LV.

LV.Het was middag toen je wegging.Fel stond de zon aan den heemel.Ik had mijn werk gedaan en zat alleen op mijn balkon toen je wegging.Grillige windstooten voeren ziftend door de geuren van veele verre landerijen.De duiven koerden onophoudelijk in de schaduw, en een bij verdwaalde in mijn kamer, en zoemde het nieuws van veele verre landerijen.Het dorp sliep in de middaghette. De weg lag verlaten.In plotselinge vlagen rees en verstierf het geruis der bladen.Ik zag op naar den heemel, en weefde in het blaauw de letters van een bekende naam, terwijl het dorp sliep in de middaghette.Ik had vergeeten mijn haar te vlechten. De kwijnende koelte speelde er mee op mijn wang.De rivier lag rimpeloos onder de schaduw-oever.De luye witte wolkjes bewoogen niet.Ik had vergeeten mijn haar te vlechten.Het was middag toen je wegging.Het stof van den weg was heet en de akkers lagen te hijgen.De duiven koerden in het digte gebladerte.Ik was alleen op mijn balkon, toen je weg ging.

LV.Het was middag toen je wegging.Fel stond de zon aan den heemel.Ik had mijn werk gedaan en zat alleen op mijn balkon toen je wegging.Grillige windstooten voeren ziftend door de geuren van veele verre landerijen.De duiven koerden onophoudelijk in de schaduw, en een bij verdwaalde in mijn kamer, en zoemde het nieuws van veele verre landerijen.Het dorp sliep in de middaghette. De weg lag verlaten.In plotselinge vlagen rees en verstierf het geruis der bladen.Ik zag op naar den heemel, en weefde in het blaauw de letters van een bekende naam, terwijl het dorp sliep in de middaghette.Ik had vergeeten mijn haar te vlechten. De kwijnende koelte speelde er mee op mijn wang.De rivier lag rimpeloos onder de schaduw-oever.De luye witte wolkjes bewoogen niet.Ik had vergeeten mijn haar te vlechten.Het was middag toen je wegging.Het stof van den weg was heet en de akkers lagen te hijgen.De duiven koerden in het digte gebladerte.Ik was alleen op mijn balkon, toen je weg ging.

LV.

Het was middag toen je wegging.Fel stond de zon aan den heemel.Ik had mijn werk gedaan en zat alleen op mijn balkon toen je wegging.Grillige windstooten voeren ziftend door de geuren van veele verre landerijen.De duiven koerden onophoudelijk in de schaduw, en een bij verdwaalde in mijn kamer, en zoemde het nieuws van veele verre landerijen.Het dorp sliep in de middaghette. De weg lag verlaten.In plotselinge vlagen rees en verstierf het geruis der bladen.Ik zag op naar den heemel, en weefde in het blaauw de letters van een bekende naam, terwijl het dorp sliep in de middaghette.Ik had vergeeten mijn haar te vlechten. De kwijnende koelte speelde er mee op mijn wang.De rivier lag rimpeloos onder de schaduw-oever.De luye witte wolkjes bewoogen niet.Ik had vergeeten mijn haar te vlechten.Het was middag toen je wegging.Het stof van den weg was heet en de akkers lagen te hijgen.De duiven koerden in het digte gebladerte.Ik was alleen op mijn balkon, toen je weg ging.

Het was middag toen je wegging.

Fel stond de zon aan den heemel.

Ik had mijn werk gedaan en zat alleen op mijn balkon toen je wegging.

Grillige windstooten voeren ziftend door de geuren van veele verre landerijen.

De duiven koerden onophoudelijk in de schaduw, en een bij verdwaalde in mijn kamer, en zoemde het nieuws van veele verre landerijen.

Het dorp sliep in de middaghette. De weg lag verlaten.

In plotselinge vlagen rees en verstierf het geruis der bladen.

Ik zag op naar den heemel, en weefde in het blaauw de letters van een bekende naam, terwijl het dorp sliep in de middaghette.

Ik had vergeeten mijn haar te vlechten. De kwijnende koelte speelde er mee op mijn wang.

De rivier lag rimpeloos onder de schaduw-oever.

De luye witte wolkjes bewoogen niet.

Ik had vergeeten mijn haar te vlechten.

Het was middag toen je wegging.

Het stof van den weg was heet en de akkers lagen te hijgen.

De duiven koerden in het digte gebladerte.

Ik was alleen op mijn balkon, toen je weg ging.


Back to IndexNext