Chapter 14

Ik, Ilderim, zoon van Ilderim den Edelmoedige, en Sheik van den stam van Ilderim, aan Juda, den zoon van Hur.Weet, o vriend mijn vaders, hoe mijn vader u liefhad. Lees wat ik u hierbij zend, en gij zult het weten. Zijn wil is mijn wil, daarom is datgene wat hij u schonk het uwe. Alles wat de Parthen hem ontnomen hebben in den grooten slag, waarin zij hem overwonnen, heb ik hun weder ontnomen: inliggend geschrift met andere zaken, en de nakomelingschap van Myra, die tijdens zijn leven de moeder was van zoovele sterren.Vrede zij u en al de uwen.Deze stem uit de woestijn is de stem van ILDERIM, Sheik.

Ik, Ilderim, zoon van Ilderim den Edelmoedige, en Sheik van den stam van Ilderim, aan Juda, den zoon van Hur.

Weet, o vriend mijn vaders, hoe mijn vader u liefhad. Lees wat ik u hierbij zend, en gij zult het weten. Zijn wil is mijn wil, daarom is datgene wat hij u schonk het uwe. Alles wat de Parthen hem ontnomen hebben in den grooten slag, waarin zij hem overwonnen, heb ik hun weder ontnomen: inliggend geschrift met andere zaken, en de nakomelingschap van Myra, die tijdens zijn leven de moeder was van zoovele sterren.

Vrede zij u en al de uwen.

Deze stem uit de woestijn is de stem van ILDERIM, Sheik.

Vervolgens ontrolde Ben-Hur een papyrusrol, geel van ouderdom. Hij las:

Ilderim, bijgenaamd de Edelmoedige, Sheik van den stam van Ilderim, aan den zoon die mij opvolgt.Alles wat ik heb, mijn zoon, zal het uwe zijn ten dage van uwe opvolging, behalve de bezitting bij Antiochië, bekend onder den naam van het Palmbosch. Dat schenk ik aan den zoon van Hur, die ons zooveel roem deed behalen in den circus—aan hem en aan de zijnen voor altijd.Eerbiedig deze beschikking van uwen vader.ILDERIM, de Edelmoedige, Sheik.

Ilderim, bijgenaamd de Edelmoedige, Sheik van den stam van Ilderim, aan den zoon die mij opvolgt.

Alles wat ik heb, mijn zoon, zal het uwe zijn ten dage van uwe opvolging, behalve de bezitting bij Antiochië, bekend onder den naam van het Palmbosch. Dat schenk ik aan den zoon van Hur, die ons zooveel roem deed behalen in den circus—aan hem en aan de zijnen voor altijd.

Eerbiedig deze beschikking van uwen vader.

ILDERIM, de Edelmoedige, Sheik.

—Wat zegt gij daarvan? riep Ben-Hur verbaasd.

Esther nam de brieven en las ze nog eens vergenoegd over. Simonides bleef zwijgen. Zijne oogen rustten op het schip, hij dacht na. Eindelijk zeide hij:

—Zoon van Hur, de God onzer vaderen heeft u zeer gezegend in de laatste jaren. Gij hebt veel reden tot dankbaarheid. Wordt het niet eindelijk tijd te overleggen wat God wil, dat gij doen zult met zijn goede gaven—uw groot fortuin, dat nog steeds toeneemt?

—Al wat ik bezit heb ik bestemd voor den dienst van den gever; niet slechts een gedeelte, maar alles. De vraag is alleen nog: Hoe kan ik mijn geld het best dienstbaar maken voor zijne zaak? Geef gij mij daarop het antwoord.

Simonides antwoordde: Ik weet dat gij hier in Antiochïe veel hebt besteed voor de gemeente des Heeren. Heden komt te gelijk met het geschenk van onzen ouden vriend het bericht van de vervolging onzer broederen in Rome. Dat opent ons een nieuw veld. Het licht moet in de hoofdstad niet uitgebluscht worden.

—Zeg mij hoe ik het kan onderhouden.

—Dat zal ik u zeggen. De Romeinen, zelfs deze Nero, houden twee dingen heilig—ik weet geen andere daaraan gelijk—dat is: de asch hunner dooden, en alle begraafplaatsen. Kunt gij voor den dienst onzes Heeren geen tempels bouwen boven den grond, bouw ze dan onder den grond, en breng er, om ze voor ontheiliging te bewaren, de lichamen van allen, die in het christelijk geloof ontslapen.

Ben-Hur stond haastig op en zeide: Dat is een grootsche gedachte. Ik zal er dadelijk mee beginnen. De tijd dringt tot spoed. Het schip dat de tijding bracht van het lijden onzer broederen, zal mij naar Rome voeren. Ik ga morgen.

Zich tot Malluch wendende zei hij: Zorg dat het schip gereed zij, gij zult met mij gaan.

—Dat is goed, zeide Simonides.

—En wat zegt Esther? vraagde Ben-Hur.

Haar antwoord luidde: Zoo zult gij den Heer het best dienen. Laat ik u geen beletsel zijn, maar met u gaan en u helpen.

Mochten mijne lezers ooit het voorrecht smaken van Rome te bezoeken, dat zij dan niet verzuimen de Katakomben van S. Calixtus te gaan zien; die van ouderen datum zijn dan die van S. Sebastiano, om met eigen oogen te aanschouwen wat het vermogen van Ben-Hur heeft gewrocht. Uit dat groote graf verspreidde zich het Christendom, om het heidendom in Rome van den troon te stooten.


Back to IndexNext