L.

L.Lief, mijn hart verlangt dag en nacht naar de ontmoeting met u—naar de ontmoeting, die is als de al-verteerende dood.Vaag mij weg als een storm, neem alles wat ik heb, breek mijn slaap oopen en plunder mijn droomen. Beroof mij van mijn waereld.In die verwoesting, in de uiterste naaktheid van den geest, laat ons dan één worden in schoonheid.Ach ijdele wensch! waar is deeze hoop op vereeniging, tenzij in U, o mijn God!

L.Lief, mijn hart verlangt dag en nacht naar de ontmoeting met u—naar de ontmoeting, die is als de al-verteerende dood.Vaag mij weg als een storm, neem alles wat ik heb, breek mijn slaap oopen en plunder mijn droomen. Beroof mij van mijn waereld.In die verwoesting, in de uiterste naaktheid van den geest, laat ons dan één worden in schoonheid.Ach ijdele wensch! waar is deeze hoop op vereeniging, tenzij in U, o mijn God!

L.

Lief, mijn hart verlangt dag en nacht naar de ontmoeting met u—naar de ontmoeting, die is als de al-verteerende dood.Vaag mij weg als een storm, neem alles wat ik heb, breek mijn slaap oopen en plunder mijn droomen. Beroof mij van mijn waereld.In die verwoesting, in de uiterste naaktheid van den geest, laat ons dan één worden in schoonheid.Ach ijdele wensch! waar is deeze hoop op vereeniging, tenzij in U, o mijn God!

Lief, mijn hart verlangt dag en nacht naar de ontmoeting met u—naar de ontmoeting, die is als de al-verteerende dood.

Vaag mij weg als een storm, neem alles wat ik heb, breek mijn slaap oopen en plunder mijn droomen. Beroof mij van mijn waereld.

In die verwoesting, in de uiterste naaktheid van den geest, laat ons dan één worden in schoonheid.

Ach ijdele wensch! waar is deeze hoop op vereeniging, tenzij in U, o mijn God!


Back to IndexNext