Besluit.Zij is dus volbracht, de reis van Cesar Cascabel, en goed ten einde gebracht ook. Alleen Rusland en Duitschland heeft deSchoone Zwerfsternog doortetrekken om op fransch grondgebied te komen, en van het Noorden van Frankrijk tot Normandië gaat de weg over den vaderlandschen grond. Het is nog wel een heel eind, maar vergeleken met de tweeduizend achthonderd mijlen die zij achter den rug heeft, is het toch maar eene kleinigheid, een “wandelritje” zooals Cesar zegt.Het is beter afgeloopen dan iemand durfde hopen, onder zooveel lotswisselingen als de karavaan ondervonden heeft. Nooit heeft eene geschiedenis zulk een gelukkig einde gehad, zelfs niet dat bewonderenswaardige tooneelstukDe Roovers van het Zwarte Woud, waar toch zoowel het publiek als de toeschouwers zoo eenparig over in verrukking waren—altijd uitgezonderd Ortik en Kirschef. Die twee booswichten werden eenige weken later opgehangen, en hunne medeplichtigen werden tot levenslange verbanning naar Siberië veroordeeld.Thans echter was het oogenblik daar waarop de scheiding, met alles wat daar het gevolg van zou zijn, plaats moest hebben. Hoe moest dit gaan?Het ging op de eenvoudigste manier ter wereld.Dienzelfden avond, toen allen in deSchoone Zwerfsterbij elkaar zaten, nam graaf Narkine het woord.—Mijne vrienden, zeide hij, ik voel diep hoeveel ik u verschuldigd ben en het zou schandelijke ondankbaarheid zijn indien ik dat ooit vergat. Mijn hart bloedt als ik er aan denk dat wij van elkandermoeten scheiden. Is daar niets aan te doen? Zoudt gij geen lust hebben u in Rusland te vestigen, en op de goederen mijns vaders u eene woonplaats te kiezen?Cascabel was op die vraag in het geheel niet voorbereid. Na eenige oogenblikken nagedacht te hebben, begon hij:—Mijnheer de graaf....—Neen, viel de graaf hem in de rede, gij moet mij Sergius blijven noemen. Daar zult ge mij genoegen mede doen.—Nu dan, mijnheer Sergius, ik en mijne vrouw en kinderen, wij zijn heel erkentelijk voor uw aanbod, dat ons bewijst hoe genegen gij ons zijt. Wij bedanken u er dan ook wel voor... maar ziet gij, daar ginder... daar is ons vaderland.....—Dat begrijp ik, hernam de graaf. Ik voel er alles van. Maar als gij dan nu naar Frankrijk, naar uw dierbaar Normandië terug wilt, zou ik het eene gelukkige gedachte vinden indien gij daar gevestigd waart in een geriefelijk huis op het land, met eene boerderij en eenige vruchtbare akkers er bij. Daar zoudt gij uit kunnen rusten van uwe langdurige omzwervingen.—Maar gij moet niet denken dat wij ons moede voelen, mijnheer Sergius, riep Cascabel uit.—Nu ja, mijn vriend, maar laat ons eens openhartig met elkaar spreken. Zijt gij bijzonder op uw beroep gesteld?—Wel, het is onze broodwinning.—Gij houdt u alsof ge mij niet begrijpt, zeide de graaf, en dat doet mij leed. Gunt ge mij het genoegen niet dat ik iets voor u doen kan?—Vergeet ons niet, mijnheer Sergius, zeide Cornelia, dat is alles wat wij van u verlangen, want wij, wij zullen altijd aan u blijven denken, aan u.... en aan Kayette....—Moeder! riep het meisje uit.—Uwe moeder kan ik niet zijn, kindlief.—Waarom niet, juffrouw Cascabel? vroeg Sergius.—Hoe zou dat kunnen?—Wel, als gij haar met uwen zoon laat trouwen!De uitwerking die deze woorden van graaf Narkine hadden, was verbazender dan alles wat de toeren van Cesar Cascabel, gedurende zijne lange kunstenaarsloopbaan, ooit op het publiek uitgewerkt hadden.Jan was als waanzinnig van blijdschap. Hij kuste de handen van Sergius en drukte Kayette aan zijn hart. Zij zou dus de vrouw van Jan worden en toch de aangenomen dochter van den graaf blijven, en deze zou hen beiden bij zich houden want hij was voornemensJan eene betrekking op zijne goederen te geven. Zulk eene toekomst hadden vader en moeder Cascabel voor hun oudsten zoon nooit durven droomen. Maar van den graaf nu bovendien nog eene andere belooning aan te nemen dan de verzekering dat hij hun vriend zou blijven, dat wilden zij geen van beiden. Zij hadden eene goede kostwinning en wilden die voortzetten.Op dit oogenblik trad Sander naar voren en zeide, met eene stem die een weinig beefde, maar met oogen, fonkelend van guitigheid;—Dat is immers niet noodig, vader. Wij zijn rijk genoeg om niet meer te moeten werken voor ons brood.Met deze woorden haalde hij het stuk steen uit zijn zak, dat hij in het woud van Caribou gevonden had, en hield dat triomfantelijk boven zijn hoofd.—Waar haalt ge dat van daan? riep Cascabel uit, terwijl hij het glinsterende brok steen bekeek.Sander vertelde nu wat er gebeurd was.—En daar hebt ge ons nooit iets van gezegd? vroeg Cornelia. Al dien tijd hebt ge dat stil gehouden?—Moederlief, het heeft mij moeite genoeg gekost, maar ik wilde er u mede verrassen en u er niet achter laten komen dat wij zoo rijk waren vóór onze komst in Frankrijk.—Kijk nu zoo’n jongen eens aan! riep Cascabel. Mijnheer Sergius, wat zegt ge daarvan? Dat fortuintje komt nu eens goed te pas. Zie eens, het is een mooi stuk echt goud, zou ik denken, en wij hebben er maar mede naar eenen wisselaar te gaan om er geld voor te ontvangen.Graaf Narkine had den keisteen in zijne hand genomen en bekeek dien met aandacht, terwijl hij, als om er de waarde van te schatten, voelde hoe zwaar hij woog en de blinkende stippen aan den buitenkant er van opnam.—Ja, zeide hij toen, het is echt goud en weegt wel een pond of tien.—Hoeveel is het dus waard? vroeg Cascabel.—Twintigduizend roebels!—Zooveel?—Ja, maar alleen indien het op ditzelfde oogenblik in geld omgewisseld wordt.... kijk, op deze manier!En met eene handbeweging zoo vlug, dat zijn leermeester in het goochelen het hem niet had kunnen verbeteren, moffelde Sergius het kostbare brok steen weg en stelde hij er eene kleine portefeuille voor in de plaats, die hij in Sander’s handen terecht wist te doen komen.—Wat een prachtige toer! riep Cascabel uit. Heb ik niet altijd gezegd dat gij verbazend veel aanleg voor het vak had?—Wat zit er in die portefeuille? vroeg Cornelia.—Precies de waarde van den klomp goud; geen cent meer, maar ook geen cent minder, antwoordde Sergius.Er zat werkelijk een wissel in van twintigduizend roebels op het huis Rothschild te Parijs.Was de klomp inderdaad zooveel waard? Was het een gemeene keisteen of een brok goud, wat Sander met zulk eene zorg uit het hartje van het Californische goudland medegebracht had? Ziedaar een paar vragen die nimmer tot klaarheid gebracht zijn kunnen worden. Dit mocht echter zijn zooals het wilde, Cascabel was verplicht graaf Narkine op zijn woord te gelooven en vertrouwen te stellen in de waarheidsliefde van zijnen vriend Sergius, die voor hem een grooter waarborg was dan de schatkist van zijne keizerlijke majesteit den Czaar aller Russen.Eene maand lang vertoefde de familie Cascabel in Rusland, maar van de kermis te Perm of te Nisjni werd nu niet meer gerept. Vader en moeder, broeder en zuster konden immers niet nalaten getuigen te zijn bij het trouwen van Jan en Kayette, wier huwelijk met grooten luister op het kasteel Walska voltrokken werd. Er ontbrak niets aan de plechtigheid en zelden waren twee gelukkige jonggehuwden omringd door zulk eenen kring van tevreden bloedverwanten.—Wat een bof, Cesar! zeide Cornelia op het oogenblik toen zij de slotkapel uitkwamen.—Precies hetzelfde wat ik dacht, antwoordde haar echtgenoot.Acht dagen naderhand namen vader en moeder Cascabel, Sander, Napoleona en Kruidnagel—dien wij niet mogen vergeten, want hij was werkelijk zoo goed als een lid van de familie—van graaf Narkine afscheid. Zij gingen nu rechtstreeks op reis naar Frankrijk, wel te verstaan per spoorweg, met deSchoone Zwerfsterachter zich, die liefst als passagiersgoed in den personentrein met hen medereisde!Cascabel’s terugkeer in Normandië was een heele gebeurtenis. Hij en Cornelia zetten zich als grondbezitters op het platteland neer en kregen mettertijd een aardig fortuin bij elkaar, waar Sander en Napoleona, als zij trouwden, een mooie huwelijksgift uit mee konden krijgen. Ieder jaar kwam graaf Narkine, met Jan dien hij als zijn secretaris bij zich in dienst genomen had, en met Kayette die eene gelukkig getrouwde vrouw geworden was, hen opzoeken. Dan waren zij allen letterlijk dronken van vreugde, want niemandwist van uitgelatenheid wat hij bij zoo’n gelegenheid beginnen zou.Ieder jaar kwam graaf Narkine met Jan en Kayette hen opzoeken. (Zie blz. 215.)Ieder jaar kwam graaf Narkine met Jan en Kayette hen opzoeken. (Zie blz.215.)Hiermede is het geschiedverhaal afgeloopen van deze reis, die zeker onder de merkwaardigste van alle door ons beschrevenWonderreizenmedegeteld mag worden. Einde goed al goed, kan men er van zeggen; maar zulke brave lieden als de familie Cascabel zouden ook niet verdienen dat het slecht met hen afliep.Einde.
Besluit.Zij is dus volbracht, de reis van Cesar Cascabel, en goed ten einde gebracht ook. Alleen Rusland en Duitschland heeft deSchoone Zwerfsternog doortetrekken om op fransch grondgebied te komen, en van het Noorden van Frankrijk tot Normandië gaat de weg over den vaderlandschen grond. Het is nog wel een heel eind, maar vergeleken met de tweeduizend achthonderd mijlen die zij achter den rug heeft, is het toch maar eene kleinigheid, een “wandelritje” zooals Cesar zegt.Het is beter afgeloopen dan iemand durfde hopen, onder zooveel lotswisselingen als de karavaan ondervonden heeft. Nooit heeft eene geschiedenis zulk een gelukkig einde gehad, zelfs niet dat bewonderenswaardige tooneelstukDe Roovers van het Zwarte Woud, waar toch zoowel het publiek als de toeschouwers zoo eenparig over in verrukking waren—altijd uitgezonderd Ortik en Kirschef. Die twee booswichten werden eenige weken later opgehangen, en hunne medeplichtigen werden tot levenslange verbanning naar Siberië veroordeeld.Thans echter was het oogenblik daar waarop de scheiding, met alles wat daar het gevolg van zou zijn, plaats moest hebben. Hoe moest dit gaan?Het ging op de eenvoudigste manier ter wereld.Dienzelfden avond, toen allen in deSchoone Zwerfsterbij elkaar zaten, nam graaf Narkine het woord.—Mijne vrienden, zeide hij, ik voel diep hoeveel ik u verschuldigd ben en het zou schandelijke ondankbaarheid zijn indien ik dat ooit vergat. Mijn hart bloedt als ik er aan denk dat wij van elkandermoeten scheiden. Is daar niets aan te doen? Zoudt gij geen lust hebben u in Rusland te vestigen, en op de goederen mijns vaders u eene woonplaats te kiezen?Cascabel was op die vraag in het geheel niet voorbereid. Na eenige oogenblikken nagedacht te hebben, begon hij:—Mijnheer de graaf....—Neen, viel de graaf hem in de rede, gij moet mij Sergius blijven noemen. Daar zult ge mij genoegen mede doen.—Nu dan, mijnheer Sergius, ik en mijne vrouw en kinderen, wij zijn heel erkentelijk voor uw aanbod, dat ons bewijst hoe genegen gij ons zijt. Wij bedanken u er dan ook wel voor... maar ziet gij, daar ginder... daar is ons vaderland.....—Dat begrijp ik, hernam de graaf. Ik voel er alles van. Maar als gij dan nu naar Frankrijk, naar uw dierbaar Normandië terug wilt, zou ik het eene gelukkige gedachte vinden indien gij daar gevestigd waart in een geriefelijk huis op het land, met eene boerderij en eenige vruchtbare akkers er bij. Daar zoudt gij uit kunnen rusten van uwe langdurige omzwervingen.—Maar gij moet niet denken dat wij ons moede voelen, mijnheer Sergius, riep Cascabel uit.—Nu ja, mijn vriend, maar laat ons eens openhartig met elkaar spreken. Zijt gij bijzonder op uw beroep gesteld?—Wel, het is onze broodwinning.—Gij houdt u alsof ge mij niet begrijpt, zeide de graaf, en dat doet mij leed. Gunt ge mij het genoegen niet dat ik iets voor u doen kan?—Vergeet ons niet, mijnheer Sergius, zeide Cornelia, dat is alles wat wij van u verlangen, want wij, wij zullen altijd aan u blijven denken, aan u.... en aan Kayette....—Moeder! riep het meisje uit.—Uwe moeder kan ik niet zijn, kindlief.—Waarom niet, juffrouw Cascabel? vroeg Sergius.—Hoe zou dat kunnen?—Wel, als gij haar met uwen zoon laat trouwen!De uitwerking die deze woorden van graaf Narkine hadden, was verbazender dan alles wat de toeren van Cesar Cascabel, gedurende zijne lange kunstenaarsloopbaan, ooit op het publiek uitgewerkt hadden.Jan was als waanzinnig van blijdschap. Hij kuste de handen van Sergius en drukte Kayette aan zijn hart. Zij zou dus de vrouw van Jan worden en toch de aangenomen dochter van den graaf blijven, en deze zou hen beiden bij zich houden want hij was voornemensJan eene betrekking op zijne goederen te geven. Zulk eene toekomst hadden vader en moeder Cascabel voor hun oudsten zoon nooit durven droomen. Maar van den graaf nu bovendien nog eene andere belooning aan te nemen dan de verzekering dat hij hun vriend zou blijven, dat wilden zij geen van beiden. Zij hadden eene goede kostwinning en wilden die voortzetten.Op dit oogenblik trad Sander naar voren en zeide, met eene stem die een weinig beefde, maar met oogen, fonkelend van guitigheid;—Dat is immers niet noodig, vader. Wij zijn rijk genoeg om niet meer te moeten werken voor ons brood.Met deze woorden haalde hij het stuk steen uit zijn zak, dat hij in het woud van Caribou gevonden had, en hield dat triomfantelijk boven zijn hoofd.—Waar haalt ge dat van daan? riep Cascabel uit, terwijl hij het glinsterende brok steen bekeek.Sander vertelde nu wat er gebeurd was.—En daar hebt ge ons nooit iets van gezegd? vroeg Cornelia. Al dien tijd hebt ge dat stil gehouden?—Moederlief, het heeft mij moeite genoeg gekost, maar ik wilde er u mede verrassen en u er niet achter laten komen dat wij zoo rijk waren vóór onze komst in Frankrijk.—Kijk nu zoo’n jongen eens aan! riep Cascabel. Mijnheer Sergius, wat zegt ge daarvan? Dat fortuintje komt nu eens goed te pas. Zie eens, het is een mooi stuk echt goud, zou ik denken, en wij hebben er maar mede naar eenen wisselaar te gaan om er geld voor te ontvangen.Graaf Narkine had den keisteen in zijne hand genomen en bekeek dien met aandacht, terwijl hij, als om er de waarde van te schatten, voelde hoe zwaar hij woog en de blinkende stippen aan den buitenkant er van opnam.—Ja, zeide hij toen, het is echt goud en weegt wel een pond of tien.—Hoeveel is het dus waard? vroeg Cascabel.—Twintigduizend roebels!—Zooveel?—Ja, maar alleen indien het op ditzelfde oogenblik in geld omgewisseld wordt.... kijk, op deze manier!En met eene handbeweging zoo vlug, dat zijn leermeester in het goochelen het hem niet had kunnen verbeteren, moffelde Sergius het kostbare brok steen weg en stelde hij er eene kleine portefeuille voor in de plaats, die hij in Sander’s handen terecht wist te doen komen.—Wat een prachtige toer! riep Cascabel uit. Heb ik niet altijd gezegd dat gij verbazend veel aanleg voor het vak had?—Wat zit er in die portefeuille? vroeg Cornelia.—Precies de waarde van den klomp goud; geen cent meer, maar ook geen cent minder, antwoordde Sergius.Er zat werkelijk een wissel in van twintigduizend roebels op het huis Rothschild te Parijs.Was de klomp inderdaad zooveel waard? Was het een gemeene keisteen of een brok goud, wat Sander met zulk eene zorg uit het hartje van het Californische goudland medegebracht had? Ziedaar een paar vragen die nimmer tot klaarheid gebracht zijn kunnen worden. Dit mocht echter zijn zooals het wilde, Cascabel was verplicht graaf Narkine op zijn woord te gelooven en vertrouwen te stellen in de waarheidsliefde van zijnen vriend Sergius, die voor hem een grooter waarborg was dan de schatkist van zijne keizerlijke majesteit den Czaar aller Russen.Eene maand lang vertoefde de familie Cascabel in Rusland, maar van de kermis te Perm of te Nisjni werd nu niet meer gerept. Vader en moeder, broeder en zuster konden immers niet nalaten getuigen te zijn bij het trouwen van Jan en Kayette, wier huwelijk met grooten luister op het kasteel Walska voltrokken werd. Er ontbrak niets aan de plechtigheid en zelden waren twee gelukkige jonggehuwden omringd door zulk eenen kring van tevreden bloedverwanten.—Wat een bof, Cesar! zeide Cornelia op het oogenblik toen zij de slotkapel uitkwamen.—Precies hetzelfde wat ik dacht, antwoordde haar echtgenoot.Acht dagen naderhand namen vader en moeder Cascabel, Sander, Napoleona en Kruidnagel—dien wij niet mogen vergeten, want hij was werkelijk zoo goed als een lid van de familie—van graaf Narkine afscheid. Zij gingen nu rechtstreeks op reis naar Frankrijk, wel te verstaan per spoorweg, met deSchoone Zwerfsterachter zich, die liefst als passagiersgoed in den personentrein met hen medereisde!Cascabel’s terugkeer in Normandië was een heele gebeurtenis. Hij en Cornelia zetten zich als grondbezitters op het platteland neer en kregen mettertijd een aardig fortuin bij elkaar, waar Sander en Napoleona, als zij trouwden, een mooie huwelijksgift uit mee konden krijgen. Ieder jaar kwam graaf Narkine, met Jan dien hij als zijn secretaris bij zich in dienst genomen had, en met Kayette die eene gelukkig getrouwde vrouw geworden was, hen opzoeken. Dan waren zij allen letterlijk dronken van vreugde, want niemandwist van uitgelatenheid wat hij bij zoo’n gelegenheid beginnen zou.Ieder jaar kwam graaf Narkine met Jan en Kayette hen opzoeken. (Zie blz. 215.)Ieder jaar kwam graaf Narkine met Jan en Kayette hen opzoeken. (Zie blz.215.)Hiermede is het geschiedverhaal afgeloopen van deze reis, die zeker onder de merkwaardigste van alle door ons beschrevenWonderreizenmedegeteld mag worden. Einde goed al goed, kan men er van zeggen; maar zulke brave lieden als de familie Cascabel zouden ook niet verdienen dat het slecht met hen afliep.Einde.
Zij is dus volbracht, de reis van Cesar Cascabel, en goed ten einde gebracht ook. Alleen Rusland en Duitschland heeft deSchoone Zwerfsternog doortetrekken om op fransch grondgebied te komen, en van het Noorden van Frankrijk tot Normandië gaat de weg over den vaderlandschen grond. Het is nog wel een heel eind, maar vergeleken met de tweeduizend achthonderd mijlen die zij achter den rug heeft, is het toch maar eene kleinigheid, een “wandelritje” zooals Cesar zegt.
Het is beter afgeloopen dan iemand durfde hopen, onder zooveel lotswisselingen als de karavaan ondervonden heeft. Nooit heeft eene geschiedenis zulk een gelukkig einde gehad, zelfs niet dat bewonderenswaardige tooneelstukDe Roovers van het Zwarte Woud, waar toch zoowel het publiek als de toeschouwers zoo eenparig over in verrukking waren—altijd uitgezonderd Ortik en Kirschef. Die twee booswichten werden eenige weken later opgehangen, en hunne medeplichtigen werden tot levenslange verbanning naar Siberië veroordeeld.
Thans echter was het oogenblik daar waarop de scheiding, met alles wat daar het gevolg van zou zijn, plaats moest hebben. Hoe moest dit gaan?
Het ging op de eenvoudigste manier ter wereld.
Dienzelfden avond, toen allen in deSchoone Zwerfsterbij elkaar zaten, nam graaf Narkine het woord.
—Mijne vrienden, zeide hij, ik voel diep hoeveel ik u verschuldigd ben en het zou schandelijke ondankbaarheid zijn indien ik dat ooit vergat. Mijn hart bloedt als ik er aan denk dat wij van elkandermoeten scheiden. Is daar niets aan te doen? Zoudt gij geen lust hebben u in Rusland te vestigen, en op de goederen mijns vaders u eene woonplaats te kiezen?
Cascabel was op die vraag in het geheel niet voorbereid. Na eenige oogenblikken nagedacht te hebben, begon hij:
—Mijnheer de graaf....
—Neen, viel de graaf hem in de rede, gij moet mij Sergius blijven noemen. Daar zult ge mij genoegen mede doen.
—Nu dan, mijnheer Sergius, ik en mijne vrouw en kinderen, wij zijn heel erkentelijk voor uw aanbod, dat ons bewijst hoe genegen gij ons zijt. Wij bedanken u er dan ook wel voor... maar ziet gij, daar ginder... daar is ons vaderland.....
—Dat begrijp ik, hernam de graaf. Ik voel er alles van. Maar als gij dan nu naar Frankrijk, naar uw dierbaar Normandië terug wilt, zou ik het eene gelukkige gedachte vinden indien gij daar gevestigd waart in een geriefelijk huis op het land, met eene boerderij en eenige vruchtbare akkers er bij. Daar zoudt gij uit kunnen rusten van uwe langdurige omzwervingen.
—Maar gij moet niet denken dat wij ons moede voelen, mijnheer Sergius, riep Cascabel uit.
—Nu ja, mijn vriend, maar laat ons eens openhartig met elkaar spreken. Zijt gij bijzonder op uw beroep gesteld?
—Wel, het is onze broodwinning.
—Gij houdt u alsof ge mij niet begrijpt, zeide de graaf, en dat doet mij leed. Gunt ge mij het genoegen niet dat ik iets voor u doen kan?
—Vergeet ons niet, mijnheer Sergius, zeide Cornelia, dat is alles wat wij van u verlangen, want wij, wij zullen altijd aan u blijven denken, aan u.... en aan Kayette....
—Moeder! riep het meisje uit.
—Uwe moeder kan ik niet zijn, kindlief.
—Waarom niet, juffrouw Cascabel? vroeg Sergius.
—Hoe zou dat kunnen?
—Wel, als gij haar met uwen zoon laat trouwen!
De uitwerking die deze woorden van graaf Narkine hadden, was verbazender dan alles wat de toeren van Cesar Cascabel, gedurende zijne lange kunstenaarsloopbaan, ooit op het publiek uitgewerkt hadden.
Jan was als waanzinnig van blijdschap. Hij kuste de handen van Sergius en drukte Kayette aan zijn hart. Zij zou dus de vrouw van Jan worden en toch de aangenomen dochter van den graaf blijven, en deze zou hen beiden bij zich houden want hij was voornemensJan eene betrekking op zijne goederen te geven. Zulk eene toekomst hadden vader en moeder Cascabel voor hun oudsten zoon nooit durven droomen. Maar van den graaf nu bovendien nog eene andere belooning aan te nemen dan de verzekering dat hij hun vriend zou blijven, dat wilden zij geen van beiden. Zij hadden eene goede kostwinning en wilden die voortzetten.
Op dit oogenblik trad Sander naar voren en zeide, met eene stem die een weinig beefde, maar met oogen, fonkelend van guitigheid;
—Dat is immers niet noodig, vader. Wij zijn rijk genoeg om niet meer te moeten werken voor ons brood.
Met deze woorden haalde hij het stuk steen uit zijn zak, dat hij in het woud van Caribou gevonden had, en hield dat triomfantelijk boven zijn hoofd.
—Waar haalt ge dat van daan? riep Cascabel uit, terwijl hij het glinsterende brok steen bekeek.
Sander vertelde nu wat er gebeurd was.
—En daar hebt ge ons nooit iets van gezegd? vroeg Cornelia. Al dien tijd hebt ge dat stil gehouden?
—Moederlief, het heeft mij moeite genoeg gekost, maar ik wilde er u mede verrassen en u er niet achter laten komen dat wij zoo rijk waren vóór onze komst in Frankrijk.
—Kijk nu zoo’n jongen eens aan! riep Cascabel. Mijnheer Sergius, wat zegt ge daarvan? Dat fortuintje komt nu eens goed te pas. Zie eens, het is een mooi stuk echt goud, zou ik denken, en wij hebben er maar mede naar eenen wisselaar te gaan om er geld voor te ontvangen.
Graaf Narkine had den keisteen in zijne hand genomen en bekeek dien met aandacht, terwijl hij, als om er de waarde van te schatten, voelde hoe zwaar hij woog en de blinkende stippen aan den buitenkant er van opnam.
—Ja, zeide hij toen, het is echt goud en weegt wel een pond of tien.
—Hoeveel is het dus waard? vroeg Cascabel.
—Twintigduizend roebels!
—Zooveel?
—Ja, maar alleen indien het op ditzelfde oogenblik in geld omgewisseld wordt.... kijk, op deze manier!
En met eene handbeweging zoo vlug, dat zijn leermeester in het goochelen het hem niet had kunnen verbeteren, moffelde Sergius het kostbare brok steen weg en stelde hij er eene kleine portefeuille voor in de plaats, die hij in Sander’s handen terecht wist te doen komen.
—Wat een prachtige toer! riep Cascabel uit. Heb ik niet altijd gezegd dat gij verbazend veel aanleg voor het vak had?
—Wat zit er in die portefeuille? vroeg Cornelia.
—Precies de waarde van den klomp goud; geen cent meer, maar ook geen cent minder, antwoordde Sergius.
Er zat werkelijk een wissel in van twintigduizend roebels op het huis Rothschild te Parijs.
Was de klomp inderdaad zooveel waard? Was het een gemeene keisteen of een brok goud, wat Sander met zulk eene zorg uit het hartje van het Californische goudland medegebracht had? Ziedaar een paar vragen die nimmer tot klaarheid gebracht zijn kunnen worden. Dit mocht echter zijn zooals het wilde, Cascabel was verplicht graaf Narkine op zijn woord te gelooven en vertrouwen te stellen in de waarheidsliefde van zijnen vriend Sergius, die voor hem een grooter waarborg was dan de schatkist van zijne keizerlijke majesteit den Czaar aller Russen.
Eene maand lang vertoefde de familie Cascabel in Rusland, maar van de kermis te Perm of te Nisjni werd nu niet meer gerept. Vader en moeder, broeder en zuster konden immers niet nalaten getuigen te zijn bij het trouwen van Jan en Kayette, wier huwelijk met grooten luister op het kasteel Walska voltrokken werd. Er ontbrak niets aan de plechtigheid en zelden waren twee gelukkige jonggehuwden omringd door zulk eenen kring van tevreden bloedverwanten.
—Wat een bof, Cesar! zeide Cornelia op het oogenblik toen zij de slotkapel uitkwamen.
—Precies hetzelfde wat ik dacht, antwoordde haar echtgenoot.
Acht dagen naderhand namen vader en moeder Cascabel, Sander, Napoleona en Kruidnagel—dien wij niet mogen vergeten, want hij was werkelijk zoo goed als een lid van de familie—van graaf Narkine afscheid. Zij gingen nu rechtstreeks op reis naar Frankrijk, wel te verstaan per spoorweg, met deSchoone Zwerfsterachter zich, die liefst als passagiersgoed in den personentrein met hen medereisde!
Cascabel’s terugkeer in Normandië was een heele gebeurtenis. Hij en Cornelia zetten zich als grondbezitters op het platteland neer en kregen mettertijd een aardig fortuin bij elkaar, waar Sander en Napoleona, als zij trouwden, een mooie huwelijksgift uit mee konden krijgen. Ieder jaar kwam graaf Narkine, met Jan dien hij als zijn secretaris bij zich in dienst genomen had, en met Kayette die eene gelukkig getrouwde vrouw geworden was, hen opzoeken. Dan waren zij allen letterlijk dronken van vreugde, want niemandwist van uitgelatenheid wat hij bij zoo’n gelegenheid beginnen zou.
Ieder jaar kwam graaf Narkine met Jan en Kayette hen opzoeken. (Zie blz. 215.)Ieder jaar kwam graaf Narkine met Jan en Kayette hen opzoeken. (Zie blz.215.)
Ieder jaar kwam graaf Narkine met Jan en Kayette hen opzoeken. (Zie blz.215.)
Hiermede is het geschiedverhaal afgeloopen van deze reis, die zeker onder de merkwaardigste van alle door ons beschrevenWonderreizenmedegeteld mag worden. Einde goed al goed, kan men er van zeggen; maar zulke brave lieden als de familie Cascabel zouden ook niet verdienen dat het slecht met hen afliep.
Einde.