Zes en Dertigste Hoofdstuk.

Zes en Dertigste Hoofdstuk.Y. S.1Geopenbaard teMekka—83 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ya Sin. Ik zweer bij den onderrichtenden Koran.2.Dat gij een der gezanten van God zijt.3.Gezonden om den rechten weg te toonen.4.Dit is eene openbaring van den machtigen, den barmhartigen God.5.Opdat gij een volk zoudt waarschuwen, welks vaderen niet gewaarschuwd waren en dat in achteloosheid leeft.6.Ons oordeel2is rechtvaardig uitgesproken tegen het meerendeel. Immers, zij zullen niet gelooven.7.Wij hebben jukken3op hunnen nek gelegd, die tot aan hunnekin reiken, en zij zijn gedwongen hunne hoofden overeind te houden;8.En wij hebben een staak vóór hen, en een staak achter hen geplaatst, en wij hebben hen met duisternis bedekt; daarom zullen zij niet zien.9.Het zal hun gelijk zijn, hetzij gij al of niet tot hen predikt: zij zullen niet gelooven4.10.Maar gij zult alleen met goeden uitslag prediken tot hem, die de vermaning van den Koran volgt, en den Barmhartigen in het geheim vreest. Breng dus goede tijdingen van genade tot hen en eene eervolle belooning.11.Waarlijk, wij zullen de dooden tot het leven terugbrengen, en hunne werken opteekenen, welke zij voor zich uit zullen hebben gezonden, en hunne voetstappen, die zij achter zich zullen hebben gelaten5; en iedere zaak plaatsen wij in een duidelijk register.12.Stel hun, als een voorbeeld, de bewoners der stad vanAntiochiëvoor, toen de Apostelen vanJezusdaarheen kwamen6.13.Toen wij tweevan deze tot hen zouden; maar zij beschuldigden hen van bedrog. Daarom versterkten wij hen met een derden. En zij zeiden: Waarlijk wij zijn u door God gezonden.14.De inwoners antwoordden: Gij zijt niet anders dan menschen, zooals wij zijn; nimmer heeft de Barmhartige u iets geopenbaard: gij maakt slechts een leugen bekend.15.De apostelen hernamen: Onze heer weet, dat wij werkelijk tot u zijn gezonden.16.En onze plicht is alleen in het openbaar te prediken.17.Die vanAntiochiëzeiden. Waarlijk, wij voorzien kwaad van u; indien gij niet met prediken ophoudt, zullen wij u zekerlijk steenigen, en u zal eene smartelijke straf door ons worden opgelegd.18.De apostelen antwoordden: Uwe kwade voorspelling is met u zelven7; doch gij wilt in uwe dwalingen volharden, niettegenstaande gij gewaarschuwd zijt. Waarlijk, gij zijt een volk, dat overmatig zondigt.19.En zeker man8kwam angstig van de verder gelegen gedeelten der stad, en zeide: O mijn volk! volgt de gezanten van God.20.Volgt hen, die geene belooning van u vragen; want deze worden op den rechten weg geleid.21.Welke reden heb ik er voor, hem niet te vreezen, die mij geschapen heeft, en tot wien gij allen zult terugkeeren.22.Zal ik andere goden buiten hem kiezen? Indien het den Barmhartige behaagt, mij te bedroeven, zal hunne bemiddeling mij volstrekt niet baten, ook kunnen zij mij niet bevrijden.23.Dan zou ik in eene duidelijke dwaling verkeeren.24.Waarlijk, ik geloof in uwen Heer; luistert dus naar mij.25.Maar zij steenigden hem en toen hij stierf, werd tot hem gezegd: Treed het paradijs binnen.26.En hij zeide: O, dat mijn volk wist, hoe genadig God mij is geweest! want hij heeft mij hoogelijk vereerd.27.En nadat zij hem hadden gedood, zonden wij geen leger van den hemel tegen zijn volk af, noch de andere werktuigen van vernietiging, welke wij in vroegere dagen tegen de ongeloovigen afzonden.28.Er was slechts een kreet vanGabriëluit den hemel en, zie, zij werden geheel uitgeroeid.29.O, hoe ellendig zijn de menschen! Geen gezant kwam tot hen of zij lachten hem met verachting uit.30.Overwegen zij niet, hoeveel geslachten wij vóór hen hebben verdelgd?31.Waarlijk, zij zullen niet tot hen terugkeeren.32.Maar allen, in het algemeen, zullen voor ons worden verzameld.33.Een teeken der opstanding voor hen is de verdroogde, doode aarde9; wij verkwikken die door den regen, en doen daaruit verschillende soorten van granen voortkomen, waarvan zij eten.34.En wij vormden daar tuinen van palmboomen en wijngaarden, en wij deden er fonteinen ontspringen.35.Opdat zij van hunne vruchten en van den arbeid hunner handen zouden mogen eten. Zullen zij daarvoor niet dankbaar wezen?36.Geloofd zij hij, die alle soorten heeft geschapen, zoowel van de planten welke de aarde voorbrengt, als onder de menschen en onder de dingen, welke zij niet kennen.37.De nacht is mede een teeken voor hen: wij nemen den dag daarvan weg en, zie, zij zijn met duisternis bedekt.38.En de zon spoedt zich naar hare rustplaats10. Dit is de beschikking van den machtigen, den wijzen God.39.En voor de maan hebben wij zekere verblijfplaatsen aangewezen11, opdat zij verandere, en weder gelijk worde aan den ouden, gekromden tak van een palm12.40.Het is der zon niet gegeven de maan in haren loop te bereiken, noch dat de nacht den dag vooruitstreeft; maar ieder dezer lichten beweegt zich in eene afzonderlijke sfeer.41.Het is ook een teeken voor hen, dat zij hunne nakomelingschap in een schip bewaarden met alles gevuld13.42.En dat wij voor hen andere, daaraan gelijke inrichtingen hebben gevormd14, waarop zij rijden.43.Indien het ons behaagt, verdrinken wij hen, en er is niemand om hen te helpen; ook worden zij niet bevrijd.44.Tenzij door onze genade, en opdat zij zich nog eenigen tijd in dit leven zouden mogen verheugen.45.Toen tot hen werd gezegd: Vreesthetgeen vóór u en hetgeen achter u is15opdat gij genade moogt verwerven, keerden zij van u weg.46.En gij brengt hun geen teeken van de teekenen van uwen Heer, of zij wenden zich daarvan af.47.En als hun wordt gezegd: Geeft aalmoezen van het geen God u heeft geschonken, zeggen de ongeloovigen, spottenderwijze, tot hen die gelooven: Zullen wij dengenen voeden, dien God kan voeden, zoo het hem behaagt16? Waarlijk, gij verkeert in eene duidelijke dwaling.48.En zij zeggen: wanneer zal deze belofte der opstanding vervuld worden, indien gij de waarheid spreekt?49.Zij wachten slechts op een klank van de trompet17, die hen zal overvallen, terwijl zij met elkander twisten.50.En zij zullen geen tijd hebben om eenige beschikking over hunne bezittingen te maken, en zij zullen niet tot hun gezin terugkeeren.51.De trompet zal weder klinken; en ziet, zij zullen uit hunne graven voortkomen en zich naar hunnen Heer spoeden.52.Zij zullen zeggen: Wee over ons! wie heeft ons van ons bed gewekt18? Dit is wat de Barmhartige ons heeft beloofd, en zijne gezanten spraken de waarheid.53.Het zal slechts één klank van den trompet zijn, en ziet, zij zullen allen voor ons worden verzameld.54.Op dien dag zal geene ziel in het minste onrechtvaardig worden behandeld; ook zult gij niet anders vergolden worden, dan overeenkomstig hetgeen gij zult hebben verricht.55.Op dien dag zullen de bewoners van het paradijs geheel met vreugde vervuld zijn.56.Zij en hunne vrouwen zullen in schaduwrijke boschjes rusten, tegen heerlijke zetels leunende.57.Daar zullen zij vruchten hebben, en zij zullen alles verkrijgen, wat zij zullen begeeren.58.Vrede zal het woord zijn, dat den rechtvaardige door den barmharigen God zal worden toegesproken.59.Maar hij zal tot de zondaren zeggen: Weest gij, o zondaren! dezen dag van de rechtvaardigen gescheiden.60.Beval ik u niet, o zonen vanAdam! dat gij Satan niet zoudt aanbidden, daar hij voor u een openlijke vijand was.61.En zeide ik niet: Vereert mij; dit is de ware weg.62.Maar thans heeft hij een groot aantal uwer verleid; begrijpt gij het niet?63.Dit is de hel, waarmede gij werdt bedreigd.64.Heden wordt gij er in geworpen om verbrand te worden, omdat gij ongeloovig waart.65.Op dien dag zullen wij hunne monden dichtzegelen, opdat zij die niet te hunner eigen verdediging kunnen openen,en hunne handen zullen tot ons spreken, en hunne voeten zullen getuigenis afleggen van hetgeen zij hebben bedreven.66.Indien het ons behaagde, konden wij hunne oogen uitsteken, en zij zouden naijverig op den weg voorthollen, dien zij gewoon zijn te kiezen; en hoe zouden zij hunne dwaling zien?67.En indien het ons behaagde, zouden wij hen in andere gedaante kunnen hervormen; zij zouden niet instaat zijn te vertrekken, en zij zouden geen berouw gevoelen19.68.Hem, wien wij een lang leven schenken, doen wij het lichaam door ouderdom krommen. Zullen zij dit niet begrijpen?69.Wij hebbenMahometde dichtkunst niet geleerd20; ook is het niet nuttig voor hem, een dichter te wezen. Dit boek is slechts eene vermaning van God en een duidelijke Koran.70.Opdat hij die leeft21, daardoor moge gewaarschuwd worden; en het vonnis der veroordeeling zal rechtvaardig op de ongeloovigen worden uitgevoerd.71.Overwegen zij niet, dat wij onder de dingen, welke onze handen hebben gewrocht, veel van verschillende soorten hebben geschapen, waarvan zij bezitters zijn.72.En dat wij hun dat hebben onderworpen? Sommige van deze dienen om er op te rijden, en sommige voeden hen.73.Zij ontvangen daarvan nog andere voordeelen, en drinken van hare melk. Zullen zij dus niet dankbaar wezen?74.Zij hebben andere goden naast God genomen, in de hoop, dat zij daardoor zouden worden ondersteund.75.Maar deze zijn niet in staat, hun eenige ondersteuning te verleenen: zij zijn het veeleer, die als leger vóór hunne godheden dienen.76.Laten hunne woorden u dus niet bedroeven: wij kennen wat zij heimelijk verbergen, en datgene wat zij openlijk ontdekken.77.Weet de mensch niet, dat wij hem van zaad hebben geschapen? Maar ziet, hij is een openlijke bestrijder der opstanding.78.Hij stelt ons eene vergelijking voor, en hij vergeet zijn schepping (zijn oorsprong). Hij zegt: Wie zal de beenderen, als zij verrot zijn, tot het leven terugbrengen22?79.Antwoord: Hij zal ze tot het leven terugbrengen, welke die het allereerst voortbracht: want hij is bedreven in iedere soort van schepping.80.Wie geeft u vuur uit den groenen boom23, waarmede gij uwe brandstof ontsteekt.81.Is hij, die de hemelen en de aarde geschapen heeft, niet in staat nieuwe wezens gelijk aan hen te scheppen.82.Zijn bevel, als hij een ding verlangt, is slechts dat hij zegt: Wees! en het is.83.Geloofdzij dus hij, in wiens hand het koninkrijk van alle dingen is, en tot wien gij op den jongsten dag zult terugkeeren.1De beteekenis dezer lettersYa. Sin, is onbekend. Sommigen beweren echter, op grond eener overlevering vanEbn Abbas, dat zij hier staan, in plaats vanYa isan, zijnde: O mensch! Dit hoofdstuk, wordt gezegd, verscheidene andere titels te hebben, welke het vanMahometzelven zou hebben ontvangen, en vooral dien van het hart van den Koran. De Mahomedanen lezen dit bij stervende personen, en wel in hunne laatste oogenblikken (ZieBobov.De visit. aegrot.p. 17).2Zijnde het vonnis der verdoemenis, dat door God, bij den val vanAdam, tegen het meerendeel der geniussen en menschen, werd uitgesproken (ZieHoofdstuk VII, vers 12:hoofdstuk XI, vers 120enz.)3Of halsbanden, zooals die beschreven zijn inHoofdstuk XIII vers 6.4Men zegt dat toen de Koreïshieten, tengevolge van een besluit dat zij hadden genomen, een uitgezocht aantal mannen zonden, omMahometshuis te bezetten en hem te dooden, de profeet,Aliop zijn bed deed liggen om de moordenaars te misleiden, naar buiten ging en eene handvol stof op hen wierp, onder het herhalen der negen eerste verzen van dit Hoofdstuk die hier eindigen. Zij werden daarop met blindheid geslagen, zoodat zij hem niet konden zien.5Zooals hun goed of slecht voorbeeld, leer, enz.6Om deze plaats te verklaren, geven de uitleggers het volgende verhaal: Het volk vanAntiochiëwas uit afgodendienaars samengesteld, weshalveJezustwee zijner leerlingen daarheen zond om er te prediken. Toen zij de stad naderden, vonden zijHabib, bijgenaamdal Najjar, of de timmerman, die schapen weidde en dien zij met hunne boodschap bekend maakten. Hij vroeg hun daarop, welk bewijs zij voor hunne waarachtigheid hadden, tengevolge waarvan zij verhaalden, dat zij de zieken, de blinden en de melaatschen konden genezen; en om de waarheid te bewijzen van hetgeen zij zeiden, legden zij hunne handen op een hem toebehoorend kind, dat ziek was, en gaven het onmiddellijk de gezondheid terug.Habibwas door dit wonder overtuigd en geloofde, waarna zij de stad binnentrokken en de vereering van den waren God predikten, terwijl zij een groot aantal menschen van verschillende gebreken genazen. Eindelijk kwam de zaak echter ter oore van den vorst, die bevel gaf hen gevangen te nemen, daar zij getracht hadden het volk te misleiden. ToenJezusdit hoorde, zond hij een ander zijner leerlingen, die algemeen verondersteld wordtSimonofPetruste zijn geweest, en die, naarAntiochiëkomende en een ijverig afgodendienaar schijnende te zijn, spoedig in de gunst der bewoners en van hunnen vorst wist te dringen, en eindelijk de gelegenheid te baat nam, zijn verlangen te kennen te geven, dat de vorst bevel zou geven, de beide personen, die, naar hij vernomen had, wegens het verspreiden van nieuwe meeningen in de gevangenis waren geworpen, voor hem te brengen om ondervraagd te worden, welk verzoek werd toegestaan. NadatPetrushen vooraf in het geheim had gewaarschuwd, niet te doen blijken dat zij hem kenden, vroeg hij hun, wie hen had gezonden, waarop zij antwoordden: God, die alle dingen heeft geschapen, en geen metgezel heeft. Hij vroeg hun daarop om een overtuigend bewijs voor hunne zending,waarop zij een blinden man het gezicht teruggaven, en eenige andere wonderen verrichtten.Petrusscheen daarmede niet tevreden, omdat volgens sommigen, ook hij diezelfde wonderen kon verrichten, maar hij verklaarde, dat, indien hun God hen in staat kon stellen de dooden op te wekken, hij hen zou gelooven. De apostelen namen deze voorwaarde aan, waarop een jongeling werd gebracht, die reeds sedert zeven dagen dood was en op hunne gebeden weder levend werd. Daarop verklaardePetruszich overtuigd: hij liep weg, vernietigde de afgodsbeelden; een groot aantal des volks volgde hem, en omhelsde het ware geloof, maar zij die niet geloofden, werden verdelgd door den kreet van den engelGabriël(Al Zamakshari,Al Beidâwi, enz.). ZieMaracc.in Alc.p. 580.7Zijnde: Indien u eenig overkomt, zal dit het gevolg zijn van uw eigen weerspannigheid en ongeloof.8Dit wasHabbib Al Najjar, wiens martelaarschap hier wordt beschreven. Zijn graf is nog te zien nabijAntiochië, en wordt veel door de Mahomedanen bezocht (ZieSchultens,Indic. Geogr. ad calcem. Vitae Saladini, voce Antiochia).9ZieHoofdstuk XXIX, vers 18, noot.10Dat is: zij haast zich haren dagelijkschen loop af te leggen, terwijl het ondergaan der zon op het ter ruste gaan van een reiziger gelijkt.11Dit zijn achtentwintig constellatiën, door eene van welke de maan iederen nacht heengaat, en welke van daar woningen of huizen van de maan genoemd worden.12Savaryvertaalt dit aldus: “Wij hebben de phasen der maan aangewezen en het oogenblik waarop zij opgehangen schijnt als de trossen van den dadelboom”. Hij voegt er tevens bij, dat de dadelboom twee of drie groote trossen voortbrengt, die van zijn top uitwassen en nederhangen.Salezegt bij deze plaats: Want als een palmtak oud wordt, krimpt hij, en wordt gekronkeld en geel, waardoor de verschijning van de nieuwe maan niet onaardig wordt voorgesteld.13Sommigen veronderstellen, dat hier de redding vanNoachen zijne makkers in de ark wordt bedoeld.14Zooals kameelen, die de landschepen zijn; ook de lichtere schepen en booten.15De straf van deze wereld en van de volgende.16Toen de arme Moslems aan de rijkere Koreïshieten aalmoezen vroegen, zeiden zij, dat, indien God voor hen kon zorgen en het niet deed, dit een bewijs was, dat zij zijne gunst niet zoozeer verdienden als zij zelven; terwijl nochtans God sommigen behoeftig doet zijn, om de rijken te beproeven en hun gelegenheid te geven, weldadigheid uit te oefenen.17Zie de noten vanHoofdstuk XXXIX.18Want zij zullen gedurende de tijdruimte tusschen dit herhaalde trompetgeschal slapen en geene pijn gevoelen (Jallalo’ddin).19Dit is: Zij verdienen aldus te worden behandeld om hun ongeloof en hunne ongehoorzaamheid; maar wij verdragen hen uit genade en verleenen hun uitstel.20Dit strekt tot antwoord aan de ongeloovigen, die beweerden, dat de Koran slechts een dichterlijk samenstelsel was.21Zijnde: Zij die met verstand zijn begaafd; daar de dommen en zorgeloozen met dooden gelijk staan.22ZieHoofdstuk XVI, vers 4, noot.23De gewone wijze in het oosten om vuur te verkrijgen, bestaat daarin, dat men twee stukken hout tegen elkander strijkt, waarvan een gewoonlijk is van den boom Markh, en het andere van dien,Affargenaamd. Daaruit komt het vuur voort, hoewel het hout groen en vochtig is. (ZieHydedeReb vet. Pers. c. 25 p. 333 etc).Zeven en Dertigste Hoofdstuk.Zij die zich in orde scharen.Gegeven teMédina.—182 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de engelen, die zich in orde scharen1.2.En bij hen die de wolken voortdrijven en verspreiden.3.En bij hen, die den Koran lezen als eene vermaning,4.Waarlijk, uw Heer is eenig.5.De Heer van hemel en aarde en van alles wat daartusschen is, en de Heer van het Oosten2.6.Wij hebben den ondersten hemel met het versiersel der sterrren getooid.7.En wij hebben daarin een wachter tegen iederen weerspannigen duivel geplaatst.8.Opdat zij niet luisteren naar het gesprek der verheven vorsten (want zij worden van alle zijden bestormd),9.En eene zware marteling is voor hen gereed gemaakt.10.Behalve hij, die een woord steelsgewijze opvangt, en door eene vlammende schicht wordt getroffen3.11.Vraag daarom den bewoners vanMekka, of zij van nature sterker zijn dan de engelen welke wij hebben geschapen? Waarlijk wij hebben hen van harde klei geschapen.12.Gij verbaast u over Gods macht en hunne weêrspannigheid; maar zij spotten over de bewijsmiddelen,welke aangevoerd worden om hen te overtuigen.13.Als zij gewaarschuwd worden, nemen zij geene waarschuwing aan.14.En als zij iets zien, spotten zij er mede.15.En zeggen: Dit is niet anders dan duidelijke tooverij.16.Nadat wij dood zullen wezen en tot stof en beenderen zijn geworden, zullen wij dan werkelijk tot het leven worden opgewekt.17.En onze voorvaderen ook?18.Antwoord: Ja! en dan zult gij veracht wezen.19.Er zal slechts eenmaal op de trompet worden geblazen, en zij zullen rond zien.20.En zullen zeggen: Wee over ons! Dit is de dag des oordeels.21.Dit is de dag der onderscheiding tusschen de rechtvaardigen en de zondaren, dien gij als eene leugen verwerpt.22.Verzamel degenen, die onrechtvaardig hebben gehandeld en hunne makkers, en deafgodenwelke zij aanbaden.23.Naast God, en leidt hen op den weg der hel.24.En plaats hen voor Gods vierschaar; want zijzullengeroepen worden om rekenschap af te leggen.25.Wat deert u, dat gij elkander niet verdedigt?26.Maar op dien dag zullen zij zich aan Gods oordeel onderwerpen.27.En zij zullen elkander naderen en onder elkander twisten.28.En de verleiden zullen zeggen tot hen die hen hebben verleid: Waarlijk, gij kwaamt tot ons met voorspellingen van voorspoed.29.En de verleiders zullen antwoorden: Neen! gij waart veeleer geene ware geloovigen; want wij hadden geene macht over u, om u te dwingen, maar gij hebt vrijwillig gezondigd.30.Daarom werd het vonnis van onzen Heer rechtvaardig over ons uitgesproken, en wij zullen zekerlijk zijne wraak proeven.31.Wij verleidden u, maar wij dwaalden ook zelven.32.Zij zullen op dezen dag dus beiden deelgenooten van dezelfde straf zijn.33.Zoo zullen wij met de zondaren handelen;34.Want toen er tot hen werd gezegd: Er is geen god buiten den waren God, bliezen zij zich op met hoogmoed.35.En zeiden: zullen wij onze goden voor een bezeten dichter verlaten?36.Neen! hij komt met de waarheid en legt getuigenis af voor de vroegere gezanten.37.Gij zult zekerlijk de pijnlijke martelingen der hel proeven.38.En gij zult niet vergolden worden, dan overeenkomstig uwe werken.39.Maar wat de oprechte dienaren Gods betreft.40.Zij zullen een zekeren voorraad in het paradijs hebben:41.Namelijk heerlijke vruchten, en zij zullen geëerd worden.42.Zij zullen in tuinen des vermaaks geplaatst worden.43.Leunende in tegenover elkander geplaatste zetels4.44.Een beker zal onder hen worden rondgereikt, gevuld aan eene heldere fontein;45.Een heerlijkheid voor hen, die er van zullen drinken.46Het zal het verstand niet benevelen, en zij zullen er niet door bedwelmd worden.47.En nabij hen zullen de maagden van het paradijs liggen, hare blikken, behalve van hunne bruidegommen, van ieder een afwendende, hebbende groote, zwarte oogen, en gelijkendeop de eieren van een struisvogel, zorgvol met vederen bedekt5.48.En zij zullen zich tot elkander wenden, en elkander vragen doen.49.En een van hen zal zeggen: Waarlijk, ik had een vertrouwden vriend, terwijl ik op de wereld leefde.50.Die tot mij zeide: Zijt gij een van hen, die de waarheid der opstanding betuigen?51.Nadat wij dood zullen zijn, en tot stof en beenderen veranderd wezen, zullen wij dan zekerlijk worden geoordeeld?52.Dan zal hij tot zijne makkers zeggen: Wilt gij nederzien?53.En zij zullen nederzien en hem in het midden der hel ontwaren.54.En hij zal tot hem zeggen: Bij God! er ontbrak weinig aan, of gij hadt mij verdorven.55.En was het niet door de genade van mijnen Heer, dan ware ik zeker aan eene eeuwige marteling overgeleverd geworden.56.Zullen wij een anderen dan onzen eersten dood sterven?57.Of ondergaan wij eenige straf?58.Waarlijk, wij genieten eene groote gelukzaligheid.59.Laten de arbeiders arbeiden om eene gelukzaligheid gelijk deze te verwerven.60.Is dit een beter onthaal, of de boom vanal Zakkum?661.Waarlijk, wij hebben dien aangeduid als eene aanleiding tot twist onder de onrechtvaardigen762.Het is een boom die aan den bodem der hel ontspruit.63.De vrucht daarvan gelijkt op de hoofdenvanduivelen8.64.De verdoemden zullen daarvan eten, en hunne buiken daarmede vullen.65Vervolgens zal hun een mengsel van vuil en kokend water te drinken worden gegeven.66.Daarna zullen zij in de hel terugkeeren.67.Zij bevonden dat hunne vaderen dwalende waren9.68.En zij traden haastig in hunne voetstappen;69.Want het meerendeel der oude volken dwaalden vóór hen.70.Wij zonden vroeger waarschuwers tot hen;71.Maar zie hoe ellendig het einde was van degenen, die gewaarschuwd werden.72.En die niet onze oprechte dienaren waren.73.Noachriep ons in vroegere dagen aan, en wij verhoorden hem genadiglijk.74.En wij bevrijdden hem en zijn gezin uit de groote ellende.75.Wij deden zijne nakomelingschap den zondvloed overleven, om de aarde te bevolken.76.En wij lieten hem de volgende begroeting door de verste nakomelingschap geven:77.Vrede zij opNoachonder alle schepselen!78.Zoo beloonen wij de rechtvaardigen.79.Want hij was een van onze dienaren, de ware geloovigen.80.Daarna verdronken wij de anderen.81.Abrahamwas mede van zijnen godsdienst10;82.Toen hij met een volkomen hart tot zijn Heer kwam.83Toen hij tot zijn vader en zijn volk zeide: Wat vreest gij?84.Kiest gij bij voorkeur valsche goden boven den waren God?85.Wat is dus uwe meening opzichtens den Heer aller schepselen?86.En hij beschouwde de sterren.87.En zeide: Waarlijk, ik zal ziek wezen11en niet bij uwe offeringen tegenwoordig zijn.88.En zij keerden zich af en verlieten hem12.89.EnAbrahamwendde zich in het geheim tot hunne goden, en zeide spottende tot hen: Eet gij niet van het vleesch dat u is voorgezet?90.Wat deert u, dat gij niet spreekt?91.En hij keerde zich tot hen, en sloeg hen met zijne rechterhand en vernietigde hen.92.En zijn volk kwam haastig tot hem.93.Hij zeide: Aanbidt gij de beelden die gij zelven snijdt?94.Terwijl God u heeft geschapen en ook datgene wat gij maakt.95.Zij zeiden: Richt een brandstapel voor hem op en werp hem in het gloeiende vuur. En zij smeedden eene list tegen hem.96.Maar wij deden hem het onderspit delven en bevrijdden hem13.97.EnAbrahamzeide: Waarlijk, ik ga tot mijnen Heer14, die mij zal richten.98.O Heer! geef mij eene rechtvaardige nakomelingschap.99.Daarom maakten wij hem bekend, dat hij een zoon zou bekomen, die een zachten aard zou hebben.100.En toen hij den ouderdom der jongelingschap had bereikt15, en zich met hem in de verrichtingen van den godsdienst kon vereenigen.101.ZeideAbrahamtot hem: O mijn zoon! waarlijk, ik zag in een droom, dat ik u als eene offerande zoude aanbieden16.overweeg dus wat gij meent, dat ik zal doen.102Hij antwoordde: O mijn vader! doe wat u bevolen werd; indien het Gode behaagt, zult gij bevinden dat ik het lijdzaam zal ondergaan.103.En toen zij beiden zich aan den goddelijken wil hadden onderworpen, enAbrahamzijn zoon voorover op het aangezicht had gelegd17.104.Riepen wij hem toe: OAbraham!105.Gij hebt aan uw visioen geloofd. Zoo beloonen wij den rechtvaardige.106.Waarlijk, dit was eene duidelijke proef.107.En wij losten zijn zoon met een edel slachtoffer uit.108.En wij lieten hem de volgende groete door de verste nakomelingschap bewaren;109.Namelijk: Vrede zij opAbraham!110.Zoo beloonen wij den rechtvaardige;111.Want hij was een onzer geloovige dienaren.112.Wij verblijdden hem met de belofte vanIzaäk, een rechtvaardigen profeet.113.En wij zegenden hem enIzaäk; en onder hunne nakomelingschap waren eenige rechtvaardigen, en anderen, die klaarblijkelijk hunne eigene zielen nadeel toebrachten.114.Wij waren ook vroeger genadig omtrentMozesenAäron.115.En wij bevrijdden hen en hun volk van eene groote ellende.116.Wij ondersteunden hen tegen de Egyptenaren, en zij werden overwinnaars.117.Wij gaven hun het duidelijke boek der wet.118.Wij leidden hen op den rechten weg.119.En wij lieten de volgende groete door de verstenakomelingschapvoor hen bewaren;120.Namelijk: Vrede zij opMozesenAäron!121.Zoo beloonen wij de rechtvaardigen.122.Want zij waren twee onzer geloovige dienaren.123.EnElias18was mede eendergenen, die door ons werden gezonden.124.Toen hij tot zijn volk zeide: Vreest gij God niet?125.Roept gijBaalaan, en verzaakt gij den uitmuntendsten schepper?126.God is uw Heer en de Heer uwer voorvaderen.127.Maar zij beschuldigden hem van bedrog.128.Weshalve zij aan de eeuwige straf zullen worden overgeleverd, behalve de oprechte dienaren Gods129.En wij lieten de volgende groete door de verste nakomelingschap voor hem bewaren.130.Namelijk: Vrede zij opIlyasin19!131.Zoo beloonen wij den rechtvaardige.132.Want hij was een onzer geloovige dienaren.133.EnLotwas mede een dergenen, die door ons werden gezonden.134.Toen wij hem en zijn geheel gezin bevrijden.135.Behalve eene oude vrouw, zijne huisvrouw, die omkwam met hen die achterbleven.136.Daarna verdelgden wij de anderen20.137.En gij, o bewoners vanMekka! komt de plaatsen voorbij waar zij eens hebben gewoond, als gij des ochtends reist.138.En des nachts. Zult gij dan niet begrijpen?139.Jonaswas mede een dergenen die door ons werden gezonden21.140.Toen hij in een geladen schip vluchtte22.141.En zij die aan boord waren, lootten onder elkander en hij werd veroordeeld23.142.En de visch verzwolg hem; want hij had eene bestraffing verdiend.143En indien hij niet eene ware geweest van hen die God loven24.144.Waarlijk, dan ware hij, tot den dag der opstanding, in den buik van den visch gebleven.145.En wij wierpen hem op het naakte strand, en hij wasziek25.146.Wij deden een pompoenplant26over hem heen groeien.147.Wij zonden hem daarna tot een volk van honderdduizend zielen of meer.148.En zij geloofden: daarom lieten wij hun dit leven nog voor eenigen tijd genieten.149.Vraag aan de bewoners vanMekkaof uw Heer dochters heeft gelijk zij zonen hebben27?150.Hebben wij ook de engelen van het vrouwelijke geslacht geschapen, en waren zij er getuigen van?151.Zeggen zij niet, volgens hunne eigene, valsche uitvinding:152.God heeft eene nakomelingschap gebaard? en zij zijn niet werkelijk leugenaars?153.Heeft hij bij voorkeur dochters boven zonen verkozen?154.Gij hebt geene reden aldus te oordeelen.155.Wilt gij dus niet vermaand wezen?156.Of hebt gij een duidelijk bewijs voor hetgeen gij zegt?157.Brengt thans uw boek der openbaringen voor den dag, indien gij de waarheid spreekt.158.En zij maken hem tot een verwante der geniussen28, terwijl de geniussen weten, dat hij, die zulke dingen verklaart, aan de eeuwige straf zal worden overgeleverd.159.(God is verheven, boven datgene wat zij nopens hem verklaren):160.Maar niet Gods oprechte dienaren.161.Maar gij en de goden, welke gij aanbidt,162.Zullen niemand nopens God verleiden.163.Behalve hem die bestemd is om in de hel verbrand te worden.164.Er is niemand van ons, of hij heeft een bestemde plaats.165.Wij scharen ons in orde,166.Gods bevelen afwachtende, en wij verkondigen den goddelijken lof29.167.De ongeloovigen zeiden:168.Indien wijdoor een boek met goddelijke openbaringen waren begunstigd geworden, van diegene welke aan de ouden werden geschonken.169.Zouden wij zeker oprechte dienaren Gods zijn geweest;170.Maar thans, nu de Koran is geopenbaard, gelooven zij daarin niet; doch hier namaals zullen zij het gevolg van hun ongeloof kennen.171.Ons woord werd vroeger aan onze dienaren, de gezanten, gegeven.172.Dat zij zekerlijk tegen de ongeloovigen zouden ondersteund worden,173.En dat onze legers de overwinning zouden behalen.174.Wend u dus gedurende eenen tijd van hen af.175.En zie de rampen die hen zullen bedroeven; want zij zullen uwe toekomstige overwinning en uwen voorspoed zien.176.Trachten zij daarom onze wraak te verhaasten?177.Waarlijk, wanneer die in hunne afgesloten hoven zal nederdalen, zal het een slechte ochtend zijn voor hen, die te vergeefs werden gewaarschuwd.178.Wend u dus voor eenigen tijd van hen af.179.Hierna zullen zij uwe overwinning en hunne straf ontwaren.180.Geloofd zij uw Heer, de Heer die verre verheven is boven hetgeen zij van hem verklaren!181.Vrede zij op zijne gezanten.182.En geloofd zij God, de Heer van alle schepselen!1Sommigen verstaan door deze woorden, de zielen der menschen die zich in gehoorzaamheid aan Gods wetten onderwerpen, en zich wegspoeden van alle ongeloof en zonden, of de zielen van hen, die zich in slagorde stellen, ten einde voor den waren godsdienst te strijden, en hunne paarden aanzetten om op de ongeloovigen aan te vallen enz. (Al Beidâwi).2Daar het oorspronkelijke woord in het meervoud staat, wordt het verondersteld de verschillende punten van den gezichtseinder te teekenen, van waar de zon in den loop van het jaar opstijgt, en die driehonderd zestig in getal zijn (gelijk aan het getal dagen van het oude, burgerlijke jaar) en hebbende evenveel overeenkomende punten, waar zij gedurende die tijdruimte achtervolgens ondergaat (Al Beidâwi,Yahya).Maracciveronderstelt, zonder daarvoor eenigen grond aan te voeren, dat deze uitlegging is gebouwd op de dwaling van onderscheiden werelden (Marracc. inAlc. p. 589).3ZieHoofdstuk XV, vers 18.4ZieHoofdstuk XV, vers 47, noot.5Dit moge den Europeanen een zonderlinge vergelijking schijnen; maar de oosterlingen denken, dat niets zoozeer der kleur van eene fijne vrouwenhuid nabijkomt, als die van een struisei, als het geheel zuiver is gebleven.6Er is een doornachtige boom die zoo genaamd wordt en inTehamabloeit. Deze draagt vruchten op den amandel gelijkende, maar zeer bitter. Daarom heeft men dezen naam aan den helschen boom gegeven.7De ongeloovigen begrijpen namelijk niet, hoe er een boom in de hel zou kunnen groeien, waar zelfs de steenen als brandstof dienen.8Of van slangen, afzichtelijk voor het oog. Het oorspronkelijke woord heeft beide beteekenissen.9Sommigen veronderstellen, dat het bovenvermelde onthaal de verwelkoming der verdoemden zal wezen, alvorens zij die plaats binnengaan; en anderen, dat hun van tijd tot tijd zal worden toegestaan uit de hel te komen, om hunne brandende vloeistof te drinken.10WantNoachen hij kwamen in de hoofdpunten overeen zoowel wat geloof, als wat handelen betreft: doch de tijdruimte tusschen hen beiden bedroeg niet minder dan 2640 jaren (Al Beidâwi).11Hij deed alsof hij dit uit den aanblik der hemelen kon opmaken; daar het volk zeer tot het bijgeloof der sterrenwichelarij overhelde, en gebruikte het tot zijne verontschuldiging, dat hij afwezig zou zijn bij hun feest, waartoe zij hem hadden uitgenoodigd.12Vreezende, dat hij eene aanstekende ongesteldheid had (Al Beidâwi).13ZieHoofdstuk XXI, vers 70enz.14Zijnde: werwaarts bij mij heeft bevolen.15Hij was toen dertien jaar oud (Al Beidâwi).16De uitleggers zeggen, datAbrahamhet bevel, om zijn zoon te offeren, in een visioen ontving, dat hij, in den achtsten nacht van de maandDhoe’lhajazag. Ten einde hem echter te verzekeren, dat die niet van den duivel afkomstig was, hetgeen hij geneigd was te gelooven, werd hetzelfde visioen, den volgenden nacht herhaald, waardoor hij wist dat het van God kwam. Den volgenden nacht zag hij het ten derdenmale; alsnu besloot hij er aan te gehoorzamen en zijn zoon te offeren. Vanhier denkensommigen dat de 8e, 9e en 10e dagen vanDhoelhaja,Yawin atterwiija,yawm arafat,yawm alnehrgenoemd worden, zijnde de dag van het visioen, de dag der kennis, en de dag der offerande. Het meest algemeene denkbeeld onder de Mahomedanen is echter, dat de zoon, dieAbrahamwerd geofferd, nietIzaäk, maarIsmaëlwas, daarIsmaëlop dat tijdstip zijn eenige zoon was; want de belofte vanIzaäksgeboorte wordt lager vermeld, als, in tijd, op deze gebeurtenis volgende. Zij voeren ook de verklaring van hunnen profeet aan, die volgens het verhaal gezegd zou hebben: Ik ben de zoon der beiden, die als offerande werden aangeboden; daarmede zijn grooten voorvader en zijn eigen vaderAbd’allahbedoelende,Abdelmottalibhad namelijk beloofd, dat, indien God hem zou veroorloven de bronZemzemop te sporen en te openen, en hem tien zonen zou geven, hij een daarvan zou willen offeren. Toen dus in beide opzichten aan zijn verlangen was voldaan, lootte hij tusschen zijne zonen, en daar het lot opAbd’allahviel, kocht hij hem los door honderd kameelen te offeren, hetgeen volgens deSonna, de prijs was voor het bloed van een mensch (Al Beidâwi,Jallalo’ddin.Al Zamakshari). Zie bl.7.17De uitleggers voegen er bij, datAbrahamreeds zoo ver gekomen was, dat hij op het punt stond, het mes met al zijne kracht door den strot van den jongeling te stooten, maar dat hij op wonderdadige wijze werd verhinderd hem te deren (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).18De Mahomedanen veronderstellen algemeen, dat deze profeet dezelfde was, alsAl Khedren verwarren hen metPhineas(ZieHoofdstuk XVIII, vers 64, noot) en somtijds metEdrisofEnoch. Sommigenzeggen, dat hij de zoon was vanYasinen nauw verwant met Aäron, terwijl anderen veronderstellen, dat hij een geheel verschillend persoon was. Hij werd tot de bewoners vanBaalbecinSyrië, hetHeliopolisder Grieken gezonden, ten einde hen af te brengen van hunne vereering van hunnen afgodBaalof de zon, wiens naam een deel van dien der stad uitmaakt, die oulingsBeccwerd genoemd (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).19De uitleggers weten niet recht wat zij van dit woord zullen maken. Sommigen meenen, dat dit het meervoud vanEliasis, of, zooals de Arabieren het schrijven,Ilyas, en dat daarmede zoowel de profeet of zijne volgelingen worden bedoeld, als zij die hem gelijken. Anderen scheiden het woord, en lezenEl Yasin, zijnde: Het gezin vanYasin, de vader van Elias, overeenkomstig hetgeen in de vorige noot wordt vermeld; anderen weder zijn van oordeel, dat erMahometof de Koran, of eenig ander boek der schriften mede bedoeld wordt. De meest waarschijnlijke veronderstelling is echter, datIlyasenIlyasindezelfde namen zijn, of denzelfden persoon beteekenen, zooalsSinaïenSinindenzelfden berg aanduiden; aangezien hier de laatste lettergreep slechts aan het woord is toegevoegd, om de cadans bij het slot van het vers te behouden.20ZieHoofdstuk VII, vers 82enHoofdstuk XI, vers 83.21ZieHoofdstuk X, vers 98.22ZieHoofdstuk XXI, vers 87.23Zijnde: Hij werd door het lot aangewezen.24Deze woorden schijnen vooral betrekking te hebben op de gebeden vanJonas, terwijl hij zich in den buik van den walvisch bevond (ZieHoofdstuk XXI, vers 87).25Door hetgeen hij had doorstaan, werd zijn lichaam gelijk aan dat van een pasgeboren kind (Al Beidâwi). Men zegt dat de visch, naJonasverzwolgen te hebben, met den kop boven water, achter het schip zwom, opdat de profeet zou kunnen ademhalen. Deze ging voort God te loven, tot de visch aan land kwam en hem uitbraakte. De meeningen der Mahomedaansche schrijvers, nopens den tijd dienJonasin den buik van den visch doorbracht, verschillen zeer veel. Sommige veronderstellen dat het een deel van een dag was, andere drie, zeven, twintig, en sommige zelfs veertig dagen (Al Beidâwi).26Het oorspronkelijke woord (Jaktin) beteekent eene plant, die zich over den grond uitspreidt, die geen opstaanden stengel heeft om haar te ondersteunen, en bijzonder eene pompoen. Sommigen veronderstellen echter dat de plant vanJonaseen vijgenboom was, of anderen de kleine boom of struikMauz(Al Beidâwi) genaamd, die zeer groote bladeren en uitmuntende vruchten voortbrengt (ZieJ. Leon.Descr. Afric. lib. 9Gab. Sionitde Urb. Oriënt, ad calcem. Geogr. Nub.p. 32 enHottinger.Hist. Oriënt.p. 78 etc.)27ZieHoofdstuk XVI, vers 59.28Dat is: de engelen, die mede onder den naam van geniussen zijn begrepen, zijnde eene soort van hen. Sommigen zeggen, dat de ongeloovigen zoo ver gingen, te verklaren dat God en de duivels broeders waren (AlBeidâwi).29Deze woorden worden verondersteld door de engelen te worden gesproken, waarbij zij de vereering, hun door de afgodendienaars toegebracht, afwijzen en verklaren, dat zij ieder hunne taak en standplaats hebben, hun door God aangewezen, wiens bevelen zij ten alle tijde bereidzijn uit te voeren, en wiens lof zij aanhoudend zingen. Er zijn echter sommige uitleggers, die denken, dat dit de woorden vanMahometen diens volgelingen zijn, daar de bedoeling zou wezen, dat ieder van hen eene voor hen bestemde plaats in het paradijs heeft, en dat zij de engelen zijn, die zich voor God in orde scharen, ten einde hem te vereeren en te aanbidden, en die zijn lof verkondigen, door ieder valsch denkbeeld te verwerpen, dat de waardigheid der goddelijke wijsheid en kracht zou kunnen verminderen.

Zes en Dertigste Hoofdstuk.Y. S.1Geopenbaard teMekka—83 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ya Sin. Ik zweer bij den onderrichtenden Koran.2.Dat gij een der gezanten van God zijt.3.Gezonden om den rechten weg te toonen.4.Dit is eene openbaring van den machtigen, den barmhartigen God.5.Opdat gij een volk zoudt waarschuwen, welks vaderen niet gewaarschuwd waren en dat in achteloosheid leeft.6.Ons oordeel2is rechtvaardig uitgesproken tegen het meerendeel. Immers, zij zullen niet gelooven.7.Wij hebben jukken3op hunnen nek gelegd, die tot aan hunnekin reiken, en zij zijn gedwongen hunne hoofden overeind te houden;8.En wij hebben een staak vóór hen, en een staak achter hen geplaatst, en wij hebben hen met duisternis bedekt; daarom zullen zij niet zien.9.Het zal hun gelijk zijn, hetzij gij al of niet tot hen predikt: zij zullen niet gelooven4.10.Maar gij zult alleen met goeden uitslag prediken tot hem, die de vermaning van den Koran volgt, en den Barmhartigen in het geheim vreest. Breng dus goede tijdingen van genade tot hen en eene eervolle belooning.11.Waarlijk, wij zullen de dooden tot het leven terugbrengen, en hunne werken opteekenen, welke zij voor zich uit zullen hebben gezonden, en hunne voetstappen, die zij achter zich zullen hebben gelaten5; en iedere zaak plaatsen wij in een duidelijk register.12.Stel hun, als een voorbeeld, de bewoners der stad vanAntiochiëvoor, toen de Apostelen vanJezusdaarheen kwamen6.13.Toen wij tweevan deze tot hen zouden; maar zij beschuldigden hen van bedrog. Daarom versterkten wij hen met een derden. En zij zeiden: Waarlijk wij zijn u door God gezonden.14.De inwoners antwoordden: Gij zijt niet anders dan menschen, zooals wij zijn; nimmer heeft de Barmhartige u iets geopenbaard: gij maakt slechts een leugen bekend.15.De apostelen hernamen: Onze heer weet, dat wij werkelijk tot u zijn gezonden.16.En onze plicht is alleen in het openbaar te prediken.17.Die vanAntiochiëzeiden. Waarlijk, wij voorzien kwaad van u; indien gij niet met prediken ophoudt, zullen wij u zekerlijk steenigen, en u zal eene smartelijke straf door ons worden opgelegd.18.De apostelen antwoordden: Uwe kwade voorspelling is met u zelven7; doch gij wilt in uwe dwalingen volharden, niettegenstaande gij gewaarschuwd zijt. Waarlijk, gij zijt een volk, dat overmatig zondigt.19.En zeker man8kwam angstig van de verder gelegen gedeelten der stad, en zeide: O mijn volk! volgt de gezanten van God.20.Volgt hen, die geene belooning van u vragen; want deze worden op den rechten weg geleid.21.Welke reden heb ik er voor, hem niet te vreezen, die mij geschapen heeft, en tot wien gij allen zult terugkeeren.22.Zal ik andere goden buiten hem kiezen? Indien het den Barmhartige behaagt, mij te bedroeven, zal hunne bemiddeling mij volstrekt niet baten, ook kunnen zij mij niet bevrijden.23.Dan zou ik in eene duidelijke dwaling verkeeren.24.Waarlijk, ik geloof in uwen Heer; luistert dus naar mij.25.Maar zij steenigden hem en toen hij stierf, werd tot hem gezegd: Treed het paradijs binnen.26.En hij zeide: O, dat mijn volk wist, hoe genadig God mij is geweest! want hij heeft mij hoogelijk vereerd.27.En nadat zij hem hadden gedood, zonden wij geen leger van den hemel tegen zijn volk af, noch de andere werktuigen van vernietiging, welke wij in vroegere dagen tegen de ongeloovigen afzonden.28.Er was slechts een kreet vanGabriëluit den hemel en, zie, zij werden geheel uitgeroeid.29.O, hoe ellendig zijn de menschen! Geen gezant kwam tot hen of zij lachten hem met verachting uit.30.Overwegen zij niet, hoeveel geslachten wij vóór hen hebben verdelgd?31.Waarlijk, zij zullen niet tot hen terugkeeren.32.Maar allen, in het algemeen, zullen voor ons worden verzameld.33.Een teeken der opstanding voor hen is de verdroogde, doode aarde9; wij verkwikken die door den regen, en doen daaruit verschillende soorten van granen voortkomen, waarvan zij eten.34.En wij vormden daar tuinen van palmboomen en wijngaarden, en wij deden er fonteinen ontspringen.35.Opdat zij van hunne vruchten en van den arbeid hunner handen zouden mogen eten. Zullen zij daarvoor niet dankbaar wezen?36.Geloofd zij hij, die alle soorten heeft geschapen, zoowel van de planten welke de aarde voorbrengt, als onder de menschen en onder de dingen, welke zij niet kennen.37.De nacht is mede een teeken voor hen: wij nemen den dag daarvan weg en, zie, zij zijn met duisternis bedekt.38.En de zon spoedt zich naar hare rustplaats10. Dit is de beschikking van den machtigen, den wijzen God.39.En voor de maan hebben wij zekere verblijfplaatsen aangewezen11, opdat zij verandere, en weder gelijk worde aan den ouden, gekromden tak van een palm12.40.Het is der zon niet gegeven de maan in haren loop te bereiken, noch dat de nacht den dag vooruitstreeft; maar ieder dezer lichten beweegt zich in eene afzonderlijke sfeer.41.Het is ook een teeken voor hen, dat zij hunne nakomelingschap in een schip bewaarden met alles gevuld13.42.En dat wij voor hen andere, daaraan gelijke inrichtingen hebben gevormd14, waarop zij rijden.43.Indien het ons behaagt, verdrinken wij hen, en er is niemand om hen te helpen; ook worden zij niet bevrijd.44.Tenzij door onze genade, en opdat zij zich nog eenigen tijd in dit leven zouden mogen verheugen.45.Toen tot hen werd gezegd: Vreesthetgeen vóór u en hetgeen achter u is15opdat gij genade moogt verwerven, keerden zij van u weg.46.En gij brengt hun geen teeken van de teekenen van uwen Heer, of zij wenden zich daarvan af.47.En als hun wordt gezegd: Geeft aalmoezen van het geen God u heeft geschonken, zeggen de ongeloovigen, spottenderwijze, tot hen die gelooven: Zullen wij dengenen voeden, dien God kan voeden, zoo het hem behaagt16? Waarlijk, gij verkeert in eene duidelijke dwaling.48.En zij zeggen: wanneer zal deze belofte der opstanding vervuld worden, indien gij de waarheid spreekt?49.Zij wachten slechts op een klank van de trompet17, die hen zal overvallen, terwijl zij met elkander twisten.50.En zij zullen geen tijd hebben om eenige beschikking over hunne bezittingen te maken, en zij zullen niet tot hun gezin terugkeeren.51.De trompet zal weder klinken; en ziet, zij zullen uit hunne graven voortkomen en zich naar hunnen Heer spoeden.52.Zij zullen zeggen: Wee over ons! wie heeft ons van ons bed gewekt18? Dit is wat de Barmhartige ons heeft beloofd, en zijne gezanten spraken de waarheid.53.Het zal slechts één klank van den trompet zijn, en ziet, zij zullen allen voor ons worden verzameld.54.Op dien dag zal geene ziel in het minste onrechtvaardig worden behandeld; ook zult gij niet anders vergolden worden, dan overeenkomstig hetgeen gij zult hebben verricht.55.Op dien dag zullen de bewoners van het paradijs geheel met vreugde vervuld zijn.56.Zij en hunne vrouwen zullen in schaduwrijke boschjes rusten, tegen heerlijke zetels leunende.57.Daar zullen zij vruchten hebben, en zij zullen alles verkrijgen, wat zij zullen begeeren.58.Vrede zal het woord zijn, dat den rechtvaardige door den barmharigen God zal worden toegesproken.59.Maar hij zal tot de zondaren zeggen: Weest gij, o zondaren! dezen dag van de rechtvaardigen gescheiden.60.Beval ik u niet, o zonen vanAdam! dat gij Satan niet zoudt aanbidden, daar hij voor u een openlijke vijand was.61.En zeide ik niet: Vereert mij; dit is de ware weg.62.Maar thans heeft hij een groot aantal uwer verleid; begrijpt gij het niet?63.Dit is de hel, waarmede gij werdt bedreigd.64.Heden wordt gij er in geworpen om verbrand te worden, omdat gij ongeloovig waart.65.Op dien dag zullen wij hunne monden dichtzegelen, opdat zij die niet te hunner eigen verdediging kunnen openen,en hunne handen zullen tot ons spreken, en hunne voeten zullen getuigenis afleggen van hetgeen zij hebben bedreven.66.Indien het ons behaagde, konden wij hunne oogen uitsteken, en zij zouden naijverig op den weg voorthollen, dien zij gewoon zijn te kiezen; en hoe zouden zij hunne dwaling zien?67.En indien het ons behaagde, zouden wij hen in andere gedaante kunnen hervormen; zij zouden niet instaat zijn te vertrekken, en zij zouden geen berouw gevoelen19.68.Hem, wien wij een lang leven schenken, doen wij het lichaam door ouderdom krommen. Zullen zij dit niet begrijpen?69.Wij hebbenMahometde dichtkunst niet geleerd20; ook is het niet nuttig voor hem, een dichter te wezen. Dit boek is slechts eene vermaning van God en een duidelijke Koran.70.Opdat hij die leeft21, daardoor moge gewaarschuwd worden; en het vonnis der veroordeeling zal rechtvaardig op de ongeloovigen worden uitgevoerd.71.Overwegen zij niet, dat wij onder de dingen, welke onze handen hebben gewrocht, veel van verschillende soorten hebben geschapen, waarvan zij bezitters zijn.72.En dat wij hun dat hebben onderworpen? Sommige van deze dienen om er op te rijden, en sommige voeden hen.73.Zij ontvangen daarvan nog andere voordeelen, en drinken van hare melk. Zullen zij dus niet dankbaar wezen?74.Zij hebben andere goden naast God genomen, in de hoop, dat zij daardoor zouden worden ondersteund.75.Maar deze zijn niet in staat, hun eenige ondersteuning te verleenen: zij zijn het veeleer, die als leger vóór hunne godheden dienen.76.Laten hunne woorden u dus niet bedroeven: wij kennen wat zij heimelijk verbergen, en datgene wat zij openlijk ontdekken.77.Weet de mensch niet, dat wij hem van zaad hebben geschapen? Maar ziet, hij is een openlijke bestrijder der opstanding.78.Hij stelt ons eene vergelijking voor, en hij vergeet zijn schepping (zijn oorsprong). Hij zegt: Wie zal de beenderen, als zij verrot zijn, tot het leven terugbrengen22?79.Antwoord: Hij zal ze tot het leven terugbrengen, welke die het allereerst voortbracht: want hij is bedreven in iedere soort van schepping.80.Wie geeft u vuur uit den groenen boom23, waarmede gij uwe brandstof ontsteekt.81.Is hij, die de hemelen en de aarde geschapen heeft, niet in staat nieuwe wezens gelijk aan hen te scheppen.82.Zijn bevel, als hij een ding verlangt, is slechts dat hij zegt: Wees! en het is.83.Geloofdzij dus hij, in wiens hand het koninkrijk van alle dingen is, en tot wien gij op den jongsten dag zult terugkeeren.1De beteekenis dezer lettersYa. Sin, is onbekend. Sommigen beweren echter, op grond eener overlevering vanEbn Abbas, dat zij hier staan, in plaats vanYa isan, zijnde: O mensch! Dit hoofdstuk, wordt gezegd, verscheidene andere titels te hebben, welke het vanMahometzelven zou hebben ontvangen, en vooral dien van het hart van den Koran. De Mahomedanen lezen dit bij stervende personen, en wel in hunne laatste oogenblikken (ZieBobov.De visit. aegrot.p. 17).2Zijnde het vonnis der verdoemenis, dat door God, bij den val vanAdam, tegen het meerendeel der geniussen en menschen, werd uitgesproken (ZieHoofdstuk VII, vers 12:hoofdstuk XI, vers 120enz.)3Of halsbanden, zooals die beschreven zijn inHoofdstuk XIII vers 6.4Men zegt dat toen de Koreïshieten, tengevolge van een besluit dat zij hadden genomen, een uitgezocht aantal mannen zonden, omMahometshuis te bezetten en hem te dooden, de profeet,Aliop zijn bed deed liggen om de moordenaars te misleiden, naar buiten ging en eene handvol stof op hen wierp, onder het herhalen der negen eerste verzen van dit Hoofdstuk die hier eindigen. Zij werden daarop met blindheid geslagen, zoodat zij hem niet konden zien.5Zooals hun goed of slecht voorbeeld, leer, enz.6Om deze plaats te verklaren, geven de uitleggers het volgende verhaal: Het volk vanAntiochiëwas uit afgodendienaars samengesteld, weshalveJezustwee zijner leerlingen daarheen zond om er te prediken. Toen zij de stad naderden, vonden zijHabib, bijgenaamdal Najjar, of de timmerman, die schapen weidde en dien zij met hunne boodschap bekend maakten. Hij vroeg hun daarop, welk bewijs zij voor hunne waarachtigheid hadden, tengevolge waarvan zij verhaalden, dat zij de zieken, de blinden en de melaatschen konden genezen; en om de waarheid te bewijzen van hetgeen zij zeiden, legden zij hunne handen op een hem toebehoorend kind, dat ziek was, en gaven het onmiddellijk de gezondheid terug.Habibwas door dit wonder overtuigd en geloofde, waarna zij de stad binnentrokken en de vereering van den waren God predikten, terwijl zij een groot aantal menschen van verschillende gebreken genazen. Eindelijk kwam de zaak echter ter oore van den vorst, die bevel gaf hen gevangen te nemen, daar zij getracht hadden het volk te misleiden. ToenJezusdit hoorde, zond hij een ander zijner leerlingen, die algemeen verondersteld wordtSimonofPetruste zijn geweest, en die, naarAntiochiëkomende en een ijverig afgodendienaar schijnende te zijn, spoedig in de gunst der bewoners en van hunnen vorst wist te dringen, en eindelijk de gelegenheid te baat nam, zijn verlangen te kennen te geven, dat de vorst bevel zou geven, de beide personen, die, naar hij vernomen had, wegens het verspreiden van nieuwe meeningen in de gevangenis waren geworpen, voor hem te brengen om ondervraagd te worden, welk verzoek werd toegestaan. NadatPetrushen vooraf in het geheim had gewaarschuwd, niet te doen blijken dat zij hem kenden, vroeg hij hun, wie hen had gezonden, waarop zij antwoordden: God, die alle dingen heeft geschapen, en geen metgezel heeft. Hij vroeg hun daarop om een overtuigend bewijs voor hunne zending,waarop zij een blinden man het gezicht teruggaven, en eenige andere wonderen verrichtten.Petrusscheen daarmede niet tevreden, omdat volgens sommigen, ook hij diezelfde wonderen kon verrichten, maar hij verklaarde, dat, indien hun God hen in staat kon stellen de dooden op te wekken, hij hen zou gelooven. De apostelen namen deze voorwaarde aan, waarop een jongeling werd gebracht, die reeds sedert zeven dagen dood was en op hunne gebeden weder levend werd. Daarop verklaardePetruszich overtuigd: hij liep weg, vernietigde de afgodsbeelden; een groot aantal des volks volgde hem, en omhelsde het ware geloof, maar zij die niet geloofden, werden verdelgd door den kreet van den engelGabriël(Al Zamakshari,Al Beidâwi, enz.). ZieMaracc.in Alc.p. 580.7Zijnde: Indien u eenig overkomt, zal dit het gevolg zijn van uw eigen weerspannigheid en ongeloof.8Dit wasHabbib Al Najjar, wiens martelaarschap hier wordt beschreven. Zijn graf is nog te zien nabijAntiochië, en wordt veel door de Mahomedanen bezocht (ZieSchultens,Indic. Geogr. ad calcem. Vitae Saladini, voce Antiochia).9ZieHoofdstuk XXIX, vers 18, noot.10Dat is: zij haast zich haren dagelijkschen loop af te leggen, terwijl het ondergaan der zon op het ter ruste gaan van een reiziger gelijkt.11Dit zijn achtentwintig constellatiën, door eene van welke de maan iederen nacht heengaat, en welke van daar woningen of huizen van de maan genoemd worden.12Savaryvertaalt dit aldus: “Wij hebben de phasen der maan aangewezen en het oogenblik waarop zij opgehangen schijnt als de trossen van den dadelboom”. Hij voegt er tevens bij, dat de dadelboom twee of drie groote trossen voortbrengt, die van zijn top uitwassen en nederhangen.Salezegt bij deze plaats: Want als een palmtak oud wordt, krimpt hij, en wordt gekronkeld en geel, waardoor de verschijning van de nieuwe maan niet onaardig wordt voorgesteld.13Sommigen veronderstellen, dat hier de redding vanNoachen zijne makkers in de ark wordt bedoeld.14Zooals kameelen, die de landschepen zijn; ook de lichtere schepen en booten.15De straf van deze wereld en van de volgende.16Toen de arme Moslems aan de rijkere Koreïshieten aalmoezen vroegen, zeiden zij, dat, indien God voor hen kon zorgen en het niet deed, dit een bewijs was, dat zij zijne gunst niet zoozeer verdienden als zij zelven; terwijl nochtans God sommigen behoeftig doet zijn, om de rijken te beproeven en hun gelegenheid te geven, weldadigheid uit te oefenen.17Zie de noten vanHoofdstuk XXXIX.18Want zij zullen gedurende de tijdruimte tusschen dit herhaalde trompetgeschal slapen en geene pijn gevoelen (Jallalo’ddin).19Dit is: Zij verdienen aldus te worden behandeld om hun ongeloof en hunne ongehoorzaamheid; maar wij verdragen hen uit genade en verleenen hun uitstel.20Dit strekt tot antwoord aan de ongeloovigen, die beweerden, dat de Koran slechts een dichterlijk samenstelsel was.21Zijnde: Zij die met verstand zijn begaafd; daar de dommen en zorgeloozen met dooden gelijk staan.22ZieHoofdstuk XVI, vers 4, noot.23De gewone wijze in het oosten om vuur te verkrijgen, bestaat daarin, dat men twee stukken hout tegen elkander strijkt, waarvan een gewoonlijk is van den boom Markh, en het andere van dien,Affargenaamd. Daaruit komt het vuur voort, hoewel het hout groen en vochtig is. (ZieHydedeReb vet. Pers. c. 25 p. 333 etc).Zeven en Dertigste Hoofdstuk.Zij die zich in orde scharen.Gegeven teMédina.—182 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de engelen, die zich in orde scharen1.2.En bij hen die de wolken voortdrijven en verspreiden.3.En bij hen, die den Koran lezen als eene vermaning,4.Waarlijk, uw Heer is eenig.5.De Heer van hemel en aarde en van alles wat daartusschen is, en de Heer van het Oosten2.6.Wij hebben den ondersten hemel met het versiersel der sterrren getooid.7.En wij hebben daarin een wachter tegen iederen weerspannigen duivel geplaatst.8.Opdat zij niet luisteren naar het gesprek der verheven vorsten (want zij worden van alle zijden bestormd),9.En eene zware marteling is voor hen gereed gemaakt.10.Behalve hij, die een woord steelsgewijze opvangt, en door eene vlammende schicht wordt getroffen3.11.Vraag daarom den bewoners vanMekka, of zij van nature sterker zijn dan de engelen welke wij hebben geschapen? Waarlijk wij hebben hen van harde klei geschapen.12.Gij verbaast u over Gods macht en hunne weêrspannigheid; maar zij spotten over de bewijsmiddelen,welke aangevoerd worden om hen te overtuigen.13.Als zij gewaarschuwd worden, nemen zij geene waarschuwing aan.14.En als zij iets zien, spotten zij er mede.15.En zeggen: Dit is niet anders dan duidelijke tooverij.16.Nadat wij dood zullen wezen en tot stof en beenderen zijn geworden, zullen wij dan werkelijk tot het leven worden opgewekt.17.En onze voorvaderen ook?18.Antwoord: Ja! en dan zult gij veracht wezen.19.Er zal slechts eenmaal op de trompet worden geblazen, en zij zullen rond zien.20.En zullen zeggen: Wee over ons! Dit is de dag des oordeels.21.Dit is de dag der onderscheiding tusschen de rechtvaardigen en de zondaren, dien gij als eene leugen verwerpt.22.Verzamel degenen, die onrechtvaardig hebben gehandeld en hunne makkers, en deafgodenwelke zij aanbaden.23.Naast God, en leidt hen op den weg der hel.24.En plaats hen voor Gods vierschaar; want zijzullengeroepen worden om rekenschap af te leggen.25.Wat deert u, dat gij elkander niet verdedigt?26.Maar op dien dag zullen zij zich aan Gods oordeel onderwerpen.27.En zij zullen elkander naderen en onder elkander twisten.28.En de verleiden zullen zeggen tot hen die hen hebben verleid: Waarlijk, gij kwaamt tot ons met voorspellingen van voorspoed.29.En de verleiders zullen antwoorden: Neen! gij waart veeleer geene ware geloovigen; want wij hadden geene macht over u, om u te dwingen, maar gij hebt vrijwillig gezondigd.30.Daarom werd het vonnis van onzen Heer rechtvaardig over ons uitgesproken, en wij zullen zekerlijk zijne wraak proeven.31.Wij verleidden u, maar wij dwaalden ook zelven.32.Zij zullen op dezen dag dus beiden deelgenooten van dezelfde straf zijn.33.Zoo zullen wij met de zondaren handelen;34.Want toen er tot hen werd gezegd: Er is geen god buiten den waren God, bliezen zij zich op met hoogmoed.35.En zeiden: zullen wij onze goden voor een bezeten dichter verlaten?36.Neen! hij komt met de waarheid en legt getuigenis af voor de vroegere gezanten.37.Gij zult zekerlijk de pijnlijke martelingen der hel proeven.38.En gij zult niet vergolden worden, dan overeenkomstig uwe werken.39.Maar wat de oprechte dienaren Gods betreft.40.Zij zullen een zekeren voorraad in het paradijs hebben:41.Namelijk heerlijke vruchten, en zij zullen geëerd worden.42.Zij zullen in tuinen des vermaaks geplaatst worden.43.Leunende in tegenover elkander geplaatste zetels4.44.Een beker zal onder hen worden rondgereikt, gevuld aan eene heldere fontein;45.Een heerlijkheid voor hen, die er van zullen drinken.46Het zal het verstand niet benevelen, en zij zullen er niet door bedwelmd worden.47.En nabij hen zullen de maagden van het paradijs liggen, hare blikken, behalve van hunne bruidegommen, van ieder een afwendende, hebbende groote, zwarte oogen, en gelijkendeop de eieren van een struisvogel, zorgvol met vederen bedekt5.48.En zij zullen zich tot elkander wenden, en elkander vragen doen.49.En een van hen zal zeggen: Waarlijk, ik had een vertrouwden vriend, terwijl ik op de wereld leefde.50.Die tot mij zeide: Zijt gij een van hen, die de waarheid der opstanding betuigen?51.Nadat wij dood zullen zijn, en tot stof en beenderen veranderd wezen, zullen wij dan zekerlijk worden geoordeeld?52.Dan zal hij tot zijne makkers zeggen: Wilt gij nederzien?53.En zij zullen nederzien en hem in het midden der hel ontwaren.54.En hij zal tot hem zeggen: Bij God! er ontbrak weinig aan, of gij hadt mij verdorven.55.En was het niet door de genade van mijnen Heer, dan ware ik zeker aan eene eeuwige marteling overgeleverd geworden.56.Zullen wij een anderen dan onzen eersten dood sterven?57.Of ondergaan wij eenige straf?58.Waarlijk, wij genieten eene groote gelukzaligheid.59.Laten de arbeiders arbeiden om eene gelukzaligheid gelijk deze te verwerven.60.Is dit een beter onthaal, of de boom vanal Zakkum?661.Waarlijk, wij hebben dien aangeduid als eene aanleiding tot twist onder de onrechtvaardigen762.Het is een boom die aan den bodem der hel ontspruit.63.De vrucht daarvan gelijkt op de hoofdenvanduivelen8.64.De verdoemden zullen daarvan eten, en hunne buiken daarmede vullen.65Vervolgens zal hun een mengsel van vuil en kokend water te drinken worden gegeven.66.Daarna zullen zij in de hel terugkeeren.67.Zij bevonden dat hunne vaderen dwalende waren9.68.En zij traden haastig in hunne voetstappen;69.Want het meerendeel der oude volken dwaalden vóór hen.70.Wij zonden vroeger waarschuwers tot hen;71.Maar zie hoe ellendig het einde was van degenen, die gewaarschuwd werden.72.En die niet onze oprechte dienaren waren.73.Noachriep ons in vroegere dagen aan, en wij verhoorden hem genadiglijk.74.En wij bevrijdden hem en zijn gezin uit de groote ellende.75.Wij deden zijne nakomelingschap den zondvloed overleven, om de aarde te bevolken.76.En wij lieten hem de volgende begroeting door de verste nakomelingschap geven:77.Vrede zij opNoachonder alle schepselen!78.Zoo beloonen wij de rechtvaardigen.79.Want hij was een van onze dienaren, de ware geloovigen.80.Daarna verdronken wij de anderen.81.Abrahamwas mede van zijnen godsdienst10;82.Toen hij met een volkomen hart tot zijn Heer kwam.83Toen hij tot zijn vader en zijn volk zeide: Wat vreest gij?84.Kiest gij bij voorkeur valsche goden boven den waren God?85.Wat is dus uwe meening opzichtens den Heer aller schepselen?86.En hij beschouwde de sterren.87.En zeide: Waarlijk, ik zal ziek wezen11en niet bij uwe offeringen tegenwoordig zijn.88.En zij keerden zich af en verlieten hem12.89.EnAbrahamwendde zich in het geheim tot hunne goden, en zeide spottende tot hen: Eet gij niet van het vleesch dat u is voorgezet?90.Wat deert u, dat gij niet spreekt?91.En hij keerde zich tot hen, en sloeg hen met zijne rechterhand en vernietigde hen.92.En zijn volk kwam haastig tot hem.93.Hij zeide: Aanbidt gij de beelden die gij zelven snijdt?94.Terwijl God u heeft geschapen en ook datgene wat gij maakt.95.Zij zeiden: Richt een brandstapel voor hem op en werp hem in het gloeiende vuur. En zij smeedden eene list tegen hem.96.Maar wij deden hem het onderspit delven en bevrijdden hem13.97.EnAbrahamzeide: Waarlijk, ik ga tot mijnen Heer14, die mij zal richten.98.O Heer! geef mij eene rechtvaardige nakomelingschap.99.Daarom maakten wij hem bekend, dat hij een zoon zou bekomen, die een zachten aard zou hebben.100.En toen hij den ouderdom der jongelingschap had bereikt15, en zich met hem in de verrichtingen van den godsdienst kon vereenigen.101.ZeideAbrahamtot hem: O mijn zoon! waarlijk, ik zag in een droom, dat ik u als eene offerande zoude aanbieden16.overweeg dus wat gij meent, dat ik zal doen.102Hij antwoordde: O mijn vader! doe wat u bevolen werd; indien het Gode behaagt, zult gij bevinden dat ik het lijdzaam zal ondergaan.103.En toen zij beiden zich aan den goddelijken wil hadden onderworpen, enAbrahamzijn zoon voorover op het aangezicht had gelegd17.104.Riepen wij hem toe: OAbraham!105.Gij hebt aan uw visioen geloofd. Zoo beloonen wij den rechtvaardige.106.Waarlijk, dit was eene duidelijke proef.107.En wij losten zijn zoon met een edel slachtoffer uit.108.En wij lieten hem de volgende groete door de verste nakomelingschap bewaren;109.Namelijk: Vrede zij opAbraham!110.Zoo beloonen wij den rechtvaardige;111.Want hij was een onzer geloovige dienaren.112.Wij verblijdden hem met de belofte vanIzaäk, een rechtvaardigen profeet.113.En wij zegenden hem enIzaäk; en onder hunne nakomelingschap waren eenige rechtvaardigen, en anderen, die klaarblijkelijk hunne eigene zielen nadeel toebrachten.114.Wij waren ook vroeger genadig omtrentMozesenAäron.115.En wij bevrijdden hen en hun volk van eene groote ellende.116.Wij ondersteunden hen tegen de Egyptenaren, en zij werden overwinnaars.117.Wij gaven hun het duidelijke boek der wet.118.Wij leidden hen op den rechten weg.119.En wij lieten de volgende groete door de verstenakomelingschapvoor hen bewaren;120.Namelijk: Vrede zij opMozesenAäron!121.Zoo beloonen wij de rechtvaardigen.122.Want zij waren twee onzer geloovige dienaren.123.EnElias18was mede eendergenen, die door ons werden gezonden.124.Toen hij tot zijn volk zeide: Vreest gij God niet?125.Roept gijBaalaan, en verzaakt gij den uitmuntendsten schepper?126.God is uw Heer en de Heer uwer voorvaderen.127.Maar zij beschuldigden hem van bedrog.128.Weshalve zij aan de eeuwige straf zullen worden overgeleverd, behalve de oprechte dienaren Gods129.En wij lieten de volgende groete door de verste nakomelingschap voor hem bewaren.130.Namelijk: Vrede zij opIlyasin19!131.Zoo beloonen wij den rechtvaardige.132.Want hij was een onzer geloovige dienaren.133.EnLotwas mede een dergenen, die door ons werden gezonden.134.Toen wij hem en zijn geheel gezin bevrijden.135.Behalve eene oude vrouw, zijne huisvrouw, die omkwam met hen die achterbleven.136.Daarna verdelgden wij de anderen20.137.En gij, o bewoners vanMekka! komt de plaatsen voorbij waar zij eens hebben gewoond, als gij des ochtends reist.138.En des nachts. Zult gij dan niet begrijpen?139.Jonaswas mede een dergenen die door ons werden gezonden21.140.Toen hij in een geladen schip vluchtte22.141.En zij die aan boord waren, lootten onder elkander en hij werd veroordeeld23.142.En de visch verzwolg hem; want hij had eene bestraffing verdiend.143En indien hij niet eene ware geweest van hen die God loven24.144.Waarlijk, dan ware hij, tot den dag der opstanding, in den buik van den visch gebleven.145.En wij wierpen hem op het naakte strand, en hij wasziek25.146.Wij deden een pompoenplant26over hem heen groeien.147.Wij zonden hem daarna tot een volk van honderdduizend zielen of meer.148.En zij geloofden: daarom lieten wij hun dit leven nog voor eenigen tijd genieten.149.Vraag aan de bewoners vanMekkaof uw Heer dochters heeft gelijk zij zonen hebben27?150.Hebben wij ook de engelen van het vrouwelijke geslacht geschapen, en waren zij er getuigen van?151.Zeggen zij niet, volgens hunne eigene, valsche uitvinding:152.God heeft eene nakomelingschap gebaard? en zij zijn niet werkelijk leugenaars?153.Heeft hij bij voorkeur dochters boven zonen verkozen?154.Gij hebt geene reden aldus te oordeelen.155.Wilt gij dus niet vermaand wezen?156.Of hebt gij een duidelijk bewijs voor hetgeen gij zegt?157.Brengt thans uw boek der openbaringen voor den dag, indien gij de waarheid spreekt.158.En zij maken hem tot een verwante der geniussen28, terwijl de geniussen weten, dat hij, die zulke dingen verklaart, aan de eeuwige straf zal worden overgeleverd.159.(God is verheven, boven datgene wat zij nopens hem verklaren):160.Maar niet Gods oprechte dienaren.161.Maar gij en de goden, welke gij aanbidt,162.Zullen niemand nopens God verleiden.163.Behalve hem die bestemd is om in de hel verbrand te worden.164.Er is niemand van ons, of hij heeft een bestemde plaats.165.Wij scharen ons in orde,166.Gods bevelen afwachtende, en wij verkondigen den goddelijken lof29.167.De ongeloovigen zeiden:168.Indien wijdoor een boek met goddelijke openbaringen waren begunstigd geworden, van diegene welke aan de ouden werden geschonken.169.Zouden wij zeker oprechte dienaren Gods zijn geweest;170.Maar thans, nu de Koran is geopenbaard, gelooven zij daarin niet; doch hier namaals zullen zij het gevolg van hun ongeloof kennen.171.Ons woord werd vroeger aan onze dienaren, de gezanten, gegeven.172.Dat zij zekerlijk tegen de ongeloovigen zouden ondersteund worden,173.En dat onze legers de overwinning zouden behalen.174.Wend u dus gedurende eenen tijd van hen af.175.En zie de rampen die hen zullen bedroeven; want zij zullen uwe toekomstige overwinning en uwen voorspoed zien.176.Trachten zij daarom onze wraak te verhaasten?177.Waarlijk, wanneer die in hunne afgesloten hoven zal nederdalen, zal het een slechte ochtend zijn voor hen, die te vergeefs werden gewaarschuwd.178.Wend u dus voor eenigen tijd van hen af.179.Hierna zullen zij uwe overwinning en hunne straf ontwaren.180.Geloofd zij uw Heer, de Heer die verre verheven is boven hetgeen zij van hem verklaren!181.Vrede zij op zijne gezanten.182.En geloofd zij God, de Heer van alle schepselen!1Sommigen verstaan door deze woorden, de zielen der menschen die zich in gehoorzaamheid aan Gods wetten onderwerpen, en zich wegspoeden van alle ongeloof en zonden, of de zielen van hen, die zich in slagorde stellen, ten einde voor den waren godsdienst te strijden, en hunne paarden aanzetten om op de ongeloovigen aan te vallen enz. (Al Beidâwi).2Daar het oorspronkelijke woord in het meervoud staat, wordt het verondersteld de verschillende punten van den gezichtseinder te teekenen, van waar de zon in den loop van het jaar opstijgt, en die driehonderd zestig in getal zijn (gelijk aan het getal dagen van het oude, burgerlijke jaar) en hebbende evenveel overeenkomende punten, waar zij gedurende die tijdruimte achtervolgens ondergaat (Al Beidâwi,Yahya).Maracciveronderstelt, zonder daarvoor eenigen grond aan te voeren, dat deze uitlegging is gebouwd op de dwaling van onderscheiden werelden (Marracc. inAlc. p. 589).3ZieHoofdstuk XV, vers 18.4ZieHoofdstuk XV, vers 47, noot.5Dit moge den Europeanen een zonderlinge vergelijking schijnen; maar de oosterlingen denken, dat niets zoozeer der kleur van eene fijne vrouwenhuid nabijkomt, als die van een struisei, als het geheel zuiver is gebleven.6Er is een doornachtige boom die zoo genaamd wordt en inTehamabloeit. Deze draagt vruchten op den amandel gelijkende, maar zeer bitter. Daarom heeft men dezen naam aan den helschen boom gegeven.7De ongeloovigen begrijpen namelijk niet, hoe er een boom in de hel zou kunnen groeien, waar zelfs de steenen als brandstof dienen.8Of van slangen, afzichtelijk voor het oog. Het oorspronkelijke woord heeft beide beteekenissen.9Sommigen veronderstellen, dat het bovenvermelde onthaal de verwelkoming der verdoemden zal wezen, alvorens zij die plaats binnengaan; en anderen, dat hun van tijd tot tijd zal worden toegestaan uit de hel te komen, om hunne brandende vloeistof te drinken.10WantNoachen hij kwamen in de hoofdpunten overeen zoowel wat geloof, als wat handelen betreft: doch de tijdruimte tusschen hen beiden bedroeg niet minder dan 2640 jaren (Al Beidâwi).11Hij deed alsof hij dit uit den aanblik der hemelen kon opmaken; daar het volk zeer tot het bijgeloof der sterrenwichelarij overhelde, en gebruikte het tot zijne verontschuldiging, dat hij afwezig zou zijn bij hun feest, waartoe zij hem hadden uitgenoodigd.12Vreezende, dat hij eene aanstekende ongesteldheid had (Al Beidâwi).13ZieHoofdstuk XXI, vers 70enz.14Zijnde: werwaarts bij mij heeft bevolen.15Hij was toen dertien jaar oud (Al Beidâwi).16De uitleggers zeggen, datAbrahamhet bevel, om zijn zoon te offeren, in een visioen ontving, dat hij, in den achtsten nacht van de maandDhoe’lhajazag. Ten einde hem echter te verzekeren, dat die niet van den duivel afkomstig was, hetgeen hij geneigd was te gelooven, werd hetzelfde visioen, den volgenden nacht herhaald, waardoor hij wist dat het van God kwam. Den volgenden nacht zag hij het ten derdenmale; alsnu besloot hij er aan te gehoorzamen en zijn zoon te offeren. Vanhier denkensommigen dat de 8e, 9e en 10e dagen vanDhoelhaja,Yawin atterwiija,yawm arafat,yawm alnehrgenoemd worden, zijnde de dag van het visioen, de dag der kennis, en de dag der offerande. Het meest algemeene denkbeeld onder de Mahomedanen is echter, dat de zoon, dieAbrahamwerd geofferd, nietIzaäk, maarIsmaëlwas, daarIsmaëlop dat tijdstip zijn eenige zoon was; want de belofte vanIzaäksgeboorte wordt lager vermeld, als, in tijd, op deze gebeurtenis volgende. Zij voeren ook de verklaring van hunnen profeet aan, die volgens het verhaal gezegd zou hebben: Ik ben de zoon der beiden, die als offerande werden aangeboden; daarmede zijn grooten voorvader en zijn eigen vaderAbd’allahbedoelende,Abdelmottalibhad namelijk beloofd, dat, indien God hem zou veroorloven de bronZemzemop te sporen en te openen, en hem tien zonen zou geven, hij een daarvan zou willen offeren. Toen dus in beide opzichten aan zijn verlangen was voldaan, lootte hij tusschen zijne zonen, en daar het lot opAbd’allahviel, kocht hij hem los door honderd kameelen te offeren, hetgeen volgens deSonna, de prijs was voor het bloed van een mensch (Al Beidâwi,Jallalo’ddin.Al Zamakshari). Zie bl.7.17De uitleggers voegen er bij, datAbrahamreeds zoo ver gekomen was, dat hij op het punt stond, het mes met al zijne kracht door den strot van den jongeling te stooten, maar dat hij op wonderdadige wijze werd verhinderd hem te deren (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).18De Mahomedanen veronderstellen algemeen, dat deze profeet dezelfde was, alsAl Khedren verwarren hen metPhineas(ZieHoofdstuk XVIII, vers 64, noot) en somtijds metEdrisofEnoch. Sommigenzeggen, dat hij de zoon was vanYasinen nauw verwant met Aäron, terwijl anderen veronderstellen, dat hij een geheel verschillend persoon was. Hij werd tot de bewoners vanBaalbecinSyrië, hetHeliopolisder Grieken gezonden, ten einde hen af te brengen van hunne vereering van hunnen afgodBaalof de zon, wiens naam een deel van dien der stad uitmaakt, die oulingsBeccwerd genoemd (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).19De uitleggers weten niet recht wat zij van dit woord zullen maken. Sommigen meenen, dat dit het meervoud vanEliasis, of, zooals de Arabieren het schrijven,Ilyas, en dat daarmede zoowel de profeet of zijne volgelingen worden bedoeld, als zij die hem gelijken. Anderen scheiden het woord, en lezenEl Yasin, zijnde: Het gezin vanYasin, de vader van Elias, overeenkomstig hetgeen in de vorige noot wordt vermeld; anderen weder zijn van oordeel, dat erMahometof de Koran, of eenig ander boek der schriften mede bedoeld wordt. De meest waarschijnlijke veronderstelling is echter, datIlyasenIlyasindezelfde namen zijn, of denzelfden persoon beteekenen, zooalsSinaïenSinindenzelfden berg aanduiden; aangezien hier de laatste lettergreep slechts aan het woord is toegevoegd, om de cadans bij het slot van het vers te behouden.20ZieHoofdstuk VII, vers 82enHoofdstuk XI, vers 83.21ZieHoofdstuk X, vers 98.22ZieHoofdstuk XXI, vers 87.23Zijnde: Hij werd door het lot aangewezen.24Deze woorden schijnen vooral betrekking te hebben op de gebeden vanJonas, terwijl hij zich in den buik van den walvisch bevond (ZieHoofdstuk XXI, vers 87).25Door hetgeen hij had doorstaan, werd zijn lichaam gelijk aan dat van een pasgeboren kind (Al Beidâwi). Men zegt dat de visch, naJonasverzwolgen te hebben, met den kop boven water, achter het schip zwom, opdat de profeet zou kunnen ademhalen. Deze ging voort God te loven, tot de visch aan land kwam en hem uitbraakte. De meeningen der Mahomedaansche schrijvers, nopens den tijd dienJonasin den buik van den visch doorbracht, verschillen zeer veel. Sommige veronderstellen dat het een deel van een dag was, andere drie, zeven, twintig, en sommige zelfs veertig dagen (Al Beidâwi).26Het oorspronkelijke woord (Jaktin) beteekent eene plant, die zich over den grond uitspreidt, die geen opstaanden stengel heeft om haar te ondersteunen, en bijzonder eene pompoen. Sommigen veronderstellen echter dat de plant vanJonaseen vijgenboom was, of anderen de kleine boom of struikMauz(Al Beidâwi) genaamd, die zeer groote bladeren en uitmuntende vruchten voortbrengt (ZieJ. Leon.Descr. Afric. lib. 9Gab. Sionitde Urb. Oriënt, ad calcem. Geogr. Nub.p. 32 enHottinger.Hist. Oriënt.p. 78 etc.)27ZieHoofdstuk XVI, vers 59.28Dat is: de engelen, die mede onder den naam van geniussen zijn begrepen, zijnde eene soort van hen. Sommigen zeggen, dat de ongeloovigen zoo ver gingen, te verklaren dat God en de duivels broeders waren (AlBeidâwi).29Deze woorden worden verondersteld door de engelen te worden gesproken, waarbij zij de vereering, hun door de afgodendienaars toegebracht, afwijzen en verklaren, dat zij ieder hunne taak en standplaats hebben, hun door God aangewezen, wiens bevelen zij ten alle tijde bereidzijn uit te voeren, en wiens lof zij aanhoudend zingen. Er zijn echter sommige uitleggers, die denken, dat dit de woorden vanMahometen diens volgelingen zijn, daar de bedoeling zou wezen, dat ieder van hen eene voor hen bestemde plaats in het paradijs heeft, en dat zij de engelen zijn, die zich voor God in orde scharen, ten einde hem te vereeren en te aanbidden, en die zijn lof verkondigen, door ieder valsch denkbeeld te verwerpen, dat de waardigheid der goddelijke wijsheid en kracht zou kunnen verminderen.

Zes en Dertigste Hoofdstuk.Y. S.1Geopenbaard teMekka—83 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ya Sin. Ik zweer bij den onderrichtenden Koran.2.Dat gij een der gezanten van God zijt.3.Gezonden om den rechten weg te toonen.4.Dit is eene openbaring van den machtigen, den barmhartigen God.5.Opdat gij een volk zoudt waarschuwen, welks vaderen niet gewaarschuwd waren en dat in achteloosheid leeft.6.Ons oordeel2is rechtvaardig uitgesproken tegen het meerendeel. Immers, zij zullen niet gelooven.7.Wij hebben jukken3op hunnen nek gelegd, die tot aan hunnekin reiken, en zij zijn gedwongen hunne hoofden overeind te houden;8.En wij hebben een staak vóór hen, en een staak achter hen geplaatst, en wij hebben hen met duisternis bedekt; daarom zullen zij niet zien.9.Het zal hun gelijk zijn, hetzij gij al of niet tot hen predikt: zij zullen niet gelooven4.10.Maar gij zult alleen met goeden uitslag prediken tot hem, die de vermaning van den Koran volgt, en den Barmhartigen in het geheim vreest. Breng dus goede tijdingen van genade tot hen en eene eervolle belooning.11.Waarlijk, wij zullen de dooden tot het leven terugbrengen, en hunne werken opteekenen, welke zij voor zich uit zullen hebben gezonden, en hunne voetstappen, die zij achter zich zullen hebben gelaten5; en iedere zaak plaatsen wij in een duidelijk register.12.Stel hun, als een voorbeeld, de bewoners der stad vanAntiochiëvoor, toen de Apostelen vanJezusdaarheen kwamen6.13.Toen wij tweevan deze tot hen zouden; maar zij beschuldigden hen van bedrog. Daarom versterkten wij hen met een derden. En zij zeiden: Waarlijk wij zijn u door God gezonden.14.De inwoners antwoordden: Gij zijt niet anders dan menschen, zooals wij zijn; nimmer heeft de Barmhartige u iets geopenbaard: gij maakt slechts een leugen bekend.15.De apostelen hernamen: Onze heer weet, dat wij werkelijk tot u zijn gezonden.16.En onze plicht is alleen in het openbaar te prediken.17.Die vanAntiochiëzeiden. Waarlijk, wij voorzien kwaad van u; indien gij niet met prediken ophoudt, zullen wij u zekerlijk steenigen, en u zal eene smartelijke straf door ons worden opgelegd.18.De apostelen antwoordden: Uwe kwade voorspelling is met u zelven7; doch gij wilt in uwe dwalingen volharden, niettegenstaande gij gewaarschuwd zijt. Waarlijk, gij zijt een volk, dat overmatig zondigt.19.En zeker man8kwam angstig van de verder gelegen gedeelten der stad, en zeide: O mijn volk! volgt de gezanten van God.20.Volgt hen, die geene belooning van u vragen; want deze worden op den rechten weg geleid.21.Welke reden heb ik er voor, hem niet te vreezen, die mij geschapen heeft, en tot wien gij allen zult terugkeeren.22.Zal ik andere goden buiten hem kiezen? Indien het den Barmhartige behaagt, mij te bedroeven, zal hunne bemiddeling mij volstrekt niet baten, ook kunnen zij mij niet bevrijden.23.Dan zou ik in eene duidelijke dwaling verkeeren.24.Waarlijk, ik geloof in uwen Heer; luistert dus naar mij.25.Maar zij steenigden hem en toen hij stierf, werd tot hem gezegd: Treed het paradijs binnen.26.En hij zeide: O, dat mijn volk wist, hoe genadig God mij is geweest! want hij heeft mij hoogelijk vereerd.27.En nadat zij hem hadden gedood, zonden wij geen leger van den hemel tegen zijn volk af, noch de andere werktuigen van vernietiging, welke wij in vroegere dagen tegen de ongeloovigen afzonden.28.Er was slechts een kreet vanGabriëluit den hemel en, zie, zij werden geheel uitgeroeid.29.O, hoe ellendig zijn de menschen! Geen gezant kwam tot hen of zij lachten hem met verachting uit.30.Overwegen zij niet, hoeveel geslachten wij vóór hen hebben verdelgd?31.Waarlijk, zij zullen niet tot hen terugkeeren.32.Maar allen, in het algemeen, zullen voor ons worden verzameld.33.Een teeken der opstanding voor hen is de verdroogde, doode aarde9; wij verkwikken die door den regen, en doen daaruit verschillende soorten van granen voortkomen, waarvan zij eten.34.En wij vormden daar tuinen van palmboomen en wijngaarden, en wij deden er fonteinen ontspringen.35.Opdat zij van hunne vruchten en van den arbeid hunner handen zouden mogen eten. Zullen zij daarvoor niet dankbaar wezen?36.Geloofd zij hij, die alle soorten heeft geschapen, zoowel van de planten welke de aarde voorbrengt, als onder de menschen en onder de dingen, welke zij niet kennen.37.De nacht is mede een teeken voor hen: wij nemen den dag daarvan weg en, zie, zij zijn met duisternis bedekt.38.En de zon spoedt zich naar hare rustplaats10. Dit is de beschikking van den machtigen, den wijzen God.39.En voor de maan hebben wij zekere verblijfplaatsen aangewezen11, opdat zij verandere, en weder gelijk worde aan den ouden, gekromden tak van een palm12.40.Het is der zon niet gegeven de maan in haren loop te bereiken, noch dat de nacht den dag vooruitstreeft; maar ieder dezer lichten beweegt zich in eene afzonderlijke sfeer.41.Het is ook een teeken voor hen, dat zij hunne nakomelingschap in een schip bewaarden met alles gevuld13.42.En dat wij voor hen andere, daaraan gelijke inrichtingen hebben gevormd14, waarop zij rijden.43.Indien het ons behaagt, verdrinken wij hen, en er is niemand om hen te helpen; ook worden zij niet bevrijd.44.Tenzij door onze genade, en opdat zij zich nog eenigen tijd in dit leven zouden mogen verheugen.45.Toen tot hen werd gezegd: Vreesthetgeen vóór u en hetgeen achter u is15opdat gij genade moogt verwerven, keerden zij van u weg.46.En gij brengt hun geen teeken van de teekenen van uwen Heer, of zij wenden zich daarvan af.47.En als hun wordt gezegd: Geeft aalmoezen van het geen God u heeft geschonken, zeggen de ongeloovigen, spottenderwijze, tot hen die gelooven: Zullen wij dengenen voeden, dien God kan voeden, zoo het hem behaagt16? Waarlijk, gij verkeert in eene duidelijke dwaling.48.En zij zeggen: wanneer zal deze belofte der opstanding vervuld worden, indien gij de waarheid spreekt?49.Zij wachten slechts op een klank van de trompet17, die hen zal overvallen, terwijl zij met elkander twisten.50.En zij zullen geen tijd hebben om eenige beschikking over hunne bezittingen te maken, en zij zullen niet tot hun gezin terugkeeren.51.De trompet zal weder klinken; en ziet, zij zullen uit hunne graven voortkomen en zich naar hunnen Heer spoeden.52.Zij zullen zeggen: Wee over ons! wie heeft ons van ons bed gewekt18? Dit is wat de Barmhartige ons heeft beloofd, en zijne gezanten spraken de waarheid.53.Het zal slechts één klank van den trompet zijn, en ziet, zij zullen allen voor ons worden verzameld.54.Op dien dag zal geene ziel in het minste onrechtvaardig worden behandeld; ook zult gij niet anders vergolden worden, dan overeenkomstig hetgeen gij zult hebben verricht.55.Op dien dag zullen de bewoners van het paradijs geheel met vreugde vervuld zijn.56.Zij en hunne vrouwen zullen in schaduwrijke boschjes rusten, tegen heerlijke zetels leunende.57.Daar zullen zij vruchten hebben, en zij zullen alles verkrijgen, wat zij zullen begeeren.58.Vrede zal het woord zijn, dat den rechtvaardige door den barmharigen God zal worden toegesproken.59.Maar hij zal tot de zondaren zeggen: Weest gij, o zondaren! dezen dag van de rechtvaardigen gescheiden.60.Beval ik u niet, o zonen vanAdam! dat gij Satan niet zoudt aanbidden, daar hij voor u een openlijke vijand was.61.En zeide ik niet: Vereert mij; dit is de ware weg.62.Maar thans heeft hij een groot aantal uwer verleid; begrijpt gij het niet?63.Dit is de hel, waarmede gij werdt bedreigd.64.Heden wordt gij er in geworpen om verbrand te worden, omdat gij ongeloovig waart.65.Op dien dag zullen wij hunne monden dichtzegelen, opdat zij die niet te hunner eigen verdediging kunnen openen,en hunne handen zullen tot ons spreken, en hunne voeten zullen getuigenis afleggen van hetgeen zij hebben bedreven.66.Indien het ons behaagde, konden wij hunne oogen uitsteken, en zij zouden naijverig op den weg voorthollen, dien zij gewoon zijn te kiezen; en hoe zouden zij hunne dwaling zien?67.En indien het ons behaagde, zouden wij hen in andere gedaante kunnen hervormen; zij zouden niet instaat zijn te vertrekken, en zij zouden geen berouw gevoelen19.68.Hem, wien wij een lang leven schenken, doen wij het lichaam door ouderdom krommen. Zullen zij dit niet begrijpen?69.Wij hebbenMahometde dichtkunst niet geleerd20; ook is het niet nuttig voor hem, een dichter te wezen. Dit boek is slechts eene vermaning van God en een duidelijke Koran.70.Opdat hij die leeft21, daardoor moge gewaarschuwd worden; en het vonnis der veroordeeling zal rechtvaardig op de ongeloovigen worden uitgevoerd.71.Overwegen zij niet, dat wij onder de dingen, welke onze handen hebben gewrocht, veel van verschillende soorten hebben geschapen, waarvan zij bezitters zijn.72.En dat wij hun dat hebben onderworpen? Sommige van deze dienen om er op te rijden, en sommige voeden hen.73.Zij ontvangen daarvan nog andere voordeelen, en drinken van hare melk. Zullen zij dus niet dankbaar wezen?74.Zij hebben andere goden naast God genomen, in de hoop, dat zij daardoor zouden worden ondersteund.75.Maar deze zijn niet in staat, hun eenige ondersteuning te verleenen: zij zijn het veeleer, die als leger vóór hunne godheden dienen.76.Laten hunne woorden u dus niet bedroeven: wij kennen wat zij heimelijk verbergen, en datgene wat zij openlijk ontdekken.77.Weet de mensch niet, dat wij hem van zaad hebben geschapen? Maar ziet, hij is een openlijke bestrijder der opstanding.78.Hij stelt ons eene vergelijking voor, en hij vergeet zijn schepping (zijn oorsprong). Hij zegt: Wie zal de beenderen, als zij verrot zijn, tot het leven terugbrengen22?79.Antwoord: Hij zal ze tot het leven terugbrengen, welke die het allereerst voortbracht: want hij is bedreven in iedere soort van schepping.80.Wie geeft u vuur uit den groenen boom23, waarmede gij uwe brandstof ontsteekt.81.Is hij, die de hemelen en de aarde geschapen heeft, niet in staat nieuwe wezens gelijk aan hen te scheppen.82.Zijn bevel, als hij een ding verlangt, is slechts dat hij zegt: Wees! en het is.83.Geloofdzij dus hij, in wiens hand het koninkrijk van alle dingen is, en tot wien gij op den jongsten dag zult terugkeeren.1De beteekenis dezer lettersYa. Sin, is onbekend. Sommigen beweren echter, op grond eener overlevering vanEbn Abbas, dat zij hier staan, in plaats vanYa isan, zijnde: O mensch! Dit hoofdstuk, wordt gezegd, verscheidene andere titels te hebben, welke het vanMahometzelven zou hebben ontvangen, en vooral dien van het hart van den Koran. De Mahomedanen lezen dit bij stervende personen, en wel in hunne laatste oogenblikken (ZieBobov.De visit. aegrot.p. 17).2Zijnde het vonnis der verdoemenis, dat door God, bij den val vanAdam, tegen het meerendeel der geniussen en menschen, werd uitgesproken (ZieHoofdstuk VII, vers 12:hoofdstuk XI, vers 120enz.)3Of halsbanden, zooals die beschreven zijn inHoofdstuk XIII vers 6.4Men zegt dat toen de Koreïshieten, tengevolge van een besluit dat zij hadden genomen, een uitgezocht aantal mannen zonden, omMahometshuis te bezetten en hem te dooden, de profeet,Aliop zijn bed deed liggen om de moordenaars te misleiden, naar buiten ging en eene handvol stof op hen wierp, onder het herhalen der negen eerste verzen van dit Hoofdstuk die hier eindigen. Zij werden daarop met blindheid geslagen, zoodat zij hem niet konden zien.5Zooals hun goed of slecht voorbeeld, leer, enz.6Om deze plaats te verklaren, geven de uitleggers het volgende verhaal: Het volk vanAntiochiëwas uit afgodendienaars samengesteld, weshalveJezustwee zijner leerlingen daarheen zond om er te prediken. Toen zij de stad naderden, vonden zijHabib, bijgenaamdal Najjar, of de timmerman, die schapen weidde en dien zij met hunne boodschap bekend maakten. Hij vroeg hun daarop, welk bewijs zij voor hunne waarachtigheid hadden, tengevolge waarvan zij verhaalden, dat zij de zieken, de blinden en de melaatschen konden genezen; en om de waarheid te bewijzen van hetgeen zij zeiden, legden zij hunne handen op een hem toebehoorend kind, dat ziek was, en gaven het onmiddellijk de gezondheid terug.Habibwas door dit wonder overtuigd en geloofde, waarna zij de stad binnentrokken en de vereering van den waren God predikten, terwijl zij een groot aantal menschen van verschillende gebreken genazen. Eindelijk kwam de zaak echter ter oore van den vorst, die bevel gaf hen gevangen te nemen, daar zij getracht hadden het volk te misleiden. ToenJezusdit hoorde, zond hij een ander zijner leerlingen, die algemeen verondersteld wordtSimonofPetruste zijn geweest, en die, naarAntiochiëkomende en een ijverig afgodendienaar schijnende te zijn, spoedig in de gunst der bewoners en van hunnen vorst wist te dringen, en eindelijk de gelegenheid te baat nam, zijn verlangen te kennen te geven, dat de vorst bevel zou geven, de beide personen, die, naar hij vernomen had, wegens het verspreiden van nieuwe meeningen in de gevangenis waren geworpen, voor hem te brengen om ondervraagd te worden, welk verzoek werd toegestaan. NadatPetrushen vooraf in het geheim had gewaarschuwd, niet te doen blijken dat zij hem kenden, vroeg hij hun, wie hen had gezonden, waarop zij antwoordden: God, die alle dingen heeft geschapen, en geen metgezel heeft. Hij vroeg hun daarop om een overtuigend bewijs voor hunne zending,waarop zij een blinden man het gezicht teruggaven, en eenige andere wonderen verrichtten.Petrusscheen daarmede niet tevreden, omdat volgens sommigen, ook hij diezelfde wonderen kon verrichten, maar hij verklaarde, dat, indien hun God hen in staat kon stellen de dooden op te wekken, hij hen zou gelooven. De apostelen namen deze voorwaarde aan, waarop een jongeling werd gebracht, die reeds sedert zeven dagen dood was en op hunne gebeden weder levend werd. Daarop verklaardePetruszich overtuigd: hij liep weg, vernietigde de afgodsbeelden; een groot aantal des volks volgde hem, en omhelsde het ware geloof, maar zij die niet geloofden, werden verdelgd door den kreet van den engelGabriël(Al Zamakshari,Al Beidâwi, enz.). ZieMaracc.in Alc.p. 580.7Zijnde: Indien u eenig overkomt, zal dit het gevolg zijn van uw eigen weerspannigheid en ongeloof.8Dit wasHabbib Al Najjar, wiens martelaarschap hier wordt beschreven. Zijn graf is nog te zien nabijAntiochië, en wordt veel door de Mahomedanen bezocht (ZieSchultens,Indic. Geogr. ad calcem. Vitae Saladini, voce Antiochia).9ZieHoofdstuk XXIX, vers 18, noot.10Dat is: zij haast zich haren dagelijkschen loop af te leggen, terwijl het ondergaan der zon op het ter ruste gaan van een reiziger gelijkt.11Dit zijn achtentwintig constellatiën, door eene van welke de maan iederen nacht heengaat, en welke van daar woningen of huizen van de maan genoemd worden.12Savaryvertaalt dit aldus: “Wij hebben de phasen der maan aangewezen en het oogenblik waarop zij opgehangen schijnt als de trossen van den dadelboom”. Hij voegt er tevens bij, dat de dadelboom twee of drie groote trossen voortbrengt, die van zijn top uitwassen en nederhangen.Salezegt bij deze plaats: Want als een palmtak oud wordt, krimpt hij, en wordt gekronkeld en geel, waardoor de verschijning van de nieuwe maan niet onaardig wordt voorgesteld.13Sommigen veronderstellen, dat hier de redding vanNoachen zijne makkers in de ark wordt bedoeld.14Zooals kameelen, die de landschepen zijn; ook de lichtere schepen en booten.15De straf van deze wereld en van de volgende.16Toen de arme Moslems aan de rijkere Koreïshieten aalmoezen vroegen, zeiden zij, dat, indien God voor hen kon zorgen en het niet deed, dit een bewijs was, dat zij zijne gunst niet zoozeer verdienden als zij zelven; terwijl nochtans God sommigen behoeftig doet zijn, om de rijken te beproeven en hun gelegenheid te geven, weldadigheid uit te oefenen.17Zie de noten vanHoofdstuk XXXIX.18Want zij zullen gedurende de tijdruimte tusschen dit herhaalde trompetgeschal slapen en geene pijn gevoelen (Jallalo’ddin).19Dit is: Zij verdienen aldus te worden behandeld om hun ongeloof en hunne ongehoorzaamheid; maar wij verdragen hen uit genade en verleenen hun uitstel.20Dit strekt tot antwoord aan de ongeloovigen, die beweerden, dat de Koran slechts een dichterlijk samenstelsel was.21Zijnde: Zij die met verstand zijn begaafd; daar de dommen en zorgeloozen met dooden gelijk staan.22ZieHoofdstuk XVI, vers 4, noot.23De gewone wijze in het oosten om vuur te verkrijgen, bestaat daarin, dat men twee stukken hout tegen elkander strijkt, waarvan een gewoonlijk is van den boom Markh, en het andere van dien,Affargenaamd. Daaruit komt het vuur voort, hoewel het hout groen en vochtig is. (ZieHydedeReb vet. Pers. c. 25 p. 333 etc).

Zes en Dertigste Hoofdstuk.Y. S.1Geopenbaard teMekka—83 verzen.

Geopenbaard teMekka—83 verzen.

Geopenbaard teMekka—83 verzen.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ya Sin. Ik zweer bij den onderrichtenden Koran.2.Dat gij een der gezanten van God zijt.3.Gezonden om den rechten weg te toonen.4.Dit is eene openbaring van den machtigen, den barmhartigen God.5.Opdat gij een volk zoudt waarschuwen, welks vaderen niet gewaarschuwd waren en dat in achteloosheid leeft.6.Ons oordeel2is rechtvaardig uitgesproken tegen het meerendeel. Immers, zij zullen niet gelooven.7.Wij hebben jukken3op hunnen nek gelegd, die tot aan hunnekin reiken, en zij zijn gedwongen hunne hoofden overeind te houden;8.En wij hebben een staak vóór hen, en een staak achter hen geplaatst, en wij hebben hen met duisternis bedekt; daarom zullen zij niet zien.9.Het zal hun gelijk zijn, hetzij gij al of niet tot hen predikt: zij zullen niet gelooven4.10.Maar gij zult alleen met goeden uitslag prediken tot hem, die de vermaning van den Koran volgt, en den Barmhartigen in het geheim vreest. Breng dus goede tijdingen van genade tot hen en eene eervolle belooning.11.Waarlijk, wij zullen de dooden tot het leven terugbrengen, en hunne werken opteekenen, welke zij voor zich uit zullen hebben gezonden, en hunne voetstappen, die zij achter zich zullen hebben gelaten5; en iedere zaak plaatsen wij in een duidelijk register.12.Stel hun, als een voorbeeld, de bewoners der stad vanAntiochiëvoor, toen de Apostelen vanJezusdaarheen kwamen6.13.Toen wij tweevan deze tot hen zouden; maar zij beschuldigden hen van bedrog. Daarom versterkten wij hen met een derden. En zij zeiden: Waarlijk wij zijn u door God gezonden.14.De inwoners antwoordden: Gij zijt niet anders dan menschen, zooals wij zijn; nimmer heeft de Barmhartige u iets geopenbaard: gij maakt slechts een leugen bekend.15.De apostelen hernamen: Onze heer weet, dat wij werkelijk tot u zijn gezonden.16.En onze plicht is alleen in het openbaar te prediken.17.Die vanAntiochiëzeiden. Waarlijk, wij voorzien kwaad van u; indien gij niet met prediken ophoudt, zullen wij u zekerlijk steenigen, en u zal eene smartelijke straf door ons worden opgelegd.18.De apostelen antwoordden: Uwe kwade voorspelling is met u zelven7; doch gij wilt in uwe dwalingen volharden, niettegenstaande gij gewaarschuwd zijt. Waarlijk, gij zijt een volk, dat overmatig zondigt.19.En zeker man8kwam angstig van de verder gelegen gedeelten der stad, en zeide: O mijn volk! volgt de gezanten van God.20.Volgt hen, die geene belooning van u vragen; want deze worden op den rechten weg geleid.21.Welke reden heb ik er voor, hem niet te vreezen, die mij geschapen heeft, en tot wien gij allen zult terugkeeren.22.Zal ik andere goden buiten hem kiezen? Indien het den Barmhartige behaagt, mij te bedroeven, zal hunne bemiddeling mij volstrekt niet baten, ook kunnen zij mij niet bevrijden.23.Dan zou ik in eene duidelijke dwaling verkeeren.24.Waarlijk, ik geloof in uwen Heer; luistert dus naar mij.25.Maar zij steenigden hem en toen hij stierf, werd tot hem gezegd: Treed het paradijs binnen.26.En hij zeide: O, dat mijn volk wist, hoe genadig God mij is geweest! want hij heeft mij hoogelijk vereerd.27.En nadat zij hem hadden gedood, zonden wij geen leger van den hemel tegen zijn volk af, noch de andere werktuigen van vernietiging, welke wij in vroegere dagen tegen de ongeloovigen afzonden.28.Er was slechts een kreet vanGabriëluit den hemel en, zie, zij werden geheel uitgeroeid.29.O, hoe ellendig zijn de menschen! Geen gezant kwam tot hen of zij lachten hem met verachting uit.30.Overwegen zij niet, hoeveel geslachten wij vóór hen hebben verdelgd?31.Waarlijk, zij zullen niet tot hen terugkeeren.32.Maar allen, in het algemeen, zullen voor ons worden verzameld.33.Een teeken der opstanding voor hen is de verdroogde, doode aarde9; wij verkwikken die door den regen, en doen daaruit verschillende soorten van granen voortkomen, waarvan zij eten.34.En wij vormden daar tuinen van palmboomen en wijngaarden, en wij deden er fonteinen ontspringen.35.Opdat zij van hunne vruchten en van den arbeid hunner handen zouden mogen eten. Zullen zij daarvoor niet dankbaar wezen?36.Geloofd zij hij, die alle soorten heeft geschapen, zoowel van de planten welke de aarde voorbrengt, als onder de menschen en onder de dingen, welke zij niet kennen.37.De nacht is mede een teeken voor hen: wij nemen den dag daarvan weg en, zie, zij zijn met duisternis bedekt.38.En de zon spoedt zich naar hare rustplaats10. Dit is de beschikking van den machtigen, den wijzen God.39.En voor de maan hebben wij zekere verblijfplaatsen aangewezen11, opdat zij verandere, en weder gelijk worde aan den ouden, gekromden tak van een palm12.40.Het is der zon niet gegeven de maan in haren loop te bereiken, noch dat de nacht den dag vooruitstreeft; maar ieder dezer lichten beweegt zich in eene afzonderlijke sfeer.41.Het is ook een teeken voor hen, dat zij hunne nakomelingschap in een schip bewaarden met alles gevuld13.42.En dat wij voor hen andere, daaraan gelijke inrichtingen hebben gevormd14, waarop zij rijden.43.Indien het ons behaagt, verdrinken wij hen, en er is niemand om hen te helpen; ook worden zij niet bevrijd.44.Tenzij door onze genade, en opdat zij zich nog eenigen tijd in dit leven zouden mogen verheugen.45.Toen tot hen werd gezegd: Vreesthetgeen vóór u en hetgeen achter u is15opdat gij genade moogt verwerven, keerden zij van u weg.46.En gij brengt hun geen teeken van de teekenen van uwen Heer, of zij wenden zich daarvan af.47.En als hun wordt gezegd: Geeft aalmoezen van het geen God u heeft geschonken, zeggen de ongeloovigen, spottenderwijze, tot hen die gelooven: Zullen wij dengenen voeden, dien God kan voeden, zoo het hem behaagt16? Waarlijk, gij verkeert in eene duidelijke dwaling.48.En zij zeggen: wanneer zal deze belofte der opstanding vervuld worden, indien gij de waarheid spreekt?49.Zij wachten slechts op een klank van de trompet17, die hen zal overvallen, terwijl zij met elkander twisten.50.En zij zullen geen tijd hebben om eenige beschikking over hunne bezittingen te maken, en zij zullen niet tot hun gezin terugkeeren.51.De trompet zal weder klinken; en ziet, zij zullen uit hunne graven voortkomen en zich naar hunnen Heer spoeden.52.Zij zullen zeggen: Wee over ons! wie heeft ons van ons bed gewekt18? Dit is wat de Barmhartige ons heeft beloofd, en zijne gezanten spraken de waarheid.53.Het zal slechts één klank van den trompet zijn, en ziet, zij zullen allen voor ons worden verzameld.54.Op dien dag zal geene ziel in het minste onrechtvaardig worden behandeld; ook zult gij niet anders vergolden worden, dan overeenkomstig hetgeen gij zult hebben verricht.55.Op dien dag zullen de bewoners van het paradijs geheel met vreugde vervuld zijn.56.Zij en hunne vrouwen zullen in schaduwrijke boschjes rusten, tegen heerlijke zetels leunende.57.Daar zullen zij vruchten hebben, en zij zullen alles verkrijgen, wat zij zullen begeeren.58.Vrede zal het woord zijn, dat den rechtvaardige door den barmharigen God zal worden toegesproken.59.Maar hij zal tot de zondaren zeggen: Weest gij, o zondaren! dezen dag van de rechtvaardigen gescheiden.60.Beval ik u niet, o zonen vanAdam! dat gij Satan niet zoudt aanbidden, daar hij voor u een openlijke vijand was.61.En zeide ik niet: Vereert mij; dit is de ware weg.62.Maar thans heeft hij een groot aantal uwer verleid; begrijpt gij het niet?63.Dit is de hel, waarmede gij werdt bedreigd.64.Heden wordt gij er in geworpen om verbrand te worden, omdat gij ongeloovig waart.65.Op dien dag zullen wij hunne monden dichtzegelen, opdat zij die niet te hunner eigen verdediging kunnen openen,en hunne handen zullen tot ons spreken, en hunne voeten zullen getuigenis afleggen van hetgeen zij hebben bedreven.66.Indien het ons behaagde, konden wij hunne oogen uitsteken, en zij zouden naijverig op den weg voorthollen, dien zij gewoon zijn te kiezen; en hoe zouden zij hunne dwaling zien?67.En indien het ons behaagde, zouden wij hen in andere gedaante kunnen hervormen; zij zouden niet instaat zijn te vertrekken, en zij zouden geen berouw gevoelen19.68.Hem, wien wij een lang leven schenken, doen wij het lichaam door ouderdom krommen. Zullen zij dit niet begrijpen?69.Wij hebbenMahometde dichtkunst niet geleerd20; ook is het niet nuttig voor hem, een dichter te wezen. Dit boek is slechts eene vermaning van God en een duidelijke Koran.70.Opdat hij die leeft21, daardoor moge gewaarschuwd worden; en het vonnis der veroordeeling zal rechtvaardig op de ongeloovigen worden uitgevoerd.71.Overwegen zij niet, dat wij onder de dingen, welke onze handen hebben gewrocht, veel van verschillende soorten hebben geschapen, waarvan zij bezitters zijn.72.En dat wij hun dat hebben onderworpen? Sommige van deze dienen om er op te rijden, en sommige voeden hen.73.Zij ontvangen daarvan nog andere voordeelen, en drinken van hare melk. Zullen zij dus niet dankbaar wezen?74.Zij hebben andere goden naast God genomen, in de hoop, dat zij daardoor zouden worden ondersteund.75.Maar deze zijn niet in staat, hun eenige ondersteuning te verleenen: zij zijn het veeleer, die als leger vóór hunne godheden dienen.76.Laten hunne woorden u dus niet bedroeven: wij kennen wat zij heimelijk verbergen, en datgene wat zij openlijk ontdekken.77.Weet de mensch niet, dat wij hem van zaad hebben geschapen? Maar ziet, hij is een openlijke bestrijder der opstanding.78.Hij stelt ons eene vergelijking voor, en hij vergeet zijn schepping (zijn oorsprong). Hij zegt: Wie zal de beenderen, als zij verrot zijn, tot het leven terugbrengen22?79.Antwoord: Hij zal ze tot het leven terugbrengen, welke die het allereerst voortbracht: want hij is bedreven in iedere soort van schepping.80.Wie geeft u vuur uit den groenen boom23, waarmede gij uwe brandstof ontsteekt.81.Is hij, die de hemelen en de aarde geschapen heeft, niet in staat nieuwe wezens gelijk aan hen te scheppen.82.Zijn bevel, als hij een ding verlangt, is slechts dat hij zegt: Wees! en het is.83.Geloofdzij dus hij, in wiens hand het koninkrijk van alle dingen is, en tot wien gij op den jongsten dag zult terugkeeren.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.

1.Ya Sin. Ik zweer bij den onderrichtenden Koran.2.Dat gij een der gezanten van God zijt.3.Gezonden om den rechten weg te toonen.4.Dit is eene openbaring van den machtigen, den barmhartigen God.5.Opdat gij een volk zoudt waarschuwen, welks vaderen niet gewaarschuwd waren en dat in achteloosheid leeft.6.Ons oordeel2is rechtvaardig uitgesproken tegen het meerendeel. Immers, zij zullen niet gelooven.7.Wij hebben jukken3op hunnen nek gelegd, die tot aan hunnekin reiken, en zij zijn gedwongen hunne hoofden overeind te houden;8.En wij hebben een staak vóór hen, en een staak achter hen geplaatst, en wij hebben hen met duisternis bedekt; daarom zullen zij niet zien.9.Het zal hun gelijk zijn, hetzij gij al of niet tot hen predikt: zij zullen niet gelooven4.10.Maar gij zult alleen met goeden uitslag prediken tot hem, die de vermaning van den Koran volgt, en den Barmhartigen in het geheim vreest. Breng dus goede tijdingen van genade tot hen en eene eervolle belooning.11.Waarlijk, wij zullen de dooden tot het leven terugbrengen, en hunne werken opteekenen, welke zij voor zich uit zullen hebben gezonden, en hunne voetstappen, die zij achter zich zullen hebben gelaten5; en iedere zaak plaatsen wij in een duidelijk register.12.Stel hun, als een voorbeeld, de bewoners der stad vanAntiochiëvoor, toen de Apostelen vanJezusdaarheen kwamen6.13.Toen wij tweevan deze tot hen zouden; maar zij beschuldigden hen van bedrog. Daarom versterkten wij hen met een derden. En zij zeiden: Waarlijk wij zijn u door God gezonden.14.De inwoners antwoordden: Gij zijt niet anders dan menschen, zooals wij zijn; nimmer heeft de Barmhartige u iets geopenbaard: gij maakt slechts een leugen bekend.15.De apostelen hernamen: Onze heer weet, dat wij werkelijk tot u zijn gezonden.16.En onze plicht is alleen in het openbaar te prediken.17.Die vanAntiochiëzeiden. Waarlijk, wij voorzien kwaad van u; indien gij niet met prediken ophoudt, zullen wij u zekerlijk steenigen, en u zal eene smartelijke straf door ons worden opgelegd.18.De apostelen antwoordden: Uwe kwade voorspelling is met u zelven7; doch gij wilt in uwe dwalingen volharden, niettegenstaande gij gewaarschuwd zijt. Waarlijk, gij zijt een volk, dat overmatig zondigt.19.En zeker man8kwam angstig van de verder gelegen gedeelten der stad, en zeide: O mijn volk! volgt de gezanten van God.20.Volgt hen, die geene belooning van u vragen; want deze worden op den rechten weg geleid.21.Welke reden heb ik er voor, hem niet te vreezen, die mij geschapen heeft, en tot wien gij allen zult terugkeeren.22.Zal ik andere goden buiten hem kiezen? Indien het den Barmhartige behaagt, mij te bedroeven, zal hunne bemiddeling mij volstrekt niet baten, ook kunnen zij mij niet bevrijden.23.Dan zou ik in eene duidelijke dwaling verkeeren.24.Waarlijk, ik geloof in uwen Heer; luistert dus naar mij.25.Maar zij steenigden hem en toen hij stierf, werd tot hem gezegd: Treed het paradijs binnen.26.En hij zeide: O, dat mijn volk wist, hoe genadig God mij is geweest! want hij heeft mij hoogelijk vereerd.27.En nadat zij hem hadden gedood, zonden wij geen leger van den hemel tegen zijn volk af, noch de andere werktuigen van vernietiging, welke wij in vroegere dagen tegen de ongeloovigen afzonden.28.Er was slechts een kreet vanGabriëluit den hemel en, zie, zij werden geheel uitgeroeid.29.O, hoe ellendig zijn de menschen! Geen gezant kwam tot hen of zij lachten hem met verachting uit.30.Overwegen zij niet, hoeveel geslachten wij vóór hen hebben verdelgd?31.Waarlijk, zij zullen niet tot hen terugkeeren.32.Maar allen, in het algemeen, zullen voor ons worden verzameld.33.Een teeken der opstanding voor hen is de verdroogde, doode aarde9; wij verkwikken die door den regen, en doen daaruit verschillende soorten van granen voortkomen, waarvan zij eten.34.En wij vormden daar tuinen van palmboomen en wijngaarden, en wij deden er fonteinen ontspringen.35.Opdat zij van hunne vruchten en van den arbeid hunner handen zouden mogen eten. Zullen zij daarvoor niet dankbaar wezen?36.Geloofd zij hij, die alle soorten heeft geschapen, zoowel van de planten welke de aarde voorbrengt, als onder de menschen en onder de dingen, welke zij niet kennen.37.De nacht is mede een teeken voor hen: wij nemen den dag daarvan weg en, zie, zij zijn met duisternis bedekt.38.En de zon spoedt zich naar hare rustplaats10. Dit is de beschikking van den machtigen, den wijzen God.39.En voor de maan hebben wij zekere verblijfplaatsen aangewezen11, opdat zij verandere, en weder gelijk worde aan den ouden, gekromden tak van een palm12.40.Het is der zon niet gegeven de maan in haren loop te bereiken, noch dat de nacht den dag vooruitstreeft; maar ieder dezer lichten beweegt zich in eene afzonderlijke sfeer.41.Het is ook een teeken voor hen, dat zij hunne nakomelingschap in een schip bewaarden met alles gevuld13.42.En dat wij voor hen andere, daaraan gelijke inrichtingen hebben gevormd14, waarop zij rijden.43.Indien het ons behaagt, verdrinken wij hen, en er is niemand om hen te helpen; ook worden zij niet bevrijd.44.Tenzij door onze genade, en opdat zij zich nog eenigen tijd in dit leven zouden mogen verheugen.45.Toen tot hen werd gezegd: Vreesthetgeen vóór u en hetgeen achter u is15opdat gij genade moogt verwerven, keerden zij van u weg.46.En gij brengt hun geen teeken van de teekenen van uwen Heer, of zij wenden zich daarvan af.47.En als hun wordt gezegd: Geeft aalmoezen van het geen God u heeft geschonken, zeggen de ongeloovigen, spottenderwijze, tot hen die gelooven: Zullen wij dengenen voeden, dien God kan voeden, zoo het hem behaagt16? Waarlijk, gij verkeert in eene duidelijke dwaling.48.En zij zeggen: wanneer zal deze belofte der opstanding vervuld worden, indien gij de waarheid spreekt?49.Zij wachten slechts op een klank van de trompet17, die hen zal overvallen, terwijl zij met elkander twisten.50.En zij zullen geen tijd hebben om eenige beschikking over hunne bezittingen te maken, en zij zullen niet tot hun gezin terugkeeren.51.De trompet zal weder klinken; en ziet, zij zullen uit hunne graven voortkomen en zich naar hunnen Heer spoeden.52.Zij zullen zeggen: Wee over ons! wie heeft ons van ons bed gewekt18? Dit is wat de Barmhartige ons heeft beloofd, en zijne gezanten spraken de waarheid.53.Het zal slechts één klank van den trompet zijn, en ziet, zij zullen allen voor ons worden verzameld.54.Op dien dag zal geene ziel in het minste onrechtvaardig worden behandeld; ook zult gij niet anders vergolden worden, dan overeenkomstig hetgeen gij zult hebben verricht.55.Op dien dag zullen de bewoners van het paradijs geheel met vreugde vervuld zijn.56.Zij en hunne vrouwen zullen in schaduwrijke boschjes rusten, tegen heerlijke zetels leunende.57.Daar zullen zij vruchten hebben, en zij zullen alles verkrijgen, wat zij zullen begeeren.58.Vrede zal het woord zijn, dat den rechtvaardige door den barmharigen God zal worden toegesproken.59.Maar hij zal tot de zondaren zeggen: Weest gij, o zondaren! dezen dag van de rechtvaardigen gescheiden.60.Beval ik u niet, o zonen vanAdam! dat gij Satan niet zoudt aanbidden, daar hij voor u een openlijke vijand was.61.En zeide ik niet: Vereert mij; dit is de ware weg.62.Maar thans heeft hij een groot aantal uwer verleid; begrijpt gij het niet?63.Dit is de hel, waarmede gij werdt bedreigd.64.Heden wordt gij er in geworpen om verbrand te worden, omdat gij ongeloovig waart.65.Op dien dag zullen wij hunne monden dichtzegelen, opdat zij die niet te hunner eigen verdediging kunnen openen,en hunne handen zullen tot ons spreken, en hunne voeten zullen getuigenis afleggen van hetgeen zij hebben bedreven.66.Indien het ons behaagde, konden wij hunne oogen uitsteken, en zij zouden naijverig op den weg voorthollen, dien zij gewoon zijn te kiezen; en hoe zouden zij hunne dwaling zien?67.En indien het ons behaagde, zouden wij hen in andere gedaante kunnen hervormen; zij zouden niet instaat zijn te vertrekken, en zij zouden geen berouw gevoelen19.68.Hem, wien wij een lang leven schenken, doen wij het lichaam door ouderdom krommen. Zullen zij dit niet begrijpen?69.Wij hebbenMahometde dichtkunst niet geleerd20; ook is het niet nuttig voor hem, een dichter te wezen. Dit boek is slechts eene vermaning van God en een duidelijke Koran.70.Opdat hij die leeft21, daardoor moge gewaarschuwd worden; en het vonnis der veroordeeling zal rechtvaardig op de ongeloovigen worden uitgevoerd.71.Overwegen zij niet, dat wij onder de dingen, welke onze handen hebben gewrocht, veel van verschillende soorten hebben geschapen, waarvan zij bezitters zijn.72.En dat wij hun dat hebben onderworpen? Sommige van deze dienen om er op te rijden, en sommige voeden hen.73.Zij ontvangen daarvan nog andere voordeelen, en drinken van hare melk. Zullen zij dus niet dankbaar wezen?74.Zij hebben andere goden naast God genomen, in de hoop, dat zij daardoor zouden worden ondersteund.75.Maar deze zijn niet in staat, hun eenige ondersteuning te verleenen: zij zijn het veeleer, die als leger vóór hunne godheden dienen.76.Laten hunne woorden u dus niet bedroeven: wij kennen wat zij heimelijk verbergen, en datgene wat zij openlijk ontdekken.77.Weet de mensch niet, dat wij hem van zaad hebben geschapen? Maar ziet, hij is een openlijke bestrijder der opstanding.78.Hij stelt ons eene vergelijking voor, en hij vergeet zijn schepping (zijn oorsprong). Hij zegt: Wie zal de beenderen, als zij verrot zijn, tot het leven terugbrengen22?79.Antwoord: Hij zal ze tot het leven terugbrengen, welke die het allereerst voortbracht: want hij is bedreven in iedere soort van schepping.80.Wie geeft u vuur uit den groenen boom23, waarmede gij uwe brandstof ontsteekt.81.Is hij, die de hemelen en de aarde geschapen heeft, niet in staat nieuwe wezens gelijk aan hen te scheppen.82.Zijn bevel, als hij een ding verlangt, is slechts dat hij zegt: Wees! en het is.83.Geloofdzij dus hij, in wiens hand het koninkrijk van alle dingen is, en tot wien gij op den jongsten dag zult terugkeeren.

1De beteekenis dezer lettersYa. Sin, is onbekend. Sommigen beweren echter, op grond eener overlevering vanEbn Abbas, dat zij hier staan, in plaats vanYa isan, zijnde: O mensch! Dit hoofdstuk, wordt gezegd, verscheidene andere titels te hebben, welke het vanMahometzelven zou hebben ontvangen, en vooral dien van het hart van den Koran. De Mahomedanen lezen dit bij stervende personen, en wel in hunne laatste oogenblikken (ZieBobov.De visit. aegrot.p. 17).2Zijnde het vonnis der verdoemenis, dat door God, bij den val vanAdam, tegen het meerendeel der geniussen en menschen, werd uitgesproken (ZieHoofdstuk VII, vers 12:hoofdstuk XI, vers 120enz.)3Of halsbanden, zooals die beschreven zijn inHoofdstuk XIII vers 6.4Men zegt dat toen de Koreïshieten, tengevolge van een besluit dat zij hadden genomen, een uitgezocht aantal mannen zonden, omMahometshuis te bezetten en hem te dooden, de profeet,Aliop zijn bed deed liggen om de moordenaars te misleiden, naar buiten ging en eene handvol stof op hen wierp, onder het herhalen der negen eerste verzen van dit Hoofdstuk die hier eindigen. Zij werden daarop met blindheid geslagen, zoodat zij hem niet konden zien.5Zooals hun goed of slecht voorbeeld, leer, enz.6Om deze plaats te verklaren, geven de uitleggers het volgende verhaal: Het volk vanAntiochiëwas uit afgodendienaars samengesteld, weshalveJezustwee zijner leerlingen daarheen zond om er te prediken. Toen zij de stad naderden, vonden zijHabib, bijgenaamdal Najjar, of de timmerman, die schapen weidde en dien zij met hunne boodschap bekend maakten. Hij vroeg hun daarop, welk bewijs zij voor hunne waarachtigheid hadden, tengevolge waarvan zij verhaalden, dat zij de zieken, de blinden en de melaatschen konden genezen; en om de waarheid te bewijzen van hetgeen zij zeiden, legden zij hunne handen op een hem toebehoorend kind, dat ziek was, en gaven het onmiddellijk de gezondheid terug.Habibwas door dit wonder overtuigd en geloofde, waarna zij de stad binnentrokken en de vereering van den waren God predikten, terwijl zij een groot aantal menschen van verschillende gebreken genazen. Eindelijk kwam de zaak echter ter oore van den vorst, die bevel gaf hen gevangen te nemen, daar zij getracht hadden het volk te misleiden. ToenJezusdit hoorde, zond hij een ander zijner leerlingen, die algemeen verondersteld wordtSimonofPetruste zijn geweest, en die, naarAntiochiëkomende en een ijverig afgodendienaar schijnende te zijn, spoedig in de gunst der bewoners en van hunnen vorst wist te dringen, en eindelijk de gelegenheid te baat nam, zijn verlangen te kennen te geven, dat de vorst bevel zou geven, de beide personen, die, naar hij vernomen had, wegens het verspreiden van nieuwe meeningen in de gevangenis waren geworpen, voor hem te brengen om ondervraagd te worden, welk verzoek werd toegestaan. NadatPetrushen vooraf in het geheim had gewaarschuwd, niet te doen blijken dat zij hem kenden, vroeg hij hun, wie hen had gezonden, waarop zij antwoordden: God, die alle dingen heeft geschapen, en geen metgezel heeft. Hij vroeg hun daarop om een overtuigend bewijs voor hunne zending,waarop zij een blinden man het gezicht teruggaven, en eenige andere wonderen verrichtten.Petrusscheen daarmede niet tevreden, omdat volgens sommigen, ook hij diezelfde wonderen kon verrichten, maar hij verklaarde, dat, indien hun God hen in staat kon stellen de dooden op te wekken, hij hen zou gelooven. De apostelen namen deze voorwaarde aan, waarop een jongeling werd gebracht, die reeds sedert zeven dagen dood was en op hunne gebeden weder levend werd. Daarop verklaardePetruszich overtuigd: hij liep weg, vernietigde de afgodsbeelden; een groot aantal des volks volgde hem, en omhelsde het ware geloof, maar zij die niet geloofden, werden verdelgd door den kreet van den engelGabriël(Al Zamakshari,Al Beidâwi, enz.). ZieMaracc.in Alc.p. 580.7Zijnde: Indien u eenig overkomt, zal dit het gevolg zijn van uw eigen weerspannigheid en ongeloof.8Dit wasHabbib Al Najjar, wiens martelaarschap hier wordt beschreven. Zijn graf is nog te zien nabijAntiochië, en wordt veel door de Mahomedanen bezocht (ZieSchultens,Indic. Geogr. ad calcem. Vitae Saladini, voce Antiochia).9ZieHoofdstuk XXIX, vers 18, noot.10Dat is: zij haast zich haren dagelijkschen loop af te leggen, terwijl het ondergaan der zon op het ter ruste gaan van een reiziger gelijkt.11Dit zijn achtentwintig constellatiën, door eene van welke de maan iederen nacht heengaat, en welke van daar woningen of huizen van de maan genoemd worden.12Savaryvertaalt dit aldus: “Wij hebben de phasen der maan aangewezen en het oogenblik waarop zij opgehangen schijnt als de trossen van den dadelboom”. Hij voegt er tevens bij, dat de dadelboom twee of drie groote trossen voortbrengt, die van zijn top uitwassen en nederhangen.Salezegt bij deze plaats: Want als een palmtak oud wordt, krimpt hij, en wordt gekronkeld en geel, waardoor de verschijning van de nieuwe maan niet onaardig wordt voorgesteld.13Sommigen veronderstellen, dat hier de redding vanNoachen zijne makkers in de ark wordt bedoeld.14Zooals kameelen, die de landschepen zijn; ook de lichtere schepen en booten.15De straf van deze wereld en van de volgende.16Toen de arme Moslems aan de rijkere Koreïshieten aalmoezen vroegen, zeiden zij, dat, indien God voor hen kon zorgen en het niet deed, dit een bewijs was, dat zij zijne gunst niet zoozeer verdienden als zij zelven; terwijl nochtans God sommigen behoeftig doet zijn, om de rijken te beproeven en hun gelegenheid te geven, weldadigheid uit te oefenen.17Zie de noten vanHoofdstuk XXXIX.18Want zij zullen gedurende de tijdruimte tusschen dit herhaalde trompetgeschal slapen en geene pijn gevoelen (Jallalo’ddin).19Dit is: Zij verdienen aldus te worden behandeld om hun ongeloof en hunne ongehoorzaamheid; maar wij verdragen hen uit genade en verleenen hun uitstel.20Dit strekt tot antwoord aan de ongeloovigen, die beweerden, dat de Koran slechts een dichterlijk samenstelsel was.21Zijnde: Zij die met verstand zijn begaafd; daar de dommen en zorgeloozen met dooden gelijk staan.22ZieHoofdstuk XVI, vers 4, noot.23De gewone wijze in het oosten om vuur te verkrijgen, bestaat daarin, dat men twee stukken hout tegen elkander strijkt, waarvan een gewoonlijk is van den boom Markh, en het andere van dien,Affargenaamd. Daaruit komt het vuur voort, hoewel het hout groen en vochtig is. (ZieHydedeReb vet. Pers. c. 25 p. 333 etc).

1De beteekenis dezer lettersYa. Sin, is onbekend. Sommigen beweren echter, op grond eener overlevering vanEbn Abbas, dat zij hier staan, in plaats vanYa isan, zijnde: O mensch! Dit hoofdstuk, wordt gezegd, verscheidene andere titels te hebben, welke het vanMahometzelven zou hebben ontvangen, en vooral dien van het hart van den Koran. De Mahomedanen lezen dit bij stervende personen, en wel in hunne laatste oogenblikken (ZieBobov.De visit. aegrot.p. 17).

2Zijnde het vonnis der verdoemenis, dat door God, bij den val vanAdam, tegen het meerendeel der geniussen en menschen, werd uitgesproken (ZieHoofdstuk VII, vers 12:hoofdstuk XI, vers 120enz.)

3Of halsbanden, zooals die beschreven zijn inHoofdstuk XIII vers 6.

4Men zegt dat toen de Koreïshieten, tengevolge van een besluit dat zij hadden genomen, een uitgezocht aantal mannen zonden, omMahometshuis te bezetten en hem te dooden, de profeet,Aliop zijn bed deed liggen om de moordenaars te misleiden, naar buiten ging en eene handvol stof op hen wierp, onder het herhalen der negen eerste verzen van dit Hoofdstuk die hier eindigen. Zij werden daarop met blindheid geslagen, zoodat zij hem niet konden zien.

5Zooals hun goed of slecht voorbeeld, leer, enz.

6Om deze plaats te verklaren, geven de uitleggers het volgende verhaal: Het volk vanAntiochiëwas uit afgodendienaars samengesteld, weshalveJezustwee zijner leerlingen daarheen zond om er te prediken. Toen zij de stad naderden, vonden zijHabib, bijgenaamdal Najjar, of de timmerman, die schapen weidde en dien zij met hunne boodschap bekend maakten. Hij vroeg hun daarop, welk bewijs zij voor hunne waarachtigheid hadden, tengevolge waarvan zij verhaalden, dat zij de zieken, de blinden en de melaatschen konden genezen; en om de waarheid te bewijzen van hetgeen zij zeiden, legden zij hunne handen op een hem toebehoorend kind, dat ziek was, en gaven het onmiddellijk de gezondheid terug.Habibwas door dit wonder overtuigd en geloofde, waarna zij de stad binnentrokken en de vereering van den waren God predikten, terwijl zij een groot aantal menschen van verschillende gebreken genazen. Eindelijk kwam de zaak echter ter oore van den vorst, die bevel gaf hen gevangen te nemen, daar zij getracht hadden het volk te misleiden. ToenJezusdit hoorde, zond hij een ander zijner leerlingen, die algemeen verondersteld wordtSimonofPetruste zijn geweest, en die, naarAntiochiëkomende en een ijverig afgodendienaar schijnende te zijn, spoedig in de gunst der bewoners en van hunnen vorst wist te dringen, en eindelijk de gelegenheid te baat nam, zijn verlangen te kennen te geven, dat de vorst bevel zou geven, de beide personen, die, naar hij vernomen had, wegens het verspreiden van nieuwe meeningen in de gevangenis waren geworpen, voor hem te brengen om ondervraagd te worden, welk verzoek werd toegestaan. NadatPetrushen vooraf in het geheim had gewaarschuwd, niet te doen blijken dat zij hem kenden, vroeg hij hun, wie hen had gezonden, waarop zij antwoordden: God, die alle dingen heeft geschapen, en geen metgezel heeft. Hij vroeg hun daarop om een overtuigend bewijs voor hunne zending,waarop zij een blinden man het gezicht teruggaven, en eenige andere wonderen verrichtten.Petrusscheen daarmede niet tevreden, omdat volgens sommigen, ook hij diezelfde wonderen kon verrichten, maar hij verklaarde, dat, indien hun God hen in staat kon stellen de dooden op te wekken, hij hen zou gelooven. De apostelen namen deze voorwaarde aan, waarop een jongeling werd gebracht, die reeds sedert zeven dagen dood was en op hunne gebeden weder levend werd. Daarop verklaardePetruszich overtuigd: hij liep weg, vernietigde de afgodsbeelden; een groot aantal des volks volgde hem, en omhelsde het ware geloof, maar zij die niet geloofden, werden verdelgd door den kreet van den engelGabriël(Al Zamakshari,Al Beidâwi, enz.). ZieMaracc.in Alc.p. 580.

7Zijnde: Indien u eenig overkomt, zal dit het gevolg zijn van uw eigen weerspannigheid en ongeloof.

8Dit wasHabbib Al Najjar, wiens martelaarschap hier wordt beschreven. Zijn graf is nog te zien nabijAntiochië, en wordt veel door de Mahomedanen bezocht (ZieSchultens,Indic. Geogr. ad calcem. Vitae Saladini, voce Antiochia).

9ZieHoofdstuk XXIX, vers 18, noot.

10Dat is: zij haast zich haren dagelijkschen loop af te leggen, terwijl het ondergaan der zon op het ter ruste gaan van een reiziger gelijkt.

11Dit zijn achtentwintig constellatiën, door eene van welke de maan iederen nacht heengaat, en welke van daar woningen of huizen van de maan genoemd worden.

12Savaryvertaalt dit aldus: “Wij hebben de phasen der maan aangewezen en het oogenblik waarop zij opgehangen schijnt als de trossen van den dadelboom”. Hij voegt er tevens bij, dat de dadelboom twee of drie groote trossen voortbrengt, die van zijn top uitwassen en nederhangen.Salezegt bij deze plaats: Want als een palmtak oud wordt, krimpt hij, en wordt gekronkeld en geel, waardoor de verschijning van de nieuwe maan niet onaardig wordt voorgesteld.

13Sommigen veronderstellen, dat hier de redding vanNoachen zijne makkers in de ark wordt bedoeld.

14Zooals kameelen, die de landschepen zijn; ook de lichtere schepen en booten.

15De straf van deze wereld en van de volgende.

16Toen de arme Moslems aan de rijkere Koreïshieten aalmoezen vroegen, zeiden zij, dat, indien God voor hen kon zorgen en het niet deed, dit een bewijs was, dat zij zijne gunst niet zoozeer verdienden als zij zelven; terwijl nochtans God sommigen behoeftig doet zijn, om de rijken te beproeven en hun gelegenheid te geven, weldadigheid uit te oefenen.

17Zie de noten vanHoofdstuk XXXIX.

18Want zij zullen gedurende de tijdruimte tusschen dit herhaalde trompetgeschal slapen en geene pijn gevoelen (Jallalo’ddin).

19Dit is: Zij verdienen aldus te worden behandeld om hun ongeloof en hunne ongehoorzaamheid; maar wij verdragen hen uit genade en verleenen hun uitstel.

20Dit strekt tot antwoord aan de ongeloovigen, die beweerden, dat de Koran slechts een dichterlijk samenstelsel was.

21Zijnde: Zij die met verstand zijn begaafd; daar de dommen en zorgeloozen met dooden gelijk staan.

22ZieHoofdstuk XVI, vers 4, noot.

23De gewone wijze in het oosten om vuur te verkrijgen, bestaat daarin, dat men twee stukken hout tegen elkander strijkt, waarvan een gewoonlijk is van den boom Markh, en het andere van dien,Affargenaamd. Daaruit komt het vuur voort, hoewel het hout groen en vochtig is. (ZieHydedeReb vet. Pers. c. 25 p. 333 etc).

Zeven en Dertigste Hoofdstuk.Zij die zich in orde scharen.Gegeven teMédina.—182 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de engelen, die zich in orde scharen1.2.En bij hen die de wolken voortdrijven en verspreiden.3.En bij hen, die den Koran lezen als eene vermaning,4.Waarlijk, uw Heer is eenig.5.De Heer van hemel en aarde en van alles wat daartusschen is, en de Heer van het Oosten2.6.Wij hebben den ondersten hemel met het versiersel der sterrren getooid.7.En wij hebben daarin een wachter tegen iederen weerspannigen duivel geplaatst.8.Opdat zij niet luisteren naar het gesprek der verheven vorsten (want zij worden van alle zijden bestormd),9.En eene zware marteling is voor hen gereed gemaakt.10.Behalve hij, die een woord steelsgewijze opvangt, en door eene vlammende schicht wordt getroffen3.11.Vraag daarom den bewoners vanMekka, of zij van nature sterker zijn dan de engelen welke wij hebben geschapen? Waarlijk wij hebben hen van harde klei geschapen.12.Gij verbaast u over Gods macht en hunne weêrspannigheid; maar zij spotten over de bewijsmiddelen,welke aangevoerd worden om hen te overtuigen.13.Als zij gewaarschuwd worden, nemen zij geene waarschuwing aan.14.En als zij iets zien, spotten zij er mede.15.En zeggen: Dit is niet anders dan duidelijke tooverij.16.Nadat wij dood zullen wezen en tot stof en beenderen zijn geworden, zullen wij dan werkelijk tot het leven worden opgewekt.17.En onze voorvaderen ook?18.Antwoord: Ja! en dan zult gij veracht wezen.19.Er zal slechts eenmaal op de trompet worden geblazen, en zij zullen rond zien.20.En zullen zeggen: Wee over ons! Dit is de dag des oordeels.21.Dit is de dag der onderscheiding tusschen de rechtvaardigen en de zondaren, dien gij als eene leugen verwerpt.22.Verzamel degenen, die onrechtvaardig hebben gehandeld en hunne makkers, en deafgodenwelke zij aanbaden.23.Naast God, en leidt hen op den weg der hel.24.En plaats hen voor Gods vierschaar; want zijzullengeroepen worden om rekenschap af te leggen.25.Wat deert u, dat gij elkander niet verdedigt?26.Maar op dien dag zullen zij zich aan Gods oordeel onderwerpen.27.En zij zullen elkander naderen en onder elkander twisten.28.En de verleiden zullen zeggen tot hen die hen hebben verleid: Waarlijk, gij kwaamt tot ons met voorspellingen van voorspoed.29.En de verleiders zullen antwoorden: Neen! gij waart veeleer geene ware geloovigen; want wij hadden geene macht over u, om u te dwingen, maar gij hebt vrijwillig gezondigd.30.Daarom werd het vonnis van onzen Heer rechtvaardig over ons uitgesproken, en wij zullen zekerlijk zijne wraak proeven.31.Wij verleidden u, maar wij dwaalden ook zelven.32.Zij zullen op dezen dag dus beiden deelgenooten van dezelfde straf zijn.33.Zoo zullen wij met de zondaren handelen;34.Want toen er tot hen werd gezegd: Er is geen god buiten den waren God, bliezen zij zich op met hoogmoed.35.En zeiden: zullen wij onze goden voor een bezeten dichter verlaten?36.Neen! hij komt met de waarheid en legt getuigenis af voor de vroegere gezanten.37.Gij zult zekerlijk de pijnlijke martelingen der hel proeven.38.En gij zult niet vergolden worden, dan overeenkomstig uwe werken.39.Maar wat de oprechte dienaren Gods betreft.40.Zij zullen een zekeren voorraad in het paradijs hebben:41.Namelijk heerlijke vruchten, en zij zullen geëerd worden.42.Zij zullen in tuinen des vermaaks geplaatst worden.43.Leunende in tegenover elkander geplaatste zetels4.44.Een beker zal onder hen worden rondgereikt, gevuld aan eene heldere fontein;45.Een heerlijkheid voor hen, die er van zullen drinken.46Het zal het verstand niet benevelen, en zij zullen er niet door bedwelmd worden.47.En nabij hen zullen de maagden van het paradijs liggen, hare blikken, behalve van hunne bruidegommen, van ieder een afwendende, hebbende groote, zwarte oogen, en gelijkendeop de eieren van een struisvogel, zorgvol met vederen bedekt5.48.En zij zullen zich tot elkander wenden, en elkander vragen doen.49.En een van hen zal zeggen: Waarlijk, ik had een vertrouwden vriend, terwijl ik op de wereld leefde.50.Die tot mij zeide: Zijt gij een van hen, die de waarheid der opstanding betuigen?51.Nadat wij dood zullen zijn, en tot stof en beenderen veranderd wezen, zullen wij dan zekerlijk worden geoordeeld?52.Dan zal hij tot zijne makkers zeggen: Wilt gij nederzien?53.En zij zullen nederzien en hem in het midden der hel ontwaren.54.En hij zal tot hem zeggen: Bij God! er ontbrak weinig aan, of gij hadt mij verdorven.55.En was het niet door de genade van mijnen Heer, dan ware ik zeker aan eene eeuwige marteling overgeleverd geworden.56.Zullen wij een anderen dan onzen eersten dood sterven?57.Of ondergaan wij eenige straf?58.Waarlijk, wij genieten eene groote gelukzaligheid.59.Laten de arbeiders arbeiden om eene gelukzaligheid gelijk deze te verwerven.60.Is dit een beter onthaal, of de boom vanal Zakkum?661.Waarlijk, wij hebben dien aangeduid als eene aanleiding tot twist onder de onrechtvaardigen762.Het is een boom die aan den bodem der hel ontspruit.63.De vrucht daarvan gelijkt op de hoofdenvanduivelen8.64.De verdoemden zullen daarvan eten, en hunne buiken daarmede vullen.65Vervolgens zal hun een mengsel van vuil en kokend water te drinken worden gegeven.66.Daarna zullen zij in de hel terugkeeren.67.Zij bevonden dat hunne vaderen dwalende waren9.68.En zij traden haastig in hunne voetstappen;69.Want het meerendeel der oude volken dwaalden vóór hen.70.Wij zonden vroeger waarschuwers tot hen;71.Maar zie hoe ellendig het einde was van degenen, die gewaarschuwd werden.72.En die niet onze oprechte dienaren waren.73.Noachriep ons in vroegere dagen aan, en wij verhoorden hem genadiglijk.74.En wij bevrijdden hem en zijn gezin uit de groote ellende.75.Wij deden zijne nakomelingschap den zondvloed overleven, om de aarde te bevolken.76.En wij lieten hem de volgende begroeting door de verste nakomelingschap geven:77.Vrede zij opNoachonder alle schepselen!78.Zoo beloonen wij de rechtvaardigen.79.Want hij was een van onze dienaren, de ware geloovigen.80.Daarna verdronken wij de anderen.81.Abrahamwas mede van zijnen godsdienst10;82.Toen hij met een volkomen hart tot zijn Heer kwam.83Toen hij tot zijn vader en zijn volk zeide: Wat vreest gij?84.Kiest gij bij voorkeur valsche goden boven den waren God?85.Wat is dus uwe meening opzichtens den Heer aller schepselen?86.En hij beschouwde de sterren.87.En zeide: Waarlijk, ik zal ziek wezen11en niet bij uwe offeringen tegenwoordig zijn.88.En zij keerden zich af en verlieten hem12.89.EnAbrahamwendde zich in het geheim tot hunne goden, en zeide spottende tot hen: Eet gij niet van het vleesch dat u is voorgezet?90.Wat deert u, dat gij niet spreekt?91.En hij keerde zich tot hen, en sloeg hen met zijne rechterhand en vernietigde hen.92.En zijn volk kwam haastig tot hem.93.Hij zeide: Aanbidt gij de beelden die gij zelven snijdt?94.Terwijl God u heeft geschapen en ook datgene wat gij maakt.95.Zij zeiden: Richt een brandstapel voor hem op en werp hem in het gloeiende vuur. En zij smeedden eene list tegen hem.96.Maar wij deden hem het onderspit delven en bevrijdden hem13.97.EnAbrahamzeide: Waarlijk, ik ga tot mijnen Heer14, die mij zal richten.98.O Heer! geef mij eene rechtvaardige nakomelingschap.99.Daarom maakten wij hem bekend, dat hij een zoon zou bekomen, die een zachten aard zou hebben.100.En toen hij den ouderdom der jongelingschap had bereikt15, en zich met hem in de verrichtingen van den godsdienst kon vereenigen.101.ZeideAbrahamtot hem: O mijn zoon! waarlijk, ik zag in een droom, dat ik u als eene offerande zoude aanbieden16.overweeg dus wat gij meent, dat ik zal doen.102Hij antwoordde: O mijn vader! doe wat u bevolen werd; indien het Gode behaagt, zult gij bevinden dat ik het lijdzaam zal ondergaan.103.En toen zij beiden zich aan den goddelijken wil hadden onderworpen, enAbrahamzijn zoon voorover op het aangezicht had gelegd17.104.Riepen wij hem toe: OAbraham!105.Gij hebt aan uw visioen geloofd. Zoo beloonen wij den rechtvaardige.106.Waarlijk, dit was eene duidelijke proef.107.En wij losten zijn zoon met een edel slachtoffer uit.108.En wij lieten hem de volgende groete door de verste nakomelingschap bewaren;109.Namelijk: Vrede zij opAbraham!110.Zoo beloonen wij den rechtvaardige;111.Want hij was een onzer geloovige dienaren.112.Wij verblijdden hem met de belofte vanIzaäk, een rechtvaardigen profeet.113.En wij zegenden hem enIzaäk; en onder hunne nakomelingschap waren eenige rechtvaardigen, en anderen, die klaarblijkelijk hunne eigene zielen nadeel toebrachten.114.Wij waren ook vroeger genadig omtrentMozesenAäron.115.En wij bevrijdden hen en hun volk van eene groote ellende.116.Wij ondersteunden hen tegen de Egyptenaren, en zij werden overwinnaars.117.Wij gaven hun het duidelijke boek der wet.118.Wij leidden hen op den rechten weg.119.En wij lieten de volgende groete door de verstenakomelingschapvoor hen bewaren;120.Namelijk: Vrede zij opMozesenAäron!121.Zoo beloonen wij de rechtvaardigen.122.Want zij waren twee onzer geloovige dienaren.123.EnElias18was mede eendergenen, die door ons werden gezonden.124.Toen hij tot zijn volk zeide: Vreest gij God niet?125.Roept gijBaalaan, en verzaakt gij den uitmuntendsten schepper?126.God is uw Heer en de Heer uwer voorvaderen.127.Maar zij beschuldigden hem van bedrog.128.Weshalve zij aan de eeuwige straf zullen worden overgeleverd, behalve de oprechte dienaren Gods129.En wij lieten de volgende groete door de verste nakomelingschap voor hem bewaren.130.Namelijk: Vrede zij opIlyasin19!131.Zoo beloonen wij den rechtvaardige.132.Want hij was een onzer geloovige dienaren.133.EnLotwas mede een dergenen, die door ons werden gezonden.134.Toen wij hem en zijn geheel gezin bevrijden.135.Behalve eene oude vrouw, zijne huisvrouw, die omkwam met hen die achterbleven.136.Daarna verdelgden wij de anderen20.137.En gij, o bewoners vanMekka! komt de plaatsen voorbij waar zij eens hebben gewoond, als gij des ochtends reist.138.En des nachts. Zult gij dan niet begrijpen?139.Jonaswas mede een dergenen die door ons werden gezonden21.140.Toen hij in een geladen schip vluchtte22.141.En zij die aan boord waren, lootten onder elkander en hij werd veroordeeld23.142.En de visch verzwolg hem; want hij had eene bestraffing verdiend.143En indien hij niet eene ware geweest van hen die God loven24.144.Waarlijk, dan ware hij, tot den dag der opstanding, in den buik van den visch gebleven.145.En wij wierpen hem op het naakte strand, en hij wasziek25.146.Wij deden een pompoenplant26over hem heen groeien.147.Wij zonden hem daarna tot een volk van honderdduizend zielen of meer.148.En zij geloofden: daarom lieten wij hun dit leven nog voor eenigen tijd genieten.149.Vraag aan de bewoners vanMekkaof uw Heer dochters heeft gelijk zij zonen hebben27?150.Hebben wij ook de engelen van het vrouwelijke geslacht geschapen, en waren zij er getuigen van?151.Zeggen zij niet, volgens hunne eigene, valsche uitvinding:152.God heeft eene nakomelingschap gebaard? en zij zijn niet werkelijk leugenaars?153.Heeft hij bij voorkeur dochters boven zonen verkozen?154.Gij hebt geene reden aldus te oordeelen.155.Wilt gij dus niet vermaand wezen?156.Of hebt gij een duidelijk bewijs voor hetgeen gij zegt?157.Brengt thans uw boek der openbaringen voor den dag, indien gij de waarheid spreekt.158.En zij maken hem tot een verwante der geniussen28, terwijl de geniussen weten, dat hij, die zulke dingen verklaart, aan de eeuwige straf zal worden overgeleverd.159.(God is verheven, boven datgene wat zij nopens hem verklaren):160.Maar niet Gods oprechte dienaren.161.Maar gij en de goden, welke gij aanbidt,162.Zullen niemand nopens God verleiden.163.Behalve hem die bestemd is om in de hel verbrand te worden.164.Er is niemand van ons, of hij heeft een bestemde plaats.165.Wij scharen ons in orde,166.Gods bevelen afwachtende, en wij verkondigen den goddelijken lof29.167.De ongeloovigen zeiden:168.Indien wijdoor een boek met goddelijke openbaringen waren begunstigd geworden, van diegene welke aan de ouden werden geschonken.169.Zouden wij zeker oprechte dienaren Gods zijn geweest;170.Maar thans, nu de Koran is geopenbaard, gelooven zij daarin niet; doch hier namaals zullen zij het gevolg van hun ongeloof kennen.171.Ons woord werd vroeger aan onze dienaren, de gezanten, gegeven.172.Dat zij zekerlijk tegen de ongeloovigen zouden ondersteund worden,173.En dat onze legers de overwinning zouden behalen.174.Wend u dus gedurende eenen tijd van hen af.175.En zie de rampen die hen zullen bedroeven; want zij zullen uwe toekomstige overwinning en uwen voorspoed zien.176.Trachten zij daarom onze wraak te verhaasten?177.Waarlijk, wanneer die in hunne afgesloten hoven zal nederdalen, zal het een slechte ochtend zijn voor hen, die te vergeefs werden gewaarschuwd.178.Wend u dus voor eenigen tijd van hen af.179.Hierna zullen zij uwe overwinning en hunne straf ontwaren.180.Geloofd zij uw Heer, de Heer die verre verheven is boven hetgeen zij van hem verklaren!181.Vrede zij op zijne gezanten.182.En geloofd zij God, de Heer van alle schepselen!1Sommigen verstaan door deze woorden, de zielen der menschen die zich in gehoorzaamheid aan Gods wetten onderwerpen, en zich wegspoeden van alle ongeloof en zonden, of de zielen van hen, die zich in slagorde stellen, ten einde voor den waren godsdienst te strijden, en hunne paarden aanzetten om op de ongeloovigen aan te vallen enz. (Al Beidâwi).2Daar het oorspronkelijke woord in het meervoud staat, wordt het verondersteld de verschillende punten van den gezichtseinder te teekenen, van waar de zon in den loop van het jaar opstijgt, en die driehonderd zestig in getal zijn (gelijk aan het getal dagen van het oude, burgerlijke jaar) en hebbende evenveel overeenkomende punten, waar zij gedurende die tijdruimte achtervolgens ondergaat (Al Beidâwi,Yahya).Maracciveronderstelt, zonder daarvoor eenigen grond aan te voeren, dat deze uitlegging is gebouwd op de dwaling van onderscheiden werelden (Marracc. inAlc. p. 589).3ZieHoofdstuk XV, vers 18.4ZieHoofdstuk XV, vers 47, noot.5Dit moge den Europeanen een zonderlinge vergelijking schijnen; maar de oosterlingen denken, dat niets zoozeer der kleur van eene fijne vrouwenhuid nabijkomt, als die van een struisei, als het geheel zuiver is gebleven.6Er is een doornachtige boom die zoo genaamd wordt en inTehamabloeit. Deze draagt vruchten op den amandel gelijkende, maar zeer bitter. Daarom heeft men dezen naam aan den helschen boom gegeven.7De ongeloovigen begrijpen namelijk niet, hoe er een boom in de hel zou kunnen groeien, waar zelfs de steenen als brandstof dienen.8Of van slangen, afzichtelijk voor het oog. Het oorspronkelijke woord heeft beide beteekenissen.9Sommigen veronderstellen, dat het bovenvermelde onthaal de verwelkoming der verdoemden zal wezen, alvorens zij die plaats binnengaan; en anderen, dat hun van tijd tot tijd zal worden toegestaan uit de hel te komen, om hunne brandende vloeistof te drinken.10WantNoachen hij kwamen in de hoofdpunten overeen zoowel wat geloof, als wat handelen betreft: doch de tijdruimte tusschen hen beiden bedroeg niet minder dan 2640 jaren (Al Beidâwi).11Hij deed alsof hij dit uit den aanblik der hemelen kon opmaken; daar het volk zeer tot het bijgeloof der sterrenwichelarij overhelde, en gebruikte het tot zijne verontschuldiging, dat hij afwezig zou zijn bij hun feest, waartoe zij hem hadden uitgenoodigd.12Vreezende, dat hij eene aanstekende ongesteldheid had (Al Beidâwi).13ZieHoofdstuk XXI, vers 70enz.14Zijnde: werwaarts bij mij heeft bevolen.15Hij was toen dertien jaar oud (Al Beidâwi).16De uitleggers zeggen, datAbrahamhet bevel, om zijn zoon te offeren, in een visioen ontving, dat hij, in den achtsten nacht van de maandDhoe’lhajazag. Ten einde hem echter te verzekeren, dat die niet van den duivel afkomstig was, hetgeen hij geneigd was te gelooven, werd hetzelfde visioen, den volgenden nacht herhaald, waardoor hij wist dat het van God kwam. Den volgenden nacht zag hij het ten derdenmale; alsnu besloot hij er aan te gehoorzamen en zijn zoon te offeren. Vanhier denkensommigen dat de 8e, 9e en 10e dagen vanDhoelhaja,Yawin atterwiija,yawm arafat,yawm alnehrgenoemd worden, zijnde de dag van het visioen, de dag der kennis, en de dag der offerande. Het meest algemeene denkbeeld onder de Mahomedanen is echter, dat de zoon, dieAbrahamwerd geofferd, nietIzaäk, maarIsmaëlwas, daarIsmaëlop dat tijdstip zijn eenige zoon was; want de belofte vanIzaäksgeboorte wordt lager vermeld, als, in tijd, op deze gebeurtenis volgende. Zij voeren ook de verklaring van hunnen profeet aan, die volgens het verhaal gezegd zou hebben: Ik ben de zoon der beiden, die als offerande werden aangeboden; daarmede zijn grooten voorvader en zijn eigen vaderAbd’allahbedoelende,Abdelmottalibhad namelijk beloofd, dat, indien God hem zou veroorloven de bronZemzemop te sporen en te openen, en hem tien zonen zou geven, hij een daarvan zou willen offeren. Toen dus in beide opzichten aan zijn verlangen was voldaan, lootte hij tusschen zijne zonen, en daar het lot opAbd’allahviel, kocht hij hem los door honderd kameelen te offeren, hetgeen volgens deSonna, de prijs was voor het bloed van een mensch (Al Beidâwi,Jallalo’ddin.Al Zamakshari). Zie bl.7.17De uitleggers voegen er bij, datAbrahamreeds zoo ver gekomen was, dat hij op het punt stond, het mes met al zijne kracht door den strot van den jongeling te stooten, maar dat hij op wonderdadige wijze werd verhinderd hem te deren (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).18De Mahomedanen veronderstellen algemeen, dat deze profeet dezelfde was, alsAl Khedren verwarren hen metPhineas(ZieHoofdstuk XVIII, vers 64, noot) en somtijds metEdrisofEnoch. Sommigenzeggen, dat hij de zoon was vanYasinen nauw verwant met Aäron, terwijl anderen veronderstellen, dat hij een geheel verschillend persoon was. Hij werd tot de bewoners vanBaalbecinSyrië, hetHeliopolisder Grieken gezonden, ten einde hen af te brengen van hunne vereering van hunnen afgodBaalof de zon, wiens naam een deel van dien der stad uitmaakt, die oulingsBeccwerd genoemd (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).19De uitleggers weten niet recht wat zij van dit woord zullen maken. Sommigen meenen, dat dit het meervoud vanEliasis, of, zooals de Arabieren het schrijven,Ilyas, en dat daarmede zoowel de profeet of zijne volgelingen worden bedoeld, als zij die hem gelijken. Anderen scheiden het woord, en lezenEl Yasin, zijnde: Het gezin vanYasin, de vader van Elias, overeenkomstig hetgeen in de vorige noot wordt vermeld; anderen weder zijn van oordeel, dat erMahometof de Koran, of eenig ander boek der schriften mede bedoeld wordt. De meest waarschijnlijke veronderstelling is echter, datIlyasenIlyasindezelfde namen zijn, of denzelfden persoon beteekenen, zooalsSinaïenSinindenzelfden berg aanduiden; aangezien hier de laatste lettergreep slechts aan het woord is toegevoegd, om de cadans bij het slot van het vers te behouden.20ZieHoofdstuk VII, vers 82enHoofdstuk XI, vers 83.21ZieHoofdstuk X, vers 98.22ZieHoofdstuk XXI, vers 87.23Zijnde: Hij werd door het lot aangewezen.24Deze woorden schijnen vooral betrekking te hebben op de gebeden vanJonas, terwijl hij zich in den buik van den walvisch bevond (ZieHoofdstuk XXI, vers 87).25Door hetgeen hij had doorstaan, werd zijn lichaam gelijk aan dat van een pasgeboren kind (Al Beidâwi). Men zegt dat de visch, naJonasverzwolgen te hebben, met den kop boven water, achter het schip zwom, opdat de profeet zou kunnen ademhalen. Deze ging voort God te loven, tot de visch aan land kwam en hem uitbraakte. De meeningen der Mahomedaansche schrijvers, nopens den tijd dienJonasin den buik van den visch doorbracht, verschillen zeer veel. Sommige veronderstellen dat het een deel van een dag was, andere drie, zeven, twintig, en sommige zelfs veertig dagen (Al Beidâwi).26Het oorspronkelijke woord (Jaktin) beteekent eene plant, die zich over den grond uitspreidt, die geen opstaanden stengel heeft om haar te ondersteunen, en bijzonder eene pompoen. Sommigen veronderstellen echter dat de plant vanJonaseen vijgenboom was, of anderen de kleine boom of struikMauz(Al Beidâwi) genaamd, die zeer groote bladeren en uitmuntende vruchten voortbrengt (ZieJ. Leon.Descr. Afric. lib. 9Gab. Sionitde Urb. Oriënt, ad calcem. Geogr. Nub.p. 32 enHottinger.Hist. Oriënt.p. 78 etc.)27ZieHoofdstuk XVI, vers 59.28Dat is: de engelen, die mede onder den naam van geniussen zijn begrepen, zijnde eene soort van hen. Sommigen zeggen, dat de ongeloovigen zoo ver gingen, te verklaren dat God en de duivels broeders waren (AlBeidâwi).29Deze woorden worden verondersteld door de engelen te worden gesproken, waarbij zij de vereering, hun door de afgodendienaars toegebracht, afwijzen en verklaren, dat zij ieder hunne taak en standplaats hebben, hun door God aangewezen, wiens bevelen zij ten alle tijde bereidzijn uit te voeren, en wiens lof zij aanhoudend zingen. Er zijn echter sommige uitleggers, die denken, dat dit de woorden vanMahometen diens volgelingen zijn, daar de bedoeling zou wezen, dat ieder van hen eene voor hen bestemde plaats in het paradijs heeft, en dat zij de engelen zijn, die zich voor God in orde scharen, ten einde hem te vereeren en te aanbidden, en die zijn lof verkondigen, door ieder valsch denkbeeld te verwerpen, dat de waardigheid der goddelijke wijsheid en kracht zou kunnen verminderen.

Zeven en Dertigste Hoofdstuk.Zij die zich in orde scharen.Gegeven teMédina.—182 verzen.

Gegeven teMédina.—182 verzen.

Gegeven teMédina.—182 verzen.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de engelen, die zich in orde scharen1.2.En bij hen die de wolken voortdrijven en verspreiden.3.En bij hen, die den Koran lezen als eene vermaning,4.Waarlijk, uw Heer is eenig.5.De Heer van hemel en aarde en van alles wat daartusschen is, en de Heer van het Oosten2.6.Wij hebben den ondersten hemel met het versiersel der sterrren getooid.7.En wij hebben daarin een wachter tegen iederen weerspannigen duivel geplaatst.8.Opdat zij niet luisteren naar het gesprek der verheven vorsten (want zij worden van alle zijden bestormd),9.En eene zware marteling is voor hen gereed gemaakt.10.Behalve hij, die een woord steelsgewijze opvangt, en door eene vlammende schicht wordt getroffen3.11.Vraag daarom den bewoners vanMekka, of zij van nature sterker zijn dan de engelen welke wij hebben geschapen? Waarlijk wij hebben hen van harde klei geschapen.12.Gij verbaast u over Gods macht en hunne weêrspannigheid; maar zij spotten over de bewijsmiddelen,welke aangevoerd worden om hen te overtuigen.13.Als zij gewaarschuwd worden, nemen zij geene waarschuwing aan.14.En als zij iets zien, spotten zij er mede.15.En zeggen: Dit is niet anders dan duidelijke tooverij.16.Nadat wij dood zullen wezen en tot stof en beenderen zijn geworden, zullen wij dan werkelijk tot het leven worden opgewekt.17.En onze voorvaderen ook?18.Antwoord: Ja! en dan zult gij veracht wezen.19.Er zal slechts eenmaal op de trompet worden geblazen, en zij zullen rond zien.20.En zullen zeggen: Wee over ons! Dit is de dag des oordeels.21.Dit is de dag der onderscheiding tusschen de rechtvaardigen en de zondaren, dien gij als eene leugen verwerpt.22.Verzamel degenen, die onrechtvaardig hebben gehandeld en hunne makkers, en deafgodenwelke zij aanbaden.23.Naast God, en leidt hen op den weg der hel.24.En plaats hen voor Gods vierschaar; want zijzullengeroepen worden om rekenschap af te leggen.25.Wat deert u, dat gij elkander niet verdedigt?26.Maar op dien dag zullen zij zich aan Gods oordeel onderwerpen.27.En zij zullen elkander naderen en onder elkander twisten.28.En de verleiden zullen zeggen tot hen die hen hebben verleid: Waarlijk, gij kwaamt tot ons met voorspellingen van voorspoed.29.En de verleiders zullen antwoorden: Neen! gij waart veeleer geene ware geloovigen; want wij hadden geene macht over u, om u te dwingen, maar gij hebt vrijwillig gezondigd.30.Daarom werd het vonnis van onzen Heer rechtvaardig over ons uitgesproken, en wij zullen zekerlijk zijne wraak proeven.31.Wij verleidden u, maar wij dwaalden ook zelven.32.Zij zullen op dezen dag dus beiden deelgenooten van dezelfde straf zijn.33.Zoo zullen wij met de zondaren handelen;34.Want toen er tot hen werd gezegd: Er is geen god buiten den waren God, bliezen zij zich op met hoogmoed.35.En zeiden: zullen wij onze goden voor een bezeten dichter verlaten?36.Neen! hij komt met de waarheid en legt getuigenis af voor de vroegere gezanten.37.Gij zult zekerlijk de pijnlijke martelingen der hel proeven.38.En gij zult niet vergolden worden, dan overeenkomstig uwe werken.39.Maar wat de oprechte dienaren Gods betreft.40.Zij zullen een zekeren voorraad in het paradijs hebben:41.Namelijk heerlijke vruchten, en zij zullen geëerd worden.42.Zij zullen in tuinen des vermaaks geplaatst worden.43.Leunende in tegenover elkander geplaatste zetels4.44.Een beker zal onder hen worden rondgereikt, gevuld aan eene heldere fontein;45.Een heerlijkheid voor hen, die er van zullen drinken.46Het zal het verstand niet benevelen, en zij zullen er niet door bedwelmd worden.47.En nabij hen zullen de maagden van het paradijs liggen, hare blikken, behalve van hunne bruidegommen, van ieder een afwendende, hebbende groote, zwarte oogen, en gelijkendeop de eieren van een struisvogel, zorgvol met vederen bedekt5.48.En zij zullen zich tot elkander wenden, en elkander vragen doen.49.En een van hen zal zeggen: Waarlijk, ik had een vertrouwden vriend, terwijl ik op de wereld leefde.50.Die tot mij zeide: Zijt gij een van hen, die de waarheid der opstanding betuigen?51.Nadat wij dood zullen zijn, en tot stof en beenderen veranderd wezen, zullen wij dan zekerlijk worden geoordeeld?52.Dan zal hij tot zijne makkers zeggen: Wilt gij nederzien?53.En zij zullen nederzien en hem in het midden der hel ontwaren.54.En hij zal tot hem zeggen: Bij God! er ontbrak weinig aan, of gij hadt mij verdorven.55.En was het niet door de genade van mijnen Heer, dan ware ik zeker aan eene eeuwige marteling overgeleverd geworden.56.Zullen wij een anderen dan onzen eersten dood sterven?57.Of ondergaan wij eenige straf?58.Waarlijk, wij genieten eene groote gelukzaligheid.59.Laten de arbeiders arbeiden om eene gelukzaligheid gelijk deze te verwerven.60.Is dit een beter onthaal, of de boom vanal Zakkum?661.Waarlijk, wij hebben dien aangeduid als eene aanleiding tot twist onder de onrechtvaardigen762.Het is een boom die aan den bodem der hel ontspruit.63.De vrucht daarvan gelijkt op de hoofdenvanduivelen8.64.De verdoemden zullen daarvan eten, en hunne buiken daarmede vullen.65Vervolgens zal hun een mengsel van vuil en kokend water te drinken worden gegeven.66.Daarna zullen zij in de hel terugkeeren.67.Zij bevonden dat hunne vaderen dwalende waren9.68.En zij traden haastig in hunne voetstappen;69.Want het meerendeel der oude volken dwaalden vóór hen.70.Wij zonden vroeger waarschuwers tot hen;71.Maar zie hoe ellendig het einde was van degenen, die gewaarschuwd werden.72.En die niet onze oprechte dienaren waren.73.Noachriep ons in vroegere dagen aan, en wij verhoorden hem genadiglijk.74.En wij bevrijdden hem en zijn gezin uit de groote ellende.75.Wij deden zijne nakomelingschap den zondvloed overleven, om de aarde te bevolken.76.En wij lieten hem de volgende begroeting door de verste nakomelingschap geven:77.Vrede zij opNoachonder alle schepselen!78.Zoo beloonen wij de rechtvaardigen.79.Want hij was een van onze dienaren, de ware geloovigen.80.Daarna verdronken wij de anderen.81.Abrahamwas mede van zijnen godsdienst10;82.Toen hij met een volkomen hart tot zijn Heer kwam.83Toen hij tot zijn vader en zijn volk zeide: Wat vreest gij?84.Kiest gij bij voorkeur valsche goden boven den waren God?85.Wat is dus uwe meening opzichtens den Heer aller schepselen?86.En hij beschouwde de sterren.87.En zeide: Waarlijk, ik zal ziek wezen11en niet bij uwe offeringen tegenwoordig zijn.88.En zij keerden zich af en verlieten hem12.89.EnAbrahamwendde zich in het geheim tot hunne goden, en zeide spottende tot hen: Eet gij niet van het vleesch dat u is voorgezet?90.Wat deert u, dat gij niet spreekt?91.En hij keerde zich tot hen, en sloeg hen met zijne rechterhand en vernietigde hen.92.En zijn volk kwam haastig tot hem.93.Hij zeide: Aanbidt gij de beelden die gij zelven snijdt?94.Terwijl God u heeft geschapen en ook datgene wat gij maakt.95.Zij zeiden: Richt een brandstapel voor hem op en werp hem in het gloeiende vuur. En zij smeedden eene list tegen hem.96.Maar wij deden hem het onderspit delven en bevrijdden hem13.97.EnAbrahamzeide: Waarlijk, ik ga tot mijnen Heer14, die mij zal richten.98.O Heer! geef mij eene rechtvaardige nakomelingschap.99.Daarom maakten wij hem bekend, dat hij een zoon zou bekomen, die een zachten aard zou hebben.100.En toen hij den ouderdom der jongelingschap had bereikt15, en zich met hem in de verrichtingen van den godsdienst kon vereenigen.101.ZeideAbrahamtot hem: O mijn zoon! waarlijk, ik zag in een droom, dat ik u als eene offerande zoude aanbieden16.overweeg dus wat gij meent, dat ik zal doen.102Hij antwoordde: O mijn vader! doe wat u bevolen werd; indien het Gode behaagt, zult gij bevinden dat ik het lijdzaam zal ondergaan.103.En toen zij beiden zich aan den goddelijken wil hadden onderworpen, enAbrahamzijn zoon voorover op het aangezicht had gelegd17.104.Riepen wij hem toe: OAbraham!105.Gij hebt aan uw visioen geloofd. Zoo beloonen wij den rechtvaardige.106.Waarlijk, dit was eene duidelijke proef.107.En wij losten zijn zoon met een edel slachtoffer uit.108.En wij lieten hem de volgende groete door de verste nakomelingschap bewaren;109.Namelijk: Vrede zij opAbraham!110.Zoo beloonen wij den rechtvaardige;111.Want hij was een onzer geloovige dienaren.112.Wij verblijdden hem met de belofte vanIzaäk, een rechtvaardigen profeet.113.En wij zegenden hem enIzaäk; en onder hunne nakomelingschap waren eenige rechtvaardigen, en anderen, die klaarblijkelijk hunne eigene zielen nadeel toebrachten.114.Wij waren ook vroeger genadig omtrentMozesenAäron.115.En wij bevrijdden hen en hun volk van eene groote ellende.116.Wij ondersteunden hen tegen de Egyptenaren, en zij werden overwinnaars.117.Wij gaven hun het duidelijke boek der wet.118.Wij leidden hen op den rechten weg.119.En wij lieten de volgende groete door de verstenakomelingschapvoor hen bewaren;120.Namelijk: Vrede zij opMozesenAäron!121.Zoo beloonen wij de rechtvaardigen.122.Want zij waren twee onzer geloovige dienaren.123.EnElias18was mede eendergenen, die door ons werden gezonden.124.Toen hij tot zijn volk zeide: Vreest gij God niet?125.Roept gijBaalaan, en verzaakt gij den uitmuntendsten schepper?126.God is uw Heer en de Heer uwer voorvaderen.127.Maar zij beschuldigden hem van bedrog.128.Weshalve zij aan de eeuwige straf zullen worden overgeleverd, behalve de oprechte dienaren Gods129.En wij lieten de volgende groete door de verste nakomelingschap voor hem bewaren.130.Namelijk: Vrede zij opIlyasin19!131.Zoo beloonen wij den rechtvaardige.132.Want hij was een onzer geloovige dienaren.133.EnLotwas mede een dergenen, die door ons werden gezonden.134.Toen wij hem en zijn geheel gezin bevrijden.135.Behalve eene oude vrouw, zijne huisvrouw, die omkwam met hen die achterbleven.136.Daarna verdelgden wij de anderen20.137.En gij, o bewoners vanMekka! komt de plaatsen voorbij waar zij eens hebben gewoond, als gij des ochtends reist.138.En des nachts. Zult gij dan niet begrijpen?139.Jonaswas mede een dergenen die door ons werden gezonden21.140.Toen hij in een geladen schip vluchtte22.141.En zij die aan boord waren, lootten onder elkander en hij werd veroordeeld23.142.En de visch verzwolg hem; want hij had eene bestraffing verdiend.143En indien hij niet eene ware geweest van hen die God loven24.144.Waarlijk, dan ware hij, tot den dag der opstanding, in den buik van den visch gebleven.145.En wij wierpen hem op het naakte strand, en hij wasziek25.146.Wij deden een pompoenplant26over hem heen groeien.147.Wij zonden hem daarna tot een volk van honderdduizend zielen of meer.148.En zij geloofden: daarom lieten wij hun dit leven nog voor eenigen tijd genieten.149.Vraag aan de bewoners vanMekkaof uw Heer dochters heeft gelijk zij zonen hebben27?150.Hebben wij ook de engelen van het vrouwelijke geslacht geschapen, en waren zij er getuigen van?151.Zeggen zij niet, volgens hunne eigene, valsche uitvinding:152.God heeft eene nakomelingschap gebaard? en zij zijn niet werkelijk leugenaars?153.Heeft hij bij voorkeur dochters boven zonen verkozen?154.Gij hebt geene reden aldus te oordeelen.155.Wilt gij dus niet vermaand wezen?156.Of hebt gij een duidelijk bewijs voor hetgeen gij zegt?157.Brengt thans uw boek der openbaringen voor den dag, indien gij de waarheid spreekt.158.En zij maken hem tot een verwante der geniussen28, terwijl de geniussen weten, dat hij, die zulke dingen verklaart, aan de eeuwige straf zal worden overgeleverd.159.(God is verheven, boven datgene wat zij nopens hem verklaren):160.Maar niet Gods oprechte dienaren.161.Maar gij en de goden, welke gij aanbidt,162.Zullen niemand nopens God verleiden.163.Behalve hem die bestemd is om in de hel verbrand te worden.164.Er is niemand van ons, of hij heeft een bestemde plaats.165.Wij scharen ons in orde,166.Gods bevelen afwachtende, en wij verkondigen den goddelijken lof29.167.De ongeloovigen zeiden:168.Indien wijdoor een boek met goddelijke openbaringen waren begunstigd geworden, van diegene welke aan de ouden werden geschonken.169.Zouden wij zeker oprechte dienaren Gods zijn geweest;170.Maar thans, nu de Koran is geopenbaard, gelooven zij daarin niet; doch hier namaals zullen zij het gevolg van hun ongeloof kennen.171.Ons woord werd vroeger aan onze dienaren, de gezanten, gegeven.172.Dat zij zekerlijk tegen de ongeloovigen zouden ondersteund worden,173.En dat onze legers de overwinning zouden behalen.174.Wend u dus gedurende eenen tijd van hen af.175.En zie de rampen die hen zullen bedroeven; want zij zullen uwe toekomstige overwinning en uwen voorspoed zien.176.Trachten zij daarom onze wraak te verhaasten?177.Waarlijk, wanneer die in hunne afgesloten hoven zal nederdalen, zal het een slechte ochtend zijn voor hen, die te vergeefs werden gewaarschuwd.178.Wend u dus voor eenigen tijd van hen af.179.Hierna zullen zij uwe overwinning en hunne straf ontwaren.180.Geloofd zij uw Heer, de Heer die verre verheven is boven hetgeen zij van hem verklaren!181.Vrede zij op zijne gezanten.182.En geloofd zij God, de Heer van alle schepselen!

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.

1.Ik zweer bij de engelen, die zich in orde scharen1.2.En bij hen die de wolken voortdrijven en verspreiden.3.En bij hen, die den Koran lezen als eene vermaning,4.Waarlijk, uw Heer is eenig.5.De Heer van hemel en aarde en van alles wat daartusschen is, en de Heer van het Oosten2.6.Wij hebben den ondersten hemel met het versiersel der sterrren getooid.7.En wij hebben daarin een wachter tegen iederen weerspannigen duivel geplaatst.8.Opdat zij niet luisteren naar het gesprek der verheven vorsten (want zij worden van alle zijden bestormd),9.En eene zware marteling is voor hen gereed gemaakt.10.Behalve hij, die een woord steelsgewijze opvangt, en door eene vlammende schicht wordt getroffen3.11.Vraag daarom den bewoners vanMekka, of zij van nature sterker zijn dan de engelen welke wij hebben geschapen? Waarlijk wij hebben hen van harde klei geschapen.12.Gij verbaast u over Gods macht en hunne weêrspannigheid; maar zij spotten over de bewijsmiddelen,welke aangevoerd worden om hen te overtuigen.13.Als zij gewaarschuwd worden, nemen zij geene waarschuwing aan.14.En als zij iets zien, spotten zij er mede.15.En zeggen: Dit is niet anders dan duidelijke tooverij.16.Nadat wij dood zullen wezen en tot stof en beenderen zijn geworden, zullen wij dan werkelijk tot het leven worden opgewekt.17.En onze voorvaderen ook?18.Antwoord: Ja! en dan zult gij veracht wezen.19.Er zal slechts eenmaal op de trompet worden geblazen, en zij zullen rond zien.20.En zullen zeggen: Wee over ons! Dit is de dag des oordeels.21.Dit is de dag der onderscheiding tusschen de rechtvaardigen en de zondaren, dien gij als eene leugen verwerpt.22.Verzamel degenen, die onrechtvaardig hebben gehandeld en hunne makkers, en deafgodenwelke zij aanbaden.23.Naast God, en leidt hen op den weg der hel.24.En plaats hen voor Gods vierschaar; want zijzullengeroepen worden om rekenschap af te leggen.25.Wat deert u, dat gij elkander niet verdedigt?26.Maar op dien dag zullen zij zich aan Gods oordeel onderwerpen.27.En zij zullen elkander naderen en onder elkander twisten.28.En de verleiden zullen zeggen tot hen die hen hebben verleid: Waarlijk, gij kwaamt tot ons met voorspellingen van voorspoed.29.En de verleiders zullen antwoorden: Neen! gij waart veeleer geene ware geloovigen; want wij hadden geene macht over u, om u te dwingen, maar gij hebt vrijwillig gezondigd.30.Daarom werd het vonnis van onzen Heer rechtvaardig over ons uitgesproken, en wij zullen zekerlijk zijne wraak proeven.31.Wij verleidden u, maar wij dwaalden ook zelven.32.Zij zullen op dezen dag dus beiden deelgenooten van dezelfde straf zijn.33.Zoo zullen wij met de zondaren handelen;34.Want toen er tot hen werd gezegd: Er is geen god buiten den waren God, bliezen zij zich op met hoogmoed.35.En zeiden: zullen wij onze goden voor een bezeten dichter verlaten?36.Neen! hij komt met de waarheid en legt getuigenis af voor de vroegere gezanten.37.Gij zult zekerlijk de pijnlijke martelingen der hel proeven.38.En gij zult niet vergolden worden, dan overeenkomstig uwe werken.39.Maar wat de oprechte dienaren Gods betreft.40.Zij zullen een zekeren voorraad in het paradijs hebben:41.Namelijk heerlijke vruchten, en zij zullen geëerd worden.42.Zij zullen in tuinen des vermaaks geplaatst worden.43.Leunende in tegenover elkander geplaatste zetels4.44.Een beker zal onder hen worden rondgereikt, gevuld aan eene heldere fontein;45.Een heerlijkheid voor hen, die er van zullen drinken.46Het zal het verstand niet benevelen, en zij zullen er niet door bedwelmd worden.47.En nabij hen zullen de maagden van het paradijs liggen, hare blikken, behalve van hunne bruidegommen, van ieder een afwendende, hebbende groote, zwarte oogen, en gelijkendeop de eieren van een struisvogel, zorgvol met vederen bedekt5.48.En zij zullen zich tot elkander wenden, en elkander vragen doen.49.En een van hen zal zeggen: Waarlijk, ik had een vertrouwden vriend, terwijl ik op de wereld leefde.50.Die tot mij zeide: Zijt gij een van hen, die de waarheid der opstanding betuigen?51.Nadat wij dood zullen zijn, en tot stof en beenderen veranderd wezen, zullen wij dan zekerlijk worden geoordeeld?52.Dan zal hij tot zijne makkers zeggen: Wilt gij nederzien?53.En zij zullen nederzien en hem in het midden der hel ontwaren.54.En hij zal tot hem zeggen: Bij God! er ontbrak weinig aan, of gij hadt mij verdorven.55.En was het niet door de genade van mijnen Heer, dan ware ik zeker aan eene eeuwige marteling overgeleverd geworden.56.Zullen wij een anderen dan onzen eersten dood sterven?57.Of ondergaan wij eenige straf?58.Waarlijk, wij genieten eene groote gelukzaligheid.59.Laten de arbeiders arbeiden om eene gelukzaligheid gelijk deze te verwerven.60.Is dit een beter onthaal, of de boom vanal Zakkum?661.Waarlijk, wij hebben dien aangeduid als eene aanleiding tot twist onder de onrechtvaardigen762.Het is een boom die aan den bodem der hel ontspruit.63.De vrucht daarvan gelijkt op de hoofdenvanduivelen8.64.De verdoemden zullen daarvan eten, en hunne buiken daarmede vullen.65Vervolgens zal hun een mengsel van vuil en kokend water te drinken worden gegeven.66.Daarna zullen zij in de hel terugkeeren.67.Zij bevonden dat hunne vaderen dwalende waren9.68.En zij traden haastig in hunne voetstappen;69.Want het meerendeel der oude volken dwaalden vóór hen.70.Wij zonden vroeger waarschuwers tot hen;71.Maar zie hoe ellendig het einde was van degenen, die gewaarschuwd werden.72.En die niet onze oprechte dienaren waren.73.Noachriep ons in vroegere dagen aan, en wij verhoorden hem genadiglijk.74.En wij bevrijdden hem en zijn gezin uit de groote ellende.75.Wij deden zijne nakomelingschap den zondvloed overleven, om de aarde te bevolken.76.En wij lieten hem de volgende begroeting door de verste nakomelingschap geven:77.Vrede zij opNoachonder alle schepselen!78.Zoo beloonen wij de rechtvaardigen.79.Want hij was een van onze dienaren, de ware geloovigen.80.Daarna verdronken wij de anderen.81.Abrahamwas mede van zijnen godsdienst10;82.Toen hij met een volkomen hart tot zijn Heer kwam.83Toen hij tot zijn vader en zijn volk zeide: Wat vreest gij?84.Kiest gij bij voorkeur valsche goden boven den waren God?85.Wat is dus uwe meening opzichtens den Heer aller schepselen?86.En hij beschouwde de sterren.87.En zeide: Waarlijk, ik zal ziek wezen11en niet bij uwe offeringen tegenwoordig zijn.88.En zij keerden zich af en verlieten hem12.89.EnAbrahamwendde zich in het geheim tot hunne goden, en zeide spottende tot hen: Eet gij niet van het vleesch dat u is voorgezet?90.Wat deert u, dat gij niet spreekt?91.En hij keerde zich tot hen, en sloeg hen met zijne rechterhand en vernietigde hen.92.En zijn volk kwam haastig tot hem.93.Hij zeide: Aanbidt gij de beelden die gij zelven snijdt?94.Terwijl God u heeft geschapen en ook datgene wat gij maakt.95.Zij zeiden: Richt een brandstapel voor hem op en werp hem in het gloeiende vuur. En zij smeedden eene list tegen hem.96.Maar wij deden hem het onderspit delven en bevrijdden hem13.97.EnAbrahamzeide: Waarlijk, ik ga tot mijnen Heer14, die mij zal richten.98.O Heer! geef mij eene rechtvaardige nakomelingschap.99.Daarom maakten wij hem bekend, dat hij een zoon zou bekomen, die een zachten aard zou hebben.100.En toen hij den ouderdom der jongelingschap had bereikt15, en zich met hem in de verrichtingen van den godsdienst kon vereenigen.101.ZeideAbrahamtot hem: O mijn zoon! waarlijk, ik zag in een droom, dat ik u als eene offerande zoude aanbieden16.overweeg dus wat gij meent, dat ik zal doen.102Hij antwoordde: O mijn vader! doe wat u bevolen werd; indien het Gode behaagt, zult gij bevinden dat ik het lijdzaam zal ondergaan.103.En toen zij beiden zich aan den goddelijken wil hadden onderworpen, enAbrahamzijn zoon voorover op het aangezicht had gelegd17.104.Riepen wij hem toe: OAbraham!105.Gij hebt aan uw visioen geloofd. Zoo beloonen wij den rechtvaardige.106.Waarlijk, dit was eene duidelijke proef.107.En wij losten zijn zoon met een edel slachtoffer uit.108.En wij lieten hem de volgende groete door de verste nakomelingschap bewaren;109.Namelijk: Vrede zij opAbraham!110.Zoo beloonen wij den rechtvaardige;111.Want hij was een onzer geloovige dienaren.112.Wij verblijdden hem met de belofte vanIzaäk, een rechtvaardigen profeet.113.En wij zegenden hem enIzaäk; en onder hunne nakomelingschap waren eenige rechtvaardigen, en anderen, die klaarblijkelijk hunne eigene zielen nadeel toebrachten.114.Wij waren ook vroeger genadig omtrentMozesenAäron.115.En wij bevrijdden hen en hun volk van eene groote ellende.116.Wij ondersteunden hen tegen de Egyptenaren, en zij werden overwinnaars.117.Wij gaven hun het duidelijke boek der wet.118.Wij leidden hen op den rechten weg.119.En wij lieten de volgende groete door de verstenakomelingschapvoor hen bewaren;120.Namelijk: Vrede zij opMozesenAäron!121.Zoo beloonen wij de rechtvaardigen.122.Want zij waren twee onzer geloovige dienaren.123.EnElias18was mede eendergenen, die door ons werden gezonden.124.Toen hij tot zijn volk zeide: Vreest gij God niet?125.Roept gijBaalaan, en verzaakt gij den uitmuntendsten schepper?126.God is uw Heer en de Heer uwer voorvaderen.127.Maar zij beschuldigden hem van bedrog.128.Weshalve zij aan de eeuwige straf zullen worden overgeleverd, behalve de oprechte dienaren Gods129.En wij lieten de volgende groete door de verste nakomelingschap voor hem bewaren.130.Namelijk: Vrede zij opIlyasin19!131.Zoo beloonen wij den rechtvaardige.132.Want hij was een onzer geloovige dienaren.133.EnLotwas mede een dergenen, die door ons werden gezonden.134.Toen wij hem en zijn geheel gezin bevrijden.135.Behalve eene oude vrouw, zijne huisvrouw, die omkwam met hen die achterbleven.136.Daarna verdelgden wij de anderen20.137.En gij, o bewoners vanMekka! komt de plaatsen voorbij waar zij eens hebben gewoond, als gij des ochtends reist.138.En des nachts. Zult gij dan niet begrijpen?139.Jonaswas mede een dergenen die door ons werden gezonden21.140.Toen hij in een geladen schip vluchtte22.141.En zij die aan boord waren, lootten onder elkander en hij werd veroordeeld23.142.En de visch verzwolg hem; want hij had eene bestraffing verdiend.143En indien hij niet eene ware geweest van hen die God loven24.144.Waarlijk, dan ware hij, tot den dag der opstanding, in den buik van den visch gebleven.145.En wij wierpen hem op het naakte strand, en hij wasziek25.146.Wij deden een pompoenplant26over hem heen groeien.147.Wij zonden hem daarna tot een volk van honderdduizend zielen of meer.148.En zij geloofden: daarom lieten wij hun dit leven nog voor eenigen tijd genieten.149.Vraag aan de bewoners vanMekkaof uw Heer dochters heeft gelijk zij zonen hebben27?150.Hebben wij ook de engelen van het vrouwelijke geslacht geschapen, en waren zij er getuigen van?151.Zeggen zij niet, volgens hunne eigene, valsche uitvinding:152.God heeft eene nakomelingschap gebaard? en zij zijn niet werkelijk leugenaars?153.Heeft hij bij voorkeur dochters boven zonen verkozen?154.Gij hebt geene reden aldus te oordeelen.155.Wilt gij dus niet vermaand wezen?156.Of hebt gij een duidelijk bewijs voor hetgeen gij zegt?157.Brengt thans uw boek der openbaringen voor den dag, indien gij de waarheid spreekt.158.En zij maken hem tot een verwante der geniussen28, terwijl de geniussen weten, dat hij, die zulke dingen verklaart, aan de eeuwige straf zal worden overgeleverd.159.(God is verheven, boven datgene wat zij nopens hem verklaren):160.Maar niet Gods oprechte dienaren.161.Maar gij en de goden, welke gij aanbidt,162.Zullen niemand nopens God verleiden.163.Behalve hem die bestemd is om in de hel verbrand te worden.164.Er is niemand van ons, of hij heeft een bestemde plaats.165.Wij scharen ons in orde,166.Gods bevelen afwachtende, en wij verkondigen den goddelijken lof29.167.De ongeloovigen zeiden:168.Indien wijdoor een boek met goddelijke openbaringen waren begunstigd geworden, van diegene welke aan de ouden werden geschonken.169.Zouden wij zeker oprechte dienaren Gods zijn geweest;170.Maar thans, nu de Koran is geopenbaard, gelooven zij daarin niet; doch hier namaals zullen zij het gevolg van hun ongeloof kennen.171.Ons woord werd vroeger aan onze dienaren, de gezanten, gegeven.172.Dat zij zekerlijk tegen de ongeloovigen zouden ondersteund worden,173.En dat onze legers de overwinning zouden behalen.174.Wend u dus gedurende eenen tijd van hen af.175.En zie de rampen die hen zullen bedroeven; want zij zullen uwe toekomstige overwinning en uwen voorspoed zien.176.Trachten zij daarom onze wraak te verhaasten?177.Waarlijk, wanneer die in hunne afgesloten hoven zal nederdalen, zal het een slechte ochtend zijn voor hen, die te vergeefs werden gewaarschuwd.178.Wend u dus voor eenigen tijd van hen af.179.Hierna zullen zij uwe overwinning en hunne straf ontwaren.180.Geloofd zij uw Heer, de Heer die verre verheven is boven hetgeen zij van hem verklaren!181.Vrede zij op zijne gezanten.182.En geloofd zij God, de Heer van alle schepselen!

1Sommigen verstaan door deze woorden, de zielen der menschen die zich in gehoorzaamheid aan Gods wetten onderwerpen, en zich wegspoeden van alle ongeloof en zonden, of de zielen van hen, die zich in slagorde stellen, ten einde voor den waren godsdienst te strijden, en hunne paarden aanzetten om op de ongeloovigen aan te vallen enz. (Al Beidâwi).2Daar het oorspronkelijke woord in het meervoud staat, wordt het verondersteld de verschillende punten van den gezichtseinder te teekenen, van waar de zon in den loop van het jaar opstijgt, en die driehonderd zestig in getal zijn (gelijk aan het getal dagen van het oude, burgerlijke jaar) en hebbende evenveel overeenkomende punten, waar zij gedurende die tijdruimte achtervolgens ondergaat (Al Beidâwi,Yahya).Maracciveronderstelt, zonder daarvoor eenigen grond aan te voeren, dat deze uitlegging is gebouwd op de dwaling van onderscheiden werelden (Marracc. inAlc. p. 589).3ZieHoofdstuk XV, vers 18.4ZieHoofdstuk XV, vers 47, noot.5Dit moge den Europeanen een zonderlinge vergelijking schijnen; maar de oosterlingen denken, dat niets zoozeer der kleur van eene fijne vrouwenhuid nabijkomt, als die van een struisei, als het geheel zuiver is gebleven.6Er is een doornachtige boom die zoo genaamd wordt en inTehamabloeit. Deze draagt vruchten op den amandel gelijkende, maar zeer bitter. Daarom heeft men dezen naam aan den helschen boom gegeven.7De ongeloovigen begrijpen namelijk niet, hoe er een boom in de hel zou kunnen groeien, waar zelfs de steenen als brandstof dienen.8Of van slangen, afzichtelijk voor het oog. Het oorspronkelijke woord heeft beide beteekenissen.9Sommigen veronderstellen, dat het bovenvermelde onthaal de verwelkoming der verdoemden zal wezen, alvorens zij die plaats binnengaan; en anderen, dat hun van tijd tot tijd zal worden toegestaan uit de hel te komen, om hunne brandende vloeistof te drinken.10WantNoachen hij kwamen in de hoofdpunten overeen zoowel wat geloof, als wat handelen betreft: doch de tijdruimte tusschen hen beiden bedroeg niet minder dan 2640 jaren (Al Beidâwi).11Hij deed alsof hij dit uit den aanblik der hemelen kon opmaken; daar het volk zeer tot het bijgeloof der sterrenwichelarij overhelde, en gebruikte het tot zijne verontschuldiging, dat hij afwezig zou zijn bij hun feest, waartoe zij hem hadden uitgenoodigd.12Vreezende, dat hij eene aanstekende ongesteldheid had (Al Beidâwi).13ZieHoofdstuk XXI, vers 70enz.14Zijnde: werwaarts bij mij heeft bevolen.15Hij was toen dertien jaar oud (Al Beidâwi).16De uitleggers zeggen, datAbrahamhet bevel, om zijn zoon te offeren, in een visioen ontving, dat hij, in den achtsten nacht van de maandDhoe’lhajazag. Ten einde hem echter te verzekeren, dat die niet van den duivel afkomstig was, hetgeen hij geneigd was te gelooven, werd hetzelfde visioen, den volgenden nacht herhaald, waardoor hij wist dat het van God kwam. Den volgenden nacht zag hij het ten derdenmale; alsnu besloot hij er aan te gehoorzamen en zijn zoon te offeren. Vanhier denkensommigen dat de 8e, 9e en 10e dagen vanDhoelhaja,Yawin atterwiija,yawm arafat,yawm alnehrgenoemd worden, zijnde de dag van het visioen, de dag der kennis, en de dag der offerande. Het meest algemeene denkbeeld onder de Mahomedanen is echter, dat de zoon, dieAbrahamwerd geofferd, nietIzaäk, maarIsmaëlwas, daarIsmaëlop dat tijdstip zijn eenige zoon was; want de belofte vanIzaäksgeboorte wordt lager vermeld, als, in tijd, op deze gebeurtenis volgende. Zij voeren ook de verklaring van hunnen profeet aan, die volgens het verhaal gezegd zou hebben: Ik ben de zoon der beiden, die als offerande werden aangeboden; daarmede zijn grooten voorvader en zijn eigen vaderAbd’allahbedoelende,Abdelmottalibhad namelijk beloofd, dat, indien God hem zou veroorloven de bronZemzemop te sporen en te openen, en hem tien zonen zou geven, hij een daarvan zou willen offeren. Toen dus in beide opzichten aan zijn verlangen was voldaan, lootte hij tusschen zijne zonen, en daar het lot opAbd’allahviel, kocht hij hem los door honderd kameelen te offeren, hetgeen volgens deSonna, de prijs was voor het bloed van een mensch (Al Beidâwi,Jallalo’ddin.Al Zamakshari). Zie bl.7.17De uitleggers voegen er bij, datAbrahamreeds zoo ver gekomen was, dat hij op het punt stond, het mes met al zijne kracht door den strot van den jongeling te stooten, maar dat hij op wonderdadige wijze werd verhinderd hem te deren (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).18De Mahomedanen veronderstellen algemeen, dat deze profeet dezelfde was, alsAl Khedren verwarren hen metPhineas(ZieHoofdstuk XVIII, vers 64, noot) en somtijds metEdrisofEnoch. Sommigenzeggen, dat hij de zoon was vanYasinen nauw verwant met Aäron, terwijl anderen veronderstellen, dat hij een geheel verschillend persoon was. Hij werd tot de bewoners vanBaalbecinSyrië, hetHeliopolisder Grieken gezonden, ten einde hen af te brengen van hunne vereering van hunnen afgodBaalof de zon, wiens naam een deel van dien der stad uitmaakt, die oulingsBeccwerd genoemd (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).19De uitleggers weten niet recht wat zij van dit woord zullen maken. Sommigen meenen, dat dit het meervoud vanEliasis, of, zooals de Arabieren het schrijven,Ilyas, en dat daarmede zoowel de profeet of zijne volgelingen worden bedoeld, als zij die hem gelijken. Anderen scheiden het woord, en lezenEl Yasin, zijnde: Het gezin vanYasin, de vader van Elias, overeenkomstig hetgeen in de vorige noot wordt vermeld; anderen weder zijn van oordeel, dat erMahometof de Koran, of eenig ander boek der schriften mede bedoeld wordt. De meest waarschijnlijke veronderstelling is echter, datIlyasenIlyasindezelfde namen zijn, of denzelfden persoon beteekenen, zooalsSinaïenSinindenzelfden berg aanduiden; aangezien hier de laatste lettergreep slechts aan het woord is toegevoegd, om de cadans bij het slot van het vers te behouden.20ZieHoofdstuk VII, vers 82enHoofdstuk XI, vers 83.21ZieHoofdstuk X, vers 98.22ZieHoofdstuk XXI, vers 87.23Zijnde: Hij werd door het lot aangewezen.24Deze woorden schijnen vooral betrekking te hebben op de gebeden vanJonas, terwijl hij zich in den buik van den walvisch bevond (ZieHoofdstuk XXI, vers 87).25Door hetgeen hij had doorstaan, werd zijn lichaam gelijk aan dat van een pasgeboren kind (Al Beidâwi). Men zegt dat de visch, naJonasverzwolgen te hebben, met den kop boven water, achter het schip zwom, opdat de profeet zou kunnen ademhalen. Deze ging voort God te loven, tot de visch aan land kwam en hem uitbraakte. De meeningen der Mahomedaansche schrijvers, nopens den tijd dienJonasin den buik van den visch doorbracht, verschillen zeer veel. Sommige veronderstellen dat het een deel van een dag was, andere drie, zeven, twintig, en sommige zelfs veertig dagen (Al Beidâwi).26Het oorspronkelijke woord (Jaktin) beteekent eene plant, die zich over den grond uitspreidt, die geen opstaanden stengel heeft om haar te ondersteunen, en bijzonder eene pompoen. Sommigen veronderstellen echter dat de plant vanJonaseen vijgenboom was, of anderen de kleine boom of struikMauz(Al Beidâwi) genaamd, die zeer groote bladeren en uitmuntende vruchten voortbrengt (ZieJ. Leon.Descr. Afric. lib. 9Gab. Sionitde Urb. Oriënt, ad calcem. Geogr. Nub.p. 32 enHottinger.Hist. Oriënt.p. 78 etc.)27ZieHoofdstuk XVI, vers 59.28Dat is: de engelen, die mede onder den naam van geniussen zijn begrepen, zijnde eene soort van hen. Sommigen zeggen, dat de ongeloovigen zoo ver gingen, te verklaren dat God en de duivels broeders waren (AlBeidâwi).29Deze woorden worden verondersteld door de engelen te worden gesproken, waarbij zij de vereering, hun door de afgodendienaars toegebracht, afwijzen en verklaren, dat zij ieder hunne taak en standplaats hebben, hun door God aangewezen, wiens bevelen zij ten alle tijde bereidzijn uit te voeren, en wiens lof zij aanhoudend zingen. Er zijn echter sommige uitleggers, die denken, dat dit de woorden vanMahometen diens volgelingen zijn, daar de bedoeling zou wezen, dat ieder van hen eene voor hen bestemde plaats in het paradijs heeft, en dat zij de engelen zijn, die zich voor God in orde scharen, ten einde hem te vereeren en te aanbidden, en die zijn lof verkondigen, door ieder valsch denkbeeld te verwerpen, dat de waardigheid der goddelijke wijsheid en kracht zou kunnen verminderen.

1Sommigen verstaan door deze woorden, de zielen der menschen die zich in gehoorzaamheid aan Gods wetten onderwerpen, en zich wegspoeden van alle ongeloof en zonden, of de zielen van hen, die zich in slagorde stellen, ten einde voor den waren godsdienst te strijden, en hunne paarden aanzetten om op de ongeloovigen aan te vallen enz. (Al Beidâwi).

2Daar het oorspronkelijke woord in het meervoud staat, wordt het verondersteld de verschillende punten van den gezichtseinder te teekenen, van waar de zon in den loop van het jaar opstijgt, en die driehonderd zestig in getal zijn (gelijk aan het getal dagen van het oude, burgerlijke jaar) en hebbende evenveel overeenkomende punten, waar zij gedurende die tijdruimte achtervolgens ondergaat (Al Beidâwi,Yahya).Maracciveronderstelt, zonder daarvoor eenigen grond aan te voeren, dat deze uitlegging is gebouwd op de dwaling van onderscheiden werelden (Marracc. inAlc. p. 589).

3ZieHoofdstuk XV, vers 18.

4ZieHoofdstuk XV, vers 47, noot.

5Dit moge den Europeanen een zonderlinge vergelijking schijnen; maar de oosterlingen denken, dat niets zoozeer der kleur van eene fijne vrouwenhuid nabijkomt, als die van een struisei, als het geheel zuiver is gebleven.

6Er is een doornachtige boom die zoo genaamd wordt en inTehamabloeit. Deze draagt vruchten op den amandel gelijkende, maar zeer bitter. Daarom heeft men dezen naam aan den helschen boom gegeven.

7De ongeloovigen begrijpen namelijk niet, hoe er een boom in de hel zou kunnen groeien, waar zelfs de steenen als brandstof dienen.

8Of van slangen, afzichtelijk voor het oog. Het oorspronkelijke woord heeft beide beteekenissen.

9Sommigen veronderstellen, dat het bovenvermelde onthaal de verwelkoming der verdoemden zal wezen, alvorens zij die plaats binnengaan; en anderen, dat hun van tijd tot tijd zal worden toegestaan uit de hel te komen, om hunne brandende vloeistof te drinken.

10WantNoachen hij kwamen in de hoofdpunten overeen zoowel wat geloof, als wat handelen betreft: doch de tijdruimte tusschen hen beiden bedroeg niet minder dan 2640 jaren (Al Beidâwi).

11Hij deed alsof hij dit uit den aanblik der hemelen kon opmaken; daar het volk zeer tot het bijgeloof der sterrenwichelarij overhelde, en gebruikte het tot zijne verontschuldiging, dat hij afwezig zou zijn bij hun feest, waartoe zij hem hadden uitgenoodigd.

12Vreezende, dat hij eene aanstekende ongesteldheid had (Al Beidâwi).

13ZieHoofdstuk XXI, vers 70enz.

14Zijnde: werwaarts bij mij heeft bevolen.

15Hij was toen dertien jaar oud (Al Beidâwi).

16De uitleggers zeggen, datAbrahamhet bevel, om zijn zoon te offeren, in een visioen ontving, dat hij, in den achtsten nacht van de maandDhoe’lhajazag. Ten einde hem echter te verzekeren, dat die niet van den duivel afkomstig was, hetgeen hij geneigd was te gelooven, werd hetzelfde visioen, den volgenden nacht herhaald, waardoor hij wist dat het van God kwam. Den volgenden nacht zag hij het ten derdenmale; alsnu besloot hij er aan te gehoorzamen en zijn zoon te offeren. Vanhier denkensommigen dat de 8e, 9e en 10e dagen vanDhoelhaja,Yawin atterwiija,yawm arafat,yawm alnehrgenoemd worden, zijnde de dag van het visioen, de dag der kennis, en de dag der offerande. Het meest algemeene denkbeeld onder de Mahomedanen is echter, dat de zoon, dieAbrahamwerd geofferd, nietIzaäk, maarIsmaëlwas, daarIsmaëlop dat tijdstip zijn eenige zoon was; want de belofte vanIzaäksgeboorte wordt lager vermeld, als, in tijd, op deze gebeurtenis volgende. Zij voeren ook de verklaring van hunnen profeet aan, die volgens het verhaal gezegd zou hebben: Ik ben de zoon der beiden, die als offerande werden aangeboden; daarmede zijn grooten voorvader en zijn eigen vaderAbd’allahbedoelende,Abdelmottalibhad namelijk beloofd, dat, indien God hem zou veroorloven de bronZemzemop te sporen en te openen, en hem tien zonen zou geven, hij een daarvan zou willen offeren. Toen dus in beide opzichten aan zijn verlangen was voldaan, lootte hij tusschen zijne zonen, en daar het lot opAbd’allahviel, kocht hij hem los door honderd kameelen te offeren, hetgeen volgens deSonna, de prijs was voor het bloed van een mensch (Al Beidâwi,Jallalo’ddin.Al Zamakshari). Zie bl.7.

17De uitleggers voegen er bij, datAbrahamreeds zoo ver gekomen was, dat hij op het punt stond, het mes met al zijne kracht door den strot van den jongeling te stooten, maar dat hij op wonderdadige wijze werd verhinderd hem te deren (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).

18De Mahomedanen veronderstellen algemeen, dat deze profeet dezelfde was, alsAl Khedren verwarren hen metPhineas(ZieHoofdstuk XVIII, vers 64, noot) en somtijds metEdrisofEnoch. Sommigenzeggen, dat hij de zoon was vanYasinen nauw verwant met Aäron, terwijl anderen veronderstellen, dat hij een geheel verschillend persoon was. Hij werd tot de bewoners vanBaalbecinSyrië, hetHeliopolisder Grieken gezonden, ten einde hen af te brengen van hunne vereering van hunnen afgodBaalof de zon, wiens naam een deel van dien der stad uitmaakt, die oulingsBeccwerd genoemd (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).

19De uitleggers weten niet recht wat zij van dit woord zullen maken. Sommigen meenen, dat dit het meervoud vanEliasis, of, zooals de Arabieren het schrijven,Ilyas, en dat daarmede zoowel de profeet of zijne volgelingen worden bedoeld, als zij die hem gelijken. Anderen scheiden het woord, en lezenEl Yasin, zijnde: Het gezin vanYasin, de vader van Elias, overeenkomstig hetgeen in de vorige noot wordt vermeld; anderen weder zijn van oordeel, dat erMahometof de Koran, of eenig ander boek der schriften mede bedoeld wordt. De meest waarschijnlijke veronderstelling is echter, datIlyasenIlyasindezelfde namen zijn, of denzelfden persoon beteekenen, zooalsSinaïenSinindenzelfden berg aanduiden; aangezien hier de laatste lettergreep slechts aan het woord is toegevoegd, om de cadans bij het slot van het vers te behouden.

20ZieHoofdstuk VII, vers 82enHoofdstuk XI, vers 83.

21ZieHoofdstuk X, vers 98.

22ZieHoofdstuk XXI, vers 87.

23Zijnde: Hij werd door het lot aangewezen.

24Deze woorden schijnen vooral betrekking te hebben op de gebeden vanJonas, terwijl hij zich in den buik van den walvisch bevond (ZieHoofdstuk XXI, vers 87).

25Door hetgeen hij had doorstaan, werd zijn lichaam gelijk aan dat van een pasgeboren kind (Al Beidâwi). Men zegt dat de visch, naJonasverzwolgen te hebben, met den kop boven water, achter het schip zwom, opdat de profeet zou kunnen ademhalen. Deze ging voort God te loven, tot de visch aan land kwam en hem uitbraakte. De meeningen der Mahomedaansche schrijvers, nopens den tijd dienJonasin den buik van den visch doorbracht, verschillen zeer veel. Sommige veronderstellen dat het een deel van een dag was, andere drie, zeven, twintig, en sommige zelfs veertig dagen (Al Beidâwi).

26Het oorspronkelijke woord (Jaktin) beteekent eene plant, die zich over den grond uitspreidt, die geen opstaanden stengel heeft om haar te ondersteunen, en bijzonder eene pompoen. Sommigen veronderstellen echter dat de plant vanJonaseen vijgenboom was, of anderen de kleine boom of struikMauz(Al Beidâwi) genaamd, die zeer groote bladeren en uitmuntende vruchten voortbrengt (ZieJ. Leon.Descr. Afric. lib. 9Gab. Sionitde Urb. Oriënt, ad calcem. Geogr. Nub.p. 32 enHottinger.Hist. Oriënt.p. 78 etc.)

27ZieHoofdstuk XVI, vers 59.

28Dat is: de engelen, die mede onder den naam van geniussen zijn begrepen, zijnde eene soort van hen. Sommigen zeggen, dat de ongeloovigen zoo ver gingen, te verklaren dat God en de duivels broeders waren (AlBeidâwi).

29Deze woorden worden verondersteld door de engelen te worden gesproken, waarbij zij de vereering, hun door de afgodendienaars toegebracht, afwijzen en verklaren, dat zij ieder hunne taak en standplaats hebben, hun door God aangewezen, wiens bevelen zij ten alle tijde bereidzijn uit te voeren, en wiens lof zij aanhoudend zingen. Er zijn echter sommige uitleggers, die denken, dat dit de woorden vanMahometen diens volgelingen zijn, daar de bedoeling zou wezen, dat ieder van hen eene voor hen bestemde plaats in het paradijs heeft, en dat zij de engelen zijn, die zich voor God in orde scharen, ten einde hem te vereeren en te aanbidden, en die zijn lof verkondigen, door ieder valsch denkbeeld te verwerpen, dat de waardigheid der goddelijke wijsheid en kracht zou kunnen verminderen.


Back to IndexNext