EERSTE BEDRIJF

[Inhoud]EERSTE BEDRIJFEen tuin bij de woning van Van Hogerveldt. Rechts een priëel. Links Van Hogerveldt aan een tuintafel de courant lezende. In het priëel Karel druk schrijvende. Anna wandelt op den achtergrond in den tuin en maakt een ruiker.[Inhoud]EERSTE TOONEEL.Van Hogerveldt,Karel,Anna. LaterBetje.Van Hogerveldt.’t Is alweêr slecht gesteld met de fondsen. De meesten sinds gisteren gerezen en dat als menà la baissespeculeert. ’t Is onpleizierig. Enfin! Afwachten maar; ’t zal wel terecht komen.(Hij legt de courant neêr. Tot Karel.)Wat zit je weêr druk te werken, Karel. Als je eens ’n uur of wat hier komt, breng je altijd nog stukken meê. Ik heb al zoo dikwijls gezegd, dat ge tegen u zelven handelt. Je moest wat meer van ’t leven profiteeren, zooals wij.Karel,gemelijk.Alweêr ’t oude lied. Als u, ma en Louise plezier hebben in uitgaan, mij wel, laat mij echter het genoegen van mijn arbeid.Van Hogerveldt.Maar waarvóór werk je toch wel zoo afschuwelijk hard? Anna zal het waarachtig ook niet prettig vinden. Ze schijnt[6]ten minste haar troost bij de bloemen te zoeken. Om den broode behoef je het niet te doen!Karel.Nu ja, dat weet ik!Van Hogerveldt.Toen je nog geen meester in de rechten waart, komaan.…. dat begrijp ik, maar nu ben je gepromoveerd en hebt bovendien een aardige rente van het legaat van tante Caroline, die jou universeel erfgenaam heeft gemaakt, omdat je naar haar heette.Karel.Waartoe mij dat weêr te verwijten, vader? U weet dat tante altijd veel met mij op bad; zij kon toch met haar geld doen, wat zij wilde, en wat mijn graad betreft, denkt u soms, dat ik alleen heb gestudeerd om daarmeê te pronken?Van Hogerveldt.Volstrekt niet. En ik benijd je ook niet om die erfenis, want geld heb ik, Goddank, niet noodig;mijnbetrekking is een van de weinige, die bij matigen arbeid veel opleveren kunnen. Ik zei het alleen in je eigen belang. Je zoudt van je geld veel meer kunnen genieten, en wanneer je, zooals je stand dat toch eigenlijk meêbrengt, de schouwburgen, bals en concerten trouw bezocht, dan zou je.…(omziende naar Anna, en naar Karel toegaande)dan zou je misschien in de gelegenheid zijn geweest om een goede partij te doen, terwijl je nu een meisje.… dat welietsbezit, nu ja, maar.… Of zou je dan toch met je praktijk blijven woekeren?Karel,beslist.Dat zou ik zeker. Overigens heb ik nog geen trouwplannen. In ieder geval ik heb mijn keus gedaan. Wat wil men meer? Daarbij heeft ieder zoo zijn illusie.De mijne is eenvoudig: veel reputatie en praktijk te verwerven. Wat de uwe is, pa, dat heb ik in waarheid tot nog toe niet recht begrepen.Van Hogerveldt.Mijnillusie? Ik heb geen illusies noodig. Ik heb alles wat ik verlang.[7]Karel.Zoo? dan feliciteer ik u; dan zijt u wel een gelukkig mensch! Maar.… de toekomst?Van Hogerveldt.De toekomst?.… Wàt toekomst?Karel.Wel, dat is toch nog al eenvoudig. Uw zaken, ’t is waar, leveren een ruim bestaan op, maar u weet beter nog dan ik, hoe het met zaken gaat: wat heden bloeit, valt wellicht morgen af!Van Hogerveldt.Ho, ho, wat ben je weêr pessimistisch. Als de hemel valt, zijn we allen dood, zooals het spreekwoord zegt.Karel.Enfin, houd mij ten goede, dat ik daar anders over denk. Ieder moet maar doen, naar hem dat ’t beste schijnt; mij komt het voor dat u de zaken nog al zonderling inziet. Sedert een paar jaren wordt hier verbazend veel geld verspild aan weelde. Uitgaan, partijen, kleeding, ’t wordt alles enorm hoog opgevoerd. Dat gaatnugoed, maar .…Van Hogerveldt,lachend.Wel zeker, nu nog fraaier! Het mankeert er maar aan, dat je mij de les gaat lezen!Karel.Och, dat is mijn bedoeling niet, als u mij dan ook mijn eigen zin laat volgen.(Keert zich weêr aan zijn schrijftafel.)Van Hogerveldt,ter zijde.Altijd nog eigenwijs! Er valt niet tegen te redeneeren. Enfin, later zal hij er wel anders over denken.(Weder de courant inziende.)’t Meest spijt het mij van die weergasche Maxwells, die gaan met stoom omlaag; terwijl de andere, die dalenmoesten, rijzen dat het verschrikkelijk is. Juist het tegendeel van hetgeen ik wenschte. Ik heb er nog al wat in zitten; ’n kwade boel!Anna,naar hem toekomende.Ik geloof dat u op Karel aan ’t pruttelen was, omdat hij weêr zit te werken, is ’t niet?[8]Van Hogerveldt.Och kind, ik zei alleen maar, dat hij veel te hard werkt en het zijne er niet van neemt. Hijbehoefthet immers niet te doen?Anna.Nu ja; Karel is nog jong. Hij kan best nog wat werken. En u moet toch ook eens ommijdenken. Als hij nu veel geld verdient, dan komt ons beiden dat later ten goede. Zie eens, wat ik voor u gemaakt heb. Is het geen lieve bouquet?Van Hogerveldt.Dank je, Anna, dank je. Ik bedoelde alleen, zie je, dat Karel reeds genoeg inkomen heeft om tekunnentrouwen en dat hij in plaats daar aan te denken, maar blijft werken, werken als hing zijn leven er aan.Anna,naar Karel gaande en een roos aan zijn jas hechtende.Zie zoo, ben je nu haast klaar, al te ijverige meneer? Kom, ik zou het er nu voor vandaag maar bij laten.Karel.Ja, Anna, ik heb nog slechts éen brief te schrijven, dan ben ik gereed.Anna.Nu, dan zal ik intusschen gaan zien of ik voor jou ook nog een bouquetje kan maken.(Gaat naar den achtergrond.)Betje,uit het woonhuis rechts tot Van Hogerveldt.Mijnheer, hier is een telegram voor u.(Af.)Van Hogerveldt,ter zijde.Wat zou dàt zijn?(Hij leest. Ontsteld.)Alle duivels, ’n rechte Jobstijding! «De vrede meer dan ooit verzekerd. Amerikanen 10 pct. vooruitgegaan.» En ik, die zoo zwaarà la baisseben geëngageerd. ’t Is om razend te worden!Karel,naar hem toegaande.Wat is het pa, toch geen slecht nieuws? ’t Schijnt, dat het telegram u doet ontstellen?[9]Van Hogerveldt.Ontstellen? Och neen, beste jongen, zoo’n kleinigheid schrikt mij niet af. Ik had op de daling van Amerikanen gerekend, omdat naar ik meende oorlog onvermijdelijk was. Men bericht me nu, dat die vervloekte vredemannen hun zin hebben gekregen en er van den oorlog niets komt. Dat is alles.Karel.Vervloekte vredemannen! Hoe kunt u dat in ernst meenen? Maar waarom speculeerde u ook op een oorlog, die nog zoo geheel onzeker was? ’t Is nog al erg, hè, want ik heb wel bemerkt dat het telegram u zeer onaangenaam verraste.Van Hogerveldt.Och, neen, ’t maakt zoo veel niet uit, Karel. Trek jij je daar maar geen harnas over aan. Je hebt van die zaken geen verstand. Ik ben er zeker van dat ik, b.v. met mijn speculatie in Egyptenaren, het dubbele zal terugwinnen.Karel,met een zucht.Ik wil het hopen. U zoudt anders deeerste niet zijn, die slecht van zulke buitenlandsche reizen afkwam.[Inhoud]TWEEDE TOONEEL.De vorigen.Mevrouw van Hogerveldt,Louise,DekkersenBetje.Mevr. Van Hogerveldt,gevolgd door Louise en Dekkers.Daar zijn we al. Dag pa! Wat hebben we een plezier gehad en wat een prachtig weêr! Dag Anna, dag kind, ben jij ook hier vandaag? Komaan dat is goed; en waar is Karel?(In het priëel ziende.)Wel, wel, zit je daar alweêr met papieren voor je? Je zult je nog ziek maken met al dat geschrijf. Foei! foei!(Zij beweegt een waaier voor het gelaat.)[10]Van Hogerveldt.Goede morgen, goede morgen! Bonjour, Dekkers. Dus je hebt je nog al geamuseerd?(Karel blijft zitten werken; Louise kust Anna en knoopt een stil gesprek met haar aan.)Mevr. Van Hogerveldt.O, bijzonder! We hebben een allerliefsten rit gemaakt en het gezelschap van onzen waarden Dekkers heeft het aangename daarvan niet weinig verhoogd, niet waar Louise?Louise,spottend.Zeker, mama. Dank zij vooral mijnheer Dekkers, die zoo onderhoudend is, hebben we ons uitstekend geamuseerd. U weet, ik houd veel van praten.(Ter zijde tot Anna.)Ik geloof niet, dat hij onderweg twintig woorden gesproken heeft.Van Hogerveldt.Wel, wel, Dekkers, je schijnt de lieveling van de dames te zijn.Dekkers.Te veel eer. Men doet natuurlijk zijn best om haar aangenaam bezig te houden.Mevr. Van Hogerveldt.En nu zal ik je eens laten zien, wat ik heb meêgebracht. Een paar prachtige antieke vazen, om ons salon meê te versieren!(Naar binnen roepende.)Betje, breng die vazen, eens hier, die in het rijtuig stonden.Betje,de vazen brengende.Als ’t u belieft, mevrouw. Waar wilt u ze hebben?Mevr. Van Hogerveldt.Zet ze maar op de tafel bij mijnheer.(Tot Van Hogerveldt.)Hoevindje dat nu? Prachtig hè? Kijk eens, zoo ziet men ze niet veel.(Tot Karel.)Kom eens hier Karel, je bent toch zoo’n minnaar van die dingen, niet waar?Karel,naderbij komende en een vaas in de hand nemende.Ja wel, maar u moet me niet kwalijk nemen, dat ik over deze vazen zoo niet roepen kan.[11]Van Hogerveldt,tot Dekkers.Natuurlijk! Och, dat is zoo z’n gewoonte. Afkeuren, alles afkeuren maar.Mevr. Van Hogerveldt.Wat zeg je daar?Vindje ze niet prachtig?Karel.Het is de vraag niet hoe ik ze vind, ma, maar hoe ze zijn. En in dat opzicht kan ik u verzekeren, dat het niet veel bijzonders is. Het ligt er ook al aan, wat ze kosten.Mevr. Van Hogerveldt.O! dat is niet veel. Nog geen 800 gulden. Daar ben ik toch nooit aan bekocht.Karel.Aan bekocht? Zeker voor meer dan de helft. Maar hoe is het ook mogelijk om daar zooveel geld voor te geven.Dekkers.U vergist je toch zeker, mijnheer, het is waarlijk niet duur. ’t Is een prachtig stel. Ik heb er zelden zoo een gezien.Karel.Dat kan wel zijn, mijnheer Dekkers, maar het bewijst op zich zelf nog niets. Ikkendat goed, en verzeker u, dat deze vazen veel te duur zijn betaald.Mevr. Van Hogerveldt.Dacht ik niet, dat hij ’t weêr zou afkeuren? Nu,ikvind ze prachtig, hoor! en u, Hogerveldt?Van Hogerveldt.Wel waarachtig zijn ze mooi, maar wat zal ik je zeggen? Karel is niet best geluimd vandaag.Karel,naar zijn plaats gaande.Ik zou niet weten waarom! maar als men mijn oordeel vraagt, dan dien ik het toch eerlijk te zeggen, niet waar?Dekkers,ter zijde.Ja, dàt is een gewoonte bij de advocaten.[12]Van Hogerveldt.Maar daarom moet je niet denken, dat je het altijd beter weet dan een ander.Ikvind, dat mamaniette duur heeft gekocht en daarmeê, basta!(Dekkers heeft zich bij de dames gevoegd en is met dezen in een druk gesprek gewikkeld. Mevrouw Van Hogerveldt heeft een der kranten opgevat evenals Van Hogerveldt.)[Inhoud]DERDE TOONEEL.De vorigen.Willem Verhagen.Verhagen.Dames en Heeren, uw dienaar. Bonjour Karel, hoe gaat het met de zaken?(Van Hogerveldt, Dekkers en mevrouw Van Hogerveldt groeten koel.)Karel.Zoo, dat gaat wèl. Ik heb m’n handen knapjes vol.Verhagen,ziet om naar Dekkers. Ter zijde.Ik geloof waarachtig, dat hij haar het hof wil maken.Karel.Ik heb weêr eenige faillissementen.Verhagen.Eenige? Och, ja, ’t komt er tegenwoordig op een paar meer of minder niet aan. En hoeveel percent bieden ze wel? Zeker niet veel meer dan tien?Karel.Tien? neen vriend, ik heb er zelfs een suikerbakker bij van 5 percent.Verhagen.Waarachtig? dat is nog eens de moeite waard! Twintig duizend gulden schuld en éen duizend betalen. ’t Is wel.(Omziende naar Dekkers. Ter zijde.)Wie heeft nu ooit zoo’n vervelenden indringer beleefd?[13]Karel.Altijd, als er genoegen meê genomen wordt. De crediteuren moesten overeenkomen om geen accoorden aan te nemen.Verhagen.Maar je weet toch even goed als ik, dat juist daarmeê zoo geknoeid wordt. Daar schijnt nu eenmaal niets aan te doen te zijn.(Ter zijde.)Ze is vandaag al bijzonder lief voor hem. Als dat zoo voortgaat, krijg ik haar niet eens te spreken.Van Hogerveldt.Wat ik vragen wilde, zijn er voor van avond al plannen gemaakt?Mevr. Van Hogerveldt.O, zeker! Mijnheer Dekkers is zoo goed geweest een loge in den franschen schouwburg voor ons te huren. Ik heb ook op u gerekend, George, dus ik hoop, dat u van de partij zult zijn.Van Hogerveldt.Ja.… misschien … maar ’t zal in ieder geval heel laat worden, want ik heb zaken.Mevr. Van Hogerveldt.Ja, zaken!… zaken! De heeren hebben altijd zaken als de vrouwen hun vragen om uit te gaan. En nu geven ze nog al dat mooie stuk van.… van.… och, hoe heet die man ook weêr?Karel.Die man? U bedoelt Sardou.Mevr. Van Hogerveldt.Juist; dezelfde.Van Hogerveldt.Mooi?.… Nu ja, sommige gedeelten vallen juist niet inmijnsmaak. Maar enfin, als je er op gesteld bent,.… nu, ik kom in elk geval zoo vroeg mogelijk.Louise,naderbij komende.Mama, denkt u er wel aan, dat er over acht dagen bal is[14]bij mevrouw Van Weelderen? ’t Wordt waarlijk meer dan tijd om eens over ons toilet te praten.Mevr. Van Hogerveldt.Bekommer je daar maar niet over, kind. ’t Is immers slechts te bestellen! Laat die receptie van Zondag nu maar eerst passeeren en dan Maandag het concert en dan zullen we alweêr verder zien. We hebben het ook zoo verbazend druk, dat we letterlijk elken dag bezet zijn.Karel,ter zijde tot Verhagen.Ze zullen op ’t laatst nog tijd te kort komen!Dekkers.Dat is zoo, Mevrouw. Iedere stand brengt zijn eischen meê. En juffrouw Louise zal er zeker niet rouwig om zijn, denk ik.Louise.O, neen, ofschoon ik altijd aan bals de voorkeur geef.Dekkers.Dat is een loffelijke eigenschap van de dames.Verhagen,ter zijde.Nu nog fraaier! Beroerde kerel!Van Hogerveldt,opstaande en op zijn horloge ziende.Dekkers, ’t wordt mijn tijd. Morgen Raad van Commissarissen voor de goedkeuring der rekening en verantwoording. Daar weet je alles van. Drukte, vriend, drukte.Dekkers.Zeker, zeker; nu, ’t zal wel in orde zijn.Van Hogerveldt.Natuurlijk; de commissie is reeds klaar, dat weet je; ik heb echter toch nog een en ander te regelen en te schrijven en van avond de komedie.… enfin, je zult mij wel excuseeren, niet waar?Dekkers,geeft hem de hand.Zonder twijfel; adieu, tot morgen dus.(Van Hogerveldt groetend af).[15][Inhoud]VIERDE TOONEEL.De vorigen, behalveVan Hogerveldt.Louise.Kom, Anna, willen wij eens een wandeling in den tuin gaan doen? Karel zit toch nog te werken; het is zoo lief buiten.Anna.Karel is aanstonds klaar, Louise, en we zouden samen uitgaan.Dekkers.Wel, juffrouw Louise, mag ik de eer en het genoegen hebben u te vergezellen?Verhagen,ter zijde.Dàt zou de kroon op het werk zetten.Louise,ziet vragend om naar Verhagen. Deze wendt vertoornd het gelaat af.O, met genoegen, mijnheer Dekkers, heel galant van u.(Dekkers biedt Louise zijn arm aan, en verdwijnt met haar in den tuin. Verhagen staart hen na.)Verhagen,ter zijde.Duivelsche kerel, we zullen eens zien wie het winnen zal![Inhoud]VIJFDE TOONEEL.Mevr. Van Hogerveldt,Karel,Anna,Verhagen.(Karel en Anna voeren een stil gesprek in het priëel rechts.)Mevr. Van Hogerveldt,Links, Louise en Dekkers naziende. Ter zijde.Zoo zie ik het nu eens gaarne! Ik dacht ook wel, dat ze eindelijk haar belang zou gaan inzien.(Tot Verhagen.)[16]Hoe gaat het met uw gezondheid, mijnheer Verhagen? ’t Komt me voor, dat u er zoo bedrukt uitziet.Verhagen.Uitstekend, mevrouw, er is niets dat.…Mevr. Van Hogerveldt.Ja, ja, dat weet ik al niet. U zijt anders altijd even vroolijk en opgeruimd; ik geloof wel, dat er iets aan hapert. Misschien niet goed geluimd?Verhagen.Pardon, mevrouw, in uw gezelschap is het mij te aangenaam om niet recht tevreden te zijn, maar men kan niet altijd even vroolijk wezen; dat hangt soms van nietige omstandigheden af.Mevr. Van Hogerveldt.Zeker, daar heb je nu b.v. mijnheer Dekkers, die is meestal stil en bedaard, en niettemin een alleraangenaamst mensch.Verhagen.Over den smaak valt niet te twisten, mevrouw. Hoe ongaarne ik u ook tegenspreek, moet ik u toch zeggen dat ik, voor zoover ik dien Dekkers ken, hem alles behalve aangenaam vind.Mevr. Van Hogerveldt,met nadruk.Pas op, mijnheer Verhagen, vergeet niet, dat mijnheer Dekkers al jaren lang onze huisvriend is! Wij hebben altijd veel vriendschap van hem genoten, en verplichting aan hem. Daarenboven is hij een rijk, alom geacht man van een oude patricische familie, die de deftigste kringen frequenteert. In éen woord: ’t is een zeer beschaafd jongmensch, en, al spreekt hij dan ook niet veel, wat hij zegt is goud, meneer Verhagen, goud!Verhagen.Een beschaafd jongmensch? Neem me niet kwalijk, mevrouw, dat ik lachen moet, maar als ik mij niet vergis, is hij de vijftig al nabij en maakt, dunkt me, meer aanspraak op den titel van «ouden vrijer.»[17]Mevr. Van Hogerveldt,scherp.Wacht maar, mijnheer Verhagen, u zijt ook nog ongetrouwd, en mijnheer Dekkers zal.…Verhagen,snel.Wat zal hij? Wie weet is hij niet dwaas genoeg om nog te gaan trouwen.Mevr. Van Hogerveldt,met nadruk.Hij zal niet lang meer ongetrouwd blijven.Anna.Ik zou het allergrappigst vinden. Verbeeld u Dekkers als echtgenoot eener jonge vrouw! ’t Is komiek.Karel.Maar, mama, hoe kunt u weten of hij plannen heeft? Als er sprake van trouwen was, dan zou mijnheer Dekkers er ons toch wel iets van gezegd hebben.Mevr. Van Hogerveldt.Dat heeft hij ook niet, Karel. Ik heb echter meer ondervinding dan gij in die zaken en ik heb al zeker iets.…. opgemerkt.….Karel.U doelt toch niet op.…. op Louise?Anna,ernstig.Zou het mogelijk wezen?Verhagen,ter zijde.Daar kan je zeker van zijn.Mevr. Van Hogerveldt.Dat zeg ik niet, ofschoon ik niet begrijp, waarom zoo iets tot de onmogelijkheden zou behooren.Karel.Wat een idee! Louise zal toch wel wijzer zijn; Dekkers is tweemaal zoo oud als zij.Verhagen.Hij zou nog gevaar loopen, voor haar ouden heer te worden aangezien.[18]Mevr. Van Hogerveldt.Dat beteekent al te gaâr niets; ik zou haar om zulke redenen geen huwelijk ontraden. ’t Zou in ieder geval beter voor haar zijn dan dat ze zich verbond met een of ander jongmensch, dat nauwelijks voor zich zelf genoeg had.Verhagen,ter zijde.Dat is aan mijn adres. Dank je wel! Ik zal troef bekennen.(Tot Mevr. Van Hogerveldt.)Zeer logisch, mevrouw; als hij voor zich alleen niet genoeg heeft, dan zouden zijsamenzeker te kort komen. En wat den ouden heer Dekkers betreft. het zou u misschien in ’t begin wel wat vreemd vallen een reeds grijzenden schoonzoon te hebben, die ongeveer van uw leeftijd was, maar, wat doet men al niet, als het geluk van zijn kind er van afhangt!Karel,zich gereed makende om met Anna te vertrekken.Mama, ik zou die zaak niet vooruitloopen. Wie weet of er wel iets van aan is. Ik voor mij betwijfel zeer, dat Louise ooit aan zulk een huwelijk beeft gedacht. En al hebben wij nu eenige verplichting aan Dekkers, ik ken hem reeds lang genoeg, en ik blijf bij mijn gevoelen, dat hij geen oprecht mensch is. U weet dat ook wel, ik heb het u al meermalen gezegd. Enfin, we zullen maar afwachten.(Tot Anna.)Ben je gereed Anna, dan zullen we gaan.Anna.Zeker, maar.… mijnheer Verhagen?Verhagen.O, geneert je voor mij niet.Karel.Dat niet Willem, volstrekt niet, ’t zou ons zelfs zeer aangenaam zijn als je plezier hadt ons te vergezellen.Verhagen.Met alle genoegen.(Zijn hoed nemende. Hij laat zijn stok in het priëel liggen.)Ik ben al gereed.(Op zijn horloge ziende.)A propos, ’t is al twee uur en om half drie moet ik voor zaken thuis zijn; dus ik zal niet lang van je gezelschap profiteeren.[19]Karel.Nu dan, mama, tot straks.(Verhagen en Anna groeten Mevr. Van H. Allen af behalve Mevr. Van Hogerveldt.)[Inhoud]ZESDE TOONEEL.Mevr. Van Hogerveldt,alleen.’t Is toch wat erg dat zoo’n advocaatje zonder praktijk een man als Dekkers durft bespotten. Maar ik weet wel waar de schoen hem wringt:hijhad gehoopt Louise tot vrouw te krijgen. Ik was in ’t eerst waarlijk bang, dat ze dwaas genoeg zou wezen om zijn verliefde grillen te beantwoorden en een veel betere partij te verwerpen; ze liet zich nog al door dat heertje het hof maken, terwijl ze Dekkers meer en meer veronachtzaamde. Trouwens ik zou mij tot het laatste toe hebben doen gelden om een huwelijk te voorkomen, waarin ik geen heil zie. Louise heeft even als Karel een uitstekende opvoeding genoten, zooals onze stand dat vordert, ’t zou dus al te dwaas zijn haar te laten trouwen met een aankomend advocaat, die nog niet weet of hij wel ooit naam zal maken. ’t Is waar, Dekkers is wat ouder dan zij, maar ’t is een zeer net mensch, en wat meer zegt: hij is puissant rijk, en kan dus Louise voortdurend al de genoegens van het leven bezorgen. Ik ben ten minste gerust, nu ze dat eindelijk zelve heeft ingezien, en met Dekkers zoo vertrouwelijk is gaan wandelen, terwijl ze den verliefden advocaat liet staan.(Lachend.)Hij trok een gezicht als een jongen, die een hond met zijn boterham ziet wegloopen, juist als hij er in wil happen.(Naar het eind van den tuin ziende.)Kijk, daar komen ze aan, arm in arm. Hoe heerlijk! Ja, dat zal wel schikken. Maar ze zijn zoo druk in gesprek! Laat ik ze niet storen. Ze zullen het, denk ik, ook best zonder mij af kunnen.(Mevr. Van H. rechts af.)[20][Inhoud]ZEVENDE TOONEEL.Dekkers en Louise,komen van de linkerzijde gearmd op.Louise.Een lieve tuin, vindt u niet, mijnheer Dekkers?Dekkers.Ik moet zeggen, juffrouw Louise, de wandeling is mij uitstekend bevallen, vooral in uw allerliefst gezelschap. De tuin ziet er prachtig uit, en de veranderingen, sedert ik hem het laatst gezien heb, in den aanleg der perken aangebracht, zijn wezenlijk groote verbeteringen.Louise,gaat aan de tafel links zitten.Vindt u? Pa heeft dat alles naarmijnkeus laten inrichten, even als de nieuwe fontein en het priëel aan het eind van den tuin, waar men zulk een schoon vergezicht heeft.Dekkers,gaat naast Louise zitten.Ik bewonder uw goeden smaak, juffrouw Louise. Ik durf zeggen, dat de man in dit opzicht bij de vrouw verre achter staat.Mijntuin is wel veel grooter dan deze, doch ik moet eerlijk bekennen, dat hij niet half zoo sierlijk is aangelegd. Maar ik kom hier nu al zoo langen tijd in huis, uw papa komt ook nog al dikwijls bij mij en ik heb nog niet éen keer het genoegen gehad u op mijn buiten te zien. Mag ik eens op een bezoek van u rekenen?Louise.Wel zeker, met plezier; zoodra papa weêr bij u moet zijn, hoop ik eens met hem meê te komen, en al het schoone te bewonderen, dat uw villa en tuin aanbieden; ik ben zeker, dat het er nog vrij wat beter zal uitzien dan hier.Dekkers.Zooals ik u heb gezegd: grooter is mijn tuin wel en zou dus nog meer gelegenheid schenken om er iets van te maken, maar juist de smaak om dit met tact te doen, ontbreekt mij. Nu ik hier gezien heb, hoe alles door u zoo uitstekend is[21]gerangschikt, beklaag ik mij zeer, dat er nòg geen schoone vrouwenhand is, die ookmijbehulpzaam zou willen zijn.(Hij neemt haar hand en kust die.)Louise,haar hand terugtrekkend.Mijnheer Dekkers!(schertsend.)Nu, ik denk, dat die nog wel zou te vinden zijn en niet alleen de vrouwenhand, maar misschien nog wel devrouw-zelve er bij.Dekkers.Nu schertst ge, juffrouw Louise, en ik verzeker u toch, dat wat ik zeg, volkomen ernst is.Louise.Dat wil ik zeer goed gelooven, maar misschien hebt u nog nooit naar een vrouw gezocht. In dat geval moet ik u in ernst aanraden om er spoedig, heel spoedig werk van te maken.(Dekkers ziet peinzend voor zich en zucht hoorbaar.)Wat een zucht! Wees practisch, mijnheer Dekkers, volg mijn raad op, of zijt u het misschien niet met mij eens?Dekkers,zucht nogmaals.Als u het zoo metmijeens zijt als ik met u, dan.…Louise.Ik geloof dat u mij niet begrijpt. Ik vraag of mijn raad u niet bevalt?Dekkers.Hij bevalt mij zoo zeer dat ik, zeker uit sympathie voor u, reeds lang eveneens heb gedacht. U zult me echter toegeven dat een raad gemakkelijker is te geven dan op te volgen; vooral waar het zulk een teedere quaestie geldt. ’t Is voor een meisje zeker een gewichtige stap haar ouders te verlaten en haar man te volgen om haar geheele toekomst in zijn handen te stellen, maar ook voor den man is het van groot belang goed toe te zien of hij in haar werkelijk de vrouw zijner keuze beeft gevonden.Louise,schertsend.En hebt u nog niet kunnen slagen? Aan tijd heeft ’t u, dunkt me, toch niet ontbroken?[22]Dekkers.Wat de keuze betreft, ben ik het met mijzelf volkomen eens. Alleen heb ik tot nog toe den moed niet gehad om de hand te vragen van haar, die ik aanbid.Louise,opstaande, schertsend.Nu ge zóover zijt gekomen, moet ge mijn raad geheel opvolgen en er niet lang meê wachten ook. Wie weet! Het hangt wellicht slechts van u af om uw uitverkorene gelukkig te maken; u kunt toch niet vergen dat zeuvraagt?Dekkers,opstaande en Louise’s hand vattend. (Met geestdrift.)O, Louise, vergun mij, dat ik u zóo noem; zie, ge spreekt daar juist naar mijn hart, en, nu gijzelve zegt, dat het slechts vanmijafhangt, voel ik op eens den moed in mij ontwaken! Ook is de gelegenheid mij nog nooit zoo gunstig geweest als thans, nu ik het voorrecht heb, u alleen te spreken; want, al heb ik het u tot heden niet gezegd, ik ben er zeker van, dat ge reeds lang hebt begrepen, hoezeer ik u bemin.….Louise,verrast, haar hand terugtrekkend.Mij?.….(sarcastisch)Maar, mijnheer Dekkers, hadt u me dat wat eerder gezegd, dan zou ik u al die moeite bespaard hebben.(Zij wendt zich onverschillig van hem af.)Dekkers.Louise, wend uw hoofd niet af. Zie mij aan en lees in mijn oogen welk een vurige liefde ik u toedraag.Gijzijt de vrouw mijner keus, nog nimmer gevoelde ik zoo innig hoe dierbaar gij me zijt!Louise.Nog eens, mijnheer, bespaar u die moeite en laat ons over iets anders spreken. Ik was opdezewending van ons gesprek niet voorbereid.Dekkers.Vergeef mij,.… maar.… ik had u toch niet vooraf.…Louise,snel.Vooraf kunnen waarschuwen? Dat zou mij althans zeer aangenaam zijn geweest. Had ik uw bedoeling gekend, ik zou ons beiden dit oogenblik hebben bespaard.[23]Dekkers.Haat ge mij dan, Louise, dat mijn aanzoek u zóo mishaagt?Louise.U haten? Volstrekt niet. Ik zou zelfs gaarne willen, dat wij goede vrienden bleven, altijd onder voorwaarde nooit meer op dit onderwerp terug te komen.Dekkers.Maar als ik het u zoo onvoorbereid heb meêgedeeld, dan hebt ge ook den tijd niet gehad om er over na te denken. Sta me dus toe niet op dit oogenblik, maar later uw besluit te vernemen. Gij zelve kunt bepalen, wanneer dit zal zijn en intusschen ook uw ouders raadplegen.Louise.Ik heb u mijn besluit reeds gezegd, mijnheer, en daar blijf ik bij. Even goed als de man, zooals gij aanstonds zeidet, de vrouw zoekt zijner keuze, heeft deze toch ook het recht haar eigen zin te volgen, niet waar?Dekkers.Daar hebt ge volkomen gelijk in; ’t is echter geen reden om mij het gevraagdeuitstelte weigeren.Louise.Welnu, als ge dan een afdoende reden verlangt: ik heb mijn keus reeds gedaan, en daarin heb ik immers, zooals u zelf zegt, volkomen gelijk?Dekkers.Zeker, maar is die keus wel geheel in uw belang? Ik begrijp zeer goed, wien ge bedoelt! Gij hebt het oog op Willem Verhagen, een jong advocaat, die.…Louise,vertoornd.Dat ismijnzaak, mijnheer, daarover hebt u niet te oordeelen.Dekkers.Als we goede vrienden zijn, mag ik toch wel alsvriendmet u spreken.Louise,als boven.Laat dat zijn zoo het wil. Eens en voor al verzoek ik u geen namen te noemen en van niemand kwaad te spreken.[24]Dekkers.Dàt is ver van mij, ik denk alleen aanuwbelang. Dat toch brengt mede, dat ge, eenmaal gehuwd, hetzelfde genotvolle leven kunt leiden, waaraan ge gewoon zijt. En hoewel ik volstrekt niets ten nadeele van Verhagen wil zeggen, moet u toch niet vergeten, dat hij een zeer jong advocaat is, wiens praktijk nog moet gevestigd worden; een groot verschil b. v. met uw broer. Verhagen is dus onmogelijk in staat u al die weelde en genoegens te verschaffen.Louise,onverschillig.Alweêr die naam!.…. Doch dit doet er niets toe. Ieder volgt zijn keuze, goed of kwaad.Dekkers.Ik durf u toch verzekeren, dat het u op den duur niet bevallen zou om zooveel te moeten ontberen, waarmeê ge als ’t ware zijt opgegroeid. Gij weet, Louise, dat ik fortuin heb; ik ben in staat u alles van de wereld te doen genieten, en ik zou dat van ganscher harte doen, ik zou u het leven zoo aangenaam maken, want ik bemin u meer dan ge weet; bovendien denk er om, dat ge door mijn liefde te verwerpen, uw toekomst in de waagschaal zoudt kunnen stellen.(Louise zwijgt en zucht.)Nu zucht gij opuwbeurt. Zeg, Louise, waarom zwijgt ge thans? Denkt ge na over mijn verzoek, zoodat ik nog mag hopen?Louise,beslist.Hopen?.… Waar denkt ge aan, mijnheer Dekkers; ik heb u mijn besluit gezegd en daar blijft het bij. Laten we nu, zooals ik reeds zei, als goede vrienden scheiden en doen alsof er niets was voorgevallen. ’t Is hoog tijd, dat ik naar huis ga; mama zal ongerust worden.(Zij wil gaan.)Dekkers,houdt haar tegen.Nog éen woord, Louise, weet wel wat ge doet. Vergeet niet, dat uw vader jaren lang mijn vriend was. Spreek eerst met hem en neem den tijd om u te bedenken, in plaats van kortaf te weigeren.Louise.En wat zou u beletten om vaders vriend te blijven?[25]Dekkers.Ge weet toch, dat uw vader aan mij zijn betrekking te danken heeft, dat hij alles aan mij is verplicht?Louise,geraakt.Zeker weet ik dat, maar is hij u daarvoor dan niet altijd dankbaar geweest? Ik had niet gedacht, mijnheer Dekkers, dat gij u thans nog daarop zoudt beroepen. In ieder geval heeftdiezaak hier niets te maken.Dekkers.Misschien wel. Ik wilde er u slechts op wijzen, dat uw vader mijn invloed en hulp nog wel eens zou kunnen noodig hebben.Louise.Ik begrijp niet waar ge op doelt, mijnheer, trouwens ’t is mij ook vrij onverschillig. Ik weet alleen, dat mijn vader sinds hij directeur is, veel tot den bloei der vennootschap heeft bijgedragen.Dekkers.Daar kunt gij, alsvrouw, moeilijk over oordeelen en, dat gij alsdochternatuurlijk niet van uw vader zult vermoeden, dat.…Louise,gebiedend.Zwijg, mijnheer, dat gaat inderdaad te ver! Mij beleedigen door mijn vader in een kwaad daglicht te stellen! Gij noemdet hem zooëven uwvrienden zoudt nu trachten hem bij zijn eenige dochter verdacht te maken. Dat is slecht.Dekkers.Nog eens, gij begrijpt me niet. Wat ik zei, of liever, wat ik wilde zeggen, sloeg op geheel iets anders!Louise,nieuwsgierig.Dus u schijnt toch iets ten nadeele van mijn vader te weten! Niet waar?Dekkers.Ik zeg alleen, dat hij onder zekere omstandigheden mijn hulp nog wel eens noodig kon hebben.[26]Louise,beslist.Welnu, als die omstandigheden slechts in uw verbeelding bestaan, dan is er geen vrees voor, en zoo niet, wees dan oprecht en zeg me, wat er is. Wat weet gij van mijn vader?Dekkers.Ikweetniets, Louise, maar ik heb.… ik veronderstel.…Louise,gejaagd.Wat? Misleid mij niet, ik bid het u!Dekkers.Ik mag, ik kan het u nog niet zeggen. Morgen is er vergadering en daarna.…Louise,ernstig.Nog eens, mijnheer Dekkers, zeg mij ronduit, wat gij bedoelt; ik verzoek het u dringend.Dekkers.Welnu, Louise, niet alleen uw toekomst, maar ook die van uw vader is in uw handen. Schenk mij uw liefde, beloof mij mijn vrouw te zullen worden, en ik zal u niet alleen alles zeggen, maar ik zal uw vader en u allen van den ondergang redden.…Louise,geeft een gil van schrik.O, God! Ik geloof u niet. Gij liegt!.… Gij wilt mij dwingen!.… Neen.… nooit!Dekkers,dringend, haar handen vattende.Louise, bedenk u; voor het laatst: ik bid u, weet wat ge doet. Van uw toestemming hangt te veel af; uw weigering zal u berouwen.Louise,buiten zich zelve van aandoening.Ik zeg u: neen, nooit!.… nooit!(Zij slaat de handen voor het gelaat.)[27][Inhoud]ACHTSTE TOONEEL.De vorigen.Willem Verhagen.Verhagen,komt schielijk op.O, pardon, laat ik u niet storen; ik heb hier, geloof ik, mijn stok laten liggen.(Gaat naar hetpriëelrechts.)Ah! daar is hij al.(Hij bemerkt Louise’s ontsteltenis en ijlt naar haar toe.)Louise! Wat is er gebeurd?Louise wijst hem op Dekkers, die verschrikt en vertoornd zich heeft afgewend en legt haar hoofd tegen den schouder van Verhagen.Louise,weenend.O, die man! die man! het is verschrikkelijk!(Verhagen werpt over Louise heen woedende blikken op Dekkers.)[Inhoud]NEGENDE TOONEEL.De vorigen. Mevr.Van Hogerveldt.Mevr. Van Hogerveldt.Lieve hemel! Wat is er nu aan de hand? Nu begrijp ik ernietsmeer van.Dekkers,ter zijde.Ze heeft niet gewild! Zij heeft mij smadelijk afgewezen: welnu, ik zweer het: Ik zal mij wreken!Einde van het Eerste Bedrijf.[28]

[Inhoud]EERSTE BEDRIJFEen tuin bij de woning van Van Hogerveldt. Rechts een priëel. Links Van Hogerveldt aan een tuintafel de courant lezende. In het priëel Karel druk schrijvende. Anna wandelt op den achtergrond in den tuin en maakt een ruiker.[Inhoud]EERSTE TOONEEL.Van Hogerveldt,Karel,Anna. LaterBetje.Van Hogerveldt.’t Is alweêr slecht gesteld met de fondsen. De meesten sinds gisteren gerezen en dat als menà la baissespeculeert. ’t Is onpleizierig. Enfin! Afwachten maar; ’t zal wel terecht komen.(Hij legt de courant neêr. Tot Karel.)Wat zit je weêr druk te werken, Karel. Als je eens ’n uur of wat hier komt, breng je altijd nog stukken meê. Ik heb al zoo dikwijls gezegd, dat ge tegen u zelven handelt. Je moest wat meer van ’t leven profiteeren, zooals wij.Karel,gemelijk.Alweêr ’t oude lied. Als u, ma en Louise plezier hebben in uitgaan, mij wel, laat mij echter het genoegen van mijn arbeid.Van Hogerveldt.Maar waarvóór werk je toch wel zoo afschuwelijk hard? Anna zal het waarachtig ook niet prettig vinden. Ze schijnt[6]ten minste haar troost bij de bloemen te zoeken. Om den broode behoef je het niet te doen!Karel.Nu ja, dat weet ik!Van Hogerveldt.Toen je nog geen meester in de rechten waart, komaan.…. dat begrijp ik, maar nu ben je gepromoveerd en hebt bovendien een aardige rente van het legaat van tante Caroline, die jou universeel erfgenaam heeft gemaakt, omdat je naar haar heette.Karel.Waartoe mij dat weêr te verwijten, vader? U weet dat tante altijd veel met mij op bad; zij kon toch met haar geld doen, wat zij wilde, en wat mijn graad betreft, denkt u soms, dat ik alleen heb gestudeerd om daarmeê te pronken?Van Hogerveldt.Volstrekt niet. En ik benijd je ook niet om die erfenis, want geld heb ik, Goddank, niet noodig;mijnbetrekking is een van de weinige, die bij matigen arbeid veel opleveren kunnen. Ik zei het alleen in je eigen belang. Je zoudt van je geld veel meer kunnen genieten, en wanneer je, zooals je stand dat toch eigenlijk meêbrengt, de schouwburgen, bals en concerten trouw bezocht, dan zou je.…(omziende naar Anna, en naar Karel toegaande)dan zou je misschien in de gelegenheid zijn geweest om een goede partij te doen, terwijl je nu een meisje.… dat welietsbezit, nu ja, maar.… Of zou je dan toch met je praktijk blijven woekeren?Karel,beslist.Dat zou ik zeker. Overigens heb ik nog geen trouwplannen. In ieder geval ik heb mijn keus gedaan. Wat wil men meer? Daarbij heeft ieder zoo zijn illusie.De mijne is eenvoudig: veel reputatie en praktijk te verwerven. Wat de uwe is, pa, dat heb ik in waarheid tot nog toe niet recht begrepen.Van Hogerveldt.Mijnillusie? Ik heb geen illusies noodig. Ik heb alles wat ik verlang.[7]Karel.Zoo? dan feliciteer ik u; dan zijt u wel een gelukkig mensch! Maar.… de toekomst?Van Hogerveldt.De toekomst?.… Wàt toekomst?Karel.Wel, dat is toch nog al eenvoudig. Uw zaken, ’t is waar, leveren een ruim bestaan op, maar u weet beter nog dan ik, hoe het met zaken gaat: wat heden bloeit, valt wellicht morgen af!Van Hogerveldt.Ho, ho, wat ben je weêr pessimistisch. Als de hemel valt, zijn we allen dood, zooals het spreekwoord zegt.Karel.Enfin, houd mij ten goede, dat ik daar anders over denk. Ieder moet maar doen, naar hem dat ’t beste schijnt; mij komt het voor dat u de zaken nog al zonderling inziet. Sedert een paar jaren wordt hier verbazend veel geld verspild aan weelde. Uitgaan, partijen, kleeding, ’t wordt alles enorm hoog opgevoerd. Dat gaatnugoed, maar .…Van Hogerveldt,lachend.Wel zeker, nu nog fraaier! Het mankeert er maar aan, dat je mij de les gaat lezen!Karel.Och, dat is mijn bedoeling niet, als u mij dan ook mijn eigen zin laat volgen.(Keert zich weêr aan zijn schrijftafel.)Van Hogerveldt,ter zijde.Altijd nog eigenwijs! Er valt niet tegen te redeneeren. Enfin, later zal hij er wel anders over denken.(Weder de courant inziende.)’t Meest spijt het mij van die weergasche Maxwells, die gaan met stoom omlaag; terwijl de andere, die dalenmoesten, rijzen dat het verschrikkelijk is. Juist het tegendeel van hetgeen ik wenschte. Ik heb er nog al wat in zitten; ’n kwade boel!Anna,naar hem toekomende.Ik geloof dat u op Karel aan ’t pruttelen was, omdat hij weêr zit te werken, is ’t niet?[8]Van Hogerveldt.Och kind, ik zei alleen maar, dat hij veel te hard werkt en het zijne er niet van neemt. Hijbehoefthet immers niet te doen?Anna.Nu ja; Karel is nog jong. Hij kan best nog wat werken. En u moet toch ook eens ommijdenken. Als hij nu veel geld verdient, dan komt ons beiden dat later ten goede. Zie eens, wat ik voor u gemaakt heb. Is het geen lieve bouquet?Van Hogerveldt.Dank je, Anna, dank je. Ik bedoelde alleen, zie je, dat Karel reeds genoeg inkomen heeft om tekunnentrouwen en dat hij in plaats daar aan te denken, maar blijft werken, werken als hing zijn leven er aan.Anna,naar Karel gaande en een roos aan zijn jas hechtende.Zie zoo, ben je nu haast klaar, al te ijverige meneer? Kom, ik zou het er nu voor vandaag maar bij laten.Karel.Ja, Anna, ik heb nog slechts éen brief te schrijven, dan ben ik gereed.Anna.Nu, dan zal ik intusschen gaan zien of ik voor jou ook nog een bouquetje kan maken.(Gaat naar den achtergrond.)Betje,uit het woonhuis rechts tot Van Hogerveldt.Mijnheer, hier is een telegram voor u.(Af.)Van Hogerveldt,ter zijde.Wat zou dàt zijn?(Hij leest. Ontsteld.)Alle duivels, ’n rechte Jobstijding! «De vrede meer dan ooit verzekerd. Amerikanen 10 pct. vooruitgegaan.» En ik, die zoo zwaarà la baisseben geëngageerd. ’t Is om razend te worden!Karel,naar hem toegaande.Wat is het pa, toch geen slecht nieuws? ’t Schijnt, dat het telegram u doet ontstellen?[9]Van Hogerveldt.Ontstellen? Och neen, beste jongen, zoo’n kleinigheid schrikt mij niet af. Ik had op de daling van Amerikanen gerekend, omdat naar ik meende oorlog onvermijdelijk was. Men bericht me nu, dat die vervloekte vredemannen hun zin hebben gekregen en er van den oorlog niets komt. Dat is alles.Karel.Vervloekte vredemannen! Hoe kunt u dat in ernst meenen? Maar waarom speculeerde u ook op een oorlog, die nog zoo geheel onzeker was? ’t Is nog al erg, hè, want ik heb wel bemerkt dat het telegram u zeer onaangenaam verraste.Van Hogerveldt.Och, neen, ’t maakt zoo veel niet uit, Karel. Trek jij je daar maar geen harnas over aan. Je hebt van die zaken geen verstand. Ik ben er zeker van dat ik, b.v. met mijn speculatie in Egyptenaren, het dubbele zal terugwinnen.Karel,met een zucht.Ik wil het hopen. U zoudt anders deeerste niet zijn, die slecht van zulke buitenlandsche reizen afkwam.[Inhoud]TWEEDE TOONEEL.De vorigen.Mevrouw van Hogerveldt,Louise,DekkersenBetje.Mevr. Van Hogerveldt,gevolgd door Louise en Dekkers.Daar zijn we al. Dag pa! Wat hebben we een plezier gehad en wat een prachtig weêr! Dag Anna, dag kind, ben jij ook hier vandaag? Komaan dat is goed; en waar is Karel?(In het priëel ziende.)Wel, wel, zit je daar alweêr met papieren voor je? Je zult je nog ziek maken met al dat geschrijf. Foei! foei!(Zij beweegt een waaier voor het gelaat.)[10]Van Hogerveldt.Goede morgen, goede morgen! Bonjour, Dekkers. Dus je hebt je nog al geamuseerd?(Karel blijft zitten werken; Louise kust Anna en knoopt een stil gesprek met haar aan.)Mevr. Van Hogerveldt.O, bijzonder! We hebben een allerliefsten rit gemaakt en het gezelschap van onzen waarden Dekkers heeft het aangename daarvan niet weinig verhoogd, niet waar Louise?Louise,spottend.Zeker, mama. Dank zij vooral mijnheer Dekkers, die zoo onderhoudend is, hebben we ons uitstekend geamuseerd. U weet, ik houd veel van praten.(Ter zijde tot Anna.)Ik geloof niet, dat hij onderweg twintig woorden gesproken heeft.Van Hogerveldt.Wel, wel, Dekkers, je schijnt de lieveling van de dames te zijn.Dekkers.Te veel eer. Men doet natuurlijk zijn best om haar aangenaam bezig te houden.Mevr. Van Hogerveldt.En nu zal ik je eens laten zien, wat ik heb meêgebracht. Een paar prachtige antieke vazen, om ons salon meê te versieren!(Naar binnen roepende.)Betje, breng die vazen, eens hier, die in het rijtuig stonden.Betje,de vazen brengende.Als ’t u belieft, mevrouw. Waar wilt u ze hebben?Mevr. Van Hogerveldt.Zet ze maar op de tafel bij mijnheer.(Tot Van Hogerveldt.)Hoevindje dat nu? Prachtig hè? Kijk eens, zoo ziet men ze niet veel.(Tot Karel.)Kom eens hier Karel, je bent toch zoo’n minnaar van die dingen, niet waar?Karel,naderbij komende en een vaas in de hand nemende.Ja wel, maar u moet me niet kwalijk nemen, dat ik over deze vazen zoo niet roepen kan.[11]Van Hogerveldt,tot Dekkers.Natuurlijk! Och, dat is zoo z’n gewoonte. Afkeuren, alles afkeuren maar.Mevr. Van Hogerveldt.Wat zeg je daar?Vindje ze niet prachtig?Karel.Het is de vraag niet hoe ik ze vind, ma, maar hoe ze zijn. En in dat opzicht kan ik u verzekeren, dat het niet veel bijzonders is. Het ligt er ook al aan, wat ze kosten.Mevr. Van Hogerveldt.O! dat is niet veel. Nog geen 800 gulden. Daar ben ik toch nooit aan bekocht.Karel.Aan bekocht? Zeker voor meer dan de helft. Maar hoe is het ook mogelijk om daar zooveel geld voor te geven.Dekkers.U vergist je toch zeker, mijnheer, het is waarlijk niet duur. ’t Is een prachtig stel. Ik heb er zelden zoo een gezien.Karel.Dat kan wel zijn, mijnheer Dekkers, maar het bewijst op zich zelf nog niets. Ikkendat goed, en verzeker u, dat deze vazen veel te duur zijn betaald.Mevr. Van Hogerveldt.Dacht ik niet, dat hij ’t weêr zou afkeuren? Nu,ikvind ze prachtig, hoor! en u, Hogerveldt?Van Hogerveldt.Wel waarachtig zijn ze mooi, maar wat zal ik je zeggen? Karel is niet best geluimd vandaag.Karel,naar zijn plaats gaande.Ik zou niet weten waarom! maar als men mijn oordeel vraagt, dan dien ik het toch eerlijk te zeggen, niet waar?Dekkers,ter zijde.Ja, dàt is een gewoonte bij de advocaten.[12]Van Hogerveldt.Maar daarom moet je niet denken, dat je het altijd beter weet dan een ander.Ikvind, dat mamaniette duur heeft gekocht en daarmeê, basta!(Dekkers heeft zich bij de dames gevoegd en is met dezen in een druk gesprek gewikkeld. Mevrouw Van Hogerveldt heeft een der kranten opgevat evenals Van Hogerveldt.)[Inhoud]DERDE TOONEEL.De vorigen.Willem Verhagen.Verhagen.Dames en Heeren, uw dienaar. Bonjour Karel, hoe gaat het met de zaken?(Van Hogerveldt, Dekkers en mevrouw Van Hogerveldt groeten koel.)Karel.Zoo, dat gaat wèl. Ik heb m’n handen knapjes vol.Verhagen,ziet om naar Dekkers. Ter zijde.Ik geloof waarachtig, dat hij haar het hof wil maken.Karel.Ik heb weêr eenige faillissementen.Verhagen.Eenige? Och, ja, ’t komt er tegenwoordig op een paar meer of minder niet aan. En hoeveel percent bieden ze wel? Zeker niet veel meer dan tien?Karel.Tien? neen vriend, ik heb er zelfs een suikerbakker bij van 5 percent.Verhagen.Waarachtig? dat is nog eens de moeite waard! Twintig duizend gulden schuld en éen duizend betalen. ’t Is wel.(Omziende naar Dekkers. Ter zijde.)Wie heeft nu ooit zoo’n vervelenden indringer beleefd?[13]Karel.Altijd, als er genoegen meê genomen wordt. De crediteuren moesten overeenkomen om geen accoorden aan te nemen.Verhagen.Maar je weet toch even goed als ik, dat juist daarmeê zoo geknoeid wordt. Daar schijnt nu eenmaal niets aan te doen te zijn.(Ter zijde.)Ze is vandaag al bijzonder lief voor hem. Als dat zoo voortgaat, krijg ik haar niet eens te spreken.Van Hogerveldt.Wat ik vragen wilde, zijn er voor van avond al plannen gemaakt?Mevr. Van Hogerveldt.O, zeker! Mijnheer Dekkers is zoo goed geweest een loge in den franschen schouwburg voor ons te huren. Ik heb ook op u gerekend, George, dus ik hoop, dat u van de partij zult zijn.Van Hogerveldt.Ja.… misschien … maar ’t zal in ieder geval heel laat worden, want ik heb zaken.Mevr. Van Hogerveldt.Ja, zaken!… zaken! De heeren hebben altijd zaken als de vrouwen hun vragen om uit te gaan. En nu geven ze nog al dat mooie stuk van.… van.… och, hoe heet die man ook weêr?Karel.Die man? U bedoelt Sardou.Mevr. Van Hogerveldt.Juist; dezelfde.Van Hogerveldt.Mooi?.… Nu ja, sommige gedeelten vallen juist niet inmijnsmaak. Maar enfin, als je er op gesteld bent,.… nu, ik kom in elk geval zoo vroeg mogelijk.Louise,naderbij komende.Mama, denkt u er wel aan, dat er over acht dagen bal is[14]bij mevrouw Van Weelderen? ’t Wordt waarlijk meer dan tijd om eens over ons toilet te praten.Mevr. Van Hogerveldt.Bekommer je daar maar niet over, kind. ’t Is immers slechts te bestellen! Laat die receptie van Zondag nu maar eerst passeeren en dan Maandag het concert en dan zullen we alweêr verder zien. We hebben het ook zoo verbazend druk, dat we letterlijk elken dag bezet zijn.Karel,ter zijde tot Verhagen.Ze zullen op ’t laatst nog tijd te kort komen!Dekkers.Dat is zoo, Mevrouw. Iedere stand brengt zijn eischen meê. En juffrouw Louise zal er zeker niet rouwig om zijn, denk ik.Louise.O, neen, ofschoon ik altijd aan bals de voorkeur geef.Dekkers.Dat is een loffelijke eigenschap van de dames.Verhagen,ter zijde.Nu nog fraaier! Beroerde kerel!Van Hogerveldt,opstaande en op zijn horloge ziende.Dekkers, ’t wordt mijn tijd. Morgen Raad van Commissarissen voor de goedkeuring der rekening en verantwoording. Daar weet je alles van. Drukte, vriend, drukte.Dekkers.Zeker, zeker; nu, ’t zal wel in orde zijn.Van Hogerveldt.Natuurlijk; de commissie is reeds klaar, dat weet je; ik heb echter toch nog een en ander te regelen en te schrijven en van avond de komedie.… enfin, je zult mij wel excuseeren, niet waar?Dekkers,geeft hem de hand.Zonder twijfel; adieu, tot morgen dus.(Van Hogerveldt groetend af).[15][Inhoud]VIERDE TOONEEL.De vorigen, behalveVan Hogerveldt.Louise.Kom, Anna, willen wij eens een wandeling in den tuin gaan doen? Karel zit toch nog te werken; het is zoo lief buiten.Anna.Karel is aanstonds klaar, Louise, en we zouden samen uitgaan.Dekkers.Wel, juffrouw Louise, mag ik de eer en het genoegen hebben u te vergezellen?Verhagen,ter zijde.Dàt zou de kroon op het werk zetten.Louise,ziet vragend om naar Verhagen. Deze wendt vertoornd het gelaat af.O, met genoegen, mijnheer Dekkers, heel galant van u.(Dekkers biedt Louise zijn arm aan, en verdwijnt met haar in den tuin. Verhagen staart hen na.)Verhagen,ter zijde.Duivelsche kerel, we zullen eens zien wie het winnen zal![Inhoud]VIJFDE TOONEEL.Mevr. Van Hogerveldt,Karel,Anna,Verhagen.(Karel en Anna voeren een stil gesprek in het priëel rechts.)Mevr. Van Hogerveldt,Links, Louise en Dekkers naziende. Ter zijde.Zoo zie ik het nu eens gaarne! Ik dacht ook wel, dat ze eindelijk haar belang zou gaan inzien.(Tot Verhagen.)[16]Hoe gaat het met uw gezondheid, mijnheer Verhagen? ’t Komt me voor, dat u er zoo bedrukt uitziet.Verhagen.Uitstekend, mevrouw, er is niets dat.…Mevr. Van Hogerveldt.Ja, ja, dat weet ik al niet. U zijt anders altijd even vroolijk en opgeruimd; ik geloof wel, dat er iets aan hapert. Misschien niet goed geluimd?Verhagen.Pardon, mevrouw, in uw gezelschap is het mij te aangenaam om niet recht tevreden te zijn, maar men kan niet altijd even vroolijk wezen; dat hangt soms van nietige omstandigheden af.Mevr. Van Hogerveldt.Zeker, daar heb je nu b.v. mijnheer Dekkers, die is meestal stil en bedaard, en niettemin een alleraangenaamst mensch.Verhagen.Over den smaak valt niet te twisten, mevrouw. Hoe ongaarne ik u ook tegenspreek, moet ik u toch zeggen dat ik, voor zoover ik dien Dekkers ken, hem alles behalve aangenaam vind.Mevr. Van Hogerveldt,met nadruk.Pas op, mijnheer Verhagen, vergeet niet, dat mijnheer Dekkers al jaren lang onze huisvriend is! Wij hebben altijd veel vriendschap van hem genoten, en verplichting aan hem. Daarenboven is hij een rijk, alom geacht man van een oude patricische familie, die de deftigste kringen frequenteert. In éen woord: ’t is een zeer beschaafd jongmensch, en, al spreekt hij dan ook niet veel, wat hij zegt is goud, meneer Verhagen, goud!Verhagen.Een beschaafd jongmensch? Neem me niet kwalijk, mevrouw, dat ik lachen moet, maar als ik mij niet vergis, is hij de vijftig al nabij en maakt, dunkt me, meer aanspraak op den titel van «ouden vrijer.»[17]Mevr. Van Hogerveldt,scherp.Wacht maar, mijnheer Verhagen, u zijt ook nog ongetrouwd, en mijnheer Dekkers zal.…Verhagen,snel.Wat zal hij? Wie weet is hij niet dwaas genoeg om nog te gaan trouwen.Mevr. Van Hogerveldt,met nadruk.Hij zal niet lang meer ongetrouwd blijven.Anna.Ik zou het allergrappigst vinden. Verbeeld u Dekkers als echtgenoot eener jonge vrouw! ’t Is komiek.Karel.Maar, mama, hoe kunt u weten of hij plannen heeft? Als er sprake van trouwen was, dan zou mijnheer Dekkers er ons toch wel iets van gezegd hebben.Mevr. Van Hogerveldt.Dat heeft hij ook niet, Karel. Ik heb echter meer ondervinding dan gij in die zaken en ik heb al zeker iets.…. opgemerkt.….Karel.U doelt toch niet op.…. op Louise?Anna,ernstig.Zou het mogelijk wezen?Verhagen,ter zijde.Daar kan je zeker van zijn.Mevr. Van Hogerveldt.Dat zeg ik niet, ofschoon ik niet begrijp, waarom zoo iets tot de onmogelijkheden zou behooren.Karel.Wat een idee! Louise zal toch wel wijzer zijn; Dekkers is tweemaal zoo oud als zij.Verhagen.Hij zou nog gevaar loopen, voor haar ouden heer te worden aangezien.[18]Mevr. Van Hogerveldt.Dat beteekent al te gaâr niets; ik zou haar om zulke redenen geen huwelijk ontraden. ’t Zou in ieder geval beter voor haar zijn dan dat ze zich verbond met een of ander jongmensch, dat nauwelijks voor zich zelf genoeg had.Verhagen,ter zijde.Dat is aan mijn adres. Dank je wel! Ik zal troef bekennen.(Tot Mevr. Van Hogerveldt.)Zeer logisch, mevrouw; als hij voor zich alleen niet genoeg heeft, dan zouden zijsamenzeker te kort komen. En wat den ouden heer Dekkers betreft. het zou u misschien in ’t begin wel wat vreemd vallen een reeds grijzenden schoonzoon te hebben, die ongeveer van uw leeftijd was, maar, wat doet men al niet, als het geluk van zijn kind er van afhangt!Karel,zich gereed makende om met Anna te vertrekken.Mama, ik zou die zaak niet vooruitloopen. Wie weet of er wel iets van aan is. Ik voor mij betwijfel zeer, dat Louise ooit aan zulk een huwelijk beeft gedacht. En al hebben wij nu eenige verplichting aan Dekkers, ik ken hem reeds lang genoeg, en ik blijf bij mijn gevoelen, dat hij geen oprecht mensch is. U weet dat ook wel, ik heb het u al meermalen gezegd. Enfin, we zullen maar afwachten.(Tot Anna.)Ben je gereed Anna, dan zullen we gaan.Anna.Zeker, maar.… mijnheer Verhagen?Verhagen.O, geneert je voor mij niet.Karel.Dat niet Willem, volstrekt niet, ’t zou ons zelfs zeer aangenaam zijn als je plezier hadt ons te vergezellen.Verhagen.Met alle genoegen.(Zijn hoed nemende. Hij laat zijn stok in het priëel liggen.)Ik ben al gereed.(Op zijn horloge ziende.)A propos, ’t is al twee uur en om half drie moet ik voor zaken thuis zijn; dus ik zal niet lang van je gezelschap profiteeren.[19]Karel.Nu dan, mama, tot straks.(Verhagen en Anna groeten Mevr. Van H. Allen af behalve Mevr. Van Hogerveldt.)[Inhoud]ZESDE TOONEEL.Mevr. Van Hogerveldt,alleen.’t Is toch wat erg dat zoo’n advocaatje zonder praktijk een man als Dekkers durft bespotten. Maar ik weet wel waar de schoen hem wringt:hijhad gehoopt Louise tot vrouw te krijgen. Ik was in ’t eerst waarlijk bang, dat ze dwaas genoeg zou wezen om zijn verliefde grillen te beantwoorden en een veel betere partij te verwerpen; ze liet zich nog al door dat heertje het hof maken, terwijl ze Dekkers meer en meer veronachtzaamde. Trouwens ik zou mij tot het laatste toe hebben doen gelden om een huwelijk te voorkomen, waarin ik geen heil zie. Louise heeft even als Karel een uitstekende opvoeding genoten, zooals onze stand dat vordert, ’t zou dus al te dwaas zijn haar te laten trouwen met een aankomend advocaat, die nog niet weet of hij wel ooit naam zal maken. ’t Is waar, Dekkers is wat ouder dan zij, maar ’t is een zeer net mensch, en wat meer zegt: hij is puissant rijk, en kan dus Louise voortdurend al de genoegens van het leven bezorgen. Ik ben ten minste gerust, nu ze dat eindelijk zelve heeft ingezien, en met Dekkers zoo vertrouwelijk is gaan wandelen, terwijl ze den verliefden advocaat liet staan.(Lachend.)Hij trok een gezicht als een jongen, die een hond met zijn boterham ziet wegloopen, juist als hij er in wil happen.(Naar het eind van den tuin ziende.)Kijk, daar komen ze aan, arm in arm. Hoe heerlijk! Ja, dat zal wel schikken. Maar ze zijn zoo druk in gesprek! Laat ik ze niet storen. Ze zullen het, denk ik, ook best zonder mij af kunnen.(Mevr. Van H. rechts af.)[20][Inhoud]ZEVENDE TOONEEL.Dekkers en Louise,komen van de linkerzijde gearmd op.Louise.Een lieve tuin, vindt u niet, mijnheer Dekkers?Dekkers.Ik moet zeggen, juffrouw Louise, de wandeling is mij uitstekend bevallen, vooral in uw allerliefst gezelschap. De tuin ziet er prachtig uit, en de veranderingen, sedert ik hem het laatst gezien heb, in den aanleg der perken aangebracht, zijn wezenlijk groote verbeteringen.Louise,gaat aan de tafel links zitten.Vindt u? Pa heeft dat alles naarmijnkeus laten inrichten, even als de nieuwe fontein en het priëel aan het eind van den tuin, waar men zulk een schoon vergezicht heeft.Dekkers,gaat naast Louise zitten.Ik bewonder uw goeden smaak, juffrouw Louise. Ik durf zeggen, dat de man in dit opzicht bij de vrouw verre achter staat.Mijntuin is wel veel grooter dan deze, doch ik moet eerlijk bekennen, dat hij niet half zoo sierlijk is aangelegd. Maar ik kom hier nu al zoo langen tijd in huis, uw papa komt ook nog al dikwijls bij mij en ik heb nog niet éen keer het genoegen gehad u op mijn buiten te zien. Mag ik eens op een bezoek van u rekenen?Louise.Wel zeker, met plezier; zoodra papa weêr bij u moet zijn, hoop ik eens met hem meê te komen, en al het schoone te bewonderen, dat uw villa en tuin aanbieden; ik ben zeker, dat het er nog vrij wat beter zal uitzien dan hier.Dekkers.Zooals ik u heb gezegd: grooter is mijn tuin wel en zou dus nog meer gelegenheid schenken om er iets van te maken, maar juist de smaak om dit met tact te doen, ontbreekt mij. Nu ik hier gezien heb, hoe alles door u zoo uitstekend is[21]gerangschikt, beklaag ik mij zeer, dat er nòg geen schoone vrouwenhand is, die ookmijbehulpzaam zou willen zijn.(Hij neemt haar hand en kust die.)Louise,haar hand terugtrekkend.Mijnheer Dekkers!(schertsend.)Nu, ik denk, dat die nog wel zou te vinden zijn en niet alleen de vrouwenhand, maar misschien nog wel devrouw-zelve er bij.Dekkers.Nu schertst ge, juffrouw Louise, en ik verzeker u toch, dat wat ik zeg, volkomen ernst is.Louise.Dat wil ik zeer goed gelooven, maar misschien hebt u nog nooit naar een vrouw gezocht. In dat geval moet ik u in ernst aanraden om er spoedig, heel spoedig werk van te maken.(Dekkers ziet peinzend voor zich en zucht hoorbaar.)Wat een zucht! Wees practisch, mijnheer Dekkers, volg mijn raad op, of zijt u het misschien niet met mij eens?Dekkers,zucht nogmaals.Als u het zoo metmijeens zijt als ik met u, dan.…Louise.Ik geloof dat u mij niet begrijpt. Ik vraag of mijn raad u niet bevalt?Dekkers.Hij bevalt mij zoo zeer dat ik, zeker uit sympathie voor u, reeds lang eveneens heb gedacht. U zult me echter toegeven dat een raad gemakkelijker is te geven dan op te volgen; vooral waar het zulk een teedere quaestie geldt. ’t Is voor een meisje zeker een gewichtige stap haar ouders te verlaten en haar man te volgen om haar geheele toekomst in zijn handen te stellen, maar ook voor den man is het van groot belang goed toe te zien of hij in haar werkelijk de vrouw zijner keuze beeft gevonden.Louise,schertsend.En hebt u nog niet kunnen slagen? Aan tijd heeft ’t u, dunkt me, toch niet ontbroken?[22]Dekkers.Wat de keuze betreft, ben ik het met mijzelf volkomen eens. Alleen heb ik tot nog toe den moed niet gehad om de hand te vragen van haar, die ik aanbid.Louise,opstaande, schertsend.Nu ge zóover zijt gekomen, moet ge mijn raad geheel opvolgen en er niet lang meê wachten ook. Wie weet! Het hangt wellicht slechts van u af om uw uitverkorene gelukkig te maken; u kunt toch niet vergen dat zeuvraagt?Dekkers,opstaande en Louise’s hand vattend. (Met geestdrift.)O, Louise, vergun mij, dat ik u zóo noem; zie, ge spreekt daar juist naar mijn hart, en, nu gijzelve zegt, dat het slechts vanmijafhangt, voel ik op eens den moed in mij ontwaken! Ook is de gelegenheid mij nog nooit zoo gunstig geweest als thans, nu ik het voorrecht heb, u alleen te spreken; want, al heb ik het u tot heden niet gezegd, ik ben er zeker van, dat ge reeds lang hebt begrepen, hoezeer ik u bemin.….Louise,verrast, haar hand terugtrekkend.Mij?.….(sarcastisch)Maar, mijnheer Dekkers, hadt u me dat wat eerder gezegd, dan zou ik u al die moeite bespaard hebben.(Zij wendt zich onverschillig van hem af.)Dekkers.Louise, wend uw hoofd niet af. Zie mij aan en lees in mijn oogen welk een vurige liefde ik u toedraag.Gijzijt de vrouw mijner keus, nog nimmer gevoelde ik zoo innig hoe dierbaar gij me zijt!Louise.Nog eens, mijnheer, bespaar u die moeite en laat ons over iets anders spreken. Ik was opdezewending van ons gesprek niet voorbereid.Dekkers.Vergeef mij,.… maar.… ik had u toch niet vooraf.…Louise,snel.Vooraf kunnen waarschuwen? Dat zou mij althans zeer aangenaam zijn geweest. Had ik uw bedoeling gekend, ik zou ons beiden dit oogenblik hebben bespaard.[23]Dekkers.Haat ge mij dan, Louise, dat mijn aanzoek u zóo mishaagt?Louise.U haten? Volstrekt niet. Ik zou zelfs gaarne willen, dat wij goede vrienden bleven, altijd onder voorwaarde nooit meer op dit onderwerp terug te komen.Dekkers.Maar als ik het u zoo onvoorbereid heb meêgedeeld, dan hebt ge ook den tijd niet gehad om er over na te denken. Sta me dus toe niet op dit oogenblik, maar later uw besluit te vernemen. Gij zelve kunt bepalen, wanneer dit zal zijn en intusschen ook uw ouders raadplegen.Louise.Ik heb u mijn besluit reeds gezegd, mijnheer, en daar blijf ik bij. Even goed als de man, zooals gij aanstonds zeidet, de vrouw zoekt zijner keuze, heeft deze toch ook het recht haar eigen zin te volgen, niet waar?Dekkers.Daar hebt ge volkomen gelijk in; ’t is echter geen reden om mij het gevraagdeuitstelte weigeren.Louise.Welnu, als ge dan een afdoende reden verlangt: ik heb mijn keus reeds gedaan, en daarin heb ik immers, zooals u zelf zegt, volkomen gelijk?Dekkers.Zeker, maar is die keus wel geheel in uw belang? Ik begrijp zeer goed, wien ge bedoelt! Gij hebt het oog op Willem Verhagen, een jong advocaat, die.…Louise,vertoornd.Dat ismijnzaak, mijnheer, daarover hebt u niet te oordeelen.Dekkers.Als we goede vrienden zijn, mag ik toch wel alsvriendmet u spreken.Louise,als boven.Laat dat zijn zoo het wil. Eens en voor al verzoek ik u geen namen te noemen en van niemand kwaad te spreken.[24]Dekkers.Dàt is ver van mij, ik denk alleen aanuwbelang. Dat toch brengt mede, dat ge, eenmaal gehuwd, hetzelfde genotvolle leven kunt leiden, waaraan ge gewoon zijt. En hoewel ik volstrekt niets ten nadeele van Verhagen wil zeggen, moet u toch niet vergeten, dat hij een zeer jong advocaat is, wiens praktijk nog moet gevestigd worden; een groot verschil b. v. met uw broer. Verhagen is dus onmogelijk in staat u al die weelde en genoegens te verschaffen.Louise,onverschillig.Alweêr die naam!.…. Doch dit doet er niets toe. Ieder volgt zijn keuze, goed of kwaad.Dekkers.Ik durf u toch verzekeren, dat het u op den duur niet bevallen zou om zooveel te moeten ontberen, waarmeê ge als ’t ware zijt opgegroeid. Gij weet, Louise, dat ik fortuin heb; ik ben in staat u alles van de wereld te doen genieten, en ik zou dat van ganscher harte doen, ik zou u het leven zoo aangenaam maken, want ik bemin u meer dan ge weet; bovendien denk er om, dat ge door mijn liefde te verwerpen, uw toekomst in de waagschaal zoudt kunnen stellen.(Louise zwijgt en zucht.)Nu zucht gij opuwbeurt. Zeg, Louise, waarom zwijgt ge thans? Denkt ge na over mijn verzoek, zoodat ik nog mag hopen?Louise,beslist.Hopen?.… Waar denkt ge aan, mijnheer Dekkers; ik heb u mijn besluit gezegd en daar blijft het bij. Laten we nu, zooals ik reeds zei, als goede vrienden scheiden en doen alsof er niets was voorgevallen. ’t Is hoog tijd, dat ik naar huis ga; mama zal ongerust worden.(Zij wil gaan.)Dekkers,houdt haar tegen.Nog éen woord, Louise, weet wel wat ge doet. Vergeet niet, dat uw vader jaren lang mijn vriend was. Spreek eerst met hem en neem den tijd om u te bedenken, in plaats van kortaf te weigeren.Louise.En wat zou u beletten om vaders vriend te blijven?[25]Dekkers.Ge weet toch, dat uw vader aan mij zijn betrekking te danken heeft, dat hij alles aan mij is verplicht?Louise,geraakt.Zeker weet ik dat, maar is hij u daarvoor dan niet altijd dankbaar geweest? Ik had niet gedacht, mijnheer Dekkers, dat gij u thans nog daarop zoudt beroepen. In ieder geval heeftdiezaak hier niets te maken.Dekkers.Misschien wel. Ik wilde er u slechts op wijzen, dat uw vader mijn invloed en hulp nog wel eens zou kunnen noodig hebben.Louise.Ik begrijp niet waar ge op doelt, mijnheer, trouwens ’t is mij ook vrij onverschillig. Ik weet alleen, dat mijn vader sinds hij directeur is, veel tot den bloei der vennootschap heeft bijgedragen.Dekkers.Daar kunt gij, alsvrouw, moeilijk over oordeelen en, dat gij alsdochternatuurlijk niet van uw vader zult vermoeden, dat.…Louise,gebiedend.Zwijg, mijnheer, dat gaat inderdaad te ver! Mij beleedigen door mijn vader in een kwaad daglicht te stellen! Gij noemdet hem zooëven uwvrienden zoudt nu trachten hem bij zijn eenige dochter verdacht te maken. Dat is slecht.Dekkers.Nog eens, gij begrijpt me niet. Wat ik zei, of liever, wat ik wilde zeggen, sloeg op geheel iets anders!Louise,nieuwsgierig.Dus u schijnt toch iets ten nadeele van mijn vader te weten! Niet waar?Dekkers.Ik zeg alleen, dat hij onder zekere omstandigheden mijn hulp nog wel eens noodig kon hebben.[26]Louise,beslist.Welnu, als die omstandigheden slechts in uw verbeelding bestaan, dan is er geen vrees voor, en zoo niet, wees dan oprecht en zeg me, wat er is. Wat weet gij van mijn vader?Dekkers.Ikweetniets, Louise, maar ik heb.… ik veronderstel.…Louise,gejaagd.Wat? Misleid mij niet, ik bid het u!Dekkers.Ik mag, ik kan het u nog niet zeggen. Morgen is er vergadering en daarna.…Louise,ernstig.Nog eens, mijnheer Dekkers, zeg mij ronduit, wat gij bedoelt; ik verzoek het u dringend.Dekkers.Welnu, Louise, niet alleen uw toekomst, maar ook die van uw vader is in uw handen. Schenk mij uw liefde, beloof mij mijn vrouw te zullen worden, en ik zal u niet alleen alles zeggen, maar ik zal uw vader en u allen van den ondergang redden.…Louise,geeft een gil van schrik.O, God! Ik geloof u niet. Gij liegt!.… Gij wilt mij dwingen!.… Neen.… nooit!Dekkers,dringend, haar handen vattende.Louise, bedenk u; voor het laatst: ik bid u, weet wat ge doet. Van uw toestemming hangt te veel af; uw weigering zal u berouwen.Louise,buiten zich zelve van aandoening.Ik zeg u: neen, nooit!.… nooit!(Zij slaat de handen voor het gelaat.)[27][Inhoud]ACHTSTE TOONEEL.De vorigen.Willem Verhagen.Verhagen,komt schielijk op.O, pardon, laat ik u niet storen; ik heb hier, geloof ik, mijn stok laten liggen.(Gaat naar hetpriëelrechts.)Ah! daar is hij al.(Hij bemerkt Louise’s ontsteltenis en ijlt naar haar toe.)Louise! Wat is er gebeurd?Louise wijst hem op Dekkers, die verschrikt en vertoornd zich heeft afgewend en legt haar hoofd tegen den schouder van Verhagen.Louise,weenend.O, die man! die man! het is verschrikkelijk!(Verhagen werpt over Louise heen woedende blikken op Dekkers.)[Inhoud]NEGENDE TOONEEL.De vorigen. Mevr.Van Hogerveldt.Mevr. Van Hogerveldt.Lieve hemel! Wat is er nu aan de hand? Nu begrijp ik ernietsmeer van.Dekkers,ter zijde.Ze heeft niet gewild! Zij heeft mij smadelijk afgewezen: welnu, ik zweer het: Ik zal mij wreken!Einde van het Eerste Bedrijf.[28]

EERSTE BEDRIJFEen tuin bij de woning van Van Hogerveldt. Rechts een priëel. Links Van Hogerveldt aan een tuintafel de courant lezende. In het priëel Karel druk schrijvende. Anna wandelt op den achtergrond in den tuin en maakt een ruiker.

Een tuin bij de woning van Van Hogerveldt. Rechts een priëel. Links Van Hogerveldt aan een tuintafel de courant lezende. In het priëel Karel druk schrijvende. Anna wandelt op den achtergrond in den tuin en maakt een ruiker.

[Inhoud]EERSTE TOONEEL.Van Hogerveldt,Karel,Anna. LaterBetje.Van Hogerveldt.’t Is alweêr slecht gesteld met de fondsen. De meesten sinds gisteren gerezen en dat als menà la baissespeculeert. ’t Is onpleizierig. Enfin! Afwachten maar; ’t zal wel terecht komen.(Hij legt de courant neêr. Tot Karel.)Wat zit je weêr druk te werken, Karel. Als je eens ’n uur of wat hier komt, breng je altijd nog stukken meê. Ik heb al zoo dikwijls gezegd, dat ge tegen u zelven handelt. Je moest wat meer van ’t leven profiteeren, zooals wij.Karel,gemelijk.Alweêr ’t oude lied. Als u, ma en Louise plezier hebben in uitgaan, mij wel, laat mij echter het genoegen van mijn arbeid.Van Hogerveldt.Maar waarvóór werk je toch wel zoo afschuwelijk hard? Anna zal het waarachtig ook niet prettig vinden. Ze schijnt[6]ten minste haar troost bij de bloemen te zoeken. Om den broode behoef je het niet te doen!Karel.Nu ja, dat weet ik!Van Hogerveldt.Toen je nog geen meester in de rechten waart, komaan.…. dat begrijp ik, maar nu ben je gepromoveerd en hebt bovendien een aardige rente van het legaat van tante Caroline, die jou universeel erfgenaam heeft gemaakt, omdat je naar haar heette.Karel.Waartoe mij dat weêr te verwijten, vader? U weet dat tante altijd veel met mij op bad; zij kon toch met haar geld doen, wat zij wilde, en wat mijn graad betreft, denkt u soms, dat ik alleen heb gestudeerd om daarmeê te pronken?Van Hogerveldt.Volstrekt niet. En ik benijd je ook niet om die erfenis, want geld heb ik, Goddank, niet noodig;mijnbetrekking is een van de weinige, die bij matigen arbeid veel opleveren kunnen. Ik zei het alleen in je eigen belang. Je zoudt van je geld veel meer kunnen genieten, en wanneer je, zooals je stand dat toch eigenlijk meêbrengt, de schouwburgen, bals en concerten trouw bezocht, dan zou je.…(omziende naar Anna, en naar Karel toegaande)dan zou je misschien in de gelegenheid zijn geweest om een goede partij te doen, terwijl je nu een meisje.… dat welietsbezit, nu ja, maar.… Of zou je dan toch met je praktijk blijven woekeren?Karel,beslist.Dat zou ik zeker. Overigens heb ik nog geen trouwplannen. In ieder geval ik heb mijn keus gedaan. Wat wil men meer? Daarbij heeft ieder zoo zijn illusie.De mijne is eenvoudig: veel reputatie en praktijk te verwerven. Wat de uwe is, pa, dat heb ik in waarheid tot nog toe niet recht begrepen.Van Hogerveldt.Mijnillusie? Ik heb geen illusies noodig. Ik heb alles wat ik verlang.[7]Karel.Zoo? dan feliciteer ik u; dan zijt u wel een gelukkig mensch! Maar.… de toekomst?Van Hogerveldt.De toekomst?.… Wàt toekomst?Karel.Wel, dat is toch nog al eenvoudig. Uw zaken, ’t is waar, leveren een ruim bestaan op, maar u weet beter nog dan ik, hoe het met zaken gaat: wat heden bloeit, valt wellicht morgen af!Van Hogerveldt.Ho, ho, wat ben je weêr pessimistisch. Als de hemel valt, zijn we allen dood, zooals het spreekwoord zegt.Karel.Enfin, houd mij ten goede, dat ik daar anders over denk. Ieder moet maar doen, naar hem dat ’t beste schijnt; mij komt het voor dat u de zaken nog al zonderling inziet. Sedert een paar jaren wordt hier verbazend veel geld verspild aan weelde. Uitgaan, partijen, kleeding, ’t wordt alles enorm hoog opgevoerd. Dat gaatnugoed, maar .…Van Hogerveldt,lachend.Wel zeker, nu nog fraaier! Het mankeert er maar aan, dat je mij de les gaat lezen!Karel.Och, dat is mijn bedoeling niet, als u mij dan ook mijn eigen zin laat volgen.(Keert zich weêr aan zijn schrijftafel.)Van Hogerveldt,ter zijde.Altijd nog eigenwijs! Er valt niet tegen te redeneeren. Enfin, later zal hij er wel anders over denken.(Weder de courant inziende.)’t Meest spijt het mij van die weergasche Maxwells, die gaan met stoom omlaag; terwijl de andere, die dalenmoesten, rijzen dat het verschrikkelijk is. Juist het tegendeel van hetgeen ik wenschte. Ik heb er nog al wat in zitten; ’n kwade boel!Anna,naar hem toekomende.Ik geloof dat u op Karel aan ’t pruttelen was, omdat hij weêr zit te werken, is ’t niet?[8]Van Hogerveldt.Och kind, ik zei alleen maar, dat hij veel te hard werkt en het zijne er niet van neemt. Hijbehoefthet immers niet te doen?Anna.Nu ja; Karel is nog jong. Hij kan best nog wat werken. En u moet toch ook eens ommijdenken. Als hij nu veel geld verdient, dan komt ons beiden dat later ten goede. Zie eens, wat ik voor u gemaakt heb. Is het geen lieve bouquet?Van Hogerveldt.Dank je, Anna, dank je. Ik bedoelde alleen, zie je, dat Karel reeds genoeg inkomen heeft om tekunnentrouwen en dat hij in plaats daar aan te denken, maar blijft werken, werken als hing zijn leven er aan.Anna,naar Karel gaande en een roos aan zijn jas hechtende.Zie zoo, ben je nu haast klaar, al te ijverige meneer? Kom, ik zou het er nu voor vandaag maar bij laten.Karel.Ja, Anna, ik heb nog slechts éen brief te schrijven, dan ben ik gereed.Anna.Nu, dan zal ik intusschen gaan zien of ik voor jou ook nog een bouquetje kan maken.(Gaat naar den achtergrond.)Betje,uit het woonhuis rechts tot Van Hogerveldt.Mijnheer, hier is een telegram voor u.(Af.)Van Hogerveldt,ter zijde.Wat zou dàt zijn?(Hij leest. Ontsteld.)Alle duivels, ’n rechte Jobstijding! «De vrede meer dan ooit verzekerd. Amerikanen 10 pct. vooruitgegaan.» En ik, die zoo zwaarà la baisseben geëngageerd. ’t Is om razend te worden!Karel,naar hem toegaande.Wat is het pa, toch geen slecht nieuws? ’t Schijnt, dat het telegram u doet ontstellen?[9]Van Hogerveldt.Ontstellen? Och neen, beste jongen, zoo’n kleinigheid schrikt mij niet af. Ik had op de daling van Amerikanen gerekend, omdat naar ik meende oorlog onvermijdelijk was. Men bericht me nu, dat die vervloekte vredemannen hun zin hebben gekregen en er van den oorlog niets komt. Dat is alles.Karel.Vervloekte vredemannen! Hoe kunt u dat in ernst meenen? Maar waarom speculeerde u ook op een oorlog, die nog zoo geheel onzeker was? ’t Is nog al erg, hè, want ik heb wel bemerkt dat het telegram u zeer onaangenaam verraste.Van Hogerveldt.Och, neen, ’t maakt zoo veel niet uit, Karel. Trek jij je daar maar geen harnas over aan. Je hebt van die zaken geen verstand. Ik ben er zeker van dat ik, b.v. met mijn speculatie in Egyptenaren, het dubbele zal terugwinnen.Karel,met een zucht.Ik wil het hopen. U zoudt anders deeerste niet zijn, die slecht van zulke buitenlandsche reizen afkwam.[Inhoud]TWEEDE TOONEEL.De vorigen.Mevrouw van Hogerveldt,Louise,DekkersenBetje.Mevr. Van Hogerveldt,gevolgd door Louise en Dekkers.Daar zijn we al. Dag pa! Wat hebben we een plezier gehad en wat een prachtig weêr! Dag Anna, dag kind, ben jij ook hier vandaag? Komaan dat is goed; en waar is Karel?(In het priëel ziende.)Wel, wel, zit je daar alweêr met papieren voor je? Je zult je nog ziek maken met al dat geschrijf. Foei! foei!(Zij beweegt een waaier voor het gelaat.)[10]Van Hogerveldt.Goede morgen, goede morgen! Bonjour, Dekkers. Dus je hebt je nog al geamuseerd?(Karel blijft zitten werken; Louise kust Anna en knoopt een stil gesprek met haar aan.)Mevr. Van Hogerveldt.O, bijzonder! We hebben een allerliefsten rit gemaakt en het gezelschap van onzen waarden Dekkers heeft het aangename daarvan niet weinig verhoogd, niet waar Louise?Louise,spottend.Zeker, mama. Dank zij vooral mijnheer Dekkers, die zoo onderhoudend is, hebben we ons uitstekend geamuseerd. U weet, ik houd veel van praten.(Ter zijde tot Anna.)Ik geloof niet, dat hij onderweg twintig woorden gesproken heeft.Van Hogerveldt.Wel, wel, Dekkers, je schijnt de lieveling van de dames te zijn.Dekkers.Te veel eer. Men doet natuurlijk zijn best om haar aangenaam bezig te houden.Mevr. Van Hogerveldt.En nu zal ik je eens laten zien, wat ik heb meêgebracht. Een paar prachtige antieke vazen, om ons salon meê te versieren!(Naar binnen roepende.)Betje, breng die vazen, eens hier, die in het rijtuig stonden.Betje,de vazen brengende.Als ’t u belieft, mevrouw. Waar wilt u ze hebben?Mevr. Van Hogerveldt.Zet ze maar op de tafel bij mijnheer.(Tot Van Hogerveldt.)Hoevindje dat nu? Prachtig hè? Kijk eens, zoo ziet men ze niet veel.(Tot Karel.)Kom eens hier Karel, je bent toch zoo’n minnaar van die dingen, niet waar?Karel,naderbij komende en een vaas in de hand nemende.Ja wel, maar u moet me niet kwalijk nemen, dat ik over deze vazen zoo niet roepen kan.[11]Van Hogerveldt,tot Dekkers.Natuurlijk! Och, dat is zoo z’n gewoonte. Afkeuren, alles afkeuren maar.Mevr. Van Hogerveldt.Wat zeg je daar?Vindje ze niet prachtig?Karel.Het is de vraag niet hoe ik ze vind, ma, maar hoe ze zijn. En in dat opzicht kan ik u verzekeren, dat het niet veel bijzonders is. Het ligt er ook al aan, wat ze kosten.Mevr. Van Hogerveldt.O! dat is niet veel. Nog geen 800 gulden. Daar ben ik toch nooit aan bekocht.Karel.Aan bekocht? Zeker voor meer dan de helft. Maar hoe is het ook mogelijk om daar zooveel geld voor te geven.Dekkers.U vergist je toch zeker, mijnheer, het is waarlijk niet duur. ’t Is een prachtig stel. Ik heb er zelden zoo een gezien.Karel.Dat kan wel zijn, mijnheer Dekkers, maar het bewijst op zich zelf nog niets. Ikkendat goed, en verzeker u, dat deze vazen veel te duur zijn betaald.Mevr. Van Hogerveldt.Dacht ik niet, dat hij ’t weêr zou afkeuren? Nu,ikvind ze prachtig, hoor! en u, Hogerveldt?Van Hogerveldt.Wel waarachtig zijn ze mooi, maar wat zal ik je zeggen? Karel is niet best geluimd vandaag.Karel,naar zijn plaats gaande.Ik zou niet weten waarom! maar als men mijn oordeel vraagt, dan dien ik het toch eerlijk te zeggen, niet waar?Dekkers,ter zijde.Ja, dàt is een gewoonte bij de advocaten.[12]Van Hogerveldt.Maar daarom moet je niet denken, dat je het altijd beter weet dan een ander.Ikvind, dat mamaniette duur heeft gekocht en daarmeê, basta!(Dekkers heeft zich bij de dames gevoegd en is met dezen in een druk gesprek gewikkeld. Mevrouw Van Hogerveldt heeft een der kranten opgevat evenals Van Hogerveldt.)[Inhoud]DERDE TOONEEL.De vorigen.Willem Verhagen.Verhagen.Dames en Heeren, uw dienaar. Bonjour Karel, hoe gaat het met de zaken?(Van Hogerveldt, Dekkers en mevrouw Van Hogerveldt groeten koel.)Karel.Zoo, dat gaat wèl. Ik heb m’n handen knapjes vol.Verhagen,ziet om naar Dekkers. Ter zijde.Ik geloof waarachtig, dat hij haar het hof wil maken.Karel.Ik heb weêr eenige faillissementen.Verhagen.Eenige? Och, ja, ’t komt er tegenwoordig op een paar meer of minder niet aan. En hoeveel percent bieden ze wel? Zeker niet veel meer dan tien?Karel.Tien? neen vriend, ik heb er zelfs een suikerbakker bij van 5 percent.Verhagen.Waarachtig? dat is nog eens de moeite waard! Twintig duizend gulden schuld en éen duizend betalen. ’t Is wel.(Omziende naar Dekkers. Ter zijde.)Wie heeft nu ooit zoo’n vervelenden indringer beleefd?[13]Karel.Altijd, als er genoegen meê genomen wordt. De crediteuren moesten overeenkomen om geen accoorden aan te nemen.Verhagen.Maar je weet toch even goed als ik, dat juist daarmeê zoo geknoeid wordt. Daar schijnt nu eenmaal niets aan te doen te zijn.(Ter zijde.)Ze is vandaag al bijzonder lief voor hem. Als dat zoo voortgaat, krijg ik haar niet eens te spreken.Van Hogerveldt.Wat ik vragen wilde, zijn er voor van avond al plannen gemaakt?Mevr. Van Hogerveldt.O, zeker! Mijnheer Dekkers is zoo goed geweest een loge in den franschen schouwburg voor ons te huren. Ik heb ook op u gerekend, George, dus ik hoop, dat u van de partij zult zijn.Van Hogerveldt.Ja.… misschien … maar ’t zal in ieder geval heel laat worden, want ik heb zaken.Mevr. Van Hogerveldt.Ja, zaken!… zaken! De heeren hebben altijd zaken als de vrouwen hun vragen om uit te gaan. En nu geven ze nog al dat mooie stuk van.… van.… och, hoe heet die man ook weêr?Karel.Die man? U bedoelt Sardou.Mevr. Van Hogerveldt.Juist; dezelfde.Van Hogerveldt.Mooi?.… Nu ja, sommige gedeelten vallen juist niet inmijnsmaak. Maar enfin, als je er op gesteld bent,.… nu, ik kom in elk geval zoo vroeg mogelijk.Louise,naderbij komende.Mama, denkt u er wel aan, dat er over acht dagen bal is[14]bij mevrouw Van Weelderen? ’t Wordt waarlijk meer dan tijd om eens over ons toilet te praten.Mevr. Van Hogerveldt.Bekommer je daar maar niet over, kind. ’t Is immers slechts te bestellen! Laat die receptie van Zondag nu maar eerst passeeren en dan Maandag het concert en dan zullen we alweêr verder zien. We hebben het ook zoo verbazend druk, dat we letterlijk elken dag bezet zijn.Karel,ter zijde tot Verhagen.Ze zullen op ’t laatst nog tijd te kort komen!Dekkers.Dat is zoo, Mevrouw. Iedere stand brengt zijn eischen meê. En juffrouw Louise zal er zeker niet rouwig om zijn, denk ik.Louise.O, neen, ofschoon ik altijd aan bals de voorkeur geef.Dekkers.Dat is een loffelijke eigenschap van de dames.Verhagen,ter zijde.Nu nog fraaier! Beroerde kerel!Van Hogerveldt,opstaande en op zijn horloge ziende.Dekkers, ’t wordt mijn tijd. Morgen Raad van Commissarissen voor de goedkeuring der rekening en verantwoording. Daar weet je alles van. Drukte, vriend, drukte.Dekkers.Zeker, zeker; nu, ’t zal wel in orde zijn.Van Hogerveldt.Natuurlijk; de commissie is reeds klaar, dat weet je; ik heb echter toch nog een en ander te regelen en te schrijven en van avond de komedie.… enfin, je zult mij wel excuseeren, niet waar?Dekkers,geeft hem de hand.Zonder twijfel; adieu, tot morgen dus.(Van Hogerveldt groetend af).[15][Inhoud]VIERDE TOONEEL.De vorigen, behalveVan Hogerveldt.Louise.Kom, Anna, willen wij eens een wandeling in den tuin gaan doen? Karel zit toch nog te werken; het is zoo lief buiten.Anna.Karel is aanstonds klaar, Louise, en we zouden samen uitgaan.Dekkers.Wel, juffrouw Louise, mag ik de eer en het genoegen hebben u te vergezellen?Verhagen,ter zijde.Dàt zou de kroon op het werk zetten.Louise,ziet vragend om naar Verhagen. Deze wendt vertoornd het gelaat af.O, met genoegen, mijnheer Dekkers, heel galant van u.(Dekkers biedt Louise zijn arm aan, en verdwijnt met haar in den tuin. Verhagen staart hen na.)Verhagen,ter zijde.Duivelsche kerel, we zullen eens zien wie het winnen zal![Inhoud]VIJFDE TOONEEL.Mevr. Van Hogerveldt,Karel,Anna,Verhagen.(Karel en Anna voeren een stil gesprek in het priëel rechts.)Mevr. Van Hogerveldt,Links, Louise en Dekkers naziende. Ter zijde.Zoo zie ik het nu eens gaarne! Ik dacht ook wel, dat ze eindelijk haar belang zou gaan inzien.(Tot Verhagen.)[16]Hoe gaat het met uw gezondheid, mijnheer Verhagen? ’t Komt me voor, dat u er zoo bedrukt uitziet.Verhagen.Uitstekend, mevrouw, er is niets dat.…Mevr. Van Hogerveldt.Ja, ja, dat weet ik al niet. U zijt anders altijd even vroolijk en opgeruimd; ik geloof wel, dat er iets aan hapert. Misschien niet goed geluimd?Verhagen.Pardon, mevrouw, in uw gezelschap is het mij te aangenaam om niet recht tevreden te zijn, maar men kan niet altijd even vroolijk wezen; dat hangt soms van nietige omstandigheden af.Mevr. Van Hogerveldt.Zeker, daar heb je nu b.v. mijnheer Dekkers, die is meestal stil en bedaard, en niettemin een alleraangenaamst mensch.Verhagen.Over den smaak valt niet te twisten, mevrouw. Hoe ongaarne ik u ook tegenspreek, moet ik u toch zeggen dat ik, voor zoover ik dien Dekkers ken, hem alles behalve aangenaam vind.Mevr. Van Hogerveldt,met nadruk.Pas op, mijnheer Verhagen, vergeet niet, dat mijnheer Dekkers al jaren lang onze huisvriend is! Wij hebben altijd veel vriendschap van hem genoten, en verplichting aan hem. Daarenboven is hij een rijk, alom geacht man van een oude patricische familie, die de deftigste kringen frequenteert. In éen woord: ’t is een zeer beschaafd jongmensch, en, al spreekt hij dan ook niet veel, wat hij zegt is goud, meneer Verhagen, goud!Verhagen.Een beschaafd jongmensch? Neem me niet kwalijk, mevrouw, dat ik lachen moet, maar als ik mij niet vergis, is hij de vijftig al nabij en maakt, dunkt me, meer aanspraak op den titel van «ouden vrijer.»[17]Mevr. Van Hogerveldt,scherp.Wacht maar, mijnheer Verhagen, u zijt ook nog ongetrouwd, en mijnheer Dekkers zal.…Verhagen,snel.Wat zal hij? Wie weet is hij niet dwaas genoeg om nog te gaan trouwen.Mevr. Van Hogerveldt,met nadruk.Hij zal niet lang meer ongetrouwd blijven.Anna.Ik zou het allergrappigst vinden. Verbeeld u Dekkers als echtgenoot eener jonge vrouw! ’t Is komiek.Karel.Maar, mama, hoe kunt u weten of hij plannen heeft? Als er sprake van trouwen was, dan zou mijnheer Dekkers er ons toch wel iets van gezegd hebben.Mevr. Van Hogerveldt.Dat heeft hij ook niet, Karel. Ik heb echter meer ondervinding dan gij in die zaken en ik heb al zeker iets.…. opgemerkt.….Karel.U doelt toch niet op.…. op Louise?Anna,ernstig.Zou het mogelijk wezen?Verhagen,ter zijde.Daar kan je zeker van zijn.Mevr. Van Hogerveldt.Dat zeg ik niet, ofschoon ik niet begrijp, waarom zoo iets tot de onmogelijkheden zou behooren.Karel.Wat een idee! Louise zal toch wel wijzer zijn; Dekkers is tweemaal zoo oud als zij.Verhagen.Hij zou nog gevaar loopen, voor haar ouden heer te worden aangezien.[18]Mevr. Van Hogerveldt.Dat beteekent al te gaâr niets; ik zou haar om zulke redenen geen huwelijk ontraden. ’t Zou in ieder geval beter voor haar zijn dan dat ze zich verbond met een of ander jongmensch, dat nauwelijks voor zich zelf genoeg had.Verhagen,ter zijde.Dat is aan mijn adres. Dank je wel! Ik zal troef bekennen.(Tot Mevr. Van Hogerveldt.)Zeer logisch, mevrouw; als hij voor zich alleen niet genoeg heeft, dan zouden zijsamenzeker te kort komen. En wat den ouden heer Dekkers betreft. het zou u misschien in ’t begin wel wat vreemd vallen een reeds grijzenden schoonzoon te hebben, die ongeveer van uw leeftijd was, maar, wat doet men al niet, als het geluk van zijn kind er van afhangt!Karel,zich gereed makende om met Anna te vertrekken.Mama, ik zou die zaak niet vooruitloopen. Wie weet of er wel iets van aan is. Ik voor mij betwijfel zeer, dat Louise ooit aan zulk een huwelijk beeft gedacht. En al hebben wij nu eenige verplichting aan Dekkers, ik ken hem reeds lang genoeg, en ik blijf bij mijn gevoelen, dat hij geen oprecht mensch is. U weet dat ook wel, ik heb het u al meermalen gezegd. Enfin, we zullen maar afwachten.(Tot Anna.)Ben je gereed Anna, dan zullen we gaan.Anna.Zeker, maar.… mijnheer Verhagen?Verhagen.O, geneert je voor mij niet.Karel.Dat niet Willem, volstrekt niet, ’t zou ons zelfs zeer aangenaam zijn als je plezier hadt ons te vergezellen.Verhagen.Met alle genoegen.(Zijn hoed nemende. Hij laat zijn stok in het priëel liggen.)Ik ben al gereed.(Op zijn horloge ziende.)A propos, ’t is al twee uur en om half drie moet ik voor zaken thuis zijn; dus ik zal niet lang van je gezelschap profiteeren.[19]Karel.Nu dan, mama, tot straks.(Verhagen en Anna groeten Mevr. Van H. Allen af behalve Mevr. Van Hogerveldt.)[Inhoud]ZESDE TOONEEL.Mevr. Van Hogerveldt,alleen.’t Is toch wat erg dat zoo’n advocaatje zonder praktijk een man als Dekkers durft bespotten. Maar ik weet wel waar de schoen hem wringt:hijhad gehoopt Louise tot vrouw te krijgen. Ik was in ’t eerst waarlijk bang, dat ze dwaas genoeg zou wezen om zijn verliefde grillen te beantwoorden en een veel betere partij te verwerpen; ze liet zich nog al door dat heertje het hof maken, terwijl ze Dekkers meer en meer veronachtzaamde. Trouwens ik zou mij tot het laatste toe hebben doen gelden om een huwelijk te voorkomen, waarin ik geen heil zie. Louise heeft even als Karel een uitstekende opvoeding genoten, zooals onze stand dat vordert, ’t zou dus al te dwaas zijn haar te laten trouwen met een aankomend advocaat, die nog niet weet of hij wel ooit naam zal maken. ’t Is waar, Dekkers is wat ouder dan zij, maar ’t is een zeer net mensch, en wat meer zegt: hij is puissant rijk, en kan dus Louise voortdurend al de genoegens van het leven bezorgen. Ik ben ten minste gerust, nu ze dat eindelijk zelve heeft ingezien, en met Dekkers zoo vertrouwelijk is gaan wandelen, terwijl ze den verliefden advocaat liet staan.(Lachend.)Hij trok een gezicht als een jongen, die een hond met zijn boterham ziet wegloopen, juist als hij er in wil happen.(Naar het eind van den tuin ziende.)Kijk, daar komen ze aan, arm in arm. Hoe heerlijk! Ja, dat zal wel schikken. Maar ze zijn zoo druk in gesprek! Laat ik ze niet storen. Ze zullen het, denk ik, ook best zonder mij af kunnen.(Mevr. Van H. rechts af.)[20][Inhoud]ZEVENDE TOONEEL.Dekkers en Louise,komen van de linkerzijde gearmd op.Louise.Een lieve tuin, vindt u niet, mijnheer Dekkers?Dekkers.Ik moet zeggen, juffrouw Louise, de wandeling is mij uitstekend bevallen, vooral in uw allerliefst gezelschap. De tuin ziet er prachtig uit, en de veranderingen, sedert ik hem het laatst gezien heb, in den aanleg der perken aangebracht, zijn wezenlijk groote verbeteringen.Louise,gaat aan de tafel links zitten.Vindt u? Pa heeft dat alles naarmijnkeus laten inrichten, even als de nieuwe fontein en het priëel aan het eind van den tuin, waar men zulk een schoon vergezicht heeft.Dekkers,gaat naast Louise zitten.Ik bewonder uw goeden smaak, juffrouw Louise. Ik durf zeggen, dat de man in dit opzicht bij de vrouw verre achter staat.Mijntuin is wel veel grooter dan deze, doch ik moet eerlijk bekennen, dat hij niet half zoo sierlijk is aangelegd. Maar ik kom hier nu al zoo langen tijd in huis, uw papa komt ook nog al dikwijls bij mij en ik heb nog niet éen keer het genoegen gehad u op mijn buiten te zien. Mag ik eens op een bezoek van u rekenen?Louise.Wel zeker, met plezier; zoodra papa weêr bij u moet zijn, hoop ik eens met hem meê te komen, en al het schoone te bewonderen, dat uw villa en tuin aanbieden; ik ben zeker, dat het er nog vrij wat beter zal uitzien dan hier.Dekkers.Zooals ik u heb gezegd: grooter is mijn tuin wel en zou dus nog meer gelegenheid schenken om er iets van te maken, maar juist de smaak om dit met tact te doen, ontbreekt mij. Nu ik hier gezien heb, hoe alles door u zoo uitstekend is[21]gerangschikt, beklaag ik mij zeer, dat er nòg geen schoone vrouwenhand is, die ookmijbehulpzaam zou willen zijn.(Hij neemt haar hand en kust die.)Louise,haar hand terugtrekkend.Mijnheer Dekkers!(schertsend.)Nu, ik denk, dat die nog wel zou te vinden zijn en niet alleen de vrouwenhand, maar misschien nog wel devrouw-zelve er bij.Dekkers.Nu schertst ge, juffrouw Louise, en ik verzeker u toch, dat wat ik zeg, volkomen ernst is.Louise.Dat wil ik zeer goed gelooven, maar misschien hebt u nog nooit naar een vrouw gezocht. In dat geval moet ik u in ernst aanraden om er spoedig, heel spoedig werk van te maken.(Dekkers ziet peinzend voor zich en zucht hoorbaar.)Wat een zucht! Wees practisch, mijnheer Dekkers, volg mijn raad op, of zijt u het misschien niet met mij eens?Dekkers,zucht nogmaals.Als u het zoo metmijeens zijt als ik met u, dan.…Louise.Ik geloof dat u mij niet begrijpt. Ik vraag of mijn raad u niet bevalt?Dekkers.Hij bevalt mij zoo zeer dat ik, zeker uit sympathie voor u, reeds lang eveneens heb gedacht. U zult me echter toegeven dat een raad gemakkelijker is te geven dan op te volgen; vooral waar het zulk een teedere quaestie geldt. ’t Is voor een meisje zeker een gewichtige stap haar ouders te verlaten en haar man te volgen om haar geheele toekomst in zijn handen te stellen, maar ook voor den man is het van groot belang goed toe te zien of hij in haar werkelijk de vrouw zijner keuze beeft gevonden.Louise,schertsend.En hebt u nog niet kunnen slagen? Aan tijd heeft ’t u, dunkt me, toch niet ontbroken?[22]Dekkers.Wat de keuze betreft, ben ik het met mijzelf volkomen eens. Alleen heb ik tot nog toe den moed niet gehad om de hand te vragen van haar, die ik aanbid.Louise,opstaande, schertsend.Nu ge zóover zijt gekomen, moet ge mijn raad geheel opvolgen en er niet lang meê wachten ook. Wie weet! Het hangt wellicht slechts van u af om uw uitverkorene gelukkig te maken; u kunt toch niet vergen dat zeuvraagt?Dekkers,opstaande en Louise’s hand vattend. (Met geestdrift.)O, Louise, vergun mij, dat ik u zóo noem; zie, ge spreekt daar juist naar mijn hart, en, nu gijzelve zegt, dat het slechts vanmijafhangt, voel ik op eens den moed in mij ontwaken! Ook is de gelegenheid mij nog nooit zoo gunstig geweest als thans, nu ik het voorrecht heb, u alleen te spreken; want, al heb ik het u tot heden niet gezegd, ik ben er zeker van, dat ge reeds lang hebt begrepen, hoezeer ik u bemin.….Louise,verrast, haar hand terugtrekkend.Mij?.….(sarcastisch)Maar, mijnheer Dekkers, hadt u me dat wat eerder gezegd, dan zou ik u al die moeite bespaard hebben.(Zij wendt zich onverschillig van hem af.)Dekkers.Louise, wend uw hoofd niet af. Zie mij aan en lees in mijn oogen welk een vurige liefde ik u toedraag.Gijzijt de vrouw mijner keus, nog nimmer gevoelde ik zoo innig hoe dierbaar gij me zijt!Louise.Nog eens, mijnheer, bespaar u die moeite en laat ons over iets anders spreken. Ik was opdezewending van ons gesprek niet voorbereid.Dekkers.Vergeef mij,.… maar.… ik had u toch niet vooraf.…Louise,snel.Vooraf kunnen waarschuwen? Dat zou mij althans zeer aangenaam zijn geweest. Had ik uw bedoeling gekend, ik zou ons beiden dit oogenblik hebben bespaard.[23]Dekkers.Haat ge mij dan, Louise, dat mijn aanzoek u zóo mishaagt?Louise.U haten? Volstrekt niet. Ik zou zelfs gaarne willen, dat wij goede vrienden bleven, altijd onder voorwaarde nooit meer op dit onderwerp terug te komen.Dekkers.Maar als ik het u zoo onvoorbereid heb meêgedeeld, dan hebt ge ook den tijd niet gehad om er over na te denken. Sta me dus toe niet op dit oogenblik, maar later uw besluit te vernemen. Gij zelve kunt bepalen, wanneer dit zal zijn en intusschen ook uw ouders raadplegen.Louise.Ik heb u mijn besluit reeds gezegd, mijnheer, en daar blijf ik bij. Even goed als de man, zooals gij aanstonds zeidet, de vrouw zoekt zijner keuze, heeft deze toch ook het recht haar eigen zin te volgen, niet waar?Dekkers.Daar hebt ge volkomen gelijk in; ’t is echter geen reden om mij het gevraagdeuitstelte weigeren.Louise.Welnu, als ge dan een afdoende reden verlangt: ik heb mijn keus reeds gedaan, en daarin heb ik immers, zooals u zelf zegt, volkomen gelijk?Dekkers.Zeker, maar is die keus wel geheel in uw belang? Ik begrijp zeer goed, wien ge bedoelt! Gij hebt het oog op Willem Verhagen, een jong advocaat, die.…Louise,vertoornd.Dat ismijnzaak, mijnheer, daarover hebt u niet te oordeelen.Dekkers.Als we goede vrienden zijn, mag ik toch wel alsvriendmet u spreken.Louise,als boven.Laat dat zijn zoo het wil. Eens en voor al verzoek ik u geen namen te noemen en van niemand kwaad te spreken.[24]Dekkers.Dàt is ver van mij, ik denk alleen aanuwbelang. Dat toch brengt mede, dat ge, eenmaal gehuwd, hetzelfde genotvolle leven kunt leiden, waaraan ge gewoon zijt. En hoewel ik volstrekt niets ten nadeele van Verhagen wil zeggen, moet u toch niet vergeten, dat hij een zeer jong advocaat is, wiens praktijk nog moet gevestigd worden; een groot verschil b. v. met uw broer. Verhagen is dus onmogelijk in staat u al die weelde en genoegens te verschaffen.Louise,onverschillig.Alweêr die naam!.…. Doch dit doet er niets toe. Ieder volgt zijn keuze, goed of kwaad.Dekkers.Ik durf u toch verzekeren, dat het u op den duur niet bevallen zou om zooveel te moeten ontberen, waarmeê ge als ’t ware zijt opgegroeid. Gij weet, Louise, dat ik fortuin heb; ik ben in staat u alles van de wereld te doen genieten, en ik zou dat van ganscher harte doen, ik zou u het leven zoo aangenaam maken, want ik bemin u meer dan ge weet; bovendien denk er om, dat ge door mijn liefde te verwerpen, uw toekomst in de waagschaal zoudt kunnen stellen.(Louise zwijgt en zucht.)Nu zucht gij opuwbeurt. Zeg, Louise, waarom zwijgt ge thans? Denkt ge na over mijn verzoek, zoodat ik nog mag hopen?Louise,beslist.Hopen?.… Waar denkt ge aan, mijnheer Dekkers; ik heb u mijn besluit gezegd en daar blijft het bij. Laten we nu, zooals ik reeds zei, als goede vrienden scheiden en doen alsof er niets was voorgevallen. ’t Is hoog tijd, dat ik naar huis ga; mama zal ongerust worden.(Zij wil gaan.)Dekkers,houdt haar tegen.Nog éen woord, Louise, weet wel wat ge doet. Vergeet niet, dat uw vader jaren lang mijn vriend was. Spreek eerst met hem en neem den tijd om u te bedenken, in plaats van kortaf te weigeren.Louise.En wat zou u beletten om vaders vriend te blijven?[25]Dekkers.Ge weet toch, dat uw vader aan mij zijn betrekking te danken heeft, dat hij alles aan mij is verplicht?Louise,geraakt.Zeker weet ik dat, maar is hij u daarvoor dan niet altijd dankbaar geweest? Ik had niet gedacht, mijnheer Dekkers, dat gij u thans nog daarop zoudt beroepen. In ieder geval heeftdiezaak hier niets te maken.Dekkers.Misschien wel. Ik wilde er u slechts op wijzen, dat uw vader mijn invloed en hulp nog wel eens zou kunnen noodig hebben.Louise.Ik begrijp niet waar ge op doelt, mijnheer, trouwens ’t is mij ook vrij onverschillig. Ik weet alleen, dat mijn vader sinds hij directeur is, veel tot den bloei der vennootschap heeft bijgedragen.Dekkers.Daar kunt gij, alsvrouw, moeilijk over oordeelen en, dat gij alsdochternatuurlijk niet van uw vader zult vermoeden, dat.…Louise,gebiedend.Zwijg, mijnheer, dat gaat inderdaad te ver! Mij beleedigen door mijn vader in een kwaad daglicht te stellen! Gij noemdet hem zooëven uwvrienden zoudt nu trachten hem bij zijn eenige dochter verdacht te maken. Dat is slecht.Dekkers.Nog eens, gij begrijpt me niet. Wat ik zei, of liever, wat ik wilde zeggen, sloeg op geheel iets anders!Louise,nieuwsgierig.Dus u schijnt toch iets ten nadeele van mijn vader te weten! Niet waar?Dekkers.Ik zeg alleen, dat hij onder zekere omstandigheden mijn hulp nog wel eens noodig kon hebben.[26]Louise,beslist.Welnu, als die omstandigheden slechts in uw verbeelding bestaan, dan is er geen vrees voor, en zoo niet, wees dan oprecht en zeg me, wat er is. Wat weet gij van mijn vader?Dekkers.Ikweetniets, Louise, maar ik heb.… ik veronderstel.…Louise,gejaagd.Wat? Misleid mij niet, ik bid het u!Dekkers.Ik mag, ik kan het u nog niet zeggen. Morgen is er vergadering en daarna.…Louise,ernstig.Nog eens, mijnheer Dekkers, zeg mij ronduit, wat gij bedoelt; ik verzoek het u dringend.Dekkers.Welnu, Louise, niet alleen uw toekomst, maar ook die van uw vader is in uw handen. Schenk mij uw liefde, beloof mij mijn vrouw te zullen worden, en ik zal u niet alleen alles zeggen, maar ik zal uw vader en u allen van den ondergang redden.…Louise,geeft een gil van schrik.O, God! Ik geloof u niet. Gij liegt!.… Gij wilt mij dwingen!.… Neen.… nooit!Dekkers,dringend, haar handen vattende.Louise, bedenk u; voor het laatst: ik bid u, weet wat ge doet. Van uw toestemming hangt te veel af; uw weigering zal u berouwen.Louise,buiten zich zelve van aandoening.Ik zeg u: neen, nooit!.… nooit!(Zij slaat de handen voor het gelaat.)[27][Inhoud]ACHTSTE TOONEEL.De vorigen.Willem Verhagen.Verhagen,komt schielijk op.O, pardon, laat ik u niet storen; ik heb hier, geloof ik, mijn stok laten liggen.(Gaat naar hetpriëelrechts.)Ah! daar is hij al.(Hij bemerkt Louise’s ontsteltenis en ijlt naar haar toe.)Louise! Wat is er gebeurd?Louise wijst hem op Dekkers, die verschrikt en vertoornd zich heeft afgewend en legt haar hoofd tegen den schouder van Verhagen.Louise,weenend.O, die man! die man! het is verschrikkelijk!(Verhagen werpt over Louise heen woedende blikken op Dekkers.)[Inhoud]NEGENDE TOONEEL.De vorigen. Mevr.Van Hogerveldt.Mevr. Van Hogerveldt.Lieve hemel! Wat is er nu aan de hand? Nu begrijp ik ernietsmeer van.Dekkers,ter zijde.Ze heeft niet gewild! Zij heeft mij smadelijk afgewezen: welnu, ik zweer het: Ik zal mij wreken!Einde van het Eerste Bedrijf.[28]

[Inhoud]EERSTE TOONEEL.Van Hogerveldt,Karel,Anna. LaterBetje.Van Hogerveldt.’t Is alweêr slecht gesteld met de fondsen. De meesten sinds gisteren gerezen en dat als menà la baissespeculeert. ’t Is onpleizierig. Enfin! Afwachten maar; ’t zal wel terecht komen.(Hij legt de courant neêr. Tot Karel.)Wat zit je weêr druk te werken, Karel. Als je eens ’n uur of wat hier komt, breng je altijd nog stukken meê. Ik heb al zoo dikwijls gezegd, dat ge tegen u zelven handelt. Je moest wat meer van ’t leven profiteeren, zooals wij.Karel,gemelijk.Alweêr ’t oude lied. Als u, ma en Louise plezier hebben in uitgaan, mij wel, laat mij echter het genoegen van mijn arbeid.Van Hogerveldt.Maar waarvóór werk je toch wel zoo afschuwelijk hard? Anna zal het waarachtig ook niet prettig vinden. Ze schijnt[6]ten minste haar troost bij de bloemen te zoeken. Om den broode behoef je het niet te doen!Karel.Nu ja, dat weet ik!Van Hogerveldt.Toen je nog geen meester in de rechten waart, komaan.…. dat begrijp ik, maar nu ben je gepromoveerd en hebt bovendien een aardige rente van het legaat van tante Caroline, die jou universeel erfgenaam heeft gemaakt, omdat je naar haar heette.Karel.Waartoe mij dat weêr te verwijten, vader? U weet dat tante altijd veel met mij op bad; zij kon toch met haar geld doen, wat zij wilde, en wat mijn graad betreft, denkt u soms, dat ik alleen heb gestudeerd om daarmeê te pronken?Van Hogerveldt.Volstrekt niet. En ik benijd je ook niet om die erfenis, want geld heb ik, Goddank, niet noodig;mijnbetrekking is een van de weinige, die bij matigen arbeid veel opleveren kunnen. Ik zei het alleen in je eigen belang. Je zoudt van je geld veel meer kunnen genieten, en wanneer je, zooals je stand dat toch eigenlijk meêbrengt, de schouwburgen, bals en concerten trouw bezocht, dan zou je.…(omziende naar Anna, en naar Karel toegaande)dan zou je misschien in de gelegenheid zijn geweest om een goede partij te doen, terwijl je nu een meisje.… dat welietsbezit, nu ja, maar.… Of zou je dan toch met je praktijk blijven woekeren?Karel,beslist.Dat zou ik zeker. Overigens heb ik nog geen trouwplannen. In ieder geval ik heb mijn keus gedaan. Wat wil men meer? Daarbij heeft ieder zoo zijn illusie.De mijne is eenvoudig: veel reputatie en praktijk te verwerven. Wat de uwe is, pa, dat heb ik in waarheid tot nog toe niet recht begrepen.Van Hogerveldt.Mijnillusie? Ik heb geen illusies noodig. Ik heb alles wat ik verlang.[7]Karel.Zoo? dan feliciteer ik u; dan zijt u wel een gelukkig mensch! Maar.… de toekomst?Van Hogerveldt.De toekomst?.… Wàt toekomst?Karel.Wel, dat is toch nog al eenvoudig. Uw zaken, ’t is waar, leveren een ruim bestaan op, maar u weet beter nog dan ik, hoe het met zaken gaat: wat heden bloeit, valt wellicht morgen af!Van Hogerveldt.Ho, ho, wat ben je weêr pessimistisch. Als de hemel valt, zijn we allen dood, zooals het spreekwoord zegt.Karel.Enfin, houd mij ten goede, dat ik daar anders over denk. Ieder moet maar doen, naar hem dat ’t beste schijnt; mij komt het voor dat u de zaken nog al zonderling inziet. Sedert een paar jaren wordt hier verbazend veel geld verspild aan weelde. Uitgaan, partijen, kleeding, ’t wordt alles enorm hoog opgevoerd. Dat gaatnugoed, maar .…Van Hogerveldt,lachend.Wel zeker, nu nog fraaier! Het mankeert er maar aan, dat je mij de les gaat lezen!Karel.Och, dat is mijn bedoeling niet, als u mij dan ook mijn eigen zin laat volgen.(Keert zich weêr aan zijn schrijftafel.)Van Hogerveldt,ter zijde.Altijd nog eigenwijs! Er valt niet tegen te redeneeren. Enfin, later zal hij er wel anders over denken.(Weder de courant inziende.)’t Meest spijt het mij van die weergasche Maxwells, die gaan met stoom omlaag; terwijl de andere, die dalenmoesten, rijzen dat het verschrikkelijk is. Juist het tegendeel van hetgeen ik wenschte. Ik heb er nog al wat in zitten; ’n kwade boel!Anna,naar hem toekomende.Ik geloof dat u op Karel aan ’t pruttelen was, omdat hij weêr zit te werken, is ’t niet?[8]Van Hogerveldt.Och kind, ik zei alleen maar, dat hij veel te hard werkt en het zijne er niet van neemt. Hijbehoefthet immers niet te doen?Anna.Nu ja; Karel is nog jong. Hij kan best nog wat werken. En u moet toch ook eens ommijdenken. Als hij nu veel geld verdient, dan komt ons beiden dat later ten goede. Zie eens, wat ik voor u gemaakt heb. Is het geen lieve bouquet?Van Hogerveldt.Dank je, Anna, dank je. Ik bedoelde alleen, zie je, dat Karel reeds genoeg inkomen heeft om tekunnentrouwen en dat hij in plaats daar aan te denken, maar blijft werken, werken als hing zijn leven er aan.Anna,naar Karel gaande en een roos aan zijn jas hechtende.Zie zoo, ben je nu haast klaar, al te ijverige meneer? Kom, ik zou het er nu voor vandaag maar bij laten.Karel.Ja, Anna, ik heb nog slechts éen brief te schrijven, dan ben ik gereed.Anna.Nu, dan zal ik intusschen gaan zien of ik voor jou ook nog een bouquetje kan maken.(Gaat naar den achtergrond.)Betje,uit het woonhuis rechts tot Van Hogerveldt.Mijnheer, hier is een telegram voor u.(Af.)Van Hogerveldt,ter zijde.Wat zou dàt zijn?(Hij leest. Ontsteld.)Alle duivels, ’n rechte Jobstijding! «De vrede meer dan ooit verzekerd. Amerikanen 10 pct. vooruitgegaan.» En ik, die zoo zwaarà la baisseben geëngageerd. ’t Is om razend te worden!Karel,naar hem toegaande.Wat is het pa, toch geen slecht nieuws? ’t Schijnt, dat het telegram u doet ontstellen?[9]Van Hogerveldt.Ontstellen? Och neen, beste jongen, zoo’n kleinigheid schrikt mij niet af. Ik had op de daling van Amerikanen gerekend, omdat naar ik meende oorlog onvermijdelijk was. Men bericht me nu, dat die vervloekte vredemannen hun zin hebben gekregen en er van den oorlog niets komt. Dat is alles.Karel.Vervloekte vredemannen! Hoe kunt u dat in ernst meenen? Maar waarom speculeerde u ook op een oorlog, die nog zoo geheel onzeker was? ’t Is nog al erg, hè, want ik heb wel bemerkt dat het telegram u zeer onaangenaam verraste.Van Hogerveldt.Och, neen, ’t maakt zoo veel niet uit, Karel. Trek jij je daar maar geen harnas over aan. Je hebt van die zaken geen verstand. Ik ben er zeker van dat ik, b.v. met mijn speculatie in Egyptenaren, het dubbele zal terugwinnen.Karel,met een zucht.Ik wil het hopen. U zoudt anders deeerste niet zijn, die slecht van zulke buitenlandsche reizen afkwam.

EERSTE TOONEEL.Van Hogerveldt,Karel,Anna. LaterBetje.Van Hogerveldt.’t Is alweêr slecht gesteld met de fondsen. De meesten sinds gisteren gerezen en dat als menà la baissespeculeert. ’t Is onpleizierig. Enfin! Afwachten maar; ’t zal wel terecht komen.(Hij legt de courant neêr. Tot Karel.)Wat zit je weêr druk te werken, Karel. Als je eens ’n uur of wat hier komt, breng je altijd nog stukken meê. Ik heb al zoo dikwijls gezegd, dat ge tegen u zelven handelt. Je moest wat meer van ’t leven profiteeren, zooals wij.Karel,gemelijk.Alweêr ’t oude lied. Als u, ma en Louise plezier hebben in uitgaan, mij wel, laat mij echter het genoegen van mijn arbeid.Van Hogerveldt.Maar waarvóór werk je toch wel zoo afschuwelijk hard? Anna zal het waarachtig ook niet prettig vinden. Ze schijnt[6]ten minste haar troost bij de bloemen te zoeken. Om den broode behoef je het niet te doen!Karel.Nu ja, dat weet ik!Van Hogerveldt.Toen je nog geen meester in de rechten waart, komaan.…. dat begrijp ik, maar nu ben je gepromoveerd en hebt bovendien een aardige rente van het legaat van tante Caroline, die jou universeel erfgenaam heeft gemaakt, omdat je naar haar heette.Karel.Waartoe mij dat weêr te verwijten, vader? U weet dat tante altijd veel met mij op bad; zij kon toch met haar geld doen, wat zij wilde, en wat mijn graad betreft, denkt u soms, dat ik alleen heb gestudeerd om daarmeê te pronken?Van Hogerveldt.Volstrekt niet. En ik benijd je ook niet om die erfenis, want geld heb ik, Goddank, niet noodig;mijnbetrekking is een van de weinige, die bij matigen arbeid veel opleveren kunnen. Ik zei het alleen in je eigen belang. Je zoudt van je geld veel meer kunnen genieten, en wanneer je, zooals je stand dat toch eigenlijk meêbrengt, de schouwburgen, bals en concerten trouw bezocht, dan zou je.…(omziende naar Anna, en naar Karel toegaande)dan zou je misschien in de gelegenheid zijn geweest om een goede partij te doen, terwijl je nu een meisje.… dat welietsbezit, nu ja, maar.… Of zou je dan toch met je praktijk blijven woekeren?Karel,beslist.Dat zou ik zeker. Overigens heb ik nog geen trouwplannen. In ieder geval ik heb mijn keus gedaan. Wat wil men meer? Daarbij heeft ieder zoo zijn illusie.De mijne is eenvoudig: veel reputatie en praktijk te verwerven. Wat de uwe is, pa, dat heb ik in waarheid tot nog toe niet recht begrepen.Van Hogerveldt.Mijnillusie? Ik heb geen illusies noodig. Ik heb alles wat ik verlang.[7]Karel.Zoo? dan feliciteer ik u; dan zijt u wel een gelukkig mensch! Maar.… de toekomst?Van Hogerveldt.De toekomst?.… Wàt toekomst?Karel.Wel, dat is toch nog al eenvoudig. Uw zaken, ’t is waar, leveren een ruim bestaan op, maar u weet beter nog dan ik, hoe het met zaken gaat: wat heden bloeit, valt wellicht morgen af!Van Hogerveldt.Ho, ho, wat ben je weêr pessimistisch. Als de hemel valt, zijn we allen dood, zooals het spreekwoord zegt.Karel.Enfin, houd mij ten goede, dat ik daar anders over denk. Ieder moet maar doen, naar hem dat ’t beste schijnt; mij komt het voor dat u de zaken nog al zonderling inziet. Sedert een paar jaren wordt hier verbazend veel geld verspild aan weelde. Uitgaan, partijen, kleeding, ’t wordt alles enorm hoog opgevoerd. Dat gaatnugoed, maar .…Van Hogerveldt,lachend.Wel zeker, nu nog fraaier! Het mankeert er maar aan, dat je mij de les gaat lezen!Karel.Och, dat is mijn bedoeling niet, als u mij dan ook mijn eigen zin laat volgen.(Keert zich weêr aan zijn schrijftafel.)Van Hogerveldt,ter zijde.Altijd nog eigenwijs! Er valt niet tegen te redeneeren. Enfin, later zal hij er wel anders over denken.(Weder de courant inziende.)’t Meest spijt het mij van die weergasche Maxwells, die gaan met stoom omlaag; terwijl de andere, die dalenmoesten, rijzen dat het verschrikkelijk is. Juist het tegendeel van hetgeen ik wenschte. Ik heb er nog al wat in zitten; ’n kwade boel!Anna,naar hem toekomende.Ik geloof dat u op Karel aan ’t pruttelen was, omdat hij weêr zit te werken, is ’t niet?[8]Van Hogerveldt.Och kind, ik zei alleen maar, dat hij veel te hard werkt en het zijne er niet van neemt. Hijbehoefthet immers niet te doen?Anna.Nu ja; Karel is nog jong. Hij kan best nog wat werken. En u moet toch ook eens ommijdenken. Als hij nu veel geld verdient, dan komt ons beiden dat later ten goede. Zie eens, wat ik voor u gemaakt heb. Is het geen lieve bouquet?Van Hogerveldt.Dank je, Anna, dank je. Ik bedoelde alleen, zie je, dat Karel reeds genoeg inkomen heeft om tekunnentrouwen en dat hij in plaats daar aan te denken, maar blijft werken, werken als hing zijn leven er aan.Anna,naar Karel gaande en een roos aan zijn jas hechtende.Zie zoo, ben je nu haast klaar, al te ijverige meneer? Kom, ik zou het er nu voor vandaag maar bij laten.Karel.Ja, Anna, ik heb nog slechts éen brief te schrijven, dan ben ik gereed.Anna.Nu, dan zal ik intusschen gaan zien of ik voor jou ook nog een bouquetje kan maken.(Gaat naar den achtergrond.)Betje,uit het woonhuis rechts tot Van Hogerveldt.Mijnheer, hier is een telegram voor u.(Af.)Van Hogerveldt,ter zijde.Wat zou dàt zijn?(Hij leest. Ontsteld.)Alle duivels, ’n rechte Jobstijding! «De vrede meer dan ooit verzekerd. Amerikanen 10 pct. vooruitgegaan.» En ik, die zoo zwaarà la baisseben geëngageerd. ’t Is om razend te worden!Karel,naar hem toegaande.Wat is het pa, toch geen slecht nieuws? ’t Schijnt, dat het telegram u doet ontstellen?[9]Van Hogerveldt.Ontstellen? Och neen, beste jongen, zoo’n kleinigheid schrikt mij niet af. Ik had op de daling van Amerikanen gerekend, omdat naar ik meende oorlog onvermijdelijk was. Men bericht me nu, dat die vervloekte vredemannen hun zin hebben gekregen en er van den oorlog niets komt. Dat is alles.Karel.Vervloekte vredemannen! Hoe kunt u dat in ernst meenen? Maar waarom speculeerde u ook op een oorlog, die nog zoo geheel onzeker was? ’t Is nog al erg, hè, want ik heb wel bemerkt dat het telegram u zeer onaangenaam verraste.Van Hogerveldt.Och, neen, ’t maakt zoo veel niet uit, Karel. Trek jij je daar maar geen harnas over aan. Je hebt van die zaken geen verstand. Ik ben er zeker van dat ik, b.v. met mijn speculatie in Egyptenaren, het dubbele zal terugwinnen.Karel,met een zucht.Ik wil het hopen. U zoudt anders deeerste niet zijn, die slecht van zulke buitenlandsche reizen afkwam.

Van Hogerveldt,Karel,Anna. LaterBetje.

Van Hogerveldt.’t Is alweêr slecht gesteld met de fondsen. De meesten sinds gisteren gerezen en dat als menà la baissespeculeert. ’t Is onpleizierig. Enfin! Afwachten maar; ’t zal wel terecht komen.(Hij legt de courant neêr. Tot Karel.)Wat zit je weêr druk te werken, Karel. Als je eens ’n uur of wat hier komt, breng je altijd nog stukken meê. Ik heb al zoo dikwijls gezegd, dat ge tegen u zelven handelt. Je moest wat meer van ’t leven profiteeren, zooals wij.

Van Hogerveldt.

’t Is alweêr slecht gesteld met de fondsen. De meesten sinds gisteren gerezen en dat als menà la baissespeculeert. ’t Is onpleizierig. Enfin! Afwachten maar; ’t zal wel terecht komen.(Hij legt de courant neêr. Tot Karel.)Wat zit je weêr druk te werken, Karel. Als je eens ’n uur of wat hier komt, breng je altijd nog stukken meê. Ik heb al zoo dikwijls gezegd, dat ge tegen u zelven handelt. Je moest wat meer van ’t leven profiteeren, zooals wij.

Karel,gemelijk.Alweêr ’t oude lied. Als u, ma en Louise plezier hebben in uitgaan, mij wel, laat mij echter het genoegen van mijn arbeid.

Karel,gemelijk.

Alweêr ’t oude lied. Als u, ma en Louise plezier hebben in uitgaan, mij wel, laat mij echter het genoegen van mijn arbeid.

Van Hogerveldt.Maar waarvóór werk je toch wel zoo afschuwelijk hard? Anna zal het waarachtig ook niet prettig vinden. Ze schijnt[6]ten minste haar troost bij de bloemen te zoeken. Om den broode behoef je het niet te doen!

Van Hogerveldt.

Maar waarvóór werk je toch wel zoo afschuwelijk hard? Anna zal het waarachtig ook niet prettig vinden. Ze schijnt[6]ten minste haar troost bij de bloemen te zoeken. Om den broode behoef je het niet te doen!

Karel.Nu ja, dat weet ik!

Karel.

Nu ja, dat weet ik!

Van Hogerveldt.Toen je nog geen meester in de rechten waart, komaan.…. dat begrijp ik, maar nu ben je gepromoveerd en hebt bovendien een aardige rente van het legaat van tante Caroline, die jou universeel erfgenaam heeft gemaakt, omdat je naar haar heette.

Van Hogerveldt.

Toen je nog geen meester in de rechten waart, komaan.…. dat begrijp ik, maar nu ben je gepromoveerd en hebt bovendien een aardige rente van het legaat van tante Caroline, die jou universeel erfgenaam heeft gemaakt, omdat je naar haar heette.

Karel.Waartoe mij dat weêr te verwijten, vader? U weet dat tante altijd veel met mij op bad; zij kon toch met haar geld doen, wat zij wilde, en wat mijn graad betreft, denkt u soms, dat ik alleen heb gestudeerd om daarmeê te pronken?

Karel.

Waartoe mij dat weêr te verwijten, vader? U weet dat tante altijd veel met mij op bad; zij kon toch met haar geld doen, wat zij wilde, en wat mijn graad betreft, denkt u soms, dat ik alleen heb gestudeerd om daarmeê te pronken?

Van Hogerveldt.Volstrekt niet. En ik benijd je ook niet om die erfenis, want geld heb ik, Goddank, niet noodig;mijnbetrekking is een van de weinige, die bij matigen arbeid veel opleveren kunnen. Ik zei het alleen in je eigen belang. Je zoudt van je geld veel meer kunnen genieten, en wanneer je, zooals je stand dat toch eigenlijk meêbrengt, de schouwburgen, bals en concerten trouw bezocht, dan zou je.…(omziende naar Anna, en naar Karel toegaande)dan zou je misschien in de gelegenheid zijn geweest om een goede partij te doen, terwijl je nu een meisje.… dat welietsbezit, nu ja, maar.… Of zou je dan toch met je praktijk blijven woekeren?

Van Hogerveldt.

Volstrekt niet. En ik benijd je ook niet om die erfenis, want geld heb ik, Goddank, niet noodig;mijnbetrekking is een van de weinige, die bij matigen arbeid veel opleveren kunnen. Ik zei het alleen in je eigen belang. Je zoudt van je geld veel meer kunnen genieten, en wanneer je, zooals je stand dat toch eigenlijk meêbrengt, de schouwburgen, bals en concerten trouw bezocht, dan zou je.…(omziende naar Anna, en naar Karel toegaande)dan zou je misschien in de gelegenheid zijn geweest om een goede partij te doen, terwijl je nu een meisje.… dat welietsbezit, nu ja, maar.… Of zou je dan toch met je praktijk blijven woekeren?

Karel,beslist.Dat zou ik zeker. Overigens heb ik nog geen trouwplannen. In ieder geval ik heb mijn keus gedaan. Wat wil men meer? Daarbij heeft ieder zoo zijn illusie.De mijne is eenvoudig: veel reputatie en praktijk te verwerven. Wat de uwe is, pa, dat heb ik in waarheid tot nog toe niet recht begrepen.

Karel,beslist.

Dat zou ik zeker. Overigens heb ik nog geen trouwplannen. In ieder geval ik heb mijn keus gedaan. Wat wil men meer? Daarbij heeft ieder zoo zijn illusie.De mijne is eenvoudig: veel reputatie en praktijk te verwerven. Wat de uwe is, pa, dat heb ik in waarheid tot nog toe niet recht begrepen.

Van Hogerveldt.Mijnillusie? Ik heb geen illusies noodig. Ik heb alles wat ik verlang.

Van Hogerveldt.

Mijnillusie? Ik heb geen illusies noodig. Ik heb alles wat ik verlang.

[7]

Karel.Zoo? dan feliciteer ik u; dan zijt u wel een gelukkig mensch! Maar.… de toekomst?

Karel.

Zoo? dan feliciteer ik u; dan zijt u wel een gelukkig mensch! Maar.… de toekomst?

Van Hogerveldt.De toekomst?.… Wàt toekomst?

Van Hogerveldt.

De toekomst?.… Wàt toekomst?

Karel.Wel, dat is toch nog al eenvoudig. Uw zaken, ’t is waar, leveren een ruim bestaan op, maar u weet beter nog dan ik, hoe het met zaken gaat: wat heden bloeit, valt wellicht morgen af!

Karel.

Wel, dat is toch nog al eenvoudig. Uw zaken, ’t is waar, leveren een ruim bestaan op, maar u weet beter nog dan ik, hoe het met zaken gaat: wat heden bloeit, valt wellicht morgen af!

Van Hogerveldt.Ho, ho, wat ben je weêr pessimistisch. Als de hemel valt, zijn we allen dood, zooals het spreekwoord zegt.

Van Hogerveldt.

Ho, ho, wat ben je weêr pessimistisch. Als de hemel valt, zijn we allen dood, zooals het spreekwoord zegt.

Karel.Enfin, houd mij ten goede, dat ik daar anders over denk. Ieder moet maar doen, naar hem dat ’t beste schijnt; mij komt het voor dat u de zaken nog al zonderling inziet. Sedert een paar jaren wordt hier verbazend veel geld verspild aan weelde. Uitgaan, partijen, kleeding, ’t wordt alles enorm hoog opgevoerd. Dat gaatnugoed, maar .…

Karel.

Enfin, houd mij ten goede, dat ik daar anders over denk. Ieder moet maar doen, naar hem dat ’t beste schijnt; mij komt het voor dat u de zaken nog al zonderling inziet. Sedert een paar jaren wordt hier verbazend veel geld verspild aan weelde. Uitgaan, partijen, kleeding, ’t wordt alles enorm hoog opgevoerd. Dat gaatnugoed, maar .…

Van Hogerveldt,lachend.Wel zeker, nu nog fraaier! Het mankeert er maar aan, dat je mij de les gaat lezen!

Van Hogerveldt,lachend.

Wel zeker, nu nog fraaier! Het mankeert er maar aan, dat je mij de les gaat lezen!

Karel.Och, dat is mijn bedoeling niet, als u mij dan ook mijn eigen zin laat volgen.(Keert zich weêr aan zijn schrijftafel.)

Karel.

Och, dat is mijn bedoeling niet, als u mij dan ook mijn eigen zin laat volgen.(Keert zich weêr aan zijn schrijftafel.)

Van Hogerveldt,ter zijde.Altijd nog eigenwijs! Er valt niet tegen te redeneeren. Enfin, later zal hij er wel anders over denken.(Weder de courant inziende.)’t Meest spijt het mij van die weergasche Maxwells, die gaan met stoom omlaag; terwijl de andere, die dalenmoesten, rijzen dat het verschrikkelijk is. Juist het tegendeel van hetgeen ik wenschte. Ik heb er nog al wat in zitten; ’n kwade boel!

Van Hogerveldt,ter zijde.

Altijd nog eigenwijs! Er valt niet tegen te redeneeren. Enfin, later zal hij er wel anders over denken.(Weder de courant inziende.)’t Meest spijt het mij van die weergasche Maxwells, die gaan met stoom omlaag; terwijl de andere, die dalenmoesten, rijzen dat het verschrikkelijk is. Juist het tegendeel van hetgeen ik wenschte. Ik heb er nog al wat in zitten; ’n kwade boel!

Anna,naar hem toekomende.Ik geloof dat u op Karel aan ’t pruttelen was, omdat hij weêr zit te werken, is ’t niet?

Anna,naar hem toekomende.

Ik geloof dat u op Karel aan ’t pruttelen was, omdat hij weêr zit te werken, is ’t niet?

[8]

Van Hogerveldt.Och kind, ik zei alleen maar, dat hij veel te hard werkt en het zijne er niet van neemt. Hijbehoefthet immers niet te doen?

Van Hogerveldt.

Och kind, ik zei alleen maar, dat hij veel te hard werkt en het zijne er niet van neemt. Hijbehoefthet immers niet te doen?

Anna.Nu ja; Karel is nog jong. Hij kan best nog wat werken. En u moet toch ook eens ommijdenken. Als hij nu veel geld verdient, dan komt ons beiden dat later ten goede. Zie eens, wat ik voor u gemaakt heb. Is het geen lieve bouquet?

Anna.

Nu ja; Karel is nog jong. Hij kan best nog wat werken. En u moet toch ook eens ommijdenken. Als hij nu veel geld verdient, dan komt ons beiden dat later ten goede. Zie eens, wat ik voor u gemaakt heb. Is het geen lieve bouquet?

Van Hogerveldt.Dank je, Anna, dank je. Ik bedoelde alleen, zie je, dat Karel reeds genoeg inkomen heeft om tekunnentrouwen en dat hij in plaats daar aan te denken, maar blijft werken, werken als hing zijn leven er aan.

Van Hogerveldt.

Dank je, Anna, dank je. Ik bedoelde alleen, zie je, dat Karel reeds genoeg inkomen heeft om tekunnentrouwen en dat hij in plaats daar aan te denken, maar blijft werken, werken als hing zijn leven er aan.

Anna,naar Karel gaande en een roos aan zijn jas hechtende.Zie zoo, ben je nu haast klaar, al te ijverige meneer? Kom, ik zou het er nu voor vandaag maar bij laten.

Anna,naar Karel gaande en een roos aan zijn jas hechtende.

Zie zoo, ben je nu haast klaar, al te ijverige meneer? Kom, ik zou het er nu voor vandaag maar bij laten.

Karel.Ja, Anna, ik heb nog slechts éen brief te schrijven, dan ben ik gereed.

Karel.

Ja, Anna, ik heb nog slechts éen brief te schrijven, dan ben ik gereed.

Anna.Nu, dan zal ik intusschen gaan zien of ik voor jou ook nog een bouquetje kan maken.(Gaat naar den achtergrond.)

Anna.

Nu, dan zal ik intusschen gaan zien of ik voor jou ook nog een bouquetje kan maken.(Gaat naar den achtergrond.)

Betje,uit het woonhuis rechts tot Van Hogerveldt.Mijnheer, hier is een telegram voor u.

Betje,uit het woonhuis rechts tot Van Hogerveldt.

Mijnheer, hier is een telegram voor u.

(Af.)

Van Hogerveldt,ter zijde.Wat zou dàt zijn?(Hij leest. Ontsteld.)Alle duivels, ’n rechte Jobstijding! «De vrede meer dan ooit verzekerd. Amerikanen 10 pct. vooruitgegaan.» En ik, die zoo zwaarà la baisseben geëngageerd. ’t Is om razend te worden!

Van Hogerveldt,ter zijde.

Wat zou dàt zijn?(Hij leest. Ontsteld.)Alle duivels, ’n rechte Jobstijding! «De vrede meer dan ooit verzekerd. Amerikanen 10 pct. vooruitgegaan.» En ik, die zoo zwaarà la baisseben geëngageerd. ’t Is om razend te worden!

Karel,naar hem toegaande.Wat is het pa, toch geen slecht nieuws? ’t Schijnt, dat het telegram u doet ontstellen?

Karel,naar hem toegaande.

Wat is het pa, toch geen slecht nieuws? ’t Schijnt, dat het telegram u doet ontstellen?

[9]

Van Hogerveldt.Ontstellen? Och neen, beste jongen, zoo’n kleinigheid schrikt mij niet af. Ik had op de daling van Amerikanen gerekend, omdat naar ik meende oorlog onvermijdelijk was. Men bericht me nu, dat die vervloekte vredemannen hun zin hebben gekregen en er van den oorlog niets komt. Dat is alles.

Van Hogerveldt.

Ontstellen? Och neen, beste jongen, zoo’n kleinigheid schrikt mij niet af. Ik had op de daling van Amerikanen gerekend, omdat naar ik meende oorlog onvermijdelijk was. Men bericht me nu, dat die vervloekte vredemannen hun zin hebben gekregen en er van den oorlog niets komt. Dat is alles.

Karel.Vervloekte vredemannen! Hoe kunt u dat in ernst meenen? Maar waarom speculeerde u ook op een oorlog, die nog zoo geheel onzeker was? ’t Is nog al erg, hè, want ik heb wel bemerkt dat het telegram u zeer onaangenaam verraste.

Karel.

Vervloekte vredemannen! Hoe kunt u dat in ernst meenen? Maar waarom speculeerde u ook op een oorlog, die nog zoo geheel onzeker was? ’t Is nog al erg, hè, want ik heb wel bemerkt dat het telegram u zeer onaangenaam verraste.

Van Hogerveldt.Och, neen, ’t maakt zoo veel niet uit, Karel. Trek jij je daar maar geen harnas over aan. Je hebt van die zaken geen verstand. Ik ben er zeker van dat ik, b.v. met mijn speculatie in Egyptenaren, het dubbele zal terugwinnen.

Van Hogerveldt.

Och, neen, ’t maakt zoo veel niet uit, Karel. Trek jij je daar maar geen harnas over aan. Je hebt van die zaken geen verstand. Ik ben er zeker van dat ik, b.v. met mijn speculatie in Egyptenaren, het dubbele zal terugwinnen.

Karel,met een zucht.Ik wil het hopen. U zoudt anders deeerste niet zijn, die slecht van zulke buitenlandsche reizen afkwam.

Karel,met een zucht.

Ik wil het hopen. U zoudt anders deeerste niet zijn, die slecht van zulke buitenlandsche reizen afkwam.

[Inhoud]TWEEDE TOONEEL.De vorigen.Mevrouw van Hogerveldt,Louise,DekkersenBetje.Mevr. Van Hogerveldt,gevolgd door Louise en Dekkers.Daar zijn we al. Dag pa! Wat hebben we een plezier gehad en wat een prachtig weêr! Dag Anna, dag kind, ben jij ook hier vandaag? Komaan dat is goed; en waar is Karel?(In het priëel ziende.)Wel, wel, zit je daar alweêr met papieren voor je? Je zult je nog ziek maken met al dat geschrijf. Foei! foei!(Zij beweegt een waaier voor het gelaat.)[10]Van Hogerveldt.Goede morgen, goede morgen! Bonjour, Dekkers. Dus je hebt je nog al geamuseerd?(Karel blijft zitten werken; Louise kust Anna en knoopt een stil gesprek met haar aan.)Mevr. Van Hogerveldt.O, bijzonder! We hebben een allerliefsten rit gemaakt en het gezelschap van onzen waarden Dekkers heeft het aangename daarvan niet weinig verhoogd, niet waar Louise?Louise,spottend.Zeker, mama. Dank zij vooral mijnheer Dekkers, die zoo onderhoudend is, hebben we ons uitstekend geamuseerd. U weet, ik houd veel van praten.(Ter zijde tot Anna.)Ik geloof niet, dat hij onderweg twintig woorden gesproken heeft.Van Hogerveldt.Wel, wel, Dekkers, je schijnt de lieveling van de dames te zijn.Dekkers.Te veel eer. Men doet natuurlijk zijn best om haar aangenaam bezig te houden.Mevr. Van Hogerveldt.En nu zal ik je eens laten zien, wat ik heb meêgebracht. Een paar prachtige antieke vazen, om ons salon meê te versieren!(Naar binnen roepende.)Betje, breng die vazen, eens hier, die in het rijtuig stonden.Betje,de vazen brengende.Als ’t u belieft, mevrouw. Waar wilt u ze hebben?Mevr. Van Hogerveldt.Zet ze maar op de tafel bij mijnheer.(Tot Van Hogerveldt.)Hoevindje dat nu? Prachtig hè? Kijk eens, zoo ziet men ze niet veel.(Tot Karel.)Kom eens hier Karel, je bent toch zoo’n minnaar van die dingen, niet waar?Karel,naderbij komende en een vaas in de hand nemende.Ja wel, maar u moet me niet kwalijk nemen, dat ik over deze vazen zoo niet roepen kan.[11]Van Hogerveldt,tot Dekkers.Natuurlijk! Och, dat is zoo z’n gewoonte. Afkeuren, alles afkeuren maar.Mevr. Van Hogerveldt.Wat zeg je daar?Vindje ze niet prachtig?Karel.Het is de vraag niet hoe ik ze vind, ma, maar hoe ze zijn. En in dat opzicht kan ik u verzekeren, dat het niet veel bijzonders is. Het ligt er ook al aan, wat ze kosten.Mevr. Van Hogerveldt.O! dat is niet veel. Nog geen 800 gulden. Daar ben ik toch nooit aan bekocht.Karel.Aan bekocht? Zeker voor meer dan de helft. Maar hoe is het ook mogelijk om daar zooveel geld voor te geven.Dekkers.U vergist je toch zeker, mijnheer, het is waarlijk niet duur. ’t Is een prachtig stel. Ik heb er zelden zoo een gezien.Karel.Dat kan wel zijn, mijnheer Dekkers, maar het bewijst op zich zelf nog niets. Ikkendat goed, en verzeker u, dat deze vazen veel te duur zijn betaald.Mevr. Van Hogerveldt.Dacht ik niet, dat hij ’t weêr zou afkeuren? Nu,ikvind ze prachtig, hoor! en u, Hogerveldt?Van Hogerveldt.Wel waarachtig zijn ze mooi, maar wat zal ik je zeggen? Karel is niet best geluimd vandaag.Karel,naar zijn plaats gaande.Ik zou niet weten waarom! maar als men mijn oordeel vraagt, dan dien ik het toch eerlijk te zeggen, niet waar?Dekkers,ter zijde.Ja, dàt is een gewoonte bij de advocaten.[12]Van Hogerveldt.Maar daarom moet je niet denken, dat je het altijd beter weet dan een ander.Ikvind, dat mamaniette duur heeft gekocht en daarmeê, basta!(Dekkers heeft zich bij de dames gevoegd en is met dezen in een druk gesprek gewikkeld. Mevrouw Van Hogerveldt heeft een der kranten opgevat evenals Van Hogerveldt.)

TWEEDE TOONEEL.De vorigen.Mevrouw van Hogerveldt,Louise,DekkersenBetje.Mevr. Van Hogerveldt,gevolgd door Louise en Dekkers.Daar zijn we al. Dag pa! Wat hebben we een plezier gehad en wat een prachtig weêr! Dag Anna, dag kind, ben jij ook hier vandaag? Komaan dat is goed; en waar is Karel?(In het priëel ziende.)Wel, wel, zit je daar alweêr met papieren voor je? Je zult je nog ziek maken met al dat geschrijf. Foei! foei!(Zij beweegt een waaier voor het gelaat.)[10]Van Hogerveldt.Goede morgen, goede morgen! Bonjour, Dekkers. Dus je hebt je nog al geamuseerd?(Karel blijft zitten werken; Louise kust Anna en knoopt een stil gesprek met haar aan.)Mevr. Van Hogerveldt.O, bijzonder! We hebben een allerliefsten rit gemaakt en het gezelschap van onzen waarden Dekkers heeft het aangename daarvan niet weinig verhoogd, niet waar Louise?Louise,spottend.Zeker, mama. Dank zij vooral mijnheer Dekkers, die zoo onderhoudend is, hebben we ons uitstekend geamuseerd. U weet, ik houd veel van praten.(Ter zijde tot Anna.)Ik geloof niet, dat hij onderweg twintig woorden gesproken heeft.Van Hogerveldt.Wel, wel, Dekkers, je schijnt de lieveling van de dames te zijn.Dekkers.Te veel eer. Men doet natuurlijk zijn best om haar aangenaam bezig te houden.Mevr. Van Hogerveldt.En nu zal ik je eens laten zien, wat ik heb meêgebracht. Een paar prachtige antieke vazen, om ons salon meê te versieren!(Naar binnen roepende.)Betje, breng die vazen, eens hier, die in het rijtuig stonden.Betje,de vazen brengende.Als ’t u belieft, mevrouw. Waar wilt u ze hebben?Mevr. Van Hogerveldt.Zet ze maar op de tafel bij mijnheer.(Tot Van Hogerveldt.)Hoevindje dat nu? Prachtig hè? Kijk eens, zoo ziet men ze niet veel.(Tot Karel.)Kom eens hier Karel, je bent toch zoo’n minnaar van die dingen, niet waar?Karel,naderbij komende en een vaas in de hand nemende.Ja wel, maar u moet me niet kwalijk nemen, dat ik over deze vazen zoo niet roepen kan.[11]Van Hogerveldt,tot Dekkers.Natuurlijk! Och, dat is zoo z’n gewoonte. Afkeuren, alles afkeuren maar.Mevr. Van Hogerveldt.Wat zeg je daar?Vindje ze niet prachtig?Karel.Het is de vraag niet hoe ik ze vind, ma, maar hoe ze zijn. En in dat opzicht kan ik u verzekeren, dat het niet veel bijzonders is. Het ligt er ook al aan, wat ze kosten.Mevr. Van Hogerveldt.O! dat is niet veel. Nog geen 800 gulden. Daar ben ik toch nooit aan bekocht.Karel.Aan bekocht? Zeker voor meer dan de helft. Maar hoe is het ook mogelijk om daar zooveel geld voor te geven.Dekkers.U vergist je toch zeker, mijnheer, het is waarlijk niet duur. ’t Is een prachtig stel. Ik heb er zelden zoo een gezien.Karel.Dat kan wel zijn, mijnheer Dekkers, maar het bewijst op zich zelf nog niets. Ikkendat goed, en verzeker u, dat deze vazen veel te duur zijn betaald.Mevr. Van Hogerveldt.Dacht ik niet, dat hij ’t weêr zou afkeuren? Nu,ikvind ze prachtig, hoor! en u, Hogerveldt?Van Hogerveldt.Wel waarachtig zijn ze mooi, maar wat zal ik je zeggen? Karel is niet best geluimd vandaag.Karel,naar zijn plaats gaande.Ik zou niet weten waarom! maar als men mijn oordeel vraagt, dan dien ik het toch eerlijk te zeggen, niet waar?Dekkers,ter zijde.Ja, dàt is een gewoonte bij de advocaten.[12]Van Hogerveldt.Maar daarom moet je niet denken, dat je het altijd beter weet dan een ander.Ikvind, dat mamaniette duur heeft gekocht en daarmeê, basta!(Dekkers heeft zich bij de dames gevoegd en is met dezen in een druk gesprek gewikkeld. Mevrouw Van Hogerveldt heeft een der kranten opgevat evenals Van Hogerveldt.)

De vorigen.Mevrouw van Hogerveldt,Louise,DekkersenBetje.

Mevr. Van Hogerveldt,gevolgd door Louise en Dekkers.Daar zijn we al. Dag pa! Wat hebben we een plezier gehad en wat een prachtig weêr! Dag Anna, dag kind, ben jij ook hier vandaag? Komaan dat is goed; en waar is Karel?(In het priëel ziende.)Wel, wel, zit je daar alweêr met papieren voor je? Je zult je nog ziek maken met al dat geschrijf. Foei! foei!(Zij beweegt een waaier voor het gelaat.)

Mevr. Van Hogerveldt,gevolgd door Louise en Dekkers.

Daar zijn we al. Dag pa! Wat hebben we een plezier gehad en wat een prachtig weêr! Dag Anna, dag kind, ben jij ook hier vandaag? Komaan dat is goed; en waar is Karel?(In het priëel ziende.)Wel, wel, zit je daar alweêr met papieren voor je? Je zult je nog ziek maken met al dat geschrijf. Foei! foei!(Zij beweegt een waaier voor het gelaat.)

[10]

Van Hogerveldt.Goede morgen, goede morgen! Bonjour, Dekkers. Dus je hebt je nog al geamuseerd?

Van Hogerveldt.

Goede morgen, goede morgen! Bonjour, Dekkers. Dus je hebt je nog al geamuseerd?

(Karel blijft zitten werken; Louise kust Anna en knoopt een stil gesprek met haar aan.)

Mevr. Van Hogerveldt.O, bijzonder! We hebben een allerliefsten rit gemaakt en het gezelschap van onzen waarden Dekkers heeft het aangename daarvan niet weinig verhoogd, niet waar Louise?

Mevr. Van Hogerveldt.

O, bijzonder! We hebben een allerliefsten rit gemaakt en het gezelschap van onzen waarden Dekkers heeft het aangename daarvan niet weinig verhoogd, niet waar Louise?

Louise,spottend.Zeker, mama. Dank zij vooral mijnheer Dekkers, die zoo onderhoudend is, hebben we ons uitstekend geamuseerd. U weet, ik houd veel van praten.(Ter zijde tot Anna.)Ik geloof niet, dat hij onderweg twintig woorden gesproken heeft.

Louise,spottend.

Zeker, mama. Dank zij vooral mijnheer Dekkers, die zoo onderhoudend is, hebben we ons uitstekend geamuseerd. U weet, ik houd veel van praten.(Ter zijde tot Anna.)Ik geloof niet, dat hij onderweg twintig woorden gesproken heeft.

Van Hogerveldt.Wel, wel, Dekkers, je schijnt de lieveling van de dames te zijn.

Van Hogerveldt.

Wel, wel, Dekkers, je schijnt de lieveling van de dames te zijn.

Dekkers.Te veel eer. Men doet natuurlijk zijn best om haar aangenaam bezig te houden.

Dekkers.

Te veel eer. Men doet natuurlijk zijn best om haar aangenaam bezig te houden.

Mevr. Van Hogerveldt.En nu zal ik je eens laten zien, wat ik heb meêgebracht. Een paar prachtige antieke vazen, om ons salon meê te versieren!(Naar binnen roepende.)Betje, breng die vazen, eens hier, die in het rijtuig stonden.

Mevr. Van Hogerveldt.

En nu zal ik je eens laten zien, wat ik heb meêgebracht. Een paar prachtige antieke vazen, om ons salon meê te versieren!(Naar binnen roepende.)Betje, breng die vazen, eens hier, die in het rijtuig stonden.

Betje,de vazen brengende.Als ’t u belieft, mevrouw. Waar wilt u ze hebben?

Betje,de vazen brengende.

Als ’t u belieft, mevrouw. Waar wilt u ze hebben?

Mevr. Van Hogerveldt.Zet ze maar op de tafel bij mijnheer.(Tot Van Hogerveldt.)Hoevindje dat nu? Prachtig hè? Kijk eens, zoo ziet men ze niet veel.(Tot Karel.)Kom eens hier Karel, je bent toch zoo’n minnaar van die dingen, niet waar?

Mevr. Van Hogerveldt.

Zet ze maar op de tafel bij mijnheer.(Tot Van Hogerveldt.)

Hoevindje dat nu? Prachtig hè? Kijk eens, zoo ziet men ze niet veel.(Tot Karel.)Kom eens hier Karel, je bent toch zoo’n minnaar van die dingen, niet waar?

Karel,naderbij komende en een vaas in de hand nemende.Ja wel, maar u moet me niet kwalijk nemen, dat ik over deze vazen zoo niet roepen kan.

Karel,naderbij komende en een vaas in de hand nemende.

Ja wel, maar u moet me niet kwalijk nemen, dat ik over deze vazen zoo niet roepen kan.

[11]

Van Hogerveldt,tot Dekkers.Natuurlijk! Och, dat is zoo z’n gewoonte. Afkeuren, alles afkeuren maar.

Van Hogerveldt,tot Dekkers.

Natuurlijk! Och, dat is zoo z’n gewoonte. Afkeuren, alles afkeuren maar.

Mevr. Van Hogerveldt.Wat zeg je daar?Vindje ze niet prachtig?

Mevr. Van Hogerveldt.

Wat zeg je daar?Vindje ze niet prachtig?

Karel.Het is de vraag niet hoe ik ze vind, ma, maar hoe ze zijn. En in dat opzicht kan ik u verzekeren, dat het niet veel bijzonders is. Het ligt er ook al aan, wat ze kosten.

Karel.

Het is de vraag niet hoe ik ze vind, ma, maar hoe ze zijn. En in dat opzicht kan ik u verzekeren, dat het niet veel bijzonders is. Het ligt er ook al aan, wat ze kosten.

Mevr. Van Hogerveldt.O! dat is niet veel. Nog geen 800 gulden. Daar ben ik toch nooit aan bekocht.

Mevr. Van Hogerveldt.

O! dat is niet veel. Nog geen 800 gulden. Daar ben ik toch nooit aan bekocht.

Karel.Aan bekocht? Zeker voor meer dan de helft. Maar hoe is het ook mogelijk om daar zooveel geld voor te geven.

Karel.

Aan bekocht? Zeker voor meer dan de helft. Maar hoe is het ook mogelijk om daar zooveel geld voor te geven.

Dekkers.U vergist je toch zeker, mijnheer, het is waarlijk niet duur. ’t Is een prachtig stel. Ik heb er zelden zoo een gezien.

Dekkers.

U vergist je toch zeker, mijnheer, het is waarlijk niet duur. ’t Is een prachtig stel. Ik heb er zelden zoo een gezien.

Karel.Dat kan wel zijn, mijnheer Dekkers, maar het bewijst op zich zelf nog niets. Ikkendat goed, en verzeker u, dat deze vazen veel te duur zijn betaald.

Karel.

Dat kan wel zijn, mijnheer Dekkers, maar het bewijst op zich zelf nog niets. Ikkendat goed, en verzeker u, dat deze vazen veel te duur zijn betaald.

Mevr. Van Hogerveldt.Dacht ik niet, dat hij ’t weêr zou afkeuren? Nu,ikvind ze prachtig, hoor! en u, Hogerveldt?

Mevr. Van Hogerveldt.

Dacht ik niet, dat hij ’t weêr zou afkeuren? Nu,ikvind ze prachtig, hoor! en u, Hogerveldt?

Van Hogerveldt.Wel waarachtig zijn ze mooi, maar wat zal ik je zeggen? Karel is niet best geluimd vandaag.

Van Hogerveldt.

Wel waarachtig zijn ze mooi, maar wat zal ik je zeggen? Karel is niet best geluimd vandaag.

Karel,naar zijn plaats gaande.Ik zou niet weten waarom! maar als men mijn oordeel vraagt, dan dien ik het toch eerlijk te zeggen, niet waar?

Karel,naar zijn plaats gaande.

Ik zou niet weten waarom! maar als men mijn oordeel vraagt, dan dien ik het toch eerlijk te zeggen, niet waar?

Dekkers,ter zijde.Ja, dàt is een gewoonte bij de advocaten.

Dekkers,ter zijde.

Ja, dàt is een gewoonte bij de advocaten.

[12]

Van Hogerveldt.Maar daarom moet je niet denken, dat je het altijd beter weet dan een ander.Ikvind, dat mamaniette duur heeft gekocht en daarmeê, basta!

Van Hogerveldt.

Maar daarom moet je niet denken, dat je het altijd beter weet dan een ander.Ikvind, dat mamaniette duur heeft gekocht en daarmeê, basta!

(Dekkers heeft zich bij de dames gevoegd en is met dezen in een druk gesprek gewikkeld. Mevrouw Van Hogerveldt heeft een der kranten opgevat evenals Van Hogerveldt.)

[Inhoud]DERDE TOONEEL.De vorigen.Willem Verhagen.Verhagen.Dames en Heeren, uw dienaar. Bonjour Karel, hoe gaat het met de zaken?(Van Hogerveldt, Dekkers en mevrouw Van Hogerveldt groeten koel.)Karel.Zoo, dat gaat wèl. Ik heb m’n handen knapjes vol.Verhagen,ziet om naar Dekkers. Ter zijde.Ik geloof waarachtig, dat hij haar het hof wil maken.Karel.Ik heb weêr eenige faillissementen.Verhagen.Eenige? Och, ja, ’t komt er tegenwoordig op een paar meer of minder niet aan. En hoeveel percent bieden ze wel? Zeker niet veel meer dan tien?Karel.Tien? neen vriend, ik heb er zelfs een suikerbakker bij van 5 percent.Verhagen.Waarachtig? dat is nog eens de moeite waard! Twintig duizend gulden schuld en éen duizend betalen. ’t Is wel.(Omziende naar Dekkers. Ter zijde.)Wie heeft nu ooit zoo’n vervelenden indringer beleefd?[13]Karel.Altijd, als er genoegen meê genomen wordt. De crediteuren moesten overeenkomen om geen accoorden aan te nemen.Verhagen.Maar je weet toch even goed als ik, dat juist daarmeê zoo geknoeid wordt. Daar schijnt nu eenmaal niets aan te doen te zijn.(Ter zijde.)Ze is vandaag al bijzonder lief voor hem. Als dat zoo voortgaat, krijg ik haar niet eens te spreken.Van Hogerveldt.Wat ik vragen wilde, zijn er voor van avond al plannen gemaakt?Mevr. Van Hogerveldt.O, zeker! Mijnheer Dekkers is zoo goed geweest een loge in den franschen schouwburg voor ons te huren. Ik heb ook op u gerekend, George, dus ik hoop, dat u van de partij zult zijn.Van Hogerveldt.Ja.… misschien … maar ’t zal in ieder geval heel laat worden, want ik heb zaken.Mevr. Van Hogerveldt.Ja, zaken!… zaken! De heeren hebben altijd zaken als de vrouwen hun vragen om uit te gaan. En nu geven ze nog al dat mooie stuk van.… van.… och, hoe heet die man ook weêr?Karel.Die man? U bedoelt Sardou.Mevr. Van Hogerveldt.Juist; dezelfde.Van Hogerveldt.Mooi?.… Nu ja, sommige gedeelten vallen juist niet inmijnsmaak. Maar enfin, als je er op gesteld bent,.… nu, ik kom in elk geval zoo vroeg mogelijk.Louise,naderbij komende.Mama, denkt u er wel aan, dat er over acht dagen bal is[14]bij mevrouw Van Weelderen? ’t Wordt waarlijk meer dan tijd om eens over ons toilet te praten.Mevr. Van Hogerveldt.Bekommer je daar maar niet over, kind. ’t Is immers slechts te bestellen! Laat die receptie van Zondag nu maar eerst passeeren en dan Maandag het concert en dan zullen we alweêr verder zien. We hebben het ook zoo verbazend druk, dat we letterlijk elken dag bezet zijn.Karel,ter zijde tot Verhagen.Ze zullen op ’t laatst nog tijd te kort komen!Dekkers.Dat is zoo, Mevrouw. Iedere stand brengt zijn eischen meê. En juffrouw Louise zal er zeker niet rouwig om zijn, denk ik.Louise.O, neen, ofschoon ik altijd aan bals de voorkeur geef.Dekkers.Dat is een loffelijke eigenschap van de dames.Verhagen,ter zijde.Nu nog fraaier! Beroerde kerel!Van Hogerveldt,opstaande en op zijn horloge ziende.Dekkers, ’t wordt mijn tijd. Morgen Raad van Commissarissen voor de goedkeuring der rekening en verantwoording. Daar weet je alles van. Drukte, vriend, drukte.Dekkers.Zeker, zeker; nu, ’t zal wel in orde zijn.Van Hogerveldt.Natuurlijk; de commissie is reeds klaar, dat weet je; ik heb echter toch nog een en ander te regelen en te schrijven en van avond de komedie.… enfin, je zult mij wel excuseeren, niet waar?Dekkers,geeft hem de hand.Zonder twijfel; adieu, tot morgen dus.(Van Hogerveldt groetend af).[15]

DERDE TOONEEL.De vorigen.Willem Verhagen.Verhagen.Dames en Heeren, uw dienaar. Bonjour Karel, hoe gaat het met de zaken?(Van Hogerveldt, Dekkers en mevrouw Van Hogerveldt groeten koel.)Karel.Zoo, dat gaat wèl. Ik heb m’n handen knapjes vol.Verhagen,ziet om naar Dekkers. Ter zijde.Ik geloof waarachtig, dat hij haar het hof wil maken.Karel.Ik heb weêr eenige faillissementen.Verhagen.Eenige? Och, ja, ’t komt er tegenwoordig op een paar meer of minder niet aan. En hoeveel percent bieden ze wel? Zeker niet veel meer dan tien?Karel.Tien? neen vriend, ik heb er zelfs een suikerbakker bij van 5 percent.Verhagen.Waarachtig? dat is nog eens de moeite waard! Twintig duizend gulden schuld en éen duizend betalen. ’t Is wel.(Omziende naar Dekkers. Ter zijde.)Wie heeft nu ooit zoo’n vervelenden indringer beleefd?[13]Karel.Altijd, als er genoegen meê genomen wordt. De crediteuren moesten overeenkomen om geen accoorden aan te nemen.Verhagen.Maar je weet toch even goed als ik, dat juist daarmeê zoo geknoeid wordt. Daar schijnt nu eenmaal niets aan te doen te zijn.(Ter zijde.)Ze is vandaag al bijzonder lief voor hem. Als dat zoo voortgaat, krijg ik haar niet eens te spreken.Van Hogerveldt.Wat ik vragen wilde, zijn er voor van avond al plannen gemaakt?Mevr. Van Hogerveldt.O, zeker! Mijnheer Dekkers is zoo goed geweest een loge in den franschen schouwburg voor ons te huren. Ik heb ook op u gerekend, George, dus ik hoop, dat u van de partij zult zijn.Van Hogerveldt.Ja.… misschien … maar ’t zal in ieder geval heel laat worden, want ik heb zaken.Mevr. Van Hogerveldt.Ja, zaken!… zaken! De heeren hebben altijd zaken als de vrouwen hun vragen om uit te gaan. En nu geven ze nog al dat mooie stuk van.… van.… och, hoe heet die man ook weêr?Karel.Die man? U bedoelt Sardou.Mevr. Van Hogerveldt.Juist; dezelfde.Van Hogerveldt.Mooi?.… Nu ja, sommige gedeelten vallen juist niet inmijnsmaak. Maar enfin, als je er op gesteld bent,.… nu, ik kom in elk geval zoo vroeg mogelijk.Louise,naderbij komende.Mama, denkt u er wel aan, dat er over acht dagen bal is[14]bij mevrouw Van Weelderen? ’t Wordt waarlijk meer dan tijd om eens over ons toilet te praten.Mevr. Van Hogerveldt.Bekommer je daar maar niet over, kind. ’t Is immers slechts te bestellen! Laat die receptie van Zondag nu maar eerst passeeren en dan Maandag het concert en dan zullen we alweêr verder zien. We hebben het ook zoo verbazend druk, dat we letterlijk elken dag bezet zijn.Karel,ter zijde tot Verhagen.Ze zullen op ’t laatst nog tijd te kort komen!Dekkers.Dat is zoo, Mevrouw. Iedere stand brengt zijn eischen meê. En juffrouw Louise zal er zeker niet rouwig om zijn, denk ik.Louise.O, neen, ofschoon ik altijd aan bals de voorkeur geef.Dekkers.Dat is een loffelijke eigenschap van de dames.Verhagen,ter zijde.Nu nog fraaier! Beroerde kerel!Van Hogerveldt,opstaande en op zijn horloge ziende.Dekkers, ’t wordt mijn tijd. Morgen Raad van Commissarissen voor de goedkeuring der rekening en verantwoording. Daar weet je alles van. Drukte, vriend, drukte.Dekkers.Zeker, zeker; nu, ’t zal wel in orde zijn.Van Hogerveldt.Natuurlijk; de commissie is reeds klaar, dat weet je; ik heb echter toch nog een en ander te regelen en te schrijven en van avond de komedie.… enfin, je zult mij wel excuseeren, niet waar?Dekkers,geeft hem de hand.Zonder twijfel; adieu, tot morgen dus.(Van Hogerveldt groetend af).[15]

De vorigen.Willem Verhagen.

Verhagen.Dames en Heeren, uw dienaar. Bonjour Karel, hoe gaat het met de zaken?(Van Hogerveldt, Dekkers en mevrouw Van Hogerveldt groeten koel.)

Verhagen.

Dames en Heeren, uw dienaar. Bonjour Karel, hoe gaat het met de zaken?(Van Hogerveldt, Dekkers en mevrouw Van Hogerveldt groeten koel.)

Karel.Zoo, dat gaat wèl. Ik heb m’n handen knapjes vol.

Karel.

Zoo, dat gaat wèl. Ik heb m’n handen knapjes vol.

Verhagen,ziet om naar Dekkers. Ter zijde.Ik geloof waarachtig, dat hij haar het hof wil maken.

Verhagen,ziet om naar Dekkers. Ter zijde.

Ik geloof waarachtig, dat hij haar het hof wil maken.

Karel.Ik heb weêr eenige faillissementen.

Karel.

Ik heb weêr eenige faillissementen.

Verhagen.Eenige? Och, ja, ’t komt er tegenwoordig op een paar meer of minder niet aan. En hoeveel percent bieden ze wel? Zeker niet veel meer dan tien?

Verhagen.

Eenige? Och, ja, ’t komt er tegenwoordig op een paar meer of minder niet aan. En hoeveel percent bieden ze wel? Zeker niet veel meer dan tien?

Karel.Tien? neen vriend, ik heb er zelfs een suikerbakker bij van 5 percent.

Karel.

Tien? neen vriend, ik heb er zelfs een suikerbakker bij van 5 percent.

Verhagen.Waarachtig? dat is nog eens de moeite waard! Twintig duizend gulden schuld en éen duizend betalen. ’t Is wel.(Omziende naar Dekkers. Ter zijde.)Wie heeft nu ooit zoo’n vervelenden indringer beleefd?

Verhagen.

Waarachtig? dat is nog eens de moeite waard! Twintig duizend gulden schuld en éen duizend betalen. ’t Is wel.(Omziende naar Dekkers. Ter zijde.)Wie heeft nu ooit zoo’n vervelenden indringer beleefd?

[13]

Karel.Altijd, als er genoegen meê genomen wordt. De crediteuren moesten overeenkomen om geen accoorden aan te nemen.

Karel.

Altijd, als er genoegen meê genomen wordt. De crediteuren moesten overeenkomen om geen accoorden aan te nemen.

Verhagen.Maar je weet toch even goed als ik, dat juist daarmeê zoo geknoeid wordt. Daar schijnt nu eenmaal niets aan te doen te zijn.(Ter zijde.)Ze is vandaag al bijzonder lief voor hem. Als dat zoo voortgaat, krijg ik haar niet eens te spreken.

Verhagen.

Maar je weet toch even goed als ik, dat juist daarmeê zoo geknoeid wordt. Daar schijnt nu eenmaal niets aan te doen te zijn.(Ter zijde.)Ze is vandaag al bijzonder lief voor hem. Als dat zoo voortgaat, krijg ik haar niet eens te spreken.

Van Hogerveldt.Wat ik vragen wilde, zijn er voor van avond al plannen gemaakt?

Van Hogerveldt.

Wat ik vragen wilde, zijn er voor van avond al plannen gemaakt?

Mevr. Van Hogerveldt.O, zeker! Mijnheer Dekkers is zoo goed geweest een loge in den franschen schouwburg voor ons te huren. Ik heb ook op u gerekend, George, dus ik hoop, dat u van de partij zult zijn.

Mevr. Van Hogerveldt.

O, zeker! Mijnheer Dekkers is zoo goed geweest een loge in den franschen schouwburg voor ons te huren. Ik heb ook op u gerekend, George, dus ik hoop, dat u van de partij zult zijn.

Van Hogerveldt.Ja.… misschien … maar ’t zal in ieder geval heel laat worden, want ik heb zaken.

Van Hogerveldt.

Ja.… misschien … maar ’t zal in ieder geval heel laat worden, want ik heb zaken.

Mevr. Van Hogerveldt.Ja, zaken!… zaken! De heeren hebben altijd zaken als de vrouwen hun vragen om uit te gaan. En nu geven ze nog al dat mooie stuk van.… van.… och, hoe heet die man ook weêr?

Mevr. Van Hogerveldt.

Ja, zaken!… zaken! De heeren hebben altijd zaken als de vrouwen hun vragen om uit te gaan. En nu geven ze nog al dat mooie stuk van.… van.… och, hoe heet die man ook weêr?

Karel.Die man? U bedoelt Sardou.

Karel.

Die man? U bedoelt Sardou.

Mevr. Van Hogerveldt.Juist; dezelfde.

Mevr. Van Hogerveldt.

Juist; dezelfde.

Van Hogerveldt.Mooi?.… Nu ja, sommige gedeelten vallen juist niet inmijnsmaak. Maar enfin, als je er op gesteld bent,.… nu, ik kom in elk geval zoo vroeg mogelijk.

Van Hogerveldt.

Mooi?.… Nu ja, sommige gedeelten vallen juist niet inmijnsmaak. Maar enfin, als je er op gesteld bent,.… nu, ik kom in elk geval zoo vroeg mogelijk.

Louise,naderbij komende.Mama, denkt u er wel aan, dat er over acht dagen bal is[14]bij mevrouw Van Weelderen? ’t Wordt waarlijk meer dan tijd om eens over ons toilet te praten.

Louise,naderbij komende.

Mama, denkt u er wel aan, dat er over acht dagen bal is[14]bij mevrouw Van Weelderen? ’t Wordt waarlijk meer dan tijd om eens over ons toilet te praten.

Mevr. Van Hogerveldt.Bekommer je daar maar niet over, kind. ’t Is immers slechts te bestellen! Laat die receptie van Zondag nu maar eerst passeeren en dan Maandag het concert en dan zullen we alweêr verder zien. We hebben het ook zoo verbazend druk, dat we letterlijk elken dag bezet zijn.

Mevr. Van Hogerveldt.

Bekommer je daar maar niet over, kind. ’t Is immers slechts te bestellen! Laat die receptie van Zondag nu maar eerst passeeren en dan Maandag het concert en dan zullen we alweêr verder zien. We hebben het ook zoo verbazend druk, dat we letterlijk elken dag bezet zijn.

Karel,ter zijde tot Verhagen.Ze zullen op ’t laatst nog tijd te kort komen!

Karel,ter zijde tot Verhagen.

Ze zullen op ’t laatst nog tijd te kort komen!

Dekkers.Dat is zoo, Mevrouw. Iedere stand brengt zijn eischen meê. En juffrouw Louise zal er zeker niet rouwig om zijn, denk ik.

Dekkers.

Dat is zoo, Mevrouw. Iedere stand brengt zijn eischen meê. En juffrouw Louise zal er zeker niet rouwig om zijn, denk ik.

Louise.O, neen, ofschoon ik altijd aan bals de voorkeur geef.

Louise.

O, neen, ofschoon ik altijd aan bals de voorkeur geef.

Dekkers.Dat is een loffelijke eigenschap van de dames.

Dekkers.

Dat is een loffelijke eigenschap van de dames.

Verhagen,ter zijde.Nu nog fraaier! Beroerde kerel!

Verhagen,ter zijde.

Nu nog fraaier! Beroerde kerel!

Van Hogerveldt,opstaande en op zijn horloge ziende.Dekkers, ’t wordt mijn tijd. Morgen Raad van Commissarissen voor de goedkeuring der rekening en verantwoording. Daar weet je alles van. Drukte, vriend, drukte.

Van Hogerveldt,opstaande en op zijn horloge ziende.

Dekkers, ’t wordt mijn tijd. Morgen Raad van Commissarissen voor de goedkeuring der rekening en verantwoording. Daar weet je alles van. Drukte, vriend, drukte.

Dekkers.Zeker, zeker; nu, ’t zal wel in orde zijn.

Dekkers.

Zeker, zeker; nu, ’t zal wel in orde zijn.

Van Hogerveldt.Natuurlijk; de commissie is reeds klaar, dat weet je; ik heb echter toch nog een en ander te regelen en te schrijven en van avond de komedie.… enfin, je zult mij wel excuseeren, niet waar?

Van Hogerveldt.

Natuurlijk; de commissie is reeds klaar, dat weet je; ik heb echter toch nog een en ander te regelen en te schrijven en van avond de komedie.… enfin, je zult mij wel excuseeren, niet waar?

Dekkers,geeft hem de hand.Zonder twijfel; adieu, tot morgen dus.

Dekkers,geeft hem de hand.

Zonder twijfel; adieu, tot morgen dus.

(Van Hogerveldt groetend af).

[15]

[Inhoud]VIERDE TOONEEL.De vorigen, behalveVan Hogerveldt.Louise.Kom, Anna, willen wij eens een wandeling in den tuin gaan doen? Karel zit toch nog te werken; het is zoo lief buiten.Anna.Karel is aanstonds klaar, Louise, en we zouden samen uitgaan.Dekkers.Wel, juffrouw Louise, mag ik de eer en het genoegen hebben u te vergezellen?Verhagen,ter zijde.Dàt zou de kroon op het werk zetten.Louise,ziet vragend om naar Verhagen. Deze wendt vertoornd het gelaat af.O, met genoegen, mijnheer Dekkers, heel galant van u.(Dekkers biedt Louise zijn arm aan, en verdwijnt met haar in den tuin. Verhagen staart hen na.)Verhagen,ter zijde.Duivelsche kerel, we zullen eens zien wie het winnen zal!

VIERDE TOONEEL.De vorigen, behalveVan Hogerveldt.Louise.Kom, Anna, willen wij eens een wandeling in den tuin gaan doen? Karel zit toch nog te werken; het is zoo lief buiten.Anna.Karel is aanstonds klaar, Louise, en we zouden samen uitgaan.Dekkers.Wel, juffrouw Louise, mag ik de eer en het genoegen hebben u te vergezellen?Verhagen,ter zijde.Dàt zou de kroon op het werk zetten.Louise,ziet vragend om naar Verhagen. Deze wendt vertoornd het gelaat af.O, met genoegen, mijnheer Dekkers, heel galant van u.(Dekkers biedt Louise zijn arm aan, en verdwijnt met haar in den tuin. Verhagen staart hen na.)Verhagen,ter zijde.Duivelsche kerel, we zullen eens zien wie het winnen zal!

De vorigen, behalveVan Hogerveldt.

Louise.Kom, Anna, willen wij eens een wandeling in den tuin gaan doen? Karel zit toch nog te werken; het is zoo lief buiten.

Louise.

Kom, Anna, willen wij eens een wandeling in den tuin gaan doen? Karel zit toch nog te werken; het is zoo lief buiten.

Anna.Karel is aanstonds klaar, Louise, en we zouden samen uitgaan.

Anna.

Karel is aanstonds klaar, Louise, en we zouden samen uitgaan.

Dekkers.Wel, juffrouw Louise, mag ik de eer en het genoegen hebben u te vergezellen?

Dekkers.

Wel, juffrouw Louise, mag ik de eer en het genoegen hebben u te vergezellen?

Verhagen,ter zijde.Dàt zou de kroon op het werk zetten.

Verhagen,ter zijde.

Dàt zou de kroon op het werk zetten.

Louise,ziet vragend om naar Verhagen. Deze wendt vertoornd het gelaat af.O, met genoegen, mijnheer Dekkers, heel galant van u.(Dekkers biedt Louise zijn arm aan, en verdwijnt met haar in den tuin. Verhagen staart hen na.)

Louise,ziet vragend om naar Verhagen. Deze wendt vertoornd het gelaat af.

O, met genoegen, mijnheer Dekkers, heel galant van u.

(Dekkers biedt Louise zijn arm aan, en verdwijnt met haar in den tuin. Verhagen staart hen na.)

Verhagen,ter zijde.Duivelsche kerel, we zullen eens zien wie het winnen zal!

Verhagen,ter zijde.

Duivelsche kerel, we zullen eens zien wie het winnen zal!

[Inhoud]VIJFDE TOONEEL.Mevr. Van Hogerveldt,Karel,Anna,Verhagen.(Karel en Anna voeren een stil gesprek in het priëel rechts.)Mevr. Van Hogerveldt,Links, Louise en Dekkers naziende. Ter zijde.Zoo zie ik het nu eens gaarne! Ik dacht ook wel, dat ze eindelijk haar belang zou gaan inzien.(Tot Verhagen.)[16]Hoe gaat het met uw gezondheid, mijnheer Verhagen? ’t Komt me voor, dat u er zoo bedrukt uitziet.Verhagen.Uitstekend, mevrouw, er is niets dat.…Mevr. Van Hogerveldt.Ja, ja, dat weet ik al niet. U zijt anders altijd even vroolijk en opgeruimd; ik geloof wel, dat er iets aan hapert. Misschien niet goed geluimd?Verhagen.Pardon, mevrouw, in uw gezelschap is het mij te aangenaam om niet recht tevreden te zijn, maar men kan niet altijd even vroolijk wezen; dat hangt soms van nietige omstandigheden af.Mevr. Van Hogerveldt.Zeker, daar heb je nu b.v. mijnheer Dekkers, die is meestal stil en bedaard, en niettemin een alleraangenaamst mensch.Verhagen.Over den smaak valt niet te twisten, mevrouw. Hoe ongaarne ik u ook tegenspreek, moet ik u toch zeggen dat ik, voor zoover ik dien Dekkers ken, hem alles behalve aangenaam vind.Mevr. Van Hogerveldt,met nadruk.Pas op, mijnheer Verhagen, vergeet niet, dat mijnheer Dekkers al jaren lang onze huisvriend is! Wij hebben altijd veel vriendschap van hem genoten, en verplichting aan hem. Daarenboven is hij een rijk, alom geacht man van een oude patricische familie, die de deftigste kringen frequenteert. In éen woord: ’t is een zeer beschaafd jongmensch, en, al spreekt hij dan ook niet veel, wat hij zegt is goud, meneer Verhagen, goud!Verhagen.Een beschaafd jongmensch? Neem me niet kwalijk, mevrouw, dat ik lachen moet, maar als ik mij niet vergis, is hij de vijftig al nabij en maakt, dunkt me, meer aanspraak op den titel van «ouden vrijer.»[17]Mevr. Van Hogerveldt,scherp.Wacht maar, mijnheer Verhagen, u zijt ook nog ongetrouwd, en mijnheer Dekkers zal.…Verhagen,snel.Wat zal hij? Wie weet is hij niet dwaas genoeg om nog te gaan trouwen.Mevr. Van Hogerveldt,met nadruk.Hij zal niet lang meer ongetrouwd blijven.Anna.Ik zou het allergrappigst vinden. Verbeeld u Dekkers als echtgenoot eener jonge vrouw! ’t Is komiek.Karel.Maar, mama, hoe kunt u weten of hij plannen heeft? Als er sprake van trouwen was, dan zou mijnheer Dekkers er ons toch wel iets van gezegd hebben.Mevr. Van Hogerveldt.Dat heeft hij ook niet, Karel. Ik heb echter meer ondervinding dan gij in die zaken en ik heb al zeker iets.…. opgemerkt.….Karel.U doelt toch niet op.…. op Louise?Anna,ernstig.Zou het mogelijk wezen?Verhagen,ter zijde.Daar kan je zeker van zijn.Mevr. Van Hogerveldt.Dat zeg ik niet, ofschoon ik niet begrijp, waarom zoo iets tot de onmogelijkheden zou behooren.Karel.Wat een idee! Louise zal toch wel wijzer zijn; Dekkers is tweemaal zoo oud als zij.Verhagen.Hij zou nog gevaar loopen, voor haar ouden heer te worden aangezien.[18]Mevr. Van Hogerveldt.Dat beteekent al te gaâr niets; ik zou haar om zulke redenen geen huwelijk ontraden. ’t Zou in ieder geval beter voor haar zijn dan dat ze zich verbond met een of ander jongmensch, dat nauwelijks voor zich zelf genoeg had.Verhagen,ter zijde.Dat is aan mijn adres. Dank je wel! Ik zal troef bekennen.(Tot Mevr. Van Hogerveldt.)Zeer logisch, mevrouw; als hij voor zich alleen niet genoeg heeft, dan zouden zijsamenzeker te kort komen. En wat den ouden heer Dekkers betreft. het zou u misschien in ’t begin wel wat vreemd vallen een reeds grijzenden schoonzoon te hebben, die ongeveer van uw leeftijd was, maar, wat doet men al niet, als het geluk van zijn kind er van afhangt!Karel,zich gereed makende om met Anna te vertrekken.Mama, ik zou die zaak niet vooruitloopen. Wie weet of er wel iets van aan is. Ik voor mij betwijfel zeer, dat Louise ooit aan zulk een huwelijk beeft gedacht. En al hebben wij nu eenige verplichting aan Dekkers, ik ken hem reeds lang genoeg, en ik blijf bij mijn gevoelen, dat hij geen oprecht mensch is. U weet dat ook wel, ik heb het u al meermalen gezegd. Enfin, we zullen maar afwachten.(Tot Anna.)Ben je gereed Anna, dan zullen we gaan.Anna.Zeker, maar.… mijnheer Verhagen?Verhagen.O, geneert je voor mij niet.Karel.Dat niet Willem, volstrekt niet, ’t zou ons zelfs zeer aangenaam zijn als je plezier hadt ons te vergezellen.Verhagen.Met alle genoegen.(Zijn hoed nemende. Hij laat zijn stok in het priëel liggen.)Ik ben al gereed.(Op zijn horloge ziende.)A propos, ’t is al twee uur en om half drie moet ik voor zaken thuis zijn; dus ik zal niet lang van je gezelschap profiteeren.[19]Karel.Nu dan, mama, tot straks.(Verhagen en Anna groeten Mevr. Van H. Allen af behalve Mevr. Van Hogerveldt.)

VIJFDE TOONEEL.Mevr. Van Hogerveldt,Karel,Anna,Verhagen.(Karel en Anna voeren een stil gesprek in het priëel rechts.)Mevr. Van Hogerveldt,Links, Louise en Dekkers naziende. Ter zijde.Zoo zie ik het nu eens gaarne! Ik dacht ook wel, dat ze eindelijk haar belang zou gaan inzien.(Tot Verhagen.)[16]Hoe gaat het met uw gezondheid, mijnheer Verhagen? ’t Komt me voor, dat u er zoo bedrukt uitziet.Verhagen.Uitstekend, mevrouw, er is niets dat.…Mevr. Van Hogerveldt.Ja, ja, dat weet ik al niet. U zijt anders altijd even vroolijk en opgeruimd; ik geloof wel, dat er iets aan hapert. Misschien niet goed geluimd?Verhagen.Pardon, mevrouw, in uw gezelschap is het mij te aangenaam om niet recht tevreden te zijn, maar men kan niet altijd even vroolijk wezen; dat hangt soms van nietige omstandigheden af.Mevr. Van Hogerveldt.Zeker, daar heb je nu b.v. mijnheer Dekkers, die is meestal stil en bedaard, en niettemin een alleraangenaamst mensch.Verhagen.Over den smaak valt niet te twisten, mevrouw. Hoe ongaarne ik u ook tegenspreek, moet ik u toch zeggen dat ik, voor zoover ik dien Dekkers ken, hem alles behalve aangenaam vind.Mevr. Van Hogerveldt,met nadruk.Pas op, mijnheer Verhagen, vergeet niet, dat mijnheer Dekkers al jaren lang onze huisvriend is! Wij hebben altijd veel vriendschap van hem genoten, en verplichting aan hem. Daarenboven is hij een rijk, alom geacht man van een oude patricische familie, die de deftigste kringen frequenteert. In éen woord: ’t is een zeer beschaafd jongmensch, en, al spreekt hij dan ook niet veel, wat hij zegt is goud, meneer Verhagen, goud!Verhagen.Een beschaafd jongmensch? Neem me niet kwalijk, mevrouw, dat ik lachen moet, maar als ik mij niet vergis, is hij de vijftig al nabij en maakt, dunkt me, meer aanspraak op den titel van «ouden vrijer.»[17]Mevr. Van Hogerveldt,scherp.Wacht maar, mijnheer Verhagen, u zijt ook nog ongetrouwd, en mijnheer Dekkers zal.…Verhagen,snel.Wat zal hij? Wie weet is hij niet dwaas genoeg om nog te gaan trouwen.Mevr. Van Hogerveldt,met nadruk.Hij zal niet lang meer ongetrouwd blijven.Anna.Ik zou het allergrappigst vinden. Verbeeld u Dekkers als echtgenoot eener jonge vrouw! ’t Is komiek.Karel.Maar, mama, hoe kunt u weten of hij plannen heeft? Als er sprake van trouwen was, dan zou mijnheer Dekkers er ons toch wel iets van gezegd hebben.Mevr. Van Hogerveldt.Dat heeft hij ook niet, Karel. Ik heb echter meer ondervinding dan gij in die zaken en ik heb al zeker iets.…. opgemerkt.….Karel.U doelt toch niet op.…. op Louise?Anna,ernstig.Zou het mogelijk wezen?Verhagen,ter zijde.Daar kan je zeker van zijn.Mevr. Van Hogerveldt.Dat zeg ik niet, ofschoon ik niet begrijp, waarom zoo iets tot de onmogelijkheden zou behooren.Karel.Wat een idee! Louise zal toch wel wijzer zijn; Dekkers is tweemaal zoo oud als zij.Verhagen.Hij zou nog gevaar loopen, voor haar ouden heer te worden aangezien.[18]Mevr. Van Hogerveldt.Dat beteekent al te gaâr niets; ik zou haar om zulke redenen geen huwelijk ontraden. ’t Zou in ieder geval beter voor haar zijn dan dat ze zich verbond met een of ander jongmensch, dat nauwelijks voor zich zelf genoeg had.Verhagen,ter zijde.Dat is aan mijn adres. Dank je wel! Ik zal troef bekennen.(Tot Mevr. Van Hogerveldt.)Zeer logisch, mevrouw; als hij voor zich alleen niet genoeg heeft, dan zouden zijsamenzeker te kort komen. En wat den ouden heer Dekkers betreft. het zou u misschien in ’t begin wel wat vreemd vallen een reeds grijzenden schoonzoon te hebben, die ongeveer van uw leeftijd was, maar, wat doet men al niet, als het geluk van zijn kind er van afhangt!Karel,zich gereed makende om met Anna te vertrekken.Mama, ik zou die zaak niet vooruitloopen. Wie weet of er wel iets van aan is. Ik voor mij betwijfel zeer, dat Louise ooit aan zulk een huwelijk beeft gedacht. En al hebben wij nu eenige verplichting aan Dekkers, ik ken hem reeds lang genoeg, en ik blijf bij mijn gevoelen, dat hij geen oprecht mensch is. U weet dat ook wel, ik heb het u al meermalen gezegd. Enfin, we zullen maar afwachten.(Tot Anna.)Ben je gereed Anna, dan zullen we gaan.Anna.Zeker, maar.… mijnheer Verhagen?Verhagen.O, geneert je voor mij niet.Karel.Dat niet Willem, volstrekt niet, ’t zou ons zelfs zeer aangenaam zijn als je plezier hadt ons te vergezellen.Verhagen.Met alle genoegen.(Zijn hoed nemende. Hij laat zijn stok in het priëel liggen.)Ik ben al gereed.(Op zijn horloge ziende.)A propos, ’t is al twee uur en om half drie moet ik voor zaken thuis zijn; dus ik zal niet lang van je gezelschap profiteeren.[19]Karel.Nu dan, mama, tot straks.(Verhagen en Anna groeten Mevr. Van H. Allen af behalve Mevr. Van Hogerveldt.)

Mevr. Van Hogerveldt,Karel,Anna,Verhagen.

(Karel en Anna voeren een stil gesprek in het priëel rechts.)

Mevr. Van Hogerveldt,Links, Louise en Dekkers naziende. Ter zijde.Zoo zie ik het nu eens gaarne! Ik dacht ook wel, dat ze eindelijk haar belang zou gaan inzien.(Tot Verhagen.)[16]Hoe gaat het met uw gezondheid, mijnheer Verhagen? ’t Komt me voor, dat u er zoo bedrukt uitziet.

Mevr. Van Hogerveldt,Links, Louise en Dekkers naziende. Ter zijde.

Zoo zie ik het nu eens gaarne! Ik dacht ook wel, dat ze eindelijk haar belang zou gaan inzien.(Tot Verhagen.)[16]Hoe gaat het met uw gezondheid, mijnheer Verhagen? ’t Komt me voor, dat u er zoo bedrukt uitziet.

Verhagen.Uitstekend, mevrouw, er is niets dat.…

Verhagen.

Uitstekend, mevrouw, er is niets dat.…

Mevr. Van Hogerveldt.Ja, ja, dat weet ik al niet. U zijt anders altijd even vroolijk en opgeruimd; ik geloof wel, dat er iets aan hapert. Misschien niet goed geluimd?

Mevr. Van Hogerveldt.

Ja, ja, dat weet ik al niet. U zijt anders altijd even vroolijk en opgeruimd; ik geloof wel, dat er iets aan hapert. Misschien niet goed geluimd?

Verhagen.Pardon, mevrouw, in uw gezelschap is het mij te aangenaam om niet recht tevreden te zijn, maar men kan niet altijd even vroolijk wezen; dat hangt soms van nietige omstandigheden af.

Verhagen.

Pardon, mevrouw, in uw gezelschap is het mij te aangenaam om niet recht tevreden te zijn, maar men kan niet altijd even vroolijk wezen; dat hangt soms van nietige omstandigheden af.

Mevr. Van Hogerveldt.Zeker, daar heb je nu b.v. mijnheer Dekkers, die is meestal stil en bedaard, en niettemin een alleraangenaamst mensch.

Mevr. Van Hogerveldt.

Zeker, daar heb je nu b.v. mijnheer Dekkers, die is meestal stil en bedaard, en niettemin een alleraangenaamst mensch.

Verhagen.Over den smaak valt niet te twisten, mevrouw. Hoe ongaarne ik u ook tegenspreek, moet ik u toch zeggen dat ik, voor zoover ik dien Dekkers ken, hem alles behalve aangenaam vind.

Verhagen.

Over den smaak valt niet te twisten, mevrouw. Hoe ongaarne ik u ook tegenspreek, moet ik u toch zeggen dat ik, voor zoover ik dien Dekkers ken, hem alles behalve aangenaam vind.

Mevr. Van Hogerveldt,met nadruk.Pas op, mijnheer Verhagen, vergeet niet, dat mijnheer Dekkers al jaren lang onze huisvriend is! Wij hebben altijd veel vriendschap van hem genoten, en verplichting aan hem. Daarenboven is hij een rijk, alom geacht man van een oude patricische familie, die de deftigste kringen frequenteert. In éen woord: ’t is een zeer beschaafd jongmensch, en, al spreekt hij dan ook niet veel, wat hij zegt is goud, meneer Verhagen, goud!

Mevr. Van Hogerveldt,met nadruk.

Pas op, mijnheer Verhagen, vergeet niet, dat mijnheer Dekkers al jaren lang onze huisvriend is! Wij hebben altijd veel vriendschap van hem genoten, en verplichting aan hem. Daarenboven is hij een rijk, alom geacht man van een oude patricische familie, die de deftigste kringen frequenteert. In éen woord: ’t is een zeer beschaafd jongmensch, en, al spreekt hij dan ook niet veel, wat hij zegt is goud, meneer Verhagen, goud!

Verhagen.Een beschaafd jongmensch? Neem me niet kwalijk, mevrouw, dat ik lachen moet, maar als ik mij niet vergis, is hij de vijftig al nabij en maakt, dunkt me, meer aanspraak op den titel van «ouden vrijer.»

Verhagen.

Een beschaafd jongmensch? Neem me niet kwalijk, mevrouw, dat ik lachen moet, maar als ik mij niet vergis, is hij de vijftig al nabij en maakt, dunkt me, meer aanspraak op den titel van «ouden vrijer.»

[17]

Mevr. Van Hogerveldt,scherp.Wacht maar, mijnheer Verhagen, u zijt ook nog ongetrouwd, en mijnheer Dekkers zal.…

Mevr. Van Hogerveldt,scherp.

Wacht maar, mijnheer Verhagen, u zijt ook nog ongetrouwd, en mijnheer Dekkers zal.…

Verhagen,snel.Wat zal hij? Wie weet is hij niet dwaas genoeg om nog te gaan trouwen.

Verhagen,snel.

Wat zal hij? Wie weet is hij niet dwaas genoeg om nog te gaan trouwen.

Mevr. Van Hogerveldt,met nadruk.Hij zal niet lang meer ongetrouwd blijven.

Mevr. Van Hogerveldt,met nadruk.

Hij zal niet lang meer ongetrouwd blijven.

Anna.Ik zou het allergrappigst vinden. Verbeeld u Dekkers als echtgenoot eener jonge vrouw! ’t Is komiek.

Anna.

Ik zou het allergrappigst vinden. Verbeeld u Dekkers als echtgenoot eener jonge vrouw! ’t Is komiek.

Karel.Maar, mama, hoe kunt u weten of hij plannen heeft? Als er sprake van trouwen was, dan zou mijnheer Dekkers er ons toch wel iets van gezegd hebben.

Karel.

Maar, mama, hoe kunt u weten of hij plannen heeft? Als er sprake van trouwen was, dan zou mijnheer Dekkers er ons toch wel iets van gezegd hebben.

Mevr. Van Hogerveldt.Dat heeft hij ook niet, Karel. Ik heb echter meer ondervinding dan gij in die zaken en ik heb al zeker iets.…. opgemerkt.….

Mevr. Van Hogerveldt.

Dat heeft hij ook niet, Karel. Ik heb echter meer ondervinding dan gij in die zaken en ik heb al zeker iets.…. opgemerkt.….

Karel.U doelt toch niet op.…. op Louise?

Karel.

U doelt toch niet op.…. op Louise?

Anna,ernstig.Zou het mogelijk wezen?

Anna,ernstig.

Zou het mogelijk wezen?

Verhagen,ter zijde.Daar kan je zeker van zijn.

Verhagen,ter zijde.

Daar kan je zeker van zijn.

Mevr. Van Hogerveldt.Dat zeg ik niet, ofschoon ik niet begrijp, waarom zoo iets tot de onmogelijkheden zou behooren.

Mevr. Van Hogerveldt.

Dat zeg ik niet, ofschoon ik niet begrijp, waarom zoo iets tot de onmogelijkheden zou behooren.

Karel.Wat een idee! Louise zal toch wel wijzer zijn; Dekkers is tweemaal zoo oud als zij.

Karel.

Wat een idee! Louise zal toch wel wijzer zijn; Dekkers is tweemaal zoo oud als zij.

Verhagen.Hij zou nog gevaar loopen, voor haar ouden heer te worden aangezien.

Verhagen.

Hij zou nog gevaar loopen, voor haar ouden heer te worden aangezien.

[18]

Mevr. Van Hogerveldt.Dat beteekent al te gaâr niets; ik zou haar om zulke redenen geen huwelijk ontraden. ’t Zou in ieder geval beter voor haar zijn dan dat ze zich verbond met een of ander jongmensch, dat nauwelijks voor zich zelf genoeg had.

Mevr. Van Hogerveldt.

Dat beteekent al te gaâr niets; ik zou haar om zulke redenen geen huwelijk ontraden. ’t Zou in ieder geval beter voor haar zijn dan dat ze zich verbond met een of ander jongmensch, dat nauwelijks voor zich zelf genoeg had.

Verhagen,ter zijde.Dat is aan mijn adres. Dank je wel! Ik zal troef bekennen.(Tot Mevr. Van Hogerveldt.)Zeer logisch, mevrouw; als hij voor zich alleen niet genoeg heeft, dan zouden zijsamenzeker te kort komen. En wat den ouden heer Dekkers betreft. het zou u misschien in ’t begin wel wat vreemd vallen een reeds grijzenden schoonzoon te hebben, die ongeveer van uw leeftijd was, maar, wat doet men al niet, als het geluk van zijn kind er van afhangt!

Verhagen,ter zijde.

Dat is aan mijn adres. Dank je wel! Ik zal troef bekennen.(Tot Mevr. Van Hogerveldt.)Zeer logisch, mevrouw; als hij voor zich alleen niet genoeg heeft, dan zouden zijsamenzeker te kort komen. En wat den ouden heer Dekkers betreft. het zou u misschien in ’t begin wel wat vreemd vallen een reeds grijzenden schoonzoon te hebben, die ongeveer van uw leeftijd was, maar, wat doet men al niet, als het geluk van zijn kind er van afhangt!

Karel,zich gereed makende om met Anna te vertrekken.Mama, ik zou die zaak niet vooruitloopen. Wie weet of er wel iets van aan is. Ik voor mij betwijfel zeer, dat Louise ooit aan zulk een huwelijk beeft gedacht. En al hebben wij nu eenige verplichting aan Dekkers, ik ken hem reeds lang genoeg, en ik blijf bij mijn gevoelen, dat hij geen oprecht mensch is. U weet dat ook wel, ik heb het u al meermalen gezegd. Enfin, we zullen maar afwachten.(Tot Anna.)Ben je gereed Anna, dan zullen we gaan.

Karel,zich gereed makende om met Anna te vertrekken.

Mama, ik zou die zaak niet vooruitloopen. Wie weet of er wel iets van aan is. Ik voor mij betwijfel zeer, dat Louise ooit aan zulk een huwelijk beeft gedacht. En al hebben wij nu eenige verplichting aan Dekkers, ik ken hem reeds lang genoeg, en ik blijf bij mijn gevoelen, dat hij geen oprecht mensch is. U weet dat ook wel, ik heb het u al meermalen gezegd. Enfin, we zullen maar afwachten.(Tot Anna.)Ben je gereed Anna, dan zullen we gaan.

Anna.Zeker, maar.… mijnheer Verhagen?

Anna.

Zeker, maar.… mijnheer Verhagen?

Verhagen.O, geneert je voor mij niet.

Verhagen.

O, geneert je voor mij niet.

Karel.Dat niet Willem, volstrekt niet, ’t zou ons zelfs zeer aangenaam zijn als je plezier hadt ons te vergezellen.

Karel.

Dat niet Willem, volstrekt niet, ’t zou ons zelfs zeer aangenaam zijn als je plezier hadt ons te vergezellen.

Verhagen.Met alle genoegen.(Zijn hoed nemende. Hij laat zijn stok in het priëel liggen.)Ik ben al gereed.(Op zijn horloge ziende.)A propos, ’t is al twee uur en om half drie moet ik voor zaken thuis zijn; dus ik zal niet lang van je gezelschap profiteeren.

Verhagen.

Met alle genoegen.(Zijn hoed nemende. Hij laat zijn stok in het priëel liggen.)Ik ben al gereed.(Op zijn horloge ziende.)A propos, ’t is al twee uur en om half drie moet ik voor zaken thuis zijn; dus ik zal niet lang van je gezelschap profiteeren.

[19]

Karel.Nu dan, mama, tot straks.

Karel.

Nu dan, mama, tot straks.

(Verhagen en Anna groeten Mevr. Van H. Allen af behalve Mevr. Van Hogerveldt.)

[Inhoud]ZESDE TOONEEL.Mevr. Van Hogerveldt,alleen.’t Is toch wat erg dat zoo’n advocaatje zonder praktijk een man als Dekkers durft bespotten. Maar ik weet wel waar de schoen hem wringt:hijhad gehoopt Louise tot vrouw te krijgen. Ik was in ’t eerst waarlijk bang, dat ze dwaas genoeg zou wezen om zijn verliefde grillen te beantwoorden en een veel betere partij te verwerpen; ze liet zich nog al door dat heertje het hof maken, terwijl ze Dekkers meer en meer veronachtzaamde. Trouwens ik zou mij tot het laatste toe hebben doen gelden om een huwelijk te voorkomen, waarin ik geen heil zie. Louise heeft even als Karel een uitstekende opvoeding genoten, zooals onze stand dat vordert, ’t zou dus al te dwaas zijn haar te laten trouwen met een aankomend advocaat, die nog niet weet of hij wel ooit naam zal maken. ’t Is waar, Dekkers is wat ouder dan zij, maar ’t is een zeer net mensch, en wat meer zegt: hij is puissant rijk, en kan dus Louise voortdurend al de genoegens van het leven bezorgen. Ik ben ten minste gerust, nu ze dat eindelijk zelve heeft ingezien, en met Dekkers zoo vertrouwelijk is gaan wandelen, terwijl ze den verliefden advocaat liet staan.(Lachend.)Hij trok een gezicht als een jongen, die een hond met zijn boterham ziet wegloopen, juist als hij er in wil happen.(Naar het eind van den tuin ziende.)Kijk, daar komen ze aan, arm in arm. Hoe heerlijk! Ja, dat zal wel schikken. Maar ze zijn zoo druk in gesprek! Laat ik ze niet storen. Ze zullen het, denk ik, ook best zonder mij af kunnen.(Mevr. Van H. rechts af.)[20]

ZESDE TOONEEL.Mevr. Van Hogerveldt,alleen.’t Is toch wat erg dat zoo’n advocaatje zonder praktijk een man als Dekkers durft bespotten. Maar ik weet wel waar de schoen hem wringt:hijhad gehoopt Louise tot vrouw te krijgen. Ik was in ’t eerst waarlijk bang, dat ze dwaas genoeg zou wezen om zijn verliefde grillen te beantwoorden en een veel betere partij te verwerpen; ze liet zich nog al door dat heertje het hof maken, terwijl ze Dekkers meer en meer veronachtzaamde. Trouwens ik zou mij tot het laatste toe hebben doen gelden om een huwelijk te voorkomen, waarin ik geen heil zie. Louise heeft even als Karel een uitstekende opvoeding genoten, zooals onze stand dat vordert, ’t zou dus al te dwaas zijn haar te laten trouwen met een aankomend advocaat, die nog niet weet of hij wel ooit naam zal maken. ’t Is waar, Dekkers is wat ouder dan zij, maar ’t is een zeer net mensch, en wat meer zegt: hij is puissant rijk, en kan dus Louise voortdurend al de genoegens van het leven bezorgen. Ik ben ten minste gerust, nu ze dat eindelijk zelve heeft ingezien, en met Dekkers zoo vertrouwelijk is gaan wandelen, terwijl ze den verliefden advocaat liet staan.(Lachend.)Hij trok een gezicht als een jongen, die een hond met zijn boterham ziet wegloopen, juist als hij er in wil happen.(Naar het eind van den tuin ziende.)Kijk, daar komen ze aan, arm in arm. Hoe heerlijk! Ja, dat zal wel schikken. Maar ze zijn zoo druk in gesprek! Laat ik ze niet storen. Ze zullen het, denk ik, ook best zonder mij af kunnen.(Mevr. Van H. rechts af.)[20]

Mevr. Van Hogerveldt,alleen.’t Is toch wat erg dat zoo’n advocaatje zonder praktijk een man als Dekkers durft bespotten. Maar ik weet wel waar de schoen hem wringt:hijhad gehoopt Louise tot vrouw te krijgen. Ik was in ’t eerst waarlijk bang, dat ze dwaas genoeg zou wezen om zijn verliefde grillen te beantwoorden en een veel betere partij te verwerpen; ze liet zich nog al door dat heertje het hof maken, terwijl ze Dekkers meer en meer veronachtzaamde. Trouwens ik zou mij tot het laatste toe hebben doen gelden om een huwelijk te voorkomen, waarin ik geen heil zie. Louise heeft even als Karel een uitstekende opvoeding genoten, zooals onze stand dat vordert, ’t zou dus al te dwaas zijn haar te laten trouwen met een aankomend advocaat, die nog niet weet of hij wel ooit naam zal maken. ’t Is waar, Dekkers is wat ouder dan zij, maar ’t is een zeer net mensch, en wat meer zegt: hij is puissant rijk, en kan dus Louise voortdurend al de genoegens van het leven bezorgen. Ik ben ten minste gerust, nu ze dat eindelijk zelve heeft ingezien, en met Dekkers zoo vertrouwelijk is gaan wandelen, terwijl ze den verliefden advocaat liet staan.(Lachend.)Hij trok een gezicht als een jongen, die een hond met zijn boterham ziet wegloopen, juist als hij er in wil happen.(Naar het eind van den tuin ziende.)Kijk, daar komen ze aan, arm in arm. Hoe heerlijk! Ja, dat zal wel schikken. Maar ze zijn zoo druk in gesprek! Laat ik ze niet storen. Ze zullen het, denk ik, ook best zonder mij af kunnen.

Mevr. Van Hogerveldt,alleen.

’t Is toch wat erg dat zoo’n advocaatje zonder praktijk een man als Dekkers durft bespotten. Maar ik weet wel waar de schoen hem wringt:hijhad gehoopt Louise tot vrouw te krijgen. Ik was in ’t eerst waarlijk bang, dat ze dwaas genoeg zou wezen om zijn verliefde grillen te beantwoorden en een veel betere partij te verwerpen; ze liet zich nog al door dat heertje het hof maken, terwijl ze Dekkers meer en meer veronachtzaamde. Trouwens ik zou mij tot het laatste toe hebben doen gelden om een huwelijk te voorkomen, waarin ik geen heil zie. Louise heeft even als Karel een uitstekende opvoeding genoten, zooals onze stand dat vordert, ’t zou dus al te dwaas zijn haar te laten trouwen met een aankomend advocaat, die nog niet weet of hij wel ooit naam zal maken. ’t Is waar, Dekkers is wat ouder dan zij, maar ’t is een zeer net mensch, en wat meer zegt: hij is puissant rijk, en kan dus Louise voortdurend al de genoegens van het leven bezorgen. Ik ben ten minste gerust, nu ze dat eindelijk zelve heeft ingezien, en met Dekkers zoo vertrouwelijk is gaan wandelen, terwijl ze den verliefden advocaat liet staan.(Lachend.)Hij trok een gezicht als een jongen, die een hond met zijn boterham ziet wegloopen, juist als hij er in wil happen.(Naar het eind van den tuin ziende.)Kijk, daar komen ze aan, arm in arm. Hoe heerlijk! Ja, dat zal wel schikken. Maar ze zijn zoo druk in gesprek! Laat ik ze niet storen. Ze zullen het, denk ik, ook best zonder mij af kunnen.

(Mevr. Van H. rechts af.)

[20]

[Inhoud]ZEVENDE TOONEEL.Dekkers en Louise,komen van de linkerzijde gearmd op.Louise.Een lieve tuin, vindt u niet, mijnheer Dekkers?Dekkers.Ik moet zeggen, juffrouw Louise, de wandeling is mij uitstekend bevallen, vooral in uw allerliefst gezelschap. De tuin ziet er prachtig uit, en de veranderingen, sedert ik hem het laatst gezien heb, in den aanleg der perken aangebracht, zijn wezenlijk groote verbeteringen.Louise,gaat aan de tafel links zitten.Vindt u? Pa heeft dat alles naarmijnkeus laten inrichten, even als de nieuwe fontein en het priëel aan het eind van den tuin, waar men zulk een schoon vergezicht heeft.Dekkers,gaat naast Louise zitten.Ik bewonder uw goeden smaak, juffrouw Louise. Ik durf zeggen, dat de man in dit opzicht bij de vrouw verre achter staat.Mijntuin is wel veel grooter dan deze, doch ik moet eerlijk bekennen, dat hij niet half zoo sierlijk is aangelegd. Maar ik kom hier nu al zoo langen tijd in huis, uw papa komt ook nog al dikwijls bij mij en ik heb nog niet éen keer het genoegen gehad u op mijn buiten te zien. Mag ik eens op een bezoek van u rekenen?Louise.Wel zeker, met plezier; zoodra papa weêr bij u moet zijn, hoop ik eens met hem meê te komen, en al het schoone te bewonderen, dat uw villa en tuin aanbieden; ik ben zeker, dat het er nog vrij wat beter zal uitzien dan hier.Dekkers.Zooals ik u heb gezegd: grooter is mijn tuin wel en zou dus nog meer gelegenheid schenken om er iets van te maken, maar juist de smaak om dit met tact te doen, ontbreekt mij. Nu ik hier gezien heb, hoe alles door u zoo uitstekend is[21]gerangschikt, beklaag ik mij zeer, dat er nòg geen schoone vrouwenhand is, die ookmijbehulpzaam zou willen zijn.(Hij neemt haar hand en kust die.)Louise,haar hand terugtrekkend.Mijnheer Dekkers!(schertsend.)Nu, ik denk, dat die nog wel zou te vinden zijn en niet alleen de vrouwenhand, maar misschien nog wel devrouw-zelve er bij.Dekkers.Nu schertst ge, juffrouw Louise, en ik verzeker u toch, dat wat ik zeg, volkomen ernst is.Louise.Dat wil ik zeer goed gelooven, maar misschien hebt u nog nooit naar een vrouw gezocht. In dat geval moet ik u in ernst aanraden om er spoedig, heel spoedig werk van te maken.(Dekkers ziet peinzend voor zich en zucht hoorbaar.)Wat een zucht! Wees practisch, mijnheer Dekkers, volg mijn raad op, of zijt u het misschien niet met mij eens?Dekkers,zucht nogmaals.Als u het zoo metmijeens zijt als ik met u, dan.…Louise.Ik geloof dat u mij niet begrijpt. Ik vraag of mijn raad u niet bevalt?Dekkers.Hij bevalt mij zoo zeer dat ik, zeker uit sympathie voor u, reeds lang eveneens heb gedacht. U zult me echter toegeven dat een raad gemakkelijker is te geven dan op te volgen; vooral waar het zulk een teedere quaestie geldt. ’t Is voor een meisje zeker een gewichtige stap haar ouders te verlaten en haar man te volgen om haar geheele toekomst in zijn handen te stellen, maar ook voor den man is het van groot belang goed toe te zien of hij in haar werkelijk de vrouw zijner keuze beeft gevonden.Louise,schertsend.En hebt u nog niet kunnen slagen? Aan tijd heeft ’t u, dunkt me, toch niet ontbroken?[22]Dekkers.Wat de keuze betreft, ben ik het met mijzelf volkomen eens. Alleen heb ik tot nog toe den moed niet gehad om de hand te vragen van haar, die ik aanbid.Louise,opstaande, schertsend.Nu ge zóover zijt gekomen, moet ge mijn raad geheel opvolgen en er niet lang meê wachten ook. Wie weet! Het hangt wellicht slechts van u af om uw uitverkorene gelukkig te maken; u kunt toch niet vergen dat zeuvraagt?Dekkers,opstaande en Louise’s hand vattend. (Met geestdrift.)O, Louise, vergun mij, dat ik u zóo noem; zie, ge spreekt daar juist naar mijn hart, en, nu gijzelve zegt, dat het slechts vanmijafhangt, voel ik op eens den moed in mij ontwaken! Ook is de gelegenheid mij nog nooit zoo gunstig geweest als thans, nu ik het voorrecht heb, u alleen te spreken; want, al heb ik het u tot heden niet gezegd, ik ben er zeker van, dat ge reeds lang hebt begrepen, hoezeer ik u bemin.….Louise,verrast, haar hand terugtrekkend.Mij?.….(sarcastisch)Maar, mijnheer Dekkers, hadt u me dat wat eerder gezegd, dan zou ik u al die moeite bespaard hebben.(Zij wendt zich onverschillig van hem af.)Dekkers.Louise, wend uw hoofd niet af. Zie mij aan en lees in mijn oogen welk een vurige liefde ik u toedraag.Gijzijt de vrouw mijner keus, nog nimmer gevoelde ik zoo innig hoe dierbaar gij me zijt!Louise.Nog eens, mijnheer, bespaar u die moeite en laat ons over iets anders spreken. Ik was opdezewending van ons gesprek niet voorbereid.Dekkers.Vergeef mij,.… maar.… ik had u toch niet vooraf.…Louise,snel.Vooraf kunnen waarschuwen? Dat zou mij althans zeer aangenaam zijn geweest. Had ik uw bedoeling gekend, ik zou ons beiden dit oogenblik hebben bespaard.[23]Dekkers.Haat ge mij dan, Louise, dat mijn aanzoek u zóo mishaagt?Louise.U haten? Volstrekt niet. Ik zou zelfs gaarne willen, dat wij goede vrienden bleven, altijd onder voorwaarde nooit meer op dit onderwerp terug te komen.Dekkers.Maar als ik het u zoo onvoorbereid heb meêgedeeld, dan hebt ge ook den tijd niet gehad om er over na te denken. Sta me dus toe niet op dit oogenblik, maar later uw besluit te vernemen. Gij zelve kunt bepalen, wanneer dit zal zijn en intusschen ook uw ouders raadplegen.Louise.Ik heb u mijn besluit reeds gezegd, mijnheer, en daar blijf ik bij. Even goed als de man, zooals gij aanstonds zeidet, de vrouw zoekt zijner keuze, heeft deze toch ook het recht haar eigen zin te volgen, niet waar?Dekkers.Daar hebt ge volkomen gelijk in; ’t is echter geen reden om mij het gevraagdeuitstelte weigeren.Louise.Welnu, als ge dan een afdoende reden verlangt: ik heb mijn keus reeds gedaan, en daarin heb ik immers, zooals u zelf zegt, volkomen gelijk?Dekkers.Zeker, maar is die keus wel geheel in uw belang? Ik begrijp zeer goed, wien ge bedoelt! Gij hebt het oog op Willem Verhagen, een jong advocaat, die.…Louise,vertoornd.Dat ismijnzaak, mijnheer, daarover hebt u niet te oordeelen.Dekkers.Als we goede vrienden zijn, mag ik toch wel alsvriendmet u spreken.Louise,als boven.Laat dat zijn zoo het wil. Eens en voor al verzoek ik u geen namen te noemen en van niemand kwaad te spreken.[24]Dekkers.Dàt is ver van mij, ik denk alleen aanuwbelang. Dat toch brengt mede, dat ge, eenmaal gehuwd, hetzelfde genotvolle leven kunt leiden, waaraan ge gewoon zijt. En hoewel ik volstrekt niets ten nadeele van Verhagen wil zeggen, moet u toch niet vergeten, dat hij een zeer jong advocaat is, wiens praktijk nog moet gevestigd worden; een groot verschil b. v. met uw broer. Verhagen is dus onmogelijk in staat u al die weelde en genoegens te verschaffen.Louise,onverschillig.Alweêr die naam!.…. Doch dit doet er niets toe. Ieder volgt zijn keuze, goed of kwaad.Dekkers.Ik durf u toch verzekeren, dat het u op den duur niet bevallen zou om zooveel te moeten ontberen, waarmeê ge als ’t ware zijt opgegroeid. Gij weet, Louise, dat ik fortuin heb; ik ben in staat u alles van de wereld te doen genieten, en ik zou dat van ganscher harte doen, ik zou u het leven zoo aangenaam maken, want ik bemin u meer dan ge weet; bovendien denk er om, dat ge door mijn liefde te verwerpen, uw toekomst in de waagschaal zoudt kunnen stellen.(Louise zwijgt en zucht.)Nu zucht gij opuwbeurt. Zeg, Louise, waarom zwijgt ge thans? Denkt ge na over mijn verzoek, zoodat ik nog mag hopen?Louise,beslist.Hopen?.… Waar denkt ge aan, mijnheer Dekkers; ik heb u mijn besluit gezegd en daar blijft het bij. Laten we nu, zooals ik reeds zei, als goede vrienden scheiden en doen alsof er niets was voorgevallen. ’t Is hoog tijd, dat ik naar huis ga; mama zal ongerust worden.(Zij wil gaan.)Dekkers,houdt haar tegen.Nog éen woord, Louise, weet wel wat ge doet. Vergeet niet, dat uw vader jaren lang mijn vriend was. Spreek eerst met hem en neem den tijd om u te bedenken, in plaats van kortaf te weigeren.Louise.En wat zou u beletten om vaders vriend te blijven?[25]Dekkers.Ge weet toch, dat uw vader aan mij zijn betrekking te danken heeft, dat hij alles aan mij is verplicht?Louise,geraakt.Zeker weet ik dat, maar is hij u daarvoor dan niet altijd dankbaar geweest? Ik had niet gedacht, mijnheer Dekkers, dat gij u thans nog daarop zoudt beroepen. In ieder geval heeftdiezaak hier niets te maken.Dekkers.Misschien wel. Ik wilde er u slechts op wijzen, dat uw vader mijn invloed en hulp nog wel eens zou kunnen noodig hebben.Louise.Ik begrijp niet waar ge op doelt, mijnheer, trouwens ’t is mij ook vrij onverschillig. Ik weet alleen, dat mijn vader sinds hij directeur is, veel tot den bloei der vennootschap heeft bijgedragen.Dekkers.Daar kunt gij, alsvrouw, moeilijk over oordeelen en, dat gij alsdochternatuurlijk niet van uw vader zult vermoeden, dat.…Louise,gebiedend.Zwijg, mijnheer, dat gaat inderdaad te ver! Mij beleedigen door mijn vader in een kwaad daglicht te stellen! Gij noemdet hem zooëven uwvrienden zoudt nu trachten hem bij zijn eenige dochter verdacht te maken. Dat is slecht.Dekkers.Nog eens, gij begrijpt me niet. Wat ik zei, of liever, wat ik wilde zeggen, sloeg op geheel iets anders!Louise,nieuwsgierig.Dus u schijnt toch iets ten nadeele van mijn vader te weten! Niet waar?Dekkers.Ik zeg alleen, dat hij onder zekere omstandigheden mijn hulp nog wel eens noodig kon hebben.[26]Louise,beslist.Welnu, als die omstandigheden slechts in uw verbeelding bestaan, dan is er geen vrees voor, en zoo niet, wees dan oprecht en zeg me, wat er is. Wat weet gij van mijn vader?Dekkers.Ikweetniets, Louise, maar ik heb.… ik veronderstel.…Louise,gejaagd.Wat? Misleid mij niet, ik bid het u!Dekkers.Ik mag, ik kan het u nog niet zeggen. Morgen is er vergadering en daarna.…Louise,ernstig.Nog eens, mijnheer Dekkers, zeg mij ronduit, wat gij bedoelt; ik verzoek het u dringend.Dekkers.Welnu, Louise, niet alleen uw toekomst, maar ook die van uw vader is in uw handen. Schenk mij uw liefde, beloof mij mijn vrouw te zullen worden, en ik zal u niet alleen alles zeggen, maar ik zal uw vader en u allen van den ondergang redden.…Louise,geeft een gil van schrik.O, God! Ik geloof u niet. Gij liegt!.… Gij wilt mij dwingen!.… Neen.… nooit!Dekkers,dringend, haar handen vattende.Louise, bedenk u; voor het laatst: ik bid u, weet wat ge doet. Van uw toestemming hangt te veel af; uw weigering zal u berouwen.Louise,buiten zich zelve van aandoening.Ik zeg u: neen, nooit!.… nooit!(Zij slaat de handen voor het gelaat.)[27]

ZEVENDE TOONEEL.Dekkers en Louise,komen van de linkerzijde gearmd op.Louise.Een lieve tuin, vindt u niet, mijnheer Dekkers?Dekkers.Ik moet zeggen, juffrouw Louise, de wandeling is mij uitstekend bevallen, vooral in uw allerliefst gezelschap. De tuin ziet er prachtig uit, en de veranderingen, sedert ik hem het laatst gezien heb, in den aanleg der perken aangebracht, zijn wezenlijk groote verbeteringen.Louise,gaat aan de tafel links zitten.Vindt u? Pa heeft dat alles naarmijnkeus laten inrichten, even als de nieuwe fontein en het priëel aan het eind van den tuin, waar men zulk een schoon vergezicht heeft.Dekkers,gaat naast Louise zitten.Ik bewonder uw goeden smaak, juffrouw Louise. Ik durf zeggen, dat de man in dit opzicht bij de vrouw verre achter staat.Mijntuin is wel veel grooter dan deze, doch ik moet eerlijk bekennen, dat hij niet half zoo sierlijk is aangelegd. Maar ik kom hier nu al zoo langen tijd in huis, uw papa komt ook nog al dikwijls bij mij en ik heb nog niet éen keer het genoegen gehad u op mijn buiten te zien. Mag ik eens op een bezoek van u rekenen?Louise.Wel zeker, met plezier; zoodra papa weêr bij u moet zijn, hoop ik eens met hem meê te komen, en al het schoone te bewonderen, dat uw villa en tuin aanbieden; ik ben zeker, dat het er nog vrij wat beter zal uitzien dan hier.Dekkers.Zooals ik u heb gezegd: grooter is mijn tuin wel en zou dus nog meer gelegenheid schenken om er iets van te maken, maar juist de smaak om dit met tact te doen, ontbreekt mij. Nu ik hier gezien heb, hoe alles door u zoo uitstekend is[21]gerangschikt, beklaag ik mij zeer, dat er nòg geen schoone vrouwenhand is, die ookmijbehulpzaam zou willen zijn.(Hij neemt haar hand en kust die.)Louise,haar hand terugtrekkend.Mijnheer Dekkers!(schertsend.)Nu, ik denk, dat die nog wel zou te vinden zijn en niet alleen de vrouwenhand, maar misschien nog wel devrouw-zelve er bij.Dekkers.Nu schertst ge, juffrouw Louise, en ik verzeker u toch, dat wat ik zeg, volkomen ernst is.Louise.Dat wil ik zeer goed gelooven, maar misschien hebt u nog nooit naar een vrouw gezocht. In dat geval moet ik u in ernst aanraden om er spoedig, heel spoedig werk van te maken.(Dekkers ziet peinzend voor zich en zucht hoorbaar.)Wat een zucht! Wees practisch, mijnheer Dekkers, volg mijn raad op, of zijt u het misschien niet met mij eens?Dekkers,zucht nogmaals.Als u het zoo metmijeens zijt als ik met u, dan.…Louise.Ik geloof dat u mij niet begrijpt. Ik vraag of mijn raad u niet bevalt?Dekkers.Hij bevalt mij zoo zeer dat ik, zeker uit sympathie voor u, reeds lang eveneens heb gedacht. U zult me echter toegeven dat een raad gemakkelijker is te geven dan op te volgen; vooral waar het zulk een teedere quaestie geldt. ’t Is voor een meisje zeker een gewichtige stap haar ouders te verlaten en haar man te volgen om haar geheele toekomst in zijn handen te stellen, maar ook voor den man is het van groot belang goed toe te zien of hij in haar werkelijk de vrouw zijner keuze beeft gevonden.Louise,schertsend.En hebt u nog niet kunnen slagen? Aan tijd heeft ’t u, dunkt me, toch niet ontbroken?[22]Dekkers.Wat de keuze betreft, ben ik het met mijzelf volkomen eens. Alleen heb ik tot nog toe den moed niet gehad om de hand te vragen van haar, die ik aanbid.Louise,opstaande, schertsend.Nu ge zóover zijt gekomen, moet ge mijn raad geheel opvolgen en er niet lang meê wachten ook. Wie weet! Het hangt wellicht slechts van u af om uw uitverkorene gelukkig te maken; u kunt toch niet vergen dat zeuvraagt?Dekkers,opstaande en Louise’s hand vattend. (Met geestdrift.)O, Louise, vergun mij, dat ik u zóo noem; zie, ge spreekt daar juist naar mijn hart, en, nu gijzelve zegt, dat het slechts vanmijafhangt, voel ik op eens den moed in mij ontwaken! Ook is de gelegenheid mij nog nooit zoo gunstig geweest als thans, nu ik het voorrecht heb, u alleen te spreken; want, al heb ik het u tot heden niet gezegd, ik ben er zeker van, dat ge reeds lang hebt begrepen, hoezeer ik u bemin.….Louise,verrast, haar hand terugtrekkend.Mij?.….(sarcastisch)Maar, mijnheer Dekkers, hadt u me dat wat eerder gezegd, dan zou ik u al die moeite bespaard hebben.(Zij wendt zich onverschillig van hem af.)Dekkers.Louise, wend uw hoofd niet af. Zie mij aan en lees in mijn oogen welk een vurige liefde ik u toedraag.Gijzijt de vrouw mijner keus, nog nimmer gevoelde ik zoo innig hoe dierbaar gij me zijt!Louise.Nog eens, mijnheer, bespaar u die moeite en laat ons over iets anders spreken. Ik was opdezewending van ons gesprek niet voorbereid.Dekkers.Vergeef mij,.… maar.… ik had u toch niet vooraf.…Louise,snel.Vooraf kunnen waarschuwen? Dat zou mij althans zeer aangenaam zijn geweest. Had ik uw bedoeling gekend, ik zou ons beiden dit oogenblik hebben bespaard.[23]Dekkers.Haat ge mij dan, Louise, dat mijn aanzoek u zóo mishaagt?Louise.U haten? Volstrekt niet. Ik zou zelfs gaarne willen, dat wij goede vrienden bleven, altijd onder voorwaarde nooit meer op dit onderwerp terug te komen.Dekkers.Maar als ik het u zoo onvoorbereid heb meêgedeeld, dan hebt ge ook den tijd niet gehad om er over na te denken. Sta me dus toe niet op dit oogenblik, maar later uw besluit te vernemen. Gij zelve kunt bepalen, wanneer dit zal zijn en intusschen ook uw ouders raadplegen.Louise.Ik heb u mijn besluit reeds gezegd, mijnheer, en daar blijf ik bij. Even goed als de man, zooals gij aanstonds zeidet, de vrouw zoekt zijner keuze, heeft deze toch ook het recht haar eigen zin te volgen, niet waar?Dekkers.Daar hebt ge volkomen gelijk in; ’t is echter geen reden om mij het gevraagdeuitstelte weigeren.Louise.Welnu, als ge dan een afdoende reden verlangt: ik heb mijn keus reeds gedaan, en daarin heb ik immers, zooals u zelf zegt, volkomen gelijk?Dekkers.Zeker, maar is die keus wel geheel in uw belang? Ik begrijp zeer goed, wien ge bedoelt! Gij hebt het oog op Willem Verhagen, een jong advocaat, die.…Louise,vertoornd.Dat ismijnzaak, mijnheer, daarover hebt u niet te oordeelen.Dekkers.Als we goede vrienden zijn, mag ik toch wel alsvriendmet u spreken.Louise,als boven.Laat dat zijn zoo het wil. Eens en voor al verzoek ik u geen namen te noemen en van niemand kwaad te spreken.[24]Dekkers.Dàt is ver van mij, ik denk alleen aanuwbelang. Dat toch brengt mede, dat ge, eenmaal gehuwd, hetzelfde genotvolle leven kunt leiden, waaraan ge gewoon zijt. En hoewel ik volstrekt niets ten nadeele van Verhagen wil zeggen, moet u toch niet vergeten, dat hij een zeer jong advocaat is, wiens praktijk nog moet gevestigd worden; een groot verschil b. v. met uw broer. Verhagen is dus onmogelijk in staat u al die weelde en genoegens te verschaffen.Louise,onverschillig.Alweêr die naam!.…. Doch dit doet er niets toe. Ieder volgt zijn keuze, goed of kwaad.Dekkers.Ik durf u toch verzekeren, dat het u op den duur niet bevallen zou om zooveel te moeten ontberen, waarmeê ge als ’t ware zijt opgegroeid. Gij weet, Louise, dat ik fortuin heb; ik ben in staat u alles van de wereld te doen genieten, en ik zou dat van ganscher harte doen, ik zou u het leven zoo aangenaam maken, want ik bemin u meer dan ge weet; bovendien denk er om, dat ge door mijn liefde te verwerpen, uw toekomst in de waagschaal zoudt kunnen stellen.(Louise zwijgt en zucht.)Nu zucht gij opuwbeurt. Zeg, Louise, waarom zwijgt ge thans? Denkt ge na over mijn verzoek, zoodat ik nog mag hopen?Louise,beslist.Hopen?.… Waar denkt ge aan, mijnheer Dekkers; ik heb u mijn besluit gezegd en daar blijft het bij. Laten we nu, zooals ik reeds zei, als goede vrienden scheiden en doen alsof er niets was voorgevallen. ’t Is hoog tijd, dat ik naar huis ga; mama zal ongerust worden.(Zij wil gaan.)Dekkers,houdt haar tegen.Nog éen woord, Louise, weet wel wat ge doet. Vergeet niet, dat uw vader jaren lang mijn vriend was. Spreek eerst met hem en neem den tijd om u te bedenken, in plaats van kortaf te weigeren.Louise.En wat zou u beletten om vaders vriend te blijven?[25]Dekkers.Ge weet toch, dat uw vader aan mij zijn betrekking te danken heeft, dat hij alles aan mij is verplicht?Louise,geraakt.Zeker weet ik dat, maar is hij u daarvoor dan niet altijd dankbaar geweest? Ik had niet gedacht, mijnheer Dekkers, dat gij u thans nog daarop zoudt beroepen. In ieder geval heeftdiezaak hier niets te maken.Dekkers.Misschien wel. Ik wilde er u slechts op wijzen, dat uw vader mijn invloed en hulp nog wel eens zou kunnen noodig hebben.Louise.Ik begrijp niet waar ge op doelt, mijnheer, trouwens ’t is mij ook vrij onverschillig. Ik weet alleen, dat mijn vader sinds hij directeur is, veel tot den bloei der vennootschap heeft bijgedragen.Dekkers.Daar kunt gij, alsvrouw, moeilijk over oordeelen en, dat gij alsdochternatuurlijk niet van uw vader zult vermoeden, dat.…Louise,gebiedend.Zwijg, mijnheer, dat gaat inderdaad te ver! Mij beleedigen door mijn vader in een kwaad daglicht te stellen! Gij noemdet hem zooëven uwvrienden zoudt nu trachten hem bij zijn eenige dochter verdacht te maken. Dat is slecht.Dekkers.Nog eens, gij begrijpt me niet. Wat ik zei, of liever, wat ik wilde zeggen, sloeg op geheel iets anders!Louise,nieuwsgierig.Dus u schijnt toch iets ten nadeele van mijn vader te weten! Niet waar?Dekkers.Ik zeg alleen, dat hij onder zekere omstandigheden mijn hulp nog wel eens noodig kon hebben.[26]Louise,beslist.Welnu, als die omstandigheden slechts in uw verbeelding bestaan, dan is er geen vrees voor, en zoo niet, wees dan oprecht en zeg me, wat er is. Wat weet gij van mijn vader?Dekkers.Ikweetniets, Louise, maar ik heb.… ik veronderstel.…Louise,gejaagd.Wat? Misleid mij niet, ik bid het u!Dekkers.Ik mag, ik kan het u nog niet zeggen. Morgen is er vergadering en daarna.…Louise,ernstig.Nog eens, mijnheer Dekkers, zeg mij ronduit, wat gij bedoelt; ik verzoek het u dringend.Dekkers.Welnu, Louise, niet alleen uw toekomst, maar ook die van uw vader is in uw handen. Schenk mij uw liefde, beloof mij mijn vrouw te zullen worden, en ik zal u niet alleen alles zeggen, maar ik zal uw vader en u allen van den ondergang redden.…Louise,geeft een gil van schrik.O, God! Ik geloof u niet. Gij liegt!.… Gij wilt mij dwingen!.… Neen.… nooit!Dekkers,dringend, haar handen vattende.Louise, bedenk u; voor het laatst: ik bid u, weet wat ge doet. Van uw toestemming hangt te veel af; uw weigering zal u berouwen.Louise,buiten zich zelve van aandoening.Ik zeg u: neen, nooit!.… nooit!(Zij slaat de handen voor het gelaat.)[27]

Dekkers en Louise,komen van de linkerzijde gearmd op.

Louise.Een lieve tuin, vindt u niet, mijnheer Dekkers?

Louise.

Een lieve tuin, vindt u niet, mijnheer Dekkers?

Dekkers.Ik moet zeggen, juffrouw Louise, de wandeling is mij uitstekend bevallen, vooral in uw allerliefst gezelschap. De tuin ziet er prachtig uit, en de veranderingen, sedert ik hem het laatst gezien heb, in den aanleg der perken aangebracht, zijn wezenlijk groote verbeteringen.

Dekkers.

Ik moet zeggen, juffrouw Louise, de wandeling is mij uitstekend bevallen, vooral in uw allerliefst gezelschap. De tuin ziet er prachtig uit, en de veranderingen, sedert ik hem het laatst gezien heb, in den aanleg der perken aangebracht, zijn wezenlijk groote verbeteringen.

Louise,gaat aan de tafel links zitten.Vindt u? Pa heeft dat alles naarmijnkeus laten inrichten, even als de nieuwe fontein en het priëel aan het eind van den tuin, waar men zulk een schoon vergezicht heeft.

Louise,gaat aan de tafel links zitten.

Vindt u? Pa heeft dat alles naarmijnkeus laten inrichten, even als de nieuwe fontein en het priëel aan het eind van den tuin, waar men zulk een schoon vergezicht heeft.

Dekkers,gaat naast Louise zitten.Ik bewonder uw goeden smaak, juffrouw Louise. Ik durf zeggen, dat de man in dit opzicht bij de vrouw verre achter staat.Mijntuin is wel veel grooter dan deze, doch ik moet eerlijk bekennen, dat hij niet half zoo sierlijk is aangelegd. Maar ik kom hier nu al zoo langen tijd in huis, uw papa komt ook nog al dikwijls bij mij en ik heb nog niet éen keer het genoegen gehad u op mijn buiten te zien. Mag ik eens op een bezoek van u rekenen?

Dekkers,gaat naast Louise zitten.

Ik bewonder uw goeden smaak, juffrouw Louise. Ik durf zeggen, dat de man in dit opzicht bij de vrouw verre achter staat.Mijntuin is wel veel grooter dan deze, doch ik moet eerlijk bekennen, dat hij niet half zoo sierlijk is aangelegd. Maar ik kom hier nu al zoo langen tijd in huis, uw papa komt ook nog al dikwijls bij mij en ik heb nog niet éen keer het genoegen gehad u op mijn buiten te zien. Mag ik eens op een bezoek van u rekenen?

Louise.Wel zeker, met plezier; zoodra papa weêr bij u moet zijn, hoop ik eens met hem meê te komen, en al het schoone te bewonderen, dat uw villa en tuin aanbieden; ik ben zeker, dat het er nog vrij wat beter zal uitzien dan hier.

Louise.

Wel zeker, met plezier; zoodra papa weêr bij u moet zijn, hoop ik eens met hem meê te komen, en al het schoone te bewonderen, dat uw villa en tuin aanbieden; ik ben zeker, dat het er nog vrij wat beter zal uitzien dan hier.

Dekkers.Zooals ik u heb gezegd: grooter is mijn tuin wel en zou dus nog meer gelegenheid schenken om er iets van te maken, maar juist de smaak om dit met tact te doen, ontbreekt mij. Nu ik hier gezien heb, hoe alles door u zoo uitstekend is[21]gerangschikt, beklaag ik mij zeer, dat er nòg geen schoone vrouwenhand is, die ookmijbehulpzaam zou willen zijn.(Hij neemt haar hand en kust die.)

Dekkers.

Zooals ik u heb gezegd: grooter is mijn tuin wel en zou dus nog meer gelegenheid schenken om er iets van te maken, maar juist de smaak om dit met tact te doen, ontbreekt mij. Nu ik hier gezien heb, hoe alles door u zoo uitstekend is[21]gerangschikt, beklaag ik mij zeer, dat er nòg geen schoone vrouwenhand is, die ookmijbehulpzaam zou willen zijn.(Hij neemt haar hand en kust die.)

Louise,haar hand terugtrekkend.Mijnheer Dekkers!(schertsend.)Nu, ik denk, dat die nog wel zou te vinden zijn en niet alleen de vrouwenhand, maar misschien nog wel devrouw-zelve er bij.

Louise,haar hand terugtrekkend.

Mijnheer Dekkers!(schertsend.)Nu, ik denk, dat die nog wel zou te vinden zijn en niet alleen de vrouwenhand, maar misschien nog wel devrouw-zelve er bij.

Dekkers.Nu schertst ge, juffrouw Louise, en ik verzeker u toch, dat wat ik zeg, volkomen ernst is.

Dekkers.

Nu schertst ge, juffrouw Louise, en ik verzeker u toch, dat wat ik zeg, volkomen ernst is.

Louise.Dat wil ik zeer goed gelooven, maar misschien hebt u nog nooit naar een vrouw gezocht. In dat geval moet ik u in ernst aanraden om er spoedig, heel spoedig werk van te maken.(Dekkers ziet peinzend voor zich en zucht hoorbaar.)Wat een zucht! Wees practisch, mijnheer Dekkers, volg mijn raad op, of zijt u het misschien niet met mij eens?

Louise.

Dat wil ik zeer goed gelooven, maar misschien hebt u nog nooit naar een vrouw gezocht. In dat geval moet ik u in ernst aanraden om er spoedig, heel spoedig werk van te maken.(Dekkers ziet peinzend voor zich en zucht hoorbaar.)Wat een zucht! Wees practisch, mijnheer Dekkers, volg mijn raad op, of zijt u het misschien niet met mij eens?

Dekkers,zucht nogmaals.Als u het zoo metmijeens zijt als ik met u, dan.…

Dekkers,zucht nogmaals.

Als u het zoo metmijeens zijt als ik met u, dan.…

Louise.Ik geloof dat u mij niet begrijpt. Ik vraag of mijn raad u niet bevalt?

Louise.

Ik geloof dat u mij niet begrijpt. Ik vraag of mijn raad u niet bevalt?

Dekkers.Hij bevalt mij zoo zeer dat ik, zeker uit sympathie voor u, reeds lang eveneens heb gedacht. U zult me echter toegeven dat een raad gemakkelijker is te geven dan op te volgen; vooral waar het zulk een teedere quaestie geldt. ’t Is voor een meisje zeker een gewichtige stap haar ouders te verlaten en haar man te volgen om haar geheele toekomst in zijn handen te stellen, maar ook voor den man is het van groot belang goed toe te zien of hij in haar werkelijk de vrouw zijner keuze beeft gevonden.

Dekkers.

Hij bevalt mij zoo zeer dat ik, zeker uit sympathie voor u, reeds lang eveneens heb gedacht. U zult me echter toegeven dat een raad gemakkelijker is te geven dan op te volgen; vooral waar het zulk een teedere quaestie geldt. ’t Is voor een meisje zeker een gewichtige stap haar ouders te verlaten en haar man te volgen om haar geheele toekomst in zijn handen te stellen, maar ook voor den man is het van groot belang goed toe te zien of hij in haar werkelijk de vrouw zijner keuze beeft gevonden.

Louise,schertsend.En hebt u nog niet kunnen slagen? Aan tijd heeft ’t u, dunkt me, toch niet ontbroken?

Louise,schertsend.

En hebt u nog niet kunnen slagen? Aan tijd heeft ’t u, dunkt me, toch niet ontbroken?

[22]

Dekkers.Wat de keuze betreft, ben ik het met mijzelf volkomen eens. Alleen heb ik tot nog toe den moed niet gehad om de hand te vragen van haar, die ik aanbid.

Dekkers.

Wat de keuze betreft, ben ik het met mijzelf volkomen eens. Alleen heb ik tot nog toe den moed niet gehad om de hand te vragen van haar, die ik aanbid.

Louise,opstaande, schertsend.Nu ge zóover zijt gekomen, moet ge mijn raad geheel opvolgen en er niet lang meê wachten ook. Wie weet! Het hangt wellicht slechts van u af om uw uitverkorene gelukkig te maken; u kunt toch niet vergen dat zeuvraagt?

Louise,opstaande, schertsend.

Nu ge zóover zijt gekomen, moet ge mijn raad geheel opvolgen en er niet lang meê wachten ook. Wie weet! Het hangt wellicht slechts van u af om uw uitverkorene gelukkig te maken; u kunt toch niet vergen dat zeuvraagt?

Dekkers,opstaande en Louise’s hand vattend. (Met geestdrift.)O, Louise, vergun mij, dat ik u zóo noem; zie, ge spreekt daar juist naar mijn hart, en, nu gijzelve zegt, dat het slechts vanmijafhangt, voel ik op eens den moed in mij ontwaken! Ook is de gelegenheid mij nog nooit zoo gunstig geweest als thans, nu ik het voorrecht heb, u alleen te spreken; want, al heb ik het u tot heden niet gezegd, ik ben er zeker van, dat ge reeds lang hebt begrepen, hoezeer ik u bemin.….

Dekkers,opstaande en Louise’s hand vattend. (Met geestdrift.)

O, Louise, vergun mij, dat ik u zóo noem; zie, ge spreekt daar juist naar mijn hart, en, nu gijzelve zegt, dat het slechts vanmijafhangt, voel ik op eens den moed in mij ontwaken! Ook is de gelegenheid mij nog nooit zoo gunstig geweest als thans, nu ik het voorrecht heb, u alleen te spreken; want, al heb ik het u tot heden niet gezegd, ik ben er zeker van, dat ge reeds lang hebt begrepen, hoezeer ik u bemin.….

Louise,verrast, haar hand terugtrekkend.Mij?.….(sarcastisch)Maar, mijnheer Dekkers, hadt u me dat wat eerder gezegd, dan zou ik u al die moeite bespaard hebben.(Zij wendt zich onverschillig van hem af.)

Louise,verrast, haar hand terugtrekkend.

Mij?.….(sarcastisch)Maar, mijnheer Dekkers, hadt u me dat wat eerder gezegd, dan zou ik u al die moeite bespaard hebben.(Zij wendt zich onverschillig van hem af.)

Dekkers.Louise, wend uw hoofd niet af. Zie mij aan en lees in mijn oogen welk een vurige liefde ik u toedraag.Gijzijt de vrouw mijner keus, nog nimmer gevoelde ik zoo innig hoe dierbaar gij me zijt!

Dekkers.

Louise, wend uw hoofd niet af. Zie mij aan en lees in mijn oogen welk een vurige liefde ik u toedraag.Gijzijt de vrouw mijner keus, nog nimmer gevoelde ik zoo innig hoe dierbaar gij me zijt!

Louise.Nog eens, mijnheer, bespaar u die moeite en laat ons over iets anders spreken. Ik was opdezewending van ons gesprek niet voorbereid.

Louise.

Nog eens, mijnheer, bespaar u die moeite en laat ons over iets anders spreken. Ik was opdezewending van ons gesprek niet voorbereid.

Dekkers.Vergeef mij,.… maar.… ik had u toch niet vooraf.…

Dekkers.

Vergeef mij,.… maar.… ik had u toch niet vooraf.…

Louise,snel.Vooraf kunnen waarschuwen? Dat zou mij althans zeer aangenaam zijn geweest. Had ik uw bedoeling gekend, ik zou ons beiden dit oogenblik hebben bespaard.

Louise,snel.

Vooraf kunnen waarschuwen? Dat zou mij althans zeer aangenaam zijn geweest. Had ik uw bedoeling gekend, ik zou ons beiden dit oogenblik hebben bespaard.

[23]

Dekkers.Haat ge mij dan, Louise, dat mijn aanzoek u zóo mishaagt?

Dekkers.

Haat ge mij dan, Louise, dat mijn aanzoek u zóo mishaagt?

Louise.U haten? Volstrekt niet. Ik zou zelfs gaarne willen, dat wij goede vrienden bleven, altijd onder voorwaarde nooit meer op dit onderwerp terug te komen.

Louise.

U haten? Volstrekt niet. Ik zou zelfs gaarne willen, dat wij goede vrienden bleven, altijd onder voorwaarde nooit meer op dit onderwerp terug te komen.

Dekkers.Maar als ik het u zoo onvoorbereid heb meêgedeeld, dan hebt ge ook den tijd niet gehad om er over na te denken. Sta me dus toe niet op dit oogenblik, maar later uw besluit te vernemen. Gij zelve kunt bepalen, wanneer dit zal zijn en intusschen ook uw ouders raadplegen.

Dekkers.

Maar als ik het u zoo onvoorbereid heb meêgedeeld, dan hebt ge ook den tijd niet gehad om er over na te denken. Sta me dus toe niet op dit oogenblik, maar later uw besluit te vernemen. Gij zelve kunt bepalen, wanneer dit zal zijn en intusschen ook uw ouders raadplegen.

Louise.Ik heb u mijn besluit reeds gezegd, mijnheer, en daar blijf ik bij. Even goed als de man, zooals gij aanstonds zeidet, de vrouw zoekt zijner keuze, heeft deze toch ook het recht haar eigen zin te volgen, niet waar?

Louise.

Ik heb u mijn besluit reeds gezegd, mijnheer, en daar blijf ik bij. Even goed als de man, zooals gij aanstonds zeidet, de vrouw zoekt zijner keuze, heeft deze toch ook het recht haar eigen zin te volgen, niet waar?

Dekkers.Daar hebt ge volkomen gelijk in; ’t is echter geen reden om mij het gevraagdeuitstelte weigeren.

Dekkers.

Daar hebt ge volkomen gelijk in; ’t is echter geen reden om mij het gevraagdeuitstelte weigeren.

Louise.Welnu, als ge dan een afdoende reden verlangt: ik heb mijn keus reeds gedaan, en daarin heb ik immers, zooals u zelf zegt, volkomen gelijk?

Louise.

Welnu, als ge dan een afdoende reden verlangt: ik heb mijn keus reeds gedaan, en daarin heb ik immers, zooals u zelf zegt, volkomen gelijk?

Dekkers.Zeker, maar is die keus wel geheel in uw belang? Ik begrijp zeer goed, wien ge bedoelt! Gij hebt het oog op Willem Verhagen, een jong advocaat, die.…

Dekkers.

Zeker, maar is die keus wel geheel in uw belang? Ik begrijp zeer goed, wien ge bedoelt! Gij hebt het oog op Willem Verhagen, een jong advocaat, die.…

Louise,vertoornd.Dat ismijnzaak, mijnheer, daarover hebt u niet te oordeelen.

Louise,vertoornd.

Dat ismijnzaak, mijnheer, daarover hebt u niet te oordeelen.

Dekkers.Als we goede vrienden zijn, mag ik toch wel alsvriendmet u spreken.

Dekkers.

Als we goede vrienden zijn, mag ik toch wel alsvriendmet u spreken.

Louise,als boven.Laat dat zijn zoo het wil. Eens en voor al verzoek ik u geen namen te noemen en van niemand kwaad te spreken.

Louise,als boven.

Laat dat zijn zoo het wil. Eens en voor al verzoek ik u geen namen te noemen en van niemand kwaad te spreken.

[24]

Dekkers.Dàt is ver van mij, ik denk alleen aanuwbelang. Dat toch brengt mede, dat ge, eenmaal gehuwd, hetzelfde genotvolle leven kunt leiden, waaraan ge gewoon zijt. En hoewel ik volstrekt niets ten nadeele van Verhagen wil zeggen, moet u toch niet vergeten, dat hij een zeer jong advocaat is, wiens praktijk nog moet gevestigd worden; een groot verschil b. v. met uw broer. Verhagen is dus onmogelijk in staat u al die weelde en genoegens te verschaffen.

Dekkers.

Dàt is ver van mij, ik denk alleen aanuwbelang. Dat toch brengt mede, dat ge, eenmaal gehuwd, hetzelfde genotvolle leven kunt leiden, waaraan ge gewoon zijt. En hoewel ik volstrekt niets ten nadeele van Verhagen wil zeggen, moet u toch niet vergeten, dat hij een zeer jong advocaat is, wiens praktijk nog moet gevestigd worden; een groot verschil b. v. met uw broer. Verhagen is dus onmogelijk in staat u al die weelde en genoegens te verschaffen.

Louise,onverschillig.Alweêr die naam!.…. Doch dit doet er niets toe. Ieder volgt zijn keuze, goed of kwaad.

Louise,onverschillig.

Alweêr die naam!.…. Doch dit doet er niets toe. Ieder volgt zijn keuze, goed of kwaad.

Dekkers.Ik durf u toch verzekeren, dat het u op den duur niet bevallen zou om zooveel te moeten ontberen, waarmeê ge als ’t ware zijt opgegroeid. Gij weet, Louise, dat ik fortuin heb; ik ben in staat u alles van de wereld te doen genieten, en ik zou dat van ganscher harte doen, ik zou u het leven zoo aangenaam maken, want ik bemin u meer dan ge weet; bovendien denk er om, dat ge door mijn liefde te verwerpen, uw toekomst in de waagschaal zoudt kunnen stellen.(Louise zwijgt en zucht.)Nu zucht gij opuwbeurt. Zeg, Louise, waarom zwijgt ge thans? Denkt ge na over mijn verzoek, zoodat ik nog mag hopen?

Dekkers.

Ik durf u toch verzekeren, dat het u op den duur niet bevallen zou om zooveel te moeten ontberen, waarmeê ge als ’t ware zijt opgegroeid. Gij weet, Louise, dat ik fortuin heb; ik ben in staat u alles van de wereld te doen genieten, en ik zou dat van ganscher harte doen, ik zou u het leven zoo aangenaam maken, want ik bemin u meer dan ge weet; bovendien denk er om, dat ge door mijn liefde te verwerpen, uw toekomst in de waagschaal zoudt kunnen stellen.(Louise zwijgt en zucht.)Nu zucht gij opuwbeurt. Zeg, Louise, waarom zwijgt ge thans? Denkt ge na over mijn verzoek, zoodat ik nog mag hopen?

Louise,beslist.Hopen?.… Waar denkt ge aan, mijnheer Dekkers; ik heb u mijn besluit gezegd en daar blijft het bij. Laten we nu, zooals ik reeds zei, als goede vrienden scheiden en doen alsof er niets was voorgevallen. ’t Is hoog tijd, dat ik naar huis ga; mama zal ongerust worden.(Zij wil gaan.)

Louise,beslist.

Hopen?.… Waar denkt ge aan, mijnheer Dekkers; ik heb u mijn besluit gezegd en daar blijft het bij. Laten we nu, zooals ik reeds zei, als goede vrienden scheiden en doen alsof er niets was voorgevallen. ’t Is hoog tijd, dat ik naar huis ga; mama zal ongerust worden.(Zij wil gaan.)

Dekkers,houdt haar tegen.Nog éen woord, Louise, weet wel wat ge doet. Vergeet niet, dat uw vader jaren lang mijn vriend was. Spreek eerst met hem en neem den tijd om u te bedenken, in plaats van kortaf te weigeren.

Dekkers,houdt haar tegen.

Nog éen woord, Louise, weet wel wat ge doet. Vergeet niet, dat uw vader jaren lang mijn vriend was. Spreek eerst met hem en neem den tijd om u te bedenken, in plaats van kortaf te weigeren.

Louise.En wat zou u beletten om vaders vriend te blijven?

Louise.

En wat zou u beletten om vaders vriend te blijven?

[25]

Dekkers.Ge weet toch, dat uw vader aan mij zijn betrekking te danken heeft, dat hij alles aan mij is verplicht?

Dekkers.

Ge weet toch, dat uw vader aan mij zijn betrekking te danken heeft, dat hij alles aan mij is verplicht?

Louise,geraakt.Zeker weet ik dat, maar is hij u daarvoor dan niet altijd dankbaar geweest? Ik had niet gedacht, mijnheer Dekkers, dat gij u thans nog daarop zoudt beroepen. In ieder geval heeftdiezaak hier niets te maken.

Louise,geraakt.

Zeker weet ik dat, maar is hij u daarvoor dan niet altijd dankbaar geweest? Ik had niet gedacht, mijnheer Dekkers, dat gij u thans nog daarop zoudt beroepen. In ieder geval heeftdiezaak hier niets te maken.

Dekkers.Misschien wel. Ik wilde er u slechts op wijzen, dat uw vader mijn invloed en hulp nog wel eens zou kunnen noodig hebben.

Dekkers.

Misschien wel. Ik wilde er u slechts op wijzen, dat uw vader mijn invloed en hulp nog wel eens zou kunnen noodig hebben.

Louise.Ik begrijp niet waar ge op doelt, mijnheer, trouwens ’t is mij ook vrij onverschillig. Ik weet alleen, dat mijn vader sinds hij directeur is, veel tot den bloei der vennootschap heeft bijgedragen.

Louise.

Ik begrijp niet waar ge op doelt, mijnheer, trouwens ’t is mij ook vrij onverschillig. Ik weet alleen, dat mijn vader sinds hij directeur is, veel tot den bloei der vennootschap heeft bijgedragen.

Dekkers.Daar kunt gij, alsvrouw, moeilijk over oordeelen en, dat gij alsdochternatuurlijk niet van uw vader zult vermoeden, dat.…

Dekkers.

Daar kunt gij, alsvrouw, moeilijk over oordeelen en, dat gij alsdochternatuurlijk niet van uw vader zult vermoeden, dat.…

Louise,gebiedend.Zwijg, mijnheer, dat gaat inderdaad te ver! Mij beleedigen door mijn vader in een kwaad daglicht te stellen! Gij noemdet hem zooëven uwvrienden zoudt nu trachten hem bij zijn eenige dochter verdacht te maken. Dat is slecht.

Louise,gebiedend.

Zwijg, mijnheer, dat gaat inderdaad te ver! Mij beleedigen door mijn vader in een kwaad daglicht te stellen! Gij noemdet hem zooëven uwvrienden zoudt nu trachten hem bij zijn eenige dochter verdacht te maken. Dat is slecht.

Dekkers.Nog eens, gij begrijpt me niet. Wat ik zei, of liever, wat ik wilde zeggen, sloeg op geheel iets anders!

Dekkers.

Nog eens, gij begrijpt me niet. Wat ik zei, of liever, wat ik wilde zeggen, sloeg op geheel iets anders!

Louise,nieuwsgierig.Dus u schijnt toch iets ten nadeele van mijn vader te weten! Niet waar?

Louise,nieuwsgierig.

Dus u schijnt toch iets ten nadeele van mijn vader te weten! Niet waar?

Dekkers.Ik zeg alleen, dat hij onder zekere omstandigheden mijn hulp nog wel eens noodig kon hebben.

Dekkers.

Ik zeg alleen, dat hij onder zekere omstandigheden mijn hulp nog wel eens noodig kon hebben.

[26]

Louise,beslist.Welnu, als die omstandigheden slechts in uw verbeelding bestaan, dan is er geen vrees voor, en zoo niet, wees dan oprecht en zeg me, wat er is. Wat weet gij van mijn vader?

Louise,beslist.

Welnu, als die omstandigheden slechts in uw verbeelding bestaan, dan is er geen vrees voor, en zoo niet, wees dan oprecht en zeg me, wat er is. Wat weet gij van mijn vader?

Dekkers.Ikweetniets, Louise, maar ik heb.… ik veronderstel.…

Dekkers.

Ikweetniets, Louise, maar ik heb.… ik veronderstel.…

Louise,gejaagd.Wat? Misleid mij niet, ik bid het u!

Louise,gejaagd.

Wat? Misleid mij niet, ik bid het u!

Dekkers.Ik mag, ik kan het u nog niet zeggen. Morgen is er vergadering en daarna.…

Dekkers.

Ik mag, ik kan het u nog niet zeggen. Morgen is er vergadering en daarna.…

Louise,ernstig.Nog eens, mijnheer Dekkers, zeg mij ronduit, wat gij bedoelt; ik verzoek het u dringend.

Louise,ernstig.

Nog eens, mijnheer Dekkers, zeg mij ronduit, wat gij bedoelt; ik verzoek het u dringend.

Dekkers.Welnu, Louise, niet alleen uw toekomst, maar ook die van uw vader is in uw handen. Schenk mij uw liefde, beloof mij mijn vrouw te zullen worden, en ik zal u niet alleen alles zeggen, maar ik zal uw vader en u allen van den ondergang redden.…

Dekkers.

Welnu, Louise, niet alleen uw toekomst, maar ook die van uw vader is in uw handen. Schenk mij uw liefde, beloof mij mijn vrouw te zullen worden, en ik zal u niet alleen alles zeggen, maar ik zal uw vader en u allen van den ondergang redden.…

Louise,geeft een gil van schrik.O, God! Ik geloof u niet. Gij liegt!.… Gij wilt mij dwingen!.… Neen.… nooit!

Louise,geeft een gil van schrik.

O, God! Ik geloof u niet. Gij liegt!.… Gij wilt mij dwingen!.… Neen.… nooit!

Dekkers,dringend, haar handen vattende.Louise, bedenk u; voor het laatst: ik bid u, weet wat ge doet. Van uw toestemming hangt te veel af; uw weigering zal u berouwen.

Dekkers,dringend, haar handen vattende.

Louise, bedenk u; voor het laatst: ik bid u, weet wat ge doet. Van uw toestemming hangt te veel af; uw weigering zal u berouwen.

Louise,buiten zich zelve van aandoening.Ik zeg u: neen, nooit!.… nooit!

Louise,buiten zich zelve van aandoening.

Ik zeg u: neen, nooit!.… nooit!

(Zij slaat de handen voor het gelaat.)

[27]

[Inhoud]ACHTSTE TOONEEL.De vorigen.Willem Verhagen.Verhagen,komt schielijk op.O, pardon, laat ik u niet storen; ik heb hier, geloof ik, mijn stok laten liggen.(Gaat naar hetpriëelrechts.)Ah! daar is hij al.(Hij bemerkt Louise’s ontsteltenis en ijlt naar haar toe.)Louise! Wat is er gebeurd?Louise wijst hem op Dekkers, die verschrikt en vertoornd zich heeft afgewend en legt haar hoofd tegen den schouder van Verhagen.Louise,weenend.O, die man! die man! het is verschrikkelijk!(Verhagen werpt over Louise heen woedende blikken op Dekkers.)

ACHTSTE TOONEEL.De vorigen.Willem Verhagen.Verhagen,komt schielijk op.O, pardon, laat ik u niet storen; ik heb hier, geloof ik, mijn stok laten liggen.(Gaat naar hetpriëelrechts.)Ah! daar is hij al.(Hij bemerkt Louise’s ontsteltenis en ijlt naar haar toe.)Louise! Wat is er gebeurd?Louise wijst hem op Dekkers, die verschrikt en vertoornd zich heeft afgewend en legt haar hoofd tegen den schouder van Verhagen.Louise,weenend.O, die man! die man! het is verschrikkelijk!(Verhagen werpt over Louise heen woedende blikken op Dekkers.)

De vorigen.Willem Verhagen.

Verhagen,komt schielijk op.O, pardon, laat ik u niet storen; ik heb hier, geloof ik, mijn stok laten liggen.(Gaat naar hetpriëelrechts.)Ah! daar is hij al.(Hij bemerkt Louise’s ontsteltenis en ijlt naar haar toe.)Louise! Wat is er gebeurd?

Verhagen,komt schielijk op.

O, pardon, laat ik u niet storen; ik heb hier, geloof ik, mijn stok laten liggen.(Gaat naar hetpriëelrechts.)Ah! daar is hij al.(Hij bemerkt Louise’s ontsteltenis en ijlt naar haar toe.)Louise! Wat is er gebeurd?

Louise wijst hem op Dekkers, die verschrikt en vertoornd zich heeft afgewend en legt haar hoofd tegen den schouder van Verhagen.

Louise,weenend.O, die man! die man! het is verschrikkelijk!(Verhagen werpt over Louise heen woedende blikken op Dekkers.)

Louise,weenend.

O, die man! die man! het is verschrikkelijk!(Verhagen werpt over Louise heen woedende blikken op Dekkers.)

[Inhoud]NEGENDE TOONEEL.De vorigen. Mevr.Van Hogerveldt.Mevr. Van Hogerveldt.Lieve hemel! Wat is er nu aan de hand? Nu begrijp ik ernietsmeer van.Dekkers,ter zijde.Ze heeft niet gewild! Zij heeft mij smadelijk afgewezen: welnu, ik zweer het: Ik zal mij wreken!Einde van het Eerste Bedrijf.[28]

NEGENDE TOONEEL.De vorigen. Mevr.Van Hogerveldt.Mevr. Van Hogerveldt.Lieve hemel! Wat is er nu aan de hand? Nu begrijp ik ernietsmeer van.Dekkers,ter zijde.Ze heeft niet gewild! Zij heeft mij smadelijk afgewezen: welnu, ik zweer het: Ik zal mij wreken!Einde van het Eerste Bedrijf.[28]

De vorigen. Mevr.Van Hogerveldt.

Mevr. Van Hogerveldt.Lieve hemel! Wat is er nu aan de hand? Nu begrijp ik ernietsmeer van.

Mevr. Van Hogerveldt.

Lieve hemel! Wat is er nu aan de hand? Nu begrijp ik ernietsmeer van.

Dekkers,ter zijde.Ze heeft niet gewild! Zij heeft mij smadelijk afgewezen: welnu, ik zweer het: Ik zal mij wreken!

Dekkers,ter zijde.

Ze heeft niet gewild! Zij heeft mij smadelijk afgewezen: welnu, ik zweer het: Ik zal mij wreken!

Einde van het Eerste Bedrijf.

[28]


Back to IndexNext