De vrouwen van Amerika1.

De vrouwen van Amerika1.Met het vermoeden in Amerika alles anders te zullen vinden dan in Europa en er vooral een geheel ander, hooger ontwikkeld, meer begaafd, minder bekrompen soort vrouwen te zullen aantreffen, zette ik mijn voet op Amerikaanschen bodem. Thans na een 6 weken verblijf, waarin ik de gelegenheid had met vrouwen uit alle kringen en uit verschillende Staten in aanraking te komen, wil ik voor de lezers van hetMaandbladmijn indrukken wedergeven. Ik ben natuurlijk volstrekt niet overtuigd, dat deze indrukken niet na een langer verblijf alhier gewijzigd zullen worden, maar ik meen de leden van “Vrouwenkiesrecht” en de lezers van hetMaandbladgeen ondienst te doen, mijn eerste indrukken vast te boekstaven.Laat mij dan beginnen met te constateeren, dat ik de eerste weken in New-York en Boston in dit opzicht geheel teleurgesteld was. De enkele pioniers in de vrouwenbeweging, die ik ontmoette, stonden zoo hoogboven het gros der vrouwen, dat ik het gevoel kreeg, in de eerste halve eeuw zal hier van overbrugging dier klove geen sprake zijn. Verbeeldt U, lezers, dat ik den eersten Zondag in een damesgezelschap in New-York was, waar men den naam vanSusan Anthonyzelfs niet kende en waar Mrs.Carrie Chapman Cattals een “ridiculous woman who speaks at public meetings”2bekend stond.Dit waren de echte “Society women”, vrouwen die in de groote wereld van New-York den toon mede aangeven; die haar tijd besteden met zich eenige keeren daags in andere toiletten te steken; nooit ongedecolleteerd aan tafel verschijnen, zelfs al zijn zij zonder gasten; die de kerk elken Zondag bezoeken, doch met geen ander oogmerk als dat waarmede zij naar opera of ander publieke gelegenheid gaan, in hoofdzaak om te zien en gezien te worden; die haar kinderen laten opvoeden door dienstboden en ze niet meer dan een of twee keer daags zien; in ’t kort met een klasse van vrouwen, waarvan Amerika helaas een al te groot aantal bezit, vrouwen wier ouders gemakkelijk en snel rijk zijn geworden, van welken rijkdom de kinderen nu goeden sier maken. Van ontwikkeling, ware beschaving, fijn gevoel is bij haar geen sprake. Zij hebben veel gereisd en weten daardoor van het een en ander mede te praten. Zij lezen een courant en zijn daardoor op de hoogte van de sensationeele berichten, maar diepergaat hun kennis niet, meer belangstelling kan men bij hen niet wekken. Natuurlijk zijn deze vrouwen tegen vrouwenkiesrecht, waarover zij evenwel nooit nagedacht hebben, evenmin als over eenig ander ernstig onderwerp, en toen ik haar naar de reden vroeg, was het antwoord, dat zij tevreden waren met wat zij hadden. Van plichten tegenover de maatschappij, plichten tegenover de vrouwen, die minder financieel bevoorrecht zijn dan zij, hebben zij geen begrip.Reeds spoedig kwam ik in aanraking met een geheel ander soort vrouwen, vrouwen die men het best onder den naam “zwoegsters” kan samenvatten. Het waren de vrouwen en meisjes die in winkels, in kantoren, in telefoonbureaux, in ateliers enz. haar brood verdienen. Hieronder hoopte ik de vrouwen te vinden, die het leven ernstig opvatten, die een ideaal bezitten en daarnaar flink en energiek streven. Ja, dezulken waren er onder; flinke moedige strijdsters voor billijkheid en recht; vrouwen die na haar dagtaak elk vrij oogenblik besteden om haar vakgenooten te organiseeren, haar te ontwikkelen en haar levensstandaard te verhoogen. Maar die vrouwen kon men er bijna uitpikken, want moe en overspannen zagen zij er uit en van allen hoorde ik de verzuchting, dat het zoo’n hard werk was de vrouwenvakgenooten tot organisatie te brengen. Het was net als bij ons. De meeste meisjes werken tot zij een man vinden, en al werkende zoeken zij ijverig. Alles wat haar metmannen in aanraking kan brengen wekt haar belangstelling, daarbuiten zoo goed als niets. Toen ik vroeg, hoe het dan komt, dat zooveel gehuwde vrouwen in alle werkinrichtingen gevonden worden, kreeg ik tot antwoord, dat dit een natuurlijk gevolg was van het werken vóór het huwelijk. Wanneer de vrouwen eenmaal gewend zijn op eenigszins royale wijze, (de loonen zijn hier hoog) in eigen onderhoud te voorzien, dan valt het deerlijk af, wanneer zij na de wittebroodsweken ontwaren, dat manlief niet geneigd is, ook dikwijls niet in staat is, op diezelfde royale wijze aan de wenschen van vrouwlief te gemoet te komen. Het is dan dat zeer velen naast haar huiselijke plichten haar beroepstaak weder opvatten, maar door die dubbele taak zich te veel op de schouders laden, om ook nog belangstelling te kunnen hebben voor het maatschappelijk leven. Worden dezulken ook soms lid van de vakorganisatie, dan geschiedt dit met geen ander oogmerk dan daardoor persoonlijk voordeel te behalen. Van een hoogere levensopvatting meestal geen sprake.Dezelfde indrukken kreeg ik van de fabriekarbeidsters. Wel bestaan er voor al deze categoriën vrouwen vakvereenigingen, clubs en tehuizen, maar de vrouwen, die aan het hoofd dier vereenigingen staan en waarvan ik verscheiden sprak, verzekerden mij, dat zij allen financieel gesteund worden en moeten worden door de, laat mij ze noemen “bourgeoisvrouwen”, wilden zij niet ten onder gaan.Als oorzaak van deze lakschheid der “zwoegsters” gaven de leidsters mij bijna allen op, dat men de vrouwen die weinige belangstelling in hare organisaties niet al te euvel kan duiden, want de organisaties staan te machteloos, zij kunnen den leden te weinig voordeel aanbieden. De mannen met hun kiesrecht kunnen van de volksvertegenwoordigers alles gedaan krijgen wat zij verlangen, zoodra hun organisatie maar krachtig optreedt en scherp omlijnde eischen stelt. De weinige vrouwen die georganiseerd zijn, zijn dan ook allen warme voorstandsters van vrouwenkiesrecht en verwachten daarvan, mijns inziens terecht, alles goeds.En toch—Amerika biedt een groote verscheidenheid van vrouwen! Naast die weerzinwekkende, nietsdoende, alleen-voor-pleizier-maken-levende vrouwen uit de hooge kringen, vindt men er vrouwen van gering tot aanzienlijk—zelfs uit de hoogste kringen—die haar geheele leven wijden aan het maatschappelijk welzijn. In alle besturen van vereenigingen, die zulke doeleinden nastreven, kan men zeker zijn eenige vrouwennamen te vinden, die daarbij niet als uithangbord dienst doen, zooals in vele besturen van vereenigingen bij ons te lande, maar waarvan de draagsters een werkzaam aandeel nemen aan het te verrichten werk en in zoo’n bestuur dikwijls een overwegenden invloed uitoefenen.In alle mogelijke zaken, beroepen en bedrijven trof ik vrouwen, die daarin soms de hoogste posities bekleeden;aan het hoofd van een school voor jongens en meisjes van 16 tot 19 à 20 jaar stond een vrouw, terwijl de leerkrachten uit mannen en vrouwen bestonden; vrouwen overal aan den arbeid tusschen de mannen en soms als hun superieuren; allen vrouwen, die op waardige en bekwame wijze haar taak vervullen.Dieper ziende en verder reizende door Amerika kwam ik dan ook tot het besef: Ja, de Amerikaansche vrouwen, als een geheel genomen, zijn ons een geslacht, misschien wel eenige geslachten vooruit. Overal waar wij ons nog een plaats moeten veroveren, hebben zij reeds vasten voet.Hoe is dit te verklaren? vroeg ik een zeer begaafde, algemeen ontwikkelde vrouw, die in het bestuur van een groote nationale vereeniging, ten doel hebbende kapitaal en arbeid op voet van vrede te houden, een post van vertrouwen inneemt. Hoe konden, bij zooveel lakschheid onder vele vrouwen, de ernstige werksters zulke posities veroveren; hoe hebben de vrouwen in Amerika het aangelegd, dat men haar de hoogste posten toevertrouwt?Het antwoord op deze vraag kwam hierop neder, dat men in Amerika voor alle soort arbeid, voor alle ambten en betrekkingen nog steeds menschen tekort komt; dat men neemt die men krijgen kan en dat de meeste werkgevers reeds lang hebben ingezien, dat het voordeeliger voor hen is een bekwame vrouw dan een onbekwame man aan te stellen, of soms voor hetwerk in ’t geheel geen man konden vinden en dan wel genoodzaakt waren een vrouw te nemen. Op die wijze kwamen vele vrouwen in het werk en kregen daardoor gelegenheid te toonen, dat zij tot dat steeds verondersteldemannenwerk volkomen in staat waren. De vrouwen in Amerika hebben nu reeds gelegenheid gehad zoovele vooroordeelen tegen maatschappelijk vrouwenwerk te overwinnen, dat zij niet behoeven te vreezen, ook al wordt de bevolking van Amerika nog zoo groot, ooit weder uit hunne positie verdrongen te zullen worden. Door den nood werd men gedwongen vrouwen aan het werk te zetten, en nu hebben de vrouwen gelegenheid gehad te toonen, waartoe zij in staat zijn.1Dit artikel verscheen in hetMaandblad voor Vrouwenkiesrechtvan 15 Nov. 1904.2Een dwaze vrouw, die op openbare vergaderingen spreekt.Verbeterhuizen in Amerika.(Reformatories.)Schrijvende over Reformatories, dien ik, voor den oningewijden lezer, eerst met een enkel woord uiteen te zetten, wat men hier onder deze instellingen verstaat. In ’t kort zou ik een Reformatory aldus kunnen omschrijven: van een gevangenis een verbeterhuis maken, waarin de veroordeelde, gedurende zijn verblijf, tot een beter mensch hervormd wordt.Sprekende over Reformatories in Amerika, moet men wel in het oog houden, dat Amerika uit een groot aantal Staten bestaat, die verschillende wetten en derhalve ook verschillende strafwetten hebben en dat in vele Staten de gevangenissen op dit moment nog veel te wenschen overlaten. De in ons land meest bekende Amerikaansche Reformatory, is die in Elmira, waarvan Mr.Z. R. Brockwayde stichter en langen tijd de superintendent was. Elmira ligt in den Staat New-York; het werk vanBrockwaywas een zoodanig succes, dat de Staat New-York besloot langzamerhand alle gevangenissen naar dit systeem te hervormen. Deze hervorming kost evenwel tijd en geld, zoodatop dit moment wel reeds eenige andere Reformatories op kleine schaal zijn tot stand gebracht, maar Elmira nog steeds overbevolkt is en vele veroordeelden in gewone gevangenissen moeten worden ondergebracht, die in een Reformatory tehuis behooren. Elmira is een Reformatory voor mannelijke veroordeelden.De aan den Staat New-York grenzende Staat Massachusetts heeft de lessen vanBrockway, die hij herhaaldelijk in woord en schrift uitte, zoozeer ter harte genomen, dat de regeering onmiddellijk is begonnen de Reformatories aldaar in te voeren. Met zekere mate van vrijheid werd het de superintendenten der gevangenissen toegestaan, die verbeteringen in hunne instellingen in te voeren, die zij in het belang der veroordeelden, en daarmede in het belang van Staat en Maatschappij, noodig oordeelden. Deze hervormingen zijn in geen enkele gevangenis alle opeens tot stand gebracht, maar door onophoudelijke voorlichting van den een aan den ander, door telkens nieuwe methoden te probeeren en de resultaten nauwkeurig gade te slaan, is langzamerhand in enkele Reformatories een soort van volmaaktheid bereikt, waardoor de Staat Massachusetts, zelfs in Amerika, het hoogste standpunt inneemt met betrekking tot de behandeling van zijn veroordeelden. Massachusetts heeft in de laatste jaren in dit opzicht zelfs den New-York-Staat overtroffen.De beste in Massachusetts bestaande Reformatoryis die voor vrouwen in Sherborn, die, hoewel geheel verschillende van Elmira, toch voor deze in geen enkel opzicht onderdoet.Het is van deze instelling, de Reformatory voor vrouwen in Sherborn, dat ik het een en ander wil vertellen.Voorzien van een introductie van Mr.Samuel Barrows, het hoofd der afdeeling, belast met het toezicht op de gevangenissen, begaf ik mij per electrische tram van Boston naar South Farmingham, ruim een uur trammende door een mooie, welvarende streek, en kwam van daar, na een wandeling van ongeveer 20 minuten, voor een aan den weg gelegen mooi, groot gebouw, wat in niets op een gevangenis gelijkt, doch veel meer door zijn vorm en grootheid, aan een uitgebreid ziekenhuis doet denken. Men had mij dat gebouw als de Sherborn Reformatory aangewezen, en daarom trad ik over de groote oprijlaan naar binnen. Rondom bloemen, planten, schaduwrijke boomen. Vergiste ik mij niet, bevond ik mij niet voor een private woning, waaraan een of andere werkinrichting of kostschool verbonden was? Terwijl ik nog in twijfel stond of ik wel verder zou gaan, kwam een jonge dame uit het huis naar mij toe en vroeg mij naar mijn wenschen. Op haar bevestiging, dat ik mij werkelijk bevond op de plaats die ik zocht, begeleidde zij mij naar de superintendente (die ik in het vervolg gemakshalve directrice zal noemen), aanwie ik mijn brief van introductie overhandigde. Het jonge meisje was de klerk van de gevangenis, die, boven en behalve al het administratieve werk, ook belast is met het toezicht houden op de in- en uitgaande personen van het gebouw.De directrice, mevr.Morton, die reeds 23 jaar aan deze instelling verbonden is, ontving mij allervriendelijkst en hoewel het Zaterdag, een zeer drukke dag was, stelde zij zich toch onmiddellijk beschikbaar mij alles te laten zien en alle inlichtingen te verschaffen die ik wenschte. Het was ongeveer elf uur en nadat zij mij eerst zoo uitvoerig mogelijk met de wording van deze instelling op de hoogte had gebracht, de sedert 1878 onder mevr.Atkinsonbegonnen en steeds vermeerderde verbeteringen opgesomd, vele door mij opgeteekende vragen had beantwoord, begaven wij ons naar de keuken, waar 10 à 12 vrouwen, onder toezicht van een ongeveer 35-jarige dame, bezig waren het eten voor dien middag te koken. Die dame was een matron (opzichteres zal ik haar noemen), de eenige, die over deze vrouwen het toezicht hield en onder wier leiding deze vrouwen gedurende de week keukendienst hadden. In niets deden deze vrouwen aan gevangenen denken. Gekleed in een blauw en wit geruite katoenen japon, met witte boezelaar, het haar netjes gekapt, zonder muts of andere hoofdbedekking, zagen zij er beter en netter gekleed uit, dan velen onzer dienstboden of werkvrouwen. Op mijn opmerking, tot een dezervrouwen gericht, dat ik het in de keuken zoo warm vond, kreeg ik open, doch beleefd tot antwoord, dat dit was omdat ik van buiten kwam; als men er den geheelen morgen gewerkt had, merkte men het niet meer. Ook tot de directrice werd door de veroordeelden open en rond het woord gevoerd; geen onderdanige vriendelijkheid, geen kruipende beleefdheid; met denzelfden toon van beleefdheid, waarin zij werden toegesproken werd door haar geantwoord.Van de keuken begaven wij ons naar de eetzalen, omdat het etensuur weldra zou aanbreken. Onderwijl wij daarop wachten, zal ik even vertellen dat de gevangenen in 3 klassen of groepen verdeeld zijn, waarvan de 1e klasse de hoogste is, daarop volgt dan tweede en derde klasse.De in de derde klasse vertoevenden moeten het eten in haar kamertjes afzonderlijk gebruiken, die in de tweede klasse, alsook die in de eerste, eten met haar klassegenooten.In de eetzaal van de tweede klasse stonden twee lange, helder geboende tafels, aan beide zijden lange rijen stoelen. Op iedere plaats stond een bord en er lagen een mes, vork en een plak wittebrood naast. Tusschen elke twee zitplaatsen stond een zoutvaatje en een peperbusje op tafel.De heldere vloeren, de hagelwitte muren vol mooie humane spreuken, de electrische lampen, gaven een vriendelijk aanzien. Door een paar vrouwen, die helderwittemouwen over de japonmouwen droegen, werd het eten opgediend. Een in het wit gekleede opzichteres hield hier toezicht. Naast elk bord werd een kom bruine boonensoep geplaatst, en op elk bord werd een stuk gekookt ossevleesch, ter grootte van een ons ongeveer, en daarbij eenige aardappelen, gelegd. Een glas water voor elke aanzittende voltooide het menu.In de eerste klasse hetzelfde eten, dezelfde helderheid, zindelijkheid, orde, netheid. Hier waren echter de lange tafels met een lang wit tafelkleed gedekt en prijkten eenige schilderijen aan de muren.De gevangenen kwamen uit de verschillende werkzalen achter elkaar binnenloopen, velen met een boek onder den arm. Ik dacht dat het een bijbel was, doch de directrice deelde mij mede dat het leesboeken waren, die de vrouwen uit de bibliotheek der gevangenis hadden. Zij kregen een half uur om te eten, en nu gebruikten velen den tijd dien zij over hadden om te lezen, hetgeen geoorloofd was.Het eten begon met een gezamenlijk gebed, waarin de opzichteres voorging.Voor ik verder ga wil ik eerst wat meer van de klassificeering mededeelen, omdat ik in het vervolg herhaaldelijk van klasse 1 of 2 zal moeten spreken.In de Reformatory in Sherborn worden alleen geplaatst veroordeelden tot een jaar of langer. Een heel enkelen keer komt er een vrouw, die voor korter tijd veroordeeld is. Er was nu één, die tot 6 maandenstraf veroordeeld was. Ook de levenslang veroordeelden komen er in den regel niet, doch ook daarvan was er nu één aanwezig.De nieuwe wet op de gevangenissen in Massachusetts dateert van 1 Juli 1903 en het tegenwoordig gevolgde systeem in de Reformatory in Sherborn is daarmede in overeenstemming gebracht.Zoodra een vrouw in de gevangenis komt gaat zij naar een badkamer. Op een groot uitgespreid laken wordt zij ontkleed en krijgt daarna een lauwwarm bad. Haar kleederen worden in het laken geknoopt en in den onmiddellijk daaraan grenzenden desinfectie-oven gedesinfecteerd, daarna gereinigd, en als zij het bewaren waard zijn, netjes bewaard.Uit het bad, waarin ook het haar goed gewasschen is, wordt zij in een der observatiekamertjes gebracht en den volgenden morgen door Dr.Frances Potter, de vrouwelijke arts der inrichting, geheel onderzocht, gewogen en volgens het systeemBertillongemeten. Bij eenigen twijfel aan de volmaakte lichamelijke of geestelijke gezondheid houdt Dr.Potterhaar zoolang in observatie tot zij zekerheid heeft.Gedurende den observatietijd zijn de veroordeelden geheel geisoleerd en worden alleen door de directrice, de dokter en een verpleegster bezocht. Zij liggen in een ruim, luchtig en licht kamertje, op een goed gematrast en met dekens voorzien bed. Zij krijgen dàt voedsel, wat de dokter voorschrijft.Zoodra de observatietijd is afgeloopen, die meestal niet langer dan een of twee dagen duurt, wordt de veroordeelde door de directrice naar een der werkkamers gezonden. De directrice houdt daarbij steeds het belang van de veroordeelde in ’t oog, door haar in te deelen bij het werk, waarvoor zij de meeste geschiktheid bezit, of waarvan zij in haar volgend leven het meest nut kan trekken.Eigenlijk moet elke veroordeelde beginnen met in klasse III te worden ingedeeld, om dan langzamerhand door goed gedrag naar klasse II en daarna naar klasse I te verhuizen.Uit een paedagogisch oogpunt begint mevr.Mortonechter anders. Zij spreekt de veroordeelde toe, brengt haar met de orde en regels van het huis op de hoogte en vertelt haar, dat zij in klasse III, de laagste klasse, moet beginnen, dat zij daar geheel geisoleerd is, niet mag eten en werken met de anderen en niet naar de kerk of de lezingen mag gaan. Dat de directrice evenwel gelooft en vertrouwt dat zij daarvoor te goed is, dat zij haar daarom onmiddellijk in de tweede klasse zal plaatsen en hoopt, dat zij het in haar gestelde vertrouwen niet zal beschamen. Bij de minste overtreding van de orde of de regels van het huis, bij gebrek aan vlijt in het verrichten van haar taak, zal zij echter naar de derde klasse moeten verhuizen.Op het oogenblik dat ik de inrichting bezocht was er van de 214 veroordeelden geen één in de derdeklasse; alle kamertjes stonden er open en leeg.In de tweede klasse zijn de meeste vrouwen. Daar beginnen zij allen, en sommigen komen er niet uit. Om tot de 1e klasse op te klimmen moeten zij gedurende 6 maanden geen reden tot klagen geven en alle punten voor goed gedrag en betoonde vlijt, tien elke week, behaald hebben. Hebben zij aldus geen reden tot één klacht gegeven, dan gaan zij naar de 1e, de hoogste klasse, over.De kleeding in de tweede klasse verschilt voor een oppervlakkig beschouwer niet van de eerste. Toch is er eenig verschil. De ruitjes van de japon zijn bij de 2e klasse vrouwen dubbelgeblokt, bij die van de 1e klasse 4 maal geblokt.De kleur, blauw en wit, de vorm van kleed, de qualiteit van katoen gelijk. Toch is het een heel feest als een vierblokjes-kleed wordt aangetrokken, en met eenige trots loopen velen er de eerste dagen mede rond.Eenmaal in de 1e klasse aangeland, dan hebben zij door goed gedrag en vlijt het aantal punten te behalen wat noodig is om uit de gevangenis op parool ontslagen te worden. Dit hangt echter niet alleen van de directrice af. De directrice kan alleen, na 8 maanden goed gedrag van de veroordeelde, haar voordragen voor ontslag. Het hangt dan van den aard van haar misdrijf af of zij ontslagen zal worden. Heeft zij een misdaad bedreven, waarvoor zij tot meer dan 5 jaarveroordeeld is, dan wordt zij niet ontslagen; in elk ander geval wordt zij op voordracht van de directrice na 8 of 10 maanden ontslagen, doch blijft gedurende haar verderen straftijd onder politie-toezicht.Dit politie-toezicht over vrouwen wordt door vrouwen uitgeoefend.Overtreedt zij nu gedurenden dien tijd opnieuw de wet, dan ontvangt zij niet alleen een nieuwe veroordeeling, doch heeft bovendien nog uit te zitten den tijd dien zij van haar vorige straf nog te goed had. In de gevangenis teruggekeerd wordt zij dan in de 3e klasse geplaatst en blijft daar langen tijd.De kamertjes van de 1e en 2e klasse zijn allen luchtige, vierkante vertrekken, waarin door een groot openslaand venster lucht en zonlicht ruimschoots kan binnenstralen. Alle kamers zien op bosch of tuin of bouwland uit.In elke kamer staat een net ijzeren ledikant met een goed bed, witte wollen dekens, lakens en kussensloop hagelwit, en in de 1e klasse een wit, in de 2e klasse een rood en wit gestreepte sprei over het bed. Verder een stoel, een tafeltje met twee verdiepingen, een ijzeren waschtafeltje, waarop een bak water, een geëmailleerde waterbeker, een zeepbakje met zeep, een tandeborstel en daarnaast een handdoekrekje met handdoek. Daarboven hangt een spiegeltje.In alle kamers hangt een kalender met een vriendelijk schild en aardige spreuken, meestal geschenken van vrouwen-vereenigingen. Deze kalenders moetendoor de veroordeelden bijgehouden worden. Verder ligt op elke tafel een bijbel, benevens een boekje, de strafwetten en de regels en de orde van de inrichting waarin zij zijn, bevattende.In elke kamer hangt een aardig schilderij. Daar dit ook geschenken van vereenigingen zijn, is er een groote verscheidenheid van en laat de directrice daarom elke week de verschillende schilderijen omruilen, zoodat de bewoners telkens een andere krijgen.Ware het niet, dat het bij mijn bezoek overal openstaand venster, door zware ijzeren stangen versperd en de deur, door een ijzeren grendel van buiten afgesloten kan worden, dan zouden deze kamertjes het in gezelligheid, ruimheid, netheid, van de kamers der verpleegsters in vele onzer groote ziekenhuizen ruimschoots winnen.Op de afdeeling 1e klasse is bovendien op het eind der gang, waarop alle kamers uitkomen, een groote ovale recreatiekamer, waarin aan beide zijden, drie groote vensters lucht en licht naar binnen werpen. Voor de vensters stonden potten begonia’s, een groote ficus, reseda, rozen en andere kamerplanten. Vier of vijf vogelkooien met kanaries, een sprekende papegaai, tal van mooie schilderijen, vele easy-chairs, een tafel met plaatwerken, tijdschriften, novellen, damspel en andere spelen gaven aan het geheel een karakter van huiselijkheid en gezelligheid, waardoor men meer ging denken aan een prettige conversatiekamer in een goedgeleid en zindelijk onderhouden pension, dan aan een vertrek in een gevangenis.Des Zondagsmiddags en een paar avonden in de week mogen de bewoonsters der 1e klasse dit vertrek bezoeken. Natuurlijk bevindt zich er dan steeds een opzichteres, doch de vrouwen zijn geheel vrij in de wijze waarop zij haar tijd aldaar willen besteden. Het gebruiken van ruwe en onkiesche woorden of uitdrukkingen is hier, evenals in het geheele gebouw, streng verboden. Den eersten keer wordt het ongeoorloofde er van onder ’t oog gebracht, de tweede overtreding wordt met een slecht punt bestraft, doch herhaalde overtreding heeft één of meer dagen afzondering en degradatie tengevolge.Van ziekelijke sentimentaliteit is hier in geen enkele afdeeling, in geen enkele lokaliteit, sprake; overal krijgt men den indruk dat men in een groote werkinrichting is, waar de grootste mate van netheid en ordelijkheid heerscht en elkeen opgeruimd haar taak vervult. Allen (de zieken natuurlijk uitgezonderd) moeten in deze inrichting werken en bij de keuze van werk wordt zooveel mogelijk in aanmerking genomen, wat voor de betreffende vrouw de nuttigste arbeid is.Alles wat voor een inrichting als deze noodig is, het zindelijk houden van het gebouw, de wasch, het bereiden van het eten, het bakken van het brood, het maken van boter en kaas, naaien van nieuwe onder- en bovenkleederen, weven van witgoederen, het melkender koeien, het verzorgen van de 85 koeien, 300 varkens en 1000 kippen, het bebouwen van het land, onderhouden van den tuin en nog een menigte andere zaken worden alle door de bewoonsters verricht. Daarbij zijn de werkzaamheden zóó geregeld, dat zij die ’s morgens zwaar werk verricht hebben, bijv. wasschen, schrobben, landbouw- of tuinwerk, des middags naar de naaikamer gaan.In den regel begint de directrice de vrouwen elke week bij ander werk in te deelen, opdat zij al het te verrichten werk, voor een groot deel toch tot het huishoud-werk behoorende, goed en netjes leeren uitvoeren. Zoodra zij evenwel ziet dat er in een of ander meisje of vrouw een goede naaister, een goede kookster, een tuinierster of iets anders steekt, dan wordt zoo iemand in hoofdzaak voor dat soort werk aangewezen en het vak haar in alle finesses geleerd.Doordat ook alle kleederen van de directrice, dokter, predikant, apotheker, verpleegsters en alle opzichteressen, gezamenlijk 35 dames, in de inrichting gemaakt mogen worden, kan een naaister het vak aldaar geheel leeren. Dit kunnen ook de waschvrouwen en strijksters, want daar in dit gebouw des winters, als er niet veel buitenshuis gewerkt kan worden, ook de fijne wasch verricht wordt van de nabijgelegen mannengevangenissen in Massachusetts, zoo leeren de vrouwen er ook overhemden, boorden en manchetten der mannen strijken en in orde houden.Aan de inrichting is verder een kook- en huishoudschool verbonden, waar 12 meisjes tegelijk, door een van buiten komende leerares, 2 keer in de week een uur les krijgen. Bij de keuze der leerlingen wordt natuurlijk door de directrice met aanleg en geschiktheid rekening gehouden, ook kiest zij daarvoor meestal de jongere personen. Van af den leeftijd van 16 jaar komen de veroordeelden reeds in deze inrichting. Door oudere vrouwen zag ik er zittingen voor rieten stoelen maken, een vak wat hier nog veel huisindustrie is; als deze vrouwen dit vak dus goed leeren, kunnen zij gemakkelijk later hiermee den kost voor zich zelf verdienen.Aan vijf weeftoestellen leeren of onderhouden de veroordeelde meisjes uit weverijen haar vak, zoodat zij bij het verlaten van dit gebouw een beter werkster zijn en dus meer kunnen verdienen dan toen zij er in kwamen.Van alles en nog wat wordt er gewerkt en geleerd, doch zou ik dit alles opsommen dan kwam ik nooit aan het eind.Om een indruk te krijgen van den geest, die in deze inrichting heerscht, komt ’t mij belangrijk voor thans te vertellen wat er gedaan wordt voor de geestelijke ontwikkeling van de bewoonsters. Aan de inrichting is een predikant verbonden, die ook in het gebouw woont en die, evenals alle ambtenaren, een vrouw is. Zij heeft niet alleen den kerkdienst te leiden, maar zij is tevens hoofd der school. Alle analphabetenbeneden de 45 jaar zijn verplicht elken namiddag, van 1 tot 3 uur, de school te bezoeken. Daar leeren zij lezen, schrijven, rekenen. Bovendien is er drie keer in de week ’s avonds van 6½ tot 8 uur school voor de meer gevorderden. Daar mogen allen heen gaan, doch niemand is verplicht er heen te gaan. De lessen schijnen daar echter nog al aantrekkelijk gegeven te worden, want verreweg de meesten laten zich als leerlingen voor de avondklasse inschrijven en volgen die, zoolang zij in de inrichting moeten vertoeven.Met den kerk- en schooldienst is evenwel de taak der predikante nog niet afgeloopen. De bibliotheek van de inrichting, die 1350 boekdeelen bevat, staat ook onder haar leiding. Een mooie collectie goede boeken, waaronder natuurlijk ook kleine, eenvoudige novellen, doch ook de werken vanDickens,Walter Scott, en vele Amerikaansche bekende auteurs, waren aanwezig. Op dezelfde wijze als in elke publieke leesbibliotheek worden ook hier de boeken uitgegeven, aan de 2e klasse vrouwen eenmaal ’s weeks. Deze boeken mogen zij mede naar haar kamer nemen en er elk vrij oogenblik in lezen. Ook is het geoorloofd ze mede naar de naaikamer te nemen en er in te lezen als zij op werk moeten wachten.Zijn de veroordeelden steeds in kerk, in school, in werk- en ontspanningkamer onder toezicht van een of meer opzichteressen, anders is dit, wanneer zijtwee keer in de week, des Woensdags- en Zaterdagsmiddags van 3 tot 4 uur, bijeenkomen en de directrice dan een toespraak tot hen houdt.Des winters wordt daarvoor de vergaderzaal, des zomers bij goed weder meestal een beschutte plek in den tuin genomen. Voor die gelegenheid wasschen zij zich altijd eerst goed, kappen het haar netjes en schikken de kleeren, zoodat zij er op ’t voordeeligst uitzien. Zij stappen dan allen vrij en frank uit hun kamers naar de plek, die als verzamelplaats is aangenomen.Mevr.Mortonwist niet goed hoe zij mij zou definieeren wat zij dan deed. “Ik houd geen lezing”, zei ze, “o, hemel neen, noem het ook geen toespraak, ik zou het liefst willen, dat gij begreep, dat ik dan tot mijn kinderen van hart tot hart spreek, dat ik mij dan gevoel als moeder van zooveel dochters, die ik heb op te voeden tot goede vrouwen, goede moeders, deugdzame menschen”.Zij vertelt ze dan in den regel eerst de bijzonderheden die in de wereld plaats grepen gedurende de laatste dagen: bijv. de verkiezing van een nieuwen gouverneur voor een of ander Amerikaanschen Staat, den dood of de kroning van een of ander staatshoofd in Europa of een ander werelddeel, groote maatschappelijke ongelukken, bijvoorbeeld een overstrooming, een grooten brand, den stand van den oorlog tusschen Rusland en Japan, of iets, waarin”’t algemeen” belang stelt, opdat, wanneer de vrouwen uit de gevangenis ontslagen worden, zij met de groote wereldgebeurtenissen op de hoogte zijn.Na dat praatje gaat zij over tot een of ander afgerond onderwerp. Dan eens spreekt zij over de taak van moeders, of over maatschappelijke plichten, dan weder vertelt zij wat uit dieren- of plantenwereld, of iets uit de geschiedenis van Amerika. Steeds varieert zij van onderwerp en laat soms door de vrouwen opgeven, waarover zij praten zullen. Mevr.Mortonwil, als zij bij of met de vrouwen is, van geen opzichteressen weten, zij is dan alleen met die ruim 200 veroordeelden. “Als ik bij haar ben, zullen zij zich als vrije menschen voelen, anders kan er geen ware vriendschap, geen openhartigheid bestaan. Hoe kan ik eischen dat zij mij vertrouwen, als ik toon haar niet te vertrouwen”, zeide zij mij.Op mijn vraag of dit vertrouwen nooit beschaamd werd, antwoordde zij: “neen, zóó verdorven is niet één onder haar of zij voelen zich vereerd door dit vertrouwen. Nooit nog heb ik op één dier middagbijeenkomsten eenige moeite gehad”.Hoe wordt hier beschaamd het nog bij ons heerschende idee, dat vrouwen ongeschikt zijn vrouwelijke veroordeelden te regeeren. Onder al die dames-beambten in Sherborn was er geen enkele robuste vrouw, en de directrice, ’n lieve, vriendelijke verschijning van 55 jaren ongeveer, was eer tenger en lichamelijkzwak te noemen. Toen zij in haar wit geborduurde japon voor mij uitliep, kon ik mij niet voorstellen, dat zij het hoofd van een groote strafinrichting is. In de strijkkamer was zij even bij een der strijksters blijven staan, en op haar japon wijzende, zeide zij: “Suzan, wat hebt gij de vorige week mijn japon mooi gestreken, dank u wel, hoor; ik zal er erg voorzichtig mede zijn”.Laat mij thans nog even van een deel der gevangenis spreken, dat mijn bijzondere belangstelling trok. Het was dat deel der inrichting, waarover Dr.Potterden scepter voert. Het hospitaal is, wat bouw en inrichting betreft, niet op de hoogte van den tijd, vooral niet, wanneer men in aanmerking neemt, dat de nieuwste hospitalen in Amerika bijna allen een volmaaktheid bereikt hebben.Als punt I op het lijstje der wenschen voor Sherborn staat dan ook een nieuw hospitaal; een wensch, die hoogstwaarschijnlijk het volgende jaar ingewilligd zal worden. Als evenwel het ziektecijfer zoo gering is als bij mijn bezoek, hetgeen trouwens in overeenstemming was met de ziektestaten der vorige jaren, dan kan de bouw van een nieuw hospitaal wel als een weeldeuitgave beschouwd worden. Vier zieken lagen er in het geheel, allen in een eigen kamer.De kamers lieten voor een ziekenkamer, wat geriefelijkheid betreft, te wenschen over, doch lucht en licht was er voldoende. Behalve de zieken lag er nog een derveroordeelden, die dienzelfden morgen van een gezonden jongen bevallen was, en die nu een vijfde kamer in beslag nam.Bij de kraamvrouw deed een veroordeelde den bakerdienst, terwijl de vier overige patiënten ook door een veroordeelde bediend werden. Boven allen stond evenwel de opzichteres-verpleegster, die over allen en alles het oog liet gaan.Waarom ik evenwel met voorliefde van dit deel van het gebouw gewaag? Annex aan het hospitaal en ook onder Dr.Potter’sbeheer is een nursery, een kinderkamer, waar op het oogenblik van mijn bezoek 22 kindertjes verpleegd werden.Al de kinderen, die in de inrichting geboren worden en de kleintjes, beneden 2 jaar, van veroordeelde moeders, kunnen tot en met hun 2e jaar aldaar blijven. Zoowel in het belang der zuigelingen, als in het belang van vele der veroordeelde meisjes, heeft Dr.Pottervan deze nursery een soort van school gemaakt tot opleiding van kindermeisjes. Hier wordt het a.s. kindermeisje geleerd een gezond kind gezond te houden en een ziek kind te verplegen. Alleen daarvoor geschikte meisjes, wier gedrag buitengewoon goed is en wier misdrijf van dien aard was, dat er geen gevaar voor de kinderen kan zijn in geval van recidive, worden daarvoor gekozen.Ook in deze afdeeling stond een verpleegster van beroep, tevens opzichteres, aan het hoofd.Laat mij hier nog even bij vermelden, dat de moeders der kinderen twee keer daags gelegenheid krijgen hare kinderen te zien, en zij die het kind zelf kunnen voeden, gaan zoo vaak naar de kinderkamer als het zoogen dit noodig maakt. Ook des Zondagsmiddags mogen de moeders bij haar kind zijn of het mede naar eigen kamer nemen.Ik zal uit vrees te lang te worden, niet meer uitweiden over het zangkoor, de gymnastieklessen, over de zoogenaamde recreatie-avonden, waarop verschillende dames-vereenigingen zorgen dat er muziek gemaakt of voordrachten gehouden worden, over de bloemen die van de verschillende buitens voor de gevangenen gezonden worden en die men er op den grootsten prijs stelt; elke gevangene krijgt een klein vaasje met eenige bloemen voor haar kamertje en het is een lust te zien met hoeveel zorg zoo’n bloempje tot het eind verzorgd wordt.Ik zal ook niet spreken van de vele vrouwen, die als ernstige geheel-onthoudsters de gevangenis verlaten en nog vóór zij de intrede in het openbare leven opnieuw beginnen, lid der geheel-onthouders-vereeniging worden, en van zoovele andere goede en nuttige zaken meer. De geheele inrichting beantwoordt, naar het mij voorkomt, geheel aan het doel dat zij beoogt. Dat is: het verbeteren, verheffen der menschen, die er in gebracht worden.En de resultaten, zullen de lezers vragen? Als men zooveel kosten maakt om overtreders der ingesteldewetten te verbeteren; het denkbeeld, dat de maatschappij recht heeft wraak te nemen op hen, die zich vergrijpen tegen haar voorschriften, opgeeft; zelfs de meening, dat een strenge straf angstig maakt voor nieuwe overtreding, laat varen; de wetsovertreders enkel voor een tijdlang van hunne vrijheid berooft, doch hun tegelijkertijd een beter, mooier leven geeft dan waaraan zij gewend zijn; dan wil men in de oude wereld, met zijn oude wetten en instellingen, toch wel eerst vast overtuigd zijn dat de nieuwe wereld goed doet en niet bedrogen uitkomt, alvorens men dat voorbeeld durft volgen.Men heeft hierin gelijk. Doch als men bedenkt dat de eerste indruk, die elkeen krijgt wanneer hij zijn voet op Amerikaanschen bodem zet, is, dat Amerika practisch is; dat die indruk later, bij elken stap dien men verder doet, versterkt wordt; als men ziet en voelt dat er in het openbare leven van sentimentaliteit geen sprake is, doch dat elke openbare handeling getoetst wordt aan het nut, die zij voor het algemeen afwerpt, dan moet men toch aannemen dat de resultaten gunstig zijn, nu langzamerhand alle Staten van Amerika er toe overgaan van hunne gevangenissen reformatories te maken en dat sommige Staten zeer groote sommen besteden om het snelst en het best dat doel te bereiken. Dit feit spreekt, mijns inziens, meer dan tal van cijfers, die ik uit de verschillende rapporten zou kunnen aanhalen.Ik hoop later, zoodra ik gelegenheid heb gehad, Elmira te bezoeken en over deze gevangenis-reformatory voor mannen ga schrijven, nog uitvoerig op dit punt terug te komen. Van dit opstel verwacht ik alleen dit resultaat, dat men in ons land zal beginnen in te zien dat er nog een andere methode bestaat om met wetsovertreders te handelen, dan het geijkte systeem, van zooveel maanden of zooveel jaar opsluiting, zonder meer.Zijn dan de resultaten die wij van deze wijze van handelen krijgen zóó gunstig, dat wij tegen een proef van het Amerikaansche systeem moeten opzien?Ik hoop ook nog iets anders met het schrijven van dit opstel te bereiken. Dat men eindelijk bij ons zal gaan inzien, dat vrouwen, die men van haar vrijheid berooft, onder vrouwen-toezicht gesteld moeten worden.De vrouwen-gevangenis te Sherborn staat in heel Amerika bekend als een inrichting waar de beste discipline heerscht, en waar bovendien de vriendschappelijke verhouding van de ambtenaren onderling en van hen tot de gevangenen niets te wenschen overlaat.De vrees, dat vrouwen ongeschikt zouden zijn tot opzichteressen en directrices van gevangenissen wordt in Amerika overal gelogenstraft. Alleen het feit, dat weerlooze vrouwen volkomen in de macht van mannelijke beambten geplaatst zijn, moet op beide partijen een verlagenden invloed uitoefenen, waarvan de gevolgen toch ook maar al te dikwijls blijk geven.Algemeene indrukken.Oct. 1904.In een gemakkelijk voortrollenden wagon van de Southern Pacific Spoorweglijn, die mij van Utah naar Californië voert, of om mij juister uit te drukken, waarin ik van Ogden naar San Francisco en van daar naar Los Angeles ga, wil ik eenige indrukken wedergeven, die ik in de 4 laatst door mij bezochte Staten van Amerika opdeed. Deze vier vlak aan elkaar grenzende westersche Staten zijn Colorado, Wyoming, Idaho en Utah. Hoezeer deze vier Staten ook van elkaar mogen verschillen in geologische wording en maatschappelijke ontwikkeling, in één opzicht worden zij in Amerika steeds in één adem genoemd. Het zijn n.l. de vier Staten in Amerika die vrouwen en mannen gelijke politieke rechten verleenen; waarin de vrouwen niet alleen het kiesrecht in zijn volle uitgebreidheid uitoefenen, maar ook zelf verkiesbaar zijn en voor alle ambten en betrekkingen in aanmerking kunnen komen.Wie nu zou meenen dat vele hooge staatsbetrekkingen door vrouwen vervuld worden, komt bedrogenuit. Niettegenstaande de vrouwen, wanneer zij eensgezind optreden, over een meerderheid van stemmen kunnen beschikken en elke staats- en gemeenteambtenaar door de kiezers gekozen wordt, zijn toch de hooge verantwoordelijke posten bijna overal door mannen bezet. Alleen in Colorado is de Minister van Onderwijs een vrouw en evenzoo is aldaar de Staatssecretaris bij het Departement van Land- en Tuinbouw een vrouw. Op mijn vraag in verschillende Staten en aan vele vrouwen gedaan, waarom zij niet trachten meer hooge posten door vrouwen bezet te krijgen, werd mij steeds geantwoord, dat de vrouwen nooit stemmen voor een vrouw, indien de man-candidaat meer rechten kan doen gelden, indien hij inderdaad bekwamer en geschikter is voor een zeker ambt dan zij. Bovendien zijn de vrouwen er overal bij de bestaande politieke partijen ingedeeld en onderscheiden zich politiek evenals de mannen, in republikeinen, democraten, populisten, sociaal-democraten en de onderafdeelingen hiervan. Zij stemmen voor de candidaten van de politieke partij waartoe zij behooren, en zorgen alleen dat de vrouwen niet voorbijgezien worden bij het vervullen van betrekkingen als zij daarop aanspraak kunnen maken. Alleen in enkele gevallen treden de vrouwen eensgezind op en dan handelen de politieke partijen waarlijk politiek, als zij aan den drang der vrouwen gehoor geven, omdat zij anders gevaar loopen vele vrouwen-leden te verliezen.Dit geschiedt steeds waar het geldt een candidaat te weren voor een staats- of gemeentebetrekking, op wiens zedelijk gedrag gegronde aanmerking bestaat. Zoo hebben de vrouwen in Colorado bij de verkiezingen, nu 2 jaar geleden, een candidaat geweerd, die een rijke vrouw gehuwd had en met haar geld een vroegere maîtresse onderhield. De vrouw had echtscheiding aangevraagd en verkregen, doch boette daarbij een groot deel van haar vermogen in. Daarop hebben de vrouwen aangedrongen en verkregen dat er een wet werd ingevoerd, waarbij in geval van echtscheiding elke echtgenoot het door hem of haar aangebrachte kapitaal terug ontvangt.Ook steeds wanneer het geldt de behartiging van de belangen der kinderen, kan men zeker zijn dat de vrouwen één lijn trekken. Openbare kinderzorg is dan ook overal buitengewoon goed geregeld. Voor bepaalde vrouwenrechten treden zij zelden krachtig op en dit wel vooral daarom, omdat wat bijv. de democraten of populisten als een recht beschouwen, door de republikeinen bijv. niet altijd als zoodanig beaamd wordt, en ook omdat bij de verschillende partijen de vrouwenbelangen vrijwel veilig zijn, wijl elke partij sterk rekening moet houden met zijn vrouwenleden.In Amerika zijn thans overal de groote verkiezingen in vollen gang en ik had dus volop gelegenheid de vrouwen-kiezers gade te slaan in politieke vergaderingen.Eerst waren het de vergaderingen waarin de candidaten voor elken post gesteld werden en thans zijn het de vergaderingen, waarin de verschillende candidaten voor de kiezers optreden. Ik was tegenwoordig in de vergadering van de democratische partij in Colorado, de zoogenaamde State-convention, waarin de candidaten dier partij door afgevaardigden uit den geheelen Staat openlijk gewikt en gewogen werden, en waarin ten slotte gestemd werd wie hunner als officiëele candidaat op de lijst der democratische partij geplaatst zou worden.Mevr.Grenfell, de Minister van Onderwijs, die reeds 8 jaren deze hooge positie had ingenomen, moest o.a. ook aftreden. Haar candidatuur werd ingeleid en verdedigd door een onderwijzer, die dit op zoo meesterlijke wijze deed, dat er door de voorstanders van de candidatuur van mevrouwGrenfellniets aan toegevoegd behoefde te worden. Hij zette uiteen wat zij voor het onderwijs in Colorado had gedaan en welke groote verbeteringen zij in haar 8-jarig Ministerschap had tot stand gebracht, terwijl zij tegelijkertijd daarvoor minder geld besteed had uit de staatskas dan haar voorgangers. In elk opzicht vorderde dus het algemeen belang, dat men deze vrouw opnieuw voor dezen hoogen post benoemde.Na deze met overtuiging uitgesproken rede volgde een warm applaus en daarna een tijd van stilte, zoodat de voorzitter der vergadering reeds vroeg,indien niemand meer het woord verlangt, of dan de candidatuur van mevr.Grenfellmet algemeene stemmen vastgesteld kon worden, toen een man met een zeer gewichtigen trek op zijn onbeduidend gelaat naar het podium schreed en het woord vroeg. Hij wilde niets op de capaciteiten van mevr.Grenfellafdingen, niets inbrengen tegen den lof haar toegezwaaid, maar toch had hij bedenking tegen haar candidatuur in deze vergadering en wel omdat mevr.Grenfellzich niet bij de democratische partij had aangesloten en men niet wist tot welke politieke partij zij behoorde. Een zeer zwakke instemming met deze woorden volgde en van enkele banken kwam de roep: “Laat mevr.Grenfellhier komen en zich uitspreken tot welke partij zij behoort.” Een oorverdoovend rumoer volgde op dezen eisch, waarbij de voor- en tegenstanders elkander trachten te overtuigen van het al of niet behoorlijke er van, totdat mr.Adams, vroeger gouverneur van Colorado en thans weder de met algemeene stemmen gekozen candidaat der democraten, optrad en met feiten aantoonde, dat gedurende het Ministerschap van mevr.Grenfellnooit een harer daden in strijd was geweest met de politieke beginselen der democraten, dat zij het onderwijs gediend had op een wijze, die door geen hunner verbeterd kon worden, en dat hij op alle bedenkingen, door den vorigen spreker tegen haar ingevoerd, slechts dit wilde antwoorden, dat mevr.Grenfellwas “the most womanly woman and at the same time as big as all you men together”.Sedert ongeveer 14 dagen zijn nu overal in Amerika de candidaten der verschillende partijen gesteld en treden dezen avond na avond voor de kiezers op. In zulke vergaderingen in de Staten met vrouwenkiesrecht vergeten de candidaten nimmer een deel van hun rede geheel te wijden aan de belangen der vrouwen of aan de belangen, die de vrouwen-kiezers in den regel voorstaan. Zoo hoorde ik hen steeds getuigen wanneer een hunner het woord tot de vrouwen richtte, hoezeer dezen op zijn steun konden rekenen bij voorstellen tot verhooging van den leeftijd voor verbod tot kinderarbeid; bij voorstellen tot oprichting van staatsinstellingen voor ouden van dagen; voor verbetering van het lot der gevangenen; voor verbod van verkoop van sterken drank in het klein. Opmerkelijk is dat in Utah vooral beloofd werd, hoe men zou bevorderen alles wat kunstzin bij het volk kan wekken. Dit was alweder omdat de vrouwen van Utah zich daarvoor in den laatsten tijd bijzonder geïnteresseerd hebben.Maar laat mij niet doorgaan over vrouwenkiesrecht en verkiezingen te schrijven, nu ik met dezen van alle gemakken voorzienen trein door een zoo merkwaardig deel van Amerika reis. Alleen wil ik het hoofdbestuur der Liberale Unie in overweging geven één of meer zijner leden naar de vier door mij genoemdeStaten van Amerika te zenden om den invloed te bestudeeren, dien vrouwenkiesrecht uitoefent op den socialen toestand van een land in het algemeen en op de vrouwen in het bijzonder, alvorens het opnieuw een rapport uitbrengt, waarin het beweert dat men omtrent dien invloed nog in het onzekere verkeert.Merkwaardig is de weg zeker, dien ik al schrijvende afleg. Door de ruim een uur kortere lijn, die de Southern Pacific dezen zomer in gebruik nam, hadden wij gedurende de eerste uren steeds een prachtig uitzicht op het Salt Lake en gingen wij zelfs over een brug van bijna 25 K.M. lang, dwars door dit eigenaardig meer. Hoe sterk zouthoudend dit meer is had ik reeds ondervonden in Salt Lake City, waar ik mij om der curiositeitswille te water begaf. Van zwemmen is in dit meer geen sprake, zelfs de meest geoefende zwemmer kan er geen slag slaan: hij drijft op het water.Reeds spoedig nadat Salt Lake achter den rug ligt, begint de weg te stijgen en vertoonen zich de Indianen, die nog niet zoo heel lang geleden de alleenheerschers in deze streken waren, aan elk station. Door de goede zorgen van het Gouvernement zijn velen hunner reeds voor een deel geciviliseerd, zou ik willen zeggen, maar dit klinkt te sterk, vermenschelijkt is misschien beter van toepassing. Velen spreken een paar woorden Engelsch en allen verstaan de taal van klinkende munt. Eén man kon gebrekkig Engelsch spreken. Opmijn vraag hoe oud hij was gaf hij ten antwoord: “Dat weet ik niet, ’t mag zijn 40; ’t mag zijn meer”. Werken deed hij niet, de vrouwen zochten het voedsel in de bosschen en bereidden het, maakten mandjes en andere snuisterijen die zij aan de voorbijtrekkende reizigers trachten te verkoopen, en daarvan kunnen zij aan al hun levensbehoeften voldoen. Op sommige plaatsen zag ik de Indiaansche vrouwen, die door haar bontgekleurde kleeding reeds op een afstand te herkennen zijn, met zwaar beladen manden op den rug bergafwaarts komen, soms met een zuigeling nog bovendien belast, terwijl de mannen, pijpjes rookend, ledig daarnaast slenterden.Gaat de vermenschelijking van deze natuurmenschen nog een graad verder, dan beginnen de mannen te werken; in den regel worden zij dan houthakkers; de vrouwen gaan dan luieren. In dit stadium van menschwording heeft whiskey de grootste aantrekkingskracht. Wel is waar bestaat er in heel Amerika een wet, waarbij het verboden is sterken drank aan Indianen te verkoopen, maar ook in dit “land van onbegrensde mogelijkheden”, zooals het doorGoldbergergenoemd is, schijnen de wetten er te zijn om ontdoken te worden. De Indianen weten ten minste overal aan whiskey, wat zij black-water noemen, te komen en maken er ruimschoots gebruik van. Ontmoet men een dronken Indiaan, dan kan men zeker zijn ’t hoogst geciviliceerde specimen vóór zich te zien.Het speet mij dat het langzamerhand avond geworden was en ik mij te bed moest begeven. Hoe vreemd het voor ons, Europeanen, ook is om in een compartiment, waarin voor minstens 24 medereizigers, mannen zoowel als vrouwen, de bedden gespreid worden, zich ter ruste te begeven, men gewent daaraan spoedig en het duurt niet lang of men slaapt er en droomt er even kalm als in een bed in moeder’s woning. Een groote gerustheid is het dat alles er door en door zindelijk is; het bed wordt elken avond van helder, schoon linnen voorzien en de bediende van zoo’n wagon ziet er altijd even zindelijk uit. In de toiletkamers,—een voor mannen en een voor vrouwen—heerscht inderdaad groote luxe. De koud- en warmwatertoevoer, de vernikkelde waschbassins, toiletspiegels ten voeten uit, een paar dozijn handdoeken, maken ’t mogelijk, dat men zich ’s ochtends even frisch kan wasschen en even goed kan kleeden als in het beste hôtel.Den geheelen nacht was de trein nog gestegen, het verwonderde mij dus niet bij het ontwaken in een hooge bergstreek te zijn, waar de temperatuur eenige tientallen graden lager was dan waarbij ik mij den vorigen avond ter ruste had begeven. Spoedig was ik gekleed en na het ontbijt, in de uitstekende dining-cars, bevonden wij ons bijna plotseling rondom in de eeuwige sneeuwbergen. Gedurende ruim twee uren gaat de tocht door de Sierra Nevada. Alles lag onderde versch gevallen sneeuw. Het groen der boomen was nog even door de sneeuw zichtbaar. Hield de trein een oogenblik stil, dan vlogen spoedig eenige jongelui den wagon uit om elkaar een paar sneeuwballen om de ooren te gooien. Een aardige kleine deern van 12 à 14 jaar was daarbij steeds de eerste.Al te spoedig gingen de uren voorbij in deze schilderachtige omgeving. Was de stijging tot op een hoogte van bijna 8000 voet langzaam en geleidelijk gegaan, de daling ging verrassend snel. Nog geen uur geleden verlustigde ik mij in een heerlijk wintergezicht en reeds begonnen bosch en tuinen er uit te zien als waren wij in het midden van den zomer. Groen en bloemen overal. Eerst hier en daar een enkele oranjeboom vol vruchten, weldra geheele oranjerieën en wijngaarden en overvloed van allerlei tropische planten. Jongens en meisjes met mandjes vol prachtig fruit verdringen zich bij elk station om deze den reizigers voor tien (Amerikaansche) centen aan te bieden. Als men het niet reeds wist, dan zou men het hierdoor weten, dat wij ons binnen de grenzen van het heerlijke Californië bevinden.Het begon reeds te schemeren toen ik in Sacramento, de hoofdstad van Californië, aankwam en liever wilde ik daar een nacht overblijven dan het verdere van de reis tot SanFranciscoin duisternis door te reizen. Dat nachtje overblijven is tot een paar dagen aangegroeid, want het bleek mij al spoedig, dat Sacramentoeen langer verblijf overwaard was. Het is niet alleen het klimaat, dat Californië van de andere Staten van Amerika onderscheidt; het is of de altijd schijnende zon niet enkel de plantenwereld bezielt tot een opgewekt leven, maar ook dat de menschen dien invloed ondervinden. In Sacramento, het stadje van ongeveer 30.000 inwoners, heerschen eene drukte en levendigheid als in een wereldstad. ’s Avonds drie of meer theatervoorstellingen, alle met volle zalen, het Leger des Heils met trom en gezang in de straten, hier en daar bijbellezingen en kerkgezang met open deuren, groote winkels en magazijnen, zoo groot bijna als ’t “Louvre” in Parijs, en daarbij onophoudelijk voorbijrollende electrische trams, doen vergeten, dat men zich in zoo’n klein stadje bevindt.Verder reizende in Californië, bemerkte ik het trouwens overal, de bewoners van El Dorado State zijn inderdaad levendiger, goedhartiger, vroolijker menschen dan de andere Amerikanen. Zij schijnen maar één zorg te kennen, en die is om meer menschen te laten profiteeren van hun heerlijk klimaat, hun vruchtbaren bodem, hun alles opleverende bergen en bosschen en hun, onder een tropische zon, verkwikking brengenden Stillen Oceaan.

De vrouwen van Amerika1.Met het vermoeden in Amerika alles anders te zullen vinden dan in Europa en er vooral een geheel ander, hooger ontwikkeld, meer begaafd, minder bekrompen soort vrouwen te zullen aantreffen, zette ik mijn voet op Amerikaanschen bodem. Thans na een 6 weken verblijf, waarin ik de gelegenheid had met vrouwen uit alle kringen en uit verschillende Staten in aanraking te komen, wil ik voor de lezers van hetMaandbladmijn indrukken wedergeven. Ik ben natuurlijk volstrekt niet overtuigd, dat deze indrukken niet na een langer verblijf alhier gewijzigd zullen worden, maar ik meen de leden van “Vrouwenkiesrecht” en de lezers van hetMaandbladgeen ondienst te doen, mijn eerste indrukken vast te boekstaven.Laat mij dan beginnen met te constateeren, dat ik de eerste weken in New-York en Boston in dit opzicht geheel teleurgesteld was. De enkele pioniers in de vrouwenbeweging, die ik ontmoette, stonden zoo hoogboven het gros der vrouwen, dat ik het gevoel kreeg, in de eerste halve eeuw zal hier van overbrugging dier klove geen sprake zijn. Verbeeldt U, lezers, dat ik den eersten Zondag in een damesgezelschap in New-York was, waar men den naam vanSusan Anthonyzelfs niet kende en waar Mrs.Carrie Chapman Cattals een “ridiculous woman who speaks at public meetings”2bekend stond.Dit waren de echte “Society women”, vrouwen die in de groote wereld van New-York den toon mede aangeven; die haar tijd besteden met zich eenige keeren daags in andere toiletten te steken; nooit ongedecolleteerd aan tafel verschijnen, zelfs al zijn zij zonder gasten; die de kerk elken Zondag bezoeken, doch met geen ander oogmerk als dat waarmede zij naar opera of ander publieke gelegenheid gaan, in hoofdzaak om te zien en gezien te worden; die haar kinderen laten opvoeden door dienstboden en ze niet meer dan een of twee keer daags zien; in ’t kort met een klasse van vrouwen, waarvan Amerika helaas een al te groot aantal bezit, vrouwen wier ouders gemakkelijk en snel rijk zijn geworden, van welken rijkdom de kinderen nu goeden sier maken. Van ontwikkeling, ware beschaving, fijn gevoel is bij haar geen sprake. Zij hebben veel gereisd en weten daardoor van het een en ander mede te praten. Zij lezen een courant en zijn daardoor op de hoogte van de sensationeele berichten, maar diepergaat hun kennis niet, meer belangstelling kan men bij hen niet wekken. Natuurlijk zijn deze vrouwen tegen vrouwenkiesrecht, waarover zij evenwel nooit nagedacht hebben, evenmin als over eenig ander ernstig onderwerp, en toen ik haar naar de reden vroeg, was het antwoord, dat zij tevreden waren met wat zij hadden. Van plichten tegenover de maatschappij, plichten tegenover de vrouwen, die minder financieel bevoorrecht zijn dan zij, hebben zij geen begrip.Reeds spoedig kwam ik in aanraking met een geheel ander soort vrouwen, vrouwen die men het best onder den naam “zwoegsters” kan samenvatten. Het waren de vrouwen en meisjes die in winkels, in kantoren, in telefoonbureaux, in ateliers enz. haar brood verdienen. Hieronder hoopte ik de vrouwen te vinden, die het leven ernstig opvatten, die een ideaal bezitten en daarnaar flink en energiek streven. Ja, dezulken waren er onder; flinke moedige strijdsters voor billijkheid en recht; vrouwen die na haar dagtaak elk vrij oogenblik besteden om haar vakgenooten te organiseeren, haar te ontwikkelen en haar levensstandaard te verhoogen. Maar die vrouwen kon men er bijna uitpikken, want moe en overspannen zagen zij er uit en van allen hoorde ik de verzuchting, dat het zoo’n hard werk was de vrouwenvakgenooten tot organisatie te brengen. Het was net als bij ons. De meeste meisjes werken tot zij een man vinden, en al werkende zoeken zij ijverig. Alles wat haar metmannen in aanraking kan brengen wekt haar belangstelling, daarbuiten zoo goed als niets. Toen ik vroeg, hoe het dan komt, dat zooveel gehuwde vrouwen in alle werkinrichtingen gevonden worden, kreeg ik tot antwoord, dat dit een natuurlijk gevolg was van het werken vóór het huwelijk. Wanneer de vrouwen eenmaal gewend zijn op eenigszins royale wijze, (de loonen zijn hier hoog) in eigen onderhoud te voorzien, dan valt het deerlijk af, wanneer zij na de wittebroodsweken ontwaren, dat manlief niet geneigd is, ook dikwijls niet in staat is, op diezelfde royale wijze aan de wenschen van vrouwlief te gemoet te komen. Het is dan dat zeer velen naast haar huiselijke plichten haar beroepstaak weder opvatten, maar door die dubbele taak zich te veel op de schouders laden, om ook nog belangstelling te kunnen hebben voor het maatschappelijk leven. Worden dezulken ook soms lid van de vakorganisatie, dan geschiedt dit met geen ander oogmerk dan daardoor persoonlijk voordeel te behalen. Van een hoogere levensopvatting meestal geen sprake.Dezelfde indrukken kreeg ik van de fabriekarbeidsters. Wel bestaan er voor al deze categoriën vrouwen vakvereenigingen, clubs en tehuizen, maar de vrouwen, die aan het hoofd dier vereenigingen staan en waarvan ik verscheiden sprak, verzekerden mij, dat zij allen financieel gesteund worden en moeten worden door de, laat mij ze noemen “bourgeoisvrouwen”, wilden zij niet ten onder gaan.Als oorzaak van deze lakschheid der “zwoegsters” gaven de leidsters mij bijna allen op, dat men de vrouwen die weinige belangstelling in hare organisaties niet al te euvel kan duiden, want de organisaties staan te machteloos, zij kunnen den leden te weinig voordeel aanbieden. De mannen met hun kiesrecht kunnen van de volksvertegenwoordigers alles gedaan krijgen wat zij verlangen, zoodra hun organisatie maar krachtig optreedt en scherp omlijnde eischen stelt. De weinige vrouwen die georganiseerd zijn, zijn dan ook allen warme voorstandsters van vrouwenkiesrecht en verwachten daarvan, mijns inziens terecht, alles goeds.En toch—Amerika biedt een groote verscheidenheid van vrouwen! Naast die weerzinwekkende, nietsdoende, alleen-voor-pleizier-maken-levende vrouwen uit de hooge kringen, vindt men er vrouwen van gering tot aanzienlijk—zelfs uit de hoogste kringen—die haar geheele leven wijden aan het maatschappelijk welzijn. In alle besturen van vereenigingen, die zulke doeleinden nastreven, kan men zeker zijn eenige vrouwennamen te vinden, die daarbij niet als uithangbord dienst doen, zooals in vele besturen van vereenigingen bij ons te lande, maar waarvan de draagsters een werkzaam aandeel nemen aan het te verrichten werk en in zoo’n bestuur dikwijls een overwegenden invloed uitoefenen.In alle mogelijke zaken, beroepen en bedrijven trof ik vrouwen, die daarin soms de hoogste posities bekleeden;aan het hoofd van een school voor jongens en meisjes van 16 tot 19 à 20 jaar stond een vrouw, terwijl de leerkrachten uit mannen en vrouwen bestonden; vrouwen overal aan den arbeid tusschen de mannen en soms als hun superieuren; allen vrouwen, die op waardige en bekwame wijze haar taak vervullen.Dieper ziende en verder reizende door Amerika kwam ik dan ook tot het besef: Ja, de Amerikaansche vrouwen, als een geheel genomen, zijn ons een geslacht, misschien wel eenige geslachten vooruit. Overal waar wij ons nog een plaats moeten veroveren, hebben zij reeds vasten voet.Hoe is dit te verklaren? vroeg ik een zeer begaafde, algemeen ontwikkelde vrouw, die in het bestuur van een groote nationale vereeniging, ten doel hebbende kapitaal en arbeid op voet van vrede te houden, een post van vertrouwen inneemt. Hoe konden, bij zooveel lakschheid onder vele vrouwen, de ernstige werksters zulke posities veroveren; hoe hebben de vrouwen in Amerika het aangelegd, dat men haar de hoogste posten toevertrouwt?Het antwoord op deze vraag kwam hierop neder, dat men in Amerika voor alle soort arbeid, voor alle ambten en betrekkingen nog steeds menschen tekort komt; dat men neemt die men krijgen kan en dat de meeste werkgevers reeds lang hebben ingezien, dat het voordeeliger voor hen is een bekwame vrouw dan een onbekwame man aan te stellen, of soms voor hetwerk in ’t geheel geen man konden vinden en dan wel genoodzaakt waren een vrouw te nemen. Op die wijze kwamen vele vrouwen in het werk en kregen daardoor gelegenheid te toonen, dat zij tot dat steeds verondersteldemannenwerk volkomen in staat waren. De vrouwen in Amerika hebben nu reeds gelegenheid gehad zoovele vooroordeelen tegen maatschappelijk vrouwenwerk te overwinnen, dat zij niet behoeven te vreezen, ook al wordt de bevolking van Amerika nog zoo groot, ooit weder uit hunne positie verdrongen te zullen worden. Door den nood werd men gedwongen vrouwen aan het werk te zetten, en nu hebben de vrouwen gelegenheid gehad te toonen, waartoe zij in staat zijn.1Dit artikel verscheen in hetMaandblad voor Vrouwenkiesrechtvan 15 Nov. 1904.2Een dwaze vrouw, die op openbare vergaderingen spreekt.

Met het vermoeden in Amerika alles anders te zullen vinden dan in Europa en er vooral een geheel ander, hooger ontwikkeld, meer begaafd, minder bekrompen soort vrouwen te zullen aantreffen, zette ik mijn voet op Amerikaanschen bodem. Thans na een 6 weken verblijf, waarin ik de gelegenheid had met vrouwen uit alle kringen en uit verschillende Staten in aanraking te komen, wil ik voor de lezers van hetMaandbladmijn indrukken wedergeven. Ik ben natuurlijk volstrekt niet overtuigd, dat deze indrukken niet na een langer verblijf alhier gewijzigd zullen worden, maar ik meen de leden van “Vrouwenkiesrecht” en de lezers van hetMaandbladgeen ondienst te doen, mijn eerste indrukken vast te boekstaven.

Laat mij dan beginnen met te constateeren, dat ik de eerste weken in New-York en Boston in dit opzicht geheel teleurgesteld was. De enkele pioniers in de vrouwenbeweging, die ik ontmoette, stonden zoo hoogboven het gros der vrouwen, dat ik het gevoel kreeg, in de eerste halve eeuw zal hier van overbrugging dier klove geen sprake zijn. Verbeeldt U, lezers, dat ik den eersten Zondag in een damesgezelschap in New-York was, waar men den naam vanSusan Anthonyzelfs niet kende en waar Mrs.Carrie Chapman Cattals een “ridiculous woman who speaks at public meetings”2bekend stond.

Dit waren de echte “Society women”, vrouwen die in de groote wereld van New-York den toon mede aangeven; die haar tijd besteden met zich eenige keeren daags in andere toiletten te steken; nooit ongedecolleteerd aan tafel verschijnen, zelfs al zijn zij zonder gasten; die de kerk elken Zondag bezoeken, doch met geen ander oogmerk als dat waarmede zij naar opera of ander publieke gelegenheid gaan, in hoofdzaak om te zien en gezien te worden; die haar kinderen laten opvoeden door dienstboden en ze niet meer dan een of twee keer daags zien; in ’t kort met een klasse van vrouwen, waarvan Amerika helaas een al te groot aantal bezit, vrouwen wier ouders gemakkelijk en snel rijk zijn geworden, van welken rijkdom de kinderen nu goeden sier maken. Van ontwikkeling, ware beschaving, fijn gevoel is bij haar geen sprake. Zij hebben veel gereisd en weten daardoor van het een en ander mede te praten. Zij lezen een courant en zijn daardoor op de hoogte van de sensationeele berichten, maar diepergaat hun kennis niet, meer belangstelling kan men bij hen niet wekken. Natuurlijk zijn deze vrouwen tegen vrouwenkiesrecht, waarover zij evenwel nooit nagedacht hebben, evenmin als over eenig ander ernstig onderwerp, en toen ik haar naar de reden vroeg, was het antwoord, dat zij tevreden waren met wat zij hadden. Van plichten tegenover de maatschappij, plichten tegenover de vrouwen, die minder financieel bevoorrecht zijn dan zij, hebben zij geen begrip.

Reeds spoedig kwam ik in aanraking met een geheel ander soort vrouwen, vrouwen die men het best onder den naam “zwoegsters” kan samenvatten. Het waren de vrouwen en meisjes die in winkels, in kantoren, in telefoonbureaux, in ateliers enz. haar brood verdienen. Hieronder hoopte ik de vrouwen te vinden, die het leven ernstig opvatten, die een ideaal bezitten en daarnaar flink en energiek streven. Ja, dezulken waren er onder; flinke moedige strijdsters voor billijkheid en recht; vrouwen die na haar dagtaak elk vrij oogenblik besteden om haar vakgenooten te organiseeren, haar te ontwikkelen en haar levensstandaard te verhoogen. Maar die vrouwen kon men er bijna uitpikken, want moe en overspannen zagen zij er uit en van allen hoorde ik de verzuchting, dat het zoo’n hard werk was de vrouwenvakgenooten tot organisatie te brengen. Het was net als bij ons. De meeste meisjes werken tot zij een man vinden, en al werkende zoeken zij ijverig. Alles wat haar metmannen in aanraking kan brengen wekt haar belangstelling, daarbuiten zoo goed als niets. Toen ik vroeg, hoe het dan komt, dat zooveel gehuwde vrouwen in alle werkinrichtingen gevonden worden, kreeg ik tot antwoord, dat dit een natuurlijk gevolg was van het werken vóór het huwelijk. Wanneer de vrouwen eenmaal gewend zijn op eenigszins royale wijze, (de loonen zijn hier hoog) in eigen onderhoud te voorzien, dan valt het deerlijk af, wanneer zij na de wittebroodsweken ontwaren, dat manlief niet geneigd is, ook dikwijls niet in staat is, op diezelfde royale wijze aan de wenschen van vrouwlief te gemoet te komen. Het is dan dat zeer velen naast haar huiselijke plichten haar beroepstaak weder opvatten, maar door die dubbele taak zich te veel op de schouders laden, om ook nog belangstelling te kunnen hebben voor het maatschappelijk leven. Worden dezulken ook soms lid van de vakorganisatie, dan geschiedt dit met geen ander oogmerk dan daardoor persoonlijk voordeel te behalen. Van een hoogere levensopvatting meestal geen sprake.

Dezelfde indrukken kreeg ik van de fabriekarbeidsters. Wel bestaan er voor al deze categoriën vrouwen vakvereenigingen, clubs en tehuizen, maar de vrouwen, die aan het hoofd dier vereenigingen staan en waarvan ik verscheiden sprak, verzekerden mij, dat zij allen financieel gesteund worden en moeten worden door de, laat mij ze noemen “bourgeoisvrouwen”, wilden zij niet ten onder gaan.

Als oorzaak van deze lakschheid der “zwoegsters” gaven de leidsters mij bijna allen op, dat men de vrouwen die weinige belangstelling in hare organisaties niet al te euvel kan duiden, want de organisaties staan te machteloos, zij kunnen den leden te weinig voordeel aanbieden. De mannen met hun kiesrecht kunnen van de volksvertegenwoordigers alles gedaan krijgen wat zij verlangen, zoodra hun organisatie maar krachtig optreedt en scherp omlijnde eischen stelt. De weinige vrouwen die georganiseerd zijn, zijn dan ook allen warme voorstandsters van vrouwenkiesrecht en verwachten daarvan, mijns inziens terecht, alles goeds.

En toch—Amerika biedt een groote verscheidenheid van vrouwen! Naast die weerzinwekkende, nietsdoende, alleen-voor-pleizier-maken-levende vrouwen uit de hooge kringen, vindt men er vrouwen van gering tot aanzienlijk—zelfs uit de hoogste kringen—die haar geheele leven wijden aan het maatschappelijk welzijn. In alle besturen van vereenigingen, die zulke doeleinden nastreven, kan men zeker zijn eenige vrouwennamen te vinden, die daarbij niet als uithangbord dienst doen, zooals in vele besturen van vereenigingen bij ons te lande, maar waarvan de draagsters een werkzaam aandeel nemen aan het te verrichten werk en in zoo’n bestuur dikwijls een overwegenden invloed uitoefenen.

In alle mogelijke zaken, beroepen en bedrijven trof ik vrouwen, die daarin soms de hoogste posities bekleeden;aan het hoofd van een school voor jongens en meisjes van 16 tot 19 à 20 jaar stond een vrouw, terwijl de leerkrachten uit mannen en vrouwen bestonden; vrouwen overal aan den arbeid tusschen de mannen en soms als hun superieuren; allen vrouwen, die op waardige en bekwame wijze haar taak vervullen.

Dieper ziende en verder reizende door Amerika kwam ik dan ook tot het besef: Ja, de Amerikaansche vrouwen, als een geheel genomen, zijn ons een geslacht, misschien wel eenige geslachten vooruit. Overal waar wij ons nog een plaats moeten veroveren, hebben zij reeds vasten voet.

Hoe is dit te verklaren? vroeg ik een zeer begaafde, algemeen ontwikkelde vrouw, die in het bestuur van een groote nationale vereeniging, ten doel hebbende kapitaal en arbeid op voet van vrede te houden, een post van vertrouwen inneemt. Hoe konden, bij zooveel lakschheid onder vele vrouwen, de ernstige werksters zulke posities veroveren; hoe hebben de vrouwen in Amerika het aangelegd, dat men haar de hoogste posten toevertrouwt?

Het antwoord op deze vraag kwam hierop neder, dat men in Amerika voor alle soort arbeid, voor alle ambten en betrekkingen nog steeds menschen tekort komt; dat men neemt die men krijgen kan en dat de meeste werkgevers reeds lang hebben ingezien, dat het voordeeliger voor hen is een bekwame vrouw dan een onbekwame man aan te stellen, of soms voor hetwerk in ’t geheel geen man konden vinden en dan wel genoodzaakt waren een vrouw te nemen. Op die wijze kwamen vele vrouwen in het werk en kregen daardoor gelegenheid te toonen, dat zij tot dat steeds verondersteldemannenwerk volkomen in staat waren. De vrouwen in Amerika hebben nu reeds gelegenheid gehad zoovele vooroordeelen tegen maatschappelijk vrouwenwerk te overwinnen, dat zij niet behoeven te vreezen, ook al wordt de bevolking van Amerika nog zoo groot, ooit weder uit hunne positie verdrongen te zullen worden. Door den nood werd men gedwongen vrouwen aan het werk te zetten, en nu hebben de vrouwen gelegenheid gehad te toonen, waartoe zij in staat zijn.

1Dit artikel verscheen in hetMaandblad voor Vrouwenkiesrechtvan 15 Nov. 1904.2Een dwaze vrouw, die op openbare vergaderingen spreekt.

1Dit artikel verscheen in hetMaandblad voor Vrouwenkiesrechtvan 15 Nov. 1904.

2Een dwaze vrouw, die op openbare vergaderingen spreekt.

Verbeterhuizen in Amerika.(Reformatories.)Schrijvende over Reformatories, dien ik, voor den oningewijden lezer, eerst met een enkel woord uiteen te zetten, wat men hier onder deze instellingen verstaat. In ’t kort zou ik een Reformatory aldus kunnen omschrijven: van een gevangenis een verbeterhuis maken, waarin de veroordeelde, gedurende zijn verblijf, tot een beter mensch hervormd wordt.Sprekende over Reformatories in Amerika, moet men wel in het oog houden, dat Amerika uit een groot aantal Staten bestaat, die verschillende wetten en derhalve ook verschillende strafwetten hebben en dat in vele Staten de gevangenissen op dit moment nog veel te wenschen overlaten. De in ons land meest bekende Amerikaansche Reformatory, is die in Elmira, waarvan Mr.Z. R. Brockwayde stichter en langen tijd de superintendent was. Elmira ligt in den Staat New-York; het werk vanBrockwaywas een zoodanig succes, dat de Staat New-York besloot langzamerhand alle gevangenissen naar dit systeem te hervormen. Deze hervorming kost evenwel tijd en geld, zoodatop dit moment wel reeds eenige andere Reformatories op kleine schaal zijn tot stand gebracht, maar Elmira nog steeds overbevolkt is en vele veroordeelden in gewone gevangenissen moeten worden ondergebracht, die in een Reformatory tehuis behooren. Elmira is een Reformatory voor mannelijke veroordeelden.De aan den Staat New-York grenzende Staat Massachusetts heeft de lessen vanBrockway, die hij herhaaldelijk in woord en schrift uitte, zoozeer ter harte genomen, dat de regeering onmiddellijk is begonnen de Reformatories aldaar in te voeren. Met zekere mate van vrijheid werd het de superintendenten der gevangenissen toegestaan, die verbeteringen in hunne instellingen in te voeren, die zij in het belang der veroordeelden, en daarmede in het belang van Staat en Maatschappij, noodig oordeelden. Deze hervormingen zijn in geen enkele gevangenis alle opeens tot stand gebracht, maar door onophoudelijke voorlichting van den een aan den ander, door telkens nieuwe methoden te probeeren en de resultaten nauwkeurig gade te slaan, is langzamerhand in enkele Reformatories een soort van volmaaktheid bereikt, waardoor de Staat Massachusetts, zelfs in Amerika, het hoogste standpunt inneemt met betrekking tot de behandeling van zijn veroordeelden. Massachusetts heeft in de laatste jaren in dit opzicht zelfs den New-York-Staat overtroffen.De beste in Massachusetts bestaande Reformatoryis die voor vrouwen in Sherborn, die, hoewel geheel verschillende van Elmira, toch voor deze in geen enkel opzicht onderdoet.Het is van deze instelling, de Reformatory voor vrouwen in Sherborn, dat ik het een en ander wil vertellen.Voorzien van een introductie van Mr.Samuel Barrows, het hoofd der afdeeling, belast met het toezicht op de gevangenissen, begaf ik mij per electrische tram van Boston naar South Farmingham, ruim een uur trammende door een mooie, welvarende streek, en kwam van daar, na een wandeling van ongeveer 20 minuten, voor een aan den weg gelegen mooi, groot gebouw, wat in niets op een gevangenis gelijkt, doch veel meer door zijn vorm en grootheid, aan een uitgebreid ziekenhuis doet denken. Men had mij dat gebouw als de Sherborn Reformatory aangewezen, en daarom trad ik over de groote oprijlaan naar binnen. Rondom bloemen, planten, schaduwrijke boomen. Vergiste ik mij niet, bevond ik mij niet voor een private woning, waaraan een of andere werkinrichting of kostschool verbonden was? Terwijl ik nog in twijfel stond of ik wel verder zou gaan, kwam een jonge dame uit het huis naar mij toe en vroeg mij naar mijn wenschen. Op haar bevestiging, dat ik mij werkelijk bevond op de plaats die ik zocht, begeleidde zij mij naar de superintendente (die ik in het vervolg gemakshalve directrice zal noemen), aanwie ik mijn brief van introductie overhandigde. Het jonge meisje was de klerk van de gevangenis, die, boven en behalve al het administratieve werk, ook belast is met het toezicht houden op de in- en uitgaande personen van het gebouw.De directrice, mevr.Morton, die reeds 23 jaar aan deze instelling verbonden is, ontving mij allervriendelijkst en hoewel het Zaterdag, een zeer drukke dag was, stelde zij zich toch onmiddellijk beschikbaar mij alles te laten zien en alle inlichtingen te verschaffen die ik wenschte. Het was ongeveer elf uur en nadat zij mij eerst zoo uitvoerig mogelijk met de wording van deze instelling op de hoogte had gebracht, de sedert 1878 onder mevr.Atkinsonbegonnen en steeds vermeerderde verbeteringen opgesomd, vele door mij opgeteekende vragen had beantwoord, begaven wij ons naar de keuken, waar 10 à 12 vrouwen, onder toezicht van een ongeveer 35-jarige dame, bezig waren het eten voor dien middag te koken. Die dame was een matron (opzichteres zal ik haar noemen), de eenige, die over deze vrouwen het toezicht hield en onder wier leiding deze vrouwen gedurende de week keukendienst hadden. In niets deden deze vrouwen aan gevangenen denken. Gekleed in een blauw en wit geruite katoenen japon, met witte boezelaar, het haar netjes gekapt, zonder muts of andere hoofdbedekking, zagen zij er beter en netter gekleed uit, dan velen onzer dienstboden of werkvrouwen. Op mijn opmerking, tot een dezervrouwen gericht, dat ik het in de keuken zoo warm vond, kreeg ik open, doch beleefd tot antwoord, dat dit was omdat ik van buiten kwam; als men er den geheelen morgen gewerkt had, merkte men het niet meer. Ook tot de directrice werd door de veroordeelden open en rond het woord gevoerd; geen onderdanige vriendelijkheid, geen kruipende beleefdheid; met denzelfden toon van beleefdheid, waarin zij werden toegesproken werd door haar geantwoord.Van de keuken begaven wij ons naar de eetzalen, omdat het etensuur weldra zou aanbreken. Onderwijl wij daarop wachten, zal ik even vertellen dat de gevangenen in 3 klassen of groepen verdeeld zijn, waarvan de 1e klasse de hoogste is, daarop volgt dan tweede en derde klasse.De in de derde klasse vertoevenden moeten het eten in haar kamertjes afzonderlijk gebruiken, die in de tweede klasse, alsook die in de eerste, eten met haar klassegenooten.In de eetzaal van de tweede klasse stonden twee lange, helder geboende tafels, aan beide zijden lange rijen stoelen. Op iedere plaats stond een bord en er lagen een mes, vork en een plak wittebrood naast. Tusschen elke twee zitplaatsen stond een zoutvaatje en een peperbusje op tafel.De heldere vloeren, de hagelwitte muren vol mooie humane spreuken, de electrische lampen, gaven een vriendelijk aanzien. Door een paar vrouwen, die helderwittemouwen over de japonmouwen droegen, werd het eten opgediend. Een in het wit gekleede opzichteres hield hier toezicht. Naast elk bord werd een kom bruine boonensoep geplaatst, en op elk bord werd een stuk gekookt ossevleesch, ter grootte van een ons ongeveer, en daarbij eenige aardappelen, gelegd. Een glas water voor elke aanzittende voltooide het menu.In de eerste klasse hetzelfde eten, dezelfde helderheid, zindelijkheid, orde, netheid. Hier waren echter de lange tafels met een lang wit tafelkleed gedekt en prijkten eenige schilderijen aan de muren.De gevangenen kwamen uit de verschillende werkzalen achter elkaar binnenloopen, velen met een boek onder den arm. Ik dacht dat het een bijbel was, doch de directrice deelde mij mede dat het leesboeken waren, die de vrouwen uit de bibliotheek der gevangenis hadden. Zij kregen een half uur om te eten, en nu gebruikten velen den tijd dien zij over hadden om te lezen, hetgeen geoorloofd was.Het eten begon met een gezamenlijk gebed, waarin de opzichteres voorging.Voor ik verder ga wil ik eerst wat meer van de klassificeering mededeelen, omdat ik in het vervolg herhaaldelijk van klasse 1 of 2 zal moeten spreken.In de Reformatory in Sherborn worden alleen geplaatst veroordeelden tot een jaar of langer. Een heel enkelen keer komt er een vrouw, die voor korter tijd veroordeeld is. Er was nu één, die tot 6 maandenstraf veroordeeld was. Ook de levenslang veroordeelden komen er in den regel niet, doch ook daarvan was er nu één aanwezig.De nieuwe wet op de gevangenissen in Massachusetts dateert van 1 Juli 1903 en het tegenwoordig gevolgde systeem in de Reformatory in Sherborn is daarmede in overeenstemming gebracht.Zoodra een vrouw in de gevangenis komt gaat zij naar een badkamer. Op een groot uitgespreid laken wordt zij ontkleed en krijgt daarna een lauwwarm bad. Haar kleederen worden in het laken geknoopt en in den onmiddellijk daaraan grenzenden desinfectie-oven gedesinfecteerd, daarna gereinigd, en als zij het bewaren waard zijn, netjes bewaard.Uit het bad, waarin ook het haar goed gewasschen is, wordt zij in een der observatiekamertjes gebracht en den volgenden morgen door Dr.Frances Potter, de vrouwelijke arts der inrichting, geheel onderzocht, gewogen en volgens het systeemBertillongemeten. Bij eenigen twijfel aan de volmaakte lichamelijke of geestelijke gezondheid houdt Dr.Potterhaar zoolang in observatie tot zij zekerheid heeft.Gedurende den observatietijd zijn de veroordeelden geheel geisoleerd en worden alleen door de directrice, de dokter en een verpleegster bezocht. Zij liggen in een ruim, luchtig en licht kamertje, op een goed gematrast en met dekens voorzien bed. Zij krijgen dàt voedsel, wat de dokter voorschrijft.Zoodra de observatietijd is afgeloopen, die meestal niet langer dan een of twee dagen duurt, wordt de veroordeelde door de directrice naar een der werkkamers gezonden. De directrice houdt daarbij steeds het belang van de veroordeelde in ’t oog, door haar in te deelen bij het werk, waarvoor zij de meeste geschiktheid bezit, of waarvan zij in haar volgend leven het meest nut kan trekken.Eigenlijk moet elke veroordeelde beginnen met in klasse III te worden ingedeeld, om dan langzamerhand door goed gedrag naar klasse II en daarna naar klasse I te verhuizen.Uit een paedagogisch oogpunt begint mevr.Mortonechter anders. Zij spreekt de veroordeelde toe, brengt haar met de orde en regels van het huis op de hoogte en vertelt haar, dat zij in klasse III, de laagste klasse, moet beginnen, dat zij daar geheel geisoleerd is, niet mag eten en werken met de anderen en niet naar de kerk of de lezingen mag gaan. Dat de directrice evenwel gelooft en vertrouwt dat zij daarvoor te goed is, dat zij haar daarom onmiddellijk in de tweede klasse zal plaatsen en hoopt, dat zij het in haar gestelde vertrouwen niet zal beschamen. Bij de minste overtreding van de orde of de regels van het huis, bij gebrek aan vlijt in het verrichten van haar taak, zal zij echter naar de derde klasse moeten verhuizen.Op het oogenblik dat ik de inrichting bezocht was er van de 214 veroordeelden geen één in de derdeklasse; alle kamertjes stonden er open en leeg.In de tweede klasse zijn de meeste vrouwen. Daar beginnen zij allen, en sommigen komen er niet uit. Om tot de 1e klasse op te klimmen moeten zij gedurende 6 maanden geen reden tot klagen geven en alle punten voor goed gedrag en betoonde vlijt, tien elke week, behaald hebben. Hebben zij aldus geen reden tot één klacht gegeven, dan gaan zij naar de 1e, de hoogste klasse, over.De kleeding in de tweede klasse verschilt voor een oppervlakkig beschouwer niet van de eerste. Toch is er eenig verschil. De ruitjes van de japon zijn bij de 2e klasse vrouwen dubbelgeblokt, bij die van de 1e klasse 4 maal geblokt.De kleur, blauw en wit, de vorm van kleed, de qualiteit van katoen gelijk. Toch is het een heel feest als een vierblokjes-kleed wordt aangetrokken, en met eenige trots loopen velen er de eerste dagen mede rond.Eenmaal in de 1e klasse aangeland, dan hebben zij door goed gedrag en vlijt het aantal punten te behalen wat noodig is om uit de gevangenis op parool ontslagen te worden. Dit hangt echter niet alleen van de directrice af. De directrice kan alleen, na 8 maanden goed gedrag van de veroordeelde, haar voordragen voor ontslag. Het hangt dan van den aard van haar misdrijf af of zij ontslagen zal worden. Heeft zij een misdaad bedreven, waarvoor zij tot meer dan 5 jaarveroordeeld is, dan wordt zij niet ontslagen; in elk ander geval wordt zij op voordracht van de directrice na 8 of 10 maanden ontslagen, doch blijft gedurende haar verderen straftijd onder politie-toezicht.Dit politie-toezicht over vrouwen wordt door vrouwen uitgeoefend.Overtreedt zij nu gedurenden dien tijd opnieuw de wet, dan ontvangt zij niet alleen een nieuwe veroordeeling, doch heeft bovendien nog uit te zitten den tijd dien zij van haar vorige straf nog te goed had. In de gevangenis teruggekeerd wordt zij dan in de 3e klasse geplaatst en blijft daar langen tijd.De kamertjes van de 1e en 2e klasse zijn allen luchtige, vierkante vertrekken, waarin door een groot openslaand venster lucht en zonlicht ruimschoots kan binnenstralen. Alle kamers zien op bosch of tuin of bouwland uit.In elke kamer staat een net ijzeren ledikant met een goed bed, witte wollen dekens, lakens en kussensloop hagelwit, en in de 1e klasse een wit, in de 2e klasse een rood en wit gestreepte sprei over het bed. Verder een stoel, een tafeltje met twee verdiepingen, een ijzeren waschtafeltje, waarop een bak water, een geëmailleerde waterbeker, een zeepbakje met zeep, een tandeborstel en daarnaast een handdoekrekje met handdoek. Daarboven hangt een spiegeltje.In alle kamers hangt een kalender met een vriendelijk schild en aardige spreuken, meestal geschenken van vrouwen-vereenigingen. Deze kalenders moetendoor de veroordeelden bijgehouden worden. Verder ligt op elke tafel een bijbel, benevens een boekje, de strafwetten en de regels en de orde van de inrichting waarin zij zijn, bevattende.In elke kamer hangt een aardig schilderij. Daar dit ook geschenken van vereenigingen zijn, is er een groote verscheidenheid van en laat de directrice daarom elke week de verschillende schilderijen omruilen, zoodat de bewoners telkens een andere krijgen.Ware het niet, dat het bij mijn bezoek overal openstaand venster, door zware ijzeren stangen versperd en de deur, door een ijzeren grendel van buiten afgesloten kan worden, dan zouden deze kamertjes het in gezelligheid, ruimheid, netheid, van de kamers der verpleegsters in vele onzer groote ziekenhuizen ruimschoots winnen.Op de afdeeling 1e klasse is bovendien op het eind der gang, waarop alle kamers uitkomen, een groote ovale recreatiekamer, waarin aan beide zijden, drie groote vensters lucht en licht naar binnen werpen. Voor de vensters stonden potten begonia’s, een groote ficus, reseda, rozen en andere kamerplanten. Vier of vijf vogelkooien met kanaries, een sprekende papegaai, tal van mooie schilderijen, vele easy-chairs, een tafel met plaatwerken, tijdschriften, novellen, damspel en andere spelen gaven aan het geheel een karakter van huiselijkheid en gezelligheid, waardoor men meer ging denken aan een prettige conversatiekamer in een goedgeleid en zindelijk onderhouden pension, dan aan een vertrek in een gevangenis.Des Zondagsmiddags en een paar avonden in de week mogen de bewoonsters der 1e klasse dit vertrek bezoeken. Natuurlijk bevindt zich er dan steeds een opzichteres, doch de vrouwen zijn geheel vrij in de wijze waarop zij haar tijd aldaar willen besteden. Het gebruiken van ruwe en onkiesche woorden of uitdrukkingen is hier, evenals in het geheele gebouw, streng verboden. Den eersten keer wordt het ongeoorloofde er van onder ’t oog gebracht, de tweede overtreding wordt met een slecht punt bestraft, doch herhaalde overtreding heeft één of meer dagen afzondering en degradatie tengevolge.Van ziekelijke sentimentaliteit is hier in geen enkele afdeeling, in geen enkele lokaliteit, sprake; overal krijgt men den indruk dat men in een groote werkinrichting is, waar de grootste mate van netheid en ordelijkheid heerscht en elkeen opgeruimd haar taak vervult. Allen (de zieken natuurlijk uitgezonderd) moeten in deze inrichting werken en bij de keuze van werk wordt zooveel mogelijk in aanmerking genomen, wat voor de betreffende vrouw de nuttigste arbeid is.Alles wat voor een inrichting als deze noodig is, het zindelijk houden van het gebouw, de wasch, het bereiden van het eten, het bakken van het brood, het maken van boter en kaas, naaien van nieuwe onder- en bovenkleederen, weven van witgoederen, het melkender koeien, het verzorgen van de 85 koeien, 300 varkens en 1000 kippen, het bebouwen van het land, onderhouden van den tuin en nog een menigte andere zaken worden alle door de bewoonsters verricht. Daarbij zijn de werkzaamheden zóó geregeld, dat zij die ’s morgens zwaar werk verricht hebben, bijv. wasschen, schrobben, landbouw- of tuinwerk, des middags naar de naaikamer gaan.In den regel begint de directrice de vrouwen elke week bij ander werk in te deelen, opdat zij al het te verrichten werk, voor een groot deel toch tot het huishoud-werk behoorende, goed en netjes leeren uitvoeren. Zoodra zij evenwel ziet dat er in een of ander meisje of vrouw een goede naaister, een goede kookster, een tuinierster of iets anders steekt, dan wordt zoo iemand in hoofdzaak voor dat soort werk aangewezen en het vak haar in alle finesses geleerd.Doordat ook alle kleederen van de directrice, dokter, predikant, apotheker, verpleegsters en alle opzichteressen, gezamenlijk 35 dames, in de inrichting gemaakt mogen worden, kan een naaister het vak aldaar geheel leeren. Dit kunnen ook de waschvrouwen en strijksters, want daar in dit gebouw des winters, als er niet veel buitenshuis gewerkt kan worden, ook de fijne wasch verricht wordt van de nabijgelegen mannengevangenissen in Massachusetts, zoo leeren de vrouwen er ook overhemden, boorden en manchetten der mannen strijken en in orde houden.Aan de inrichting is verder een kook- en huishoudschool verbonden, waar 12 meisjes tegelijk, door een van buiten komende leerares, 2 keer in de week een uur les krijgen. Bij de keuze der leerlingen wordt natuurlijk door de directrice met aanleg en geschiktheid rekening gehouden, ook kiest zij daarvoor meestal de jongere personen. Van af den leeftijd van 16 jaar komen de veroordeelden reeds in deze inrichting. Door oudere vrouwen zag ik er zittingen voor rieten stoelen maken, een vak wat hier nog veel huisindustrie is; als deze vrouwen dit vak dus goed leeren, kunnen zij gemakkelijk later hiermee den kost voor zich zelf verdienen.Aan vijf weeftoestellen leeren of onderhouden de veroordeelde meisjes uit weverijen haar vak, zoodat zij bij het verlaten van dit gebouw een beter werkster zijn en dus meer kunnen verdienen dan toen zij er in kwamen.Van alles en nog wat wordt er gewerkt en geleerd, doch zou ik dit alles opsommen dan kwam ik nooit aan het eind.Om een indruk te krijgen van den geest, die in deze inrichting heerscht, komt ’t mij belangrijk voor thans te vertellen wat er gedaan wordt voor de geestelijke ontwikkeling van de bewoonsters. Aan de inrichting is een predikant verbonden, die ook in het gebouw woont en die, evenals alle ambtenaren, een vrouw is. Zij heeft niet alleen den kerkdienst te leiden, maar zij is tevens hoofd der school. Alle analphabetenbeneden de 45 jaar zijn verplicht elken namiddag, van 1 tot 3 uur, de school te bezoeken. Daar leeren zij lezen, schrijven, rekenen. Bovendien is er drie keer in de week ’s avonds van 6½ tot 8 uur school voor de meer gevorderden. Daar mogen allen heen gaan, doch niemand is verplicht er heen te gaan. De lessen schijnen daar echter nog al aantrekkelijk gegeven te worden, want verreweg de meesten laten zich als leerlingen voor de avondklasse inschrijven en volgen die, zoolang zij in de inrichting moeten vertoeven.Met den kerk- en schooldienst is evenwel de taak der predikante nog niet afgeloopen. De bibliotheek van de inrichting, die 1350 boekdeelen bevat, staat ook onder haar leiding. Een mooie collectie goede boeken, waaronder natuurlijk ook kleine, eenvoudige novellen, doch ook de werken vanDickens,Walter Scott, en vele Amerikaansche bekende auteurs, waren aanwezig. Op dezelfde wijze als in elke publieke leesbibliotheek worden ook hier de boeken uitgegeven, aan de 2e klasse vrouwen eenmaal ’s weeks. Deze boeken mogen zij mede naar haar kamer nemen en er elk vrij oogenblik in lezen. Ook is het geoorloofd ze mede naar de naaikamer te nemen en er in te lezen als zij op werk moeten wachten.Zijn de veroordeelden steeds in kerk, in school, in werk- en ontspanningkamer onder toezicht van een of meer opzichteressen, anders is dit, wanneer zijtwee keer in de week, des Woensdags- en Zaterdagsmiddags van 3 tot 4 uur, bijeenkomen en de directrice dan een toespraak tot hen houdt.Des winters wordt daarvoor de vergaderzaal, des zomers bij goed weder meestal een beschutte plek in den tuin genomen. Voor die gelegenheid wasschen zij zich altijd eerst goed, kappen het haar netjes en schikken de kleeren, zoodat zij er op ’t voordeeligst uitzien. Zij stappen dan allen vrij en frank uit hun kamers naar de plek, die als verzamelplaats is aangenomen.Mevr.Mortonwist niet goed hoe zij mij zou definieeren wat zij dan deed. “Ik houd geen lezing”, zei ze, “o, hemel neen, noem het ook geen toespraak, ik zou het liefst willen, dat gij begreep, dat ik dan tot mijn kinderen van hart tot hart spreek, dat ik mij dan gevoel als moeder van zooveel dochters, die ik heb op te voeden tot goede vrouwen, goede moeders, deugdzame menschen”.Zij vertelt ze dan in den regel eerst de bijzonderheden die in de wereld plaats grepen gedurende de laatste dagen: bijv. de verkiezing van een nieuwen gouverneur voor een of ander Amerikaanschen Staat, den dood of de kroning van een of ander staatshoofd in Europa of een ander werelddeel, groote maatschappelijke ongelukken, bijvoorbeeld een overstrooming, een grooten brand, den stand van den oorlog tusschen Rusland en Japan, of iets, waarin”’t algemeen” belang stelt, opdat, wanneer de vrouwen uit de gevangenis ontslagen worden, zij met de groote wereldgebeurtenissen op de hoogte zijn.Na dat praatje gaat zij over tot een of ander afgerond onderwerp. Dan eens spreekt zij over de taak van moeders, of over maatschappelijke plichten, dan weder vertelt zij wat uit dieren- of plantenwereld, of iets uit de geschiedenis van Amerika. Steeds varieert zij van onderwerp en laat soms door de vrouwen opgeven, waarover zij praten zullen. Mevr.Mortonwil, als zij bij of met de vrouwen is, van geen opzichteressen weten, zij is dan alleen met die ruim 200 veroordeelden. “Als ik bij haar ben, zullen zij zich als vrije menschen voelen, anders kan er geen ware vriendschap, geen openhartigheid bestaan. Hoe kan ik eischen dat zij mij vertrouwen, als ik toon haar niet te vertrouwen”, zeide zij mij.Op mijn vraag of dit vertrouwen nooit beschaamd werd, antwoordde zij: “neen, zóó verdorven is niet één onder haar of zij voelen zich vereerd door dit vertrouwen. Nooit nog heb ik op één dier middagbijeenkomsten eenige moeite gehad”.Hoe wordt hier beschaamd het nog bij ons heerschende idee, dat vrouwen ongeschikt zijn vrouwelijke veroordeelden te regeeren. Onder al die dames-beambten in Sherborn was er geen enkele robuste vrouw, en de directrice, ’n lieve, vriendelijke verschijning van 55 jaren ongeveer, was eer tenger en lichamelijkzwak te noemen. Toen zij in haar wit geborduurde japon voor mij uitliep, kon ik mij niet voorstellen, dat zij het hoofd van een groote strafinrichting is. In de strijkkamer was zij even bij een der strijksters blijven staan, en op haar japon wijzende, zeide zij: “Suzan, wat hebt gij de vorige week mijn japon mooi gestreken, dank u wel, hoor; ik zal er erg voorzichtig mede zijn”.Laat mij thans nog even van een deel der gevangenis spreken, dat mijn bijzondere belangstelling trok. Het was dat deel der inrichting, waarover Dr.Potterden scepter voert. Het hospitaal is, wat bouw en inrichting betreft, niet op de hoogte van den tijd, vooral niet, wanneer men in aanmerking neemt, dat de nieuwste hospitalen in Amerika bijna allen een volmaaktheid bereikt hebben.Als punt I op het lijstje der wenschen voor Sherborn staat dan ook een nieuw hospitaal; een wensch, die hoogstwaarschijnlijk het volgende jaar ingewilligd zal worden. Als evenwel het ziektecijfer zoo gering is als bij mijn bezoek, hetgeen trouwens in overeenstemming was met de ziektestaten der vorige jaren, dan kan de bouw van een nieuw hospitaal wel als een weeldeuitgave beschouwd worden. Vier zieken lagen er in het geheel, allen in een eigen kamer.De kamers lieten voor een ziekenkamer, wat geriefelijkheid betreft, te wenschen over, doch lucht en licht was er voldoende. Behalve de zieken lag er nog een derveroordeelden, die dienzelfden morgen van een gezonden jongen bevallen was, en die nu een vijfde kamer in beslag nam.Bij de kraamvrouw deed een veroordeelde den bakerdienst, terwijl de vier overige patiënten ook door een veroordeelde bediend werden. Boven allen stond evenwel de opzichteres-verpleegster, die over allen en alles het oog liet gaan.Waarom ik evenwel met voorliefde van dit deel van het gebouw gewaag? Annex aan het hospitaal en ook onder Dr.Potter’sbeheer is een nursery, een kinderkamer, waar op het oogenblik van mijn bezoek 22 kindertjes verpleegd werden.Al de kinderen, die in de inrichting geboren worden en de kleintjes, beneden 2 jaar, van veroordeelde moeders, kunnen tot en met hun 2e jaar aldaar blijven. Zoowel in het belang der zuigelingen, als in het belang van vele der veroordeelde meisjes, heeft Dr.Pottervan deze nursery een soort van school gemaakt tot opleiding van kindermeisjes. Hier wordt het a.s. kindermeisje geleerd een gezond kind gezond te houden en een ziek kind te verplegen. Alleen daarvoor geschikte meisjes, wier gedrag buitengewoon goed is en wier misdrijf van dien aard was, dat er geen gevaar voor de kinderen kan zijn in geval van recidive, worden daarvoor gekozen.Ook in deze afdeeling stond een verpleegster van beroep, tevens opzichteres, aan het hoofd.Laat mij hier nog even bij vermelden, dat de moeders der kinderen twee keer daags gelegenheid krijgen hare kinderen te zien, en zij die het kind zelf kunnen voeden, gaan zoo vaak naar de kinderkamer als het zoogen dit noodig maakt. Ook des Zondagsmiddags mogen de moeders bij haar kind zijn of het mede naar eigen kamer nemen.Ik zal uit vrees te lang te worden, niet meer uitweiden over het zangkoor, de gymnastieklessen, over de zoogenaamde recreatie-avonden, waarop verschillende dames-vereenigingen zorgen dat er muziek gemaakt of voordrachten gehouden worden, over de bloemen die van de verschillende buitens voor de gevangenen gezonden worden en die men er op den grootsten prijs stelt; elke gevangene krijgt een klein vaasje met eenige bloemen voor haar kamertje en het is een lust te zien met hoeveel zorg zoo’n bloempje tot het eind verzorgd wordt.Ik zal ook niet spreken van de vele vrouwen, die als ernstige geheel-onthoudsters de gevangenis verlaten en nog vóór zij de intrede in het openbare leven opnieuw beginnen, lid der geheel-onthouders-vereeniging worden, en van zoovele andere goede en nuttige zaken meer. De geheele inrichting beantwoordt, naar het mij voorkomt, geheel aan het doel dat zij beoogt. Dat is: het verbeteren, verheffen der menschen, die er in gebracht worden.En de resultaten, zullen de lezers vragen? Als men zooveel kosten maakt om overtreders der ingesteldewetten te verbeteren; het denkbeeld, dat de maatschappij recht heeft wraak te nemen op hen, die zich vergrijpen tegen haar voorschriften, opgeeft; zelfs de meening, dat een strenge straf angstig maakt voor nieuwe overtreding, laat varen; de wetsovertreders enkel voor een tijdlang van hunne vrijheid berooft, doch hun tegelijkertijd een beter, mooier leven geeft dan waaraan zij gewend zijn; dan wil men in de oude wereld, met zijn oude wetten en instellingen, toch wel eerst vast overtuigd zijn dat de nieuwe wereld goed doet en niet bedrogen uitkomt, alvorens men dat voorbeeld durft volgen.Men heeft hierin gelijk. Doch als men bedenkt dat de eerste indruk, die elkeen krijgt wanneer hij zijn voet op Amerikaanschen bodem zet, is, dat Amerika practisch is; dat die indruk later, bij elken stap dien men verder doet, versterkt wordt; als men ziet en voelt dat er in het openbare leven van sentimentaliteit geen sprake is, doch dat elke openbare handeling getoetst wordt aan het nut, die zij voor het algemeen afwerpt, dan moet men toch aannemen dat de resultaten gunstig zijn, nu langzamerhand alle Staten van Amerika er toe overgaan van hunne gevangenissen reformatories te maken en dat sommige Staten zeer groote sommen besteden om het snelst en het best dat doel te bereiken. Dit feit spreekt, mijns inziens, meer dan tal van cijfers, die ik uit de verschillende rapporten zou kunnen aanhalen.Ik hoop later, zoodra ik gelegenheid heb gehad, Elmira te bezoeken en over deze gevangenis-reformatory voor mannen ga schrijven, nog uitvoerig op dit punt terug te komen. Van dit opstel verwacht ik alleen dit resultaat, dat men in ons land zal beginnen in te zien dat er nog een andere methode bestaat om met wetsovertreders te handelen, dan het geijkte systeem, van zooveel maanden of zooveel jaar opsluiting, zonder meer.Zijn dan de resultaten die wij van deze wijze van handelen krijgen zóó gunstig, dat wij tegen een proef van het Amerikaansche systeem moeten opzien?Ik hoop ook nog iets anders met het schrijven van dit opstel te bereiken. Dat men eindelijk bij ons zal gaan inzien, dat vrouwen, die men van haar vrijheid berooft, onder vrouwen-toezicht gesteld moeten worden.De vrouwen-gevangenis te Sherborn staat in heel Amerika bekend als een inrichting waar de beste discipline heerscht, en waar bovendien de vriendschappelijke verhouding van de ambtenaren onderling en van hen tot de gevangenen niets te wenschen overlaat.De vrees, dat vrouwen ongeschikt zouden zijn tot opzichteressen en directrices van gevangenissen wordt in Amerika overal gelogenstraft. Alleen het feit, dat weerlooze vrouwen volkomen in de macht van mannelijke beambten geplaatst zijn, moet op beide partijen een verlagenden invloed uitoefenen, waarvan de gevolgen toch ook maar al te dikwijls blijk geven.

Schrijvende over Reformatories, dien ik, voor den oningewijden lezer, eerst met een enkel woord uiteen te zetten, wat men hier onder deze instellingen verstaat. In ’t kort zou ik een Reformatory aldus kunnen omschrijven: van een gevangenis een verbeterhuis maken, waarin de veroordeelde, gedurende zijn verblijf, tot een beter mensch hervormd wordt.

Sprekende over Reformatories in Amerika, moet men wel in het oog houden, dat Amerika uit een groot aantal Staten bestaat, die verschillende wetten en derhalve ook verschillende strafwetten hebben en dat in vele Staten de gevangenissen op dit moment nog veel te wenschen overlaten. De in ons land meest bekende Amerikaansche Reformatory, is die in Elmira, waarvan Mr.Z. R. Brockwayde stichter en langen tijd de superintendent was. Elmira ligt in den Staat New-York; het werk vanBrockwaywas een zoodanig succes, dat de Staat New-York besloot langzamerhand alle gevangenissen naar dit systeem te hervormen. Deze hervorming kost evenwel tijd en geld, zoodatop dit moment wel reeds eenige andere Reformatories op kleine schaal zijn tot stand gebracht, maar Elmira nog steeds overbevolkt is en vele veroordeelden in gewone gevangenissen moeten worden ondergebracht, die in een Reformatory tehuis behooren. Elmira is een Reformatory voor mannelijke veroordeelden.

De aan den Staat New-York grenzende Staat Massachusetts heeft de lessen vanBrockway, die hij herhaaldelijk in woord en schrift uitte, zoozeer ter harte genomen, dat de regeering onmiddellijk is begonnen de Reformatories aldaar in te voeren. Met zekere mate van vrijheid werd het de superintendenten der gevangenissen toegestaan, die verbeteringen in hunne instellingen in te voeren, die zij in het belang der veroordeelden, en daarmede in het belang van Staat en Maatschappij, noodig oordeelden. Deze hervormingen zijn in geen enkele gevangenis alle opeens tot stand gebracht, maar door onophoudelijke voorlichting van den een aan den ander, door telkens nieuwe methoden te probeeren en de resultaten nauwkeurig gade te slaan, is langzamerhand in enkele Reformatories een soort van volmaaktheid bereikt, waardoor de Staat Massachusetts, zelfs in Amerika, het hoogste standpunt inneemt met betrekking tot de behandeling van zijn veroordeelden. Massachusetts heeft in de laatste jaren in dit opzicht zelfs den New-York-Staat overtroffen.

De beste in Massachusetts bestaande Reformatoryis die voor vrouwen in Sherborn, die, hoewel geheel verschillende van Elmira, toch voor deze in geen enkel opzicht onderdoet.

Het is van deze instelling, de Reformatory voor vrouwen in Sherborn, dat ik het een en ander wil vertellen.

Voorzien van een introductie van Mr.Samuel Barrows, het hoofd der afdeeling, belast met het toezicht op de gevangenissen, begaf ik mij per electrische tram van Boston naar South Farmingham, ruim een uur trammende door een mooie, welvarende streek, en kwam van daar, na een wandeling van ongeveer 20 minuten, voor een aan den weg gelegen mooi, groot gebouw, wat in niets op een gevangenis gelijkt, doch veel meer door zijn vorm en grootheid, aan een uitgebreid ziekenhuis doet denken. Men had mij dat gebouw als de Sherborn Reformatory aangewezen, en daarom trad ik over de groote oprijlaan naar binnen. Rondom bloemen, planten, schaduwrijke boomen. Vergiste ik mij niet, bevond ik mij niet voor een private woning, waaraan een of andere werkinrichting of kostschool verbonden was? Terwijl ik nog in twijfel stond of ik wel verder zou gaan, kwam een jonge dame uit het huis naar mij toe en vroeg mij naar mijn wenschen. Op haar bevestiging, dat ik mij werkelijk bevond op de plaats die ik zocht, begeleidde zij mij naar de superintendente (die ik in het vervolg gemakshalve directrice zal noemen), aanwie ik mijn brief van introductie overhandigde. Het jonge meisje was de klerk van de gevangenis, die, boven en behalve al het administratieve werk, ook belast is met het toezicht houden op de in- en uitgaande personen van het gebouw.

De directrice, mevr.Morton, die reeds 23 jaar aan deze instelling verbonden is, ontving mij allervriendelijkst en hoewel het Zaterdag, een zeer drukke dag was, stelde zij zich toch onmiddellijk beschikbaar mij alles te laten zien en alle inlichtingen te verschaffen die ik wenschte. Het was ongeveer elf uur en nadat zij mij eerst zoo uitvoerig mogelijk met de wording van deze instelling op de hoogte had gebracht, de sedert 1878 onder mevr.Atkinsonbegonnen en steeds vermeerderde verbeteringen opgesomd, vele door mij opgeteekende vragen had beantwoord, begaven wij ons naar de keuken, waar 10 à 12 vrouwen, onder toezicht van een ongeveer 35-jarige dame, bezig waren het eten voor dien middag te koken. Die dame was een matron (opzichteres zal ik haar noemen), de eenige, die over deze vrouwen het toezicht hield en onder wier leiding deze vrouwen gedurende de week keukendienst hadden. In niets deden deze vrouwen aan gevangenen denken. Gekleed in een blauw en wit geruite katoenen japon, met witte boezelaar, het haar netjes gekapt, zonder muts of andere hoofdbedekking, zagen zij er beter en netter gekleed uit, dan velen onzer dienstboden of werkvrouwen. Op mijn opmerking, tot een dezervrouwen gericht, dat ik het in de keuken zoo warm vond, kreeg ik open, doch beleefd tot antwoord, dat dit was omdat ik van buiten kwam; als men er den geheelen morgen gewerkt had, merkte men het niet meer. Ook tot de directrice werd door de veroordeelden open en rond het woord gevoerd; geen onderdanige vriendelijkheid, geen kruipende beleefdheid; met denzelfden toon van beleefdheid, waarin zij werden toegesproken werd door haar geantwoord.

Van de keuken begaven wij ons naar de eetzalen, omdat het etensuur weldra zou aanbreken. Onderwijl wij daarop wachten, zal ik even vertellen dat de gevangenen in 3 klassen of groepen verdeeld zijn, waarvan de 1e klasse de hoogste is, daarop volgt dan tweede en derde klasse.

De in de derde klasse vertoevenden moeten het eten in haar kamertjes afzonderlijk gebruiken, die in de tweede klasse, alsook die in de eerste, eten met haar klassegenooten.

In de eetzaal van de tweede klasse stonden twee lange, helder geboende tafels, aan beide zijden lange rijen stoelen. Op iedere plaats stond een bord en er lagen een mes, vork en een plak wittebrood naast. Tusschen elke twee zitplaatsen stond een zoutvaatje en een peperbusje op tafel.

De heldere vloeren, de hagelwitte muren vol mooie humane spreuken, de electrische lampen, gaven een vriendelijk aanzien. Door een paar vrouwen, die helderwittemouwen over de japonmouwen droegen, werd het eten opgediend. Een in het wit gekleede opzichteres hield hier toezicht. Naast elk bord werd een kom bruine boonensoep geplaatst, en op elk bord werd een stuk gekookt ossevleesch, ter grootte van een ons ongeveer, en daarbij eenige aardappelen, gelegd. Een glas water voor elke aanzittende voltooide het menu.

In de eerste klasse hetzelfde eten, dezelfde helderheid, zindelijkheid, orde, netheid. Hier waren echter de lange tafels met een lang wit tafelkleed gedekt en prijkten eenige schilderijen aan de muren.

De gevangenen kwamen uit de verschillende werkzalen achter elkaar binnenloopen, velen met een boek onder den arm. Ik dacht dat het een bijbel was, doch de directrice deelde mij mede dat het leesboeken waren, die de vrouwen uit de bibliotheek der gevangenis hadden. Zij kregen een half uur om te eten, en nu gebruikten velen den tijd dien zij over hadden om te lezen, hetgeen geoorloofd was.

Het eten begon met een gezamenlijk gebed, waarin de opzichteres voorging.

Voor ik verder ga wil ik eerst wat meer van de klassificeering mededeelen, omdat ik in het vervolg herhaaldelijk van klasse 1 of 2 zal moeten spreken.

In de Reformatory in Sherborn worden alleen geplaatst veroordeelden tot een jaar of langer. Een heel enkelen keer komt er een vrouw, die voor korter tijd veroordeeld is. Er was nu één, die tot 6 maandenstraf veroordeeld was. Ook de levenslang veroordeelden komen er in den regel niet, doch ook daarvan was er nu één aanwezig.

De nieuwe wet op de gevangenissen in Massachusetts dateert van 1 Juli 1903 en het tegenwoordig gevolgde systeem in de Reformatory in Sherborn is daarmede in overeenstemming gebracht.

Zoodra een vrouw in de gevangenis komt gaat zij naar een badkamer. Op een groot uitgespreid laken wordt zij ontkleed en krijgt daarna een lauwwarm bad. Haar kleederen worden in het laken geknoopt en in den onmiddellijk daaraan grenzenden desinfectie-oven gedesinfecteerd, daarna gereinigd, en als zij het bewaren waard zijn, netjes bewaard.

Uit het bad, waarin ook het haar goed gewasschen is, wordt zij in een der observatiekamertjes gebracht en den volgenden morgen door Dr.Frances Potter, de vrouwelijke arts der inrichting, geheel onderzocht, gewogen en volgens het systeemBertillongemeten. Bij eenigen twijfel aan de volmaakte lichamelijke of geestelijke gezondheid houdt Dr.Potterhaar zoolang in observatie tot zij zekerheid heeft.

Gedurende den observatietijd zijn de veroordeelden geheel geisoleerd en worden alleen door de directrice, de dokter en een verpleegster bezocht. Zij liggen in een ruim, luchtig en licht kamertje, op een goed gematrast en met dekens voorzien bed. Zij krijgen dàt voedsel, wat de dokter voorschrijft.

Zoodra de observatietijd is afgeloopen, die meestal niet langer dan een of twee dagen duurt, wordt de veroordeelde door de directrice naar een der werkkamers gezonden. De directrice houdt daarbij steeds het belang van de veroordeelde in ’t oog, door haar in te deelen bij het werk, waarvoor zij de meeste geschiktheid bezit, of waarvan zij in haar volgend leven het meest nut kan trekken.

Eigenlijk moet elke veroordeelde beginnen met in klasse III te worden ingedeeld, om dan langzamerhand door goed gedrag naar klasse II en daarna naar klasse I te verhuizen.

Uit een paedagogisch oogpunt begint mevr.Mortonechter anders. Zij spreekt de veroordeelde toe, brengt haar met de orde en regels van het huis op de hoogte en vertelt haar, dat zij in klasse III, de laagste klasse, moet beginnen, dat zij daar geheel geisoleerd is, niet mag eten en werken met de anderen en niet naar de kerk of de lezingen mag gaan. Dat de directrice evenwel gelooft en vertrouwt dat zij daarvoor te goed is, dat zij haar daarom onmiddellijk in de tweede klasse zal plaatsen en hoopt, dat zij het in haar gestelde vertrouwen niet zal beschamen. Bij de minste overtreding van de orde of de regels van het huis, bij gebrek aan vlijt in het verrichten van haar taak, zal zij echter naar de derde klasse moeten verhuizen.

Op het oogenblik dat ik de inrichting bezocht was er van de 214 veroordeelden geen één in de derdeklasse; alle kamertjes stonden er open en leeg.

In de tweede klasse zijn de meeste vrouwen. Daar beginnen zij allen, en sommigen komen er niet uit. Om tot de 1e klasse op te klimmen moeten zij gedurende 6 maanden geen reden tot klagen geven en alle punten voor goed gedrag en betoonde vlijt, tien elke week, behaald hebben. Hebben zij aldus geen reden tot één klacht gegeven, dan gaan zij naar de 1e, de hoogste klasse, over.

De kleeding in de tweede klasse verschilt voor een oppervlakkig beschouwer niet van de eerste. Toch is er eenig verschil. De ruitjes van de japon zijn bij de 2e klasse vrouwen dubbelgeblokt, bij die van de 1e klasse 4 maal geblokt.

De kleur, blauw en wit, de vorm van kleed, de qualiteit van katoen gelijk. Toch is het een heel feest als een vierblokjes-kleed wordt aangetrokken, en met eenige trots loopen velen er de eerste dagen mede rond.

Eenmaal in de 1e klasse aangeland, dan hebben zij door goed gedrag en vlijt het aantal punten te behalen wat noodig is om uit de gevangenis op parool ontslagen te worden. Dit hangt echter niet alleen van de directrice af. De directrice kan alleen, na 8 maanden goed gedrag van de veroordeelde, haar voordragen voor ontslag. Het hangt dan van den aard van haar misdrijf af of zij ontslagen zal worden. Heeft zij een misdaad bedreven, waarvoor zij tot meer dan 5 jaarveroordeeld is, dan wordt zij niet ontslagen; in elk ander geval wordt zij op voordracht van de directrice na 8 of 10 maanden ontslagen, doch blijft gedurende haar verderen straftijd onder politie-toezicht.

Dit politie-toezicht over vrouwen wordt door vrouwen uitgeoefend.Overtreedt zij nu gedurenden dien tijd opnieuw de wet, dan ontvangt zij niet alleen een nieuwe veroordeeling, doch heeft bovendien nog uit te zitten den tijd dien zij van haar vorige straf nog te goed had. In de gevangenis teruggekeerd wordt zij dan in de 3e klasse geplaatst en blijft daar langen tijd.

De kamertjes van de 1e en 2e klasse zijn allen luchtige, vierkante vertrekken, waarin door een groot openslaand venster lucht en zonlicht ruimschoots kan binnenstralen. Alle kamers zien op bosch of tuin of bouwland uit.

In elke kamer staat een net ijzeren ledikant met een goed bed, witte wollen dekens, lakens en kussensloop hagelwit, en in de 1e klasse een wit, in de 2e klasse een rood en wit gestreepte sprei over het bed. Verder een stoel, een tafeltje met twee verdiepingen, een ijzeren waschtafeltje, waarop een bak water, een geëmailleerde waterbeker, een zeepbakje met zeep, een tandeborstel en daarnaast een handdoekrekje met handdoek. Daarboven hangt een spiegeltje.

In alle kamers hangt een kalender met een vriendelijk schild en aardige spreuken, meestal geschenken van vrouwen-vereenigingen. Deze kalenders moetendoor de veroordeelden bijgehouden worden. Verder ligt op elke tafel een bijbel, benevens een boekje, de strafwetten en de regels en de orde van de inrichting waarin zij zijn, bevattende.

In elke kamer hangt een aardig schilderij. Daar dit ook geschenken van vereenigingen zijn, is er een groote verscheidenheid van en laat de directrice daarom elke week de verschillende schilderijen omruilen, zoodat de bewoners telkens een andere krijgen.

Ware het niet, dat het bij mijn bezoek overal openstaand venster, door zware ijzeren stangen versperd en de deur, door een ijzeren grendel van buiten afgesloten kan worden, dan zouden deze kamertjes het in gezelligheid, ruimheid, netheid, van de kamers der verpleegsters in vele onzer groote ziekenhuizen ruimschoots winnen.

Op de afdeeling 1e klasse is bovendien op het eind der gang, waarop alle kamers uitkomen, een groote ovale recreatiekamer, waarin aan beide zijden, drie groote vensters lucht en licht naar binnen werpen. Voor de vensters stonden potten begonia’s, een groote ficus, reseda, rozen en andere kamerplanten. Vier of vijf vogelkooien met kanaries, een sprekende papegaai, tal van mooie schilderijen, vele easy-chairs, een tafel met plaatwerken, tijdschriften, novellen, damspel en andere spelen gaven aan het geheel een karakter van huiselijkheid en gezelligheid, waardoor men meer ging denken aan een prettige conversatiekamer in een goedgeleid en zindelijk onderhouden pension, dan aan een vertrek in een gevangenis.

Des Zondagsmiddags en een paar avonden in de week mogen de bewoonsters der 1e klasse dit vertrek bezoeken. Natuurlijk bevindt zich er dan steeds een opzichteres, doch de vrouwen zijn geheel vrij in de wijze waarop zij haar tijd aldaar willen besteden. Het gebruiken van ruwe en onkiesche woorden of uitdrukkingen is hier, evenals in het geheele gebouw, streng verboden. Den eersten keer wordt het ongeoorloofde er van onder ’t oog gebracht, de tweede overtreding wordt met een slecht punt bestraft, doch herhaalde overtreding heeft één of meer dagen afzondering en degradatie tengevolge.

Van ziekelijke sentimentaliteit is hier in geen enkele afdeeling, in geen enkele lokaliteit, sprake; overal krijgt men den indruk dat men in een groote werkinrichting is, waar de grootste mate van netheid en ordelijkheid heerscht en elkeen opgeruimd haar taak vervult. Allen (de zieken natuurlijk uitgezonderd) moeten in deze inrichting werken en bij de keuze van werk wordt zooveel mogelijk in aanmerking genomen, wat voor de betreffende vrouw de nuttigste arbeid is.

Alles wat voor een inrichting als deze noodig is, het zindelijk houden van het gebouw, de wasch, het bereiden van het eten, het bakken van het brood, het maken van boter en kaas, naaien van nieuwe onder- en bovenkleederen, weven van witgoederen, het melkender koeien, het verzorgen van de 85 koeien, 300 varkens en 1000 kippen, het bebouwen van het land, onderhouden van den tuin en nog een menigte andere zaken worden alle door de bewoonsters verricht. Daarbij zijn de werkzaamheden zóó geregeld, dat zij die ’s morgens zwaar werk verricht hebben, bijv. wasschen, schrobben, landbouw- of tuinwerk, des middags naar de naaikamer gaan.

In den regel begint de directrice de vrouwen elke week bij ander werk in te deelen, opdat zij al het te verrichten werk, voor een groot deel toch tot het huishoud-werk behoorende, goed en netjes leeren uitvoeren. Zoodra zij evenwel ziet dat er in een of ander meisje of vrouw een goede naaister, een goede kookster, een tuinierster of iets anders steekt, dan wordt zoo iemand in hoofdzaak voor dat soort werk aangewezen en het vak haar in alle finesses geleerd.

Doordat ook alle kleederen van de directrice, dokter, predikant, apotheker, verpleegsters en alle opzichteressen, gezamenlijk 35 dames, in de inrichting gemaakt mogen worden, kan een naaister het vak aldaar geheel leeren. Dit kunnen ook de waschvrouwen en strijksters, want daar in dit gebouw des winters, als er niet veel buitenshuis gewerkt kan worden, ook de fijne wasch verricht wordt van de nabijgelegen mannengevangenissen in Massachusetts, zoo leeren de vrouwen er ook overhemden, boorden en manchetten der mannen strijken en in orde houden.

Aan de inrichting is verder een kook- en huishoudschool verbonden, waar 12 meisjes tegelijk, door een van buiten komende leerares, 2 keer in de week een uur les krijgen. Bij de keuze der leerlingen wordt natuurlijk door de directrice met aanleg en geschiktheid rekening gehouden, ook kiest zij daarvoor meestal de jongere personen. Van af den leeftijd van 16 jaar komen de veroordeelden reeds in deze inrichting. Door oudere vrouwen zag ik er zittingen voor rieten stoelen maken, een vak wat hier nog veel huisindustrie is; als deze vrouwen dit vak dus goed leeren, kunnen zij gemakkelijk later hiermee den kost voor zich zelf verdienen.

Aan vijf weeftoestellen leeren of onderhouden de veroordeelde meisjes uit weverijen haar vak, zoodat zij bij het verlaten van dit gebouw een beter werkster zijn en dus meer kunnen verdienen dan toen zij er in kwamen.

Van alles en nog wat wordt er gewerkt en geleerd, doch zou ik dit alles opsommen dan kwam ik nooit aan het eind.

Om een indruk te krijgen van den geest, die in deze inrichting heerscht, komt ’t mij belangrijk voor thans te vertellen wat er gedaan wordt voor de geestelijke ontwikkeling van de bewoonsters. Aan de inrichting is een predikant verbonden, die ook in het gebouw woont en die, evenals alle ambtenaren, een vrouw is. Zij heeft niet alleen den kerkdienst te leiden, maar zij is tevens hoofd der school. Alle analphabetenbeneden de 45 jaar zijn verplicht elken namiddag, van 1 tot 3 uur, de school te bezoeken. Daar leeren zij lezen, schrijven, rekenen. Bovendien is er drie keer in de week ’s avonds van 6½ tot 8 uur school voor de meer gevorderden. Daar mogen allen heen gaan, doch niemand is verplicht er heen te gaan. De lessen schijnen daar echter nog al aantrekkelijk gegeven te worden, want verreweg de meesten laten zich als leerlingen voor de avondklasse inschrijven en volgen die, zoolang zij in de inrichting moeten vertoeven.

Met den kerk- en schooldienst is evenwel de taak der predikante nog niet afgeloopen. De bibliotheek van de inrichting, die 1350 boekdeelen bevat, staat ook onder haar leiding. Een mooie collectie goede boeken, waaronder natuurlijk ook kleine, eenvoudige novellen, doch ook de werken vanDickens,Walter Scott, en vele Amerikaansche bekende auteurs, waren aanwezig. Op dezelfde wijze als in elke publieke leesbibliotheek worden ook hier de boeken uitgegeven, aan de 2e klasse vrouwen eenmaal ’s weeks. Deze boeken mogen zij mede naar haar kamer nemen en er elk vrij oogenblik in lezen. Ook is het geoorloofd ze mede naar de naaikamer te nemen en er in te lezen als zij op werk moeten wachten.

Zijn de veroordeelden steeds in kerk, in school, in werk- en ontspanningkamer onder toezicht van een of meer opzichteressen, anders is dit, wanneer zijtwee keer in de week, des Woensdags- en Zaterdagsmiddags van 3 tot 4 uur, bijeenkomen en de directrice dan een toespraak tot hen houdt.

Des winters wordt daarvoor de vergaderzaal, des zomers bij goed weder meestal een beschutte plek in den tuin genomen. Voor die gelegenheid wasschen zij zich altijd eerst goed, kappen het haar netjes en schikken de kleeren, zoodat zij er op ’t voordeeligst uitzien. Zij stappen dan allen vrij en frank uit hun kamers naar de plek, die als verzamelplaats is aangenomen.

Mevr.Mortonwist niet goed hoe zij mij zou definieeren wat zij dan deed. “Ik houd geen lezing”, zei ze, “o, hemel neen, noem het ook geen toespraak, ik zou het liefst willen, dat gij begreep, dat ik dan tot mijn kinderen van hart tot hart spreek, dat ik mij dan gevoel als moeder van zooveel dochters, die ik heb op te voeden tot goede vrouwen, goede moeders, deugdzame menschen”.

Zij vertelt ze dan in den regel eerst de bijzonderheden die in de wereld plaats grepen gedurende de laatste dagen: bijv. de verkiezing van een nieuwen gouverneur voor een of ander Amerikaanschen Staat, den dood of de kroning van een of ander staatshoofd in Europa of een ander werelddeel, groote maatschappelijke ongelukken, bijvoorbeeld een overstrooming, een grooten brand, den stand van den oorlog tusschen Rusland en Japan, of iets, waarin”’t algemeen” belang stelt, opdat, wanneer de vrouwen uit de gevangenis ontslagen worden, zij met de groote wereldgebeurtenissen op de hoogte zijn.

Na dat praatje gaat zij over tot een of ander afgerond onderwerp. Dan eens spreekt zij over de taak van moeders, of over maatschappelijke plichten, dan weder vertelt zij wat uit dieren- of plantenwereld, of iets uit de geschiedenis van Amerika. Steeds varieert zij van onderwerp en laat soms door de vrouwen opgeven, waarover zij praten zullen. Mevr.Mortonwil, als zij bij of met de vrouwen is, van geen opzichteressen weten, zij is dan alleen met die ruim 200 veroordeelden. “Als ik bij haar ben, zullen zij zich als vrije menschen voelen, anders kan er geen ware vriendschap, geen openhartigheid bestaan. Hoe kan ik eischen dat zij mij vertrouwen, als ik toon haar niet te vertrouwen”, zeide zij mij.

Op mijn vraag of dit vertrouwen nooit beschaamd werd, antwoordde zij: “neen, zóó verdorven is niet één onder haar of zij voelen zich vereerd door dit vertrouwen. Nooit nog heb ik op één dier middagbijeenkomsten eenige moeite gehad”.

Hoe wordt hier beschaamd het nog bij ons heerschende idee, dat vrouwen ongeschikt zijn vrouwelijke veroordeelden te regeeren. Onder al die dames-beambten in Sherborn was er geen enkele robuste vrouw, en de directrice, ’n lieve, vriendelijke verschijning van 55 jaren ongeveer, was eer tenger en lichamelijkzwak te noemen. Toen zij in haar wit geborduurde japon voor mij uitliep, kon ik mij niet voorstellen, dat zij het hoofd van een groote strafinrichting is. In de strijkkamer was zij even bij een der strijksters blijven staan, en op haar japon wijzende, zeide zij: “Suzan, wat hebt gij de vorige week mijn japon mooi gestreken, dank u wel, hoor; ik zal er erg voorzichtig mede zijn”.

Laat mij thans nog even van een deel der gevangenis spreken, dat mijn bijzondere belangstelling trok. Het was dat deel der inrichting, waarover Dr.Potterden scepter voert. Het hospitaal is, wat bouw en inrichting betreft, niet op de hoogte van den tijd, vooral niet, wanneer men in aanmerking neemt, dat de nieuwste hospitalen in Amerika bijna allen een volmaaktheid bereikt hebben.

Als punt I op het lijstje der wenschen voor Sherborn staat dan ook een nieuw hospitaal; een wensch, die hoogstwaarschijnlijk het volgende jaar ingewilligd zal worden. Als evenwel het ziektecijfer zoo gering is als bij mijn bezoek, hetgeen trouwens in overeenstemming was met de ziektestaten der vorige jaren, dan kan de bouw van een nieuw hospitaal wel als een weeldeuitgave beschouwd worden. Vier zieken lagen er in het geheel, allen in een eigen kamer.

De kamers lieten voor een ziekenkamer, wat geriefelijkheid betreft, te wenschen over, doch lucht en licht was er voldoende. Behalve de zieken lag er nog een derveroordeelden, die dienzelfden morgen van een gezonden jongen bevallen was, en die nu een vijfde kamer in beslag nam.

Bij de kraamvrouw deed een veroordeelde den bakerdienst, terwijl de vier overige patiënten ook door een veroordeelde bediend werden. Boven allen stond evenwel de opzichteres-verpleegster, die over allen en alles het oog liet gaan.

Waarom ik evenwel met voorliefde van dit deel van het gebouw gewaag? Annex aan het hospitaal en ook onder Dr.Potter’sbeheer is een nursery, een kinderkamer, waar op het oogenblik van mijn bezoek 22 kindertjes verpleegd werden.

Al de kinderen, die in de inrichting geboren worden en de kleintjes, beneden 2 jaar, van veroordeelde moeders, kunnen tot en met hun 2e jaar aldaar blijven. Zoowel in het belang der zuigelingen, als in het belang van vele der veroordeelde meisjes, heeft Dr.Pottervan deze nursery een soort van school gemaakt tot opleiding van kindermeisjes. Hier wordt het a.s. kindermeisje geleerd een gezond kind gezond te houden en een ziek kind te verplegen. Alleen daarvoor geschikte meisjes, wier gedrag buitengewoon goed is en wier misdrijf van dien aard was, dat er geen gevaar voor de kinderen kan zijn in geval van recidive, worden daarvoor gekozen.

Ook in deze afdeeling stond een verpleegster van beroep, tevens opzichteres, aan het hoofd.

Laat mij hier nog even bij vermelden, dat de moeders der kinderen twee keer daags gelegenheid krijgen hare kinderen te zien, en zij die het kind zelf kunnen voeden, gaan zoo vaak naar de kinderkamer als het zoogen dit noodig maakt. Ook des Zondagsmiddags mogen de moeders bij haar kind zijn of het mede naar eigen kamer nemen.

Ik zal uit vrees te lang te worden, niet meer uitweiden over het zangkoor, de gymnastieklessen, over de zoogenaamde recreatie-avonden, waarop verschillende dames-vereenigingen zorgen dat er muziek gemaakt of voordrachten gehouden worden, over de bloemen die van de verschillende buitens voor de gevangenen gezonden worden en die men er op den grootsten prijs stelt; elke gevangene krijgt een klein vaasje met eenige bloemen voor haar kamertje en het is een lust te zien met hoeveel zorg zoo’n bloempje tot het eind verzorgd wordt.

Ik zal ook niet spreken van de vele vrouwen, die als ernstige geheel-onthoudsters de gevangenis verlaten en nog vóór zij de intrede in het openbare leven opnieuw beginnen, lid der geheel-onthouders-vereeniging worden, en van zoovele andere goede en nuttige zaken meer. De geheele inrichting beantwoordt, naar het mij voorkomt, geheel aan het doel dat zij beoogt. Dat is: het verbeteren, verheffen der menschen, die er in gebracht worden.

En de resultaten, zullen de lezers vragen? Als men zooveel kosten maakt om overtreders der ingesteldewetten te verbeteren; het denkbeeld, dat de maatschappij recht heeft wraak te nemen op hen, die zich vergrijpen tegen haar voorschriften, opgeeft; zelfs de meening, dat een strenge straf angstig maakt voor nieuwe overtreding, laat varen; de wetsovertreders enkel voor een tijdlang van hunne vrijheid berooft, doch hun tegelijkertijd een beter, mooier leven geeft dan waaraan zij gewend zijn; dan wil men in de oude wereld, met zijn oude wetten en instellingen, toch wel eerst vast overtuigd zijn dat de nieuwe wereld goed doet en niet bedrogen uitkomt, alvorens men dat voorbeeld durft volgen.

Men heeft hierin gelijk. Doch als men bedenkt dat de eerste indruk, die elkeen krijgt wanneer hij zijn voet op Amerikaanschen bodem zet, is, dat Amerika practisch is; dat die indruk later, bij elken stap dien men verder doet, versterkt wordt; als men ziet en voelt dat er in het openbare leven van sentimentaliteit geen sprake is, doch dat elke openbare handeling getoetst wordt aan het nut, die zij voor het algemeen afwerpt, dan moet men toch aannemen dat de resultaten gunstig zijn, nu langzamerhand alle Staten van Amerika er toe overgaan van hunne gevangenissen reformatories te maken en dat sommige Staten zeer groote sommen besteden om het snelst en het best dat doel te bereiken. Dit feit spreekt, mijns inziens, meer dan tal van cijfers, die ik uit de verschillende rapporten zou kunnen aanhalen.

Ik hoop later, zoodra ik gelegenheid heb gehad, Elmira te bezoeken en over deze gevangenis-reformatory voor mannen ga schrijven, nog uitvoerig op dit punt terug te komen. Van dit opstel verwacht ik alleen dit resultaat, dat men in ons land zal beginnen in te zien dat er nog een andere methode bestaat om met wetsovertreders te handelen, dan het geijkte systeem, van zooveel maanden of zooveel jaar opsluiting, zonder meer.

Zijn dan de resultaten die wij van deze wijze van handelen krijgen zóó gunstig, dat wij tegen een proef van het Amerikaansche systeem moeten opzien?

Ik hoop ook nog iets anders met het schrijven van dit opstel te bereiken. Dat men eindelijk bij ons zal gaan inzien, dat vrouwen, die men van haar vrijheid berooft, onder vrouwen-toezicht gesteld moeten worden.

De vrouwen-gevangenis te Sherborn staat in heel Amerika bekend als een inrichting waar de beste discipline heerscht, en waar bovendien de vriendschappelijke verhouding van de ambtenaren onderling en van hen tot de gevangenen niets te wenschen overlaat.

De vrees, dat vrouwen ongeschikt zouden zijn tot opzichteressen en directrices van gevangenissen wordt in Amerika overal gelogenstraft. Alleen het feit, dat weerlooze vrouwen volkomen in de macht van mannelijke beambten geplaatst zijn, moet op beide partijen een verlagenden invloed uitoefenen, waarvan de gevolgen toch ook maar al te dikwijls blijk geven.

Algemeene indrukken.Oct. 1904.In een gemakkelijk voortrollenden wagon van de Southern Pacific Spoorweglijn, die mij van Utah naar Californië voert, of om mij juister uit te drukken, waarin ik van Ogden naar San Francisco en van daar naar Los Angeles ga, wil ik eenige indrukken wedergeven, die ik in de 4 laatst door mij bezochte Staten van Amerika opdeed. Deze vier vlak aan elkaar grenzende westersche Staten zijn Colorado, Wyoming, Idaho en Utah. Hoezeer deze vier Staten ook van elkaar mogen verschillen in geologische wording en maatschappelijke ontwikkeling, in één opzicht worden zij in Amerika steeds in één adem genoemd. Het zijn n.l. de vier Staten in Amerika die vrouwen en mannen gelijke politieke rechten verleenen; waarin de vrouwen niet alleen het kiesrecht in zijn volle uitgebreidheid uitoefenen, maar ook zelf verkiesbaar zijn en voor alle ambten en betrekkingen in aanmerking kunnen komen.Wie nu zou meenen dat vele hooge staatsbetrekkingen door vrouwen vervuld worden, komt bedrogenuit. Niettegenstaande de vrouwen, wanneer zij eensgezind optreden, over een meerderheid van stemmen kunnen beschikken en elke staats- en gemeenteambtenaar door de kiezers gekozen wordt, zijn toch de hooge verantwoordelijke posten bijna overal door mannen bezet. Alleen in Colorado is de Minister van Onderwijs een vrouw en evenzoo is aldaar de Staatssecretaris bij het Departement van Land- en Tuinbouw een vrouw. Op mijn vraag in verschillende Staten en aan vele vrouwen gedaan, waarom zij niet trachten meer hooge posten door vrouwen bezet te krijgen, werd mij steeds geantwoord, dat de vrouwen nooit stemmen voor een vrouw, indien de man-candidaat meer rechten kan doen gelden, indien hij inderdaad bekwamer en geschikter is voor een zeker ambt dan zij. Bovendien zijn de vrouwen er overal bij de bestaande politieke partijen ingedeeld en onderscheiden zich politiek evenals de mannen, in republikeinen, democraten, populisten, sociaal-democraten en de onderafdeelingen hiervan. Zij stemmen voor de candidaten van de politieke partij waartoe zij behooren, en zorgen alleen dat de vrouwen niet voorbijgezien worden bij het vervullen van betrekkingen als zij daarop aanspraak kunnen maken. Alleen in enkele gevallen treden de vrouwen eensgezind op en dan handelen de politieke partijen waarlijk politiek, als zij aan den drang der vrouwen gehoor geven, omdat zij anders gevaar loopen vele vrouwen-leden te verliezen.Dit geschiedt steeds waar het geldt een candidaat te weren voor een staats- of gemeentebetrekking, op wiens zedelijk gedrag gegronde aanmerking bestaat. Zoo hebben de vrouwen in Colorado bij de verkiezingen, nu 2 jaar geleden, een candidaat geweerd, die een rijke vrouw gehuwd had en met haar geld een vroegere maîtresse onderhield. De vrouw had echtscheiding aangevraagd en verkregen, doch boette daarbij een groot deel van haar vermogen in. Daarop hebben de vrouwen aangedrongen en verkregen dat er een wet werd ingevoerd, waarbij in geval van echtscheiding elke echtgenoot het door hem of haar aangebrachte kapitaal terug ontvangt.Ook steeds wanneer het geldt de behartiging van de belangen der kinderen, kan men zeker zijn dat de vrouwen één lijn trekken. Openbare kinderzorg is dan ook overal buitengewoon goed geregeld. Voor bepaalde vrouwenrechten treden zij zelden krachtig op en dit wel vooral daarom, omdat wat bijv. de democraten of populisten als een recht beschouwen, door de republikeinen bijv. niet altijd als zoodanig beaamd wordt, en ook omdat bij de verschillende partijen de vrouwenbelangen vrijwel veilig zijn, wijl elke partij sterk rekening moet houden met zijn vrouwenleden.In Amerika zijn thans overal de groote verkiezingen in vollen gang en ik had dus volop gelegenheid de vrouwen-kiezers gade te slaan in politieke vergaderingen.Eerst waren het de vergaderingen waarin de candidaten voor elken post gesteld werden en thans zijn het de vergaderingen, waarin de verschillende candidaten voor de kiezers optreden. Ik was tegenwoordig in de vergadering van de democratische partij in Colorado, de zoogenaamde State-convention, waarin de candidaten dier partij door afgevaardigden uit den geheelen Staat openlijk gewikt en gewogen werden, en waarin ten slotte gestemd werd wie hunner als officiëele candidaat op de lijst der democratische partij geplaatst zou worden.Mevr.Grenfell, de Minister van Onderwijs, die reeds 8 jaren deze hooge positie had ingenomen, moest o.a. ook aftreden. Haar candidatuur werd ingeleid en verdedigd door een onderwijzer, die dit op zoo meesterlijke wijze deed, dat er door de voorstanders van de candidatuur van mevrouwGrenfellniets aan toegevoegd behoefde te worden. Hij zette uiteen wat zij voor het onderwijs in Colorado had gedaan en welke groote verbeteringen zij in haar 8-jarig Ministerschap had tot stand gebracht, terwijl zij tegelijkertijd daarvoor minder geld besteed had uit de staatskas dan haar voorgangers. In elk opzicht vorderde dus het algemeen belang, dat men deze vrouw opnieuw voor dezen hoogen post benoemde.Na deze met overtuiging uitgesproken rede volgde een warm applaus en daarna een tijd van stilte, zoodat de voorzitter der vergadering reeds vroeg,indien niemand meer het woord verlangt, of dan de candidatuur van mevr.Grenfellmet algemeene stemmen vastgesteld kon worden, toen een man met een zeer gewichtigen trek op zijn onbeduidend gelaat naar het podium schreed en het woord vroeg. Hij wilde niets op de capaciteiten van mevr.Grenfellafdingen, niets inbrengen tegen den lof haar toegezwaaid, maar toch had hij bedenking tegen haar candidatuur in deze vergadering en wel omdat mevr.Grenfellzich niet bij de democratische partij had aangesloten en men niet wist tot welke politieke partij zij behoorde. Een zeer zwakke instemming met deze woorden volgde en van enkele banken kwam de roep: “Laat mevr.Grenfellhier komen en zich uitspreken tot welke partij zij behoort.” Een oorverdoovend rumoer volgde op dezen eisch, waarbij de voor- en tegenstanders elkander trachten te overtuigen van het al of niet behoorlijke er van, totdat mr.Adams, vroeger gouverneur van Colorado en thans weder de met algemeene stemmen gekozen candidaat der democraten, optrad en met feiten aantoonde, dat gedurende het Ministerschap van mevr.Grenfellnooit een harer daden in strijd was geweest met de politieke beginselen der democraten, dat zij het onderwijs gediend had op een wijze, die door geen hunner verbeterd kon worden, en dat hij op alle bedenkingen, door den vorigen spreker tegen haar ingevoerd, slechts dit wilde antwoorden, dat mevr.Grenfellwas “the most womanly woman and at the same time as big as all you men together”.Sedert ongeveer 14 dagen zijn nu overal in Amerika de candidaten der verschillende partijen gesteld en treden dezen avond na avond voor de kiezers op. In zulke vergaderingen in de Staten met vrouwenkiesrecht vergeten de candidaten nimmer een deel van hun rede geheel te wijden aan de belangen der vrouwen of aan de belangen, die de vrouwen-kiezers in den regel voorstaan. Zoo hoorde ik hen steeds getuigen wanneer een hunner het woord tot de vrouwen richtte, hoezeer dezen op zijn steun konden rekenen bij voorstellen tot verhooging van den leeftijd voor verbod tot kinderarbeid; bij voorstellen tot oprichting van staatsinstellingen voor ouden van dagen; voor verbetering van het lot der gevangenen; voor verbod van verkoop van sterken drank in het klein. Opmerkelijk is dat in Utah vooral beloofd werd, hoe men zou bevorderen alles wat kunstzin bij het volk kan wekken. Dit was alweder omdat de vrouwen van Utah zich daarvoor in den laatsten tijd bijzonder geïnteresseerd hebben.Maar laat mij niet doorgaan over vrouwenkiesrecht en verkiezingen te schrijven, nu ik met dezen van alle gemakken voorzienen trein door een zoo merkwaardig deel van Amerika reis. Alleen wil ik het hoofdbestuur der Liberale Unie in overweging geven één of meer zijner leden naar de vier door mij genoemdeStaten van Amerika te zenden om den invloed te bestudeeren, dien vrouwenkiesrecht uitoefent op den socialen toestand van een land in het algemeen en op de vrouwen in het bijzonder, alvorens het opnieuw een rapport uitbrengt, waarin het beweert dat men omtrent dien invloed nog in het onzekere verkeert.Merkwaardig is de weg zeker, dien ik al schrijvende afleg. Door de ruim een uur kortere lijn, die de Southern Pacific dezen zomer in gebruik nam, hadden wij gedurende de eerste uren steeds een prachtig uitzicht op het Salt Lake en gingen wij zelfs over een brug van bijna 25 K.M. lang, dwars door dit eigenaardig meer. Hoe sterk zouthoudend dit meer is had ik reeds ondervonden in Salt Lake City, waar ik mij om der curiositeitswille te water begaf. Van zwemmen is in dit meer geen sprake, zelfs de meest geoefende zwemmer kan er geen slag slaan: hij drijft op het water.Reeds spoedig nadat Salt Lake achter den rug ligt, begint de weg te stijgen en vertoonen zich de Indianen, die nog niet zoo heel lang geleden de alleenheerschers in deze streken waren, aan elk station. Door de goede zorgen van het Gouvernement zijn velen hunner reeds voor een deel geciviliseerd, zou ik willen zeggen, maar dit klinkt te sterk, vermenschelijkt is misschien beter van toepassing. Velen spreken een paar woorden Engelsch en allen verstaan de taal van klinkende munt. Eén man kon gebrekkig Engelsch spreken. Opmijn vraag hoe oud hij was gaf hij ten antwoord: “Dat weet ik niet, ’t mag zijn 40; ’t mag zijn meer”. Werken deed hij niet, de vrouwen zochten het voedsel in de bosschen en bereidden het, maakten mandjes en andere snuisterijen die zij aan de voorbijtrekkende reizigers trachten te verkoopen, en daarvan kunnen zij aan al hun levensbehoeften voldoen. Op sommige plaatsen zag ik de Indiaansche vrouwen, die door haar bontgekleurde kleeding reeds op een afstand te herkennen zijn, met zwaar beladen manden op den rug bergafwaarts komen, soms met een zuigeling nog bovendien belast, terwijl de mannen, pijpjes rookend, ledig daarnaast slenterden.Gaat de vermenschelijking van deze natuurmenschen nog een graad verder, dan beginnen de mannen te werken; in den regel worden zij dan houthakkers; de vrouwen gaan dan luieren. In dit stadium van menschwording heeft whiskey de grootste aantrekkingskracht. Wel is waar bestaat er in heel Amerika een wet, waarbij het verboden is sterken drank aan Indianen te verkoopen, maar ook in dit “land van onbegrensde mogelijkheden”, zooals het doorGoldbergergenoemd is, schijnen de wetten er te zijn om ontdoken te worden. De Indianen weten ten minste overal aan whiskey, wat zij black-water noemen, te komen en maken er ruimschoots gebruik van. Ontmoet men een dronken Indiaan, dan kan men zeker zijn ’t hoogst geciviliceerde specimen vóór zich te zien.Het speet mij dat het langzamerhand avond geworden was en ik mij te bed moest begeven. Hoe vreemd het voor ons, Europeanen, ook is om in een compartiment, waarin voor minstens 24 medereizigers, mannen zoowel als vrouwen, de bedden gespreid worden, zich ter ruste te begeven, men gewent daaraan spoedig en het duurt niet lang of men slaapt er en droomt er even kalm als in een bed in moeder’s woning. Een groote gerustheid is het dat alles er door en door zindelijk is; het bed wordt elken avond van helder, schoon linnen voorzien en de bediende van zoo’n wagon ziet er altijd even zindelijk uit. In de toiletkamers,—een voor mannen en een voor vrouwen—heerscht inderdaad groote luxe. De koud- en warmwatertoevoer, de vernikkelde waschbassins, toiletspiegels ten voeten uit, een paar dozijn handdoeken, maken ’t mogelijk, dat men zich ’s ochtends even frisch kan wasschen en even goed kan kleeden als in het beste hôtel.Den geheelen nacht was de trein nog gestegen, het verwonderde mij dus niet bij het ontwaken in een hooge bergstreek te zijn, waar de temperatuur eenige tientallen graden lager was dan waarbij ik mij den vorigen avond ter ruste had begeven. Spoedig was ik gekleed en na het ontbijt, in de uitstekende dining-cars, bevonden wij ons bijna plotseling rondom in de eeuwige sneeuwbergen. Gedurende ruim twee uren gaat de tocht door de Sierra Nevada. Alles lag onderde versch gevallen sneeuw. Het groen der boomen was nog even door de sneeuw zichtbaar. Hield de trein een oogenblik stil, dan vlogen spoedig eenige jongelui den wagon uit om elkaar een paar sneeuwballen om de ooren te gooien. Een aardige kleine deern van 12 à 14 jaar was daarbij steeds de eerste.Al te spoedig gingen de uren voorbij in deze schilderachtige omgeving. Was de stijging tot op een hoogte van bijna 8000 voet langzaam en geleidelijk gegaan, de daling ging verrassend snel. Nog geen uur geleden verlustigde ik mij in een heerlijk wintergezicht en reeds begonnen bosch en tuinen er uit te zien als waren wij in het midden van den zomer. Groen en bloemen overal. Eerst hier en daar een enkele oranjeboom vol vruchten, weldra geheele oranjerieën en wijngaarden en overvloed van allerlei tropische planten. Jongens en meisjes met mandjes vol prachtig fruit verdringen zich bij elk station om deze den reizigers voor tien (Amerikaansche) centen aan te bieden. Als men het niet reeds wist, dan zou men het hierdoor weten, dat wij ons binnen de grenzen van het heerlijke Californië bevinden.Het begon reeds te schemeren toen ik in Sacramento, de hoofdstad van Californië, aankwam en liever wilde ik daar een nacht overblijven dan het verdere van de reis tot SanFranciscoin duisternis door te reizen. Dat nachtje overblijven is tot een paar dagen aangegroeid, want het bleek mij al spoedig, dat Sacramentoeen langer verblijf overwaard was. Het is niet alleen het klimaat, dat Californië van de andere Staten van Amerika onderscheidt; het is of de altijd schijnende zon niet enkel de plantenwereld bezielt tot een opgewekt leven, maar ook dat de menschen dien invloed ondervinden. In Sacramento, het stadje van ongeveer 30.000 inwoners, heerschen eene drukte en levendigheid als in een wereldstad. ’s Avonds drie of meer theatervoorstellingen, alle met volle zalen, het Leger des Heils met trom en gezang in de straten, hier en daar bijbellezingen en kerkgezang met open deuren, groote winkels en magazijnen, zoo groot bijna als ’t “Louvre” in Parijs, en daarbij onophoudelijk voorbijrollende electrische trams, doen vergeten, dat men zich in zoo’n klein stadje bevindt.Verder reizende in Californië, bemerkte ik het trouwens overal, de bewoners van El Dorado State zijn inderdaad levendiger, goedhartiger, vroolijker menschen dan de andere Amerikanen. Zij schijnen maar één zorg te kennen, en die is om meer menschen te laten profiteeren van hun heerlijk klimaat, hun vruchtbaren bodem, hun alles opleverende bergen en bosschen en hun, onder een tropische zon, verkwikking brengenden Stillen Oceaan.

Oct. 1904.

In een gemakkelijk voortrollenden wagon van de Southern Pacific Spoorweglijn, die mij van Utah naar Californië voert, of om mij juister uit te drukken, waarin ik van Ogden naar San Francisco en van daar naar Los Angeles ga, wil ik eenige indrukken wedergeven, die ik in de 4 laatst door mij bezochte Staten van Amerika opdeed. Deze vier vlak aan elkaar grenzende westersche Staten zijn Colorado, Wyoming, Idaho en Utah. Hoezeer deze vier Staten ook van elkaar mogen verschillen in geologische wording en maatschappelijke ontwikkeling, in één opzicht worden zij in Amerika steeds in één adem genoemd. Het zijn n.l. de vier Staten in Amerika die vrouwen en mannen gelijke politieke rechten verleenen; waarin de vrouwen niet alleen het kiesrecht in zijn volle uitgebreidheid uitoefenen, maar ook zelf verkiesbaar zijn en voor alle ambten en betrekkingen in aanmerking kunnen komen.

Wie nu zou meenen dat vele hooge staatsbetrekkingen door vrouwen vervuld worden, komt bedrogenuit. Niettegenstaande de vrouwen, wanneer zij eensgezind optreden, over een meerderheid van stemmen kunnen beschikken en elke staats- en gemeenteambtenaar door de kiezers gekozen wordt, zijn toch de hooge verantwoordelijke posten bijna overal door mannen bezet. Alleen in Colorado is de Minister van Onderwijs een vrouw en evenzoo is aldaar de Staatssecretaris bij het Departement van Land- en Tuinbouw een vrouw. Op mijn vraag in verschillende Staten en aan vele vrouwen gedaan, waarom zij niet trachten meer hooge posten door vrouwen bezet te krijgen, werd mij steeds geantwoord, dat de vrouwen nooit stemmen voor een vrouw, indien de man-candidaat meer rechten kan doen gelden, indien hij inderdaad bekwamer en geschikter is voor een zeker ambt dan zij. Bovendien zijn de vrouwen er overal bij de bestaande politieke partijen ingedeeld en onderscheiden zich politiek evenals de mannen, in republikeinen, democraten, populisten, sociaal-democraten en de onderafdeelingen hiervan. Zij stemmen voor de candidaten van de politieke partij waartoe zij behooren, en zorgen alleen dat de vrouwen niet voorbijgezien worden bij het vervullen van betrekkingen als zij daarop aanspraak kunnen maken. Alleen in enkele gevallen treden de vrouwen eensgezind op en dan handelen de politieke partijen waarlijk politiek, als zij aan den drang der vrouwen gehoor geven, omdat zij anders gevaar loopen vele vrouwen-leden te verliezen.Dit geschiedt steeds waar het geldt een candidaat te weren voor een staats- of gemeentebetrekking, op wiens zedelijk gedrag gegronde aanmerking bestaat. Zoo hebben de vrouwen in Colorado bij de verkiezingen, nu 2 jaar geleden, een candidaat geweerd, die een rijke vrouw gehuwd had en met haar geld een vroegere maîtresse onderhield. De vrouw had echtscheiding aangevraagd en verkregen, doch boette daarbij een groot deel van haar vermogen in. Daarop hebben de vrouwen aangedrongen en verkregen dat er een wet werd ingevoerd, waarbij in geval van echtscheiding elke echtgenoot het door hem of haar aangebrachte kapitaal terug ontvangt.

Ook steeds wanneer het geldt de behartiging van de belangen der kinderen, kan men zeker zijn dat de vrouwen één lijn trekken. Openbare kinderzorg is dan ook overal buitengewoon goed geregeld. Voor bepaalde vrouwenrechten treden zij zelden krachtig op en dit wel vooral daarom, omdat wat bijv. de democraten of populisten als een recht beschouwen, door de republikeinen bijv. niet altijd als zoodanig beaamd wordt, en ook omdat bij de verschillende partijen de vrouwenbelangen vrijwel veilig zijn, wijl elke partij sterk rekening moet houden met zijn vrouwenleden.

In Amerika zijn thans overal de groote verkiezingen in vollen gang en ik had dus volop gelegenheid de vrouwen-kiezers gade te slaan in politieke vergaderingen.Eerst waren het de vergaderingen waarin de candidaten voor elken post gesteld werden en thans zijn het de vergaderingen, waarin de verschillende candidaten voor de kiezers optreden. Ik was tegenwoordig in de vergadering van de democratische partij in Colorado, de zoogenaamde State-convention, waarin de candidaten dier partij door afgevaardigden uit den geheelen Staat openlijk gewikt en gewogen werden, en waarin ten slotte gestemd werd wie hunner als officiëele candidaat op de lijst der democratische partij geplaatst zou worden.

Mevr.Grenfell, de Minister van Onderwijs, die reeds 8 jaren deze hooge positie had ingenomen, moest o.a. ook aftreden. Haar candidatuur werd ingeleid en verdedigd door een onderwijzer, die dit op zoo meesterlijke wijze deed, dat er door de voorstanders van de candidatuur van mevrouwGrenfellniets aan toegevoegd behoefde te worden. Hij zette uiteen wat zij voor het onderwijs in Colorado had gedaan en welke groote verbeteringen zij in haar 8-jarig Ministerschap had tot stand gebracht, terwijl zij tegelijkertijd daarvoor minder geld besteed had uit de staatskas dan haar voorgangers. In elk opzicht vorderde dus het algemeen belang, dat men deze vrouw opnieuw voor dezen hoogen post benoemde.

Na deze met overtuiging uitgesproken rede volgde een warm applaus en daarna een tijd van stilte, zoodat de voorzitter der vergadering reeds vroeg,indien niemand meer het woord verlangt, of dan de candidatuur van mevr.Grenfellmet algemeene stemmen vastgesteld kon worden, toen een man met een zeer gewichtigen trek op zijn onbeduidend gelaat naar het podium schreed en het woord vroeg. Hij wilde niets op de capaciteiten van mevr.Grenfellafdingen, niets inbrengen tegen den lof haar toegezwaaid, maar toch had hij bedenking tegen haar candidatuur in deze vergadering en wel omdat mevr.Grenfellzich niet bij de democratische partij had aangesloten en men niet wist tot welke politieke partij zij behoorde. Een zeer zwakke instemming met deze woorden volgde en van enkele banken kwam de roep: “Laat mevr.Grenfellhier komen en zich uitspreken tot welke partij zij behoort.” Een oorverdoovend rumoer volgde op dezen eisch, waarbij de voor- en tegenstanders elkander trachten te overtuigen van het al of niet behoorlijke er van, totdat mr.Adams, vroeger gouverneur van Colorado en thans weder de met algemeene stemmen gekozen candidaat der democraten, optrad en met feiten aantoonde, dat gedurende het Ministerschap van mevr.Grenfellnooit een harer daden in strijd was geweest met de politieke beginselen der democraten, dat zij het onderwijs gediend had op een wijze, die door geen hunner verbeterd kon worden, en dat hij op alle bedenkingen, door den vorigen spreker tegen haar ingevoerd, slechts dit wilde antwoorden, dat mevr.Grenfellwas “the most womanly woman and at the same time as big as all you men together”.

Sedert ongeveer 14 dagen zijn nu overal in Amerika de candidaten der verschillende partijen gesteld en treden dezen avond na avond voor de kiezers op. In zulke vergaderingen in de Staten met vrouwenkiesrecht vergeten de candidaten nimmer een deel van hun rede geheel te wijden aan de belangen der vrouwen of aan de belangen, die de vrouwen-kiezers in den regel voorstaan. Zoo hoorde ik hen steeds getuigen wanneer een hunner het woord tot de vrouwen richtte, hoezeer dezen op zijn steun konden rekenen bij voorstellen tot verhooging van den leeftijd voor verbod tot kinderarbeid; bij voorstellen tot oprichting van staatsinstellingen voor ouden van dagen; voor verbetering van het lot der gevangenen; voor verbod van verkoop van sterken drank in het klein. Opmerkelijk is dat in Utah vooral beloofd werd, hoe men zou bevorderen alles wat kunstzin bij het volk kan wekken. Dit was alweder omdat de vrouwen van Utah zich daarvoor in den laatsten tijd bijzonder geïnteresseerd hebben.

Maar laat mij niet doorgaan over vrouwenkiesrecht en verkiezingen te schrijven, nu ik met dezen van alle gemakken voorzienen trein door een zoo merkwaardig deel van Amerika reis. Alleen wil ik het hoofdbestuur der Liberale Unie in overweging geven één of meer zijner leden naar de vier door mij genoemdeStaten van Amerika te zenden om den invloed te bestudeeren, dien vrouwenkiesrecht uitoefent op den socialen toestand van een land in het algemeen en op de vrouwen in het bijzonder, alvorens het opnieuw een rapport uitbrengt, waarin het beweert dat men omtrent dien invloed nog in het onzekere verkeert.

Merkwaardig is de weg zeker, dien ik al schrijvende afleg. Door de ruim een uur kortere lijn, die de Southern Pacific dezen zomer in gebruik nam, hadden wij gedurende de eerste uren steeds een prachtig uitzicht op het Salt Lake en gingen wij zelfs over een brug van bijna 25 K.M. lang, dwars door dit eigenaardig meer. Hoe sterk zouthoudend dit meer is had ik reeds ondervonden in Salt Lake City, waar ik mij om der curiositeitswille te water begaf. Van zwemmen is in dit meer geen sprake, zelfs de meest geoefende zwemmer kan er geen slag slaan: hij drijft op het water.

Reeds spoedig nadat Salt Lake achter den rug ligt, begint de weg te stijgen en vertoonen zich de Indianen, die nog niet zoo heel lang geleden de alleenheerschers in deze streken waren, aan elk station. Door de goede zorgen van het Gouvernement zijn velen hunner reeds voor een deel geciviliseerd, zou ik willen zeggen, maar dit klinkt te sterk, vermenschelijkt is misschien beter van toepassing. Velen spreken een paar woorden Engelsch en allen verstaan de taal van klinkende munt. Eén man kon gebrekkig Engelsch spreken. Opmijn vraag hoe oud hij was gaf hij ten antwoord: “Dat weet ik niet, ’t mag zijn 40; ’t mag zijn meer”. Werken deed hij niet, de vrouwen zochten het voedsel in de bosschen en bereidden het, maakten mandjes en andere snuisterijen die zij aan de voorbijtrekkende reizigers trachten te verkoopen, en daarvan kunnen zij aan al hun levensbehoeften voldoen. Op sommige plaatsen zag ik de Indiaansche vrouwen, die door haar bontgekleurde kleeding reeds op een afstand te herkennen zijn, met zwaar beladen manden op den rug bergafwaarts komen, soms met een zuigeling nog bovendien belast, terwijl de mannen, pijpjes rookend, ledig daarnaast slenterden.

Gaat de vermenschelijking van deze natuurmenschen nog een graad verder, dan beginnen de mannen te werken; in den regel worden zij dan houthakkers; de vrouwen gaan dan luieren. In dit stadium van menschwording heeft whiskey de grootste aantrekkingskracht. Wel is waar bestaat er in heel Amerika een wet, waarbij het verboden is sterken drank aan Indianen te verkoopen, maar ook in dit “land van onbegrensde mogelijkheden”, zooals het doorGoldbergergenoemd is, schijnen de wetten er te zijn om ontdoken te worden. De Indianen weten ten minste overal aan whiskey, wat zij black-water noemen, te komen en maken er ruimschoots gebruik van. Ontmoet men een dronken Indiaan, dan kan men zeker zijn ’t hoogst geciviliceerde specimen vóór zich te zien.

Het speet mij dat het langzamerhand avond geworden was en ik mij te bed moest begeven. Hoe vreemd het voor ons, Europeanen, ook is om in een compartiment, waarin voor minstens 24 medereizigers, mannen zoowel als vrouwen, de bedden gespreid worden, zich ter ruste te begeven, men gewent daaraan spoedig en het duurt niet lang of men slaapt er en droomt er even kalm als in een bed in moeder’s woning. Een groote gerustheid is het dat alles er door en door zindelijk is; het bed wordt elken avond van helder, schoon linnen voorzien en de bediende van zoo’n wagon ziet er altijd even zindelijk uit. In de toiletkamers,—een voor mannen en een voor vrouwen—heerscht inderdaad groote luxe. De koud- en warmwatertoevoer, de vernikkelde waschbassins, toiletspiegels ten voeten uit, een paar dozijn handdoeken, maken ’t mogelijk, dat men zich ’s ochtends even frisch kan wasschen en even goed kan kleeden als in het beste hôtel.

Den geheelen nacht was de trein nog gestegen, het verwonderde mij dus niet bij het ontwaken in een hooge bergstreek te zijn, waar de temperatuur eenige tientallen graden lager was dan waarbij ik mij den vorigen avond ter ruste had begeven. Spoedig was ik gekleed en na het ontbijt, in de uitstekende dining-cars, bevonden wij ons bijna plotseling rondom in de eeuwige sneeuwbergen. Gedurende ruim twee uren gaat de tocht door de Sierra Nevada. Alles lag onderde versch gevallen sneeuw. Het groen der boomen was nog even door de sneeuw zichtbaar. Hield de trein een oogenblik stil, dan vlogen spoedig eenige jongelui den wagon uit om elkaar een paar sneeuwballen om de ooren te gooien. Een aardige kleine deern van 12 à 14 jaar was daarbij steeds de eerste.

Al te spoedig gingen de uren voorbij in deze schilderachtige omgeving. Was de stijging tot op een hoogte van bijna 8000 voet langzaam en geleidelijk gegaan, de daling ging verrassend snel. Nog geen uur geleden verlustigde ik mij in een heerlijk wintergezicht en reeds begonnen bosch en tuinen er uit te zien als waren wij in het midden van den zomer. Groen en bloemen overal. Eerst hier en daar een enkele oranjeboom vol vruchten, weldra geheele oranjerieën en wijngaarden en overvloed van allerlei tropische planten. Jongens en meisjes met mandjes vol prachtig fruit verdringen zich bij elk station om deze den reizigers voor tien (Amerikaansche) centen aan te bieden. Als men het niet reeds wist, dan zou men het hierdoor weten, dat wij ons binnen de grenzen van het heerlijke Californië bevinden.

Het begon reeds te schemeren toen ik in Sacramento, de hoofdstad van Californië, aankwam en liever wilde ik daar een nacht overblijven dan het verdere van de reis tot SanFranciscoin duisternis door te reizen. Dat nachtje overblijven is tot een paar dagen aangegroeid, want het bleek mij al spoedig, dat Sacramentoeen langer verblijf overwaard was. Het is niet alleen het klimaat, dat Californië van de andere Staten van Amerika onderscheidt; het is of de altijd schijnende zon niet enkel de plantenwereld bezielt tot een opgewekt leven, maar ook dat de menschen dien invloed ondervinden. In Sacramento, het stadje van ongeveer 30.000 inwoners, heerschen eene drukte en levendigheid als in een wereldstad. ’s Avonds drie of meer theatervoorstellingen, alle met volle zalen, het Leger des Heils met trom en gezang in de straten, hier en daar bijbellezingen en kerkgezang met open deuren, groote winkels en magazijnen, zoo groot bijna als ’t “Louvre” in Parijs, en daarbij onophoudelijk voorbijrollende electrische trams, doen vergeten, dat men zich in zoo’n klein stadje bevindt.

Verder reizende in Californië, bemerkte ik het trouwens overal, de bewoners van El Dorado State zijn inderdaad levendiger, goedhartiger, vroolijker menschen dan de andere Amerikanen. Zij schijnen maar één zorg te kennen, en die is om meer menschen te laten profiteeren van hun heerlijk klimaat, hun vruchtbaren bodem, hun alles opleverende bergen en bosschen en hun, onder een tropische zon, verkwikking brengenden Stillen Oceaan.


Back to IndexNext