Dat de GeneraalAylvana 1672 niet weder als Luit.-Admiraal op de vloot is geweest, scheen mede een gevolg te zijn van de bepaling der in 1673 door de Staten aangenomene Poincten reformatoir, art. 36: „Dat het Admiraelschap van Frieslandt wordtverklaert vacant ende impetrabil te syn, als werdende verstaen niet compatibel te zyn met eenige hooge militaire charge te Lande.” Charterb. V 963. Evenwel vermeldtde JongeIVa309, dat in 1692 naAylva’sdood door KoningWillem(?) in zijne plaats werd benoemdFrederik WillemGraafvan Bronckhorst Stirum, Vice-Adm. der Maze, hoewel hij niet in zee ging, omdatFrieslandte weinig schepen leverde.
De onderstand van het Friesche Collegie verminderde toch van lieverlede zoodanig, dat het lang werkeloos bleef, en in 1689 slechts 3 schepen: van Kapt.Hidde de Vries, Europa, Kapt.Jentema, de Windhond en Kapt.D.(misschienB.ofBarend)de Vries, de Brak, te zamen 470 koppen voerende, bij de vloot voegde. Later en nog in 1744 had het maar twee schepen meer. ZieSylvius, 1689, 203;de Jonge, IIIb390; IVa44, 48, 72, 174, 274.
Uit den tijd van het diepste verval onzer lands zeemagt, toen echter de Friezen zoo talrijke koopvaardijschepen en vrachtvaarders in zee hadden; toen, na het uitbreken van den oorlog tusschenEngelandenFrankrijk, in 1756, zóó vele onzer koopvaarders prijs genomen werden, dat de Nederl. Jaerboeken van 1758, bl. 923 drie lijsten bevatten van 156 enkel Hollandsche schepen, door de Engelsche kapers geroofd en opgebragt,—vinden wij nog een loffelijk bedrijf vermeld vanJan Binckes, Kapitein van ’s lands oorlogsschip: Maarssen, die den roemrijken naam van zijn voorzaatJacob Binckesin eere hield. Tot bescherming van eene koopvaardijvloot naarCadixgestevend, wilde hij den 27 December 1758 de baai dier stad inzeilen, toen het de Engelsche kapers gelukte, twee der hem aanvertrouwde schepen, gevoerd door de schippersPieter PaauwenWigle Tjerks Zwart, van het convooi af te snijden, met oogmerk om die teGibraltarop te brengen. Zoodra ontvangtBinckesgeen berigt van deze daad, of hij wendt zijn schip, zet de roovers alléén na, herneemt zijne schepen uit hunne klaauwen en komt daarmede den volgenden dag in de baai vanCadixbij de overigen terug.—Men zie daarover Ned. Jaerboeken, 1758, 562, 1759, 123; Onmiddelijk Vervolg opWagenaar, XXII 420.
Bladz. 270
Het gedrag van het regiment vanAylvabij den overtogt vanLodewijk XIVover den Rijn, op den 12 Junij 1672, is in het schoone werk vanBosscha, Neêrl. Heldendaden, II 57, wel uitvoerig en naar verdienste voorgesteld, volgensValckenier, ’t Verwerd Europa, XV 455 en andere bronnen, doch kort daarna heeft Do.O. G. Heldringdeze gebeurtenis nader onderzocht en toegelicht uit Fransche schrijvers, die in dezen wel het meeste gezag verdienen. Dat zeer belangrijke stuk is, onder den titel van: de Overtogt van Lodewijk XIV. over den Rijn, geplaatst in het1edl. van Nijhoff’s Bijdragen, 1837, bl. 93. Reeds vroeger heb ik daarvan een uittreksel gegeven in den Friesche Volks-Almanak voor 1840, 96. Beide verhalen zijn op verscheidene punten aangevuld door de berigten in het voortreffelijke werk der Heerenvan Sijpesteinende Bordes, de verdediging van Nederland in 1672 en 1673, ’s Hage 1850, 1est. 68 env. In Bijlage I, bl. 95 worden daar bovendien de overige hoofd-officieren en kapiteins van dit regiment, uit 8 kompagniën bestaande, met name opgenoemd. Dat al de in den tekst genoemde personen daartoe behoorden, is mij mede gebleken uit de Resolutiën van Gedep. Staten, waarin ik van bijna allen de aanstellingen heb gevonden. De namen verschillen echter eenigzins, als: b. v.Douwe van Ipema,Haje TwernbergenenTwenbergen,Bernhardt Hekman,Bavius Romeda. In laatst vermelde Bijlage komen tevens de namen voor van eene menigte Friesche Officieren, die in het leger van den staat dienden.—Zeker behoef ik geene verschooning te vragen, dat ik wegens de belangrijkheid van dit feit hieromtrent uitvoeriger ben geweest dan omtrent andere bijzondere punten, alsmede dat ik al het in 1672 en 1673 voorgevallene breeder heb behandeld dan het overige.
Bladz. 281Bladz. 294
ook ten aanzien vanFrieslandin het vermelde werk van Prof.Siegenbeek, 122, 144 eervol vermeld, was destijds van veel belang, en mogt met den gelukkigsten uitslag worden bekroond. Er zijn omtrent het uittrekken der burgers van onderscheidene steden en grietenijën bijzonderheden bewaard, welke ik echter hier niet kan mededeelen. Aangaande de uittogten van 1672 heeft Mr.A. Teltingvele medegedeeld in zijne twee bijdragen: Oer B. Bekker, de Fulleniussen, in it Bloedjier 1672, geplaatst in het Friesch Jierboeckjen foar 1835, en Brief van Goslik Colonna, Hopman over eene Compagnie Franeker burgers, aan den Magistraat vanFraneker, voorkomende in de Vrije Fries, I 70. Nog meerdere bijzonderheden omtrent de snelle oproeping van den derden man in 1673 heb ik gevonden in een hoogst zeldzaam werkje van dien zelfdenColonna, getiteld: Journaal ofte Dagh-register van de uyttocht der Burgerlycke Manschap, van de Provintie van Vrieslandt, uytgetogen in den Jaare 1673. Bevattende al ’t geene is voor-gevallen van den dagh onses uyt-tocht, als zynde den 16. Augusti 1673. tot den dagh van onse weder-komst, zynde den 5. October des selven jaars. Beschreven door Goslingh Colonna. Te Bolsward by Hans Hanssen Gyselaer, Drucker en Boekv. 1673, 4o.
De schrijver was toen „Excersiti-meester, Serjant en Sijpel-schrijver van de Burgerij der stadt Franequer,” onder den kapt.Johannis Ennema, die met 65 koppen in twee ligters overSneekenTerhorneteHeerenveenaankwamen, te gelijk met de burgers vanLeeuwardenenSneek, na het vernemen van ontmoedigende berigtenen het ontmoeten van verscheidene „schepen met gevluchte goederen.” Nadat zij naarJouregezonden waren, werd het berigt van het naderen van den vijand spoedig vervangen door dit, dat „de Bisschopsche volkeren wederom waren vertrocken.” Den 27 en 29 Aug. hielden de drie regimentenOostergoo,Westergooen de Steden, bestaande uit 27 compagniën, teJoureeene „magnevyckelycke inspectie” voor PrinsMaurits, GraafHendrik, den GeneraalAylvaen de Gedeputeerden. Den 4 Sept. vertrokken 12 compagnien overHeerenveen(langs 79 vonders of houten!) naar het retranchementGorredijk, dat hij 1760 treden in omvang bevond. Daar zoo min als op de vorige plaats viel er iets voor, dat inspanning vorderde of vermelding verdient.
Over den uittogt van 1673 is bijzonder uitvoerig de Holl. Mercurius, 153, die zelfs de resolutie van Gedeputeerden tot dadelijke uittrekking bevat, welke niet in het Charterboek voorkomt.
Met een woord herinner ik hier, dat de datums der feiten in de stukken van dien tijd dikwijls 10 dagen verschillen, dewijl de eene schrijver de dagteekening van den ouden en de ander die van den nieuwen stijl volgde. Eerst 1 Jan. 1701 is de laatste inFrieslandaangenomen. Volledige verklaringen omtrent dat belangrijk punt bevat de Hist. Verhandeling over den Nieuwen Stijl, van wijlen mijn vriend den Hoogl. Mr.J. W. de Crane, geplaatst in Visser en Amersfoordt, Archief, 1827, 2edl. Bovendien heeft laatstgenoemde geleerde in zijne Letter- en Geschiedkundige Verzameling van eenige Biographische Bijdragen en Berigten, Leeuw. 1841, 63, eene beschrijving gegeven van de Memoriale Annotatien vanHoratius Vitringa, welk Handschrift, thans bij het Friesch Genootschap bewaard en meermalen door mij aangehaald, mij groote diensten heeft bewezen, ook omdat de voornaamste gedrukte Staatsstukken van dien tijd daarin mede zijn opgenomen.
Bladz. 350Bladz. 351
A. Al moge het oordeel van Godgeleerden, als boetpredikers, over den zedelijken toestand hunner tijdgenooten eenzijdig en overdreven geacht worden, toch is het een feit, dat in 1648 Do.Adr. Hasius, pred. te Leeuwarden, geliefde te zeggen in een werkje, getiteld: Den Geestelycken Alarm, tot schrick der Godtloosen en troost der Vroomen enz. (ruim 800 bladz. groot): „Sooder oyt een tijdt gheweest is, in dewelcke allerhande sonden en grouwelen d’overhandt genomen hebben, ’t is nu sulck een tijdt. Krom en verdraeyt is het gheslachte der menschen, dat wy nu beleven, ja soo verkeert, dat den meesten hoop in het boose gheleghen zijn. De godtloosheydt is by vele soo hoogh geklommen, dat se de toppen van de ware Godtsaligheydt ’t eenemael, ghelijck als overdeckt heeft.” En dat gaat zoo voort, nog wel in eene Opdragt aan den Stadhouder en de Gedeputeerden. Met even donkerekleuren schetste Do.H. Witziusin 1669 den toestand der kerk in zijn: Twist des Heeren met zijn Wyngaert. En deze was een man van gezag, waarom hij zes jaren later teFranekertot Hoogleeraar werd beroepen.
B. Ofschoon een strafwetboek geen bewijs levert van de heerschende ondeugden eener natie, zoo leveren toch de van tijd tot tijd uitgevaardigde plakkaten veeleer blijken van voorzieningen tegen heerschende gebreken en misdrijven.
Van zoodanige plakkaten der Staten van Friesland vermelden wij ten bewijze slechts deze weinige, waarvan sommige herhaaldelijk werden uitgevaardigd: 1619, verhooging der strafbepaling op overspel; 1622, tegen het mesvechten en doodslaan, het ontheiligen van den sabbath enz.; 1629, tegen luije bedelaars, landloopers, vagabonden, deugnieten enz., die ’t land zóó onveilig maakten, dat men, toen boevejagten met geweer ontoereikend waren, in 1654 tot oprigting van een Tucht- en Werkhuis voor hen moest besluiten; 1652, tegen het haarplukken en doodslaan; 1654, tegen brandstichters; 1661, tegen ’t onbehoorlijk zuipen en slempen op de lijkmaaltijden (ziebladz. 260hier vóór); 1667, tegen ’t ijdel zweren en vloeken; 1671, tegen de ongeregeldheden en kwade gedragingen van knechten en dienstmaagden; 1686, tegen duellen en krakeelen enz.; terwijl de klagten over ergerlijke, kettersche en zedelooze boeken zóó dikwijls herhaald werden, dat niemand sedert 1667 langer een boek mogt uitgeven, tenzij het door de regering of de klassis onderzocht en goedgekeurd ware. Zóó groot was de vrijheid in de republiek, ten gevolge van het misbruik! Zie dit alles breeder in het Charterboek, V 254, 269, 323, 467, 539, 567, 568, 635, 653, 661, 757, 774, 775, 805, 1257.
C. Ten aanzien van het gedrag en de handelwijze der Hervormde Predikanten zie men de berigten van Do.Diest Lorgion, de Hervormde Kerk, 123 en 340, waar de punten van beschuldiging en verbetering derFranekerklassis van 1662 voorkomen, waaruit ik opbl. 382reeds eenige zinsneden heb medegedeeld.
Bladz. 447
Hoe ruime stof zou er aanwezig zijn, indien ik hier in bijzonderheden wilde vermelden, hoedanig de Gelukkige Toestand van Friesland, sinds die in 1795 doorGratamawerd geschetst (ziebl. 338hier vóór), thans is toegenomen en verbeterd! Met de bevolking, welke in 1744 slechts 135,000 en in 1796 161,000 zielen bedroeg en thans (1852) tot ruim 251,000 is gestegen, zijn toch de middelen van bestaan en de bronnen van volkswelvaart toegenomen; hebben wij onschatbare voorregten ten aanzien van godsdienstige denkbeelden en van onderwijs en opvoeding ontvangen; mogten wij onze staatkundige en burgerlijke betrekkingen verbeterd zien, en werd de overtuiging gevestigd, dat wij, bij aanwendingvan verstandelijke kennis en ijver, in den toestand onzer gronden en bezittingen, in de voorwerpen van nijverheid en handel een aantal voorwerpen bezitten, die voor duurzame ontwikkeling en toenemende uitbreiding vatbaar zijn. Doch nadat ik de mij in dit werk gestelde perken reeds verre ben overschreden, moet ik de vermelding daarvan overlaten aan de behandeling van eene Statistieke en Plaatselijke Beschrijving van Friesland. Of ik die, bij wijze van uitbreiding mijner uitverkochte Aardrijkskundige Beschrijving van Friesland, van 1840, eerlang zal kunnen, zal mogen bewerken;—of ik daartoe, bij mijn bestendigen lust en liefde voor dit onderwerp, waarvoor ik zooveel heb verzameld, onder al de menigvuldige zorgen voor beroep, ambt en letterkundige betrekkingen, tijd en krachten zal bezitten;—dit mag ik hopen, doch voorshands niet als een bepaald voornemen doen gelden. Na aan deze, God dank! eindelijk voltooide Geschiedenis zoo lange jaren en zoo ingespannen gewerkt te hebben, zullen de vermelde bewerking van een Beroemd Friesland, en meer nog de groote moeite aan het toezigt op de naauwkeurige uitvoering van den Nieuwe Atlas van Friesland (met zoo veel regt een belangrijk voorwerp van naauwlettende zorg!) mij vooreerst te veel bezig houden, om aan het volbrengen van eene taak te denken, welke met dien Atlas een schoon geheel zou kunnen vormen, de eer en roem onzer heerlijke provincie waardig!
Om deze te bevorderen, en om bij voortduring nuttig te mogen zijn voor mijne landgenooten, wier toegenegenheid ik dankbaar erkenne, daartoe schenke de Algoede mij verder lust, kracht en zegen! Veel, zeer veel blijft er na al het bewerkte nog te verrigten over, om Frieslands geschiedenis en letterkunde zoodanig te behandelen, en uit tot dusverre ontoegankelijke of weinig bekende bronnen voor het algemeen toe te lichten, als de waardigheid vordert van eene provincie en van een volk, wier belangrijkheid ook vreemden meer en meer erkennen, en waaromtrent een beroemd Fransch schrijver mogt getuigen:
Achttien eeuwen hebben den Rijn van loop zien veranderen en de oevers van den Oceaan doen verzwelgen:—het Friesche Volk is staande gebleven, als een historisch gedenkteeken, waardig om zoowel den Franken als Angelsaksers en Scandinaviers gelijke belangstelling in te boezemen.
MALTE-BRUN.
Versiering
VAN DEVOORNAAMSTE GEBEURTENISSENDER
Versiering
OUD FRIESLAND.
Van de vroegste tijden tot Karel den groote.
Van het Jaar 11 vóór Chr. tot omstreeks 800 na Christus.
11 jaar vóór onze tijdrekening.Komst van Drusus in Friesland. De Friezen treden in verbond met de Romeinen.
28 jaar van onze tijdrekening.Opstand der Friezen tegen Olennius, Landvoogd der Romeinen, wier benden bij het woud Baduhenna geslagen en uit Friesland verdreven worden.
48. Corbulo, in het land der Friezen eene sterkte gesticht hebbende, door Keizer Claudius teruggeroepen.
59. Verritus en Malorix, afgezanten der Friezen, trekken naar Rome, om Keizer Nero over de hun betwiste gronden aan den Rijn te spreken.
69. De Friezen staan de Batavieren bij in den opstand van dezen tegen de Romeinen.
240-455. Trapsgewijze uitbreiding van het land der Friezen, zuidwaarts tot over de Schelde, oostwaarts tot over den Wezer.
250 omstr. De Friezen nemen deel in het Frankische Verbond, doch verlaten het spoedig.
449. Vele Friezen, steken met de Anglen, Saksers enz. over naar Brittannië en vestigen zich in dat land.
463. Begin van der Franken aanvallen op het Friesche rijk.
520 en verv. Invallen der Denen en Noormannen in Friesland.
630. De Franken vestigen zich te Wiltenburg (Utrecht), waar Dagobert I eene kerk sticht, welke in
680 door Koning Radboud I verwoest wordt.
641. Komst van den Evangelie-verkondiger Eligius in Friesland,
677 van Wilfrid, die in
686 gevolgd wordt door Egbert en in
690 door Wigbert en Willebrord.
692. Koning Radboud bij Dorestad door Pepijn van Herstal overwonnen.
696. Stichting van eene nieuwe kerk en het Bisdom Utrecht, door Willebrord.
716. Overwinning van Radboud op Karel Martel bij Keulen.
717, 726 en 736. Karel Martel valt bij herhaling in Friesland tot uitbreiding van het Frankische gezag en ter invoering van het Evangelie.
755. Bonifacius op zijne togten ter verkondiging van het Christelijk geloof te Dokkum met de zijnen vermoord.
775. Karel de groote wordt door de Friezen als Beschermheer aangenomen.Invoering van het Christendom.
800. Karel de groote, Koning der Franken, als Keizer van het Westen gekroond.
Versiering
HET VRIJE FRIESLAND.
Van Karel den groote tot Albert van Saksen.
Van omstreeks 800-1498.
804. Verbond van Karel den groote met de door hem onderworpene Saksers en Friezen beoosten de Eems, te Salza.
806 en later. Herhaalde Watervloeden.
808 en vervolgens. Vernieuwde invallen van de Denen en Noormannen op de Friesche kusten.
809. Togt der Friezen naar Rome ter hulpe van Keizer Karel.
814. Keizer Karel sterft en wordt opgevolgd door zijn zoon Lodewijk den vrome, die tot 840 regeert.
1004. De Hollandsche Graven zoeken hun gebied uit te breiden door West-Friesland (Noord-Holland) te veroveren, waarbij Graaf Arnoud sneuvelt.
1096. Begin van de Kruistogten naar het Heilige land, waaraan vervolgens vele Friezen deelnemen.
1169. Nederlaag van Graaf Floris III, bij een nieuwen inval in West-Friesland.
1170. Begin der wegscheuring van de landen bewesten de tegenwoordige Friesche Kust, waardoor in de volgende eeuw de Zuiderzee ontstaat.
Omstreeks 1200. Opkomst van de Friesche Steden, als Steden.
1218. Heldendaden der Friezen bij de verovering van de Egyptische stad Damiate.
1248. De Friezen helpen Graaf Willem II, Roomsch Koning, de stad Aken winnen, en ontvangen van hem de bevestiging van hunne vrijheden en voorregten.
1255. Graaf Willem II sneuvelt op een togt ter verovering van de West Friezen.
1260. Omstreeks dezen tijd is de verdeeling Van Oostergoo en Westergoo in Grietenijen ingevoerd, en de Middelzee van lieverlede opgeslijkt, tijdens de vergrooting van de Zuiderzee.
1282. Graaf Floris V brengt de West-Friezen onder het gezag der Hollandsche Graven, en weet in
1292 zich ook te vestigen in Stavoren, welke stad hij met vele voorregten begunstigt.
Omstreeks 1300. Begin der partijschappen tusschen de Schieringers en Vetkoopers, welke ongeveer twee eeuwen hebben gewoed.
1310. Graaf Willem III door Westergoo, in naam, als Heer erkend.
1345. Graaf Willem IV valt Friesland met eene aanzienlijke vloot en leger bij Stavoren aan, doch wordt met vele edelen verslagen.
1396 en 1398. Groote togten van Hertog Albrecht van Beijeren tegen de Friezen. Slag bij Schoterzijl en Takozijl. Korte vestiging van het Hollandsche gezag in Friesland.
1400 en 1401. Nieuwe heirvaarten van Albrecht ter verovering van Friesland, zonder zijn oogmerk te bereiken.
1417. De Roomsch Koning Sigismund bevestigt de vrijheden en voorregten der Friezen; evenzoo in
1457 Keizer Frederik III.
1435. Leeuwarden vergroot door de vereeniging van de stad met de naburige dorpen Oldehove en Hoek.
1470. Vergeefsche pogingen van Graaf Karel den stoute, om Heer van Friesland te worden.
1487. Bier-oproer te Leeuwarden, hetwelk door de Schieringers wordt aangevallen en ingenomen.
1491. Verbond van Oostergoo en Westergoo met de stad Groningen.
1493. ’s Keizers gezant, Otto van Langen, komt in Friesland ter bemiddeling van de partijen.
1495. De Schieringers nemen vreemde benden uit Holland en elders ter hulp aan.
1498. De Keizer draagt aan Hertog Albert van Saksen, als Erf-Potestaat, het bestuur over Friesland op.
Versiering
FRIESLAND BESTUURD NAMENS VREEMDE VORSTEN.
Van Albert van Saksen tot de Hervorming.
1498-1580.
1498. Hertog Alberts Stedehouder, Willebrord van Schaumburg, trekt met 2,000 man in Westergoo, neemt Leeuwarden in, en verovert Oostergoo en Zevenwouden.
1499. Albert komt met zijn zoon Hendrik in Friesland, wordt gehuldigd en stelt een Provincialen Raad in.
1500. Hertog Hendrik verbittert de Friezen, die hem in Franeker belegeren, doch aftrekken, zoodra Albert tot ontzet nadert.
1504. Hertog Georg van Saksen komt in Friesland, plaatst te Leeuwarden een Geregtshof en voert vele verbeteringen in, zoodat de rust en welvaart hersteld worden.
1505-8. Het Bildt verpacht en bedijkt.
1509. Graaf Hendrik van Stolberg, de edele Stadhouder, overleden.
1512. Jemme Herjuwsma en Gerbrand Mokkema te Leeuwarden onthoofd, wegens verstandhouding met den Graaf van Oost-Friesland.
1514. De Geldersche benden van Karel van Egmond bezetten een groot deel van Friesland, belovende herstel der vrijheid.
1515. Hertog Georg draagt Friesland over aan Karel van Oostenrijk, Graaf van Holland enz.—Bestendige strijd van dezen tegen de Gelderschen om het gebied.
1516. Leeuwarden door de Gelderschen belegerd en door Bourgondische benden ontzet.
1517. Groote Pier maakt de Zuiderzee onveilig, om de Hollanders, die zijne woonplaats verbrand hadden, afbreuk te doen.
1522. De Gelderschen verlaten Sneek, 1523 Dokkum, Bolsward enz., zoodat in 1524 geheel Friesland Keizer Karel V als Heer aanneemt.Begin van een langdurig tijdperk van vrede, welvaart en vooruitgang.
1531. Begin der geloofsvervolgingen. Martelaren.
1535. Ongeveer 300 der Munstersche Wederdoopers nemen Oldeklooster in, doch worden belegerd, gevangen genomen en meerendeels omgebragt.
1536. Gellius Faber de Bouma en Menno Simons verlaten het pausdom en ondersteunen de zaak der hervorming.
1550. Invoering van de Inquisitie.
1551. De omstreken van Heerenveen ontgonnen en vaarten derwaarts gegraven.
1555. Karel V draagt de regering over aan zijn zoon Filips II.
1560. Invoering van nieuwe Aarts-Bisdommen en Bisdommen in Nederland.
1565. 108 Friezen nemen deel aan het verbond der Nederlandsche Edelen tegen Spanje.
1566. De Hervormde leer te Leeuwarden en elders ingevoerd, doch weder onderdrukt.
1567. Herstelling van de Roomsche eeredienst. Komst van den Hertog van Alva. Vlugt van vele Edelen en Geestelijken.
1568. Begin van den tachtigjarigen oorlog tegen Spanje. De Stadhouder Aremberg sneuvelt bij Heiligerlee.
1570. Komst van Cunerus Petri, als Bisschop van Leeuwarden. Groote schade en nood door den Allerheiligenvloed.
1572. De pogingen der Bondgenooten, om eenige steden op de Spanjaarden te veroveren, door Robles verijdeld.
1574. Verbetering van de Zeeweringen onder Caspar de Robles.
1576. De Pacificatie van Gent.
1578. Afkondiging van den Religions-vrede.
1579. De Unie van Utrecht gesloten.
1580. De Blokhuizen van Leeuwarden, Harlingen en Stavoren veroverd; de Hervorming van Staat en Kerk doorgezet.
Versiering
FRIESLAND ONDER DE STATEN EN STADHOUDERS.
Van de Hervorming tot de Staats-omwenteling.
1580-1795.
1580. De Roomsche eeredienst verboden en de Kloosters afgeschaft. Invoering van de Hervormde leer.De Spaansche benden stroopen langs de zuidkust van Friesland.
1580 en 90. Nieuw-Dongeradeel of de Holwerder- en Ternaarder-Polders bedijkt.
1581. Afzwering van Koning Filips II van Spanje.Prins Willem I komt in Friesland, om orde op de regering te stellen.Twisten tusschen de Staatsleden, de Gedeputeerden en het Hof.
1582. De Hertog van Anjou tot Landvoogd aangenomen.
1583. Inval der Spanjaarden. Proces tusschen de Landen en Steden.
1584. Graaf Willem Lodewijk eerst tot Luit.-Gouverneur, daarna tot Stadhouder aangenomen. Verdeeldheid onder de Regeringsleden.
1585. ’s Lands Akademie te Franeker opgerigt.Voortdurende gevaarlijke toestand des lands.
1586. Inval der Spaanschen. Slag bij Boxum.Handelingen met den Engelschen Landvoogd Leicester.
1588. Vergaan der Onoverwinnelijke Vloot.
1591. Pogingen om den vijand uit Groningen en de andere vestingen te verdrijven.
1592. Steenwijk, Koevorden enz. gewonnen.
1593. Verdugo’s laatste strooptogt in Friesland.Verschillen tusschen Carel Roorda en Graaf Willem Lodewijk.
1594. Groningen belegerd, gewonnen en met de Ommelanden tot de Unie gebragt.Aftogt der Spaansche benden uit deze noordelijke streken.
1596. Het Collegie ter Admiraliteit te Dokkum opgerigt.Verschillen over de inwilliging van de belastingen.
1598. Bewegingen ten gevolge der handelingen van den Ontvanger-Generaal Taco van Dijxtra.
1600. In den slag van Nieuwpoort nemen de Friezen den Admirant van Arragon gevangen.Hevige staatstwisten over de zware schattingen. Scheuring tusschen de Regeringsleden. Gezanten der Algemeene Staten herwaarts gezonden.
1600. Het Nieuwe Bildt bedijkt.
1601. Amnestie tot herstel van ’s lands rust.
1602. De Lands-ordonnantie uitgevaardigd.
1609. Twaalfjarig Bestand met Spanje.
1609-15. Hevige verschillen tusschen de Stedelijke Regering en de ingezetenen van Leeuwarden.Toenemende welvaart tijdens het Bestand.
1613. Begin der bedijking van het Stavorensche Noorder- en Zuidermeer.
1619. Uitbreiding en versterking van Leeuwarden.De leer, doch niet de Kerken-orde der Dordsche Synode in Friesland aangenomen.
1620. Graaf Willem Lodewijk sterft en wordt opgevolgd door Graaf Ernst Casimir van Nassau.
1622. Inval der Spanjaarden in de Zevenwouden.Verschillen over de Raadsbestelling der Steden.
1624. Het Workumer-Nieuwland bedijkt.
1626. Hevige bewegingen tegen de invoering van gelijke belastingen als in Holland.Reformatie van de misbruiken in de regering.
1631-37. Voortdurende onlusten over de verpachting van ’s lands middelen, de wijze van verdeeling, de inning der quota enz.Volksberoeringen.Gezanten der Algemeene Staten met krijgsvolk herwaarts gezonden.Groote verdeeldheid onder de Regering en het volk.
1632. Dood van Graaf Ernst Casimir, die door Graaf Hendrik Casimir I wordt opgevolgd.
1633. Het Warregaster en andere Meren bedijkt en drooggemaakt.
1640. Graaf Hendrik Casimir I sneuvelt en wordt door zijn broeder, Graaf Willem Frederik van Nassau, als Stadhouder opgevolgd.
1641. De Dragster-Compagnons-Veenvaart begonnen.
1645. Het Friesche Collegie ter Admiraliteit van Dokkum naar Harlingen overgebragt.
1647. De eerste Trekweg, tusschen Leeuwarden en Harlingen, aangelegd en door vele andere gevolgd.
1648. De Vrede met Spanje te Munster gesloten.
1651 env. Verschillen van de Friesche Staten met die van Holland.
1653. Eerste Engelsche Oorlog.
1657. Onlusten te Leeuwarden, Franeker en elders jegens de Regeringsleden.
1662. Klagten en bewegingen over het verkoopen van de lands Ambten enz.
1663. De Post van Leeuwarden op Zwolle ingevoerd.
1664. Eerste aanvallen van den Bisschop van Munster.Dood van den Stadhouder Prins Willem Frederik.
1665. Tweede Engelsche Oorlog. Frieslands Luitenant-Admiraal Auke Stellingwerf sneuvelt.Schade door storm en watervloed.
1666. Hevige zeegevechten. Lt.-Adm. Tjerk Hiddes de Vries gesneuveld.
1672. Friesland, door de vereenigde Fransche, Munstersche en Keulsche magten bedreigd, wapent en versterkt zich onder Aylva.Hevig gevecht tusschen het regiment van dien Generaal en de Franschen bij den overtogt van dezen over den Rijn.Prins Hendrik Casimir II tot Stadhouder verkozen.De Munstersche benden bij herhaling afgeslagen en Blokzijl met hulp der Friezen veroverd.Krachtige pogingen van het volk tot verbetering van de misbruiken in de Regering.Nieuwe Staten gekozen, terwijl eenige oude leden een Landsdag te Sneek houden.Hooggaande verdeeldheid tusschen de Regeringsleden.
1673. Pogingen der Staten Generaal tot bemiddeling. Invoering van het Reglement-reformatoir. Nieuwe volkswapening en versterking. Vruchtelooze aanval van de bisschoppelijke troepen, die geslagen en verdreven worden.
1675. De Labadisten vestigen zich te Wienwerd.
1677. Heldendood van den Kommandeur Jacob Binckes op Tabago.
1678. Verschillen met Prins Willem III over het afdanken van krijgsvolk, gelijk in 1684 over de werving.
1683. Fransche Hervormde vlugtelingen in bescherming genomen.
1684. Huwelijk van Prins Hendrik Casimir met Prinses Amalia van Anhalt-Dessau.
1689. Dapperheid van dezen Prins, van Aylva en van Coehoorn in den veldslagen van Fleurus enz.
1696. Prins Hendrik Casimir II en zijne moeder Prinses Albertina Agnes overlijden.
1700. Aanvang van den Spaanschen Successie-oorlog.
1701 en 3. Stormen, dijkbreuken en watervloeden.
1702. De Statendijk en Schoterzijl aangelegd.
1704. Voortzetting van het groote Veenkanaal van Lippenhuizen naar Appelscha, van 1781 tot 1819 voltooid.
1707. Prins Jan Willem Friso wordt Stadhouder; betoont in
1708 env. grooten heldenmoed in den Successie-oorlog; huwt in
1709 aan Prinses Maria Louisa van Hessen-Kassel, en komt in
1711, bij het overvaren van het Strijensche sas, ongelukkig om het leven.Prins Willem Carel Hendrik Friso geboren.
1712. Inval van den Generaal Grovestins in Frankrijk.
1713. De Vrede met Frankrijk te Utrecht gesloten.
1729. De Dokkumer Nieuwe Zijlen aangelegd.
1730-34. Verwoestingen van den Paalworm. Slaperdijken aangelegd.
1731. Prins Willem Carel Hendrik Friso Stadhouder, en in
1734 gehuwd aan Prinses Anna van Engeland.
1740. Aanvang van den Oostenrijkschen Successie-oorlog.
1747. De Prins, als Willem IV, verheven tot Algemeen Stadhouder, verlaat Friesland.
1748. Hevige volksberoeringen. Verbeteringen in het Staatsbestuur.
1751. Dood van den Prins.
1759. Prinses Anna, Gouvernante, sterft, waarna Prinses Maria Louisa Gouvernante wordt in Friesland, tot
1765, toen zij overleed.
1766. Prins Willem V aanvaardt het Stadhouderschap.
1775 en 76. Dijkbreuken en overstroomingen.
1780. Begin der staatkundige onlusten.
1787. Eenige leden der Friesche Staten scheiden zich van de overige af en vestigen zich te Franeker, dat versterkt en door de gewapende Patriotten bezet wordt.De Pruissische troepen herstellen het stadhouderlijk gezag.Vervolging en vlugt van de Patriotten.
Versiering
DE VOLKS- EN FRANSCHE REGERING.
Van de Omwenteling tot de herstelling van Nederland.
1795-1813.
1795. Prins Willem V vlugt. De Staats-omwenteling.De Franschen bezetten ons land. Volksregering.
1798. Staatsregeling. Opheffing van de Souvereiniteit der provinciën.Het Feest der Een- en Ondeelbaarheid te Leeuwarden gevierd.
1801. Nieuwe Staatsregeling.
1805. Gewijzigde Staatsregeling met R. J. Schimmelpenninck als Raad-pensionaris aan het hoofd van ’t Bataafsch Gemeenebest.
1806. Lodewijk Napoléon, Koning van Holland.
1810. Nederland bij Frankrijk ingelijfd.
Versiering
DE KONINKLIJKE REGERING.
Van de herstelling van Nederland tot de invoering van de Gemeentewet.
1813-1851.
1813. Bevrijding van Nederland. Vertrek der Franschen.Prins Willem Frederik komt terug en wordt
1814 Souverein Vorst der Nederlanden. Eerste Grondwet.Jhr. Idsert Æbinga van Humalda Gouverneur van Friesland.
1815. De Staten en Grietenij-besturen hersteld.Nieuwe Grondwet voor het Koningrijk der Nederlanden (met België vereenigd), onder Koning Willem I.Oprigting van het Athenæum te Franeker.
1825. Dijkbreuken en overstroomingen.
1826. Heerschende ziekte en groote sterfte.Jan Adriaan Baron van Zuijlen van Nijevelt Gouverneur.
1827. Begin van het aanleggen van Straatwegen.
1830. Afscheiding van België. Algemeene volkswapening.
1830-50. Verbeteringen in Frieslands Waterstaat.
1840. Gewijzigde Grondwet. Willem II Koning.Maurits Pico Diderik Baron van Sytzama Gouverneur.
1843. Opheffing van het Rijks Athenæum te Franeker.
1844. Tentoonstelling van voorwerpen van Friesche Nijverheid.
1847. Duurte en volksbewegingen ten gevolge der aardappelziekte.
1848. Nieuwe Grondwet. Jhr. Jan Ernst van Panhuijs Gouverneur.
1849, 12 Mei. Willem III tot Koning gehuldigd.
1851, 5 Julij. Invoering van de Gemeentewet.
1852, 19 April. Koning Willem III bezoekt Friesland.
VAN DE
OPPERHOOFDEN, KONINGEN, STADHOUDERS ENZ.
Alle volksgeschiedenissen, zonder eenige uitzondering, hebben haremythen, verdichtselen, sagen en overleveringen, waarmede zij aanvangen. Zeldzaam zijn ze geheel verdicht; meestal is de waarheid opgesierd en voorgesteld in een vorm, welke dadelijk verraadt, dat deze verhalen eerst in schrift gesteld zijn in latere eeuwen (de 12een 13e), wier kenmerken en behoeften op vroegere gebeurtenissen overgebragt of toegepast zijn. Zaken en voorstelling zijn daarin dus zeer moeijelijk te onderscheiden. Langzamerhand vloeijen ook die verhalen met de ware oorkonden zamen, zonder dat iemand in staat is met juistheid aan te wijzen, waar het tijdpunt is, dat volkomene zekerheid geeft. Hoe meer echter de gebeurtenissen, ook in de oude Friesche Landskronyken verhaald, overeenstemmen met de godsdienstoefeningen, zeden, karakter en gewoonten des volks en de omstandigheden der tijden—hoe meer waarde en gezag wij er aan kunnen hechten, vooral, wanneer geschiedschrijvers van andere landen deze berigten bevestigen. Sommigen hebben die verhalen als waarheid aangenomen; anderen hebben ze verworpen: beide zyn te ver gegaan. Waarheid en verdichting ondereengemengd en in het kleed der oudheid gehuld, kunnen door geene magtspreuken vaneen gescheiden worden; en zal het immer aan het verstandig oordeel en de mate der ontwikkeling van ieder lezer blijven overgelaten, wat hij voor waarheid, voor opgesierde waarheid of enkel verdichting, aanvulling of voorstelling meent te moeten houden. Tegen Emmius, die al te veel heeft verworpen, is vooral in den laatsten tijd de waarde der Friesche Kronyk van Scharlensis verdedigd door Mr. J. van Lennep, in Nijhoff’s Bijdragen; II 221. Belangrijk is te dezen aanzien ook de inleiding der verhandeling van Mr. F. Binkes, over eene Volkplanting der Friezen in Zwitserland, in de Vrije Fries, I 1, waar deligtgeloovigenzoowel als deongeloovigennadeelig voor de beoefening der geschiedenis worden genoemd.[379]
Zoodra de Friezen hier gevestigd waren, zich uitbreidden en vooral sedert zij met de Romeinen in betrekking kwamen, hadden zij behoefte aan Opperhoofden, die met de oudsten en de priesters de weinige algemeene belangen regelden. Maar hoe hunne namen en welke hunne titels waren in die eerste tijden—wie zal dit met zekerheid kunnen zeggen? Op grond van oude volksverhalen, die van een roemrijken stamvaderFriso, uit het Oosten afkomstig, gewagen, geven de kronyken echter eene aaneengeschakelde lijst van al de Vorsten, die van hem af het gebied over Friesland hebben gevoerd. Zoolang het ons onmogelijk is, waarheid en verdichting te scheiden, hebben wij eerbied voor deze volksverhalen, en als zoodanig geven wij hier een kort overzigt van al de personen, welke de overlevering als vroegereBestuurders van Frieslandopgeeft. Daar echter de schrijfkunst en de jaartelling of onze wijze van tijdrekening eerst na de invoering van het Christendom in deze landen (omstreeks het jaar 800) hier in gebruik gekomen en later meer algemeen geworden zijn, zoo kan men alleen aan dezen maatstaf eenigzins de waarde toetsten van de opgaven onzer kronyken ten aanzien van den tijd en de bijzonderheden der vroegste gebeurtenissen.