Chapter 17

1Die werking dier oorzaak is bijv. vergelijkbaar met de elasticiteit van eenig kleed. Zoo dit een kind goed gepast heeft, zal het een volwassen mensch knellen, zoo deze het niet zoo lang gedragen heeft, dat het al den tijd tot uitrekking gehad heeft.2Zie hierover ons geschrift get.: Vervolg van het werk Over de werking der Natuurwetten enz., blz. 500.3Het is klaar, dat het kennen der geschiedenis, dat met de op blz.178gemelde eerste soort van bewuste aanschouwing te vergelijken is, daarvoor niet voldoende is.4Bij de planeten zal de invloed der aantrekking der komeet niet uitgewischt worden, omdat zie blz.154, geene oorzaak anders dan de traagheid het planetenstelsel in stand tracht te houden, zie blz.163.5Verscheidenheid in ruimte moet ontstaan zijn door verandering der zaken ten gevolge van accidentele oorzaken. Komen deze nu niet meer voor, zoo zal de werking der wet van geschiktmaking (zie blz.270en 275), die verscheidenheid in ruimte doen verdwijnen6De zedelijke waarde van armen zal gemiddeld in zooverre absoluut minder zijn dan die van rijken als zij in geestelijke ontwikkeling voor deze onderdoen. Overigens kan men evenmin zeggen, dat in alle opzigten armoede de oorzaak als het gevolg van slecht gedrag is.7Op blz.61hebben wij verschillende voorbeelden der werking der wet van geschiktmaking op economisch gebied gegeven. Hiernevens nog eenige. Zoo omstandigheden het uitoefenen van eenig beroep onvoordeeliger maken, zal, door het verlaten er van, of door overmaat van sterften boven geboorten, (zie begin blz.50) het aantal beoefenaars er van verminderen, en dit de overblijvende in gunstiger omstandigheden stellen, dan zoo hun aantal grooter is. Die overblijvende beoefenaars zullen aldus even veel geld kunnen verdienen na het ontstaan dier voor dit beroep ongunstige omstandigheden, dan het grootere aantal beoefenaars er van voor het ontstaan dier omstandigheden. Men kan hieruitnagaan, hoe de werking der wet van geschiktmaking beroepen, bij derzelver beoefenaars evenveel beelding vorderende, even winstgevend, en die winsten bij beroepen, bij derzelver beoefenaars niet evenveel beelding vorderende, in reden der behoeften dier beoefenaars tracht te doen worden.Voorts zal de werking der wet van geschiktmaking bij vergroote productie de behoeften en de voeding der arbeiders zoodanig vergrooten, dat deze het eindelijk betrekkelijk niet ruimer dan vroeger bij minder verdiensten zullen hebben. Eene werking dier wet is ook de beperking der prijsverhooging van iets tengevolge van grootere vraag dan bod. Die prijsverhooging zal toch de koopers moeijelijker en de verkoopers gemakkelijker maken, en hierdoor het weder gelijk worden van vraag en bod en aldus ook het tot staan komen van den prijs bevorderd worden.Werkingen der wet der veranderlijkheid op economisch gebied zijn alle die welke die bovengemelde werkingen verstoren; voorts alle toevallige winsten of verliezen, handelscrisissen, beurspanieken enz. Werkingen dier wet der veranderlijkheid, waarbij er wederkeerige versterking plaats heeft, zijn de bankroeten veroorzaakt door vorige bankroeten; het overleggen van meer geld door handelaars, naarmate hun bedrijfskapitaal grooter is; het op schadelijke wijze leenen van geld naarmate de schuld grooter is enz.8Te gelijk hiermede zou ook de behoefte aan veiligheid, alsmede de kennis om zich deze te verschaffen afnemen. Bij elken stand van beschaving trachten al de gevolgen hiervan harmonisch met elkander te worden.Zoo zullen bijv. volken in het bezit van spoorwegen en van langdurige tijdperken van vrede, zich mijnongelukken en het bekostigen vanmoorddadigevuurwapens moeten getroosten.9Hieruit volgt dat moraal onafhankelijk van een ideaal langzamerhand tot dierenmoraal zou dalen.10Het ideaal, dat beoogt het door den graad van beschaving bepaalde genoegen der maatschappij, is te vergelijken met eene zware maar niet wrijvende massa, die slechts hierdoor aan eene zie blz.138, achterwaarts trekkende kracht wederstaat. Het ideaal, dat daarentegen den geestelijken vooruitgang der individuen beoogt, is te vergelijken met zulk eene massa, maar waarop tevens eene kracht werkt, die aan de zooeven gemelde achterwaarts trekkende wederstaat. Voor zoo verre der menschen ideaal niet het eerste der beide gemelde is, strekt betrachting van deugd niet om gemiddeld het gelukkigste te zijn, en om gemiddeld het beste in zijn doen te gelukken, en hangt de waarde der zedelijke daden niet af van het voordeel dat de maatschappij er van trekt, zie blz.218.11Iets dergelijks moet ook plaats hebben bij den invloed door de onveranderlijke atomistische bewegingen van den ether op hemelbollenuitgeoefendzie blz.170.12De kinderlijke voorstelling van dit een en ander is die der hemel en aardgeesten.13Met de hersens is dit eveneens het geval. Wanneer de directe werking der indrukken, door de hersens bij den geest voortgebragt, bij de denking van dezen (zie blz.144bepaalt door een geheel van zintuigelijke onwaarneembare atomistische bewegingen) overheerschende is;is de geest min of meer passief. Tot dien toestand, waarbij de denking van eene lagere gehalte is, trachten de hersens den geest nu te brengen, en niet het minste wanneer het ligchaam gezond is, omdat dit dan in een gemiddelden toestand verkeert, en aldus zie bl.78en102niet in dien waarbij het de minste terugtrekkende werking op den geest uitoefent zie Noot blz.79.14In dit geval verkeeren bijv. de door ongeschikt geworden instellingen voortgebragte en deze slopende revolutien. In den aanvang geschiedt dit op eene meer schroomvallige wijze dan later, omdat er tusschen de intensiteit dier revolutien en de bedoelingen, die men er mede heeft, alsmede den bijval die zij vinden, wederkeerige versterking plaats heeft. Voor zooverre zulke revolutien nieuwe zaken daarstellen moeten zij, zooals op blz.287met betrekking tot de hervorming gezegd is, beschouwd worden.15Hierbij stellen wij dat in elk dier gevallen de zedelijke eischen van het leven even groot zijn, zoodat zie blz.82de absolute graad van deugd gelijk aan den betrekkelijk graad hiervan is. Van de voor die eischen te groote zelfzucht en zucht tot genot in het heden, zijn de slechte hartstogten wel verschillende uitingen, edoch bij veel lagere trappen van beschaving kunnen de zelfzucht en de zucht tot genot in het heden zich of in het geheel niet op de wijze van sommige dier slechte hartstogten, of slechts gebrekkig op de wijze van andere derzelve uiten.16Zie hierover ons werk get. Over de werking der wet Natuurwetten op zedelijk gebied enz. blz.361en het vervolg van dit werk blz.74.17Een gevolg kan een verschijnsel vernietigen, op het oogenblik dat dit geschiedt is, zelf door de werking der wet van geschiktmaking vernietigd zijn, en intusschen een nieuw verschijnsel van den aard als het eerste opgewekt hebben. Dit bijv. is het geval bij het gaan dan in deze en dan in gene rigting, twee verschijnsels welke door een tusschenliggend verbonden zijn.18Liggen ern× 2nballen binnen die bus ennballen binnen elk deel er van, waar binnen die verhoudingen op allerlei wijze varieren, zoo zal, bij het voorkomen van al de gevallen, slechts eene dier 2ndeelen enkel witte en een ander enkel zwarte ballen bevatten. Nu zal de grootheidnniet aanzienlijk behoeven te zijn, om het aantal deelen 2nuiterst groot en de betrekkelijke grootte dier deelen aldus zeer gering te doen worden.19Die ongelijkheid in digtheid van groepering binnen eene rij van zulke aan elkander grenzende deelen kan echter in stand gehouden worden, zoo binnen het deel, bij het eene einde der rij, er nieuwe poeijerdeelen in gebragt en, bij het deel bij het andere einde, er poeijerdeelen weggenomen worden. De digtheid van groepering der poeijerdeelen zal alsdan langs dien weg van het eene naar het andere einde afnemen, en, onder het bezit van allerlei onregelmatige snelheden, die poeijerdeelen zich langzaam van het eene naar het andere einde dier rij verplaatsen. Iets hiermede overeenstemmende heeft bijv. plaats bij de in de poolzeeën drijvende ijsbergen. De gletschers voeren er nieuwe in zee aan, zij smelten onder weg, en de accidentele en onregelmatige stroomen binnen de poolzeeën, het effect van hierboven gemelde snelheden doende, zullen die ijsbergen gemiddeld naar lagere breedten voeren, zoo hier naar toe de digtheid van groepering der ijsbergen afneemt.De zwaarte der stof of slibbedeelen, door wind of stroomend water opgeheven, zal hetzelfde effect uitoefenen als die aan en afvoer van bovengemelde poeijerdeelen. Stroomende vloeistoffen zijn steeds in beroering en, bij zekere afneming der sterkte van groepering dier stofjes of slibbedeelen naar boven, kan de werking dier beroering er overal gemiddeld even veel meer op dan nederwaarts voeren als de zwaartekracht er nederwaarts voert.Niet alleen zal bij sterke stroomen die digtheid van groepering naar boven minder afnemen, maar zij zal dan tevens bij den bodem grooter zijn, zoo hierop eene onbepaald aantal ophefbare stofjes of slibbedeelen gelegen is.20Die verschillende kansen van voorkoming bezittende afwijkingen zijn te vergelijken met de trekkingen uit bussen, ballen van verschillende kleur bevattende. De onregelmatigheid bij eene reeks van trekkingen zal alsdan minder worden, zoo niet enkele keeren ballen van eene kleur, in de bus schaars voorkomende, getrokken worden.Zie ons werk get. Vervolg op het werk get.: Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz. blz. 453.21Merken wij hier op dat bij het geval van blz. 3 van ons werk get.: Vervolg op het werk get. Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz., zoo de drang tot onregelmatigheid, op blz.309gemeld, niet bestond, hoe lang ook schuddende, de groeperingnbinnen geen eindigen tijd zou ontstaan moeten, evenmin als bij het werpen met eene dobbelsteen, waarvan het eene vlak met lood bezwaard is (hetgeen overeenstemt met de meerdere kans van voorkoming der groeperingn.) Door zachter te gaan schudden, wanneer de groeperingnzich vormt, ontstaat er nu iets overeenkomende met het minder in aantal worden der vlakken dier dobbelsteen.22Zie ons werk get. Vervolg van het werk get. Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz. blz. 73 en 536.23Dit is met inachtneming van den tijd noodig voor eene ons onbewuste voortplanting van het effect der handelingen der menschen met de golvingen binnen vloeistoffen vergelijkbaar.24Dit zou bijv. het geval bij ons zonnestelsel zijn, zoo de vaste sterren er veel digter bij gelegen waren.25Men denke hierbij aan de voortplanting van toonen.26Dit niet te verwarren met gelijksoortige absolute regelmatigheden.Hoe verder deze toch in tijd of ruimte van elkander gelegen zijn, hoe minder groote totale regelmatigheid zij, in verband met elkander beschouwd, zullen teweegbrengen zie blz.311.27In plaats van op de onregelmatigste wijze dan te winnen en dan te verliezen, kan een speler verliezen, door het krijgen van slechte spellen, door onoplettendheid en door onkunde. In alle drie gevallen zal dit steeds na een verliezen door den overheerschenden invloed van enkele omstandigheden geschieden, doch in het eerste deze omstandigheden ieder oogenblik kunnen verdwijnen en dit eindelijk moeten doen, terwijl zij sterker zullen bestaan, naar gelang dit krijgen van slechte spellen langer aanhoudt. Het tweede geval ligt alsware tusschen de beide andere in, en kan dan meer op het eerste dan meer op het derde geval gelijken.28De door de wet der veranderlijkheid opgewekte gevolgen bij dergelijke verschijnsels, welke, even als in de Noot van blz.300gezegd is, werken, kunnen die verschijnsels echter uitputten. De beweging van zulk een vaartuig, heeft bijv. tot gevolg het loopen er van tegen den een of anderen oever.29Dit is het geval omdat, zoo het gevolg eenparig kon toenemen, de werking der wet van geschiktmaking, trachtende de vergrooting der oorzaak tegen te gaan, versnellende zou toenemen, en aldus eenmaal die tegenstand veel grooter dan de opwekkende werking van het gevolg zou worden. Bij den aanvang van zulk eene wederkeerige versterking, bezit de oorzaak zekere grootte, en neemt het gevolg van af nul toe. Wil dit aldus de oorzaak vergrooten, zoo dient hierbij de tegenstand der werking der wet van geschiktmaking in het eerst trager dan de die oorzaak vergrootende werking van het gevolg toe te nemen.30Zoo kan bij het voorbeeld van blz.258opgelegde straf somtijds geene uitwerking doen, of wel zie noot blz.300de straf verminderd worden, naarmate de gestrafte het peil van gemiddelde zedelijkheid nadert, en zij, wanneer dit peil bereikt is, ophouden.31Die uitputting werkt als gevolg van den strijd, zooals in noot blz.300gezegd is.32Zie verder hierover ons werk, get. Vervolg op het werk, get. Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz., zie blz.152. De werking der wet van geschiktmaking bij de gloeijing der brandstof bestaat in de afkoeling hiervan, zooals deze in het luchtledige zou plaats hebben, en neemt, zie 2e Noot blz.337, meer versnellende, dat is, eerst minder en later sterker dan de chemische verbinding en uitbranding toe.33Dit verschijnsel na verzwakking nul en daarna negatief wordende, zoo zal alsdan die steeds positief blijvende oorzaak weder grooter worden, en de wederkeerige verzwakking overgaan in wederkeerige versterking. Even als bij het geval van blz.258verkrijgt men aldus ook hierbij schommelingen.34Vandaar dat naar ons inzien de hemelruimte geene eigenetemperatuurbezit, maar allerhande temperaturen op de stralen, tusschen de ligchamen gelegen, er aan gegeven, zoodat een etherdeel, op verscheidene van zulke stralen gelegen, ook verschillende temperaturen bezit, zie ons werk get.:Over den aard en de toekomst der beweegkracht, zie blz.18.35De kristallisatie toont dit ook aan.36Hoe kleiner de zwaartekracht bij het oppervlak van eenigen hemelbol, en hoe grooter de temperatuur hiervan is, hoe eerder eenige anorganische stof er op in den gasvorm en niet chemisch met andere stoffen verbonden, zal voorkomen.37Men zij hierbij indachtig dat, voor zoo verre de afwijkingen van den harmonischen toestand niet vernietigd worden in reden der sterkte dier afwijkingen, de op blz.259en 300 gemelde werking der wet der veranderlijkheid zich aan die der wet van geschiktmaking paart.38Op hooge noorderbreedte zou die constante benedenwind, zie Noot blz.165, zuidwest zijn, zie hierover ons werk, het “Vervolg op het werk get.: Over de werkingen der Natuurwetten op zedelijk gebied” enz. blz.104.39Voor zooverre bij het harmonische ongeschiktheid bestaat voor hetgeen waarmede het in verband komt, bestaat er een drang om het te wijzigen ten bate van het goede, zie blz.353, edoch er bestaat tevens een drang om dit verband zoodanig te wijzigen, dat het goede harmonisch wordt.40Het toeval kan, zie blz.334, wel regelmatigheid, maar geene harmonie teweeg brengen. De assimilatie der stoffen met de bestanddeelen der aarde is bijv. niet het product van het toeval, zie Noot blz.169. Ook kan dit onregelmatigheid voortbrengen, doch het behoeft het niet steeds te doen, zooals de werking van blz.321.41Slechts op die voorwaarde kunnen toch die indrukken geschiktheid baren in den tijd bij een individu, of in de ruimte bij vele zamenlevende individuen. Vandaar dat, wanneer die indrukken valsch worden, zooals bij het ijlen, er een ongeschikten toestand ontstaat.

1Die werking dier oorzaak is bijv. vergelijkbaar met de elasticiteit van eenig kleed. Zoo dit een kind goed gepast heeft, zal het een volwassen mensch knellen, zoo deze het niet zoo lang gedragen heeft, dat het al den tijd tot uitrekking gehad heeft.2Zie hierover ons geschrift get.: Vervolg van het werk Over de werking der Natuurwetten enz., blz. 500.3Het is klaar, dat het kennen der geschiedenis, dat met de op blz.178gemelde eerste soort van bewuste aanschouwing te vergelijken is, daarvoor niet voldoende is.4Bij de planeten zal de invloed der aantrekking der komeet niet uitgewischt worden, omdat zie blz.154, geene oorzaak anders dan de traagheid het planetenstelsel in stand tracht te houden, zie blz.163.5Verscheidenheid in ruimte moet ontstaan zijn door verandering der zaken ten gevolge van accidentele oorzaken. Komen deze nu niet meer voor, zoo zal de werking der wet van geschiktmaking (zie blz.270en 275), die verscheidenheid in ruimte doen verdwijnen6De zedelijke waarde van armen zal gemiddeld in zooverre absoluut minder zijn dan die van rijken als zij in geestelijke ontwikkeling voor deze onderdoen. Overigens kan men evenmin zeggen, dat in alle opzigten armoede de oorzaak als het gevolg van slecht gedrag is.7Op blz.61hebben wij verschillende voorbeelden der werking der wet van geschiktmaking op economisch gebied gegeven. Hiernevens nog eenige. Zoo omstandigheden het uitoefenen van eenig beroep onvoordeeliger maken, zal, door het verlaten er van, of door overmaat van sterften boven geboorten, (zie begin blz.50) het aantal beoefenaars er van verminderen, en dit de overblijvende in gunstiger omstandigheden stellen, dan zoo hun aantal grooter is. Die overblijvende beoefenaars zullen aldus even veel geld kunnen verdienen na het ontstaan dier voor dit beroep ongunstige omstandigheden, dan het grootere aantal beoefenaars er van voor het ontstaan dier omstandigheden. Men kan hieruitnagaan, hoe de werking der wet van geschiktmaking beroepen, bij derzelver beoefenaars evenveel beelding vorderende, even winstgevend, en die winsten bij beroepen, bij derzelver beoefenaars niet evenveel beelding vorderende, in reden der behoeften dier beoefenaars tracht te doen worden.Voorts zal de werking der wet van geschiktmaking bij vergroote productie de behoeften en de voeding der arbeiders zoodanig vergrooten, dat deze het eindelijk betrekkelijk niet ruimer dan vroeger bij minder verdiensten zullen hebben. Eene werking dier wet is ook de beperking der prijsverhooging van iets tengevolge van grootere vraag dan bod. Die prijsverhooging zal toch de koopers moeijelijker en de verkoopers gemakkelijker maken, en hierdoor het weder gelijk worden van vraag en bod en aldus ook het tot staan komen van den prijs bevorderd worden.Werkingen der wet der veranderlijkheid op economisch gebied zijn alle die welke die bovengemelde werkingen verstoren; voorts alle toevallige winsten of verliezen, handelscrisissen, beurspanieken enz. Werkingen dier wet der veranderlijkheid, waarbij er wederkeerige versterking plaats heeft, zijn de bankroeten veroorzaakt door vorige bankroeten; het overleggen van meer geld door handelaars, naarmate hun bedrijfskapitaal grooter is; het op schadelijke wijze leenen van geld naarmate de schuld grooter is enz.8Te gelijk hiermede zou ook de behoefte aan veiligheid, alsmede de kennis om zich deze te verschaffen afnemen. Bij elken stand van beschaving trachten al de gevolgen hiervan harmonisch met elkander te worden.Zoo zullen bijv. volken in het bezit van spoorwegen en van langdurige tijdperken van vrede, zich mijnongelukken en het bekostigen vanmoorddadigevuurwapens moeten getroosten.9Hieruit volgt dat moraal onafhankelijk van een ideaal langzamerhand tot dierenmoraal zou dalen.10Het ideaal, dat beoogt het door den graad van beschaving bepaalde genoegen der maatschappij, is te vergelijken met eene zware maar niet wrijvende massa, die slechts hierdoor aan eene zie blz.138, achterwaarts trekkende kracht wederstaat. Het ideaal, dat daarentegen den geestelijken vooruitgang der individuen beoogt, is te vergelijken met zulk eene massa, maar waarop tevens eene kracht werkt, die aan de zooeven gemelde achterwaarts trekkende wederstaat. Voor zoo verre der menschen ideaal niet het eerste der beide gemelde is, strekt betrachting van deugd niet om gemiddeld het gelukkigste te zijn, en om gemiddeld het beste in zijn doen te gelukken, en hangt de waarde der zedelijke daden niet af van het voordeel dat de maatschappij er van trekt, zie blz.218.11Iets dergelijks moet ook plaats hebben bij den invloed door de onveranderlijke atomistische bewegingen van den ether op hemelbollenuitgeoefendzie blz.170.12De kinderlijke voorstelling van dit een en ander is die der hemel en aardgeesten.13Met de hersens is dit eveneens het geval. Wanneer de directe werking der indrukken, door de hersens bij den geest voortgebragt, bij de denking van dezen (zie blz.144bepaalt door een geheel van zintuigelijke onwaarneembare atomistische bewegingen) overheerschende is;is de geest min of meer passief. Tot dien toestand, waarbij de denking van eene lagere gehalte is, trachten de hersens den geest nu te brengen, en niet het minste wanneer het ligchaam gezond is, omdat dit dan in een gemiddelden toestand verkeert, en aldus zie bl.78en102niet in dien waarbij het de minste terugtrekkende werking op den geest uitoefent zie Noot blz.79.14In dit geval verkeeren bijv. de door ongeschikt geworden instellingen voortgebragte en deze slopende revolutien. In den aanvang geschiedt dit op eene meer schroomvallige wijze dan later, omdat er tusschen de intensiteit dier revolutien en de bedoelingen, die men er mede heeft, alsmede den bijval die zij vinden, wederkeerige versterking plaats heeft. Voor zooverre zulke revolutien nieuwe zaken daarstellen moeten zij, zooals op blz.287met betrekking tot de hervorming gezegd is, beschouwd worden.15Hierbij stellen wij dat in elk dier gevallen de zedelijke eischen van het leven even groot zijn, zoodat zie blz.82de absolute graad van deugd gelijk aan den betrekkelijk graad hiervan is. Van de voor die eischen te groote zelfzucht en zucht tot genot in het heden, zijn de slechte hartstogten wel verschillende uitingen, edoch bij veel lagere trappen van beschaving kunnen de zelfzucht en de zucht tot genot in het heden zich of in het geheel niet op de wijze van sommige dier slechte hartstogten, of slechts gebrekkig op de wijze van andere derzelve uiten.16Zie hierover ons werk get. Over de werking der wet Natuurwetten op zedelijk gebied enz. blz.361en het vervolg van dit werk blz.74.17Een gevolg kan een verschijnsel vernietigen, op het oogenblik dat dit geschiedt is, zelf door de werking der wet van geschiktmaking vernietigd zijn, en intusschen een nieuw verschijnsel van den aard als het eerste opgewekt hebben. Dit bijv. is het geval bij het gaan dan in deze en dan in gene rigting, twee verschijnsels welke door een tusschenliggend verbonden zijn.18Liggen ern× 2nballen binnen die bus ennballen binnen elk deel er van, waar binnen die verhoudingen op allerlei wijze varieren, zoo zal, bij het voorkomen van al de gevallen, slechts eene dier 2ndeelen enkel witte en een ander enkel zwarte ballen bevatten. Nu zal de grootheidnniet aanzienlijk behoeven te zijn, om het aantal deelen 2nuiterst groot en de betrekkelijke grootte dier deelen aldus zeer gering te doen worden.19Die ongelijkheid in digtheid van groepering binnen eene rij van zulke aan elkander grenzende deelen kan echter in stand gehouden worden, zoo binnen het deel, bij het eene einde der rij, er nieuwe poeijerdeelen in gebragt en, bij het deel bij het andere einde, er poeijerdeelen weggenomen worden. De digtheid van groepering der poeijerdeelen zal alsdan langs dien weg van het eene naar het andere einde afnemen, en, onder het bezit van allerlei onregelmatige snelheden, die poeijerdeelen zich langzaam van het eene naar het andere einde dier rij verplaatsen. Iets hiermede overeenstemmende heeft bijv. plaats bij de in de poolzeeën drijvende ijsbergen. De gletschers voeren er nieuwe in zee aan, zij smelten onder weg, en de accidentele en onregelmatige stroomen binnen de poolzeeën, het effect van hierboven gemelde snelheden doende, zullen die ijsbergen gemiddeld naar lagere breedten voeren, zoo hier naar toe de digtheid van groepering der ijsbergen afneemt.De zwaarte der stof of slibbedeelen, door wind of stroomend water opgeheven, zal hetzelfde effect uitoefenen als die aan en afvoer van bovengemelde poeijerdeelen. Stroomende vloeistoffen zijn steeds in beroering en, bij zekere afneming der sterkte van groepering dier stofjes of slibbedeelen naar boven, kan de werking dier beroering er overal gemiddeld even veel meer op dan nederwaarts voeren als de zwaartekracht er nederwaarts voert.Niet alleen zal bij sterke stroomen die digtheid van groepering naar boven minder afnemen, maar zij zal dan tevens bij den bodem grooter zijn, zoo hierop eene onbepaald aantal ophefbare stofjes of slibbedeelen gelegen is.20Die verschillende kansen van voorkoming bezittende afwijkingen zijn te vergelijken met de trekkingen uit bussen, ballen van verschillende kleur bevattende. De onregelmatigheid bij eene reeks van trekkingen zal alsdan minder worden, zoo niet enkele keeren ballen van eene kleur, in de bus schaars voorkomende, getrokken worden.Zie ons werk get. Vervolg op het werk get.: Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz. blz. 453.21Merken wij hier op dat bij het geval van blz. 3 van ons werk get.: Vervolg op het werk get. Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz., zoo de drang tot onregelmatigheid, op blz.309gemeld, niet bestond, hoe lang ook schuddende, de groeperingnbinnen geen eindigen tijd zou ontstaan moeten, evenmin als bij het werpen met eene dobbelsteen, waarvan het eene vlak met lood bezwaard is (hetgeen overeenstemt met de meerdere kans van voorkoming der groeperingn.) Door zachter te gaan schudden, wanneer de groeperingnzich vormt, ontstaat er nu iets overeenkomende met het minder in aantal worden der vlakken dier dobbelsteen.22Zie ons werk get. Vervolg van het werk get. Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz. blz. 73 en 536.23Dit is met inachtneming van den tijd noodig voor eene ons onbewuste voortplanting van het effect der handelingen der menschen met de golvingen binnen vloeistoffen vergelijkbaar.24Dit zou bijv. het geval bij ons zonnestelsel zijn, zoo de vaste sterren er veel digter bij gelegen waren.25Men denke hierbij aan de voortplanting van toonen.26Dit niet te verwarren met gelijksoortige absolute regelmatigheden.Hoe verder deze toch in tijd of ruimte van elkander gelegen zijn, hoe minder groote totale regelmatigheid zij, in verband met elkander beschouwd, zullen teweegbrengen zie blz.311.27In plaats van op de onregelmatigste wijze dan te winnen en dan te verliezen, kan een speler verliezen, door het krijgen van slechte spellen, door onoplettendheid en door onkunde. In alle drie gevallen zal dit steeds na een verliezen door den overheerschenden invloed van enkele omstandigheden geschieden, doch in het eerste deze omstandigheden ieder oogenblik kunnen verdwijnen en dit eindelijk moeten doen, terwijl zij sterker zullen bestaan, naar gelang dit krijgen van slechte spellen langer aanhoudt. Het tweede geval ligt alsware tusschen de beide andere in, en kan dan meer op het eerste dan meer op het derde geval gelijken.28De door de wet der veranderlijkheid opgewekte gevolgen bij dergelijke verschijnsels, welke, even als in de Noot van blz.300gezegd is, werken, kunnen die verschijnsels echter uitputten. De beweging van zulk een vaartuig, heeft bijv. tot gevolg het loopen er van tegen den een of anderen oever.29Dit is het geval omdat, zoo het gevolg eenparig kon toenemen, de werking der wet van geschiktmaking, trachtende de vergrooting der oorzaak tegen te gaan, versnellende zou toenemen, en aldus eenmaal die tegenstand veel grooter dan de opwekkende werking van het gevolg zou worden. Bij den aanvang van zulk eene wederkeerige versterking, bezit de oorzaak zekere grootte, en neemt het gevolg van af nul toe. Wil dit aldus de oorzaak vergrooten, zoo dient hierbij de tegenstand der werking der wet van geschiktmaking in het eerst trager dan de die oorzaak vergrootende werking van het gevolg toe te nemen.30Zoo kan bij het voorbeeld van blz.258opgelegde straf somtijds geene uitwerking doen, of wel zie noot blz.300de straf verminderd worden, naarmate de gestrafte het peil van gemiddelde zedelijkheid nadert, en zij, wanneer dit peil bereikt is, ophouden.31Die uitputting werkt als gevolg van den strijd, zooals in noot blz.300gezegd is.32Zie verder hierover ons werk, get. Vervolg op het werk, get. Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz., zie blz.152. De werking der wet van geschiktmaking bij de gloeijing der brandstof bestaat in de afkoeling hiervan, zooals deze in het luchtledige zou plaats hebben, en neemt, zie 2e Noot blz.337, meer versnellende, dat is, eerst minder en later sterker dan de chemische verbinding en uitbranding toe.33Dit verschijnsel na verzwakking nul en daarna negatief wordende, zoo zal alsdan die steeds positief blijvende oorzaak weder grooter worden, en de wederkeerige verzwakking overgaan in wederkeerige versterking. Even als bij het geval van blz.258verkrijgt men aldus ook hierbij schommelingen.34Vandaar dat naar ons inzien de hemelruimte geene eigenetemperatuurbezit, maar allerhande temperaturen op de stralen, tusschen de ligchamen gelegen, er aan gegeven, zoodat een etherdeel, op verscheidene van zulke stralen gelegen, ook verschillende temperaturen bezit, zie ons werk get.:Over den aard en de toekomst der beweegkracht, zie blz.18.35De kristallisatie toont dit ook aan.36Hoe kleiner de zwaartekracht bij het oppervlak van eenigen hemelbol, en hoe grooter de temperatuur hiervan is, hoe eerder eenige anorganische stof er op in den gasvorm en niet chemisch met andere stoffen verbonden, zal voorkomen.37Men zij hierbij indachtig dat, voor zoo verre de afwijkingen van den harmonischen toestand niet vernietigd worden in reden der sterkte dier afwijkingen, de op blz.259en 300 gemelde werking der wet der veranderlijkheid zich aan die der wet van geschiktmaking paart.38Op hooge noorderbreedte zou die constante benedenwind, zie Noot blz.165, zuidwest zijn, zie hierover ons werk, het “Vervolg op het werk get.: Over de werkingen der Natuurwetten op zedelijk gebied” enz. blz.104.39Voor zooverre bij het harmonische ongeschiktheid bestaat voor hetgeen waarmede het in verband komt, bestaat er een drang om het te wijzigen ten bate van het goede, zie blz.353, edoch er bestaat tevens een drang om dit verband zoodanig te wijzigen, dat het goede harmonisch wordt.40Het toeval kan, zie blz.334, wel regelmatigheid, maar geene harmonie teweeg brengen. De assimilatie der stoffen met de bestanddeelen der aarde is bijv. niet het product van het toeval, zie Noot blz.169. Ook kan dit onregelmatigheid voortbrengen, doch het behoeft het niet steeds te doen, zooals de werking van blz.321.41Slechts op die voorwaarde kunnen toch die indrukken geschiktheid baren in den tijd bij een individu, of in de ruimte bij vele zamenlevende individuen. Vandaar dat, wanneer die indrukken valsch worden, zooals bij het ijlen, er een ongeschikten toestand ontstaat.

1Die werking dier oorzaak is bijv. vergelijkbaar met de elasticiteit van eenig kleed. Zoo dit een kind goed gepast heeft, zal het een volwassen mensch knellen, zoo deze het niet zoo lang gedragen heeft, dat het al den tijd tot uitrekking gehad heeft.2Zie hierover ons geschrift get.: Vervolg van het werk Over de werking der Natuurwetten enz., blz. 500.3Het is klaar, dat het kennen der geschiedenis, dat met de op blz.178gemelde eerste soort van bewuste aanschouwing te vergelijken is, daarvoor niet voldoende is.4Bij de planeten zal de invloed der aantrekking der komeet niet uitgewischt worden, omdat zie blz.154, geene oorzaak anders dan de traagheid het planetenstelsel in stand tracht te houden, zie blz.163.5Verscheidenheid in ruimte moet ontstaan zijn door verandering der zaken ten gevolge van accidentele oorzaken. Komen deze nu niet meer voor, zoo zal de werking der wet van geschiktmaking (zie blz.270en 275), die verscheidenheid in ruimte doen verdwijnen6De zedelijke waarde van armen zal gemiddeld in zooverre absoluut minder zijn dan die van rijken als zij in geestelijke ontwikkeling voor deze onderdoen. Overigens kan men evenmin zeggen, dat in alle opzigten armoede de oorzaak als het gevolg van slecht gedrag is.7Op blz.61hebben wij verschillende voorbeelden der werking der wet van geschiktmaking op economisch gebied gegeven. Hiernevens nog eenige. Zoo omstandigheden het uitoefenen van eenig beroep onvoordeeliger maken, zal, door het verlaten er van, of door overmaat van sterften boven geboorten, (zie begin blz.50) het aantal beoefenaars er van verminderen, en dit de overblijvende in gunstiger omstandigheden stellen, dan zoo hun aantal grooter is. Die overblijvende beoefenaars zullen aldus even veel geld kunnen verdienen na het ontstaan dier voor dit beroep ongunstige omstandigheden, dan het grootere aantal beoefenaars er van voor het ontstaan dier omstandigheden. Men kan hieruitnagaan, hoe de werking der wet van geschiktmaking beroepen, bij derzelver beoefenaars evenveel beelding vorderende, even winstgevend, en die winsten bij beroepen, bij derzelver beoefenaars niet evenveel beelding vorderende, in reden der behoeften dier beoefenaars tracht te doen worden.Voorts zal de werking der wet van geschiktmaking bij vergroote productie de behoeften en de voeding der arbeiders zoodanig vergrooten, dat deze het eindelijk betrekkelijk niet ruimer dan vroeger bij minder verdiensten zullen hebben. Eene werking dier wet is ook de beperking der prijsverhooging van iets tengevolge van grootere vraag dan bod. Die prijsverhooging zal toch de koopers moeijelijker en de verkoopers gemakkelijker maken, en hierdoor het weder gelijk worden van vraag en bod en aldus ook het tot staan komen van den prijs bevorderd worden.Werkingen der wet der veranderlijkheid op economisch gebied zijn alle die welke die bovengemelde werkingen verstoren; voorts alle toevallige winsten of verliezen, handelscrisissen, beurspanieken enz. Werkingen dier wet der veranderlijkheid, waarbij er wederkeerige versterking plaats heeft, zijn de bankroeten veroorzaakt door vorige bankroeten; het overleggen van meer geld door handelaars, naarmate hun bedrijfskapitaal grooter is; het op schadelijke wijze leenen van geld naarmate de schuld grooter is enz.8Te gelijk hiermede zou ook de behoefte aan veiligheid, alsmede de kennis om zich deze te verschaffen afnemen. Bij elken stand van beschaving trachten al de gevolgen hiervan harmonisch met elkander te worden.Zoo zullen bijv. volken in het bezit van spoorwegen en van langdurige tijdperken van vrede, zich mijnongelukken en het bekostigen vanmoorddadigevuurwapens moeten getroosten.9Hieruit volgt dat moraal onafhankelijk van een ideaal langzamerhand tot dierenmoraal zou dalen.10Het ideaal, dat beoogt het door den graad van beschaving bepaalde genoegen der maatschappij, is te vergelijken met eene zware maar niet wrijvende massa, die slechts hierdoor aan eene zie blz.138, achterwaarts trekkende kracht wederstaat. Het ideaal, dat daarentegen den geestelijken vooruitgang der individuen beoogt, is te vergelijken met zulk eene massa, maar waarop tevens eene kracht werkt, die aan de zooeven gemelde achterwaarts trekkende wederstaat. Voor zoo verre der menschen ideaal niet het eerste der beide gemelde is, strekt betrachting van deugd niet om gemiddeld het gelukkigste te zijn, en om gemiddeld het beste in zijn doen te gelukken, en hangt de waarde der zedelijke daden niet af van het voordeel dat de maatschappij er van trekt, zie blz.218.11Iets dergelijks moet ook plaats hebben bij den invloed door de onveranderlijke atomistische bewegingen van den ether op hemelbollenuitgeoefendzie blz.170.12De kinderlijke voorstelling van dit een en ander is die der hemel en aardgeesten.13Met de hersens is dit eveneens het geval. Wanneer de directe werking der indrukken, door de hersens bij den geest voortgebragt, bij de denking van dezen (zie blz.144bepaalt door een geheel van zintuigelijke onwaarneembare atomistische bewegingen) overheerschende is;is de geest min of meer passief. Tot dien toestand, waarbij de denking van eene lagere gehalte is, trachten de hersens den geest nu te brengen, en niet het minste wanneer het ligchaam gezond is, omdat dit dan in een gemiddelden toestand verkeert, en aldus zie bl.78en102niet in dien waarbij het de minste terugtrekkende werking op den geest uitoefent zie Noot blz.79.14In dit geval verkeeren bijv. de door ongeschikt geworden instellingen voortgebragte en deze slopende revolutien. In den aanvang geschiedt dit op eene meer schroomvallige wijze dan later, omdat er tusschen de intensiteit dier revolutien en de bedoelingen, die men er mede heeft, alsmede den bijval die zij vinden, wederkeerige versterking plaats heeft. Voor zooverre zulke revolutien nieuwe zaken daarstellen moeten zij, zooals op blz.287met betrekking tot de hervorming gezegd is, beschouwd worden.15Hierbij stellen wij dat in elk dier gevallen de zedelijke eischen van het leven even groot zijn, zoodat zie blz.82de absolute graad van deugd gelijk aan den betrekkelijk graad hiervan is. Van de voor die eischen te groote zelfzucht en zucht tot genot in het heden, zijn de slechte hartstogten wel verschillende uitingen, edoch bij veel lagere trappen van beschaving kunnen de zelfzucht en de zucht tot genot in het heden zich of in het geheel niet op de wijze van sommige dier slechte hartstogten, of slechts gebrekkig op de wijze van andere derzelve uiten.16Zie hierover ons werk get. Over de werking der wet Natuurwetten op zedelijk gebied enz. blz.361en het vervolg van dit werk blz.74.17Een gevolg kan een verschijnsel vernietigen, op het oogenblik dat dit geschiedt is, zelf door de werking der wet van geschiktmaking vernietigd zijn, en intusschen een nieuw verschijnsel van den aard als het eerste opgewekt hebben. Dit bijv. is het geval bij het gaan dan in deze en dan in gene rigting, twee verschijnsels welke door een tusschenliggend verbonden zijn.18Liggen ern× 2nballen binnen die bus ennballen binnen elk deel er van, waar binnen die verhoudingen op allerlei wijze varieren, zoo zal, bij het voorkomen van al de gevallen, slechts eene dier 2ndeelen enkel witte en een ander enkel zwarte ballen bevatten. Nu zal de grootheidnniet aanzienlijk behoeven te zijn, om het aantal deelen 2nuiterst groot en de betrekkelijke grootte dier deelen aldus zeer gering te doen worden.19Die ongelijkheid in digtheid van groepering binnen eene rij van zulke aan elkander grenzende deelen kan echter in stand gehouden worden, zoo binnen het deel, bij het eene einde der rij, er nieuwe poeijerdeelen in gebragt en, bij het deel bij het andere einde, er poeijerdeelen weggenomen worden. De digtheid van groepering der poeijerdeelen zal alsdan langs dien weg van het eene naar het andere einde afnemen, en, onder het bezit van allerlei onregelmatige snelheden, die poeijerdeelen zich langzaam van het eene naar het andere einde dier rij verplaatsen. Iets hiermede overeenstemmende heeft bijv. plaats bij de in de poolzeeën drijvende ijsbergen. De gletschers voeren er nieuwe in zee aan, zij smelten onder weg, en de accidentele en onregelmatige stroomen binnen de poolzeeën, het effect van hierboven gemelde snelheden doende, zullen die ijsbergen gemiddeld naar lagere breedten voeren, zoo hier naar toe de digtheid van groepering der ijsbergen afneemt.De zwaarte der stof of slibbedeelen, door wind of stroomend water opgeheven, zal hetzelfde effect uitoefenen als die aan en afvoer van bovengemelde poeijerdeelen. Stroomende vloeistoffen zijn steeds in beroering en, bij zekere afneming der sterkte van groepering dier stofjes of slibbedeelen naar boven, kan de werking dier beroering er overal gemiddeld even veel meer op dan nederwaarts voeren als de zwaartekracht er nederwaarts voert.Niet alleen zal bij sterke stroomen die digtheid van groepering naar boven minder afnemen, maar zij zal dan tevens bij den bodem grooter zijn, zoo hierop eene onbepaald aantal ophefbare stofjes of slibbedeelen gelegen is.20Die verschillende kansen van voorkoming bezittende afwijkingen zijn te vergelijken met de trekkingen uit bussen, ballen van verschillende kleur bevattende. De onregelmatigheid bij eene reeks van trekkingen zal alsdan minder worden, zoo niet enkele keeren ballen van eene kleur, in de bus schaars voorkomende, getrokken worden.Zie ons werk get. Vervolg op het werk get.: Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz. blz. 453.21Merken wij hier op dat bij het geval van blz. 3 van ons werk get.: Vervolg op het werk get. Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz., zoo de drang tot onregelmatigheid, op blz.309gemeld, niet bestond, hoe lang ook schuddende, de groeperingnbinnen geen eindigen tijd zou ontstaan moeten, evenmin als bij het werpen met eene dobbelsteen, waarvan het eene vlak met lood bezwaard is (hetgeen overeenstemt met de meerdere kans van voorkoming der groeperingn.) Door zachter te gaan schudden, wanneer de groeperingnzich vormt, ontstaat er nu iets overeenkomende met het minder in aantal worden der vlakken dier dobbelsteen.22Zie ons werk get. Vervolg van het werk get. Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz. blz. 73 en 536.23Dit is met inachtneming van den tijd noodig voor eene ons onbewuste voortplanting van het effect der handelingen der menschen met de golvingen binnen vloeistoffen vergelijkbaar.24Dit zou bijv. het geval bij ons zonnestelsel zijn, zoo de vaste sterren er veel digter bij gelegen waren.25Men denke hierbij aan de voortplanting van toonen.26Dit niet te verwarren met gelijksoortige absolute regelmatigheden.Hoe verder deze toch in tijd of ruimte van elkander gelegen zijn, hoe minder groote totale regelmatigheid zij, in verband met elkander beschouwd, zullen teweegbrengen zie blz.311.27In plaats van op de onregelmatigste wijze dan te winnen en dan te verliezen, kan een speler verliezen, door het krijgen van slechte spellen, door onoplettendheid en door onkunde. In alle drie gevallen zal dit steeds na een verliezen door den overheerschenden invloed van enkele omstandigheden geschieden, doch in het eerste deze omstandigheden ieder oogenblik kunnen verdwijnen en dit eindelijk moeten doen, terwijl zij sterker zullen bestaan, naar gelang dit krijgen van slechte spellen langer aanhoudt. Het tweede geval ligt alsware tusschen de beide andere in, en kan dan meer op het eerste dan meer op het derde geval gelijken.28De door de wet der veranderlijkheid opgewekte gevolgen bij dergelijke verschijnsels, welke, even als in de Noot van blz.300gezegd is, werken, kunnen die verschijnsels echter uitputten. De beweging van zulk een vaartuig, heeft bijv. tot gevolg het loopen er van tegen den een of anderen oever.29Dit is het geval omdat, zoo het gevolg eenparig kon toenemen, de werking der wet van geschiktmaking, trachtende de vergrooting der oorzaak tegen te gaan, versnellende zou toenemen, en aldus eenmaal die tegenstand veel grooter dan de opwekkende werking van het gevolg zou worden. Bij den aanvang van zulk eene wederkeerige versterking, bezit de oorzaak zekere grootte, en neemt het gevolg van af nul toe. Wil dit aldus de oorzaak vergrooten, zoo dient hierbij de tegenstand der werking der wet van geschiktmaking in het eerst trager dan de die oorzaak vergrootende werking van het gevolg toe te nemen.30Zoo kan bij het voorbeeld van blz.258opgelegde straf somtijds geene uitwerking doen, of wel zie noot blz.300de straf verminderd worden, naarmate de gestrafte het peil van gemiddelde zedelijkheid nadert, en zij, wanneer dit peil bereikt is, ophouden.31Die uitputting werkt als gevolg van den strijd, zooals in noot blz.300gezegd is.32Zie verder hierover ons werk, get. Vervolg op het werk, get. Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz., zie blz.152. De werking der wet van geschiktmaking bij de gloeijing der brandstof bestaat in de afkoeling hiervan, zooals deze in het luchtledige zou plaats hebben, en neemt, zie 2e Noot blz.337, meer versnellende, dat is, eerst minder en later sterker dan de chemische verbinding en uitbranding toe.33Dit verschijnsel na verzwakking nul en daarna negatief wordende, zoo zal alsdan die steeds positief blijvende oorzaak weder grooter worden, en de wederkeerige verzwakking overgaan in wederkeerige versterking. Even als bij het geval van blz.258verkrijgt men aldus ook hierbij schommelingen.34Vandaar dat naar ons inzien de hemelruimte geene eigenetemperatuurbezit, maar allerhande temperaturen op de stralen, tusschen de ligchamen gelegen, er aan gegeven, zoodat een etherdeel, op verscheidene van zulke stralen gelegen, ook verschillende temperaturen bezit, zie ons werk get.:Over den aard en de toekomst der beweegkracht, zie blz.18.35De kristallisatie toont dit ook aan.36Hoe kleiner de zwaartekracht bij het oppervlak van eenigen hemelbol, en hoe grooter de temperatuur hiervan is, hoe eerder eenige anorganische stof er op in den gasvorm en niet chemisch met andere stoffen verbonden, zal voorkomen.37Men zij hierbij indachtig dat, voor zoo verre de afwijkingen van den harmonischen toestand niet vernietigd worden in reden der sterkte dier afwijkingen, de op blz.259en 300 gemelde werking der wet der veranderlijkheid zich aan die der wet van geschiktmaking paart.38Op hooge noorderbreedte zou die constante benedenwind, zie Noot blz.165, zuidwest zijn, zie hierover ons werk, het “Vervolg op het werk get.: Over de werkingen der Natuurwetten op zedelijk gebied” enz. blz.104.39Voor zooverre bij het harmonische ongeschiktheid bestaat voor hetgeen waarmede het in verband komt, bestaat er een drang om het te wijzigen ten bate van het goede, zie blz.353, edoch er bestaat tevens een drang om dit verband zoodanig te wijzigen, dat het goede harmonisch wordt.40Het toeval kan, zie blz.334, wel regelmatigheid, maar geene harmonie teweeg brengen. De assimilatie der stoffen met de bestanddeelen der aarde is bijv. niet het product van het toeval, zie Noot blz.169. Ook kan dit onregelmatigheid voortbrengen, doch het behoeft het niet steeds te doen, zooals de werking van blz.321.41Slechts op die voorwaarde kunnen toch die indrukken geschiktheid baren in den tijd bij een individu, of in de ruimte bij vele zamenlevende individuen. Vandaar dat, wanneer die indrukken valsch worden, zooals bij het ijlen, er een ongeschikten toestand ontstaat.

1Die werking dier oorzaak is bijv. vergelijkbaar met de elasticiteit van eenig kleed. Zoo dit een kind goed gepast heeft, zal het een volwassen mensch knellen, zoo deze het niet zoo lang gedragen heeft, dat het al den tijd tot uitrekking gehad heeft.

2Zie hierover ons geschrift get.: Vervolg van het werk Over de werking der Natuurwetten enz., blz. 500.

3Het is klaar, dat het kennen der geschiedenis, dat met de op blz.178gemelde eerste soort van bewuste aanschouwing te vergelijken is, daarvoor niet voldoende is.

4Bij de planeten zal de invloed der aantrekking der komeet niet uitgewischt worden, omdat zie blz.154, geene oorzaak anders dan de traagheid het planetenstelsel in stand tracht te houden, zie blz.163.

5Verscheidenheid in ruimte moet ontstaan zijn door verandering der zaken ten gevolge van accidentele oorzaken. Komen deze nu niet meer voor, zoo zal de werking der wet van geschiktmaking (zie blz.270en 275), die verscheidenheid in ruimte doen verdwijnen

6De zedelijke waarde van armen zal gemiddeld in zooverre absoluut minder zijn dan die van rijken als zij in geestelijke ontwikkeling voor deze onderdoen. Overigens kan men evenmin zeggen, dat in alle opzigten armoede de oorzaak als het gevolg van slecht gedrag is.

7Op blz.61hebben wij verschillende voorbeelden der werking der wet van geschiktmaking op economisch gebied gegeven. Hiernevens nog eenige. Zoo omstandigheden het uitoefenen van eenig beroep onvoordeeliger maken, zal, door het verlaten er van, of door overmaat van sterften boven geboorten, (zie begin blz.50) het aantal beoefenaars er van verminderen, en dit de overblijvende in gunstiger omstandigheden stellen, dan zoo hun aantal grooter is. Die overblijvende beoefenaars zullen aldus even veel geld kunnen verdienen na het ontstaan dier voor dit beroep ongunstige omstandigheden, dan het grootere aantal beoefenaars er van voor het ontstaan dier omstandigheden. Men kan hieruitnagaan, hoe de werking der wet van geschiktmaking beroepen, bij derzelver beoefenaars evenveel beelding vorderende, even winstgevend, en die winsten bij beroepen, bij derzelver beoefenaars niet evenveel beelding vorderende, in reden der behoeften dier beoefenaars tracht te doen worden.

Voorts zal de werking der wet van geschiktmaking bij vergroote productie de behoeften en de voeding der arbeiders zoodanig vergrooten, dat deze het eindelijk betrekkelijk niet ruimer dan vroeger bij minder verdiensten zullen hebben. Eene werking dier wet is ook de beperking der prijsverhooging van iets tengevolge van grootere vraag dan bod. Die prijsverhooging zal toch de koopers moeijelijker en de verkoopers gemakkelijker maken, en hierdoor het weder gelijk worden van vraag en bod en aldus ook het tot staan komen van den prijs bevorderd worden.

Werkingen der wet der veranderlijkheid op economisch gebied zijn alle die welke die bovengemelde werkingen verstoren; voorts alle toevallige winsten of verliezen, handelscrisissen, beurspanieken enz. Werkingen dier wet der veranderlijkheid, waarbij er wederkeerige versterking plaats heeft, zijn de bankroeten veroorzaakt door vorige bankroeten; het overleggen van meer geld door handelaars, naarmate hun bedrijfskapitaal grooter is; het op schadelijke wijze leenen van geld naarmate de schuld grooter is enz.

8Te gelijk hiermede zou ook de behoefte aan veiligheid, alsmede de kennis om zich deze te verschaffen afnemen. Bij elken stand van beschaving trachten al de gevolgen hiervan harmonisch met elkander te worden.Zoo zullen bijv. volken in het bezit van spoorwegen en van langdurige tijdperken van vrede, zich mijnongelukken en het bekostigen vanmoorddadigevuurwapens moeten getroosten.

9Hieruit volgt dat moraal onafhankelijk van een ideaal langzamerhand tot dierenmoraal zou dalen.

10Het ideaal, dat beoogt het door den graad van beschaving bepaalde genoegen der maatschappij, is te vergelijken met eene zware maar niet wrijvende massa, die slechts hierdoor aan eene zie blz.138, achterwaarts trekkende kracht wederstaat. Het ideaal, dat daarentegen den geestelijken vooruitgang der individuen beoogt, is te vergelijken met zulk eene massa, maar waarop tevens eene kracht werkt, die aan de zooeven gemelde achterwaarts trekkende wederstaat. Voor zoo verre der menschen ideaal niet het eerste der beide gemelde is, strekt betrachting van deugd niet om gemiddeld het gelukkigste te zijn, en om gemiddeld het beste in zijn doen te gelukken, en hangt de waarde der zedelijke daden niet af van het voordeel dat de maatschappij er van trekt, zie blz.218.

11Iets dergelijks moet ook plaats hebben bij den invloed door de onveranderlijke atomistische bewegingen van den ether op hemelbollenuitgeoefendzie blz.170.

12De kinderlijke voorstelling van dit een en ander is die der hemel en aardgeesten.

13Met de hersens is dit eveneens het geval. Wanneer de directe werking der indrukken, door de hersens bij den geest voortgebragt, bij de denking van dezen (zie blz.144bepaalt door een geheel van zintuigelijke onwaarneembare atomistische bewegingen) overheerschende is;is de geest min of meer passief. Tot dien toestand, waarbij de denking van eene lagere gehalte is, trachten de hersens den geest nu te brengen, en niet het minste wanneer het ligchaam gezond is, omdat dit dan in een gemiddelden toestand verkeert, en aldus zie bl.78en102niet in dien waarbij het de minste terugtrekkende werking op den geest uitoefent zie Noot blz.79.

14In dit geval verkeeren bijv. de door ongeschikt geworden instellingen voortgebragte en deze slopende revolutien. In den aanvang geschiedt dit op eene meer schroomvallige wijze dan later, omdat er tusschen de intensiteit dier revolutien en de bedoelingen, die men er mede heeft, alsmede den bijval die zij vinden, wederkeerige versterking plaats heeft. Voor zooverre zulke revolutien nieuwe zaken daarstellen moeten zij, zooals op blz.287met betrekking tot de hervorming gezegd is, beschouwd worden.

15Hierbij stellen wij dat in elk dier gevallen de zedelijke eischen van het leven even groot zijn, zoodat zie blz.82de absolute graad van deugd gelijk aan den betrekkelijk graad hiervan is. Van de voor die eischen te groote zelfzucht en zucht tot genot in het heden, zijn de slechte hartstogten wel verschillende uitingen, edoch bij veel lagere trappen van beschaving kunnen de zelfzucht en de zucht tot genot in het heden zich of in het geheel niet op de wijze van sommige dier slechte hartstogten, of slechts gebrekkig op de wijze van andere derzelve uiten.

16Zie hierover ons werk get. Over de werking der wet Natuurwetten op zedelijk gebied enz. blz.361en het vervolg van dit werk blz.74.

17Een gevolg kan een verschijnsel vernietigen, op het oogenblik dat dit geschiedt is, zelf door de werking der wet van geschiktmaking vernietigd zijn, en intusschen een nieuw verschijnsel van den aard als het eerste opgewekt hebben. Dit bijv. is het geval bij het gaan dan in deze en dan in gene rigting, twee verschijnsels welke door een tusschenliggend verbonden zijn.

18Liggen ern× 2nballen binnen die bus ennballen binnen elk deel er van, waar binnen die verhoudingen op allerlei wijze varieren, zoo zal, bij het voorkomen van al de gevallen, slechts eene dier 2ndeelen enkel witte en een ander enkel zwarte ballen bevatten. Nu zal de grootheidnniet aanzienlijk behoeven te zijn, om het aantal deelen 2nuiterst groot en de betrekkelijke grootte dier deelen aldus zeer gering te doen worden.

19Die ongelijkheid in digtheid van groepering binnen eene rij van zulke aan elkander grenzende deelen kan echter in stand gehouden worden, zoo binnen het deel, bij het eene einde der rij, er nieuwe poeijerdeelen in gebragt en, bij het deel bij het andere einde, er poeijerdeelen weggenomen worden. De digtheid van groepering der poeijerdeelen zal alsdan langs dien weg van het eene naar het andere einde afnemen, en, onder het bezit van allerlei onregelmatige snelheden, die poeijerdeelen zich langzaam van het eene naar het andere einde dier rij verplaatsen. Iets hiermede overeenstemmende heeft bijv. plaats bij de in de poolzeeën drijvende ijsbergen. De gletschers voeren er nieuwe in zee aan, zij smelten onder weg, en de accidentele en onregelmatige stroomen binnen de poolzeeën, het effect van hierboven gemelde snelheden doende, zullen die ijsbergen gemiddeld naar lagere breedten voeren, zoo hier naar toe de digtheid van groepering der ijsbergen afneemt.

De zwaarte der stof of slibbedeelen, door wind of stroomend water opgeheven, zal hetzelfde effect uitoefenen als die aan en afvoer van bovengemelde poeijerdeelen. Stroomende vloeistoffen zijn steeds in beroering en, bij zekere afneming der sterkte van groepering dier stofjes of slibbedeelen naar boven, kan de werking dier beroering er overal gemiddeld even veel meer op dan nederwaarts voeren als de zwaartekracht er nederwaarts voert.

Niet alleen zal bij sterke stroomen die digtheid van groepering naar boven minder afnemen, maar zij zal dan tevens bij den bodem grooter zijn, zoo hierop eene onbepaald aantal ophefbare stofjes of slibbedeelen gelegen is.

20Die verschillende kansen van voorkoming bezittende afwijkingen zijn te vergelijken met de trekkingen uit bussen, ballen van verschillende kleur bevattende. De onregelmatigheid bij eene reeks van trekkingen zal alsdan minder worden, zoo niet enkele keeren ballen van eene kleur, in de bus schaars voorkomende, getrokken worden.Zie ons werk get. Vervolg op het werk get.: Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz. blz. 453.

21Merken wij hier op dat bij het geval van blz. 3 van ons werk get.: Vervolg op het werk get. Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz., zoo de drang tot onregelmatigheid, op blz.309gemeld, niet bestond, hoe lang ook schuddende, de groeperingnbinnen geen eindigen tijd zou ontstaan moeten, evenmin als bij het werpen met eene dobbelsteen, waarvan het eene vlak met lood bezwaard is (hetgeen overeenstemt met de meerdere kans van voorkoming der groeperingn.) Door zachter te gaan schudden, wanneer de groeperingnzich vormt, ontstaat er nu iets overeenkomende met het minder in aantal worden der vlakken dier dobbelsteen.

22Zie ons werk get. Vervolg van het werk get. Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz. blz. 73 en 536.

23Dit is met inachtneming van den tijd noodig voor eene ons onbewuste voortplanting van het effect der handelingen der menschen met de golvingen binnen vloeistoffen vergelijkbaar.

24Dit zou bijv. het geval bij ons zonnestelsel zijn, zoo de vaste sterren er veel digter bij gelegen waren.

25Men denke hierbij aan de voortplanting van toonen.

26Dit niet te verwarren met gelijksoortige absolute regelmatigheden.Hoe verder deze toch in tijd of ruimte van elkander gelegen zijn, hoe minder groote totale regelmatigheid zij, in verband met elkander beschouwd, zullen teweegbrengen zie blz.311.

27In plaats van op de onregelmatigste wijze dan te winnen en dan te verliezen, kan een speler verliezen, door het krijgen van slechte spellen, door onoplettendheid en door onkunde. In alle drie gevallen zal dit steeds na een verliezen door den overheerschenden invloed van enkele omstandigheden geschieden, doch in het eerste deze omstandigheden ieder oogenblik kunnen verdwijnen en dit eindelijk moeten doen, terwijl zij sterker zullen bestaan, naar gelang dit krijgen van slechte spellen langer aanhoudt. Het tweede geval ligt alsware tusschen de beide andere in, en kan dan meer op het eerste dan meer op het derde geval gelijken.

28De door de wet der veranderlijkheid opgewekte gevolgen bij dergelijke verschijnsels, welke, even als in de Noot van blz.300gezegd is, werken, kunnen die verschijnsels echter uitputten. De beweging van zulk een vaartuig, heeft bijv. tot gevolg het loopen er van tegen den een of anderen oever.

29Dit is het geval omdat, zoo het gevolg eenparig kon toenemen, de werking der wet van geschiktmaking, trachtende de vergrooting der oorzaak tegen te gaan, versnellende zou toenemen, en aldus eenmaal die tegenstand veel grooter dan de opwekkende werking van het gevolg zou worden. Bij den aanvang van zulk eene wederkeerige versterking, bezit de oorzaak zekere grootte, en neemt het gevolg van af nul toe. Wil dit aldus de oorzaak vergrooten, zoo dient hierbij de tegenstand der werking der wet van geschiktmaking in het eerst trager dan de die oorzaak vergrootende werking van het gevolg toe te nemen.

30Zoo kan bij het voorbeeld van blz.258opgelegde straf somtijds geene uitwerking doen, of wel zie noot blz.300de straf verminderd worden, naarmate de gestrafte het peil van gemiddelde zedelijkheid nadert, en zij, wanneer dit peil bereikt is, ophouden.

31Die uitputting werkt als gevolg van den strijd, zooals in noot blz.300gezegd is.

32Zie verder hierover ons werk, get. Vervolg op het werk, get. Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz., zie blz.152. De werking der wet van geschiktmaking bij de gloeijing der brandstof bestaat in de afkoeling hiervan, zooals deze in het luchtledige zou plaats hebben, en neemt, zie 2e Noot blz.337, meer versnellende, dat is, eerst minder en later sterker dan de chemische verbinding en uitbranding toe.

33Dit verschijnsel na verzwakking nul en daarna negatief wordende, zoo zal alsdan die steeds positief blijvende oorzaak weder grooter worden, en de wederkeerige verzwakking overgaan in wederkeerige versterking. Even als bij het geval van blz.258verkrijgt men aldus ook hierbij schommelingen.

34Vandaar dat naar ons inzien de hemelruimte geene eigenetemperatuurbezit, maar allerhande temperaturen op de stralen, tusschen de ligchamen gelegen, er aan gegeven, zoodat een etherdeel, op verscheidene van zulke stralen gelegen, ook verschillende temperaturen bezit, zie ons werk get.:Over den aard en de toekomst der beweegkracht, zie blz.18.

35De kristallisatie toont dit ook aan.

36Hoe kleiner de zwaartekracht bij het oppervlak van eenigen hemelbol, en hoe grooter de temperatuur hiervan is, hoe eerder eenige anorganische stof er op in den gasvorm en niet chemisch met andere stoffen verbonden, zal voorkomen.

37Men zij hierbij indachtig dat, voor zoo verre de afwijkingen van den harmonischen toestand niet vernietigd worden in reden der sterkte dier afwijkingen, de op blz.259en 300 gemelde werking der wet der veranderlijkheid zich aan die der wet van geschiktmaking paart.

38Op hooge noorderbreedte zou die constante benedenwind, zie Noot blz.165, zuidwest zijn, zie hierover ons werk, het “Vervolg op het werk get.: Over de werkingen der Natuurwetten op zedelijk gebied” enz. blz.104.

39Voor zooverre bij het harmonische ongeschiktheid bestaat voor hetgeen waarmede het in verband komt, bestaat er een drang om het te wijzigen ten bate van het goede, zie blz.353, edoch er bestaat tevens een drang om dit verband zoodanig te wijzigen, dat het goede harmonisch wordt.

40Het toeval kan, zie blz.334, wel regelmatigheid, maar geene harmonie teweeg brengen. De assimilatie der stoffen met de bestanddeelen der aarde is bijv. niet het product van het toeval, zie Noot blz.169. Ook kan dit onregelmatigheid voortbrengen, doch het behoeft het niet steeds te doen, zooals de werking van blz.321.

41Slechts op die voorwaarde kunnen toch die indrukken geschiktheid baren in den tijd bij een individu, of in de ruimte bij vele zamenlevende individuen. Vandaar dat, wanneer die indrukken valsch worden, zooals bij het ijlen, er een ongeschikten toestand ontstaat.


Back to IndexNext