De vlucht.

De vlucht.Op de kampanje van denDolfijngezeten, wachtte Jenny met angstig ongeduld de terugkomst van den kapitein af. Toen hij eindelijk kwam, kon zij geen woord uitbrengen; maar hare oogen vroegen James Playfair meer dan hare lippen hadden kunnen uitspreken.Playfair, door Crockston geholpen, vertelde haar niets anders dan de omstandigheden waaronder de heer Halliburtt gevangen genomen was. Hij zeide dat hij generaal Beauregard voorzichtig over zijne krijgsgevangenen uitgehoord had, maar dat hij gemerkt had dat de generaal hem niet gunstig gezind was en daarom eerst de omstandigheden eens wilde afwachten.»De heer Halliburtt is niet vrij op zijn woord van eer, en daarom zal zijn vlucht niet zonder moeite gaan; maar we zullen die bewerken en ’k zweer u, juffrouw Jenny, dat deDolfijnde reede van Charlestown niet zal verlaten zonder uw vader aan boord te hebben.”»Dank, dank, kapitein, uit den grond van mijn hart!”Op die woorden voelde James zijn hart in zijne borst opspringen. Hij naderde het jonge meisje, met vochtig oog en haperende stem; wellicht zou de bekentenis van hetgeen hij niet meer verbergen kon over zijne lippen gekomen zijn, indien Crockston niet tusschen beiden was gekomen.»Heb je een plan, Crockston?” vroeg Jenny, toen hij zich bij hen voegde.»’k Heb altijd een plan,” antwoordde de Amerikaan, »dat is eene specialiteit van me.”»Een goed plan?” vroeg James.»Uitmuntend; al de ministers van Washington samen zouden er geen beter kunnen bedenken; het is zoo goed of mijnheer al hier aan boord is.”»Zeg op dan, Crockston; we luisteren.”»U, kapitein, gaat naar generaal Beauregard en vraagt hem een gunst die hij u niet weigeren zal. U zult hem zeggen dat u een slecht sujet aan boord hebt, een schelm die u hindert, die de equipage onder weg tot opstand heeft opgestookt, enfin een kerel die niets deugt; u moet hem vragen of u dien kerel in de citadel moogt doen opsluiten onder voorwaarde dat u hem bij uw vertrek weer meeneemt om hem in Engeland aan de justitie over te leveren.”»Dat zal Beauregard me gaarne toestaan,” zei James, half glimlachende, »maar, er ontbreekt iets bij de uitvoering van dat plan.”»Wat dan?”»Het slechte sujet, de schelm.”»Hij staat voor u, met uw verlof,” kapitein.»O, die brave trouwe Crockston!” riep Jenny, de ruwe hand van den Amerikaan in hare fijne handjes drukkende.»’k Begrijp je, Crockston,” sprak James; »een ding spijt me maar, en dat is dat ’k niet in uw plaats kan gaan.”»Ieder zijn rol,” antwoordde Crockston; »u zoudt de uwe niet volhouden als u in mijn plaats waart. Later krijgt u genoeg te doen met de reede uit te komen onder het kanon van Noordelijken en Zuidelijken; en daarmee zou ik weer verlegen zitten.”»Nu Crockston, en dan?”»Nu, als ’k eens in de citadel ben—’k ben er in bekend—zal ’k wel weten wat me te doen staat. U gaat intusschen met laden voort.”»O, dat is bijzaak,” zei de kapitein.»In ’t geheel niet. Wat zou oom Vincent wel zeggen? We zullen de zaken van het hart en die van den handel hand aan hand laten gaan. Dat zal alle achterdocht voorkomen, Maar we moeten ons haasten. Kunt u in zes dagen klaar zijn?”»Ja.”»En ’k zweer u, juffrouw Jenny.” Bladz. 243.»En ’k zweer u, juffrouw Jenny.” Bladz.243.»Nu dan, laat deDolfijndan op den 22stenreisvaardig zijn. Op den avond van dien 22stenlet wel op, moet u een sloep, met uwe beste matrozen bemand, naar White Point, aan het uiterste puntvan de stad zenden; laat daar tot negen uur wachten en u zult den heer Halliburtt met uw onderdanigen dienaar zien verschijnen.”»Maar hoe zal je ’t aanleggen om den heerHalliburttte redden en zelf te ontsnappen?”»Dat is mijn zaak.”»Goede Crockston,” zei Jenny nu; »je gaat dus je leven in gevaar brengen om mijn vader te redden?”»Maak u niet ongerust, juffrouw Jenny: ’k breng niets in gevaar, geloof me.”»En wanneer moet ik je laten opsluiten?” vroeg James.»Van daag nog. U begrijpt, ik démoraliseer uw equipage; er is geen tijd te verliezen.”»Wil je goudgeld hebben! Dat kan je in de citadel te pas komen.”»Goud, om een cipier om te koopen? Volstrekt niet; dat is veel te duur en ook te dom. Als het daaraan toe komt, houdt de cipier het geld en den gevangene er bij. Maar een dollar of wat kan geen kwaad. Men moet kunnen drinken des noods.”»En den cipier een roes laten drinken?”»Neen; dat zou alles bederven: laat me maar begaan; ’k heb een plannetje.”»Ziedaar, mijn brave Crockston; tien dollars.”»Dat is te veel; maar ik zal u teruggeven wat ik overhoud.”»Ben je dus klaar?”»Klaar om een volmaakte schelm te zijn.”»Op weg dan.”»Crockston,” zei Jenny, »je bent de beste mensch die er leeft.”»Dat zou me niets verwonderen,” antwoordde de Amerikaan met een koddigen lach; »maar à propos, kapitein, nog ééne recommandatie van belang.”»En die is?”»Als de generaal u voorstelde den schelm op te hangen—u weet die militairen maken er kortemettenmee—zult u hem verzoeken of u daarover nog eens moogt denken.”Dien zelfden dag werd Crockston, tot groote verbazing der equipage, die niet in het geheim was, zwaar geboeid tusschen tien matrozen aan wal gebracht, en een half uur later was hij, op verzoek van kapitein James Playfair, ondanks al den weerstand dien hij bood, in de citadel van Charlestown opgesloten.Dien dag en de daarop volgende dagen werd er ijverig met het laden van denDolfijnvoortgegaan. De bevolking van Charlestown hielp dienstvaardig mede; de bemanning van denDolfijnwas bij de Zuidelijken zeer gezien, maar Playfair gaf zijn volk geen tijd om de beleefdheden der Amerikanen aan te nemen; hij zat hen altijd op de hielen en zette hen met een koortsachtigen ijver tot spoed aan, waarvan de matrozen de reden niet vermoedden.Drie dagen later begonnen zich de eerste balen katoen in het ruim van het schip op te stapelen. Hoewel James er zich thans weinig om bekommerde, deed het huis Playfair en Co. prachtige zaken, wijl het voor een spotprijs al dat katoen machtig werd dat in de magazijnen van Charlestown tot last was.Van Crockston hadden zij inmiddels niets vernomen. Jenny was aan de hevigste onrust ten prooi, en James sprak haar telkens bemoedigend toe.»’k Heb alle vertrouwen op Crockston,” zeide hij, »en u juffrouw Jenny, die hem nog beter kent dan ik, moet nog veel geruster zijn. Over drie dagen zal uw vader u hier aan zijn hart drukken, geloof me.”»O, mijnheer Playfair! hoe zal ik u ooit uwe opofferingen vergelden!”»Dat zal ik u zeggen als we in Engelsch water zijn,” antwoordde James.Jenny keek hem aan, sloeg toen de oogen neder en ging naar hare hut.Playfair had gehoopt dat Jenny niets van den vreeselijken toestand zou vernemen waarin haar vader zich bevond; doch juist op den laatsten dag vernam zij alles door de onvoorzichtigheid van een der matrozen. Den vorigen dag was er een bode van het kabinet te Richmond in de belegerde stad gekomen en had de bekrachtiging van het doodvonnis van Jonathan Halliburtt medegebracht. Den volgenden dag zou de ongelukkige doodgeschoten worden. De tijding dier aanstaande executie verspreidde zich weldra door de stad en een der matrozen bracht haar op denDolfijnover. Zonder te vermoeden dat Jenny in de nabijheid was, vertelde hij aan den kapitein wat hij gehoord had en met een vreeselijken gil viel Jenny op het dek neder. James droeg haar in zijne hut en deed al wat hij kon om haar in het leven terug te roepen. Toen zij eindelijk de oogen weder opende, zag zij den jongen man met den vinger op den mond voor zich staan, om haar de diepste stilte aan te bevelen. Zij had de kracht om te gehoorzamen en James fluisterde haar toe:»Jenny, over twee uren zal uw vader veilig hier aan boord zijn, of ik ben bezweken bij de poging om hem te redden.”Daarop de hut verlatende, zeide hij:»Wij moeten hem nu uit het fort oplichten, ’t mag kosten wat het wil.”Het uur van handelen was gekomen; de lading was binnen. Over twee uren kon deDolfijnvertrekken. De kapitein had zijn schip op de open reede gebracht, hij zou van den vloed gebruik maken die om negen uur ’s avonds inviel.Toen James het jonge meisje verliet, sloeg het zeven uur en hij maakte zich gereed om van boord te gaan. Tot nog toe was het geheim zorgvuldig tusschen hem, Crockston en Jenny bewaard gebleven.Maar nu achtte hij het noodig den stuurman in te lichten.»Ik ben tot uw orders,” was alles wat deze zeide toen hij het geheim wist. »Om negen uur?”»Ja, laat de vuren aanleggen en aanstonds ferm aanstoken.”»Het is dadelijk klaar, kapitein.”Nadat de laatste toebereidselen gemaakt waren, voegde James er bij: »En nu, stuurman, laat aanstonds de giek neder; beman haar met zes van onze flinkste roeiers; ik ga onmiddellijk naar White Point. ’k Beveel juffrouw Halliburtt aan uwe zorg aan; God bescherme ons.”Na nog een laatst vaarwel aan Jenny, ging James in de giek en zag onmiddellijk daarop de dikke rookwolken zich in den avondnevel verliezen.Het was stik donker en er was volstrekt geen wind. Hier en daar trilde er een flauw lichtje in den mist. James had zich aan het roer geplaatst en stuurde met vaste hand naar White Point. Het was een tocht van bijna een uur; James had dien dag nauwkeurig zijne waarnemingen gedaan, zoodat hij recht op de Punt van Charlestown kon afgaan.Het sloeg acht uur toen de giek tegen de schoeiing van White Point aanstiet.James moest nog een uur wachten eer het oogenblik, door Crockston aangegeven, daar zou zijn. De kade was geheel verlaten. Slechts een schildwacht liep op twintig passen afstands heen en weder. James Playfair telde als het ware de minuten; de tijd ging vreeselijk langzaam voor hem voorbij.Om half negen hoorde hij voetstappen; hij liet zijne mannen, gereed om de handen aan het werk te slaan, in de giek achter en ging zelf aan wal. Maar toen hij twee passen gedaan had, ontmoette hij eene patrouille van twintig man. James trok zijn revolver, gereed om dien des noods te gebruiken. Maar hoe kon hij de soldaten beletten tot aan den rand der kade door te loopen?De aanvoerder der patrouille, de giek ziende, vroeg aan James:»Wat is dat voor een vaartuig?”»De giek van denDolfijn,” antwoordde de kapitein.»En gij zijt?”»Kapitein Playfair zelf.”»’k Dacht, dat gij reeds in het kanaal waart.”»’k Zou ook reeds vertrokken zijn, maar...”»Maar?” vroeg de aanvoerder, aanhoudende..».... Een van mijne matrozen is in de citadel opgesloten en dien had ’k bijna vergeten; gelukkig heb ’k op het laatste oogenblik nog aan hem gedacht en nu heb ’k om hem gezonden.”»O, die schelm dien ge mede naar Engeland wilt nemen? We zouden hem hier anders ook wel opgehangen hebben,” zeide de luitenant schertsend.»Dat begrijp ik,” antwoordde Playfair,»maar ’t is beter dat allesnaar den regel gebeurt.”»De heer Halliburtt?” Bladz. 250.»De heer Halliburtt?” Bladz.250.»Nu, goede reis, kapitein; vertrouw de batterijen van het eiland Morris niet te veel.”»Wees gerust, ’k ben er zonder hinder doorgekomen en hoop ’t nu weder te doen!”Daarop vervolgde de patrouille haren weg en de kade was weder even stil als te voren.Op dat oogenblik sloeg het negen uur. James voelde zijn hart kloppen alsof het barsten zou. Daar klonk een gefluit; James beantwoordde het sein; daarop luisterde hij scherp toe en beval zijnen matrozen de diepste stilte aan. Daar zag hij een man in een wijden mantel gewikkeld; James liep op hem toe.»De heer Halliburtt?”»Die ben ik,” antwoordde de man.»Goddank!” riep James, »Oogenblikkelijk in de giek! Waar is Crockston?”»Crockston!” antwoordde de heer Halliburtt verbaasd.»Wat bedoelt gij?”»De man die u bevrijd heeft, die u hier heen heeft geleid, is uw bediende Crockston.”»Neen, dat is de cipier,” betuigde de heer Halliburtt.»De cipier!” herhaalde James; hij begreep er niets van, en duizend angsten beknelden hem de borst.»Wel ja, de cipier!” riep eene bekende stem: »de cipier ligt in mijn hok te ronken.”»Crockston, ben jij ’t, ben jij daar!” riep de heer Halliburtt.»Mijnheer, geen nuttelooze woorden nu; we zullen u alles ophelderen; maar uw leven hangt aan een zijden draadje. In de giek, in de giek!”De drie mannen namen in de giek plaats.»Vooruit!” beval de kapitein.Zes paar riemen stelden zich te gelijk in beweging en de giek schoot als een visch over het donkere water van de haven van Charlestown.

De vlucht.Op de kampanje van denDolfijngezeten, wachtte Jenny met angstig ongeduld de terugkomst van den kapitein af. Toen hij eindelijk kwam, kon zij geen woord uitbrengen; maar hare oogen vroegen James Playfair meer dan hare lippen hadden kunnen uitspreken.Playfair, door Crockston geholpen, vertelde haar niets anders dan de omstandigheden waaronder de heer Halliburtt gevangen genomen was. Hij zeide dat hij generaal Beauregard voorzichtig over zijne krijgsgevangenen uitgehoord had, maar dat hij gemerkt had dat de generaal hem niet gunstig gezind was en daarom eerst de omstandigheden eens wilde afwachten.»De heer Halliburtt is niet vrij op zijn woord van eer, en daarom zal zijn vlucht niet zonder moeite gaan; maar we zullen die bewerken en ’k zweer u, juffrouw Jenny, dat deDolfijnde reede van Charlestown niet zal verlaten zonder uw vader aan boord te hebben.”»Dank, dank, kapitein, uit den grond van mijn hart!”Op die woorden voelde James zijn hart in zijne borst opspringen. Hij naderde het jonge meisje, met vochtig oog en haperende stem; wellicht zou de bekentenis van hetgeen hij niet meer verbergen kon over zijne lippen gekomen zijn, indien Crockston niet tusschen beiden was gekomen.»Heb je een plan, Crockston?” vroeg Jenny, toen hij zich bij hen voegde.»’k Heb altijd een plan,” antwoordde de Amerikaan, »dat is eene specialiteit van me.”»Een goed plan?” vroeg James.»Uitmuntend; al de ministers van Washington samen zouden er geen beter kunnen bedenken; het is zoo goed of mijnheer al hier aan boord is.”»Zeg op dan, Crockston; we luisteren.”»U, kapitein, gaat naar generaal Beauregard en vraagt hem een gunst die hij u niet weigeren zal. U zult hem zeggen dat u een slecht sujet aan boord hebt, een schelm die u hindert, die de equipage onder weg tot opstand heeft opgestookt, enfin een kerel die niets deugt; u moet hem vragen of u dien kerel in de citadel moogt doen opsluiten onder voorwaarde dat u hem bij uw vertrek weer meeneemt om hem in Engeland aan de justitie over te leveren.”»Dat zal Beauregard me gaarne toestaan,” zei James, half glimlachende, »maar, er ontbreekt iets bij de uitvoering van dat plan.”»Wat dan?”»Het slechte sujet, de schelm.”»Hij staat voor u, met uw verlof,” kapitein.»O, die brave trouwe Crockston!” riep Jenny, de ruwe hand van den Amerikaan in hare fijne handjes drukkende.»’k Begrijp je, Crockston,” sprak James; »een ding spijt me maar, en dat is dat ’k niet in uw plaats kan gaan.”»Ieder zijn rol,” antwoordde Crockston; »u zoudt de uwe niet volhouden als u in mijn plaats waart. Later krijgt u genoeg te doen met de reede uit te komen onder het kanon van Noordelijken en Zuidelijken; en daarmee zou ik weer verlegen zitten.”»Nu Crockston, en dan?”»Nu, als ’k eens in de citadel ben—’k ben er in bekend—zal ’k wel weten wat me te doen staat. U gaat intusschen met laden voort.”»O, dat is bijzaak,” zei de kapitein.»In ’t geheel niet. Wat zou oom Vincent wel zeggen? We zullen de zaken van het hart en die van den handel hand aan hand laten gaan. Dat zal alle achterdocht voorkomen, Maar we moeten ons haasten. Kunt u in zes dagen klaar zijn?”»Ja.”»En ’k zweer u, juffrouw Jenny.” Bladz. 243.»En ’k zweer u, juffrouw Jenny.” Bladz.243.»Nu dan, laat deDolfijndan op den 22stenreisvaardig zijn. Op den avond van dien 22stenlet wel op, moet u een sloep, met uwe beste matrozen bemand, naar White Point, aan het uiterste puntvan de stad zenden; laat daar tot negen uur wachten en u zult den heer Halliburtt met uw onderdanigen dienaar zien verschijnen.”»Maar hoe zal je ’t aanleggen om den heerHalliburttte redden en zelf te ontsnappen?”»Dat is mijn zaak.”»Goede Crockston,” zei Jenny nu; »je gaat dus je leven in gevaar brengen om mijn vader te redden?”»Maak u niet ongerust, juffrouw Jenny: ’k breng niets in gevaar, geloof me.”»En wanneer moet ik je laten opsluiten?” vroeg James.»Van daag nog. U begrijpt, ik démoraliseer uw equipage; er is geen tijd te verliezen.”»Wil je goudgeld hebben! Dat kan je in de citadel te pas komen.”»Goud, om een cipier om te koopen? Volstrekt niet; dat is veel te duur en ook te dom. Als het daaraan toe komt, houdt de cipier het geld en den gevangene er bij. Maar een dollar of wat kan geen kwaad. Men moet kunnen drinken des noods.”»En den cipier een roes laten drinken?”»Neen; dat zou alles bederven: laat me maar begaan; ’k heb een plannetje.”»Ziedaar, mijn brave Crockston; tien dollars.”»Dat is te veel; maar ik zal u teruggeven wat ik overhoud.”»Ben je dus klaar?”»Klaar om een volmaakte schelm te zijn.”»Op weg dan.”»Crockston,” zei Jenny, »je bent de beste mensch die er leeft.”»Dat zou me niets verwonderen,” antwoordde de Amerikaan met een koddigen lach; »maar à propos, kapitein, nog ééne recommandatie van belang.”»En die is?”»Als de generaal u voorstelde den schelm op te hangen—u weet die militairen maken er kortemettenmee—zult u hem verzoeken of u daarover nog eens moogt denken.”Dien zelfden dag werd Crockston, tot groote verbazing der equipage, die niet in het geheim was, zwaar geboeid tusschen tien matrozen aan wal gebracht, en een half uur later was hij, op verzoek van kapitein James Playfair, ondanks al den weerstand dien hij bood, in de citadel van Charlestown opgesloten.Dien dag en de daarop volgende dagen werd er ijverig met het laden van denDolfijnvoortgegaan. De bevolking van Charlestown hielp dienstvaardig mede; de bemanning van denDolfijnwas bij de Zuidelijken zeer gezien, maar Playfair gaf zijn volk geen tijd om de beleefdheden der Amerikanen aan te nemen; hij zat hen altijd op de hielen en zette hen met een koortsachtigen ijver tot spoed aan, waarvan de matrozen de reden niet vermoedden.Drie dagen later begonnen zich de eerste balen katoen in het ruim van het schip op te stapelen. Hoewel James er zich thans weinig om bekommerde, deed het huis Playfair en Co. prachtige zaken, wijl het voor een spotprijs al dat katoen machtig werd dat in de magazijnen van Charlestown tot last was.Van Crockston hadden zij inmiddels niets vernomen. Jenny was aan de hevigste onrust ten prooi, en James sprak haar telkens bemoedigend toe.»’k Heb alle vertrouwen op Crockston,” zeide hij, »en u juffrouw Jenny, die hem nog beter kent dan ik, moet nog veel geruster zijn. Over drie dagen zal uw vader u hier aan zijn hart drukken, geloof me.”»O, mijnheer Playfair! hoe zal ik u ooit uwe opofferingen vergelden!”»Dat zal ik u zeggen als we in Engelsch water zijn,” antwoordde James.Jenny keek hem aan, sloeg toen de oogen neder en ging naar hare hut.Playfair had gehoopt dat Jenny niets van den vreeselijken toestand zou vernemen waarin haar vader zich bevond; doch juist op den laatsten dag vernam zij alles door de onvoorzichtigheid van een der matrozen. Den vorigen dag was er een bode van het kabinet te Richmond in de belegerde stad gekomen en had de bekrachtiging van het doodvonnis van Jonathan Halliburtt medegebracht. Den volgenden dag zou de ongelukkige doodgeschoten worden. De tijding dier aanstaande executie verspreidde zich weldra door de stad en een der matrozen bracht haar op denDolfijnover. Zonder te vermoeden dat Jenny in de nabijheid was, vertelde hij aan den kapitein wat hij gehoord had en met een vreeselijken gil viel Jenny op het dek neder. James droeg haar in zijne hut en deed al wat hij kon om haar in het leven terug te roepen. Toen zij eindelijk de oogen weder opende, zag zij den jongen man met den vinger op den mond voor zich staan, om haar de diepste stilte aan te bevelen. Zij had de kracht om te gehoorzamen en James fluisterde haar toe:»Jenny, over twee uren zal uw vader veilig hier aan boord zijn, of ik ben bezweken bij de poging om hem te redden.”Daarop de hut verlatende, zeide hij:»Wij moeten hem nu uit het fort oplichten, ’t mag kosten wat het wil.”Het uur van handelen was gekomen; de lading was binnen. Over twee uren kon deDolfijnvertrekken. De kapitein had zijn schip op de open reede gebracht, hij zou van den vloed gebruik maken die om negen uur ’s avonds inviel.Toen James het jonge meisje verliet, sloeg het zeven uur en hij maakte zich gereed om van boord te gaan. Tot nog toe was het geheim zorgvuldig tusschen hem, Crockston en Jenny bewaard gebleven.Maar nu achtte hij het noodig den stuurman in te lichten.»Ik ben tot uw orders,” was alles wat deze zeide toen hij het geheim wist. »Om negen uur?”»Ja, laat de vuren aanleggen en aanstonds ferm aanstoken.”»Het is dadelijk klaar, kapitein.”Nadat de laatste toebereidselen gemaakt waren, voegde James er bij: »En nu, stuurman, laat aanstonds de giek neder; beman haar met zes van onze flinkste roeiers; ik ga onmiddellijk naar White Point. ’k Beveel juffrouw Halliburtt aan uwe zorg aan; God bescherme ons.”Na nog een laatst vaarwel aan Jenny, ging James in de giek en zag onmiddellijk daarop de dikke rookwolken zich in den avondnevel verliezen.Het was stik donker en er was volstrekt geen wind. Hier en daar trilde er een flauw lichtje in den mist. James had zich aan het roer geplaatst en stuurde met vaste hand naar White Point. Het was een tocht van bijna een uur; James had dien dag nauwkeurig zijne waarnemingen gedaan, zoodat hij recht op de Punt van Charlestown kon afgaan.Het sloeg acht uur toen de giek tegen de schoeiing van White Point aanstiet.James moest nog een uur wachten eer het oogenblik, door Crockston aangegeven, daar zou zijn. De kade was geheel verlaten. Slechts een schildwacht liep op twintig passen afstands heen en weder. James Playfair telde als het ware de minuten; de tijd ging vreeselijk langzaam voor hem voorbij.Om half negen hoorde hij voetstappen; hij liet zijne mannen, gereed om de handen aan het werk te slaan, in de giek achter en ging zelf aan wal. Maar toen hij twee passen gedaan had, ontmoette hij eene patrouille van twintig man. James trok zijn revolver, gereed om dien des noods te gebruiken. Maar hoe kon hij de soldaten beletten tot aan den rand der kade door te loopen?De aanvoerder der patrouille, de giek ziende, vroeg aan James:»Wat is dat voor een vaartuig?”»De giek van denDolfijn,” antwoordde de kapitein.»En gij zijt?”»Kapitein Playfair zelf.”»’k Dacht, dat gij reeds in het kanaal waart.”»’k Zou ook reeds vertrokken zijn, maar...”»Maar?” vroeg de aanvoerder, aanhoudende..».... Een van mijne matrozen is in de citadel opgesloten en dien had ’k bijna vergeten; gelukkig heb ’k op het laatste oogenblik nog aan hem gedacht en nu heb ’k om hem gezonden.”»O, die schelm dien ge mede naar Engeland wilt nemen? We zouden hem hier anders ook wel opgehangen hebben,” zeide de luitenant schertsend.»Dat begrijp ik,” antwoordde Playfair,»maar ’t is beter dat allesnaar den regel gebeurt.”»De heer Halliburtt?” Bladz. 250.»De heer Halliburtt?” Bladz.250.»Nu, goede reis, kapitein; vertrouw de batterijen van het eiland Morris niet te veel.”»Wees gerust, ’k ben er zonder hinder doorgekomen en hoop ’t nu weder te doen!”Daarop vervolgde de patrouille haren weg en de kade was weder even stil als te voren.Op dat oogenblik sloeg het negen uur. James voelde zijn hart kloppen alsof het barsten zou. Daar klonk een gefluit; James beantwoordde het sein; daarop luisterde hij scherp toe en beval zijnen matrozen de diepste stilte aan. Daar zag hij een man in een wijden mantel gewikkeld; James liep op hem toe.»De heer Halliburtt?”»Die ben ik,” antwoordde de man.»Goddank!” riep James, »Oogenblikkelijk in de giek! Waar is Crockston?”»Crockston!” antwoordde de heer Halliburtt verbaasd.»Wat bedoelt gij?”»De man die u bevrijd heeft, die u hier heen heeft geleid, is uw bediende Crockston.”»Neen, dat is de cipier,” betuigde de heer Halliburtt.»De cipier!” herhaalde James; hij begreep er niets van, en duizend angsten beknelden hem de borst.»Wel ja, de cipier!” riep eene bekende stem: »de cipier ligt in mijn hok te ronken.”»Crockston, ben jij ’t, ben jij daar!” riep de heer Halliburtt.»Mijnheer, geen nuttelooze woorden nu; we zullen u alles ophelderen; maar uw leven hangt aan een zijden draadje. In de giek, in de giek!”De drie mannen namen in de giek plaats.»Vooruit!” beval de kapitein.Zes paar riemen stelden zich te gelijk in beweging en de giek schoot als een visch over het donkere water van de haven van Charlestown.

De vlucht.Op de kampanje van denDolfijngezeten, wachtte Jenny met angstig ongeduld de terugkomst van den kapitein af. Toen hij eindelijk kwam, kon zij geen woord uitbrengen; maar hare oogen vroegen James Playfair meer dan hare lippen hadden kunnen uitspreken.Playfair, door Crockston geholpen, vertelde haar niets anders dan de omstandigheden waaronder de heer Halliburtt gevangen genomen was. Hij zeide dat hij generaal Beauregard voorzichtig over zijne krijgsgevangenen uitgehoord had, maar dat hij gemerkt had dat de generaal hem niet gunstig gezind was en daarom eerst de omstandigheden eens wilde afwachten.»De heer Halliburtt is niet vrij op zijn woord van eer, en daarom zal zijn vlucht niet zonder moeite gaan; maar we zullen die bewerken en ’k zweer u, juffrouw Jenny, dat deDolfijnde reede van Charlestown niet zal verlaten zonder uw vader aan boord te hebben.”»Dank, dank, kapitein, uit den grond van mijn hart!”Op die woorden voelde James zijn hart in zijne borst opspringen. Hij naderde het jonge meisje, met vochtig oog en haperende stem; wellicht zou de bekentenis van hetgeen hij niet meer verbergen kon over zijne lippen gekomen zijn, indien Crockston niet tusschen beiden was gekomen.»Heb je een plan, Crockston?” vroeg Jenny, toen hij zich bij hen voegde.»’k Heb altijd een plan,” antwoordde de Amerikaan, »dat is eene specialiteit van me.”»Een goed plan?” vroeg James.»Uitmuntend; al de ministers van Washington samen zouden er geen beter kunnen bedenken; het is zoo goed of mijnheer al hier aan boord is.”»Zeg op dan, Crockston; we luisteren.”»U, kapitein, gaat naar generaal Beauregard en vraagt hem een gunst die hij u niet weigeren zal. U zult hem zeggen dat u een slecht sujet aan boord hebt, een schelm die u hindert, die de equipage onder weg tot opstand heeft opgestookt, enfin een kerel die niets deugt; u moet hem vragen of u dien kerel in de citadel moogt doen opsluiten onder voorwaarde dat u hem bij uw vertrek weer meeneemt om hem in Engeland aan de justitie over te leveren.”»Dat zal Beauregard me gaarne toestaan,” zei James, half glimlachende, »maar, er ontbreekt iets bij de uitvoering van dat plan.”»Wat dan?”»Het slechte sujet, de schelm.”»Hij staat voor u, met uw verlof,” kapitein.»O, die brave trouwe Crockston!” riep Jenny, de ruwe hand van den Amerikaan in hare fijne handjes drukkende.»’k Begrijp je, Crockston,” sprak James; »een ding spijt me maar, en dat is dat ’k niet in uw plaats kan gaan.”»Ieder zijn rol,” antwoordde Crockston; »u zoudt de uwe niet volhouden als u in mijn plaats waart. Later krijgt u genoeg te doen met de reede uit te komen onder het kanon van Noordelijken en Zuidelijken; en daarmee zou ik weer verlegen zitten.”»Nu Crockston, en dan?”»Nu, als ’k eens in de citadel ben—’k ben er in bekend—zal ’k wel weten wat me te doen staat. U gaat intusschen met laden voort.”»O, dat is bijzaak,” zei de kapitein.»In ’t geheel niet. Wat zou oom Vincent wel zeggen? We zullen de zaken van het hart en die van den handel hand aan hand laten gaan. Dat zal alle achterdocht voorkomen, Maar we moeten ons haasten. Kunt u in zes dagen klaar zijn?”»Ja.”»En ’k zweer u, juffrouw Jenny.” Bladz. 243.»En ’k zweer u, juffrouw Jenny.” Bladz.243.»Nu dan, laat deDolfijndan op den 22stenreisvaardig zijn. Op den avond van dien 22stenlet wel op, moet u een sloep, met uwe beste matrozen bemand, naar White Point, aan het uiterste puntvan de stad zenden; laat daar tot negen uur wachten en u zult den heer Halliburtt met uw onderdanigen dienaar zien verschijnen.”»Maar hoe zal je ’t aanleggen om den heerHalliburttte redden en zelf te ontsnappen?”»Dat is mijn zaak.”»Goede Crockston,” zei Jenny nu; »je gaat dus je leven in gevaar brengen om mijn vader te redden?”»Maak u niet ongerust, juffrouw Jenny: ’k breng niets in gevaar, geloof me.”»En wanneer moet ik je laten opsluiten?” vroeg James.»Van daag nog. U begrijpt, ik démoraliseer uw equipage; er is geen tijd te verliezen.”»Wil je goudgeld hebben! Dat kan je in de citadel te pas komen.”»Goud, om een cipier om te koopen? Volstrekt niet; dat is veel te duur en ook te dom. Als het daaraan toe komt, houdt de cipier het geld en den gevangene er bij. Maar een dollar of wat kan geen kwaad. Men moet kunnen drinken des noods.”»En den cipier een roes laten drinken?”»Neen; dat zou alles bederven: laat me maar begaan; ’k heb een plannetje.”»Ziedaar, mijn brave Crockston; tien dollars.”»Dat is te veel; maar ik zal u teruggeven wat ik overhoud.”»Ben je dus klaar?”»Klaar om een volmaakte schelm te zijn.”»Op weg dan.”»Crockston,” zei Jenny, »je bent de beste mensch die er leeft.”»Dat zou me niets verwonderen,” antwoordde de Amerikaan met een koddigen lach; »maar à propos, kapitein, nog ééne recommandatie van belang.”»En die is?”»Als de generaal u voorstelde den schelm op te hangen—u weet die militairen maken er kortemettenmee—zult u hem verzoeken of u daarover nog eens moogt denken.”Dien zelfden dag werd Crockston, tot groote verbazing der equipage, die niet in het geheim was, zwaar geboeid tusschen tien matrozen aan wal gebracht, en een half uur later was hij, op verzoek van kapitein James Playfair, ondanks al den weerstand dien hij bood, in de citadel van Charlestown opgesloten.Dien dag en de daarop volgende dagen werd er ijverig met het laden van denDolfijnvoortgegaan. De bevolking van Charlestown hielp dienstvaardig mede; de bemanning van denDolfijnwas bij de Zuidelijken zeer gezien, maar Playfair gaf zijn volk geen tijd om de beleefdheden der Amerikanen aan te nemen; hij zat hen altijd op de hielen en zette hen met een koortsachtigen ijver tot spoed aan, waarvan de matrozen de reden niet vermoedden.Drie dagen later begonnen zich de eerste balen katoen in het ruim van het schip op te stapelen. Hoewel James er zich thans weinig om bekommerde, deed het huis Playfair en Co. prachtige zaken, wijl het voor een spotprijs al dat katoen machtig werd dat in de magazijnen van Charlestown tot last was.Van Crockston hadden zij inmiddels niets vernomen. Jenny was aan de hevigste onrust ten prooi, en James sprak haar telkens bemoedigend toe.»’k Heb alle vertrouwen op Crockston,” zeide hij, »en u juffrouw Jenny, die hem nog beter kent dan ik, moet nog veel geruster zijn. Over drie dagen zal uw vader u hier aan zijn hart drukken, geloof me.”»O, mijnheer Playfair! hoe zal ik u ooit uwe opofferingen vergelden!”»Dat zal ik u zeggen als we in Engelsch water zijn,” antwoordde James.Jenny keek hem aan, sloeg toen de oogen neder en ging naar hare hut.Playfair had gehoopt dat Jenny niets van den vreeselijken toestand zou vernemen waarin haar vader zich bevond; doch juist op den laatsten dag vernam zij alles door de onvoorzichtigheid van een der matrozen. Den vorigen dag was er een bode van het kabinet te Richmond in de belegerde stad gekomen en had de bekrachtiging van het doodvonnis van Jonathan Halliburtt medegebracht. Den volgenden dag zou de ongelukkige doodgeschoten worden. De tijding dier aanstaande executie verspreidde zich weldra door de stad en een der matrozen bracht haar op denDolfijnover. Zonder te vermoeden dat Jenny in de nabijheid was, vertelde hij aan den kapitein wat hij gehoord had en met een vreeselijken gil viel Jenny op het dek neder. James droeg haar in zijne hut en deed al wat hij kon om haar in het leven terug te roepen. Toen zij eindelijk de oogen weder opende, zag zij den jongen man met den vinger op den mond voor zich staan, om haar de diepste stilte aan te bevelen. Zij had de kracht om te gehoorzamen en James fluisterde haar toe:»Jenny, over twee uren zal uw vader veilig hier aan boord zijn, of ik ben bezweken bij de poging om hem te redden.”Daarop de hut verlatende, zeide hij:»Wij moeten hem nu uit het fort oplichten, ’t mag kosten wat het wil.”Het uur van handelen was gekomen; de lading was binnen. Over twee uren kon deDolfijnvertrekken. De kapitein had zijn schip op de open reede gebracht, hij zou van den vloed gebruik maken die om negen uur ’s avonds inviel.Toen James het jonge meisje verliet, sloeg het zeven uur en hij maakte zich gereed om van boord te gaan. Tot nog toe was het geheim zorgvuldig tusschen hem, Crockston en Jenny bewaard gebleven.Maar nu achtte hij het noodig den stuurman in te lichten.»Ik ben tot uw orders,” was alles wat deze zeide toen hij het geheim wist. »Om negen uur?”»Ja, laat de vuren aanleggen en aanstonds ferm aanstoken.”»Het is dadelijk klaar, kapitein.”Nadat de laatste toebereidselen gemaakt waren, voegde James er bij: »En nu, stuurman, laat aanstonds de giek neder; beman haar met zes van onze flinkste roeiers; ik ga onmiddellijk naar White Point. ’k Beveel juffrouw Halliburtt aan uwe zorg aan; God bescherme ons.”Na nog een laatst vaarwel aan Jenny, ging James in de giek en zag onmiddellijk daarop de dikke rookwolken zich in den avondnevel verliezen.Het was stik donker en er was volstrekt geen wind. Hier en daar trilde er een flauw lichtje in den mist. James had zich aan het roer geplaatst en stuurde met vaste hand naar White Point. Het was een tocht van bijna een uur; James had dien dag nauwkeurig zijne waarnemingen gedaan, zoodat hij recht op de Punt van Charlestown kon afgaan.Het sloeg acht uur toen de giek tegen de schoeiing van White Point aanstiet.James moest nog een uur wachten eer het oogenblik, door Crockston aangegeven, daar zou zijn. De kade was geheel verlaten. Slechts een schildwacht liep op twintig passen afstands heen en weder. James Playfair telde als het ware de minuten; de tijd ging vreeselijk langzaam voor hem voorbij.Om half negen hoorde hij voetstappen; hij liet zijne mannen, gereed om de handen aan het werk te slaan, in de giek achter en ging zelf aan wal. Maar toen hij twee passen gedaan had, ontmoette hij eene patrouille van twintig man. James trok zijn revolver, gereed om dien des noods te gebruiken. Maar hoe kon hij de soldaten beletten tot aan den rand der kade door te loopen?De aanvoerder der patrouille, de giek ziende, vroeg aan James:»Wat is dat voor een vaartuig?”»De giek van denDolfijn,” antwoordde de kapitein.»En gij zijt?”»Kapitein Playfair zelf.”»’k Dacht, dat gij reeds in het kanaal waart.”»’k Zou ook reeds vertrokken zijn, maar...”»Maar?” vroeg de aanvoerder, aanhoudende..».... Een van mijne matrozen is in de citadel opgesloten en dien had ’k bijna vergeten; gelukkig heb ’k op het laatste oogenblik nog aan hem gedacht en nu heb ’k om hem gezonden.”»O, die schelm dien ge mede naar Engeland wilt nemen? We zouden hem hier anders ook wel opgehangen hebben,” zeide de luitenant schertsend.»Dat begrijp ik,” antwoordde Playfair,»maar ’t is beter dat allesnaar den regel gebeurt.”»De heer Halliburtt?” Bladz. 250.»De heer Halliburtt?” Bladz.250.»Nu, goede reis, kapitein; vertrouw de batterijen van het eiland Morris niet te veel.”»Wees gerust, ’k ben er zonder hinder doorgekomen en hoop ’t nu weder te doen!”Daarop vervolgde de patrouille haren weg en de kade was weder even stil als te voren.Op dat oogenblik sloeg het negen uur. James voelde zijn hart kloppen alsof het barsten zou. Daar klonk een gefluit; James beantwoordde het sein; daarop luisterde hij scherp toe en beval zijnen matrozen de diepste stilte aan. Daar zag hij een man in een wijden mantel gewikkeld; James liep op hem toe.»De heer Halliburtt?”»Die ben ik,” antwoordde de man.»Goddank!” riep James, »Oogenblikkelijk in de giek! Waar is Crockston?”»Crockston!” antwoordde de heer Halliburtt verbaasd.»Wat bedoelt gij?”»De man die u bevrijd heeft, die u hier heen heeft geleid, is uw bediende Crockston.”»Neen, dat is de cipier,” betuigde de heer Halliburtt.»De cipier!” herhaalde James; hij begreep er niets van, en duizend angsten beknelden hem de borst.»Wel ja, de cipier!” riep eene bekende stem: »de cipier ligt in mijn hok te ronken.”»Crockston, ben jij ’t, ben jij daar!” riep de heer Halliburtt.»Mijnheer, geen nuttelooze woorden nu; we zullen u alles ophelderen; maar uw leven hangt aan een zijden draadje. In de giek, in de giek!”De drie mannen namen in de giek plaats.»Vooruit!” beval de kapitein.Zes paar riemen stelden zich te gelijk in beweging en de giek schoot als een visch over het donkere water van de haven van Charlestown.

De vlucht.

Op de kampanje van denDolfijngezeten, wachtte Jenny met angstig ongeduld de terugkomst van den kapitein af. Toen hij eindelijk kwam, kon zij geen woord uitbrengen; maar hare oogen vroegen James Playfair meer dan hare lippen hadden kunnen uitspreken.Playfair, door Crockston geholpen, vertelde haar niets anders dan de omstandigheden waaronder de heer Halliburtt gevangen genomen was. Hij zeide dat hij generaal Beauregard voorzichtig over zijne krijgsgevangenen uitgehoord had, maar dat hij gemerkt had dat de generaal hem niet gunstig gezind was en daarom eerst de omstandigheden eens wilde afwachten.»De heer Halliburtt is niet vrij op zijn woord van eer, en daarom zal zijn vlucht niet zonder moeite gaan; maar we zullen die bewerken en ’k zweer u, juffrouw Jenny, dat deDolfijnde reede van Charlestown niet zal verlaten zonder uw vader aan boord te hebben.”»Dank, dank, kapitein, uit den grond van mijn hart!”Op die woorden voelde James zijn hart in zijne borst opspringen. Hij naderde het jonge meisje, met vochtig oog en haperende stem; wellicht zou de bekentenis van hetgeen hij niet meer verbergen kon over zijne lippen gekomen zijn, indien Crockston niet tusschen beiden was gekomen.»Heb je een plan, Crockston?” vroeg Jenny, toen hij zich bij hen voegde.»’k Heb altijd een plan,” antwoordde de Amerikaan, »dat is eene specialiteit van me.”»Een goed plan?” vroeg James.»Uitmuntend; al de ministers van Washington samen zouden er geen beter kunnen bedenken; het is zoo goed of mijnheer al hier aan boord is.”»Zeg op dan, Crockston; we luisteren.”»U, kapitein, gaat naar generaal Beauregard en vraagt hem een gunst die hij u niet weigeren zal. U zult hem zeggen dat u een slecht sujet aan boord hebt, een schelm die u hindert, die de equipage onder weg tot opstand heeft opgestookt, enfin een kerel die niets deugt; u moet hem vragen of u dien kerel in de citadel moogt doen opsluiten onder voorwaarde dat u hem bij uw vertrek weer meeneemt om hem in Engeland aan de justitie over te leveren.”»Dat zal Beauregard me gaarne toestaan,” zei James, half glimlachende, »maar, er ontbreekt iets bij de uitvoering van dat plan.”»Wat dan?”»Het slechte sujet, de schelm.”»Hij staat voor u, met uw verlof,” kapitein.»O, die brave trouwe Crockston!” riep Jenny, de ruwe hand van den Amerikaan in hare fijne handjes drukkende.»’k Begrijp je, Crockston,” sprak James; »een ding spijt me maar, en dat is dat ’k niet in uw plaats kan gaan.”»Ieder zijn rol,” antwoordde Crockston; »u zoudt de uwe niet volhouden als u in mijn plaats waart. Later krijgt u genoeg te doen met de reede uit te komen onder het kanon van Noordelijken en Zuidelijken; en daarmee zou ik weer verlegen zitten.”»Nu Crockston, en dan?”»Nu, als ’k eens in de citadel ben—’k ben er in bekend—zal ’k wel weten wat me te doen staat. U gaat intusschen met laden voort.”»O, dat is bijzaak,” zei de kapitein.»In ’t geheel niet. Wat zou oom Vincent wel zeggen? We zullen de zaken van het hart en die van den handel hand aan hand laten gaan. Dat zal alle achterdocht voorkomen, Maar we moeten ons haasten. Kunt u in zes dagen klaar zijn?”»Ja.”»En ’k zweer u, juffrouw Jenny.” Bladz. 243.»En ’k zweer u, juffrouw Jenny.” Bladz.243.»Nu dan, laat deDolfijndan op den 22stenreisvaardig zijn. Op den avond van dien 22stenlet wel op, moet u een sloep, met uwe beste matrozen bemand, naar White Point, aan het uiterste puntvan de stad zenden; laat daar tot negen uur wachten en u zult den heer Halliburtt met uw onderdanigen dienaar zien verschijnen.”»Maar hoe zal je ’t aanleggen om den heerHalliburttte redden en zelf te ontsnappen?”»Dat is mijn zaak.”»Goede Crockston,” zei Jenny nu; »je gaat dus je leven in gevaar brengen om mijn vader te redden?”»Maak u niet ongerust, juffrouw Jenny: ’k breng niets in gevaar, geloof me.”»En wanneer moet ik je laten opsluiten?” vroeg James.»Van daag nog. U begrijpt, ik démoraliseer uw equipage; er is geen tijd te verliezen.”»Wil je goudgeld hebben! Dat kan je in de citadel te pas komen.”»Goud, om een cipier om te koopen? Volstrekt niet; dat is veel te duur en ook te dom. Als het daaraan toe komt, houdt de cipier het geld en den gevangene er bij. Maar een dollar of wat kan geen kwaad. Men moet kunnen drinken des noods.”»En den cipier een roes laten drinken?”»Neen; dat zou alles bederven: laat me maar begaan; ’k heb een plannetje.”»Ziedaar, mijn brave Crockston; tien dollars.”»Dat is te veel; maar ik zal u teruggeven wat ik overhoud.”»Ben je dus klaar?”»Klaar om een volmaakte schelm te zijn.”»Op weg dan.”»Crockston,” zei Jenny, »je bent de beste mensch die er leeft.”»Dat zou me niets verwonderen,” antwoordde de Amerikaan met een koddigen lach; »maar à propos, kapitein, nog ééne recommandatie van belang.”»En die is?”»Als de generaal u voorstelde den schelm op te hangen—u weet die militairen maken er kortemettenmee—zult u hem verzoeken of u daarover nog eens moogt denken.”Dien zelfden dag werd Crockston, tot groote verbazing der equipage, die niet in het geheim was, zwaar geboeid tusschen tien matrozen aan wal gebracht, en een half uur later was hij, op verzoek van kapitein James Playfair, ondanks al den weerstand dien hij bood, in de citadel van Charlestown opgesloten.Dien dag en de daarop volgende dagen werd er ijverig met het laden van denDolfijnvoortgegaan. De bevolking van Charlestown hielp dienstvaardig mede; de bemanning van denDolfijnwas bij de Zuidelijken zeer gezien, maar Playfair gaf zijn volk geen tijd om de beleefdheden der Amerikanen aan te nemen; hij zat hen altijd op de hielen en zette hen met een koortsachtigen ijver tot spoed aan, waarvan de matrozen de reden niet vermoedden.Drie dagen later begonnen zich de eerste balen katoen in het ruim van het schip op te stapelen. Hoewel James er zich thans weinig om bekommerde, deed het huis Playfair en Co. prachtige zaken, wijl het voor een spotprijs al dat katoen machtig werd dat in de magazijnen van Charlestown tot last was.Van Crockston hadden zij inmiddels niets vernomen. Jenny was aan de hevigste onrust ten prooi, en James sprak haar telkens bemoedigend toe.»’k Heb alle vertrouwen op Crockston,” zeide hij, »en u juffrouw Jenny, die hem nog beter kent dan ik, moet nog veel geruster zijn. Over drie dagen zal uw vader u hier aan zijn hart drukken, geloof me.”»O, mijnheer Playfair! hoe zal ik u ooit uwe opofferingen vergelden!”»Dat zal ik u zeggen als we in Engelsch water zijn,” antwoordde James.Jenny keek hem aan, sloeg toen de oogen neder en ging naar hare hut.Playfair had gehoopt dat Jenny niets van den vreeselijken toestand zou vernemen waarin haar vader zich bevond; doch juist op den laatsten dag vernam zij alles door de onvoorzichtigheid van een der matrozen. Den vorigen dag was er een bode van het kabinet te Richmond in de belegerde stad gekomen en had de bekrachtiging van het doodvonnis van Jonathan Halliburtt medegebracht. Den volgenden dag zou de ongelukkige doodgeschoten worden. De tijding dier aanstaande executie verspreidde zich weldra door de stad en een der matrozen bracht haar op denDolfijnover. Zonder te vermoeden dat Jenny in de nabijheid was, vertelde hij aan den kapitein wat hij gehoord had en met een vreeselijken gil viel Jenny op het dek neder. James droeg haar in zijne hut en deed al wat hij kon om haar in het leven terug te roepen. Toen zij eindelijk de oogen weder opende, zag zij den jongen man met den vinger op den mond voor zich staan, om haar de diepste stilte aan te bevelen. Zij had de kracht om te gehoorzamen en James fluisterde haar toe:»Jenny, over twee uren zal uw vader veilig hier aan boord zijn, of ik ben bezweken bij de poging om hem te redden.”Daarop de hut verlatende, zeide hij:»Wij moeten hem nu uit het fort oplichten, ’t mag kosten wat het wil.”Het uur van handelen was gekomen; de lading was binnen. Over twee uren kon deDolfijnvertrekken. De kapitein had zijn schip op de open reede gebracht, hij zou van den vloed gebruik maken die om negen uur ’s avonds inviel.Toen James het jonge meisje verliet, sloeg het zeven uur en hij maakte zich gereed om van boord te gaan. Tot nog toe was het geheim zorgvuldig tusschen hem, Crockston en Jenny bewaard gebleven.Maar nu achtte hij het noodig den stuurman in te lichten.»Ik ben tot uw orders,” was alles wat deze zeide toen hij het geheim wist. »Om negen uur?”»Ja, laat de vuren aanleggen en aanstonds ferm aanstoken.”»Het is dadelijk klaar, kapitein.”Nadat de laatste toebereidselen gemaakt waren, voegde James er bij: »En nu, stuurman, laat aanstonds de giek neder; beman haar met zes van onze flinkste roeiers; ik ga onmiddellijk naar White Point. ’k Beveel juffrouw Halliburtt aan uwe zorg aan; God bescherme ons.”Na nog een laatst vaarwel aan Jenny, ging James in de giek en zag onmiddellijk daarop de dikke rookwolken zich in den avondnevel verliezen.Het was stik donker en er was volstrekt geen wind. Hier en daar trilde er een flauw lichtje in den mist. James had zich aan het roer geplaatst en stuurde met vaste hand naar White Point. Het was een tocht van bijna een uur; James had dien dag nauwkeurig zijne waarnemingen gedaan, zoodat hij recht op de Punt van Charlestown kon afgaan.Het sloeg acht uur toen de giek tegen de schoeiing van White Point aanstiet.James moest nog een uur wachten eer het oogenblik, door Crockston aangegeven, daar zou zijn. De kade was geheel verlaten. Slechts een schildwacht liep op twintig passen afstands heen en weder. James Playfair telde als het ware de minuten; de tijd ging vreeselijk langzaam voor hem voorbij.Om half negen hoorde hij voetstappen; hij liet zijne mannen, gereed om de handen aan het werk te slaan, in de giek achter en ging zelf aan wal. Maar toen hij twee passen gedaan had, ontmoette hij eene patrouille van twintig man. James trok zijn revolver, gereed om dien des noods te gebruiken. Maar hoe kon hij de soldaten beletten tot aan den rand der kade door te loopen?De aanvoerder der patrouille, de giek ziende, vroeg aan James:»Wat is dat voor een vaartuig?”»De giek van denDolfijn,” antwoordde de kapitein.»En gij zijt?”»Kapitein Playfair zelf.”»’k Dacht, dat gij reeds in het kanaal waart.”»’k Zou ook reeds vertrokken zijn, maar...”»Maar?” vroeg de aanvoerder, aanhoudende..».... Een van mijne matrozen is in de citadel opgesloten en dien had ’k bijna vergeten; gelukkig heb ’k op het laatste oogenblik nog aan hem gedacht en nu heb ’k om hem gezonden.”»O, die schelm dien ge mede naar Engeland wilt nemen? We zouden hem hier anders ook wel opgehangen hebben,” zeide de luitenant schertsend.»Dat begrijp ik,” antwoordde Playfair,»maar ’t is beter dat allesnaar den regel gebeurt.”»De heer Halliburtt?” Bladz. 250.»De heer Halliburtt?” Bladz.250.»Nu, goede reis, kapitein; vertrouw de batterijen van het eiland Morris niet te veel.”»Wees gerust, ’k ben er zonder hinder doorgekomen en hoop ’t nu weder te doen!”Daarop vervolgde de patrouille haren weg en de kade was weder even stil als te voren.Op dat oogenblik sloeg het negen uur. James voelde zijn hart kloppen alsof het barsten zou. Daar klonk een gefluit; James beantwoordde het sein; daarop luisterde hij scherp toe en beval zijnen matrozen de diepste stilte aan. Daar zag hij een man in een wijden mantel gewikkeld; James liep op hem toe.»De heer Halliburtt?”»Die ben ik,” antwoordde de man.»Goddank!” riep James, »Oogenblikkelijk in de giek! Waar is Crockston?”»Crockston!” antwoordde de heer Halliburtt verbaasd.»Wat bedoelt gij?”»De man die u bevrijd heeft, die u hier heen heeft geleid, is uw bediende Crockston.”»Neen, dat is de cipier,” betuigde de heer Halliburtt.»De cipier!” herhaalde James; hij begreep er niets van, en duizend angsten beknelden hem de borst.»Wel ja, de cipier!” riep eene bekende stem: »de cipier ligt in mijn hok te ronken.”»Crockston, ben jij ’t, ben jij daar!” riep de heer Halliburtt.»Mijnheer, geen nuttelooze woorden nu; we zullen u alles ophelderen; maar uw leven hangt aan een zijden draadje. In de giek, in de giek!”De drie mannen namen in de giek plaats.»Vooruit!” beval de kapitein.Zes paar riemen stelden zich te gelijk in beweging en de giek schoot als een visch over het donkere water van de haven van Charlestown.

Op de kampanje van denDolfijngezeten, wachtte Jenny met angstig ongeduld de terugkomst van den kapitein af. Toen hij eindelijk kwam, kon zij geen woord uitbrengen; maar hare oogen vroegen James Playfair meer dan hare lippen hadden kunnen uitspreken.

Playfair, door Crockston geholpen, vertelde haar niets anders dan de omstandigheden waaronder de heer Halliburtt gevangen genomen was. Hij zeide dat hij generaal Beauregard voorzichtig over zijne krijgsgevangenen uitgehoord had, maar dat hij gemerkt had dat de generaal hem niet gunstig gezind was en daarom eerst de omstandigheden eens wilde afwachten.

»De heer Halliburtt is niet vrij op zijn woord van eer, en daarom zal zijn vlucht niet zonder moeite gaan; maar we zullen die bewerken en ’k zweer u, juffrouw Jenny, dat deDolfijnde reede van Charlestown niet zal verlaten zonder uw vader aan boord te hebben.”

»Dank, dank, kapitein, uit den grond van mijn hart!”

Op die woorden voelde James zijn hart in zijne borst opspringen. Hij naderde het jonge meisje, met vochtig oog en haperende stem; wellicht zou de bekentenis van hetgeen hij niet meer verbergen kon over zijne lippen gekomen zijn, indien Crockston niet tusschen beiden was gekomen.

»Heb je een plan, Crockston?” vroeg Jenny, toen hij zich bij hen voegde.

»’k Heb altijd een plan,” antwoordde de Amerikaan, »dat is eene specialiteit van me.”

»Een goed plan?” vroeg James.

»Uitmuntend; al de ministers van Washington samen zouden er geen beter kunnen bedenken; het is zoo goed of mijnheer al hier aan boord is.”

»Zeg op dan, Crockston; we luisteren.”

»U, kapitein, gaat naar generaal Beauregard en vraagt hem een gunst die hij u niet weigeren zal. U zult hem zeggen dat u een slecht sujet aan boord hebt, een schelm die u hindert, die de equipage onder weg tot opstand heeft opgestookt, enfin een kerel die niets deugt; u moet hem vragen of u dien kerel in de citadel moogt doen opsluiten onder voorwaarde dat u hem bij uw vertrek weer meeneemt om hem in Engeland aan de justitie over te leveren.”

»Dat zal Beauregard me gaarne toestaan,” zei James, half glimlachende, »maar, er ontbreekt iets bij de uitvoering van dat plan.”

»Wat dan?”

»Het slechte sujet, de schelm.”

»Hij staat voor u, met uw verlof,” kapitein.

»O, die brave trouwe Crockston!” riep Jenny, de ruwe hand van den Amerikaan in hare fijne handjes drukkende.

»’k Begrijp je, Crockston,” sprak James; »een ding spijt me maar, en dat is dat ’k niet in uw plaats kan gaan.”

»Ieder zijn rol,” antwoordde Crockston; »u zoudt de uwe niet volhouden als u in mijn plaats waart. Later krijgt u genoeg te doen met de reede uit te komen onder het kanon van Noordelijken en Zuidelijken; en daarmee zou ik weer verlegen zitten.”

»Nu Crockston, en dan?”

»Nu, als ’k eens in de citadel ben—’k ben er in bekend—zal ’k wel weten wat me te doen staat. U gaat intusschen met laden voort.”

»O, dat is bijzaak,” zei de kapitein.

»In ’t geheel niet. Wat zou oom Vincent wel zeggen? We zullen de zaken van het hart en die van den handel hand aan hand laten gaan. Dat zal alle achterdocht voorkomen, Maar we moeten ons haasten. Kunt u in zes dagen klaar zijn?”

»Ja.”

»En ’k zweer u, juffrouw Jenny.” Bladz. 243.»En ’k zweer u, juffrouw Jenny.” Bladz.243.

»En ’k zweer u, juffrouw Jenny.” Bladz.243.

»Nu dan, laat deDolfijndan op den 22stenreisvaardig zijn. Op den avond van dien 22stenlet wel op, moet u een sloep, met uwe beste matrozen bemand, naar White Point, aan het uiterste puntvan de stad zenden; laat daar tot negen uur wachten en u zult den heer Halliburtt met uw onderdanigen dienaar zien verschijnen.”

»Maar hoe zal je ’t aanleggen om den heerHalliburttte redden en zelf te ontsnappen?”

»Dat is mijn zaak.”

»Goede Crockston,” zei Jenny nu; »je gaat dus je leven in gevaar brengen om mijn vader te redden?”

»Maak u niet ongerust, juffrouw Jenny: ’k breng niets in gevaar, geloof me.”

»En wanneer moet ik je laten opsluiten?” vroeg James.

»Van daag nog. U begrijpt, ik démoraliseer uw equipage; er is geen tijd te verliezen.”

»Wil je goudgeld hebben! Dat kan je in de citadel te pas komen.”

»Goud, om een cipier om te koopen? Volstrekt niet; dat is veel te duur en ook te dom. Als het daaraan toe komt, houdt de cipier het geld en den gevangene er bij. Maar een dollar of wat kan geen kwaad. Men moet kunnen drinken des noods.”

»En den cipier een roes laten drinken?”

»Neen; dat zou alles bederven: laat me maar begaan; ’k heb een plannetje.”

»Ziedaar, mijn brave Crockston; tien dollars.”

»Dat is te veel; maar ik zal u teruggeven wat ik overhoud.”

»Ben je dus klaar?”

»Klaar om een volmaakte schelm te zijn.”

»Op weg dan.”

»Crockston,” zei Jenny, »je bent de beste mensch die er leeft.”

»Dat zou me niets verwonderen,” antwoordde de Amerikaan met een koddigen lach; »maar à propos, kapitein, nog ééne recommandatie van belang.”

»En die is?”

»Als de generaal u voorstelde den schelm op te hangen—u weet die militairen maken er kortemettenmee—zult u hem verzoeken of u daarover nog eens moogt denken.”

Dien zelfden dag werd Crockston, tot groote verbazing der equipage, die niet in het geheim was, zwaar geboeid tusschen tien matrozen aan wal gebracht, en een half uur later was hij, op verzoek van kapitein James Playfair, ondanks al den weerstand dien hij bood, in de citadel van Charlestown opgesloten.

Dien dag en de daarop volgende dagen werd er ijverig met het laden van denDolfijnvoortgegaan. De bevolking van Charlestown hielp dienstvaardig mede; de bemanning van denDolfijnwas bij de Zuidelijken zeer gezien, maar Playfair gaf zijn volk geen tijd om de beleefdheden der Amerikanen aan te nemen; hij zat hen altijd op de hielen en zette hen met een koortsachtigen ijver tot spoed aan, waarvan de matrozen de reden niet vermoedden.

Drie dagen later begonnen zich de eerste balen katoen in het ruim van het schip op te stapelen. Hoewel James er zich thans weinig om bekommerde, deed het huis Playfair en Co. prachtige zaken, wijl het voor een spotprijs al dat katoen machtig werd dat in de magazijnen van Charlestown tot last was.

Van Crockston hadden zij inmiddels niets vernomen. Jenny was aan de hevigste onrust ten prooi, en James sprak haar telkens bemoedigend toe.

»’k Heb alle vertrouwen op Crockston,” zeide hij, »en u juffrouw Jenny, die hem nog beter kent dan ik, moet nog veel geruster zijn. Over drie dagen zal uw vader u hier aan zijn hart drukken, geloof me.”

»O, mijnheer Playfair! hoe zal ik u ooit uwe opofferingen vergelden!”

»Dat zal ik u zeggen als we in Engelsch water zijn,” antwoordde James.

Jenny keek hem aan, sloeg toen de oogen neder en ging naar hare hut.

Playfair had gehoopt dat Jenny niets van den vreeselijken toestand zou vernemen waarin haar vader zich bevond; doch juist op den laatsten dag vernam zij alles door de onvoorzichtigheid van een der matrozen. Den vorigen dag was er een bode van het kabinet te Richmond in de belegerde stad gekomen en had de bekrachtiging van het doodvonnis van Jonathan Halliburtt medegebracht. Den volgenden dag zou de ongelukkige doodgeschoten worden. De tijding dier aanstaande executie verspreidde zich weldra door de stad en een der matrozen bracht haar op denDolfijnover. Zonder te vermoeden dat Jenny in de nabijheid was, vertelde hij aan den kapitein wat hij gehoord had en met een vreeselijken gil viel Jenny op het dek neder. James droeg haar in zijne hut en deed al wat hij kon om haar in het leven terug te roepen. Toen zij eindelijk de oogen weder opende, zag zij den jongen man met den vinger op den mond voor zich staan, om haar de diepste stilte aan te bevelen. Zij had de kracht om te gehoorzamen en James fluisterde haar toe:

»Jenny, over twee uren zal uw vader veilig hier aan boord zijn, of ik ben bezweken bij de poging om hem te redden.”

Daarop de hut verlatende, zeide hij:

»Wij moeten hem nu uit het fort oplichten, ’t mag kosten wat het wil.”

Het uur van handelen was gekomen; de lading was binnen. Over twee uren kon deDolfijnvertrekken. De kapitein had zijn schip op de open reede gebracht, hij zou van den vloed gebruik maken die om negen uur ’s avonds inviel.

Toen James het jonge meisje verliet, sloeg het zeven uur en hij maakte zich gereed om van boord te gaan. Tot nog toe was het geheim zorgvuldig tusschen hem, Crockston en Jenny bewaard gebleven.Maar nu achtte hij het noodig den stuurman in te lichten.

»Ik ben tot uw orders,” was alles wat deze zeide toen hij het geheim wist. »Om negen uur?”

»Ja, laat de vuren aanleggen en aanstonds ferm aanstoken.”

»Het is dadelijk klaar, kapitein.”

Nadat de laatste toebereidselen gemaakt waren, voegde James er bij: »En nu, stuurman, laat aanstonds de giek neder; beman haar met zes van onze flinkste roeiers; ik ga onmiddellijk naar White Point. ’k Beveel juffrouw Halliburtt aan uwe zorg aan; God bescherme ons.”

Na nog een laatst vaarwel aan Jenny, ging James in de giek en zag onmiddellijk daarop de dikke rookwolken zich in den avondnevel verliezen.

Het was stik donker en er was volstrekt geen wind. Hier en daar trilde er een flauw lichtje in den mist. James had zich aan het roer geplaatst en stuurde met vaste hand naar White Point. Het was een tocht van bijna een uur; James had dien dag nauwkeurig zijne waarnemingen gedaan, zoodat hij recht op de Punt van Charlestown kon afgaan.

Het sloeg acht uur toen de giek tegen de schoeiing van White Point aanstiet.

James moest nog een uur wachten eer het oogenblik, door Crockston aangegeven, daar zou zijn. De kade was geheel verlaten. Slechts een schildwacht liep op twintig passen afstands heen en weder. James Playfair telde als het ware de minuten; de tijd ging vreeselijk langzaam voor hem voorbij.

Om half negen hoorde hij voetstappen; hij liet zijne mannen, gereed om de handen aan het werk te slaan, in de giek achter en ging zelf aan wal. Maar toen hij twee passen gedaan had, ontmoette hij eene patrouille van twintig man. James trok zijn revolver, gereed om dien des noods te gebruiken. Maar hoe kon hij de soldaten beletten tot aan den rand der kade door te loopen?

De aanvoerder der patrouille, de giek ziende, vroeg aan James:

»Wat is dat voor een vaartuig?”

»De giek van denDolfijn,” antwoordde de kapitein.

»En gij zijt?”

»Kapitein Playfair zelf.”

»’k Dacht, dat gij reeds in het kanaal waart.”

»’k Zou ook reeds vertrokken zijn, maar...”

»Maar?” vroeg de aanvoerder, aanhoudende..

».... Een van mijne matrozen is in de citadel opgesloten en dien had ’k bijna vergeten; gelukkig heb ’k op het laatste oogenblik nog aan hem gedacht en nu heb ’k om hem gezonden.”

»O, die schelm dien ge mede naar Engeland wilt nemen? We zouden hem hier anders ook wel opgehangen hebben,” zeide de luitenant schertsend.

»Dat begrijp ik,” antwoordde Playfair,»maar ’t is beter dat allesnaar den regel gebeurt.”

»De heer Halliburtt?” Bladz. 250.»De heer Halliburtt?” Bladz.250.

»De heer Halliburtt?” Bladz.250.

»Nu, goede reis, kapitein; vertrouw de batterijen van het eiland Morris niet te veel.”

»Wees gerust, ’k ben er zonder hinder doorgekomen en hoop ’t nu weder te doen!”

Daarop vervolgde de patrouille haren weg en de kade was weder even stil als te voren.

Op dat oogenblik sloeg het negen uur. James voelde zijn hart kloppen alsof het barsten zou. Daar klonk een gefluit; James beantwoordde het sein; daarop luisterde hij scherp toe en beval zijnen matrozen de diepste stilte aan. Daar zag hij een man in een wijden mantel gewikkeld; James liep op hem toe.

»De heer Halliburtt?”

»Die ben ik,” antwoordde de man.

»Goddank!” riep James, »Oogenblikkelijk in de giek! Waar is Crockston?”

»Crockston!” antwoordde de heer Halliburtt verbaasd.»Wat bedoelt gij?”

»De man die u bevrijd heeft, die u hier heen heeft geleid, is uw bediende Crockston.”

»Neen, dat is de cipier,” betuigde de heer Halliburtt.

»De cipier!” herhaalde James; hij begreep er niets van, en duizend angsten beknelden hem de borst.

»Wel ja, de cipier!” riep eene bekende stem: »de cipier ligt in mijn hok te ronken.”

»Crockston, ben jij ’t, ben jij daar!” riep de heer Halliburtt.

»Mijnheer, geen nuttelooze woorden nu; we zullen u alles ophelderen; maar uw leven hangt aan een zijden draadje. In de giek, in de giek!”

De drie mannen namen in de giek plaats.

»Vooruit!” beval de kapitein.

Zes paar riemen stelden zich te gelijk in beweging en de giek schoot als een visch over het donkere water van de haven van Charlestown.


Back to IndexNext