hebben in alle opzigten en ten allen tijde de volkomene instemming van zijne landgenooten mogen ondervinden. Weinige weken waren voldoende om aan het publiek de wijsheid en de regtvaardigheid te doen inzien van iedere handeling, waarbij de President geroepen was om zijne magt als hoofdbevelhebber des legers en uitvoerder van de wetten uit te oefenen.
Op den 6denMaart 1862 ontving het Congres eene boodschap van den President, waarin hij de aanneming van maatregelen tot eene trapsgewijze emancipatie der slaven voorstelde. Dit voorstel was van den volgenden inhoud:
»Er wordt besloten, dat de Vereenigde Staten hunne medewerking zullen verleenen aan iederen Staat, welke tot eene trapsgewijze afschaffing der slavernij besloten heeft, door aan zulk een Staat geldelijken onderstand te geven, welke zulk een Staat naar eigen goedvinden kan gebruiken, ten einde op die wijze te gemoet te komen in de bezwaren, welke door zulk een verandering van stelsel noodzakelijk moeten te weeg gebragt worden.”
»Zulk een voorstel,” zeide hij, »van den kant van de algemeene regering des lands uitgegaan, geeft echter aan deze regering geen regt om zich te bemoeijen met de slavernij binnen de grenzen van eenigen Staat, want het laat het geheele bestuur dezer zaak in ieder geval over aan den Staat en aan de bevolking, die daarbij belang hebben. Het wordt gedaan als eene zaak, die geheel van hunne vrije keuze afhangt.”
Deze belangrijke maatregel werd in bijna alle deelen des lands, die aan de Unie getrouw gebleven waren, met ingenomenheid begroet. Een bewijs dat ook het buitenland daarmede ingenomen was, werd uit Engelandontvangen, terwijl de liberale pers het voorstel van den President als het uitvloeisel eener wijze en edelmoedige politiek roemde.
Mr. R. Conkling, uitNew-York, bragt eenige dagen later in het Huis der Vertegenwoordigers eene gunstige meening omtrent het voorstel van den President uit. Het werd aangenomen met 89 tegen 31 stemmen en later in den Senaat met 32 tegen 10 stemmen. De wet werd op den 10denApril door den President bekrachtigd. Deze wet werd algemeen slechts als eene proefneming beschouwd, maar de aanneming daarvan was eene gewigtige stap tot de geheele afschaffing der slavernij, welke door alle staten der Unie vurig gewenscht werd.
Op den 9denMei vaardigde generaal Hunter, die het bevel voerde over het leger in de staten Zuid-Carolina,GeorgiaenFlorida, een dagorder uit, waarin hij verklaarde, dat alle slaven in de genoemde staten voortaan »voor immer vrij” zouden zijn, als eene zuiver militaire noodwendigheid. Daarop vaardigde de President eene proclamatie uit, waarin hij de dagorder van generaal Hunter opnam, maar deze toch ophief, daar hij het verkieselijker achtte om, ingeval de noodzakelijkheid zulks vereischte, de uitvaardiging van zulke bevelen aan zich zelven toe te vertrouwen, in plaats van de kwestie aan de beslissing van zijne militaire ondergeschikten over te laten. In deze proclamatie laschteLincolnook het besluit in van het Congres, waarvan wij zoo even gesproken hebben, en verzocht zijne medeburgers in de ernstigste bewoordingen om eene kalme en rijpe overweging der zaak.
Wanneer de eerste stappen tot de verwezenlijking van het een of ander groot beginsel gedaan zijn, volgen de overige al spoedig. In de maand April 1862 werd de slavernij in het districtColumbiaafgeschaft.
In Mei werden de havens vanBeaufort, Port-RoyalenNew-Orleansvoor den wereldhandel opengesteld.
De President hield op den 12denJulij eene bijeenkomst met de leden van het Congres uit de grensstaten, waarin de slavernij nog heerschte, ten einde hen te bewegen om, zoo mogelijk, bij hunne respectieve Staten op eene trapsgewijze emancipatie aan te dringen. Hij bragt hun daarbij ernstig onder het oog, dat zulk eene handelwijze ongetwijfeld zou bijdragen tot bevordering van het welzijn hunner Staten en deze nog meer van de zaak der geconfedereerden zou losmaken.Lincolnrigtte zijne voorstellingen omtrent dit onderwerp tot hen op die bepaalde, ernstige wijze waarop hij steeds gewoon was te spreken.
De meerderheid van die leden, welke zoo ernstig en zoo welsprekend toegesproken waren, gaf een antwoord, waarin zij verklaarden van den President te verschillen in zijn inzigt, dat het nemen van maatregelen tot de aanneming der emancipatie gunstig op de zaak der Unie zou terugwerken of het einde van den oorlog verhaasten; terwijl de minderheid in een antwoord hare instemming met de inzigten van den President verklaarde.
Hierop volgde de Confiscatie-Wet, die door andere gewigtige maatregelen voorafgegaan en gevolgd werd, en het Congres werd tot den 17denJulij verdaagd.
Op den 6denAugustus werd er een groote krijgsraad teWashingtongehouden, waarbij de presidentLincolntegenwoordig was en eene belangrijke redevoering hield.
De gewigtigste officiëele handeling van dat jaar en van de geheele eeuw volgde op den 22stenSeptember 1862. Op dien dag vaardigdeLincolnde beroemde proclamatie uit, waarbij alle personen, die in de oproerige staten in slavernij zuchtten, op en na den eersten Januarij des volgenden jaars voor immer vrijverklaard werden.
Er waren slechts twee dagen verloopen sedert de uitvaardiging van de proclamatie betreffende de emancipatie,toen er een ander mandaat van bijna gelijk gewigt als een bom te midden van de rijen der Zuidelijken viel. Dit stuk betrof de opheffing van dehabeas-corpus-acte. Hierin werd verordend:
»Gedurende den tegenwoordigen opstand en als een noodzakelijke maatregel tot onderdrukking daarvan, zullen alle rebellen en insurgenten hunne aanhangers en medepligtigen binnen de Vereenigde Staten, en alle personen, die vrijwillige dienstneming tegenwerken, de plannen van het leger belemmeren, of schuldig zijn aan eenige schandelijke praktijk door bieden van hulp aan de rebellen in strijd met het gezag van de Vereenigde Staten—onderworpen zijn aan de krijgswetten en verhoord en gestraft worden door een krijgsraad of eene militaire commissie.
»Dehabeas-corpus-acte is opgeheven ten opzigte van alle personen, die gearresteerd zijn en die nu en later gedurende den opstand zullen opgesloten worden in eenig fort, kamp, arsenaal, militaire gevangenis of andere plaats, hetzij door eenige militaire autoriteit, of bij een vonnis van een krijgsraad of eene militaire commissie.”
Deze wet—zonder eenigen twijfel ontsproten uit het aangroeijende gevaar van den geest van misnoegdheid, die door de vrienden der slavernij in het Noorden opgewekt was—breidde de magt van den President in zulk eene mate uit, dat zij aan vele democraten onwelkom was. De misnoegden stonden er nu ieder oogenblik voor bloot om door den sterken arm der militaire wet aangegrepen te worden, en de weldadige uitwerking van deze wet openbaarde zich al spoedig in het oogenblikkelijke en geheele ophouden van alle bemoeizucht met aanwervingen van soldaten.
Dit was tevens het vermaarde tijdperk, dat sedert met den naam van het oorlogssaizoen van 1862 bestempeld is. De zomer was getuige geweest van denederlaag van het groote leger vanM'Clellan, hetwelk met zoo veel zelfvertrouwen tot de verovering vanRichmondopgetrokken was. Het werd door de zuidelijke bajonetten verdreven, waardoor de neêrslagtigheid in het Noorden algemeen werd. Het zou ons te ver afleiden, als wij hier uitvoerig wilden handelen over de twisten, die er na deze ramp ontstonden over dengene, die er verantwoordelijk voor was. De vrienden van generaalM'Clellanverdedigden hunnen held met den grootsten ijver, en laadden al de schande op den President en zijn Secretaris van Oorlog, terwijl de aanhangers der regering deze met gelijken ijver tegen alle aanvallen verdedigden en de nederlaag enkel en alleen aan de onbekwaamheid en de vreesachtigheid vanM'Clellantoeschreven. Het valt moeijelijk om de uitspraak van den toekomstigen en onpartijdigen geschiedschrijver vooruit te loopen. Maar door weinige beoordeelaars in den tegenwoordigen tijd zal de schuld op de regering geworpen worden.
GeneraalPopewerd tot opvolger vanM'Clellanin het bevel over het leger van dePotomacbenoemd; en op den 27stenAugustus gelastte generaalHalleck, die naarWashingtonontboden was, aan generaalM'Clellanom het geheele bestuur op zich te nemen van het zenden van troepen van Alexandrië ter versterking van de legermagt van generaalPope, die door het leger der zuidelijken in de nabijheid vanWarrentonduchtig in het naauw gebragt werd.
De PresidentLincolntoonde zich in zijne geheele briefwisseling met generaalM'Clellanzoo bedaard als hij maar zijn kon. Hij berispte altijd met gematigdheid; en ofschoon hij nu en dan misschien een weinig sarcastisch geweest is in zijne antwoorden op de klagten van den bevelhebber, waren deze antwoorden toch altijd op een gemeenzamen toon en gewoonlijk in den vorm van brieven gesteld.
Het Noorden was door dezen ongelukkigen zomer met angst en vrees vervuld, maar de verslagene harten werden opgebeurd door de roemrijke geruchten vanHookerenBurnsidebijAntietamenPenyville, die, al waren het ook geene werkelijke overwinningen, het land in allen gevalle van de invallen der vijanden bevrijdden.
Op het Congres, dat in December daaraanvolgende bijeenkwam, hieldLincolneene rede, die zich door wijze gematigdheid kenmerkte. De vrienden der afscheiding, zoowel in het Noorden als in het Zuiden, hadden de onregtvaardigheid en de ondoordachtheid van den oorlog, tegen het Zuiden gevoerd, sterk doen uitkomen en beweerd, dat de strijd slechts eene poging tot het verkrijgen der opperheerschappij was.Lincolnweêrlegde deze beschuldiging door de dwaasheid en onmogelijkheid eener afscheiding aan te toonen en de aanneming van maatregelen aan te bevelen, welke voor immer de drogredenaars tot zwijgen moesten brengen, die beweerden, dat het Noorden even onverschillig omtrent de regten der slaven was als het Zuiden en de verdediging dier regten slechts als een voorwendsel tot den strijd bezigde. Hij besloot zijne rede met de aanbeveling van de volgende resolutie en artikelen, als amendementen op de Constitutie der Vereenigde Staten:
»Er wordt door den Senaat en het Huis der Vertegenwoordigers der Vereenigde Staten van Amerika,op het Congres vereenigd, besloten:
»Dat de volgende artikelen aan de Wetgevende Vergaderingen (of conventiën) van de verschillende staten zullen voorgesteld worden als amendementen op de Constitutie der Vereenigde Staten, en dat, in geval al deze artikelen of een daarvan door drie vierden van de genoemde Wetgevende Vergaderingen (of conventiën) aangenomen worden, zij als een bestanddeel of als bestanddeelen van de genoemde Constitutie zullen gelden, namelijk:
»Artikel.—Iedere staat, waarin de slavernij nu bestaat en welke deze zal afschaffen vóór den eersten Januarij van het jaar onzes Heeren negentien honderd, zal eene schadeloosstelling van de Vereenigde Staten ontvangen, op de volgende wijze:
»De President van de Vereenigde Staten zal aan zulk een Staat obligatiën van de Vereenigde Staten afgeven, een interest opleverende van .... percents jaars tot een bedrag van .... voor iederen slaaf, welke obligatiën aan zulk een staat in termijnen of in eens zullen afgegeven worden, wanneer de slavernij daarin geheel afgeschaft is. Iedere staat, die de bovengenoemde obligatiën ontvangen heeft en later de slavernij binnen zijne grenzen weder invoert of duldt, zal aan de Vereenigde Staten de ontvangene obligatiën teruggeven, of de waarde daarvan, met en benevens den interest, die reeds betaald is.
»Artikel.—Alle slaven, die ten gevolge van den oorlog in het werkelijk genot der vrijheid zullen gesteld zijn, en dat wel vóór het einde van den opstand, zullen voor immer vrij zijn; maar alle eigenaars van slaven, die zich niet aan de Unie onttrokken hebben, zullen daarvoor schadevergoeding krijgen volgens denzelfden maatstaf, die vastgesteld is voor staten, welke de afschaffing der slavernij aangenomen hebben, met dien verstande, dat voor geen slaaf tweemaal zal betaald worden.
»Artikel.—Het Congres zal geld beschikbaar stellen, en op andere wijzen zorg dragen voor kolonisatie van vrijverklaarde slaven, met hunne eigene toestemming, op de een of andere plaats of plaatsen buiten de Vereenigde Staten.”
De nederlaag vanBurnsidebijFredericksburg, op het einde van 1862, ontmoedigde het Noorden weder; doch spoedig zouden er helderder dagen aanbreken, ofschoon de nederlaag vanHookerbijChancellorsvillein April daaraanvolgende een ongunstig begin van het nieuwe jaar scheen. Het leger der Zuidelijken deed later een inval inMarylanden Pensylvanië, doch werd bijGettysburgdoor de overmagt teruggedreven met een verlies van veertien duizend gevangenen en vijf en twintig duizend geweren en ander wapentuig.
Later werd er een stuk gronds in den omtrek vanGettysburgafgepaald voor een kerkhof tot begraving der duizenden verdedigers der Unie, die bij dit hevige gevecht gesneuveld waren. Tot de plegtige wijding van dit uitgestrekte kerkhof kwam de President en zijn kabinet over, vergezeld door een talrijk militair geleide en eene groote menigte belangstellenden.Edward Everetthield daarbij eene redevoering, waarbij de President nog de volgende schoone woorden voegde:
»Zeven en tachtig jaren geleden hebben onze vaderen op het vasteland van Amerika een nieuw volk doen ontstaan, in vrijheid ontvangen en vast in de overtuiging, dat alle menschen gelijke regten hebben. Thans zijn wij in een grooten burgeroorlog gewikkeld, waarin zal blijken, of dat volk, of eenig volk, in vrijheid en gelijkheid geteeld, kan bestaan. Wij zijn bijeengekomen op een uitgestrekt slagveld van dien oorlog; wij zijn bijeengekomen om een gedeelte daarvan toe te wijden tot eene laatste rustplaats voor hen, die hier hun leven opofferden, opdat die natie zou leven. Het is billijk, dat wij dit doen.
»Maar in zekeren zin kunnen wij dezen grond niet wijden, niet inzegenen, niet heiligen. De dappere mannen, levenden en dooden, die hier gestreden hebben, hebben het beter ingewijd dan wij het doen kunnen. De wereld zal er weinig acht op slaan, zal al spoedig vergeten, wat wij hier zeggen, maar zij kan nooit vergeten, welke heldendaden hier verrigt zijn. Het staat aan ons, de levenden, om ons hier toe te wijden aan het onvoltooide werk, dat zij tot dusverre zoo krachtig bevorderd hebben. Het staat aan ons om onshier toe te wijden aan de groote taak, die ons weggelegd is, opdat wij met nieuwe kracht aangegord worden, tot den strijd voor de zaak, waarvoor zij goed en bloed opgeofferd hebben,—opdat wij hier het vaste besluit nemen, dat die dooden niet te vergeefs zullen gestorven zijn,—opdat de natie, onder Gods zegen, tot vrijheid wedergeboren worde,—en opdat de regering van het volk, door het volk en voor het volk nimmer verdelgd worde.”
De gevechten bijVicksburgenPort-Hudson, waarin de wapenen der Noordelijken de overwinning behaalden, volgden al spoedig op dat bijGettysburg. Dat bijVicksburgnamelijk had plaats op den 4denJulij en was zeker wel de beste wijze, waarop die nationale heiligen-dag ooit gevierd is.
De vruchten, die dit jaar opgeleverd had, waren van dien aard, dat er overvloedige reden bestond om een dag af te zonderen, ten einde dien aan dankzegging aan God toe te wijden. Diensvolgens schreefLincolneen dankdag uit bij eene proclamatie, welke zich door nederigheid van inhoud, schoonheid van vorm en opregtheid van gevoel kenmerkte. Wij kunnen ons niet onthouden, haar hier mede te deelen. Zij luidde aldus:
»Het jaar, dat ten einde spoedt, is rijk geweest in zegeningen van een overvloedigen oogst en een gewenschten gezondheidstoestand. Bij deze weldaden, in wier genot wij ons zoo bestendig mogen verheugen, dat wij maar al te zeer geneigd zijn om de bron te vergeten waaruit zij voortvloeijen, hebben zich nog andere gevolgd, die van zulk een buitengewonen aard zijn dat zij zelfs het hart moeten treffen, dat doorgaans ongevoelig is voor de steeds wakende Voorzienigheid van den almagtigen God.
»Te midden van een burgeroorlog, die met ongehoorde verbittering gevoerd wordt en somtijds aanleiding dreigde te geven tot een inval van vreemde mogendheden,is de vrede met alle natiën bewaard gebleven, is de orde gehandhaafd, zijn de wetten geëerbiedigd en gehoorzaamd, en heeft er allerwege eene goede verstandhouding geheerscht, behalve op het tooneel des oorlogs, welk tooneel echter zeer verkleind is door het voortrukken van de land- en zeemagt der Unie.
»Het was noodzakelijk om geld en kracht, die in vreedzamer tijden tot andere doeleinden gebezigd worden, tot de verdediging des lands aan te wenden, maar toch hebben de landbouw, de koophandel en de zeevaart niet behoeven stil te staan. De bijl heeft de grenzen van onze koloniën uitgebreid, en de mijnen, zoo wel van ijzer en steenkolen als van kostbare metalen, hebben zelfs meer dan vroeger opgebragt. De bevolking is gedurig toegenomen, niettegenstaande de verwoestingen, welke in het legerkamp, bij belegeringen en op het slagveld aangerigt zijn; en het land, dat zich mag verheugen in de gevolgen van toenemende sterkte en kracht, mag de volgende jaren te gemoet zien met de hoop op eene uitbreiding der vrijheid.
»Geen menschelijke raad heeft deze groote dingen ontworpen, geen sterfelijke hand heeft ze gewrocht. Het zijn de genadegaven van den Allerhoogsten God, die, terwijl hij zijn toorn over onze zonden had kunnen uitstorten, ons nogtans in genade gedachtig geweest is.
»Het is mij wenschelijk voorgekomen, dat die weldaden door het geheele Amerikaansche volk als met één hart en ééne stem plegtig, eerbiedig en dankbaar erkend worden. Ik noodig mijne medeburgers in ieder gedeelte der Vereenigde Staten, en tevens hen die op zee zijn, alsmede hen, die hun verblijf in vreemde landen houden, daarom uit om den laatsten Donderdag in November af te zonderen tot het houden van een dank en bededag, toegewijd aan onzen weldoenden Vader, die in de hemelen woont. En ik beveel hun aan, datzij, terwijl zij Hem de verschuldigde offers brengen voor zulke merkwaardige verlossingen en zegeningen, tevens met ootmoedig berouw over de verkeerdheid en de ongehoorzaamheid des volks, al diegenen in zijne hoede aanbevelen, welke door den beklagenswaardigen burgeroorlog, waarin wij zonder ons toedoen gewikkeld zijn, weduwen, weezen, treurenden of lijdenden geworden zijn, en dat zij vurig smeeken om de tusschenkomst van de hand des Almagtigen tot heeling van de wonden der natie en tot herstelling, zoo spoedig als dit met de goddelijke bedoelingen overeenkomstig is, van het volle genot van vrede, eensgezindheid en rust.”
Het zij ons vergund om hier nog een gedeelte van den brief mede te deelen, waarinLincolnaan generaalGrantzijne erkentelijkheid betuigt voor de inneming vanVicksburg. Uit deze brief toch blijkt de openhartigheid en de nederigheid van den President. Hij luidt aldus:
Washington, 13 Julij 1863.»Mijn waarde generaal!»Ik kan mij niet herinneren, dat ik u ooit persoonlijk ontmoet heb. Ik schrijf u dezen tot eene dankbare erkentenis van de bijna onschatbare dienst, die gij aan het vaderland bewezen hebt. Ik schrijf u dezen om u nog meer te zeggen. Toen gij in de nabijheid vanVicksburggekomen waart, dacht ik, dat gij terstond zoudt doen, wat gij eindelijk gedaan hebt.... Ik dacht dat gij u met generaalBankszoudt vereenigen, en toen gij noordwaarts opruktet, vreesde ik, dat dit eene verkeerde beweging was. Ik wil daarom hierbij de gullebekentenis voor u afleggen, dat gij de zaak goed beschouwd hebt, terwijl mijne inzigten verkeerd waren.»Met alle achting»A. Lincoln.»Aan den generaal-majoorGrant.”
Washington, 13 Julij 1863.
»Mijn waarde generaal!
»Ik kan mij niet herinneren, dat ik u ooit persoonlijk ontmoet heb. Ik schrijf u dezen tot eene dankbare erkentenis van de bijna onschatbare dienst, die gij aan het vaderland bewezen hebt. Ik schrijf u dezen om u nog meer te zeggen. Toen gij in de nabijheid vanVicksburggekomen waart, dacht ik, dat gij terstond zoudt doen, wat gij eindelijk gedaan hebt.... Ik dacht dat gij u met generaalBankszoudt vereenigen, en toen gij noordwaarts opruktet, vreesde ik, dat dit eene verkeerde beweging was. Ik wil daarom hierbij de gullebekentenis voor u afleggen, dat gij de zaak goed beschouwd hebt, terwijl mijne inzigten verkeerd waren.
»Met alle achting
»A. Lincoln.
»Aan den generaal-majoorGrant.”
Op den9denDecember 1863 hieldLincolnde jaarlijksche openingsrede in het Congres. In eene proclamatie, die daarbij tevens uitgevaardigd werd, deedLincoln, ingevolge een vroeger besluit van het Congres, het aanbod van eene »algemeene amnestie” aan alle burgers der oproerige staten, die geneigd zouden zijn om een eed af te leggen tot de ondersteuning van de constitutie der Vereenigde Staten en van alle wetten, »met betrekking tot de slaven” uitgevaardigd. Er werden daarbij echter eenige uitzonderingen gemaakt ten opzigte van de ambtenaren en agenten van de »zoogenoemde geconfedereerde regering.” De proclamatie deelde insgelijks mede, »dat wanneer er in een van de afgescheidene staten een getal personen was, niet minder bedragende dan een tiende gedeelte der stemhebbende bevolking, dat de vroegere staatsregeling hersteld wilde hebben, zulks aan een zoodanigen staat het regt zou geven om weder in de Unie opgenomen te worden.”De wijsheid van deze beide maatregelen bleek al spoedig uit den afval van duizenden personen van de oproerige staten, die zich haastten om den vereischten eed af te leggen, en uit de bijzonderheid, dat daardoor twee belangrijke staten tot de Unie teruggebragt zijn.
Terwijl de afgescheidene staten zich op deze wijze, tengevolge van eene verstandige en verdraagzame politiek, geneigd betoonden om tot de Unie terug te keeren, werd er tevens eene verandering opgemerkt in de wijze, waarop de Noordelijken zich omtrent de Zuidelijkenuitlieten. Dit bleek ten duidelijkste uit de meerdere gematigdheid, die er in het Huis der vertegenwoordigers omtrent hen aan den dag gelegd werd. Eene gestrenge afkeuring van het gedrag van den secessionistHarrisuitMaryland, en van zijn medestander,Alexander Long, uitOhio, werd door het Huis met groote meerderheid van stemmen aangenomen.
Op den eersten dag der zittingen van het Congres, in de laatste dagen van Februarij, werd er een besluit, waarbij een luitenant-generaal over het leger aangesteld werd, door de beide Huizen aangenomen en door den President bekrachtigd. Aller oogen waren nu gevestigd op generaalUlysses S. Grant, den held in zoovele overwinningen, die zoo al niet de ijverigste en de onbaatzuchtigste, dan toch de gelukkigste aanvoerder geacht werd in een oorlog, waarin zoovele officieren zich eene hooge plaats in de achting des volks verworven hadden. Hij werd dan ook als de meest geschikte persoon beschouwd om dezen hoogen rang, waaraan zulk eene zware verantwoordelijkheid verbonden was, te bekleeden. Terstond werd hij tot luitenant-generaal benoemd, en zijne benoeming op den tweeden Maart met eenparige stemmen door den Senaat bekrachtigd.Onmiddellijkwerd hij naarWashingtonontboden, ontving zijne aanstelling en begon aanstonds toebereidselen te maken tot een grooten veldtogt, waarbij de vereenigde legers van het Oosten en Westen eene poging zouden doen om den strijd tot eene beslissing te brengen.
De krijgstogten, reeds vroeger inFloridaenLouisianaondernomen, waren geene gunstige voorteekenen voor het zomersaizoen: het fortPillowaan denMississippi, enPlymouthin Noord-Carolinawaren door de rebellen veroverd en deze verovering werd gevolgd door eenbloedbad, zoo barbaarsch, dat de wedergade daarvan in vroegere eeuwen niet te vinden is. Doch de groote legers van Oostelijk-Tennesseeen in Virginië, die duchtig versterktwaren door middel van nieuwen toevoer en door het verwijderen van troepen uit plaatsen, waar zij niet veel konden uitrigten, werden in een toestand gebragt om den genadeslag aan eene wankelende zamenzwering toe te brengen.
Het zou ons te ver afvoeren, als wij hier de verschrikkelijke reeks van gevechten wilden opsommen, die aan de verovering vanRichmondvoorafgingen en waardoor het vierde jaar van den oorlog gekenmerkt werd. Zij liggen nog versch in het geheugen der geheele beschaafde wereld. Het zij voldoende te zeggen, dat, ofschoon de streken, waarin deze bloedige gevechten geleverd werden, door menigeen slechts beschouwd werden als het tooneel van eene vruchtelooze verspilling van menschenlevens, de volgende gebeurtenissen toch bewezen hebben, dat generaalGrantdoor deze verschrikkelijke gevechten juist der Confederatie haren steun ontnomen heeft. Het was in den zomerveldtogt van 1864, dat generaal Lee de krachtigste pogingen aanwendde en aan zijn geduchten aanvaller de gevoeligste slagen toebragt; maar het was desniettemin veeleer in 1864 dan in de laatste gevechten van den oorlog, dat de strijd beslist werd. Het generaalschap vanGrantwerd overijld veroordeeld uithoofde van zijne poging om datgene wat de vrucht van krijgsbeleid had moeten zijn door meer kracht ten uitvoer te brengen; maar de uitkomst heeft geleerd, dat hij den staat van zaken beter begrepen heeft dan zijne beoordeelaars.
In deze krijgsbedrijven wasLincolnslechts van verre betrokken, daar zijne eenige verdienste bestond in de schranderheid, welke hij aan den dag legde in zijne waardering van waarachtig militair genie en in de benoeming van generaalGranttot den pas geschapen post van luitenant-generaal van de legers der Vereenigde Staten. Het ligt meer in het doel van dit werkje om te gewagen van die civiele maatregelen, waarin hij meeronmiddellijk betrokken was. Bijna al deze maatregelen hadden min of meer regtstreeks betrekking op de instelling der slavernij.Lincolnwas gedurig meer overtuigd geworden, dat de slavernij de kanker was, die zoo lang aan de republiek geknaagd had, en daarom bedreigde hij haar nu met geheele vernietiging. Tot uitvoering daarvan wendde hij alles aan wat in zijn vermogen was.
Wij hebben gezien dat de voorbereidende maatregelen tot afschaffing der slavernij reeds in September 1862 genomen waren. Daarop volgden nu andere, gedeeltelijk van den kant der afzonderlijke staten, gedeeltelijk van den kant der geheele natie. De wet op de voortvlugtige slaven, die sedert hare uitvaardiging zulk eene groote ergernis bij alle weldenkende menschenvrienden in Amerika te weeg gebragt had, werd afgeschaft. Eene wet werd aangenomen, die het onmogelijk maakte, dat een der afgescheidene staten, zelfs al was deze geneigd tot hereeniging, weder in de Unie kon opgenomen worden op eenige andere voorwaarde dan die der afschaffing van de slavernij. De emancipatie werd ten uitvoer gebragt in Westelijk-Virginië, hetwelk in de handen der Noordelijken gebleven was; zoo ook werd in de statenMissouri, ArkansasenMarylandiedere slaaf vrij verklaard. Er werden schikkingen gemaakt om de TerritoriënColorado, NebraskaenNevadaals vrije staten te erkennen.Idaho, Montana, DacotahenArizona—die geene genoegzame blanke bevolking hadden om als staten op te treden—werden nogtans als vrije Territoriën erkend. Een ander besluit gaf aan de negers hetzelfde regt als de blanken om voor de geregtshoven der Vereenigde Staten zoowel te procederen als getuigenis af te leggen.
De maatschappelijke inrigtingen hielden gelijken tred met de ontwikkeling der staatswetten; en in het districtColumbiawerd de gelijkheid van den neger en den blanke ten volle erkend. Het industriële vraagstuk—datdoor de deelgenooten aan de misdaad der slavernij en hunne medepligtigen als onoplosbaar beschouwd werd—werd tevens bevredigend opgelost. De vrije arbeid werd op talrijke plantages in Zuid-Carolina, Louisiana, Tennessee, in één woord overal, waar de wapenen der federalisten de overwinning behaalden, ingevoerd. In Virginië, Zuid-Carolinaen andere staten werden scholen opgerigt ter opvoeding van vrijgelatene slaven. De vrouwen en de kinderen van alle vrijgelatene slaven, die tot de militaire en civiele dienst der Vereenigde Staten gebezigd werden, werden vrij verklaard. Alle negers, onverschillig of zij slaven of vrijen waren, werden beschouwd als burgers van den staat en als tot de krijgsdienst geregtigd. Deze maatregelen droegen zelfs op Zuidelijk grondgebied de goedkeuring weg. Een gedeelte der bevolking vanArkansas, Tennessee, LouisianaenFloridawenschte weder in de Unie opgenomen te worden op voorwaarde, dat zij vrijheid aan allen zouden verleenen en de slavernij afschaffen en tegenwerken. Met eene meerderheid van twee derden der stemmen in den Senaat, en met een gelijk overwigt in het andere Huis werd besloten tot de geheele afschaffing der slavernij. De republikeinsche partij maakte, bij het opstellen van haar programma voor de verkiezingen van een President en andere hooggeplaatste personen in 1864, de afschaffing der slavernij tot den grondslag van de regering des lands. De federale regering verbond zich plegtig en noodzaakte ook hare opvolgers om nooit eenig persoon in dienst te hebben, die een slaaf was. Om het geheel te bekroonen en dit grootsche gebouw te voltooijen, droegen meer dan honderd vijftigduizend negers de uniform der Unie en vochten dapper onder hare vanen. Hierop komen de maatregelen neder, die doorLincolngenomen werden tegen het gebouw van Anglo-Afrikaansche slavernij, waarvan hij de door den hemel gestemde omverwerper was.
De voorjaarsverkiezingen van 1864 inNew-Hampshire, ConnecticutenRhode-Island, bewezen nog meer bepaald dan die van het vorige jaar, dat de regering een steun verkregen had in het vertrouwen en de toegenegenheid des volks. Dat dit verblijdende gevolg regtstreeks met den persoon vanLincolnin verband stond, blijkt uit het feit, dat de regeringspartij in elke van de genoemde staten zich, zonder eenig verschil van meening, ten gunste van zijne herkiezing verklaard had. In twaalf andere staten verlangde de volksstem, zoo als zij door conventiën of wetgevende vergaderingen uitgesproken werd, bijna te gelijker tijd en met dezelfde eenparigheid en geestdrift, datLincolnhet Presidentschap nog vier jaren zou blijven bekleeden. Een dergelijk gevoelen scheen er in iederen anderen Staat, die aan de Unie getrouw gebleven was, te heerschen. Sedert de dagen van den PresidentMonroe, had de volksgeest zich niet zoo sterk geopenbaard.
De waarschijnlijke uitslag van de verkiezing was reeds weken, voordat zij plaatshad, duidelijk. GeneraalM'Clellanhad, toen hij door de vredes-democraten tegenoverLincolngeplaatst werd, eene schoone kans om te slagen. De verdere voortzetting van den oorlog scheen bijna hopeloos te zijn en was zeer onwelkom aan een groot gedeelte der noordelijke bevolking. Ten gevolge van deze tegenzin in den oorlog en een daarmede gepaard verlangen naar vrede, dat bij iederen mislukten aanval, die op de schijnbaar onoverwinnelijke borstweringen bijRichmondgedaan werd, toenam, werd de verkiezing van generaalM'Clellan, den democratischen kandidaat, een geruimen tijd min of meer zeker. De val vanAtlantaechter had een dubbel schadelijken invloed op zijne kandidatuur, daar deze terstond nieuwe hoop op en nieuw vertrouwen in de noordelijke staten inboezemde, en eene verandering in zijne politiek te weeg bragt, welke hem gedeeltelijk beroofden van de ondersteuning zelfs vanhen, die voortdurend om vrede bleven roepen. In één woord, na gewankeld te hebben tusschen de beide fractiën van zijne partij, de democraten, die voor den oorlog, en de democraten, die voor den vrede waren, was de voorspoed der federale wapenen de oorzaak, dat hij zich bij de eerstgenoemden aansloot en dus alle aanspraak op ondersteuning van die partij, welke voor den vrede gestemd was, verbeurde.
Lincolnwerd met eene groote meerderheid van stemmen herkozen. Er kan geen twijfel bestaan, dat deze gebeurtenis op zich zelve niet weinig bijgedragen heeft tot de zegepraal van de zaak der Unie. De Zuidelijken hadden het einde van het Presidentschap vanLincolnin angstige spanning afgewacht. De hoop, dat de partijtwisten, die de verkiezing van een President gewoonlijk vergezellen, allerlei verdeeldheden onder hunne vijanden zouden te weeg brengen, had er toe bijgedragen om hun de bovennatuurlijke inspanningen van het laatste jaar van den oorlog te doen doorstaan. Nu deze hoop in rook vervlogen was, hadden zij niets anders dan het treurige vooruitzigt, dat zij nogmaals vier jaren lang eene wanhopige worsteling zouden moeten voeren.Het is niet mogelijk om te ontkennen, dat de diepe verslagenheid, die uit dit ontmoedigend en hoopeloos vooruitzigt voortvloeide, veel bijgedragen heeft om de ontknooping te verhaasten. Die ontknooping was veel naderbij dan zelfs de meest wanhopende Zuidelijken of de meest hopende Noordelijken zich voorstelden; want terwijl het leger der federalisten het voornemen had om de legermagt der afgescheiden staten langzaam te doen terug wijken, bleef generaalLee Richmondnog altijd bezet houden met eene hardnekkigheid, die een voorteeken scheen, dat de strijd vooreerst nog niet zou eindigen.
Doch terwijl de evenaar van de schaal, waarin het lot der uitgestrekte republiek lag, op het groote middelpuntder vijandelijkheden nog steeds in beweging was, had er onverwachts eene gebeurtenis plaats, die het geheele aanzien van den strijd binnen weinige weken veranderde. De inneming vanVicksburghad de gemeenschap tusschen de geconfedereerden reeds op één punt afgesneden, en nu voltooide de verovering vanAtlanta, waar vier spoorweglijnen, die alle deelen der confederatie met elkander verbonden, zamen liepen, de verdeeling en de afscheiding van de verschillende gedeelten daarvan. De inname vanSavannahenBranchvillevoltooide de zaak en bragt de confederatie in een toestand, die haar de mogelijkheid benam, om hare geheele magt naar willekeur bijeen te brengen, waardoor zij zich vroeger uit zoovele moeijelijkheden gered had.
Desniettemin hield de pers der geconfedereerden, die tot het laatst toe een hoogen toon bleef voeren en de bevolking met eene valsche hoop misleidde, niet op met schoonschijnende redenen bij te brengen voor de dralende politiek van generaalJohnston, die—men voorspelde het gedurig—Shermanspoedig tot den aftogt zou noodzaken of hem met behulp der troepen vanLeeverslaan.
Ondertusschen wasCharlestonna een beleg, waarvan geen voorbeeld in de geschiedenis bestaat, door zijne verdedigers verlaten en verbrand, en eindelijk ookWilmingtoningenomen. Na den afloop van dit verschrikkelijke treurspel viel de gordijn te midden van bloed en moord. Het laatste van de lange reeks gevechten over het bezit vanRichmondwas het bloedigste. Het getal dooden en gekwetsten bedroeg omstreeks tien duizend man, van welke verreweg het grootste gedeelte zuidelijken waren. Een week later, op den 9denApril 1865, gaf generaalRobert Leezich met zijn leger onvoorwaardelijk aan den waarnemenden opperbevelhebber van de krijgsmagt der federalisten over.
Het is misschien nog wat te voorbarig om te zeggen, dat de oorlog nu ten einde is. Kleine corpsen van heethoofden zullen welligt nog maanden, mogelijk jaren, voortgaan met het voeren van een ongeregelden krijg in afgelegene en ontoegankelijke gedeelten van de Zuidelijke Staten, en zonder twijfel ten minste even moeijelijk tot geheele onderwerping gebragt worden als die Indianen, welke de geheele magt der Vereenigde Staten jaren lang getart hebben. Zulk eene wijze van oorlogvoeren moet door het Zuiden nog meer dan door het Noorden tegen gegaan worden. Toch valt er niet aan te twijfelen, dat de waarschijnlijkheid van zulk een afloop van den grooten strijd ten minste zeer groot is. De raddraaijers van het Zuiden zijn mannen met een hartstogtelijk karakter en een ontembaren geest, en bevinden zich nu in een wanhopigen toestand. Hun lot is verbeurdverklaring, en als zij gevangen genomen worden, misschien de dood. Hun invloed op velen van hen, die zoo lang onder hen gediend hebben, moet ontzaggelijk zijn, en zal mogelijk het zijne bijdragen tot het bieden van een tegenstand, die welligt de verschrikkingen van een langdurigen, ongeregelden oorlog over het land zal brengen. Een verzoenende politiek van den kant van het Noorden zou zeker veel bijdragen om eene ontknooping van dien aard te verhinderen door de Zuidelijken zelven tegen zulke wanhopige maatregelen in te nemen.
Tot aan den dood vanLincolnvermoedde men algemeen en met reden, dat er zachte maatregelen ten opzigte van de Zuidelijken genomen zouden worden. Wel is waar hadLincolnzelf geenerlei bepaald plan tot verzoening ontwikkeld; maar zoo groot was het vertrouwen, dat overal in zijne wijsheid, welwillendheid en gematigdheid gesteld werd, dat iedereen in Europa zich had beginnen gerust te stellen met de overtuiging, dat eene wijze langmoedigheid zou gebezigdworden als het krachtigste middel om oude grieven uit te wisschen en de bevolking van het Noorden en het Zuiden, die van elkander vervreemd gemaakt waren, zoowel in een maatschappelijken als in een politieken zin te hereenigen. Deze hoop was verlevendigd door de weinig voorzigtige, maar welwillende uitdrukkingen die hij zich had laten ontvallen. Hij had zich welwillend omtrentLeeuitgelaten, en men zegt, dat zijne uitspraken in den ministerraad in denzelfden geest geweest zijn. Doch terwijl iedereen, wiens hart warm voor het heil der menschheid klopt, gretig uitzag naar den eersten stap tot verzoening, welke op deze wijze reeds afgeschaduwd was, viel de President van Amerika, tot verbazing en afschuw van de geheele beschaafde wereld door de hand van een moordenaar.
Wat nu volgt, is het officiëele verslag van den dood van den PresidentLincoln, dat aan den gezant te Londen toegezonden is. Wij willen daarmede dit werkje besluiten.