1Zie hierna de noot vanvers 30.2Zie denootvan het 1e vers, vorige soera.3De onderscheiding is een der titels van den Koran, omdat die leert, het goede van het kwade, het geoorloofde van het ongeoorloofde te onderscheiden.4Men onderscheide hier wel de beteekenis der woorden: grondzuilen (of moeder) des boeks, hier in den zin van grondslag gebruikt, van die des anderen, wordende het eene op het eerste hoofdstuk van den Koran, het tweede op den prototype van den Koran toegepast, die in den Hemel bewaard en ook het duidelijke boek genoemd wordt.5Het woordahl, dat gewoonlijk door huisgezin wordt vertaald, beteekent, in meer algemeenen zin gebruikt, volk, aanhangers van, of lieden van.6Het teeken of mirakel, hier bedoeld, was de overwinning, in het tweede jaar der Hedjira, doorMahometbehaald op de heidensche bewoners vanMekka, die doorAboe Sofianwerden aangevoerd, en welke in de valleiBedrplaats had, die gelegen is nabij de zee tusschenMekkaenMedina.Mahometsstrijdkrachten bestonden slechts uit 319 man, terwijl het leger van den vijand bijna 1000 man sterk was. Niettegenstaande dit verschil, noodzaakte hij hen te vluchten, nadat hij zeventig der voornaamste Koreïshieten gedood en verscheidene gevangen gemaakt had, met een verlies van slechts veertien man van zijn eigen volk. (Elmacin,Hottinger,Hist. Oriënt.Abülfed,Vit. Moham, enz.). Dit was de eerste overwinning die door den profeet werd behaald, en hoewel het geene zeer belangrijke gebeurtenis moge schijnen, toch was het een groot voordeel voor hem en voor de grondvesting van al zijn volgende macht en geluk. Daarom is deze gebeurtenis beroemd in de Arabische geschiedenis en meer dan eens in den Koran vermeld. (Zie lager in deze soera en de soeras 8 en 32) en alseen gevolg van de goddelijke hulp aangehaald. Het genoemde mirakel bestaat naar men zegt uit drie zaken: 1º.Mahometnam op order vanGabriël, eene handvol zand en wierp het, tijdens den aanval, naar den vijand, zeggende: Mogen hunne aangezichten beschaamd worden, waarop zij onmiddellijkvluchtten. Maar hoewel de profeet zelf waarschijnlijk met het zand wierp, wordt toch in den Koran (8e Soeravoorste ged.) gezegd, dat God daarmede zou hebben geworpen; dat is, door tusschenkomst van zijnen engel. 2º. De Mahomedanen rekenden de ongeloovigen twee maal sterker te zijn dan zij, hetwelk hen zeer ontmoedigde, en 3º. God zond eerst duizend engelen te hunner hulp en daarna drie duizend engelen, aangevoerd doorGabriël, die op zijn paardHaïzûmwas gezeten; en volgens den Koran (8e Soera) werd dit alles door de hemelsche helpers uitgevoerd, hoewel de Mahomedanen zich verbeeldden het zelven te doen, en dus op hetzelfde oogenblik dapper vochten7Eigenlijk gemerkte paarden, zijnde de edele paarden, die men met zorg bewaart en van het naamcijfer des bezitters voorziet.8Hiermede worden de heidensche Arabieren bedoeld, die geene kennis der schriften hebben (Jallalo’ddin,Al Beidâwi). Het Arabische woord is hier echter niet datgene waarvan de Koran zich gewoonlijk bedient, waar hij over afgodendienaars spreekt. Het is het woordommin, lieden van het volk. Het woordommi(enkelvoudig) ongeletterde, wordt echter ook opMahomettoegepast.9De Joden.10Deze plaats werd geopenbaard bij gelegenheid datMahomettwist had met eenige Joden, hetgeen door de uitleggers op verschillende wijze wordt verhaald.AlBeidâwizegt, dat, toenMahometeens in eene synagoge ging,Naïm Ebn AmroeenAl Hareth Ebn Zeidhem vroegen, van welken godsdienst hij was. Hij antwoordde: vanAbrahamsgodsdienst. Zij hernamen,Abrahamwas een jood, maar opMahometsvoorstel, dat de Pentateuchus het geschil zou beslechten, wilden zij op geenerlei wijze daarin toestemmen.Jallalo’ddinverhaalt, dat twee Joden overspel hadden bedreven, waaropMahomethen veroordeelde om ingevolge de wet vanMozes, gesteenigd te worden. De Joden weigerden dit uit te voeren, zeggende, dat er geen dergelijk verbod in den Pentateuchus was, maar toenMahometdat boek tot getuige riep, werd die wet er in gevonden. Daarna werden de misdadigers gesteenigd. Het is zeer opmerkelijk, dat deze wet vanMozesbetreffende het steenigen van overspeligen in het Nieuwe Testament (Joh. VIII : 5) is vermeld hoewel sommigen de echtheid dier geheele plaats betwisten, doch nu is het noch in de Hebreeuwsche of Samaritaansche Pentateuchus, noch in de Septuaginta te vinden, daar er slechts wordt gezegd, dat die ter dood gebracht zullen worden (Lev. XX : 10. Zie ookWhistons,Essay towards restoring the true Text of the Old Testament, bladz. 99 en 100). Op deze bijzonderheid wordt door de Mahomedanen aanhoudend gewezen als een bewijs van de verminking der wet vanMozesdoor de Joden. Het is mede opmerkelijk, dat er eens een vers in den Koran bestond, waarin geboden werd de overspeligen te steenigen, en dat de uitleggers zeiden, dat de woorden slechts waren afgeschaft, hoewel de zin of wet van kracht bleef.11Zie de tweede Soera, vers 74.12Imran,AmranofImramis volgens de Mahomedaansche overlevering, den naam van twee verschillende personen. De een was de vader vanMozesenAäron, en de ander was de vader vanMaria(Al Zamakhshari,Al Beidâwi) welke bij sommige christen-schrijversJoachimwordt genoemd. De uitleggers veronderstellen, dat de eerste, of eigenlijk dat beide op deze plaats bedoeld worden, hoewel men aanneemt, dat de persoon op de volgende plaats bedoeld, laatstgenoemde was, die behalveMaria, de moeder vanJezus, ook een zoon had, welkeAäronwerd genaamd (Koran19e soera) en eene zusterIshàofElisabeth, die metZachariashuwde en de moeder was vanJohannesden Dooper; weshalve deze profeet enJezusgewoonlijk door de MahomedanenDe twee zonen der tante, of de neven worden genoemd. Hier verwart de KoranMariade moeder vanJezusmetMariaofMirjam, de zuster vanMozesenAäron, hoewel het uit andere plaatsen van den Koran duidelijk blijkt datMahometwel degelijk wist, datMozesverscheidene eeuwen voorChristusleefde.13De persoonImram, hier bedoeld, was de vader vanMaria; de naam zijner vrouw wasHannahofAnna, de dochter vanFakudh.14Dit is: dat een meisje geene priesterlijke diensten kon verrichten, evenals een knaap.15Deze uitdrukking staat in verband met eene overlevering, datAbraham, toen de duivel hem beproefde, God niet te gehoorzamen, door zijn’ zoon niet te offeren, den boozen geest verdreef, door met steenen naar hem te werpen. Tot aandenken dezer gebeurtenis werpen de Mahomedanen, bij den pelgrimstocht naarMekka, in de vallei vanMinaeen aantal steenen, met zekere ceremoniën naar den duivel.16Ofschoon het kind geen jongen was, bood heur moeder haar toch den priesters aan, die met het opzicht in den tempel belast waren, als eene aan God gewijde. Nadat zij haar hadden ontvangen, werd zij aan de zorg vanZachariastoevertrouwd, die haar een vertrek in den tempel bouwde en haar van het noodige voorzag. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi, enz.)17De uitleggers zeggen, dat niemand inMaria’svertrek mocht komen behalveZacharias, en dat hij zeven deuren achter haar sloot. Desniettegenstaande vond hij haar in den winter van zomervruchten en in den zomer van wintervruchten voorzien.18Dat isJezus, die volgens een der uitleggers (Al Beidâwi), zoo werd genoemd, omdat hij, door bevel van God, zonder vader ontvangen was.19Het oorspronkelijke beteekent iemand, die zich niet alleen aan de vrouwen, maar ook aan alle andere genoegens en begeerten zal onttrekken.20Zachariaswas toen negenennegentig jaar oud, en zijne vrouw negenentachtig. (Al Beidâwi). Vergelijk de voorzegging aanAbraham(Gen. XVII : 17).21Zijn aangezicht ter aarde doen bukken en de knie buigen, geschiedt bij het gebed der Muzelmannen.Mahometschijnt deze uitdrukking hier opzettelijk te bezigen, om zijne leer vast te hechten aan die der rechtvaardigen van het Oude Testament.22ToenMariavoor het eerst in den tempel werd gebracht, twistten zij onder elkander, omdat zij de dochter van een hunner opperhoofden was, wie met hare opvoeding zou belast worden.Zachariasstond er op, dat hij de voorkeur zou hebben, dewijl hij met hare tante getrouwdwas, maar de anderen stemden daarin niet toe. Zij kwamen toen overeen, dat het lot tusschen hen zou beslissen, waarop zevenentwintig naar de rivier deJordaangingen en hunne roeden er in wierpen, waarop zij eenige plaatsen der wet hadden geschreven; alle zonken zij, behalve die vanZacharias, die op het water dreef. Daarop werd hem de zorg over het kind toevertrouwd. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin, enz.)23Behalve het verhaal hiervan gegeven door de Koran (19e soera), geeft een Mahomedaansch schrijver (die echter niet veel gezag heeft) twee verhalen; een, datJezussprak, terwijl hij nog in het lichaam zijner moeder besloten was, om haren neefJosephte bestraffen, over de onrechtvaardige verdenking, die hij van haar voedde (Sikii,notas in Evang. Infant, pag. 5) en een ander sprookje, dat hij aan denzelfden persoon een antwoord zou hebben gegeven, kort nadat hij geboren was. WantJoseph, die doorZachariaswas uitgezonden, omMariaop te zoeken, welke de stad bij nacht had verlaten, om hare bevalling te verbergen, begon haar te onderhouden toen hij haar had gevonden; maar ze gaf geen antwoord, waarop het kind zeide: Verheug u, oJozef! en wees tevreden; want God heeft mij voortgebracht uit de duisternis van het moederlijf, voor het licht der wereld, en ik zal tot de kinderen Israëls gaan en hen noodigen tot gehoorzaamheid aan God (Al Kessai). Dit schijnt geheel ontleend te zijn aan de vele fabelachtige overleveringen der oostersche Christenen, waarvan eene tot ons is gekomen in het aprocryphe evangelie van dekindsheid van Christus, waar wij vinden, datJezussprak, tijdens hij nog in zijne wieg lag, en tot zijne moeder zeide: Waarlijk ik benJezus, de zoon van God, wiens woord gij hebt voorgebracht, zooals de engelGabriëlu heeft verklaard: en mijn vader heeft mij gezonden om de wereld te redden.24Sommigen zeggen dat het eene vledermuis was (Jallalo’ddin); maar anderen veronderstellen, datJezusvele vogels van verschillende soorten maakte. Deze omstandigheid is mede ontleend aan de volgende fabelachtige overlevering, welke in het bovengenoemde apocryphe evangelie is te vinden. ToenJezuszeven jaar oud was, speelde hij met eenige kinderen van zijnen ouderdom; zij maakten uit klei verschillende vormen van vogels en andere dieren, om zich te vermaken en ieder gaf zijn eigen werk de voorkeur.Jezusvertelde hun, dat hij die wilde doen loopen en springen, hetwelk zij op zijn bevel ook deden. Hij maakte ook vele figuren van menschen en anderevogels, die weg vlogen, of op zijne handen bleven staan, al naar hij het hun beval en ook aten en dronken, als hij hun spijs en drank aanbood. De kinderen vertelden dit aan hunne ouders, die hun verboden, nimmer meer metJezuste spelen, dien zij voor een toovenaar hielden. (Evang. Infant.pag. 111 enz.).25Jallalo’ddinvermeldt drie personen, welkeChristusin het leven terug bracht, en die onderscheiden jaren daarna nog leefden en kinderen hadden, zijnde:Lazarus, de zoon der weduwe, en de dochter van den herbergier (waarschijnlijk van het opperhoofd der synagoge). Hij voegt er bij, dat hij ookSem, den zoon vanNoach, heeft opgewekt, die, zoo als een ander (Al Thalabi) schrijft, dacht, dat hij ten oordeel werd geroepen, en met een half grijs hoofd uit zijn graf kwam, ofschoon de menschen in zijne dagen niet grijs werden. Daarna stierf hij onmiddellijk weder.26Hier staat in den tekst:inni motewafika. Dit woord wordt gebruikt in de beteekenis van den dood te doen ondergaan, sprekende van God, die de menschen oproept en tot zich ontvangt, bij het einde van hun leven. De uitleggers, door deze plaats, welke in tegenspraak is met de meening datJezusniet gestorven is, maar dat God een ander in zijne plaats stelde, in verlegenheid gebracht, denken dat dit woord, hoewel het eerste in den tekst geplaatst, echter, wat den zin betreft, de andere in deze orde moet volgen: Ik zal u tot mij opheffen, en aan het einde zal ik u geheel als de andere menschen doen sterven. Eenige verklaarders gelooven, datJezuswerkelijk gestorven is voor zijne hemelvaart, en wel gedurende drie uren, en dat hij niet is gekruisigd. Overigens wordt deze plaats op verschillende wijze verklaard.27Enige Mahomedanen zeggen, dat dit door tusschenkomst vanGabriëlgeschiedde; maar anderen zijn van meening, dat een sterke dwarrelwind hem van den bergOljvetopnam (Althalabi, zie ook 2 Koningen II : 1 en 11).28Namelijk omtrentJezus.29Om deze plaats te verklaren, wordt door de uitleggers het volgende verhaald: Verschillende Christenen kwamen met hunnen bisschop,Abn Harethgenaamd, totMahomet, als afgezanten van de bewoners vanNajranofNedjran(land vanArabië), en vingen aan met hem te twisten over godsdienst en de geschiedenis vanJezus. Zij stemden er eindelijk in toe, de genoemde zaak den volgenden ochtend te behandelen, als een korte weg om te beslissen, wie van hen in het ongelijk was.Mahometbracht zijne dochterFatima, zijn schoonzoonAlien zijn beide kleinzonenHassanenHoesseinmede, en hij verzocht de Christenen te wachten, tot hij zou hebben gebeden. Maar toen zij hem zagen knielen, ontbrak hun de moed, en dorsten zij het niet wagen, hem te vloeken, maar onderwierpen zich aan hem (Jallalo’ddin,Al Beidâwi). Deze plaats wordtmobahelehgenoemd en is van groot gewicht bij alle Muzelmannen, maar meer bijzonder bij de Chiiten (volgelingen vanAli), omdatMahomet, dieFatima,Ali,HassanenHoesseinhad medegebracht, de woorden gebruikt:onze zielen en de uwe, hetgeen ten bewijze strekt voor de innige verbinding en ondeelbaarheid vanMahometen zijn gezin.30Behalve van andere afgodische daden beschuldigtMahometde Joden en Christenen, dat zij een al te blind geloof schenken aan hunne priesters en monniken, welke zich de macht hebben toegeëigend, uit te maken, welke zaken wettig en welke onwettig zijn, en van het volgen van Gods wetten te ontslaan.31Hier worden de Joden en Christenen andermaal beschuldigd, de schriften te hebben vervalscht en de profetiën omtrentMahomette hebben verduisterd.32De uitleggers zeggen, om deze plaats te verklaren, datCaab Ebn Al AshrafenMalec Ebn Al Seif(twee Joden vanMedina), hunne gezellen roepen, toen de Kebla was veranderd, te doen alsof zij geloofden, dat die door God was gegeven, door des ochtends te bidden naar den Caaba gewend, en dat zij des avonds, zooals gewoonlijk, naarJeruzalemgekeerd, zouden bidden, opdat de volgelingen vanMahomet, die zich verbeeldden, dat de Joden betere rechters dan zij op dit punt waren, hun voorbeeld zouden volgen. Anderen zeggen echter, dat het zekere Joodsche priesters ofkhaibarwaren, die sommigen van hun volk bevalen, des ochtends voor te geven, dat zij den Mahomedaanschen godsdienst hadden omhelsd, maar aan het einde van den dag te zeggen, dat zij hunne boeken der schrift nagezien en hunne rabijnen geraadpleegd hadden, doch dat zij niet konden vinden, datMahometde persoon was, in de wet beschreven en bedoeld; door welke list zij hoopten, twijfel in de harten der Mahomedanen te doen ontstaan (Al Beidâwi).33In het Arabisch staat voor het woord talent:kintar, dat duizend dinars of goudstukken waard was. Als een voorbeeld van deze plaats halen de uitleggersAbd’allah Ebn Salâmaan, een jood, die zeer bevriend was metMahomet(Prideaux,Life of Moham, pag. 33), aan wien een der Koreïshieten 1200 oncen goud leende, welke hij zeer stipt op den bepaalden tijd betaalde (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).34Mahometspreekt hier van de Christenen, die, volgens hem, aanJezus, zoon vanMariaen eenvoudig sterveling, eene taal in den mond leggen, welke hij, als profeet en oprecht vereerder van God, nimmer heeft kunnen voeren.Al Beldâwivoegt er bij, dat twee Christenen,Abn Râfè al KoradhienAl Seynd al Najrâni, aanboden,Mahometals hunnen God te erkennen en hem te aanbidden, waarop hij geantwoord had: God verbiedt, dat wij iemand naast hem zouden vereeren.35Dat is: hen te aanbidden enrabb(meester, heer) te noemen, hetwelk men slechts aan God schuldig is.36BeccaofMekka.Mahometontving deze plaats toen de Joden zeiden, dat hunne Kebla, of de tempel vanJeruzalem, ouder was dan die der Mahomedanen, of de Caaba.37Letterlijk: Houdt vast aan de koord van God, d.i. verzekert u zelven, door den Islam aan te nemen, welke hier figuurlijk wordt uitgedrukt door “koord,” omdat het een zeker middel is, hen te redden, dieanders eenen godsdienst belijden, waardoor zij hiernamaals verloren zouden zijn, daar het vasthouden aan een touw het voorbehoedmiddel is tegen het vallen in een put of andere plaats. Men zegt dat Mahomet, om de zelfde reden, den KoranHabl Allah al matiunoemt, d.i. de zekere koord van God (Al Beidâwi).38Als de Joden en Christenen, die omtrent de eenheid van God enz. twistten.39Zoo alsAbd’allah Ebn Salâmen zijne metgezellen (Al Beidâwi) en diegenen van de stammenAl AnsenAl Khazrajwelke het mahomedanisme hebben omhelsd.40Die namelijk welke het islamismus hebben aangenomen.41Dat is, tot eenen anderen godsdienst.42Dit was de slag vanOhod, een berg op vier mijlen ten Noorden vanMedina. De Koreïshieten hadden namelijk, om hun verlies bijBedr(zie het begin van deze soera) te wreken, in het volgende jaar, zijnde het derde der Hedjira, een leger van 3000 man te zamen getrokken, waaronder 200 paarden en 200 man, die met maliënkolders waren gewapend. Deze strijdkrachten werden aangevoerd doorAboe Sofiânen maakten teDhu’lholeifa, een dorp op zes mijlen afstands vanMedinahalt.Mahomet, wiens leger veel minder talrijk was dan dat zijner vijanden, had eerst besloten, hen in de stad af te wachten, maar later volgde hij den raad van sommigen zijner makkers en rukte tegen hen op, aan het hoofd van 1000 man (sommigen zeggen hij had 1050 man, anderen 900, waarvan 100 met maliënkolders waren voorzien, maar hij had slechts één paard, behalve het zijne, in het geheele leger). Met deze strijdkrachten vormde hij een kamp in een dorp bijOhod, welken berg hij in den rug verlangde te hebben, om het voordeel, zijne manschappen tegen omsingeling te behoeden, waartoe hij nog 50 boogschutters in de achterhoede plaatste, met streng bevel, hunne posten niet te verlaten. Toen het gevecht begon, was het voordeel eerst aanMahometszijde, maar later verloor hij den slag door de schuld zijner boogschutters, die de gelederen verlieten om te plunderen, en zoodoende toelieten, dat de paarden der vijanden de Mahomedanen omsingelden en hen in de achterhoede aanvielen.Mahomethad daarbij echter zijn leven verloren, daar zijn leger door eene hagelbui van steenen aangevallen, en door twee pijlen in het aangezicht gewond werd, waardoor hij, toen men die uittrok, twee zijner voorste tanden verloor. Van de Moslems waren 90 man gedood, waaronderHamzoe, de oom vanMahometen van de ongeloovigen22 (Abulfeda). Deze plaats moest dienen om den slechten uitslag van dit gevecht te verontschuldigen, en den nedergeslagen moed zijner volgelingen weder op te wekken.43Dit waren sommigen van de gezinnen vanBanoe Salmavan den stam vanAl KhagrajenBanoel, Narethvan den stam vanAl Aws, die de beide vleugels vanMahometsleger vormden.44Deze plaats werd geopenbaard, toenMahometgewond werd in den slag vanOhoden uitriep: Hoe zal het volk kunnen zegepralen, dat het aangezicht van zijnen profeet met bloed heeft bevlekt, terwijl hij hen tot hunnen God riep: De persoon die hem wondde was Otha de zoon vanAbboe Wakkâs(AlBeidâwi).45Toen zij teBedrwerden geslagen. Het is opmerkelijk, dat het getal der Mahomedanen die bijOhodwerden gedood gelijk is aan dat der afgodendienaars die deBedrvielen. Dit was zoo door God bevolen, om eene elders op te geven reden (VIIIe Soera).46Deze plaats heeft betrekking op vele vanMahometsvolgelingen, die niet teBedrtegenwoordig waren geweest, en welke de gelegenheid wenschten te hebben, in een ander gevecht dezelfde eer te genieten als zij die als martelaren in den slag vielen, maar ontmoedigd werden, toen zij het grooter getal afgodendienaars in den slag vanOhodlagen.47Ten einde de klachten van zijn volk om hunne nederlaag des te krachtiger te stillen, steltMahomethet zóó voor, als ware de levenstijd van iederen mensch vooraf bij God bepaald, en dat zij, die in den slag vielen, hunnen dood niet zouden hebben ontgaan, indien zij te huis waren gebleven, terwijl zij nu het glorierijke voordeel genoten, als martelaars voor het geloof te vallen.48Dat is: de overwinning en den buit.49Zeggende: komt hier tot mij, o dienaren van God! Ik ben Gods gezant. Hij, die terugkeert, zal in het paradijs komen. Maar niettegenstaande al zijne pogingen om zijne lieden te verzamelen, kon hij niet meer dan dertig van hen daartoe brengen.50Na het gevecht werden zij, die in den slag pal bleven staan, terwijl zij in het veld lagen, door een aangenamen slaap verkwikt, zoodat hun de zwaarden uit de handen vielen; maar zij, die zich slecht hadden gedragen, werden verontrust, en hunne harten verbeeldden zich, dat zij aan het verderf waren overgegeven (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).51Dat is: Is hier eenige schijn van goed gevolg, of van de goddelijke gunst en ondersteuning die ons is toegezegd? (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).52Indien God ons ondersteunt, volgens zijne belofte, of, zooals anderen die woorden teruggeven, indien wij den raad vanAballah Eboe Obba Sollûlhadden gevolgd, en in de stadMedinawaren gebleven, hadden onze makkers het leven niet verloren (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).53Volgens het zeggen van sommigen in deze plaats geopenbaard bij de verdeeling van den geplunderden buit teBedr, toen sommigen der soldatenMahometverdacht hielden, zich in het geheim van een zijden dekkleed, dat zeer prachtig was, en hetwelk vermist werd te hebben meester gemaakt (Al Beidâwi,Jallalo’ddin). Anderen veronderstellen, dat de boogschutters, die oorzaak waren van den slag vanOhod, hunne gelederen verlieten, omdat zij zich verbeeldden, datMahometgeen deel aan den buit zou geven, naardien hij eens, zoo als verhaald wordt, een deel vooruit zond, en in denzelfden tijd den vijand aanviel, waarvan hij den ruimen buit onder degenen verdeelde, die met hem in het gevecht waren, en niets gaf aan het korps, dat wegens plichtsvervulling afwezig was.54Volgens eene overlevering vanMahomet, zal hij, die in deze wereld zijn naaste zal hebben bedrogen, op den dag der opstanding verschijnen, met de voorwerpen op den schouder welke hij door bedrog heeft verkregen, en bedekt met schande.55Zijnde: de Sonna (Al Beidâwi).56Het was het gevolg van uwe ongehoorzaamheid aan de bevelen van den profeet, en door dat gij uw post verliet om te plunderen.57Deze plaats werd geopenbaard voor de oproerige en ongehoorzame Mahomedanen, die totMahomethadden gezegd, dat, indien hij een ware profeet was, hij gemakkelijk de wezenlijk geloovigen van de huichelaars kon onderscheiden (Al Beidâwi).58Men zegt datMahometheeft verklaard, dat degeen die zijne wettelijke bijdrage aan aalmoezen niet stipt betaalde, op den dag der opstanding, eene slang om zijn hals gedraaid zal hebben.59Mahometmet den Koran.60Zoo als sommigen verhalen, werden deze woorden in den Koran gevoegd, omdatOmm Salma, een der vrouwen van den profeet, hem verhaalde wat zij had opgemerkt, dat God dikwijls melding maakt van de mannen die hunne woonplaatsen verlaten voor de zaak van het geloof, maar van de vrouwen niet gewaagt (Al Beidâwi).61De oorspronkelijke uitdrukking beteekent eigenlijk: goeden uitslag in de zaken van het leven, bijzonder in den handel. Men zegt dat deze plaats werd geopenbaard, omdat velen vanMahometsvolgelingen den voorspoed der afgodendienaars opmerkten en benijdden, en hun leedwezen uitdrukten, dat die vijanden van God in zulke vreugde en overvloed leefden, terwijl zij zelven van honger en vermoeidheid stierven (Al Beidâwi).62Om den korten duur.
1Zie hierna de noot vanvers 30.2Zie denootvan het 1e vers, vorige soera.3De onderscheiding is een der titels van den Koran, omdat die leert, het goede van het kwade, het geoorloofde van het ongeoorloofde te onderscheiden.4Men onderscheide hier wel de beteekenis der woorden: grondzuilen (of moeder) des boeks, hier in den zin van grondslag gebruikt, van die des anderen, wordende het eene op het eerste hoofdstuk van den Koran, het tweede op den prototype van den Koran toegepast, die in den Hemel bewaard en ook het duidelijke boek genoemd wordt.5Het woordahl, dat gewoonlijk door huisgezin wordt vertaald, beteekent, in meer algemeenen zin gebruikt, volk, aanhangers van, of lieden van.6Het teeken of mirakel, hier bedoeld, was de overwinning, in het tweede jaar der Hedjira, doorMahometbehaald op de heidensche bewoners vanMekka, die doorAboe Sofianwerden aangevoerd, en welke in de valleiBedrplaats had, die gelegen is nabij de zee tusschenMekkaenMedina.Mahometsstrijdkrachten bestonden slechts uit 319 man, terwijl het leger van den vijand bijna 1000 man sterk was. Niettegenstaande dit verschil, noodzaakte hij hen te vluchten, nadat hij zeventig der voornaamste Koreïshieten gedood en verscheidene gevangen gemaakt had, met een verlies van slechts veertien man van zijn eigen volk. (Elmacin,Hottinger,Hist. Oriënt.Abülfed,Vit. Moham, enz.). Dit was de eerste overwinning die door den profeet werd behaald, en hoewel het geene zeer belangrijke gebeurtenis moge schijnen, toch was het een groot voordeel voor hem en voor de grondvesting van al zijn volgende macht en geluk. Daarom is deze gebeurtenis beroemd in de Arabische geschiedenis en meer dan eens in den Koran vermeld. (Zie lager in deze soera en de soeras 8 en 32) en alseen gevolg van de goddelijke hulp aangehaald. Het genoemde mirakel bestaat naar men zegt uit drie zaken: 1º.Mahometnam op order vanGabriël, eene handvol zand en wierp het, tijdens den aanval, naar den vijand, zeggende: Mogen hunne aangezichten beschaamd worden, waarop zij onmiddellijkvluchtten. Maar hoewel de profeet zelf waarschijnlijk met het zand wierp, wordt toch in den Koran (8e Soeravoorste ged.) gezegd, dat God daarmede zou hebben geworpen; dat is, door tusschenkomst van zijnen engel. 2º. De Mahomedanen rekenden de ongeloovigen twee maal sterker te zijn dan zij, hetwelk hen zeer ontmoedigde, en 3º. God zond eerst duizend engelen te hunner hulp en daarna drie duizend engelen, aangevoerd doorGabriël, die op zijn paardHaïzûmwas gezeten; en volgens den Koran (8e Soera) werd dit alles door de hemelsche helpers uitgevoerd, hoewel de Mahomedanen zich verbeeldden het zelven te doen, en dus op hetzelfde oogenblik dapper vochten7Eigenlijk gemerkte paarden, zijnde de edele paarden, die men met zorg bewaart en van het naamcijfer des bezitters voorziet.8Hiermede worden de heidensche Arabieren bedoeld, die geene kennis der schriften hebben (Jallalo’ddin,Al Beidâwi). Het Arabische woord is hier echter niet datgene waarvan de Koran zich gewoonlijk bedient, waar hij over afgodendienaars spreekt. Het is het woordommin, lieden van het volk. Het woordommi(enkelvoudig) ongeletterde, wordt echter ook opMahomettoegepast.9De Joden.10Deze plaats werd geopenbaard bij gelegenheid datMahomettwist had met eenige Joden, hetgeen door de uitleggers op verschillende wijze wordt verhaald.AlBeidâwizegt, dat, toenMahometeens in eene synagoge ging,Naïm Ebn AmroeenAl Hareth Ebn Zeidhem vroegen, van welken godsdienst hij was. Hij antwoordde: vanAbrahamsgodsdienst. Zij hernamen,Abrahamwas een jood, maar opMahometsvoorstel, dat de Pentateuchus het geschil zou beslechten, wilden zij op geenerlei wijze daarin toestemmen.Jallalo’ddinverhaalt, dat twee Joden overspel hadden bedreven, waaropMahomethen veroordeelde om ingevolge de wet vanMozes, gesteenigd te worden. De Joden weigerden dit uit te voeren, zeggende, dat er geen dergelijk verbod in den Pentateuchus was, maar toenMahometdat boek tot getuige riep, werd die wet er in gevonden. Daarna werden de misdadigers gesteenigd. Het is zeer opmerkelijk, dat deze wet vanMozesbetreffende het steenigen van overspeligen in het Nieuwe Testament (Joh. VIII : 5) is vermeld hoewel sommigen de echtheid dier geheele plaats betwisten, doch nu is het noch in de Hebreeuwsche of Samaritaansche Pentateuchus, noch in de Septuaginta te vinden, daar er slechts wordt gezegd, dat die ter dood gebracht zullen worden (Lev. XX : 10. Zie ookWhistons,Essay towards restoring the true Text of the Old Testament, bladz. 99 en 100). Op deze bijzonderheid wordt door de Mahomedanen aanhoudend gewezen als een bewijs van de verminking der wet vanMozesdoor de Joden. Het is mede opmerkelijk, dat er eens een vers in den Koran bestond, waarin geboden werd de overspeligen te steenigen, en dat de uitleggers zeiden, dat de woorden slechts waren afgeschaft, hoewel de zin of wet van kracht bleef.11Zie de tweede Soera, vers 74.12Imran,AmranofImramis volgens de Mahomedaansche overlevering, den naam van twee verschillende personen. De een was de vader vanMozesenAäron, en de ander was de vader vanMaria(Al Zamakhshari,Al Beidâwi) welke bij sommige christen-schrijversJoachimwordt genoemd. De uitleggers veronderstellen, dat de eerste, of eigenlijk dat beide op deze plaats bedoeld worden, hoewel men aanneemt, dat de persoon op de volgende plaats bedoeld, laatstgenoemde was, die behalveMaria, de moeder vanJezus, ook een zoon had, welkeAäronwerd genaamd (Koran19e soera) en eene zusterIshàofElisabeth, die metZachariashuwde en de moeder was vanJohannesden Dooper; weshalve deze profeet enJezusgewoonlijk door de MahomedanenDe twee zonen der tante, of de neven worden genoemd. Hier verwart de KoranMariade moeder vanJezusmetMariaofMirjam, de zuster vanMozesenAäron, hoewel het uit andere plaatsen van den Koran duidelijk blijkt datMahometwel degelijk wist, datMozesverscheidene eeuwen voorChristusleefde.13De persoonImram, hier bedoeld, was de vader vanMaria; de naam zijner vrouw wasHannahofAnna, de dochter vanFakudh.14Dit is: dat een meisje geene priesterlijke diensten kon verrichten, evenals een knaap.15Deze uitdrukking staat in verband met eene overlevering, datAbraham, toen de duivel hem beproefde, God niet te gehoorzamen, door zijn’ zoon niet te offeren, den boozen geest verdreef, door met steenen naar hem te werpen. Tot aandenken dezer gebeurtenis werpen de Mahomedanen, bij den pelgrimstocht naarMekka, in de vallei vanMinaeen aantal steenen, met zekere ceremoniën naar den duivel.16Ofschoon het kind geen jongen was, bood heur moeder haar toch den priesters aan, die met het opzicht in den tempel belast waren, als eene aan God gewijde. Nadat zij haar hadden ontvangen, werd zij aan de zorg vanZachariastoevertrouwd, die haar een vertrek in den tempel bouwde en haar van het noodige voorzag. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi, enz.)17De uitleggers zeggen, dat niemand inMaria’svertrek mocht komen behalveZacharias, en dat hij zeven deuren achter haar sloot. Desniettegenstaande vond hij haar in den winter van zomervruchten en in den zomer van wintervruchten voorzien.18Dat isJezus, die volgens een der uitleggers (Al Beidâwi), zoo werd genoemd, omdat hij, door bevel van God, zonder vader ontvangen was.19Het oorspronkelijke beteekent iemand, die zich niet alleen aan de vrouwen, maar ook aan alle andere genoegens en begeerten zal onttrekken.20Zachariaswas toen negenennegentig jaar oud, en zijne vrouw negenentachtig. (Al Beidâwi). Vergelijk de voorzegging aanAbraham(Gen. XVII : 17).21Zijn aangezicht ter aarde doen bukken en de knie buigen, geschiedt bij het gebed der Muzelmannen.Mahometschijnt deze uitdrukking hier opzettelijk te bezigen, om zijne leer vast te hechten aan die der rechtvaardigen van het Oude Testament.22ToenMariavoor het eerst in den tempel werd gebracht, twistten zij onder elkander, omdat zij de dochter van een hunner opperhoofden was, wie met hare opvoeding zou belast worden.Zachariasstond er op, dat hij de voorkeur zou hebben, dewijl hij met hare tante getrouwdwas, maar de anderen stemden daarin niet toe. Zij kwamen toen overeen, dat het lot tusschen hen zou beslissen, waarop zevenentwintig naar de rivier deJordaangingen en hunne roeden er in wierpen, waarop zij eenige plaatsen der wet hadden geschreven; alle zonken zij, behalve die vanZacharias, die op het water dreef. Daarop werd hem de zorg over het kind toevertrouwd. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin, enz.)23Behalve het verhaal hiervan gegeven door de Koran (19e soera), geeft een Mahomedaansch schrijver (die echter niet veel gezag heeft) twee verhalen; een, datJezussprak, terwijl hij nog in het lichaam zijner moeder besloten was, om haren neefJosephte bestraffen, over de onrechtvaardige verdenking, die hij van haar voedde (Sikii,notas in Evang. Infant, pag. 5) en een ander sprookje, dat hij aan denzelfden persoon een antwoord zou hebben gegeven, kort nadat hij geboren was. WantJoseph, die doorZachariaswas uitgezonden, omMariaop te zoeken, welke de stad bij nacht had verlaten, om hare bevalling te verbergen, begon haar te onderhouden toen hij haar had gevonden; maar ze gaf geen antwoord, waarop het kind zeide: Verheug u, oJozef! en wees tevreden; want God heeft mij voortgebracht uit de duisternis van het moederlijf, voor het licht der wereld, en ik zal tot de kinderen Israëls gaan en hen noodigen tot gehoorzaamheid aan God (Al Kessai). Dit schijnt geheel ontleend te zijn aan de vele fabelachtige overleveringen der oostersche Christenen, waarvan eene tot ons is gekomen in het aprocryphe evangelie van dekindsheid van Christus, waar wij vinden, datJezussprak, tijdens hij nog in zijne wieg lag, en tot zijne moeder zeide: Waarlijk ik benJezus, de zoon van God, wiens woord gij hebt voorgebracht, zooals de engelGabriëlu heeft verklaard: en mijn vader heeft mij gezonden om de wereld te redden.24Sommigen zeggen dat het eene vledermuis was (Jallalo’ddin); maar anderen veronderstellen, datJezusvele vogels van verschillende soorten maakte. Deze omstandigheid is mede ontleend aan de volgende fabelachtige overlevering, welke in het bovengenoemde apocryphe evangelie is te vinden. ToenJezuszeven jaar oud was, speelde hij met eenige kinderen van zijnen ouderdom; zij maakten uit klei verschillende vormen van vogels en andere dieren, om zich te vermaken en ieder gaf zijn eigen werk de voorkeur.Jezusvertelde hun, dat hij die wilde doen loopen en springen, hetwelk zij op zijn bevel ook deden. Hij maakte ook vele figuren van menschen en anderevogels, die weg vlogen, of op zijne handen bleven staan, al naar hij het hun beval en ook aten en dronken, als hij hun spijs en drank aanbood. De kinderen vertelden dit aan hunne ouders, die hun verboden, nimmer meer metJezuste spelen, dien zij voor een toovenaar hielden. (Evang. Infant.pag. 111 enz.).25Jallalo’ddinvermeldt drie personen, welkeChristusin het leven terug bracht, en die onderscheiden jaren daarna nog leefden en kinderen hadden, zijnde:Lazarus, de zoon der weduwe, en de dochter van den herbergier (waarschijnlijk van het opperhoofd der synagoge). Hij voegt er bij, dat hij ookSem, den zoon vanNoach, heeft opgewekt, die, zoo als een ander (Al Thalabi) schrijft, dacht, dat hij ten oordeel werd geroepen, en met een half grijs hoofd uit zijn graf kwam, ofschoon de menschen in zijne dagen niet grijs werden. Daarna stierf hij onmiddellijk weder.26Hier staat in den tekst:inni motewafika. Dit woord wordt gebruikt in de beteekenis van den dood te doen ondergaan, sprekende van God, die de menschen oproept en tot zich ontvangt, bij het einde van hun leven. De uitleggers, door deze plaats, welke in tegenspraak is met de meening datJezusniet gestorven is, maar dat God een ander in zijne plaats stelde, in verlegenheid gebracht, denken dat dit woord, hoewel het eerste in den tekst geplaatst, echter, wat den zin betreft, de andere in deze orde moet volgen: Ik zal u tot mij opheffen, en aan het einde zal ik u geheel als de andere menschen doen sterven. Eenige verklaarders gelooven, datJezuswerkelijk gestorven is voor zijne hemelvaart, en wel gedurende drie uren, en dat hij niet is gekruisigd. Overigens wordt deze plaats op verschillende wijze verklaard.27Enige Mahomedanen zeggen, dat dit door tusschenkomst vanGabriëlgeschiedde; maar anderen zijn van meening, dat een sterke dwarrelwind hem van den bergOljvetopnam (Althalabi, zie ook 2 Koningen II : 1 en 11).28Namelijk omtrentJezus.29Om deze plaats te verklaren, wordt door de uitleggers het volgende verhaald: Verschillende Christenen kwamen met hunnen bisschop,Abn Harethgenaamd, totMahomet, als afgezanten van de bewoners vanNajranofNedjran(land vanArabië), en vingen aan met hem te twisten over godsdienst en de geschiedenis vanJezus. Zij stemden er eindelijk in toe, de genoemde zaak den volgenden ochtend te behandelen, als een korte weg om te beslissen, wie van hen in het ongelijk was.Mahometbracht zijne dochterFatima, zijn schoonzoonAlien zijn beide kleinzonenHassanenHoesseinmede, en hij verzocht de Christenen te wachten, tot hij zou hebben gebeden. Maar toen zij hem zagen knielen, ontbrak hun de moed, en dorsten zij het niet wagen, hem te vloeken, maar onderwierpen zich aan hem (Jallalo’ddin,Al Beidâwi). Deze plaats wordtmobahelehgenoemd en is van groot gewicht bij alle Muzelmannen, maar meer bijzonder bij de Chiiten (volgelingen vanAli), omdatMahomet, dieFatima,Ali,HassanenHoesseinhad medegebracht, de woorden gebruikt:onze zielen en de uwe, hetgeen ten bewijze strekt voor de innige verbinding en ondeelbaarheid vanMahometen zijn gezin.30Behalve van andere afgodische daden beschuldigtMahometde Joden en Christenen, dat zij een al te blind geloof schenken aan hunne priesters en monniken, welke zich de macht hebben toegeëigend, uit te maken, welke zaken wettig en welke onwettig zijn, en van het volgen van Gods wetten te ontslaan.31Hier worden de Joden en Christenen andermaal beschuldigd, de schriften te hebben vervalscht en de profetiën omtrentMahomette hebben verduisterd.32De uitleggers zeggen, om deze plaats te verklaren, datCaab Ebn Al AshrafenMalec Ebn Al Seif(twee Joden vanMedina), hunne gezellen roepen, toen de Kebla was veranderd, te doen alsof zij geloofden, dat die door God was gegeven, door des ochtends te bidden naar den Caaba gewend, en dat zij des avonds, zooals gewoonlijk, naarJeruzalemgekeerd, zouden bidden, opdat de volgelingen vanMahomet, die zich verbeeldden, dat de Joden betere rechters dan zij op dit punt waren, hun voorbeeld zouden volgen. Anderen zeggen echter, dat het zekere Joodsche priesters ofkhaibarwaren, die sommigen van hun volk bevalen, des ochtends voor te geven, dat zij den Mahomedaanschen godsdienst hadden omhelsd, maar aan het einde van den dag te zeggen, dat zij hunne boeken der schrift nagezien en hunne rabijnen geraadpleegd hadden, doch dat zij niet konden vinden, datMahometde persoon was, in de wet beschreven en bedoeld; door welke list zij hoopten, twijfel in de harten der Mahomedanen te doen ontstaan (Al Beidâwi).33In het Arabisch staat voor het woord talent:kintar, dat duizend dinars of goudstukken waard was. Als een voorbeeld van deze plaats halen de uitleggersAbd’allah Ebn Salâmaan, een jood, die zeer bevriend was metMahomet(Prideaux,Life of Moham, pag. 33), aan wien een der Koreïshieten 1200 oncen goud leende, welke hij zeer stipt op den bepaalden tijd betaalde (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).34Mahometspreekt hier van de Christenen, die, volgens hem, aanJezus, zoon vanMariaen eenvoudig sterveling, eene taal in den mond leggen, welke hij, als profeet en oprecht vereerder van God, nimmer heeft kunnen voeren.Al Beldâwivoegt er bij, dat twee Christenen,Abn Râfè al KoradhienAl Seynd al Najrâni, aanboden,Mahometals hunnen God te erkennen en hem te aanbidden, waarop hij geantwoord had: God verbiedt, dat wij iemand naast hem zouden vereeren.35Dat is: hen te aanbidden enrabb(meester, heer) te noemen, hetwelk men slechts aan God schuldig is.36BeccaofMekka.Mahometontving deze plaats toen de Joden zeiden, dat hunne Kebla, of de tempel vanJeruzalem, ouder was dan die der Mahomedanen, of de Caaba.37Letterlijk: Houdt vast aan de koord van God, d.i. verzekert u zelven, door den Islam aan te nemen, welke hier figuurlijk wordt uitgedrukt door “koord,” omdat het een zeker middel is, hen te redden, dieanders eenen godsdienst belijden, waardoor zij hiernamaals verloren zouden zijn, daar het vasthouden aan een touw het voorbehoedmiddel is tegen het vallen in een put of andere plaats. Men zegt dat Mahomet, om de zelfde reden, den KoranHabl Allah al matiunoemt, d.i. de zekere koord van God (Al Beidâwi).38Als de Joden en Christenen, die omtrent de eenheid van God enz. twistten.39Zoo alsAbd’allah Ebn Salâmen zijne metgezellen (Al Beidâwi) en diegenen van de stammenAl AnsenAl Khazrajwelke het mahomedanisme hebben omhelsd.40Die namelijk welke het islamismus hebben aangenomen.41Dat is, tot eenen anderen godsdienst.42Dit was de slag vanOhod, een berg op vier mijlen ten Noorden vanMedina. De Koreïshieten hadden namelijk, om hun verlies bijBedr(zie het begin van deze soera) te wreken, in het volgende jaar, zijnde het derde der Hedjira, een leger van 3000 man te zamen getrokken, waaronder 200 paarden en 200 man, die met maliënkolders waren gewapend. Deze strijdkrachten werden aangevoerd doorAboe Sofiânen maakten teDhu’lholeifa, een dorp op zes mijlen afstands vanMedinahalt.Mahomet, wiens leger veel minder talrijk was dan dat zijner vijanden, had eerst besloten, hen in de stad af te wachten, maar later volgde hij den raad van sommigen zijner makkers en rukte tegen hen op, aan het hoofd van 1000 man (sommigen zeggen hij had 1050 man, anderen 900, waarvan 100 met maliënkolders waren voorzien, maar hij had slechts één paard, behalve het zijne, in het geheele leger). Met deze strijdkrachten vormde hij een kamp in een dorp bijOhod, welken berg hij in den rug verlangde te hebben, om het voordeel, zijne manschappen tegen omsingeling te behoeden, waartoe hij nog 50 boogschutters in de achterhoede plaatste, met streng bevel, hunne posten niet te verlaten. Toen het gevecht begon, was het voordeel eerst aanMahometszijde, maar later verloor hij den slag door de schuld zijner boogschutters, die de gelederen verlieten om te plunderen, en zoodoende toelieten, dat de paarden der vijanden de Mahomedanen omsingelden en hen in de achterhoede aanvielen.Mahomethad daarbij echter zijn leven verloren, daar zijn leger door eene hagelbui van steenen aangevallen, en door twee pijlen in het aangezicht gewond werd, waardoor hij, toen men die uittrok, twee zijner voorste tanden verloor. Van de Moslems waren 90 man gedood, waaronderHamzoe, de oom vanMahometen van de ongeloovigen22 (Abulfeda). Deze plaats moest dienen om den slechten uitslag van dit gevecht te verontschuldigen, en den nedergeslagen moed zijner volgelingen weder op te wekken.43Dit waren sommigen van de gezinnen vanBanoe Salmavan den stam vanAl KhagrajenBanoel, Narethvan den stam vanAl Aws, die de beide vleugels vanMahometsleger vormden.44Deze plaats werd geopenbaard, toenMahometgewond werd in den slag vanOhoden uitriep: Hoe zal het volk kunnen zegepralen, dat het aangezicht van zijnen profeet met bloed heeft bevlekt, terwijl hij hen tot hunnen God riep: De persoon die hem wondde was Otha de zoon vanAbboe Wakkâs(AlBeidâwi).45Toen zij teBedrwerden geslagen. Het is opmerkelijk, dat het getal der Mahomedanen die bijOhodwerden gedood gelijk is aan dat der afgodendienaars die deBedrvielen. Dit was zoo door God bevolen, om eene elders op te geven reden (VIIIe Soera).46Deze plaats heeft betrekking op vele vanMahometsvolgelingen, die niet teBedrtegenwoordig waren geweest, en welke de gelegenheid wenschten te hebben, in een ander gevecht dezelfde eer te genieten als zij die als martelaren in den slag vielen, maar ontmoedigd werden, toen zij het grooter getal afgodendienaars in den slag vanOhodlagen.47Ten einde de klachten van zijn volk om hunne nederlaag des te krachtiger te stillen, steltMahomethet zóó voor, als ware de levenstijd van iederen mensch vooraf bij God bepaald, en dat zij, die in den slag vielen, hunnen dood niet zouden hebben ontgaan, indien zij te huis waren gebleven, terwijl zij nu het glorierijke voordeel genoten, als martelaars voor het geloof te vallen.48Dat is: de overwinning en den buit.49Zeggende: komt hier tot mij, o dienaren van God! Ik ben Gods gezant. Hij, die terugkeert, zal in het paradijs komen. Maar niettegenstaande al zijne pogingen om zijne lieden te verzamelen, kon hij niet meer dan dertig van hen daartoe brengen.50Na het gevecht werden zij, die in den slag pal bleven staan, terwijl zij in het veld lagen, door een aangenamen slaap verkwikt, zoodat hun de zwaarden uit de handen vielen; maar zij, die zich slecht hadden gedragen, werden verontrust, en hunne harten verbeeldden zich, dat zij aan het verderf waren overgegeven (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).51Dat is: Is hier eenige schijn van goed gevolg, of van de goddelijke gunst en ondersteuning die ons is toegezegd? (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).52Indien God ons ondersteunt, volgens zijne belofte, of, zooals anderen die woorden teruggeven, indien wij den raad vanAballah Eboe Obba Sollûlhadden gevolgd, en in de stadMedinawaren gebleven, hadden onze makkers het leven niet verloren (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).53Volgens het zeggen van sommigen in deze plaats geopenbaard bij de verdeeling van den geplunderden buit teBedr, toen sommigen der soldatenMahometverdacht hielden, zich in het geheim van een zijden dekkleed, dat zeer prachtig was, en hetwelk vermist werd te hebben meester gemaakt (Al Beidâwi,Jallalo’ddin). Anderen veronderstellen, dat de boogschutters, die oorzaak waren van den slag vanOhod, hunne gelederen verlieten, omdat zij zich verbeeldden, datMahometgeen deel aan den buit zou geven, naardien hij eens, zoo als verhaald wordt, een deel vooruit zond, en in denzelfden tijd den vijand aanviel, waarvan hij den ruimen buit onder degenen verdeelde, die met hem in het gevecht waren, en niets gaf aan het korps, dat wegens plichtsvervulling afwezig was.54Volgens eene overlevering vanMahomet, zal hij, die in deze wereld zijn naaste zal hebben bedrogen, op den dag der opstanding verschijnen, met de voorwerpen op den schouder welke hij door bedrog heeft verkregen, en bedekt met schande.55Zijnde: de Sonna (Al Beidâwi).56Het was het gevolg van uwe ongehoorzaamheid aan de bevelen van den profeet, en door dat gij uw post verliet om te plunderen.57Deze plaats werd geopenbaard voor de oproerige en ongehoorzame Mahomedanen, die totMahomethadden gezegd, dat, indien hij een ware profeet was, hij gemakkelijk de wezenlijk geloovigen van de huichelaars kon onderscheiden (Al Beidâwi).58Men zegt datMahometheeft verklaard, dat degeen die zijne wettelijke bijdrage aan aalmoezen niet stipt betaalde, op den dag der opstanding, eene slang om zijn hals gedraaid zal hebben.59Mahometmet den Koran.60Zoo als sommigen verhalen, werden deze woorden in den Koran gevoegd, omdatOmm Salma, een der vrouwen van den profeet, hem verhaalde wat zij had opgemerkt, dat God dikwijls melding maakt van de mannen die hunne woonplaatsen verlaten voor de zaak van het geloof, maar van de vrouwen niet gewaagt (Al Beidâwi).61De oorspronkelijke uitdrukking beteekent eigenlijk: goeden uitslag in de zaken van het leven, bijzonder in den handel. Men zegt dat deze plaats werd geopenbaard, omdat velen vanMahometsvolgelingen den voorspoed der afgodendienaars opmerkten en benijdden, en hun leedwezen uitdrukten, dat die vijanden van God in zulke vreugde en overvloed leefden, terwijl zij zelven van honger en vermoeidheid stierven (Al Beidâwi).62Om den korten duur.
1Zie hierna de noot vanvers 30.2Zie denootvan het 1e vers, vorige soera.3De onderscheiding is een der titels van den Koran, omdat die leert, het goede van het kwade, het geoorloofde van het ongeoorloofde te onderscheiden.4Men onderscheide hier wel de beteekenis der woorden: grondzuilen (of moeder) des boeks, hier in den zin van grondslag gebruikt, van die des anderen, wordende het eene op het eerste hoofdstuk van den Koran, het tweede op den prototype van den Koran toegepast, die in den Hemel bewaard en ook het duidelijke boek genoemd wordt.5Het woordahl, dat gewoonlijk door huisgezin wordt vertaald, beteekent, in meer algemeenen zin gebruikt, volk, aanhangers van, of lieden van.6Het teeken of mirakel, hier bedoeld, was de overwinning, in het tweede jaar der Hedjira, doorMahometbehaald op de heidensche bewoners vanMekka, die doorAboe Sofianwerden aangevoerd, en welke in de valleiBedrplaats had, die gelegen is nabij de zee tusschenMekkaenMedina.Mahometsstrijdkrachten bestonden slechts uit 319 man, terwijl het leger van den vijand bijna 1000 man sterk was. Niettegenstaande dit verschil, noodzaakte hij hen te vluchten, nadat hij zeventig der voornaamste Koreïshieten gedood en verscheidene gevangen gemaakt had, met een verlies van slechts veertien man van zijn eigen volk. (Elmacin,Hottinger,Hist. Oriënt.Abülfed,Vit. Moham, enz.). Dit was de eerste overwinning die door den profeet werd behaald, en hoewel het geene zeer belangrijke gebeurtenis moge schijnen, toch was het een groot voordeel voor hem en voor de grondvesting van al zijn volgende macht en geluk. Daarom is deze gebeurtenis beroemd in de Arabische geschiedenis en meer dan eens in den Koran vermeld. (Zie lager in deze soera en de soeras 8 en 32) en alseen gevolg van de goddelijke hulp aangehaald. Het genoemde mirakel bestaat naar men zegt uit drie zaken: 1º.Mahometnam op order vanGabriël, eene handvol zand en wierp het, tijdens den aanval, naar den vijand, zeggende: Mogen hunne aangezichten beschaamd worden, waarop zij onmiddellijkvluchtten. Maar hoewel de profeet zelf waarschijnlijk met het zand wierp, wordt toch in den Koran (8e Soeravoorste ged.) gezegd, dat God daarmede zou hebben geworpen; dat is, door tusschenkomst van zijnen engel. 2º. De Mahomedanen rekenden de ongeloovigen twee maal sterker te zijn dan zij, hetwelk hen zeer ontmoedigde, en 3º. God zond eerst duizend engelen te hunner hulp en daarna drie duizend engelen, aangevoerd doorGabriël, die op zijn paardHaïzûmwas gezeten; en volgens den Koran (8e Soera) werd dit alles door de hemelsche helpers uitgevoerd, hoewel de Mahomedanen zich verbeeldden het zelven te doen, en dus op hetzelfde oogenblik dapper vochten7Eigenlijk gemerkte paarden, zijnde de edele paarden, die men met zorg bewaart en van het naamcijfer des bezitters voorziet.8Hiermede worden de heidensche Arabieren bedoeld, die geene kennis der schriften hebben (Jallalo’ddin,Al Beidâwi). Het Arabische woord is hier echter niet datgene waarvan de Koran zich gewoonlijk bedient, waar hij over afgodendienaars spreekt. Het is het woordommin, lieden van het volk. Het woordommi(enkelvoudig) ongeletterde, wordt echter ook opMahomettoegepast.9De Joden.10Deze plaats werd geopenbaard bij gelegenheid datMahomettwist had met eenige Joden, hetgeen door de uitleggers op verschillende wijze wordt verhaald.AlBeidâwizegt, dat, toenMahometeens in eene synagoge ging,Naïm Ebn AmroeenAl Hareth Ebn Zeidhem vroegen, van welken godsdienst hij was. Hij antwoordde: vanAbrahamsgodsdienst. Zij hernamen,Abrahamwas een jood, maar opMahometsvoorstel, dat de Pentateuchus het geschil zou beslechten, wilden zij op geenerlei wijze daarin toestemmen.Jallalo’ddinverhaalt, dat twee Joden overspel hadden bedreven, waaropMahomethen veroordeelde om ingevolge de wet vanMozes, gesteenigd te worden. De Joden weigerden dit uit te voeren, zeggende, dat er geen dergelijk verbod in den Pentateuchus was, maar toenMahometdat boek tot getuige riep, werd die wet er in gevonden. Daarna werden de misdadigers gesteenigd. Het is zeer opmerkelijk, dat deze wet vanMozesbetreffende het steenigen van overspeligen in het Nieuwe Testament (Joh. VIII : 5) is vermeld hoewel sommigen de echtheid dier geheele plaats betwisten, doch nu is het noch in de Hebreeuwsche of Samaritaansche Pentateuchus, noch in de Septuaginta te vinden, daar er slechts wordt gezegd, dat die ter dood gebracht zullen worden (Lev. XX : 10. Zie ookWhistons,Essay towards restoring the true Text of the Old Testament, bladz. 99 en 100). Op deze bijzonderheid wordt door de Mahomedanen aanhoudend gewezen als een bewijs van de verminking der wet vanMozesdoor de Joden. Het is mede opmerkelijk, dat er eens een vers in den Koran bestond, waarin geboden werd de overspeligen te steenigen, en dat de uitleggers zeiden, dat de woorden slechts waren afgeschaft, hoewel de zin of wet van kracht bleef.11Zie de tweede Soera, vers 74.12Imran,AmranofImramis volgens de Mahomedaansche overlevering, den naam van twee verschillende personen. De een was de vader vanMozesenAäron, en de ander was de vader vanMaria(Al Zamakhshari,Al Beidâwi) welke bij sommige christen-schrijversJoachimwordt genoemd. De uitleggers veronderstellen, dat de eerste, of eigenlijk dat beide op deze plaats bedoeld worden, hoewel men aanneemt, dat de persoon op de volgende plaats bedoeld, laatstgenoemde was, die behalveMaria, de moeder vanJezus, ook een zoon had, welkeAäronwerd genaamd (Koran19e soera) en eene zusterIshàofElisabeth, die metZachariashuwde en de moeder was vanJohannesden Dooper; weshalve deze profeet enJezusgewoonlijk door de MahomedanenDe twee zonen der tante, of de neven worden genoemd. Hier verwart de KoranMariade moeder vanJezusmetMariaofMirjam, de zuster vanMozesenAäron, hoewel het uit andere plaatsen van den Koran duidelijk blijkt datMahometwel degelijk wist, datMozesverscheidene eeuwen voorChristusleefde.13De persoonImram, hier bedoeld, was de vader vanMaria; de naam zijner vrouw wasHannahofAnna, de dochter vanFakudh.14Dit is: dat een meisje geene priesterlijke diensten kon verrichten, evenals een knaap.15Deze uitdrukking staat in verband met eene overlevering, datAbraham, toen de duivel hem beproefde, God niet te gehoorzamen, door zijn’ zoon niet te offeren, den boozen geest verdreef, door met steenen naar hem te werpen. Tot aandenken dezer gebeurtenis werpen de Mahomedanen, bij den pelgrimstocht naarMekka, in de vallei vanMinaeen aantal steenen, met zekere ceremoniën naar den duivel.16Ofschoon het kind geen jongen was, bood heur moeder haar toch den priesters aan, die met het opzicht in den tempel belast waren, als eene aan God gewijde. Nadat zij haar hadden ontvangen, werd zij aan de zorg vanZachariastoevertrouwd, die haar een vertrek in den tempel bouwde en haar van het noodige voorzag. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi, enz.)17De uitleggers zeggen, dat niemand inMaria’svertrek mocht komen behalveZacharias, en dat hij zeven deuren achter haar sloot. Desniettegenstaande vond hij haar in den winter van zomervruchten en in den zomer van wintervruchten voorzien.18Dat isJezus, die volgens een der uitleggers (Al Beidâwi), zoo werd genoemd, omdat hij, door bevel van God, zonder vader ontvangen was.19Het oorspronkelijke beteekent iemand, die zich niet alleen aan de vrouwen, maar ook aan alle andere genoegens en begeerten zal onttrekken.20Zachariaswas toen negenennegentig jaar oud, en zijne vrouw negenentachtig. (Al Beidâwi). Vergelijk de voorzegging aanAbraham(Gen. XVII : 17).21Zijn aangezicht ter aarde doen bukken en de knie buigen, geschiedt bij het gebed der Muzelmannen.Mahometschijnt deze uitdrukking hier opzettelijk te bezigen, om zijne leer vast te hechten aan die der rechtvaardigen van het Oude Testament.22ToenMariavoor het eerst in den tempel werd gebracht, twistten zij onder elkander, omdat zij de dochter van een hunner opperhoofden was, wie met hare opvoeding zou belast worden.Zachariasstond er op, dat hij de voorkeur zou hebben, dewijl hij met hare tante getrouwdwas, maar de anderen stemden daarin niet toe. Zij kwamen toen overeen, dat het lot tusschen hen zou beslissen, waarop zevenentwintig naar de rivier deJordaangingen en hunne roeden er in wierpen, waarop zij eenige plaatsen der wet hadden geschreven; alle zonken zij, behalve die vanZacharias, die op het water dreef. Daarop werd hem de zorg over het kind toevertrouwd. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin, enz.)23Behalve het verhaal hiervan gegeven door de Koran (19e soera), geeft een Mahomedaansch schrijver (die echter niet veel gezag heeft) twee verhalen; een, datJezussprak, terwijl hij nog in het lichaam zijner moeder besloten was, om haren neefJosephte bestraffen, over de onrechtvaardige verdenking, die hij van haar voedde (Sikii,notas in Evang. Infant, pag. 5) en een ander sprookje, dat hij aan denzelfden persoon een antwoord zou hebben gegeven, kort nadat hij geboren was. WantJoseph, die doorZachariaswas uitgezonden, omMariaop te zoeken, welke de stad bij nacht had verlaten, om hare bevalling te verbergen, begon haar te onderhouden toen hij haar had gevonden; maar ze gaf geen antwoord, waarop het kind zeide: Verheug u, oJozef! en wees tevreden; want God heeft mij voortgebracht uit de duisternis van het moederlijf, voor het licht der wereld, en ik zal tot de kinderen Israëls gaan en hen noodigen tot gehoorzaamheid aan God (Al Kessai). Dit schijnt geheel ontleend te zijn aan de vele fabelachtige overleveringen der oostersche Christenen, waarvan eene tot ons is gekomen in het aprocryphe evangelie van dekindsheid van Christus, waar wij vinden, datJezussprak, tijdens hij nog in zijne wieg lag, en tot zijne moeder zeide: Waarlijk ik benJezus, de zoon van God, wiens woord gij hebt voorgebracht, zooals de engelGabriëlu heeft verklaard: en mijn vader heeft mij gezonden om de wereld te redden.24Sommigen zeggen dat het eene vledermuis was (Jallalo’ddin); maar anderen veronderstellen, datJezusvele vogels van verschillende soorten maakte. Deze omstandigheid is mede ontleend aan de volgende fabelachtige overlevering, welke in het bovengenoemde apocryphe evangelie is te vinden. ToenJezuszeven jaar oud was, speelde hij met eenige kinderen van zijnen ouderdom; zij maakten uit klei verschillende vormen van vogels en andere dieren, om zich te vermaken en ieder gaf zijn eigen werk de voorkeur.Jezusvertelde hun, dat hij die wilde doen loopen en springen, hetwelk zij op zijn bevel ook deden. Hij maakte ook vele figuren van menschen en anderevogels, die weg vlogen, of op zijne handen bleven staan, al naar hij het hun beval en ook aten en dronken, als hij hun spijs en drank aanbood. De kinderen vertelden dit aan hunne ouders, die hun verboden, nimmer meer metJezuste spelen, dien zij voor een toovenaar hielden. (Evang. Infant.pag. 111 enz.).25Jallalo’ddinvermeldt drie personen, welkeChristusin het leven terug bracht, en die onderscheiden jaren daarna nog leefden en kinderen hadden, zijnde:Lazarus, de zoon der weduwe, en de dochter van den herbergier (waarschijnlijk van het opperhoofd der synagoge). Hij voegt er bij, dat hij ookSem, den zoon vanNoach, heeft opgewekt, die, zoo als een ander (Al Thalabi) schrijft, dacht, dat hij ten oordeel werd geroepen, en met een half grijs hoofd uit zijn graf kwam, ofschoon de menschen in zijne dagen niet grijs werden. Daarna stierf hij onmiddellijk weder.26Hier staat in den tekst:inni motewafika. Dit woord wordt gebruikt in de beteekenis van den dood te doen ondergaan, sprekende van God, die de menschen oproept en tot zich ontvangt, bij het einde van hun leven. De uitleggers, door deze plaats, welke in tegenspraak is met de meening datJezusniet gestorven is, maar dat God een ander in zijne plaats stelde, in verlegenheid gebracht, denken dat dit woord, hoewel het eerste in den tekst geplaatst, echter, wat den zin betreft, de andere in deze orde moet volgen: Ik zal u tot mij opheffen, en aan het einde zal ik u geheel als de andere menschen doen sterven. Eenige verklaarders gelooven, datJezuswerkelijk gestorven is voor zijne hemelvaart, en wel gedurende drie uren, en dat hij niet is gekruisigd. Overigens wordt deze plaats op verschillende wijze verklaard.27Enige Mahomedanen zeggen, dat dit door tusschenkomst vanGabriëlgeschiedde; maar anderen zijn van meening, dat een sterke dwarrelwind hem van den bergOljvetopnam (Althalabi, zie ook 2 Koningen II : 1 en 11).28Namelijk omtrentJezus.29Om deze plaats te verklaren, wordt door de uitleggers het volgende verhaald: Verschillende Christenen kwamen met hunnen bisschop,Abn Harethgenaamd, totMahomet, als afgezanten van de bewoners vanNajranofNedjran(land vanArabië), en vingen aan met hem te twisten over godsdienst en de geschiedenis vanJezus. Zij stemden er eindelijk in toe, de genoemde zaak den volgenden ochtend te behandelen, als een korte weg om te beslissen, wie van hen in het ongelijk was.Mahometbracht zijne dochterFatima, zijn schoonzoonAlien zijn beide kleinzonenHassanenHoesseinmede, en hij verzocht de Christenen te wachten, tot hij zou hebben gebeden. Maar toen zij hem zagen knielen, ontbrak hun de moed, en dorsten zij het niet wagen, hem te vloeken, maar onderwierpen zich aan hem (Jallalo’ddin,Al Beidâwi). Deze plaats wordtmobahelehgenoemd en is van groot gewicht bij alle Muzelmannen, maar meer bijzonder bij de Chiiten (volgelingen vanAli), omdatMahomet, dieFatima,Ali,HassanenHoesseinhad medegebracht, de woorden gebruikt:onze zielen en de uwe, hetgeen ten bewijze strekt voor de innige verbinding en ondeelbaarheid vanMahometen zijn gezin.30Behalve van andere afgodische daden beschuldigtMahometde Joden en Christenen, dat zij een al te blind geloof schenken aan hunne priesters en monniken, welke zich de macht hebben toegeëigend, uit te maken, welke zaken wettig en welke onwettig zijn, en van het volgen van Gods wetten te ontslaan.31Hier worden de Joden en Christenen andermaal beschuldigd, de schriften te hebben vervalscht en de profetiën omtrentMahomette hebben verduisterd.32De uitleggers zeggen, om deze plaats te verklaren, datCaab Ebn Al AshrafenMalec Ebn Al Seif(twee Joden vanMedina), hunne gezellen roepen, toen de Kebla was veranderd, te doen alsof zij geloofden, dat die door God was gegeven, door des ochtends te bidden naar den Caaba gewend, en dat zij des avonds, zooals gewoonlijk, naarJeruzalemgekeerd, zouden bidden, opdat de volgelingen vanMahomet, die zich verbeeldden, dat de Joden betere rechters dan zij op dit punt waren, hun voorbeeld zouden volgen. Anderen zeggen echter, dat het zekere Joodsche priesters ofkhaibarwaren, die sommigen van hun volk bevalen, des ochtends voor te geven, dat zij den Mahomedaanschen godsdienst hadden omhelsd, maar aan het einde van den dag te zeggen, dat zij hunne boeken der schrift nagezien en hunne rabijnen geraadpleegd hadden, doch dat zij niet konden vinden, datMahometde persoon was, in de wet beschreven en bedoeld; door welke list zij hoopten, twijfel in de harten der Mahomedanen te doen ontstaan (Al Beidâwi).33In het Arabisch staat voor het woord talent:kintar, dat duizend dinars of goudstukken waard was. Als een voorbeeld van deze plaats halen de uitleggersAbd’allah Ebn Salâmaan, een jood, die zeer bevriend was metMahomet(Prideaux,Life of Moham, pag. 33), aan wien een der Koreïshieten 1200 oncen goud leende, welke hij zeer stipt op den bepaalden tijd betaalde (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).34Mahometspreekt hier van de Christenen, die, volgens hem, aanJezus, zoon vanMariaen eenvoudig sterveling, eene taal in den mond leggen, welke hij, als profeet en oprecht vereerder van God, nimmer heeft kunnen voeren.Al Beldâwivoegt er bij, dat twee Christenen,Abn Râfè al KoradhienAl Seynd al Najrâni, aanboden,Mahometals hunnen God te erkennen en hem te aanbidden, waarop hij geantwoord had: God verbiedt, dat wij iemand naast hem zouden vereeren.35Dat is: hen te aanbidden enrabb(meester, heer) te noemen, hetwelk men slechts aan God schuldig is.36BeccaofMekka.Mahometontving deze plaats toen de Joden zeiden, dat hunne Kebla, of de tempel vanJeruzalem, ouder was dan die der Mahomedanen, of de Caaba.37Letterlijk: Houdt vast aan de koord van God, d.i. verzekert u zelven, door den Islam aan te nemen, welke hier figuurlijk wordt uitgedrukt door “koord,” omdat het een zeker middel is, hen te redden, dieanders eenen godsdienst belijden, waardoor zij hiernamaals verloren zouden zijn, daar het vasthouden aan een touw het voorbehoedmiddel is tegen het vallen in een put of andere plaats. Men zegt dat Mahomet, om de zelfde reden, den KoranHabl Allah al matiunoemt, d.i. de zekere koord van God (Al Beidâwi).38Als de Joden en Christenen, die omtrent de eenheid van God enz. twistten.39Zoo alsAbd’allah Ebn Salâmen zijne metgezellen (Al Beidâwi) en diegenen van de stammenAl AnsenAl Khazrajwelke het mahomedanisme hebben omhelsd.40Die namelijk welke het islamismus hebben aangenomen.41Dat is, tot eenen anderen godsdienst.42Dit was de slag vanOhod, een berg op vier mijlen ten Noorden vanMedina. De Koreïshieten hadden namelijk, om hun verlies bijBedr(zie het begin van deze soera) te wreken, in het volgende jaar, zijnde het derde der Hedjira, een leger van 3000 man te zamen getrokken, waaronder 200 paarden en 200 man, die met maliënkolders waren gewapend. Deze strijdkrachten werden aangevoerd doorAboe Sofiânen maakten teDhu’lholeifa, een dorp op zes mijlen afstands vanMedinahalt.Mahomet, wiens leger veel minder talrijk was dan dat zijner vijanden, had eerst besloten, hen in de stad af te wachten, maar later volgde hij den raad van sommigen zijner makkers en rukte tegen hen op, aan het hoofd van 1000 man (sommigen zeggen hij had 1050 man, anderen 900, waarvan 100 met maliënkolders waren voorzien, maar hij had slechts één paard, behalve het zijne, in het geheele leger). Met deze strijdkrachten vormde hij een kamp in een dorp bijOhod, welken berg hij in den rug verlangde te hebben, om het voordeel, zijne manschappen tegen omsingeling te behoeden, waartoe hij nog 50 boogschutters in de achterhoede plaatste, met streng bevel, hunne posten niet te verlaten. Toen het gevecht begon, was het voordeel eerst aanMahometszijde, maar later verloor hij den slag door de schuld zijner boogschutters, die de gelederen verlieten om te plunderen, en zoodoende toelieten, dat de paarden der vijanden de Mahomedanen omsingelden en hen in de achterhoede aanvielen.Mahomethad daarbij echter zijn leven verloren, daar zijn leger door eene hagelbui van steenen aangevallen, en door twee pijlen in het aangezicht gewond werd, waardoor hij, toen men die uittrok, twee zijner voorste tanden verloor. Van de Moslems waren 90 man gedood, waaronderHamzoe, de oom vanMahometen van de ongeloovigen22 (Abulfeda). Deze plaats moest dienen om den slechten uitslag van dit gevecht te verontschuldigen, en den nedergeslagen moed zijner volgelingen weder op te wekken.43Dit waren sommigen van de gezinnen vanBanoe Salmavan den stam vanAl KhagrajenBanoel, Narethvan den stam vanAl Aws, die de beide vleugels vanMahometsleger vormden.44Deze plaats werd geopenbaard, toenMahometgewond werd in den slag vanOhoden uitriep: Hoe zal het volk kunnen zegepralen, dat het aangezicht van zijnen profeet met bloed heeft bevlekt, terwijl hij hen tot hunnen God riep: De persoon die hem wondde was Otha de zoon vanAbboe Wakkâs(AlBeidâwi).45Toen zij teBedrwerden geslagen. Het is opmerkelijk, dat het getal der Mahomedanen die bijOhodwerden gedood gelijk is aan dat der afgodendienaars die deBedrvielen. Dit was zoo door God bevolen, om eene elders op te geven reden (VIIIe Soera).46Deze plaats heeft betrekking op vele vanMahometsvolgelingen, die niet teBedrtegenwoordig waren geweest, en welke de gelegenheid wenschten te hebben, in een ander gevecht dezelfde eer te genieten als zij die als martelaren in den slag vielen, maar ontmoedigd werden, toen zij het grooter getal afgodendienaars in den slag vanOhodlagen.47Ten einde de klachten van zijn volk om hunne nederlaag des te krachtiger te stillen, steltMahomethet zóó voor, als ware de levenstijd van iederen mensch vooraf bij God bepaald, en dat zij, die in den slag vielen, hunnen dood niet zouden hebben ontgaan, indien zij te huis waren gebleven, terwijl zij nu het glorierijke voordeel genoten, als martelaars voor het geloof te vallen.48Dat is: de overwinning en den buit.49Zeggende: komt hier tot mij, o dienaren van God! Ik ben Gods gezant. Hij, die terugkeert, zal in het paradijs komen. Maar niettegenstaande al zijne pogingen om zijne lieden te verzamelen, kon hij niet meer dan dertig van hen daartoe brengen.50Na het gevecht werden zij, die in den slag pal bleven staan, terwijl zij in het veld lagen, door een aangenamen slaap verkwikt, zoodat hun de zwaarden uit de handen vielen; maar zij, die zich slecht hadden gedragen, werden verontrust, en hunne harten verbeeldden zich, dat zij aan het verderf waren overgegeven (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).51Dat is: Is hier eenige schijn van goed gevolg, of van de goddelijke gunst en ondersteuning die ons is toegezegd? (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).52Indien God ons ondersteunt, volgens zijne belofte, of, zooals anderen die woorden teruggeven, indien wij den raad vanAballah Eboe Obba Sollûlhadden gevolgd, en in de stadMedinawaren gebleven, hadden onze makkers het leven niet verloren (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).53Volgens het zeggen van sommigen in deze plaats geopenbaard bij de verdeeling van den geplunderden buit teBedr, toen sommigen der soldatenMahometverdacht hielden, zich in het geheim van een zijden dekkleed, dat zeer prachtig was, en hetwelk vermist werd te hebben meester gemaakt (Al Beidâwi,Jallalo’ddin). Anderen veronderstellen, dat de boogschutters, die oorzaak waren van den slag vanOhod, hunne gelederen verlieten, omdat zij zich verbeeldden, datMahometgeen deel aan den buit zou geven, naardien hij eens, zoo als verhaald wordt, een deel vooruit zond, en in denzelfden tijd den vijand aanviel, waarvan hij den ruimen buit onder degenen verdeelde, die met hem in het gevecht waren, en niets gaf aan het korps, dat wegens plichtsvervulling afwezig was.54Volgens eene overlevering vanMahomet, zal hij, die in deze wereld zijn naaste zal hebben bedrogen, op den dag der opstanding verschijnen, met de voorwerpen op den schouder welke hij door bedrog heeft verkregen, en bedekt met schande.55Zijnde: de Sonna (Al Beidâwi).56Het was het gevolg van uwe ongehoorzaamheid aan de bevelen van den profeet, en door dat gij uw post verliet om te plunderen.57Deze plaats werd geopenbaard voor de oproerige en ongehoorzame Mahomedanen, die totMahomethadden gezegd, dat, indien hij een ware profeet was, hij gemakkelijk de wezenlijk geloovigen van de huichelaars kon onderscheiden (Al Beidâwi).58Men zegt datMahometheeft verklaard, dat degeen die zijne wettelijke bijdrage aan aalmoezen niet stipt betaalde, op den dag der opstanding, eene slang om zijn hals gedraaid zal hebben.59Mahometmet den Koran.60Zoo als sommigen verhalen, werden deze woorden in den Koran gevoegd, omdatOmm Salma, een der vrouwen van den profeet, hem verhaalde wat zij had opgemerkt, dat God dikwijls melding maakt van de mannen die hunne woonplaatsen verlaten voor de zaak van het geloof, maar van de vrouwen niet gewaagt (Al Beidâwi).61De oorspronkelijke uitdrukking beteekent eigenlijk: goeden uitslag in de zaken van het leven, bijzonder in den handel. Men zegt dat deze plaats werd geopenbaard, omdat velen vanMahometsvolgelingen den voorspoed der afgodendienaars opmerkten en benijdden, en hun leedwezen uitdrukten, dat die vijanden van God in zulke vreugde en overvloed leefden, terwijl zij zelven van honger en vermoeidheid stierven (Al Beidâwi).62Om den korten duur.
1Zie hierna de noot vanvers 30.2Zie denootvan het 1e vers, vorige soera.3De onderscheiding is een der titels van den Koran, omdat die leert, het goede van het kwade, het geoorloofde van het ongeoorloofde te onderscheiden.4Men onderscheide hier wel de beteekenis der woorden: grondzuilen (of moeder) des boeks, hier in den zin van grondslag gebruikt, van die des anderen, wordende het eene op het eerste hoofdstuk van den Koran, het tweede op den prototype van den Koran toegepast, die in den Hemel bewaard en ook het duidelijke boek genoemd wordt.5Het woordahl, dat gewoonlijk door huisgezin wordt vertaald, beteekent, in meer algemeenen zin gebruikt, volk, aanhangers van, of lieden van.6Het teeken of mirakel, hier bedoeld, was de overwinning, in het tweede jaar der Hedjira, doorMahometbehaald op de heidensche bewoners vanMekka, die doorAboe Sofianwerden aangevoerd, en welke in de valleiBedrplaats had, die gelegen is nabij de zee tusschenMekkaenMedina.Mahometsstrijdkrachten bestonden slechts uit 319 man, terwijl het leger van den vijand bijna 1000 man sterk was. Niettegenstaande dit verschil, noodzaakte hij hen te vluchten, nadat hij zeventig der voornaamste Koreïshieten gedood en verscheidene gevangen gemaakt had, met een verlies van slechts veertien man van zijn eigen volk. (Elmacin,Hottinger,Hist. Oriënt.Abülfed,Vit. Moham, enz.). Dit was de eerste overwinning die door den profeet werd behaald, en hoewel het geene zeer belangrijke gebeurtenis moge schijnen, toch was het een groot voordeel voor hem en voor de grondvesting van al zijn volgende macht en geluk. Daarom is deze gebeurtenis beroemd in de Arabische geschiedenis en meer dan eens in den Koran vermeld. (Zie lager in deze soera en de soeras 8 en 32) en alseen gevolg van de goddelijke hulp aangehaald. Het genoemde mirakel bestaat naar men zegt uit drie zaken: 1º.Mahometnam op order vanGabriël, eene handvol zand en wierp het, tijdens den aanval, naar den vijand, zeggende: Mogen hunne aangezichten beschaamd worden, waarop zij onmiddellijkvluchtten. Maar hoewel de profeet zelf waarschijnlijk met het zand wierp, wordt toch in den Koran (8e Soeravoorste ged.) gezegd, dat God daarmede zou hebben geworpen; dat is, door tusschenkomst van zijnen engel. 2º. De Mahomedanen rekenden de ongeloovigen twee maal sterker te zijn dan zij, hetwelk hen zeer ontmoedigde, en 3º. God zond eerst duizend engelen te hunner hulp en daarna drie duizend engelen, aangevoerd doorGabriël, die op zijn paardHaïzûmwas gezeten; en volgens den Koran (8e Soera) werd dit alles door de hemelsche helpers uitgevoerd, hoewel de Mahomedanen zich verbeeldden het zelven te doen, en dus op hetzelfde oogenblik dapper vochten7Eigenlijk gemerkte paarden, zijnde de edele paarden, die men met zorg bewaart en van het naamcijfer des bezitters voorziet.8Hiermede worden de heidensche Arabieren bedoeld, die geene kennis der schriften hebben (Jallalo’ddin,Al Beidâwi). Het Arabische woord is hier echter niet datgene waarvan de Koran zich gewoonlijk bedient, waar hij over afgodendienaars spreekt. Het is het woordommin, lieden van het volk. Het woordommi(enkelvoudig) ongeletterde, wordt echter ook opMahomettoegepast.9De Joden.10Deze plaats werd geopenbaard bij gelegenheid datMahomettwist had met eenige Joden, hetgeen door de uitleggers op verschillende wijze wordt verhaald.AlBeidâwizegt, dat, toenMahometeens in eene synagoge ging,Naïm Ebn AmroeenAl Hareth Ebn Zeidhem vroegen, van welken godsdienst hij was. Hij antwoordde: vanAbrahamsgodsdienst. Zij hernamen,Abrahamwas een jood, maar opMahometsvoorstel, dat de Pentateuchus het geschil zou beslechten, wilden zij op geenerlei wijze daarin toestemmen.Jallalo’ddinverhaalt, dat twee Joden overspel hadden bedreven, waaropMahomethen veroordeelde om ingevolge de wet vanMozes, gesteenigd te worden. De Joden weigerden dit uit te voeren, zeggende, dat er geen dergelijk verbod in den Pentateuchus was, maar toenMahometdat boek tot getuige riep, werd die wet er in gevonden. Daarna werden de misdadigers gesteenigd. Het is zeer opmerkelijk, dat deze wet vanMozesbetreffende het steenigen van overspeligen in het Nieuwe Testament (Joh. VIII : 5) is vermeld hoewel sommigen de echtheid dier geheele plaats betwisten, doch nu is het noch in de Hebreeuwsche of Samaritaansche Pentateuchus, noch in de Septuaginta te vinden, daar er slechts wordt gezegd, dat die ter dood gebracht zullen worden (Lev. XX : 10. Zie ookWhistons,Essay towards restoring the true Text of the Old Testament, bladz. 99 en 100). Op deze bijzonderheid wordt door de Mahomedanen aanhoudend gewezen als een bewijs van de verminking der wet vanMozesdoor de Joden. Het is mede opmerkelijk, dat er eens een vers in den Koran bestond, waarin geboden werd de overspeligen te steenigen, en dat de uitleggers zeiden, dat de woorden slechts waren afgeschaft, hoewel de zin of wet van kracht bleef.11Zie de tweede Soera, vers 74.12Imran,AmranofImramis volgens de Mahomedaansche overlevering, den naam van twee verschillende personen. De een was de vader vanMozesenAäron, en de ander was de vader vanMaria(Al Zamakhshari,Al Beidâwi) welke bij sommige christen-schrijversJoachimwordt genoemd. De uitleggers veronderstellen, dat de eerste, of eigenlijk dat beide op deze plaats bedoeld worden, hoewel men aanneemt, dat de persoon op de volgende plaats bedoeld, laatstgenoemde was, die behalveMaria, de moeder vanJezus, ook een zoon had, welkeAäronwerd genaamd (Koran19e soera) en eene zusterIshàofElisabeth, die metZachariashuwde en de moeder was vanJohannesden Dooper; weshalve deze profeet enJezusgewoonlijk door de MahomedanenDe twee zonen der tante, of de neven worden genoemd. Hier verwart de KoranMariade moeder vanJezusmetMariaofMirjam, de zuster vanMozesenAäron, hoewel het uit andere plaatsen van den Koran duidelijk blijkt datMahometwel degelijk wist, datMozesverscheidene eeuwen voorChristusleefde.13De persoonImram, hier bedoeld, was de vader vanMaria; de naam zijner vrouw wasHannahofAnna, de dochter vanFakudh.14Dit is: dat een meisje geene priesterlijke diensten kon verrichten, evenals een knaap.15Deze uitdrukking staat in verband met eene overlevering, datAbraham, toen de duivel hem beproefde, God niet te gehoorzamen, door zijn’ zoon niet te offeren, den boozen geest verdreef, door met steenen naar hem te werpen. Tot aandenken dezer gebeurtenis werpen de Mahomedanen, bij den pelgrimstocht naarMekka, in de vallei vanMinaeen aantal steenen, met zekere ceremoniën naar den duivel.16Ofschoon het kind geen jongen was, bood heur moeder haar toch den priesters aan, die met het opzicht in den tempel belast waren, als eene aan God gewijde. Nadat zij haar hadden ontvangen, werd zij aan de zorg vanZachariastoevertrouwd, die haar een vertrek in den tempel bouwde en haar van het noodige voorzag. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi, enz.)17De uitleggers zeggen, dat niemand inMaria’svertrek mocht komen behalveZacharias, en dat hij zeven deuren achter haar sloot. Desniettegenstaande vond hij haar in den winter van zomervruchten en in den zomer van wintervruchten voorzien.18Dat isJezus, die volgens een der uitleggers (Al Beidâwi), zoo werd genoemd, omdat hij, door bevel van God, zonder vader ontvangen was.19Het oorspronkelijke beteekent iemand, die zich niet alleen aan de vrouwen, maar ook aan alle andere genoegens en begeerten zal onttrekken.20Zachariaswas toen negenennegentig jaar oud, en zijne vrouw negenentachtig. (Al Beidâwi). Vergelijk de voorzegging aanAbraham(Gen. XVII : 17).21Zijn aangezicht ter aarde doen bukken en de knie buigen, geschiedt bij het gebed der Muzelmannen.Mahometschijnt deze uitdrukking hier opzettelijk te bezigen, om zijne leer vast te hechten aan die der rechtvaardigen van het Oude Testament.22ToenMariavoor het eerst in den tempel werd gebracht, twistten zij onder elkander, omdat zij de dochter van een hunner opperhoofden was, wie met hare opvoeding zou belast worden.Zachariasstond er op, dat hij de voorkeur zou hebben, dewijl hij met hare tante getrouwdwas, maar de anderen stemden daarin niet toe. Zij kwamen toen overeen, dat het lot tusschen hen zou beslissen, waarop zevenentwintig naar de rivier deJordaangingen en hunne roeden er in wierpen, waarop zij eenige plaatsen der wet hadden geschreven; alle zonken zij, behalve die vanZacharias, die op het water dreef. Daarop werd hem de zorg over het kind toevertrouwd. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin, enz.)23Behalve het verhaal hiervan gegeven door de Koran (19e soera), geeft een Mahomedaansch schrijver (die echter niet veel gezag heeft) twee verhalen; een, datJezussprak, terwijl hij nog in het lichaam zijner moeder besloten was, om haren neefJosephte bestraffen, over de onrechtvaardige verdenking, die hij van haar voedde (Sikii,notas in Evang. Infant, pag. 5) en een ander sprookje, dat hij aan denzelfden persoon een antwoord zou hebben gegeven, kort nadat hij geboren was. WantJoseph, die doorZachariaswas uitgezonden, omMariaop te zoeken, welke de stad bij nacht had verlaten, om hare bevalling te verbergen, begon haar te onderhouden toen hij haar had gevonden; maar ze gaf geen antwoord, waarop het kind zeide: Verheug u, oJozef! en wees tevreden; want God heeft mij voortgebracht uit de duisternis van het moederlijf, voor het licht der wereld, en ik zal tot de kinderen Israëls gaan en hen noodigen tot gehoorzaamheid aan God (Al Kessai). Dit schijnt geheel ontleend te zijn aan de vele fabelachtige overleveringen der oostersche Christenen, waarvan eene tot ons is gekomen in het aprocryphe evangelie van dekindsheid van Christus, waar wij vinden, datJezussprak, tijdens hij nog in zijne wieg lag, en tot zijne moeder zeide: Waarlijk ik benJezus, de zoon van God, wiens woord gij hebt voorgebracht, zooals de engelGabriëlu heeft verklaard: en mijn vader heeft mij gezonden om de wereld te redden.24Sommigen zeggen dat het eene vledermuis was (Jallalo’ddin); maar anderen veronderstellen, datJezusvele vogels van verschillende soorten maakte. Deze omstandigheid is mede ontleend aan de volgende fabelachtige overlevering, welke in het bovengenoemde apocryphe evangelie is te vinden. ToenJezuszeven jaar oud was, speelde hij met eenige kinderen van zijnen ouderdom; zij maakten uit klei verschillende vormen van vogels en andere dieren, om zich te vermaken en ieder gaf zijn eigen werk de voorkeur.Jezusvertelde hun, dat hij die wilde doen loopen en springen, hetwelk zij op zijn bevel ook deden. Hij maakte ook vele figuren van menschen en anderevogels, die weg vlogen, of op zijne handen bleven staan, al naar hij het hun beval en ook aten en dronken, als hij hun spijs en drank aanbood. De kinderen vertelden dit aan hunne ouders, die hun verboden, nimmer meer metJezuste spelen, dien zij voor een toovenaar hielden. (Evang. Infant.pag. 111 enz.).25Jallalo’ddinvermeldt drie personen, welkeChristusin het leven terug bracht, en die onderscheiden jaren daarna nog leefden en kinderen hadden, zijnde:Lazarus, de zoon der weduwe, en de dochter van den herbergier (waarschijnlijk van het opperhoofd der synagoge). Hij voegt er bij, dat hij ookSem, den zoon vanNoach, heeft opgewekt, die, zoo als een ander (Al Thalabi) schrijft, dacht, dat hij ten oordeel werd geroepen, en met een half grijs hoofd uit zijn graf kwam, ofschoon de menschen in zijne dagen niet grijs werden. Daarna stierf hij onmiddellijk weder.26Hier staat in den tekst:inni motewafika. Dit woord wordt gebruikt in de beteekenis van den dood te doen ondergaan, sprekende van God, die de menschen oproept en tot zich ontvangt, bij het einde van hun leven. De uitleggers, door deze plaats, welke in tegenspraak is met de meening datJezusniet gestorven is, maar dat God een ander in zijne plaats stelde, in verlegenheid gebracht, denken dat dit woord, hoewel het eerste in den tekst geplaatst, echter, wat den zin betreft, de andere in deze orde moet volgen: Ik zal u tot mij opheffen, en aan het einde zal ik u geheel als de andere menschen doen sterven. Eenige verklaarders gelooven, datJezuswerkelijk gestorven is voor zijne hemelvaart, en wel gedurende drie uren, en dat hij niet is gekruisigd. Overigens wordt deze plaats op verschillende wijze verklaard.27Enige Mahomedanen zeggen, dat dit door tusschenkomst vanGabriëlgeschiedde; maar anderen zijn van meening, dat een sterke dwarrelwind hem van den bergOljvetopnam (Althalabi, zie ook 2 Koningen II : 1 en 11).28Namelijk omtrentJezus.29Om deze plaats te verklaren, wordt door de uitleggers het volgende verhaald: Verschillende Christenen kwamen met hunnen bisschop,Abn Harethgenaamd, totMahomet, als afgezanten van de bewoners vanNajranofNedjran(land vanArabië), en vingen aan met hem te twisten over godsdienst en de geschiedenis vanJezus. Zij stemden er eindelijk in toe, de genoemde zaak den volgenden ochtend te behandelen, als een korte weg om te beslissen, wie van hen in het ongelijk was.Mahometbracht zijne dochterFatima, zijn schoonzoonAlien zijn beide kleinzonenHassanenHoesseinmede, en hij verzocht de Christenen te wachten, tot hij zou hebben gebeden. Maar toen zij hem zagen knielen, ontbrak hun de moed, en dorsten zij het niet wagen, hem te vloeken, maar onderwierpen zich aan hem (Jallalo’ddin,Al Beidâwi). Deze plaats wordtmobahelehgenoemd en is van groot gewicht bij alle Muzelmannen, maar meer bijzonder bij de Chiiten (volgelingen vanAli), omdatMahomet, dieFatima,Ali,HassanenHoesseinhad medegebracht, de woorden gebruikt:onze zielen en de uwe, hetgeen ten bewijze strekt voor de innige verbinding en ondeelbaarheid vanMahometen zijn gezin.30Behalve van andere afgodische daden beschuldigtMahometde Joden en Christenen, dat zij een al te blind geloof schenken aan hunne priesters en monniken, welke zich de macht hebben toegeëigend, uit te maken, welke zaken wettig en welke onwettig zijn, en van het volgen van Gods wetten te ontslaan.31Hier worden de Joden en Christenen andermaal beschuldigd, de schriften te hebben vervalscht en de profetiën omtrentMahomette hebben verduisterd.32De uitleggers zeggen, om deze plaats te verklaren, datCaab Ebn Al AshrafenMalec Ebn Al Seif(twee Joden vanMedina), hunne gezellen roepen, toen de Kebla was veranderd, te doen alsof zij geloofden, dat die door God was gegeven, door des ochtends te bidden naar den Caaba gewend, en dat zij des avonds, zooals gewoonlijk, naarJeruzalemgekeerd, zouden bidden, opdat de volgelingen vanMahomet, die zich verbeeldden, dat de Joden betere rechters dan zij op dit punt waren, hun voorbeeld zouden volgen. Anderen zeggen echter, dat het zekere Joodsche priesters ofkhaibarwaren, die sommigen van hun volk bevalen, des ochtends voor te geven, dat zij den Mahomedaanschen godsdienst hadden omhelsd, maar aan het einde van den dag te zeggen, dat zij hunne boeken der schrift nagezien en hunne rabijnen geraadpleegd hadden, doch dat zij niet konden vinden, datMahometde persoon was, in de wet beschreven en bedoeld; door welke list zij hoopten, twijfel in de harten der Mahomedanen te doen ontstaan (Al Beidâwi).33In het Arabisch staat voor het woord talent:kintar, dat duizend dinars of goudstukken waard was. Als een voorbeeld van deze plaats halen de uitleggersAbd’allah Ebn Salâmaan, een jood, die zeer bevriend was metMahomet(Prideaux,Life of Moham, pag. 33), aan wien een der Koreïshieten 1200 oncen goud leende, welke hij zeer stipt op den bepaalden tijd betaalde (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).34Mahometspreekt hier van de Christenen, die, volgens hem, aanJezus, zoon vanMariaen eenvoudig sterveling, eene taal in den mond leggen, welke hij, als profeet en oprecht vereerder van God, nimmer heeft kunnen voeren.Al Beldâwivoegt er bij, dat twee Christenen,Abn Râfè al KoradhienAl Seynd al Najrâni, aanboden,Mahometals hunnen God te erkennen en hem te aanbidden, waarop hij geantwoord had: God verbiedt, dat wij iemand naast hem zouden vereeren.35Dat is: hen te aanbidden enrabb(meester, heer) te noemen, hetwelk men slechts aan God schuldig is.36BeccaofMekka.Mahometontving deze plaats toen de Joden zeiden, dat hunne Kebla, of de tempel vanJeruzalem, ouder was dan die der Mahomedanen, of de Caaba.37Letterlijk: Houdt vast aan de koord van God, d.i. verzekert u zelven, door den Islam aan te nemen, welke hier figuurlijk wordt uitgedrukt door “koord,” omdat het een zeker middel is, hen te redden, dieanders eenen godsdienst belijden, waardoor zij hiernamaals verloren zouden zijn, daar het vasthouden aan een touw het voorbehoedmiddel is tegen het vallen in een put of andere plaats. Men zegt dat Mahomet, om de zelfde reden, den KoranHabl Allah al matiunoemt, d.i. de zekere koord van God (Al Beidâwi).38Als de Joden en Christenen, die omtrent de eenheid van God enz. twistten.39Zoo alsAbd’allah Ebn Salâmen zijne metgezellen (Al Beidâwi) en diegenen van de stammenAl AnsenAl Khazrajwelke het mahomedanisme hebben omhelsd.40Die namelijk welke het islamismus hebben aangenomen.41Dat is, tot eenen anderen godsdienst.42Dit was de slag vanOhod, een berg op vier mijlen ten Noorden vanMedina. De Koreïshieten hadden namelijk, om hun verlies bijBedr(zie het begin van deze soera) te wreken, in het volgende jaar, zijnde het derde der Hedjira, een leger van 3000 man te zamen getrokken, waaronder 200 paarden en 200 man, die met maliënkolders waren gewapend. Deze strijdkrachten werden aangevoerd doorAboe Sofiânen maakten teDhu’lholeifa, een dorp op zes mijlen afstands vanMedinahalt.Mahomet, wiens leger veel minder talrijk was dan dat zijner vijanden, had eerst besloten, hen in de stad af te wachten, maar later volgde hij den raad van sommigen zijner makkers en rukte tegen hen op, aan het hoofd van 1000 man (sommigen zeggen hij had 1050 man, anderen 900, waarvan 100 met maliënkolders waren voorzien, maar hij had slechts één paard, behalve het zijne, in het geheele leger). Met deze strijdkrachten vormde hij een kamp in een dorp bijOhod, welken berg hij in den rug verlangde te hebben, om het voordeel, zijne manschappen tegen omsingeling te behoeden, waartoe hij nog 50 boogschutters in de achterhoede plaatste, met streng bevel, hunne posten niet te verlaten. Toen het gevecht begon, was het voordeel eerst aanMahometszijde, maar later verloor hij den slag door de schuld zijner boogschutters, die de gelederen verlieten om te plunderen, en zoodoende toelieten, dat de paarden der vijanden de Mahomedanen omsingelden en hen in de achterhoede aanvielen.Mahomethad daarbij echter zijn leven verloren, daar zijn leger door eene hagelbui van steenen aangevallen, en door twee pijlen in het aangezicht gewond werd, waardoor hij, toen men die uittrok, twee zijner voorste tanden verloor. Van de Moslems waren 90 man gedood, waaronderHamzoe, de oom vanMahometen van de ongeloovigen22 (Abulfeda). Deze plaats moest dienen om den slechten uitslag van dit gevecht te verontschuldigen, en den nedergeslagen moed zijner volgelingen weder op te wekken.43Dit waren sommigen van de gezinnen vanBanoe Salmavan den stam vanAl KhagrajenBanoel, Narethvan den stam vanAl Aws, die de beide vleugels vanMahometsleger vormden.44Deze plaats werd geopenbaard, toenMahometgewond werd in den slag vanOhoden uitriep: Hoe zal het volk kunnen zegepralen, dat het aangezicht van zijnen profeet met bloed heeft bevlekt, terwijl hij hen tot hunnen God riep: De persoon die hem wondde was Otha de zoon vanAbboe Wakkâs(AlBeidâwi).45Toen zij teBedrwerden geslagen. Het is opmerkelijk, dat het getal der Mahomedanen die bijOhodwerden gedood gelijk is aan dat der afgodendienaars die deBedrvielen. Dit was zoo door God bevolen, om eene elders op te geven reden (VIIIe Soera).46Deze plaats heeft betrekking op vele vanMahometsvolgelingen, die niet teBedrtegenwoordig waren geweest, en welke de gelegenheid wenschten te hebben, in een ander gevecht dezelfde eer te genieten als zij die als martelaren in den slag vielen, maar ontmoedigd werden, toen zij het grooter getal afgodendienaars in den slag vanOhodlagen.47Ten einde de klachten van zijn volk om hunne nederlaag des te krachtiger te stillen, steltMahomethet zóó voor, als ware de levenstijd van iederen mensch vooraf bij God bepaald, en dat zij, die in den slag vielen, hunnen dood niet zouden hebben ontgaan, indien zij te huis waren gebleven, terwijl zij nu het glorierijke voordeel genoten, als martelaars voor het geloof te vallen.48Dat is: de overwinning en den buit.49Zeggende: komt hier tot mij, o dienaren van God! Ik ben Gods gezant. Hij, die terugkeert, zal in het paradijs komen. Maar niettegenstaande al zijne pogingen om zijne lieden te verzamelen, kon hij niet meer dan dertig van hen daartoe brengen.50Na het gevecht werden zij, die in den slag pal bleven staan, terwijl zij in het veld lagen, door een aangenamen slaap verkwikt, zoodat hun de zwaarden uit de handen vielen; maar zij, die zich slecht hadden gedragen, werden verontrust, en hunne harten verbeeldden zich, dat zij aan het verderf waren overgegeven (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).51Dat is: Is hier eenige schijn van goed gevolg, of van de goddelijke gunst en ondersteuning die ons is toegezegd? (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).52Indien God ons ondersteunt, volgens zijne belofte, of, zooals anderen die woorden teruggeven, indien wij den raad vanAballah Eboe Obba Sollûlhadden gevolgd, en in de stadMedinawaren gebleven, hadden onze makkers het leven niet verloren (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).53Volgens het zeggen van sommigen in deze plaats geopenbaard bij de verdeeling van den geplunderden buit teBedr, toen sommigen der soldatenMahometverdacht hielden, zich in het geheim van een zijden dekkleed, dat zeer prachtig was, en hetwelk vermist werd te hebben meester gemaakt (Al Beidâwi,Jallalo’ddin). Anderen veronderstellen, dat de boogschutters, die oorzaak waren van den slag vanOhod, hunne gelederen verlieten, omdat zij zich verbeeldden, datMahometgeen deel aan den buit zou geven, naardien hij eens, zoo als verhaald wordt, een deel vooruit zond, en in denzelfden tijd den vijand aanviel, waarvan hij den ruimen buit onder degenen verdeelde, die met hem in het gevecht waren, en niets gaf aan het korps, dat wegens plichtsvervulling afwezig was.54Volgens eene overlevering vanMahomet, zal hij, die in deze wereld zijn naaste zal hebben bedrogen, op den dag der opstanding verschijnen, met de voorwerpen op den schouder welke hij door bedrog heeft verkregen, en bedekt met schande.55Zijnde: de Sonna (Al Beidâwi).56Het was het gevolg van uwe ongehoorzaamheid aan de bevelen van den profeet, en door dat gij uw post verliet om te plunderen.57Deze plaats werd geopenbaard voor de oproerige en ongehoorzame Mahomedanen, die totMahomethadden gezegd, dat, indien hij een ware profeet was, hij gemakkelijk de wezenlijk geloovigen van de huichelaars kon onderscheiden (Al Beidâwi).58Men zegt datMahometheeft verklaard, dat degeen die zijne wettelijke bijdrage aan aalmoezen niet stipt betaalde, op den dag der opstanding, eene slang om zijn hals gedraaid zal hebben.59Mahometmet den Koran.60Zoo als sommigen verhalen, werden deze woorden in den Koran gevoegd, omdatOmm Salma, een der vrouwen van den profeet, hem verhaalde wat zij had opgemerkt, dat God dikwijls melding maakt van de mannen die hunne woonplaatsen verlaten voor de zaak van het geloof, maar van de vrouwen niet gewaagt (Al Beidâwi).61De oorspronkelijke uitdrukking beteekent eigenlijk: goeden uitslag in de zaken van het leven, bijzonder in den handel. Men zegt dat deze plaats werd geopenbaard, omdat velen vanMahometsvolgelingen den voorspoed der afgodendienaars opmerkten en benijdden, en hun leedwezen uitdrukten, dat die vijanden van God in zulke vreugde en overvloed leefden, terwijl zij zelven van honger en vermoeidheid stierven (Al Beidâwi).62Om den korten duur.
1Zie hierna de noot vanvers 30.
2Zie denootvan het 1e vers, vorige soera.
3De onderscheiding is een der titels van den Koran, omdat die leert, het goede van het kwade, het geoorloofde van het ongeoorloofde te onderscheiden.
4Men onderscheide hier wel de beteekenis der woorden: grondzuilen (of moeder) des boeks, hier in den zin van grondslag gebruikt, van die des anderen, wordende het eene op het eerste hoofdstuk van den Koran, het tweede op den prototype van den Koran toegepast, die in den Hemel bewaard en ook het duidelijke boek genoemd wordt.
5Het woordahl, dat gewoonlijk door huisgezin wordt vertaald, beteekent, in meer algemeenen zin gebruikt, volk, aanhangers van, of lieden van.
6Het teeken of mirakel, hier bedoeld, was de overwinning, in het tweede jaar der Hedjira, doorMahometbehaald op de heidensche bewoners vanMekka, die doorAboe Sofianwerden aangevoerd, en welke in de valleiBedrplaats had, die gelegen is nabij de zee tusschenMekkaenMedina.Mahometsstrijdkrachten bestonden slechts uit 319 man, terwijl het leger van den vijand bijna 1000 man sterk was. Niettegenstaande dit verschil, noodzaakte hij hen te vluchten, nadat hij zeventig der voornaamste Koreïshieten gedood en verscheidene gevangen gemaakt had, met een verlies van slechts veertien man van zijn eigen volk. (Elmacin,Hottinger,Hist. Oriënt.Abülfed,Vit. Moham, enz.). Dit was de eerste overwinning die door den profeet werd behaald, en hoewel het geene zeer belangrijke gebeurtenis moge schijnen, toch was het een groot voordeel voor hem en voor de grondvesting van al zijn volgende macht en geluk. Daarom is deze gebeurtenis beroemd in de Arabische geschiedenis en meer dan eens in den Koran vermeld. (Zie lager in deze soera en de soeras 8 en 32) en alseen gevolg van de goddelijke hulp aangehaald. Het genoemde mirakel bestaat naar men zegt uit drie zaken: 1º.Mahometnam op order vanGabriël, eene handvol zand en wierp het, tijdens den aanval, naar den vijand, zeggende: Mogen hunne aangezichten beschaamd worden, waarop zij onmiddellijkvluchtten. Maar hoewel de profeet zelf waarschijnlijk met het zand wierp, wordt toch in den Koran (8e Soeravoorste ged.) gezegd, dat God daarmede zou hebben geworpen; dat is, door tusschenkomst van zijnen engel. 2º. De Mahomedanen rekenden de ongeloovigen twee maal sterker te zijn dan zij, hetwelk hen zeer ontmoedigde, en 3º. God zond eerst duizend engelen te hunner hulp en daarna drie duizend engelen, aangevoerd doorGabriël, die op zijn paardHaïzûmwas gezeten; en volgens den Koran (8e Soera) werd dit alles door de hemelsche helpers uitgevoerd, hoewel de Mahomedanen zich verbeeldden het zelven te doen, en dus op hetzelfde oogenblik dapper vochten
7Eigenlijk gemerkte paarden, zijnde de edele paarden, die men met zorg bewaart en van het naamcijfer des bezitters voorziet.
8Hiermede worden de heidensche Arabieren bedoeld, die geene kennis der schriften hebben (Jallalo’ddin,Al Beidâwi). Het Arabische woord is hier echter niet datgene waarvan de Koran zich gewoonlijk bedient, waar hij over afgodendienaars spreekt. Het is het woordommin, lieden van het volk. Het woordommi(enkelvoudig) ongeletterde, wordt echter ook opMahomettoegepast.
9De Joden.
10Deze plaats werd geopenbaard bij gelegenheid datMahomettwist had met eenige Joden, hetgeen door de uitleggers op verschillende wijze wordt verhaald.AlBeidâwizegt, dat, toenMahometeens in eene synagoge ging,Naïm Ebn AmroeenAl Hareth Ebn Zeidhem vroegen, van welken godsdienst hij was. Hij antwoordde: vanAbrahamsgodsdienst. Zij hernamen,Abrahamwas een jood, maar opMahometsvoorstel, dat de Pentateuchus het geschil zou beslechten, wilden zij op geenerlei wijze daarin toestemmen.Jallalo’ddinverhaalt, dat twee Joden overspel hadden bedreven, waaropMahomethen veroordeelde om ingevolge de wet vanMozes, gesteenigd te worden. De Joden weigerden dit uit te voeren, zeggende, dat er geen dergelijk verbod in den Pentateuchus was, maar toenMahometdat boek tot getuige riep, werd die wet er in gevonden. Daarna werden de misdadigers gesteenigd. Het is zeer opmerkelijk, dat deze wet vanMozesbetreffende het steenigen van overspeligen in het Nieuwe Testament (Joh. VIII : 5) is vermeld hoewel sommigen de echtheid dier geheele plaats betwisten, doch nu is het noch in de Hebreeuwsche of Samaritaansche Pentateuchus, noch in de Septuaginta te vinden, daar er slechts wordt gezegd, dat die ter dood gebracht zullen worden (Lev. XX : 10. Zie ookWhistons,Essay towards restoring the true Text of the Old Testament, bladz. 99 en 100). Op deze bijzonderheid wordt door de Mahomedanen aanhoudend gewezen als een bewijs van de verminking der wet vanMozesdoor de Joden. Het is mede opmerkelijk, dat er eens een vers in den Koran bestond, waarin geboden werd de overspeligen te steenigen, en dat de uitleggers zeiden, dat de woorden slechts waren afgeschaft, hoewel de zin of wet van kracht bleef.
11Zie de tweede Soera, vers 74.
12Imran,AmranofImramis volgens de Mahomedaansche overlevering, den naam van twee verschillende personen. De een was de vader vanMozesenAäron, en de ander was de vader vanMaria(Al Zamakhshari,Al Beidâwi) welke bij sommige christen-schrijversJoachimwordt genoemd. De uitleggers veronderstellen, dat de eerste, of eigenlijk dat beide op deze plaats bedoeld worden, hoewel men aanneemt, dat de persoon op de volgende plaats bedoeld, laatstgenoemde was, die behalveMaria, de moeder vanJezus, ook een zoon had, welkeAäronwerd genaamd (Koran19e soera) en eene zusterIshàofElisabeth, die metZachariashuwde en de moeder was vanJohannesden Dooper; weshalve deze profeet enJezusgewoonlijk door de MahomedanenDe twee zonen der tante, of de neven worden genoemd. Hier verwart de KoranMariade moeder vanJezusmetMariaofMirjam, de zuster vanMozesenAäron, hoewel het uit andere plaatsen van den Koran duidelijk blijkt datMahometwel degelijk wist, datMozesverscheidene eeuwen voorChristusleefde.
13De persoonImram, hier bedoeld, was de vader vanMaria; de naam zijner vrouw wasHannahofAnna, de dochter vanFakudh.
14Dit is: dat een meisje geene priesterlijke diensten kon verrichten, evenals een knaap.
15Deze uitdrukking staat in verband met eene overlevering, datAbraham, toen de duivel hem beproefde, God niet te gehoorzamen, door zijn’ zoon niet te offeren, den boozen geest verdreef, door met steenen naar hem te werpen. Tot aandenken dezer gebeurtenis werpen de Mahomedanen, bij den pelgrimstocht naarMekka, in de vallei vanMinaeen aantal steenen, met zekere ceremoniën naar den duivel.
16Ofschoon het kind geen jongen was, bood heur moeder haar toch den priesters aan, die met het opzicht in den tempel belast waren, als eene aan God gewijde. Nadat zij haar hadden ontvangen, werd zij aan de zorg vanZachariastoevertrouwd, die haar een vertrek in den tempel bouwde en haar van het noodige voorzag. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi, enz.)
17De uitleggers zeggen, dat niemand inMaria’svertrek mocht komen behalveZacharias, en dat hij zeven deuren achter haar sloot. Desniettegenstaande vond hij haar in den winter van zomervruchten en in den zomer van wintervruchten voorzien.
18Dat isJezus, die volgens een der uitleggers (Al Beidâwi), zoo werd genoemd, omdat hij, door bevel van God, zonder vader ontvangen was.
19Het oorspronkelijke beteekent iemand, die zich niet alleen aan de vrouwen, maar ook aan alle andere genoegens en begeerten zal onttrekken.
20Zachariaswas toen negenennegentig jaar oud, en zijne vrouw negenentachtig. (Al Beidâwi). Vergelijk de voorzegging aanAbraham(Gen. XVII : 17).
21Zijn aangezicht ter aarde doen bukken en de knie buigen, geschiedt bij het gebed der Muzelmannen.Mahometschijnt deze uitdrukking hier opzettelijk te bezigen, om zijne leer vast te hechten aan die der rechtvaardigen van het Oude Testament.
22ToenMariavoor het eerst in den tempel werd gebracht, twistten zij onder elkander, omdat zij de dochter van een hunner opperhoofden was, wie met hare opvoeding zou belast worden.Zachariasstond er op, dat hij de voorkeur zou hebben, dewijl hij met hare tante getrouwdwas, maar de anderen stemden daarin niet toe. Zij kwamen toen overeen, dat het lot tusschen hen zou beslissen, waarop zevenentwintig naar de rivier deJordaangingen en hunne roeden er in wierpen, waarop zij eenige plaatsen der wet hadden geschreven; alle zonken zij, behalve die vanZacharias, die op het water dreef. Daarop werd hem de zorg over het kind toevertrouwd. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin, enz.)
23Behalve het verhaal hiervan gegeven door de Koran (19e soera), geeft een Mahomedaansch schrijver (die echter niet veel gezag heeft) twee verhalen; een, datJezussprak, terwijl hij nog in het lichaam zijner moeder besloten was, om haren neefJosephte bestraffen, over de onrechtvaardige verdenking, die hij van haar voedde (Sikii,notas in Evang. Infant, pag. 5) en een ander sprookje, dat hij aan denzelfden persoon een antwoord zou hebben gegeven, kort nadat hij geboren was. WantJoseph, die doorZachariaswas uitgezonden, omMariaop te zoeken, welke de stad bij nacht had verlaten, om hare bevalling te verbergen, begon haar te onderhouden toen hij haar had gevonden; maar ze gaf geen antwoord, waarop het kind zeide: Verheug u, oJozef! en wees tevreden; want God heeft mij voortgebracht uit de duisternis van het moederlijf, voor het licht der wereld, en ik zal tot de kinderen Israëls gaan en hen noodigen tot gehoorzaamheid aan God (Al Kessai). Dit schijnt geheel ontleend te zijn aan de vele fabelachtige overleveringen der oostersche Christenen, waarvan eene tot ons is gekomen in het aprocryphe evangelie van dekindsheid van Christus, waar wij vinden, datJezussprak, tijdens hij nog in zijne wieg lag, en tot zijne moeder zeide: Waarlijk ik benJezus, de zoon van God, wiens woord gij hebt voorgebracht, zooals de engelGabriëlu heeft verklaard: en mijn vader heeft mij gezonden om de wereld te redden.
24Sommigen zeggen dat het eene vledermuis was (Jallalo’ddin); maar anderen veronderstellen, datJezusvele vogels van verschillende soorten maakte. Deze omstandigheid is mede ontleend aan de volgende fabelachtige overlevering, welke in het bovengenoemde apocryphe evangelie is te vinden. ToenJezuszeven jaar oud was, speelde hij met eenige kinderen van zijnen ouderdom; zij maakten uit klei verschillende vormen van vogels en andere dieren, om zich te vermaken en ieder gaf zijn eigen werk de voorkeur.Jezusvertelde hun, dat hij die wilde doen loopen en springen, hetwelk zij op zijn bevel ook deden. Hij maakte ook vele figuren van menschen en anderevogels, die weg vlogen, of op zijne handen bleven staan, al naar hij het hun beval en ook aten en dronken, als hij hun spijs en drank aanbood. De kinderen vertelden dit aan hunne ouders, die hun verboden, nimmer meer metJezuste spelen, dien zij voor een toovenaar hielden. (Evang. Infant.pag. 111 enz.).
25Jallalo’ddinvermeldt drie personen, welkeChristusin het leven terug bracht, en die onderscheiden jaren daarna nog leefden en kinderen hadden, zijnde:Lazarus, de zoon der weduwe, en de dochter van den herbergier (waarschijnlijk van het opperhoofd der synagoge). Hij voegt er bij, dat hij ookSem, den zoon vanNoach, heeft opgewekt, die, zoo als een ander (Al Thalabi) schrijft, dacht, dat hij ten oordeel werd geroepen, en met een half grijs hoofd uit zijn graf kwam, ofschoon de menschen in zijne dagen niet grijs werden. Daarna stierf hij onmiddellijk weder.
26Hier staat in den tekst:inni motewafika. Dit woord wordt gebruikt in de beteekenis van den dood te doen ondergaan, sprekende van God, die de menschen oproept en tot zich ontvangt, bij het einde van hun leven. De uitleggers, door deze plaats, welke in tegenspraak is met de meening datJezusniet gestorven is, maar dat God een ander in zijne plaats stelde, in verlegenheid gebracht, denken dat dit woord, hoewel het eerste in den tekst geplaatst, echter, wat den zin betreft, de andere in deze orde moet volgen: Ik zal u tot mij opheffen, en aan het einde zal ik u geheel als de andere menschen doen sterven. Eenige verklaarders gelooven, datJezuswerkelijk gestorven is voor zijne hemelvaart, en wel gedurende drie uren, en dat hij niet is gekruisigd. Overigens wordt deze plaats op verschillende wijze verklaard.
27Enige Mahomedanen zeggen, dat dit door tusschenkomst vanGabriëlgeschiedde; maar anderen zijn van meening, dat een sterke dwarrelwind hem van den bergOljvetopnam (Althalabi, zie ook 2 Koningen II : 1 en 11).
28Namelijk omtrentJezus.
29Om deze plaats te verklaren, wordt door de uitleggers het volgende verhaald: Verschillende Christenen kwamen met hunnen bisschop,Abn Harethgenaamd, totMahomet, als afgezanten van de bewoners vanNajranofNedjran(land vanArabië), en vingen aan met hem te twisten over godsdienst en de geschiedenis vanJezus. Zij stemden er eindelijk in toe, de genoemde zaak den volgenden ochtend te behandelen, als een korte weg om te beslissen, wie van hen in het ongelijk was.Mahometbracht zijne dochterFatima, zijn schoonzoonAlien zijn beide kleinzonenHassanenHoesseinmede, en hij verzocht de Christenen te wachten, tot hij zou hebben gebeden. Maar toen zij hem zagen knielen, ontbrak hun de moed, en dorsten zij het niet wagen, hem te vloeken, maar onderwierpen zich aan hem (Jallalo’ddin,Al Beidâwi). Deze plaats wordtmobahelehgenoemd en is van groot gewicht bij alle Muzelmannen, maar meer bijzonder bij de Chiiten (volgelingen vanAli), omdatMahomet, dieFatima,Ali,HassanenHoesseinhad medegebracht, de woorden gebruikt:onze zielen en de uwe, hetgeen ten bewijze strekt voor de innige verbinding en ondeelbaarheid vanMahometen zijn gezin.
30Behalve van andere afgodische daden beschuldigtMahometde Joden en Christenen, dat zij een al te blind geloof schenken aan hunne priesters en monniken, welke zich de macht hebben toegeëigend, uit te maken, welke zaken wettig en welke onwettig zijn, en van het volgen van Gods wetten te ontslaan.
31Hier worden de Joden en Christenen andermaal beschuldigd, de schriften te hebben vervalscht en de profetiën omtrentMahomette hebben verduisterd.
32De uitleggers zeggen, om deze plaats te verklaren, datCaab Ebn Al AshrafenMalec Ebn Al Seif(twee Joden vanMedina), hunne gezellen roepen, toen de Kebla was veranderd, te doen alsof zij geloofden, dat die door God was gegeven, door des ochtends te bidden naar den Caaba gewend, en dat zij des avonds, zooals gewoonlijk, naarJeruzalemgekeerd, zouden bidden, opdat de volgelingen vanMahomet, die zich verbeeldden, dat de Joden betere rechters dan zij op dit punt waren, hun voorbeeld zouden volgen. Anderen zeggen echter, dat het zekere Joodsche priesters ofkhaibarwaren, die sommigen van hun volk bevalen, des ochtends voor te geven, dat zij den Mahomedaanschen godsdienst hadden omhelsd, maar aan het einde van den dag te zeggen, dat zij hunne boeken der schrift nagezien en hunne rabijnen geraadpleegd hadden, doch dat zij niet konden vinden, datMahometde persoon was, in de wet beschreven en bedoeld; door welke list zij hoopten, twijfel in de harten der Mahomedanen te doen ontstaan (Al Beidâwi).
33In het Arabisch staat voor het woord talent:kintar, dat duizend dinars of goudstukken waard was. Als een voorbeeld van deze plaats halen de uitleggersAbd’allah Ebn Salâmaan, een jood, die zeer bevriend was metMahomet(Prideaux,Life of Moham, pag. 33), aan wien een der Koreïshieten 1200 oncen goud leende, welke hij zeer stipt op den bepaalden tijd betaalde (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).
34Mahometspreekt hier van de Christenen, die, volgens hem, aanJezus, zoon vanMariaen eenvoudig sterveling, eene taal in den mond leggen, welke hij, als profeet en oprecht vereerder van God, nimmer heeft kunnen voeren.Al Beldâwivoegt er bij, dat twee Christenen,Abn Râfè al KoradhienAl Seynd al Najrâni, aanboden,Mahometals hunnen God te erkennen en hem te aanbidden, waarop hij geantwoord had: God verbiedt, dat wij iemand naast hem zouden vereeren.
35Dat is: hen te aanbidden enrabb(meester, heer) te noemen, hetwelk men slechts aan God schuldig is.
36BeccaofMekka.Mahometontving deze plaats toen de Joden zeiden, dat hunne Kebla, of de tempel vanJeruzalem, ouder was dan die der Mahomedanen, of de Caaba.
37Letterlijk: Houdt vast aan de koord van God, d.i. verzekert u zelven, door den Islam aan te nemen, welke hier figuurlijk wordt uitgedrukt door “koord,” omdat het een zeker middel is, hen te redden, dieanders eenen godsdienst belijden, waardoor zij hiernamaals verloren zouden zijn, daar het vasthouden aan een touw het voorbehoedmiddel is tegen het vallen in een put of andere plaats. Men zegt dat Mahomet, om de zelfde reden, den KoranHabl Allah al matiunoemt, d.i. de zekere koord van God (Al Beidâwi).
38Als de Joden en Christenen, die omtrent de eenheid van God enz. twistten.
39Zoo alsAbd’allah Ebn Salâmen zijne metgezellen (Al Beidâwi) en diegenen van de stammenAl AnsenAl Khazrajwelke het mahomedanisme hebben omhelsd.
40Die namelijk welke het islamismus hebben aangenomen.
41Dat is, tot eenen anderen godsdienst.
42Dit was de slag vanOhod, een berg op vier mijlen ten Noorden vanMedina. De Koreïshieten hadden namelijk, om hun verlies bijBedr(zie het begin van deze soera) te wreken, in het volgende jaar, zijnde het derde der Hedjira, een leger van 3000 man te zamen getrokken, waaronder 200 paarden en 200 man, die met maliënkolders waren gewapend. Deze strijdkrachten werden aangevoerd doorAboe Sofiânen maakten teDhu’lholeifa, een dorp op zes mijlen afstands vanMedinahalt.Mahomet, wiens leger veel minder talrijk was dan dat zijner vijanden, had eerst besloten, hen in de stad af te wachten, maar later volgde hij den raad van sommigen zijner makkers en rukte tegen hen op, aan het hoofd van 1000 man (sommigen zeggen hij had 1050 man, anderen 900, waarvan 100 met maliënkolders waren voorzien, maar hij had slechts één paard, behalve het zijne, in het geheele leger). Met deze strijdkrachten vormde hij een kamp in een dorp bijOhod, welken berg hij in den rug verlangde te hebben, om het voordeel, zijne manschappen tegen omsingeling te behoeden, waartoe hij nog 50 boogschutters in de achterhoede plaatste, met streng bevel, hunne posten niet te verlaten. Toen het gevecht begon, was het voordeel eerst aanMahometszijde, maar later verloor hij den slag door de schuld zijner boogschutters, die de gelederen verlieten om te plunderen, en zoodoende toelieten, dat de paarden der vijanden de Mahomedanen omsingelden en hen in de achterhoede aanvielen.Mahomethad daarbij echter zijn leven verloren, daar zijn leger door eene hagelbui van steenen aangevallen, en door twee pijlen in het aangezicht gewond werd, waardoor hij, toen men die uittrok, twee zijner voorste tanden verloor. Van de Moslems waren 90 man gedood, waaronderHamzoe, de oom vanMahometen van de ongeloovigen22 (Abulfeda). Deze plaats moest dienen om den slechten uitslag van dit gevecht te verontschuldigen, en den nedergeslagen moed zijner volgelingen weder op te wekken.
43Dit waren sommigen van de gezinnen vanBanoe Salmavan den stam vanAl KhagrajenBanoel, Narethvan den stam vanAl Aws, die de beide vleugels vanMahometsleger vormden.
44Deze plaats werd geopenbaard, toenMahometgewond werd in den slag vanOhoden uitriep: Hoe zal het volk kunnen zegepralen, dat het aangezicht van zijnen profeet met bloed heeft bevlekt, terwijl hij hen tot hunnen God riep: De persoon die hem wondde was Otha de zoon vanAbboe Wakkâs(AlBeidâwi).
45Toen zij teBedrwerden geslagen. Het is opmerkelijk, dat het getal der Mahomedanen die bijOhodwerden gedood gelijk is aan dat der afgodendienaars die deBedrvielen. Dit was zoo door God bevolen, om eene elders op te geven reden (VIIIe Soera).
46Deze plaats heeft betrekking op vele vanMahometsvolgelingen, die niet teBedrtegenwoordig waren geweest, en welke de gelegenheid wenschten te hebben, in een ander gevecht dezelfde eer te genieten als zij die als martelaren in den slag vielen, maar ontmoedigd werden, toen zij het grooter getal afgodendienaars in den slag vanOhodlagen.
47Ten einde de klachten van zijn volk om hunne nederlaag des te krachtiger te stillen, steltMahomethet zóó voor, als ware de levenstijd van iederen mensch vooraf bij God bepaald, en dat zij, die in den slag vielen, hunnen dood niet zouden hebben ontgaan, indien zij te huis waren gebleven, terwijl zij nu het glorierijke voordeel genoten, als martelaars voor het geloof te vallen.
48Dat is: de overwinning en den buit.
49Zeggende: komt hier tot mij, o dienaren van God! Ik ben Gods gezant. Hij, die terugkeert, zal in het paradijs komen. Maar niettegenstaande al zijne pogingen om zijne lieden te verzamelen, kon hij niet meer dan dertig van hen daartoe brengen.
50Na het gevecht werden zij, die in den slag pal bleven staan, terwijl zij in het veld lagen, door een aangenamen slaap verkwikt, zoodat hun de zwaarden uit de handen vielen; maar zij, die zich slecht hadden gedragen, werden verontrust, en hunne harten verbeeldden zich, dat zij aan het verderf waren overgegeven (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).
51Dat is: Is hier eenige schijn van goed gevolg, of van de goddelijke gunst en ondersteuning die ons is toegezegd? (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).
52Indien God ons ondersteunt, volgens zijne belofte, of, zooals anderen die woorden teruggeven, indien wij den raad vanAballah Eboe Obba Sollûlhadden gevolgd, en in de stadMedinawaren gebleven, hadden onze makkers het leven niet verloren (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).
53Volgens het zeggen van sommigen in deze plaats geopenbaard bij de verdeeling van den geplunderden buit teBedr, toen sommigen der soldatenMahometverdacht hielden, zich in het geheim van een zijden dekkleed, dat zeer prachtig was, en hetwelk vermist werd te hebben meester gemaakt (Al Beidâwi,Jallalo’ddin). Anderen veronderstellen, dat de boogschutters, die oorzaak waren van den slag vanOhod, hunne gelederen verlieten, omdat zij zich verbeeldden, datMahometgeen deel aan den buit zou geven, naardien hij eens, zoo als verhaald wordt, een deel vooruit zond, en in denzelfden tijd den vijand aanviel, waarvan hij den ruimen buit onder degenen verdeelde, die met hem in het gevecht waren, en niets gaf aan het korps, dat wegens plichtsvervulling afwezig was.
54Volgens eene overlevering vanMahomet, zal hij, die in deze wereld zijn naaste zal hebben bedrogen, op den dag der opstanding verschijnen, met de voorwerpen op den schouder welke hij door bedrog heeft verkregen, en bedekt met schande.
55Zijnde: de Sonna (Al Beidâwi).
56Het was het gevolg van uwe ongehoorzaamheid aan de bevelen van den profeet, en door dat gij uw post verliet om te plunderen.
57Deze plaats werd geopenbaard voor de oproerige en ongehoorzame Mahomedanen, die totMahomethadden gezegd, dat, indien hij een ware profeet was, hij gemakkelijk de wezenlijk geloovigen van de huichelaars kon onderscheiden (Al Beidâwi).
58Men zegt datMahometheeft verklaard, dat degeen die zijne wettelijke bijdrage aan aalmoezen niet stipt betaalde, op den dag der opstanding, eene slang om zijn hals gedraaid zal hebben.
59Mahometmet den Koran.
60Zoo als sommigen verhalen, werden deze woorden in den Koran gevoegd, omdatOmm Salma, een der vrouwen van den profeet, hem verhaalde wat zij had opgemerkt, dat God dikwijls melding maakt van de mannen die hunne woonplaatsen verlaten voor de zaak van het geloof, maar van de vrouwen niet gewaagt (Al Beidâwi).
61De oorspronkelijke uitdrukking beteekent eigenlijk: goeden uitslag in de zaken van het leven, bijzonder in den handel. Men zegt dat deze plaats werd geopenbaard, omdat velen vanMahometsvolgelingen den voorspoed der afgodendienaars opmerkten en benijdden, en hun leedwezen uitdrukten, dat die vijanden van God in zulke vreugde en overvloed leefden, terwijl zij zelven van honger en vermoeidheid stierven (Al Beidâwi).
62Om den korten duur.