Veertigste Hoofdstuk.De ware Geloovige1.Geopenbaard teMekka—85 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ha. Mim.De openbaring van dit boek is van den machtigen, den wijzen God.2.Den vergever van zonden, en den aannemer van berouw, die streng in het straffen is.3.Hij is lankmoedig. Er is geen God buiten hem; en voor hem zal de algemeene verzameling op den jongsten plaats hebben.4.Niemand twist tegen de teekenen van God, behalve de ongeloovigen; maar laat hunne voorspoedige ondernemingen in het land2, uniet met ijdelen schijn verleiden.5.Het volk vanNoachen de verbonden ongeloovigen, die na hen kwamen, beschuldigden hunne verschillende profeten van bedrog, en ieder volk broedde slechte plannen tegen zijne profeten, opdat zij hen in hunne macht zouden krijgen; en zij twistten met ijdele woorden, om daardoor de waarheid krachteloos te maken. Deswege kastijdde ik hen, en hoe gestreng was mijne straf.6.Zoo is het vonnis van uwen Heer met rechtvaardigheid op de ongeloovigen toegepast geworden, en zij zullen de bewoners van het hellevuur zijn.7.De engelen, die den troon van God dragen, en zij die in zijnen omtrek staan3, verkondigen den lof van hunnen Heer en gelooven in hem, en zij vragen vergiffenis voor de ware geloovigen, zeggende: O Heer! gij omringt alle zaken door uwe genade en kennis; vergeef dus hun, die berouw betoonen en uw pad volgen, en bevrijd hen van de pijnen der hel.8.O Heer! leid hen ook in tuinen van eeuwig verblijf, welke gij hun hebt beloofd, en iederen persoon van hunne vaders en hunne vrouwen en hunne kinderen die recht zal handelen: want gij zijt de machtige, de wijze God.9.Bevrijd hen van het kwaad; want al wie zich van boosheid zal vrij houden, zult gij op dien dag uwe genade toonen, en dit zal eene groote gelukzaligheid wezen.10.Maar de ongeloovigen zullen op den dag des oordeels eene stem hooren, die hun zal toeroepen: Waarlijk de haat van God omtrent u, is smartelijker dan uw haat jegens u zelven, toen gij tot het geloof werdt geroepen en niet gelooven wildet.11.Zij zullen zeggen: O Heer! gij hebt ons den dood tweemaal gegeven en gij hebt ons tweemaal het leven geschonken4, en wij belijden onze zonden. Is er dus geen weg, om aan dit vuur te ontkomen?12.En men zal hun antwoorden: Dit is u wedervaren, omdat, als er van een eenigen God tot u werd gepredikt, gij niet geloofdet; maar indien eene meervoudigheid van goden met hem werd vereenigd, gij geloofdet; en het oordeel behoort den hoogen, den grooten God.13.Hij is het, die u zijne teekenen toont, en u voedsel van den hemel nederzendt; maar niemand zal vermaand worden, dan hij, die zich tot God wendt.14.Roep dus God aan, en wijd hem eenen zuiveren godsdienst, hoewel de ongeloovigen afkeerig daarvan zijn.15.Hij is het wezen van verheven aard, de bezitter van den troon, die den geest op zijn bevelnederzendt, aan diegenen zijner dienaren, welke hem behagen, opdat hij den mensch voor den dag der ontmoeting zou waarschuwen5.16.Op dien dag zullen de menschen uit hunne graven verrijzen, en niets wat hen betreft, zal voor God verborgen zijn. Aan wien zal op dien dag het koninkrijk behooren? Aan den eenigen, den almachtigen God.17.Op dien dag zal iedere ziel overeenkomstig hare verdiensten worden beloond; op dien dag zal geene onrechtvaardigheid plaats hebben. Waarlijk, God zal snel zijn in het opmaken der rekeningen.18.Waarschuw hen dus, o profeet! voor den dag die spoedig zal naderen, als de harten der menschen tot hunne kelen opstijgen en hen smoren.19.De ongeloovigen zullen geen vriend of tusschenpersoon hebben, die gehoord zal worden.20.God zal het bedriegelijke oog kennen en datgene wat hunne borsten verbergen.21.En God zal met waarheid oordeelen; maar de valsche goden, welke zij naast hem aanroepen, kunnen volstrekt niet oordeelen; want God alleen hoort en ziet alles.22.Zijn zij niet over de aarde gegaan, en hebben zij het einde niet gezien van hen, die vóór hen waren? Deze waren machtiger dan zij in sterkte, en lieten aanzienlijker sporen van hunne macht op de aarde; doch God kastijdde hen om hunne zonden, en er was niemand om hen bij God te ondersteunen.23.Dit ondergingen zij, omdat hunne apostelen met duidelijke teekens tot hen waren gekomen en zij niet geloofden: daarom kastijdde God hen: want hij is sterk en gestreng in het straffen.24.Wij zonden vroegerMozesmet onze teekenen en duidelijke macht,25.TotPharao, enHaman, enKaroen6, en zij zeiden: Hij is een toovenaar en een leugenaar.26.En toen hij met waarheid van ons tot hen kwam, zeiden zij: Doodt de zonen van hen, die met hem hebben geloofd, en redt het leven hunner dochters7; maar de list der ongeloovigen was ijdel.27.EnPharaozeide: Laat mij alleen, opdat ikMozesdoode8, en laat hem zijnen Heer aanroepen. Waarlijk, ik vrees dat hij uw godsdienst zal doen veranderen, of geweld op de aarde zal doen heersenen9.28.EnMozeszeide tot zijn volk: Waarlijk, ik heb toevlucht tot mijn Heer en uw Heer genomen ten einde mij te verdedigen tegen iederen trotschen persoon, die niet aan den dag der rekenschapgelooft.29.En een man, van het gezin vanPharao10, die een waar geloovige was en zijn geloof verborg, zeide: Wilt gij een mensch ter dood brengen omdat hij zegt: God is mijn Heer, terwijl gij ziet, dat hij met duidelijke teekenen van uwen Heer tot u is gekomen? Indien hij een leugenaar is, zal de straf zijner valschheid op hem vallen, maar indien hij de waarheid spreekt, zullen eenige dier vonnissen, waarmede hij u bedreigt, op u nederkomen; waarlijk, God leidt niet hem, die een zondaar of een leugenaar is.30.O mijn volk! heden is u het koninkrijk, en gij zijt machtig; maar wie zal ons tegen den geesel van God verdedigen, als die op ons nederkomt11.Pharaozeide: Ik stel u alleen voor, wat mij het geschiktste dunkt, en ik leid u alleen op het rechte pad.31.En hij die geloofd had, zeide: O mijn volk! waarlijk, ik vrees voor u een dag, gelijk aan dien van de verbondenen tegen de profeten, in vroegere tijden.32.Een toestand gelijk aan dien van het volk vanNoach, en de stammen vanAdenThamoed.33.En van hen, die na hen hebben geleefd; want God wil niet dat er eenige onrechtvaardigheid op zijne dienaren worde uitgeoefend.34.O mijn volk! waarlijk, ik vrees voor u den dag, waarop de menschen elkander zullen aanroepen12.35.Den dag waarop gij van de rechtbank zult afgewend, en naar de hel gedreven worden zult gij niemand hebben, om u tegen God te ondersteunen. En hij dien God zal doen dwalen, zal geen leider hebben.36.Jozefkwam, vóórMozes, met duidelijke teekens tot u, maar gij hieldt niet op te twijfelen omtrent den godsdienst, dien hij u predikte, tot gij zeidet, toen hij stierf: God zal op geenerlei wijze een anderen profeet na hem zenden. Zoo deed God dengeen dwalen, die een zondaar en een twijfelaar is.37.Zij, die Gods teekenen betwisten, zonder dat er een bewijs tot hen is gekomen, zijn in groote verachting bij God en bij hen die gelooven; zoo verzegelt God ieder trotsch en weêrbarstig hart.38.EnPharaozeide: OHaman! bouw mij een toren, opdat ik de sferen kunne bereiken:39.De sferen des hemels en dat ik den God vanMozes13moge zien; want waarlijk, ik houd hem voor een leugenaar.40.Zoo vertoondenPharaossnoode werken zich lofwaardig voor hem; hij wendde zich van het rechte pad af, en de listen vanPharaoeindigden slechts met verlies.41.En hij die geloofd had, zeide: O mijn volk! volg mij: ik wil u opden rechten weg leiden.42.O mijn volk! waarlijk, dit tegenwoordige leven is slechts een tijdelijk genot, maar het volgende leven is de woning van onwrikbare duurzaamheid.43.Wie kwaad bedrijft, zal slechts vergolden worden in gelijke evenredigheid daarmede, maar wie goed doet, hetzij man of vrouw, en een waar geloovige is, zal onder de uitverkorenen zijn, die het paradijs binnengaan, en daarin overvloediglijk zullen worden voorzien.44.O mijn volk! wat mij betreft, ik noodig u tot de gelukzaligheid uit; maar gij noodigt mij tot het hellevuur.45.Gij noodigt mij uit, God te loochenen, en datgene met hem te vereenigen waarvan ik geene kennis; maar ik noodig u tot den Machtigste, den Vergever van zonden.46.Het is ontwijfelbaar, dat de valsche goden, waartoe gij mij uitnoodigt, niet verdienen aangeroepen te worden noch in deze, noch in de volgende wereld: dat wij tot God moeten terugkeeren, en dat de zondaren de bewoners van het hellevuur zullen wezen.47.En gij zult u dan herinneren wat ik thans tot u zeg. Wat mij betreft, ik onderwerp mijne zaak aan God; want God beschouwt zijne dienaren.48.Daarom bevrijdde God hem van het kwaad, dat zij tegen hem hadden uitgedacht, en eene gestrenge straf omringde het volk vanPharao14.49.Zij zullen, des ochtends en des avonds, aan het hellevuur zijn blootgesteld15, en op den dag waarop het oordeel zal plaats hebben, zal hun worden gezegd; Treed binnen, o volk vanPharao! in de gestrengste marteling.50.En denk aan den tijd, als de ongeloovigen, in het hellevuur met elkander zullen twisten, en de zwakken tot de hoovaardigen (de grooten) zullen zeggen: Waarlijk, wij waren uwe volgers; wilt gij ons dus niet van een deel van dit vuur redden?51.De hoovaardigen zullen antwoorden: Waarlijk, wij zijn allen gedoemd daarin te lijden; want God heeft thans zijne dienaren geoordeeld.52.En zij, die in het vuur zullen wezen, zullen tot de wachters der hel zeggen16: Roept uwen Heer aan, opdat hij ons voor een dag deze straf verlichte.53.Zij zullen antwoorden! kwamen uwe gezanten niet, met duidelijke bewijzen, tot u? Zij zullen zeggen:Ja. De bewaarders zullen daarop zeggen: Roept dus God aan: maar zijne aanroeping door de ongeloovigen zal slechts ijdel wezen.54.Wij zullen zekerlijk onze profeten en hen die gelooven, in dit tegenwoordige leven helpen, en op den dag waarop de getuigen zullen opstaan.55.Een dag waarop de verontschuldiging der ongeloovigen hen niet zal baten; maar een vloek zal hen wachten en een ellendig verblijf.56.Wij gaven vroeger aanMozeseene leiding, en wij lieten het boek der wet, als eene erfenis voor de kinderen Israëls, na; als eene leiding en eene vermaning voor menschen, die verstand bezitten.57.Daarom, o profeet! verdraag de beleedigingen der ongeloovigen met geduld; want de belofte van God is waar. Vraag vergiffenis voor uwe dwaling17en verkondig den lof van uwen Heer, des avonds en des ochtends.58.Wat hen betreft, die de teekenen van God bestrijden, zonder dat hun een overtuigend bewijs werd geopenbaard, er is slechts trotschheid in hunne borsten; doch zij zullen hun verlangen niet verkrijgen; vlucht dus tot God, als een toevluchtsoord; want hij hoort en ziet alles.59.Waarlijk, de schepping van hemel en aarde is grooter dan de schepping van den mensch, maar het meerendeel der menschen begrijpt het niet.60.De blinde en de ziende zullen niet gelijk gesteld worden, noch zij die gelooven en rechtvaardigheid uitoefenen met de boosdoeners. Hoe weinigen overwegen dit in hun binnenste!61.Het laatste uur zal zekerlijk komen: dit is ontwijfelbaar; maar het meerendeel der menschen gelooft het niet62.Uw Heer zeide: Roept mij aan en ik zal u verhooren, maar zij die met trotschheid mijnen dienst versmaden, zullen met schande de hel binnen gaan.63.God is het, die den nacht voor u heeft aangewezen, om daarin uwen rust te nemen, en den dag om u licht te geven. Waarlijk, God is milddadig omtrent den mensch; maar het meerendeel der menschen is ondankbaar.64.Dit is God, uw Heer, de schepper van al dingen; er is geen God buiten hem; waarom hebt gij u dan van zijne vereering afgewend?65.Zoo zijn degenen afgewend, die Gods teekenen weerstand bieden.66.God is het, die u de aarde heeft gegeven tot een vasten grond, en de hemel als eene overdekking; die u gevormd heeft, uwe vormen schoon heeft gemaakt en u met goede dingen voedt. Dit is God, uw Heer. Daarom zij God gezegend, de Heer van alle schepselen!67.Hij is de levende God, en er is geen God buiten hem. Roept hem dus aan, en wijdt hem den zuiveren godsdienst. Geloofd zij God, de Heer van alle schepselen!68.Zeg: Waarlijk, het is mij verboden de godheden te aanbidden, welke gij buiten God aanroept, nadat er duidelijke bewijzen van mijnen Heer tot u zijn gekomen, en mij is bevolen, mij aan den Heer van alle schepselen te onderwerpen.69.Hij is het, die u het eerste van stof schiep, daarna van zaad en gestold bloed, en u vervolgens als kinderen uit de ingewanden uwer moeders voortbracht; daarna veroorloofde hij u, uwen ouderdom van volle sterkte te bereiken, en vervolgens tot oude menschen op te groeien (maar sommigen van u sterven voor dien leeftijd), en den bepaalden tijd van uw leven te bereiken18, opdat gij misschien zoudt begrijpen.70.Hij is het, die leven geeft en sterven doet, en als hij iets besluit, zegt hij slechts: Wees! en het is.71.Bemerkt gij hen niet, die tegen de teekenen van God twisten, hoezeer zij van het ware geloof zijn afgewend?72.Zij, die het boek van den Koran van valschheid beschuldigen, en ook de andere schriften en andere leeren, welke wij onze vroegere profeten hebben gezonden om te prediken, zullen hierna hunne dwaasheid kennen.73.Als de kragen zich om hunne nekken zullen bevinden, zullen zij geketend in de hel worden gesleept; daarna zullen zij in het vuur worden verbrand.74.En er zal tot hen worden gezegd: Waar zijn de goden, welke gij met God hebt vereenigd? Zij zullen antwoorden: Zij hebben zich zelven aan ons onttrokken; ja, wij riepen vroeger een niets aan19. Zoo leidt God de ongeloovigen in dwaling.75.Dit is u wedervaren, omdat gij u onbeschaamd op aarde hebt verheugd, in datgene wat valsch was, en waarom gij met toomelooze vreugde waart vervuld.76.Gaat de poorten der hel binnen, om daarin voor eeuwig te verblijven; en het verblijf der hoogmoedigen zal ellendig zijn!77.Daarom volhard met geduld, oMahomet! want de belofte van God is waar. Hetzij wij u een deel der straf doen zien, waarmede wij hen bedreigden, hetzij wij u doen sterven vóór gij het ziet; zij zullen op den jongsten dag voor ons worden verzameld.78.Wij hebben vóór u een groot aantal profeten gezonden; van sommige onder welke wij u de geschiedenissen hebben geopenbaard, en de geschiedenissen van andere hebben wij u niet medegedeeld; maar geen gezant heeft de macht een teeken voor te brengen, tenzij door het verlof van God. Als dus het bevel van God zal komen, zal het oordeel met waarheid worden uitgesproken, en dan zullen zij ten gronde gaan, die de teekens van God zonder uitwerking trachten te doen zijn.79.Het is God die u het vee heeft gegeven, teneinde gij op sommige dieren zoudt kunnen rijden en van andere zoudt kunnen eten.80.Gij ontvangt daarvan ook andere voordeelen20, en door deze volbrengt gij de zaak, welke gij u innerlijk hebt voorgesteld, en door hen wordt gij te land, en door schepen ter zee vervoerd.81.En hij toont u zijne teekenen. Welke van Gods teekenen zult gij dus loochenen?82.Gaan zij niet over de aarde, en zien zij niet wat het einde was van hen, die vóór hen bestonden? Deze waren talrijker dan zijen machtiger in sterkte, en lieten aanzienlijker gedenkteekenen van hunne macht op aarde; maar wat zij verworven hadden was hun van geen voordeel.83.En toen hunne apostelen tot hen kwamen met duidelijke bewijzen hunner zending verheugden zij zich vol overmoed in de kennis, die met hen was21, doch de straf, waarover zij hadden gespot, omringde hen.84.En toen zij onze wraak zagen, zeiden zij: Wij gelooven in God alleen en wij doen afstand van de afgoden, welke wij met hem hebben vereenigd.85.Maar hun geloof baatte hen niet, nadat zij onze wraak hadden gezien. Dit was het bevel van God, dat vroeger in acht genomen werd, nopens zijne dienaren, en de ongeloovigen deed te gronde gaan.1Deze titel is ontleend aan de vermelding invers 29.2Door handel te drijvenSyriëenYemen. ZieHoofdstuk III, vers 196, noot.3Dit zijn de Cherubijnen, de hoogste klasse van engelen, die het dichtst in Gods tegenwoordigheid naderen (Al Beidâwi).4Daar gij ons eerst in een toestand des doods, of ontdaan van leven en gevoel hebt geschapen, daarna leven aan het onbezielde lichaam hebt gegeven (ZieHoofdstuk II, vers 26), ons vervolgens een natuurlijken dood hebt doen sterven, en ons hierna bij de opstanding hebt doen verrijzen. Sommigen zien in den eersten dood een natuurlijken dood, en in den tweeden, dien in het graf, nadat het lichaam daar tot het leven zal zijn opgewekt, ten einde ondervraagd te worden, en veronderstellen, dientengevolge, dat de dubbele herleving, die van het graf en die bij de opstanding is (Al Beidâwi Jallalo’ddin).5Als de Schepper en zijne schepselen (ZieHoofdstuk VI, vers 19) de bewoners van hemel en aarde, de valsche godheden en hare aanbidders, de verdrukker en de verdrukte, de arbeider en zijne werken elkander zullen ontmoeten (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).6Zie nopens dezen persoonHoofdstuk XXVIII, vers 76noot.7Dat is: Houdt aan het vroeger genomen besluit vast, en voert het in de toekomst stipter uit (ZieHoofdstuk VII, vers 124).8Want zij rieden hem,Mozesniet te dooden, opdat men niet zou denken dat hij niet in staat ware, hem door kracht van redenen weerstand te bieden (Al Beidâwi).9Door het veroorzaken van botsingen en het te werk stellen van verleidingen, ten einde zijn nieuwen godsdienst in te voeren.10Dit schijnt dezelfde persoon te zijn, die inHoofdstuk XXVIII vers 19wordt vermeld.11Zie de rede vanGamaliëltot het Joodsche Sanhedrin, toen de apostelen voor hen werden gebracht (Hand. V. vers 38, 39).12Zijnde de dag des oordeels, waarop de bewoners van het paradijs en van de hel met elkander een gesprek zullen houden, als de laatsten om hulp zullen roepen, en de verleiders en de verleiden elkander wederkeerig de schuld zullen toeschrijven (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).13ZieHoofdstuk XXVIII, vers 38.14Sommigen zijn van meening, dat hier meer bijzonder worden bedoeld, zij die doorPharaowerden gezonden om den waren geloovige, zijn bloedverwant, te vatten. Zij verhalen ons namelijk, dat de genoemde geloovige naar een berg vluchtte, waar zij hem biddende vonden, door wilde dieren bewaakt, die zich rondom hem in orde schaarden, en dat zijne vervolgers daarop in grooten angst tot den vorst terugkeerden, die hen ter dood bracht, omdat zij zijn bevel niet hadden uitgevoerd (Al Beidâwi).15Sommigen stellen deze woorden voor, als betrekking hebbende op de voorafgaande straf, welke zij gedoemd zijn te ondergaan, overeenkomstig eene overlevering vanEbn Masoed, die ons mede deelt, dat hunne zielen zich in de kroppen van meerlen bevinden, die tot den dag des oordeels iederen ochtend en avond aan het hellevuur worden blootgesteld (Al Beidâwi).16ZieHoofdstuk LXXIV, vers 31.17Door te onachtzaam en te zorgeloos te zijn, in het voortplanten van den waren godsdienst, uit vrees voor de ongeloovigen. (Al Beidâwi).18ZieHoofdstuk XVII, vers 15.19Ziende, dat een afgodsbeeld niets in de wereld is (Al Beidâwi).20ZieHoofdstuk XVI, vers 5.21Vooringenomen zijnde met hunne eigene dwaalbegrippen, en de onderrichtingen van den profeet verwerpende.Een en Veertigste Hoofdstuk.De duidelijk Uitgelegden.1.Geopenbaard teMekka—54 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ha. Mim. Dit is een boek van den Barmhartigste.2.Een boek, waarvan de verzen duidelijk zijn uitgelegd2, een Arabische Koran; tot onderricht van een volk, dat verstaat;3.Brengende goede tijdingen, en bedreigingen aankondigende, maar het meerendeel hunner wendt zich af en luistert niet daarnaar.4.En zij zeggen: onze harten zijn gesluierd voor de leer waartoe gij ons uitnoodigt; er is doofheid in onze ooren, en eene gordijn tusschen ons en ulieden; handel dus zooals gij gepast zult oordeelen; want wij zullen handelen overeenkomstig onze eigene gevoelens.5.Zeg: Waarlijk, ik ben slechts een mensch zooals gij. Mij is het geopenbaard, dat uw God één God is; richt dus uwen weg naar hem, en vraagt vergiffenis voor hetgeen voorbij is. En wee over de ongeloovigen.6.Die de bepaalde aalmoezen niet geven, en in het volgende leven niet gelooven!7.Maar wat henbetreft, die gelooven en rechtvaardigheid uitoefenen, zij zullen eene eeuwigdurende belooning ontvangen.8.Zeg: Gelooft gij werkelijk niet in hem, die de aarde in twee dagen schiep3, en stelt gij anderen met hem gelijk? Hij is de heer van alle schepselen!9.En hij heeft vastgewortelde bergen op de aarde geplaatst4, die zich daarboven verhieven. Hij zegende haar en voorzag haar van het voedsel der schepselen, die aangewezen waren de bewoners daarvan te zijn, in vier dagen5, gelijkelijk, voor hen die vragen6.10.En hij ondernam de schepping des hemels: en deze was rook7, en hij zeide tot den hemel en tot de aarde: Komt, hetzij gehoorzaam of tegen uwen wil. Zij zeiden: Wij komen gehoorzaam aan uw bevel.11.En hij vormde die in zeven hemelen in twee dagen, en openbaarde aan iederen hemel zijne verrichting. En wij tooiden den lageren hemel met lichten, en plaatsten eene wacht van engelen daarin8. Dat is de beschikking van den machtigen, den wijzen God.12.Indien de bewoners vanMekkazich aan deze onderrichtingen onttrekken, zeg: Ik kondig u eene plotselinge vernietiging aan, zooals de vernietiging vanAdenThamoed.13.Toen de profeten tot hen kwamen, voor hen en achter hen9, zeggende: Vereert God alleen, antwoordden zij: Indien het onzen Heer zou hebben behaagd, gezanten af te vaardigen, zou hij zeker engelen hebben gezonden, en wij gelooven de zending niet, waarmede gij zijt belast.14.Wat den stamAdbetreft, zij gedroegen zich, zonder reden, onbeschaamd op de aarde en zeiden: Wie is machtiger dan wij in sterkte? Zagen zij niet dat God, die hen geschapen heeft, machtiger dan zij in sterkte was? En zij verwierpen onze teekenen met voordacht!15.Daarom deden wij een fellen wind van ongeluk tegen hen opsteken10, opdat wij hun de straf der schande in deze wereld zouden doen proeven; maar de straf van het volgende leven zal nog schandelijker wezen, en zij zullendaartegen niet worden beschermd.16.En watThamoedbetreft wij leidden hen, maar zij beminden de blindheid meer dan de ware richting; daarom overviel hen het vreeselijk gedruisch van eene schandelijke straf, om hetgeen zij hadden verdiend.17.Maar wij bevrijdden hen die geloofden en God vreesden11.18.En waarschuw hen voor den dag, waarop de vijanden van God in het hellevuur bijeenverzameld zullen worden, en in onderscheiden scharen zullen optrekken.19.Totdat, wanneer zij daar zullen aangekomen zijn, hunne ooren, hunne oogen en hunne huiden getuigenis tegen hen zullen afleggen, van datgene wat zij verricht zullen hebben.20.En zij zullen tot hunne huiden zeggen: Waarom legt gij getuigenis tegen ons af? Deze zullen antwoorden: God heeft ons doen spreken; hij die de spraak schenkt aan alle wezens, hij schiep u eens, en tot hem zijt gij teruggekeerd.21.Gij kondt u niet verbergen terwijl gij zondigdet, opdat uwe ooren en uwe oogen en uwe huiden geene getuigenis tegen u konden afleggen12; maar gij dacht, dat God onbekend was met vele dingen welke gij deedt.22.Dit was uwe meening welke gij van uwen Heer uitdacht; dit heeft u ten gronde gericht, en gij zijt verloren.23.Laten zij hunne marteling verdragen: het hellevuur zal hun verblijf zijn. Ofschoon zij om genade smeeken, zullen zij die niet erlangen.24.En wij zullen hun de duivels tot onafscheidbare makkers geven, die hun valsche denkbeelden voorstelden, welke zij nopens deze tegenwoordige wereld en de volgende voedden; en voor hen is het vonnis juist passend, dat vroeger werd uitgesproken over de volkeren van geniussen en menschen die voor hen waren, en waardoor zij ten gronde gingen.25.De ongeloovigen zeggen: Luister niet naar dezen Koran, maar voer ijdele gesprekken bij de lezing daarvan, opdat gij de stem van den lezer, door uwe spotternijen en uw lachen, bedekt.26.Daarom zullen wij de ongeloovigen zekerlijk eene gestrenge straf doen ondergaan.27.En wij zullen zekerlijk het booze vergelden, dat zij bedreven zullen hebben.28.Dit zal de vergelding van Gods vijanden zijn; namelijk het hellevuur; daarin is voor hen een eeuwigdurend verblijf gereed gemaakt, als eene vergelding, wegens het voorbedachtelijk verwerpen onzer teekenen.29.En de ongeloovigen zullen in de hel gillen: O Heer! toon ons degenen der geniussen en menschen13, die ons hebben verleid, en wij zullen hen onder onze voeten werpen, opdat zij vernederd enveracht worden.30.Wat hen betreft die zeggen: Onze Heer is God, en zij die zich oprechtelijk gedragen, de engelen zullen tot hen nederdalen14en zeggen: Vreest niet, en treurt ook niet; maar verheugt u in de hoop van het paradijs, dat u is beloofd.31.Wij zijn uwe vrienden in dit leven, en in datgene wat komen zal; daarin zult gij hebben, wat uwe zielen zullen begeeren, alles wat gij zult verlangen.32.Daarin zult gij alles verkrijgen, waarom gij zult vragen, als een geschenk van den barmhartigen en genadigen God.33.Wie spreekt beter dan hij, die tot God noodigt, rechtvaardigheid uitoefent, en zegt: Ik ben een Moslem?34.Goed en kwaad zullen niet gelijk gesteld worden. Vergeld het kwade met goed, en ziet: de man, die uw vijand was, zal uw beschermer en warmste vriend worden.35.Maar niemand zal deze volmaaktheid bereiken, behalve zij, die lijdzaam zijn; ook zal niemand die bereiken, behalve hij, die met een zeer gelukkiggemoedbegiftigd is.36.En indien u door Satan eene slechte ingeving wordt aangeboden, neem dan uwe toevlucht tot God; want hij is het, die alles ziet en weet.37.Onder de teekenen zijner macht zijn de dag en de nacht, de zon en de maan. Vereer de zon niet, noch de maan, maar vereer God, die haar heeft geschapen, indien gij hem wilt dienen.38.Maar indien zij trotschelijk zijnen dienst versmaden, waarlijk, de engelen die met uwen Heer zijn prijzen hem nacht en dag, en zijn niet vermoeid.39.En onder zijne teekenen is een ander, dat gij het land woest ziet, maar als wij er regen op nederzenden, wordt het in beweging en gisting gebracht. En hij die de aarde verkwikt, zal zekerlijk ook de dooden bezielen; want hij is almachtig.40.Waarlijk, zij die goddeloos onze teekenen miskennen, zijn niet voor ons verborgen. Is dus hij beter, die in het hellevuur zal worden geworpen, of hij die op den dag der opstanding zeker zal verschijnen? Doet wat gij wilt, maar hij ziet gewis alles wat gij doet.41.Waarlijk, zij die niet in de vermaning van den Koran gelooven, nadat die tot hen is gekomen, zullen eens ontdekt worden. Zekerlijk, het is een boek van onschatbare waarde.42.Geene ijdelheid zal het bereiken, noch van voren noch van achteren15;het is een openbaring van den wijzen God, wiens lof terecht wordt verkondigd.43.De ongeloovigen vanMekkazeggen u niets anders, dan datgene, wat vóór u, tot de profeten werd gezegd; waarlijk, hun Heer is tot de vergiffenis geneigd, en hij is mede in staat ernstig te kastijden.44.Indien wij den Koran in eenevreemde taal hadden geopenbaard16, zouden zij zekerlijk gezegd hebben: Wij zullen dien niet ontvangen, zoo lang de teekenen daarvan niet duidelijk zijn uitgelegd. Is dan het boek in eene vreemde taal geschreven, en de persoon, aan wien het werd gericht een Arabier? Antwoord: Het is een zekere gids voor hen die gelooven, en een heelmiddel tegen twijfel en onzekerheid; maar voor hen, die niet gelooven, een zwaar gehoor in hunne ooren, en het is eene duisternis die hen bedekt, deze zijn gelijk degenen, die van eene afgelegene plaats worden aangeroepen17.45.Wij gaven vroeger het boek der wet aanMozesen er rees een twist over. Indien er vooraf geen besluit van uwen Heer ware uitgegaan, ten einde den tegenstanders dier openbaring uitstel te verleenen, waarlijk, dan zou de zaak tusschen hen zijn besloten geworden, door de vernietiging der ongeloovigen; want zij verkeerden daaromtrent in een zeer grooten twijfel.46.Hij die goed doet, verricht dit ten voordeele zijner eigene ziel, en hij die kwaad bedrijft doet het tegen zijne ziel; want uw Heer is niet onrechtvaardig omtrent zijne dienaren.47.Hem is de kennis van het uur des oordeels voorbehouden, en er komt geene vrucht uit den knop voort, die haar omwikkeld houdt, noch ontvangt eene vrouw in hare ingewanden, noch wordt zij van hare vrucht bevrijd, dan met zijne kennis. Op den dag waarop hij hen tot zich zal roepen, zeggende: Waar zijn de makkers, welke gij mij hebt toegeschreven? zullen zij antwoorden: Wij verzekeren u, dat daar voor geen getuige onder ons is18.48.En de afgoden, welke zij te voren aanriepen zullen zich aan hen onttrekken, en zij zullen bemerken, dat er geen weg zal wezen om te ontkomen.49.Het vermoeit den mensch niet, het goede te vragen, maar als het kwade hem overvalt, vertwijfelt en wanhoopt hij.50.En indien wij hem onze genade doen genieten, nadat hem droefenis bereikt, zegt hij zekerlijk: Dit is men mij schuldig, wegens mijne verdiensten; ik geloof niet, dat het uur des oordeels ooit zal komen, en indien ik voor mijn Heer word gebracht, zal ik zeker bij hem den uitnemendsten toestand bereiken. Maar wij zullen dan aan hen die niet geloofd hebben, datgene verklaren, wat zij verricht hebben en wij zullen hen zekerlijk de meest gestrenge straf doen ondergaan.51.Als wij den mensch gunsten verleenen, wendt hij zich af en vertrekt, zonder zijnen dank te betuigen: maar als het kwaad hem bereikt, bidt hij dikwijls.52.Zeg: Wat denkt gij? Indien de Koran van God is en gij daaraan niet gelooft, wie zal dan onder eene grootere dwaling liggen dan hij, die daarvan sterk afwijkt?53.Hierna zullen wijhun onze teekenen toonen in de verschillende streken der aarde en in henzelven, tot dat het hun duidelijk worde, dat dit boek de waarheid is. Is het u niet toereikend, dat uw Heer getuige is van alle dingen?54.Zijn zij niet in twijfel nopens de ontmoeting van hunnen Heer, bij de opstanding? Omvat hij niet alle dingen?1Sommigen betitelen dit hoofdstuk “de vereering of aanbidding,” aangezien daarin den ongeloovigen wordt bevolen, hunne vereering van afgoden te laten varen en God te aanbidden. Daar echterHoofdstuk XXXIIdenzelfden titel draagt, wordt de naam, dien wij boven dit hoofdstuk hebben geplaatst, algemeen gebruikt om het van de eerstvermelde Soera te onderscheiden.2ZieHoofdstuk XI, vers 1.3Zijnde de twee eerste dagen der week (Jallalo’ddin).4ZieHoofdstuk XVI, vers 15.5Dat is: de twee dagen, er onder begrepen, waarin de aarde werd geschapen.6Voor allen in evenredigheid tot hunne behoeften, en naar dit voor hun verbruik wordt vereischt.7Of duisternis.AlZamaksharizegt, dat deze rook uit de wateren, onder den troon van God kwam (welke troon een der dingen was, die vóór de hemelen en aarde werden geschapen), en boven het water opsteeg. Hij voegt er bij, dat, toen het water opgedroogd was, de aarde daaruit werd gevormd, en de hemelen uit den opgestegen rook.8ZieHoofdstuk XV, vers 8.9Dat is: aan iedere zijde hen aanhoudend overredende en bij hen aandringende, zoowel door vroegere voorbeelden aan te halen, als door op toekomstige belooningenenstraffen te wijzen.10Men zegt, dat deze wind van Woensdag tot en met Woensdag aanhield, zijnde de laatste in het eind der maandShawal; en dat dus Woensdag de dag is, waarop God zijne vonnissen op een zondig volk nederzendt (Al Beidâwi).11ZieHoofdst. VII, vers 83enz.12Zijnde: Gij verbergt uwe misdaden voor de menschen, weinig denkende, dat uwe eigen ledematen, waarvoor gij die niet kunt verbergen, als getuigen tegen u zullen opstaan.13Zijnde diegenen van elke soort, welke ons in de armen der zonde geworpen en te gronde gericht hebben. Sommige veronderstellen, dat de twee hier meer bijzonder bedoelden,EblisenCaïnzijn; de twee bedrijvers van ontrouw en moord (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).14Hetzij terwijl zij nog op aarde leven, om hunne gemoederen tot het goede te bewegen, ten einde hen voor verzoekingen te behoeden en hen te troosten, of bij het vuur des doods, om hen in hunne laatste oogenblikken te ondersteunen, of als bij de opstanding, uit graven verrijzen (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).15Dat is: het zal op geenerlei wijze verijdeld, noch tegengegaan kunnen worden, in welk opzicht het ook zij.16ZieHoofdstuk XVI, vers 105.17Zijnde: zoover af, dat zij de stem van hem, die om hen roepen, niet hooren of verstaan.18Want zij zullen, bij de opstanding, hunne afgoden, niet willen erkennen.
Veertigste Hoofdstuk.De ware Geloovige1.Geopenbaard teMekka—85 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ha. Mim.De openbaring van dit boek is van den machtigen, den wijzen God.2.Den vergever van zonden, en den aannemer van berouw, die streng in het straffen is.3.Hij is lankmoedig. Er is geen God buiten hem; en voor hem zal de algemeene verzameling op den jongsten plaats hebben.4.Niemand twist tegen de teekenen van God, behalve de ongeloovigen; maar laat hunne voorspoedige ondernemingen in het land2, uniet met ijdelen schijn verleiden.5.Het volk vanNoachen de verbonden ongeloovigen, die na hen kwamen, beschuldigden hunne verschillende profeten van bedrog, en ieder volk broedde slechte plannen tegen zijne profeten, opdat zij hen in hunne macht zouden krijgen; en zij twistten met ijdele woorden, om daardoor de waarheid krachteloos te maken. Deswege kastijdde ik hen, en hoe gestreng was mijne straf.6.Zoo is het vonnis van uwen Heer met rechtvaardigheid op de ongeloovigen toegepast geworden, en zij zullen de bewoners van het hellevuur zijn.7.De engelen, die den troon van God dragen, en zij die in zijnen omtrek staan3, verkondigen den lof van hunnen Heer en gelooven in hem, en zij vragen vergiffenis voor de ware geloovigen, zeggende: O Heer! gij omringt alle zaken door uwe genade en kennis; vergeef dus hun, die berouw betoonen en uw pad volgen, en bevrijd hen van de pijnen der hel.8.O Heer! leid hen ook in tuinen van eeuwig verblijf, welke gij hun hebt beloofd, en iederen persoon van hunne vaders en hunne vrouwen en hunne kinderen die recht zal handelen: want gij zijt de machtige, de wijze God.9.Bevrijd hen van het kwaad; want al wie zich van boosheid zal vrij houden, zult gij op dien dag uwe genade toonen, en dit zal eene groote gelukzaligheid wezen.10.Maar de ongeloovigen zullen op den dag des oordeels eene stem hooren, die hun zal toeroepen: Waarlijk de haat van God omtrent u, is smartelijker dan uw haat jegens u zelven, toen gij tot het geloof werdt geroepen en niet gelooven wildet.11.Zij zullen zeggen: O Heer! gij hebt ons den dood tweemaal gegeven en gij hebt ons tweemaal het leven geschonken4, en wij belijden onze zonden. Is er dus geen weg, om aan dit vuur te ontkomen?12.En men zal hun antwoorden: Dit is u wedervaren, omdat, als er van een eenigen God tot u werd gepredikt, gij niet geloofdet; maar indien eene meervoudigheid van goden met hem werd vereenigd, gij geloofdet; en het oordeel behoort den hoogen, den grooten God.13.Hij is het, die u zijne teekenen toont, en u voedsel van den hemel nederzendt; maar niemand zal vermaand worden, dan hij, die zich tot God wendt.14.Roep dus God aan, en wijd hem eenen zuiveren godsdienst, hoewel de ongeloovigen afkeerig daarvan zijn.15.Hij is het wezen van verheven aard, de bezitter van den troon, die den geest op zijn bevelnederzendt, aan diegenen zijner dienaren, welke hem behagen, opdat hij den mensch voor den dag der ontmoeting zou waarschuwen5.16.Op dien dag zullen de menschen uit hunne graven verrijzen, en niets wat hen betreft, zal voor God verborgen zijn. Aan wien zal op dien dag het koninkrijk behooren? Aan den eenigen, den almachtigen God.17.Op dien dag zal iedere ziel overeenkomstig hare verdiensten worden beloond; op dien dag zal geene onrechtvaardigheid plaats hebben. Waarlijk, God zal snel zijn in het opmaken der rekeningen.18.Waarschuw hen dus, o profeet! voor den dag die spoedig zal naderen, als de harten der menschen tot hunne kelen opstijgen en hen smoren.19.De ongeloovigen zullen geen vriend of tusschenpersoon hebben, die gehoord zal worden.20.God zal het bedriegelijke oog kennen en datgene wat hunne borsten verbergen.21.En God zal met waarheid oordeelen; maar de valsche goden, welke zij naast hem aanroepen, kunnen volstrekt niet oordeelen; want God alleen hoort en ziet alles.22.Zijn zij niet over de aarde gegaan, en hebben zij het einde niet gezien van hen, die vóór hen waren? Deze waren machtiger dan zij in sterkte, en lieten aanzienlijker sporen van hunne macht op de aarde; doch God kastijdde hen om hunne zonden, en er was niemand om hen bij God te ondersteunen.23.Dit ondergingen zij, omdat hunne apostelen met duidelijke teekens tot hen waren gekomen en zij niet geloofden: daarom kastijdde God hen: want hij is sterk en gestreng in het straffen.24.Wij zonden vroegerMozesmet onze teekenen en duidelijke macht,25.TotPharao, enHaman, enKaroen6, en zij zeiden: Hij is een toovenaar en een leugenaar.26.En toen hij met waarheid van ons tot hen kwam, zeiden zij: Doodt de zonen van hen, die met hem hebben geloofd, en redt het leven hunner dochters7; maar de list der ongeloovigen was ijdel.27.EnPharaozeide: Laat mij alleen, opdat ikMozesdoode8, en laat hem zijnen Heer aanroepen. Waarlijk, ik vrees dat hij uw godsdienst zal doen veranderen, of geweld op de aarde zal doen heersenen9.28.EnMozeszeide tot zijn volk: Waarlijk, ik heb toevlucht tot mijn Heer en uw Heer genomen ten einde mij te verdedigen tegen iederen trotschen persoon, die niet aan den dag der rekenschapgelooft.29.En een man, van het gezin vanPharao10, die een waar geloovige was en zijn geloof verborg, zeide: Wilt gij een mensch ter dood brengen omdat hij zegt: God is mijn Heer, terwijl gij ziet, dat hij met duidelijke teekenen van uwen Heer tot u is gekomen? Indien hij een leugenaar is, zal de straf zijner valschheid op hem vallen, maar indien hij de waarheid spreekt, zullen eenige dier vonnissen, waarmede hij u bedreigt, op u nederkomen; waarlijk, God leidt niet hem, die een zondaar of een leugenaar is.30.O mijn volk! heden is u het koninkrijk, en gij zijt machtig; maar wie zal ons tegen den geesel van God verdedigen, als die op ons nederkomt11.Pharaozeide: Ik stel u alleen voor, wat mij het geschiktste dunkt, en ik leid u alleen op het rechte pad.31.En hij die geloofd had, zeide: O mijn volk! waarlijk, ik vrees voor u een dag, gelijk aan dien van de verbondenen tegen de profeten, in vroegere tijden.32.Een toestand gelijk aan dien van het volk vanNoach, en de stammen vanAdenThamoed.33.En van hen, die na hen hebben geleefd; want God wil niet dat er eenige onrechtvaardigheid op zijne dienaren worde uitgeoefend.34.O mijn volk! waarlijk, ik vrees voor u den dag, waarop de menschen elkander zullen aanroepen12.35.Den dag waarop gij van de rechtbank zult afgewend, en naar de hel gedreven worden zult gij niemand hebben, om u tegen God te ondersteunen. En hij dien God zal doen dwalen, zal geen leider hebben.36.Jozefkwam, vóórMozes, met duidelijke teekens tot u, maar gij hieldt niet op te twijfelen omtrent den godsdienst, dien hij u predikte, tot gij zeidet, toen hij stierf: God zal op geenerlei wijze een anderen profeet na hem zenden. Zoo deed God dengeen dwalen, die een zondaar en een twijfelaar is.37.Zij, die Gods teekenen betwisten, zonder dat er een bewijs tot hen is gekomen, zijn in groote verachting bij God en bij hen die gelooven; zoo verzegelt God ieder trotsch en weêrbarstig hart.38.EnPharaozeide: OHaman! bouw mij een toren, opdat ik de sferen kunne bereiken:39.De sferen des hemels en dat ik den God vanMozes13moge zien; want waarlijk, ik houd hem voor een leugenaar.40.Zoo vertoondenPharaossnoode werken zich lofwaardig voor hem; hij wendde zich van het rechte pad af, en de listen vanPharaoeindigden slechts met verlies.41.En hij die geloofd had, zeide: O mijn volk! volg mij: ik wil u opden rechten weg leiden.42.O mijn volk! waarlijk, dit tegenwoordige leven is slechts een tijdelijk genot, maar het volgende leven is de woning van onwrikbare duurzaamheid.43.Wie kwaad bedrijft, zal slechts vergolden worden in gelijke evenredigheid daarmede, maar wie goed doet, hetzij man of vrouw, en een waar geloovige is, zal onder de uitverkorenen zijn, die het paradijs binnengaan, en daarin overvloediglijk zullen worden voorzien.44.O mijn volk! wat mij betreft, ik noodig u tot de gelukzaligheid uit; maar gij noodigt mij tot het hellevuur.45.Gij noodigt mij uit, God te loochenen, en datgene met hem te vereenigen waarvan ik geene kennis; maar ik noodig u tot den Machtigste, den Vergever van zonden.46.Het is ontwijfelbaar, dat de valsche goden, waartoe gij mij uitnoodigt, niet verdienen aangeroepen te worden noch in deze, noch in de volgende wereld: dat wij tot God moeten terugkeeren, en dat de zondaren de bewoners van het hellevuur zullen wezen.47.En gij zult u dan herinneren wat ik thans tot u zeg. Wat mij betreft, ik onderwerp mijne zaak aan God; want God beschouwt zijne dienaren.48.Daarom bevrijdde God hem van het kwaad, dat zij tegen hem hadden uitgedacht, en eene gestrenge straf omringde het volk vanPharao14.49.Zij zullen, des ochtends en des avonds, aan het hellevuur zijn blootgesteld15, en op den dag waarop het oordeel zal plaats hebben, zal hun worden gezegd; Treed binnen, o volk vanPharao! in de gestrengste marteling.50.En denk aan den tijd, als de ongeloovigen, in het hellevuur met elkander zullen twisten, en de zwakken tot de hoovaardigen (de grooten) zullen zeggen: Waarlijk, wij waren uwe volgers; wilt gij ons dus niet van een deel van dit vuur redden?51.De hoovaardigen zullen antwoorden: Waarlijk, wij zijn allen gedoemd daarin te lijden; want God heeft thans zijne dienaren geoordeeld.52.En zij, die in het vuur zullen wezen, zullen tot de wachters der hel zeggen16: Roept uwen Heer aan, opdat hij ons voor een dag deze straf verlichte.53.Zij zullen antwoorden! kwamen uwe gezanten niet, met duidelijke bewijzen, tot u? Zij zullen zeggen:Ja. De bewaarders zullen daarop zeggen: Roept dus God aan: maar zijne aanroeping door de ongeloovigen zal slechts ijdel wezen.54.Wij zullen zekerlijk onze profeten en hen die gelooven, in dit tegenwoordige leven helpen, en op den dag waarop de getuigen zullen opstaan.55.Een dag waarop de verontschuldiging der ongeloovigen hen niet zal baten; maar een vloek zal hen wachten en een ellendig verblijf.56.Wij gaven vroeger aanMozeseene leiding, en wij lieten het boek der wet, als eene erfenis voor de kinderen Israëls, na; als eene leiding en eene vermaning voor menschen, die verstand bezitten.57.Daarom, o profeet! verdraag de beleedigingen der ongeloovigen met geduld; want de belofte van God is waar. Vraag vergiffenis voor uwe dwaling17en verkondig den lof van uwen Heer, des avonds en des ochtends.58.Wat hen betreft, die de teekenen van God bestrijden, zonder dat hun een overtuigend bewijs werd geopenbaard, er is slechts trotschheid in hunne borsten; doch zij zullen hun verlangen niet verkrijgen; vlucht dus tot God, als een toevluchtsoord; want hij hoort en ziet alles.59.Waarlijk, de schepping van hemel en aarde is grooter dan de schepping van den mensch, maar het meerendeel der menschen begrijpt het niet.60.De blinde en de ziende zullen niet gelijk gesteld worden, noch zij die gelooven en rechtvaardigheid uitoefenen met de boosdoeners. Hoe weinigen overwegen dit in hun binnenste!61.Het laatste uur zal zekerlijk komen: dit is ontwijfelbaar; maar het meerendeel der menschen gelooft het niet62.Uw Heer zeide: Roept mij aan en ik zal u verhooren, maar zij die met trotschheid mijnen dienst versmaden, zullen met schande de hel binnen gaan.63.God is het, die den nacht voor u heeft aangewezen, om daarin uwen rust te nemen, en den dag om u licht te geven. Waarlijk, God is milddadig omtrent den mensch; maar het meerendeel der menschen is ondankbaar.64.Dit is God, uw Heer, de schepper van al dingen; er is geen God buiten hem; waarom hebt gij u dan van zijne vereering afgewend?65.Zoo zijn degenen afgewend, die Gods teekenen weerstand bieden.66.God is het, die u de aarde heeft gegeven tot een vasten grond, en de hemel als eene overdekking; die u gevormd heeft, uwe vormen schoon heeft gemaakt en u met goede dingen voedt. Dit is God, uw Heer. Daarom zij God gezegend, de Heer van alle schepselen!67.Hij is de levende God, en er is geen God buiten hem. Roept hem dus aan, en wijdt hem den zuiveren godsdienst. Geloofd zij God, de Heer van alle schepselen!68.Zeg: Waarlijk, het is mij verboden de godheden te aanbidden, welke gij buiten God aanroept, nadat er duidelijke bewijzen van mijnen Heer tot u zijn gekomen, en mij is bevolen, mij aan den Heer van alle schepselen te onderwerpen.69.Hij is het, die u het eerste van stof schiep, daarna van zaad en gestold bloed, en u vervolgens als kinderen uit de ingewanden uwer moeders voortbracht; daarna veroorloofde hij u, uwen ouderdom van volle sterkte te bereiken, en vervolgens tot oude menschen op te groeien (maar sommigen van u sterven voor dien leeftijd), en den bepaalden tijd van uw leven te bereiken18, opdat gij misschien zoudt begrijpen.70.Hij is het, die leven geeft en sterven doet, en als hij iets besluit, zegt hij slechts: Wees! en het is.71.Bemerkt gij hen niet, die tegen de teekenen van God twisten, hoezeer zij van het ware geloof zijn afgewend?72.Zij, die het boek van den Koran van valschheid beschuldigen, en ook de andere schriften en andere leeren, welke wij onze vroegere profeten hebben gezonden om te prediken, zullen hierna hunne dwaasheid kennen.73.Als de kragen zich om hunne nekken zullen bevinden, zullen zij geketend in de hel worden gesleept; daarna zullen zij in het vuur worden verbrand.74.En er zal tot hen worden gezegd: Waar zijn de goden, welke gij met God hebt vereenigd? Zij zullen antwoorden: Zij hebben zich zelven aan ons onttrokken; ja, wij riepen vroeger een niets aan19. Zoo leidt God de ongeloovigen in dwaling.75.Dit is u wedervaren, omdat gij u onbeschaamd op aarde hebt verheugd, in datgene wat valsch was, en waarom gij met toomelooze vreugde waart vervuld.76.Gaat de poorten der hel binnen, om daarin voor eeuwig te verblijven; en het verblijf der hoogmoedigen zal ellendig zijn!77.Daarom volhard met geduld, oMahomet! want de belofte van God is waar. Hetzij wij u een deel der straf doen zien, waarmede wij hen bedreigden, hetzij wij u doen sterven vóór gij het ziet; zij zullen op den jongsten dag voor ons worden verzameld.78.Wij hebben vóór u een groot aantal profeten gezonden; van sommige onder welke wij u de geschiedenissen hebben geopenbaard, en de geschiedenissen van andere hebben wij u niet medegedeeld; maar geen gezant heeft de macht een teeken voor te brengen, tenzij door het verlof van God. Als dus het bevel van God zal komen, zal het oordeel met waarheid worden uitgesproken, en dan zullen zij ten gronde gaan, die de teekens van God zonder uitwerking trachten te doen zijn.79.Het is God die u het vee heeft gegeven, teneinde gij op sommige dieren zoudt kunnen rijden en van andere zoudt kunnen eten.80.Gij ontvangt daarvan ook andere voordeelen20, en door deze volbrengt gij de zaak, welke gij u innerlijk hebt voorgesteld, en door hen wordt gij te land, en door schepen ter zee vervoerd.81.En hij toont u zijne teekenen. Welke van Gods teekenen zult gij dus loochenen?82.Gaan zij niet over de aarde, en zien zij niet wat het einde was van hen, die vóór hen bestonden? Deze waren talrijker dan zijen machtiger in sterkte, en lieten aanzienlijker gedenkteekenen van hunne macht op aarde; maar wat zij verworven hadden was hun van geen voordeel.83.En toen hunne apostelen tot hen kwamen met duidelijke bewijzen hunner zending verheugden zij zich vol overmoed in de kennis, die met hen was21, doch de straf, waarover zij hadden gespot, omringde hen.84.En toen zij onze wraak zagen, zeiden zij: Wij gelooven in God alleen en wij doen afstand van de afgoden, welke wij met hem hebben vereenigd.85.Maar hun geloof baatte hen niet, nadat zij onze wraak hadden gezien. Dit was het bevel van God, dat vroeger in acht genomen werd, nopens zijne dienaren, en de ongeloovigen deed te gronde gaan.1Deze titel is ontleend aan de vermelding invers 29.2Door handel te drijvenSyriëenYemen. ZieHoofdstuk III, vers 196, noot.3Dit zijn de Cherubijnen, de hoogste klasse van engelen, die het dichtst in Gods tegenwoordigheid naderen (Al Beidâwi).4Daar gij ons eerst in een toestand des doods, of ontdaan van leven en gevoel hebt geschapen, daarna leven aan het onbezielde lichaam hebt gegeven (ZieHoofdstuk II, vers 26), ons vervolgens een natuurlijken dood hebt doen sterven, en ons hierna bij de opstanding hebt doen verrijzen. Sommigen zien in den eersten dood een natuurlijken dood, en in den tweeden, dien in het graf, nadat het lichaam daar tot het leven zal zijn opgewekt, ten einde ondervraagd te worden, en veronderstellen, dientengevolge, dat de dubbele herleving, die van het graf en die bij de opstanding is (Al Beidâwi Jallalo’ddin).5Als de Schepper en zijne schepselen (ZieHoofdstuk VI, vers 19) de bewoners van hemel en aarde, de valsche godheden en hare aanbidders, de verdrukker en de verdrukte, de arbeider en zijne werken elkander zullen ontmoeten (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).6Zie nopens dezen persoonHoofdstuk XXVIII, vers 76noot.7Dat is: Houdt aan het vroeger genomen besluit vast, en voert het in de toekomst stipter uit (ZieHoofdstuk VII, vers 124).8Want zij rieden hem,Mozesniet te dooden, opdat men niet zou denken dat hij niet in staat ware, hem door kracht van redenen weerstand te bieden (Al Beidâwi).9Door het veroorzaken van botsingen en het te werk stellen van verleidingen, ten einde zijn nieuwen godsdienst in te voeren.10Dit schijnt dezelfde persoon te zijn, die inHoofdstuk XXVIII vers 19wordt vermeld.11Zie de rede vanGamaliëltot het Joodsche Sanhedrin, toen de apostelen voor hen werden gebracht (Hand. V. vers 38, 39).12Zijnde de dag des oordeels, waarop de bewoners van het paradijs en van de hel met elkander een gesprek zullen houden, als de laatsten om hulp zullen roepen, en de verleiders en de verleiden elkander wederkeerig de schuld zullen toeschrijven (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).13ZieHoofdstuk XXVIII, vers 38.14Sommigen zijn van meening, dat hier meer bijzonder worden bedoeld, zij die doorPharaowerden gezonden om den waren geloovige, zijn bloedverwant, te vatten. Zij verhalen ons namelijk, dat de genoemde geloovige naar een berg vluchtte, waar zij hem biddende vonden, door wilde dieren bewaakt, die zich rondom hem in orde schaarden, en dat zijne vervolgers daarop in grooten angst tot den vorst terugkeerden, die hen ter dood bracht, omdat zij zijn bevel niet hadden uitgevoerd (Al Beidâwi).15Sommigen stellen deze woorden voor, als betrekking hebbende op de voorafgaande straf, welke zij gedoemd zijn te ondergaan, overeenkomstig eene overlevering vanEbn Masoed, die ons mede deelt, dat hunne zielen zich in de kroppen van meerlen bevinden, die tot den dag des oordeels iederen ochtend en avond aan het hellevuur worden blootgesteld (Al Beidâwi).16ZieHoofdstuk LXXIV, vers 31.17Door te onachtzaam en te zorgeloos te zijn, in het voortplanten van den waren godsdienst, uit vrees voor de ongeloovigen. (Al Beidâwi).18ZieHoofdstuk XVII, vers 15.19Ziende, dat een afgodsbeeld niets in de wereld is (Al Beidâwi).20ZieHoofdstuk XVI, vers 5.21Vooringenomen zijnde met hunne eigene dwaalbegrippen, en de onderrichtingen van den profeet verwerpende.Een en Veertigste Hoofdstuk.De duidelijk Uitgelegden.1.Geopenbaard teMekka—54 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ha. Mim. Dit is een boek van den Barmhartigste.2.Een boek, waarvan de verzen duidelijk zijn uitgelegd2, een Arabische Koran; tot onderricht van een volk, dat verstaat;3.Brengende goede tijdingen, en bedreigingen aankondigende, maar het meerendeel hunner wendt zich af en luistert niet daarnaar.4.En zij zeggen: onze harten zijn gesluierd voor de leer waartoe gij ons uitnoodigt; er is doofheid in onze ooren, en eene gordijn tusschen ons en ulieden; handel dus zooals gij gepast zult oordeelen; want wij zullen handelen overeenkomstig onze eigene gevoelens.5.Zeg: Waarlijk, ik ben slechts een mensch zooals gij. Mij is het geopenbaard, dat uw God één God is; richt dus uwen weg naar hem, en vraagt vergiffenis voor hetgeen voorbij is. En wee over de ongeloovigen.6.Die de bepaalde aalmoezen niet geven, en in het volgende leven niet gelooven!7.Maar wat henbetreft, die gelooven en rechtvaardigheid uitoefenen, zij zullen eene eeuwigdurende belooning ontvangen.8.Zeg: Gelooft gij werkelijk niet in hem, die de aarde in twee dagen schiep3, en stelt gij anderen met hem gelijk? Hij is de heer van alle schepselen!9.En hij heeft vastgewortelde bergen op de aarde geplaatst4, die zich daarboven verhieven. Hij zegende haar en voorzag haar van het voedsel der schepselen, die aangewezen waren de bewoners daarvan te zijn, in vier dagen5, gelijkelijk, voor hen die vragen6.10.En hij ondernam de schepping des hemels: en deze was rook7, en hij zeide tot den hemel en tot de aarde: Komt, hetzij gehoorzaam of tegen uwen wil. Zij zeiden: Wij komen gehoorzaam aan uw bevel.11.En hij vormde die in zeven hemelen in twee dagen, en openbaarde aan iederen hemel zijne verrichting. En wij tooiden den lageren hemel met lichten, en plaatsten eene wacht van engelen daarin8. Dat is de beschikking van den machtigen, den wijzen God.12.Indien de bewoners vanMekkazich aan deze onderrichtingen onttrekken, zeg: Ik kondig u eene plotselinge vernietiging aan, zooals de vernietiging vanAdenThamoed.13.Toen de profeten tot hen kwamen, voor hen en achter hen9, zeggende: Vereert God alleen, antwoordden zij: Indien het onzen Heer zou hebben behaagd, gezanten af te vaardigen, zou hij zeker engelen hebben gezonden, en wij gelooven de zending niet, waarmede gij zijt belast.14.Wat den stamAdbetreft, zij gedroegen zich, zonder reden, onbeschaamd op de aarde en zeiden: Wie is machtiger dan wij in sterkte? Zagen zij niet dat God, die hen geschapen heeft, machtiger dan zij in sterkte was? En zij verwierpen onze teekenen met voordacht!15.Daarom deden wij een fellen wind van ongeluk tegen hen opsteken10, opdat wij hun de straf der schande in deze wereld zouden doen proeven; maar de straf van het volgende leven zal nog schandelijker wezen, en zij zullendaartegen niet worden beschermd.16.En watThamoedbetreft wij leidden hen, maar zij beminden de blindheid meer dan de ware richting; daarom overviel hen het vreeselijk gedruisch van eene schandelijke straf, om hetgeen zij hadden verdiend.17.Maar wij bevrijdden hen die geloofden en God vreesden11.18.En waarschuw hen voor den dag, waarop de vijanden van God in het hellevuur bijeenverzameld zullen worden, en in onderscheiden scharen zullen optrekken.19.Totdat, wanneer zij daar zullen aangekomen zijn, hunne ooren, hunne oogen en hunne huiden getuigenis tegen hen zullen afleggen, van datgene wat zij verricht zullen hebben.20.En zij zullen tot hunne huiden zeggen: Waarom legt gij getuigenis tegen ons af? Deze zullen antwoorden: God heeft ons doen spreken; hij die de spraak schenkt aan alle wezens, hij schiep u eens, en tot hem zijt gij teruggekeerd.21.Gij kondt u niet verbergen terwijl gij zondigdet, opdat uwe ooren en uwe oogen en uwe huiden geene getuigenis tegen u konden afleggen12; maar gij dacht, dat God onbekend was met vele dingen welke gij deedt.22.Dit was uwe meening welke gij van uwen Heer uitdacht; dit heeft u ten gronde gericht, en gij zijt verloren.23.Laten zij hunne marteling verdragen: het hellevuur zal hun verblijf zijn. Ofschoon zij om genade smeeken, zullen zij die niet erlangen.24.En wij zullen hun de duivels tot onafscheidbare makkers geven, die hun valsche denkbeelden voorstelden, welke zij nopens deze tegenwoordige wereld en de volgende voedden; en voor hen is het vonnis juist passend, dat vroeger werd uitgesproken over de volkeren van geniussen en menschen die voor hen waren, en waardoor zij ten gronde gingen.25.De ongeloovigen zeggen: Luister niet naar dezen Koran, maar voer ijdele gesprekken bij de lezing daarvan, opdat gij de stem van den lezer, door uwe spotternijen en uw lachen, bedekt.26.Daarom zullen wij de ongeloovigen zekerlijk eene gestrenge straf doen ondergaan.27.En wij zullen zekerlijk het booze vergelden, dat zij bedreven zullen hebben.28.Dit zal de vergelding van Gods vijanden zijn; namelijk het hellevuur; daarin is voor hen een eeuwigdurend verblijf gereed gemaakt, als eene vergelding, wegens het voorbedachtelijk verwerpen onzer teekenen.29.En de ongeloovigen zullen in de hel gillen: O Heer! toon ons degenen der geniussen en menschen13, die ons hebben verleid, en wij zullen hen onder onze voeten werpen, opdat zij vernederd enveracht worden.30.Wat hen betreft die zeggen: Onze Heer is God, en zij die zich oprechtelijk gedragen, de engelen zullen tot hen nederdalen14en zeggen: Vreest niet, en treurt ook niet; maar verheugt u in de hoop van het paradijs, dat u is beloofd.31.Wij zijn uwe vrienden in dit leven, en in datgene wat komen zal; daarin zult gij hebben, wat uwe zielen zullen begeeren, alles wat gij zult verlangen.32.Daarin zult gij alles verkrijgen, waarom gij zult vragen, als een geschenk van den barmhartigen en genadigen God.33.Wie spreekt beter dan hij, die tot God noodigt, rechtvaardigheid uitoefent, en zegt: Ik ben een Moslem?34.Goed en kwaad zullen niet gelijk gesteld worden. Vergeld het kwade met goed, en ziet: de man, die uw vijand was, zal uw beschermer en warmste vriend worden.35.Maar niemand zal deze volmaaktheid bereiken, behalve zij, die lijdzaam zijn; ook zal niemand die bereiken, behalve hij, die met een zeer gelukkiggemoedbegiftigd is.36.En indien u door Satan eene slechte ingeving wordt aangeboden, neem dan uwe toevlucht tot God; want hij is het, die alles ziet en weet.37.Onder de teekenen zijner macht zijn de dag en de nacht, de zon en de maan. Vereer de zon niet, noch de maan, maar vereer God, die haar heeft geschapen, indien gij hem wilt dienen.38.Maar indien zij trotschelijk zijnen dienst versmaden, waarlijk, de engelen die met uwen Heer zijn prijzen hem nacht en dag, en zijn niet vermoeid.39.En onder zijne teekenen is een ander, dat gij het land woest ziet, maar als wij er regen op nederzenden, wordt het in beweging en gisting gebracht. En hij die de aarde verkwikt, zal zekerlijk ook de dooden bezielen; want hij is almachtig.40.Waarlijk, zij die goddeloos onze teekenen miskennen, zijn niet voor ons verborgen. Is dus hij beter, die in het hellevuur zal worden geworpen, of hij die op den dag der opstanding zeker zal verschijnen? Doet wat gij wilt, maar hij ziet gewis alles wat gij doet.41.Waarlijk, zij die niet in de vermaning van den Koran gelooven, nadat die tot hen is gekomen, zullen eens ontdekt worden. Zekerlijk, het is een boek van onschatbare waarde.42.Geene ijdelheid zal het bereiken, noch van voren noch van achteren15;het is een openbaring van den wijzen God, wiens lof terecht wordt verkondigd.43.De ongeloovigen vanMekkazeggen u niets anders, dan datgene, wat vóór u, tot de profeten werd gezegd; waarlijk, hun Heer is tot de vergiffenis geneigd, en hij is mede in staat ernstig te kastijden.44.Indien wij den Koran in eenevreemde taal hadden geopenbaard16, zouden zij zekerlijk gezegd hebben: Wij zullen dien niet ontvangen, zoo lang de teekenen daarvan niet duidelijk zijn uitgelegd. Is dan het boek in eene vreemde taal geschreven, en de persoon, aan wien het werd gericht een Arabier? Antwoord: Het is een zekere gids voor hen die gelooven, en een heelmiddel tegen twijfel en onzekerheid; maar voor hen, die niet gelooven, een zwaar gehoor in hunne ooren, en het is eene duisternis die hen bedekt, deze zijn gelijk degenen, die van eene afgelegene plaats worden aangeroepen17.45.Wij gaven vroeger het boek der wet aanMozesen er rees een twist over. Indien er vooraf geen besluit van uwen Heer ware uitgegaan, ten einde den tegenstanders dier openbaring uitstel te verleenen, waarlijk, dan zou de zaak tusschen hen zijn besloten geworden, door de vernietiging der ongeloovigen; want zij verkeerden daaromtrent in een zeer grooten twijfel.46.Hij die goed doet, verricht dit ten voordeele zijner eigene ziel, en hij die kwaad bedrijft doet het tegen zijne ziel; want uw Heer is niet onrechtvaardig omtrent zijne dienaren.47.Hem is de kennis van het uur des oordeels voorbehouden, en er komt geene vrucht uit den knop voort, die haar omwikkeld houdt, noch ontvangt eene vrouw in hare ingewanden, noch wordt zij van hare vrucht bevrijd, dan met zijne kennis. Op den dag waarop hij hen tot zich zal roepen, zeggende: Waar zijn de makkers, welke gij mij hebt toegeschreven? zullen zij antwoorden: Wij verzekeren u, dat daar voor geen getuige onder ons is18.48.En de afgoden, welke zij te voren aanriepen zullen zich aan hen onttrekken, en zij zullen bemerken, dat er geen weg zal wezen om te ontkomen.49.Het vermoeit den mensch niet, het goede te vragen, maar als het kwade hem overvalt, vertwijfelt en wanhoopt hij.50.En indien wij hem onze genade doen genieten, nadat hem droefenis bereikt, zegt hij zekerlijk: Dit is men mij schuldig, wegens mijne verdiensten; ik geloof niet, dat het uur des oordeels ooit zal komen, en indien ik voor mijn Heer word gebracht, zal ik zeker bij hem den uitnemendsten toestand bereiken. Maar wij zullen dan aan hen die niet geloofd hebben, datgene verklaren, wat zij verricht hebben en wij zullen hen zekerlijk de meest gestrenge straf doen ondergaan.51.Als wij den mensch gunsten verleenen, wendt hij zich af en vertrekt, zonder zijnen dank te betuigen: maar als het kwaad hem bereikt, bidt hij dikwijls.52.Zeg: Wat denkt gij? Indien de Koran van God is en gij daaraan niet gelooft, wie zal dan onder eene grootere dwaling liggen dan hij, die daarvan sterk afwijkt?53.Hierna zullen wijhun onze teekenen toonen in de verschillende streken der aarde en in henzelven, tot dat het hun duidelijk worde, dat dit boek de waarheid is. Is het u niet toereikend, dat uw Heer getuige is van alle dingen?54.Zijn zij niet in twijfel nopens de ontmoeting van hunnen Heer, bij de opstanding? Omvat hij niet alle dingen?1Sommigen betitelen dit hoofdstuk “de vereering of aanbidding,” aangezien daarin den ongeloovigen wordt bevolen, hunne vereering van afgoden te laten varen en God te aanbidden. Daar echterHoofdstuk XXXIIdenzelfden titel draagt, wordt de naam, dien wij boven dit hoofdstuk hebben geplaatst, algemeen gebruikt om het van de eerstvermelde Soera te onderscheiden.2ZieHoofdstuk XI, vers 1.3Zijnde de twee eerste dagen der week (Jallalo’ddin).4ZieHoofdstuk XVI, vers 15.5Dat is: de twee dagen, er onder begrepen, waarin de aarde werd geschapen.6Voor allen in evenredigheid tot hunne behoeften, en naar dit voor hun verbruik wordt vereischt.7Of duisternis.AlZamaksharizegt, dat deze rook uit de wateren, onder den troon van God kwam (welke troon een der dingen was, die vóór de hemelen en aarde werden geschapen), en boven het water opsteeg. Hij voegt er bij, dat, toen het water opgedroogd was, de aarde daaruit werd gevormd, en de hemelen uit den opgestegen rook.8ZieHoofdstuk XV, vers 8.9Dat is: aan iedere zijde hen aanhoudend overredende en bij hen aandringende, zoowel door vroegere voorbeelden aan te halen, als door op toekomstige belooningenenstraffen te wijzen.10Men zegt, dat deze wind van Woensdag tot en met Woensdag aanhield, zijnde de laatste in het eind der maandShawal; en dat dus Woensdag de dag is, waarop God zijne vonnissen op een zondig volk nederzendt (Al Beidâwi).11ZieHoofdst. VII, vers 83enz.12Zijnde: Gij verbergt uwe misdaden voor de menschen, weinig denkende, dat uwe eigen ledematen, waarvoor gij die niet kunt verbergen, als getuigen tegen u zullen opstaan.13Zijnde diegenen van elke soort, welke ons in de armen der zonde geworpen en te gronde gericht hebben. Sommige veronderstellen, dat de twee hier meer bijzonder bedoelden,EblisenCaïnzijn; de twee bedrijvers van ontrouw en moord (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).14Hetzij terwijl zij nog op aarde leven, om hunne gemoederen tot het goede te bewegen, ten einde hen voor verzoekingen te behoeden en hen te troosten, of bij het vuur des doods, om hen in hunne laatste oogenblikken te ondersteunen, of als bij de opstanding, uit graven verrijzen (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).15Dat is: het zal op geenerlei wijze verijdeld, noch tegengegaan kunnen worden, in welk opzicht het ook zij.16ZieHoofdstuk XVI, vers 105.17Zijnde: zoover af, dat zij de stem van hem, die om hen roepen, niet hooren of verstaan.18Want zij zullen, bij de opstanding, hunne afgoden, niet willen erkennen.
Veertigste Hoofdstuk.De ware Geloovige1.Geopenbaard teMekka—85 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ha. Mim.De openbaring van dit boek is van den machtigen, den wijzen God.2.Den vergever van zonden, en den aannemer van berouw, die streng in het straffen is.3.Hij is lankmoedig. Er is geen God buiten hem; en voor hem zal de algemeene verzameling op den jongsten plaats hebben.4.Niemand twist tegen de teekenen van God, behalve de ongeloovigen; maar laat hunne voorspoedige ondernemingen in het land2, uniet met ijdelen schijn verleiden.5.Het volk vanNoachen de verbonden ongeloovigen, die na hen kwamen, beschuldigden hunne verschillende profeten van bedrog, en ieder volk broedde slechte plannen tegen zijne profeten, opdat zij hen in hunne macht zouden krijgen; en zij twistten met ijdele woorden, om daardoor de waarheid krachteloos te maken. Deswege kastijdde ik hen, en hoe gestreng was mijne straf.6.Zoo is het vonnis van uwen Heer met rechtvaardigheid op de ongeloovigen toegepast geworden, en zij zullen de bewoners van het hellevuur zijn.7.De engelen, die den troon van God dragen, en zij die in zijnen omtrek staan3, verkondigen den lof van hunnen Heer en gelooven in hem, en zij vragen vergiffenis voor de ware geloovigen, zeggende: O Heer! gij omringt alle zaken door uwe genade en kennis; vergeef dus hun, die berouw betoonen en uw pad volgen, en bevrijd hen van de pijnen der hel.8.O Heer! leid hen ook in tuinen van eeuwig verblijf, welke gij hun hebt beloofd, en iederen persoon van hunne vaders en hunne vrouwen en hunne kinderen die recht zal handelen: want gij zijt de machtige, de wijze God.9.Bevrijd hen van het kwaad; want al wie zich van boosheid zal vrij houden, zult gij op dien dag uwe genade toonen, en dit zal eene groote gelukzaligheid wezen.10.Maar de ongeloovigen zullen op den dag des oordeels eene stem hooren, die hun zal toeroepen: Waarlijk de haat van God omtrent u, is smartelijker dan uw haat jegens u zelven, toen gij tot het geloof werdt geroepen en niet gelooven wildet.11.Zij zullen zeggen: O Heer! gij hebt ons den dood tweemaal gegeven en gij hebt ons tweemaal het leven geschonken4, en wij belijden onze zonden. Is er dus geen weg, om aan dit vuur te ontkomen?12.En men zal hun antwoorden: Dit is u wedervaren, omdat, als er van een eenigen God tot u werd gepredikt, gij niet geloofdet; maar indien eene meervoudigheid van goden met hem werd vereenigd, gij geloofdet; en het oordeel behoort den hoogen, den grooten God.13.Hij is het, die u zijne teekenen toont, en u voedsel van den hemel nederzendt; maar niemand zal vermaand worden, dan hij, die zich tot God wendt.14.Roep dus God aan, en wijd hem eenen zuiveren godsdienst, hoewel de ongeloovigen afkeerig daarvan zijn.15.Hij is het wezen van verheven aard, de bezitter van den troon, die den geest op zijn bevelnederzendt, aan diegenen zijner dienaren, welke hem behagen, opdat hij den mensch voor den dag der ontmoeting zou waarschuwen5.16.Op dien dag zullen de menschen uit hunne graven verrijzen, en niets wat hen betreft, zal voor God verborgen zijn. Aan wien zal op dien dag het koninkrijk behooren? Aan den eenigen, den almachtigen God.17.Op dien dag zal iedere ziel overeenkomstig hare verdiensten worden beloond; op dien dag zal geene onrechtvaardigheid plaats hebben. Waarlijk, God zal snel zijn in het opmaken der rekeningen.18.Waarschuw hen dus, o profeet! voor den dag die spoedig zal naderen, als de harten der menschen tot hunne kelen opstijgen en hen smoren.19.De ongeloovigen zullen geen vriend of tusschenpersoon hebben, die gehoord zal worden.20.God zal het bedriegelijke oog kennen en datgene wat hunne borsten verbergen.21.En God zal met waarheid oordeelen; maar de valsche goden, welke zij naast hem aanroepen, kunnen volstrekt niet oordeelen; want God alleen hoort en ziet alles.22.Zijn zij niet over de aarde gegaan, en hebben zij het einde niet gezien van hen, die vóór hen waren? Deze waren machtiger dan zij in sterkte, en lieten aanzienlijker sporen van hunne macht op de aarde; doch God kastijdde hen om hunne zonden, en er was niemand om hen bij God te ondersteunen.23.Dit ondergingen zij, omdat hunne apostelen met duidelijke teekens tot hen waren gekomen en zij niet geloofden: daarom kastijdde God hen: want hij is sterk en gestreng in het straffen.24.Wij zonden vroegerMozesmet onze teekenen en duidelijke macht,25.TotPharao, enHaman, enKaroen6, en zij zeiden: Hij is een toovenaar en een leugenaar.26.En toen hij met waarheid van ons tot hen kwam, zeiden zij: Doodt de zonen van hen, die met hem hebben geloofd, en redt het leven hunner dochters7; maar de list der ongeloovigen was ijdel.27.EnPharaozeide: Laat mij alleen, opdat ikMozesdoode8, en laat hem zijnen Heer aanroepen. Waarlijk, ik vrees dat hij uw godsdienst zal doen veranderen, of geweld op de aarde zal doen heersenen9.28.EnMozeszeide tot zijn volk: Waarlijk, ik heb toevlucht tot mijn Heer en uw Heer genomen ten einde mij te verdedigen tegen iederen trotschen persoon, die niet aan den dag der rekenschapgelooft.29.En een man, van het gezin vanPharao10, die een waar geloovige was en zijn geloof verborg, zeide: Wilt gij een mensch ter dood brengen omdat hij zegt: God is mijn Heer, terwijl gij ziet, dat hij met duidelijke teekenen van uwen Heer tot u is gekomen? Indien hij een leugenaar is, zal de straf zijner valschheid op hem vallen, maar indien hij de waarheid spreekt, zullen eenige dier vonnissen, waarmede hij u bedreigt, op u nederkomen; waarlijk, God leidt niet hem, die een zondaar of een leugenaar is.30.O mijn volk! heden is u het koninkrijk, en gij zijt machtig; maar wie zal ons tegen den geesel van God verdedigen, als die op ons nederkomt11.Pharaozeide: Ik stel u alleen voor, wat mij het geschiktste dunkt, en ik leid u alleen op het rechte pad.31.En hij die geloofd had, zeide: O mijn volk! waarlijk, ik vrees voor u een dag, gelijk aan dien van de verbondenen tegen de profeten, in vroegere tijden.32.Een toestand gelijk aan dien van het volk vanNoach, en de stammen vanAdenThamoed.33.En van hen, die na hen hebben geleefd; want God wil niet dat er eenige onrechtvaardigheid op zijne dienaren worde uitgeoefend.34.O mijn volk! waarlijk, ik vrees voor u den dag, waarop de menschen elkander zullen aanroepen12.35.Den dag waarop gij van de rechtbank zult afgewend, en naar de hel gedreven worden zult gij niemand hebben, om u tegen God te ondersteunen. En hij dien God zal doen dwalen, zal geen leider hebben.36.Jozefkwam, vóórMozes, met duidelijke teekens tot u, maar gij hieldt niet op te twijfelen omtrent den godsdienst, dien hij u predikte, tot gij zeidet, toen hij stierf: God zal op geenerlei wijze een anderen profeet na hem zenden. Zoo deed God dengeen dwalen, die een zondaar en een twijfelaar is.37.Zij, die Gods teekenen betwisten, zonder dat er een bewijs tot hen is gekomen, zijn in groote verachting bij God en bij hen die gelooven; zoo verzegelt God ieder trotsch en weêrbarstig hart.38.EnPharaozeide: OHaman! bouw mij een toren, opdat ik de sferen kunne bereiken:39.De sferen des hemels en dat ik den God vanMozes13moge zien; want waarlijk, ik houd hem voor een leugenaar.40.Zoo vertoondenPharaossnoode werken zich lofwaardig voor hem; hij wendde zich van het rechte pad af, en de listen vanPharaoeindigden slechts met verlies.41.En hij die geloofd had, zeide: O mijn volk! volg mij: ik wil u opden rechten weg leiden.42.O mijn volk! waarlijk, dit tegenwoordige leven is slechts een tijdelijk genot, maar het volgende leven is de woning van onwrikbare duurzaamheid.43.Wie kwaad bedrijft, zal slechts vergolden worden in gelijke evenredigheid daarmede, maar wie goed doet, hetzij man of vrouw, en een waar geloovige is, zal onder de uitverkorenen zijn, die het paradijs binnengaan, en daarin overvloediglijk zullen worden voorzien.44.O mijn volk! wat mij betreft, ik noodig u tot de gelukzaligheid uit; maar gij noodigt mij tot het hellevuur.45.Gij noodigt mij uit, God te loochenen, en datgene met hem te vereenigen waarvan ik geene kennis; maar ik noodig u tot den Machtigste, den Vergever van zonden.46.Het is ontwijfelbaar, dat de valsche goden, waartoe gij mij uitnoodigt, niet verdienen aangeroepen te worden noch in deze, noch in de volgende wereld: dat wij tot God moeten terugkeeren, en dat de zondaren de bewoners van het hellevuur zullen wezen.47.En gij zult u dan herinneren wat ik thans tot u zeg. Wat mij betreft, ik onderwerp mijne zaak aan God; want God beschouwt zijne dienaren.48.Daarom bevrijdde God hem van het kwaad, dat zij tegen hem hadden uitgedacht, en eene gestrenge straf omringde het volk vanPharao14.49.Zij zullen, des ochtends en des avonds, aan het hellevuur zijn blootgesteld15, en op den dag waarop het oordeel zal plaats hebben, zal hun worden gezegd; Treed binnen, o volk vanPharao! in de gestrengste marteling.50.En denk aan den tijd, als de ongeloovigen, in het hellevuur met elkander zullen twisten, en de zwakken tot de hoovaardigen (de grooten) zullen zeggen: Waarlijk, wij waren uwe volgers; wilt gij ons dus niet van een deel van dit vuur redden?51.De hoovaardigen zullen antwoorden: Waarlijk, wij zijn allen gedoemd daarin te lijden; want God heeft thans zijne dienaren geoordeeld.52.En zij, die in het vuur zullen wezen, zullen tot de wachters der hel zeggen16: Roept uwen Heer aan, opdat hij ons voor een dag deze straf verlichte.53.Zij zullen antwoorden! kwamen uwe gezanten niet, met duidelijke bewijzen, tot u? Zij zullen zeggen:Ja. De bewaarders zullen daarop zeggen: Roept dus God aan: maar zijne aanroeping door de ongeloovigen zal slechts ijdel wezen.54.Wij zullen zekerlijk onze profeten en hen die gelooven, in dit tegenwoordige leven helpen, en op den dag waarop de getuigen zullen opstaan.55.Een dag waarop de verontschuldiging der ongeloovigen hen niet zal baten; maar een vloek zal hen wachten en een ellendig verblijf.56.Wij gaven vroeger aanMozeseene leiding, en wij lieten het boek der wet, als eene erfenis voor de kinderen Israëls, na; als eene leiding en eene vermaning voor menschen, die verstand bezitten.57.Daarom, o profeet! verdraag de beleedigingen der ongeloovigen met geduld; want de belofte van God is waar. Vraag vergiffenis voor uwe dwaling17en verkondig den lof van uwen Heer, des avonds en des ochtends.58.Wat hen betreft, die de teekenen van God bestrijden, zonder dat hun een overtuigend bewijs werd geopenbaard, er is slechts trotschheid in hunne borsten; doch zij zullen hun verlangen niet verkrijgen; vlucht dus tot God, als een toevluchtsoord; want hij hoort en ziet alles.59.Waarlijk, de schepping van hemel en aarde is grooter dan de schepping van den mensch, maar het meerendeel der menschen begrijpt het niet.60.De blinde en de ziende zullen niet gelijk gesteld worden, noch zij die gelooven en rechtvaardigheid uitoefenen met de boosdoeners. Hoe weinigen overwegen dit in hun binnenste!61.Het laatste uur zal zekerlijk komen: dit is ontwijfelbaar; maar het meerendeel der menschen gelooft het niet62.Uw Heer zeide: Roept mij aan en ik zal u verhooren, maar zij die met trotschheid mijnen dienst versmaden, zullen met schande de hel binnen gaan.63.God is het, die den nacht voor u heeft aangewezen, om daarin uwen rust te nemen, en den dag om u licht te geven. Waarlijk, God is milddadig omtrent den mensch; maar het meerendeel der menschen is ondankbaar.64.Dit is God, uw Heer, de schepper van al dingen; er is geen God buiten hem; waarom hebt gij u dan van zijne vereering afgewend?65.Zoo zijn degenen afgewend, die Gods teekenen weerstand bieden.66.God is het, die u de aarde heeft gegeven tot een vasten grond, en de hemel als eene overdekking; die u gevormd heeft, uwe vormen schoon heeft gemaakt en u met goede dingen voedt. Dit is God, uw Heer. Daarom zij God gezegend, de Heer van alle schepselen!67.Hij is de levende God, en er is geen God buiten hem. Roept hem dus aan, en wijdt hem den zuiveren godsdienst. Geloofd zij God, de Heer van alle schepselen!68.Zeg: Waarlijk, het is mij verboden de godheden te aanbidden, welke gij buiten God aanroept, nadat er duidelijke bewijzen van mijnen Heer tot u zijn gekomen, en mij is bevolen, mij aan den Heer van alle schepselen te onderwerpen.69.Hij is het, die u het eerste van stof schiep, daarna van zaad en gestold bloed, en u vervolgens als kinderen uit de ingewanden uwer moeders voortbracht; daarna veroorloofde hij u, uwen ouderdom van volle sterkte te bereiken, en vervolgens tot oude menschen op te groeien (maar sommigen van u sterven voor dien leeftijd), en den bepaalden tijd van uw leven te bereiken18, opdat gij misschien zoudt begrijpen.70.Hij is het, die leven geeft en sterven doet, en als hij iets besluit, zegt hij slechts: Wees! en het is.71.Bemerkt gij hen niet, die tegen de teekenen van God twisten, hoezeer zij van het ware geloof zijn afgewend?72.Zij, die het boek van den Koran van valschheid beschuldigen, en ook de andere schriften en andere leeren, welke wij onze vroegere profeten hebben gezonden om te prediken, zullen hierna hunne dwaasheid kennen.73.Als de kragen zich om hunne nekken zullen bevinden, zullen zij geketend in de hel worden gesleept; daarna zullen zij in het vuur worden verbrand.74.En er zal tot hen worden gezegd: Waar zijn de goden, welke gij met God hebt vereenigd? Zij zullen antwoorden: Zij hebben zich zelven aan ons onttrokken; ja, wij riepen vroeger een niets aan19. Zoo leidt God de ongeloovigen in dwaling.75.Dit is u wedervaren, omdat gij u onbeschaamd op aarde hebt verheugd, in datgene wat valsch was, en waarom gij met toomelooze vreugde waart vervuld.76.Gaat de poorten der hel binnen, om daarin voor eeuwig te verblijven; en het verblijf der hoogmoedigen zal ellendig zijn!77.Daarom volhard met geduld, oMahomet! want de belofte van God is waar. Hetzij wij u een deel der straf doen zien, waarmede wij hen bedreigden, hetzij wij u doen sterven vóór gij het ziet; zij zullen op den jongsten dag voor ons worden verzameld.78.Wij hebben vóór u een groot aantal profeten gezonden; van sommige onder welke wij u de geschiedenissen hebben geopenbaard, en de geschiedenissen van andere hebben wij u niet medegedeeld; maar geen gezant heeft de macht een teeken voor te brengen, tenzij door het verlof van God. Als dus het bevel van God zal komen, zal het oordeel met waarheid worden uitgesproken, en dan zullen zij ten gronde gaan, die de teekens van God zonder uitwerking trachten te doen zijn.79.Het is God die u het vee heeft gegeven, teneinde gij op sommige dieren zoudt kunnen rijden en van andere zoudt kunnen eten.80.Gij ontvangt daarvan ook andere voordeelen20, en door deze volbrengt gij de zaak, welke gij u innerlijk hebt voorgesteld, en door hen wordt gij te land, en door schepen ter zee vervoerd.81.En hij toont u zijne teekenen. Welke van Gods teekenen zult gij dus loochenen?82.Gaan zij niet over de aarde, en zien zij niet wat het einde was van hen, die vóór hen bestonden? Deze waren talrijker dan zijen machtiger in sterkte, en lieten aanzienlijker gedenkteekenen van hunne macht op aarde; maar wat zij verworven hadden was hun van geen voordeel.83.En toen hunne apostelen tot hen kwamen met duidelijke bewijzen hunner zending verheugden zij zich vol overmoed in de kennis, die met hen was21, doch de straf, waarover zij hadden gespot, omringde hen.84.En toen zij onze wraak zagen, zeiden zij: Wij gelooven in God alleen en wij doen afstand van de afgoden, welke wij met hem hebben vereenigd.85.Maar hun geloof baatte hen niet, nadat zij onze wraak hadden gezien. Dit was het bevel van God, dat vroeger in acht genomen werd, nopens zijne dienaren, en de ongeloovigen deed te gronde gaan.1Deze titel is ontleend aan de vermelding invers 29.2Door handel te drijvenSyriëenYemen. ZieHoofdstuk III, vers 196, noot.3Dit zijn de Cherubijnen, de hoogste klasse van engelen, die het dichtst in Gods tegenwoordigheid naderen (Al Beidâwi).4Daar gij ons eerst in een toestand des doods, of ontdaan van leven en gevoel hebt geschapen, daarna leven aan het onbezielde lichaam hebt gegeven (ZieHoofdstuk II, vers 26), ons vervolgens een natuurlijken dood hebt doen sterven, en ons hierna bij de opstanding hebt doen verrijzen. Sommigen zien in den eersten dood een natuurlijken dood, en in den tweeden, dien in het graf, nadat het lichaam daar tot het leven zal zijn opgewekt, ten einde ondervraagd te worden, en veronderstellen, dientengevolge, dat de dubbele herleving, die van het graf en die bij de opstanding is (Al Beidâwi Jallalo’ddin).5Als de Schepper en zijne schepselen (ZieHoofdstuk VI, vers 19) de bewoners van hemel en aarde, de valsche godheden en hare aanbidders, de verdrukker en de verdrukte, de arbeider en zijne werken elkander zullen ontmoeten (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).6Zie nopens dezen persoonHoofdstuk XXVIII, vers 76noot.7Dat is: Houdt aan het vroeger genomen besluit vast, en voert het in de toekomst stipter uit (ZieHoofdstuk VII, vers 124).8Want zij rieden hem,Mozesniet te dooden, opdat men niet zou denken dat hij niet in staat ware, hem door kracht van redenen weerstand te bieden (Al Beidâwi).9Door het veroorzaken van botsingen en het te werk stellen van verleidingen, ten einde zijn nieuwen godsdienst in te voeren.10Dit schijnt dezelfde persoon te zijn, die inHoofdstuk XXVIII vers 19wordt vermeld.11Zie de rede vanGamaliëltot het Joodsche Sanhedrin, toen de apostelen voor hen werden gebracht (Hand. V. vers 38, 39).12Zijnde de dag des oordeels, waarop de bewoners van het paradijs en van de hel met elkander een gesprek zullen houden, als de laatsten om hulp zullen roepen, en de verleiders en de verleiden elkander wederkeerig de schuld zullen toeschrijven (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).13ZieHoofdstuk XXVIII, vers 38.14Sommigen zijn van meening, dat hier meer bijzonder worden bedoeld, zij die doorPharaowerden gezonden om den waren geloovige, zijn bloedverwant, te vatten. Zij verhalen ons namelijk, dat de genoemde geloovige naar een berg vluchtte, waar zij hem biddende vonden, door wilde dieren bewaakt, die zich rondom hem in orde schaarden, en dat zijne vervolgers daarop in grooten angst tot den vorst terugkeerden, die hen ter dood bracht, omdat zij zijn bevel niet hadden uitgevoerd (Al Beidâwi).15Sommigen stellen deze woorden voor, als betrekking hebbende op de voorafgaande straf, welke zij gedoemd zijn te ondergaan, overeenkomstig eene overlevering vanEbn Masoed, die ons mede deelt, dat hunne zielen zich in de kroppen van meerlen bevinden, die tot den dag des oordeels iederen ochtend en avond aan het hellevuur worden blootgesteld (Al Beidâwi).16ZieHoofdstuk LXXIV, vers 31.17Door te onachtzaam en te zorgeloos te zijn, in het voortplanten van den waren godsdienst, uit vrees voor de ongeloovigen. (Al Beidâwi).18ZieHoofdstuk XVII, vers 15.19Ziende, dat een afgodsbeeld niets in de wereld is (Al Beidâwi).20ZieHoofdstuk XVI, vers 5.21Vooringenomen zijnde met hunne eigene dwaalbegrippen, en de onderrichtingen van den profeet verwerpende.
Veertigste Hoofdstuk.De ware Geloovige1.Geopenbaard teMekka—85 verzen.
Geopenbaard teMekka—85 verzen.
Geopenbaard teMekka—85 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ha. Mim.De openbaring van dit boek is van den machtigen, den wijzen God.2.Den vergever van zonden, en den aannemer van berouw, die streng in het straffen is.3.Hij is lankmoedig. Er is geen God buiten hem; en voor hem zal de algemeene verzameling op den jongsten plaats hebben.4.Niemand twist tegen de teekenen van God, behalve de ongeloovigen; maar laat hunne voorspoedige ondernemingen in het land2, uniet met ijdelen schijn verleiden.5.Het volk vanNoachen de verbonden ongeloovigen, die na hen kwamen, beschuldigden hunne verschillende profeten van bedrog, en ieder volk broedde slechte plannen tegen zijne profeten, opdat zij hen in hunne macht zouden krijgen; en zij twistten met ijdele woorden, om daardoor de waarheid krachteloos te maken. Deswege kastijdde ik hen, en hoe gestreng was mijne straf.6.Zoo is het vonnis van uwen Heer met rechtvaardigheid op de ongeloovigen toegepast geworden, en zij zullen de bewoners van het hellevuur zijn.7.De engelen, die den troon van God dragen, en zij die in zijnen omtrek staan3, verkondigen den lof van hunnen Heer en gelooven in hem, en zij vragen vergiffenis voor de ware geloovigen, zeggende: O Heer! gij omringt alle zaken door uwe genade en kennis; vergeef dus hun, die berouw betoonen en uw pad volgen, en bevrijd hen van de pijnen der hel.8.O Heer! leid hen ook in tuinen van eeuwig verblijf, welke gij hun hebt beloofd, en iederen persoon van hunne vaders en hunne vrouwen en hunne kinderen die recht zal handelen: want gij zijt de machtige, de wijze God.9.Bevrijd hen van het kwaad; want al wie zich van boosheid zal vrij houden, zult gij op dien dag uwe genade toonen, en dit zal eene groote gelukzaligheid wezen.10.Maar de ongeloovigen zullen op den dag des oordeels eene stem hooren, die hun zal toeroepen: Waarlijk de haat van God omtrent u, is smartelijker dan uw haat jegens u zelven, toen gij tot het geloof werdt geroepen en niet gelooven wildet.11.Zij zullen zeggen: O Heer! gij hebt ons den dood tweemaal gegeven en gij hebt ons tweemaal het leven geschonken4, en wij belijden onze zonden. Is er dus geen weg, om aan dit vuur te ontkomen?12.En men zal hun antwoorden: Dit is u wedervaren, omdat, als er van een eenigen God tot u werd gepredikt, gij niet geloofdet; maar indien eene meervoudigheid van goden met hem werd vereenigd, gij geloofdet; en het oordeel behoort den hoogen, den grooten God.13.Hij is het, die u zijne teekenen toont, en u voedsel van den hemel nederzendt; maar niemand zal vermaand worden, dan hij, die zich tot God wendt.14.Roep dus God aan, en wijd hem eenen zuiveren godsdienst, hoewel de ongeloovigen afkeerig daarvan zijn.15.Hij is het wezen van verheven aard, de bezitter van den troon, die den geest op zijn bevelnederzendt, aan diegenen zijner dienaren, welke hem behagen, opdat hij den mensch voor den dag der ontmoeting zou waarschuwen5.16.Op dien dag zullen de menschen uit hunne graven verrijzen, en niets wat hen betreft, zal voor God verborgen zijn. Aan wien zal op dien dag het koninkrijk behooren? Aan den eenigen, den almachtigen God.17.Op dien dag zal iedere ziel overeenkomstig hare verdiensten worden beloond; op dien dag zal geene onrechtvaardigheid plaats hebben. Waarlijk, God zal snel zijn in het opmaken der rekeningen.18.Waarschuw hen dus, o profeet! voor den dag die spoedig zal naderen, als de harten der menschen tot hunne kelen opstijgen en hen smoren.19.De ongeloovigen zullen geen vriend of tusschenpersoon hebben, die gehoord zal worden.20.God zal het bedriegelijke oog kennen en datgene wat hunne borsten verbergen.21.En God zal met waarheid oordeelen; maar de valsche goden, welke zij naast hem aanroepen, kunnen volstrekt niet oordeelen; want God alleen hoort en ziet alles.22.Zijn zij niet over de aarde gegaan, en hebben zij het einde niet gezien van hen, die vóór hen waren? Deze waren machtiger dan zij in sterkte, en lieten aanzienlijker sporen van hunne macht op de aarde; doch God kastijdde hen om hunne zonden, en er was niemand om hen bij God te ondersteunen.23.Dit ondergingen zij, omdat hunne apostelen met duidelijke teekens tot hen waren gekomen en zij niet geloofden: daarom kastijdde God hen: want hij is sterk en gestreng in het straffen.24.Wij zonden vroegerMozesmet onze teekenen en duidelijke macht,25.TotPharao, enHaman, enKaroen6, en zij zeiden: Hij is een toovenaar en een leugenaar.26.En toen hij met waarheid van ons tot hen kwam, zeiden zij: Doodt de zonen van hen, die met hem hebben geloofd, en redt het leven hunner dochters7; maar de list der ongeloovigen was ijdel.27.EnPharaozeide: Laat mij alleen, opdat ikMozesdoode8, en laat hem zijnen Heer aanroepen. Waarlijk, ik vrees dat hij uw godsdienst zal doen veranderen, of geweld op de aarde zal doen heersenen9.28.EnMozeszeide tot zijn volk: Waarlijk, ik heb toevlucht tot mijn Heer en uw Heer genomen ten einde mij te verdedigen tegen iederen trotschen persoon, die niet aan den dag der rekenschapgelooft.29.En een man, van het gezin vanPharao10, die een waar geloovige was en zijn geloof verborg, zeide: Wilt gij een mensch ter dood brengen omdat hij zegt: God is mijn Heer, terwijl gij ziet, dat hij met duidelijke teekenen van uwen Heer tot u is gekomen? Indien hij een leugenaar is, zal de straf zijner valschheid op hem vallen, maar indien hij de waarheid spreekt, zullen eenige dier vonnissen, waarmede hij u bedreigt, op u nederkomen; waarlijk, God leidt niet hem, die een zondaar of een leugenaar is.30.O mijn volk! heden is u het koninkrijk, en gij zijt machtig; maar wie zal ons tegen den geesel van God verdedigen, als die op ons nederkomt11.Pharaozeide: Ik stel u alleen voor, wat mij het geschiktste dunkt, en ik leid u alleen op het rechte pad.31.En hij die geloofd had, zeide: O mijn volk! waarlijk, ik vrees voor u een dag, gelijk aan dien van de verbondenen tegen de profeten, in vroegere tijden.32.Een toestand gelijk aan dien van het volk vanNoach, en de stammen vanAdenThamoed.33.En van hen, die na hen hebben geleefd; want God wil niet dat er eenige onrechtvaardigheid op zijne dienaren worde uitgeoefend.34.O mijn volk! waarlijk, ik vrees voor u den dag, waarop de menschen elkander zullen aanroepen12.35.Den dag waarop gij van de rechtbank zult afgewend, en naar de hel gedreven worden zult gij niemand hebben, om u tegen God te ondersteunen. En hij dien God zal doen dwalen, zal geen leider hebben.36.Jozefkwam, vóórMozes, met duidelijke teekens tot u, maar gij hieldt niet op te twijfelen omtrent den godsdienst, dien hij u predikte, tot gij zeidet, toen hij stierf: God zal op geenerlei wijze een anderen profeet na hem zenden. Zoo deed God dengeen dwalen, die een zondaar en een twijfelaar is.37.Zij, die Gods teekenen betwisten, zonder dat er een bewijs tot hen is gekomen, zijn in groote verachting bij God en bij hen die gelooven; zoo verzegelt God ieder trotsch en weêrbarstig hart.38.EnPharaozeide: OHaman! bouw mij een toren, opdat ik de sferen kunne bereiken:39.De sferen des hemels en dat ik den God vanMozes13moge zien; want waarlijk, ik houd hem voor een leugenaar.40.Zoo vertoondenPharaossnoode werken zich lofwaardig voor hem; hij wendde zich van het rechte pad af, en de listen vanPharaoeindigden slechts met verlies.41.En hij die geloofd had, zeide: O mijn volk! volg mij: ik wil u opden rechten weg leiden.42.O mijn volk! waarlijk, dit tegenwoordige leven is slechts een tijdelijk genot, maar het volgende leven is de woning van onwrikbare duurzaamheid.43.Wie kwaad bedrijft, zal slechts vergolden worden in gelijke evenredigheid daarmede, maar wie goed doet, hetzij man of vrouw, en een waar geloovige is, zal onder de uitverkorenen zijn, die het paradijs binnengaan, en daarin overvloediglijk zullen worden voorzien.44.O mijn volk! wat mij betreft, ik noodig u tot de gelukzaligheid uit; maar gij noodigt mij tot het hellevuur.45.Gij noodigt mij uit, God te loochenen, en datgene met hem te vereenigen waarvan ik geene kennis; maar ik noodig u tot den Machtigste, den Vergever van zonden.46.Het is ontwijfelbaar, dat de valsche goden, waartoe gij mij uitnoodigt, niet verdienen aangeroepen te worden noch in deze, noch in de volgende wereld: dat wij tot God moeten terugkeeren, en dat de zondaren de bewoners van het hellevuur zullen wezen.47.En gij zult u dan herinneren wat ik thans tot u zeg. Wat mij betreft, ik onderwerp mijne zaak aan God; want God beschouwt zijne dienaren.48.Daarom bevrijdde God hem van het kwaad, dat zij tegen hem hadden uitgedacht, en eene gestrenge straf omringde het volk vanPharao14.49.Zij zullen, des ochtends en des avonds, aan het hellevuur zijn blootgesteld15, en op den dag waarop het oordeel zal plaats hebben, zal hun worden gezegd; Treed binnen, o volk vanPharao! in de gestrengste marteling.50.En denk aan den tijd, als de ongeloovigen, in het hellevuur met elkander zullen twisten, en de zwakken tot de hoovaardigen (de grooten) zullen zeggen: Waarlijk, wij waren uwe volgers; wilt gij ons dus niet van een deel van dit vuur redden?51.De hoovaardigen zullen antwoorden: Waarlijk, wij zijn allen gedoemd daarin te lijden; want God heeft thans zijne dienaren geoordeeld.52.En zij, die in het vuur zullen wezen, zullen tot de wachters der hel zeggen16: Roept uwen Heer aan, opdat hij ons voor een dag deze straf verlichte.53.Zij zullen antwoorden! kwamen uwe gezanten niet, met duidelijke bewijzen, tot u? Zij zullen zeggen:Ja. De bewaarders zullen daarop zeggen: Roept dus God aan: maar zijne aanroeping door de ongeloovigen zal slechts ijdel wezen.54.Wij zullen zekerlijk onze profeten en hen die gelooven, in dit tegenwoordige leven helpen, en op den dag waarop de getuigen zullen opstaan.55.Een dag waarop de verontschuldiging der ongeloovigen hen niet zal baten; maar een vloek zal hen wachten en een ellendig verblijf.56.Wij gaven vroeger aanMozeseene leiding, en wij lieten het boek der wet, als eene erfenis voor de kinderen Israëls, na; als eene leiding en eene vermaning voor menschen, die verstand bezitten.57.Daarom, o profeet! verdraag de beleedigingen der ongeloovigen met geduld; want de belofte van God is waar. Vraag vergiffenis voor uwe dwaling17en verkondig den lof van uwen Heer, des avonds en des ochtends.58.Wat hen betreft, die de teekenen van God bestrijden, zonder dat hun een overtuigend bewijs werd geopenbaard, er is slechts trotschheid in hunne borsten; doch zij zullen hun verlangen niet verkrijgen; vlucht dus tot God, als een toevluchtsoord; want hij hoort en ziet alles.59.Waarlijk, de schepping van hemel en aarde is grooter dan de schepping van den mensch, maar het meerendeel der menschen begrijpt het niet.60.De blinde en de ziende zullen niet gelijk gesteld worden, noch zij die gelooven en rechtvaardigheid uitoefenen met de boosdoeners. Hoe weinigen overwegen dit in hun binnenste!61.Het laatste uur zal zekerlijk komen: dit is ontwijfelbaar; maar het meerendeel der menschen gelooft het niet62.Uw Heer zeide: Roept mij aan en ik zal u verhooren, maar zij die met trotschheid mijnen dienst versmaden, zullen met schande de hel binnen gaan.63.God is het, die den nacht voor u heeft aangewezen, om daarin uwen rust te nemen, en den dag om u licht te geven. Waarlijk, God is milddadig omtrent den mensch; maar het meerendeel der menschen is ondankbaar.64.Dit is God, uw Heer, de schepper van al dingen; er is geen God buiten hem; waarom hebt gij u dan van zijne vereering afgewend?65.Zoo zijn degenen afgewend, die Gods teekenen weerstand bieden.66.God is het, die u de aarde heeft gegeven tot een vasten grond, en de hemel als eene overdekking; die u gevormd heeft, uwe vormen schoon heeft gemaakt en u met goede dingen voedt. Dit is God, uw Heer. Daarom zij God gezegend, de Heer van alle schepselen!67.Hij is de levende God, en er is geen God buiten hem. Roept hem dus aan, en wijdt hem den zuiveren godsdienst. Geloofd zij God, de Heer van alle schepselen!68.Zeg: Waarlijk, het is mij verboden de godheden te aanbidden, welke gij buiten God aanroept, nadat er duidelijke bewijzen van mijnen Heer tot u zijn gekomen, en mij is bevolen, mij aan den Heer van alle schepselen te onderwerpen.69.Hij is het, die u het eerste van stof schiep, daarna van zaad en gestold bloed, en u vervolgens als kinderen uit de ingewanden uwer moeders voortbracht; daarna veroorloofde hij u, uwen ouderdom van volle sterkte te bereiken, en vervolgens tot oude menschen op te groeien (maar sommigen van u sterven voor dien leeftijd), en den bepaalden tijd van uw leven te bereiken18, opdat gij misschien zoudt begrijpen.70.Hij is het, die leven geeft en sterven doet, en als hij iets besluit, zegt hij slechts: Wees! en het is.71.Bemerkt gij hen niet, die tegen de teekenen van God twisten, hoezeer zij van het ware geloof zijn afgewend?72.Zij, die het boek van den Koran van valschheid beschuldigen, en ook de andere schriften en andere leeren, welke wij onze vroegere profeten hebben gezonden om te prediken, zullen hierna hunne dwaasheid kennen.73.Als de kragen zich om hunne nekken zullen bevinden, zullen zij geketend in de hel worden gesleept; daarna zullen zij in het vuur worden verbrand.74.En er zal tot hen worden gezegd: Waar zijn de goden, welke gij met God hebt vereenigd? Zij zullen antwoorden: Zij hebben zich zelven aan ons onttrokken; ja, wij riepen vroeger een niets aan19. Zoo leidt God de ongeloovigen in dwaling.75.Dit is u wedervaren, omdat gij u onbeschaamd op aarde hebt verheugd, in datgene wat valsch was, en waarom gij met toomelooze vreugde waart vervuld.76.Gaat de poorten der hel binnen, om daarin voor eeuwig te verblijven; en het verblijf der hoogmoedigen zal ellendig zijn!77.Daarom volhard met geduld, oMahomet! want de belofte van God is waar. Hetzij wij u een deel der straf doen zien, waarmede wij hen bedreigden, hetzij wij u doen sterven vóór gij het ziet; zij zullen op den jongsten dag voor ons worden verzameld.78.Wij hebben vóór u een groot aantal profeten gezonden; van sommige onder welke wij u de geschiedenissen hebben geopenbaard, en de geschiedenissen van andere hebben wij u niet medegedeeld; maar geen gezant heeft de macht een teeken voor te brengen, tenzij door het verlof van God. Als dus het bevel van God zal komen, zal het oordeel met waarheid worden uitgesproken, en dan zullen zij ten gronde gaan, die de teekens van God zonder uitwerking trachten te doen zijn.79.Het is God die u het vee heeft gegeven, teneinde gij op sommige dieren zoudt kunnen rijden en van andere zoudt kunnen eten.80.Gij ontvangt daarvan ook andere voordeelen20, en door deze volbrengt gij de zaak, welke gij u innerlijk hebt voorgesteld, en door hen wordt gij te land, en door schepen ter zee vervoerd.81.En hij toont u zijne teekenen. Welke van Gods teekenen zult gij dus loochenen?82.Gaan zij niet over de aarde, en zien zij niet wat het einde was van hen, die vóór hen bestonden? Deze waren talrijker dan zijen machtiger in sterkte, en lieten aanzienlijker gedenkteekenen van hunne macht op aarde; maar wat zij verworven hadden was hun van geen voordeel.83.En toen hunne apostelen tot hen kwamen met duidelijke bewijzen hunner zending verheugden zij zich vol overmoed in de kennis, die met hen was21, doch de straf, waarover zij hadden gespot, omringde hen.84.En toen zij onze wraak zagen, zeiden zij: Wij gelooven in God alleen en wij doen afstand van de afgoden, welke wij met hem hebben vereenigd.85.Maar hun geloof baatte hen niet, nadat zij onze wraak hadden gezien. Dit was het bevel van God, dat vroeger in acht genomen werd, nopens zijne dienaren, en de ongeloovigen deed te gronde gaan.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Ha. Mim.De openbaring van dit boek is van den machtigen, den wijzen God.2.Den vergever van zonden, en den aannemer van berouw, die streng in het straffen is.3.Hij is lankmoedig. Er is geen God buiten hem; en voor hem zal de algemeene verzameling op den jongsten plaats hebben.4.Niemand twist tegen de teekenen van God, behalve de ongeloovigen; maar laat hunne voorspoedige ondernemingen in het land2, uniet met ijdelen schijn verleiden.5.Het volk vanNoachen de verbonden ongeloovigen, die na hen kwamen, beschuldigden hunne verschillende profeten van bedrog, en ieder volk broedde slechte plannen tegen zijne profeten, opdat zij hen in hunne macht zouden krijgen; en zij twistten met ijdele woorden, om daardoor de waarheid krachteloos te maken. Deswege kastijdde ik hen, en hoe gestreng was mijne straf.6.Zoo is het vonnis van uwen Heer met rechtvaardigheid op de ongeloovigen toegepast geworden, en zij zullen de bewoners van het hellevuur zijn.7.De engelen, die den troon van God dragen, en zij die in zijnen omtrek staan3, verkondigen den lof van hunnen Heer en gelooven in hem, en zij vragen vergiffenis voor de ware geloovigen, zeggende: O Heer! gij omringt alle zaken door uwe genade en kennis; vergeef dus hun, die berouw betoonen en uw pad volgen, en bevrijd hen van de pijnen der hel.8.O Heer! leid hen ook in tuinen van eeuwig verblijf, welke gij hun hebt beloofd, en iederen persoon van hunne vaders en hunne vrouwen en hunne kinderen die recht zal handelen: want gij zijt de machtige, de wijze God.9.Bevrijd hen van het kwaad; want al wie zich van boosheid zal vrij houden, zult gij op dien dag uwe genade toonen, en dit zal eene groote gelukzaligheid wezen.10.Maar de ongeloovigen zullen op den dag des oordeels eene stem hooren, die hun zal toeroepen: Waarlijk de haat van God omtrent u, is smartelijker dan uw haat jegens u zelven, toen gij tot het geloof werdt geroepen en niet gelooven wildet.11.Zij zullen zeggen: O Heer! gij hebt ons den dood tweemaal gegeven en gij hebt ons tweemaal het leven geschonken4, en wij belijden onze zonden. Is er dus geen weg, om aan dit vuur te ontkomen?12.En men zal hun antwoorden: Dit is u wedervaren, omdat, als er van een eenigen God tot u werd gepredikt, gij niet geloofdet; maar indien eene meervoudigheid van goden met hem werd vereenigd, gij geloofdet; en het oordeel behoort den hoogen, den grooten God.13.Hij is het, die u zijne teekenen toont, en u voedsel van den hemel nederzendt; maar niemand zal vermaand worden, dan hij, die zich tot God wendt.14.Roep dus God aan, en wijd hem eenen zuiveren godsdienst, hoewel de ongeloovigen afkeerig daarvan zijn.15.Hij is het wezen van verheven aard, de bezitter van den troon, die den geest op zijn bevelnederzendt, aan diegenen zijner dienaren, welke hem behagen, opdat hij den mensch voor den dag der ontmoeting zou waarschuwen5.16.Op dien dag zullen de menschen uit hunne graven verrijzen, en niets wat hen betreft, zal voor God verborgen zijn. Aan wien zal op dien dag het koninkrijk behooren? Aan den eenigen, den almachtigen God.17.Op dien dag zal iedere ziel overeenkomstig hare verdiensten worden beloond; op dien dag zal geene onrechtvaardigheid plaats hebben. Waarlijk, God zal snel zijn in het opmaken der rekeningen.18.Waarschuw hen dus, o profeet! voor den dag die spoedig zal naderen, als de harten der menschen tot hunne kelen opstijgen en hen smoren.19.De ongeloovigen zullen geen vriend of tusschenpersoon hebben, die gehoord zal worden.20.God zal het bedriegelijke oog kennen en datgene wat hunne borsten verbergen.21.En God zal met waarheid oordeelen; maar de valsche goden, welke zij naast hem aanroepen, kunnen volstrekt niet oordeelen; want God alleen hoort en ziet alles.22.Zijn zij niet over de aarde gegaan, en hebben zij het einde niet gezien van hen, die vóór hen waren? Deze waren machtiger dan zij in sterkte, en lieten aanzienlijker sporen van hunne macht op de aarde; doch God kastijdde hen om hunne zonden, en er was niemand om hen bij God te ondersteunen.23.Dit ondergingen zij, omdat hunne apostelen met duidelijke teekens tot hen waren gekomen en zij niet geloofden: daarom kastijdde God hen: want hij is sterk en gestreng in het straffen.24.Wij zonden vroegerMozesmet onze teekenen en duidelijke macht,25.TotPharao, enHaman, enKaroen6, en zij zeiden: Hij is een toovenaar en een leugenaar.26.En toen hij met waarheid van ons tot hen kwam, zeiden zij: Doodt de zonen van hen, die met hem hebben geloofd, en redt het leven hunner dochters7; maar de list der ongeloovigen was ijdel.27.EnPharaozeide: Laat mij alleen, opdat ikMozesdoode8, en laat hem zijnen Heer aanroepen. Waarlijk, ik vrees dat hij uw godsdienst zal doen veranderen, of geweld op de aarde zal doen heersenen9.28.EnMozeszeide tot zijn volk: Waarlijk, ik heb toevlucht tot mijn Heer en uw Heer genomen ten einde mij te verdedigen tegen iederen trotschen persoon, die niet aan den dag der rekenschapgelooft.29.En een man, van het gezin vanPharao10, die een waar geloovige was en zijn geloof verborg, zeide: Wilt gij een mensch ter dood brengen omdat hij zegt: God is mijn Heer, terwijl gij ziet, dat hij met duidelijke teekenen van uwen Heer tot u is gekomen? Indien hij een leugenaar is, zal de straf zijner valschheid op hem vallen, maar indien hij de waarheid spreekt, zullen eenige dier vonnissen, waarmede hij u bedreigt, op u nederkomen; waarlijk, God leidt niet hem, die een zondaar of een leugenaar is.30.O mijn volk! heden is u het koninkrijk, en gij zijt machtig; maar wie zal ons tegen den geesel van God verdedigen, als die op ons nederkomt11.Pharaozeide: Ik stel u alleen voor, wat mij het geschiktste dunkt, en ik leid u alleen op het rechte pad.31.En hij die geloofd had, zeide: O mijn volk! waarlijk, ik vrees voor u een dag, gelijk aan dien van de verbondenen tegen de profeten, in vroegere tijden.32.Een toestand gelijk aan dien van het volk vanNoach, en de stammen vanAdenThamoed.33.En van hen, die na hen hebben geleefd; want God wil niet dat er eenige onrechtvaardigheid op zijne dienaren worde uitgeoefend.34.O mijn volk! waarlijk, ik vrees voor u den dag, waarop de menschen elkander zullen aanroepen12.35.Den dag waarop gij van de rechtbank zult afgewend, en naar de hel gedreven worden zult gij niemand hebben, om u tegen God te ondersteunen. En hij dien God zal doen dwalen, zal geen leider hebben.36.Jozefkwam, vóórMozes, met duidelijke teekens tot u, maar gij hieldt niet op te twijfelen omtrent den godsdienst, dien hij u predikte, tot gij zeidet, toen hij stierf: God zal op geenerlei wijze een anderen profeet na hem zenden. Zoo deed God dengeen dwalen, die een zondaar en een twijfelaar is.37.Zij, die Gods teekenen betwisten, zonder dat er een bewijs tot hen is gekomen, zijn in groote verachting bij God en bij hen die gelooven; zoo verzegelt God ieder trotsch en weêrbarstig hart.38.EnPharaozeide: OHaman! bouw mij een toren, opdat ik de sferen kunne bereiken:39.De sferen des hemels en dat ik den God vanMozes13moge zien; want waarlijk, ik houd hem voor een leugenaar.40.Zoo vertoondenPharaossnoode werken zich lofwaardig voor hem; hij wendde zich van het rechte pad af, en de listen vanPharaoeindigden slechts met verlies.41.En hij die geloofd had, zeide: O mijn volk! volg mij: ik wil u opden rechten weg leiden.42.O mijn volk! waarlijk, dit tegenwoordige leven is slechts een tijdelijk genot, maar het volgende leven is de woning van onwrikbare duurzaamheid.43.Wie kwaad bedrijft, zal slechts vergolden worden in gelijke evenredigheid daarmede, maar wie goed doet, hetzij man of vrouw, en een waar geloovige is, zal onder de uitverkorenen zijn, die het paradijs binnengaan, en daarin overvloediglijk zullen worden voorzien.44.O mijn volk! wat mij betreft, ik noodig u tot de gelukzaligheid uit; maar gij noodigt mij tot het hellevuur.45.Gij noodigt mij uit, God te loochenen, en datgene met hem te vereenigen waarvan ik geene kennis; maar ik noodig u tot den Machtigste, den Vergever van zonden.46.Het is ontwijfelbaar, dat de valsche goden, waartoe gij mij uitnoodigt, niet verdienen aangeroepen te worden noch in deze, noch in de volgende wereld: dat wij tot God moeten terugkeeren, en dat de zondaren de bewoners van het hellevuur zullen wezen.47.En gij zult u dan herinneren wat ik thans tot u zeg. Wat mij betreft, ik onderwerp mijne zaak aan God; want God beschouwt zijne dienaren.48.Daarom bevrijdde God hem van het kwaad, dat zij tegen hem hadden uitgedacht, en eene gestrenge straf omringde het volk vanPharao14.49.Zij zullen, des ochtends en des avonds, aan het hellevuur zijn blootgesteld15, en op den dag waarop het oordeel zal plaats hebben, zal hun worden gezegd; Treed binnen, o volk vanPharao! in de gestrengste marteling.50.En denk aan den tijd, als de ongeloovigen, in het hellevuur met elkander zullen twisten, en de zwakken tot de hoovaardigen (de grooten) zullen zeggen: Waarlijk, wij waren uwe volgers; wilt gij ons dus niet van een deel van dit vuur redden?51.De hoovaardigen zullen antwoorden: Waarlijk, wij zijn allen gedoemd daarin te lijden; want God heeft thans zijne dienaren geoordeeld.52.En zij, die in het vuur zullen wezen, zullen tot de wachters der hel zeggen16: Roept uwen Heer aan, opdat hij ons voor een dag deze straf verlichte.53.Zij zullen antwoorden! kwamen uwe gezanten niet, met duidelijke bewijzen, tot u? Zij zullen zeggen:Ja. De bewaarders zullen daarop zeggen: Roept dus God aan: maar zijne aanroeping door de ongeloovigen zal slechts ijdel wezen.54.Wij zullen zekerlijk onze profeten en hen die gelooven, in dit tegenwoordige leven helpen, en op den dag waarop de getuigen zullen opstaan.55.Een dag waarop de verontschuldiging der ongeloovigen hen niet zal baten; maar een vloek zal hen wachten en een ellendig verblijf.56.Wij gaven vroeger aanMozeseene leiding, en wij lieten het boek der wet, als eene erfenis voor de kinderen Israëls, na; als eene leiding en eene vermaning voor menschen, die verstand bezitten.57.Daarom, o profeet! verdraag de beleedigingen der ongeloovigen met geduld; want de belofte van God is waar. Vraag vergiffenis voor uwe dwaling17en verkondig den lof van uwen Heer, des avonds en des ochtends.58.Wat hen betreft, die de teekenen van God bestrijden, zonder dat hun een overtuigend bewijs werd geopenbaard, er is slechts trotschheid in hunne borsten; doch zij zullen hun verlangen niet verkrijgen; vlucht dus tot God, als een toevluchtsoord; want hij hoort en ziet alles.59.Waarlijk, de schepping van hemel en aarde is grooter dan de schepping van den mensch, maar het meerendeel der menschen begrijpt het niet.60.De blinde en de ziende zullen niet gelijk gesteld worden, noch zij die gelooven en rechtvaardigheid uitoefenen met de boosdoeners. Hoe weinigen overwegen dit in hun binnenste!61.Het laatste uur zal zekerlijk komen: dit is ontwijfelbaar; maar het meerendeel der menschen gelooft het niet62.Uw Heer zeide: Roept mij aan en ik zal u verhooren, maar zij die met trotschheid mijnen dienst versmaden, zullen met schande de hel binnen gaan.63.God is het, die den nacht voor u heeft aangewezen, om daarin uwen rust te nemen, en den dag om u licht te geven. Waarlijk, God is milddadig omtrent den mensch; maar het meerendeel der menschen is ondankbaar.64.Dit is God, uw Heer, de schepper van al dingen; er is geen God buiten hem; waarom hebt gij u dan van zijne vereering afgewend?65.Zoo zijn degenen afgewend, die Gods teekenen weerstand bieden.66.God is het, die u de aarde heeft gegeven tot een vasten grond, en de hemel als eene overdekking; die u gevormd heeft, uwe vormen schoon heeft gemaakt en u met goede dingen voedt. Dit is God, uw Heer. Daarom zij God gezegend, de Heer van alle schepselen!67.Hij is de levende God, en er is geen God buiten hem. Roept hem dus aan, en wijdt hem den zuiveren godsdienst. Geloofd zij God, de Heer van alle schepselen!68.Zeg: Waarlijk, het is mij verboden de godheden te aanbidden, welke gij buiten God aanroept, nadat er duidelijke bewijzen van mijnen Heer tot u zijn gekomen, en mij is bevolen, mij aan den Heer van alle schepselen te onderwerpen.69.Hij is het, die u het eerste van stof schiep, daarna van zaad en gestold bloed, en u vervolgens als kinderen uit de ingewanden uwer moeders voortbracht; daarna veroorloofde hij u, uwen ouderdom van volle sterkte te bereiken, en vervolgens tot oude menschen op te groeien (maar sommigen van u sterven voor dien leeftijd), en den bepaalden tijd van uw leven te bereiken18, opdat gij misschien zoudt begrijpen.70.Hij is het, die leven geeft en sterven doet, en als hij iets besluit, zegt hij slechts: Wees! en het is.71.Bemerkt gij hen niet, die tegen de teekenen van God twisten, hoezeer zij van het ware geloof zijn afgewend?72.Zij, die het boek van den Koran van valschheid beschuldigen, en ook de andere schriften en andere leeren, welke wij onze vroegere profeten hebben gezonden om te prediken, zullen hierna hunne dwaasheid kennen.73.Als de kragen zich om hunne nekken zullen bevinden, zullen zij geketend in de hel worden gesleept; daarna zullen zij in het vuur worden verbrand.74.En er zal tot hen worden gezegd: Waar zijn de goden, welke gij met God hebt vereenigd? Zij zullen antwoorden: Zij hebben zich zelven aan ons onttrokken; ja, wij riepen vroeger een niets aan19. Zoo leidt God de ongeloovigen in dwaling.75.Dit is u wedervaren, omdat gij u onbeschaamd op aarde hebt verheugd, in datgene wat valsch was, en waarom gij met toomelooze vreugde waart vervuld.76.Gaat de poorten der hel binnen, om daarin voor eeuwig te verblijven; en het verblijf der hoogmoedigen zal ellendig zijn!77.Daarom volhard met geduld, oMahomet! want de belofte van God is waar. Hetzij wij u een deel der straf doen zien, waarmede wij hen bedreigden, hetzij wij u doen sterven vóór gij het ziet; zij zullen op den jongsten dag voor ons worden verzameld.78.Wij hebben vóór u een groot aantal profeten gezonden; van sommige onder welke wij u de geschiedenissen hebben geopenbaard, en de geschiedenissen van andere hebben wij u niet medegedeeld; maar geen gezant heeft de macht een teeken voor te brengen, tenzij door het verlof van God. Als dus het bevel van God zal komen, zal het oordeel met waarheid worden uitgesproken, en dan zullen zij ten gronde gaan, die de teekens van God zonder uitwerking trachten te doen zijn.79.Het is God die u het vee heeft gegeven, teneinde gij op sommige dieren zoudt kunnen rijden en van andere zoudt kunnen eten.80.Gij ontvangt daarvan ook andere voordeelen20, en door deze volbrengt gij de zaak, welke gij u innerlijk hebt voorgesteld, en door hen wordt gij te land, en door schepen ter zee vervoerd.81.En hij toont u zijne teekenen. Welke van Gods teekenen zult gij dus loochenen?82.Gaan zij niet over de aarde, en zien zij niet wat het einde was van hen, die vóór hen bestonden? Deze waren talrijker dan zijen machtiger in sterkte, en lieten aanzienlijker gedenkteekenen van hunne macht op aarde; maar wat zij verworven hadden was hun van geen voordeel.83.En toen hunne apostelen tot hen kwamen met duidelijke bewijzen hunner zending verheugden zij zich vol overmoed in de kennis, die met hen was21, doch de straf, waarover zij hadden gespot, omringde hen.84.En toen zij onze wraak zagen, zeiden zij: Wij gelooven in God alleen en wij doen afstand van de afgoden, welke wij met hem hebben vereenigd.85.Maar hun geloof baatte hen niet, nadat zij onze wraak hadden gezien. Dit was het bevel van God, dat vroeger in acht genomen werd, nopens zijne dienaren, en de ongeloovigen deed te gronde gaan.
1Deze titel is ontleend aan de vermelding invers 29.2Door handel te drijvenSyriëenYemen. ZieHoofdstuk III, vers 196, noot.3Dit zijn de Cherubijnen, de hoogste klasse van engelen, die het dichtst in Gods tegenwoordigheid naderen (Al Beidâwi).4Daar gij ons eerst in een toestand des doods, of ontdaan van leven en gevoel hebt geschapen, daarna leven aan het onbezielde lichaam hebt gegeven (ZieHoofdstuk II, vers 26), ons vervolgens een natuurlijken dood hebt doen sterven, en ons hierna bij de opstanding hebt doen verrijzen. Sommigen zien in den eersten dood een natuurlijken dood, en in den tweeden, dien in het graf, nadat het lichaam daar tot het leven zal zijn opgewekt, ten einde ondervraagd te worden, en veronderstellen, dientengevolge, dat de dubbele herleving, die van het graf en die bij de opstanding is (Al Beidâwi Jallalo’ddin).5Als de Schepper en zijne schepselen (ZieHoofdstuk VI, vers 19) de bewoners van hemel en aarde, de valsche godheden en hare aanbidders, de verdrukker en de verdrukte, de arbeider en zijne werken elkander zullen ontmoeten (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).6Zie nopens dezen persoonHoofdstuk XXVIII, vers 76noot.7Dat is: Houdt aan het vroeger genomen besluit vast, en voert het in de toekomst stipter uit (ZieHoofdstuk VII, vers 124).8Want zij rieden hem,Mozesniet te dooden, opdat men niet zou denken dat hij niet in staat ware, hem door kracht van redenen weerstand te bieden (Al Beidâwi).9Door het veroorzaken van botsingen en het te werk stellen van verleidingen, ten einde zijn nieuwen godsdienst in te voeren.10Dit schijnt dezelfde persoon te zijn, die inHoofdstuk XXVIII vers 19wordt vermeld.11Zie de rede vanGamaliëltot het Joodsche Sanhedrin, toen de apostelen voor hen werden gebracht (Hand. V. vers 38, 39).12Zijnde de dag des oordeels, waarop de bewoners van het paradijs en van de hel met elkander een gesprek zullen houden, als de laatsten om hulp zullen roepen, en de verleiders en de verleiden elkander wederkeerig de schuld zullen toeschrijven (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).13ZieHoofdstuk XXVIII, vers 38.14Sommigen zijn van meening, dat hier meer bijzonder worden bedoeld, zij die doorPharaowerden gezonden om den waren geloovige, zijn bloedverwant, te vatten. Zij verhalen ons namelijk, dat de genoemde geloovige naar een berg vluchtte, waar zij hem biddende vonden, door wilde dieren bewaakt, die zich rondom hem in orde schaarden, en dat zijne vervolgers daarop in grooten angst tot den vorst terugkeerden, die hen ter dood bracht, omdat zij zijn bevel niet hadden uitgevoerd (Al Beidâwi).15Sommigen stellen deze woorden voor, als betrekking hebbende op de voorafgaande straf, welke zij gedoemd zijn te ondergaan, overeenkomstig eene overlevering vanEbn Masoed, die ons mede deelt, dat hunne zielen zich in de kroppen van meerlen bevinden, die tot den dag des oordeels iederen ochtend en avond aan het hellevuur worden blootgesteld (Al Beidâwi).16ZieHoofdstuk LXXIV, vers 31.17Door te onachtzaam en te zorgeloos te zijn, in het voortplanten van den waren godsdienst, uit vrees voor de ongeloovigen. (Al Beidâwi).18ZieHoofdstuk XVII, vers 15.19Ziende, dat een afgodsbeeld niets in de wereld is (Al Beidâwi).20ZieHoofdstuk XVI, vers 5.21Vooringenomen zijnde met hunne eigene dwaalbegrippen, en de onderrichtingen van den profeet verwerpende.
1Deze titel is ontleend aan de vermelding invers 29.
2Door handel te drijvenSyriëenYemen. ZieHoofdstuk III, vers 196, noot.
3Dit zijn de Cherubijnen, de hoogste klasse van engelen, die het dichtst in Gods tegenwoordigheid naderen (Al Beidâwi).
4Daar gij ons eerst in een toestand des doods, of ontdaan van leven en gevoel hebt geschapen, daarna leven aan het onbezielde lichaam hebt gegeven (ZieHoofdstuk II, vers 26), ons vervolgens een natuurlijken dood hebt doen sterven, en ons hierna bij de opstanding hebt doen verrijzen. Sommigen zien in den eersten dood een natuurlijken dood, en in den tweeden, dien in het graf, nadat het lichaam daar tot het leven zal zijn opgewekt, ten einde ondervraagd te worden, en veronderstellen, dientengevolge, dat de dubbele herleving, die van het graf en die bij de opstanding is (Al Beidâwi Jallalo’ddin).
5Als de Schepper en zijne schepselen (ZieHoofdstuk VI, vers 19) de bewoners van hemel en aarde, de valsche godheden en hare aanbidders, de verdrukker en de verdrukte, de arbeider en zijne werken elkander zullen ontmoeten (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).
6Zie nopens dezen persoonHoofdstuk XXVIII, vers 76noot.
7Dat is: Houdt aan het vroeger genomen besluit vast, en voert het in de toekomst stipter uit (ZieHoofdstuk VII, vers 124).
8Want zij rieden hem,Mozesniet te dooden, opdat men niet zou denken dat hij niet in staat ware, hem door kracht van redenen weerstand te bieden (Al Beidâwi).
9Door het veroorzaken van botsingen en het te werk stellen van verleidingen, ten einde zijn nieuwen godsdienst in te voeren.
10Dit schijnt dezelfde persoon te zijn, die inHoofdstuk XXVIII vers 19wordt vermeld.
11Zie de rede vanGamaliëltot het Joodsche Sanhedrin, toen de apostelen voor hen werden gebracht (Hand. V. vers 38, 39).
12Zijnde de dag des oordeels, waarop de bewoners van het paradijs en van de hel met elkander een gesprek zullen houden, als de laatsten om hulp zullen roepen, en de verleiders en de verleiden elkander wederkeerig de schuld zullen toeschrijven (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).
13ZieHoofdstuk XXVIII, vers 38.
14Sommigen zijn van meening, dat hier meer bijzonder worden bedoeld, zij die doorPharaowerden gezonden om den waren geloovige, zijn bloedverwant, te vatten. Zij verhalen ons namelijk, dat de genoemde geloovige naar een berg vluchtte, waar zij hem biddende vonden, door wilde dieren bewaakt, die zich rondom hem in orde schaarden, en dat zijne vervolgers daarop in grooten angst tot den vorst terugkeerden, die hen ter dood bracht, omdat zij zijn bevel niet hadden uitgevoerd (Al Beidâwi).
15Sommigen stellen deze woorden voor, als betrekking hebbende op de voorafgaande straf, welke zij gedoemd zijn te ondergaan, overeenkomstig eene overlevering vanEbn Masoed, die ons mede deelt, dat hunne zielen zich in de kroppen van meerlen bevinden, die tot den dag des oordeels iederen ochtend en avond aan het hellevuur worden blootgesteld (Al Beidâwi).
16ZieHoofdstuk LXXIV, vers 31.
17Door te onachtzaam en te zorgeloos te zijn, in het voortplanten van den waren godsdienst, uit vrees voor de ongeloovigen. (Al Beidâwi).
18ZieHoofdstuk XVII, vers 15.
19Ziende, dat een afgodsbeeld niets in de wereld is (Al Beidâwi).
20ZieHoofdstuk XVI, vers 5.
21Vooringenomen zijnde met hunne eigene dwaalbegrippen, en de onderrichtingen van den profeet verwerpende.
Een en Veertigste Hoofdstuk.De duidelijk Uitgelegden.1.Geopenbaard teMekka—54 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ha. Mim. Dit is een boek van den Barmhartigste.2.Een boek, waarvan de verzen duidelijk zijn uitgelegd2, een Arabische Koran; tot onderricht van een volk, dat verstaat;3.Brengende goede tijdingen, en bedreigingen aankondigende, maar het meerendeel hunner wendt zich af en luistert niet daarnaar.4.En zij zeggen: onze harten zijn gesluierd voor de leer waartoe gij ons uitnoodigt; er is doofheid in onze ooren, en eene gordijn tusschen ons en ulieden; handel dus zooals gij gepast zult oordeelen; want wij zullen handelen overeenkomstig onze eigene gevoelens.5.Zeg: Waarlijk, ik ben slechts een mensch zooals gij. Mij is het geopenbaard, dat uw God één God is; richt dus uwen weg naar hem, en vraagt vergiffenis voor hetgeen voorbij is. En wee over de ongeloovigen.6.Die de bepaalde aalmoezen niet geven, en in het volgende leven niet gelooven!7.Maar wat henbetreft, die gelooven en rechtvaardigheid uitoefenen, zij zullen eene eeuwigdurende belooning ontvangen.8.Zeg: Gelooft gij werkelijk niet in hem, die de aarde in twee dagen schiep3, en stelt gij anderen met hem gelijk? Hij is de heer van alle schepselen!9.En hij heeft vastgewortelde bergen op de aarde geplaatst4, die zich daarboven verhieven. Hij zegende haar en voorzag haar van het voedsel der schepselen, die aangewezen waren de bewoners daarvan te zijn, in vier dagen5, gelijkelijk, voor hen die vragen6.10.En hij ondernam de schepping des hemels: en deze was rook7, en hij zeide tot den hemel en tot de aarde: Komt, hetzij gehoorzaam of tegen uwen wil. Zij zeiden: Wij komen gehoorzaam aan uw bevel.11.En hij vormde die in zeven hemelen in twee dagen, en openbaarde aan iederen hemel zijne verrichting. En wij tooiden den lageren hemel met lichten, en plaatsten eene wacht van engelen daarin8. Dat is de beschikking van den machtigen, den wijzen God.12.Indien de bewoners vanMekkazich aan deze onderrichtingen onttrekken, zeg: Ik kondig u eene plotselinge vernietiging aan, zooals de vernietiging vanAdenThamoed.13.Toen de profeten tot hen kwamen, voor hen en achter hen9, zeggende: Vereert God alleen, antwoordden zij: Indien het onzen Heer zou hebben behaagd, gezanten af te vaardigen, zou hij zeker engelen hebben gezonden, en wij gelooven de zending niet, waarmede gij zijt belast.14.Wat den stamAdbetreft, zij gedroegen zich, zonder reden, onbeschaamd op de aarde en zeiden: Wie is machtiger dan wij in sterkte? Zagen zij niet dat God, die hen geschapen heeft, machtiger dan zij in sterkte was? En zij verwierpen onze teekenen met voordacht!15.Daarom deden wij een fellen wind van ongeluk tegen hen opsteken10, opdat wij hun de straf der schande in deze wereld zouden doen proeven; maar de straf van het volgende leven zal nog schandelijker wezen, en zij zullendaartegen niet worden beschermd.16.En watThamoedbetreft wij leidden hen, maar zij beminden de blindheid meer dan de ware richting; daarom overviel hen het vreeselijk gedruisch van eene schandelijke straf, om hetgeen zij hadden verdiend.17.Maar wij bevrijdden hen die geloofden en God vreesden11.18.En waarschuw hen voor den dag, waarop de vijanden van God in het hellevuur bijeenverzameld zullen worden, en in onderscheiden scharen zullen optrekken.19.Totdat, wanneer zij daar zullen aangekomen zijn, hunne ooren, hunne oogen en hunne huiden getuigenis tegen hen zullen afleggen, van datgene wat zij verricht zullen hebben.20.En zij zullen tot hunne huiden zeggen: Waarom legt gij getuigenis tegen ons af? Deze zullen antwoorden: God heeft ons doen spreken; hij die de spraak schenkt aan alle wezens, hij schiep u eens, en tot hem zijt gij teruggekeerd.21.Gij kondt u niet verbergen terwijl gij zondigdet, opdat uwe ooren en uwe oogen en uwe huiden geene getuigenis tegen u konden afleggen12; maar gij dacht, dat God onbekend was met vele dingen welke gij deedt.22.Dit was uwe meening welke gij van uwen Heer uitdacht; dit heeft u ten gronde gericht, en gij zijt verloren.23.Laten zij hunne marteling verdragen: het hellevuur zal hun verblijf zijn. Ofschoon zij om genade smeeken, zullen zij die niet erlangen.24.En wij zullen hun de duivels tot onafscheidbare makkers geven, die hun valsche denkbeelden voorstelden, welke zij nopens deze tegenwoordige wereld en de volgende voedden; en voor hen is het vonnis juist passend, dat vroeger werd uitgesproken over de volkeren van geniussen en menschen die voor hen waren, en waardoor zij ten gronde gingen.25.De ongeloovigen zeggen: Luister niet naar dezen Koran, maar voer ijdele gesprekken bij de lezing daarvan, opdat gij de stem van den lezer, door uwe spotternijen en uw lachen, bedekt.26.Daarom zullen wij de ongeloovigen zekerlijk eene gestrenge straf doen ondergaan.27.En wij zullen zekerlijk het booze vergelden, dat zij bedreven zullen hebben.28.Dit zal de vergelding van Gods vijanden zijn; namelijk het hellevuur; daarin is voor hen een eeuwigdurend verblijf gereed gemaakt, als eene vergelding, wegens het voorbedachtelijk verwerpen onzer teekenen.29.En de ongeloovigen zullen in de hel gillen: O Heer! toon ons degenen der geniussen en menschen13, die ons hebben verleid, en wij zullen hen onder onze voeten werpen, opdat zij vernederd enveracht worden.30.Wat hen betreft die zeggen: Onze Heer is God, en zij die zich oprechtelijk gedragen, de engelen zullen tot hen nederdalen14en zeggen: Vreest niet, en treurt ook niet; maar verheugt u in de hoop van het paradijs, dat u is beloofd.31.Wij zijn uwe vrienden in dit leven, en in datgene wat komen zal; daarin zult gij hebben, wat uwe zielen zullen begeeren, alles wat gij zult verlangen.32.Daarin zult gij alles verkrijgen, waarom gij zult vragen, als een geschenk van den barmhartigen en genadigen God.33.Wie spreekt beter dan hij, die tot God noodigt, rechtvaardigheid uitoefent, en zegt: Ik ben een Moslem?34.Goed en kwaad zullen niet gelijk gesteld worden. Vergeld het kwade met goed, en ziet: de man, die uw vijand was, zal uw beschermer en warmste vriend worden.35.Maar niemand zal deze volmaaktheid bereiken, behalve zij, die lijdzaam zijn; ook zal niemand die bereiken, behalve hij, die met een zeer gelukkiggemoedbegiftigd is.36.En indien u door Satan eene slechte ingeving wordt aangeboden, neem dan uwe toevlucht tot God; want hij is het, die alles ziet en weet.37.Onder de teekenen zijner macht zijn de dag en de nacht, de zon en de maan. Vereer de zon niet, noch de maan, maar vereer God, die haar heeft geschapen, indien gij hem wilt dienen.38.Maar indien zij trotschelijk zijnen dienst versmaden, waarlijk, de engelen die met uwen Heer zijn prijzen hem nacht en dag, en zijn niet vermoeid.39.En onder zijne teekenen is een ander, dat gij het land woest ziet, maar als wij er regen op nederzenden, wordt het in beweging en gisting gebracht. En hij die de aarde verkwikt, zal zekerlijk ook de dooden bezielen; want hij is almachtig.40.Waarlijk, zij die goddeloos onze teekenen miskennen, zijn niet voor ons verborgen. Is dus hij beter, die in het hellevuur zal worden geworpen, of hij die op den dag der opstanding zeker zal verschijnen? Doet wat gij wilt, maar hij ziet gewis alles wat gij doet.41.Waarlijk, zij die niet in de vermaning van den Koran gelooven, nadat die tot hen is gekomen, zullen eens ontdekt worden. Zekerlijk, het is een boek van onschatbare waarde.42.Geene ijdelheid zal het bereiken, noch van voren noch van achteren15;het is een openbaring van den wijzen God, wiens lof terecht wordt verkondigd.43.De ongeloovigen vanMekkazeggen u niets anders, dan datgene, wat vóór u, tot de profeten werd gezegd; waarlijk, hun Heer is tot de vergiffenis geneigd, en hij is mede in staat ernstig te kastijden.44.Indien wij den Koran in eenevreemde taal hadden geopenbaard16, zouden zij zekerlijk gezegd hebben: Wij zullen dien niet ontvangen, zoo lang de teekenen daarvan niet duidelijk zijn uitgelegd. Is dan het boek in eene vreemde taal geschreven, en de persoon, aan wien het werd gericht een Arabier? Antwoord: Het is een zekere gids voor hen die gelooven, en een heelmiddel tegen twijfel en onzekerheid; maar voor hen, die niet gelooven, een zwaar gehoor in hunne ooren, en het is eene duisternis die hen bedekt, deze zijn gelijk degenen, die van eene afgelegene plaats worden aangeroepen17.45.Wij gaven vroeger het boek der wet aanMozesen er rees een twist over. Indien er vooraf geen besluit van uwen Heer ware uitgegaan, ten einde den tegenstanders dier openbaring uitstel te verleenen, waarlijk, dan zou de zaak tusschen hen zijn besloten geworden, door de vernietiging der ongeloovigen; want zij verkeerden daaromtrent in een zeer grooten twijfel.46.Hij die goed doet, verricht dit ten voordeele zijner eigene ziel, en hij die kwaad bedrijft doet het tegen zijne ziel; want uw Heer is niet onrechtvaardig omtrent zijne dienaren.47.Hem is de kennis van het uur des oordeels voorbehouden, en er komt geene vrucht uit den knop voort, die haar omwikkeld houdt, noch ontvangt eene vrouw in hare ingewanden, noch wordt zij van hare vrucht bevrijd, dan met zijne kennis. Op den dag waarop hij hen tot zich zal roepen, zeggende: Waar zijn de makkers, welke gij mij hebt toegeschreven? zullen zij antwoorden: Wij verzekeren u, dat daar voor geen getuige onder ons is18.48.En de afgoden, welke zij te voren aanriepen zullen zich aan hen onttrekken, en zij zullen bemerken, dat er geen weg zal wezen om te ontkomen.49.Het vermoeit den mensch niet, het goede te vragen, maar als het kwade hem overvalt, vertwijfelt en wanhoopt hij.50.En indien wij hem onze genade doen genieten, nadat hem droefenis bereikt, zegt hij zekerlijk: Dit is men mij schuldig, wegens mijne verdiensten; ik geloof niet, dat het uur des oordeels ooit zal komen, en indien ik voor mijn Heer word gebracht, zal ik zeker bij hem den uitnemendsten toestand bereiken. Maar wij zullen dan aan hen die niet geloofd hebben, datgene verklaren, wat zij verricht hebben en wij zullen hen zekerlijk de meest gestrenge straf doen ondergaan.51.Als wij den mensch gunsten verleenen, wendt hij zich af en vertrekt, zonder zijnen dank te betuigen: maar als het kwaad hem bereikt, bidt hij dikwijls.52.Zeg: Wat denkt gij? Indien de Koran van God is en gij daaraan niet gelooft, wie zal dan onder eene grootere dwaling liggen dan hij, die daarvan sterk afwijkt?53.Hierna zullen wijhun onze teekenen toonen in de verschillende streken der aarde en in henzelven, tot dat het hun duidelijk worde, dat dit boek de waarheid is. Is het u niet toereikend, dat uw Heer getuige is van alle dingen?54.Zijn zij niet in twijfel nopens de ontmoeting van hunnen Heer, bij de opstanding? Omvat hij niet alle dingen?1Sommigen betitelen dit hoofdstuk “de vereering of aanbidding,” aangezien daarin den ongeloovigen wordt bevolen, hunne vereering van afgoden te laten varen en God te aanbidden. Daar echterHoofdstuk XXXIIdenzelfden titel draagt, wordt de naam, dien wij boven dit hoofdstuk hebben geplaatst, algemeen gebruikt om het van de eerstvermelde Soera te onderscheiden.2ZieHoofdstuk XI, vers 1.3Zijnde de twee eerste dagen der week (Jallalo’ddin).4ZieHoofdstuk XVI, vers 15.5Dat is: de twee dagen, er onder begrepen, waarin de aarde werd geschapen.6Voor allen in evenredigheid tot hunne behoeften, en naar dit voor hun verbruik wordt vereischt.7Of duisternis.AlZamaksharizegt, dat deze rook uit de wateren, onder den troon van God kwam (welke troon een der dingen was, die vóór de hemelen en aarde werden geschapen), en boven het water opsteeg. Hij voegt er bij, dat, toen het water opgedroogd was, de aarde daaruit werd gevormd, en de hemelen uit den opgestegen rook.8ZieHoofdstuk XV, vers 8.9Dat is: aan iedere zijde hen aanhoudend overredende en bij hen aandringende, zoowel door vroegere voorbeelden aan te halen, als door op toekomstige belooningenenstraffen te wijzen.10Men zegt, dat deze wind van Woensdag tot en met Woensdag aanhield, zijnde de laatste in het eind der maandShawal; en dat dus Woensdag de dag is, waarop God zijne vonnissen op een zondig volk nederzendt (Al Beidâwi).11ZieHoofdst. VII, vers 83enz.12Zijnde: Gij verbergt uwe misdaden voor de menschen, weinig denkende, dat uwe eigen ledematen, waarvoor gij die niet kunt verbergen, als getuigen tegen u zullen opstaan.13Zijnde diegenen van elke soort, welke ons in de armen der zonde geworpen en te gronde gericht hebben. Sommige veronderstellen, dat de twee hier meer bijzonder bedoelden,EblisenCaïnzijn; de twee bedrijvers van ontrouw en moord (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).14Hetzij terwijl zij nog op aarde leven, om hunne gemoederen tot het goede te bewegen, ten einde hen voor verzoekingen te behoeden en hen te troosten, of bij het vuur des doods, om hen in hunne laatste oogenblikken te ondersteunen, of als bij de opstanding, uit graven verrijzen (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).15Dat is: het zal op geenerlei wijze verijdeld, noch tegengegaan kunnen worden, in welk opzicht het ook zij.16ZieHoofdstuk XVI, vers 105.17Zijnde: zoover af, dat zij de stem van hem, die om hen roepen, niet hooren of verstaan.18Want zij zullen, bij de opstanding, hunne afgoden, niet willen erkennen.
Een en Veertigste Hoofdstuk.De duidelijk Uitgelegden.1.Geopenbaard teMekka—54 verzen.
Geopenbaard teMekka—54 verzen.
Geopenbaard teMekka—54 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ha. Mim. Dit is een boek van den Barmhartigste.2.Een boek, waarvan de verzen duidelijk zijn uitgelegd2, een Arabische Koran; tot onderricht van een volk, dat verstaat;3.Brengende goede tijdingen, en bedreigingen aankondigende, maar het meerendeel hunner wendt zich af en luistert niet daarnaar.4.En zij zeggen: onze harten zijn gesluierd voor de leer waartoe gij ons uitnoodigt; er is doofheid in onze ooren, en eene gordijn tusschen ons en ulieden; handel dus zooals gij gepast zult oordeelen; want wij zullen handelen overeenkomstig onze eigene gevoelens.5.Zeg: Waarlijk, ik ben slechts een mensch zooals gij. Mij is het geopenbaard, dat uw God één God is; richt dus uwen weg naar hem, en vraagt vergiffenis voor hetgeen voorbij is. En wee over de ongeloovigen.6.Die de bepaalde aalmoezen niet geven, en in het volgende leven niet gelooven!7.Maar wat henbetreft, die gelooven en rechtvaardigheid uitoefenen, zij zullen eene eeuwigdurende belooning ontvangen.8.Zeg: Gelooft gij werkelijk niet in hem, die de aarde in twee dagen schiep3, en stelt gij anderen met hem gelijk? Hij is de heer van alle schepselen!9.En hij heeft vastgewortelde bergen op de aarde geplaatst4, die zich daarboven verhieven. Hij zegende haar en voorzag haar van het voedsel der schepselen, die aangewezen waren de bewoners daarvan te zijn, in vier dagen5, gelijkelijk, voor hen die vragen6.10.En hij ondernam de schepping des hemels: en deze was rook7, en hij zeide tot den hemel en tot de aarde: Komt, hetzij gehoorzaam of tegen uwen wil. Zij zeiden: Wij komen gehoorzaam aan uw bevel.11.En hij vormde die in zeven hemelen in twee dagen, en openbaarde aan iederen hemel zijne verrichting. En wij tooiden den lageren hemel met lichten, en plaatsten eene wacht van engelen daarin8. Dat is de beschikking van den machtigen, den wijzen God.12.Indien de bewoners vanMekkazich aan deze onderrichtingen onttrekken, zeg: Ik kondig u eene plotselinge vernietiging aan, zooals de vernietiging vanAdenThamoed.13.Toen de profeten tot hen kwamen, voor hen en achter hen9, zeggende: Vereert God alleen, antwoordden zij: Indien het onzen Heer zou hebben behaagd, gezanten af te vaardigen, zou hij zeker engelen hebben gezonden, en wij gelooven de zending niet, waarmede gij zijt belast.14.Wat den stamAdbetreft, zij gedroegen zich, zonder reden, onbeschaamd op de aarde en zeiden: Wie is machtiger dan wij in sterkte? Zagen zij niet dat God, die hen geschapen heeft, machtiger dan zij in sterkte was? En zij verwierpen onze teekenen met voordacht!15.Daarom deden wij een fellen wind van ongeluk tegen hen opsteken10, opdat wij hun de straf der schande in deze wereld zouden doen proeven; maar de straf van het volgende leven zal nog schandelijker wezen, en zij zullendaartegen niet worden beschermd.16.En watThamoedbetreft wij leidden hen, maar zij beminden de blindheid meer dan de ware richting; daarom overviel hen het vreeselijk gedruisch van eene schandelijke straf, om hetgeen zij hadden verdiend.17.Maar wij bevrijdden hen die geloofden en God vreesden11.18.En waarschuw hen voor den dag, waarop de vijanden van God in het hellevuur bijeenverzameld zullen worden, en in onderscheiden scharen zullen optrekken.19.Totdat, wanneer zij daar zullen aangekomen zijn, hunne ooren, hunne oogen en hunne huiden getuigenis tegen hen zullen afleggen, van datgene wat zij verricht zullen hebben.20.En zij zullen tot hunne huiden zeggen: Waarom legt gij getuigenis tegen ons af? Deze zullen antwoorden: God heeft ons doen spreken; hij die de spraak schenkt aan alle wezens, hij schiep u eens, en tot hem zijt gij teruggekeerd.21.Gij kondt u niet verbergen terwijl gij zondigdet, opdat uwe ooren en uwe oogen en uwe huiden geene getuigenis tegen u konden afleggen12; maar gij dacht, dat God onbekend was met vele dingen welke gij deedt.22.Dit was uwe meening welke gij van uwen Heer uitdacht; dit heeft u ten gronde gericht, en gij zijt verloren.23.Laten zij hunne marteling verdragen: het hellevuur zal hun verblijf zijn. Ofschoon zij om genade smeeken, zullen zij die niet erlangen.24.En wij zullen hun de duivels tot onafscheidbare makkers geven, die hun valsche denkbeelden voorstelden, welke zij nopens deze tegenwoordige wereld en de volgende voedden; en voor hen is het vonnis juist passend, dat vroeger werd uitgesproken over de volkeren van geniussen en menschen die voor hen waren, en waardoor zij ten gronde gingen.25.De ongeloovigen zeggen: Luister niet naar dezen Koran, maar voer ijdele gesprekken bij de lezing daarvan, opdat gij de stem van den lezer, door uwe spotternijen en uw lachen, bedekt.26.Daarom zullen wij de ongeloovigen zekerlijk eene gestrenge straf doen ondergaan.27.En wij zullen zekerlijk het booze vergelden, dat zij bedreven zullen hebben.28.Dit zal de vergelding van Gods vijanden zijn; namelijk het hellevuur; daarin is voor hen een eeuwigdurend verblijf gereed gemaakt, als eene vergelding, wegens het voorbedachtelijk verwerpen onzer teekenen.29.En de ongeloovigen zullen in de hel gillen: O Heer! toon ons degenen der geniussen en menschen13, die ons hebben verleid, en wij zullen hen onder onze voeten werpen, opdat zij vernederd enveracht worden.30.Wat hen betreft die zeggen: Onze Heer is God, en zij die zich oprechtelijk gedragen, de engelen zullen tot hen nederdalen14en zeggen: Vreest niet, en treurt ook niet; maar verheugt u in de hoop van het paradijs, dat u is beloofd.31.Wij zijn uwe vrienden in dit leven, en in datgene wat komen zal; daarin zult gij hebben, wat uwe zielen zullen begeeren, alles wat gij zult verlangen.32.Daarin zult gij alles verkrijgen, waarom gij zult vragen, als een geschenk van den barmhartigen en genadigen God.33.Wie spreekt beter dan hij, die tot God noodigt, rechtvaardigheid uitoefent, en zegt: Ik ben een Moslem?34.Goed en kwaad zullen niet gelijk gesteld worden. Vergeld het kwade met goed, en ziet: de man, die uw vijand was, zal uw beschermer en warmste vriend worden.35.Maar niemand zal deze volmaaktheid bereiken, behalve zij, die lijdzaam zijn; ook zal niemand die bereiken, behalve hij, die met een zeer gelukkiggemoedbegiftigd is.36.En indien u door Satan eene slechte ingeving wordt aangeboden, neem dan uwe toevlucht tot God; want hij is het, die alles ziet en weet.37.Onder de teekenen zijner macht zijn de dag en de nacht, de zon en de maan. Vereer de zon niet, noch de maan, maar vereer God, die haar heeft geschapen, indien gij hem wilt dienen.38.Maar indien zij trotschelijk zijnen dienst versmaden, waarlijk, de engelen die met uwen Heer zijn prijzen hem nacht en dag, en zijn niet vermoeid.39.En onder zijne teekenen is een ander, dat gij het land woest ziet, maar als wij er regen op nederzenden, wordt het in beweging en gisting gebracht. En hij die de aarde verkwikt, zal zekerlijk ook de dooden bezielen; want hij is almachtig.40.Waarlijk, zij die goddeloos onze teekenen miskennen, zijn niet voor ons verborgen. Is dus hij beter, die in het hellevuur zal worden geworpen, of hij die op den dag der opstanding zeker zal verschijnen? Doet wat gij wilt, maar hij ziet gewis alles wat gij doet.41.Waarlijk, zij die niet in de vermaning van den Koran gelooven, nadat die tot hen is gekomen, zullen eens ontdekt worden. Zekerlijk, het is een boek van onschatbare waarde.42.Geene ijdelheid zal het bereiken, noch van voren noch van achteren15;het is een openbaring van den wijzen God, wiens lof terecht wordt verkondigd.43.De ongeloovigen vanMekkazeggen u niets anders, dan datgene, wat vóór u, tot de profeten werd gezegd; waarlijk, hun Heer is tot de vergiffenis geneigd, en hij is mede in staat ernstig te kastijden.44.Indien wij den Koran in eenevreemde taal hadden geopenbaard16, zouden zij zekerlijk gezegd hebben: Wij zullen dien niet ontvangen, zoo lang de teekenen daarvan niet duidelijk zijn uitgelegd. Is dan het boek in eene vreemde taal geschreven, en de persoon, aan wien het werd gericht een Arabier? Antwoord: Het is een zekere gids voor hen die gelooven, en een heelmiddel tegen twijfel en onzekerheid; maar voor hen, die niet gelooven, een zwaar gehoor in hunne ooren, en het is eene duisternis die hen bedekt, deze zijn gelijk degenen, die van eene afgelegene plaats worden aangeroepen17.45.Wij gaven vroeger het boek der wet aanMozesen er rees een twist over. Indien er vooraf geen besluit van uwen Heer ware uitgegaan, ten einde den tegenstanders dier openbaring uitstel te verleenen, waarlijk, dan zou de zaak tusschen hen zijn besloten geworden, door de vernietiging der ongeloovigen; want zij verkeerden daaromtrent in een zeer grooten twijfel.46.Hij die goed doet, verricht dit ten voordeele zijner eigene ziel, en hij die kwaad bedrijft doet het tegen zijne ziel; want uw Heer is niet onrechtvaardig omtrent zijne dienaren.47.Hem is de kennis van het uur des oordeels voorbehouden, en er komt geene vrucht uit den knop voort, die haar omwikkeld houdt, noch ontvangt eene vrouw in hare ingewanden, noch wordt zij van hare vrucht bevrijd, dan met zijne kennis. Op den dag waarop hij hen tot zich zal roepen, zeggende: Waar zijn de makkers, welke gij mij hebt toegeschreven? zullen zij antwoorden: Wij verzekeren u, dat daar voor geen getuige onder ons is18.48.En de afgoden, welke zij te voren aanriepen zullen zich aan hen onttrekken, en zij zullen bemerken, dat er geen weg zal wezen om te ontkomen.49.Het vermoeit den mensch niet, het goede te vragen, maar als het kwade hem overvalt, vertwijfelt en wanhoopt hij.50.En indien wij hem onze genade doen genieten, nadat hem droefenis bereikt, zegt hij zekerlijk: Dit is men mij schuldig, wegens mijne verdiensten; ik geloof niet, dat het uur des oordeels ooit zal komen, en indien ik voor mijn Heer word gebracht, zal ik zeker bij hem den uitnemendsten toestand bereiken. Maar wij zullen dan aan hen die niet geloofd hebben, datgene verklaren, wat zij verricht hebben en wij zullen hen zekerlijk de meest gestrenge straf doen ondergaan.51.Als wij den mensch gunsten verleenen, wendt hij zich af en vertrekt, zonder zijnen dank te betuigen: maar als het kwaad hem bereikt, bidt hij dikwijls.52.Zeg: Wat denkt gij? Indien de Koran van God is en gij daaraan niet gelooft, wie zal dan onder eene grootere dwaling liggen dan hij, die daarvan sterk afwijkt?53.Hierna zullen wijhun onze teekenen toonen in de verschillende streken der aarde en in henzelven, tot dat het hun duidelijk worde, dat dit boek de waarheid is. Is het u niet toereikend, dat uw Heer getuige is van alle dingen?54.Zijn zij niet in twijfel nopens de ontmoeting van hunnen Heer, bij de opstanding? Omvat hij niet alle dingen?
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Ha. Mim. Dit is een boek van den Barmhartigste.2.Een boek, waarvan de verzen duidelijk zijn uitgelegd2, een Arabische Koran; tot onderricht van een volk, dat verstaat;3.Brengende goede tijdingen, en bedreigingen aankondigende, maar het meerendeel hunner wendt zich af en luistert niet daarnaar.4.En zij zeggen: onze harten zijn gesluierd voor de leer waartoe gij ons uitnoodigt; er is doofheid in onze ooren, en eene gordijn tusschen ons en ulieden; handel dus zooals gij gepast zult oordeelen; want wij zullen handelen overeenkomstig onze eigene gevoelens.5.Zeg: Waarlijk, ik ben slechts een mensch zooals gij. Mij is het geopenbaard, dat uw God één God is; richt dus uwen weg naar hem, en vraagt vergiffenis voor hetgeen voorbij is. En wee over de ongeloovigen.6.Die de bepaalde aalmoezen niet geven, en in het volgende leven niet gelooven!7.Maar wat henbetreft, die gelooven en rechtvaardigheid uitoefenen, zij zullen eene eeuwigdurende belooning ontvangen.8.Zeg: Gelooft gij werkelijk niet in hem, die de aarde in twee dagen schiep3, en stelt gij anderen met hem gelijk? Hij is de heer van alle schepselen!9.En hij heeft vastgewortelde bergen op de aarde geplaatst4, die zich daarboven verhieven. Hij zegende haar en voorzag haar van het voedsel der schepselen, die aangewezen waren de bewoners daarvan te zijn, in vier dagen5, gelijkelijk, voor hen die vragen6.10.En hij ondernam de schepping des hemels: en deze was rook7, en hij zeide tot den hemel en tot de aarde: Komt, hetzij gehoorzaam of tegen uwen wil. Zij zeiden: Wij komen gehoorzaam aan uw bevel.11.En hij vormde die in zeven hemelen in twee dagen, en openbaarde aan iederen hemel zijne verrichting. En wij tooiden den lageren hemel met lichten, en plaatsten eene wacht van engelen daarin8. Dat is de beschikking van den machtigen, den wijzen God.12.Indien de bewoners vanMekkazich aan deze onderrichtingen onttrekken, zeg: Ik kondig u eene plotselinge vernietiging aan, zooals de vernietiging vanAdenThamoed.13.Toen de profeten tot hen kwamen, voor hen en achter hen9, zeggende: Vereert God alleen, antwoordden zij: Indien het onzen Heer zou hebben behaagd, gezanten af te vaardigen, zou hij zeker engelen hebben gezonden, en wij gelooven de zending niet, waarmede gij zijt belast.14.Wat den stamAdbetreft, zij gedroegen zich, zonder reden, onbeschaamd op de aarde en zeiden: Wie is machtiger dan wij in sterkte? Zagen zij niet dat God, die hen geschapen heeft, machtiger dan zij in sterkte was? En zij verwierpen onze teekenen met voordacht!15.Daarom deden wij een fellen wind van ongeluk tegen hen opsteken10, opdat wij hun de straf der schande in deze wereld zouden doen proeven; maar de straf van het volgende leven zal nog schandelijker wezen, en zij zullendaartegen niet worden beschermd.16.En watThamoedbetreft wij leidden hen, maar zij beminden de blindheid meer dan de ware richting; daarom overviel hen het vreeselijk gedruisch van eene schandelijke straf, om hetgeen zij hadden verdiend.17.Maar wij bevrijdden hen die geloofden en God vreesden11.18.En waarschuw hen voor den dag, waarop de vijanden van God in het hellevuur bijeenverzameld zullen worden, en in onderscheiden scharen zullen optrekken.19.Totdat, wanneer zij daar zullen aangekomen zijn, hunne ooren, hunne oogen en hunne huiden getuigenis tegen hen zullen afleggen, van datgene wat zij verricht zullen hebben.20.En zij zullen tot hunne huiden zeggen: Waarom legt gij getuigenis tegen ons af? Deze zullen antwoorden: God heeft ons doen spreken; hij die de spraak schenkt aan alle wezens, hij schiep u eens, en tot hem zijt gij teruggekeerd.21.Gij kondt u niet verbergen terwijl gij zondigdet, opdat uwe ooren en uwe oogen en uwe huiden geene getuigenis tegen u konden afleggen12; maar gij dacht, dat God onbekend was met vele dingen welke gij deedt.22.Dit was uwe meening welke gij van uwen Heer uitdacht; dit heeft u ten gronde gericht, en gij zijt verloren.23.Laten zij hunne marteling verdragen: het hellevuur zal hun verblijf zijn. Ofschoon zij om genade smeeken, zullen zij die niet erlangen.24.En wij zullen hun de duivels tot onafscheidbare makkers geven, die hun valsche denkbeelden voorstelden, welke zij nopens deze tegenwoordige wereld en de volgende voedden; en voor hen is het vonnis juist passend, dat vroeger werd uitgesproken over de volkeren van geniussen en menschen die voor hen waren, en waardoor zij ten gronde gingen.25.De ongeloovigen zeggen: Luister niet naar dezen Koran, maar voer ijdele gesprekken bij de lezing daarvan, opdat gij de stem van den lezer, door uwe spotternijen en uw lachen, bedekt.26.Daarom zullen wij de ongeloovigen zekerlijk eene gestrenge straf doen ondergaan.27.En wij zullen zekerlijk het booze vergelden, dat zij bedreven zullen hebben.28.Dit zal de vergelding van Gods vijanden zijn; namelijk het hellevuur; daarin is voor hen een eeuwigdurend verblijf gereed gemaakt, als eene vergelding, wegens het voorbedachtelijk verwerpen onzer teekenen.29.En de ongeloovigen zullen in de hel gillen: O Heer! toon ons degenen der geniussen en menschen13, die ons hebben verleid, en wij zullen hen onder onze voeten werpen, opdat zij vernederd enveracht worden.30.Wat hen betreft die zeggen: Onze Heer is God, en zij die zich oprechtelijk gedragen, de engelen zullen tot hen nederdalen14en zeggen: Vreest niet, en treurt ook niet; maar verheugt u in de hoop van het paradijs, dat u is beloofd.31.Wij zijn uwe vrienden in dit leven, en in datgene wat komen zal; daarin zult gij hebben, wat uwe zielen zullen begeeren, alles wat gij zult verlangen.32.Daarin zult gij alles verkrijgen, waarom gij zult vragen, als een geschenk van den barmhartigen en genadigen God.33.Wie spreekt beter dan hij, die tot God noodigt, rechtvaardigheid uitoefent, en zegt: Ik ben een Moslem?34.Goed en kwaad zullen niet gelijk gesteld worden. Vergeld het kwade met goed, en ziet: de man, die uw vijand was, zal uw beschermer en warmste vriend worden.35.Maar niemand zal deze volmaaktheid bereiken, behalve zij, die lijdzaam zijn; ook zal niemand die bereiken, behalve hij, die met een zeer gelukkiggemoedbegiftigd is.36.En indien u door Satan eene slechte ingeving wordt aangeboden, neem dan uwe toevlucht tot God; want hij is het, die alles ziet en weet.37.Onder de teekenen zijner macht zijn de dag en de nacht, de zon en de maan. Vereer de zon niet, noch de maan, maar vereer God, die haar heeft geschapen, indien gij hem wilt dienen.38.Maar indien zij trotschelijk zijnen dienst versmaden, waarlijk, de engelen die met uwen Heer zijn prijzen hem nacht en dag, en zijn niet vermoeid.39.En onder zijne teekenen is een ander, dat gij het land woest ziet, maar als wij er regen op nederzenden, wordt het in beweging en gisting gebracht. En hij die de aarde verkwikt, zal zekerlijk ook de dooden bezielen; want hij is almachtig.40.Waarlijk, zij die goddeloos onze teekenen miskennen, zijn niet voor ons verborgen. Is dus hij beter, die in het hellevuur zal worden geworpen, of hij die op den dag der opstanding zeker zal verschijnen? Doet wat gij wilt, maar hij ziet gewis alles wat gij doet.41.Waarlijk, zij die niet in de vermaning van den Koran gelooven, nadat die tot hen is gekomen, zullen eens ontdekt worden. Zekerlijk, het is een boek van onschatbare waarde.42.Geene ijdelheid zal het bereiken, noch van voren noch van achteren15;het is een openbaring van den wijzen God, wiens lof terecht wordt verkondigd.43.De ongeloovigen vanMekkazeggen u niets anders, dan datgene, wat vóór u, tot de profeten werd gezegd; waarlijk, hun Heer is tot de vergiffenis geneigd, en hij is mede in staat ernstig te kastijden.44.Indien wij den Koran in eenevreemde taal hadden geopenbaard16, zouden zij zekerlijk gezegd hebben: Wij zullen dien niet ontvangen, zoo lang de teekenen daarvan niet duidelijk zijn uitgelegd. Is dan het boek in eene vreemde taal geschreven, en de persoon, aan wien het werd gericht een Arabier? Antwoord: Het is een zekere gids voor hen die gelooven, en een heelmiddel tegen twijfel en onzekerheid; maar voor hen, die niet gelooven, een zwaar gehoor in hunne ooren, en het is eene duisternis die hen bedekt, deze zijn gelijk degenen, die van eene afgelegene plaats worden aangeroepen17.45.Wij gaven vroeger het boek der wet aanMozesen er rees een twist over. Indien er vooraf geen besluit van uwen Heer ware uitgegaan, ten einde den tegenstanders dier openbaring uitstel te verleenen, waarlijk, dan zou de zaak tusschen hen zijn besloten geworden, door de vernietiging der ongeloovigen; want zij verkeerden daaromtrent in een zeer grooten twijfel.46.Hij die goed doet, verricht dit ten voordeele zijner eigene ziel, en hij die kwaad bedrijft doet het tegen zijne ziel; want uw Heer is niet onrechtvaardig omtrent zijne dienaren.47.Hem is de kennis van het uur des oordeels voorbehouden, en er komt geene vrucht uit den knop voort, die haar omwikkeld houdt, noch ontvangt eene vrouw in hare ingewanden, noch wordt zij van hare vrucht bevrijd, dan met zijne kennis. Op den dag waarop hij hen tot zich zal roepen, zeggende: Waar zijn de makkers, welke gij mij hebt toegeschreven? zullen zij antwoorden: Wij verzekeren u, dat daar voor geen getuige onder ons is18.48.En de afgoden, welke zij te voren aanriepen zullen zich aan hen onttrekken, en zij zullen bemerken, dat er geen weg zal wezen om te ontkomen.49.Het vermoeit den mensch niet, het goede te vragen, maar als het kwade hem overvalt, vertwijfelt en wanhoopt hij.50.En indien wij hem onze genade doen genieten, nadat hem droefenis bereikt, zegt hij zekerlijk: Dit is men mij schuldig, wegens mijne verdiensten; ik geloof niet, dat het uur des oordeels ooit zal komen, en indien ik voor mijn Heer word gebracht, zal ik zeker bij hem den uitnemendsten toestand bereiken. Maar wij zullen dan aan hen die niet geloofd hebben, datgene verklaren, wat zij verricht hebben en wij zullen hen zekerlijk de meest gestrenge straf doen ondergaan.51.Als wij den mensch gunsten verleenen, wendt hij zich af en vertrekt, zonder zijnen dank te betuigen: maar als het kwaad hem bereikt, bidt hij dikwijls.52.Zeg: Wat denkt gij? Indien de Koran van God is en gij daaraan niet gelooft, wie zal dan onder eene grootere dwaling liggen dan hij, die daarvan sterk afwijkt?53.Hierna zullen wijhun onze teekenen toonen in de verschillende streken der aarde en in henzelven, tot dat het hun duidelijk worde, dat dit boek de waarheid is. Is het u niet toereikend, dat uw Heer getuige is van alle dingen?54.Zijn zij niet in twijfel nopens de ontmoeting van hunnen Heer, bij de opstanding? Omvat hij niet alle dingen?
1Sommigen betitelen dit hoofdstuk “de vereering of aanbidding,” aangezien daarin den ongeloovigen wordt bevolen, hunne vereering van afgoden te laten varen en God te aanbidden. Daar echterHoofdstuk XXXIIdenzelfden titel draagt, wordt de naam, dien wij boven dit hoofdstuk hebben geplaatst, algemeen gebruikt om het van de eerstvermelde Soera te onderscheiden.2ZieHoofdstuk XI, vers 1.3Zijnde de twee eerste dagen der week (Jallalo’ddin).4ZieHoofdstuk XVI, vers 15.5Dat is: de twee dagen, er onder begrepen, waarin de aarde werd geschapen.6Voor allen in evenredigheid tot hunne behoeften, en naar dit voor hun verbruik wordt vereischt.7Of duisternis.AlZamaksharizegt, dat deze rook uit de wateren, onder den troon van God kwam (welke troon een der dingen was, die vóór de hemelen en aarde werden geschapen), en boven het water opsteeg. Hij voegt er bij, dat, toen het water opgedroogd was, de aarde daaruit werd gevormd, en de hemelen uit den opgestegen rook.8ZieHoofdstuk XV, vers 8.9Dat is: aan iedere zijde hen aanhoudend overredende en bij hen aandringende, zoowel door vroegere voorbeelden aan te halen, als door op toekomstige belooningenenstraffen te wijzen.10Men zegt, dat deze wind van Woensdag tot en met Woensdag aanhield, zijnde de laatste in het eind der maandShawal; en dat dus Woensdag de dag is, waarop God zijne vonnissen op een zondig volk nederzendt (Al Beidâwi).11ZieHoofdst. VII, vers 83enz.12Zijnde: Gij verbergt uwe misdaden voor de menschen, weinig denkende, dat uwe eigen ledematen, waarvoor gij die niet kunt verbergen, als getuigen tegen u zullen opstaan.13Zijnde diegenen van elke soort, welke ons in de armen der zonde geworpen en te gronde gericht hebben. Sommige veronderstellen, dat de twee hier meer bijzonder bedoelden,EblisenCaïnzijn; de twee bedrijvers van ontrouw en moord (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).14Hetzij terwijl zij nog op aarde leven, om hunne gemoederen tot het goede te bewegen, ten einde hen voor verzoekingen te behoeden en hen te troosten, of bij het vuur des doods, om hen in hunne laatste oogenblikken te ondersteunen, of als bij de opstanding, uit graven verrijzen (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).15Dat is: het zal op geenerlei wijze verijdeld, noch tegengegaan kunnen worden, in welk opzicht het ook zij.16ZieHoofdstuk XVI, vers 105.17Zijnde: zoover af, dat zij de stem van hem, die om hen roepen, niet hooren of verstaan.18Want zij zullen, bij de opstanding, hunne afgoden, niet willen erkennen.
1Sommigen betitelen dit hoofdstuk “de vereering of aanbidding,” aangezien daarin den ongeloovigen wordt bevolen, hunne vereering van afgoden te laten varen en God te aanbidden. Daar echterHoofdstuk XXXIIdenzelfden titel draagt, wordt de naam, dien wij boven dit hoofdstuk hebben geplaatst, algemeen gebruikt om het van de eerstvermelde Soera te onderscheiden.
2ZieHoofdstuk XI, vers 1.
3Zijnde de twee eerste dagen der week (Jallalo’ddin).
4ZieHoofdstuk XVI, vers 15.
5Dat is: de twee dagen, er onder begrepen, waarin de aarde werd geschapen.
6Voor allen in evenredigheid tot hunne behoeften, en naar dit voor hun verbruik wordt vereischt.
7Of duisternis.AlZamaksharizegt, dat deze rook uit de wateren, onder den troon van God kwam (welke troon een der dingen was, die vóór de hemelen en aarde werden geschapen), en boven het water opsteeg. Hij voegt er bij, dat, toen het water opgedroogd was, de aarde daaruit werd gevormd, en de hemelen uit den opgestegen rook.
8ZieHoofdstuk XV, vers 8.
9Dat is: aan iedere zijde hen aanhoudend overredende en bij hen aandringende, zoowel door vroegere voorbeelden aan te halen, als door op toekomstige belooningenenstraffen te wijzen.
10Men zegt, dat deze wind van Woensdag tot en met Woensdag aanhield, zijnde de laatste in het eind der maandShawal; en dat dus Woensdag de dag is, waarop God zijne vonnissen op een zondig volk nederzendt (Al Beidâwi).
11ZieHoofdst. VII, vers 83enz.
12Zijnde: Gij verbergt uwe misdaden voor de menschen, weinig denkende, dat uwe eigen ledematen, waarvoor gij die niet kunt verbergen, als getuigen tegen u zullen opstaan.
13Zijnde diegenen van elke soort, welke ons in de armen der zonde geworpen en te gronde gericht hebben. Sommige veronderstellen, dat de twee hier meer bijzonder bedoelden,EblisenCaïnzijn; de twee bedrijvers van ontrouw en moord (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).
14Hetzij terwijl zij nog op aarde leven, om hunne gemoederen tot het goede te bewegen, ten einde hen voor verzoekingen te behoeden en hen te troosten, of bij het vuur des doods, om hen in hunne laatste oogenblikken te ondersteunen, of als bij de opstanding, uit graven verrijzen (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).
15Dat is: het zal op geenerlei wijze verijdeld, noch tegengegaan kunnen worden, in welk opzicht het ook zij.
16ZieHoofdstuk XVI, vers 105.
17Zijnde: zoover af, dat zij de stem van hem, die om hen roepen, niet hooren of verstaan.
18Want zij zullen, bij de opstanding, hunne afgoden, niet willen erkennen.