Chapter 14

1Förstemann,Altdeutsches Namenbuch, dl. II. bl. 835.Förstemann,Ortsnamen, bl. 178, 204, 245.Grimm,Geschichte d. Deutsch. Spr., bl. 775.Deut. Gramm., dl. II, bl. 349–352.Kemble,Saxons in England, dl. I, bl. 56–63, en 445–480.Kemble, inPhilolog. Proceedings, dl. IV, bl. 1–9.Guest, inib., dl. I, bl. 117.Pott,Personen-namen, bl. 169, 247, 553.Chrichton,Scandinavia, dl. I, bl. 160.Zeuss,Herkunft der Baiern, bl.XII,XXIII,XXXV.Massmann, inDorow’sDenkmäler alter Sprache und Kunst, dl. I, bl. 185–187.Schott,Deut. Col., bl. 211.Max Müller,Lectures on Language, 2deseries, bl. 16.Latham,Ethnol. Brit.Is.bl. 241.Latham,Eng. lang., dl. I, bl. 111.Meyer,Ortsnamen, bl. 139.Bender,Ortsnamen, bl. 103, 104.Vilmar,Ortsnamen, bl. 264, 265.Buttmann,Ortsnamen, bl. 2.Wright,Celt, Roman, Saxon, bl. 438–441.Edinburgh Review, dl. CXI, bl. 374–376.Donaldson,English Ethnography, bl. 61.Taylor,Words and places, bl. 124 en vervolgens.2Eelking, Fokking, Groening, Harting, Huising, Imming, Janning, Kamping, Leffring, Menning, Nolting, Onning, Popping, Rensing, Sieberding, Teding, Uiling, Veering, Wiebeking.3ZieZwitzers’Ostfriesisches Monatsblatt, Jaargang 1882, bl. 531.4Addingh, Hammingh, Herdingh, Hiddingh, Idsingh, Julsingh, Luytingh, Mensingh, Oostingh, Reiningh, Staringh, Stratingh, Tabingh, Tullingh, Weytingh, Woltringh.5ZieD. Buddingh’.Het boetregt, bevattende een oudheid-, geschied- en letterkundig onderzoek naar oorsprong en naambeteekenis van het geslacht Buddingh’, benevens de genealogische verspreiding van dien stamboom en zijne takken. Delft, 1863. Zie ookDe Navorscher, XXXIV, 420.6Elinge, Ebbinge, Eppinge, Hachtinge, Hiddinge, Hilbinge, Houwinge, Lubbinge, Lussinge, Meursinge, Santinge, Sinninge, Tabinge, Uninge, Waninge, Wanninge, Willinge, Woltinge. Buiten Drente ookBonninge, zelfsBonninguein Fransch-Vlaanderen,Temminge, Soninge, Ubbinge, enz.7ZieDriessen,Monumenta Groningana vet. aev. ined.I, pag. 17, X.8BehalveRadinkzijn van dezen zelfden oud-germaanschen mansvóórnaamRadoook nog de volgende geslachtsnamen afgeleid:Rattinck, Ratinckx, Radix, Readingin Engeland (?);Rahden, Raats, Raat, Raedt, Raets, RademaRaadsma, RadsmaenRatsma. En de plaatsnamenRadinghem, een dorp in Artesie (Frankrijk);Readingin Berkshire (Engeland);Raddingtonin Somersetshire (Engeland);Radewert, oorspronkelike naam van de dorpenRauwert(ofRaard) enRaardin Friesland;Raetshove(in het WaalschRaccourt), stadje in het nederlandsch-sprekende gedeelte van de belgische provincie Luik;Radegast, dorp by Bleckede (Lüneburg) Hanover;Radingsdorf, dorp byPrägartenin Boven-Oostenrijk, enz.9Bentinck, Bollinck, Boltinck, Bontinck, Bultinck, Daeninck, DerinckenDerink, Deuninck, DieperinckenDieperink, Dirckinck, ElderinckenElderink, Essink, Goethinck, Haitinck, Hissink, Johanninck, Lamrinck, Reymerink, Ruytinck, Siegerink, Sikkink, Slabbinck, Stalinck, Teyink, Tenckinck, Teuninck, VolmerinckenVolmerink, WiltinckenWiltink, Wolberink.10Mellink, Reerink, Roelvink, Stroink, TemminkenTemminck, Voetelink, WassinkenWaszink, Wilbrenninck, WiltinkenWeenink.11Ch. Creemers,Aanteekeningen over het dorp Stramproy; Roermond, 1871, bl. 53.12Ghellynck, Gyselynck, Hallynck, HebbelinckenHebbelynck, (Hebbelynckxkomt ook voor),HellynckenHellinckx, Merghelynck, Kempynck, Wytynck.13Bruinings, Boyungs, Eldringson, Ewings, Geerlings, Heymingson, Lammingsen, Merings, Ottings, Schellings, Sillings, Snellings, Stuvinghs, Tellings, Tjaberings, Tolings, Warrings.14Bierinckx, Buelinckx, Frelinckx, Hebbelynckx, HellinckxenHellynckx, Honinckx, Kranincx, Noninckx, Ooninckx, Pulincx, Ruytinckx, Snellinx, Surinx, Ratinckx.15ZieAd. Duclos,Reivaart. Brugge, 1882, bl. 56.16Klein-Bentinck, Olde-Bronninge, Klein-Budding, Klein-Bussink, Olde-Dubbelink, Olde-Eitinge, Ny-Hoving, Olden-Huising, Nye-Manting, Groot-Nibbeling, Klein-Starink, Klein-Ubbink, Olden-Waving, Olden-Wening, Klein-Hiddink, Klein-Wiecherlink.17Edixhoven(Edinkshoven),Frelinghuysen, Gussenk’lo, Hennixdael, Haslinghuis, Heusinkveld, Nunninghaven, Olminkhof, Poppinghuis, Renninghoff, Ridderikhof(Ridderinkhof),Rottinghuis, Schortinghuis, Suringbroek, (zie bl. 48),Wanninkhof, Wellinghuysen, Wiggelinkhuizen, Wittinghoff, Yserinkhuizen.18Hallungius, Hundlingius, Olingius, Reddingius.19Dotinga, Ebbinga, Eppinga, Feddinga, Fokkinga, Gauwinga, Hettinga, Hoitinga, Ypinga, Kempinga, Lettinga, Menninga, Nanninga, Ockinga, Ouwinga, Poppinga, Reininga, Sibinga, Sikkinga, Tamminga, Ubbinga, Wybinga.20KruisingametKruizengaenKroezinga, MuischengaenMusschenga, PlantingaenPlantenga, Vitringa.21Ennenga, Veenenga, Grimmenga, Hommenga, Yettenga, Cannenga, Libbenga, Minnenga, Nammenga, Offenga, Peunenga, Ruidenga, Stuivenga, Torenga, Walenga.22Donga(Dodinga);EngaenEngga(Enninga, Ennenga, zie bl. 57);Fenega(Feninga, zie bl. 58);Follega(Follinga);Hillega(Hillinga);Hudig(Huding);Immig(Imming, zie bl. 19 en 32);Mennega(Menninga, zie bl. 54);Minnigh(Minning, slechts een andere form alsMenninga, maar van den zelfden mansnaam afgeleid);Radix(Radiks, Radinks, Radink, zie bl. 37);Ridderikhof(Ridderinkhof, zie §22);Schallig(Schalling);Suerickx(Surinkx, Surinks, zie bl. 48);Taank(Tadink);Weddik(Weddink) enWillige(Willinge). Laatstgenoemde naam komt ook in Drente als geslachtsnaam voor, en is metWillink, Wilma, Willes, Willenen ’t engelscheWilsonafgeleid van den ouden mansvóórnaamWille, die in Friesland nog voorkomt, vooral in de verkleinformenWilko(Wilco) enWiltje.23ZieOorkonden der Geschiedenis van het St. Anthony-Gasthuis te Leeuwarden, I, bl. 133.24Ibid. dl. I, bl. 112.25Eekhoff,Geschiedkundige Beschrijving van Leeuwarden, dl. I, bl. 40.26Oorkonden der Geschied. van het St. Ant.-Gasth. te Leeuwarden, dl. I, bl. 141.27Van Rijn.Oudheden en gestichten van Friesland, dl. I, bl. 262.28Dat men oudtijds, zoo wel in Friesland als elders in de Nederlanden, zeer onnaukeurig, zeer onstandvastig was in de spelling der eigennamen, is overvloedig bekend. Om een enkel voorbeeld te noemen, zoo vind ik den geslachtsnaamBurmaniaop de volgende wyzen geschreven: in eene oorkonde van ’t jaar 1433, alsBurmanningha; in eene andere van 1425:Burmana(als een eenvoudige tweede-naamvalsform opa, van den mansnaamBurman); van 1502:Buyrmangye; van 1507:Bwrmanghie; in een ander stuk van 1507:Burmannie; van 1520:Burmannia; van 1524:Van Buurmanya; van 1546:a Bourmanniaenvan Bourmanniain ’t zelfde geschrift; van 1558:van Burmanya; van 1562:van Bourmania; van 1563:van Burmannia; van 1574:van Bormannia; van 1580 en ’81:Burmania; van 1582:van Buermannia. Alle deze stukken kan men vinden in deOorkonden der geschiedenis van het Sint-Anthony-Gasthuis te Leeuwarden.Rienk Burmanianog, die in 1482 Olderman te Leeuwarden was, schreef zynen naam:Burmanghia. En een geestelike der Roomsch-katholyke kerk, die in 1876 te ’s Hertogenbosch woonde, heetBurmanje, naar de hedendaagsch friesche uitspraak.29ZieEekhoff,Geschiedk. Beschrijving van Leeuwarden. dl. I, bl. 376.30Donia(Dodinga);Venia, Veenje(Feninga);Finia, Fynia, Fynja, Fynje(Fininga);Vissia(Vissinga, Fissinga);Frisia(Frisinga, Friesinga);GroeniaenGroenje(Groeninga);Hania, Hanja, Van Hanja, Hainja, Hanje, Hainje(Haninga);Hunia(Huninga);Inia(Ininga);Lelia(Lelinga);RiniaenRynja(Rininga);Runia(Runinga);Sinia, Synja(Sininga);Sminia, Van Sminia(Smidinga);Tynje(Tininga);Tania, TanjaenTanje(TaningaofTanninga).31Corty(Korting, Kortenga, vanKort, Cord, eene bekende samentrekking vanKoenraad, Conrad, Konert);Donny(Donga=Dodinga, vanDodo, Doede; of van den mansvóórnaamDonne, die aan den geslachtsnaamDonsoorsprong gaf, en aan den naam vanDonningen, een dorp by Clerf in Luxemburg);Emmery(Emmering, vanEmmert, Emhart);Ferry(†Fernia=Ferringa, vanFerre, ookFere, zie bl. 30);Grévy(Grevinge, Grevingh, †Grevinga, zie bl. 76, ookGrevinchovius, zie bl. 52);Gerry(Gerring, vanGerre, Ger; ook de geslachtsnamenGersmaenGersoniuskomen hier van);Hardy(Harding, Harting, Herdingh, vanHart);Henny(Henning, Hennyein Noordwest-Duitschland; zie bl. 70, vanHenne);Hovy(Hoving, Hovinge, Hovingh, Hovinga, zie bl. 50, vanHove, Houe);Rembry, (Remberdink, Remmerding, voluitRemberchting, vanRembert, Rembrecht, Rembercht, Renbercht, Reginbercht);Remy(Remminga);Warny(Warninck);Werryen (half-hoogduitsch)Wehry(Wering, Weringa);Schaly(Schalinga), zie bl. 73.32Maaldrink, Meestringa, Meyering, Meyerink, Meyeringh, Neirinckx, Neyrinckx, Neirynck, Ridderink, Rigterink, SchilderingenSchilderink, Schippering, Scholting, Schulting, Scholtink, Schultink, Smeding, Smedink, Smedinga, Vissering, Vischering, Vogeding, WeeveringhenWeverink.33ZieDrenthsche Volksalmanak voor ’t jaar 1842, Koevorden, bl. 159.34Over het woordskelta,schulte,scholte,schout, en over de eveneens luidende mansvóórnamen, met de geslachtsnamen daarvan afgeleid, zie men mijn opstel: »Schelte, Scholte, Schulte, Schout, Schuit”, inDe Navorscher, Dl. XXXII, bl. 386.35ZieTaylor,Words and Places, bl. 492 en 499.36Muysson, Hemmingson, Neeteson, Nicolson, Pierson, Robertson, Sanderson, Stevenson, Tamson, Waleson, Wouterson.37Hubregtse, JansseenJanse, Jooste, Jorisse, KarelseenCarelse, Leendertse, Lievense, Matthysse, Pieterse, Theunisse, Robberse(vanRobber, RobbertofRobert, Rodbert, Hrodbercht).38Constantse, Davidse, Ferdinandusse, Gideonse, Gilyamse, Jobse, Jonasse, Willeboordse.39Duyvensz, Evertsz, Hilbertsz, Klaasesz, Koensz, Laurensz, Woutersz.40Halbesz, Igesz, Lolkesz, Meinesz, Mellesz, Nannesz, Oeblesz, Oomsz, Poppesz, Rinsesz, Ruurdsz, Roukesz, Seebesz, Sibblesz, Sybesz, Sickesz.41Feitz, Leendertz, Lootz, Reitz.42Dirks, Egberts, Engelberts, Folkerts, Gerberts, GerritsmetGeerts, GheeraerdtsenGeeraerts, HendriksenHeins, Huberts, KoertsenCoenders, Koops, Lodewijks, Roelofs, Rutgers, SyboutsenSibolts, Stoffels, Wouters.43Gerolts, Gerrebrands, Godschalks(enGosschalkin enkelen form),Helmers, Herrewijns, Hildebrands, Remmers, Roelants, Volkmaars, Wigbolts(en in versletenen formWiebolts),WyemarsenWiemers, Willebrands.44Doedes, Douwes, Ealzes, Feddes, Rengers, Rinkes, Sierds, Sjerps, Sipkes.45Derx, Farx, Franx, Fredrix, Haex, Hendrickx, Hendrykx, Marx.46Dl. I, bl. 36—van ’t jaar 1462.47Dl. I, bl. 240—van ’t jaar 1530.48Dl. I, bl. 313—van ’t jaar 1542.49Dl. I, bl. 316—van ’t jaar 1542.50Dl. I, bl. 319—van ’t jaar 1542.51Register van den aanbreng van 1511. Dl. 1, bl. 169.52Domis, Duyvis, Galis, Heinis, Jonxis, Mienis, Stammis, Steenis, Tamisz, Tanis, Veenis, Warris.53GyssenenGiezen, Huygen, Joosten, JorissenenGorissen, Keessen, KerstenenCarsten, Luyken, Nolten, Onnen, Oortgysen, Otten, Rijcken, Thijssen, Wynen.54Foppen, Hedden, Heeren, Hubben, Luyten, Makken, Okken, Pollen, Poppen, Rensen, SynenenZynen, Snellen, Themmen, Uniken, WarrenenWobben.55Feickens, Fockens, Foekens, Heykens, Huigens, Leeuwens, Meddens, Onnens, Rykens, Roukens, Tjabbens, Tiddens, Tonkens, Ubbensen Uilkens.56Haefkens, Haentjens, Kannekens, Lollekens, Luydjens, Mintjens, SchellekensenScheltjens, Seuntjens, Vennekens.57Giltjes, Loosjes, Maatjes, Onnekes, Rinkes, Solkes, Waalkes, ZoontjesenWulmkes, dat is de mansvoornaamWilhelm, samengetrokken totWillem, in verbasterde uitspraakWullem, in schrijfwyze verkort totWulm, in verkleinformWulmke, in den tweeden naamvalWulmkes.58Bernarda, Bruna, Geldra, Gosliga, Hameka, Hoga, Idsarda, Jilderda, Jorna, Yska, Menalda, Popta, Reinalda, Rembada, Reverda, Ripperda, Ruurda, Sjoerda, Tjaarda, Wiarda, Wynalda, Albada, Bloema, Hora, Meina, Rommerda.59Taylor,Words and Places, bl. 381.60Ik mag hier niet achter wege laten te wyzen op eene verklaring van den uitgangmaachter friesche patronymikale geslachtsnamen, voorkomende in mijn geschriftEen en ander over friesche eigennamen, en die aanmerkelik afwijkt van de verklaring die ik hier aangaande deze namen geef. Nadere onderzoekingen, ten gevolge van het vinden en gebruiken van vele bronnen in oude geschriften en oorkonden, die my vroeger onbekend waren gebleven, of ook ontoegankelik waren, hebben mijn oordeel in deze zake thans volkomen gewyzigd. Ik herroep dus by dezen, wat ik in bovengenoemd opstel ter verklaring derma-namen heb geschreven.61Bennema, Beintema, Bronnema, Dekema, Epema, Epkema, Feikema, Gaikema, Gjaltema, Haitsema, Hobbema, Ykemaen(Van) Ikema, Yntema, Klasema, Lieuwema, Mellema, Ottema, Piekema, Ritsema, Sipkema, Tietema, Uilkema, Wierdema.62Entena, Epena, Falkena, Frankena, Imckna, Yntena, Matena(zie bl. 110),Sytena, Ubbena, Ukena, Wibena, Wymna.63ZieOorkonden der geschiedenis van het Sint-Anthonij-Gasthuis te Leeuwarden, bl. 5.64Ibid. bl. 9.65Ibid. bl. 13.66Duursma, Engelsma, Folkertsma, Geldersma, Gerbertsma, Hendriksma, Hoitsma, Jansma, Jorritsma, Lammertsma, Meindertsma, Nammensma, Pietersma, Riemersma, Sierdsma, Sigersma, Steensma, Tjalsma, Tjebbesma, Tiemersma, Wigersma, Wierdsma.67Namen alsKopinga, Klaassen, Andriessen, Tomson, enz. zijn eigenlik even zonderling samengesteld alsLeefsma. Immers ook hier is een vreemde, een hebreeusche naam (Jacob), twee andere bybelsche namen (Andries, AndreasenTom, Thomas), en een kerkelike naam (Klaas, Nicolaus), allen dus van vreemden oorsprong, verbonden met de germaansche patronymikale uitgangeningaensen,son(zoon). Zie hier eenigen van die byzondere nederlandsche geslachtsnamen, aan bybelsche en kerkelike mansvóórnamen ontleend, en eigenlik even zonderling van samenstelling, wegens de dietsche en friesche aanhangsels.Van den bybelschen mansvóórnaamPetruszijn afgeleid de nederlandsche geslachtsnamenPietringa(Peterynckvond ik in West-Vlaanderen, als een naam uit de vorige eeu),Pietersma, Pietsma, Piersma, Petersma, Pietema, Pietersen, Pieterse, Pyttersen, Pieters, Piers, Pieren, Pierson, Peterson, Peeters, Peters, Petersen, Petri, Pietjes.VanNicolaus:Klazinga, Klasinga, Klasenga, Klasema, Klasing, Clausing, Klaassen, Claeysseune, Claessens, Klaasen, Klasesz, Nicolzon, Nicolai, Lykles, Lyklema, Lycklama(zie §45).VanAndreas:Andriessma, Andriessen, Andreessen, Andriesse, Anders, Andersen, Andreæ, Drewes, Dreevsen.VanJacob:Kopinga, Copinga, Coops, Koops, Koopsma, Kops, Koppen, Koppe, Jacobs, Jacobson, Jacobi, Japikse, Jaapies.VanMartinus:Martens, Maartensz, Meertens, Mertens, †Martena, Martini.VanThomas:Thomassma, Thomassen, Tomsen, Toms, Tomson.VanPaulus:Paulusma, Paulsen, Pauwels, Pauwelse, Paulen, Pauli, De Pauly.VanCaspar:Caspersma, Kaspers, Caspari.VanChristophorus:Stoffelsma, Stoffels, Stoffers, Christoffels, Stuffers.VanChristianus:Christiaenssens, Christiaanse, Kerstsma, Kestma, Kastma, Karsten, Carsten, Corst, Cors, Corstiaans, Kersting, Christ, Carstensen, Kersten.VanMattheus:Matthyssen, Thyssen, Theys, Tysma, Tiesma, Thysma, Tiesema, Tiessema, Thyssens, Matthes, Mathiessen, Matthaei.VanBonifacius:Fazinga, Faasma, Faassen, Fasen, Vaasen, Vase.De zeer talryke nederlandsche geslachtsnamen, die hunnen oorsprong aan den bybelschen mansnaamJohannesontleenen, vindt men in §58opgenoemd.68Oorkonden der geschiedenis van het Sint-Anthony-Gasthuis te Leeuwarden, bl. 82 en 91.69Franssema, Hoolsema, Ilpsema, Jeltsema, Klootsema, Luurtsema, Roelfsema, Tietsema, Weitsema.70Ten einde geen nederlandsche geslachten misschien te krenken, worde hier als voorbeeld slechts de duitsch-friesche geslachtsnaamVon Omptedavermeld. De naam waarvan dit patronymikon is afgeleid, is, in zynen oudsten, oorspronkeliksten formUmmo, Omme, en in dien form, ook verkleind alsOmke, en alsUmo, Ome, Oomke, nog in Friesland in gebruik. Van daar de geslachtsnamenOmmenga, Omenga, Oomkens, Omen, Ooms, Oomsz, UmmenenUmken. Vele friesche mansvóórnamen worden in Friesland door willekeurige achtervoeging eenertverformd; vanHaiomaakt menHaite, vanUbo, Oebemaakt menOebt, Oept, Upt, en zoo ook vanUmmo, OmmeisUmt, Omtgeworden. Men ging zelfs verder, en hing er nog eenetachter; zoo kwam vanHaitede formHaitet; vanOept, Uptmaakte menUptet, vanUmt, OmtwerdUmtet, Omtet. Nu neemt in den mond der Nederlanders demgeerne eenepofbachter zich;MiddenleekwerdMedemlikenMedemblik; EmudenwerdEmden, Embden. Zoo ook werdUmtetenOmtettotUmptetenOmptet. Deze naam door achtervoeging der oud-friescheain den tweeden naamval geplaatst, geeft het patronymikonOmpteda(nietOmpteta; zoo komt vanAlbertenHilwert, ofschoon deze namen beiden opteindigen,AlberdaenAlberdingk, Hilverdink, enz. met eened). Dit oud-friesche geslachtOmpteda, oorspronkelik gezeten op ’t Zand in Fivelgo, waar deOmpteda-burchtis, is zeer verspreid in de friesche gouen aan beide oevers der Eems. De afstammelingen er van schryven hunnen naam op verschillende wyzen, alsOmpteda, Von Ompteda, Umpteda, Omta, Umta, en formen dien ten gevolge nu vijf verschillende maagschappen. Een soortgelyke naam is de geslachtsnaamImpteda, die tegenwoordig, door letterkeer, in den verbasterden formImpetavoorkomt, en een patronymikon is van den mansnaamImptet, Imtet, Imte, Imt, Immo.71Ter HaaghametVan TerwisschaenVan Terwisga(tor wiskais Oud-friesch voorter weide,zur Wiese, Platduitschtor Wische, op of aan de weide) zijn de eenigste friesche geslachtsnamen, die dit voorvoechselter, dat elders algemeen is, by zich hebben. Zie §98.72Serbruyns, Serclaes, Serdobbels, Sergeys, Sergeyssens, Sergeysels, Serjacobs, Serlippens, Serneels, Serniclaes, Seroyen, Serpieters, Serreyns, Serruys, Sersanders, Sersimoens, Serstaas, Serstevens, Servranckx, Serweytens, Serwouters.73De Navorscher, dl. XXVIII, bladz. 28.74De Navorscher, deel XXVIII, bladz. 28.75Arnoldi, Augustini, Brandi, Conradi, Eberhardi, Gysberti, Hilbrandi, Jacobi, Martini, Matthaei, Meinardi, Michaëlis, Nicolai, Petri, Rudolphi, Simonis, Wilhelmy, Winoldi.76Ruardi(vanRuard[Ruwaert],Ruurd),Sybrandi(vanSybrand, Sîgbrant),Taconis(vanTaco),Tjallingii(vanTjallingius, Tjalling),Wiardi(vanWiard—zie bl. 115),Wybrandi(vanWybrand, Wîgbrant),Wigboldy(vanWigbold),Wigeri(vanWigerus, Wiger, Wîgher).77Eyssonius, Hajenius, Heynsius, Hillenius, Jansenius, Janssonius, Matthesius, Mettenius, Nolthenius, Stratenus, Tielenius.78Johannink, Johanningmeyer, Johans, Janninga, Janninge, Janning, Jannink, Janzing, Janssonius, Jansenius, Janszeune, Jansone, Janseune, Janson, Janneson, Jantzon, Janssen, Janssens, Jansse, Jansen, Jansens, Janse, Jansé—in verfranschten form, even dwaas alsTanjéop bl. 69 vermeld; zie ook §165.Janszen, Jansze, Janzen, Janze, Jansz, Jans, Jannen, Janne, Jannesse, Janesse, Jannissen, Jannisse, Jantz, Jantzen, Jansma, Jansema, Jenning, Jennings, Jenninck, Jentink, Jens, Jensson, (misschien ookJenny, zie §30),Jensen, Jensma, Jensema, Jentsema(dit is een oud-friesche verkleinformJentse, Jen-tseofJen-ke, Jenke, in ’t HollandschJannetje, frieschts==k),Jentzema, †Janthiamaen †Jantiema(eveneens oud-friesche verkleinformen),Jantjes, Jennen, Jenniskens, Jennissen, Jennessen, Jeenenga, (†Jenia, zie §29),Jeens(de formJeenkomt in Friesland nog als mansvóórnaam voor),Jentjema, Jone, Joons, Hannes, Hanson, Hanssen, Hanssens, Hannessen, Hansen, Hansens, Hanse, Hansma, Hansema, Hensen, Henss, Henssens, Henskens. Dan nog de geslachtsnamen, wier oorsprong van den mansnaamJohannesin versletenen en verkorten form, of van de oud-germaansche mansnamenHanno, Henno, in verkleinformHanke(Hancko) enHenke(Hencko), aan twyfel onderhevig is:Hanning, Hannema, †Hankema, Hanken, Hankes, Henning, Hennye, Henny(zie §30),Hens, Henkema, Henkes, enz. enz.79Groninger Volksalmanak, 1838, bl. 142.80Historische beschouwing der nederlandsche eigennamen, inDe Jager’sTaalkundig Magazijn, dl. IV, bl. 317.81Oorkonden der Geschiedenis van het Sint-Anthonij-Gasthuis te Leeuwarden, bl. 46.82Toevallig isOldeneelook de naam van eene buurtschap by Zwolle. Wat die naamals plaatsnaambeteekent, weet ik niet. Maar het is waarschijnlik dat de eene of andere van de verschillende maagschappen, die den naamOldeneeldragen, dien naam aan dat gehucht ontleenen, terwijl by anderen de oorspronkelike beteekenis »Oude Cornelis” kan zijn.83Zie het toeblaadje (feuilleton) van het nieusbladVolksblad. Enschede. Jaargang 1882, no. 48, onder den titelKwade BettedoorM. J. Wuyster.84Oorkonden der Geschied. van het St.-Anthony-Gasth. te Leeuwarden, dl. 1 bl. 39.85EleazarenEliazar, Elias, Esau, Ezechiël(enEzechiëls),Jehu, Jeremias, Jesse, Joël, Jonas, Isacq, JudaenLevy(zie bl. 130),Laban, Manasse, Nabal(enNopol? eene andere uitspraak van dezen naam?),Nathan, Ruben(en als patronymikonRubens),SalomonenSolomon, Samuël, enz.86Clephas, Lazarus, MarcusenMarkus, MattheusenMatthaei(zie bl. 150),Nicodem, Stephanus, Thomas, enz.87Germanus, Gratiaen, GregoriusmetGregoryenGregoor, Jeronimus, Ignatius, Julianus, Krispyn, Pancras, Quiryn, Rochus(metRochuszenRochussen),ServatiusenZervaas, Severien(metSeverijns, Severijnse),Silvester, UrbanusenUurbanus, VincentenValentyn. De geslachtsnaamKiliaankan tweederlei oorsprong hebben; hy kan de naam zijn van den heiligenKilianus, en hy kan ook een latynsche form zijn om aan te duiden, dat de drager van dezen naam een Kieler is, iemand geboortig van, of t’huis behoorende in de stadKielin Holstein, of in deKiel, een buurt by ’t Hoogezand in Groningerland.88Jagers, Jaegers, JaeghersenJegers, Houtzagers, Keersmaekersen, in wanspelling,Kerssemakers(kaarsemaker);KlerckxenClerckx, Kosters, CostersenCusters, Kramers, KremersenCreemers; Kuipers,Kuypers, Cuypers, Kupers, Küppersen het verlatynschteCuperi; Koopmans, Coopmans, met de versletene formenCoomansenComans; Lantmeeters, Leydeckers, Meesters, Messemaeckers, Rovers, Olieslagers, Pelsmaekers, Schoenmakers, Schoemaekersen het zuid-nederlandscheSchoesetters; Schrynemaekers, van het verouderdeschrijn, kast als meubelstuk (in Friesland heeten de kastmakers nogschrijnwerkers);Snepvangers(snep= snip),Snyders, SniedersenSnyers, Teegelbackers, Waersegers, (waarzegger),Weevers, enz.89Zie ook mijn opstel:Brabantsche en flaamsche geslachtsnamen, inDe Navorscherdl. XXVIII, bl. 22, 191, 358.90HoefnagelsenHoufnaeghels, Hombrouckx, Haseldonckx, Kerekhoffs, Kievits, Koevoets, Quaeyhaegs, Rijsheuvels, Roosbroeckx, SnoeksenSnoucks, Spitaels, Steenackers, Sterckx,Stroobants, Roeyaekers, Vingerhoets, Vloeberghs, Welvaarts.

1Förstemann,Altdeutsches Namenbuch, dl. II. bl. 835.Förstemann,Ortsnamen, bl. 178, 204, 245.Grimm,Geschichte d. Deutsch. Spr., bl. 775.Deut. Gramm., dl. II, bl. 349–352.Kemble,Saxons in England, dl. I, bl. 56–63, en 445–480.Kemble, inPhilolog. Proceedings, dl. IV, bl. 1–9.Guest, inib., dl. I, bl. 117.Pott,Personen-namen, bl. 169, 247, 553.Chrichton,Scandinavia, dl. I, bl. 160.Zeuss,Herkunft der Baiern, bl.XII,XXIII,XXXV.Massmann, inDorow’sDenkmäler alter Sprache und Kunst, dl. I, bl. 185–187.Schott,Deut. Col., bl. 211.Max Müller,Lectures on Language, 2deseries, bl. 16.Latham,Ethnol. Brit.Is.bl. 241.Latham,Eng. lang., dl. I, bl. 111.Meyer,Ortsnamen, bl. 139.Bender,Ortsnamen, bl. 103, 104.Vilmar,Ortsnamen, bl. 264, 265.Buttmann,Ortsnamen, bl. 2.Wright,Celt, Roman, Saxon, bl. 438–441.Edinburgh Review, dl. CXI, bl. 374–376.Donaldson,English Ethnography, bl. 61.Taylor,Words and places, bl. 124 en vervolgens.2Eelking, Fokking, Groening, Harting, Huising, Imming, Janning, Kamping, Leffring, Menning, Nolting, Onning, Popping, Rensing, Sieberding, Teding, Uiling, Veering, Wiebeking.3ZieZwitzers’Ostfriesisches Monatsblatt, Jaargang 1882, bl. 531.4Addingh, Hammingh, Herdingh, Hiddingh, Idsingh, Julsingh, Luytingh, Mensingh, Oostingh, Reiningh, Staringh, Stratingh, Tabingh, Tullingh, Weytingh, Woltringh.5ZieD. Buddingh’.Het boetregt, bevattende een oudheid-, geschied- en letterkundig onderzoek naar oorsprong en naambeteekenis van het geslacht Buddingh’, benevens de genealogische verspreiding van dien stamboom en zijne takken. Delft, 1863. Zie ookDe Navorscher, XXXIV, 420.6Elinge, Ebbinge, Eppinge, Hachtinge, Hiddinge, Hilbinge, Houwinge, Lubbinge, Lussinge, Meursinge, Santinge, Sinninge, Tabinge, Uninge, Waninge, Wanninge, Willinge, Woltinge. Buiten Drente ookBonninge, zelfsBonninguein Fransch-Vlaanderen,Temminge, Soninge, Ubbinge, enz.7ZieDriessen,Monumenta Groningana vet. aev. ined.I, pag. 17, X.8BehalveRadinkzijn van dezen zelfden oud-germaanschen mansvóórnaamRadoook nog de volgende geslachtsnamen afgeleid:Rattinck, Ratinckx, Radix, Readingin Engeland (?);Rahden, Raats, Raat, Raedt, Raets, RademaRaadsma, RadsmaenRatsma. En de plaatsnamenRadinghem, een dorp in Artesie (Frankrijk);Readingin Berkshire (Engeland);Raddingtonin Somersetshire (Engeland);Radewert, oorspronkelike naam van de dorpenRauwert(ofRaard) enRaardin Friesland;Raetshove(in het WaalschRaccourt), stadje in het nederlandsch-sprekende gedeelte van de belgische provincie Luik;Radegast, dorp by Bleckede (Lüneburg) Hanover;Radingsdorf, dorp byPrägartenin Boven-Oostenrijk, enz.9Bentinck, Bollinck, Boltinck, Bontinck, Bultinck, Daeninck, DerinckenDerink, Deuninck, DieperinckenDieperink, Dirckinck, ElderinckenElderink, Essink, Goethinck, Haitinck, Hissink, Johanninck, Lamrinck, Reymerink, Ruytinck, Siegerink, Sikkink, Slabbinck, Stalinck, Teyink, Tenckinck, Teuninck, VolmerinckenVolmerink, WiltinckenWiltink, Wolberink.10Mellink, Reerink, Roelvink, Stroink, TemminkenTemminck, Voetelink, WassinkenWaszink, Wilbrenninck, WiltinkenWeenink.11Ch. Creemers,Aanteekeningen over het dorp Stramproy; Roermond, 1871, bl. 53.12Ghellynck, Gyselynck, Hallynck, HebbelinckenHebbelynck, (Hebbelynckxkomt ook voor),HellynckenHellinckx, Merghelynck, Kempynck, Wytynck.13Bruinings, Boyungs, Eldringson, Ewings, Geerlings, Heymingson, Lammingsen, Merings, Ottings, Schellings, Sillings, Snellings, Stuvinghs, Tellings, Tjaberings, Tolings, Warrings.14Bierinckx, Buelinckx, Frelinckx, Hebbelynckx, HellinckxenHellynckx, Honinckx, Kranincx, Noninckx, Ooninckx, Pulincx, Ruytinckx, Snellinx, Surinx, Ratinckx.15ZieAd. Duclos,Reivaart. Brugge, 1882, bl. 56.16Klein-Bentinck, Olde-Bronninge, Klein-Budding, Klein-Bussink, Olde-Dubbelink, Olde-Eitinge, Ny-Hoving, Olden-Huising, Nye-Manting, Groot-Nibbeling, Klein-Starink, Klein-Ubbink, Olden-Waving, Olden-Wening, Klein-Hiddink, Klein-Wiecherlink.17Edixhoven(Edinkshoven),Frelinghuysen, Gussenk’lo, Hennixdael, Haslinghuis, Heusinkveld, Nunninghaven, Olminkhof, Poppinghuis, Renninghoff, Ridderikhof(Ridderinkhof),Rottinghuis, Schortinghuis, Suringbroek, (zie bl. 48),Wanninkhof, Wellinghuysen, Wiggelinkhuizen, Wittinghoff, Yserinkhuizen.18Hallungius, Hundlingius, Olingius, Reddingius.19Dotinga, Ebbinga, Eppinga, Feddinga, Fokkinga, Gauwinga, Hettinga, Hoitinga, Ypinga, Kempinga, Lettinga, Menninga, Nanninga, Ockinga, Ouwinga, Poppinga, Reininga, Sibinga, Sikkinga, Tamminga, Ubbinga, Wybinga.20KruisingametKruizengaenKroezinga, MuischengaenMusschenga, PlantingaenPlantenga, Vitringa.21Ennenga, Veenenga, Grimmenga, Hommenga, Yettenga, Cannenga, Libbenga, Minnenga, Nammenga, Offenga, Peunenga, Ruidenga, Stuivenga, Torenga, Walenga.22Donga(Dodinga);EngaenEngga(Enninga, Ennenga, zie bl. 57);Fenega(Feninga, zie bl. 58);Follega(Follinga);Hillega(Hillinga);Hudig(Huding);Immig(Imming, zie bl. 19 en 32);Mennega(Menninga, zie bl. 54);Minnigh(Minning, slechts een andere form alsMenninga, maar van den zelfden mansnaam afgeleid);Radix(Radiks, Radinks, Radink, zie bl. 37);Ridderikhof(Ridderinkhof, zie §22);Schallig(Schalling);Suerickx(Surinkx, Surinks, zie bl. 48);Taank(Tadink);Weddik(Weddink) enWillige(Willinge). Laatstgenoemde naam komt ook in Drente als geslachtsnaam voor, en is metWillink, Wilma, Willes, Willenen ’t engelscheWilsonafgeleid van den ouden mansvóórnaamWille, die in Friesland nog voorkomt, vooral in de verkleinformenWilko(Wilco) enWiltje.23ZieOorkonden der Geschiedenis van het St. Anthony-Gasthuis te Leeuwarden, I, bl. 133.24Ibid. dl. I, bl. 112.25Eekhoff,Geschiedkundige Beschrijving van Leeuwarden, dl. I, bl. 40.26Oorkonden der Geschied. van het St. Ant.-Gasth. te Leeuwarden, dl. I, bl. 141.27Van Rijn.Oudheden en gestichten van Friesland, dl. I, bl. 262.28Dat men oudtijds, zoo wel in Friesland als elders in de Nederlanden, zeer onnaukeurig, zeer onstandvastig was in de spelling der eigennamen, is overvloedig bekend. Om een enkel voorbeeld te noemen, zoo vind ik den geslachtsnaamBurmaniaop de volgende wyzen geschreven: in eene oorkonde van ’t jaar 1433, alsBurmanningha; in eene andere van 1425:Burmana(als een eenvoudige tweede-naamvalsform opa, van den mansnaamBurman); van 1502:Buyrmangye; van 1507:Bwrmanghie; in een ander stuk van 1507:Burmannie; van 1520:Burmannia; van 1524:Van Buurmanya; van 1546:a Bourmanniaenvan Bourmanniain ’t zelfde geschrift; van 1558:van Burmanya; van 1562:van Bourmania; van 1563:van Burmannia; van 1574:van Bormannia; van 1580 en ’81:Burmania; van 1582:van Buermannia. Alle deze stukken kan men vinden in deOorkonden der geschiedenis van het Sint-Anthony-Gasthuis te Leeuwarden.Rienk Burmanianog, die in 1482 Olderman te Leeuwarden was, schreef zynen naam:Burmanghia. En een geestelike der Roomsch-katholyke kerk, die in 1876 te ’s Hertogenbosch woonde, heetBurmanje, naar de hedendaagsch friesche uitspraak.29ZieEekhoff,Geschiedk. Beschrijving van Leeuwarden. dl. I, bl. 376.30Donia(Dodinga);Venia, Veenje(Feninga);Finia, Fynia, Fynja, Fynje(Fininga);Vissia(Vissinga, Fissinga);Frisia(Frisinga, Friesinga);GroeniaenGroenje(Groeninga);Hania, Hanja, Van Hanja, Hainja, Hanje, Hainje(Haninga);Hunia(Huninga);Inia(Ininga);Lelia(Lelinga);RiniaenRynja(Rininga);Runia(Runinga);Sinia, Synja(Sininga);Sminia, Van Sminia(Smidinga);Tynje(Tininga);Tania, TanjaenTanje(TaningaofTanninga).31Corty(Korting, Kortenga, vanKort, Cord, eene bekende samentrekking vanKoenraad, Conrad, Konert);Donny(Donga=Dodinga, vanDodo, Doede; of van den mansvóórnaamDonne, die aan den geslachtsnaamDonsoorsprong gaf, en aan den naam vanDonningen, een dorp by Clerf in Luxemburg);Emmery(Emmering, vanEmmert, Emhart);Ferry(†Fernia=Ferringa, vanFerre, ookFere, zie bl. 30);Grévy(Grevinge, Grevingh, †Grevinga, zie bl. 76, ookGrevinchovius, zie bl. 52);Gerry(Gerring, vanGerre, Ger; ook de geslachtsnamenGersmaenGersoniuskomen hier van);Hardy(Harding, Harting, Herdingh, vanHart);Henny(Henning, Hennyein Noordwest-Duitschland; zie bl. 70, vanHenne);Hovy(Hoving, Hovinge, Hovingh, Hovinga, zie bl. 50, vanHove, Houe);Rembry, (Remberdink, Remmerding, voluitRemberchting, vanRembert, Rembrecht, Rembercht, Renbercht, Reginbercht);Remy(Remminga);Warny(Warninck);Werryen (half-hoogduitsch)Wehry(Wering, Weringa);Schaly(Schalinga), zie bl. 73.32Maaldrink, Meestringa, Meyering, Meyerink, Meyeringh, Neirinckx, Neyrinckx, Neirynck, Ridderink, Rigterink, SchilderingenSchilderink, Schippering, Scholting, Schulting, Scholtink, Schultink, Smeding, Smedink, Smedinga, Vissering, Vischering, Vogeding, WeeveringhenWeverink.33ZieDrenthsche Volksalmanak voor ’t jaar 1842, Koevorden, bl. 159.34Over het woordskelta,schulte,scholte,schout, en over de eveneens luidende mansvóórnamen, met de geslachtsnamen daarvan afgeleid, zie men mijn opstel: »Schelte, Scholte, Schulte, Schout, Schuit”, inDe Navorscher, Dl. XXXII, bl. 386.35ZieTaylor,Words and Places, bl. 492 en 499.36Muysson, Hemmingson, Neeteson, Nicolson, Pierson, Robertson, Sanderson, Stevenson, Tamson, Waleson, Wouterson.37Hubregtse, JansseenJanse, Jooste, Jorisse, KarelseenCarelse, Leendertse, Lievense, Matthysse, Pieterse, Theunisse, Robberse(vanRobber, RobbertofRobert, Rodbert, Hrodbercht).38Constantse, Davidse, Ferdinandusse, Gideonse, Gilyamse, Jobse, Jonasse, Willeboordse.39Duyvensz, Evertsz, Hilbertsz, Klaasesz, Koensz, Laurensz, Woutersz.40Halbesz, Igesz, Lolkesz, Meinesz, Mellesz, Nannesz, Oeblesz, Oomsz, Poppesz, Rinsesz, Ruurdsz, Roukesz, Seebesz, Sibblesz, Sybesz, Sickesz.41Feitz, Leendertz, Lootz, Reitz.42Dirks, Egberts, Engelberts, Folkerts, Gerberts, GerritsmetGeerts, GheeraerdtsenGeeraerts, HendriksenHeins, Huberts, KoertsenCoenders, Koops, Lodewijks, Roelofs, Rutgers, SyboutsenSibolts, Stoffels, Wouters.43Gerolts, Gerrebrands, Godschalks(enGosschalkin enkelen form),Helmers, Herrewijns, Hildebrands, Remmers, Roelants, Volkmaars, Wigbolts(en in versletenen formWiebolts),WyemarsenWiemers, Willebrands.44Doedes, Douwes, Ealzes, Feddes, Rengers, Rinkes, Sierds, Sjerps, Sipkes.45Derx, Farx, Franx, Fredrix, Haex, Hendrickx, Hendrykx, Marx.46Dl. I, bl. 36—van ’t jaar 1462.47Dl. I, bl. 240—van ’t jaar 1530.48Dl. I, bl. 313—van ’t jaar 1542.49Dl. I, bl. 316—van ’t jaar 1542.50Dl. I, bl. 319—van ’t jaar 1542.51Register van den aanbreng van 1511. Dl. 1, bl. 169.52Domis, Duyvis, Galis, Heinis, Jonxis, Mienis, Stammis, Steenis, Tamisz, Tanis, Veenis, Warris.53GyssenenGiezen, Huygen, Joosten, JorissenenGorissen, Keessen, KerstenenCarsten, Luyken, Nolten, Onnen, Oortgysen, Otten, Rijcken, Thijssen, Wynen.54Foppen, Hedden, Heeren, Hubben, Luyten, Makken, Okken, Pollen, Poppen, Rensen, SynenenZynen, Snellen, Themmen, Uniken, WarrenenWobben.55Feickens, Fockens, Foekens, Heykens, Huigens, Leeuwens, Meddens, Onnens, Rykens, Roukens, Tjabbens, Tiddens, Tonkens, Ubbensen Uilkens.56Haefkens, Haentjens, Kannekens, Lollekens, Luydjens, Mintjens, SchellekensenScheltjens, Seuntjens, Vennekens.57Giltjes, Loosjes, Maatjes, Onnekes, Rinkes, Solkes, Waalkes, ZoontjesenWulmkes, dat is de mansvoornaamWilhelm, samengetrokken totWillem, in verbasterde uitspraakWullem, in schrijfwyze verkort totWulm, in verkleinformWulmke, in den tweeden naamvalWulmkes.58Bernarda, Bruna, Geldra, Gosliga, Hameka, Hoga, Idsarda, Jilderda, Jorna, Yska, Menalda, Popta, Reinalda, Rembada, Reverda, Ripperda, Ruurda, Sjoerda, Tjaarda, Wiarda, Wynalda, Albada, Bloema, Hora, Meina, Rommerda.59Taylor,Words and Places, bl. 381.60Ik mag hier niet achter wege laten te wyzen op eene verklaring van den uitgangmaachter friesche patronymikale geslachtsnamen, voorkomende in mijn geschriftEen en ander over friesche eigennamen, en die aanmerkelik afwijkt van de verklaring die ik hier aangaande deze namen geef. Nadere onderzoekingen, ten gevolge van het vinden en gebruiken van vele bronnen in oude geschriften en oorkonden, die my vroeger onbekend waren gebleven, of ook ontoegankelik waren, hebben mijn oordeel in deze zake thans volkomen gewyzigd. Ik herroep dus by dezen, wat ik in bovengenoemd opstel ter verklaring derma-namen heb geschreven.61Bennema, Beintema, Bronnema, Dekema, Epema, Epkema, Feikema, Gaikema, Gjaltema, Haitsema, Hobbema, Ykemaen(Van) Ikema, Yntema, Klasema, Lieuwema, Mellema, Ottema, Piekema, Ritsema, Sipkema, Tietema, Uilkema, Wierdema.62Entena, Epena, Falkena, Frankena, Imckna, Yntena, Matena(zie bl. 110),Sytena, Ubbena, Ukena, Wibena, Wymna.63ZieOorkonden der geschiedenis van het Sint-Anthonij-Gasthuis te Leeuwarden, bl. 5.64Ibid. bl. 9.65Ibid. bl. 13.66Duursma, Engelsma, Folkertsma, Geldersma, Gerbertsma, Hendriksma, Hoitsma, Jansma, Jorritsma, Lammertsma, Meindertsma, Nammensma, Pietersma, Riemersma, Sierdsma, Sigersma, Steensma, Tjalsma, Tjebbesma, Tiemersma, Wigersma, Wierdsma.67Namen alsKopinga, Klaassen, Andriessen, Tomson, enz. zijn eigenlik even zonderling samengesteld alsLeefsma. Immers ook hier is een vreemde, een hebreeusche naam (Jacob), twee andere bybelsche namen (Andries, AndreasenTom, Thomas), en een kerkelike naam (Klaas, Nicolaus), allen dus van vreemden oorsprong, verbonden met de germaansche patronymikale uitgangeningaensen,son(zoon). Zie hier eenigen van die byzondere nederlandsche geslachtsnamen, aan bybelsche en kerkelike mansvóórnamen ontleend, en eigenlik even zonderling van samenstelling, wegens de dietsche en friesche aanhangsels.Van den bybelschen mansvóórnaamPetruszijn afgeleid de nederlandsche geslachtsnamenPietringa(Peterynckvond ik in West-Vlaanderen, als een naam uit de vorige eeu),Pietersma, Pietsma, Piersma, Petersma, Pietema, Pietersen, Pieterse, Pyttersen, Pieters, Piers, Pieren, Pierson, Peterson, Peeters, Peters, Petersen, Petri, Pietjes.VanNicolaus:Klazinga, Klasinga, Klasenga, Klasema, Klasing, Clausing, Klaassen, Claeysseune, Claessens, Klaasen, Klasesz, Nicolzon, Nicolai, Lykles, Lyklema, Lycklama(zie §45).VanAndreas:Andriessma, Andriessen, Andreessen, Andriesse, Anders, Andersen, Andreæ, Drewes, Dreevsen.VanJacob:Kopinga, Copinga, Coops, Koops, Koopsma, Kops, Koppen, Koppe, Jacobs, Jacobson, Jacobi, Japikse, Jaapies.VanMartinus:Martens, Maartensz, Meertens, Mertens, †Martena, Martini.VanThomas:Thomassma, Thomassen, Tomsen, Toms, Tomson.VanPaulus:Paulusma, Paulsen, Pauwels, Pauwelse, Paulen, Pauli, De Pauly.VanCaspar:Caspersma, Kaspers, Caspari.VanChristophorus:Stoffelsma, Stoffels, Stoffers, Christoffels, Stuffers.VanChristianus:Christiaenssens, Christiaanse, Kerstsma, Kestma, Kastma, Karsten, Carsten, Corst, Cors, Corstiaans, Kersting, Christ, Carstensen, Kersten.VanMattheus:Matthyssen, Thyssen, Theys, Tysma, Tiesma, Thysma, Tiesema, Tiessema, Thyssens, Matthes, Mathiessen, Matthaei.VanBonifacius:Fazinga, Faasma, Faassen, Fasen, Vaasen, Vase.De zeer talryke nederlandsche geslachtsnamen, die hunnen oorsprong aan den bybelschen mansnaamJohannesontleenen, vindt men in §58opgenoemd.68Oorkonden der geschiedenis van het Sint-Anthony-Gasthuis te Leeuwarden, bl. 82 en 91.69Franssema, Hoolsema, Ilpsema, Jeltsema, Klootsema, Luurtsema, Roelfsema, Tietsema, Weitsema.70Ten einde geen nederlandsche geslachten misschien te krenken, worde hier als voorbeeld slechts de duitsch-friesche geslachtsnaamVon Omptedavermeld. De naam waarvan dit patronymikon is afgeleid, is, in zynen oudsten, oorspronkeliksten formUmmo, Omme, en in dien form, ook verkleind alsOmke, en alsUmo, Ome, Oomke, nog in Friesland in gebruik. Van daar de geslachtsnamenOmmenga, Omenga, Oomkens, Omen, Ooms, Oomsz, UmmenenUmken. Vele friesche mansvóórnamen worden in Friesland door willekeurige achtervoeging eenertverformd; vanHaiomaakt menHaite, vanUbo, Oebemaakt menOebt, Oept, Upt, en zoo ook vanUmmo, OmmeisUmt, Omtgeworden. Men ging zelfs verder, en hing er nog eenetachter; zoo kwam vanHaitede formHaitet; vanOept, Uptmaakte menUptet, vanUmt, OmtwerdUmtet, Omtet. Nu neemt in den mond der Nederlanders demgeerne eenepofbachter zich;MiddenleekwerdMedemlikenMedemblik; EmudenwerdEmden, Embden. Zoo ook werdUmtetenOmtettotUmptetenOmptet. Deze naam door achtervoeging der oud-friescheain den tweeden naamval geplaatst, geeft het patronymikonOmpteda(nietOmpteta; zoo komt vanAlbertenHilwert, ofschoon deze namen beiden opteindigen,AlberdaenAlberdingk, Hilverdink, enz. met eened). Dit oud-friesche geslachtOmpteda, oorspronkelik gezeten op ’t Zand in Fivelgo, waar deOmpteda-burchtis, is zeer verspreid in de friesche gouen aan beide oevers der Eems. De afstammelingen er van schryven hunnen naam op verschillende wyzen, alsOmpteda, Von Ompteda, Umpteda, Omta, Umta, en formen dien ten gevolge nu vijf verschillende maagschappen. Een soortgelyke naam is de geslachtsnaamImpteda, die tegenwoordig, door letterkeer, in den verbasterden formImpetavoorkomt, en een patronymikon is van den mansnaamImptet, Imtet, Imte, Imt, Immo.71Ter HaaghametVan TerwisschaenVan Terwisga(tor wiskais Oud-friesch voorter weide,zur Wiese, Platduitschtor Wische, op of aan de weide) zijn de eenigste friesche geslachtsnamen, die dit voorvoechselter, dat elders algemeen is, by zich hebben. Zie §98.72Serbruyns, Serclaes, Serdobbels, Sergeys, Sergeyssens, Sergeysels, Serjacobs, Serlippens, Serneels, Serniclaes, Seroyen, Serpieters, Serreyns, Serruys, Sersanders, Sersimoens, Serstaas, Serstevens, Servranckx, Serweytens, Serwouters.73De Navorscher, dl. XXVIII, bladz. 28.74De Navorscher, deel XXVIII, bladz. 28.75Arnoldi, Augustini, Brandi, Conradi, Eberhardi, Gysberti, Hilbrandi, Jacobi, Martini, Matthaei, Meinardi, Michaëlis, Nicolai, Petri, Rudolphi, Simonis, Wilhelmy, Winoldi.76Ruardi(vanRuard[Ruwaert],Ruurd),Sybrandi(vanSybrand, Sîgbrant),Taconis(vanTaco),Tjallingii(vanTjallingius, Tjalling),Wiardi(vanWiard—zie bl. 115),Wybrandi(vanWybrand, Wîgbrant),Wigboldy(vanWigbold),Wigeri(vanWigerus, Wiger, Wîgher).77Eyssonius, Hajenius, Heynsius, Hillenius, Jansenius, Janssonius, Matthesius, Mettenius, Nolthenius, Stratenus, Tielenius.78Johannink, Johanningmeyer, Johans, Janninga, Janninge, Janning, Jannink, Janzing, Janssonius, Jansenius, Janszeune, Jansone, Janseune, Janson, Janneson, Jantzon, Janssen, Janssens, Jansse, Jansen, Jansens, Janse, Jansé—in verfranschten form, even dwaas alsTanjéop bl. 69 vermeld; zie ook §165.Janszen, Jansze, Janzen, Janze, Jansz, Jans, Jannen, Janne, Jannesse, Janesse, Jannissen, Jannisse, Jantz, Jantzen, Jansma, Jansema, Jenning, Jennings, Jenninck, Jentink, Jens, Jensson, (misschien ookJenny, zie §30),Jensen, Jensma, Jensema, Jentsema(dit is een oud-friesche verkleinformJentse, Jen-tseofJen-ke, Jenke, in ’t HollandschJannetje, frieschts==k),Jentzema, †Janthiamaen †Jantiema(eveneens oud-friesche verkleinformen),Jantjes, Jennen, Jenniskens, Jennissen, Jennessen, Jeenenga, (†Jenia, zie §29),Jeens(de formJeenkomt in Friesland nog als mansvóórnaam voor),Jentjema, Jone, Joons, Hannes, Hanson, Hanssen, Hanssens, Hannessen, Hansen, Hansens, Hanse, Hansma, Hansema, Hensen, Henss, Henssens, Henskens. Dan nog de geslachtsnamen, wier oorsprong van den mansnaamJohannesin versletenen en verkorten form, of van de oud-germaansche mansnamenHanno, Henno, in verkleinformHanke(Hancko) enHenke(Hencko), aan twyfel onderhevig is:Hanning, Hannema, †Hankema, Hanken, Hankes, Henning, Hennye, Henny(zie §30),Hens, Henkema, Henkes, enz. enz.79Groninger Volksalmanak, 1838, bl. 142.80Historische beschouwing der nederlandsche eigennamen, inDe Jager’sTaalkundig Magazijn, dl. IV, bl. 317.81Oorkonden der Geschiedenis van het Sint-Anthonij-Gasthuis te Leeuwarden, bl. 46.82Toevallig isOldeneelook de naam van eene buurtschap by Zwolle. Wat die naamals plaatsnaambeteekent, weet ik niet. Maar het is waarschijnlik dat de eene of andere van de verschillende maagschappen, die den naamOldeneeldragen, dien naam aan dat gehucht ontleenen, terwijl by anderen de oorspronkelike beteekenis »Oude Cornelis” kan zijn.83Zie het toeblaadje (feuilleton) van het nieusbladVolksblad. Enschede. Jaargang 1882, no. 48, onder den titelKwade BettedoorM. J. Wuyster.84Oorkonden der Geschied. van het St.-Anthony-Gasth. te Leeuwarden, dl. 1 bl. 39.85EleazarenEliazar, Elias, Esau, Ezechiël(enEzechiëls),Jehu, Jeremias, Jesse, Joël, Jonas, Isacq, JudaenLevy(zie bl. 130),Laban, Manasse, Nabal(enNopol? eene andere uitspraak van dezen naam?),Nathan, Ruben(en als patronymikonRubens),SalomonenSolomon, Samuël, enz.86Clephas, Lazarus, MarcusenMarkus, MattheusenMatthaei(zie bl. 150),Nicodem, Stephanus, Thomas, enz.87Germanus, Gratiaen, GregoriusmetGregoryenGregoor, Jeronimus, Ignatius, Julianus, Krispyn, Pancras, Quiryn, Rochus(metRochuszenRochussen),ServatiusenZervaas, Severien(metSeverijns, Severijnse),Silvester, UrbanusenUurbanus, VincentenValentyn. De geslachtsnaamKiliaankan tweederlei oorsprong hebben; hy kan de naam zijn van den heiligenKilianus, en hy kan ook een latynsche form zijn om aan te duiden, dat de drager van dezen naam een Kieler is, iemand geboortig van, of t’huis behoorende in de stadKielin Holstein, of in deKiel, een buurt by ’t Hoogezand in Groningerland.88Jagers, Jaegers, JaeghersenJegers, Houtzagers, Keersmaekersen, in wanspelling,Kerssemakers(kaarsemaker);KlerckxenClerckx, Kosters, CostersenCusters, Kramers, KremersenCreemers; Kuipers,Kuypers, Cuypers, Kupers, Küppersen het verlatynschteCuperi; Koopmans, Coopmans, met de versletene formenCoomansenComans; Lantmeeters, Leydeckers, Meesters, Messemaeckers, Rovers, Olieslagers, Pelsmaekers, Schoenmakers, Schoemaekersen het zuid-nederlandscheSchoesetters; Schrynemaekers, van het verouderdeschrijn, kast als meubelstuk (in Friesland heeten de kastmakers nogschrijnwerkers);Snepvangers(snep= snip),Snyders, SniedersenSnyers, Teegelbackers, Waersegers, (waarzegger),Weevers, enz.89Zie ook mijn opstel:Brabantsche en flaamsche geslachtsnamen, inDe Navorscherdl. XXVIII, bl. 22, 191, 358.90HoefnagelsenHoufnaeghels, Hombrouckx, Haseldonckx, Kerekhoffs, Kievits, Koevoets, Quaeyhaegs, Rijsheuvels, Roosbroeckx, SnoeksenSnoucks, Spitaels, Steenackers, Sterckx,Stroobants, Roeyaekers, Vingerhoets, Vloeberghs, Welvaarts.

1Förstemann,Altdeutsches Namenbuch, dl. II. bl. 835.Förstemann,Ortsnamen, bl. 178, 204, 245.Grimm,Geschichte d. Deutsch. Spr., bl. 775.Deut. Gramm., dl. II, bl. 349–352.Kemble,Saxons in England, dl. I, bl. 56–63, en 445–480.Kemble, inPhilolog. Proceedings, dl. IV, bl. 1–9.Guest, inib., dl. I, bl. 117.Pott,Personen-namen, bl. 169, 247, 553.Chrichton,Scandinavia, dl. I, bl. 160.Zeuss,Herkunft der Baiern, bl.XII,XXIII,XXXV.Massmann, inDorow’sDenkmäler alter Sprache und Kunst, dl. I, bl. 185–187.Schott,Deut. Col., bl. 211.Max Müller,Lectures on Language, 2deseries, bl. 16.Latham,Ethnol. Brit.Is.bl. 241.Latham,Eng. lang., dl. I, bl. 111.Meyer,Ortsnamen, bl. 139.Bender,Ortsnamen, bl. 103, 104.Vilmar,Ortsnamen, bl. 264, 265.Buttmann,Ortsnamen, bl. 2.Wright,Celt, Roman, Saxon, bl. 438–441.Edinburgh Review, dl. CXI, bl. 374–376.Donaldson,English Ethnography, bl. 61.Taylor,Words and places, bl. 124 en vervolgens.2Eelking, Fokking, Groening, Harting, Huising, Imming, Janning, Kamping, Leffring, Menning, Nolting, Onning, Popping, Rensing, Sieberding, Teding, Uiling, Veering, Wiebeking.3ZieZwitzers’Ostfriesisches Monatsblatt, Jaargang 1882, bl. 531.4Addingh, Hammingh, Herdingh, Hiddingh, Idsingh, Julsingh, Luytingh, Mensingh, Oostingh, Reiningh, Staringh, Stratingh, Tabingh, Tullingh, Weytingh, Woltringh.5ZieD. Buddingh’.Het boetregt, bevattende een oudheid-, geschied- en letterkundig onderzoek naar oorsprong en naambeteekenis van het geslacht Buddingh’, benevens de genealogische verspreiding van dien stamboom en zijne takken. Delft, 1863. Zie ookDe Navorscher, XXXIV, 420.6Elinge, Ebbinge, Eppinge, Hachtinge, Hiddinge, Hilbinge, Houwinge, Lubbinge, Lussinge, Meursinge, Santinge, Sinninge, Tabinge, Uninge, Waninge, Wanninge, Willinge, Woltinge. Buiten Drente ookBonninge, zelfsBonninguein Fransch-Vlaanderen,Temminge, Soninge, Ubbinge, enz.7ZieDriessen,Monumenta Groningana vet. aev. ined.I, pag. 17, X.8BehalveRadinkzijn van dezen zelfden oud-germaanschen mansvóórnaamRadoook nog de volgende geslachtsnamen afgeleid:Rattinck, Ratinckx, Radix, Readingin Engeland (?);Rahden, Raats, Raat, Raedt, Raets, RademaRaadsma, RadsmaenRatsma. En de plaatsnamenRadinghem, een dorp in Artesie (Frankrijk);Readingin Berkshire (Engeland);Raddingtonin Somersetshire (Engeland);Radewert, oorspronkelike naam van de dorpenRauwert(ofRaard) enRaardin Friesland;Raetshove(in het WaalschRaccourt), stadje in het nederlandsch-sprekende gedeelte van de belgische provincie Luik;Radegast, dorp by Bleckede (Lüneburg) Hanover;Radingsdorf, dorp byPrägartenin Boven-Oostenrijk, enz.9Bentinck, Bollinck, Boltinck, Bontinck, Bultinck, Daeninck, DerinckenDerink, Deuninck, DieperinckenDieperink, Dirckinck, ElderinckenElderink, Essink, Goethinck, Haitinck, Hissink, Johanninck, Lamrinck, Reymerink, Ruytinck, Siegerink, Sikkink, Slabbinck, Stalinck, Teyink, Tenckinck, Teuninck, VolmerinckenVolmerink, WiltinckenWiltink, Wolberink.10Mellink, Reerink, Roelvink, Stroink, TemminkenTemminck, Voetelink, WassinkenWaszink, Wilbrenninck, WiltinkenWeenink.11Ch. Creemers,Aanteekeningen over het dorp Stramproy; Roermond, 1871, bl. 53.12Ghellynck, Gyselynck, Hallynck, HebbelinckenHebbelynck, (Hebbelynckxkomt ook voor),HellynckenHellinckx, Merghelynck, Kempynck, Wytynck.13Bruinings, Boyungs, Eldringson, Ewings, Geerlings, Heymingson, Lammingsen, Merings, Ottings, Schellings, Sillings, Snellings, Stuvinghs, Tellings, Tjaberings, Tolings, Warrings.14Bierinckx, Buelinckx, Frelinckx, Hebbelynckx, HellinckxenHellynckx, Honinckx, Kranincx, Noninckx, Ooninckx, Pulincx, Ruytinckx, Snellinx, Surinx, Ratinckx.15ZieAd. Duclos,Reivaart. Brugge, 1882, bl. 56.16Klein-Bentinck, Olde-Bronninge, Klein-Budding, Klein-Bussink, Olde-Dubbelink, Olde-Eitinge, Ny-Hoving, Olden-Huising, Nye-Manting, Groot-Nibbeling, Klein-Starink, Klein-Ubbink, Olden-Waving, Olden-Wening, Klein-Hiddink, Klein-Wiecherlink.17Edixhoven(Edinkshoven),Frelinghuysen, Gussenk’lo, Hennixdael, Haslinghuis, Heusinkveld, Nunninghaven, Olminkhof, Poppinghuis, Renninghoff, Ridderikhof(Ridderinkhof),Rottinghuis, Schortinghuis, Suringbroek, (zie bl. 48),Wanninkhof, Wellinghuysen, Wiggelinkhuizen, Wittinghoff, Yserinkhuizen.18Hallungius, Hundlingius, Olingius, Reddingius.19Dotinga, Ebbinga, Eppinga, Feddinga, Fokkinga, Gauwinga, Hettinga, Hoitinga, Ypinga, Kempinga, Lettinga, Menninga, Nanninga, Ockinga, Ouwinga, Poppinga, Reininga, Sibinga, Sikkinga, Tamminga, Ubbinga, Wybinga.20KruisingametKruizengaenKroezinga, MuischengaenMusschenga, PlantingaenPlantenga, Vitringa.21Ennenga, Veenenga, Grimmenga, Hommenga, Yettenga, Cannenga, Libbenga, Minnenga, Nammenga, Offenga, Peunenga, Ruidenga, Stuivenga, Torenga, Walenga.22Donga(Dodinga);EngaenEngga(Enninga, Ennenga, zie bl. 57);Fenega(Feninga, zie bl. 58);Follega(Follinga);Hillega(Hillinga);Hudig(Huding);Immig(Imming, zie bl. 19 en 32);Mennega(Menninga, zie bl. 54);Minnigh(Minning, slechts een andere form alsMenninga, maar van den zelfden mansnaam afgeleid);Radix(Radiks, Radinks, Radink, zie bl. 37);Ridderikhof(Ridderinkhof, zie §22);Schallig(Schalling);Suerickx(Surinkx, Surinks, zie bl. 48);Taank(Tadink);Weddik(Weddink) enWillige(Willinge). Laatstgenoemde naam komt ook in Drente als geslachtsnaam voor, en is metWillink, Wilma, Willes, Willenen ’t engelscheWilsonafgeleid van den ouden mansvóórnaamWille, die in Friesland nog voorkomt, vooral in de verkleinformenWilko(Wilco) enWiltje.23ZieOorkonden der Geschiedenis van het St. Anthony-Gasthuis te Leeuwarden, I, bl. 133.24Ibid. dl. I, bl. 112.25Eekhoff,Geschiedkundige Beschrijving van Leeuwarden, dl. I, bl. 40.26Oorkonden der Geschied. van het St. Ant.-Gasth. te Leeuwarden, dl. I, bl. 141.27Van Rijn.Oudheden en gestichten van Friesland, dl. I, bl. 262.28Dat men oudtijds, zoo wel in Friesland als elders in de Nederlanden, zeer onnaukeurig, zeer onstandvastig was in de spelling der eigennamen, is overvloedig bekend. Om een enkel voorbeeld te noemen, zoo vind ik den geslachtsnaamBurmaniaop de volgende wyzen geschreven: in eene oorkonde van ’t jaar 1433, alsBurmanningha; in eene andere van 1425:Burmana(als een eenvoudige tweede-naamvalsform opa, van den mansnaamBurman); van 1502:Buyrmangye; van 1507:Bwrmanghie; in een ander stuk van 1507:Burmannie; van 1520:Burmannia; van 1524:Van Buurmanya; van 1546:a Bourmanniaenvan Bourmanniain ’t zelfde geschrift; van 1558:van Burmanya; van 1562:van Bourmania; van 1563:van Burmannia; van 1574:van Bormannia; van 1580 en ’81:Burmania; van 1582:van Buermannia. Alle deze stukken kan men vinden in deOorkonden der geschiedenis van het Sint-Anthony-Gasthuis te Leeuwarden.Rienk Burmanianog, die in 1482 Olderman te Leeuwarden was, schreef zynen naam:Burmanghia. En een geestelike der Roomsch-katholyke kerk, die in 1876 te ’s Hertogenbosch woonde, heetBurmanje, naar de hedendaagsch friesche uitspraak.29ZieEekhoff,Geschiedk. Beschrijving van Leeuwarden. dl. I, bl. 376.30Donia(Dodinga);Venia, Veenje(Feninga);Finia, Fynia, Fynja, Fynje(Fininga);Vissia(Vissinga, Fissinga);Frisia(Frisinga, Friesinga);GroeniaenGroenje(Groeninga);Hania, Hanja, Van Hanja, Hainja, Hanje, Hainje(Haninga);Hunia(Huninga);Inia(Ininga);Lelia(Lelinga);RiniaenRynja(Rininga);Runia(Runinga);Sinia, Synja(Sininga);Sminia, Van Sminia(Smidinga);Tynje(Tininga);Tania, TanjaenTanje(TaningaofTanninga).31Corty(Korting, Kortenga, vanKort, Cord, eene bekende samentrekking vanKoenraad, Conrad, Konert);Donny(Donga=Dodinga, vanDodo, Doede; of van den mansvóórnaamDonne, die aan den geslachtsnaamDonsoorsprong gaf, en aan den naam vanDonningen, een dorp by Clerf in Luxemburg);Emmery(Emmering, vanEmmert, Emhart);Ferry(†Fernia=Ferringa, vanFerre, ookFere, zie bl. 30);Grévy(Grevinge, Grevingh, †Grevinga, zie bl. 76, ookGrevinchovius, zie bl. 52);Gerry(Gerring, vanGerre, Ger; ook de geslachtsnamenGersmaenGersoniuskomen hier van);Hardy(Harding, Harting, Herdingh, vanHart);Henny(Henning, Hennyein Noordwest-Duitschland; zie bl. 70, vanHenne);Hovy(Hoving, Hovinge, Hovingh, Hovinga, zie bl. 50, vanHove, Houe);Rembry, (Remberdink, Remmerding, voluitRemberchting, vanRembert, Rembrecht, Rembercht, Renbercht, Reginbercht);Remy(Remminga);Warny(Warninck);Werryen (half-hoogduitsch)Wehry(Wering, Weringa);Schaly(Schalinga), zie bl. 73.32Maaldrink, Meestringa, Meyering, Meyerink, Meyeringh, Neirinckx, Neyrinckx, Neirynck, Ridderink, Rigterink, SchilderingenSchilderink, Schippering, Scholting, Schulting, Scholtink, Schultink, Smeding, Smedink, Smedinga, Vissering, Vischering, Vogeding, WeeveringhenWeverink.33ZieDrenthsche Volksalmanak voor ’t jaar 1842, Koevorden, bl. 159.34Over het woordskelta,schulte,scholte,schout, en over de eveneens luidende mansvóórnamen, met de geslachtsnamen daarvan afgeleid, zie men mijn opstel: »Schelte, Scholte, Schulte, Schout, Schuit”, inDe Navorscher, Dl. XXXII, bl. 386.35ZieTaylor,Words and Places, bl. 492 en 499.36Muysson, Hemmingson, Neeteson, Nicolson, Pierson, Robertson, Sanderson, Stevenson, Tamson, Waleson, Wouterson.37Hubregtse, JansseenJanse, Jooste, Jorisse, KarelseenCarelse, Leendertse, Lievense, Matthysse, Pieterse, Theunisse, Robberse(vanRobber, RobbertofRobert, Rodbert, Hrodbercht).38Constantse, Davidse, Ferdinandusse, Gideonse, Gilyamse, Jobse, Jonasse, Willeboordse.39Duyvensz, Evertsz, Hilbertsz, Klaasesz, Koensz, Laurensz, Woutersz.40Halbesz, Igesz, Lolkesz, Meinesz, Mellesz, Nannesz, Oeblesz, Oomsz, Poppesz, Rinsesz, Ruurdsz, Roukesz, Seebesz, Sibblesz, Sybesz, Sickesz.41Feitz, Leendertz, Lootz, Reitz.42Dirks, Egberts, Engelberts, Folkerts, Gerberts, GerritsmetGeerts, GheeraerdtsenGeeraerts, HendriksenHeins, Huberts, KoertsenCoenders, Koops, Lodewijks, Roelofs, Rutgers, SyboutsenSibolts, Stoffels, Wouters.43Gerolts, Gerrebrands, Godschalks(enGosschalkin enkelen form),Helmers, Herrewijns, Hildebrands, Remmers, Roelants, Volkmaars, Wigbolts(en in versletenen formWiebolts),WyemarsenWiemers, Willebrands.44Doedes, Douwes, Ealzes, Feddes, Rengers, Rinkes, Sierds, Sjerps, Sipkes.45Derx, Farx, Franx, Fredrix, Haex, Hendrickx, Hendrykx, Marx.46Dl. I, bl. 36—van ’t jaar 1462.47Dl. I, bl. 240—van ’t jaar 1530.48Dl. I, bl. 313—van ’t jaar 1542.49Dl. I, bl. 316—van ’t jaar 1542.50Dl. I, bl. 319—van ’t jaar 1542.51Register van den aanbreng van 1511. Dl. 1, bl. 169.52Domis, Duyvis, Galis, Heinis, Jonxis, Mienis, Stammis, Steenis, Tamisz, Tanis, Veenis, Warris.53GyssenenGiezen, Huygen, Joosten, JorissenenGorissen, Keessen, KerstenenCarsten, Luyken, Nolten, Onnen, Oortgysen, Otten, Rijcken, Thijssen, Wynen.54Foppen, Hedden, Heeren, Hubben, Luyten, Makken, Okken, Pollen, Poppen, Rensen, SynenenZynen, Snellen, Themmen, Uniken, WarrenenWobben.55Feickens, Fockens, Foekens, Heykens, Huigens, Leeuwens, Meddens, Onnens, Rykens, Roukens, Tjabbens, Tiddens, Tonkens, Ubbensen Uilkens.56Haefkens, Haentjens, Kannekens, Lollekens, Luydjens, Mintjens, SchellekensenScheltjens, Seuntjens, Vennekens.57Giltjes, Loosjes, Maatjes, Onnekes, Rinkes, Solkes, Waalkes, ZoontjesenWulmkes, dat is de mansvoornaamWilhelm, samengetrokken totWillem, in verbasterde uitspraakWullem, in schrijfwyze verkort totWulm, in verkleinformWulmke, in den tweeden naamvalWulmkes.58Bernarda, Bruna, Geldra, Gosliga, Hameka, Hoga, Idsarda, Jilderda, Jorna, Yska, Menalda, Popta, Reinalda, Rembada, Reverda, Ripperda, Ruurda, Sjoerda, Tjaarda, Wiarda, Wynalda, Albada, Bloema, Hora, Meina, Rommerda.59Taylor,Words and Places, bl. 381.60Ik mag hier niet achter wege laten te wyzen op eene verklaring van den uitgangmaachter friesche patronymikale geslachtsnamen, voorkomende in mijn geschriftEen en ander over friesche eigennamen, en die aanmerkelik afwijkt van de verklaring die ik hier aangaande deze namen geef. Nadere onderzoekingen, ten gevolge van het vinden en gebruiken van vele bronnen in oude geschriften en oorkonden, die my vroeger onbekend waren gebleven, of ook ontoegankelik waren, hebben mijn oordeel in deze zake thans volkomen gewyzigd. Ik herroep dus by dezen, wat ik in bovengenoemd opstel ter verklaring derma-namen heb geschreven.61Bennema, Beintema, Bronnema, Dekema, Epema, Epkema, Feikema, Gaikema, Gjaltema, Haitsema, Hobbema, Ykemaen(Van) Ikema, Yntema, Klasema, Lieuwema, Mellema, Ottema, Piekema, Ritsema, Sipkema, Tietema, Uilkema, Wierdema.62Entena, Epena, Falkena, Frankena, Imckna, Yntena, Matena(zie bl. 110),Sytena, Ubbena, Ukena, Wibena, Wymna.63ZieOorkonden der geschiedenis van het Sint-Anthonij-Gasthuis te Leeuwarden, bl. 5.64Ibid. bl. 9.65Ibid. bl. 13.66Duursma, Engelsma, Folkertsma, Geldersma, Gerbertsma, Hendriksma, Hoitsma, Jansma, Jorritsma, Lammertsma, Meindertsma, Nammensma, Pietersma, Riemersma, Sierdsma, Sigersma, Steensma, Tjalsma, Tjebbesma, Tiemersma, Wigersma, Wierdsma.67Namen alsKopinga, Klaassen, Andriessen, Tomson, enz. zijn eigenlik even zonderling samengesteld alsLeefsma. Immers ook hier is een vreemde, een hebreeusche naam (Jacob), twee andere bybelsche namen (Andries, AndreasenTom, Thomas), en een kerkelike naam (Klaas, Nicolaus), allen dus van vreemden oorsprong, verbonden met de germaansche patronymikale uitgangeningaensen,son(zoon). Zie hier eenigen van die byzondere nederlandsche geslachtsnamen, aan bybelsche en kerkelike mansvóórnamen ontleend, en eigenlik even zonderling van samenstelling, wegens de dietsche en friesche aanhangsels.Van den bybelschen mansvóórnaamPetruszijn afgeleid de nederlandsche geslachtsnamenPietringa(Peterynckvond ik in West-Vlaanderen, als een naam uit de vorige eeu),Pietersma, Pietsma, Piersma, Petersma, Pietema, Pietersen, Pieterse, Pyttersen, Pieters, Piers, Pieren, Pierson, Peterson, Peeters, Peters, Petersen, Petri, Pietjes.VanNicolaus:Klazinga, Klasinga, Klasenga, Klasema, Klasing, Clausing, Klaassen, Claeysseune, Claessens, Klaasen, Klasesz, Nicolzon, Nicolai, Lykles, Lyklema, Lycklama(zie §45).VanAndreas:Andriessma, Andriessen, Andreessen, Andriesse, Anders, Andersen, Andreæ, Drewes, Dreevsen.VanJacob:Kopinga, Copinga, Coops, Koops, Koopsma, Kops, Koppen, Koppe, Jacobs, Jacobson, Jacobi, Japikse, Jaapies.VanMartinus:Martens, Maartensz, Meertens, Mertens, †Martena, Martini.VanThomas:Thomassma, Thomassen, Tomsen, Toms, Tomson.VanPaulus:Paulusma, Paulsen, Pauwels, Pauwelse, Paulen, Pauli, De Pauly.VanCaspar:Caspersma, Kaspers, Caspari.VanChristophorus:Stoffelsma, Stoffels, Stoffers, Christoffels, Stuffers.VanChristianus:Christiaenssens, Christiaanse, Kerstsma, Kestma, Kastma, Karsten, Carsten, Corst, Cors, Corstiaans, Kersting, Christ, Carstensen, Kersten.VanMattheus:Matthyssen, Thyssen, Theys, Tysma, Tiesma, Thysma, Tiesema, Tiessema, Thyssens, Matthes, Mathiessen, Matthaei.VanBonifacius:Fazinga, Faasma, Faassen, Fasen, Vaasen, Vase.De zeer talryke nederlandsche geslachtsnamen, die hunnen oorsprong aan den bybelschen mansnaamJohannesontleenen, vindt men in §58opgenoemd.68Oorkonden der geschiedenis van het Sint-Anthony-Gasthuis te Leeuwarden, bl. 82 en 91.69Franssema, Hoolsema, Ilpsema, Jeltsema, Klootsema, Luurtsema, Roelfsema, Tietsema, Weitsema.70Ten einde geen nederlandsche geslachten misschien te krenken, worde hier als voorbeeld slechts de duitsch-friesche geslachtsnaamVon Omptedavermeld. De naam waarvan dit patronymikon is afgeleid, is, in zynen oudsten, oorspronkeliksten formUmmo, Omme, en in dien form, ook verkleind alsOmke, en alsUmo, Ome, Oomke, nog in Friesland in gebruik. Van daar de geslachtsnamenOmmenga, Omenga, Oomkens, Omen, Ooms, Oomsz, UmmenenUmken. Vele friesche mansvóórnamen worden in Friesland door willekeurige achtervoeging eenertverformd; vanHaiomaakt menHaite, vanUbo, Oebemaakt menOebt, Oept, Upt, en zoo ook vanUmmo, OmmeisUmt, Omtgeworden. Men ging zelfs verder, en hing er nog eenetachter; zoo kwam vanHaitede formHaitet; vanOept, Uptmaakte menUptet, vanUmt, OmtwerdUmtet, Omtet. Nu neemt in den mond der Nederlanders demgeerne eenepofbachter zich;MiddenleekwerdMedemlikenMedemblik; EmudenwerdEmden, Embden. Zoo ook werdUmtetenOmtettotUmptetenOmptet. Deze naam door achtervoeging der oud-friescheain den tweeden naamval geplaatst, geeft het patronymikonOmpteda(nietOmpteta; zoo komt vanAlbertenHilwert, ofschoon deze namen beiden opteindigen,AlberdaenAlberdingk, Hilverdink, enz. met eened). Dit oud-friesche geslachtOmpteda, oorspronkelik gezeten op ’t Zand in Fivelgo, waar deOmpteda-burchtis, is zeer verspreid in de friesche gouen aan beide oevers der Eems. De afstammelingen er van schryven hunnen naam op verschillende wyzen, alsOmpteda, Von Ompteda, Umpteda, Omta, Umta, en formen dien ten gevolge nu vijf verschillende maagschappen. Een soortgelyke naam is de geslachtsnaamImpteda, die tegenwoordig, door letterkeer, in den verbasterden formImpetavoorkomt, en een patronymikon is van den mansnaamImptet, Imtet, Imte, Imt, Immo.71Ter HaaghametVan TerwisschaenVan Terwisga(tor wiskais Oud-friesch voorter weide,zur Wiese, Platduitschtor Wische, op of aan de weide) zijn de eenigste friesche geslachtsnamen, die dit voorvoechselter, dat elders algemeen is, by zich hebben. Zie §98.72Serbruyns, Serclaes, Serdobbels, Sergeys, Sergeyssens, Sergeysels, Serjacobs, Serlippens, Serneels, Serniclaes, Seroyen, Serpieters, Serreyns, Serruys, Sersanders, Sersimoens, Serstaas, Serstevens, Servranckx, Serweytens, Serwouters.73De Navorscher, dl. XXVIII, bladz. 28.74De Navorscher, deel XXVIII, bladz. 28.75Arnoldi, Augustini, Brandi, Conradi, Eberhardi, Gysberti, Hilbrandi, Jacobi, Martini, Matthaei, Meinardi, Michaëlis, Nicolai, Petri, Rudolphi, Simonis, Wilhelmy, Winoldi.76Ruardi(vanRuard[Ruwaert],Ruurd),Sybrandi(vanSybrand, Sîgbrant),Taconis(vanTaco),Tjallingii(vanTjallingius, Tjalling),Wiardi(vanWiard—zie bl. 115),Wybrandi(vanWybrand, Wîgbrant),Wigboldy(vanWigbold),Wigeri(vanWigerus, Wiger, Wîgher).77Eyssonius, Hajenius, Heynsius, Hillenius, Jansenius, Janssonius, Matthesius, Mettenius, Nolthenius, Stratenus, Tielenius.78Johannink, Johanningmeyer, Johans, Janninga, Janninge, Janning, Jannink, Janzing, Janssonius, Jansenius, Janszeune, Jansone, Janseune, Janson, Janneson, Jantzon, Janssen, Janssens, Jansse, Jansen, Jansens, Janse, Jansé—in verfranschten form, even dwaas alsTanjéop bl. 69 vermeld; zie ook §165.Janszen, Jansze, Janzen, Janze, Jansz, Jans, Jannen, Janne, Jannesse, Janesse, Jannissen, Jannisse, Jantz, Jantzen, Jansma, Jansema, Jenning, Jennings, Jenninck, Jentink, Jens, Jensson, (misschien ookJenny, zie §30),Jensen, Jensma, Jensema, Jentsema(dit is een oud-friesche verkleinformJentse, Jen-tseofJen-ke, Jenke, in ’t HollandschJannetje, frieschts==k),Jentzema, †Janthiamaen †Jantiema(eveneens oud-friesche verkleinformen),Jantjes, Jennen, Jenniskens, Jennissen, Jennessen, Jeenenga, (†Jenia, zie §29),Jeens(de formJeenkomt in Friesland nog als mansvóórnaam voor),Jentjema, Jone, Joons, Hannes, Hanson, Hanssen, Hanssens, Hannessen, Hansen, Hansens, Hanse, Hansma, Hansema, Hensen, Henss, Henssens, Henskens. Dan nog de geslachtsnamen, wier oorsprong van den mansnaamJohannesin versletenen en verkorten form, of van de oud-germaansche mansnamenHanno, Henno, in verkleinformHanke(Hancko) enHenke(Hencko), aan twyfel onderhevig is:Hanning, Hannema, †Hankema, Hanken, Hankes, Henning, Hennye, Henny(zie §30),Hens, Henkema, Henkes, enz. enz.79Groninger Volksalmanak, 1838, bl. 142.80Historische beschouwing der nederlandsche eigennamen, inDe Jager’sTaalkundig Magazijn, dl. IV, bl. 317.81Oorkonden der Geschiedenis van het Sint-Anthonij-Gasthuis te Leeuwarden, bl. 46.82Toevallig isOldeneelook de naam van eene buurtschap by Zwolle. Wat die naamals plaatsnaambeteekent, weet ik niet. Maar het is waarschijnlik dat de eene of andere van de verschillende maagschappen, die den naamOldeneeldragen, dien naam aan dat gehucht ontleenen, terwijl by anderen de oorspronkelike beteekenis »Oude Cornelis” kan zijn.83Zie het toeblaadje (feuilleton) van het nieusbladVolksblad. Enschede. Jaargang 1882, no. 48, onder den titelKwade BettedoorM. J. Wuyster.84Oorkonden der Geschied. van het St.-Anthony-Gasth. te Leeuwarden, dl. 1 bl. 39.85EleazarenEliazar, Elias, Esau, Ezechiël(enEzechiëls),Jehu, Jeremias, Jesse, Joël, Jonas, Isacq, JudaenLevy(zie bl. 130),Laban, Manasse, Nabal(enNopol? eene andere uitspraak van dezen naam?),Nathan, Ruben(en als patronymikonRubens),SalomonenSolomon, Samuël, enz.86Clephas, Lazarus, MarcusenMarkus, MattheusenMatthaei(zie bl. 150),Nicodem, Stephanus, Thomas, enz.87Germanus, Gratiaen, GregoriusmetGregoryenGregoor, Jeronimus, Ignatius, Julianus, Krispyn, Pancras, Quiryn, Rochus(metRochuszenRochussen),ServatiusenZervaas, Severien(metSeverijns, Severijnse),Silvester, UrbanusenUurbanus, VincentenValentyn. De geslachtsnaamKiliaankan tweederlei oorsprong hebben; hy kan de naam zijn van den heiligenKilianus, en hy kan ook een latynsche form zijn om aan te duiden, dat de drager van dezen naam een Kieler is, iemand geboortig van, of t’huis behoorende in de stadKielin Holstein, of in deKiel, een buurt by ’t Hoogezand in Groningerland.88Jagers, Jaegers, JaeghersenJegers, Houtzagers, Keersmaekersen, in wanspelling,Kerssemakers(kaarsemaker);KlerckxenClerckx, Kosters, CostersenCusters, Kramers, KremersenCreemers; Kuipers,Kuypers, Cuypers, Kupers, Küppersen het verlatynschteCuperi; Koopmans, Coopmans, met de versletene formenCoomansenComans; Lantmeeters, Leydeckers, Meesters, Messemaeckers, Rovers, Olieslagers, Pelsmaekers, Schoenmakers, Schoemaekersen het zuid-nederlandscheSchoesetters; Schrynemaekers, van het verouderdeschrijn, kast als meubelstuk (in Friesland heeten de kastmakers nogschrijnwerkers);Snepvangers(snep= snip),Snyders, SniedersenSnyers, Teegelbackers, Waersegers, (waarzegger),Weevers, enz.89Zie ook mijn opstel:Brabantsche en flaamsche geslachtsnamen, inDe Navorscherdl. XXVIII, bl. 22, 191, 358.90HoefnagelsenHoufnaeghels, Hombrouckx, Haseldonckx, Kerekhoffs, Kievits, Koevoets, Quaeyhaegs, Rijsheuvels, Roosbroeckx, SnoeksenSnoucks, Spitaels, Steenackers, Sterckx,Stroobants, Roeyaekers, Vingerhoets, Vloeberghs, Welvaarts.

1Förstemann,Altdeutsches Namenbuch, dl. II. bl. 835.Förstemann,Ortsnamen, bl. 178, 204, 245.Grimm,Geschichte d. Deutsch. Spr., bl. 775.Deut. Gramm., dl. II, bl. 349–352.Kemble,Saxons in England, dl. I, bl. 56–63, en 445–480.Kemble, inPhilolog. Proceedings, dl. IV, bl. 1–9.Guest, inib., dl. I, bl. 117.Pott,Personen-namen, bl. 169, 247, 553.Chrichton,Scandinavia, dl. I, bl. 160.Zeuss,Herkunft der Baiern, bl.XII,XXIII,XXXV.Massmann, inDorow’sDenkmäler alter Sprache und Kunst, dl. I, bl. 185–187.Schott,Deut. Col., bl. 211.Max Müller,Lectures on Language, 2deseries, bl. 16.Latham,Ethnol. Brit.Is.bl. 241.Latham,Eng. lang., dl. I, bl. 111.Meyer,Ortsnamen, bl. 139.Bender,Ortsnamen, bl. 103, 104.Vilmar,Ortsnamen, bl. 264, 265.Buttmann,Ortsnamen, bl. 2.Wright,Celt, Roman, Saxon, bl. 438–441.Edinburgh Review, dl. CXI, bl. 374–376.Donaldson,English Ethnography, bl. 61.Taylor,Words and places, bl. 124 en vervolgens.

2Eelking, Fokking, Groening, Harting, Huising, Imming, Janning, Kamping, Leffring, Menning, Nolting, Onning, Popping, Rensing, Sieberding, Teding, Uiling, Veering, Wiebeking.

3ZieZwitzers’Ostfriesisches Monatsblatt, Jaargang 1882, bl. 531.

4Addingh, Hammingh, Herdingh, Hiddingh, Idsingh, Julsingh, Luytingh, Mensingh, Oostingh, Reiningh, Staringh, Stratingh, Tabingh, Tullingh, Weytingh, Woltringh.

5ZieD. Buddingh’.Het boetregt, bevattende een oudheid-, geschied- en letterkundig onderzoek naar oorsprong en naambeteekenis van het geslacht Buddingh’, benevens de genealogische verspreiding van dien stamboom en zijne takken. Delft, 1863. Zie ookDe Navorscher, XXXIV, 420.

6Elinge, Ebbinge, Eppinge, Hachtinge, Hiddinge, Hilbinge, Houwinge, Lubbinge, Lussinge, Meursinge, Santinge, Sinninge, Tabinge, Uninge, Waninge, Wanninge, Willinge, Woltinge. Buiten Drente ookBonninge, zelfsBonninguein Fransch-Vlaanderen,Temminge, Soninge, Ubbinge, enz.

7ZieDriessen,Monumenta Groningana vet. aev. ined.I, pag. 17, X.

8BehalveRadinkzijn van dezen zelfden oud-germaanschen mansvóórnaamRadoook nog de volgende geslachtsnamen afgeleid:Rattinck, Ratinckx, Radix, Readingin Engeland (?);Rahden, Raats, Raat, Raedt, Raets, RademaRaadsma, RadsmaenRatsma. En de plaatsnamenRadinghem, een dorp in Artesie (Frankrijk);Readingin Berkshire (Engeland);Raddingtonin Somersetshire (Engeland);Radewert, oorspronkelike naam van de dorpenRauwert(ofRaard) enRaardin Friesland;Raetshove(in het WaalschRaccourt), stadje in het nederlandsch-sprekende gedeelte van de belgische provincie Luik;Radegast, dorp by Bleckede (Lüneburg) Hanover;Radingsdorf, dorp byPrägartenin Boven-Oostenrijk, enz.

9Bentinck, Bollinck, Boltinck, Bontinck, Bultinck, Daeninck, DerinckenDerink, Deuninck, DieperinckenDieperink, Dirckinck, ElderinckenElderink, Essink, Goethinck, Haitinck, Hissink, Johanninck, Lamrinck, Reymerink, Ruytinck, Siegerink, Sikkink, Slabbinck, Stalinck, Teyink, Tenckinck, Teuninck, VolmerinckenVolmerink, WiltinckenWiltink, Wolberink.

10Mellink, Reerink, Roelvink, Stroink, TemminkenTemminck, Voetelink, WassinkenWaszink, Wilbrenninck, WiltinkenWeenink.

11Ch. Creemers,Aanteekeningen over het dorp Stramproy; Roermond, 1871, bl. 53.

12Ghellynck, Gyselynck, Hallynck, HebbelinckenHebbelynck, (Hebbelynckxkomt ook voor),HellynckenHellinckx, Merghelynck, Kempynck, Wytynck.

13Bruinings, Boyungs, Eldringson, Ewings, Geerlings, Heymingson, Lammingsen, Merings, Ottings, Schellings, Sillings, Snellings, Stuvinghs, Tellings, Tjaberings, Tolings, Warrings.

14Bierinckx, Buelinckx, Frelinckx, Hebbelynckx, HellinckxenHellynckx, Honinckx, Kranincx, Noninckx, Ooninckx, Pulincx, Ruytinckx, Snellinx, Surinx, Ratinckx.

15ZieAd. Duclos,Reivaart. Brugge, 1882, bl. 56.

16Klein-Bentinck, Olde-Bronninge, Klein-Budding, Klein-Bussink, Olde-Dubbelink, Olde-Eitinge, Ny-Hoving, Olden-Huising, Nye-Manting, Groot-Nibbeling, Klein-Starink, Klein-Ubbink, Olden-Waving, Olden-Wening, Klein-Hiddink, Klein-Wiecherlink.

17Edixhoven(Edinkshoven),Frelinghuysen, Gussenk’lo, Hennixdael, Haslinghuis, Heusinkveld, Nunninghaven, Olminkhof, Poppinghuis, Renninghoff, Ridderikhof(Ridderinkhof),Rottinghuis, Schortinghuis, Suringbroek, (zie bl. 48),Wanninkhof, Wellinghuysen, Wiggelinkhuizen, Wittinghoff, Yserinkhuizen.

18Hallungius, Hundlingius, Olingius, Reddingius.

19Dotinga, Ebbinga, Eppinga, Feddinga, Fokkinga, Gauwinga, Hettinga, Hoitinga, Ypinga, Kempinga, Lettinga, Menninga, Nanninga, Ockinga, Ouwinga, Poppinga, Reininga, Sibinga, Sikkinga, Tamminga, Ubbinga, Wybinga.

20KruisingametKruizengaenKroezinga, MuischengaenMusschenga, PlantingaenPlantenga, Vitringa.

21Ennenga, Veenenga, Grimmenga, Hommenga, Yettenga, Cannenga, Libbenga, Minnenga, Nammenga, Offenga, Peunenga, Ruidenga, Stuivenga, Torenga, Walenga.

22Donga(Dodinga);EngaenEngga(Enninga, Ennenga, zie bl. 57);Fenega(Feninga, zie bl. 58);Follega(Follinga);Hillega(Hillinga);Hudig(Huding);Immig(Imming, zie bl. 19 en 32);Mennega(Menninga, zie bl. 54);Minnigh(Minning, slechts een andere form alsMenninga, maar van den zelfden mansnaam afgeleid);Radix(Radiks, Radinks, Radink, zie bl. 37);Ridderikhof(Ridderinkhof, zie §22);Schallig(Schalling);Suerickx(Surinkx, Surinks, zie bl. 48);Taank(Tadink);Weddik(Weddink) enWillige(Willinge). Laatstgenoemde naam komt ook in Drente als geslachtsnaam voor, en is metWillink, Wilma, Willes, Willenen ’t engelscheWilsonafgeleid van den ouden mansvóórnaamWille, die in Friesland nog voorkomt, vooral in de verkleinformenWilko(Wilco) enWiltje.

23ZieOorkonden der Geschiedenis van het St. Anthony-Gasthuis te Leeuwarden, I, bl. 133.

24Ibid. dl. I, bl. 112.

25Eekhoff,Geschiedkundige Beschrijving van Leeuwarden, dl. I, bl. 40.

26Oorkonden der Geschied. van het St. Ant.-Gasth. te Leeuwarden, dl. I, bl. 141.

27Van Rijn.Oudheden en gestichten van Friesland, dl. I, bl. 262.

28Dat men oudtijds, zoo wel in Friesland als elders in de Nederlanden, zeer onnaukeurig, zeer onstandvastig was in de spelling der eigennamen, is overvloedig bekend. Om een enkel voorbeeld te noemen, zoo vind ik den geslachtsnaamBurmaniaop de volgende wyzen geschreven: in eene oorkonde van ’t jaar 1433, alsBurmanningha; in eene andere van 1425:Burmana(als een eenvoudige tweede-naamvalsform opa, van den mansnaamBurman); van 1502:Buyrmangye; van 1507:Bwrmanghie; in een ander stuk van 1507:Burmannie; van 1520:Burmannia; van 1524:Van Buurmanya; van 1546:a Bourmanniaenvan Bourmanniain ’t zelfde geschrift; van 1558:van Burmanya; van 1562:van Bourmania; van 1563:van Burmannia; van 1574:van Bormannia; van 1580 en ’81:Burmania; van 1582:van Buermannia. Alle deze stukken kan men vinden in deOorkonden der geschiedenis van het Sint-Anthony-Gasthuis te Leeuwarden.Rienk Burmanianog, die in 1482 Olderman te Leeuwarden was, schreef zynen naam:Burmanghia. En een geestelike der Roomsch-katholyke kerk, die in 1876 te ’s Hertogenbosch woonde, heetBurmanje, naar de hedendaagsch friesche uitspraak.

29ZieEekhoff,Geschiedk. Beschrijving van Leeuwarden. dl. I, bl. 376.

30Donia(Dodinga);Venia, Veenje(Feninga);Finia, Fynia, Fynja, Fynje(Fininga);Vissia(Vissinga, Fissinga);Frisia(Frisinga, Friesinga);GroeniaenGroenje(Groeninga);Hania, Hanja, Van Hanja, Hainja, Hanje, Hainje(Haninga);Hunia(Huninga);Inia(Ininga);Lelia(Lelinga);RiniaenRynja(Rininga);Runia(Runinga);Sinia, Synja(Sininga);Sminia, Van Sminia(Smidinga);Tynje(Tininga);Tania, TanjaenTanje(TaningaofTanninga).

31Corty(Korting, Kortenga, vanKort, Cord, eene bekende samentrekking vanKoenraad, Conrad, Konert);Donny(Donga=Dodinga, vanDodo, Doede; of van den mansvóórnaamDonne, die aan den geslachtsnaamDonsoorsprong gaf, en aan den naam vanDonningen, een dorp by Clerf in Luxemburg);Emmery(Emmering, vanEmmert, Emhart);Ferry(†Fernia=Ferringa, vanFerre, ookFere, zie bl. 30);Grévy(Grevinge, Grevingh, †Grevinga, zie bl. 76, ookGrevinchovius, zie bl. 52);Gerry(Gerring, vanGerre, Ger; ook de geslachtsnamenGersmaenGersoniuskomen hier van);Hardy(Harding, Harting, Herdingh, vanHart);Henny(Henning, Hennyein Noordwest-Duitschland; zie bl. 70, vanHenne);Hovy(Hoving, Hovinge, Hovingh, Hovinga, zie bl. 50, vanHove, Houe);Rembry, (Remberdink, Remmerding, voluitRemberchting, vanRembert, Rembrecht, Rembercht, Renbercht, Reginbercht);Remy(Remminga);Warny(Warninck);Werryen (half-hoogduitsch)Wehry(Wering, Weringa);Schaly(Schalinga), zie bl. 73.

32Maaldrink, Meestringa, Meyering, Meyerink, Meyeringh, Neirinckx, Neyrinckx, Neirynck, Ridderink, Rigterink, SchilderingenSchilderink, Schippering, Scholting, Schulting, Scholtink, Schultink, Smeding, Smedink, Smedinga, Vissering, Vischering, Vogeding, WeeveringhenWeverink.

33ZieDrenthsche Volksalmanak voor ’t jaar 1842, Koevorden, bl. 159.

34Over het woordskelta,schulte,scholte,schout, en over de eveneens luidende mansvóórnamen, met de geslachtsnamen daarvan afgeleid, zie men mijn opstel: »Schelte, Scholte, Schulte, Schout, Schuit”, inDe Navorscher, Dl. XXXII, bl. 386.

35ZieTaylor,Words and Places, bl. 492 en 499.

36Muysson, Hemmingson, Neeteson, Nicolson, Pierson, Robertson, Sanderson, Stevenson, Tamson, Waleson, Wouterson.

37Hubregtse, JansseenJanse, Jooste, Jorisse, KarelseenCarelse, Leendertse, Lievense, Matthysse, Pieterse, Theunisse, Robberse(vanRobber, RobbertofRobert, Rodbert, Hrodbercht).

38Constantse, Davidse, Ferdinandusse, Gideonse, Gilyamse, Jobse, Jonasse, Willeboordse.

39Duyvensz, Evertsz, Hilbertsz, Klaasesz, Koensz, Laurensz, Woutersz.

40Halbesz, Igesz, Lolkesz, Meinesz, Mellesz, Nannesz, Oeblesz, Oomsz, Poppesz, Rinsesz, Ruurdsz, Roukesz, Seebesz, Sibblesz, Sybesz, Sickesz.

41Feitz, Leendertz, Lootz, Reitz.

42Dirks, Egberts, Engelberts, Folkerts, Gerberts, GerritsmetGeerts, GheeraerdtsenGeeraerts, HendriksenHeins, Huberts, KoertsenCoenders, Koops, Lodewijks, Roelofs, Rutgers, SyboutsenSibolts, Stoffels, Wouters.

43Gerolts, Gerrebrands, Godschalks(enGosschalkin enkelen form),Helmers, Herrewijns, Hildebrands, Remmers, Roelants, Volkmaars, Wigbolts(en in versletenen formWiebolts),WyemarsenWiemers, Willebrands.

44Doedes, Douwes, Ealzes, Feddes, Rengers, Rinkes, Sierds, Sjerps, Sipkes.

45Derx, Farx, Franx, Fredrix, Haex, Hendrickx, Hendrykx, Marx.

46Dl. I, bl. 36—van ’t jaar 1462.

47Dl. I, bl. 240—van ’t jaar 1530.

48Dl. I, bl. 313—van ’t jaar 1542.

49Dl. I, bl. 316—van ’t jaar 1542.

50Dl. I, bl. 319—van ’t jaar 1542.

51Register van den aanbreng van 1511. Dl. 1, bl. 169.

52Domis, Duyvis, Galis, Heinis, Jonxis, Mienis, Stammis, Steenis, Tamisz, Tanis, Veenis, Warris.

53GyssenenGiezen, Huygen, Joosten, JorissenenGorissen, Keessen, KerstenenCarsten, Luyken, Nolten, Onnen, Oortgysen, Otten, Rijcken, Thijssen, Wynen.

54Foppen, Hedden, Heeren, Hubben, Luyten, Makken, Okken, Pollen, Poppen, Rensen, SynenenZynen, Snellen, Themmen, Uniken, WarrenenWobben.

55Feickens, Fockens, Foekens, Heykens, Huigens, Leeuwens, Meddens, Onnens, Rykens, Roukens, Tjabbens, Tiddens, Tonkens, Ubbensen Uilkens.

56Haefkens, Haentjens, Kannekens, Lollekens, Luydjens, Mintjens, SchellekensenScheltjens, Seuntjens, Vennekens.

57Giltjes, Loosjes, Maatjes, Onnekes, Rinkes, Solkes, Waalkes, ZoontjesenWulmkes, dat is de mansvoornaamWilhelm, samengetrokken totWillem, in verbasterde uitspraakWullem, in schrijfwyze verkort totWulm, in verkleinformWulmke, in den tweeden naamvalWulmkes.

58Bernarda, Bruna, Geldra, Gosliga, Hameka, Hoga, Idsarda, Jilderda, Jorna, Yska, Menalda, Popta, Reinalda, Rembada, Reverda, Ripperda, Ruurda, Sjoerda, Tjaarda, Wiarda, Wynalda, Albada, Bloema, Hora, Meina, Rommerda.

59Taylor,Words and Places, bl. 381.

60Ik mag hier niet achter wege laten te wyzen op eene verklaring van den uitgangmaachter friesche patronymikale geslachtsnamen, voorkomende in mijn geschriftEen en ander over friesche eigennamen, en die aanmerkelik afwijkt van de verklaring die ik hier aangaande deze namen geef. Nadere onderzoekingen, ten gevolge van het vinden en gebruiken van vele bronnen in oude geschriften en oorkonden, die my vroeger onbekend waren gebleven, of ook ontoegankelik waren, hebben mijn oordeel in deze zake thans volkomen gewyzigd. Ik herroep dus by dezen, wat ik in bovengenoemd opstel ter verklaring derma-namen heb geschreven.

61Bennema, Beintema, Bronnema, Dekema, Epema, Epkema, Feikema, Gaikema, Gjaltema, Haitsema, Hobbema, Ykemaen(Van) Ikema, Yntema, Klasema, Lieuwema, Mellema, Ottema, Piekema, Ritsema, Sipkema, Tietema, Uilkema, Wierdema.

62Entena, Epena, Falkena, Frankena, Imckna, Yntena, Matena(zie bl. 110),Sytena, Ubbena, Ukena, Wibena, Wymna.

63ZieOorkonden der geschiedenis van het Sint-Anthonij-Gasthuis te Leeuwarden, bl. 5.

64Ibid. bl. 9.

65Ibid. bl. 13.

66Duursma, Engelsma, Folkertsma, Geldersma, Gerbertsma, Hendriksma, Hoitsma, Jansma, Jorritsma, Lammertsma, Meindertsma, Nammensma, Pietersma, Riemersma, Sierdsma, Sigersma, Steensma, Tjalsma, Tjebbesma, Tiemersma, Wigersma, Wierdsma.

67Namen alsKopinga, Klaassen, Andriessen, Tomson, enz. zijn eigenlik even zonderling samengesteld alsLeefsma. Immers ook hier is een vreemde, een hebreeusche naam (Jacob), twee andere bybelsche namen (Andries, AndreasenTom, Thomas), en een kerkelike naam (Klaas, Nicolaus), allen dus van vreemden oorsprong, verbonden met de germaansche patronymikale uitgangeningaensen,son(zoon). Zie hier eenigen van die byzondere nederlandsche geslachtsnamen, aan bybelsche en kerkelike mansvóórnamen ontleend, en eigenlik even zonderling van samenstelling, wegens de dietsche en friesche aanhangsels.

Van den bybelschen mansvóórnaamPetruszijn afgeleid de nederlandsche geslachtsnamenPietringa(Peterynckvond ik in West-Vlaanderen, als een naam uit de vorige eeu),Pietersma, Pietsma, Piersma, Petersma, Pietema, Pietersen, Pieterse, Pyttersen, Pieters, Piers, Pieren, Pierson, Peterson, Peeters, Peters, Petersen, Petri, Pietjes.

VanNicolaus:Klazinga, Klasinga, Klasenga, Klasema, Klasing, Clausing, Klaassen, Claeysseune, Claessens, Klaasen, Klasesz, Nicolzon, Nicolai, Lykles, Lyklema, Lycklama(zie §45).

VanAndreas:Andriessma, Andriessen, Andreessen, Andriesse, Anders, Andersen, Andreæ, Drewes, Dreevsen.

VanJacob:Kopinga, Copinga, Coops, Koops, Koopsma, Kops, Koppen, Koppe, Jacobs, Jacobson, Jacobi, Japikse, Jaapies.

VanMartinus:Martens, Maartensz, Meertens, Mertens, †Martena, Martini.

VanThomas:Thomassma, Thomassen, Tomsen, Toms, Tomson.

VanPaulus:Paulusma, Paulsen, Pauwels, Pauwelse, Paulen, Pauli, De Pauly.

VanCaspar:Caspersma, Kaspers, Caspari.

VanChristophorus:Stoffelsma, Stoffels, Stoffers, Christoffels, Stuffers.

VanChristianus:Christiaenssens, Christiaanse, Kerstsma, Kestma, Kastma, Karsten, Carsten, Corst, Cors, Corstiaans, Kersting, Christ, Carstensen, Kersten.

VanMattheus:Matthyssen, Thyssen, Theys, Tysma, Tiesma, Thysma, Tiesema, Tiessema, Thyssens, Matthes, Mathiessen, Matthaei.

VanBonifacius:Fazinga, Faasma, Faassen, Fasen, Vaasen, Vase.

De zeer talryke nederlandsche geslachtsnamen, die hunnen oorsprong aan den bybelschen mansnaamJohannesontleenen, vindt men in §58opgenoemd.

68Oorkonden der geschiedenis van het Sint-Anthony-Gasthuis te Leeuwarden, bl. 82 en 91.

69Franssema, Hoolsema, Ilpsema, Jeltsema, Klootsema, Luurtsema, Roelfsema, Tietsema, Weitsema.

70Ten einde geen nederlandsche geslachten misschien te krenken, worde hier als voorbeeld slechts de duitsch-friesche geslachtsnaamVon Omptedavermeld. De naam waarvan dit patronymikon is afgeleid, is, in zynen oudsten, oorspronkeliksten formUmmo, Omme, en in dien form, ook verkleind alsOmke, en alsUmo, Ome, Oomke, nog in Friesland in gebruik. Van daar de geslachtsnamenOmmenga, Omenga, Oomkens, Omen, Ooms, Oomsz, UmmenenUmken. Vele friesche mansvóórnamen worden in Friesland door willekeurige achtervoeging eenertverformd; vanHaiomaakt menHaite, vanUbo, Oebemaakt menOebt, Oept, Upt, en zoo ook vanUmmo, OmmeisUmt, Omtgeworden. Men ging zelfs verder, en hing er nog eenetachter; zoo kwam vanHaitede formHaitet; vanOept, Uptmaakte menUptet, vanUmt, OmtwerdUmtet, Omtet. Nu neemt in den mond der Nederlanders demgeerne eenepofbachter zich;MiddenleekwerdMedemlikenMedemblik; EmudenwerdEmden, Embden. Zoo ook werdUmtetenOmtettotUmptetenOmptet. Deze naam door achtervoeging der oud-friescheain den tweeden naamval geplaatst, geeft het patronymikonOmpteda(nietOmpteta; zoo komt vanAlbertenHilwert, ofschoon deze namen beiden opteindigen,AlberdaenAlberdingk, Hilverdink, enz. met eened). Dit oud-friesche geslachtOmpteda, oorspronkelik gezeten op ’t Zand in Fivelgo, waar deOmpteda-burchtis, is zeer verspreid in de friesche gouen aan beide oevers der Eems. De afstammelingen er van schryven hunnen naam op verschillende wyzen, alsOmpteda, Von Ompteda, Umpteda, Omta, Umta, en formen dien ten gevolge nu vijf verschillende maagschappen. Een soortgelyke naam is de geslachtsnaamImpteda, die tegenwoordig, door letterkeer, in den verbasterden formImpetavoorkomt, en een patronymikon is van den mansnaamImptet, Imtet, Imte, Imt, Immo.

71Ter HaaghametVan TerwisschaenVan Terwisga(tor wiskais Oud-friesch voorter weide,zur Wiese, Platduitschtor Wische, op of aan de weide) zijn de eenigste friesche geslachtsnamen, die dit voorvoechselter, dat elders algemeen is, by zich hebben. Zie §98.

72Serbruyns, Serclaes, Serdobbels, Sergeys, Sergeyssens, Sergeysels, Serjacobs, Serlippens, Serneels, Serniclaes, Seroyen, Serpieters, Serreyns, Serruys, Sersanders, Sersimoens, Serstaas, Serstevens, Servranckx, Serweytens, Serwouters.

73De Navorscher, dl. XXVIII, bladz. 28.

74De Navorscher, deel XXVIII, bladz. 28.

75Arnoldi, Augustini, Brandi, Conradi, Eberhardi, Gysberti, Hilbrandi, Jacobi, Martini, Matthaei, Meinardi, Michaëlis, Nicolai, Petri, Rudolphi, Simonis, Wilhelmy, Winoldi.

76Ruardi(vanRuard[Ruwaert],Ruurd),Sybrandi(vanSybrand, Sîgbrant),Taconis(vanTaco),Tjallingii(vanTjallingius, Tjalling),Wiardi(vanWiard—zie bl. 115),Wybrandi(vanWybrand, Wîgbrant),Wigboldy(vanWigbold),Wigeri(vanWigerus, Wiger, Wîgher).

77Eyssonius, Hajenius, Heynsius, Hillenius, Jansenius, Janssonius, Matthesius, Mettenius, Nolthenius, Stratenus, Tielenius.

78Johannink, Johanningmeyer, Johans, Janninga, Janninge, Janning, Jannink, Janzing, Janssonius, Jansenius, Janszeune, Jansone, Janseune, Janson, Janneson, Jantzon, Janssen, Janssens, Jansse, Jansen, Jansens, Janse, Jansé—in verfranschten form, even dwaas alsTanjéop bl. 69 vermeld; zie ook §165.Janszen, Jansze, Janzen, Janze, Jansz, Jans, Jannen, Janne, Jannesse, Janesse, Jannissen, Jannisse, Jantz, Jantzen, Jansma, Jansema, Jenning, Jennings, Jenninck, Jentink, Jens, Jensson, (misschien ookJenny, zie §30),Jensen, Jensma, Jensema, Jentsema(dit is een oud-friesche verkleinformJentse, Jen-tseofJen-ke, Jenke, in ’t HollandschJannetje, frieschts==k),Jentzema, †Janthiamaen †Jantiema(eveneens oud-friesche verkleinformen),Jantjes, Jennen, Jenniskens, Jennissen, Jennessen, Jeenenga, (†Jenia, zie §29),Jeens(de formJeenkomt in Friesland nog als mansvóórnaam voor),Jentjema, Jone, Joons, Hannes, Hanson, Hanssen, Hanssens, Hannessen, Hansen, Hansens, Hanse, Hansma, Hansema, Hensen, Henss, Henssens, Henskens. Dan nog de geslachtsnamen, wier oorsprong van den mansnaamJohannesin versletenen en verkorten form, of van de oud-germaansche mansnamenHanno, Henno, in verkleinformHanke(Hancko) enHenke(Hencko), aan twyfel onderhevig is:Hanning, Hannema, †Hankema, Hanken, Hankes, Henning, Hennye, Henny(zie §30),Hens, Henkema, Henkes, enz. enz.

79Groninger Volksalmanak, 1838, bl. 142.

80Historische beschouwing der nederlandsche eigennamen, inDe Jager’sTaalkundig Magazijn, dl. IV, bl. 317.

81Oorkonden der Geschiedenis van het Sint-Anthonij-Gasthuis te Leeuwarden, bl. 46.

82Toevallig isOldeneelook de naam van eene buurtschap by Zwolle. Wat die naamals plaatsnaambeteekent, weet ik niet. Maar het is waarschijnlik dat de eene of andere van de verschillende maagschappen, die den naamOldeneeldragen, dien naam aan dat gehucht ontleenen, terwijl by anderen de oorspronkelike beteekenis »Oude Cornelis” kan zijn.

83Zie het toeblaadje (feuilleton) van het nieusbladVolksblad. Enschede. Jaargang 1882, no. 48, onder den titelKwade BettedoorM. J. Wuyster.

84Oorkonden der Geschied. van het St.-Anthony-Gasth. te Leeuwarden, dl. 1 bl. 39.

85EleazarenEliazar, Elias, Esau, Ezechiël(enEzechiëls),Jehu, Jeremias, Jesse, Joël, Jonas, Isacq, JudaenLevy(zie bl. 130),Laban, Manasse, Nabal(enNopol? eene andere uitspraak van dezen naam?),Nathan, Ruben(en als patronymikonRubens),SalomonenSolomon, Samuël, enz.

86Clephas, Lazarus, MarcusenMarkus, MattheusenMatthaei(zie bl. 150),Nicodem, Stephanus, Thomas, enz.

87Germanus, Gratiaen, GregoriusmetGregoryenGregoor, Jeronimus, Ignatius, Julianus, Krispyn, Pancras, Quiryn, Rochus(metRochuszenRochussen),ServatiusenZervaas, Severien(metSeverijns, Severijnse),Silvester, UrbanusenUurbanus, VincentenValentyn. De geslachtsnaamKiliaankan tweederlei oorsprong hebben; hy kan de naam zijn van den heiligenKilianus, en hy kan ook een latynsche form zijn om aan te duiden, dat de drager van dezen naam een Kieler is, iemand geboortig van, of t’huis behoorende in de stadKielin Holstein, of in deKiel, een buurt by ’t Hoogezand in Groningerland.

88Jagers, Jaegers, JaeghersenJegers, Houtzagers, Keersmaekersen, in wanspelling,Kerssemakers(kaarsemaker);KlerckxenClerckx, Kosters, CostersenCusters, Kramers, KremersenCreemers; Kuipers,Kuypers, Cuypers, Kupers, Küppersen het verlatynschteCuperi; Koopmans, Coopmans, met de versletene formenCoomansenComans; Lantmeeters, Leydeckers, Meesters, Messemaeckers, Rovers, Olieslagers, Pelsmaekers, Schoenmakers, Schoemaekersen het zuid-nederlandscheSchoesetters; Schrynemaekers, van het verouderdeschrijn, kast als meubelstuk (in Friesland heeten de kastmakers nogschrijnwerkers);Snepvangers(snep= snip),Snyders, SniedersenSnyers, Teegelbackers, Waersegers, (waarzegger),Weevers, enz.

89Zie ook mijn opstel:Brabantsche en flaamsche geslachtsnamen, inDe Navorscherdl. XXVIII, bl. 22, 191, 358.

90HoefnagelsenHoufnaeghels, Hombrouckx, Haseldonckx, Kerekhoffs, Kievits, Koevoets, Quaeyhaegs, Rijsheuvels, Roosbroeckx, SnoeksenSnoucks, Spitaels, Steenackers, Sterckx,Stroobants, Roeyaekers, Vingerhoets, Vloeberghs, Welvaarts.


Back to IndexNext