INHOUD.

INHOUD.BLZ.Zonnetje en haar broeders en zusters1De Wonderbron10Meerminnen29Knopje56De geschiedenis van de Bloem94Bruintje en de Prinses125Koning Vorst en hoe de Toovernimfen hem overwonnen160Meiklokje en Distelpluis of de Schoone Slaapster176Kabbeltje de Waternimf200Eva’s bezoek aan het Tooverland216Koningin Aster237Bij P. N. VAN KAMPEN & ZOON teAmsterdamverscheen mede:LOUISE M. ALCOTT,VERTELSELBOEKVANTANTE JO.Geïllustreerd.ƒ 0.90; GEBONDEN ƒ 1.25.Van dezeBLOEMENSPROOKJES VANLOUISE M. ALCOTTschreef MevrouwNellie van Kolin haar blad „De Vrouw” (6e Jaarg., No. 19):„Proefstuk—meesterstuk!Ziehier sprookjes, zooals zij alleen geschreven konden worden door een veelbelovend, onschuldig meisje van zestien jaren, half kind nog en frisch als morgendauw; een meisje waarin de rijke fantasie stak der aanstaande Louisa Alcott, en waarin het groote hart sluimerde der toekomstige „tante Jo.”’t Zijn natuurlijk tendenz-sprookjes, omdat wij op de grens der 20ste eeuw geen sprookjes zonder tendenz meer kunnen dichten; maar die tendenz stroomt er uit als zachte geur uit een rozenkelk. Ze hoort er bij, ze is er de poëzie van. Overigens zijn ze naïef als het allerechtste oersprookje, dartel als de wind, speelsch als jong gedierte, mooi als lentebloesem. Met den dollen, maar lieven overmoed der lachende zestien jaren, maakt Louisa Alcott zich klein—klein als de elfjes, die in bloemen wonen; schept zij zich een heelalletje zoo eng als een bloemperk en zoo wijd als de hemel tevens, en regeert dat met lieflachende, zachtschaterende nimfenwetjes, volgens welke alles terechtkomt, terecht komen moet,—omdat die wetjes van liefde en goedwillen even sterk en onontkoombaar zijn als die van zwaarte en aantrekking. Om regel van wetenschap en ervaring bekommert de lachende Louisa zich niet, en toch maakt zij geen oogenblik den indruk van te zondigen tegen mogelijkheid of waarschijnlijkheid, omdat hare poëzie zoo door-en-door kinderlijk en hare fantasie zoo krachtig scheppend is.’t Is het liefelijkste wat mij in langen tijd in handen viel; en deze sprookjes van het levenslustige kind, dat ze uitschaterde omdat ze niet anders kon, verdienen eene eereplaats naast de diepzinnige, dikwijs zoo innig weemoedige sprookjes van den Deen (Andersen), die leed als een onbegrepen en teleurgesteld mensch, en zijn nood uitklaagde als een kind.Oorspronkelijke rug.Oorspronkelijke achterkant.ColofonBeschikbaarheidDit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van deProject Gutenberg Licentiebij dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam opwww.pgdp.net.Vertaling vanFlower Fables, beschikbaar in Project Gutenberg als eboek163.CoderingDit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.Documentgeschiedenis2016-07-02 Begonnen.Externe ReferentiesDit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.VerbeteringenDe volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:BladzijdeBronVerbetering8ApilApril11,223[Niet in bron],15bioemenbloemen20,21,32,40,48,92,184,188[Niet in bron]”39...40,52,60,110,133,146,234[Niet in bron]„88sliltestilte95vermakeuvermaken96zelveuzelven103hongedoodhongerdood113zeifszelfs117antwoordeantwoordde131Van daagVandaag141IIk146’tu’t u155,157als’tals ’t158winterkoningjeswinterkoninkjes159rechtvvaardigrechtvaardig170weerstandweêrstand179regendroppolsregendroppels179DisselpluisDistelpluis181eneen183EnEen191MeikolkjeMeiklokje192”[Verwijderd]197romdomrondom201dikwijisdikwijls209zijnzij217boterploempjeboterbloempje220.,234[Niet in bron]””243,[Verwijderd]246afkeeringafkeerig

INHOUD.BLZ.Zonnetje en haar broeders en zusters1De Wonderbron10Meerminnen29Knopje56De geschiedenis van de Bloem94Bruintje en de Prinses125Koning Vorst en hoe de Toovernimfen hem overwonnen160Meiklokje en Distelpluis of de Schoone Slaapster176Kabbeltje de Waternimf200Eva’s bezoek aan het Tooverland216Koningin Aster237

INHOUD.BLZ.Zonnetje en haar broeders en zusters1De Wonderbron10Meerminnen29Knopje56De geschiedenis van de Bloem94Bruintje en de Prinses125Koning Vorst en hoe de Toovernimfen hem overwonnen160Meiklokje en Distelpluis of de Schoone Slaapster176Kabbeltje de Waternimf200Eva’s bezoek aan het Tooverland216Koningin Aster237

Bij P. N. VAN KAMPEN & ZOON teAmsterdamverscheen mede:LOUISE M. ALCOTT,VERTELSELBOEKVANTANTE JO.Geïllustreerd.ƒ 0.90; GEBONDEN ƒ 1.25.

Bij P. N. VAN KAMPEN & ZOON teAmsterdamverscheen mede:LOUISE M. ALCOTT,VERTELSELBOEKVANTANTE JO.Geïllustreerd.ƒ 0.90; GEBONDEN ƒ 1.25.

Bij P. N. VAN KAMPEN & ZOON teAmsterdamverscheen mede:

LOUISE M. ALCOTT,

VERTELSELBOEK

VAN

TANTE JO.

Geïllustreerd.

ƒ 0.90; GEBONDEN ƒ 1.25.

Van dezeBLOEMENSPROOKJES VANLOUISE M. ALCOTTschreef MevrouwNellie van Kolin haar blad „De Vrouw” (6e Jaarg., No. 19):„Proefstuk—meesterstuk!Ziehier sprookjes, zooals zij alleen geschreven konden worden door een veelbelovend, onschuldig meisje van zestien jaren, half kind nog en frisch als morgendauw; een meisje waarin de rijke fantasie stak der aanstaande Louisa Alcott, en waarin het groote hart sluimerde der toekomstige „tante Jo.”’t Zijn natuurlijk tendenz-sprookjes, omdat wij op de grens der 20ste eeuw geen sprookjes zonder tendenz meer kunnen dichten; maar die tendenz stroomt er uit als zachte geur uit een rozenkelk. Ze hoort er bij, ze is er de poëzie van. Overigens zijn ze naïef als het allerechtste oersprookje, dartel als de wind, speelsch als jong gedierte, mooi als lentebloesem. Met den dollen, maar lieven overmoed der lachende zestien jaren, maakt Louisa Alcott zich klein—klein als de elfjes, die in bloemen wonen; schept zij zich een heelalletje zoo eng als een bloemperk en zoo wijd als de hemel tevens, en regeert dat met lieflachende, zachtschaterende nimfenwetjes, volgens welke alles terechtkomt, terecht komen moet,—omdat die wetjes van liefde en goedwillen even sterk en onontkoombaar zijn als die van zwaarte en aantrekking. Om regel van wetenschap en ervaring bekommert de lachende Louisa zich niet, en toch maakt zij geen oogenblik den indruk van te zondigen tegen mogelijkheid of waarschijnlijkheid, omdat hare poëzie zoo door-en-door kinderlijk en hare fantasie zoo krachtig scheppend is.’t Is het liefelijkste wat mij in langen tijd in handen viel; en deze sprookjes van het levenslustige kind, dat ze uitschaterde omdat ze niet anders kon, verdienen eene eereplaats naast de diepzinnige, dikwijs zoo innig weemoedige sprookjes van den Deen (Andersen), die leed als een onbegrepen en teleurgesteld mensch, en zijn nood uitklaagde als een kind.

Van dezeBLOEMENSPROOKJES VANLOUISE M. ALCOTTschreef MevrouwNellie van Kolin haar blad „De Vrouw” (6e Jaarg., No. 19):„Proefstuk—meesterstuk!Ziehier sprookjes, zooals zij alleen geschreven konden worden door een veelbelovend, onschuldig meisje van zestien jaren, half kind nog en frisch als morgendauw; een meisje waarin de rijke fantasie stak der aanstaande Louisa Alcott, en waarin het groote hart sluimerde der toekomstige „tante Jo.”’t Zijn natuurlijk tendenz-sprookjes, omdat wij op de grens der 20ste eeuw geen sprookjes zonder tendenz meer kunnen dichten; maar die tendenz stroomt er uit als zachte geur uit een rozenkelk. Ze hoort er bij, ze is er de poëzie van. Overigens zijn ze naïef als het allerechtste oersprookje, dartel als de wind, speelsch als jong gedierte, mooi als lentebloesem. Met den dollen, maar lieven overmoed der lachende zestien jaren, maakt Louisa Alcott zich klein—klein als de elfjes, die in bloemen wonen; schept zij zich een heelalletje zoo eng als een bloemperk en zoo wijd als de hemel tevens, en regeert dat met lieflachende, zachtschaterende nimfenwetjes, volgens welke alles terechtkomt, terecht komen moet,—omdat die wetjes van liefde en goedwillen even sterk en onontkoombaar zijn als die van zwaarte en aantrekking. Om regel van wetenschap en ervaring bekommert de lachende Louisa zich niet, en toch maakt zij geen oogenblik den indruk van te zondigen tegen mogelijkheid of waarschijnlijkheid, omdat hare poëzie zoo door-en-door kinderlijk en hare fantasie zoo krachtig scheppend is.’t Is het liefelijkste wat mij in langen tijd in handen viel; en deze sprookjes van het levenslustige kind, dat ze uitschaterde omdat ze niet anders kon, verdienen eene eereplaats naast de diepzinnige, dikwijs zoo innig weemoedige sprookjes van den Deen (Andersen), die leed als een onbegrepen en teleurgesteld mensch, en zijn nood uitklaagde als een kind.

Van dezeBLOEMENSPROOKJES VANLOUISE M. ALCOTTschreef MevrouwNellie van Kolin haar blad „De Vrouw” (6e Jaarg., No. 19):

„Proefstuk—meesterstuk!Ziehier sprookjes, zooals zij alleen geschreven konden worden door een veelbelovend, onschuldig meisje van zestien jaren, half kind nog en frisch als morgendauw; een meisje waarin de rijke fantasie stak der aanstaande Louisa Alcott, en waarin het groote hart sluimerde der toekomstige „tante Jo.”

’t Zijn natuurlijk tendenz-sprookjes, omdat wij op de grens der 20ste eeuw geen sprookjes zonder tendenz meer kunnen dichten; maar die tendenz stroomt er uit als zachte geur uit een rozenkelk. Ze hoort er bij, ze is er de poëzie van. Overigens zijn ze naïef als het allerechtste oersprookje, dartel als de wind, speelsch als jong gedierte, mooi als lentebloesem. Met den dollen, maar lieven overmoed der lachende zestien jaren, maakt Louisa Alcott zich klein—klein als de elfjes, die in bloemen wonen; schept zij zich een heelalletje zoo eng als een bloemperk en zoo wijd als de hemel tevens, en regeert dat met lieflachende, zachtschaterende nimfenwetjes, volgens welke alles terechtkomt, terecht komen moet,—omdat die wetjes van liefde en goedwillen even sterk en onontkoombaar zijn als die van zwaarte en aantrekking. Om regel van wetenschap en ervaring bekommert de lachende Louisa zich niet, en toch maakt zij geen oogenblik den indruk van te zondigen tegen mogelijkheid of waarschijnlijkheid, omdat hare poëzie zoo door-en-door kinderlijk en hare fantasie zoo krachtig scheppend is.’t Is het liefelijkste wat mij in langen tijd in handen viel; en deze sprookjes van het levenslustige kind, dat ze uitschaterde omdat ze niet anders kon, verdienen eene eereplaats naast de diepzinnige, dikwijs zoo innig weemoedige sprookjes van den Deen (Andersen), die leed als een onbegrepen en teleurgesteld mensch, en zijn nood uitklaagde als een kind.

Oorspronkelijke rug.Oorspronkelijke achterkant.

Oorspronkelijke rug.Oorspronkelijke achterkant.

Oorspronkelijke rug.

Oorspronkelijke achterkant.

ColofonBeschikbaarheidDit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van deProject Gutenberg Licentiebij dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam opwww.pgdp.net.Vertaling vanFlower Fables, beschikbaar in Project Gutenberg als eboek163.CoderingDit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.Documentgeschiedenis2016-07-02 Begonnen.Externe ReferentiesDit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.VerbeteringenDe volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:BladzijdeBronVerbetering8ApilApril11,223[Niet in bron],15bioemenbloemen20,21,32,40,48,92,184,188[Niet in bron]”39...40,52,60,110,133,146,234[Niet in bron]„88sliltestilte95vermakeuvermaken96zelveuzelven103hongedoodhongerdood113zeifszelfs117antwoordeantwoordde131Van daagVandaag141IIk146’tu’t u155,157als’tals ’t158winterkoningjeswinterkoninkjes159rechtvvaardigrechtvaardig170weerstandweêrstand179regendroppolsregendroppels179DisselpluisDistelpluis181eneen183EnEen191MeikolkjeMeiklokje192”[Verwijderd]197romdomrondom201dikwijisdikwijls209zijnzij217boterploempjeboterbloempje220.,234[Niet in bron]””243,[Verwijderd]246afkeeringafkeerig

Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van deProject Gutenberg Licentiebij dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.

Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam opwww.pgdp.net.

Vertaling vanFlower Fables, beschikbaar in Project Gutenberg als eboek163.

Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.

Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.

De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:


Back to IndexNext