Chapter 11

16040ste Sendbrief, blz. 391.↑161„A letter concerning green weeds growing in water and some animalcula found about them.”Philosophical Transactions, vol. 23.↑1627de Sendbrief, blz. 64.↑163Vangarmen.↑164„Verhandeling over Antoni van Leeuwenhoek en zijne verdiensten voor de plantkunde; in het Tijdschrift voor Natuurlijke Geschiedenis, uitgegeven door Prof. J. van der Hoeven en W. H. de Vriese, 1834, 1ste deel.↑16529ste Brief, blz. 17.↑16629ste Brief,blz. 19.↑167Van Hall, t. a. p., blz. 6.↑16829ste Brief, blz. 26.↑16929ste Brief, blz. 19.↑17029ste Brief, blz. 26.↑17129ste Brief, blz. 12.↑1725de Vervolg, 88ste Brief, blz. 50.↑1735de Vervolg, 88ste Brief, blz. 52.↑17474ste Brief, blz. 482.↑17528ste Sendbrief, blz. 261.↑17628ste Sendbrief, blz. 264.↑17728ste Sendbrief, blz. 266.↑17828ste Sendbrief, blz. 269.↑1792de Vervolg, 74ste brief van 12 Augustus 1692, blz. 484 en 496, 497.↑18029ste Brief van 12 Januari 1680.↑18146ste Brief van 30 Maart 1685, blz. 75.↑1823de Vervolg, 74ste Brief van 12 Augustus 1692.↑1833de Vervolg, 74ste Brief van 12 Augustus 1692, blz. 488.↑184Van Hall t. a. p., blz. 18.↑18555ste Brief van 13 Juni 1687, blz. 37.↑18646ste Brief van 13 Juli 1685, blz. 27.↑187„Vermischte Schriften”, I. S. 145. Van Hall t. a. p., blz. 21.↑188„Elemente der Phytotomie”. Jena, 1815, I. S. 36.↑189R. Brown, „Prodromus Florae Novae Hollandiae,”pag. 573. Van Hall t. a. p.,blz. 25.↑190De dichter Hendrik Schim, die aan hem op zijn 90sten verjaardageenigedichtregelen wijdde, en hem daarin tot rust van zijn arbeid aanmaande, vervolgde echter, niet onkundig zijnde dat de wakkere grijze te naarstig was om stil te zijn, in deze woorden:„Neen schryf, en doet ons al uw zeldzaamheden erven,Al zoudt gy met de pen in uwe vingers sterven.Als Plato ondersoek, zoo lang uw levensglasNoch loopt,” enz.—191„Het Mikroskoop, t. a. p. 3de dl. blz. 464, 465”.↑192„Philosophical TransactionsTh. XXXII, pag. 446”.↑19330ste Sendbrief, blz. 295.↑194Deze aanbeveling werd hen door Cornelis van Arckel, Predikant te Delft, later te Rotterdam, met wien Leeuwenhoek bevriend was, verstrekt.↑195Gerard van Loon, „Beschrijving der Nederlandsche Historiepenningen.” Bd.III, blz. 223.↑1963de Vervolg, 71ste Brief, slot, blz. 436.↑19720ste Sendbrief, blz. 189.↑19820ste Sendbrief, blz. 189.↑199Van Loon voegt er deze vertaling bij:„Zijn arbeid valt op kleine zaken, maar is van geen kleine glorie”. Bd. III, pag. 223.↑200Er is eene tegenstrijdigheid in de genoemde aanteekening bij Birch, dat de benoeming van Leeuwenhoek tot Lid der Royal Society in 1680 zou zijn geschied, terwijl Leeuwenhoek zelf in den 46sten Sendbrief opgeeft dat hij in 1679 werd benoemd. Dit jaartal 1679 is op zijn grafzerk in de Oude kerk te Delft uitgehouwen en wordt ook genoemd in mijn vroeger vermeld familieregister. Deze tegenstrijdigheid kan, dunkt mij, worden opgelost, door de vermelding, dat men in dien tijd gewoon was, het jaartal, van den aanvang des jaars, tot ongeveer in het midden van Maart, zoodanig te schrijven, dat het vorig jaartal er bij vermeld werd, zoodat men dan schreef 16​79⁄80 enz. Ook de dateering geschiedde volgens oude en nieuwe stijl, welke circa 10 dagen met elkander schijnt te hebben verschild.↑201Birch,t. a. p., pag. 11.↑202Birch, t. a. p., pag. 13.↑203Halbertsma’s Dissertatie, t. a. p.,blz. 18.↑204De stichting der Royal Society dagteekent van de onrustigste dagen waarin Engeland verkeerd heeft, namelijk van het jaar 1645, hetzelfde jaar van den slag van Naseby, die de macht van Karel I vernietigde. Eenige geleerde mannen, afgemat door de eindelooze politieke twisten en vervolgingen, kwamen overeen, om op zekeren dag in iedere week zich te vereenigen, ten einde zich over wetenschappelijke onderwerpen te onderhouden en op deze wijze, de twisten te vergeten, die hun vaderland te gronde dreigden te richten.De eerste bijeenkomsten hadden plaats te Londen. Toen de onlusten iedereen, die maar eenigszins de partij des koningsscheentoegedaan te zijn, noodzaakten Londen te verlaten, verplaatsten zij hun zetel naar Oxford.Gedurende het protectoraat van Cromwell bleven de leden verspreid en liet het collegie niets van zich hooren, tot op de verheffing van Karel II, toen zij in 1659 weder naar Londen terugkeerden en hunne vergaderingen, even als vroeger, in het Gresham-College hervatteden.Men ondervond opnieuw tegenspoed, doordien het gewoon lokaal waarin zij vergaderden, tot eene kazerne werd ingericht. In 1660 werd hun collegie door patent-brieven voor goed geconstitueerd, ondervond de Sociëteit spoedig eene groote uitbreiding en werd van zeer groot gewicht in de wetenschappelijke wereld. Dien voorspoed was het voor een groot deel verschuldigd aan den ijver van zijn Secretaris Heinrich Oldenburg, een Duitscher.De „Philosophical Transactions” werden het eerst in 1665 uitgegeven en werden, bijna zonder eenige afbreking tot op onzen tijd toe geregeld voortgezet.Het belang dat dit Collegie stelde in de onderzoekingen van Leeuwenhoek heeft zeker veel bijgedragen tot prikkel en aansporing voor hem om zijne waarnemingen en ontdekkingen met onverflauwden ijver voorttezetten.[121](George Cuvier. „Histoire des sciences naturelles” 1841. Émile Blanchard „Les observations au microscope” in deRevue des deux mondes1868 p. 389.)↑205Johannes Hoogvliet was Heelmeester te Delft.↑2066de Vervolg, 99ste Brief, blz. 231.↑2075de Vervolg, 89ste Brief, blz. 62.↑208Dit grafschrift werd door den dichter Poot gemaakt.↑209Van dit familiewapen maakte ik reeds melding op blz. 19, Noot.↑210T. a. p.,blz. 26.↑211Derde deel, 85ste Brief, blz. 13.↑212Uffenbach’sReisenenz. t.a. p.↑213„Biographisch Woordenboek der Nederlanden. (Letter L.)”↑214Dit werd mij eerst onlangs door Dr. du Rieu medegedeeld terwijl dit laatste blad ter perse was.↑

16040ste Sendbrief, blz. 391.↑161„A letter concerning green weeds growing in water and some animalcula found about them.”Philosophical Transactions, vol. 23.↑1627de Sendbrief, blz. 64.↑163Vangarmen.↑164„Verhandeling over Antoni van Leeuwenhoek en zijne verdiensten voor de plantkunde; in het Tijdschrift voor Natuurlijke Geschiedenis, uitgegeven door Prof. J. van der Hoeven en W. H. de Vriese, 1834, 1ste deel.↑16529ste Brief, blz. 17.↑16629ste Brief,blz. 19.↑167Van Hall, t. a. p., blz. 6.↑16829ste Brief, blz. 26.↑16929ste Brief, blz. 19.↑17029ste Brief, blz. 26.↑17129ste Brief, blz. 12.↑1725de Vervolg, 88ste Brief, blz. 50.↑1735de Vervolg, 88ste Brief, blz. 52.↑17474ste Brief, blz. 482.↑17528ste Sendbrief, blz. 261.↑17628ste Sendbrief, blz. 264.↑17728ste Sendbrief, blz. 266.↑17828ste Sendbrief, blz. 269.↑1792de Vervolg, 74ste brief van 12 Augustus 1692, blz. 484 en 496, 497.↑18029ste Brief van 12 Januari 1680.↑18146ste Brief van 30 Maart 1685, blz. 75.↑1823de Vervolg, 74ste Brief van 12 Augustus 1692.↑1833de Vervolg, 74ste Brief van 12 Augustus 1692, blz. 488.↑184Van Hall t. a. p., blz. 18.↑18555ste Brief van 13 Juni 1687, blz. 37.↑18646ste Brief van 13 Juli 1685, blz. 27.↑187„Vermischte Schriften”, I. S. 145. Van Hall t. a. p., blz. 21.↑188„Elemente der Phytotomie”. Jena, 1815, I. S. 36.↑189R. Brown, „Prodromus Florae Novae Hollandiae,”pag. 573. Van Hall t. a. p.,blz. 25.↑190De dichter Hendrik Schim, die aan hem op zijn 90sten verjaardageenigedichtregelen wijdde, en hem daarin tot rust van zijn arbeid aanmaande, vervolgde echter, niet onkundig zijnde dat de wakkere grijze te naarstig was om stil te zijn, in deze woorden:„Neen schryf, en doet ons al uw zeldzaamheden erven,Al zoudt gy met de pen in uwe vingers sterven.Als Plato ondersoek, zoo lang uw levensglasNoch loopt,” enz.—191„Het Mikroskoop, t. a. p. 3de dl. blz. 464, 465”.↑192„Philosophical TransactionsTh. XXXII, pag. 446”.↑19330ste Sendbrief, blz. 295.↑194Deze aanbeveling werd hen door Cornelis van Arckel, Predikant te Delft, later te Rotterdam, met wien Leeuwenhoek bevriend was, verstrekt.↑195Gerard van Loon, „Beschrijving der Nederlandsche Historiepenningen.” Bd.III, blz. 223.↑1963de Vervolg, 71ste Brief, slot, blz. 436.↑19720ste Sendbrief, blz. 189.↑19820ste Sendbrief, blz. 189.↑199Van Loon voegt er deze vertaling bij:„Zijn arbeid valt op kleine zaken, maar is van geen kleine glorie”. Bd. III, pag. 223.↑200Er is eene tegenstrijdigheid in de genoemde aanteekening bij Birch, dat de benoeming van Leeuwenhoek tot Lid der Royal Society in 1680 zou zijn geschied, terwijl Leeuwenhoek zelf in den 46sten Sendbrief opgeeft dat hij in 1679 werd benoemd. Dit jaartal 1679 is op zijn grafzerk in de Oude kerk te Delft uitgehouwen en wordt ook genoemd in mijn vroeger vermeld familieregister. Deze tegenstrijdigheid kan, dunkt mij, worden opgelost, door de vermelding, dat men in dien tijd gewoon was, het jaartal, van den aanvang des jaars, tot ongeveer in het midden van Maart, zoodanig te schrijven, dat het vorig jaartal er bij vermeld werd, zoodat men dan schreef 16​79⁄80 enz. Ook de dateering geschiedde volgens oude en nieuwe stijl, welke circa 10 dagen met elkander schijnt te hebben verschild.↑201Birch,t. a. p., pag. 11.↑202Birch, t. a. p., pag. 13.↑203Halbertsma’s Dissertatie, t. a. p.,blz. 18.↑204De stichting der Royal Society dagteekent van de onrustigste dagen waarin Engeland verkeerd heeft, namelijk van het jaar 1645, hetzelfde jaar van den slag van Naseby, die de macht van Karel I vernietigde. Eenige geleerde mannen, afgemat door de eindelooze politieke twisten en vervolgingen, kwamen overeen, om op zekeren dag in iedere week zich te vereenigen, ten einde zich over wetenschappelijke onderwerpen te onderhouden en op deze wijze, de twisten te vergeten, die hun vaderland te gronde dreigden te richten.De eerste bijeenkomsten hadden plaats te Londen. Toen de onlusten iedereen, die maar eenigszins de partij des koningsscheentoegedaan te zijn, noodzaakten Londen te verlaten, verplaatsten zij hun zetel naar Oxford.Gedurende het protectoraat van Cromwell bleven de leden verspreid en liet het collegie niets van zich hooren, tot op de verheffing van Karel II, toen zij in 1659 weder naar Londen terugkeerden en hunne vergaderingen, even als vroeger, in het Gresham-College hervatteden.Men ondervond opnieuw tegenspoed, doordien het gewoon lokaal waarin zij vergaderden, tot eene kazerne werd ingericht. In 1660 werd hun collegie door patent-brieven voor goed geconstitueerd, ondervond de Sociëteit spoedig eene groote uitbreiding en werd van zeer groot gewicht in de wetenschappelijke wereld. Dien voorspoed was het voor een groot deel verschuldigd aan den ijver van zijn Secretaris Heinrich Oldenburg, een Duitscher.De „Philosophical Transactions” werden het eerst in 1665 uitgegeven en werden, bijna zonder eenige afbreking tot op onzen tijd toe geregeld voortgezet.Het belang dat dit Collegie stelde in de onderzoekingen van Leeuwenhoek heeft zeker veel bijgedragen tot prikkel en aansporing voor hem om zijne waarnemingen en ontdekkingen met onverflauwden ijver voorttezetten.[121](George Cuvier. „Histoire des sciences naturelles” 1841. Émile Blanchard „Les observations au microscope” in deRevue des deux mondes1868 p. 389.)↑205Johannes Hoogvliet was Heelmeester te Delft.↑2066de Vervolg, 99ste Brief, blz. 231.↑2075de Vervolg, 89ste Brief, blz. 62.↑208Dit grafschrift werd door den dichter Poot gemaakt.↑209Van dit familiewapen maakte ik reeds melding op blz. 19, Noot.↑210T. a. p.,blz. 26.↑211Derde deel, 85ste Brief, blz. 13.↑212Uffenbach’sReisenenz. t.a. p.↑213„Biographisch Woordenboek der Nederlanden. (Letter L.)”↑214Dit werd mij eerst onlangs door Dr. du Rieu medegedeeld terwijl dit laatste blad ter perse was.↑

16040ste Sendbrief, blz. 391.↑161„A letter concerning green weeds growing in water and some animalcula found about them.”Philosophical Transactions, vol. 23.↑1627de Sendbrief, blz. 64.↑163Vangarmen.↑164„Verhandeling over Antoni van Leeuwenhoek en zijne verdiensten voor de plantkunde; in het Tijdschrift voor Natuurlijke Geschiedenis, uitgegeven door Prof. J. van der Hoeven en W. H. de Vriese, 1834, 1ste deel.↑16529ste Brief, blz. 17.↑16629ste Brief,blz. 19.↑167Van Hall, t. a. p., blz. 6.↑16829ste Brief, blz. 26.↑16929ste Brief, blz. 19.↑17029ste Brief, blz. 26.↑17129ste Brief, blz. 12.↑1725de Vervolg, 88ste Brief, blz. 50.↑1735de Vervolg, 88ste Brief, blz. 52.↑17474ste Brief, blz. 482.↑17528ste Sendbrief, blz. 261.↑17628ste Sendbrief, blz. 264.↑17728ste Sendbrief, blz. 266.↑17828ste Sendbrief, blz. 269.↑1792de Vervolg, 74ste brief van 12 Augustus 1692, blz. 484 en 496, 497.↑18029ste Brief van 12 Januari 1680.↑18146ste Brief van 30 Maart 1685, blz. 75.↑1823de Vervolg, 74ste Brief van 12 Augustus 1692.↑1833de Vervolg, 74ste Brief van 12 Augustus 1692, blz. 488.↑184Van Hall t. a. p., blz. 18.↑18555ste Brief van 13 Juni 1687, blz. 37.↑18646ste Brief van 13 Juli 1685, blz. 27.↑187„Vermischte Schriften”, I. S. 145. Van Hall t. a. p., blz. 21.↑188„Elemente der Phytotomie”. Jena, 1815, I. S. 36.↑189R. Brown, „Prodromus Florae Novae Hollandiae,”pag. 573. Van Hall t. a. p.,blz. 25.↑190De dichter Hendrik Schim, die aan hem op zijn 90sten verjaardageenigedichtregelen wijdde, en hem daarin tot rust van zijn arbeid aanmaande, vervolgde echter, niet onkundig zijnde dat de wakkere grijze te naarstig was om stil te zijn, in deze woorden:„Neen schryf, en doet ons al uw zeldzaamheden erven,Al zoudt gy met de pen in uwe vingers sterven.Als Plato ondersoek, zoo lang uw levensglasNoch loopt,” enz.—191„Het Mikroskoop, t. a. p. 3de dl. blz. 464, 465”.↑192„Philosophical TransactionsTh. XXXII, pag. 446”.↑19330ste Sendbrief, blz. 295.↑194Deze aanbeveling werd hen door Cornelis van Arckel, Predikant te Delft, later te Rotterdam, met wien Leeuwenhoek bevriend was, verstrekt.↑195Gerard van Loon, „Beschrijving der Nederlandsche Historiepenningen.” Bd.III, blz. 223.↑1963de Vervolg, 71ste Brief, slot, blz. 436.↑19720ste Sendbrief, blz. 189.↑19820ste Sendbrief, blz. 189.↑199Van Loon voegt er deze vertaling bij:„Zijn arbeid valt op kleine zaken, maar is van geen kleine glorie”. Bd. III, pag. 223.↑200Er is eene tegenstrijdigheid in de genoemde aanteekening bij Birch, dat de benoeming van Leeuwenhoek tot Lid der Royal Society in 1680 zou zijn geschied, terwijl Leeuwenhoek zelf in den 46sten Sendbrief opgeeft dat hij in 1679 werd benoemd. Dit jaartal 1679 is op zijn grafzerk in de Oude kerk te Delft uitgehouwen en wordt ook genoemd in mijn vroeger vermeld familieregister. Deze tegenstrijdigheid kan, dunkt mij, worden opgelost, door de vermelding, dat men in dien tijd gewoon was, het jaartal, van den aanvang des jaars, tot ongeveer in het midden van Maart, zoodanig te schrijven, dat het vorig jaartal er bij vermeld werd, zoodat men dan schreef 16​79⁄80 enz. Ook de dateering geschiedde volgens oude en nieuwe stijl, welke circa 10 dagen met elkander schijnt te hebben verschild.↑201Birch,t. a. p., pag. 11.↑202Birch, t. a. p., pag. 13.↑203Halbertsma’s Dissertatie, t. a. p.,blz. 18.↑204De stichting der Royal Society dagteekent van de onrustigste dagen waarin Engeland verkeerd heeft, namelijk van het jaar 1645, hetzelfde jaar van den slag van Naseby, die de macht van Karel I vernietigde. Eenige geleerde mannen, afgemat door de eindelooze politieke twisten en vervolgingen, kwamen overeen, om op zekeren dag in iedere week zich te vereenigen, ten einde zich over wetenschappelijke onderwerpen te onderhouden en op deze wijze, de twisten te vergeten, die hun vaderland te gronde dreigden te richten.De eerste bijeenkomsten hadden plaats te Londen. Toen de onlusten iedereen, die maar eenigszins de partij des koningsscheentoegedaan te zijn, noodzaakten Londen te verlaten, verplaatsten zij hun zetel naar Oxford.Gedurende het protectoraat van Cromwell bleven de leden verspreid en liet het collegie niets van zich hooren, tot op de verheffing van Karel II, toen zij in 1659 weder naar Londen terugkeerden en hunne vergaderingen, even als vroeger, in het Gresham-College hervatteden.Men ondervond opnieuw tegenspoed, doordien het gewoon lokaal waarin zij vergaderden, tot eene kazerne werd ingericht. In 1660 werd hun collegie door patent-brieven voor goed geconstitueerd, ondervond de Sociëteit spoedig eene groote uitbreiding en werd van zeer groot gewicht in de wetenschappelijke wereld. Dien voorspoed was het voor een groot deel verschuldigd aan den ijver van zijn Secretaris Heinrich Oldenburg, een Duitscher.De „Philosophical Transactions” werden het eerst in 1665 uitgegeven en werden, bijna zonder eenige afbreking tot op onzen tijd toe geregeld voortgezet.Het belang dat dit Collegie stelde in de onderzoekingen van Leeuwenhoek heeft zeker veel bijgedragen tot prikkel en aansporing voor hem om zijne waarnemingen en ontdekkingen met onverflauwden ijver voorttezetten.[121](George Cuvier. „Histoire des sciences naturelles” 1841. Émile Blanchard „Les observations au microscope” in deRevue des deux mondes1868 p. 389.)↑205Johannes Hoogvliet was Heelmeester te Delft.↑2066de Vervolg, 99ste Brief, blz. 231.↑2075de Vervolg, 89ste Brief, blz. 62.↑208Dit grafschrift werd door den dichter Poot gemaakt.↑209Van dit familiewapen maakte ik reeds melding op blz. 19, Noot.↑210T. a. p.,blz. 26.↑211Derde deel, 85ste Brief, blz. 13.↑212Uffenbach’sReisenenz. t.a. p.↑213„Biographisch Woordenboek der Nederlanden. (Letter L.)”↑214Dit werd mij eerst onlangs door Dr. du Rieu medegedeeld terwijl dit laatste blad ter perse was.↑

16040ste Sendbrief, blz. 391.↑161„A letter concerning green weeds growing in water and some animalcula found about them.”Philosophical Transactions, vol. 23.↑1627de Sendbrief, blz. 64.↑163Vangarmen.↑164„Verhandeling over Antoni van Leeuwenhoek en zijne verdiensten voor de plantkunde; in het Tijdschrift voor Natuurlijke Geschiedenis, uitgegeven door Prof. J. van der Hoeven en W. H. de Vriese, 1834, 1ste deel.↑16529ste Brief, blz. 17.↑16629ste Brief,blz. 19.↑167Van Hall, t. a. p., blz. 6.↑16829ste Brief, blz. 26.↑16929ste Brief, blz. 19.↑17029ste Brief, blz. 26.↑17129ste Brief, blz. 12.↑1725de Vervolg, 88ste Brief, blz. 50.↑1735de Vervolg, 88ste Brief, blz. 52.↑17474ste Brief, blz. 482.↑17528ste Sendbrief, blz. 261.↑17628ste Sendbrief, blz. 264.↑17728ste Sendbrief, blz. 266.↑17828ste Sendbrief, blz. 269.↑1792de Vervolg, 74ste brief van 12 Augustus 1692, blz. 484 en 496, 497.↑18029ste Brief van 12 Januari 1680.↑18146ste Brief van 30 Maart 1685, blz. 75.↑1823de Vervolg, 74ste Brief van 12 Augustus 1692.↑1833de Vervolg, 74ste Brief van 12 Augustus 1692, blz. 488.↑184Van Hall t. a. p., blz. 18.↑18555ste Brief van 13 Juni 1687, blz. 37.↑18646ste Brief van 13 Juli 1685, blz. 27.↑187„Vermischte Schriften”, I. S. 145. Van Hall t. a. p., blz. 21.↑188„Elemente der Phytotomie”. Jena, 1815, I. S. 36.↑189R. Brown, „Prodromus Florae Novae Hollandiae,”pag. 573. Van Hall t. a. p.,blz. 25.↑190De dichter Hendrik Schim, die aan hem op zijn 90sten verjaardageenigedichtregelen wijdde, en hem daarin tot rust van zijn arbeid aanmaande, vervolgde echter, niet onkundig zijnde dat de wakkere grijze te naarstig was om stil te zijn, in deze woorden:„Neen schryf, en doet ons al uw zeldzaamheden erven,Al zoudt gy met de pen in uwe vingers sterven.Als Plato ondersoek, zoo lang uw levensglasNoch loopt,” enz.—191„Het Mikroskoop, t. a. p. 3de dl. blz. 464, 465”.↑192„Philosophical TransactionsTh. XXXII, pag. 446”.↑19330ste Sendbrief, blz. 295.↑194Deze aanbeveling werd hen door Cornelis van Arckel, Predikant te Delft, later te Rotterdam, met wien Leeuwenhoek bevriend was, verstrekt.↑195Gerard van Loon, „Beschrijving der Nederlandsche Historiepenningen.” Bd.III, blz. 223.↑1963de Vervolg, 71ste Brief, slot, blz. 436.↑19720ste Sendbrief, blz. 189.↑19820ste Sendbrief, blz. 189.↑199Van Loon voegt er deze vertaling bij:„Zijn arbeid valt op kleine zaken, maar is van geen kleine glorie”. Bd. III, pag. 223.↑200Er is eene tegenstrijdigheid in de genoemde aanteekening bij Birch, dat de benoeming van Leeuwenhoek tot Lid der Royal Society in 1680 zou zijn geschied, terwijl Leeuwenhoek zelf in den 46sten Sendbrief opgeeft dat hij in 1679 werd benoemd. Dit jaartal 1679 is op zijn grafzerk in de Oude kerk te Delft uitgehouwen en wordt ook genoemd in mijn vroeger vermeld familieregister. Deze tegenstrijdigheid kan, dunkt mij, worden opgelost, door de vermelding, dat men in dien tijd gewoon was, het jaartal, van den aanvang des jaars, tot ongeveer in het midden van Maart, zoodanig te schrijven, dat het vorig jaartal er bij vermeld werd, zoodat men dan schreef 16​79⁄80 enz. Ook de dateering geschiedde volgens oude en nieuwe stijl, welke circa 10 dagen met elkander schijnt te hebben verschild.↑201Birch,t. a. p., pag. 11.↑202Birch, t. a. p., pag. 13.↑203Halbertsma’s Dissertatie, t. a. p.,blz. 18.↑204De stichting der Royal Society dagteekent van de onrustigste dagen waarin Engeland verkeerd heeft, namelijk van het jaar 1645, hetzelfde jaar van den slag van Naseby, die de macht van Karel I vernietigde. Eenige geleerde mannen, afgemat door de eindelooze politieke twisten en vervolgingen, kwamen overeen, om op zekeren dag in iedere week zich te vereenigen, ten einde zich over wetenschappelijke onderwerpen te onderhouden en op deze wijze, de twisten te vergeten, die hun vaderland te gronde dreigden te richten.De eerste bijeenkomsten hadden plaats te Londen. Toen de onlusten iedereen, die maar eenigszins de partij des koningsscheentoegedaan te zijn, noodzaakten Londen te verlaten, verplaatsten zij hun zetel naar Oxford.Gedurende het protectoraat van Cromwell bleven de leden verspreid en liet het collegie niets van zich hooren, tot op de verheffing van Karel II, toen zij in 1659 weder naar Londen terugkeerden en hunne vergaderingen, even als vroeger, in het Gresham-College hervatteden.Men ondervond opnieuw tegenspoed, doordien het gewoon lokaal waarin zij vergaderden, tot eene kazerne werd ingericht. In 1660 werd hun collegie door patent-brieven voor goed geconstitueerd, ondervond de Sociëteit spoedig eene groote uitbreiding en werd van zeer groot gewicht in de wetenschappelijke wereld. Dien voorspoed was het voor een groot deel verschuldigd aan den ijver van zijn Secretaris Heinrich Oldenburg, een Duitscher.De „Philosophical Transactions” werden het eerst in 1665 uitgegeven en werden, bijna zonder eenige afbreking tot op onzen tijd toe geregeld voortgezet.Het belang dat dit Collegie stelde in de onderzoekingen van Leeuwenhoek heeft zeker veel bijgedragen tot prikkel en aansporing voor hem om zijne waarnemingen en ontdekkingen met onverflauwden ijver voorttezetten.[121](George Cuvier. „Histoire des sciences naturelles” 1841. Émile Blanchard „Les observations au microscope” in deRevue des deux mondes1868 p. 389.)↑205Johannes Hoogvliet was Heelmeester te Delft.↑2066de Vervolg, 99ste Brief, blz. 231.↑2075de Vervolg, 89ste Brief, blz. 62.↑208Dit grafschrift werd door den dichter Poot gemaakt.↑209Van dit familiewapen maakte ik reeds melding op blz. 19, Noot.↑210T. a. p.,blz. 26.↑211Derde deel, 85ste Brief, blz. 13.↑212Uffenbach’sReisenenz. t.a. p.↑213„Biographisch Woordenboek der Nederlanden. (Letter L.)”↑214Dit werd mij eerst onlangs door Dr. du Rieu medegedeeld terwijl dit laatste blad ter perse was.↑

16040ste Sendbrief, blz. 391.↑

16040ste Sendbrief, blz. 391.↑

161„A letter concerning green weeds growing in water and some animalcula found about them.”Philosophical Transactions, vol. 23.↑

161„A letter concerning green weeds growing in water and some animalcula found about them.”Philosophical Transactions, vol. 23.↑

1627de Sendbrief, blz. 64.↑

1627de Sendbrief, blz. 64.↑

163Vangarmen.↑

163Vangarmen.↑

164„Verhandeling over Antoni van Leeuwenhoek en zijne verdiensten voor de plantkunde; in het Tijdschrift voor Natuurlijke Geschiedenis, uitgegeven door Prof. J. van der Hoeven en W. H. de Vriese, 1834, 1ste deel.↑

164„Verhandeling over Antoni van Leeuwenhoek en zijne verdiensten voor de plantkunde; in het Tijdschrift voor Natuurlijke Geschiedenis, uitgegeven door Prof. J. van der Hoeven en W. H. de Vriese, 1834, 1ste deel.↑

16529ste Brief, blz. 17.↑

16529ste Brief, blz. 17.↑

16629ste Brief,blz. 19.↑

16629ste Brief,blz. 19.↑

167Van Hall, t. a. p., blz. 6.↑

167Van Hall, t. a. p., blz. 6.↑

16829ste Brief, blz. 26.↑

16829ste Brief, blz. 26.↑

16929ste Brief, blz. 19.↑

16929ste Brief, blz. 19.↑

17029ste Brief, blz. 26.↑

17029ste Brief, blz. 26.↑

17129ste Brief, blz. 12.↑

17129ste Brief, blz. 12.↑

1725de Vervolg, 88ste Brief, blz. 50.↑

1725de Vervolg, 88ste Brief, blz. 50.↑

1735de Vervolg, 88ste Brief, blz. 52.↑

1735de Vervolg, 88ste Brief, blz. 52.↑

17474ste Brief, blz. 482.↑

17474ste Brief, blz. 482.↑

17528ste Sendbrief, blz. 261.↑

17528ste Sendbrief, blz. 261.↑

17628ste Sendbrief, blz. 264.↑

17628ste Sendbrief, blz. 264.↑

17728ste Sendbrief, blz. 266.↑

17728ste Sendbrief, blz. 266.↑

17828ste Sendbrief, blz. 269.↑

17828ste Sendbrief, blz. 269.↑

1792de Vervolg, 74ste brief van 12 Augustus 1692, blz. 484 en 496, 497.↑

1792de Vervolg, 74ste brief van 12 Augustus 1692, blz. 484 en 496, 497.↑

18029ste Brief van 12 Januari 1680.↑

18029ste Brief van 12 Januari 1680.↑

18146ste Brief van 30 Maart 1685, blz. 75.↑

18146ste Brief van 30 Maart 1685, blz. 75.↑

1823de Vervolg, 74ste Brief van 12 Augustus 1692.↑

1823de Vervolg, 74ste Brief van 12 Augustus 1692.↑

1833de Vervolg, 74ste Brief van 12 Augustus 1692, blz. 488.↑

1833de Vervolg, 74ste Brief van 12 Augustus 1692, blz. 488.↑

184Van Hall t. a. p., blz. 18.↑

184Van Hall t. a. p., blz. 18.↑

18555ste Brief van 13 Juni 1687, blz. 37.↑

18555ste Brief van 13 Juni 1687, blz. 37.↑

18646ste Brief van 13 Juli 1685, blz. 27.↑

18646ste Brief van 13 Juli 1685, blz. 27.↑

187„Vermischte Schriften”, I. S. 145. Van Hall t. a. p., blz. 21.↑

187„Vermischte Schriften”, I. S. 145. Van Hall t. a. p., blz. 21.↑

188„Elemente der Phytotomie”. Jena, 1815, I. S. 36.↑

188„Elemente der Phytotomie”. Jena, 1815, I. S. 36.↑

189R. Brown, „Prodromus Florae Novae Hollandiae,”pag. 573. Van Hall t. a. p.,blz. 25.↑

189R. Brown, „Prodromus Florae Novae Hollandiae,”pag. 573. Van Hall t. a. p.,blz. 25.↑

190De dichter Hendrik Schim, die aan hem op zijn 90sten verjaardageenigedichtregelen wijdde, en hem daarin tot rust van zijn arbeid aanmaande, vervolgde echter, niet onkundig zijnde dat de wakkere grijze te naarstig was om stil te zijn, in deze woorden:„Neen schryf, en doet ons al uw zeldzaamheden erven,Al zoudt gy met de pen in uwe vingers sterven.Als Plato ondersoek, zoo lang uw levensglasNoch loopt,” enz.—

190De dichter Hendrik Schim, die aan hem op zijn 90sten verjaardageenigedichtregelen wijdde, en hem daarin tot rust van zijn arbeid aanmaande, vervolgde echter, niet onkundig zijnde dat de wakkere grijze te naarstig was om stil te zijn, in deze woorden:

„Neen schryf, en doet ons al uw zeldzaamheden erven,Al zoudt gy met de pen in uwe vingers sterven.Als Plato ondersoek, zoo lang uw levensglasNoch loopt,” enz.—

„Neen schryf, en doet ons al uw zeldzaamheden erven,Al zoudt gy met de pen in uwe vingers sterven.Als Plato ondersoek, zoo lang uw levensglasNoch loopt,” enz.—

„Neen schryf, en doet ons al uw zeldzaamheden erven,Al zoudt gy met de pen in uwe vingers sterven.Als Plato ondersoek, zoo lang uw levensglasNoch loopt,” enz.—

„Neen schryf, en doet ons al uw zeldzaamheden erven,Al zoudt gy met de pen in uwe vingers sterven.Als Plato ondersoek, zoo lang uw levensglasNoch loopt,” enz.—

„Neen schryf, en doet ons al uw zeldzaamheden erven,

Al zoudt gy met de pen in uwe vingers sterven.

Als Plato ondersoek, zoo lang uw levensglas

Noch loopt,” enz.—

191„Het Mikroskoop, t. a. p. 3de dl. blz. 464, 465”.↑

191„Het Mikroskoop, t. a. p. 3de dl. blz. 464, 465”.↑

192„Philosophical TransactionsTh. XXXII, pag. 446”.↑

192„Philosophical TransactionsTh. XXXII, pag. 446”.↑

19330ste Sendbrief, blz. 295.↑

19330ste Sendbrief, blz. 295.↑

194Deze aanbeveling werd hen door Cornelis van Arckel, Predikant te Delft, later te Rotterdam, met wien Leeuwenhoek bevriend was, verstrekt.↑

194Deze aanbeveling werd hen door Cornelis van Arckel, Predikant te Delft, later te Rotterdam, met wien Leeuwenhoek bevriend was, verstrekt.↑

195Gerard van Loon, „Beschrijving der Nederlandsche Historiepenningen.” Bd.III, blz. 223.↑

195Gerard van Loon, „Beschrijving der Nederlandsche Historiepenningen.” Bd.III, blz. 223.↑

1963de Vervolg, 71ste Brief, slot, blz. 436.↑

1963de Vervolg, 71ste Brief, slot, blz. 436.↑

19720ste Sendbrief, blz. 189.↑

19720ste Sendbrief, blz. 189.↑

19820ste Sendbrief, blz. 189.↑

19820ste Sendbrief, blz. 189.↑

199Van Loon voegt er deze vertaling bij:„Zijn arbeid valt op kleine zaken, maar is van geen kleine glorie”. Bd. III, pag. 223.↑

199Van Loon voegt er deze vertaling bij:

„Zijn arbeid valt op kleine zaken, maar is van geen kleine glorie”. Bd. III, pag. 223.↑

200Er is eene tegenstrijdigheid in de genoemde aanteekening bij Birch, dat de benoeming van Leeuwenhoek tot Lid der Royal Society in 1680 zou zijn geschied, terwijl Leeuwenhoek zelf in den 46sten Sendbrief opgeeft dat hij in 1679 werd benoemd. Dit jaartal 1679 is op zijn grafzerk in de Oude kerk te Delft uitgehouwen en wordt ook genoemd in mijn vroeger vermeld familieregister. Deze tegenstrijdigheid kan, dunkt mij, worden opgelost, door de vermelding, dat men in dien tijd gewoon was, het jaartal, van den aanvang des jaars, tot ongeveer in het midden van Maart, zoodanig te schrijven, dat het vorig jaartal er bij vermeld werd, zoodat men dan schreef 16​79⁄80 enz. Ook de dateering geschiedde volgens oude en nieuwe stijl, welke circa 10 dagen met elkander schijnt te hebben verschild.↑

200Er is eene tegenstrijdigheid in de genoemde aanteekening bij Birch, dat de benoeming van Leeuwenhoek tot Lid der Royal Society in 1680 zou zijn geschied, terwijl Leeuwenhoek zelf in den 46sten Sendbrief opgeeft dat hij in 1679 werd benoemd. Dit jaartal 1679 is op zijn grafzerk in de Oude kerk te Delft uitgehouwen en wordt ook genoemd in mijn vroeger vermeld familieregister. Deze tegenstrijdigheid kan, dunkt mij, worden opgelost, door de vermelding, dat men in dien tijd gewoon was, het jaartal, van den aanvang des jaars, tot ongeveer in het midden van Maart, zoodanig te schrijven, dat het vorig jaartal er bij vermeld werd, zoodat men dan schreef 16​79⁄80 enz. Ook de dateering geschiedde volgens oude en nieuwe stijl, welke circa 10 dagen met elkander schijnt te hebben verschild.↑

201Birch,t. a. p., pag. 11.↑

201Birch,t. a. p., pag. 11.↑

202Birch, t. a. p., pag. 13.↑

202Birch, t. a. p., pag. 13.↑

203Halbertsma’s Dissertatie, t. a. p.,blz. 18.↑

203Halbertsma’s Dissertatie, t. a. p.,blz. 18.↑

204De stichting der Royal Society dagteekent van de onrustigste dagen waarin Engeland verkeerd heeft, namelijk van het jaar 1645, hetzelfde jaar van den slag van Naseby, die de macht van Karel I vernietigde. Eenige geleerde mannen, afgemat door de eindelooze politieke twisten en vervolgingen, kwamen overeen, om op zekeren dag in iedere week zich te vereenigen, ten einde zich over wetenschappelijke onderwerpen te onderhouden en op deze wijze, de twisten te vergeten, die hun vaderland te gronde dreigden te richten.De eerste bijeenkomsten hadden plaats te Londen. Toen de onlusten iedereen, die maar eenigszins de partij des koningsscheentoegedaan te zijn, noodzaakten Londen te verlaten, verplaatsten zij hun zetel naar Oxford.Gedurende het protectoraat van Cromwell bleven de leden verspreid en liet het collegie niets van zich hooren, tot op de verheffing van Karel II, toen zij in 1659 weder naar Londen terugkeerden en hunne vergaderingen, even als vroeger, in het Gresham-College hervatteden.Men ondervond opnieuw tegenspoed, doordien het gewoon lokaal waarin zij vergaderden, tot eene kazerne werd ingericht. In 1660 werd hun collegie door patent-brieven voor goed geconstitueerd, ondervond de Sociëteit spoedig eene groote uitbreiding en werd van zeer groot gewicht in de wetenschappelijke wereld. Dien voorspoed was het voor een groot deel verschuldigd aan den ijver van zijn Secretaris Heinrich Oldenburg, een Duitscher.De „Philosophical Transactions” werden het eerst in 1665 uitgegeven en werden, bijna zonder eenige afbreking tot op onzen tijd toe geregeld voortgezet.Het belang dat dit Collegie stelde in de onderzoekingen van Leeuwenhoek heeft zeker veel bijgedragen tot prikkel en aansporing voor hem om zijne waarnemingen en ontdekkingen met onverflauwden ijver voorttezetten.[121](George Cuvier. „Histoire des sciences naturelles” 1841. Émile Blanchard „Les observations au microscope” in deRevue des deux mondes1868 p. 389.)↑

204De stichting der Royal Society dagteekent van de onrustigste dagen waarin Engeland verkeerd heeft, namelijk van het jaar 1645, hetzelfde jaar van den slag van Naseby, die de macht van Karel I vernietigde. Eenige geleerde mannen, afgemat door de eindelooze politieke twisten en vervolgingen, kwamen overeen, om op zekeren dag in iedere week zich te vereenigen, ten einde zich over wetenschappelijke onderwerpen te onderhouden en op deze wijze, de twisten te vergeten, die hun vaderland te gronde dreigden te richten.

De eerste bijeenkomsten hadden plaats te Londen. Toen de onlusten iedereen, die maar eenigszins de partij des koningsscheentoegedaan te zijn, noodzaakten Londen te verlaten, verplaatsten zij hun zetel naar Oxford.

Gedurende het protectoraat van Cromwell bleven de leden verspreid en liet het collegie niets van zich hooren, tot op de verheffing van Karel II, toen zij in 1659 weder naar Londen terugkeerden en hunne vergaderingen, even als vroeger, in het Gresham-College hervatteden.

Men ondervond opnieuw tegenspoed, doordien het gewoon lokaal waarin zij vergaderden, tot eene kazerne werd ingericht. In 1660 werd hun collegie door patent-brieven voor goed geconstitueerd, ondervond de Sociëteit spoedig eene groote uitbreiding en werd van zeer groot gewicht in de wetenschappelijke wereld. Dien voorspoed was het voor een groot deel verschuldigd aan den ijver van zijn Secretaris Heinrich Oldenburg, een Duitscher.

De „Philosophical Transactions” werden het eerst in 1665 uitgegeven en werden, bijna zonder eenige afbreking tot op onzen tijd toe geregeld voortgezet.

Het belang dat dit Collegie stelde in de onderzoekingen van Leeuwenhoek heeft zeker veel bijgedragen tot prikkel en aansporing voor hem om zijne waarnemingen en ontdekkingen met onverflauwden ijver voorttezetten.[121]

(George Cuvier. „Histoire des sciences naturelles” 1841. Émile Blanchard „Les observations au microscope” in deRevue des deux mondes1868 p. 389.)↑

205Johannes Hoogvliet was Heelmeester te Delft.↑

205Johannes Hoogvliet was Heelmeester te Delft.↑

2066de Vervolg, 99ste Brief, blz. 231.↑

2066de Vervolg, 99ste Brief, blz. 231.↑

2075de Vervolg, 89ste Brief, blz. 62.↑

2075de Vervolg, 89ste Brief, blz. 62.↑

208Dit grafschrift werd door den dichter Poot gemaakt.↑

208Dit grafschrift werd door den dichter Poot gemaakt.↑

209Van dit familiewapen maakte ik reeds melding op blz. 19, Noot.↑

209Van dit familiewapen maakte ik reeds melding op blz. 19, Noot.↑

210T. a. p.,blz. 26.↑

210T. a. p.,blz. 26.↑

211Derde deel, 85ste Brief, blz. 13.↑

211Derde deel, 85ste Brief, blz. 13.↑

212Uffenbach’sReisenenz. t.a. p.↑

212Uffenbach’sReisenenz. t.a. p.↑

213„Biographisch Woordenboek der Nederlanden. (Letter L.)”↑

213„Biographisch Woordenboek der Nederlanden. (Letter L.)”↑

214Dit werd mij eerst onlangs door Dr. du Rieu medegedeeld terwijl dit laatste blad ter perse was.↑

214Dit werd mij eerst onlangs door Dr. du Rieu medegedeeld terwijl dit laatste blad ter perse was.↑


Back to IndexNext