Negentiende Hoofdstuk.

Negentiende Hoofdstuk.Maria1.Geopenbaard teMekka2.—98 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.3C. H. Y. A. S. Zie hier eene herinnering van de genade van uwen Heer, omtrent zijn dienaarZacharias.2.Toen hij zijn Heer aanriep met eene geheime aanroeping.3.En zeide O Heer! waarlijk mijne beenderen zijn verzwakt en mijn hoofd is wit geworden door grijsheid.4.En ik was nimmer ongelukkig in mijne gebeden tot u, o Heer!5.Maar ik vrees mijne bloedverwanten, die mij zullen opvolgen; want mijne vrouw is onvruchtbaar: geef mij dus een opvolger uit mijn eigen lichaam van u.6.Die mijn erfgenaam zal zijn en een erfgenaam van het gezin vanJacob; en geef, o Heer! dat hij door u aangenomen worde.7.En de engel antwoordde hem: OZacharias! waarlijk wij brengen u tijdingen van een zoon, wiens naamYahyazal zijn.8.Wij hebben niemand vóór hem dien naam doen dragen4.9.Zachariaszeide: Hoe zal ik een zoon hebben, terwijl ik zei dat mijne vrouw onvruchtbaar is, en ik thans tot hoogen ouderdom gekomen en afgeleefd ben?10.De engel zeide: Zoo zal het zijn. Uw Heer zeide: Dit is mij gemakkelijk. Ik heb u vroeger geschapen, toen gij nog niets waart.11.Zachariasantwoordde:O Heer! geef mij een teeken. De engel hernam: Uw teeken zal zijn, dat gij in drie nachten niet tot de menschen zult spreken5hoewel gij u in volmaakte gezondheid bevindt.12.En hij ging tot zijn volk uit het vertrek en hij maakte hun teekenen6, alsof hij wilde zeggen: Geloofd zij God, des ochtends en des avonds.13.En wij zeiden tot zijn zoon: OJohannes! ontvang het boek der wet, met het besluit, dat te leeren en in acht te nemen. En wij schonken hem wijsheid, toen hij nog slechts een kind was.14.En onze genade en zuiverheid des levens7; en hij was een vroom mensch en deed zijnen plicht omtrent zijne ouders, en hij was trotsch noch weerspannig.15.Vrede zij op hem! den dag dat hij werd geboren, en den dag waarop hij zal sterven, en ook den dag waarop hij tot het leven zal worden opgewekt.16.Herdenk in het boek van den Koran het verhaal vanMaria, toen zij zich van haar gezin naar eene plaats ten Oosten verwijderde8.17.En een sluier nam, om zich aan de blikken van anderen te onttrekken9. Wij zondenonzen geestGabriëltot haar, en hij verscheen haar in de gedaante van een volmaakt mensch.18.Zij zeide: Ik zoek eene schuilplaats bij den genadigen God, opdat hij mij tegen u verdedige. Indien gij hem vreest zult gij mij niet naderen.19.Hij antwoordde: Waarlijk, ik ben de boodschapper van uwen Heer, en ik ben gezonden om u een heiligen zoon te geven.20.Zij zeide: Hoe zal ik een zoon hebben; geen man heeft mij aangeraakt, en ik ben geene ontuchtige vrouw.21.Gabriëlhernam: Zoo zal het zijn. Uw Heer zeide: Dit is mij gemakkelijk, en wij zullen het doen, ten einde hem tot een teeken voor de menschen en tot eene genade van ons te doen zijn. Het is eene besloten zaak.22.Zij ontving hem dus10, en zij verwijderde zich, met hem in haren schoot, naar eene afgelegen plaats11.23.En de pijnen der geboorte overvielen haar nabij den stam van een palmboom12. Zij zeide: God gave dat ik vóór dit oogenblik ware gestorven; dat ik vergeten en in vergetelheid verloren ware13.24.En hij die beneden haar was, riep haar toe14, zeggende: Wees niet bedroefd! God heeft eene beekaan uwe voeten doen stroomen.25.Schudt den stam van den palmboom, en rijpe dadels zullen op u nedervallen15.26.Eet en drink en stel uw hart16gerust. Indien gij een man ziet die u ondervraagt.27.Zeg dan: Waarlijk, ik heb den Barmhartige een vasten toegewijd, zoodat ik dezen dag volstrekt niet tot een man spreken zal.28.Zij bracht het kind tot haar volk, hem in hare armen dragende. En zij zeiden tot haar: OMaria! gij hebt eene vreemde zaak bedreven.29.O Zuster vanAäron17! uw vader was geen slecht man, en uwe moeder geen ontuchtige vrouw.30.Maar zij maakte teekenen tot het kind om hun te antwoorden. En zij zeiden: Hoe kunnen wij tot hem spreken, die nog een kind in de wieg is?31.Daarop zeide het kind: Waarlijk, ik ben Gods dienaar; hij heeft mij het boek gegeven en mij tot een profeet gemaakt.32.En hij heeft gewild, dat ik gezegend zou zijn, overal waar ik mij ook zou mogen bevinden; hij heeft mij bevolen, het gebed in acht te nemen en aalmoezen te geven, zoo lang ik zal leven.33.Hij heeft mij gehoorzaam omtrent mijne moeder gemaakt en hij zal mij niet trotsch of ellendig doen worden18.34.Vrede zij op mij, den dag, waarop ik werd geboren en den dag waarop ik zal sterven, en den dag, waarop ik tot het leven zal worden opgewekt19.35.Dit wasJezusde zoon vanMaria, die het woord der waarheid zou spreken, waaromtrent zij twijfelen.36.Het is niet passend voor God dat hij een zoon zou hebben; zulk eene lastering zij verre van hem. Als hij over iets besluit zegt hij slechts: Wees! en het is20.37.Waarlijk, God is mijn Heer en ùw Heer; dien hemdus; dit is de rechte weg.38.De partijen verschillen onder elkander nopensJezus; maar wee over hen, die ongeloovigen zijn, wegens hunne verschijning op den grooten dag.39.Doe hen hooren en doe hen zien op den dag, waarop zij tot ons zullen komen om geoordeeld te worden; maar de goddeloozen verkeeren heden in eene duidelijke dwaling.40.Waarschuw hen voor den dag der zuchten, als de zaak zal worden bepaald, terwijl zij thans in achteloosheid zijn verzonken en niet gelooven.41.Waarlijk, wij zullen de aarde erven en al de schepselen die zich daarop bevinden21, en tot ons zullen zij allen terugkeeren.42.En herdenkAbrahamen het boek van den Koran; want hij was iemand van groote geloofwaardigheid en een profeet.43.Toen hij tot zijnen vader zeide22: O mijn vader! waarom aanbidt gij datgene, wat noch hoort, noch ziet en u volstrekt niet van voordeel is?44.O mijn vader! waarlijk, mij werd een deel van kennis geschonken, dat u niet is gegeven; volg mij dus; ik zal u op den effen weg leiden.45.O mijn vader! dien Satan niet: want Satan was weêrspannig tegen den Barmhartige.46.O mijn vader! waarlijk, ik vrees, dat u eene straf van den Barmhartige zal worden opgelegd, en gij een makker van Satan wordt.47.Zijn vader antwoordde: Verwerpt gij mijne goden, oAbraham! Indien gij niet ophoudt, zal ik u zekerlijk steenigen; verlaat mij dus voor langen tijd.48.Abrahamantwoordde: Vrede zij op u! Ik zal van mijnen Heer vergiffenis voor u vragen; want hij is genadig omtrent mij.49.Ik wil mij van u scheiden en van de afgoden, welke gij naast God aanbidt, en ik zal mijn Heer aanroepen; misschien ben ik niet ongelukkig in mijne gebeden tot den Heer.50.En toen hij zich had gescheiden23van hen en van de afgoden, welke zij naast God aanriepen, gaven wij hemIzaäkenJacob, en wij maakten ieder van hen tot een profeet.51.En wij gaven hun, door onze genade de profetiën en kinderen en welvaart, en wij deden hen de hoogste aanbeveling verdienen24.52.En gedenkMozesin het boek van den Koran; want hij was zeer oprecht, een gezant en een profeet.53.En wij riepen hem van de rechterzijde van den bergSinaï, en deden hem naderen om zich in het bijzonder met ons te onderhouden.54.Wij gaven hem door onze genade, zijn broederAäron, een profeet, als zijn helper.55.Herdenk ookIsmaëlin hetzelfde boek; want hij was getrouw aan zijne beloften25, gezant en profeet.56.En hij beval zijngezin, het gebed in acht te nemen en aalmoezen te geven, en hij was zijnen Heer aangenaam.57.En herdenkEdris26in hetzelfde boek; want hij was een rechtvaardig mensch.58.Wij verhieven hem tot een hooge plaats27.59.Dit zijn zij, voor wie God weldadig was, onder de profeten der nakomelingschap vanAdamen van hen, welke wij in de ark metNoachbewaarden, en van de nakomelingschap vanAbraham, en vanIsraël, en van hen welke wij geleid en gekozen hebben. Toen hun de teekens van den Barmhartige waren voorgelezen, vielen zij aanbiddende neder en weenden.60.Maar een volgend geslacht is na hen gekomen, dat het gebed verwaarloosde en zijne lusten volgde: zij zullen zekerlijk in de hel worden nedergestort.61.Behalve zij, die berouw toonen en gelooven, en doen wat rechtvaardig is; deze zullen in het paradijs komen en in het minst niet gekrenkt worden.62.Tuinen van eeuwig verblijf zullen hunne belooning zijn, welke de Barmhartige zijnen dienaren heeft beloofd, als een onderwerp des geloofs; en zijne belofte zal zekerlijk vervuld worden.63.Daar zullen zij geene ijdele gesprekken hooren, maar vrede28, en hun voedsel zal daar des ochtends en des avonds voor hen worden gereed gemaakt.64.Dit is het paradijs, dat wij als eene erfenis zullen geven aan hen, die godvruchtig zijn.65.Wij29dalen niet uit den hemel neder dan op het bevel van uwen Heer; aan hem behoort al wat voor of achter ons is en wat zich in de tusschenliggende ruimte bevindt. Uw Heer vergeet u nimmer.66.Hij is de Heer van hemel en aarde en van hetgeen daar tusschen is; aanbidt hem dus en weest volhardend in zijne aanbidding. Kent gij een van denzelfden naam als hij?3067.De mensch zegt31: Nadat ik dood zal wezen,zal ik dan werkelijk levend uit het graf worden gebracht?68.Gedenkt de mensch niet, dat wij hem vroeger schiepen, toen hij niets was?69.Maar ik zweer u bij uwen Heer, dat wij hen en de duivels zekerlijk zullen verzamelen, om hen te oordeelen32; dan zullen wij hen op hunne knieën rondom de hel plaatsen.70.Daarna zullen wij van iedere partij degenen verwijderen, die het weerspannigst tegen den Heer waren33.71.Wij weten het beste, wie van hen het meeste waard is, daarin verbrand te worden34.72.Er is niemand van u, die haar niet zal naderen35; dit is een vast besluit van uwen Heer.73.Daarna zullen wij hen bevrijden, die godvruchtig waren; doch wij zullen de goddeloozen op hunne knieën daarin laten.74.Als hun onze duidelijke teekens worden voorgelezen, zeggen de ongeloovigen tot de ware geloovigen: Wie der beide partijen bekleedt de verhevenste plaats en vormt de uitmuntendste verzameling36?75.Maarhoeveelgeslachten hebben wij vóór hen verwoest, die hen in welvaart en in uiterlijk aanzien overtroffen?76.Zeg: Aan hem die in dwaling verkeert, zal God een lang en voorspoedig leven schenken.77.Tot zij zien waarmede zij worden bedreigd; hetzij de straf van dit leven of die van het jongste uur, en hierna zullen zij weten, wie in den slechten toestand verkeert en het zwakste van krachten is.78.God zal tot de goede richting bijdragen van hen die op den rechten weg zijn geleid.79.En de goede werken, die eeuwig blijven, zijn voor het aangezicht van uwen Heer, wat de belooning betreft, beter dan wereldsche bezittingen, en verkieslijker met betrekking tot de toekomstige belooning.80.Hebt gij hem gezien, die niet in onze teekenen gelooft, en zegt: Zekerlijk zullen mij rijkdommen en kinderen worden geschonken37?81.Is hij bekend met de geheimen der toekomst, of heeft hij een verbond met den Barmhartige aangegaan, dat het zoo zal wezen? Volstrekt niet.82.Wij zullen zekerlijk opschrijven wat hij zegt, en zijne straf vermeerderen.83.En wij zullen zijn erfgenaam wezen van datgene, waarvan hij spreekt38, en op den jongsten dag zal hij alleen en naakt voor ons verschijnen.84.Zij hebben andere goden naast God genomen, opdat zij hun tot zegen39konden zijn. Volstrekt niet.85.Hierna zullen zij hunne aanbidding loochenen40en hunne tegenstanders41worden.86.Ziet gij niet, dat wij de duivels tegen de ongeloovigen zenden, om hun door hunne ingevingen tot het kwaad te verlokken?87.Haast u dus niet het verderf op hen af te smeeken; want wij geven hun een bepaald aantal dagen van uitstel.88.Op een zekeren dag zullen wij de godvruchtigen op eervolle wijze voor den Barmhartige verzamelen, als gezanten, die in de tegenwoordigheid van een vorst komen.89.Maar wij zullen de zondaren in de hel drijven, zoo als het vee in het water wordt gedreven.90.Zij zullen geene voorspraak verkrijgen, behalve hij, die een verbond van den Barmhartige heeft ontvangen42.91.Zij zeggen: De Barmhartige heeft kinderen gebaard. Welk eene godslastering hebt gij daarmede uitgesproken!92.Er is slechts weinig toe noodig, opdat de hemelen bij deze woorden verscheurd worden, en de aarde in tweeën gespleten worde en de bergen nedervallen.93.Omdat zijkinderen aan God beschrijven, terwijl het Gode niet past kinderen te baren.94.Waarlijk, er is niemand in den hemel of op aarde, die den Barmhartige niet als zijn dienaar zal naderen. Hij omringt hen door zijne kennis en macht, en telt hen met nauwkeurigheid.95.Zij zullen allen op den dag der opstanding voor hem verschijnen, verlaten zoowel van helpers als volgelingen.96.Maar wat degenen betreft, die gelooven en goede werken doen, de Barmhartige zal hun liefde schenken43.97.Waarlijk, wij hebben den Koran gemakkelijk voor uwe tong gemaakt door hem in uwe taal te geven, opdat gij daardoor den godvruchtige onze beloften verklaren, en het twistzieke volk dreigend waarschuwen zoudt.98.En hoevele geslachten hebben wij niet vóór hen verdelgd? Vindt gij, dat er een aan hen gebleven is? Of hebt gij slechts een zucht over hen gehoord.1Verschillende omstandigheden, die in dit hoofdstuk worden vermeld en opMariabetrekking hebben deden haren naam tot titel van deze Soera kiezen.2Behalve het vers van aanbidding.3Chaf: Ha, Ya, Aïn,Sad.4Want hij was de eerste die den naam vanJohannesdroeg ofYahya(zooals de Arabieren dien uitspreken). Deze meening schijnt veroorzaakt te zijn door eene verkeerde opvatting van de woorden vanJohannes, dat niemand van de nabestaanden vanZachariasmet dien naam werd genoemd (Lucas1, 61); want anders wasJohannesof, zooals het in het Hebreeuwsch wordt geschrevenJochananeen algemeene naam onder de Israëlieten en is het nog.5Deze plaats wordt doorSavaryaldus vertaald: Gij zult gedurende drie dagen stom zijn, hernam de engel.6Sommigen zeggen dat hij de volgende woorden op den grond schreef.7Ook beteekenen deze woorden de liefde tot het geven van aalmoezen.8Naar het oostelijk gedeelte van den tempel, of naar eene afzonderlijke kamer in het huis, welker opening naar het oosten gekeerd was, van waar, volgensAl Beidâwi, de Christenen naar dat gedeelte gekeerd, hunne gebeden uitspreken. Er bestaat eene overlevering, volgens welke de maagd, toen zij tot de jaren van huwbaarheid was gekomen, gewoon was, als zij hare maandelijksche reiniging kreeg, haar vertrek in den tempel te verlaten, en zich naar het huis vanZachariasbij hare tante te begeven. Zoodra zij weder rein was, keerde zij tot den tempel terug. Op het tijdstip toen de engel haar bezocht, bevond zij zich, om eene gelijke reden, bij hare tante; zij zat en wiesch zich op eene opene plaats door een sluier bedekt om te voorkomen, dat men haar zag (Yahya,Al Beidâwi). Anderen zijn omzichtiger en veronderstellen, dat zij zich verwijderd had om te bidden (Al Zamakshari).9In de vroegste oudheid reeds waren de vrouwen in het Oosten gewoon het aangezicht te bedekken. Thans verschijnen zij nimmer in het openbaar zonder gesluierd te zijn. Deze sluiers zijn van neteldoek en reiken tot de middel; er zijn twee kleine openingen in, opdat de vrouw kunne zien, waar zij zich bevindt. Twee oorzaken kunnen bijgedragen hebben, om onder de schoone sekse in het Oosten de gewoonte in te voeren, hare aangezichten te bedekken: ten eerste de overmatige hitte, waardoor de frischheid harer huid spoedig zou vernietigd zijn en, ten tweede, de bijzondere ijverzucht der mannen, die niet kunnen verdragen, dat zij gezien worden (Savary).10WantGabriëlblies in de borst van haar hemd, welke hij met zijne vingers opende. (Yahya.) Zijn adem bereikte haren schoot en veroorzaakte de ontvangenis (Jallalo’ddin,Al Beidâwi.). De ouderdom der maagdMariaop het tijdstip harer ontvangenis was dertien, of, zooals anderen zeggen tien jaren, en zij bleef, overeenkomstig verschillende overleveringen zes, zeven, acht of negen maanden zwanger van hem. Sommigen zeggen echter dat het kind in zijne volle groote van negen maanden werd ontvangen, en dat zij binnen een uur daarna van hem werd verlost (Al Beidâwi,Yahya).11Om hare verlossing te verbergen, verliet zij de stad des nachts en begaf zij zich naar zekeren berg.12De palmboom waarheen zij vluchtte, om daartegen in haren arbeid te leunen, was een verdorde stam, zonder top of bladeren; bovendien had dit des winters plaats. Desniettegenstaande voorzag die boom haar op wonderdadige wijze van vruchten ter harer verfrissching (Al Beidâwi,Yahya al Zamakshari), zooals later wordt medegedeeld. Men heeft de opmerking gemaakt, dat het Mahomedaansche verhaal vanMaria’sverlossing zeer veel overeenkomst heeft met dat vanLatona, zooals dit door de dichters wordt beschreven (ZieSikhnot., inEvang. Infant. pp.9, 21 etc.), niet alleen doordat zij een palmboom aanvatte (Homer.Hymn. in Apoll.Callimach.Hymn. in Delum), hoewel sommigen zeggen datLatonaeen olijfboom omvatte, of een olijf- en een palmboom, of wel twee laurierboomen, maar ook door het spreken der kinderen, hetgeen gelijk de fabel zegt, ookApollozou gedaan hebben terwijl hij zich nog in het lichaam zijner moeder bevond. (Callimach. t. a. pl., zieHoofdst. III, vers 41).13Savaryvertaalt deze plaats aldus: En zij riep uit: Gave God dat ik dood, vergeten en door de sterfelijken verlaten ware, alvorens ik had ontvangen.14Sommigen veronderstellen, dat dit het kind zelf was, maar anderen beweren dat hetGabriëlwas, die eenigszins lager dan zij stond (Al Beidâwi,Jallalo’ddin). Volgens een andere lezing zou deze plaats aldus vertaald kunnen worden: En hij riep haar van onder haar.Sommigen passen het persoonlijk voornaamwoordhaarop den palmboom toe.15En dienovereenkomstig was dit nauwelijks gezegd of de verdroogde stam herleefde, bracht groene bladeren voor en kreeg een top met rijpe vruchten beladen.16Letterlijk: uw oog.17Sommigen zeggen datMariawerkelijk een broeder hadAärongenaamd, die denzelfden vader maar een andere moeder had. Anderen veronderstellen dat hierMozes’broeder bedoeld wordt, maar zeggen datMariavergelijkenderwijzezijne zusterwordt genoemd. Door anderen wordt beweerd, dat dit een ander persoon van denzelfden naam was, die tot hare tijdgenooten behoorde en om zijne goede of slechte hoedanigheden bekend was, en dat zij haar bij hem vergeleken, óf bij wijze van lof óf als een verwijt enz.18BijSavaryluidt dit aldus: Hij heeft kinderliefde in mijn hart geplant en mij van trotschheid, de gezellin van ellende, bevrijd.19Men zal uitHoofdstuk IIIhebben gezien, datMahometde passie vanJezusniet aannam. Dit vers nu heeft ten doel,Jezusals eenvoudig sterveling en profeet voor te stellen wiens leven ter beschikking staat van God, die alle wezens zal doen sterven, om hen later weder tot het leven op te wekken. Van daar dan ook, moet volgensMahomet,Jezus, die in den hemel werd opgenomen, werkelijk voor den dag des laatsten oordeels sterven.20DoorSavarywordt deze plaats aldus vertolkt: God kan geenzoon hebben. Geloofd zij zijn naam! Hij beveelt, en datgene wat niet bestaat, treedt op zijne stem in het leven.21Zijnde: door alleen te overleven, en alle schepselen dood en vernietigd zullen zijn. ZieHoofdstuk XV, vers 23.22ZieHoofdstuk VI, vers 74.23Door eerst doorHarranen daarna naarPalestinate vluchten.24Letterlijk vertaald, zou dit moeten luiden: Wij verleenden hun eene verheven taal van waarheid.25Daar hij te dien opzichte wordt genoemd, en vooral om zijnevastberadenheid en standvastigheid, welke hij zijn vader had beloofd, toen deze Gods bevel ontving om hem te offeren (Al Beidâwi), daar de Mahomedanen zeggen, dat hetIsmaëlen nietIzaäkwas die door God aanAbrahambevolen werd te offeren.26OfHenoch, de grootvader vanNoach, die dien bijnaam om zijne groote kennis had. Hij werd namelijk door niet minder dan dertig boeken met goddelijke openbaringen begunstigd en was de eerste die met eene pen schreef en de sterre- en rekenkunde beoefende (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).27Sommigen passen dit toe op de eer van de profetenzending en zijne gemeenzaamheid met God. Anderen echter veronderstellen, dat hier zijne opneming tot God wordt bedoeld. Zij zeggen namelijk, dat hij op den ouderdom van driehonderdvijftig jaren door God in den hemel werd opgenomen; nadat hij eerst gestorven en vervolgens weder tot het leven opgewekt was, en dat hij thans in een der zeven hemelen of in het paradijs leeft (Al Beidâwi,Jallalo’ddin,Abu’lfeda).28Zijnde woorden van vrede en troost, of de groeten der engelen. ZieHoofdstuk X, vers 10enz.29Hier spreektGabriëltotMahomet.30Dat is: die het recht op den naam van God hebben of verdienen.31Sommigen zeggen, dat hier een bijzonder persoon wordt bedoeld, namelijkObba Ebn Khalf. ZieHoofdstuk XVI vers 4in de noot.32Men zegt namelijk, dat alle ongeloovigen op den dag des oordeels zullen verschijnen, geketend aan den duivel, die hen verleidde (Al Beidâwi).33Hieruit blijkt het, zegtAl Beidâwi, dat God sommigen der weerspannigen vergiffenis zal schenken. Maar misschien wordt hier bedoeld, het onderscheiden der ongeloovigen in verschillende klassen, om hun verschillende plaatsen en graden van pijniging aan te wijzen.34Zijnde: meer weerspanningen en verdorvenen en in het bijzonder de opperhoofden van secten, die eene dubbele straf zullen ondergaan voor hunne eigene misstappen en hunne verleiding van anderen.35De ware geloovigen zullen namelijk mede langs of door de hel moeten gaan; doch dan zal het vuur verminderd en de vlam uitgebluscht worden, om hun niet te schaden; maar de anderen zal het omringen. Sommigen veronderstellen echter, dat deze woorden slechts doelen op den overgang van de smalle brug die over de hel ligt (Al Beidâwi).36Zijnde: van ons of van ulieden. Toen de Koreïshieten niet in staat waren een boek, gelijk den Koran aan te wijzen, snoefden zij op hunne welvaart en hunnen adel. In dat opzicht stelden zij zich zelven zeer hoog en versmaadden de volgelingen vanMahomet.37Deze plaats werd geopenbaard met het oog opAl As Ebn Wayel.Deze was geld schuldig aanKhabbab. Toen de laatste om het verschuldigde vroeg, weigerde de schuldenaar te betalen, tenzijKhabbabMahometverloochende. Op dit voorstel werd doorKhabbabgeantwoord, dat hij dien profeet nimmer zou verloochenen; noch levend, noch dood, noch zelfs als hij op den jongsten dag zou worden opgewekt. Hierop hernamAl As: als gij weder zijt verrezen, kom tot mij; want dan zal ik overvloed van rijkdommen en kinderen hebben, en ik zal betalen (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).38Zijnde: Hij zal verplicht wezen, zijne geheele welvaart en zijne kinderen achter te laten als hij sterft.39Het woord van den oorspronkelijken tekst kan ook worden vertaald door steun, kracht, eer.40Zijnde: bij de opstanding, als de afgodendienaars hunne afgoden en de afgoden hunne aanbidders zullen verloochenen, en zij elkander wederkeerig zullen beschuldigen. ZieHoofdstuk VI, vers 24enHoofdstuk X, vers 29volg.41Of: het tegendeel; d.i. eene schande in plaats van eene eer.42Dat is: uitgenomen hij, welke eigenlijk geschikt zal zijn die gunst te ontvangen, door het belijden van den Islam. Volgens eene andere vertolking kan deze plaats ook aldus worden vertaald: Zij zullen de tusschenkomst van niemand verkrijgen, behalve de tusschenkomst van hen, enz. Of anders: Niemand zal in staat zijn voor anderen tusschen beide te treden, behalve zij, die een verbond (of verlof) van God zullen hebben ontvangen; dat is: hij die daartoe door geloof en het doen van goede werken, overeenkomstig Gods belofte, of die daartoe van God het bepaalde verlof zal hebben ontvangen (Al Beidâwi. ZieHoofdstuk II, vers 255).43Zijnde: de liefde van God en van al de bewoners des hemels. Sommigen veronderstellen, dat dit vers werd geopenbaard om de Moslems te troosten, die om hun geloof, teMekkaveracht en gehaat worden. Hierbij wordt hun beloofd, dat zij de liefde en de achting der menschen in korten tijd zullen winnen.

Negentiende Hoofdstuk.Maria1.Geopenbaard teMekka2.—98 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.3C. H. Y. A. S. Zie hier eene herinnering van de genade van uwen Heer, omtrent zijn dienaarZacharias.2.Toen hij zijn Heer aanriep met eene geheime aanroeping.3.En zeide O Heer! waarlijk mijne beenderen zijn verzwakt en mijn hoofd is wit geworden door grijsheid.4.En ik was nimmer ongelukkig in mijne gebeden tot u, o Heer!5.Maar ik vrees mijne bloedverwanten, die mij zullen opvolgen; want mijne vrouw is onvruchtbaar: geef mij dus een opvolger uit mijn eigen lichaam van u.6.Die mijn erfgenaam zal zijn en een erfgenaam van het gezin vanJacob; en geef, o Heer! dat hij door u aangenomen worde.7.En de engel antwoordde hem: OZacharias! waarlijk wij brengen u tijdingen van een zoon, wiens naamYahyazal zijn.8.Wij hebben niemand vóór hem dien naam doen dragen4.9.Zachariaszeide: Hoe zal ik een zoon hebben, terwijl ik zei dat mijne vrouw onvruchtbaar is, en ik thans tot hoogen ouderdom gekomen en afgeleefd ben?10.De engel zeide: Zoo zal het zijn. Uw Heer zeide: Dit is mij gemakkelijk. Ik heb u vroeger geschapen, toen gij nog niets waart.11.Zachariasantwoordde:O Heer! geef mij een teeken. De engel hernam: Uw teeken zal zijn, dat gij in drie nachten niet tot de menschen zult spreken5hoewel gij u in volmaakte gezondheid bevindt.12.En hij ging tot zijn volk uit het vertrek en hij maakte hun teekenen6, alsof hij wilde zeggen: Geloofd zij God, des ochtends en des avonds.13.En wij zeiden tot zijn zoon: OJohannes! ontvang het boek der wet, met het besluit, dat te leeren en in acht te nemen. En wij schonken hem wijsheid, toen hij nog slechts een kind was.14.En onze genade en zuiverheid des levens7; en hij was een vroom mensch en deed zijnen plicht omtrent zijne ouders, en hij was trotsch noch weerspannig.15.Vrede zij op hem! den dag dat hij werd geboren, en den dag waarop hij zal sterven, en ook den dag waarop hij tot het leven zal worden opgewekt.16.Herdenk in het boek van den Koran het verhaal vanMaria, toen zij zich van haar gezin naar eene plaats ten Oosten verwijderde8.17.En een sluier nam, om zich aan de blikken van anderen te onttrekken9. Wij zondenonzen geestGabriëltot haar, en hij verscheen haar in de gedaante van een volmaakt mensch.18.Zij zeide: Ik zoek eene schuilplaats bij den genadigen God, opdat hij mij tegen u verdedige. Indien gij hem vreest zult gij mij niet naderen.19.Hij antwoordde: Waarlijk, ik ben de boodschapper van uwen Heer, en ik ben gezonden om u een heiligen zoon te geven.20.Zij zeide: Hoe zal ik een zoon hebben; geen man heeft mij aangeraakt, en ik ben geene ontuchtige vrouw.21.Gabriëlhernam: Zoo zal het zijn. Uw Heer zeide: Dit is mij gemakkelijk, en wij zullen het doen, ten einde hem tot een teeken voor de menschen en tot eene genade van ons te doen zijn. Het is eene besloten zaak.22.Zij ontving hem dus10, en zij verwijderde zich, met hem in haren schoot, naar eene afgelegen plaats11.23.En de pijnen der geboorte overvielen haar nabij den stam van een palmboom12. Zij zeide: God gave dat ik vóór dit oogenblik ware gestorven; dat ik vergeten en in vergetelheid verloren ware13.24.En hij die beneden haar was, riep haar toe14, zeggende: Wees niet bedroefd! God heeft eene beekaan uwe voeten doen stroomen.25.Schudt den stam van den palmboom, en rijpe dadels zullen op u nedervallen15.26.Eet en drink en stel uw hart16gerust. Indien gij een man ziet die u ondervraagt.27.Zeg dan: Waarlijk, ik heb den Barmhartige een vasten toegewijd, zoodat ik dezen dag volstrekt niet tot een man spreken zal.28.Zij bracht het kind tot haar volk, hem in hare armen dragende. En zij zeiden tot haar: OMaria! gij hebt eene vreemde zaak bedreven.29.O Zuster vanAäron17! uw vader was geen slecht man, en uwe moeder geen ontuchtige vrouw.30.Maar zij maakte teekenen tot het kind om hun te antwoorden. En zij zeiden: Hoe kunnen wij tot hem spreken, die nog een kind in de wieg is?31.Daarop zeide het kind: Waarlijk, ik ben Gods dienaar; hij heeft mij het boek gegeven en mij tot een profeet gemaakt.32.En hij heeft gewild, dat ik gezegend zou zijn, overal waar ik mij ook zou mogen bevinden; hij heeft mij bevolen, het gebed in acht te nemen en aalmoezen te geven, zoo lang ik zal leven.33.Hij heeft mij gehoorzaam omtrent mijne moeder gemaakt en hij zal mij niet trotsch of ellendig doen worden18.34.Vrede zij op mij, den dag, waarop ik werd geboren en den dag waarop ik zal sterven, en den dag, waarop ik tot het leven zal worden opgewekt19.35.Dit wasJezusde zoon vanMaria, die het woord der waarheid zou spreken, waaromtrent zij twijfelen.36.Het is niet passend voor God dat hij een zoon zou hebben; zulk eene lastering zij verre van hem. Als hij over iets besluit zegt hij slechts: Wees! en het is20.37.Waarlijk, God is mijn Heer en ùw Heer; dien hemdus; dit is de rechte weg.38.De partijen verschillen onder elkander nopensJezus; maar wee over hen, die ongeloovigen zijn, wegens hunne verschijning op den grooten dag.39.Doe hen hooren en doe hen zien op den dag, waarop zij tot ons zullen komen om geoordeeld te worden; maar de goddeloozen verkeeren heden in eene duidelijke dwaling.40.Waarschuw hen voor den dag der zuchten, als de zaak zal worden bepaald, terwijl zij thans in achteloosheid zijn verzonken en niet gelooven.41.Waarlijk, wij zullen de aarde erven en al de schepselen die zich daarop bevinden21, en tot ons zullen zij allen terugkeeren.42.En herdenkAbrahamen het boek van den Koran; want hij was iemand van groote geloofwaardigheid en een profeet.43.Toen hij tot zijnen vader zeide22: O mijn vader! waarom aanbidt gij datgene, wat noch hoort, noch ziet en u volstrekt niet van voordeel is?44.O mijn vader! waarlijk, mij werd een deel van kennis geschonken, dat u niet is gegeven; volg mij dus; ik zal u op den effen weg leiden.45.O mijn vader! dien Satan niet: want Satan was weêrspannig tegen den Barmhartige.46.O mijn vader! waarlijk, ik vrees, dat u eene straf van den Barmhartige zal worden opgelegd, en gij een makker van Satan wordt.47.Zijn vader antwoordde: Verwerpt gij mijne goden, oAbraham! Indien gij niet ophoudt, zal ik u zekerlijk steenigen; verlaat mij dus voor langen tijd.48.Abrahamantwoordde: Vrede zij op u! Ik zal van mijnen Heer vergiffenis voor u vragen; want hij is genadig omtrent mij.49.Ik wil mij van u scheiden en van de afgoden, welke gij naast God aanbidt, en ik zal mijn Heer aanroepen; misschien ben ik niet ongelukkig in mijne gebeden tot den Heer.50.En toen hij zich had gescheiden23van hen en van de afgoden, welke zij naast God aanriepen, gaven wij hemIzaäkenJacob, en wij maakten ieder van hen tot een profeet.51.En wij gaven hun, door onze genade de profetiën en kinderen en welvaart, en wij deden hen de hoogste aanbeveling verdienen24.52.En gedenkMozesin het boek van den Koran; want hij was zeer oprecht, een gezant en een profeet.53.En wij riepen hem van de rechterzijde van den bergSinaï, en deden hem naderen om zich in het bijzonder met ons te onderhouden.54.Wij gaven hem door onze genade, zijn broederAäron, een profeet, als zijn helper.55.Herdenk ookIsmaëlin hetzelfde boek; want hij was getrouw aan zijne beloften25, gezant en profeet.56.En hij beval zijngezin, het gebed in acht te nemen en aalmoezen te geven, en hij was zijnen Heer aangenaam.57.En herdenkEdris26in hetzelfde boek; want hij was een rechtvaardig mensch.58.Wij verhieven hem tot een hooge plaats27.59.Dit zijn zij, voor wie God weldadig was, onder de profeten der nakomelingschap vanAdamen van hen, welke wij in de ark metNoachbewaarden, en van de nakomelingschap vanAbraham, en vanIsraël, en van hen welke wij geleid en gekozen hebben. Toen hun de teekens van den Barmhartige waren voorgelezen, vielen zij aanbiddende neder en weenden.60.Maar een volgend geslacht is na hen gekomen, dat het gebed verwaarloosde en zijne lusten volgde: zij zullen zekerlijk in de hel worden nedergestort.61.Behalve zij, die berouw toonen en gelooven, en doen wat rechtvaardig is; deze zullen in het paradijs komen en in het minst niet gekrenkt worden.62.Tuinen van eeuwig verblijf zullen hunne belooning zijn, welke de Barmhartige zijnen dienaren heeft beloofd, als een onderwerp des geloofs; en zijne belofte zal zekerlijk vervuld worden.63.Daar zullen zij geene ijdele gesprekken hooren, maar vrede28, en hun voedsel zal daar des ochtends en des avonds voor hen worden gereed gemaakt.64.Dit is het paradijs, dat wij als eene erfenis zullen geven aan hen, die godvruchtig zijn.65.Wij29dalen niet uit den hemel neder dan op het bevel van uwen Heer; aan hem behoort al wat voor of achter ons is en wat zich in de tusschenliggende ruimte bevindt. Uw Heer vergeet u nimmer.66.Hij is de Heer van hemel en aarde en van hetgeen daar tusschen is; aanbidt hem dus en weest volhardend in zijne aanbidding. Kent gij een van denzelfden naam als hij?3067.De mensch zegt31: Nadat ik dood zal wezen,zal ik dan werkelijk levend uit het graf worden gebracht?68.Gedenkt de mensch niet, dat wij hem vroeger schiepen, toen hij niets was?69.Maar ik zweer u bij uwen Heer, dat wij hen en de duivels zekerlijk zullen verzamelen, om hen te oordeelen32; dan zullen wij hen op hunne knieën rondom de hel plaatsen.70.Daarna zullen wij van iedere partij degenen verwijderen, die het weerspannigst tegen den Heer waren33.71.Wij weten het beste, wie van hen het meeste waard is, daarin verbrand te worden34.72.Er is niemand van u, die haar niet zal naderen35; dit is een vast besluit van uwen Heer.73.Daarna zullen wij hen bevrijden, die godvruchtig waren; doch wij zullen de goddeloozen op hunne knieën daarin laten.74.Als hun onze duidelijke teekens worden voorgelezen, zeggen de ongeloovigen tot de ware geloovigen: Wie der beide partijen bekleedt de verhevenste plaats en vormt de uitmuntendste verzameling36?75.Maarhoeveelgeslachten hebben wij vóór hen verwoest, die hen in welvaart en in uiterlijk aanzien overtroffen?76.Zeg: Aan hem die in dwaling verkeert, zal God een lang en voorspoedig leven schenken.77.Tot zij zien waarmede zij worden bedreigd; hetzij de straf van dit leven of die van het jongste uur, en hierna zullen zij weten, wie in den slechten toestand verkeert en het zwakste van krachten is.78.God zal tot de goede richting bijdragen van hen die op den rechten weg zijn geleid.79.En de goede werken, die eeuwig blijven, zijn voor het aangezicht van uwen Heer, wat de belooning betreft, beter dan wereldsche bezittingen, en verkieslijker met betrekking tot de toekomstige belooning.80.Hebt gij hem gezien, die niet in onze teekenen gelooft, en zegt: Zekerlijk zullen mij rijkdommen en kinderen worden geschonken37?81.Is hij bekend met de geheimen der toekomst, of heeft hij een verbond met den Barmhartige aangegaan, dat het zoo zal wezen? Volstrekt niet.82.Wij zullen zekerlijk opschrijven wat hij zegt, en zijne straf vermeerderen.83.En wij zullen zijn erfgenaam wezen van datgene, waarvan hij spreekt38, en op den jongsten dag zal hij alleen en naakt voor ons verschijnen.84.Zij hebben andere goden naast God genomen, opdat zij hun tot zegen39konden zijn. Volstrekt niet.85.Hierna zullen zij hunne aanbidding loochenen40en hunne tegenstanders41worden.86.Ziet gij niet, dat wij de duivels tegen de ongeloovigen zenden, om hun door hunne ingevingen tot het kwaad te verlokken?87.Haast u dus niet het verderf op hen af te smeeken; want wij geven hun een bepaald aantal dagen van uitstel.88.Op een zekeren dag zullen wij de godvruchtigen op eervolle wijze voor den Barmhartige verzamelen, als gezanten, die in de tegenwoordigheid van een vorst komen.89.Maar wij zullen de zondaren in de hel drijven, zoo als het vee in het water wordt gedreven.90.Zij zullen geene voorspraak verkrijgen, behalve hij, die een verbond van den Barmhartige heeft ontvangen42.91.Zij zeggen: De Barmhartige heeft kinderen gebaard. Welk eene godslastering hebt gij daarmede uitgesproken!92.Er is slechts weinig toe noodig, opdat de hemelen bij deze woorden verscheurd worden, en de aarde in tweeën gespleten worde en de bergen nedervallen.93.Omdat zijkinderen aan God beschrijven, terwijl het Gode niet past kinderen te baren.94.Waarlijk, er is niemand in den hemel of op aarde, die den Barmhartige niet als zijn dienaar zal naderen. Hij omringt hen door zijne kennis en macht, en telt hen met nauwkeurigheid.95.Zij zullen allen op den dag der opstanding voor hem verschijnen, verlaten zoowel van helpers als volgelingen.96.Maar wat degenen betreft, die gelooven en goede werken doen, de Barmhartige zal hun liefde schenken43.97.Waarlijk, wij hebben den Koran gemakkelijk voor uwe tong gemaakt door hem in uwe taal te geven, opdat gij daardoor den godvruchtige onze beloften verklaren, en het twistzieke volk dreigend waarschuwen zoudt.98.En hoevele geslachten hebben wij niet vóór hen verdelgd? Vindt gij, dat er een aan hen gebleven is? Of hebt gij slechts een zucht over hen gehoord.1Verschillende omstandigheden, die in dit hoofdstuk worden vermeld en opMariabetrekking hebben deden haren naam tot titel van deze Soera kiezen.2Behalve het vers van aanbidding.3Chaf: Ha, Ya, Aïn,Sad.4Want hij was de eerste die den naam vanJohannesdroeg ofYahya(zooals de Arabieren dien uitspreken). Deze meening schijnt veroorzaakt te zijn door eene verkeerde opvatting van de woorden vanJohannes, dat niemand van de nabestaanden vanZachariasmet dien naam werd genoemd (Lucas1, 61); want anders wasJohannesof, zooals het in het Hebreeuwsch wordt geschrevenJochananeen algemeene naam onder de Israëlieten en is het nog.5Deze plaats wordt doorSavaryaldus vertaald: Gij zult gedurende drie dagen stom zijn, hernam de engel.6Sommigen zeggen dat hij de volgende woorden op den grond schreef.7Ook beteekenen deze woorden de liefde tot het geven van aalmoezen.8Naar het oostelijk gedeelte van den tempel, of naar eene afzonderlijke kamer in het huis, welker opening naar het oosten gekeerd was, van waar, volgensAl Beidâwi, de Christenen naar dat gedeelte gekeerd, hunne gebeden uitspreken. Er bestaat eene overlevering, volgens welke de maagd, toen zij tot de jaren van huwbaarheid was gekomen, gewoon was, als zij hare maandelijksche reiniging kreeg, haar vertrek in den tempel te verlaten, en zich naar het huis vanZachariasbij hare tante te begeven. Zoodra zij weder rein was, keerde zij tot den tempel terug. Op het tijdstip toen de engel haar bezocht, bevond zij zich, om eene gelijke reden, bij hare tante; zij zat en wiesch zich op eene opene plaats door een sluier bedekt om te voorkomen, dat men haar zag (Yahya,Al Beidâwi). Anderen zijn omzichtiger en veronderstellen, dat zij zich verwijderd had om te bidden (Al Zamakshari).9In de vroegste oudheid reeds waren de vrouwen in het Oosten gewoon het aangezicht te bedekken. Thans verschijnen zij nimmer in het openbaar zonder gesluierd te zijn. Deze sluiers zijn van neteldoek en reiken tot de middel; er zijn twee kleine openingen in, opdat de vrouw kunne zien, waar zij zich bevindt. Twee oorzaken kunnen bijgedragen hebben, om onder de schoone sekse in het Oosten de gewoonte in te voeren, hare aangezichten te bedekken: ten eerste de overmatige hitte, waardoor de frischheid harer huid spoedig zou vernietigd zijn en, ten tweede, de bijzondere ijverzucht der mannen, die niet kunnen verdragen, dat zij gezien worden (Savary).10WantGabriëlblies in de borst van haar hemd, welke hij met zijne vingers opende. (Yahya.) Zijn adem bereikte haren schoot en veroorzaakte de ontvangenis (Jallalo’ddin,Al Beidâwi.). De ouderdom der maagdMariaop het tijdstip harer ontvangenis was dertien, of, zooals anderen zeggen tien jaren, en zij bleef, overeenkomstig verschillende overleveringen zes, zeven, acht of negen maanden zwanger van hem. Sommigen zeggen echter dat het kind in zijne volle groote van negen maanden werd ontvangen, en dat zij binnen een uur daarna van hem werd verlost (Al Beidâwi,Yahya).11Om hare verlossing te verbergen, verliet zij de stad des nachts en begaf zij zich naar zekeren berg.12De palmboom waarheen zij vluchtte, om daartegen in haren arbeid te leunen, was een verdorde stam, zonder top of bladeren; bovendien had dit des winters plaats. Desniettegenstaande voorzag die boom haar op wonderdadige wijze van vruchten ter harer verfrissching (Al Beidâwi,Yahya al Zamakshari), zooals later wordt medegedeeld. Men heeft de opmerking gemaakt, dat het Mahomedaansche verhaal vanMaria’sverlossing zeer veel overeenkomst heeft met dat vanLatona, zooals dit door de dichters wordt beschreven (ZieSikhnot., inEvang. Infant. pp.9, 21 etc.), niet alleen doordat zij een palmboom aanvatte (Homer.Hymn. in Apoll.Callimach.Hymn. in Delum), hoewel sommigen zeggen datLatonaeen olijfboom omvatte, of een olijf- en een palmboom, of wel twee laurierboomen, maar ook door het spreken der kinderen, hetgeen gelijk de fabel zegt, ookApollozou gedaan hebben terwijl hij zich nog in het lichaam zijner moeder bevond. (Callimach. t. a. pl., zieHoofdst. III, vers 41).13Savaryvertaalt deze plaats aldus: En zij riep uit: Gave God dat ik dood, vergeten en door de sterfelijken verlaten ware, alvorens ik had ontvangen.14Sommigen veronderstellen, dat dit het kind zelf was, maar anderen beweren dat hetGabriëlwas, die eenigszins lager dan zij stond (Al Beidâwi,Jallalo’ddin). Volgens een andere lezing zou deze plaats aldus vertaald kunnen worden: En hij riep haar van onder haar.Sommigen passen het persoonlijk voornaamwoordhaarop den palmboom toe.15En dienovereenkomstig was dit nauwelijks gezegd of de verdroogde stam herleefde, bracht groene bladeren voor en kreeg een top met rijpe vruchten beladen.16Letterlijk: uw oog.17Sommigen zeggen datMariawerkelijk een broeder hadAärongenaamd, die denzelfden vader maar een andere moeder had. Anderen veronderstellen dat hierMozes’broeder bedoeld wordt, maar zeggen datMariavergelijkenderwijzezijne zusterwordt genoemd. Door anderen wordt beweerd, dat dit een ander persoon van denzelfden naam was, die tot hare tijdgenooten behoorde en om zijne goede of slechte hoedanigheden bekend was, en dat zij haar bij hem vergeleken, óf bij wijze van lof óf als een verwijt enz.18BijSavaryluidt dit aldus: Hij heeft kinderliefde in mijn hart geplant en mij van trotschheid, de gezellin van ellende, bevrijd.19Men zal uitHoofdstuk IIIhebben gezien, datMahometde passie vanJezusniet aannam. Dit vers nu heeft ten doel,Jezusals eenvoudig sterveling en profeet voor te stellen wiens leven ter beschikking staat van God, die alle wezens zal doen sterven, om hen later weder tot het leven op te wekken. Van daar dan ook, moet volgensMahomet,Jezus, die in den hemel werd opgenomen, werkelijk voor den dag des laatsten oordeels sterven.20DoorSavarywordt deze plaats aldus vertolkt: God kan geenzoon hebben. Geloofd zij zijn naam! Hij beveelt, en datgene wat niet bestaat, treedt op zijne stem in het leven.21Zijnde: door alleen te overleven, en alle schepselen dood en vernietigd zullen zijn. ZieHoofdstuk XV, vers 23.22ZieHoofdstuk VI, vers 74.23Door eerst doorHarranen daarna naarPalestinate vluchten.24Letterlijk vertaald, zou dit moeten luiden: Wij verleenden hun eene verheven taal van waarheid.25Daar hij te dien opzichte wordt genoemd, en vooral om zijnevastberadenheid en standvastigheid, welke hij zijn vader had beloofd, toen deze Gods bevel ontving om hem te offeren (Al Beidâwi), daar de Mahomedanen zeggen, dat hetIsmaëlen nietIzaäkwas die door God aanAbrahambevolen werd te offeren.26OfHenoch, de grootvader vanNoach, die dien bijnaam om zijne groote kennis had. Hij werd namelijk door niet minder dan dertig boeken met goddelijke openbaringen begunstigd en was de eerste die met eene pen schreef en de sterre- en rekenkunde beoefende (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).27Sommigen passen dit toe op de eer van de profetenzending en zijne gemeenzaamheid met God. Anderen echter veronderstellen, dat hier zijne opneming tot God wordt bedoeld. Zij zeggen namelijk, dat hij op den ouderdom van driehonderdvijftig jaren door God in den hemel werd opgenomen; nadat hij eerst gestorven en vervolgens weder tot het leven opgewekt was, en dat hij thans in een der zeven hemelen of in het paradijs leeft (Al Beidâwi,Jallalo’ddin,Abu’lfeda).28Zijnde woorden van vrede en troost, of de groeten der engelen. ZieHoofdstuk X, vers 10enz.29Hier spreektGabriëltotMahomet.30Dat is: die het recht op den naam van God hebben of verdienen.31Sommigen zeggen, dat hier een bijzonder persoon wordt bedoeld, namelijkObba Ebn Khalf. ZieHoofdstuk XVI vers 4in de noot.32Men zegt namelijk, dat alle ongeloovigen op den dag des oordeels zullen verschijnen, geketend aan den duivel, die hen verleidde (Al Beidâwi).33Hieruit blijkt het, zegtAl Beidâwi, dat God sommigen der weerspannigen vergiffenis zal schenken. Maar misschien wordt hier bedoeld, het onderscheiden der ongeloovigen in verschillende klassen, om hun verschillende plaatsen en graden van pijniging aan te wijzen.34Zijnde: meer weerspanningen en verdorvenen en in het bijzonder de opperhoofden van secten, die eene dubbele straf zullen ondergaan voor hunne eigene misstappen en hunne verleiding van anderen.35De ware geloovigen zullen namelijk mede langs of door de hel moeten gaan; doch dan zal het vuur verminderd en de vlam uitgebluscht worden, om hun niet te schaden; maar de anderen zal het omringen. Sommigen veronderstellen echter, dat deze woorden slechts doelen op den overgang van de smalle brug die over de hel ligt (Al Beidâwi).36Zijnde: van ons of van ulieden. Toen de Koreïshieten niet in staat waren een boek, gelijk den Koran aan te wijzen, snoefden zij op hunne welvaart en hunnen adel. In dat opzicht stelden zij zich zelven zeer hoog en versmaadden de volgelingen vanMahomet.37Deze plaats werd geopenbaard met het oog opAl As Ebn Wayel.Deze was geld schuldig aanKhabbab. Toen de laatste om het verschuldigde vroeg, weigerde de schuldenaar te betalen, tenzijKhabbabMahometverloochende. Op dit voorstel werd doorKhabbabgeantwoord, dat hij dien profeet nimmer zou verloochenen; noch levend, noch dood, noch zelfs als hij op den jongsten dag zou worden opgewekt. Hierop hernamAl As: als gij weder zijt verrezen, kom tot mij; want dan zal ik overvloed van rijkdommen en kinderen hebben, en ik zal betalen (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).38Zijnde: Hij zal verplicht wezen, zijne geheele welvaart en zijne kinderen achter te laten als hij sterft.39Het woord van den oorspronkelijken tekst kan ook worden vertaald door steun, kracht, eer.40Zijnde: bij de opstanding, als de afgodendienaars hunne afgoden en de afgoden hunne aanbidders zullen verloochenen, en zij elkander wederkeerig zullen beschuldigen. ZieHoofdstuk VI, vers 24enHoofdstuk X, vers 29volg.41Of: het tegendeel; d.i. eene schande in plaats van eene eer.42Dat is: uitgenomen hij, welke eigenlijk geschikt zal zijn die gunst te ontvangen, door het belijden van den Islam. Volgens eene andere vertolking kan deze plaats ook aldus worden vertaald: Zij zullen de tusschenkomst van niemand verkrijgen, behalve de tusschenkomst van hen, enz. Of anders: Niemand zal in staat zijn voor anderen tusschen beide te treden, behalve zij, die een verbond (of verlof) van God zullen hebben ontvangen; dat is: hij die daartoe door geloof en het doen van goede werken, overeenkomstig Gods belofte, of die daartoe van God het bepaalde verlof zal hebben ontvangen (Al Beidâwi. ZieHoofdstuk II, vers 255).43Zijnde: de liefde van God en van al de bewoners des hemels. Sommigen veronderstellen, dat dit vers werd geopenbaard om de Moslems te troosten, die om hun geloof, teMekkaveracht en gehaat worden. Hierbij wordt hun beloofd, dat zij de liefde en de achting der menschen in korten tijd zullen winnen.

Negentiende Hoofdstuk.Maria1.Geopenbaard teMekka2.—98 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.3C. H. Y. A. S. Zie hier eene herinnering van de genade van uwen Heer, omtrent zijn dienaarZacharias.2.Toen hij zijn Heer aanriep met eene geheime aanroeping.3.En zeide O Heer! waarlijk mijne beenderen zijn verzwakt en mijn hoofd is wit geworden door grijsheid.4.En ik was nimmer ongelukkig in mijne gebeden tot u, o Heer!5.Maar ik vrees mijne bloedverwanten, die mij zullen opvolgen; want mijne vrouw is onvruchtbaar: geef mij dus een opvolger uit mijn eigen lichaam van u.6.Die mijn erfgenaam zal zijn en een erfgenaam van het gezin vanJacob; en geef, o Heer! dat hij door u aangenomen worde.7.En de engel antwoordde hem: OZacharias! waarlijk wij brengen u tijdingen van een zoon, wiens naamYahyazal zijn.8.Wij hebben niemand vóór hem dien naam doen dragen4.9.Zachariaszeide: Hoe zal ik een zoon hebben, terwijl ik zei dat mijne vrouw onvruchtbaar is, en ik thans tot hoogen ouderdom gekomen en afgeleefd ben?10.De engel zeide: Zoo zal het zijn. Uw Heer zeide: Dit is mij gemakkelijk. Ik heb u vroeger geschapen, toen gij nog niets waart.11.Zachariasantwoordde:O Heer! geef mij een teeken. De engel hernam: Uw teeken zal zijn, dat gij in drie nachten niet tot de menschen zult spreken5hoewel gij u in volmaakte gezondheid bevindt.12.En hij ging tot zijn volk uit het vertrek en hij maakte hun teekenen6, alsof hij wilde zeggen: Geloofd zij God, des ochtends en des avonds.13.En wij zeiden tot zijn zoon: OJohannes! ontvang het boek der wet, met het besluit, dat te leeren en in acht te nemen. En wij schonken hem wijsheid, toen hij nog slechts een kind was.14.En onze genade en zuiverheid des levens7; en hij was een vroom mensch en deed zijnen plicht omtrent zijne ouders, en hij was trotsch noch weerspannig.15.Vrede zij op hem! den dag dat hij werd geboren, en den dag waarop hij zal sterven, en ook den dag waarop hij tot het leven zal worden opgewekt.16.Herdenk in het boek van den Koran het verhaal vanMaria, toen zij zich van haar gezin naar eene plaats ten Oosten verwijderde8.17.En een sluier nam, om zich aan de blikken van anderen te onttrekken9. Wij zondenonzen geestGabriëltot haar, en hij verscheen haar in de gedaante van een volmaakt mensch.18.Zij zeide: Ik zoek eene schuilplaats bij den genadigen God, opdat hij mij tegen u verdedige. Indien gij hem vreest zult gij mij niet naderen.19.Hij antwoordde: Waarlijk, ik ben de boodschapper van uwen Heer, en ik ben gezonden om u een heiligen zoon te geven.20.Zij zeide: Hoe zal ik een zoon hebben; geen man heeft mij aangeraakt, en ik ben geene ontuchtige vrouw.21.Gabriëlhernam: Zoo zal het zijn. Uw Heer zeide: Dit is mij gemakkelijk, en wij zullen het doen, ten einde hem tot een teeken voor de menschen en tot eene genade van ons te doen zijn. Het is eene besloten zaak.22.Zij ontving hem dus10, en zij verwijderde zich, met hem in haren schoot, naar eene afgelegen plaats11.23.En de pijnen der geboorte overvielen haar nabij den stam van een palmboom12. Zij zeide: God gave dat ik vóór dit oogenblik ware gestorven; dat ik vergeten en in vergetelheid verloren ware13.24.En hij die beneden haar was, riep haar toe14, zeggende: Wees niet bedroefd! God heeft eene beekaan uwe voeten doen stroomen.25.Schudt den stam van den palmboom, en rijpe dadels zullen op u nedervallen15.26.Eet en drink en stel uw hart16gerust. Indien gij een man ziet die u ondervraagt.27.Zeg dan: Waarlijk, ik heb den Barmhartige een vasten toegewijd, zoodat ik dezen dag volstrekt niet tot een man spreken zal.28.Zij bracht het kind tot haar volk, hem in hare armen dragende. En zij zeiden tot haar: OMaria! gij hebt eene vreemde zaak bedreven.29.O Zuster vanAäron17! uw vader was geen slecht man, en uwe moeder geen ontuchtige vrouw.30.Maar zij maakte teekenen tot het kind om hun te antwoorden. En zij zeiden: Hoe kunnen wij tot hem spreken, die nog een kind in de wieg is?31.Daarop zeide het kind: Waarlijk, ik ben Gods dienaar; hij heeft mij het boek gegeven en mij tot een profeet gemaakt.32.En hij heeft gewild, dat ik gezegend zou zijn, overal waar ik mij ook zou mogen bevinden; hij heeft mij bevolen, het gebed in acht te nemen en aalmoezen te geven, zoo lang ik zal leven.33.Hij heeft mij gehoorzaam omtrent mijne moeder gemaakt en hij zal mij niet trotsch of ellendig doen worden18.34.Vrede zij op mij, den dag, waarop ik werd geboren en den dag waarop ik zal sterven, en den dag, waarop ik tot het leven zal worden opgewekt19.35.Dit wasJezusde zoon vanMaria, die het woord der waarheid zou spreken, waaromtrent zij twijfelen.36.Het is niet passend voor God dat hij een zoon zou hebben; zulk eene lastering zij verre van hem. Als hij over iets besluit zegt hij slechts: Wees! en het is20.37.Waarlijk, God is mijn Heer en ùw Heer; dien hemdus; dit is de rechte weg.38.De partijen verschillen onder elkander nopensJezus; maar wee over hen, die ongeloovigen zijn, wegens hunne verschijning op den grooten dag.39.Doe hen hooren en doe hen zien op den dag, waarop zij tot ons zullen komen om geoordeeld te worden; maar de goddeloozen verkeeren heden in eene duidelijke dwaling.40.Waarschuw hen voor den dag der zuchten, als de zaak zal worden bepaald, terwijl zij thans in achteloosheid zijn verzonken en niet gelooven.41.Waarlijk, wij zullen de aarde erven en al de schepselen die zich daarop bevinden21, en tot ons zullen zij allen terugkeeren.42.En herdenkAbrahamen het boek van den Koran; want hij was iemand van groote geloofwaardigheid en een profeet.43.Toen hij tot zijnen vader zeide22: O mijn vader! waarom aanbidt gij datgene, wat noch hoort, noch ziet en u volstrekt niet van voordeel is?44.O mijn vader! waarlijk, mij werd een deel van kennis geschonken, dat u niet is gegeven; volg mij dus; ik zal u op den effen weg leiden.45.O mijn vader! dien Satan niet: want Satan was weêrspannig tegen den Barmhartige.46.O mijn vader! waarlijk, ik vrees, dat u eene straf van den Barmhartige zal worden opgelegd, en gij een makker van Satan wordt.47.Zijn vader antwoordde: Verwerpt gij mijne goden, oAbraham! Indien gij niet ophoudt, zal ik u zekerlijk steenigen; verlaat mij dus voor langen tijd.48.Abrahamantwoordde: Vrede zij op u! Ik zal van mijnen Heer vergiffenis voor u vragen; want hij is genadig omtrent mij.49.Ik wil mij van u scheiden en van de afgoden, welke gij naast God aanbidt, en ik zal mijn Heer aanroepen; misschien ben ik niet ongelukkig in mijne gebeden tot den Heer.50.En toen hij zich had gescheiden23van hen en van de afgoden, welke zij naast God aanriepen, gaven wij hemIzaäkenJacob, en wij maakten ieder van hen tot een profeet.51.En wij gaven hun, door onze genade de profetiën en kinderen en welvaart, en wij deden hen de hoogste aanbeveling verdienen24.52.En gedenkMozesin het boek van den Koran; want hij was zeer oprecht, een gezant en een profeet.53.En wij riepen hem van de rechterzijde van den bergSinaï, en deden hem naderen om zich in het bijzonder met ons te onderhouden.54.Wij gaven hem door onze genade, zijn broederAäron, een profeet, als zijn helper.55.Herdenk ookIsmaëlin hetzelfde boek; want hij was getrouw aan zijne beloften25, gezant en profeet.56.En hij beval zijngezin, het gebed in acht te nemen en aalmoezen te geven, en hij was zijnen Heer aangenaam.57.En herdenkEdris26in hetzelfde boek; want hij was een rechtvaardig mensch.58.Wij verhieven hem tot een hooge plaats27.59.Dit zijn zij, voor wie God weldadig was, onder de profeten der nakomelingschap vanAdamen van hen, welke wij in de ark metNoachbewaarden, en van de nakomelingschap vanAbraham, en vanIsraël, en van hen welke wij geleid en gekozen hebben. Toen hun de teekens van den Barmhartige waren voorgelezen, vielen zij aanbiddende neder en weenden.60.Maar een volgend geslacht is na hen gekomen, dat het gebed verwaarloosde en zijne lusten volgde: zij zullen zekerlijk in de hel worden nedergestort.61.Behalve zij, die berouw toonen en gelooven, en doen wat rechtvaardig is; deze zullen in het paradijs komen en in het minst niet gekrenkt worden.62.Tuinen van eeuwig verblijf zullen hunne belooning zijn, welke de Barmhartige zijnen dienaren heeft beloofd, als een onderwerp des geloofs; en zijne belofte zal zekerlijk vervuld worden.63.Daar zullen zij geene ijdele gesprekken hooren, maar vrede28, en hun voedsel zal daar des ochtends en des avonds voor hen worden gereed gemaakt.64.Dit is het paradijs, dat wij als eene erfenis zullen geven aan hen, die godvruchtig zijn.65.Wij29dalen niet uit den hemel neder dan op het bevel van uwen Heer; aan hem behoort al wat voor of achter ons is en wat zich in de tusschenliggende ruimte bevindt. Uw Heer vergeet u nimmer.66.Hij is de Heer van hemel en aarde en van hetgeen daar tusschen is; aanbidt hem dus en weest volhardend in zijne aanbidding. Kent gij een van denzelfden naam als hij?3067.De mensch zegt31: Nadat ik dood zal wezen,zal ik dan werkelijk levend uit het graf worden gebracht?68.Gedenkt de mensch niet, dat wij hem vroeger schiepen, toen hij niets was?69.Maar ik zweer u bij uwen Heer, dat wij hen en de duivels zekerlijk zullen verzamelen, om hen te oordeelen32; dan zullen wij hen op hunne knieën rondom de hel plaatsen.70.Daarna zullen wij van iedere partij degenen verwijderen, die het weerspannigst tegen den Heer waren33.71.Wij weten het beste, wie van hen het meeste waard is, daarin verbrand te worden34.72.Er is niemand van u, die haar niet zal naderen35; dit is een vast besluit van uwen Heer.73.Daarna zullen wij hen bevrijden, die godvruchtig waren; doch wij zullen de goddeloozen op hunne knieën daarin laten.74.Als hun onze duidelijke teekens worden voorgelezen, zeggen de ongeloovigen tot de ware geloovigen: Wie der beide partijen bekleedt de verhevenste plaats en vormt de uitmuntendste verzameling36?75.Maarhoeveelgeslachten hebben wij vóór hen verwoest, die hen in welvaart en in uiterlijk aanzien overtroffen?76.Zeg: Aan hem die in dwaling verkeert, zal God een lang en voorspoedig leven schenken.77.Tot zij zien waarmede zij worden bedreigd; hetzij de straf van dit leven of die van het jongste uur, en hierna zullen zij weten, wie in den slechten toestand verkeert en het zwakste van krachten is.78.God zal tot de goede richting bijdragen van hen die op den rechten weg zijn geleid.79.En de goede werken, die eeuwig blijven, zijn voor het aangezicht van uwen Heer, wat de belooning betreft, beter dan wereldsche bezittingen, en verkieslijker met betrekking tot de toekomstige belooning.80.Hebt gij hem gezien, die niet in onze teekenen gelooft, en zegt: Zekerlijk zullen mij rijkdommen en kinderen worden geschonken37?81.Is hij bekend met de geheimen der toekomst, of heeft hij een verbond met den Barmhartige aangegaan, dat het zoo zal wezen? Volstrekt niet.82.Wij zullen zekerlijk opschrijven wat hij zegt, en zijne straf vermeerderen.83.En wij zullen zijn erfgenaam wezen van datgene, waarvan hij spreekt38, en op den jongsten dag zal hij alleen en naakt voor ons verschijnen.84.Zij hebben andere goden naast God genomen, opdat zij hun tot zegen39konden zijn. Volstrekt niet.85.Hierna zullen zij hunne aanbidding loochenen40en hunne tegenstanders41worden.86.Ziet gij niet, dat wij de duivels tegen de ongeloovigen zenden, om hun door hunne ingevingen tot het kwaad te verlokken?87.Haast u dus niet het verderf op hen af te smeeken; want wij geven hun een bepaald aantal dagen van uitstel.88.Op een zekeren dag zullen wij de godvruchtigen op eervolle wijze voor den Barmhartige verzamelen, als gezanten, die in de tegenwoordigheid van een vorst komen.89.Maar wij zullen de zondaren in de hel drijven, zoo als het vee in het water wordt gedreven.90.Zij zullen geene voorspraak verkrijgen, behalve hij, die een verbond van den Barmhartige heeft ontvangen42.91.Zij zeggen: De Barmhartige heeft kinderen gebaard. Welk eene godslastering hebt gij daarmede uitgesproken!92.Er is slechts weinig toe noodig, opdat de hemelen bij deze woorden verscheurd worden, en de aarde in tweeën gespleten worde en de bergen nedervallen.93.Omdat zijkinderen aan God beschrijven, terwijl het Gode niet past kinderen te baren.94.Waarlijk, er is niemand in den hemel of op aarde, die den Barmhartige niet als zijn dienaar zal naderen. Hij omringt hen door zijne kennis en macht, en telt hen met nauwkeurigheid.95.Zij zullen allen op den dag der opstanding voor hem verschijnen, verlaten zoowel van helpers als volgelingen.96.Maar wat degenen betreft, die gelooven en goede werken doen, de Barmhartige zal hun liefde schenken43.97.Waarlijk, wij hebben den Koran gemakkelijk voor uwe tong gemaakt door hem in uwe taal te geven, opdat gij daardoor den godvruchtige onze beloften verklaren, en het twistzieke volk dreigend waarschuwen zoudt.98.En hoevele geslachten hebben wij niet vóór hen verdelgd? Vindt gij, dat er een aan hen gebleven is? Of hebt gij slechts een zucht over hen gehoord.1Verschillende omstandigheden, die in dit hoofdstuk worden vermeld en opMariabetrekking hebben deden haren naam tot titel van deze Soera kiezen.2Behalve het vers van aanbidding.3Chaf: Ha, Ya, Aïn,Sad.4Want hij was de eerste die den naam vanJohannesdroeg ofYahya(zooals de Arabieren dien uitspreken). Deze meening schijnt veroorzaakt te zijn door eene verkeerde opvatting van de woorden vanJohannes, dat niemand van de nabestaanden vanZachariasmet dien naam werd genoemd (Lucas1, 61); want anders wasJohannesof, zooals het in het Hebreeuwsch wordt geschrevenJochananeen algemeene naam onder de Israëlieten en is het nog.5Deze plaats wordt doorSavaryaldus vertaald: Gij zult gedurende drie dagen stom zijn, hernam de engel.6Sommigen zeggen dat hij de volgende woorden op den grond schreef.7Ook beteekenen deze woorden de liefde tot het geven van aalmoezen.8Naar het oostelijk gedeelte van den tempel, of naar eene afzonderlijke kamer in het huis, welker opening naar het oosten gekeerd was, van waar, volgensAl Beidâwi, de Christenen naar dat gedeelte gekeerd, hunne gebeden uitspreken. Er bestaat eene overlevering, volgens welke de maagd, toen zij tot de jaren van huwbaarheid was gekomen, gewoon was, als zij hare maandelijksche reiniging kreeg, haar vertrek in den tempel te verlaten, en zich naar het huis vanZachariasbij hare tante te begeven. Zoodra zij weder rein was, keerde zij tot den tempel terug. Op het tijdstip toen de engel haar bezocht, bevond zij zich, om eene gelijke reden, bij hare tante; zij zat en wiesch zich op eene opene plaats door een sluier bedekt om te voorkomen, dat men haar zag (Yahya,Al Beidâwi). Anderen zijn omzichtiger en veronderstellen, dat zij zich verwijderd had om te bidden (Al Zamakshari).9In de vroegste oudheid reeds waren de vrouwen in het Oosten gewoon het aangezicht te bedekken. Thans verschijnen zij nimmer in het openbaar zonder gesluierd te zijn. Deze sluiers zijn van neteldoek en reiken tot de middel; er zijn twee kleine openingen in, opdat de vrouw kunne zien, waar zij zich bevindt. Twee oorzaken kunnen bijgedragen hebben, om onder de schoone sekse in het Oosten de gewoonte in te voeren, hare aangezichten te bedekken: ten eerste de overmatige hitte, waardoor de frischheid harer huid spoedig zou vernietigd zijn en, ten tweede, de bijzondere ijverzucht der mannen, die niet kunnen verdragen, dat zij gezien worden (Savary).10WantGabriëlblies in de borst van haar hemd, welke hij met zijne vingers opende. (Yahya.) Zijn adem bereikte haren schoot en veroorzaakte de ontvangenis (Jallalo’ddin,Al Beidâwi.). De ouderdom der maagdMariaop het tijdstip harer ontvangenis was dertien, of, zooals anderen zeggen tien jaren, en zij bleef, overeenkomstig verschillende overleveringen zes, zeven, acht of negen maanden zwanger van hem. Sommigen zeggen echter dat het kind in zijne volle groote van negen maanden werd ontvangen, en dat zij binnen een uur daarna van hem werd verlost (Al Beidâwi,Yahya).11Om hare verlossing te verbergen, verliet zij de stad des nachts en begaf zij zich naar zekeren berg.12De palmboom waarheen zij vluchtte, om daartegen in haren arbeid te leunen, was een verdorde stam, zonder top of bladeren; bovendien had dit des winters plaats. Desniettegenstaande voorzag die boom haar op wonderdadige wijze van vruchten ter harer verfrissching (Al Beidâwi,Yahya al Zamakshari), zooals later wordt medegedeeld. Men heeft de opmerking gemaakt, dat het Mahomedaansche verhaal vanMaria’sverlossing zeer veel overeenkomst heeft met dat vanLatona, zooals dit door de dichters wordt beschreven (ZieSikhnot., inEvang. Infant. pp.9, 21 etc.), niet alleen doordat zij een palmboom aanvatte (Homer.Hymn. in Apoll.Callimach.Hymn. in Delum), hoewel sommigen zeggen datLatonaeen olijfboom omvatte, of een olijf- en een palmboom, of wel twee laurierboomen, maar ook door het spreken der kinderen, hetgeen gelijk de fabel zegt, ookApollozou gedaan hebben terwijl hij zich nog in het lichaam zijner moeder bevond. (Callimach. t. a. pl., zieHoofdst. III, vers 41).13Savaryvertaalt deze plaats aldus: En zij riep uit: Gave God dat ik dood, vergeten en door de sterfelijken verlaten ware, alvorens ik had ontvangen.14Sommigen veronderstellen, dat dit het kind zelf was, maar anderen beweren dat hetGabriëlwas, die eenigszins lager dan zij stond (Al Beidâwi,Jallalo’ddin). Volgens een andere lezing zou deze plaats aldus vertaald kunnen worden: En hij riep haar van onder haar.Sommigen passen het persoonlijk voornaamwoordhaarop den palmboom toe.15En dienovereenkomstig was dit nauwelijks gezegd of de verdroogde stam herleefde, bracht groene bladeren voor en kreeg een top met rijpe vruchten beladen.16Letterlijk: uw oog.17Sommigen zeggen datMariawerkelijk een broeder hadAärongenaamd, die denzelfden vader maar een andere moeder had. Anderen veronderstellen dat hierMozes’broeder bedoeld wordt, maar zeggen datMariavergelijkenderwijzezijne zusterwordt genoemd. Door anderen wordt beweerd, dat dit een ander persoon van denzelfden naam was, die tot hare tijdgenooten behoorde en om zijne goede of slechte hoedanigheden bekend was, en dat zij haar bij hem vergeleken, óf bij wijze van lof óf als een verwijt enz.18BijSavaryluidt dit aldus: Hij heeft kinderliefde in mijn hart geplant en mij van trotschheid, de gezellin van ellende, bevrijd.19Men zal uitHoofdstuk IIIhebben gezien, datMahometde passie vanJezusniet aannam. Dit vers nu heeft ten doel,Jezusals eenvoudig sterveling en profeet voor te stellen wiens leven ter beschikking staat van God, die alle wezens zal doen sterven, om hen later weder tot het leven op te wekken. Van daar dan ook, moet volgensMahomet,Jezus, die in den hemel werd opgenomen, werkelijk voor den dag des laatsten oordeels sterven.20DoorSavarywordt deze plaats aldus vertolkt: God kan geenzoon hebben. Geloofd zij zijn naam! Hij beveelt, en datgene wat niet bestaat, treedt op zijne stem in het leven.21Zijnde: door alleen te overleven, en alle schepselen dood en vernietigd zullen zijn. ZieHoofdstuk XV, vers 23.22ZieHoofdstuk VI, vers 74.23Door eerst doorHarranen daarna naarPalestinate vluchten.24Letterlijk vertaald, zou dit moeten luiden: Wij verleenden hun eene verheven taal van waarheid.25Daar hij te dien opzichte wordt genoemd, en vooral om zijnevastberadenheid en standvastigheid, welke hij zijn vader had beloofd, toen deze Gods bevel ontving om hem te offeren (Al Beidâwi), daar de Mahomedanen zeggen, dat hetIsmaëlen nietIzaäkwas die door God aanAbrahambevolen werd te offeren.26OfHenoch, de grootvader vanNoach, die dien bijnaam om zijne groote kennis had. Hij werd namelijk door niet minder dan dertig boeken met goddelijke openbaringen begunstigd en was de eerste die met eene pen schreef en de sterre- en rekenkunde beoefende (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).27Sommigen passen dit toe op de eer van de profetenzending en zijne gemeenzaamheid met God. Anderen echter veronderstellen, dat hier zijne opneming tot God wordt bedoeld. Zij zeggen namelijk, dat hij op den ouderdom van driehonderdvijftig jaren door God in den hemel werd opgenomen; nadat hij eerst gestorven en vervolgens weder tot het leven opgewekt was, en dat hij thans in een der zeven hemelen of in het paradijs leeft (Al Beidâwi,Jallalo’ddin,Abu’lfeda).28Zijnde woorden van vrede en troost, of de groeten der engelen. ZieHoofdstuk X, vers 10enz.29Hier spreektGabriëltotMahomet.30Dat is: die het recht op den naam van God hebben of verdienen.31Sommigen zeggen, dat hier een bijzonder persoon wordt bedoeld, namelijkObba Ebn Khalf. ZieHoofdstuk XVI vers 4in de noot.32Men zegt namelijk, dat alle ongeloovigen op den dag des oordeels zullen verschijnen, geketend aan den duivel, die hen verleidde (Al Beidâwi).33Hieruit blijkt het, zegtAl Beidâwi, dat God sommigen der weerspannigen vergiffenis zal schenken. Maar misschien wordt hier bedoeld, het onderscheiden der ongeloovigen in verschillende klassen, om hun verschillende plaatsen en graden van pijniging aan te wijzen.34Zijnde: meer weerspanningen en verdorvenen en in het bijzonder de opperhoofden van secten, die eene dubbele straf zullen ondergaan voor hunne eigene misstappen en hunne verleiding van anderen.35De ware geloovigen zullen namelijk mede langs of door de hel moeten gaan; doch dan zal het vuur verminderd en de vlam uitgebluscht worden, om hun niet te schaden; maar de anderen zal het omringen. Sommigen veronderstellen echter, dat deze woorden slechts doelen op den overgang van de smalle brug die over de hel ligt (Al Beidâwi).36Zijnde: van ons of van ulieden. Toen de Koreïshieten niet in staat waren een boek, gelijk den Koran aan te wijzen, snoefden zij op hunne welvaart en hunnen adel. In dat opzicht stelden zij zich zelven zeer hoog en versmaadden de volgelingen vanMahomet.37Deze plaats werd geopenbaard met het oog opAl As Ebn Wayel.Deze was geld schuldig aanKhabbab. Toen de laatste om het verschuldigde vroeg, weigerde de schuldenaar te betalen, tenzijKhabbabMahometverloochende. Op dit voorstel werd doorKhabbabgeantwoord, dat hij dien profeet nimmer zou verloochenen; noch levend, noch dood, noch zelfs als hij op den jongsten dag zou worden opgewekt. Hierop hernamAl As: als gij weder zijt verrezen, kom tot mij; want dan zal ik overvloed van rijkdommen en kinderen hebben, en ik zal betalen (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).38Zijnde: Hij zal verplicht wezen, zijne geheele welvaart en zijne kinderen achter te laten als hij sterft.39Het woord van den oorspronkelijken tekst kan ook worden vertaald door steun, kracht, eer.40Zijnde: bij de opstanding, als de afgodendienaars hunne afgoden en de afgoden hunne aanbidders zullen verloochenen, en zij elkander wederkeerig zullen beschuldigen. ZieHoofdstuk VI, vers 24enHoofdstuk X, vers 29volg.41Of: het tegendeel; d.i. eene schande in plaats van eene eer.42Dat is: uitgenomen hij, welke eigenlijk geschikt zal zijn die gunst te ontvangen, door het belijden van den Islam. Volgens eene andere vertolking kan deze plaats ook aldus worden vertaald: Zij zullen de tusschenkomst van niemand verkrijgen, behalve de tusschenkomst van hen, enz. Of anders: Niemand zal in staat zijn voor anderen tusschen beide te treden, behalve zij, die een verbond (of verlof) van God zullen hebben ontvangen; dat is: hij die daartoe door geloof en het doen van goede werken, overeenkomstig Gods belofte, of die daartoe van God het bepaalde verlof zal hebben ontvangen (Al Beidâwi. ZieHoofdstuk II, vers 255).43Zijnde: de liefde van God en van al de bewoners des hemels. Sommigen veronderstellen, dat dit vers werd geopenbaard om de Moslems te troosten, die om hun geloof, teMekkaveracht en gehaat worden. Hierbij wordt hun beloofd, dat zij de liefde en de achting der menschen in korten tijd zullen winnen.

Negentiende Hoofdstuk.Maria1.Geopenbaard teMekka2.—98 verzen.

Geopenbaard teMekka2.—98 verzen.

Geopenbaard teMekka2.—98 verzen.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.3C. H. Y. A. S. Zie hier eene herinnering van de genade van uwen Heer, omtrent zijn dienaarZacharias.2.Toen hij zijn Heer aanriep met eene geheime aanroeping.3.En zeide O Heer! waarlijk mijne beenderen zijn verzwakt en mijn hoofd is wit geworden door grijsheid.4.En ik was nimmer ongelukkig in mijne gebeden tot u, o Heer!5.Maar ik vrees mijne bloedverwanten, die mij zullen opvolgen; want mijne vrouw is onvruchtbaar: geef mij dus een opvolger uit mijn eigen lichaam van u.6.Die mijn erfgenaam zal zijn en een erfgenaam van het gezin vanJacob; en geef, o Heer! dat hij door u aangenomen worde.7.En de engel antwoordde hem: OZacharias! waarlijk wij brengen u tijdingen van een zoon, wiens naamYahyazal zijn.8.Wij hebben niemand vóór hem dien naam doen dragen4.9.Zachariaszeide: Hoe zal ik een zoon hebben, terwijl ik zei dat mijne vrouw onvruchtbaar is, en ik thans tot hoogen ouderdom gekomen en afgeleefd ben?10.De engel zeide: Zoo zal het zijn. Uw Heer zeide: Dit is mij gemakkelijk. Ik heb u vroeger geschapen, toen gij nog niets waart.11.Zachariasantwoordde:O Heer! geef mij een teeken. De engel hernam: Uw teeken zal zijn, dat gij in drie nachten niet tot de menschen zult spreken5hoewel gij u in volmaakte gezondheid bevindt.12.En hij ging tot zijn volk uit het vertrek en hij maakte hun teekenen6, alsof hij wilde zeggen: Geloofd zij God, des ochtends en des avonds.13.En wij zeiden tot zijn zoon: OJohannes! ontvang het boek der wet, met het besluit, dat te leeren en in acht te nemen. En wij schonken hem wijsheid, toen hij nog slechts een kind was.14.En onze genade en zuiverheid des levens7; en hij was een vroom mensch en deed zijnen plicht omtrent zijne ouders, en hij was trotsch noch weerspannig.15.Vrede zij op hem! den dag dat hij werd geboren, en den dag waarop hij zal sterven, en ook den dag waarop hij tot het leven zal worden opgewekt.16.Herdenk in het boek van den Koran het verhaal vanMaria, toen zij zich van haar gezin naar eene plaats ten Oosten verwijderde8.17.En een sluier nam, om zich aan de blikken van anderen te onttrekken9. Wij zondenonzen geestGabriëltot haar, en hij verscheen haar in de gedaante van een volmaakt mensch.18.Zij zeide: Ik zoek eene schuilplaats bij den genadigen God, opdat hij mij tegen u verdedige. Indien gij hem vreest zult gij mij niet naderen.19.Hij antwoordde: Waarlijk, ik ben de boodschapper van uwen Heer, en ik ben gezonden om u een heiligen zoon te geven.20.Zij zeide: Hoe zal ik een zoon hebben; geen man heeft mij aangeraakt, en ik ben geene ontuchtige vrouw.21.Gabriëlhernam: Zoo zal het zijn. Uw Heer zeide: Dit is mij gemakkelijk, en wij zullen het doen, ten einde hem tot een teeken voor de menschen en tot eene genade van ons te doen zijn. Het is eene besloten zaak.22.Zij ontving hem dus10, en zij verwijderde zich, met hem in haren schoot, naar eene afgelegen plaats11.23.En de pijnen der geboorte overvielen haar nabij den stam van een palmboom12. Zij zeide: God gave dat ik vóór dit oogenblik ware gestorven; dat ik vergeten en in vergetelheid verloren ware13.24.En hij die beneden haar was, riep haar toe14, zeggende: Wees niet bedroefd! God heeft eene beekaan uwe voeten doen stroomen.25.Schudt den stam van den palmboom, en rijpe dadels zullen op u nedervallen15.26.Eet en drink en stel uw hart16gerust. Indien gij een man ziet die u ondervraagt.27.Zeg dan: Waarlijk, ik heb den Barmhartige een vasten toegewijd, zoodat ik dezen dag volstrekt niet tot een man spreken zal.28.Zij bracht het kind tot haar volk, hem in hare armen dragende. En zij zeiden tot haar: OMaria! gij hebt eene vreemde zaak bedreven.29.O Zuster vanAäron17! uw vader was geen slecht man, en uwe moeder geen ontuchtige vrouw.30.Maar zij maakte teekenen tot het kind om hun te antwoorden. En zij zeiden: Hoe kunnen wij tot hem spreken, die nog een kind in de wieg is?31.Daarop zeide het kind: Waarlijk, ik ben Gods dienaar; hij heeft mij het boek gegeven en mij tot een profeet gemaakt.32.En hij heeft gewild, dat ik gezegend zou zijn, overal waar ik mij ook zou mogen bevinden; hij heeft mij bevolen, het gebed in acht te nemen en aalmoezen te geven, zoo lang ik zal leven.33.Hij heeft mij gehoorzaam omtrent mijne moeder gemaakt en hij zal mij niet trotsch of ellendig doen worden18.34.Vrede zij op mij, den dag, waarop ik werd geboren en den dag waarop ik zal sterven, en den dag, waarop ik tot het leven zal worden opgewekt19.35.Dit wasJezusde zoon vanMaria, die het woord der waarheid zou spreken, waaromtrent zij twijfelen.36.Het is niet passend voor God dat hij een zoon zou hebben; zulk eene lastering zij verre van hem. Als hij over iets besluit zegt hij slechts: Wees! en het is20.37.Waarlijk, God is mijn Heer en ùw Heer; dien hemdus; dit is de rechte weg.38.De partijen verschillen onder elkander nopensJezus; maar wee over hen, die ongeloovigen zijn, wegens hunne verschijning op den grooten dag.39.Doe hen hooren en doe hen zien op den dag, waarop zij tot ons zullen komen om geoordeeld te worden; maar de goddeloozen verkeeren heden in eene duidelijke dwaling.40.Waarschuw hen voor den dag der zuchten, als de zaak zal worden bepaald, terwijl zij thans in achteloosheid zijn verzonken en niet gelooven.41.Waarlijk, wij zullen de aarde erven en al de schepselen die zich daarop bevinden21, en tot ons zullen zij allen terugkeeren.42.En herdenkAbrahamen het boek van den Koran; want hij was iemand van groote geloofwaardigheid en een profeet.43.Toen hij tot zijnen vader zeide22: O mijn vader! waarom aanbidt gij datgene, wat noch hoort, noch ziet en u volstrekt niet van voordeel is?44.O mijn vader! waarlijk, mij werd een deel van kennis geschonken, dat u niet is gegeven; volg mij dus; ik zal u op den effen weg leiden.45.O mijn vader! dien Satan niet: want Satan was weêrspannig tegen den Barmhartige.46.O mijn vader! waarlijk, ik vrees, dat u eene straf van den Barmhartige zal worden opgelegd, en gij een makker van Satan wordt.47.Zijn vader antwoordde: Verwerpt gij mijne goden, oAbraham! Indien gij niet ophoudt, zal ik u zekerlijk steenigen; verlaat mij dus voor langen tijd.48.Abrahamantwoordde: Vrede zij op u! Ik zal van mijnen Heer vergiffenis voor u vragen; want hij is genadig omtrent mij.49.Ik wil mij van u scheiden en van de afgoden, welke gij naast God aanbidt, en ik zal mijn Heer aanroepen; misschien ben ik niet ongelukkig in mijne gebeden tot den Heer.50.En toen hij zich had gescheiden23van hen en van de afgoden, welke zij naast God aanriepen, gaven wij hemIzaäkenJacob, en wij maakten ieder van hen tot een profeet.51.En wij gaven hun, door onze genade de profetiën en kinderen en welvaart, en wij deden hen de hoogste aanbeveling verdienen24.52.En gedenkMozesin het boek van den Koran; want hij was zeer oprecht, een gezant en een profeet.53.En wij riepen hem van de rechterzijde van den bergSinaï, en deden hem naderen om zich in het bijzonder met ons te onderhouden.54.Wij gaven hem door onze genade, zijn broederAäron, een profeet, als zijn helper.55.Herdenk ookIsmaëlin hetzelfde boek; want hij was getrouw aan zijne beloften25, gezant en profeet.56.En hij beval zijngezin, het gebed in acht te nemen en aalmoezen te geven, en hij was zijnen Heer aangenaam.57.En herdenkEdris26in hetzelfde boek; want hij was een rechtvaardig mensch.58.Wij verhieven hem tot een hooge plaats27.59.Dit zijn zij, voor wie God weldadig was, onder de profeten der nakomelingschap vanAdamen van hen, welke wij in de ark metNoachbewaarden, en van de nakomelingschap vanAbraham, en vanIsraël, en van hen welke wij geleid en gekozen hebben. Toen hun de teekens van den Barmhartige waren voorgelezen, vielen zij aanbiddende neder en weenden.60.Maar een volgend geslacht is na hen gekomen, dat het gebed verwaarloosde en zijne lusten volgde: zij zullen zekerlijk in de hel worden nedergestort.61.Behalve zij, die berouw toonen en gelooven, en doen wat rechtvaardig is; deze zullen in het paradijs komen en in het minst niet gekrenkt worden.62.Tuinen van eeuwig verblijf zullen hunne belooning zijn, welke de Barmhartige zijnen dienaren heeft beloofd, als een onderwerp des geloofs; en zijne belofte zal zekerlijk vervuld worden.63.Daar zullen zij geene ijdele gesprekken hooren, maar vrede28, en hun voedsel zal daar des ochtends en des avonds voor hen worden gereed gemaakt.64.Dit is het paradijs, dat wij als eene erfenis zullen geven aan hen, die godvruchtig zijn.65.Wij29dalen niet uit den hemel neder dan op het bevel van uwen Heer; aan hem behoort al wat voor of achter ons is en wat zich in de tusschenliggende ruimte bevindt. Uw Heer vergeet u nimmer.66.Hij is de Heer van hemel en aarde en van hetgeen daar tusschen is; aanbidt hem dus en weest volhardend in zijne aanbidding. Kent gij een van denzelfden naam als hij?3067.De mensch zegt31: Nadat ik dood zal wezen,zal ik dan werkelijk levend uit het graf worden gebracht?68.Gedenkt de mensch niet, dat wij hem vroeger schiepen, toen hij niets was?69.Maar ik zweer u bij uwen Heer, dat wij hen en de duivels zekerlijk zullen verzamelen, om hen te oordeelen32; dan zullen wij hen op hunne knieën rondom de hel plaatsen.70.Daarna zullen wij van iedere partij degenen verwijderen, die het weerspannigst tegen den Heer waren33.71.Wij weten het beste, wie van hen het meeste waard is, daarin verbrand te worden34.72.Er is niemand van u, die haar niet zal naderen35; dit is een vast besluit van uwen Heer.73.Daarna zullen wij hen bevrijden, die godvruchtig waren; doch wij zullen de goddeloozen op hunne knieën daarin laten.74.Als hun onze duidelijke teekens worden voorgelezen, zeggen de ongeloovigen tot de ware geloovigen: Wie der beide partijen bekleedt de verhevenste plaats en vormt de uitmuntendste verzameling36?75.Maarhoeveelgeslachten hebben wij vóór hen verwoest, die hen in welvaart en in uiterlijk aanzien overtroffen?76.Zeg: Aan hem die in dwaling verkeert, zal God een lang en voorspoedig leven schenken.77.Tot zij zien waarmede zij worden bedreigd; hetzij de straf van dit leven of die van het jongste uur, en hierna zullen zij weten, wie in den slechten toestand verkeert en het zwakste van krachten is.78.God zal tot de goede richting bijdragen van hen die op den rechten weg zijn geleid.79.En de goede werken, die eeuwig blijven, zijn voor het aangezicht van uwen Heer, wat de belooning betreft, beter dan wereldsche bezittingen, en verkieslijker met betrekking tot de toekomstige belooning.80.Hebt gij hem gezien, die niet in onze teekenen gelooft, en zegt: Zekerlijk zullen mij rijkdommen en kinderen worden geschonken37?81.Is hij bekend met de geheimen der toekomst, of heeft hij een verbond met den Barmhartige aangegaan, dat het zoo zal wezen? Volstrekt niet.82.Wij zullen zekerlijk opschrijven wat hij zegt, en zijne straf vermeerderen.83.En wij zullen zijn erfgenaam wezen van datgene, waarvan hij spreekt38, en op den jongsten dag zal hij alleen en naakt voor ons verschijnen.84.Zij hebben andere goden naast God genomen, opdat zij hun tot zegen39konden zijn. Volstrekt niet.85.Hierna zullen zij hunne aanbidding loochenen40en hunne tegenstanders41worden.86.Ziet gij niet, dat wij de duivels tegen de ongeloovigen zenden, om hun door hunne ingevingen tot het kwaad te verlokken?87.Haast u dus niet het verderf op hen af te smeeken; want wij geven hun een bepaald aantal dagen van uitstel.88.Op een zekeren dag zullen wij de godvruchtigen op eervolle wijze voor den Barmhartige verzamelen, als gezanten, die in de tegenwoordigheid van een vorst komen.89.Maar wij zullen de zondaren in de hel drijven, zoo als het vee in het water wordt gedreven.90.Zij zullen geene voorspraak verkrijgen, behalve hij, die een verbond van den Barmhartige heeft ontvangen42.91.Zij zeggen: De Barmhartige heeft kinderen gebaard. Welk eene godslastering hebt gij daarmede uitgesproken!92.Er is slechts weinig toe noodig, opdat de hemelen bij deze woorden verscheurd worden, en de aarde in tweeën gespleten worde en de bergen nedervallen.93.Omdat zijkinderen aan God beschrijven, terwijl het Gode niet past kinderen te baren.94.Waarlijk, er is niemand in den hemel of op aarde, die den Barmhartige niet als zijn dienaar zal naderen. Hij omringt hen door zijne kennis en macht, en telt hen met nauwkeurigheid.95.Zij zullen allen op den dag der opstanding voor hem verschijnen, verlaten zoowel van helpers als volgelingen.96.Maar wat degenen betreft, die gelooven en goede werken doen, de Barmhartige zal hun liefde schenken43.97.Waarlijk, wij hebben den Koran gemakkelijk voor uwe tong gemaakt door hem in uwe taal te geven, opdat gij daardoor den godvruchtige onze beloften verklaren, en het twistzieke volk dreigend waarschuwen zoudt.98.En hoevele geslachten hebben wij niet vóór hen verdelgd? Vindt gij, dat er een aan hen gebleven is? Of hebt gij slechts een zucht over hen gehoord.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.

1.3C. H. Y. A. S. Zie hier eene herinnering van de genade van uwen Heer, omtrent zijn dienaarZacharias.2.Toen hij zijn Heer aanriep met eene geheime aanroeping.3.En zeide O Heer! waarlijk mijne beenderen zijn verzwakt en mijn hoofd is wit geworden door grijsheid.4.En ik was nimmer ongelukkig in mijne gebeden tot u, o Heer!5.Maar ik vrees mijne bloedverwanten, die mij zullen opvolgen; want mijne vrouw is onvruchtbaar: geef mij dus een opvolger uit mijn eigen lichaam van u.6.Die mijn erfgenaam zal zijn en een erfgenaam van het gezin vanJacob; en geef, o Heer! dat hij door u aangenomen worde.7.En de engel antwoordde hem: OZacharias! waarlijk wij brengen u tijdingen van een zoon, wiens naamYahyazal zijn.8.Wij hebben niemand vóór hem dien naam doen dragen4.9.Zachariaszeide: Hoe zal ik een zoon hebben, terwijl ik zei dat mijne vrouw onvruchtbaar is, en ik thans tot hoogen ouderdom gekomen en afgeleefd ben?10.De engel zeide: Zoo zal het zijn. Uw Heer zeide: Dit is mij gemakkelijk. Ik heb u vroeger geschapen, toen gij nog niets waart.11.Zachariasantwoordde:O Heer! geef mij een teeken. De engel hernam: Uw teeken zal zijn, dat gij in drie nachten niet tot de menschen zult spreken5hoewel gij u in volmaakte gezondheid bevindt.12.En hij ging tot zijn volk uit het vertrek en hij maakte hun teekenen6, alsof hij wilde zeggen: Geloofd zij God, des ochtends en des avonds.13.En wij zeiden tot zijn zoon: OJohannes! ontvang het boek der wet, met het besluit, dat te leeren en in acht te nemen. En wij schonken hem wijsheid, toen hij nog slechts een kind was.14.En onze genade en zuiverheid des levens7; en hij was een vroom mensch en deed zijnen plicht omtrent zijne ouders, en hij was trotsch noch weerspannig.15.Vrede zij op hem! den dag dat hij werd geboren, en den dag waarop hij zal sterven, en ook den dag waarop hij tot het leven zal worden opgewekt.16.Herdenk in het boek van den Koran het verhaal vanMaria, toen zij zich van haar gezin naar eene plaats ten Oosten verwijderde8.17.En een sluier nam, om zich aan de blikken van anderen te onttrekken9. Wij zondenonzen geestGabriëltot haar, en hij verscheen haar in de gedaante van een volmaakt mensch.18.Zij zeide: Ik zoek eene schuilplaats bij den genadigen God, opdat hij mij tegen u verdedige. Indien gij hem vreest zult gij mij niet naderen.19.Hij antwoordde: Waarlijk, ik ben de boodschapper van uwen Heer, en ik ben gezonden om u een heiligen zoon te geven.20.Zij zeide: Hoe zal ik een zoon hebben; geen man heeft mij aangeraakt, en ik ben geene ontuchtige vrouw.21.Gabriëlhernam: Zoo zal het zijn. Uw Heer zeide: Dit is mij gemakkelijk, en wij zullen het doen, ten einde hem tot een teeken voor de menschen en tot eene genade van ons te doen zijn. Het is eene besloten zaak.22.Zij ontving hem dus10, en zij verwijderde zich, met hem in haren schoot, naar eene afgelegen plaats11.23.En de pijnen der geboorte overvielen haar nabij den stam van een palmboom12. Zij zeide: God gave dat ik vóór dit oogenblik ware gestorven; dat ik vergeten en in vergetelheid verloren ware13.24.En hij die beneden haar was, riep haar toe14, zeggende: Wees niet bedroefd! God heeft eene beekaan uwe voeten doen stroomen.25.Schudt den stam van den palmboom, en rijpe dadels zullen op u nedervallen15.26.Eet en drink en stel uw hart16gerust. Indien gij een man ziet die u ondervraagt.27.Zeg dan: Waarlijk, ik heb den Barmhartige een vasten toegewijd, zoodat ik dezen dag volstrekt niet tot een man spreken zal.28.Zij bracht het kind tot haar volk, hem in hare armen dragende. En zij zeiden tot haar: OMaria! gij hebt eene vreemde zaak bedreven.29.O Zuster vanAäron17! uw vader was geen slecht man, en uwe moeder geen ontuchtige vrouw.30.Maar zij maakte teekenen tot het kind om hun te antwoorden. En zij zeiden: Hoe kunnen wij tot hem spreken, die nog een kind in de wieg is?31.Daarop zeide het kind: Waarlijk, ik ben Gods dienaar; hij heeft mij het boek gegeven en mij tot een profeet gemaakt.32.En hij heeft gewild, dat ik gezegend zou zijn, overal waar ik mij ook zou mogen bevinden; hij heeft mij bevolen, het gebed in acht te nemen en aalmoezen te geven, zoo lang ik zal leven.33.Hij heeft mij gehoorzaam omtrent mijne moeder gemaakt en hij zal mij niet trotsch of ellendig doen worden18.34.Vrede zij op mij, den dag, waarop ik werd geboren en den dag waarop ik zal sterven, en den dag, waarop ik tot het leven zal worden opgewekt19.35.Dit wasJezusde zoon vanMaria, die het woord der waarheid zou spreken, waaromtrent zij twijfelen.36.Het is niet passend voor God dat hij een zoon zou hebben; zulk eene lastering zij verre van hem. Als hij over iets besluit zegt hij slechts: Wees! en het is20.37.Waarlijk, God is mijn Heer en ùw Heer; dien hemdus; dit is de rechte weg.38.De partijen verschillen onder elkander nopensJezus; maar wee over hen, die ongeloovigen zijn, wegens hunne verschijning op den grooten dag.39.Doe hen hooren en doe hen zien op den dag, waarop zij tot ons zullen komen om geoordeeld te worden; maar de goddeloozen verkeeren heden in eene duidelijke dwaling.40.Waarschuw hen voor den dag der zuchten, als de zaak zal worden bepaald, terwijl zij thans in achteloosheid zijn verzonken en niet gelooven.41.Waarlijk, wij zullen de aarde erven en al de schepselen die zich daarop bevinden21, en tot ons zullen zij allen terugkeeren.42.En herdenkAbrahamen het boek van den Koran; want hij was iemand van groote geloofwaardigheid en een profeet.43.Toen hij tot zijnen vader zeide22: O mijn vader! waarom aanbidt gij datgene, wat noch hoort, noch ziet en u volstrekt niet van voordeel is?44.O mijn vader! waarlijk, mij werd een deel van kennis geschonken, dat u niet is gegeven; volg mij dus; ik zal u op den effen weg leiden.45.O mijn vader! dien Satan niet: want Satan was weêrspannig tegen den Barmhartige.46.O mijn vader! waarlijk, ik vrees, dat u eene straf van den Barmhartige zal worden opgelegd, en gij een makker van Satan wordt.47.Zijn vader antwoordde: Verwerpt gij mijne goden, oAbraham! Indien gij niet ophoudt, zal ik u zekerlijk steenigen; verlaat mij dus voor langen tijd.48.Abrahamantwoordde: Vrede zij op u! Ik zal van mijnen Heer vergiffenis voor u vragen; want hij is genadig omtrent mij.49.Ik wil mij van u scheiden en van de afgoden, welke gij naast God aanbidt, en ik zal mijn Heer aanroepen; misschien ben ik niet ongelukkig in mijne gebeden tot den Heer.50.En toen hij zich had gescheiden23van hen en van de afgoden, welke zij naast God aanriepen, gaven wij hemIzaäkenJacob, en wij maakten ieder van hen tot een profeet.51.En wij gaven hun, door onze genade de profetiën en kinderen en welvaart, en wij deden hen de hoogste aanbeveling verdienen24.52.En gedenkMozesin het boek van den Koran; want hij was zeer oprecht, een gezant en een profeet.53.En wij riepen hem van de rechterzijde van den bergSinaï, en deden hem naderen om zich in het bijzonder met ons te onderhouden.54.Wij gaven hem door onze genade, zijn broederAäron, een profeet, als zijn helper.55.Herdenk ookIsmaëlin hetzelfde boek; want hij was getrouw aan zijne beloften25, gezant en profeet.56.En hij beval zijngezin, het gebed in acht te nemen en aalmoezen te geven, en hij was zijnen Heer aangenaam.57.En herdenkEdris26in hetzelfde boek; want hij was een rechtvaardig mensch.58.Wij verhieven hem tot een hooge plaats27.59.Dit zijn zij, voor wie God weldadig was, onder de profeten der nakomelingschap vanAdamen van hen, welke wij in de ark metNoachbewaarden, en van de nakomelingschap vanAbraham, en vanIsraël, en van hen welke wij geleid en gekozen hebben. Toen hun de teekens van den Barmhartige waren voorgelezen, vielen zij aanbiddende neder en weenden.60.Maar een volgend geslacht is na hen gekomen, dat het gebed verwaarloosde en zijne lusten volgde: zij zullen zekerlijk in de hel worden nedergestort.61.Behalve zij, die berouw toonen en gelooven, en doen wat rechtvaardig is; deze zullen in het paradijs komen en in het minst niet gekrenkt worden.62.Tuinen van eeuwig verblijf zullen hunne belooning zijn, welke de Barmhartige zijnen dienaren heeft beloofd, als een onderwerp des geloofs; en zijne belofte zal zekerlijk vervuld worden.63.Daar zullen zij geene ijdele gesprekken hooren, maar vrede28, en hun voedsel zal daar des ochtends en des avonds voor hen worden gereed gemaakt.64.Dit is het paradijs, dat wij als eene erfenis zullen geven aan hen, die godvruchtig zijn.65.Wij29dalen niet uit den hemel neder dan op het bevel van uwen Heer; aan hem behoort al wat voor of achter ons is en wat zich in de tusschenliggende ruimte bevindt. Uw Heer vergeet u nimmer.66.Hij is de Heer van hemel en aarde en van hetgeen daar tusschen is; aanbidt hem dus en weest volhardend in zijne aanbidding. Kent gij een van denzelfden naam als hij?3067.De mensch zegt31: Nadat ik dood zal wezen,zal ik dan werkelijk levend uit het graf worden gebracht?68.Gedenkt de mensch niet, dat wij hem vroeger schiepen, toen hij niets was?69.Maar ik zweer u bij uwen Heer, dat wij hen en de duivels zekerlijk zullen verzamelen, om hen te oordeelen32; dan zullen wij hen op hunne knieën rondom de hel plaatsen.70.Daarna zullen wij van iedere partij degenen verwijderen, die het weerspannigst tegen den Heer waren33.71.Wij weten het beste, wie van hen het meeste waard is, daarin verbrand te worden34.72.Er is niemand van u, die haar niet zal naderen35; dit is een vast besluit van uwen Heer.73.Daarna zullen wij hen bevrijden, die godvruchtig waren; doch wij zullen de goddeloozen op hunne knieën daarin laten.74.Als hun onze duidelijke teekens worden voorgelezen, zeggen de ongeloovigen tot de ware geloovigen: Wie der beide partijen bekleedt de verhevenste plaats en vormt de uitmuntendste verzameling36?75.Maarhoeveelgeslachten hebben wij vóór hen verwoest, die hen in welvaart en in uiterlijk aanzien overtroffen?76.Zeg: Aan hem die in dwaling verkeert, zal God een lang en voorspoedig leven schenken.77.Tot zij zien waarmede zij worden bedreigd; hetzij de straf van dit leven of die van het jongste uur, en hierna zullen zij weten, wie in den slechten toestand verkeert en het zwakste van krachten is.78.God zal tot de goede richting bijdragen van hen die op den rechten weg zijn geleid.79.En de goede werken, die eeuwig blijven, zijn voor het aangezicht van uwen Heer, wat de belooning betreft, beter dan wereldsche bezittingen, en verkieslijker met betrekking tot de toekomstige belooning.80.Hebt gij hem gezien, die niet in onze teekenen gelooft, en zegt: Zekerlijk zullen mij rijkdommen en kinderen worden geschonken37?81.Is hij bekend met de geheimen der toekomst, of heeft hij een verbond met den Barmhartige aangegaan, dat het zoo zal wezen? Volstrekt niet.82.Wij zullen zekerlijk opschrijven wat hij zegt, en zijne straf vermeerderen.83.En wij zullen zijn erfgenaam wezen van datgene, waarvan hij spreekt38, en op den jongsten dag zal hij alleen en naakt voor ons verschijnen.84.Zij hebben andere goden naast God genomen, opdat zij hun tot zegen39konden zijn. Volstrekt niet.85.Hierna zullen zij hunne aanbidding loochenen40en hunne tegenstanders41worden.86.Ziet gij niet, dat wij de duivels tegen de ongeloovigen zenden, om hun door hunne ingevingen tot het kwaad te verlokken?87.Haast u dus niet het verderf op hen af te smeeken; want wij geven hun een bepaald aantal dagen van uitstel.88.Op een zekeren dag zullen wij de godvruchtigen op eervolle wijze voor den Barmhartige verzamelen, als gezanten, die in de tegenwoordigheid van een vorst komen.89.Maar wij zullen de zondaren in de hel drijven, zoo als het vee in het water wordt gedreven.90.Zij zullen geene voorspraak verkrijgen, behalve hij, die een verbond van den Barmhartige heeft ontvangen42.91.Zij zeggen: De Barmhartige heeft kinderen gebaard. Welk eene godslastering hebt gij daarmede uitgesproken!92.Er is slechts weinig toe noodig, opdat de hemelen bij deze woorden verscheurd worden, en de aarde in tweeën gespleten worde en de bergen nedervallen.93.Omdat zijkinderen aan God beschrijven, terwijl het Gode niet past kinderen te baren.94.Waarlijk, er is niemand in den hemel of op aarde, die den Barmhartige niet als zijn dienaar zal naderen. Hij omringt hen door zijne kennis en macht, en telt hen met nauwkeurigheid.95.Zij zullen allen op den dag der opstanding voor hem verschijnen, verlaten zoowel van helpers als volgelingen.96.Maar wat degenen betreft, die gelooven en goede werken doen, de Barmhartige zal hun liefde schenken43.97.Waarlijk, wij hebben den Koran gemakkelijk voor uwe tong gemaakt door hem in uwe taal te geven, opdat gij daardoor den godvruchtige onze beloften verklaren, en het twistzieke volk dreigend waarschuwen zoudt.98.En hoevele geslachten hebben wij niet vóór hen verdelgd? Vindt gij, dat er een aan hen gebleven is? Of hebt gij slechts een zucht over hen gehoord.

1Verschillende omstandigheden, die in dit hoofdstuk worden vermeld en opMariabetrekking hebben deden haren naam tot titel van deze Soera kiezen.2Behalve het vers van aanbidding.3Chaf: Ha, Ya, Aïn,Sad.4Want hij was de eerste die den naam vanJohannesdroeg ofYahya(zooals de Arabieren dien uitspreken). Deze meening schijnt veroorzaakt te zijn door eene verkeerde opvatting van de woorden vanJohannes, dat niemand van de nabestaanden vanZachariasmet dien naam werd genoemd (Lucas1, 61); want anders wasJohannesof, zooals het in het Hebreeuwsch wordt geschrevenJochananeen algemeene naam onder de Israëlieten en is het nog.5Deze plaats wordt doorSavaryaldus vertaald: Gij zult gedurende drie dagen stom zijn, hernam de engel.6Sommigen zeggen dat hij de volgende woorden op den grond schreef.7Ook beteekenen deze woorden de liefde tot het geven van aalmoezen.8Naar het oostelijk gedeelte van den tempel, of naar eene afzonderlijke kamer in het huis, welker opening naar het oosten gekeerd was, van waar, volgensAl Beidâwi, de Christenen naar dat gedeelte gekeerd, hunne gebeden uitspreken. Er bestaat eene overlevering, volgens welke de maagd, toen zij tot de jaren van huwbaarheid was gekomen, gewoon was, als zij hare maandelijksche reiniging kreeg, haar vertrek in den tempel te verlaten, en zich naar het huis vanZachariasbij hare tante te begeven. Zoodra zij weder rein was, keerde zij tot den tempel terug. Op het tijdstip toen de engel haar bezocht, bevond zij zich, om eene gelijke reden, bij hare tante; zij zat en wiesch zich op eene opene plaats door een sluier bedekt om te voorkomen, dat men haar zag (Yahya,Al Beidâwi). Anderen zijn omzichtiger en veronderstellen, dat zij zich verwijderd had om te bidden (Al Zamakshari).9In de vroegste oudheid reeds waren de vrouwen in het Oosten gewoon het aangezicht te bedekken. Thans verschijnen zij nimmer in het openbaar zonder gesluierd te zijn. Deze sluiers zijn van neteldoek en reiken tot de middel; er zijn twee kleine openingen in, opdat de vrouw kunne zien, waar zij zich bevindt. Twee oorzaken kunnen bijgedragen hebben, om onder de schoone sekse in het Oosten de gewoonte in te voeren, hare aangezichten te bedekken: ten eerste de overmatige hitte, waardoor de frischheid harer huid spoedig zou vernietigd zijn en, ten tweede, de bijzondere ijverzucht der mannen, die niet kunnen verdragen, dat zij gezien worden (Savary).10WantGabriëlblies in de borst van haar hemd, welke hij met zijne vingers opende. (Yahya.) Zijn adem bereikte haren schoot en veroorzaakte de ontvangenis (Jallalo’ddin,Al Beidâwi.). De ouderdom der maagdMariaop het tijdstip harer ontvangenis was dertien, of, zooals anderen zeggen tien jaren, en zij bleef, overeenkomstig verschillende overleveringen zes, zeven, acht of negen maanden zwanger van hem. Sommigen zeggen echter dat het kind in zijne volle groote van negen maanden werd ontvangen, en dat zij binnen een uur daarna van hem werd verlost (Al Beidâwi,Yahya).11Om hare verlossing te verbergen, verliet zij de stad des nachts en begaf zij zich naar zekeren berg.12De palmboom waarheen zij vluchtte, om daartegen in haren arbeid te leunen, was een verdorde stam, zonder top of bladeren; bovendien had dit des winters plaats. Desniettegenstaande voorzag die boom haar op wonderdadige wijze van vruchten ter harer verfrissching (Al Beidâwi,Yahya al Zamakshari), zooals later wordt medegedeeld. Men heeft de opmerking gemaakt, dat het Mahomedaansche verhaal vanMaria’sverlossing zeer veel overeenkomst heeft met dat vanLatona, zooals dit door de dichters wordt beschreven (ZieSikhnot., inEvang. Infant. pp.9, 21 etc.), niet alleen doordat zij een palmboom aanvatte (Homer.Hymn. in Apoll.Callimach.Hymn. in Delum), hoewel sommigen zeggen datLatonaeen olijfboom omvatte, of een olijf- en een palmboom, of wel twee laurierboomen, maar ook door het spreken der kinderen, hetgeen gelijk de fabel zegt, ookApollozou gedaan hebben terwijl hij zich nog in het lichaam zijner moeder bevond. (Callimach. t. a. pl., zieHoofdst. III, vers 41).13Savaryvertaalt deze plaats aldus: En zij riep uit: Gave God dat ik dood, vergeten en door de sterfelijken verlaten ware, alvorens ik had ontvangen.14Sommigen veronderstellen, dat dit het kind zelf was, maar anderen beweren dat hetGabriëlwas, die eenigszins lager dan zij stond (Al Beidâwi,Jallalo’ddin). Volgens een andere lezing zou deze plaats aldus vertaald kunnen worden: En hij riep haar van onder haar.Sommigen passen het persoonlijk voornaamwoordhaarop den palmboom toe.15En dienovereenkomstig was dit nauwelijks gezegd of de verdroogde stam herleefde, bracht groene bladeren voor en kreeg een top met rijpe vruchten beladen.16Letterlijk: uw oog.17Sommigen zeggen datMariawerkelijk een broeder hadAärongenaamd, die denzelfden vader maar een andere moeder had. Anderen veronderstellen dat hierMozes’broeder bedoeld wordt, maar zeggen datMariavergelijkenderwijzezijne zusterwordt genoemd. Door anderen wordt beweerd, dat dit een ander persoon van denzelfden naam was, die tot hare tijdgenooten behoorde en om zijne goede of slechte hoedanigheden bekend was, en dat zij haar bij hem vergeleken, óf bij wijze van lof óf als een verwijt enz.18BijSavaryluidt dit aldus: Hij heeft kinderliefde in mijn hart geplant en mij van trotschheid, de gezellin van ellende, bevrijd.19Men zal uitHoofdstuk IIIhebben gezien, datMahometde passie vanJezusniet aannam. Dit vers nu heeft ten doel,Jezusals eenvoudig sterveling en profeet voor te stellen wiens leven ter beschikking staat van God, die alle wezens zal doen sterven, om hen later weder tot het leven op te wekken. Van daar dan ook, moet volgensMahomet,Jezus, die in den hemel werd opgenomen, werkelijk voor den dag des laatsten oordeels sterven.20DoorSavarywordt deze plaats aldus vertolkt: God kan geenzoon hebben. Geloofd zij zijn naam! Hij beveelt, en datgene wat niet bestaat, treedt op zijne stem in het leven.21Zijnde: door alleen te overleven, en alle schepselen dood en vernietigd zullen zijn. ZieHoofdstuk XV, vers 23.22ZieHoofdstuk VI, vers 74.23Door eerst doorHarranen daarna naarPalestinate vluchten.24Letterlijk vertaald, zou dit moeten luiden: Wij verleenden hun eene verheven taal van waarheid.25Daar hij te dien opzichte wordt genoemd, en vooral om zijnevastberadenheid en standvastigheid, welke hij zijn vader had beloofd, toen deze Gods bevel ontving om hem te offeren (Al Beidâwi), daar de Mahomedanen zeggen, dat hetIsmaëlen nietIzaäkwas die door God aanAbrahambevolen werd te offeren.26OfHenoch, de grootvader vanNoach, die dien bijnaam om zijne groote kennis had. Hij werd namelijk door niet minder dan dertig boeken met goddelijke openbaringen begunstigd en was de eerste die met eene pen schreef en de sterre- en rekenkunde beoefende (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).27Sommigen passen dit toe op de eer van de profetenzending en zijne gemeenzaamheid met God. Anderen echter veronderstellen, dat hier zijne opneming tot God wordt bedoeld. Zij zeggen namelijk, dat hij op den ouderdom van driehonderdvijftig jaren door God in den hemel werd opgenomen; nadat hij eerst gestorven en vervolgens weder tot het leven opgewekt was, en dat hij thans in een der zeven hemelen of in het paradijs leeft (Al Beidâwi,Jallalo’ddin,Abu’lfeda).28Zijnde woorden van vrede en troost, of de groeten der engelen. ZieHoofdstuk X, vers 10enz.29Hier spreektGabriëltotMahomet.30Dat is: die het recht op den naam van God hebben of verdienen.31Sommigen zeggen, dat hier een bijzonder persoon wordt bedoeld, namelijkObba Ebn Khalf. ZieHoofdstuk XVI vers 4in de noot.32Men zegt namelijk, dat alle ongeloovigen op den dag des oordeels zullen verschijnen, geketend aan den duivel, die hen verleidde (Al Beidâwi).33Hieruit blijkt het, zegtAl Beidâwi, dat God sommigen der weerspannigen vergiffenis zal schenken. Maar misschien wordt hier bedoeld, het onderscheiden der ongeloovigen in verschillende klassen, om hun verschillende plaatsen en graden van pijniging aan te wijzen.34Zijnde: meer weerspanningen en verdorvenen en in het bijzonder de opperhoofden van secten, die eene dubbele straf zullen ondergaan voor hunne eigene misstappen en hunne verleiding van anderen.35De ware geloovigen zullen namelijk mede langs of door de hel moeten gaan; doch dan zal het vuur verminderd en de vlam uitgebluscht worden, om hun niet te schaden; maar de anderen zal het omringen. Sommigen veronderstellen echter, dat deze woorden slechts doelen op den overgang van de smalle brug die over de hel ligt (Al Beidâwi).36Zijnde: van ons of van ulieden. Toen de Koreïshieten niet in staat waren een boek, gelijk den Koran aan te wijzen, snoefden zij op hunne welvaart en hunnen adel. In dat opzicht stelden zij zich zelven zeer hoog en versmaadden de volgelingen vanMahomet.37Deze plaats werd geopenbaard met het oog opAl As Ebn Wayel.Deze was geld schuldig aanKhabbab. Toen de laatste om het verschuldigde vroeg, weigerde de schuldenaar te betalen, tenzijKhabbabMahometverloochende. Op dit voorstel werd doorKhabbabgeantwoord, dat hij dien profeet nimmer zou verloochenen; noch levend, noch dood, noch zelfs als hij op den jongsten dag zou worden opgewekt. Hierop hernamAl As: als gij weder zijt verrezen, kom tot mij; want dan zal ik overvloed van rijkdommen en kinderen hebben, en ik zal betalen (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).38Zijnde: Hij zal verplicht wezen, zijne geheele welvaart en zijne kinderen achter te laten als hij sterft.39Het woord van den oorspronkelijken tekst kan ook worden vertaald door steun, kracht, eer.40Zijnde: bij de opstanding, als de afgodendienaars hunne afgoden en de afgoden hunne aanbidders zullen verloochenen, en zij elkander wederkeerig zullen beschuldigen. ZieHoofdstuk VI, vers 24enHoofdstuk X, vers 29volg.41Of: het tegendeel; d.i. eene schande in plaats van eene eer.42Dat is: uitgenomen hij, welke eigenlijk geschikt zal zijn die gunst te ontvangen, door het belijden van den Islam. Volgens eene andere vertolking kan deze plaats ook aldus worden vertaald: Zij zullen de tusschenkomst van niemand verkrijgen, behalve de tusschenkomst van hen, enz. Of anders: Niemand zal in staat zijn voor anderen tusschen beide te treden, behalve zij, die een verbond (of verlof) van God zullen hebben ontvangen; dat is: hij die daartoe door geloof en het doen van goede werken, overeenkomstig Gods belofte, of die daartoe van God het bepaalde verlof zal hebben ontvangen (Al Beidâwi. ZieHoofdstuk II, vers 255).43Zijnde: de liefde van God en van al de bewoners des hemels. Sommigen veronderstellen, dat dit vers werd geopenbaard om de Moslems te troosten, die om hun geloof, teMekkaveracht en gehaat worden. Hierbij wordt hun beloofd, dat zij de liefde en de achting der menschen in korten tijd zullen winnen.

1Verschillende omstandigheden, die in dit hoofdstuk worden vermeld en opMariabetrekking hebben deden haren naam tot titel van deze Soera kiezen.

2Behalve het vers van aanbidding.

3Chaf: Ha, Ya, Aïn,Sad.

4Want hij was de eerste die den naam vanJohannesdroeg ofYahya(zooals de Arabieren dien uitspreken). Deze meening schijnt veroorzaakt te zijn door eene verkeerde opvatting van de woorden vanJohannes, dat niemand van de nabestaanden vanZachariasmet dien naam werd genoemd (Lucas1, 61); want anders wasJohannesof, zooals het in het Hebreeuwsch wordt geschrevenJochananeen algemeene naam onder de Israëlieten en is het nog.

5Deze plaats wordt doorSavaryaldus vertaald: Gij zult gedurende drie dagen stom zijn, hernam de engel.

6Sommigen zeggen dat hij de volgende woorden op den grond schreef.

7Ook beteekenen deze woorden de liefde tot het geven van aalmoezen.

8Naar het oostelijk gedeelte van den tempel, of naar eene afzonderlijke kamer in het huis, welker opening naar het oosten gekeerd was, van waar, volgensAl Beidâwi, de Christenen naar dat gedeelte gekeerd, hunne gebeden uitspreken. Er bestaat eene overlevering, volgens welke de maagd, toen zij tot de jaren van huwbaarheid was gekomen, gewoon was, als zij hare maandelijksche reiniging kreeg, haar vertrek in den tempel te verlaten, en zich naar het huis vanZachariasbij hare tante te begeven. Zoodra zij weder rein was, keerde zij tot den tempel terug. Op het tijdstip toen de engel haar bezocht, bevond zij zich, om eene gelijke reden, bij hare tante; zij zat en wiesch zich op eene opene plaats door een sluier bedekt om te voorkomen, dat men haar zag (Yahya,Al Beidâwi). Anderen zijn omzichtiger en veronderstellen, dat zij zich verwijderd had om te bidden (Al Zamakshari).

9In de vroegste oudheid reeds waren de vrouwen in het Oosten gewoon het aangezicht te bedekken. Thans verschijnen zij nimmer in het openbaar zonder gesluierd te zijn. Deze sluiers zijn van neteldoek en reiken tot de middel; er zijn twee kleine openingen in, opdat de vrouw kunne zien, waar zij zich bevindt. Twee oorzaken kunnen bijgedragen hebben, om onder de schoone sekse in het Oosten de gewoonte in te voeren, hare aangezichten te bedekken: ten eerste de overmatige hitte, waardoor de frischheid harer huid spoedig zou vernietigd zijn en, ten tweede, de bijzondere ijverzucht der mannen, die niet kunnen verdragen, dat zij gezien worden (Savary).

10WantGabriëlblies in de borst van haar hemd, welke hij met zijne vingers opende. (Yahya.) Zijn adem bereikte haren schoot en veroorzaakte de ontvangenis (Jallalo’ddin,Al Beidâwi.). De ouderdom der maagdMariaop het tijdstip harer ontvangenis was dertien, of, zooals anderen zeggen tien jaren, en zij bleef, overeenkomstig verschillende overleveringen zes, zeven, acht of negen maanden zwanger van hem. Sommigen zeggen echter dat het kind in zijne volle groote van negen maanden werd ontvangen, en dat zij binnen een uur daarna van hem werd verlost (Al Beidâwi,Yahya).

11Om hare verlossing te verbergen, verliet zij de stad des nachts en begaf zij zich naar zekeren berg.

12De palmboom waarheen zij vluchtte, om daartegen in haren arbeid te leunen, was een verdorde stam, zonder top of bladeren; bovendien had dit des winters plaats. Desniettegenstaande voorzag die boom haar op wonderdadige wijze van vruchten ter harer verfrissching (Al Beidâwi,Yahya al Zamakshari), zooals later wordt medegedeeld. Men heeft de opmerking gemaakt, dat het Mahomedaansche verhaal vanMaria’sverlossing zeer veel overeenkomst heeft met dat vanLatona, zooals dit door de dichters wordt beschreven (ZieSikhnot., inEvang. Infant. pp.9, 21 etc.), niet alleen doordat zij een palmboom aanvatte (Homer.Hymn. in Apoll.Callimach.Hymn. in Delum), hoewel sommigen zeggen datLatonaeen olijfboom omvatte, of een olijf- en een palmboom, of wel twee laurierboomen, maar ook door het spreken der kinderen, hetgeen gelijk de fabel zegt, ookApollozou gedaan hebben terwijl hij zich nog in het lichaam zijner moeder bevond. (Callimach. t. a. pl., zieHoofdst. III, vers 41).

13Savaryvertaalt deze plaats aldus: En zij riep uit: Gave God dat ik dood, vergeten en door de sterfelijken verlaten ware, alvorens ik had ontvangen.

14Sommigen veronderstellen, dat dit het kind zelf was, maar anderen beweren dat hetGabriëlwas, die eenigszins lager dan zij stond (Al Beidâwi,Jallalo’ddin). Volgens een andere lezing zou deze plaats aldus vertaald kunnen worden: En hij riep haar van onder haar.Sommigen passen het persoonlijk voornaamwoordhaarop den palmboom toe.

15En dienovereenkomstig was dit nauwelijks gezegd of de verdroogde stam herleefde, bracht groene bladeren voor en kreeg een top met rijpe vruchten beladen.

16Letterlijk: uw oog.

17Sommigen zeggen datMariawerkelijk een broeder hadAärongenaamd, die denzelfden vader maar een andere moeder had. Anderen veronderstellen dat hierMozes’broeder bedoeld wordt, maar zeggen datMariavergelijkenderwijzezijne zusterwordt genoemd. Door anderen wordt beweerd, dat dit een ander persoon van denzelfden naam was, die tot hare tijdgenooten behoorde en om zijne goede of slechte hoedanigheden bekend was, en dat zij haar bij hem vergeleken, óf bij wijze van lof óf als een verwijt enz.

18BijSavaryluidt dit aldus: Hij heeft kinderliefde in mijn hart geplant en mij van trotschheid, de gezellin van ellende, bevrijd.

19Men zal uitHoofdstuk IIIhebben gezien, datMahometde passie vanJezusniet aannam. Dit vers nu heeft ten doel,Jezusals eenvoudig sterveling en profeet voor te stellen wiens leven ter beschikking staat van God, die alle wezens zal doen sterven, om hen later weder tot het leven op te wekken. Van daar dan ook, moet volgensMahomet,Jezus, die in den hemel werd opgenomen, werkelijk voor den dag des laatsten oordeels sterven.

20DoorSavarywordt deze plaats aldus vertolkt: God kan geenzoon hebben. Geloofd zij zijn naam! Hij beveelt, en datgene wat niet bestaat, treedt op zijne stem in het leven.

21Zijnde: door alleen te overleven, en alle schepselen dood en vernietigd zullen zijn. ZieHoofdstuk XV, vers 23.

22ZieHoofdstuk VI, vers 74.

23Door eerst doorHarranen daarna naarPalestinate vluchten.

24Letterlijk vertaald, zou dit moeten luiden: Wij verleenden hun eene verheven taal van waarheid.

25Daar hij te dien opzichte wordt genoemd, en vooral om zijnevastberadenheid en standvastigheid, welke hij zijn vader had beloofd, toen deze Gods bevel ontving om hem te offeren (Al Beidâwi), daar de Mahomedanen zeggen, dat hetIsmaëlen nietIzaäkwas die door God aanAbrahambevolen werd te offeren.

26OfHenoch, de grootvader vanNoach, die dien bijnaam om zijne groote kennis had. Hij werd namelijk door niet minder dan dertig boeken met goddelijke openbaringen begunstigd en was de eerste die met eene pen schreef en de sterre- en rekenkunde beoefende (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).

27Sommigen passen dit toe op de eer van de profetenzending en zijne gemeenzaamheid met God. Anderen echter veronderstellen, dat hier zijne opneming tot God wordt bedoeld. Zij zeggen namelijk, dat hij op den ouderdom van driehonderdvijftig jaren door God in den hemel werd opgenomen; nadat hij eerst gestorven en vervolgens weder tot het leven opgewekt was, en dat hij thans in een der zeven hemelen of in het paradijs leeft (Al Beidâwi,Jallalo’ddin,Abu’lfeda).

28Zijnde woorden van vrede en troost, of de groeten der engelen. ZieHoofdstuk X, vers 10enz.

29Hier spreektGabriëltotMahomet.

30Dat is: die het recht op den naam van God hebben of verdienen.

31Sommigen zeggen, dat hier een bijzonder persoon wordt bedoeld, namelijkObba Ebn Khalf. ZieHoofdstuk XVI vers 4in de noot.

32Men zegt namelijk, dat alle ongeloovigen op den dag des oordeels zullen verschijnen, geketend aan den duivel, die hen verleidde (Al Beidâwi).

33Hieruit blijkt het, zegtAl Beidâwi, dat God sommigen der weerspannigen vergiffenis zal schenken. Maar misschien wordt hier bedoeld, het onderscheiden der ongeloovigen in verschillende klassen, om hun verschillende plaatsen en graden van pijniging aan te wijzen.

34Zijnde: meer weerspanningen en verdorvenen en in het bijzonder de opperhoofden van secten, die eene dubbele straf zullen ondergaan voor hunne eigene misstappen en hunne verleiding van anderen.

35De ware geloovigen zullen namelijk mede langs of door de hel moeten gaan; doch dan zal het vuur verminderd en de vlam uitgebluscht worden, om hun niet te schaden; maar de anderen zal het omringen. Sommigen veronderstellen echter, dat deze woorden slechts doelen op den overgang van de smalle brug die over de hel ligt (Al Beidâwi).

36Zijnde: van ons of van ulieden. Toen de Koreïshieten niet in staat waren een boek, gelijk den Koran aan te wijzen, snoefden zij op hunne welvaart en hunnen adel. In dat opzicht stelden zij zich zelven zeer hoog en versmaadden de volgelingen vanMahomet.

37Deze plaats werd geopenbaard met het oog opAl As Ebn Wayel.Deze was geld schuldig aanKhabbab. Toen de laatste om het verschuldigde vroeg, weigerde de schuldenaar te betalen, tenzijKhabbabMahometverloochende. Op dit voorstel werd doorKhabbabgeantwoord, dat hij dien profeet nimmer zou verloochenen; noch levend, noch dood, noch zelfs als hij op den jongsten dag zou worden opgewekt. Hierop hernamAl As: als gij weder zijt verrezen, kom tot mij; want dan zal ik overvloed van rijkdommen en kinderen hebben, en ik zal betalen (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).

38Zijnde: Hij zal verplicht wezen, zijne geheele welvaart en zijne kinderen achter te laten als hij sterft.

39Het woord van den oorspronkelijken tekst kan ook worden vertaald door steun, kracht, eer.

40Zijnde: bij de opstanding, als de afgodendienaars hunne afgoden en de afgoden hunne aanbidders zullen verloochenen, en zij elkander wederkeerig zullen beschuldigen. ZieHoofdstuk VI, vers 24enHoofdstuk X, vers 29volg.

41Of: het tegendeel; d.i. eene schande in plaats van eene eer.

42Dat is: uitgenomen hij, welke eigenlijk geschikt zal zijn die gunst te ontvangen, door het belijden van den Islam. Volgens eene andere vertolking kan deze plaats ook aldus worden vertaald: Zij zullen de tusschenkomst van niemand verkrijgen, behalve de tusschenkomst van hen, enz. Of anders: Niemand zal in staat zijn voor anderen tusschen beide te treden, behalve zij, die een verbond (of verlof) van God zullen hebben ontvangen; dat is: hij die daartoe door geloof en het doen van goede werken, overeenkomstig Gods belofte, of die daartoe van God het bepaalde verlof zal hebben ontvangen (Al Beidâwi. ZieHoofdstuk II, vers 255).

43Zijnde: de liefde van God en van al de bewoners des hemels. Sommigen veronderstellen, dat dit vers werd geopenbaard om de Moslems te troosten, die om hun geloof, teMekkaveracht en gehaat worden. Hierbij wordt hun beloofd, dat zij de liefde en de achting der menschen in korten tijd zullen winnen.


Back to IndexNext