Chapter 5

Nadat zij met evenveel kracht als bekoorlijkheid verschillende dansen had uitgevoerd, trok zij eindelijk haar dolk, zwaaide hem in de hand en danste een nieuwen dans, waarbij zij zichzelf overtrof. De menigvuldige figuren, die zij maakte, haar lichte bewegingen, haar koene sprongenen de wonderbare wendingen en houdingen, die zij daarbij aannam, terwijl zij den dolk nu eens tot een stoot uitstrekte, dan weer hield, als boorde zij hem zich zelve in het hart, waren in hooge mate bekoorlijk om aan te zien. Eindelijk scheen zij zich buiten adem gedanst te hebben; zij rukte met de linkerhand Abdallah de tamboerijn uit de hand, en terwijl zij met de rechter den dolk vast had, hield zij de tamboerijn met de holle zijde Ali Baba voor, gelijk dansersen danseressen, die een broodwinning van hun kunst maken, plegen te doen, om de vrijgevigheid hunner toeschouwers in te roepen.Ali Baba gooide Morgiane een goudstuk op haar tamboerijn toe; hierop wendde zij zich tot Ali Baba's zoon, die het voorbeeld van zijn vader volgde. Chogia Hoesein, die haar naar zich toe zag komen, had reeds zijn geldbeurs te voorschijn gehaald, om haar eveneens een geschenk te geven, en greep er reeds in, toen Morgiane met een moed, die haar vastberadenheid alle eer aandeed, hem den dolk midden in 't hart stootte, zoodat hij levenloos achterover zonk. Ali Baba en zijn zoon stonden verslagen over deze handeling en hieven een luid geschreeuw aan.„Ongelukkige!” riep Ali Baba, „wat heb je daar gedaan? Wil je volstrekt mij en mijn heele familie in 't verderf storten?”„Neen, meester,” antwoordde Morgiane, „ik heb 't integendeel tot uwe redding gedaan.” Hierop maakte zij Chogia Hoesein's kleeren los, toonde Ali Baba den dolk, waarmee hij gewapend was, en zeide toen tot hem: „Zie daar, met welken koenen vijand gij te doen hadt, en zie hem eens goed in 't gezicht: gij zult gewis den valschen oliehandelaar en den hoofdman der veertig roovers herkennen. Is 't u dan niet opgevallen, dat hij geen zout met u eten wilde? Zijn er nog wel andere bewijzen noodig voor zijn verfoeilijkplan? Nog eer ik hem zag, had ik reeds argwaan geput, toen gij mij zeidet, dat gij zulk een gast hadt. Ik zag toen zijn aangezicht, en nu ligt het bewijs voor u, dat mijn verdenking niet ongegrond was.”Ali Baba voelde diep, welken dank hij Morgiane schuldig was, die hem nu voor de tweede maal het leven gered had. Hij omarmde haar en zeide tot haar: „Morgiane, ik heb je de vrijheid geschonken en beloofd, dat ik het daarbij niet zou laten, en ik spoedig nog meer voor je doen wilde. Deze tijd is thans gekomen: ik maak je hiermee tot mijn schoondochter.”Hierop wendde hij zich tot zijn zoon en zeide tot hem: „Mijn zoon, gij zijt een goed zoon, en ik geloof, dat gij het niet onbillijk zult vinden, dat ik je Morgiane tot vrouw geef, zonder je vooraf gevraagd te hebben. Gij zijt haar even veel dank schuldig als ik zelf; want het is duidelijk, dat Chogia Hoesein alleen daarom je vriendschap gezocht heeft, om mij des te gemakkelijker van het leven te berooven; en gij behoeft er niet aan te twijfelen, dat hij, als hem dit gelukt was, ook jou aan zijn wraak had opgeofferd. Bedenk bovendien, dat gij in Morgiane, wanneer gij haar trouwt, een steun mijner familie, zoolang ik in 't leven ben, en een steun der uwe, tot aan 't einde uwer dagen bezitten zult.”De zoon gaf niet den minsten tegenzin tekennen, maar verklaarde integendeel, dat hij gaarne in dit huwelijk toestemde, niet alleen uit gehoorzaamheid jegens zijn vader, maar ook uit eigen neiging. Hierop nam men in Ali Baba's huis maatregelen, om het lijk van den rooverhoofdman naast de lijken der overige roovers te begraven, en dit geschiedde zoo geheim en zoo stil, dat het eerst na vele jaren bekend werd, toen niemand meer leefde, die bij deze merkwaardige geschiedenis persoonlijk betrokken was.Weinige dagen nadien vierde Ali Baba de bruiloft van zijn zoon en Morgiane met groote pracht en door een schitterenden maaltijd, die met dansen, spelen en de gebruikelijke vermakelijkheden opgeluisterd werd. Ook had hij het genoegen te zien, dat zijn vrienden en buren, die hij uitgenoodigd had, en die wel is waar den waren grond voor dit huwelijk niet konden weten, maar overigens de mooie en goede eigenschappen van Morgiane kenden, hem luid prezen om zijn grootmoedigheid en goedheid.Ali Baba was niet meer in 't roovershol teruggekeerd, sinds hij het lijk zijns broeders Casim daar gevonden, en op een van zijn drie muilezels benevens veel goud teruggebracht had, want hij vreesde, dat hij daar de roovers mocht aantreffen, en door hen overvallen zou worden. Maar zelfs na den dood van de acht en dertig roovers, den hoofdman inbegrepen, waagde hijhet langen tijd niet, daarheen terug te gaan, wijl hij bang was, dat de twee anderen, wier lot hem niet bekend was, nog in leven waren. Eindelijk na verloop van een jaar, toen hij zag dat niets meer tegen hem ondernomen werd, bekroop hem de nieuwsgierigheid, nogmaals een reis daarheen te ondernemen; hij nam daarbij echter de noodige voorzorgsmaatregelen voor zijn veiligheid. Hij steeg te paard, en toen hij bij de grot aankwam, beschouwde hij het als een goed voorteeken, dat hij noch sporen van paarden noch van menschen ontdekte. Hij steeg af, bond zijn paard vast, trad naar de deur en sprak de woorden: „Sesam, open je!”, die hij nog niet vergeten had. De deur opende zich; hij ging naar binnen, en uit den toestand, waarin hij alles in de grot aantrof, kon hij opmaken, dat ongeveer sedert den tijd, dat de zoogenaamde Chogia Hoesein een winkel in de stad geopend had, niemand daarin was geweest, en de heele bende der veertig roovers uitgeroeid moest zijn. Ook twijfelde hij er niet meer aan, dat hij de eenige in de wereld was, die het geheim kende, om het hol te openen, en dat de daarin verborgen schatten geheel te zijner beschikking stonden. Hij had een zak meegenomen; dezen vulde hij met zooveel goud als hij meende, dat een paard dragen kon, en keerde daarna naar de stad terug.Ali Baba had zijn zoon eens meegenomennaar het rotshol, en hem toen het geheim daarvan geopenbaard. Sedert dien tijd leefden zij en hun nakomelingen, die hun geluk met wijze matigheid genoten, in hoog aanzien en bekleedden de hoogste eereposten der stad.

Nadat zij met evenveel kracht als bekoorlijkheid verschillende dansen had uitgevoerd, trok zij eindelijk haar dolk, zwaaide hem in de hand en danste een nieuwen dans, waarbij zij zichzelf overtrof. De menigvuldige figuren, die zij maakte, haar lichte bewegingen, haar koene sprongenen de wonderbare wendingen en houdingen, die zij daarbij aannam, terwijl zij den dolk nu eens tot een stoot uitstrekte, dan weer hield, als boorde zij hem zich zelve in het hart, waren in hooge mate bekoorlijk om aan te zien. Eindelijk scheen zij zich buiten adem gedanst te hebben; zij rukte met de linkerhand Abdallah de tamboerijn uit de hand, en terwijl zij met de rechter den dolk vast had, hield zij de tamboerijn met de holle zijde Ali Baba voor, gelijk dansersen danseressen, die een broodwinning van hun kunst maken, plegen te doen, om de vrijgevigheid hunner toeschouwers in te roepen.Ali Baba gooide Morgiane een goudstuk op haar tamboerijn toe; hierop wendde zij zich tot Ali Baba's zoon, die het voorbeeld van zijn vader volgde. Chogia Hoesein, die haar naar zich toe zag komen, had reeds zijn geldbeurs te voorschijn gehaald, om haar eveneens een geschenk te geven, en greep er reeds in, toen Morgiane met een moed, die haar vastberadenheid alle eer aandeed, hem den dolk midden in 't hart stootte, zoodat hij levenloos achterover zonk. Ali Baba en zijn zoon stonden verslagen over deze handeling en hieven een luid geschreeuw aan.„Ongelukkige!” riep Ali Baba, „wat heb je daar gedaan? Wil je volstrekt mij en mijn heele familie in 't verderf storten?”„Neen, meester,” antwoordde Morgiane, „ik heb 't integendeel tot uwe redding gedaan.” Hierop maakte zij Chogia Hoesein's kleeren los, toonde Ali Baba den dolk, waarmee hij gewapend was, en zeide toen tot hem: „Zie daar, met welken koenen vijand gij te doen hadt, en zie hem eens goed in 't gezicht: gij zult gewis den valschen oliehandelaar en den hoofdman der veertig roovers herkennen. Is 't u dan niet opgevallen, dat hij geen zout met u eten wilde? Zijn er nog wel andere bewijzen noodig voor zijn verfoeilijkplan? Nog eer ik hem zag, had ik reeds argwaan geput, toen gij mij zeidet, dat gij zulk een gast hadt. Ik zag toen zijn aangezicht, en nu ligt het bewijs voor u, dat mijn verdenking niet ongegrond was.”Ali Baba voelde diep, welken dank hij Morgiane schuldig was, die hem nu voor de tweede maal het leven gered had. Hij omarmde haar en zeide tot haar: „Morgiane, ik heb je de vrijheid geschonken en beloofd, dat ik het daarbij niet zou laten, en ik spoedig nog meer voor je doen wilde. Deze tijd is thans gekomen: ik maak je hiermee tot mijn schoondochter.”Hierop wendde hij zich tot zijn zoon en zeide tot hem: „Mijn zoon, gij zijt een goed zoon, en ik geloof, dat gij het niet onbillijk zult vinden, dat ik je Morgiane tot vrouw geef, zonder je vooraf gevraagd te hebben. Gij zijt haar even veel dank schuldig als ik zelf; want het is duidelijk, dat Chogia Hoesein alleen daarom je vriendschap gezocht heeft, om mij des te gemakkelijker van het leven te berooven; en gij behoeft er niet aan te twijfelen, dat hij, als hem dit gelukt was, ook jou aan zijn wraak had opgeofferd. Bedenk bovendien, dat gij in Morgiane, wanneer gij haar trouwt, een steun mijner familie, zoolang ik in 't leven ben, en een steun der uwe, tot aan 't einde uwer dagen bezitten zult.”De zoon gaf niet den minsten tegenzin tekennen, maar verklaarde integendeel, dat hij gaarne in dit huwelijk toestemde, niet alleen uit gehoorzaamheid jegens zijn vader, maar ook uit eigen neiging. Hierop nam men in Ali Baba's huis maatregelen, om het lijk van den rooverhoofdman naast de lijken der overige roovers te begraven, en dit geschiedde zoo geheim en zoo stil, dat het eerst na vele jaren bekend werd, toen niemand meer leefde, die bij deze merkwaardige geschiedenis persoonlijk betrokken was.Weinige dagen nadien vierde Ali Baba de bruiloft van zijn zoon en Morgiane met groote pracht en door een schitterenden maaltijd, die met dansen, spelen en de gebruikelijke vermakelijkheden opgeluisterd werd. Ook had hij het genoegen te zien, dat zijn vrienden en buren, die hij uitgenoodigd had, en die wel is waar den waren grond voor dit huwelijk niet konden weten, maar overigens de mooie en goede eigenschappen van Morgiane kenden, hem luid prezen om zijn grootmoedigheid en goedheid.Ali Baba was niet meer in 't roovershol teruggekeerd, sinds hij het lijk zijns broeders Casim daar gevonden, en op een van zijn drie muilezels benevens veel goud teruggebracht had, want hij vreesde, dat hij daar de roovers mocht aantreffen, en door hen overvallen zou worden. Maar zelfs na den dood van de acht en dertig roovers, den hoofdman inbegrepen, waagde hijhet langen tijd niet, daarheen terug te gaan, wijl hij bang was, dat de twee anderen, wier lot hem niet bekend was, nog in leven waren. Eindelijk na verloop van een jaar, toen hij zag dat niets meer tegen hem ondernomen werd, bekroop hem de nieuwsgierigheid, nogmaals een reis daarheen te ondernemen; hij nam daarbij echter de noodige voorzorgsmaatregelen voor zijn veiligheid. Hij steeg te paard, en toen hij bij de grot aankwam, beschouwde hij het als een goed voorteeken, dat hij noch sporen van paarden noch van menschen ontdekte. Hij steeg af, bond zijn paard vast, trad naar de deur en sprak de woorden: „Sesam, open je!”, die hij nog niet vergeten had. De deur opende zich; hij ging naar binnen, en uit den toestand, waarin hij alles in de grot aantrof, kon hij opmaken, dat ongeveer sedert den tijd, dat de zoogenaamde Chogia Hoesein een winkel in de stad geopend had, niemand daarin was geweest, en de heele bende der veertig roovers uitgeroeid moest zijn. Ook twijfelde hij er niet meer aan, dat hij de eenige in de wereld was, die het geheim kende, om het hol te openen, en dat de daarin verborgen schatten geheel te zijner beschikking stonden. Hij had een zak meegenomen; dezen vulde hij met zooveel goud als hij meende, dat een paard dragen kon, en keerde daarna naar de stad terug.Ali Baba had zijn zoon eens meegenomennaar het rotshol, en hem toen het geheim daarvan geopenbaard. Sedert dien tijd leefden zij en hun nakomelingen, die hun geluk met wijze matigheid genoten, in hoog aanzien en bekleedden de hoogste eereposten der stad.

Nadat zij met evenveel kracht als bekoorlijkheid verschillende dansen had uitgevoerd, trok zij eindelijk haar dolk, zwaaide hem in de hand en danste een nieuwen dans, waarbij zij zichzelf overtrof. De menigvuldige figuren, die zij maakte, haar lichte bewegingen, haar koene sprongenen de wonderbare wendingen en houdingen, die zij daarbij aannam, terwijl zij den dolk nu eens tot een stoot uitstrekte, dan weer hield, als boorde zij hem zich zelve in het hart, waren in hooge mate bekoorlijk om aan te zien. Eindelijk scheen zij zich buiten adem gedanst te hebben; zij rukte met de linkerhand Abdallah de tamboerijn uit de hand, en terwijl zij met de rechter den dolk vast had, hield zij de tamboerijn met de holle zijde Ali Baba voor, gelijk dansersen danseressen, die een broodwinning van hun kunst maken, plegen te doen, om de vrijgevigheid hunner toeschouwers in te roepen.Ali Baba gooide Morgiane een goudstuk op haar tamboerijn toe; hierop wendde zij zich tot Ali Baba's zoon, die het voorbeeld van zijn vader volgde. Chogia Hoesein, die haar naar zich toe zag komen, had reeds zijn geldbeurs te voorschijn gehaald, om haar eveneens een geschenk te geven, en greep er reeds in, toen Morgiane met een moed, die haar vastberadenheid alle eer aandeed, hem den dolk midden in 't hart stootte, zoodat hij levenloos achterover zonk. Ali Baba en zijn zoon stonden verslagen over deze handeling en hieven een luid geschreeuw aan.„Ongelukkige!” riep Ali Baba, „wat heb je daar gedaan? Wil je volstrekt mij en mijn heele familie in 't verderf storten?”„Neen, meester,” antwoordde Morgiane, „ik heb 't integendeel tot uwe redding gedaan.” Hierop maakte zij Chogia Hoesein's kleeren los, toonde Ali Baba den dolk, waarmee hij gewapend was, en zeide toen tot hem: „Zie daar, met welken koenen vijand gij te doen hadt, en zie hem eens goed in 't gezicht: gij zult gewis den valschen oliehandelaar en den hoofdman der veertig roovers herkennen. Is 't u dan niet opgevallen, dat hij geen zout met u eten wilde? Zijn er nog wel andere bewijzen noodig voor zijn verfoeilijkplan? Nog eer ik hem zag, had ik reeds argwaan geput, toen gij mij zeidet, dat gij zulk een gast hadt. Ik zag toen zijn aangezicht, en nu ligt het bewijs voor u, dat mijn verdenking niet ongegrond was.”Ali Baba voelde diep, welken dank hij Morgiane schuldig was, die hem nu voor de tweede maal het leven gered had. Hij omarmde haar en zeide tot haar: „Morgiane, ik heb je de vrijheid geschonken en beloofd, dat ik het daarbij niet zou laten, en ik spoedig nog meer voor je doen wilde. Deze tijd is thans gekomen: ik maak je hiermee tot mijn schoondochter.”Hierop wendde hij zich tot zijn zoon en zeide tot hem: „Mijn zoon, gij zijt een goed zoon, en ik geloof, dat gij het niet onbillijk zult vinden, dat ik je Morgiane tot vrouw geef, zonder je vooraf gevraagd te hebben. Gij zijt haar even veel dank schuldig als ik zelf; want het is duidelijk, dat Chogia Hoesein alleen daarom je vriendschap gezocht heeft, om mij des te gemakkelijker van het leven te berooven; en gij behoeft er niet aan te twijfelen, dat hij, als hem dit gelukt was, ook jou aan zijn wraak had opgeofferd. Bedenk bovendien, dat gij in Morgiane, wanneer gij haar trouwt, een steun mijner familie, zoolang ik in 't leven ben, en een steun der uwe, tot aan 't einde uwer dagen bezitten zult.”De zoon gaf niet den minsten tegenzin tekennen, maar verklaarde integendeel, dat hij gaarne in dit huwelijk toestemde, niet alleen uit gehoorzaamheid jegens zijn vader, maar ook uit eigen neiging. Hierop nam men in Ali Baba's huis maatregelen, om het lijk van den rooverhoofdman naast de lijken der overige roovers te begraven, en dit geschiedde zoo geheim en zoo stil, dat het eerst na vele jaren bekend werd, toen niemand meer leefde, die bij deze merkwaardige geschiedenis persoonlijk betrokken was.Weinige dagen nadien vierde Ali Baba de bruiloft van zijn zoon en Morgiane met groote pracht en door een schitterenden maaltijd, die met dansen, spelen en de gebruikelijke vermakelijkheden opgeluisterd werd. Ook had hij het genoegen te zien, dat zijn vrienden en buren, die hij uitgenoodigd had, en die wel is waar den waren grond voor dit huwelijk niet konden weten, maar overigens de mooie en goede eigenschappen van Morgiane kenden, hem luid prezen om zijn grootmoedigheid en goedheid.Ali Baba was niet meer in 't roovershol teruggekeerd, sinds hij het lijk zijns broeders Casim daar gevonden, en op een van zijn drie muilezels benevens veel goud teruggebracht had, want hij vreesde, dat hij daar de roovers mocht aantreffen, en door hen overvallen zou worden. Maar zelfs na den dood van de acht en dertig roovers, den hoofdman inbegrepen, waagde hijhet langen tijd niet, daarheen terug te gaan, wijl hij bang was, dat de twee anderen, wier lot hem niet bekend was, nog in leven waren. Eindelijk na verloop van een jaar, toen hij zag dat niets meer tegen hem ondernomen werd, bekroop hem de nieuwsgierigheid, nogmaals een reis daarheen te ondernemen; hij nam daarbij echter de noodige voorzorgsmaatregelen voor zijn veiligheid. Hij steeg te paard, en toen hij bij de grot aankwam, beschouwde hij het als een goed voorteeken, dat hij noch sporen van paarden noch van menschen ontdekte. Hij steeg af, bond zijn paard vast, trad naar de deur en sprak de woorden: „Sesam, open je!”, die hij nog niet vergeten had. De deur opende zich; hij ging naar binnen, en uit den toestand, waarin hij alles in de grot aantrof, kon hij opmaken, dat ongeveer sedert den tijd, dat de zoogenaamde Chogia Hoesein een winkel in de stad geopend had, niemand daarin was geweest, en de heele bende der veertig roovers uitgeroeid moest zijn. Ook twijfelde hij er niet meer aan, dat hij de eenige in de wereld was, die het geheim kende, om het hol te openen, en dat de daarin verborgen schatten geheel te zijner beschikking stonden. Hij had een zak meegenomen; dezen vulde hij met zooveel goud als hij meende, dat een paard dragen kon, en keerde daarna naar de stad terug.Ali Baba had zijn zoon eens meegenomennaar het rotshol, en hem toen het geheim daarvan geopenbaard. Sedert dien tijd leefden zij en hun nakomelingen, die hun geluk met wijze matigheid genoten, in hoog aanzien en bekleedden de hoogste eereposten der stad.

Nadat zij met evenveel kracht als bekoorlijkheid verschillende dansen had uitgevoerd, trok zij eindelijk haar dolk, zwaaide hem in de hand en danste een nieuwen dans, waarbij zij zichzelf overtrof. De menigvuldige figuren, die zij maakte, haar lichte bewegingen, haar koene sprongenen de wonderbare wendingen en houdingen, die zij daarbij aannam, terwijl zij den dolk nu eens tot een stoot uitstrekte, dan weer hield, als boorde zij hem zich zelve in het hart, waren in hooge mate bekoorlijk om aan te zien. Eindelijk scheen zij zich buiten adem gedanst te hebben; zij rukte met de linkerhand Abdallah de tamboerijn uit de hand, en terwijl zij met de rechter den dolk vast had, hield zij de tamboerijn met de holle zijde Ali Baba voor, gelijk dansersen danseressen, die een broodwinning van hun kunst maken, plegen te doen, om de vrijgevigheid hunner toeschouwers in te roepen.

Ali Baba gooide Morgiane een goudstuk op haar tamboerijn toe; hierop wendde zij zich tot Ali Baba's zoon, die het voorbeeld van zijn vader volgde. Chogia Hoesein, die haar naar zich toe zag komen, had reeds zijn geldbeurs te voorschijn gehaald, om haar eveneens een geschenk te geven, en greep er reeds in, toen Morgiane met een moed, die haar vastberadenheid alle eer aandeed, hem den dolk midden in 't hart stootte, zoodat hij levenloos achterover zonk. Ali Baba en zijn zoon stonden verslagen over deze handeling en hieven een luid geschreeuw aan.

„Ongelukkige!” riep Ali Baba, „wat heb je daar gedaan? Wil je volstrekt mij en mijn heele familie in 't verderf storten?”

„Neen, meester,” antwoordde Morgiane, „ik heb 't integendeel tot uwe redding gedaan.” Hierop maakte zij Chogia Hoesein's kleeren los, toonde Ali Baba den dolk, waarmee hij gewapend was, en zeide toen tot hem: „Zie daar, met welken koenen vijand gij te doen hadt, en zie hem eens goed in 't gezicht: gij zult gewis den valschen oliehandelaar en den hoofdman der veertig roovers herkennen. Is 't u dan niet opgevallen, dat hij geen zout met u eten wilde? Zijn er nog wel andere bewijzen noodig voor zijn verfoeilijkplan? Nog eer ik hem zag, had ik reeds argwaan geput, toen gij mij zeidet, dat gij zulk een gast hadt. Ik zag toen zijn aangezicht, en nu ligt het bewijs voor u, dat mijn verdenking niet ongegrond was.”

Ali Baba voelde diep, welken dank hij Morgiane schuldig was, die hem nu voor de tweede maal het leven gered had. Hij omarmde haar en zeide tot haar: „Morgiane, ik heb je de vrijheid geschonken en beloofd, dat ik het daarbij niet zou laten, en ik spoedig nog meer voor je doen wilde. Deze tijd is thans gekomen: ik maak je hiermee tot mijn schoondochter.”

Hierop wendde hij zich tot zijn zoon en zeide tot hem: „Mijn zoon, gij zijt een goed zoon, en ik geloof, dat gij het niet onbillijk zult vinden, dat ik je Morgiane tot vrouw geef, zonder je vooraf gevraagd te hebben. Gij zijt haar even veel dank schuldig als ik zelf; want het is duidelijk, dat Chogia Hoesein alleen daarom je vriendschap gezocht heeft, om mij des te gemakkelijker van het leven te berooven; en gij behoeft er niet aan te twijfelen, dat hij, als hem dit gelukt was, ook jou aan zijn wraak had opgeofferd. Bedenk bovendien, dat gij in Morgiane, wanneer gij haar trouwt, een steun mijner familie, zoolang ik in 't leven ben, en een steun der uwe, tot aan 't einde uwer dagen bezitten zult.”

De zoon gaf niet den minsten tegenzin tekennen, maar verklaarde integendeel, dat hij gaarne in dit huwelijk toestemde, niet alleen uit gehoorzaamheid jegens zijn vader, maar ook uit eigen neiging. Hierop nam men in Ali Baba's huis maatregelen, om het lijk van den rooverhoofdman naast de lijken der overige roovers te begraven, en dit geschiedde zoo geheim en zoo stil, dat het eerst na vele jaren bekend werd, toen niemand meer leefde, die bij deze merkwaardige geschiedenis persoonlijk betrokken was.

Weinige dagen nadien vierde Ali Baba de bruiloft van zijn zoon en Morgiane met groote pracht en door een schitterenden maaltijd, die met dansen, spelen en de gebruikelijke vermakelijkheden opgeluisterd werd. Ook had hij het genoegen te zien, dat zijn vrienden en buren, die hij uitgenoodigd had, en die wel is waar den waren grond voor dit huwelijk niet konden weten, maar overigens de mooie en goede eigenschappen van Morgiane kenden, hem luid prezen om zijn grootmoedigheid en goedheid.

Ali Baba was niet meer in 't roovershol teruggekeerd, sinds hij het lijk zijns broeders Casim daar gevonden, en op een van zijn drie muilezels benevens veel goud teruggebracht had, want hij vreesde, dat hij daar de roovers mocht aantreffen, en door hen overvallen zou worden. Maar zelfs na den dood van de acht en dertig roovers, den hoofdman inbegrepen, waagde hijhet langen tijd niet, daarheen terug te gaan, wijl hij bang was, dat de twee anderen, wier lot hem niet bekend was, nog in leven waren. Eindelijk na verloop van een jaar, toen hij zag dat niets meer tegen hem ondernomen werd, bekroop hem de nieuwsgierigheid, nogmaals een reis daarheen te ondernemen; hij nam daarbij echter de noodige voorzorgsmaatregelen voor zijn veiligheid. Hij steeg te paard, en toen hij bij de grot aankwam, beschouwde hij het als een goed voorteeken, dat hij noch sporen van paarden noch van menschen ontdekte. Hij steeg af, bond zijn paard vast, trad naar de deur en sprak de woorden: „Sesam, open je!”, die hij nog niet vergeten had. De deur opende zich; hij ging naar binnen, en uit den toestand, waarin hij alles in de grot aantrof, kon hij opmaken, dat ongeveer sedert den tijd, dat de zoogenaamde Chogia Hoesein een winkel in de stad geopend had, niemand daarin was geweest, en de heele bende der veertig roovers uitgeroeid moest zijn. Ook twijfelde hij er niet meer aan, dat hij de eenige in de wereld was, die het geheim kende, om het hol te openen, en dat de daarin verborgen schatten geheel te zijner beschikking stonden. Hij had een zak meegenomen; dezen vulde hij met zooveel goud als hij meende, dat een paard dragen kon, en keerde daarna naar de stad terug.

Ali Baba had zijn zoon eens meegenomennaar het rotshol, en hem toen het geheim daarvan geopenbaard. Sedert dien tijd leefden zij en hun nakomelingen, die hun geluk met wijze matigheid genoten, in hoog aanzien en bekleedden de hoogste eereposten der stad.


Back to IndexNext