LVII.

LVII.Ik plukte uw bloem, o waereld!Ik drukte haar aan mijn hart en de doorn stak.Toen de dag kwijnde en het donker werd, bespeurde ik dat de bloem verwelkt was, maar de pijn gebleeven.Meer bloemen zullen tot u koomen, o waereld, met geur en trots.Maar mijn tijd van bloemen plukken is voorbij en heel den donkeren nacht is mijn roos weg, maar de pijn gebleeven.

LVII.Ik plukte uw bloem, o waereld!Ik drukte haar aan mijn hart en de doorn stak.Toen de dag kwijnde en het donker werd, bespeurde ik dat de bloem verwelkt was, maar de pijn gebleeven.Meer bloemen zullen tot u koomen, o waereld, met geur en trots.Maar mijn tijd van bloemen plukken is voorbij en heel den donkeren nacht is mijn roos weg, maar de pijn gebleeven.

LVII.

Ik plukte uw bloem, o waereld!Ik drukte haar aan mijn hart en de doorn stak.Toen de dag kwijnde en het donker werd, bespeurde ik dat de bloem verwelkt was, maar de pijn gebleeven.Meer bloemen zullen tot u koomen, o waereld, met geur en trots.Maar mijn tijd van bloemen plukken is voorbij en heel den donkeren nacht is mijn roos weg, maar de pijn gebleeven.

Ik plukte uw bloem, o waereld!

Ik drukte haar aan mijn hart en de doorn stak.

Toen de dag kwijnde en het donker werd, bespeurde ik dat de bloem verwelkt was, maar de pijn gebleeven.

Meer bloemen zullen tot u koomen, o waereld, met geur en trots.

Maar mijn tijd van bloemen plukken is voorbij en heel den donkeren nacht is mijn roos weg, maar de pijn gebleeven.


Back to IndexNext