1Iederen keer derhalve dat men de woorden vindt;Mahometheeft gezegd, ofde waarheidlievendste van alle menschen heeft gezegd, is er geene sprake van een gezegde uit den Koran, maar vanMahometswoorden, welke door de overlevering bewaard zijn.2Muzelman of, naar der Oosterlingen spreekwijzeMoslemim, in het Arabisch een belijder van denIslamof van het ware geloof, welke naam doorMahomet(eigenlijkMohammed) reeds vroeg aan zijne leer is gegeven. Van dit woord hebben de EuropezenMuzelmangevormd.3Opmerkelijk is het datArabiermet het woordערב(avond, het westen) enSaraceenmetזרה(schijnen, het oosten) in verband staat, en dus het eene Westerling en het andere Oosterling zou beteekenen.4Gen. XXXVII, Rigter. VI, VIII, Jes. XXI, Ezech. XXVII.5De Arabische woordenboekschrijvers zijn het niet eens ten aanzien der beteekenis van het woordKoreïsh. Er bestaan ten minste zes verschillende verklaringen van dien naam, welke alle meer of min gewrongen zijn. Naar den spraakkunstigen vorm te oordeelen isKoreïchhet verkleinwoord vankarch, dat een zeer vraatzuchtige vischsoort beteekent, die andere visschen verslindt. Aanvankelijk is het dus niet anders dan een spot- of bijnaam geweest, die in het vervolg van tijd de naam is geworden van een geheel, uitFihr-KoreïchofKoreïshvoortgesproten geslacht.Wat overigens deze afleiding schijnt te bevestigen, is, dat de reeds in hetO. Test.voorkomende naamKorach, in de overlevering als type van inhalige vrekkigheid is bewaard gebleven. Dat woord schijnt mede in verband te staan met hetgeen de knapenElisahnariepenKerach, omdat hij hun, als waterscheppers, het brood uit den mond nam, door (2 Kon II : 23)het water zoet te maken, hoewel de meeste en daaronder de bewerkers van den Staten-bijbel “kaalkop” vertalen.6De naamMahometwijkt eenigszins van de werkelijke Arabische spelling af. Men behoordeMohammed(de verheerlijkte) te zeggen. De Turken spreken het woordMehemetuit, als zij van een levend persoon spreken die den naamMohammeddraagt. Het gebruik der andere volken is integendeel, zich van den vormMahommedte bedienen, als er van levende Arabieren gesproken wordt, dien denzelfden naam dragen.7Caussin de PercevalHistoire des Arabes(D. I. bl. 268–283) diedat vraagpunt op uitvoerige wijze heeft onderzocht, bepaaltMahometsgeboorte op 29 Augustus 570.8Deze ziekte kan de vallende ziekte geweest zijn. Inderdaad gelooft de mindere man in het Oosten, dat zij, die met vallende ziekte behept zijn, door den duivel bezeten worden.9Men wil datWarakaeen gedeelte van het Evangelie in het Arabisch zou hebben vertaald.10Deze woorden bevinden zich in het begin vanHoofdstuk XCVI. De woorden die nu volgen hebben geenerlei betrekking op de eerste openbaring.11De twee andere personen die in den Koran genoemd worden,Aboe-DjahlenAboe-Lahab, waren hardnekkige vijanden van den nieuwen eeredienst.12De Arabieren, die de afgoderij toegedaan waren, erkenden ook welden God(Allah), maar baden terzelfder tijde ook andere godheden aan.13Er was teMekkaeen christen goudsmidDjebr, dienMahometdikwijls zou hebben bezocht.14Er was teMekkavooral een Koreïshiet,Madhrgenaamd, die veel gereisd had, en dikwijls vergelijkingen tusschenMahometspredikingen en de historische verhalen der Perzen maakte, welke zeer ten nadeele der eerste uitvielen.15Ziehoofdstuk XVII, 87.16Aboe-Talib beschermde zijnen neef uithoofde der banden van bloedverwantschap; want hij was afgodendienaar, en bekeerde zich eerst op zijn doodbed tot den Islam; ja zelfs wordt er aan zijne bekeering getwijfeld. Onder de Muzelmannen draagt Khadidja den naam vanOmmoel-moemenin, moeder der geloovigen.17Mahomet, die onderricht was, dat men een complot tegen zijn leven gesmeed had, verliet zijne woning door eene achterdeur en liet zijnen neefAliin zijn bed stijgen.18Hoe klein en nietig die bijzonderheden en andere, soortgelijke ook mogen schijnen, hebben wij gemeend, die in deze schets te moeten opnemen, daar zij, om zoo te zeggen, de Muzelmansche Mythologie vormen, en ook omdat zij bij de Mahomedaansche volken zijn overgegaan. Intusschen wordt het oorspronkelijke der vinding vernietigd door hetgeen de Bijbel verhaalt van hetgeen metDavidin de grot is gebeurd, toen hij doorSaulwerd vervolgd. Ook daar toch was de ingang der grot door een webbe oversponnen.Medrash.19Dit wasHeracliusI, geb. 575, gest. 641.20AntarofAntarawas een beroemd Arabisch opperhoofd en een van de zeven bekroonde prijsdichters, wier bekroonde gedichten, met goud en zijde gestikt, aan de poort van denCaabawerden bevestigd en daaromMoallaka(de opgehangene) genoemd worden.Antarsgedicht is doorWilmet(1816) teLeidenuitgegeven.21Hier is op te merken, dat de Muzelmansche vorsten hunne brieven aan niet-Muzelmansche vorsten met dien vorm van heilwensen beginnen.22Dit denkbeeld had hij van hetO.T.overgenomen. Zie 1 Sam. XII : 3.23Volgens anderen drie dinars.24Het ware noodeloos, hier de bewijsgronden te onderzoeken, welke door de Chiiten worden aangevoerd ten voordeele vanAli, schoonzoon vanMahomet, welke bewijsgronden uit onderscheiden gedeelten van den Koran en uit de overlevering getrokken zijn. Al die bewijsgronden worden in het breede vermeld in een overzicht van het leerstelsel der Chiiten, getiteld:Hakkoel-Yakin(de zekere waarheid), een Perzisch werk, in 1696 doorMohammed-bakir, zoon vanMohammed Taki, geschreven en teIspahangedrukt.25Deze verklaring van het woordOmmiwordt gegeven in het Perzische werk, getiteld:Hakkoel-Yakin.26Eenige van de wonderwerken, welke doorMahometzoudenzijnverricht,of van de wonderdadige eigenschappen, welke hij zoude hebben bezeten, laten wij hier volgen:Eens heeft hij, ten aanzien van een ieder, de maan in tweeën gespouwen; op zijn verzoek heeft God de zon achteruit doen gaan (vergel. 2 Kon. XX : 9–11), ten eindeAlihet namiddaggebed zou kunnen verrichten, dat door hem verzuimd was, uithoofde de profeet op zijne knieën was ingeslapen, enAlihem niet wilde wekken; elken keer dat de profeet naast een ander ging, scheen het altijd alsofMahomet, ofschoon hij eene middelbare lengte had, een hoofd langer was dan degeen die naast hem ging; zijn gezicht schitterde altijd van licht (vergel. Ex. XXXIV : 29) en als hij zijne vingers voor zijn aangezicht hield, dan schitterden zij, door den glans dien zij aan zijn aangezicht ontleenden, als fakkels; men heeftMahometdikwijls door steenen, boomen en planten hooren begroeten en dezen zich voor hem zien buigen; dieren, zooals gazellen, wolven en hagedissen spraken totMahometen een geheel gebraden geitebok richtte evenzeer het woord tot hem; hij had volstrekte macht over de duivelen of booze geesten, die hem vreesden en aan zijne zending geloofden. Hij heeft blinden het gezicht hergeven, zieken genezen en zelfs dooden opgewekt (zoowel Oude alsN. Test.); op zekeren dag heeft hij voorAlien zijn gezin, die honger hadden, een geheel gedekte tafel uit den hemel doen nederdalen; hij heeft voorzegd, dat zijn nageslacht, uitFatimagesproten, het slachtoffer van onrechtvaardigheden en vervolgingen zoude zijn, en dat de Omejjaden duizend maanden zouden regeeren, hetgeen juist zoo uitgekomen is, enz. Men zie ook de noot opHoofdst. XVII, 1overMahometswonderdadige reize naar de hemelen.27KoranLXVI, 1–6. Waarschijnlijk behoort daartoe ookXXXIII, 27en28, in welke plaatsMahometaan zijne vrouwen den voorslag eener echtscheiding doet, ingeval zij de praal van deze wereld boven het loon hier namaals verkozen.28KoranXXIV, 4,5,11–20. Waar de echtgenoot zelf als aanklager optreedt heeft er (naar het Oude Testament Num. Hoofdst. V) een reinigingseed plaats.Koran XXIV, 6–10.
1Iederen keer derhalve dat men de woorden vindt;Mahometheeft gezegd, ofde waarheidlievendste van alle menschen heeft gezegd, is er geene sprake van een gezegde uit den Koran, maar vanMahometswoorden, welke door de overlevering bewaard zijn.2Muzelman of, naar der Oosterlingen spreekwijzeMoslemim, in het Arabisch een belijder van denIslamof van het ware geloof, welke naam doorMahomet(eigenlijkMohammed) reeds vroeg aan zijne leer is gegeven. Van dit woord hebben de EuropezenMuzelmangevormd.3Opmerkelijk is het datArabiermet het woordערב(avond, het westen) enSaraceenmetזרה(schijnen, het oosten) in verband staat, en dus het eene Westerling en het andere Oosterling zou beteekenen.4Gen. XXXVII, Rigter. VI, VIII, Jes. XXI, Ezech. XXVII.5De Arabische woordenboekschrijvers zijn het niet eens ten aanzien der beteekenis van het woordKoreïsh. Er bestaan ten minste zes verschillende verklaringen van dien naam, welke alle meer of min gewrongen zijn. Naar den spraakkunstigen vorm te oordeelen isKoreïchhet verkleinwoord vankarch, dat een zeer vraatzuchtige vischsoort beteekent, die andere visschen verslindt. Aanvankelijk is het dus niet anders dan een spot- of bijnaam geweest, die in het vervolg van tijd de naam is geworden van een geheel, uitFihr-KoreïchofKoreïshvoortgesproten geslacht.Wat overigens deze afleiding schijnt te bevestigen, is, dat de reeds in hetO. Test.voorkomende naamKorach, in de overlevering als type van inhalige vrekkigheid is bewaard gebleven. Dat woord schijnt mede in verband te staan met hetgeen de knapenElisahnariepenKerach, omdat hij hun, als waterscheppers, het brood uit den mond nam, door (2 Kon II : 23)het water zoet te maken, hoewel de meeste en daaronder de bewerkers van den Staten-bijbel “kaalkop” vertalen.6De naamMahometwijkt eenigszins van de werkelijke Arabische spelling af. Men behoordeMohammed(de verheerlijkte) te zeggen. De Turken spreken het woordMehemetuit, als zij van een levend persoon spreken die den naamMohammeddraagt. Het gebruik der andere volken is integendeel, zich van den vormMahommedte bedienen, als er van levende Arabieren gesproken wordt, dien denzelfden naam dragen.7Caussin de PercevalHistoire des Arabes(D. I. bl. 268–283) diedat vraagpunt op uitvoerige wijze heeft onderzocht, bepaaltMahometsgeboorte op 29 Augustus 570.8Deze ziekte kan de vallende ziekte geweest zijn. Inderdaad gelooft de mindere man in het Oosten, dat zij, die met vallende ziekte behept zijn, door den duivel bezeten worden.9Men wil datWarakaeen gedeelte van het Evangelie in het Arabisch zou hebben vertaald.10Deze woorden bevinden zich in het begin vanHoofdstuk XCVI. De woorden die nu volgen hebben geenerlei betrekking op de eerste openbaring.11De twee andere personen die in den Koran genoemd worden,Aboe-DjahlenAboe-Lahab, waren hardnekkige vijanden van den nieuwen eeredienst.12De Arabieren, die de afgoderij toegedaan waren, erkenden ook welden God(Allah), maar baden terzelfder tijde ook andere godheden aan.13Er was teMekkaeen christen goudsmidDjebr, dienMahometdikwijls zou hebben bezocht.14Er was teMekkavooral een Koreïshiet,Madhrgenaamd, die veel gereisd had, en dikwijls vergelijkingen tusschenMahometspredikingen en de historische verhalen der Perzen maakte, welke zeer ten nadeele der eerste uitvielen.15Ziehoofdstuk XVII, 87.16Aboe-Talib beschermde zijnen neef uithoofde der banden van bloedverwantschap; want hij was afgodendienaar, en bekeerde zich eerst op zijn doodbed tot den Islam; ja zelfs wordt er aan zijne bekeering getwijfeld. Onder de Muzelmannen draagt Khadidja den naam vanOmmoel-moemenin, moeder der geloovigen.17Mahomet, die onderricht was, dat men een complot tegen zijn leven gesmeed had, verliet zijne woning door eene achterdeur en liet zijnen neefAliin zijn bed stijgen.18Hoe klein en nietig die bijzonderheden en andere, soortgelijke ook mogen schijnen, hebben wij gemeend, die in deze schets te moeten opnemen, daar zij, om zoo te zeggen, de Muzelmansche Mythologie vormen, en ook omdat zij bij de Mahomedaansche volken zijn overgegaan. Intusschen wordt het oorspronkelijke der vinding vernietigd door hetgeen de Bijbel verhaalt van hetgeen metDavidin de grot is gebeurd, toen hij doorSaulwerd vervolgd. Ook daar toch was de ingang der grot door een webbe oversponnen.Medrash.19Dit wasHeracliusI, geb. 575, gest. 641.20AntarofAntarawas een beroemd Arabisch opperhoofd en een van de zeven bekroonde prijsdichters, wier bekroonde gedichten, met goud en zijde gestikt, aan de poort van denCaabawerden bevestigd en daaromMoallaka(de opgehangene) genoemd worden.Antarsgedicht is doorWilmet(1816) teLeidenuitgegeven.21Hier is op te merken, dat de Muzelmansche vorsten hunne brieven aan niet-Muzelmansche vorsten met dien vorm van heilwensen beginnen.22Dit denkbeeld had hij van hetO.T.overgenomen. Zie 1 Sam. XII : 3.23Volgens anderen drie dinars.24Het ware noodeloos, hier de bewijsgronden te onderzoeken, welke door de Chiiten worden aangevoerd ten voordeele vanAli, schoonzoon vanMahomet, welke bewijsgronden uit onderscheiden gedeelten van den Koran en uit de overlevering getrokken zijn. Al die bewijsgronden worden in het breede vermeld in een overzicht van het leerstelsel der Chiiten, getiteld:Hakkoel-Yakin(de zekere waarheid), een Perzisch werk, in 1696 doorMohammed-bakir, zoon vanMohammed Taki, geschreven en teIspahangedrukt.25Deze verklaring van het woordOmmiwordt gegeven in het Perzische werk, getiteld:Hakkoel-Yakin.26Eenige van de wonderwerken, welke doorMahometzoudenzijnverricht,of van de wonderdadige eigenschappen, welke hij zoude hebben bezeten, laten wij hier volgen:Eens heeft hij, ten aanzien van een ieder, de maan in tweeën gespouwen; op zijn verzoek heeft God de zon achteruit doen gaan (vergel. 2 Kon. XX : 9–11), ten eindeAlihet namiddaggebed zou kunnen verrichten, dat door hem verzuimd was, uithoofde de profeet op zijne knieën was ingeslapen, enAlihem niet wilde wekken; elken keer dat de profeet naast een ander ging, scheen het altijd alsofMahomet, ofschoon hij eene middelbare lengte had, een hoofd langer was dan degeen die naast hem ging; zijn gezicht schitterde altijd van licht (vergel. Ex. XXXIV : 29) en als hij zijne vingers voor zijn aangezicht hield, dan schitterden zij, door den glans dien zij aan zijn aangezicht ontleenden, als fakkels; men heeftMahometdikwijls door steenen, boomen en planten hooren begroeten en dezen zich voor hem zien buigen; dieren, zooals gazellen, wolven en hagedissen spraken totMahometen een geheel gebraden geitebok richtte evenzeer het woord tot hem; hij had volstrekte macht over de duivelen of booze geesten, die hem vreesden en aan zijne zending geloofden. Hij heeft blinden het gezicht hergeven, zieken genezen en zelfs dooden opgewekt (zoowel Oude alsN. Test.); op zekeren dag heeft hij voorAlien zijn gezin, die honger hadden, een geheel gedekte tafel uit den hemel doen nederdalen; hij heeft voorzegd, dat zijn nageslacht, uitFatimagesproten, het slachtoffer van onrechtvaardigheden en vervolgingen zoude zijn, en dat de Omejjaden duizend maanden zouden regeeren, hetgeen juist zoo uitgekomen is, enz. Men zie ook de noot opHoofdst. XVII, 1overMahometswonderdadige reize naar de hemelen.27KoranLXVI, 1–6. Waarschijnlijk behoort daartoe ookXXXIII, 27en28, in welke plaatsMahometaan zijne vrouwen den voorslag eener echtscheiding doet, ingeval zij de praal van deze wereld boven het loon hier namaals verkozen.28KoranXXIV, 4,5,11–20. Waar de echtgenoot zelf als aanklager optreedt heeft er (naar het Oude Testament Num. Hoofdst. V) een reinigingseed plaats.Koran XXIV, 6–10.
1Iederen keer derhalve dat men de woorden vindt;Mahometheeft gezegd, ofde waarheidlievendste van alle menschen heeft gezegd, is er geene sprake van een gezegde uit den Koran, maar vanMahometswoorden, welke door de overlevering bewaard zijn.2Muzelman of, naar der Oosterlingen spreekwijzeMoslemim, in het Arabisch een belijder van denIslamof van het ware geloof, welke naam doorMahomet(eigenlijkMohammed) reeds vroeg aan zijne leer is gegeven. Van dit woord hebben de EuropezenMuzelmangevormd.3Opmerkelijk is het datArabiermet het woordערב(avond, het westen) enSaraceenmetזרה(schijnen, het oosten) in verband staat, en dus het eene Westerling en het andere Oosterling zou beteekenen.4Gen. XXXVII, Rigter. VI, VIII, Jes. XXI, Ezech. XXVII.5De Arabische woordenboekschrijvers zijn het niet eens ten aanzien der beteekenis van het woordKoreïsh. Er bestaan ten minste zes verschillende verklaringen van dien naam, welke alle meer of min gewrongen zijn. Naar den spraakkunstigen vorm te oordeelen isKoreïchhet verkleinwoord vankarch, dat een zeer vraatzuchtige vischsoort beteekent, die andere visschen verslindt. Aanvankelijk is het dus niet anders dan een spot- of bijnaam geweest, die in het vervolg van tijd de naam is geworden van een geheel, uitFihr-KoreïchofKoreïshvoortgesproten geslacht.Wat overigens deze afleiding schijnt te bevestigen, is, dat de reeds in hetO. Test.voorkomende naamKorach, in de overlevering als type van inhalige vrekkigheid is bewaard gebleven. Dat woord schijnt mede in verband te staan met hetgeen de knapenElisahnariepenKerach, omdat hij hun, als waterscheppers, het brood uit den mond nam, door (2 Kon II : 23)het water zoet te maken, hoewel de meeste en daaronder de bewerkers van den Staten-bijbel “kaalkop” vertalen.6De naamMahometwijkt eenigszins van de werkelijke Arabische spelling af. Men behoordeMohammed(de verheerlijkte) te zeggen. De Turken spreken het woordMehemetuit, als zij van een levend persoon spreken die den naamMohammeddraagt. Het gebruik der andere volken is integendeel, zich van den vormMahommedte bedienen, als er van levende Arabieren gesproken wordt, dien denzelfden naam dragen.7Caussin de PercevalHistoire des Arabes(D. I. bl. 268–283) diedat vraagpunt op uitvoerige wijze heeft onderzocht, bepaaltMahometsgeboorte op 29 Augustus 570.8Deze ziekte kan de vallende ziekte geweest zijn. Inderdaad gelooft de mindere man in het Oosten, dat zij, die met vallende ziekte behept zijn, door den duivel bezeten worden.9Men wil datWarakaeen gedeelte van het Evangelie in het Arabisch zou hebben vertaald.10Deze woorden bevinden zich in het begin vanHoofdstuk XCVI. De woorden die nu volgen hebben geenerlei betrekking op de eerste openbaring.11De twee andere personen die in den Koran genoemd worden,Aboe-DjahlenAboe-Lahab, waren hardnekkige vijanden van den nieuwen eeredienst.12De Arabieren, die de afgoderij toegedaan waren, erkenden ook welden God(Allah), maar baden terzelfder tijde ook andere godheden aan.13Er was teMekkaeen christen goudsmidDjebr, dienMahometdikwijls zou hebben bezocht.14Er was teMekkavooral een Koreïshiet,Madhrgenaamd, die veel gereisd had, en dikwijls vergelijkingen tusschenMahometspredikingen en de historische verhalen der Perzen maakte, welke zeer ten nadeele der eerste uitvielen.15Ziehoofdstuk XVII, 87.16Aboe-Talib beschermde zijnen neef uithoofde der banden van bloedverwantschap; want hij was afgodendienaar, en bekeerde zich eerst op zijn doodbed tot den Islam; ja zelfs wordt er aan zijne bekeering getwijfeld. Onder de Muzelmannen draagt Khadidja den naam vanOmmoel-moemenin, moeder der geloovigen.17Mahomet, die onderricht was, dat men een complot tegen zijn leven gesmeed had, verliet zijne woning door eene achterdeur en liet zijnen neefAliin zijn bed stijgen.18Hoe klein en nietig die bijzonderheden en andere, soortgelijke ook mogen schijnen, hebben wij gemeend, die in deze schets te moeten opnemen, daar zij, om zoo te zeggen, de Muzelmansche Mythologie vormen, en ook omdat zij bij de Mahomedaansche volken zijn overgegaan. Intusschen wordt het oorspronkelijke der vinding vernietigd door hetgeen de Bijbel verhaalt van hetgeen metDavidin de grot is gebeurd, toen hij doorSaulwerd vervolgd. Ook daar toch was de ingang der grot door een webbe oversponnen.Medrash.19Dit wasHeracliusI, geb. 575, gest. 641.20AntarofAntarawas een beroemd Arabisch opperhoofd en een van de zeven bekroonde prijsdichters, wier bekroonde gedichten, met goud en zijde gestikt, aan de poort van denCaabawerden bevestigd en daaromMoallaka(de opgehangene) genoemd worden.Antarsgedicht is doorWilmet(1816) teLeidenuitgegeven.21Hier is op te merken, dat de Muzelmansche vorsten hunne brieven aan niet-Muzelmansche vorsten met dien vorm van heilwensen beginnen.22Dit denkbeeld had hij van hetO.T.overgenomen. Zie 1 Sam. XII : 3.23Volgens anderen drie dinars.24Het ware noodeloos, hier de bewijsgronden te onderzoeken, welke door de Chiiten worden aangevoerd ten voordeele vanAli, schoonzoon vanMahomet, welke bewijsgronden uit onderscheiden gedeelten van den Koran en uit de overlevering getrokken zijn. Al die bewijsgronden worden in het breede vermeld in een overzicht van het leerstelsel der Chiiten, getiteld:Hakkoel-Yakin(de zekere waarheid), een Perzisch werk, in 1696 doorMohammed-bakir, zoon vanMohammed Taki, geschreven en teIspahangedrukt.25Deze verklaring van het woordOmmiwordt gegeven in het Perzische werk, getiteld:Hakkoel-Yakin.26Eenige van de wonderwerken, welke doorMahometzoudenzijnverricht,of van de wonderdadige eigenschappen, welke hij zoude hebben bezeten, laten wij hier volgen:Eens heeft hij, ten aanzien van een ieder, de maan in tweeën gespouwen; op zijn verzoek heeft God de zon achteruit doen gaan (vergel. 2 Kon. XX : 9–11), ten eindeAlihet namiddaggebed zou kunnen verrichten, dat door hem verzuimd was, uithoofde de profeet op zijne knieën was ingeslapen, enAlihem niet wilde wekken; elken keer dat de profeet naast een ander ging, scheen het altijd alsofMahomet, ofschoon hij eene middelbare lengte had, een hoofd langer was dan degeen die naast hem ging; zijn gezicht schitterde altijd van licht (vergel. Ex. XXXIV : 29) en als hij zijne vingers voor zijn aangezicht hield, dan schitterden zij, door den glans dien zij aan zijn aangezicht ontleenden, als fakkels; men heeftMahometdikwijls door steenen, boomen en planten hooren begroeten en dezen zich voor hem zien buigen; dieren, zooals gazellen, wolven en hagedissen spraken totMahometen een geheel gebraden geitebok richtte evenzeer het woord tot hem; hij had volstrekte macht over de duivelen of booze geesten, die hem vreesden en aan zijne zending geloofden. Hij heeft blinden het gezicht hergeven, zieken genezen en zelfs dooden opgewekt (zoowel Oude alsN. Test.); op zekeren dag heeft hij voorAlien zijn gezin, die honger hadden, een geheel gedekte tafel uit den hemel doen nederdalen; hij heeft voorzegd, dat zijn nageslacht, uitFatimagesproten, het slachtoffer van onrechtvaardigheden en vervolgingen zoude zijn, en dat de Omejjaden duizend maanden zouden regeeren, hetgeen juist zoo uitgekomen is, enz. Men zie ook de noot opHoofdst. XVII, 1overMahometswonderdadige reize naar de hemelen.27KoranLXVI, 1–6. Waarschijnlijk behoort daartoe ookXXXIII, 27en28, in welke plaatsMahometaan zijne vrouwen den voorslag eener echtscheiding doet, ingeval zij de praal van deze wereld boven het loon hier namaals verkozen.28KoranXXIV, 4,5,11–20. Waar de echtgenoot zelf als aanklager optreedt heeft er (naar het Oude Testament Num. Hoofdst. V) een reinigingseed plaats.Koran XXIV, 6–10.
1Iederen keer derhalve dat men de woorden vindt;Mahometheeft gezegd, ofde waarheidlievendste van alle menschen heeft gezegd, is er geene sprake van een gezegde uit den Koran, maar vanMahometswoorden, welke door de overlevering bewaard zijn.
2Muzelman of, naar der Oosterlingen spreekwijzeMoslemim, in het Arabisch een belijder van denIslamof van het ware geloof, welke naam doorMahomet(eigenlijkMohammed) reeds vroeg aan zijne leer is gegeven. Van dit woord hebben de EuropezenMuzelmangevormd.
3Opmerkelijk is het datArabiermet het woordערב(avond, het westen) enSaraceenmetזרה(schijnen, het oosten) in verband staat, en dus het eene Westerling en het andere Oosterling zou beteekenen.
4Gen. XXXVII, Rigter. VI, VIII, Jes. XXI, Ezech. XXVII.
5De Arabische woordenboekschrijvers zijn het niet eens ten aanzien der beteekenis van het woordKoreïsh. Er bestaan ten minste zes verschillende verklaringen van dien naam, welke alle meer of min gewrongen zijn. Naar den spraakkunstigen vorm te oordeelen isKoreïchhet verkleinwoord vankarch, dat een zeer vraatzuchtige vischsoort beteekent, die andere visschen verslindt. Aanvankelijk is het dus niet anders dan een spot- of bijnaam geweest, die in het vervolg van tijd de naam is geworden van een geheel, uitFihr-KoreïchofKoreïshvoortgesproten geslacht.
Wat overigens deze afleiding schijnt te bevestigen, is, dat de reeds in hetO. Test.voorkomende naamKorach, in de overlevering als type van inhalige vrekkigheid is bewaard gebleven. Dat woord schijnt mede in verband te staan met hetgeen de knapenElisahnariepenKerach, omdat hij hun, als waterscheppers, het brood uit den mond nam, door (2 Kon II : 23)het water zoet te maken, hoewel de meeste en daaronder de bewerkers van den Staten-bijbel “kaalkop” vertalen.
6De naamMahometwijkt eenigszins van de werkelijke Arabische spelling af. Men behoordeMohammed(de verheerlijkte) te zeggen. De Turken spreken het woordMehemetuit, als zij van een levend persoon spreken die den naamMohammeddraagt. Het gebruik der andere volken is integendeel, zich van den vormMahommedte bedienen, als er van levende Arabieren gesproken wordt, dien denzelfden naam dragen.
7Caussin de PercevalHistoire des Arabes(D. I. bl. 268–283) diedat vraagpunt op uitvoerige wijze heeft onderzocht, bepaaltMahometsgeboorte op 29 Augustus 570.
8Deze ziekte kan de vallende ziekte geweest zijn. Inderdaad gelooft de mindere man in het Oosten, dat zij, die met vallende ziekte behept zijn, door den duivel bezeten worden.
9Men wil datWarakaeen gedeelte van het Evangelie in het Arabisch zou hebben vertaald.
10Deze woorden bevinden zich in het begin vanHoofdstuk XCVI. De woorden die nu volgen hebben geenerlei betrekking op de eerste openbaring.
11De twee andere personen die in den Koran genoemd worden,Aboe-DjahlenAboe-Lahab, waren hardnekkige vijanden van den nieuwen eeredienst.
12De Arabieren, die de afgoderij toegedaan waren, erkenden ook welden God(Allah), maar baden terzelfder tijde ook andere godheden aan.
13Er was teMekkaeen christen goudsmidDjebr, dienMahometdikwijls zou hebben bezocht.
14Er was teMekkavooral een Koreïshiet,Madhrgenaamd, die veel gereisd had, en dikwijls vergelijkingen tusschenMahometspredikingen en de historische verhalen der Perzen maakte, welke zeer ten nadeele der eerste uitvielen.
15Ziehoofdstuk XVII, 87.
16Aboe-Talib beschermde zijnen neef uithoofde der banden van bloedverwantschap; want hij was afgodendienaar, en bekeerde zich eerst op zijn doodbed tot den Islam; ja zelfs wordt er aan zijne bekeering getwijfeld. Onder de Muzelmannen draagt Khadidja den naam vanOmmoel-moemenin, moeder der geloovigen.
17Mahomet, die onderricht was, dat men een complot tegen zijn leven gesmeed had, verliet zijne woning door eene achterdeur en liet zijnen neefAliin zijn bed stijgen.
18Hoe klein en nietig die bijzonderheden en andere, soortgelijke ook mogen schijnen, hebben wij gemeend, die in deze schets te moeten opnemen, daar zij, om zoo te zeggen, de Muzelmansche Mythologie vormen, en ook omdat zij bij de Mahomedaansche volken zijn overgegaan. Intusschen wordt het oorspronkelijke der vinding vernietigd door hetgeen de Bijbel verhaalt van hetgeen metDavidin de grot is gebeurd, toen hij doorSaulwerd vervolgd. Ook daar toch was de ingang der grot door een webbe oversponnen.Medrash.
19Dit wasHeracliusI, geb. 575, gest. 641.
20AntarofAntarawas een beroemd Arabisch opperhoofd en een van de zeven bekroonde prijsdichters, wier bekroonde gedichten, met goud en zijde gestikt, aan de poort van denCaabawerden bevestigd en daaromMoallaka(de opgehangene) genoemd worden.Antarsgedicht is doorWilmet(1816) teLeidenuitgegeven.
21Hier is op te merken, dat de Muzelmansche vorsten hunne brieven aan niet-Muzelmansche vorsten met dien vorm van heilwensen beginnen.
22Dit denkbeeld had hij van hetO.T.overgenomen. Zie 1 Sam. XII : 3.
23Volgens anderen drie dinars.
24Het ware noodeloos, hier de bewijsgronden te onderzoeken, welke door de Chiiten worden aangevoerd ten voordeele vanAli, schoonzoon vanMahomet, welke bewijsgronden uit onderscheiden gedeelten van den Koran en uit de overlevering getrokken zijn. Al die bewijsgronden worden in het breede vermeld in een overzicht van het leerstelsel der Chiiten, getiteld:Hakkoel-Yakin(de zekere waarheid), een Perzisch werk, in 1696 doorMohammed-bakir, zoon vanMohammed Taki, geschreven en teIspahangedrukt.
25Deze verklaring van het woordOmmiwordt gegeven in het Perzische werk, getiteld:Hakkoel-Yakin.
26Eenige van de wonderwerken, welke doorMahometzoudenzijnverricht,of van de wonderdadige eigenschappen, welke hij zoude hebben bezeten, laten wij hier volgen:
Eens heeft hij, ten aanzien van een ieder, de maan in tweeën gespouwen; op zijn verzoek heeft God de zon achteruit doen gaan (vergel. 2 Kon. XX : 9–11), ten eindeAlihet namiddaggebed zou kunnen verrichten, dat door hem verzuimd was, uithoofde de profeet op zijne knieën was ingeslapen, enAlihem niet wilde wekken; elken keer dat de profeet naast een ander ging, scheen het altijd alsofMahomet, ofschoon hij eene middelbare lengte had, een hoofd langer was dan degeen die naast hem ging; zijn gezicht schitterde altijd van licht (vergel. Ex. XXXIV : 29) en als hij zijne vingers voor zijn aangezicht hield, dan schitterden zij, door den glans dien zij aan zijn aangezicht ontleenden, als fakkels; men heeftMahometdikwijls door steenen, boomen en planten hooren begroeten en dezen zich voor hem zien buigen; dieren, zooals gazellen, wolven en hagedissen spraken totMahometen een geheel gebraden geitebok richtte evenzeer het woord tot hem; hij had volstrekte macht over de duivelen of booze geesten, die hem vreesden en aan zijne zending geloofden. Hij heeft blinden het gezicht hergeven, zieken genezen en zelfs dooden opgewekt (zoowel Oude alsN. Test.); op zekeren dag heeft hij voorAlien zijn gezin, die honger hadden, een geheel gedekte tafel uit den hemel doen nederdalen; hij heeft voorzegd, dat zijn nageslacht, uitFatimagesproten, het slachtoffer van onrechtvaardigheden en vervolgingen zoude zijn, en dat de Omejjaden duizend maanden zouden regeeren, hetgeen juist zoo uitgekomen is, enz. Men zie ook de noot opHoofdst. XVII, 1overMahometswonderdadige reize naar de hemelen.
27KoranLXVI, 1–6. Waarschijnlijk behoort daartoe ookXXXIII, 27en28, in welke plaatsMahometaan zijne vrouwen den voorslag eener echtscheiding doet, ingeval zij de praal van deze wereld boven het loon hier namaals verkozen.
28KoranXXIV, 4,5,11–20. Waar de echtgenoot zelf als aanklager optreedt heeft er (naar het Oude Testament Num. Hoofdst. V) een reinigingseed plaats.Koran XXIV, 6–10.