LX.

LX.O, in steen gehouwen Schoonheid, te midden van het gedrang en rumoer der waereld staat gij stom en stil, alleen en ongenaakbaar.De groote Tijd zit bekoord aan uw voeten en preevelt: „Spreek, spreek tot mij, geliefde, spreek, mijn bruid!”Maar uw spraak is in steen verslooten, Onbeweegbare Schoonheid!

LX.O, in steen gehouwen Schoonheid, te midden van het gedrang en rumoer der waereld staat gij stom en stil, alleen en ongenaakbaar.De groote Tijd zit bekoord aan uw voeten en preevelt: „Spreek, spreek tot mij, geliefde, spreek, mijn bruid!”Maar uw spraak is in steen verslooten, Onbeweegbare Schoonheid!

LX.

O, in steen gehouwen Schoonheid, te midden van het gedrang en rumoer der waereld staat gij stom en stil, alleen en ongenaakbaar.De groote Tijd zit bekoord aan uw voeten en preevelt: „Spreek, spreek tot mij, geliefde, spreek, mijn bruid!”Maar uw spraak is in steen verslooten, Onbeweegbare Schoonheid!

O, in steen gehouwen Schoonheid, te midden van het gedrang en rumoer der waereld staat gij stom en stil, alleen en ongenaakbaar.

De groote Tijd zit bekoord aan uw voeten en preevelt: „Spreek, spreek tot mij, geliefde, spreek, mijn bruid!”

Maar uw spraak is in steen verslooten, Onbeweegbare Schoonheid!


Back to IndexNext