[Inhoud]AANHANGSEL.Voor de lezers van het eerste deel van dit werk kan het wellicht interessant zijn te vernemen, wat de heer Dr. Ch. M. van Deventer, de bekende schrijver van „Platonische Studieën”, mij schreef, naar aanleiding van mijne omschrijving van onvertaalbare chineesche begrippen als Tao, Li, enz. Nadat hij in eene bespreking van mijn werk (in het Weekblad „de Amsterdammer” van 27 September 1896) er in ’t kort op gewezen had, dat eenige eveneens onvertaalbare grieksche begrippen wellicht equivalenten waren voor mijne chineesche, was deze heer zoo vriendelijk mij, op mijn verzoek, uitgebreider inlichtingen daaromtrent te verschaffen.—Hij gaf mij de volgende dingen aan:Kiün Tszʼ(zie „Confucius” blz. 13) =kalokagathos.καλοκἄγαθοςDe kleine man (Confuciusblz.14) =ponêros.πονηρόςJên(door mij bij gebrek aan beter vertaald door menschelijkheid)(zie Confucius blz. 8) =aretê.ἀρετήLi, Decorum (Confucius blz. 16) =to mousikon.το μουσικόν[217]De rechtmatigheid die de dapperheid in toom houdt(Confucius blz. 263) =dikaiosunê.δικαιοσύνηSing(Confucius blz. 8 en 80) waarschijnlijk =to theionτο θεῖονento agathon.το ἀγαθόνShang(Confucius blz. 194) =sofrosunê.σωφροσύνηDaar ik niet ingewijd ben in het grieksch, kan ik niet over de juistheid dier equivalenten oordeelen, maar toch wilde ik ze gaarne in dit werk opnemen.„Kalokagathos” schrijft de heer van Deventer, valt in vele gevallen als woord van dagelijksch gebruik, geheel samen met gentleman, fatsoenlijk man („fatsoenlijk man” wilde ik niet gebruiken, omdat er in onze taal een luchtje aan is gekomen, en liever dan een engelsch woord te nemen, behield ik het chineesche), man, op wien niets valt aan te merken. Het kan echter hoogere wijding aannemen, en heeft dan zijn schoonste voorwerp in den Platonischen Socrates.„Ponêrosis zoowel de gemeene, als, en misschien het laatste nog meer, de kleine, de niet-heroïsche, de plebeïsche, de klein- en grofzielige, tegenovergesteld zoowel aan den kalokagathos als aan den mousikos. Als het onheroïsche komt het voor in de beroemde bewering van Aristofanes (Kikvorschen): de dichter moet het ponêron verbergen en niet op het tooneel brengen”.Mij dunkt dat een en ander wonder wèl overeenstemt met den Kiün Tszʼ en den Siao Jen van Confucius. (Zie „Confucius” blz. 14.)[218]Omtrent „dikaiosunê” schrijft mij de heer Van Deventer: „Dikaiosunê wordt gewoonlijk met rechtvaardigheid vertaald. In het grootste document echter over de dikaiosunê, Plato’s Politeia, komt men er niet met die vertaling. Beter is dan braafheid en rechtschapenheid, en volgens Plato is een waar, braaf en rechtschapen man, als uitvloeisel van de deugd, óók rechtvaardig”. (Zie „Confucius” blz. 263.)Het woord „sofrosunê”, schrijft de heer Van Deventer verder, „gewoonlijk, doch met erkenning van het gebrekkige, door bescheidenheid vertaald, heeft, naar ik meen, een vrij precies hollandsch aequivalent, n.l. zedigheid. In zedigheid ligt iets meer vertoon dan in bescheidenheid, en het verschil tusschen sofrosunê en zedigheid ligt vooral daarin, dat die deugd bij de Hellenen hooger werd aangeslagen dan bij ons. Vandaar dat men er niet om denkt om sofrosunê door zedigheid te vertalen. Er is echter een dialoog van Plato, de Charmides, waarin het begrip sofrosunê onderzocht wordt, en men kan de dialektiek in de vertaling handhaven door ons woord zedigheid te gebruiken. In de Phaedo, Cap. XIII, staat: „De sofrosunê, datgene wat men de sofrosunê noemt, (is) het ten opzichte van de begeerten niet ontstuimig zijn, doch zich tegenover hen met geringschatting en welvoegelijk te verhouden.” Ik vertaal natuurlijk te lang en te stijf, doch de bedoeling zal u blijken, zoomede dat de ingetogenheid veel weg heeft van sofrosunê”. (Zie „Confucius”, blz. 194.)[219]„To mousikon”, vervolgt de heer Van Deventer, „is uiterst moeilijk te vertalen en zelfs te beschrijven. Een musisch man is hij, die een hoogere beschaving van ziel en van geest op zijn minst erként, en liefst beoefent. Het musische is het beginsel van het hoogere leven, dat met geen mogelijkheid materieel en aardsch te verklaren is, en intuïtief als een bewijs voor het bestaan van het goddelijke moet begrepen worden; ik spreek steeds van een Helleenschstandpunt”. (Zie „Confucius” blz. 16, Li.)Ik herhaal nog eens, voor de juistheid dezer equivalenten ben ik niet bevoegd in te staan. Maar als van den schrijver der „Platonische Studieën” komende, vond ik het interessant, ze, met mijn’ hartelijken dank voor zijne bereidwilligheid, in mijn werk op te nemen.InhoudsopgaveINHOUD.VOORWOORD.1INLEIDING TOT DE FILOSOFIE VAN LAO TSZʼ.18Eerste Deel: Tao.73Hoofdstuk I.74Hoofdstuk II.76Hoofdstuk III.78Hoofdstuk IV.80Hoofdstuk V.80Hoofdstuk VI.82Hoofdstuk VII.84Hoofdstuk VIII.84Hoofdstuk IX.86Hoofdstuk X.88Hoofdstuk XI.90Hoofdstuk XII.92Hoofdstuk XIII.94Hoofdstuk XIV.96Hoofdstuk XV.98Hoofdstuk XVI.102Hoofdstuk XVII.104Hoofdstuk XVIII.106Hoofdstuk XIX.108Hoofdstuk XX.110Hoofdstuk XXI.112Hoofdstuk XXII.114Hoofdstuk XXIII.116Hoofdstuk XXIV.118Hoofdstuk XXV.120Hoofdstuk XXVI.122Hoofdstuk XXVII.122Hoofdstuk XXVIII.124Hoofdstuk XXIX.126Hoofdstuk XXX.128Hoofdstuk XXXI.130Hoofdstuk XXXII.132Hoofdstuk XXXIII.136Hoofdstuk XXXIV.136Hoofdstuk XXXV.138Hoofdstuk XXXVI.140Hoofdstuk XXXVII.140Tweede Deel: Teh.144Hoofdstuk XXXVIII.144Hoofdstuk XXXIX.146Hoofdstuk XL.150Hoofdstuk XLI.150Hoofdstuk XLII.152Hoofdstuk XLIII.154Hoofdstuk XLIV.156Hoofdstuk XLV.156Hoofdstuk XLVI.158Hoofdstuk XLVII.160Hoofdstuk XLVIII.160Hoofdstuk XLIX.162Hoofdstuk L.164Hoofdstuk LI.166Hoofdstuk LII.168Hoofdstuk LIII.170Hoofdstuk LIV.172Hoofdstuk LV.174Hoofdstuk LVI.176Hoofdstuk LVII.178Hoofdstuk LVIII.178Hoofdstuk LIX.180Hoofdstuk LX.182Hoofdstuk LXI.182Hoofdstuk LXII.184Hoofdstuk LXIII.186Hoofdstuk LXIV.188Hoofdstuk LXV.192Hoofdstuk LXVI.194Hoofdstuk LXVII.194Hoofdstuk LXVIII.196Hoofdstuk LXIX.198Hoofdstuk LXX.198Hoofdstuk LXXI.200Hoofdstuk LXXII.200Hoofdstuk LXXIII.202Hoofdstuk LXXIV.204Hoofdstuk LXXV.204Hoofdstuk LXXVI.206Hoofdstuk LXXVII.206Hoofdstuk LXXVIII.208Hoofdstuk LXXIX.210Hoofdstuk LXXX.210Hoofdstuk LXXXI.212AANHANGSEL.216ColofonBeschikbaarheidDit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam opwww.pgdp.net.Het eerste deel van deze serie, over Confucius, is beschikbaar als eboek nummer64781.MetadataTitel:De Chineesche filosofie toegelicht voor niet-sinologen II. Lao TszʼAuteur:Henri Jean François Borel (1869–1933)InfoTaal:Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)CoderingDit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.Documentgeschiedenis2021-04-12 Begonnen.Externe ReferentiesDit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.VerbeteringenDe volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:BladzijdeBronVerbeteringBewerkingsafstand3englishEnglish13alphabethischalphabetisch15,8,21,22,35,58,81[Niet in bron]”18L’InprimerieL’Imprimerie19„„„19ressourcesresources19Quoiqu’ ilQuoiqu’il19day ’sday’s110,12,54,54,54,55,217[Niet in bron]„114intrepetatieinterpretatie320,31,142[Niet in bron].123[Niet in bron],124manmaan129bijhij130rgthmerythme131bethet132nabijënabije1 / 035wezenslwezens!140JehovaJehovah143,66bijby253ge-gewonegewone355zouderzonder160ceremoniënceremonieën162,63,63moeielijkmoeilijk169overnietigbaaronvernietigbaar176”„198tettot1122OverheerderOverheerser1132plaatsplaatst1142bevrijtbevrijdt1154immateriëeleimmaterieele1 / 0158geengéén2 / 0178artificieeleartificiëele1 / 0182,190””0206teerteêr1 / 095geeërdheidgeëerdheid2 / 097TszTszʼ1107TsingThsing1109connaissauceconnaissance1109suresûre1 / 0109hetzefdehetzelfde1117CunfuciusConfucius1187pourrait onpourrait-on1203denHemelden Hemel1209LXXXVIIILXXVIII1216bl.blz.1216[Niet in bron])1219standpnntstandpunt1AfkortingenOverzicht van gebruikte afkortingen.AfkortingUitgeschrevenb.v.bijvoorbeeldd.i.dat isD.w.z.Dat wil zeggene.a.en anderenM.a.w.Met andere woordenn.l.namelijkNed.-IndiëNederlandsch-Indiëo.a.onder andereO.a.Onder anderez.g.zoogenaamde
[Inhoud]AANHANGSEL.Voor de lezers van het eerste deel van dit werk kan het wellicht interessant zijn te vernemen, wat de heer Dr. Ch. M. van Deventer, de bekende schrijver van „Platonische Studieën”, mij schreef, naar aanleiding van mijne omschrijving van onvertaalbare chineesche begrippen als Tao, Li, enz. Nadat hij in eene bespreking van mijn werk (in het Weekblad „de Amsterdammer” van 27 September 1896) er in ’t kort op gewezen had, dat eenige eveneens onvertaalbare grieksche begrippen wellicht equivalenten waren voor mijne chineesche, was deze heer zoo vriendelijk mij, op mijn verzoek, uitgebreider inlichtingen daaromtrent te verschaffen.—Hij gaf mij de volgende dingen aan:Kiün Tszʼ(zie „Confucius” blz. 13) =kalokagathos.καλοκἄγαθοςDe kleine man (Confuciusblz.14) =ponêros.πονηρόςJên(door mij bij gebrek aan beter vertaald door menschelijkheid)(zie Confucius blz. 8) =aretê.ἀρετήLi, Decorum (Confucius blz. 16) =to mousikon.το μουσικόν[217]De rechtmatigheid die de dapperheid in toom houdt(Confucius blz. 263) =dikaiosunê.δικαιοσύνηSing(Confucius blz. 8 en 80) waarschijnlijk =to theionτο θεῖονento agathon.το ἀγαθόνShang(Confucius blz. 194) =sofrosunê.σωφροσύνηDaar ik niet ingewijd ben in het grieksch, kan ik niet over de juistheid dier equivalenten oordeelen, maar toch wilde ik ze gaarne in dit werk opnemen.„Kalokagathos” schrijft de heer van Deventer, valt in vele gevallen als woord van dagelijksch gebruik, geheel samen met gentleman, fatsoenlijk man („fatsoenlijk man” wilde ik niet gebruiken, omdat er in onze taal een luchtje aan is gekomen, en liever dan een engelsch woord te nemen, behield ik het chineesche), man, op wien niets valt aan te merken. Het kan echter hoogere wijding aannemen, en heeft dan zijn schoonste voorwerp in den Platonischen Socrates.„Ponêrosis zoowel de gemeene, als, en misschien het laatste nog meer, de kleine, de niet-heroïsche, de plebeïsche, de klein- en grofzielige, tegenovergesteld zoowel aan den kalokagathos als aan den mousikos. Als het onheroïsche komt het voor in de beroemde bewering van Aristofanes (Kikvorschen): de dichter moet het ponêron verbergen en niet op het tooneel brengen”.Mij dunkt dat een en ander wonder wèl overeenstemt met den Kiün Tszʼ en den Siao Jen van Confucius. (Zie „Confucius” blz. 14.)[218]Omtrent „dikaiosunê” schrijft mij de heer Van Deventer: „Dikaiosunê wordt gewoonlijk met rechtvaardigheid vertaald. In het grootste document echter over de dikaiosunê, Plato’s Politeia, komt men er niet met die vertaling. Beter is dan braafheid en rechtschapenheid, en volgens Plato is een waar, braaf en rechtschapen man, als uitvloeisel van de deugd, óók rechtvaardig”. (Zie „Confucius” blz. 263.)Het woord „sofrosunê”, schrijft de heer Van Deventer verder, „gewoonlijk, doch met erkenning van het gebrekkige, door bescheidenheid vertaald, heeft, naar ik meen, een vrij precies hollandsch aequivalent, n.l. zedigheid. In zedigheid ligt iets meer vertoon dan in bescheidenheid, en het verschil tusschen sofrosunê en zedigheid ligt vooral daarin, dat die deugd bij de Hellenen hooger werd aangeslagen dan bij ons. Vandaar dat men er niet om denkt om sofrosunê door zedigheid te vertalen. Er is echter een dialoog van Plato, de Charmides, waarin het begrip sofrosunê onderzocht wordt, en men kan de dialektiek in de vertaling handhaven door ons woord zedigheid te gebruiken. In de Phaedo, Cap. XIII, staat: „De sofrosunê, datgene wat men de sofrosunê noemt, (is) het ten opzichte van de begeerten niet ontstuimig zijn, doch zich tegenover hen met geringschatting en welvoegelijk te verhouden.” Ik vertaal natuurlijk te lang en te stijf, doch de bedoeling zal u blijken, zoomede dat de ingetogenheid veel weg heeft van sofrosunê”. (Zie „Confucius”, blz. 194.)[219]„To mousikon”, vervolgt de heer Van Deventer, „is uiterst moeilijk te vertalen en zelfs te beschrijven. Een musisch man is hij, die een hoogere beschaving van ziel en van geest op zijn minst erként, en liefst beoefent. Het musische is het beginsel van het hoogere leven, dat met geen mogelijkheid materieel en aardsch te verklaren is, en intuïtief als een bewijs voor het bestaan van het goddelijke moet begrepen worden; ik spreek steeds van een Helleenschstandpunt”. (Zie „Confucius” blz. 16, Li.)Ik herhaal nog eens, voor de juistheid dezer equivalenten ben ik niet bevoegd in te staan. Maar als van den schrijver der „Platonische Studieën” komende, vond ik het interessant, ze, met mijn’ hartelijken dank voor zijne bereidwilligheid, in mijn werk op te nemen.
AANHANGSEL.
Voor de lezers van het eerste deel van dit werk kan het wellicht interessant zijn te vernemen, wat de heer Dr. Ch. M. van Deventer, de bekende schrijver van „Platonische Studieën”, mij schreef, naar aanleiding van mijne omschrijving van onvertaalbare chineesche begrippen als Tao, Li, enz. Nadat hij in eene bespreking van mijn werk (in het Weekblad „de Amsterdammer” van 27 September 1896) er in ’t kort op gewezen had, dat eenige eveneens onvertaalbare grieksche begrippen wellicht equivalenten waren voor mijne chineesche, was deze heer zoo vriendelijk mij, op mijn verzoek, uitgebreider inlichtingen daaromtrent te verschaffen.—Hij gaf mij de volgende dingen aan:Kiün Tszʼ(zie „Confucius” blz. 13) =kalokagathos.καλοκἄγαθοςDe kleine man (Confuciusblz.14) =ponêros.πονηρόςJên(door mij bij gebrek aan beter vertaald door menschelijkheid)(zie Confucius blz. 8) =aretê.ἀρετήLi, Decorum (Confucius blz. 16) =to mousikon.το μουσικόν[217]De rechtmatigheid die de dapperheid in toom houdt(Confucius blz. 263) =dikaiosunê.δικαιοσύνηSing(Confucius blz. 8 en 80) waarschijnlijk =to theionτο θεῖονento agathon.το ἀγαθόνShang(Confucius blz. 194) =sofrosunê.σωφροσύνηDaar ik niet ingewijd ben in het grieksch, kan ik niet over de juistheid dier equivalenten oordeelen, maar toch wilde ik ze gaarne in dit werk opnemen.„Kalokagathos” schrijft de heer van Deventer, valt in vele gevallen als woord van dagelijksch gebruik, geheel samen met gentleman, fatsoenlijk man („fatsoenlijk man” wilde ik niet gebruiken, omdat er in onze taal een luchtje aan is gekomen, en liever dan een engelsch woord te nemen, behield ik het chineesche), man, op wien niets valt aan te merken. Het kan echter hoogere wijding aannemen, en heeft dan zijn schoonste voorwerp in den Platonischen Socrates.„Ponêrosis zoowel de gemeene, als, en misschien het laatste nog meer, de kleine, de niet-heroïsche, de plebeïsche, de klein- en grofzielige, tegenovergesteld zoowel aan den kalokagathos als aan den mousikos. Als het onheroïsche komt het voor in de beroemde bewering van Aristofanes (Kikvorschen): de dichter moet het ponêron verbergen en niet op het tooneel brengen”.Mij dunkt dat een en ander wonder wèl overeenstemt met den Kiün Tszʼ en den Siao Jen van Confucius. (Zie „Confucius” blz. 14.)[218]Omtrent „dikaiosunê” schrijft mij de heer Van Deventer: „Dikaiosunê wordt gewoonlijk met rechtvaardigheid vertaald. In het grootste document echter over de dikaiosunê, Plato’s Politeia, komt men er niet met die vertaling. Beter is dan braafheid en rechtschapenheid, en volgens Plato is een waar, braaf en rechtschapen man, als uitvloeisel van de deugd, óók rechtvaardig”. (Zie „Confucius” blz. 263.)Het woord „sofrosunê”, schrijft de heer Van Deventer verder, „gewoonlijk, doch met erkenning van het gebrekkige, door bescheidenheid vertaald, heeft, naar ik meen, een vrij precies hollandsch aequivalent, n.l. zedigheid. In zedigheid ligt iets meer vertoon dan in bescheidenheid, en het verschil tusschen sofrosunê en zedigheid ligt vooral daarin, dat die deugd bij de Hellenen hooger werd aangeslagen dan bij ons. Vandaar dat men er niet om denkt om sofrosunê door zedigheid te vertalen. Er is echter een dialoog van Plato, de Charmides, waarin het begrip sofrosunê onderzocht wordt, en men kan de dialektiek in de vertaling handhaven door ons woord zedigheid te gebruiken. In de Phaedo, Cap. XIII, staat: „De sofrosunê, datgene wat men de sofrosunê noemt, (is) het ten opzichte van de begeerten niet ontstuimig zijn, doch zich tegenover hen met geringschatting en welvoegelijk te verhouden.” Ik vertaal natuurlijk te lang en te stijf, doch de bedoeling zal u blijken, zoomede dat de ingetogenheid veel weg heeft van sofrosunê”. (Zie „Confucius”, blz. 194.)[219]„To mousikon”, vervolgt de heer Van Deventer, „is uiterst moeilijk te vertalen en zelfs te beschrijven. Een musisch man is hij, die een hoogere beschaving van ziel en van geest op zijn minst erként, en liefst beoefent. Het musische is het beginsel van het hoogere leven, dat met geen mogelijkheid materieel en aardsch te verklaren is, en intuïtief als een bewijs voor het bestaan van het goddelijke moet begrepen worden; ik spreek steeds van een Helleenschstandpunt”. (Zie „Confucius” blz. 16, Li.)Ik herhaal nog eens, voor de juistheid dezer equivalenten ben ik niet bevoegd in te staan. Maar als van den schrijver der „Platonische Studieën” komende, vond ik het interessant, ze, met mijn’ hartelijken dank voor zijne bereidwilligheid, in mijn werk op te nemen.
Voor de lezers van het eerste deel van dit werk kan het wellicht interessant zijn te vernemen, wat de heer Dr. Ch. M. van Deventer, de bekende schrijver van „Platonische Studieën”, mij schreef, naar aanleiding van mijne omschrijving van onvertaalbare chineesche begrippen als Tao, Li, enz. Nadat hij in eene bespreking van mijn werk (in het Weekblad „de Amsterdammer” van 27 September 1896) er in ’t kort op gewezen had, dat eenige eveneens onvertaalbare grieksche begrippen wellicht equivalenten waren voor mijne chineesche, was deze heer zoo vriendelijk mij, op mijn verzoek, uitgebreider inlichtingen daaromtrent te verschaffen.—Hij gaf mij de volgende dingen aan:
Kiün Tszʼ(zie „Confucius” blz. 13) =kalokagathos.καλοκἄγαθος
De kleine man (Confuciusblz.14) =ponêros.πονηρός
Jên(door mij bij gebrek aan beter vertaald door menschelijkheid)(zie Confucius blz. 8) =aretê.ἀρετή
Li, Decorum (Confucius blz. 16) =to mousikon.το μουσικόν[217]
De rechtmatigheid die de dapperheid in toom houdt(Confucius blz. 263) =dikaiosunê.δικαιοσύνη
Sing(Confucius blz. 8 en 80) waarschijnlijk =to theionτο θεῖονento agathon.το ἀγαθόν
Shang(Confucius blz. 194) =sofrosunê.σωφροσύνη
Daar ik niet ingewijd ben in het grieksch, kan ik niet over de juistheid dier equivalenten oordeelen, maar toch wilde ik ze gaarne in dit werk opnemen.
„Kalokagathos” schrijft de heer van Deventer, valt in vele gevallen als woord van dagelijksch gebruik, geheel samen met gentleman, fatsoenlijk man („fatsoenlijk man” wilde ik niet gebruiken, omdat er in onze taal een luchtje aan is gekomen, en liever dan een engelsch woord te nemen, behield ik het chineesche), man, op wien niets valt aan te merken. Het kan echter hoogere wijding aannemen, en heeft dan zijn schoonste voorwerp in den Platonischen Socrates.
„Ponêrosis zoowel de gemeene, als, en misschien het laatste nog meer, de kleine, de niet-heroïsche, de plebeïsche, de klein- en grofzielige, tegenovergesteld zoowel aan den kalokagathos als aan den mousikos. Als het onheroïsche komt het voor in de beroemde bewering van Aristofanes (Kikvorschen): de dichter moet het ponêron verbergen en niet op het tooneel brengen”.
Mij dunkt dat een en ander wonder wèl overeenstemt met den Kiün Tszʼ en den Siao Jen van Confucius. (Zie „Confucius” blz. 14.)[218]
Omtrent „dikaiosunê” schrijft mij de heer Van Deventer: „Dikaiosunê wordt gewoonlijk met rechtvaardigheid vertaald. In het grootste document echter over de dikaiosunê, Plato’s Politeia, komt men er niet met die vertaling. Beter is dan braafheid en rechtschapenheid, en volgens Plato is een waar, braaf en rechtschapen man, als uitvloeisel van de deugd, óók rechtvaardig”. (Zie „Confucius” blz. 263.)
Het woord „sofrosunê”, schrijft de heer Van Deventer verder, „gewoonlijk, doch met erkenning van het gebrekkige, door bescheidenheid vertaald, heeft, naar ik meen, een vrij precies hollandsch aequivalent, n.l. zedigheid. In zedigheid ligt iets meer vertoon dan in bescheidenheid, en het verschil tusschen sofrosunê en zedigheid ligt vooral daarin, dat die deugd bij de Hellenen hooger werd aangeslagen dan bij ons. Vandaar dat men er niet om denkt om sofrosunê door zedigheid te vertalen. Er is echter een dialoog van Plato, de Charmides, waarin het begrip sofrosunê onderzocht wordt, en men kan de dialektiek in de vertaling handhaven door ons woord zedigheid te gebruiken. In de Phaedo, Cap. XIII, staat: „De sofrosunê, datgene wat men de sofrosunê noemt, (is) het ten opzichte van de begeerten niet ontstuimig zijn, doch zich tegenover hen met geringschatting en welvoegelijk te verhouden.” Ik vertaal natuurlijk te lang en te stijf, doch de bedoeling zal u blijken, zoomede dat de ingetogenheid veel weg heeft van sofrosunê”. (Zie „Confucius”, blz. 194.)[219]
„To mousikon”, vervolgt de heer Van Deventer, „is uiterst moeilijk te vertalen en zelfs te beschrijven. Een musisch man is hij, die een hoogere beschaving van ziel en van geest op zijn minst erként, en liefst beoefent. Het musische is het beginsel van het hoogere leven, dat met geen mogelijkheid materieel en aardsch te verklaren is, en intuïtief als een bewijs voor het bestaan van het goddelijke moet begrepen worden; ik spreek steeds van een Helleenschstandpunt”. (Zie „Confucius” blz. 16, Li.)
Ik herhaal nog eens, voor de juistheid dezer equivalenten ben ik niet bevoegd in te staan. Maar als van den schrijver der „Platonische Studieën” komende, vond ik het interessant, ze, met mijn’ hartelijken dank voor zijne bereidwilligheid, in mijn werk op te nemen.
InhoudsopgaveINHOUD.VOORWOORD.1INLEIDING TOT DE FILOSOFIE VAN LAO TSZʼ.18Eerste Deel: Tao.73Hoofdstuk I.74Hoofdstuk II.76Hoofdstuk III.78Hoofdstuk IV.80Hoofdstuk V.80Hoofdstuk VI.82Hoofdstuk VII.84Hoofdstuk VIII.84Hoofdstuk IX.86Hoofdstuk X.88Hoofdstuk XI.90Hoofdstuk XII.92Hoofdstuk XIII.94Hoofdstuk XIV.96Hoofdstuk XV.98Hoofdstuk XVI.102Hoofdstuk XVII.104Hoofdstuk XVIII.106Hoofdstuk XIX.108Hoofdstuk XX.110Hoofdstuk XXI.112Hoofdstuk XXII.114Hoofdstuk XXIII.116Hoofdstuk XXIV.118Hoofdstuk XXV.120Hoofdstuk XXVI.122Hoofdstuk XXVII.122Hoofdstuk XXVIII.124Hoofdstuk XXIX.126Hoofdstuk XXX.128Hoofdstuk XXXI.130Hoofdstuk XXXII.132Hoofdstuk XXXIII.136Hoofdstuk XXXIV.136Hoofdstuk XXXV.138Hoofdstuk XXXVI.140Hoofdstuk XXXVII.140Tweede Deel: Teh.144Hoofdstuk XXXVIII.144Hoofdstuk XXXIX.146Hoofdstuk XL.150Hoofdstuk XLI.150Hoofdstuk XLII.152Hoofdstuk XLIII.154Hoofdstuk XLIV.156Hoofdstuk XLV.156Hoofdstuk XLVI.158Hoofdstuk XLVII.160Hoofdstuk XLVIII.160Hoofdstuk XLIX.162Hoofdstuk L.164Hoofdstuk LI.166Hoofdstuk LII.168Hoofdstuk LIII.170Hoofdstuk LIV.172Hoofdstuk LV.174Hoofdstuk LVI.176Hoofdstuk LVII.178Hoofdstuk LVIII.178Hoofdstuk LIX.180Hoofdstuk LX.182Hoofdstuk LXI.182Hoofdstuk LXII.184Hoofdstuk LXIII.186Hoofdstuk LXIV.188Hoofdstuk LXV.192Hoofdstuk LXVI.194Hoofdstuk LXVII.194Hoofdstuk LXVIII.196Hoofdstuk LXIX.198Hoofdstuk LXX.198Hoofdstuk LXXI.200Hoofdstuk LXXII.200Hoofdstuk LXXIII.202Hoofdstuk LXXIV.204Hoofdstuk LXXV.204Hoofdstuk LXXVI.206Hoofdstuk LXXVII.206Hoofdstuk LXXVIII.208Hoofdstuk LXXIX.210Hoofdstuk LXXX.210Hoofdstuk LXXXI.212AANHANGSEL.216
ColofonBeschikbaarheidDit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam opwww.pgdp.net.Het eerste deel van deze serie, over Confucius, is beschikbaar als eboek nummer64781.MetadataTitel:De Chineesche filosofie toegelicht voor niet-sinologen II. Lao TszʼAuteur:Henri Jean François Borel (1869–1933)InfoTaal:Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)CoderingDit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.Documentgeschiedenis2021-04-12 Begonnen.Externe ReferentiesDit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.VerbeteringenDe volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:BladzijdeBronVerbeteringBewerkingsafstand3englishEnglish13alphabethischalphabetisch15,8,21,22,35,58,81[Niet in bron]”18L’InprimerieL’Imprimerie19„„„19ressourcesresources19Quoiqu’ ilQuoiqu’il19day ’sday’s110,12,54,54,54,55,217[Niet in bron]„114intrepetatieinterpretatie320,31,142[Niet in bron].123[Niet in bron],124manmaan129bijhij130rgthmerythme131bethet132nabijënabije1 / 035wezenslwezens!140JehovaJehovah143,66bijby253ge-gewonegewone355zouderzonder160ceremoniënceremonieën162,63,63moeielijkmoeilijk169overnietigbaaronvernietigbaar176”„198tettot1122OverheerderOverheerser1132plaatsplaatst1142bevrijtbevrijdt1154immateriëeleimmaterieele1 / 0158geengéén2 / 0178artificieeleartificiëele1 / 0182,190””0206teerteêr1 / 095geeërdheidgeëerdheid2 / 097TszTszʼ1107TsingThsing1109connaissauceconnaissance1109suresûre1 / 0109hetzefdehetzelfde1117CunfuciusConfucius1187pourrait onpourrait-on1203denHemelden Hemel1209LXXXVIIILXXVIII1216bl.blz.1216[Niet in bron])1219standpnntstandpunt1AfkortingenOverzicht van gebruikte afkortingen.AfkortingUitgeschrevenb.v.bijvoorbeeldd.i.dat isD.w.z.Dat wil zeggene.a.en anderenM.a.w.Met andere woordenn.l.namelijkNed.-IndiëNederlandsch-Indiëo.a.onder andereO.a.Onder anderez.g.zoogenaamde
Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.
Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam opwww.pgdp.net.
Het eerste deel van deze serie, over Confucius, is beschikbaar als eboek nummer64781.
Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.
Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.
De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:
Overzicht van gebruikte afkortingen.