XV.Port-Clarence.Port-Clarence is het meest noordwestelijk gelegen punt dat door de Vereenigde Staten aan de Behringstraat bezeten wordt. Het ligt ten Zuiden van Kaap Prins-van-Wales, in een kleinen inham op dat gedeelte der kust, dat den neus vormt van het menschengezicht waar de geheele strandlijn van Alaska op lijkt. De haven heeft een uitmuntenden ankergrond en wordt daarom op hoogen prijs gesteld door de scheepsgezagvoerders, voornamelijk door die der walvischvaarders die in de Noordelijke IJszee hunne prooi komen achtervolgen.Voor deSchoone Zwerfsterwerd een kwartier uitgezocht nabij de binnenzijde der haven, niet ver van de plek waar een riviertje uitwatert, beschut door hooge rotsen, op wier top eenige magere berken hunne wortels in den harden steengrond hebben weten te doen dringen. Hier zouden zij het langste oponthoud der geheele reis hebben, want zij moesten er vertoeven zoo lang de Behringstraat nog niet geheel toegevroren en het ijs over de geheele breedte nog niet dik genoeg was om den wagen te dragen.Er kon geen sprake van zijn om den reiswagen met een der vaartuigen, die tusschen Port-Clarence en de overzijde heen en weer varen, over te zetten, want dit zijn slechts visscherschuiten van geringen diepgang. Er was dus geen ander middel om op de kust vanAziëte komen dan te wachten tot de geheele zeeëngte in een onafzienbaar ijsveld veranderd zou zijn.De lange rust die zij gedwongen waren te nemen, kwam hun goed te pas nu zij op het punt stonden aan het tweede gedeelte hunner reis te beginnen, waar de groote moeielijkheden eerst recht eenen aanvang zouden nemen en waar zij met felle koude en zware sneeuwstormen te kampen zouden krijgen, althans zoo lang deSchoone Zwerfsterniet in het mildere klimaat van Zuidelijk Siberië aangekomen zou zijn. Vóór dat zij daar konden zijn, moesten zij eenige zeer moeilijke weken, misschien maanden doorworstelen en zij mochten het als een geluk beschouwen dat hun de noodige tijd gelaten werd om aan de toebereidselen voor dien zwaren tocht de laatste hand te leggen. Wel hadden zij het een en ander aangeschaft bij de Indianen in het fort Noulato, maar er ontbraken toch nog verschillende zaken die Cascabel bij de handelaars te Port-Clarence of bij de inboorlingen hoopte te kunnen krijgen.Het was dus voor ieder een aangenaam oogenblik toen hun aanvoerder het gebruikelijke commando hooren liet:—Op de plaats: rust!Dit bevel, dat ook door soldaten op marsch of bij militaire manoeuvres het liefst gehoord wordt, liet Sander altijd volgen door den uitroep:—Verbreekt de gelederen!Zij wachtten dan ook geen oogenblik langer om her- en derwaarts te gaan kijken wat er op de plaats te zien was.Natuurlijk had ook deSchoone Zwerfsterte Port-Clarence bij hare nadering niet weinig de aandacht getrokken. Nog nooit had zulk eene rollende woning zich zoo ver, tot aan de uiterste spits van Noord-Amerika, gewaagd. Voor de eerste maal kregen de verbaasde inboorlingen eenen troep fransche kunstenmakers te zien.Op dat oogenblik bevonden zich te Port-Clarence, behalve de gewone bevolking van Eskimo’s en kooplieden, eenige russische ambtenaren. Deze hadden tot dusver in Alaska dienst gedaan maar tengevolge der inlijving bij de Vereenigde Staten last gekregen naar het schiereiland der Tchouktchis op de aziatische kust of naar Petropavlovk, de hoofdstad van Kamschatka, te vertrekken. Deze ambtenaren bleven bij de andere bewoners niet achter om deSchoone Zwerfsterwelkom te heeten, maar vooral de Eskimo’s ontvingen de reizigers met groote ingenomenheid.Dit waren dezelfde Eskimo’s welke de beroemde zeevaarder Nordenskjöld twaalf jaren later in deze streken ontmoette, toen hij zijn vermaarden tocht deed waarbij hij den noordoostelijken doortocht tusschen Azië en Amerika ontdekte. Bij die gelegenheid vond hij sommige dier inboorlingen reeds gewapend met revolvers en achterlaadgeweren,de eerste vruchten der van elders ingevoerde beschaving.Aangezien de zomer pas ternauwernood geëindigd was, hadden ook de inboorlingen te Port-Clarence hunne winterkwartieren nog niet betrokken. Zij hielden verblijf onder kleine, sierlijke tenten, vervaardigd van zware katoenen stof in verschillende kleuren, welke met gevlochten stroo aaneengehecht was. Allerlei keukengereedschap van kokosnoten vervaardigd, werd in die tenten gebruikt.Dit maakte dat Kruidnagel, toen hij die voorwerpen voor het eerst zag, uitriep:—Er groeien dus kokosboomen in de bosschen van dit Eskimo-land!—Ten minste.... verbeterde Sergius, als die noten niet met walvischvaarders uit de Stille Zuidzee-eilanden zijn aangevoerd en hier te Port-Clarence in betaling gegeven.Dit was inderdaad het geval. Er bestond op dit tijdstip reeds een levendig verkeer tusschen de amerikanen en de inboorlingen, waarvan de invloed op de manieren der Eskimo’s duidelijk merkbaar was.Het is hier de plaats om op te merken, hetgeen ook later blijken zal, dat er niet de geringste overeenkomst in uiterlijk of in zeden bestaat tusschen de Eskimo’s van de amerikaansche kust en de inboorlingen van Siberië. Zelfs verstaan de stammen in Alaska de taal niet, welke aan de westzijde van de Behringstraat gesproken wordt. Hunne eigen taal is vol engelsche en russische uitdrukkingen, zoodat het niet moeilijk viel hen te verstaan.Reeds in de eerste dagen nadat zij te Port-Clarence hunnen intrek genomen hadden, geraakten de Cascabels in kennis met de inboorlingen dier plaats. Zij werden gastvrij door deze lieden in hunne tenten ontvangen en maakten dan ook geen zwarigheid hen in deSchoone Zwerfstertoe te laten, waarvan zij geen oogenblik spijt behoefden te hebben.Deze Eskimo’s zijn over het algemeen veel beschaafder dan men gewoonlijk denkt. Veelal stelt men zich voor dat het eene soort van pratende robben zijn, half visch half vleesch, maar met menschengezichten, en deze verkeerde voorstelling wordt in de hand gewerkt door de kleederen die zij dragen, vooral in den winter. Maar het heeft er niets van. Te Port-Clarence zien de lieden van den Eskimo-stam er uit als gewone menschen en kan men zeer goed met hen omgaan. Er zijn er zelfs die zoo op het navolgen der Europeesche dracht gesteld zijn, dat zij naar de laatste mode gekleed gaan. Allen hebben echter eene zekere mate van behaagzucht, hetgeen te merken is aan de manier waarop zij hunne kleederen van rendieren- en robbenvel, of van marmotten-bont dragen, en aanhet tatoueeren van hun gezicht, dat gedaan wordt door eenige lichte lijnen in den omtrek der kin te trekken. De mannen hebben niet veel baard. Aan de hoeken der lippen hebben zij kunstig drie gaatjes geboord, waarin zij ringetjes van uitgesneden been dragen. Ook het neusbeentje versieren zij daarmede.Zij werden gastvrij door de Eskimo’s ontvangen. Zie bl. 179.Zij werden gastvrij door de Eskimo’s ontvangen. Zie bl.179.De Eskimo’s met welke onze reizigers kennis maakten, hadden geen ongunstig uiterlijk, heel anders dan de meeste Samojeden en andere inboorlingen van de aziatische noordkust. De jonge meisjes droegen paarlsnoertjes in hare ooren en armbanden van koper of ijzer, die met vrij veel kunstvaardigheid bewerkt waren.Ook mag hier bijgevoegd worden dat het eerlijke lieden waren, trouwhartig in het doen van zaken, ofschoon zij geweldig overvroegen en lieten afdingen. Maar men zou niet met andere kooplieden bekend moeten zijn, indien men dit deze bewoners der poolstreek kwalijk wilde nemen.Onder de Eskimo’s bestaat de meest volkomen gelijkheid. Zij hebben zelfs geene stamhoofden. Het zijn heidenen; zij vereeren bij wijze van afgoden houten palen met gebeeldhouwde en rood beschilderde koppen, welke vogels voorstellen, die hunne vleugels waaiervormig achter zich uitspreiden. Hunne zeden zijn zuiver; het familieleven is bij hen zeer hartelijk, zij hebben grooten eerbied voor hunne ouders, houden veel van hunne kinderen, en vereeren zorgvuldig hunne dooden, die in de open lucht te kijk worden gelegd, gekleed in feestgewaad en met hunne wapenen bij zich.De dagelijksche bezoeken die de Cascabels bij de inboorlingen aflegden, waren voor hen eene bron van veel genoegen. Ook gingen zij dikwijls in eene oude traankokerij, door amerikanen opgericht, welke destijds nog in werking was, een kijkje nemen.Het land is niet geheel van boomen ontbloot en de plantengroei is veel weelderiger dan die welke op het Tchouktchi-schiereiland, aan de overzijde der straat, wordt aangetroffen. Dit komt doordien de amerikaansche kust bespoeld wordt door een warmen stroom, welke uit de zuidelijke streken der Stille Zuidzee derwaarts loopt. Langs het Siberische strand daarentegen vloeit alleen het koude water dat uit de noordelijke poolzee aangevoerd wordt.Het behoeft nauwelijks gezegd te worden dat Cascabel er niet aan dacht om te Port-Clarence zijne kunsten te vertoonen. Hij was niet zonder reden bevreesd dat hij misschien hier even als bij de Youkon-Indianen weer duikelaars, springers en acrobaten zou aantreffen, die van hem niets te leeren zouden hebben. Den goeden naam van zijnen troep wilde hij dus niet voor de tweede maal aan eene nederlaag wagen.Intusschen verliep de eene dag na den anderen en zij hadden reeds langer gerust dan noodig ware geweest. Na een oponthoud van eene week te Port-Clarence behoefden zij zekerlijk niet meer tegen de vermoeienissen van eenen tocht door Siberië op te zien.Maar deSchoone Zwerfsterkon de Behringstraat nog niet over. Zij waren nu in de laatste dagen van September en ofschoon de thermometer thans, even als altijd omstreeks dezen tijd en op die aardrijkskundige breedte, voortdurend beneden het vriespunt wees, lag de zee-arm die Amerika van Azië scheidt, nog niet dicht. De zee was echter reeds vol ijsschotsen, die buiten de straat in het ruime sop van de Behringzee gevormd worden en die langs de kust van Alaska, voortgestuwd door den uit den Stillen Oceaan komenden stroom, naar het Noorden drijven. Wachten bleef voor alsnog de boodschap, wachten tot al die schotsen samengesmolten zouden zijn tot één ontzaglijk ijsveld, onbewegelijk en sterk genoeg om eene berijdbare oppervlakte tusschen de beide werelddeelen te vormen.Heeft deze ijsvlakte zich eenmaal gezet, dan neemt zij binnen korten tijd zoodanig in dikte toe dat zij desnoods eenen geschuttrein zou kunnen dragen. Geen nood dus dat deSchoone Zwerfsteren hare passagiers het geringste gevaar zouden loopen van door het ijs te zakken. De geheele ijsmassa op het smalste gedeelte van den zeearm tusschen Kaap Prins-van-Wales, even beneden Port-Clarence, en de kleine haven van Numana op de Siberische kust, is voor het overige niet meer dan een twintigtal mijlen lang.—Weet ge wat jammer is? zeide Cascabel op zekeren dag. Dat de amerikanen hier geene brug gelegd hebben.—Eene brug van twintig mijlen? vroeg Sander.—Waarom niet? meende Jan. In het midden van de straat ligt het eilandje Diomedes, waar de brug op zou kunnen rusten.—Onmogelijk zou het niet zijn, zeide Sergius, en wij mogen aannemen dat het ook eenmaal gebeuren zal want het menschelijke vernuft deinst voor niets terug.—Er wordt immers ook wel over gedacht om eene brug over het engelsche kanaal te leggen, hernam Jan.—Daar is inderdaad sprake van, stemde Sergius toe. Maar het valt niet te ontkennen dat eene brug over de Behringstraat minder nuttig zou wezen dan eene van Dover naar Calais, en dat zij stellig hare kosten niet goed zou maken.—Al was zij dan ook niet nuttig voor het reizigersverkeer in ’t algemeen, meende Cornelia, zou zij ons ten minste nu van dienst wezen.—Eigenlijk hebben wij er toch ook geen behoefte aan, zeide Cascabel. Gedurende acht maanden van het jaar ligt er immers eene brug, eene van ijs, zoo sterk als eene brug van ijzer of steen bij mogelijkheid gemaakt kan worden. Moeder natuur bouwt die ieder jaar weder op en heft niet eens tol!Vader Cascabel was gewoon de dingen van den besten kant op te nemen en in den grond der zaak had hij dikwijls gelijk. Waartoe eene brug die millioenen kosten zou, wanneer zij slechts op het geschikte tijdstip behoefden te wachten om den overtocht, te voet of per as, naar verkiezing te kunnen doen?Het kon nu niet heel lang meer duren. Hun geduld zou op geen al te lange proef gesteld worden.Den 7denOctober behoefden zij er niet meer aan te twijfelen of de winter was, op deze hooge breedte, voorgoed ingetreden. Alle spoor van plantengroei was verdwenen, het sneeuwde dikwijls, de enkele boomen langs de kust waren met ijzel overdekt. Van de schrale planten die in de poollanden nog tieren willen, en van de harstachtige gewassen die in het Noorden van Scandinavië aangetroffen worden en zich tot den poolcirkel voortzetten, was nu niets meer te zien.Nog altijd werden de ijsschotsen door den snellen stroom dezeeëngtedoorgejaagd, maar zij begonnen breeder en dikker te worden. Evenals eene korte, maar felle hitte voldoende is om metalen aan elkaar te smelten, zoo was hier nog slechts eene geweldige koude noodig om van de ijsklompen een ijsveld te maken. Zij konden er staat op maken dat het den eenen of anderen dag gebeuren zou.Zoo vurig onze reizigers echter naar het oogenblik wenschten dat de zee begaanbaar zou worden, zoo verlangend zij waren om Port-Clarence te verlaten en den voet op de Oude Wereld te zetten, toch had dat aangename vooruitzicht ook zijne keerzijde. Dan immers, zou ook het oogenblik van scheiden daar zijn. Wel zouden zij Alaska den rug toekeeren, maar Sergius zou daar achter blijven, want er was geen sprake van dat hij zijne reis verder naar het Westen zou voortzetten. Na het einde van den winter was hij voornemens zijne onderzoekingstochten in dit gedeelte van Amerika te hervatten, en wilde hij de landstreek ten Noorden van de Youkon en aan genen kant der bergen gaan opnemen.Het vooruitzicht dier scheiding was voor allen even smartelijk. De genegenheid die zij in korten tijd voor elkander hadden opgevat, was tot eene oprechte en hartelijke vriendschap aangegroeid.Wie het zich het meest aantrok, was Jan. Hij kon er nauwelijksaan denken dat Sergius ook Kayette zou medenemen. Het was immers in het belang van het meisje zelve, dat haar aangenomen vader de zorg voor hare toekomst geheel op zich nam. Zij kon aan geen betere handen dan die van Sergius worden toevertrouwd; deze zou haar medenemen naar Europa, waar hij haar eene zorgvuldige opvoeding zou doen geven en haar in eenen stand zou inleiden, oneindig beter dan die van arme kermiskunstenmakers. Waar zulke voordeelen voor het grijpen lagen, viel er niet te aarzelen. Jan kon dat niet ontkennen en was de eerste om het in te zien. Maar hij dacht er niettemin aan met eene steeds toenemende beklemdheid, welke hij niet bij machte was van zich af te zetten. Het was om allen moed te verliezen wanneer hij er aan dacht dat hij van Kayette zou moeten scheiden en haar nimmer terug zou zien. In zedelijken en in stoffelijken zin zou er tusschen hen beiden een afgrond zich openen wanneer zij in den kring der bloedverwanten van Sergius werd opgenomen. Het was hun beiden tot eene aangename gewoonte geworden samen te praten, samen te werken en altijd bij elkander te wezen. Hetgeen Jan voor Kayette voelde was eene oprechte liefde, welke zich uitte in eene bezorgdheid voor haar, die zich geen oogenblik verloochende, en in zijne ontroering wanneer hij met haar sprak. En misschien beantwoordde Kayette die liefde reeds, al gaf zij zich zelve daar nog geen rekenschap van. Dat alles moest dan verbroken worden door eene scheiding welke naar alle waarschijnlijkheid voor altijd zou wezen!Jan voelde zich dus inderdaad ongelukkig, maar ook zijne ouders, zijn broeder en zijne zuster hielden veel van Kayette, konden zich niet gewennen aan het denkbeeld dat zij haar moesten verliezen, en dachten ook niet zonder smart aan het oogenblik dat zij van Sergius afscheid zouden moeten nemen. Zij zouden er heel wat voor over hebben, betuigde Cascabel meer dan eens, wanneer Sergius voorloopig slechts wilde toestemmen om met hen de reis voort te zetten. Eenige maanden duurde hun tocht nog; daarna konden zij altijd nog zien wat hun te doen stond.Wij hebben reeds gezegd dat de bewoners van Port-Clarence onze reizigers een goed hart toedroegen. Niet zonder bezorgdheid zagen zij het oogenblik naderen waarop de karavaan zich in de Siberische steppen zou gaan wagen, waar haar ernstige gevaren te wachten stonden. Die in eenzaamheid levende lieden stelden belang in deze vreemdelingen die van zoo verre kwamen en nog zulk een verren tocht vóór zich hadden. Maar met geheel andere oogen sloegen de russische ambtenaren, die eerst sedert kort hier aan het strand verblijf hielden, het reisgezelschap gade. Vooralop Sergius hadden zij hunne bijzondere aandacht gevestigd.Wij hebben verhaald dat deze ambtenaren, die zich op dat tijdstip te Port-Clarence bevonden, in Alaska dienst gedaan hadden en tengevolge der inlijving van dat gewest verplicht waren naar Siberië terug te keeren.Onder hen bevonden zich twee politie-beambten, die in de gewezen russische bezitting met eene bijzondere opdracht belast waren geweest. Zij hadden namelijk tot taak gehad het oog te houden op de politieke vluchtelingen, die in Nieuw-Brittannië eene schuilplaats vonden, maar somtijds poogden over de grens van Alaska weder op russisch grondgebied te komen. Nu had Sergius, als een rus, die zich bij eenen troep fransche kunstenmakers bevond en die juist op eene plaats, waar de grenzen van het Czarenrijk eenen aanvang namen, niet verder verkoos te reizen, terstond hunne achterdocht gaande gemaakt. Zij hielden dus het oog op hem, maar voorzichtig en met beleid, zóódat niemand het merkte.Sergius kon dus ook niet vermoeden dat hij den argwaan der politiebeambten had opgewekt. Hij dacht, evenals de Cascabels, alleen aan hunne ophanden zijnde scheiding. Het was alsof hij geslingerd werd tusschen het vooruitzicht om zijne reis door westelijk Amerika te hervatten, en zijnen lust om daarvan aftezien en den tocht naar Europa mede te maken. Wat er eigenlijk bij hem omging kon niemand met zekerheid zeggen, maar Cascabel besloot, dewijl hij hem dikwijls in gepeins verzonken zag, op eene verklaring aan te dringen.Des avonds van den 11denOctober, nadat het avondeten afgeloopen was, sprak Cascabel hem dus aan alsof er plotseling eene gedachte bij hem opkwam.—Wat ik zeggen wilde, mijnheer Sergius, het zal nu niet lang meer duren of wij gaan op weg naar uw land.—Zeker mijn vriend, dat is afgesproken.—Ja, wij gaan dus naar Rusland. Wij komen dan ook te Perm, waar, als ik mij wel herinner, uw vader woont.—Dat is zoo, en ik wil wel bekennen dat ik u niet zie heengaan zonder grooten lust om u te vergezellen.—Maar mijnheer Sergius, vroeg Cornelia, denkt gij nog lang in Amerika te blijven?—Lang? Dat weet ik nog niet.—En op welke manier zijt gij voornemens naar Europa terug te keeren?—Dwars door het verre Westen. In die richting hervat ik mijne reis en hoop zoodoende eindelijk te New-York tekomen, waar ik scheep zal gaan en Kayette medenemen.—Met Kayette dus? vroeg Jan zacht, terwijl hij het meisje aanzag dat de oogen neersloeg.Allen zwegen eenige oogenblikken. Toen vervolgde Cascabel, terwijl zijne stem eenigszins haperde:—Kijk eens mijnheer Sergius, ik wilde u met uw verlof wel eens iets voorstellen. Ik weet heel goed dat het eene bezwaarlijke onderneming is, Siberië van het eene eind tot het andere door te trekken. Maar met moed en eenen vasten wil hopen wij toch.....—Mijn waarde vriend, viel Sergius hem in de rede, wees overtuigd dat noch het gevaarlijke, noch het vermoeiende der reis mij af zou schrikken. Gaarne zoude ik dat alles met u deelen, maar...—Maar wat belet u dan samen met ons onzen tocht voort te zetten? vroeg Cornelia.—Dat zou aardig zijn! voegde Sander er bij.—Als gij het doet krijgt ge een zoen van mij, riep Napoleona uit.Jan noch Kayette hadden een woord gezegd, maar het was hun aan te zien dat zij in angstige spanning verkeerden.—Mijn waarde Cascabel, zeide Sergius na eenige oogenblikken nagedacht te hebben, ik zou met u en uwe vrouw gaarne eens willen praten.—Wij zijn tot uwen dienst, terstond zoo gij wilt.—Neen, liever morgen ochtend!Er werd toen verder niet over gesproken en spoedig gingen allen, benieuwd naar hetgeen er gebeuren zou, naar bed.Wat was de bedoeling van Sergius met dit gesprek? Was hij besloten verandering in zijne plannen te brengen, of wilde hij alleen aan Cascabel de middelen verschaffen om in gunstiger omstandigheden de reis te doen, door hem opnieuw geld aantebieden?Kayette en Jan waren het meest in spanning. Zij deden geen van beiden dien nacht een oog toe.Den daarop volgenden ochtend had het onderhoud plaats. Niet omdat hij de kinderen niet vertrouwde, maar dewijl hij vreesde beluisterd te worden door de inboorlingen en andere bezoekers die af en aan liepen, wenschte Sergius dat Cascabel en zijne vrouw zich met hem op eenigen afstand van den wagen zouden verwijderen. Hetgeen hij hun te zeggen had was van groot belang, en hij wilde het voor anderen zorgvuldig geheim houden.Zij wandelden dus met hun drieën het strand op, den kant uit van de traankokerij. Onder de hand leidde Sergius het gesprek in.—Mijne vrienden, zeide hij, luistert goed en denkt rijpelijk na vóór dat gij antwoordt op hetgeen ik u ga voorstellen. Ik heb uwe goedhartigheid op prijs leeren stellen en ondervonden wat gij voor uwe vrienden overhebt. Maar vóór dat gij een gewichtig besluit gaat nemen, moet gij eerst weten wie ik ben.—Wie gij zijt? vroeg Cascabel. Wel voor den drommel, gij zijt een braaf man, dat is al wat ik noodig heb te weten.—Nu ja, een braaf man, antwoordde Sergius, maar juist omdat ik dat ben, past het mij niet de ernstige gevaren, die gij in Siberië zult gaan loopen, nog te vermeerderen.—Waarom zou uwe tegenwoordigheid voor ons een gevaar kunnen opleveren, mijnheer Sergius? vroeg Cornelia.—Omdat mijn ware naam is: graaf Sergius Narkine en ik een staatkundige banneling ben.Hij vertelde hen nu in korte bewoordingen zijne geschiedenis.Graaf Sergius Narkine was uit een vermogend geslacht in het gouvernement Perm gesproten. Bezield met warme belangstelling voor wetenschappelijke en aardrijkskundige onderzoekingen, bracht hij de jaren zijner jeugd grootendeels door met het doen van reizen in alle deelen der wereld.Die reizen hadden hem een beroemd man kunnen maken, maar ongelukkig bepaalde hij zich niet daartoe. Hij raakte in staatkundige beroeringen verwikkeld en werd in 1857 lid van een geheim genootschap, waar zijne vrienden hem toe overhaalden. Niet lang daarna werden alle leden dezer vereeniging gevangen genomen en met al de gestrengheid, waarvoor de russische regeering berucht is, vervolgd en gestraft. De meesten werden veroordeeld tot levenslange ballingschap in Siberië.Dit was ook het lot van graaf Sergius Narkine, wien de stad Jakoutsk tot verblijfplaats werd aangewezen. De eenige bloedverwant dien hij verplicht was achter te laten, was zijn vader, prins Wassili Narkine, thans een tachtigjarige grijsaard. Deze bleef op zijne landgoederen te Walska, nabij Perm, verblijf houden.Na vijf jaren te Jakoutsk gesleten te hebben, gelukte het den veroordeelde naar Okhotsk, aan den zeeboezem van dien naam, te ontkomen. Daar vond hij een schip dat zeilreê lag en hem medenam naar eene haven in Californië. Sedert dien tijd had graaf Sergius Narkine zeven jaren lang in de Vereenigde Staten of in Nieuw-Engeland geleefd, altijd in de nabijheid der grenzen van Alaska, waar hij heen hoopte te gaan zoodra het gewest bij de Vereenigde Staten werd ingelijfd. In het geheim koesterde hij de hoop door Siberië heen naar Europa terug te keeren en dus juist te doen watCascabel ondernomen had. Het is licht te begrijpen met welk eene ontroering hij dus vernam dat dezelfde lieden, wien hij het behoud van zijn leven verschuldigd was, voornemens waren de Behringstraat over en Siberië door te trekken.Mijn ware naam is: Graaf Sergius Narkine. (Zie bl. 187).Mijn ware naam is: Graaf Sergius Narkine. (Zie bl.187).Natuurlijk zou hij niets liever gewild hebben dan hen te vergezellen, maar hij zag er tegen op zijne vrienden aan den toorn der onbarmhartige russische regeering bloot te stellen. Wat zouden de gevolgen zijn als het ontdekt werd dat zij een staatkundig veroordeelde weder over de russische grenzen hadden helpen komen? Toch zou hij zijn hoogbejaarden vader zoo gaarne willen terugzien....—Als ik u was, mijnheer Sergius, ging ik eenvoudig met ons mede, zeide Cornelia hartelijk.—Maar mijne goede vrienden, als het uitkomt is uwe vrijheid, ja misschien uw leven er mede gemoeid.—Wat komt dat er op aan, mijnheer Sergius? zeide Cascabel. Van ieder mensch wordt hiernamaals de rekening opgemaakt van hetgeen hij goeds en kwaads in zijn leven gedaan heeft. Dus is het zaak er zooveel mogelijk goede posten op te brengen, om tegen de kwade optewegen!—Mijn waarde Cascabel, bedenk....—Bovendien mijnheer Sergius, zal niemand u immers herkennen? Wij zijn bij de hand genoeg, wees daar zeker van en de drommel moge mij halen als wij met ons allen niet in staat zijn de russische politie-speurhonden bij den neus te hebben!—Evenwel ... drong Sergius weder aan.—Als het niet anders kan, steekt gij u desnoods in een kunstenmakerspak, wanneer gij ten minste u daar niet voor schaamt....—Hoe kunt gij zoo iets denken, mijn vriend?—Wie zal dan ooit op het denkbeeld komen dat er een graaf Narkine in den troep van Cascabel verscholen zit?—Nu dan, mijne vrienden, ik neem het aan en weest overtuigd dat ik er u dankbaar voor ben....—Jawel, jawel, viel Cascabel hem in de rede, laat dat maar blijven. Hadt gij er dan aan getwijfeld dat wij iets voor u over zouden hebben? Derhalve, mijnheer de graaf....—Noem mij niet bij mijnen titel of naam. Voor ieder blijf ik eenvoudig Sergius, zelfs voor de kinderen....—Ja, het is beter dat zij er niets van weten. Het blijft dus afgesproken, mijnheer Sergius, dat wij u medenemen. Ik mag geen Cesar Cascabel heeten als ik u niet behouden en wel te Perm breng. Gelukte mij dat niet, dan zou ik voor het eerst iets dat ik op mijgenomen heb in den steek laten, en dan was ik voorgoed mijn goeden naam als artist kwijt!Met welke vreugdekreten Sergius begroet werd toen hij in deSchoone Zwerfsterterugkwam en Jan, Kayette, Sander, Napoleona en Kruidnagel te weten kwamen dat hij met hen naar Europa ging, kan ieder gemakkelijk raden. Daarvan vertellen wij dus niets.XVI.Vaarwel aan de Nieuwe Wereld.Het kwam er dus nu alleen op aan, het ontworpen plan om naar Europa terugtekeeren uittevoeren.Alles goed beschouwd, stonden de kansen van slagen niet kwaad. Het wisselvallige kunstenmakersleven bracht de Cascabels er nu eenmaal toe dat zij door Rusland moesten trekken en wel door het gouvernement Perm. Wat kon graaf Narkine dus veiliger doen dan zich, indien hij ook daarheen wilde, bij hen aansluiten? Niemand kon immers vermoeden dat de politieke veroordeelde, die indertijd uit Jakoutsk gevlucht was, zich bij eenen kunstenmakerstroep bevond? Werd het geheim niet verraden, dan moest het plan stellig gelukken, en eenmaal te Perm gekomen, kon de graaf, nadat hij zijnen vader teruggezien had, handelen zooals hem het best toescheen. Hij zou Azië dan achter den rug en nergens een spoor van zijn verblijf achtergelaten hebben, zoodat hij naar de omstandigheden te werk zou kunnen gaan.Daar stond wel tegenover dat indien hij, tegen alle waarschijnlijkheid in, op hunnen tocht door Siberië ontdekt werd, zulks zeer ernstige gevolgen hebben kon, niet alleen voor hem maar ook voor degenen die hem vergezelden. Hierover verkozen echter Cascabel en zijne vrouw zich niet ongerust te maken, en zeker is het dat indien zij hunne kinderen hadden kunnen raadplegen, deze het volkomen met hen eens geweest zouden zijn. Maar het was zaak het geheim van graaf Narkine zorgvuldig te bewaren. Niemandmocht dus iets anders vermoeden dan dat hun reisgenoot eenvoudig Sergius heette.Wel nam graaf Narkine zich stellig voor om later de edelmoedige toewijding dezer brave lieden naar verdienste te beloonen, maar Cascabel rekende op geene andere belooning dan dat hij zijnen vriend eenen dienst mocht bewijzen en tegelijkertijd de russische politie eene kool stoven.Ongelukkig was er iets dat zij geen van beiden konden vermoeden, namelijk dat hun voornemen van den aanvang af gevaar liep te mislukken. Zoodra zij de zeeëngte over zouden zijn, hadden zij groote kans terstond door de russische politie in Siberië te worden aangehouden.Men moet weten dat den dag nadat hunne afspraak gemaakt was, twee mannen op eene afgelegene plek aan de haven, waar niemand hen beluisteren kon, in druk gesprek heen en weer liepen.Dat waren de twee politiebeambten van wie wij reeds gesproken hebben, wier aandacht door de aanwezigheid van Sergius onder de passagiers van deSchoone Zwerfsterzoo bijzonder getrokken was.Gedurende een aantal jaren te Sitka geplaatst en belast met de staatkundige politie in het gouvernement Alaska, was het hunne taak geweest, zooals onze lezers zich herinneren zullen, bijzonder het oog te houden op het doen en laten der vluchtelingen die zich op de grens van Columbia ophielden, den gouverneur daarvan te onderrichten en allen die het waagden op russisch grondgebied te komen, te doen aanhouden. Wat nu het geval bedenkelijk maakte, was dat zij graaf Narkine wel niet persoonlijk kenden, maar toch in het bezit van zijn signalement waren, dat overal was heengezonden toen hij uit de vesting Jakoutsk gevlucht was. Zoodra de troep van Cascabel te Port-Clarence aankwam, viel het hun bijzonder op dat zij eenen rus bij zich hadden die noch de manieren noch het uiterlijk van eenen kunstenmaker had. Hoe kwam het dat deze zich bij een gezelschap bevond, dat zulk een wonderlijken weg gebruikte om van Sacramento naar Europa terug te keeren?Zoodra hunne achterdocht eenmaal gewekt was, gingen zij op den loer liggen en aan ’t afluisteren, maar zoo voorzichtig dat niemand het bemerkte. Zij vergeleken het signalement van graaf Narkine met Sergius en kregen zoodoende spoedig zekerheid dat hij het was.—Het is niemand anders dan graaf Narkine, zeide de een. Stellig heeft hij al eene poos op de grens van Alaska gezworven in afwachting dat het land ingelijfd zou worden; toen heeft hij zekerdien koorddanserstroep ontmoet die hem waarschijnlijk den een of anderen dienst heeft bewezen, en zoo komt het dat hij nu met hen naar Siberië wil oversteken.Dit alles was juist zooals zij dachten. Wel was Sergius aanvankelijk niet voornemens geweest verder te gaan dan Port-Clarence, maar het verwonderde de agenten volstrekt niet toen zij te weten kwamen dat hij het plan had opgevat met deSchoone Zwerfsternaar den overkant te gaan.—Dat is een buitenkansje voor ons, zeide de eene agent. Ware de graaf hier op amerikaanschen bodem gebleven, dan hadden wij het recht niet gehad hem aan te houden.—Daarentegen, antwoordde de eerste, is hij over de russische grens zoodra hij aan de overzijde der Behringstraat komt. Daar zal hij ons niet ontsnappen, want wij zullen hem behoorlijk opwachten!—Met zulk eene vangst kunnen wij eer inleggen en goed wat verdienen, hernam de ander. Het is een mooi ding om mee te beginnen. Maar hoe leggen wij het aan?—Eenvoudig genoeg. De Cascabels zullen wel spoedig vertrekken en zeker langs den kortsten weg, dat is recht naar Numana aan den overkant. Wij hebben dus slechts te zorgen dat wij tegelijk of even vóór hen daar zijn, en dan kunnen wij graaf Narkine terstond te pakken krijgen.—Het lijkt mij nog beter toe als wij eenigen tijd vóór hen te Numana kunnen wezen en de politie daar van het geval onderrichten, zoodat die ons zoo noodig helpen kan.—Als dat mogelijk is zullen wij het zeker doen, was het antwoord. De Cascabels moeten in elk geval wachten tot het ijs zoo sterk is dat zij er met hunnen wagen over kunnen, maar wij kunnen heel gemakkelijk vroeger gaan. Wij moeten dus voorloopig hier te Port-Clarence blijven en graaf Narkine in het oog houden zonder dat hij er iets van merken mag, want misschien begrijpt hij wel dat hij op zijne hoede moet zijn tegenover de russische ambtenaren die uit Alaska terugkeeren, maar hij moet niet kunnen vermoeden dat wij weten wie hij is. Hij moet dus zonder achterdocht van hier gaan, wij zullen hem te Numana aanhouden en dan brengen wij hem onder goed geleide naar Jakoutsk of naar Petropavlovk.—Maar als die kunstenmakers zich daar eens tegen verzetten, bracht de andere politieman in het midden.—Dan zullen zij ondervinden wat het zeggen wil, dat zij een politieken banneling in Rusland helpen terugkeeren!Aan de overzijde is hij over de russische grens. (Zie bl. 192)Aan de overzijde is hij over de russische grens. (Zie bl.192)Dit plan, zoo eenvoudig als het was, had alle kans van slagen,want graaf Narkine kon niet weten dat iemand hem herkend had en de Cascabels vermoedden niet dat er bijzonder op hen gelet werd. De reis, die onder zulke goede vooruitzichten ondernomen scheen te worden, kon dus heel slecht voor Sergius en zijne vrienden afloopen.Terwijl er achter hunnen rug zulke booze plannen tegen hen gesmeed werden, verheugden zij zich in het vooruitzicht van niet van elkander gescheiden te zullen worden en gezamenlijk naar Rusland te mogen trekken. Vooral Jan en Kayette waren in de wolken van blijdschap.De twee agenten hadden het geheim, waar zij achter gekomen waren, zorgvuldig voor zich gehouden, en niemand te Port Clarence koesterde het minste vermoeden dat er onder de passagiers van deSchoone Zwerfsterzulk een gewichtig persoon zich bevond als graaf Sergius Narkine.Intusschen was de dag van vertrek nog niet vast bepaald kunnen worden. Met ongeduld sloegen zij de wisselvallige aanwijzingen van den thermometer gade. Het was zooals Cascabel zeide: nog nooit hadden zij zoo vurig gewenscht dat het zou gaan vriezen dat het kraakte.Het was voor hen hoogst wenschelijk dat zij aan den overkant kwamen vóór dat de winter in zijne volle strengheid ingetreden zou zijn. Dit kon eerst het geval wezen in de eerste weken van November en deSchoone Zwerfsterzou dus den tijd hebben om in het zuidelijke gedeelte van Siberië te komen, waar zij op de eene of andere bewoonde plaats het gunstige jaargetijde konden afwachten om den tocht in de richting van het Oeralgebergte te ondernemen.Als het niet tegenliep konden zij met hun tweespan, Vermout en Gladiator, zonder al te groote inspanning, de Siberische steppen doorkomen, en kon de karavaan bij tijds te Perm wezen om aan de kermis aldaar, in Juli van het volgende jaar, te kunnen deelnemen.Maar nog altijd bleven de ijsschotsen, voortgejaagd door den warmen stroom uit den Stillen Oceaan, naar het Noorden voorbijdrijven. Nog altijd hielden zij het gezicht op bewegelijke ijsklompen die zich maar niet verkozen vast te zetten tot een onbewegelijk en stevig ijsveld.Den 13denOctober was het echter alsof het drijfijs langzamer voorbij begon te trekken. Waarschijnlijk had het zich in het Noorden ergens vastgezet, zoodat de stroom daar gestuit werd. Aan den gezichteinder vertoonde zich eene doorloopende reeks witte bergspitsen, een bewijs dat de Poolzee reeds in eene ijsvlakte herschapen was. Ook liet zich in de lucht de heldergrauwe weerschijn eener onafzienbareijsmassa zien. Het kon nu niet lang meer duren of de geheele zeeëngte zou toevriezen.Van tijd tot tijd raadpleegden Sergius en Jan de visschers tePort-Clarence. Zij beiden hadden reeds meer dan eens gedacht dat de overtocht wel te doen was, maar de ervaren zeelieden raadden het hun af.—Overhaast u niet, waarschuwden zij, en wacht totdat de vorst haar werk gedaan heeft. Het heeft nog niet hard genoeg gevroren om een goed ijsveld te maken. En al lag alles ook toe aan dezen kant van de kust, dan volgt daar nog niet uit dat hetzelfde het geval zal wezen aan de overzijde, vooral niet in den omtrek van het eilandje Diomedes.Dit was een verstandige raad.—Het is toch dit jaar geen vroege winter, zeide Sergius tegen een der oudste visschers.—Ja, het is later dan gewoonlijk, antwoordde deze. Dat is eene reden te meer om u niet op het ijs te wagen vóór dat gij zekerheid hebt dat het sterk genoeg is. Ook moet gij in aanmerking nemen dat uw reiswagen zwaarder weegt dan een voetganger en dus dikker ijs noodig heeft. Wacht eerst tot er een goed pak sneeuw gevallen is, waardoor de oneffenheden tusschen de ijsschotsen opgevuld zullen worden. Dan kunt gij er over rijden alsof het een straatweg is en zult gij spoedig den tijd, dien gij hier wachtende doorbrengt, ingehaald hebben zonder dat gij gevaar loopt midden in de straat te blijven steken.Deze raad van lieden die met de ervaring vertrouwd waren, mocht niet in den wind geslagen worden en Sergius deed dan ook al wat hij kon om Cascabel, die het ongeduldigst van den troep was, geduld te doen oefenen. Het verkeerdste wat zij doen konden, was door eene onbedachtzame handeling hunne veiligheid in de waagschaal te stellen en hunne reis te doen mislukken.—Houd u een weinig bedaard, vermaande hij. DeSchoone Zwerfsteris geene boot; als zij in eene scheur in het ijs blijft steken, zinkt zij als een steen. Het zou eene al te mooie reclame voor den troep van Cascabel zijn, als hij met heel zijn toebehooren in de diepte van de Behringstraat verdween.—Toch zou het onzen naam vereeuwigen! antwoordde de roemzuchtige Cesar.Cornelia kwam echter spoedig tusschenbeide en verklaarde dat zij niet op roekelooze ondernemingen gesteld was.—Ik wil haast maken, mijnheer Sergius, maar meest om uwentwil, zeide Cascabel.—Dat is goed en wel, antwoordde de graaf, maar ik wil geen onbedachtzame haast, en wel om uwentwil.Allen waren ongeduldig, maar Jan en Kayette vonden niet dat de dagen lang duurden. Jan gaf haar geregeld les en zij maakte daar zoo goed gebruik van dat zij reeds vlot Fransch sprak en alles in die taal verstond. Zij beiden hadden van het begin af geen moeite gehad om elkander te begrijpen. Bovendien voelde Kayette zich gelukkig in den schoot van het gezin en gestreeld door de zorgvuldigheid, waarmede Jan op al hare wenschen lette. Cascabel en zijne vrouw hadden met blindheid geslagen moeten zijn indien zij niet opgemerkt hadden wat er tusschen hunnen zoon en het Indiaansche meisje gaande was, en zij begonnen er zich eenigszins ongerust over te maken. Zij alleen wisten wie Sergius eigenlijk was en dus welke toekomst Kayette wachtte. Zij was nu geen verlaten kind van een inlandschen stam, die te Sitka eene plaats als dienstbode wilde gaan zoeken, maar zij was de aangenomen dochter van graaf Narkine. Indien Jan het oog op haar vallen liet, kon daar niets dan teleurstelling voor hem op volgen.—Wat gaat het ons echter aan? zeide Cascabel. Mijnheer Sergius ziet alles wat er voorvalt; hij is schrander genoeg om te begrijpen wat het geval is. Indien hij er dus niets van zegt, Cornelia, kunnen wij gerust zwijgen.Op eenen avond vroeg Jan:—Doet het u pleizier, Kayette, om naar Europa te gaan?—Naar Europa? Zeker, maar ik zou het nog pleizieriger vinden om naar Frankrijk te gaan.—Daar hebt ge wel gelijk in, want het is een mooi en een goed land. Mocht het ooit uw vaderland worden, zou het er u stellig goed bevallen.—Het zal mij overal bevallen, Jan, waar uwe familie is en ik wensch niets liever dan u allen nooit te verlaten.—Dat is lief van u, Kayette.—Is Frankrijk heel ver hier van daan?—Alles is ver, Kayette, als iemand haast heeft om er te komen. Maar wij zullen er wel komen,..... vroeger misschien dan ons lief is.....—Hoe zoo, Jan?—Omdat gij met mijnheer Sergius in Rusland achterblijft. Al blijven wij voor het oogenblik nog bij elkaar, daar ginds zullen wij toch afscheid moeten nemen. Mijnheer Sergius zal u bij zich houden, Kayettelief, hij zal eene jonge dame van u willen maken en ons zult gij nimmer terugzien.—Hoe kunt gij dat weten, Jan? Mijnheer Sergius is een goed mensch en zeker niet ondankbaar. Niet ik heb zijn leven gered, maar gij met de anderen, want wanneer ik het geluk niet gehad had u te ontmoeten, wat had ik dan voor hem kunnen doen? Dat hij dus leeft, dankt hij uwe moeder en u allen. Denkt gij dat mijnheer Sergius dat ooit zal vergeten? Wat voor reden hebt gij om te gelooven dat wij niet alleen gescheiden zullen worden, maar voor altoos?—Ik wilde wel dat ik het niet behoefde te gelooven, Kayettelief, antwoordde Jan die zijne ontroering niet meer meester was. Maar ik ben er bang voor! Zie Kayette, als ik u niet meer zien mocht, weet ik niet wat er van mij worden zou! Maar ik zou u niet alleen willen zien.... Waarom zou ons gezin de plaats niet kunnen innemen van uwe bloedverwanten die gij verloren hebt? Vader en moeder houden zooveel van u....—Zij kunnen niet meer van mij houden, Jan, dan ik van hen houd.—En mijn broer en mijn zusje ook! Ik zou zoo graag willen dat zij u als eene zuster mochten beschouwen....—Zij zijn het reeds Jan. Maar hoe is het met u zelf?—Ik, Kayettelief? Zeker wil ik uw broeder zijn, maar een die veel meer, veel inniger van u houdt.....Jan bleef in zijne woorden steken. Hij had de hand van Kayette gevat en drukte die teeder. Toen stond hij plotseling op, als vond hij het beter niets meer te zeggen. Kayette voelde haar hart kloppen van eene ontroering waar zij zich geen rekenschap van wist te geven. Een traan blonk in haar oog.Den 15denOctober kwamen de visscherlieden en zeelui te Port-Clarence Sergius waarschuwen dat de karavaan zich gereed kon maken tot het vertrek. Sedert eenige dagen was het veel kouder geworden en het kwik in den thermometer bleef thans gemiddeld beneden de tien graden onder het vriespunt van de honderddeelige schaal. Het ijsveld lag onbewegelijk zoo ver men zien kon. Het eigenaardige kraken, dat vernomen wordt zoo lang de geheele massa nog niet volkomen één geworden is, liet zich niet meer hooren.Jan had de hand van Kayette gevat. (Zie bl. 198.)Jan had de hand van Kayette gevat. (Zie bl.198.)Waarschijnlijk zou het nu niet lang meer duren of van den overkant zouden er inboorlingen uit Siberië aankomen. Dezen trekken in den winter de zeeëngte somtijds over en drijven op die manier een kleinen handel tusschen Numana en Port-Clarence, welke plaatsen dientengevolge een vrij levendig verkeer met elkander hebben. Niet zelden komen er sleden, met honden of rendieren bespannen, van het eene werelddeel naar het andere. De twintig mijlenafstands tusschen de twee dichtst bij elkander gelegen punten van de kust aan weerszijden der Behringstraat leggen zij in twee of drie dagen af. Dit is dus een door de natuur gelegde weg, welke langer dan zes maanden des jaars open blijft, van het begin van den winter tot het aanbreken van den zomer. Maar het is niet raadzaam den overtocht te vroeg of te laat in het seizoen te ondernemen, want indien de ijsvlakte op de eene of andere plaats plotseling los raakte, zouden de reizigers gevaar loopen ellendig om te komen.Teneinde behoorlijk uitgerust te zijn voor eene reis door de onbewoonde streken van Siberië tot aan de eene of andere plaats waar deSchoone Zwerfsterkon overwinteren, had Sergius te Port-Clarence verschillende voorwerpen doen aanschaffen die in de felle koude te pas konden komen. Daartoe behoorden ook eenige paren sneeuwschoenen, die de inboorlingen bij wijze van schaatsen aan hunne voeten bevestigen en met behulp waarvan zij in korten tijd groote afstanden over het ijs en de sneeuw afleggen. Onnoodig te zeggen dat onze kunstenmakers niet veel tijd noodig hadden om daarmede te leeren omgaan. Na eenige dagen oefenens op de toegevroren waterplassen langs de kust, hadden Jan en Sander met de vlugste sneeuwschoenen-loopers eenen wedloop kunnen houden.Ook had Sergius den voorraad pelsjassen en ander bont, dien zij in het fort Youkon aangekocht hadden, nog aanmerkelijk uitgebreid. Zij moesten niet alleen goed tegen de koude gewapend zijn wat hun lichaam betreft, maar deSchoone Zwerfstermoest van binnen geheel met bont bekleed worden. Alle slaapplaatsen werden van bonten dekens voorzien, de deuren en vensters werden met strooken bont dicht gemaakt en de vloeren er mede belegd, teneinde de kachelwarmte zooveel mogelijk binnen de vertrekjes te houden. Het plan van Cascabel was echter, zooals wij reeds opgemerkt hebben en ook zeer noodzakelijk was, eerst de zeeëngte over te trekken en vervolgens de strengste wintermaanden te gaan doorbrengen in eene der vele bewoonde plaatsen welke men meer in het Zuiden van Siberië aantreft.Het vertrek werd eindelijk bepaald op den 21stenOctober. Nadat er gedurende twee etmalen een zware mist gehangen had, was deze in sneeuw overgegaan die in weinige uren de uitgestrekte ijsvlakte in een sneeuwveld herschiep. Te Port-Clarence verzekerden de visschers dat het ijs nu van den eenen tot den ander oever ontwijfelbaar vast en dik genoeg moest wezen.Zij kregen daarvan spoedig zekerheid toen er eenige kooplieden uit het tegenoverliggende zeestadje Numana aankwamen, die bevestigdendat de overtocht zonder eenige moeite of hindernis te doen was.Den 19denhad Sergius ook reeds vernomen dat twee van de russische ambtenaren, die zich te Port-Clarence bevonden, niet langer hadden verkozen te wachten en reeds naar de Siberische kust waren overgestoken. Dien morgen waren zij op weg gegaan, met het plan op het eilandje Diomedes eene poos te rusten en den tweeden dag daarna te Numana aan te komen.Toen Cascabel dit hoorde, verwonderde het hem zeer.—Die twee lui, zeide hij, schijnen nog meer haast dan wij gehad te hebben! Wat drommel, waarom hebben zij niet op ons gewacht? Het ware wel zoo gezellig geweest samen te reizen.Bij nader inzien kwam hij echter tot de slotsom dat de twee russen zeker bang geweest waren onder weg vertraging te ondervinden, want deSchoone Zwerfsterkon niet dan langzaam op het sneeuwveld vooruit komen.Vermout en Gladiator waren voor den rit over het ijs van gescherpte hoeven voorzien. Dit nam echter niet weg dat de zware reiswagen noodzakelijk, met inbegrip van den verplichten rusttijd op het eiland Diomedes, verscheidene dagen over den tocht van den eenen oever naar den anderen werk moest hebben.Onze lezers kunnen licht vermoeden waarom de twee russische politieagenten er op gesteld waren vroeger aan te komen. Zij wilden alle maatregelen nemen om graafNarkinedadelijk bij zijne komst te kunnen aanhouden.Met het aanbreken van den dag was er afgesproken dat onze karavaan vertrekken zou. De weinige uren van den dag, waarin de zon nog licht verspreidde, moesten benuttigd worden. Nog zes weken en het tijdstip van zonnestilstand, de 21steDecember, was daar. Van dien dag af zou de lange nacht, die de Poollanden maanden achtereen in duisternis hult, eenen aanvang nemen.Den dag vóór hun vertrek bood Cascabel met zijne vrouw aan de ingezetenen van Port-Clarence, de ambtenaren en visschers, alsmede aan eenige Eskimo-gezinnen van welke onze reizigers vriendelijkheid genoten hadden, eene theepartij aan in eene voor dit feest ingerichte loods. Het was een vroolijke partij en Kruidnagel gaf eenige van zijne grappigste liedjes ten beste. Cornelia had eene kom met gloeiende punch gereed gemaakt, waarin zij met de suiker zuinig, maar met den rum en den brandewijn mild geweest was. De gasten hadden zich daaraan zooveel te meer te goed gedaan, dewijl zij wisten, als het feest afgeloopen en het uur van naar huis gaan geslagen was, in eene felle koude te zullen komen. Het was een van die winternachtenwaarin het is alsof de koude uit de hoogste streken van den ijzigen hemel komt nederdalen.Nog een paar minuten en de sneeuwlaag kraakte onder de wielen. (Bl. 203.)Nog een paar minuten en de sneeuwlaag kraakte onder de wielen. (Bl.203.)De amerikanen stelden eenen feestdronk in op de franschen en de franschen deden hetzelfde op de amerikanen. Daarna namen zij afscheid van elkander met tal van hartelijke handdrukken, die bewezen dat de Cascabels bij de lieden te Port-Clarence in een goed blaadje stonden.Te acht uur van den volgenden ochtend werden de beide paarden voor den wagen gespannen. John Bull, de aap, zat reeds in het dekkleed, tot boven zijn neus in het bont bedolven. Wagram en Marengo, de honden, sprongen vroolijk in het rond. Binnen deSchoone Zwerfster, die zorgvuldig gesloten was, waren Cornelia, Napoleona en Kayette aan hare gewone huiselijke bezigheden, zooals den wagen schoonmaken, den pot koken, het vuur aanhouden enz. Sergius en Cascabel, Jan, Sander en Kruidnagel liepen vooruit of leidden de paarden bij den teugel, teneinde voor alles wat er gebeuren mocht bij de hand te zijn en de moeilijkste plekken zooveel mogelijk te vermijden.Eindelijk werd het teeken om te vertrekken gegeven. Op hetzelfde oogenblik weerklonk er een hoera, dat de ingezetenen van Port-Clarence hen ten afscheid nazonden.Nog een paar minuten en de harde sneeuwlaag die het gladde ijsveld overdekte, kraakte onder de wielen van deSchoone Zwerfster.Sergius en de familie Cascabel hadden het vasteland van Amerika voorgoed achter zich.Reis van Cesar CascabelReis van Cesar Cascabel1stekaart.
XV.Port-Clarence.Port-Clarence is het meest noordwestelijk gelegen punt dat door de Vereenigde Staten aan de Behringstraat bezeten wordt. Het ligt ten Zuiden van Kaap Prins-van-Wales, in een kleinen inham op dat gedeelte der kust, dat den neus vormt van het menschengezicht waar de geheele strandlijn van Alaska op lijkt. De haven heeft een uitmuntenden ankergrond en wordt daarom op hoogen prijs gesteld door de scheepsgezagvoerders, voornamelijk door die der walvischvaarders die in de Noordelijke IJszee hunne prooi komen achtervolgen.Voor deSchoone Zwerfsterwerd een kwartier uitgezocht nabij de binnenzijde der haven, niet ver van de plek waar een riviertje uitwatert, beschut door hooge rotsen, op wier top eenige magere berken hunne wortels in den harden steengrond hebben weten te doen dringen. Hier zouden zij het langste oponthoud der geheele reis hebben, want zij moesten er vertoeven zoo lang de Behringstraat nog niet geheel toegevroren en het ijs over de geheele breedte nog niet dik genoeg was om den wagen te dragen.Er kon geen sprake van zijn om den reiswagen met een der vaartuigen, die tusschen Port-Clarence en de overzijde heen en weer varen, over te zetten, want dit zijn slechts visscherschuiten van geringen diepgang. Er was dus geen ander middel om op de kust vanAziëte komen dan te wachten tot de geheele zeeëngte in een onafzienbaar ijsveld veranderd zou zijn.De lange rust die zij gedwongen waren te nemen, kwam hun goed te pas nu zij op het punt stonden aan het tweede gedeelte hunner reis te beginnen, waar de groote moeielijkheden eerst recht eenen aanvang zouden nemen en waar zij met felle koude en zware sneeuwstormen te kampen zouden krijgen, althans zoo lang deSchoone Zwerfsterniet in het mildere klimaat van Zuidelijk Siberië aangekomen zou zijn. Vóór dat zij daar konden zijn, moesten zij eenige zeer moeilijke weken, misschien maanden doorworstelen en zij mochten het als een geluk beschouwen dat hun de noodige tijd gelaten werd om aan de toebereidselen voor dien zwaren tocht de laatste hand te leggen. Wel hadden zij het een en ander aangeschaft bij de Indianen in het fort Noulato, maar er ontbraken toch nog verschillende zaken die Cascabel bij de handelaars te Port-Clarence of bij de inboorlingen hoopte te kunnen krijgen.Het was dus voor ieder een aangenaam oogenblik toen hun aanvoerder het gebruikelijke commando hooren liet:—Op de plaats: rust!Dit bevel, dat ook door soldaten op marsch of bij militaire manoeuvres het liefst gehoord wordt, liet Sander altijd volgen door den uitroep:—Verbreekt de gelederen!Zij wachtten dan ook geen oogenblik langer om her- en derwaarts te gaan kijken wat er op de plaats te zien was.Natuurlijk had ook deSchoone Zwerfsterte Port-Clarence bij hare nadering niet weinig de aandacht getrokken. Nog nooit had zulk eene rollende woning zich zoo ver, tot aan de uiterste spits van Noord-Amerika, gewaagd. Voor de eerste maal kregen de verbaasde inboorlingen eenen troep fransche kunstenmakers te zien.Op dat oogenblik bevonden zich te Port-Clarence, behalve de gewone bevolking van Eskimo’s en kooplieden, eenige russische ambtenaren. Deze hadden tot dusver in Alaska dienst gedaan maar tengevolge der inlijving bij de Vereenigde Staten last gekregen naar het schiereiland der Tchouktchis op de aziatische kust of naar Petropavlovk, de hoofdstad van Kamschatka, te vertrekken. Deze ambtenaren bleven bij de andere bewoners niet achter om deSchoone Zwerfsterwelkom te heeten, maar vooral de Eskimo’s ontvingen de reizigers met groote ingenomenheid.Dit waren dezelfde Eskimo’s welke de beroemde zeevaarder Nordenskjöld twaalf jaren later in deze streken ontmoette, toen hij zijn vermaarden tocht deed waarbij hij den noordoostelijken doortocht tusschen Azië en Amerika ontdekte. Bij die gelegenheid vond hij sommige dier inboorlingen reeds gewapend met revolvers en achterlaadgeweren,de eerste vruchten der van elders ingevoerde beschaving.Aangezien de zomer pas ternauwernood geëindigd was, hadden ook de inboorlingen te Port-Clarence hunne winterkwartieren nog niet betrokken. Zij hielden verblijf onder kleine, sierlijke tenten, vervaardigd van zware katoenen stof in verschillende kleuren, welke met gevlochten stroo aaneengehecht was. Allerlei keukengereedschap van kokosnoten vervaardigd, werd in die tenten gebruikt.Dit maakte dat Kruidnagel, toen hij die voorwerpen voor het eerst zag, uitriep:—Er groeien dus kokosboomen in de bosschen van dit Eskimo-land!—Ten minste.... verbeterde Sergius, als die noten niet met walvischvaarders uit de Stille Zuidzee-eilanden zijn aangevoerd en hier te Port-Clarence in betaling gegeven.Dit was inderdaad het geval. Er bestond op dit tijdstip reeds een levendig verkeer tusschen de amerikanen en de inboorlingen, waarvan de invloed op de manieren der Eskimo’s duidelijk merkbaar was.Het is hier de plaats om op te merken, hetgeen ook later blijken zal, dat er niet de geringste overeenkomst in uiterlijk of in zeden bestaat tusschen de Eskimo’s van de amerikaansche kust en de inboorlingen van Siberië. Zelfs verstaan de stammen in Alaska de taal niet, welke aan de westzijde van de Behringstraat gesproken wordt. Hunne eigen taal is vol engelsche en russische uitdrukkingen, zoodat het niet moeilijk viel hen te verstaan.Reeds in de eerste dagen nadat zij te Port-Clarence hunnen intrek genomen hadden, geraakten de Cascabels in kennis met de inboorlingen dier plaats. Zij werden gastvrij door deze lieden in hunne tenten ontvangen en maakten dan ook geen zwarigheid hen in deSchoone Zwerfstertoe te laten, waarvan zij geen oogenblik spijt behoefden te hebben.Deze Eskimo’s zijn over het algemeen veel beschaafder dan men gewoonlijk denkt. Veelal stelt men zich voor dat het eene soort van pratende robben zijn, half visch half vleesch, maar met menschengezichten, en deze verkeerde voorstelling wordt in de hand gewerkt door de kleederen die zij dragen, vooral in den winter. Maar het heeft er niets van. Te Port-Clarence zien de lieden van den Eskimo-stam er uit als gewone menschen en kan men zeer goed met hen omgaan. Er zijn er zelfs die zoo op het navolgen der Europeesche dracht gesteld zijn, dat zij naar de laatste mode gekleed gaan. Allen hebben echter eene zekere mate van behaagzucht, hetgeen te merken is aan de manier waarop zij hunne kleederen van rendieren- en robbenvel, of van marmotten-bont dragen, en aanhet tatoueeren van hun gezicht, dat gedaan wordt door eenige lichte lijnen in den omtrek der kin te trekken. De mannen hebben niet veel baard. Aan de hoeken der lippen hebben zij kunstig drie gaatjes geboord, waarin zij ringetjes van uitgesneden been dragen. Ook het neusbeentje versieren zij daarmede.Zij werden gastvrij door de Eskimo’s ontvangen. Zie bl. 179.Zij werden gastvrij door de Eskimo’s ontvangen. Zie bl.179.De Eskimo’s met welke onze reizigers kennis maakten, hadden geen ongunstig uiterlijk, heel anders dan de meeste Samojeden en andere inboorlingen van de aziatische noordkust. De jonge meisjes droegen paarlsnoertjes in hare ooren en armbanden van koper of ijzer, die met vrij veel kunstvaardigheid bewerkt waren.Ook mag hier bijgevoegd worden dat het eerlijke lieden waren, trouwhartig in het doen van zaken, ofschoon zij geweldig overvroegen en lieten afdingen. Maar men zou niet met andere kooplieden bekend moeten zijn, indien men dit deze bewoners der poolstreek kwalijk wilde nemen.Onder de Eskimo’s bestaat de meest volkomen gelijkheid. Zij hebben zelfs geene stamhoofden. Het zijn heidenen; zij vereeren bij wijze van afgoden houten palen met gebeeldhouwde en rood beschilderde koppen, welke vogels voorstellen, die hunne vleugels waaiervormig achter zich uitspreiden. Hunne zeden zijn zuiver; het familieleven is bij hen zeer hartelijk, zij hebben grooten eerbied voor hunne ouders, houden veel van hunne kinderen, en vereeren zorgvuldig hunne dooden, die in de open lucht te kijk worden gelegd, gekleed in feestgewaad en met hunne wapenen bij zich.De dagelijksche bezoeken die de Cascabels bij de inboorlingen aflegden, waren voor hen eene bron van veel genoegen. Ook gingen zij dikwijls in eene oude traankokerij, door amerikanen opgericht, welke destijds nog in werking was, een kijkje nemen.Het land is niet geheel van boomen ontbloot en de plantengroei is veel weelderiger dan die welke op het Tchouktchi-schiereiland, aan de overzijde der straat, wordt aangetroffen. Dit komt doordien de amerikaansche kust bespoeld wordt door een warmen stroom, welke uit de zuidelijke streken der Stille Zuidzee derwaarts loopt. Langs het Siberische strand daarentegen vloeit alleen het koude water dat uit de noordelijke poolzee aangevoerd wordt.Het behoeft nauwelijks gezegd te worden dat Cascabel er niet aan dacht om te Port-Clarence zijne kunsten te vertoonen. Hij was niet zonder reden bevreesd dat hij misschien hier even als bij de Youkon-Indianen weer duikelaars, springers en acrobaten zou aantreffen, die van hem niets te leeren zouden hebben. Den goeden naam van zijnen troep wilde hij dus niet voor de tweede maal aan eene nederlaag wagen.Intusschen verliep de eene dag na den anderen en zij hadden reeds langer gerust dan noodig ware geweest. Na een oponthoud van eene week te Port-Clarence behoefden zij zekerlijk niet meer tegen de vermoeienissen van eenen tocht door Siberië op te zien.Maar deSchoone Zwerfsterkon de Behringstraat nog niet over. Zij waren nu in de laatste dagen van September en ofschoon de thermometer thans, even als altijd omstreeks dezen tijd en op die aardrijkskundige breedte, voortdurend beneden het vriespunt wees, lag de zee-arm die Amerika van Azië scheidt, nog niet dicht. De zee was echter reeds vol ijsschotsen, die buiten de straat in het ruime sop van de Behringzee gevormd worden en die langs de kust van Alaska, voortgestuwd door den uit den Stillen Oceaan komenden stroom, naar het Noorden drijven. Wachten bleef voor alsnog de boodschap, wachten tot al die schotsen samengesmolten zouden zijn tot één ontzaglijk ijsveld, onbewegelijk en sterk genoeg om eene berijdbare oppervlakte tusschen de beide werelddeelen te vormen.Heeft deze ijsvlakte zich eenmaal gezet, dan neemt zij binnen korten tijd zoodanig in dikte toe dat zij desnoods eenen geschuttrein zou kunnen dragen. Geen nood dus dat deSchoone Zwerfsteren hare passagiers het geringste gevaar zouden loopen van door het ijs te zakken. De geheele ijsmassa op het smalste gedeelte van den zeearm tusschen Kaap Prins-van-Wales, even beneden Port-Clarence, en de kleine haven van Numana op de Siberische kust, is voor het overige niet meer dan een twintigtal mijlen lang.—Weet ge wat jammer is? zeide Cascabel op zekeren dag. Dat de amerikanen hier geene brug gelegd hebben.—Eene brug van twintig mijlen? vroeg Sander.—Waarom niet? meende Jan. In het midden van de straat ligt het eilandje Diomedes, waar de brug op zou kunnen rusten.—Onmogelijk zou het niet zijn, zeide Sergius, en wij mogen aannemen dat het ook eenmaal gebeuren zal want het menschelijke vernuft deinst voor niets terug.—Er wordt immers ook wel over gedacht om eene brug over het engelsche kanaal te leggen, hernam Jan.—Daar is inderdaad sprake van, stemde Sergius toe. Maar het valt niet te ontkennen dat eene brug over de Behringstraat minder nuttig zou wezen dan eene van Dover naar Calais, en dat zij stellig hare kosten niet goed zou maken.—Al was zij dan ook niet nuttig voor het reizigersverkeer in ’t algemeen, meende Cornelia, zou zij ons ten minste nu van dienst wezen.—Eigenlijk hebben wij er toch ook geen behoefte aan, zeide Cascabel. Gedurende acht maanden van het jaar ligt er immers eene brug, eene van ijs, zoo sterk als eene brug van ijzer of steen bij mogelijkheid gemaakt kan worden. Moeder natuur bouwt die ieder jaar weder op en heft niet eens tol!Vader Cascabel was gewoon de dingen van den besten kant op te nemen en in den grond der zaak had hij dikwijls gelijk. Waartoe eene brug die millioenen kosten zou, wanneer zij slechts op het geschikte tijdstip behoefden te wachten om den overtocht, te voet of per as, naar verkiezing te kunnen doen?Het kon nu niet heel lang meer duren. Hun geduld zou op geen al te lange proef gesteld worden.Den 7denOctober behoefden zij er niet meer aan te twijfelen of de winter was, op deze hooge breedte, voorgoed ingetreden. Alle spoor van plantengroei was verdwenen, het sneeuwde dikwijls, de enkele boomen langs de kust waren met ijzel overdekt. Van de schrale planten die in de poollanden nog tieren willen, en van de harstachtige gewassen die in het Noorden van Scandinavië aangetroffen worden en zich tot den poolcirkel voortzetten, was nu niets meer te zien.Nog altijd werden de ijsschotsen door den snellen stroom dezeeëngtedoorgejaagd, maar zij begonnen breeder en dikker te worden. Evenals eene korte, maar felle hitte voldoende is om metalen aan elkaar te smelten, zoo was hier nog slechts eene geweldige koude noodig om van de ijsklompen een ijsveld te maken. Zij konden er staat op maken dat het den eenen of anderen dag gebeuren zou.Zoo vurig onze reizigers echter naar het oogenblik wenschten dat de zee begaanbaar zou worden, zoo verlangend zij waren om Port-Clarence te verlaten en den voet op de Oude Wereld te zetten, toch had dat aangename vooruitzicht ook zijne keerzijde. Dan immers, zou ook het oogenblik van scheiden daar zijn. Wel zouden zij Alaska den rug toekeeren, maar Sergius zou daar achter blijven, want er was geen sprake van dat hij zijne reis verder naar het Westen zou voortzetten. Na het einde van den winter was hij voornemens zijne onderzoekingstochten in dit gedeelte van Amerika te hervatten, en wilde hij de landstreek ten Noorden van de Youkon en aan genen kant der bergen gaan opnemen.Het vooruitzicht dier scheiding was voor allen even smartelijk. De genegenheid die zij in korten tijd voor elkander hadden opgevat, was tot eene oprechte en hartelijke vriendschap aangegroeid.Wie het zich het meest aantrok, was Jan. Hij kon er nauwelijksaan denken dat Sergius ook Kayette zou medenemen. Het was immers in het belang van het meisje zelve, dat haar aangenomen vader de zorg voor hare toekomst geheel op zich nam. Zij kon aan geen betere handen dan die van Sergius worden toevertrouwd; deze zou haar medenemen naar Europa, waar hij haar eene zorgvuldige opvoeding zou doen geven en haar in eenen stand zou inleiden, oneindig beter dan die van arme kermiskunstenmakers. Waar zulke voordeelen voor het grijpen lagen, viel er niet te aarzelen. Jan kon dat niet ontkennen en was de eerste om het in te zien. Maar hij dacht er niettemin aan met eene steeds toenemende beklemdheid, welke hij niet bij machte was van zich af te zetten. Het was om allen moed te verliezen wanneer hij er aan dacht dat hij van Kayette zou moeten scheiden en haar nimmer terug zou zien. In zedelijken en in stoffelijken zin zou er tusschen hen beiden een afgrond zich openen wanneer zij in den kring der bloedverwanten van Sergius werd opgenomen. Het was hun beiden tot eene aangename gewoonte geworden samen te praten, samen te werken en altijd bij elkander te wezen. Hetgeen Jan voor Kayette voelde was eene oprechte liefde, welke zich uitte in eene bezorgdheid voor haar, die zich geen oogenblik verloochende, en in zijne ontroering wanneer hij met haar sprak. En misschien beantwoordde Kayette die liefde reeds, al gaf zij zich zelve daar nog geen rekenschap van. Dat alles moest dan verbroken worden door eene scheiding welke naar alle waarschijnlijkheid voor altijd zou wezen!Jan voelde zich dus inderdaad ongelukkig, maar ook zijne ouders, zijn broeder en zijne zuster hielden veel van Kayette, konden zich niet gewennen aan het denkbeeld dat zij haar moesten verliezen, en dachten ook niet zonder smart aan het oogenblik dat zij van Sergius afscheid zouden moeten nemen. Zij zouden er heel wat voor over hebben, betuigde Cascabel meer dan eens, wanneer Sergius voorloopig slechts wilde toestemmen om met hen de reis voort te zetten. Eenige maanden duurde hun tocht nog; daarna konden zij altijd nog zien wat hun te doen stond.Wij hebben reeds gezegd dat de bewoners van Port-Clarence onze reizigers een goed hart toedroegen. Niet zonder bezorgdheid zagen zij het oogenblik naderen waarop de karavaan zich in de Siberische steppen zou gaan wagen, waar haar ernstige gevaren te wachten stonden. Die in eenzaamheid levende lieden stelden belang in deze vreemdelingen die van zoo verre kwamen en nog zulk een verren tocht vóór zich hadden. Maar met geheel andere oogen sloegen de russische ambtenaren, die eerst sedert kort hier aan het strand verblijf hielden, het reisgezelschap gade. Vooralop Sergius hadden zij hunne bijzondere aandacht gevestigd.Wij hebben verhaald dat deze ambtenaren, die zich op dat tijdstip te Port-Clarence bevonden, in Alaska dienst gedaan hadden en tengevolge der inlijving van dat gewest verplicht waren naar Siberië terug te keeren.Onder hen bevonden zich twee politie-beambten, die in de gewezen russische bezitting met eene bijzondere opdracht belast waren geweest. Zij hadden namelijk tot taak gehad het oog te houden op de politieke vluchtelingen, die in Nieuw-Brittannië eene schuilplaats vonden, maar somtijds poogden over de grens van Alaska weder op russisch grondgebied te komen. Nu had Sergius, als een rus, die zich bij eenen troep fransche kunstenmakers bevond en die juist op eene plaats, waar de grenzen van het Czarenrijk eenen aanvang namen, niet verder verkoos te reizen, terstond hunne achterdocht gaande gemaakt. Zij hielden dus het oog op hem, maar voorzichtig en met beleid, zóódat niemand het merkte.Sergius kon dus ook niet vermoeden dat hij den argwaan der politiebeambten had opgewekt. Hij dacht, evenals de Cascabels, alleen aan hunne ophanden zijnde scheiding. Het was alsof hij geslingerd werd tusschen het vooruitzicht om zijne reis door westelijk Amerika te hervatten, en zijnen lust om daarvan aftezien en den tocht naar Europa mede te maken. Wat er eigenlijk bij hem omging kon niemand met zekerheid zeggen, maar Cascabel besloot, dewijl hij hem dikwijls in gepeins verzonken zag, op eene verklaring aan te dringen.Des avonds van den 11denOctober, nadat het avondeten afgeloopen was, sprak Cascabel hem dus aan alsof er plotseling eene gedachte bij hem opkwam.—Wat ik zeggen wilde, mijnheer Sergius, het zal nu niet lang meer duren of wij gaan op weg naar uw land.—Zeker mijn vriend, dat is afgesproken.—Ja, wij gaan dus naar Rusland. Wij komen dan ook te Perm, waar, als ik mij wel herinner, uw vader woont.—Dat is zoo, en ik wil wel bekennen dat ik u niet zie heengaan zonder grooten lust om u te vergezellen.—Maar mijnheer Sergius, vroeg Cornelia, denkt gij nog lang in Amerika te blijven?—Lang? Dat weet ik nog niet.—En op welke manier zijt gij voornemens naar Europa terug te keeren?—Dwars door het verre Westen. In die richting hervat ik mijne reis en hoop zoodoende eindelijk te New-York tekomen, waar ik scheep zal gaan en Kayette medenemen.—Met Kayette dus? vroeg Jan zacht, terwijl hij het meisje aanzag dat de oogen neersloeg.Allen zwegen eenige oogenblikken. Toen vervolgde Cascabel, terwijl zijne stem eenigszins haperde:—Kijk eens mijnheer Sergius, ik wilde u met uw verlof wel eens iets voorstellen. Ik weet heel goed dat het eene bezwaarlijke onderneming is, Siberië van het eene eind tot het andere door te trekken. Maar met moed en eenen vasten wil hopen wij toch.....—Mijn waarde vriend, viel Sergius hem in de rede, wees overtuigd dat noch het gevaarlijke, noch het vermoeiende der reis mij af zou schrikken. Gaarne zoude ik dat alles met u deelen, maar...—Maar wat belet u dan samen met ons onzen tocht voort te zetten? vroeg Cornelia.—Dat zou aardig zijn! voegde Sander er bij.—Als gij het doet krijgt ge een zoen van mij, riep Napoleona uit.Jan noch Kayette hadden een woord gezegd, maar het was hun aan te zien dat zij in angstige spanning verkeerden.—Mijn waarde Cascabel, zeide Sergius na eenige oogenblikken nagedacht te hebben, ik zou met u en uwe vrouw gaarne eens willen praten.—Wij zijn tot uwen dienst, terstond zoo gij wilt.—Neen, liever morgen ochtend!Er werd toen verder niet over gesproken en spoedig gingen allen, benieuwd naar hetgeen er gebeuren zou, naar bed.Wat was de bedoeling van Sergius met dit gesprek? Was hij besloten verandering in zijne plannen te brengen, of wilde hij alleen aan Cascabel de middelen verschaffen om in gunstiger omstandigheden de reis te doen, door hem opnieuw geld aantebieden?Kayette en Jan waren het meest in spanning. Zij deden geen van beiden dien nacht een oog toe.Den daarop volgenden ochtend had het onderhoud plaats. Niet omdat hij de kinderen niet vertrouwde, maar dewijl hij vreesde beluisterd te worden door de inboorlingen en andere bezoekers die af en aan liepen, wenschte Sergius dat Cascabel en zijne vrouw zich met hem op eenigen afstand van den wagen zouden verwijderen. Hetgeen hij hun te zeggen had was van groot belang, en hij wilde het voor anderen zorgvuldig geheim houden.Zij wandelden dus met hun drieën het strand op, den kant uit van de traankokerij. Onder de hand leidde Sergius het gesprek in.—Mijne vrienden, zeide hij, luistert goed en denkt rijpelijk na vóór dat gij antwoordt op hetgeen ik u ga voorstellen. Ik heb uwe goedhartigheid op prijs leeren stellen en ondervonden wat gij voor uwe vrienden overhebt. Maar vóór dat gij een gewichtig besluit gaat nemen, moet gij eerst weten wie ik ben.—Wie gij zijt? vroeg Cascabel. Wel voor den drommel, gij zijt een braaf man, dat is al wat ik noodig heb te weten.—Nu ja, een braaf man, antwoordde Sergius, maar juist omdat ik dat ben, past het mij niet de ernstige gevaren, die gij in Siberië zult gaan loopen, nog te vermeerderen.—Waarom zou uwe tegenwoordigheid voor ons een gevaar kunnen opleveren, mijnheer Sergius? vroeg Cornelia.—Omdat mijn ware naam is: graaf Sergius Narkine en ik een staatkundige banneling ben.Hij vertelde hen nu in korte bewoordingen zijne geschiedenis.Graaf Sergius Narkine was uit een vermogend geslacht in het gouvernement Perm gesproten. Bezield met warme belangstelling voor wetenschappelijke en aardrijkskundige onderzoekingen, bracht hij de jaren zijner jeugd grootendeels door met het doen van reizen in alle deelen der wereld.Die reizen hadden hem een beroemd man kunnen maken, maar ongelukkig bepaalde hij zich niet daartoe. Hij raakte in staatkundige beroeringen verwikkeld en werd in 1857 lid van een geheim genootschap, waar zijne vrienden hem toe overhaalden. Niet lang daarna werden alle leden dezer vereeniging gevangen genomen en met al de gestrengheid, waarvoor de russische regeering berucht is, vervolgd en gestraft. De meesten werden veroordeeld tot levenslange ballingschap in Siberië.Dit was ook het lot van graaf Sergius Narkine, wien de stad Jakoutsk tot verblijfplaats werd aangewezen. De eenige bloedverwant dien hij verplicht was achter te laten, was zijn vader, prins Wassili Narkine, thans een tachtigjarige grijsaard. Deze bleef op zijne landgoederen te Walska, nabij Perm, verblijf houden.Na vijf jaren te Jakoutsk gesleten te hebben, gelukte het den veroordeelde naar Okhotsk, aan den zeeboezem van dien naam, te ontkomen. Daar vond hij een schip dat zeilreê lag en hem medenam naar eene haven in Californië. Sedert dien tijd had graaf Sergius Narkine zeven jaren lang in de Vereenigde Staten of in Nieuw-Engeland geleefd, altijd in de nabijheid der grenzen van Alaska, waar hij heen hoopte te gaan zoodra het gewest bij de Vereenigde Staten werd ingelijfd. In het geheim koesterde hij de hoop door Siberië heen naar Europa terug te keeren en dus juist te doen watCascabel ondernomen had. Het is licht te begrijpen met welk eene ontroering hij dus vernam dat dezelfde lieden, wien hij het behoud van zijn leven verschuldigd was, voornemens waren de Behringstraat over en Siberië door te trekken.Mijn ware naam is: Graaf Sergius Narkine. (Zie bl. 187).Mijn ware naam is: Graaf Sergius Narkine. (Zie bl.187).Natuurlijk zou hij niets liever gewild hebben dan hen te vergezellen, maar hij zag er tegen op zijne vrienden aan den toorn der onbarmhartige russische regeering bloot te stellen. Wat zouden de gevolgen zijn als het ontdekt werd dat zij een staatkundig veroordeelde weder over de russische grenzen hadden helpen komen? Toch zou hij zijn hoogbejaarden vader zoo gaarne willen terugzien....—Als ik u was, mijnheer Sergius, ging ik eenvoudig met ons mede, zeide Cornelia hartelijk.—Maar mijne goede vrienden, als het uitkomt is uwe vrijheid, ja misschien uw leven er mede gemoeid.—Wat komt dat er op aan, mijnheer Sergius? zeide Cascabel. Van ieder mensch wordt hiernamaals de rekening opgemaakt van hetgeen hij goeds en kwaads in zijn leven gedaan heeft. Dus is het zaak er zooveel mogelijk goede posten op te brengen, om tegen de kwade optewegen!—Mijn waarde Cascabel, bedenk....—Bovendien mijnheer Sergius, zal niemand u immers herkennen? Wij zijn bij de hand genoeg, wees daar zeker van en de drommel moge mij halen als wij met ons allen niet in staat zijn de russische politie-speurhonden bij den neus te hebben!—Evenwel ... drong Sergius weder aan.—Als het niet anders kan, steekt gij u desnoods in een kunstenmakerspak, wanneer gij ten minste u daar niet voor schaamt....—Hoe kunt gij zoo iets denken, mijn vriend?—Wie zal dan ooit op het denkbeeld komen dat er een graaf Narkine in den troep van Cascabel verscholen zit?—Nu dan, mijne vrienden, ik neem het aan en weest overtuigd dat ik er u dankbaar voor ben....—Jawel, jawel, viel Cascabel hem in de rede, laat dat maar blijven. Hadt gij er dan aan getwijfeld dat wij iets voor u over zouden hebben? Derhalve, mijnheer de graaf....—Noem mij niet bij mijnen titel of naam. Voor ieder blijf ik eenvoudig Sergius, zelfs voor de kinderen....—Ja, het is beter dat zij er niets van weten. Het blijft dus afgesproken, mijnheer Sergius, dat wij u medenemen. Ik mag geen Cesar Cascabel heeten als ik u niet behouden en wel te Perm breng. Gelukte mij dat niet, dan zou ik voor het eerst iets dat ik op mijgenomen heb in den steek laten, en dan was ik voorgoed mijn goeden naam als artist kwijt!Met welke vreugdekreten Sergius begroet werd toen hij in deSchoone Zwerfsterterugkwam en Jan, Kayette, Sander, Napoleona en Kruidnagel te weten kwamen dat hij met hen naar Europa ging, kan ieder gemakkelijk raden. Daarvan vertellen wij dus niets.
Port-Clarence is het meest noordwestelijk gelegen punt dat door de Vereenigde Staten aan de Behringstraat bezeten wordt. Het ligt ten Zuiden van Kaap Prins-van-Wales, in een kleinen inham op dat gedeelte der kust, dat den neus vormt van het menschengezicht waar de geheele strandlijn van Alaska op lijkt. De haven heeft een uitmuntenden ankergrond en wordt daarom op hoogen prijs gesteld door de scheepsgezagvoerders, voornamelijk door die der walvischvaarders die in de Noordelijke IJszee hunne prooi komen achtervolgen.
Voor deSchoone Zwerfsterwerd een kwartier uitgezocht nabij de binnenzijde der haven, niet ver van de plek waar een riviertje uitwatert, beschut door hooge rotsen, op wier top eenige magere berken hunne wortels in den harden steengrond hebben weten te doen dringen. Hier zouden zij het langste oponthoud der geheele reis hebben, want zij moesten er vertoeven zoo lang de Behringstraat nog niet geheel toegevroren en het ijs over de geheele breedte nog niet dik genoeg was om den wagen te dragen.
Er kon geen sprake van zijn om den reiswagen met een der vaartuigen, die tusschen Port-Clarence en de overzijde heen en weer varen, over te zetten, want dit zijn slechts visscherschuiten van geringen diepgang. Er was dus geen ander middel om op de kust vanAziëte komen dan te wachten tot de geheele zeeëngte in een onafzienbaar ijsveld veranderd zou zijn.
De lange rust die zij gedwongen waren te nemen, kwam hun goed te pas nu zij op het punt stonden aan het tweede gedeelte hunner reis te beginnen, waar de groote moeielijkheden eerst recht eenen aanvang zouden nemen en waar zij met felle koude en zware sneeuwstormen te kampen zouden krijgen, althans zoo lang deSchoone Zwerfsterniet in het mildere klimaat van Zuidelijk Siberië aangekomen zou zijn. Vóór dat zij daar konden zijn, moesten zij eenige zeer moeilijke weken, misschien maanden doorworstelen en zij mochten het als een geluk beschouwen dat hun de noodige tijd gelaten werd om aan de toebereidselen voor dien zwaren tocht de laatste hand te leggen. Wel hadden zij het een en ander aangeschaft bij de Indianen in het fort Noulato, maar er ontbraken toch nog verschillende zaken die Cascabel bij de handelaars te Port-Clarence of bij de inboorlingen hoopte te kunnen krijgen.
Het was dus voor ieder een aangenaam oogenblik toen hun aanvoerder het gebruikelijke commando hooren liet:
—Op de plaats: rust!
Dit bevel, dat ook door soldaten op marsch of bij militaire manoeuvres het liefst gehoord wordt, liet Sander altijd volgen door den uitroep:
—Verbreekt de gelederen!
Zij wachtten dan ook geen oogenblik langer om her- en derwaarts te gaan kijken wat er op de plaats te zien was.
Natuurlijk had ook deSchoone Zwerfsterte Port-Clarence bij hare nadering niet weinig de aandacht getrokken. Nog nooit had zulk eene rollende woning zich zoo ver, tot aan de uiterste spits van Noord-Amerika, gewaagd. Voor de eerste maal kregen de verbaasde inboorlingen eenen troep fransche kunstenmakers te zien.
Op dat oogenblik bevonden zich te Port-Clarence, behalve de gewone bevolking van Eskimo’s en kooplieden, eenige russische ambtenaren. Deze hadden tot dusver in Alaska dienst gedaan maar tengevolge der inlijving bij de Vereenigde Staten last gekregen naar het schiereiland der Tchouktchis op de aziatische kust of naar Petropavlovk, de hoofdstad van Kamschatka, te vertrekken. Deze ambtenaren bleven bij de andere bewoners niet achter om deSchoone Zwerfsterwelkom te heeten, maar vooral de Eskimo’s ontvingen de reizigers met groote ingenomenheid.
Dit waren dezelfde Eskimo’s welke de beroemde zeevaarder Nordenskjöld twaalf jaren later in deze streken ontmoette, toen hij zijn vermaarden tocht deed waarbij hij den noordoostelijken doortocht tusschen Azië en Amerika ontdekte. Bij die gelegenheid vond hij sommige dier inboorlingen reeds gewapend met revolvers en achterlaadgeweren,de eerste vruchten der van elders ingevoerde beschaving.
Aangezien de zomer pas ternauwernood geëindigd was, hadden ook de inboorlingen te Port-Clarence hunne winterkwartieren nog niet betrokken. Zij hielden verblijf onder kleine, sierlijke tenten, vervaardigd van zware katoenen stof in verschillende kleuren, welke met gevlochten stroo aaneengehecht was. Allerlei keukengereedschap van kokosnoten vervaardigd, werd in die tenten gebruikt.
Dit maakte dat Kruidnagel, toen hij die voorwerpen voor het eerst zag, uitriep:
—Er groeien dus kokosboomen in de bosschen van dit Eskimo-land!
—Ten minste.... verbeterde Sergius, als die noten niet met walvischvaarders uit de Stille Zuidzee-eilanden zijn aangevoerd en hier te Port-Clarence in betaling gegeven.
Dit was inderdaad het geval. Er bestond op dit tijdstip reeds een levendig verkeer tusschen de amerikanen en de inboorlingen, waarvan de invloed op de manieren der Eskimo’s duidelijk merkbaar was.
Het is hier de plaats om op te merken, hetgeen ook later blijken zal, dat er niet de geringste overeenkomst in uiterlijk of in zeden bestaat tusschen de Eskimo’s van de amerikaansche kust en de inboorlingen van Siberië. Zelfs verstaan de stammen in Alaska de taal niet, welke aan de westzijde van de Behringstraat gesproken wordt. Hunne eigen taal is vol engelsche en russische uitdrukkingen, zoodat het niet moeilijk viel hen te verstaan.
Reeds in de eerste dagen nadat zij te Port-Clarence hunnen intrek genomen hadden, geraakten de Cascabels in kennis met de inboorlingen dier plaats. Zij werden gastvrij door deze lieden in hunne tenten ontvangen en maakten dan ook geen zwarigheid hen in deSchoone Zwerfstertoe te laten, waarvan zij geen oogenblik spijt behoefden te hebben.
Deze Eskimo’s zijn over het algemeen veel beschaafder dan men gewoonlijk denkt. Veelal stelt men zich voor dat het eene soort van pratende robben zijn, half visch half vleesch, maar met menschengezichten, en deze verkeerde voorstelling wordt in de hand gewerkt door de kleederen die zij dragen, vooral in den winter. Maar het heeft er niets van. Te Port-Clarence zien de lieden van den Eskimo-stam er uit als gewone menschen en kan men zeer goed met hen omgaan. Er zijn er zelfs die zoo op het navolgen der Europeesche dracht gesteld zijn, dat zij naar de laatste mode gekleed gaan. Allen hebben echter eene zekere mate van behaagzucht, hetgeen te merken is aan de manier waarop zij hunne kleederen van rendieren- en robbenvel, of van marmotten-bont dragen, en aanhet tatoueeren van hun gezicht, dat gedaan wordt door eenige lichte lijnen in den omtrek der kin te trekken. De mannen hebben niet veel baard. Aan de hoeken der lippen hebben zij kunstig drie gaatjes geboord, waarin zij ringetjes van uitgesneden been dragen. Ook het neusbeentje versieren zij daarmede.
Zij werden gastvrij door de Eskimo’s ontvangen. Zie bl. 179.Zij werden gastvrij door de Eskimo’s ontvangen. Zie bl.179.
Zij werden gastvrij door de Eskimo’s ontvangen. Zie bl.179.
De Eskimo’s met welke onze reizigers kennis maakten, hadden geen ongunstig uiterlijk, heel anders dan de meeste Samojeden en andere inboorlingen van de aziatische noordkust. De jonge meisjes droegen paarlsnoertjes in hare ooren en armbanden van koper of ijzer, die met vrij veel kunstvaardigheid bewerkt waren.
Ook mag hier bijgevoegd worden dat het eerlijke lieden waren, trouwhartig in het doen van zaken, ofschoon zij geweldig overvroegen en lieten afdingen. Maar men zou niet met andere kooplieden bekend moeten zijn, indien men dit deze bewoners der poolstreek kwalijk wilde nemen.
Onder de Eskimo’s bestaat de meest volkomen gelijkheid. Zij hebben zelfs geene stamhoofden. Het zijn heidenen; zij vereeren bij wijze van afgoden houten palen met gebeeldhouwde en rood beschilderde koppen, welke vogels voorstellen, die hunne vleugels waaiervormig achter zich uitspreiden. Hunne zeden zijn zuiver; het familieleven is bij hen zeer hartelijk, zij hebben grooten eerbied voor hunne ouders, houden veel van hunne kinderen, en vereeren zorgvuldig hunne dooden, die in de open lucht te kijk worden gelegd, gekleed in feestgewaad en met hunne wapenen bij zich.
De dagelijksche bezoeken die de Cascabels bij de inboorlingen aflegden, waren voor hen eene bron van veel genoegen. Ook gingen zij dikwijls in eene oude traankokerij, door amerikanen opgericht, welke destijds nog in werking was, een kijkje nemen.
Het land is niet geheel van boomen ontbloot en de plantengroei is veel weelderiger dan die welke op het Tchouktchi-schiereiland, aan de overzijde der straat, wordt aangetroffen. Dit komt doordien de amerikaansche kust bespoeld wordt door een warmen stroom, welke uit de zuidelijke streken der Stille Zuidzee derwaarts loopt. Langs het Siberische strand daarentegen vloeit alleen het koude water dat uit de noordelijke poolzee aangevoerd wordt.
Het behoeft nauwelijks gezegd te worden dat Cascabel er niet aan dacht om te Port-Clarence zijne kunsten te vertoonen. Hij was niet zonder reden bevreesd dat hij misschien hier even als bij de Youkon-Indianen weer duikelaars, springers en acrobaten zou aantreffen, die van hem niets te leeren zouden hebben. Den goeden naam van zijnen troep wilde hij dus niet voor de tweede maal aan eene nederlaag wagen.
Intusschen verliep de eene dag na den anderen en zij hadden reeds langer gerust dan noodig ware geweest. Na een oponthoud van eene week te Port-Clarence behoefden zij zekerlijk niet meer tegen de vermoeienissen van eenen tocht door Siberië op te zien.
Maar deSchoone Zwerfsterkon de Behringstraat nog niet over. Zij waren nu in de laatste dagen van September en ofschoon de thermometer thans, even als altijd omstreeks dezen tijd en op die aardrijkskundige breedte, voortdurend beneden het vriespunt wees, lag de zee-arm die Amerika van Azië scheidt, nog niet dicht. De zee was echter reeds vol ijsschotsen, die buiten de straat in het ruime sop van de Behringzee gevormd worden en die langs de kust van Alaska, voortgestuwd door den uit den Stillen Oceaan komenden stroom, naar het Noorden drijven. Wachten bleef voor alsnog de boodschap, wachten tot al die schotsen samengesmolten zouden zijn tot één ontzaglijk ijsveld, onbewegelijk en sterk genoeg om eene berijdbare oppervlakte tusschen de beide werelddeelen te vormen.
Heeft deze ijsvlakte zich eenmaal gezet, dan neemt zij binnen korten tijd zoodanig in dikte toe dat zij desnoods eenen geschuttrein zou kunnen dragen. Geen nood dus dat deSchoone Zwerfsteren hare passagiers het geringste gevaar zouden loopen van door het ijs te zakken. De geheele ijsmassa op het smalste gedeelte van den zeearm tusschen Kaap Prins-van-Wales, even beneden Port-Clarence, en de kleine haven van Numana op de Siberische kust, is voor het overige niet meer dan een twintigtal mijlen lang.
—Weet ge wat jammer is? zeide Cascabel op zekeren dag. Dat de amerikanen hier geene brug gelegd hebben.
—Eene brug van twintig mijlen? vroeg Sander.
—Waarom niet? meende Jan. In het midden van de straat ligt het eilandje Diomedes, waar de brug op zou kunnen rusten.
—Onmogelijk zou het niet zijn, zeide Sergius, en wij mogen aannemen dat het ook eenmaal gebeuren zal want het menschelijke vernuft deinst voor niets terug.
—Er wordt immers ook wel over gedacht om eene brug over het engelsche kanaal te leggen, hernam Jan.
—Daar is inderdaad sprake van, stemde Sergius toe. Maar het valt niet te ontkennen dat eene brug over de Behringstraat minder nuttig zou wezen dan eene van Dover naar Calais, en dat zij stellig hare kosten niet goed zou maken.
—Al was zij dan ook niet nuttig voor het reizigersverkeer in ’t algemeen, meende Cornelia, zou zij ons ten minste nu van dienst wezen.
—Eigenlijk hebben wij er toch ook geen behoefte aan, zeide Cascabel. Gedurende acht maanden van het jaar ligt er immers eene brug, eene van ijs, zoo sterk als eene brug van ijzer of steen bij mogelijkheid gemaakt kan worden. Moeder natuur bouwt die ieder jaar weder op en heft niet eens tol!
Vader Cascabel was gewoon de dingen van den besten kant op te nemen en in den grond der zaak had hij dikwijls gelijk. Waartoe eene brug die millioenen kosten zou, wanneer zij slechts op het geschikte tijdstip behoefden te wachten om den overtocht, te voet of per as, naar verkiezing te kunnen doen?
Het kon nu niet heel lang meer duren. Hun geduld zou op geen al te lange proef gesteld worden.
Den 7denOctober behoefden zij er niet meer aan te twijfelen of de winter was, op deze hooge breedte, voorgoed ingetreden. Alle spoor van plantengroei was verdwenen, het sneeuwde dikwijls, de enkele boomen langs de kust waren met ijzel overdekt. Van de schrale planten die in de poollanden nog tieren willen, en van de harstachtige gewassen die in het Noorden van Scandinavië aangetroffen worden en zich tot den poolcirkel voortzetten, was nu niets meer te zien.
Nog altijd werden de ijsschotsen door den snellen stroom dezeeëngtedoorgejaagd, maar zij begonnen breeder en dikker te worden. Evenals eene korte, maar felle hitte voldoende is om metalen aan elkaar te smelten, zoo was hier nog slechts eene geweldige koude noodig om van de ijsklompen een ijsveld te maken. Zij konden er staat op maken dat het den eenen of anderen dag gebeuren zou.
Zoo vurig onze reizigers echter naar het oogenblik wenschten dat de zee begaanbaar zou worden, zoo verlangend zij waren om Port-Clarence te verlaten en den voet op de Oude Wereld te zetten, toch had dat aangename vooruitzicht ook zijne keerzijde. Dan immers, zou ook het oogenblik van scheiden daar zijn. Wel zouden zij Alaska den rug toekeeren, maar Sergius zou daar achter blijven, want er was geen sprake van dat hij zijne reis verder naar het Westen zou voortzetten. Na het einde van den winter was hij voornemens zijne onderzoekingstochten in dit gedeelte van Amerika te hervatten, en wilde hij de landstreek ten Noorden van de Youkon en aan genen kant der bergen gaan opnemen.
Het vooruitzicht dier scheiding was voor allen even smartelijk. De genegenheid die zij in korten tijd voor elkander hadden opgevat, was tot eene oprechte en hartelijke vriendschap aangegroeid.
Wie het zich het meest aantrok, was Jan. Hij kon er nauwelijksaan denken dat Sergius ook Kayette zou medenemen. Het was immers in het belang van het meisje zelve, dat haar aangenomen vader de zorg voor hare toekomst geheel op zich nam. Zij kon aan geen betere handen dan die van Sergius worden toevertrouwd; deze zou haar medenemen naar Europa, waar hij haar eene zorgvuldige opvoeding zou doen geven en haar in eenen stand zou inleiden, oneindig beter dan die van arme kermiskunstenmakers. Waar zulke voordeelen voor het grijpen lagen, viel er niet te aarzelen. Jan kon dat niet ontkennen en was de eerste om het in te zien. Maar hij dacht er niettemin aan met eene steeds toenemende beklemdheid, welke hij niet bij machte was van zich af te zetten. Het was om allen moed te verliezen wanneer hij er aan dacht dat hij van Kayette zou moeten scheiden en haar nimmer terug zou zien. In zedelijken en in stoffelijken zin zou er tusschen hen beiden een afgrond zich openen wanneer zij in den kring der bloedverwanten van Sergius werd opgenomen. Het was hun beiden tot eene aangename gewoonte geworden samen te praten, samen te werken en altijd bij elkander te wezen. Hetgeen Jan voor Kayette voelde was eene oprechte liefde, welke zich uitte in eene bezorgdheid voor haar, die zich geen oogenblik verloochende, en in zijne ontroering wanneer hij met haar sprak. En misschien beantwoordde Kayette die liefde reeds, al gaf zij zich zelve daar nog geen rekenschap van. Dat alles moest dan verbroken worden door eene scheiding welke naar alle waarschijnlijkheid voor altijd zou wezen!
Jan voelde zich dus inderdaad ongelukkig, maar ook zijne ouders, zijn broeder en zijne zuster hielden veel van Kayette, konden zich niet gewennen aan het denkbeeld dat zij haar moesten verliezen, en dachten ook niet zonder smart aan het oogenblik dat zij van Sergius afscheid zouden moeten nemen. Zij zouden er heel wat voor over hebben, betuigde Cascabel meer dan eens, wanneer Sergius voorloopig slechts wilde toestemmen om met hen de reis voort te zetten. Eenige maanden duurde hun tocht nog; daarna konden zij altijd nog zien wat hun te doen stond.
Wij hebben reeds gezegd dat de bewoners van Port-Clarence onze reizigers een goed hart toedroegen. Niet zonder bezorgdheid zagen zij het oogenblik naderen waarop de karavaan zich in de Siberische steppen zou gaan wagen, waar haar ernstige gevaren te wachten stonden. Die in eenzaamheid levende lieden stelden belang in deze vreemdelingen die van zoo verre kwamen en nog zulk een verren tocht vóór zich hadden. Maar met geheel andere oogen sloegen de russische ambtenaren, die eerst sedert kort hier aan het strand verblijf hielden, het reisgezelschap gade. Vooralop Sergius hadden zij hunne bijzondere aandacht gevestigd.
Wij hebben verhaald dat deze ambtenaren, die zich op dat tijdstip te Port-Clarence bevonden, in Alaska dienst gedaan hadden en tengevolge der inlijving van dat gewest verplicht waren naar Siberië terug te keeren.
Onder hen bevonden zich twee politie-beambten, die in de gewezen russische bezitting met eene bijzondere opdracht belast waren geweest. Zij hadden namelijk tot taak gehad het oog te houden op de politieke vluchtelingen, die in Nieuw-Brittannië eene schuilplaats vonden, maar somtijds poogden over de grens van Alaska weder op russisch grondgebied te komen. Nu had Sergius, als een rus, die zich bij eenen troep fransche kunstenmakers bevond en die juist op eene plaats, waar de grenzen van het Czarenrijk eenen aanvang namen, niet verder verkoos te reizen, terstond hunne achterdocht gaande gemaakt. Zij hielden dus het oog op hem, maar voorzichtig en met beleid, zóódat niemand het merkte.
Sergius kon dus ook niet vermoeden dat hij den argwaan der politiebeambten had opgewekt. Hij dacht, evenals de Cascabels, alleen aan hunne ophanden zijnde scheiding. Het was alsof hij geslingerd werd tusschen het vooruitzicht om zijne reis door westelijk Amerika te hervatten, en zijnen lust om daarvan aftezien en den tocht naar Europa mede te maken. Wat er eigenlijk bij hem omging kon niemand met zekerheid zeggen, maar Cascabel besloot, dewijl hij hem dikwijls in gepeins verzonken zag, op eene verklaring aan te dringen.
Des avonds van den 11denOctober, nadat het avondeten afgeloopen was, sprak Cascabel hem dus aan alsof er plotseling eene gedachte bij hem opkwam.
—Wat ik zeggen wilde, mijnheer Sergius, het zal nu niet lang meer duren of wij gaan op weg naar uw land.
—Zeker mijn vriend, dat is afgesproken.
—Ja, wij gaan dus naar Rusland. Wij komen dan ook te Perm, waar, als ik mij wel herinner, uw vader woont.
—Dat is zoo, en ik wil wel bekennen dat ik u niet zie heengaan zonder grooten lust om u te vergezellen.
—Maar mijnheer Sergius, vroeg Cornelia, denkt gij nog lang in Amerika te blijven?
—Lang? Dat weet ik nog niet.
—En op welke manier zijt gij voornemens naar Europa terug te keeren?
—Dwars door het verre Westen. In die richting hervat ik mijne reis en hoop zoodoende eindelijk te New-York tekomen, waar ik scheep zal gaan en Kayette medenemen.
—Met Kayette dus? vroeg Jan zacht, terwijl hij het meisje aanzag dat de oogen neersloeg.
Allen zwegen eenige oogenblikken. Toen vervolgde Cascabel, terwijl zijne stem eenigszins haperde:
—Kijk eens mijnheer Sergius, ik wilde u met uw verlof wel eens iets voorstellen. Ik weet heel goed dat het eene bezwaarlijke onderneming is, Siberië van het eene eind tot het andere door te trekken. Maar met moed en eenen vasten wil hopen wij toch.....
—Mijn waarde vriend, viel Sergius hem in de rede, wees overtuigd dat noch het gevaarlijke, noch het vermoeiende der reis mij af zou schrikken. Gaarne zoude ik dat alles met u deelen, maar...
—Maar wat belet u dan samen met ons onzen tocht voort te zetten? vroeg Cornelia.
—Dat zou aardig zijn! voegde Sander er bij.
—Als gij het doet krijgt ge een zoen van mij, riep Napoleona uit.
Jan noch Kayette hadden een woord gezegd, maar het was hun aan te zien dat zij in angstige spanning verkeerden.
—Mijn waarde Cascabel, zeide Sergius na eenige oogenblikken nagedacht te hebben, ik zou met u en uwe vrouw gaarne eens willen praten.
—Wij zijn tot uwen dienst, terstond zoo gij wilt.
—Neen, liever morgen ochtend!
Er werd toen verder niet over gesproken en spoedig gingen allen, benieuwd naar hetgeen er gebeuren zou, naar bed.
Wat was de bedoeling van Sergius met dit gesprek? Was hij besloten verandering in zijne plannen te brengen, of wilde hij alleen aan Cascabel de middelen verschaffen om in gunstiger omstandigheden de reis te doen, door hem opnieuw geld aantebieden?
Kayette en Jan waren het meest in spanning. Zij deden geen van beiden dien nacht een oog toe.
Den daarop volgenden ochtend had het onderhoud plaats. Niet omdat hij de kinderen niet vertrouwde, maar dewijl hij vreesde beluisterd te worden door de inboorlingen en andere bezoekers die af en aan liepen, wenschte Sergius dat Cascabel en zijne vrouw zich met hem op eenigen afstand van den wagen zouden verwijderen. Hetgeen hij hun te zeggen had was van groot belang, en hij wilde het voor anderen zorgvuldig geheim houden.
Zij wandelden dus met hun drieën het strand op, den kant uit van de traankokerij. Onder de hand leidde Sergius het gesprek in.
—Mijne vrienden, zeide hij, luistert goed en denkt rijpelijk na vóór dat gij antwoordt op hetgeen ik u ga voorstellen. Ik heb uwe goedhartigheid op prijs leeren stellen en ondervonden wat gij voor uwe vrienden overhebt. Maar vóór dat gij een gewichtig besluit gaat nemen, moet gij eerst weten wie ik ben.
—Wie gij zijt? vroeg Cascabel. Wel voor den drommel, gij zijt een braaf man, dat is al wat ik noodig heb te weten.
—Nu ja, een braaf man, antwoordde Sergius, maar juist omdat ik dat ben, past het mij niet de ernstige gevaren, die gij in Siberië zult gaan loopen, nog te vermeerderen.
—Waarom zou uwe tegenwoordigheid voor ons een gevaar kunnen opleveren, mijnheer Sergius? vroeg Cornelia.
—Omdat mijn ware naam is: graaf Sergius Narkine en ik een staatkundige banneling ben.
Hij vertelde hen nu in korte bewoordingen zijne geschiedenis.
Graaf Sergius Narkine was uit een vermogend geslacht in het gouvernement Perm gesproten. Bezield met warme belangstelling voor wetenschappelijke en aardrijkskundige onderzoekingen, bracht hij de jaren zijner jeugd grootendeels door met het doen van reizen in alle deelen der wereld.
Die reizen hadden hem een beroemd man kunnen maken, maar ongelukkig bepaalde hij zich niet daartoe. Hij raakte in staatkundige beroeringen verwikkeld en werd in 1857 lid van een geheim genootschap, waar zijne vrienden hem toe overhaalden. Niet lang daarna werden alle leden dezer vereeniging gevangen genomen en met al de gestrengheid, waarvoor de russische regeering berucht is, vervolgd en gestraft. De meesten werden veroordeeld tot levenslange ballingschap in Siberië.
Dit was ook het lot van graaf Sergius Narkine, wien de stad Jakoutsk tot verblijfplaats werd aangewezen. De eenige bloedverwant dien hij verplicht was achter te laten, was zijn vader, prins Wassili Narkine, thans een tachtigjarige grijsaard. Deze bleef op zijne landgoederen te Walska, nabij Perm, verblijf houden.
Na vijf jaren te Jakoutsk gesleten te hebben, gelukte het den veroordeelde naar Okhotsk, aan den zeeboezem van dien naam, te ontkomen. Daar vond hij een schip dat zeilreê lag en hem medenam naar eene haven in Californië. Sedert dien tijd had graaf Sergius Narkine zeven jaren lang in de Vereenigde Staten of in Nieuw-Engeland geleefd, altijd in de nabijheid der grenzen van Alaska, waar hij heen hoopte te gaan zoodra het gewest bij de Vereenigde Staten werd ingelijfd. In het geheim koesterde hij de hoop door Siberië heen naar Europa terug te keeren en dus juist te doen watCascabel ondernomen had. Het is licht te begrijpen met welk eene ontroering hij dus vernam dat dezelfde lieden, wien hij het behoud van zijn leven verschuldigd was, voornemens waren de Behringstraat over en Siberië door te trekken.
Mijn ware naam is: Graaf Sergius Narkine. (Zie bl. 187).Mijn ware naam is: Graaf Sergius Narkine. (Zie bl.187).
Mijn ware naam is: Graaf Sergius Narkine. (Zie bl.187).
Natuurlijk zou hij niets liever gewild hebben dan hen te vergezellen, maar hij zag er tegen op zijne vrienden aan den toorn der onbarmhartige russische regeering bloot te stellen. Wat zouden de gevolgen zijn als het ontdekt werd dat zij een staatkundig veroordeelde weder over de russische grenzen hadden helpen komen? Toch zou hij zijn hoogbejaarden vader zoo gaarne willen terugzien....
—Als ik u was, mijnheer Sergius, ging ik eenvoudig met ons mede, zeide Cornelia hartelijk.
—Maar mijne goede vrienden, als het uitkomt is uwe vrijheid, ja misschien uw leven er mede gemoeid.
—Wat komt dat er op aan, mijnheer Sergius? zeide Cascabel. Van ieder mensch wordt hiernamaals de rekening opgemaakt van hetgeen hij goeds en kwaads in zijn leven gedaan heeft. Dus is het zaak er zooveel mogelijk goede posten op te brengen, om tegen de kwade optewegen!
—Mijn waarde Cascabel, bedenk....
—Bovendien mijnheer Sergius, zal niemand u immers herkennen? Wij zijn bij de hand genoeg, wees daar zeker van en de drommel moge mij halen als wij met ons allen niet in staat zijn de russische politie-speurhonden bij den neus te hebben!
—Evenwel ... drong Sergius weder aan.
—Als het niet anders kan, steekt gij u desnoods in een kunstenmakerspak, wanneer gij ten minste u daar niet voor schaamt....
—Hoe kunt gij zoo iets denken, mijn vriend?
—Wie zal dan ooit op het denkbeeld komen dat er een graaf Narkine in den troep van Cascabel verscholen zit?
—Nu dan, mijne vrienden, ik neem het aan en weest overtuigd dat ik er u dankbaar voor ben....
—Jawel, jawel, viel Cascabel hem in de rede, laat dat maar blijven. Hadt gij er dan aan getwijfeld dat wij iets voor u over zouden hebben? Derhalve, mijnheer de graaf....
—Noem mij niet bij mijnen titel of naam. Voor ieder blijf ik eenvoudig Sergius, zelfs voor de kinderen....
—Ja, het is beter dat zij er niets van weten. Het blijft dus afgesproken, mijnheer Sergius, dat wij u medenemen. Ik mag geen Cesar Cascabel heeten als ik u niet behouden en wel te Perm breng. Gelukte mij dat niet, dan zou ik voor het eerst iets dat ik op mijgenomen heb in den steek laten, en dan was ik voorgoed mijn goeden naam als artist kwijt!
Met welke vreugdekreten Sergius begroet werd toen hij in deSchoone Zwerfsterterugkwam en Jan, Kayette, Sander, Napoleona en Kruidnagel te weten kwamen dat hij met hen naar Europa ging, kan ieder gemakkelijk raden. Daarvan vertellen wij dus niets.
XVI.Vaarwel aan de Nieuwe Wereld.Het kwam er dus nu alleen op aan, het ontworpen plan om naar Europa terugtekeeren uittevoeren.Alles goed beschouwd, stonden de kansen van slagen niet kwaad. Het wisselvallige kunstenmakersleven bracht de Cascabels er nu eenmaal toe dat zij door Rusland moesten trekken en wel door het gouvernement Perm. Wat kon graaf Narkine dus veiliger doen dan zich, indien hij ook daarheen wilde, bij hen aansluiten? Niemand kon immers vermoeden dat de politieke veroordeelde, die indertijd uit Jakoutsk gevlucht was, zich bij eenen kunstenmakerstroep bevond? Werd het geheim niet verraden, dan moest het plan stellig gelukken, en eenmaal te Perm gekomen, kon de graaf, nadat hij zijnen vader teruggezien had, handelen zooals hem het best toescheen. Hij zou Azië dan achter den rug en nergens een spoor van zijn verblijf achtergelaten hebben, zoodat hij naar de omstandigheden te werk zou kunnen gaan.Daar stond wel tegenover dat indien hij, tegen alle waarschijnlijkheid in, op hunnen tocht door Siberië ontdekt werd, zulks zeer ernstige gevolgen hebben kon, niet alleen voor hem maar ook voor degenen die hem vergezelden. Hierover verkozen echter Cascabel en zijne vrouw zich niet ongerust te maken, en zeker is het dat indien zij hunne kinderen hadden kunnen raadplegen, deze het volkomen met hen eens geweest zouden zijn. Maar het was zaak het geheim van graaf Narkine zorgvuldig te bewaren. Niemandmocht dus iets anders vermoeden dan dat hun reisgenoot eenvoudig Sergius heette.Wel nam graaf Narkine zich stellig voor om later de edelmoedige toewijding dezer brave lieden naar verdienste te beloonen, maar Cascabel rekende op geene andere belooning dan dat hij zijnen vriend eenen dienst mocht bewijzen en tegelijkertijd de russische politie eene kool stoven.Ongelukkig was er iets dat zij geen van beiden konden vermoeden, namelijk dat hun voornemen van den aanvang af gevaar liep te mislukken. Zoodra zij de zeeëngte over zouden zijn, hadden zij groote kans terstond door de russische politie in Siberië te worden aangehouden.Men moet weten dat den dag nadat hunne afspraak gemaakt was, twee mannen op eene afgelegene plek aan de haven, waar niemand hen beluisteren kon, in druk gesprek heen en weer liepen.Dat waren de twee politiebeambten van wie wij reeds gesproken hebben, wier aandacht door de aanwezigheid van Sergius onder de passagiers van deSchoone Zwerfsterzoo bijzonder getrokken was.Gedurende een aantal jaren te Sitka geplaatst en belast met de staatkundige politie in het gouvernement Alaska, was het hunne taak geweest, zooals onze lezers zich herinneren zullen, bijzonder het oog te houden op het doen en laten der vluchtelingen die zich op de grens van Columbia ophielden, den gouverneur daarvan te onderrichten en allen die het waagden op russisch grondgebied te komen, te doen aanhouden. Wat nu het geval bedenkelijk maakte, was dat zij graaf Narkine wel niet persoonlijk kenden, maar toch in het bezit van zijn signalement waren, dat overal was heengezonden toen hij uit de vesting Jakoutsk gevlucht was. Zoodra de troep van Cascabel te Port-Clarence aankwam, viel het hun bijzonder op dat zij eenen rus bij zich hadden die noch de manieren noch het uiterlijk van eenen kunstenmaker had. Hoe kwam het dat deze zich bij een gezelschap bevond, dat zulk een wonderlijken weg gebruikte om van Sacramento naar Europa terug te keeren?Zoodra hunne achterdocht eenmaal gewekt was, gingen zij op den loer liggen en aan ’t afluisteren, maar zoo voorzichtig dat niemand het bemerkte. Zij vergeleken het signalement van graaf Narkine met Sergius en kregen zoodoende spoedig zekerheid dat hij het was.—Het is niemand anders dan graaf Narkine, zeide de een. Stellig heeft hij al eene poos op de grens van Alaska gezworven in afwachting dat het land ingelijfd zou worden; toen heeft hij zekerdien koorddanserstroep ontmoet die hem waarschijnlijk den een of anderen dienst heeft bewezen, en zoo komt het dat hij nu met hen naar Siberië wil oversteken.Dit alles was juist zooals zij dachten. Wel was Sergius aanvankelijk niet voornemens geweest verder te gaan dan Port-Clarence, maar het verwonderde de agenten volstrekt niet toen zij te weten kwamen dat hij het plan had opgevat met deSchoone Zwerfsternaar den overkant te gaan.—Dat is een buitenkansje voor ons, zeide de eene agent. Ware de graaf hier op amerikaanschen bodem gebleven, dan hadden wij het recht niet gehad hem aan te houden.—Daarentegen, antwoordde de eerste, is hij over de russische grens zoodra hij aan de overzijde der Behringstraat komt. Daar zal hij ons niet ontsnappen, want wij zullen hem behoorlijk opwachten!—Met zulk eene vangst kunnen wij eer inleggen en goed wat verdienen, hernam de ander. Het is een mooi ding om mee te beginnen. Maar hoe leggen wij het aan?—Eenvoudig genoeg. De Cascabels zullen wel spoedig vertrekken en zeker langs den kortsten weg, dat is recht naar Numana aan den overkant. Wij hebben dus slechts te zorgen dat wij tegelijk of even vóór hen daar zijn, en dan kunnen wij graaf Narkine terstond te pakken krijgen.—Het lijkt mij nog beter toe als wij eenigen tijd vóór hen te Numana kunnen wezen en de politie daar van het geval onderrichten, zoodat die ons zoo noodig helpen kan.—Als dat mogelijk is zullen wij het zeker doen, was het antwoord. De Cascabels moeten in elk geval wachten tot het ijs zoo sterk is dat zij er met hunnen wagen over kunnen, maar wij kunnen heel gemakkelijk vroeger gaan. Wij moeten dus voorloopig hier te Port-Clarence blijven en graaf Narkine in het oog houden zonder dat hij er iets van merken mag, want misschien begrijpt hij wel dat hij op zijne hoede moet zijn tegenover de russische ambtenaren die uit Alaska terugkeeren, maar hij moet niet kunnen vermoeden dat wij weten wie hij is. Hij moet dus zonder achterdocht van hier gaan, wij zullen hem te Numana aanhouden en dan brengen wij hem onder goed geleide naar Jakoutsk of naar Petropavlovk.—Maar als die kunstenmakers zich daar eens tegen verzetten, bracht de andere politieman in het midden.—Dan zullen zij ondervinden wat het zeggen wil, dat zij een politieken banneling in Rusland helpen terugkeeren!Aan de overzijde is hij over de russische grens. (Zie bl. 192)Aan de overzijde is hij over de russische grens. (Zie bl.192)Dit plan, zoo eenvoudig als het was, had alle kans van slagen,want graaf Narkine kon niet weten dat iemand hem herkend had en de Cascabels vermoedden niet dat er bijzonder op hen gelet werd. De reis, die onder zulke goede vooruitzichten ondernomen scheen te worden, kon dus heel slecht voor Sergius en zijne vrienden afloopen.Terwijl er achter hunnen rug zulke booze plannen tegen hen gesmeed werden, verheugden zij zich in het vooruitzicht van niet van elkander gescheiden te zullen worden en gezamenlijk naar Rusland te mogen trekken. Vooral Jan en Kayette waren in de wolken van blijdschap.De twee agenten hadden het geheim, waar zij achter gekomen waren, zorgvuldig voor zich gehouden, en niemand te Port Clarence koesterde het minste vermoeden dat er onder de passagiers van deSchoone Zwerfsterzulk een gewichtig persoon zich bevond als graaf Sergius Narkine.Intusschen was de dag van vertrek nog niet vast bepaald kunnen worden. Met ongeduld sloegen zij de wisselvallige aanwijzingen van den thermometer gade. Het was zooals Cascabel zeide: nog nooit hadden zij zoo vurig gewenscht dat het zou gaan vriezen dat het kraakte.Het was voor hen hoogst wenschelijk dat zij aan den overkant kwamen vóór dat de winter in zijne volle strengheid ingetreden zou zijn. Dit kon eerst het geval wezen in de eerste weken van November en deSchoone Zwerfsterzou dus den tijd hebben om in het zuidelijke gedeelte van Siberië te komen, waar zij op de eene of andere bewoonde plaats het gunstige jaargetijde konden afwachten om den tocht in de richting van het Oeralgebergte te ondernemen.Als het niet tegenliep konden zij met hun tweespan, Vermout en Gladiator, zonder al te groote inspanning, de Siberische steppen doorkomen, en kon de karavaan bij tijds te Perm wezen om aan de kermis aldaar, in Juli van het volgende jaar, te kunnen deelnemen.Maar nog altijd bleven de ijsschotsen, voortgejaagd door den warmen stroom uit den Stillen Oceaan, naar het Noorden voorbijdrijven. Nog altijd hielden zij het gezicht op bewegelijke ijsklompen die zich maar niet verkozen vast te zetten tot een onbewegelijk en stevig ijsveld.Den 13denOctober was het echter alsof het drijfijs langzamer voorbij begon te trekken. Waarschijnlijk had het zich in het Noorden ergens vastgezet, zoodat de stroom daar gestuit werd. Aan den gezichteinder vertoonde zich eene doorloopende reeks witte bergspitsen, een bewijs dat de Poolzee reeds in eene ijsvlakte herschapen was. Ook liet zich in de lucht de heldergrauwe weerschijn eener onafzienbareijsmassa zien. Het kon nu niet lang meer duren of de geheele zeeëngte zou toevriezen.Van tijd tot tijd raadpleegden Sergius en Jan de visschers tePort-Clarence. Zij beiden hadden reeds meer dan eens gedacht dat de overtocht wel te doen was, maar de ervaren zeelieden raadden het hun af.—Overhaast u niet, waarschuwden zij, en wacht totdat de vorst haar werk gedaan heeft. Het heeft nog niet hard genoeg gevroren om een goed ijsveld te maken. En al lag alles ook toe aan dezen kant van de kust, dan volgt daar nog niet uit dat hetzelfde het geval zal wezen aan de overzijde, vooral niet in den omtrek van het eilandje Diomedes.Dit was een verstandige raad.—Het is toch dit jaar geen vroege winter, zeide Sergius tegen een der oudste visschers.—Ja, het is later dan gewoonlijk, antwoordde deze. Dat is eene reden te meer om u niet op het ijs te wagen vóór dat gij zekerheid hebt dat het sterk genoeg is. Ook moet gij in aanmerking nemen dat uw reiswagen zwaarder weegt dan een voetganger en dus dikker ijs noodig heeft. Wacht eerst tot er een goed pak sneeuw gevallen is, waardoor de oneffenheden tusschen de ijsschotsen opgevuld zullen worden. Dan kunt gij er over rijden alsof het een straatweg is en zult gij spoedig den tijd, dien gij hier wachtende doorbrengt, ingehaald hebben zonder dat gij gevaar loopt midden in de straat te blijven steken.Deze raad van lieden die met de ervaring vertrouwd waren, mocht niet in den wind geslagen worden en Sergius deed dan ook al wat hij kon om Cascabel, die het ongeduldigst van den troep was, geduld te doen oefenen. Het verkeerdste wat zij doen konden, was door eene onbedachtzame handeling hunne veiligheid in de waagschaal te stellen en hunne reis te doen mislukken.—Houd u een weinig bedaard, vermaande hij. DeSchoone Zwerfsteris geene boot; als zij in eene scheur in het ijs blijft steken, zinkt zij als een steen. Het zou eene al te mooie reclame voor den troep van Cascabel zijn, als hij met heel zijn toebehooren in de diepte van de Behringstraat verdween.—Toch zou het onzen naam vereeuwigen! antwoordde de roemzuchtige Cesar.Cornelia kwam echter spoedig tusschenbeide en verklaarde dat zij niet op roekelooze ondernemingen gesteld was.—Ik wil haast maken, mijnheer Sergius, maar meest om uwentwil, zeide Cascabel.—Dat is goed en wel, antwoordde de graaf, maar ik wil geen onbedachtzame haast, en wel om uwentwil.Allen waren ongeduldig, maar Jan en Kayette vonden niet dat de dagen lang duurden. Jan gaf haar geregeld les en zij maakte daar zoo goed gebruik van dat zij reeds vlot Fransch sprak en alles in die taal verstond. Zij beiden hadden van het begin af geen moeite gehad om elkander te begrijpen. Bovendien voelde Kayette zich gelukkig in den schoot van het gezin en gestreeld door de zorgvuldigheid, waarmede Jan op al hare wenschen lette. Cascabel en zijne vrouw hadden met blindheid geslagen moeten zijn indien zij niet opgemerkt hadden wat er tusschen hunnen zoon en het Indiaansche meisje gaande was, en zij begonnen er zich eenigszins ongerust over te maken. Zij alleen wisten wie Sergius eigenlijk was en dus welke toekomst Kayette wachtte. Zij was nu geen verlaten kind van een inlandschen stam, die te Sitka eene plaats als dienstbode wilde gaan zoeken, maar zij was de aangenomen dochter van graaf Narkine. Indien Jan het oog op haar vallen liet, kon daar niets dan teleurstelling voor hem op volgen.—Wat gaat het ons echter aan? zeide Cascabel. Mijnheer Sergius ziet alles wat er voorvalt; hij is schrander genoeg om te begrijpen wat het geval is. Indien hij er dus niets van zegt, Cornelia, kunnen wij gerust zwijgen.Op eenen avond vroeg Jan:—Doet het u pleizier, Kayette, om naar Europa te gaan?—Naar Europa? Zeker, maar ik zou het nog pleizieriger vinden om naar Frankrijk te gaan.—Daar hebt ge wel gelijk in, want het is een mooi en een goed land. Mocht het ooit uw vaderland worden, zou het er u stellig goed bevallen.—Het zal mij overal bevallen, Jan, waar uwe familie is en ik wensch niets liever dan u allen nooit te verlaten.—Dat is lief van u, Kayette.—Is Frankrijk heel ver hier van daan?—Alles is ver, Kayette, als iemand haast heeft om er te komen. Maar wij zullen er wel komen,..... vroeger misschien dan ons lief is.....—Hoe zoo, Jan?—Omdat gij met mijnheer Sergius in Rusland achterblijft. Al blijven wij voor het oogenblik nog bij elkaar, daar ginds zullen wij toch afscheid moeten nemen. Mijnheer Sergius zal u bij zich houden, Kayettelief, hij zal eene jonge dame van u willen maken en ons zult gij nimmer terugzien.—Hoe kunt gij dat weten, Jan? Mijnheer Sergius is een goed mensch en zeker niet ondankbaar. Niet ik heb zijn leven gered, maar gij met de anderen, want wanneer ik het geluk niet gehad had u te ontmoeten, wat had ik dan voor hem kunnen doen? Dat hij dus leeft, dankt hij uwe moeder en u allen. Denkt gij dat mijnheer Sergius dat ooit zal vergeten? Wat voor reden hebt gij om te gelooven dat wij niet alleen gescheiden zullen worden, maar voor altoos?—Ik wilde wel dat ik het niet behoefde te gelooven, Kayettelief, antwoordde Jan die zijne ontroering niet meer meester was. Maar ik ben er bang voor! Zie Kayette, als ik u niet meer zien mocht, weet ik niet wat er van mij worden zou! Maar ik zou u niet alleen willen zien.... Waarom zou ons gezin de plaats niet kunnen innemen van uwe bloedverwanten die gij verloren hebt? Vader en moeder houden zooveel van u....—Zij kunnen niet meer van mij houden, Jan, dan ik van hen houd.—En mijn broer en mijn zusje ook! Ik zou zoo graag willen dat zij u als eene zuster mochten beschouwen....—Zij zijn het reeds Jan. Maar hoe is het met u zelf?—Ik, Kayettelief? Zeker wil ik uw broeder zijn, maar een die veel meer, veel inniger van u houdt.....Jan bleef in zijne woorden steken. Hij had de hand van Kayette gevat en drukte die teeder. Toen stond hij plotseling op, als vond hij het beter niets meer te zeggen. Kayette voelde haar hart kloppen van eene ontroering waar zij zich geen rekenschap van wist te geven. Een traan blonk in haar oog.Den 15denOctober kwamen de visscherlieden en zeelui te Port-Clarence Sergius waarschuwen dat de karavaan zich gereed kon maken tot het vertrek. Sedert eenige dagen was het veel kouder geworden en het kwik in den thermometer bleef thans gemiddeld beneden de tien graden onder het vriespunt van de honderddeelige schaal. Het ijsveld lag onbewegelijk zoo ver men zien kon. Het eigenaardige kraken, dat vernomen wordt zoo lang de geheele massa nog niet volkomen één geworden is, liet zich niet meer hooren.Jan had de hand van Kayette gevat. (Zie bl. 198.)Jan had de hand van Kayette gevat. (Zie bl.198.)Waarschijnlijk zou het nu niet lang meer duren of van den overkant zouden er inboorlingen uit Siberië aankomen. Dezen trekken in den winter de zeeëngte somtijds over en drijven op die manier een kleinen handel tusschen Numana en Port-Clarence, welke plaatsen dientengevolge een vrij levendig verkeer met elkander hebben. Niet zelden komen er sleden, met honden of rendieren bespannen, van het eene werelddeel naar het andere. De twintig mijlenafstands tusschen de twee dichtst bij elkander gelegen punten van de kust aan weerszijden der Behringstraat leggen zij in twee of drie dagen af. Dit is dus een door de natuur gelegde weg, welke langer dan zes maanden des jaars open blijft, van het begin van den winter tot het aanbreken van den zomer. Maar het is niet raadzaam den overtocht te vroeg of te laat in het seizoen te ondernemen, want indien de ijsvlakte op de eene of andere plaats plotseling los raakte, zouden de reizigers gevaar loopen ellendig om te komen.Teneinde behoorlijk uitgerust te zijn voor eene reis door de onbewoonde streken van Siberië tot aan de eene of andere plaats waar deSchoone Zwerfsterkon overwinteren, had Sergius te Port-Clarence verschillende voorwerpen doen aanschaffen die in de felle koude te pas konden komen. Daartoe behoorden ook eenige paren sneeuwschoenen, die de inboorlingen bij wijze van schaatsen aan hunne voeten bevestigen en met behulp waarvan zij in korten tijd groote afstanden over het ijs en de sneeuw afleggen. Onnoodig te zeggen dat onze kunstenmakers niet veel tijd noodig hadden om daarmede te leeren omgaan. Na eenige dagen oefenens op de toegevroren waterplassen langs de kust, hadden Jan en Sander met de vlugste sneeuwschoenen-loopers eenen wedloop kunnen houden.Ook had Sergius den voorraad pelsjassen en ander bont, dien zij in het fort Youkon aangekocht hadden, nog aanmerkelijk uitgebreid. Zij moesten niet alleen goed tegen de koude gewapend zijn wat hun lichaam betreft, maar deSchoone Zwerfstermoest van binnen geheel met bont bekleed worden. Alle slaapplaatsen werden van bonten dekens voorzien, de deuren en vensters werden met strooken bont dicht gemaakt en de vloeren er mede belegd, teneinde de kachelwarmte zooveel mogelijk binnen de vertrekjes te houden. Het plan van Cascabel was echter, zooals wij reeds opgemerkt hebben en ook zeer noodzakelijk was, eerst de zeeëngte over te trekken en vervolgens de strengste wintermaanden te gaan doorbrengen in eene der vele bewoonde plaatsen welke men meer in het Zuiden van Siberië aantreft.Het vertrek werd eindelijk bepaald op den 21stenOctober. Nadat er gedurende twee etmalen een zware mist gehangen had, was deze in sneeuw overgegaan die in weinige uren de uitgestrekte ijsvlakte in een sneeuwveld herschiep. Te Port-Clarence verzekerden de visschers dat het ijs nu van den eenen tot den ander oever ontwijfelbaar vast en dik genoeg moest wezen.Zij kregen daarvan spoedig zekerheid toen er eenige kooplieden uit het tegenoverliggende zeestadje Numana aankwamen, die bevestigdendat de overtocht zonder eenige moeite of hindernis te doen was.Den 19denhad Sergius ook reeds vernomen dat twee van de russische ambtenaren, die zich te Port-Clarence bevonden, niet langer hadden verkozen te wachten en reeds naar de Siberische kust waren overgestoken. Dien morgen waren zij op weg gegaan, met het plan op het eilandje Diomedes eene poos te rusten en den tweeden dag daarna te Numana aan te komen.Toen Cascabel dit hoorde, verwonderde het hem zeer.—Die twee lui, zeide hij, schijnen nog meer haast dan wij gehad te hebben! Wat drommel, waarom hebben zij niet op ons gewacht? Het ware wel zoo gezellig geweest samen te reizen.Bij nader inzien kwam hij echter tot de slotsom dat de twee russen zeker bang geweest waren onder weg vertraging te ondervinden, want deSchoone Zwerfsterkon niet dan langzaam op het sneeuwveld vooruit komen.Vermout en Gladiator waren voor den rit over het ijs van gescherpte hoeven voorzien. Dit nam echter niet weg dat de zware reiswagen noodzakelijk, met inbegrip van den verplichten rusttijd op het eiland Diomedes, verscheidene dagen over den tocht van den eenen oever naar den anderen werk moest hebben.Onze lezers kunnen licht vermoeden waarom de twee russische politieagenten er op gesteld waren vroeger aan te komen. Zij wilden alle maatregelen nemen om graafNarkinedadelijk bij zijne komst te kunnen aanhouden.Met het aanbreken van den dag was er afgesproken dat onze karavaan vertrekken zou. De weinige uren van den dag, waarin de zon nog licht verspreidde, moesten benuttigd worden. Nog zes weken en het tijdstip van zonnestilstand, de 21steDecember, was daar. Van dien dag af zou de lange nacht, die de Poollanden maanden achtereen in duisternis hult, eenen aanvang nemen.Den dag vóór hun vertrek bood Cascabel met zijne vrouw aan de ingezetenen van Port-Clarence, de ambtenaren en visschers, alsmede aan eenige Eskimo-gezinnen van welke onze reizigers vriendelijkheid genoten hadden, eene theepartij aan in eene voor dit feest ingerichte loods. Het was een vroolijke partij en Kruidnagel gaf eenige van zijne grappigste liedjes ten beste. Cornelia had eene kom met gloeiende punch gereed gemaakt, waarin zij met de suiker zuinig, maar met den rum en den brandewijn mild geweest was. De gasten hadden zich daaraan zooveel te meer te goed gedaan, dewijl zij wisten, als het feest afgeloopen en het uur van naar huis gaan geslagen was, in eene felle koude te zullen komen. Het was een van die winternachtenwaarin het is alsof de koude uit de hoogste streken van den ijzigen hemel komt nederdalen.Nog een paar minuten en de sneeuwlaag kraakte onder de wielen. (Bl. 203.)Nog een paar minuten en de sneeuwlaag kraakte onder de wielen. (Bl.203.)De amerikanen stelden eenen feestdronk in op de franschen en de franschen deden hetzelfde op de amerikanen. Daarna namen zij afscheid van elkander met tal van hartelijke handdrukken, die bewezen dat de Cascabels bij de lieden te Port-Clarence in een goed blaadje stonden.Te acht uur van den volgenden ochtend werden de beide paarden voor den wagen gespannen. John Bull, de aap, zat reeds in het dekkleed, tot boven zijn neus in het bont bedolven. Wagram en Marengo, de honden, sprongen vroolijk in het rond. Binnen deSchoone Zwerfster, die zorgvuldig gesloten was, waren Cornelia, Napoleona en Kayette aan hare gewone huiselijke bezigheden, zooals den wagen schoonmaken, den pot koken, het vuur aanhouden enz. Sergius en Cascabel, Jan, Sander en Kruidnagel liepen vooruit of leidden de paarden bij den teugel, teneinde voor alles wat er gebeuren mocht bij de hand te zijn en de moeilijkste plekken zooveel mogelijk te vermijden.Eindelijk werd het teeken om te vertrekken gegeven. Op hetzelfde oogenblik weerklonk er een hoera, dat de ingezetenen van Port-Clarence hen ten afscheid nazonden.Nog een paar minuten en de harde sneeuwlaag die het gladde ijsveld overdekte, kraakte onder de wielen van deSchoone Zwerfster.Sergius en de familie Cascabel hadden het vasteland van Amerika voorgoed achter zich.Reis van Cesar CascabelReis van Cesar Cascabel1stekaart.
Het kwam er dus nu alleen op aan, het ontworpen plan om naar Europa terugtekeeren uittevoeren.
Alles goed beschouwd, stonden de kansen van slagen niet kwaad. Het wisselvallige kunstenmakersleven bracht de Cascabels er nu eenmaal toe dat zij door Rusland moesten trekken en wel door het gouvernement Perm. Wat kon graaf Narkine dus veiliger doen dan zich, indien hij ook daarheen wilde, bij hen aansluiten? Niemand kon immers vermoeden dat de politieke veroordeelde, die indertijd uit Jakoutsk gevlucht was, zich bij eenen kunstenmakerstroep bevond? Werd het geheim niet verraden, dan moest het plan stellig gelukken, en eenmaal te Perm gekomen, kon de graaf, nadat hij zijnen vader teruggezien had, handelen zooals hem het best toescheen. Hij zou Azië dan achter den rug en nergens een spoor van zijn verblijf achtergelaten hebben, zoodat hij naar de omstandigheden te werk zou kunnen gaan.
Daar stond wel tegenover dat indien hij, tegen alle waarschijnlijkheid in, op hunnen tocht door Siberië ontdekt werd, zulks zeer ernstige gevolgen hebben kon, niet alleen voor hem maar ook voor degenen die hem vergezelden. Hierover verkozen echter Cascabel en zijne vrouw zich niet ongerust te maken, en zeker is het dat indien zij hunne kinderen hadden kunnen raadplegen, deze het volkomen met hen eens geweest zouden zijn. Maar het was zaak het geheim van graaf Narkine zorgvuldig te bewaren. Niemandmocht dus iets anders vermoeden dan dat hun reisgenoot eenvoudig Sergius heette.
Wel nam graaf Narkine zich stellig voor om later de edelmoedige toewijding dezer brave lieden naar verdienste te beloonen, maar Cascabel rekende op geene andere belooning dan dat hij zijnen vriend eenen dienst mocht bewijzen en tegelijkertijd de russische politie eene kool stoven.
Ongelukkig was er iets dat zij geen van beiden konden vermoeden, namelijk dat hun voornemen van den aanvang af gevaar liep te mislukken. Zoodra zij de zeeëngte over zouden zijn, hadden zij groote kans terstond door de russische politie in Siberië te worden aangehouden.
Men moet weten dat den dag nadat hunne afspraak gemaakt was, twee mannen op eene afgelegene plek aan de haven, waar niemand hen beluisteren kon, in druk gesprek heen en weer liepen.
Dat waren de twee politiebeambten van wie wij reeds gesproken hebben, wier aandacht door de aanwezigheid van Sergius onder de passagiers van deSchoone Zwerfsterzoo bijzonder getrokken was.
Gedurende een aantal jaren te Sitka geplaatst en belast met de staatkundige politie in het gouvernement Alaska, was het hunne taak geweest, zooals onze lezers zich herinneren zullen, bijzonder het oog te houden op het doen en laten der vluchtelingen die zich op de grens van Columbia ophielden, den gouverneur daarvan te onderrichten en allen die het waagden op russisch grondgebied te komen, te doen aanhouden. Wat nu het geval bedenkelijk maakte, was dat zij graaf Narkine wel niet persoonlijk kenden, maar toch in het bezit van zijn signalement waren, dat overal was heengezonden toen hij uit de vesting Jakoutsk gevlucht was. Zoodra de troep van Cascabel te Port-Clarence aankwam, viel het hun bijzonder op dat zij eenen rus bij zich hadden die noch de manieren noch het uiterlijk van eenen kunstenmaker had. Hoe kwam het dat deze zich bij een gezelschap bevond, dat zulk een wonderlijken weg gebruikte om van Sacramento naar Europa terug te keeren?
Zoodra hunne achterdocht eenmaal gewekt was, gingen zij op den loer liggen en aan ’t afluisteren, maar zoo voorzichtig dat niemand het bemerkte. Zij vergeleken het signalement van graaf Narkine met Sergius en kregen zoodoende spoedig zekerheid dat hij het was.
—Het is niemand anders dan graaf Narkine, zeide de een. Stellig heeft hij al eene poos op de grens van Alaska gezworven in afwachting dat het land ingelijfd zou worden; toen heeft hij zekerdien koorddanserstroep ontmoet die hem waarschijnlijk den een of anderen dienst heeft bewezen, en zoo komt het dat hij nu met hen naar Siberië wil oversteken.
Dit alles was juist zooals zij dachten. Wel was Sergius aanvankelijk niet voornemens geweest verder te gaan dan Port-Clarence, maar het verwonderde de agenten volstrekt niet toen zij te weten kwamen dat hij het plan had opgevat met deSchoone Zwerfsternaar den overkant te gaan.
—Dat is een buitenkansje voor ons, zeide de eene agent. Ware de graaf hier op amerikaanschen bodem gebleven, dan hadden wij het recht niet gehad hem aan te houden.
—Daarentegen, antwoordde de eerste, is hij over de russische grens zoodra hij aan de overzijde der Behringstraat komt. Daar zal hij ons niet ontsnappen, want wij zullen hem behoorlijk opwachten!
—Met zulk eene vangst kunnen wij eer inleggen en goed wat verdienen, hernam de ander. Het is een mooi ding om mee te beginnen. Maar hoe leggen wij het aan?
—Eenvoudig genoeg. De Cascabels zullen wel spoedig vertrekken en zeker langs den kortsten weg, dat is recht naar Numana aan den overkant. Wij hebben dus slechts te zorgen dat wij tegelijk of even vóór hen daar zijn, en dan kunnen wij graaf Narkine terstond te pakken krijgen.
—Het lijkt mij nog beter toe als wij eenigen tijd vóór hen te Numana kunnen wezen en de politie daar van het geval onderrichten, zoodat die ons zoo noodig helpen kan.
—Als dat mogelijk is zullen wij het zeker doen, was het antwoord. De Cascabels moeten in elk geval wachten tot het ijs zoo sterk is dat zij er met hunnen wagen over kunnen, maar wij kunnen heel gemakkelijk vroeger gaan. Wij moeten dus voorloopig hier te Port-Clarence blijven en graaf Narkine in het oog houden zonder dat hij er iets van merken mag, want misschien begrijpt hij wel dat hij op zijne hoede moet zijn tegenover de russische ambtenaren die uit Alaska terugkeeren, maar hij moet niet kunnen vermoeden dat wij weten wie hij is. Hij moet dus zonder achterdocht van hier gaan, wij zullen hem te Numana aanhouden en dan brengen wij hem onder goed geleide naar Jakoutsk of naar Petropavlovk.
—Maar als die kunstenmakers zich daar eens tegen verzetten, bracht de andere politieman in het midden.
—Dan zullen zij ondervinden wat het zeggen wil, dat zij een politieken banneling in Rusland helpen terugkeeren!
Aan de overzijde is hij over de russische grens. (Zie bl. 192)Aan de overzijde is hij over de russische grens. (Zie bl.192)
Aan de overzijde is hij over de russische grens. (Zie bl.192)
Dit plan, zoo eenvoudig als het was, had alle kans van slagen,want graaf Narkine kon niet weten dat iemand hem herkend had en de Cascabels vermoedden niet dat er bijzonder op hen gelet werd. De reis, die onder zulke goede vooruitzichten ondernomen scheen te worden, kon dus heel slecht voor Sergius en zijne vrienden afloopen.
Terwijl er achter hunnen rug zulke booze plannen tegen hen gesmeed werden, verheugden zij zich in het vooruitzicht van niet van elkander gescheiden te zullen worden en gezamenlijk naar Rusland te mogen trekken. Vooral Jan en Kayette waren in de wolken van blijdschap.
De twee agenten hadden het geheim, waar zij achter gekomen waren, zorgvuldig voor zich gehouden, en niemand te Port Clarence koesterde het minste vermoeden dat er onder de passagiers van deSchoone Zwerfsterzulk een gewichtig persoon zich bevond als graaf Sergius Narkine.
Intusschen was de dag van vertrek nog niet vast bepaald kunnen worden. Met ongeduld sloegen zij de wisselvallige aanwijzingen van den thermometer gade. Het was zooals Cascabel zeide: nog nooit hadden zij zoo vurig gewenscht dat het zou gaan vriezen dat het kraakte.
Het was voor hen hoogst wenschelijk dat zij aan den overkant kwamen vóór dat de winter in zijne volle strengheid ingetreden zou zijn. Dit kon eerst het geval wezen in de eerste weken van November en deSchoone Zwerfsterzou dus den tijd hebben om in het zuidelijke gedeelte van Siberië te komen, waar zij op de eene of andere bewoonde plaats het gunstige jaargetijde konden afwachten om den tocht in de richting van het Oeralgebergte te ondernemen.
Als het niet tegenliep konden zij met hun tweespan, Vermout en Gladiator, zonder al te groote inspanning, de Siberische steppen doorkomen, en kon de karavaan bij tijds te Perm wezen om aan de kermis aldaar, in Juli van het volgende jaar, te kunnen deelnemen.
Maar nog altijd bleven de ijsschotsen, voortgejaagd door den warmen stroom uit den Stillen Oceaan, naar het Noorden voorbijdrijven. Nog altijd hielden zij het gezicht op bewegelijke ijsklompen die zich maar niet verkozen vast te zetten tot een onbewegelijk en stevig ijsveld.
Den 13denOctober was het echter alsof het drijfijs langzamer voorbij begon te trekken. Waarschijnlijk had het zich in het Noorden ergens vastgezet, zoodat de stroom daar gestuit werd. Aan den gezichteinder vertoonde zich eene doorloopende reeks witte bergspitsen, een bewijs dat de Poolzee reeds in eene ijsvlakte herschapen was. Ook liet zich in de lucht de heldergrauwe weerschijn eener onafzienbareijsmassa zien. Het kon nu niet lang meer duren of de geheele zeeëngte zou toevriezen.
Van tijd tot tijd raadpleegden Sergius en Jan de visschers tePort-Clarence. Zij beiden hadden reeds meer dan eens gedacht dat de overtocht wel te doen was, maar de ervaren zeelieden raadden het hun af.
—Overhaast u niet, waarschuwden zij, en wacht totdat de vorst haar werk gedaan heeft. Het heeft nog niet hard genoeg gevroren om een goed ijsveld te maken. En al lag alles ook toe aan dezen kant van de kust, dan volgt daar nog niet uit dat hetzelfde het geval zal wezen aan de overzijde, vooral niet in den omtrek van het eilandje Diomedes.
Dit was een verstandige raad.
—Het is toch dit jaar geen vroege winter, zeide Sergius tegen een der oudste visschers.
—Ja, het is later dan gewoonlijk, antwoordde deze. Dat is eene reden te meer om u niet op het ijs te wagen vóór dat gij zekerheid hebt dat het sterk genoeg is. Ook moet gij in aanmerking nemen dat uw reiswagen zwaarder weegt dan een voetganger en dus dikker ijs noodig heeft. Wacht eerst tot er een goed pak sneeuw gevallen is, waardoor de oneffenheden tusschen de ijsschotsen opgevuld zullen worden. Dan kunt gij er over rijden alsof het een straatweg is en zult gij spoedig den tijd, dien gij hier wachtende doorbrengt, ingehaald hebben zonder dat gij gevaar loopt midden in de straat te blijven steken.
Deze raad van lieden die met de ervaring vertrouwd waren, mocht niet in den wind geslagen worden en Sergius deed dan ook al wat hij kon om Cascabel, die het ongeduldigst van den troep was, geduld te doen oefenen. Het verkeerdste wat zij doen konden, was door eene onbedachtzame handeling hunne veiligheid in de waagschaal te stellen en hunne reis te doen mislukken.
—Houd u een weinig bedaard, vermaande hij. DeSchoone Zwerfsteris geene boot; als zij in eene scheur in het ijs blijft steken, zinkt zij als een steen. Het zou eene al te mooie reclame voor den troep van Cascabel zijn, als hij met heel zijn toebehooren in de diepte van de Behringstraat verdween.
—Toch zou het onzen naam vereeuwigen! antwoordde de roemzuchtige Cesar.
Cornelia kwam echter spoedig tusschenbeide en verklaarde dat zij niet op roekelooze ondernemingen gesteld was.
—Ik wil haast maken, mijnheer Sergius, maar meest om uwentwil, zeide Cascabel.
—Dat is goed en wel, antwoordde de graaf, maar ik wil geen onbedachtzame haast, en wel om uwentwil.
Allen waren ongeduldig, maar Jan en Kayette vonden niet dat de dagen lang duurden. Jan gaf haar geregeld les en zij maakte daar zoo goed gebruik van dat zij reeds vlot Fransch sprak en alles in die taal verstond. Zij beiden hadden van het begin af geen moeite gehad om elkander te begrijpen. Bovendien voelde Kayette zich gelukkig in den schoot van het gezin en gestreeld door de zorgvuldigheid, waarmede Jan op al hare wenschen lette. Cascabel en zijne vrouw hadden met blindheid geslagen moeten zijn indien zij niet opgemerkt hadden wat er tusschen hunnen zoon en het Indiaansche meisje gaande was, en zij begonnen er zich eenigszins ongerust over te maken. Zij alleen wisten wie Sergius eigenlijk was en dus welke toekomst Kayette wachtte. Zij was nu geen verlaten kind van een inlandschen stam, die te Sitka eene plaats als dienstbode wilde gaan zoeken, maar zij was de aangenomen dochter van graaf Narkine. Indien Jan het oog op haar vallen liet, kon daar niets dan teleurstelling voor hem op volgen.
—Wat gaat het ons echter aan? zeide Cascabel. Mijnheer Sergius ziet alles wat er voorvalt; hij is schrander genoeg om te begrijpen wat het geval is. Indien hij er dus niets van zegt, Cornelia, kunnen wij gerust zwijgen.
Op eenen avond vroeg Jan:
—Doet het u pleizier, Kayette, om naar Europa te gaan?
—Naar Europa? Zeker, maar ik zou het nog pleizieriger vinden om naar Frankrijk te gaan.
—Daar hebt ge wel gelijk in, want het is een mooi en een goed land. Mocht het ooit uw vaderland worden, zou het er u stellig goed bevallen.
—Het zal mij overal bevallen, Jan, waar uwe familie is en ik wensch niets liever dan u allen nooit te verlaten.
—Dat is lief van u, Kayette.
—Is Frankrijk heel ver hier van daan?
—Alles is ver, Kayette, als iemand haast heeft om er te komen. Maar wij zullen er wel komen,..... vroeger misschien dan ons lief is.....
—Hoe zoo, Jan?
—Omdat gij met mijnheer Sergius in Rusland achterblijft. Al blijven wij voor het oogenblik nog bij elkaar, daar ginds zullen wij toch afscheid moeten nemen. Mijnheer Sergius zal u bij zich houden, Kayettelief, hij zal eene jonge dame van u willen maken en ons zult gij nimmer terugzien.
—Hoe kunt gij dat weten, Jan? Mijnheer Sergius is een goed mensch en zeker niet ondankbaar. Niet ik heb zijn leven gered, maar gij met de anderen, want wanneer ik het geluk niet gehad had u te ontmoeten, wat had ik dan voor hem kunnen doen? Dat hij dus leeft, dankt hij uwe moeder en u allen. Denkt gij dat mijnheer Sergius dat ooit zal vergeten? Wat voor reden hebt gij om te gelooven dat wij niet alleen gescheiden zullen worden, maar voor altoos?
—Ik wilde wel dat ik het niet behoefde te gelooven, Kayettelief, antwoordde Jan die zijne ontroering niet meer meester was. Maar ik ben er bang voor! Zie Kayette, als ik u niet meer zien mocht, weet ik niet wat er van mij worden zou! Maar ik zou u niet alleen willen zien.... Waarom zou ons gezin de plaats niet kunnen innemen van uwe bloedverwanten die gij verloren hebt? Vader en moeder houden zooveel van u....
—Zij kunnen niet meer van mij houden, Jan, dan ik van hen houd.
—En mijn broer en mijn zusje ook! Ik zou zoo graag willen dat zij u als eene zuster mochten beschouwen....
—Zij zijn het reeds Jan. Maar hoe is het met u zelf?
—Ik, Kayettelief? Zeker wil ik uw broeder zijn, maar een die veel meer, veel inniger van u houdt.....
Jan bleef in zijne woorden steken. Hij had de hand van Kayette gevat en drukte die teeder. Toen stond hij plotseling op, als vond hij het beter niets meer te zeggen. Kayette voelde haar hart kloppen van eene ontroering waar zij zich geen rekenschap van wist te geven. Een traan blonk in haar oog.
Den 15denOctober kwamen de visscherlieden en zeelui te Port-Clarence Sergius waarschuwen dat de karavaan zich gereed kon maken tot het vertrek. Sedert eenige dagen was het veel kouder geworden en het kwik in den thermometer bleef thans gemiddeld beneden de tien graden onder het vriespunt van de honderddeelige schaal. Het ijsveld lag onbewegelijk zoo ver men zien kon. Het eigenaardige kraken, dat vernomen wordt zoo lang de geheele massa nog niet volkomen één geworden is, liet zich niet meer hooren.
Jan had de hand van Kayette gevat. (Zie bl. 198.)Jan had de hand van Kayette gevat. (Zie bl.198.)
Jan had de hand van Kayette gevat. (Zie bl.198.)
Waarschijnlijk zou het nu niet lang meer duren of van den overkant zouden er inboorlingen uit Siberië aankomen. Dezen trekken in den winter de zeeëngte somtijds over en drijven op die manier een kleinen handel tusschen Numana en Port-Clarence, welke plaatsen dientengevolge een vrij levendig verkeer met elkander hebben. Niet zelden komen er sleden, met honden of rendieren bespannen, van het eene werelddeel naar het andere. De twintig mijlenafstands tusschen de twee dichtst bij elkander gelegen punten van de kust aan weerszijden der Behringstraat leggen zij in twee of drie dagen af. Dit is dus een door de natuur gelegde weg, welke langer dan zes maanden des jaars open blijft, van het begin van den winter tot het aanbreken van den zomer. Maar het is niet raadzaam den overtocht te vroeg of te laat in het seizoen te ondernemen, want indien de ijsvlakte op de eene of andere plaats plotseling los raakte, zouden de reizigers gevaar loopen ellendig om te komen.
Teneinde behoorlijk uitgerust te zijn voor eene reis door de onbewoonde streken van Siberië tot aan de eene of andere plaats waar deSchoone Zwerfsterkon overwinteren, had Sergius te Port-Clarence verschillende voorwerpen doen aanschaffen die in de felle koude te pas konden komen. Daartoe behoorden ook eenige paren sneeuwschoenen, die de inboorlingen bij wijze van schaatsen aan hunne voeten bevestigen en met behulp waarvan zij in korten tijd groote afstanden over het ijs en de sneeuw afleggen. Onnoodig te zeggen dat onze kunstenmakers niet veel tijd noodig hadden om daarmede te leeren omgaan. Na eenige dagen oefenens op de toegevroren waterplassen langs de kust, hadden Jan en Sander met de vlugste sneeuwschoenen-loopers eenen wedloop kunnen houden.
Ook had Sergius den voorraad pelsjassen en ander bont, dien zij in het fort Youkon aangekocht hadden, nog aanmerkelijk uitgebreid. Zij moesten niet alleen goed tegen de koude gewapend zijn wat hun lichaam betreft, maar deSchoone Zwerfstermoest van binnen geheel met bont bekleed worden. Alle slaapplaatsen werden van bonten dekens voorzien, de deuren en vensters werden met strooken bont dicht gemaakt en de vloeren er mede belegd, teneinde de kachelwarmte zooveel mogelijk binnen de vertrekjes te houden. Het plan van Cascabel was echter, zooals wij reeds opgemerkt hebben en ook zeer noodzakelijk was, eerst de zeeëngte over te trekken en vervolgens de strengste wintermaanden te gaan doorbrengen in eene der vele bewoonde plaatsen welke men meer in het Zuiden van Siberië aantreft.
Het vertrek werd eindelijk bepaald op den 21stenOctober. Nadat er gedurende twee etmalen een zware mist gehangen had, was deze in sneeuw overgegaan die in weinige uren de uitgestrekte ijsvlakte in een sneeuwveld herschiep. Te Port-Clarence verzekerden de visschers dat het ijs nu van den eenen tot den ander oever ontwijfelbaar vast en dik genoeg moest wezen.
Zij kregen daarvan spoedig zekerheid toen er eenige kooplieden uit het tegenoverliggende zeestadje Numana aankwamen, die bevestigdendat de overtocht zonder eenige moeite of hindernis te doen was.
Den 19denhad Sergius ook reeds vernomen dat twee van de russische ambtenaren, die zich te Port-Clarence bevonden, niet langer hadden verkozen te wachten en reeds naar de Siberische kust waren overgestoken. Dien morgen waren zij op weg gegaan, met het plan op het eilandje Diomedes eene poos te rusten en den tweeden dag daarna te Numana aan te komen.
Toen Cascabel dit hoorde, verwonderde het hem zeer.
—Die twee lui, zeide hij, schijnen nog meer haast dan wij gehad te hebben! Wat drommel, waarom hebben zij niet op ons gewacht? Het ware wel zoo gezellig geweest samen te reizen.
Bij nader inzien kwam hij echter tot de slotsom dat de twee russen zeker bang geweest waren onder weg vertraging te ondervinden, want deSchoone Zwerfsterkon niet dan langzaam op het sneeuwveld vooruit komen.
Vermout en Gladiator waren voor den rit over het ijs van gescherpte hoeven voorzien. Dit nam echter niet weg dat de zware reiswagen noodzakelijk, met inbegrip van den verplichten rusttijd op het eiland Diomedes, verscheidene dagen over den tocht van den eenen oever naar den anderen werk moest hebben.
Onze lezers kunnen licht vermoeden waarom de twee russische politieagenten er op gesteld waren vroeger aan te komen. Zij wilden alle maatregelen nemen om graafNarkinedadelijk bij zijne komst te kunnen aanhouden.
Met het aanbreken van den dag was er afgesproken dat onze karavaan vertrekken zou. De weinige uren van den dag, waarin de zon nog licht verspreidde, moesten benuttigd worden. Nog zes weken en het tijdstip van zonnestilstand, de 21steDecember, was daar. Van dien dag af zou de lange nacht, die de Poollanden maanden achtereen in duisternis hult, eenen aanvang nemen.
Den dag vóór hun vertrek bood Cascabel met zijne vrouw aan de ingezetenen van Port-Clarence, de ambtenaren en visschers, alsmede aan eenige Eskimo-gezinnen van welke onze reizigers vriendelijkheid genoten hadden, eene theepartij aan in eene voor dit feest ingerichte loods. Het was een vroolijke partij en Kruidnagel gaf eenige van zijne grappigste liedjes ten beste. Cornelia had eene kom met gloeiende punch gereed gemaakt, waarin zij met de suiker zuinig, maar met den rum en den brandewijn mild geweest was. De gasten hadden zich daaraan zooveel te meer te goed gedaan, dewijl zij wisten, als het feest afgeloopen en het uur van naar huis gaan geslagen was, in eene felle koude te zullen komen. Het was een van die winternachtenwaarin het is alsof de koude uit de hoogste streken van den ijzigen hemel komt nederdalen.
Nog een paar minuten en de sneeuwlaag kraakte onder de wielen. (Bl. 203.)Nog een paar minuten en de sneeuwlaag kraakte onder de wielen. (Bl.203.)
Nog een paar minuten en de sneeuwlaag kraakte onder de wielen. (Bl.203.)
De amerikanen stelden eenen feestdronk in op de franschen en de franschen deden hetzelfde op de amerikanen. Daarna namen zij afscheid van elkander met tal van hartelijke handdrukken, die bewezen dat de Cascabels bij de lieden te Port-Clarence in een goed blaadje stonden.
Te acht uur van den volgenden ochtend werden de beide paarden voor den wagen gespannen. John Bull, de aap, zat reeds in het dekkleed, tot boven zijn neus in het bont bedolven. Wagram en Marengo, de honden, sprongen vroolijk in het rond. Binnen deSchoone Zwerfster, die zorgvuldig gesloten was, waren Cornelia, Napoleona en Kayette aan hare gewone huiselijke bezigheden, zooals den wagen schoonmaken, den pot koken, het vuur aanhouden enz. Sergius en Cascabel, Jan, Sander en Kruidnagel liepen vooruit of leidden de paarden bij den teugel, teneinde voor alles wat er gebeuren mocht bij de hand te zijn en de moeilijkste plekken zooveel mogelijk te vermijden.
Eindelijk werd het teeken om te vertrekken gegeven. Op hetzelfde oogenblik weerklonk er een hoera, dat de ingezetenen van Port-Clarence hen ten afscheid nazonden.
Nog een paar minuten en de harde sneeuwlaag die het gladde ijsveld overdekte, kraakte onder de wielen van deSchoone Zwerfster.
Sergius en de familie Cascabel hadden het vasteland van Amerika voorgoed achter zich.
Reis van Cesar CascabelReis van Cesar Cascabel1stekaart.
Reis van Cesar Cascabel
1stekaart.