VI. HOOFT-DEEL.

[Inhoud]VI. HOOFT-DEEL.Aard, Natuur en Eigenschappen der Swarte Slaven, des zelfs Geboorte Plaatzen en verdere over voeringe aan de Amerikaansche Kusten, enz.Eer ik verder gewag maak, tot de Beschrijvinge der Swarte Slaven en Slavinnen, zo zal ik eerst handelen van des zelfs Vaderland daar zy van daan gehaald werden, met de overvoeringe na de andere Kusten, en voorts eenige geschiedenissen, deze Volkeren betreffende, aantekenen.Uit wat Land de Swarte Slaven afkomstig zijn.Het Vaderland van deze Swarte Slaven is de Zuidwestlijke en Westlijke Kust vanAfrika, hetende hetGrote Negerland, de Kusten zijnGuineesche,CongoscheenAngolasche; hier hebbenze haar Steden, Dorpen en Koninglijke Land Regeringen, de StadBenuain ’t Rijk vanBeninis wel vijf mijlen groot. De Edele Heeren Bewindhebberen van deWest-IndischeCompagnie hebben alhier, over deGuineescheKust, de zouverine bezittinge; ’t Fortd’ Elminais de Hooftplaats alwaar de Gouverneur Generaal zijn verblijf heeft, en voert ook gezag over de Gouverneur vanCuracao, leggende omtrent hondert mijlen bewestenZuriname, tegen over de vaste Kust die deSpanjaardenin bezitting hebben: Vorders handelt de Maatschappy ook Slaven op de Kusten vanCongoenAngola, die dePortugezenin bezitting hebben, op de zelve mogen alle Natien vanEuropavry handelen, maar niet op deGuineesche.[91]Misverstand van eenige in ’t verkopen der Slaven.Te onregt wanen vele, die menen, dat hier de Ouders hun Kinderen, de Mannen haar Vrouwen, of den eenen Broeder den ander verkoopt. De gene, welke van dusdanige gedagten zijn, bedriegen haar zelfs; want dit nooit en gebeurt dan uit nootzakelijkheid, en om deze of gene misdaad; dog de meeste Slaven, die na andere Kusten werden gebragt, zijn Menschen die in den Oorlog zijn gevangen, en die door de Overwinnaars, als hun Buit zijnde, werden verkogt.Overvoeringe en verkopinge van de Slaven.De Slaven werden van de voorsz. Kusten, ten getalle van 400. à 500., in gescheept, en naAmerikain deze ColonieZuriname, als medeCuracao; aldaar ten dienste van de Planters en alle verdere Ingezetene, by paren publijk verkogt, gemeenlijk Man en Vrouwlijk geslagte t’ zamen uitgeveilt, daar zy ook, gelijk een Creatuur, eerst gemonstert worden, en draven voor uw heen en weder, spreidende de armen van malkanderen, de beenen ook op alle manieren bewegende, en eindelijk de mond open doen of haar ook iets mogte schelen; zo aan Man als Vrouw, Jong en Oud, tot aan de gaven vanAdamenEvatoe, word opzigt genomen. In middeler tijd van de Reis zo worden ook wel vele ziek, en hebben, als zy in de Schepen geladen worden, het eene of ander Venus-kwaad onder de leden, de zelve wordenMalinkertsgenoemt, wordende voor veel minder prijs als de gezonde verkogt; daar door men ook een goed voordeel behaalt, als men zo gelukkig is dat zy herstelt zijnde wederom op komen, hebbende daar dan eenige goede Spijze van de Meester, en thans bekwame Geneesmiddelen van een Doctor, daar het dan zonder gemengeling van ’t eene voor ’t andere op heen loopt. Verkogt zijnde, zo word de naam van de Meester, haar in twe en drie Merk-letteren, op de[92]Borst gebrand, na dat de plaats al vorens met een weinig Boom-Olie bestreken is, zijnde het zelve van zilver of koper daar toe gemaakt, geschiedende dat t’ elke malen als zy een ander Meester bekomen, werdende de vorige namen, als te veel zijnde, uitgeswore.Zelfs worden de kleine Kinderen van het zoete lot des harer liever Ouderen versteken, als die van de Moeders borst afgerukt worden; als een ongelukkig Ner haar verspiede, door die gene, dewelke haar valschelijk zonder lotinge en zonder Regter hier toe verleid, verdag vaardende den groten hoop der Swarte, en neemt kennis van handel en wandel, als bedrukte die haar leven moede, hare zielen verruikelozen, ziende eerst haar noot-lot der Inscheping en het zeewater, willende liever zuure armoede en sware arbeid in haar geboorte plaats uitstaan, als tegens haren wil hunne Kusten en Land verlaten.Redenen waarom de Slaven onwillig zijn om haar te laten vervoeren.Deze Natie houden haar meesten tijd wel te vrede als zy in de Colonie zijn, maar onderwegen heeft haar de vreze zodanig bezet, dat zy vermene onder deSpanjaartsvervoert te worden, als wetende van de Tijrannie, die teMexicoenPeru, door haar gepleegt was, door ’t verbeelde van deJodendom: Zo dat zy veeltijds ondernemen om het Schip af te lopen, of haar in zee te werpen, om haar van die wanhoop uit een nog ellendiger leven te verlossen, daar de Kapiteins dier Schepen, door goede wagt houdinge aan de Luiken van ’t Schip, zorg voor dragen; werdende ook van haar Natie eenige van de stoutste Venten tot Gidszen of Opzigters over haar gestelt, gedurende de Reis, die daar wonderlijk mede opgeschikt zijn. By dag werden alle uuren vier Slaven boven gelaten op het dek, om haar wat te verluftigen en af te wasschen, om dat ze van haar sweet[93]zo vreeslijk stinken. ’t Schip werd mede ’s daags twe à drie malen gespoelt, om de frisse lugt hier door te genieten.DeWest-IndischeMaatschappy brengt nu ter tijd geen Slaven meer over na andere Kusten, voor en al eer hondert Guldens op hand word gegeven by de inteikening inHolland, en dan moeten ze zo lang wagten, tot dat ’er zo veel ingeteikent zijn, dat zy ’er bekwamelijk een Schip op kosten van dien konnen toe rusten, waar door het zomtijds lang aanhout eer een Schip inZurinamemet Slaven komt.In de laaste onderneming derFranschen, hebben deZurinamersook grote schade geleden aan haar Slaven, want buiten de gene die ze mee namen, zijn ’er over de zeven hondert of veel meer, in de Bosschen, weg geraakt.Gevoelen van de Slaven-Handel of die overeen-komstig is met de Goddelijke Wet.Vele Menschen peinzende zieltogen op de Slaven-Handel, wijl het zig niet gegrond zoude vinden met de Goddelijke Wet, daar over zal ik niet oordele, maar heen wijzen aan de bladeren des Ouden Testaments, daar staat wel uitdrukkelijk vanHeidenscheSlaven te kopen van de Volkeren die rondsom wonen, en die als vremdeling in ’t Land zijn, ziet daar vanLevit.25: vs. 44. daar ook verscheidene Wetten gegeven zijn, van de manier hoe men haar handelen zal, zietExod.21: vs. 20. en op andere plaatzen meer.Voorval van een Swartinne.Eenige Christenen willen, dat men behoorde die Menschen te bekeeren en tot de Christelijke Religie te brengen, daar veel moeite nu voor en na om gedaan is. Men heeft een exempel, dat een Swartinne inAmsterdamis overgebragt met hare Meester, alwaar zy, na eenige tijd geweest te zijn, hetNederlandsgeleerd had, wierd eindelijk gebragt tot de Gereformeerde Godsdienst, zelfs tot de Belijdenisse[94]van dien; na verloop van zeven Jaren, dat zy wederom in de ColonieZurinamegebragt wierd, begaf zy haar wederom tot het leven en gezelschap van haar eigen naatsionaal Volk, tot een liber en vrije drift, zeggende dat zy onder geen dwang van Conscientie met die beswaarnis wilde leven, om dat de vryheid van dien alles te boven kwam, enz. Zijnde hare Religie veel aangenamer aan de zinnen dan die van ’t Christendom; want die Menschen zijn meer ingenomen met wezentlijke betogen, als gevoelens van vermaaklijkheden, die by haar min bekent zijn, daarom by haar niet gegrond en aangenomen worden.Gestalte van een Swarte Slaaf en Slavinne.De Swarte Slaven zijn over-een-komstig van grote en swaarte van lighaam met deEuropianen, maar platagtig van aangezigt; (dog verschillig met deKaraïbanenwiens aangezigten veel platter zijn,) hebben een holle ingevallen neus, haar oogen-wit is heel wit, verschelende hier in met de Swarten die menMoorennoemd, wiens oog-wit veel rood of rosagtiger is; hare tanden zijn zo wit als Elpenbeen, niet groot, en zo wel gereguleert als men inEuropaniet vind, ook makenze daar zeer veel werk van, ’t hair is wolagtig, dat zy met willens kort houden, maar de Vrouwen hebben ’t wat langer, zo dat zommige het tot een tuit dragen, en andere hebben het regt opstaande een hand breed hoog, by de kanten om scherenze ’t met een Scheermes op het vel af, en als ’t dan een weinig ruig is, zo makenze met een Scheermes ronde kringen en slangen langs het hoofd in het dunne ruige haar, in ’t kort deNegersenNegerinnenzijn tamelijk mooy besneden van aangezigt en lighaam; de kleding is niet veel van belang, dog hun Meester of Meesteresse zijn verschuldigt aan haar, van vijf Jaar af (want dus lang lopenze naakt van haar geboorte aan) iets te geven om[95]hun Schamelheid mee te dekken, van grijs of blauwOessenabrugsofHaarlemsBond, na dat ze in gunst zijn; dat van de Slaven is een smal strook zes ellen lang en de breedte van een hand, dit windenze eenige malen om de middel, maar zo gereguleert dat een slag tusschen de beenen door gaat, alwaar de Schamelheid in verborgen is, en de twe enden hangen neer, alwaar zy hun Geld of iets anders in beknopen: De Slavinnen hebben van ’t zelve stof twe ellen lang; zo breed als het goed is, de zelf-kant op en neer, en slaan ’t een slag of twe om ’t lighaam, dat dan als een schort hangt. Zie nader, van ’t gestel der zelve, op nevensstaande Plaat; de beduidenis daar van isA.De Neger.B.De Negerinne.C.’t Zuiker-Riet.D.Een Pagaal, of Korf, daar de Vrugt in gedragen werd.Gestalte van een Swarte Slaaf en Slavinne.Zondags werken de Slaven voor haar zelven.De gene die nu wat Geld kunnen verdienen, want Zondags hebbenze vry en dan mogenze voor haar zelf werken, mits dat het Huis-werk van eenige gedaan werd; die op de Plantagien moeten ook haar eigen Kost-gronden bewerken, daar ze de gehele week van moeten leven, zo ze dan iets tot overvloed kunnen krijgen, dat brengenze naParamaribo, als mede Hoenders,Eynen, en ander Vee, dat ze zelfs aankweken, om het aldaar te verkopen. De Slaven in de StadParamaribogaan Zondags aan de Waterkant, of lopen na deSavanaBaaljaren, zijnde een zeker zoort van Danssen, alzo by haar genoemt; maar dit is verboden, om dat ze te veel verstand met malkander hielden, en al zingende haar zaken, die d’ eene d’ ander toe wilde te weten, ondekten, zomtijds daar[96]onder ook wel fluitende met de mond. De gene nu die voor andere werken op de voornoemde dag dat is dan voor haar zelven; (’t gebeurt ook wel dat deNegerinneneen Schellinkje met het Venus-spel verdienen van een Blanke,) hier voor kopen de Slaven wel een mooijer strook om hun middel, ook Tabak, Pijpen en Dram, daar ze haar zomtijds wel in verlopen: De Slavinnen kopen dan mede een mooijer kleetje, vanHaarlemmerof ander gedrukt Bond, ’t geen zyPaantjenoemen, en een borst-lap daar de borsten inhangen van streept Bond, ’t welk van haar werd genoemdBobbe-lap, maar de meeste lopen met de borsten bloot; ook kopenze Koralen om de handen, armen en hals, ook mooije witte tanden die tot een snoer geregen worden, de zelve dragen zy dan om de hals; deze tanden werden uit haar Land, van de Slaven die hier komen, mede gebragt, en dan verkopenze de zelve onder malkanderen.Kwaadaardigheid dier Volkeren.De Swarten zijn kwaadaardiger van geneigtheid dan goeder, haatdragend en strijfkoppig, daarom moetenze dikwils slagen hebben dat ze voorby konden, zy zijn mede heel kijfagtig onder malkanderen, en de Wijven plokharen altemets ook wel; voor het overige zijn zy weinig met de jaloezy bezet, en ook redelijk leerzaam om eenigeHand-werkente leren, als Timmeren, Kuipen; de Vrouwen daar-en-tegens Naaijen, en doen diergelijke dingen.Manier van Trouwen.’t Trouwen op deze onzeZurinaamschePlantagien gaat op volgende wijze toe, deNegermaneenNegerinter Vrouwe begerende, zo vraagt hy zijn Meester om konsent, daar toe, om dit of dat Wijf te mogen hebben, die hun gemeenlijk zulks toe staat, die haar als dan vermaand om wel en vreedzaam, als te zaam gebonden Luiden Man en Vrouw, te leven, zonder eenige verdere Ceremonie van Trouwen door[97]een Priester, maar door dit zeggen alleene zijn zy dan gehuwelijkt, ’t welk zy meest alle doen, zo haast zy tot eenige Jaren komen; alleene om dat zy van hare Huis-vrouwen zullen worden opgepast en gedient, om haar het eeten en drank te bereiden, in hare gedwonge arbeid en zuure armoede; en voorts leven zy in de Egte gemeenzaam, houdende het egter alle hare Vrouwen, en de Vrouwen het alle hare Mannen, te zijn, wel wetende dat twe meerder konnen als een, en de verandering een nieuwe lust by brengt. De Man gaat (zo hy een Vrouw van een ander Plantagie heeft als die gene daar hy op woond) alle nagten na zijn Liefje toe, de Kinderen die ’er geboren werden horen de Meester of Vrouw van de Slavinne toe. De Planters hebben liefst dat haar Slaven en Slavinnen op hun eigen Plantagien Trouwen, om dat ze anders te loopagtig en diefagtig worden: Die vanParamaribozouden ’t liefst ook zo hebben, dog dit kan niet geschieden, wijl zy van zo veel Slaven niet zijn voorzien, daarom moeten zy zomtijds tegen haar zin toestaan, dat haar Slaven buitens Huis Trouwen.Op dusdanige wijze werd het Trouwen opZurinameverrigt, gelijk voor heen gesproken is, tusschen de Swarte Slaven en Slavinnen, maar zeer verschillig by haar eigen Land, waar van wy den Lezer iets zullen mede delen, zo als de HeerBosman’t zelve heeft aangetekent.Verdere zeden der Fidase.De verdere zeden en gebruiken derFidase(welke niet met den Godsdienst vermengt zijn) hebben met die van deGoud-Kusteen goede over-een-komst, behalven dat deze in alles vry rijkelijker te werk gaan; want daar deNegersvan deGoud-Kustzig vernoegenTrouwen zonderling veel Wijven.met een, twe, drie, en de voornaamste op zijn meest met agt, tien of twintig Wijven, daar hebben ’er[98]deze wel veertig of vijftig, en de voorname Kapiteinen drie à vier honderd, ook eenige wel duizend, en den Koning tusschen de vier en vijf duizend stuks.’t Grootste gedeelte dezer Wijven dienen maar zimpelijk om voor hun Mannen in ’t Land te arbeiden; dog de mooiste en fraaiste blijven in Huis; waar dat ze mede van den arbeid niet zijn bevrijd, behalven dat ze nog daar-en-boven hun Mannen moeten oppassen en dienen, gemerkt deNegers, die van eenig vermogen zijn, geen Mans-perzoon in de Woningen, waar dat hy zig met zijn Wijven onthoud, zullen laten komen.Zijn op de zelve zo min-yverig, dat ze die op het minste vermoeden van oneerbaarheid aan de Europianen verkopen.De Mannen zijn hier zo wonderlijkmin-yverigop hun Wijven, dat ze de zelve op het alderminste vermoeden aan deEuropianen, om vervoerd te werden, verkopen; en niet als deNegersvan deGoud-Kust, welke zig niet ontzien, om met hare Wijven een openbaren Handel te drijven.Hier gaat het geheel anders in zijn werk; want by aldien iemant hier een ander mans Wijf afzoend, zo is hy genoegzaam lijveloos, indien de Beledigde maar van eenig vermogen is; ja zelfs geraakt, om de misdaad van zo eenen, zijn gehele Geslagte zomtijds in slaverny.Sware straf over ’t beslapen van een voornaam Perzoon zijn Wijf. ’s Konings Wijven mogen zelfs niet aangeroert werden.Aangaande des Konings Wijven; indien een Mans-perzoon de zelve maar aanraakte, ’t zy by ongeluk of al willens, zo zou zo eenen zijn kop, of ten minsten zijn vryheid kwijt zijn; en tot boete van zijn onnozele misdaad, zig zelven een eeuwige slaverny moeten onderwerpen. Waarom ook al de gene, die ontrent ’s Konings Woningen iets te doen hebben, zig met roepen laten horen, op dat ’s Konings Wijven mogen verdagt zijn, dat ’er een Mans-perzoon ontrent is.Om die zelve reden laat zig de Koning, zo als ik[99]hier voren van de voornaamste ook heb gezegt, binnens Huis van zijn Wijven dienen; zonder dat ’er ooit eenig Mans-perzoon in komt, ten zy ’er iets te vermaken of te verhelpen is, in welk geval de Wijven zig zo lang aan een andere kant moeten begeven.Ook eenige niet bezien.Wanneer de Arbeiders op de Daken, om iets te verstellen, moeten zijn, zo roepenze mede gestadig, ten einde de voornaamste Vrouwen des Konings zig zo lang binnens Huis houden; want het bezien van de zodanige zelfs voor een misdaad werd gerekend.Hoedanig ’s Konings Wijven zig buitens Huis gedragen.Zo wanneer ’s Konings Wijven na ’t Land gaan om te arbeiden, ’t geen dagelijks met veel honderden te gelijk gebeurt, zo zullenze, wanneer haar een Mans-perzoon ontmoet, al van verre roepen,sta ruim; dewelke dan aanstonds van de weg af op zijn knien valt, en, zonder haar eens ter degen te derven aanzien, voorby laat gaan.De Koning verkoopt zomtijds een goed gedeelte zijner Wijven, zonder dat het getal verminderd word.Om het alderminste ongenoegen, en wegens beuzelingen, verkoopt de Koning zomtijds een stuk of twintig van zijn Wijven, zonder dat der zelver getal ooit komt te minderen; want drie van zijn Kapiteins, niet van de minste Rang, en welke over hetFidase Serrailopzigt hebben, leveren hem alle dagen weder in de plaats; want zo zy maar een fraai Vrou-mensch zien, zo brengenze de zelve tot de Koning, waar tegen zig niemant in ’t gehele Land derf stellen.Als een Dame by den Koning gebragt is, en dat ze hem behaagt, zo werdze een reis of drie van hem bekend, daar na moet zy ’t vervolg van haar leven als een zedige Non verslijten.Niemant wil gaarn een Vrou des Konings zijn, maar geven eenige zig liever aan de dood over.Om deze oorzaak werden de Vrouwlieden ook gants ongaarn tot een Vrouw des Konings verkoren; kiezende de zommige liever een haastige dood, als zo een verdrietig leven.[100]Voor twe Jaren wilden gezeide Kapiteins een mooi jong Meisje tot den Koning brengen; dog mits zy niet veel behagen in het Nonne-leven had, zo ontvlugte zy uit hunne handen, en zig vervolgt ziende, werpt zig uit mistroostigheid in een diepe Put, waar in versmoorde. Ik zal het aan de Vrouwtjes overlaten, om te oordelen, of zo een, die dat gene, ’t welk, haar het meeste vermaak kan geven, niet ongelukkig is, wanneer ze het zelve na een reis zoenens of twe met p .… moet verslijten. Veel beter was ’t dan nooit, als wanneer ze zo ligt in verzoekingen zouden vallen. Dog, niet hoger.De Oudste Zoon is Erfgenaam van alle zijn Vaders Goederen en Vrouwen.By ’t afsterven van den Vader des Huisgezins, erft de oudste Zoon alle des zelfs Goederen, ook zijn Wijven, die hy voortaan voor zijn eigen houd, en bezigt; uitgezondert de gene die hem ter Wereld heeft gebragt; dewelke hy een afgezonderde Woning, en nodig onderhoud (indienze van zig zelven niet kan bestaan) verschaft. Dit is by den Koning, de Kapiteinen, en ook den Gemenen Man, gebruikelijk.Den Koning aan zijn eige Dogter getrouwt.Dezen tegenwoordigen Koning is ook aan twe van zijn eige Dogters getrouwd geweest, dog welze bereeds beide overleden zijn, en zijn vreugd met de zelve van een korte duur geweest is, zo beeld hy zig in, dat de Goden hem hier mede over de Schenddaad hebben gestraft; en dies heeft hy ook gesworen, dusdanigen daad nooit meer te zullen ondernemen.Uittrouwen van een Dogter des Konings aan den Engelsche Koopman;Om in geen verzoekinge te vallen, trouwden hy te mijner tijd zijn eenige Dogter uit aan denEngelschenKoopman, die alhier den Handel wegens dien Landaard waarnam. Ik zeer vry met hem zijnde, bestrafte hem hier over; en om dat hyze my niet eerst had aangeboden, besloeg ik hem al lachende in een zekere[101]Boete, ’t geen hy gewilliglijk betaalde; met byvoeging, dat zijn Dogter, schoon getrouwd, egter tot mijn dienst was, indien ik ze maar begeerde; dat om de zelve wederom te halen, het hem maar een woord had te kosten.en redenering deswegens met den schrijver.Wat dunktU E. Mijn Heer, zijn de Dogters van dezen Koning niet redelijk veil en goed koop, maar ’t is van den brui, dat het Trouwen van zo een Konings Kind hier te Land niet veel voordeel kan geven; anderzints had het aan my zelven moeten haperen, byaldien ik niet al voor lang gelukkig was geweest.Veelheid van Kinderen.Wegens de gezeide veelheid van Wijven, is het ook wel af te meten, dat geen klein getal Kinderen moeten voortkomen, indien de Mannen anderzints maar in staat zijn, om de zelve te konnen toestellen, wantverandering van Spijs, zeid het Spreekwoord,doet wel en graag eeten, en dies ontbreekt het hier aan een byna ongelooflijke Kinder-Teelt niet; want gemerkt de Vrouwtjes niet geheel onvrugtbaar vallen, en de Mannen ook wel in staat zijn, om ’er het hare toe doen, zo en behoeft men ’er niet eens aan te twijffelen, want behalven dat de Mans door hun goede wijs van leven, en ’t voedzaam eeten en drinken, nog gedurig andere middelen tot versterkinge der Natuur gebruiken, en te gelijk ook sterkeMans-perzonen met over de twe honderd Kinderen.en lijvige Menschen zijn, zomoetU E.zig niet verwonderen, zo wanneer voor vast en zeker zeg, dat ik hier Manlieden heb gezien, dewelke Vaders waren van over de twe honderd Kinderen; en op dat hier van in my geen twijffeling mogt overblijven, zo is my het zelve, en al de gene die ’er van ons na gevraagt hebben, met twe voorbeelden nader bevestigt; eerstelijk met een van des Konings Kapiteinen, met nameAgoei, dewelke ons zedert eenige Jaren voor Tolk heeft gediend.[102]Gesprek deswegens met een Kapitein.Ik vroeg den zelven eens, in ’t bywezen van een onzer Schippers en mijn Assistent, hoe veel Kinderen dat hy wel rijk was, vermits ik hem altoos met een goed gedeelte zag verzeld? welke my daar op half verzugtende antwoorde, dat hy ongelukkig genoeg was van ’er niet te veel te hebben, en dat der zelver niet boven de zeventig stuks bedroeg. Ik vroeg wijders of hy ’er geen dood had? hy zeide, ontrent zo veel als ’er nog in levenden lijve waren. En overmits deze Man ’t gezeide getal (te zamen ontrent honderd en veertig uitmakende) voor weinig schattede, zo kond U E. eens denken, hoe veel ’er die gene wel moeten hebben, die zig rijk van Kinderen mogen noemen.Als ook met den Koning.Waar over de Koning (in wiens tegenwoordigheid dit voorviel) my deze verklaring gaf, en een Perzoon aanwees, een zijner Onder-koningen zijnde, die alleen met zijn Zoons en Zoons-Zoons, nevens haarlieder Slaven, hun algemene Vyand, welke met een goede magt van Volk waren afgekomen, hadden afgewezen, en te rug gedreven. Voegende hier verders nog by, dat deze Onder-koning, met zijn Zoons, en hare Zonen, een getal van over de twe duizend konden uitmaken, zonder dat ’er de Dogters of de overledenen onder gerekend wierden.Oordeeld nu eens,mijn Vriend, of deze Menschen niet bekwaam zouden zijn, om, of ’er elders eens weder eenNieuwe Wereldwierd ontdekt, de zelve binnen korten tijd te bevolken.Byaldien het gezeide waaragtig is; gelijk ik het ’er zonder de minste twijffeling voor houde (mits ’s Konings zeggen, door de daar tegenwoordig zijnde Groten, wierd bevestigt) en dat het veel Kinder-maken algemeen door dit gehele Land is, behoefd men zig van nu af over de Volkrijkheid der zelver[103]niet meer te verwonderen; nog ook, waar dat zo groten getal Slaven; als hier Jaarlijks werden ingehandeld, van daan komen.Laat ons nu weder eens zien hoe het Opvoeden en Kinder-baren van de Swarten, op de KustZuriname, toe gaat.Opvoedinge der Kinderen, op Zuriname gebruikelijk, van de Swarte Slaven.Hare Kinderen hebben zy zeer lief, voedende die met grote zorge na den aard der gewoonte, waar in zy menigmaal de Christenen overtreffen; schoon zy zo zagt en gemakkelijk, met veel spandering en verspillinge van geld, en anklederende Zieraden, lekkere Spijze en goede gemaniertheden, zo extra niet in heusheden, als inEuropa, dienstig, niet worden opgebragt; hebbende dat alles ook niet nodig, ja spottende met mal-onnodige zinlijkheden derEuropæanen, oordelende dat ’t milde Aard-land van zelfs genoeg verschaft, al ’t geen de Natuur in haar eenvoudigheid tot Levens onderhoud vereischt, zo dat ze ’t weinige dat ze begeren met zo veel te groter gerustheid en vergenoegen genieten, als deEuropëerstot voldoening van hare onverzadelijke begeerlijkheden ontrusten.Werden wit geboren.Deze hare Kinderen die uit de natuur wit geboren ter Wereld komen, worden van tijd tot tijd in de ledematen geel, verder bruin, als iemant die geslagen is; de plekken in hoedanigheden door smerten veranderd vind, na dat zy eenige malen met warm en dan met koud water, aan de Rivieren, gewassen worden, om haar te harder te maken, dat zelfs Oude en Jonge alle dagen in een gebruik hebben om haar te reinigen; werdende de jong gebore Kinderen dan in een LapOssenabrugsgrijs Linnen van twe elle gewonden, en wanneer de Moeder twe à drie dagen bevallen is geweest, neemt zy het Kind met haar daar zy werkt te Velde, hebbende het op de rugge[104]in de doek hangen die voor onder de borsten is toe geknoopt; leggende het nu en dan op de grond te woelen en spartelen, gelijk ik menigmaal aanschouwt hebbe; en my, wanneer ik eerst alhier in ’t Land kwam, als een zeer vreemd wonder scheen voor te komen, ziende in deze figuurlijke eenNegerinne; hebbende haar Kind, met eenPaantjeof voorgemelde Doek op de rugge gebonden, in de Keuken de Spijs bereiden; ’t welk my zo dwers voor kwam dat ik voor dat maal van die Spijze niet konde eeten, vrezende voor onreinigheid; alzo men die manier van handeling der Kinderen, en zulke Swarte naakt Koks, inEuropaniet gewoon is.Dog daar na ziende des Lands gebruik, en gewaar wordende dat alles in ’t uiterste zuiver en klaarder toe ging, als van menig stinkende onnutte slons van Dienstboo in ’t Vaderland; heb ik my daar aan niet meer gestoten, nogte weiniger eeten en drinken om staan gelaten, wijl ik nagaans merkte de grote zorgvuldigheid, neffens de manier van ’t Land om zig door Swarte of Rode Slaven, zo vrije als onvrije, te laten dienen en oppassen; dan ook weinig in gebruik is, Christenen of Blanke Dienstboden, tot Huis arrebeid te gebruiken, niet verders als de ordonnantie en overleg tot de Menagie.Hoe aangenaam, hoe zoet, smaakt de vermoeid’ het Rusten,Hoe lekker vind de Dorst een teug uit Beek of Bron,Geen smakelijker Zous de beste Kok verzonDan die de Honger maakt, wat Spijs kan hem verlusten?[105]Afkomst en Godsdienst der Slaven.DezeAfrikaansche, inAmerikaovergebragteMooren, zijn verscheide in ReligieHeidenscheSlaven uit den geslagteChams, in een verwerde menigte van gevoelens, begrave in duisternisse der onwetentheid, en kromme stegen der dwalingen die ontallijk zijn. Het bestond de geregtigheid Gods, de Menschen, die in den beginne van eenerlei Tale en Religie waren, te laten vallen in een Babel der verwerringe, zo van Talen als valsche Religien, om dat ze de Waarheid niet vast en hielden, maar gebroken Bakken die geen water houden; en dat ze de Fontein der Levendige wateren verwierpen, hun zelven te verzadigen met het vergiftige vlees der Kwakelen, die het brood der Engelen moede waren en met de Swijnen draf eeten, en de heilzame spijs hares Vaders Huis versmade.Voedende hare beloften met zeer grote bezigheden, ziende haar ook Bedevaarde doen, eenige houden gedurig hare handen boven ’t hoofd t’ zamen geslagen; andere steken de eene hand uit in de Lugt; andere weder vele zeldzame posturen den gantschen tijd hares levens.Aanbidden de Duivel en andere Afgoden.Eenige van haar aanbidden den Duivel en vele Afgoden, als nog in vele Plaatzen; zy geloven veel Goden, maar voornamelijk die al de andere gemaakt heeft, en dat alle Creaturen van water gemaakt zijn; de Vrouw voor de Man, dewelke door de hulpe van de Goden ontfing en Kinder-baarde; gevende aan hare Goden gedaantens van Menschen. Veel van hare devotie bestaat in huilen, en om het vuur te danszen, zingen, en in haar eigen vlees te snijden; andere aanbidden onsterffelijke Goden, als deZon,Maanen deWereld; zommige sterffelijke alsJupiter,PanenHerkules; andere wederom die onder de Linie wonen en bidden deZonniet aan, maar vloekenze[106]geduriglijk als zy opgaat, om dat hare overgrote hitte haar beschadigde; andere houte Afgoden, deNegersgelijkende, aan wiens voeten leggen hopen van Horenen, van viervoetig Vee, waar by gesteld zijn de Bekkenelen van hare Vyanden die in den Oorlog gedood zijn; en hoe de vuisten in de strijd gruwelijker bloed storten, hoe zy woester en wilder vuur en vlam spuwen, als een overtreffelijke blijk van zijne Stam. Zy stellen vast dat zyOffer van Spijs en Drank, om haar Afgod te verzoenen, zo ze ziek zijn.nooit ziek zijn, dan als hare Afgod op haar vertoornt is; daarom zoeken zy hem te behagen, met voor zijne voeten te gieten, eenige Drank neffens Offer van Spijze. Zy zijn gewoon hare Dooden te wassen en te schilderen, begraven ook Spijze met haar, en zommige van hare gebruiken de goederen, stortende aan de voeten des Grafs het bloed van eenige viervoetig Gedierte; zomtijds brandenze de Doode, eenige kleden haar op de begraffenis als een Duivel, met veel monden en glaasse oogen, roeren met een staf de asse. Zy zijn ook zeer genegen in ’t voor-zegginge van Vogelen, en hare Leermeesters in zulke agtinge by haar, dat zy menen, dat het leven en de dood, overvloed en honger, in hare magt staat; vele aanbidden eenige Wanschepzelen.Die van Loango laten hun besnijden ter eere van hun Afgod.Die vanLoangokomen, aanbidden Afgoden en worden besneden in ’t gezigt, aan weder zijde van de slaaf van ’t hoofd, over de waan en aan ’t kin, met twe en drie sneden, eenige aan eene zijde des wangs, ter eere van haren Afgod; andere hebben rozen en starren, door middel van Kruid gebrand, op ’t gezigte.Een Dogter die gebrand was over ’t lighaam.Ik heb zelfs gezien een Dogter van hare Oudste, of liever Kapitein, en zo andere willen Koning; die van de hals af rondom het lighaam van ’t Schamelijke dele, tot aan de nagels van de tonen, in een zeer[107]aardig figuur gebrand was, zonder eenige de minste fout in de figuren aan ’t lighaam te vinden: Diens Vader zelfs over eenige duizenden Menschen magt en bevel had, dienende voor een Huis-Slavin by een Christen, opZuriname, dog wierd in die opzigt redelijker als andere Slaven gehandelt.Op wat maniere de Ambagtsman zijn Afgod verzoend.Yder Ambagtsman verzoend zijnen Afgod met zulke dingen die zijn Ambagt aangaan; op de Dood van hare Vrienden doodenze Geiten ter eere van hare Afgoden, en houden verscheide Maaltijden ter gedagtenisse van de overledene. In de Goden-dienste hebben deze inZurinamegeen publijke Vergaderinge, ook zijn zy verscheiden in hare gevoelens inAfrika, daar zy van daan komen.Afgod te Kenga.TeKenga, Zee-haven vanLoango, daar word van een Oude Vrouw eenen Afgod bewaard, de welke eens des Jaars met grote plegtigheid en Feest-houdinge, vereerd word.Te Morumba.En teMorumbadertig mijlen Noord-waard, worden Jongens besworen om dezen Afgod te dienen, wordende in gewijd met harde Spijze en tien dagen stil swijgens, neffens onthoudinge van zekere Spijs, en een snee in hare schouwderen. En anderen een yder Man zijnen bezonderen Afgod.Te Congo aanbidden zy Wanschepzelen.TeCongoaanbidden zy eenige Wanschepzelen. De Vrouwen zijn mede omwonden met Koralen aan de armen en benen, voor die niet in ’t Veld arbeiden; en de Mannen dragen Kristalle baggen in de ooren en eenige in de onder lip.’t Kwaad wijten zy de Duivel.Als haar iets over komt of kwaad wedervaart, weten zy de Duivel te noemen en voor kwaad aan te schelden; welke hare loze Leermeesters, dat onwetende Volk vertonen in een swarte gruwlijke gedaante, zomtijds van een swarte Hond, zomtijds een afschuwelijke Padde; konsacrerende deze haren Afgod de[108]eerste teug, van spijs en drank; indien zy haar zelven met Kalk bestrijken, zo meinenze dat ze haren God daar mede goede dienst doen. Zy hebben zekere Bomen in grote agtinge, met de zelve beraad slaande als met Orakelen; aanbidden zekere Vogel, welke vederen heeft gelijk Sterren; deTonijnis een Heilige Vis by haar die men niet mag aanraken: Zy maken ook Goden van Stroo, om den gestorvenen in de andere Wereld gezelschap te houden, hem begravende, word hy overeinde op zijn voeten gesteld, met een staf in de hand; en indien ’t een groot Perzonagie is, een vat met Melk by hem: Hoe wel men meent dat zy niet anders als om kwaad te doen genegen zijn, zo werden zy nogtans met geweld, door vreze getempt, om het goede te ondergaan.Dit kool Swarte Volk vermaakt zig ook met verscheide gedaanten, om zig hier en daar in de huid te snijden; pogende malkander in verscheidenheid van wezen te overtreffen, daar van eenige Duivel-bannersVoorval van de Schrijver en zijn Vriend aan een Neger bespeurd over het onweer.zijn. Een Vriend en ik hadden ons op zekeren tijd Land-waard in, zijnde onder een Boom, begeven, om de storm van Donder en Regen te ontgaan, die doe ter tijd geweldig was; eenNegerstond gedurig by ons bevende als een loof, ligtende nu en dan zijn handen op na den Hemel, en ik weet niet met wat voor woorden, den een of anderen Duivel of Bullebak aansprekende; en daar op, als wy ’er het alderminst op verdagt waren, sprong voor den dag als een dol Mensch, en rukte een lang Mes uit de gordel zijner bladeren, swaaijende het zelve 7. ofte 8. malen om ’t hoofd, hebbende nog eenige andere kuren daar mede gemaakt, stak het wederom op, kuste de vogtige aarde driemaal en rees vrolijk weder op; zonder ons eenige verschrikkinge aan te brengen, rustende het onweder van zijne Donderslagen.[109]Op wat maniere zy de Cassave wortel toemaken en eeten;’t Brood zo by deIndianenenNegers, word bereid en gegeten, het zelve word gemaakt van de Wortel van de BoomCassavegeheten; deze Boom groeid gemeenlijk ter hoogte van vijf tot zes voeten, zijnde byna van blad als een Essen-boom, dewortelis tamelijk in substantie, van alles de Rammilas gelijkende, en ’t gene daar eigentlijk het Brood van bereid word; het welk zy op een steen of hout raspen in manier van een breede vijl, hebbende daar toe geen Mortieren om ’t te stoten, daar na leggen zy ’t geraspte in een grote tene draai korf; naar de voorsz. geraspte Vrugt wel uitgeparst te hebben, laten zy dat drogen; nagaans weken zy het wederom in ’t water en maken dan een Deeg hier van, ’t welk zy op een grote platte steen of yzere plaat voor ’t vuur uitgespreid leggen, en de gelijkheid van zeer dunne koeken geven; aldus bereid zijnde konnen die koeken wel drie à vier Jaren, op een droge plaats leggende, goed blijven. De vogt uit deze wortelen geperst is een zeer groot en sterk vergift, gelijk men heeft ondervonden als de Honden daar van drinken, zo aanstonds sterven. Dat nat word egter van haar bewaart en metAtty, dat is haar Landze Peper, gekookt tot een bekwame Drank; in den aard is deze vogt Zuiker-zoet en zeer aangenaam van smaak.de zelve is ook goed van smaak.Dit is dun gebakken zijnde nog al smaaklijk, maar men kan wel oordele zo voedzaam niet te zijn als Weite Brood; daar nogtans vele Christenen meer werk van maken als van witte Brood, na het gebruik, zo word het ook zagter of harder, dikker ofte dun gebakken.Zijnde egter het Weite Meel om 2. à 2½. stuiver ’t pond dikwils te koop, wijl het deEngelschevan de andere Eilanden aldaar genoegzaam brengen; werdende in ’t gemeen niet als fijn Brood van een iegelijk[110]gegeten. Maar deIndianenenNegers, immer en altoos, gebruiken dit meergemeldeCassaveBrood, daar zy haar mede vergenoegen zonder na iets anders om te zien of te denken.Haar Huis-raad is zelden meer als een Pan, een Schotel en een Dek-kleed des nagts; hun kost is haast klaar gemaakt, haast gegeten, haast verteert en haast beschreven, haar Tafel is de vaste grond; voorWat ze aan haar Gasten geven te eeten, en hoe de Spijs toe gemaakt werd.elk van hare Gasten leggenze een à tweCassavekoeken, beneffens een Lepel van hout met een Steel van een half el langte, en de Lepel is zelfs zo groot en wijd dat menze nauwelijks over gapen kan, daar zy de Bry,Tom; mede na de mond brengen; zommige hebben Vrugten, andere wederom niet; zommige hebben Vlees, andere niet; zommige brengen de Spijs voor zo swart als een kool, andere wederom zo wit als Melk; andere wederom groen, geel, blauw, rood, of anderzins na dat het de Kok in de zin komt.Van de Dranken.De Drank, waar mede de Slaven haar vervrolijken, werdDram,Kil-Duivelof anders gezegtDuivels-dood, genoemt; welke men de Kanne van twe Stoop voor 12. stuivers koopt. Deze gemeldeDram, werd van de vuiligheid van deLekkerofMelasjes, anders Zuiker-water, gedistileerd; waar dat zy haar na een swaren arbeid mede vrolijk maken, zo met Danssen, Springen, Trommelen, met toe doen van veel wonderlijke gebeerden, dat haar niet ligt vervelen zal, schoon zy sweten dat het nat haar van ’t naakte Lighaam afloopt; waar toe zy haar ook verzieren, van figuurlijk, met rode Verf op haar Lighaam te Schilderen, als mede haar met Koralen om de hals en armen omwinden en op ’t beste fraai maken. Het staat ook vry, buiten het regt van overtredinge, zommig werk op Feest-dagen te beneerstigen;[111]haar Goden-dienst verbied, niemant by haar het Water te verleiden; Vogelen lagen te leggen, Bomen of te branden; een heining om zijn Land te vlegten; en de korrende Kudden in varsse Stromen af te spoelen; woelende diervoege mede om strijd, om haar Graf-Altaar, van Takken by een te stuwen, en tot op een grote hoop te vullen.Drank die de Engel Gabriël bereid heeft, zo de Mooren zeggen.DeMoorenbereiden een Drank van swarte Besien, en, zo zy zeggen, gezond, als afdrijvende alle swaargeestigheid en vrolijkheid makende; dog niet zo zeer daarom geprezen, als om dat het naar haar voorgeven de eerste maal toe gemaakt is by den EngelGabriël, om daar door het vervalle menschelijk Geslagt weder op te wekken; alzo het zeer goed is om deVenusgaande te maken.Over de Maaltijd zijn ’t de vrolijkste Gezellen die ’er mogen gevonden worden, eetende en drinkende graag, daar over niet krakeelagtig, als zig wel wetende na de Spijs en Drank te voegen, en dan voornamentlijk wanneer zy Vrouwen, ik meen gemene Vrouwen, by haar hebben.Straffe die aan de Negers werd gedaan over hun baldadigheid.Ik zal hier nu mede ter neder stellen de baldadigheden van deNegers, die zy op de Plantagien zomtijds hebben uitgeregt, en de straffen die de zelve over de gedane feiten ontfangen. Wanneer nu de voorgemeldeNegershare werken niet willen doen, nog te gehoorzamen den gene die zy daar in onderworpen zijn, of als zy uit wraak eene van hare Maats met de vuist, uit al den hoop gegrepen en op de rug nederleggende, tegens een Steen-rots aan klist dat het spatte, en de vloer van bloed en etter drijft; krakende de swart bebloede beenders en schinkels, lillende tusschen zijn tanden het lauw ellendige vlees in zijn mond, brakende na weinig tijds de brokken, met de gedronkeneDramgemengt, ten kele uit. Indien[112]deze booswigten, ’t zy Mans of Vrouwen, het haar te laste leggende werk weigeren, zo werden zy met Sweep-slagen daar toe gedwongen.Als wanneer zy eenig kwaad, buiten de straffe des doods, verdiend te hebben, (bedrijven) zo werd de zelve door order van de Meester, of ook wel door hem zelfs; gestraft; werdende de misdadige de handen met een touw te zamen gebonden, na boven aan een Boom opgetrokken (of over een Balk van ’t Huis op een zekere hoogte van de grond) en daar vast gemaakt zijnde, zo word hem 50. ponden op de grond staande aan de voeten vast gemaakt en die aan een gebonden, om daar door het slingeren en schoppen met de voeten te beletten; gehouden zijnde deze strenge straf nog geduldig te lijden, of ten minsten met wringen en naar schreuwen haar droevige ellend te beklagen; na dat egter alvoorns door zijn Meester de misslagen hem voor gehouden zijn, en gevraagt is of hy de zelve wil belijden, met redenen waarom hy zulks gedaan heeft, en na het zelve beleden te hebben, of door eenige harer Makkers overtuigt zijnde van de zulken foute; word hem eerst door de Meester of eenige Blanke Dienaren; en gevolglijk doorWerden met een sweep van Water-Pinans gevlogten zo geslagen dat ze geen Mensch gelijken.de Swarte Broeder-gezellen, zodanig met een Sweep (gevlogten van Water-Pinans, een zoort van zeer taai Riet met scherpe doornen) geslagen en gegezeld, dat hy eerder een gevilde of stroopte Hond gelijkende is, als een Mensch. En wanneer men bevind, dat zy door aangedronge pijne zo kwaadaardig zijn, dat zy zomtijds haar zoeken te stikken, wijl zy de kop in de borst zetten en de adem weten in te houden, daar by de tong dubbeld leggen, om door ’t stikken haar het leven te benemen, in deze rampzalige straffe zo neemt, tot voorkominge van ’t zelve te benemen, een stuk brand-hout en stoot haar dat voor de[113]tanden, zo dat haar de lippen dikker schroeijen als die dog anders zijn, zo dat zy adem-halen, en als wanneer men oordeeld haar genoeg gekastijd te hebben, los gelaten zijnde, dat die lapperige stukkende huit met een scherp zuur van Lamoen-zap, met pulver gemengt zijnde, gewreven, dat de vorige elendige pijne moet vermeerderen voor een korte wijl, strekkende verders tot etteringe en gehele genezinge der wonden; blijvende dog de tekens daar van, als de Brand-merken, haar om ’t lijf.Verdere straffen aan de zelve over het weg lopen.En zo de zelve wel in ’t Bos lopen om haar eenige weken van ’t werk te bevrijden; na dat menze wederom bekomen heeft, zo snijd men voor de eerste maal de hak-senuw uit; en by een twede fout, als iets verders willende, zo rezolveerd men haar het regter been af te zetten, om het weg lopen te beletten; in ’t welke ik zelfs oog-getuige ben geweest, dat zy dusdanig gestraft wierden. Alzo het een Volk is onmogelijk zonder slagen en straffen te konnen regeren, dog zo moet men nog daar wel zeer voorzigtig in zijn, dat ze niet onschuldig gestraft worden; dan men exempelen heeft, dat men zulke onregte straffe heeft zien wreken, aan de Meester of die des zelfs plaats is reprezenterende, dat zy schuldig zijnde by overtuiginge niet zullen doen; dog men liever hadde dat nooit gene straffen en behoorde te geschieden, schoon tusschen de Slaven mede zeer veel onderscheid van humeur is, meerder als onder de Christenen; edog goed en kwaad, sterke en swakken; hoewel in ’t algemeen onder de Slaven veel kwaadaardiger Menschen, die ook tegelijk heel sterk worden gevonden, en nootzakelijk door de straffe moeten in getoomt worden, en gedwongen tot goedwilligheid.Ordere die gegeven is van de Heer Gouverneur en Raden indien een Slaaf tegens zijn Meester, enz. komt op te staan.Daarom by de Heer Gouverneur en Raden is geordonneert, zo wanneer een Slaaf tegens zijn Meester,[114]denNegerOfficier, Chirurgijn, Timmerman of Molen-Knegt, enz. of eenige Christen, tot presumtie van de dood, by dreiginge of door eenig vergift, in wrake komt op te staan, men gehouden is het zelve aan de Heer Fiskaal aan te brengen, op zekere pœne daar toe staande, om als dan daar over gestraft te worden nabehoren, door den Rigter dier Plaats. Uit reden van deze strenge wet en dees voorgevalle exempelare straffen, hoord men nu weinig van zulke harde ongelukken, nogte eenige dreigende voornemens en tumulte op de Plantagies; te meer, alzo zy meest onder malkanderen oneens zijn, en den een den anderen verdagt zijnde, de Meester aanbrengen, en door dien het Land Bos en Water-agtig in de Woestijne is, hebben zy geen de minste gelegentheid om uit de Colonie, in een ander Gewest, te konnen vlugten, zo dat zy worden, na verloop van eenige tijd in ’t Bos geweest te zijn, voor ’t meerder gedeelte wederom gevangen; ontfangende hier over de straffe als voren gezegt is.Jagt die op de zelve wel gedaan werd.Daar word, door andereNegersenIndianen, wel een Jagt in ’t Bos gedaan, in zekere tijde des Jaars om de weg gelopene te vangen; of word ook wel door particuliere Jagers van de Meesters gedaan, die om Wild, in de eenzame Wouden gaan dwalen.De weggelopene Slaven kiezen een tot Hoofd over hun alle uit en bouwen Hutten.Wanneer het gebeurt dat een groot gedeelte Slaven van zommige Plantagien zijn weg gelopen, zo hokken ze by malkanderen en maken een t’ zamenwoning, levende als dan van de Jagt en Aard-vrugten die ze Planten. Een van de bekwaamste verkiezenze tot Hoofd over hun, aan wienze alle onderdanigheid dan schuldig zijn; dit verrigt hebbende bouwenze Hutten om daar in te wonen. De naast gelegene Plantagien hebben veel tijds grote overlast van haar, nadien zy de Slaven, die in de Bosschen te[115]verre afgedwaalt zijn, gevangen nemen; wanneerze dan niet goedwillig willen mede gaan, dwingen zy de zelve daar wel toe, en doen die dan als Slaven by hun wonen.Indien deze weg-gelopene Slaven al te grote baldadigheid uit regten, zo werd (door ordre van de Heer Gouverneur) vanParamariboeenige Soldaten en Burgers, verzeld met een partyNegersdie haar moeten oppassen, de RivierZurinameopgezonden, om deze rebellen zo ’t mogelijk is gevangen te krijgen: Zomtijds gebeurt het wel dat ze wat opdoen, en ook dat ze wel onverrigter zaken moeten te rug keeren; zo het dan gebeurt dat eenige van de zelve gevangentlijk werden mede gevoerd, zo zijn de Slaven door ’t gehele Land gans bevreest, want d’ een zegt zulks d’ ander voort, en als de reis vrugteloos uit valt, dan zijn ze weder veel trotzer.Togt der Nederlanders op de Slaven.Voor de laastemaal, dat deNederlanderseen togt op de weg-gelopene Slaven deden, haddenze een goede overwinninge; want de Rivier opgevaren zijnde tot aan deBlauwe Berg, aan Land getreden zijnde, gingen zy de zelve over; een Gids was by haar die de weg na de Swarten toe wel wiste, (zomtijds gebeurt het wel dat ze door een Gids, die zeid dat hy de weg niet weet, of wel de verkeerde met willens wijst, werden bedrogen en de reis vrugteloos afloopt,) als zy ’er nu na ’t zeggen van de Gids ontrent by waren, zo hieldenze halte om niet ondekt te werden, en haar d’ aanstaande nagt te overvallen; ’s avonds doe het donker was gingen zy in stilte al voort en kwamen ’er ’s nagts; waar op deNederlandersaanstonds allarm maakten, zo dat het Dorp geheel in oproer raakte. De Swarten hoopten haar terstond by een voor ’t Huis van den Opperhoofd, dat een heel groot Gebouw was, om te zien van wat voor Vyanden zy overvallen[116]wierden; zo ras als de Blanke zagen dat het tijd was gaven zy vuur, waar door een party Swarten gekwetst wierden en de overige vreeslijk verschrikten, dog uit wanhoop stelden zy hun lustig te weer, door dien zy ook van Schiet-geweer voorzien waren, en het zelve van haar groot Woon-huis na beneden afschoten; wijders hadden zy ook Houwers, Kap-messen en Bijlen, ’t geen ze in ’t weg lopen mede namen. Eindelijk kozen de Swarten, om dat ze te kort schoten, ’t Hazepat; een groot gedeelte wierd gevangenVinden veel voorraad in ’t Huis van haar Overste.naParamaribogebragt. Zo ras als de Blanke meester van d’ Overste zijn Huis waren geworden, zagen zy alles nauwkeurig deur, bevonden in ’t zelve en in andere Woningen wel voor drie Jaren Spijze; want daar lagen hele hopen van deTurkscheTarw of Maïs; doe ze haar wat hersteld en uitgerust hadden, staken zy alle deze Woningen in de brand, en vertrokken weder naParamaribo. Men zegt dat deze Slaven, te weten de Mans, al over de agt hondert sterk waren, buiten de Vrouwen en Kinderen; de Blanke maakten met hun allen tagtig Man uit. Deze weg gelopene hadden hier zo lang gewoond, dat ze al getrouwde Kinders, die van haar leven geen Blanke gezien hadden; na dit voorval was ’er een grote verslagentheid onder al de Slaven inZuriname.Naderhand is ’t gebeurt dat dit voorval in de vergeteltheid kwam, en de Slaven die weg-gelopen waren zig weer te zamen rotten, begonden wederom alle moet willigheid te bedrijven: Zo is ’er ook een partyParamariboscheBurgers en Planters op uitgeweest om ze te ondekken, maar ’t ongeluk wilde dat ’er niets opgedaan wierd; de Slaven zulks te weten gekomen zijnde, waren hier over zo trots, dat indien zy niet al te wel van haar Meester of Vrouw bejegend wierden, terstond dreigden om weg te lopen.[117]Gelijk gebeurd is van zekere Slaaf, die van zijn Meester teParamaribowas weg-gelopen, en ’s nagts de stoutigheid nog durfde gebruiken, om binnen voorsz. Plaats by zijn aanhangers te verschijnen; de Meester hier van verwittigt zijnde, liet vier Mannen op hem passen met goede Houwers voorzien, want hy droeg ook een by zig: Hy zijn gang gaande als voorheen, wierd eindelijk overrast; hier viel een scherp gevegt voor,maar veel Honden der Hazen dood zijnde, wierd hy gevangen genomen, en was zo vreeslijk gekwetst, dat zijn Meester wanhoopte ontrent zijn genezinge, gaf hem om dies wille over aan ’t Geregt, op dat hy straf ontfangen zou tot spiegel van andere. Zijn Sententie wierd gemaakt, als dat hy levendig zou gevierendeeld werden en de stukken in de Rivier gesmeten; hy wierd dan losbandig op de aarde neder gelegt, zijn hoofd op een lange balk, d’ eerste slag die hy in de benede buik kreeg, deed al zijn water uit de blaas barsten, zonder dat hy het minste geluit gaf en zag ’er zelf nog na; de twede slag met de Bijl die wou hy met de hand afkeren, maar den hand en de boven buik wierden door gehouwen, nog al zonder geluid; de Slaven en Slavinnen hier over lachende, zeiden tegens malkanderen dat is een Man! eindelijk de derde slag op ’t borst en hert deed hem de dood, zijn hoofd wierd afgehouwen, ’t lighaam vorders in vier stukken, en in de Rivier geworpen. Deze Volkeren makende over het sterven weinig ja geen swarigheid, zeggende dat zy na deBakkerare, dat is,Hollandershaar Land gaan, en na eenige tijd als een Blanke wederom keeren tot hare Broeders; dan, zy stellen ook vast de Blanke ook hare voorgaande Geslagt en Broederen zijn, voor zo verre als die uitEuropamet de Schepen daar komen.[118]Om dan de kwaadaardigheid van de Slaven voor te komen, is ’er een gebod uitgegaan over de gehele Land-streek, dat elk Planter zal gehouden wezen by zijn by hebbende bedienden, zo veel nog te ontbieden, dat tegens yder twintig Slaven een Blanke zal wezen, ’t welk nu in ’t werk gesteld werd. Eer ik tot het verhandeling harer Dooden zal overgaan, moet ik nog hier iets zeldzaams verhalen.Voornemen van een Blanke Neger Officier om zig als Koning over Zuriname op te werpen.Een zekere Perzoon, zijnde een BlankeNegerOfficier, kreeg een voornemen in ’t hoofd, om zig als Koning over geheelZurinameop te werpen: Om dit uit te voeren, maakte hy een heimelijk verstand met de Slaven van zijn Plantagie, dat ze hem hier in zouden behulpzaam wezen, en deed haar grote beloften; mits dat zy zulks aan de Slaven op alle Plantagien zouden bekend maken, wat hy voor had; ’t welk was, om op een nagt alle Blanke dood te slaan, zo wel aanParamariboals op de Plantagien. De Slaven beloofden hem alles na te komen, maakten het hun mede Makkers, te weten de voornaamste van yder Plantagie, bekend; deze om geen gevaar te lopen, vreesden de aanslag te wagen, ontzeiden haar dit voorstel. Waar over de t’ zamen-gesworene verlegen wierden, en dursten ’t haarNegerOfficier niet bekend maken hoe ze gevaren waren, dog zeiden hem al ’t geen hy liefst wou horen. Hy bleef dan nog in die voornemens van ’t zelve uit te voeren, niet anders wetende of de zaken gingen regt. Als nu die ongelukkige nagt verscheen, waar in hy zijn opzet zou aanvangen, (zo hy niet anders meende) was met de Slaven in ’t Veld gegaan om zijn laaste besluit te nemen; maar zy, die een zamen swering tegens hem gemaakt hadden, namen hem gevangen, bonden hem handen en voeten, brogten hem voorts by zijn Meester, en deden haar beklag tegen de zelve.[119]De Meester alles overwegende, wierd te rade hem naParamaribote brengen, en aldaar te verklagen, vrezende dat ’er zulke voornemens meer mogten groeijen; hy wierde dan geregt en tot een spiegel Opgehangen.Op hoedanigen maniere de Swarten hare Dooden begraven en verdere Ceremonien.Indien een van de Swarten koomt te sterven, werden ook alle hare Vrienden en Bekenden ontboden, om over de Overledene rouw te helpen bedrijven; schreijende en kermen deerlijk, zonder ophouden, zo lang de Doode niet begraven is, en gewoon des Duivels lof te zingen; eenige huuren Vrouwen, die den tijd van zes Maanden alle dagen drie maal over hun Doode huilen. Een Dood-kist van Planken gemaakt zijnde, word hy daar ingelegt op eenigeBannannesbladeren, in plaats van stroo, neffens een à twe ellenOssenabrugsLijnwaat, een Brood, Scheermes, en eenige Koralen onder zijn hoofd gelegt, waar op hy na het Graf gedragen en begraven word. In ’t Graf gesteld zijnde, word dan een Schotel zoppe, met een Haan gekookt, boven op zijn Graft gegoten, op dat die Doode, heen en weder wandelende, dorst, honger en koude lijden, en hy na deze mogte komen te verrijzen, daar van eeten kan, als mede het andere goed tot zijn gebruik kan strekken; en de Haan hem waarschouwe de tijd zijn ’er verrijzenisse. Wanneer hem eenige redenen, waarom hy gestorven is, afgevraagt zijnde, en niet en antwoord, om dat een Doode niet en spreekt maar stil leid; zo gaan zy alle in een ronde kring eenige malen, onder ’t roepen en kermen, om het Graf; en dan wederom te rug na haar gewezene sterf Hutte of Woning, al weenende en zugtende, zo prats ziende als een Kat die het krollen aanhing, tot dat de Spijze en hare Maaltijden bereid zijn, die zy aanregten in een houten Bak met Zop of liever Bry, by haarTrasgenaamt, en een Schotel[120]TeyerenTeyerbladeren; neffens eenige andere Kruiden by een stukje zoute Vlees, of eenig ander Wild, of Vis, by haar gevangen, met een lange zop gestooft, of ordinaar watRoomscheTarwe of Milie, die zy stampen en koken; gevolglijk tot een Spijze bereiden in manier als witte Pap, dat by haarTom,Tom, genaamt word; en nog eenige aard Vrugten. Andere houwen het Vlees aan stukken en steken het nog lillende aan ’t Spit, daar na trekkens het lijf uit, in ’t Gras leggende bankettere van ’t vette Wild-braad, en zetten ’er een dronkMelasjes, of Zyroop met water gedunt tot een bekwaam zoet en spoeling der dermen; of een zekereIndiaanscheDrank, ook wel de sterkeKil-duivelofDuivels-dood, waar mede zy lustig Gastereren, zig verheugende drie, zes en ook zomtijds twaalf Maanden. Na dit afsterven doen zy, ter eere van den zelven Overledene, wederom een Maaltijd, om haar het vorige wederom indagtig te brengen, Offeren de eerste beet aan deZon; dan beginnenze van haar verdoolde Makkers te spreken, en twijffelen tusschen hoop en vrees, of die levendig of dood zijn. Zy alle hebben het gevoelen vanPythagoras, nopende de verhuizinge van de Ziel van ’t eene Lighaam in ’t ander; en dat zy als zy komen te sterven herboorn zullen worden, in middels naEuropagaan, en wederkeeren in haar Vaderland, op het gezang van de rijke Dogter deZon, die binnen het pragtige gewelft haar ruizendesprelby nagt door de fijne stoffe schied.Dit werd ook wel van haar gebruikt, dat, zo eer de Doode met aarde bedekt is, eenige van de zelve dan gaan om Takjes vanLemmetjesBomen te plukken, en steken die boven de Doode in de grond en laten dat zo wassen: Als dit gedaan is, zo danssenze al drinkende rondom het Graf, zingende de deugden[121]van de Overledene: DeDramwerd van haar Meester daar toe gegeven; als ze haar lang genoeg vermaakt hebben, zo gaat elk, gelijk hy gekomen is, weer na Huis.Tot vermaak van de Lezer zullen we, tot besluit van dit Hooft-Deel, hier iets ter nederstellen aangaande de Spraak der Swarten, zo ze van haar op deZurinaamscheKust gesproken werd, dewijl haar eigen Moeder-taal niet te verstaan is. Maar om dat d’Engelschendeze Colonie lange tijd hebben bezeten, (gelijk voren gewag gemaakt is,) zo hebbenze dier zelver Spraak meest geleerd; dog om dat ’erNegerzewoorden onder lopen, zo werd hetNeger-Engelsgenoemt; gelijk blijkt uit dit na-volgende.Spraak der Negers.Oudy.Goedendag.Oe fasje jou tem?Hoe vaarje al?My bon.Al wel.Jou bon toe?Vaarje ook wel?Ay.Ja.My belle wel.Ik vaar heel wel.Jou wantje sie don pinkinine?Wilje een beetje zitten gaan?Jie no draei?Hebje geen dorst?Ay mie wanto drinkje.Ja my lust wel drinken.Grande dankje no ver mie.Groten dank niet voor my.Jo wantje smoke Pipe Tobakke?Wilje niet een Pijp Tabak roken?Jo wantje loeke mie jary?Wilje mijn Tuin reis zien?Loeke mie Druije se hausum?Zie mijn Druiven hoe mooi zijn ze?Mie jary no grandebon?Is mijn Tuin niet goed?Ay hantsum fo trou.Ja ze is heel mooi.Jo wantje gaen wakke lange mie?Wilje met my uitgaan?Oe plasje joe wil gaen?Waar wilje gaan?[122]Mie wil gaen na Watre-zy.Ik wil na de Water-kant gaan.Oe tem wie wil gaen na Riba?Wanneer wille wy de Rivier op-varen.Oe plesje tem.Wat tijd het u belieft.Een ander Zamen-Spraak.Mie Misisi take joe oudy.Mijn Vrouw laat je goedendag zeggen.Akesi of joe tan an house?En vraagt of je t’ Huis zult blijven?à Wilkom loeke joe na agter dina tem.Ze wilje t’ agtermiddag komen bezoeken.No mie ben benakase ta entre ples à reddi wen.Neen ik heb al by een ander late vragen of ’t haar beliefde dat ik zou komen.As hem ples hem kom te maare.Als ’t haar belieft zo kan ze morgen komen.Oe som bady Mastre vor joe?Wie is jou Meester?Oe fasse nam vor joe Mastre?Hoe heet jou Meester?Oe fasse kase joe Misisi?Hoe heet jou Vrouw?Oe plesse jo liewy?Waar woonje?Klosse byna Forte.Digt by ’t Fort.Jie no love mie moore.Je hebt my niet meer lief.Je wantje sliepe lange mie?Wilje niet by my slape?No mie no wantje.Neen ik wil niet.Jie no bon.Jy bent niet goed.Jie monbie toe moussie.Jy bent te gierig.Kom bosse mie wantem.Kom zoen my reis.Tot Na-geregt.Na tappe.Om hoog.Na bie laeu.Om laag.Zon komotte.De Zon komt op.[123]Zon gaeud on.De Zon gaat onder.Santje.Een ding, en al wat voor haar niet te noemen of zeldzaam is.Kaba.Gedaan.Hause.Een Huis.Tappe.Het Dak.Tappe windels.Doet de Vensters toe.Ope windels.Doet de Vensters open.Ver wate jie no ope windels?Waarom doe je de Vensters niet open?Om de Lezer, niet te lang, met deze stoffe op te houden, dewijl al te veel walgzaam is; zo zullen we overgaan tot deIndianen, die de ColonieZurinameuit den eersten Oorsprong, als eigen Land-aard hebben bewoond.[124]

[Inhoud]VI. HOOFT-DEEL.Aard, Natuur en Eigenschappen der Swarte Slaven, des zelfs Geboorte Plaatzen en verdere over voeringe aan de Amerikaansche Kusten, enz.Eer ik verder gewag maak, tot de Beschrijvinge der Swarte Slaven en Slavinnen, zo zal ik eerst handelen van des zelfs Vaderland daar zy van daan gehaald werden, met de overvoeringe na de andere Kusten, en voorts eenige geschiedenissen, deze Volkeren betreffende, aantekenen.Uit wat Land de Swarte Slaven afkomstig zijn.Het Vaderland van deze Swarte Slaven is de Zuidwestlijke en Westlijke Kust vanAfrika, hetende hetGrote Negerland, de Kusten zijnGuineesche,CongoscheenAngolasche; hier hebbenze haar Steden, Dorpen en Koninglijke Land Regeringen, de StadBenuain ’t Rijk vanBeninis wel vijf mijlen groot. De Edele Heeren Bewindhebberen van deWest-IndischeCompagnie hebben alhier, over deGuineescheKust, de zouverine bezittinge; ’t Fortd’ Elminais de Hooftplaats alwaar de Gouverneur Generaal zijn verblijf heeft, en voert ook gezag over de Gouverneur vanCuracao, leggende omtrent hondert mijlen bewestenZuriname, tegen over de vaste Kust die deSpanjaardenin bezitting hebben: Vorders handelt de Maatschappy ook Slaven op de Kusten vanCongoenAngola, die dePortugezenin bezitting hebben, op de zelve mogen alle Natien vanEuropavry handelen, maar niet op deGuineesche.[91]Misverstand van eenige in ’t verkopen der Slaven.Te onregt wanen vele, die menen, dat hier de Ouders hun Kinderen, de Mannen haar Vrouwen, of den eenen Broeder den ander verkoopt. De gene, welke van dusdanige gedagten zijn, bedriegen haar zelfs; want dit nooit en gebeurt dan uit nootzakelijkheid, en om deze of gene misdaad; dog de meeste Slaven, die na andere Kusten werden gebragt, zijn Menschen die in den Oorlog zijn gevangen, en die door de Overwinnaars, als hun Buit zijnde, werden verkogt.Overvoeringe en verkopinge van de Slaven.De Slaven werden van de voorsz. Kusten, ten getalle van 400. à 500., in gescheept, en naAmerikain deze ColonieZuriname, als medeCuracao; aldaar ten dienste van de Planters en alle verdere Ingezetene, by paren publijk verkogt, gemeenlijk Man en Vrouwlijk geslagte t’ zamen uitgeveilt, daar zy ook, gelijk een Creatuur, eerst gemonstert worden, en draven voor uw heen en weder, spreidende de armen van malkanderen, de beenen ook op alle manieren bewegende, en eindelijk de mond open doen of haar ook iets mogte schelen; zo aan Man als Vrouw, Jong en Oud, tot aan de gaven vanAdamenEvatoe, word opzigt genomen. In middeler tijd van de Reis zo worden ook wel vele ziek, en hebben, als zy in de Schepen geladen worden, het eene of ander Venus-kwaad onder de leden, de zelve wordenMalinkertsgenoemt, wordende voor veel minder prijs als de gezonde verkogt; daar door men ook een goed voordeel behaalt, als men zo gelukkig is dat zy herstelt zijnde wederom op komen, hebbende daar dan eenige goede Spijze van de Meester, en thans bekwame Geneesmiddelen van een Doctor, daar het dan zonder gemengeling van ’t eene voor ’t andere op heen loopt. Verkogt zijnde, zo word de naam van de Meester, haar in twe en drie Merk-letteren, op de[92]Borst gebrand, na dat de plaats al vorens met een weinig Boom-Olie bestreken is, zijnde het zelve van zilver of koper daar toe gemaakt, geschiedende dat t’ elke malen als zy een ander Meester bekomen, werdende de vorige namen, als te veel zijnde, uitgeswore.Zelfs worden de kleine Kinderen van het zoete lot des harer liever Ouderen versteken, als die van de Moeders borst afgerukt worden; als een ongelukkig Ner haar verspiede, door die gene, dewelke haar valschelijk zonder lotinge en zonder Regter hier toe verleid, verdag vaardende den groten hoop der Swarte, en neemt kennis van handel en wandel, als bedrukte die haar leven moede, hare zielen verruikelozen, ziende eerst haar noot-lot der Inscheping en het zeewater, willende liever zuure armoede en sware arbeid in haar geboorte plaats uitstaan, als tegens haren wil hunne Kusten en Land verlaten.Redenen waarom de Slaven onwillig zijn om haar te laten vervoeren.Deze Natie houden haar meesten tijd wel te vrede als zy in de Colonie zijn, maar onderwegen heeft haar de vreze zodanig bezet, dat zy vermene onder deSpanjaartsvervoert te worden, als wetende van de Tijrannie, die teMexicoenPeru, door haar gepleegt was, door ’t verbeelde van deJodendom: Zo dat zy veeltijds ondernemen om het Schip af te lopen, of haar in zee te werpen, om haar van die wanhoop uit een nog ellendiger leven te verlossen, daar de Kapiteins dier Schepen, door goede wagt houdinge aan de Luiken van ’t Schip, zorg voor dragen; werdende ook van haar Natie eenige van de stoutste Venten tot Gidszen of Opzigters over haar gestelt, gedurende de Reis, die daar wonderlijk mede opgeschikt zijn. By dag werden alle uuren vier Slaven boven gelaten op het dek, om haar wat te verluftigen en af te wasschen, om dat ze van haar sweet[93]zo vreeslijk stinken. ’t Schip werd mede ’s daags twe à drie malen gespoelt, om de frisse lugt hier door te genieten.DeWest-IndischeMaatschappy brengt nu ter tijd geen Slaven meer over na andere Kusten, voor en al eer hondert Guldens op hand word gegeven by de inteikening inHolland, en dan moeten ze zo lang wagten, tot dat ’er zo veel ingeteikent zijn, dat zy ’er bekwamelijk een Schip op kosten van dien konnen toe rusten, waar door het zomtijds lang aanhout eer een Schip inZurinamemet Slaven komt.In de laaste onderneming derFranschen, hebben deZurinamersook grote schade geleden aan haar Slaven, want buiten de gene die ze mee namen, zijn ’er over de zeven hondert of veel meer, in de Bosschen, weg geraakt.Gevoelen van de Slaven-Handel of die overeen-komstig is met de Goddelijke Wet.Vele Menschen peinzende zieltogen op de Slaven-Handel, wijl het zig niet gegrond zoude vinden met de Goddelijke Wet, daar over zal ik niet oordele, maar heen wijzen aan de bladeren des Ouden Testaments, daar staat wel uitdrukkelijk vanHeidenscheSlaven te kopen van de Volkeren die rondsom wonen, en die als vremdeling in ’t Land zijn, ziet daar vanLevit.25: vs. 44. daar ook verscheidene Wetten gegeven zijn, van de manier hoe men haar handelen zal, zietExod.21: vs. 20. en op andere plaatzen meer.Voorval van een Swartinne.Eenige Christenen willen, dat men behoorde die Menschen te bekeeren en tot de Christelijke Religie te brengen, daar veel moeite nu voor en na om gedaan is. Men heeft een exempel, dat een Swartinne inAmsterdamis overgebragt met hare Meester, alwaar zy, na eenige tijd geweest te zijn, hetNederlandsgeleerd had, wierd eindelijk gebragt tot de Gereformeerde Godsdienst, zelfs tot de Belijdenisse[94]van dien; na verloop van zeven Jaren, dat zy wederom in de ColonieZurinamegebragt wierd, begaf zy haar wederom tot het leven en gezelschap van haar eigen naatsionaal Volk, tot een liber en vrije drift, zeggende dat zy onder geen dwang van Conscientie met die beswaarnis wilde leven, om dat de vryheid van dien alles te boven kwam, enz. Zijnde hare Religie veel aangenamer aan de zinnen dan die van ’t Christendom; want die Menschen zijn meer ingenomen met wezentlijke betogen, als gevoelens van vermaaklijkheden, die by haar min bekent zijn, daarom by haar niet gegrond en aangenomen worden.Gestalte van een Swarte Slaaf en Slavinne.De Swarte Slaven zijn over-een-komstig van grote en swaarte van lighaam met deEuropianen, maar platagtig van aangezigt; (dog verschillig met deKaraïbanenwiens aangezigten veel platter zijn,) hebben een holle ingevallen neus, haar oogen-wit is heel wit, verschelende hier in met de Swarten die menMoorennoemd, wiens oog-wit veel rood of rosagtiger is; hare tanden zijn zo wit als Elpenbeen, niet groot, en zo wel gereguleert als men inEuropaniet vind, ook makenze daar zeer veel werk van, ’t hair is wolagtig, dat zy met willens kort houden, maar de Vrouwen hebben ’t wat langer, zo dat zommige het tot een tuit dragen, en andere hebben het regt opstaande een hand breed hoog, by de kanten om scherenze ’t met een Scheermes op het vel af, en als ’t dan een weinig ruig is, zo makenze met een Scheermes ronde kringen en slangen langs het hoofd in het dunne ruige haar, in ’t kort deNegersenNegerinnenzijn tamelijk mooy besneden van aangezigt en lighaam; de kleding is niet veel van belang, dog hun Meester of Meesteresse zijn verschuldigt aan haar, van vijf Jaar af (want dus lang lopenze naakt van haar geboorte aan) iets te geven om[95]hun Schamelheid mee te dekken, van grijs of blauwOessenabrugsofHaarlemsBond, na dat ze in gunst zijn; dat van de Slaven is een smal strook zes ellen lang en de breedte van een hand, dit windenze eenige malen om de middel, maar zo gereguleert dat een slag tusschen de beenen door gaat, alwaar de Schamelheid in verborgen is, en de twe enden hangen neer, alwaar zy hun Geld of iets anders in beknopen: De Slavinnen hebben van ’t zelve stof twe ellen lang; zo breed als het goed is, de zelf-kant op en neer, en slaan ’t een slag of twe om ’t lighaam, dat dan als een schort hangt. Zie nader, van ’t gestel der zelve, op nevensstaande Plaat; de beduidenis daar van isA.De Neger.B.De Negerinne.C.’t Zuiker-Riet.D.Een Pagaal, of Korf, daar de Vrugt in gedragen werd.Gestalte van een Swarte Slaaf en Slavinne.Zondags werken de Slaven voor haar zelven.De gene die nu wat Geld kunnen verdienen, want Zondags hebbenze vry en dan mogenze voor haar zelf werken, mits dat het Huis-werk van eenige gedaan werd; die op de Plantagien moeten ook haar eigen Kost-gronden bewerken, daar ze de gehele week van moeten leven, zo ze dan iets tot overvloed kunnen krijgen, dat brengenze naParamaribo, als mede Hoenders,Eynen, en ander Vee, dat ze zelfs aankweken, om het aldaar te verkopen. De Slaven in de StadParamaribogaan Zondags aan de Waterkant, of lopen na deSavanaBaaljaren, zijnde een zeker zoort van Danssen, alzo by haar genoemt; maar dit is verboden, om dat ze te veel verstand met malkander hielden, en al zingende haar zaken, die d’ eene d’ ander toe wilde te weten, ondekten, zomtijds daar[96]onder ook wel fluitende met de mond. De gene nu die voor andere werken op de voornoemde dag dat is dan voor haar zelven; (’t gebeurt ook wel dat deNegerinneneen Schellinkje met het Venus-spel verdienen van een Blanke,) hier voor kopen de Slaven wel een mooijer strook om hun middel, ook Tabak, Pijpen en Dram, daar ze haar zomtijds wel in verlopen: De Slavinnen kopen dan mede een mooijer kleetje, vanHaarlemmerof ander gedrukt Bond, ’t geen zyPaantjenoemen, en een borst-lap daar de borsten inhangen van streept Bond, ’t welk van haar werd genoemdBobbe-lap, maar de meeste lopen met de borsten bloot; ook kopenze Koralen om de handen, armen en hals, ook mooije witte tanden die tot een snoer geregen worden, de zelve dragen zy dan om de hals; deze tanden werden uit haar Land, van de Slaven die hier komen, mede gebragt, en dan verkopenze de zelve onder malkanderen.Kwaadaardigheid dier Volkeren.De Swarten zijn kwaadaardiger van geneigtheid dan goeder, haatdragend en strijfkoppig, daarom moetenze dikwils slagen hebben dat ze voorby konden, zy zijn mede heel kijfagtig onder malkanderen, en de Wijven plokharen altemets ook wel; voor het overige zijn zy weinig met de jaloezy bezet, en ook redelijk leerzaam om eenigeHand-werkente leren, als Timmeren, Kuipen; de Vrouwen daar-en-tegens Naaijen, en doen diergelijke dingen.Manier van Trouwen.’t Trouwen op deze onzeZurinaamschePlantagien gaat op volgende wijze toe, deNegermaneenNegerinter Vrouwe begerende, zo vraagt hy zijn Meester om konsent, daar toe, om dit of dat Wijf te mogen hebben, die hun gemeenlijk zulks toe staat, die haar als dan vermaand om wel en vreedzaam, als te zaam gebonden Luiden Man en Vrouw, te leven, zonder eenige verdere Ceremonie van Trouwen door[97]een Priester, maar door dit zeggen alleene zijn zy dan gehuwelijkt, ’t welk zy meest alle doen, zo haast zy tot eenige Jaren komen; alleene om dat zy van hare Huis-vrouwen zullen worden opgepast en gedient, om haar het eeten en drank te bereiden, in hare gedwonge arbeid en zuure armoede; en voorts leven zy in de Egte gemeenzaam, houdende het egter alle hare Vrouwen, en de Vrouwen het alle hare Mannen, te zijn, wel wetende dat twe meerder konnen als een, en de verandering een nieuwe lust by brengt. De Man gaat (zo hy een Vrouw van een ander Plantagie heeft als die gene daar hy op woond) alle nagten na zijn Liefje toe, de Kinderen die ’er geboren werden horen de Meester of Vrouw van de Slavinne toe. De Planters hebben liefst dat haar Slaven en Slavinnen op hun eigen Plantagien Trouwen, om dat ze anders te loopagtig en diefagtig worden: Die vanParamaribozouden ’t liefst ook zo hebben, dog dit kan niet geschieden, wijl zy van zo veel Slaven niet zijn voorzien, daarom moeten zy zomtijds tegen haar zin toestaan, dat haar Slaven buitens Huis Trouwen.Op dusdanige wijze werd het Trouwen opZurinameverrigt, gelijk voor heen gesproken is, tusschen de Swarte Slaven en Slavinnen, maar zeer verschillig by haar eigen Land, waar van wy den Lezer iets zullen mede delen, zo als de HeerBosman’t zelve heeft aangetekent.Verdere zeden der Fidase.De verdere zeden en gebruiken derFidase(welke niet met den Godsdienst vermengt zijn) hebben met die van deGoud-Kusteen goede over-een-komst, behalven dat deze in alles vry rijkelijker te werk gaan; want daar deNegersvan deGoud-Kustzig vernoegenTrouwen zonderling veel Wijven.met een, twe, drie, en de voornaamste op zijn meest met agt, tien of twintig Wijven, daar hebben ’er[98]deze wel veertig of vijftig, en de voorname Kapiteinen drie à vier honderd, ook eenige wel duizend, en den Koning tusschen de vier en vijf duizend stuks.’t Grootste gedeelte dezer Wijven dienen maar zimpelijk om voor hun Mannen in ’t Land te arbeiden; dog de mooiste en fraaiste blijven in Huis; waar dat ze mede van den arbeid niet zijn bevrijd, behalven dat ze nog daar-en-boven hun Mannen moeten oppassen en dienen, gemerkt deNegers, die van eenig vermogen zijn, geen Mans-perzoon in de Woningen, waar dat hy zig met zijn Wijven onthoud, zullen laten komen.Zijn op de zelve zo min-yverig, dat ze die op het minste vermoeden van oneerbaarheid aan de Europianen verkopen.De Mannen zijn hier zo wonderlijkmin-yverigop hun Wijven, dat ze de zelve op het alderminste vermoeden aan deEuropianen, om vervoerd te werden, verkopen; en niet als deNegersvan deGoud-Kust, welke zig niet ontzien, om met hare Wijven een openbaren Handel te drijven.Hier gaat het geheel anders in zijn werk; want by aldien iemant hier een ander mans Wijf afzoend, zo is hy genoegzaam lijveloos, indien de Beledigde maar van eenig vermogen is; ja zelfs geraakt, om de misdaad van zo eenen, zijn gehele Geslagte zomtijds in slaverny.Sware straf over ’t beslapen van een voornaam Perzoon zijn Wijf. ’s Konings Wijven mogen zelfs niet aangeroert werden.Aangaande des Konings Wijven; indien een Mans-perzoon de zelve maar aanraakte, ’t zy by ongeluk of al willens, zo zou zo eenen zijn kop, of ten minsten zijn vryheid kwijt zijn; en tot boete van zijn onnozele misdaad, zig zelven een eeuwige slaverny moeten onderwerpen. Waarom ook al de gene, die ontrent ’s Konings Woningen iets te doen hebben, zig met roepen laten horen, op dat ’s Konings Wijven mogen verdagt zijn, dat ’er een Mans-perzoon ontrent is.Om die zelve reden laat zig de Koning, zo als ik[99]hier voren van de voornaamste ook heb gezegt, binnens Huis van zijn Wijven dienen; zonder dat ’er ooit eenig Mans-perzoon in komt, ten zy ’er iets te vermaken of te verhelpen is, in welk geval de Wijven zig zo lang aan een andere kant moeten begeven.Ook eenige niet bezien.Wanneer de Arbeiders op de Daken, om iets te verstellen, moeten zijn, zo roepenze mede gestadig, ten einde de voornaamste Vrouwen des Konings zig zo lang binnens Huis houden; want het bezien van de zodanige zelfs voor een misdaad werd gerekend.Hoedanig ’s Konings Wijven zig buitens Huis gedragen.Zo wanneer ’s Konings Wijven na ’t Land gaan om te arbeiden, ’t geen dagelijks met veel honderden te gelijk gebeurt, zo zullenze, wanneer haar een Mans-perzoon ontmoet, al van verre roepen,sta ruim; dewelke dan aanstonds van de weg af op zijn knien valt, en, zonder haar eens ter degen te derven aanzien, voorby laat gaan.De Koning verkoopt zomtijds een goed gedeelte zijner Wijven, zonder dat het getal verminderd word.Om het alderminste ongenoegen, en wegens beuzelingen, verkoopt de Koning zomtijds een stuk of twintig van zijn Wijven, zonder dat der zelver getal ooit komt te minderen; want drie van zijn Kapiteins, niet van de minste Rang, en welke over hetFidase Serrailopzigt hebben, leveren hem alle dagen weder in de plaats; want zo zy maar een fraai Vrou-mensch zien, zo brengenze de zelve tot de Koning, waar tegen zig niemant in ’t gehele Land derf stellen.Als een Dame by den Koning gebragt is, en dat ze hem behaagt, zo werdze een reis of drie van hem bekend, daar na moet zy ’t vervolg van haar leven als een zedige Non verslijten.Niemant wil gaarn een Vrou des Konings zijn, maar geven eenige zig liever aan de dood over.Om deze oorzaak werden de Vrouwlieden ook gants ongaarn tot een Vrouw des Konings verkoren; kiezende de zommige liever een haastige dood, als zo een verdrietig leven.[100]Voor twe Jaren wilden gezeide Kapiteins een mooi jong Meisje tot den Koning brengen; dog mits zy niet veel behagen in het Nonne-leven had, zo ontvlugte zy uit hunne handen, en zig vervolgt ziende, werpt zig uit mistroostigheid in een diepe Put, waar in versmoorde. Ik zal het aan de Vrouwtjes overlaten, om te oordelen, of zo een, die dat gene, ’t welk, haar het meeste vermaak kan geven, niet ongelukkig is, wanneer ze het zelve na een reis zoenens of twe met p .… moet verslijten. Veel beter was ’t dan nooit, als wanneer ze zo ligt in verzoekingen zouden vallen. Dog, niet hoger.De Oudste Zoon is Erfgenaam van alle zijn Vaders Goederen en Vrouwen.By ’t afsterven van den Vader des Huisgezins, erft de oudste Zoon alle des zelfs Goederen, ook zijn Wijven, die hy voortaan voor zijn eigen houd, en bezigt; uitgezondert de gene die hem ter Wereld heeft gebragt; dewelke hy een afgezonderde Woning, en nodig onderhoud (indienze van zig zelven niet kan bestaan) verschaft. Dit is by den Koning, de Kapiteinen, en ook den Gemenen Man, gebruikelijk.Den Koning aan zijn eige Dogter getrouwt.Dezen tegenwoordigen Koning is ook aan twe van zijn eige Dogters getrouwd geweest, dog welze bereeds beide overleden zijn, en zijn vreugd met de zelve van een korte duur geweest is, zo beeld hy zig in, dat de Goden hem hier mede over de Schenddaad hebben gestraft; en dies heeft hy ook gesworen, dusdanigen daad nooit meer te zullen ondernemen.Uittrouwen van een Dogter des Konings aan den Engelsche Koopman;Om in geen verzoekinge te vallen, trouwden hy te mijner tijd zijn eenige Dogter uit aan denEngelschenKoopman, die alhier den Handel wegens dien Landaard waarnam. Ik zeer vry met hem zijnde, bestrafte hem hier over; en om dat hyze my niet eerst had aangeboden, besloeg ik hem al lachende in een zekere[101]Boete, ’t geen hy gewilliglijk betaalde; met byvoeging, dat zijn Dogter, schoon getrouwd, egter tot mijn dienst was, indien ik ze maar begeerde; dat om de zelve wederom te halen, het hem maar een woord had te kosten.en redenering deswegens met den schrijver.Wat dunktU E. Mijn Heer, zijn de Dogters van dezen Koning niet redelijk veil en goed koop, maar ’t is van den brui, dat het Trouwen van zo een Konings Kind hier te Land niet veel voordeel kan geven; anderzints had het aan my zelven moeten haperen, byaldien ik niet al voor lang gelukkig was geweest.Veelheid van Kinderen.Wegens de gezeide veelheid van Wijven, is het ook wel af te meten, dat geen klein getal Kinderen moeten voortkomen, indien de Mannen anderzints maar in staat zijn, om de zelve te konnen toestellen, wantverandering van Spijs, zeid het Spreekwoord,doet wel en graag eeten, en dies ontbreekt het hier aan een byna ongelooflijke Kinder-Teelt niet; want gemerkt de Vrouwtjes niet geheel onvrugtbaar vallen, en de Mannen ook wel in staat zijn, om ’er het hare toe doen, zo en behoeft men ’er niet eens aan te twijffelen, want behalven dat de Mans door hun goede wijs van leven, en ’t voedzaam eeten en drinken, nog gedurig andere middelen tot versterkinge der Natuur gebruiken, en te gelijk ook sterkeMans-perzonen met over de twe honderd Kinderen.en lijvige Menschen zijn, zomoetU E.zig niet verwonderen, zo wanneer voor vast en zeker zeg, dat ik hier Manlieden heb gezien, dewelke Vaders waren van over de twe honderd Kinderen; en op dat hier van in my geen twijffeling mogt overblijven, zo is my het zelve, en al de gene die ’er van ons na gevraagt hebben, met twe voorbeelden nader bevestigt; eerstelijk met een van des Konings Kapiteinen, met nameAgoei, dewelke ons zedert eenige Jaren voor Tolk heeft gediend.[102]Gesprek deswegens met een Kapitein.Ik vroeg den zelven eens, in ’t bywezen van een onzer Schippers en mijn Assistent, hoe veel Kinderen dat hy wel rijk was, vermits ik hem altoos met een goed gedeelte zag verzeld? welke my daar op half verzugtende antwoorde, dat hy ongelukkig genoeg was van ’er niet te veel te hebben, en dat der zelver niet boven de zeventig stuks bedroeg. Ik vroeg wijders of hy ’er geen dood had? hy zeide, ontrent zo veel als ’er nog in levenden lijve waren. En overmits deze Man ’t gezeide getal (te zamen ontrent honderd en veertig uitmakende) voor weinig schattede, zo kond U E. eens denken, hoe veel ’er die gene wel moeten hebben, die zig rijk van Kinderen mogen noemen.Als ook met den Koning.Waar over de Koning (in wiens tegenwoordigheid dit voorviel) my deze verklaring gaf, en een Perzoon aanwees, een zijner Onder-koningen zijnde, die alleen met zijn Zoons en Zoons-Zoons, nevens haarlieder Slaven, hun algemene Vyand, welke met een goede magt van Volk waren afgekomen, hadden afgewezen, en te rug gedreven. Voegende hier verders nog by, dat deze Onder-koning, met zijn Zoons, en hare Zonen, een getal van over de twe duizend konden uitmaken, zonder dat ’er de Dogters of de overledenen onder gerekend wierden.Oordeeld nu eens,mijn Vriend, of deze Menschen niet bekwaam zouden zijn, om, of ’er elders eens weder eenNieuwe Wereldwierd ontdekt, de zelve binnen korten tijd te bevolken.Byaldien het gezeide waaragtig is; gelijk ik het ’er zonder de minste twijffeling voor houde (mits ’s Konings zeggen, door de daar tegenwoordig zijnde Groten, wierd bevestigt) en dat het veel Kinder-maken algemeen door dit gehele Land is, behoefd men zig van nu af over de Volkrijkheid der zelver[103]niet meer te verwonderen; nog ook, waar dat zo groten getal Slaven; als hier Jaarlijks werden ingehandeld, van daan komen.Laat ons nu weder eens zien hoe het Opvoeden en Kinder-baren van de Swarten, op de KustZuriname, toe gaat.Opvoedinge der Kinderen, op Zuriname gebruikelijk, van de Swarte Slaven.Hare Kinderen hebben zy zeer lief, voedende die met grote zorge na den aard der gewoonte, waar in zy menigmaal de Christenen overtreffen; schoon zy zo zagt en gemakkelijk, met veel spandering en verspillinge van geld, en anklederende Zieraden, lekkere Spijze en goede gemaniertheden, zo extra niet in heusheden, als inEuropa, dienstig, niet worden opgebragt; hebbende dat alles ook niet nodig, ja spottende met mal-onnodige zinlijkheden derEuropæanen, oordelende dat ’t milde Aard-land van zelfs genoeg verschaft, al ’t geen de Natuur in haar eenvoudigheid tot Levens onderhoud vereischt, zo dat ze ’t weinige dat ze begeren met zo veel te groter gerustheid en vergenoegen genieten, als deEuropëerstot voldoening van hare onverzadelijke begeerlijkheden ontrusten.Werden wit geboren.Deze hare Kinderen die uit de natuur wit geboren ter Wereld komen, worden van tijd tot tijd in de ledematen geel, verder bruin, als iemant die geslagen is; de plekken in hoedanigheden door smerten veranderd vind, na dat zy eenige malen met warm en dan met koud water, aan de Rivieren, gewassen worden, om haar te harder te maken, dat zelfs Oude en Jonge alle dagen in een gebruik hebben om haar te reinigen; werdende de jong gebore Kinderen dan in een LapOssenabrugsgrijs Linnen van twe elle gewonden, en wanneer de Moeder twe à drie dagen bevallen is geweest, neemt zy het Kind met haar daar zy werkt te Velde, hebbende het op de rugge[104]in de doek hangen die voor onder de borsten is toe geknoopt; leggende het nu en dan op de grond te woelen en spartelen, gelijk ik menigmaal aanschouwt hebbe; en my, wanneer ik eerst alhier in ’t Land kwam, als een zeer vreemd wonder scheen voor te komen, ziende in deze figuurlijke eenNegerinne; hebbende haar Kind, met eenPaantjeof voorgemelde Doek op de rugge gebonden, in de Keuken de Spijs bereiden; ’t welk my zo dwers voor kwam dat ik voor dat maal van die Spijze niet konde eeten, vrezende voor onreinigheid; alzo men die manier van handeling der Kinderen, en zulke Swarte naakt Koks, inEuropaniet gewoon is.Dog daar na ziende des Lands gebruik, en gewaar wordende dat alles in ’t uiterste zuiver en klaarder toe ging, als van menig stinkende onnutte slons van Dienstboo in ’t Vaderland; heb ik my daar aan niet meer gestoten, nogte weiniger eeten en drinken om staan gelaten, wijl ik nagaans merkte de grote zorgvuldigheid, neffens de manier van ’t Land om zig door Swarte of Rode Slaven, zo vrije als onvrije, te laten dienen en oppassen; dan ook weinig in gebruik is, Christenen of Blanke Dienstboden, tot Huis arrebeid te gebruiken, niet verders als de ordonnantie en overleg tot de Menagie.Hoe aangenaam, hoe zoet, smaakt de vermoeid’ het Rusten,Hoe lekker vind de Dorst een teug uit Beek of Bron,Geen smakelijker Zous de beste Kok verzonDan die de Honger maakt, wat Spijs kan hem verlusten?[105]Afkomst en Godsdienst der Slaven.DezeAfrikaansche, inAmerikaovergebragteMooren, zijn verscheide in ReligieHeidenscheSlaven uit den geslagteChams, in een verwerde menigte van gevoelens, begrave in duisternisse der onwetentheid, en kromme stegen der dwalingen die ontallijk zijn. Het bestond de geregtigheid Gods, de Menschen, die in den beginne van eenerlei Tale en Religie waren, te laten vallen in een Babel der verwerringe, zo van Talen als valsche Religien, om dat ze de Waarheid niet vast en hielden, maar gebroken Bakken die geen water houden; en dat ze de Fontein der Levendige wateren verwierpen, hun zelven te verzadigen met het vergiftige vlees der Kwakelen, die het brood der Engelen moede waren en met de Swijnen draf eeten, en de heilzame spijs hares Vaders Huis versmade.Voedende hare beloften met zeer grote bezigheden, ziende haar ook Bedevaarde doen, eenige houden gedurig hare handen boven ’t hoofd t’ zamen geslagen; andere steken de eene hand uit in de Lugt; andere weder vele zeldzame posturen den gantschen tijd hares levens.Aanbidden de Duivel en andere Afgoden.Eenige van haar aanbidden den Duivel en vele Afgoden, als nog in vele Plaatzen; zy geloven veel Goden, maar voornamelijk die al de andere gemaakt heeft, en dat alle Creaturen van water gemaakt zijn; de Vrouw voor de Man, dewelke door de hulpe van de Goden ontfing en Kinder-baarde; gevende aan hare Goden gedaantens van Menschen. Veel van hare devotie bestaat in huilen, en om het vuur te danszen, zingen, en in haar eigen vlees te snijden; andere aanbidden onsterffelijke Goden, als deZon,Maanen deWereld; zommige sterffelijke alsJupiter,PanenHerkules; andere wederom die onder de Linie wonen en bidden deZonniet aan, maar vloekenze[106]geduriglijk als zy opgaat, om dat hare overgrote hitte haar beschadigde; andere houte Afgoden, deNegersgelijkende, aan wiens voeten leggen hopen van Horenen, van viervoetig Vee, waar by gesteld zijn de Bekkenelen van hare Vyanden die in den Oorlog gedood zijn; en hoe de vuisten in de strijd gruwelijker bloed storten, hoe zy woester en wilder vuur en vlam spuwen, als een overtreffelijke blijk van zijne Stam. Zy stellen vast dat zyOffer van Spijs en Drank, om haar Afgod te verzoenen, zo ze ziek zijn.nooit ziek zijn, dan als hare Afgod op haar vertoornt is; daarom zoeken zy hem te behagen, met voor zijne voeten te gieten, eenige Drank neffens Offer van Spijze. Zy zijn gewoon hare Dooden te wassen en te schilderen, begraven ook Spijze met haar, en zommige van hare gebruiken de goederen, stortende aan de voeten des Grafs het bloed van eenige viervoetig Gedierte; zomtijds brandenze de Doode, eenige kleden haar op de begraffenis als een Duivel, met veel monden en glaasse oogen, roeren met een staf de asse. Zy zijn ook zeer genegen in ’t voor-zegginge van Vogelen, en hare Leermeesters in zulke agtinge by haar, dat zy menen, dat het leven en de dood, overvloed en honger, in hare magt staat; vele aanbidden eenige Wanschepzelen.Die van Loango laten hun besnijden ter eere van hun Afgod.Die vanLoangokomen, aanbidden Afgoden en worden besneden in ’t gezigt, aan weder zijde van de slaaf van ’t hoofd, over de waan en aan ’t kin, met twe en drie sneden, eenige aan eene zijde des wangs, ter eere van haren Afgod; andere hebben rozen en starren, door middel van Kruid gebrand, op ’t gezigte.Een Dogter die gebrand was over ’t lighaam.Ik heb zelfs gezien een Dogter van hare Oudste, of liever Kapitein, en zo andere willen Koning; die van de hals af rondom het lighaam van ’t Schamelijke dele, tot aan de nagels van de tonen, in een zeer[107]aardig figuur gebrand was, zonder eenige de minste fout in de figuren aan ’t lighaam te vinden: Diens Vader zelfs over eenige duizenden Menschen magt en bevel had, dienende voor een Huis-Slavin by een Christen, opZuriname, dog wierd in die opzigt redelijker als andere Slaven gehandelt.Op wat maniere de Ambagtsman zijn Afgod verzoend.Yder Ambagtsman verzoend zijnen Afgod met zulke dingen die zijn Ambagt aangaan; op de Dood van hare Vrienden doodenze Geiten ter eere van hare Afgoden, en houden verscheide Maaltijden ter gedagtenisse van de overledene. In de Goden-dienste hebben deze inZurinamegeen publijke Vergaderinge, ook zijn zy verscheiden in hare gevoelens inAfrika, daar zy van daan komen.Afgod te Kenga.TeKenga, Zee-haven vanLoango, daar word van een Oude Vrouw eenen Afgod bewaard, de welke eens des Jaars met grote plegtigheid en Feest-houdinge, vereerd word.Te Morumba.En teMorumbadertig mijlen Noord-waard, worden Jongens besworen om dezen Afgod te dienen, wordende in gewijd met harde Spijze en tien dagen stil swijgens, neffens onthoudinge van zekere Spijs, en een snee in hare schouwderen. En anderen een yder Man zijnen bezonderen Afgod.Te Congo aanbidden zy Wanschepzelen.TeCongoaanbidden zy eenige Wanschepzelen. De Vrouwen zijn mede omwonden met Koralen aan de armen en benen, voor die niet in ’t Veld arbeiden; en de Mannen dragen Kristalle baggen in de ooren en eenige in de onder lip.’t Kwaad wijten zy de Duivel.Als haar iets over komt of kwaad wedervaart, weten zy de Duivel te noemen en voor kwaad aan te schelden; welke hare loze Leermeesters, dat onwetende Volk vertonen in een swarte gruwlijke gedaante, zomtijds van een swarte Hond, zomtijds een afschuwelijke Padde; konsacrerende deze haren Afgod de[108]eerste teug, van spijs en drank; indien zy haar zelven met Kalk bestrijken, zo meinenze dat ze haren God daar mede goede dienst doen. Zy hebben zekere Bomen in grote agtinge, met de zelve beraad slaande als met Orakelen; aanbidden zekere Vogel, welke vederen heeft gelijk Sterren; deTonijnis een Heilige Vis by haar die men niet mag aanraken: Zy maken ook Goden van Stroo, om den gestorvenen in de andere Wereld gezelschap te houden, hem begravende, word hy overeinde op zijn voeten gesteld, met een staf in de hand; en indien ’t een groot Perzonagie is, een vat met Melk by hem: Hoe wel men meent dat zy niet anders als om kwaad te doen genegen zijn, zo werden zy nogtans met geweld, door vreze getempt, om het goede te ondergaan.Dit kool Swarte Volk vermaakt zig ook met verscheide gedaanten, om zig hier en daar in de huid te snijden; pogende malkander in verscheidenheid van wezen te overtreffen, daar van eenige Duivel-bannersVoorval van de Schrijver en zijn Vriend aan een Neger bespeurd over het onweer.zijn. Een Vriend en ik hadden ons op zekeren tijd Land-waard in, zijnde onder een Boom, begeven, om de storm van Donder en Regen te ontgaan, die doe ter tijd geweldig was; eenNegerstond gedurig by ons bevende als een loof, ligtende nu en dan zijn handen op na den Hemel, en ik weet niet met wat voor woorden, den een of anderen Duivel of Bullebak aansprekende; en daar op, als wy ’er het alderminst op verdagt waren, sprong voor den dag als een dol Mensch, en rukte een lang Mes uit de gordel zijner bladeren, swaaijende het zelve 7. ofte 8. malen om ’t hoofd, hebbende nog eenige andere kuren daar mede gemaakt, stak het wederom op, kuste de vogtige aarde driemaal en rees vrolijk weder op; zonder ons eenige verschrikkinge aan te brengen, rustende het onweder van zijne Donderslagen.[109]Op wat maniere zy de Cassave wortel toemaken en eeten;’t Brood zo by deIndianenenNegers, word bereid en gegeten, het zelve word gemaakt van de Wortel van de BoomCassavegeheten; deze Boom groeid gemeenlijk ter hoogte van vijf tot zes voeten, zijnde byna van blad als een Essen-boom, dewortelis tamelijk in substantie, van alles de Rammilas gelijkende, en ’t gene daar eigentlijk het Brood van bereid word; het welk zy op een steen of hout raspen in manier van een breede vijl, hebbende daar toe geen Mortieren om ’t te stoten, daar na leggen zy ’t geraspte in een grote tene draai korf; naar de voorsz. geraspte Vrugt wel uitgeparst te hebben, laten zy dat drogen; nagaans weken zy het wederom in ’t water en maken dan een Deeg hier van, ’t welk zy op een grote platte steen of yzere plaat voor ’t vuur uitgespreid leggen, en de gelijkheid van zeer dunne koeken geven; aldus bereid zijnde konnen die koeken wel drie à vier Jaren, op een droge plaats leggende, goed blijven. De vogt uit deze wortelen geperst is een zeer groot en sterk vergift, gelijk men heeft ondervonden als de Honden daar van drinken, zo aanstonds sterven. Dat nat word egter van haar bewaart en metAtty, dat is haar Landze Peper, gekookt tot een bekwame Drank; in den aard is deze vogt Zuiker-zoet en zeer aangenaam van smaak.de zelve is ook goed van smaak.Dit is dun gebakken zijnde nog al smaaklijk, maar men kan wel oordele zo voedzaam niet te zijn als Weite Brood; daar nogtans vele Christenen meer werk van maken als van witte Brood, na het gebruik, zo word het ook zagter of harder, dikker ofte dun gebakken.Zijnde egter het Weite Meel om 2. à 2½. stuiver ’t pond dikwils te koop, wijl het deEngelschevan de andere Eilanden aldaar genoegzaam brengen; werdende in ’t gemeen niet als fijn Brood van een iegelijk[110]gegeten. Maar deIndianenenNegers, immer en altoos, gebruiken dit meergemeldeCassaveBrood, daar zy haar mede vergenoegen zonder na iets anders om te zien of te denken.Haar Huis-raad is zelden meer als een Pan, een Schotel en een Dek-kleed des nagts; hun kost is haast klaar gemaakt, haast gegeten, haast verteert en haast beschreven, haar Tafel is de vaste grond; voorWat ze aan haar Gasten geven te eeten, en hoe de Spijs toe gemaakt werd.elk van hare Gasten leggenze een à tweCassavekoeken, beneffens een Lepel van hout met een Steel van een half el langte, en de Lepel is zelfs zo groot en wijd dat menze nauwelijks over gapen kan, daar zy de Bry,Tom; mede na de mond brengen; zommige hebben Vrugten, andere wederom niet; zommige hebben Vlees, andere niet; zommige brengen de Spijs voor zo swart als een kool, andere wederom zo wit als Melk; andere wederom groen, geel, blauw, rood, of anderzins na dat het de Kok in de zin komt.Van de Dranken.De Drank, waar mede de Slaven haar vervrolijken, werdDram,Kil-Duivelof anders gezegtDuivels-dood, genoemt; welke men de Kanne van twe Stoop voor 12. stuivers koopt. Deze gemeldeDram, werd van de vuiligheid van deLekkerofMelasjes, anders Zuiker-water, gedistileerd; waar dat zy haar na een swaren arbeid mede vrolijk maken, zo met Danssen, Springen, Trommelen, met toe doen van veel wonderlijke gebeerden, dat haar niet ligt vervelen zal, schoon zy sweten dat het nat haar van ’t naakte Lighaam afloopt; waar toe zy haar ook verzieren, van figuurlijk, met rode Verf op haar Lighaam te Schilderen, als mede haar met Koralen om de hals en armen omwinden en op ’t beste fraai maken. Het staat ook vry, buiten het regt van overtredinge, zommig werk op Feest-dagen te beneerstigen;[111]haar Goden-dienst verbied, niemant by haar het Water te verleiden; Vogelen lagen te leggen, Bomen of te branden; een heining om zijn Land te vlegten; en de korrende Kudden in varsse Stromen af te spoelen; woelende diervoege mede om strijd, om haar Graf-Altaar, van Takken by een te stuwen, en tot op een grote hoop te vullen.Drank die de Engel Gabriël bereid heeft, zo de Mooren zeggen.DeMoorenbereiden een Drank van swarte Besien, en, zo zy zeggen, gezond, als afdrijvende alle swaargeestigheid en vrolijkheid makende; dog niet zo zeer daarom geprezen, als om dat het naar haar voorgeven de eerste maal toe gemaakt is by den EngelGabriël, om daar door het vervalle menschelijk Geslagt weder op te wekken; alzo het zeer goed is om deVenusgaande te maken.Over de Maaltijd zijn ’t de vrolijkste Gezellen die ’er mogen gevonden worden, eetende en drinkende graag, daar over niet krakeelagtig, als zig wel wetende na de Spijs en Drank te voegen, en dan voornamentlijk wanneer zy Vrouwen, ik meen gemene Vrouwen, by haar hebben.Straffe die aan de Negers werd gedaan over hun baldadigheid.Ik zal hier nu mede ter neder stellen de baldadigheden van deNegers, die zy op de Plantagien zomtijds hebben uitgeregt, en de straffen die de zelve over de gedane feiten ontfangen. Wanneer nu de voorgemeldeNegershare werken niet willen doen, nog te gehoorzamen den gene die zy daar in onderworpen zijn, of als zy uit wraak eene van hare Maats met de vuist, uit al den hoop gegrepen en op de rug nederleggende, tegens een Steen-rots aan klist dat het spatte, en de vloer van bloed en etter drijft; krakende de swart bebloede beenders en schinkels, lillende tusschen zijn tanden het lauw ellendige vlees in zijn mond, brakende na weinig tijds de brokken, met de gedronkeneDramgemengt, ten kele uit. Indien[112]deze booswigten, ’t zy Mans of Vrouwen, het haar te laste leggende werk weigeren, zo werden zy met Sweep-slagen daar toe gedwongen.Als wanneer zy eenig kwaad, buiten de straffe des doods, verdiend te hebben, (bedrijven) zo werd de zelve door order van de Meester, of ook wel door hem zelfs; gestraft; werdende de misdadige de handen met een touw te zamen gebonden, na boven aan een Boom opgetrokken (of over een Balk van ’t Huis op een zekere hoogte van de grond) en daar vast gemaakt zijnde, zo word hem 50. ponden op de grond staande aan de voeten vast gemaakt en die aan een gebonden, om daar door het slingeren en schoppen met de voeten te beletten; gehouden zijnde deze strenge straf nog geduldig te lijden, of ten minsten met wringen en naar schreuwen haar droevige ellend te beklagen; na dat egter alvoorns door zijn Meester de misslagen hem voor gehouden zijn, en gevraagt is of hy de zelve wil belijden, met redenen waarom hy zulks gedaan heeft, en na het zelve beleden te hebben, of door eenige harer Makkers overtuigt zijnde van de zulken foute; word hem eerst door de Meester of eenige Blanke Dienaren; en gevolglijk doorWerden met een sweep van Water-Pinans gevlogten zo geslagen dat ze geen Mensch gelijken.de Swarte Broeder-gezellen, zodanig met een Sweep (gevlogten van Water-Pinans, een zoort van zeer taai Riet met scherpe doornen) geslagen en gegezeld, dat hy eerder een gevilde of stroopte Hond gelijkende is, als een Mensch. En wanneer men bevind, dat zy door aangedronge pijne zo kwaadaardig zijn, dat zy zomtijds haar zoeken te stikken, wijl zy de kop in de borst zetten en de adem weten in te houden, daar by de tong dubbeld leggen, om door ’t stikken haar het leven te benemen, in deze rampzalige straffe zo neemt, tot voorkominge van ’t zelve te benemen, een stuk brand-hout en stoot haar dat voor de[113]tanden, zo dat haar de lippen dikker schroeijen als die dog anders zijn, zo dat zy adem-halen, en als wanneer men oordeeld haar genoeg gekastijd te hebben, los gelaten zijnde, dat die lapperige stukkende huit met een scherp zuur van Lamoen-zap, met pulver gemengt zijnde, gewreven, dat de vorige elendige pijne moet vermeerderen voor een korte wijl, strekkende verders tot etteringe en gehele genezinge der wonden; blijvende dog de tekens daar van, als de Brand-merken, haar om ’t lijf.Verdere straffen aan de zelve over het weg lopen.En zo de zelve wel in ’t Bos lopen om haar eenige weken van ’t werk te bevrijden; na dat menze wederom bekomen heeft, zo snijd men voor de eerste maal de hak-senuw uit; en by een twede fout, als iets verders willende, zo rezolveerd men haar het regter been af te zetten, om het weg lopen te beletten; in ’t welke ik zelfs oog-getuige ben geweest, dat zy dusdanig gestraft wierden. Alzo het een Volk is onmogelijk zonder slagen en straffen te konnen regeren, dog zo moet men nog daar wel zeer voorzigtig in zijn, dat ze niet onschuldig gestraft worden; dan men exempelen heeft, dat men zulke onregte straffe heeft zien wreken, aan de Meester of die des zelfs plaats is reprezenterende, dat zy schuldig zijnde by overtuiginge niet zullen doen; dog men liever hadde dat nooit gene straffen en behoorde te geschieden, schoon tusschen de Slaven mede zeer veel onderscheid van humeur is, meerder als onder de Christenen; edog goed en kwaad, sterke en swakken; hoewel in ’t algemeen onder de Slaven veel kwaadaardiger Menschen, die ook tegelijk heel sterk worden gevonden, en nootzakelijk door de straffe moeten in getoomt worden, en gedwongen tot goedwilligheid.Ordere die gegeven is van de Heer Gouverneur en Raden indien een Slaaf tegens zijn Meester, enz. komt op te staan.Daarom by de Heer Gouverneur en Raden is geordonneert, zo wanneer een Slaaf tegens zijn Meester,[114]denNegerOfficier, Chirurgijn, Timmerman of Molen-Knegt, enz. of eenige Christen, tot presumtie van de dood, by dreiginge of door eenig vergift, in wrake komt op te staan, men gehouden is het zelve aan de Heer Fiskaal aan te brengen, op zekere pœne daar toe staande, om als dan daar over gestraft te worden nabehoren, door den Rigter dier Plaats. Uit reden van deze strenge wet en dees voorgevalle exempelare straffen, hoord men nu weinig van zulke harde ongelukken, nogte eenige dreigende voornemens en tumulte op de Plantagies; te meer, alzo zy meest onder malkanderen oneens zijn, en den een den anderen verdagt zijnde, de Meester aanbrengen, en door dien het Land Bos en Water-agtig in de Woestijne is, hebben zy geen de minste gelegentheid om uit de Colonie, in een ander Gewest, te konnen vlugten, zo dat zy worden, na verloop van eenige tijd in ’t Bos geweest te zijn, voor ’t meerder gedeelte wederom gevangen; ontfangende hier over de straffe als voren gezegt is.Jagt die op de zelve wel gedaan werd.Daar word, door andereNegersenIndianen, wel een Jagt in ’t Bos gedaan, in zekere tijde des Jaars om de weg gelopene te vangen; of word ook wel door particuliere Jagers van de Meesters gedaan, die om Wild, in de eenzame Wouden gaan dwalen.De weggelopene Slaven kiezen een tot Hoofd over hun alle uit en bouwen Hutten.Wanneer het gebeurt dat een groot gedeelte Slaven van zommige Plantagien zijn weg gelopen, zo hokken ze by malkanderen en maken een t’ zamenwoning, levende als dan van de Jagt en Aard-vrugten die ze Planten. Een van de bekwaamste verkiezenze tot Hoofd over hun, aan wienze alle onderdanigheid dan schuldig zijn; dit verrigt hebbende bouwenze Hutten om daar in te wonen. De naast gelegene Plantagien hebben veel tijds grote overlast van haar, nadien zy de Slaven, die in de Bosschen te[115]verre afgedwaalt zijn, gevangen nemen; wanneerze dan niet goedwillig willen mede gaan, dwingen zy de zelve daar wel toe, en doen die dan als Slaven by hun wonen.Indien deze weg-gelopene Slaven al te grote baldadigheid uit regten, zo werd (door ordre van de Heer Gouverneur) vanParamariboeenige Soldaten en Burgers, verzeld met een partyNegersdie haar moeten oppassen, de RivierZurinameopgezonden, om deze rebellen zo ’t mogelijk is gevangen te krijgen: Zomtijds gebeurt het wel dat ze wat opdoen, en ook dat ze wel onverrigter zaken moeten te rug keeren; zo het dan gebeurt dat eenige van de zelve gevangentlijk werden mede gevoerd, zo zijn de Slaven door ’t gehele Land gans bevreest, want d’ een zegt zulks d’ ander voort, en als de reis vrugteloos uit valt, dan zijn ze weder veel trotzer.Togt der Nederlanders op de Slaven.Voor de laastemaal, dat deNederlanderseen togt op de weg-gelopene Slaven deden, haddenze een goede overwinninge; want de Rivier opgevaren zijnde tot aan deBlauwe Berg, aan Land getreden zijnde, gingen zy de zelve over; een Gids was by haar die de weg na de Swarten toe wel wiste, (zomtijds gebeurt het wel dat ze door een Gids, die zeid dat hy de weg niet weet, of wel de verkeerde met willens wijst, werden bedrogen en de reis vrugteloos afloopt,) als zy ’er nu na ’t zeggen van de Gids ontrent by waren, zo hieldenze halte om niet ondekt te werden, en haar d’ aanstaande nagt te overvallen; ’s avonds doe het donker was gingen zy in stilte al voort en kwamen ’er ’s nagts; waar op deNederlandersaanstonds allarm maakten, zo dat het Dorp geheel in oproer raakte. De Swarten hoopten haar terstond by een voor ’t Huis van den Opperhoofd, dat een heel groot Gebouw was, om te zien van wat voor Vyanden zy overvallen[116]wierden; zo ras als de Blanke zagen dat het tijd was gaven zy vuur, waar door een party Swarten gekwetst wierden en de overige vreeslijk verschrikten, dog uit wanhoop stelden zy hun lustig te weer, door dien zy ook van Schiet-geweer voorzien waren, en het zelve van haar groot Woon-huis na beneden afschoten; wijders hadden zy ook Houwers, Kap-messen en Bijlen, ’t geen ze in ’t weg lopen mede namen. Eindelijk kozen de Swarten, om dat ze te kort schoten, ’t Hazepat; een groot gedeelte wierd gevangenVinden veel voorraad in ’t Huis van haar Overste.naParamaribogebragt. Zo ras als de Blanke meester van d’ Overste zijn Huis waren geworden, zagen zy alles nauwkeurig deur, bevonden in ’t zelve en in andere Woningen wel voor drie Jaren Spijze; want daar lagen hele hopen van deTurkscheTarw of Maïs; doe ze haar wat hersteld en uitgerust hadden, staken zy alle deze Woningen in de brand, en vertrokken weder naParamaribo. Men zegt dat deze Slaven, te weten de Mans, al over de agt hondert sterk waren, buiten de Vrouwen en Kinderen; de Blanke maakten met hun allen tagtig Man uit. Deze weg gelopene hadden hier zo lang gewoond, dat ze al getrouwde Kinders, die van haar leven geen Blanke gezien hadden; na dit voorval was ’er een grote verslagentheid onder al de Slaven inZuriname.Naderhand is ’t gebeurt dat dit voorval in de vergeteltheid kwam, en de Slaven die weg-gelopen waren zig weer te zamen rotten, begonden wederom alle moet willigheid te bedrijven: Zo is ’er ook een partyParamariboscheBurgers en Planters op uitgeweest om ze te ondekken, maar ’t ongeluk wilde dat ’er niets opgedaan wierd; de Slaven zulks te weten gekomen zijnde, waren hier over zo trots, dat indien zy niet al te wel van haar Meester of Vrouw bejegend wierden, terstond dreigden om weg te lopen.[117]Gelijk gebeurd is van zekere Slaaf, die van zijn Meester teParamaribowas weg-gelopen, en ’s nagts de stoutigheid nog durfde gebruiken, om binnen voorsz. Plaats by zijn aanhangers te verschijnen; de Meester hier van verwittigt zijnde, liet vier Mannen op hem passen met goede Houwers voorzien, want hy droeg ook een by zig: Hy zijn gang gaande als voorheen, wierd eindelijk overrast; hier viel een scherp gevegt voor,maar veel Honden der Hazen dood zijnde, wierd hy gevangen genomen, en was zo vreeslijk gekwetst, dat zijn Meester wanhoopte ontrent zijn genezinge, gaf hem om dies wille over aan ’t Geregt, op dat hy straf ontfangen zou tot spiegel van andere. Zijn Sententie wierd gemaakt, als dat hy levendig zou gevierendeeld werden en de stukken in de Rivier gesmeten; hy wierd dan losbandig op de aarde neder gelegt, zijn hoofd op een lange balk, d’ eerste slag die hy in de benede buik kreeg, deed al zijn water uit de blaas barsten, zonder dat hy het minste geluit gaf en zag ’er zelf nog na; de twede slag met de Bijl die wou hy met de hand afkeren, maar den hand en de boven buik wierden door gehouwen, nog al zonder geluid; de Slaven en Slavinnen hier over lachende, zeiden tegens malkanderen dat is een Man! eindelijk de derde slag op ’t borst en hert deed hem de dood, zijn hoofd wierd afgehouwen, ’t lighaam vorders in vier stukken, en in de Rivier geworpen. Deze Volkeren makende over het sterven weinig ja geen swarigheid, zeggende dat zy na deBakkerare, dat is,Hollandershaar Land gaan, en na eenige tijd als een Blanke wederom keeren tot hare Broeders; dan, zy stellen ook vast de Blanke ook hare voorgaande Geslagt en Broederen zijn, voor zo verre als die uitEuropamet de Schepen daar komen.[118]Om dan de kwaadaardigheid van de Slaven voor te komen, is ’er een gebod uitgegaan over de gehele Land-streek, dat elk Planter zal gehouden wezen by zijn by hebbende bedienden, zo veel nog te ontbieden, dat tegens yder twintig Slaven een Blanke zal wezen, ’t welk nu in ’t werk gesteld werd. Eer ik tot het verhandeling harer Dooden zal overgaan, moet ik nog hier iets zeldzaams verhalen.Voornemen van een Blanke Neger Officier om zig als Koning over Zuriname op te werpen.Een zekere Perzoon, zijnde een BlankeNegerOfficier, kreeg een voornemen in ’t hoofd, om zig als Koning over geheelZurinameop te werpen: Om dit uit te voeren, maakte hy een heimelijk verstand met de Slaven van zijn Plantagie, dat ze hem hier in zouden behulpzaam wezen, en deed haar grote beloften; mits dat zy zulks aan de Slaven op alle Plantagien zouden bekend maken, wat hy voor had; ’t welk was, om op een nagt alle Blanke dood te slaan, zo wel aanParamariboals op de Plantagien. De Slaven beloofden hem alles na te komen, maakten het hun mede Makkers, te weten de voornaamste van yder Plantagie, bekend; deze om geen gevaar te lopen, vreesden de aanslag te wagen, ontzeiden haar dit voorstel. Waar over de t’ zamen-gesworene verlegen wierden, en dursten ’t haarNegerOfficier niet bekend maken hoe ze gevaren waren, dog zeiden hem al ’t geen hy liefst wou horen. Hy bleef dan nog in die voornemens van ’t zelve uit te voeren, niet anders wetende of de zaken gingen regt. Als nu die ongelukkige nagt verscheen, waar in hy zijn opzet zou aanvangen, (zo hy niet anders meende) was met de Slaven in ’t Veld gegaan om zijn laaste besluit te nemen; maar zy, die een zamen swering tegens hem gemaakt hadden, namen hem gevangen, bonden hem handen en voeten, brogten hem voorts by zijn Meester, en deden haar beklag tegen de zelve.[119]De Meester alles overwegende, wierd te rade hem naParamaribote brengen, en aldaar te verklagen, vrezende dat ’er zulke voornemens meer mogten groeijen; hy wierde dan geregt en tot een spiegel Opgehangen.Op hoedanigen maniere de Swarten hare Dooden begraven en verdere Ceremonien.Indien een van de Swarten koomt te sterven, werden ook alle hare Vrienden en Bekenden ontboden, om over de Overledene rouw te helpen bedrijven; schreijende en kermen deerlijk, zonder ophouden, zo lang de Doode niet begraven is, en gewoon des Duivels lof te zingen; eenige huuren Vrouwen, die den tijd van zes Maanden alle dagen drie maal over hun Doode huilen. Een Dood-kist van Planken gemaakt zijnde, word hy daar ingelegt op eenigeBannannesbladeren, in plaats van stroo, neffens een à twe ellenOssenabrugsLijnwaat, een Brood, Scheermes, en eenige Koralen onder zijn hoofd gelegt, waar op hy na het Graf gedragen en begraven word. In ’t Graf gesteld zijnde, word dan een Schotel zoppe, met een Haan gekookt, boven op zijn Graft gegoten, op dat die Doode, heen en weder wandelende, dorst, honger en koude lijden, en hy na deze mogte komen te verrijzen, daar van eeten kan, als mede het andere goed tot zijn gebruik kan strekken; en de Haan hem waarschouwe de tijd zijn ’er verrijzenisse. Wanneer hem eenige redenen, waarom hy gestorven is, afgevraagt zijnde, en niet en antwoord, om dat een Doode niet en spreekt maar stil leid; zo gaan zy alle in een ronde kring eenige malen, onder ’t roepen en kermen, om het Graf; en dan wederom te rug na haar gewezene sterf Hutte of Woning, al weenende en zugtende, zo prats ziende als een Kat die het krollen aanhing, tot dat de Spijze en hare Maaltijden bereid zijn, die zy aanregten in een houten Bak met Zop of liever Bry, by haarTrasgenaamt, en een Schotel[120]TeyerenTeyerbladeren; neffens eenige andere Kruiden by een stukje zoute Vlees, of eenig ander Wild, of Vis, by haar gevangen, met een lange zop gestooft, of ordinaar watRoomscheTarwe of Milie, die zy stampen en koken; gevolglijk tot een Spijze bereiden in manier als witte Pap, dat by haarTom,Tom, genaamt word; en nog eenige aard Vrugten. Andere houwen het Vlees aan stukken en steken het nog lillende aan ’t Spit, daar na trekkens het lijf uit, in ’t Gras leggende bankettere van ’t vette Wild-braad, en zetten ’er een dronkMelasjes, of Zyroop met water gedunt tot een bekwaam zoet en spoeling der dermen; of een zekereIndiaanscheDrank, ook wel de sterkeKil-duivelofDuivels-dood, waar mede zy lustig Gastereren, zig verheugende drie, zes en ook zomtijds twaalf Maanden. Na dit afsterven doen zy, ter eere van den zelven Overledene, wederom een Maaltijd, om haar het vorige wederom indagtig te brengen, Offeren de eerste beet aan deZon; dan beginnenze van haar verdoolde Makkers te spreken, en twijffelen tusschen hoop en vrees, of die levendig of dood zijn. Zy alle hebben het gevoelen vanPythagoras, nopende de verhuizinge van de Ziel van ’t eene Lighaam in ’t ander; en dat zy als zy komen te sterven herboorn zullen worden, in middels naEuropagaan, en wederkeeren in haar Vaderland, op het gezang van de rijke Dogter deZon, die binnen het pragtige gewelft haar ruizendesprelby nagt door de fijne stoffe schied.Dit werd ook wel van haar gebruikt, dat, zo eer de Doode met aarde bedekt is, eenige van de zelve dan gaan om Takjes vanLemmetjesBomen te plukken, en steken die boven de Doode in de grond en laten dat zo wassen: Als dit gedaan is, zo danssenze al drinkende rondom het Graf, zingende de deugden[121]van de Overledene: DeDramwerd van haar Meester daar toe gegeven; als ze haar lang genoeg vermaakt hebben, zo gaat elk, gelijk hy gekomen is, weer na Huis.Tot vermaak van de Lezer zullen we, tot besluit van dit Hooft-Deel, hier iets ter nederstellen aangaande de Spraak der Swarten, zo ze van haar op deZurinaamscheKust gesproken werd, dewijl haar eigen Moeder-taal niet te verstaan is. Maar om dat d’Engelschendeze Colonie lange tijd hebben bezeten, (gelijk voren gewag gemaakt is,) zo hebbenze dier zelver Spraak meest geleerd; dog om dat ’erNegerzewoorden onder lopen, zo werd hetNeger-Engelsgenoemt; gelijk blijkt uit dit na-volgende.Spraak der Negers.Oudy.Goedendag.Oe fasje jou tem?Hoe vaarje al?My bon.Al wel.Jou bon toe?Vaarje ook wel?Ay.Ja.My belle wel.Ik vaar heel wel.Jou wantje sie don pinkinine?Wilje een beetje zitten gaan?Jie no draei?Hebje geen dorst?Ay mie wanto drinkje.Ja my lust wel drinken.Grande dankje no ver mie.Groten dank niet voor my.Jo wantje smoke Pipe Tobakke?Wilje niet een Pijp Tabak roken?Jo wantje loeke mie jary?Wilje mijn Tuin reis zien?Loeke mie Druije se hausum?Zie mijn Druiven hoe mooi zijn ze?Mie jary no grandebon?Is mijn Tuin niet goed?Ay hantsum fo trou.Ja ze is heel mooi.Jo wantje gaen wakke lange mie?Wilje met my uitgaan?Oe plasje joe wil gaen?Waar wilje gaan?[122]Mie wil gaen na Watre-zy.Ik wil na de Water-kant gaan.Oe tem wie wil gaen na Riba?Wanneer wille wy de Rivier op-varen.Oe plesje tem.Wat tijd het u belieft.Een ander Zamen-Spraak.Mie Misisi take joe oudy.Mijn Vrouw laat je goedendag zeggen.Akesi of joe tan an house?En vraagt of je t’ Huis zult blijven?à Wilkom loeke joe na agter dina tem.Ze wilje t’ agtermiddag komen bezoeken.No mie ben benakase ta entre ples à reddi wen.Neen ik heb al by een ander late vragen of ’t haar beliefde dat ik zou komen.As hem ples hem kom te maare.Als ’t haar belieft zo kan ze morgen komen.Oe som bady Mastre vor joe?Wie is jou Meester?Oe fasse nam vor joe Mastre?Hoe heet jou Meester?Oe fasse kase joe Misisi?Hoe heet jou Vrouw?Oe plesse jo liewy?Waar woonje?Klosse byna Forte.Digt by ’t Fort.Jie no love mie moore.Je hebt my niet meer lief.Je wantje sliepe lange mie?Wilje niet by my slape?No mie no wantje.Neen ik wil niet.Jie no bon.Jy bent niet goed.Jie monbie toe moussie.Jy bent te gierig.Kom bosse mie wantem.Kom zoen my reis.Tot Na-geregt.Na tappe.Om hoog.Na bie laeu.Om laag.Zon komotte.De Zon komt op.[123]Zon gaeud on.De Zon gaat onder.Santje.Een ding, en al wat voor haar niet te noemen of zeldzaam is.Kaba.Gedaan.Hause.Een Huis.Tappe.Het Dak.Tappe windels.Doet de Vensters toe.Ope windels.Doet de Vensters open.Ver wate jie no ope windels?Waarom doe je de Vensters niet open?Om de Lezer, niet te lang, met deze stoffe op te houden, dewijl al te veel walgzaam is; zo zullen we overgaan tot deIndianen, die de ColonieZurinameuit den eersten Oorsprong, als eigen Land-aard hebben bewoond.[124]

VI. HOOFT-DEEL.Aard, Natuur en Eigenschappen der Swarte Slaven, des zelfs Geboorte Plaatzen en verdere over voeringe aan de Amerikaansche Kusten, enz.

Eer ik verder gewag maak, tot de Beschrijvinge der Swarte Slaven en Slavinnen, zo zal ik eerst handelen van des zelfs Vaderland daar zy van daan gehaald werden, met de overvoeringe na de andere Kusten, en voorts eenige geschiedenissen, deze Volkeren betreffende, aantekenen.Uit wat Land de Swarte Slaven afkomstig zijn.Het Vaderland van deze Swarte Slaven is de Zuidwestlijke en Westlijke Kust vanAfrika, hetende hetGrote Negerland, de Kusten zijnGuineesche,CongoscheenAngolasche; hier hebbenze haar Steden, Dorpen en Koninglijke Land Regeringen, de StadBenuain ’t Rijk vanBeninis wel vijf mijlen groot. De Edele Heeren Bewindhebberen van deWest-IndischeCompagnie hebben alhier, over deGuineescheKust, de zouverine bezittinge; ’t Fortd’ Elminais de Hooftplaats alwaar de Gouverneur Generaal zijn verblijf heeft, en voert ook gezag over de Gouverneur vanCuracao, leggende omtrent hondert mijlen bewestenZuriname, tegen over de vaste Kust die deSpanjaardenin bezitting hebben: Vorders handelt de Maatschappy ook Slaven op de Kusten vanCongoenAngola, die dePortugezenin bezitting hebben, op de zelve mogen alle Natien vanEuropavry handelen, maar niet op deGuineesche.[91]Misverstand van eenige in ’t verkopen der Slaven.Te onregt wanen vele, die menen, dat hier de Ouders hun Kinderen, de Mannen haar Vrouwen, of den eenen Broeder den ander verkoopt. De gene, welke van dusdanige gedagten zijn, bedriegen haar zelfs; want dit nooit en gebeurt dan uit nootzakelijkheid, en om deze of gene misdaad; dog de meeste Slaven, die na andere Kusten werden gebragt, zijn Menschen die in den Oorlog zijn gevangen, en die door de Overwinnaars, als hun Buit zijnde, werden verkogt.Overvoeringe en verkopinge van de Slaven.De Slaven werden van de voorsz. Kusten, ten getalle van 400. à 500., in gescheept, en naAmerikain deze ColonieZuriname, als medeCuracao; aldaar ten dienste van de Planters en alle verdere Ingezetene, by paren publijk verkogt, gemeenlijk Man en Vrouwlijk geslagte t’ zamen uitgeveilt, daar zy ook, gelijk een Creatuur, eerst gemonstert worden, en draven voor uw heen en weder, spreidende de armen van malkanderen, de beenen ook op alle manieren bewegende, en eindelijk de mond open doen of haar ook iets mogte schelen; zo aan Man als Vrouw, Jong en Oud, tot aan de gaven vanAdamenEvatoe, word opzigt genomen. In middeler tijd van de Reis zo worden ook wel vele ziek, en hebben, als zy in de Schepen geladen worden, het eene of ander Venus-kwaad onder de leden, de zelve wordenMalinkertsgenoemt, wordende voor veel minder prijs als de gezonde verkogt; daar door men ook een goed voordeel behaalt, als men zo gelukkig is dat zy herstelt zijnde wederom op komen, hebbende daar dan eenige goede Spijze van de Meester, en thans bekwame Geneesmiddelen van een Doctor, daar het dan zonder gemengeling van ’t eene voor ’t andere op heen loopt. Verkogt zijnde, zo word de naam van de Meester, haar in twe en drie Merk-letteren, op de[92]Borst gebrand, na dat de plaats al vorens met een weinig Boom-Olie bestreken is, zijnde het zelve van zilver of koper daar toe gemaakt, geschiedende dat t’ elke malen als zy een ander Meester bekomen, werdende de vorige namen, als te veel zijnde, uitgeswore.Zelfs worden de kleine Kinderen van het zoete lot des harer liever Ouderen versteken, als die van de Moeders borst afgerukt worden; als een ongelukkig Ner haar verspiede, door die gene, dewelke haar valschelijk zonder lotinge en zonder Regter hier toe verleid, verdag vaardende den groten hoop der Swarte, en neemt kennis van handel en wandel, als bedrukte die haar leven moede, hare zielen verruikelozen, ziende eerst haar noot-lot der Inscheping en het zeewater, willende liever zuure armoede en sware arbeid in haar geboorte plaats uitstaan, als tegens haren wil hunne Kusten en Land verlaten.Redenen waarom de Slaven onwillig zijn om haar te laten vervoeren.Deze Natie houden haar meesten tijd wel te vrede als zy in de Colonie zijn, maar onderwegen heeft haar de vreze zodanig bezet, dat zy vermene onder deSpanjaartsvervoert te worden, als wetende van de Tijrannie, die teMexicoenPeru, door haar gepleegt was, door ’t verbeelde van deJodendom: Zo dat zy veeltijds ondernemen om het Schip af te lopen, of haar in zee te werpen, om haar van die wanhoop uit een nog ellendiger leven te verlossen, daar de Kapiteins dier Schepen, door goede wagt houdinge aan de Luiken van ’t Schip, zorg voor dragen; werdende ook van haar Natie eenige van de stoutste Venten tot Gidszen of Opzigters over haar gestelt, gedurende de Reis, die daar wonderlijk mede opgeschikt zijn. By dag werden alle uuren vier Slaven boven gelaten op het dek, om haar wat te verluftigen en af te wasschen, om dat ze van haar sweet[93]zo vreeslijk stinken. ’t Schip werd mede ’s daags twe à drie malen gespoelt, om de frisse lugt hier door te genieten.DeWest-IndischeMaatschappy brengt nu ter tijd geen Slaven meer over na andere Kusten, voor en al eer hondert Guldens op hand word gegeven by de inteikening inHolland, en dan moeten ze zo lang wagten, tot dat ’er zo veel ingeteikent zijn, dat zy ’er bekwamelijk een Schip op kosten van dien konnen toe rusten, waar door het zomtijds lang aanhout eer een Schip inZurinamemet Slaven komt.In de laaste onderneming derFranschen, hebben deZurinamersook grote schade geleden aan haar Slaven, want buiten de gene die ze mee namen, zijn ’er over de zeven hondert of veel meer, in de Bosschen, weg geraakt.Gevoelen van de Slaven-Handel of die overeen-komstig is met de Goddelijke Wet.Vele Menschen peinzende zieltogen op de Slaven-Handel, wijl het zig niet gegrond zoude vinden met de Goddelijke Wet, daar over zal ik niet oordele, maar heen wijzen aan de bladeren des Ouden Testaments, daar staat wel uitdrukkelijk vanHeidenscheSlaven te kopen van de Volkeren die rondsom wonen, en die als vremdeling in ’t Land zijn, ziet daar vanLevit.25: vs. 44. daar ook verscheidene Wetten gegeven zijn, van de manier hoe men haar handelen zal, zietExod.21: vs. 20. en op andere plaatzen meer.Voorval van een Swartinne.Eenige Christenen willen, dat men behoorde die Menschen te bekeeren en tot de Christelijke Religie te brengen, daar veel moeite nu voor en na om gedaan is. Men heeft een exempel, dat een Swartinne inAmsterdamis overgebragt met hare Meester, alwaar zy, na eenige tijd geweest te zijn, hetNederlandsgeleerd had, wierd eindelijk gebragt tot de Gereformeerde Godsdienst, zelfs tot de Belijdenisse[94]van dien; na verloop van zeven Jaren, dat zy wederom in de ColonieZurinamegebragt wierd, begaf zy haar wederom tot het leven en gezelschap van haar eigen naatsionaal Volk, tot een liber en vrije drift, zeggende dat zy onder geen dwang van Conscientie met die beswaarnis wilde leven, om dat de vryheid van dien alles te boven kwam, enz. Zijnde hare Religie veel aangenamer aan de zinnen dan die van ’t Christendom; want die Menschen zijn meer ingenomen met wezentlijke betogen, als gevoelens van vermaaklijkheden, die by haar min bekent zijn, daarom by haar niet gegrond en aangenomen worden.Gestalte van een Swarte Slaaf en Slavinne.De Swarte Slaven zijn over-een-komstig van grote en swaarte van lighaam met deEuropianen, maar platagtig van aangezigt; (dog verschillig met deKaraïbanenwiens aangezigten veel platter zijn,) hebben een holle ingevallen neus, haar oogen-wit is heel wit, verschelende hier in met de Swarten die menMoorennoemd, wiens oog-wit veel rood of rosagtiger is; hare tanden zijn zo wit als Elpenbeen, niet groot, en zo wel gereguleert als men inEuropaniet vind, ook makenze daar zeer veel werk van, ’t hair is wolagtig, dat zy met willens kort houden, maar de Vrouwen hebben ’t wat langer, zo dat zommige het tot een tuit dragen, en andere hebben het regt opstaande een hand breed hoog, by de kanten om scherenze ’t met een Scheermes op het vel af, en als ’t dan een weinig ruig is, zo makenze met een Scheermes ronde kringen en slangen langs het hoofd in het dunne ruige haar, in ’t kort deNegersenNegerinnenzijn tamelijk mooy besneden van aangezigt en lighaam; de kleding is niet veel van belang, dog hun Meester of Meesteresse zijn verschuldigt aan haar, van vijf Jaar af (want dus lang lopenze naakt van haar geboorte aan) iets te geven om[95]hun Schamelheid mee te dekken, van grijs of blauwOessenabrugsofHaarlemsBond, na dat ze in gunst zijn; dat van de Slaven is een smal strook zes ellen lang en de breedte van een hand, dit windenze eenige malen om de middel, maar zo gereguleert dat een slag tusschen de beenen door gaat, alwaar de Schamelheid in verborgen is, en de twe enden hangen neer, alwaar zy hun Geld of iets anders in beknopen: De Slavinnen hebben van ’t zelve stof twe ellen lang; zo breed als het goed is, de zelf-kant op en neer, en slaan ’t een slag of twe om ’t lighaam, dat dan als een schort hangt. Zie nader, van ’t gestel der zelve, op nevensstaande Plaat; de beduidenis daar van isA.De Neger.B.De Negerinne.C.’t Zuiker-Riet.D.Een Pagaal, of Korf, daar de Vrugt in gedragen werd.Gestalte van een Swarte Slaaf en Slavinne.Zondags werken de Slaven voor haar zelven.De gene die nu wat Geld kunnen verdienen, want Zondags hebbenze vry en dan mogenze voor haar zelf werken, mits dat het Huis-werk van eenige gedaan werd; die op de Plantagien moeten ook haar eigen Kost-gronden bewerken, daar ze de gehele week van moeten leven, zo ze dan iets tot overvloed kunnen krijgen, dat brengenze naParamaribo, als mede Hoenders,Eynen, en ander Vee, dat ze zelfs aankweken, om het aldaar te verkopen. De Slaven in de StadParamaribogaan Zondags aan de Waterkant, of lopen na deSavanaBaaljaren, zijnde een zeker zoort van Danssen, alzo by haar genoemt; maar dit is verboden, om dat ze te veel verstand met malkander hielden, en al zingende haar zaken, die d’ eene d’ ander toe wilde te weten, ondekten, zomtijds daar[96]onder ook wel fluitende met de mond. De gene nu die voor andere werken op de voornoemde dag dat is dan voor haar zelven; (’t gebeurt ook wel dat deNegerinneneen Schellinkje met het Venus-spel verdienen van een Blanke,) hier voor kopen de Slaven wel een mooijer strook om hun middel, ook Tabak, Pijpen en Dram, daar ze haar zomtijds wel in verlopen: De Slavinnen kopen dan mede een mooijer kleetje, vanHaarlemmerof ander gedrukt Bond, ’t geen zyPaantjenoemen, en een borst-lap daar de borsten inhangen van streept Bond, ’t welk van haar werd genoemdBobbe-lap, maar de meeste lopen met de borsten bloot; ook kopenze Koralen om de handen, armen en hals, ook mooije witte tanden die tot een snoer geregen worden, de zelve dragen zy dan om de hals; deze tanden werden uit haar Land, van de Slaven die hier komen, mede gebragt, en dan verkopenze de zelve onder malkanderen.Kwaadaardigheid dier Volkeren.De Swarten zijn kwaadaardiger van geneigtheid dan goeder, haatdragend en strijfkoppig, daarom moetenze dikwils slagen hebben dat ze voorby konden, zy zijn mede heel kijfagtig onder malkanderen, en de Wijven plokharen altemets ook wel; voor het overige zijn zy weinig met de jaloezy bezet, en ook redelijk leerzaam om eenigeHand-werkente leren, als Timmeren, Kuipen; de Vrouwen daar-en-tegens Naaijen, en doen diergelijke dingen.Manier van Trouwen.’t Trouwen op deze onzeZurinaamschePlantagien gaat op volgende wijze toe, deNegermaneenNegerinter Vrouwe begerende, zo vraagt hy zijn Meester om konsent, daar toe, om dit of dat Wijf te mogen hebben, die hun gemeenlijk zulks toe staat, die haar als dan vermaand om wel en vreedzaam, als te zaam gebonden Luiden Man en Vrouw, te leven, zonder eenige verdere Ceremonie van Trouwen door[97]een Priester, maar door dit zeggen alleene zijn zy dan gehuwelijkt, ’t welk zy meest alle doen, zo haast zy tot eenige Jaren komen; alleene om dat zy van hare Huis-vrouwen zullen worden opgepast en gedient, om haar het eeten en drank te bereiden, in hare gedwonge arbeid en zuure armoede; en voorts leven zy in de Egte gemeenzaam, houdende het egter alle hare Vrouwen, en de Vrouwen het alle hare Mannen, te zijn, wel wetende dat twe meerder konnen als een, en de verandering een nieuwe lust by brengt. De Man gaat (zo hy een Vrouw van een ander Plantagie heeft als die gene daar hy op woond) alle nagten na zijn Liefje toe, de Kinderen die ’er geboren werden horen de Meester of Vrouw van de Slavinne toe. De Planters hebben liefst dat haar Slaven en Slavinnen op hun eigen Plantagien Trouwen, om dat ze anders te loopagtig en diefagtig worden: Die vanParamaribozouden ’t liefst ook zo hebben, dog dit kan niet geschieden, wijl zy van zo veel Slaven niet zijn voorzien, daarom moeten zy zomtijds tegen haar zin toestaan, dat haar Slaven buitens Huis Trouwen.Op dusdanige wijze werd het Trouwen opZurinameverrigt, gelijk voor heen gesproken is, tusschen de Swarte Slaven en Slavinnen, maar zeer verschillig by haar eigen Land, waar van wy den Lezer iets zullen mede delen, zo als de HeerBosman’t zelve heeft aangetekent.Verdere zeden der Fidase.De verdere zeden en gebruiken derFidase(welke niet met den Godsdienst vermengt zijn) hebben met die van deGoud-Kusteen goede over-een-komst, behalven dat deze in alles vry rijkelijker te werk gaan; want daar deNegersvan deGoud-Kustzig vernoegenTrouwen zonderling veel Wijven.met een, twe, drie, en de voornaamste op zijn meest met agt, tien of twintig Wijven, daar hebben ’er[98]deze wel veertig of vijftig, en de voorname Kapiteinen drie à vier honderd, ook eenige wel duizend, en den Koning tusschen de vier en vijf duizend stuks.’t Grootste gedeelte dezer Wijven dienen maar zimpelijk om voor hun Mannen in ’t Land te arbeiden; dog de mooiste en fraaiste blijven in Huis; waar dat ze mede van den arbeid niet zijn bevrijd, behalven dat ze nog daar-en-boven hun Mannen moeten oppassen en dienen, gemerkt deNegers, die van eenig vermogen zijn, geen Mans-perzoon in de Woningen, waar dat hy zig met zijn Wijven onthoud, zullen laten komen.Zijn op de zelve zo min-yverig, dat ze die op het minste vermoeden van oneerbaarheid aan de Europianen verkopen.De Mannen zijn hier zo wonderlijkmin-yverigop hun Wijven, dat ze de zelve op het alderminste vermoeden aan deEuropianen, om vervoerd te werden, verkopen; en niet als deNegersvan deGoud-Kust, welke zig niet ontzien, om met hare Wijven een openbaren Handel te drijven.Hier gaat het geheel anders in zijn werk; want by aldien iemant hier een ander mans Wijf afzoend, zo is hy genoegzaam lijveloos, indien de Beledigde maar van eenig vermogen is; ja zelfs geraakt, om de misdaad van zo eenen, zijn gehele Geslagte zomtijds in slaverny.Sware straf over ’t beslapen van een voornaam Perzoon zijn Wijf. ’s Konings Wijven mogen zelfs niet aangeroert werden.Aangaande des Konings Wijven; indien een Mans-perzoon de zelve maar aanraakte, ’t zy by ongeluk of al willens, zo zou zo eenen zijn kop, of ten minsten zijn vryheid kwijt zijn; en tot boete van zijn onnozele misdaad, zig zelven een eeuwige slaverny moeten onderwerpen. Waarom ook al de gene, die ontrent ’s Konings Woningen iets te doen hebben, zig met roepen laten horen, op dat ’s Konings Wijven mogen verdagt zijn, dat ’er een Mans-perzoon ontrent is.Om die zelve reden laat zig de Koning, zo als ik[99]hier voren van de voornaamste ook heb gezegt, binnens Huis van zijn Wijven dienen; zonder dat ’er ooit eenig Mans-perzoon in komt, ten zy ’er iets te vermaken of te verhelpen is, in welk geval de Wijven zig zo lang aan een andere kant moeten begeven.Ook eenige niet bezien.Wanneer de Arbeiders op de Daken, om iets te verstellen, moeten zijn, zo roepenze mede gestadig, ten einde de voornaamste Vrouwen des Konings zig zo lang binnens Huis houden; want het bezien van de zodanige zelfs voor een misdaad werd gerekend.Hoedanig ’s Konings Wijven zig buitens Huis gedragen.Zo wanneer ’s Konings Wijven na ’t Land gaan om te arbeiden, ’t geen dagelijks met veel honderden te gelijk gebeurt, zo zullenze, wanneer haar een Mans-perzoon ontmoet, al van verre roepen,sta ruim; dewelke dan aanstonds van de weg af op zijn knien valt, en, zonder haar eens ter degen te derven aanzien, voorby laat gaan.De Koning verkoopt zomtijds een goed gedeelte zijner Wijven, zonder dat het getal verminderd word.Om het alderminste ongenoegen, en wegens beuzelingen, verkoopt de Koning zomtijds een stuk of twintig van zijn Wijven, zonder dat der zelver getal ooit komt te minderen; want drie van zijn Kapiteins, niet van de minste Rang, en welke over hetFidase Serrailopzigt hebben, leveren hem alle dagen weder in de plaats; want zo zy maar een fraai Vrou-mensch zien, zo brengenze de zelve tot de Koning, waar tegen zig niemant in ’t gehele Land derf stellen.Als een Dame by den Koning gebragt is, en dat ze hem behaagt, zo werdze een reis of drie van hem bekend, daar na moet zy ’t vervolg van haar leven als een zedige Non verslijten.Niemant wil gaarn een Vrou des Konings zijn, maar geven eenige zig liever aan de dood over.Om deze oorzaak werden de Vrouwlieden ook gants ongaarn tot een Vrouw des Konings verkoren; kiezende de zommige liever een haastige dood, als zo een verdrietig leven.[100]Voor twe Jaren wilden gezeide Kapiteins een mooi jong Meisje tot den Koning brengen; dog mits zy niet veel behagen in het Nonne-leven had, zo ontvlugte zy uit hunne handen, en zig vervolgt ziende, werpt zig uit mistroostigheid in een diepe Put, waar in versmoorde. Ik zal het aan de Vrouwtjes overlaten, om te oordelen, of zo een, die dat gene, ’t welk, haar het meeste vermaak kan geven, niet ongelukkig is, wanneer ze het zelve na een reis zoenens of twe met p .… moet verslijten. Veel beter was ’t dan nooit, als wanneer ze zo ligt in verzoekingen zouden vallen. Dog, niet hoger.De Oudste Zoon is Erfgenaam van alle zijn Vaders Goederen en Vrouwen.By ’t afsterven van den Vader des Huisgezins, erft de oudste Zoon alle des zelfs Goederen, ook zijn Wijven, die hy voortaan voor zijn eigen houd, en bezigt; uitgezondert de gene die hem ter Wereld heeft gebragt; dewelke hy een afgezonderde Woning, en nodig onderhoud (indienze van zig zelven niet kan bestaan) verschaft. Dit is by den Koning, de Kapiteinen, en ook den Gemenen Man, gebruikelijk.Den Koning aan zijn eige Dogter getrouwt.Dezen tegenwoordigen Koning is ook aan twe van zijn eige Dogters getrouwd geweest, dog welze bereeds beide overleden zijn, en zijn vreugd met de zelve van een korte duur geweest is, zo beeld hy zig in, dat de Goden hem hier mede over de Schenddaad hebben gestraft; en dies heeft hy ook gesworen, dusdanigen daad nooit meer te zullen ondernemen.Uittrouwen van een Dogter des Konings aan den Engelsche Koopman;Om in geen verzoekinge te vallen, trouwden hy te mijner tijd zijn eenige Dogter uit aan denEngelschenKoopman, die alhier den Handel wegens dien Landaard waarnam. Ik zeer vry met hem zijnde, bestrafte hem hier over; en om dat hyze my niet eerst had aangeboden, besloeg ik hem al lachende in een zekere[101]Boete, ’t geen hy gewilliglijk betaalde; met byvoeging, dat zijn Dogter, schoon getrouwd, egter tot mijn dienst was, indien ik ze maar begeerde; dat om de zelve wederom te halen, het hem maar een woord had te kosten.en redenering deswegens met den schrijver.Wat dunktU E. Mijn Heer, zijn de Dogters van dezen Koning niet redelijk veil en goed koop, maar ’t is van den brui, dat het Trouwen van zo een Konings Kind hier te Land niet veel voordeel kan geven; anderzints had het aan my zelven moeten haperen, byaldien ik niet al voor lang gelukkig was geweest.Veelheid van Kinderen.Wegens de gezeide veelheid van Wijven, is het ook wel af te meten, dat geen klein getal Kinderen moeten voortkomen, indien de Mannen anderzints maar in staat zijn, om de zelve te konnen toestellen, wantverandering van Spijs, zeid het Spreekwoord,doet wel en graag eeten, en dies ontbreekt het hier aan een byna ongelooflijke Kinder-Teelt niet; want gemerkt de Vrouwtjes niet geheel onvrugtbaar vallen, en de Mannen ook wel in staat zijn, om ’er het hare toe doen, zo en behoeft men ’er niet eens aan te twijffelen, want behalven dat de Mans door hun goede wijs van leven, en ’t voedzaam eeten en drinken, nog gedurig andere middelen tot versterkinge der Natuur gebruiken, en te gelijk ook sterkeMans-perzonen met over de twe honderd Kinderen.en lijvige Menschen zijn, zomoetU E.zig niet verwonderen, zo wanneer voor vast en zeker zeg, dat ik hier Manlieden heb gezien, dewelke Vaders waren van over de twe honderd Kinderen; en op dat hier van in my geen twijffeling mogt overblijven, zo is my het zelve, en al de gene die ’er van ons na gevraagt hebben, met twe voorbeelden nader bevestigt; eerstelijk met een van des Konings Kapiteinen, met nameAgoei, dewelke ons zedert eenige Jaren voor Tolk heeft gediend.[102]Gesprek deswegens met een Kapitein.Ik vroeg den zelven eens, in ’t bywezen van een onzer Schippers en mijn Assistent, hoe veel Kinderen dat hy wel rijk was, vermits ik hem altoos met een goed gedeelte zag verzeld? welke my daar op half verzugtende antwoorde, dat hy ongelukkig genoeg was van ’er niet te veel te hebben, en dat der zelver niet boven de zeventig stuks bedroeg. Ik vroeg wijders of hy ’er geen dood had? hy zeide, ontrent zo veel als ’er nog in levenden lijve waren. En overmits deze Man ’t gezeide getal (te zamen ontrent honderd en veertig uitmakende) voor weinig schattede, zo kond U E. eens denken, hoe veel ’er die gene wel moeten hebben, die zig rijk van Kinderen mogen noemen.Als ook met den Koning.Waar over de Koning (in wiens tegenwoordigheid dit voorviel) my deze verklaring gaf, en een Perzoon aanwees, een zijner Onder-koningen zijnde, die alleen met zijn Zoons en Zoons-Zoons, nevens haarlieder Slaven, hun algemene Vyand, welke met een goede magt van Volk waren afgekomen, hadden afgewezen, en te rug gedreven. Voegende hier verders nog by, dat deze Onder-koning, met zijn Zoons, en hare Zonen, een getal van over de twe duizend konden uitmaken, zonder dat ’er de Dogters of de overledenen onder gerekend wierden.Oordeeld nu eens,mijn Vriend, of deze Menschen niet bekwaam zouden zijn, om, of ’er elders eens weder eenNieuwe Wereldwierd ontdekt, de zelve binnen korten tijd te bevolken.Byaldien het gezeide waaragtig is; gelijk ik het ’er zonder de minste twijffeling voor houde (mits ’s Konings zeggen, door de daar tegenwoordig zijnde Groten, wierd bevestigt) en dat het veel Kinder-maken algemeen door dit gehele Land is, behoefd men zig van nu af over de Volkrijkheid der zelver[103]niet meer te verwonderen; nog ook, waar dat zo groten getal Slaven; als hier Jaarlijks werden ingehandeld, van daan komen.Laat ons nu weder eens zien hoe het Opvoeden en Kinder-baren van de Swarten, op de KustZuriname, toe gaat.Opvoedinge der Kinderen, op Zuriname gebruikelijk, van de Swarte Slaven.Hare Kinderen hebben zy zeer lief, voedende die met grote zorge na den aard der gewoonte, waar in zy menigmaal de Christenen overtreffen; schoon zy zo zagt en gemakkelijk, met veel spandering en verspillinge van geld, en anklederende Zieraden, lekkere Spijze en goede gemaniertheden, zo extra niet in heusheden, als inEuropa, dienstig, niet worden opgebragt; hebbende dat alles ook niet nodig, ja spottende met mal-onnodige zinlijkheden derEuropæanen, oordelende dat ’t milde Aard-land van zelfs genoeg verschaft, al ’t geen de Natuur in haar eenvoudigheid tot Levens onderhoud vereischt, zo dat ze ’t weinige dat ze begeren met zo veel te groter gerustheid en vergenoegen genieten, als deEuropëerstot voldoening van hare onverzadelijke begeerlijkheden ontrusten.Werden wit geboren.Deze hare Kinderen die uit de natuur wit geboren ter Wereld komen, worden van tijd tot tijd in de ledematen geel, verder bruin, als iemant die geslagen is; de plekken in hoedanigheden door smerten veranderd vind, na dat zy eenige malen met warm en dan met koud water, aan de Rivieren, gewassen worden, om haar te harder te maken, dat zelfs Oude en Jonge alle dagen in een gebruik hebben om haar te reinigen; werdende de jong gebore Kinderen dan in een LapOssenabrugsgrijs Linnen van twe elle gewonden, en wanneer de Moeder twe à drie dagen bevallen is geweest, neemt zy het Kind met haar daar zy werkt te Velde, hebbende het op de rugge[104]in de doek hangen die voor onder de borsten is toe geknoopt; leggende het nu en dan op de grond te woelen en spartelen, gelijk ik menigmaal aanschouwt hebbe; en my, wanneer ik eerst alhier in ’t Land kwam, als een zeer vreemd wonder scheen voor te komen, ziende in deze figuurlijke eenNegerinne; hebbende haar Kind, met eenPaantjeof voorgemelde Doek op de rugge gebonden, in de Keuken de Spijs bereiden; ’t welk my zo dwers voor kwam dat ik voor dat maal van die Spijze niet konde eeten, vrezende voor onreinigheid; alzo men die manier van handeling der Kinderen, en zulke Swarte naakt Koks, inEuropaniet gewoon is.Dog daar na ziende des Lands gebruik, en gewaar wordende dat alles in ’t uiterste zuiver en klaarder toe ging, als van menig stinkende onnutte slons van Dienstboo in ’t Vaderland; heb ik my daar aan niet meer gestoten, nogte weiniger eeten en drinken om staan gelaten, wijl ik nagaans merkte de grote zorgvuldigheid, neffens de manier van ’t Land om zig door Swarte of Rode Slaven, zo vrije als onvrije, te laten dienen en oppassen; dan ook weinig in gebruik is, Christenen of Blanke Dienstboden, tot Huis arrebeid te gebruiken, niet verders als de ordonnantie en overleg tot de Menagie.Hoe aangenaam, hoe zoet, smaakt de vermoeid’ het Rusten,Hoe lekker vind de Dorst een teug uit Beek of Bron,Geen smakelijker Zous de beste Kok verzonDan die de Honger maakt, wat Spijs kan hem verlusten?[105]Afkomst en Godsdienst der Slaven.DezeAfrikaansche, inAmerikaovergebragteMooren, zijn verscheide in ReligieHeidenscheSlaven uit den geslagteChams, in een verwerde menigte van gevoelens, begrave in duisternisse der onwetentheid, en kromme stegen der dwalingen die ontallijk zijn. Het bestond de geregtigheid Gods, de Menschen, die in den beginne van eenerlei Tale en Religie waren, te laten vallen in een Babel der verwerringe, zo van Talen als valsche Religien, om dat ze de Waarheid niet vast en hielden, maar gebroken Bakken die geen water houden; en dat ze de Fontein der Levendige wateren verwierpen, hun zelven te verzadigen met het vergiftige vlees der Kwakelen, die het brood der Engelen moede waren en met de Swijnen draf eeten, en de heilzame spijs hares Vaders Huis versmade.Voedende hare beloften met zeer grote bezigheden, ziende haar ook Bedevaarde doen, eenige houden gedurig hare handen boven ’t hoofd t’ zamen geslagen; andere steken de eene hand uit in de Lugt; andere weder vele zeldzame posturen den gantschen tijd hares levens.Aanbidden de Duivel en andere Afgoden.Eenige van haar aanbidden den Duivel en vele Afgoden, als nog in vele Plaatzen; zy geloven veel Goden, maar voornamelijk die al de andere gemaakt heeft, en dat alle Creaturen van water gemaakt zijn; de Vrouw voor de Man, dewelke door de hulpe van de Goden ontfing en Kinder-baarde; gevende aan hare Goden gedaantens van Menschen. Veel van hare devotie bestaat in huilen, en om het vuur te danszen, zingen, en in haar eigen vlees te snijden; andere aanbidden onsterffelijke Goden, als deZon,Maanen deWereld; zommige sterffelijke alsJupiter,PanenHerkules; andere wederom die onder de Linie wonen en bidden deZonniet aan, maar vloekenze[106]geduriglijk als zy opgaat, om dat hare overgrote hitte haar beschadigde; andere houte Afgoden, deNegersgelijkende, aan wiens voeten leggen hopen van Horenen, van viervoetig Vee, waar by gesteld zijn de Bekkenelen van hare Vyanden die in den Oorlog gedood zijn; en hoe de vuisten in de strijd gruwelijker bloed storten, hoe zy woester en wilder vuur en vlam spuwen, als een overtreffelijke blijk van zijne Stam. Zy stellen vast dat zyOffer van Spijs en Drank, om haar Afgod te verzoenen, zo ze ziek zijn.nooit ziek zijn, dan als hare Afgod op haar vertoornt is; daarom zoeken zy hem te behagen, met voor zijne voeten te gieten, eenige Drank neffens Offer van Spijze. Zy zijn gewoon hare Dooden te wassen en te schilderen, begraven ook Spijze met haar, en zommige van hare gebruiken de goederen, stortende aan de voeten des Grafs het bloed van eenige viervoetig Gedierte; zomtijds brandenze de Doode, eenige kleden haar op de begraffenis als een Duivel, met veel monden en glaasse oogen, roeren met een staf de asse. Zy zijn ook zeer genegen in ’t voor-zegginge van Vogelen, en hare Leermeesters in zulke agtinge by haar, dat zy menen, dat het leven en de dood, overvloed en honger, in hare magt staat; vele aanbidden eenige Wanschepzelen.Die van Loango laten hun besnijden ter eere van hun Afgod.Die vanLoangokomen, aanbidden Afgoden en worden besneden in ’t gezigt, aan weder zijde van de slaaf van ’t hoofd, over de waan en aan ’t kin, met twe en drie sneden, eenige aan eene zijde des wangs, ter eere van haren Afgod; andere hebben rozen en starren, door middel van Kruid gebrand, op ’t gezigte.Een Dogter die gebrand was over ’t lighaam.Ik heb zelfs gezien een Dogter van hare Oudste, of liever Kapitein, en zo andere willen Koning; die van de hals af rondom het lighaam van ’t Schamelijke dele, tot aan de nagels van de tonen, in een zeer[107]aardig figuur gebrand was, zonder eenige de minste fout in de figuren aan ’t lighaam te vinden: Diens Vader zelfs over eenige duizenden Menschen magt en bevel had, dienende voor een Huis-Slavin by een Christen, opZuriname, dog wierd in die opzigt redelijker als andere Slaven gehandelt.Op wat maniere de Ambagtsman zijn Afgod verzoend.Yder Ambagtsman verzoend zijnen Afgod met zulke dingen die zijn Ambagt aangaan; op de Dood van hare Vrienden doodenze Geiten ter eere van hare Afgoden, en houden verscheide Maaltijden ter gedagtenisse van de overledene. In de Goden-dienste hebben deze inZurinamegeen publijke Vergaderinge, ook zijn zy verscheiden in hare gevoelens inAfrika, daar zy van daan komen.Afgod te Kenga.TeKenga, Zee-haven vanLoango, daar word van een Oude Vrouw eenen Afgod bewaard, de welke eens des Jaars met grote plegtigheid en Feest-houdinge, vereerd word.Te Morumba.En teMorumbadertig mijlen Noord-waard, worden Jongens besworen om dezen Afgod te dienen, wordende in gewijd met harde Spijze en tien dagen stil swijgens, neffens onthoudinge van zekere Spijs, en een snee in hare schouwderen. En anderen een yder Man zijnen bezonderen Afgod.Te Congo aanbidden zy Wanschepzelen.TeCongoaanbidden zy eenige Wanschepzelen. De Vrouwen zijn mede omwonden met Koralen aan de armen en benen, voor die niet in ’t Veld arbeiden; en de Mannen dragen Kristalle baggen in de ooren en eenige in de onder lip.’t Kwaad wijten zy de Duivel.Als haar iets over komt of kwaad wedervaart, weten zy de Duivel te noemen en voor kwaad aan te schelden; welke hare loze Leermeesters, dat onwetende Volk vertonen in een swarte gruwlijke gedaante, zomtijds van een swarte Hond, zomtijds een afschuwelijke Padde; konsacrerende deze haren Afgod de[108]eerste teug, van spijs en drank; indien zy haar zelven met Kalk bestrijken, zo meinenze dat ze haren God daar mede goede dienst doen. Zy hebben zekere Bomen in grote agtinge, met de zelve beraad slaande als met Orakelen; aanbidden zekere Vogel, welke vederen heeft gelijk Sterren; deTonijnis een Heilige Vis by haar die men niet mag aanraken: Zy maken ook Goden van Stroo, om den gestorvenen in de andere Wereld gezelschap te houden, hem begravende, word hy overeinde op zijn voeten gesteld, met een staf in de hand; en indien ’t een groot Perzonagie is, een vat met Melk by hem: Hoe wel men meent dat zy niet anders als om kwaad te doen genegen zijn, zo werden zy nogtans met geweld, door vreze getempt, om het goede te ondergaan.Dit kool Swarte Volk vermaakt zig ook met verscheide gedaanten, om zig hier en daar in de huid te snijden; pogende malkander in verscheidenheid van wezen te overtreffen, daar van eenige Duivel-bannersVoorval van de Schrijver en zijn Vriend aan een Neger bespeurd over het onweer.zijn. Een Vriend en ik hadden ons op zekeren tijd Land-waard in, zijnde onder een Boom, begeven, om de storm van Donder en Regen te ontgaan, die doe ter tijd geweldig was; eenNegerstond gedurig by ons bevende als een loof, ligtende nu en dan zijn handen op na den Hemel, en ik weet niet met wat voor woorden, den een of anderen Duivel of Bullebak aansprekende; en daar op, als wy ’er het alderminst op verdagt waren, sprong voor den dag als een dol Mensch, en rukte een lang Mes uit de gordel zijner bladeren, swaaijende het zelve 7. ofte 8. malen om ’t hoofd, hebbende nog eenige andere kuren daar mede gemaakt, stak het wederom op, kuste de vogtige aarde driemaal en rees vrolijk weder op; zonder ons eenige verschrikkinge aan te brengen, rustende het onweder van zijne Donderslagen.[109]Op wat maniere zy de Cassave wortel toemaken en eeten;’t Brood zo by deIndianenenNegers, word bereid en gegeten, het zelve word gemaakt van de Wortel van de BoomCassavegeheten; deze Boom groeid gemeenlijk ter hoogte van vijf tot zes voeten, zijnde byna van blad als een Essen-boom, dewortelis tamelijk in substantie, van alles de Rammilas gelijkende, en ’t gene daar eigentlijk het Brood van bereid word; het welk zy op een steen of hout raspen in manier van een breede vijl, hebbende daar toe geen Mortieren om ’t te stoten, daar na leggen zy ’t geraspte in een grote tene draai korf; naar de voorsz. geraspte Vrugt wel uitgeparst te hebben, laten zy dat drogen; nagaans weken zy het wederom in ’t water en maken dan een Deeg hier van, ’t welk zy op een grote platte steen of yzere plaat voor ’t vuur uitgespreid leggen, en de gelijkheid van zeer dunne koeken geven; aldus bereid zijnde konnen die koeken wel drie à vier Jaren, op een droge plaats leggende, goed blijven. De vogt uit deze wortelen geperst is een zeer groot en sterk vergift, gelijk men heeft ondervonden als de Honden daar van drinken, zo aanstonds sterven. Dat nat word egter van haar bewaart en metAtty, dat is haar Landze Peper, gekookt tot een bekwame Drank; in den aard is deze vogt Zuiker-zoet en zeer aangenaam van smaak.de zelve is ook goed van smaak.Dit is dun gebakken zijnde nog al smaaklijk, maar men kan wel oordele zo voedzaam niet te zijn als Weite Brood; daar nogtans vele Christenen meer werk van maken als van witte Brood, na het gebruik, zo word het ook zagter of harder, dikker ofte dun gebakken.Zijnde egter het Weite Meel om 2. à 2½. stuiver ’t pond dikwils te koop, wijl het deEngelschevan de andere Eilanden aldaar genoegzaam brengen; werdende in ’t gemeen niet als fijn Brood van een iegelijk[110]gegeten. Maar deIndianenenNegers, immer en altoos, gebruiken dit meergemeldeCassaveBrood, daar zy haar mede vergenoegen zonder na iets anders om te zien of te denken.Haar Huis-raad is zelden meer als een Pan, een Schotel en een Dek-kleed des nagts; hun kost is haast klaar gemaakt, haast gegeten, haast verteert en haast beschreven, haar Tafel is de vaste grond; voorWat ze aan haar Gasten geven te eeten, en hoe de Spijs toe gemaakt werd.elk van hare Gasten leggenze een à tweCassavekoeken, beneffens een Lepel van hout met een Steel van een half el langte, en de Lepel is zelfs zo groot en wijd dat menze nauwelijks over gapen kan, daar zy de Bry,Tom; mede na de mond brengen; zommige hebben Vrugten, andere wederom niet; zommige hebben Vlees, andere niet; zommige brengen de Spijs voor zo swart als een kool, andere wederom zo wit als Melk; andere wederom groen, geel, blauw, rood, of anderzins na dat het de Kok in de zin komt.Van de Dranken.De Drank, waar mede de Slaven haar vervrolijken, werdDram,Kil-Duivelof anders gezegtDuivels-dood, genoemt; welke men de Kanne van twe Stoop voor 12. stuivers koopt. Deze gemeldeDram, werd van de vuiligheid van deLekkerofMelasjes, anders Zuiker-water, gedistileerd; waar dat zy haar na een swaren arbeid mede vrolijk maken, zo met Danssen, Springen, Trommelen, met toe doen van veel wonderlijke gebeerden, dat haar niet ligt vervelen zal, schoon zy sweten dat het nat haar van ’t naakte Lighaam afloopt; waar toe zy haar ook verzieren, van figuurlijk, met rode Verf op haar Lighaam te Schilderen, als mede haar met Koralen om de hals en armen omwinden en op ’t beste fraai maken. Het staat ook vry, buiten het regt van overtredinge, zommig werk op Feest-dagen te beneerstigen;[111]haar Goden-dienst verbied, niemant by haar het Water te verleiden; Vogelen lagen te leggen, Bomen of te branden; een heining om zijn Land te vlegten; en de korrende Kudden in varsse Stromen af te spoelen; woelende diervoege mede om strijd, om haar Graf-Altaar, van Takken by een te stuwen, en tot op een grote hoop te vullen.Drank die de Engel Gabriël bereid heeft, zo de Mooren zeggen.DeMoorenbereiden een Drank van swarte Besien, en, zo zy zeggen, gezond, als afdrijvende alle swaargeestigheid en vrolijkheid makende; dog niet zo zeer daarom geprezen, als om dat het naar haar voorgeven de eerste maal toe gemaakt is by den EngelGabriël, om daar door het vervalle menschelijk Geslagt weder op te wekken; alzo het zeer goed is om deVenusgaande te maken.Over de Maaltijd zijn ’t de vrolijkste Gezellen die ’er mogen gevonden worden, eetende en drinkende graag, daar over niet krakeelagtig, als zig wel wetende na de Spijs en Drank te voegen, en dan voornamentlijk wanneer zy Vrouwen, ik meen gemene Vrouwen, by haar hebben.Straffe die aan de Negers werd gedaan over hun baldadigheid.Ik zal hier nu mede ter neder stellen de baldadigheden van deNegers, die zy op de Plantagien zomtijds hebben uitgeregt, en de straffen die de zelve over de gedane feiten ontfangen. Wanneer nu de voorgemeldeNegershare werken niet willen doen, nog te gehoorzamen den gene die zy daar in onderworpen zijn, of als zy uit wraak eene van hare Maats met de vuist, uit al den hoop gegrepen en op de rug nederleggende, tegens een Steen-rots aan klist dat het spatte, en de vloer van bloed en etter drijft; krakende de swart bebloede beenders en schinkels, lillende tusschen zijn tanden het lauw ellendige vlees in zijn mond, brakende na weinig tijds de brokken, met de gedronkeneDramgemengt, ten kele uit. Indien[112]deze booswigten, ’t zy Mans of Vrouwen, het haar te laste leggende werk weigeren, zo werden zy met Sweep-slagen daar toe gedwongen.Als wanneer zy eenig kwaad, buiten de straffe des doods, verdiend te hebben, (bedrijven) zo werd de zelve door order van de Meester, of ook wel door hem zelfs; gestraft; werdende de misdadige de handen met een touw te zamen gebonden, na boven aan een Boom opgetrokken (of over een Balk van ’t Huis op een zekere hoogte van de grond) en daar vast gemaakt zijnde, zo word hem 50. ponden op de grond staande aan de voeten vast gemaakt en die aan een gebonden, om daar door het slingeren en schoppen met de voeten te beletten; gehouden zijnde deze strenge straf nog geduldig te lijden, of ten minsten met wringen en naar schreuwen haar droevige ellend te beklagen; na dat egter alvoorns door zijn Meester de misslagen hem voor gehouden zijn, en gevraagt is of hy de zelve wil belijden, met redenen waarom hy zulks gedaan heeft, en na het zelve beleden te hebben, of door eenige harer Makkers overtuigt zijnde van de zulken foute; word hem eerst door de Meester of eenige Blanke Dienaren; en gevolglijk doorWerden met een sweep van Water-Pinans gevlogten zo geslagen dat ze geen Mensch gelijken.de Swarte Broeder-gezellen, zodanig met een Sweep (gevlogten van Water-Pinans, een zoort van zeer taai Riet met scherpe doornen) geslagen en gegezeld, dat hy eerder een gevilde of stroopte Hond gelijkende is, als een Mensch. En wanneer men bevind, dat zy door aangedronge pijne zo kwaadaardig zijn, dat zy zomtijds haar zoeken te stikken, wijl zy de kop in de borst zetten en de adem weten in te houden, daar by de tong dubbeld leggen, om door ’t stikken haar het leven te benemen, in deze rampzalige straffe zo neemt, tot voorkominge van ’t zelve te benemen, een stuk brand-hout en stoot haar dat voor de[113]tanden, zo dat haar de lippen dikker schroeijen als die dog anders zijn, zo dat zy adem-halen, en als wanneer men oordeeld haar genoeg gekastijd te hebben, los gelaten zijnde, dat die lapperige stukkende huit met een scherp zuur van Lamoen-zap, met pulver gemengt zijnde, gewreven, dat de vorige elendige pijne moet vermeerderen voor een korte wijl, strekkende verders tot etteringe en gehele genezinge der wonden; blijvende dog de tekens daar van, als de Brand-merken, haar om ’t lijf.Verdere straffen aan de zelve over het weg lopen.En zo de zelve wel in ’t Bos lopen om haar eenige weken van ’t werk te bevrijden; na dat menze wederom bekomen heeft, zo snijd men voor de eerste maal de hak-senuw uit; en by een twede fout, als iets verders willende, zo rezolveerd men haar het regter been af te zetten, om het weg lopen te beletten; in ’t welke ik zelfs oog-getuige ben geweest, dat zy dusdanig gestraft wierden. Alzo het een Volk is onmogelijk zonder slagen en straffen te konnen regeren, dog zo moet men nog daar wel zeer voorzigtig in zijn, dat ze niet onschuldig gestraft worden; dan men exempelen heeft, dat men zulke onregte straffe heeft zien wreken, aan de Meester of die des zelfs plaats is reprezenterende, dat zy schuldig zijnde by overtuiginge niet zullen doen; dog men liever hadde dat nooit gene straffen en behoorde te geschieden, schoon tusschen de Slaven mede zeer veel onderscheid van humeur is, meerder als onder de Christenen; edog goed en kwaad, sterke en swakken; hoewel in ’t algemeen onder de Slaven veel kwaadaardiger Menschen, die ook tegelijk heel sterk worden gevonden, en nootzakelijk door de straffe moeten in getoomt worden, en gedwongen tot goedwilligheid.Ordere die gegeven is van de Heer Gouverneur en Raden indien een Slaaf tegens zijn Meester, enz. komt op te staan.Daarom by de Heer Gouverneur en Raden is geordonneert, zo wanneer een Slaaf tegens zijn Meester,[114]denNegerOfficier, Chirurgijn, Timmerman of Molen-Knegt, enz. of eenige Christen, tot presumtie van de dood, by dreiginge of door eenig vergift, in wrake komt op te staan, men gehouden is het zelve aan de Heer Fiskaal aan te brengen, op zekere pœne daar toe staande, om als dan daar over gestraft te worden nabehoren, door den Rigter dier Plaats. Uit reden van deze strenge wet en dees voorgevalle exempelare straffen, hoord men nu weinig van zulke harde ongelukken, nogte eenige dreigende voornemens en tumulte op de Plantagies; te meer, alzo zy meest onder malkanderen oneens zijn, en den een den anderen verdagt zijnde, de Meester aanbrengen, en door dien het Land Bos en Water-agtig in de Woestijne is, hebben zy geen de minste gelegentheid om uit de Colonie, in een ander Gewest, te konnen vlugten, zo dat zy worden, na verloop van eenige tijd in ’t Bos geweest te zijn, voor ’t meerder gedeelte wederom gevangen; ontfangende hier over de straffe als voren gezegt is.Jagt die op de zelve wel gedaan werd.Daar word, door andereNegersenIndianen, wel een Jagt in ’t Bos gedaan, in zekere tijde des Jaars om de weg gelopene te vangen; of word ook wel door particuliere Jagers van de Meesters gedaan, die om Wild, in de eenzame Wouden gaan dwalen.De weggelopene Slaven kiezen een tot Hoofd over hun alle uit en bouwen Hutten.Wanneer het gebeurt dat een groot gedeelte Slaven van zommige Plantagien zijn weg gelopen, zo hokken ze by malkanderen en maken een t’ zamenwoning, levende als dan van de Jagt en Aard-vrugten die ze Planten. Een van de bekwaamste verkiezenze tot Hoofd over hun, aan wienze alle onderdanigheid dan schuldig zijn; dit verrigt hebbende bouwenze Hutten om daar in te wonen. De naast gelegene Plantagien hebben veel tijds grote overlast van haar, nadien zy de Slaven, die in de Bosschen te[115]verre afgedwaalt zijn, gevangen nemen; wanneerze dan niet goedwillig willen mede gaan, dwingen zy de zelve daar wel toe, en doen die dan als Slaven by hun wonen.Indien deze weg-gelopene Slaven al te grote baldadigheid uit regten, zo werd (door ordre van de Heer Gouverneur) vanParamariboeenige Soldaten en Burgers, verzeld met een partyNegersdie haar moeten oppassen, de RivierZurinameopgezonden, om deze rebellen zo ’t mogelijk is gevangen te krijgen: Zomtijds gebeurt het wel dat ze wat opdoen, en ook dat ze wel onverrigter zaken moeten te rug keeren; zo het dan gebeurt dat eenige van de zelve gevangentlijk werden mede gevoerd, zo zijn de Slaven door ’t gehele Land gans bevreest, want d’ een zegt zulks d’ ander voort, en als de reis vrugteloos uit valt, dan zijn ze weder veel trotzer.Togt der Nederlanders op de Slaven.Voor de laastemaal, dat deNederlanderseen togt op de weg-gelopene Slaven deden, haddenze een goede overwinninge; want de Rivier opgevaren zijnde tot aan deBlauwe Berg, aan Land getreden zijnde, gingen zy de zelve over; een Gids was by haar die de weg na de Swarten toe wel wiste, (zomtijds gebeurt het wel dat ze door een Gids, die zeid dat hy de weg niet weet, of wel de verkeerde met willens wijst, werden bedrogen en de reis vrugteloos afloopt,) als zy ’er nu na ’t zeggen van de Gids ontrent by waren, zo hieldenze halte om niet ondekt te werden, en haar d’ aanstaande nagt te overvallen; ’s avonds doe het donker was gingen zy in stilte al voort en kwamen ’er ’s nagts; waar op deNederlandersaanstonds allarm maakten, zo dat het Dorp geheel in oproer raakte. De Swarten hoopten haar terstond by een voor ’t Huis van den Opperhoofd, dat een heel groot Gebouw was, om te zien van wat voor Vyanden zy overvallen[116]wierden; zo ras als de Blanke zagen dat het tijd was gaven zy vuur, waar door een party Swarten gekwetst wierden en de overige vreeslijk verschrikten, dog uit wanhoop stelden zy hun lustig te weer, door dien zy ook van Schiet-geweer voorzien waren, en het zelve van haar groot Woon-huis na beneden afschoten; wijders hadden zy ook Houwers, Kap-messen en Bijlen, ’t geen ze in ’t weg lopen mede namen. Eindelijk kozen de Swarten, om dat ze te kort schoten, ’t Hazepat; een groot gedeelte wierd gevangenVinden veel voorraad in ’t Huis van haar Overste.naParamaribogebragt. Zo ras als de Blanke meester van d’ Overste zijn Huis waren geworden, zagen zy alles nauwkeurig deur, bevonden in ’t zelve en in andere Woningen wel voor drie Jaren Spijze; want daar lagen hele hopen van deTurkscheTarw of Maïs; doe ze haar wat hersteld en uitgerust hadden, staken zy alle deze Woningen in de brand, en vertrokken weder naParamaribo. Men zegt dat deze Slaven, te weten de Mans, al over de agt hondert sterk waren, buiten de Vrouwen en Kinderen; de Blanke maakten met hun allen tagtig Man uit. Deze weg gelopene hadden hier zo lang gewoond, dat ze al getrouwde Kinders, die van haar leven geen Blanke gezien hadden; na dit voorval was ’er een grote verslagentheid onder al de Slaven inZuriname.Naderhand is ’t gebeurt dat dit voorval in de vergeteltheid kwam, en de Slaven die weg-gelopen waren zig weer te zamen rotten, begonden wederom alle moet willigheid te bedrijven: Zo is ’er ook een partyParamariboscheBurgers en Planters op uitgeweest om ze te ondekken, maar ’t ongeluk wilde dat ’er niets opgedaan wierd; de Slaven zulks te weten gekomen zijnde, waren hier over zo trots, dat indien zy niet al te wel van haar Meester of Vrouw bejegend wierden, terstond dreigden om weg te lopen.[117]Gelijk gebeurd is van zekere Slaaf, die van zijn Meester teParamaribowas weg-gelopen, en ’s nagts de stoutigheid nog durfde gebruiken, om binnen voorsz. Plaats by zijn aanhangers te verschijnen; de Meester hier van verwittigt zijnde, liet vier Mannen op hem passen met goede Houwers voorzien, want hy droeg ook een by zig: Hy zijn gang gaande als voorheen, wierd eindelijk overrast; hier viel een scherp gevegt voor,maar veel Honden der Hazen dood zijnde, wierd hy gevangen genomen, en was zo vreeslijk gekwetst, dat zijn Meester wanhoopte ontrent zijn genezinge, gaf hem om dies wille over aan ’t Geregt, op dat hy straf ontfangen zou tot spiegel van andere. Zijn Sententie wierd gemaakt, als dat hy levendig zou gevierendeeld werden en de stukken in de Rivier gesmeten; hy wierd dan losbandig op de aarde neder gelegt, zijn hoofd op een lange balk, d’ eerste slag die hy in de benede buik kreeg, deed al zijn water uit de blaas barsten, zonder dat hy het minste geluit gaf en zag ’er zelf nog na; de twede slag met de Bijl die wou hy met de hand afkeren, maar den hand en de boven buik wierden door gehouwen, nog al zonder geluid; de Slaven en Slavinnen hier over lachende, zeiden tegens malkanderen dat is een Man! eindelijk de derde slag op ’t borst en hert deed hem de dood, zijn hoofd wierd afgehouwen, ’t lighaam vorders in vier stukken, en in de Rivier geworpen. Deze Volkeren makende over het sterven weinig ja geen swarigheid, zeggende dat zy na deBakkerare, dat is,Hollandershaar Land gaan, en na eenige tijd als een Blanke wederom keeren tot hare Broeders; dan, zy stellen ook vast de Blanke ook hare voorgaande Geslagt en Broederen zijn, voor zo verre als die uitEuropamet de Schepen daar komen.[118]Om dan de kwaadaardigheid van de Slaven voor te komen, is ’er een gebod uitgegaan over de gehele Land-streek, dat elk Planter zal gehouden wezen by zijn by hebbende bedienden, zo veel nog te ontbieden, dat tegens yder twintig Slaven een Blanke zal wezen, ’t welk nu in ’t werk gesteld werd. Eer ik tot het verhandeling harer Dooden zal overgaan, moet ik nog hier iets zeldzaams verhalen.Voornemen van een Blanke Neger Officier om zig als Koning over Zuriname op te werpen.Een zekere Perzoon, zijnde een BlankeNegerOfficier, kreeg een voornemen in ’t hoofd, om zig als Koning over geheelZurinameop te werpen: Om dit uit te voeren, maakte hy een heimelijk verstand met de Slaven van zijn Plantagie, dat ze hem hier in zouden behulpzaam wezen, en deed haar grote beloften; mits dat zy zulks aan de Slaven op alle Plantagien zouden bekend maken, wat hy voor had; ’t welk was, om op een nagt alle Blanke dood te slaan, zo wel aanParamariboals op de Plantagien. De Slaven beloofden hem alles na te komen, maakten het hun mede Makkers, te weten de voornaamste van yder Plantagie, bekend; deze om geen gevaar te lopen, vreesden de aanslag te wagen, ontzeiden haar dit voorstel. Waar over de t’ zamen-gesworene verlegen wierden, en dursten ’t haarNegerOfficier niet bekend maken hoe ze gevaren waren, dog zeiden hem al ’t geen hy liefst wou horen. Hy bleef dan nog in die voornemens van ’t zelve uit te voeren, niet anders wetende of de zaken gingen regt. Als nu die ongelukkige nagt verscheen, waar in hy zijn opzet zou aanvangen, (zo hy niet anders meende) was met de Slaven in ’t Veld gegaan om zijn laaste besluit te nemen; maar zy, die een zamen swering tegens hem gemaakt hadden, namen hem gevangen, bonden hem handen en voeten, brogten hem voorts by zijn Meester, en deden haar beklag tegen de zelve.[119]De Meester alles overwegende, wierd te rade hem naParamaribote brengen, en aldaar te verklagen, vrezende dat ’er zulke voornemens meer mogten groeijen; hy wierde dan geregt en tot een spiegel Opgehangen.Op hoedanigen maniere de Swarten hare Dooden begraven en verdere Ceremonien.Indien een van de Swarten koomt te sterven, werden ook alle hare Vrienden en Bekenden ontboden, om over de Overledene rouw te helpen bedrijven; schreijende en kermen deerlijk, zonder ophouden, zo lang de Doode niet begraven is, en gewoon des Duivels lof te zingen; eenige huuren Vrouwen, die den tijd van zes Maanden alle dagen drie maal over hun Doode huilen. Een Dood-kist van Planken gemaakt zijnde, word hy daar ingelegt op eenigeBannannesbladeren, in plaats van stroo, neffens een à twe ellenOssenabrugsLijnwaat, een Brood, Scheermes, en eenige Koralen onder zijn hoofd gelegt, waar op hy na het Graf gedragen en begraven word. In ’t Graf gesteld zijnde, word dan een Schotel zoppe, met een Haan gekookt, boven op zijn Graft gegoten, op dat die Doode, heen en weder wandelende, dorst, honger en koude lijden, en hy na deze mogte komen te verrijzen, daar van eeten kan, als mede het andere goed tot zijn gebruik kan strekken; en de Haan hem waarschouwe de tijd zijn ’er verrijzenisse. Wanneer hem eenige redenen, waarom hy gestorven is, afgevraagt zijnde, en niet en antwoord, om dat een Doode niet en spreekt maar stil leid; zo gaan zy alle in een ronde kring eenige malen, onder ’t roepen en kermen, om het Graf; en dan wederom te rug na haar gewezene sterf Hutte of Woning, al weenende en zugtende, zo prats ziende als een Kat die het krollen aanhing, tot dat de Spijze en hare Maaltijden bereid zijn, die zy aanregten in een houten Bak met Zop of liever Bry, by haarTrasgenaamt, en een Schotel[120]TeyerenTeyerbladeren; neffens eenige andere Kruiden by een stukje zoute Vlees, of eenig ander Wild, of Vis, by haar gevangen, met een lange zop gestooft, of ordinaar watRoomscheTarwe of Milie, die zy stampen en koken; gevolglijk tot een Spijze bereiden in manier als witte Pap, dat by haarTom,Tom, genaamt word; en nog eenige aard Vrugten. Andere houwen het Vlees aan stukken en steken het nog lillende aan ’t Spit, daar na trekkens het lijf uit, in ’t Gras leggende bankettere van ’t vette Wild-braad, en zetten ’er een dronkMelasjes, of Zyroop met water gedunt tot een bekwaam zoet en spoeling der dermen; of een zekereIndiaanscheDrank, ook wel de sterkeKil-duivelofDuivels-dood, waar mede zy lustig Gastereren, zig verheugende drie, zes en ook zomtijds twaalf Maanden. Na dit afsterven doen zy, ter eere van den zelven Overledene, wederom een Maaltijd, om haar het vorige wederom indagtig te brengen, Offeren de eerste beet aan deZon; dan beginnenze van haar verdoolde Makkers te spreken, en twijffelen tusschen hoop en vrees, of die levendig of dood zijn. Zy alle hebben het gevoelen vanPythagoras, nopende de verhuizinge van de Ziel van ’t eene Lighaam in ’t ander; en dat zy als zy komen te sterven herboorn zullen worden, in middels naEuropagaan, en wederkeeren in haar Vaderland, op het gezang van de rijke Dogter deZon, die binnen het pragtige gewelft haar ruizendesprelby nagt door de fijne stoffe schied.Dit werd ook wel van haar gebruikt, dat, zo eer de Doode met aarde bedekt is, eenige van de zelve dan gaan om Takjes vanLemmetjesBomen te plukken, en steken die boven de Doode in de grond en laten dat zo wassen: Als dit gedaan is, zo danssenze al drinkende rondom het Graf, zingende de deugden[121]van de Overledene: DeDramwerd van haar Meester daar toe gegeven; als ze haar lang genoeg vermaakt hebben, zo gaat elk, gelijk hy gekomen is, weer na Huis.Tot vermaak van de Lezer zullen we, tot besluit van dit Hooft-Deel, hier iets ter nederstellen aangaande de Spraak der Swarten, zo ze van haar op deZurinaamscheKust gesproken werd, dewijl haar eigen Moeder-taal niet te verstaan is. Maar om dat d’Engelschendeze Colonie lange tijd hebben bezeten, (gelijk voren gewag gemaakt is,) zo hebbenze dier zelver Spraak meest geleerd; dog om dat ’erNegerzewoorden onder lopen, zo werd hetNeger-Engelsgenoemt; gelijk blijkt uit dit na-volgende.Spraak der Negers.Oudy.Goedendag.Oe fasje jou tem?Hoe vaarje al?My bon.Al wel.Jou bon toe?Vaarje ook wel?Ay.Ja.My belle wel.Ik vaar heel wel.Jou wantje sie don pinkinine?Wilje een beetje zitten gaan?Jie no draei?Hebje geen dorst?Ay mie wanto drinkje.Ja my lust wel drinken.Grande dankje no ver mie.Groten dank niet voor my.Jo wantje smoke Pipe Tobakke?Wilje niet een Pijp Tabak roken?Jo wantje loeke mie jary?Wilje mijn Tuin reis zien?Loeke mie Druije se hausum?Zie mijn Druiven hoe mooi zijn ze?Mie jary no grandebon?Is mijn Tuin niet goed?Ay hantsum fo trou.Ja ze is heel mooi.Jo wantje gaen wakke lange mie?Wilje met my uitgaan?Oe plasje joe wil gaen?Waar wilje gaan?[122]Mie wil gaen na Watre-zy.Ik wil na de Water-kant gaan.Oe tem wie wil gaen na Riba?Wanneer wille wy de Rivier op-varen.Oe plesje tem.Wat tijd het u belieft.Een ander Zamen-Spraak.Mie Misisi take joe oudy.Mijn Vrouw laat je goedendag zeggen.Akesi of joe tan an house?En vraagt of je t’ Huis zult blijven?à Wilkom loeke joe na agter dina tem.Ze wilje t’ agtermiddag komen bezoeken.No mie ben benakase ta entre ples à reddi wen.Neen ik heb al by een ander late vragen of ’t haar beliefde dat ik zou komen.As hem ples hem kom te maare.Als ’t haar belieft zo kan ze morgen komen.Oe som bady Mastre vor joe?Wie is jou Meester?Oe fasse nam vor joe Mastre?Hoe heet jou Meester?Oe fasse kase joe Misisi?Hoe heet jou Vrouw?Oe plesse jo liewy?Waar woonje?Klosse byna Forte.Digt by ’t Fort.Jie no love mie moore.Je hebt my niet meer lief.Je wantje sliepe lange mie?Wilje niet by my slape?No mie no wantje.Neen ik wil niet.Jie no bon.Jy bent niet goed.Jie monbie toe moussie.Jy bent te gierig.Kom bosse mie wantem.Kom zoen my reis.Tot Na-geregt.Na tappe.Om hoog.Na bie laeu.Om laag.Zon komotte.De Zon komt op.[123]Zon gaeud on.De Zon gaat onder.Santje.Een ding, en al wat voor haar niet te noemen of zeldzaam is.Kaba.Gedaan.Hause.Een Huis.Tappe.Het Dak.Tappe windels.Doet de Vensters toe.Ope windels.Doet de Vensters open.Ver wate jie no ope windels?Waarom doe je de Vensters niet open?Om de Lezer, niet te lang, met deze stoffe op te houden, dewijl al te veel walgzaam is; zo zullen we overgaan tot deIndianen, die de ColonieZurinameuit den eersten Oorsprong, als eigen Land-aard hebben bewoond.[124]

E

er ik verder gewag maak, tot de Beschrijvinge der Swarte Slaven en Slavinnen, zo zal ik eerst handelen van des zelfs Vaderland daar zy van daan gehaald werden, met de overvoeringe na de andere Kusten, en voorts eenige geschiedenissen, deze Volkeren betreffende, aantekenen.

Uit wat Land de Swarte Slaven afkomstig zijn.Het Vaderland van deze Swarte Slaven is de Zuidwestlijke en Westlijke Kust vanAfrika, hetende hetGrote Negerland, de Kusten zijnGuineesche,CongoscheenAngolasche; hier hebbenze haar Steden, Dorpen en Koninglijke Land Regeringen, de StadBenuain ’t Rijk vanBeninis wel vijf mijlen groot. De Edele Heeren Bewindhebberen van deWest-IndischeCompagnie hebben alhier, over deGuineescheKust, de zouverine bezittinge; ’t Fortd’ Elminais de Hooftplaats alwaar de Gouverneur Generaal zijn verblijf heeft, en voert ook gezag over de Gouverneur vanCuracao, leggende omtrent hondert mijlen bewestenZuriname, tegen over de vaste Kust die deSpanjaardenin bezitting hebben: Vorders handelt de Maatschappy ook Slaven op de Kusten vanCongoenAngola, die dePortugezenin bezitting hebben, op de zelve mogen alle Natien vanEuropavry handelen, maar niet op deGuineesche.[91]

Misverstand van eenige in ’t verkopen der Slaven.Te onregt wanen vele, die menen, dat hier de Ouders hun Kinderen, de Mannen haar Vrouwen, of den eenen Broeder den ander verkoopt. De gene, welke van dusdanige gedagten zijn, bedriegen haar zelfs; want dit nooit en gebeurt dan uit nootzakelijkheid, en om deze of gene misdaad; dog de meeste Slaven, die na andere Kusten werden gebragt, zijn Menschen die in den Oorlog zijn gevangen, en die door de Overwinnaars, als hun Buit zijnde, werden verkogt.

Overvoeringe en verkopinge van de Slaven.De Slaven werden van de voorsz. Kusten, ten getalle van 400. à 500., in gescheept, en naAmerikain deze ColonieZuriname, als medeCuracao; aldaar ten dienste van de Planters en alle verdere Ingezetene, by paren publijk verkogt, gemeenlijk Man en Vrouwlijk geslagte t’ zamen uitgeveilt, daar zy ook, gelijk een Creatuur, eerst gemonstert worden, en draven voor uw heen en weder, spreidende de armen van malkanderen, de beenen ook op alle manieren bewegende, en eindelijk de mond open doen of haar ook iets mogte schelen; zo aan Man als Vrouw, Jong en Oud, tot aan de gaven vanAdamenEvatoe, word opzigt genomen. In middeler tijd van de Reis zo worden ook wel vele ziek, en hebben, als zy in de Schepen geladen worden, het eene of ander Venus-kwaad onder de leden, de zelve wordenMalinkertsgenoemt, wordende voor veel minder prijs als de gezonde verkogt; daar door men ook een goed voordeel behaalt, als men zo gelukkig is dat zy herstelt zijnde wederom op komen, hebbende daar dan eenige goede Spijze van de Meester, en thans bekwame Geneesmiddelen van een Doctor, daar het dan zonder gemengeling van ’t eene voor ’t andere op heen loopt. Verkogt zijnde, zo word de naam van de Meester, haar in twe en drie Merk-letteren, op de[92]Borst gebrand, na dat de plaats al vorens met een weinig Boom-Olie bestreken is, zijnde het zelve van zilver of koper daar toe gemaakt, geschiedende dat t’ elke malen als zy een ander Meester bekomen, werdende de vorige namen, als te veel zijnde, uitgeswore.

Zelfs worden de kleine Kinderen van het zoete lot des harer liever Ouderen versteken, als die van de Moeders borst afgerukt worden; als een ongelukkig Ner haar verspiede, door die gene, dewelke haar valschelijk zonder lotinge en zonder Regter hier toe verleid, verdag vaardende den groten hoop der Swarte, en neemt kennis van handel en wandel, als bedrukte die haar leven moede, hare zielen verruikelozen, ziende eerst haar noot-lot der Inscheping en het zeewater, willende liever zuure armoede en sware arbeid in haar geboorte plaats uitstaan, als tegens haren wil hunne Kusten en Land verlaten.

Redenen waarom de Slaven onwillig zijn om haar te laten vervoeren.Deze Natie houden haar meesten tijd wel te vrede als zy in de Colonie zijn, maar onderwegen heeft haar de vreze zodanig bezet, dat zy vermene onder deSpanjaartsvervoert te worden, als wetende van de Tijrannie, die teMexicoenPeru, door haar gepleegt was, door ’t verbeelde van deJodendom: Zo dat zy veeltijds ondernemen om het Schip af te lopen, of haar in zee te werpen, om haar van die wanhoop uit een nog ellendiger leven te verlossen, daar de Kapiteins dier Schepen, door goede wagt houdinge aan de Luiken van ’t Schip, zorg voor dragen; werdende ook van haar Natie eenige van de stoutste Venten tot Gidszen of Opzigters over haar gestelt, gedurende de Reis, die daar wonderlijk mede opgeschikt zijn. By dag werden alle uuren vier Slaven boven gelaten op het dek, om haar wat te verluftigen en af te wasschen, om dat ze van haar sweet[93]zo vreeslijk stinken. ’t Schip werd mede ’s daags twe à drie malen gespoelt, om de frisse lugt hier door te genieten.

DeWest-IndischeMaatschappy brengt nu ter tijd geen Slaven meer over na andere Kusten, voor en al eer hondert Guldens op hand word gegeven by de inteikening inHolland, en dan moeten ze zo lang wagten, tot dat ’er zo veel ingeteikent zijn, dat zy ’er bekwamelijk een Schip op kosten van dien konnen toe rusten, waar door het zomtijds lang aanhout eer een Schip inZurinamemet Slaven komt.

In de laaste onderneming derFranschen, hebben deZurinamersook grote schade geleden aan haar Slaven, want buiten de gene die ze mee namen, zijn ’er over de zeven hondert of veel meer, in de Bosschen, weg geraakt.

Gevoelen van de Slaven-Handel of die overeen-komstig is met de Goddelijke Wet.Vele Menschen peinzende zieltogen op de Slaven-Handel, wijl het zig niet gegrond zoude vinden met de Goddelijke Wet, daar over zal ik niet oordele, maar heen wijzen aan de bladeren des Ouden Testaments, daar staat wel uitdrukkelijk vanHeidenscheSlaven te kopen van de Volkeren die rondsom wonen, en die als vremdeling in ’t Land zijn, ziet daar vanLevit.25: vs. 44. daar ook verscheidene Wetten gegeven zijn, van de manier hoe men haar handelen zal, zietExod.21: vs. 20. en op andere plaatzen meer.

Voorval van een Swartinne.Eenige Christenen willen, dat men behoorde die Menschen te bekeeren en tot de Christelijke Religie te brengen, daar veel moeite nu voor en na om gedaan is. Men heeft een exempel, dat een Swartinne inAmsterdamis overgebragt met hare Meester, alwaar zy, na eenige tijd geweest te zijn, hetNederlandsgeleerd had, wierd eindelijk gebragt tot de Gereformeerde Godsdienst, zelfs tot de Belijdenisse[94]van dien; na verloop van zeven Jaren, dat zy wederom in de ColonieZurinamegebragt wierd, begaf zy haar wederom tot het leven en gezelschap van haar eigen naatsionaal Volk, tot een liber en vrije drift, zeggende dat zy onder geen dwang van Conscientie met die beswaarnis wilde leven, om dat de vryheid van dien alles te boven kwam, enz. Zijnde hare Religie veel aangenamer aan de zinnen dan die van ’t Christendom; want die Menschen zijn meer ingenomen met wezentlijke betogen, als gevoelens van vermaaklijkheden, die by haar min bekent zijn, daarom by haar niet gegrond en aangenomen worden.

Gestalte van een Swarte Slaaf en Slavinne.De Swarte Slaven zijn over-een-komstig van grote en swaarte van lighaam met deEuropianen, maar platagtig van aangezigt; (dog verschillig met deKaraïbanenwiens aangezigten veel platter zijn,) hebben een holle ingevallen neus, haar oogen-wit is heel wit, verschelende hier in met de Swarten die menMoorennoemd, wiens oog-wit veel rood of rosagtiger is; hare tanden zijn zo wit als Elpenbeen, niet groot, en zo wel gereguleert als men inEuropaniet vind, ook makenze daar zeer veel werk van, ’t hair is wolagtig, dat zy met willens kort houden, maar de Vrouwen hebben ’t wat langer, zo dat zommige het tot een tuit dragen, en andere hebben het regt opstaande een hand breed hoog, by de kanten om scherenze ’t met een Scheermes op het vel af, en als ’t dan een weinig ruig is, zo makenze met een Scheermes ronde kringen en slangen langs het hoofd in het dunne ruige haar, in ’t kort deNegersenNegerinnenzijn tamelijk mooy besneden van aangezigt en lighaam; de kleding is niet veel van belang, dog hun Meester of Meesteresse zijn verschuldigt aan haar, van vijf Jaar af (want dus lang lopenze naakt van haar geboorte aan) iets te geven om[95]hun Schamelheid mee te dekken, van grijs of blauwOessenabrugsofHaarlemsBond, na dat ze in gunst zijn; dat van de Slaven is een smal strook zes ellen lang en de breedte van een hand, dit windenze eenige malen om de middel, maar zo gereguleert dat een slag tusschen de beenen door gaat, alwaar de Schamelheid in verborgen is, en de twe enden hangen neer, alwaar zy hun Geld of iets anders in beknopen: De Slavinnen hebben van ’t zelve stof twe ellen lang; zo breed als het goed is, de zelf-kant op en neer, en slaan ’t een slag of twe om ’t lighaam, dat dan als een schort hangt. Zie nader, van ’t gestel der zelve, op nevensstaande Plaat; de beduidenis daar van is

Gestalte van een Swarte Slaaf en Slavinne.

Zondags werken de Slaven voor haar zelven.De gene die nu wat Geld kunnen verdienen, want Zondags hebbenze vry en dan mogenze voor haar zelf werken, mits dat het Huis-werk van eenige gedaan werd; die op de Plantagien moeten ook haar eigen Kost-gronden bewerken, daar ze de gehele week van moeten leven, zo ze dan iets tot overvloed kunnen krijgen, dat brengenze naParamaribo, als mede Hoenders,Eynen, en ander Vee, dat ze zelfs aankweken, om het aldaar te verkopen. De Slaven in de StadParamaribogaan Zondags aan de Waterkant, of lopen na deSavanaBaaljaren, zijnde een zeker zoort van Danssen, alzo by haar genoemt; maar dit is verboden, om dat ze te veel verstand met malkander hielden, en al zingende haar zaken, die d’ eene d’ ander toe wilde te weten, ondekten, zomtijds daar[96]onder ook wel fluitende met de mond. De gene nu die voor andere werken op de voornoemde dag dat is dan voor haar zelven; (’t gebeurt ook wel dat deNegerinneneen Schellinkje met het Venus-spel verdienen van een Blanke,) hier voor kopen de Slaven wel een mooijer strook om hun middel, ook Tabak, Pijpen en Dram, daar ze haar zomtijds wel in verlopen: De Slavinnen kopen dan mede een mooijer kleetje, vanHaarlemmerof ander gedrukt Bond, ’t geen zyPaantjenoemen, en een borst-lap daar de borsten inhangen van streept Bond, ’t welk van haar werd genoemdBobbe-lap, maar de meeste lopen met de borsten bloot; ook kopenze Koralen om de handen, armen en hals, ook mooije witte tanden die tot een snoer geregen worden, de zelve dragen zy dan om de hals; deze tanden werden uit haar Land, van de Slaven die hier komen, mede gebragt, en dan verkopenze de zelve onder malkanderen.

Kwaadaardigheid dier Volkeren.De Swarten zijn kwaadaardiger van geneigtheid dan goeder, haatdragend en strijfkoppig, daarom moetenze dikwils slagen hebben dat ze voorby konden, zy zijn mede heel kijfagtig onder malkanderen, en de Wijven plokharen altemets ook wel; voor het overige zijn zy weinig met de jaloezy bezet, en ook redelijk leerzaam om eenigeHand-werkente leren, als Timmeren, Kuipen; de Vrouwen daar-en-tegens Naaijen, en doen diergelijke dingen.

Manier van Trouwen.’t Trouwen op deze onzeZurinaamschePlantagien gaat op volgende wijze toe, deNegermaneenNegerinter Vrouwe begerende, zo vraagt hy zijn Meester om konsent, daar toe, om dit of dat Wijf te mogen hebben, die hun gemeenlijk zulks toe staat, die haar als dan vermaand om wel en vreedzaam, als te zaam gebonden Luiden Man en Vrouw, te leven, zonder eenige verdere Ceremonie van Trouwen door[97]een Priester, maar door dit zeggen alleene zijn zy dan gehuwelijkt, ’t welk zy meest alle doen, zo haast zy tot eenige Jaren komen; alleene om dat zy van hare Huis-vrouwen zullen worden opgepast en gedient, om haar het eeten en drank te bereiden, in hare gedwonge arbeid en zuure armoede; en voorts leven zy in de Egte gemeenzaam, houdende het egter alle hare Vrouwen, en de Vrouwen het alle hare Mannen, te zijn, wel wetende dat twe meerder konnen als een, en de verandering een nieuwe lust by brengt. De Man gaat (zo hy een Vrouw van een ander Plantagie heeft als die gene daar hy op woond) alle nagten na zijn Liefje toe, de Kinderen die ’er geboren werden horen de Meester of Vrouw van de Slavinne toe. De Planters hebben liefst dat haar Slaven en Slavinnen op hun eigen Plantagien Trouwen, om dat ze anders te loopagtig en diefagtig worden: Die vanParamaribozouden ’t liefst ook zo hebben, dog dit kan niet geschieden, wijl zy van zo veel Slaven niet zijn voorzien, daarom moeten zy zomtijds tegen haar zin toestaan, dat haar Slaven buitens Huis Trouwen.

Op dusdanige wijze werd het Trouwen opZurinameverrigt, gelijk voor heen gesproken is, tusschen de Swarte Slaven en Slavinnen, maar zeer verschillig by haar eigen Land, waar van wy den Lezer iets zullen mede delen, zo als de HeerBosman’t zelve heeft aangetekent.

Verdere zeden der Fidase.De verdere zeden en gebruiken derFidase(welke niet met den Godsdienst vermengt zijn) hebben met die van deGoud-Kusteen goede over-een-komst, behalven dat deze in alles vry rijkelijker te werk gaan; want daar deNegersvan deGoud-Kustzig vernoegenTrouwen zonderling veel Wijven.met een, twe, drie, en de voornaamste op zijn meest met agt, tien of twintig Wijven, daar hebben ’er[98]deze wel veertig of vijftig, en de voorname Kapiteinen drie à vier honderd, ook eenige wel duizend, en den Koning tusschen de vier en vijf duizend stuks.

’t Grootste gedeelte dezer Wijven dienen maar zimpelijk om voor hun Mannen in ’t Land te arbeiden; dog de mooiste en fraaiste blijven in Huis; waar dat ze mede van den arbeid niet zijn bevrijd, behalven dat ze nog daar-en-boven hun Mannen moeten oppassen en dienen, gemerkt deNegers, die van eenig vermogen zijn, geen Mans-perzoon in de Woningen, waar dat hy zig met zijn Wijven onthoud, zullen laten komen.

Zijn op de zelve zo min-yverig, dat ze die op het minste vermoeden van oneerbaarheid aan de Europianen verkopen.De Mannen zijn hier zo wonderlijkmin-yverigop hun Wijven, dat ze de zelve op het alderminste vermoeden aan deEuropianen, om vervoerd te werden, verkopen; en niet als deNegersvan deGoud-Kust, welke zig niet ontzien, om met hare Wijven een openbaren Handel te drijven.

Hier gaat het geheel anders in zijn werk; want by aldien iemant hier een ander mans Wijf afzoend, zo is hy genoegzaam lijveloos, indien de Beledigde maar van eenig vermogen is; ja zelfs geraakt, om de misdaad van zo eenen, zijn gehele Geslagte zomtijds in slaverny.

Sware straf over ’t beslapen van een voornaam Perzoon zijn Wijf. ’s Konings Wijven mogen zelfs niet aangeroert werden.Aangaande des Konings Wijven; indien een Mans-perzoon de zelve maar aanraakte, ’t zy by ongeluk of al willens, zo zou zo eenen zijn kop, of ten minsten zijn vryheid kwijt zijn; en tot boete van zijn onnozele misdaad, zig zelven een eeuwige slaverny moeten onderwerpen. Waarom ook al de gene, die ontrent ’s Konings Woningen iets te doen hebben, zig met roepen laten horen, op dat ’s Konings Wijven mogen verdagt zijn, dat ’er een Mans-perzoon ontrent is.

Om die zelve reden laat zig de Koning, zo als ik[99]hier voren van de voornaamste ook heb gezegt, binnens Huis van zijn Wijven dienen; zonder dat ’er ooit eenig Mans-perzoon in komt, ten zy ’er iets te vermaken of te verhelpen is, in welk geval de Wijven zig zo lang aan een andere kant moeten begeven.

Ook eenige niet bezien.Wanneer de Arbeiders op de Daken, om iets te verstellen, moeten zijn, zo roepenze mede gestadig, ten einde de voornaamste Vrouwen des Konings zig zo lang binnens Huis houden; want het bezien van de zodanige zelfs voor een misdaad werd gerekend.

Hoedanig ’s Konings Wijven zig buitens Huis gedragen.Zo wanneer ’s Konings Wijven na ’t Land gaan om te arbeiden, ’t geen dagelijks met veel honderden te gelijk gebeurt, zo zullenze, wanneer haar een Mans-perzoon ontmoet, al van verre roepen,sta ruim; dewelke dan aanstonds van de weg af op zijn knien valt, en, zonder haar eens ter degen te derven aanzien, voorby laat gaan.

De Koning verkoopt zomtijds een goed gedeelte zijner Wijven, zonder dat het getal verminderd word.Om het alderminste ongenoegen, en wegens beuzelingen, verkoopt de Koning zomtijds een stuk of twintig van zijn Wijven, zonder dat der zelver getal ooit komt te minderen; want drie van zijn Kapiteins, niet van de minste Rang, en welke over hetFidase Serrailopzigt hebben, leveren hem alle dagen weder in de plaats; want zo zy maar een fraai Vrou-mensch zien, zo brengenze de zelve tot de Koning, waar tegen zig niemant in ’t gehele Land derf stellen.

Als een Dame by den Koning gebragt is, en dat ze hem behaagt, zo werdze een reis of drie van hem bekend, daar na moet zy ’t vervolg van haar leven als een zedige Non verslijten.

Niemant wil gaarn een Vrou des Konings zijn, maar geven eenige zig liever aan de dood over.Om deze oorzaak werden de Vrouwlieden ook gants ongaarn tot een Vrouw des Konings verkoren; kiezende de zommige liever een haastige dood, als zo een verdrietig leven.[100]

Voor twe Jaren wilden gezeide Kapiteins een mooi jong Meisje tot den Koning brengen; dog mits zy niet veel behagen in het Nonne-leven had, zo ontvlugte zy uit hunne handen, en zig vervolgt ziende, werpt zig uit mistroostigheid in een diepe Put, waar in versmoorde. Ik zal het aan de Vrouwtjes overlaten, om te oordelen, of zo een, die dat gene, ’t welk, haar het meeste vermaak kan geven, niet ongelukkig is, wanneer ze het zelve na een reis zoenens of twe met p .… moet verslijten. Veel beter was ’t dan nooit, als wanneer ze zo ligt in verzoekingen zouden vallen. Dog, niet hoger.

De Oudste Zoon is Erfgenaam van alle zijn Vaders Goederen en Vrouwen.By ’t afsterven van den Vader des Huisgezins, erft de oudste Zoon alle des zelfs Goederen, ook zijn Wijven, die hy voortaan voor zijn eigen houd, en bezigt; uitgezondert de gene die hem ter Wereld heeft gebragt; dewelke hy een afgezonderde Woning, en nodig onderhoud (indienze van zig zelven niet kan bestaan) verschaft. Dit is by den Koning, de Kapiteinen, en ook den Gemenen Man, gebruikelijk.

Den Koning aan zijn eige Dogter getrouwt.Dezen tegenwoordigen Koning is ook aan twe van zijn eige Dogters getrouwd geweest, dog welze bereeds beide overleden zijn, en zijn vreugd met de zelve van een korte duur geweest is, zo beeld hy zig in, dat de Goden hem hier mede over de Schenddaad hebben gestraft; en dies heeft hy ook gesworen, dusdanigen daad nooit meer te zullen ondernemen.

Uittrouwen van een Dogter des Konings aan den Engelsche Koopman;Om in geen verzoekinge te vallen, trouwden hy te mijner tijd zijn eenige Dogter uit aan denEngelschenKoopman, die alhier den Handel wegens dien Landaard waarnam. Ik zeer vry met hem zijnde, bestrafte hem hier over; en om dat hyze my niet eerst had aangeboden, besloeg ik hem al lachende in een zekere[101]Boete, ’t geen hy gewilliglijk betaalde; met byvoeging, dat zijn Dogter, schoon getrouwd, egter tot mijn dienst was, indien ik ze maar begeerde; dat om de zelve wederom te halen, het hem maar een woord had te kosten.

en redenering deswegens met den schrijver.Wat dunktU E. Mijn Heer, zijn de Dogters van dezen Koning niet redelijk veil en goed koop, maar ’t is van den brui, dat het Trouwen van zo een Konings Kind hier te Land niet veel voordeel kan geven; anderzints had het aan my zelven moeten haperen, byaldien ik niet al voor lang gelukkig was geweest.

Veelheid van Kinderen.Wegens de gezeide veelheid van Wijven, is het ook wel af te meten, dat geen klein getal Kinderen moeten voortkomen, indien de Mannen anderzints maar in staat zijn, om de zelve te konnen toestellen, wantverandering van Spijs, zeid het Spreekwoord,doet wel en graag eeten, en dies ontbreekt het hier aan een byna ongelooflijke Kinder-Teelt niet; want gemerkt de Vrouwtjes niet geheel onvrugtbaar vallen, en de Mannen ook wel in staat zijn, om ’er het hare toe doen, zo en behoeft men ’er niet eens aan te twijffelen, want behalven dat de Mans door hun goede wijs van leven, en ’t voedzaam eeten en drinken, nog gedurig andere middelen tot versterkinge der Natuur gebruiken, en te gelijk ook sterkeMans-perzonen met over de twe honderd Kinderen.en lijvige Menschen zijn, zomoetU E.zig niet verwonderen, zo wanneer voor vast en zeker zeg, dat ik hier Manlieden heb gezien, dewelke Vaders waren van over de twe honderd Kinderen; en op dat hier van in my geen twijffeling mogt overblijven, zo is my het zelve, en al de gene die ’er van ons na gevraagt hebben, met twe voorbeelden nader bevestigt; eerstelijk met een van des Konings Kapiteinen, met nameAgoei, dewelke ons zedert eenige Jaren voor Tolk heeft gediend.[102]

Gesprek deswegens met een Kapitein.Ik vroeg den zelven eens, in ’t bywezen van een onzer Schippers en mijn Assistent, hoe veel Kinderen dat hy wel rijk was, vermits ik hem altoos met een goed gedeelte zag verzeld? welke my daar op half verzugtende antwoorde, dat hy ongelukkig genoeg was van ’er niet te veel te hebben, en dat der zelver niet boven de zeventig stuks bedroeg. Ik vroeg wijders of hy ’er geen dood had? hy zeide, ontrent zo veel als ’er nog in levenden lijve waren. En overmits deze Man ’t gezeide getal (te zamen ontrent honderd en veertig uitmakende) voor weinig schattede, zo kond U E. eens denken, hoe veel ’er die gene wel moeten hebben, die zig rijk van Kinderen mogen noemen.

Als ook met den Koning.Waar over de Koning (in wiens tegenwoordigheid dit voorviel) my deze verklaring gaf, en een Perzoon aanwees, een zijner Onder-koningen zijnde, die alleen met zijn Zoons en Zoons-Zoons, nevens haarlieder Slaven, hun algemene Vyand, welke met een goede magt van Volk waren afgekomen, hadden afgewezen, en te rug gedreven. Voegende hier verders nog by, dat deze Onder-koning, met zijn Zoons, en hare Zonen, een getal van over de twe duizend konden uitmaken, zonder dat ’er de Dogters of de overledenen onder gerekend wierden.

Oordeeld nu eens,mijn Vriend, of deze Menschen niet bekwaam zouden zijn, om, of ’er elders eens weder eenNieuwe Wereldwierd ontdekt, de zelve binnen korten tijd te bevolken.

Byaldien het gezeide waaragtig is; gelijk ik het ’er zonder de minste twijffeling voor houde (mits ’s Konings zeggen, door de daar tegenwoordig zijnde Groten, wierd bevestigt) en dat het veel Kinder-maken algemeen door dit gehele Land is, behoefd men zig van nu af over de Volkrijkheid der zelver[103]niet meer te verwonderen; nog ook, waar dat zo groten getal Slaven; als hier Jaarlijks werden ingehandeld, van daan komen.

Laat ons nu weder eens zien hoe het Opvoeden en Kinder-baren van de Swarten, op de KustZuriname, toe gaat.

Opvoedinge der Kinderen, op Zuriname gebruikelijk, van de Swarte Slaven.Hare Kinderen hebben zy zeer lief, voedende die met grote zorge na den aard der gewoonte, waar in zy menigmaal de Christenen overtreffen; schoon zy zo zagt en gemakkelijk, met veel spandering en verspillinge van geld, en anklederende Zieraden, lekkere Spijze en goede gemaniertheden, zo extra niet in heusheden, als inEuropa, dienstig, niet worden opgebragt; hebbende dat alles ook niet nodig, ja spottende met mal-onnodige zinlijkheden derEuropæanen, oordelende dat ’t milde Aard-land van zelfs genoeg verschaft, al ’t geen de Natuur in haar eenvoudigheid tot Levens onderhoud vereischt, zo dat ze ’t weinige dat ze begeren met zo veel te groter gerustheid en vergenoegen genieten, als deEuropëerstot voldoening van hare onverzadelijke begeerlijkheden ontrusten.

Werden wit geboren.Deze hare Kinderen die uit de natuur wit geboren ter Wereld komen, worden van tijd tot tijd in de ledematen geel, verder bruin, als iemant die geslagen is; de plekken in hoedanigheden door smerten veranderd vind, na dat zy eenige malen met warm en dan met koud water, aan de Rivieren, gewassen worden, om haar te harder te maken, dat zelfs Oude en Jonge alle dagen in een gebruik hebben om haar te reinigen; werdende de jong gebore Kinderen dan in een LapOssenabrugsgrijs Linnen van twe elle gewonden, en wanneer de Moeder twe à drie dagen bevallen is geweest, neemt zy het Kind met haar daar zy werkt te Velde, hebbende het op de rugge[104]in de doek hangen die voor onder de borsten is toe geknoopt; leggende het nu en dan op de grond te woelen en spartelen, gelijk ik menigmaal aanschouwt hebbe; en my, wanneer ik eerst alhier in ’t Land kwam, als een zeer vreemd wonder scheen voor te komen, ziende in deze figuurlijke eenNegerinne; hebbende haar Kind, met eenPaantjeof voorgemelde Doek op de rugge gebonden, in de Keuken de Spijs bereiden; ’t welk my zo dwers voor kwam dat ik voor dat maal van die Spijze niet konde eeten, vrezende voor onreinigheid; alzo men die manier van handeling der Kinderen, en zulke Swarte naakt Koks, inEuropaniet gewoon is.

Dog daar na ziende des Lands gebruik, en gewaar wordende dat alles in ’t uiterste zuiver en klaarder toe ging, als van menig stinkende onnutte slons van Dienstboo in ’t Vaderland; heb ik my daar aan niet meer gestoten, nogte weiniger eeten en drinken om staan gelaten, wijl ik nagaans merkte de grote zorgvuldigheid, neffens de manier van ’t Land om zig door Swarte of Rode Slaven, zo vrije als onvrije, te laten dienen en oppassen; dan ook weinig in gebruik is, Christenen of Blanke Dienstboden, tot Huis arrebeid te gebruiken, niet verders als de ordonnantie en overleg tot de Menagie.

Hoe aangenaam, hoe zoet, smaakt de vermoeid’ het Rusten,Hoe lekker vind de Dorst een teug uit Beek of Bron,Geen smakelijker Zous de beste Kok verzonDan die de Honger maakt, wat Spijs kan hem verlusten?

Hoe aangenaam, hoe zoet, smaakt de vermoeid’ het Rusten,

Hoe lekker vind de Dorst een teug uit Beek of Bron,

Geen smakelijker Zous de beste Kok verzon

Dan die de Honger maakt, wat Spijs kan hem verlusten?

[105]

Afkomst en Godsdienst der Slaven.DezeAfrikaansche, inAmerikaovergebragteMooren, zijn verscheide in ReligieHeidenscheSlaven uit den geslagteChams, in een verwerde menigte van gevoelens, begrave in duisternisse der onwetentheid, en kromme stegen der dwalingen die ontallijk zijn. Het bestond de geregtigheid Gods, de Menschen, die in den beginne van eenerlei Tale en Religie waren, te laten vallen in een Babel der verwerringe, zo van Talen als valsche Religien, om dat ze de Waarheid niet vast en hielden, maar gebroken Bakken die geen water houden; en dat ze de Fontein der Levendige wateren verwierpen, hun zelven te verzadigen met het vergiftige vlees der Kwakelen, die het brood der Engelen moede waren en met de Swijnen draf eeten, en de heilzame spijs hares Vaders Huis versmade.

Voedende hare beloften met zeer grote bezigheden, ziende haar ook Bedevaarde doen, eenige houden gedurig hare handen boven ’t hoofd t’ zamen geslagen; andere steken de eene hand uit in de Lugt; andere weder vele zeldzame posturen den gantschen tijd hares levens.

Aanbidden de Duivel en andere Afgoden.Eenige van haar aanbidden den Duivel en vele Afgoden, als nog in vele Plaatzen; zy geloven veel Goden, maar voornamelijk die al de andere gemaakt heeft, en dat alle Creaturen van water gemaakt zijn; de Vrouw voor de Man, dewelke door de hulpe van de Goden ontfing en Kinder-baarde; gevende aan hare Goden gedaantens van Menschen. Veel van hare devotie bestaat in huilen, en om het vuur te danszen, zingen, en in haar eigen vlees te snijden; andere aanbidden onsterffelijke Goden, als deZon,Maanen deWereld; zommige sterffelijke alsJupiter,PanenHerkules; andere wederom die onder de Linie wonen en bidden deZonniet aan, maar vloekenze[106]geduriglijk als zy opgaat, om dat hare overgrote hitte haar beschadigde; andere houte Afgoden, deNegersgelijkende, aan wiens voeten leggen hopen van Horenen, van viervoetig Vee, waar by gesteld zijn de Bekkenelen van hare Vyanden die in den Oorlog gedood zijn; en hoe de vuisten in de strijd gruwelijker bloed storten, hoe zy woester en wilder vuur en vlam spuwen, als een overtreffelijke blijk van zijne Stam. Zy stellen vast dat zyOffer van Spijs en Drank, om haar Afgod te verzoenen, zo ze ziek zijn.nooit ziek zijn, dan als hare Afgod op haar vertoornt is; daarom zoeken zy hem te behagen, met voor zijne voeten te gieten, eenige Drank neffens Offer van Spijze. Zy zijn gewoon hare Dooden te wassen en te schilderen, begraven ook Spijze met haar, en zommige van hare gebruiken de goederen, stortende aan de voeten des Grafs het bloed van eenige viervoetig Gedierte; zomtijds brandenze de Doode, eenige kleden haar op de begraffenis als een Duivel, met veel monden en glaasse oogen, roeren met een staf de asse. Zy zijn ook zeer genegen in ’t voor-zegginge van Vogelen, en hare Leermeesters in zulke agtinge by haar, dat zy menen, dat het leven en de dood, overvloed en honger, in hare magt staat; vele aanbidden eenige Wanschepzelen.

Die van Loango laten hun besnijden ter eere van hun Afgod.Die vanLoangokomen, aanbidden Afgoden en worden besneden in ’t gezigt, aan weder zijde van de slaaf van ’t hoofd, over de waan en aan ’t kin, met twe en drie sneden, eenige aan eene zijde des wangs, ter eere van haren Afgod; andere hebben rozen en starren, door middel van Kruid gebrand, op ’t gezigte.

Een Dogter die gebrand was over ’t lighaam.Ik heb zelfs gezien een Dogter van hare Oudste, of liever Kapitein, en zo andere willen Koning; die van de hals af rondom het lighaam van ’t Schamelijke dele, tot aan de nagels van de tonen, in een zeer[107]aardig figuur gebrand was, zonder eenige de minste fout in de figuren aan ’t lighaam te vinden: Diens Vader zelfs over eenige duizenden Menschen magt en bevel had, dienende voor een Huis-Slavin by een Christen, opZuriname, dog wierd in die opzigt redelijker als andere Slaven gehandelt.

Op wat maniere de Ambagtsman zijn Afgod verzoend.Yder Ambagtsman verzoend zijnen Afgod met zulke dingen die zijn Ambagt aangaan; op de Dood van hare Vrienden doodenze Geiten ter eere van hare Afgoden, en houden verscheide Maaltijden ter gedagtenisse van de overledene. In de Goden-dienste hebben deze inZurinamegeen publijke Vergaderinge, ook zijn zy verscheiden in hare gevoelens inAfrika, daar zy van daan komen.

Afgod te Kenga.TeKenga, Zee-haven vanLoango, daar word van een Oude Vrouw eenen Afgod bewaard, de welke eens des Jaars met grote plegtigheid en Feest-houdinge, vereerd word.

Te Morumba.En teMorumbadertig mijlen Noord-waard, worden Jongens besworen om dezen Afgod te dienen, wordende in gewijd met harde Spijze en tien dagen stil swijgens, neffens onthoudinge van zekere Spijs, en een snee in hare schouwderen. En anderen een yder Man zijnen bezonderen Afgod.

Te Congo aanbidden zy Wanschepzelen.TeCongoaanbidden zy eenige Wanschepzelen. De Vrouwen zijn mede omwonden met Koralen aan de armen en benen, voor die niet in ’t Veld arbeiden; en de Mannen dragen Kristalle baggen in de ooren en eenige in de onder lip.

’t Kwaad wijten zy de Duivel.Als haar iets over komt of kwaad wedervaart, weten zy de Duivel te noemen en voor kwaad aan te schelden; welke hare loze Leermeesters, dat onwetende Volk vertonen in een swarte gruwlijke gedaante, zomtijds van een swarte Hond, zomtijds een afschuwelijke Padde; konsacrerende deze haren Afgod de[108]eerste teug, van spijs en drank; indien zy haar zelven met Kalk bestrijken, zo meinenze dat ze haren God daar mede goede dienst doen. Zy hebben zekere Bomen in grote agtinge, met de zelve beraad slaande als met Orakelen; aanbidden zekere Vogel, welke vederen heeft gelijk Sterren; deTonijnis een Heilige Vis by haar die men niet mag aanraken: Zy maken ook Goden van Stroo, om den gestorvenen in de andere Wereld gezelschap te houden, hem begravende, word hy overeinde op zijn voeten gesteld, met een staf in de hand; en indien ’t een groot Perzonagie is, een vat met Melk by hem: Hoe wel men meent dat zy niet anders als om kwaad te doen genegen zijn, zo werden zy nogtans met geweld, door vreze getempt, om het goede te ondergaan.

Dit kool Swarte Volk vermaakt zig ook met verscheide gedaanten, om zig hier en daar in de huid te snijden; pogende malkander in verscheidenheid van wezen te overtreffen, daar van eenige Duivel-bannersVoorval van de Schrijver en zijn Vriend aan een Neger bespeurd over het onweer.zijn. Een Vriend en ik hadden ons op zekeren tijd Land-waard in, zijnde onder een Boom, begeven, om de storm van Donder en Regen te ontgaan, die doe ter tijd geweldig was; eenNegerstond gedurig by ons bevende als een loof, ligtende nu en dan zijn handen op na den Hemel, en ik weet niet met wat voor woorden, den een of anderen Duivel of Bullebak aansprekende; en daar op, als wy ’er het alderminst op verdagt waren, sprong voor den dag als een dol Mensch, en rukte een lang Mes uit de gordel zijner bladeren, swaaijende het zelve 7. ofte 8. malen om ’t hoofd, hebbende nog eenige andere kuren daar mede gemaakt, stak het wederom op, kuste de vogtige aarde driemaal en rees vrolijk weder op; zonder ons eenige verschrikkinge aan te brengen, rustende het onweder van zijne Donderslagen.[109]

Op wat maniere zy de Cassave wortel toemaken en eeten;’t Brood zo by deIndianenenNegers, word bereid en gegeten, het zelve word gemaakt van de Wortel van de BoomCassavegeheten; deze Boom groeid gemeenlijk ter hoogte van vijf tot zes voeten, zijnde byna van blad als een Essen-boom, dewortelis tamelijk in substantie, van alles de Rammilas gelijkende, en ’t gene daar eigentlijk het Brood van bereid word; het welk zy op een steen of hout raspen in manier van een breede vijl, hebbende daar toe geen Mortieren om ’t te stoten, daar na leggen zy ’t geraspte in een grote tene draai korf; naar de voorsz. geraspte Vrugt wel uitgeparst te hebben, laten zy dat drogen; nagaans weken zy het wederom in ’t water en maken dan een Deeg hier van, ’t welk zy op een grote platte steen of yzere plaat voor ’t vuur uitgespreid leggen, en de gelijkheid van zeer dunne koeken geven; aldus bereid zijnde konnen die koeken wel drie à vier Jaren, op een droge plaats leggende, goed blijven. De vogt uit deze wortelen geperst is een zeer groot en sterk vergift, gelijk men heeft ondervonden als de Honden daar van drinken, zo aanstonds sterven. Dat nat word egter van haar bewaart en metAtty, dat is haar Landze Peper, gekookt tot een bekwame Drank; in den aard is deze vogt Zuiker-zoet en zeer aangenaam van smaak.

de zelve is ook goed van smaak.Dit is dun gebakken zijnde nog al smaaklijk, maar men kan wel oordele zo voedzaam niet te zijn als Weite Brood; daar nogtans vele Christenen meer werk van maken als van witte Brood, na het gebruik, zo word het ook zagter of harder, dikker ofte dun gebakken.

Zijnde egter het Weite Meel om 2. à 2½. stuiver ’t pond dikwils te koop, wijl het deEngelschevan de andere Eilanden aldaar genoegzaam brengen; werdende in ’t gemeen niet als fijn Brood van een iegelijk[110]gegeten. Maar deIndianenenNegers, immer en altoos, gebruiken dit meergemeldeCassaveBrood, daar zy haar mede vergenoegen zonder na iets anders om te zien of te denken.

Haar Huis-raad is zelden meer als een Pan, een Schotel en een Dek-kleed des nagts; hun kost is haast klaar gemaakt, haast gegeten, haast verteert en haast beschreven, haar Tafel is de vaste grond; voorWat ze aan haar Gasten geven te eeten, en hoe de Spijs toe gemaakt werd.elk van hare Gasten leggenze een à tweCassavekoeken, beneffens een Lepel van hout met een Steel van een half el langte, en de Lepel is zelfs zo groot en wijd dat menze nauwelijks over gapen kan, daar zy de Bry,Tom; mede na de mond brengen; zommige hebben Vrugten, andere wederom niet; zommige hebben Vlees, andere niet; zommige brengen de Spijs voor zo swart als een kool, andere wederom zo wit als Melk; andere wederom groen, geel, blauw, rood, of anderzins na dat het de Kok in de zin komt.

Van de Dranken.De Drank, waar mede de Slaven haar vervrolijken, werdDram,Kil-Duivelof anders gezegtDuivels-dood, genoemt; welke men de Kanne van twe Stoop voor 12. stuivers koopt. Deze gemeldeDram, werd van de vuiligheid van deLekkerofMelasjes, anders Zuiker-water, gedistileerd; waar dat zy haar na een swaren arbeid mede vrolijk maken, zo met Danssen, Springen, Trommelen, met toe doen van veel wonderlijke gebeerden, dat haar niet ligt vervelen zal, schoon zy sweten dat het nat haar van ’t naakte Lighaam afloopt; waar toe zy haar ook verzieren, van figuurlijk, met rode Verf op haar Lighaam te Schilderen, als mede haar met Koralen om de hals en armen omwinden en op ’t beste fraai maken. Het staat ook vry, buiten het regt van overtredinge, zommig werk op Feest-dagen te beneerstigen;[111]haar Goden-dienst verbied, niemant by haar het Water te verleiden; Vogelen lagen te leggen, Bomen of te branden; een heining om zijn Land te vlegten; en de korrende Kudden in varsse Stromen af te spoelen; woelende diervoege mede om strijd, om haar Graf-Altaar, van Takken by een te stuwen, en tot op een grote hoop te vullen.

Drank die de Engel Gabriël bereid heeft, zo de Mooren zeggen.DeMoorenbereiden een Drank van swarte Besien, en, zo zy zeggen, gezond, als afdrijvende alle swaargeestigheid en vrolijkheid makende; dog niet zo zeer daarom geprezen, als om dat het naar haar voorgeven de eerste maal toe gemaakt is by den EngelGabriël, om daar door het vervalle menschelijk Geslagt weder op te wekken; alzo het zeer goed is om deVenusgaande te maken.

Over de Maaltijd zijn ’t de vrolijkste Gezellen die ’er mogen gevonden worden, eetende en drinkende graag, daar over niet krakeelagtig, als zig wel wetende na de Spijs en Drank te voegen, en dan voornamentlijk wanneer zy Vrouwen, ik meen gemene Vrouwen, by haar hebben.

Straffe die aan de Negers werd gedaan over hun baldadigheid.Ik zal hier nu mede ter neder stellen de baldadigheden van deNegers, die zy op de Plantagien zomtijds hebben uitgeregt, en de straffen die de zelve over de gedane feiten ontfangen. Wanneer nu de voorgemeldeNegershare werken niet willen doen, nog te gehoorzamen den gene die zy daar in onderworpen zijn, of als zy uit wraak eene van hare Maats met de vuist, uit al den hoop gegrepen en op de rug nederleggende, tegens een Steen-rots aan klist dat het spatte, en de vloer van bloed en etter drijft; krakende de swart bebloede beenders en schinkels, lillende tusschen zijn tanden het lauw ellendige vlees in zijn mond, brakende na weinig tijds de brokken, met de gedronkeneDramgemengt, ten kele uit. Indien[112]deze booswigten, ’t zy Mans of Vrouwen, het haar te laste leggende werk weigeren, zo werden zy met Sweep-slagen daar toe gedwongen.

Als wanneer zy eenig kwaad, buiten de straffe des doods, verdiend te hebben, (bedrijven) zo werd de zelve door order van de Meester, of ook wel door hem zelfs; gestraft; werdende de misdadige de handen met een touw te zamen gebonden, na boven aan een Boom opgetrokken (of over een Balk van ’t Huis op een zekere hoogte van de grond) en daar vast gemaakt zijnde, zo word hem 50. ponden op de grond staande aan de voeten vast gemaakt en die aan een gebonden, om daar door het slingeren en schoppen met de voeten te beletten; gehouden zijnde deze strenge straf nog geduldig te lijden, of ten minsten met wringen en naar schreuwen haar droevige ellend te beklagen; na dat egter alvoorns door zijn Meester de misslagen hem voor gehouden zijn, en gevraagt is of hy de zelve wil belijden, met redenen waarom hy zulks gedaan heeft, en na het zelve beleden te hebben, of door eenige harer Makkers overtuigt zijnde van de zulken foute; word hem eerst door de Meester of eenige Blanke Dienaren; en gevolglijk doorWerden met een sweep van Water-Pinans gevlogten zo geslagen dat ze geen Mensch gelijken.de Swarte Broeder-gezellen, zodanig met een Sweep (gevlogten van Water-Pinans, een zoort van zeer taai Riet met scherpe doornen) geslagen en gegezeld, dat hy eerder een gevilde of stroopte Hond gelijkende is, als een Mensch. En wanneer men bevind, dat zy door aangedronge pijne zo kwaadaardig zijn, dat zy zomtijds haar zoeken te stikken, wijl zy de kop in de borst zetten en de adem weten in te houden, daar by de tong dubbeld leggen, om door ’t stikken haar het leven te benemen, in deze rampzalige straffe zo neemt, tot voorkominge van ’t zelve te benemen, een stuk brand-hout en stoot haar dat voor de[113]tanden, zo dat haar de lippen dikker schroeijen als die dog anders zijn, zo dat zy adem-halen, en als wanneer men oordeeld haar genoeg gekastijd te hebben, los gelaten zijnde, dat die lapperige stukkende huit met een scherp zuur van Lamoen-zap, met pulver gemengt zijnde, gewreven, dat de vorige elendige pijne moet vermeerderen voor een korte wijl, strekkende verders tot etteringe en gehele genezinge der wonden; blijvende dog de tekens daar van, als de Brand-merken, haar om ’t lijf.

Verdere straffen aan de zelve over het weg lopen.En zo de zelve wel in ’t Bos lopen om haar eenige weken van ’t werk te bevrijden; na dat menze wederom bekomen heeft, zo snijd men voor de eerste maal de hak-senuw uit; en by een twede fout, als iets verders willende, zo rezolveerd men haar het regter been af te zetten, om het weg lopen te beletten; in ’t welke ik zelfs oog-getuige ben geweest, dat zy dusdanig gestraft wierden. Alzo het een Volk is onmogelijk zonder slagen en straffen te konnen regeren, dog zo moet men nog daar wel zeer voorzigtig in zijn, dat ze niet onschuldig gestraft worden; dan men exempelen heeft, dat men zulke onregte straffe heeft zien wreken, aan de Meester of die des zelfs plaats is reprezenterende, dat zy schuldig zijnde by overtuiginge niet zullen doen; dog men liever hadde dat nooit gene straffen en behoorde te geschieden, schoon tusschen de Slaven mede zeer veel onderscheid van humeur is, meerder als onder de Christenen; edog goed en kwaad, sterke en swakken; hoewel in ’t algemeen onder de Slaven veel kwaadaardiger Menschen, die ook tegelijk heel sterk worden gevonden, en nootzakelijk door de straffe moeten in getoomt worden, en gedwongen tot goedwilligheid.

Ordere die gegeven is van de Heer Gouverneur en Raden indien een Slaaf tegens zijn Meester, enz. komt op te staan.Daarom by de Heer Gouverneur en Raden is geordonneert, zo wanneer een Slaaf tegens zijn Meester,[114]denNegerOfficier, Chirurgijn, Timmerman of Molen-Knegt, enz. of eenige Christen, tot presumtie van de dood, by dreiginge of door eenig vergift, in wrake komt op te staan, men gehouden is het zelve aan de Heer Fiskaal aan te brengen, op zekere pœne daar toe staande, om als dan daar over gestraft te worden nabehoren, door den Rigter dier Plaats. Uit reden van deze strenge wet en dees voorgevalle exempelare straffen, hoord men nu weinig van zulke harde ongelukken, nogte eenige dreigende voornemens en tumulte op de Plantagies; te meer, alzo zy meest onder malkanderen oneens zijn, en den een den anderen verdagt zijnde, de Meester aanbrengen, en door dien het Land Bos en Water-agtig in de Woestijne is, hebben zy geen de minste gelegentheid om uit de Colonie, in een ander Gewest, te konnen vlugten, zo dat zy worden, na verloop van eenige tijd in ’t Bos geweest te zijn, voor ’t meerder gedeelte wederom gevangen; ontfangende hier over de straffe als voren gezegt is.

Jagt die op de zelve wel gedaan werd.Daar word, door andereNegersenIndianen, wel een Jagt in ’t Bos gedaan, in zekere tijde des Jaars om de weg gelopene te vangen; of word ook wel door particuliere Jagers van de Meesters gedaan, die om Wild, in de eenzame Wouden gaan dwalen.

De weggelopene Slaven kiezen een tot Hoofd over hun alle uit en bouwen Hutten.Wanneer het gebeurt dat een groot gedeelte Slaven van zommige Plantagien zijn weg gelopen, zo hokken ze by malkanderen en maken een t’ zamenwoning, levende als dan van de Jagt en Aard-vrugten die ze Planten. Een van de bekwaamste verkiezenze tot Hoofd over hun, aan wienze alle onderdanigheid dan schuldig zijn; dit verrigt hebbende bouwenze Hutten om daar in te wonen. De naast gelegene Plantagien hebben veel tijds grote overlast van haar, nadien zy de Slaven, die in de Bosschen te[115]verre afgedwaalt zijn, gevangen nemen; wanneerze dan niet goedwillig willen mede gaan, dwingen zy de zelve daar wel toe, en doen die dan als Slaven by hun wonen.

Indien deze weg-gelopene Slaven al te grote baldadigheid uit regten, zo werd (door ordre van de Heer Gouverneur) vanParamariboeenige Soldaten en Burgers, verzeld met een partyNegersdie haar moeten oppassen, de RivierZurinameopgezonden, om deze rebellen zo ’t mogelijk is gevangen te krijgen: Zomtijds gebeurt het wel dat ze wat opdoen, en ook dat ze wel onverrigter zaken moeten te rug keeren; zo het dan gebeurt dat eenige van de zelve gevangentlijk werden mede gevoerd, zo zijn de Slaven door ’t gehele Land gans bevreest, want d’ een zegt zulks d’ ander voort, en als de reis vrugteloos uit valt, dan zijn ze weder veel trotzer.

Togt der Nederlanders op de Slaven.Voor de laastemaal, dat deNederlanderseen togt op de weg-gelopene Slaven deden, haddenze een goede overwinninge; want de Rivier opgevaren zijnde tot aan deBlauwe Berg, aan Land getreden zijnde, gingen zy de zelve over; een Gids was by haar die de weg na de Swarten toe wel wiste, (zomtijds gebeurt het wel dat ze door een Gids, die zeid dat hy de weg niet weet, of wel de verkeerde met willens wijst, werden bedrogen en de reis vrugteloos afloopt,) als zy ’er nu na ’t zeggen van de Gids ontrent by waren, zo hieldenze halte om niet ondekt te werden, en haar d’ aanstaande nagt te overvallen; ’s avonds doe het donker was gingen zy in stilte al voort en kwamen ’er ’s nagts; waar op deNederlandersaanstonds allarm maakten, zo dat het Dorp geheel in oproer raakte. De Swarten hoopten haar terstond by een voor ’t Huis van den Opperhoofd, dat een heel groot Gebouw was, om te zien van wat voor Vyanden zy overvallen[116]wierden; zo ras als de Blanke zagen dat het tijd was gaven zy vuur, waar door een party Swarten gekwetst wierden en de overige vreeslijk verschrikten, dog uit wanhoop stelden zy hun lustig te weer, door dien zy ook van Schiet-geweer voorzien waren, en het zelve van haar groot Woon-huis na beneden afschoten; wijders hadden zy ook Houwers, Kap-messen en Bijlen, ’t geen ze in ’t weg lopen mede namen. Eindelijk kozen de Swarten, om dat ze te kort schoten, ’t Hazepat; een groot gedeelte wierd gevangenVinden veel voorraad in ’t Huis van haar Overste.naParamaribogebragt. Zo ras als de Blanke meester van d’ Overste zijn Huis waren geworden, zagen zy alles nauwkeurig deur, bevonden in ’t zelve en in andere Woningen wel voor drie Jaren Spijze; want daar lagen hele hopen van deTurkscheTarw of Maïs; doe ze haar wat hersteld en uitgerust hadden, staken zy alle deze Woningen in de brand, en vertrokken weder naParamaribo. Men zegt dat deze Slaven, te weten de Mans, al over de agt hondert sterk waren, buiten de Vrouwen en Kinderen; de Blanke maakten met hun allen tagtig Man uit. Deze weg gelopene hadden hier zo lang gewoond, dat ze al getrouwde Kinders, die van haar leven geen Blanke gezien hadden; na dit voorval was ’er een grote verslagentheid onder al de Slaven inZuriname.

Naderhand is ’t gebeurt dat dit voorval in de vergeteltheid kwam, en de Slaven die weg-gelopen waren zig weer te zamen rotten, begonden wederom alle moet willigheid te bedrijven: Zo is ’er ook een partyParamariboscheBurgers en Planters op uitgeweest om ze te ondekken, maar ’t ongeluk wilde dat ’er niets opgedaan wierd; de Slaven zulks te weten gekomen zijnde, waren hier over zo trots, dat indien zy niet al te wel van haar Meester of Vrouw bejegend wierden, terstond dreigden om weg te lopen.[117]

Gelijk gebeurd is van zekere Slaaf, die van zijn Meester teParamaribowas weg-gelopen, en ’s nagts de stoutigheid nog durfde gebruiken, om binnen voorsz. Plaats by zijn aanhangers te verschijnen; de Meester hier van verwittigt zijnde, liet vier Mannen op hem passen met goede Houwers voorzien, want hy droeg ook een by zig: Hy zijn gang gaande als voorheen, wierd eindelijk overrast; hier viel een scherp gevegt voor,maar veel Honden der Hazen dood zijnde, wierd hy gevangen genomen, en was zo vreeslijk gekwetst, dat zijn Meester wanhoopte ontrent zijn genezinge, gaf hem om dies wille over aan ’t Geregt, op dat hy straf ontfangen zou tot spiegel van andere. Zijn Sententie wierd gemaakt, als dat hy levendig zou gevierendeeld werden en de stukken in de Rivier gesmeten; hy wierd dan losbandig op de aarde neder gelegt, zijn hoofd op een lange balk, d’ eerste slag die hy in de benede buik kreeg, deed al zijn water uit de blaas barsten, zonder dat hy het minste geluit gaf en zag ’er zelf nog na; de twede slag met de Bijl die wou hy met de hand afkeren, maar den hand en de boven buik wierden door gehouwen, nog al zonder geluid; de Slaven en Slavinnen hier over lachende, zeiden tegens malkanderen dat is een Man! eindelijk de derde slag op ’t borst en hert deed hem de dood, zijn hoofd wierd afgehouwen, ’t lighaam vorders in vier stukken, en in de Rivier geworpen. Deze Volkeren makende over het sterven weinig ja geen swarigheid, zeggende dat zy na deBakkerare, dat is,Hollandershaar Land gaan, en na eenige tijd als een Blanke wederom keeren tot hare Broeders; dan, zy stellen ook vast de Blanke ook hare voorgaande Geslagt en Broederen zijn, voor zo verre als die uitEuropamet de Schepen daar komen.[118]

Om dan de kwaadaardigheid van de Slaven voor te komen, is ’er een gebod uitgegaan over de gehele Land-streek, dat elk Planter zal gehouden wezen by zijn by hebbende bedienden, zo veel nog te ontbieden, dat tegens yder twintig Slaven een Blanke zal wezen, ’t welk nu in ’t werk gesteld werd. Eer ik tot het verhandeling harer Dooden zal overgaan, moet ik nog hier iets zeldzaams verhalen.

Voornemen van een Blanke Neger Officier om zig als Koning over Zuriname op te werpen.Een zekere Perzoon, zijnde een BlankeNegerOfficier, kreeg een voornemen in ’t hoofd, om zig als Koning over geheelZurinameop te werpen: Om dit uit te voeren, maakte hy een heimelijk verstand met de Slaven van zijn Plantagie, dat ze hem hier in zouden behulpzaam wezen, en deed haar grote beloften; mits dat zy zulks aan de Slaven op alle Plantagien zouden bekend maken, wat hy voor had; ’t welk was, om op een nagt alle Blanke dood te slaan, zo wel aanParamariboals op de Plantagien. De Slaven beloofden hem alles na te komen, maakten het hun mede Makkers, te weten de voornaamste van yder Plantagie, bekend; deze om geen gevaar te lopen, vreesden de aanslag te wagen, ontzeiden haar dit voorstel. Waar over de t’ zamen-gesworene verlegen wierden, en dursten ’t haarNegerOfficier niet bekend maken hoe ze gevaren waren, dog zeiden hem al ’t geen hy liefst wou horen. Hy bleef dan nog in die voornemens van ’t zelve uit te voeren, niet anders wetende of de zaken gingen regt. Als nu die ongelukkige nagt verscheen, waar in hy zijn opzet zou aanvangen, (zo hy niet anders meende) was met de Slaven in ’t Veld gegaan om zijn laaste besluit te nemen; maar zy, die een zamen swering tegens hem gemaakt hadden, namen hem gevangen, bonden hem handen en voeten, brogten hem voorts by zijn Meester, en deden haar beklag tegen de zelve.[119]De Meester alles overwegende, wierd te rade hem naParamaribote brengen, en aldaar te verklagen, vrezende dat ’er zulke voornemens meer mogten groeijen; hy wierde dan geregt en tot een spiegel Opgehangen.

Op hoedanigen maniere de Swarten hare Dooden begraven en verdere Ceremonien.Indien een van de Swarten koomt te sterven, werden ook alle hare Vrienden en Bekenden ontboden, om over de Overledene rouw te helpen bedrijven; schreijende en kermen deerlijk, zonder ophouden, zo lang de Doode niet begraven is, en gewoon des Duivels lof te zingen; eenige huuren Vrouwen, die den tijd van zes Maanden alle dagen drie maal over hun Doode huilen. Een Dood-kist van Planken gemaakt zijnde, word hy daar ingelegt op eenigeBannannesbladeren, in plaats van stroo, neffens een à twe ellenOssenabrugsLijnwaat, een Brood, Scheermes, en eenige Koralen onder zijn hoofd gelegt, waar op hy na het Graf gedragen en begraven word. In ’t Graf gesteld zijnde, word dan een Schotel zoppe, met een Haan gekookt, boven op zijn Graft gegoten, op dat die Doode, heen en weder wandelende, dorst, honger en koude lijden, en hy na deze mogte komen te verrijzen, daar van eeten kan, als mede het andere goed tot zijn gebruik kan strekken; en de Haan hem waarschouwe de tijd zijn ’er verrijzenisse. Wanneer hem eenige redenen, waarom hy gestorven is, afgevraagt zijnde, en niet en antwoord, om dat een Doode niet en spreekt maar stil leid; zo gaan zy alle in een ronde kring eenige malen, onder ’t roepen en kermen, om het Graf; en dan wederom te rug na haar gewezene sterf Hutte of Woning, al weenende en zugtende, zo prats ziende als een Kat die het krollen aanhing, tot dat de Spijze en hare Maaltijden bereid zijn, die zy aanregten in een houten Bak met Zop of liever Bry, by haarTrasgenaamt, en een Schotel[120]TeyerenTeyerbladeren; neffens eenige andere Kruiden by een stukje zoute Vlees, of eenig ander Wild, of Vis, by haar gevangen, met een lange zop gestooft, of ordinaar watRoomscheTarwe of Milie, die zy stampen en koken; gevolglijk tot een Spijze bereiden in manier als witte Pap, dat by haarTom,Tom, genaamt word; en nog eenige aard Vrugten. Andere houwen het Vlees aan stukken en steken het nog lillende aan ’t Spit, daar na trekkens het lijf uit, in ’t Gras leggende bankettere van ’t vette Wild-braad, en zetten ’er een dronkMelasjes, of Zyroop met water gedunt tot een bekwaam zoet en spoeling der dermen; of een zekereIndiaanscheDrank, ook wel de sterkeKil-duivelofDuivels-dood, waar mede zy lustig Gastereren, zig verheugende drie, zes en ook zomtijds twaalf Maanden. Na dit afsterven doen zy, ter eere van den zelven Overledene, wederom een Maaltijd, om haar het vorige wederom indagtig te brengen, Offeren de eerste beet aan deZon; dan beginnenze van haar verdoolde Makkers te spreken, en twijffelen tusschen hoop en vrees, of die levendig of dood zijn. Zy alle hebben het gevoelen vanPythagoras, nopende de verhuizinge van de Ziel van ’t eene Lighaam in ’t ander; en dat zy als zy komen te sterven herboorn zullen worden, in middels naEuropagaan, en wederkeeren in haar Vaderland, op het gezang van de rijke Dogter deZon, die binnen het pragtige gewelft haar ruizendesprelby nagt door de fijne stoffe schied.

Dit werd ook wel van haar gebruikt, dat, zo eer de Doode met aarde bedekt is, eenige van de zelve dan gaan om Takjes vanLemmetjesBomen te plukken, en steken die boven de Doode in de grond en laten dat zo wassen: Als dit gedaan is, zo danssenze al drinkende rondom het Graf, zingende de deugden[121]van de Overledene: DeDramwerd van haar Meester daar toe gegeven; als ze haar lang genoeg vermaakt hebben, zo gaat elk, gelijk hy gekomen is, weer na Huis.

Tot vermaak van de Lezer zullen we, tot besluit van dit Hooft-Deel, hier iets ter nederstellen aangaande de Spraak der Swarten, zo ze van haar op deZurinaamscheKust gesproken werd, dewijl haar eigen Moeder-taal niet te verstaan is. Maar om dat d’Engelschendeze Colonie lange tijd hebben bezeten, (gelijk voren gewag gemaakt is,) zo hebbenze dier zelver Spraak meest geleerd; dog om dat ’erNegerzewoorden onder lopen, zo werd hetNeger-Engelsgenoemt; gelijk blijkt uit dit na-volgende.

Spraak der Negers.

Oudy.Goedendag.Oe fasje jou tem?Hoe vaarje al?My bon.Al wel.Jou bon toe?Vaarje ook wel?Ay.Ja.My belle wel.Ik vaar heel wel.Jou wantje sie don pinkinine?Wilje een beetje zitten gaan?Jie no draei?Hebje geen dorst?Ay mie wanto drinkje.Ja my lust wel drinken.Grande dankje no ver mie.Groten dank niet voor my.Jo wantje smoke Pipe Tobakke?Wilje niet een Pijp Tabak roken?Jo wantje loeke mie jary?Wilje mijn Tuin reis zien?Loeke mie Druije se hausum?Zie mijn Druiven hoe mooi zijn ze?Mie jary no grandebon?Is mijn Tuin niet goed?Ay hantsum fo trou.Ja ze is heel mooi.Jo wantje gaen wakke lange mie?Wilje met my uitgaan?Oe plasje joe wil gaen?Waar wilje gaan?[122]Mie wil gaen na Watre-zy.Ik wil na de Water-kant gaan.Oe tem wie wil gaen na Riba?Wanneer wille wy de Rivier op-varen.Oe plesje tem.Wat tijd het u belieft.

Een ander Zamen-Spraak.

Mie Misisi take joe oudy.Mijn Vrouw laat je goedendag zeggen.Akesi of joe tan an house?En vraagt of je t’ Huis zult blijven?à Wilkom loeke joe na agter dina tem.Ze wilje t’ agtermiddag komen bezoeken.No mie ben benakase ta entre ples à reddi wen.Neen ik heb al by een ander late vragen of ’t haar beliefde dat ik zou komen.As hem ples hem kom te maare.Als ’t haar belieft zo kan ze morgen komen.Oe som bady Mastre vor joe?Wie is jou Meester?Oe fasse nam vor joe Mastre?Hoe heet jou Meester?Oe fasse kase joe Misisi?Hoe heet jou Vrouw?Oe plesse jo liewy?Waar woonje?Klosse byna Forte.Digt by ’t Fort.Jie no love mie moore.Je hebt my niet meer lief.Je wantje sliepe lange mie?Wilje niet by my slape?No mie no wantje.Neen ik wil niet.Jie no bon.Jy bent niet goed.Jie monbie toe moussie.Jy bent te gierig.Kom bosse mie wantem.Kom zoen my reis.

Tot Na-geregt.

Na tappe.Om hoog.Na bie laeu.Om laag.Zon komotte.De Zon komt op.[123]Zon gaeud on.De Zon gaat onder.Santje.Een ding, en al wat voor haar niet te noemen of zeldzaam is.Kaba.Gedaan.Hause.Een Huis.Tappe.Het Dak.Tappe windels.Doet de Vensters toe.Ope windels.Doet de Vensters open.Ver wate jie no ope windels?Waarom doe je de Vensters niet open?

Om de Lezer, niet te lang, met deze stoffe op te houden, dewijl al te veel walgzaam is; zo zullen we overgaan tot deIndianen, die de ColonieZurinameuit den eersten Oorsprong, als eigen Land-aard hebben bewoond.

[124]


Back to IndexNext