Een en Vijftigste Hoofdstuk.De Verspreiding.Geopenbaard teMekka—60 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Bij de winden, die het stof verspreiden1en verstrooien.2.En bij de wolken, die een last van regen dragen2;3.Bij de schepen, die de zee snel doorklieven3.4.En bij de engelen, die dingen uitdeelen, noodig voor het onderhoud van alle schepselen45.Inderdaad, datgene waarmede gij bedreigd zijt, is zekerlijk waar,6.En het laatste oordeel zal gewis komen.7.Bij den hemel met paden voorzien5.8.Gij verschilt zeer in hetgeen gij zegt6.9.Men zal zich afwenden van dengeen, die van het ware geloof is afgekeerd!10.Vervloekt mogen de leugenaars zijn.11.Die in diepe wateren van onwetendheid waden, terwijl zij hun heil verwaarloozen.12.Zij vragen: Wanneer zal de dag des oordeels komen?13.Op dien dag zullen zij in het hellevuur verbrand worden.14.En men zal tot hen zeggen: Proeft uwe straf; dit is hetgeen gij verlangd hebt, dat verhaast zou worden.15.Maar de vromen zullen tusschen tuinen en fonteinen wonen.16.Datgene ontvangende, wat hun Heer hun zal geven, omdat zij vóór dezen dag rechtvaardigen waren.17.Zij slapen slechts gedurende een klein gedeelte van den nacht7.18.En vroeg in den ochtend vragen zij vergiffenis van God.19.Een voegzaam deel van hunne welvaart werd hem gegeven, die vroeg, en aan hem, die door schaamte teruggehouden werd te vragen.20.Er zijn teekenen van goddelijke macht en goedheid op de aarde, voor de menschen van goed begrip.21.Ook in u zelven: zult gij dus niet overwegen?22.Uw onderhoud is in den hemel; en evenzeer bevat hij datgene, wat u werd beloofd8.23.Daarom zweer ik bij den Heer van hemel en aarde, dat dit zekerlijk de waarheid is; overeenkomstig datgene, wat gij zelf zegt9.24.Is de geschiedenis vanAbraham’sgeachte gasten10niet tot uwe kennis gekomen?25.Toen zij tot hem ingingen en zeiden: Vrede? antwoordde hij: Vrede! bij zich zelven zeggende: Dit zijn onbekende menschen.26.En hij ging heimelijk tot zijn gezin, en bracht een gemest kalf.27.Hij zette het voor hen neder, en toen hij zag, dat zij het niet aanraakten, zeide hij: Eet gij niet?28.En hij begon vrees voor hen te koesteren. Zij zeiden: Vrees niet11, en zij verklaarden hem de belofte van een wijzen zoon.29.Zijne vrouw kwam nader; zij gaf een gil, sloeg zichin het aangezicht, en zeide ik ben een oude vrouw en onvruchtbaar!30.De engelen zeiden: Dit zeide uw Heer; en waarlijk, hij is de Wijze, de Alwetende.31.EnAbrahamzeide tot hen: wat is dus uwe boodschap, o gezanten van God?32.Zij antwoordden: waarlijk, wij worden tot een zondig volk gezonden.33.Opdat wij steenen van gebakken klei op hen zouden nederzenden.34.Gemerkt door uwen Heer, ter verdelging der zondaren.35.En wij telden de ware geloovigen, die in de stad waren.36.Maar wij vonden niet meer, dan één gezin van Moslems.37.Wij verwoesten hen, en lieten een teeken aldaar, voor hen, die de ernstige kastijding van God vreezen.38.InMozeswas mede een teeken, toen Hij hem met duidelijke macht totPharaozond.39.Maar deze wendde zich met zijne vorsten af, zeggende: Deze man is een toovenaar of een bezetene.40.Daarom grepen wij hem en zijne soldaten en wierpen hen in de zee: en hij was waard gestrafd te worden.41.En in den stam vanAdwas mede een teeken, toen wij een verwoestenden wind tegen hen zonden12.42.Die niets aanraakte, waar hij nederkwam, of hij verwoeste het, als een verrot voorwerp, en maakte het tot stof.43.InThamoedwas eveneens een teeken toen er tot hem werd gezegd: Geniet alles gedurende eenigen tijd13.44.Maar zij schonden onbeschaamd het bevel van hunnen Heer, waardoor hen een vreeselijk onweder van den hemel overviel, terwijl zij daarheen blikten.45.Zij waren niet in staat op hunne voeten te staan, evenmin als zij zich van de verdediging konden redden14.46.En het volk vanNoachverdelgden wij voor dezen; want het was een volk, dat vreeselijk zondigde.47.Wij hebben den hemel met macht gebouwd, en dien eene groote uitgebreidheid gegeven.48.Wij hebben de aarde daaronder uitgebreid, en hoe gelijkmatig hebben wij dit gedaan.49.En van alle dingen hebben wij twee soorten geschapen15, opdat gij wellicht zoudt overwegen.50.Vlucht dus tot God; waarlijk, ik ben een openlijk waarschuwer van Hem onder u.51.Aanbidt geene andere goden behalve uwen Heer. Ik bericht u dit duidelijk uit zijn naam.52.Opdezelfdewijze kwam er geen gezant tot hunne voorgangers of zij zeiden: Deze man is een toovenaar of een bezetene.53.Hebben zij dit gedrag achtervolgens elkander als erfdeel vermaakt? Ja; zij zondigen vreeselijk.54.Houdt u dus van hen af, en gij zult vrij van blaam zijn, indien gij aldus handelt.55.Maar ga voort met vermanen; want vermaning is den waren geloovigen van voordeel.56.Ik heb de geniussen en menschen met geen ander doel geschapen, dan opdatzij mij zouden dienen.57.Ik eisch geenerlei onderhoud van hen; evenmin verlang ik, dat zij mij zullen voeden.58.Waarlijk, God is degene, die alle schepselen voorziet, en die een aanzienlijke macht bezit.59.Aan hen die onzen gezant beleedigden, zal een deel gegeven worden, gelijk aan het deel van hen, die zich in vroegere tijden, evenals zij hebben gedragen; en zij zullen niet wenschen, dat dit verhaast worde.60.Wee dus over de ongeloovigen, om hunnen dag, waarmede zij zijn bedreigd!1Of: bij de vrouwen, die kinderen baren of verspreiden, enz.2Of: bij de vrouwen, die een last in haren schoot dragen; of: bij de winden, die den regen dragen, enz.3Of: bij de winden, die snel door de lucht trekken; of: bij de sterren, die zich ijlings in haren loop bewegen, enz.4Of: bij de winden, die den regen verdeelen, enz.5Zijnde de paden of loopbanen der sterren; of de dunne en uitgespreide wolken, die zich als paden aan den hemel voordoen.6NopensMahometof den Koran, of de opstanding en den dag des oordeels, door verschillend en onsamenhangend daarvan te spreken.7Daar zij het grootste gedeelte in gebeden en godsdienstig overpeinzingen doorbrengen.8Zijnde: Uw voedsel komt van boven; van daar, waar het veranderen der jaargetijden en de regen uitgaat; en uwe toekomstige belooning is dus daar; d.i. in het paradijs, dat boven de zeven hemelen is gelegen.9Dat is: Zonder eenigen twijfel of de minste achterhoudendheid zooals gij elkander eene waarheid verzekert.10ZieHoofdstuk XI, vers 72enHoofdstuk XV, vers 51.11Sommigen zeggen, datGabriël, die een dezer vreemdelingen was, ten eindeAbrahamsvrees weg te nemen, het kalf met zijne vleugels aanraakte, waarna het onmiddellijk opstond, en naar zijne moeder liep; waaropAbrahamhen als de gezanten van God erkende (Al Beidâwi).12ZieHoofdstuk VII, vers 76, enz.13Zijnde: voor drie dagen. ZieHoofdstuk XI, vers 68.14Want dit ongeval viel des daags voor.15Zooals bij voorbeeld: het mannetje en het wijfje, den hemel en de aarde, de zon en de maan, licht en duisternis, dalen en bergen, winter en zomer, zoet en bitter enz. (Jallalo’ddin).Twee en Vijftigste Hoofdstuk.De Berg.Geopenbaard teMekka.—49 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den berg Sinaï.2.En bij het boek, geschreven3.Op eene afgewikkelde rol1.4.En bij het bezochte huis2,5.En bij het verheven dak des hemels.6.En bij den zwellenden oceaan.7.Waarlijk de straf van uwen Heer zal zekerlijk nederdalen.8.Niemand zal haar kunnen terughouden.9.Op dien dag zullen de hemelen schudden en waggelen.10.En de bergen zullen wandelen en weggaan.11.En wee op dien dag over hen, die Gods gezanten van bedrog beschuldigen.12.Die zich vermaken door zich in ijdele twisten te mengen.13.Op dien dag zullen zij naar het hellevuur gedreven en er in geworpen worden.14.En men zal tot hen zeggen: Dit is het vuur, dat gij als een verdichtsel hebt geloochend.15.Is dit eene beguichelende verbeelding? Of ziet gij niet?16.Treedt er binnen, om verschroeid te worden. Hetzij gij uwe marteling geduldig of ongeduldig verdraagt, het zal voor u gelijk wezen: gij zult zekerlijk de vergelding ontvangen, van hetgeen gij hebt verricht.17.Maar de vromen zullen te midden van tuinen envermaken wonen.18.Zich verlustigende, in hetgeen hun Heer hun zal hebben gegeven; en hun Heer zal hen van de pijnen der hel bevrijden.19.En men zal tot hen zeggen: Verzadigt u met de zegeningen, welke u zijn aangeboden, wegens hetgeen gij hebt verricht.20.Leunende op in orde geschikte zetels. Wij zullen hen maagden met groote, zwarte oogen doen huwen.21.En bij hen, die gelooven, en wier nakomelingschap hen in het geloof volgt, zullen wij hunne nakomelingschap in het paradijs voegen. Wij zullen niets van de verdienste hunner werken verminderen. (Ieder mensch strekt tot gijzelaar, voor hetgeen hij zal hebben verricht)3.22.En wij zullen hun vruchten in overvloed geven, en vleesch van de soorten welke zij zullen begeeren.23.Daar zulllen zij elkander een beker aanbieden, waardoor geen ijdel gesprek, of zonde zal worden uitgelokt.24.En kinderen, aangewezen om hem te bedienen, zullen rondgaan, schoon als paarlen in hare schelpen verborgen.25.En zij zullen elkander naderen en wederkeerig vragen doen.26.En zij zullen zeggen: Waarlijk wij verkeerden vroeger, te midden van ons gezin, in groote vrees, nopens onzen staat na den dood.27.Maar God is ons genadig geweest, en heeft ons van de pijn van het brandende vuur verlost.28.Wij riepen hem vroeger aan, en hij is goed en barmhartig.29.Derhalve, o profeet! vermaan gij uw volk. Gij zijt door de genade van uwen Heer noch een waarzegger, noch een bezetene.30.Zeggen zij: Hij is een dichter; wij verwachten, dat hij door een of anderen tegenspoed zal worden getroffen.31.Zeg: Wacht gij mijn ongeluk? Waarlijk, ik wacht, met u, den tijd uwer verdelging4.32.Doet hun onontwikkeld verstand hun dit zeggen, of zijn zij verdorven zondaren?33.Zeggen zij: Hij heeft den Koran verzonnen? Waarlijk, zij gelooven niet.34.Laat hen een gesprek toonen gelijk dit, indien zij de waarheid spreken.35.Werden zij door niets geschapen, of waren zij hunne eigene scheppers?36.Schiepen zij de hemelen en de aarde? Waarlijk, zij zijn niet vast overtuigd, dat God hen heeft geschapen5.37.Zijn de schatten van hunnen Heer in hunne handen? Zijn zij de opperste uitdeelers van alle dingen?38.Hebben zij eene ladder, waardoor zij naar den hemel kunnen opstijgen, en de gesprekken der engelen hooren? Laat dus een, die deze heeft gehoord, een duidelijk bewijs daarvoor aanwijzen.39.Heeft God dochters enhebt gij zonen6?40.Vraagt gij hun eene belooning voor uwe prediking? Maar zij zijn met schulden beladen.41.Zijn de geheimen der toekomst hun bekend, en schrijven zij die van de tafel van Gods besluiten over?42.Trachten zij u een valstrik te spannen? Maar de ongeloovigen zijn het, die verschalkt zullen worden7.43.Hebben zij een god buiten God? God zij verre verheven boven de afgoden, welke zij met Hem vereenigen!44.Indien zij een deel van den hemel op zich zagen nedervallen. Zouden zij zeggen: het is slechts eene dikke wolk8.45.Daarom verlaat hen, tot zij aan hunnen dag zullen zijn gekomen, waarop zij, uit vrees, in zwijm zullen vallen9.46.Een dag, waarop hunne doortrapte verzinsels hun volstrekt niet zullen baten en zij niet ondersteund zullen worden.47.En zij, die onrechtvaardig handelen, zullen zekerlijk eene andere straf buiten deze ondergaan10; maar het meerendeel hunner begrijpt niet.48.Wacht geduldig het oordeel van uwen Heer nopens hen af; want gij zijt onder onze oogen. Verkondig den lof van uwen Heer als gij opstaat.49.En prijs hem des nachts en als de sterren beginnen te verdwijnen.1Het hier bedoelde boek is, volgens een vrij algemeen aangenomen geloof, òf het boek of register waarin de daden van alle menschen opgeteekend staan, òf de bewaarde tafelen, die Gods besluiten behelzen òf wel het boek wet, dat door God werd geschreven, terwijlMomeshet krassen der pen hoorde, òf ook wel de Koran (Al Zamakshari, Al Beidâwi).2Zijnde: deCaaba, die zoo veelvuldig door de pelgrims wordt bezocht, of zooals sommigen eerder aannemen, het oorspronkelijke model van het huis in den hemel datal Dorahgenoemd, en door de engelen bezocht en omringd wordt, zooals het andere door de menschen.3Zijnde: ieder mensch wordt door God omtrent zijn gedrag als onderpand bewaard; indien hij wel handelt, lost hij dit in, terwijl hij het verbeurt, door slecht te handelen.4Dit is de woordelijke vertaling van eene Arabische uitdrukking luidende: “Laat ons gerust op den eersten tegenspoed wachten om ons daarop te wreken.”5Want hoewel zij dit met hunne tongen belijden, loochenen zij het, door hunnen tegenstand, om hem te vereeren, gelijk hij dat verdient.6ZieHoofdstuk XVI, vers 59, enz.7ZieHoofdstuk XVIII, vers 36, enz.8Dit was eene der straffen welke de afgodendienende bewoners vanMekkahem tartten, op hen te doen nederdalen; en dan nog, zegt de tekst, indien zij een deel des hemels op zich zouden zien nedervallen, zouden zij het niet gelooven, dan nadat zij daardoor verpletterd werden (Al Beidâwi).9Zijnde: Op den eersten klank der trompet.10Dat is: behalve de straf, waartoe zij, op den dag des oordeels zullen gedoemd worden, zullen zij vooraf door rampen in dit leven worden gekastijd, zooals de slachting teBedr, en den zevenjarigen hongersnood, en ook na hunnen dood, door het onderzoek des grafs (Al Beidâwi).Drie en Vijftigste Hoofdstuk.De Ster.Geopenbaard teMekka.—62 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de ster1als zij ondergaat.2.Uw makkerMahometdwaalt niet, en hij is niet afgeleid.3.Evenmin alshij door zijn eigen wil spreekt.4.Het is niets anders dan eene openbaring die hem gedaan werd.5.Een die machtig is in macht, een met verstand begaafd.6.Leerde het hem2en hij verscheen3.7.In het hoogste gedeelte van den gezichteinder.8.Daarna naderde hij den profeet en kwam immer nader tot hem4.9.Tot hij op twee ellebogen afstands van hem, of nog nader was.10.En hij openbaarde zijn dienaar, wat deze openbaarde.11.Het hart vanMahometstelde datgene wat hij gezien had, niet valschelijk voor5.12.Wilt gij dus met hem twisten, nopens hetgeen hij zag?13.Hij zag hem ook op een anderen tijd.14.Bij den lotus-boom, naast welken geen doorgang is6.15.Het is nabij den tuin van eeuwig verblijf.16.Toen de lotus-boom bedekte, datgene wat bedekt is7.17.Wendde zijn oog zich niet af, en dwaalde evenmin.18.En hij aanschouwde werkelijk sommige der grootste teekenen van zijn Heer8.19.Wat denkt gij vanEl-Lat, enal Ozza.20.EnMenat, die andere, derde godin?9.21.Hebt gij mannelijke kinderen, en God vrouwelijke?10.22.Dit is dan eene onrechtvaardige verdeeling.23.Het zijn slechts ijdele namen, welke gij en uwe vaderen godheden hebt genoemd. God heeft nopens hen niets geopenbaard, wat hunne vereering wettigt. Zij volgen slechts eene ijdele meening en wat hunne zielen begeeren; en toch is de ware richting van hunnen Heer tot hen gekomen.24.Zal de mensch alles hebben, waarnaar hij wenscht11?25.Dit en hetvolgende leven zijn Gods eigendom.26.En hoeveel engelen er ook in den hemel mogen zijn, hunne tusschenkomst zal niets baten.27.Tot God verlof zal hebben verleend, aan wien hem zal behagen, en zich zijner zal aannemen.28.Waarlijk, zij die niet in het volgende leven gelooven, beweren dat de engelen vrouwen zijn.29.Doch zij hebben geene kennis daarvan; zij volgen slechts eene bloote meening; en eene bloote meening vervangt geen ding van waarheid.30.Wend u dus van hem af, die zich van onze vermaningen afwendt, en alleen naar het tegenwoordige leven haakt.31.Dit is hunne hoogste trap van kennis. Waarlijk, uw Heer kent hem wel, die van zijnen weg afdwaalt, en hij kent dengeen wel, die op den rechten weg is geleid.32.Aan God behoort alles, wat zich in den hemel en op de aarde bevindt; hij zal hen vergelden die kwaad verrichten, overeenkomstig datgene wat zij zullen hebben bedreven, en hij zal hen beloonen die goed doen, met de uitmuntendste belooning.33.Wat hen betreft, die groote misdaden en hatelijke zonden vermijden en alleen lichtere feilen begaan, waarlijk, hun Heer zal hun ruime genade verleenen. Hij kende u wel, toen hij u uit de aarde voortbracht, en toen gij vruchten in uw moeders schoot waart. Rechtvaardigt u zelven dus niet; hij kent het best den mensch die hem vreest.34.Wat denkt gij van hem, die zich van den weg der waarheid afwendt.35.En weinig geeft en begeerlijk zijne hand ophoudt12?36.Is de kennis der toekomst met hem, zoodra hij die ziet13?37.Is hij niet onderricht van datgene, wat in de boeken vanMozesis bevat.38.En vanAbraham, die zijn verbintenissen godvruchtig volbracht?39.Te weten: dat eene belaste ziel niet den last van eene andere zal dragen.40.En dat den mensch, die rechtvaardig is, niets zal worden opgelegd, behalve zijn eigen arbeid.41.Dat zijn arbeid hiernamaals zekerlijk naar waarde zal worden geschat.42.En dat hij daarvoor met de meest overvloedige belooning zal worden beschonken.43.Dat het einde van alle dingen bij den Heer zal wezen.44.Dat hij doet lachen en doet weenen.45.Dat hij dood en leven geeft.46.Dat hij de beidekunnen: de mannelijke en de vrouwelijke, schiep.47.Van zaad als het uitgeworpen is.48.Dat hem eene andere voortbrenging behoort, namelijk de wederopwekking hiernamaals, van den dood ten leven.49.En dat hij verrijkt, en bezittingen doet verkrijgen.50.Dat hij den Heer van het hondsgesternte is14.51.Dat hij den ouden stam vanAdverwoestte.52.EnThamoed; en niet een van hen liet leven.53.Als ook het volk vanNoach, vóór hen: want zij waren ten hoogste onrechtvaardig en zondig.54.En de straf des hemels bedekte haar.55.En de omvergeworpen steden, heeft hij ten onderst boven gekeerd.1556.Welke der voordeelen van uwen Heer, o mensch! zult gij in twijfel trekken?57.Dezegezant is een prediker, evenals de predikers, die hem voorafgingen.58.De dag des oordeels komt nader; er is niemand, die daarvan den juisten tijd kan bepalen, behalve God.59.Verwondert gij u dus over deze nieuwe openbaring?60.En lacht gij, in plaats van te weenen?61.Terwijl gij uw tijd in ijdele uitspanningen doorbrengt.62.Vereert veeleer God en dient hem.1Sommigen veronderstellen, dat hier de sterren in het algemeen, en anderen, het zevengesternte in het bijzonder wordt bedoeld.2Namelijk den engelGabriël.3In zijn natuurlijken vorm, waarin God hem schiep, en in het oostelijk gedeelte des hemels. Men zegt, dat deze engel aan geen der profeten in zijn eigenlijken vorm verscheen, behalve aanMahomet, en wel slechts tweemalen; zijnde eens, toen hij de eerste openbaring van den Koran ontving, en daarna weder, toen hij zijne nachtelijke reis naar den hemel ondernam, zooals vervolgens in den tekst wordt vermeld.4In een menschelijken vorm.5Maar hij zag het werkelijk.6Zijnde de boom, die tot grenspaal van het paradijs dient.7Deze woorden schijnen te beteekenen, dat alles wat onder dezen boom is, elke beschrijving en alle cijfers te bovengaat. Sommigen veronderstellen, dat hier de geheele engelenschaar wordt bedoeld, die God daaronder vereeren, (Al Beidâwi) en anderen, de vogels, die op de takken zitten (Jallalo’ddin).8Door zoo wel de wonderen der stoffelijke, als van de geestelijke wereld te aanschouwen (Al Beidâwi).9Dit waren drie afgoden der oude Arabieren. Wat de godslastering betreft, die, volgens sommigen, eens doorMahometonbedachtzaam werd uitgesproken, toen hij deze plaats voorlas, zieHoofdstuk XXII, vers 51, noot.10ZieHoofdstuk XVI, vers 59.11Zijnde: zal hij God zijn wil voorschrijven, en dengeen die hem behaagt, tot zijne tusschenpersonen of tot zijn profeet benoemen, of zal hij een godsdienst naar zijn eigen zin kiezen, en de voorwaarden stellen, waarop hij de belooning van dit en het volgende leven zal kunnen verwerven (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).12Deze plaats wordt gezegd, geopenbaard te zijn met het oog opal Walid Ebn al Mogheira, die eens, den profeet volgende, door een afgodendienaar werd gesmaad, omdat hij den godsdienst der Koreïshieten verliet, en aanleiding tot schandaal gaf. Hij antwoordde daarop, dat hetgeen hij deed, uit vrees voor de goddelijke wraak geschiedde. De afgodendienaar bood daarop aan, voor een zekere som, de schuld der afvalligheid op zich te zullen nemen. Nadat de koop gesloten was, keerdeal Walidtot de afgodendienarij terug, en betaalde den man een deel der overeengekomen som. Later echter, bij nadere overweging, achtte hij dit te veel, en hield het overige gedeelte terug (Al Beidâwi).13Dat is: Is hij verzekerd, dat het den persoon met wien hij de bovenvermelde overeenkomst sloot, zal toegestaan worden, hier namaals in zijne plaats te lijden (Al Beidâwi).14Syrius, of het groote hondsgesternte, werd door sommige der oude Arabieren aangebeden (Hyd.not. in Ulug. Beig. Tab. stell fixp. 53)15Zijnde:Sodomen de andere steden, welke zij in haren val medesleepte (ZieHoofdstuk XI, vers 9).Vier en Vijftigste Hoofdstuk.De Maan.Geopenbaard teMekka.—55 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Het uur des oordeels nadert en de maan is gespleten1.2.Maar als de ongeloovigen een teeken zien, wenden zij zich af, zeggende: dit is eene machtige betoovering.3.En zij beschuldigen u, oMahomet! van bedrog, en volgen hunne eigene lusten: maar ieder ding zal onveranderlijk bepaald wezen.4.En nu is eene zending tot hen gekomen, waarin eene afschrikking voor hardnekkig ongeloof ligt opgesloten.5.Deze wijsheid is volkomen; maar waarschuwers helpen bij hen niet.6.Wendu dus van hen af! Den dag waarop de dagvaardende engel den mensch tot eene verschrikkelijke zaak zal oproepen2.7.Zullen zij met nedergeslagen blikken uit hunne graven komen, talrijk, als verspreide sprinkhanen.8.Zich met schrik naar den dagvaarder spoedende. De ongeloovigen zullen zeggen: Dit is een dag van droefheid.9.Het volk vanNoachbeschuldigde dien profeet, alvorens uw volk u verwierp, het beschuldigde onzen dienaar van bedrog; zeggende: Hij is een bezetene, en hij werd met verwijtingen verworpen.10.Hij riep daarom zijn Heer aan, zeggende: Waarlijk, ik ben overweldigd: wreek mij dus3.11.Daarop openden wij de poorten des hemels, waaruit het water stroomde.12.Wij deden de aarde waterstralen uitwerpen, zoodat het water van hemel en aarde zich vereenigde, overeenkomstig het vastgestelde besluit.13.Wij droegen hem, op een schip, uit planken en spijkers samengesteld.14.Dat zich voor onze oogen voortbewoog, als eene belooning voor hem, die ondankbaar was verworpen.15.Wij lieten dat schip tot een teeken dienen. Maar is iemand daardoor gewaarschuwd?16.En hoe gestreng was mijne wraak en mijne bedreiging!17, Nu hebben wij den Koran gemakkelijk tot eene waarschuwing gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?18.De stam vanAdbeschuldigde hunnen profeet van bedrog; maar hoe ernstig was mijne wraak en mijne bedreiging!19.Waarlijk, wij zonden, op een dag van voortdurend ongeluk4een brullenden5wind tegen hen.20.Die de menschen wegvoerde, als waren zij met kracht uitgescheurde wortels van palmboomen6.21.En hoe ernstig was mijne wraak en mijne bedreiging!22.Thans hebben wij den Koran gemakkelijk ter waarschuwing gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?23.Die vanThamoedbeschuldigden de vermaningen van hunnen profeet van valschheid.24.En zij zeiden: Zullen wij een enkel man als wij, onder ons volgen? Waarlijk, wij zouden aan dwaling en ongerijmde dwaasheid schuldig zijn.25.Zou de taak van waarschuwing hem, boven het overige gedeelte van ons, opgedragen zijn? Neen, hij is een leugenaar en een onbeschaamde bedrieger.26.Maar God zeide totSaleh7: Morgen zullen zij weten wie een leugenaar en een onbeschaamde is;27.Want wij zullen zekerlijk de wijfjes-kameel zenden, om hen te beproeven8; en gij, sla hen gade, en verdraag hunne beleedigingen met geduld.28.Voorspel hun, dat het water der putten tusschen hen zal worden verdeeld9, en ieder deel zal beurtelings nedergezet worden.29.Zij riepen hunnen makker10, en hij nam een zwaard en doodde haar,30.Maar hoe ernstig was mijne wraak en mijne bedreiging!31.Want wij zonden hun een enkelen kreet van den engelGabriëlte gemoet, en zij werden als de droge stokken, die gebruikt worden door dengeen, welke een kooi voor het vee bouwt11.32.En thans hebben wij den Koran gemakkelijk ter waarschuwing gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?33.Het volk vanLotbeschuldigde zijne prediking van valschheid.34.Maar wij zonden een wind tegen hen, die eene regenbui van steenen voortdreef, welke hen allen verdelgde, behalve het gezin vanLot, dat wij vroeg in den ochtend bevrijdden.35.Dit was door onze gunst. Zoo beloonen wij hen, die dankbaar zijn.36.EnLothad hen gewaarschuwd voor onze gestrenge kastijding; maar zij twijfelden aan die waarschuwing.37.Zij eischten zijne gasten, opdat zij hen zouden misbruiken; maar wij staken hunne oogen uit12, zeggende: Proeft mijne wraak en mijne bedreiging.38.En vroeg in den ochtend verraste hen eene zware straf13.39.Proeft dus mijne wraak en mijne bedreiging.40.Thans hebben wij den Koran gemakkelijk ter waarschuwing, gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?41.De vermaning vanMozeskwam mede tot het volk vanPharao,42.Maar zij beschuldigden al onze teekenen van bedrog; daarom kastijdden wij hem met eene machtige en onwederstaanbare kastijding.43.O bewoners vanMekka! zijn uwe ongeloovigen beter dan deze? Is u in de schriften vrijstelling van strafbeloofd?44.Zeggen zij: wij vormen een lichaam van menschen, die in staat zijn onze vijanden te bemeesteren?45.De menigte zal zekerlijk op de vlucht worden gejaagd en zij zullen hunne ruggen omkeeren14.46.Maar het uur des oordeels is hun bedreigde straftijd, en dat uur zal droeviger en bitterder zijn, dan hunne droefheden in dit leven.47.Waarlijk, de zondaar doolt in dwaling rond, en zal hier namaals in brandende vlammen worden gemarteld.48.Op dien dag zullen zij met hunne aangezichten in het vuur worden geworpen, en men zal hun zeggen: Proeft de aanraking der hel.49.Alle dingen hebben wij geschapen, aan een bepaald besluit gebonden.50.En ons bevel bestaat slechts in een enkel woord15, aan een oogwenk gelijk.51.Wij hebben vroeger volken verdelgd, die u gelijk waren; maar is iemand uwer door hun voorbeeld gewaarschuwd?52.Alles wat gij doet, is in het boek vermeld, dat door de wakende engelen wordt bewaard.53.Elke daad, klein of groot, is op de welbewaarde tafel nedergeschreven.54.De vromen zullen echter te midden van tuinen en meren wonen.55.In de vergadering der waarheid, in tegenwoordigheid van den machtigsten koning.1Het woord, maan, dat zich in het eerste vers bevindt, strekt tot titel voor deze Soera. In dit eerste vers wordt van de komst van het uur, d.i. van den dag des oordeels gesproken. Onder de teekenen, die dit vreeselijke oogenblik zullen voorafgaan, is dat van het splijten der maan. Sommige uitleggers willen echter in de woorden “de maan is gespleten” eene toespeling zien op het mirakel doorMahometverricht, waarbij hij de maan met zijn vinger in tweeën spleet.2Dat is, als de engelIsrafilde menschen tot het oordeel zal oproepen.3Noachdeed dit verzoek niet, dan nadat hij herhaalde malen gewelddadig door zijn volk was bejegend; want men verhaalt, dat een hunner hem aanviel en bijna verworgde, waarna hij, tot zich zelven gekomen, uitriep: O Heer! vergeef het hun want zij weten niet, wat zij doen (Al Beidâwi).4Zijnde: Op een Woensdag. ZieHoofdstuk XLI, vers 15, in de noot.5Of een kouden wind.6Men verhaalt, dat zij eene toevlucht in de rotskloven en holen zochten, terwijl zij elkander vasthielden, doch de wind blies hen met hevigheid weg, en wierp hen als lijken neder (Al Beidâwi).7Deze is, volgens den Koran, de naam van den profeet, die tot de Thamoedieten werd gezonden.8ZieHoofdstuk VII, vers 71, enz.9Dat is tusschen de Thamoedieten en de kameel. Zie HoofdstukXXVI, vers155.10NamelijkKodar Ebn Salef, die geen Arabier was, maar een vreemdeling, die onder de Thamoedieten woonde. ZieHoofdstuk VII, vers 71noot.11Deze woorden beteekenen of de droge takken, waarmede men in het Oosten kooien of schuilplaatsen bouwt, om het vee tegen wind en koude te beveiligen, of de stoppels en de andere stoffen, waarmede men, gedurende den winter, het vee in de kooien voedt.12Zoodat hun oogholten opzwollen, en met de overige deelen van het aangezicht gelijk werden. Dit wordt gezegd door middel van eene streek des vleugels van den engelGabriëlgeschied te zijn. ZieHoofdstuk XI, vers 79en volg.13Waaronder zij gebukt zullen gaan, tot zij hunne volle straf in de hel ontvangen.14Deze profetie werd vervuld door de overwinning teBedrop de Koreïshieten behaald. Eene overlevering vanOmarverhaalt, dat toen deze plaats was geopenbaard,Mahometzelf bekende, de ware meening daarvan niet te begrijpen; maar op den dag van den slag teBedr, toen hij zijn maliënkolder aandeed, herhaalde hij deze woorden.15Zijnde:Kun, dat is: Wees. Deze plaats kan ook aldus worden wedergegeven: De uitvoering van ons voornemen, is slechts eene eenvoudige daad, die in een oogenblik wordt ten uitvoer gebracht. Sommigen veronderstellen, dat dit op den dag des oordeels betrekking heeft.
Een en Vijftigste Hoofdstuk.De Verspreiding.Geopenbaard teMekka—60 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Bij de winden, die het stof verspreiden1en verstrooien.2.En bij de wolken, die een last van regen dragen2;3.Bij de schepen, die de zee snel doorklieven3.4.En bij de engelen, die dingen uitdeelen, noodig voor het onderhoud van alle schepselen45.Inderdaad, datgene waarmede gij bedreigd zijt, is zekerlijk waar,6.En het laatste oordeel zal gewis komen.7.Bij den hemel met paden voorzien5.8.Gij verschilt zeer in hetgeen gij zegt6.9.Men zal zich afwenden van dengeen, die van het ware geloof is afgekeerd!10.Vervloekt mogen de leugenaars zijn.11.Die in diepe wateren van onwetendheid waden, terwijl zij hun heil verwaarloozen.12.Zij vragen: Wanneer zal de dag des oordeels komen?13.Op dien dag zullen zij in het hellevuur verbrand worden.14.En men zal tot hen zeggen: Proeft uwe straf; dit is hetgeen gij verlangd hebt, dat verhaast zou worden.15.Maar de vromen zullen tusschen tuinen en fonteinen wonen.16.Datgene ontvangende, wat hun Heer hun zal geven, omdat zij vóór dezen dag rechtvaardigen waren.17.Zij slapen slechts gedurende een klein gedeelte van den nacht7.18.En vroeg in den ochtend vragen zij vergiffenis van God.19.Een voegzaam deel van hunne welvaart werd hem gegeven, die vroeg, en aan hem, die door schaamte teruggehouden werd te vragen.20.Er zijn teekenen van goddelijke macht en goedheid op de aarde, voor de menschen van goed begrip.21.Ook in u zelven: zult gij dus niet overwegen?22.Uw onderhoud is in den hemel; en evenzeer bevat hij datgene, wat u werd beloofd8.23.Daarom zweer ik bij den Heer van hemel en aarde, dat dit zekerlijk de waarheid is; overeenkomstig datgene, wat gij zelf zegt9.24.Is de geschiedenis vanAbraham’sgeachte gasten10niet tot uwe kennis gekomen?25.Toen zij tot hem ingingen en zeiden: Vrede? antwoordde hij: Vrede! bij zich zelven zeggende: Dit zijn onbekende menschen.26.En hij ging heimelijk tot zijn gezin, en bracht een gemest kalf.27.Hij zette het voor hen neder, en toen hij zag, dat zij het niet aanraakten, zeide hij: Eet gij niet?28.En hij begon vrees voor hen te koesteren. Zij zeiden: Vrees niet11, en zij verklaarden hem de belofte van een wijzen zoon.29.Zijne vrouw kwam nader; zij gaf een gil, sloeg zichin het aangezicht, en zeide ik ben een oude vrouw en onvruchtbaar!30.De engelen zeiden: Dit zeide uw Heer; en waarlijk, hij is de Wijze, de Alwetende.31.EnAbrahamzeide tot hen: wat is dus uwe boodschap, o gezanten van God?32.Zij antwoordden: waarlijk, wij worden tot een zondig volk gezonden.33.Opdat wij steenen van gebakken klei op hen zouden nederzenden.34.Gemerkt door uwen Heer, ter verdelging der zondaren.35.En wij telden de ware geloovigen, die in de stad waren.36.Maar wij vonden niet meer, dan één gezin van Moslems.37.Wij verwoesten hen, en lieten een teeken aldaar, voor hen, die de ernstige kastijding van God vreezen.38.InMozeswas mede een teeken, toen Hij hem met duidelijke macht totPharaozond.39.Maar deze wendde zich met zijne vorsten af, zeggende: Deze man is een toovenaar of een bezetene.40.Daarom grepen wij hem en zijne soldaten en wierpen hen in de zee: en hij was waard gestrafd te worden.41.En in den stam vanAdwas mede een teeken, toen wij een verwoestenden wind tegen hen zonden12.42.Die niets aanraakte, waar hij nederkwam, of hij verwoeste het, als een verrot voorwerp, en maakte het tot stof.43.InThamoedwas eveneens een teeken toen er tot hem werd gezegd: Geniet alles gedurende eenigen tijd13.44.Maar zij schonden onbeschaamd het bevel van hunnen Heer, waardoor hen een vreeselijk onweder van den hemel overviel, terwijl zij daarheen blikten.45.Zij waren niet in staat op hunne voeten te staan, evenmin als zij zich van de verdediging konden redden14.46.En het volk vanNoachverdelgden wij voor dezen; want het was een volk, dat vreeselijk zondigde.47.Wij hebben den hemel met macht gebouwd, en dien eene groote uitgebreidheid gegeven.48.Wij hebben de aarde daaronder uitgebreid, en hoe gelijkmatig hebben wij dit gedaan.49.En van alle dingen hebben wij twee soorten geschapen15, opdat gij wellicht zoudt overwegen.50.Vlucht dus tot God; waarlijk, ik ben een openlijk waarschuwer van Hem onder u.51.Aanbidt geene andere goden behalve uwen Heer. Ik bericht u dit duidelijk uit zijn naam.52.Opdezelfdewijze kwam er geen gezant tot hunne voorgangers of zij zeiden: Deze man is een toovenaar of een bezetene.53.Hebben zij dit gedrag achtervolgens elkander als erfdeel vermaakt? Ja; zij zondigen vreeselijk.54.Houdt u dus van hen af, en gij zult vrij van blaam zijn, indien gij aldus handelt.55.Maar ga voort met vermanen; want vermaning is den waren geloovigen van voordeel.56.Ik heb de geniussen en menschen met geen ander doel geschapen, dan opdatzij mij zouden dienen.57.Ik eisch geenerlei onderhoud van hen; evenmin verlang ik, dat zij mij zullen voeden.58.Waarlijk, God is degene, die alle schepselen voorziet, en die een aanzienlijke macht bezit.59.Aan hen die onzen gezant beleedigden, zal een deel gegeven worden, gelijk aan het deel van hen, die zich in vroegere tijden, evenals zij hebben gedragen; en zij zullen niet wenschen, dat dit verhaast worde.60.Wee dus over de ongeloovigen, om hunnen dag, waarmede zij zijn bedreigd!1Of: bij de vrouwen, die kinderen baren of verspreiden, enz.2Of: bij de vrouwen, die een last in haren schoot dragen; of: bij de winden, die den regen dragen, enz.3Of: bij de winden, die snel door de lucht trekken; of: bij de sterren, die zich ijlings in haren loop bewegen, enz.4Of: bij de winden, die den regen verdeelen, enz.5Zijnde de paden of loopbanen der sterren; of de dunne en uitgespreide wolken, die zich als paden aan den hemel voordoen.6NopensMahometof den Koran, of de opstanding en den dag des oordeels, door verschillend en onsamenhangend daarvan te spreken.7Daar zij het grootste gedeelte in gebeden en godsdienstig overpeinzingen doorbrengen.8Zijnde: Uw voedsel komt van boven; van daar, waar het veranderen der jaargetijden en de regen uitgaat; en uwe toekomstige belooning is dus daar; d.i. in het paradijs, dat boven de zeven hemelen is gelegen.9Dat is: Zonder eenigen twijfel of de minste achterhoudendheid zooals gij elkander eene waarheid verzekert.10ZieHoofdstuk XI, vers 72enHoofdstuk XV, vers 51.11Sommigen zeggen, datGabriël, die een dezer vreemdelingen was, ten eindeAbrahamsvrees weg te nemen, het kalf met zijne vleugels aanraakte, waarna het onmiddellijk opstond, en naar zijne moeder liep; waaropAbrahamhen als de gezanten van God erkende (Al Beidâwi).12ZieHoofdstuk VII, vers 76, enz.13Zijnde: voor drie dagen. ZieHoofdstuk XI, vers 68.14Want dit ongeval viel des daags voor.15Zooals bij voorbeeld: het mannetje en het wijfje, den hemel en de aarde, de zon en de maan, licht en duisternis, dalen en bergen, winter en zomer, zoet en bitter enz. (Jallalo’ddin).Twee en Vijftigste Hoofdstuk.De Berg.Geopenbaard teMekka.—49 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den berg Sinaï.2.En bij het boek, geschreven3.Op eene afgewikkelde rol1.4.En bij het bezochte huis2,5.En bij het verheven dak des hemels.6.En bij den zwellenden oceaan.7.Waarlijk de straf van uwen Heer zal zekerlijk nederdalen.8.Niemand zal haar kunnen terughouden.9.Op dien dag zullen de hemelen schudden en waggelen.10.En de bergen zullen wandelen en weggaan.11.En wee op dien dag over hen, die Gods gezanten van bedrog beschuldigen.12.Die zich vermaken door zich in ijdele twisten te mengen.13.Op dien dag zullen zij naar het hellevuur gedreven en er in geworpen worden.14.En men zal tot hen zeggen: Dit is het vuur, dat gij als een verdichtsel hebt geloochend.15.Is dit eene beguichelende verbeelding? Of ziet gij niet?16.Treedt er binnen, om verschroeid te worden. Hetzij gij uwe marteling geduldig of ongeduldig verdraagt, het zal voor u gelijk wezen: gij zult zekerlijk de vergelding ontvangen, van hetgeen gij hebt verricht.17.Maar de vromen zullen te midden van tuinen envermaken wonen.18.Zich verlustigende, in hetgeen hun Heer hun zal hebben gegeven; en hun Heer zal hen van de pijnen der hel bevrijden.19.En men zal tot hen zeggen: Verzadigt u met de zegeningen, welke u zijn aangeboden, wegens hetgeen gij hebt verricht.20.Leunende op in orde geschikte zetels. Wij zullen hen maagden met groote, zwarte oogen doen huwen.21.En bij hen, die gelooven, en wier nakomelingschap hen in het geloof volgt, zullen wij hunne nakomelingschap in het paradijs voegen. Wij zullen niets van de verdienste hunner werken verminderen. (Ieder mensch strekt tot gijzelaar, voor hetgeen hij zal hebben verricht)3.22.En wij zullen hun vruchten in overvloed geven, en vleesch van de soorten welke zij zullen begeeren.23.Daar zulllen zij elkander een beker aanbieden, waardoor geen ijdel gesprek, of zonde zal worden uitgelokt.24.En kinderen, aangewezen om hem te bedienen, zullen rondgaan, schoon als paarlen in hare schelpen verborgen.25.En zij zullen elkander naderen en wederkeerig vragen doen.26.En zij zullen zeggen: Waarlijk wij verkeerden vroeger, te midden van ons gezin, in groote vrees, nopens onzen staat na den dood.27.Maar God is ons genadig geweest, en heeft ons van de pijn van het brandende vuur verlost.28.Wij riepen hem vroeger aan, en hij is goed en barmhartig.29.Derhalve, o profeet! vermaan gij uw volk. Gij zijt door de genade van uwen Heer noch een waarzegger, noch een bezetene.30.Zeggen zij: Hij is een dichter; wij verwachten, dat hij door een of anderen tegenspoed zal worden getroffen.31.Zeg: Wacht gij mijn ongeluk? Waarlijk, ik wacht, met u, den tijd uwer verdelging4.32.Doet hun onontwikkeld verstand hun dit zeggen, of zijn zij verdorven zondaren?33.Zeggen zij: Hij heeft den Koran verzonnen? Waarlijk, zij gelooven niet.34.Laat hen een gesprek toonen gelijk dit, indien zij de waarheid spreken.35.Werden zij door niets geschapen, of waren zij hunne eigene scheppers?36.Schiepen zij de hemelen en de aarde? Waarlijk, zij zijn niet vast overtuigd, dat God hen heeft geschapen5.37.Zijn de schatten van hunnen Heer in hunne handen? Zijn zij de opperste uitdeelers van alle dingen?38.Hebben zij eene ladder, waardoor zij naar den hemel kunnen opstijgen, en de gesprekken der engelen hooren? Laat dus een, die deze heeft gehoord, een duidelijk bewijs daarvoor aanwijzen.39.Heeft God dochters enhebt gij zonen6?40.Vraagt gij hun eene belooning voor uwe prediking? Maar zij zijn met schulden beladen.41.Zijn de geheimen der toekomst hun bekend, en schrijven zij die van de tafel van Gods besluiten over?42.Trachten zij u een valstrik te spannen? Maar de ongeloovigen zijn het, die verschalkt zullen worden7.43.Hebben zij een god buiten God? God zij verre verheven boven de afgoden, welke zij met Hem vereenigen!44.Indien zij een deel van den hemel op zich zagen nedervallen. Zouden zij zeggen: het is slechts eene dikke wolk8.45.Daarom verlaat hen, tot zij aan hunnen dag zullen zijn gekomen, waarop zij, uit vrees, in zwijm zullen vallen9.46.Een dag, waarop hunne doortrapte verzinsels hun volstrekt niet zullen baten en zij niet ondersteund zullen worden.47.En zij, die onrechtvaardig handelen, zullen zekerlijk eene andere straf buiten deze ondergaan10; maar het meerendeel hunner begrijpt niet.48.Wacht geduldig het oordeel van uwen Heer nopens hen af; want gij zijt onder onze oogen. Verkondig den lof van uwen Heer als gij opstaat.49.En prijs hem des nachts en als de sterren beginnen te verdwijnen.1Het hier bedoelde boek is, volgens een vrij algemeen aangenomen geloof, òf het boek of register waarin de daden van alle menschen opgeteekend staan, òf de bewaarde tafelen, die Gods besluiten behelzen òf wel het boek wet, dat door God werd geschreven, terwijlMomeshet krassen der pen hoorde, òf ook wel de Koran (Al Zamakshari, Al Beidâwi).2Zijnde: deCaaba, die zoo veelvuldig door de pelgrims wordt bezocht, of zooals sommigen eerder aannemen, het oorspronkelijke model van het huis in den hemel datal Dorahgenoemd, en door de engelen bezocht en omringd wordt, zooals het andere door de menschen.3Zijnde: ieder mensch wordt door God omtrent zijn gedrag als onderpand bewaard; indien hij wel handelt, lost hij dit in, terwijl hij het verbeurt, door slecht te handelen.4Dit is de woordelijke vertaling van eene Arabische uitdrukking luidende: “Laat ons gerust op den eersten tegenspoed wachten om ons daarop te wreken.”5Want hoewel zij dit met hunne tongen belijden, loochenen zij het, door hunnen tegenstand, om hem te vereeren, gelijk hij dat verdient.6ZieHoofdstuk XVI, vers 59, enz.7ZieHoofdstuk XVIII, vers 36, enz.8Dit was eene der straffen welke de afgodendienende bewoners vanMekkahem tartten, op hen te doen nederdalen; en dan nog, zegt de tekst, indien zij een deel des hemels op zich zouden zien nedervallen, zouden zij het niet gelooven, dan nadat zij daardoor verpletterd werden (Al Beidâwi).9Zijnde: Op den eersten klank der trompet.10Dat is: behalve de straf, waartoe zij, op den dag des oordeels zullen gedoemd worden, zullen zij vooraf door rampen in dit leven worden gekastijd, zooals de slachting teBedr, en den zevenjarigen hongersnood, en ook na hunnen dood, door het onderzoek des grafs (Al Beidâwi).Drie en Vijftigste Hoofdstuk.De Ster.Geopenbaard teMekka.—62 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de ster1als zij ondergaat.2.Uw makkerMahometdwaalt niet, en hij is niet afgeleid.3.Evenmin alshij door zijn eigen wil spreekt.4.Het is niets anders dan eene openbaring die hem gedaan werd.5.Een die machtig is in macht, een met verstand begaafd.6.Leerde het hem2en hij verscheen3.7.In het hoogste gedeelte van den gezichteinder.8.Daarna naderde hij den profeet en kwam immer nader tot hem4.9.Tot hij op twee ellebogen afstands van hem, of nog nader was.10.En hij openbaarde zijn dienaar, wat deze openbaarde.11.Het hart vanMahometstelde datgene wat hij gezien had, niet valschelijk voor5.12.Wilt gij dus met hem twisten, nopens hetgeen hij zag?13.Hij zag hem ook op een anderen tijd.14.Bij den lotus-boom, naast welken geen doorgang is6.15.Het is nabij den tuin van eeuwig verblijf.16.Toen de lotus-boom bedekte, datgene wat bedekt is7.17.Wendde zijn oog zich niet af, en dwaalde evenmin.18.En hij aanschouwde werkelijk sommige der grootste teekenen van zijn Heer8.19.Wat denkt gij vanEl-Lat, enal Ozza.20.EnMenat, die andere, derde godin?9.21.Hebt gij mannelijke kinderen, en God vrouwelijke?10.22.Dit is dan eene onrechtvaardige verdeeling.23.Het zijn slechts ijdele namen, welke gij en uwe vaderen godheden hebt genoemd. God heeft nopens hen niets geopenbaard, wat hunne vereering wettigt. Zij volgen slechts eene ijdele meening en wat hunne zielen begeeren; en toch is de ware richting van hunnen Heer tot hen gekomen.24.Zal de mensch alles hebben, waarnaar hij wenscht11?25.Dit en hetvolgende leven zijn Gods eigendom.26.En hoeveel engelen er ook in den hemel mogen zijn, hunne tusschenkomst zal niets baten.27.Tot God verlof zal hebben verleend, aan wien hem zal behagen, en zich zijner zal aannemen.28.Waarlijk, zij die niet in het volgende leven gelooven, beweren dat de engelen vrouwen zijn.29.Doch zij hebben geene kennis daarvan; zij volgen slechts eene bloote meening; en eene bloote meening vervangt geen ding van waarheid.30.Wend u dus van hem af, die zich van onze vermaningen afwendt, en alleen naar het tegenwoordige leven haakt.31.Dit is hunne hoogste trap van kennis. Waarlijk, uw Heer kent hem wel, die van zijnen weg afdwaalt, en hij kent dengeen wel, die op den rechten weg is geleid.32.Aan God behoort alles, wat zich in den hemel en op de aarde bevindt; hij zal hen vergelden die kwaad verrichten, overeenkomstig datgene wat zij zullen hebben bedreven, en hij zal hen beloonen die goed doen, met de uitmuntendste belooning.33.Wat hen betreft, die groote misdaden en hatelijke zonden vermijden en alleen lichtere feilen begaan, waarlijk, hun Heer zal hun ruime genade verleenen. Hij kende u wel, toen hij u uit de aarde voortbracht, en toen gij vruchten in uw moeders schoot waart. Rechtvaardigt u zelven dus niet; hij kent het best den mensch die hem vreest.34.Wat denkt gij van hem, die zich van den weg der waarheid afwendt.35.En weinig geeft en begeerlijk zijne hand ophoudt12?36.Is de kennis der toekomst met hem, zoodra hij die ziet13?37.Is hij niet onderricht van datgene, wat in de boeken vanMozesis bevat.38.En vanAbraham, die zijn verbintenissen godvruchtig volbracht?39.Te weten: dat eene belaste ziel niet den last van eene andere zal dragen.40.En dat den mensch, die rechtvaardig is, niets zal worden opgelegd, behalve zijn eigen arbeid.41.Dat zijn arbeid hiernamaals zekerlijk naar waarde zal worden geschat.42.En dat hij daarvoor met de meest overvloedige belooning zal worden beschonken.43.Dat het einde van alle dingen bij den Heer zal wezen.44.Dat hij doet lachen en doet weenen.45.Dat hij dood en leven geeft.46.Dat hij de beidekunnen: de mannelijke en de vrouwelijke, schiep.47.Van zaad als het uitgeworpen is.48.Dat hem eene andere voortbrenging behoort, namelijk de wederopwekking hiernamaals, van den dood ten leven.49.En dat hij verrijkt, en bezittingen doet verkrijgen.50.Dat hij den Heer van het hondsgesternte is14.51.Dat hij den ouden stam vanAdverwoestte.52.EnThamoed; en niet een van hen liet leven.53.Als ook het volk vanNoach, vóór hen: want zij waren ten hoogste onrechtvaardig en zondig.54.En de straf des hemels bedekte haar.55.En de omvergeworpen steden, heeft hij ten onderst boven gekeerd.1556.Welke der voordeelen van uwen Heer, o mensch! zult gij in twijfel trekken?57.Dezegezant is een prediker, evenals de predikers, die hem voorafgingen.58.De dag des oordeels komt nader; er is niemand, die daarvan den juisten tijd kan bepalen, behalve God.59.Verwondert gij u dus over deze nieuwe openbaring?60.En lacht gij, in plaats van te weenen?61.Terwijl gij uw tijd in ijdele uitspanningen doorbrengt.62.Vereert veeleer God en dient hem.1Sommigen veronderstellen, dat hier de sterren in het algemeen, en anderen, het zevengesternte in het bijzonder wordt bedoeld.2Namelijk den engelGabriël.3In zijn natuurlijken vorm, waarin God hem schiep, en in het oostelijk gedeelte des hemels. Men zegt, dat deze engel aan geen der profeten in zijn eigenlijken vorm verscheen, behalve aanMahomet, en wel slechts tweemalen; zijnde eens, toen hij de eerste openbaring van den Koran ontving, en daarna weder, toen hij zijne nachtelijke reis naar den hemel ondernam, zooals vervolgens in den tekst wordt vermeld.4In een menschelijken vorm.5Maar hij zag het werkelijk.6Zijnde de boom, die tot grenspaal van het paradijs dient.7Deze woorden schijnen te beteekenen, dat alles wat onder dezen boom is, elke beschrijving en alle cijfers te bovengaat. Sommigen veronderstellen, dat hier de geheele engelenschaar wordt bedoeld, die God daaronder vereeren, (Al Beidâwi) en anderen, de vogels, die op de takken zitten (Jallalo’ddin).8Door zoo wel de wonderen der stoffelijke, als van de geestelijke wereld te aanschouwen (Al Beidâwi).9Dit waren drie afgoden der oude Arabieren. Wat de godslastering betreft, die, volgens sommigen, eens doorMahometonbedachtzaam werd uitgesproken, toen hij deze plaats voorlas, zieHoofdstuk XXII, vers 51, noot.10ZieHoofdstuk XVI, vers 59.11Zijnde: zal hij God zijn wil voorschrijven, en dengeen die hem behaagt, tot zijne tusschenpersonen of tot zijn profeet benoemen, of zal hij een godsdienst naar zijn eigen zin kiezen, en de voorwaarden stellen, waarop hij de belooning van dit en het volgende leven zal kunnen verwerven (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).12Deze plaats wordt gezegd, geopenbaard te zijn met het oog opal Walid Ebn al Mogheira, die eens, den profeet volgende, door een afgodendienaar werd gesmaad, omdat hij den godsdienst der Koreïshieten verliet, en aanleiding tot schandaal gaf. Hij antwoordde daarop, dat hetgeen hij deed, uit vrees voor de goddelijke wraak geschiedde. De afgodendienaar bood daarop aan, voor een zekere som, de schuld der afvalligheid op zich te zullen nemen. Nadat de koop gesloten was, keerdeal Walidtot de afgodendienarij terug, en betaalde den man een deel der overeengekomen som. Later echter, bij nadere overweging, achtte hij dit te veel, en hield het overige gedeelte terug (Al Beidâwi).13Dat is: Is hij verzekerd, dat het den persoon met wien hij de bovenvermelde overeenkomst sloot, zal toegestaan worden, hier namaals in zijne plaats te lijden (Al Beidâwi).14Syrius, of het groote hondsgesternte, werd door sommige der oude Arabieren aangebeden (Hyd.not. in Ulug. Beig. Tab. stell fixp. 53)15Zijnde:Sodomen de andere steden, welke zij in haren val medesleepte (ZieHoofdstuk XI, vers 9).Vier en Vijftigste Hoofdstuk.De Maan.Geopenbaard teMekka.—55 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Het uur des oordeels nadert en de maan is gespleten1.2.Maar als de ongeloovigen een teeken zien, wenden zij zich af, zeggende: dit is eene machtige betoovering.3.En zij beschuldigen u, oMahomet! van bedrog, en volgen hunne eigene lusten: maar ieder ding zal onveranderlijk bepaald wezen.4.En nu is eene zending tot hen gekomen, waarin eene afschrikking voor hardnekkig ongeloof ligt opgesloten.5.Deze wijsheid is volkomen; maar waarschuwers helpen bij hen niet.6.Wendu dus van hen af! Den dag waarop de dagvaardende engel den mensch tot eene verschrikkelijke zaak zal oproepen2.7.Zullen zij met nedergeslagen blikken uit hunne graven komen, talrijk, als verspreide sprinkhanen.8.Zich met schrik naar den dagvaarder spoedende. De ongeloovigen zullen zeggen: Dit is een dag van droefheid.9.Het volk vanNoachbeschuldigde dien profeet, alvorens uw volk u verwierp, het beschuldigde onzen dienaar van bedrog; zeggende: Hij is een bezetene, en hij werd met verwijtingen verworpen.10.Hij riep daarom zijn Heer aan, zeggende: Waarlijk, ik ben overweldigd: wreek mij dus3.11.Daarop openden wij de poorten des hemels, waaruit het water stroomde.12.Wij deden de aarde waterstralen uitwerpen, zoodat het water van hemel en aarde zich vereenigde, overeenkomstig het vastgestelde besluit.13.Wij droegen hem, op een schip, uit planken en spijkers samengesteld.14.Dat zich voor onze oogen voortbewoog, als eene belooning voor hem, die ondankbaar was verworpen.15.Wij lieten dat schip tot een teeken dienen. Maar is iemand daardoor gewaarschuwd?16.En hoe gestreng was mijne wraak en mijne bedreiging!17, Nu hebben wij den Koran gemakkelijk tot eene waarschuwing gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?18.De stam vanAdbeschuldigde hunnen profeet van bedrog; maar hoe ernstig was mijne wraak en mijne bedreiging!19.Waarlijk, wij zonden, op een dag van voortdurend ongeluk4een brullenden5wind tegen hen.20.Die de menschen wegvoerde, als waren zij met kracht uitgescheurde wortels van palmboomen6.21.En hoe ernstig was mijne wraak en mijne bedreiging!22.Thans hebben wij den Koran gemakkelijk ter waarschuwing gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?23.Die vanThamoedbeschuldigden de vermaningen van hunnen profeet van valschheid.24.En zij zeiden: Zullen wij een enkel man als wij, onder ons volgen? Waarlijk, wij zouden aan dwaling en ongerijmde dwaasheid schuldig zijn.25.Zou de taak van waarschuwing hem, boven het overige gedeelte van ons, opgedragen zijn? Neen, hij is een leugenaar en een onbeschaamde bedrieger.26.Maar God zeide totSaleh7: Morgen zullen zij weten wie een leugenaar en een onbeschaamde is;27.Want wij zullen zekerlijk de wijfjes-kameel zenden, om hen te beproeven8; en gij, sla hen gade, en verdraag hunne beleedigingen met geduld.28.Voorspel hun, dat het water der putten tusschen hen zal worden verdeeld9, en ieder deel zal beurtelings nedergezet worden.29.Zij riepen hunnen makker10, en hij nam een zwaard en doodde haar,30.Maar hoe ernstig was mijne wraak en mijne bedreiging!31.Want wij zonden hun een enkelen kreet van den engelGabriëlte gemoet, en zij werden als de droge stokken, die gebruikt worden door dengeen, welke een kooi voor het vee bouwt11.32.En thans hebben wij den Koran gemakkelijk ter waarschuwing gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?33.Het volk vanLotbeschuldigde zijne prediking van valschheid.34.Maar wij zonden een wind tegen hen, die eene regenbui van steenen voortdreef, welke hen allen verdelgde, behalve het gezin vanLot, dat wij vroeg in den ochtend bevrijdden.35.Dit was door onze gunst. Zoo beloonen wij hen, die dankbaar zijn.36.EnLothad hen gewaarschuwd voor onze gestrenge kastijding; maar zij twijfelden aan die waarschuwing.37.Zij eischten zijne gasten, opdat zij hen zouden misbruiken; maar wij staken hunne oogen uit12, zeggende: Proeft mijne wraak en mijne bedreiging.38.En vroeg in den ochtend verraste hen eene zware straf13.39.Proeft dus mijne wraak en mijne bedreiging.40.Thans hebben wij den Koran gemakkelijk ter waarschuwing, gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?41.De vermaning vanMozeskwam mede tot het volk vanPharao,42.Maar zij beschuldigden al onze teekenen van bedrog; daarom kastijdden wij hem met eene machtige en onwederstaanbare kastijding.43.O bewoners vanMekka! zijn uwe ongeloovigen beter dan deze? Is u in de schriften vrijstelling van strafbeloofd?44.Zeggen zij: wij vormen een lichaam van menschen, die in staat zijn onze vijanden te bemeesteren?45.De menigte zal zekerlijk op de vlucht worden gejaagd en zij zullen hunne ruggen omkeeren14.46.Maar het uur des oordeels is hun bedreigde straftijd, en dat uur zal droeviger en bitterder zijn, dan hunne droefheden in dit leven.47.Waarlijk, de zondaar doolt in dwaling rond, en zal hier namaals in brandende vlammen worden gemarteld.48.Op dien dag zullen zij met hunne aangezichten in het vuur worden geworpen, en men zal hun zeggen: Proeft de aanraking der hel.49.Alle dingen hebben wij geschapen, aan een bepaald besluit gebonden.50.En ons bevel bestaat slechts in een enkel woord15, aan een oogwenk gelijk.51.Wij hebben vroeger volken verdelgd, die u gelijk waren; maar is iemand uwer door hun voorbeeld gewaarschuwd?52.Alles wat gij doet, is in het boek vermeld, dat door de wakende engelen wordt bewaard.53.Elke daad, klein of groot, is op de welbewaarde tafel nedergeschreven.54.De vromen zullen echter te midden van tuinen en meren wonen.55.In de vergadering der waarheid, in tegenwoordigheid van den machtigsten koning.1Het woord, maan, dat zich in het eerste vers bevindt, strekt tot titel voor deze Soera. In dit eerste vers wordt van de komst van het uur, d.i. van den dag des oordeels gesproken. Onder de teekenen, die dit vreeselijke oogenblik zullen voorafgaan, is dat van het splijten der maan. Sommige uitleggers willen echter in de woorden “de maan is gespleten” eene toespeling zien op het mirakel doorMahometverricht, waarbij hij de maan met zijn vinger in tweeën spleet.2Dat is, als de engelIsrafilde menschen tot het oordeel zal oproepen.3Noachdeed dit verzoek niet, dan nadat hij herhaalde malen gewelddadig door zijn volk was bejegend; want men verhaalt, dat een hunner hem aanviel en bijna verworgde, waarna hij, tot zich zelven gekomen, uitriep: O Heer! vergeef het hun want zij weten niet, wat zij doen (Al Beidâwi).4Zijnde: Op een Woensdag. ZieHoofdstuk XLI, vers 15, in de noot.5Of een kouden wind.6Men verhaalt, dat zij eene toevlucht in de rotskloven en holen zochten, terwijl zij elkander vasthielden, doch de wind blies hen met hevigheid weg, en wierp hen als lijken neder (Al Beidâwi).7Deze is, volgens den Koran, de naam van den profeet, die tot de Thamoedieten werd gezonden.8ZieHoofdstuk VII, vers 71, enz.9Dat is tusschen de Thamoedieten en de kameel. Zie HoofdstukXXVI, vers155.10NamelijkKodar Ebn Salef, die geen Arabier was, maar een vreemdeling, die onder de Thamoedieten woonde. ZieHoofdstuk VII, vers 71noot.11Deze woorden beteekenen of de droge takken, waarmede men in het Oosten kooien of schuilplaatsen bouwt, om het vee tegen wind en koude te beveiligen, of de stoppels en de andere stoffen, waarmede men, gedurende den winter, het vee in de kooien voedt.12Zoodat hun oogholten opzwollen, en met de overige deelen van het aangezicht gelijk werden. Dit wordt gezegd door middel van eene streek des vleugels van den engelGabriëlgeschied te zijn. ZieHoofdstuk XI, vers 79en volg.13Waaronder zij gebukt zullen gaan, tot zij hunne volle straf in de hel ontvangen.14Deze profetie werd vervuld door de overwinning teBedrop de Koreïshieten behaald. Eene overlevering vanOmarverhaalt, dat toen deze plaats was geopenbaard,Mahometzelf bekende, de ware meening daarvan niet te begrijpen; maar op den dag van den slag teBedr, toen hij zijn maliënkolder aandeed, herhaalde hij deze woorden.15Zijnde:Kun, dat is: Wees. Deze plaats kan ook aldus worden wedergegeven: De uitvoering van ons voornemen, is slechts eene eenvoudige daad, die in een oogenblik wordt ten uitvoer gebracht. Sommigen veronderstellen, dat dit op den dag des oordeels betrekking heeft.
Een en Vijftigste Hoofdstuk.De Verspreiding.Geopenbaard teMekka—60 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Bij de winden, die het stof verspreiden1en verstrooien.2.En bij de wolken, die een last van regen dragen2;3.Bij de schepen, die de zee snel doorklieven3.4.En bij de engelen, die dingen uitdeelen, noodig voor het onderhoud van alle schepselen45.Inderdaad, datgene waarmede gij bedreigd zijt, is zekerlijk waar,6.En het laatste oordeel zal gewis komen.7.Bij den hemel met paden voorzien5.8.Gij verschilt zeer in hetgeen gij zegt6.9.Men zal zich afwenden van dengeen, die van het ware geloof is afgekeerd!10.Vervloekt mogen de leugenaars zijn.11.Die in diepe wateren van onwetendheid waden, terwijl zij hun heil verwaarloozen.12.Zij vragen: Wanneer zal de dag des oordeels komen?13.Op dien dag zullen zij in het hellevuur verbrand worden.14.En men zal tot hen zeggen: Proeft uwe straf; dit is hetgeen gij verlangd hebt, dat verhaast zou worden.15.Maar de vromen zullen tusschen tuinen en fonteinen wonen.16.Datgene ontvangende, wat hun Heer hun zal geven, omdat zij vóór dezen dag rechtvaardigen waren.17.Zij slapen slechts gedurende een klein gedeelte van den nacht7.18.En vroeg in den ochtend vragen zij vergiffenis van God.19.Een voegzaam deel van hunne welvaart werd hem gegeven, die vroeg, en aan hem, die door schaamte teruggehouden werd te vragen.20.Er zijn teekenen van goddelijke macht en goedheid op de aarde, voor de menschen van goed begrip.21.Ook in u zelven: zult gij dus niet overwegen?22.Uw onderhoud is in den hemel; en evenzeer bevat hij datgene, wat u werd beloofd8.23.Daarom zweer ik bij den Heer van hemel en aarde, dat dit zekerlijk de waarheid is; overeenkomstig datgene, wat gij zelf zegt9.24.Is de geschiedenis vanAbraham’sgeachte gasten10niet tot uwe kennis gekomen?25.Toen zij tot hem ingingen en zeiden: Vrede? antwoordde hij: Vrede! bij zich zelven zeggende: Dit zijn onbekende menschen.26.En hij ging heimelijk tot zijn gezin, en bracht een gemest kalf.27.Hij zette het voor hen neder, en toen hij zag, dat zij het niet aanraakten, zeide hij: Eet gij niet?28.En hij begon vrees voor hen te koesteren. Zij zeiden: Vrees niet11, en zij verklaarden hem de belofte van een wijzen zoon.29.Zijne vrouw kwam nader; zij gaf een gil, sloeg zichin het aangezicht, en zeide ik ben een oude vrouw en onvruchtbaar!30.De engelen zeiden: Dit zeide uw Heer; en waarlijk, hij is de Wijze, de Alwetende.31.EnAbrahamzeide tot hen: wat is dus uwe boodschap, o gezanten van God?32.Zij antwoordden: waarlijk, wij worden tot een zondig volk gezonden.33.Opdat wij steenen van gebakken klei op hen zouden nederzenden.34.Gemerkt door uwen Heer, ter verdelging der zondaren.35.En wij telden de ware geloovigen, die in de stad waren.36.Maar wij vonden niet meer, dan één gezin van Moslems.37.Wij verwoesten hen, en lieten een teeken aldaar, voor hen, die de ernstige kastijding van God vreezen.38.InMozeswas mede een teeken, toen Hij hem met duidelijke macht totPharaozond.39.Maar deze wendde zich met zijne vorsten af, zeggende: Deze man is een toovenaar of een bezetene.40.Daarom grepen wij hem en zijne soldaten en wierpen hen in de zee: en hij was waard gestrafd te worden.41.En in den stam vanAdwas mede een teeken, toen wij een verwoestenden wind tegen hen zonden12.42.Die niets aanraakte, waar hij nederkwam, of hij verwoeste het, als een verrot voorwerp, en maakte het tot stof.43.InThamoedwas eveneens een teeken toen er tot hem werd gezegd: Geniet alles gedurende eenigen tijd13.44.Maar zij schonden onbeschaamd het bevel van hunnen Heer, waardoor hen een vreeselijk onweder van den hemel overviel, terwijl zij daarheen blikten.45.Zij waren niet in staat op hunne voeten te staan, evenmin als zij zich van de verdediging konden redden14.46.En het volk vanNoachverdelgden wij voor dezen; want het was een volk, dat vreeselijk zondigde.47.Wij hebben den hemel met macht gebouwd, en dien eene groote uitgebreidheid gegeven.48.Wij hebben de aarde daaronder uitgebreid, en hoe gelijkmatig hebben wij dit gedaan.49.En van alle dingen hebben wij twee soorten geschapen15, opdat gij wellicht zoudt overwegen.50.Vlucht dus tot God; waarlijk, ik ben een openlijk waarschuwer van Hem onder u.51.Aanbidt geene andere goden behalve uwen Heer. Ik bericht u dit duidelijk uit zijn naam.52.Opdezelfdewijze kwam er geen gezant tot hunne voorgangers of zij zeiden: Deze man is een toovenaar of een bezetene.53.Hebben zij dit gedrag achtervolgens elkander als erfdeel vermaakt? Ja; zij zondigen vreeselijk.54.Houdt u dus van hen af, en gij zult vrij van blaam zijn, indien gij aldus handelt.55.Maar ga voort met vermanen; want vermaning is den waren geloovigen van voordeel.56.Ik heb de geniussen en menschen met geen ander doel geschapen, dan opdatzij mij zouden dienen.57.Ik eisch geenerlei onderhoud van hen; evenmin verlang ik, dat zij mij zullen voeden.58.Waarlijk, God is degene, die alle schepselen voorziet, en die een aanzienlijke macht bezit.59.Aan hen die onzen gezant beleedigden, zal een deel gegeven worden, gelijk aan het deel van hen, die zich in vroegere tijden, evenals zij hebben gedragen; en zij zullen niet wenschen, dat dit verhaast worde.60.Wee dus over de ongeloovigen, om hunnen dag, waarmede zij zijn bedreigd!1Of: bij de vrouwen, die kinderen baren of verspreiden, enz.2Of: bij de vrouwen, die een last in haren schoot dragen; of: bij de winden, die den regen dragen, enz.3Of: bij de winden, die snel door de lucht trekken; of: bij de sterren, die zich ijlings in haren loop bewegen, enz.4Of: bij de winden, die den regen verdeelen, enz.5Zijnde de paden of loopbanen der sterren; of de dunne en uitgespreide wolken, die zich als paden aan den hemel voordoen.6NopensMahometof den Koran, of de opstanding en den dag des oordeels, door verschillend en onsamenhangend daarvan te spreken.7Daar zij het grootste gedeelte in gebeden en godsdienstig overpeinzingen doorbrengen.8Zijnde: Uw voedsel komt van boven; van daar, waar het veranderen der jaargetijden en de regen uitgaat; en uwe toekomstige belooning is dus daar; d.i. in het paradijs, dat boven de zeven hemelen is gelegen.9Dat is: Zonder eenigen twijfel of de minste achterhoudendheid zooals gij elkander eene waarheid verzekert.10ZieHoofdstuk XI, vers 72enHoofdstuk XV, vers 51.11Sommigen zeggen, datGabriël, die een dezer vreemdelingen was, ten eindeAbrahamsvrees weg te nemen, het kalf met zijne vleugels aanraakte, waarna het onmiddellijk opstond, en naar zijne moeder liep; waaropAbrahamhen als de gezanten van God erkende (Al Beidâwi).12ZieHoofdstuk VII, vers 76, enz.13Zijnde: voor drie dagen. ZieHoofdstuk XI, vers 68.14Want dit ongeval viel des daags voor.15Zooals bij voorbeeld: het mannetje en het wijfje, den hemel en de aarde, de zon en de maan, licht en duisternis, dalen en bergen, winter en zomer, zoet en bitter enz. (Jallalo’ddin).
Een en Vijftigste Hoofdstuk.De Verspreiding.Geopenbaard teMekka—60 verzen.
Geopenbaard teMekka—60 verzen.
Geopenbaard teMekka—60 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Bij de winden, die het stof verspreiden1en verstrooien.2.En bij de wolken, die een last van regen dragen2;3.Bij de schepen, die de zee snel doorklieven3.4.En bij de engelen, die dingen uitdeelen, noodig voor het onderhoud van alle schepselen45.Inderdaad, datgene waarmede gij bedreigd zijt, is zekerlijk waar,6.En het laatste oordeel zal gewis komen.7.Bij den hemel met paden voorzien5.8.Gij verschilt zeer in hetgeen gij zegt6.9.Men zal zich afwenden van dengeen, die van het ware geloof is afgekeerd!10.Vervloekt mogen de leugenaars zijn.11.Die in diepe wateren van onwetendheid waden, terwijl zij hun heil verwaarloozen.12.Zij vragen: Wanneer zal de dag des oordeels komen?13.Op dien dag zullen zij in het hellevuur verbrand worden.14.En men zal tot hen zeggen: Proeft uwe straf; dit is hetgeen gij verlangd hebt, dat verhaast zou worden.15.Maar de vromen zullen tusschen tuinen en fonteinen wonen.16.Datgene ontvangende, wat hun Heer hun zal geven, omdat zij vóór dezen dag rechtvaardigen waren.17.Zij slapen slechts gedurende een klein gedeelte van den nacht7.18.En vroeg in den ochtend vragen zij vergiffenis van God.19.Een voegzaam deel van hunne welvaart werd hem gegeven, die vroeg, en aan hem, die door schaamte teruggehouden werd te vragen.20.Er zijn teekenen van goddelijke macht en goedheid op de aarde, voor de menschen van goed begrip.21.Ook in u zelven: zult gij dus niet overwegen?22.Uw onderhoud is in den hemel; en evenzeer bevat hij datgene, wat u werd beloofd8.23.Daarom zweer ik bij den Heer van hemel en aarde, dat dit zekerlijk de waarheid is; overeenkomstig datgene, wat gij zelf zegt9.24.Is de geschiedenis vanAbraham’sgeachte gasten10niet tot uwe kennis gekomen?25.Toen zij tot hem ingingen en zeiden: Vrede? antwoordde hij: Vrede! bij zich zelven zeggende: Dit zijn onbekende menschen.26.En hij ging heimelijk tot zijn gezin, en bracht een gemest kalf.27.Hij zette het voor hen neder, en toen hij zag, dat zij het niet aanraakten, zeide hij: Eet gij niet?28.En hij begon vrees voor hen te koesteren. Zij zeiden: Vrees niet11, en zij verklaarden hem de belofte van een wijzen zoon.29.Zijne vrouw kwam nader; zij gaf een gil, sloeg zichin het aangezicht, en zeide ik ben een oude vrouw en onvruchtbaar!30.De engelen zeiden: Dit zeide uw Heer; en waarlijk, hij is de Wijze, de Alwetende.31.EnAbrahamzeide tot hen: wat is dus uwe boodschap, o gezanten van God?32.Zij antwoordden: waarlijk, wij worden tot een zondig volk gezonden.33.Opdat wij steenen van gebakken klei op hen zouden nederzenden.34.Gemerkt door uwen Heer, ter verdelging der zondaren.35.En wij telden de ware geloovigen, die in de stad waren.36.Maar wij vonden niet meer, dan één gezin van Moslems.37.Wij verwoesten hen, en lieten een teeken aldaar, voor hen, die de ernstige kastijding van God vreezen.38.InMozeswas mede een teeken, toen Hij hem met duidelijke macht totPharaozond.39.Maar deze wendde zich met zijne vorsten af, zeggende: Deze man is een toovenaar of een bezetene.40.Daarom grepen wij hem en zijne soldaten en wierpen hen in de zee: en hij was waard gestrafd te worden.41.En in den stam vanAdwas mede een teeken, toen wij een verwoestenden wind tegen hen zonden12.42.Die niets aanraakte, waar hij nederkwam, of hij verwoeste het, als een verrot voorwerp, en maakte het tot stof.43.InThamoedwas eveneens een teeken toen er tot hem werd gezegd: Geniet alles gedurende eenigen tijd13.44.Maar zij schonden onbeschaamd het bevel van hunnen Heer, waardoor hen een vreeselijk onweder van den hemel overviel, terwijl zij daarheen blikten.45.Zij waren niet in staat op hunne voeten te staan, evenmin als zij zich van de verdediging konden redden14.46.En het volk vanNoachverdelgden wij voor dezen; want het was een volk, dat vreeselijk zondigde.47.Wij hebben den hemel met macht gebouwd, en dien eene groote uitgebreidheid gegeven.48.Wij hebben de aarde daaronder uitgebreid, en hoe gelijkmatig hebben wij dit gedaan.49.En van alle dingen hebben wij twee soorten geschapen15, opdat gij wellicht zoudt overwegen.50.Vlucht dus tot God; waarlijk, ik ben een openlijk waarschuwer van Hem onder u.51.Aanbidt geene andere goden behalve uwen Heer. Ik bericht u dit duidelijk uit zijn naam.52.Opdezelfdewijze kwam er geen gezant tot hunne voorgangers of zij zeiden: Deze man is een toovenaar of een bezetene.53.Hebben zij dit gedrag achtervolgens elkander als erfdeel vermaakt? Ja; zij zondigen vreeselijk.54.Houdt u dus van hen af, en gij zult vrij van blaam zijn, indien gij aldus handelt.55.Maar ga voort met vermanen; want vermaning is den waren geloovigen van voordeel.56.Ik heb de geniussen en menschen met geen ander doel geschapen, dan opdatzij mij zouden dienen.57.Ik eisch geenerlei onderhoud van hen; evenmin verlang ik, dat zij mij zullen voeden.58.Waarlijk, God is degene, die alle schepselen voorziet, en die een aanzienlijke macht bezit.59.Aan hen die onzen gezant beleedigden, zal een deel gegeven worden, gelijk aan het deel van hen, die zich in vroegere tijden, evenals zij hebben gedragen; en zij zullen niet wenschen, dat dit verhaast worde.60.Wee dus over de ongeloovigen, om hunnen dag, waarmede zij zijn bedreigd!
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Bij de winden, die het stof verspreiden1en verstrooien.2.En bij de wolken, die een last van regen dragen2;3.Bij de schepen, die de zee snel doorklieven3.4.En bij de engelen, die dingen uitdeelen, noodig voor het onderhoud van alle schepselen45.Inderdaad, datgene waarmede gij bedreigd zijt, is zekerlijk waar,6.En het laatste oordeel zal gewis komen.7.Bij den hemel met paden voorzien5.8.Gij verschilt zeer in hetgeen gij zegt6.9.Men zal zich afwenden van dengeen, die van het ware geloof is afgekeerd!10.Vervloekt mogen de leugenaars zijn.11.Die in diepe wateren van onwetendheid waden, terwijl zij hun heil verwaarloozen.12.Zij vragen: Wanneer zal de dag des oordeels komen?13.Op dien dag zullen zij in het hellevuur verbrand worden.14.En men zal tot hen zeggen: Proeft uwe straf; dit is hetgeen gij verlangd hebt, dat verhaast zou worden.15.Maar de vromen zullen tusschen tuinen en fonteinen wonen.16.Datgene ontvangende, wat hun Heer hun zal geven, omdat zij vóór dezen dag rechtvaardigen waren.17.Zij slapen slechts gedurende een klein gedeelte van den nacht7.18.En vroeg in den ochtend vragen zij vergiffenis van God.19.Een voegzaam deel van hunne welvaart werd hem gegeven, die vroeg, en aan hem, die door schaamte teruggehouden werd te vragen.20.Er zijn teekenen van goddelijke macht en goedheid op de aarde, voor de menschen van goed begrip.21.Ook in u zelven: zult gij dus niet overwegen?22.Uw onderhoud is in den hemel; en evenzeer bevat hij datgene, wat u werd beloofd8.23.Daarom zweer ik bij den Heer van hemel en aarde, dat dit zekerlijk de waarheid is; overeenkomstig datgene, wat gij zelf zegt9.24.Is de geschiedenis vanAbraham’sgeachte gasten10niet tot uwe kennis gekomen?25.Toen zij tot hem ingingen en zeiden: Vrede? antwoordde hij: Vrede! bij zich zelven zeggende: Dit zijn onbekende menschen.26.En hij ging heimelijk tot zijn gezin, en bracht een gemest kalf.27.Hij zette het voor hen neder, en toen hij zag, dat zij het niet aanraakten, zeide hij: Eet gij niet?28.En hij begon vrees voor hen te koesteren. Zij zeiden: Vrees niet11, en zij verklaarden hem de belofte van een wijzen zoon.29.Zijne vrouw kwam nader; zij gaf een gil, sloeg zichin het aangezicht, en zeide ik ben een oude vrouw en onvruchtbaar!30.De engelen zeiden: Dit zeide uw Heer; en waarlijk, hij is de Wijze, de Alwetende.31.EnAbrahamzeide tot hen: wat is dus uwe boodschap, o gezanten van God?32.Zij antwoordden: waarlijk, wij worden tot een zondig volk gezonden.33.Opdat wij steenen van gebakken klei op hen zouden nederzenden.34.Gemerkt door uwen Heer, ter verdelging der zondaren.35.En wij telden de ware geloovigen, die in de stad waren.36.Maar wij vonden niet meer, dan één gezin van Moslems.37.Wij verwoesten hen, en lieten een teeken aldaar, voor hen, die de ernstige kastijding van God vreezen.38.InMozeswas mede een teeken, toen Hij hem met duidelijke macht totPharaozond.39.Maar deze wendde zich met zijne vorsten af, zeggende: Deze man is een toovenaar of een bezetene.40.Daarom grepen wij hem en zijne soldaten en wierpen hen in de zee: en hij was waard gestrafd te worden.41.En in den stam vanAdwas mede een teeken, toen wij een verwoestenden wind tegen hen zonden12.42.Die niets aanraakte, waar hij nederkwam, of hij verwoeste het, als een verrot voorwerp, en maakte het tot stof.43.InThamoedwas eveneens een teeken toen er tot hem werd gezegd: Geniet alles gedurende eenigen tijd13.44.Maar zij schonden onbeschaamd het bevel van hunnen Heer, waardoor hen een vreeselijk onweder van den hemel overviel, terwijl zij daarheen blikten.45.Zij waren niet in staat op hunne voeten te staan, evenmin als zij zich van de verdediging konden redden14.46.En het volk vanNoachverdelgden wij voor dezen; want het was een volk, dat vreeselijk zondigde.47.Wij hebben den hemel met macht gebouwd, en dien eene groote uitgebreidheid gegeven.48.Wij hebben de aarde daaronder uitgebreid, en hoe gelijkmatig hebben wij dit gedaan.49.En van alle dingen hebben wij twee soorten geschapen15, opdat gij wellicht zoudt overwegen.50.Vlucht dus tot God; waarlijk, ik ben een openlijk waarschuwer van Hem onder u.51.Aanbidt geene andere goden behalve uwen Heer. Ik bericht u dit duidelijk uit zijn naam.52.Opdezelfdewijze kwam er geen gezant tot hunne voorgangers of zij zeiden: Deze man is een toovenaar of een bezetene.53.Hebben zij dit gedrag achtervolgens elkander als erfdeel vermaakt? Ja; zij zondigen vreeselijk.54.Houdt u dus van hen af, en gij zult vrij van blaam zijn, indien gij aldus handelt.55.Maar ga voort met vermanen; want vermaning is den waren geloovigen van voordeel.56.Ik heb de geniussen en menschen met geen ander doel geschapen, dan opdatzij mij zouden dienen.57.Ik eisch geenerlei onderhoud van hen; evenmin verlang ik, dat zij mij zullen voeden.58.Waarlijk, God is degene, die alle schepselen voorziet, en die een aanzienlijke macht bezit.59.Aan hen die onzen gezant beleedigden, zal een deel gegeven worden, gelijk aan het deel van hen, die zich in vroegere tijden, evenals zij hebben gedragen; en zij zullen niet wenschen, dat dit verhaast worde.60.Wee dus over de ongeloovigen, om hunnen dag, waarmede zij zijn bedreigd!
1Of: bij de vrouwen, die kinderen baren of verspreiden, enz.2Of: bij de vrouwen, die een last in haren schoot dragen; of: bij de winden, die den regen dragen, enz.3Of: bij de winden, die snel door de lucht trekken; of: bij de sterren, die zich ijlings in haren loop bewegen, enz.4Of: bij de winden, die den regen verdeelen, enz.5Zijnde de paden of loopbanen der sterren; of de dunne en uitgespreide wolken, die zich als paden aan den hemel voordoen.6NopensMahometof den Koran, of de opstanding en den dag des oordeels, door verschillend en onsamenhangend daarvan te spreken.7Daar zij het grootste gedeelte in gebeden en godsdienstig overpeinzingen doorbrengen.8Zijnde: Uw voedsel komt van boven; van daar, waar het veranderen der jaargetijden en de regen uitgaat; en uwe toekomstige belooning is dus daar; d.i. in het paradijs, dat boven de zeven hemelen is gelegen.9Dat is: Zonder eenigen twijfel of de minste achterhoudendheid zooals gij elkander eene waarheid verzekert.10ZieHoofdstuk XI, vers 72enHoofdstuk XV, vers 51.11Sommigen zeggen, datGabriël, die een dezer vreemdelingen was, ten eindeAbrahamsvrees weg te nemen, het kalf met zijne vleugels aanraakte, waarna het onmiddellijk opstond, en naar zijne moeder liep; waaropAbrahamhen als de gezanten van God erkende (Al Beidâwi).12ZieHoofdstuk VII, vers 76, enz.13Zijnde: voor drie dagen. ZieHoofdstuk XI, vers 68.14Want dit ongeval viel des daags voor.15Zooals bij voorbeeld: het mannetje en het wijfje, den hemel en de aarde, de zon en de maan, licht en duisternis, dalen en bergen, winter en zomer, zoet en bitter enz. (Jallalo’ddin).
1Of: bij de vrouwen, die kinderen baren of verspreiden, enz.
2Of: bij de vrouwen, die een last in haren schoot dragen; of: bij de winden, die den regen dragen, enz.
3Of: bij de winden, die snel door de lucht trekken; of: bij de sterren, die zich ijlings in haren loop bewegen, enz.
4Of: bij de winden, die den regen verdeelen, enz.
5Zijnde de paden of loopbanen der sterren; of de dunne en uitgespreide wolken, die zich als paden aan den hemel voordoen.
6NopensMahometof den Koran, of de opstanding en den dag des oordeels, door verschillend en onsamenhangend daarvan te spreken.
7Daar zij het grootste gedeelte in gebeden en godsdienstig overpeinzingen doorbrengen.
8Zijnde: Uw voedsel komt van boven; van daar, waar het veranderen der jaargetijden en de regen uitgaat; en uwe toekomstige belooning is dus daar; d.i. in het paradijs, dat boven de zeven hemelen is gelegen.
9Dat is: Zonder eenigen twijfel of de minste achterhoudendheid zooals gij elkander eene waarheid verzekert.
10ZieHoofdstuk XI, vers 72enHoofdstuk XV, vers 51.
11Sommigen zeggen, datGabriël, die een dezer vreemdelingen was, ten eindeAbrahamsvrees weg te nemen, het kalf met zijne vleugels aanraakte, waarna het onmiddellijk opstond, en naar zijne moeder liep; waaropAbrahamhen als de gezanten van God erkende (Al Beidâwi).
12ZieHoofdstuk VII, vers 76, enz.
13Zijnde: voor drie dagen. ZieHoofdstuk XI, vers 68.
14Want dit ongeval viel des daags voor.
15Zooals bij voorbeeld: het mannetje en het wijfje, den hemel en de aarde, de zon en de maan, licht en duisternis, dalen en bergen, winter en zomer, zoet en bitter enz. (Jallalo’ddin).
Twee en Vijftigste Hoofdstuk.De Berg.Geopenbaard teMekka.—49 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den berg Sinaï.2.En bij het boek, geschreven3.Op eene afgewikkelde rol1.4.En bij het bezochte huis2,5.En bij het verheven dak des hemels.6.En bij den zwellenden oceaan.7.Waarlijk de straf van uwen Heer zal zekerlijk nederdalen.8.Niemand zal haar kunnen terughouden.9.Op dien dag zullen de hemelen schudden en waggelen.10.En de bergen zullen wandelen en weggaan.11.En wee op dien dag over hen, die Gods gezanten van bedrog beschuldigen.12.Die zich vermaken door zich in ijdele twisten te mengen.13.Op dien dag zullen zij naar het hellevuur gedreven en er in geworpen worden.14.En men zal tot hen zeggen: Dit is het vuur, dat gij als een verdichtsel hebt geloochend.15.Is dit eene beguichelende verbeelding? Of ziet gij niet?16.Treedt er binnen, om verschroeid te worden. Hetzij gij uwe marteling geduldig of ongeduldig verdraagt, het zal voor u gelijk wezen: gij zult zekerlijk de vergelding ontvangen, van hetgeen gij hebt verricht.17.Maar de vromen zullen te midden van tuinen envermaken wonen.18.Zich verlustigende, in hetgeen hun Heer hun zal hebben gegeven; en hun Heer zal hen van de pijnen der hel bevrijden.19.En men zal tot hen zeggen: Verzadigt u met de zegeningen, welke u zijn aangeboden, wegens hetgeen gij hebt verricht.20.Leunende op in orde geschikte zetels. Wij zullen hen maagden met groote, zwarte oogen doen huwen.21.En bij hen, die gelooven, en wier nakomelingschap hen in het geloof volgt, zullen wij hunne nakomelingschap in het paradijs voegen. Wij zullen niets van de verdienste hunner werken verminderen. (Ieder mensch strekt tot gijzelaar, voor hetgeen hij zal hebben verricht)3.22.En wij zullen hun vruchten in overvloed geven, en vleesch van de soorten welke zij zullen begeeren.23.Daar zulllen zij elkander een beker aanbieden, waardoor geen ijdel gesprek, of zonde zal worden uitgelokt.24.En kinderen, aangewezen om hem te bedienen, zullen rondgaan, schoon als paarlen in hare schelpen verborgen.25.En zij zullen elkander naderen en wederkeerig vragen doen.26.En zij zullen zeggen: Waarlijk wij verkeerden vroeger, te midden van ons gezin, in groote vrees, nopens onzen staat na den dood.27.Maar God is ons genadig geweest, en heeft ons van de pijn van het brandende vuur verlost.28.Wij riepen hem vroeger aan, en hij is goed en barmhartig.29.Derhalve, o profeet! vermaan gij uw volk. Gij zijt door de genade van uwen Heer noch een waarzegger, noch een bezetene.30.Zeggen zij: Hij is een dichter; wij verwachten, dat hij door een of anderen tegenspoed zal worden getroffen.31.Zeg: Wacht gij mijn ongeluk? Waarlijk, ik wacht, met u, den tijd uwer verdelging4.32.Doet hun onontwikkeld verstand hun dit zeggen, of zijn zij verdorven zondaren?33.Zeggen zij: Hij heeft den Koran verzonnen? Waarlijk, zij gelooven niet.34.Laat hen een gesprek toonen gelijk dit, indien zij de waarheid spreken.35.Werden zij door niets geschapen, of waren zij hunne eigene scheppers?36.Schiepen zij de hemelen en de aarde? Waarlijk, zij zijn niet vast overtuigd, dat God hen heeft geschapen5.37.Zijn de schatten van hunnen Heer in hunne handen? Zijn zij de opperste uitdeelers van alle dingen?38.Hebben zij eene ladder, waardoor zij naar den hemel kunnen opstijgen, en de gesprekken der engelen hooren? Laat dus een, die deze heeft gehoord, een duidelijk bewijs daarvoor aanwijzen.39.Heeft God dochters enhebt gij zonen6?40.Vraagt gij hun eene belooning voor uwe prediking? Maar zij zijn met schulden beladen.41.Zijn de geheimen der toekomst hun bekend, en schrijven zij die van de tafel van Gods besluiten over?42.Trachten zij u een valstrik te spannen? Maar de ongeloovigen zijn het, die verschalkt zullen worden7.43.Hebben zij een god buiten God? God zij verre verheven boven de afgoden, welke zij met Hem vereenigen!44.Indien zij een deel van den hemel op zich zagen nedervallen. Zouden zij zeggen: het is slechts eene dikke wolk8.45.Daarom verlaat hen, tot zij aan hunnen dag zullen zijn gekomen, waarop zij, uit vrees, in zwijm zullen vallen9.46.Een dag, waarop hunne doortrapte verzinsels hun volstrekt niet zullen baten en zij niet ondersteund zullen worden.47.En zij, die onrechtvaardig handelen, zullen zekerlijk eene andere straf buiten deze ondergaan10; maar het meerendeel hunner begrijpt niet.48.Wacht geduldig het oordeel van uwen Heer nopens hen af; want gij zijt onder onze oogen. Verkondig den lof van uwen Heer als gij opstaat.49.En prijs hem des nachts en als de sterren beginnen te verdwijnen.1Het hier bedoelde boek is, volgens een vrij algemeen aangenomen geloof, òf het boek of register waarin de daden van alle menschen opgeteekend staan, òf de bewaarde tafelen, die Gods besluiten behelzen òf wel het boek wet, dat door God werd geschreven, terwijlMomeshet krassen der pen hoorde, òf ook wel de Koran (Al Zamakshari, Al Beidâwi).2Zijnde: deCaaba, die zoo veelvuldig door de pelgrims wordt bezocht, of zooals sommigen eerder aannemen, het oorspronkelijke model van het huis in den hemel datal Dorahgenoemd, en door de engelen bezocht en omringd wordt, zooals het andere door de menschen.3Zijnde: ieder mensch wordt door God omtrent zijn gedrag als onderpand bewaard; indien hij wel handelt, lost hij dit in, terwijl hij het verbeurt, door slecht te handelen.4Dit is de woordelijke vertaling van eene Arabische uitdrukking luidende: “Laat ons gerust op den eersten tegenspoed wachten om ons daarop te wreken.”5Want hoewel zij dit met hunne tongen belijden, loochenen zij het, door hunnen tegenstand, om hem te vereeren, gelijk hij dat verdient.6ZieHoofdstuk XVI, vers 59, enz.7ZieHoofdstuk XVIII, vers 36, enz.8Dit was eene der straffen welke de afgodendienende bewoners vanMekkahem tartten, op hen te doen nederdalen; en dan nog, zegt de tekst, indien zij een deel des hemels op zich zouden zien nedervallen, zouden zij het niet gelooven, dan nadat zij daardoor verpletterd werden (Al Beidâwi).9Zijnde: Op den eersten klank der trompet.10Dat is: behalve de straf, waartoe zij, op den dag des oordeels zullen gedoemd worden, zullen zij vooraf door rampen in dit leven worden gekastijd, zooals de slachting teBedr, en den zevenjarigen hongersnood, en ook na hunnen dood, door het onderzoek des grafs (Al Beidâwi).
Twee en Vijftigste Hoofdstuk.De Berg.Geopenbaard teMekka.—49 verzen.
Geopenbaard teMekka.—49 verzen.
Geopenbaard teMekka.—49 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den berg Sinaï.2.En bij het boek, geschreven3.Op eene afgewikkelde rol1.4.En bij het bezochte huis2,5.En bij het verheven dak des hemels.6.En bij den zwellenden oceaan.7.Waarlijk de straf van uwen Heer zal zekerlijk nederdalen.8.Niemand zal haar kunnen terughouden.9.Op dien dag zullen de hemelen schudden en waggelen.10.En de bergen zullen wandelen en weggaan.11.En wee op dien dag over hen, die Gods gezanten van bedrog beschuldigen.12.Die zich vermaken door zich in ijdele twisten te mengen.13.Op dien dag zullen zij naar het hellevuur gedreven en er in geworpen worden.14.En men zal tot hen zeggen: Dit is het vuur, dat gij als een verdichtsel hebt geloochend.15.Is dit eene beguichelende verbeelding? Of ziet gij niet?16.Treedt er binnen, om verschroeid te worden. Hetzij gij uwe marteling geduldig of ongeduldig verdraagt, het zal voor u gelijk wezen: gij zult zekerlijk de vergelding ontvangen, van hetgeen gij hebt verricht.17.Maar de vromen zullen te midden van tuinen envermaken wonen.18.Zich verlustigende, in hetgeen hun Heer hun zal hebben gegeven; en hun Heer zal hen van de pijnen der hel bevrijden.19.En men zal tot hen zeggen: Verzadigt u met de zegeningen, welke u zijn aangeboden, wegens hetgeen gij hebt verricht.20.Leunende op in orde geschikte zetels. Wij zullen hen maagden met groote, zwarte oogen doen huwen.21.En bij hen, die gelooven, en wier nakomelingschap hen in het geloof volgt, zullen wij hunne nakomelingschap in het paradijs voegen. Wij zullen niets van de verdienste hunner werken verminderen. (Ieder mensch strekt tot gijzelaar, voor hetgeen hij zal hebben verricht)3.22.En wij zullen hun vruchten in overvloed geven, en vleesch van de soorten welke zij zullen begeeren.23.Daar zulllen zij elkander een beker aanbieden, waardoor geen ijdel gesprek, of zonde zal worden uitgelokt.24.En kinderen, aangewezen om hem te bedienen, zullen rondgaan, schoon als paarlen in hare schelpen verborgen.25.En zij zullen elkander naderen en wederkeerig vragen doen.26.En zij zullen zeggen: Waarlijk wij verkeerden vroeger, te midden van ons gezin, in groote vrees, nopens onzen staat na den dood.27.Maar God is ons genadig geweest, en heeft ons van de pijn van het brandende vuur verlost.28.Wij riepen hem vroeger aan, en hij is goed en barmhartig.29.Derhalve, o profeet! vermaan gij uw volk. Gij zijt door de genade van uwen Heer noch een waarzegger, noch een bezetene.30.Zeggen zij: Hij is een dichter; wij verwachten, dat hij door een of anderen tegenspoed zal worden getroffen.31.Zeg: Wacht gij mijn ongeluk? Waarlijk, ik wacht, met u, den tijd uwer verdelging4.32.Doet hun onontwikkeld verstand hun dit zeggen, of zijn zij verdorven zondaren?33.Zeggen zij: Hij heeft den Koran verzonnen? Waarlijk, zij gelooven niet.34.Laat hen een gesprek toonen gelijk dit, indien zij de waarheid spreken.35.Werden zij door niets geschapen, of waren zij hunne eigene scheppers?36.Schiepen zij de hemelen en de aarde? Waarlijk, zij zijn niet vast overtuigd, dat God hen heeft geschapen5.37.Zijn de schatten van hunnen Heer in hunne handen? Zijn zij de opperste uitdeelers van alle dingen?38.Hebben zij eene ladder, waardoor zij naar den hemel kunnen opstijgen, en de gesprekken der engelen hooren? Laat dus een, die deze heeft gehoord, een duidelijk bewijs daarvoor aanwijzen.39.Heeft God dochters enhebt gij zonen6?40.Vraagt gij hun eene belooning voor uwe prediking? Maar zij zijn met schulden beladen.41.Zijn de geheimen der toekomst hun bekend, en schrijven zij die van de tafel van Gods besluiten over?42.Trachten zij u een valstrik te spannen? Maar de ongeloovigen zijn het, die verschalkt zullen worden7.43.Hebben zij een god buiten God? God zij verre verheven boven de afgoden, welke zij met Hem vereenigen!44.Indien zij een deel van den hemel op zich zagen nedervallen. Zouden zij zeggen: het is slechts eene dikke wolk8.45.Daarom verlaat hen, tot zij aan hunnen dag zullen zijn gekomen, waarop zij, uit vrees, in zwijm zullen vallen9.46.Een dag, waarop hunne doortrapte verzinsels hun volstrekt niet zullen baten en zij niet ondersteund zullen worden.47.En zij, die onrechtvaardig handelen, zullen zekerlijk eene andere straf buiten deze ondergaan10; maar het meerendeel hunner begrijpt niet.48.Wacht geduldig het oordeel van uwen Heer nopens hen af; want gij zijt onder onze oogen. Verkondig den lof van uwen Heer als gij opstaat.49.En prijs hem des nachts en als de sterren beginnen te verdwijnen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Ik zweer bij den berg Sinaï.2.En bij het boek, geschreven3.Op eene afgewikkelde rol1.4.En bij het bezochte huis2,5.En bij het verheven dak des hemels.6.En bij den zwellenden oceaan.7.Waarlijk de straf van uwen Heer zal zekerlijk nederdalen.8.Niemand zal haar kunnen terughouden.9.Op dien dag zullen de hemelen schudden en waggelen.10.En de bergen zullen wandelen en weggaan.11.En wee op dien dag over hen, die Gods gezanten van bedrog beschuldigen.12.Die zich vermaken door zich in ijdele twisten te mengen.13.Op dien dag zullen zij naar het hellevuur gedreven en er in geworpen worden.14.En men zal tot hen zeggen: Dit is het vuur, dat gij als een verdichtsel hebt geloochend.15.Is dit eene beguichelende verbeelding? Of ziet gij niet?16.Treedt er binnen, om verschroeid te worden. Hetzij gij uwe marteling geduldig of ongeduldig verdraagt, het zal voor u gelijk wezen: gij zult zekerlijk de vergelding ontvangen, van hetgeen gij hebt verricht.17.Maar de vromen zullen te midden van tuinen envermaken wonen.18.Zich verlustigende, in hetgeen hun Heer hun zal hebben gegeven; en hun Heer zal hen van de pijnen der hel bevrijden.19.En men zal tot hen zeggen: Verzadigt u met de zegeningen, welke u zijn aangeboden, wegens hetgeen gij hebt verricht.20.Leunende op in orde geschikte zetels. Wij zullen hen maagden met groote, zwarte oogen doen huwen.21.En bij hen, die gelooven, en wier nakomelingschap hen in het geloof volgt, zullen wij hunne nakomelingschap in het paradijs voegen. Wij zullen niets van de verdienste hunner werken verminderen. (Ieder mensch strekt tot gijzelaar, voor hetgeen hij zal hebben verricht)3.22.En wij zullen hun vruchten in overvloed geven, en vleesch van de soorten welke zij zullen begeeren.23.Daar zulllen zij elkander een beker aanbieden, waardoor geen ijdel gesprek, of zonde zal worden uitgelokt.24.En kinderen, aangewezen om hem te bedienen, zullen rondgaan, schoon als paarlen in hare schelpen verborgen.25.En zij zullen elkander naderen en wederkeerig vragen doen.26.En zij zullen zeggen: Waarlijk wij verkeerden vroeger, te midden van ons gezin, in groote vrees, nopens onzen staat na den dood.27.Maar God is ons genadig geweest, en heeft ons van de pijn van het brandende vuur verlost.28.Wij riepen hem vroeger aan, en hij is goed en barmhartig.29.Derhalve, o profeet! vermaan gij uw volk. Gij zijt door de genade van uwen Heer noch een waarzegger, noch een bezetene.30.Zeggen zij: Hij is een dichter; wij verwachten, dat hij door een of anderen tegenspoed zal worden getroffen.31.Zeg: Wacht gij mijn ongeluk? Waarlijk, ik wacht, met u, den tijd uwer verdelging4.32.Doet hun onontwikkeld verstand hun dit zeggen, of zijn zij verdorven zondaren?33.Zeggen zij: Hij heeft den Koran verzonnen? Waarlijk, zij gelooven niet.34.Laat hen een gesprek toonen gelijk dit, indien zij de waarheid spreken.35.Werden zij door niets geschapen, of waren zij hunne eigene scheppers?36.Schiepen zij de hemelen en de aarde? Waarlijk, zij zijn niet vast overtuigd, dat God hen heeft geschapen5.37.Zijn de schatten van hunnen Heer in hunne handen? Zijn zij de opperste uitdeelers van alle dingen?38.Hebben zij eene ladder, waardoor zij naar den hemel kunnen opstijgen, en de gesprekken der engelen hooren? Laat dus een, die deze heeft gehoord, een duidelijk bewijs daarvoor aanwijzen.39.Heeft God dochters enhebt gij zonen6?40.Vraagt gij hun eene belooning voor uwe prediking? Maar zij zijn met schulden beladen.41.Zijn de geheimen der toekomst hun bekend, en schrijven zij die van de tafel van Gods besluiten over?42.Trachten zij u een valstrik te spannen? Maar de ongeloovigen zijn het, die verschalkt zullen worden7.43.Hebben zij een god buiten God? God zij verre verheven boven de afgoden, welke zij met Hem vereenigen!44.Indien zij een deel van den hemel op zich zagen nedervallen. Zouden zij zeggen: het is slechts eene dikke wolk8.45.Daarom verlaat hen, tot zij aan hunnen dag zullen zijn gekomen, waarop zij, uit vrees, in zwijm zullen vallen9.46.Een dag, waarop hunne doortrapte verzinsels hun volstrekt niet zullen baten en zij niet ondersteund zullen worden.47.En zij, die onrechtvaardig handelen, zullen zekerlijk eene andere straf buiten deze ondergaan10; maar het meerendeel hunner begrijpt niet.48.Wacht geduldig het oordeel van uwen Heer nopens hen af; want gij zijt onder onze oogen. Verkondig den lof van uwen Heer als gij opstaat.49.En prijs hem des nachts en als de sterren beginnen te verdwijnen.
1Het hier bedoelde boek is, volgens een vrij algemeen aangenomen geloof, òf het boek of register waarin de daden van alle menschen opgeteekend staan, òf de bewaarde tafelen, die Gods besluiten behelzen òf wel het boek wet, dat door God werd geschreven, terwijlMomeshet krassen der pen hoorde, òf ook wel de Koran (Al Zamakshari, Al Beidâwi).2Zijnde: deCaaba, die zoo veelvuldig door de pelgrims wordt bezocht, of zooals sommigen eerder aannemen, het oorspronkelijke model van het huis in den hemel datal Dorahgenoemd, en door de engelen bezocht en omringd wordt, zooals het andere door de menschen.3Zijnde: ieder mensch wordt door God omtrent zijn gedrag als onderpand bewaard; indien hij wel handelt, lost hij dit in, terwijl hij het verbeurt, door slecht te handelen.4Dit is de woordelijke vertaling van eene Arabische uitdrukking luidende: “Laat ons gerust op den eersten tegenspoed wachten om ons daarop te wreken.”5Want hoewel zij dit met hunne tongen belijden, loochenen zij het, door hunnen tegenstand, om hem te vereeren, gelijk hij dat verdient.6ZieHoofdstuk XVI, vers 59, enz.7ZieHoofdstuk XVIII, vers 36, enz.8Dit was eene der straffen welke de afgodendienende bewoners vanMekkahem tartten, op hen te doen nederdalen; en dan nog, zegt de tekst, indien zij een deel des hemels op zich zouden zien nedervallen, zouden zij het niet gelooven, dan nadat zij daardoor verpletterd werden (Al Beidâwi).9Zijnde: Op den eersten klank der trompet.10Dat is: behalve de straf, waartoe zij, op den dag des oordeels zullen gedoemd worden, zullen zij vooraf door rampen in dit leven worden gekastijd, zooals de slachting teBedr, en den zevenjarigen hongersnood, en ook na hunnen dood, door het onderzoek des grafs (Al Beidâwi).
1Het hier bedoelde boek is, volgens een vrij algemeen aangenomen geloof, òf het boek of register waarin de daden van alle menschen opgeteekend staan, òf de bewaarde tafelen, die Gods besluiten behelzen òf wel het boek wet, dat door God werd geschreven, terwijlMomeshet krassen der pen hoorde, òf ook wel de Koran (Al Zamakshari, Al Beidâwi).
2Zijnde: deCaaba, die zoo veelvuldig door de pelgrims wordt bezocht, of zooals sommigen eerder aannemen, het oorspronkelijke model van het huis in den hemel datal Dorahgenoemd, en door de engelen bezocht en omringd wordt, zooals het andere door de menschen.
3Zijnde: ieder mensch wordt door God omtrent zijn gedrag als onderpand bewaard; indien hij wel handelt, lost hij dit in, terwijl hij het verbeurt, door slecht te handelen.
4Dit is de woordelijke vertaling van eene Arabische uitdrukking luidende: “Laat ons gerust op den eersten tegenspoed wachten om ons daarop te wreken.”
5Want hoewel zij dit met hunne tongen belijden, loochenen zij het, door hunnen tegenstand, om hem te vereeren, gelijk hij dat verdient.
6ZieHoofdstuk XVI, vers 59, enz.
7ZieHoofdstuk XVIII, vers 36, enz.
8Dit was eene der straffen welke de afgodendienende bewoners vanMekkahem tartten, op hen te doen nederdalen; en dan nog, zegt de tekst, indien zij een deel des hemels op zich zouden zien nedervallen, zouden zij het niet gelooven, dan nadat zij daardoor verpletterd werden (Al Beidâwi).
9Zijnde: Op den eersten klank der trompet.
10Dat is: behalve de straf, waartoe zij, op den dag des oordeels zullen gedoemd worden, zullen zij vooraf door rampen in dit leven worden gekastijd, zooals de slachting teBedr, en den zevenjarigen hongersnood, en ook na hunnen dood, door het onderzoek des grafs (Al Beidâwi).
Drie en Vijftigste Hoofdstuk.De Ster.Geopenbaard teMekka.—62 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de ster1als zij ondergaat.2.Uw makkerMahometdwaalt niet, en hij is niet afgeleid.3.Evenmin alshij door zijn eigen wil spreekt.4.Het is niets anders dan eene openbaring die hem gedaan werd.5.Een die machtig is in macht, een met verstand begaafd.6.Leerde het hem2en hij verscheen3.7.In het hoogste gedeelte van den gezichteinder.8.Daarna naderde hij den profeet en kwam immer nader tot hem4.9.Tot hij op twee ellebogen afstands van hem, of nog nader was.10.En hij openbaarde zijn dienaar, wat deze openbaarde.11.Het hart vanMahometstelde datgene wat hij gezien had, niet valschelijk voor5.12.Wilt gij dus met hem twisten, nopens hetgeen hij zag?13.Hij zag hem ook op een anderen tijd.14.Bij den lotus-boom, naast welken geen doorgang is6.15.Het is nabij den tuin van eeuwig verblijf.16.Toen de lotus-boom bedekte, datgene wat bedekt is7.17.Wendde zijn oog zich niet af, en dwaalde evenmin.18.En hij aanschouwde werkelijk sommige der grootste teekenen van zijn Heer8.19.Wat denkt gij vanEl-Lat, enal Ozza.20.EnMenat, die andere, derde godin?9.21.Hebt gij mannelijke kinderen, en God vrouwelijke?10.22.Dit is dan eene onrechtvaardige verdeeling.23.Het zijn slechts ijdele namen, welke gij en uwe vaderen godheden hebt genoemd. God heeft nopens hen niets geopenbaard, wat hunne vereering wettigt. Zij volgen slechts eene ijdele meening en wat hunne zielen begeeren; en toch is de ware richting van hunnen Heer tot hen gekomen.24.Zal de mensch alles hebben, waarnaar hij wenscht11?25.Dit en hetvolgende leven zijn Gods eigendom.26.En hoeveel engelen er ook in den hemel mogen zijn, hunne tusschenkomst zal niets baten.27.Tot God verlof zal hebben verleend, aan wien hem zal behagen, en zich zijner zal aannemen.28.Waarlijk, zij die niet in het volgende leven gelooven, beweren dat de engelen vrouwen zijn.29.Doch zij hebben geene kennis daarvan; zij volgen slechts eene bloote meening; en eene bloote meening vervangt geen ding van waarheid.30.Wend u dus van hem af, die zich van onze vermaningen afwendt, en alleen naar het tegenwoordige leven haakt.31.Dit is hunne hoogste trap van kennis. Waarlijk, uw Heer kent hem wel, die van zijnen weg afdwaalt, en hij kent dengeen wel, die op den rechten weg is geleid.32.Aan God behoort alles, wat zich in den hemel en op de aarde bevindt; hij zal hen vergelden die kwaad verrichten, overeenkomstig datgene wat zij zullen hebben bedreven, en hij zal hen beloonen die goed doen, met de uitmuntendste belooning.33.Wat hen betreft, die groote misdaden en hatelijke zonden vermijden en alleen lichtere feilen begaan, waarlijk, hun Heer zal hun ruime genade verleenen. Hij kende u wel, toen hij u uit de aarde voortbracht, en toen gij vruchten in uw moeders schoot waart. Rechtvaardigt u zelven dus niet; hij kent het best den mensch die hem vreest.34.Wat denkt gij van hem, die zich van den weg der waarheid afwendt.35.En weinig geeft en begeerlijk zijne hand ophoudt12?36.Is de kennis der toekomst met hem, zoodra hij die ziet13?37.Is hij niet onderricht van datgene, wat in de boeken vanMozesis bevat.38.En vanAbraham, die zijn verbintenissen godvruchtig volbracht?39.Te weten: dat eene belaste ziel niet den last van eene andere zal dragen.40.En dat den mensch, die rechtvaardig is, niets zal worden opgelegd, behalve zijn eigen arbeid.41.Dat zijn arbeid hiernamaals zekerlijk naar waarde zal worden geschat.42.En dat hij daarvoor met de meest overvloedige belooning zal worden beschonken.43.Dat het einde van alle dingen bij den Heer zal wezen.44.Dat hij doet lachen en doet weenen.45.Dat hij dood en leven geeft.46.Dat hij de beidekunnen: de mannelijke en de vrouwelijke, schiep.47.Van zaad als het uitgeworpen is.48.Dat hem eene andere voortbrenging behoort, namelijk de wederopwekking hiernamaals, van den dood ten leven.49.En dat hij verrijkt, en bezittingen doet verkrijgen.50.Dat hij den Heer van het hondsgesternte is14.51.Dat hij den ouden stam vanAdverwoestte.52.EnThamoed; en niet een van hen liet leven.53.Als ook het volk vanNoach, vóór hen: want zij waren ten hoogste onrechtvaardig en zondig.54.En de straf des hemels bedekte haar.55.En de omvergeworpen steden, heeft hij ten onderst boven gekeerd.1556.Welke der voordeelen van uwen Heer, o mensch! zult gij in twijfel trekken?57.Dezegezant is een prediker, evenals de predikers, die hem voorafgingen.58.De dag des oordeels komt nader; er is niemand, die daarvan den juisten tijd kan bepalen, behalve God.59.Verwondert gij u dus over deze nieuwe openbaring?60.En lacht gij, in plaats van te weenen?61.Terwijl gij uw tijd in ijdele uitspanningen doorbrengt.62.Vereert veeleer God en dient hem.1Sommigen veronderstellen, dat hier de sterren in het algemeen, en anderen, het zevengesternte in het bijzonder wordt bedoeld.2Namelijk den engelGabriël.3In zijn natuurlijken vorm, waarin God hem schiep, en in het oostelijk gedeelte des hemels. Men zegt, dat deze engel aan geen der profeten in zijn eigenlijken vorm verscheen, behalve aanMahomet, en wel slechts tweemalen; zijnde eens, toen hij de eerste openbaring van den Koran ontving, en daarna weder, toen hij zijne nachtelijke reis naar den hemel ondernam, zooals vervolgens in den tekst wordt vermeld.4In een menschelijken vorm.5Maar hij zag het werkelijk.6Zijnde de boom, die tot grenspaal van het paradijs dient.7Deze woorden schijnen te beteekenen, dat alles wat onder dezen boom is, elke beschrijving en alle cijfers te bovengaat. Sommigen veronderstellen, dat hier de geheele engelenschaar wordt bedoeld, die God daaronder vereeren, (Al Beidâwi) en anderen, de vogels, die op de takken zitten (Jallalo’ddin).8Door zoo wel de wonderen der stoffelijke, als van de geestelijke wereld te aanschouwen (Al Beidâwi).9Dit waren drie afgoden der oude Arabieren. Wat de godslastering betreft, die, volgens sommigen, eens doorMahometonbedachtzaam werd uitgesproken, toen hij deze plaats voorlas, zieHoofdstuk XXII, vers 51, noot.10ZieHoofdstuk XVI, vers 59.11Zijnde: zal hij God zijn wil voorschrijven, en dengeen die hem behaagt, tot zijne tusschenpersonen of tot zijn profeet benoemen, of zal hij een godsdienst naar zijn eigen zin kiezen, en de voorwaarden stellen, waarop hij de belooning van dit en het volgende leven zal kunnen verwerven (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).12Deze plaats wordt gezegd, geopenbaard te zijn met het oog opal Walid Ebn al Mogheira, die eens, den profeet volgende, door een afgodendienaar werd gesmaad, omdat hij den godsdienst der Koreïshieten verliet, en aanleiding tot schandaal gaf. Hij antwoordde daarop, dat hetgeen hij deed, uit vrees voor de goddelijke wraak geschiedde. De afgodendienaar bood daarop aan, voor een zekere som, de schuld der afvalligheid op zich te zullen nemen. Nadat de koop gesloten was, keerdeal Walidtot de afgodendienarij terug, en betaalde den man een deel der overeengekomen som. Later echter, bij nadere overweging, achtte hij dit te veel, en hield het overige gedeelte terug (Al Beidâwi).13Dat is: Is hij verzekerd, dat het den persoon met wien hij de bovenvermelde overeenkomst sloot, zal toegestaan worden, hier namaals in zijne plaats te lijden (Al Beidâwi).14Syrius, of het groote hondsgesternte, werd door sommige der oude Arabieren aangebeden (Hyd.not. in Ulug. Beig. Tab. stell fixp. 53)15Zijnde:Sodomen de andere steden, welke zij in haren val medesleepte (ZieHoofdstuk XI, vers 9).
Drie en Vijftigste Hoofdstuk.De Ster.Geopenbaard teMekka.—62 verzen.
Geopenbaard teMekka.—62 verzen.
Geopenbaard teMekka.—62 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de ster1als zij ondergaat.2.Uw makkerMahometdwaalt niet, en hij is niet afgeleid.3.Evenmin alshij door zijn eigen wil spreekt.4.Het is niets anders dan eene openbaring die hem gedaan werd.5.Een die machtig is in macht, een met verstand begaafd.6.Leerde het hem2en hij verscheen3.7.In het hoogste gedeelte van den gezichteinder.8.Daarna naderde hij den profeet en kwam immer nader tot hem4.9.Tot hij op twee ellebogen afstands van hem, of nog nader was.10.En hij openbaarde zijn dienaar, wat deze openbaarde.11.Het hart vanMahometstelde datgene wat hij gezien had, niet valschelijk voor5.12.Wilt gij dus met hem twisten, nopens hetgeen hij zag?13.Hij zag hem ook op een anderen tijd.14.Bij den lotus-boom, naast welken geen doorgang is6.15.Het is nabij den tuin van eeuwig verblijf.16.Toen de lotus-boom bedekte, datgene wat bedekt is7.17.Wendde zijn oog zich niet af, en dwaalde evenmin.18.En hij aanschouwde werkelijk sommige der grootste teekenen van zijn Heer8.19.Wat denkt gij vanEl-Lat, enal Ozza.20.EnMenat, die andere, derde godin?9.21.Hebt gij mannelijke kinderen, en God vrouwelijke?10.22.Dit is dan eene onrechtvaardige verdeeling.23.Het zijn slechts ijdele namen, welke gij en uwe vaderen godheden hebt genoemd. God heeft nopens hen niets geopenbaard, wat hunne vereering wettigt. Zij volgen slechts eene ijdele meening en wat hunne zielen begeeren; en toch is de ware richting van hunnen Heer tot hen gekomen.24.Zal de mensch alles hebben, waarnaar hij wenscht11?25.Dit en hetvolgende leven zijn Gods eigendom.26.En hoeveel engelen er ook in den hemel mogen zijn, hunne tusschenkomst zal niets baten.27.Tot God verlof zal hebben verleend, aan wien hem zal behagen, en zich zijner zal aannemen.28.Waarlijk, zij die niet in het volgende leven gelooven, beweren dat de engelen vrouwen zijn.29.Doch zij hebben geene kennis daarvan; zij volgen slechts eene bloote meening; en eene bloote meening vervangt geen ding van waarheid.30.Wend u dus van hem af, die zich van onze vermaningen afwendt, en alleen naar het tegenwoordige leven haakt.31.Dit is hunne hoogste trap van kennis. Waarlijk, uw Heer kent hem wel, die van zijnen weg afdwaalt, en hij kent dengeen wel, die op den rechten weg is geleid.32.Aan God behoort alles, wat zich in den hemel en op de aarde bevindt; hij zal hen vergelden die kwaad verrichten, overeenkomstig datgene wat zij zullen hebben bedreven, en hij zal hen beloonen die goed doen, met de uitmuntendste belooning.33.Wat hen betreft, die groote misdaden en hatelijke zonden vermijden en alleen lichtere feilen begaan, waarlijk, hun Heer zal hun ruime genade verleenen. Hij kende u wel, toen hij u uit de aarde voortbracht, en toen gij vruchten in uw moeders schoot waart. Rechtvaardigt u zelven dus niet; hij kent het best den mensch die hem vreest.34.Wat denkt gij van hem, die zich van den weg der waarheid afwendt.35.En weinig geeft en begeerlijk zijne hand ophoudt12?36.Is de kennis der toekomst met hem, zoodra hij die ziet13?37.Is hij niet onderricht van datgene, wat in de boeken vanMozesis bevat.38.En vanAbraham, die zijn verbintenissen godvruchtig volbracht?39.Te weten: dat eene belaste ziel niet den last van eene andere zal dragen.40.En dat den mensch, die rechtvaardig is, niets zal worden opgelegd, behalve zijn eigen arbeid.41.Dat zijn arbeid hiernamaals zekerlijk naar waarde zal worden geschat.42.En dat hij daarvoor met de meest overvloedige belooning zal worden beschonken.43.Dat het einde van alle dingen bij den Heer zal wezen.44.Dat hij doet lachen en doet weenen.45.Dat hij dood en leven geeft.46.Dat hij de beidekunnen: de mannelijke en de vrouwelijke, schiep.47.Van zaad als het uitgeworpen is.48.Dat hem eene andere voortbrenging behoort, namelijk de wederopwekking hiernamaals, van den dood ten leven.49.En dat hij verrijkt, en bezittingen doet verkrijgen.50.Dat hij den Heer van het hondsgesternte is14.51.Dat hij den ouden stam vanAdverwoestte.52.EnThamoed; en niet een van hen liet leven.53.Als ook het volk vanNoach, vóór hen: want zij waren ten hoogste onrechtvaardig en zondig.54.En de straf des hemels bedekte haar.55.En de omvergeworpen steden, heeft hij ten onderst boven gekeerd.1556.Welke der voordeelen van uwen Heer, o mensch! zult gij in twijfel trekken?57.Dezegezant is een prediker, evenals de predikers, die hem voorafgingen.58.De dag des oordeels komt nader; er is niemand, die daarvan den juisten tijd kan bepalen, behalve God.59.Verwondert gij u dus over deze nieuwe openbaring?60.En lacht gij, in plaats van te weenen?61.Terwijl gij uw tijd in ijdele uitspanningen doorbrengt.62.Vereert veeleer God en dient hem.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Ik zweer bij de ster1als zij ondergaat.2.Uw makkerMahometdwaalt niet, en hij is niet afgeleid.3.Evenmin alshij door zijn eigen wil spreekt.4.Het is niets anders dan eene openbaring die hem gedaan werd.5.Een die machtig is in macht, een met verstand begaafd.6.Leerde het hem2en hij verscheen3.7.In het hoogste gedeelte van den gezichteinder.8.Daarna naderde hij den profeet en kwam immer nader tot hem4.9.Tot hij op twee ellebogen afstands van hem, of nog nader was.10.En hij openbaarde zijn dienaar, wat deze openbaarde.11.Het hart vanMahometstelde datgene wat hij gezien had, niet valschelijk voor5.12.Wilt gij dus met hem twisten, nopens hetgeen hij zag?13.Hij zag hem ook op een anderen tijd.14.Bij den lotus-boom, naast welken geen doorgang is6.15.Het is nabij den tuin van eeuwig verblijf.16.Toen de lotus-boom bedekte, datgene wat bedekt is7.17.Wendde zijn oog zich niet af, en dwaalde evenmin.18.En hij aanschouwde werkelijk sommige der grootste teekenen van zijn Heer8.19.Wat denkt gij vanEl-Lat, enal Ozza.20.EnMenat, die andere, derde godin?9.21.Hebt gij mannelijke kinderen, en God vrouwelijke?10.22.Dit is dan eene onrechtvaardige verdeeling.23.Het zijn slechts ijdele namen, welke gij en uwe vaderen godheden hebt genoemd. God heeft nopens hen niets geopenbaard, wat hunne vereering wettigt. Zij volgen slechts eene ijdele meening en wat hunne zielen begeeren; en toch is de ware richting van hunnen Heer tot hen gekomen.24.Zal de mensch alles hebben, waarnaar hij wenscht11?25.Dit en hetvolgende leven zijn Gods eigendom.26.En hoeveel engelen er ook in den hemel mogen zijn, hunne tusschenkomst zal niets baten.27.Tot God verlof zal hebben verleend, aan wien hem zal behagen, en zich zijner zal aannemen.28.Waarlijk, zij die niet in het volgende leven gelooven, beweren dat de engelen vrouwen zijn.29.Doch zij hebben geene kennis daarvan; zij volgen slechts eene bloote meening; en eene bloote meening vervangt geen ding van waarheid.30.Wend u dus van hem af, die zich van onze vermaningen afwendt, en alleen naar het tegenwoordige leven haakt.31.Dit is hunne hoogste trap van kennis. Waarlijk, uw Heer kent hem wel, die van zijnen weg afdwaalt, en hij kent dengeen wel, die op den rechten weg is geleid.32.Aan God behoort alles, wat zich in den hemel en op de aarde bevindt; hij zal hen vergelden die kwaad verrichten, overeenkomstig datgene wat zij zullen hebben bedreven, en hij zal hen beloonen die goed doen, met de uitmuntendste belooning.33.Wat hen betreft, die groote misdaden en hatelijke zonden vermijden en alleen lichtere feilen begaan, waarlijk, hun Heer zal hun ruime genade verleenen. Hij kende u wel, toen hij u uit de aarde voortbracht, en toen gij vruchten in uw moeders schoot waart. Rechtvaardigt u zelven dus niet; hij kent het best den mensch die hem vreest.34.Wat denkt gij van hem, die zich van den weg der waarheid afwendt.35.En weinig geeft en begeerlijk zijne hand ophoudt12?36.Is de kennis der toekomst met hem, zoodra hij die ziet13?37.Is hij niet onderricht van datgene, wat in de boeken vanMozesis bevat.38.En vanAbraham, die zijn verbintenissen godvruchtig volbracht?39.Te weten: dat eene belaste ziel niet den last van eene andere zal dragen.40.En dat den mensch, die rechtvaardig is, niets zal worden opgelegd, behalve zijn eigen arbeid.41.Dat zijn arbeid hiernamaals zekerlijk naar waarde zal worden geschat.42.En dat hij daarvoor met de meest overvloedige belooning zal worden beschonken.43.Dat het einde van alle dingen bij den Heer zal wezen.44.Dat hij doet lachen en doet weenen.45.Dat hij dood en leven geeft.46.Dat hij de beidekunnen: de mannelijke en de vrouwelijke, schiep.47.Van zaad als het uitgeworpen is.48.Dat hem eene andere voortbrenging behoort, namelijk de wederopwekking hiernamaals, van den dood ten leven.49.En dat hij verrijkt, en bezittingen doet verkrijgen.50.Dat hij den Heer van het hondsgesternte is14.51.Dat hij den ouden stam vanAdverwoestte.52.EnThamoed; en niet een van hen liet leven.53.Als ook het volk vanNoach, vóór hen: want zij waren ten hoogste onrechtvaardig en zondig.54.En de straf des hemels bedekte haar.55.En de omvergeworpen steden, heeft hij ten onderst boven gekeerd.1556.Welke der voordeelen van uwen Heer, o mensch! zult gij in twijfel trekken?57.Dezegezant is een prediker, evenals de predikers, die hem voorafgingen.58.De dag des oordeels komt nader; er is niemand, die daarvan den juisten tijd kan bepalen, behalve God.59.Verwondert gij u dus over deze nieuwe openbaring?60.En lacht gij, in plaats van te weenen?61.Terwijl gij uw tijd in ijdele uitspanningen doorbrengt.62.Vereert veeleer God en dient hem.
1Sommigen veronderstellen, dat hier de sterren in het algemeen, en anderen, het zevengesternte in het bijzonder wordt bedoeld.2Namelijk den engelGabriël.3In zijn natuurlijken vorm, waarin God hem schiep, en in het oostelijk gedeelte des hemels. Men zegt, dat deze engel aan geen der profeten in zijn eigenlijken vorm verscheen, behalve aanMahomet, en wel slechts tweemalen; zijnde eens, toen hij de eerste openbaring van den Koran ontving, en daarna weder, toen hij zijne nachtelijke reis naar den hemel ondernam, zooals vervolgens in den tekst wordt vermeld.4In een menschelijken vorm.5Maar hij zag het werkelijk.6Zijnde de boom, die tot grenspaal van het paradijs dient.7Deze woorden schijnen te beteekenen, dat alles wat onder dezen boom is, elke beschrijving en alle cijfers te bovengaat. Sommigen veronderstellen, dat hier de geheele engelenschaar wordt bedoeld, die God daaronder vereeren, (Al Beidâwi) en anderen, de vogels, die op de takken zitten (Jallalo’ddin).8Door zoo wel de wonderen der stoffelijke, als van de geestelijke wereld te aanschouwen (Al Beidâwi).9Dit waren drie afgoden der oude Arabieren. Wat de godslastering betreft, die, volgens sommigen, eens doorMahometonbedachtzaam werd uitgesproken, toen hij deze plaats voorlas, zieHoofdstuk XXII, vers 51, noot.10ZieHoofdstuk XVI, vers 59.11Zijnde: zal hij God zijn wil voorschrijven, en dengeen die hem behaagt, tot zijne tusschenpersonen of tot zijn profeet benoemen, of zal hij een godsdienst naar zijn eigen zin kiezen, en de voorwaarden stellen, waarop hij de belooning van dit en het volgende leven zal kunnen verwerven (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).12Deze plaats wordt gezegd, geopenbaard te zijn met het oog opal Walid Ebn al Mogheira, die eens, den profeet volgende, door een afgodendienaar werd gesmaad, omdat hij den godsdienst der Koreïshieten verliet, en aanleiding tot schandaal gaf. Hij antwoordde daarop, dat hetgeen hij deed, uit vrees voor de goddelijke wraak geschiedde. De afgodendienaar bood daarop aan, voor een zekere som, de schuld der afvalligheid op zich te zullen nemen. Nadat de koop gesloten was, keerdeal Walidtot de afgodendienarij terug, en betaalde den man een deel der overeengekomen som. Later echter, bij nadere overweging, achtte hij dit te veel, en hield het overige gedeelte terug (Al Beidâwi).13Dat is: Is hij verzekerd, dat het den persoon met wien hij de bovenvermelde overeenkomst sloot, zal toegestaan worden, hier namaals in zijne plaats te lijden (Al Beidâwi).14Syrius, of het groote hondsgesternte, werd door sommige der oude Arabieren aangebeden (Hyd.not. in Ulug. Beig. Tab. stell fixp. 53)15Zijnde:Sodomen de andere steden, welke zij in haren val medesleepte (ZieHoofdstuk XI, vers 9).
1Sommigen veronderstellen, dat hier de sterren in het algemeen, en anderen, het zevengesternte in het bijzonder wordt bedoeld.
2Namelijk den engelGabriël.
3In zijn natuurlijken vorm, waarin God hem schiep, en in het oostelijk gedeelte des hemels. Men zegt, dat deze engel aan geen der profeten in zijn eigenlijken vorm verscheen, behalve aanMahomet, en wel slechts tweemalen; zijnde eens, toen hij de eerste openbaring van den Koran ontving, en daarna weder, toen hij zijne nachtelijke reis naar den hemel ondernam, zooals vervolgens in den tekst wordt vermeld.
4In een menschelijken vorm.
5Maar hij zag het werkelijk.
6Zijnde de boom, die tot grenspaal van het paradijs dient.
7Deze woorden schijnen te beteekenen, dat alles wat onder dezen boom is, elke beschrijving en alle cijfers te bovengaat. Sommigen veronderstellen, dat hier de geheele engelenschaar wordt bedoeld, die God daaronder vereeren, (Al Beidâwi) en anderen, de vogels, die op de takken zitten (Jallalo’ddin).
8Door zoo wel de wonderen der stoffelijke, als van de geestelijke wereld te aanschouwen (Al Beidâwi).
9Dit waren drie afgoden der oude Arabieren. Wat de godslastering betreft, die, volgens sommigen, eens doorMahometonbedachtzaam werd uitgesproken, toen hij deze plaats voorlas, zieHoofdstuk XXII, vers 51, noot.
10ZieHoofdstuk XVI, vers 59.
11Zijnde: zal hij God zijn wil voorschrijven, en dengeen die hem behaagt, tot zijne tusschenpersonen of tot zijn profeet benoemen, of zal hij een godsdienst naar zijn eigen zin kiezen, en de voorwaarden stellen, waarop hij de belooning van dit en het volgende leven zal kunnen verwerven (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).
12Deze plaats wordt gezegd, geopenbaard te zijn met het oog opal Walid Ebn al Mogheira, die eens, den profeet volgende, door een afgodendienaar werd gesmaad, omdat hij den godsdienst der Koreïshieten verliet, en aanleiding tot schandaal gaf. Hij antwoordde daarop, dat hetgeen hij deed, uit vrees voor de goddelijke wraak geschiedde. De afgodendienaar bood daarop aan, voor een zekere som, de schuld der afvalligheid op zich te zullen nemen. Nadat de koop gesloten was, keerdeal Walidtot de afgodendienarij terug, en betaalde den man een deel der overeengekomen som. Later echter, bij nadere overweging, achtte hij dit te veel, en hield het overige gedeelte terug (Al Beidâwi).
13Dat is: Is hij verzekerd, dat het den persoon met wien hij de bovenvermelde overeenkomst sloot, zal toegestaan worden, hier namaals in zijne plaats te lijden (Al Beidâwi).
14Syrius, of het groote hondsgesternte, werd door sommige der oude Arabieren aangebeden (Hyd.not. in Ulug. Beig. Tab. stell fixp. 53)
15Zijnde:Sodomen de andere steden, welke zij in haren val medesleepte (ZieHoofdstuk XI, vers 9).
Vier en Vijftigste Hoofdstuk.De Maan.Geopenbaard teMekka.—55 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Het uur des oordeels nadert en de maan is gespleten1.2.Maar als de ongeloovigen een teeken zien, wenden zij zich af, zeggende: dit is eene machtige betoovering.3.En zij beschuldigen u, oMahomet! van bedrog, en volgen hunne eigene lusten: maar ieder ding zal onveranderlijk bepaald wezen.4.En nu is eene zending tot hen gekomen, waarin eene afschrikking voor hardnekkig ongeloof ligt opgesloten.5.Deze wijsheid is volkomen; maar waarschuwers helpen bij hen niet.6.Wendu dus van hen af! Den dag waarop de dagvaardende engel den mensch tot eene verschrikkelijke zaak zal oproepen2.7.Zullen zij met nedergeslagen blikken uit hunne graven komen, talrijk, als verspreide sprinkhanen.8.Zich met schrik naar den dagvaarder spoedende. De ongeloovigen zullen zeggen: Dit is een dag van droefheid.9.Het volk vanNoachbeschuldigde dien profeet, alvorens uw volk u verwierp, het beschuldigde onzen dienaar van bedrog; zeggende: Hij is een bezetene, en hij werd met verwijtingen verworpen.10.Hij riep daarom zijn Heer aan, zeggende: Waarlijk, ik ben overweldigd: wreek mij dus3.11.Daarop openden wij de poorten des hemels, waaruit het water stroomde.12.Wij deden de aarde waterstralen uitwerpen, zoodat het water van hemel en aarde zich vereenigde, overeenkomstig het vastgestelde besluit.13.Wij droegen hem, op een schip, uit planken en spijkers samengesteld.14.Dat zich voor onze oogen voortbewoog, als eene belooning voor hem, die ondankbaar was verworpen.15.Wij lieten dat schip tot een teeken dienen. Maar is iemand daardoor gewaarschuwd?16.En hoe gestreng was mijne wraak en mijne bedreiging!17, Nu hebben wij den Koran gemakkelijk tot eene waarschuwing gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?18.De stam vanAdbeschuldigde hunnen profeet van bedrog; maar hoe ernstig was mijne wraak en mijne bedreiging!19.Waarlijk, wij zonden, op een dag van voortdurend ongeluk4een brullenden5wind tegen hen.20.Die de menschen wegvoerde, als waren zij met kracht uitgescheurde wortels van palmboomen6.21.En hoe ernstig was mijne wraak en mijne bedreiging!22.Thans hebben wij den Koran gemakkelijk ter waarschuwing gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?23.Die vanThamoedbeschuldigden de vermaningen van hunnen profeet van valschheid.24.En zij zeiden: Zullen wij een enkel man als wij, onder ons volgen? Waarlijk, wij zouden aan dwaling en ongerijmde dwaasheid schuldig zijn.25.Zou de taak van waarschuwing hem, boven het overige gedeelte van ons, opgedragen zijn? Neen, hij is een leugenaar en een onbeschaamde bedrieger.26.Maar God zeide totSaleh7: Morgen zullen zij weten wie een leugenaar en een onbeschaamde is;27.Want wij zullen zekerlijk de wijfjes-kameel zenden, om hen te beproeven8; en gij, sla hen gade, en verdraag hunne beleedigingen met geduld.28.Voorspel hun, dat het water der putten tusschen hen zal worden verdeeld9, en ieder deel zal beurtelings nedergezet worden.29.Zij riepen hunnen makker10, en hij nam een zwaard en doodde haar,30.Maar hoe ernstig was mijne wraak en mijne bedreiging!31.Want wij zonden hun een enkelen kreet van den engelGabriëlte gemoet, en zij werden als de droge stokken, die gebruikt worden door dengeen, welke een kooi voor het vee bouwt11.32.En thans hebben wij den Koran gemakkelijk ter waarschuwing gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?33.Het volk vanLotbeschuldigde zijne prediking van valschheid.34.Maar wij zonden een wind tegen hen, die eene regenbui van steenen voortdreef, welke hen allen verdelgde, behalve het gezin vanLot, dat wij vroeg in den ochtend bevrijdden.35.Dit was door onze gunst. Zoo beloonen wij hen, die dankbaar zijn.36.EnLothad hen gewaarschuwd voor onze gestrenge kastijding; maar zij twijfelden aan die waarschuwing.37.Zij eischten zijne gasten, opdat zij hen zouden misbruiken; maar wij staken hunne oogen uit12, zeggende: Proeft mijne wraak en mijne bedreiging.38.En vroeg in den ochtend verraste hen eene zware straf13.39.Proeft dus mijne wraak en mijne bedreiging.40.Thans hebben wij den Koran gemakkelijk ter waarschuwing, gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?41.De vermaning vanMozeskwam mede tot het volk vanPharao,42.Maar zij beschuldigden al onze teekenen van bedrog; daarom kastijdden wij hem met eene machtige en onwederstaanbare kastijding.43.O bewoners vanMekka! zijn uwe ongeloovigen beter dan deze? Is u in de schriften vrijstelling van strafbeloofd?44.Zeggen zij: wij vormen een lichaam van menschen, die in staat zijn onze vijanden te bemeesteren?45.De menigte zal zekerlijk op de vlucht worden gejaagd en zij zullen hunne ruggen omkeeren14.46.Maar het uur des oordeels is hun bedreigde straftijd, en dat uur zal droeviger en bitterder zijn, dan hunne droefheden in dit leven.47.Waarlijk, de zondaar doolt in dwaling rond, en zal hier namaals in brandende vlammen worden gemarteld.48.Op dien dag zullen zij met hunne aangezichten in het vuur worden geworpen, en men zal hun zeggen: Proeft de aanraking der hel.49.Alle dingen hebben wij geschapen, aan een bepaald besluit gebonden.50.En ons bevel bestaat slechts in een enkel woord15, aan een oogwenk gelijk.51.Wij hebben vroeger volken verdelgd, die u gelijk waren; maar is iemand uwer door hun voorbeeld gewaarschuwd?52.Alles wat gij doet, is in het boek vermeld, dat door de wakende engelen wordt bewaard.53.Elke daad, klein of groot, is op de welbewaarde tafel nedergeschreven.54.De vromen zullen echter te midden van tuinen en meren wonen.55.In de vergadering der waarheid, in tegenwoordigheid van den machtigsten koning.1Het woord, maan, dat zich in het eerste vers bevindt, strekt tot titel voor deze Soera. In dit eerste vers wordt van de komst van het uur, d.i. van den dag des oordeels gesproken. Onder de teekenen, die dit vreeselijke oogenblik zullen voorafgaan, is dat van het splijten der maan. Sommige uitleggers willen echter in de woorden “de maan is gespleten” eene toespeling zien op het mirakel doorMahometverricht, waarbij hij de maan met zijn vinger in tweeën spleet.2Dat is, als de engelIsrafilde menschen tot het oordeel zal oproepen.3Noachdeed dit verzoek niet, dan nadat hij herhaalde malen gewelddadig door zijn volk was bejegend; want men verhaalt, dat een hunner hem aanviel en bijna verworgde, waarna hij, tot zich zelven gekomen, uitriep: O Heer! vergeef het hun want zij weten niet, wat zij doen (Al Beidâwi).4Zijnde: Op een Woensdag. ZieHoofdstuk XLI, vers 15, in de noot.5Of een kouden wind.6Men verhaalt, dat zij eene toevlucht in de rotskloven en holen zochten, terwijl zij elkander vasthielden, doch de wind blies hen met hevigheid weg, en wierp hen als lijken neder (Al Beidâwi).7Deze is, volgens den Koran, de naam van den profeet, die tot de Thamoedieten werd gezonden.8ZieHoofdstuk VII, vers 71, enz.9Dat is tusschen de Thamoedieten en de kameel. Zie HoofdstukXXVI, vers155.10NamelijkKodar Ebn Salef, die geen Arabier was, maar een vreemdeling, die onder de Thamoedieten woonde. ZieHoofdstuk VII, vers 71noot.11Deze woorden beteekenen of de droge takken, waarmede men in het Oosten kooien of schuilplaatsen bouwt, om het vee tegen wind en koude te beveiligen, of de stoppels en de andere stoffen, waarmede men, gedurende den winter, het vee in de kooien voedt.12Zoodat hun oogholten opzwollen, en met de overige deelen van het aangezicht gelijk werden. Dit wordt gezegd door middel van eene streek des vleugels van den engelGabriëlgeschied te zijn. ZieHoofdstuk XI, vers 79en volg.13Waaronder zij gebukt zullen gaan, tot zij hunne volle straf in de hel ontvangen.14Deze profetie werd vervuld door de overwinning teBedrop de Koreïshieten behaald. Eene overlevering vanOmarverhaalt, dat toen deze plaats was geopenbaard,Mahometzelf bekende, de ware meening daarvan niet te begrijpen; maar op den dag van den slag teBedr, toen hij zijn maliënkolder aandeed, herhaalde hij deze woorden.15Zijnde:Kun, dat is: Wees. Deze plaats kan ook aldus worden wedergegeven: De uitvoering van ons voornemen, is slechts eene eenvoudige daad, die in een oogenblik wordt ten uitvoer gebracht. Sommigen veronderstellen, dat dit op den dag des oordeels betrekking heeft.
Vier en Vijftigste Hoofdstuk.De Maan.Geopenbaard teMekka.—55 verzen.
Geopenbaard teMekka.—55 verzen.
Geopenbaard teMekka.—55 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Het uur des oordeels nadert en de maan is gespleten1.2.Maar als de ongeloovigen een teeken zien, wenden zij zich af, zeggende: dit is eene machtige betoovering.3.En zij beschuldigen u, oMahomet! van bedrog, en volgen hunne eigene lusten: maar ieder ding zal onveranderlijk bepaald wezen.4.En nu is eene zending tot hen gekomen, waarin eene afschrikking voor hardnekkig ongeloof ligt opgesloten.5.Deze wijsheid is volkomen; maar waarschuwers helpen bij hen niet.6.Wendu dus van hen af! Den dag waarop de dagvaardende engel den mensch tot eene verschrikkelijke zaak zal oproepen2.7.Zullen zij met nedergeslagen blikken uit hunne graven komen, talrijk, als verspreide sprinkhanen.8.Zich met schrik naar den dagvaarder spoedende. De ongeloovigen zullen zeggen: Dit is een dag van droefheid.9.Het volk vanNoachbeschuldigde dien profeet, alvorens uw volk u verwierp, het beschuldigde onzen dienaar van bedrog; zeggende: Hij is een bezetene, en hij werd met verwijtingen verworpen.10.Hij riep daarom zijn Heer aan, zeggende: Waarlijk, ik ben overweldigd: wreek mij dus3.11.Daarop openden wij de poorten des hemels, waaruit het water stroomde.12.Wij deden de aarde waterstralen uitwerpen, zoodat het water van hemel en aarde zich vereenigde, overeenkomstig het vastgestelde besluit.13.Wij droegen hem, op een schip, uit planken en spijkers samengesteld.14.Dat zich voor onze oogen voortbewoog, als eene belooning voor hem, die ondankbaar was verworpen.15.Wij lieten dat schip tot een teeken dienen. Maar is iemand daardoor gewaarschuwd?16.En hoe gestreng was mijne wraak en mijne bedreiging!17, Nu hebben wij den Koran gemakkelijk tot eene waarschuwing gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?18.De stam vanAdbeschuldigde hunnen profeet van bedrog; maar hoe ernstig was mijne wraak en mijne bedreiging!19.Waarlijk, wij zonden, op een dag van voortdurend ongeluk4een brullenden5wind tegen hen.20.Die de menschen wegvoerde, als waren zij met kracht uitgescheurde wortels van palmboomen6.21.En hoe ernstig was mijne wraak en mijne bedreiging!22.Thans hebben wij den Koran gemakkelijk ter waarschuwing gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?23.Die vanThamoedbeschuldigden de vermaningen van hunnen profeet van valschheid.24.En zij zeiden: Zullen wij een enkel man als wij, onder ons volgen? Waarlijk, wij zouden aan dwaling en ongerijmde dwaasheid schuldig zijn.25.Zou de taak van waarschuwing hem, boven het overige gedeelte van ons, opgedragen zijn? Neen, hij is een leugenaar en een onbeschaamde bedrieger.26.Maar God zeide totSaleh7: Morgen zullen zij weten wie een leugenaar en een onbeschaamde is;27.Want wij zullen zekerlijk de wijfjes-kameel zenden, om hen te beproeven8; en gij, sla hen gade, en verdraag hunne beleedigingen met geduld.28.Voorspel hun, dat het water der putten tusschen hen zal worden verdeeld9, en ieder deel zal beurtelings nedergezet worden.29.Zij riepen hunnen makker10, en hij nam een zwaard en doodde haar,30.Maar hoe ernstig was mijne wraak en mijne bedreiging!31.Want wij zonden hun een enkelen kreet van den engelGabriëlte gemoet, en zij werden als de droge stokken, die gebruikt worden door dengeen, welke een kooi voor het vee bouwt11.32.En thans hebben wij den Koran gemakkelijk ter waarschuwing gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?33.Het volk vanLotbeschuldigde zijne prediking van valschheid.34.Maar wij zonden een wind tegen hen, die eene regenbui van steenen voortdreef, welke hen allen verdelgde, behalve het gezin vanLot, dat wij vroeg in den ochtend bevrijdden.35.Dit was door onze gunst. Zoo beloonen wij hen, die dankbaar zijn.36.EnLothad hen gewaarschuwd voor onze gestrenge kastijding; maar zij twijfelden aan die waarschuwing.37.Zij eischten zijne gasten, opdat zij hen zouden misbruiken; maar wij staken hunne oogen uit12, zeggende: Proeft mijne wraak en mijne bedreiging.38.En vroeg in den ochtend verraste hen eene zware straf13.39.Proeft dus mijne wraak en mijne bedreiging.40.Thans hebben wij den Koran gemakkelijk ter waarschuwing, gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?41.De vermaning vanMozeskwam mede tot het volk vanPharao,42.Maar zij beschuldigden al onze teekenen van bedrog; daarom kastijdden wij hem met eene machtige en onwederstaanbare kastijding.43.O bewoners vanMekka! zijn uwe ongeloovigen beter dan deze? Is u in de schriften vrijstelling van strafbeloofd?44.Zeggen zij: wij vormen een lichaam van menschen, die in staat zijn onze vijanden te bemeesteren?45.De menigte zal zekerlijk op de vlucht worden gejaagd en zij zullen hunne ruggen omkeeren14.46.Maar het uur des oordeels is hun bedreigde straftijd, en dat uur zal droeviger en bitterder zijn, dan hunne droefheden in dit leven.47.Waarlijk, de zondaar doolt in dwaling rond, en zal hier namaals in brandende vlammen worden gemarteld.48.Op dien dag zullen zij met hunne aangezichten in het vuur worden geworpen, en men zal hun zeggen: Proeft de aanraking der hel.49.Alle dingen hebben wij geschapen, aan een bepaald besluit gebonden.50.En ons bevel bestaat slechts in een enkel woord15, aan een oogwenk gelijk.51.Wij hebben vroeger volken verdelgd, die u gelijk waren; maar is iemand uwer door hun voorbeeld gewaarschuwd?52.Alles wat gij doet, is in het boek vermeld, dat door de wakende engelen wordt bewaard.53.Elke daad, klein of groot, is op de welbewaarde tafel nedergeschreven.54.De vromen zullen echter te midden van tuinen en meren wonen.55.In de vergadering der waarheid, in tegenwoordigheid van den machtigsten koning.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Het uur des oordeels nadert en de maan is gespleten1.2.Maar als de ongeloovigen een teeken zien, wenden zij zich af, zeggende: dit is eene machtige betoovering.3.En zij beschuldigen u, oMahomet! van bedrog, en volgen hunne eigene lusten: maar ieder ding zal onveranderlijk bepaald wezen.4.En nu is eene zending tot hen gekomen, waarin eene afschrikking voor hardnekkig ongeloof ligt opgesloten.5.Deze wijsheid is volkomen; maar waarschuwers helpen bij hen niet.6.Wendu dus van hen af! Den dag waarop de dagvaardende engel den mensch tot eene verschrikkelijke zaak zal oproepen2.7.Zullen zij met nedergeslagen blikken uit hunne graven komen, talrijk, als verspreide sprinkhanen.8.Zich met schrik naar den dagvaarder spoedende. De ongeloovigen zullen zeggen: Dit is een dag van droefheid.9.Het volk vanNoachbeschuldigde dien profeet, alvorens uw volk u verwierp, het beschuldigde onzen dienaar van bedrog; zeggende: Hij is een bezetene, en hij werd met verwijtingen verworpen.10.Hij riep daarom zijn Heer aan, zeggende: Waarlijk, ik ben overweldigd: wreek mij dus3.11.Daarop openden wij de poorten des hemels, waaruit het water stroomde.12.Wij deden de aarde waterstralen uitwerpen, zoodat het water van hemel en aarde zich vereenigde, overeenkomstig het vastgestelde besluit.13.Wij droegen hem, op een schip, uit planken en spijkers samengesteld.14.Dat zich voor onze oogen voortbewoog, als eene belooning voor hem, die ondankbaar was verworpen.15.Wij lieten dat schip tot een teeken dienen. Maar is iemand daardoor gewaarschuwd?16.En hoe gestreng was mijne wraak en mijne bedreiging!17, Nu hebben wij den Koran gemakkelijk tot eene waarschuwing gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?18.De stam vanAdbeschuldigde hunnen profeet van bedrog; maar hoe ernstig was mijne wraak en mijne bedreiging!19.Waarlijk, wij zonden, op een dag van voortdurend ongeluk4een brullenden5wind tegen hen.20.Die de menschen wegvoerde, als waren zij met kracht uitgescheurde wortels van palmboomen6.21.En hoe ernstig was mijne wraak en mijne bedreiging!22.Thans hebben wij den Koran gemakkelijk ter waarschuwing gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?23.Die vanThamoedbeschuldigden de vermaningen van hunnen profeet van valschheid.24.En zij zeiden: Zullen wij een enkel man als wij, onder ons volgen? Waarlijk, wij zouden aan dwaling en ongerijmde dwaasheid schuldig zijn.25.Zou de taak van waarschuwing hem, boven het overige gedeelte van ons, opgedragen zijn? Neen, hij is een leugenaar en een onbeschaamde bedrieger.26.Maar God zeide totSaleh7: Morgen zullen zij weten wie een leugenaar en een onbeschaamde is;27.Want wij zullen zekerlijk de wijfjes-kameel zenden, om hen te beproeven8; en gij, sla hen gade, en verdraag hunne beleedigingen met geduld.28.Voorspel hun, dat het water der putten tusschen hen zal worden verdeeld9, en ieder deel zal beurtelings nedergezet worden.29.Zij riepen hunnen makker10, en hij nam een zwaard en doodde haar,30.Maar hoe ernstig was mijne wraak en mijne bedreiging!31.Want wij zonden hun een enkelen kreet van den engelGabriëlte gemoet, en zij werden als de droge stokken, die gebruikt worden door dengeen, welke een kooi voor het vee bouwt11.32.En thans hebben wij den Koran gemakkelijk ter waarschuwing gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?33.Het volk vanLotbeschuldigde zijne prediking van valschheid.34.Maar wij zonden een wind tegen hen, die eene regenbui van steenen voortdreef, welke hen allen verdelgde, behalve het gezin vanLot, dat wij vroeg in den ochtend bevrijdden.35.Dit was door onze gunst. Zoo beloonen wij hen, die dankbaar zijn.36.EnLothad hen gewaarschuwd voor onze gestrenge kastijding; maar zij twijfelden aan die waarschuwing.37.Zij eischten zijne gasten, opdat zij hen zouden misbruiken; maar wij staken hunne oogen uit12, zeggende: Proeft mijne wraak en mijne bedreiging.38.En vroeg in den ochtend verraste hen eene zware straf13.39.Proeft dus mijne wraak en mijne bedreiging.40.Thans hebben wij den Koran gemakkelijk ter waarschuwing, gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?41.De vermaning vanMozeskwam mede tot het volk vanPharao,42.Maar zij beschuldigden al onze teekenen van bedrog; daarom kastijdden wij hem met eene machtige en onwederstaanbare kastijding.43.O bewoners vanMekka! zijn uwe ongeloovigen beter dan deze? Is u in de schriften vrijstelling van strafbeloofd?44.Zeggen zij: wij vormen een lichaam van menschen, die in staat zijn onze vijanden te bemeesteren?45.De menigte zal zekerlijk op de vlucht worden gejaagd en zij zullen hunne ruggen omkeeren14.46.Maar het uur des oordeels is hun bedreigde straftijd, en dat uur zal droeviger en bitterder zijn, dan hunne droefheden in dit leven.47.Waarlijk, de zondaar doolt in dwaling rond, en zal hier namaals in brandende vlammen worden gemarteld.48.Op dien dag zullen zij met hunne aangezichten in het vuur worden geworpen, en men zal hun zeggen: Proeft de aanraking der hel.49.Alle dingen hebben wij geschapen, aan een bepaald besluit gebonden.50.En ons bevel bestaat slechts in een enkel woord15, aan een oogwenk gelijk.51.Wij hebben vroeger volken verdelgd, die u gelijk waren; maar is iemand uwer door hun voorbeeld gewaarschuwd?52.Alles wat gij doet, is in het boek vermeld, dat door de wakende engelen wordt bewaard.53.Elke daad, klein of groot, is op de welbewaarde tafel nedergeschreven.54.De vromen zullen echter te midden van tuinen en meren wonen.55.In de vergadering der waarheid, in tegenwoordigheid van den machtigsten koning.
1Het woord, maan, dat zich in het eerste vers bevindt, strekt tot titel voor deze Soera. In dit eerste vers wordt van de komst van het uur, d.i. van den dag des oordeels gesproken. Onder de teekenen, die dit vreeselijke oogenblik zullen voorafgaan, is dat van het splijten der maan. Sommige uitleggers willen echter in de woorden “de maan is gespleten” eene toespeling zien op het mirakel doorMahometverricht, waarbij hij de maan met zijn vinger in tweeën spleet.2Dat is, als de engelIsrafilde menschen tot het oordeel zal oproepen.3Noachdeed dit verzoek niet, dan nadat hij herhaalde malen gewelddadig door zijn volk was bejegend; want men verhaalt, dat een hunner hem aanviel en bijna verworgde, waarna hij, tot zich zelven gekomen, uitriep: O Heer! vergeef het hun want zij weten niet, wat zij doen (Al Beidâwi).4Zijnde: Op een Woensdag. ZieHoofdstuk XLI, vers 15, in de noot.5Of een kouden wind.6Men verhaalt, dat zij eene toevlucht in de rotskloven en holen zochten, terwijl zij elkander vasthielden, doch de wind blies hen met hevigheid weg, en wierp hen als lijken neder (Al Beidâwi).7Deze is, volgens den Koran, de naam van den profeet, die tot de Thamoedieten werd gezonden.8ZieHoofdstuk VII, vers 71, enz.9Dat is tusschen de Thamoedieten en de kameel. Zie HoofdstukXXVI, vers155.10NamelijkKodar Ebn Salef, die geen Arabier was, maar een vreemdeling, die onder de Thamoedieten woonde. ZieHoofdstuk VII, vers 71noot.11Deze woorden beteekenen of de droge takken, waarmede men in het Oosten kooien of schuilplaatsen bouwt, om het vee tegen wind en koude te beveiligen, of de stoppels en de andere stoffen, waarmede men, gedurende den winter, het vee in de kooien voedt.12Zoodat hun oogholten opzwollen, en met de overige deelen van het aangezicht gelijk werden. Dit wordt gezegd door middel van eene streek des vleugels van den engelGabriëlgeschied te zijn. ZieHoofdstuk XI, vers 79en volg.13Waaronder zij gebukt zullen gaan, tot zij hunne volle straf in de hel ontvangen.14Deze profetie werd vervuld door de overwinning teBedrop de Koreïshieten behaald. Eene overlevering vanOmarverhaalt, dat toen deze plaats was geopenbaard,Mahometzelf bekende, de ware meening daarvan niet te begrijpen; maar op den dag van den slag teBedr, toen hij zijn maliënkolder aandeed, herhaalde hij deze woorden.15Zijnde:Kun, dat is: Wees. Deze plaats kan ook aldus worden wedergegeven: De uitvoering van ons voornemen, is slechts eene eenvoudige daad, die in een oogenblik wordt ten uitvoer gebracht. Sommigen veronderstellen, dat dit op den dag des oordeels betrekking heeft.
1Het woord, maan, dat zich in het eerste vers bevindt, strekt tot titel voor deze Soera. In dit eerste vers wordt van de komst van het uur, d.i. van den dag des oordeels gesproken. Onder de teekenen, die dit vreeselijke oogenblik zullen voorafgaan, is dat van het splijten der maan. Sommige uitleggers willen echter in de woorden “de maan is gespleten” eene toespeling zien op het mirakel doorMahometverricht, waarbij hij de maan met zijn vinger in tweeën spleet.
2Dat is, als de engelIsrafilde menschen tot het oordeel zal oproepen.
3Noachdeed dit verzoek niet, dan nadat hij herhaalde malen gewelddadig door zijn volk was bejegend; want men verhaalt, dat een hunner hem aanviel en bijna verworgde, waarna hij, tot zich zelven gekomen, uitriep: O Heer! vergeef het hun want zij weten niet, wat zij doen (Al Beidâwi).
4Zijnde: Op een Woensdag. ZieHoofdstuk XLI, vers 15, in de noot.
5Of een kouden wind.
6Men verhaalt, dat zij eene toevlucht in de rotskloven en holen zochten, terwijl zij elkander vasthielden, doch de wind blies hen met hevigheid weg, en wierp hen als lijken neder (Al Beidâwi).
7Deze is, volgens den Koran, de naam van den profeet, die tot de Thamoedieten werd gezonden.
8ZieHoofdstuk VII, vers 71, enz.
9Dat is tusschen de Thamoedieten en de kameel. Zie HoofdstukXXVI, vers155.
10NamelijkKodar Ebn Salef, die geen Arabier was, maar een vreemdeling, die onder de Thamoedieten woonde. ZieHoofdstuk VII, vers 71noot.
11Deze woorden beteekenen of de droge takken, waarmede men in het Oosten kooien of schuilplaatsen bouwt, om het vee tegen wind en koude te beveiligen, of de stoppels en de andere stoffen, waarmede men, gedurende den winter, het vee in de kooien voedt.
12Zoodat hun oogholten opzwollen, en met de overige deelen van het aangezicht gelijk werden. Dit wordt gezegd door middel van eene streek des vleugels van den engelGabriëlgeschied te zijn. ZieHoofdstuk XI, vers 79en volg.
13Waaronder zij gebukt zullen gaan, tot zij hunne volle straf in de hel ontvangen.
14Deze profetie werd vervuld door de overwinning teBedrop de Koreïshieten behaald. Eene overlevering vanOmarverhaalt, dat toen deze plaats was geopenbaard,Mahometzelf bekende, de ware meening daarvan niet te begrijpen; maar op den dag van den slag teBedr, toen hij zijn maliënkolder aandeed, herhaalde hij deze woorden.
15Zijnde:Kun, dat is: Wees. Deze plaats kan ook aldus worden wedergegeven: De uitvoering van ons voornemen, is slechts eene eenvoudige daad, die in een oogenblik wordt ten uitvoer gebracht. Sommigen veronderstellen, dat dit op den dag des oordeels betrekking heeft.