Chapter 11

1Dit hoofdstuk werdde Koegenoemd, omdat daarin, onder anderen, van de roode koe sprake is, dieMozesden kinderen Israëls gebood te slachten.2Een groot deel der hoofdstukken van den Koran dragen als titel, of in het eerste vers, eenige afzonderlijk staande letters. Naar de Mahomedanen gelooven, zijn het de bijzondere teekenen van den Koran, die vele diepe geheimen verbergen; welker ware beteekenis nog aan geen sterveling is geopenbaard, behalve aan hunnen profeet. Eenigen zeggen, dat het beteekentAllah latif magid: God is genadig en moet verheerlijkt worden; ofAna bi mihi, aan mij en van mij, ofAna Allah älan, ik ben de wijste God. Anderen weder zeggen, datAmur li Muchis eene verkorting vanAmur li Mahomet(zeide mijMahomet), en dat het door den schrijver vanMahometer bijgevoegd zou zijn.3Eigenlijk beteekent dit de zaken die afwezig, op een grooten afstand, of onzichtbaar zijn, zoo als: het paradijs, de hel, de opstanding en al wat op het punt van godsdienst, bovenzinnelijk is.4De Muzelmannen gelooven dat God niet alleen geschreven openbaringen heeft gegeven aanMozes,David,JezusenMahomet, maar ook aan vele anderen profeten (zieReland,de Relig. Mohan, bladz. 34 enDissert. de Samaritanis, pag. 34. enz.) maar zij herkennen geen die, den Koran voorafgegaan zijnde, thans voorhanden zijn, uitgenomen den Pentateuchus vanMozes, de psalmen vanDaviden het evangelie vanJezus, welke, naar zij nog zeggen, voorMahometstijd door de Joden en Christenen bedorven en vervalscht zijn, waarom zij dan ook onze tegenwoordige afschriften daarvan voor onecht verklaren.5Het oorspronkelijk woordal-âkheratbeteekent eigenlijk het laatste gedeelte eener zaak, en overdrachtelijk het toekomstige leven, de laatste of toekomstige toestand na den dood, en is het tegenovergestelde vanaldonya, deze wereld, enaloulahet tegenwoordige leven. Het hebreeuwsche woordאחרית(acharith), van denzelfden stam, wordt doorMozesin die beteekenis gebruikt, en is met de woorden: laatste einde vertaald (Numeri XXIV : 20, Deuter. VIII : 16).6Overal in den Koran, bedoeltMahometmet de menschen wier harten door ziekte zijn aangedaan, de huichelaars, of de menschen van een twijfelachtig en wankelend geloof. Hier en elders volgt hij dikwijls de andere gewijde schrijvers na, met God de bekeering der boozen te doen voorkomen, door op den geest van deze te werken.7Wij hebben het arabische woordressoel, bode, afwisselend door profeet, gezant of bode vertaald.8Letterlijk vertaald zou dit moeten luiden: Verderft toch niet op de aarde: waaronder door sommigen misdaden, als: roof, geweld, ongebondenheid en afgodendienst, door anderen de verbreiding eener valsche leer en het bederven van de grondbeginselen des volks wordt verstaan. Om het contrast des te beter te doen uitkomen tusschen dezen zin en die waarmede het vers wordt besloten, zou men dit laatste moeten vertalen met de woorden: Verre van dat; wij verbeteren, of, gelijk anderen dit doen, met de woorden wij zijn hervormers, die door leer en voorbeeld ware vroomheid bevorderen.9De eerste metgezellen en volgelingen vanMahomet(Jallalo’ddin).10Letterlijk vertaald zou dit moeten luiden: met hunne duivelen. Het arabische woordcheïtan, satan wordt niet alleen gebruikt voor satan of duivel: hier doelt het op de joodsche en christelijke geestelijke.Mahometmaakt hier gebruik van het recht, dat de ijveraars voor de meeste godsdiensten zich toeëigenen, om de belijders van andere godsdiensten te smaden.11Hier vergelijktMahomethen, die niet in hem gelooven, bij dengeen, die een vuur tracht te ontsteken, doch die zijne oogen sluit; opdat hij het niet zie, zoodra het opvlamt en licht geeft.12De tekst schijnt hier onvolmaakt te zijn, en aangevuld te moeten, worden met de woorden: hij wendt zich af, hij sluit zijne oogen of iets dergelijks.13De uitleggers geven aan deze woorden de beteekenis van: zij zullen zich niet bekeeren.14Hier vergelijktMahometde ongeloovige Arabieren bij menschen, die in een vreeselijken storm zijn. Om de schoonheid van deze vergelijking te begrijpen, moet men weten; dat de mahomedaansche leeraren zeggen, dat het onweder een afbeelding of beeld van den Koran zelf is; de donder beteekent de bedreigingen die in dat boek voorkomen, het weêrlicht de beloften en de duisternis de mysteriën. De angst voor de bedreigingen doen hen hunne ooren dicht stoppen; als de beloften hun worden voorgelezen, wachten zij met genoegen: maar wanneer er iets geschiedt, dat geheimzinnig of moeielijk te gelooven is, staan zij stil, en willen zich niet er aan onderwerpen, geleid te worden.15Als een prediker in de moskee, of een Arabisch redenaar het volk aanspreekt, gebruikt hij de woorden: o Menschen, d.i. o, gij, die naar mij luistert. Op dezelfde wijze worden die woorden in den Koran niet gericht tot alle menschen, tot de stervelingen, maar tot de bewoners vanMekkaof vanMedina, voor welkeMahometpredikte. Al het gesprokene vanMahomet, zijne leerstellingen, enz. bezitten het eigenaardige, dat zij van een actuële en beperkte toepassing op de volkeren van Arabië zijn, zonder zich over de andere volkeren, kortom over de geheele menschheid uit te strekken. De uitleggers doen echter opmerken, dat de woorden: “o Menschen!”meer bijzonder op de bewoners vanMekkazijn toegepast, terwijl de bewoners vanMedinamet de woorden: o geloovigen, o gij, die gelooft, worden aangesproken. De bewoners der stad vanMahometvolhardden nog in den afgodsdienst, toen de bewoners vanMedina, reeds den nieuwen profeet hadden aangenomen.16Volgens sommigen: uwe valsche goden of afgoden. Gewoonlijk worden echter de woordenmin douni-’illahivertaald met: behalve God.Mahometbeschuldigt de Arabieren niet, uitsluitend en volstrekte goden te aanbidden maar onder Gods leer, die van andere godheden te mengen. Even zoo stemden de helden der klassieke oudheid er gaarne in toe, den God der Christenen en zijn Zoon onder de godheden van den Olympus te plaatsen, maar niet om hun veelgodendom geheel op te offeren. Dit spruit uit verschillende plaatsen van den Koran voort, waar de afgodendienaars geacht worden de werking van het Opwezen te erkennen.17D.i. de steenen afgodsbeelden.18Sommige uitleggers (o.a.Jallalo’ddin) komen met die verklaring overeen, veronderstellende, dat de vruchten van het paradijs, hoewel van verschillende grootte, nochtans in kleur en uiterlijk aanzien overeen komen.19De Arabieren verwetenMahomet,onderde ernstige leeringenbeelden uit platte zakken te mengen;Mahometverdedigt zich hier tegen dit verwijt.20Betreffende de schepping vanAdam, hier bedoeld, hebben de Mahomedanen verschillende bijzondere overleveringen. Zij zeggen dat de engelenGabriël,MichaëlenIsrafil, de eene na den andere, door God werden gezonden, om, voor dat doel, zeven handen aarde van verschillende diepten en kleuren te halen (voor de verschillende menschenrassen volgensAl Termedi, naar eene overlevering vanAbu Musa al Ashasi), maar de aarde voor de gevolgen vreezende, en begeerende, dat zij God hare vrees zoude voorstellen, dat het schepsel hetwelk God had geboden te vormen, tegen Hem zou opstaan en Zijne vervloeking op haar zou nederzenden, keerden de engelen terug, zonder Gods bevel te volbrengen, waarop HijAzraïlmet denzelfden last nederzond, die de opdracht zonder wroeging volbracht: weshalve God dien engel opdroeg, de zielen van de lichamen te scheiden. Hij werd daarom de engel des doods genoemd. De aarde die hij had genomen, was in Arabië gehaald, op eene plaats tusschenMekkaenTaïf, waar zij, na eerst door de engelen gekneed te zijn, door God zelf tot een menschelijken vorm werd gebracht, en gedurende veertig dagen, of, zoo als andere zeggen, een aantal jaren, daar werd gelaten om te drogen (vergelijk den Koran 45ehoofdstuk). In dien tusschentijd werd deze dikwijls door de engelen bezocht, en doorEblis, later duivel, toen een der engelen, die het dichtst bij Gods tegenwoordigheid zijn geplaatst als de anderen. Deze echter, niet tevreden dit te zien, schopte den vorm met den voet, tot hij geluid gaf, en wetende dat God dit schepsel had bestemd om zijn beheerscher te zijn, nam hij een geheim besluit, het nimmer als zoodanig te erkennen. Hierna bezielde God de kleivorm, en beschonk hem met eene verstandelijke ziel: en toen hij hem in het paradijs had geplaatst vormde hijEvauit zijne linkerzijde. (Khond Amir,Jallalo’ddinComment, in Coran, enz.d’Herbelot.Biblioth. Orientbladz. 55).21Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijk nedervallen, tot het voorhoofd den grond rake, dat de nederigste houding bij bewondering is, en hetgeen men, strikt genomen, alleen aan God zou verplicht zijn; maar somtijds wordt het in plaats daarvan gebruikt, om de burgerlijke achting of hulde uit te drukken, welke men schepselen bewijst (Jallalo’ddin).22Dit feit van den val des duivels heeft eenige overeenkomst met eene meening, die onder de Christenen reeds velen heeft bezig gehouden (Irenaeus,Lact,Greg. Nyssen, enz.) zijnde, dat eenige van de engelen, onderricht van Gods voornemen, om den mensch naar zijn beeld te vormen, en de menschelijke natuur tot waardigheid te verheffen, door dieChristuste doen toeëigenen, dachten, dat hunne glorie daardoor zou worden verduisterd; derhalve het geluk van den mensch benijdden, en dus opstonden. Ook moet men wel opletten, dat in het vorige versMahometzelf spreekt, of de woorden van den engelGabriëlherhaalt. In dit vers wordt God zelf geacht te spreken. Deze plotselinge verandering van persoon komt ieder oogenblik in den Koran voor, niet alleen in de verschillende verzen, maar zelfs in dezelfde zinsnede. Daardoor zal de lezer kunnen oordeelen over de wanorde, die door deze verandering in de volzinnen wordt veroorzaakt.23Blijkens hetgeen thans volgt, plaatstMahometdezen tuin, of dat paradijs, niet op de aarde, maar in den zevenden hemel (ZieMarracc.in Alc. bladz. 24).24Omtrent dezen boom, of de verboden vrucht, is de meening der Mohamedanen even als die der Christenen verschillend. Sommigen zeggen, dat het een korenaar was; anderen willen, dat het een vijgenboom zou zijn geweest, en anderen weder een wijnstok (zieMarracc.in Alc. bladz. 22). Het verhaal van den val wordt zonder verdere omstandigheden in het begin van het7e hoofdstukverhaald.25De Mahomedanen zeggen, dat, toenAdamenEvauit het paradijs werden gedreven, de eerste viel op het eilandCeylonofSerendib, en de tweede nabijDjiddah, (de haven vanMekka) inArabië, en datAdam, na eene scheiding van 200 jaar, om zijn berouw, door den engel naar eenen berg nabijMekkawerd geleid, waar hij zijne vrouw vond en bekende; welke berg thans den naam vanArafatdraagt, en dat hij naderhand met haar naarCeylonterugkeerde waar zij de voortplanting van hun geslacht vervolgden. Het is niet onbelangrijk, hier eene andere overlevering te vermelden, betreffende de reusachtige gestalte onzer stamouders. Hun profeet, zeggen de Mohamedanen, heeft bevestigd, datAdamzoo lang was als een hooge palmboom (Yahya); doch dit is naar evenredigheid te groot, indien het afdruksel op den top eens bergs, op het eilandCeylon, dat van zijnen voet is, en te klein, indienEvavan zulk eene vreeselijke grootte was, als gezegd wordt, dat, als haarhoofd op eene rots nabijMekkalag, hare knieën zich op twee andere in de vallei zouden hebben bevonden, die op twee geweerschoten afstands van elkander verwijderd liggen. Deze berg thansPico de Adam, en bij de Arabische schrijversRahângenaamd, is iets meer dan twee man hoog (ZieMoncony,Voyage, 1e gedeelte, bladz. 372 enz. enKnox,Account of Ceylon). Anderen (Anciennes relations des Indes, bladz. 3) zeggen daarentegen, dat hij zeventig cubitussen hoog is, en dat, wanneerAdameen voet hier zette, hij met den anderen in de zee stond.26D.i. menschen en Duivelen.27Het Arabische woordaiéheeft in den Koran verschillende beteekenissen, omdat het niet alleen een teeken is, maar vooral een teeken van openbaring des hemels en bijgevolg ook mirakel, wonder, enz. uitdrukt. Bovendien wordt het ook voor een vers van den Koran gebruikt, aangezien ieder dier verzen als Gods woord geacht, en voor een mirakel en een waarschuwing gehouden wordt. De zin is echter gemakkelijk uit den samenhang op te maken.28De Joden worden hier opgeroepen den Koran te ontvangen, tot vergelijking en bevestiging van den Pentateuchus, vooral met eerbiediging van Gods eenheid en de zending vanMahomet(Yahya). Het wordt hun tevens verboden, de plaatsen in hunne wet te verheelen, welke voor die waarheden getuigen, of die te verminken, door het openbaar maken van valsche afschriften van den Pentateuchus, voor hetwelk de schrijvers slechts karig werden betaald, (Jallalo’ddin).29De uitleggers voegen er bij: het muzelmansche gebed, de muzelmansche aalmoes.30Het boek, in den volstrekten zin, beteekent: elk geopenbaard boek, de Schriften; tot de Joden sprekende, de Pentateuchus; tot de Christenen: het Nieuwe Testament; het wordt ook op den Koran toegepast. Wij willen te dien opzichte nog doen opmerken, datMahometin zijne predicatiën de afgodendienaars of onwetenden onderscheidt van hen, die, op welk tijdstip ook, gewijde boeken hebben ontvangen. Deze laatsten worden gezin van het boek, lieden der schriften genaamd.31Deze volzin wordt telkenmale letterlijk teruggevonden, als er sprake is van de vervolgingen, die de Israëlieten in Egypte ondergingen. Men zou bijna zeggen, datMahometdit wilde doen uitkomen. Indien men zich herinnert, dat de afgodendienende Arabieren de geboorte eener dochter als een groot ongeluk beschouwden, moet men toegeven, dat men geen ongunstiger licht op een heidenschen en ongeloovigen vorst (waarvanPharaode type is) kon werpen, dan aanhoudend te wijzen op deze soort van voorkeur, aan de dochters boven de zoons gegeven.32Zie het meer bijzondere verhaal vanMozesenPharaoin de hoofdstukken 7, 20, enz.33De persoon die dit kalf omverwierp was, naar de Mahomedanen zeggen,nietAäron, maarAl-Samèri, een der voorname mannen onder de kinderen Israëls, en van wien eenige afstammelingen, naar men beweert, nog een eiland van dien naam in de golf vanArabiëzouden bewonen (Geogr. Nubiens, bladz. 47).Al-Samèriging verder, en nam eenig stof van de voetstappen van het paard van den engelGabriël, die aan het hoofd van het volk reed, en wierp het in den bek van het kalf, dat onmiddellijk begon te loeien en levend werd (Koran, zevende hoofdstuk); zóó sterk was de kracht van ditstof(Jallalo’ddin; zied’Herbelot,Bibl. Orient, bladz. 650).34De onderscheiding:el-forkan(eigenlijk de verlossing) wordt hier op den Pentateuchus toegepast, gelijk, op andere plaatsen, op den Koran. Dit woord beteekent elk geopenbaard boek, voor zooverre dit het veroorloofde van het verbodene onderscheidt. Men kan zeggen, dat in ieder goddelijk boek, het gedeelte, hetwelk de gebruiken, de spijzen, enz. behandelt,el forkan(onderscheiding) heet, evenals het dogmatischeal-houda(richting).35De Oostersche schrijvers zeggen, dat deze kwartels van eene bijzondere soort waren, die nergens anders dan inYemenwerden gevonden, vanwaar zij door een zuidewind in grooten getale naar het kamp der Israëlieten in de woestijn werden gevoerd (Koran,7e hoofdstuk). De Arabieren noemen deze vogelssalwà, dat hetzelfde beteekent als het Hebreeuwsche woordsalwin. Deze hebben, naar zij zeggen, geene beenen, maar worden geheel gegeten (zied’Herbelot,Bibl. Oriënt., bladz. 477).36Eenige uitleggers veronderstellen dat hetJerichois, anderenJeruzalem.37Het Arabische woord isHittaton, waaruit sommigen debeteekenisafleiden van de betuiging der eenheid Gods, zoo dikwijls door de Mahomedanen gebruikt.La ilàha illa’llaho. Er is geen God buiten God.38Men gelooft dat in dit vers sprake is van het binnentrekken der Israëlieten in de stadJericho. In plaats van het woordhittatonofhettat, (aflaat, genade) zoo als hun dit bevolen was, zouden de Joden dit door het woordhabatb(korrel of gerstkorrel)fishairathebben vervangen, en zich als plunderaars gedragen hebben. Het is overbodig de aandacht te vestigen op de anachronisme, door den schrijver van den Koran, of liever zijne uitleggers begaan, door den dood vanMozeste mengen in de gebeurtenissen sedert zijnen dood voorgevallen, zoo als het innemen vanJericho.39Eene pestziekte, die omstreeks 70,000 hunner heeft gedood (Jallalo’ddin).40NumeriXI, 5, enz. Volgens sommigen erwten.41Deze plaats, even alsvers 59 van het zes en twintigste hoofdstuk, waarin de Israëlieten geacht worden naarEgypteterug te keeren, is een dier anachronismen, waarvan de Koran wemelt, en die de groote onwetendheid van den Arabischen profeet duidelijk aantoonen.42Uit deze woorden, welke in het vijfde hoofdstuk worden herhaald, hebben verschillende schrijvers (Selden,de Jure Nat. et Gentium sec. Hebr. 1. 6 c. 12.Angel,a.s. Joseph. Gazophy1ac. Persic. p. 365.Nic. Cusanus,in Cribatione Alcorani, 1. 3, c, 2. enz.) verkeerdelijk afgeleid, dat de Mahomedanen het als de leer van hunnen profeet hielden, dat ieder mensch door zijn eigen godsdienst zou behouden zijn, mits hij oprecht ware en een goed leven leidde. Het is waar, dat velen hunner geleerden toestemmen, dat dit de zin dezer woorden is, (Chardin,Voyages, 2e deel, bladz. 326, 331) maar zij voegen er bij, dat de hier toegestane vrijheid spoedig werd herroepen, omdat deze plaats door verschillende andere in den Koran is afgeschaft, welke uitdrukkelijk verklaren, dat niemand zalig zal zijn, die niet tot het Mahomedaansche geloof behoort. Vooral blijkt dit uit de woorden in het derde hoofdstuk, vers 79. Hoewel anderen van oordeel zijn, dat deze plaats niet afgeschaft is, maar die op eene andere wijze verklaren, zeggen zij, dat de bedoeling is, dat niemand, hetzij hij Jood, Christen of Sabeïst is, van de zaligheid uitgesloten zal zijn, mits hij zijn verkeerden godsdienst verlate en Muzelman worde, hetgeen, naar zij zeggen, wordt aangeduid door de woorden:Indien zij slechts aan God en aan den jongsten dag gelooven en weldoen, zullen zij door hunnen Heer beloond worden.43Naar de overlevering der Mahomedanen, zouden de Israëlieten hardnekkig geweigerd hebben, de wet te ontvangen, en zou God, om hen te verschrikken, den berg Sinaï van zijne wortelen losgescheurd en boven hun hoofd gehouden hebben.44De legende, waarop deze plaats betrekking heeft, is de volgende: in de dagen vanDavid, woonden verschillende Israëlieten in de stadAilahofElath, aan den Roode zee, waar de visschen gewoon waren op den avond van den sabbath in grooten getale aan den oever te komen: zij bleven daar gedurende den sabbath, om hen te verleiden, en den daarop volgenden nacht keerden zij naar de zee terug. Na eenigen tijd verwaarloosden eenige inwoners Gods bevel, en vingen visch gedurende den sabbath;zij groeven later kanalen naar zee, opdat de visschen zouden kunnen binnenkomen, en voorzagen die van sluizen, die zij gedurende den sabbath schutteden, om den terugkeer der visschen naar de zee te beletten. Het overige gedeelde van de inwoners, die den sabbath streng vierden, gebruikte overreding en kracht om deze goddeloosheid tegen te gaan, maar zonder gevolg: de zondaren vermeerderden slechts en werden hardnekkiger, waaropDavidde sabbathschenders vloekte en God hen in apen veranderde. Men zegt, dat iemand, die naar zijn vriend ging zien, welke onder hen was, hem in de gedaante van een aap vond, wild met zijne oogen rondwarende, en toen vroeg of hij niet een zulk was. De aap maakte een teeken met zijn hoofd, dat hij dit was, waarop de andere tot hem zeide: Heb ik u niet geraden af te laten, waarop de aap schreide. De Mahomedanen voegen er bij, dat dit ongelukkige volk drie dagen in dien staat bleef, daarna verstrooid, (Abul’feda) en door een storm in de zee gedreven werd.45De Joden haddenMozesgevraagd, een moordenaar te ontdekken. Hoe daartoe te geraken?Mozesgebood eene koe te slachten, hetwelk oppervlakkig in geen verband stond met den moord. Zie hier hoe deze overlevering luidt: Een zeker man liet bij zijnen dood aan zijnen zoon, toen nog een kind, een koekalf na, hetwelk in de woestijn rondzwierf, tot het op zekeren ouderdom was gekomen, toen de moeder den zoon verhaalde, dat de vaars hem toebehoorde, en hem bad haar te gaan halen en voor drie goudstukken te verkoopen. Toen de jongeling met zijne vaars op de markt kwam, hield hem een engel staande, die in een gedaante van een mensch was en bood hem zes goudstukken voor het dier, doch hij wilde het geld niet aannemen, zonder de toestemming zijner moeder te hebben gevraagd. Toen hij die had verkregen, keerde hij naar de markt terug, en ontmoette den engel, die hem thans het dubbele voor het dier bood, mits hij daarvan niets aan zijne moeder zeide; maar de jongeling sloeg het aanbod af, ging heen en maakte zijne moeder met dit aanbod bekend. De vrouw bespeurde dat het een engel was, bad haren zoon terug te keeren en hem te vragen, wat men met het kalf moest doen; waarop de engel den jongeling vertelde, dat binnen korten tijd de kinderen Israëls het dier tot elken prijs zouden willen koopen. Spoedig hiernageschiedde het dat een Israëliet,Hammielgenaamd, door een zijner verwanten was gedood, die om ontdekking te voorkomen, het lijk naar eene plaats had vervoerd, welke aanmerkelijk was verwijderd van de plaats waar de moord was geschied. De vrienden van den verslagene beschuldigden verschillende andere personen bijMozesvan den moord; maar de beschuldigden loochenden de daad, en daar er geen bewijs was om hen te overtuigen, gebood God eene koe, met die en die bijzondere kenteekenen, te dooden, maar aangezien er geene andere was, welke aan de beschrijving voldeed, dan het kalf van den wees, waren zij verplicht het dier te koopen voor zooveel geld als de eigenaar verlangde: volgens sommigen was dat voor het gewicht van het dier aan goud, en volgens anderen tien maal zooveel. Toen het dier geofferd was, en het lijk van den man, volgens het goddelijke gebod, met een gedeelte er van gestreken was, herleefde het: de man stond op, noemde den persoon die hem had gedood, waarop hij dadelijk weder dood nederviel. (Abul’feda). De geheele geschiedenis schijnt te zijn ontleend aan die van de roode vaars welke volgens het gebod der wet, door de Joden moest worden gedood, en waarvan de asch moest worden bewaard, om degenen te reinigen die een dood lichaam hadden aangeraakt (Num. XIX), en aan dat van de vaars, welke geslacht moest worden tot boete van een moordenaar, van wiens daad men niet zeker was (Deuteron. XXI, 1–9).46Om den buitengemeenen prijs dien zij genoodzaakt waren voor de vaars te betalen.47Zijnde haar tong, of het eind van haren staart.48Volgens eenigen te strijken.49Hier beschuldigtMahometde Joden weder, de afschriften der gewijde boeken te veranderen, met het doel om er alle plaatsen uit te verwijderen, waarin de zending van den Arabischen profeet werd voorspeld.50Volgens een der schrijvers (Jallalo’ddin) is dit veertig; aangezien het getal der dagen waarop hunne voorvaderen het gouden kalf dienden, veertig was, na welken tijd naar zijn zeggen, hunne straf ophoudt.51In dit geval verstaan de uitleggers in het algemeen, onder slechte daden, veelgodendom of afgodendienarij, welke zonde, behalve wanneer men haar in dit leven berouwt, naar de meening der Mahomedanen onvergeefelijk is, en door eeuwige verdoemenis wordt gestraft. Alle andere zonden zullen, naar hunne meening, na verloop van tijd vergeven worden. Daarom is dit, naar hunne meening eene onvergeefbare goddeloosheid, welke in hetN.T.de zonde tegen den Heiligen Geest wordt genoemd.52Deze plaats werd geopenbaard bij gelegenheid dat er herhaalde twisten waren gerezen tusschen de Joden van de stammen vanKoreidha, en die vanAl-Aws,Al-NadhirenAl-Khasraj, welke zoo hoog liepen, dat zij naar de wapens grepen, elkanders woonplaatsen vernielden en elkaâr uit de huizen joegen: maar wanneer er een gevangen genomen werd, maakten zij hem weder vrij. Toen men hun vroeg, waarom zij op deze wijze handelden, zeiden zij: Dat hunne wet hun gebood de gevangenen de vrijheid te hergeven, maar dat zij vochten uit vrees, dat hunne oversten gering geschat zouden worden (Jallalo’ddin).53Men verbeelde zich niet datMahomethier den heiligen geest naar christelijke begrippen bedoelt. De uitleggers zeggen: die heilige geest was de engelGabriël, welkeJezusvolgde en hem steedsvergezelde(Jallalo’ddin).54Het is bijna overbodig te zeggen, dat dit beteekent: Onze harten zijn verstokt, onvatbaar voor de rede.55De Koran.56De Pentateuchus.57Zie Exodus XXXII, 20, Deuteron. IX, 21.58Mahometmaakt hier gevolgtrekkingen uit de ongehoorzaamheid hunner voorvaderen, die het kalf aanbaden, op denzelfden tijd dat zij voorgaven in de wet vanMozeste gelooven, en dat het geloof der Joden in dien tijd ijdel en huichelachtig was, daar zij hem verwierpen, die daarin werd gezegd een bedrieger te zijn (Jallalo’ddin).59De uitleggers zeggen, dat de Joden vroegen, welke engel het was dieMahometde goddelijke openbaringen bracht, en toen men zeide dat ditGabriëlwas, antwoordden zij, dat die hun vijand was en de boodschapper van toorn en straf, maar indien hetMichaëlware geweest, zouden zij in hem hebben geloofd, omdat die engel hun vriend was, en de boodschapper van vrede en overvloed. Zij zeggen dat bij die gelegenheid deze plaats werd geopenbaard (Jallalo’ddin,Al-Zamakh,Yahya). DatMichaëlinderdaad voor den beschermenden of ondersteunenden engel der Joden gold, weten wij uit de schrift (Dan. XII, 1), terwijl het schijnt datGabriël, gelijk de Perzianen van hem zeggen, als de engel van openbaringen werd aangezien, die dikwijls met zendingen van dien aard werd afgezonden (Dan. VIII, 16 en IX, 21 Lucas 1; 19 26), om welke reden het waarschijnlijk is, datMahometvoorgaf, dat deze de engel was van wien hij den Koran ontving.60Zijnde de openbaringen van dit boek.61Nadat de duivelenSalomo, met Gods verlof, zonder gevolg in verzoeking hadden gebracht, maakten zij van een listig bedrog gebruik om zijnen naam te besmetten. Daarom schreven zij verschillende tooverboeken,verborgen deze onder den troon van dien vorst en vertelden de voornaamste lieden na zijnen dood, dat, indien men wilde weten op welke wijzeSalomozijne onbeperkte macht over menschen, geesten en de winden had verkregen, men slechts onder zijnen troon behoefde te zoeken. Toen men dit deed, vond men, de opgenoemde boeken, die goddelooze bijgeloovigheden bevatten. De beschaafde lieden weigerden de booze kunsten te leeren, die daarin waren bevat, maar het lagere gedeelte des volks deed het, en de priesters maakten dit schandelijk verhaal vanSalomobekend, hetwelk gezag onder de Joden verkreeg tot God, gelijk de Mahomedanen zeggen, dien koning door den mond van hunnen profeet zuiverde, met de verklaring, datSalomogeen afgodendienaar was (Yahya,Jallalo’ddin).62Sommigen zeggen slechts dat dit twee toovenaars of engelen waren, door God tot de menschen gezonden om hun de tooverkunst te leeren en hen in verzoeking te brengen (Jallalo’ddin). Anderen vertellen eenelangere fabel,t.w.dat de engelen hunne verrassing over de goddeloosheid der zonen vanAdamkenbaar maakten, nadat reeds profeten, met goddelijke opdrachten tot hen waren gezonden; waarop God verzocht, twee uit hun midden te kiezen, om als rechters op de aarde gezonden te worden. Hierop kozen zijHaroetenMaroet, die hunnen last gedurende eenigen tijd met oprechtheid uitvoerden, totZoharaof de planeet Venus nederdaalde en voor hen verscheen in de gedaante eener schoone vrouw, die eenklachttegen haren echtgenoot inbracht (hoewel anderen zeggen dat het eene werkelijke vrouw was). Zoodra zij haar zagen, werden zij bekoord en trachtten haar te verleiden, maar zij steeg ten hemel, waar de engelen mede terugkeerden; doch deze werden daar niet meer toegelaten. Door de tusschenkomst van zekeren vromen man werd hun de keuze vergund, of zij in dit, of wel in het volgende leven wilden gestraft zijn, waarop zij het tegenwoordige kozen. Zij ondergaan thans hunne straf daarvoor te Babel, waar zij tot den jongsten dag zullen blijven. Zij voegen er bij, dat indien iemand de tooverkunst wil leeren, hij tot hen moet gaan om hunne stem te hooren, hoewel men hen niet kan zien (Yahya, enz.). Dit verhaal is doorMahometgeheel ontleend aan de Perziaansche magie, die vermeldt dat twee oproerige engelen van dezelfde namen, thans op het grondgebied van Babel ieder bij hunnen voet, met hunne hoofden naar beneden (Hyde, cap. 12) hangen.63Deze twee Arabische woorden hebben beide dezelfde beteekenis, zijnde: Zie op ons, en duiden eene wijze van groeten aan.Mahometheeft eene grooten tegenzin van het eerste, omdat de Joden het dikwijls als eene bespotting gebruikten. Naar het schijnt doelen de uitleggers daarmede op het Hebr. woordרועhetwelk beteekent slecht of ongelukkig zijn.64Namelijk om God te zien.65Woordelijk vertaald zou dit luiden: tot God met zijn bevel, of met zijne zaak komt; want het woordamr, hetwelk order of bevel beteekent, wordt ook dikwijls in den zin van ding, zaak, gebeurtenis enz. gebruikt. De zaak van God is een duidelijke gebeurtenis, een daad der voorziening, die het aanzien der dingen verandert.66Dat is: Aan de eenheid van God gelooft (Jallalo’ddin). De voorafgaande woorden luiden oorspronkelijk: hij diemoeslim(muzelman) zal worden. Dit woord beteekent: aan Gods wil onderworpen zijn; die zich geheel aan God heeft overgegeven. In het voorbijgaan doen wij opmerken, dat de Mahomedanen onderscheid maken tusschenmoeslimenmoemin(geloovige). Het eerste heeft betrekking tot de uiterlijke uitoefening, tot de godsdienstige daden doorMahometingesteld; het andere gaat op het levendige en oprechte geloof. De Perzianen (de Chiiten) willen b.v. in hunnen haat tegen de Turken (Sunniten) wel erkennen, dat zijmoeslimin(muzelmannen) zijn, maar den naam vanmoeminin(ware geloovigen) willen zij hun natuurlijk niet toekennen.67Hiermede bedoeltMahometde afgodendienende Arabieren, die tot dien tijd geenerlei openbaring, geen gewijd boek hadden ontvangen, terwijl de Joden en Christenen de schriften bezaten.68Dit vers wordt weêrsproken door vers 139 van ditzelfde hoofdstuk. De tempel vanKa’bainMekkais bepaald aangeduid als de zijde, waarheen de muzelmannen zich bij hun gebed moeten keeren.69Telkenmale alsMahometde woorden aanhaalt: God heeft een zoon, kinderen,dochters enz., waarmede hij het geloof der Christenenen afgodendienende Arabieren bedoelt, voegt hij er het woordsobhanahoe, door zijne glorie, bij; dat is: die lastering zij verre van zijne glorie.70Dat is: na de openbaring van den Koran.71God beproefdeAbrahamhoofdzakelijk door hem te gebieden zijnen geboortegrond te verlaten en zijn zoon op te offeren. De uitleggers veronderstellen echter, dat de hier besproken beproeving alleen betrekking heeft op sommige ceremoniën: zooals de besnijding, pelgrimstocht naar denKa’ba, verschillende reinigingsplechtigheden, en dergelijke (Jallalo’ddin).72Dit woord is oorspronkelijk Imam, welke titel door de Mahomedanen aan hunne priesters wordt gegeven, die de gebeden in hunne moskeën aanvangen, en waarna de geheele gemeente volgt.73Dit is de tempel vanCaabaofKa’ba(inMekka) welke gewoonlijk het huis wordt genoemd. Omtrent de heiligheid van dit gebouw en andere bijzonderheden, zie de inleiding tot dit werk.74Hier wordt eigenlijk het binnenste gedeelte van den Ka’batempel bedoeld, waar de Mahomedanen een indruk vanAbrahamsvoet in een steen meenen te zien.75Hieronder moet men eene bepaalde daad van vroomheid verstaan die daarin is gelegen, dat men gedurende uren, en zelfs dagen lang, zittend of geknield in eene moskee blijft.76Zie hierboven de noot van vers 106. DoorAbrahamhet woord muzelman in den mond te leggen, wilMahometzijne godsdienst aan den oorspronkelijken godsdienst, of die vanAbrahamvasthechten, welke, volgens hem, te gelijk de natuurlijke godsdienst van den mensch is. De overlevering legt aanMahometdeze woorden in den mond: “Ieder mensch wordt als muzelman geboren: zijne ouders maken hem tot Jood, Christen of Vuuraanbidder.”77Dit is de Koran.78Onder doop verstaan de uitleggers: den godsdienst en de besnijdenis, die God bij de schepping der menschen instelde, en waarvan de teekenen in den mensch bestaan, evenals de sporen van het water op de kleederen van den gedoopte. Waarschijnlijk heeftMahometdit woord aan de Christenen, of liever aan de Joden ontleend, bij welke het bad en de indompeling nog heden ten dage bestaan. Het Arab. woordsebghabeteekent dan ook doop of eigenlijk indompeling.79Deze woorden werden, volgens de uitleggers, geopenbaard, omdat de Joden volhielden, dat zij de schriften het eerst hadden ontvangen; dat hunne tora (Pentateuchus), of leer, ouder was, en dat geen profeet onder de Arabieren zou kunnen opstaan, en indien dusMahometeen profeet was, hij uit hun volk moest zijn voortgekomen.80In den beginne werd doorMahometen zijne volgelingen geene bijzondere richting in acht genomen, in het wenden van hun aangezicht naar eene of andere plaats of wereldstreek bij het gebed, daar zij zeiden, dat dit volkomen onverschillig was. Later, toen de profeet naarMedinavluchtte, zeide hij hun, dat zij zich naar den tempel vanJeruzalemmoesten richten (waarschijnlijk om zich bij de Joden bemind te maken, bij wie dat gebruik toen, evenals thans nog, bestond), hetgeen zij gedurende zes of zeven maanden als gebod in acht namen. Maar hetzij omdat hem dit bij de Joden weinig baatte, hetzij hij, op de andere zijde, wanhoopte, de afgodendienende Arabieren tot zich te voeren, welke hunnen eerbied voor den tempel vanMekkaniet konden vergeten, althans hij gebood, dat men in het vervolg bij het gebed naar den laatstgenoemde zou gekeerd zijn. Deze verandering werd gemaakt in het tweede jaar van Hedjira (zieAbulf.Vit. Mohamblz. 54), en veroorzaakte dat velen van hem afvallig werden, die gebelgd waren over zijne onstandvastigheid. (Jallalo’ddin).Keblais de gezichts-richting.81Volgens de uitleggers beteekent dit, dat de Arabieren een rechtvaardig en goed volk zijn: dat zij zich aan geene buitensporigheden der andere volkeren schuldig maken, die bij hen zijn getemperd door eene aangeboren bedaardheid. Deze uitleggingen klinken niet zeer voldoende.82Dat is: Zij die tot het Jodendom terug keerden.83Dat wil zeggen: Zij die, vóór definitieve instelling van de Kebla vanMekka, zich bij hun gebed naar de zijde van Jeruzalem wendden, zullen daarom toch hunne belooning in den Hemel ontvangen.84De Joden en de Christenen, welke elkanders Kebla niet volgen.85Dit is, dat zij in den grond van de waarheid zijner zending overtuigd zijn.86Deze uitdrukking, die dikwijls in den Koran wordt gebruikt, beteekent:overal den oorlog tegen de ongeloovigen ondernomen, tot voortplanting van het geloof vanMahomet.87De zielen van martelaars (gelijk zij geacht worden te zijn, welke in gevechten met ongeloovigen worden gedood) zegtJallalo’ddin, zijn in de kroppen van groene vogels, die in het paradijs overal mogen vliegen waar het hun behaagt, en zich met de vruchten mogen voeden, die zich aldaar bevinden.88De Mahomedanen houden zich strikt aan dit bevel. Telkenmale dat hun een grootongelukoverkomt, roepen zij met kalmte en vastberadenheid deze woorden uit.89Safa en Merwa zijn twee bergen nabijMekka, waar van oudsher twee afgodsbeelden stonden, welke de afgodendienende Arabieren gewoon waren te aanbidden en eer te bewijzen.Jallalo’ddinzegt dat deze plaats werd geopenbaard, omdat de volgelingen vanMahometer een gemoedsbezwaar uit maakten, rondom deze bergen te gaan, gelijk de afgodendienaars deden. Maar de ware reden, waarom hij dit overblijfsel van het oude bijgeloof toeliet, schijnt veeleer gelegen te zijn, in de moeilijkheid dieMahometer in zag, het te verbieden. Daarom zegtMahomet, dat de bergen gedenkteekenen van God zijn.90Dit zijn de engelen, de geloovigen en alle zaken in het algemeen (Jallalo’ddin).Yahyameent echter, dat het de vloeken zijn die over de boozen worden uitgesproken, als zij het uitschreeuwen, onder de straf van het graf, door allen die hen hooren; dat is door alle schepselen, de menschen en geesten uitgezonderd.91Of gelijkJallalo’ddinhet uitdrukt: God zal hun berouw afwachten.92Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijk: die genoodzaakt of gedwongen zijn, persoonlijke diensten zonder loon te verrichten, welke soort van diensten dikwijls door de Oostersche vorsten van hunne onderdanen gevorderd, en door de Grieksche en Latijnsche schrijversAngariagenoemd wordt. De schrift vermeld dikwijls deze soort van dwang of macht. (Matth. XXVII, 32, enz.)93Dit is: als de uitventers van logens, of de hoofden van nieuwe secten, op den jongsten dag hunne leerlingen zullen verzaken en zich de handen zullen wasschen, alsof zij niet medeplichtig waren aan hun bijgeloof.94Om deze reden zeggen de Mahomedanen altijd, als zij een dier slachten om zich daarmede te voedenBismi’llah, ofin den naam van God. Is dit verzuimd, dan achten zij het eten daarvan niet geoorloofd.95Daar de Koran in het algemeen zeer kort is in zijne wettelijke bepalingen, moet dit niet te strikt worden opgevat; want overeenkomstig de Sonna (de overlevering) wordt een man mede ter dood gebracht als de moordenaar eener vrouw. Men moest ook acht geven op het verschil van godsdienst, zoodat een Mahomedaan, al ware het een slaaf, niet voor een ongeloovige werd ter dood gebracht, al ware deze een vrij persoon. De burgerlijke magistraten zijn echter niet altijd verplicht ingevolge deze laatste uitlegging van de sonna te handelen.96Door broeder moet men hier een ander man, een Arabier, maar vooral een geloovige verstaan.97De gewoonte in de Mahomedaansche landen, vooral in Perzië (zieChardin,Voyage de Perse, IIe Deel, bladz. 299 enz.) is, dat de moordenaar in hunne handen worden gesteld om ter dood gebracht te worden, of dat zij eene geldelijke voldoening verlangen.98Dit is, dat de vrees der wedervergelding de menschen terughoudt en hem van een moord verwijdert.99Dit beteekent, dat het legaat der derde gedeelte van het vermogen des testamenteurs niet mocht overschrijden, noch gegeven mocht worden aan iemand die het niet noodig had. Maar dit bevel wordt weêrsproken door de wet op de erfenissen.100Woordelijk vertaald zou dit moeten luiden: zijne misdaad valt terug op hen die het verminken; dit is, dat men den testateur geen verwijt zou kunnen doen omtrent ongunstige beschikkingen welke men hem toeschrijft,maar wel aan hem die deze bij de overbrenging verminkt heeft.101De verklaarders verschillen zeer vaak omtrent den zin dezer plaats, daar zij het voor zeer onwaarschijnlijk houden dat het een volk geheel vrij zou zijn gelaten, al of niet te vasten, door het op deze wijze te bepalen.Jallalo’ddinveronderstelt daarom, dat dit alleen vergund is aan hen dieniet in staatzijn te vasten, hetzij door ouderdom, hetzij door gevaarlijke ziekten; maar later zegt hij, dat het in den aanvang van het Mahomedanismus, vrijgelaten was, te kiezen; of zij wilden vasten of een armen man voeden, welke vrijheid spoedig daarna weder werd teruggenomen. Deze plaats is dan ook in tegenspraak met diegene, welke luidt: Daarom laat hem welke in die maand tegenwoordig is, dezelfde maand vasten. Hij voegt er echter hij, dat in deze afschaffing de vrouwen niet zijn begrepen die een kind hebben, of zij die zogen, opdat daardoor het kind niet zou lijden.102Overeenkomstig de gewone hoeveelheid, die een man per dag verbruikt en de gewoonte der plaat (Jallalo’ddin).103Dat is: Te huis, en niet op eene vreemde plaats, waar de vasten niet gehouden kunnen worden, of op reis.104In het begin van het Mahomedanisme sliepen zij niet bij hunne vrouwen gedurende de vasten, noch aten of dronken na den avond maaltijd. Maar beide zaken worden door deze plaats weder geoorloofd. (Jallalo’ddin).105De grenzen die God heeft gesteld: dit beteekent de grenzen of de perken, waarmede God zijne wetten heeft omringd. Vandaar wordt het woord grens (in het Arabischhadd, meervoudighodoed) als voorschrift der wet gebruikt. Deze uitdrukking herinnert aan die vansepes legis, welke op de wetten vanMozesis toegepast.106De verzen van den Koran.107Hiermede worden de hazardspelen, de weddenschappen en de geschenken bedoeld, waarmede men de rechters omkoopt.108Toen de Arabieren van den pelgrimstocht vanMekkaterug kwamen, achtten zij zich geheiligd. In plaats dus van den gewonen ingang hunner woning binnen te gaan, dien zij als ongewijd beschouwden, maakten zij daartoe eene opening aan de andere zijde hunner woning. Hier wordt dit gebruik doorMahometveroordeeld.109Met deze uitdrukking wordt bedoeld, den oorlog voor Gods zaak te voeren. De bevelen in de verzen 186 tot 190 zijn gelegenheidsbeschikkingen, die betrekking hebben op de afgodendienaars vanMekka, zooals uit verschillende uitdrukkingen blijkt. Op dat tijdstip wasMahometnog geen meester vanMekka, en zijne stelling noopte hem slechts verdedigenderwijze te handelen, zoodat daar de aanvallende strijd volstrekt verboden is. Men moet daaruit echter niet afleiden, dat deze bevelen in staat zijn, het geloof en de getrouwheid der Muzelmannen te ketenen. De woorden: doodt hen overal waar gij hen zult vinden, en verjaagt hen van waar zij u hebben verjaagd, even als: tot dat elke geloofsbelijdenis die van den eenigen God zij, laten zulk eene leemte, dat het niet te verwonderen is, dat deIslamietenzichsoms vrij achtten omtrent de verbintenissen met de volkeren van een ander geloof aangegaan, als hunne krachten, of de gunstige omstandigheden, hun veroorloofden, de landen te heroveren, die hunne heerschappij hadden afgeschud.110Dat is: indien gij aangevallen wordt gedurende eene der heiligmaanden, of op geheiligde plaatsen, is het u veroorloofd, vergelding te nemen in die zelfde maanden en op die zelfde plaatsen.111Dit beteekent: Werkt niet mede tot uw eigen verderf, door uwe medewerking te weigeren in de oorlogen tegen ongeloovigen, en gedoogt daardoor niet dat deze krachtig worden.112De bedevaartelhadjdjmoet in de drie maandenchewwal,dhoehl-kadeendhoel-kidjdjehverricht worden, en om die mede te maken, moet men zich met een bedevaartgangersmantel kleeden, zich van de jacht en de vrouwen onthouden, zich het hoofd niet scheren, enz. Dit scheren was een teeken, dat ze hunne geloften vervuld en al de ceremoniën van den pelgrimstocht hadden gevierd. Het bezoek aan den tempelelomraeischt deze plechtigheden niet.113Dat is drie dagen vasten, of zes arme lieden voeden.114Zie de noot 3 op deze bladz.115Naar het gevoelen van de uitleggers beteekenen deze woorden: Het is u veroorloofd, de vermeerdering van uwe bezitting door den koophandel te beproeven, zelfs gedurende den tijd dat gij als bedevaartgangers teMekkakomt. De afgodendienende Arabieren, die mede den pelgrimstocht naarMekkavolbrachten, dreven handel op de nabij gelegen markten vanOkadh,Medjionna, enz. Sedert de komst vanMahometonthielden de Muzelmannen zich gedurende den pelgrimstocht van den handel, vreezende dat zij daardoor zouden zondigen.Mahometveroorloofde het, om velen hunner niet van hun eenig middel van bestaan te berooven.116Een berg nabijMekka, aldus genaamd omdatMahomethier zijne vrouw aantrof en haar na eene lange scheiding bekende (zie noot opvers 34van de2e soera). Anderen zeggen, datGabriël, nadat hijAbrahammet al de heilige ceremoniën had bekend gemaakt, naar dien berg kwam.Mahometvroeg, of hij de ceremoniënkende, die hij hem had getoond, waaropAbrahambevestigend antwoordde; sinds dien tijd wordt die berg aldus genoemd (Al Hasan).117Al Masher al haram. Omtrent dien berg wordt ook gezegd, dat, toenMahometzich eens daarop had begeven om te bidden, zijn gezicht met stralen werd omgeven. (Jallalo’ddin.)Boboviusnoemt hemForkh(de Peregr. Meccana,bladz. 15) hoewel de ware naamKazahschijnt te zijn. De verandering in eerstgenoemden naam moet alleen aan verschil van punctuatie der Arabische letters worden toegeschreven.118Want hij zal alle schepselen in een halven dagrichten. (Jallalo’ddin.)119De eigenlijke woorden zijn: Herinnert u God. Deze woorden kunnen nu eens in een algemeenen zin opgenomen worden, dan weder, in dien van: Herinnert den naam van God, bidt God, doet godvruchtige daden. De samenhang moet den zin bepalen.120De hier bedoelde persoon isAkhnas Ebn Shoraïk, die zwoer inMahomette gelooven, en voorgaf een zijner vrienden te zijn. Maar God openbaarde hier den profeet der huichelarij en goddeloosheid van dien persoon.121De persoon die hier bedoeld wordt, is zekereSoheib, die, door de afgodendienaars vanMekkavervolgd, naarMedinavluchtte omMahometop te zoeken, terwijl hij al zijne bezittingen in handen zijner vervolgers liet.122Onder dien naam zijn alle soorten van sterke en bedwelmende dranken begrepen.123Het oorspronkelijke woordal Meiserbeteekent eigenlijk een bijzonder spel, dat met pijlen wordt gespeeld, en hetwelk bij de heidensche Arabieren veel in gebruik was. Maar door gelukspel moeten hier verstaan worden alle spelen, welke ook, die aan kans of toeval (hazard) onderworpen zijn, zooals dobbelsteenen, kaarten, enz.124Door deze woorden veronderstellen sommigen, dat alleen het buitensporig drinken en dikwijls spelen verboden is (Jallalo’ddinenAl Zamakhshari). Zij denken mede, dat het matig gebruik van wijn veroorloofd is doorvers 69van de16e soera. De meer algemeene meening is, dat zoowel het drinken van wijn of andere sterke dranken, in welke hoeveelheid ook, als het spelen van een of ander kansspel, volstrekt verboden is.125Dat is: indien gij een sterken afkeer van uwe vrouw hebt, is het beter u van haar te scheiden dan God te lasteren, door haar slecht te behandelen en onrechtvaardig te zijn.126Eigenlijk zuiverder en reiner.127Zijnde gedurende die vier maanden en tien dagen.128Een der uitleggers (Yahya) verklaart dit uit eene overlevering vanMahomet, wien men vroeg, welk gebed het middengebed was, waarop hij antwoordde: Het avondgebed door den profeetSalomoingesteld. Een ander (Jallalo’ddin) geeft daaraan een meer ruime beteekenis en veronderstelt, dat dit één der gebeden is, zonder bepaald op te geven welk.129Dit waren, volgens de uitleggers die het minste rekenen 3,000, en volgens hen die het hoogst telden 70,000 Joden, die, òf om de pest, òf om de deelname aan den oorlog tegen de ongeloovigen te ontvluchten, hun land hadden verlaten. Om hen te straffen, deed God hen sterven. Toen de profeetEzechiëlhen later in eene vallei zag liggen, waar zij reeds tot verrotting waren overgegaan, begon hij te schreien en wekte hen op, nadat God hem had gezegd, dat hij hun het leven wilde teruggeven. Zij leefden nog een aantal jaren, maar zij behielden de kleur en reuk van lijken gedurende hun geheele leven, en hunne kleederen werden zwart als pek, hetwelk nog in hunne nakomelingschap plaats had (Jallalo’ddin,Yahya,Abulfeda, enz.) Dit verhaal schijnt aanEzechiël(XXXVII : 1–10) te zijn ontleend.130Saul.131Volgens sommigen werd deze ark uit den hemel aanAdamgezonden, en kwam zij later tot de Israëlieten, die er groot vertrouwen in stelden, en haar steeds aan het hoofd van hun leger voerden, tot zij door de Amalekieten werd genomen. Zij bevatte de schoenen en den staf vanMozes, den mijter vanAäron,eenevaas met manna gevuld en de brokstukken van de twee wettafelen.132Het getal dergenen die uit hunne handen dronken was omstreeks 313 (Jallalo’ddin). Het schijnt datMahomethierSaulmetGidionverwart, die ten gevolge van Gods bevel alleen hen mede ten strijde tegen de Midianieten voerde, die water uit hunne handen lepten en wier getal 300 bedroeg. (Rigteren VII).133Goliath.134Het boek der psalmen.Mahometerkent slechts vier goddelijke boeken, als: de Pentateuchus, de Psalmen, het Evangelie en de Koran. De andere boeken aan de profeten gezonden, zijn, volgens hem, verloren gegaan.135Zie de noot opSoera II, v. 81.136Die regelen worden terecht door de Mahomedanen bewonderd, welke deze in hunne gebeden opzeggen. Sommigen van hen dragen een agaat of ander edelgesteente bij zich, waarop deze plaats is gegraveerd. Zij noemen het Troonvers.137Door dit woord (Arab.coris) wordt de troon der rechtvaardigheid, de rechterstoel Gods verstaan;Al’Archis de troon der goddelijke majesteit, en daarboven geplaatst.138Deze plaats doelt op de eerste volgers vanMahomet, die hunne kinderen, welke afgodendienaars of Joden waren, wilde dwingen het Mahomedanisme te omhelzen.139Dit is eigenlijk de naam van elken afgod, maar vooral van de twee afgodsbeeldenAllâtenal Uzzader bewoners vanMekka. Het is ook de duivel of een verleider.140Nimrod.141Depersoonhierbedoeld, wasOzaïr,EzraofEsdras, die, toen hij op een ezel door de ruïnen van Jeruzalem reed, nadat die stad door de Chaldeeuwen was verwoest, het betwijfelde, dat God die stad weder zou kunnen opbouwen; waarop God hem deed sterven. Hij bleef 100 jaren in dien toestand. Na verloop van dien tijd riep God hem in het leven terug, en hij vond een mandje onbedorven vijgen en een kruikje met onverschaalden wijn bij zich, die niet in het minst bedorven was; maar zijn ezel was dood; slechts de beenderen bewogen zich, en deze rezen op enwerden met vleesch bedekt. Het geraamte werd weder een levende ezel en begon onmiddellijk te balken. Dit verhaal schijnt zijn oorsprong te hebben in Nehemia II : 12 enz.142Men zegt datAbrahamdeze vraag zou hebben gedaan, ten gevolge van eene twijfeling, door een satan in menschelijken vorm in hem gebracht, met de vraag: hoe het mogelijk was, dat de verschillende deelen van het lichaam eens mans, dat op het strand der zee lag en gedeeltelijk door de wilde dieren, de vogels en de visschen was verscheurd, op den dag der opstanding te zamen zouden kunnen gebracht worden (d’Herbelot, blz. 13).143Volgens de uitleggers waren deze vogelen: een arend (of volgens anderen eene duif), een pauw, eene raaf en een haan. Dit schijnt ontleend te zijn aan het offer vanAbraham, doorMozesverhaald. (Gen. XV : 9).144Dat is; Hetzij door den persoon verwijtingen te doen, dien gij hebt geholpen, of zijn armoede tot zijn nadeel bekend te maken.145Deze tuin is een zinnebeeld van aalmoezen, die uit huichelarij worden gegeven, of met verwijtingen verzeld: deze zullen verloren gaan en den gever hier namaals niet van dienst zijn (Jallalo’ddin).146Dat is: Satan raadt u af, edelmoedig te zijn, door u de armoede te doen vreezen die het gevolg uwer onbekrompenheid zou zijn.147Dat is: om eene belooning hier namaals, en niet om een wereldsch loon.148Dat is: aan hunne nederige houding en versleten kleederen.149Dat is: Doe geheel afstand van hetgeen uwe schuldenaars u als intrest schuldig zijn.150Hij, die zijne zaken waarneemt; hetzij zijn vader, erfgenaam, voogd of tolk.151Deze plaats is in tegenspraak metvers 254van deze soera, even als met den zin van verschillende verzen der19e soera.152Hiermede worden, gelijk de uitleggers zeggen, de Joden bedoeld en de verschillende bevelen hun gegeven.

1Dit hoofdstuk werdde Koegenoemd, omdat daarin, onder anderen, van de roode koe sprake is, dieMozesden kinderen Israëls gebood te slachten.2Een groot deel der hoofdstukken van den Koran dragen als titel, of in het eerste vers, eenige afzonderlijk staande letters. Naar de Mahomedanen gelooven, zijn het de bijzondere teekenen van den Koran, die vele diepe geheimen verbergen; welker ware beteekenis nog aan geen sterveling is geopenbaard, behalve aan hunnen profeet. Eenigen zeggen, dat het beteekentAllah latif magid: God is genadig en moet verheerlijkt worden; ofAna bi mihi, aan mij en van mij, ofAna Allah älan, ik ben de wijste God. Anderen weder zeggen, datAmur li Muchis eene verkorting vanAmur li Mahomet(zeide mijMahomet), en dat het door den schrijver vanMahometer bijgevoegd zou zijn.3Eigenlijk beteekent dit de zaken die afwezig, op een grooten afstand, of onzichtbaar zijn, zoo als: het paradijs, de hel, de opstanding en al wat op het punt van godsdienst, bovenzinnelijk is.4De Muzelmannen gelooven dat God niet alleen geschreven openbaringen heeft gegeven aanMozes,David,JezusenMahomet, maar ook aan vele anderen profeten (zieReland,de Relig. Mohan, bladz. 34 enDissert. de Samaritanis, pag. 34. enz.) maar zij herkennen geen die, den Koran voorafgegaan zijnde, thans voorhanden zijn, uitgenomen den Pentateuchus vanMozes, de psalmen vanDaviden het evangelie vanJezus, welke, naar zij nog zeggen, voorMahometstijd door de Joden en Christenen bedorven en vervalscht zijn, waarom zij dan ook onze tegenwoordige afschriften daarvan voor onecht verklaren.5Het oorspronkelijk woordal-âkheratbeteekent eigenlijk het laatste gedeelte eener zaak, en overdrachtelijk het toekomstige leven, de laatste of toekomstige toestand na den dood, en is het tegenovergestelde vanaldonya, deze wereld, enaloulahet tegenwoordige leven. Het hebreeuwsche woordאחרית(acharith), van denzelfden stam, wordt doorMozesin die beteekenis gebruikt, en is met de woorden: laatste einde vertaald (Numeri XXIV : 20, Deuter. VIII : 16).6Overal in den Koran, bedoeltMahometmet de menschen wier harten door ziekte zijn aangedaan, de huichelaars, of de menschen van een twijfelachtig en wankelend geloof. Hier en elders volgt hij dikwijls de andere gewijde schrijvers na, met God de bekeering der boozen te doen voorkomen, door op den geest van deze te werken.7Wij hebben het arabische woordressoel, bode, afwisselend door profeet, gezant of bode vertaald.8Letterlijk vertaald zou dit moeten luiden: Verderft toch niet op de aarde: waaronder door sommigen misdaden, als: roof, geweld, ongebondenheid en afgodendienst, door anderen de verbreiding eener valsche leer en het bederven van de grondbeginselen des volks wordt verstaan. Om het contrast des te beter te doen uitkomen tusschen dezen zin en die waarmede het vers wordt besloten, zou men dit laatste moeten vertalen met de woorden: Verre van dat; wij verbeteren, of, gelijk anderen dit doen, met de woorden wij zijn hervormers, die door leer en voorbeeld ware vroomheid bevorderen.9De eerste metgezellen en volgelingen vanMahomet(Jallalo’ddin).10Letterlijk vertaald zou dit moeten luiden: met hunne duivelen. Het arabische woordcheïtan, satan wordt niet alleen gebruikt voor satan of duivel: hier doelt het op de joodsche en christelijke geestelijke.Mahometmaakt hier gebruik van het recht, dat de ijveraars voor de meeste godsdiensten zich toeëigenen, om de belijders van andere godsdiensten te smaden.11Hier vergelijktMahomethen, die niet in hem gelooven, bij dengeen, die een vuur tracht te ontsteken, doch die zijne oogen sluit; opdat hij het niet zie, zoodra het opvlamt en licht geeft.12De tekst schijnt hier onvolmaakt te zijn, en aangevuld te moeten, worden met de woorden: hij wendt zich af, hij sluit zijne oogen of iets dergelijks.13De uitleggers geven aan deze woorden de beteekenis van: zij zullen zich niet bekeeren.14Hier vergelijktMahometde ongeloovige Arabieren bij menschen, die in een vreeselijken storm zijn. Om de schoonheid van deze vergelijking te begrijpen, moet men weten; dat de mahomedaansche leeraren zeggen, dat het onweder een afbeelding of beeld van den Koran zelf is; de donder beteekent de bedreigingen die in dat boek voorkomen, het weêrlicht de beloften en de duisternis de mysteriën. De angst voor de bedreigingen doen hen hunne ooren dicht stoppen; als de beloften hun worden voorgelezen, wachten zij met genoegen: maar wanneer er iets geschiedt, dat geheimzinnig of moeielijk te gelooven is, staan zij stil, en willen zich niet er aan onderwerpen, geleid te worden.15Als een prediker in de moskee, of een Arabisch redenaar het volk aanspreekt, gebruikt hij de woorden: o Menschen, d.i. o, gij, die naar mij luistert. Op dezelfde wijze worden die woorden in den Koran niet gericht tot alle menschen, tot de stervelingen, maar tot de bewoners vanMekkaof vanMedina, voor welkeMahometpredikte. Al het gesprokene vanMahomet, zijne leerstellingen, enz. bezitten het eigenaardige, dat zij van een actuële en beperkte toepassing op de volkeren van Arabië zijn, zonder zich over de andere volkeren, kortom over de geheele menschheid uit te strekken. De uitleggers doen echter opmerken, dat de woorden: “o Menschen!”meer bijzonder op de bewoners vanMekkazijn toegepast, terwijl de bewoners vanMedinamet de woorden: o geloovigen, o gij, die gelooft, worden aangesproken. De bewoners der stad vanMahometvolhardden nog in den afgodsdienst, toen de bewoners vanMedina, reeds den nieuwen profeet hadden aangenomen.16Volgens sommigen: uwe valsche goden of afgoden. Gewoonlijk worden echter de woordenmin douni-’illahivertaald met: behalve God.Mahometbeschuldigt de Arabieren niet, uitsluitend en volstrekte goden te aanbidden maar onder Gods leer, die van andere godheden te mengen. Even zoo stemden de helden der klassieke oudheid er gaarne in toe, den God der Christenen en zijn Zoon onder de godheden van den Olympus te plaatsen, maar niet om hun veelgodendom geheel op te offeren. Dit spruit uit verschillende plaatsen van den Koran voort, waar de afgodendienaars geacht worden de werking van het Opwezen te erkennen.17D.i. de steenen afgodsbeelden.18Sommige uitleggers (o.a.Jallalo’ddin) komen met die verklaring overeen, veronderstellende, dat de vruchten van het paradijs, hoewel van verschillende grootte, nochtans in kleur en uiterlijk aanzien overeen komen.19De Arabieren verwetenMahomet,onderde ernstige leeringenbeelden uit platte zakken te mengen;Mahometverdedigt zich hier tegen dit verwijt.20Betreffende de schepping vanAdam, hier bedoeld, hebben de Mahomedanen verschillende bijzondere overleveringen. Zij zeggen dat de engelenGabriël,MichaëlenIsrafil, de eene na den andere, door God werden gezonden, om, voor dat doel, zeven handen aarde van verschillende diepten en kleuren te halen (voor de verschillende menschenrassen volgensAl Termedi, naar eene overlevering vanAbu Musa al Ashasi), maar de aarde voor de gevolgen vreezende, en begeerende, dat zij God hare vrees zoude voorstellen, dat het schepsel hetwelk God had geboden te vormen, tegen Hem zou opstaan en Zijne vervloeking op haar zou nederzenden, keerden de engelen terug, zonder Gods bevel te volbrengen, waarop HijAzraïlmet denzelfden last nederzond, die de opdracht zonder wroeging volbracht: weshalve God dien engel opdroeg, de zielen van de lichamen te scheiden. Hij werd daarom de engel des doods genoemd. De aarde die hij had genomen, was in Arabië gehaald, op eene plaats tusschenMekkaenTaïf, waar zij, na eerst door de engelen gekneed te zijn, door God zelf tot een menschelijken vorm werd gebracht, en gedurende veertig dagen, of, zoo als andere zeggen, een aantal jaren, daar werd gelaten om te drogen (vergelijk den Koran 45ehoofdstuk). In dien tusschentijd werd deze dikwijls door de engelen bezocht, en doorEblis, later duivel, toen een der engelen, die het dichtst bij Gods tegenwoordigheid zijn geplaatst als de anderen. Deze echter, niet tevreden dit te zien, schopte den vorm met den voet, tot hij geluid gaf, en wetende dat God dit schepsel had bestemd om zijn beheerscher te zijn, nam hij een geheim besluit, het nimmer als zoodanig te erkennen. Hierna bezielde God de kleivorm, en beschonk hem met eene verstandelijke ziel: en toen hij hem in het paradijs had geplaatst vormde hijEvauit zijne linkerzijde. (Khond Amir,Jallalo’ddinComment, in Coran, enz.d’Herbelot.Biblioth. Orientbladz. 55).21Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijk nedervallen, tot het voorhoofd den grond rake, dat de nederigste houding bij bewondering is, en hetgeen men, strikt genomen, alleen aan God zou verplicht zijn; maar somtijds wordt het in plaats daarvan gebruikt, om de burgerlijke achting of hulde uit te drukken, welke men schepselen bewijst (Jallalo’ddin).22Dit feit van den val des duivels heeft eenige overeenkomst met eene meening, die onder de Christenen reeds velen heeft bezig gehouden (Irenaeus,Lact,Greg. Nyssen, enz.) zijnde, dat eenige van de engelen, onderricht van Gods voornemen, om den mensch naar zijn beeld te vormen, en de menschelijke natuur tot waardigheid te verheffen, door dieChristuste doen toeëigenen, dachten, dat hunne glorie daardoor zou worden verduisterd; derhalve het geluk van den mensch benijdden, en dus opstonden. Ook moet men wel opletten, dat in het vorige versMahometzelf spreekt, of de woorden van den engelGabriëlherhaalt. In dit vers wordt God zelf geacht te spreken. Deze plotselinge verandering van persoon komt ieder oogenblik in den Koran voor, niet alleen in de verschillende verzen, maar zelfs in dezelfde zinsnede. Daardoor zal de lezer kunnen oordeelen over de wanorde, die door deze verandering in de volzinnen wordt veroorzaakt.23Blijkens hetgeen thans volgt, plaatstMahometdezen tuin, of dat paradijs, niet op de aarde, maar in den zevenden hemel (ZieMarracc.in Alc. bladz. 24).24Omtrent dezen boom, of de verboden vrucht, is de meening der Mohamedanen even als die der Christenen verschillend. Sommigen zeggen, dat het een korenaar was; anderen willen, dat het een vijgenboom zou zijn geweest, en anderen weder een wijnstok (zieMarracc.in Alc. bladz. 22). Het verhaal van den val wordt zonder verdere omstandigheden in het begin van het7e hoofdstukverhaald.25De Mahomedanen zeggen, dat, toenAdamenEvauit het paradijs werden gedreven, de eerste viel op het eilandCeylonofSerendib, en de tweede nabijDjiddah, (de haven vanMekka) inArabië, en datAdam, na eene scheiding van 200 jaar, om zijn berouw, door den engel naar eenen berg nabijMekkawerd geleid, waar hij zijne vrouw vond en bekende; welke berg thans den naam vanArafatdraagt, en dat hij naderhand met haar naarCeylonterugkeerde waar zij de voortplanting van hun geslacht vervolgden. Het is niet onbelangrijk, hier eene andere overlevering te vermelden, betreffende de reusachtige gestalte onzer stamouders. Hun profeet, zeggen de Mohamedanen, heeft bevestigd, datAdamzoo lang was als een hooge palmboom (Yahya); doch dit is naar evenredigheid te groot, indien het afdruksel op den top eens bergs, op het eilandCeylon, dat van zijnen voet is, en te klein, indienEvavan zulk eene vreeselijke grootte was, als gezegd wordt, dat, als haarhoofd op eene rots nabijMekkalag, hare knieën zich op twee andere in de vallei zouden hebben bevonden, die op twee geweerschoten afstands van elkander verwijderd liggen. Deze berg thansPico de Adam, en bij de Arabische schrijversRahângenaamd, is iets meer dan twee man hoog (ZieMoncony,Voyage, 1e gedeelte, bladz. 372 enz. enKnox,Account of Ceylon). Anderen (Anciennes relations des Indes, bladz. 3) zeggen daarentegen, dat hij zeventig cubitussen hoog is, en dat, wanneerAdameen voet hier zette, hij met den anderen in de zee stond.26D.i. menschen en Duivelen.27Het Arabische woordaiéheeft in den Koran verschillende beteekenissen, omdat het niet alleen een teeken is, maar vooral een teeken van openbaring des hemels en bijgevolg ook mirakel, wonder, enz. uitdrukt. Bovendien wordt het ook voor een vers van den Koran gebruikt, aangezien ieder dier verzen als Gods woord geacht, en voor een mirakel en een waarschuwing gehouden wordt. De zin is echter gemakkelijk uit den samenhang op te maken.28De Joden worden hier opgeroepen den Koran te ontvangen, tot vergelijking en bevestiging van den Pentateuchus, vooral met eerbiediging van Gods eenheid en de zending vanMahomet(Yahya). Het wordt hun tevens verboden, de plaatsen in hunne wet te verheelen, welke voor die waarheden getuigen, of die te verminken, door het openbaar maken van valsche afschriften van den Pentateuchus, voor hetwelk de schrijvers slechts karig werden betaald, (Jallalo’ddin).29De uitleggers voegen er bij: het muzelmansche gebed, de muzelmansche aalmoes.30Het boek, in den volstrekten zin, beteekent: elk geopenbaard boek, de Schriften; tot de Joden sprekende, de Pentateuchus; tot de Christenen: het Nieuwe Testament; het wordt ook op den Koran toegepast. Wij willen te dien opzichte nog doen opmerken, datMahometin zijne predicatiën de afgodendienaars of onwetenden onderscheidt van hen, die, op welk tijdstip ook, gewijde boeken hebben ontvangen. Deze laatsten worden gezin van het boek, lieden der schriften genaamd.31Deze volzin wordt telkenmale letterlijk teruggevonden, als er sprake is van de vervolgingen, die de Israëlieten in Egypte ondergingen. Men zou bijna zeggen, datMahometdit wilde doen uitkomen. Indien men zich herinnert, dat de afgodendienende Arabieren de geboorte eener dochter als een groot ongeluk beschouwden, moet men toegeven, dat men geen ongunstiger licht op een heidenschen en ongeloovigen vorst (waarvanPharaode type is) kon werpen, dan aanhoudend te wijzen op deze soort van voorkeur, aan de dochters boven de zoons gegeven.32Zie het meer bijzondere verhaal vanMozesenPharaoin de hoofdstukken 7, 20, enz.33De persoon die dit kalf omverwierp was, naar de Mahomedanen zeggen,nietAäron, maarAl-Samèri, een der voorname mannen onder de kinderen Israëls, en van wien eenige afstammelingen, naar men beweert, nog een eiland van dien naam in de golf vanArabiëzouden bewonen (Geogr. Nubiens, bladz. 47).Al-Samèriging verder, en nam eenig stof van de voetstappen van het paard van den engelGabriël, die aan het hoofd van het volk reed, en wierp het in den bek van het kalf, dat onmiddellijk begon te loeien en levend werd (Koran, zevende hoofdstuk); zóó sterk was de kracht van ditstof(Jallalo’ddin; zied’Herbelot,Bibl. Orient, bladz. 650).34De onderscheiding:el-forkan(eigenlijk de verlossing) wordt hier op den Pentateuchus toegepast, gelijk, op andere plaatsen, op den Koran. Dit woord beteekent elk geopenbaard boek, voor zooverre dit het veroorloofde van het verbodene onderscheidt. Men kan zeggen, dat in ieder goddelijk boek, het gedeelte, hetwelk de gebruiken, de spijzen, enz. behandelt,el forkan(onderscheiding) heet, evenals het dogmatischeal-houda(richting).35De Oostersche schrijvers zeggen, dat deze kwartels van eene bijzondere soort waren, die nergens anders dan inYemenwerden gevonden, vanwaar zij door een zuidewind in grooten getale naar het kamp der Israëlieten in de woestijn werden gevoerd (Koran,7e hoofdstuk). De Arabieren noemen deze vogelssalwà, dat hetzelfde beteekent als het Hebreeuwsche woordsalwin. Deze hebben, naar zij zeggen, geene beenen, maar worden geheel gegeten (zied’Herbelot,Bibl. Oriënt., bladz. 477).36Eenige uitleggers veronderstellen dat hetJerichois, anderenJeruzalem.37Het Arabische woord isHittaton, waaruit sommigen debeteekenisafleiden van de betuiging der eenheid Gods, zoo dikwijls door de Mahomedanen gebruikt.La ilàha illa’llaho. Er is geen God buiten God.38Men gelooft dat in dit vers sprake is van het binnentrekken der Israëlieten in de stadJericho. In plaats van het woordhittatonofhettat, (aflaat, genade) zoo als hun dit bevolen was, zouden de Joden dit door het woordhabatb(korrel of gerstkorrel)fishairathebben vervangen, en zich als plunderaars gedragen hebben. Het is overbodig de aandacht te vestigen op de anachronisme, door den schrijver van den Koran, of liever zijne uitleggers begaan, door den dood vanMozeste mengen in de gebeurtenissen sedert zijnen dood voorgevallen, zoo als het innemen vanJericho.39Eene pestziekte, die omstreeks 70,000 hunner heeft gedood (Jallalo’ddin).40NumeriXI, 5, enz. Volgens sommigen erwten.41Deze plaats, even alsvers 59 van het zes en twintigste hoofdstuk, waarin de Israëlieten geacht worden naarEgypteterug te keeren, is een dier anachronismen, waarvan de Koran wemelt, en die de groote onwetendheid van den Arabischen profeet duidelijk aantoonen.42Uit deze woorden, welke in het vijfde hoofdstuk worden herhaald, hebben verschillende schrijvers (Selden,de Jure Nat. et Gentium sec. Hebr. 1. 6 c. 12.Angel,a.s. Joseph. Gazophy1ac. Persic. p. 365.Nic. Cusanus,in Cribatione Alcorani, 1. 3, c, 2. enz.) verkeerdelijk afgeleid, dat de Mahomedanen het als de leer van hunnen profeet hielden, dat ieder mensch door zijn eigen godsdienst zou behouden zijn, mits hij oprecht ware en een goed leven leidde. Het is waar, dat velen hunner geleerden toestemmen, dat dit de zin dezer woorden is, (Chardin,Voyages, 2e deel, bladz. 326, 331) maar zij voegen er bij, dat de hier toegestane vrijheid spoedig werd herroepen, omdat deze plaats door verschillende andere in den Koran is afgeschaft, welke uitdrukkelijk verklaren, dat niemand zalig zal zijn, die niet tot het Mahomedaansche geloof behoort. Vooral blijkt dit uit de woorden in het derde hoofdstuk, vers 79. Hoewel anderen van oordeel zijn, dat deze plaats niet afgeschaft is, maar die op eene andere wijze verklaren, zeggen zij, dat de bedoeling is, dat niemand, hetzij hij Jood, Christen of Sabeïst is, van de zaligheid uitgesloten zal zijn, mits hij zijn verkeerden godsdienst verlate en Muzelman worde, hetgeen, naar zij zeggen, wordt aangeduid door de woorden:Indien zij slechts aan God en aan den jongsten dag gelooven en weldoen, zullen zij door hunnen Heer beloond worden.43Naar de overlevering der Mahomedanen, zouden de Israëlieten hardnekkig geweigerd hebben, de wet te ontvangen, en zou God, om hen te verschrikken, den berg Sinaï van zijne wortelen losgescheurd en boven hun hoofd gehouden hebben.44De legende, waarop deze plaats betrekking heeft, is de volgende: in de dagen vanDavid, woonden verschillende Israëlieten in de stadAilahofElath, aan den Roode zee, waar de visschen gewoon waren op den avond van den sabbath in grooten getale aan den oever te komen: zij bleven daar gedurende den sabbath, om hen te verleiden, en den daarop volgenden nacht keerden zij naar de zee terug. Na eenigen tijd verwaarloosden eenige inwoners Gods bevel, en vingen visch gedurende den sabbath;zij groeven later kanalen naar zee, opdat de visschen zouden kunnen binnenkomen, en voorzagen die van sluizen, die zij gedurende den sabbath schutteden, om den terugkeer der visschen naar de zee te beletten. Het overige gedeelde van de inwoners, die den sabbath streng vierden, gebruikte overreding en kracht om deze goddeloosheid tegen te gaan, maar zonder gevolg: de zondaren vermeerderden slechts en werden hardnekkiger, waaropDavidde sabbathschenders vloekte en God hen in apen veranderde. Men zegt, dat iemand, die naar zijn vriend ging zien, welke onder hen was, hem in de gedaante van een aap vond, wild met zijne oogen rondwarende, en toen vroeg of hij niet een zulk was. De aap maakte een teeken met zijn hoofd, dat hij dit was, waarop de andere tot hem zeide: Heb ik u niet geraden af te laten, waarop de aap schreide. De Mahomedanen voegen er bij, dat dit ongelukkige volk drie dagen in dien staat bleef, daarna verstrooid, (Abul’feda) en door een storm in de zee gedreven werd.45De Joden haddenMozesgevraagd, een moordenaar te ontdekken. Hoe daartoe te geraken?Mozesgebood eene koe te slachten, hetwelk oppervlakkig in geen verband stond met den moord. Zie hier hoe deze overlevering luidt: Een zeker man liet bij zijnen dood aan zijnen zoon, toen nog een kind, een koekalf na, hetwelk in de woestijn rondzwierf, tot het op zekeren ouderdom was gekomen, toen de moeder den zoon verhaalde, dat de vaars hem toebehoorde, en hem bad haar te gaan halen en voor drie goudstukken te verkoopen. Toen de jongeling met zijne vaars op de markt kwam, hield hem een engel staande, die in een gedaante van een mensch was en bood hem zes goudstukken voor het dier, doch hij wilde het geld niet aannemen, zonder de toestemming zijner moeder te hebben gevraagd. Toen hij die had verkregen, keerde hij naar de markt terug, en ontmoette den engel, die hem thans het dubbele voor het dier bood, mits hij daarvan niets aan zijne moeder zeide; maar de jongeling sloeg het aanbod af, ging heen en maakte zijne moeder met dit aanbod bekend. De vrouw bespeurde dat het een engel was, bad haren zoon terug te keeren en hem te vragen, wat men met het kalf moest doen; waarop de engel den jongeling vertelde, dat binnen korten tijd de kinderen Israëls het dier tot elken prijs zouden willen koopen. Spoedig hiernageschiedde het dat een Israëliet,Hammielgenaamd, door een zijner verwanten was gedood, die om ontdekking te voorkomen, het lijk naar eene plaats had vervoerd, welke aanmerkelijk was verwijderd van de plaats waar de moord was geschied. De vrienden van den verslagene beschuldigden verschillende andere personen bijMozesvan den moord; maar de beschuldigden loochenden de daad, en daar er geen bewijs was om hen te overtuigen, gebood God eene koe, met die en die bijzondere kenteekenen, te dooden, maar aangezien er geene andere was, welke aan de beschrijving voldeed, dan het kalf van den wees, waren zij verplicht het dier te koopen voor zooveel geld als de eigenaar verlangde: volgens sommigen was dat voor het gewicht van het dier aan goud, en volgens anderen tien maal zooveel. Toen het dier geofferd was, en het lijk van den man, volgens het goddelijke gebod, met een gedeelte er van gestreken was, herleefde het: de man stond op, noemde den persoon die hem had gedood, waarop hij dadelijk weder dood nederviel. (Abul’feda). De geheele geschiedenis schijnt te zijn ontleend aan die van de roode vaars welke volgens het gebod der wet, door de Joden moest worden gedood, en waarvan de asch moest worden bewaard, om degenen te reinigen die een dood lichaam hadden aangeraakt (Num. XIX), en aan dat van de vaars, welke geslacht moest worden tot boete van een moordenaar, van wiens daad men niet zeker was (Deuteron. XXI, 1–9).46Om den buitengemeenen prijs dien zij genoodzaakt waren voor de vaars te betalen.47Zijnde haar tong, of het eind van haren staart.48Volgens eenigen te strijken.49Hier beschuldigtMahometde Joden weder, de afschriften der gewijde boeken te veranderen, met het doel om er alle plaatsen uit te verwijderen, waarin de zending van den Arabischen profeet werd voorspeld.50Volgens een der schrijvers (Jallalo’ddin) is dit veertig; aangezien het getal der dagen waarop hunne voorvaderen het gouden kalf dienden, veertig was, na welken tijd naar zijn zeggen, hunne straf ophoudt.51In dit geval verstaan de uitleggers in het algemeen, onder slechte daden, veelgodendom of afgodendienarij, welke zonde, behalve wanneer men haar in dit leven berouwt, naar de meening der Mahomedanen onvergeefelijk is, en door eeuwige verdoemenis wordt gestraft. Alle andere zonden zullen, naar hunne meening, na verloop van tijd vergeven worden. Daarom is dit, naar hunne meening eene onvergeefbare goddeloosheid, welke in hetN.T.de zonde tegen den Heiligen Geest wordt genoemd.52Deze plaats werd geopenbaard bij gelegenheid dat er herhaalde twisten waren gerezen tusschen de Joden van de stammen vanKoreidha, en die vanAl-Aws,Al-NadhirenAl-Khasraj, welke zoo hoog liepen, dat zij naar de wapens grepen, elkanders woonplaatsen vernielden en elkaâr uit de huizen joegen: maar wanneer er een gevangen genomen werd, maakten zij hem weder vrij. Toen men hun vroeg, waarom zij op deze wijze handelden, zeiden zij: Dat hunne wet hun gebood de gevangenen de vrijheid te hergeven, maar dat zij vochten uit vrees, dat hunne oversten gering geschat zouden worden (Jallalo’ddin).53Men verbeelde zich niet datMahomethier den heiligen geest naar christelijke begrippen bedoelt. De uitleggers zeggen: die heilige geest was de engelGabriël, welkeJezusvolgde en hem steedsvergezelde(Jallalo’ddin).54Het is bijna overbodig te zeggen, dat dit beteekent: Onze harten zijn verstokt, onvatbaar voor de rede.55De Koran.56De Pentateuchus.57Zie Exodus XXXII, 20, Deuteron. IX, 21.58Mahometmaakt hier gevolgtrekkingen uit de ongehoorzaamheid hunner voorvaderen, die het kalf aanbaden, op denzelfden tijd dat zij voorgaven in de wet vanMozeste gelooven, en dat het geloof der Joden in dien tijd ijdel en huichelachtig was, daar zij hem verwierpen, die daarin werd gezegd een bedrieger te zijn (Jallalo’ddin).59De uitleggers zeggen, dat de Joden vroegen, welke engel het was dieMahometde goddelijke openbaringen bracht, en toen men zeide dat ditGabriëlwas, antwoordden zij, dat die hun vijand was en de boodschapper van toorn en straf, maar indien hetMichaëlware geweest, zouden zij in hem hebben geloofd, omdat die engel hun vriend was, en de boodschapper van vrede en overvloed. Zij zeggen dat bij die gelegenheid deze plaats werd geopenbaard (Jallalo’ddin,Al-Zamakh,Yahya). DatMichaëlinderdaad voor den beschermenden of ondersteunenden engel der Joden gold, weten wij uit de schrift (Dan. XII, 1), terwijl het schijnt datGabriël, gelijk de Perzianen van hem zeggen, als de engel van openbaringen werd aangezien, die dikwijls met zendingen van dien aard werd afgezonden (Dan. VIII, 16 en IX, 21 Lucas 1; 19 26), om welke reden het waarschijnlijk is, datMahometvoorgaf, dat deze de engel was van wien hij den Koran ontving.60Zijnde de openbaringen van dit boek.61Nadat de duivelenSalomo, met Gods verlof, zonder gevolg in verzoeking hadden gebracht, maakten zij van een listig bedrog gebruik om zijnen naam te besmetten. Daarom schreven zij verschillende tooverboeken,verborgen deze onder den troon van dien vorst en vertelden de voornaamste lieden na zijnen dood, dat, indien men wilde weten op welke wijzeSalomozijne onbeperkte macht over menschen, geesten en de winden had verkregen, men slechts onder zijnen troon behoefde te zoeken. Toen men dit deed, vond men, de opgenoemde boeken, die goddelooze bijgeloovigheden bevatten. De beschaafde lieden weigerden de booze kunsten te leeren, die daarin waren bevat, maar het lagere gedeelte des volks deed het, en de priesters maakten dit schandelijk verhaal vanSalomobekend, hetwelk gezag onder de Joden verkreeg tot God, gelijk de Mahomedanen zeggen, dien koning door den mond van hunnen profeet zuiverde, met de verklaring, datSalomogeen afgodendienaar was (Yahya,Jallalo’ddin).62Sommigen zeggen slechts dat dit twee toovenaars of engelen waren, door God tot de menschen gezonden om hun de tooverkunst te leeren en hen in verzoeking te brengen (Jallalo’ddin). Anderen vertellen eenelangere fabel,t.w.dat de engelen hunne verrassing over de goddeloosheid der zonen vanAdamkenbaar maakten, nadat reeds profeten, met goddelijke opdrachten tot hen waren gezonden; waarop God verzocht, twee uit hun midden te kiezen, om als rechters op de aarde gezonden te worden. Hierop kozen zijHaroetenMaroet, die hunnen last gedurende eenigen tijd met oprechtheid uitvoerden, totZoharaof de planeet Venus nederdaalde en voor hen verscheen in de gedaante eener schoone vrouw, die eenklachttegen haren echtgenoot inbracht (hoewel anderen zeggen dat het eene werkelijke vrouw was). Zoodra zij haar zagen, werden zij bekoord en trachtten haar te verleiden, maar zij steeg ten hemel, waar de engelen mede terugkeerden; doch deze werden daar niet meer toegelaten. Door de tusschenkomst van zekeren vromen man werd hun de keuze vergund, of zij in dit, of wel in het volgende leven wilden gestraft zijn, waarop zij het tegenwoordige kozen. Zij ondergaan thans hunne straf daarvoor te Babel, waar zij tot den jongsten dag zullen blijven. Zij voegen er bij, dat indien iemand de tooverkunst wil leeren, hij tot hen moet gaan om hunne stem te hooren, hoewel men hen niet kan zien (Yahya, enz.). Dit verhaal is doorMahometgeheel ontleend aan de Perziaansche magie, die vermeldt dat twee oproerige engelen van dezelfde namen, thans op het grondgebied van Babel ieder bij hunnen voet, met hunne hoofden naar beneden (Hyde, cap. 12) hangen.63Deze twee Arabische woorden hebben beide dezelfde beteekenis, zijnde: Zie op ons, en duiden eene wijze van groeten aan.Mahometheeft eene grooten tegenzin van het eerste, omdat de Joden het dikwijls als eene bespotting gebruikten. Naar het schijnt doelen de uitleggers daarmede op het Hebr. woordרועhetwelk beteekent slecht of ongelukkig zijn.64Namelijk om God te zien.65Woordelijk vertaald zou dit luiden: tot God met zijn bevel, of met zijne zaak komt; want het woordamr, hetwelk order of bevel beteekent, wordt ook dikwijls in den zin van ding, zaak, gebeurtenis enz. gebruikt. De zaak van God is een duidelijke gebeurtenis, een daad der voorziening, die het aanzien der dingen verandert.66Dat is: Aan de eenheid van God gelooft (Jallalo’ddin). De voorafgaande woorden luiden oorspronkelijk: hij diemoeslim(muzelman) zal worden. Dit woord beteekent: aan Gods wil onderworpen zijn; die zich geheel aan God heeft overgegeven. In het voorbijgaan doen wij opmerken, dat de Mahomedanen onderscheid maken tusschenmoeslimenmoemin(geloovige). Het eerste heeft betrekking tot de uiterlijke uitoefening, tot de godsdienstige daden doorMahometingesteld; het andere gaat op het levendige en oprechte geloof. De Perzianen (de Chiiten) willen b.v. in hunnen haat tegen de Turken (Sunniten) wel erkennen, dat zijmoeslimin(muzelmannen) zijn, maar den naam vanmoeminin(ware geloovigen) willen zij hun natuurlijk niet toekennen.67Hiermede bedoeltMahometde afgodendienende Arabieren, die tot dien tijd geenerlei openbaring, geen gewijd boek hadden ontvangen, terwijl de Joden en Christenen de schriften bezaten.68Dit vers wordt weêrsproken door vers 139 van ditzelfde hoofdstuk. De tempel vanKa’bainMekkais bepaald aangeduid als de zijde, waarheen de muzelmannen zich bij hun gebed moeten keeren.69Telkenmale alsMahometde woorden aanhaalt: God heeft een zoon, kinderen,dochters enz., waarmede hij het geloof der Christenenen afgodendienende Arabieren bedoelt, voegt hij er het woordsobhanahoe, door zijne glorie, bij; dat is: die lastering zij verre van zijne glorie.70Dat is: na de openbaring van den Koran.71God beproefdeAbrahamhoofdzakelijk door hem te gebieden zijnen geboortegrond te verlaten en zijn zoon op te offeren. De uitleggers veronderstellen echter, dat de hier besproken beproeving alleen betrekking heeft op sommige ceremoniën: zooals de besnijding, pelgrimstocht naar denKa’ba, verschillende reinigingsplechtigheden, en dergelijke (Jallalo’ddin).72Dit woord is oorspronkelijk Imam, welke titel door de Mahomedanen aan hunne priesters wordt gegeven, die de gebeden in hunne moskeën aanvangen, en waarna de geheele gemeente volgt.73Dit is de tempel vanCaabaofKa’ba(inMekka) welke gewoonlijk het huis wordt genoemd. Omtrent de heiligheid van dit gebouw en andere bijzonderheden, zie de inleiding tot dit werk.74Hier wordt eigenlijk het binnenste gedeelte van den Ka’batempel bedoeld, waar de Mahomedanen een indruk vanAbrahamsvoet in een steen meenen te zien.75Hieronder moet men eene bepaalde daad van vroomheid verstaan die daarin is gelegen, dat men gedurende uren, en zelfs dagen lang, zittend of geknield in eene moskee blijft.76Zie hierboven de noot van vers 106. DoorAbrahamhet woord muzelman in den mond te leggen, wilMahometzijne godsdienst aan den oorspronkelijken godsdienst, of die vanAbrahamvasthechten, welke, volgens hem, te gelijk de natuurlijke godsdienst van den mensch is. De overlevering legt aanMahometdeze woorden in den mond: “Ieder mensch wordt als muzelman geboren: zijne ouders maken hem tot Jood, Christen of Vuuraanbidder.”77Dit is de Koran.78Onder doop verstaan de uitleggers: den godsdienst en de besnijdenis, die God bij de schepping der menschen instelde, en waarvan de teekenen in den mensch bestaan, evenals de sporen van het water op de kleederen van den gedoopte. Waarschijnlijk heeftMahometdit woord aan de Christenen, of liever aan de Joden ontleend, bij welke het bad en de indompeling nog heden ten dage bestaan. Het Arab. woordsebghabeteekent dan ook doop of eigenlijk indompeling.79Deze woorden werden, volgens de uitleggers, geopenbaard, omdat de Joden volhielden, dat zij de schriften het eerst hadden ontvangen; dat hunne tora (Pentateuchus), of leer, ouder was, en dat geen profeet onder de Arabieren zou kunnen opstaan, en indien dusMahometeen profeet was, hij uit hun volk moest zijn voortgekomen.80In den beginne werd doorMahometen zijne volgelingen geene bijzondere richting in acht genomen, in het wenden van hun aangezicht naar eene of andere plaats of wereldstreek bij het gebed, daar zij zeiden, dat dit volkomen onverschillig was. Later, toen de profeet naarMedinavluchtte, zeide hij hun, dat zij zich naar den tempel vanJeruzalemmoesten richten (waarschijnlijk om zich bij de Joden bemind te maken, bij wie dat gebruik toen, evenals thans nog, bestond), hetgeen zij gedurende zes of zeven maanden als gebod in acht namen. Maar hetzij omdat hem dit bij de Joden weinig baatte, hetzij hij, op de andere zijde, wanhoopte, de afgodendienende Arabieren tot zich te voeren, welke hunnen eerbied voor den tempel vanMekkaniet konden vergeten, althans hij gebood, dat men in het vervolg bij het gebed naar den laatstgenoemde zou gekeerd zijn. Deze verandering werd gemaakt in het tweede jaar van Hedjira (zieAbulf.Vit. Mohamblz. 54), en veroorzaakte dat velen van hem afvallig werden, die gebelgd waren over zijne onstandvastigheid. (Jallalo’ddin).Keblais de gezichts-richting.81Volgens de uitleggers beteekent dit, dat de Arabieren een rechtvaardig en goed volk zijn: dat zij zich aan geene buitensporigheden der andere volkeren schuldig maken, die bij hen zijn getemperd door eene aangeboren bedaardheid. Deze uitleggingen klinken niet zeer voldoende.82Dat is: Zij die tot het Jodendom terug keerden.83Dat wil zeggen: Zij die, vóór definitieve instelling van de Kebla vanMekka, zich bij hun gebed naar de zijde van Jeruzalem wendden, zullen daarom toch hunne belooning in den Hemel ontvangen.84De Joden en de Christenen, welke elkanders Kebla niet volgen.85Dit is, dat zij in den grond van de waarheid zijner zending overtuigd zijn.86Deze uitdrukking, die dikwijls in den Koran wordt gebruikt, beteekent:overal den oorlog tegen de ongeloovigen ondernomen, tot voortplanting van het geloof vanMahomet.87De zielen van martelaars (gelijk zij geacht worden te zijn, welke in gevechten met ongeloovigen worden gedood) zegtJallalo’ddin, zijn in de kroppen van groene vogels, die in het paradijs overal mogen vliegen waar het hun behaagt, en zich met de vruchten mogen voeden, die zich aldaar bevinden.88De Mahomedanen houden zich strikt aan dit bevel. Telkenmale dat hun een grootongelukoverkomt, roepen zij met kalmte en vastberadenheid deze woorden uit.89Safa en Merwa zijn twee bergen nabijMekka, waar van oudsher twee afgodsbeelden stonden, welke de afgodendienende Arabieren gewoon waren te aanbidden en eer te bewijzen.Jallalo’ddinzegt dat deze plaats werd geopenbaard, omdat de volgelingen vanMahometer een gemoedsbezwaar uit maakten, rondom deze bergen te gaan, gelijk de afgodendienaars deden. Maar de ware reden, waarom hij dit overblijfsel van het oude bijgeloof toeliet, schijnt veeleer gelegen te zijn, in de moeilijkheid dieMahometer in zag, het te verbieden. Daarom zegtMahomet, dat de bergen gedenkteekenen van God zijn.90Dit zijn de engelen, de geloovigen en alle zaken in het algemeen (Jallalo’ddin).Yahyameent echter, dat het de vloeken zijn die over de boozen worden uitgesproken, als zij het uitschreeuwen, onder de straf van het graf, door allen die hen hooren; dat is door alle schepselen, de menschen en geesten uitgezonderd.91Of gelijkJallalo’ddinhet uitdrukt: God zal hun berouw afwachten.92Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijk: die genoodzaakt of gedwongen zijn, persoonlijke diensten zonder loon te verrichten, welke soort van diensten dikwijls door de Oostersche vorsten van hunne onderdanen gevorderd, en door de Grieksche en Latijnsche schrijversAngariagenoemd wordt. De schrift vermeld dikwijls deze soort van dwang of macht. (Matth. XXVII, 32, enz.)93Dit is: als de uitventers van logens, of de hoofden van nieuwe secten, op den jongsten dag hunne leerlingen zullen verzaken en zich de handen zullen wasschen, alsof zij niet medeplichtig waren aan hun bijgeloof.94Om deze reden zeggen de Mahomedanen altijd, als zij een dier slachten om zich daarmede te voedenBismi’llah, ofin den naam van God. Is dit verzuimd, dan achten zij het eten daarvan niet geoorloofd.95Daar de Koran in het algemeen zeer kort is in zijne wettelijke bepalingen, moet dit niet te strikt worden opgevat; want overeenkomstig de Sonna (de overlevering) wordt een man mede ter dood gebracht als de moordenaar eener vrouw. Men moest ook acht geven op het verschil van godsdienst, zoodat een Mahomedaan, al ware het een slaaf, niet voor een ongeloovige werd ter dood gebracht, al ware deze een vrij persoon. De burgerlijke magistraten zijn echter niet altijd verplicht ingevolge deze laatste uitlegging van de sonna te handelen.96Door broeder moet men hier een ander man, een Arabier, maar vooral een geloovige verstaan.97De gewoonte in de Mahomedaansche landen, vooral in Perzië (zieChardin,Voyage de Perse, IIe Deel, bladz. 299 enz.) is, dat de moordenaar in hunne handen worden gesteld om ter dood gebracht te worden, of dat zij eene geldelijke voldoening verlangen.98Dit is, dat de vrees der wedervergelding de menschen terughoudt en hem van een moord verwijdert.99Dit beteekent, dat het legaat der derde gedeelte van het vermogen des testamenteurs niet mocht overschrijden, noch gegeven mocht worden aan iemand die het niet noodig had. Maar dit bevel wordt weêrsproken door de wet op de erfenissen.100Woordelijk vertaald zou dit moeten luiden: zijne misdaad valt terug op hen die het verminken; dit is, dat men den testateur geen verwijt zou kunnen doen omtrent ongunstige beschikkingen welke men hem toeschrijft,maar wel aan hem die deze bij de overbrenging verminkt heeft.101De verklaarders verschillen zeer vaak omtrent den zin dezer plaats, daar zij het voor zeer onwaarschijnlijk houden dat het een volk geheel vrij zou zijn gelaten, al of niet te vasten, door het op deze wijze te bepalen.Jallalo’ddinveronderstelt daarom, dat dit alleen vergund is aan hen dieniet in staatzijn te vasten, hetzij door ouderdom, hetzij door gevaarlijke ziekten; maar later zegt hij, dat het in den aanvang van het Mahomedanismus, vrijgelaten was, te kiezen; of zij wilden vasten of een armen man voeden, welke vrijheid spoedig daarna weder werd teruggenomen. Deze plaats is dan ook in tegenspraak met diegene, welke luidt: Daarom laat hem welke in die maand tegenwoordig is, dezelfde maand vasten. Hij voegt er echter hij, dat in deze afschaffing de vrouwen niet zijn begrepen die een kind hebben, of zij die zogen, opdat daardoor het kind niet zou lijden.102Overeenkomstig de gewone hoeveelheid, die een man per dag verbruikt en de gewoonte der plaat (Jallalo’ddin).103Dat is: Te huis, en niet op eene vreemde plaats, waar de vasten niet gehouden kunnen worden, of op reis.104In het begin van het Mahomedanisme sliepen zij niet bij hunne vrouwen gedurende de vasten, noch aten of dronken na den avond maaltijd. Maar beide zaken worden door deze plaats weder geoorloofd. (Jallalo’ddin).105De grenzen die God heeft gesteld: dit beteekent de grenzen of de perken, waarmede God zijne wetten heeft omringd. Vandaar wordt het woord grens (in het Arabischhadd, meervoudighodoed) als voorschrift der wet gebruikt. Deze uitdrukking herinnert aan die vansepes legis, welke op de wetten vanMozesis toegepast.106De verzen van den Koran.107Hiermede worden de hazardspelen, de weddenschappen en de geschenken bedoeld, waarmede men de rechters omkoopt.108Toen de Arabieren van den pelgrimstocht vanMekkaterug kwamen, achtten zij zich geheiligd. In plaats dus van den gewonen ingang hunner woning binnen te gaan, dien zij als ongewijd beschouwden, maakten zij daartoe eene opening aan de andere zijde hunner woning. Hier wordt dit gebruik doorMahometveroordeeld.109Met deze uitdrukking wordt bedoeld, den oorlog voor Gods zaak te voeren. De bevelen in de verzen 186 tot 190 zijn gelegenheidsbeschikkingen, die betrekking hebben op de afgodendienaars vanMekka, zooals uit verschillende uitdrukkingen blijkt. Op dat tijdstip wasMahometnog geen meester vanMekka, en zijne stelling noopte hem slechts verdedigenderwijze te handelen, zoodat daar de aanvallende strijd volstrekt verboden is. Men moet daaruit echter niet afleiden, dat deze bevelen in staat zijn, het geloof en de getrouwheid der Muzelmannen te ketenen. De woorden: doodt hen overal waar gij hen zult vinden, en verjaagt hen van waar zij u hebben verjaagd, even als: tot dat elke geloofsbelijdenis die van den eenigen God zij, laten zulk eene leemte, dat het niet te verwonderen is, dat deIslamietenzichsoms vrij achtten omtrent de verbintenissen met de volkeren van een ander geloof aangegaan, als hunne krachten, of de gunstige omstandigheden, hun veroorloofden, de landen te heroveren, die hunne heerschappij hadden afgeschud.110Dat is: indien gij aangevallen wordt gedurende eene der heiligmaanden, of op geheiligde plaatsen, is het u veroorloofd, vergelding te nemen in die zelfde maanden en op die zelfde plaatsen.111Dit beteekent: Werkt niet mede tot uw eigen verderf, door uwe medewerking te weigeren in de oorlogen tegen ongeloovigen, en gedoogt daardoor niet dat deze krachtig worden.112De bedevaartelhadjdjmoet in de drie maandenchewwal,dhoehl-kadeendhoel-kidjdjehverricht worden, en om die mede te maken, moet men zich met een bedevaartgangersmantel kleeden, zich van de jacht en de vrouwen onthouden, zich het hoofd niet scheren, enz. Dit scheren was een teeken, dat ze hunne geloften vervuld en al de ceremoniën van den pelgrimstocht hadden gevierd. Het bezoek aan den tempelelomraeischt deze plechtigheden niet.113Dat is drie dagen vasten, of zes arme lieden voeden.114Zie de noot 3 op deze bladz.115Naar het gevoelen van de uitleggers beteekenen deze woorden: Het is u veroorloofd, de vermeerdering van uwe bezitting door den koophandel te beproeven, zelfs gedurende den tijd dat gij als bedevaartgangers teMekkakomt. De afgodendienende Arabieren, die mede den pelgrimstocht naarMekkavolbrachten, dreven handel op de nabij gelegen markten vanOkadh,Medjionna, enz. Sedert de komst vanMahometonthielden de Muzelmannen zich gedurende den pelgrimstocht van den handel, vreezende dat zij daardoor zouden zondigen.Mahometveroorloofde het, om velen hunner niet van hun eenig middel van bestaan te berooven.116Een berg nabijMekka, aldus genaamd omdatMahomethier zijne vrouw aantrof en haar na eene lange scheiding bekende (zie noot opvers 34van de2e soera). Anderen zeggen, datGabriël, nadat hijAbrahammet al de heilige ceremoniën had bekend gemaakt, naar dien berg kwam.Mahometvroeg, of hij de ceremoniënkende, die hij hem had getoond, waaropAbrahambevestigend antwoordde; sinds dien tijd wordt die berg aldus genoemd (Al Hasan).117Al Masher al haram. Omtrent dien berg wordt ook gezegd, dat, toenMahometzich eens daarop had begeven om te bidden, zijn gezicht met stralen werd omgeven. (Jallalo’ddin.)Boboviusnoemt hemForkh(de Peregr. Meccana,bladz. 15) hoewel de ware naamKazahschijnt te zijn. De verandering in eerstgenoemden naam moet alleen aan verschil van punctuatie der Arabische letters worden toegeschreven.118Want hij zal alle schepselen in een halven dagrichten. (Jallalo’ddin.)119De eigenlijke woorden zijn: Herinnert u God. Deze woorden kunnen nu eens in een algemeenen zin opgenomen worden, dan weder, in dien van: Herinnert den naam van God, bidt God, doet godvruchtige daden. De samenhang moet den zin bepalen.120De hier bedoelde persoon isAkhnas Ebn Shoraïk, die zwoer inMahomette gelooven, en voorgaf een zijner vrienden te zijn. Maar God openbaarde hier den profeet der huichelarij en goddeloosheid van dien persoon.121De persoon die hier bedoeld wordt, is zekereSoheib, die, door de afgodendienaars vanMekkavervolgd, naarMedinavluchtte omMahometop te zoeken, terwijl hij al zijne bezittingen in handen zijner vervolgers liet.122Onder dien naam zijn alle soorten van sterke en bedwelmende dranken begrepen.123Het oorspronkelijke woordal Meiserbeteekent eigenlijk een bijzonder spel, dat met pijlen wordt gespeeld, en hetwelk bij de heidensche Arabieren veel in gebruik was. Maar door gelukspel moeten hier verstaan worden alle spelen, welke ook, die aan kans of toeval (hazard) onderworpen zijn, zooals dobbelsteenen, kaarten, enz.124Door deze woorden veronderstellen sommigen, dat alleen het buitensporig drinken en dikwijls spelen verboden is (Jallalo’ddinenAl Zamakhshari). Zij denken mede, dat het matig gebruik van wijn veroorloofd is doorvers 69van de16e soera. De meer algemeene meening is, dat zoowel het drinken van wijn of andere sterke dranken, in welke hoeveelheid ook, als het spelen van een of ander kansspel, volstrekt verboden is.125Dat is: indien gij een sterken afkeer van uwe vrouw hebt, is het beter u van haar te scheiden dan God te lasteren, door haar slecht te behandelen en onrechtvaardig te zijn.126Eigenlijk zuiverder en reiner.127Zijnde gedurende die vier maanden en tien dagen.128Een der uitleggers (Yahya) verklaart dit uit eene overlevering vanMahomet, wien men vroeg, welk gebed het middengebed was, waarop hij antwoordde: Het avondgebed door den profeetSalomoingesteld. Een ander (Jallalo’ddin) geeft daaraan een meer ruime beteekenis en veronderstelt, dat dit één der gebeden is, zonder bepaald op te geven welk.129Dit waren, volgens de uitleggers die het minste rekenen 3,000, en volgens hen die het hoogst telden 70,000 Joden, die, òf om de pest, òf om de deelname aan den oorlog tegen de ongeloovigen te ontvluchten, hun land hadden verlaten. Om hen te straffen, deed God hen sterven. Toen de profeetEzechiëlhen later in eene vallei zag liggen, waar zij reeds tot verrotting waren overgegaan, begon hij te schreien en wekte hen op, nadat God hem had gezegd, dat hij hun het leven wilde teruggeven. Zij leefden nog een aantal jaren, maar zij behielden de kleur en reuk van lijken gedurende hun geheele leven, en hunne kleederen werden zwart als pek, hetwelk nog in hunne nakomelingschap plaats had (Jallalo’ddin,Yahya,Abulfeda, enz.) Dit verhaal schijnt aanEzechiël(XXXVII : 1–10) te zijn ontleend.130Saul.131Volgens sommigen werd deze ark uit den hemel aanAdamgezonden, en kwam zij later tot de Israëlieten, die er groot vertrouwen in stelden, en haar steeds aan het hoofd van hun leger voerden, tot zij door de Amalekieten werd genomen. Zij bevatte de schoenen en den staf vanMozes, den mijter vanAäron,eenevaas met manna gevuld en de brokstukken van de twee wettafelen.132Het getal dergenen die uit hunne handen dronken was omstreeks 313 (Jallalo’ddin). Het schijnt datMahomethierSaulmetGidionverwart, die ten gevolge van Gods bevel alleen hen mede ten strijde tegen de Midianieten voerde, die water uit hunne handen lepten en wier getal 300 bedroeg. (Rigteren VII).133Goliath.134Het boek der psalmen.Mahometerkent slechts vier goddelijke boeken, als: de Pentateuchus, de Psalmen, het Evangelie en de Koran. De andere boeken aan de profeten gezonden, zijn, volgens hem, verloren gegaan.135Zie de noot opSoera II, v. 81.136Die regelen worden terecht door de Mahomedanen bewonderd, welke deze in hunne gebeden opzeggen. Sommigen van hen dragen een agaat of ander edelgesteente bij zich, waarop deze plaats is gegraveerd. Zij noemen het Troonvers.137Door dit woord (Arab.coris) wordt de troon der rechtvaardigheid, de rechterstoel Gods verstaan;Al’Archis de troon der goddelijke majesteit, en daarboven geplaatst.138Deze plaats doelt op de eerste volgers vanMahomet, die hunne kinderen, welke afgodendienaars of Joden waren, wilde dwingen het Mahomedanisme te omhelzen.139Dit is eigenlijk de naam van elken afgod, maar vooral van de twee afgodsbeeldenAllâtenal Uzzader bewoners vanMekka. Het is ook de duivel of een verleider.140Nimrod.141Depersoonhierbedoeld, wasOzaïr,EzraofEsdras, die, toen hij op een ezel door de ruïnen van Jeruzalem reed, nadat die stad door de Chaldeeuwen was verwoest, het betwijfelde, dat God die stad weder zou kunnen opbouwen; waarop God hem deed sterven. Hij bleef 100 jaren in dien toestand. Na verloop van dien tijd riep God hem in het leven terug, en hij vond een mandje onbedorven vijgen en een kruikje met onverschaalden wijn bij zich, die niet in het minst bedorven was; maar zijn ezel was dood; slechts de beenderen bewogen zich, en deze rezen op enwerden met vleesch bedekt. Het geraamte werd weder een levende ezel en begon onmiddellijk te balken. Dit verhaal schijnt zijn oorsprong te hebben in Nehemia II : 12 enz.142Men zegt datAbrahamdeze vraag zou hebben gedaan, ten gevolge van eene twijfeling, door een satan in menschelijken vorm in hem gebracht, met de vraag: hoe het mogelijk was, dat de verschillende deelen van het lichaam eens mans, dat op het strand der zee lag en gedeeltelijk door de wilde dieren, de vogels en de visschen was verscheurd, op den dag der opstanding te zamen zouden kunnen gebracht worden (d’Herbelot, blz. 13).143Volgens de uitleggers waren deze vogelen: een arend (of volgens anderen eene duif), een pauw, eene raaf en een haan. Dit schijnt ontleend te zijn aan het offer vanAbraham, doorMozesverhaald. (Gen. XV : 9).144Dat is; Hetzij door den persoon verwijtingen te doen, dien gij hebt geholpen, of zijn armoede tot zijn nadeel bekend te maken.145Deze tuin is een zinnebeeld van aalmoezen, die uit huichelarij worden gegeven, of met verwijtingen verzeld: deze zullen verloren gaan en den gever hier namaals niet van dienst zijn (Jallalo’ddin).146Dat is: Satan raadt u af, edelmoedig te zijn, door u de armoede te doen vreezen die het gevolg uwer onbekrompenheid zou zijn.147Dat is: om eene belooning hier namaals, en niet om een wereldsch loon.148Dat is: aan hunne nederige houding en versleten kleederen.149Dat is: Doe geheel afstand van hetgeen uwe schuldenaars u als intrest schuldig zijn.150Hij, die zijne zaken waarneemt; hetzij zijn vader, erfgenaam, voogd of tolk.151Deze plaats is in tegenspraak metvers 254van deze soera, even als met den zin van verschillende verzen der19e soera.152Hiermede worden, gelijk de uitleggers zeggen, de Joden bedoeld en de verschillende bevelen hun gegeven.

1Dit hoofdstuk werdde Koegenoemd, omdat daarin, onder anderen, van de roode koe sprake is, dieMozesden kinderen Israëls gebood te slachten.2Een groot deel der hoofdstukken van den Koran dragen als titel, of in het eerste vers, eenige afzonderlijk staande letters. Naar de Mahomedanen gelooven, zijn het de bijzondere teekenen van den Koran, die vele diepe geheimen verbergen; welker ware beteekenis nog aan geen sterveling is geopenbaard, behalve aan hunnen profeet. Eenigen zeggen, dat het beteekentAllah latif magid: God is genadig en moet verheerlijkt worden; ofAna bi mihi, aan mij en van mij, ofAna Allah älan, ik ben de wijste God. Anderen weder zeggen, datAmur li Muchis eene verkorting vanAmur li Mahomet(zeide mijMahomet), en dat het door den schrijver vanMahometer bijgevoegd zou zijn.3Eigenlijk beteekent dit de zaken die afwezig, op een grooten afstand, of onzichtbaar zijn, zoo als: het paradijs, de hel, de opstanding en al wat op het punt van godsdienst, bovenzinnelijk is.4De Muzelmannen gelooven dat God niet alleen geschreven openbaringen heeft gegeven aanMozes,David,JezusenMahomet, maar ook aan vele anderen profeten (zieReland,de Relig. Mohan, bladz. 34 enDissert. de Samaritanis, pag. 34. enz.) maar zij herkennen geen die, den Koran voorafgegaan zijnde, thans voorhanden zijn, uitgenomen den Pentateuchus vanMozes, de psalmen vanDaviden het evangelie vanJezus, welke, naar zij nog zeggen, voorMahometstijd door de Joden en Christenen bedorven en vervalscht zijn, waarom zij dan ook onze tegenwoordige afschriften daarvan voor onecht verklaren.5Het oorspronkelijk woordal-âkheratbeteekent eigenlijk het laatste gedeelte eener zaak, en overdrachtelijk het toekomstige leven, de laatste of toekomstige toestand na den dood, en is het tegenovergestelde vanaldonya, deze wereld, enaloulahet tegenwoordige leven. Het hebreeuwsche woordאחרית(acharith), van denzelfden stam, wordt doorMozesin die beteekenis gebruikt, en is met de woorden: laatste einde vertaald (Numeri XXIV : 20, Deuter. VIII : 16).6Overal in den Koran, bedoeltMahometmet de menschen wier harten door ziekte zijn aangedaan, de huichelaars, of de menschen van een twijfelachtig en wankelend geloof. Hier en elders volgt hij dikwijls de andere gewijde schrijvers na, met God de bekeering der boozen te doen voorkomen, door op den geest van deze te werken.7Wij hebben het arabische woordressoel, bode, afwisselend door profeet, gezant of bode vertaald.8Letterlijk vertaald zou dit moeten luiden: Verderft toch niet op de aarde: waaronder door sommigen misdaden, als: roof, geweld, ongebondenheid en afgodendienst, door anderen de verbreiding eener valsche leer en het bederven van de grondbeginselen des volks wordt verstaan. Om het contrast des te beter te doen uitkomen tusschen dezen zin en die waarmede het vers wordt besloten, zou men dit laatste moeten vertalen met de woorden: Verre van dat; wij verbeteren, of, gelijk anderen dit doen, met de woorden wij zijn hervormers, die door leer en voorbeeld ware vroomheid bevorderen.9De eerste metgezellen en volgelingen vanMahomet(Jallalo’ddin).10Letterlijk vertaald zou dit moeten luiden: met hunne duivelen. Het arabische woordcheïtan, satan wordt niet alleen gebruikt voor satan of duivel: hier doelt het op de joodsche en christelijke geestelijke.Mahometmaakt hier gebruik van het recht, dat de ijveraars voor de meeste godsdiensten zich toeëigenen, om de belijders van andere godsdiensten te smaden.11Hier vergelijktMahomethen, die niet in hem gelooven, bij dengeen, die een vuur tracht te ontsteken, doch die zijne oogen sluit; opdat hij het niet zie, zoodra het opvlamt en licht geeft.12De tekst schijnt hier onvolmaakt te zijn, en aangevuld te moeten, worden met de woorden: hij wendt zich af, hij sluit zijne oogen of iets dergelijks.13De uitleggers geven aan deze woorden de beteekenis van: zij zullen zich niet bekeeren.14Hier vergelijktMahometde ongeloovige Arabieren bij menschen, die in een vreeselijken storm zijn. Om de schoonheid van deze vergelijking te begrijpen, moet men weten; dat de mahomedaansche leeraren zeggen, dat het onweder een afbeelding of beeld van den Koran zelf is; de donder beteekent de bedreigingen die in dat boek voorkomen, het weêrlicht de beloften en de duisternis de mysteriën. De angst voor de bedreigingen doen hen hunne ooren dicht stoppen; als de beloften hun worden voorgelezen, wachten zij met genoegen: maar wanneer er iets geschiedt, dat geheimzinnig of moeielijk te gelooven is, staan zij stil, en willen zich niet er aan onderwerpen, geleid te worden.15Als een prediker in de moskee, of een Arabisch redenaar het volk aanspreekt, gebruikt hij de woorden: o Menschen, d.i. o, gij, die naar mij luistert. Op dezelfde wijze worden die woorden in den Koran niet gericht tot alle menschen, tot de stervelingen, maar tot de bewoners vanMekkaof vanMedina, voor welkeMahometpredikte. Al het gesprokene vanMahomet, zijne leerstellingen, enz. bezitten het eigenaardige, dat zij van een actuële en beperkte toepassing op de volkeren van Arabië zijn, zonder zich over de andere volkeren, kortom over de geheele menschheid uit te strekken. De uitleggers doen echter opmerken, dat de woorden: “o Menschen!”meer bijzonder op de bewoners vanMekkazijn toegepast, terwijl de bewoners vanMedinamet de woorden: o geloovigen, o gij, die gelooft, worden aangesproken. De bewoners der stad vanMahometvolhardden nog in den afgodsdienst, toen de bewoners vanMedina, reeds den nieuwen profeet hadden aangenomen.16Volgens sommigen: uwe valsche goden of afgoden. Gewoonlijk worden echter de woordenmin douni-’illahivertaald met: behalve God.Mahometbeschuldigt de Arabieren niet, uitsluitend en volstrekte goden te aanbidden maar onder Gods leer, die van andere godheden te mengen. Even zoo stemden de helden der klassieke oudheid er gaarne in toe, den God der Christenen en zijn Zoon onder de godheden van den Olympus te plaatsen, maar niet om hun veelgodendom geheel op te offeren. Dit spruit uit verschillende plaatsen van den Koran voort, waar de afgodendienaars geacht worden de werking van het Opwezen te erkennen.17D.i. de steenen afgodsbeelden.18Sommige uitleggers (o.a.Jallalo’ddin) komen met die verklaring overeen, veronderstellende, dat de vruchten van het paradijs, hoewel van verschillende grootte, nochtans in kleur en uiterlijk aanzien overeen komen.19De Arabieren verwetenMahomet,onderde ernstige leeringenbeelden uit platte zakken te mengen;Mahometverdedigt zich hier tegen dit verwijt.20Betreffende de schepping vanAdam, hier bedoeld, hebben de Mahomedanen verschillende bijzondere overleveringen. Zij zeggen dat de engelenGabriël,MichaëlenIsrafil, de eene na den andere, door God werden gezonden, om, voor dat doel, zeven handen aarde van verschillende diepten en kleuren te halen (voor de verschillende menschenrassen volgensAl Termedi, naar eene overlevering vanAbu Musa al Ashasi), maar de aarde voor de gevolgen vreezende, en begeerende, dat zij God hare vrees zoude voorstellen, dat het schepsel hetwelk God had geboden te vormen, tegen Hem zou opstaan en Zijne vervloeking op haar zou nederzenden, keerden de engelen terug, zonder Gods bevel te volbrengen, waarop HijAzraïlmet denzelfden last nederzond, die de opdracht zonder wroeging volbracht: weshalve God dien engel opdroeg, de zielen van de lichamen te scheiden. Hij werd daarom de engel des doods genoemd. De aarde die hij had genomen, was in Arabië gehaald, op eene plaats tusschenMekkaenTaïf, waar zij, na eerst door de engelen gekneed te zijn, door God zelf tot een menschelijken vorm werd gebracht, en gedurende veertig dagen, of, zoo als andere zeggen, een aantal jaren, daar werd gelaten om te drogen (vergelijk den Koran 45ehoofdstuk). In dien tusschentijd werd deze dikwijls door de engelen bezocht, en doorEblis, later duivel, toen een der engelen, die het dichtst bij Gods tegenwoordigheid zijn geplaatst als de anderen. Deze echter, niet tevreden dit te zien, schopte den vorm met den voet, tot hij geluid gaf, en wetende dat God dit schepsel had bestemd om zijn beheerscher te zijn, nam hij een geheim besluit, het nimmer als zoodanig te erkennen. Hierna bezielde God de kleivorm, en beschonk hem met eene verstandelijke ziel: en toen hij hem in het paradijs had geplaatst vormde hijEvauit zijne linkerzijde. (Khond Amir,Jallalo’ddinComment, in Coran, enz.d’Herbelot.Biblioth. Orientbladz. 55).21Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijk nedervallen, tot het voorhoofd den grond rake, dat de nederigste houding bij bewondering is, en hetgeen men, strikt genomen, alleen aan God zou verplicht zijn; maar somtijds wordt het in plaats daarvan gebruikt, om de burgerlijke achting of hulde uit te drukken, welke men schepselen bewijst (Jallalo’ddin).22Dit feit van den val des duivels heeft eenige overeenkomst met eene meening, die onder de Christenen reeds velen heeft bezig gehouden (Irenaeus,Lact,Greg. Nyssen, enz.) zijnde, dat eenige van de engelen, onderricht van Gods voornemen, om den mensch naar zijn beeld te vormen, en de menschelijke natuur tot waardigheid te verheffen, door dieChristuste doen toeëigenen, dachten, dat hunne glorie daardoor zou worden verduisterd; derhalve het geluk van den mensch benijdden, en dus opstonden. Ook moet men wel opletten, dat in het vorige versMahometzelf spreekt, of de woorden van den engelGabriëlherhaalt. In dit vers wordt God zelf geacht te spreken. Deze plotselinge verandering van persoon komt ieder oogenblik in den Koran voor, niet alleen in de verschillende verzen, maar zelfs in dezelfde zinsnede. Daardoor zal de lezer kunnen oordeelen over de wanorde, die door deze verandering in de volzinnen wordt veroorzaakt.23Blijkens hetgeen thans volgt, plaatstMahometdezen tuin, of dat paradijs, niet op de aarde, maar in den zevenden hemel (ZieMarracc.in Alc. bladz. 24).24Omtrent dezen boom, of de verboden vrucht, is de meening der Mohamedanen even als die der Christenen verschillend. Sommigen zeggen, dat het een korenaar was; anderen willen, dat het een vijgenboom zou zijn geweest, en anderen weder een wijnstok (zieMarracc.in Alc. bladz. 22). Het verhaal van den val wordt zonder verdere omstandigheden in het begin van het7e hoofdstukverhaald.25De Mahomedanen zeggen, dat, toenAdamenEvauit het paradijs werden gedreven, de eerste viel op het eilandCeylonofSerendib, en de tweede nabijDjiddah, (de haven vanMekka) inArabië, en datAdam, na eene scheiding van 200 jaar, om zijn berouw, door den engel naar eenen berg nabijMekkawerd geleid, waar hij zijne vrouw vond en bekende; welke berg thans den naam vanArafatdraagt, en dat hij naderhand met haar naarCeylonterugkeerde waar zij de voortplanting van hun geslacht vervolgden. Het is niet onbelangrijk, hier eene andere overlevering te vermelden, betreffende de reusachtige gestalte onzer stamouders. Hun profeet, zeggen de Mohamedanen, heeft bevestigd, datAdamzoo lang was als een hooge palmboom (Yahya); doch dit is naar evenredigheid te groot, indien het afdruksel op den top eens bergs, op het eilandCeylon, dat van zijnen voet is, en te klein, indienEvavan zulk eene vreeselijke grootte was, als gezegd wordt, dat, als haarhoofd op eene rots nabijMekkalag, hare knieën zich op twee andere in de vallei zouden hebben bevonden, die op twee geweerschoten afstands van elkander verwijderd liggen. Deze berg thansPico de Adam, en bij de Arabische schrijversRahângenaamd, is iets meer dan twee man hoog (ZieMoncony,Voyage, 1e gedeelte, bladz. 372 enz. enKnox,Account of Ceylon). Anderen (Anciennes relations des Indes, bladz. 3) zeggen daarentegen, dat hij zeventig cubitussen hoog is, en dat, wanneerAdameen voet hier zette, hij met den anderen in de zee stond.26D.i. menschen en Duivelen.27Het Arabische woordaiéheeft in den Koran verschillende beteekenissen, omdat het niet alleen een teeken is, maar vooral een teeken van openbaring des hemels en bijgevolg ook mirakel, wonder, enz. uitdrukt. Bovendien wordt het ook voor een vers van den Koran gebruikt, aangezien ieder dier verzen als Gods woord geacht, en voor een mirakel en een waarschuwing gehouden wordt. De zin is echter gemakkelijk uit den samenhang op te maken.28De Joden worden hier opgeroepen den Koran te ontvangen, tot vergelijking en bevestiging van den Pentateuchus, vooral met eerbiediging van Gods eenheid en de zending vanMahomet(Yahya). Het wordt hun tevens verboden, de plaatsen in hunne wet te verheelen, welke voor die waarheden getuigen, of die te verminken, door het openbaar maken van valsche afschriften van den Pentateuchus, voor hetwelk de schrijvers slechts karig werden betaald, (Jallalo’ddin).29De uitleggers voegen er bij: het muzelmansche gebed, de muzelmansche aalmoes.30Het boek, in den volstrekten zin, beteekent: elk geopenbaard boek, de Schriften; tot de Joden sprekende, de Pentateuchus; tot de Christenen: het Nieuwe Testament; het wordt ook op den Koran toegepast. Wij willen te dien opzichte nog doen opmerken, datMahometin zijne predicatiën de afgodendienaars of onwetenden onderscheidt van hen, die, op welk tijdstip ook, gewijde boeken hebben ontvangen. Deze laatsten worden gezin van het boek, lieden der schriften genaamd.31Deze volzin wordt telkenmale letterlijk teruggevonden, als er sprake is van de vervolgingen, die de Israëlieten in Egypte ondergingen. Men zou bijna zeggen, datMahometdit wilde doen uitkomen. Indien men zich herinnert, dat de afgodendienende Arabieren de geboorte eener dochter als een groot ongeluk beschouwden, moet men toegeven, dat men geen ongunstiger licht op een heidenschen en ongeloovigen vorst (waarvanPharaode type is) kon werpen, dan aanhoudend te wijzen op deze soort van voorkeur, aan de dochters boven de zoons gegeven.32Zie het meer bijzondere verhaal vanMozesenPharaoin de hoofdstukken 7, 20, enz.33De persoon die dit kalf omverwierp was, naar de Mahomedanen zeggen,nietAäron, maarAl-Samèri, een der voorname mannen onder de kinderen Israëls, en van wien eenige afstammelingen, naar men beweert, nog een eiland van dien naam in de golf vanArabiëzouden bewonen (Geogr. Nubiens, bladz. 47).Al-Samèriging verder, en nam eenig stof van de voetstappen van het paard van den engelGabriël, die aan het hoofd van het volk reed, en wierp het in den bek van het kalf, dat onmiddellijk begon te loeien en levend werd (Koran, zevende hoofdstuk); zóó sterk was de kracht van ditstof(Jallalo’ddin; zied’Herbelot,Bibl. Orient, bladz. 650).34De onderscheiding:el-forkan(eigenlijk de verlossing) wordt hier op den Pentateuchus toegepast, gelijk, op andere plaatsen, op den Koran. Dit woord beteekent elk geopenbaard boek, voor zooverre dit het veroorloofde van het verbodene onderscheidt. Men kan zeggen, dat in ieder goddelijk boek, het gedeelte, hetwelk de gebruiken, de spijzen, enz. behandelt,el forkan(onderscheiding) heet, evenals het dogmatischeal-houda(richting).35De Oostersche schrijvers zeggen, dat deze kwartels van eene bijzondere soort waren, die nergens anders dan inYemenwerden gevonden, vanwaar zij door een zuidewind in grooten getale naar het kamp der Israëlieten in de woestijn werden gevoerd (Koran,7e hoofdstuk). De Arabieren noemen deze vogelssalwà, dat hetzelfde beteekent als het Hebreeuwsche woordsalwin. Deze hebben, naar zij zeggen, geene beenen, maar worden geheel gegeten (zied’Herbelot,Bibl. Oriënt., bladz. 477).36Eenige uitleggers veronderstellen dat hetJerichois, anderenJeruzalem.37Het Arabische woord isHittaton, waaruit sommigen debeteekenisafleiden van de betuiging der eenheid Gods, zoo dikwijls door de Mahomedanen gebruikt.La ilàha illa’llaho. Er is geen God buiten God.38Men gelooft dat in dit vers sprake is van het binnentrekken der Israëlieten in de stadJericho. In plaats van het woordhittatonofhettat, (aflaat, genade) zoo als hun dit bevolen was, zouden de Joden dit door het woordhabatb(korrel of gerstkorrel)fishairathebben vervangen, en zich als plunderaars gedragen hebben. Het is overbodig de aandacht te vestigen op de anachronisme, door den schrijver van den Koran, of liever zijne uitleggers begaan, door den dood vanMozeste mengen in de gebeurtenissen sedert zijnen dood voorgevallen, zoo als het innemen vanJericho.39Eene pestziekte, die omstreeks 70,000 hunner heeft gedood (Jallalo’ddin).40NumeriXI, 5, enz. Volgens sommigen erwten.41Deze plaats, even alsvers 59 van het zes en twintigste hoofdstuk, waarin de Israëlieten geacht worden naarEgypteterug te keeren, is een dier anachronismen, waarvan de Koran wemelt, en die de groote onwetendheid van den Arabischen profeet duidelijk aantoonen.42Uit deze woorden, welke in het vijfde hoofdstuk worden herhaald, hebben verschillende schrijvers (Selden,de Jure Nat. et Gentium sec. Hebr. 1. 6 c. 12.Angel,a.s. Joseph. Gazophy1ac. Persic. p. 365.Nic. Cusanus,in Cribatione Alcorani, 1. 3, c, 2. enz.) verkeerdelijk afgeleid, dat de Mahomedanen het als de leer van hunnen profeet hielden, dat ieder mensch door zijn eigen godsdienst zou behouden zijn, mits hij oprecht ware en een goed leven leidde. Het is waar, dat velen hunner geleerden toestemmen, dat dit de zin dezer woorden is, (Chardin,Voyages, 2e deel, bladz. 326, 331) maar zij voegen er bij, dat de hier toegestane vrijheid spoedig werd herroepen, omdat deze plaats door verschillende andere in den Koran is afgeschaft, welke uitdrukkelijk verklaren, dat niemand zalig zal zijn, die niet tot het Mahomedaansche geloof behoort. Vooral blijkt dit uit de woorden in het derde hoofdstuk, vers 79. Hoewel anderen van oordeel zijn, dat deze plaats niet afgeschaft is, maar die op eene andere wijze verklaren, zeggen zij, dat de bedoeling is, dat niemand, hetzij hij Jood, Christen of Sabeïst is, van de zaligheid uitgesloten zal zijn, mits hij zijn verkeerden godsdienst verlate en Muzelman worde, hetgeen, naar zij zeggen, wordt aangeduid door de woorden:Indien zij slechts aan God en aan den jongsten dag gelooven en weldoen, zullen zij door hunnen Heer beloond worden.43Naar de overlevering der Mahomedanen, zouden de Israëlieten hardnekkig geweigerd hebben, de wet te ontvangen, en zou God, om hen te verschrikken, den berg Sinaï van zijne wortelen losgescheurd en boven hun hoofd gehouden hebben.44De legende, waarop deze plaats betrekking heeft, is de volgende: in de dagen vanDavid, woonden verschillende Israëlieten in de stadAilahofElath, aan den Roode zee, waar de visschen gewoon waren op den avond van den sabbath in grooten getale aan den oever te komen: zij bleven daar gedurende den sabbath, om hen te verleiden, en den daarop volgenden nacht keerden zij naar de zee terug. Na eenigen tijd verwaarloosden eenige inwoners Gods bevel, en vingen visch gedurende den sabbath;zij groeven later kanalen naar zee, opdat de visschen zouden kunnen binnenkomen, en voorzagen die van sluizen, die zij gedurende den sabbath schutteden, om den terugkeer der visschen naar de zee te beletten. Het overige gedeelde van de inwoners, die den sabbath streng vierden, gebruikte overreding en kracht om deze goddeloosheid tegen te gaan, maar zonder gevolg: de zondaren vermeerderden slechts en werden hardnekkiger, waaropDavidde sabbathschenders vloekte en God hen in apen veranderde. Men zegt, dat iemand, die naar zijn vriend ging zien, welke onder hen was, hem in de gedaante van een aap vond, wild met zijne oogen rondwarende, en toen vroeg of hij niet een zulk was. De aap maakte een teeken met zijn hoofd, dat hij dit was, waarop de andere tot hem zeide: Heb ik u niet geraden af te laten, waarop de aap schreide. De Mahomedanen voegen er bij, dat dit ongelukkige volk drie dagen in dien staat bleef, daarna verstrooid, (Abul’feda) en door een storm in de zee gedreven werd.45De Joden haddenMozesgevraagd, een moordenaar te ontdekken. Hoe daartoe te geraken?Mozesgebood eene koe te slachten, hetwelk oppervlakkig in geen verband stond met den moord. Zie hier hoe deze overlevering luidt: Een zeker man liet bij zijnen dood aan zijnen zoon, toen nog een kind, een koekalf na, hetwelk in de woestijn rondzwierf, tot het op zekeren ouderdom was gekomen, toen de moeder den zoon verhaalde, dat de vaars hem toebehoorde, en hem bad haar te gaan halen en voor drie goudstukken te verkoopen. Toen de jongeling met zijne vaars op de markt kwam, hield hem een engel staande, die in een gedaante van een mensch was en bood hem zes goudstukken voor het dier, doch hij wilde het geld niet aannemen, zonder de toestemming zijner moeder te hebben gevraagd. Toen hij die had verkregen, keerde hij naar de markt terug, en ontmoette den engel, die hem thans het dubbele voor het dier bood, mits hij daarvan niets aan zijne moeder zeide; maar de jongeling sloeg het aanbod af, ging heen en maakte zijne moeder met dit aanbod bekend. De vrouw bespeurde dat het een engel was, bad haren zoon terug te keeren en hem te vragen, wat men met het kalf moest doen; waarop de engel den jongeling vertelde, dat binnen korten tijd de kinderen Israëls het dier tot elken prijs zouden willen koopen. Spoedig hiernageschiedde het dat een Israëliet,Hammielgenaamd, door een zijner verwanten was gedood, die om ontdekking te voorkomen, het lijk naar eene plaats had vervoerd, welke aanmerkelijk was verwijderd van de plaats waar de moord was geschied. De vrienden van den verslagene beschuldigden verschillende andere personen bijMozesvan den moord; maar de beschuldigden loochenden de daad, en daar er geen bewijs was om hen te overtuigen, gebood God eene koe, met die en die bijzondere kenteekenen, te dooden, maar aangezien er geene andere was, welke aan de beschrijving voldeed, dan het kalf van den wees, waren zij verplicht het dier te koopen voor zooveel geld als de eigenaar verlangde: volgens sommigen was dat voor het gewicht van het dier aan goud, en volgens anderen tien maal zooveel. Toen het dier geofferd was, en het lijk van den man, volgens het goddelijke gebod, met een gedeelte er van gestreken was, herleefde het: de man stond op, noemde den persoon die hem had gedood, waarop hij dadelijk weder dood nederviel. (Abul’feda). De geheele geschiedenis schijnt te zijn ontleend aan die van de roode vaars welke volgens het gebod der wet, door de Joden moest worden gedood, en waarvan de asch moest worden bewaard, om degenen te reinigen die een dood lichaam hadden aangeraakt (Num. XIX), en aan dat van de vaars, welke geslacht moest worden tot boete van een moordenaar, van wiens daad men niet zeker was (Deuteron. XXI, 1–9).46Om den buitengemeenen prijs dien zij genoodzaakt waren voor de vaars te betalen.47Zijnde haar tong, of het eind van haren staart.48Volgens eenigen te strijken.49Hier beschuldigtMahometde Joden weder, de afschriften der gewijde boeken te veranderen, met het doel om er alle plaatsen uit te verwijderen, waarin de zending van den Arabischen profeet werd voorspeld.50Volgens een der schrijvers (Jallalo’ddin) is dit veertig; aangezien het getal der dagen waarop hunne voorvaderen het gouden kalf dienden, veertig was, na welken tijd naar zijn zeggen, hunne straf ophoudt.51In dit geval verstaan de uitleggers in het algemeen, onder slechte daden, veelgodendom of afgodendienarij, welke zonde, behalve wanneer men haar in dit leven berouwt, naar de meening der Mahomedanen onvergeefelijk is, en door eeuwige verdoemenis wordt gestraft. Alle andere zonden zullen, naar hunne meening, na verloop van tijd vergeven worden. Daarom is dit, naar hunne meening eene onvergeefbare goddeloosheid, welke in hetN.T.de zonde tegen den Heiligen Geest wordt genoemd.52Deze plaats werd geopenbaard bij gelegenheid dat er herhaalde twisten waren gerezen tusschen de Joden van de stammen vanKoreidha, en die vanAl-Aws,Al-NadhirenAl-Khasraj, welke zoo hoog liepen, dat zij naar de wapens grepen, elkanders woonplaatsen vernielden en elkaâr uit de huizen joegen: maar wanneer er een gevangen genomen werd, maakten zij hem weder vrij. Toen men hun vroeg, waarom zij op deze wijze handelden, zeiden zij: Dat hunne wet hun gebood de gevangenen de vrijheid te hergeven, maar dat zij vochten uit vrees, dat hunne oversten gering geschat zouden worden (Jallalo’ddin).53Men verbeelde zich niet datMahomethier den heiligen geest naar christelijke begrippen bedoelt. De uitleggers zeggen: die heilige geest was de engelGabriël, welkeJezusvolgde en hem steedsvergezelde(Jallalo’ddin).54Het is bijna overbodig te zeggen, dat dit beteekent: Onze harten zijn verstokt, onvatbaar voor de rede.55De Koran.56De Pentateuchus.57Zie Exodus XXXII, 20, Deuteron. IX, 21.58Mahometmaakt hier gevolgtrekkingen uit de ongehoorzaamheid hunner voorvaderen, die het kalf aanbaden, op denzelfden tijd dat zij voorgaven in de wet vanMozeste gelooven, en dat het geloof der Joden in dien tijd ijdel en huichelachtig was, daar zij hem verwierpen, die daarin werd gezegd een bedrieger te zijn (Jallalo’ddin).59De uitleggers zeggen, dat de Joden vroegen, welke engel het was dieMahometde goddelijke openbaringen bracht, en toen men zeide dat ditGabriëlwas, antwoordden zij, dat die hun vijand was en de boodschapper van toorn en straf, maar indien hetMichaëlware geweest, zouden zij in hem hebben geloofd, omdat die engel hun vriend was, en de boodschapper van vrede en overvloed. Zij zeggen dat bij die gelegenheid deze plaats werd geopenbaard (Jallalo’ddin,Al-Zamakh,Yahya). DatMichaëlinderdaad voor den beschermenden of ondersteunenden engel der Joden gold, weten wij uit de schrift (Dan. XII, 1), terwijl het schijnt datGabriël, gelijk de Perzianen van hem zeggen, als de engel van openbaringen werd aangezien, die dikwijls met zendingen van dien aard werd afgezonden (Dan. VIII, 16 en IX, 21 Lucas 1; 19 26), om welke reden het waarschijnlijk is, datMahometvoorgaf, dat deze de engel was van wien hij den Koran ontving.60Zijnde de openbaringen van dit boek.61Nadat de duivelenSalomo, met Gods verlof, zonder gevolg in verzoeking hadden gebracht, maakten zij van een listig bedrog gebruik om zijnen naam te besmetten. Daarom schreven zij verschillende tooverboeken,verborgen deze onder den troon van dien vorst en vertelden de voornaamste lieden na zijnen dood, dat, indien men wilde weten op welke wijzeSalomozijne onbeperkte macht over menschen, geesten en de winden had verkregen, men slechts onder zijnen troon behoefde te zoeken. Toen men dit deed, vond men, de opgenoemde boeken, die goddelooze bijgeloovigheden bevatten. De beschaafde lieden weigerden de booze kunsten te leeren, die daarin waren bevat, maar het lagere gedeelte des volks deed het, en de priesters maakten dit schandelijk verhaal vanSalomobekend, hetwelk gezag onder de Joden verkreeg tot God, gelijk de Mahomedanen zeggen, dien koning door den mond van hunnen profeet zuiverde, met de verklaring, datSalomogeen afgodendienaar was (Yahya,Jallalo’ddin).62Sommigen zeggen slechts dat dit twee toovenaars of engelen waren, door God tot de menschen gezonden om hun de tooverkunst te leeren en hen in verzoeking te brengen (Jallalo’ddin). Anderen vertellen eenelangere fabel,t.w.dat de engelen hunne verrassing over de goddeloosheid der zonen vanAdamkenbaar maakten, nadat reeds profeten, met goddelijke opdrachten tot hen waren gezonden; waarop God verzocht, twee uit hun midden te kiezen, om als rechters op de aarde gezonden te worden. Hierop kozen zijHaroetenMaroet, die hunnen last gedurende eenigen tijd met oprechtheid uitvoerden, totZoharaof de planeet Venus nederdaalde en voor hen verscheen in de gedaante eener schoone vrouw, die eenklachttegen haren echtgenoot inbracht (hoewel anderen zeggen dat het eene werkelijke vrouw was). Zoodra zij haar zagen, werden zij bekoord en trachtten haar te verleiden, maar zij steeg ten hemel, waar de engelen mede terugkeerden; doch deze werden daar niet meer toegelaten. Door de tusschenkomst van zekeren vromen man werd hun de keuze vergund, of zij in dit, of wel in het volgende leven wilden gestraft zijn, waarop zij het tegenwoordige kozen. Zij ondergaan thans hunne straf daarvoor te Babel, waar zij tot den jongsten dag zullen blijven. Zij voegen er bij, dat indien iemand de tooverkunst wil leeren, hij tot hen moet gaan om hunne stem te hooren, hoewel men hen niet kan zien (Yahya, enz.). Dit verhaal is doorMahometgeheel ontleend aan de Perziaansche magie, die vermeldt dat twee oproerige engelen van dezelfde namen, thans op het grondgebied van Babel ieder bij hunnen voet, met hunne hoofden naar beneden (Hyde, cap. 12) hangen.63Deze twee Arabische woorden hebben beide dezelfde beteekenis, zijnde: Zie op ons, en duiden eene wijze van groeten aan.Mahometheeft eene grooten tegenzin van het eerste, omdat de Joden het dikwijls als eene bespotting gebruikten. Naar het schijnt doelen de uitleggers daarmede op het Hebr. woordרועhetwelk beteekent slecht of ongelukkig zijn.64Namelijk om God te zien.65Woordelijk vertaald zou dit luiden: tot God met zijn bevel, of met zijne zaak komt; want het woordamr, hetwelk order of bevel beteekent, wordt ook dikwijls in den zin van ding, zaak, gebeurtenis enz. gebruikt. De zaak van God is een duidelijke gebeurtenis, een daad der voorziening, die het aanzien der dingen verandert.66Dat is: Aan de eenheid van God gelooft (Jallalo’ddin). De voorafgaande woorden luiden oorspronkelijk: hij diemoeslim(muzelman) zal worden. Dit woord beteekent: aan Gods wil onderworpen zijn; die zich geheel aan God heeft overgegeven. In het voorbijgaan doen wij opmerken, dat de Mahomedanen onderscheid maken tusschenmoeslimenmoemin(geloovige). Het eerste heeft betrekking tot de uiterlijke uitoefening, tot de godsdienstige daden doorMahometingesteld; het andere gaat op het levendige en oprechte geloof. De Perzianen (de Chiiten) willen b.v. in hunnen haat tegen de Turken (Sunniten) wel erkennen, dat zijmoeslimin(muzelmannen) zijn, maar den naam vanmoeminin(ware geloovigen) willen zij hun natuurlijk niet toekennen.67Hiermede bedoeltMahometde afgodendienende Arabieren, die tot dien tijd geenerlei openbaring, geen gewijd boek hadden ontvangen, terwijl de Joden en Christenen de schriften bezaten.68Dit vers wordt weêrsproken door vers 139 van ditzelfde hoofdstuk. De tempel vanKa’bainMekkais bepaald aangeduid als de zijde, waarheen de muzelmannen zich bij hun gebed moeten keeren.69Telkenmale alsMahometde woorden aanhaalt: God heeft een zoon, kinderen,dochters enz., waarmede hij het geloof der Christenenen afgodendienende Arabieren bedoelt, voegt hij er het woordsobhanahoe, door zijne glorie, bij; dat is: die lastering zij verre van zijne glorie.70Dat is: na de openbaring van den Koran.71God beproefdeAbrahamhoofdzakelijk door hem te gebieden zijnen geboortegrond te verlaten en zijn zoon op te offeren. De uitleggers veronderstellen echter, dat de hier besproken beproeving alleen betrekking heeft op sommige ceremoniën: zooals de besnijding, pelgrimstocht naar denKa’ba, verschillende reinigingsplechtigheden, en dergelijke (Jallalo’ddin).72Dit woord is oorspronkelijk Imam, welke titel door de Mahomedanen aan hunne priesters wordt gegeven, die de gebeden in hunne moskeën aanvangen, en waarna de geheele gemeente volgt.73Dit is de tempel vanCaabaofKa’ba(inMekka) welke gewoonlijk het huis wordt genoemd. Omtrent de heiligheid van dit gebouw en andere bijzonderheden, zie de inleiding tot dit werk.74Hier wordt eigenlijk het binnenste gedeelte van den Ka’batempel bedoeld, waar de Mahomedanen een indruk vanAbrahamsvoet in een steen meenen te zien.75Hieronder moet men eene bepaalde daad van vroomheid verstaan die daarin is gelegen, dat men gedurende uren, en zelfs dagen lang, zittend of geknield in eene moskee blijft.76Zie hierboven de noot van vers 106. DoorAbrahamhet woord muzelman in den mond te leggen, wilMahometzijne godsdienst aan den oorspronkelijken godsdienst, of die vanAbrahamvasthechten, welke, volgens hem, te gelijk de natuurlijke godsdienst van den mensch is. De overlevering legt aanMahometdeze woorden in den mond: “Ieder mensch wordt als muzelman geboren: zijne ouders maken hem tot Jood, Christen of Vuuraanbidder.”77Dit is de Koran.78Onder doop verstaan de uitleggers: den godsdienst en de besnijdenis, die God bij de schepping der menschen instelde, en waarvan de teekenen in den mensch bestaan, evenals de sporen van het water op de kleederen van den gedoopte. Waarschijnlijk heeftMahometdit woord aan de Christenen, of liever aan de Joden ontleend, bij welke het bad en de indompeling nog heden ten dage bestaan. Het Arab. woordsebghabeteekent dan ook doop of eigenlijk indompeling.79Deze woorden werden, volgens de uitleggers, geopenbaard, omdat de Joden volhielden, dat zij de schriften het eerst hadden ontvangen; dat hunne tora (Pentateuchus), of leer, ouder was, en dat geen profeet onder de Arabieren zou kunnen opstaan, en indien dusMahometeen profeet was, hij uit hun volk moest zijn voortgekomen.80In den beginne werd doorMahometen zijne volgelingen geene bijzondere richting in acht genomen, in het wenden van hun aangezicht naar eene of andere plaats of wereldstreek bij het gebed, daar zij zeiden, dat dit volkomen onverschillig was. Later, toen de profeet naarMedinavluchtte, zeide hij hun, dat zij zich naar den tempel vanJeruzalemmoesten richten (waarschijnlijk om zich bij de Joden bemind te maken, bij wie dat gebruik toen, evenals thans nog, bestond), hetgeen zij gedurende zes of zeven maanden als gebod in acht namen. Maar hetzij omdat hem dit bij de Joden weinig baatte, hetzij hij, op de andere zijde, wanhoopte, de afgodendienende Arabieren tot zich te voeren, welke hunnen eerbied voor den tempel vanMekkaniet konden vergeten, althans hij gebood, dat men in het vervolg bij het gebed naar den laatstgenoemde zou gekeerd zijn. Deze verandering werd gemaakt in het tweede jaar van Hedjira (zieAbulf.Vit. Mohamblz. 54), en veroorzaakte dat velen van hem afvallig werden, die gebelgd waren over zijne onstandvastigheid. (Jallalo’ddin).Keblais de gezichts-richting.81Volgens de uitleggers beteekent dit, dat de Arabieren een rechtvaardig en goed volk zijn: dat zij zich aan geene buitensporigheden der andere volkeren schuldig maken, die bij hen zijn getemperd door eene aangeboren bedaardheid. Deze uitleggingen klinken niet zeer voldoende.82Dat is: Zij die tot het Jodendom terug keerden.83Dat wil zeggen: Zij die, vóór definitieve instelling van de Kebla vanMekka, zich bij hun gebed naar de zijde van Jeruzalem wendden, zullen daarom toch hunne belooning in den Hemel ontvangen.84De Joden en de Christenen, welke elkanders Kebla niet volgen.85Dit is, dat zij in den grond van de waarheid zijner zending overtuigd zijn.86Deze uitdrukking, die dikwijls in den Koran wordt gebruikt, beteekent:overal den oorlog tegen de ongeloovigen ondernomen, tot voortplanting van het geloof vanMahomet.87De zielen van martelaars (gelijk zij geacht worden te zijn, welke in gevechten met ongeloovigen worden gedood) zegtJallalo’ddin, zijn in de kroppen van groene vogels, die in het paradijs overal mogen vliegen waar het hun behaagt, en zich met de vruchten mogen voeden, die zich aldaar bevinden.88De Mahomedanen houden zich strikt aan dit bevel. Telkenmale dat hun een grootongelukoverkomt, roepen zij met kalmte en vastberadenheid deze woorden uit.89Safa en Merwa zijn twee bergen nabijMekka, waar van oudsher twee afgodsbeelden stonden, welke de afgodendienende Arabieren gewoon waren te aanbidden en eer te bewijzen.Jallalo’ddinzegt dat deze plaats werd geopenbaard, omdat de volgelingen vanMahometer een gemoedsbezwaar uit maakten, rondom deze bergen te gaan, gelijk de afgodendienaars deden. Maar de ware reden, waarom hij dit overblijfsel van het oude bijgeloof toeliet, schijnt veeleer gelegen te zijn, in de moeilijkheid dieMahometer in zag, het te verbieden. Daarom zegtMahomet, dat de bergen gedenkteekenen van God zijn.90Dit zijn de engelen, de geloovigen en alle zaken in het algemeen (Jallalo’ddin).Yahyameent echter, dat het de vloeken zijn die over de boozen worden uitgesproken, als zij het uitschreeuwen, onder de straf van het graf, door allen die hen hooren; dat is door alle schepselen, de menschen en geesten uitgezonderd.91Of gelijkJallalo’ddinhet uitdrukt: God zal hun berouw afwachten.92Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijk: die genoodzaakt of gedwongen zijn, persoonlijke diensten zonder loon te verrichten, welke soort van diensten dikwijls door de Oostersche vorsten van hunne onderdanen gevorderd, en door de Grieksche en Latijnsche schrijversAngariagenoemd wordt. De schrift vermeld dikwijls deze soort van dwang of macht. (Matth. XXVII, 32, enz.)93Dit is: als de uitventers van logens, of de hoofden van nieuwe secten, op den jongsten dag hunne leerlingen zullen verzaken en zich de handen zullen wasschen, alsof zij niet medeplichtig waren aan hun bijgeloof.94Om deze reden zeggen de Mahomedanen altijd, als zij een dier slachten om zich daarmede te voedenBismi’llah, ofin den naam van God. Is dit verzuimd, dan achten zij het eten daarvan niet geoorloofd.95Daar de Koran in het algemeen zeer kort is in zijne wettelijke bepalingen, moet dit niet te strikt worden opgevat; want overeenkomstig de Sonna (de overlevering) wordt een man mede ter dood gebracht als de moordenaar eener vrouw. Men moest ook acht geven op het verschil van godsdienst, zoodat een Mahomedaan, al ware het een slaaf, niet voor een ongeloovige werd ter dood gebracht, al ware deze een vrij persoon. De burgerlijke magistraten zijn echter niet altijd verplicht ingevolge deze laatste uitlegging van de sonna te handelen.96Door broeder moet men hier een ander man, een Arabier, maar vooral een geloovige verstaan.97De gewoonte in de Mahomedaansche landen, vooral in Perzië (zieChardin,Voyage de Perse, IIe Deel, bladz. 299 enz.) is, dat de moordenaar in hunne handen worden gesteld om ter dood gebracht te worden, of dat zij eene geldelijke voldoening verlangen.98Dit is, dat de vrees der wedervergelding de menschen terughoudt en hem van een moord verwijdert.99Dit beteekent, dat het legaat der derde gedeelte van het vermogen des testamenteurs niet mocht overschrijden, noch gegeven mocht worden aan iemand die het niet noodig had. Maar dit bevel wordt weêrsproken door de wet op de erfenissen.100Woordelijk vertaald zou dit moeten luiden: zijne misdaad valt terug op hen die het verminken; dit is, dat men den testateur geen verwijt zou kunnen doen omtrent ongunstige beschikkingen welke men hem toeschrijft,maar wel aan hem die deze bij de overbrenging verminkt heeft.101De verklaarders verschillen zeer vaak omtrent den zin dezer plaats, daar zij het voor zeer onwaarschijnlijk houden dat het een volk geheel vrij zou zijn gelaten, al of niet te vasten, door het op deze wijze te bepalen.Jallalo’ddinveronderstelt daarom, dat dit alleen vergund is aan hen dieniet in staatzijn te vasten, hetzij door ouderdom, hetzij door gevaarlijke ziekten; maar later zegt hij, dat het in den aanvang van het Mahomedanismus, vrijgelaten was, te kiezen; of zij wilden vasten of een armen man voeden, welke vrijheid spoedig daarna weder werd teruggenomen. Deze plaats is dan ook in tegenspraak met diegene, welke luidt: Daarom laat hem welke in die maand tegenwoordig is, dezelfde maand vasten. Hij voegt er echter hij, dat in deze afschaffing de vrouwen niet zijn begrepen die een kind hebben, of zij die zogen, opdat daardoor het kind niet zou lijden.102Overeenkomstig de gewone hoeveelheid, die een man per dag verbruikt en de gewoonte der plaat (Jallalo’ddin).103Dat is: Te huis, en niet op eene vreemde plaats, waar de vasten niet gehouden kunnen worden, of op reis.104In het begin van het Mahomedanisme sliepen zij niet bij hunne vrouwen gedurende de vasten, noch aten of dronken na den avond maaltijd. Maar beide zaken worden door deze plaats weder geoorloofd. (Jallalo’ddin).105De grenzen die God heeft gesteld: dit beteekent de grenzen of de perken, waarmede God zijne wetten heeft omringd. Vandaar wordt het woord grens (in het Arabischhadd, meervoudighodoed) als voorschrift der wet gebruikt. Deze uitdrukking herinnert aan die vansepes legis, welke op de wetten vanMozesis toegepast.106De verzen van den Koran.107Hiermede worden de hazardspelen, de weddenschappen en de geschenken bedoeld, waarmede men de rechters omkoopt.108Toen de Arabieren van den pelgrimstocht vanMekkaterug kwamen, achtten zij zich geheiligd. In plaats dus van den gewonen ingang hunner woning binnen te gaan, dien zij als ongewijd beschouwden, maakten zij daartoe eene opening aan de andere zijde hunner woning. Hier wordt dit gebruik doorMahometveroordeeld.109Met deze uitdrukking wordt bedoeld, den oorlog voor Gods zaak te voeren. De bevelen in de verzen 186 tot 190 zijn gelegenheidsbeschikkingen, die betrekking hebben op de afgodendienaars vanMekka, zooals uit verschillende uitdrukkingen blijkt. Op dat tijdstip wasMahometnog geen meester vanMekka, en zijne stelling noopte hem slechts verdedigenderwijze te handelen, zoodat daar de aanvallende strijd volstrekt verboden is. Men moet daaruit echter niet afleiden, dat deze bevelen in staat zijn, het geloof en de getrouwheid der Muzelmannen te ketenen. De woorden: doodt hen overal waar gij hen zult vinden, en verjaagt hen van waar zij u hebben verjaagd, even als: tot dat elke geloofsbelijdenis die van den eenigen God zij, laten zulk eene leemte, dat het niet te verwonderen is, dat deIslamietenzichsoms vrij achtten omtrent de verbintenissen met de volkeren van een ander geloof aangegaan, als hunne krachten, of de gunstige omstandigheden, hun veroorloofden, de landen te heroveren, die hunne heerschappij hadden afgeschud.110Dat is: indien gij aangevallen wordt gedurende eene der heiligmaanden, of op geheiligde plaatsen, is het u veroorloofd, vergelding te nemen in die zelfde maanden en op die zelfde plaatsen.111Dit beteekent: Werkt niet mede tot uw eigen verderf, door uwe medewerking te weigeren in de oorlogen tegen ongeloovigen, en gedoogt daardoor niet dat deze krachtig worden.112De bedevaartelhadjdjmoet in de drie maandenchewwal,dhoehl-kadeendhoel-kidjdjehverricht worden, en om die mede te maken, moet men zich met een bedevaartgangersmantel kleeden, zich van de jacht en de vrouwen onthouden, zich het hoofd niet scheren, enz. Dit scheren was een teeken, dat ze hunne geloften vervuld en al de ceremoniën van den pelgrimstocht hadden gevierd. Het bezoek aan den tempelelomraeischt deze plechtigheden niet.113Dat is drie dagen vasten, of zes arme lieden voeden.114Zie de noot 3 op deze bladz.115Naar het gevoelen van de uitleggers beteekenen deze woorden: Het is u veroorloofd, de vermeerdering van uwe bezitting door den koophandel te beproeven, zelfs gedurende den tijd dat gij als bedevaartgangers teMekkakomt. De afgodendienende Arabieren, die mede den pelgrimstocht naarMekkavolbrachten, dreven handel op de nabij gelegen markten vanOkadh,Medjionna, enz. Sedert de komst vanMahometonthielden de Muzelmannen zich gedurende den pelgrimstocht van den handel, vreezende dat zij daardoor zouden zondigen.Mahometveroorloofde het, om velen hunner niet van hun eenig middel van bestaan te berooven.116Een berg nabijMekka, aldus genaamd omdatMahomethier zijne vrouw aantrof en haar na eene lange scheiding bekende (zie noot opvers 34van de2e soera). Anderen zeggen, datGabriël, nadat hijAbrahammet al de heilige ceremoniën had bekend gemaakt, naar dien berg kwam.Mahometvroeg, of hij de ceremoniënkende, die hij hem had getoond, waaropAbrahambevestigend antwoordde; sinds dien tijd wordt die berg aldus genoemd (Al Hasan).117Al Masher al haram. Omtrent dien berg wordt ook gezegd, dat, toenMahometzich eens daarop had begeven om te bidden, zijn gezicht met stralen werd omgeven. (Jallalo’ddin.)Boboviusnoemt hemForkh(de Peregr. Meccana,bladz. 15) hoewel de ware naamKazahschijnt te zijn. De verandering in eerstgenoemden naam moet alleen aan verschil van punctuatie der Arabische letters worden toegeschreven.118Want hij zal alle schepselen in een halven dagrichten. (Jallalo’ddin.)119De eigenlijke woorden zijn: Herinnert u God. Deze woorden kunnen nu eens in een algemeenen zin opgenomen worden, dan weder, in dien van: Herinnert den naam van God, bidt God, doet godvruchtige daden. De samenhang moet den zin bepalen.120De hier bedoelde persoon isAkhnas Ebn Shoraïk, die zwoer inMahomette gelooven, en voorgaf een zijner vrienden te zijn. Maar God openbaarde hier den profeet der huichelarij en goddeloosheid van dien persoon.121De persoon die hier bedoeld wordt, is zekereSoheib, die, door de afgodendienaars vanMekkavervolgd, naarMedinavluchtte omMahometop te zoeken, terwijl hij al zijne bezittingen in handen zijner vervolgers liet.122Onder dien naam zijn alle soorten van sterke en bedwelmende dranken begrepen.123Het oorspronkelijke woordal Meiserbeteekent eigenlijk een bijzonder spel, dat met pijlen wordt gespeeld, en hetwelk bij de heidensche Arabieren veel in gebruik was. Maar door gelukspel moeten hier verstaan worden alle spelen, welke ook, die aan kans of toeval (hazard) onderworpen zijn, zooals dobbelsteenen, kaarten, enz.124Door deze woorden veronderstellen sommigen, dat alleen het buitensporig drinken en dikwijls spelen verboden is (Jallalo’ddinenAl Zamakhshari). Zij denken mede, dat het matig gebruik van wijn veroorloofd is doorvers 69van de16e soera. De meer algemeene meening is, dat zoowel het drinken van wijn of andere sterke dranken, in welke hoeveelheid ook, als het spelen van een of ander kansspel, volstrekt verboden is.125Dat is: indien gij een sterken afkeer van uwe vrouw hebt, is het beter u van haar te scheiden dan God te lasteren, door haar slecht te behandelen en onrechtvaardig te zijn.126Eigenlijk zuiverder en reiner.127Zijnde gedurende die vier maanden en tien dagen.128Een der uitleggers (Yahya) verklaart dit uit eene overlevering vanMahomet, wien men vroeg, welk gebed het middengebed was, waarop hij antwoordde: Het avondgebed door den profeetSalomoingesteld. Een ander (Jallalo’ddin) geeft daaraan een meer ruime beteekenis en veronderstelt, dat dit één der gebeden is, zonder bepaald op te geven welk.129Dit waren, volgens de uitleggers die het minste rekenen 3,000, en volgens hen die het hoogst telden 70,000 Joden, die, òf om de pest, òf om de deelname aan den oorlog tegen de ongeloovigen te ontvluchten, hun land hadden verlaten. Om hen te straffen, deed God hen sterven. Toen de profeetEzechiëlhen later in eene vallei zag liggen, waar zij reeds tot verrotting waren overgegaan, begon hij te schreien en wekte hen op, nadat God hem had gezegd, dat hij hun het leven wilde teruggeven. Zij leefden nog een aantal jaren, maar zij behielden de kleur en reuk van lijken gedurende hun geheele leven, en hunne kleederen werden zwart als pek, hetwelk nog in hunne nakomelingschap plaats had (Jallalo’ddin,Yahya,Abulfeda, enz.) Dit verhaal schijnt aanEzechiël(XXXVII : 1–10) te zijn ontleend.130Saul.131Volgens sommigen werd deze ark uit den hemel aanAdamgezonden, en kwam zij later tot de Israëlieten, die er groot vertrouwen in stelden, en haar steeds aan het hoofd van hun leger voerden, tot zij door de Amalekieten werd genomen. Zij bevatte de schoenen en den staf vanMozes, den mijter vanAäron,eenevaas met manna gevuld en de brokstukken van de twee wettafelen.132Het getal dergenen die uit hunne handen dronken was omstreeks 313 (Jallalo’ddin). Het schijnt datMahomethierSaulmetGidionverwart, die ten gevolge van Gods bevel alleen hen mede ten strijde tegen de Midianieten voerde, die water uit hunne handen lepten en wier getal 300 bedroeg. (Rigteren VII).133Goliath.134Het boek der psalmen.Mahometerkent slechts vier goddelijke boeken, als: de Pentateuchus, de Psalmen, het Evangelie en de Koran. De andere boeken aan de profeten gezonden, zijn, volgens hem, verloren gegaan.135Zie de noot opSoera II, v. 81.136Die regelen worden terecht door de Mahomedanen bewonderd, welke deze in hunne gebeden opzeggen. Sommigen van hen dragen een agaat of ander edelgesteente bij zich, waarop deze plaats is gegraveerd. Zij noemen het Troonvers.137Door dit woord (Arab.coris) wordt de troon der rechtvaardigheid, de rechterstoel Gods verstaan;Al’Archis de troon der goddelijke majesteit, en daarboven geplaatst.138Deze plaats doelt op de eerste volgers vanMahomet, die hunne kinderen, welke afgodendienaars of Joden waren, wilde dwingen het Mahomedanisme te omhelzen.139Dit is eigenlijk de naam van elken afgod, maar vooral van de twee afgodsbeeldenAllâtenal Uzzader bewoners vanMekka. Het is ook de duivel of een verleider.140Nimrod.141Depersoonhierbedoeld, wasOzaïr,EzraofEsdras, die, toen hij op een ezel door de ruïnen van Jeruzalem reed, nadat die stad door de Chaldeeuwen was verwoest, het betwijfelde, dat God die stad weder zou kunnen opbouwen; waarop God hem deed sterven. Hij bleef 100 jaren in dien toestand. Na verloop van dien tijd riep God hem in het leven terug, en hij vond een mandje onbedorven vijgen en een kruikje met onverschaalden wijn bij zich, die niet in het minst bedorven was; maar zijn ezel was dood; slechts de beenderen bewogen zich, en deze rezen op enwerden met vleesch bedekt. Het geraamte werd weder een levende ezel en begon onmiddellijk te balken. Dit verhaal schijnt zijn oorsprong te hebben in Nehemia II : 12 enz.142Men zegt datAbrahamdeze vraag zou hebben gedaan, ten gevolge van eene twijfeling, door een satan in menschelijken vorm in hem gebracht, met de vraag: hoe het mogelijk was, dat de verschillende deelen van het lichaam eens mans, dat op het strand der zee lag en gedeeltelijk door de wilde dieren, de vogels en de visschen was verscheurd, op den dag der opstanding te zamen zouden kunnen gebracht worden (d’Herbelot, blz. 13).143Volgens de uitleggers waren deze vogelen: een arend (of volgens anderen eene duif), een pauw, eene raaf en een haan. Dit schijnt ontleend te zijn aan het offer vanAbraham, doorMozesverhaald. (Gen. XV : 9).144Dat is; Hetzij door den persoon verwijtingen te doen, dien gij hebt geholpen, of zijn armoede tot zijn nadeel bekend te maken.145Deze tuin is een zinnebeeld van aalmoezen, die uit huichelarij worden gegeven, of met verwijtingen verzeld: deze zullen verloren gaan en den gever hier namaals niet van dienst zijn (Jallalo’ddin).146Dat is: Satan raadt u af, edelmoedig te zijn, door u de armoede te doen vreezen die het gevolg uwer onbekrompenheid zou zijn.147Dat is: om eene belooning hier namaals, en niet om een wereldsch loon.148Dat is: aan hunne nederige houding en versleten kleederen.149Dat is: Doe geheel afstand van hetgeen uwe schuldenaars u als intrest schuldig zijn.150Hij, die zijne zaken waarneemt; hetzij zijn vader, erfgenaam, voogd of tolk.151Deze plaats is in tegenspraak metvers 254van deze soera, even als met den zin van verschillende verzen der19e soera.152Hiermede worden, gelijk de uitleggers zeggen, de Joden bedoeld en de verschillende bevelen hun gegeven.

1Dit hoofdstuk werdde Koegenoemd, omdat daarin, onder anderen, van de roode koe sprake is, dieMozesden kinderen Israëls gebood te slachten.2Een groot deel der hoofdstukken van den Koran dragen als titel, of in het eerste vers, eenige afzonderlijk staande letters. Naar de Mahomedanen gelooven, zijn het de bijzondere teekenen van den Koran, die vele diepe geheimen verbergen; welker ware beteekenis nog aan geen sterveling is geopenbaard, behalve aan hunnen profeet. Eenigen zeggen, dat het beteekentAllah latif magid: God is genadig en moet verheerlijkt worden; ofAna bi mihi, aan mij en van mij, ofAna Allah älan, ik ben de wijste God. Anderen weder zeggen, datAmur li Muchis eene verkorting vanAmur li Mahomet(zeide mijMahomet), en dat het door den schrijver vanMahometer bijgevoegd zou zijn.3Eigenlijk beteekent dit de zaken die afwezig, op een grooten afstand, of onzichtbaar zijn, zoo als: het paradijs, de hel, de opstanding en al wat op het punt van godsdienst, bovenzinnelijk is.4De Muzelmannen gelooven dat God niet alleen geschreven openbaringen heeft gegeven aanMozes,David,JezusenMahomet, maar ook aan vele anderen profeten (zieReland,de Relig. Mohan, bladz. 34 enDissert. de Samaritanis, pag. 34. enz.) maar zij herkennen geen die, den Koran voorafgegaan zijnde, thans voorhanden zijn, uitgenomen den Pentateuchus vanMozes, de psalmen vanDaviden het evangelie vanJezus, welke, naar zij nog zeggen, voorMahometstijd door de Joden en Christenen bedorven en vervalscht zijn, waarom zij dan ook onze tegenwoordige afschriften daarvan voor onecht verklaren.5Het oorspronkelijk woordal-âkheratbeteekent eigenlijk het laatste gedeelte eener zaak, en overdrachtelijk het toekomstige leven, de laatste of toekomstige toestand na den dood, en is het tegenovergestelde vanaldonya, deze wereld, enaloulahet tegenwoordige leven. Het hebreeuwsche woordאחרית(acharith), van denzelfden stam, wordt doorMozesin die beteekenis gebruikt, en is met de woorden: laatste einde vertaald (Numeri XXIV : 20, Deuter. VIII : 16).6Overal in den Koran, bedoeltMahometmet de menschen wier harten door ziekte zijn aangedaan, de huichelaars, of de menschen van een twijfelachtig en wankelend geloof. Hier en elders volgt hij dikwijls de andere gewijde schrijvers na, met God de bekeering der boozen te doen voorkomen, door op den geest van deze te werken.7Wij hebben het arabische woordressoel, bode, afwisselend door profeet, gezant of bode vertaald.8Letterlijk vertaald zou dit moeten luiden: Verderft toch niet op de aarde: waaronder door sommigen misdaden, als: roof, geweld, ongebondenheid en afgodendienst, door anderen de verbreiding eener valsche leer en het bederven van de grondbeginselen des volks wordt verstaan. Om het contrast des te beter te doen uitkomen tusschen dezen zin en die waarmede het vers wordt besloten, zou men dit laatste moeten vertalen met de woorden: Verre van dat; wij verbeteren, of, gelijk anderen dit doen, met de woorden wij zijn hervormers, die door leer en voorbeeld ware vroomheid bevorderen.9De eerste metgezellen en volgelingen vanMahomet(Jallalo’ddin).10Letterlijk vertaald zou dit moeten luiden: met hunne duivelen. Het arabische woordcheïtan, satan wordt niet alleen gebruikt voor satan of duivel: hier doelt het op de joodsche en christelijke geestelijke.Mahometmaakt hier gebruik van het recht, dat de ijveraars voor de meeste godsdiensten zich toeëigenen, om de belijders van andere godsdiensten te smaden.11Hier vergelijktMahomethen, die niet in hem gelooven, bij dengeen, die een vuur tracht te ontsteken, doch die zijne oogen sluit; opdat hij het niet zie, zoodra het opvlamt en licht geeft.12De tekst schijnt hier onvolmaakt te zijn, en aangevuld te moeten, worden met de woorden: hij wendt zich af, hij sluit zijne oogen of iets dergelijks.13De uitleggers geven aan deze woorden de beteekenis van: zij zullen zich niet bekeeren.14Hier vergelijktMahometde ongeloovige Arabieren bij menschen, die in een vreeselijken storm zijn. Om de schoonheid van deze vergelijking te begrijpen, moet men weten; dat de mahomedaansche leeraren zeggen, dat het onweder een afbeelding of beeld van den Koran zelf is; de donder beteekent de bedreigingen die in dat boek voorkomen, het weêrlicht de beloften en de duisternis de mysteriën. De angst voor de bedreigingen doen hen hunne ooren dicht stoppen; als de beloften hun worden voorgelezen, wachten zij met genoegen: maar wanneer er iets geschiedt, dat geheimzinnig of moeielijk te gelooven is, staan zij stil, en willen zich niet er aan onderwerpen, geleid te worden.15Als een prediker in de moskee, of een Arabisch redenaar het volk aanspreekt, gebruikt hij de woorden: o Menschen, d.i. o, gij, die naar mij luistert. Op dezelfde wijze worden die woorden in den Koran niet gericht tot alle menschen, tot de stervelingen, maar tot de bewoners vanMekkaof vanMedina, voor welkeMahometpredikte. Al het gesprokene vanMahomet, zijne leerstellingen, enz. bezitten het eigenaardige, dat zij van een actuële en beperkte toepassing op de volkeren van Arabië zijn, zonder zich over de andere volkeren, kortom over de geheele menschheid uit te strekken. De uitleggers doen echter opmerken, dat de woorden: “o Menschen!”meer bijzonder op de bewoners vanMekkazijn toegepast, terwijl de bewoners vanMedinamet de woorden: o geloovigen, o gij, die gelooft, worden aangesproken. De bewoners der stad vanMahometvolhardden nog in den afgodsdienst, toen de bewoners vanMedina, reeds den nieuwen profeet hadden aangenomen.16Volgens sommigen: uwe valsche goden of afgoden. Gewoonlijk worden echter de woordenmin douni-’illahivertaald met: behalve God.Mahometbeschuldigt de Arabieren niet, uitsluitend en volstrekte goden te aanbidden maar onder Gods leer, die van andere godheden te mengen. Even zoo stemden de helden der klassieke oudheid er gaarne in toe, den God der Christenen en zijn Zoon onder de godheden van den Olympus te plaatsen, maar niet om hun veelgodendom geheel op te offeren. Dit spruit uit verschillende plaatsen van den Koran voort, waar de afgodendienaars geacht worden de werking van het Opwezen te erkennen.17D.i. de steenen afgodsbeelden.18Sommige uitleggers (o.a.Jallalo’ddin) komen met die verklaring overeen, veronderstellende, dat de vruchten van het paradijs, hoewel van verschillende grootte, nochtans in kleur en uiterlijk aanzien overeen komen.19De Arabieren verwetenMahomet,onderde ernstige leeringenbeelden uit platte zakken te mengen;Mahometverdedigt zich hier tegen dit verwijt.20Betreffende de schepping vanAdam, hier bedoeld, hebben de Mahomedanen verschillende bijzondere overleveringen. Zij zeggen dat de engelenGabriël,MichaëlenIsrafil, de eene na den andere, door God werden gezonden, om, voor dat doel, zeven handen aarde van verschillende diepten en kleuren te halen (voor de verschillende menschenrassen volgensAl Termedi, naar eene overlevering vanAbu Musa al Ashasi), maar de aarde voor de gevolgen vreezende, en begeerende, dat zij God hare vrees zoude voorstellen, dat het schepsel hetwelk God had geboden te vormen, tegen Hem zou opstaan en Zijne vervloeking op haar zou nederzenden, keerden de engelen terug, zonder Gods bevel te volbrengen, waarop HijAzraïlmet denzelfden last nederzond, die de opdracht zonder wroeging volbracht: weshalve God dien engel opdroeg, de zielen van de lichamen te scheiden. Hij werd daarom de engel des doods genoemd. De aarde die hij had genomen, was in Arabië gehaald, op eene plaats tusschenMekkaenTaïf, waar zij, na eerst door de engelen gekneed te zijn, door God zelf tot een menschelijken vorm werd gebracht, en gedurende veertig dagen, of, zoo als andere zeggen, een aantal jaren, daar werd gelaten om te drogen (vergelijk den Koran 45ehoofdstuk). In dien tusschentijd werd deze dikwijls door de engelen bezocht, en doorEblis, later duivel, toen een der engelen, die het dichtst bij Gods tegenwoordigheid zijn geplaatst als de anderen. Deze echter, niet tevreden dit te zien, schopte den vorm met den voet, tot hij geluid gaf, en wetende dat God dit schepsel had bestemd om zijn beheerscher te zijn, nam hij een geheim besluit, het nimmer als zoodanig te erkennen. Hierna bezielde God de kleivorm, en beschonk hem met eene verstandelijke ziel: en toen hij hem in het paradijs had geplaatst vormde hijEvauit zijne linkerzijde. (Khond Amir,Jallalo’ddinComment, in Coran, enz.d’Herbelot.Biblioth. Orientbladz. 55).21Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijk nedervallen, tot het voorhoofd den grond rake, dat de nederigste houding bij bewondering is, en hetgeen men, strikt genomen, alleen aan God zou verplicht zijn; maar somtijds wordt het in plaats daarvan gebruikt, om de burgerlijke achting of hulde uit te drukken, welke men schepselen bewijst (Jallalo’ddin).22Dit feit van den val des duivels heeft eenige overeenkomst met eene meening, die onder de Christenen reeds velen heeft bezig gehouden (Irenaeus,Lact,Greg. Nyssen, enz.) zijnde, dat eenige van de engelen, onderricht van Gods voornemen, om den mensch naar zijn beeld te vormen, en de menschelijke natuur tot waardigheid te verheffen, door dieChristuste doen toeëigenen, dachten, dat hunne glorie daardoor zou worden verduisterd; derhalve het geluk van den mensch benijdden, en dus opstonden. Ook moet men wel opletten, dat in het vorige versMahometzelf spreekt, of de woorden van den engelGabriëlherhaalt. In dit vers wordt God zelf geacht te spreken. Deze plotselinge verandering van persoon komt ieder oogenblik in den Koran voor, niet alleen in de verschillende verzen, maar zelfs in dezelfde zinsnede. Daardoor zal de lezer kunnen oordeelen over de wanorde, die door deze verandering in de volzinnen wordt veroorzaakt.23Blijkens hetgeen thans volgt, plaatstMahometdezen tuin, of dat paradijs, niet op de aarde, maar in den zevenden hemel (ZieMarracc.in Alc. bladz. 24).24Omtrent dezen boom, of de verboden vrucht, is de meening der Mohamedanen even als die der Christenen verschillend. Sommigen zeggen, dat het een korenaar was; anderen willen, dat het een vijgenboom zou zijn geweest, en anderen weder een wijnstok (zieMarracc.in Alc. bladz. 22). Het verhaal van den val wordt zonder verdere omstandigheden in het begin van het7e hoofdstukverhaald.25De Mahomedanen zeggen, dat, toenAdamenEvauit het paradijs werden gedreven, de eerste viel op het eilandCeylonofSerendib, en de tweede nabijDjiddah, (de haven vanMekka) inArabië, en datAdam, na eene scheiding van 200 jaar, om zijn berouw, door den engel naar eenen berg nabijMekkawerd geleid, waar hij zijne vrouw vond en bekende; welke berg thans den naam vanArafatdraagt, en dat hij naderhand met haar naarCeylonterugkeerde waar zij de voortplanting van hun geslacht vervolgden. Het is niet onbelangrijk, hier eene andere overlevering te vermelden, betreffende de reusachtige gestalte onzer stamouders. Hun profeet, zeggen de Mohamedanen, heeft bevestigd, datAdamzoo lang was als een hooge palmboom (Yahya); doch dit is naar evenredigheid te groot, indien het afdruksel op den top eens bergs, op het eilandCeylon, dat van zijnen voet is, en te klein, indienEvavan zulk eene vreeselijke grootte was, als gezegd wordt, dat, als haarhoofd op eene rots nabijMekkalag, hare knieën zich op twee andere in de vallei zouden hebben bevonden, die op twee geweerschoten afstands van elkander verwijderd liggen. Deze berg thansPico de Adam, en bij de Arabische schrijversRahângenaamd, is iets meer dan twee man hoog (ZieMoncony,Voyage, 1e gedeelte, bladz. 372 enz. enKnox,Account of Ceylon). Anderen (Anciennes relations des Indes, bladz. 3) zeggen daarentegen, dat hij zeventig cubitussen hoog is, en dat, wanneerAdameen voet hier zette, hij met den anderen in de zee stond.26D.i. menschen en Duivelen.27Het Arabische woordaiéheeft in den Koran verschillende beteekenissen, omdat het niet alleen een teeken is, maar vooral een teeken van openbaring des hemels en bijgevolg ook mirakel, wonder, enz. uitdrukt. Bovendien wordt het ook voor een vers van den Koran gebruikt, aangezien ieder dier verzen als Gods woord geacht, en voor een mirakel en een waarschuwing gehouden wordt. De zin is echter gemakkelijk uit den samenhang op te maken.28De Joden worden hier opgeroepen den Koran te ontvangen, tot vergelijking en bevestiging van den Pentateuchus, vooral met eerbiediging van Gods eenheid en de zending vanMahomet(Yahya). Het wordt hun tevens verboden, de plaatsen in hunne wet te verheelen, welke voor die waarheden getuigen, of die te verminken, door het openbaar maken van valsche afschriften van den Pentateuchus, voor hetwelk de schrijvers slechts karig werden betaald, (Jallalo’ddin).29De uitleggers voegen er bij: het muzelmansche gebed, de muzelmansche aalmoes.30Het boek, in den volstrekten zin, beteekent: elk geopenbaard boek, de Schriften; tot de Joden sprekende, de Pentateuchus; tot de Christenen: het Nieuwe Testament; het wordt ook op den Koran toegepast. Wij willen te dien opzichte nog doen opmerken, datMahometin zijne predicatiën de afgodendienaars of onwetenden onderscheidt van hen, die, op welk tijdstip ook, gewijde boeken hebben ontvangen. Deze laatsten worden gezin van het boek, lieden der schriften genaamd.31Deze volzin wordt telkenmale letterlijk teruggevonden, als er sprake is van de vervolgingen, die de Israëlieten in Egypte ondergingen. Men zou bijna zeggen, datMahometdit wilde doen uitkomen. Indien men zich herinnert, dat de afgodendienende Arabieren de geboorte eener dochter als een groot ongeluk beschouwden, moet men toegeven, dat men geen ongunstiger licht op een heidenschen en ongeloovigen vorst (waarvanPharaode type is) kon werpen, dan aanhoudend te wijzen op deze soort van voorkeur, aan de dochters boven de zoons gegeven.32Zie het meer bijzondere verhaal vanMozesenPharaoin de hoofdstukken 7, 20, enz.33De persoon die dit kalf omverwierp was, naar de Mahomedanen zeggen,nietAäron, maarAl-Samèri, een der voorname mannen onder de kinderen Israëls, en van wien eenige afstammelingen, naar men beweert, nog een eiland van dien naam in de golf vanArabiëzouden bewonen (Geogr. Nubiens, bladz. 47).Al-Samèriging verder, en nam eenig stof van de voetstappen van het paard van den engelGabriël, die aan het hoofd van het volk reed, en wierp het in den bek van het kalf, dat onmiddellijk begon te loeien en levend werd (Koran, zevende hoofdstuk); zóó sterk was de kracht van ditstof(Jallalo’ddin; zied’Herbelot,Bibl. Orient, bladz. 650).34De onderscheiding:el-forkan(eigenlijk de verlossing) wordt hier op den Pentateuchus toegepast, gelijk, op andere plaatsen, op den Koran. Dit woord beteekent elk geopenbaard boek, voor zooverre dit het veroorloofde van het verbodene onderscheidt. Men kan zeggen, dat in ieder goddelijk boek, het gedeelte, hetwelk de gebruiken, de spijzen, enz. behandelt,el forkan(onderscheiding) heet, evenals het dogmatischeal-houda(richting).35De Oostersche schrijvers zeggen, dat deze kwartels van eene bijzondere soort waren, die nergens anders dan inYemenwerden gevonden, vanwaar zij door een zuidewind in grooten getale naar het kamp der Israëlieten in de woestijn werden gevoerd (Koran,7e hoofdstuk). De Arabieren noemen deze vogelssalwà, dat hetzelfde beteekent als het Hebreeuwsche woordsalwin. Deze hebben, naar zij zeggen, geene beenen, maar worden geheel gegeten (zied’Herbelot,Bibl. Oriënt., bladz. 477).36Eenige uitleggers veronderstellen dat hetJerichois, anderenJeruzalem.37Het Arabische woord isHittaton, waaruit sommigen debeteekenisafleiden van de betuiging der eenheid Gods, zoo dikwijls door de Mahomedanen gebruikt.La ilàha illa’llaho. Er is geen God buiten God.38Men gelooft dat in dit vers sprake is van het binnentrekken der Israëlieten in de stadJericho. In plaats van het woordhittatonofhettat, (aflaat, genade) zoo als hun dit bevolen was, zouden de Joden dit door het woordhabatb(korrel of gerstkorrel)fishairathebben vervangen, en zich als plunderaars gedragen hebben. Het is overbodig de aandacht te vestigen op de anachronisme, door den schrijver van den Koran, of liever zijne uitleggers begaan, door den dood vanMozeste mengen in de gebeurtenissen sedert zijnen dood voorgevallen, zoo als het innemen vanJericho.39Eene pestziekte, die omstreeks 70,000 hunner heeft gedood (Jallalo’ddin).40NumeriXI, 5, enz. Volgens sommigen erwten.41Deze plaats, even alsvers 59 van het zes en twintigste hoofdstuk, waarin de Israëlieten geacht worden naarEgypteterug te keeren, is een dier anachronismen, waarvan de Koran wemelt, en die de groote onwetendheid van den Arabischen profeet duidelijk aantoonen.42Uit deze woorden, welke in het vijfde hoofdstuk worden herhaald, hebben verschillende schrijvers (Selden,de Jure Nat. et Gentium sec. Hebr. 1. 6 c. 12.Angel,a.s. Joseph. Gazophy1ac. Persic. p. 365.Nic. Cusanus,in Cribatione Alcorani, 1. 3, c, 2. enz.) verkeerdelijk afgeleid, dat de Mahomedanen het als de leer van hunnen profeet hielden, dat ieder mensch door zijn eigen godsdienst zou behouden zijn, mits hij oprecht ware en een goed leven leidde. Het is waar, dat velen hunner geleerden toestemmen, dat dit de zin dezer woorden is, (Chardin,Voyages, 2e deel, bladz. 326, 331) maar zij voegen er bij, dat de hier toegestane vrijheid spoedig werd herroepen, omdat deze plaats door verschillende andere in den Koran is afgeschaft, welke uitdrukkelijk verklaren, dat niemand zalig zal zijn, die niet tot het Mahomedaansche geloof behoort. Vooral blijkt dit uit de woorden in het derde hoofdstuk, vers 79. Hoewel anderen van oordeel zijn, dat deze plaats niet afgeschaft is, maar die op eene andere wijze verklaren, zeggen zij, dat de bedoeling is, dat niemand, hetzij hij Jood, Christen of Sabeïst is, van de zaligheid uitgesloten zal zijn, mits hij zijn verkeerden godsdienst verlate en Muzelman worde, hetgeen, naar zij zeggen, wordt aangeduid door de woorden:Indien zij slechts aan God en aan den jongsten dag gelooven en weldoen, zullen zij door hunnen Heer beloond worden.43Naar de overlevering der Mahomedanen, zouden de Israëlieten hardnekkig geweigerd hebben, de wet te ontvangen, en zou God, om hen te verschrikken, den berg Sinaï van zijne wortelen losgescheurd en boven hun hoofd gehouden hebben.44De legende, waarop deze plaats betrekking heeft, is de volgende: in de dagen vanDavid, woonden verschillende Israëlieten in de stadAilahofElath, aan den Roode zee, waar de visschen gewoon waren op den avond van den sabbath in grooten getale aan den oever te komen: zij bleven daar gedurende den sabbath, om hen te verleiden, en den daarop volgenden nacht keerden zij naar de zee terug. Na eenigen tijd verwaarloosden eenige inwoners Gods bevel, en vingen visch gedurende den sabbath;zij groeven later kanalen naar zee, opdat de visschen zouden kunnen binnenkomen, en voorzagen die van sluizen, die zij gedurende den sabbath schutteden, om den terugkeer der visschen naar de zee te beletten. Het overige gedeelde van de inwoners, die den sabbath streng vierden, gebruikte overreding en kracht om deze goddeloosheid tegen te gaan, maar zonder gevolg: de zondaren vermeerderden slechts en werden hardnekkiger, waaropDavidde sabbathschenders vloekte en God hen in apen veranderde. Men zegt, dat iemand, die naar zijn vriend ging zien, welke onder hen was, hem in de gedaante van een aap vond, wild met zijne oogen rondwarende, en toen vroeg of hij niet een zulk was. De aap maakte een teeken met zijn hoofd, dat hij dit was, waarop de andere tot hem zeide: Heb ik u niet geraden af te laten, waarop de aap schreide. De Mahomedanen voegen er bij, dat dit ongelukkige volk drie dagen in dien staat bleef, daarna verstrooid, (Abul’feda) en door een storm in de zee gedreven werd.45De Joden haddenMozesgevraagd, een moordenaar te ontdekken. Hoe daartoe te geraken?Mozesgebood eene koe te slachten, hetwelk oppervlakkig in geen verband stond met den moord. Zie hier hoe deze overlevering luidt: Een zeker man liet bij zijnen dood aan zijnen zoon, toen nog een kind, een koekalf na, hetwelk in de woestijn rondzwierf, tot het op zekeren ouderdom was gekomen, toen de moeder den zoon verhaalde, dat de vaars hem toebehoorde, en hem bad haar te gaan halen en voor drie goudstukken te verkoopen. Toen de jongeling met zijne vaars op de markt kwam, hield hem een engel staande, die in een gedaante van een mensch was en bood hem zes goudstukken voor het dier, doch hij wilde het geld niet aannemen, zonder de toestemming zijner moeder te hebben gevraagd. Toen hij die had verkregen, keerde hij naar de markt terug, en ontmoette den engel, die hem thans het dubbele voor het dier bood, mits hij daarvan niets aan zijne moeder zeide; maar de jongeling sloeg het aanbod af, ging heen en maakte zijne moeder met dit aanbod bekend. De vrouw bespeurde dat het een engel was, bad haren zoon terug te keeren en hem te vragen, wat men met het kalf moest doen; waarop de engel den jongeling vertelde, dat binnen korten tijd de kinderen Israëls het dier tot elken prijs zouden willen koopen. Spoedig hiernageschiedde het dat een Israëliet,Hammielgenaamd, door een zijner verwanten was gedood, die om ontdekking te voorkomen, het lijk naar eene plaats had vervoerd, welke aanmerkelijk was verwijderd van de plaats waar de moord was geschied. De vrienden van den verslagene beschuldigden verschillende andere personen bijMozesvan den moord; maar de beschuldigden loochenden de daad, en daar er geen bewijs was om hen te overtuigen, gebood God eene koe, met die en die bijzondere kenteekenen, te dooden, maar aangezien er geene andere was, welke aan de beschrijving voldeed, dan het kalf van den wees, waren zij verplicht het dier te koopen voor zooveel geld als de eigenaar verlangde: volgens sommigen was dat voor het gewicht van het dier aan goud, en volgens anderen tien maal zooveel. Toen het dier geofferd was, en het lijk van den man, volgens het goddelijke gebod, met een gedeelte er van gestreken was, herleefde het: de man stond op, noemde den persoon die hem had gedood, waarop hij dadelijk weder dood nederviel. (Abul’feda). De geheele geschiedenis schijnt te zijn ontleend aan die van de roode vaars welke volgens het gebod der wet, door de Joden moest worden gedood, en waarvan de asch moest worden bewaard, om degenen te reinigen die een dood lichaam hadden aangeraakt (Num. XIX), en aan dat van de vaars, welke geslacht moest worden tot boete van een moordenaar, van wiens daad men niet zeker was (Deuteron. XXI, 1–9).46Om den buitengemeenen prijs dien zij genoodzaakt waren voor de vaars te betalen.47Zijnde haar tong, of het eind van haren staart.48Volgens eenigen te strijken.49Hier beschuldigtMahometde Joden weder, de afschriften der gewijde boeken te veranderen, met het doel om er alle plaatsen uit te verwijderen, waarin de zending van den Arabischen profeet werd voorspeld.50Volgens een der schrijvers (Jallalo’ddin) is dit veertig; aangezien het getal der dagen waarop hunne voorvaderen het gouden kalf dienden, veertig was, na welken tijd naar zijn zeggen, hunne straf ophoudt.51In dit geval verstaan de uitleggers in het algemeen, onder slechte daden, veelgodendom of afgodendienarij, welke zonde, behalve wanneer men haar in dit leven berouwt, naar de meening der Mahomedanen onvergeefelijk is, en door eeuwige verdoemenis wordt gestraft. Alle andere zonden zullen, naar hunne meening, na verloop van tijd vergeven worden. Daarom is dit, naar hunne meening eene onvergeefbare goddeloosheid, welke in hetN.T.de zonde tegen den Heiligen Geest wordt genoemd.52Deze plaats werd geopenbaard bij gelegenheid dat er herhaalde twisten waren gerezen tusschen de Joden van de stammen vanKoreidha, en die vanAl-Aws,Al-NadhirenAl-Khasraj, welke zoo hoog liepen, dat zij naar de wapens grepen, elkanders woonplaatsen vernielden en elkaâr uit de huizen joegen: maar wanneer er een gevangen genomen werd, maakten zij hem weder vrij. Toen men hun vroeg, waarom zij op deze wijze handelden, zeiden zij: Dat hunne wet hun gebood de gevangenen de vrijheid te hergeven, maar dat zij vochten uit vrees, dat hunne oversten gering geschat zouden worden (Jallalo’ddin).53Men verbeelde zich niet datMahomethier den heiligen geest naar christelijke begrippen bedoelt. De uitleggers zeggen: die heilige geest was de engelGabriël, welkeJezusvolgde en hem steedsvergezelde(Jallalo’ddin).54Het is bijna overbodig te zeggen, dat dit beteekent: Onze harten zijn verstokt, onvatbaar voor de rede.55De Koran.56De Pentateuchus.57Zie Exodus XXXII, 20, Deuteron. IX, 21.58Mahometmaakt hier gevolgtrekkingen uit de ongehoorzaamheid hunner voorvaderen, die het kalf aanbaden, op denzelfden tijd dat zij voorgaven in de wet vanMozeste gelooven, en dat het geloof der Joden in dien tijd ijdel en huichelachtig was, daar zij hem verwierpen, die daarin werd gezegd een bedrieger te zijn (Jallalo’ddin).59De uitleggers zeggen, dat de Joden vroegen, welke engel het was dieMahometde goddelijke openbaringen bracht, en toen men zeide dat ditGabriëlwas, antwoordden zij, dat die hun vijand was en de boodschapper van toorn en straf, maar indien hetMichaëlware geweest, zouden zij in hem hebben geloofd, omdat die engel hun vriend was, en de boodschapper van vrede en overvloed. Zij zeggen dat bij die gelegenheid deze plaats werd geopenbaard (Jallalo’ddin,Al-Zamakh,Yahya). DatMichaëlinderdaad voor den beschermenden of ondersteunenden engel der Joden gold, weten wij uit de schrift (Dan. XII, 1), terwijl het schijnt datGabriël, gelijk de Perzianen van hem zeggen, als de engel van openbaringen werd aangezien, die dikwijls met zendingen van dien aard werd afgezonden (Dan. VIII, 16 en IX, 21 Lucas 1; 19 26), om welke reden het waarschijnlijk is, datMahometvoorgaf, dat deze de engel was van wien hij den Koran ontving.60Zijnde de openbaringen van dit boek.61Nadat de duivelenSalomo, met Gods verlof, zonder gevolg in verzoeking hadden gebracht, maakten zij van een listig bedrog gebruik om zijnen naam te besmetten. Daarom schreven zij verschillende tooverboeken,verborgen deze onder den troon van dien vorst en vertelden de voornaamste lieden na zijnen dood, dat, indien men wilde weten op welke wijzeSalomozijne onbeperkte macht over menschen, geesten en de winden had verkregen, men slechts onder zijnen troon behoefde te zoeken. Toen men dit deed, vond men, de opgenoemde boeken, die goddelooze bijgeloovigheden bevatten. De beschaafde lieden weigerden de booze kunsten te leeren, die daarin waren bevat, maar het lagere gedeelte des volks deed het, en de priesters maakten dit schandelijk verhaal vanSalomobekend, hetwelk gezag onder de Joden verkreeg tot God, gelijk de Mahomedanen zeggen, dien koning door den mond van hunnen profeet zuiverde, met de verklaring, datSalomogeen afgodendienaar was (Yahya,Jallalo’ddin).62Sommigen zeggen slechts dat dit twee toovenaars of engelen waren, door God tot de menschen gezonden om hun de tooverkunst te leeren en hen in verzoeking te brengen (Jallalo’ddin). Anderen vertellen eenelangere fabel,t.w.dat de engelen hunne verrassing over de goddeloosheid der zonen vanAdamkenbaar maakten, nadat reeds profeten, met goddelijke opdrachten tot hen waren gezonden; waarop God verzocht, twee uit hun midden te kiezen, om als rechters op de aarde gezonden te worden. Hierop kozen zijHaroetenMaroet, die hunnen last gedurende eenigen tijd met oprechtheid uitvoerden, totZoharaof de planeet Venus nederdaalde en voor hen verscheen in de gedaante eener schoone vrouw, die eenklachttegen haren echtgenoot inbracht (hoewel anderen zeggen dat het eene werkelijke vrouw was). Zoodra zij haar zagen, werden zij bekoord en trachtten haar te verleiden, maar zij steeg ten hemel, waar de engelen mede terugkeerden; doch deze werden daar niet meer toegelaten. Door de tusschenkomst van zekeren vromen man werd hun de keuze vergund, of zij in dit, of wel in het volgende leven wilden gestraft zijn, waarop zij het tegenwoordige kozen. Zij ondergaan thans hunne straf daarvoor te Babel, waar zij tot den jongsten dag zullen blijven. Zij voegen er bij, dat indien iemand de tooverkunst wil leeren, hij tot hen moet gaan om hunne stem te hooren, hoewel men hen niet kan zien (Yahya, enz.). Dit verhaal is doorMahometgeheel ontleend aan de Perziaansche magie, die vermeldt dat twee oproerige engelen van dezelfde namen, thans op het grondgebied van Babel ieder bij hunnen voet, met hunne hoofden naar beneden (Hyde, cap. 12) hangen.63Deze twee Arabische woorden hebben beide dezelfde beteekenis, zijnde: Zie op ons, en duiden eene wijze van groeten aan.Mahometheeft eene grooten tegenzin van het eerste, omdat de Joden het dikwijls als eene bespotting gebruikten. Naar het schijnt doelen de uitleggers daarmede op het Hebr. woordרועhetwelk beteekent slecht of ongelukkig zijn.64Namelijk om God te zien.65Woordelijk vertaald zou dit luiden: tot God met zijn bevel, of met zijne zaak komt; want het woordamr, hetwelk order of bevel beteekent, wordt ook dikwijls in den zin van ding, zaak, gebeurtenis enz. gebruikt. De zaak van God is een duidelijke gebeurtenis, een daad der voorziening, die het aanzien der dingen verandert.66Dat is: Aan de eenheid van God gelooft (Jallalo’ddin). De voorafgaande woorden luiden oorspronkelijk: hij diemoeslim(muzelman) zal worden. Dit woord beteekent: aan Gods wil onderworpen zijn; die zich geheel aan God heeft overgegeven. In het voorbijgaan doen wij opmerken, dat de Mahomedanen onderscheid maken tusschenmoeslimenmoemin(geloovige). Het eerste heeft betrekking tot de uiterlijke uitoefening, tot de godsdienstige daden doorMahometingesteld; het andere gaat op het levendige en oprechte geloof. De Perzianen (de Chiiten) willen b.v. in hunnen haat tegen de Turken (Sunniten) wel erkennen, dat zijmoeslimin(muzelmannen) zijn, maar den naam vanmoeminin(ware geloovigen) willen zij hun natuurlijk niet toekennen.67Hiermede bedoeltMahometde afgodendienende Arabieren, die tot dien tijd geenerlei openbaring, geen gewijd boek hadden ontvangen, terwijl de Joden en Christenen de schriften bezaten.68Dit vers wordt weêrsproken door vers 139 van ditzelfde hoofdstuk. De tempel vanKa’bainMekkais bepaald aangeduid als de zijde, waarheen de muzelmannen zich bij hun gebed moeten keeren.69Telkenmale alsMahometde woorden aanhaalt: God heeft een zoon, kinderen,dochters enz., waarmede hij het geloof der Christenenen afgodendienende Arabieren bedoelt, voegt hij er het woordsobhanahoe, door zijne glorie, bij; dat is: die lastering zij verre van zijne glorie.70Dat is: na de openbaring van den Koran.71God beproefdeAbrahamhoofdzakelijk door hem te gebieden zijnen geboortegrond te verlaten en zijn zoon op te offeren. De uitleggers veronderstellen echter, dat de hier besproken beproeving alleen betrekking heeft op sommige ceremoniën: zooals de besnijding, pelgrimstocht naar denKa’ba, verschillende reinigingsplechtigheden, en dergelijke (Jallalo’ddin).72Dit woord is oorspronkelijk Imam, welke titel door de Mahomedanen aan hunne priesters wordt gegeven, die de gebeden in hunne moskeën aanvangen, en waarna de geheele gemeente volgt.73Dit is de tempel vanCaabaofKa’ba(inMekka) welke gewoonlijk het huis wordt genoemd. Omtrent de heiligheid van dit gebouw en andere bijzonderheden, zie de inleiding tot dit werk.74Hier wordt eigenlijk het binnenste gedeelte van den Ka’batempel bedoeld, waar de Mahomedanen een indruk vanAbrahamsvoet in een steen meenen te zien.75Hieronder moet men eene bepaalde daad van vroomheid verstaan die daarin is gelegen, dat men gedurende uren, en zelfs dagen lang, zittend of geknield in eene moskee blijft.76Zie hierboven de noot van vers 106. DoorAbrahamhet woord muzelman in den mond te leggen, wilMahometzijne godsdienst aan den oorspronkelijken godsdienst, of die vanAbrahamvasthechten, welke, volgens hem, te gelijk de natuurlijke godsdienst van den mensch is. De overlevering legt aanMahometdeze woorden in den mond: “Ieder mensch wordt als muzelman geboren: zijne ouders maken hem tot Jood, Christen of Vuuraanbidder.”77Dit is de Koran.78Onder doop verstaan de uitleggers: den godsdienst en de besnijdenis, die God bij de schepping der menschen instelde, en waarvan de teekenen in den mensch bestaan, evenals de sporen van het water op de kleederen van den gedoopte. Waarschijnlijk heeftMahometdit woord aan de Christenen, of liever aan de Joden ontleend, bij welke het bad en de indompeling nog heden ten dage bestaan. Het Arab. woordsebghabeteekent dan ook doop of eigenlijk indompeling.79Deze woorden werden, volgens de uitleggers, geopenbaard, omdat de Joden volhielden, dat zij de schriften het eerst hadden ontvangen; dat hunne tora (Pentateuchus), of leer, ouder was, en dat geen profeet onder de Arabieren zou kunnen opstaan, en indien dusMahometeen profeet was, hij uit hun volk moest zijn voortgekomen.80In den beginne werd doorMahometen zijne volgelingen geene bijzondere richting in acht genomen, in het wenden van hun aangezicht naar eene of andere plaats of wereldstreek bij het gebed, daar zij zeiden, dat dit volkomen onverschillig was. Later, toen de profeet naarMedinavluchtte, zeide hij hun, dat zij zich naar den tempel vanJeruzalemmoesten richten (waarschijnlijk om zich bij de Joden bemind te maken, bij wie dat gebruik toen, evenals thans nog, bestond), hetgeen zij gedurende zes of zeven maanden als gebod in acht namen. Maar hetzij omdat hem dit bij de Joden weinig baatte, hetzij hij, op de andere zijde, wanhoopte, de afgodendienende Arabieren tot zich te voeren, welke hunnen eerbied voor den tempel vanMekkaniet konden vergeten, althans hij gebood, dat men in het vervolg bij het gebed naar den laatstgenoemde zou gekeerd zijn. Deze verandering werd gemaakt in het tweede jaar van Hedjira (zieAbulf.Vit. Mohamblz. 54), en veroorzaakte dat velen van hem afvallig werden, die gebelgd waren over zijne onstandvastigheid. (Jallalo’ddin).Keblais de gezichts-richting.81Volgens de uitleggers beteekent dit, dat de Arabieren een rechtvaardig en goed volk zijn: dat zij zich aan geene buitensporigheden der andere volkeren schuldig maken, die bij hen zijn getemperd door eene aangeboren bedaardheid. Deze uitleggingen klinken niet zeer voldoende.82Dat is: Zij die tot het Jodendom terug keerden.83Dat wil zeggen: Zij die, vóór definitieve instelling van de Kebla vanMekka, zich bij hun gebed naar de zijde van Jeruzalem wendden, zullen daarom toch hunne belooning in den Hemel ontvangen.84De Joden en de Christenen, welke elkanders Kebla niet volgen.85Dit is, dat zij in den grond van de waarheid zijner zending overtuigd zijn.86Deze uitdrukking, die dikwijls in den Koran wordt gebruikt, beteekent:overal den oorlog tegen de ongeloovigen ondernomen, tot voortplanting van het geloof vanMahomet.87De zielen van martelaars (gelijk zij geacht worden te zijn, welke in gevechten met ongeloovigen worden gedood) zegtJallalo’ddin, zijn in de kroppen van groene vogels, die in het paradijs overal mogen vliegen waar het hun behaagt, en zich met de vruchten mogen voeden, die zich aldaar bevinden.88De Mahomedanen houden zich strikt aan dit bevel. Telkenmale dat hun een grootongelukoverkomt, roepen zij met kalmte en vastberadenheid deze woorden uit.89Safa en Merwa zijn twee bergen nabijMekka, waar van oudsher twee afgodsbeelden stonden, welke de afgodendienende Arabieren gewoon waren te aanbidden en eer te bewijzen.Jallalo’ddinzegt dat deze plaats werd geopenbaard, omdat de volgelingen vanMahometer een gemoedsbezwaar uit maakten, rondom deze bergen te gaan, gelijk de afgodendienaars deden. Maar de ware reden, waarom hij dit overblijfsel van het oude bijgeloof toeliet, schijnt veeleer gelegen te zijn, in de moeilijkheid dieMahometer in zag, het te verbieden. Daarom zegtMahomet, dat de bergen gedenkteekenen van God zijn.90Dit zijn de engelen, de geloovigen en alle zaken in het algemeen (Jallalo’ddin).Yahyameent echter, dat het de vloeken zijn die over de boozen worden uitgesproken, als zij het uitschreeuwen, onder de straf van het graf, door allen die hen hooren; dat is door alle schepselen, de menschen en geesten uitgezonderd.91Of gelijkJallalo’ddinhet uitdrukt: God zal hun berouw afwachten.92Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijk: die genoodzaakt of gedwongen zijn, persoonlijke diensten zonder loon te verrichten, welke soort van diensten dikwijls door de Oostersche vorsten van hunne onderdanen gevorderd, en door de Grieksche en Latijnsche schrijversAngariagenoemd wordt. De schrift vermeld dikwijls deze soort van dwang of macht. (Matth. XXVII, 32, enz.)93Dit is: als de uitventers van logens, of de hoofden van nieuwe secten, op den jongsten dag hunne leerlingen zullen verzaken en zich de handen zullen wasschen, alsof zij niet medeplichtig waren aan hun bijgeloof.94Om deze reden zeggen de Mahomedanen altijd, als zij een dier slachten om zich daarmede te voedenBismi’llah, ofin den naam van God. Is dit verzuimd, dan achten zij het eten daarvan niet geoorloofd.95Daar de Koran in het algemeen zeer kort is in zijne wettelijke bepalingen, moet dit niet te strikt worden opgevat; want overeenkomstig de Sonna (de overlevering) wordt een man mede ter dood gebracht als de moordenaar eener vrouw. Men moest ook acht geven op het verschil van godsdienst, zoodat een Mahomedaan, al ware het een slaaf, niet voor een ongeloovige werd ter dood gebracht, al ware deze een vrij persoon. De burgerlijke magistraten zijn echter niet altijd verplicht ingevolge deze laatste uitlegging van de sonna te handelen.96Door broeder moet men hier een ander man, een Arabier, maar vooral een geloovige verstaan.97De gewoonte in de Mahomedaansche landen, vooral in Perzië (zieChardin,Voyage de Perse, IIe Deel, bladz. 299 enz.) is, dat de moordenaar in hunne handen worden gesteld om ter dood gebracht te worden, of dat zij eene geldelijke voldoening verlangen.98Dit is, dat de vrees der wedervergelding de menschen terughoudt en hem van een moord verwijdert.99Dit beteekent, dat het legaat der derde gedeelte van het vermogen des testamenteurs niet mocht overschrijden, noch gegeven mocht worden aan iemand die het niet noodig had. Maar dit bevel wordt weêrsproken door de wet op de erfenissen.100Woordelijk vertaald zou dit moeten luiden: zijne misdaad valt terug op hen die het verminken; dit is, dat men den testateur geen verwijt zou kunnen doen omtrent ongunstige beschikkingen welke men hem toeschrijft,maar wel aan hem die deze bij de overbrenging verminkt heeft.101De verklaarders verschillen zeer vaak omtrent den zin dezer plaats, daar zij het voor zeer onwaarschijnlijk houden dat het een volk geheel vrij zou zijn gelaten, al of niet te vasten, door het op deze wijze te bepalen.Jallalo’ddinveronderstelt daarom, dat dit alleen vergund is aan hen dieniet in staatzijn te vasten, hetzij door ouderdom, hetzij door gevaarlijke ziekten; maar later zegt hij, dat het in den aanvang van het Mahomedanismus, vrijgelaten was, te kiezen; of zij wilden vasten of een armen man voeden, welke vrijheid spoedig daarna weder werd teruggenomen. Deze plaats is dan ook in tegenspraak met diegene, welke luidt: Daarom laat hem welke in die maand tegenwoordig is, dezelfde maand vasten. Hij voegt er echter hij, dat in deze afschaffing de vrouwen niet zijn begrepen die een kind hebben, of zij die zogen, opdat daardoor het kind niet zou lijden.102Overeenkomstig de gewone hoeveelheid, die een man per dag verbruikt en de gewoonte der plaat (Jallalo’ddin).103Dat is: Te huis, en niet op eene vreemde plaats, waar de vasten niet gehouden kunnen worden, of op reis.104In het begin van het Mahomedanisme sliepen zij niet bij hunne vrouwen gedurende de vasten, noch aten of dronken na den avond maaltijd. Maar beide zaken worden door deze plaats weder geoorloofd. (Jallalo’ddin).105De grenzen die God heeft gesteld: dit beteekent de grenzen of de perken, waarmede God zijne wetten heeft omringd. Vandaar wordt het woord grens (in het Arabischhadd, meervoudighodoed) als voorschrift der wet gebruikt. Deze uitdrukking herinnert aan die vansepes legis, welke op de wetten vanMozesis toegepast.106De verzen van den Koran.107Hiermede worden de hazardspelen, de weddenschappen en de geschenken bedoeld, waarmede men de rechters omkoopt.108Toen de Arabieren van den pelgrimstocht vanMekkaterug kwamen, achtten zij zich geheiligd. In plaats dus van den gewonen ingang hunner woning binnen te gaan, dien zij als ongewijd beschouwden, maakten zij daartoe eene opening aan de andere zijde hunner woning. Hier wordt dit gebruik doorMahometveroordeeld.109Met deze uitdrukking wordt bedoeld, den oorlog voor Gods zaak te voeren. De bevelen in de verzen 186 tot 190 zijn gelegenheidsbeschikkingen, die betrekking hebben op de afgodendienaars vanMekka, zooals uit verschillende uitdrukkingen blijkt. Op dat tijdstip wasMahometnog geen meester vanMekka, en zijne stelling noopte hem slechts verdedigenderwijze te handelen, zoodat daar de aanvallende strijd volstrekt verboden is. Men moet daaruit echter niet afleiden, dat deze bevelen in staat zijn, het geloof en de getrouwheid der Muzelmannen te ketenen. De woorden: doodt hen overal waar gij hen zult vinden, en verjaagt hen van waar zij u hebben verjaagd, even als: tot dat elke geloofsbelijdenis die van den eenigen God zij, laten zulk eene leemte, dat het niet te verwonderen is, dat deIslamietenzichsoms vrij achtten omtrent de verbintenissen met de volkeren van een ander geloof aangegaan, als hunne krachten, of de gunstige omstandigheden, hun veroorloofden, de landen te heroveren, die hunne heerschappij hadden afgeschud.110Dat is: indien gij aangevallen wordt gedurende eene der heiligmaanden, of op geheiligde plaatsen, is het u veroorloofd, vergelding te nemen in die zelfde maanden en op die zelfde plaatsen.111Dit beteekent: Werkt niet mede tot uw eigen verderf, door uwe medewerking te weigeren in de oorlogen tegen ongeloovigen, en gedoogt daardoor niet dat deze krachtig worden.112De bedevaartelhadjdjmoet in de drie maandenchewwal,dhoehl-kadeendhoel-kidjdjehverricht worden, en om die mede te maken, moet men zich met een bedevaartgangersmantel kleeden, zich van de jacht en de vrouwen onthouden, zich het hoofd niet scheren, enz. Dit scheren was een teeken, dat ze hunne geloften vervuld en al de ceremoniën van den pelgrimstocht hadden gevierd. Het bezoek aan den tempelelomraeischt deze plechtigheden niet.113Dat is drie dagen vasten, of zes arme lieden voeden.114Zie de noot 3 op deze bladz.115Naar het gevoelen van de uitleggers beteekenen deze woorden: Het is u veroorloofd, de vermeerdering van uwe bezitting door den koophandel te beproeven, zelfs gedurende den tijd dat gij als bedevaartgangers teMekkakomt. De afgodendienende Arabieren, die mede den pelgrimstocht naarMekkavolbrachten, dreven handel op de nabij gelegen markten vanOkadh,Medjionna, enz. Sedert de komst vanMahometonthielden de Muzelmannen zich gedurende den pelgrimstocht van den handel, vreezende dat zij daardoor zouden zondigen.Mahometveroorloofde het, om velen hunner niet van hun eenig middel van bestaan te berooven.116Een berg nabijMekka, aldus genaamd omdatMahomethier zijne vrouw aantrof en haar na eene lange scheiding bekende (zie noot opvers 34van de2e soera). Anderen zeggen, datGabriël, nadat hijAbrahammet al de heilige ceremoniën had bekend gemaakt, naar dien berg kwam.Mahometvroeg, of hij de ceremoniënkende, die hij hem had getoond, waaropAbrahambevestigend antwoordde; sinds dien tijd wordt die berg aldus genoemd (Al Hasan).117Al Masher al haram. Omtrent dien berg wordt ook gezegd, dat, toenMahometzich eens daarop had begeven om te bidden, zijn gezicht met stralen werd omgeven. (Jallalo’ddin.)Boboviusnoemt hemForkh(de Peregr. Meccana,bladz. 15) hoewel de ware naamKazahschijnt te zijn. De verandering in eerstgenoemden naam moet alleen aan verschil van punctuatie der Arabische letters worden toegeschreven.118Want hij zal alle schepselen in een halven dagrichten. (Jallalo’ddin.)119De eigenlijke woorden zijn: Herinnert u God. Deze woorden kunnen nu eens in een algemeenen zin opgenomen worden, dan weder, in dien van: Herinnert den naam van God, bidt God, doet godvruchtige daden. De samenhang moet den zin bepalen.120De hier bedoelde persoon isAkhnas Ebn Shoraïk, die zwoer inMahomette gelooven, en voorgaf een zijner vrienden te zijn. Maar God openbaarde hier den profeet der huichelarij en goddeloosheid van dien persoon.121De persoon die hier bedoeld wordt, is zekereSoheib, die, door de afgodendienaars vanMekkavervolgd, naarMedinavluchtte omMahometop te zoeken, terwijl hij al zijne bezittingen in handen zijner vervolgers liet.122Onder dien naam zijn alle soorten van sterke en bedwelmende dranken begrepen.123Het oorspronkelijke woordal Meiserbeteekent eigenlijk een bijzonder spel, dat met pijlen wordt gespeeld, en hetwelk bij de heidensche Arabieren veel in gebruik was. Maar door gelukspel moeten hier verstaan worden alle spelen, welke ook, die aan kans of toeval (hazard) onderworpen zijn, zooals dobbelsteenen, kaarten, enz.124Door deze woorden veronderstellen sommigen, dat alleen het buitensporig drinken en dikwijls spelen verboden is (Jallalo’ddinenAl Zamakhshari). Zij denken mede, dat het matig gebruik van wijn veroorloofd is doorvers 69van de16e soera. De meer algemeene meening is, dat zoowel het drinken van wijn of andere sterke dranken, in welke hoeveelheid ook, als het spelen van een of ander kansspel, volstrekt verboden is.125Dat is: indien gij een sterken afkeer van uwe vrouw hebt, is het beter u van haar te scheiden dan God te lasteren, door haar slecht te behandelen en onrechtvaardig te zijn.126Eigenlijk zuiverder en reiner.127Zijnde gedurende die vier maanden en tien dagen.128Een der uitleggers (Yahya) verklaart dit uit eene overlevering vanMahomet, wien men vroeg, welk gebed het middengebed was, waarop hij antwoordde: Het avondgebed door den profeetSalomoingesteld. Een ander (Jallalo’ddin) geeft daaraan een meer ruime beteekenis en veronderstelt, dat dit één der gebeden is, zonder bepaald op te geven welk.129Dit waren, volgens de uitleggers die het minste rekenen 3,000, en volgens hen die het hoogst telden 70,000 Joden, die, òf om de pest, òf om de deelname aan den oorlog tegen de ongeloovigen te ontvluchten, hun land hadden verlaten. Om hen te straffen, deed God hen sterven. Toen de profeetEzechiëlhen later in eene vallei zag liggen, waar zij reeds tot verrotting waren overgegaan, begon hij te schreien en wekte hen op, nadat God hem had gezegd, dat hij hun het leven wilde teruggeven. Zij leefden nog een aantal jaren, maar zij behielden de kleur en reuk van lijken gedurende hun geheele leven, en hunne kleederen werden zwart als pek, hetwelk nog in hunne nakomelingschap plaats had (Jallalo’ddin,Yahya,Abulfeda, enz.) Dit verhaal schijnt aanEzechiël(XXXVII : 1–10) te zijn ontleend.130Saul.131Volgens sommigen werd deze ark uit den hemel aanAdamgezonden, en kwam zij later tot de Israëlieten, die er groot vertrouwen in stelden, en haar steeds aan het hoofd van hun leger voerden, tot zij door de Amalekieten werd genomen. Zij bevatte de schoenen en den staf vanMozes, den mijter vanAäron,eenevaas met manna gevuld en de brokstukken van de twee wettafelen.132Het getal dergenen die uit hunne handen dronken was omstreeks 313 (Jallalo’ddin). Het schijnt datMahomethierSaulmetGidionverwart, die ten gevolge van Gods bevel alleen hen mede ten strijde tegen de Midianieten voerde, die water uit hunne handen lepten en wier getal 300 bedroeg. (Rigteren VII).133Goliath.134Het boek der psalmen.Mahometerkent slechts vier goddelijke boeken, als: de Pentateuchus, de Psalmen, het Evangelie en de Koran. De andere boeken aan de profeten gezonden, zijn, volgens hem, verloren gegaan.135Zie de noot opSoera II, v. 81.136Die regelen worden terecht door de Mahomedanen bewonderd, welke deze in hunne gebeden opzeggen. Sommigen van hen dragen een agaat of ander edelgesteente bij zich, waarop deze plaats is gegraveerd. Zij noemen het Troonvers.137Door dit woord (Arab.coris) wordt de troon der rechtvaardigheid, de rechterstoel Gods verstaan;Al’Archis de troon der goddelijke majesteit, en daarboven geplaatst.138Deze plaats doelt op de eerste volgers vanMahomet, die hunne kinderen, welke afgodendienaars of Joden waren, wilde dwingen het Mahomedanisme te omhelzen.139Dit is eigenlijk de naam van elken afgod, maar vooral van de twee afgodsbeeldenAllâtenal Uzzader bewoners vanMekka. Het is ook de duivel of een verleider.140Nimrod.141Depersoonhierbedoeld, wasOzaïr,EzraofEsdras, die, toen hij op een ezel door de ruïnen van Jeruzalem reed, nadat die stad door de Chaldeeuwen was verwoest, het betwijfelde, dat God die stad weder zou kunnen opbouwen; waarop God hem deed sterven. Hij bleef 100 jaren in dien toestand. Na verloop van dien tijd riep God hem in het leven terug, en hij vond een mandje onbedorven vijgen en een kruikje met onverschaalden wijn bij zich, die niet in het minst bedorven was; maar zijn ezel was dood; slechts de beenderen bewogen zich, en deze rezen op enwerden met vleesch bedekt. Het geraamte werd weder een levende ezel en begon onmiddellijk te balken. Dit verhaal schijnt zijn oorsprong te hebben in Nehemia II : 12 enz.142Men zegt datAbrahamdeze vraag zou hebben gedaan, ten gevolge van eene twijfeling, door een satan in menschelijken vorm in hem gebracht, met de vraag: hoe het mogelijk was, dat de verschillende deelen van het lichaam eens mans, dat op het strand der zee lag en gedeeltelijk door de wilde dieren, de vogels en de visschen was verscheurd, op den dag der opstanding te zamen zouden kunnen gebracht worden (d’Herbelot, blz. 13).143Volgens de uitleggers waren deze vogelen: een arend (of volgens anderen eene duif), een pauw, eene raaf en een haan. Dit schijnt ontleend te zijn aan het offer vanAbraham, doorMozesverhaald. (Gen. XV : 9).144Dat is; Hetzij door den persoon verwijtingen te doen, dien gij hebt geholpen, of zijn armoede tot zijn nadeel bekend te maken.145Deze tuin is een zinnebeeld van aalmoezen, die uit huichelarij worden gegeven, of met verwijtingen verzeld: deze zullen verloren gaan en den gever hier namaals niet van dienst zijn (Jallalo’ddin).146Dat is: Satan raadt u af, edelmoedig te zijn, door u de armoede te doen vreezen die het gevolg uwer onbekrompenheid zou zijn.147Dat is: om eene belooning hier namaals, en niet om een wereldsch loon.148Dat is: aan hunne nederige houding en versleten kleederen.149Dat is: Doe geheel afstand van hetgeen uwe schuldenaars u als intrest schuldig zijn.150Hij, die zijne zaken waarneemt; hetzij zijn vader, erfgenaam, voogd of tolk.151Deze plaats is in tegenspraak metvers 254van deze soera, even als met den zin van verschillende verzen der19e soera.152Hiermede worden, gelijk de uitleggers zeggen, de Joden bedoeld en de verschillende bevelen hun gegeven.

1Dit hoofdstuk werdde Koegenoemd, omdat daarin, onder anderen, van de roode koe sprake is, dieMozesden kinderen Israëls gebood te slachten.

2Een groot deel der hoofdstukken van den Koran dragen als titel, of in het eerste vers, eenige afzonderlijk staande letters. Naar de Mahomedanen gelooven, zijn het de bijzondere teekenen van den Koran, die vele diepe geheimen verbergen; welker ware beteekenis nog aan geen sterveling is geopenbaard, behalve aan hunnen profeet. Eenigen zeggen, dat het beteekentAllah latif magid: God is genadig en moet verheerlijkt worden; ofAna bi mihi, aan mij en van mij, ofAna Allah älan, ik ben de wijste God. Anderen weder zeggen, datAmur li Muchis eene verkorting vanAmur li Mahomet(zeide mijMahomet), en dat het door den schrijver vanMahometer bijgevoegd zou zijn.

3Eigenlijk beteekent dit de zaken die afwezig, op een grooten afstand, of onzichtbaar zijn, zoo als: het paradijs, de hel, de opstanding en al wat op het punt van godsdienst, bovenzinnelijk is.

4De Muzelmannen gelooven dat God niet alleen geschreven openbaringen heeft gegeven aanMozes,David,JezusenMahomet, maar ook aan vele anderen profeten (zieReland,de Relig. Mohan, bladz. 34 enDissert. de Samaritanis, pag. 34. enz.) maar zij herkennen geen die, den Koran voorafgegaan zijnde, thans voorhanden zijn, uitgenomen den Pentateuchus vanMozes, de psalmen vanDaviden het evangelie vanJezus, welke, naar zij nog zeggen, voorMahometstijd door de Joden en Christenen bedorven en vervalscht zijn, waarom zij dan ook onze tegenwoordige afschriften daarvan voor onecht verklaren.

5Het oorspronkelijk woordal-âkheratbeteekent eigenlijk het laatste gedeelte eener zaak, en overdrachtelijk het toekomstige leven, de laatste of toekomstige toestand na den dood, en is het tegenovergestelde vanaldonya, deze wereld, enaloulahet tegenwoordige leven. Het hebreeuwsche woordאחרית(acharith), van denzelfden stam, wordt doorMozesin die beteekenis gebruikt, en is met de woorden: laatste einde vertaald (Numeri XXIV : 20, Deuter. VIII : 16).

6Overal in den Koran, bedoeltMahometmet de menschen wier harten door ziekte zijn aangedaan, de huichelaars, of de menschen van een twijfelachtig en wankelend geloof. Hier en elders volgt hij dikwijls de andere gewijde schrijvers na, met God de bekeering der boozen te doen voorkomen, door op den geest van deze te werken.

7Wij hebben het arabische woordressoel, bode, afwisselend door profeet, gezant of bode vertaald.

8Letterlijk vertaald zou dit moeten luiden: Verderft toch niet op de aarde: waaronder door sommigen misdaden, als: roof, geweld, ongebondenheid en afgodendienst, door anderen de verbreiding eener valsche leer en het bederven van de grondbeginselen des volks wordt verstaan. Om het contrast des te beter te doen uitkomen tusschen dezen zin en die waarmede het vers wordt besloten, zou men dit laatste moeten vertalen met de woorden: Verre van dat; wij verbeteren, of, gelijk anderen dit doen, met de woorden wij zijn hervormers, die door leer en voorbeeld ware vroomheid bevorderen.

9De eerste metgezellen en volgelingen vanMahomet(Jallalo’ddin).

10Letterlijk vertaald zou dit moeten luiden: met hunne duivelen. Het arabische woordcheïtan, satan wordt niet alleen gebruikt voor satan of duivel: hier doelt het op de joodsche en christelijke geestelijke.Mahometmaakt hier gebruik van het recht, dat de ijveraars voor de meeste godsdiensten zich toeëigenen, om de belijders van andere godsdiensten te smaden.

11Hier vergelijktMahomethen, die niet in hem gelooven, bij dengeen, die een vuur tracht te ontsteken, doch die zijne oogen sluit; opdat hij het niet zie, zoodra het opvlamt en licht geeft.

12De tekst schijnt hier onvolmaakt te zijn, en aangevuld te moeten, worden met de woorden: hij wendt zich af, hij sluit zijne oogen of iets dergelijks.

13De uitleggers geven aan deze woorden de beteekenis van: zij zullen zich niet bekeeren.

14Hier vergelijktMahometde ongeloovige Arabieren bij menschen, die in een vreeselijken storm zijn. Om de schoonheid van deze vergelijking te begrijpen, moet men weten; dat de mahomedaansche leeraren zeggen, dat het onweder een afbeelding of beeld van den Koran zelf is; de donder beteekent de bedreigingen die in dat boek voorkomen, het weêrlicht de beloften en de duisternis de mysteriën. De angst voor de bedreigingen doen hen hunne ooren dicht stoppen; als de beloften hun worden voorgelezen, wachten zij met genoegen: maar wanneer er iets geschiedt, dat geheimzinnig of moeielijk te gelooven is, staan zij stil, en willen zich niet er aan onderwerpen, geleid te worden.

15Als een prediker in de moskee, of een Arabisch redenaar het volk aanspreekt, gebruikt hij de woorden: o Menschen, d.i. o, gij, die naar mij luistert. Op dezelfde wijze worden die woorden in den Koran niet gericht tot alle menschen, tot de stervelingen, maar tot de bewoners vanMekkaof vanMedina, voor welkeMahometpredikte. Al het gesprokene vanMahomet, zijne leerstellingen, enz. bezitten het eigenaardige, dat zij van een actuële en beperkte toepassing op de volkeren van Arabië zijn, zonder zich over de andere volkeren, kortom over de geheele menschheid uit te strekken. De uitleggers doen echter opmerken, dat de woorden: “o Menschen!”meer bijzonder op de bewoners vanMekkazijn toegepast, terwijl de bewoners vanMedinamet de woorden: o geloovigen, o gij, die gelooft, worden aangesproken. De bewoners der stad vanMahometvolhardden nog in den afgodsdienst, toen de bewoners vanMedina, reeds den nieuwen profeet hadden aangenomen.

16Volgens sommigen: uwe valsche goden of afgoden. Gewoonlijk worden echter de woordenmin douni-’illahivertaald met: behalve God.Mahometbeschuldigt de Arabieren niet, uitsluitend en volstrekte goden te aanbidden maar onder Gods leer, die van andere godheden te mengen. Even zoo stemden de helden der klassieke oudheid er gaarne in toe, den God der Christenen en zijn Zoon onder de godheden van den Olympus te plaatsen, maar niet om hun veelgodendom geheel op te offeren. Dit spruit uit verschillende plaatsen van den Koran voort, waar de afgodendienaars geacht worden de werking van het Opwezen te erkennen.

17D.i. de steenen afgodsbeelden.

18Sommige uitleggers (o.a.Jallalo’ddin) komen met die verklaring overeen, veronderstellende, dat de vruchten van het paradijs, hoewel van verschillende grootte, nochtans in kleur en uiterlijk aanzien overeen komen.

19De Arabieren verwetenMahomet,onderde ernstige leeringenbeelden uit platte zakken te mengen;Mahometverdedigt zich hier tegen dit verwijt.

20Betreffende de schepping vanAdam, hier bedoeld, hebben de Mahomedanen verschillende bijzondere overleveringen. Zij zeggen dat de engelenGabriël,MichaëlenIsrafil, de eene na den andere, door God werden gezonden, om, voor dat doel, zeven handen aarde van verschillende diepten en kleuren te halen (voor de verschillende menschenrassen volgensAl Termedi, naar eene overlevering vanAbu Musa al Ashasi), maar de aarde voor de gevolgen vreezende, en begeerende, dat zij God hare vrees zoude voorstellen, dat het schepsel hetwelk God had geboden te vormen, tegen Hem zou opstaan en Zijne vervloeking op haar zou nederzenden, keerden de engelen terug, zonder Gods bevel te volbrengen, waarop HijAzraïlmet denzelfden last nederzond, die de opdracht zonder wroeging volbracht: weshalve God dien engel opdroeg, de zielen van de lichamen te scheiden. Hij werd daarom de engel des doods genoemd. De aarde die hij had genomen, was in Arabië gehaald, op eene plaats tusschenMekkaenTaïf, waar zij, na eerst door de engelen gekneed te zijn, door God zelf tot een menschelijken vorm werd gebracht, en gedurende veertig dagen, of, zoo als andere zeggen, een aantal jaren, daar werd gelaten om te drogen (vergelijk den Koran 45ehoofdstuk). In dien tusschentijd werd deze dikwijls door de engelen bezocht, en doorEblis, later duivel, toen een der engelen, die het dichtst bij Gods tegenwoordigheid zijn geplaatst als de anderen. Deze echter, niet tevreden dit te zien, schopte den vorm met den voet, tot hij geluid gaf, en wetende dat God dit schepsel had bestemd om zijn beheerscher te zijn, nam hij een geheim besluit, het nimmer als zoodanig te erkennen. Hierna bezielde God de kleivorm, en beschonk hem met eene verstandelijke ziel: en toen hij hem in het paradijs had geplaatst vormde hijEvauit zijne linkerzijde. (Khond Amir,Jallalo’ddinComment, in Coran, enz.d’Herbelot.Biblioth. Orientbladz. 55).

21Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijk nedervallen, tot het voorhoofd den grond rake, dat de nederigste houding bij bewondering is, en hetgeen men, strikt genomen, alleen aan God zou verplicht zijn; maar somtijds wordt het in plaats daarvan gebruikt, om de burgerlijke achting of hulde uit te drukken, welke men schepselen bewijst (Jallalo’ddin).

22Dit feit van den val des duivels heeft eenige overeenkomst met eene meening, die onder de Christenen reeds velen heeft bezig gehouden (Irenaeus,Lact,Greg. Nyssen, enz.) zijnde, dat eenige van de engelen, onderricht van Gods voornemen, om den mensch naar zijn beeld te vormen, en de menschelijke natuur tot waardigheid te verheffen, door dieChristuste doen toeëigenen, dachten, dat hunne glorie daardoor zou worden verduisterd; derhalve het geluk van den mensch benijdden, en dus opstonden. Ook moet men wel opletten, dat in het vorige versMahometzelf spreekt, of de woorden van den engelGabriëlherhaalt. In dit vers wordt God zelf geacht te spreken. Deze plotselinge verandering van persoon komt ieder oogenblik in den Koran voor, niet alleen in de verschillende verzen, maar zelfs in dezelfde zinsnede. Daardoor zal de lezer kunnen oordeelen over de wanorde, die door deze verandering in de volzinnen wordt veroorzaakt.

23Blijkens hetgeen thans volgt, plaatstMahometdezen tuin, of dat paradijs, niet op de aarde, maar in den zevenden hemel (ZieMarracc.in Alc. bladz. 24).

24Omtrent dezen boom, of de verboden vrucht, is de meening der Mohamedanen even als die der Christenen verschillend. Sommigen zeggen, dat het een korenaar was; anderen willen, dat het een vijgenboom zou zijn geweest, en anderen weder een wijnstok (zieMarracc.in Alc. bladz. 22). Het verhaal van den val wordt zonder verdere omstandigheden in het begin van het7e hoofdstukverhaald.

25De Mahomedanen zeggen, dat, toenAdamenEvauit het paradijs werden gedreven, de eerste viel op het eilandCeylonofSerendib, en de tweede nabijDjiddah, (de haven vanMekka) inArabië, en datAdam, na eene scheiding van 200 jaar, om zijn berouw, door den engel naar eenen berg nabijMekkawerd geleid, waar hij zijne vrouw vond en bekende; welke berg thans den naam vanArafatdraagt, en dat hij naderhand met haar naarCeylonterugkeerde waar zij de voortplanting van hun geslacht vervolgden. Het is niet onbelangrijk, hier eene andere overlevering te vermelden, betreffende de reusachtige gestalte onzer stamouders. Hun profeet, zeggen de Mohamedanen, heeft bevestigd, datAdamzoo lang was als een hooge palmboom (Yahya); doch dit is naar evenredigheid te groot, indien het afdruksel op den top eens bergs, op het eilandCeylon, dat van zijnen voet is, en te klein, indienEvavan zulk eene vreeselijke grootte was, als gezegd wordt, dat, als haarhoofd op eene rots nabijMekkalag, hare knieën zich op twee andere in de vallei zouden hebben bevonden, die op twee geweerschoten afstands van elkander verwijderd liggen. Deze berg thansPico de Adam, en bij de Arabische schrijversRahângenaamd, is iets meer dan twee man hoog (ZieMoncony,Voyage, 1e gedeelte, bladz. 372 enz. enKnox,Account of Ceylon). Anderen (Anciennes relations des Indes, bladz. 3) zeggen daarentegen, dat hij zeventig cubitussen hoog is, en dat, wanneerAdameen voet hier zette, hij met den anderen in de zee stond.

26D.i. menschen en Duivelen.

27Het Arabische woordaiéheeft in den Koran verschillende beteekenissen, omdat het niet alleen een teeken is, maar vooral een teeken van openbaring des hemels en bijgevolg ook mirakel, wonder, enz. uitdrukt. Bovendien wordt het ook voor een vers van den Koran gebruikt, aangezien ieder dier verzen als Gods woord geacht, en voor een mirakel en een waarschuwing gehouden wordt. De zin is echter gemakkelijk uit den samenhang op te maken.

28De Joden worden hier opgeroepen den Koran te ontvangen, tot vergelijking en bevestiging van den Pentateuchus, vooral met eerbiediging van Gods eenheid en de zending vanMahomet(Yahya). Het wordt hun tevens verboden, de plaatsen in hunne wet te verheelen, welke voor die waarheden getuigen, of die te verminken, door het openbaar maken van valsche afschriften van den Pentateuchus, voor hetwelk de schrijvers slechts karig werden betaald, (Jallalo’ddin).

29De uitleggers voegen er bij: het muzelmansche gebed, de muzelmansche aalmoes.

30Het boek, in den volstrekten zin, beteekent: elk geopenbaard boek, de Schriften; tot de Joden sprekende, de Pentateuchus; tot de Christenen: het Nieuwe Testament; het wordt ook op den Koran toegepast. Wij willen te dien opzichte nog doen opmerken, datMahometin zijne predicatiën de afgodendienaars of onwetenden onderscheidt van hen, die, op welk tijdstip ook, gewijde boeken hebben ontvangen. Deze laatsten worden gezin van het boek, lieden der schriften genaamd.

31Deze volzin wordt telkenmale letterlijk teruggevonden, als er sprake is van de vervolgingen, die de Israëlieten in Egypte ondergingen. Men zou bijna zeggen, datMahometdit wilde doen uitkomen. Indien men zich herinnert, dat de afgodendienende Arabieren de geboorte eener dochter als een groot ongeluk beschouwden, moet men toegeven, dat men geen ongunstiger licht op een heidenschen en ongeloovigen vorst (waarvanPharaode type is) kon werpen, dan aanhoudend te wijzen op deze soort van voorkeur, aan de dochters boven de zoons gegeven.

32Zie het meer bijzondere verhaal vanMozesenPharaoin de hoofdstukken 7, 20, enz.

33De persoon die dit kalf omverwierp was, naar de Mahomedanen zeggen,nietAäron, maarAl-Samèri, een der voorname mannen onder de kinderen Israëls, en van wien eenige afstammelingen, naar men beweert, nog een eiland van dien naam in de golf vanArabiëzouden bewonen (Geogr. Nubiens, bladz. 47).Al-Samèriging verder, en nam eenig stof van de voetstappen van het paard van den engelGabriël, die aan het hoofd van het volk reed, en wierp het in den bek van het kalf, dat onmiddellijk begon te loeien en levend werd (Koran, zevende hoofdstuk); zóó sterk was de kracht van ditstof(Jallalo’ddin; zied’Herbelot,Bibl. Orient, bladz. 650).

34De onderscheiding:el-forkan(eigenlijk de verlossing) wordt hier op den Pentateuchus toegepast, gelijk, op andere plaatsen, op den Koran. Dit woord beteekent elk geopenbaard boek, voor zooverre dit het veroorloofde van het verbodene onderscheidt. Men kan zeggen, dat in ieder goddelijk boek, het gedeelte, hetwelk de gebruiken, de spijzen, enz. behandelt,el forkan(onderscheiding) heet, evenals het dogmatischeal-houda(richting).

35De Oostersche schrijvers zeggen, dat deze kwartels van eene bijzondere soort waren, die nergens anders dan inYemenwerden gevonden, vanwaar zij door een zuidewind in grooten getale naar het kamp der Israëlieten in de woestijn werden gevoerd (Koran,7e hoofdstuk). De Arabieren noemen deze vogelssalwà, dat hetzelfde beteekent als het Hebreeuwsche woordsalwin. Deze hebben, naar zij zeggen, geene beenen, maar worden geheel gegeten (zied’Herbelot,Bibl. Oriënt., bladz. 477).

36Eenige uitleggers veronderstellen dat hetJerichois, anderenJeruzalem.

37Het Arabische woord isHittaton, waaruit sommigen debeteekenisafleiden van de betuiging der eenheid Gods, zoo dikwijls door de Mahomedanen gebruikt.La ilàha illa’llaho. Er is geen God buiten God.

38Men gelooft dat in dit vers sprake is van het binnentrekken der Israëlieten in de stadJericho. In plaats van het woordhittatonofhettat, (aflaat, genade) zoo als hun dit bevolen was, zouden de Joden dit door het woordhabatb(korrel of gerstkorrel)fishairathebben vervangen, en zich als plunderaars gedragen hebben. Het is overbodig de aandacht te vestigen op de anachronisme, door den schrijver van den Koran, of liever zijne uitleggers begaan, door den dood vanMozeste mengen in de gebeurtenissen sedert zijnen dood voorgevallen, zoo als het innemen vanJericho.

39Eene pestziekte, die omstreeks 70,000 hunner heeft gedood (Jallalo’ddin).

40NumeriXI, 5, enz. Volgens sommigen erwten.

41Deze plaats, even alsvers 59 van het zes en twintigste hoofdstuk, waarin de Israëlieten geacht worden naarEgypteterug te keeren, is een dier anachronismen, waarvan de Koran wemelt, en die de groote onwetendheid van den Arabischen profeet duidelijk aantoonen.

42Uit deze woorden, welke in het vijfde hoofdstuk worden herhaald, hebben verschillende schrijvers (Selden,de Jure Nat. et Gentium sec. Hebr. 1. 6 c. 12.Angel,a.s. Joseph. Gazophy1ac. Persic. p. 365.Nic. Cusanus,in Cribatione Alcorani, 1. 3, c, 2. enz.) verkeerdelijk afgeleid, dat de Mahomedanen het als de leer van hunnen profeet hielden, dat ieder mensch door zijn eigen godsdienst zou behouden zijn, mits hij oprecht ware en een goed leven leidde. Het is waar, dat velen hunner geleerden toestemmen, dat dit de zin dezer woorden is, (Chardin,Voyages, 2e deel, bladz. 326, 331) maar zij voegen er bij, dat de hier toegestane vrijheid spoedig werd herroepen, omdat deze plaats door verschillende andere in den Koran is afgeschaft, welke uitdrukkelijk verklaren, dat niemand zalig zal zijn, die niet tot het Mahomedaansche geloof behoort. Vooral blijkt dit uit de woorden in het derde hoofdstuk, vers 79. Hoewel anderen van oordeel zijn, dat deze plaats niet afgeschaft is, maar die op eene andere wijze verklaren, zeggen zij, dat de bedoeling is, dat niemand, hetzij hij Jood, Christen of Sabeïst is, van de zaligheid uitgesloten zal zijn, mits hij zijn verkeerden godsdienst verlate en Muzelman worde, hetgeen, naar zij zeggen, wordt aangeduid door de woorden:Indien zij slechts aan God en aan den jongsten dag gelooven en weldoen, zullen zij door hunnen Heer beloond worden.

43Naar de overlevering der Mahomedanen, zouden de Israëlieten hardnekkig geweigerd hebben, de wet te ontvangen, en zou God, om hen te verschrikken, den berg Sinaï van zijne wortelen losgescheurd en boven hun hoofd gehouden hebben.

44De legende, waarop deze plaats betrekking heeft, is de volgende: in de dagen vanDavid, woonden verschillende Israëlieten in de stadAilahofElath, aan den Roode zee, waar de visschen gewoon waren op den avond van den sabbath in grooten getale aan den oever te komen: zij bleven daar gedurende den sabbath, om hen te verleiden, en den daarop volgenden nacht keerden zij naar de zee terug. Na eenigen tijd verwaarloosden eenige inwoners Gods bevel, en vingen visch gedurende den sabbath;zij groeven later kanalen naar zee, opdat de visschen zouden kunnen binnenkomen, en voorzagen die van sluizen, die zij gedurende den sabbath schutteden, om den terugkeer der visschen naar de zee te beletten. Het overige gedeelde van de inwoners, die den sabbath streng vierden, gebruikte overreding en kracht om deze goddeloosheid tegen te gaan, maar zonder gevolg: de zondaren vermeerderden slechts en werden hardnekkiger, waaropDavidde sabbathschenders vloekte en God hen in apen veranderde. Men zegt, dat iemand, die naar zijn vriend ging zien, welke onder hen was, hem in de gedaante van een aap vond, wild met zijne oogen rondwarende, en toen vroeg of hij niet een zulk was. De aap maakte een teeken met zijn hoofd, dat hij dit was, waarop de andere tot hem zeide: Heb ik u niet geraden af te laten, waarop de aap schreide. De Mahomedanen voegen er bij, dat dit ongelukkige volk drie dagen in dien staat bleef, daarna verstrooid, (Abul’feda) en door een storm in de zee gedreven werd.

45De Joden haddenMozesgevraagd, een moordenaar te ontdekken. Hoe daartoe te geraken?Mozesgebood eene koe te slachten, hetwelk oppervlakkig in geen verband stond met den moord. Zie hier hoe deze overlevering luidt: Een zeker man liet bij zijnen dood aan zijnen zoon, toen nog een kind, een koekalf na, hetwelk in de woestijn rondzwierf, tot het op zekeren ouderdom was gekomen, toen de moeder den zoon verhaalde, dat de vaars hem toebehoorde, en hem bad haar te gaan halen en voor drie goudstukken te verkoopen. Toen de jongeling met zijne vaars op de markt kwam, hield hem een engel staande, die in een gedaante van een mensch was en bood hem zes goudstukken voor het dier, doch hij wilde het geld niet aannemen, zonder de toestemming zijner moeder te hebben gevraagd. Toen hij die had verkregen, keerde hij naar de markt terug, en ontmoette den engel, die hem thans het dubbele voor het dier bood, mits hij daarvan niets aan zijne moeder zeide; maar de jongeling sloeg het aanbod af, ging heen en maakte zijne moeder met dit aanbod bekend. De vrouw bespeurde dat het een engel was, bad haren zoon terug te keeren en hem te vragen, wat men met het kalf moest doen; waarop de engel den jongeling vertelde, dat binnen korten tijd de kinderen Israëls het dier tot elken prijs zouden willen koopen. Spoedig hiernageschiedde het dat een Israëliet,Hammielgenaamd, door een zijner verwanten was gedood, die om ontdekking te voorkomen, het lijk naar eene plaats had vervoerd, welke aanmerkelijk was verwijderd van de plaats waar de moord was geschied. De vrienden van den verslagene beschuldigden verschillende andere personen bijMozesvan den moord; maar de beschuldigden loochenden de daad, en daar er geen bewijs was om hen te overtuigen, gebood God eene koe, met die en die bijzondere kenteekenen, te dooden, maar aangezien er geene andere was, welke aan de beschrijving voldeed, dan het kalf van den wees, waren zij verplicht het dier te koopen voor zooveel geld als de eigenaar verlangde: volgens sommigen was dat voor het gewicht van het dier aan goud, en volgens anderen tien maal zooveel. Toen het dier geofferd was, en het lijk van den man, volgens het goddelijke gebod, met een gedeelte er van gestreken was, herleefde het: de man stond op, noemde den persoon die hem had gedood, waarop hij dadelijk weder dood nederviel. (Abul’feda). De geheele geschiedenis schijnt te zijn ontleend aan die van de roode vaars welke volgens het gebod der wet, door de Joden moest worden gedood, en waarvan de asch moest worden bewaard, om degenen te reinigen die een dood lichaam hadden aangeraakt (Num. XIX), en aan dat van de vaars, welke geslacht moest worden tot boete van een moordenaar, van wiens daad men niet zeker was (Deuteron. XXI, 1–9).

46Om den buitengemeenen prijs dien zij genoodzaakt waren voor de vaars te betalen.

47Zijnde haar tong, of het eind van haren staart.

48Volgens eenigen te strijken.

49Hier beschuldigtMahometde Joden weder, de afschriften der gewijde boeken te veranderen, met het doel om er alle plaatsen uit te verwijderen, waarin de zending van den Arabischen profeet werd voorspeld.

50Volgens een der schrijvers (Jallalo’ddin) is dit veertig; aangezien het getal der dagen waarop hunne voorvaderen het gouden kalf dienden, veertig was, na welken tijd naar zijn zeggen, hunne straf ophoudt.

51In dit geval verstaan de uitleggers in het algemeen, onder slechte daden, veelgodendom of afgodendienarij, welke zonde, behalve wanneer men haar in dit leven berouwt, naar de meening der Mahomedanen onvergeefelijk is, en door eeuwige verdoemenis wordt gestraft. Alle andere zonden zullen, naar hunne meening, na verloop van tijd vergeven worden. Daarom is dit, naar hunne meening eene onvergeefbare goddeloosheid, welke in hetN.T.de zonde tegen den Heiligen Geest wordt genoemd.

52Deze plaats werd geopenbaard bij gelegenheid dat er herhaalde twisten waren gerezen tusschen de Joden van de stammen vanKoreidha, en die vanAl-Aws,Al-NadhirenAl-Khasraj, welke zoo hoog liepen, dat zij naar de wapens grepen, elkanders woonplaatsen vernielden en elkaâr uit de huizen joegen: maar wanneer er een gevangen genomen werd, maakten zij hem weder vrij. Toen men hun vroeg, waarom zij op deze wijze handelden, zeiden zij: Dat hunne wet hun gebood de gevangenen de vrijheid te hergeven, maar dat zij vochten uit vrees, dat hunne oversten gering geschat zouden worden (Jallalo’ddin).

53Men verbeelde zich niet datMahomethier den heiligen geest naar christelijke begrippen bedoelt. De uitleggers zeggen: die heilige geest was de engelGabriël, welkeJezusvolgde en hem steedsvergezelde(Jallalo’ddin).

54Het is bijna overbodig te zeggen, dat dit beteekent: Onze harten zijn verstokt, onvatbaar voor de rede.

55De Koran.

56De Pentateuchus.

57Zie Exodus XXXII, 20, Deuteron. IX, 21.

58Mahometmaakt hier gevolgtrekkingen uit de ongehoorzaamheid hunner voorvaderen, die het kalf aanbaden, op denzelfden tijd dat zij voorgaven in de wet vanMozeste gelooven, en dat het geloof der Joden in dien tijd ijdel en huichelachtig was, daar zij hem verwierpen, die daarin werd gezegd een bedrieger te zijn (Jallalo’ddin).

59De uitleggers zeggen, dat de Joden vroegen, welke engel het was dieMahometde goddelijke openbaringen bracht, en toen men zeide dat ditGabriëlwas, antwoordden zij, dat die hun vijand was en de boodschapper van toorn en straf, maar indien hetMichaëlware geweest, zouden zij in hem hebben geloofd, omdat die engel hun vriend was, en de boodschapper van vrede en overvloed. Zij zeggen dat bij die gelegenheid deze plaats werd geopenbaard (Jallalo’ddin,Al-Zamakh,Yahya). DatMichaëlinderdaad voor den beschermenden of ondersteunenden engel der Joden gold, weten wij uit de schrift (Dan. XII, 1), terwijl het schijnt datGabriël, gelijk de Perzianen van hem zeggen, als de engel van openbaringen werd aangezien, die dikwijls met zendingen van dien aard werd afgezonden (Dan. VIII, 16 en IX, 21 Lucas 1; 19 26), om welke reden het waarschijnlijk is, datMahometvoorgaf, dat deze de engel was van wien hij den Koran ontving.

60Zijnde de openbaringen van dit boek.

61Nadat de duivelenSalomo, met Gods verlof, zonder gevolg in verzoeking hadden gebracht, maakten zij van een listig bedrog gebruik om zijnen naam te besmetten. Daarom schreven zij verschillende tooverboeken,verborgen deze onder den troon van dien vorst en vertelden de voornaamste lieden na zijnen dood, dat, indien men wilde weten op welke wijzeSalomozijne onbeperkte macht over menschen, geesten en de winden had verkregen, men slechts onder zijnen troon behoefde te zoeken. Toen men dit deed, vond men, de opgenoemde boeken, die goddelooze bijgeloovigheden bevatten. De beschaafde lieden weigerden de booze kunsten te leeren, die daarin waren bevat, maar het lagere gedeelte des volks deed het, en de priesters maakten dit schandelijk verhaal vanSalomobekend, hetwelk gezag onder de Joden verkreeg tot God, gelijk de Mahomedanen zeggen, dien koning door den mond van hunnen profeet zuiverde, met de verklaring, datSalomogeen afgodendienaar was (Yahya,Jallalo’ddin).

62Sommigen zeggen slechts dat dit twee toovenaars of engelen waren, door God tot de menschen gezonden om hun de tooverkunst te leeren en hen in verzoeking te brengen (Jallalo’ddin). Anderen vertellen eenelangere fabel,t.w.dat de engelen hunne verrassing over de goddeloosheid der zonen vanAdamkenbaar maakten, nadat reeds profeten, met goddelijke opdrachten tot hen waren gezonden; waarop God verzocht, twee uit hun midden te kiezen, om als rechters op de aarde gezonden te worden. Hierop kozen zijHaroetenMaroet, die hunnen last gedurende eenigen tijd met oprechtheid uitvoerden, totZoharaof de planeet Venus nederdaalde en voor hen verscheen in de gedaante eener schoone vrouw, die eenklachttegen haren echtgenoot inbracht (hoewel anderen zeggen dat het eene werkelijke vrouw was). Zoodra zij haar zagen, werden zij bekoord en trachtten haar te verleiden, maar zij steeg ten hemel, waar de engelen mede terugkeerden; doch deze werden daar niet meer toegelaten. Door de tusschenkomst van zekeren vromen man werd hun de keuze vergund, of zij in dit, of wel in het volgende leven wilden gestraft zijn, waarop zij het tegenwoordige kozen. Zij ondergaan thans hunne straf daarvoor te Babel, waar zij tot den jongsten dag zullen blijven. Zij voegen er bij, dat indien iemand de tooverkunst wil leeren, hij tot hen moet gaan om hunne stem te hooren, hoewel men hen niet kan zien (Yahya, enz.). Dit verhaal is doorMahometgeheel ontleend aan de Perziaansche magie, die vermeldt dat twee oproerige engelen van dezelfde namen, thans op het grondgebied van Babel ieder bij hunnen voet, met hunne hoofden naar beneden (Hyde, cap. 12) hangen.

63Deze twee Arabische woorden hebben beide dezelfde beteekenis, zijnde: Zie op ons, en duiden eene wijze van groeten aan.Mahometheeft eene grooten tegenzin van het eerste, omdat de Joden het dikwijls als eene bespotting gebruikten. Naar het schijnt doelen de uitleggers daarmede op het Hebr. woordרועhetwelk beteekent slecht of ongelukkig zijn.

64Namelijk om God te zien.

65Woordelijk vertaald zou dit luiden: tot God met zijn bevel, of met zijne zaak komt; want het woordamr, hetwelk order of bevel beteekent, wordt ook dikwijls in den zin van ding, zaak, gebeurtenis enz. gebruikt. De zaak van God is een duidelijke gebeurtenis, een daad der voorziening, die het aanzien der dingen verandert.

66Dat is: Aan de eenheid van God gelooft (Jallalo’ddin). De voorafgaande woorden luiden oorspronkelijk: hij diemoeslim(muzelman) zal worden. Dit woord beteekent: aan Gods wil onderworpen zijn; die zich geheel aan God heeft overgegeven. In het voorbijgaan doen wij opmerken, dat de Mahomedanen onderscheid maken tusschenmoeslimenmoemin(geloovige). Het eerste heeft betrekking tot de uiterlijke uitoefening, tot de godsdienstige daden doorMahometingesteld; het andere gaat op het levendige en oprechte geloof. De Perzianen (de Chiiten) willen b.v. in hunnen haat tegen de Turken (Sunniten) wel erkennen, dat zijmoeslimin(muzelmannen) zijn, maar den naam vanmoeminin(ware geloovigen) willen zij hun natuurlijk niet toekennen.

67Hiermede bedoeltMahometde afgodendienende Arabieren, die tot dien tijd geenerlei openbaring, geen gewijd boek hadden ontvangen, terwijl de Joden en Christenen de schriften bezaten.

68Dit vers wordt weêrsproken door vers 139 van ditzelfde hoofdstuk. De tempel vanKa’bainMekkais bepaald aangeduid als de zijde, waarheen de muzelmannen zich bij hun gebed moeten keeren.

69Telkenmale alsMahometde woorden aanhaalt: God heeft een zoon, kinderen,dochters enz., waarmede hij het geloof der Christenenen afgodendienende Arabieren bedoelt, voegt hij er het woordsobhanahoe, door zijne glorie, bij; dat is: die lastering zij verre van zijne glorie.

70Dat is: na de openbaring van den Koran.

71God beproefdeAbrahamhoofdzakelijk door hem te gebieden zijnen geboortegrond te verlaten en zijn zoon op te offeren. De uitleggers veronderstellen echter, dat de hier besproken beproeving alleen betrekking heeft op sommige ceremoniën: zooals de besnijding, pelgrimstocht naar denKa’ba, verschillende reinigingsplechtigheden, en dergelijke (Jallalo’ddin).

72Dit woord is oorspronkelijk Imam, welke titel door de Mahomedanen aan hunne priesters wordt gegeven, die de gebeden in hunne moskeën aanvangen, en waarna de geheele gemeente volgt.

73Dit is de tempel vanCaabaofKa’ba(inMekka) welke gewoonlijk het huis wordt genoemd. Omtrent de heiligheid van dit gebouw en andere bijzonderheden, zie de inleiding tot dit werk.

74Hier wordt eigenlijk het binnenste gedeelte van den Ka’batempel bedoeld, waar de Mahomedanen een indruk vanAbrahamsvoet in een steen meenen te zien.

75Hieronder moet men eene bepaalde daad van vroomheid verstaan die daarin is gelegen, dat men gedurende uren, en zelfs dagen lang, zittend of geknield in eene moskee blijft.

76Zie hierboven de noot van vers 106. DoorAbrahamhet woord muzelman in den mond te leggen, wilMahometzijne godsdienst aan den oorspronkelijken godsdienst, of die vanAbrahamvasthechten, welke, volgens hem, te gelijk de natuurlijke godsdienst van den mensch is. De overlevering legt aanMahometdeze woorden in den mond: “Ieder mensch wordt als muzelman geboren: zijne ouders maken hem tot Jood, Christen of Vuuraanbidder.”

77Dit is de Koran.

78Onder doop verstaan de uitleggers: den godsdienst en de besnijdenis, die God bij de schepping der menschen instelde, en waarvan de teekenen in den mensch bestaan, evenals de sporen van het water op de kleederen van den gedoopte. Waarschijnlijk heeftMahometdit woord aan de Christenen, of liever aan de Joden ontleend, bij welke het bad en de indompeling nog heden ten dage bestaan. Het Arab. woordsebghabeteekent dan ook doop of eigenlijk indompeling.

79Deze woorden werden, volgens de uitleggers, geopenbaard, omdat de Joden volhielden, dat zij de schriften het eerst hadden ontvangen; dat hunne tora (Pentateuchus), of leer, ouder was, en dat geen profeet onder de Arabieren zou kunnen opstaan, en indien dusMahometeen profeet was, hij uit hun volk moest zijn voortgekomen.

80In den beginne werd doorMahometen zijne volgelingen geene bijzondere richting in acht genomen, in het wenden van hun aangezicht naar eene of andere plaats of wereldstreek bij het gebed, daar zij zeiden, dat dit volkomen onverschillig was. Later, toen de profeet naarMedinavluchtte, zeide hij hun, dat zij zich naar den tempel vanJeruzalemmoesten richten (waarschijnlijk om zich bij de Joden bemind te maken, bij wie dat gebruik toen, evenals thans nog, bestond), hetgeen zij gedurende zes of zeven maanden als gebod in acht namen. Maar hetzij omdat hem dit bij de Joden weinig baatte, hetzij hij, op de andere zijde, wanhoopte, de afgodendienende Arabieren tot zich te voeren, welke hunnen eerbied voor den tempel vanMekkaniet konden vergeten, althans hij gebood, dat men in het vervolg bij het gebed naar den laatstgenoemde zou gekeerd zijn. Deze verandering werd gemaakt in het tweede jaar van Hedjira (zieAbulf.Vit. Mohamblz. 54), en veroorzaakte dat velen van hem afvallig werden, die gebelgd waren over zijne onstandvastigheid. (Jallalo’ddin).Keblais de gezichts-richting.

81Volgens de uitleggers beteekent dit, dat de Arabieren een rechtvaardig en goed volk zijn: dat zij zich aan geene buitensporigheden der andere volkeren schuldig maken, die bij hen zijn getemperd door eene aangeboren bedaardheid. Deze uitleggingen klinken niet zeer voldoende.

82Dat is: Zij die tot het Jodendom terug keerden.

83Dat wil zeggen: Zij die, vóór definitieve instelling van de Kebla vanMekka, zich bij hun gebed naar de zijde van Jeruzalem wendden, zullen daarom toch hunne belooning in den Hemel ontvangen.

84De Joden en de Christenen, welke elkanders Kebla niet volgen.

85Dit is, dat zij in den grond van de waarheid zijner zending overtuigd zijn.

86Deze uitdrukking, die dikwijls in den Koran wordt gebruikt, beteekent:overal den oorlog tegen de ongeloovigen ondernomen, tot voortplanting van het geloof vanMahomet.

87De zielen van martelaars (gelijk zij geacht worden te zijn, welke in gevechten met ongeloovigen worden gedood) zegtJallalo’ddin, zijn in de kroppen van groene vogels, die in het paradijs overal mogen vliegen waar het hun behaagt, en zich met de vruchten mogen voeden, die zich aldaar bevinden.

88De Mahomedanen houden zich strikt aan dit bevel. Telkenmale dat hun een grootongelukoverkomt, roepen zij met kalmte en vastberadenheid deze woorden uit.

89Safa en Merwa zijn twee bergen nabijMekka, waar van oudsher twee afgodsbeelden stonden, welke de afgodendienende Arabieren gewoon waren te aanbidden en eer te bewijzen.Jallalo’ddinzegt dat deze plaats werd geopenbaard, omdat de volgelingen vanMahometer een gemoedsbezwaar uit maakten, rondom deze bergen te gaan, gelijk de afgodendienaars deden. Maar de ware reden, waarom hij dit overblijfsel van het oude bijgeloof toeliet, schijnt veeleer gelegen te zijn, in de moeilijkheid dieMahometer in zag, het te verbieden. Daarom zegtMahomet, dat de bergen gedenkteekenen van God zijn.

90Dit zijn de engelen, de geloovigen en alle zaken in het algemeen (Jallalo’ddin).Yahyameent echter, dat het de vloeken zijn die over de boozen worden uitgesproken, als zij het uitschreeuwen, onder de straf van het graf, door allen die hen hooren; dat is door alle schepselen, de menschen en geesten uitgezonderd.

91Of gelijkJallalo’ddinhet uitdrukt: God zal hun berouw afwachten.

92Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijk: die genoodzaakt of gedwongen zijn, persoonlijke diensten zonder loon te verrichten, welke soort van diensten dikwijls door de Oostersche vorsten van hunne onderdanen gevorderd, en door de Grieksche en Latijnsche schrijversAngariagenoemd wordt. De schrift vermeld dikwijls deze soort van dwang of macht. (Matth. XXVII, 32, enz.)

93Dit is: als de uitventers van logens, of de hoofden van nieuwe secten, op den jongsten dag hunne leerlingen zullen verzaken en zich de handen zullen wasschen, alsof zij niet medeplichtig waren aan hun bijgeloof.

94Om deze reden zeggen de Mahomedanen altijd, als zij een dier slachten om zich daarmede te voedenBismi’llah, ofin den naam van God. Is dit verzuimd, dan achten zij het eten daarvan niet geoorloofd.

95Daar de Koran in het algemeen zeer kort is in zijne wettelijke bepalingen, moet dit niet te strikt worden opgevat; want overeenkomstig de Sonna (de overlevering) wordt een man mede ter dood gebracht als de moordenaar eener vrouw. Men moest ook acht geven op het verschil van godsdienst, zoodat een Mahomedaan, al ware het een slaaf, niet voor een ongeloovige werd ter dood gebracht, al ware deze een vrij persoon. De burgerlijke magistraten zijn echter niet altijd verplicht ingevolge deze laatste uitlegging van de sonna te handelen.

96Door broeder moet men hier een ander man, een Arabier, maar vooral een geloovige verstaan.

97De gewoonte in de Mahomedaansche landen, vooral in Perzië (zieChardin,Voyage de Perse, IIe Deel, bladz. 299 enz.) is, dat de moordenaar in hunne handen worden gesteld om ter dood gebracht te worden, of dat zij eene geldelijke voldoening verlangen.

98Dit is, dat de vrees der wedervergelding de menschen terughoudt en hem van een moord verwijdert.

99Dit beteekent, dat het legaat der derde gedeelte van het vermogen des testamenteurs niet mocht overschrijden, noch gegeven mocht worden aan iemand die het niet noodig had. Maar dit bevel wordt weêrsproken door de wet op de erfenissen.

100Woordelijk vertaald zou dit moeten luiden: zijne misdaad valt terug op hen die het verminken; dit is, dat men den testateur geen verwijt zou kunnen doen omtrent ongunstige beschikkingen welke men hem toeschrijft,maar wel aan hem die deze bij de overbrenging verminkt heeft.

101De verklaarders verschillen zeer vaak omtrent den zin dezer plaats, daar zij het voor zeer onwaarschijnlijk houden dat het een volk geheel vrij zou zijn gelaten, al of niet te vasten, door het op deze wijze te bepalen.Jallalo’ddinveronderstelt daarom, dat dit alleen vergund is aan hen dieniet in staatzijn te vasten, hetzij door ouderdom, hetzij door gevaarlijke ziekten; maar later zegt hij, dat het in den aanvang van het Mahomedanismus, vrijgelaten was, te kiezen; of zij wilden vasten of een armen man voeden, welke vrijheid spoedig daarna weder werd teruggenomen. Deze plaats is dan ook in tegenspraak met diegene, welke luidt: Daarom laat hem welke in die maand tegenwoordig is, dezelfde maand vasten. Hij voegt er echter hij, dat in deze afschaffing de vrouwen niet zijn begrepen die een kind hebben, of zij die zogen, opdat daardoor het kind niet zou lijden.

102Overeenkomstig de gewone hoeveelheid, die een man per dag verbruikt en de gewoonte der plaat (Jallalo’ddin).

103Dat is: Te huis, en niet op eene vreemde plaats, waar de vasten niet gehouden kunnen worden, of op reis.

104In het begin van het Mahomedanisme sliepen zij niet bij hunne vrouwen gedurende de vasten, noch aten of dronken na den avond maaltijd. Maar beide zaken worden door deze plaats weder geoorloofd. (Jallalo’ddin).

105De grenzen die God heeft gesteld: dit beteekent de grenzen of de perken, waarmede God zijne wetten heeft omringd. Vandaar wordt het woord grens (in het Arabischhadd, meervoudighodoed) als voorschrift der wet gebruikt. Deze uitdrukking herinnert aan die vansepes legis, welke op de wetten vanMozesis toegepast.

106De verzen van den Koran.

107Hiermede worden de hazardspelen, de weddenschappen en de geschenken bedoeld, waarmede men de rechters omkoopt.

108Toen de Arabieren van den pelgrimstocht vanMekkaterug kwamen, achtten zij zich geheiligd. In plaats dus van den gewonen ingang hunner woning binnen te gaan, dien zij als ongewijd beschouwden, maakten zij daartoe eene opening aan de andere zijde hunner woning. Hier wordt dit gebruik doorMahometveroordeeld.

109Met deze uitdrukking wordt bedoeld, den oorlog voor Gods zaak te voeren. De bevelen in de verzen 186 tot 190 zijn gelegenheidsbeschikkingen, die betrekking hebben op de afgodendienaars vanMekka, zooals uit verschillende uitdrukkingen blijkt. Op dat tijdstip wasMahometnog geen meester vanMekka, en zijne stelling noopte hem slechts verdedigenderwijze te handelen, zoodat daar de aanvallende strijd volstrekt verboden is. Men moet daaruit echter niet afleiden, dat deze bevelen in staat zijn, het geloof en de getrouwheid der Muzelmannen te ketenen. De woorden: doodt hen overal waar gij hen zult vinden, en verjaagt hen van waar zij u hebben verjaagd, even als: tot dat elke geloofsbelijdenis die van den eenigen God zij, laten zulk eene leemte, dat het niet te verwonderen is, dat deIslamietenzichsoms vrij achtten omtrent de verbintenissen met de volkeren van een ander geloof aangegaan, als hunne krachten, of de gunstige omstandigheden, hun veroorloofden, de landen te heroveren, die hunne heerschappij hadden afgeschud.

110Dat is: indien gij aangevallen wordt gedurende eene der heiligmaanden, of op geheiligde plaatsen, is het u veroorloofd, vergelding te nemen in die zelfde maanden en op die zelfde plaatsen.

111Dit beteekent: Werkt niet mede tot uw eigen verderf, door uwe medewerking te weigeren in de oorlogen tegen ongeloovigen, en gedoogt daardoor niet dat deze krachtig worden.

112De bedevaartelhadjdjmoet in de drie maandenchewwal,dhoehl-kadeendhoel-kidjdjehverricht worden, en om die mede te maken, moet men zich met een bedevaartgangersmantel kleeden, zich van de jacht en de vrouwen onthouden, zich het hoofd niet scheren, enz. Dit scheren was een teeken, dat ze hunne geloften vervuld en al de ceremoniën van den pelgrimstocht hadden gevierd. Het bezoek aan den tempelelomraeischt deze plechtigheden niet.

113Dat is drie dagen vasten, of zes arme lieden voeden.

114Zie de noot 3 op deze bladz.

115Naar het gevoelen van de uitleggers beteekenen deze woorden: Het is u veroorloofd, de vermeerdering van uwe bezitting door den koophandel te beproeven, zelfs gedurende den tijd dat gij als bedevaartgangers teMekkakomt. De afgodendienende Arabieren, die mede den pelgrimstocht naarMekkavolbrachten, dreven handel op de nabij gelegen markten vanOkadh,Medjionna, enz. Sedert de komst vanMahometonthielden de Muzelmannen zich gedurende den pelgrimstocht van den handel, vreezende dat zij daardoor zouden zondigen.Mahometveroorloofde het, om velen hunner niet van hun eenig middel van bestaan te berooven.

116Een berg nabijMekka, aldus genaamd omdatMahomethier zijne vrouw aantrof en haar na eene lange scheiding bekende (zie noot opvers 34van de2e soera). Anderen zeggen, datGabriël, nadat hijAbrahammet al de heilige ceremoniën had bekend gemaakt, naar dien berg kwam.Mahometvroeg, of hij de ceremoniënkende, die hij hem had getoond, waaropAbrahambevestigend antwoordde; sinds dien tijd wordt die berg aldus genoemd (Al Hasan).

117Al Masher al haram. Omtrent dien berg wordt ook gezegd, dat, toenMahometzich eens daarop had begeven om te bidden, zijn gezicht met stralen werd omgeven. (Jallalo’ddin.)Boboviusnoemt hemForkh(de Peregr. Meccana,bladz. 15) hoewel de ware naamKazahschijnt te zijn. De verandering in eerstgenoemden naam moet alleen aan verschil van punctuatie der Arabische letters worden toegeschreven.

118Want hij zal alle schepselen in een halven dagrichten. (Jallalo’ddin.)

119De eigenlijke woorden zijn: Herinnert u God. Deze woorden kunnen nu eens in een algemeenen zin opgenomen worden, dan weder, in dien van: Herinnert den naam van God, bidt God, doet godvruchtige daden. De samenhang moet den zin bepalen.

120De hier bedoelde persoon isAkhnas Ebn Shoraïk, die zwoer inMahomette gelooven, en voorgaf een zijner vrienden te zijn. Maar God openbaarde hier den profeet der huichelarij en goddeloosheid van dien persoon.

121De persoon die hier bedoeld wordt, is zekereSoheib, die, door de afgodendienaars vanMekkavervolgd, naarMedinavluchtte omMahometop te zoeken, terwijl hij al zijne bezittingen in handen zijner vervolgers liet.

122Onder dien naam zijn alle soorten van sterke en bedwelmende dranken begrepen.

123Het oorspronkelijke woordal Meiserbeteekent eigenlijk een bijzonder spel, dat met pijlen wordt gespeeld, en hetwelk bij de heidensche Arabieren veel in gebruik was. Maar door gelukspel moeten hier verstaan worden alle spelen, welke ook, die aan kans of toeval (hazard) onderworpen zijn, zooals dobbelsteenen, kaarten, enz.

124Door deze woorden veronderstellen sommigen, dat alleen het buitensporig drinken en dikwijls spelen verboden is (Jallalo’ddinenAl Zamakhshari). Zij denken mede, dat het matig gebruik van wijn veroorloofd is doorvers 69van de16e soera. De meer algemeene meening is, dat zoowel het drinken van wijn of andere sterke dranken, in welke hoeveelheid ook, als het spelen van een of ander kansspel, volstrekt verboden is.

125Dat is: indien gij een sterken afkeer van uwe vrouw hebt, is het beter u van haar te scheiden dan God te lasteren, door haar slecht te behandelen en onrechtvaardig te zijn.

126Eigenlijk zuiverder en reiner.

127Zijnde gedurende die vier maanden en tien dagen.

128Een der uitleggers (Yahya) verklaart dit uit eene overlevering vanMahomet, wien men vroeg, welk gebed het middengebed was, waarop hij antwoordde: Het avondgebed door den profeetSalomoingesteld. Een ander (Jallalo’ddin) geeft daaraan een meer ruime beteekenis en veronderstelt, dat dit één der gebeden is, zonder bepaald op te geven welk.

129Dit waren, volgens de uitleggers die het minste rekenen 3,000, en volgens hen die het hoogst telden 70,000 Joden, die, òf om de pest, òf om de deelname aan den oorlog tegen de ongeloovigen te ontvluchten, hun land hadden verlaten. Om hen te straffen, deed God hen sterven. Toen de profeetEzechiëlhen later in eene vallei zag liggen, waar zij reeds tot verrotting waren overgegaan, begon hij te schreien en wekte hen op, nadat God hem had gezegd, dat hij hun het leven wilde teruggeven. Zij leefden nog een aantal jaren, maar zij behielden de kleur en reuk van lijken gedurende hun geheele leven, en hunne kleederen werden zwart als pek, hetwelk nog in hunne nakomelingschap plaats had (Jallalo’ddin,Yahya,Abulfeda, enz.) Dit verhaal schijnt aanEzechiël(XXXVII : 1–10) te zijn ontleend.

130Saul.

131Volgens sommigen werd deze ark uit den hemel aanAdamgezonden, en kwam zij later tot de Israëlieten, die er groot vertrouwen in stelden, en haar steeds aan het hoofd van hun leger voerden, tot zij door de Amalekieten werd genomen. Zij bevatte de schoenen en den staf vanMozes, den mijter vanAäron,eenevaas met manna gevuld en de brokstukken van de twee wettafelen.

132Het getal dergenen die uit hunne handen dronken was omstreeks 313 (Jallalo’ddin). Het schijnt datMahomethierSaulmetGidionverwart, die ten gevolge van Gods bevel alleen hen mede ten strijde tegen de Midianieten voerde, die water uit hunne handen lepten en wier getal 300 bedroeg. (Rigteren VII).

133Goliath.

134Het boek der psalmen.Mahometerkent slechts vier goddelijke boeken, als: de Pentateuchus, de Psalmen, het Evangelie en de Koran. De andere boeken aan de profeten gezonden, zijn, volgens hem, verloren gegaan.

135Zie de noot opSoera II, v. 81.

136Die regelen worden terecht door de Mahomedanen bewonderd, welke deze in hunne gebeden opzeggen. Sommigen van hen dragen een agaat of ander edelgesteente bij zich, waarop deze plaats is gegraveerd. Zij noemen het Troonvers.

137Door dit woord (Arab.coris) wordt de troon der rechtvaardigheid, de rechterstoel Gods verstaan;Al’Archis de troon der goddelijke majesteit, en daarboven geplaatst.

138Deze plaats doelt op de eerste volgers vanMahomet, die hunne kinderen, welke afgodendienaars of Joden waren, wilde dwingen het Mahomedanisme te omhelzen.

139Dit is eigenlijk de naam van elken afgod, maar vooral van de twee afgodsbeeldenAllâtenal Uzzader bewoners vanMekka. Het is ook de duivel of een verleider.

140Nimrod.

141Depersoonhierbedoeld, wasOzaïr,EzraofEsdras, die, toen hij op een ezel door de ruïnen van Jeruzalem reed, nadat die stad door de Chaldeeuwen was verwoest, het betwijfelde, dat God die stad weder zou kunnen opbouwen; waarop God hem deed sterven. Hij bleef 100 jaren in dien toestand. Na verloop van dien tijd riep God hem in het leven terug, en hij vond een mandje onbedorven vijgen en een kruikje met onverschaalden wijn bij zich, die niet in het minst bedorven was; maar zijn ezel was dood; slechts de beenderen bewogen zich, en deze rezen op enwerden met vleesch bedekt. Het geraamte werd weder een levende ezel en begon onmiddellijk te balken. Dit verhaal schijnt zijn oorsprong te hebben in Nehemia II : 12 enz.

142Men zegt datAbrahamdeze vraag zou hebben gedaan, ten gevolge van eene twijfeling, door een satan in menschelijken vorm in hem gebracht, met de vraag: hoe het mogelijk was, dat de verschillende deelen van het lichaam eens mans, dat op het strand der zee lag en gedeeltelijk door de wilde dieren, de vogels en de visschen was verscheurd, op den dag der opstanding te zamen zouden kunnen gebracht worden (d’Herbelot, blz. 13).

143Volgens de uitleggers waren deze vogelen: een arend (of volgens anderen eene duif), een pauw, eene raaf en een haan. Dit schijnt ontleend te zijn aan het offer vanAbraham, doorMozesverhaald. (Gen. XV : 9).

144Dat is; Hetzij door den persoon verwijtingen te doen, dien gij hebt geholpen, of zijn armoede tot zijn nadeel bekend te maken.

145Deze tuin is een zinnebeeld van aalmoezen, die uit huichelarij worden gegeven, of met verwijtingen verzeld: deze zullen verloren gaan en den gever hier namaals niet van dienst zijn (Jallalo’ddin).

146Dat is: Satan raadt u af, edelmoedig te zijn, door u de armoede te doen vreezen die het gevolg uwer onbekrompenheid zou zijn.

147Dat is: om eene belooning hier namaals, en niet om een wereldsch loon.

148Dat is: aan hunne nederige houding en versleten kleederen.

149Dat is: Doe geheel afstand van hetgeen uwe schuldenaars u als intrest schuldig zijn.

150Hij, die zijne zaken waarneemt; hetzij zijn vader, erfgenaam, voogd of tolk.

151Deze plaats is in tegenspraak metvers 254van deze soera, even als met den zin van verschillende verzen der19e soera.

152Hiermede worden, gelijk de uitleggers zeggen, de Joden bedoeld en de verschillende bevelen hun gegeven.


Back to IndexNext