Vijftiende Hoofdstuk.

Vijftiende Hoofdstuk.Al Hedjr1.Geopenbaard teMekka.—99 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.E. L. R. Dit zijn de teekens van het boek en van den duidelijken Koran.2.De tijd zal komen, waarop de ongeloovigen zullen wenschen, dat zij Moslems mochten zijn geweest2.3.Sta hun toe te eten en te genieten in deze wereld, en laat hun hoop voeden; doch hierna zullen zij hunne dwaasheid kennen.4.Wij hebben geene stad verwoest, zonder dat een vastgestelde tijd van berouw voor haar bepaald werd.5.Geen volk zal gestraft worden voordat zijn tijd zal zijn gekomen, en deze zal niet worden verschoven.6.De bewoners vanMekkazeggen totMahomet: O gij! wien de vermaning3werd nedergezonden, gij zijt zekerlijk door den duivel bezeten.7.Zoudt gij niet met een gevolg van engelen tot ons zijn gekomen, indien gij de waarheid hadt gesproken?8.Antwoord: Wij zenden geene engelen neder, dan bij eene voegzame gelegenheid4. Dan zullen de ongeloovigen niet meer worden uitgesteld.9.Waarlijk, wij hebben den Koran nedergezonden, en wij zullen dien zekerlijk voor vervalsching behoeden.10.Wij hebben vroeger, vóór u, gezanten tot de oude secten gezonden.11.En er kwam geen gezant tot hen, dien zij niet tot het voorwerp hunner spotternijen maakten.12.Evenzoo zullen wij de harten der zondige bewoners vanMekkaer toe brengen, hunnen profeet te bespotten.13.Zij zullen niet in hem gelooven niettegenstaande de straf der volkeren reeds vroeger werd uitgevoerd.14.Indien wij hun de poorten der hemelen zouden ontsluiten, en zij reeds gereed zouden zijn daar binnen te gaan5.15.Zouden zij veeleer uitroepen: Onze oogen zijn slechts verblind door dronkenschap, of wij bevinden ons onder den indruk eener zinsbeguicheling.16.Wij hebben de twaalf teekens in den hemel geplaatst en die in verschillende vormen voorgesteld voor hen, die acht geven.17.Wij verdedigen deze tegen de aanslagen van iederen duivel6welke met steenworpen werd teruggedreven7.18.Behalve hij, die aansluipt om te luisteren, en op wiendan eene zichtbare vlam wordt afgeschoten8.19.Wij hebben ook de aarde uitgespreid en vaste bergen daarop geplaatst, en wij hebben alle planten in eene bewonderingswaardige orde daaruit doen spruiten.20.En wij hebben daarop levensbehoeften voor u geplaatst en voor de wezens, welke gij niet onderhoudt.21.Er is geene zaak, waarvan de voorraadschuren niet in onze handen zijn, en wij deelen die slechts in eene bepaalde mate uit9.22.Wij zenden ook de winden, die de bezwangerde wolken voortstuwen en wij zenden water van den hemel waarvan wij u geven te drinken, en hetwelk gij niet bewaart.23.Waarlijk, wij geven leven en doen sterven, en wij zijn de erfgenamen van alle dingen10.24.Wij kennen hen die vooruit gaan, en wij kennen hen die achterblijven11.25.En uw Heer zal hen op den laatsten dag verzamelen; want hij is alwetend en wijs.26.Wij schiepen den mensch van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gebracht12.27.Vóór hem hadden wij reeds de geniussen uit een fijn vuur gemaakt.28.En gedenk, toen de Heer tot de engelen zeide: Waarlijk, ik heb den mensch geschapen van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gebracht.29.Als ik hem dus volkomen gevormd en mijn geest in hem geblazen zal hebben zult gij dan voor hem nedervallen en hem aanbidden?30.En al de engelen badenAdamgezamenlijk aan.31.BehalveEblis, die weigerde met hen te zijn, welke hem aanbaden.32.En God zeide tot hem: Wat verhindert u met degenen te zijn, dieAdamaanbidden?33.Hij antwoordde: Ik zal den mensch niet aanbidden; dien gij gevormd hebt van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gekneed.34.God zeide: Ga dus heen; wantgij zult met steenen verdreven worden.35.En een vloek zal op u rusten tot op den dag des oordeels.36.De duivel zeide: O Heer! geef mij uitstel tot den dag der opstanding.37.God antwoordde: Waarlijk, gij zult tot hen behooren, die uitstel hebben verkregen.38.Tot den dag van den bepaalden tijd13.39.De duivel (Eblis) antwoordde: Omdat gij mij hebt nedergeworpen, zal ik het kwade behagelijk voor den mensch maken, en hen allen verleiden.40.Uwe oprechte dienaren zullen alleen gespaard worden.41.God zeide: Dit is de rechte weg.42.Wat mijne dienaren betreft, gij zult geene macht over hen hebben; maar alleen over hen, die verleid zullen worden en die u zullen volgen.43.De hel is zekerlijk voor hen allen bestemd.44.Zij heeft zeven ingangen; voor iederen ingang zal een bijzonder aantal hunner worden aangewezen.45.Maar zij, die God vreezen, zullen in tuinen wonen, te midden van fonteinen.46.De engelen zullen tot hen zeggen: Treedt hier binnen in vrede en zekerheid.47.Wij zullen alle valschheid uit hunne harten wegnemen14. Zij zullen als broeders zijn, en tegen over elkander zitten15op rustbanken.48.Geene vermoeienis zal hen kwellen, en nimmer zullen zij uit die woonplaats worden geworpen.49.Verklaar mijne dienaren, dat ik de genadige, de barmhartige God ben.50.En dat mijne straf eene gestrenge straf is.51.En verhaal hun de geschiedenis van de gasten vanAbraham16.52.Toen zij bij hem binnentraden en hem groetten, zeide hij: Gij hebt ons bevreesd gemaakt.53.En zij antwoordden: Vrees niets: wij brengen u de belofte van een wijzen zoon.54.Hij zeide: Brengt gij mij de belofte van een zoon, nu ik oud geworden ben? Wat verhaalt gij mij derhalve?55.Zij zeiden: Wij hebben u de waarheid verhaald; wanhoop dus niet.56.Hij antwoordde: En wie wanhoopt aan Gods genade, behalve zij die dwalen?57.En hij zeide: Wat is dus uwe zending, o gezanten van God?58.Zij antwoordden: Waarlijk, wij werden gezonden om een zondig volk te verdelgen.59.Maar wat de leden vanLotsgezin betreft, zullen wij allen redden.60.Uitgenomen zijne vrouw. Wij hebben besloten, dat zij zal achterblijven om met de ongeloovigen te worden verwoest.61.En toen de boodschappers tot het gezin vanLotkwamen,62.zeide hij tot hen: Waarlijk, gij zijt een volk, dat mij onbekend is.63.Zij antwoordden: Maar wij zijn tot u gekomen om de straf uit te voeren, waaromtrent uwe medeburgers in twijfel verkeeren.64.Wijverhalen u eene zekere waarheid, en wij zijn gezanten der waarheid.65.Breng dus uw gezin gedurende den nacht weg, en volg gij achter hen; en laat zich niemand uwer omkeeren, maar ga waarheen men u beveelt17.66.En wij gaven hem dit bevel, daar dit volk, tot op den laatsten man, vóór den volgenden dag moest zijn verdelgd.67.En de bewoners der stad kwamen totLot, zich verblijdende in het nieuws der aankomst van vreemdelingen.68.En hij zeide tot hen: Waarlijk, dit zijn mijne gasten; doe mij dus niet in ongenade vervallen, door hen te misbruiken.69.Maar vreest God en bedekt mij niet met schande.70.Zij antwoordden: Hebben wij u niet verboden een mensch te ondersteunen?71.Lothernam: Dit zijn mijne dochters, maak dus eerder van haar gebruik, indien gij vast besloten hebt nopens hetgeen gij wilt doen.72.Zoo waar gij leeft, zij dwaalden in beschonkenheid18.73.Daarom overviel hun een vreeselijke storm van den hemel, bij het opgaan der zon.74.En wij keerden de stad ten onderste boven en lieten er een regen op nedervallen van steenen uit gebakken klei.75.Waarlijk, daarin zijn teekens voor de menschen, die deze aandachtig nagaan.76.En deze steden werden gestraft, tot het banen van een rechten weg voor den mensch, om dien te bewandelen.77.Waarlijk, hierin is een teeken voor de ware geloovigen.78.De bewoners van het bosch vanMidian19waren mede goddeloos.79.Daarom namen wij wraak op hen20. En zij werden beide verdelgd, om als een duidelijk voorbeeld te dienen voor de menschen, ten einde daarnaar hunne daden te richten.80.En de bewoners vanAl Hedjr21beschuldigden Gods gezanten eveneens van bedrog.81.En wij toonden hun onze teekens; maar zij wendden zich ver daarvan af.82.Zij hieuwen huizen in de bergen uit om zich te beveiligen.83.Maar een vreeselijk onweder van den hemel overviel hen des morgens.84.Wat zij gedaan hadden, was volstrekt niet voordeelig voor hen.85.Wij hebben de hemelen en de aarde, en wat zich daartusschen bevindt, niet dan in onrechtvaardigheid en niet te vergeefs geschapen, en het uur des oordeels zal zekerlijk komen. Vergeef dus uw volk, oMahomet! met eene barmhartige vergiffenis22.86.Waarlijk, uw Heer is de schepper van u en vanhen, en weet wat het nuttigste is.87.Wij hebben u reeds zeven verzen gebracht, die dikwijls moesten worden herhaald23, en den heerlijken Koran.88.Werp uwe blikken niet op de goede dingen, welke wij aan onderscheidenen der ongeloovigen hebben geschonken, en begeer die niet24. Wees nimmer bedroefd over hen. Gedraag u zachtmoedig omtrent de ware geloovigen.89.Zeg hun: Waarlijk, ik ben een openbaar prediker.90.Indien zij niet gelooven, zullen wij hun eene gelijke straf opleggen, als aan de verdeelers25.91.Die den Koran in verschillende deelen onderscheiden.92.Want door uw Heer, oMahomet! zullen wij hen ondervragen.93.Nopens al hunne daden.94.Openbaar dus wat u werd bevolen en, wend u af van de afgodendienaars.95.Wij zullen u zekerlijk bijstaan tegen de spotters26.96.Die een anderen God met God vereenigen. Zij zullen zekerlijkhunnedwaasheid kennen.97.En wij weten, dat gij diep gegriefd zijt door het verhaal van hetgeen zij zeggen.98.Maarverheerlijk den lof van uwen Heer en aanbid hem.99.En dien uwen Heer, tot de dood27u overvalt.1Al Hedjris een grondgebied in de provincieHejaz, tusschenMedinaenSyrië, waar de stam vanThamoedwoonde. Nabij het einde van het hoofdstuk wordt daarvan melding gemaakt.2Als zij het geluk en den voorspoed der ware geloovigen zullen zien, of als zij zullen sterven: of wel bij de opstanding.3Zijnde de openbaringen waaruit de Koran is samengesteld.4Als de goddelijke wijsheid het noodig zal oordeelen, van hun ambt gebruik te maken, zooals om zijne openbaringen aan de profeten over te brengen en om zijne straf aan de zondaren uit te voeren; maar niet om u te behagen door hunne verschijning en zichtbaren vorm, hetgeen, indien aan uw verzoek werd voldaan, slechts uwe verwarring vermeerderen en de goddelijke wraak des te spoediger over u brengen zou.5Zijnde de ongeloovige bewoners vanMekkazelven, of, volgens anderer meening, de engelen in zichtbare vormen.6De Mahomedanen gelooven namelijk, dat de duivels trachten tot de sterren op te stijgen, om de daden van de bewoners des hemels te onderzoeken, hunne gesprekken af te luisteren en hen in verzoeking te brengen. Zij beweren tevens dat deze booze geesten de vrijheid hadden, binnen al de hemelen te komen, tot de geboorte van Jezus, toen zij uit drie daarvan werden gesloten; maar dat bij de geboorte vanMahomethun de andere vier werden ontzegd (Al Beidâwi).7Ziehoofdstuk III vers 31, in de noot.8De Mahomedanen veronderstellen namelijk bij het verschieten eener ster, dat de engelen welke in de sterrebeelden wacht houden, deze op de duivels werpen die er te nabij komen.9Zijnde: uw gezin, bedienden en slaven, welke gij u verkeerdelijk voorstelt door u gevoed te worden, terwijl het God is, die zoowel voor u als voor hen zorgt (Al Beidâwi),of, zooals sommigen denken, de dieren, voor welke de menschen geene zorg dragen (Jallalo’ddin).10Zijnde: alleen overblijvende, als alle schepselen dood of vernietigd zullen zijn.11Het is onzeker waarop deze woorden eigenlijk zinspelen. Sommigen denken dat daarmede de verschillende tijdstippen worden bedoeld, waarop de menschen in deze wereld komen, en die verlaten; anderen meenen, dat hier de voorwaarts rukkende en achteruitwijkende manschappen vanMahometin den slag worden bedoeld. Een ander wederom beweert dat deze plaats werd geopenbaard, om het verschillend gedrag vanMahometsvolgelingen, toen zij eene zeer schoone vrouw gedurende het gebed achterMahometzagen; sommigen hunner gingen vóór haar uit de moskee, ten einde te vermijden, haar meer van nabij te zien; anderen bleven achter met het doel, haar te zien (Al Beidâwi).Savaryvertolkt deze plaats aldus: Wij kennen hen die voor u zijn gegaan, zoowel als hen die na u zullen komen.12ZieHoofdstuk II, vers 28, noot.13ZieHoofdstuk II, vers 28, noot enHoofdstuk VII, vers 3.14Zijnde: alle haat en kwaden wil, die zij elkander gedurende hunnen leeftijd toedragen. (ZieHoofdstuk VII, vers 41noot); of gelijk sommigen het verkiezen uit te drukken, alle afgunst of nijd nopens de verschillende graden van eer en geluk, welke aan de gezegenden zullen worden geschonken, overeenkomstig hunne verdiensten.15Nimmer elkander den rug toekeerende (Jallalo’ddin), hetgeen als een teeken van verachting kan worden aangezien.16ZieHoofdstuk XI, vers 72.17HetgeenSyriëofEgyptewas (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).18Sommigen willen, dat deze woorden door de engelen totLotwerden gericht; anderen door God totMahomet.19Tot wieShoaïbmede werd gezonden, evenals tot de bewoners vanMidian.Abulfedazegt, dat dit volk nabijTaboecwoonde, en niet van denzelfden stam was alsShoaïb. (Zie medeGeogr. Nub.p. 110).20Door hen, wegens hun ongeloof en hunne ongehoorzaamheid, door een heeten, verstikkenden wind te verdelgen (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).21Dat is de stam vanThamoed(ZieHoofdstuk VII, vers 71).22Men zegt dat dit vers werd afgeschaft door dat van het zwaard.23Zijnde het eerste hoofdstuk van denKoran, hetwelk uit zooveel verzen bestaat. Sommigen zijn echter van meening, dat hier de zeven groote hoofdstukken van denKoranworden bedoeld.24Dat is: benijdt of begeert niet hunnen wereldschen voorspoed, nu gij in denKoraneen zegen hebt ontvangen, in vergelijking waarvan al wat wij hun hebben geschonken, als van geene waarde kan worden geacht.Al Beidâwivermeldt eene overlevering, volgens welkeMahometteAdhriât(eene stad inSyrië) zeven, zeer rijk beladen karavanen ontmoette, die aan eenige Joden van de stammen vanKorledhaenal Nadirtoebehoorden. Zijne manschappen hadden grooten lust die te plunderen, zeggende, dat deze rijkdommen van groot nut konden zijn voor de voortplanting van Gods waar geloof. Maar de profeet deed hun door deze plaats opmerken, dat zij geene reden hadden, spijt te gevoelen, daar God hun zeven verzen had gegeven, die oneindig meer waarde hadden dan deze zeven karavanen (Al Beidâwi).25Sommigen vertolken het oorspronkelijke woord metverhinderaars, die de lieden beletten binnenMekkate komen om den tempel te bezoeken uit vrees dat zij besluiten mochten, den Islam te omhelzen, hetgeen, naar men zegt, door tien mannen werd bedreven, die allen teBedrwerden gedood. Anderen vertalen het woord met: die zich door een eed hebben verbonden, en veronderstellen, dat hier sommige Tamoedieten worden bedoeld, die zwoerenSalebdes nachts te dooden. Het is echter meer waarschijnlijk dat deze plaats betrekking heeft op de Joden en Christenen, die, volgens de meening der Mahomedanen, sommige gedeelten der schriften aannemen, en andere voorwerpen, en evenzoo sommige plaatsen van den Koran goed en andere afkeuren, overeenkomstig hunne vooroordeelen; of wel op de ongeloovige bewoners vanMekkawaarvan sommige den Koran een goochelwerk noemden; anderen voorzeggende ontboezemingen, anderen oude sprookjes en wederom anderen eene dichterlijke samenstelling (Al Beidâwi,Jallalo’ddin.)26Men zegt, dat deze plaats werd geopenbaard tegen vijf Koreïshietische edelen, wier namen waren:Al Walid Ebn al Mohheira,Al As Ebn Wayel,Oda Ebn Kais,al Aswad Ebn Abd JaghûthenAl Aswad Ebn al Mottalleb. Deze waren gezworen vijanden vanMahomet, die hem aanhoudend vervolgden en belachelijk maakten. Daarom kwamGabriëleindelijk en verhaalde hun, dat hem bevolen wasMahomettegen hen bij te staan: en nadat de engel hun na elkander een teeken had gemaakt, gingal Walîdvoorbij eenige pijlen, waarvan een zich in zijn kleed vasthechtte. Uit trotschheid boog hij zich niet om dien uit te trekken, maar stapte voort waardoor de punt een ader van zijn hiel doorsneed en hij doodbloedde:al Aswerd door een doorn gedood, die door de zool van zijn voet drong en zijn been tot eene monsterachtige grootte deed opzwellen;Odastierf aan vreeselijk en aanhoudend niezen;al Aswad Ebn Abd Yaghûthstootte zijn hoofd tegen een doornigen boom en doodde zich zelven enal Aswad Ebn Al Motallebwerd met blindheid geslagen. (Al Beidâwi).27Letterlijk: Hetgeen zeker is.

Vijftiende Hoofdstuk.Al Hedjr1.Geopenbaard teMekka.—99 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.E. L. R. Dit zijn de teekens van het boek en van den duidelijken Koran.2.De tijd zal komen, waarop de ongeloovigen zullen wenschen, dat zij Moslems mochten zijn geweest2.3.Sta hun toe te eten en te genieten in deze wereld, en laat hun hoop voeden; doch hierna zullen zij hunne dwaasheid kennen.4.Wij hebben geene stad verwoest, zonder dat een vastgestelde tijd van berouw voor haar bepaald werd.5.Geen volk zal gestraft worden voordat zijn tijd zal zijn gekomen, en deze zal niet worden verschoven.6.De bewoners vanMekkazeggen totMahomet: O gij! wien de vermaning3werd nedergezonden, gij zijt zekerlijk door den duivel bezeten.7.Zoudt gij niet met een gevolg van engelen tot ons zijn gekomen, indien gij de waarheid hadt gesproken?8.Antwoord: Wij zenden geene engelen neder, dan bij eene voegzame gelegenheid4. Dan zullen de ongeloovigen niet meer worden uitgesteld.9.Waarlijk, wij hebben den Koran nedergezonden, en wij zullen dien zekerlijk voor vervalsching behoeden.10.Wij hebben vroeger, vóór u, gezanten tot de oude secten gezonden.11.En er kwam geen gezant tot hen, dien zij niet tot het voorwerp hunner spotternijen maakten.12.Evenzoo zullen wij de harten der zondige bewoners vanMekkaer toe brengen, hunnen profeet te bespotten.13.Zij zullen niet in hem gelooven niettegenstaande de straf der volkeren reeds vroeger werd uitgevoerd.14.Indien wij hun de poorten der hemelen zouden ontsluiten, en zij reeds gereed zouden zijn daar binnen te gaan5.15.Zouden zij veeleer uitroepen: Onze oogen zijn slechts verblind door dronkenschap, of wij bevinden ons onder den indruk eener zinsbeguicheling.16.Wij hebben de twaalf teekens in den hemel geplaatst en die in verschillende vormen voorgesteld voor hen, die acht geven.17.Wij verdedigen deze tegen de aanslagen van iederen duivel6welke met steenworpen werd teruggedreven7.18.Behalve hij, die aansluipt om te luisteren, en op wiendan eene zichtbare vlam wordt afgeschoten8.19.Wij hebben ook de aarde uitgespreid en vaste bergen daarop geplaatst, en wij hebben alle planten in eene bewonderingswaardige orde daaruit doen spruiten.20.En wij hebben daarop levensbehoeften voor u geplaatst en voor de wezens, welke gij niet onderhoudt.21.Er is geene zaak, waarvan de voorraadschuren niet in onze handen zijn, en wij deelen die slechts in eene bepaalde mate uit9.22.Wij zenden ook de winden, die de bezwangerde wolken voortstuwen en wij zenden water van den hemel waarvan wij u geven te drinken, en hetwelk gij niet bewaart.23.Waarlijk, wij geven leven en doen sterven, en wij zijn de erfgenamen van alle dingen10.24.Wij kennen hen die vooruit gaan, en wij kennen hen die achterblijven11.25.En uw Heer zal hen op den laatsten dag verzamelen; want hij is alwetend en wijs.26.Wij schiepen den mensch van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gebracht12.27.Vóór hem hadden wij reeds de geniussen uit een fijn vuur gemaakt.28.En gedenk, toen de Heer tot de engelen zeide: Waarlijk, ik heb den mensch geschapen van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gebracht.29.Als ik hem dus volkomen gevormd en mijn geest in hem geblazen zal hebben zult gij dan voor hem nedervallen en hem aanbidden?30.En al de engelen badenAdamgezamenlijk aan.31.BehalveEblis, die weigerde met hen te zijn, welke hem aanbaden.32.En God zeide tot hem: Wat verhindert u met degenen te zijn, dieAdamaanbidden?33.Hij antwoordde: Ik zal den mensch niet aanbidden; dien gij gevormd hebt van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gekneed.34.God zeide: Ga dus heen; wantgij zult met steenen verdreven worden.35.En een vloek zal op u rusten tot op den dag des oordeels.36.De duivel zeide: O Heer! geef mij uitstel tot den dag der opstanding.37.God antwoordde: Waarlijk, gij zult tot hen behooren, die uitstel hebben verkregen.38.Tot den dag van den bepaalden tijd13.39.De duivel (Eblis) antwoordde: Omdat gij mij hebt nedergeworpen, zal ik het kwade behagelijk voor den mensch maken, en hen allen verleiden.40.Uwe oprechte dienaren zullen alleen gespaard worden.41.God zeide: Dit is de rechte weg.42.Wat mijne dienaren betreft, gij zult geene macht over hen hebben; maar alleen over hen, die verleid zullen worden en die u zullen volgen.43.De hel is zekerlijk voor hen allen bestemd.44.Zij heeft zeven ingangen; voor iederen ingang zal een bijzonder aantal hunner worden aangewezen.45.Maar zij, die God vreezen, zullen in tuinen wonen, te midden van fonteinen.46.De engelen zullen tot hen zeggen: Treedt hier binnen in vrede en zekerheid.47.Wij zullen alle valschheid uit hunne harten wegnemen14. Zij zullen als broeders zijn, en tegen over elkander zitten15op rustbanken.48.Geene vermoeienis zal hen kwellen, en nimmer zullen zij uit die woonplaats worden geworpen.49.Verklaar mijne dienaren, dat ik de genadige, de barmhartige God ben.50.En dat mijne straf eene gestrenge straf is.51.En verhaal hun de geschiedenis van de gasten vanAbraham16.52.Toen zij bij hem binnentraden en hem groetten, zeide hij: Gij hebt ons bevreesd gemaakt.53.En zij antwoordden: Vrees niets: wij brengen u de belofte van een wijzen zoon.54.Hij zeide: Brengt gij mij de belofte van een zoon, nu ik oud geworden ben? Wat verhaalt gij mij derhalve?55.Zij zeiden: Wij hebben u de waarheid verhaald; wanhoop dus niet.56.Hij antwoordde: En wie wanhoopt aan Gods genade, behalve zij die dwalen?57.En hij zeide: Wat is dus uwe zending, o gezanten van God?58.Zij antwoordden: Waarlijk, wij werden gezonden om een zondig volk te verdelgen.59.Maar wat de leden vanLotsgezin betreft, zullen wij allen redden.60.Uitgenomen zijne vrouw. Wij hebben besloten, dat zij zal achterblijven om met de ongeloovigen te worden verwoest.61.En toen de boodschappers tot het gezin vanLotkwamen,62.zeide hij tot hen: Waarlijk, gij zijt een volk, dat mij onbekend is.63.Zij antwoordden: Maar wij zijn tot u gekomen om de straf uit te voeren, waaromtrent uwe medeburgers in twijfel verkeeren.64.Wijverhalen u eene zekere waarheid, en wij zijn gezanten der waarheid.65.Breng dus uw gezin gedurende den nacht weg, en volg gij achter hen; en laat zich niemand uwer omkeeren, maar ga waarheen men u beveelt17.66.En wij gaven hem dit bevel, daar dit volk, tot op den laatsten man, vóór den volgenden dag moest zijn verdelgd.67.En de bewoners der stad kwamen totLot, zich verblijdende in het nieuws der aankomst van vreemdelingen.68.En hij zeide tot hen: Waarlijk, dit zijn mijne gasten; doe mij dus niet in ongenade vervallen, door hen te misbruiken.69.Maar vreest God en bedekt mij niet met schande.70.Zij antwoordden: Hebben wij u niet verboden een mensch te ondersteunen?71.Lothernam: Dit zijn mijne dochters, maak dus eerder van haar gebruik, indien gij vast besloten hebt nopens hetgeen gij wilt doen.72.Zoo waar gij leeft, zij dwaalden in beschonkenheid18.73.Daarom overviel hun een vreeselijke storm van den hemel, bij het opgaan der zon.74.En wij keerden de stad ten onderste boven en lieten er een regen op nedervallen van steenen uit gebakken klei.75.Waarlijk, daarin zijn teekens voor de menschen, die deze aandachtig nagaan.76.En deze steden werden gestraft, tot het banen van een rechten weg voor den mensch, om dien te bewandelen.77.Waarlijk, hierin is een teeken voor de ware geloovigen.78.De bewoners van het bosch vanMidian19waren mede goddeloos.79.Daarom namen wij wraak op hen20. En zij werden beide verdelgd, om als een duidelijk voorbeeld te dienen voor de menschen, ten einde daarnaar hunne daden te richten.80.En de bewoners vanAl Hedjr21beschuldigden Gods gezanten eveneens van bedrog.81.En wij toonden hun onze teekens; maar zij wendden zich ver daarvan af.82.Zij hieuwen huizen in de bergen uit om zich te beveiligen.83.Maar een vreeselijk onweder van den hemel overviel hen des morgens.84.Wat zij gedaan hadden, was volstrekt niet voordeelig voor hen.85.Wij hebben de hemelen en de aarde, en wat zich daartusschen bevindt, niet dan in onrechtvaardigheid en niet te vergeefs geschapen, en het uur des oordeels zal zekerlijk komen. Vergeef dus uw volk, oMahomet! met eene barmhartige vergiffenis22.86.Waarlijk, uw Heer is de schepper van u en vanhen, en weet wat het nuttigste is.87.Wij hebben u reeds zeven verzen gebracht, die dikwijls moesten worden herhaald23, en den heerlijken Koran.88.Werp uwe blikken niet op de goede dingen, welke wij aan onderscheidenen der ongeloovigen hebben geschonken, en begeer die niet24. Wees nimmer bedroefd over hen. Gedraag u zachtmoedig omtrent de ware geloovigen.89.Zeg hun: Waarlijk, ik ben een openbaar prediker.90.Indien zij niet gelooven, zullen wij hun eene gelijke straf opleggen, als aan de verdeelers25.91.Die den Koran in verschillende deelen onderscheiden.92.Want door uw Heer, oMahomet! zullen wij hen ondervragen.93.Nopens al hunne daden.94.Openbaar dus wat u werd bevolen en, wend u af van de afgodendienaars.95.Wij zullen u zekerlijk bijstaan tegen de spotters26.96.Die een anderen God met God vereenigen. Zij zullen zekerlijkhunnedwaasheid kennen.97.En wij weten, dat gij diep gegriefd zijt door het verhaal van hetgeen zij zeggen.98.Maarverheerlijk den lof van uwen Heer en aanbid hem.99.En dien uwen Heer, tot de dood27u overvalt.1Al Hedjris een grondgebied in de provincieHejaz, tusschenMedinaenSyrië, waar de stam vanThamoedwoonde. Nabij het einde van het hoofdstuk wordt daarvan melding gemaakt.2Als zij het geluk en den voorspoed der ware geloovigen zullen zien, of als zij zullen sterven: of wel bij de opstanding.3Zijnde de openbaringen waaruit de Koran is samengesteld.4Als de goddelijke wijsheid het noodig zal oordeelen, van hun ambt gebruik te maken, zooals om zijne openbaringen aan de profeten over te brengen en om zijne straf aan de zondaren uit te voeren; maar niet om u te behagen door hunne verschijning en zichtbaren vorm, hetgeen, indien aan uw verzoek werd voldaan, slechts uwe verwarring vermeerderen en de goddelijke wraak des te spoediger over u brengen zou.5Zijnde de ongeloovige bewoners vanMekkazelven, of, volgens anderer meening, de engelen in zichtbare vormen.6De Mahomedanen gelooven namelijk, dat de duivels trachten tot de sterren op te stijgen, om de daden van de bewoners des hemels te onderzoeken, hunne gesprekken af te luisteren en hen in verzoeking te brengen. Zij beweren tevens dat deze booze geesten de vrijheid hadden, binnen al de hemelen te komen, tot de geboorte van Jezus, toen zij uit drie daarvan werden gesloten; maar dat bij de geboorte vanMahomethun de andere vier werden ontzegd (Al Beidâwi).7Ziehoofdstuk III vers 31, in de noot.8De Mahomedanen veronderstellen namelijk bij het verschieten eener ster, dat de engelen welke in de sterrebeelden wacht houden, deze op de duivels werpen die er te nabij komen.9Zijnde: uw gezin, bedienden en slaven, welke gij u verkeerdelijk voorstelt door u gevoed te worden, terwijl het God is, die zoowel voor u als voor hen zorgt (Al Beidâwi),of, zooals sommigen denken, de dieren, voor welke de menschen geene zorg dragen (Jallalo’ddin).10Zijnde: alleen overblijvende, als alle schepselen dood of vernietigd zullen zijn.11Het is onzeker waarop deze woorden eigenlijk zinspelen. Sommigen denken dat daarmede de verschillende tijdstippen worden bedoeld, waarop de menschen in deze wereld komen, en die verlaten; anderen meenen, dat hier de voorwaarts rukkende en achteruitwijkende manschappen vanMahometin den slag worden bedoeld. Een ander wederom beweert dat deze plaats werd geopenbaard, om het verschillend gedrag vanMahometsvolgelingen, toen zij eene zeer schoone vrouw gedurende het gebed achterMahometzagen; sommigen hunner gingen vóór haar uit de moskee, ten einde te vermijden, haar meer van nabij te zien; anderen bleven achter met het doel, haar te zien (Al Beidâwi).Savaryvertolkt deze plaats aldus: Wij kennen hen die voor u zijn gegaan, zoowel als hen die na u zullen komen.12ZieHoofdstuk II, vers 28, noot.13ZieHoofdstuk II, vers 28, noot enHoofdstuk VII, vers 3.14Zijnde: alle haat en kwaden wil, die zij elkander gedurende hunnen leeftijd toedragen. (ZieHoofdstuk VII, vers 41noot); of gelijk sommigen het verkiezen uit te drukken, alle afgunst of nijd nopens de verschillende graden van eer en geluk, welke aan de gezegenden zullen worden geschonken, overeenkomstig hunne verdiensten.15Nimmer elkander den rug toekeerende (Jallalo’ddin), hetgeen als een teeken van verachting kan worden aangezien.16ZieHoofdstuk XI, vers 72.17HetgeenSyriëofEgyptewas (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).18Sommigen willen, dat deze woorden door de engelen totLotwerden gericht; anderen door God totMahomet.19Tot wieShoaïbmede werd gezonden, evenals tot de bewoners vanMidian.Abulfedazegt, dat dit volk nabijTaboecwoonde, en niet van denzelfden stam was alsShoaïb. (Zie medeGeogr. Nub.p. 110).20Door hen, wegens hun ongeloof en hunne ongehoorzaamheid, door een heeten, verstikkenden wind te verdelgen (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).21Dat is de stam vanThamoed(ZieHoofdstuk VII, vers 71).22Men zegt dat dit vers werd afgeschaft door dat van het zwaard.23Zijnde het eerste hoofdstuk van denKoran, hetwelk uit zooveel verzen bestaat. Sommigen zijn echter van meening, dat hier de zeven groote hoofdstukken van denKoranworden bedoeld.24Dat is: benijdt of begeert niet hunnen wereldschen voorspoed, nu gij in denKoraneen zegen hebt ontvangen, in vergelijking waarvan al wat wij hun hebben geschonken, als van geene waarde kan worden geacht.Al Beidâwivermeldt eene overlevering, volgens welkeMahometteAdhriât(eene stad inSyrië) zeven, zeer rijk beladen karavanen ontmoette, die aan eenige Joden van de stammen vanKorledhaenal Nadirtoebehoorden. Zijne manschappen hadden grooten lust die te plunderen, zeggende, dat deze rijkdommen van groot nut konden zijn voor de voortplanting van Gods waar geloof. Maar de profeet deed hun door deze plaats opmerken, dat zij geene reden hadden, spijt te gevoelen, daar God hun zeven verzen had gegeven, die oneindig meer waarde hadden dan deze zeven karavanen (Al Beidâwi).25Sommigen vertolken het oorspronkelijke woord metverhinderaars, die de lieden beletten binnenMekkate komen om den tempel te bezoeken uit vrees dat zij besluiten mochten, den Islam te omhelzen, hetgeen, naar men zegt, door tien mannen werd bedreven, die allen teBedrwerden gedood. Anderen vertalen het woord met: die zich door een eed hebben verbonden, en veronderstellen, dat hier sommige Tamoedieten worden bedoeld, die zwoerenSalebdes nachts te dooden. Het is echter meer waarschijnlijk dat deze plaats betrekking heeft op de Joden en Christenen, die, volgens de meening der Mahomedanen, sommige gedeelten der schriften aannemen, en andere voorwerpen, en evenzoo sommige plaatsen van den Koran goed en andere afkeuren, overeenkomstig hunne vooroordeelen; of wel op de ongeloovige bewoners vanMekkawaarvan sommige den Koran een goochelwerk noemden; anderen voorzeggende ontboezemingen, anderen oude sprookjes en wederom anderen eene dichterlijke samenstelling (Al Beidâwi,Jallalo’ddin.)26Men zegt, dat deze plaats werd geopenbaard tegen vijf Koreïshietische edelen, wier namen waren:Al Walid Ebn al Mohheira,Al As Ebn Wayel,Oda Ebn Kais,al Aswad Ebn Abd JaghûthenAl Aswad Ebn al Mottalleb. Deze waren gezworen vijanden vanMahomet, die hem aanhoudend vervolgden en belachelijk maakten. Daarom kwamGabriëleindelijk en verhaalde hun, dat hem bevolen wasMahomettegen hen bij te staan: en nadat de engel hun na elkander een teeken had gemaakt, gingal Walîdvoorbij eenige pijlen, waarvan een zich in zijn kleed vasthechtte. Uit trotschheid boog hij zich niet om dien uit te trekken, maar stapte voort waardoor de punt een ader van zijn hiel doorsneed en hij doodbloedde:al Aswerd door een doorn gedood, die door de zool van zijn voet drong en zijn been tot eene monsterachtige grootte deed opzwellen;Odastierf aan vreeselijk en aanhoudend niezen;al Aswad Ebn Abd Yaghûthstootte zijn hoofd tegen een doornigen boom en doodde zich zelven enal Aswad Ebn Al Motallebwerd met blindheid geslagen. (Al Beidâwi).27Letterlijk: Hetgeen zeker is.

Vijftiende Hoofdstuk.Al Hedjr1.Geopenbaard teMekka.—99 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.E. L. R. Dit zijn de teekens van het boek en van den duidelijken Koran.2.De tijd zal komen, waarop de ongeloovigen zullen wenschen, dat zij Moslems mochten zijn geweest2.3.Sta hun toe te eten en te genieten in deze wereld, en laat hun hoop voeden; doch hierna zullen zij hunne dwaasheid kennen.4.Wij hebben geene stad verwoest, zonder dat een vastgestelde tijd van berouw voor haar bepaald werd.5.Geen volk zal gestraft worden voordat zijn tijd zal zijn gekomen, en deze zal niet worden verschoven.6.De bewoners vanMekkazeggen totMahomet: O gij! wien de vermaning3werd nedergezonden, gij zijt zekerlijk door den duivel bezeten.7.Zoudt gij niet met een gevolg van engelen tot ons zijn gekomen, indien gij de waarheid hadt gesproken?8.Antwoord: Wij zenden geene engelen neder, dan bij eene voegzame gelegenheid4. Dan zullen de ongeloovigen niet meer worden uitgesteld.9.Waarlijk, wij hebben den Koran nedergezonden, en wij zullen dien zekerlijk voor vervalsching behoeden.10.Wij hebben vroeger, vóór u, gezanten tot de oude secten gezonden.11.En er kwam geen gezant tot hen, dien zij niet tot het voorwerp hunner spotternijen maakten.12.Evenzoo zullen wij de harten der zondige bewoners vanMekkaer toe brengen, hunnen profeet te bespotten.13.Zij zullen niet in hem gelooven niettegenstaande de straf der volkeren reeds vroeger werd uitgevoerd.14.Indien wij hun de poorten der hemelen zouden ontsluiten, en zij reeds gereed zouden zijn daar binnen te gaan5.15.Zouden zij veeleer uitroepen: Onze oogen zijn slechts verblind door dronkenschap, of wij bevinden ons onder den indruk eener zinsbeguicheling.16.Wij hebben de twaalf teekens in den hemel geplaatst en die in verschillende vormen voorgesteld voor hen, die acht geven.17.Wij verdedigen deze tegen de aanslagen van iederen duivel6welke met steenworpen werd teruggedreven7.18.Behalve hij, die aansluipt om te luisteren, en op wiendan eene zichtbare vlam wordt afgeschoten8.19.Wij hebben ook de aarde uitgespreid en vaste bergen daarop geplaatst, en wij hebben alle planten in eene bewonderingswaardige orde daaruit doen spruiten.20.En wij hebben daarop levensbehoeften voor u geplaatst en voor de wezens, welke gij niet onderhoudt.21.Er is geene zaak, waarvan de voorraadschuren niet in onze handen zijn, en wij deelen die slechts in eene bepaalde mate uit9.22.Wij zenden ook de winden, die de bezwangerde wolken voortstuwen en wij zenden water van den hemel waarvan wij u geven te drinken, en hetwelk gij niet bewaart.23.Waarlijk, wij geven leven en doen sterven, en wij zijn de erfgenamen van alle dingen10.24.Wij kennen hen die vooruit gaan, en wij kennen hen die achterblijven11.25.En uw Heer zal hen op den laatsten dag verzamelen; want hij is alwetend en wijs.26.Wij schiepen den mensch van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gebracht12.27.Vóór hem hadden wij reeds de geniussen uit een fijn vuur gemaakt.28.En gedenk, toen de Heer tot de engelen zeide: Waarlijk, ik heb den mensch geschapen van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gebracht.29.Als ik hem dus volkomen gevormd en mijn geest in hem geblazen zal hebben zult gij dan voor hem nedervallen en hem aanbidden?30.En al de engelen badenAdamgezamenlijk aan.31.BehalveEblis, die weigerde met hen te zijn, welke hem aanbaden.32.En God zeide tot hem: Wat verhindert u met degenen te zijn, dieAdamaanbidden?33.Hij antwoordde: Ik zal den mensch niet aanbidden; dien gij gevormd hebt van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gekneed.34.God zeide: Ga dus heen; wantgij zult met steenen verdreven worden.35.En een vloek zal op u rusten tot op den dag des oordeels.36.De duivel zeide: O Heer! geef mij uitstel tot den dag der opstanding.37.God antwoordde: Waarlijk, gij zult tot hen behooren, die uitstel hebben verkregen.38.Tot den dag van den bepaalden tijd13.39.De duivel (Eblis) antwoordde: Omdat gij mij hebt nedergeworpen, zal ik het kwade behagelijk voor den mensch maken, en hen allen verleiden.40.Uwe oprechte dienaren zullen alleen gespaard worden.41.God zeide: Dit is de rechte weg.42.Wat mijne dienaren betreft, gij zult geene macht over hen hebben; maar alleen over hen, die verleid zullen worden en die u zullen volgen.43.De hel is zekerlijk voor hen allen bestemd.44.Zij heeft zeven ingangen; voor iederen ingang zal een bijzonder aantal hunner worden aangewezen.45.Maar zij, die God vreezen, zullen in tuinen wonen, te midden van fonteinen.46.De engelen zullen tot hen zeggen: Treedt hier binnen in vrede en zekerheid.47.Wij zullen alle valschheid uit hunne harten wegnemen14. Zij zullen als broeders zijn, en tegen over elkander zitten15op rustbanken.48.Geene vermoeienis zal hen kwellen, en nimmer zullen zij uit die woonplaats worden geworpen.49.Verklaar mijne dienaren, dat ik de genadige, de barmhartige God ben.50.En dat mijne straf eene gestrenge straf is.51.En verhaal hun de geschiedenis van de gasten vanAbraham16.52.Toen zij bij hem binnentraden en hem groetten, zeide hij: Gij hebt ons bevreesd gemaakt.53.En zij antwoordden: Vrees niets: wij brengen u de belofte van een wijzen zoon.54.Hij zeide: Brengt gij mij de belofte van een zoon, nu ik oud geworden ben? Wat verhaalt gij mij derhalve?55.Zij zeiden: Wij hebben u de waarheid verhaald; wanhoop dus niet.56.Hij antwoordde: En wie wanhoopt aan Gods genade, behalve zij die dwalen?57.En hij zeide: Wat is dus uwe zending, o gezanten van God?58.Zij antwoordden: Waarlijk, wij werden gezonden om een zondig volk te verdelgen.59.Maar wat de leden vanLotsgezin betreft, zullen wij allen redden.60.Uitgenomen zijne vrouw. Wij hebben besloten, dat zij zal achterblijven om met de ongeloovigen te worden verwoest.61.En toen de boodschappers tot het gezin vanLotkwamen,62.zeide hij tot hen: Waarlijk, gij zijt een volk, dat mij onbekend is.63.Zij antwoordden: Maar wij zijn tot u gekomen om de straf uit te voeren, waaromtrent uwe medeburgers in twijfel verkeeren.64.Wijverhalen u eene zekere waarheid, en wij zijn gezanten der waarheid.65.Breng dus uw gezin gedurende den nacht weg, en volg gij achter hen; en laat zich niemand uwer omkeeren, maar ga waarheen men u beveelt17.66.En wij gaven hem dit bevel, daar dit volk, tot op den laatsten man, vóór den volgenden dag moest zijn verdelgd.67.En de bewoners der stad kwamen totLot, zich verblijdende in het nieuws der aankomst van vreemdelingen.68.En hij zeide tot hen: Waarlijk, dit zijn mijne gasten; doe mij dus niet in ongenade vervallen, door hen te misbruiken.69.Maar vreest God en bedekt mij niet met schande.70.Zij antwoordden: Hebben wij u niet verboden een mensch te ondersteunen?71.Lothernam: Dit zijn mijne dochters, maak dus eerder van haar gebruik, indien gij vast besloten hebt nopens hetgeen gij wilt doen.72.Zoo waar gij leeft, zij dwaalden in beschonkenheid18.73.Daarom overviel hun een vreeselijke storm van den hemel, bij het opgaan der zon.74.En wij keerden de stad ten onderste boven en lieten er een regen op nedervallen van steenen uit gebakken klei.75.Waarlijk, daarin zijn teekens voor de menschen, die deze aandachtig nagaan.76.En deze steden werden gestraft, tot het banen van een rechten weg voor den mensch, om dien te bewandelen.77.Waarlijk, hierin is een teeken voor de ware geloovigen.78.De bewoners van het bosch vanMidian19waren mede goddeloos.79.Daarom namen wij wraak op hen20. En zij werden beide verdelgd, om als een duidelijk voorbeeld te dienen voor de menschen, ten einde daarnaar hunne daden te richten.80.En de bewoners vanAl Hedjr21beschuldigden Gods gezanten eveneens van bedrog.81.En wij toonden hun onze teekens; maar zij wendden zich ver daarvan af.82.Zij hieuwen huizen in de bergen uit om zich te beveiligen.83.Maar een vreeselijk onweder van den hemel overviel hen des morgens.84.Wat zij gedaan hadden, was volstrekt niet voordeelig voor hen.85.Wij hebben de hemelen en de aarde, en wat zich daartusschen bevindt, niet dan in onrechtvaardigheid en niet te vergeefs geschapen, en het uur des oordeels zal zekerlijk komen. Vergeef dus uw volk, oMahomet! met eene barmhartige vergiffenis22.86.Waarlijk, uw Heer is de schepper van u en vanhen, en weet wat het nuttigste is.87.Wij hebben u reeds zeven verzen gebracht, die dikwijls moesten worden herhaald23, en den heerlijken Koran.88.Werp uwe blikken niet op de goede dingen, welke wij aan onderscheidenen der ongeloovigen hebben geschonken, en begeer die niet24. Wees nimmer bedroefd over hen. Gedraag u zachtmoedig omtrent de ware geloovigen.89.Zeg hun: Waarlijk, ik ben een openbaar prediker.90.Indien zij niet gelooven, zullen wij hun eene gelijke straf opleggen, als aan de verdeelers25.91.Die den Koran in verschillende deelen onderscheiden.92.Want door uw Heer, oMahomet! zullen wij hen ondervragen.93.Nopens al hunne daden.94.Openbaar dus wat u werd bevolen en, wend u af van de afgodendienaars.95.Wij zullen u zekerlijk bijstaan tegen de spotters26.96.Die een anderen God met God vereenigen. Zij zullen zekerlijkhunnedwaasheid kennen.97.En wij weten, dat gij diep gegriefd zijt door het verhaal van hetgeen zij zeggen.98.Maarverheerlijk den lof van uwen Heer en aanbid hem.99.En dien uwen Heer, tot de dood27u overvalt.1Al Hedjris een grondgebied in de provincieHejaz, tusschenMedinaenSyrië, waar de stam vanThamoedwoonde. Nabij het einde van het hoofdstuk wordt daarvan melding gemaakt.2Als zij het geluk en den voorspoed der ware geloovigen zullen zien, of als zij zullen sterven: of wel bij de opstanding.3Zijnde de openbaringen waaruit de Koran is samengesteld.4Als de goddelijke wijsheid het noodig zal oordeelen, van hun ambt gebruik te maken, zooals om zijne openbaringen aan de profeten over te brengen en om zijne straf aan de zondaren uit te voeren; maar niet om u te behagen door hunne verschijning en zichtbaren vorm, hetgeen, indien aan uw verzoek werd voldaan, slechts uwe verwarring vermeerderen en de goddelijke wraak des te spoediger over u brengen zou.5Zijnde de ongeloovige bewoners vanMekkazelven, of, volgens anderer meening, de engelen in zichtbare vormen.6De Mahomedanen gelooven namelijk, dat de duivels trachten tot de sterren op te stijgen, om de daden van de bewoners des hemels te onderzoeken, hunne gesprekken af te luisteren en hen in verzoeking te brengen. Zij beweren tevens dat deze booze geesten de vrijheid hadden, binnen al de hemelen te komen, tot de geboorte van Jezus, toen zij uit drie daarvan werden gesloten; maar dat bij de geboorte vanMahomethun de andere vier werden ontzegd (Al Beidâwi).7Ziehoofdstuk III vers 31, in de noot.8De Mahomedanen veronderstellen namelijk bij het verschieten eener ster, dat de engelen welke in de sterrebeelden wacht houden, deze op de duivels werpen die er te nabij komen.9Zijnde: uw gezin, bedienden en slaven, welke gij u verkeerdelijk voorstelt door u gevoed te worden, terwijl het God is, die zoowel voor u als voor hen zorgt (Al Beidâwi),of, zooals sommigen denken, de dieren, voor welke de menschen geene zorg dragen (Jallalo’ddin).10Zijnde: alleen overblijvende, als alle schepselen dood of vernietigd zullen zijn.11Het is onzeker waarop deze woorden eigenlijk zinspelen. Sommigen denken dat daarmede de verschillende tijdstippen worden bedoeld, waarop de menschen in deze wereld komen, en die verlaten; anderen meenen, dat hier de voorwaarts rukkende en achteruitwijkende manschappen vanMahometin den slag worden bedoeld. Een ander wederom beweert dat deze plaats werd geopenbaard, om het verschillend gedrag vanMahometsvolgelingen, toen zij eene zeer schoone vrouw gedurende het gebed achterMahometzagen; sommigen hunner gingen vóór haar uit de moskee, ten einde te vermijden, haar meer van nabij te zien; anderen bleven achter met het doel, haar te zien (Al Beidâwi).Savaryvertolkt deze plaats aldus: Wij kennen hen die voor u zijn gegaan, zoowel als hen die na u zullen komen.12ZieHoofdstuk II, vers 28, noot.13ZieHoofdstuk II, vers 28, noot enHoofdstuk VII, vers 3.14Zijnde: alle haat en kwaden wil, die zij elkander gedurende hunnen leeftijd toedragen. (ZieHoofdstuk VII, vers 41noot); of gelijk sommigen het verkiezen uit te drukken, alle afgunst of nijd nopens de verschillende graden van eer en geluk, welke aan de gezegenden zullen worden geschonken, overeenkomstig hunne verdiensten.15Nimmer elkander den rug toekeerende (Jallalo’ddin), hetgeen als een teeken van verachting kan worden aangezien.16ZieHoofdstuk XI, vers 72.17HetgeenSyriëofEgyptewas (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).18Sommigen willen, dat deze woorden door de engelen totLotwerden gericht; anderen door God totMahomet.19Tot wieShoaïbmede werd gezonden, evenals tot de bewoners vanMidian.Abulfedazegt, dat dit volk nabijTaboecwoonde, en niet van denzelfden stam was alsShoaïb. (Zie medeGeogr. Nub.p. 110).20Door hen, wegens hun ongeloof en hunne ongehoorzaamheid, door een heeten, verstikkenden wind te verdelgen (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).21Dat is de stam vanThamoed(ZieHoofdstuk VII, vers 71).22Men zegt dat dit vers werd afgeschaft door dat van het zwaard.23Zijnde het eerste hoofdstuk van denKoran, hetwelk uit zooveel verzen bestaat. Sommigen zijn echter van meening, dat hier de zeven groote hoofdstukken van denKoranworden bedoeld.24Dat is: benijdt of begeert niet hunnen wereldschen voorspoed, nu gij in denKoraneen zegen hebt ontvangen, in vergelijking waarvan al wat wij hun hebben geschonken, als van geene waarde kan worden geacht.Al Beidâwivermeldt eene overlevering, volgens welkeMahometteAdhriât(eene stad inSyrië) zeven, zeer rijk beladen karavanen ontmoette, die aan eenige Joden van de stammen vanKorledhaenal Nadirtoebehoorden. Zijne manschappen hadden grooten lust die te plunderen, zeggende, dat deze rijkdommen van groot nut konden zijn voor de voortplanting van Gods waar geloof. Maar de profeet deed hun door deze plaats opmerken, dat zij geene reden hadden, spijt te gevoelen, daar God hun zeven verzen had gegeven, die oneindig meer waarde hadden dan deze zeven karavanen (Al Beidâwi).25Sommigen vertolken het oorspronkelijke woord metverhinderaars, die de lieden beletten binnenMekkate komen om den tempel te bezoeken uit vrees dat zij besluiten mochten, den Islam te omhelzen, hetgeen, naar men zegt, door tien mannen werd bedreven, die allen teBedrwerden gedood. Anderen vertalen het woord met: die zich door een eed hebben verbonden, en veronderstellen, dat hier sommige Tamoedieten worden bedoeld, die zwoerenSalebdes nachts te dooden. Het is echter meer waarschijnlijk dat deze plaats betrekking heeft op de Joden en Christenen, die, volgens de meening der Mahomedanen, sommige gedeelten der schriften aannemen, en andere voorwerpen, en evenzoo sommige plaatsen van den Koran goed en andere afkeuren, overeenkomstig hunne vooroordeelen; of wel op de ongeloovige bewoners vanMekkawaarvan sommige den Koran een goochelwerk noemden; anderen voorzeggende ontboezemingen, anderen oude sprookjes en wederom anderen eene dichterlijke samenstelling (Al Beidâwi,Jallalo’ddin.)26Men zegt, dat deze plaats werd geopenbaard tegen vijf Koreïshietische edelen, wier namen waren:Al Walid Ebn al Mohheira,Al As Ebn Wayel,Oda Ebn Kais,al Aswad Ebn Abd JaghûthenAl Aswad Ebn al Mottalleb. Deze waren gezworen vijanden vanMahomet, die hem aanhoudend vervolgden en belachelijk maakten. Daarom kwamGabriëleindelijk en verhaalde hun, dat hem bevolen wasMahomettegen hen bij te staan: en nadat de engel hun na elkander een teeken had gemaakt, gingal Walîdvoorbij eenige pijlen, waarvan een zich in zijn kleed vasthechtte. Uit trotschheid boog hij zich niet om dien uit te trekken, maar stapte voort waardoor de punt een ader van zijn hiel doorsneed en hij doodbloedde:al Aswerd door een doorn gedood, die door de zool van zijn voet drong en zijn been tot eene monsterachtige grootte deed opzwellen;Odastierf aan vreeselijk en aanhoudend niezen;al Aswad Ebn Abd Yaghûthstootte zijn hoofd tegen een doornigen boom en doodde zich zelven enal Aswad Ebn Al Motallebwerd met blindheid geslagen. (Al Beidâwi).27Letterlijk: Hetgeen zeker is.

Vijftiende Hoofdstuk.Al Hedjr1.Geopenbaard teMekka.—99 verzen.

Geopenbaard teMekka.—99 verzen.

Geopenbaard teMekka.—99 verzen.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.E. L. R. Dit zijn de teekens van het boek en van den duidelijken Koran.2.De tijd zal komen, waarop de ongeloovigen zullen wenschen, dat zij Moslems mochten zijn geweest2.3.Sta hun toe te eten en te genieten in deze wereld, en laat hun hoop voeden; doch hierna zullen zij hunne dwaasheid kennen.4.Wij hebben geene stad verwoest, zonder dat een vastgestelde tijd van berouw voor haar bepaald werd.5.Geen volk zal gestraft worden voordat zijn tijd zal zijn gekomen, en deze zal niet worden verschoven.6.De bewoners vanMekkazeggen totMahomet: O gij! wien de vermaning3werd nedergezonden, gij zijt zekerlijk door den duivel bezeten.7.Zoudt gij niet met een gevolg van engelen tot ons zijn gekomen, indien gij de waarheid hadt gesproken?8.Antwoord: Wij zenden geene engelen neder, dan bij eene voegzame gelegenheid4. Dan zullen de ongeloovigen niet meer worden uitgesteld.9.Waarlijk, wij hebben den Koran nedergezonden, en wij zullen dien zekerlijk voor vervalsching behoeden.10.Wij hebben vroeger, vóór u, gezanten tot de oude secten gezonden.11.En er kwam geen gezant tot hen, dien zij niet tot het voorwerp hunner spotternijen maakten.12.Evenzoo zullen wij de harten der zondige bewoners vanMekkaer toe brengen, hunnen profeet te bespotten.13.Zij zullen niet in hem gelooven niettegenstaande de straf der volkeren reeds vroeger werd uitgevoerd.14.Indien wij hun de poorten der hemelen zouden ontsluiten, en zij reeds gereed zouden zijn daar binnen te gaan5.15.Zouden zij veeleer uitroepen: Onze oogen zijn slechts verblind door dronkenschap, of wij bevinden ons onder den indruk eener zinsbeguicheling.16.Wij hebben de twaalf teekens in den hemel geplaatst en die in verschillende vormen voorgesteld voor hen, die acht geven.17.Wij verdedigen deze tegen de aanslagen van iederen duivel6welke met steenworpen werd teruggedreven7.18.Behalve hij, die aansluipt om te luisteren, en op wiendan eene zichtbare vlam wordt afgeschoten8.19.Wij hebben ook de aarde uitgespreid en vaste bergen daarop geplaatst, en wij hebben alle planten in eene bewonderingswaardige orde daaruit doen spruiten.20.En wij hebben daarop levensbehoeften voor u geplaatst en voor de wezens, welke gij niet onderhoudt.21.Er is geene zaak, waarvan de voorraadschuren niet in onze handen zijn, en wij deelen die slechts in eene bepaalde mate uit9.22.Wij zenden ook de winden, die de bezwangerde wolken voortstuwen en wij zenden water van den hemel waarvan wij u geven te drinken, en hetwelk gij niet bewaart.23.Waarlijk, wij geven leven en doen sterven, en wij zijn de erfgenamen van alle dingen10.24.Wij kennen hen die vooruit gaan, en wij kennen hen die achterblijven11.25.En uw Heer zal hen op den laatsten dag verzamelen; want hij is alwetend en wijs.26.Wij schiepen den mensch van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gebracht12.27.Vóór hem hadden wij reeds de geniussen uit een fijn vuur gemaakt.28.En gedenk, toen de Heer tot de engelen zeide: Waarlijk, ik heb den mensch geschapen van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gebracht.29.Als ik hem dus volkomen gevormd en mijn geest in hem geblazen zal hebben zult gij dan voor hem nedervallen en hem aanbidden?30.En al de engelen badenAdamgezamenlijk aan.31.BehalveEblis, die weigerde met hen te zijn, welke hem aanbaden.32.En God zeide tot hem: Wat verhindert u met degenen te zijn, dieAdamaanbidden?33.Hij antwoordde: Ik zal den mensch niet aanbidden; dien gij gevormd hebt van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gekneed.34.God zeide: Ga dus heen; wantgij zult met steenen verdreven worden.35.En een vloek zal op u rusten tot op den dag des oordeels.36.De duivel zeide: O Heer! geef mij uitstel tot den dag der opstanding.37.God antwoordde: Waarlijk, gij zult tot hen behooren, die uitstel hebben verkregen.38.Tot den dag van den bepaalden tijd13.39.De duivel (Eblis) antwoordde: Omdat gij mij hebt nedergeworpen, zal ik het kwade behagelijk voor den mensch maken, en hen allen verleiden.40.Uwe oprechte dienaren zullen alleen gespaard worden.41.God zeide: Dit is de rechte weg.42.Wat mijne dienaren betreft, gij zult geene macht over hen hebben; maar alleen over hen, die verleid zullen worden en die u zullen volgen.43.De hel is zekerlijk voor hen allen bestemd.44.Zij heeft zeven ingangen; voor iederen ingang zal een bijzonder aantal hunner worden aangewezen.45.Maar zij, die God vreezen, zullen in tuinen wonen, te midden van fonteinen.46.De engelen zullen tot hen zeggen: Treedt hier binnen in vrede en zekerheid.47.Wij zullen alle valschheid uit hunne harten wegnemen14. Zij zullen als broeders zijn, en tegen over elkander zitten15op rustbanken.48.Geene vermoeienis zal hen kwellen, en nimmer zullen zij uit die woonplaats worden geworpen.49.Verklaar mijne dienaren, dat ik de genadige, de barmhartige God ben.50.En dat mijne straf eene gestrenge straf is.51.En verhaal hun de geschiedenis van de gasten vanAbraham16.52.Toen zij bij hem binnentraden en hem groetten, zeide hij: Gij hebt ons bevreesd gemaakt.53.En zij antwoordden: Vrees niets: wij brengen u de belofte van een wijzen zoon.54.Hij zeide: Brengt gij mij de belofte van een zoon, nu ik oud geworden ben? Wat verhaalt gij mij derhalve?55.Zij zeiden: Wij hebben u de waarheid verhaald; wanhoop dus niet.56.Hij antwoordde: En wie wanhoopt aan Gods genade, behalve zij die dwalen?57.En hij zeide: Wat is dus uwe zending, o gezanten van God?58.Zij antwoordden: Waarlijk, wij werden gezonden om een zondig volk te verdelgen.59.Maar wat de leden vanLotsgezin betreft, zullen wij allen redden.60.Uitgenomen zijne vrouw. Wij hebben besloten, dat zij zal achterblijven om met de ongeloovigen te worden verwoest.61.En toen de boodschappers tot het gezin vanLotkwamen,62.zeide hij tot hen: Waarlijk, gij zijt een volk, dat mij onbekend is.63.Zij antwoordden: Maar wij zijn tot u gekomen om de straf uit te voeren, waaromtrent uwe medeburgers in twijfel verkeeren.64.Wijverhalen u eene zekere waarheid, en wij zijn gezanten der waarheid.65.Breng dus uw gezin gedurende den nacht weg, en volg gij achter hen; en laat zich niemand uwer omkeeren, maar ga waarheen men u beveelt17.66.En wij gaven hem dit bevel, daar dit volk, tot op den laatsten man, vóór den volgenden dag moest zijn verdelgd.67.En de bewoners der stad kwamen totLot, zich verblijdende in het nieuws der aankomst van vreemdelingen.68.En hij zeide tot hen: Waarlijk, dit zijn mijne gasten; doe mij dus niet in ongenade vervallen, door hen te misbruiken.69.Maar vreest God en bedekt mij niet met schande.70.Zij antwoordden: Hebben wij u niet verboden een mensch te ondersteunen?71.Lothernam: Dit zijn mijne dochters, maak dus eerder van haar gebruik, indien gij vast besloten hebt nopens hetgeen gij wilt doen.72.Zoo waar gij leeft, zij dwaalden in beschonkenheid18.73.Daarom overviel hun een vreeselijke storm van den hemel, bij het opgaan der zon.74.En wij keerden de stad ten onderste boven en lieten er een regen op nedervallen van steenen uit gebakken klei.75.Waarlijk, daarin zijn teekens voor de menschen, die deze aandachtig nagaan.76.En deze steden werden gestraft, tot het banen van een rechten weg voor den mensch, om dien te bewandelen.77.Waarlijk, hierin is een teeken voor de ware geloovigen.78.De bewoners van het bosch vanMidian19waren mede goddeloos.79.Daarom namen wij wraak op hen20. En zij werden beide verdelgd, om als een duidelijk voorbeeld te dienen voor de menschen, ten einde daarnaar hunne daden te richten.80.En de bewoners vanAl Hedjr21beschuldigden Gods gezanten eveneens van bedrog.81.En wij toonden hun onze teekens; maar zij wendden zich ver daarvan af.82.Zij hieuwen huizen in de bergen uit om zich te beveiligen.83.Maar een vreeselijk onweder van den hemel overviel hen des morgens.84.Wat zij gedaan hadden, was volstrekt niet voordeelig voor hen.85.Wij hebben de hemelen en de aarde, en wat zich daartusschen bevindt, niet dan in onrechtvaardigheid en niet te vergeefs geschapen, en het uur des oordeels zal zekerlijk komen. Vergeef dus uw volk, oMahomet! met eene barmhartige vergiffenis22.86.Waarlijk, uw Heer is de schepper van u en vanhen, en weet wat het nuttigste is.87.Wij hebben u reeds zeven verzen gebracht, die dikwijls moesten worden herhaald23, en den heerlijken Koran.88.Werp uwe blikken niet op de goede dingen, welke wij aan onderscheidenen der ongeloovigen hebben geschonken, en begeer die niet24. Wees nimmer bedroefd over hen. Gedraag u zachtmoedig omtrent de ware geloovigen.89.Zeg hun: Waarlijk, ik ben een openbaar prediker.90.Indien zij niet gelooven, zullen wij hun eene gelijke straf opleggen, als aan de verdeelers25.91.Die den Koran in verschillende deelen onderscheiden.92.Want door uw Heer, oMahomet! zullen wij hen ondervragen.93.Nopens al hunne daden.94.Openbaar dus wat u werd bevolen en, wend u af van de afgodendienaars.95.Wij zullen u zekerlijk bijstaan tegen de spotters26.96.Die een anderen God met God vereenigen. Zij zullen zekerlijkhunnedwaasheid kennen.97.En wij weten, dat gij diep gegriefd zijt door het verhaal van hetgeen zij zeggen.98.Maarverheerlijk den lof van uwen Heer en aanbid hem.99.En dien uwen Heer, tot de dood27u overvalt.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.

1.E. L. R. Dit zijn de teekens van het boek en van den duidelijken Koran.2.De tijd zal komen, waarop de ongeloovigen zullen wenschen, dat zij Moslems mochten zijn geweest2.3.Sta hun toe te eten en te genieten in deze wereld, en laat hun hoop voeden; doch hierna zullen zij hunne dwaasheid kennen.4.Wij hebben geene stad verwoest, zonder dat een vastgestelde tijd van berouw voor haar bepaald werd.5.Geen volk zal gestraft worden voordat zijn tijd zal zijn gekomen, en deze zal niet worden verschoven.6.De bewoners vanMekkazeggen totMahomet: O gij! wien de vermaning3werd nedergezonden, gij zijt zekerlijk door den duivel bezeten.7.Zoudt gij niet met een gevolg van engelen tot ons zijn gekomen, indien gij de waarheid hadt gesproken?8.Antwoord: Wij zenden geene engelen neder, dan bij eene voegzame gelegenheid4. Dan zullen de ongeloovigen niet meer worden uitgesteld.9.Waarlijk, wij hebben den Koran nedergezonden, en wij zullen dien zekerlijk voor vervalsching behoeden.10.Wij hebben vroeger, vóór u, gezanten tot de oude secten gezonden.11.En er kwam geen gezant tot hen, dien zij niet tot het voorwerp hunner spotternijen maakten.12.Evenzoo zullen wij de harten der zondige bewoners vanMekkaer toe brengen, hunnen profeet te bespotten.13.Zij zullen niet in hem gelooven niettegenstaande de straf der volkeren reeds vroeger werd uitgevoerd.14.Indien wij hun de poorten der hemelen zouden ontsluiten, en zij reeds gereed zouden zijn daar binnen te gaan5.15.Zouden zij veeleer uitroepen: Onze oogen zijn slechts verblind door dronkenschap, of wij bevinden ons onder den indruk eener zinsbeguicheling.16.Wij hebben de twaalf teekens in den hemel geplaatst en die in verschillende vormen voorgesteld voor hen, die acht geven.17.Wij verdedigen deze tegen de aanslagen van iederen duivel6welke met steenworpen werd teruggedreven7.18.Behalve hij, die aansluipt om te luisteren, en op wiendan eene zichtbare vlam wordt afgeschoten8.19.Wij hebben ook de aarde uitgespreid en vaste bergen daarop geplaatst, en wij hebben alle planten in eene bewonderingswaardige orde daaruit doen spruiten.20.En wij hebben daarop levensbehoeften voor u geplaatst en voor de wezens, welke gij niet onderhoudt.21.Er is geene zaak, waarvan de voorraadschuren niet in onze handen zijn, en wij deelen die slechts in eene bepaalde mate uit9.22.Wij zenden ook de winden, die de bezwangerde wolken voortstuwen en wij zenden water van den hemel waarvan wij u geven te drinken, en hetwelk gij niet bewaart.23.Waarlijk, wij geven leven en doen sterven, en wij zijn de erfgenamen van alle dingen10.24.Wij kennen hen die vooruit gaan, en wij kennen hen die achterblijven11.25.En uw Heer zal hen op den laatsten dag verzamelen; want hij is alwetend en wijs.26.Wij schiepen den mensch van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gebracht12.27.Vóór hem hadden wij reeds de geniussen uit een fijn vuur gemaakt.28.En gedenk, toen de Heer tot de engelen zeide: Waarlijk, ik heb den mensch geschapen van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gebracht.29.Als ik hem dus volkomen gevormd en mijn geest in hem geblazen zal hebben zult gij dan voor hem nedervallen en hem aanbidden?30.En al de engelen badenAdamgezamenlijk aan.31.BehalveEblis, die weigerde met hen te zijn, welke hem aanbaden.32.En God zeide tot hem: Wat verhindert u met degenen te zijn, dieAdamaanbidden?33.Hij antwoordde: Ik zal den mensch niet aanbidden; dien gij gevormd hebt van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gekneed.34.God zeide: Ga dus heen; wantgij zult met steenen verdreven worden.35.En een vloek zal op u rusten tot op den dag des oordeels.36.De duivel zeide: O Heer! geef mij uitstel tot den dag der opstanding.37.God antwoordde: Waarlijk, gij zult tot hen behooren, die uitstel hebben verkregen.38.Tot den dag van den bepaalden tijd13.39.De duivel (Eblis) antwoordde: Omdat gij mij hebt nedergeworpen, zal ik het kwade behagelijk voor den mensch maken, en hen allen verleiden.40.Uwe oprechte dienaren zullen alleen gespaard worden.41.God zeide: Dit is de rechte weg.42.Wat mijne dienaren betreft, gij zult geene macht over hen hebben; maar alleen over hen, die verleid zullen worden en die u zullen volgen.43.De hel is zekerlijk voor hen allen bestemd.44.Zij heeft zeven ingangen; voor iederen ingang zal een bijzonder aantal hunner worden aangewezen.45.Maar zij, die God vreezen, zullen in tuinen wonen, te midden van fonteinen.46.De engelen zullen tot hen zeggen: Treedt hier binnen in vrede en zekerheid.47.Wij zullen alle valschheid uit hunne harten wegnemen14. Zij zullen als broeders zijn, en tegen over elkander zitten15op rustbanken.48.Geene vermoeienis zal hen kwellen, en nimmer zullen zij uit die woonplaats worden geworpen.49.Verklaar mijne dienaren, dat ik de genadige, de barmhartige God ben.50.En dat mijne straf eene gestrenge straf is.51.En verhaal hun de geschiedenis van de gasten vanAbraham16.52.Toen zij bij hem binnentraden en hem groetten, zeide hij: Gij hebt ons bevreesd gemaakt.53.En zij antwoordden: Vrees niets: wij brengen u de belofte van een wijzen zoon.54.Hij zeide: Brengt gij mij de belofte van een zoon, nu ik oud geworden ben? Wat verhaalt gij mij derhalve?55.Zij zeiden: Wij hebben u de waarheid verhaald; wanhoop dus niet.56.Hij antwoordde: En wie wanhoopt aan Gods genade, behalve zij die dwalen?57.En hij zeide: Wat is dus uwe zending, o gezanten van God?58.Zij antwoordden: Waarlijk, wij werden gezonden om een zondig volk te verdelgen.59.Maar wat de leden vanLotsgezin betreft, zullen wij allen redden.60.Uitgenomen zijne vrouw. Wij hebben besloten, dat zij zal achterblijven om met de ongeloovigen te worden verwoest.61.En toen de boodschappers tot het gezin vanLotkwamen,62.zeide hij tot hen: Waarlijk, gij zijt een volk, dat mij onbekend is.63.Zij antwoordden: Maar wij zijn tot u gekomen om de straf uit te voeren, waaromtrent uwe medeburgers in twijfel verkeeren.64.Wijverhalen u eene zekere waarheid, en wij zijn gezanten der waarheid.65.Breng dus uw gezin gedurende den nacht weg, en volg gij achter hen; en laat zich niemand uwer omkeeren, maar ga waarheen men u beveelt17.66.En wij gaven hem dit bevel, daar dit volk, tot op den laatsten man, vóór den volgenden dag moest zijn verdelgd.67.En de bewoners der stad kwamen totLot, zich verblijdende in het nieuws der aankomst van vreemdelingen.68.En hij zeide tot hen: Waarlijk, dit zijn mijne gasten; doe mij dus niet in ongenade vervallen, door hen te misbruiken.69.Maar vreest God en bedekt mij niet met schande.70.Zij antwoordden: Hebben wij u niet verboden een mensch te ondersteunen?71.Lothernam: Dit zijn mijne dochters, maak dus eerder van haar gebruik, indien gij vast besloten hebt nopens hetgeen gij wilt doen.72.Zoo waar gij leeft, zij dwaalden in beschonkenheid18.73.Daarom overviel hun een vreeselijke storm van den hemel, bij het opgaan der zon.74.En wij keerden de stad ten onderste boven en lieten er een regen op nedervallen van steenen uit gebakken klei.75.Waarlijk, daarin zijn teekens voor de menschen, die deze aandachtig nagaan.76.En deze steden werden gestraft, tot het banen van een rechten weg voor den mensch, om dien te bewandelen.77.Waarlijk, hierin is een teeken voor de ware geloovigen.78.De bewoners van het bosch vanMidian19waren mede goddeloos.79.Daarom namen wij wraak op hen20. En zij werden beide verdelgd, om als een duidelijk voorbeeld te dienen voor de menschen, ten einde daarnaar hunne daden te richten.80.En de bewoners vanAl Hedjr21beschuldigden Gods gezanten eveneens van bedrog.81.En wij toonden hun onze teekens; maar zij wendden zich ver daarvan af.82.Zij hieuwen huizen in de bergen uit om zich te beveiligen.83.Maar een vreeselijk onweder van den hemel overviel hen des morgens.84.Wat zij gedaan hadden, was volstrekt niet voordeelig voor hen.85.Wij hebben de hemelen en de aarde, en wat zich daartusschen bevindt, niet dan in onrechtvaardigheid en niet te vergeefs geschapen, en het uur des oordeels zal zekerlijk komen. Vergeef dus uw volk, oMahomet! met eene barmhartige vergiffenis22.86.Waarlijk, uw Heer is de schepper van u en vanhen, en weet wat het nuttigste is.87.Wij hebben u reeds zeven verzen gebracht, die dikwijls moesten worden herhaald23, en den heerlijken Koran.88.Werp uwe blikken niet op de goede dingen, welke wij aan onderscheidenen der ongeloovigen hebben geschonken, en begeer die niet24. Wees nimmer bedroefd over hen. Gedraag u zachtmoedig omtrent de ware geloovigen.89.Zeg hun: Waarlijk, ik ben een openbaar prediker.90.Indien zij niet gelooven, zullen wij hun eene gelijke straf opleggen, als aan de verdeelers25.91.Die den Koran in verschillende deelen onderscheiden.92.Want door uw Heer, oMahomet! zullen wij hen ondervragen.93.Nopens al hunne daden.94.Openbaar dus wat u werd bevolen en, wend u af van de afgodendienaars.95.Wij zullen u zekerlijk bijstaan tegen de spotters26.96.Die een anderen God met God vereenigen. Zij zullen zekerlijkhunnedwaasheid kennen.97.En wij weten, dat gij diep gegriefd zijt door het verhaal van hetgeen zij zeggen.98.Maarverheerlijk den lof van uwen Heer en aanbid hem.99.En dien uwen Heer, tot de dood27u overvalt.

1Al Hedjris een grondgebied in de provincieHejaz, tusschenMedinaenSyrië, waar de stam vanThamoedwoonde. Nabij het einde van het hoofdstuk wordt daarvan melding gemaakt.2Als zij het geluk en den voorspoed der ware geloovigen zullen zien, of als zij zullen sterven: of wel bij de opstanding.3Zijnde de openbaringen waaruit de Koran is samengesteld.4Als de goddelijke wijsheid het noodig zal oordeelen, van hun ambt gebruik te maken, zooals om zijne openbaringen aan de profeten over te brengen en om zijne straf aan de zondaren uit te voeren; maar niet om u te behagen door hunne verschijning en zichtbaren vorm, hetgeen, indien aan uw verzoek werd voldaan, slechts uwe verwarring vermeerderen en de goddelijke wraak des te spoediger over u brengen zou.5Zijnde de ongeloovige bewoners vanMekkazelven, of, volgens anderer meening, de engelen in zichtbare vormen.6De Mahomedanen gelooven namelijk, dat de duivels trachten tot de sterren op te stijgen, om de daden van de bewoners des hemels te onderzoeken, hunne gesprekken af te luisteren en hen in verzoeking te brengen. Zij beweren tevens dat deze booze geesten de vrijheid hadden, binnen al de hemelen te komen, tot de geboorte van Jezus, toen zij uit drie daarvan werden gesloten; maar dat bij de geboorte vanMahomethun de andere vier werden ontzegd (Al Beidâwi).7Ziehoofdstuk III vers 31, in de noot.8De Mahomedanen veronderstellen namelijk bij het verschieten eener ster, dat de engelen welke in de sterrebeelden wacht houden, deze op de duivels werpen die er te nabij komen.9Zijnde: uw gezin, bedienden en slaven, welke gij u verkeerdelijk voorstelt door u gevoed te worden, terwijl het God is, die zoowel voor u als voor hen zorgt (Al Beidâwi),of, zooals sommigen denken, de dieren, voor welke de menschen geene zorg dragen (Jallalo’ddin).10Zijnde: alleen overblijvende, als alle schepselen dood of vernietigd zullen zijn.11Het is onzeker waarop deze woorden eigenlijk zinspelen. Sommigen denken dat daarmede de verschillende tijdstippen worden bedoeld, waarop de menschen in deze wereld komen, en die verlaten; anderen meenen, dat hier de voorwaarts rukkende en achteruitwijkende manschappen vanMahometin den slag worden bedoeld. Een ander wederom beweert dat deze plaats werd geopenbaard, om het verschillend gedrag vanMahometsvolgelingen, toen zij eene zeer schoone vrouw gedurende het gebed achterMahometzagen; sommigen hunner gingen vóór haar uit de moskee, ten einde te vermijden, haar meer van nabij te zien; anderen bleven achter met het doel, haar te zien (Al Beidâwi).Savaryvertolkt deze plaats aldus: Wij kennen hen die voor u zijn gegaan, zoowel als hen die na u zullen komen.12ZieHoofdstuk II, vers 28, noot.13ZieHoofdstuk II, vers 28, noot enHoofdstuk VII, vers 3.14Zijnde: alle haat en kwaden wil, die zij elkander gedurende hunnen leeftijd toedragen. (ZieHoofdstuk VII, vers 41noot); of gelijk sommigen het verkiezen uit te drukken, alle afgunst of nijd nopens de verschillende graden van eer en geluk, welke aan de gezegenden zullen worden geschonken, overeenkomstig hunne verdiensten.15Nimmer elkander den rug toekeerende (Jallalo’ddin), hetgeen als een teeken van verachting kan worden aangezien.16ZieHoofdstuk XI, vers 72.17HetgeenSyriëofEgyptewas (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).18Sommigen willen, dat deze woorden door de engelen totLotwerden gericht; anderen door God totMahomet.19Tot wieShoaïbmede werd gezonden, evenals tot de bewoners vanMidian.Abulfedazegt, dat dit volk nabijTaboecwoonde, en niet van denzelfden stam was alsShoaïb. (Zie medeGeogr. Nub.p. 110).20Door hen, wegens hun ongeloof en hunne ongehoorzaamheid, door een heeten, verstikkenden wind te verdelgen (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).21Dat is de stam vanThamoed(ZieHoofdstuk VII, vers 71).22Men zegt dat dit vers werd afgeschaft door dat van het zwaard.23Zijnde het eerste hoofdstuk van denKoran, hetwelk uit zooveel verzen bestaat. Sommigen zijn echter van meening, dat hier de zeven groote hoofdstukken van denKoranworden bedoeld.24Dat is: benijdt of begeert niet hunnen wereldschen voorspoed, nu gij in denKoraneen zegen hebt ontvangen, in vergelijking waarvan al wat wij hun hebben geschonken, als van geene waarde kan worden geacht.Al Beidâwivermeldt eene overlevering, volgens welkeMahometteAdhriât(eene stad inSyrië) zeven, zeer rijk beladen karavanen ontmoette, die aan eenige Joden van de stammen vanKorledhaenal Nadirtoebehoorden. Zijne manschappen hadden grooten lust die te plunderen, zeggende, dat deze rijkdommen van groot nut konden zijn voor de voortplanting van Gods waar geloof. Maar de profeet deed hun door deze plaats opmerken, dat zij geene reden hadden, spijt te gevoelen, daar God hun zeven verzen had gegeven, die oneindig meer waarde hadden dan deze zeven karavanen (Al Beidâwi).25Sommigen vertolken het oorspronkelijke woord metverhinderaars, die de lieden beletten binnenMekkate komen om den tempel te bezoeken uit vrees dat zij besluiten mochten, den Islam te omhelzen, hetgeen, naar men zegt, door tien mannen werd bedreven, die allen teBedrwerden gedood. Anderen vertalen het woord met: die zich door een eed hebben verbonden, en veronderstellen, dat hier sommige Tamoedieten worden bedoeld, die zwoerenSalebdes nachts te dooden. Het is echter meer waarschijnlijk dat deze plaats betrekking heeft op de Joden en Christenen, die, volgens de meening der Mahomedanen, sommige gedeelten der schriften aannemen, en andere voorwerpen, en evenzoo sommige plaatsen van den Koran goed en andere afkeuren, overeenkomstig hunne vooroordeelen; of wel op de ongeloovige bewoners vanMekkawaarvan sommige den Koran een goochelwerk noemden; anderen voorzeggende ontboezemingen, anderen oude sprookjes en wederom anderen eene dichterlijke samenstelling (Al Beidâwi,Jallalo’ddin.)26Men zegt, dat deze plaats werd geopenbaard tegen vijf Koreïshietische edelen, wier namen waren:Al Walid Ebn al Mohheira,Al As Ebn Wayel,Oda Ebn Kais,al Aswad Ebn Abd JaghûthenAl Aswad Ebn al Mottalleb. Deze waren gezworen vijanden vanMahomet, die hem aanhoudend vervolgden en belachelijk maakten. Daarom kwamGabriëleindelijk en verhaalde hun, dat hem bevolen wasMahomettegen hen bij te staan: en nadat de engel hun na elkander een teeken had gemaakt, gingal Walîdvoorbij eenige pijlen, waarvan een zich in zijn kleed vasthechtte. Uit trotschheid boog hij zich niet om dien uit te trekken, maar stapte voort waardoor de punt een ader van zijn hiel doorsneed en hij doodbloedde:al Aswerd door een doorn gedood, die door de zool van zijn voet drong en zijn been tot eene monsterachtige grootte deed opzwellen;Odastierf aan vreeselijk en aanhoudend niezen;al Aswad Ebn Abd Yaghûthstootte zijn hoofd tegen een doornigen boom en doodde zich zelven enal Aswad Ebn Al Motallebwerd met blindheid geslagen. (Al Beidâwi).27Letterlijk: Hetgeen zeker is.

1Al Hedjris een grondgebied in de provincieHejaz, tusschenMedinaenSyrië, waar de stam vanThamoedwoonde. Nabij het einde van het hoofdstuk wordt daarvan melding gemaakt.

2Als zij het geluk en den voorspoed der ware geloovigen zullen zien, of als zij zullen sterven: of wel bij de opstanding.

3Zijnde de openbaringen waaruit de Koran is samengesteld.

4Als de goddelijke wijsheid het noodig zal oordeelen, van hun ambt gebruik te maken, zooals om zijne openbaringen aan de profeten over te brengen en om zijne straf aan de zondaren uit te voeren; maar niet om u te behagen door hunne verschijning en zichtbaren vorm, hetgeen, indien aan uw verzoek werd voldaan, slechts uwe verwarring vermeerderen en de goddelijke wraak des te spoediger over u brengen zou.

5Zijnde de ongeloovige bewoners vanMekkazelven, of, volgens anderer meening, de engelen in zichtbare vormen.

6De Mahomedanen gelooven namelijk, dat de duivels trachten tot de sterren op te stijgen, om de daden van de bewoners des hemels te onderzoeken, hunne gesprekken af te luisteren en hen in verzoeking te brengen. Zij beweren tevens dat deze booze geesten de vrijheid hadden, binnen al de hemelen te komen, tot de geboorte van Jezus, toen zij uit drie daarvan werden gesloten; maar dat bij de geboorte vanMahomethun de andere vier werden ontzegd (Al Beidâwi).

7Ziehoofdstuk III vers 31, in de noot.

8De Mahomedanen veronderstellen namelijk bij het verschieten eener ster, dat de engelen welke in de sterrebeelden wacht houden, deze op de duivels werpen die er te nabij komen.

9Zijnde: uw gezin, bedienden en slaven, welke gij u verkeerdelijk voorstelt door u gevoed te worden, terwijl het God is, die zoowel voor u als voor hen zorgt (Al Beidâwi),of, zooals sommigen denken, de dieren, voor welke de menschen geene zorg dragen (Jallalo’ddin).

10Zijnde: alleen overblijvende, als alle schepselen dood of vernietigd zullen zijn.

11Het is onzeker waarop deze woorden eigenlijk zinspelen. Sommigen denken dat daarmede de verschillende tijdstippen worden bedoeld, waarop de menschen in deze wereld komen, en die verlaten; anderen meenen, dat hier de voorwaarts rukkende en achteruitwijkende manschappen vanMahometin den slag worden bedoeld. Een ander wederom beweert dat deze plaats werd geopenbaard, om het verschillend gedrag vanMahometsvolgelingen, toen zij eene zeer schoone vrouw gedurende het gebed achterMahometzagen; sommigen hunner gingen vóór haar uit de moskee, ten einde te vermijden, haar meer van nabij te zien; anderen bleven achter met het doel, haar te zien (Al Beidâwi).Savaryvertolkt deze plaats aldus: Wij kennen hen die voor u zijn gegaan, zoowel als hen die na u zullen komen.

12ZieHoofdstuk II, vers 28, noot.

13ZieHoofdstuk II, vers 28, noot enHoofdstuk VII, vers 3.

14Zijnde: alle haat en kwaden wil, die zij elkander gedurende hunnen leeftijd toedragen. (ZieHoofdstuk VII, vers 41noot); of gelijk sommigen het verkiezen uit te drukken, alle afgunst of nijd nopens de verschillende graden van eer en geluk, welke aan de gezegenden zullen worden geschonken, overeenkomstig hunne verdiensten.

15Nimmer elkander den rug toekeerende (Jallalo’ddin), hetgeen als een teeken van verachting kan worden aangezien.

16ZieHoofdstuk XI, vers 72.

17HetgeenSyriëofEgyptewas (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).

18Sommigen willen, dat deze woorden door de engelen totLotwerden gericht; anderen door God totMahomet.

19Tot wieShoaïbmede werd gezonden, evenals tot de bewoners vanMidian.Abulfedazegt, dat dit volk nabijTaboecwoonde, en niet van denzelfden stam was alsShoaïb. (Zie medeGeogr. Nub.p. 110).

20Door hen, wegens hun ongeloof en hunne ongehoorzaamheid, door een heeten, verstikkenden wind te verdelgen (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).

21Dat is de stam vanThamoed(ZieHoofdstuk VII, vers 71).

22Men zegt dat dit vers werd afgeschaft door dat van het zwaard.

23Zijnde het eerste hoofdstuk van denKoran, hetwelk uit zooveel verzen bestaat. Sommigen zijn echter van meening, dat hier de zeven groote hoofdstukken van denKoranworden bedoeld.

24Dat is: benijdt of begeert niet hunnen wereldschen voorspoed, nu gij in denKoraneen zegen hebt ontvangen, in vergelijking waarvan al wat wij hun hebben geschonken, als van geene waarde kan worden geacht.Al Beidâwivermeldt eene overlevering, volgens welkeMahometteAdhriât(eene stad inSyrië) zeven, zeer rijk beladen karavanen ontmoette, die aan eenige Joden van de stammen vanKorledhaenal Nadirtoebehoorden. Zijne manschappen hadden grooten lust die te plunderen, zeggende, dat deze rijkdommen van groot nut konden zijn voor de voortplanting van Gods waar geloof. Maar de profeet deed hun door deze plaats opmerken, dat zij geene reden hadden, spijt te gevoelen, daar God hun zeven verzen had gegeven, die oneindig meer waarde hadden dan deze zeven karavanen (Al Beidâwi).

25Sommigen vertolken het oorspronkelijke woord metverhinderaars, die de lieden beletten binnenMekkate komen om den tempel te bezoeken uit vrees dat zij besluiten mochten, den Islam te omhelzen, hetgeen, naar men zegt, door tien mannen werd bedreven, die allen teBedrwerden gedood. Anderen vertalen het woord met: die zich door een eed hebben verbonden, en veronderstellen, dat hier sommige Tamoedieten worden bedoeld, die zwoerenSalebdes nachts te dooden. Het is echter meer waarschijnlijk dat deze plaats betrekking heeft op de Joden en Christenen, die, volgens de meening der Mahomedanen, sommige gedeelten der schriften aannemen, en andere voorwerpen, en evenzoo sommige plaatsen van den Koran goed en andere afkeuren, overeenkomstig hunne vooroordeelen; of wel op de ongeloovige bewoners vanMekkawaarvan sommige den Koran een goochelwerk noemden; anderen voorzeggende ontboezemingen, anderen oude sprookjes en wederom anderen eene dichterlijke samenstelling (Al Beidâwi,Jallalo’ddin.)

26Men zegt, dat deze plaats werd geopenbaard tegen vijf Koreïshietische edelen, wier namen waren:Al Walid Ebn al Mohheira,Al As Ebn Wayel,Oda Ebn Kais,al Aswad Ebn Abd JaghûthenAl Aswad Ebn al Mottalleb. Deze waren gezworen vijanden vanMahomet, die hem aanhoudend vervolgden en belachelijk maakten. Daarom kwamGabriëleindelijk en verhaalde hun, dat hem bevolen wasMahomettegen hen bij te staan: en nadat de engel hun na elkander een teeken had gemaakt, gingal Walîdvoorbij eenige pijlen, waarvan een zich in zijn kleed vasthechtte. Uit trotschheid boog hij zich niet om dien uit te trekken, maar stapte voort waardoor de punt een ader van zijn hiel doorsneed en hij doodbloedde:al Aswerd door een doorn gedood, die door de zool van zijn voet drong en zijn been tot eene monsterachtige grootte deed opzwellen;Odastierf aan vreeselijk en aanhoudend niezen;al Aswad Ebn Abd Yaghûthstootte zijn hoofd tegen een doornigen boom en doodde zich zelven enal Aswad Ebn Al Motallebwerd met blindheid geslagen. (Al Beidâwi).

27Letterlijk: Hetgeen zeker is.


Back to IndexNext