II. HOOFT-DEEL.

[Inhoud]II. HOOFT-DEEL.Van de Natuurlijke Gesteltheid der Karibaansche Kust.DWaar in Zuriname gelegen is.e Land-streek, waar in onzeZurinaamschePlanting gelegen is, word, zoals wereets hebben aangemerkt,Karibanagenaamt. ’t Is het Noorder gedeelte vanGuajana, een Landschap van ’t ZuiderlijkAmerika, zo verr’ ’t zelve zig tusschen ’tArmadilleGebergte, den Oceaan, en de StroomenOrinokeenAmazonesuitstrekt. WantGuajana, ook de Wilde Kust geheten word tweezins genomen, of voor ’t gehele Land bepaalt door ’t Gebergte over ’t MeerParime, de Noord-zee en de gemelde Vloeden, en begrijpt dan in zig ’tKaribaansche; of in eenen tweden zin en eigentlijk noemt menGuajana, dat gedeelte van ’t vaste Land, ’t welk over deArmadilleBergen tusschen deAmazoneStroom en deOrinokelegt.Van de grond der Karibaansche Kust.De Grond derKaribaanscheKust is meerendeels mullig en kleiagtig, en uit den aard doorgaans met digte en wijd-uitgestrekte Bosschagien bezet, gelijk hier boven al is aangetekent. Tusschen welke Bosschen hier en daar eenige weinige opene Velden,Zavanengeheten, gevonden worden, welker grond, hoewel zandig, zeer bekwaam is tot Wei-landen en Boom-Plantagien. ’t Land derKaribanenis in ’t algemeen zeer vrugtbaar, en word besproeit door byna ontallijke Water-Vlieten en Kreeken, waar van we de voornaamste zullen optellen en kortelijk beschrijven.[13]Van de Rivieren.Onder de zelve stellen we op de eerste plaats die Rivieren, op welker boorden onze Plantagien meest alle zijn aangelegt, te weten de VlietZuriname, waar van de Volk-Planting haar naam heeft, deCommewyne,PiericaofCotteraen deCotteca.De Zuriname.DeZuriname, die aan hare Oost-kant, behalven verscheide Kreeken, digt aan zee de StroomCommewyneontfangt, en aan de West-zijde bovenParamariboonder andere de KreekPara, waar op een Schansje van de zelve naam gebouwt is; heeft volgens de zekerste waarneming, van de mond der bovenste tak van de KreekZurinoaf tot aan ’t FortZelandiadoorgaans drie vademen waters, neven deze Vesting vier, beneden dezelve tot op de Zand-bank van twe tot derde half vadem, en voorts van de mond derCommewyneaf tot aan zee, twe, derde half en drie vademen diepte. DeZurinameis tot over de dertig mijlen verr’ vaarbaar, en aan beide kanten uit den aard met Geboomt geboort.De Commewyne.DeCommewynewaar aan ook vele Plantagien gelegen zijn, is van de hoek van ’tTygers Holopwaarts tot aan de SchansSommelsdijkvan twe tot drie vademen diep, en ook overal wel te bevaren.DeCotteca.DeCotteca, die by gemelde Sterkte, als gezegt is in deCommewynevloeit, heeft van deKruis-kreek(welk ook een Tak van deCottecais, waarmeeze een weinig meer Oost waarts insgelijks in deCommewynevast) tot aan ’t FortSommelsdijkeen diepte van vijf tot zes vademen.Pierica of Cottera.Ten Oosten van deCottecaheeft menPiericaofCotteraofMore kreek, die met vele kronkelige bogten West-waarts aan loopt, tot daar ze, een Tak derCottecaontfangende, zig naar de Kust went, en in den Noord Oceaan stort.De Vlieten Zoramine, Wia Wia en Marruwyny.Aan deze kant dus de Kust volgende ontmoet men[14]naast aan de vorige de VlietenZoramine,Wia WiaenMarruwyny. Welke laaste de grootste is, als wordende gerekent by zijnen uitloop ruim vier duizend Geometrische passen breed te zijn, en van zijnen oorsprong tot aan zee byna veertig dag-reizens verr’ te lopen. Vele Kreeken gieten zig in de zelve uit, waar vanCassowinyeen der aanmerkelijkste is.Stroom Amana.Op deMarruwynevolgt in orde de StroomAmana, die zig tot zeer diep in ’t Land uitstrekt, en doorgaans van drie tot vijf vademen waters heeft.Caurara en Cajane.Voorts vind men ten Oosten langs de Kust de VloedenCauroraenCajane: welke laaste, met alle zijne bogten wel twe hondert mijlen lang, in zijnen uitloop een Eiland van de zelve naam heeft, waar op deFranscheneene aanzienlijke Volk-Planting bezitten.Apurwaka of Capurwaka en Wiapoko.De naaste aan deCajanezijn de VlietenApurwakaofCapurwakaenWiapoko; waar van de eerste, niet verr’ van zijnen oorspronk, zig in ’t Meer derHarrytiahansverliezende uit ’t zelve weder voortkomt, en daar ze in zee loopt ook een Eiland maakt. De loop van deWiapokois wat minder als die van deCapurwaka, en omtrent twintig mijlen van zee onvaarbaar wegens eenen Water-Val.De Rivieren Arrikouw, Cassipoury en Amazone-Stroom.Behalven de reets gemelde heeft deKaribaanscheKust aan deze kant nog de RivierenArrikouw,Cassipoury, en eindelijk de vermaardeAmazone-Stroom, welke ookTobo,Topoi,Tapera, en van deEuropëersOrellanageheten word, om datFrançiskus Orellide zelve 1540. en 1541. eerst bevaren heeft. Deze Vloed ontspruit uit ’tCordillirischeGebergte in ’t Noorder-deel vanPeruagt of tien mijlen van de StadQuito, lopende van ’t Oosten naar ’t Westen wel ter lengte van twaalf hondert mijlen. De breedte der Stroom is vanRio di Junta, ruim zestig mijlen beneden[15]den oorsprong, tot aan de VlietMaragnon, die ook in de zelve valt van een tot twe mijlen, en van daar tot aan zee hoe langer hoe breeder wordende, agt men de mond omtrent zestig mijlen wijd te zijn. De diepte derOrellenaVloed is vanRio di Juntatot aan de mond van deMaragnonvan vijf tot tien vademen, en voorts van twaalf tot zestig vademen. ’t Is de driftigste en grootste Stroom van gansAmerika, en de schoonste van den gehelen Aardbodem, ontfangende van beide kanten vele Vlieten van aanmerkelijke grote, waar van zommige goud-zand in hare wateren mede voeren. Meer als twe hondert Eilanden telt men in deAmazone-Rivier, die de lage Landen aan de zelve gelegen door jaarlijksche overstromingen vrugtbaar maakt, gelijk deNylinEgypten. Behalven veel Goud, Zilver en andere Metalen, word hier omtrent groter overvloed gevonden als elders inAmerika, van Cacao, Zuiker, Boomwol, Orlëaan, Tabak enz.De Vlietendie vande Zurinaamsche Volk-Planting ten Westen ontmoet werden.Ten Westen van onzeZurinaamscheVolk-Planting ontmoet men langs de Kust eerst de VloedCupanama, die voor aan van twe tot vijf vademen diep is, en voorts deCourantinofCorretyne, die van drie tot zes vademen waters heeft, de VlietenBerbice,DemararienEssekebeofYssekebe. Welke laaste voor aan zee omtrent drie mijlen wijd; maar niet meer als elf voeten diep is. Byna veertig dag-reizens van daarze uit ’tArmadilleGebergte voortkomt word de loop dezer Stroom belemmert door verscheide Water-stortingen; hoedanig men ook op de zelve hoogte tusschen den vierden en vijfden Graad benoorden den Evenaar vind in deCourantin, deBerbiceen eenige der andere Vlieten vanKaribana. Waar van de uiterste ten Westen is de grote StroomOrinoke, dieGuajanavanNieuw-Andalusienen ’t LandschapPariaafscheid, en[16]daarom ookRio di Pariagenaamt word. De loop dezer Vloed is ruim zeven hondert Engelsche mijlen lang, doorgaans twaalf en daarze in den Oceaan stort hondert mijlen breed. Vele Rivieren vallen van weerkanten in deOrinoke, die genoegzaam bevaarbaar is, tot daarze over hoge klippen met gevaarlijke Water-Vallen nederstort. Hier en daar in de Stroom in de mond des zelfs leggen vele Eilanden, meest van Wildenbewoont.Lengte en breedte der Orinoke.DeOrinokeof Stroom vanPariais ruim zeven hondert Engelsche mijlen lang, op vele plaatzen twaalf, op zommige dertig en in zijnen uitloop hondert mijlen breed, en doorgaans genoegzaam vaarbaar, tot daar de zelve van hoge klippen neerstort en voor Schepen onbruikbaar word. Voor de mond van deze Rivier in de Zee-BoezemParialegt het EilandTrinidad, vermaard wegens zijne schone Perel-Vissery; en in de Stroom zelve zijn hier en daar ook vele Eilandjes verspreit, en meest van Wilden bewoont.’t Water van alle deze Vlieten, en in ’t bezonder van die van onze Volk-Planting is wegens de gematigtheid der Lugt-Streek zeer klaar, en van zo eene aangename zoetheid, dat men ’t zelve uit lust zou drinken: en daar-en-boven zo gezond, dat men niet de minste beswaarnisse of ongemak gevoelt, hoe veel men daar van ook neemt. Waarom zelfs vele van onzeEuropëersdit zuiver Stroom-water boven alle drank stellen en dagelijks gebruiken, zomtijds een weinig Wijn daar by doende.OnzeKaribaanscheKust, welker Wateren wy nu kortelijk beschreven hebben, word door de Ry der meergedagteArmadilleBergen, van de InboorlingenWakarimegeheten, van het eigentlijk zogenaamdeGuajana, waar vanKaribanazomtijds als een deel[17]word aangemerkt, afgescheiden. Dit Gebergte strekt zig in een byna-regte streek uit van deOrinoketot aan ’t Meer derHarrytiahans, naar de Kust hier en daar eenige Heuvelen als zijne takken verspreidende. DeKaribaanscheBodem is voor ’t overige wel meest vlak, maar Landwaarts in verhevener als aan den Oceaan, gelijk klaar blijkt uit den loop der Rivieren, die van de Bergen naar zee vloeijen. De grond dezer Land-streek alom doorsneden en mildelijk besproeit door ontallijke Vlieten is van eene uitnemende vrugtbaarheid, aan de meeste oorden beschaduwt met hoge en digte Bosschen van velerlei geboomte, en overal van den Almagtigen en Alwijzen Meester der Natuur als bezaait met lagere gewassen, van eene keurlijke en zin-strelende verscheidenheid in gedaante, kleur, reuk en geur van vrugten, bloemen en blader-loof, waar mede alle zoorten, zo van Geboomte, als van Planten, in alle Zaizoenen des Jaars hier te lande, min of meer bekleed, gekroont en verziert zijn. De zelve verschaffen tot levens onderhoud aan de Inwoonderen eenen rijken overvloed van smakelijke en gezonde voedzelen, verkwikkende ververssinge, en heilzame geneesmiddelen tegen de ziekten en ongemakken, waar aan de Ingezetenen dezer Kust onderhevig zijn. ’t Geboomte levert hier daar-en-boven vele zoorten van hout, bekwaam tot timmeren, en alles wat vereischt word tot het maken van nodige en overtollige huisgeraden.De Lugt, ’t Geboomte, de Grond en de Wateren vanKaribanazijn vervult en weemelen alom van velerhande vreemde Gedierten dieAmerikaeigen zijn, en welker zoorten eene wonderlijke verscheidenheid van gedaanten, bewegingen, drijften en overige hoedanigheden van natuurlijke gesteltheid vertonen.’t Gevogelte, de Viervoetige Dieren, de Kruipende,[18]de Visschen, en andere Water- en Land-Dieren, nevens de Gekorve of Bloedeloze Diertjes, en alle de verscheide zoorten van hoge en lage Gewaszen, openen in ditAmerikaansGewest een wijdlustiger veld, als ergens elders; voor de bespiegelingen en waarnemingen der gener, die lust hebben, de Wonderen der Natuur met een regt gezigt te beschouwen, de heerlijke merk-tekenen der Goddelijke Almagt, Wijsheid, Voorzienigheid en Goedheid, zo luister-rijk in de zelve doorstralende, na te speuren, en daar uit het ware nut te trekken, welk is de verheerlijking van Gods allerheiligste Naam.Behalven de inlandsche Gedierten en Gewassen dieAmerikaeigen zijn, heeft men op deKaribaanscheKust velerlei slag van uitheemsche Dieren en Planten, die van tijd tot tijd uitEuropaderwaarts zijn overgebragt, en hier doorgaans beter als in haar eigen moeder-land mogen aarden en tieren. De voornaamste en meest-bekendste zo der uitheemsche als inlandsche zullen we in ’t vervolg dezer Beschrijving optellen.Van de Volkeren Arouágas en Karaïbanen.Dit vrugtbaar Land is ook niet minder voorzien van Menschen en rijkelijk bevolkt van eige Landzaten, verdeelt in verscheide Volkeren, die in vele opzigten zonderling van elkander verschillen. De voornaamste dezer Landaarden zijn deArouágasofArwakkas, die zig meest ten Westen van onzeZurinaamscheVolk-Planting beneden langs de VlietenEssekebe,TamararienBerbiceonthouden, hoewel men ook eenige Dorpen van de zelve Natie vind aan de Oost-kant langs de VlietenCaurora,Wia,CauwoenCapurwaka; deKaribesofKaraïbanen, dood vyanden derArouágas, zijn ter wederzijde de naaste Gebuuren van onze Nederlandsche Bevolking, wonende meerendeels aan de StroomenCorretynofCourantin,Cupanama,[19]Zuriname,Cotteca,PiericaofCottera,Marruwyne, en verder ten Oosten aan de VloedCajane, als mede ten Westen boven aan deEssekebetusschen deArmadilleBergen. Behalven deze twe Hooft-Volkeren vind men hier en daar nog verscheide andere Landaarden, die van minder magt zijn en met welker barbaarsche namen wy den Lezer niet willen vervelen, naardien ons van de zelve niet veel meer bekent is, en wy ’t voorgenomen hebben, in deze Beschrijving van deKaribaanscheKust, onder andere byzonderheden, naar mate onzer kundschap maar iets te melden van de Wilde Inboorlingen dezes Lands, die naast aan onze Volk-Planting woonen. Tot welk verhaal eerwe overgaan, zullen we, volgens ons voorgestelde bestek, voor af iets melden van de Gematigtheid derZurinaamscheLugt-streek, en de Jaar-zaizoenen die men op deze Kust heeft.[20]

[Inhoud]II. HOOFT-DEEL.Van de Natuurlijke Gesteltheid der Karibaansche Kust.DWaar in Zuriname gelegen is.e Land-streek, waar in onzeZurinaamschePlanting gelegen is, word, zoals wereets hebben aangemerkt,Karibanagenaamt. ’t Is het Noorder gedeelte vanGuajana, een Landschap van ’t ZuiderlijkAmerika, zo verr’ ’t zelve zig tusschen ’tArmadilleGebergte, den Oceaan, en de StroomenOrinokeenAmazonesuitstrekt. WantGuajana, ook de Wilde Kust geheten word tweezins genomen, of voor ’t gehele Land bepaalt door ’t Gebergte over ’t MeerParime, de Noord-zee en de gemelde Vloeden, en begrijpt dan in zig ’tKaribaansche; of in eenen tweden zin en eigentlijk noemt menGuajana, dat gedeelte van ’t vaste Land, ’t welk over deArmadilleBergen tusschen deAmazoneStroom en deOrinokelegt.Van de grond der Karibaansche Kust.De Grond derKaribaanscheKust is meerendeels mullig en kleiagtig, en uit den aard doorgaans met digte en wijd-uitgestrekte Bosschagien bezet, gelijk hier boven al is aangetekent. Tusschen welke Bosschen hier en daar eenige weinige opene Velden,Zavanengeheten, gevonden worden, welker grond, hoewel zandig, zeer bekwaam is tot Wei-landen en Boom-Plantagien. ’t Land derKaribanenis in ’t algemeen zeer vrugtbaar, en word besproeit door byna ontallijke Water-Vlieten en Kreeken, waar van we de voornaamste zullen optellen en kortelijk beschrijven.[13]Van de Rivieren.Onder de zelve stellen we op de eerste plaats die Rivieren, op welker boorden onze Plantagien meest alle zijn aangelegt, te weten de VlietZuriname, waar van de Volk-Planting haar naam heeft, deCommewyne,PiericaofCotteraen deCotteca.De Zuriname.DeZuriname, die aan hare Oost-kant, behalven verscheide Kreeken, digt aan zee de StroomCommewyneontfangt, en aan de West-zijde bovenParamariboonder andere de KreekPara, waar op een Schansje van de zelve naam gebouwt is; heeft volgens de zekerste waarneming, van de mond der bovenste tak van de KreekZurinoaf tot aan ’t FortZelandiadoorgaans drie vademen waters, neven deze Vesting vier, beneden dezelve tot op de Zand-bank van twe tot derde half vadem, en voorts van de mond derCommewyneaf tot aan zee, twe, derde half en drie vademen diepte. DeZurinameis tot over de dertig mijlen verr’ vaarbaar, en aan beide kanten uit den aard met Geboomt geboort.De Commewyne.DeCommewynewaar aan ook vele Plantagien gelegen zijn, is van de hoek van ’tTygers Holopwaarts tot aan de SchansSommelsdijkvan twe tot drie vademen diep, en ook overal wel te bevaren.DeCotteca.DeCotteca, die by gemelde Sterkte, als gezegt is in deCommewynevloeit, heeft van deKruis-kreek(welk ook een Tak van deCottecais, waarmeeze een weinig meer Oost waarts insgelijks in deCommewynevast) tot aan ’t FortSommelsdijkeen diepte van vijf tot zes vademen.Pierica of Cottera.Ten Oosten van deCottecaheeft menPiericaofCotteraofMore kreek, die met vele kronkelige bogten West-waarts aan loopt, tot daar ze, een Tak derCottecaontfangende, zig naar de Kust went, en in den Noord Oceaan stort.De Vlieten Zoramine, Wia Wia en Marruwyny.Aan deze kant dus de Kust volgende ontmoet men[14]naast aan de vorige de VlietenZoramine,Wia WiaenMarruwyny. Welke laaste de grootste is, als wordende gerekent by zijnen uitloop ruim vier duizend Geometrische passen breed te zijn, en van zijnen oorsprong tot aan zee byna veertig dag-reizens verr’ te lopen. Vele Kreeken gieten zig in de zelve uit, waar vanCassowinyeen der aanmerkelijkste is.Stroom Amana.Op deMarruwynevolgt in orde de StroomAmana, die zig tot zeer diep in ’t Land uitstrekt, en doorgaans van drie tot vijf vademen waters heeft.Caurara en Cajane.Voorts vind men ten Oosten langs de Kust de VloedenCauroraenCajane: welke laaste, met alle zijne bogten wel twe hondert mijlen lang, in zijnen uitloop een Eiland van de zelve naam heeft, waar op deFranscheneene aanzienlijke Volk-Planting bezitten.Apurwaka of Capurwaka en Wiapoko.De naaste aan deCajanezijn de VlietenApurwakaofCapurwakaenWiapoko; waar van de eerste, niet verr’ van zijnen oorspronk, zig in ’t Meer derHarrytiahansverliezende uit ’t zelve weder voortkomt, en daar ze in zee loopt ook een Eiland maakt. De loop van deWiapokois wat minder als die van deCapurwaka, en omtrent twintig mijlen van zee onvaarbaar wegens eenen Water-Val.De Rivieren Arrikouw, Cassipoury en Amazone-Stroom.Behalven de reets gemelde heeft deKaribaanscheKust aan deze kant nog de RivierenArrikouw,Cassipoury, en eindelijk de vermaardeAmazone-Stroom, welke ookTobo,Topoi,Tapera, en van deEuropëersOrellanageheten word, om datFrançiskus Orellide zelve 1540. en 1541. eerst bevaren heeft. Deze Vloed ontspruit uit ’tCordillirischeGebergte in ’t Noorder-deel vanPeruagt of tien mijlen van de StadQuito, lopende van ’t Oosten naar ’t Westen wel ter lengte van twaalf hondert mijlen. De breedte der Stroom is vanRio di Junta, ruim zestig mijlen beneden[15]den oorsprong, tot aan de VlietMaragnon, die ook in de zelve valt van een tot twe mijlen, en van daar tot aan zee hoe langer hoe breeder wordende, agt men de mond omtrent zestig mijlen wijd te zijn. De diepte derOrellenaVloed is vanRio di Juntatot aan de mond van deMaragnonvan vijf tot tien vademen, en voorts van twaalf tot zestig vademen. ’t Is de driftigste en grootste Stroom van gansAmerika, en de schoonste van den gehelen Aardbodem, ontfangende van beide kanten vele Vlieten van aanmerkelijke grote, waar van zommige goud-zand in hare wateren mede voeren. Meer als twe hondert Eilanden telt men in deAmazone-Rivier, die de lage Landen aan de zelve gelegen door jaarlijksche overstromingen vrugtbaar maakt, gelijk deNylinEgypten. Behalven veel Goud, Zilver en andere Metalen, word hier omtrent groter overvloed gevonden als elders inAmerika, van Cacao, Zuiker, Boomwol, Orlëaan, Tabak enz.De Vlietendie vande Zurinaamsche Volk-Planting ten Westen ontmoet werden.Ten Westen van onzeZurinaamscheVolk-Planting ontmoet men langs de Kust eerst de VloedCupanama, die voor aan van twe tot vijf vademen diep is, en voorts deCourantinofCorretyne, die van drie tot zes vademen waters heeft, de VlietenBerbice,DemararienEssekebeofYssekebe. Welke laaste voor aan zee omtrent drie mijlen wijd; maar niet meer als elf voeten diep is. Byna veertig dag-reizens van daarze uit ’tArmadilleGebergte voortkomt word de loop dezer Stroom belemmert door verscheide Water-stortingen; hoedanig men ook op de zelve hoogte tusschen den vierden en vijfden Graad benoorden den Evenaar vind in deCourantin, deBerbiceen eenige der andere Vlieten vanKaribana. Waar van de uiterste ten Westen is de grote StroomOrinoke, dieGuajanavanNieuw-Andalusienen ’t LandschapPariaafscheid, en[16]daarom ookRio di Pariagenaamt word. De loop dezer Vloed is ruim zeven hondert Engelsche mijlen lang, doorgaans twaalf en daarze in den Oceaan stort hondert mijlen breed. Vele Rivieren vallen van weerkanten in deOrinoke, die genoegzaam bevaarbaar is, tot daarze over hoge klippen met gevaarlijke Water-Vallen nederstort. Hier en daar in de Stroom in de mond des zelfs leggen vele Eilanden, meest van Wildenbewoont.Lengte en breedte der Orinoke.DeOrinokeof Stroom vanPariais ruim zeven hondert Engelsche mijlen lang, op vele plaatzen twaalf, op zommige dertig en in zijnen uitloop hondert mijlen breed, en doorgaans genoegzaam vaarbaar, tot daar de zelve van hoge klippen neerstort en voor Schepen onbruikbaar word. Voor de mond van deze Rivier in de Zee-BoezemParialegt het EilandTrinidad, vermaard wegens zijne schone Perel-Vissery; en in de Stroom zelve zijn hier en daar ook vele Eilandjes verspreit, en meest van Wilden bewoont.’t Water van alle deze Vlieten, en in ’t bezonder van die van onze Volk-Planting is wegens de gematigtheid der Lugt-Streek zeer klaar, en van zo eene aangename zoetheid, dat men ’t zelve uit lust zou drinken: en daar-en-boven zo gezond, dat men niet de minste beswaarnisse of ongemak gevoelt, hoe veel men daar van ook neemt. Waarom zelfs vele van onzeEuropëersdit zuiver Stroom-water boven alle drank stellen en dagelijks gebruiken, zomtijds een weinig Wijn daar by doende.OnzeKaribaanscheKust, welker Wateren wy nu kortelijk beschreven hebben, word door de Ry der meergedagteArmadilleBergen, van de InboorlingenWakarimegeheten, van het eigentlijk zogenaamdeGuajana, waar vanKaribanazomtijds als een deel[17]word aangemerkt, afgescheiden. Dit Gebergte strekt zig in een byna-regte streek uit van deOrinoketot aan ’t Meer derHarrytiahans, naar de Kust hier en daar eenige Heuvelen als zijne takken verspreidende. DeKaribaanscheBodem is voor ’t overige wel meest vlak, maar Landwaarts in verhevener als aan den Oceaan, gelijk klaar blijkt uit den loop der Rivieren, die van de Bergen naar zee vloeijen. De grond dezer Land-streek alom doorsneden en mildelijk besproeit door ontallijke Vlieten is van eene uitnemende vrugtbaarheid, aan de meeste oorden beschaduwt met hoge en digte Bosschen van velerlei geboomte, en overal van den Almagtigen en Alwijzen Meester der Natuur als bezaait met lagere gewassen, van eene keurlijke en zin-strelende verscheidenheid in gedaante, kleur, reuk en geur van vrugten, bloemen en blader-loof, waar mede alle zoorten, zo van Geboomte, als van Planten, in alle Zaizoenen des Jaars hier te lande, min of meer bekleed, gekroont en verziert zijn. De zelve verschaffen tot levens onderhoud aan de Inwoonderen eenen rijken overvloed van smakelijke en gezonde voedzelen, verkwikkende ververssinge, en heilzame geneesmiddelen tegen de ziekten en ongemakken, waar aan de Ingezetenen dezer Kust onderhevig zijn. ’t Geboomte levert hier daar-en-boven vele zoorten van hout, bekwaam tot timmeren, en alles wat vereischt word tot het maken van nodige en overtollige huisgeraden.De Lugt, ’t Geboomte, de Grond en de Wateren vanKaribanazijn vervult en weemelen alom van velerhande vreemde Gedierten dieAmerikaeigen zijn, en welker zoorten eene wonderlijke verscheidenheid van gedaanten, bewegingen, drijften en overige hoedanigheden van natuurlijke gesteltheid vertonen.’t Gevogelte, de Viervoetige Dieren, de Kruipende,[18]de Visschen, en andere Water- en Land-Dieren, nevens de Gekorve of Bloedeloze Diertjes, en alle de verscheide zoorten van hoge en lage Gewaszen, openen in ditAmerikaansGewest een wijdlustiger veld, als ergens elders; voor de bespiegelingen en waarnemingen der gener, die lust hebben, de Wonderen der Natuur met een regt gezigt te beschouwen, de heerlijke merk-tekenen der Goddelijke Almagt, Wijsheid, Voorzienigheid en Goedheid, zo luister-rijk in de zelve doorstralende, na te speuren, en daar uit het ware nut te trekken, welk is de verheerlijking van Gods allerheiligste Naam.Behalven de inlandsche Gedierten en Gewassen dieAmerikaeigen zijn, heeft men op deKaribaanscheKust velerlei slag van uitheemsche Dieren en Planten, die van tijd tot tijd uitEuropaderwaarts zijn overgebragt, en hier doorgaans beter als in haar eigen moeder-land mogen aarden en tieren. De voornaamste en meest-bekendste zo der uitheemsche als inlandsche zullen we in ’t vervolg dezer Beschrijving optellen.Van de Volkeren Arouágas en Karaïbanen.Dit vrugtbaar Land is ook niet minder voorzien van Menschen en rijkelijk bevolkt van eige Landzaten, verdeelt in verscheide Volkeren, die in vele opzigten zonderling van elkander verschillen. De voornaamste dezer Landaarden zijn deArouágasofArwakkas, die zig meest ten Westen van onzeZurinaamscheVolk-Planting beneden langs de VlietenEssekebe,TamararienBerbiceonthouden, hoewel men ook eenige Dorpen van de zelve Natie vind aan de Oost-kant langs de VlietenCaurora,Wia,CauwoenCapurwaka; deKaribesofKaraïbanen, dood vyanden derArouágas, zijn ter wederzijde de naaste Gebuuren van onze Nederlandsche Bevolking, wonende meerendeels aan de StroomenCorretynofCourantin,Cupanama,[19]Zuriname,Cotteca,PiericaofCottera,Marruwyne, en verder ten Oosten aan de VloedCajane, als mede ten Westen boven aan deEssekebetusschen deArmadilleBergen. Behalven deze twe Hooft-Volkeren vind men hier en daar nog verscheide andere Landaarden, die van minder magt zijn en met welker barbaarsche namen wy den Lezer niet willen vervelen, naardien ons van de zelve niet veel meer bekent is, en wy ’t voorgenomen hebben, in deze Beschrijving van deKaribaanscheKust, onder andere byzonderheden, naar mate onzer kundschap maar iets te melden van de Wilde Inboorlingen dezes Lands, die naast aan onze Volk-Planting woonen. Tot welk verhaal eerwe overgaan, zullen we, volgens ons voorgestelde bestek, voor af iets melden van de Gematigtheid derZurinaamscheLugt-streek, en de Jaar-zaizoenen die men op deze Kust heeft.[20]

II. HOOFT-DEEL.Van de Natuurlijke Gesteltheid der Karibaansche Kust.

DWaar in Zuriname gelegen is.e Land-streek, waar in onzeZurinaamschePlanting gelegen is, word, zoals wereets hebben aangemerkt,Karibanagenaamt. ’t Is het Noorder gedeelte vanGuajana, een Landschap van ’t ZuiderlijkAmerika, zo verr’ ’t zelve zig tusschen ’tArmadilleGebergte, den Oceaan, en de StroomenOrinokeenAmazonesuitstrekt. WantGuajana, ook de Wilde Kust geheten word tweezins genomen, of voor ’t gehele Land bepaalt door ’t Gebergte over ’t MeerParime, de Noord-zee en de gemelde Vloeden, en begrijpt dan in zig ’tKaribaansche; of in eenen tweden zin en eigentlijk noemt menGuajana, dat gedeelte van ’t vaste Land, ’t welk over deArmadilleBergen tusschen deAmazoneStroom en deOrinokelegt.Van de grond der Karibaansche Kust.De Grond derKaribaanscheKust is meerendeels mullig en kleiagtig, en uit den aard doorgaans met digte en wijd-uitgestrekte Bosschagien bezet, gelijk hier boven al is aangetekent. Tusschen welke Bosschen hier en daar eenige weinige opene Velden,Zavanengeheten, gevonden worden, welker grond, hoewel zandig, zeer bekwaam is tot Wei-landen en Boom-Plantagien. ’t Land derKaribanenis in ’t algemeen zeer vrugtbaar, en word besproeit door byna ontallijke Water-Vlieten en Kreeken, waar van we de voornaamste zullen optellen en kortelijk beschrijven.[13]Van de Rivieren.Onder de zelve stellen we op de eerste plaats die Rivieren, op welker boorden onze Plantagien meest alle zijn aangelegt, te weten de VlietZuriname, waar van de Volk-Planting haar naam heeft, deCommewyne,PiericaofCotteraen deCotteca.De Zuriname.DeZuriname, die aan hare Oost-kant, behalven verscheide Kreeken, digt aan zee de StroomCommewyneontfangt, en aan de West-zijde bovenParamariboonder andere de KreekPara, waar op een Schansje van de zelve naam gebouwt is; heeft volgens de zekerste waarneming, van de mond der bovenste tak van de KreekZurinoaf tot aan ’t FortZelandiadoorgaans drie vademen waters, neven deze Vesting vier, beneden dezelve tot op de Zand-bank van twe tot derde half vadem, en voorts van de mond derCommewyneaf tot aan zee, twe, derde half en drie vademen diepte. DeZurinameis tot over de dertig mijlen verr’ vaarbaar, en aan beide kanten uit den aard met Geboomt geboort.De Commewyne.DeCommewynewaar aan ook vele Plantagien gelegen zijn, is van de hoek van ’tTygers Holopwaarts tot aan de SchansSommelsdijkvan twe tot drie vademen diep, en ook overal wel te bevaren.DeCotteca.DeCotteca, die by gemelde Sterkte, als gezegt is in deCommewynevloeit, heeft van deKruis-kreek(welk ook een Tak van deCottecais, waarmeeze een weinig meer Oost waarts insgelijks in deCommewynevast) tot aan ’t FortSommelsdijkeen diepte van vijf tot zes vademen.Pierica of Cottera.Ten Oosten van deCottecaheeft menPiericaofCotteraofMore kreek, die met vele kronkelige bogten West-waarts aan loopt, tot daar ze, een Tak derCottecaontfangende, zig naar de Kust went, en in den Noord Oceaan stort.De Vlieten Zoramine, Wia Wia en Marruwyny.Aan deze kant dus de Kust volgende ontmoet men[14]naast aan de vorige de VlietenZoramine,Wia WiaenMarruwyny. Welke laaste de grootste is, als wordende gerekent by zijnen uitloop ruim vier duizend Geometrische passen breed te zijn, en van zijnen oorsprong tot aan zee byna veertig dag-reizens verr’ te lopen. Vele Kreeken gieten zig in de zelve uit, waar vanCassowinyeen der aanmerkelijkste is.Stroom Amana.Op deMarruwynevolgt in orde de StroomAmana, die zig tot zeer diep in ’t Land uitstrekt, en doorgaans van drie tot vijf vademen waters heeft.Caurara en Cajane.Voorts vind men ten Oosten langs de Kust de VloedenCauroraenCajane: welke laaste, met alle zijne bogten wel twe hondert mijlen lang, in zijnen uitloop een Eiland van de zelve naam heeft, waar op deFranscheneene aanzienlijke Volk-Planting bezitten.Apurwaka of Capurwaka en Wiapoko.De naaste aan deCajanezijn de VlietenApurwakaofCapurwakaenWiapoko; waar van de eerste, niet verr’ van zijnen oorspronk, zig in ’t Meer derHarrytiahansverliezende uit ’t zelve weder voortkomt, en daar ze in zee loopt ook een Eiland maakt. De loop van deWiapokois wat minder als die van deCapurwaka, en omtrent twintig mijlen van zee onvaarbaar wegens eenen Water-Val.De Rivieren Arrikouw, Cassipoury en Amazone-Stroom.Behalven de reets gemelde heeft deKaribaanscheKust aan deze kant nog de RivierenArrikouw,Cassipoury, en eindelijk de vermaardeAmazone-Stroom, welke ookTobo,Topoi,Tapera, en van deEuropëersOrellanageheten word, om datFrançiskus Orellide zelve 1540. en 1541. eerst bevaren heeft. Deze Vloed ontspruit uit ’tCordillirischeGebergte in ’t Noorder-deel vanPeruagt of tien mijlen van de StadQuito, lopende van ’t Oosten naar ’t Westen wel ter lengte van twaalf hondert mijlen. De breedte der Stroom is vanRio di Junta, ruim zestig mijlen beneden[15]den oorsprong, tot aan de VlietMaragnon, die ook in de zelve valt van een tot twe mijlen, en van daar tot aan zee hoe langer hoe breeder wordende, agt men de mond omtrent zestig mijlen wijd te zijn. De diepte derOrellenaVloed is vanRio di Juntatot aan de mond van deMaragnonvan vijf tot tien vademen, en voorts van twaalf tot zestig vademen. ’t Is de driftigste en grootste Stroom van gansAmerika, en de schoonste van den gehelen Aardbodem, ontfangende van beide kanten vele Vlieten van aanmerkelijke grote, waar van zommige goud-zand in hare wateren mede voeren. Meer als twe hondert Eilanden telt men in deAmazone-Rivier, die de lage Landen aan de zelve gelegen door jaarlijksche overstromingen vrugtbaar maakt, gelijk deNylinEgypten. Behalven veel Goud, Zilver en andere Metalen, word hier omtrent groter overvloed gevonden als elders inAmerika, van Cacao, Zuiker, Boomwol, Orlëaan, Tabak enz.De Vlietendie vande Zurinaamsche Volk-Planting ten Westen ontmoet werden.Ten Westen van onzeZurinaamscheVolk-Planting ontmoet men langs de Kust eerst de VloedCupanama, die voor aan van twe tot vijf vademen diep is, en voorts deCourantinofCorretyne, die van drie tot zes vademen waters heeft, de VlietenBerbice,DemararienEssekebeofYssekebe. Welke laaste voor aan zee omtrent drie mijlen wijd; maar niet meer als elf voeten diep is. Byna veertig dag-reizens van daarze uit ’tArmadilleGebergte voortkomt word de loop dezer Stroom belemmert door verscheide Water-stortingen; hoedanig men ook op de zelve hoogte tusschen den vierden en vijfden Graad benoorden den Evenaar vind in deCourantin, deBerbiceen eenige der andere Vlieten vanKaribana. Waar van de uiterste ten Westen is de grote StroomOrinoke, dieGuajanavanNieuw-Andalusienen ’t LandschapPariaafscheid, en[16]daarom ookRio di Pariagenaamt word. De loop dezer Vloed is ruim zeven hondert Engelsche mijlen lang, doorgaans twaalf en daarze in den Oceaan stort hondert mijlen breed. Vele Rivieren vallen van weerkanten in deOrinoke, die genoegzaam bevaarbaar is, tot daarze over hoge klippen met gevaarlijke Water-Vallen nederstort. Hier en daar in de Stroom in de mond des zelfs leggen vele Eilanden, meest van Wildenbewoont.Lengte en breedte der Orinoke.DeOrinokeof Stroom vanPariais ruim zeven hondert Engelsche mijlen lang, op vele plaatzen twaalf, op zommige dertig en in zijnen uitloop hondert mijlen breed, en doorgaans genoegzaam vaarbaar, tot daar de zelve van hoge klippen neerstort en voor Schepen onbruikbaar word. Voor de mond van deze Rivier in de Zee-BoezemParialegt het EilandTrinidad, vermaard wegens zijne schone Perel-Vissery; en in de Stroom zelve zijn hier en daar ook vele Eilandjes verspreit, en meest van Wilden bewoont.’t Water van alle deze Vlieten, en in ’t bezonder van die van onze Volk-Planting is wegens de gematigtheid der Lugt-Streek zeer klaar, en van zo eene aangename zoetheid, dat men ’t zelve uit lust zou drinken: en daar-en-boven zo gezond, dat men niet de minste beswaarnisse of ongemak gevoelt, hoe veel men daar van ook neemt. Waarom zelfs vele van onzeEuropëersdit zuiver Stroom-water boven alle drank stellen en dagelijks gebruiken, zomtijds een weinig Wijn daar by doende.OnzeKaribaanscheKust, welker Wateren wy nu kortelijk beschreven hebben, word door de Ry der meergedagteArmadilleBergen, van de InboorlingenWakarimegeheten, van het eigentlijk zogenaamdeGuajana, waar vanKaribanazomtijds als een deel[17]word aangemerkt, afgescheiden. Dit Gebergte strekt zig in een byna-regte streek uit van deOrinoketot aan ’t Meer derHarrytiahans, naar de Kust hier en daar eenige Heuvelen als zijne takken verspreidende. DeKaribaanscheBodem is voor ’t overige wel meest vlak, maar Landwaarts in verhevener als aan den Oceaan, gelijk klaar blijkt uit den loop der Rivieren, die van de Bergen naar zee vloeijen. De grond dezer Land-streek alom doorsneden en mildelijk besproeit door ontallijke Vlieten is van eene uitnemende vrugtbaarheid, aan de meeste oorden beschaduwt met hoge en digte Bosschen van velerlei geboomte, en overal van den Almagtigen en Alwijzen Meester der Natuur als bezaait met lagere gewassen, van eene keurlijke en zin-strelende verscheidenheid in gedaante, kleur, reuk en geur van vrugten, bloemen en blader-loof, waar mede alle zoorten, zo van Geboomte, als van Planten, in alle Zaizoenen des Jaars hier te lande, min of meer bekleed, gekroont en verziert zijn. De zelve verschaffen tot levens onderhoud aan de Inwoonderen eenen rijken overvloed van smakelijke en gezonde voedzelen, verkwikkende ververssinge, en heilzame geneesmiddelen tegen de ziekten en ongemakken, waar aan de Ingezetenen dezer Kust onderhevig zijn. ’t Geboomte levert hier daar-en-boven vele zoorten van hout, bekwaam tot timmeren, en alles wat vereischt word tot het maken van nodige en overtollige huisgeraden.De Lugt, ’t Geboomte, de Grond en de Wateren vanKaribanazijn vervult en weemelen alom van velerhande vreemde Gedierten dieAmerikaeigen zijn, en welker zoorten eene wonderlijke verscheidenheid van gedaanten, bewegingen, drijften en overige hoedanigheden van natuurlijke gesteltheid vertonen.’t Gevogelte, de Viervoetige Dieren, de Kruipende,[18]de Visschen, en andere Water- en Land-Dieren, nevens de Gekorve of Bloedeloze Diertjes, en alle de verscheide zoorten van hoge en lage Gewaszen, openen in ditAmerikaansGewest een wijdlustiger veld, als ergens elders; voor de bespiegelingen en waarnemingen der gener, die lust hebben, de Wonderen der Natuur met een regt gezigt te beschouwen, de heerlijke merk-tekenen der Goddelijke Almagt, Wijsheid, Voorzienigheid en Goedheid, zo luister-rijk in de zelve doorstralende, na te speuren, en daar uit het ware nut te trekken, welk is de verheerlijking van Gods allerheiligste Naam.Behalven de inlandsche Gedierten en Gewassen dieAmerikaeigen zijn, heeft men op deKaribaanscheKust velerlei slag van uitheemsche Dieren en Planten, die van tijd tot tijd uitEuropaderwaarts zijn overgebragt, en hier doorgaans beter als in haar eigen moeder-land mogen aarden en tieren. De voornaamste en meest-bekendste zo der uitheemsche als inlandsche zullen we in ’t vervolg dezer Beschrijving optellen.Van de Volkeren Arouágas en Karaïbanen.Dit vrugtbaar Land is ook niet minder voorzien van Menschen en rijkelijk bevolkt van eige Landzaten, verdeelt in verscheide Volkeren, die in vele opzigten zonderling van elkander verschillen. De voornaamste dezer Landaarden zijn deArouágasofArwakkas, die zig meest ten Westen van onzeZurinaamscheVolk-Planting beneden langs de VlietenEssekebe,TamararienBerbiceonthouden, hoewel men ook eenige Dorpen van de zelve Natie vind aan de Oost-kant langs de VlietenCaurora,Wia,CauwoenCapurwaka; deKaribesofKaraïbanen, dood vyanden derArouágas, zijn ter wederzijde de naaste Gebuuren van onze Nederlandsche Bevolking, wonende meerendeels aan de StroomenCorretynofCourantin,Cupanama,[19]Zuriname,Cotteca,PiericaofCottera,Marruwyne, en verder ten Oosten aan de VloedCajane, als mede ten Westen boven aan deEssekebetusschen deArmadilleBergen. Behalven deze twe Hooft-Volkeren vind men hier en daar nog verscheide andere Landaarden, die van minder magt zijn en met welker barbaarsche namen wy den Lezer niet willen vervelen, naardien ons van de zelve niet veel meer bekent is, en wy ’t voorgenomen hebben, in deze Beschrijving van deKaribaanscheKust, onder andere byzonderheden, naar mate onzer kundschap maar iets te melden van de Wilde Inboorlingen dezes Lands, die naast aan onze Volk-Planting woonen. Tot welk verhaal eerwe overgaan, zullen we, volgens ons voorgestelde bestek, voor af iets melden van de Gematigtheid derZurinaamscheLugt-streek, en de Jaar-zaizoenen die men op deze Kust heeft.[20]

D

Waar in Zuriname gelegen is.e Land-streek, waar in onzeZurinaamschePlanting gelegen is, word, zoals wereets hebben aangemerkt,Karibanagenaamt. ’t Is het Noorder gedeelte vanGuajana, een Landschap van ’t ZuiderlijkAmerika, zo verr’ ’t zelve zig tusschen ’tArmadilleGebergte, den Oceaan, en de StroomenOrinokeenAmazonesuitstrekt. WantGuajana, ook de Wilde Kust geheten word tweezins genomen, of voor ’t gehele Land bepaalt door ’t Gebergte over ’t MeerParime, de Noord-zee en de gemelde Vloeden, en begrijpt dan in zig ’tKaribaansche; of in eenen tweden zin en eigentlijk noemt menGuajana, dat gedeelte van ’t vaste Land, ’t welk over deArmadilleBergen tusschen deAmazoneStroom en deOrinokelegt.

Van de grond der Karibaansche Kust.De Grond derKaribaanscheKust is meerendeels mullig en kleiagtig, en uit den aard doorgaans met digte en wijd-uitgestrekte Bosschagien bezet, gelijk hier boven al is aangetekent. Tusschen welke Bosschen hier en daar eenige weinige opene Velden,Zavanengeheten, gevonden worden, welker grond, hoewel zandig, zeer bekwaam is tot Wei-landen en Boom-Plantagien. ’t Land derKaribanenis in ’t algemeen zeer vrugtbaar, en word besproeit door byna ontallijke Water-Vlieten en Kreeken, waar van we de voornaamste zullen optellen en kortelijk beschrijven.[13]

Van de Rivieren.Onder de zelve stellen we op de eerste plaats die Rivieren, op welker boorden onze Plantagien meest alle zijn aangelegt, te weten de VlietZuriname, waar van de Volk-Planting haar naam heeft, deCommewyne,PiericaofCotteraen deCotteca.

De Zuriname.DeZuriname, die aan hare Oost-kant, behalven verscheide Kreeken, digt aan zee de StroomCommewyneontfangt, en aan de West-zijde bovenParamariboonder andere de KreekPara, waar op een Schansje van de zelve naam gebouwt is; heeft volgens de zekerste waarneming, van de mond der bovenste tak van de KreekZurinoaf tot aan ’t FortZelandiadoorgaans drie vademen waters, neven deze Vesting vier, beneden dezelve tot op de Zand-bank van twe tot derde half vadem, en voorts van de mond derCommewyneaf tot aan zee, twe, derde half en drie vademen diepte. DeZurinameis tot over de dertig mijlen verr’ vaarbaar, en aan beide kanten uit den aard met Geboomt geboort.

De Commewyne.DeCommewynewaar aan ook vele Plantagien gelegen zijn, is van de hoek van ’tTygers Holopwaarts tot aan de SchansSommelsdijkvan twe tot drie vademen diep, en ook overal wel te bevaren.

DeCotteca.DeCotteca, die by gemelde Sterkte, als gezegt is in deCommewynevloeit, heeft van deKruis-kreek(welk ook een Tak van deCottecais, waarmeeze een weinig meer Oost waarts insgelijks in deCommewynevast) tot aan ’t FortSommelsdijkeen diepte van vijf tot zes vademen.

Pierica of Cottera.Ten Oosten van deCottecaheeft menPiericaofCotteraofMore kreek, die met vele kronkelige bogten West-waarts aan loopt, tot daar ze, een Tak derCottecaontfangende, zig naar de Kust went, en in den Noord Oceaan stort.

De Vlieten Zoramine, Wia Wia en Marruwyny.Aan deze kant dus de Kust volgende ontmoet men[14]naast aan de vorige de VlietenZoramine,Wia WiaenMarruwyny. Welke laaste de grootste is, als wordende gerekent by zijnen uitloop ruim vier duizend Geometrische passen breed te zijn, en van zijnen oorsprong tot aan zee byna veertig dag-reizens verr’ te lopen. Vele Kreeken gieten zig in de zelve uit, waar vanCassowinyeen der aanmerkelijkste is.

Stroom Amana.Op deMarruwynevolgt in orde de StroomAmana, die zig tot zeer diep in ’t Land uitstrekt, en doorgaans van drie tot vijf vademen waters heeft.

Caurara en Cajane.Voorts vind men ten Oosten langs de Kust de VloedenCauroraenCajane: welke laaste, met alle zijne bogten wel twe hondert mijlen lang, in zijnen uitloop een Eiland van de zelve naam heeft, waar op deFranscheneene aanzienlijke Volk-Planting bezitten.

Apurwaka of Capurwaka en Wiapoko.De naaste aan deCajanezijn de VlietenApurwakaofCapurwakaenWiapoko; waar van de eerste, niet verr’ van zijnen oorspronk, zig in ’t Meer derHarrytiahansverliezende uit ’t zelve weder voortkomt, en daar ze in zee loopt ook een Eiland maakt. De loop van deWiapokois wat minder als die van deCapurwaka, en omtrent twintig mijlen van zee onvaarbaar wegens eenen Water-Val.

De Rivieren Arrikouw, Cassipoury en Amazone-Stroom.Behalven de reets gemelde heeft deKaribaanscheKust aan deze kant nog de RivierenArrikouw,Cassipoury, en eindelijk de vermaardeAmazone-Stroom, welke ookTobo,Topoi,Tapera, en van deEuropëersOrellanageheten word, om datFrançiskus Orellide zelve 1540. en 1541. eerst bevaren heeft. Deze Vloed ontspruit uit ’tCordillirischeGebergte in ’t Noorder-deel vanPeruagt of tien mijlen van de StadQuito, lopende van ’t Oosten naar ’t Westen wel ter lengte van twaalf hondert mijlen. De breedte der Stroom is vanRio di Junta, ruim zestig mijlen beneden[15]den oorsprong, tot aan de VlietMaragnon, die ook in de zelve valt van een tot twe mijlen, en van daar tot aan zee hoe langer hoe breeder wordende, agt men de mond omtrent zestig mijlen wijd te zijn. De diepte derOrellenaVloed is vanRio di Juntatot aan de mond van deMaragnonvan vijf tot tien vademen, en voorts van twaalf tot zestig vademen. ’t Is de driftigste en grootste Stroom van gansAmerika, en de schoonste van den gehelen Aardbodem, ontfangende van beide kanten vele Vlieten van aanmerkelijke grote, waar van zommige goud-zand in hare wateren mede voeren. Meer als twe hondert Eilanden telt men in deAmazone-Rivier, die de lage Landen aan de zelve gelegen door jaarlijksche overstromingen vrugtbaar maakt, gelijk deNylinEgypten. Behalven veel Goud, Zilver en andere Metalen, word hier omtrent groter overvloed gevonden als elders inAmerika, van Cacao, Zuiker, Boomwol, Orlëaan, Tabak enz.

De Vlietendie vande Zurinaamsche Volk-Planting ten Westen ontmoet werden.Ten Westen van onzeZurinaamscheVolk-Planting ontmoet men langs de Kust eerst de VloedCupanama, die voor aan van twe tot vijf vademen diep is, en voorts deCourantinofCorretyne, die van drie tot zes vademen waters heeft, de VlietenBerbice,DemararienEssekebeofYssekebe. Welke laaste voor aan zee omtrent drie mijlen wijd; maar niet meer als elf voeten diep is. Byna veertig dag-reizens van daarze uit ’tArmadilleGebergte voortkomt word de loop dezer Stroom belemmert door verscheide Water-stortingen; hoedanig men ook op de zelve hoogte tusschen den vierden en vijfden Graad benoorden den Evenaar vind in deCourantin, deBerbiceen eenige der andere Vlieten vanKaribana. Waar van de uiterste ten Westen is de grote StroomOrinoke, dieGuajanavanNieuw-Andalusienen ’t LandschapPariaafscheid, en[16]daarom ookRio di Pariagenaamt word. De loop dezer Vloed is ruim zeven hondert Engelsche mijlen lang, doorgaans twaalf en daarze in den Oceaan stort hondert mijlen breed. Vele Rivieren vallen van weerkanten in deOrinoke, die genoegzaam bevaarbaar is, tot daarze over hoge klippen met gevaarlijke Water-Vallen nederstort. Hier en daar in de Stroom in de mond des zelfs leggen vele Eilanden, meest van Wildenbewoont.

Lengte en breedte der Orinoke.DeOrinokeof Stroom vanPariais ruim zeven hondert Engelsche mijlen lang, op vele plaatzen twaalf, op zommige dertig en in zijnen uitloop hondert mijlen breed, en doorgaans genoegzaam vaarbaar, tot daar de zelve van hoge klippen neerstort en voor Schepen onbruikbaar word. Voor de mond van deze Rivier in de Zee-BoezemParialegt het EilandTrinidad, vermaard wegens zijne schone Perel-Vissery; en in de Stroom zelve zijn hier en daar ook vele Eilandjes verspreit, en meest van Wilden bewoont.

’t Water van alle deze Vlieten, en in ’t bezonder van die van onze Volk-Planting is wegens de gematigtheid der Lugt-Streek zeer klaar, en van zo eene aangename zoetheid, dat men ’t zelve uit lust zou drinken: en daar-en-boven zo gezond, dat men niet de minste beswaarnisse of ongemak gevoelt, hoe veel men daar van ook neemt. Waarom zelfs vele van onzeEuropëersdit zuiver Stroom-water boven alle drank stellen en dagelijks gebruiken, zomtijds een weinig Wijn daar by doende.

OnzeKaribaanscheKust, welker Wateren wy nu kortelijk beschreven hebben, word door de Ry der meergedagteArmadilleBergen, van de InboorlingenWakarimegeheten, van het eigentlijk zogenaamdeGuajana, waar vanKaribanazomtijds als een deel[17]word aangemerkt, afgescheiden. Dit Gebergte strekt zig in een byna-regte streek uit van deOrinoketot aan ’t Meer derHarrytiahans, naar de Kust hier en daar eenige Heuvelen als zijne takken verspreidende. DeKaribaanscheBodem is voor ’t overige wel meest vlak, maar Landwaarts in verhevener als aan den Oceaan, gelijk klaar blijkt uit den loop der Rivieren, die van de Bergen naar zee vloeijen. De grond dezer Land-streek alom doorsneden en mildelijk besproeit door ontallijke Vlieten is van eene uitnemende vrugtbaarheid, aan de meeste oorden beschaduwt met hoge en digte Bosschen van velerlei geboomte, en overal van den Almagtigen en Alwijzen Meester der Natuur als bezaait met lagere gewassen, van eene keurlijke en zin-strelende verscheidenheid in gedaante, kleur, reuk en geur van vrugten, bloemen en blader-loof, waar mede alle zoorten, zo van Geboomte, als van Planten, in alle Zaizoenen des Jaars hier te lande, min of meer bekleed, gekroont en verziert zijn. De zelve verschaffen tot levens onderhoud aan de Inwoonderen eenen rijken overvloed van smakelijke en gezonde voedzelen, verkwikkende ververssinge, en heilzame geneesmiddelen tegen de ziekten en ongemakken, waar aan de Ingezetenen dezer Kust onderhevig zijn. ’t Geboomte levert hier daar-en-boven vele zoorten van hout, bekwaam tot timmeren, en alles wat vereischt word tot het maken van nodige en overtollige huisgeraden.

De Lugt, ’t Geboomte, de Grond en de Wateren vanKaribanazijn vervult en weemelen alom van velerhande vreemde Gedierten dieAmerikaeigen zijn, en welker zoorten eene wonderlijke verscheidenheid van gedaanten, bewegingen, drijften en overige hoedanigheden van natuurlijke gesteltheid vertonen.

’t Gevogelte, de Viervoetige Dieren, de Kruipende,[18]de Visschen, en andere Water- en Land-Dieren, nevens de Gekorve of Bloedeloze Diertjes, en alle de verscheide zoorten van hoge en lage Gewaszen, openen in ditAmerikaansGewest een wijdlustiger veld, als ergens elders; voor de bespiegelingen en waarnemingen der gener, die lust hebben, de Wonderen der Natuur met een regt gezigt te beschouwen, de heerlijke merk-tekenen der Goddelijke Almagt, Wijsheid, Voorzienigheid en Goedheid, zo luister-rijk in de zelve doorstralende, na te speuren, en daar uit het ware nut te trekken, welk is de verheerlijking van Gods allerheiligste Naam.

Behalven de inlandsche Gedierten en Gewassen dieAmerikaeigen zijn, heeft men op deKaribaanscheKust velerlei slag van uitheemsche Dieren en Planten, die van tijd tot tijd uitEuropaderwaarts zijn overgebragt, en hier doorgaans beter als in haar eigen moeder-land mogen aarden en tieren. De voornaamste en meest-bekendste zo der uitheemsche als inlandsche zullen we in ’t vervolg dezer Beschrijving optellen.

Van de Volkeren Arouágas en Karaïbanen.Dit vrugtbaar Land is ook niet minder voorzien van Menschen en rijkelijk bevolkt van eige Landzaten, verdeelt in verscheide Volkeren, die in vele opzigten zonderling van elkander verschillen. De voornaamste dezer Landaarden zijn deArouágasofArwakkas, die zig meest ten Westen van onzeZurinaamscheVolk-Planting beneden langs de VlietenEssekebe,TamararienBerbiceonthouden, hoewel men ook eenige Dorpen van de zelve Natie vind aan de Oost-kant langs de VlietenCaurora,Wia,CauwoenCapurwaka; deKaribesofKaraïbanen, dood vyanden derArouágas, zijn ter wederzijde de naaste Gebuuren van onze Nederlandsche Bevolking, wonende meerendeels aan de StroomenCorretynofCourantin,Cupanama,[19]Zuriname,Cotteca,PiericaofCottera,Marruwyne, en verder ten Oosten aan de VloedCajane, als mede ten Westen boven aan deEssekebetusschen deArmadilleBergen. Behalven deze twe Hooft-Volkeren vind men hier en daar nog verscheide andere Landaarden, die van minder magt zijn en met welker barbaarsche namen wy den Lezer niet willen vervelen, naardien ons van de zelve niet veel meer bekent is, en wy ’t voorgenomen hebben, in deze Beschrijving van deKaribaanscheKust, onder andere byzonderheden, naar mate onzer kundschap maar iets te melden van de Wilde Inboorlingen dezes Lands, die naast aan onze Volk-Planting woonen. Tot welk verhaal eerwe overgaan, zullen we, volgens ons voorgestelde bestek, voor af iets melden van de Gematigtheid derZurinaamscheLugt-streek, en de Jaar-zaizoenen die men op deze Kust heeft.

[20]


Back to IndexNext