XXIII.De waterval van de Zambese.De wonden van Palander hadden niet veel te beteekenen. De Boschjesman, die daar verstand van had, wreef ze met eenige kruiden,en de astronoom van Helsingfors kon de reis weder mede aanvaarden. Zijn zegepraal gaf hem krachten; maar die overspanning verdween spoedig, en hij werd weldra weder de afgetrokken geleerde,die slechts in eene wereld van cijfers leefde. Men had hem één van de registers gelaten; maar als voorzichtigheidsmaatregel had hij het andere aan William Emery moeten afstaan, dat hij overigens goedschiks deed.Het rookende schip. Blz. 205.Het rookende schip. Blz.205.Het werk werd nu voortgezet. De driehoeksmeting ging goed en spoedig voort. Men behoefde nog slechts eene geschikte vlakte te hebben om eene basis te meten.Den 1stenApril moesten de Europeanen uitgestrekte moerassen doortrekken, waardoor hun tocht eenigszins vertraagd werd. Op die vochtige vlakten volgden talrijke vijvers, welker water een verpestende lucht verspreidde. Kolonel Everest en zijne makkers haastten zich dit ongezonde oord te verlaten, door aan hunne driehoeken de grootst mogelijke uitgebreidheid te geven.De toestand van het kleine gezelschap was voortreffelijk en de beste geest heerschte onder hen. Michel Zorn en William Emery wenschten elkander geluk dat zij zulk eene gewenschte overeenstemming tusschen de beide aanvoerders zagen heerschen. Deze schenen vergeten te hebben dat een internationale oorlog hen had moeten scheiden.»Beste vriend,” zeide Zorn eens tegen zijn jeugdigen makker, »ik hoop, dat, als we in Europa terugkomen, de vrede tusschen Engeland en Rusland gesloten is, en we dan het recht zullen hebben dáár, evenals hier, vrienden te blijven.”»Ik hoop het even goed als gij, waarde Michel,” antwoordde Emery. »De hedendaagsche oorlogen kunnen niet lang duren; een of twee veldslagen en de vrede wordt geteekend. Die ellendige oorlog is sedert een jaar aan den gang, en ik denk, evenals gij, dat bij onze terugkomst de vrede wel geteekend zal zijn.”»Uw plan is toch niet om naar de Kaapstad terug te keeren, William?” vroeg Zorn. »Het observatorium heeft u niet zoo volstekt noodig, en ik hoop u op mijn observatorium van Kiew bij mij te zien.”»Ja, mijn vriend,” hernam William Emery, »ja, ik zal u naar Europa vergezellen, en niet naar Afrika terugkeeren, voordat ik eene reis door Rusland gemaakt heb. Maar ge zult mij ook eens te Kaapstad opzoeken, niet waar? Ge zult eens met mij komen ronddwalen tusschen de prachtige gesternten van ons zuidelijk halfrond. Ge zult eens zien welk een rijken sterrenhemel wij hebben, en wat een genot het is er niet met volle handen, maar met volle blikken in te tasten! Kom aan, als ge wilt zullen we samen de sterθvan den Centaurus in tweeën deelen! Ik beloof u dat ik zonder u niet beginnen zal.”»Is dat afgesproken, William?”»Zeker, Michel. Ik bewaarθvoor u, en zal u daarentegen te Kiew een van uwe nevelvlekken helpen oplossen!”Die flinke jonge mannen! Was het niet alsof het uitspansel hun toebehoorde! En inderdaad, aan wie zou het eerder toebehooren dan aan die schrandere geleerden, die tot in zijne diepten zijn doorgedrongen?»Maar vooral moet eerst die oorlog geëindigd zijn,” hernam Michel Zorn.»Dat zal wel zijn, Michel. Veldslagen met het kanon duren veel korter dan twisten over sterren. Rusland en Engeland zullen veel eerder verzoend zijn dan de kolonel en Mathieu Strux.”»Gelooft ge dan niet aan hunne oprechte verzoening,” vroeg Zorn, »nadat zij zoovele beproevingen met elkander hebben doorgestaan?”»Ik zou het niet vertrouwen,” antwoordde William Emery. »Denk toch eens, het is de afgunst tusschen geleerden, en nog wel beroemde geleerden.”»Laten we dan maar minder beroemd zijn, waarde William,” antwoordde Zorn, »maar elkander steeds liefhebben.”Er waren elf dagen sedert het geval met de bavianen voorbijgegaan, toen het kleine gezelschap dicht bij den waterval der Zambese eene vlakte vond, die zich verscheidene kilometers ver uitstrekte. De grond was hier volkomen geschikt om eene basis rechtstreeks te meten. Aan den rand der vlakte stond een klein dorp van slechts eenige hutten. De zeer geringe bevolking bestond uit vreedzame inlanders, die de Europeanen goed ontvingen. Het was gelukkig voor de reizigers, want zonder wagens, zonder tenten, bijna zonder kampmaterieel zou het moeilijk geweest zijn om zich voldoende in te richten; de meting van de basis kon wel eene maand duren, en men kon toch die maand niet in de openlucht doorbrengen, met de takken der boomen als eenige beschutting.De wetenschappelijke commissie vestigde zich dus in die hutten, die voorloopig voor de nieuwe bewoners werden ingericht, en de geleerden waren mannen, die met weinig tevreden waren. Een enkele zaak hield hun geest bezig, namelijk het nagaan der nauwkeurigheid van hun vroegeren arbeid, die zou worden verkregen door de rechtstreeksche meting eener nieuwe basis, dat is te zeggen van de laatste zijde van den laatsten driehoek. Volgens de berekening toch had deze zijde eene meetkunstig bepaalde lengte, en hoe meer deze maat met de later door meting verkregene zou overeenkomen, des te beter zou het blijken dat de meting van den meridiaan nauwkeurig verricht was.De astronomen begonnen aanstonds met die rechtstreeksche meting. De schragen, paaltjes enplatina-linialenwerden op dezen vrij vlakken grond opgesteld. Men nam even nauwkeurig dezelfde voorzorgen als bij de meting van de eerste basis. Men bracht den toestand van de atmosfeer, de veranderingen van den thermometer, het vlak leggen der toestellen, enz. in rekening. Kortom, niets werd bij dezelaatste bewerking verzuimd, en de geleerden leefden voor het oogenblik voor niets anders dan voor dezen arbeid alleen.Het werk begon den 10denApril, en eindigde niet vóór den 15denMei. Vijf weken waren aan dit nauwkeurige werk besteed geworden. Het hart klopte den astronoom hoorbaar, toen de uitslag der opmeting werd bekend gemaakt. Welk eene vergoeding voor hunne vermoeienis, voor hunne beproevingen, indien bij de narekening en nameting van hun arbeid, »deze als een kostbaar, onaantastbaar wetenschappelijk erfdeel aan de nakomelingschap kon overgaan.”Toen de verkregen lengten door de rekenaars herleid waren tot boogjes, die met het vlak der zee, en met die van eene temperatuur van 61° Fahrenheit (16° C.) moesten overeenkomen, boden Palander en Emery hunnen ambtgenooten de volgende cijfers aan:Nieuw rechtstreeks gemeten basis5075.25vademen.Dezelfde basis door berekening en driehoeksmeting verkregen5075.11»Verschil0.14»dus 14/100 van een vadem, nog geen tien centimeters, en toch lagen de beide bases op meer dan 600 kilometers van elkander verwijderd!Toen men in Frankrijk den meridiaan tusschen Duinkerken en Perpignan gemeten had, was het verschil tusschen de basis bij Melun, en die bij Perpignan gemeten ongeveer elf centimeters. De nauwkeurigheid door de Engelsch-Russische commissie bereikt is dus veel merkwaardiger, en maakt dat deze arbeid onder moeilijke omstandigheden, in het midden der Afrikaansche woestijnen, en tusschen allerlei gevaren en beproevingen verricht, als de meest volmaakte van alle geodesische metingen, die ooit ondernomen zijn, moet beschouwd worden.Een driemaal aangeheven hoera begroette deze prachtige uitkomst, die in de jaarboeken der wetenschap zonder voorbeeld was.En welke was nu de lengte van een graad op dit gedeelte van den aardbol? Naar de berekening van Nikolaas Palander juist 57037 vademen. Op één vadem na was het dus dezelfde lengte als Lescaille in 1752 aan de Kaap de Goede Hoop gevonden had. Een eeuw na elkander hadden dus de Fransche sterrekundige en de leden der Engelsch-Russische commissie bij hunne berekening zoo weinig verschil.Wat nu de lengte van den meter betreft, daarvoor moest men den uitslag der opmetingen afwachten, die later in het noordelijk halfrond zouden ondernomen worden. Die lengte moest het tien millioenste gedeelte zijn van het vierde van één meridiaan. Naar vroegere berekeningen was zulk een vierde meridiaan, als men de afplatting der aarde als 1/49915 in rekening bracht,10,000,856 meters lang, zoodat de juiste lengte van een meter 0.513074 vadem, of drie voet, elf streep en 296/1000 van een streep moet zijn. Was dit cijfer juist? Dit moest door den lateren arbeid van de Engelsch-Russische Commissie bewezen worden.De geodesische arbeid was dus geheel afgeloopen. De astronomen hadden hunne taak volbracht. Men behoefde nu nog slechts de monding der Zambese te bereiken, en in omgekeerde richting den weg volgen, dien dokter Livingstone bij zijne tweede reis van 1858 tot 1864 zou afleggen. Den 25stenMei kwamen zij, na eene vrij moeilijke reis door eene landstreek, die met beken en riviertjes doorsneden was, bij den Victoriawaterval.Deze wonderschoone waterval rechtvaardigt den naam die daaraan door de inlanders gegeven is, en die beteekent »geruchtmakende rook.” Boven de watermassa, die een kilometer breed, van eene hoogte nederstort welke het dubbele bedraagt van die der Niagara verheft zich een drievoudige regenboog. Tusschen de diepe kloven in de basaltrotsen brengt de vreeselijke stroom een gerommel voort als van het ratelen van een twintigtal donderslagen tegelijk.Beneden den waterval en op de oppervlakte van den kalmer geworden stroom wachtte de stoomboot, die sedert veertien dagen langs een zijtak van de Zambese daar aangekomen was, de reizigers op. Allen waren tegenwoordig en namen plaats aan boord. Slechts twee mannen bleven op den oever achter, de Boschjesman en de gids. Mokum was meer dan een trouwe gids, het was een vriend, dien de Engelschen en vooral John Murray in Afrika achterlieten. De laatste had den Boschjesman voorgesteld om hem met zich naar Europa te nemen, en hem zoo lang bij zich te houden als het Mokum behaagde; doch Mokum had eene latere verbintenis op zich genomen en wilde die niet verbreken. Hij moest toch David Livingstone vergezellen op den tweeden tocht, dien deze koene reiziger weldra op de Zambese zou ondernemen, en Mokum wilde zijn woord gestand doen.De jager bleef dus achter, doch werd schitterend beloond, en, waar hij nog het meeste prijs op stelde, de Europeanen, die hem zooveel verplicht waren, omhelsden hem hartelijk bij het afscheid. De boot stak van den oever, stoomde naar het midden van den stroom, en zoolang John Murray de gestalte van zijn vriend den jager kon onderscheiden, zond hij hem zijne afscheidsgroeten over.Zonder inspanning of bijzondere voorvallen werd deze reis afgelegd; het ging stroomafwaarts bijzonder snel, en men kwam voorbij talrijke dorpen langs den oever. De inboorlingen beschouwden met eene bijgeloovige bewondering dit rookende schip, dat door eeneonzichtbare macht door het water werd voortgestuwd, en verhinderden daarom de reis in geen enkel opzicht.Na eene afwezigheid van achttien maanden kwamen de kolonel en de zijnen weder aan te Quilmiane, een van de voornaamste steden aan den mond der Zambese.Het eerste wat de Europeanen deden was aan den Engelschen consul te vragen hoe het met den oorlog in Europa was. Deze was nog niet geëindigd, en Sebastopol hield het tegen de Engelsch-Fransche legers nog altijd vol.Deze tijding was eene teleurstelling voor de Europeanen, die in een zelfde wetenschappelijk belang zoo vereenigd waren geweest; zij waagden evenwel geene enkele opmerking, en maakten zich gereed om te vertrekken.Een Oostenrijksch koopvaardijschip, deNovarawas op het punt van naar Suez te vertrekken. De leden der commissie besloten met dat schip de reis te ondernemen.Den 18denJuni, op het oogenblik van inscheping, vereenigde de kolonel zijne ambtgenooten en sprak op kalmen toon deze woorden:»Mijne heeren, gedurende de achttien maanden, die wij met elkander doorbrachten, hebben wij allerlei beproevingen doorgestaan, doch wij hebben een werk verricht dat de goedkeuring van het geheele geleerde Europa zal verwerven. Ik voeg er nog bij, dat dit gemeenschappelijke leven tusschen ons eene onwrikbare vriendschap moge hebben aangekweekt.”Mathieu Strux boog even zonder te antwoorden.»Evenwel,” zoo vervolgde de kolonel, »woedt de oorlog tusschen Engeland en Rusland nog altijd voort; men is slaags voor Sebastopol, en tot op het oogenblik dat de stad in onze handen vallen zal....”»Dat zal niet gebeuren!” zeide Mathieu Strux, »of Frankrijk moest....”»De toekomst zal het ons leeren, mijnheer,” hervatte de kolonel koel. »In allen gevalle, en tot het einde van dien oorlog, geloof ik dat wij elkander op nieuw als vijanden moeten beschouwen...”»Ik zou u dit juist hebben voorgesteld,” antwoordde de astronoom van Pulkowa dood eenvoudig.De toestand was dus juist afgeperkt, en onder deze omstandigheden scheepten de astronomen zich op deNovarain.Eenige dagen later kwamen zij te Suez aan; op het oogenblik van scheiden greep William Emery Michel Zorn bij de hand en zeide:»Altijd vrienden, Michel?”»Ja, waarde William, altijd en onder alle omstandigheden!”
XXIII.De waterval van de Zambese.De wonden van Palander hadden niet veel te beteekenen. De Boschjesman, die daar verstand van had, wreef ze met eenige kruiden,en de astronoom van Helsingfors kon de reis weder mede aanvaarden. Zijn zegepraal gaf hem krachten; maar die overspanning verdween spoedig, en hij werd weldra weder de afgetrokken geleerde,die slechts in eene wereld van cijfers leefde. Men had hem één van de registers gelaten; maar als voorzichtigheidsmaatregel had hij het andere aan William Emery moeten afstaan, dat hij overigens goedschiks deed.Het rookende schip. Blz. 205.Het rookende schip. Blz.205.Het werk werd nu voortgezet. De driehoeksmeting ging goed en spoedig voort. Men behoefde nog slechts eene geschikte vlakte te hebben om eene basis te meten.Den 1stenApril moesten de Europeanen uitgestrekte moerassen doortrekken, waardoor hun tocht eenigszins vertraagd werd. Op die vochtige vlakten volgden talrijke vijvers, welker water een verpestende lucht verspreidde. Kolonel Everest en zijne makkers haastten zich dit ongezonde oord te verlaten, door aan hunne driehoeken de grootst mogelijke uitgebreidheid te geven.De toestand van het kleine gezelschap was voortreffelijk en de beste geest heerschte onder hen. Michel Zorn en William Emery wenschten elkander geluk dat zij zulk eene gewenschte overeenstemming tusschen de beide aanvoerders zagen heerschen. Deze schenen vergeten te hebben dat een internationale oorlog hen had moeten scheiden.»Beste vriend,” zeide Zorn eens tegen zijn jeugdigen makker, »ik hoop, dat, als we in Europa terugkomen, de vrede tusschen Engeland en Rusland gesloten is, en we dan het recht zullen hebben dáár, evenals hier, vrienden te blijven.”»Ik hoop het even goed als gij, waarde Michel,” antwoordde Emery. »De hedendaagsche oorlogen kunnen niet lang duren; een of twee veldslagen en de vrede wordt geteekend. Die ellendige oorlog is sedert een jaar aan den gang, en ik denk, evenals gij, dat bij onze terugkomst de vrede wel geteekend zal zijn.”»Uw plan is toch niet om naar de Kaapstad terug te keeren, William?” vroeg Zorn. »Het observatorium heeft u niet zoo volstekt noodig, en ik hoop u op mijn observatorium van Kiew bij mij te zien.”»Ja, mijn vriend,” hernam William Emery, »ja, ik zal u naar Europa vergezellen, en niet naar Afrika terugkeeren, voordat ik eene reis door Rusland gemaakt heb. Maar ge zult mij ook eens te Kaapstad opzoeken, niet waar? Ge zult eens met mij komen ronddwalen tusschen de prachtige gesternten van ons zuidelijk halfrond. Ge zult eens zien welk een rijken sterrenhemel wij hebben, en wat een genot het is er niet met volle handen, maar met volle blikken in te tasten! Kom aan, als ge wilt zullen we samen de sterθvan den Centaurus in tweeën deelen! Ik beloof u dat ik zonder u niet beginnen zal.”»Is dat afgesproken, William?”»Zeker, Michel. Ik bewaarθvoor u, en zal u daarentegen te Kiew een van uwe nevelvlekken helpen oplossen!”Die flinke jonge mannen! Was het niet alsof het uitspansel hun toebehoorde! En inderdaad, aan wie zou het eerder toebehooren dan aan die schrandere geleerden, die tot in zijne diepten zijn doorgedrongen?»Maar vooral moet eerst die oorlog geëindigd zijn,” hernam Michel Zorn.»Dat zal wel zijn, Michel. Veldslagen met het kanon duren veel korter dan twisten over sterren. Rusland en Engeland zullen veel eerder verzoend zijn dan de kolonel en Mathieu Strux.”»Gelooft ge dan niet aan hunne oprechte verzoening,” vroeg Zorn, »nadat zij zoovele beproevingen met elkander hebben doorgestaan?”»Ik zou het niet vertrouwen,” antwoordde William Emery. »Denk toch eens, het is de afgunst tusschen geleerden, en nog wel beroemde geleerden.”»Laten we dan maar minder beroemd zijn, waarde William,” antwoordde Zorn, »maar elkander steeds liefhebben.”Er waren elf dagen sedert het geval met de bavianen voorbijgegaan, toen het kleine gezelschap dicht bij den waterval der Zambese eene vlakte vond, die zich verscheidene kilometers ver uitstrekte. De grond was hier volkomen geschikt om eene basis rechtstreeks te meten. Aan den rand der vlakte stond een klein dorp van slechts eenige hutten. De zeer geringe bevolking bestond uit vreedzame inlanders, die de Europeanen goed ontvingen. Het was gelukkig voor de reizigers, want zonder wagens, zonder tenten, bijna zonder kampmaterieel zou het moeilijk geweest zijn om zich voldoende in te richten; de meting van de basis kon wel eene maand duren, en men kon toch die maand niet in de openlucht doorbrengen, met de takken der boomen als eenige beschutting.De wetenschappelijke commissie vestigde zich dus in die hutten, die voorloopig voor de nieuwe bewoners werden ingericht, en de geleerden waren mannen, die met weinig tevreden waren. Een enkele zaak hield hun geest bezig, namelijk het nagaan der nauwkeurigheid van hun vroegeren arbeid, die zou worden verkregen door de rechtstreeksche meting eener nieuwe basis, dat is te zeggen van de laatste zijde van den laatsten driehoek. Volgens de berekening toch had deze zijde eene meetkunstig bepaalde lengte, en hoe meer deze maat met de later door meting verkregene zou overeenkomen, des te beter zou het blijken dat de meting van den meridiaan nauwkeurig verricht was.De astronomen begonnen aanstonds met die rechtstreeksche meting. De schragen, paaltjes enplatina-linialenwerden op dezen vrij vlakken grond opgesteld. Men nam even nauwkeurig dezelfde voorzorgen als bij de meting van de eerste basis. Men bracht den toestand van de atmosfeer, de veranderingen van den thermometer, het vlak leggen der toestellen, enz. in rekening. Kortom, niets werd bij dezelaatste bewerking verzuimd, en de geleerden leefden voor het oogenblik voor niets anders dan voor dezen arbeid alleen.Het werk begon den 10denApril, en eindigde niet vóór den 15denMei. Vijf weken waren aan dit nauwkeurige werk besteed geworden. Het hart klopte den astronoom hoorbaar, toen de uitslag der opmeting werd bekend gemaakt. Welk eene vergoeding voor hunne vermoeienis, voor hunne beproevingen, indien bij de narekening en nameting van hun arbeid, »deze als een kostbaar, onaantastbaar wetenschappelijk erfdeel aan de nakomelingschap kon overgaan.”Toen de verkregen lengten door de rekenaars herleid waren tot boogjes, die met het vlak der zee, en met die van eene temperatuur van 61° Fahrenheit (16° C.) moesten overeenkomen, boden Palander en Emery hunnen ambtgenooten de volgende cijfers aan:Nieuw rechtstreeks gemeten basis5075.25vademen.Dezelfde basis door berekening en driehoeksmeting verkregen5075.11»Verschil0.14»dus 14/100 van een vadem, nog geen tien centimeters, en toch lagen de beide bases op meer dan 600 kilometers van elkander verwijderd!Toen men in Frankrijk den meridiaan tusschen Duinkerken en Perpignan gemeten had, was het verschil tusschen de basis bij Melun, en die bij Perpignan gemeten ongeveer elf centimeters. De nauwkeurigheid door de Engelsch-Russische commissie bereikt is dus veel merkwaardiger, en maakt dat deze arbeid onder moeilijke omstandigheden, in het midden der Afrikaansche woestijnen, en tusschen allerlei gevaren en beproevingen verricht, als de meest volmaakte van alle geodesische metingen, die ooit ondernomen zijn, moet beschouwd worden.Een driemaal aangeheven hoera begroette deze prachtige uitkomst, die in de jaarboeken der wetenschap zonder voorbeeld was.En welke was nu de lengte van een graad op dit gedeelte van den aardbol? Naar de berekening van Nikolaas Palander juist 57037 vademen. Op één vadem na was het dus dezelfde lengte als Lescaille in 1752 aan de Kaap de Goede Hoop gevonden had. Een eeuw na elkander hadden dus de Fransche sterrekundige en de leden der Engelsch-Russische commissie bij hunne berekening zoo weinig verschil.Wat nu de lengte van den meter betreft, daarvoor moest men den uitslag der opmetingen afwachten, die later in het noordelijk halfrond zouden ondernomen worden. Die lengte moest het tien millioenste gedeelte zijn van het vierde van één meridiaan. Naar vroegere berekeningen was zulk een vierde meridiaan, als men de afplatting der aarde als 1/49915 in rekening bracht,10,000,856 meters lang, zoodat de juiste lengte van een meter 0.513074 vadem, of drie voet, elf streep en 296/1000 van een streep moet zijn. Was dit cijfer juist? Dit moest door den lateren arbeid van de Engelsch-Russische Commissie bewezen worden.De geodesische arbeid was dus geheel afgeloopen. De astronomen hadden hunne taak volbracht. Men behoefde nu nog slechts de monding der Zambese te bereiken, en in omgekeerde richting den weg volgen, dien dokter Livingstone bij zijne tweede reis van 1858 tot 1864 zou afleggen. Den 25stenMei kwamen zij, na eene vrij moeilijke reis door eene landstreek, die met beken en riviertjes doorsneden was, bij den Victoriawaterval.Deze wonderschoone waterval rechtvaardigt den naam die daaraan door de inlanders gegeven is, en die beteekent »geruchtmakende rook.” Boven de watermassa, die een kilometer breed, van eene hoogte nederstort welke het dubbele bedraagt van die der Niagara verheft zich een drievoudige regenboog. Tusschen de diepe kloven in de basaltrotsen brengt de vreeselijke stroom een gerommel voort als van het ratelen van een twintigtal donderslagen tegelijk.Beneden den waterval en op de oppervlakte van den kalmer geworden stroom wachtte de stoomboot, die sedert veertien dagen langs een zijtak van de Zambese daar aangekomen was, de reizigers op. Allen waren tegenwoordig en namen plaats aan boord. Slechts twee mannen bleven op den oever achter, de Boschjesman en de gids. Mokum was meer dan een trouwe gids, het was een vriend, dien de Engelschen en vooral John Murray in Afrika achterlieten. De laatste had den Boschjesman voorgesteld om hem met zich naar Europa te nemen, en hem zoo lang bij zich te houden als het Mokum behaagde; doch Mokum had eene latere verbintenis op zich genomen en wilde die niet verbreken. Hij moest toch David Livingstone vergezellen op den tweeden tocht, dien deze koene reiziger weldra op de Zambese zou ondernemen, en Mokum wilde zijn woord gestand doen.De jager bleef dus achter, doch werd schitterend beloond, en, waar hij nog het meeste prijs op stelde, de Europeanen, die hem zooveel verplicht waren, omhelsden hem hartelijk bij het afscheid. De boot stak van den oever, stoomde naar het midden van den stroom, en zoolang John Murray de gestalte van zijn vriend den jager kon onderscheiden, zond hij hem zijne afscheidsgroeten over.Zonder inspanning of bijzondere voorvallen werd deze reis afgelegd; het ging stroomafwaarts bijzonder snel, en men kwam voorbij talrijke dorpen langs den oever. De inboorlingen beschouwden met eene bijgeloovige bewondering dit rookende schip, dat door eeneonzichtbare macht door het water werd voortgestuwd, en verhinderden daarom de reis in geen enkel opzicht.Na eene afwezigheid van achttien maanden kwamen de kolonel en de zijnen weder aan te Quilmiane, een van de voornaamste steden aan den mond der Zambese.Het eerste wat de Europeanen deden was aan den Engelschen consul te vragen hoe het met den oorlog in Europa was. Deze was nog niet geëindigd, en Sebastopol hield het tegen de Engelsch-Fransche legers nog altijd vol.Deze tijding was eene teleurstelling voor de Europeanen, die in een zelfde wetenschappelijk belang zoo vereenigd waren geweest; zij waagden evenwel geene enkele opmerking, en maakten zich gereed om te vertrekken.Een Oostenrijksch koopvaardijschip, deNovarawas op het punt van naar Suez te vertrekken. De leden der commissie besloten met dat schip de reis te ondernemen.Den 18denJuni, op het oogenblik van inscheping, vereenigde de kolonel zijne ambtgenooten en sprak op kalmen toon deze woorden:»Mijne heeren, gedurende de achttien maanden, die wij met elkander doorbrachten, hebben wij allerlei beproevingen doorgestaan, doch wij hebben een werk verricht dat de goedkeuring van het geheele geleerde Europa zal verwerven. Ik voeg er nog bij, dat dit gemeenschappelijke leven tusschen ons eene onwrikbare vriendschap moge hebben aangekweekt.”Mathieu Strux boog even zonder te antwoorden.»Evenwel,” zoo vervolgde de kolonel, »woedt de oorlog tusschen Engeland en Rusland nog altijd voort; men is slaags voor Sebastopol, en tot op het oogenblik dat de stad in onze handen vallen zal....”»Dat zal niet gebeuren!” zeide Mathieu Strux, »of Frankrijk moest....”»De toekomst zal het ons leeren, mijnheer,” hervatte de kolonel koel. »In allen gevalle, en tot het einde van dien oorlog, geloof ik dat wij elkander op nieuw als vijanden moeten beschouwen...”»Ik zou u dit juist hebben voorgesteld,” antwoordde de astronoom van Pulkowa dood eenvoudig.De toestand was dus juist afgeperkt, en onder deze omstandigheden scheepten de astronomen zich op deNovarain.Eenige dagen later kwamen zij te Suez aan; op het oogenblik van scheiden greep William Emery Michel Zorn bij de hand en zeide:»Altijd vrienden, Michel?”»Ja, waarde William, altijd en onder alle omstandigheden!”
XXIII.De waterval van de Zambese.De wonden van Palander hadden niet veel te beteekenen. De Boschjesman, die daar verstand van had, wreef ze met eenige kruiden,en de astronoom van Helsingfors kon de reis weder mede aanvaarden. Zijn zegepraal gaf hem krachten; maar die overspanning verdween spoedig, en hij werd weldra weder de afgetrokken geleerde,die slechts in eene wereld van cijfers leefde. Men had hem één van de registers gelaten; maar als voorzichtigheidsmaatregel had hij het andere aan William Emery moeten afstaan, dat hij overigens goedschiks deed.Het rookende schip. Blz. 205.Het rookende schip. Blz.205.Het werk werd nu voortgezet. De driehoeksmeting ging goed en spoedig voort. Men behoefde nog slechts eene geschikte vlakte te hebben om eene basis te meten.Den 1stenApril moesten de Europeanen uitgestrekte moerassen doortrekken, waardoor hun tocht eenigszins vertraagd werd. Op die vochtige vlakten volgden talrijke vijvers, welker water een verpestende lucht verspreidde. Kolonel Everest en zijne makkers haastten zich dit ongezonde oord te verlaten, door aan hunne driehoeken de grootst mogelijke uitgebreidheid te geven.De toestand van het kleine gezelschap was voortreffelijk en de beste geest heerschte onder hen. Michel Zorn en William Emery wenschten elkander geluk dat zij zulk eene gewenschte overeenstemming tusschen de beide aanvoerders zagen heerschen. Deze schenen vergeten te hebben dat een internationale oorlog hen had moeten scheiden.»Beste vriend,” zeide Zorn eens tegen zijn jeugdigen makker, »ik hoop, dat, als we in Europa terugkomen, de vrede tusschen Engeland en Rusland gesloten is, en we dan het recht zullen hebben dáár, evenals hier, vrienden te blijven.”»Ik hoop het even goed als gij, waarde Michel,” antwoordde Emery. »De hedendaagsche oorlogen kunnen niet lang duren; een of twee veldslagen en de vrede wordt geteekend. Die ellendige oorlog is sedert een jaar aan den gang, en ik denk, evenals gij, dat bij onze terugkomst de vrede wel geteekend zal zijn.”»Uw plan is toch niet om naar de Kaapstad terug te keeren, William?” vroeg Zorn. »Het observatorium heeft u niet zoo volstekt noodig, en ik hoop u op mijn observatorium van Kiew bij mij te zien.”»Ja, mijn vriend,” hernam William Emery, »ja, ik zal u naar Europa vergezellen, en niet naar Afrika terugkeeren, voordat ik eene reis door Rusland gemaakt heb. Maar ge zult mij ook eens te Kaapstad opzoeken, niet waar? Ge zult eens met mij komen ronddwalen tusschen de prachtige gesternten van ons zuidelijk halfrond. Ge zult eens zien welk een rijken sterrenhemel wij hebben, en wat een genot het is er niet met volle handen, maar met volle blikken in te tasten! Kom aan, als ge wilt zullen we samen de sterθvan den Centaurus in tweeën deelen! Ik beloof u dat ik zonder u niet beginnen zal.”»Is dat afgesproken, William?”»Zeker, Michel. Ik bewaarθvoor u, en zal u daarentegen te Kiew een van uwe nevelvlekken helpen oplossen!”Die flinke jonge mannen! Was het niet alsof het uitspansel hun toebehoorde! En inderdaad, aan wie zou het eerder toebehooren dan aan die schrandere geleerden, die tot in zijne diepten zijn doorgedrongen?»Maar vooral moet eerst die oorlog geëindigd zijn,” hernam Michel Zorn.»Dat zal wel zijn, Michel. Veldslagen met het kanon duren veel korter dan twisten over sterren. Rusland en Engeland zullen veel eerder verzoend zijn dan de kolonel en Mathieu Strux.”»Gelooft ge dan niet aan hunne oprechte verzoening,” vroeg Zorn, »nadat zij zoovele beproevingen met elkander hebben doorgestaan?”»Ik zou het niet vertrouwen,” antwoordde William Emery. »Denk toch eens, het is de afgunst tusschen geleerden, en nog wel beroemde geleerden.”»Laten we dan maar minder beroemd zijn, waarde William,” antwoordde Zorn, »maar elkander steeds liefhebben.”Er waren elf dagen sedert het geval met de bavianen voorbijgegaan, toen het kleine gezelschap dicht bij den waterval der Zambese eene vlakte vond, die zich verscheidene kilometers ver uitstrekte. De grond was hier volkomen geschikt om eene basis rechtstreeks te meten. Aan den rand der vlakte stond een klein dorp van slechts eenige hutten. De zeer geringe bevolking bestond uit vreedzame inlanders, die de Europeanen goed ontvingen. Het was gelukkig voor de reizigers, want zonder wagens, zonder tenten, bijna zonder kampmaterieel zou het moeilijk geweest zijn om zich voldoende in te richten; de meting van de basis kon wel eene maand duren, en men kon toch die maand niet in de openlucht doorbrengen, met de takken der boomen als eenige beschutting.De wetenschappelijke commissie vestigde zich dus in die hutten, die voorloopig voor de nieuwe bewoners werden ingericht, en de geleerden waren mannen, die met weinig tevreden waren. Een enkele zaak hield hun geest bezig, namelijk het nagaan der nauwkeurigheid van hun vroegeren arbeid, die zou worden verkregen door de rechtstreeksche meting eener nieuwe basis, dat is te zeggen van de laatste zijde van den laatsten driehoek. Volgens de berekening toch had deze zijde eene meetkunstig bepaalde lengte, en hoe meer deze maat met de later door meting verkregene zou overeenkomen, des te beter zou het blijken dat de meting van den meridiaan nauwkeurig verricht was.De astronomen begonnen aanstonds met die rechtstreeksche meting. De schragen, paaltjes enplatina-linialenwerden op dezen vrij vlakken grond opgesteld. Men nam even nauwkeurig dezelfde voorzorgen als bij de meting van de eerste basis. Men bracht den toestand van de atmosfeer, de veranderingen van den thermometer, het vlak leggen der toestellen, enz. in rekening. Kortom, niets werd bij dezelaatste bewerking verzuimd, en de geleerden leefden voor het oogenblik voor niets anders dan voor dezen arbeid alleen.Het werk begon den 10denApril, en eindigde niet vóór den 15denMei. Vijf weken waren aan dit nauwkeurige werk besteed geworden. Het hart klopte den astronoom hoorbaar, toen de uitslag der opmeting werd bekend gemaakt. Welk eene vergoeding voor hunne vermoeienis, voor hunne beproevingen, indien bij de narekening en nameting van hun arbeid, »deze als een kostbaar, onaantastbaar wetenschappelijk erfdeel aan de nakomelingschap kon overgaan.”Toen de verkregen lengten door de rekenaars herleid waren tot boogjes, die met het vlak der zee, en met die van eene temperatuur van 61° Fahrenheit (16° C.) moesten overeenkomen, boden Palander en Emery hunnen ambtgenooten de volgende cijfers aan:Nieuw rechtstreeks gemeten basis5075.25vademen.Dezelfde basis door berekening en driehoeksmeting verkregen5075.11»Verschil0.14»dus 14/100 van een vadem, nog geen tien centimeters, en toch lagen de beide bases op meer dan 600 kilometers van elkander verwijderd!Toen men in Frankrijk den meridiaan tusschen Duinkerken en Perpignan gemeten had, was het verschil tusschen de basis bij Melun, en die bij Perpignan gemeten ongeveer elf centimeters. De nauwkeurigheid door de Engelsch-Russische commissie bereikt is dus veel merkwaardiger, en maakt dat deze arbeid onder moeilijke omstandigheden, in het midden der Afrikaansche woestijnen, en tusschen allerlei gevaren en beproevingen verricht, als de meest volmaakte van alle geodesische metingen, die ooit ondernomen zijn, moet beschouwd worden.Een driemaal aangeheven hoera begroette deze prachtige uitkomst, die in de jaarboeken der wetenschap zonder voorbeeld was.En welke was nu de lengte van een graad op dit gedeelte van den aardbol? Naar de berekening van Nikolaas Palander juist 57037 vademen. Op één vadem na was het dus dezelfde lengte als Lescaille in 1752 aan de Kaap de Goede Hoop gevonden had. Een eeuw na elkander hadden dus de Fransche sterrekundige en de leden der Engelsch-Russische commissie bij hunne berekening zoo weinig verschil.Wat nu de lengte van den meter betreft, daarvoor moest men den uitslag der opmetingen afwachten, die later in het noordelijk halfrond zouden ondernomen worden. Die lengte moest het tien millioenste gedeelte zijn van het vierde van één meridiaan. Naar vroegere berekeningen was zulk een vierde meridiaan, als men de afplatting der aarde als 1/49915 in rekening bracht,10,000,856 meters lang, zoodat de juiste lengte van een meter 0.513074 vadem, of drie voet, elf streep en 296/1000 van een streep moet zijn. Was dit cijfer juist? Dit moest door den lateren arbeid van de Engelsch-Russische Commissie bewezen worden.De geodesische arbeid was dus geheel afgeloopen. De astronomen hadden hunne taak volbracht. Men behoefde nu nog slechts de monding der Zambese te bereiken, en in omgekeerde richting den weg volgen, dien dokter Livingstone bij zijne tweede reis van 1858 tot 1864 zou afleggen. Den 25stenMei kwamen zij, na eene vrij moeilijke reis door eene landstreek, die met beken en riviertjes doorsneden was, bij den Victoriawaterval.Deze wonderschoone waterval rechtvaardigt den naam die daaraan door de inlanders gegeven is, en die beteekent »geruchtmakende rook.” Boven de watermassa, die een kilometer breed, van eene hoogte nederstort welke het dubbele bedraagt van die der Niagara verheft zich een drievoudige regenboog. Tusschen de diepe kloven in de basaltrotsen brengt de vreeselijke stroom een gerommel voort als van het ratelen van een twintigtal donderslagen tegelijk.Beneden den waterval en op de oppervlakte van den kalmer geworden stroom wachtte de stoomboot, die sedert veertien dagen langs een zijtak van de Zambese daar aangekomen was, de reizigers op. Allen waren tegenwoordig en namen plaats aan boord. Slechts twee mannen bleven op den oever achter, de Boschjesman en de gids. Mokum was meer dan een trouwe gids, het was een vriend, dien de Engelschen en vooral John Murray in Afrika achterlieten. De laatste had den Boschjesman voorgesteld om hem met zich naar Europa te nemen, en hem zoo lang bij zich te houden als het Mokum behaagde; doch Mokum had eene latere verbintenis op zich genomen en wilde die niet verbreken. Hij moest toch David Livingstone vergezellen op den tweeden tocht, dien deze koene reiziger weldra op de Zambese zou ondernemen, en Mokum wilde zijn woord gestand doen.De jager bleef dus achter, doch werd schitterend beloond, en, waar hij nog het meeste prijs op stelde, de Europeanen, die hem zooveel verplicht waren, omhelsden hem hartelijk bij het afscheid. De boot stak van den oever, stoomde naar het midden van den stroom, en zoolang John Murray de gestalte van zijn vriend den jager kon onderscheiden, zond hij hem zijne afscheidsgroeten over.Zonder inspanning of bijzondere voorvallen werd deze reis afgelegd; het ging stroomafwaarts bijzonder snel, en men kwam voorbij talrijke dorpen langs den oever. De inboorlingen beschouwden met eene bijgeloovige bewondering dit rookende schip, dat door eeneonzichtbare macht door het water werd voortgestuwd, en verhinderden daarom de reis in geen enkel opzicht.Na eene afwezigheid van achttien maanden kwamen de kolonel en de zijnen weder aan te Quilmiane, een van de voornaamste steden aan den mond der Zambese.Het eerste wat de Europeanen deden was aan den Engelschen consul te vragen hoe het met den oorlog in Europa was. Deze was nog niet geëindigd, en Sebastopol hield het tegen de Engelsch-Fransche legers nog altijd vol.Deze tijding was eene teleurstelling voor de Europeanen, die in een zelfde wetenschappelijk belang zoo vereenigd waren geweest; zij waagden evenwel geene enkele opmerking, en maakten zich gereed om te vertrekken.Een Oostenrijksch koopvaardijschip, deNovarawas op het punt van naar Suez te vertrekken. De leden der commissie besloten met dat schip de reis te ondernemen.Den 18denJuni, op het oogenblik van inscheping, vereenigde de kolonel zijne ambtgenooten en sprak op kalmen toon deze woorden:»Mijne heeren, gedurende de achttien maanden, die wij met elkander doorbrachten, hebben wij allerlei beproevingen doorgestaan, doch wij hebben een werk verricht dat de goedkeuring van het geheele geleerde Europa zal verwerven. Ik voeg er nog bij, dat dit gemeenschappelijke leven tusschen ons eene onwrikbare vriendschap moge hebben aangekweekt.”Mathieu Strux boog even zonder te antwoorden.»Evenwel,” zoo vervolgde de kolonel, »woedt de oorlog tusschen Engeland en Rusland nog altijd voort; men is slaags voor Sebastopol, en tot op het oogenblik dat de stad in onze handen vallen zal....”»Dat zal niet gebeuren!” zeide Mathieu Strux, »of Frankrijk moest....”»De toekomst zal het ons leeren, mijnheer,” hervatte de kolonel koel. »In allen gevalle, en tot het einde van dien oorlog, geloof ik dat wij elkander op nieuw als vijanden moeten beschouwen...”»Ik zou u dit juist hebben voorgesteld,” antwoordde de astronoom van Pulkowa dood eenvoudig.De toestand was dus juist afgeperkt, en onder deze omstandigheden scheepten de astronomen zich op deNovarain.Eenige dagen later kwamen zij te Suez aan; op het oogenblik van scheiden greep William Emery Michel Zorn bij de hand en zeide:»Altijd vrienden, Michel?”»Ja, waarde William, altijd en onder alle omstandigheden!”
XXIII.De waterval van de Zambese.
De wonden van Palander hadden niet veel te beteekenen. De Boschjesman, die daar verstand van had, wreef ze met eenige kruiden,en de astronoom van Helsingfors kon de reis weder mede aanvaarden. Zijn zegepraal gaf hem krachten; maar die overspanning verdween spoedig, en hij werd weldra weder de afgetrokken geleerde,die slechts in eene wereld van cijfers leefde. Men had hem één van de registers gelaten; maar als voorzichtigheidsmaatregel had hij het andere aan William Emery moeten afstaan, dat hij overigens goedschiks deed.Het rookende schip. Blz. 205.Het rookende schip. Blz.205.Het werk werd nu voortgezet. De driehoeksmeting ging goed en spoedig voort. Men behoefde nog slechts eene geschikte vlakte te hebben om eene basis te meten.Den 1stenApril moesten de Europeanen uitgestrekte moerassen doortrekken, waardoor hun tocht eenigszins vertraagd werd. Op die vochtige vlakten volgden talrijke vijvers, welker water een verpestende lucht verspreidde. Kolonel Everest en zijne makkers haastten zich dit ongezonde oord te verlaten, door aan hunne driehoeken de grootst mogelijke uitgebreidheid te geven.De toestand van het kleine gezelschap was voortreffelijk en de beste geest heerschte onder hen. Michel Zorn en William Emery wenschten elkander geluk dat zij zulk eene gewenschte overeenstemming tusschen de beide aanvoerders zagen heerschen. Deze schenen vergeten te hebben dat een internationale oorlog hen had moeten scheiden.»Beste vriend,” zeide Zorn eens tegen zijn jeugdigen makker, »ik hoop, dat, als we in Europa terugkomen, de vrede tusschen Engeland en Rusland gesloten is, en we dan het recht zullen hebben dáár, evenals hier, vrienden te blijven.”»Ik hoop het even goed als gij, waarde Michel,” antwoordde Emery. »De hedendaagsche oorlogen kunnen niet lang duren; een of twee veldslagen en de vrede wordt geteekend. Die ellendige oorlog is sedert een jaar aan den gang, en ik denk, evenals gij, dat bij onze terugkomst de vrede wel geteekend zal zijn.”»Uw plan is toch niet om naar de Kaapstad terug te keeren, William?” vroeg Zorn. »Het observatorium heeft u niet zoo volstekt noodig, en ik hoop u op mijn observatorium van Kiew bij mij te zien.”»Ja, mijn vriend,” hernam William Emery, »ja, ik zal u naar Europa vergezellen, en niet naar Afrika terugkeeren, voordat ik eene reis door Rusland gemaakt heb. Maar ge zult mij ook eens te Kaapstad opzoeken, niet waar? Ge zult eens met mij komen ronddwalen tusschen de prachtige gesternten van ons zuidelijk halfrond. Ge zult eens zien welk een rijken sterrenhemel wij hebben, en wat een genot het is er niet met volle handen, maar met volle blikken in te tasten! Kom aan, als ge wilt zullen we samen de sterθvan den Centaurus in tweeën deelen! Ik beloof u dat ik zonder u niet beginnen zal.”»Is dat afgesproken, William?”»Zeker, Michel. Ik bewaarθvoor u, en zal u daarentegen te Kiew een van uwe nevelvlekken helpen oplossen!”Die flinke jonge mannen! Was het niet alsof het uitspansel hun toebehoorde! En inderdaad, aan wie zou het eerder toebehooren dan aan die schrandere geleerden, die tot in zijne diepten zijn doorgedrongen?»Maar vooral moet eerst die oorlog geëindigd zijn,” hernam Michel Zorn.»Dat zal wel zijn, Michel. Veldslagen met het kanon duren veel korter dan twisten over sterren. Rusland en Engeland zullen veel eerder verzoend zijn dan de kolonel en Mathieu Strux.”»Gelooft ge dan niet aan hunne oprechte verzoening,” vroeg Zorn, »nadat zij zoovele beproevingen met elkander hebben doorgestaan?”»Ik zou het niet vertrouwen,” antwoordde William Emery. »Denk toch eens, het is de afgunst tusschen geleerden, en nog wel beroemde geleerden.”»Laten we dan maar minder beroemd zijn, waarde William,” antwoordde Zorn, »maar elkander steeds liefhebben.”Er waren elf dagen sedert het geval met de bavianen voorbijgegaan, toen het kleine gezelschap dicht bij den waterval der Zambese eene vlakte vond, die zich verscheidene kilometers ver uitstrekte. De grond was hier volkomen geschikt om eene basis rechtstreeks te meten. Aan den rand der vlakte stond een klein dorp van slechts eenige hutten. De zeer geringe bevolking bestond uit vreedzame inlanders, die de Europeanen goed ontvingen. Het was gelukkig voor de reizigers, want zonder wagens, zonder tenten, bijna zonder kampmaterieel zou het moeilijk geweest zijn om zich voldoende in te richten; de meting van de basis kon wel eene maand duren, en men kon toch die maand niet in de openlucht doorbrengen, met de takken der boomen als eenige beschutting.De wetenschappelijke commissie vestigde zich dus in die hutten, die voorloopig voor de nieuwe bewoners werden ingericht, en de geleerden waren mannen, die met weinig tevreden waren. Een enkele zaak hield hun geest bezig, namelijk het nagaan der nauwkeurigheid van hun vroegeren arbeid, die zou worden verkregen door de rechtstreeksche meting eener nieuwe basis, dat is te zeggen van de laatste zijde van den laatsten driehoek. Volgens de berekening toch had deze zijde eene meetkunstig bepaalde lengte, en hoe meer deze maat met de later door meting verkregene zou overeenkomen, des te beter zou het blijken dat de meting van den meridiaan nauwkeurig verricht was.De astronomen begonnen aanstonds met die rechtstreeksche meting. De schragen, paaltjes enplatina-linialenwerden op dezen vrij vlakken grond opgesteld. Men nam even nauwkeurig dezelfde voorzorgen als bij de meting van de eerste basis. Men bracht den toestand van de atmosfeer, de veranderingen van den thermometer, het vlak leggen der toestellen, enz. in rekening. Kortom, niets werd bij dezelaatste bewerking verzuimd, en de geleerden leefden voor het oogenblik voor niets anders dan voor dezen arbeid alleen.Het werk begon den 10denApril, en eindigde niet vóór den 15denMei. Vijf weken waren aan dit nauwkeurige werk besteed geworden. Het hart klopte den astronoom hoorbaar, toen de uitslag der opmeting werd bekend gemaakt. Welk eene vergoeding voor hunne vermoeienis, voor hunne beproevingen, indien bij de narekening en nameting van hun arbeid, »deze als een kostbaar, onaantastbaar wetenschappelijk erfdeel aan de nakomelingschap kon overgaan.”Toen de verkregen lengten door de rekenaars herleid waren tot boogjes, die met het vlak der zee, en met die van eene temperatuur van 61° Fahrenheit (16° C.) moesten overeenkomen, boden Palander en Emery hunnen ambtgenooten de volgende cijfers aan:Nieuw rechtstreeks gemeten basis5075.25vademen.Dezelfde basis door berekening en driehoeksmeting verkregen5075.11»Verschil0.14»dus 14/100 van een vadem, nog geen tien centimeters, en toch lagen de beide bases op meer dan 600 kilometers van elkander verwijderd!Toen men in Frankrijk den meridiaan tusschen Duinkerken en Perpignan gemeten had, was het verschil tusschen de basis bij Melun, en die bij Perpignan gemeten ongeveer elf centimeters. De nauwkeurigheid door de Engelsch-Russische commissie bereikt is dus veel merkwaardiger, en maakt dat deze arbeid onder moeilijke omstandigheden, in het midden der Afrikaansche woestijnen, en tusschen allerlei gevaren en beproevingen verricht, als de meest volmaakte van alle geodesische metingen, die ooit ondernomen zijn, moet beschouwd worden.Een driemaal aangeheven hoera begroette deze prachtige uitkomst, die in de jaarboeken der wetenschap zonder voorbeeld was.En welke was nu de lengte van een graad op dit gedeelte van den aardbol? Naar de berekening van Nikolaas Palander juist 57037 vademen. Op één vadem na was het dus dezelfde lengte als Lescaille in 1752 aan de Kaap de Goede Hoop gevonden had. Een eeuw na elkander hadden dus de Fransche sterrekundige en de leden der Engelsch-Russische commissie bij hunne berekening zoo weinig verschil.Wat nu de lengte van den meter betreft, daarvoor moest men den uitslag der opmetingen afwachten, die later in het noordelijk halfrond zouden ondernomen worden. Die lengte moest het tien millioenste gedeelte zijn van het vierde van één meridiaan. Naar vroegere berekeningen was zulk een vierde meridiaan, als men de afplatting der aarde als 1/49915 in rekening bracht,10,000,856 meters lang, zoodat de juiste lengte van een meter 0.513074 vadem, of drie voet, elf streep en 296/1000 van een streep moet zijn. Was dit cijfer juist? Dit moest door den lateren arbeid van de Engelsch-Russische Commissie bewezen worden.De geodesische arbeid was dus geheel afgeloopen. De astronomen hadden hunne taak volbracht. Men behoefde nu nog slechts de monding der Zambese te bereiken, en in omgekeerde richting den weg volgen, dien dokter Livingstone bij zijne tweede reis van 1858 tot 1864 zou afleggen. Den 25stenMei kwamen zij, na eene vrij moeilijke reis door eene landstreek, die met beken en riviertjes doorsneden was, bij den Victoriawaterval.Deze wonderschoone waterval rechtvaardigt den naam die daaraan door de inlanders gegeven is, en die beteekent »geruchtmakende rook.” Boven de watermassa, die een kilometer breed, van eene hoogte nederstort welke het dubbele bedraagt van die der Niagara verheft zich een drievoudige regenboog. Tusschen de diepe kloven in de basaltrotsen brengt de vreeselijke stroom een gerommel voort als van het ratelen van een twintigtal donderslagen tegelijk.Beneden den waterval en op de oppervlakte van den kalmer geworden stroom wachtte de stoomboot, die sedert veertien dagen langs een zijtak van de Zambese daar aangekomen was, de reizigers op. Allen waren tegenwoordig en namen plaats aan boord. Slechts twee mannen bleven op den oever achter, de Boschjesman en de gids. Mokum was meer dan een trouwe gids, het was een vriend, dien de Engelschen en vooral John Murray in Afrika achterlieten. De laatste had den Boschjesman voorgesteld om hem met zich naar Europa te nemen, en hem zoo lang bij zich te houden als het Mokum behaagde; doch Mokum had eene latere verbintenis op zich genomen en wilde die niet verbreken. Hij moest toch David Livingstone vergezellen op den tweeden tocht, dien deze koene reiziger weldra op de Zambese zou ondernemen, en Mokum wilde zijn woord gestand doen.De jager bleef dus achter, doch werd schitterend beloond, en, waar hij nog het meeste prijs op stelde, de Europeanen, die hem zooveel verplicht waren, omhelsden hem hartelijk bij het afscheid. De boot stak van den oever, stoomde naar het midden van den stroom, en zoolang John Murray de gestalte van zijn vriend den jager kon onderscheiden, zond hij hem zijne afscheidsgroeten over.Zonder inspanning of bijzondere voorvallen werd deze reis afgelegd; het ging stroomafwaarts bijzonder snel, en men kwam voorbij talrijke dorpen langs den oever. De inboorlingen beschouwden met eene bijgeloovige bewondering dit rookende schip, dat door eeneonzichtbare macht door het water werd voortgestuwd, en verhinderden daarom de reis in geen enkel opzicht.Na eene afwezigheid van achttien maanden kwamen de kolonel en de zijnen weder aan te Quilmiane, een van de voornaamste steden aan den mond der Zambese.Het eerste wat de Europeanen deden was aan den Engelschen consul te vragen hoe het met den oorlog in Europa was. Deze was nog niet geëindigd, en Sebastopol hield het tegen de Engelsch-Fransche legers nog altijd vol.Deze tijding was eene teleurstelling voor de Europeanen, die in een zelfde wetenschappelijk belang zoo vereenigd waren geweest; zij waagden evenwel geene enkele opmerking, en maakten zich gereed om te vertrekken.Een Oostenrijksch koopvaardijschip, deNovarawas op het punt van naar Suez te vertrekken. De leden der commissie besloten met dat schip de reis te ondernemen.Den 18denJuni, op het oogenblik van inscheping, vereenigde de kolonel zijne ambtgenooten en sprak op kalmen toon deze woorden:»Mijne heeren, gedurende de achttien maanden, die wij met elkander doorbrachten, hebben wij allerlei beproevingen doorgestaan, doch wij hebben een werk verricht dat de goedkeuring van het geheele geleerde Europa zal verwerven. Ik voeg er nog bij, dat dit gemeenschappelijke leven tusschen ons eene onwrikbare vriendschap moge hebben aangekweekt.”Mathieu Strux boog even zonder te antwoorden.»Evenwel,” zoo vervolgde de kolonel, »woedt de oorlog tusschen Engeland en Rusland nog altijd voort; men is slaags voor Sebastopol, en tot op het oogenblik dat de stad in onze handen vallen zal....”»Dat zal niet gebeuren!” zeide Mathieu Strux, »of Frankrijk moest....”»De toekomst zal het ons leeren, mijnheer,” hervatte de kolonel koel. »In allen gevalle, en tot het einde van dien oorlog, geloof ik dat wij elkander op nieuw als vijanden moeten beschouwen...”»Ik zou u dit juist hebben voorgesteld,” antwoordde de astronoom van Pulkowa dood eenvoudig.De toestand was dus juist afgeperkt, en onder deze omstandigheden scheepten de astronomen zich op deNovarain.Eenige dagen later kwamen zij te Suez aan; op het oogenblik van scheiden greep William Emery Michel Zorn bij de hand en zeide:»Altijd vrienden, Michel?”»Ja, waarde William, altijd en onder alle omstandigheden!”
De wonden van Palander hadden niet veel te beteekenen. De Boschjesman, die daar verstand van had, wreef ze met eenige kruiden,en de astronoom van Helsingfors kon de reis weder mede aanvaarden. Zijn zegepraal gaf hem krachten; maar die overspanning verdween spoedig, en hij werd weldra weder de afgetrokken geleerde,die slechts in eene wereld van cijfers leefde. Men had hem één van de registers gelaten; maar als voorzichtigheidsmaatregel had hij het andere aan William Emery moeten afstaan, dat hij overigens goedschiks deed.
Het rookende schip. Blz. 205.Het rookende schip. Blz.205.
Het rookende schip. Blz.205.
Het werk werd nu voortgezet. De driehoeksmeting ging goed en spoedig voort. Men behoefde nog slechts eene geschikte vlakte te hebben om eene basis te meten.
Den 1stenApril moesten de Europeanen uitgestrekte moerassen doortrekken, waardoor hun tocht eenigszins vertraagd werd. Op die vochtige vlakten volgden talrijke vijvers, welker water een verpestende lucht verspreidde. Kolonel Everest en zijne makkers haastten zich dit ongezonde oord te verlaten, door aan hunne driehoeken de grootst mogelijke uitgebreidheid te geven.
De toestand van het kleine gezelschap was voortreffelijk en de beste geest heerschte onder hen. Michel Zorn en William Emery wenschten elkander geluk dat zij zulk eene gewenschte overeenstemming tusschen de beide aanvoerders zagen heerschen. Deze schenen vergeten te hebben dat een internationale oorlog hen had moeten scheiden.
»Beste vriend,” zeide Zorn eens tegen zijn jeugdigen makker, »ik hoop, dat, als we in Europa terugkomen, de vrede tusschen Engeland en Rusland gesloten is, en we dan het recht zullen hebben dáár, evenals hier, vrienden te blijven.”
»Ik hoop het even goed als gij, waarde Michel,” antwoordde Emery. »De hedendaagsche oorlogen kunnen niet lang duren; een of twee veldslagen en de vrede wordt geteekend. Die ellendige oorlog is sedert een jaar aan den gang, en ik denk, evenals gij, dat bij onze terugkomst de vrede wel geteekend zal zijn.”
»Uw plan is toch niet om naar de Kaapstad terug te keeren, William?” vroeg Zorn. »Het observatorium heeft u niet zoo volstekt noodig, en ik hoop u op mijn observatorium van Kiew bij mij te zien.”
»Ja, mijn vriend,” hernam William Emery, »ja, ik zal u naar Europa vergezellen, en niet naar Afrika terugkeeren, voordat ik eene reis door Rusland gemaakt heb. Maar ge zult mij ook eens te Kaapstad opzoeken, niet waar? Ge zult eens met mij komen ronddwalen tusschen de prachtige gesternten van ons zuidelijk halfrond. Ge zult eens zien welk een rijken sterrenhemel wij hebben, en wat een genot het is er niet met volle handen, maar met volle blikken in te tasten! Kom aan, als ge wilt zullen we samen de sterθvan den Centaurus in tweeën deelen! Ik beloof u dat ik zonder u niet beginnen zal.”
»Is dat afgesproken, William?”
»Zeker, Michel. Ik bewaarθvoor u, en zal u daarentegen te Kiew een van uwe nevelvlekken helpen oplossen!”
Die flinke jonge mannen! Was het niet alsof het uitspansel hun toebehoorde! En inderdaad, aan wie zou het eerder toebehooren dan aan die schrandere geleerden, die tot in zijne diepten zijn doorgedrongen?
»Maar vooral moet eerst die oorlog geëindigd zijn,” hernam Michel Zorn.
»Dat zal wel zijn, Michel. Veldslagen met het kanon duren veel korter dan twisten over sterren. Rusland en Engeland zullen veel eerder verzoend zijn dan de kolonel en Mathieu Strux.”
»Gelooft ge dan niet aan hunne oprechte verzoening,” vroeg Zorn, »nadat zij zoovele beproevingen met elkander hebben doorgestaan?”
»Ik zou het niet vertrouwen,” antwoordde William Emery. »Denk toch eens, het is de afgunst tusschen geleerden, en nog wel beroemde geleerden.”
»Laten we dan maar minder beroemd zijn, waarde William,” antwoordde Zorn, »maar elkander steeds liefhebben.”
Er waren elf dagen sedert het geval met de bavianen voorbijgegaan, toen het kleine gezelschap dicht bij den waterval der Zambese eene vlakte vond, die zich verscheidene kilometers ver uitstrekte. De grond was hier volkomen geschikt om eene basis rechtstreeks te meten. Aan den rand der vlakte stond een klein dorp van slechts eenige hutten. De zeer geringe bevolking bestond uit vreedzame inlanders, die de Europeanen goed ontvingen. Het was gelukkig voor de reizigers, want zonder wagens, zonder tenten, bijna zonder kampmaterieel zou het moeilijk geweest zijn om zich voldoende in te richten; de meting van de basis kon wel eene maand duren, en men kon toch die maand niet in de openlucht doorbrengen, met de takken der boomen als eenige beschutting.
De wetenschappelijke commissie vestigde zich dus in die hutten, die voorloopig voor de nieuwe bewoners werden ingericht, en de geleerden waren mannen, die met weinig tevreden waren. Een enkele zaak hield hun geest bezig, namelijk het nagaan der nauwkeurigheid van hun vroegeren arbeid, die zou worden verkregen door de rechtstreeksche meting eener nieuwe basis, dat is te zeggen van de laatste zijde van den laatsten driehoek. Volgens de berekening toch had deze zijde eene meetkunstig bepaalde lengte, en hoe meer deze maat met de later door meting verkregene zou overeenkomen, des te beter zou het blijken dat de meting van den meridiaan nauwkeurig verricht was.
De astronomen begonnen aanstonds met die rechtstreeksche meting. De schragen, paaltjes enplatina-linialenwerden op dezen vrij vlakken grond opgesteld. Men nam even nauwkeurig dezelfde voorzorgen als bij de meting van de eerste basis. Men bracht den toestand van de atmosfeer, de veranderingen van den thermometer, het vlak leggen der toestellen, enz. in rekening. Kortom, niets werd bij dezelaatste bewerking verzuimd, en de geleerden leefden voor het oogenblik voor niets anders dan voor dezen arbeid alleen.
Het werk begon den 10denApril, en eindigde niet vóór den 15denMei. Vijf weken waren aan dit nauwkeurige werk besteed geworden. Het hart klopte den astronoom hoorbaar, toen de uitslag der opmeting werd bekend gemaakt. Welk eene vergoeding voor hunne vermoeienis, voor hunne beproevingen, indien bij de narekening en nameting van hun arbeid, »deze als een kostbaar, onaantastbaar wetenschappelijk erfdeel aan de nakomelingschap kon overgaan.”
Toen de verkregen lengten door de rekenaars herleid waren tot boogjes, die met het vlak der zee, en met die van eene temperatuur van 61° Fahrenheit (16° C.) moesten overeenkomen, boden Palander en Emery hunnen ambtgenooten de volgende cijfers aan:
Nieuw rechtstreeks gemeten basis5075.25vademen.Dezelfde basis door berekening en driehoeksmeting verkregen5075.11»Verschil0.14»
dus 14/100 van een vadem, nog geen tien centimeters, en toch lagen de beide bases op meer dan 600 kilometers van elkander verwijderd!
Toen men in Frankrijk den meridiaan tusschen Duinkerken en Perpignan gemeten had, was het verschil tusschen de basis bij Melun, en die bij Perpignan gemeten ongeveer elf centimeters. De nauwkeurigheid door de Engelsch-Russische commissie bereikt is dus veel merkwaardiger, en maakt dat deze arbeid onder moeilijke omstandigheden, in het midden der Afrikaansche woestijnen, en tusschen allerlei gevaren en beproevingen verricht, als de meest volmaakte van alle geodesische metingen, die ooit ondernomen zijn, moet beschouwd worden.
Een driemaal aangeheven hoera begroette deze prachtige uitkomst, die in de jaarboeken der wetenschap zonder voorbeeld was.
En welke was nu de lengte van een graad op dit gedeelte van den aardbol? Naar de berekening van Nikolaas Palander juist 57037 vademen. Op één vadem na was het dus dezelfde lengte als Lescaille in 1752 aan de Kaap de Goede Hoop gevonden had. Een eeuw na elkander hadden dus de Fransche sterrekundige en de leden der Engelsch-Russische commissie bij hunne berekening zoo weinig verschil.
Wat nu de lengte van den meter betreft, daarvoor moest men den uitslag der opmetingen afwachten, die later in het noordelijk halfrond zouden ondernomen worden. Die lengte moest het tien millioenste gedeelte zijn van het vierde van één meridiaan. Naar vroegere berekeningen was zulk een vierde meridiaan, als men de afplatting der aarde als 1/49915 in rekening bracht,10,000,856 meters lang, zoodat de juiste lengte van een meter 0.513074 vadem, of drie voet, elf streep en 296/1000 van een streep moet zijn. Was dit cijfer juist? Dit moest door den lateren arbeid van de Engelsch-Russische Commissie bewezen worden.
De geodesische arbeid was dus geheel afgeloopen. De astronomen hadden hunne taak volbracht. Men behoefde nu nog slechts de monding der Zambese te bereiken, en in omgekeerde richting den weg volgen, dien dokter Livingstone bij zijne tweede reis van 1858 tot 1864 zou afleggen. Den 25stenMei kwamen zij, na eene vrij moeilijke reis door eene landstreek, die met beken en riviertjes doorsneden was, bij den Victoriawaterval.
Deze wonderschoone waterval rechtvaardigt den naam die daaraan door de inlanders gegeven is, en die beteekent »geruchtmakende rook.” Boven de watermassa, die een kilometer breed, van eene hoogte nederstort welke het dubbele bedraagt van die der Niagara verheft zich een drievoudige regenboog. Tusschen de diepe kloven in de basaltrotsen brengt de vreeselijke stroom een gerommel voort als van het ratelen van een twintigtal donderslagen tegelijk.
Beneden den waterval en op de oppervlakte van den kalmer geworden stroom wachtte de stoomboot, die sedert veertien dagen langs een zijtak van de Zambese daar aangekomen was, de reizigers op. Allen waren tegenwoordig en namen plaats aan boord. Slechts twee mannen bleven op den oever achter, de Boschjesman en de gids. Mokum was meer dan een trouwe gids, het was een vriend, dien de Engelschen en vooral John Murray in Afrika achterlieten. De laatste had den Boschjesman voorgesteld om hem met zich naar Europa te nemen, en hem zoo lang bij zich te houden als het Mokum behaagde; doch Mokum had eene latere verbintenis op zich genomen en wilde die niet verbreken. Hij moest toch David Livingstone vergezellen op den tweeden tocht, dien deze koene reiziger weldra op de Zambese zou ondernemen, en Mokum wilde zijn woord gestand doen.
De jager bleef dus achter, doch werd schitterend beloond, en, waar hij nog het meeste prijs op stelde, de Europeanen, die hem zooveel verplicht waren, omhelsden hem hartelijk bij het afscheid. De boot stak van den oever, stoomde naar het midden van den stroom, en zoolang John Murray de gestalte van zijn vriend den jager kon onderscheiden, zond hij hem zijne afscheidsgroeten over.
Zonder inspanning of bijzondere voorvallen werd deze reis afgelegd; het ging stroomafwaarts bijzonder snel, en men kwam voorbij talrijke dorpen langs den oever. De inboorlingen beschouwden met eene bijgeloovige bewondering dit rookende schip, dat door eeneonzichtbare macht door het water werd voortgestuwd, en verhinderden daarom de reis in geen enkel opzicht.
Na eene afwezigheid van achttien maanden kwamen de kolonel en de zijnen weder aan te Quilmiane, een van de voornaamste steden aan den mond der Zambese.
Het eerste wat de Europeanen deden was aan den Engelschen consul te vragen hoe het met den oorlog in Europa was. Deze was nog niet geëindigd, en Sebastopol hield het tegen de Engelsch-Fransche legers nog altijd vol.
Deze tijding was eene teleurstelling voor de Europeanen, die in een zelfde wetenschappelijk belang zoo vereenigd waren geweest; zij waagden evenwel geene enkele opmerking, en maakten zich gereed om te vertrekken.
Een Oostenrijksch koopvaardijschip, deNovarawas op het punt van naar Suez te vertrekken. De leden der commissie besloten met dat schip de reis te ondernemen.
Den 18denJuni, op het oogenblik van inscheping, vereenigde de kolonel zijne ambtgenooten en sprak op kalmen toon deze woorden:
»Mijne heeren, gedurende de achttien maanden, die wij met elkander doorbrachten, hebben wij allerlei beproevingen doorgestaan, doch wij hebben een werk verricht dat de goedkeuring van het geheele geleerde Europa zal verwerven. Ik voeg er nog bij, dat dit gemeenschappelijke leven tusschen ons eene onwrikbare vriendschap moge hebben aangekweekt.”
Mathieu Strux boog even zonder te antwoorden.
»Evenwel,” zoo vervolgde de kolonel, »woedt de oorlog tusschen Engeland en Rusland nog altijd voort; men is slaags voor Sebastopol, en tot op het oogenblik dat de stad in onze handen vallen zal....”
»Dat zal niet gebeuren!” zeide Mathieu Strux, »of Frankrijk moest....”
»De toekomst zal het ons leeren, mijnheer,” hervatte de kolonel koel. »In allen gevalle, en tot het einde van dien oorlog, geloof ik dat wij elkander op nieuw als vijanden moeten beschouwen...”
»Ik zou u dit juist hebben voorgesteld,” antwoordde de astronoom van Pulkowa dood eenvoudig.
De toestand was dus juist afgeperkt, en onder deze omstandigheden scheepten de astronomen zich op deNovarain.
Eenige dagen later kwamen zij te Suez aan; op het oogenblik van scheiden greep William Emery Michel Zorn bij de hand en zeide:
»Altijd vrienden, Michel?”
»Ja, waarde William, altijd en onder alle omstandigheden!”