XII.Als ge werk wilt doen en uw waterkruik vullen, kom tot mijn Meer, o kom!Het water zal zich om uw voeten sluiten en zijn geheim uitbabbelen.De schaduw van den koomenden reegen is op het zand, en de wolken hangen laag op de blaauwe boom-kontoeren, zooals het zware haar booven uw wenkbraauwen.Ik ken het ritme van uw schreeden wel, zij kloppen in mijn hart.Kom tot mijn Meer, o kom, als ge uw kruik moet vullen.Wilt ge leedig zitten en droomen en uw kruik laten drijven op het water, kom tot mijn Meer, o kom!De grazige oeverglooying is groen, en de wilde bloemen zijn ontelbaar.Uw gedachten zullen uit uw donkere oogen dwalen als voogels uit hun nest.Uw sluyer zal aan uw voeten vallen.Kom tot mijn Meer, o kom! als ge werkeloos zitten wilt.Wilt ge uw spel laten rusten en duiken in ’t water, kom tot mijn Meer, o kom.Laat uw blaauwe mantel aan den oever liggen; het blaauwe water zal u kleeden en verbergen.De golfjes zullen op hun teenen gaan staan om uw hals te kussen en in uw oor te fluisteren.Kom tot mijn Meer, o kom, als ge in ’t water wilt duiken.Moet gij razend zijn en in uw dood springen, kom tot mijn Meer, o kom!Het is koel en grondeloos diep. Het is donker als droomlooze slaap.In zijn diepten daar is nacht en dag gelijk, en zangen zijn er stilte.Kom tot mijn Meer, o kom! als ge wilt duiken naar uw dood.
XII.Als ge werk wilt doen en uw waterkruik vullen, kom tot mijn Meer, o kom!Het water zal zich om uw voeten sluiten en zijn geheim uitbabbelen.De schaduw van den koomenden reegen is op het zand, en de wolken hangen laag op de blaauwe boom-kontoeren, zooals het zware haar booven uw wenkbraauwen.Ik ken het ritme van uw schreeden wel, zij kloppen in mijn hart.Kom tot mijn Meer, o kom, als ge uw kruik moet vullen.Wilt ge leedig zitten en droomen en uw kruik laten drijven op het water, kom tot mijn Meer, o kom!De grazige oeverglooying is groen, en de wilde bloemen zijn ontelbaar.Uw gedachten zullen uit uw donkere oogen dwalen als voogels uit hun nest.Uw sluyer zal aan uw voeten vallen.Kom tot mijn Meer, o kom! als ge werkeloos zitten wilt.Wilt ge uw spel laten rusten en duiken in ’t water, kom tot mijn Meer, o kom.Laat uw blaauwe mantel aan den oever liggen; het blaauwe water zal u kleeden en verbergen.De golfjes zullen op hun teenen gaan staan om uw hals te kussen en in uw oor te fluisteren.Kom tot mijn Meer, o kom, als ge in ’t water wilt duiken.Moet gij razend zijn en in uw dood springen, kom tot mijn Meer, o kom!Het is koel en grondeloos diep. Het is donker als droomlooze slaap.In zijn diepten daar is nacht en dag gelijk, en zangen zijn er stilte.Kom tot mijn Meer, o kom! als ge wilt duiken naar uw dood.
XII.
Als ge werk wilt doen en uw waterkruik vullen, kom tot mijn Meer, o kom!Het water zal zich om uw voeten sluiten en zijn geheim uitbabbelen.De schaduw van den koomenden reegen is op het zand, en de wolken hangen laag op de blaauwe boom-kontoeren, zooals het zware haar booven uw wenkbraauwen.Ik ken het ritme van uw schreeden wel, zij kloppen in mijn hart.Kom tot mijn Meer, o kom, als ge uw kruik moet vullen.Wilt ge leedig zitten en droomen en uw kruik laten drijven op het water, kom tot mijn Meer, o kom!De grazige oeverglooying is groen, en de wilde bloemen zijn ontelbaar.Uw gedachten zullen uit uw donkere oogen dwalen als voogels uit hun nest.Uw sluyer zal aan uw voeten vallen.Kom tot mijn Meer, o kom! als ge werkeloos zitten wilt.Wilt ge uw spel laten rusten en duiken in ’t water, kom tot mijn Meer, o kom.Laat uw blaauwe mantel aan den oever liggen; het blaauwe water zal u kleeden en verbergen.De golfjes zullen op hun teenen gaan staan om uw hals te kussen en in uw oor te fluisteren.Kom tot mijn Meer, o kom, als ge in ’t water wilt duiken.Moet gij razend zijn en in uw dood springen, kom tot mijn Meer, o kom!Het is koel en grondeloos diep. Het is donker als droomlooze slaap.In zijn diepten daar is nacht en dag gelijk, en zangen zijn er stilte.Kom tot mijn Meer, o kom! als ge wilt duiken naar uw dood.
Als ge werk wilt doen en uw waterkruik vullen, kom tot mijn Meer, o kom!
Het water zal zich om uw voeten sluiten en zijn geheim uitbabbelen.
De schaduw van den koomenden reegen is op het zand, en de wolken hangen laag op de blaauwe boom-kontoeren, zooals het zware haar booven uw wenkbraauwen.
Ik ken het ritme van uw schreeden wel, zij kloppen in mijn hart.
Kom tot mijn Meer, o kom, als ge uw kruik moet vullen.
Wilt ge leedig zitten en droomen en uw kruik laten drijven op het water, kom tot mijn Meer, o kom!
De grazige oeverglooying is groen, en de wilde bloemen zijn ontelbaar.
Uw gedachten zullen uit uw donkere oogen dwalen als voogels uit hun nest.
Uw sluyer zal aan uw voeten vallen.
Kom tot mijn Meer, o kom! als ge werkeloos zitten wilt.
Wilt ge uw spel laten rusten en duiken in ’t water, kom tot mijn Meer, o kom.
Laat uw blaauwe mantel aan den oever liggen; het blaauwe water zal u kleeden en verbergen.
De golfjes zullen op hun teenen gaan staan om uw hals te kussen en in uw oor te fluisteren.
Kom tot mijn Meer, o kom, als ge in ’t water wilt duiken.
Moet gij razend zijn en in uw dood springen, kom tot mijn Meer, o kom!
Het is koel en grondeloos diep. Het is donker als droomlooze slaap.
In zijn diepten daar is nacht en dag gelijk, en zangen zijn er stilte.
Kom tot mijn Meer, o kom! als ge wilt duiken naar uw dood.