1Men kan niet zeggen, dat die signor Ciappelletto of Cepparello werkelijk heeft bestaan, maar als feit staat vast, dat de familie der Cepparelli bloeide tot aan het einde van de vorige eeuw in Prato, waarvan Boccaccio juist onze man afkomstig laat zijn.↑2Dino Compagni verhaalt van Musciatto Franzesi, dat hij een ridder was van groote sluwheid, klein van persoon maar groot van ziel en dat hij zeer rijk geworden en tot ridder geslagen, den handel opgaf en Charles van Valois volgde op zijn tocht naar Italië.↑3Alle Italianen heetten destijds in Frankrijk, Vlaanderen en Engeland Lombardiërs.↑4Boccacciotrok de strekking van deze vertelling uit de Avventuroso Ciciliano van Bosone van Gubbio, waar Saladin na Rome bezocht te hebben in gezelschap van graaf Artese, met hem dezelfde gesprekken houdt, welkeBoccaccioden Jood Abraham in den mond legt.↑5Boccaccio trok de stof voor deze vertelling uit de drie-en-zevenstigste van Novellino, die tot titel heeft: “Hoe de Sultan, die behoefte aan geld had, verstand wou krijgen van een Jood.”↑6Jussuf, koning van Marokko, later Salâh-ed-dîn genaamd, en door taalbederf Saladin, vervulde van zijn naam geheel Europa en als de andere groote mannen van de Midden-Eeuwen had hij zijn legende. Maar de schrijvers van dien tijd gebruiken den naam Saladin om onverschillig welken khalief of arabischen en barbarijschen emir aan te duiden.↑7Manni beweert, dat naar de meening van Aldo Manuzio junior die geschiedenis van de markiezin van Montferrat door Boccaccio is gecopieerd naar het bekende feit van koning Manfred met zijn zuster Siligaita, gravin van Caserta, maar op niet aanstootelijke wijze is veranderd, omdat, waar die met bloedschande eindigt, dit verhaal van Boccaccio slechts besluit met de berisping van den koning van Frankrijk.↑8De Paleologo’s, markiezen van Montferrat waren een van de beroemdste en machtigste vorstenfamilies, die in de middeleeuwen Italië beroemd hebben gemaakt. Hun stamburchten lagen te Montferrat in Piemont; hun paleis stond te Casale; maar terzelfdertijd heerschten ze ook in Thessalië en te Jeruzalem. Het Huis der Paleologi stierf uit in 1533 en het markiesaat ging over op de Gonzago’s.↑9Giovanni Villani verhaalt in zijn Geschiedenissen, dat dit broeder Pietro Dall’ Aquila was, wien de florentijners om zijn groote gierigheid zeer vijandig gezind waren en die in 1348 benoemd werd tot Bisschop van Sant’ Angelo in het koninkrijk Napels.↑10Cinciglione, naam van een bekenden drinker uit dien tijd, wat later de naam werd voor elken dronkaard.↑11De genade van Sint Johannes Goudmond, een woordspeling, die betrekking heeft op de florijnen van Florence, welke het beeld van den heiligen Johannes dragen.↑12De Inquisitie schreef dikwijls voor onbeteekenende ketterij het dragen voor van een groot laken kruis op de kleeren.↑13De held van die vertelling is Cane Grande della Scala, van welke Dante in Zang XVII van zijn Paradiso schreef:Als eerst verblijf zal—om u te beveiligen—U des grooten Lombardiërs hoofschheid wachten,Wiens schild een Trap en Adelaar voert, den heiligen;Die voor U van zóó goeden wil is te’ achten,Dat van voldoen en vragen bij u beideHet eerst gebeurt, wat and’re’ eer ’t laatste dachten.Men meent juist thans met eenig recht, dat Primasseau, waarvan Boccaccio spreekt, een dergelijke Primas of Primasso of Primate was, kanunnik van Colonia, een licht te begrijpen en beroemd dichter uit de XIIIe eeuw, waaraan ook door Salimbene in zijn Cronaca wordt herinnerd en die voor den auteur wordt gehouden van eenige gedichten.↑14Godfried van Bouillon, hertog van Lotharingen, leider van den Eersten Kruistocht en eerste christelijke Stedehouder van Jeruzalem.↑15Manni gelooft, dat die maëstro Alberto, een beroemd arts, geen ander was dan de Bolognees Alberto Zancari, die toch ook lid was van de gemeenteraad en openbare lezingen hield in de Universiteit van Bologna vanaf 1326 tot aan het jaar van zijn dood.↑
1Men kan niet zeggen, dat die signor Ciappelletto of Cepparello werkelijk heeft bestaan, maar als feit staat vast, dat de familie der Cepparelli bloeide tot aan het einde van de vorige eeuw in Prato, waarvan Boccaccio juist onze man afkomstig laat zijn.↑2Dino Compagni verhaalt van Musciatto Franzesi, dat hij een ridder was van groote sluwheid, klein van persoon maar groot van ziel en dat hij zeer rijk geworden en tot ridder geslagen, den handel opgaf en Charles van Valois volgde op zijn tocht naar Italië.↑3Alle Italianen heetten destijds in Frankrijk, Vlaanderen en Engeland Lombardiërs.↑4Boccacciotrok de strekking van deze vertelling uit de Avventuroso Ciciliano van Bosone van Gubbio, waar Saladin na Rome bezocht te hebben in gezelschap van graaf Artese, met hem dezelfde gesprekken houdt, welkeBoccaccioden Jood Abraham in den mond legt.↑5Boccaccio trok de stof voor deze vertelling uit de drie-en-zevenstigste van Novellino, die tot titel heeft: “Hoe de Sultan, die behoefte aan geld had, verstand wou krijgen van een Jood.”↑6Jussuf, koning van Marokko, later Salâh-ed-dîn genaamd, en door taalbederf Saladin, vervulde van zijn naam geheel Europa en als de andere groote mannen van de Midden-Eeuwen had hij zijn legende. Maar de schrijvers van dien tijd gebruiken den naam Saladin om onverschillig welken khalief of arabischen en barbarijschen emir aan te duiden.↑7Manni beweert, dat naar de meening van Aldo Manuzio junior die geschiedenis van de markiezin van Montferrat door Boccaccio is gecopieerd naar het bekende feit van koning Manfred met zijn zuster Siligaita, gravin van Caserta, maar op niet aanstootelijke wijze is veranderd, omdat, waar die met bloedschande eindigt, dit verhaal van Boccaccio slechts besluit met de berisping van den koning van Frankrijk.↑8De Paleologo’s, markiezen van Montferrat waren een van de beroemdste en machtigste vorstenfamilies, die in de middeleeuwen Italië beroemd hebben gemaakt. Hun stamburchten lagen te Montferrat in Piemont; hun paleis stond te Casale; maar terzelfdertijd heerschten ze ook in Thessalië en te Jeruzalem. Het Huis der Paleologi stierf uit in 1533 en het markiesaat ging over op de Gonzago’s.↑9Giovanni Villani verhaalt in zijn Geschiedenissen, dat dit broeder Pietro Dall’ Aquila was, wien de florentijners om zijn groote gierigheid zeer vijandig gezind waren en die in 1348 benoemd werd tot Bisschop van Sant’ Angelo in het koninkrijk Napels.↑10Cinciglione, naam van een bekenden drinker uit dien tijd, wat later de naam werd voor elken dronkaard.↑11De genade van Sint Johannes Goudmond, een woordspeling, die betrekking heeft op de florijnen van Florence, welke het beeld van den heiligen Johannes dragen.↑12De Inquisitie schreef dikwijls voor onbeteekenende ketterij het dragen voor van een groot laken kruis op de kleeren.↑13De held van die vertelling is Cane Grande della Scala, van welke Dante in Zang XVII van zijn Paradiso schreef:Als eerst verblijf zal—om u te beveiligen—U des grooten Lombardiërs hoofschheid wachten,Wiens schild een Trap en Adelaar voert, den heiligen;Die voor U van zóó goeden wil is te’ achten,Dat van voldoen en vragen bij u beideHet eerst gebeurt, wat and’re’ eer ’t laatste dachten.Men meent juist thans met eenig recht, dat Primasseau, waarvan Boccaccio spreekt, een dergelijke Primas of Primasso of Primate was, kanunnik van Colonia, een licht te begrijpen en beroemd dichter uit de XIIIe eeuw, waaraan ook door Salimbene in zijn Cronaca wordt herinnerd en die voor den auteur wordt gehouden van eenige gedichten.↑14Godfried van Bouillon, hertog van Lotharingen, leider van den Eersten Kruistocht en eerste christelijke Stedehouder van Jeruzalem.↑15Manni gelooft, dat die maëstro Alberto, een beroemd arts, geen ander was dan de Bolognees Alberto Zancari, die toch ook lid was van de gemeenteraad en openbare lezingen hield in de Universiteit van Bologna vanaf 1326 tot aan het jaar van zijn dood.↑
1Men kan niet zeggen, dat die signor Ciappelletto of Cepparello werkelijk heeft bestaan, maar als feit staat vast, dat de familie der Cepparelli bloeide tot aan het einde van de vorige eeuw in Prato, waarvan Boccaccio juist onze man afkomstig laat zijn.↑2Dino Compagni verhaalt van Musciatto Franzesi, dat hij een ridder was van groote sluwheid, klein van persoon maar groot van ziel en dat hij zeer rijk geworden en tot ridder geslagen, den handel opgaf en Charles van Valois volgde op zijn tocht naar Italië.↑3Alle Italianen heetten destijds in Frankrijk, Vlaanderen en Engeland Lombardiërs.↑4Boccacciotrok de strekking van deze vertelling uit de Avventuroso Ciciliano van Bosone van Gubbio, waar Saladin na Rome bezocht te hebben in gezelschap van graaf Artese, met hem dezelfde gesprekken houdt, welkeBoccaccioden Jood Abraham in den mond legt.↑5Boccaccio trok de stof voor deze vertelling uit de drie-en-zevenstigste van Novellino, die tot titel heeft: “Hoe de Sultan, die behoefte aan geld had, verstand wou krijgen van een Jood.”↑6Jussuf, koning van Marokko, later Salâh-ed-dîn genaamd, en door taalbederf Saladin, vervulde van zijn naam geheel Europa en als de andere groote mannen van de Midden-Eeuwen had hij zijn legende. Maar de schrijvers van dien tijd gebruiken den naam Saladin om onverschillig welken khalief of arabischen en barbarijschen emir aan te duiden.↑7Manni beweert, dat naar de meening van Aldo Manuzio junior die geschiedenis van de markiezin van Montferrat door Boccaccio is gecopieerd naar het bekende feit van koning Manfred met zijn zuster Siligaita, gravin van Caserta, maar op niet aanstootelijke wijze is veranderd, omdat, waar die met bloedschande eindigt, dit verhaal van Boccaccio slechts besluit met de berisping van den koning van Frankrijk.↑8De Paleologo’s, markiezen van Montferrat waren een van de beroemdste en machtigste vorstenfamilies, die in de middeleeuwen Italië beroemd hebben gemaakt. Hun stamburchten lagen te Montferrat in Piemont; hun paleis stond te Casale; maar terzelfdertijd heerschten ze ook in Thessalië en te Jeruzalem. Het Huis der Paleologi stierf uit in 1533 en het markiesaat ging over op de Gonzago’s.↑9Giovanni Villani verhaalt in zijn Geschiedenissen, dat dit broeder Pietro Dall’ Aquila was, wien de florentijners om zijn groote gierigheid zeer vijandig gezind waren en die in 1348 benoemd werd tot Bisschop van Sant’ Angelo in het koninkrijk Napels.↑10Cinciglione, naam van een bekenden drinker uit dien tijd, wat later de naam werd voor elken dronkaard.↑11De genade van Sint Johannes Goudmond, een woordspeling, die betrekking heeft op de florijnen van Florence, welke het beeld van den heiligen Johannes dragen.↑12De Inquisitie schreef dikwijls voor onbeteekenende ketterij het dragen voor van een groot laken kruis op de kleeren.↑13De held van die vertelling is Cane Grande della Scala, van welke Dante in Zang XVII van zijn Paradiso schreef:Als eerst verblijf zal—om u te beveiligen—U des grooten Lombardiërs hoofschheid wachten,Wiens schild een Trap en Adelaar voert, den heiligen;Die voor U van zóó goeden wil is te’ achten,Dat van voldoen en vragen bij u beideHet eerst gebeurt, wat and’re’ eer ’t laatste dachten.Men meent juist thans met eenig recht, dat Primasseau, waarvan Boccaccio spreekt, een dergelijke Primas of Primasso of Primate was, kanunnik van Colonia, een licht te begrijpen en beroemd dichter uit de XIIIe eeuw, waaraan ook door Salimbene in zijn Cronaca wordt herinnerd en die voor den auteur wordt gehouden van eenige gedichten.↑14Godfried van Bouillon, hertog van Lotharingen, leider van den Eersten Kruistocht en eerste christelijke Stedehouder van Jeruzalem.↑15Manni gelooft, dat die maëstro Alberto, een beroemd arts, geen ander was dan de Bolognees Alberto Zancari, die toch ook lid was van de gemeenteraad en openbare lezingen hield in de Universiteit van Bologna vanaf 1326 tot aan het jaar van zijn dood.↑
1Men kan niet zeggen, dat die signor Ciappelletto of Cepparello werkelijk heeft bestaan, maar als feit staat vast, dat de familie der Cepparelli bloeide tot aan het einde van de vorige eeuw in Prato, waarvan Boccaccio juist onze man afkomstig laat zijn.↑2Dino Compagni verhaalt van Musciatto Franzesi, dat hij een ridder was van groote sluwheid, klein van persoon maar groot van ziel en dat hij zeer rijk geworden en tot ridder geslagen, den handel opgaf en Charles van Valois volgde op zijn tocht naar Italië.↑3Alle Italianen heetten destijds in Frankrijk, Vlaanderen en Engeland Lombardiërs.↑4Boccacciotrok de strekking van deze vertelling uit de Avventuroso Ciciliano van Bosone van Gubbio, waar Saladin na Rome bezocht te hebben in gezelschap van graaf Artese, met hem dezelfde gesprekken houdt, welkeBoccaccioden Jood Abraham in den mond legt.↑5Boccaccio trok de stof voor deze vertelling uit de drie-en-zevenstigste van Novellino, die tot titel heeft: “Hoe de Sultan, die behoefte aan geld had, verstand wou krijgen van een Jood.”↑6Jussuf, koning van Marokko, later Salâh-ed-dîn genaamd, en door taalbederf Saladin, vervulde van zijn naam geheel Europa en als de andere groote mannen van de Midden-Eeuwen had hij zijn legende. Maar de schrijvers van dien tijd gebruiken den naam Saladin om onverschillig welken khalief of arabischen en barbarijschen emir aan te duiden.↑7Manni beweert, dat naar de meening van Aldo Manuzio junior die geschiedenis van de markiezin van Montferrat door Boccaccio is gecopieerd naar het bekende feit van koning Manfred met zijn zuster Siligaita, gravin van Caserta, maar op niet aanstootelijke wijze is veranderd, omdat, waar die met bloedschande eindigt, dit verhaal van Boccaccio slechts besluit met de berisping van den koning van Frankrijk.↑8De Paleologo’s, markiezen van Montferrat waren een van de beroemdste en machtigste vorstenfamilies, die in de middeleeuwen Italië beroemd hebben gemaakt. Hun stamburchten lagen te Montferrat in Piemont; hun paleis stond te Casale; maar terzelfdertijd heerschten ze ook in Thessalië en te Jeruzalem. Het Huis der Paleologi stierf uit in 1533 en het markiesaat ging over op de Gonzago’s.↑9Giovanni Villani verhaalt in zijn Geschiedenissen, dat dit broeder Pietro Dall’ Aquila was, wien de florentijners om zijn groote gierigheid zeer vijandig gezind waren en die in 1348 benoemd werd tot Bisschop van Sant’ Angelo in het koninkrijk Napels.↑10Cinciglione, naam van een bekenden drinker uit dien tijd, wat later de naam werd voor elken dronkaard.↑11De genade van Sint Johannes Goudmond, een woordspeling, die betrekking heeft op de florijnen van Florence, welke het beeld van den heiligen Johannes dragen.↑12De Inquisitie schreef dikwijls voor onbeteekenende ketterij het dragen voor van een groot laken kruis op de kleeren.↑13De held van die vertelling is Cane Grande della Scala, van welke Dante in Zang XVII van zijn Paradiso schreef:Als eerst verblijf zal—om u te beveiligen—U des grooten Lombardiërs hoofschheid wachten,Wiens schild een Trap en Adelaar voert, den heiligen;Die voor U van zóó goeden wil is te’ achten,Dat van voldoen en vragen bij u beideHet eerst gebeurt, wat and’re’ eer ’t laatste dachten.Men meent juist thans met eenig recht, dat Primasseau, waarvan Boccaccio spreekt, een dergelijke Primas of Primasso of Primate was, kanunnik van Colonia, een licht te begrijpen en beroemd dichter uit de XIIIe eeuw, waaraan ook door Salimbene in zijn Cronaca wordt herinnerd en die voor den auteur wordt gehouden van eenige gedichten.↑14Godfried van Bouillon, hertog van Lotharingen, leider van den Eersten Kruistocht en eerste christelijke Stedehouder van Jeruzalem.↑15Manni gelooft, dat die maëstro Alberto, een beroemd arts, geen ander was dan de Bolognees Alberto Zancari, die toch ook lid was van de gemeenteraad en openbare lezingen hield in de Universiteit van Bologna vanaf 1326 tot aan het jaar van zijn dood.↑
1Men kan niet zeggen, dat die signor Ciappelletto of Cepparello werkelijk heeft bestaan, maar als feit staat vast, dat de familie der Cepparelli bloeide tot aan het einde van de vorige eeuw in Prato, waarvan Boccaccio juist onze man afkomstig laat zijn.↑
1Men kan niet zeggen, dat die signor Ciappelletto of Cepparello werkelijk heeft bestaan, maar als feit staat vast, dat de familie der Cepparelli bloeide tot aan het einde van de vorige eeuw in Prato, waarvan Boccaccio juist onze man afkomstig laat zijn.↑
2Dino Compagni verhaalt van Musciatto Franzesi, dat hij een ridder was van groote sluwheid, klein van persoon maar groot van ziel en dat hij zeer rijk geworden en tot ridder geslagen, den handel opgaf en Charles van Valois volgde op zijn tocht naar Italië.↑
2Dino Compagni verhaalt van Musciatto Franzesi, dat hij een ridder was van groote sluwheid, klein van persoon maar groot van ziel en dat hij zeer rijk geworden en tot ridder geslagen, den handel opgaf en Charles van Valois volgde op zijn tocht naar Italië.↑
3Alle Italianen heetten destijds in Frankrijk, Vlaanderen en Engeland Lombardiërs.↑
3Alle Italianen heetten destijds in Frankrijk, Vlaanderen en Engeland Lombardiërs.↑
4Boccacciotrok de strekking van deze vertelling uit de Avventuroso Ciciliano van Bosone van Gubbio, waar Saladin na Rome bezocht te hebben in gezelschap van graaf Artese, met hem dezelfde gesprekken houdt, welkeBoccaccioden Jood Abraham in den mond legt.↑
4Boccacciotrok de strekking van deze vertelling uit de Avventuroso Ciciliano van Bosone van Gubbio, waar Saladin na Rome bezocht te hebben in gezelschap van graaf Artese, met hem dezelfde gesprekken houdt, welkeBoccaccioden Jood Abraham in den mond legt.↑
5Boccaccio trok de stof voor deze vertelling uit de drie-en-zevenstigste van Novellino, die tot titel heeft: “Hoe de Sultan, die behoefte aan geld had, verstand wou krijgen van een Jood.”↑
5Boccaccio trok de stof voor deze vertelling uit de drie-en-zevenstigste van Novellino, die tot titel heeft: “Hoe de Sultan, die behoefte aan geld had, verstand wou krijgen van een Jood.”↑
6Jussuf, koning van Marokko, later Salâh-ed-dîn genaamd, en door taalbederf Saladin, vervulde van zijn naam geheel Europa en als de andere groote mannen van de Midden-Eeuwen had hij zijn legende. Maar de schrijvers van dien tijd gebruiken den naam Saladin om onverschillig welken khalief of arabischen en barbarijschen emir aan te duiden.↑
6Jussuf, koning van Marokko, later Salâh-ed-dîn genaamd, en door taalbederf Saladin, vervulde van zijn naam geheel Europa en als de andere groote mannen van de Midden-Eeuwen had hij zijn legende. Maar de schrijvers van dien tijd gebruiken den naam Saladin om onverschillig welken khalief of arabischen en barbarijschen emir aan te duiden.↑
7Manni beweert, dat naar de meening van Aldo Manuzio junior die geschiedenis van de markiezin van Montferrat door Boccaccio is gecopieerd naar het bekende feit van koning Manfred met zijn zuster Siligaita, gravin van Caserta, maar op niet aanstootelijke wijze is veranderd, omdat, waar die met bloedschande eindigt, dit verhaal van Boccaccio slechts besluit met de berisping van den koning van Frankrijk.↑
7Manni beweert, dat naar de meening van Aldo Manuzio junior die geschiedenis van de markiezin van Montferrat door Boccaccio is gecopieerd naar het bekende feit van koning Manfred met zijn zuster Siligaita, gravin van Caserta, maar op niet aanstootelijke wijze is veranderd, omdat, waar die met bloedschande eindigt, dit verhaal van Boccaccio slechts besluit met de berisping van den koning van Frankrijk.↑
8De Paleologo’s, markiezen van Montferrat waren een van de beroemdste en machtigste vorstenfamilies, die in de middeleeuwen Italië beroemd hebben gemaakt. Hun stamburchten lagen te Montferrat in Piemont; hun paleis stond te Casale; maar terzelfdertijd heerschten ze ook in Thessalië en te Jeruzalem. Het Huis der Paleologi stierf uit in 1533 en het markiesaat ging over op de Gonzago’s.↑
8De Paleologo’s, markiezen van Montferrat waren een van de beroemdste en machtigste vorstenfamilies, die in de middeleeuwen Italië beroemd hebben gemaakt. Hun stamburchten lagen te Montferrat in Piemont; hun paleis stond te Casale; maar terzelfdertijd heerschten ze ook in Thessalië en te Jeruzalem. Het Huis der Paleologi stierf uit in 1533 en het markiesaat ging over op de Gonzago’s.↑
9Giovanni Villani verhaalt in zijn Geschiedenissen, dat dit broeder Pietro Dall’ Aquila was, wien de florentijners om zijn groote gierigheid zeer vijandig gezind waren en die in 1348 benoemd werd tot Bisschop van Sant’ Angelo in het koninkrijk Napels.↑
9Giovanni Villani verhaalt in zijn Geschiedenissen, dat dit broeder Pietro Dall’ Aquila was, wien de florentijners om zijn groote gierigheid zeer vijandig gezind waren en die in 1348 benoemd werd tot Bisschop van Sant’ Angelo in het koninkrijk Napels.↑
10Cinciglione, naam van een bekenden drinker uit dien tijd, wat later de naam werd voor elken dronkaard.↑
10Cinciglione, naam van een bekenden drinker uit dien tijd, wat later de naam werd voor elken dronkaard.↑
11De genade van Sint Johannes Goudmond, een woordspeling, die betrekking heeft op de florijnen van Florence, welke het beeld van den heiligen Johannes dragen.↑
11De genade van Sint Johannes Goudmond, een woordspeling, die betrekking heeft op de florijnen van Florence, welke het beeld van den heiligen Johannes dragen.↑
12De Inquisitie schreef dikwijls voor onbeteekenende ketterij het dragen voor van een groot laken kruis op de kleeren.↑
12De Inquisitie schreef dikwijls voor onbeteekenende ketterij het dragen voor van een groot laken kruis op de kleeren.↑
13De held van die vertelling is Cane Grande della Scala, van welke Dante in Zang XVII van zijn Paradiso schreef:Als eerst verblijf zal—om u te beveiligen—U des grooten Lombardiërs hoofschheid wachten,Wiens schild een Trap en Adelaar voert, den heiligen;Die voor U van zóó goeden wil is te’ achten,Dat van voldoen en vragen bij u beideHet eerst gebeurt, wat and’re’ eer ’t laatste dachten.Men meent juist thans met eenig recht, dat Primasseau, waarvan Boccaccio spreekt, een dergelijke Primas of Primasso of Primate was, kanunnik van Colonia, een licht te begrijpen en beroemd dichter uit de XIIIe eeuw, waaraan ook door Salimbene in zijn Cronaca wordt herinnerd en die voor den auteur wordt gehouden van eenige gedichten.↑
13De held van die vertelling is Cane Grande della Scala, van welke Dante in Zang XVII van zijn Paradiso schreef:
Als eerst verblijf zal—om u te beveiligen—U des grooten Lombardiërs hoofschheid wachten,Wiens schild een Trap en Adelaar voert, den heiligen;Die voor U van zóó goeden wil is te’ achten,Dat van voldoen en vragen bij u beideHet eerst gebeurt, wat and’re’ eer ’t laatste dachten.
Als eerst verblijf zal—om u te beveiligen—U des grooten Lombardiërs hoofschheid wachten,Wiens schild een Trap en Adelaar voert, den heiligen;Die voor U van zóó goeden wil is te’ achten,Dat van voldoen en vragen bij u beideHet eerst gebeurt, wat and’re’ eer ’t laatste dachten.
Als eerst verblijf zal—om u te beveiligen—U des grooten Lombardiërs hoofschheid wachten,Wiens schild een Trap en Adelaar voert, den heiligen;Die voor U van zóó goeden wil is te’ achten,Dat van voldoen en vragen bij u beideHet eerst gebeurt, wat and’re’ eer ’t laatste dachten.
Als eerst verblijf zal—om u te beveiligen—U des grooten Lombardiërs hoofschheid wachten,Wiens schild een Trap en Adelaar voert, den heiligen;Die voor U van zóó goeden wil is te’ achten,Dat van voldoen en vragen bij u beideHet eerst gebeurt, wat and’re’ eer ’t laatste dachten.
Als eerst verblijf zal—om u te beveiligen—U des grooten Lombardiërs hoofschheid wachten,Wiens schild een Trap en Adelaar voert, den heiligen;Die voor U van zóó goeden wil is te’ achten,Dat van voldoen en vragen bij u beideHet eerst gebeurt, wat and’re’ eer ’t laatste dachten.
Als eerst verblijf zal—om u te beveiligen—U des grooten Lombardiërs hoofschheid wachten,Wiens schild een Trap en Adelaar voert, den heiligen;
Als eerst verblijf zal—om u te beveiligen—
U des grooten Lombardiërs hoofschheid wachten,
Wiens schild een Trap en Adelaar voert, den heiligen;
Die voor U van zóó goeden wil is te’ achten,Dat van voldoen en vragen bij u beideHet eerst gebeurt, wat and’re’ eer ’t laatste dachten.
Die voor U van zóó goeden wil is te’ achten,
Dat van voldoen en vragen bij u beide
Het eerst gebeurt, wat and’re’ eer ’t laatste dachten.
Men meent juist thans met eenig recht, dat Primasseau, waarvan Boccaccio spreekt, een dergelijke Primas of Primasso of Primate was, kanunnik van Colonia, een licht te begrijpen en beroemd dichter uit de XIIIe eeuw, waaraan ook door Salimbene in zijn Cronaca wordt herinnerd en die voor den auteur wordt gehouden van eenige gedichten.↑
14Godfried van Bouillon, hertog van Lotharingen, leider van den Eersten Kruistocht en eerste christelijke Stedehouder van Jeruzalem.↑
14Godfried van Bouillon, hertog van Lotharingen, leider van den Eersten Kruistocht en eerste christelijke Stedehouder van Jeruzalem.↑
15Manni gelooft, dat die maëstro Alberto, een beroemd arts, geen ander was dan de Bolognees Alberto Zancari, die toch ook lid was van de gemeenteraad en openbare lezingen hield in de Universiteit van Bologna vanaf 1326 tot aan het jaar van zijn dood.↑
15Manni gelooft, dat die maëstro Alberto, een beroemd arts, geen ander was dan de Bolognees Alberto Zancari, die toch ook lid was van de gemeenteraad en openbare lezingen hield in de Universiteit van Bologna vanaf 1326 tot aan het jaar van zijn dood.↑