§76. Ten slotte mogen hier nog eenige zeer byzondere namen vermeld worden, die tot deze groep behooren. Het zijn de geslachtsnamenRemmerswaal, Aalbertsberg, Blydenstein, Diepenhorst, TetrodeenRodenburg. De dorpenBloemendaalenOverveen, by Haarlem, droegen in de middeleeuen de namenAalbertsbergenTetrode; het stadjeAardenburgin Vlaanderen heette oorspronkelikRodenburg; Diepenhorstis de oude naam van het dorpOuddorpop ’t eiland Goeree; en een klooster van Benedictyner monniken, dat in de middeleeuen na by ’t dorp Runen in Drente lag, maar reeds in de 16deeeu opgeheven werd, droeg den naam vanBlidestat(de blyde stede),ter blider steden, ter blider steên, laterBlidensteenenBlijdenstein. Deze naam ging ook over op het dorp, dat rondom dit klooster ontstond, maar dat thans den naam van Runerwolde draagt.21Deze zes oude plaatsnamen behooren in de middeleeuen t’ huis, en zijn thans nog slechts aan geschiedkundigen bekend. De hedendaagsche geslachten die deze namen dragen, vertoonen juist in die middeleeusche namen, die sedert de 16deeeu en vroeger reeds als plaatsnamen verdwenen zijn, het bewijs van hunne oudheid. NevensRodenburgbestaat ookRoodenburchenRoodenburgals geslachtsnaam, en nevensTetrodenogTetroode, TetterodeenTettero, by verschillende geslachten. Hier uit zoude men wel kunnen afleiden, dat het hedendaagsche dorpOverveenin de middeleeuen geen onaanzienlike plaats moet geweest zijn. VanAardenburgis het bekend dat dit thans zoo stille, kleine stedeke in de middeleeuen eene groote en bloeiende havenplaats was. Over den naamRemmerswaalzie men §88.Nog al byzonder is ook de geslachtsnaamWaterloo, die natuurlik ontleend is aan den naam van het dorpWaterlooin Zuid-Brabant, waar in 1815 de bekende veldslag plaats vond. Later dan 1811 kan de geslachtsnaamWaterloomoeielik ontstaan zijn. Hy dagteekent dus nog uit den tijd vóór den slag, toenWaterloonog, als een klein afgelegen dorpke zeer weinig bekend was. Merkweerdig dat de naam van dit eertijds zoo onbeduidende plaatske juist een geslachtsnaam worden moest!De geslachtsnaamDeurloois ook zeer byzonder. Dit is de naam van het zeegat aan den mond van den Hont of Wester-Schelde in de Noordzee (zie §104).§77. De bewoners van verschillende wyken of buurten in groote steden zijn elkanderen veelal zoo vreemd, als anders de bewoners van twee kleine steden of dorpen onderling zijn. Zoo konden de geslachtsnamenOudschans, KattenburgenBuitenkant, te Amsterdam voorkomende, ontstaan. Zy zijn ontleend aan de namen van drie welbekende oud-amsterdamsche buurten, waar de eerste dragers dier namen zekerlik gewoond hadden, »gewonnen, geboren en getogen” waren, eer zy in andere amsterdamsche wyken kwamen wonen, waar deze namen als toenamen, als »kenmerk van herkomst” hun gegeven werden. De geslachtsnaamVan Cattenburchechter heeft eenen anderen oorsprong, is van eenen anderen plaatsnaam ontleend. In zeer vele nederlandsche steden is er eenePeperstraat; het is gewoonlik de straat waar in de middeleeuen de kooplieden in speceryen, »die crudenieren” hunnen handel dreven en hunne winkels hadden. De maagschapsnamenPeperstraeteenVan Peperstraetezijn ontleend aan dezen straatnaam, zekerlik op de zelfde wyze als boven beschreven is aangaande de namenOudschans, enz. Tot deze zelfde groep van geslachtsnamen behooren verder nogAustraete(brabantsch voor »Oudestraat”;—deze naam is dan ook in Zuid-Brabant inheemsch);Billestraete, Binnekade, Damsteeg, Diepenstraten, Groenestege, HoogewegenHoogewegen, Hoogenstraten, KampsteegenKamsteeg, Mommersteeg, Muntstege, Nieuwesteeg, Kerkbuurt, Vierstraete, Weststrate, Zeestraten, ScheldstrateenSchelstraete, enz. Deze laatste straatnaam komt als maagschapsnaam ook voor in de formenVerschelstraeteenVerscheldstraete, dat is:Van der Scheldestrate,van de Scheldestraat. Hy moet dus oorspronkelik zijn uit de eene of andere plaats aan de rivier de Schelde gelegen. In der daad zijn deze vier geslachtsnamen dan ook eigen aan vlaamsche maagschappen.—De geslachtsnaamVreeburgdoet thans wel denken aan het bekendemarktpleinin de stad Utrecht. Maar deze naam kan evenzeeronmiddellikontleend zijn aan den naam van het oudekasteeldat in den spaanschen tijd verwoest werd, en waaraan ook het hedendaagsche plein zynen naam te danken heeft. Immers daar ter plaatse stond die oude burcht.§78. De grootste groep van nederlandsche geslachtsnamen, of liever die groep welke het grootste aantal namen omvat, is zonder twyfel de groep die uit namen bestaat, welke met het voorvoechselvanzijn samengesteld. In der daad, zulke namen komen uit der mate veelvuldig voor by het nederlandsche volk. Dievan-namen zijn byna zonder uitzondering van aardrijkskundigen oorsprong, en men kan ze onderscheiden in byzondere en algemeene. De byzondere aardrijkskundigevan-namen bestaan uit de namen van landen, gouen, eilanden, steden, dorpen en gehuchten (buitenlandsche natuurlik even zeer als binnenlandsche), allen met het voorvoechselvaner voor; b. v.Van Engeland, Van Wieringen, Van Deventer, Van Keulen. De algemeene aardrijkskundigevan-namen bestaan uit gemeene zelfstandige naamwoorden die eene algemeene aardrijkskundige beteekenis hebben (berg,dijk,heide), maar die als byzondere aardrijkskundige namen dienst doen; eveneens metvaner voor, en zoo wel met als zonder een lidwoord. B. v.Van Dijk, Van Sluis, Van den Berg, Van der Heide.De byzondere talrijkheid dezervan-namen, voor zoo verre zy aan de namen van uitheemsche landen en plaatsen ontleend zijn, strekt ten bewyze van de talrijkheid der vreemdelingen, die zich onder ons hebben neêrgezet. En voor zoo verre zy afkomstig zijn van de namen van inheemsche gouen en plaatsen, kan men daaruitafleiden de veelvuldigheid waar mede de Nederlanders, binnen hunne eigene landpalen, hunne woonplaatsen verwisseld hebben.§79. De maagschapsnamen metvansamengesteld, en aan de namen van vreemde landen ontleend, zijn, uit den aard der zake, het minst talrijk. Zie hier die, welke my bekend zijn:Van Beyeren, Van Boheme, Van BourgondienenVan Bourgonje.22In de zuidelike Nederlanden komen de geslachtsnamenVan IngelandtenVan Inghelantvoor, als tegenhangers van den noord-nederlandschen geslachtsnaamVan Engeland; »Ingelant” toch, of »Inghelandt” is eene oud-nederlandsche spelwyze van ’t woordEngelland, eene spelwyze die overeenstemt met de vlaamsche en friesche volksuitspraak. Twyfelachtig zijn my de geslachtsnamenVan CornewalenCarnewal. Zijn zy ontleend aan den naam van de engelsche gouCornwallis?—Een Franschman,Adriengeheeten, verliet in de laatste helft der zeventiende eeu zyne woonplaats, de stad Rochelle, en vestigde zich in Nederland. Hier noemde hy zichAdrien de Charente, naar het gewestCharente, waar in zyne geboorteplaats Rochelle ligt. Later verdietschte hy dienaangenomenfranschen toenaam totVan Charante, en in dezen form wordt die naam nog heden door zyne nakomelingen als geslachtsnaam gedragen.23Werd op bl. 193 de opmerking gemaakt dat de volksnaamIerniet als geslachtsnaam schijnt voor te komen, hier kan toch op den naamVan Ierlandgewezen worden.Het oostfriesche eilandBorkum, het eerste oostwaarts in de reeks der friesche eilanden die niet tot Nederland behooren, kan ter nauer nood voor eenvreemdeiland gelden. Niet slechts omdat de Borkumers echte Friesen zijn, maar vooral ook omdat zy door zoo vele banden aan de Nederlanden en de nederlandsche koopvaardy- en visschersvloot gehecht zijn.24Immers nog tot voor weinige jarenwas dit wel het geval; in de eerste helft van deze eeu en in vorige eeuen, tydens den bloei van den nederlandschen handel en van de visschery, natuurlik nog veel meer. Aan den naam van dit, in menig opzicht zoo hoochst merkweerdige eiland zijn de geslachtsnamenVan Borkum, Van BurkomenVan Burkumontleend, met het enkeleBorkumen waarschijnlik ook metVan Buurkom. Deze geslachtsnamen komen geenszins zeldzaam voor, en behooren aan verschillende, onderling niet verwante geslachten. Ook al een bewijs voor de talrijkheid der betrekkingen die er steeds tusschen dat eiland en de Nederlanden bestonden. De formVan BurkomenVan Burkumis volgens de friesche uitspraak; naukeuriger nog zou de spelling »Börkum” zijn, gelijk d’Oost-Friesen zelven ook spreken. Zoo luidt de geslachtsnaamVan Gorkumin den mond der oude Leeuwarders ook als »Van Gurkum”; de plaatsnaamWorkumals »Wurkum”, het woordvorkals »furk”, enz.De bovengenoemde geslachtsnamen zijn weinig in getal; maar die welke ontleend zijn aan de namen vannederlandschegouen, landstreken, eilanden, zijn even min talrijk. My zijn, als tot deze afdeeling behoorende, slechts bekend de geslachtsnamenVan Braband, Van Friesland, Van Holland, Van Drenth, (misschien ookVan Kempen),Van Marken, Van Proostdy(zoo heet eene kleine landstreek in de provincie Utrecht, gemeente Abkoude),Van Schouwen, Van Urk, Van Veluwe, Van Vlaanderen, Van Waas, Van WalcherenenVan Walchren, Van WieringenenVan Wieringhen, enVan Zeeland.De geslachtsnaamVan Graefschepedient hier ook vermeld. Dit is eigenlik een algemeene aardrijkskundige naam, wijl niet blijkt welk graafschap bedoeld is. De oude graafschappen Zutfen en Benthem dragen beiden by de in- en omgezetenen den naam van »de Graafschap” als by uitnemendheid. Waarschijnlik is bovengenoemde geslachtsnaam aan eene dezer twee graafschappen ontleend.§80. Geslachtsnamen samengesteld uit de namen van uitheemschestedenendorpen, met het voorvoechselvandaar voor, zijn uit den aard der zake talryker dan die aan de namen van landen en gouen ontleend. Zie hier eenigen van die namen:Van Basel, Van Bremen, Van Costenoble25(het enkelvoudigeCostenoblekomt ook voor), enz.Costenoble,Costenoblen,Constenoblenis de form waarin de naam der stadConstantinopelin oude, middeleeusche vlaamsche oorkonden geschreven staat. De geslachtsnaamVan Costenoblekomt dan ook in Vlaanderen voor, en wel in het hedendaagsche Fransch-Vlaanderen. Oogenschijnlik is deze naam reeds zeer oud. Hy dagteekent wellicht nog uit den tijd der kruistochten, toen vooral ook Vlamingen naar de hoofdstad van het turksche rijk kwamen. Immers ook juist onder de Vlamingen waren, van alle nederlandsche stammen, het eerst geslachtsnamen in gebruik.—De geslachtsnaamVan Bethlehemzal wel uit eenen huisnaam geformd zijn. Want dat hyrechtstreeksaan den naam der bekende plaats in Palestina zoude ontleend zijn, door een voormalig ingezetene dier stede, schijnt my minder aannemelik, ofschoon het mogelik blijft.—Leinsele, een dorp in Fransch-Vlaanderen en waarvan de geslachtsnaamVan Leynseeleontstaan is, kan naueliks als een vreemde plaatsnaam gelden. (zie bl. 218).De geslachtsnaam (Van den Berg)Van Saparoeais ook een zeer byzondere. Hy is, zoo verre ik weet, d’eenigste in Nederland, die ontleend is aan den naam eener plaats in Indië. Ziehier den oorsprong van dezen naam, volgens het tijdschriftDe Navorscher, deel XXX, bl. 322.»Saparoeais een welbekend eiland in den Molukschen archipel en behoort tot de Nederlandsch-indische bezittingen. Daar ter plaatse was in der tijd residentJ. R. van den Berg, die bij een oproer of amokpartij, in Mei 1817, met zijne geheele familie (zijne echtgenootJohanna Christina Umbgroveen drie kinderen), is vermoord, uitgenomen een kindje, het oudste zoontje, toen vijf jaar oud, dat door zijne min is gered, doch niet dan nadat het een krisslag had ontvangen, waardoor het eene oor door midden is gespleten. Later is het door de ijverige pogingen van den kapitein ter zeeQ. M. R. Ver Huell, die zich in de baai vanSaparoeabevond en onderrigt was dat het kind nog leefde, gelukt dat het hem werd uitgeleverd.»Dit geredde kind is sedert naar Nederland overgevoerd, hier te lande opgevoed, thans (1880) een persoon tusschen de 60 en 70 jaren, een der voornaamste inwoners van Velp bij Arnhem, en sedert verscheidene jaren wethouder der gemeente Rheden.»Vroeger teekende de bedoelde persoon zich steedsJ. L. van den berg, doch aangezien er vele familiën van dien naam zijn, en dit vaak tot verwarring aanleiding gaf, vroeg hij voor een drietal jaren verlof, bij zijnen familienaam te mogen voegenvan Saparoea, hetwelk bij koninklijk besluit is toegestaan, en sedert dien tijd voert de familie, waarvan hij thans het waardige hoofd is, den geslachtsnaamvan den Berg van Saparoea.»Omtrent bovenbedoelde moordgeschiedenis teSaparoeakan men nadere bijzonderheden vinden in:Merkwaardige gebeurtenissen uit de Nederlandsche Geschiedenis(te Amsterdam uitgegeven), alwaar in eene noot een verhaal daarvan voorkomt.”§81. Duitschers hebben steeds het grootste gedeelte uitgemaakt van al de vreemdelingen, die in de Nederlanden een nieu vaderland zochten en vonden. En onder dezen waren het natuurlik weêr meest lieden uit de aan Nederland grenzende streken van Duitschland, uit de pruissische Rijnprovincie, uit Westfalen met de graafschap Benthem en het Nederstift van Munster (Arenberg, Meppen), en Oost-Friesland. Dien ten gevolge is het getal geslachtsnamenontleend aan de namen van plaatsen in die gewesten gelegen, dan ook nog al aanzienlik. Zie hier eenigen van die namen, enkel van nederrijnlandsche plaatsen:Van Aken, Van AakenenVan Ake, Van Calcar, Van KleefenVan Cleeff, Van CranenburghmetVan KranenburgenVan Cranenborg26, enz.Niet aleen dat vele Neder-Rijnlanders zich om voordeelswille in de Nederlanden neêrgezet hebben,—velen deden dit ook om redenen van godsdienstigen aard. Immers nadat de kerkherforming aan den duitschen Beneden-Rijn al spoedig grooten opgang gemaakt had, en zeer velen aldaar in de 16deeeu de kerk van Rome verlaten hadden, werden later, in de 17deen ook nog in de 18deeeu, door de wereldlike en geestelike vorsten dier streken, de Protestanten vervolgd en verdreven. Vooral ook de Doopsgezinden of Mennoniten, die geen onaanzienlik deel schynen geformd te hebben van die Herformden, hadden veelvuldige vervolging te dulden. Ofschoon enkele doopsgezinde gemeenten aldaar, onder anderen te Krefeld, Kleef en Emmerik zich nog tot in deze eeu, gedeeltelik nog tot heden toe konden staande houden in naue aansluiting aan de nederlandsche Doopsgezinden, zoo waren toch vele leden dier gemeenten genoodzaakt hun land te verlaten. En waarheen zouden zy gereeder uitwyken dan naar de naburige noordelike Nederlanden, waar de herformde kerk heerschte, en waar men die verdrevenen, die veelal welgestelde, neringdoende en nyvere burgers waren, geerne eene gastvrye ontfangst bereidde! Deze zaak is d’oorzaak dat zoo menig doopsgezind geslacht ons heden ten dage in zynen geslachtsnaam nog zyne afkomst uit Neder-Rijnland vertoont,—dat juist zulke geslachtsnamen aan nederrijnsche plaatsnamen ontleend, veelvuldigonder onze doopsgezinde landgenooten voorkomen. Zie hier eenigen daar van:Van Calcar, Van Gelder, Van Goch, Van Gulik, Van Cleeff, Van Meurs, Van Rees, enz. OokVan Bracht(tegenwoordig nog alsVan Bragtvoorkomende), zoo als de schryver heette van het zoogenoemde »Menniste Martelaarsboek”, dat is:Het bloedigh tooneel der doopsgezinde en wereloose Christenen.Brachtis de naam van een dorp by ’t stadje Kempen.En ook evenzeer als Mennoniten, werden ook Israëliten wel uit nederrijnsche plaatsen verdreven, en zochten in de Nederlanden een vrediger verblijf. Of anderszins, toen handel en nyverheid, dus ook bloei en welvaart in de 17deeeu vooral uit vele nederrijnsche plaatsen weken, ook al ten gevolge van den uittocht der neringdoende Herformden naar de Nederlanden, toen trokken ook de Joden uit, om hier een neringryker oord te vinden. En zoo is het gekomen dat wy zulke namen alsVan KleefenVan Cleef, Van Gelder, Van Goch, Van Creveld, Van Wezel(metEmrik, Kalker, zie §73), enz. by verschillende israëlitische geslachten in Nederland aantreffen. Maar ook buitendien nog schijnt het dat vele ingezetenen der stadjesXanten, Calcar, Gochnaar Nederland gingen wonen. Immers de geslachtsnamenVan Santen, Van Sante, Van Zanten, Van Zante, Van Calcar, Van Kalker, Van Kalkert, Van Kalkeren(ook het enkeleKalker),Van Goch, Van Gogh, Van Gog, enz. in allerlei verschillende spellingen, komen zeer veelvuldig voor. Zy worden in talrijkheid echter nog verre overtroffen door voormalige ingezetenen van het stadjeGelder, wier nakroost met de geslachtsnamenVan Gelder, Van Gelderen, Van Geldre, Van Geldern, Van Geldere, Van Ghelderbuitengewoon talrijk is onder ons. De geslachtsnamenDe Gelder, De Gueldre, De GhelderenDe Gheldere, in de beide laatste formen vooral ook in Vlaanderen voorkomende, houd ik voor verfranschte formen vanVan Gelder, te meer wijl ik reden heb te vermoeden dat het noordnederlandsche geslachtDe Gelderuit Vlaanderen in Holland is komen wonen, terwijl het westvlaamsche geslachtDe Ghelderenog het oude wapen vanGelreals geslachtswapen voert. Maar de friesche geslachtsnamenGelderda, GeldraenGeldersma, evenmin alsGelders, elders in de Nederlanden inheemsch, hebben niets te maken met den plaatsnaamGelderofGelre. Deze namen zijn ontleend aan den oud-germaanschen mansvóórnaamGelder, Gelther.§82. Minder talrijk dan de geslachtsnamen aan plaatsnamen in Neder-Rijnland ontleend, zijn onder ons die maagschapsnamen welke samengesteld zijn uit eenen westfaalschen plaatsnaam en het voorzetselvan. En toch hebben Westfalingen volstrekt niet in kleiner aantal dan Neder-Rijnlanders zich in de Nederlanden neêrgezet. Als slachters en bakkers, als bierhuishouders, vooral ook als handelaars in kleedingstoffen, met hunne talryke knechts, kellners, kantoor- en winkelbedienden en reizigers, zijn de zonen van de »Rothe Erde” rykelik onder ons vertegenwoordigd. Maar deze »Felingen” (zie bl. 191) kwamen meest allen in lateren tijd hier wonen dan de Neder-Rijnlanders. Zy kwamen toch in den regel om den broode, niet om gewetensvryheid. Immers behooren zy grootendeels tot de roomsche kerk. Zy kwamen meest in de vorige en vooral ook in deze tegenwoordige eeu—hunne scharen stroomen ons nog steeds toe; en zy brachten dies hunne geslachtsnamen reeds kant en klaar mede. Zoodat ons volk geene reden had om hen te noemen naar hunne plaatsen van herkomst—ook al ware dit na den jare 1811 nog mogelik geweest.Eene uitzondering maken d’ inwoners van de graafschap Benthem, welke landstreek tot Westfalen gerekend wordt. Dezen zijn hooftsakelik Herformden, en de nederlandsche taal was tot diep in deze eeu hunne kerktaal, ja, is dat by sommige gemeenten, even als in Oost-Friesland, nog heden. Van daar dat er steeds veel betrekking over en weêr tusschen deze landstreek en onze Nederlanden bestond, ’t welk ook al mede aanleiding gaf (met den grooten hollandschen magneet, welvaart en rijkdom, handel en nering) om Bentheimers, in onze noordelikste gewesten als »Graafschappers” bekend, hier heen te doen trekken. Over de oorbeeldig nederlandsche geslachtsnamen dier Bentheimers zal verder in dit werk gehandeld worden; zie §159.Zie hier eenige nederlandsche geslachtsnamen aan westfaalsche plaatsnamen ontleend. De veelvuldig voorkomende naamVanMunstermoet in d’ eerste plaats genoemd worden. En danVan Bekkum(stadje by Munster),Van Byleveld(Bielefeld, zie bl. 211), enz.27En aan bentheimer plaatsnamen ontleend zijn dezen: in d’ eerste plaats de talrijk voorkomende namenVan Bentheim, Van Benthem, Van Bentem, Van Bentum; verderVan Noothoorn(Noordhoorn, Nordhorn, stadje aan onze twentsche grens),Van VeldhuizenmetVan Velthuyse(Velthuizen, Velthusen, thans ookVelthausengenoemd, dorp in die landstreek), enz.28§83. De Oost-Friesen zijn, wat de talrijkheid van hun volk betreft, veel geringer dan de Westfalingen en de Neder-Rijnlanders. Niettemin is het getal der Oost-Friesen, die zich voor en na in de Nederlanden gevestigd hebben, niet geringer dan het getal van onze andere oostelike buren. Vooral ook in onze noordelike gewesten, onder hunne stamgenooten, hebben zich de Oost-Friesen steeds in grooten getale neêrgezet. De omstandigheid dat de Oost-Friesen zich steeds, tot diep in deze eeu, tot de Nederlanders in ’t algemeen, tot hunne volksgenooten bewesten Eems en Lauers in het byzonder voelden aangetrokken, veel meer dan tot Duitschers—dat ook de Oost-Friesen met de Nederlanders in volkstaal, zeden, bronnenvan bestaan, godsdienst, enz. ten nausten verbonden zijn, droeg veel daar toe by. En ook boden de bloeiende nederlandsche gewesten den Oost-Friesen meer uitzicht op welvaart aan dan hun eigen land deed, vooral ook meer dan de duitsche landstreken achter hun gewest gelegen.Uit deze talrijkheid van Oost-Friesen in de Nederlanden, zoude men mogen besluiten dat geslachtsnamen uit oostfriesche plaatsnamen met het voorvoechselvansamengesteld, ook talrijk onder ons zouden moeten voorkomen. Dit is echter het geval niet. Zulke namen zijn er wel, maar geenszins in die mate als men uit het bovenvermelde zoude mogen afleiden. Dat komt omdat de Oost-Friesen de zelfde friesche vóórnamen dragen als de nederlandsche Friesen en als allen die in de Nederlanden van frieschen stam zijn. En omdat de Oost-Friesen van ouds ook juist de zelfde oud-friesche wyze volgden om van hunne vóórnamen patronymika te formen, die dan later tot vaste geslachtsnamen werden, even als dit hier, bewesten Eems, het geval was en is. Zoo hadden dus de nederlandsche Friesen, de Groningerlanders, enz. geene redenen om aan de Oost-Friesen die zich onder hen vestigden, nieue namen, afgeleid van de plaatsen hunner herkomst, te geven. Immers droegen die Oost-Friesen reeds soortgelyke, of ook geheel gelyke, ten deele ook volkomen de zelfde namen, patronymika en andere geslachtsnamen, als de nederlandsche Friesen. Zoo treft men ook thans nog in onze noordoostelike gewesten en in de noordwestelike streken van Duitschland, voor zoo verre er oost en west van de Eems Friesen wonen, of lieden van frieschen stam, geheel de zelfde geslachtsnamen aan. Op deze gelijkheid van geslachtsnamen in Oost-Friesland en in de Nederlanden in ’t algemeen, in het nederlandsche Friesland in het byzonder, zal ik verder in dit werk nog gelegenheid hebben nader te rug te komen. Zie §160.Nederlandsche geslachtsnamen, metvaner voor, aan oostfriesche plaatsnamen ontleend, zijn de volgenden. In de eerste plaats moet hier de geslachtsnaamVan Emdengenoemd worden, die, metVan Embden, Van Emde, Van Embde(en het eenvoudigeEmden, Emde), enz. nog al talrijk en algemeen onder ons voorkomt; ook onder onze israëlitische medeburgers. Emden trouens is ook niet slechts de voornaamste en volkrijkste der oostfrieschesteden, maar de bewoners van die aloude Eemsstad hebben ook steeds de nauste betrekkingen met de Nederlanden onderhouden. VerderVan AurichenVan Aurick, Van Bingum, Van Borssum, enz.29Het schijnt dat vooral ook Israëliten uit Oost-Friesland zich in de Nederlanden hebben gevestigd. Immers treffen wy onder hen, behalvenVan Emden, ook de geslachtsnamenVan Geuns, Van LeerenVanNordenaan.Geunsis de nederlandsche form van den naam van het oostfriesche stedekeGödensofNeustadt-Gödens, welke naam door d’ Oost-Friesen zelven ook alsGöönsofGeunsuitgesproken wordt. Hier behoort de geslachtsnaamVan Goens(oe=ö=eu) ook genoemd worden, die even eens aan dit oostfriesche stadje ontleend is. De bekende Gouverneur-Generaal van Neêrlandsch Indië,Ryklof Van Goenswas dan ook een Oost-Fries, even als zijn ambtsvoorgangerGustaaf Willem Van Imhoff, en, zoo alsArendszeit: »entweder im Gödenschen oder zu Leer geboren.”30En dat het juist eene doopsgezinde en eene israëlitische maagschap is, die beiden den geslachtsnaamVan Geunsdragen, is ook niet zonder beteekenis. Het stadjeGeunstoch was oudtijds eene byzondere stede, waar lieden van allerlei godsdienst en kerk mochten wonen en vryelik hunne geloofsplechtigheden verrichten. Iets wat in andere oostfriesche plaatsen (’t en zy dan Emden) niet, of althans niet in die mate geoorloofd was.§84. Na al deze namen aanbuitenlandscheplaatsnamen ontleend, zijn thans de geslachtsnamen, geformd met het voorzetselvan, uit de namen vannederlandschesteden, dorpen en gehuchten, noord en zuid, aan de beurt om hier besproken te worden. Byzonderheden leveren deze geslachtsnamen weinig op. Ook eischen zy, uit den aard der zake, voor den nederlandschen lezer geenennaderen uitleg. Zulke namen toch alsVan Groningen, Van Vlissingen, Van Gent, Van Leuvenzijn voor iedereen duidelik, en gemakkelik verklaarbaar. Wijl ik in dit werk vanallegroepen en soorten van geslachtsnamen die ik bespreek, voorbeelden heb aangevoerd, wil ik ook hier eenigen van die namen opnoemen, ofschoon het eigenlik onnoodig is, want ieder een kent ze voldoende.Van Dokkum, Van Oosterzee, Van Leens,31enz.§85. Het aantal dezer geslachtsnamen, in de Nederlanden inheemsch, is verbazend groot. Geformd van plaatsnamen uit alle gewesten, treft men ze in al onze provinciën menigvuldig aan. Toch is de verspreiding dezer namen over alle deelen des lands geenszins gelijkmatig. Zeldzaam zijn zy nergens; maar in de noordelike en oostelike gewesten komen ze betrekkelik weinig voor. Hoe zuideliker van Friesland en Groningen en noordelik Noord-Holland men komt, hoe talryker men ze ontmoet. Het grootste deel is te vinden in de middelste streken der Nederlanden, in westelik en zuidelik Gelderland, in het Sticht van Utrecht, zuidelik Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. Het allermeeste in getal treft men deze namen aan in de groote hollandsche steden, daar by te Utrecht, Arnhem, enz; vooral ook te Rotterdam. Nog zuideliker, in Zeeland, de beide Vlaanderen, Antwerpen, Zuid-Brabant, Limburg, treden ze weêr meer op den achtergrond, ofschoon zy in deze gouen toch nog veel talryker zijn dan in Friesland, Groningen, Drente, noordelik Noord-Holland, Overijssel, noordelik en oostelik Gelderland. In ’t algemeen kan men zeggen dat zy onder de frankische bevolking meer voorkomendan onder de friesche en saksische. In de noordelikste zoowel als in de zuidelikste gewesten treden de vadersnamen meer op den voorgrond. In Friesland daarenboven worden zy nog vervangen door sommige geslachtsnamen opauitgaande en die van plaatsnamen geformd zijn. En dáár en in Noord-Holland benoorden ’t Y ook door de plaatsnamen op zich zelven, zonder eenig voor- of achtervoechsel; b. v.Dokkum, Deinum, Wydenes, Medemblik.De plaatsnamen vanallenederlandsche landstreken hebben niet in de zelfde mate bygedragen tot het formen van de geslachtsnamen hier omschreven. Die welke van plaatsnamen uit de noordelike gewesten van ons land geformd zijn, komen niet zoo veelvuldig voor als die welke samengesteld zijn met plaatsnamen uit de middelste gedeelten van Nederland. Velen vooral zijn ontleend aan de talryke noordbrabantsche plaatsnamen. Die in eene onzer groote hollandsche steden woont, neme eens eene uitvoerige landkaart van Noord-Brabant voor zich, en zie eens hoe velen van de plaatsnamen daar op voorkomende, oorsprong gegeven hebben aan geslachtsnamen van personen uit zyne omgeving, of die hy anderszins by name kent.Uit der mate talrijk zijn in de noordelike Nederlanden de geslachtsnamenVan StaverenenVan Hinlopen, metHinlopen, Hinlópen, Hinloope, enz. verspreid. Zoo talrijk dat het getal dergenen die deze geslachtsnamen dragen ongetwyfeld veel grooter is dan het getal der inwoners van die friesche stadjes. De reden hier van ligt voor de hand. Staveren en Hindeloopen zijn in vorige eeuen bloeiende, nering- en volkryke steden geweest. Vooral Staveren, d’ aloude friesche hoofdstad, was in de middeleeuen eene belangryke handelsstad, vol volk en rijkdom. Maar toen de handel zich van daar verplaatste, vooral naar Enkhuizen en Amsterdam, welke steden aan den ondergang van Staveren al mede hunne opkomst te danken hebben, en toen de welvaart uit den frieschen Zuidhoek verliep, toen verlieten ook vele inwoners die plaatsen en vestigden zich elders, waar zy al licht van anderen den toenaam:Van StaverenofVan Hinlopen, enz. kregen, en die toenamen als geslachtsnamen behielden.Zeer talrijk zijn in Holland en elders in de noordelike gewestenook de geslachten die de namenVan SonenVan Zon, Van Os, Van OssenVan Oschvoeren. Zekerlik wonen er daar meer lieden dieVan SonofVan Zonheeten, dan het geheele dorp Son inwoners telt. Wat de reden is dat zoo vele ingezetenen uit die noord-brabantsche plaatsjes hunne geboorteplaats verlaten en zich elders gevestigd hebben, is my niet bekend.De geslachtsnamenVan Belkum, in Friesland voorkomende, enBelkom, zijn ontleend aan den naam van het dorpBerlikumin Friesland, welke naam door de friesche stedelingen als »Belkum” wordt uitgesproken, terwijl hy in de eigenlike friesche taal »Berltsum” (spreek uit:Beltsum) luidt. Maar de geslachtsnaamVan Berlekomis aan den naam van het noord-brabantsche dorpBerlikumontleend.§86. Het is bekend dat vooral in de 16deeeu zeer vele nyvere burgers uit Vlaanderen en andere zuid-nederlandsche gewesten, ten deele om geloofsvervolging te ontgaan, ten deele ook aangelokt door den bloei en de welvaart der noordelike, van het spaansche juk bevryde streken, zich in grooten getale alhier, vooral in het eigenlike Holland, hebben neêrgezet. Vele antwerpsche en brugsche kooplieden trokken naar Amsterdam, vele kunstenaars (schilders) en nyveren (spinners, wevers), naar Haarlem en Leiden. Dien ten gevolge treffen wy nog heden in het Noorden zoo vele geslachtsnamen aan, die afgeleid zijn van plaatsnamen in het Zuiden. B. v.Van Aerschot, Van Beveren, Van Bree.32En de talrijkheiddezer geslachtsnamen staat nog in geen de minste verhouding tot de duizenden van Zuid-Nederlanders die zich in het Noorden hebben neêrgezet, omdat het grootste deel dezer Vlamingen en Brabanders reeds vaste geslachtsnamen had, vóór zy zich hier vestigden. Voor zoo verre het protestantsche, vooral ook doopsgezinde geslachten zijn, die deze geslachtsnamen, aan zuid-nederlandsche plaatsnamen ontleend, voeren, dagteekent het verblijf dezer maagschappen in de noordelike gewesten reeds uit het laatst der 16deen het begin der 17deeeu. Men herinnere zich hier de afsonderlike gemeenten van »Vlaamsche Mennisten,” die tot in het laatst van de vorige eeu in vele noord-nederlandsche steden bestaan bleven. Ook de Vlamingstraat te Haarlem, waarschijnlik ook wel die in andere hollandsche steden (den Haag? Delft? Leiden?), draagt haren naam naar de Vlamingen, die zich aldaar met der woon vestigden. Dat er echter ook reeds vóór de kerkherforming Vlamingen in Holland waren komen wonen, blijkt b. v. uit de »Informacie up den staet van Hollant”, bl. 281, waar wy reeds in 1514 eenen »Jan Van Beveren” vinden als inwoner van het dorp Sassenheim, by Leiden.De maagschapsnaamVan Bergen-Henegouwenis zeer naukeurig van form, en moet geenszins als een dubbelde naam beschoud worden. Immers draagtBergen(Mons), de hoofdstad van deHenegou, dezen toenaam ter onderscheiding van zoo menige andere bekende plaats die eveneensBergenheet; b. v. vanSt. Winox-Bergenin Vlaanderen,Bergen-op-Zoomin Brabant,Bergenin Kennemerland,Bergenin Noorwegen, enz.Geslachtsnamen ontleend aan plaatsnamen uit het fransche gedeelte van Vlaanderen komen ook geenszins zeldzaam in Noord-Nederland voor. Zie hier eenigen:Van Belle, Van Grevelingen, Van Duynkerken,33met het enkeleDuinkerken, enz.§87. Omgekeerd komen er in Zuid-Nederland geslachtsnamenvoor, die ontleend zijn aan plaatsnamen uit de noordelike gewesten. Maar dezen zijn daar toch niet zoo talrijk als hunne tegenhangers in het Noorden zijn, wijl er zich nooit zooveel Noorderlingen in het Zuiden gevestigd hebben, als omgekeerd. De volgende namen, die deze groep formen, zijn my bekend:Van Biervliet, Van Delft, Van Dieren.34De namenVan Tilborghechter,Van BiervlietenVan Yzendijkmogen hier eigenlik niet gelden. Immers de noordbrabantsche stadTilburgen de stadjesBiervlietenYzendijkin Zeeusch-Vlaanderen, behooren slechts in staatkundigen, geenszins in geschiedkundigen en volkenkundigen zin tot Noord-Nederland.§88. Natuurlik zijn er onder de maagschapsnamen, tot deze groep (plaatsnamen metvaner voor) behoorende, ook eenigen waarvan de oorsprong in sommige opzichten duister is, of naderen uitleg noodig heeft. Sommigen dezer namen toch zijn ontleend aan de namen van kleine, weinig bekende plaatskes, gehuchten, enkele huizen, enz. Ook zijn er die verbasterde naamformen vertoonen, waar door de oorspronkelike naam van de plaats, die aan zulken geslachtsnaam oorsprong gaf, haast onkenbaar geworden is. Of eindelik, de plaats zelve, wier naam nog in eenen maagschapsnaam voort leeft, is reeds van den aardbodem verdwenen. Als voorbeelden kunnen in de eerste plaats gelden de geslachtsnamenVan Akendam, Van HouweningemetVan Houweningen, Van MunnikreedemetVan Munnekrede, De RommerswaelemetRemmerswaal, enz. Voor weinige jaren lag nog even benoorden de stad Haarlem, vlak voor de Nieue- of Kennemerpoort aldaar, een gehucht onder het kennemerlandsche dorp Schoten behoorende, en dat den naam vanAkendamdroeg. De geslachtsnaamVan Akendamis er aan ontleend. Thans is,door uitbreiding der stad Haarlem, en door verandering der grensscheiding tusschen de gemeenten Haarlem en Schoten, dat gehucht geheel verdwenen. De haarlemsche straat die den naam van Schoterweg draagt, met het Frans-Hals-plein en de Frans-Hals-straat, nemen volkomen de plaats in van het oudeAkendam.—Houweningenwas de naam van een der zuidhollandsche dorpen, die by den tweeden Sint-Elisabeth’s vloed, ten jare 1421, overstroomd werden, en sedert verdronken gebleven zijn ter plaatse waar thans de Biesbosch is.—Munnikreedewas in de middeleeuen een vlaamsch stedeken, gelegen by Damme tusschen Brugge en Sluis. Het is thans volkomen verdwenen.35—EnRommerswaele, ookRoemerswaalenReymerswael, was eene zeeusche stad aan den noordeliken wal van het eiland Zuid-Beveland gelegen, maar in de 17deeeu langzamerhand geheel verzwolgen door de ongebreidelde stroomen der Ooster-Schelde.—De geslachtsnamen nog heden in wezen, houden de herinnering aan deze oude plaatsen levendig.DeRommerswaele(de naam is eigen aan een zuidnederlandsch geslacht) is een verfranschte form. Zie §165.Van Bakkenes. Deze geslachtsnaam is ontleend aan den naam van het dorpBakenes, dat in de middeleeuen benoorden de stad Haarlem lag, aan het Spaarne, maar dat reeds in d’ eerste helft der 14deeeu tot Haarlem is binnengevest. De oude dorpskerk vanBakenes, nog onder den naam van Bakenesserkerk bekend en in gebruik, staat nog heden ten dage binnen de Spaarnestad, en de Bakenessergracht, d’ oude grensscheiding tusschen dorp en stad, is daar nog aanwezig. Het volk te Haarlem spreekt nog steeds »Bakkenes” in plaats vanBakenes, en deze volksuitspraak beeldt de geslachtsnaam ook af.Eenige geslachtsnamen zijn ook byzonder, omdat zy ontleend zijn aan de namen van middeleeusche sloten of kasteelen, die voor het grootste gedeelte geheel verdwenen zijn, of nog slechts als min of meer belangryke bouvallen bestaan. Zijn de dragers dezer namen in der daad nog afstammelingen van de oude edellieden, die deze sloten of burchten gesticht hebben en bewoond, dan vervalt debyzonderheid. Maar dit komt betrekkelik zelden voor. Meestal zijn het onadellike verwantschappen, die deze oude namen voeren, omdat een hunner voorouders, die eerst dien naam als een toenaam aannam, toevallig op de eene of andere wyze, als hoorige of dienstman of pachter, aan dat oude huis verbonden was, of misschien ook slechts op het grondgebied daar van geboren was. Wy willen slechts een paar van deze geslachtsnamen vermelden;Van BrederodeenVan Teylingen.Indien de hedendaagsche dragers van den naamVan Brederodein der daad afstammelingen zijn der aloude graven van Brederode, gelijk wel beweerd wordt, zoo is deze geslachtsnaam zeker minder byzonder, dan waneer hy enkel ontleend is aan den naamBrederode, alsplaatsnaam, als naam van het stamslot van dat oude geslacht van hollandsche edelingen. Dat kasteel, sedert de 15de eeu in verval, ligt reeds sedert de 16de eeu als een schilderachtige bouval in het schoonste oord van Haarlems heerlike omstreken. Het geslachtVan Brederodeis dan ook te Haarlem gezeten. Het woordBrederodewordt in den haarlemschen tongval alsBreêroôuitgesproken: van daar dat een ander haarlemsch geslacht den naamVan Brerodraagt. Tegenhangers van den naamVan Brederodezijn de geslachtsnamenVan TeylingenenVan Hoogteilingen, die eveneens door burgerlike geslachten in Holland gevoerd worden, en afgeleid zijn van het oud-adellike slotTeylingen, dat sedert eeuen reeds in puin ligt by het dorp Sassenheim tusschen Haarlem en Leiden.§89. Een byzonderegeslachtsnaamis ook nogVan Bredael(het enkelvoudigeBredaelkomt ook voor), die te Antwerpen nog al veelvuldig voorkomt.Bredaelwas in vroegere tyden, hier en daar in de Nederlanden, de volksuitspraak van den naam der stadBreda. Een huis op de Roozegracht te Amsterdam, in de laatste helft der 17deeeu, heette: »Het schip van Breda”; zeker in herinnering aan het turfschip van Breda, waarmede Prins Maurits by verrassing het kasteel van Breda innam. Een feit uit de vaderlandsche geschiedenis, by ons volk zoo wel bekend. De doodgraver van de Westerkerk te Amsterdam, die den naam van dit huis eens in zijn grafboek schryven moest, schreef echter:»’t schip van Bredael” (eigenlik schreef de man, die al zeer slecht ter penne was: »sep van Bredael.”).36Die byzondere uitspraak van dezen brabantschen plaatsnaam was dus oudtijds ook te Amsterdam in zwang.De geslachtsnaamVan Wensveenis ontleend aan den naam van het zuidhollandsche dorpWaddinksveen, welke naam in de volkstaal aldus wordt uitgesproken.Van Beusekom, Van Blarcom, Van Deutekom, afgeleid van de plaatsnamenBeusichem, dorp in Gelderland,Blaricum, dorp in het Gooiland,DeutichemofDoetinchem, stadje in Gelderland, kunnen naueliks voor verbasteringen gelden, omdat de volksmond deze plaatsnamen gemeenlik alzoo uitspreekt. En dit is eveneens het geval met de geslachtsnamenVan Bruyssel, Van BruysselenenVan Bruyssele, Van BeemenVan Tertholen, die ontleend zijn aan de namen van de stadBrussel, van het dorpBedumin Groningerland, en van het stadjeTolenin Zeeland. Deze namen luiden in de wandelingBruessele(by de Zuid-Nederlanders),BeemenTer Tolen. By dezen laatsten naam, even als byTer Goes, Ter Gouen misschien ookTer Mei, in plaats vanGoes, GoudaenAmeide, heeft de volksmond den vollen oorspronkeliken naam behouden. De geslachtsnaamVan ter TholenofVan der Tholenkomt ook in samengetrokkenen form voor, alsVertholen.§90. In vorige tyden, in de 16deen 17deeeu vooral, toen de geleerden hunne namen verlatynschten, heeft men het voorzetselvanby de geslachtsnamen die daar mede waren samengesteld, ook inabofaomgezet, en op die wyze getracht deze namen althans eenigszins een geleerd voorkomen te geven. Overeenkomstig de regelen der latijnsche taal gaf men het voorzetselvandoorabterug, als het daarna volgende woord met eene klinkletter begon (Ab Utrecht), en doorawaar dit niet het geval was (A Brakel). Ook voor eenehzette menab, om dat men deze letter althans als half stom beschoude (Ab Huisen). Men schreef dezeaveelalmet een teekentje, alsà, en doet dit nog wel. Waarom is my niet recht duidelik; goed Latyn is het niet.Onder de nederlandsche geleerden van de 16deen 17deeeu en ook nog onder hunne nakomelingen in de 18deeeu, treft men menigvuldig zulke geslachtsnamen metabenaaan. Zie hier eenigen van die namen, die voor zoo verre my bekend is, thans uitgestorven zijn: †Ab Andringa, †A Besten, †A Biler, †A Bolswert, en (men schreef dieagewoonlik klein) †à Laxten, †à Vullen, †à Mark, †ab Oostbroek, enz. Die oude geleerden sprongen soms nog al wonderlik om met deze geslachtsnamen, die eigenlik en oorspronkelik slechts toenamen voor hen waren, naar de plaatsen hunner geboorte.Johannes Gerhardi à Besten, by voorbeeld, predikant te Dokkum in 1620, en die dezen toenaam waarschijnlik droeg naar zynen vader, die dan in het westfaalsche dorpBeesten, by Osnabrück,37zal geboren zijn, schreef zich ook welà Groninga, wijl hy een Groninger van geboorte was. EnJohannes Fokkes, die te Holwert, een dorp in Friesland, geboren was, verlatynschte en vergriekschte zynen naam, sedert hy hoogleeraar was te Franeker (in het midden der zeventiende eeu), totJohannes Phocylides ab Holwarda. Deze man overdreef de zaak buiten dien ook nog. Had hy zich nog maar eenvoudigab Holwertgenoemd, hy hadde althans niet dwazer gehandeld dan zoo velen zyner tijd- en ambtgenooten. Maar hy maakte van den enkelvoudigen naam zyner geboorteplaats ook nog eenen oud-frieschen genitivus:ab Holwardais Latyn en Oud-Friesch te gelijk—eene zonderlinge verbinding!—en beteekent »van van Holwert!” Dit is eene dubbele dwaasheid.Slechts zeer weinigen van deze namen zijn tot op onze tegenwoordige dagen in het leven gebleven. My zijn slechts de volgenden bekend:A Brakel, (Lycklama) à Nyeholt, A Steringa (Lemke), A Tellinghuis, (Thomassen) à Thuessink (Van der Hoop), enAb Utrecht (Dresselhuys).§91. In Friesland komen eenige geslachtsnamen voor, die waretegenhangers zijn van de namen die uit het voorzetselvanen eenen plaatsnaam zijn samengesteld. Het zijn als ’t ware vertalingen van zulke namen in het Oud-Friesch. In het Oud-Friesch namelik wordt eenig zelfstandig naamwoord door achtervoeging van de letterain den tweeden naamval geplaatst. Zie §44. Zoo ook zet men friesche plaatsnamen door achtervoeging van eeneain den tweeden naamval; maakt dus van den plaatsnaamJellumden geslachtsnaamJelluma, dat »Van Jellum” beteekent. Ofschoon deze oud-friesche taalform, in de volkstaal reeds in de middeleeuen uitstierf, bleef men toch nog lange daar na op deze wyze geslachtsnamen maken. Zie hier een voorbeeld.Wytse Foppeswas, in d’ eerste helft der 18deeeu, een eenvoudig man, woonachtig in het friesche dorp Dongjum, dat by Franeker ligt. Hy had geenen eigenen geslachtsnaam. Immers zijn toenaamFoppeswas anders niet als de naam van zynen vaderFoppe, in den tweeden naamval; dus een patronymikon. Zoo langWytse Foppeste Dongjum woonde, was deze eenvoudige naam hem voldoende. Maar toen hy later zich te Leeuwarden als rekenmeester en instrumentmaker vestigde, had hy eenen afsonderliken geslachtsnaam noodig, ter onderscheiding van anderen, die ook deze algemeene namenWytse Foppesdroegen. Ware onze man een Hollander of andere Nederlander geweest, wis hadde hy zich »Van Dongjum” genoemd. Nu echter, als Fries, bezigde hy, zeer gepast, ook eenen frieschen taalform; hy smeedde zich den geslachtsnaamDongjuma, datVan Dongjumbeteekent.Reeds in §44van dit werk heb ik uitvoeriger over dezen form van friesche geslachtsnamen gesproken; ik kom er ook later op terug. Zie §101.Talrijk zijn deze namen in Friesland juist niet, vooral niet in vergelyking met de geslachtsnamen die uit eenen plaatsnaam met het voorzetselvansamengesteld zijn, en ook met die friesche geslachtsnamen, welke eveneens geformd zijn door achtervoeging van die oud-frieschea, maar dan achter eenen mansvóórnaam. ZieEen en ander over friesche eigennamen, inDe Vrye Fries, dl. XIII.De volgende geslachtsnamen, tot deze byzondere groep behoorende, zijn my bekend:Anjema, Aruma, Baarda, Buruma,38van de namen der dorpenAnjum, Arum, BaardenBurum, alle vier in Friesland tusschen Fli en Lauers, in de hedendaagsche provincie Friesland gelegen. Maar er komen, meest in Groningerland, ook geslachtsnamen voor, die op deze oudfriesche wyze afgeleid zijn van groningerlandsche plaatsnamen; b. v.Beswerda, van het gehuchtBeswertby Esinge;Bieruma, van het dorpBierumin Fivelgo;Enuma, vanEnum, eene buurt tusschen Loppersum en het Zand.39Dit zijn zeker zeer oude geslachtsnamen die nog dagteekenen uit den tijd toen men ook nog in deze landstreek, in ’t oude Friesland tusschen Lauers en Eems, de friesche taal sprak. Dus minstens uit de 16deeeu. Eindelik moet hier nog genoemd worden de geslachtsnaamSmilda, die op oudfriesche wyze geformd is uit den naam van het drentsche dorpde Smilde.§92. By den rijkdom van onzen vaderlandschen bodem aan stroomen en rivieren, enz. is het natuurlik dat er ook vele geslachtsnamen van ons volk ontleend zijn aan de namen van zulke wateren. Deze geslachtsnamen zijn in den regel uit zich zelven duidelik genoeg, en eischen weinig nadere verklaring. Eene eerste plaats onder de namen der kleine rivierkes in Nederland, neemt de naamAofAain. Deze naam die eenvoudigwater,stroomend waterbeteekent, is aan vele rivierkes eigen; b. v. aande Aaby Breda;de Aaby ’s Hertogenbosch;de Aaby Gendringen inGelderland;de Aa, het bovenpand van den Angstel, in de provincie Utrecht;de Almelosche Aain Twente;de Mussel-Aende Pekel-Ain Groningerland, enz. In overeenstemming met het veelvuldig voorkomen van dezen riviernaam A, komt ook de daarvan afgeleide geslachtsnaamVan der Aageenszins zeldzaam voor. Andere geslachtsnamen, aan riviernamen ontleend, zijn nog:Van der Aar; deAaris een stroom die by Alfen uit den Rijn naar de Drecht by Nieuveen vloeit.Van Amstel; deze naam komt in Holland, vooral in Amstelland en Kennemerland algemeen voor.Van Berkel; de Berkelis een rivierke dat te Zutfen in den IJssel valt; maar deze geslachtsnaam kan eveneens aan het zuidhollandsche dorpBerkelontleend zijn.Van der DoesenVerdoes; de Doesis een stroom by Leiden.40De geslachtsnaamVan Overscheldemoge hier ook vermeld worden, al is deze naam nietrechtstreeksaan den riviernaamScheldeontleend. ImmersOverscheldeis de naam van eene landstreekover, aan den anderen kant van deScheldegelegen, even als hetOvermaasscheoverde Maas ligt. Zoo mede de maagschapsnaamOvereem, van het rivierke de Eem by Amersfoort afgeleid.Ook namen van buitenlandsche stroomen en rivieren zijn in Nederland tot geslachtsnamen geworden; b. v.Van der Hever, Van der LipmetVan der LippeenVan Wezer. DeWeseris bekend genoeg. DeHeveris een stroom in Noord-Friesland (westkust van Sleeswijk), vóór de stad Husum, tusschen het eiland Noordstrand en den vasten wal. En deLippeis een bekende zijdrivier van den Rijn, in Duitschland.—Omdat deRoer(Ruhr) en deAar(Ahr) beiden ook namen van bekende zijdrivieren van den Rijn in Duitschland zijn, zoo wel als namen van nederlandsche rivieren, zoo zoude men de op bl. 243 genoemde geslachtsnamenVan de RoerenVan der Aarook evenzeer kunnen rekenen tot de geslachtsnamen aan de namen van buitenlandsche rivieren ontleend.De maagschapsnaamJordaandoet aan de bekende rivier in Palestina denken. Toch geloof ik niet dat deze naam van dien riviernaam afkomstig is.Mogelikis het dat de oorsprong van dezen naam te zoeken zy in den naam van die byzondere wijk der stad Amsterdam, welke den naam van »de Jordaan” draagt. Maar het komt my aannemeliker voor te stellen dat de geslachtsnaamJordaan, met de patronymika daarvan,JordaansenJordaens, zynen oorsprong dankt aan den oud-nederlandschen mansvóórnaamJorden, die ook in latynschen form alsJordanus, en weer verkort alsJordaanvoorkomt. De geslachtsnamenJordenszenJordenszijn eveneens aan dezen mansnaam ontleend.§93. Een byzonder-friesche form voor deze aan riviernamen ontleende geslachtsnamen ontbreekt ook al niet. Als zoodanig zijn my bekend de geslachtsnamenEemstra, Rynstra(met den onzinnigen formVan Rynstra) enScheenstra, afgeleid van de namen der rivier deEems, van het stroomke deRyn(Lemster-Ryn), dat uit het Tjeukemeer komende, by de Lemmer in de Zuiderzee floeit, en van het rivierkede Scheene, in West-Stellingwerf, alle drie in Friesland. Men zoude den geslachtsnaamDiepstrahier ook toe kunnen rekenen, omdat ”diep”, in de noordelike gewesten een algemeene naam is voor stroomende waters; hetDokkumerdiepb. v., hetDamsterdiep, hetReitdiep, enz. Zoo ookDeelstra. En tevens de geslachtsnamenBoornstraenBoonstra, naar de rivier deBoorn(Boarn, gewoonlik alsBoan, Boonuitgesproken);EestraenIestra, naar de(Dokkumer-) Ee, volgens friesche uitspraakIe(dit woord is de friesche weêrga van het algemeen nederlandscheAofAa—zie bl. 242);FlietstraenVlietstra, naar het woordflietofvliet, in Friesland, als elders, aan eenige wateren eigen;GroustraenGrouwstra, enz. Maar het is eigenaardiger deze geslachtsnamen afkomstig te rekenen van de namen der plaatsen die aan deze stroomen liggen, en die daar mede den zelfden naam dragen. Te weten: van het dorpOldeboorn, in de wandeling enkelBoorn(Boan) genoemd; van het dorpEeofIe, in Dongeradeel; van hetVliet, zoo als eene voorstad heet van Leeuwarden, en eene van Franeker; van het dorpGrou, enz. Zie bl. 206.
§76. Ten slotte mogen hier nog eenige zeer byzondere namen vermeld worden, die tot deze groep behooren. Het zijn de geslachtsnamenRemmerswaal, Aalbertsberg, Blydenstein, Diepenhorst, TetrodeenRodenburg. De dorpenBloemendaalenOverveen, by Haarlem, droegen in de middeleeuen de namenAalbertsbergenTetrode; het stadjeAardenburgin Vlaanderen heette oorspronkelikRodenburg; Diepenhorstis de oude naam van het dorpOuddorpop ’t eiland Goeree; en een klooster van Benedictyner monniken, dat in de middeleeuen na by ’t dorp Runen in Drente lag, maar reeds in de 16deeeu opgeheven werd, droeg den naam vanBlidestat(de blyde stede),ter blider steden, ter blider steên, laterBlidensteenenBlijdenstein. Deze naam ging ook over op het dorp, dat rondom dit klooster ontstond, maar dat thans den naam van Runerwolde draagt.21Deze zes oude plaatsnamen behooren in de middeleeuen t’ huis, en zijn thans nog slechts aan geschiedkundigen bekend. De hedendaagsche geslachten die deze namen dragen, vertoonen juist in die middeleeusche namen, die sedert de 16deeeu en vroeger reeds als plaatsnamen verdwenen zijn, het bewijs van hunne oudheid. NevensRodenburgbestaat ookRoodenburchenRoodenburgals geslachtsnaam, en nevensTetrodenogTetroode, TetterodeenTettero, by verschillende geslachten. Hier uit zoude men wel kunnen afleiden, dat het hedendaagsche dorpOverveenin de middeleeuen geen onaanzienlike plaats moet geweest zijn. VanAardenburgis het bekend dat dit thans zoo stille, kleine stedeke in de middeleeuen eene groote en bloeiende havenplaats was. Over den naamRemmerswaalzie men §88.Nog al byzonder is ook de geslachtsnaamWaterloo, die natuurlik ontleend is aan den naam van het dorpWaterlooin Zuid-Brabant, waar in 1815 de bekende veldslag plaats vond. Later dan 1811 kan de geslachtsnaamWaterloomoeielik ontstaan zijn. Hy dagteekent dus nog uit den tijd vóór den slag, toenWaterloonog, als een klein afgelegen dorpke zeer weinig bekend was. Merkweerdig dat de naam van dit eertijds zoo onbeduidende plaatske juist een geslachtsnaam worden moest!De geslachtsnaamDeurloois ook zeer byzonder. Dit is de naam van het zeegat aan den mond van den Hont of Wester-Schelde in de Noordzee (zie §104).§77. De bewoners van verschillende wyken of buurten in groote steden zijn elkanderen veelal zoo vreemd, als anders de bewoners van twee kleine steden of dorpen onderling zijn. Zoo konden de geslachtsnamenOudschans, KattenburgenBuitenkant, te Amsterdam voorkomende, ontstaan. Zy zijn ontleend aan de namen van drie welbekende oud-amsterdamsche buurten, waar de eerste dragers dier namen zekerlik gewoond hadden, »gewonnen, geboren en getogen” waren, eer zy in andere amsterdamsche wyken kwamen wonen, waar deze namen als toenamen, als »kenmerk van herkomst” hun gegeven werden. De geslachtsnaamVan Cattenburchechter heeft eenen anderen oorsprong, is van eenen anderen plaatsnaam ontleend. In zeer vele nederlandsche steden is er eenePeperstraat; het is gewoonlik de straat waar in de middeleeuen de kooplieden in speceryen, »die crudenieren” hunnen handel dreven en hunne winkels hadden. De maagschapsnamenPeperstraeteenVan Peperstraetezijn ontleend aan dezen straatnaam, zekerlik op de zelfde wyze als boven beschreven is aangaande de namenOudschans, enz. Tot deze zelfde groep van geslachtsnamen behooren verder nogAustraete(brabantsch voor »Oudestraat”;—deze naam is dan ook in Zuid-Brabant inheemsch);Billestraete, Binnekade, Damsteeg, Diepenstraten, Groenestege, HoogewegenHoogewegen, Hoogenstraten, KampsteegenKamsteeg, Mommersteeg, Muntstege, Nieuwesteeg, Kerkbuurt, Vierstraete, Weststrate, Zeestraten, ScheldstrateenSchelstraete, enz. Deze laatste straatnaam komt als maagschapsnaam ook voor in de formenVerschelstraeteenVerscheldstraete, dat is:Van der Scheldestrate,van de Scheldestraat. Hy moet dus oorspronkelik zijn uit de eene of andere plaats aan de rivier de Schelde gelegen. In der daad zijn deze vier geslachtsnamen dan ook eigen aan vlaamsche maagschappen.—De geslachtsnaamVreeburgdoet thans wel denken aan het bekendemarktpleinin de stad Utrecht. Maar deze naam kan evenzeeronmiddellikontleend zijn aan den naam van het oudekasteeldat in den spaanschen tijd verwoest werd, en waaraan ook het hedendaagsche plein zynen naam te danken heeft. Immers daar ter plaatse stond die oude burcht.§78. De grootste groep van nederlandsche geslachtsnamen, of liever die groep welke het grootste aantal namen omvat, is zonder twyfel de groep die uit namen bestaat, welke met het voorvoechselvanzijn samengesteld. In der daad, zulke namen komen uit der mate veelvuldig voor by het nederlandsche volk. Dievan-namen zijn byna zonder uitzondering van aardrijkskundigen oorsprong, en men kan ze onderscheiden in byzondere en algemeene. De byzondere aardrijkskundigevan-namen bestaan uit de namen van landen, gouen, eilanden, steden, dorpen en gehuchten (buitenlandsche natuurlik even zeer als binnenlandsche), allen met het voorvoechselvaner voor; b. v.Van Engeland, Van Wieringen, Van Deventer, Van Keulen. De algemeene aardrijkskundigevan-namen bestaan uit gemeene zelfstandige naamwoorden die eene algemeene aardrijkskundige beteekenis hebben (berg,dijk,heide), maar die als byzondere aardrijkskundige namen dienst doen; eveneens metvaner voor, en zoo wel met als zonder een lidwoord. B. v.Van Dijk, Van Sluis, Van den Berg, Van der Heide.De byzondere talrijkheid dezervan-namen, voor zoo verre zy aan de namen van uitheemsche landen en plaatsen ontleend zijn, strekt ten bewyze van de talrijkheid der vreemdelingen, die zich onder ons hebben neêrgezet. En voor zoo verre zy afkomstig zijn van de namen van inheemsche gouen en plaatsen, kan men daaruitafleiden de veelvuldigheid waar mede de Nederlanders, binnen hunne eigene landpalen, hunne woonplaatsen verwisseld hebben.§79. De maagschapsnamen metvansamengesteld, en aan de namen van vreemde landen ontleend, zijn, uit den aard der zake, het minst talrijk. Zie hier die, welke my bekend zijn:Van Beyeren, Van Boheme, Van BourgondienenVan Bourgonje.22In de zuidelike Nederlanden komen de geslachtsnamenVan IngelandtenVan Inghelantvoor, als tegenhangers van den noord-nederlandschen geslachtsnaamVan Engeland; »Ingelant” toch, of »Inghelandt” is eene oud-nederlandsche spelwyze van ’t woordEngelland, eene spelwyze die overeenstemt met de vlaamsche en friesche volksuitspraak. Twyfelachtig zijn my de geslachtsnamenVan CornewalenCarnewal. Zijn zy ontleend aan den naam van de engelsche gouCornwallis?—Een Franschman,Adriengeheeten, verliet in de laatste helft der zeventiende eeu zyne woonplaats, de stad Rochelle, en vestigde zich in Nederland. Hier noemde hy zichAdrien de Charente, naar het gewestCharente, waar in zyne geboorteplaats Rochelle ligt. Later verdietschte hy dienaangenomenfranschen toenaam totVan Charante, en in dezen form wordt die naam nog heden door zyne nakomelingen als geslachtsnaam gedragen.23Werd op bl. 193 de opmerking gemaakt dat de volksnaamIerniet als geslachtsnaam schijnt voor te komen, hier kan toch op den naamVan Ierlandgewezen worden.Het oostfriesche eilandBorkum, het eerste oostwaarts in de reeks der friesche eilanden die niet tot Nederland behooren, kan ter nauer nood voor eenvreemdeiland gelden. Niet slechts omdat de Borkumers echte Friesen zijn, maar vooral ook omdat zy door zoo vele banden aan de Nederlanden en de nederlandsche koopvaardy- en visschersvloot gehecht zijn.24Immers nog tot voor weinige jarenwas dit wel het geval; in de eerste helft van deze eeu en in vorige eeuen, tydens den bloei van den nederlandschen handel en van de visschery, natuurlik nog veel meer. Aan den naam van dit, in menig opzicht zoo hoochst merkweerdige eiland zijn de geslachtsnamenVan Borkum, Van BurkomenVan Burkumontleend, met het enkeleBorkumen waarschijnlik ook metVan Buurkom. Deze geslachtsnamen komen geenszins zeldzaam voor, en behooren aan verschillende, onderling niet verwante geslachten. Ook al een bewijs voor de talrijkheid der betrekkingen die er steeds tusschen dat eiland en de Nederlanden bestonden. De formVan BurkomenVan Burkumis volgens de friesche uitspraak; naukeuriger nog zou de spelling »Börkum” zijn, gelijk d’Oost-Friesen zelven ook spreken. Zoo luidt de geslachtsnaamVan Gorkumin den mond der oude Leeuwarders ook als »Van Gurkum”; de plaatsnaamWorkumals »Wurkum”, het woordvorkals »furk”, enz.De bovengenoemde geslachtsnamen zijn weinig in getal; maar die welke ontleend zijn aan de namen vannederlandschegouen, landstreken, eilanden, zijn even min talrijk. My zijn, als tot deze afdeeling behoorende, slechts bekend de geslachtsnamenVan Braband, Van Friesland, Van Holland, Van Drenth, (misschien ookVan Kempen),Van Marken, Van Proostdy(zoo heet eene kleine landstreek in de provincie Utrecht, gemeente Abkoude),Van Schouwen, Van Urk, Van Veluwe, Van Vlaanderen, Van Waas, Van WalcherenenVan Walchren, Van WieringenenVan Wieringhen, enVan Zeeland.De geslachtsnaamVan Graefschepedient hier ook vermeld. Dit is eigenlik een algemeene aardrijkskundige naam, wijl niet blijkt welk graafschap bedoeld is. De oude graafschappen Zutfen en Benthem dragen beiden by de in- en omgezetenen den naam van »de Graafschap” als by uitnemendheid. Waarschijnlik is bovengenoemde geslachtsnaam aan eene dezer twee graafschappen ontleend.§80. Geslachtsnamen samengesteld uit de namen van uitheemschestedenendorpen, met het voorvoechselvandaar voor, zijn uit den aard der zake talryker dan die aan de namen van landen en gouen ontleend. Zie hier eenigen van die namen:Van Basel, Van Bremen, Van Costenoble25(het enkelvoudigeCostenoblekomt ook voor), enz.Costenoble,Costenoblen,Constenoblenis de form waarin de naam der stadConstantinopelin oude, middeleeusche vlaamsche oorkonden geschreven staat. De geslachtsnaamVan Costenoblekomt dan ook in Vlaanderen voor, en wel in het hedendaagsche Fransch-Vlaanderen. Oogenschijnlik is deze naam reeds zeer oud. Hy dagteekent wellicht nog uit den tijd der kruistochten, toen vooral ook Vlamingen naar de hoofdstad van het turksche rijk kwamen. Immers ook juist onder de Vlamingen waren, van alle nederlandsche stammen, het eerst geslachtsnamen in gebruik.—De geslachtsnaamVan Bethlehemzal wel uit eenen huisnaam geformd zijn. Want dat hyrechtstreeksaan den naam der bekende plaats in Palestina zoude ontleend zijn, door een voormalig ingezetene dier stede, schijnt my minder aannemelik, ofschoon het mogelik blijft.—Leinsele, een dorp in Fransch-Vlaanderen en waarvan de geslachtsnaamVan Leynseeleontstaan is, kan naueliks als een vreemde plaatsnaam gelden. (zie bl. 218).De geslachtsnaam (Van den Berg)Van Saparoeais ook een zeer byzondere. Hy is, zoo verre ik weet, d’eenigste in Nederland, die ontleend is aan den naam eener plaats in Indië. Ziehier den oorsprong van dezen naam, volgens het tijdschriftDe Navorscher, deel XXX, bl. 322.»Saparoeais een welbekend eiland in den Molukschen archipel en behoort tot de Nederlandsch-indische bezittingen. Daar ter plaatse was in der tijd residentJ. R. van den Berg, die bij een oproer of amokpartij, in Mei 1817, met zijne geheele familie (zijne echtgenootJohanna Christina Umbgroveen drie kinderen), is vermoord, uitgenomen een kindje, het oudste zoontje, toen vijf jaar oud, dat door zijne min is gered, doch niet dan nadat het een krisslag had ontvangen, waardoor het eene oor door midden is gespleten. Later is het door de ijverige pogingen van den kapitein ter zeeQ. M. R. Ver Huell, die zich in de baai vanSaparoeabevond en onderrigt was dat het kind nog leefde, gelukt dat het hem werd uitgeleverd.»Dit geredde kind is sedert naar Nederland overgevoerd, hier te lande opgevoed, thans (1880) een persoon tusschen de 60 en 70 jaren, een der voornaamste inwoners van Velp bij Arnhem, en sedert verscheidene jaren wethouder der gemeente Rheden.»Vroeger teekende de bedoelde persoon zich steedsJ. L. van den berg, doch aangezien er vele familiën van dien naam zijn, en dit vaak tot verwarring aanleiding gaf, vroeg hij voor een drietal jaren verlof, bij zijnen familienaam te mogen voegenvan Saparoea, hetwelk bij koninklijk besluit is toegestaan, en sedert dien tijd voert de familie, waarvan hij thans het waardige hoofd is, den geslachtsnaamvan den Berg van Saparoea.»Omtrent bovenbedoelde moordgeschiedenis teSaparoeakan men nadere bijzonderheden vinden in:Merkwaardige gebeurtenissen uit de Nederlandsche Geschiedenis(te Amsterdam uitgegeven), alwaar in eene noot een verhaal daarvan voorkomt.”§81. Duitschers hebben steeds het grootste gedeelte uitgemaakt van al de vreemdelingen, die in de Nederlanden een nieu vaderland zochten en vonden. En onder dezen waren het natuurlik weêr meest lieden uit de aan Nederland grenzende streken van Duitschland, uit de pruissische Rijnprovincie, uit Westfalen met de graafschap Benthem en het Nederstift van Munster (Arenberg, Meppen), en Oost-Friesland. Dien ten gevolge is het getal geslachtsnamenontleend aan de namen van plaatsen in die gewesten gelegen, dan ook nog al aanzienlik. Zie hier eenigen van die namen, enkel van nederrijnlandsche plaatsen:Van Aken, Van AakenenVan Ake, Van Calcar, Van KleefenVan Cleeff, Van CranenburghmetVan KranenburgenVan Cranenborg26, enz.Niet aleen dat vele Neder-Rijnlanders zich om voordeelswille in de Nederlanden neêrgezet hebben,—velen deden dit ook om redenen van godsdienstigen aard. Immers nadat de kerkherforming aan den duitschen Beneden-Rijn al spoedig grooten opgang gemaakt had, en zeer velen aldaar in de 16deeeu de kerk van Rome verlaten hadden, werden later, in de 17deen ook nog in de 18deeeu, door de wereldlike en geestelike vorsten dier streken, de Protestanten vervolgd en verdreven. Vooral ook de Doopsgezinden of Mennoniten, die geen onaanzienlik deel schynen geformd te hebben van die Herformden, hadden veelvuldige vervolging te dulden. Ofschoon enkele doopsgezinde gemeenten aldaar, onder anderen te Krefeld, Kleef en Emmerik zich nog tot in deze eeu, gedeeltelik nog tot heden toe konden staande houden in naue aansluiting aan de nederlandsche Doopsgezinden, zoo waren toch vele leden dier gemeenten genoodzaakt hun land te verlaten. En waarheen zouden zy gereeder uitwyken dan naar de naburige noordelike Nederlanden, waar de herformde kerk heerschte, en waar men die verdrevenen, die veelal welgestelde, neringdoende en nyvere burgers waren, geerne eene gastvrye ontfangst bereidde! Deze zaak is d’oorzaak dat zoo menig doopsgezind geslacht ons heden ten dage in zynen geslachtsnaam nog zyne afkomst uit Neder-Rijnland vertoont,—dat juist zulke geslachtsnamen aan nederrijnsche plaatsnamen ontleend, veelvuldigonder onze doopsgezinde landgenooten voorkomen. Zie hier eenigen daar van:Van Calcar, Van Gelder, Van Goch, Van Gulik, Van Cleeff, Van Meurs, Van Rees, enz. OokVan Bracht(tegenwoordig nog alsVan Bragtvoorkomende), zoo als de schryver heette van het zoogenoemde »Menniste Martelaarsboek”, dat is:Het bloedigh tooneel der doopsgezinde en wereloose Christenen.Brachtis de naam van een dorp by ’t stadje Kempen.En ook evenzeer als Mennoniten, werden ook Israëliten wel uit nederrijnsche plaatsen verdreven, en zochten in de Nederlanden een vrediger verblijf. Of anderszins, toen handel en nyverheid, dus ook bloei en welvaart in de 17deeeu vooral uit vele nederrijnsche plaatsen weken, ook al ten gevolge van den uittocht der neringdoende Herformden naar de Nederlanden, toen trokken ook de Joden uit, om hier een neringryker oord te vinden. En zoo is het gekomen dat wy zulke namen alsVan KleefenVan Cleef, Van Gelder, Van Goch, Van Creveld, Van Wezel(metEmrik, Kalker, zie §73), enz. by verschillende israëlitische geslachten in Nederland aantreffen. Maar ook buitendien nog schijnt het dat vele ingezetenen der stadjesXanten, Calcar, Gochnaar Nederland gingen wonen. Immers de geslachtsnamenVan Santen, Van Sante, Van Zanten, Van Zante, Van Calcar, Van Kalker, Van Kalkert, Van Kalkeren(ook het enkeleKalker),Van Goch, Van Gogh, Van Gog, enz. in allerlei verschillende spellingen, komen zeer veelvuldig voor. Zy worden in talrijkheid echter nog verre overtroffen door voormalige ingezetenen van het stadjeGelder, wier nakroost met de geslachtsnamenVan Gelder, Van Gelderen, Van Geldre, Van Geldern, Van Geldere, Van Ghelderbuitengewoon talrijk is onder ons. De geslachtsnamenDe Gelder, De Gueldre, De GhelderenDe Gheldere, in de beide laatste formen vooral ook in Vlaanderen voorkomende, houd ik voor verfranschte formen vanVan Gelder, te meer wijl ik reden heb te vermoeden dat het noordnederlandsche geslachtDe Gelderuit Vlaanderen in Holland is komen wonen, terwijl het westvlaamsche geslachtDe Ghelderenog het oude wapen vanGelreals geslachtswapen voert. Maar de friesche geslachtsnamenGelderda, GeldraenGeldersma, evenmin alsGelders, elders in de Nederlanden inheemsch, hebben niets te maken met den plaatsnaamGelderofGelre. Deze namen zijn ontleend aan den oud-germaanschen mansvóórnaamGelder, Gelther.§82. Minder talrijk dan de geslachtsnamen aan plaatsnamen in Neder-Rijnland ontleend, zijn onder ons die maagschapsnamen welke samengesteld zijn uit eenen westfaalschen plaatsnaam en het voorzetselvan. En toch hebben Westfalingen volstrekt niet in kleiner aantal dan Neder-Rijnlanders zich in de Nederlanden neêrgezet. Als slachters en bakkers, als bierhuishouders, vooral ook als handelaars in kleedingstoffen, met hunne talryke knechts, kellners, kantoor- en winkelbedienden en reizigers, zijn de zonen van de »Rothe Erde” rykelik onder ons vertegenwoordigd. Maar deze »Felingen” (zie bl. 191) kwamen meest allen in lateren tijd hier wonen dan de Neder-Rijnlanders. Zy kwamen toch in den regel om den broode, niet om gewetensvryheid. Immers behooren zy grootendeels tot de roomsche kerk. Zy kwamen meest in de vorige en vooral ook in deze tegenwoordige eeu—hunne scharen stroomen ons nog steeds toe; en zy brachten dies hunne geslachtsnamen reeds kant en klaar mede. Zoodat ons volk geene reden had om hen te noemen naar hunne plaatsen van herkomst—ook al ware dit na den jare 1811 nog mogelik geweest.Eene uitzondering maken d’ inwoners van de graafschap Benthem, welke landstreek tot Westfalen gerekend wordt. Dezen zijn hooftsakelik Herformden, en de nederlandsche taal was tot diep in deze eeu hunne kerktaal, ja, is dat by sommige gemeenten, even als in Oost-Friesland, nog heden. Van daar dat er steeds veel betrekking over en weêr tusschen deze landstreek en onze Nederlanden bestond, ’t welk ook al mede aanleiding gaf (met den grooten hollandschen magneet, welvaart en rijkdom, handel en nering) om Bentheimers, in onze noordelikste gewesten als »Graafschappers” bekend, hier heen te doen trekken. Over de oorbeeldig nederlandsche geslachtsnamen dier Bentheimers zal verder in dit werk gehandeld worden; zie §159.Zie hier eenige nederlandsche geslachtsnamen aan westfaalsche plaatsnamen ontleend. De veelvuldig voorkomende naamVanMunstermoet in d’ eerste plaats genoemd worden. En danVan Bekkum(stadje by Munster),Van Byleveld(Bielefeld, zie bl. 211), enz.27En aan bentheimer plaatsnamen ontleend zijn dezen: in d’ eerste plaats de talrijk voorkomende namenVan Bentheim, Van Benthem, Van Bentem, Van Bentum; verderVan Noothoorn(Noordhoorn, Nordhorn, stadje aan onze twentsche grens),Van VeldhuizenmetVan Velthuyse(Velthuizen, Velthusen, thans ookVelthausengenoemd, dorp in die landstreek), enz.28§83. De Oost-Friesen zijn, wat de talrijkheid van hun volk betreft, veel geringer dan de Westfalingen en de Neder-Rijnlanders. Niettemin is het getal der Oost-Friesen, die zich voor en na in de Nederlanden gevestigd hebben, niet geringer dan het getal van onze andere oostelike buren. Vooral ook in onze noordelike gewesten, onder hunne stamgenooten, hebben zich de Oost-Friesen steeds in grooten getale neêrgezet. De omstandigheid dat de Oost-Friesen zich steeds, tot diep in deze eeu, tot de Nederlanders in ’t algemeen, tot hunne volksgenooten bewesten Eems en Lauers in het byzonder voelden aangetrokken, veel meer dan tot Duitschers—dat ook de Oost-Friesen met de Nederlanders in volkstaal, zeden, bronnenvan bestaan, godsdienst, enz. ten nausten verbonden zijn, droeg veel daar toe by. En ook boden de bloeiende nederlandsche gewesten den Oost-Friesen meer uitzicht op welvaart aan dan hun eigen land deed, vooral ook meer dan de duitsche landstreken achter hun gewest gelegen.Uit deze talrijkheid van Oost-Friesen in de Nederlanden, zoude men mogen besluiten dat geslachtsnamen uit oostfriesche plaatsnamen met het voorvoechselvansamengesteld, ook talrijk onder ons zouden moeten voorkomen. Dit is echter het geval niet. Zulke namen zijn er wel, maar geenszins in die mate als men uit het bovenvermelde zoude mogen afleiden. Dat komt omdat de Oost-Friesen de zelfde friesche vóórnamen dragen als de nederlandsche Friesen en als allen die in de Nederlanden van frieschen stam zijn. En omdat de Oost-Friesen van ouds ook juist de zelfde oud-friesche wyze volgden om van hunne vóórnamen patronymika te formen, die dan later tot vaste geslachtsnamen werden, even als dit hier, bewesten Eems, het geval was en is. Zoo hadden dus de nederlandsche Friesen, de Groningerlanders, enz. geene redenen om aan de Oost-Friesen die zich onder hen vestigden, nieue namen, afgeleid van de plaatsen hunner herkomst, te geven. Immers droegen die Oost-Friesen reeds soortgelyke, of ook geheel gelyke, ten deele ook volkomen de zelfde namen, patronymika en andere geslachtsnamen, als de nederlandsche Friesen. Zoo treft men ook thans nog in onze noordoostelike gewesten en in de noordwestelike streken van Duitschland, voor zoo verre er oost en west van de Eems Friesen wonen, of lieden van frieschen stam, geheel de zelfde geslachtsnamen aan. Op deze gelijkheid van geslachtsnamen in Oost-Friesland en in de Nederlanden in ’t algemeen, in het nederlandsche Friesland in het byzonder, zal ik verder in dit werk nog gelegenheid hebben nader te rug te komen. Zie §160.Nederlandsche geslachtsnamen, metvaner voor, aan oostfriesche plaatsnamen ontleend, zijn de volgenden. In de eerste plaats moet hier de geslachtsnaamVan Emdengenoemd worden, die, metVan Embden, Van Emde, Van Embde(en het eenvoudigeEmden, Emde), enz. nog al talrijk en algemeen onder ons voorkomt; ook onder onze israëlitische medeburgers. Emden trouens is ook niet slechts de voornaamste en volkrijkste der oostfrieschesteden, maar de bewoners van die aloude Eemsstad hebben ook steeds de nauste betrekkingen met de Nederlanden onderhouden. VerderVan AurichenVan Aurick, Van Bingum, Van Borssum, enz.29Het schijnt dat vooral ook Israëliten uit Oost-Friesland zich in de Nederlanden hebben gevestigd. Immers treffen wy onder hen, behalvenVan Emden, ook de geslachtsnamenVan Geuns, Van LeerenVanNordenaan.Geunsis de nederlandsche form van den naam van het oostfriesche stedekeGödensofNeustadt-Gödens, welke naam door d’ Oost-Friesen zelven ook alsGöönsofGeunsuitgesproken wordt. Hier behoort de geslachtsnaamVan Goens(oe=ö=eu) ook genoemd worden, die even eens aan dit oostfriesche stadje ontleend is. De bekende Gouverneur-Generaal van Neêrlandsch Indië,Ryklof Van Goenswas dan ook een Oost-Fries, even als zijn ambtsvoorgangerGustaaf Willem Van Imhoff, en, zoo alsArendszeit: »entweder im Gödenschen oder zu Leer geboren.”30En dat het juist eene doopsgezinde en eene israëlitische maagschap is, die beiden den geslachtsnaamVan Geunsdragen, is ook niet zonder beteekenis. Het stadjeGeunstoch was oudtijds eene byzondere stede, waar lieden van allerlei godsdienst en kerk mochten wonen en vryelik hunne geloofsplechtigheden verrichten. Iets wat in andere oostfriesche plaatsen (’t en zy dan Emden) niet, of althans niet in die mate geoorloofd was.§84. Na al deze namen aanbuitenlandscheplaatsnamen ontleend, zijn thans de geslachtsnamen, geformd met het voorzetselvan, uit de namen vannederlandschesteden, dorpen en gehuchten, noord en zuid, aan de beurt om hier besproken te worden. Byzonderheden leveren deze geslachtsnamen weinig op. Ook eischen zy, uit den aard der zake, voor den nederlandschen lezer geenennaderen uitleg. Zulke namen toch alsVan Groningen, Van Vlissingen, Van Gent, Van Leuvenzijn voor iedereen duidelik, en gemakkelik verklaarbaar. Wijl ik in dit werk vanallegroepen en soorten van geslachtsnamen die ik bespreek, voorbeelden heb aangevoerd, wil ik ook hier eenigen van die namen opnoemen, ofschoon het eigenlik onnoodig is, want ieder een kent ze voldoende.Van Dokkum, Van Oosterzee, Van Leens,31enz.§85. Het aantal dezer geslachtsnamen, in de Nederlanden inheemsch, is verbazend groot. Geformd van plaatsnamen uit alle gewesten, treft men ze in al onze provinciën menigvuldig aan. Toch is de verspreiding dezer namen over alle deelen des lands geenszins gelijkmatig. Zeldzaam zijn zy nergens; maar in de noordelike en oostelike gewesten komen ze betrekkelik weinig voor. Hoe zuideliker van Friesland en Groningen en noordelik Noord-Holland men komt, hoe talryker men ze ontmoet. Het grootste deel is te vinden in de middelste streken der Nederlanden, in westelik en zuidelik Gelderland, in het Sticht van Utrecht, zuidelik Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. Het allermeeste in getal treft men deze namen aan in de groote hollandsche steden, daar by te Utrecht, Arnhem, enz; vooral ook te Rotterdam. Nog zuideliker, in Zeeland, de beide Vlaanderen, Antwerpen, Zuid-Brabant, Limburg, treden ze weêr meer op den achtergrond, ofschoon zy in deze gouen toch nog veel talryker zijn dan in Friesland, Groningen, Drente, noordelik Noord-Holland, Overijssel, noordelik en oostelik Gelderland. In ’t algemeen kan men zeggen dat zy onder de frankische bevolking meer voorkomendan onder de friesche en saksische. In de noordelikste zoowel als in de zuidelikste gewesten treden de vadersnamen meer op den voorgrond. In Friesland daarenboven worden zy nog vervangen door sommige geslachtsnamen opauitgaande en die van plaatsnamen geformd zijn. En dáár en in Noord-Holland benoorden ’t Y ook door de plaatsnamen op zich zelven, zonder eenig voor- of achtervoechsel; b. v.Dokkum, Deinum, Wydenes, Medemblik.De plaatsnamen vanallenederlandsche landstreken hebben niet in de zelfde mate bygedragen tot het formen van de geslachtsnamen hier omschreven. Die welke van plaatsnamen uit de noordelike gewesten van ons land geformd zijn, komen niet zoo veelvuldig voor als die welke samengesteld zijn met plaatsnamen uit de middelste gedeelten van Nederland. Velen vooral zijn ontleend aan de talryke noordbrabantsche plaatsnamen. Die in eene onzer groote hollandsche steden woont, neme eens eene uitvoerige landkaart van Noord-Brabant voor zich, en zie eens hoe velen van de plaatsnamen daar op voorkomende, oorsprong gegeven hebben aan geslachtsnamen van personen uit zyne omgeving, of die hy anderszins by name kent.Uit der mate talrijk zijn in de noordelike Nederlanden de geslachtsnamenVan StaverenenVan Hinlopen, metHinlopen, Hinlópen, Hinloope, enz. verspreid. Zoo talrijk dat het getal dergenen die deze geslachtsnamen dragen ongetwyfeld veel grooter is dan het getal der inwoners van die friesche stadjes. De reden hier van ligt voor de hand. Staveren en Hindeloopen zijn in vorige eeuen bloeiende, nering- en volkryke steden geweest. Vooral Staveren, d’ aloude friesche hoofdstad, was in de middeleeuen eene belangryke handelsstad, vol volk en rijkdom. Maar toen de handel zich van daar verplaatste, vooral naar Enkhuizen en Amsterdam, welke steden aan den ondergang van Staveren al mede hunne opkomst te danken hebben, en toen de welvaart uit den frieschen Zuidhoek verliep, toen verlieten ook vele inwoners die plaatsen en vestigden zich elders, waar zy al licht van anderen den toenaam:Van StaverenofVan Hinlopen, enz. kregen, en die toenamen als geslachtsnamen behielden.Zeer talrijk zijn in Holland en elders in de noordelike gewestenook de geslachten die de namenVan SonenVan Zon, Van Os, Van OssenVan Oschvoeren. Zekerlik wonen er daar meer lieden dieVan SonofVan Zonheeten, dan het geheele dorp Son inwoners telt. Wat de reden is dat zoo vele ingezetenen uit die noord-brabantsche plaatsjes hunne geboorteplaats verlaten en zich elders gevestigd hebben, is my niet bekend.De geslachtsnamenVan Belkum, in Friesland voorkomende, enBelkom, zijn ontleend aan den naam van het dorpBerlikumin Friesland, welke naam door de friesche stedelingen als »Belkum” wordt uitgesproken, terwijl hy in de eigenlike friesche taal »Berltsum” (spreek uit:Beltsum) luidt. Maar de geslachtsnaamVan Berlekomis aan den naam van het noord-brabantsche dorpBerlikumontleend.§86. Het is bekend dat vooral in de 16deeeu zeer vele nyvere burgers uit Vlaanderen en andere zuid-nederlandsche gewesten, ten deele om geloofsvervolging te ontgaan, ten deele ook aangelokt door den bloei en de welvaart der noordelike, van het spaansche juk bevryde streken, zich in grooten getale alhier, vooral in het eigenlike Holland, hebben neêrgezet. Vele antwerpsche en brugsche kooplieden trokken naar Amsterdam, vele kunstenaars (schilders) en nyveren (spinners, wevers), naar Haarlem en Leiden. Dien ten gevolge treffen wy nog heden in het Noorden zoo vele geslachtsnamen aan, die afgeleid zijn van plaatsnamen in het Zuiden. B. v.Van Aerschot, Van Beveren, Van Bree.32En de talrijkheiddezer geslachtsnamen staat nog in geen de minste verhouding tot de duizenden van Zuid-Nederlanders die zich in het Noorden hebben neêrgezet, omdat het grootste deel dezer Vlamingen en Brabanders reeds vaste geslachtsnamen had, vóór zy zich hier vestigden. Voor zoo verre het protestantsche, vooral ook doopsgezinde geslachten zijn, die deze geslachtsnamen, aan zuid-nederlandsche plaatsnamen ontleend, voeren, dagteekent het verblijf dezer maagschappen in de noordelike gewesten reeds uit het laatst der 16deen het begin der 17deeeu. Men herinnere zich hier de afsonderlike gemeenten van »Vlaamsche Mennisten,” die tot in het laatst van de vorige eeu in vele noord-nederlandsche steden bestaan bleven. Ook de Vlamingstraat te Haarlem, waarschijnlik ook wel die in andere hollandsche steden (den Haag? Delft? Leiden?), draagt haren naam naar de Vlamingen, die zich aldaar met der woon vestigden. Dat er echter ook reeds vóór de kerkherforming Vlamingen in Holland waren komen wonen, blijkt b. v. uit de »Informacie up den staet van Hollant”, bl. 281, waar wy reeds in 1514 eenen »Jan Van Beveren” vinden als inwoner van het dorp Sassenheim, by Leiden.De maagschapsnaamVan Bergen-Henegouwenis zeer naukeurig van form, en moet geenszins als een dubbelde naam beschoud worden. Immers draagtBergen(Mons), de hoofdstad van deHenegou, dezen toenaam ter onderscheiding van zoo menige andere bekende plaats die eveneensBergenheet; b. v. vanSt. Winox-Bergenin Vlaanderen,Bergen-op-Zoomin Brabant,Bergenin Kennemerland,Bergenin Noorwegen, enz.Geslachtsnamen ontleend aan plaatsnamen uit het fransche gedeelte van Vlaanderen komen ook geenszins zeldzaam in Noord-Nederland voor. Zie hier eenigen:Van Belle, Van Grevelingen, Van Duynkerken,33met het enkeleDuinkerken, enz.§87. Omgekeerd komen er in Zuid-Nederland geslachtsnamenvoor, die ontleend zijn aan plaatsnamen uit de noordelike gewesten. Maar dezen zijn daar toch niet zoo talrijk als hunne tegenhangers in het Noorden zijn, wijl er zich nooit zooveel Noorderlingen in het Zuiden gevestigd hebben, als omgekeerd. De volgende namen, die deze groep formen, zijn my bekend:Van Biervliet, Van Delft, Van Dieren.34De namenVan Tilborghechter,Van BiervlietenVan Yzendijkmogen hier eigenlik niet gelden. Immers de noordbrabantsche stadTilburgen de stadjesBiervlietenYzendijkin Zeeusch-Vlaanderen, behooren slechts in staatkundigen, geenszins in geschiedkundigen en volkenkundigen zin tot Noord-Nederland.§88. Natuurlik zijn er onder de maagschapsnamen, tot deze groep (plaatsnamen metvaner voor) behoorende, ook eenigen waarvan de oorsprong in sommige opzichten duister is, of naderen uitleg noodig heeft. Sommigen dezer namen toch zijn ontleend aan de namen van kleine, weinig bekende plaatskes, gehuchten, enkele huizen, enz. Ook zijn er die verbasterde naamformen vertoonen, waar door de oorspronkelike naam van de plaats, die aan zulken geslachtsnaam oorsprong gaf, haast onkenbaar geworden is. Of eindelik, de plaats zelve, wier naam nog in eenen maagschapsnaam voort leeft, is reeds van den aardbodem verdwenen. Als voorbeelden kunnen in de eerste plaats gelden de geslachtsnamenVan Akendam, Van HouweningemetVan Houweningen, Van MunnikreedemetVan Munnekrede, De RommerswaelemetRemmerswaal, enz. Voor weinige jaren lag nog even benoorden de stad Haarlem, vlak voor de Nieue- of Kennemerpoort aldaar, een gehucht onder het kennemerlandsche dorp Schoten behoorende, en dat den naam vanAkendamdroeg. De geslachtsnaamVan Akendamis er aan ontleend. Thans is,door uitbreiding der stad Haarlem, en door verandering der grensscheiding tusschen de gemeenten Haarlem en Schoten, dat gehucht geheel verdwenen. De haarlemsche straat die den naam van Schoterweg draagt, met het Frans-Hals-plein en de Frans-Hals-straat, nemen volkomen de plaats in van het oudeAkendam.—Houweningenwas de naam van een der zuidhollandsche dorpen, die by den tweeden Sint-Elisabeth’s vloed, ten jare 1421, overstroomd werden, en sedert verdronken gebleven zijn ter plaatse waar thans de Biesbosch is.—Munnikreedewas in de middeleeuen een vlaamsch stedeken, gelegen by Damme tusschen Brugge en Sluis. Het is thans volkomen verdwenen.35—EnRommerswaele, ookRoemerswaalenReymerswael, was eene zeeusche stad aan den noordeliken wal van het eiland Zuid-Beveland gelegen, maar in de 17deeeu langzamerhand geheel verzwolgen door de ongebreidelde stroomen der Ooster-Schelde.—De geslachtsnamen nog heden in wezen, houden de herinnering aan deze oude plaatsen levendig.DeRommerswaele(de naam is eigen aan een zuidnederlandsch geslacht) is een verfranschte form. Zie §165.Van Bakkenes. Deze geslachtsnaam is ontleend aan den naam van het dorpBakenes, dat in de middeleeuen benoorden de stad Haarlem lag, aan het Spaarne, maar dat reeds in d’ eerste helft der 14deeeu tot Haarlem is binnengevest. De oude dorpskerk vanBakenes, nog onder den naam van Bakenesserkerk bekend en in gebruik, staat nog heden ten dage binnen de Spaarnestad, en de Bakenessergracht, d’ oude grensscheiding tusschen dorp en stad, is daar nog aanwezig. Het volk te Haarlem spreekt nog steeds »Bakkenes” in plaats vanBakenes, en deze volksuitspraak beeldt de geslachtsnaam ook af.Eenige geslachtsnamen zijn ook byzonder, omdat zy ontleend zijn aan de namen van middeleeusche sloten of kasteelen, die voor het grootste gedeelte geheel verdwenen zijn, of nog slechts als min of meer belangryke bouvallen bestaan. Zijn de dragers dezer namen in der daad nog afstammelingen van de oude edellieden, die deze sloten of burchten gesticht hebben en bewoond, dan vervalt debyzonderheid. Maar dit komt betrekkelik zelden voor. Meestal zijn het onadellike verwantschappen, die deze oude namen voeren, omdat een hunner voorouders, die eerst dien naam als een toenaam aannam, toevallig op de eene of andere wyze, als hoorige of dienstman of pachter, aan dat oude huis verbonden was, of misschien ook slechts op het grondgebied daar van geboren was. Wy willen slechts een paar van deze geslachtsnamen vermelden;Van BrederodeenVan Teylingen.Indien de hedendaagsche dragers van den naamVan Brederodein der daad afstammelingen zijn der aloude graven van Brederode, gelijk wel beweerd wordt, zoo is deze geslachtsnaam zeker minder byzonder, dan waneer hy enkel ontleend is aan den naamBrederode, alsplaatsnaam, als naam van het stamslot van dat oude geslacht van hollandsche edelingen. Dat kasteel, sedert de 15de eeu in verval, ligt reeds sedert de 16de eeu als een schilderachtige bouval in het schoonste oord van Haarlems heerlike omstreken. Het geslachtVan Brederodeis dan ook te Haarlem gezeten. Het woordBrederodewordt in den haarlemschen tongval alsBreêroôuitgesproken: van daar dat een ander haarlemsch geslacht den naamVan Brerodraagt. Tegenhangers van den naamVan Brederodezijn de geslachtsnamenVan TeylingenenVan Hoogteilingen, die eveneens door burgerlike geslachten in Holland gevoerd worden, en afgeleid zijn van het oud-adellike slotTeylingen, dat sedert eeuen reeds in puin ligt by het dorp Sassenheim tusschen Haarlem en Leiden.§89. Een byzonderegeslachtsnaamis ook nogVan Bredael(het enkelvoudigeBredaelkomt ook voor), die te Antwerpen nog al veelvuldig voorkomt.Bredaelwas in vroegere tyden, hier en daar in de Nederlanden, de volksuitspraak van den naam der stadBreda. Een huis op de Roozegracht te Amsterdam, in de laatste helft der 17deeeu, heette: »Het schip van Breda”; zeker in herinnering aan het turfschip van Breda, waarmede Prins Maurits by verrassing het kasteel van Breda innam. Een feit uit de vaderlandsche geschiedenis, by ons volk zoo wel bekend. De doodgraver van de Westerkerk te Amsterdam, die den naam van dit huis eens in zijn grafboek schryven moest, schreef echter:»’t schip van Bredael” (eigenlik schreef de man, die al zeer slecht ter penne was: »sep van Bredael.”).36Die byzondere uitspraak van dezen brabantschen plaatsnaam was dus oudtijds ook te Amsterdam in zwang.De geslachtsnaamVan Wensveenis ontleend aan den naam van het zuidhollandsche dorpWaddinksveen, welke naam in de volkstaal aldus wordt uitgesproken.Van Beusekom, Van Blarcom, Van Deutekom, afgeleid van de plaatsnamenBeusichem, dorp in Gelderland,Blaricum, dorp in het Gooiland,DeutichemofDoetinchem, stadje in Gelderland, kunnen naueliks voor verbasteringen gelden, omdat de volksmond deze plaatsnamen gemeenlik alzoo uitspreekt. En dit is eveneens het geval met de geslachtsnamenVan Bruyssel, Van BruysselenenVan Bruyssele, Van BeemenVan Tertholen, die ontleend zijn aan de namen van de stadBrussel, van het dorpBedumin Groningerland, en van het stadjeTolenin Zeeland. Deze namen luiden in de wandelingBruessele(by de Zuid-Nederlanders),BeemenTer Tolen. By dezen laatsten naam, even als byTer Goes, Ter Gouen misschien ookTer Mei, in plaats vanGoes, GoudaenAmeide, heeft de volksmond den vollen oorspronkeliken naam behouden. De geslachtsnaamVan ter TholenofVan der Tholenkomt ook in samengetrokkenen form voor, alsVertholen.§90. In vorige tyden, in de 16deen 17deeeu vooral, toen de geleerden hunne namen verlatynschten, heeft men het voorzetselvanby de geslachtsnamen die daar mede waren samengesteld, ook inabofaomgezet, en op die wyze getracht deze namen althans eenigszins een geleerd voorkomen te geven. Overeenkomstig de regelen der latijnsche taal gaf men het voorzetselvandoorabterug, als het daarna volgende woord met eene klinkletter begon (Ab Utrecht), en doorawaar dit niet het geval was (A Brakel). Ook voor eenehzette menab, om dat men deze letter althans als half stom beschoude (Ab Huisen). Men schreef dezeaveelalmet een teekentje, alsà, en doet dit nog wel. Waarom is my niet recht duidelik; goed Latyn is het niet.Onder de nederlandsche geleerden van de 16deen 17deeeu en ook nog onder hunne nakomelingen in de 18deeeu, treft men menigvuldig zulke geslachtsnamen metabenaaan. Zie hier eenigen van die namen, die voor zoo verre my bekend is, thans uitgestorven zijn: †Ab Andringa, †A Besten, †A Biler, †A Bolswert, en (men schreef dieagewoonlik klein) †à Laxten, †à Vullen, †à Mark, †ab Oostbroek, enz. Die oude geleerden sprongen soms nog al wonderlik om met deze geslachtsnamen, die eigenlik en oorspronkelik slechts toenamen voor hen waren, naar de plaatsen hunner geboorte.Johannes Gerhardi à Besten, by voorbeeld, predikant te Dokkum in 1620, en die dezen toenaam waarschijnlik droeg naar zynen vader, die dan in het westfaalsche dorpBeesten, by Osnabrück,37zal geboren zijn, schreef zich ook welà Groninga, wijl hy een Groninger van geboorte was. EnJohannes Fokkes, die te Holwert, een dorp in Friesland, geboren was, verlatynschte en vergriekschte zynen naam, sedert hy hoogleeraar was te Franeker (in het midden der zeventiende eeu), totJohannes Phocylides ab Holwarda. Deze man overdreef de zaak buiten dien ook nog. Had hy zich nog maar eenvoudigab Holwertgenoemd, hy hadde althans niet dwazer gehandeld dan zoo velen zyner tijd- en ambtgenooten. Maar hy maakte van den enkelvoudigen naam zyner geboorteplaats ook nog eenen oud-frieschen genitivus:ab Holwardais Latyn en Oud-Friesch te gelijk—eene zonderlinge verbinding!—en beteekent »van van Holwert!” Dit is eene dubbele dwaasheid.Slechts zeer weinigen van deze namen zijn tot op onze tegenwoordige dagen in het leven gebleven. My zijn slechts de volgenden bekend:A Brakel, (Lycklama) à Nyeholt, A Steringa (Lemke), A Tellinghuis, (Thomassen) à Thuessink (Van der Hoop), enAb Utrecht (Dresselhuys).§91. In Friesland komen eenige geslachtsnamen voor, die waretegenhangers zijn van de namen die uit het voorzetselvanen eenen plaatsnaam zijn samengesteld. Het zijn als ’t ware vertalingen van zulke namen in het Oud-Friesch. In het Oud-Friesch namelik wordt eenig zelfstandig naamwoord door achtervoeging van de letterain den tweeden naamval geplaatst. Zie §44. Zoo ook zet men friesche plaatsnamen door achtervoeging van eeneain den tweeden naamval; maakt dus van den plaatsnaamJellumden geslachtsnaamJelluma, dat »Van Jellum” beteekent. Ofschoon deze oud-friesche taalform, in de volkstaal reeds in de middeleeuen uitstierf, bleef men toch nog lange daar na op deze wyze geslachtsnamen maken. Zie hier een voorbeeld.Wytse Foppeswas, in d’ eerste helft der 18deeeu, een eenvoudig man, woonachtig in het friesche dorp Dongjum, dat by Franeker ligt. Hy had geenen eigenen geslachtsnaam. Immers zijn toenaamFoppeswas anders niet als de naam van zynen vaderFoppe, in den tweeden naamval; dus een patronymikon. Zoo langWytse Foppeste Dongjum woonde, was deze eenvoudige naam hem voldoende. Maar toen hy later zich te Leeuwarden als rekenmeester en instrumentmaker vestigde, had hy eenen afsonderliken geslachtsnaam noodig, ter onderscheiding van anderen, die ook deze algemeene namenWytse Foppesdroegen. Ware onze man een Hollander of andere Nederlander geweest, wis hadde hy zich »Van Dongjum” genoemd. Nu echter, als Fries, bezigde hy, zeer gepast, ook eenen frieschen taalform; hy smeedde zich den geslachtsnaamDongjuma, datVan Dongjumbeteekent.Reeds in §44van dit werk heb ik uitvoeriger over dezen form van friesche geslachtsnamen gesproken; ik kom er ook later op terug. Zie §101.Talrijk zijn deze namen in Friesland juist niet, vooral niet in vergelyking met de geslachtsnamen die uit eenen plaatsnaam met het voorzetselvansamengesteld zijn, en ook met die friesche geslachtsnamen, welke eveneens geformd zijn door achtervoeging van die oud-frieschea, maar dan achter eenen mansvóórnaam. ZieEen en ander over friesche eigennamen, inDe Vrye Fries, dl. XIII.De volgende geslachtsnamen, tot deze byzondere groep behoorende, zijn my bekend:Anjema, Aruma, Baarda, Buruma,38van de namen der dorpenAnjum, Arum, BaardenBurum, alle vier in Friesland tusschen Fli en Lauers, in de hedendaagsche provincie Friesland gelegen. Maar er komen, meest in Groningerland, ook geslachtsnamen voor, die op deze oudfriesche wyze afgeleid zijn van groningerlandsche plaatsnamen; b. v.Beswerda, van het gehuchtBeswertby Esinge;Bieruma, van het dorpBierumin Fivelgo;Enuma, vanEnum, eene buurt tusschen Loppersum en het Zand.39Dit zijn zeker zeer oude geslachtsnamen die nog dagteekenen uit den tijd toen men ook nog in deze landstreek, in ’t oude Friesland tusschen Lauers en Eems, de friesche taal sprak. Dus minstens uit de 16deeeu. Eindelik moet hier nog genoemd worden de geslachtsnaamSmilda, die op oudfriesche wyze geformd is uit den naam van het drentsche dorpde Smilde.§92. By den rijkdom van onzen vaderlandschen bodem aan stroomen en rivieren, enz. is het natuurlik dat er ook vele geslachtsnamen van ons volk ontleend zijn aan de namen van zulke wateren. Deze geslachtsnamen zijn in den regel uit zich zelven duidelik genoeg, en eischen weinig nadere verklaring. Eene eerste plaats onder de namen der kleine rivierkes in Nederland, neemt de naamAofAain. Deze naam die eenvoudigwater,stroomend waterbeteekent, is aan vele rivierkes eigen; b. v. aande Aaby Breda;de Aaby ’s Hertogenbosch;de Aaby Gendringen inGelderland;de Aa, het bovenpand van den Angstel, in de provincie Utrecht;de Almelosche Aain Twente;de Mussel-Aende Pekel-Ain Groningerland, enz. In overeenstemming met het veelvuldig voorkomen van dezen riviernaam A, komt ook de daarvan afgeleide geslachtsnaamVan der Aageenszins zeldzaam voor. Andere geslachtsnamen, aan riviernamen ontleend, zijn nog:Van der Aar; deAaris een stroom die by Alfen uit den Rijn naar de Drecht by Nieuveen vloeit.Van Amstel; deze naam komt in Holland, vooral in Amstelland en Kennemerland algemeen voor.Van Berkel; de Berkelis een rivierke dat te Zutfen in den IJssel valt; maar deze geslachtsnaam kan eveneens aan het zuidhollandsche dorpBerkelontleend zijn.Van der DoesenVerdoes; de Doesis een stroom by Leiden.40De geslachtsnaamVan Overscheldemoge hier ook vermeld worden, al is deze naam nietrechtstreeksaan den riviernaamScheldeontleend. ImmersOverscheldeis de naam van eene landstreekover, aan den anderen kant van deScheldegelegen, even als hetOvermaasscheoverde Maas ligt. Zoo mede de maagschapsnaamOvereem, van het rivierke de Eem by Amersfoort afgeleid.Ook namen van buitenlandsche stroomen en rivieren zijn in Nederland tot geslachtsnamen geworden; b. v.Van der Hever, Van der LipmetVan der LippeenVan Wezer. DeWeseris bekend genoeg. DeHeveris een stroom in Noord-Friesland (westkust van Sleeswijk), vóór de stad Husum, tusschen het eiland Noordstrand en den vasten wal. En deLippeis een bekende zijdrivier van den Rijn, in Duitschland.—Omdat deRoer(Ruhr) en deAar(Ahr) beiden ook namen van bekende zijdrivieren van den Rijn in Duitschland zijn, zoo wel als namen van nederlandsche rivieren, zoo zoude men de op bl. 243 genoemde geslachtsnamenVan de RoerenVan der Aarook evenzeer kunnen rekenen tot de geslachtsnamen aan de namen van buitenlandsche rivieren ontleend.De maagschapsnaamJordaandoet aan de bekende rivier in Palestina denken. Toch geloof ik niet dat deze naam van dien riviernaam afkomstig is.Mogelikis het dat de oorsprong van dezen naam te zoeken zy in den naam van die byzondere wijk der stad Amsterdam, welke den naam van »de Jordaan” draagt. Maar het komt my aannemeliker voor te stellen dat de geslachtsnaamJordaan, met de patronymika daarvan,JordaansenJordaens, zynen oorsprong dankt aan den oud-nederlandschen mansvóórnaamJorden, die ook in latynschen form alsJordanus, en weer verkort alsJordaanvoorkomt. De geslachtsnamenJordenszenJordenszijn eveneens aan dezen mansnaam ontleend.§93. Een byzonder-friesche form voor deze aan riviernamen ontleende geslachtsnamen ontbreekt ook al niet. Als zoodanig zijn my bekend de geslachtsnamenEemstra, Rynstra(met den onzinnigen formVan Rynstra) enScheenstra, afgeleid van de namen der rivier deEems, van het stroomke deRyn(Lemster-Ryn), dat uit het Tjeukemeer komende, by de Lemmer in de Zuiderzee floeit, en van het rivierkede Scheene, in West-Stellingwerf, alle drie in Friesland. Men zoude den geslachtsnaamDiepstrahier ook toe kunnen rekenen, omdat ”diep”, in de noordelike gewesten een algemeene naam is voor stroomende waters; hetDokkumerdiepb. v., hetDamsterdiep, hetReitdiep, enz. Zoo ookDeelstra. En tevens de geslachtsnamenBoornstraenBoonstra, naar de rivier deBoorn(Boarn, gewoonlik alsBoan, Boonuitgesproken);EestraenIestra, naar de(Dokkumer-) Ee, volgens friesche uitspraakIe(dit woord is de friesche weêrga van het algemeen nederlandscheAofAa—zie bl. 242);FlietstraenVlietstra, naar het woordflietofvliet, in Friesland, als elders, aan eenige wateren eigen;GroustraenGrouwstra, enz. Maar het is eigenaardiger deze geslachtsnamen afkomstig te rekenen van de namen der plaatsen die aan deze stroomen liggen, en die daar mede den zelfden naam dragen. Te weten: van het dorpOldeboorn, in de wandeling enkelBoorn(Boan) genoemd; van het dorpEeofIe, in Dongeradeel; van hetVliet, zoo als eene voorstad heet van Leeuwarden, en eene van Franeker; van het dorpGrou, enz. Zie bl. 206.
§76. Ten slotte mogen hier nog eenige zeer byzondere namen vermeld worden, die tot deze groep behooren. Het zijn de geslachtsnamenRemmerswaal, Aalbertsberg, Blydenstein, Diepenhorst, TetrodeenRodenburg. De dorpenBloemendaalenOverveen, by Haarlem, droegen in de middeleeuen de namenAalbertsbergenTetrode; het stadjeAardenburgin Vlaanderen heette oorspronkelikRodenburg; Diepenhorstis de oude naam van het dorpOuddorpop ’t eiland Goeree; en een klooster van Benedictyner monniken, dat in de middeleeuen na by ’t dorp Runen in Drente lag, maar reeds in de 16deeeu opgeheven werd, droeg den naam vanBlidestat(de blyde stede),ter blider steden, ter blider steên, laterBlidensteenenBlijdenstein. Deze naam ging ook over op het dorp, dat rondom dit klooster ontstond, maar dat thans den naam van Runerwolde draagt.21Deze zes oude plaatsnamen behooren in de middeleeuen t’ huis, en zijn thans nog slechts aan geschiedkundigen bekend. De hedendaagsche geslachten die deze namen dragen, vertoonen juist in die middeleeusche namen, die sedert de 16deeeu en vroeger reeds als plaatsnamen verdwenen zijn, het bewijs van hunne oudheid. NevensRodenburgbestaat ookRoodenburchenRoodenburgals geslachtsnaam, en nevensTetrodenogTetroode, TetterodeenTettero, by verschillende geslachten. Hier uit zoude men wel kunnen afleiden, dat het hedendaagsche dorpOverveenin de middeleeuen geen onaanzienlike plaats moet geweest zijn. VanAardenburgis het bekend dat dit thans zoo stille, kleine stedeke in de middeleeuen eene groote en bloeiende havenplaats was. Over den naamRemmerswaalzie men §88.Nog al byzonder is ook de geslachtsnaamWaterloo, die natuurlik ontleend is aan den naam van het dorpWaterlooin Zuid-Brabant, waar in 1815 de bekende veldslag plaats vond. Later dan 1811 kan de geslachtsnaamWaterloomoeielik ontstaan zijn. Hy dagteekent dus nog uit den tijd vóór den slag, toenWaterloonog, als een klein afgelegen dorpke zeer weinig bekend was. Merkweerdig dat de naam van dit eertijds zoo onbeduidende plaatske juist een geslachtsnaam worden moest!De geslachtsnaamDeurloois ook zeer byzonder. Dit is de naam van het zeegat aan den mond van den Hont of Wester-Schelde in de Noordzee (zie §104).§77. De bewoners van verschillende wyken of buurten in groote steden zijn elkanderen veelal zoo vreemd, als anders de bewoners van twee kleine steden of dorpen onderling zijn. Zoo konden de geslachtsnamenOudschans, KattenburgenBuitenkant, te Amsterdam voorkomende, ontstaan. Zy zijn ontleend aan de namen van drie welbekende oud-amsterdamsche buurten, waar de eerste dragers dier namen zekerlik gewoond hadden, »gewonnen, geboren en getogen” waren, eer zy in andere amsterdamsche wyken kwamen wonen, waar deze namen als toenamen, als »kenmerk van herkomst” hun gegeven werden. De geslachtsnaamVan Cattenburchechter heeft eenen anderen oorsprong, is van eenen anderen plaatsnaam ontleend. In zeer vele nederlandsche steden is er eenePeperstraat; het is gewoonlik de straat waar in de middeleeuen de kooplieden in speceryen, »die crudenieren” hunnen handel dreven en hunne winkels hadden. De maagschapsnamenPeperstraeteenVan Peperstraetezijn ontleend aan dezen straatnaam, zekerlik op de zelfde wyze als boven beschreven is aangaande de namenOudschans, enz. Tot deze zelfde groep van geslachtsnamen behooren verder nogAustraete(brabantsch voor »Oudestraat”;—deze naam is dan ook in Zuid-Brabant inheemsch);Billestraete, Binnekade, Damsteeg, Diepenstraten, Groenestege, HoogewegenHoogewegen, Hoogenstraten, KampsteegenKamsteeg, Mommersteeg, Muntstege, Nieuwesteeg, Kerkbuurt, Vierstraete, Weststrate, Zeestraten, ScheldstrateenSchelstraete, enz. Deze laatste straatnaam komt als maagschapsnaam ook voor in de formenVerschelstraeteenVerscheldstraete, dat is:Van der Scheldestrate,van de Scheldestraat. Hy moet dus oorspronkelik zijn uit de eene of andere plaats aan de rivier de Schelde gelegen. In der daad zijn deze vier geslachtsnamen dan ook eigen aan vlaamsche maagschappen.—De geslachtsnaamVreeburgdoet thans wel denken aan het bekendemarktpleinin de stad Utrecht. Maar deze naam kan evenzeeronmiddellikontleend zijn aan den naam van het oudekasteeldat in den spaanschen tijd verwoest werd, en waaraan ook het hedendaagsche plein zynen naam te danken heeft. Immers daar ter plaatse stond die oude burcht.§78. De grootste groep van nederlandsche geslachtsnamen, of liever die groep welke het grootste aantal namen omvat, is zonder twyfel de groep die uit namen bestaat, welke met het voorvoechselvanzijn samengesteld. In der daad, zulke namen komen uit der mate veelvuldig voor by het nederlandsche volk. Dievan-namen zijn byna zonder uitzondering van aardrijkskundigen oorsprong, en men kan ze onderscheiden in byzondere en algemeene. De byzondere aardrijkskundigevan-namen bestaan uit de namen van landen, gouen, eilanden, steden, dorpen en gehuchten (buitenlandsche natuurlik even zeer als binnenlandsche), allen met het voorvoechselvaner voor; b. v.Van Engeland, Van Wieringen, Van Deventer, Van Keulen. De algemeene aardrijkskundigevan-namen bestaan uit gemeene zelfstandige naamwoorden die eene algemeene aardrijkskundige beteekenis hebben (berg,dijk,heide), maar die als byzondere aardrijkskundige namen dienst doen; eveneens metvaner voor, en zoo wel met als zonder een lidwoord. B. v.Van Dijk, Van Sluis, Van den Berg, Van der Heide.De byzondere talrijkheid dezervan-namen, voor zoo verre zy aan de namen van uitheemsche landen en plaatsen ontleend zijn, strekt ten bewyze van de talrijkheid der vreemdelingen, die zich onder ons hebben neêrgezet. En voor zoo verre zy afkomstig zijn van de namen van inheemsche gouen en plaatsen, kan men daaruitafleiden de veelvuldigheid waar mede de Nederlanders, binnen hunne eigene landpalen, hunne woonplaatsen verwisseld hebben.§79. De maagschapsnamen metvansamengesteld, en aan de namen van vreemde landen ontleend, zijn, uit den aard der zake, het minst talrijk. Zie hier die, welke my bekend zijn:Van Beyeren, Van Boheme, Van BourgondienenVan Bourgonje.22In de zuidelike Nederlanden komen de geslachtsnamenVan IngelandtenVan Inghelantvoor, als tegenhangers van den noord-nederlandschen geslachtsnaamVan Engeland; »Ingelant” toch, of »Inghelandt” is eene oud-nederlandsche spelwyze van ’t woordEngelland, eene spelwyze die overeenstemt met de vlaamsche en friesche volksuitspraak. Twyfelachtig zijn my de geslachtsnamenVan CornewalenCarnewal. Zijn zy ontleend aan den naam van de engelsche gouCornwallis?—Een Franschman,Adriengeheeten, verliet in de laatste helft der zeventiende eeu zyne woonplaats, de stad Rochelle, en vestigde zich in Nederland. Hier noemde hy zichAdrien de Charente, naar het gewestCharente, waar in zyne geboorteplaats Rochelle ligt. Later verdietschte hy dienaangenomenfranschen toenaam totVan Charante, en in dezen form wordt die naam nog heden door zyne nakomelingen als geslachtsnaam gedragen.23Werd op bl. 193 de opmerking gemaakt dat de volksnaamIerniet als geslachtsnaam schijnt voor te komen, hier kan toch op den naamVan Ierlandgewezen worden.Het oostfriesche eilandBorkum, het eerste oostwaarts in de reeks der friesche eilanden die niet tot Nederland behooren, kan ter nauer nood voor eenvreemdeiland gelden. Niet slechts omdat de Borkumers echte Friesen zijn, maar vooral ook omdat zy door zoo vele banden aan de Nederlanden en de nederlandsche koopvaardy- en visschersvloot gehecht zijn.24Immers nog tot voor weinige jarenwas dit wel het geval; in de eerste helft van deze eeu en in vorige eeuen, tydens den bloei van den nederlandschen handel en van de visschery, natuurlik nog veel meer. Aan den naam van dit, in menig opzicht zoo hoochst merkweerdige eiland zijn de geslachtsnamenVan Borkum, Van BurkomenVan Burkumontleend, met het enkeleBorkumen waarschijnlik ook metVan Buurkom. Deze geslachtsnamen komen geenszins zeldzaam voor, en behooren aan verschillende, onderling niet verwante geslachten. Ook al een bewijs voor de talrijkheid der betrekkingen die er steeds tusschen dat eiland en de Nederlanden bestonden. De formVan BurkomenVan Burkumis volgens de friesche uitspraak; naukeuriger nog zou de spelling »Börkum” zijn, gelijk d’Oost-Friesen zelven ook spreken. Zoo luidt de geslachtsnaamVan Gorkumin den mond der oude Leeuwarders ook als »Van Gurkum”; de plaatsnaamWorkumals »Wurkum”, het woordvorkals »furk”, enz.De bovengenoemde geslachtsnamen zijn weinig in getal; maar die welke ontleend zijn aan de namen vannederlandschegouen, landstreken, eilanden, zijn even min talrijk. My zijn, als tot deze afdeeling behoorende, slechts bekend de geslachtsnamenVan Braband, Van Friesland, Van Holland, Van Drenth, (misschien ookVan Kempen),Van Marken, Van Proostdy(zoo heet eene kleine landstreek in de provincie Utrecht, gemeente Abkoude),Van Schouwen, Van Urk, Van Veluwe, Van Vlaanderen, Van Waas, Van WalcherenenVan Walchren, Van WieringenenVan Wieringhen, enVan Zeeland.De geslachtsnaamVan Graefschepedient hier ook vermeld. Dit is eigenlik een algemeene aardrijkskundige naam, wijl niet blijkt welk graafschap bedoeld is. De oude graafschappen Zutfen en Benthem dragen beiden by de in- en omgezetenen den naam van »de Graafschap” als by uitnemendheid. Waarschijnlik is bovengenoemde geslachtsnaam aan eene dezer twee graafschappen ontleend.§80. Geslachtsnamen samengesteld uit de namen van uitheemschestedenendorpen, met het voorvoechselvandaar voor, zijn uit den aard der zake talryker dan die aan de namen van landen en gouen ontleend. Zie hier eenigen van die namen:Van Basel, Van Bremen, Van Costenoble25(het enkelvoudigeCostenoblekomt ook voor), enz.Costenoble,Costenoblen,Constenoblenis de form waarin de naam der stadConstantinopelin oude, middeleeusche vlaamsche oorkonden geschreven staat. De geslachtsnaamVan Costenoblekomt dan ook in Vlaanderen voor, en wel in het hedendaagsche Fransch-Vlaanderen. Oogenschijnlik is deze naam reeds zeer oud. Hy dagteekent wellicht nog uit den tijd der kruistochten, toen vooral ook Vlamingen naar de hoofdstad van het turksche rijk kwamen. Immers ook juist onder de Vlamingen waren, van alle nederlandsche stammen, het eerst geslachtsnamen in gebruik.—De geslachtsnaamVan Bethlehemzal wel uit eenen huisnaam geformd zijn. Want dat hyrechtstreeksaan den naam der bekende plaats in Palestina zoude ontleend zijn, door een voormalig ingezetene dier stede, schijnt my minder aannemelik, ofschoon het mogelik blijft.—Leinsele, een dorp in Fransch-Vlaanderen en waarvan de geslachtsnaamVan Leynseeleontstaan is, kan naueliks als een vreemde plaatsnaam gelden. (zie bl. 218).De geslachtsnaam (Van den Berg)Van Saparoeais ook een zeer byzondere. Hy is, zoo verre ik weet, d’eenigste in Nederland, die ontleend is aan den naam eener plaats in Indië. Ziehier den oorsprong van dezen naam, volgens het tijdschriftDe Navorscher, deel XXX, bl. 322.»Saparoeais een welbekend eiland in den Molukschen archipel en behoort tot de Nederlandsch-indische bezittingen. Daar ter plaatse was in der tijd residentJ. R. van den Berg, die bij een oproer of amokpartij, in Mei 1817, met zijne geheele familie (zijne echtgenootJohanna Christina Umbgroveen drie kinderen), is vermoord, uitgenomen een kindje, het oudste zoontje, toen vijf jaar oud, dat door zijne min is gered, doch niet dan nadat het een krisslag had ontvangen, waardoor het eene oor door midden is gespleten. Later is het door de ijverige pogingen van den kapitein ter zeeQ. M. R. Ver Huell, die zich in de baai vanSaparoeabevond en onderrigt was dat het kind nog leefde, gelukt dat het hem werd uitgeleverd.»Dit geredde kind is sedert naar Nederland overgevoerd, hier te lande opgevoed, thans (1880) een persoon tusschen de 60 en 70 jaren, een der voornaamste inwoners van Velp bij Arnhem, en sedert verscheidene jaren wethouder der gemeente Rheden.»Vroeger teekende de bedoelde persoon zich steedsJ. L. van den berg, doch aangezien er vele familiën van dien naam zijn, en dit vaak tot verwarring aanleiding gaf, vroeg hij voor een drietal jaren verlof, bij zijnen familienaam te mogen voegenvan Saparoea, hetwelk bij koninklijk besluit is toegestaan, en sedert dien tijd voert de familie, waarvan hij thans het waardige hoofd is, den geslachtsnaamvan den Berg van Saparoea.»Omtrent bovenbedoelde moordgeschiedenis teSaparoeakan men nadere bijzonderheden vinden in:Merkwaardige gebeurtenissen uit de Nederlandsche Geschiedenis(te Amsterdam uitgegeven), alwaar in eene noot een verhaal daarvan voorkomt.”§81. Duitschers hebben steeds het grootste gedeelte uitgemaakt van al de vreemdelingen, die in de Nederlanden een nieu vaderland zochten en vonden. En onder dezen waren het natuurlik weêr meest lieden uit de aan Nederland grenzende streken van Duitschland, uit de pruissische Rijnprovincie, uit Westfalen met de graafschap Benthem en het Nederstift van Munster (Arenberg, Meppen), en Oost-Friesland. Dien ten gevolge is het getal geslachtsnamenontleend aan de namen van plaatsen in die gewesten gelegen, dan ook nog al aanzienlik. Zie hier eenigen van die namen, enkel van nederrijnlandsche plaatsen:Van Aken, Van AakenenVan Ake, Van Calcar, Van KleefenVan Cleeff, Van CranenburghmetVan KranenburgenVan Cranenborg26, enz.Niet aleen dat vele Neder-Rijnlanders zich om voordeelswille in de Nederlanden neêrgezet hebben,—velen deden dit ook om redenen van godsdienstigen aard. Immers nadat de kerkherforming aan den duitschen Beneden-Rijn al spoedig grooten opgang gemaakt had, en zeer velen aldaar in de 16deeeu de kerk van Rome verlaten hadden, werden later, in de 17deen ook nog in de 18deeeu, door de wereldlike en geestelike vorsten dier streken, de Protestanten vervolgd en verdreven. Vooral ook de Doopsgezinden of Mennoniten, die geen onaanzienlik deel schynen geformd te hebben van die Herformden, hadden veelvuldige vervolging te dulden. Ofschoon enkele doopsgezinde gemeenten aldaar, onder anderen te Krefeld, Kleef en Emmerik zich nog tot in deze eeu, gedeeltelik nog tot heden toe konden staande houden in naue aansluiting aan de nederlandsche Doopsgezinden, zoo waren toch vele leden dier gemeenten genoodzaakt hun land te verlaten. En waarheen zouden zy gereeder uitwyken dan naar de naburige noordelike Nederlanden, waar de herformde kerk heerschte, en waar men die verdrevenen, die veelal welgestelde, neringdoende en nyvere burgers waren, geerne eene gastvrye ontfangst bereidde! Deze zaak is d’oorzaak dat zoo menig doopsgezind geslacht ons heden ten dage in zynen geslachtsnaam nog zyne afkomst uit Neder-Rijnland vertoont,—dat juist zulke geslachtsnamen aan nederrijnsche plaatsnamen ontleend, veelvuldigonder onze doopsgezinde landgenooten voorkomen. Zie hier eenigen daar van:Van Calcar, Van Gelder, Van Goch, Van Gulik, Van Cleeff, Van Meurs, Van Rees, enz. OokVan Bracht(tegenwoordig nog alsVan Bragtvoorkomende), zoo als de schryver heette van het zoogenoemde »Menniste Martelaarsboek”, dat is:Het bloedigh tooneel der doopsgezinde en wereloose Christenen.Brachtis de naam van een dorp by ’t stadje Kempen.En ook evenzeer als Mennoniten, werden ook Israëliten wel uit nederrijnsche plaatsen verdreven, en zochten in de Nederlanden een vrediger verblijf. Of anderszins, toen handel en nyverheid, dus ook bloei en welvaart in de 17deeeu vooral uit vele nederrijnsche plaatsen weken, ook al ten gevolge van den uittocht der neringdoende Herformden naar de Nederlanden, toen trokken ook de Joden uit, om hier een neringryker oord te vinden. En zoo is het gekomen dat wy zulke namen alsVan KleefenVan Cleef, Van Gelder, Van Goch, Van Creveld, Van Wezel(metEmrik, Kalker, zie §73), enz. by verschillende israëlitische geslachten in Nederland aantreffen. Maar ook buitendien nog schijnt het dat vele ingezetenen der stadjesXanten, Calcar, Gochnaar Nederland gingen wonen. Immers de geslachtsnamenVan Santen, Van Sante, Van Zanten, Van Zante, Van Calcar, Van Kalker, Van Kalkert, Van Kalkeren(ook het enkeleKalker),Van Goch, Van Gogh, Van Gog, enz. in allerlei verschillende spellingen, komen zeer veelvuldig voor. Zy worden in talrijkheid echter nog verre overtroffen door voormalige ingezetenen van het stadjeGelder, wier nakroost met de geslachtsnamenVan Gelder, Van Gelderen, Van Geldre, Van Geldern, Van Geldere, Van Ghelderbuitengewoon talrijk is onder ons. De geslachtsnamenDe Gelder, De Gueldre, De GhelderenDe Gheldere, in de beide laatste formen vooral ook in Vlaanderen voorkomende, houd ik voor verfranschte formen vanVan Gelder, te meer wijl ik reden heb te vermoeden dat het noordnederlandsche geslachtDe Gelderuit Vlaanderen in Holland is komen wonen, terwijl het westvlaamsche geslachtDe Ghelderenog het oude wapen vanGelreals geslachtswapen voert. Maar de friesche geslachtsnamenGelderda, GeldraenGeldersma, evenmin alsGelders, elders in de Nederlanden inheemsch, hebben niets te maken met den plaatsnaamGelderofGelre. Deze namen zijn ontleend aan den oud-germaanschen mansvóórnaamGelder, Gelther.§82. Minder talrijk dan de geslachtsnamen aan plaatsnamen in Neder-Rijnland ontleend, zijn onder ons die maagschapsnamen welke samengesteld zijn uit eenen westfaalschen plaatsnaam en het voorzetselvan. En toch hebben Westfalingen volstrekt niet in kleiner aantal dan Neder-Rijnlanders zich in de Nederlanden neêrgezet. Als slachters en bakkers, als bierhuishouders, vooral ook als handelaars in kleedingstoffen, met hunne talryke knechts, kellners, kantoor- en winkelbedienden en reizigers, zijn de zonen van de »Rothe Erde” rykelik onder ons vertegenwoordigd. Maar deze »Felingen” (zie bl. 191) kwamen meest allen in lateren tijd hier wonen dan de Neder-Rijnlanders. Zy kwamen toch in den regel om den broode, niet om gewetensvryheid. Immers behooren zy grootendeels tot de roomsche kerk. Zy kwamen meest in de vorige en vooral ook in deze tegenwoordige eeu—hunne scharen stroomen ons nog steeds toe; en zy brachten dies hunne geslachtsnamen reeds kant en klaar mede. Zoodat ons volk geene reden had om hen te noemen naar hunne plaatsen van herkomst—ook al ware dit na den jare 1811 nog mogelik geweest.Eene uitzondering maken d’ inwoners van de graafschap Benthem, welke landstreek tot Westfalen gerekend wordt. Dezen zijn hooftsakelik Herformden, en de nederlandsche taal was tot diep in deze eeu hunne kerktaal, ja, is dat by sommige gemeenten, even als in Oost-Friesland, nog heden. Van daar dat er steeds veel betrekking over en weêr tusschen deze landstreek en onze Nederlanden bestond, ’t welk ook al mede aanleiding gaf (met den grooten hollandschen magneet, welvaart en rijkdom, handel en nering) om Bentheimers, in onze noordelikste gewesten als »Graafschappers” bekend, hier heen te doen trekken. Over de oorbeeldig nederlandsche geslachtsnamen dier Bentheimers zal verder in dit werk gehandeld worden; zie §159.Zie hier eenige nederlandsche geslachtsnamen aan westfaalsche plaatsnamen ontleend. De veelvuldig voorkomende naamVanMunstermoet in d’ eerste plaats genoemd worden. En danVan Bekkum(stadje by Munster),Van Byleveld(Bielefeld, zie bl. 211), enz.27En aan bentheimer plaatsnamen ontleend zijn dezen: in d’ eerste plaats de talrijk voorkomende namenVan Bentheim, Van Benthem, Van Bentem, Van Bentum; verderVan Noothoorn(Noordhoorn, Nordhorn, stadje aan onze twentsche grens),Van VeldhuizenmetVan Velthuyse(Velthuizen, Velthusen, thans ookVelthausengenoemd, dorp in die landstreek), enz.28§83. De Oost-Friesen zijn, wat de talrijkheid van hun volk betreft, veel geringer dan de Westfalingen en de Neder-Rijnlanders. Niettemin is het getal der Oost-Friesen, die zich voor en na in de Nederlanden gevestigd hebben, niet geringer dan het getal van onze andere oostelike buren. Vooral ook in onze noordelike gewesten, onder hunne stamgenooten, hebben zich de Oost-Friesen steeds in grooten getale neêrgezet. De omstandigheid dat de Oost-Friesen zich steeds, tot diep in deze eeu, tot de Nederlanders in ’t algemeen, tot hunne volksgenooten bewesten Eems en Lauers in het byzonder voelden aangetrokken, veel meer dan tot Duitschers—dat ook de Oost-Friesen met de Nederlanders in volkstaal, zeden, bronnenvan bestaan, godsdienst, enz. ten nausten verbonden zijn, droeg veel daar toe by. En ook boden de bloeiende nederlandsche gewesten den Oost-Friesen meer uitzicht op welvaart aan dan hun eigen land deed, vooral ook meer dan de duitsche landstreken achter hun gewest gelegen.Uit deze talrijkheid van Oost-Friesen in de Nederlanden, zoude men mogen besluiten dat geslachtsnamen uit oostfriesche plaatsnamen met het voorvoechselvansamengesteld, ook talrijk onder ons zouden moeten voorkomen. Dit is echter het geval niet. Zulke namen zijn er wel, maar geenszins in die mate als men uit het bovenvermelde zoude mogen afleiden. Dat komt omdat de Oost-Friesen de zelfde friesche vóórnamen dragen als de nederlandsche Friesen en als allen die in de Nederlanden van frieschen stam zijn. En omdat de Oost-Friesen van ouds ook juist de zelfde oud-friesche wyze volgden om van hunne vóórnamen patronymika te formen, die dan later tot vaste geslachtsnamen werden, even als dit hier, bewesten Eems, het geval was en is. Zoo hadden dus de nederlandsche Friesen, de Groningerlanders, enz. geene redenen om aan de Oost-Friesen die zich onder hen vestigden, nieue namen, afgeleid van de plaatsen hunner herkomst, te geven. Immers droegen die Oost-Friesen reeds soortgelyke, of ook geheel gelyke, ten deele ook volkomen de zelfde namen, patronymika en andere geslachtsnamen, als de nederlandsche Friesen. Zoo treft men ook thans nog in onze noordoostelike gewesten en in de noordwestelike streken van Duitschland, voor zoo verre er oost en west van de Eems Friesen wonen, of lieden van frieschen stam, geheel de zelfde geslachtsnamen aan. Op deze gelijkheid van geslachtsnamen in Oost-Friesland en in de Nederlanden in ’t algemeen, in het nederlandsche Friesland in het byzonder, zal ik verder in dit werk nog gelegenheid hebben nader te rug te komen. Zie §160.Nederlandsche geslachtsnamen, metvaner voor, aan oostfriesche plaatsnamen ontleend, zijn de volgenden. In de eerste plaats moet hier de geslachtsnaamVan Emdengenoemd worden, die, metVan Embden, Van Emde, Van Embde(en het eenvoudigeEmden, Emde), enz. nog al talrijk en algemeen onder ons voorkomt; ook onder onze israëlitische medeburgers. Emden trouens is ook niet slechts de voornaamste en volkrijkste der oostfrieschesteden, maar de bewoners van die aloude Eemsstad hebben ook steeds de nauste betrekkingen met de Nederlanden onderhouden. VerderVan AurichenVan Aurick, Van Bingum, Van Borssum, enz.29Het schijnt dat vooral ook Israëliten uit Oost-Friesland zich in de Nederlanden hebben gevestigd. Immers treffen wy onder hen, behalvenVan Emden, ook de geslachtsnamenVan Geuns, Van LeerenVanNordenaan.Geunsis de nederlandsche form van den naam van het oostfriesche stedekeGödensofNeustadt-Gödens, welke naam door d’ Oost-Friesen zelven ook alsGöönsofGeunsuitgesproken wordt. Hier behoort de geslachtsnaamVan Goens(oe=ö=eu) ook genoemd worden, die even eens aan dit oostfriesche stadje ontleend is. De bekende Gouverneur-Generaal van Neêrlandsch Indië,Ryklof Van Goenswas dan ook een Oost-Fries, even als zijn ambtsvoorgangerGustaaf Willem Van Imhoff, en, zoo alsArendszeit: »entweder im Gödenschen oder zu Leer geboren.”30En dat het juist eene doopsgezinde en eene israëlitische maagschap is, die beiden den geslachtsnaamVan Geunsdragen, is ook niet zonder beteekenis. Het stadjeGeunstoch was oudtijds eene byzondere stede, waar lieden van allerlei godsdienst en kerk mochten wonen en vryelik hunne geloofsplechtigheden verrichten. Iets wat in andere oostfriesche plaatsen (’t en zy dan Emden) niet, of althans niet in die mate geoorloofd was.§84. Na al deze namen aanbuitenlandscheplaatsnamen ontleend, zijn thans de geslachtsnamen, geformd met het voorzetselvan, uit de namen vannederlandschesteden, dorpen en gehuchten, noord en zuid, aan de beurt om hier besproken te worden. Byzonderheden leveren deze geslachtsnamen weinig op. Ook eischen zy, uit den aard der zake, voor den nederlandschen lezer geenennaderen uitleg. Zulke namen toch alsVan Groningen, Van Vlissingen, Van Gent, Van Leuvenzijn voor iedereen duidelik, en gemakkelik verklaarbaar. Wijl ik in dit werk vanallegroepen en soorten van geslachtsnamen die ik bespreek, voorbeelden heb aangevoerd, wil ik ook hier eenigen van die namen opnoemen, ofschoon het eigenlik onnoodig is, want ieder een kent ze voldoende.Van Dokkum, Van Oosterzee, Van Leens,31enz.§85. Het aantal dezer geslachtsnamen, in de Nederlanden inheemsch, is verbazend groot. Geformd van plaatsnamen uit alle gewesten, treft men ze in al onze provinciën menigvuldig aan. Toch is de verspreiding dezer namen over alle deelen des lands geenszins gelijkmatig. Zeldzaam zijn zy nergens; maar in de noordelike en oostelike gewesten komen ze betrekkelik weinig voor. Hoe zuideliker van Friesland en Groningen en noordelik Noord-Holland men komt, hoe talryker men ze ontmoet. Het grootste deel is te vinden in de middelste streken der Nederlanden, in westelik en zuidelik Gelderland, in het Sticht van Utrecht, zuidelik Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. Het allermeeste in getal treft men deze namen aan in de groote hollandsche steden, daar by te Utrecht, Arnhem, enz; vooral ook te Rotterdam. Nog zuideliker, in Zeeland, de beide Vlaanderen, Antwerpen, Zuid-Brabant, Limburg, treden ze weêr meer op den achtergrond, ofschoon zy in deze gouen toch nog veel talryker zijn dan in Friesland, Groningen, Drente, noordelik Noord-Holland, Overijssel, noordelik en oostelik Gelderland. In ’t algemeen kan men zeggen dat zy onder de frankische bevolking meer voorkomendan onder de friesche en saksische. In de noordelikste zoowel als in de zuidelikste gewesten treden de vadersnamen meer op den voorgrond. In Friesland daarenboven worden zy nog vervangen door sommige geslachtsnamen opauitgaande en die van plaatsnamen geformd zijn. En dáár en in Noord-Holland benoorden ’t Y ook door de plaatsnamen op zich zelven, zonder eenig voor- of achtervoechsel; b. v.Dokkum, Deinum, Wydenes, Medemblik.De plaatsnamen vanallenederlandsche landstreken hebben niet in de zelfde mate bygedragen tot het formen van de geslachtsnamen hier omschreven. Die welke van plaatsnamen uit de noordelike gewesten van ons land geformd zijn, komen niet zoo veelvuldig voor als die welke samengesteld zijn met plaatsnamen uit de middelste gedeelten van Nederland. Velen vooral zijn ontleend aan de talryke noordbrabantsche plaatsnamen. Die in eene onzer groote hollandsche steden woont, neme eens eene uitvoerige landkaart van Noord-Brabant voor zich, en zie eens hoe velen van de plaatsnamen daar op voorkomende, oorsprong gegeven hebben aan geslachtsnamen van personen uit zyne omgeving, of die hy anderszins by name kent.Uit der mate talrijk zijn in de noordelike Nederlanden de geslachtsnamenVan StaverenenVan Hinlopen, metHinlopen, Hinlópen, Hinloope, enz. verspreid. Zoo talrijk dat het getal dergenen die deze geslachtsnamen dragen ongetwyfeld veel grooter is dan het getal der inwoners van die friesche stadjes. De reden hier van ligt voor de hand. Staveren en Hindeloopen zijn in vorige eeuen bloeiende, nering- en volkryke steden geweest. Vooral Staveren, d’ aloude friesche hoofdstad, was in de middeleeuen eene belangryke handelsstad, vol volk en rijkdom. Maar toen de handel zich van daar verplaatste, vooral naar Enkhuizen en Amsterdam, welke steden aan den ondergang van Staveren al mede hunne opkomst te danken hebben, en toen de welvaart uit den frieschen Zuidhoek verliep, toen verlieten ook vele inwoners die plaatsen en vestigden zich elders, waar zy al licht van anderen den toenaam:Van StaverenofVan Hinlopen, enz. kregen, en die toenamen als geslachtsnamen behielden.Zeer talrijk zijn in Holland en elders in de noordelike gewestenook de geslachten die de namenVan SonenVan Zon, Van Os, Van OssenVan Oschvoeren. Zekerlik wonen er daar meer lieden dieVan SonofVan Zonheeten, dan het geheele dorp Son inwoners telt. Wat de reden is dat zoo vele ingezetenen uit die noord-brabantsche plaatsjes hunne geboorteplaats verlaten en zich elders gevestigd hebben, is my niet bekend.De geslachtsnamenVan Belkum, in Friesland voorkomende, enBelkom, zijn ontleend aan den naam van het dorpBerlikumin Friesland, welke naam door de friesche stedelingen als »Belkum” wordt uitgesproken, terwijl hy in de eigenlike friesche taal »Berltsum” (spreek uit:Beltsum) luidt. Maar de geslachtsnaamVan Berlekomis aan den naam van het noord-brabantsche dorpBerlikumontleend.§86. Het is bekend dat vooral in de 16deeeu zeer vele nyvere burgers uit Vlaanderen en andere zuid-nederlandsche gewesten, ten deele om geloofsvervolging te ontgaan, ten deele ook aangelokt door den bloei en de welvaart der noordelike, van het spaansche juk bevryde streken, zich in grooten getale alhier, vooral in het eigenlike Holland, hebben neêrgezet. Vele antwerpsche en brugsche kooplieden trokken naar Amsterdam, vele kunstenaars (schilders) en nyveren (spinners, wevers), naar Haarlem en Leiden. Dien ten gevolge treffen wy nog heden in het Noorden zoo vele geslachtsnamen aan, die afgeleid zijn van plaatsnamen in het Zuiden. B. v.Van Aerschot, Van Beveren, Van Bree.32En de talrijkheiddezer geslachtsnamen staat nog in geen de minste verhouding tot de duizenden van Zuid-Nederlanders die zich in het Noorden hebben neêrgezet, omdat het grootste deel dezer Vlamingen en Brabanders reeds vaste geslachtsnamen had, vóór zy zich hier vestigden. Voor zoo verre het protestantsche, vooral ook doopsgezinde geslachten zijn, die deze geslachtsnamen, aan zuid-nederlandsche plaatsnamen ontleend, voeren, dagteekent het verblijf dezer maagschappen in de noordelike gewesten reeds uit het laatst der 16deen het begin der 17deeeu. Men herinnere zich hier de afsonderlike gemeenten van »Vlaamsche Mennisten,” die tot in het laatst van de vorige eeu in vele noord-nederlandsche steden bestaan bleven. Ook de Vlamingstraat te Haarlem, waarschijnlik ook wel die in andere hollandsche steden (den Haag? Delft? Leiden?), draagt haren naam naar de Vlamingen, die zich aldaar met der woon vestigden. Dat er echter ook reeds vóór de kerkherforming Vlamingen in Holland waren komen wonen, blijkt b. v. uit de »Informacie up den staet van Hollant”, bl. 281, waar wy reeds in 1514 eenen »Jan Van Beveren” vinden als inwoner van het dorp Sassenheim, by Leiden.De maagschapsnaamVan Bergen-Henegouwenis zeer naukeurig van form, en moet geenszins als een dubbelde naam beschoud worden. Immers draagtBergen(Mons), de hoofdstad van deHenegou, dezen toenaam ter onderscheiding van zoo menige andere bekende plaats die eveneensBergenheet; b. v. vanSt. Winox-Bergenin Vlaanderen,Bergen-op-Zoomin Brabant,Bergenin Kennemerland,Bergenin Noorwegen, enz.Geslachtsnamen ontleend aan plaatsnamen uit het fransche gedeelte van Vlaanderen komen ook geenszins zeldzaam in Noord-Nederland voor. Zie hier eenigen:Van Belle, Van Grevelingen, Van Duynkerken,33met het enkeleDuinkerken, enz.§87. Omgekeerd komen er in Zuid-Nederland geslachtsnamenvoor, die ontleend zijn aan plaatsnamen uit de noordelike gewesten. Maar dezen zijn daar toch niet zoo talrijk als hunne tegenhangers in het Noorden zijn, wijl er zich nooit zooveel Noorderlingen in het Zuiden gevestigd hebben, als omgekeerd. De volgende namen, die deze groep formen, zijn my bekend:Van Biervliet, Van Delft, Van Dieren.34De namenVan Tilborghechter,Van BiervlietenVan Yzendijkmogen hier eigenlik niet gelden. Immers de noordbrabantsche stadTilburgen de stadjesBiervlietenYzendijkin Zeeusch-Vlaanderen, behooren slechts in staatkundigen, geenszins in geschiedkundigen en volkenkundigen zin tot Noord-Nederland.§88. Natuurlik zijn er onder de maagschapsnamen, tot deze groep (plaatsnamen metvaner voor) behoorende, ook eenigen waarvan de oorsprong in sommige opzichten duister is, of naderen uitleg noodig heeft. Sommigen dezer namen toch zijn ontleend aan de namen van kleine, weinig bekende plaatskes, gehuchten, enkele huizen, enz. Ook zijn er die verbasterde naamformen vertoonen, waar door de oorspronkelike naam van de plaats, die aan zulken geslachtsnaam oorsprong gaf, haast onkenbaar geworden is. Of eindelik, de plaats zelve, wier naam nog in eenen maagschapsnaam voort leeft, is reeds van den aardbodem verdwenen. Als voorbeelden kunnen in de eerste plaats gelden de geslachtsnamenVan Akendam, Van HouweningemetVan Houweningen, Van MunnikreedemetVan Munnekrede, De RommerswaelemetRemmerswaal, enz. Voor weinige jaren lag nog even benoorden de stad Haarlem, vlak voor de Nieue- of Kennemerpoort aldaar, een gehucht onder het kennemerlandsche dorp Schoten behoorende, en dat den naam vanAkendamdroeg. De geslachtsnaamVan Akendamis er aan ontleend. Thans is,door uitbreiding der stad Haarlem, en door verandering der grensscheiding tusschen de gemeenten Haarlem en Schoten, dat gehucht geheel verdwenen. De haarlemsche straat die den naam van Schoterweg draagt, met het Frans-Hals-plein en de Frans-Hals-straat, nemen volkomen de plaats in van het oudeAkendam.—Houweningenwas de naam van een der zuidhollandsche dorpen, die by den tweeden Sint-Elisabeth’s vloed, ten jare 1421, overstroomd werden, en sedert verdronken gebleven zijn ter plaatse waar thans de Biesbosch is.—Munnikreedewas in de middeleeuen een vlaamsch stedeken, gelegen by Damme tusschen Brugge en Sluis. Het is thans volkomen verdwenen.35—EnRommerswaele, ookRoemerswaalenReymerswael, was eene zeeusche stad aan den noordeliken wal van het eiland Zuid-Beveland gelegen, maar in de 17deeeu langzamerhand geheel verzwolgen door de ongebreidelde stroomen der Ooster-Schelde.—De geslachtsnamen nog heden in wezen, houden de herinnering aan deze oude plaatsen levendig.DeRommerswaele(de naam is eigen aan een zuidnederlandsch geslacht) is een verfranschte form. Zie §165.Van Bakkenes. Deze geslachtsnaam is ontleend aan den naam van het dorpBakenes, dat in de middeleeuen benoorden de stad Haarlem lag, aan het Spaarne, maar dat reeds in d’ eerste helft der 14deeeu tot Haarlem is binnengevest. De oude dorpskerk vanBakenes, nog onder den naam van Bakenesserkerk bekend en in gebruik, staat nog heden ten dage binnen de Spaarnestad, en de Bakenessergracht, d’ oude grensscheiding tusschen dorp en stad, is daar nog aanwezig. Het volk te Haarlem spreekt nog steeds »Bakkenes” in plaats vanBakenes, en deze volksuitspraak beeldt de geslachtsnaam ook af.Eenige geslachtsnamen zijn ook byzonder, omdat zy ontleend zijn aan de namen van middeleeusche sloten of kasteelen, die voor het grootste gedeelte geheel verdwenen zijn, of nog slechts als min of meer belangryke bouvallen bestaan. Zijn de dragers dezer namen in der daad nog afstammelingen van de oude edellieden, die deze sloten of burchten gesticht hebben en bewoond, dan vervalt debyzonderheid. Maar dit komt betrekkelik zelden voor. Meestal zijn het onadellike verwantschappen, die deze oude namen voeren, omdat een hunner voorouders, die eerst dien naam als een toenaam aannam, toevallig op de eene of andere wyze, als hoorige of dienstman of pachter, aan dat oude huis verbonden was, of misschien ook slechts op het grondgebied daar van geboren was. Wy willen slechts een paar van deze geslachtsnamen vermelden;Van BrederodeenVan Teylingen.Indien de hedendaagsche dragers van den naamVan Brederodein der daad afstammelingen zijn der aloude graven van Brederode, gelijk wel beweerd wordt, zoo is deze geslachtsnaam zeker minder byzonder, dan waneer hy enkel ontleend is aan den naamBrederode, alsplaatsnaam, als naam van het stamslot van dat oude geslacht van hollandsche edelingen. Dat kasteel, sedert de 15de eeu in verval, ligt reeds sedert de 16de eeu als een schilderachtige bouval in het schoonste oord van Haarlems heerlike omstreken. Het geslachtVan Brederodeis dan ook te Haarlem gezeten. Het woordBrederodewordt in den haarlemschen tongval alsBreêroôuitgesproken: van daar dat een ander haarlemsch geslacht den naamVan Brerodraagt. Tegenhangers van den naamVan Brederodezijn de geslachtsnamenVan TeylingenenVan Hoogteilingen, die eveneens door burgerlike geslachten in Holland gevoerd worden, en afgeleid zijn van het oud-adellike slotTeylingen, dat sedert eeuen reeds in puin ligt by het dorp Sassenheim tusschen Haarlem en Leiden.§89. Een byzonderegeslachtsnaamis ook nogVan Bredael(het enkelvoudigeBredaelkomt ook voor), die te Antwerpen nog al veelvuldig voorkomt.Bredaelwas in vroegere tyden, hier en daar in de Nederlanden, de volksuitspraak van den naam der stadBreda. Een huis op de Roozegracht te Amsterdam, in de laatste helft der 17deeeu, heette: »Het schip van Breda”; zeker in herinnering aan het turfschip van Breda, waarmede Prins Maurits by verrassing het kasteel van Breda innam. Een feit uit de vaderlandsche geschiedenis, by ons volk zoo wel bekend. De doodgraver van de Westerkerk te Amsterdam, die den naam van dit huis eens in zijn grafboek schryven moest, schreef echter:»’t schip van Bredael” (eigenlik schreef de man, die al zeer slecht ter penne was: »sep van Bredael.”).36Die byzondere uitspraak van dezen brabantschen plaatsnaam was dus oudtijds ook te Amsterdam in zwang.De geslachtsnaamVan Wensveenis ontleend aan den naam van het zuidhollandsche dorpWaddinksveen, welke naam in de volkstaal aldus wordt uitgesproken.Van Beusekom, Van Blarcom, Van Deutekom, afgeleid van de plaatsnamenBeusichem, dorp in Gelderland,Blaricum, dorp in het Gooiland,DeutichemofDoetinchem, stadje in Gelderland, kunnen naueliks voor verbasteringen gelden, omdat de volksmond deze plaatsnamen gemeenlik alzoo uitspreekt. En dit is eveneens het geval met de geslachtsnamenVan Bruyssel, Van BruysselenenVan Bruyssele, Van BeemenVan Tertholen, die ontleend zijn aan de namen van de stadBrussel, van het dorpBedumin Groningerland, en van het stadjeTolenin Zeeland. Deze namen luiden in de wandelingBruessele(by de Zuid-Nederlanders),BeemenTer Tolen. By dezen laatsten naam, even als byTer Goes, Ter Gouen misschien ookTer Mei, in plaats vanGoes, GoudaenAmeide, heeft de volksmond den vollen oorspronkeliken naam behouden. De geslachtsnaamVan ter TholenofVan der Tholenkomt ook in samengetrokkenen form voor, alsVertholen.§90. In vorige tyden, in de 16deen 17deeeu vooral, toen de geleerden hunne namen verlatynschten, heeft men het voorzetselvanby de geslachtsnamen die daar mede waren samengesteld, ook inabofaomgezet, en op die wyze getracht deze namen althans eenigszins een geleerd voorkomen te geven. Overeenkomstig de regelen der latijnsche taal gaf men het voorzetselvandoorabterug, als het daarna volgende woord met eene klinkletter begon (Ab Utrecht), en doorawaar dit niet het geval was (A Brakel). Ook voor eenehzette menab, om dat men deze letter althans als half stom beschoude (Ab Huisen). Men schreef dezeaveelalmet een teekentje, alsà, en doet dit nog wel. Waarom is my niet recht duidelik; goed Latyn is het niet.Onder de nederlandsche geleerden van de 16deen 17deeeu en ook nog onder hunne nakomelingen in de 18deeeu, treft men menigvuldig zulke geslachtsnamen metabenaaan. Zie hier eenigen van die namen, die voor zoo verre my bekend is, thans uitgestorven zijn: †Ab Andringa, †A Besten, †A Biler, †A Bolswert, en (men schreef dieagewoonlik klein) †à Laxten, †à Vullen, †à Mark, †ab Oostbroek, enz. Die oude geleerden sprongen soms nog al wonderlik om met deze geslachtsnamen, die eigenlik en oorspronkelik slechts toenamen voor hen waren, naar de plaatsen hunner geboorte.Johannes Gerhardi à Besten, by voorbeeld, predikant te Dokkum in 1620, en die dezen toenaam waarschijnlik droeg naar zynen vader, die dan in het westfaalsche dorpBeesten, by Osnabrück,37zal geboren zijn, schreef zich ook welà Groninga, wijl hy een Groninger van geboorte was. EnJohannes Fokkes, die te Holwert, een dorp in Friesland, geboren was, verlatynschte en vergriekschte zynen naam, sedert hy hoogleeraar was te Franeker (in het midden der zeventiende eeu), totJohannes Phocylides ab Holwarda. Deze man overdreef de zaak buiten dien ook nog. Had hy zich nog maar eenvoudigab Holwertgenoemd, hy hadde althans niet dwazer gehandeld dan zoo velen zyner tijd- en ambtgenooten. Maar hy maakte van den enkelvoudigen naam zyner geboorteplaats ook nog eenen oud-frieschen genitivus:ab Holwardais Latyn en Oud-Friesch te gelijk—eene zonderlinge verbinding!—en beteekent »van van Holwert!” Dit is eene dubbele dwaasheid.Slechts zeer weinigen van deze namen zijn tot op onze tegenwoordige dagen in het leven gebleven. My zijn slechts de volgenden bekend:A Brakel, (Lycklama) à Nyeholt, A Steringa (Lemke), A Tellinghuis, (Thomassen) à Thuessink (Van der Hoop), enAb Utrecht (Dresselhuys).§91. In Friesland komen eenige geslachtsnamen voor, die waretegenhangers zijn van de namen die uit het voorzetselvanen eenen plaatsnaam zijn samengesteld. Het zijn als ’t ware vertalingen van zulke namen in het Oud-Friesch. In het Oud-Friesch namelik wordt eenig zelfstandig naamwoord door achtervoeging van de letterain den tweeden naamval geplaatst. Zie §44. Zoo ook zet men friesche plaatsnamen door achtervoeging van eeneain den tweeden naamval; maakt dus van den plaatsnaamJellumden geslachtsnaamJelluma, dat »Van Jellum” beteekent. Ofschoon deze oud-friesche taalform, in de volkstaal reeds in de middeleeuen uitstierf, bleef men toch nog lange daar na op deze wyze geslachtsnamen maken. Zie hier een voorbeeld.Wytse Foppeswas, in d’ eerste helft der 18deeeu, een eenvoudig man, woonachtig in het friesche dorp Dongjum, dat by Franeker ligt. Hy had geenen eigenen geslachtsnaam. Immers zijn toenaamFoppeswas anders niet als de naam van zynen vaderFoppe, in den tweeden naamval; dus een patronymikon. Zoo langWytse Foppeste Dongjum woonde, was deze eenvoudige naam hem voldoende. Maar toen hy later zich te Leeuwarden als rekenmeester en instrumentmaker vestigde, had hy eenen afsonderliken geslachtsnaam noodig, ter onderscheiding van anderen, die ook deze algemeene namenWytse Foppesdroegen. Ware onze man een Hollander of andere Nederlander geweest, wis hadde hy zich »Van Dongjum” genoemd. Nu echter, als Fries, bezigde hy, zeer gepast, ook eenen frieschen taalform; hy smeedde zich den geslachtsnaamDongjuma, datVan Dongjumbeteekent.Reeds in §44van dit werk heb ik uitvoeriger over dezen form van friesche geslachtsnamen gesproken; ik kom er ook later op terug. Zie §101.Talrijk zijn deze namen in Friesland juist niet, vooral niet in vergelyking met de geslachtsnamen die uit eenen plaatsnaam met het voorzetselvansamengesteld zijn, en ook met die friesche geslachtsnamen, welke eveneens geformd zijn door achtervoeging van die oud-frieschea, maar dan achter eenen mansvóórnaam. ZieEen en ander over friesche eigennamen, inDe Vrye Fries, dl. XIII.De volgende geslachtsnamen, tot deze byzondere groep behoorende, zijn my bekend:Anjema, Aruma, Baarda, Buruma,38van de namen der dorpenAnjum, Arum, BaardenBurum, alle vier in Friesland tusschen Fli en Lauers, in de hedendaagsche provincie Friesland gelegen. Maar er komen, meest in Groningerland, ook geslachtsnamen voor, die op deze oudfriesche wyze afgeleid zijn van groningerlandsche plaatsnamen; b. v.Beswerda, van het gehuchtBeswertby Esinge;Bieruma, van het dorpBierumin Fivelgo;Enuma, vanEnum, eene buurt tusschen Loppersum en het Zand.39Dit zijn zeker zeer oude geslachtsnamen die nog dagteekenen uit den tijd toen men ook nog in deze landstreek, in ’t oude Friesland tusschen Lauers en Eems, de friesche taal sprak. Dus minstens uit de 16deeeu. Eindelik moet hier nog genoemd worden de geslachtsnaamSmilda, die op oudfriesche wyze geformd is uit den naam van het drentsche dorpde Smilde.§92. By den rijkdom van onzen vaderlandschen bodem aan stroomen en rivieren, enz. is het natuurlik dat er ook vele geslachtsnamen van ons volk ontleend zijn aan de namen van zulke wateren. Deze geslachtsnamen zijn in den regel uit zich zelven duidelik genoeg, en eischen weinig nadere verklaring. Eene eerste plaats onder de namen der kleine rivierkes in Nederland, neemt de naamAofAain. Deze naam die eenvoudigwater,stroomend waterbeteekent, is aan vele rivierkes eigen; b. v. aande Aaby Breda;de Aaby ’s Hertogenbosch;de Aaby Gendringen inGelderland;de Aa, het bovenpand van den Angstel, in de provincie Utrecht;de Almelosche Aain Twente;de Mussel-Aende Pekel-Ain Groningerland, enz. In overeenstemming met het veelvuldig voorkomen van dezen riviernaam A, komt ook de daarvan afgeleide geslachtsnaamVan der Aageenszins zeldzaam voor. Andere geslachtsnamen, aan riviernamen ontleend, zijn nog:Van der Aar; deAaris een stroom die by Alfen uit den Rijn naar de Drecht by Nieuveen vloeit.Van Amstel; deze naam komt in Holland, vooral in Amstelland en Kennemerland algemeen voor.Van Berkel; de Berkelis een rivierke dat te Zutfen in den IJssel valt; maar deze geslachtsnaam kan eveneens aan het zuidhollandsche dorpBerkelontleend zijn.Van der DoesenVerdoes; de Doesis een stroom by Leiden.40De geslachtsnaamVan Overscheldemoge hier ook vermeld worden, al is deze naam nietrechtstreeksaan den riviernaamScheldeontleend. ImmersOverscheldeis de naam van eene landstreekover, aan den anderen kant van deScheldegelegen, even als hetOvermaasscheoverde Maas ligt. Zoo mede de maagschapsnaamOvereem, van het rivierke de Eem by Amersfoort afgeleid.Ook namen van buitenlandsche stroomen en rivieren zijn in Nederland tot geslachtsnamen geworden; b. v.Van der Hever, Van der LipmetVan der LippeenVan Wezer. DeWeseris bekend genoeg. DeHeveris een stroom in Noord-Friesland (westkust van Sleeswijk), vóór de stad Husum, tusschen het eiland Noordstrand en den vasten wal. En deLippeis een bekende zijdrivier van den Rijn, in Duitschland.—Omdat deRoer(Ruhr) en deAar(Ahr) beiden ook namen van bekende zijdrivieren van den Rijn in Duitschland zijn, zoo wel als namen van nederlandsche rivieren, zoo zoude men de op bl. 243 genoemde geslachtsnamenVan de RoerenVan der Aarook evenzeer kunnen rekenen tot de geslachtsnamen aan de namen van buitenlandsche rivieren ontleend.De maagschapsnaamJordaandoet aan de bekende rivier in Palestina denken. Toch geloof ik niet dat deze naam van dien riviernaam afkomstig is.Mogelikis het dat de oorsprong van dezen naam te zoeken zy in den naam van die byzondere wijk der stad Amsterdam, welke den naam van »de Jordaan” draagt. Maar het komt my aannemeliker voor te stellen dat de geslachtsnaamJordaan, met de patronymika daarvan,JordaansenJordaens, zynen oorsprong dankt aan den oud-nederlandschen mansvóórnaamJorden, die ook in latynschen form alsJordanus, en weer verkort alsJordaanvoorkomt. De geslachtsnamenJordenszenJordenszijn eveneens aan dezen mansnaam ontleend.§93. Een byzonder-friesche form voor deze aan riviernamen ontleende geslachtsnamen ontbreekt ook al niet. Als zoodanig zijn my bekend de geslachtsnamenEemstra, Rynstra(met den onzinnigen formVan Rynstra) enScheenstra, afgeleid van de namen der rivier deEems, van het stroomke deRyn(Lemster-Ryn), dat uit het Tjeukemeer komende, by de Lemmer in de Zuiderzee floeit, en van het rivierkede Scheene, in West-Stellingwerf, alle drie in Friesland. Men zoude den geslachtsnaamDiepstrahier ook toe kunnen rekenen, omdat ”diep”, in de noordelike gewesten een algemeene naam is voor stroomende waters; hetDokkumerdiepb. v., hetDamsterdiep, hetReitdiep, enz. Zoo ookDeelstra. En tevens de geslachtsnamenBoornstraenBoonstra, naar de rivier deBoorn(Boarn, gewoonlik alsBoan, Boonuitgesproken);EestraenIestra, naar de(Dokkumer-) Ee, volgens friesche uitspraakIe(dit woord is de friesche weêrga van het algemeen nederlandscheAofAa—zie bl. 242);FlietstraenVlietstra, naar het woordflietofvliet, in Friesland, als elders, aan eenige wateren eigen;GroustraenGrouwstra, enz. Maar het is eigenaardiger deze geslachtsnamen afkomstig te rekenen van de namen der plaatsen die aan deze stroomen liggen, en die daar mede den zelfden naam dragen. Te weten: van het dorpOldeboorn, in de wandeling enkelBoorn(Boan) genoemd; van het dorpEeofIe, in Dongeradeel; van hetVliet, zoo als eene voorstad heet van Leeuwarden, en eene van Franeker; van het dorpGrou, enz. Zie bl. 206.
§76. Ten slotte mogen hier nog eenige zeer byzondere namen vermeld worden, die tot deze groep behooren. Het zijn de geslachtsnamenRemmerswaal, Aalbertsberg, Blydenstein, Diepenhorst, TetrodeenRodenburg. De dorpenBloemendaalenOverveen, by Haarlem, droegen in de middeleeuen de namenAalbertsbergenTetrode; het stadjeAardenburgin Vlaanderen heette oorspronkelikRodenburg; Diepenhorstis de oude naam van het dorpOuddorpop ’t eiland Goeree; en een klooster van Benedictyner monniken, dat in de middeleeuen na by ’t dorp Runen in Drente lag, maar reeds in de 16deeeu opgeheven werd, droeg den naam vanBlidestat(de blyde stede),ter blider steden, ter blider steên, laterBlidensteenenBlijdenstein. Deze naam ging ook over op het dorp, dat rondom dit klooster ontstond, maar dat thans den naam van Runerwolde draagt.21Deze zes oude plaatsnamen behooren in de middeleeuen t’ huis, en zijn thans nog slechts aan geschiedkundigen bekend. De hedendaagsche geslachten die deze namen dragen, vertoonen juist in die middeleeusche namen, die sedert de 16deeeu en vroeger reeds als plaatsnamen verdwenen zijn, het bewijs van hunne oudheid. NevensRodenburgbestaat ookRoodenburchenRoodenburgals geslachtsnaam, en nevensTetrodenogTetroode, TetterodeenTettero, by verschillende geslachten. Hier uit zoude men wel kunnen afleiden, dat het hedendaagsche dorpOverveenin de middeleeuen geen onaanzienlike plaats moet geweest zijn. VanAardenburgis het bekend dat dit thans zoo stille, kleine stedeke in de middeleeuen eene groote en bloeiende havenplaats was. Over den naamRemmerswaalzie men §88.Nog al byzonder is ook de geslachtsnaamWaterloo, die natuurlik ontleend is aan den naam van het dorpWaterlooin Zuid-Brabant, waar in 1815 de bekende veldslag plaats vond. Later dan 1811 kan de geslachtsnaamWaterloomoeielik ontstaan zijn. Hy dagteekent dus nog uit den tijd vóór den slag, toenWaterloonog, als een klein afgelegen dorpke zeer weinig bekend was. Merkweerdig dat de naam van dit eertijds zoo onbeduidende plaatske juist een geslachtsnaam worden moest!De geslachtsnaamDeurloois ook zeer byzonder. Dit is de naam van het zeegat aan den mond van den Hont of Wester-Schelde in de Noordzee (zie §104).§77. De bewoners van verschillende wyken of buurten in groote steden zijn elkanderen veelal zoo vreemd, als anders de bewoners van twee kleine steden of dorpen onderling zijn. Zoo konden de geslachtsnamenOudschans, KattenburgenBuitenkant, te Amsterdam voorkomende, ontstaan. Zy zijn ontleend aan de namen van drie welbekende oud-amsterdamsche buurten, waar de eerste dragers dier namen zekerlik gewoond hadden, »gewonnen, geboren en getogen” waren, eer zy in andere amsterdamsche wyken kwamen wonen, waar deze namen als toenamen, als »kenmerk van herkomst” hun gegeven werden. De geslachtsnaamVan Cattenburchechter heeft eenen anderen oorsprong, is van eenen anderen plaatsnaam ontleend. In zeer vele nederlandsche steden is er eenePeperstraat; het is gewoonlik de straat waar in de middeleeuen de kooplieden in speceryen, »die crudenieren” hunnen handel dreven en hunne winkels hadden. De maagschapsnamenPeperstraeteenVan Peperstraetezijn ontleend aan dezen straatnaam, zekerlik op de zelfde wyze als boven beschreven is aangaande de namenOudschans, enz. Tot deze zelfde groep van geslachtsnamen behooren verder nogAustraete(brabantsch voor »Oudestraat”;—deze naam is dan ook in Zuid-Brabant inheemsch);Billestraete, Binnekade, Damsteeg, Diepenstraten, Groenestege, HoogewegenHoogewegen, Hoogenstraten, KampsteegenKamsteeg, Mommersteeg, Muntstege, Nieuwesteeg, Kerkbuurt, Vierstraete, Weststrate, Zeestraten, ScheldstrateenSchelstraete, enz. Deze laatste straatnaam komt als maagschapsnaam ook voor in de formenVerschelstraeteenVerscheldstraete, dat is:Van der Scheldestrate,van de Scheldestraat. Hy moet dus oorspronkelik zijn uit de eene of andere plaats aan de rivier de Schelde gelegen. In der daad zijn deze vier geslachtsnamen dan ook eigen aan vlaamsche maagschappen.—De geslachtsnaamVreeburgdoet thans wel denken aan het bekendemarktpleinin de stad Utrecht. Maar deze naam kan evenzeeronmiddellikontleend zijn aan den naam van het oudekasteeldat in den spaanschen tijd verwoest werd, en waaraan ook het hedendaagsche plein zynen naam te danken heeft. Immers daar ter plaatse stond die oude burcht.§78. De grootste groep van nederlandsche geslachtsnamen, of liever die groep welke het grootste aantal namen omvat, is zonder twyfel de groep die uit namen bestaat, welke met het voorvoechselvanzijn samengesteld. In der daad, zulke namen komen uit der mate veelvuldig voor by het nederlandsche volk. Dievan-namen zijn byna zonder uitzondering van aardrijkskundigen oorsprong, en men kan ze onderscheiden in byzondere en algemeene. De byzondere aardrijkskundigevan-namen bestaan uit de namen van landen, gouen, eilanden, steden, dorpen en gehuchten (buitenlandsche natuurlik even zeer als binnenlandsche), allen met het voorvoechselvaner voor; b. v.Van Engeland, Van Wieringen, Van Deventer, Van Keulen. De algemeene aardrijkskundigevan-namen bestaan uit gemeene zelfstandige naamwoorden die eene algemeene aardrijkskundige beteekenis hebben (berg,dijk,heide), maar die als byzondere aardrijkskundige namen dienst doen; eveneens metvaner voor, en zoo wel met als zonder een lidwoord. B. v.Van Dijk, Van Sluis, Van den Berg, Van der Heide.De byzondere talrijkheid dezervan-namen, voor zoo verre zy aan de namen van uitheemsche landen en plaatsen ontleend zijn, strekt ten bewyze van de talrijkheid der vreemdelingen, die zich onder ons hebben neêrgezet. En voor zoo verre zy afkomstig zijn van de namen van inheemsche gouen en plaatsen, kan men daaruitafleiden de veelvuldigheid waar mede de Nederlanders, binnen hunne eigene landpalen, hunne woonplaatsen verwisseld hebben.§79. De maagschapsnamen metvansamengesteld, en aan de namen van vreemde landen ontleend, zijn, uit den aard der zake, het minst talrijk. Zie hier die, welke my bekend zijn:Van Beyeren, Van Boheme, Van BourgondienenVan Bourgonje.22In de zuidelike Nederlanden komen de geslachtsnamenVan IngelandtenVan Inghelantvoor, als tegenhangers van den noord-nederlandschen geslachtsnaamVan Engeland; »Ingelant” toch, of »Inghelandt” is eene oud-nederlandsche spelwyze van ’t woordEngelland, eene spelwyze die overeenstemt met de vlaamsche en friesche volksuitspraak. Twyfelachtig zijn my de geslachtsnamenVan CornewalenCarnewal. Zijn zy ontleend aan den naam van de engelsche gouCornwallis?—Een Franschman,Adriengeheeten, verliet in de laatste helft der zeventiende eeu zyne woonplaats, de stad Rochelle, en vestigde zich in Nederland. Hier noemde hy zichAdrien de Charente, naar het gewestCharente, waar in zyne geboorteplaats Rochelle ligt. Later verdietschte hy dienaangenomenfranschen toenaam totVan Charante, en in dezen form wordt die naam nog heden door zyne nakomelingen als geslachtsnaam gedragen.23Werd op bl. 193 de opmerking gemaakt dat de volksnaamIerniet als geslachtsnaam schijnt voor te komen, hier kan toch op den naamVan Ierlandgewezen worden.Het oostfriesche eilandBorkum, het eerste oostwaarts in de reeks der friesche eilanden die niet tot Nederland behooren, kan ter nauer nood voor eenvreemdeiland gelden. Niet slechts omdat de Borkumers echte Friesen zijn, maar vooral ook omdat zy door zoo vele banden aan de Nederlanden en de nederlandsche koopvaardy- en visschersvloot gehecht zijn.24Immers nog tot voor weinige jarenwas dit wel het geval; in de eerste helft van deze eeu en in vorige eeuen, tydens den bloei van den nederlandschen handel en van de visschery, natuurlik nog veel meer. Aan den naam van dit, in menig opzicht zoo hoochst merkweerdige eiland zijn de geslachtsnamenVan Borkum, Van BurkomenVan Burkumontleend, met het enkeleBorkumen waarschijnlik ook metVan Buurkom. Deze geslachtsnamen komen geenszins zeldzaam voor, en behooren aan verschillende, onderling niet verwante geslachten. Ook al een bewijs voor de talrijkheid der betrekkingen die er steeds tusschen dat eiland en de Nederlanden bestonden. De formVan BurkomenVan Burkumis volgens de friesche uitspraak; naukeuriger nog zou de spelling »Börkum” zijn, gelijk d’Oost-Friesen zelven ook spreken. Zoo luidt de geslachtsnaamVan Gorkumin den mond der oude Leeuwarders ook als »Van Gurkum”; de plaatsnaamWorkumals »Wurkum”, het woordvorkals »furk”, enz.De bovengenoemde geslachtsnamen zijn weinig in getal; maar die welke ontleend zijn aan de namen vannederlandschegouen, landstreken, eilanden, zijn even min talrijk. My zijn, als tot deze afdeeling behoorende, slechts bekend de geslachtsnamenVan Braband, Van Friesland, Van Holland, Van Drenth, (misschien ookVan Kempen),Van Marken, Van Proostdy(zoo heet eene kleine landstreek in de provincie Utrecht, gemeente Abkoude),Van Schouwen, Van Urk, Van Veluwe, Van Vlaanderen, Van Waas, Van WalcherenenVan Walchren, Van WieringenenVan Wieringhen, enVan Zeeland.De geslachtsnaamVan Graefschepedient hier ook vermeld. Dit is eigenlik een algemeene aardrijkskundige naam, wijl niet blijkt welk graafschap bedoeld is. De oude graafschappen Zutfen en Benthem dragen beiden by de in- en omgezetenen den naam van »de Graafschap” als by uitnemendheid. Waarschijnlik is bovengenoemde geslachtsnaam aan eene dezer twee graafschappen ontleend.§80. Geslachtsnamen samengesteld uit de namen van uitheemschestedenendorpen, met het voorvoechselvandaar voor, zijn uit den aard der zake talryker dan die aan de namen van landen en gouen ontleend. Zie hier eenigen van die namen:Van Basel, Van Bremen, Van Costenoble25(het enkelvoudigeCostenoblekomt ook voor), enz.Costenoble,Costenoblen,Constenoblenis de form waarin de naam der stadConstantinopelin oude, middeleeusche vlaamsche oorkonden geschreven staat. De geslachtsnaamVan Costenoblekomt dan ook in Vlaanderen voor, en wel in het hedendaagsche Fransch-Vlaanderen. Oogenschijnlik is deze naam reeds zeer oud. Hy dagteekent wellicht nog uit den tijd der kruistochten, toen vooral ook Vlamingen naar de hoofdstad van het turksche rijk kwamen. Immers ook juist onder de Vlamingen waren, van alle nederlandsche stammen, het eerst geslachtsnamen in gebruik.—De geslachtsnaamVan Bethlehemzal wel uit eenen huisnaam geformd zijn. Want dat hyrechtstreeksaan den naam der bekende plaats in Palestina zoude ontleend zijn, door een voormalig ingezetene dier stede, schijnt my minder aannemelik, ofschoon het mogelik blijft.—Leinsele, een dorp in Fransch-Vlaanderen en waarvan de geslachtsnaamVan Leynseeleontstaan is, kan naueliks als een vreemde plaatsnaam gelden. (zie bl. 218).De geslachtsnaam (Van den Berg)Van Saparoeais ook een zeer byzondere. Hy is, zoo verre ik weet, d’eenigste in Nederland, die ontleend is aan den naam eener plaats in Indië. Ziehier den oorsprong van dezen naam, volgens het tijdschriftDe Navorscher, deel XXX, bl. 322.»Saparoeais een welbekend eiland in den Molukschen archipel en behoort tot de Nederlandsch-indische bezittingen. Daar ter plaatse was in der tijd residentJ. R. van den Berg, die bij een oproer of amokpartij, in Mei 1817, met zijne geheele familie (zijne echtgenootJohanna Christina Umbgroveen drie kinderen), is vermoord, uitgenomen een kindje, het oudste zoontje, toen vijf jaar oud, dat door zijne min is gered, doch niet dan nadat het een krisslag had ontvangen, waardoor het eene oor door midden is gespleten. Later is het door de ijverige pogingen van den kapitein ter zeeQ. M. R. Ver Huell, die zich in de baai vanSaparoeabevond en onderrigt was dat het kind nog leefde, gelukt dat het hem werd uitgeleverd.»Dit geredde kind is sedert naar Nederland overgevoerd, hier te lande opgevoed, thans (1880) een persoon tusschen de 60 en 70 jaren, een der voornaamste inwoners van Velp bij Arnhem, en sedert verscheidene jaren wethouder der gemeente Rheden.»Vroeger teekende de bedoelde persoon zich steedsJ. L. van den berg, doch aangezien er vele familiën van dien naam zijn, en dit vaak tot verwarring aanleiding gaf, vroeg hij voor een drietal jaren verlof, bij zijnen familienaam te mogen voegenvan Saparoea, hetwelk bij koninklijk besluit is toegestaan, en sedert dien tijd voert de familie, waarvan hij thans het waardige hoofd is, den geslachtsnaamvan den Berg van Saparoea.»Omtrent bovenbedoelde moordgeschiedenis teSaparoeakan men nadere bijzonderheden vinden in:Merkwaardige gebeurtenissen uit de Nederlandsche Geschiedenis(te Amsterdam uitgegeven), alwaar in eene noot een verhaal daarvan voorkomt.”§81. Duitschers hebben steeds het grootste gedeelte uitgemaakt van al de vreemdelingen, die in de Nederlanden een nieu vaderland zochten en vonden. En onder dezen waren het natuurlik weêr meest lieden uit de aan Nederland grenzende streken van Duitschland, uit de pruissische Rijnprovincie, uit Westfalen met de graafschap Benthem en het Nederstift van Munster (Arenberg, Meppen), en Oost-Friesland. Dien ten gevolge is het getal geslachtsnamenontleend aan de namen van plaatsen in die gewesten gelegen, dan ook nog al aanzienlik. Zie hier eenigen van die namen, enkel van nederrijnlandsche plaatsen:Van Aken, Van AakenenVan Ake, Van Calcar, Van KleefenVan Cleeff, Van CranenburghmetVan KranenburgenVan Cranenborg26, enz.Niet aleen dat vele Neder-Rijnlanders zich om voordeelswille in de Nederlanden neêrgezet hebben,—velen deden dit ook om redenen van godsdienstigen aard. Immers nadat de kerkherforming aan den duitschen Beneden-Rijn al spoedig grooten opgang gemaakt had, en zeer velen aldaar in de 16deeeu de kerk van Rome verlaten hadden, werden later, in de 17deen ook nog in de 18deeeu, door de wereldlike en geestelike vorsten dier streken, de Protestanten vervolgd en verdreven. Vooral ook de Doopsgezinden of Mennoniten, die geen onaanzienlik deel schynen geformd te hebben van die Herformden, hadden veelvuldige vervolging te dulden. Ofschoon enkele doopsgezinde gemeenten aldaar, onder anderen te Krefeld, Kleef en Emmerik zich nog tot in deze eeu, gedeeltelik nog tot heden toe konden staande houden in naue aansluiting aan de nederlandsche Doopsgezinden, zoo waren toch vele leden dier gemeenten genoodzaakt hun land te verlaten. En waarheen zouden zy gereeder uitwyken dan naar de naburige noordelike Nederlanden, waar de herformde kerk heerschte, en waar men die verdrevenen, die veelal welgestelde, neringdoende en nyvere burgers waren, geerne eene gastvrye ontfangst bereidde! Deze zaak is d’oorzaak dat zoo menig doopsgezind geslacht ons heden ten dage in zynen geslachtsnaam nog zyne afkomst uit Neder-Rijnland vertoont,—dat juist zulke geslachtsnamen aan nederrijnsche plaatsnamen ontleend, veelvuldigonder onze doopsgezinde landgenooten voorkomen. Zie hier eenigen daar van:Van Calcar, Van Gelder, Van Goch, Van Gulik, Van Cleeff, Van Meurs, Van Rees, enz. OokVan Bracht(tegenwoordig nog alsVan Bragtvoorkomende), zoo als de schryver heette van het zoogenoemde »Menniste Martelaarsboek”, dat is:Het bloedigh tooneel der doopsgezinde en wereloose Christenen.Brachtis de naam van een dorp by ’t stadje Kempen.En ook evenzeer als Mennoniten, werden ook Israëliten wel uit nederrijnsche plaatsen verdreven, en zochten in de Nederlanden een vrediger verblijf. Of anderszins, toen handel en nyverheid, dus ook bloei en welvaart in de 17deeeu vooral uit vele nederrijnsche plaatsen weken, ook al ten gevolge van den uittocht der neringdoende Herformden naar de Nederlanden, toen trokken ook de Joden uit, om hier een neringryker oord te vinden. En zoo is het gekomen dat wy zulke namen alsVan KleefenVan Cleef, Van Gelder, Van Goch, Van Creveld, Van Wezel(metEmrik, Kalker, zie §73), enz. by verschillende israëlitische geslachten in Nederland aantreffen. Maar ook buitendien nog schijnt het dat vele ingezetenen der stadjesXanten, Calcar, Gochnaar Nederland gingen wonen. Immers de geslachtsnamenVan Santen, Van Sante, Van Zanten, Van Zante, Van Calcar, Van Kalker, Van Kalkert, Van Kalkeren(ook het enkeleKalker),Van Goch, Van Gogh, Van Gog, enz. in allerlei verschillende spellingen, komen zeer veelvuldig voor. Zy worden in talrijkheid echter nog verre overtroffen door voormalige ingezetenen van het stadjeGelder, wier nakroost met de geslachtsnamenVan Gelder, Van Gelderen, Van Geldre, Van Geldern, Van Geldere, Van Ghelderbuitengewoon talrijk is onder ons. De geslachtsnamenDe Gelder, De Gueldre, De GhelderenDe Gheldere, in de beide laatste formen vooral ook in Vlaanderen voorkomende, houd ik voor verfranschte formen vanVan Gelder, te meer wijl ik reden heb te vermoeden dat het noordnederlandsche geslachtDe Gelderuit Vlaanderen in Holland is komen wonen, terwijl het westvlaamsche geslachtDe Ghelderenog het oude wapen vanGelreals geslachtswapen voert. Maar de friesche geslachtsnamenGelderda, GeldraenGeldersma, evenmin alsGelders, elders in de Nederlanden inheemsch, hebben niets te maken met den plaatsnaamGelderofGelre. Deze namen zijn ontleend aan den oud-germaanschen mansvóórnaamGelder, Gelther.§82. Minder talrijk dan de geslachtsnamen aan plaatsnamen in Neder-Rijnland ontleend, zijn onder ons die maagschapsnamen welke samengesteld zijn uit eenen westfaalschen plaatsnaam en het voorzetselvan. En toch hebben Westfalingen volstrekt niet in kleiner aantal dan Neder-Rijnlanders zich in de Nederlanden neêrgezet. Als slachters en bakkers, als bierhuishouders, vooral ook als handelaars in kleedingstoffen, met hunne talryke knechts, kellners, kantoor- en winkelbedienden en reizigers, zijn de zonen van de »Rothe Erde” rykelik onder ons vertegenwoordigd. Maar deze »Felingen” (zie bl. 191) kwamen meest allen in lateren tijd hier wonen dan de Neder-Rijnlanders. Zy kwamen toch in den regel om den broode, niet om gewetensvryheid. Immers behooren zy grootendeels tot de roomsche kerk. Zy kwamen meest in de vorige en vooral ook in deze tegenwoordige eeu—hunne scharen stroomen ons nog steeds toe; en zy brachten dies hunne geslachtsnamen reeds kant en klaar mede. Zoodat ons volk geene reden had om hen te noemen naar hunne plaatsen van herkomst—ook al ware dit na den jare 1811 nog mogelik geweest.Eene uitzondering maken d’ inwoners van de graafschap Benthem, welke landstreek tot Westfalen gerekend wordt. Dezen zijn hooftsakelik Herformden, en de nederlandsche taal was tot diep in deze eeu hunne kerktaal, ja, is dat by sommige gemeenten, even als in Oost-Friesland, nog heden. Van daar dat er steeds veel betrekking over en weêr tusschen deze landstreek en onze Nederlanden bestond, ’t welk ook al mede aanleiding gaf (met den grooten hollandschen magneet, welvaart en rijkdom, handel en nering) om Bentheimers, in onze noordelikste gewesten als »Graafschappers” bekend, hier heen te doen trekken. Over de oorbeeldig nederlandsche geslachtsnamen dier Bentheimers zal verder in dit werk gehandeld worden; zie §159.Zie hier eenige nederlandsche geslachtsnamen aan westfaalsche plaatsnamen ontleend. De veelvuldig voorkomende naamVanMunstermoet in d’ eerste plaats genoemd worden. En danVan Bekkum(stadje by Munster),Van Byleveld(Bielefeld, zie bl. 211), enz.27En aan bentheimer plaatsnamen ontleend zijn dezen: in d’ eerste plaats de talrijk voorkomende namenVan Bentheim, Van Benthem, Van Bentem, Van Bentum; verderVan Noothoorn(Noordhoorn, Nordhorn, stadje aan onze twentsche grens),Van VeldhuizenmetVan Velthuyse(Velthuizen, Velthusen, thans ookVelthausengenoemd, dorp in die landstreek), enz.28§83. De Oost-Friesen zijn, wat de talrijkheid van hun volk betreft, veel geringer dan de Westfalingen en de Neder-Rijnlanders. Niettemin is het getal der Oost-Friesen, die zich voor en na in de Nederlanden gevestigd hebben, niet geringer dan het getal van onze andere oostelike buren. Vooral ook in onze noordelike gewesten, onder hunne stamgenooten, hebben zich de Oost-Friesen steeds in grooten getale neêrgezet. De omstandigheid dat de Oost-Friesen zich steeds, tot diep in deze eeu, tot de Nederlanders in ’t algemeen, tot hunne volksgenooten bewesten Eems en Lauers in het byzonder voelden aangetrokken, veel meer dan tot Duitschers—dat ook de Oost-Friesen met de Nederlanders in volkstaal, zeden, bronnenvan bestaan, godsdienst, enz. ten nausten verbonden zijn, droeg veel daar toe by. En ook boden de bloeiende nederlandsche gewesten den Oost-Friesen meer uitzicht op welvaart aan dan hun eigen land deed, vooral ook meer dan de duitsche landstreken achter hun gewest gelegen.Uit deze talrijkheid van Oost-Friesen in de Nederlanden, zoude men mogen besluiten dat geslachtsnamen uit oostfriesche plaatsnamen met het voorvoechselvansamengesteld, ook talrijk onder ons zouden moeten voorkomen. Dit is echter het geval niet. Zulke namen zijn er wel, maar geenszins in die mate als men uit het bovenvermelde zoude mogen afleiden. Dat komt omdat de Oost-Friesen de zelfde friesche vóórnamen dragen als de nederlandsche Friesen en als allen die in de Nederlanden van frieschen stam zijn. En omdat de Oost-Friesen van ouds ook juist de zelfde oud-friesche wyze volgden om van hunne vóórnamen patronymika te formen, die dan later tot vaste geslachtsnamen werden, even als dit hier, bewesten Eems, het geval was en is. Zoo hadden dus de nederlandsche Friesen, de Groningerlanders, enz. geene redenen om aan de Oost-Friesen die zich onder hen vestigden, nieue namen, afgeleid van de plaatsen hunner herkomst, te geven. Immers droegen die Oost-Friesen reeds soortgelyke, of ook geheel gelyke, ten deele ook volkomen de zelfde namen, patronymika en andere geslachtsnamen, als de nederlandsche Friesen. Zoo treft men ook thans nog in onze noordoostelike gewesten en in de noordwestelike streken van Duitschland, voor zoo verre er oost en west van de Eems Friesen wonen, of lieden van frieschen stam, geheel de zelfde geslachtsnamen aan. Op deze gelijkheid van geslachtsnamen in Oost-Friesland en in de Nederlanden in ’t algemeen, in het nederlandsche Friesland in het byzonder, zal ik verder in dit werk nog gelegenheid hebben nader te rug te komen. Zie §160.Nederlandsche geslachtsnamen, metvaner voor, aan oostfriesche plaatsnamen ontleend, zijn de volgenden. In de eerste plaats moet hier de geslachtsnaamVan Emdengenoemd worden, die, metVan Embden, Van Emde, Van Embde(en het eenvoudigeEmden, Emde), enz. nog al talrijk en algemeen onder ons voorkomt; ook onder onze israëlitische medeburgers. Emden trouens is ook niet slechts de voornaamste en volkrijkste der oostfrieschesteden, maar de bewoners van die aloude Eemsstad hebben ook steeds de nauste betrekkingen met de Nederlanden onderhouden. VerderVan AurichenVan Aurick, Van Bingum, Van Borssum, enz.29Het schijnt dat vooral ook Israëliten uit Oost-Friesland zich in de Nederlanden hebben gevestigd. Immers treffen wy onder hen, behalvenVan Emden, ook de geslachtsnamenVan Geuns, Van LeerenVanNordenaan.Geunsis de nederlandsche form van den naam van het oostfriesche stedekeGödensofNeustadt-Gödens, welke naam door d’ Oost-Friesen zelven ook alsGöönsofGeunsuitgesproken wordt. Hier behoort de geslachtsnaamVan Goens(oe=ö=eu) ook genoemd worden, die even eens aan dit oostfriesche stadje ontleend is. De bekende Gouverneur-Generaal van Neêrlandsch Indië,Ryklof Van Goenswas dan ook een Oost-Fries, even als zijn ambtsvoorgangerGustaaf Willem Van Imhoff, en, zoo alsArendszeit: »entweder im Gödenschen oder zu Leer geboren.”30En dat het juist eene doopsgezinde en eene israëlitische maagschap is, die beiden den geslachtsnaamVan Geunsdragen, is ook niet zonder beteekenis. Het stadjeGeunstoch was oudtijds eene byzondere stede, waar lieden van allerlei godsdienst en kerk mochten wonen en vryelik hunne geloofsplechtigheden verrichten. Iets wat in andere oostfriesche plaatsen (’t en zy dan Emden) niet, of althans niet in die mate geoorloofd was.§84. Na al deze namen aanbuitenlandscheplaatsnamen ontleend, zijn thans de geslachtsnamen, geformd met het voorzetselvan, uit de namen vannederlandschesteden, dorpen en gehuchten, noord en zuid, aan de beurt om hier besproken te worden. Byzonderheden leveren deze geslachtsnamen weinig op. Ook eischen zy, uit den aard der zake, voor den nederlandschen lezer geenennaderen uitleg. Zulke namen toch alsVan Groningen, Van Vlissingen, Van Gent, Van Leuvenzijn voor iedereen duidelik, en gemakkelik verklaarbaar. Wijl ik in dit werk vanallegroepen en soorten van geslachtsnamen die ik bespreek, voorbeelden heb aangevoerd, wil ik ook hier eenigen van die namen opnoemen, ofschoon het eigenlik onnoodig is, want ieder een kent ze voldoende.Van Dokkum, Van Oosterzee, Van Leens,31enz.§85. Het aantal dezer geslachtsnamen, in de Nederlanden inheemsch, is verbazend groot. Geformd van plaatsnamen uit alle gewesten, treft men ze in al onze provinciën menigvuldig aan. Toch is de verspreiding dezer namen over alle deelen des lands geenszins gelijkmatig. Zeldzaam zijn zy nergens; maar in de noordelike en oostelike gewesten komen ze betrekkelik weinig voor. Hoe zuideliker van Friesland en Groningen en noordelik Noord-Holland men komt, hoe talryker men ze ontmoet. Het grootste deel is te vinden in de middelste streken der Nederlanden, in westelik en zuidelik Gelderland, in het Sticht van Utrecht, zuidelik Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. Het allermeeste in getal treft men deze namen aan in de groote hollandsche steden, daar by te Utrecht, Arnhem, enz; vooral ook te Rotterdam. Nog zuideliker, in Zeeland, de beide Vlaanderen, Antwerpen, Zuid-Brabant, Limburg, treden ze weêr meer op den achtergrond, ofschoon zy in deze gouen toch nog veel talryker zijn dan in Friesland, Groningen, Drente, noordelik Noord-Holland, Overijssel, noordelik en oostelik Gelderland. In ’t algemeen kan men zeggen dat zy onder de frankische bevolking meer voorkomendan onder de friesche en saksische. In de noordelikste zoowel als in de zuidelikste gewesten treden de vadersnamen meer op den voorgrond. In Friesland daarenboven worden zy nog vervangen door sommige geslachtsnamen opauitgaande en die van plaatsnamen geformd zijn. En dáár en in Noord-Holland benoorden ’t Y ook door de plaatsnamen op zich zelven, zonder eenig voor- of achtervoechsel; b. v.Dokkum, Deinum, Wydenes, Medemblik.De plaatsnamen vanallenederlandsche landstreken hebben niet in de zelfde mate bygedragen tot het formen van de geslachtsnamen hier omschreven. Die welke van plaatsnamen uit de noordelike gewesten van ons land geformd zijn, komen niet zoo veelvuldig voor als die welke samengesteld zijn met plaatsnamen uit de middelste gedeelten van Nederland. Velen vooral zijn ontleend aan de talryke noordbrabantsche plaatsnamen. Die in eene onzer groote hollandsche steden woont, neme eens eene uitvoerige landkaart van Noord-Brabant voor zich, en zie eens hoe velen van de plaatsnamen daar op voorkomende, oorsprong gegeven hebben aan geslachtsnamen van personen uit zyne omgeving, of die hy anderszins by name kent.Uit der mate talrijk zijn in de noordelike Nederlanden de geslachtsnamenVan StaverenenVan Hinlopen, metHinlopen, Hinlópen, Hinloope, enz. verspreid. Zoo talrijk dat het getal dergenen die deze geslachtsnamen dragen ongetwyfeld veel grooter is dan het getal der inwoners van die friesche stadjes. De reden hier van ligt voor de hand. Staveren en Hindeloopen zijn in vorige eeuen bloeiende, nering- en volkryke steden geweest. Vooral Staveren, d’ aloude friesche hoofdstad, was in de middeleeuen eene belangryke handelsstad, vol volk en rijkdom. Maar toen de handel zich van daar verplaatste, vooral naar Enkhuizen en Amsterdam, welke steden aan den ondergang van Staveren al mede hunne opkomst te danken hebben, en toen de welvaart uit den frieschen Zuidhoek verliep, toen verlieten ook vele inwoners die plaatsen en vestigden zich elders, waar zy al licht van anderen den toenaam:Van StaverenofVan Hinlopen, enz. kregen, en die toenamen als geslachtsnamen behielden.Zeer talrijk zijn in Holland en elders in de noordelike gewestenook de geslachten die de namenVan SonenVan Zon, Van Os, Van OssenVan Oschvoeren. Zekerlik wonen er daar meer lieden dieVan SonofVan Zonheeten, dan het geheele dorp Son inwoners telt. Wat de reden is dat zoo vele ingezetenen uit die noord-brabantsche plaatsjes hunne geboorteplaats verlaten en zich elders gevestigd hebben, is my niet bekend.De geslachtsnamenVan Belkum, in Friesland voorkomende, enBelkom, zijn ontleend aan den naam van het dorpBerlikumin Friesland, welke naam door de friesche stedelingen als »Belkum” wordt uitgesproken, terwijl hy in de eigenlike friesche taal »Berltsum” (spreek uit:Beltsum) luidt. Maar de geslachtsnaamVan Berlekomis aan den naam van het noord-brabantsche dorpBerlikumontleend.§86. Het is bekend dat vooral in de 16deeeu zeer vele nyvere burgers uit Vlaanderen en andere zuid-nederlandsche gewesten, ten deele om geloofsvervolging te ontgaan, ten deele ook aangelokt door den bloei en de welvaart der noordelike, van het spaansche juk bevryde streken, zich in grooten getale alhier, vooral in het eigenlike Holland, hebben neêrgezet. Vele antwerpsche en brugsche kooplieden trokken naar Amsterdam, vele kunstenaars (schilders) en nyveren (spinners, wevers), naar Haarlem en Leiden. Dien ten gevolge treffen wy nog heden in het Noorden zoo vele geslachtsnamen aan, die afgeleid zijn van plaatsnamen in het Zuiden. B. v.Van Aerschot, Van Beveren, Van Bree.32En de talrijkheiddezer geslachtsnamen staat nog in geen de minste verhouding tot de duizenden van Zuid-Nederlanders die zich in het Noorden hebben neêrgezet, omdat het grootste deel dezer Vlamingen en Brabanders reeds vaste geslachtsnamen had, vóór zy zich hier vestigden. Voor zoo verre het protestantsche, vooral ook doopsgezinde geslachten zijn, die deze geslachtsnamen, aan zuid-nederlandsche plaatsnamen ontleend, voeren, dagteekent het verblijf dezer maagschappen in de noordelike gewesten reeds uit het laatst der 16deen het begin der 17deeeu. Men herinnere zich hier de afsonderlike gemeenten van »Vlaamsche Mennisten,” die tot in het laatst van de vorige eeu in vele noord-nederlandsche steden bestaan bleven. Ook de Vlamingstraat te Haarlem, waarschijnlik ook wel die in andere hollandsche steden (den Haag? Delft? Leiden?), draagt haren naam naar de Vlamingen, die zich aldaar met der woon vestigden. Dat er echter ook reeds vóór de kerkherforming Vlamingen in Holland waren komen wonen, blijkt b. v. uit de »Informacie up den staet van Hollant”, bl. 281, waar wy reeds in 1514 eenen »Jan Van Beveren” vinden als inwoner van het dorp Sassenheim, by Leiden.De maagschapsnaamVan Bergen-Henegouwenis zeer naukeurig van form, en moet geenszins als een dubbelde naam beschoud worden. Immers draagtBergen(Mons), de hoofdstad van deHenegou, dezen toenaam ter onderscheiding van zoo menige andere bekende plaats die eveneensBergenheet; b. v. vanSt. Winox-Bergenin Vlaanderen,Bergen-op-Zoomin Brabant,Bergenin Kennemerland,Bergenin Noorwegen, enz.Geslachtsnamen ontleend aan plaatsnamen uit het fransche gedeelte van Vlaanderen komen ook geenszins zeldzaam in Noord-Nederland voor. Zie hier eenigen:Van Belle, Van Grevelingen, Van Duynkerken,33met het enkeleDuinkerken, enz.§87. Omgekeerd komen er in Zuid-Nederland geslachtsnamenvoor, die ontleend zijn aan plaatsnamen uit de noordelike gewesten. Maar dezen zijn daar toch niet zoo talrijk als hunne tegenhangers in het Noorden zijn, wijl er zich nooit zooveel Noorderlingen in het Zuiden gevestigd hebben, als omgekeerd. De volgende namen, die deze groep formen, zijn my bekend:Van Biervliet, Van Delft, Van Dieren.34De namenVan Tilborghechter,Van BiervlietenVan Yzendijkmogen hier eigenlik niet gelden. Immers de noordbrabantsche stadTilburgen de stadjesBiervlietenYzendijkin Zeeusch-Vlaanderen, behooren slechts in staatkundigen, geenszins in geschiedkundigen en volkenkundigen zin tot Noord-Nederland.§88. Natuurlik zijn er onder de maagschapsnamen, tot deze groep (plaatsnamen metvaner voor) behoorende, ook eenigen waarvan de oorsprong in sommige opzichten duister is, of naderen uitleg noodig heeft. Sommigen dezer namen toch zijn ontleend aan de namen van kleine, weinig bekende plaatskes, gehuchten, enkele huizen, enz. Ook zijn er die verbasterde naamformen vertoonen, waar door de oorspronkelike naam van de plaats, die aan zulken geslachtsnaam oorsprong gaf, haast onkenbaar geworden is. Of eindelik, de plaats zelve, wier naam nog in eenen maagschapsnaam voort leeft, is reeds van den aardbodem verdwenen. Als voorbeelden kunnen in de eerste plaats gelden de geslachtsnamenVan Akendam, Van HouweningemetVan Houweningen, Van MunnikreedemetVan Munnekrede, De RommerswaelemetRemmerswaal, enz. Voor weinige jaren lag nog even benoorden de stad Haarlem, vlak voor de Nieue- of Kennemerpoort aldaar, een gehucht onder het kennemerlandsche dorp Schoten behoorende, en dat den naam vanAkendamdroeg. De geslachtsnaamVan Akendamis er aan ontleend. Thans is,door uitbreiding der stad Haarlem, en door verandering der grensscheiding tusschen de gemeenten Haarlem en Schoten, dat gehucht geheel verdwenen. De haarlemsche straat die den naam van Schoterweg draagt, met het Frans-Hals-plein en de Frans-Hals-straat, nemen volkomen de plaats in van het oudeAkendam.—Houweningenwas de naam van een der zuidhollandsche dorpen, die by den tweeden Sint-Elisabeth’s vloed, ten jare 1421, overstroomd werden, en sedert verdronken gebleven zijn ter plaatse waar thans de Biesbosch is.—Munnikreedewas in de middeleeuen een vlaamsch stedeken, gelegen by Damme tusschen Brugge en Sluis. Het is thans volkomen verdwenen.35—EnRommerswaele, ookRoemerswaalenReymerswael, was eene zeeusche stad aan den noordeliken wal van het eiland Zuid-Beveland gelegen, maar in de 17deeeu langzamerhand geheel verzwolgen door de ongebreidelde stroomen der Ooster-Schelde.—De geslachtsnamen nog heden in wezen, houden de herinnering aan deze oude plaatsen levendig.DeRommerswaele(de naam is eigen aan een zuidnederlandsch geslacht) is een verfranschte form. Zie §165.Van Bakkenes. Deze geslachtsnaam is ontleend aan den naam van het dorpBakenes, dat in de middeleeuen benoorden de stad Haarlem lag, aan het Spaarne, maar dat reeds in d’ eerste helft der 14deeeu tot Haarlem is binnengevest. De oude dorpskerk vanBakenes, nog onder den naam van Bakenesserkerk bekend en in gebruik, staat nog heden ten dage binnen de Spaarnestad, en de Bakenessergracht, d’ oude grensscheiding tusschen dorp en stad, is daar nog aanwezig. Het volk te Haarlem spreekt nog steeds »Bakkenes” in plaats vanBakenes, en deze volksuitspraak beeldt de geslachtsnaam ook af.Eenige geslachtsnamen zijn ook byzonder, omdat zy ontleend zijn aan de namen van middeleeusche sloten of kasteelen, die voor het grootste gedeelte geheel verdwenen zijn, of nog slechts als min of meer belangryke bouvallen bestaan. Zijn de dragers dezer namen in der daad nog afstammelingen van de oude edellieden, die deze sloten of burchten gesticht hebben en bewoond, dan vervalt debyzonderheid. Maar dit komt betrekkelik zelden voor. Meestal zijn het onadellike verwantschappen, die deze oude namen voeren, omdat een hunner voorouders, die eerst dien naam als een toenaam aannam, toevallig op de eene of andere wyze, als hoorige of dienstman of pachter, aan dat oude huis verbonden was, of misschien ook slechts op het grondgebied daar van geboren was. Wy willen slechts een paar van deze geslachtsnamen vermelden;Van BrederodeenVan Teylingen.Indien de hedendaagsche dragers van den naamVan Brederodein der daad afstammelingen zijn der aloude graven van Brederode, gelijk wel beweerd wordt, zoo is deze geslachtsnaam zeker minder byzonder, dan waneer hy enkel ontleend is aan den naamBrederode, alsplaatsnaam, als naam van het stamslot van dat oude geslacht van hollandsche edelingen. Dat kasteel, sedert de 15de eeu in verval, ligt reeds sedert de 16de eeu als een schilderachtige bouval in het schoonste oord van Haarlems heerlike omstreken. Het geslachtVan Brederodeis dan ook te Haarlem gezeten. Het woordBrederodewordt in den haarlemschen tongval alsBreêroôuitgesproken: van daar dat een ander haarlemsch geslacht den naamVan Brerodraagt. Tegenhangers van den naamVan Brederodezijn de geslachtsnamenVan TeylingenenVan Hoogteilingen, die eveneens door burgerlike geslachten in Holland gevoerd worden, en afgeleid zijn van het oud-adellike slotTeylingen, dat sedert eeuen reeds in puin ligt by het dorp Sassenheim tusschen Haarlem en Leiden.§89. Een byzonderegeslachtsnaamis ook nogVan Bredael(het enkelvoudigeBredaelkomt ook voor), die te Antwerpen nog al veelvuldig voorkomt.Bredaelwas in vroegere tyden, hier en daar in de Nederlanden, de volksuitspraak van den naam der stadBreda. Een huis op de Roozegracht te Amsterdam, in de laatste helft der 17deeeu, heette: »Het schip van Breda”; zeker in herinnering aan het turfschip van Breda, waarmede Prins Maurits by verrassing het kasteel van Breda innam. Een feit uit de vaderlandsche geschiedenis, by ons volk zoo wel bekend. De doodgraver van de Westerkerk te Amsterdam, die den naam van dit huis eens in zijn grafboek schryven moest, schreef echter:»’t schip van Bredael” (eigenlik schreef de man, die al zeer slecht ter penne was: »sep van Bredael.”).36Die byzondere uitspraak van dezen brabantschen plaatsnaam was dus oudtijds ook te Amsterdam in zwang.De geslachtsnaamVan Wensveenis ontleend aan den naam van het zuidhollandsche dorpWaddinksveen, welke naam in de volkstaal aldus wordt uitgesproken.Van Beusekom, Van Blarcom, Van Deutekom, afgeleid van de plaatsnamenBeusichem, dorp in Gelderland,Blaricum, dorp in het Gooiland,DeutichemofDoetinchem, stadje in Gelderland, kunnen naueliks voor verbasteringen gelden, omdat de volksmond deze plaatsnamen gemeenlik alzoo uitspreekt. En dit is eveneens het geval met de geslachtsnamenVan Bruyssel, Van BruysselenenVan Bruyssele, Van BeemenVan Tertholen, die ontleend zijn aan de namen van de stadBrussel, van het dorpBedumin Groningerland, en van het stadjeTolenin Zeeland. Deze namen luiden in de wandelingBruessele(by de Zuid-Nederlanders),BeemenTer Tolen. By dezen laatsten naam, even als byTer Goes, Ter Gouen misschien ookTer Mei, in plaats vanGoes, GoudaenAmeide, heeft de volksmond den vollen oorspronkeliken naam behouden. De geslachtsnaamVan ter TholenofVan der Tholenkomt ook in samengetrokkenen form voor, alsVertholen.§90. In vorige tyden, in de 16deen 17deeeu vooral, toen de geleerden hunne namen verlatynschten, heeft men het voorzetselvanby de geslachtsnamen die daar mede waren samengesteld, ook inabofaomgezet, en op die wyze getracht deze namen althans eenigszins een geleerd voorkomen te geven. Overeenkomstig de regelen der latijnsche taal gaf men het voorzetselvandoorabterug, als het daarna volgende woord met eene klinkletter begon (Ab Utrecht), en doorawaar dit niet het geval was (A Brakel). Ook voor eenehzette menab, om dat men deze letter althans als half stom beschoude (Ab Huisen). Men schreef dezeaveelalmet een teekentje, alsà, en doet dit nog wel. Waarom is my niet recht duidelik; goed Latyn is het niet.Onder de nederlandsche geleerden van de 16deen 17deeeu en ook nog onder hunne nakomelingen in de 18deeeu, treft men menigvuldig zulke geslachtsnamen metabenaaan. Zie hier eenigen van die namen, die voor zoo verre my bekend is, thans uitgestorven zijn: †Ab Andringa, †A Besten, †A Biler, †A Bolswert, en (men schreef dieagewoonlik klein) †à Laxten, †à Vullen, †à Mark, †ab Oostbroek, enz. Die oude geleerden sprongen soms nog al wonderlik om met deze geslachtsnamen, die eigenlik en oorspronkelik slechts toenamen voor hen waren, naar de plaatsen hunner geboorte.Johannes Gerhardi à Besten, by voorbeeld, predikant te Dokkum in 1620, en die dezen toenaam waarschijnlik droeg naar zynen vader, die dan in het westfaalsche dorpBeesten, by Osnabrück,37zal geboren zijn, schreef zich ook welà Groninga, wijl hy een Groninger van geboorte was. EnJohannes Fokkes, die te Holwert, een dorp in Friesland, geboren was, verlatynschte en vergriekschte zynen naam, sedert hy hoogleeraar was te Franeker (in het midden der zeventiende eeu), totJohannes Phocylides ab Holwarda. Deze man overdreef de zaak buiten dien ook nog. Had hy zich nog maar eenvoudigab Holwertgenoemd, hy hadde althans niet dwazer gehandeld dan zoo velen zyner tijd- en ambtgenooten. Maar hy maakte van den enkelvoudigen naam zyner geboorteplaats ook nog eenen oud-frieschen genitivus:ab Holwardais Latyn en Oud-Friesch te gelijk—eene zonderlinge verbinding!—en beteekent »van van Holwert!” Dit is eene dubbele dwaasheid.Slechts zeer weinigen van deze namen zijn tot op onze tegenwoordige dagen in het leven gebleven. My zijn slechts de volgenden bekend:A Brakel, (Lycklama) à Nyeholt, A Steringa (Lemke), A Tellinghuis, (Thomassen) à Thuessink (Van der Hoop), enAb Utrecht (Dresselhuys).§91. In Friesland komen eenige geslachtsnamen voor, die waretegenhangers zijn van de namen die uit het voorzetselvanen eenen plaatsnaam zijn samengesteld. Het zijn als ’t ware vertalingen van zulke namen in het Oud-Friesch. In het Oud-Friesch namelik wordt eenig zelfstandig naamwoord door achtervoeging van de letterain den tweeden naamval geplaatst. Zie §44. Zoo ook zet men friesche plaatsnamen door achtervoeging van eeneain den tweeden naamval; maakt dus van den plaatsnaamJellumden geslachtsnaamJelluma, dat »Van Jellum” beteekent. Ofschoon deze oud-friesche taalform, in de volkstaal reeds in de middeleeuen uitstierf, bleef men toch nog lange daar na op deze wyze geslachtsnamen maken. Zie hier een voorbeeld.Wytse Foppeswas, in d’ eerste helft der 18deeeu, een eenvoudig man, woonachtig in het friesche dorp Dongjum, dat by Franeker ligt. Hy had geenen eigenen geslachtsnaam. Immers zijn toenaamFoppeswas anders niet als de naam van zynen vaderFoppe, in den tweeden naamval; dus een patronymikon. Zoo langWytse Foppeste Dongjum woonde, was deze eenvoudige naam hem voldoende. Maar toen hy later zich te Leeuwarden als rekenmeester en instrumentmaker vestigde, had hy eenen afsonderliken geslachtsnaam noodig, ter onderscheiding van anderen, die ook deze algemeene namenWytse Foppesdroegen. Ware onze man een Hollander of andere Nederlander geweest, wis hadde hy zich »Van Dongjum” genoemd. Nu echter, als Fries, bezigde hy, zeer gepast, ook eenen frieschen taalform; hy smeedde zich den geslachtsnaamDongjuma, datVan Dongjumbeteekent.Reeds in §44van dit werk heb ik uitvoeriger over dezen form van friesche geslachtsnamen gesproken; ik kom er ook later op terug. Zie §101.Talrijk zijn deze namen in Friesland juist niet, vooral niet in vergelyking met de geslachtsnamen die uit eenen plaatsnaam met het voorzetselvansamengesteld zijn, en ook met die friesche geslachtsnamen, welke eveneens geformd zijn door achtervoeging van die oud-frieschea, maar dan achter eenen mansvóórnaam. ZieEen en ander over friesche eigennamen, inDe Vrye Fries, dl. XIII.De volgende geslachtsnamen, tot deze byzondere groep behoorende, zijn my bekend:Anjema, Aruma, Baarda, Buruma,38van de namen der dorpenAnjum, Arum, BaardenBurum, alle vier in Friesland tusschen Fli en Lauers, in de hedendaagsche provincie Friesland gelegen. Maar er komen, meest in Groningerland, ook geslachtsnamen voor, die op deze oudfriesche wyze afgeleid zijn van groningerlandsche plaatsnamen; b. v.Beswerda, van het gehuchtBeswertby Esinge;Bieruma, van het dorpBierumin Fivelgo;Enuma, vanEnum, eene buurt tusschen Loppersum en het Zand.39Dit zijn zeker zeer oude geslachtsnamen die nog dagteekenen uit den tijd toen men ook nog in deze landstreek, in ’t oude Friesland tusschen Lauers en Eems, de friesche taal sprak. Dus minstens uit de 16deeeu. Eindelik moet hier nog genoemd worden de geslachtsnaamSmilda, die op oudfriesche wyze geformd is uit den naam van het drentsche dorpde Smilde.§92. By den rijkdom van onzen vaderlandschen bodem aan stroomen en rivieren, enz. is het natuurlik dat er ook vele geslachtsnamen van ons volk ontleend zijn aan de namen van zulke wateren. Deze geslachtsnamen zijn in den regel uit zich zelven duidelik genoeg, en eischen weinig nadere verklaring. Eene eerste plaats onder de namen der kleine rivierkes in Nederland, neemt de naamAofAain. Deze naam die eenvoudigwater,stroomend waterbeteekent, is aan vele rivierkes eigen; b. v. aande Aaby Breda;de Aaby ’s Hertogenbosch;de Aaby Gendringen inGelderland;de Aa, het bovenpand van den Angstel, in de provincie Utrecht;de Almelosche Aain Twente;de Mussel-Aende Pekel-Ain Groningerland, enz. In overeenstemming met het veelvuldig voorkomen van dezen riviernaam A, komt ook de daarvan afgeleide geslachtsnaamVan der Aageenszins zeldzaam voor. Andere geslachtsnamen, aan riviernamen ontleend, zijn nog:Van der Aar; deAaris een stroom die by Alfen uit den Rijn naar de Drecht by Nieuveen vloeit.Van Amstel; deze naam komt in Holland, vooral in Amstelland en Kennemerland algemeen voor.Van Berkel; de Berkelis een rivierke dat te Zutfen in den IJssel valt; maar deze geslachtsnaam kan eveneens aan het zuidhollandsche dorpBerkelontleend zijn.Van der DoesenVerdoes; de Doesis een stroom by Leiden.40De geslachtsnaamVan Overscheldemoge hier ook vermeld worden, al is deze naam nietrechtstreeksaan den riviernaamScheldeontleend. ImmersOverscheldeis de naam van eene landstreekover, aan den anderen kant van deScheldegelegen, even als hetOvermaasscheoverde Maas ligt. Zoo mede de maagschapsnaamOvereem, van het rivierke de Eem by Amersfoort afgeleid.Ook namen van buitenlandsche stroomen en rivieren zijn in Nederland tot geslachtsnamen geworden; b. v.Van der Hever, Van der LipmetVan der LippeenVan Wezer. DeWeseris bekend genoeg. DeHeveris een stroom in Noord-Friesland (westkust van Sleeswijk), vóór de stad Husum, tusschen het eiland Noordstrand en den vasten wal. En deLippeis een bekende zijdrivier van den Rijn, in Duitschland.—Omdat deRoer(Ruhr) en deAar(Ahr) beiden ook namen van bekende zijdrivieren van den Rijn in Duitschland zijn, zoo wel als namen van nederlandsche rivieren, zoo zoude men de op bl. 243 genoemde geslachtsnamenVan de RoerenVan der Aarook evenzeer kunnen rekenen tot de geslachtsnamen aan de namen van buitenlandsche rivieren ontleend.De maagschapsnaamJordaandoet aan de bekende rivier in Palestina denken. Toch geloof ik niet dat deze naam van dien riviernaam afkomstig is.Mogelikis het dat de oorsprong van dezen naam te zoeken zy in den naam van die byzondere wijk der stad Amsterdam, welke den naam van »de Jordaan” draagt. Maar het komt my aannemeliker voor te stellen dat de geslachtsnaamJordaan, met de patronymika daarvan,JordaansenJordaens, zynen oorsprong dankt aan den oud-nederlandschen mansvóórnaamJorden, die ook in latynschen form alsJordanus, en weer verkort alsJordaanvoorkomt. De geslachtsnamenJordenszenJordenszijn eveneens aan dezen mansnaam ontleend.§93. Een byzonder-friesche form voor deze aan riviernamen ontleende geslachtsnamen ontbreekt ook al niet. Als zoodanig zijn my bekend de geslachtsnamenEemstra, Rynstra(met den onzinnigen formVan Rynstra) enScheenstra, afgeleid van de namen der rivier deEems, van het stroomke deRyn(Lemster-Ryn), dat uit het Tjeukemeer komende, by de Lemmer in de Zuiderzee floeit, en van het rivierkede Scheene, in West-Stellingwerf, alle drie in Friesland. Men zoude den geslachtsnaamDiepstrahier ook toe kunnen rekenen, omdat ”diep”, in de noordelike gewesten een algemeene naam is voor stroomende waters; hetDokkumerdiepb. v., hetDamsterdiep, hetReitdiep, enz. Zoo ookDeelstra. En tevens de geslachtsnamenBoornstraenBoonstra, naar de rivier deBoorn(Boarn, gewoonlik alsBoan, Boonuitgesproken);EestraenIestra, naar de(Dokkumer-) Ee, volgens friesche uitspraakIe(dit woord is de friesche weêrga van het algemeen nederlandscheAofAa—zie bl. 242);FlietstraenVlietstra, naar het woordflietofvliet, in Friesland, als elders, aan eenige wateren eigen;GroustraenGrouwstra, enz. Maar het is eigenaardiger deze geslachtsnamen afkomstig te rekenen van de namen der plaatsen die aan deze stroomen liggen, en die daar mede den zelfden naam dragen. Te weten: van het dorpOldeboorn, in de wandeling enkelBoorn(Boan) genoemd; van het dorpEeofIe, in Dongeradeel; van hetVliet, zoo als eene voorstad heet van Leeuwarden, en eene van Franeker; van het dorpGrou, enz. Zie bl. 206.
§76. Ten slotte mogen hier nog eenige zeer byzondere namen vermeld worden, die tot deze groep behooren. Het zijn de geslachtsnamenRemmerswaal, Aalbertsberg, Blydenstein, Diepenhorst, TetrodeenRodenburg. De dorpenBloemendaalenOverveen, by Haarlem, droegen in de middeleeuen de namenAalbertsbergenTetrode; het stadjeAardenburgin Vlaanderen heette oorspronkelikRodenburg; Diepenhorstis de oude naam van het dorpOuddorpop ’t eiland Goeree; en een klooster van Benedictyner monniken, dat in de middeleeuen na by ’t dorp Runen in Drente lag, maar reeds in de 16deeeu opgeheven werd, droeg den naam vanBlidestat(de blyde stede),ter blider steden, ter blider steên, laterBlidensteenenBlijdenstein. Deze naam ging ook over op het dorp, dat rondom dit klooster ontstond, maar dat thans den naam van Runerwolde draagt.21Deze zes oude plaatsnamen behooren in de middeleeuen t’ huis, en zijn thans nog slechts aan geschiedkundigen bekend. De hedendaagsche geslachten die deze namen dragen, vertoonen juist in die middeleeusche namen, die sedert de 16deeeu en vroeger reeds als plaatsnamen verdwenen zijn, het bewijs van hunne oudheid. NevensRodenburgbestaat ookRoodenburchenRoodenburgals geslachtsnaam, en nevensTetrodenogTetroode, TetterodeenTettero, by verschillende geslachten. Hier uit zoude men wel kunnen afleiden, dat het hedendaagsche dorpOverveenin de middeleeuen geen onaanzienlike plaats moet geweest zijn. VanAardenburgis het bekend dat dit thans zoo stille, kleine stedeke in de middeleeuen eene groote en bloeiende havenplaats was. Over den naamRemmerswaalzie men §88.Nog al byzonder is ook de geslachtsnaamWaterloo, die natuurlik ontleend is aan den naam van het dorpWaterlooin Zuid-Brabant, waar in 1815 de bekende veldslag plaats vond. Later dan 1811 kan de geslachtsnaamWaterloomoeielik ontstaan zijn. Hy dagteekent dus nog uit den tijd vóór den slag, toenWaterloonog, als een klein afgelegen dorpke zeer weinig bekend was. Merkweerdig dat de naam van dit eertijds zoo onbeduidende plaatske juist een geslachtsnaam worden moest!De geslachtsnaamDeurloois ook zeer byzonder. Dit is de naam van het zeegat aan den mond van den Hont of Wester-Schelde in de Noordzee (zie §104).§77. De bewoners van verschillende wyken of buurten in groote steden zijn elkanderen veelal zoo vreemd, als anders de bewoners van twee kleine steden of dorpen onderling zijn. Zoo konden de geslachtsnamenOudschans, KattenburgenBuitenkant, te Amsterdam voorkomende, ontstaan. Zy zijn ontleend aan de namen van drie welbekende oud-amsterdamsche buurten, waar de eerste dragers dier namen zekerlik gewoond hadden, »gewonnen, geboren en getogen” waren, eer zy in andere amsterdamsche wyken kwamen wonen, waar deze namen als toenamen, als »kenmerk van herkomst” hun gegeven werden. De geslachtsnaamVan Cattenburchechter heeft eenen anderen oorsprong, is van eenen anderen plaatsnaam ontleend. In zeer vele nederlandsche steden is er eenePeperstraat; het is gewoonlik de straat waar in de middeleeuen de kooplieden in speceryen, »die crudenieren” hunnen handel dreven en hunne winkels hadden. De maagschapsnamenPeperstraeteenVan Peperstraetezijn ontleend aan dezen straatnaam, zekerlik op de zelfde wyze als boven beschreven is aangaande de namenOudschans, enz. Tot deze zelfde groep van geslachtsnamen behooren verder nogAustraete(brabantsch voor »Oudestraat”;—deze naam is dan ook in Zuid-Brabant inheemsch);Billestraete, Binnekade, Damsteeg, Diepenstraten, Groenestege, HoogewegenHoogewegen, Hoogenstraten, KampsteegenKamsteeg, Mommersteeg, Muntstege, Nieuwesteeg, Kerkbuurt, Vierstraete, Weststrate, Zeestraten, ScheldstrateenSchelstraete, enz. Deze laatste straatnaam komt als maagschapsnaam ook voor in de formenVerschelstraeteenVerscheldstraete, dat is:Van der Scheldestrate,van de Scheldestraat. Hy moet dus oorspronkelik zijn uit de eene of andere plaats aan de rivier de Schelde gelegen. In der daad zijn deze vier geslachtsnamen dan ook eigen aan vlaamsche maagschappen.—De geslachtsnaamVreeburgdoet thans wel denken aan het bekendemarktpleinin de stad Utrecht. Maar deze naam kan evenzeeronmiddellikontleend zijn aan den naam van het oudekasteeldat in den spaanschen tijd verwoest werd, en waaraan ook het hedendaagsche plein zynen naam te danken heeft. Immers daar ter plaatse stond die oude burcht.§78. De grootste groep van nederlandsche geslachtsnamen, of liever die groep welke het grootste aantal namen omvat, is zonder twyfel de groep die uit namen bestaat, welke met het voorvoechselvanzijn samengesteld. In der daad, zulke namen komen uit der mate veelvuldig voor by het nederlandsche volk. Dievan-namen zijn byna zonder uitzondering van aardrijkskundigen oorsprong, en men kan ze onderscheiden in byzondere en algemeene. De byzondere aardrijkskundigevan-namen bestaan uit de namen van landen, gouen, eilanden, steden, dorpen en gehuchten (buitenlandsche natuurlik even zeer als binnenlandsche), allen met het voorvoechselvaner voor; b. v.Van Engeland, Van Wieringen, Van Deventer, Van Keulen. De algemeene aardrijkskundigevan-namen bestaan uit gemeene zelfstandige naamwoorden die eene algemeene aardrijkskundige beteekenis hebben (berg,dijk,heide), maar die als byzondere aardrijkskundige namen dienst doen; eveneens metvaner voor, en zoo wel met als zonder een lidwoord. B. v.Van Dijk, Van Sluis, Van den Berg, Van der Heide.De byzondere talrijkheid dezervan-namen, voor zoo verre zy aan de namen van uitheemsche landen en plaatsen ontleend zijn, strekt ten bewyze van de talrijkheid der vreemdelingen, die zich onder ons hebben neêrgezet. En voor zoo verre zy afkomstig zijn van de namen van inheemsche gouen en plaatsen, kan men daaruitafleiden de veelvuldigheid waar mede de Nederlanders, binnen hunne eigene landpalen, hunne woonplaatsen verwisseld hebben.§79. De maagschapsnamen metvansamengesteld, en aan de namen van vreemde landen ontleend, zijn, uit den aard der zake, het minst talrijk. Zie hier die, welke my bekend zijn:Van Beyeren, Van Boheme, Van BourgondienenVan Bourgonje.22In de zuidelike Nederlanden komen de geslachtsnamenVan IngelandtenVan Inghelantvoor, als tegenhangers van den noord-nederlandschen geslachtsnaamVan Engeland; »Ingelant” toch, of »Inghelandt” is eene oud-nederlandsche spelwyze van ’t woordEngelland, eene spelwyze die overeenstemt met de vlaamsche en friesche volksuitspraak. Twyfelachtig zijn my de geslachtsnamenVan CornewalenCarnewal. Zijn zy ontleend aan den naam van de engelsche gouCornwallis?—Een Franschman,Adriengeheeten, verliet in de laatste helft der zeventiende eeu zyne woonplaats, de stad Rochelle, en vestigde zich in Nederland. Hier noemde hy zichAdrien de Charente, naar het gewestCharente, waar in zyne geboorteplaats Rochelle ligt. Later verdietschte hy dienaangenomenfranschen toenaam totVan Charante, en in dezen form wordt die naam nog heden door zyne nakomelingen als geslachtsnaam gedragen.23Werd op bl. 193 de opmerking gemaakt dat de volksnaamIerniet als geslachtsnaam schijnt voor te komen, hier kan toch op den naamVan Ierlandgewezen worden.Het oostfriesche eilandBorkum, het eerste oostwaarts in de reeks der friesche eilanden die niet tot Nederland behooren, kan ter nauer nood voor eenvreemdeiland gelden. Niet slechts omdat de Borkumers echte Friesen zijn, maar vooral ook omdat zy door zoo vele banden aan de Nederlanden en de nederlandsche koopvaardy- en visschersvloot gehecht zijn.24Immers nog tot voor weinige jarenwas dit wel het geval; in de eerste helft van deze eeu en in vorige eeuen, tydens den bloei van den nederlandschen handel en van de visschery, natuurlik nog veel meer. Aan den naam van dit, in menig opzicht zoo hoochst merkweerdige eiland zijn de geslachtsnamenVan Borkum, Van BurkomenVan Burkumontleend, met het enkeleBorkumen waarschijnlik ook metVan Buurkom. Deze geslachtsnamen komen geenszins zeldzaam voor, en behooren aan verschillende, onderling niet verwante geslachten. Ook al een bewijs voor de talrijkheid der betrekkingen die er steeds tusschen dat eiland en de Nederlanden bestonden. De formVan BurkomenVan Burkumis volgens de friesche uitspraak; naukeuriger nog zou de spelling »Börkum” zijn, gelijk d’Oost-Friesen zelven ook spreken. Zoo luidt de geslachtsnaamVan Gorkumin den mond der oude Leeuwarders ook als »Van Gurkum”; de plaatsnaamWorkumals »Wurkum”, het woordvorkals »furk”, enz.De bovengenoemde geslachtsnamen zijn weinig in getal; maar die welke ontleend zijn aan de namen vannederlandschegouen, landstreken, eilanden, zijn even min talrijk. My zijn, als tot deze afdeeling behoorende, slechts bekend de geslachtsnamenVan Braband, Van Friesland, Van Holland, Van Drenth, (misschien ookVan Kempen),Van Marken, Van Proostdy(zoo heet eene kleine landstreek in de provincie Utrecht, gemeente Abkoude),Van Schouwen, Van Urk, Van Veluwe, Van Vlaanderen, Van Waas, Van WalcherenenVan Walchren, Van WieringenenVan Wieringhen, enVan Zeeland.De geslachtsnaamVan Graefschepedient hier ook vermeld. Dit is eigenlik een algemeene aardrijkskundige naam, wijl niet blijkt welk graafschap bedoeld is. De oude graafschappen Zutfen en Benthem dragen beiden by de in- en omgezetenen den naam van »de Graafschap” als by uitnemendheid. Waarschijnlik is bovengenoemde geslachtsnaam aan eene dezer twee graafschappen ontleend.§80. Geslachtsnamen samengesteld uit de namen van uitheemschestedenendorpen, met het voorvoechselvandaar voor, zijn uit den aard der zake talryker dan die aan de namen van landen en gouen ontleend. Zie hier eenigen van die namen:Van Basel, Van Bremen, Van Costenoble25(het enkelvoudigeCostenoblekomt ook voor), enz.Costenoble,Costenoblen,Constenoblenis de form waarin de naam der stadConstantinopelin oude, middeleeusche vlaamsche oorkonden geschreven staat. De geslachtsnaamVan Costenoblekomt dan ook in Vlaanderen voor, en wel in het hedendaagsche Fransch-Vlaanderen. Oogenschijnlik is deze naam reeds zeer oud. Hy dagteekent wellicht nog uit den tijd der kruistochten, toen vooral ook Vlamingen naar de hoofdstad van het turksche rijk kwamen. Immers ook juist onder de Vlamingen waren, van alle nederlandsche stammen, het eerst geslachtsnamen in gebruik.—De geslachtsnaamVan Bethlehemzal wel uit eenen huisnaam geformd zijn. Want dat hyrechtstreeksaan den naam der bekende plaats in Palestina zoude ontleend zijn, door een voormalig ingezetene dier stede, schijnt my minder aannemelik, ofschoon het mogelik blijft.—Leinsele, een dorp in Fransch-Vlaanderen en waarvan de geslachtsnaamVan Leynseeleontstaan is, kan naueliks als een vreemde plaatsnaam gelden. (zie bl. 218).De geslachtsnaam (Van den Berg)Van Saparoeais ook een zeer byzondere. Hy is, zoo verre ik weet, d’eenigste in Nederland, die ontleend is aan den naam eener plaats in Indië. Ziehier den oorsprong van dezen naam, volgens het tijdschriftDe Navorscher, deel XXX, bl. 322.»Saparoeais een welbekend eiland in den Molukschen archipel en behoort tot de Nederlandsch-indische bezittingen. Daar ter plaatse was in der tijd residentJ. R. van den Berg, die bij een oproer of amokpartij, in Mei 1817, met zijne geheele familie (zijne echtgenootJohanna Christina Umbgroveen drie kinderen), is vermoord, uitgenomen een kindje, het oudste zoontje, toen vijf jaar oud, dat door zijne min is gered, doch niet dan nadat het een krisslag had ontvangen, waardoor het eene oor door midden is gespleten. Later is het door de ijverige pogingen van den kapitein ter zeeQ. M. R. Ver Huell, die zich in de baai vanSaparoeabevond en onderrigt was dat het kind nog leefde, gelukt dat het hem werd uitgeleverd.»Dit geredde kind is sedert naar Nederland overgevoerd, hier te lande opgevoed, thans (1880) een persoon tusschen de 60 en 70 jaren, een der voornaamste inwoners van Velp bij Arnhem, en sedert verscheidene jaren wethouder der gemeente Rheden.»Vroeger teekende de bedoelde persoon zich steedsJ. L. van den berg, doch aangezien er vele familiën van dien naam zijn, en dit vaak tot verwarring aanleiding gaf, vroeg hij voor een drietal jaren verlof, bij zijnen familienaam te mogen voegenvan Saparoea, hetwelk bij koninklijk besluit is toegestaan, en sedert dien tijd voert de familie, waarvan hij thans het waardige hoofd is, den geslachtsnaamvan den Berg van Saparoea.»Omtrent bovenbedoelde moordgeschiedenis teSaparoeakan men nadere bijzonderheden vinden in:Merkwaardige gebeurtenissen uit de Nederlandsche Geschiedenis(te Amsterdam uitgegeven), alwaar in eene noot een verhaal daarvan voorkomt.”§81. Duitschers hebben steeds het grootste gedeelte uitgemaakt van al de vreemdelingen, die in de Nederlanden een nieu vaderland zochten en vonden. En onder dezen waren het natuurlik weêr meest lieden uit de aan Nederland grenzende streken van Duitschland, uit de pruissische Rijnprovincie, uit Westfalen met de graafschap Benthem en het Nederstift van Munster (Arenberg, Meppen), en Oost-Friesland. Dien ten gevolge is het getal geslachtsnamenontleend aan de namen van plaatsen in die gewesten gelegen, dan ook nog al aanzienlik. Zie hier eenigen van die namen, enkel van nederrijnlandsche plaatsen:Van Aken, Van AakenenVan Ake, Van Calcar, Van KleefenVan Cleeff, Van CranenburghmetVan KranenburgenVan Cranenborg26, enz.Niet aleen dat vele Neder-Rijnlanders zich om voordeelswille in de Nederlanden neêrgezet hebben,—velen deden dit ook om redenen van godsdienstigen aard. Immers nadat de kerkherforming aan den duitschen Beneden-Rijn al spoedig grooten opgang gemaakt had, en zeer velen aldaar in de 16deeeu de kerk van Rome verlaten hadden, werden later, in de 17deen ook nog in de 18deeeu, door de wereldlike en geestelike vorsten dier streken, de Protestanten vervolgd en verdreven. Vooral ook de Doopsgezinden of Mennoniten, die geen onaanzienlik deel schynen geformd te hebben van die Herformden, hadden veelvuldige vervolging te dulden. Ofschoon enkele doopsgezinde gemeenten aldaar, onder anderen te Krefeld, Kleef en Emmerik zich nog tot in deze eeu, gedeeltelik nog tot heden toe konden staande houden in naue aansluiting aan de nederlandsche Doopsgezinden, zoo waren toch vele leden dier gemeenten genoodzaakt hun land te verlaten. En waarheen zouden zy gereeder uitwyken dan naar de naburige noordelike Nederlanden, waar de herformde kerk heerschte, en waar men die verdrevenen, die veelal welgestelde, neringdoende en nyvere burgers waren, geerne eene gastvrye ontfangst bereidde! Deze zaak is d’oorzaak dat zoo menig doopsgezind geslacht ons heden ten dage in zynen geslachtsnaam nog zyne afkomst uit Neder-Rijnland vertoont,—dat juist zulke geslachtsnamen aan nederrijnsche plaatsnamen ontleend, veelvuldigonder onze doopsgezinde landgenooten voorkomen. Zie hier eenigen daar van:Van Calcar, Van Gelder, Van Goch, Van Gulik, Van Cleeff, Van Meurs, Van Rees, enz. OokVan Bracht(tegenwoordig nog alsVan Bragtvoorkomende), zoo als de schryver heette van het zoogenoemde »Menniste Martelaarsboek”, dat is:Het bloedigh tooneel der doopsgezinde en wereloose Christenen.Brachtis de naam van een dorp by ’t stadje Kempen.En ook evenzeer als Mennoniten, werden ook Israëliten wel uit nederrijnsche plaatsen verdreven, en zochten in de Nederlanden een vrediger verblijf. Of anderszins, toen handel en nyverheid, dus ook bloei en welvaart in de 17deeeu vooral uit vele nederrijnsche plaatsen weken, ook al ten gevolge van den uittocht der neringdoende Herformden naar de Nederlanden, toen trokken ook de Joden uit, om hier een neringryker oord te vinden. En zoo is het gekomen dat wy zulke namen alsVan KleefenVan Cleef, Van Gelder, Van Goch, Van Creveld, Van Wezel(metEmrik, Kalker, zie §73), enz. by verschillende israëlitische geslachten in Nederland aantreffen. Maar ook buitendien nog schijnt het dat vele ingezetenen der stadjesXanten, Calcar, Gochnaar Nederland gingen wonen. Immers de geslachtsnamenVan Santen, Van Sante, Van Zanten, Van Zante, Van Calcar, Van Kalker, Van Kalkert, Van Kalkeren(ook het enkeleKalker),Van Goch, Van Gogh, Van Gog, enz. in allerlei verschillende spellingen, komen zeer veelvuldig voor. Zy worden in talrijkheid echter nog verre overtroffen door voormalige ingezetenen van het stadjeGelder, wier nakroost met de geslachtsnamenVan Gelder, Van Gelderen, Van Geldre, Van Geldern, Van Geldere, Van Ghelderbuitengewoon talrijk is onder ons. De geslachtsnamenDe Gelder, De Gueldre, De GhelderenDe Gheldere, in de beide laatste formen vooral ook in Vlaanderen voorkomende, houd ik voor verfranschte formen vanVan Gelder, te meer wijl ik reden heb te vermoeden dat het noordnederlandsche geslachtDe Gelderuit Vlaanderen in Holland is komen wonen, terwijl het westvlaamsche geslachtDe Ghelderenog het oude wapen vanGelreals geslachtswapen voert. Maar de friesche geslachtsnamenGelderda, GeldraenGeldersma, evenmin alsGelders, elders in de Nederlanden inheemsch, hebben niets te maken met den plaatsnaamGelderofGelre. Deze namen zijn ontleend aan den oud-germaanschen mansvóórnaamGelder, Gelther.§82. Minder talrijk dan de geslachtsnamen aan plaatsnamen in Neder-Rijnland ontleend, zijn onder ons die maagschapsnamen welke samengesteld zijn uit eenen westfaalschen plaatsnaam en het voorzetselvan. En toch hebben Westfalingen volstrekt niet in kleiner aantal dan Neder-Rijnlanders zich in de Nederlanden neêrgezet. Als slachters en bakkers, als bierhuishouders, vooral ook als handelaars in kleedingstoffen, met hunne talryke knechts, kellners, kantoor- en winkelbedienden en reizigers, zijn de zonen van de »Rothe Erde” rykelik onder ons vertegenwoordigd. Maar deze »Felingen” (zie bl. 191) kwamen meest allen in lateren tijd hier wonen dan de Neder-Rijnlanders. Zy kwamen toch in den regel om den broode, niet om gewetensvryheid. Immers behooren zy grootendeels tot de roomsche kerk. Zy kwamen meest in de vorige en vooral ook in deze tegenwoordige eeu—hunne scharen stroomen ons nog steeds toe; en zy brachten dies hunne geslachtsnamen reeds kant en klaar mede. Zoodat ons volk geene reden had om hen te noemen naar hunne plaatsen van herkomst—ook al ware dit na den jare 1811 nog mogelik geweest.Eene uitzondering maken d’ inwoners van de graafschap Benthem, welke landstreek tot Westfalen gerekend wordt. Dezen zijn hooftsakelik Herformden, en de nederlandsche taal was tot diep in deze eeu hunne kerktaal, ja, is dat by sommige gemeenten, even als in Oost-Friesland, nog heden. Van daar dat er steeds veel betrekking over en weêr tusschen deze landstreek en onze Nederlanden bestond, ’t welk ook al mede aanleiding gaf (met den grooten hollandschen magneet, welvaart en rijkdom, handel en nering) om Bentheimers, in onze noordelikste gewesten als »Graafschappers” bekend, hier heen te doen trekken. Over de oorbeeldig nederlandsche geslachtsnamen dier Bentheimers zal verder in dit werk gehandeld worden; zie §159.Zie hier eenige nederlandsche geslachtsnamen aan westfaalsche plaatsnamen ontleend. De veelvuldig voorkomende naamVanMunstermoet in d’ eerste plaats genoemd worden. En danVan Bekkum(stadje by Munster),Van Byleveld(Bielefeld, zie bl. 211), enz.27En aan bentheimer plaatsnamen ontleend zijn dezen: in d’ eerste plaats de talrijk voorkomende namenVan Bentheim, Van Benthem, Van Bentem, Van Bentum; verderVan Noothoorn(Noordhoorn, Nordhorn, stadje aan onze twentsche grens),Van VeldhuizenmetVan Velthuyse(Velthuizen, Velthusen, thans ookVelthausengenoemd, dorp in die landstreek), enz.28§83. De Oost-Friesen zijn, wat de talrijkheid van hun volk betreft, veel geringer dan de Westfalingen en de Neder-Rijnlanders. Niettemin is het getal der Oost-Friesen, die zich voor en na in de Nederlanden gevestigd hebben, niet geringer dan het getal van onze andere oostelike buren. Vooral ook in onze noordelike gewesten, onder hunne stamgenooten, hebben zich de Oost-Friesen steeds in grooten getale neêrgezet. De omstandigheid dat de Oost-Friesen zich steeds, tot diep in deze eeu, tot de Nederlanders in ’t algemeen, tot hunne volksgenooten bewesten Eems en Lauers in het byzonder voelden aangetrokken, veel meer dan tot Duitschers—dat ook de Oost-Friesen met de Nederlanders in volkstaal, zeden, bronnenvan bestaan, godsdienst, enz. ten nausten verbonden zijn, droeg veel daar toe by. En ook boden de bloeiende nederlandsche gewesten den Oost-Friesen meer uitzicht op welvaart aan dan hun eigen land deed, vooral ook meer dan de duitsche landstreken achter hun gewest gelegen.Uit deze talrijkheid van Oost-Friesen in de Nederlanden, zoude men mogen besluiten dat geslachtsnamen uit oostfriesche plaatsnamen met het voorvoechselvansamengesteld, ook talrijk onder ons zouden moeten voorkomen. Dit is echter het geval niet. Zulke namen zijn er wel, maar geenszins in die mate als men uit het bovenvermelde zoude mogen afleiden. Dat komt omdat de Oost-Friesen de zelfde friesche vóórnamen dragen als de nederlandsche Friesen en als allen die in de Nederlanden van frieschen stam zijn. En omdat de Oost-Friesen van ouds ook juist de zelfde oud-friesche wyze volgden om van hunne vóórnamen patronymika te formen, die dan later tot vaste geslachtsnamen werden, even als dit hier, bewesten Eems, het geval was en is. Zoo hadden dus de nederlandsche Friesen, de Groningerlanders, enz. geene redenen om aan de Oost-Friesen die zich onder hen vestigden, nieue namen, afgeleid van de plaatsen hunner herkomst, te geven. Immers droegen die Oost-Friesen reeds soortgelyke, of ook geheel gelyke, ten deele ook volkomen de zelfde namen, patronymika en andere geslachtsnamen, als de nederlandsche Friesen. Zoo treft men ook thans nog in onze noordoostelike gewesten en in de noordwestelike streken van Duitschland, voor zoo verre er oost en west van de Eems Friesen wonen, of lieden van frieschen stam, geheel de zelfde geslachtsnamen aan. Op deze gelijkheid van geslachtsnamen in Oost-Friesland en in de Nederlanden in ’t algemeen, in het nederlandsche Friesland in het byzonder, zal ik verder in dit werk nog gelegenheid hebben nader te rug te komen. Zie §160.Nederlandsche geslachtsnamen, metvaner voor, aan oostfriesche plaatsnamen ontleend, zijn de volgenden. In de eerste plaats moet hier de geslachtsnaamVan Emdengenoemd worden, die, metVan Embden, Van Emde, Van Embde(en het eenvoudigeEmden, Emde), enz. nog al talrijk en algemeen onder ons voorkomt; ook onder onze israëlitische medeburgers. Emden trouens is ook niet slechts de voornaamste en volkrijkste der oostfrieschesteden, maar de bewoners van die aloude Eemsstad hebben ook steeds de nauste betrekkingen met de Nederlanden onderhouden. VerderVan AurichenVan Aurick, Van Bingum, Van Borssum, enz.29Het schijnt dat vooral ook Israëliten uit Oost-Friesland zich in de Nederlanden hebben gevestigd. Immers treffen wy onder hen, behalvenVan Emden, ook de geslachtsnamenVan Geuns, Van LeerenVanNordenaan.Geunsis de nederlandsche form van den naam van het oostfriesche stedekeGödensofNeustadt-Gödens, welke naam door d’ Oost-Friesen zelven ook alsGöönsofGeunsuitgesproken wordt. Hier behoort de geslachtsnaamVan Goens(oe=ö=eu) ook genoemd worden, die even eens aan dit oostfriesche stadje ontleend is. De bekende Gouverneur-Generaal van Neêrlandsch Indië,Ryklof Van Goenswas dan ook een Oost-Fries, even als zijn ambtsvoorgangerGustaaf Willem Van Imhoff, en, zoo alsArendszeit: »entweder im Gödenschen oder zu Leer geboren.”30En dat het juist eene doopsgezinde en eene israëlitische maagschap is, die beiden den geslachtsnaamVan Geunsdragen, is ook niet zonder beteekenis. Het stadjeGeunstoch was oudtijds eene byzondere stede, waar lieden van allerlei godsdienst en kerk mochten wonen en vryelik hunne geloofsplechtigheden verrichten. Iets wat in andere oostfriesche plaatsen (’t en zy dan Emden) niet, of althans niet in die mate geoorloofd was.§84. Na al deze namen aanbuitenlandscheplaatsnamen ontleend, zijn thans de geslachtsnamen, geformd met het voorzetselvan, uit de namen vannederlandschesteden, dorpen en gehuchten, noord en zuid, aan de beurt om hier besproken te worden. Byzonderheden leveren deze geslachtsnamen weinig op. Ook eischen zy, uit den aard der zake, voor den nederlandschen lezer geenennaderen uitleg. Zulke namen toch alsVan Groningen, Van Vlissingen, Van Gent, Van Leuvenzijn voor iedereen duidelik, en gemakkelik verklaarbaar. Wijl ik in dit werk vanallegroepen en soorten van geslachtsnamen die ik bespreek, voorbeelden heb aangevoerd, wil ik ook hier eenigen van die namen opnoemen, ofschoon het eigenlik onnoodig is, want ieder een kent ze voldoende.Van Dokkum, Van Oosterzee, Van Leens,31enz.§85. Het aantal dezer geslachtsnamen, in de Nederlanden inheemsch, is verbazend groot. Geformd van plaatsnamen uit alle gewesten, treft men ze in al onze provinciën menigvuldig aan. Toch is de verspreiding dezer namen over alle deelen des lands geenszins gelijkmatig. Zeldzaam zijn zy nergens; maar in de noordelike en oostelike gewesten komen ze betrekkelik weinig voor. Hoe zuideliker van Friesland en Groningen en noordelik Noord-Holland men komt, hoe talryker men ze ontmoet. Het grootste deel is te vinden in de middelste streken der Nederlanden, in westelik en zuidelik Gelderland, in het Sticht van Utrecht, zuidelik Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. Het allermeeste in getal treft men deze namen aan in de groote hollandsche steden, daar by te Utrecht, Arnhem, enz; vooral ook te Rotterdam. Nog zuideliker, in Zeeland, de beide Vlaanderen, Antwerpen, Zuid-Brabant, Limburg, treden ze weêr meer op den achtergrond, ofschoon zy in deze gouen toch nog veel talryker zijn dan in Friesland, Groningen, Drente, noordelik Noord-Holland, Overijssel, noordelik en oostelik Gelderland. In ’t algemeen kan men zeggen dat zy onder de frankische bevolking meer voorkomendan onder de friesche en saksische. In de noordelikste zoowel als in de zuidelikste gewesten treden de vadersnamen meer op den voorgrond. In Friesland daarenboven worden zy nog vervangen door sommige geslachtsnamen opauitgaande en die van plaatsnamen geformd zijn. En dáár en in Noord-Holland benoorden ’t Y ook door de plaatsnamen op zich zelven, zonder eenig voor- of achtervoechsel; b. v.Dokkum, Deinum, Wydenes, Medemblik.De plaatsnamen vanallenederlandsche landstreken hebben niet in de zelfde mate bygedragen tot het formen van de geslachtsnamen hier omschreven. Die welke van plaatsnamen uit de noordelike gewesten van ons land geformd zijn, komen niet zoo veelvuldig voor als die welke samengesteld zijn met plaatsnamen uit de middelste gedeelten van Nederland. Velen vooral zijn ontleend aan de talryke noordbrabantsche plaatsnamen. Die in eene onzer groote hollandsche steden woont, neme eens eene uitvoerige landkaart van Noord-Brabant voor zich, en zie eens hoe velen van de plaatsnamen daar op voorkomende, oorsprong gegeven hebben aan geslachtsnamen van personen uit zyne omgeving, of die hy anderszins by name kent.Uit der mate talrijk zijn in de noordelike Nederlanden de geslachtsnamenVan StaverenenVan Hinlopen, metHinlopen, Hinlópen, Hinloope, enz. verspreid. Zoo talrijk dat het getal dergenen die deze geslachtsnamen dragen ongetwyfeld veel grooter is dan het getal der inwoners van die friesche stadjes. De reden hier van ligt voor de hand. Staveren en Hindeloopen zijn in vorige eeuen bloeiende, nering- en volkryke steden geweest. Vooral Staveren, d’ aloude friesche hoofdstad, was in de middeleeuen eene belangryke handelsstad, vol volk en rijkdom. Maar toen de handel zich van daar verplaatste, vooral naar Enkhuizen en Amsterdam, welke steden aan den ondergang van Staveren al mede hunne opkomst te danken hebben, en toen de welvaart uit den frieschen Zuidhoek verliep, toen verlieten ook vele inwoners die plaatsen en vestigden zich elders, waar zy al licht van anderen den toenaam:Van StaverenofVan Hinlopen, enz. kregen, en die toenamen als geslachtsnamen behielden.Zeer talrijk zijn in Holland en elders in de noordelike gewestenook de geslachten die de namenVan SonenVan Zon, Van Os, Van OssenVan Oschvoeren. Zekerlik wonen er daar meer lieden dieVan SonofVan Zonheeten, dan het geheele dorp Son inwoners telt. Wat de reden is dat zoo vele ingezetenen uit die noord-brabantsche plaatsjes hunne geboorteplaats verlaten en zich elders gevestigd hebben, is my niet bekend.De geslachtsnamenVan Belkum, in Friesland voorkomende, enBelkom, zijn ontleend aan den naam van het dorpBerlikumin Friesland, welke naam door de friesche stedelingen als »Belkum” wordt uitgesproken, terwijl hy in de eigenlike friesche taal »Berltsum” (spreek uit:Beltsum) luidt. Maar de geslachtsnaamVan Berlekomis aan den naam van het noord-brabantsche dorpBerlikumontleend.§86. Het is bekend dat vooral in de 16deeeu zeer vele nyvere burgers uit Vlaanderen en andere zuid-nederlandsche gewesten, ten deele om geloofsvervolging te ontgaan, ten deele ook aangelokt door den bloei en de welvaart der noordelike, van het spaansche juk bevryde streken, zich in grooten getale alhier, vooral in het eigenlike Holland, hebben neêrgezet. Vele antwerpsche en brugsche kooplieden trokken naar Amsterdam, vele kunstenaars (schilders) en nyveren (spinners, wevers), naar Haarlem en Leiden. Dien ten gevolge treffen wy nog heden in het Noorden zoo vele geslachtsnamen aan, die afgeleid zijn van plaatsnamen in het Zuiden. B. v.Van Aerschot, Van Beveren, Van Bree.32En de talrijkheiddezer geslachtsnamen staat nog in geen de minste verhouding tot de duizenden van Zuid-Nederlanders die zich in het Noorden hebben neêrgezet, omdat het grootste deel dezer Vlamingen en Brabanders reeds vaste geslachtsnamen had, vóór zy zich hier vestigden. Voor zoo verre het protestantsche, vooral ook doopsgezinde geslachten zijn, die deze geslachtsnamen, aan zuid-nederlandsche plaatsnamen ontleend, voeren, dagteekent het verblijf dezer maagschappen in de noordelike gewesten reeds uit het laatst der 16deen het begin der 17deeeu. Men herinnere zich hier de afsonderlike gemeenten van »Vlaamsche Mennisten,” die tot in het laatst van de vorige eeu in vele noord-nederlandsche steden bestaan bleven. Ook de Vlamingstraat te Haarlem, waarschijnlik ook wel die in andere hollandsche steden (den Haag? Delft? Leiden?), draagt haren naam naar de Vlamingen, die zich aldaar met der woon vestigden. Dat er echter ook reeds vóór de kerkherforming Vlamingen in Holland waren komen wonen, blijkt b. v. uit de »Informacie up den staet van Hollant”, bl. 281, waar wy reeds in 1514 eenen »Jan Van Beveren” vinden als inwoner van het dorp Sassenheim, by Leiden.De maagschapsnaamVan Bergen-Henegouwenis zeer naukeurig van form, en moet geenszins als een dubbelde naam beschoud worden. Immers draagtBergen(Mons), de hoofdstad van deHenegou, dezen toenaam ter onderscheiding van zoo menige andere bekende plaats die eveneensBergenheet; b. v. vanSt. Winox-Bergenin Vlaanderen,Bergen-op-Zoomin Brabant,Bergenin Kennemerland,Bergenin Noorwegen, enz.Geslachtsnamen ontleend aan plaatsnamen uit het fransche gedeelte van Vlaanderen komen ook geenszins zeldzaam in Noord-Nederland voor. Zie hier eenigen:Van Belle, Van Grevelingen, Van Duynkerken,33met het enkeleDuinkerken, enz.§87. Omgekeerd komen er in Zuid-Nederland geslachtsnamenvoor, die ontleend zijn aan plaatsnamen uit de noordelike gewesten. Maar dezen zijn daar toch niet zoo talrijk als hunne tegenhangers in het Noorden zijn, wijl er zich nooit zooveel Noorderlingen in het Zuiden gevestigd hebben, als omgekeerd. De volgende namen, die deze groep formen, zijn my bekend:Van Biervliet, Van Delft, Van Dieren.34De namenVan Tilborghechter,Van BiervlietenVan Yzendijkmogen hier eigenlik niet gelden. Immers de noordbrabantsche stadTilburgen de stadjesBiervlietenYzendijkin Zeeusch-Vlaanderen, behooren slechts in staatkundigen, geenszins in geschiedkundigen en volkenkundigen zin tot Noord-Nederland.§88. Natuurlik zijn er onder de maagschapsnamen, tot deze groep (plaatsnamen metvaner voor) behoorende, ook eenigen waarvan de oorsprong in sommige opzichten duister is, of naderen uitleg noodig heeft. Sommigen dezer namen toch zijn ontleend aan de namen van kleine, weinig bekende plaatskes, gehuchten, enkele huizen, enz. Ook zijn er die verbasterde naamformen vertoonen, waar door de oorspronkelike naam van de plaats, die aan zulken geslachtsnaam oorsprong gaf, haast onkenbaar geworden is. Of eindelik, de plaats zelve, wier naam nog in eenen maagschapsnaam voort leeft, is reeds van den aardbodem verdwenen. Als voorbeelden kunnen in de eerste plaats gelden de geslachtsnamenVan Akendam, Van HouweningemetVan Houweningen, Van MunnikreedemetVan Munnekrede, De RommerswaelemetRemmerswaal, enz. Voor weinige jaren lag nog even benoorden de stad Haarlem, vlak voor de Nieue- of Kennemerpoort aldaar, een gehucht onder het kennemerlandsche dorp Schoten behoorende, en dat den naam vanAkendamdroeg. De geslachtsnaamVan Akendamis er aan ontleend. Thans is,door uitbreiding der stad Haarlem, en door verandering der grensscheiding tusschen de gemeenten Haarlem en Schoten, dat gehucht geheel verdwenen. De haarlemsche straat die den naam van Schoterweg draagt, met het Frans-Hals-plein en de Frans-Hals-straat, nemen volkomen de plaats in van het oudeAkendam.—Houweningenwas de naam van een der zuidhollandsche dorpen, die by den tweeden Sint-Elisabeth’s vloed, ten jare 1421, overstroomd werden, en sedert verdronken gebleven zijn ter plaatse waar thans de Biesbosch is.—Munnikreedewas in de middeleeuen een vlaamsch stedeken, gelegen by Damme tusschen Brugge en Sluis. Het is thans volkomen verdwenen.35—EnRommerswaele, ookRoemerswaalenReymerswael, was eene zeeusche stad aan den noordeliken wal van het eiland Zuid-Beveland gelegen, maar in de 17deeeu langzamerhand geheel verzwolgen door de ongebreidelde stroomen der Ooster-Schelde.—De geslachtsnamen nog heden in wezen, houden de herinnering aan deze oude plaatsen levendig.DeRommerswaele(de naam is eigen aan een zuidnederlandsch geslacht) is een verfranschte form. Zie §165.Van Bakkenes. Deze geslachtsnaam is ontleend aan den naam van het dorpBakenes, dat in de middeleeuen benoorden de stad Haarlem lag, aan het Spaarne, maar dat reeds in d’ eerste helft der 14deeeu tot Haarlem is binnengevest. De oude dorpskerk vanBakenes, nog onder den naam van Bakenesserkerk bekend en in gebruik, staat nog heden ten dage binnen de Spaarnestad, en de Bakenessergracht, d’ oude grensscheiding tusschen dorp en stad, is daar nog aanwezig. Het volk te Haarlem spreekt nog steeds »Bakkenes” in plaats vanBakenes, en deze volksuitspraak beeldt de geslachtsnaam ook af.Eenige geslachtsnamen zijn ook byzonder, omdat zy ontleend zijn aan de namen van middeleeusche sloten of kasteelen, die voor het grootste gedeelte geheel verdwenen zijn, of nog slechts als min of meer belangryke bouvallen bestaan. Zijn de dragers dezer namen in der daad nog afstammelingen van de oude edellieden, die deze sloten of burchten gesticht hebben en bewoond, dan vervalt debyzonderheid. Maar dit komt betrekkelik zelden voor. Meestal zijn het onadellike verwantschappen, die deze oude namen voeren, omdat een hunner voorouders, die eerst dien naam als een toenaam aannam, toevallig op de eene of andere wyze, als hoorige of dienstman of pachter, aan dat oude huis verbonden was, of misschien ook slechts op het grondgebied daar van geboren was. Wy willen slechts een paar van deze geslachtsnamen vermelden;Van BrederodeenVan Teylingen.Indien de hedendaagsche dragers van den naamVan Brederodein der daad afstammelingen zijn der aloude graven van Brederode, gelijk wel beweerd wordt, zoo is deze geslachtsnaam zeker minder byzonder, dan waneer hy enkel ontleend is aan den naamBrederode, alsplaatsnaam, als naam van het stamslot van dat oude geslacht van hollandsche edelingen. Dat kasteel, sedert de 15de eeu in verval, ligt reeds sedert de 16de eeu als een schilderachtige bouval in het schoonste oord van Haarlems heerlike omstreken. Het geslachtVan Brederodeis dan ook te Haarlem gezeten. Het woordBrederodewordt in den haarlemschen tongval alsBreêroôuitgesproken: van daar dat een ander haarlemsch geslacht den naamVan Brerodraagt. Tegenhangers van den naamVan Brederodezijn de geslachtsnamenVan TeylingenenVan Hoogteilingen, die eveneens door burgerlike geslachten in Holland gevoerd worden, en afgeleid zijn van het oud-adellike slotTeylingen, dat sedert eeuen reeds in puin ligt by het dorp Sassenheim tusschen Haarlem en Leiden.§89. Een byzonderegeslachtsnaamis ook nogVan Bredael(het enkelvoudigeBredaelkomt ook voor), die te Antwerpen nog al veelvuldig voorkomt.Bredaelwas in vroegere tyden, hier en daar in de Nederlanden, de volksuitspraak van den naam der stadBreda. Een huis op de Roozegracht te Amsterdam, in de laatste helft der 17deeeu, heette: »Het schip van Breda”; zeker in herinnering aan het turfschip van Breda, waarmede Prins Maurits by verrassing het kasteel van Breda innam. Een feit uit de vaderlandsche geschiedenis, by ons volk zoo wel bekend. De doodgraver van de Westerkerk te Amsterdam, die den naam van dit huis eens in zijn grafboek schryven moest, schreef echter:»’t schip van Bredael” (eigenlik schreef de man, die al zeer slecht ter penne was: »sep van Bredael.”).36Die byzondere uitspraak van dezen brabantschen plaatsnaam was dus oudtijds ook te Amsterdam in zwang.De geslachtsnaamVan Wensveenis ontleend aan den naam van het zuidhollandsche dorpWaddinksveen, welke naam in de volkstaal aldus wordt uitgesproken.Van Beusekom, Van Blarcom, Van Deutekom, afgeleid van de plaatsnamenBeusichem, dorp in Gelderland,Blaricum, dorp in het Gooiland,DeutichemofDoetinchem, stadje in Gelderland, kunnen naueliks voor verbasteringen gelden, omdat de volksmond deze plaatsnamen gemeenlik alzoo uitspreekt. En dit is eveneens het geval met de geslachtsnamenVan Bruyssel, Van BruysselenenVan Bruyssele, Van BeemenVan Tertholen, die ontleend zijn aan de namen van de stadBrussel, van het dorpBedumin Groningerland, en van het stadjeTolenin Zeeland. Deze namen luiden in de wandelingBruessele(by de Zuid-Nederlanders),BeemenTer Tolen. By dezen laatsten naam, even als byTer Goes, Ter Gouen misschien ookTer Mei, in plaats vanGoes, GoudaenAmeide, heeft de volksmond den vollen oorspronkeliken naam behouden. De geslachtsnaamVan ter TholenofVan der Tholenkomt ook in samengetrokkenen form voor, alsVertholen.§90. In vorige tyden, in de 16deen 17deeeu vooral, toen de geleerden hunne namen verlatynschten, heeft men het voorzetselvanby de geslachtsnamen die daar mede waren samengesteld, ook inabofaomgezet, en op die wyze getracht deze namen althans eenigszins een geleerd voorkomen te geven. Overeenkomstig de regelen der latijnsche taal gaf men het voorzetselvandoorabterug, als het daarna volgende woord met eene klinkletter begon (Ab Utrecht), en doorawaar dit niet het geval was (A Brakel). Ook voor eenehzette menab, om dat men deze letter althans als half stom beschoude (Ab Huisen). Men schreef dezeaveelalmet een teekentje, alsà, en doet dit nog wel. Waarom is my niet recht duidelik; goed Latyn is het niet.Onder de nederlandsche geleerden van de 16deen 17deeeu en ook nog onder hunne nakomelingen in de 18deeeu, treft men menigvuldig zulke geslachtsnamen metabenaaan. Zie hier eenigen van die namen, die voor zoo verre my bekend is, thans uitgestorven zijn: †Ab Andringa, †A Besten, †A Biler, †A Bolswert, en (men schreef dieagewoonlik klein) †à Laxten, †à Vullen, †à Mark, †ab Oostbroek, enz. Die oude geleerden sprongen soms nog al wonderlik om met deze geslachtsnamen, die eigenlik en oorspronkelik slechts toenamen voor hen waren, naar de plaatsen hunner geboorte.Johannes Gerhardi à Besten, by voorbeeld, predikant te Dokkum in 1620, en die dezen toenaam waarschijnlik droeg naar zynen vader, die dan in het westfaalsche dorpBeesten, by Osnabrück,37zal geboren zijn, schreef zich ook welà Groninga, wijl hy een Groninger van geboorte was. EnJohannes Fokkes, die te Holwert, een dorp in Friesland, geboren was, verlatynschte en vergriekschte zynen naam, sedert hy hoogleeraar was te Franeker (in het midden der zeventiende eeu), totJohannes Phocylides ab Holwarda. Deze man overdreef de zaak buiten dien ook nog. Had hy zich nog maar eenvoudigab Holwertgenoemd, hy hadde althans niet dwazer gehandeld dan zoo velen zyner tijd- en ambtgenooten. Maar hy maakte van den enkelvoudigen naam zyner geboorteplaats ook nog eenen oud-frieschen genitivus:ab Holwardais Latyn en Oud-Friesch te gelijk—eene zonderlinge verbinding!—en beteekent »van van Holwert!” Dit is eene dubbele dwaasheid.Slechts zeer weinigen van deze namen zijn tot op onze tegenwoordige dagen in het leven gebleven. My zijn slechts de volgenden bekend:A Brakel, (Lycklama) à Nyeholt, A Steringa (Lemke), A Tellinghuis, (Thomassen) à Thuessink (Van der Hoop), enAb Utrecht (Dresselhuys).§91. In Friesland komen eenige geslachtsnamen voor, die waretegenhangers zijn van de namen die uit het voorzetselvanen eenen plaatsnaam zijn samengesteld. Het zijn als ’t ware vertalingen van zulke namen in het Oud-Friesch. In het Oud-Friesch namelik wordt eenig zelfstandig naamwoord door achtervoeging van de letterain den tweeden naamval geplaatst. Zie §44. Zoo ook zet men friesche plaatsnamen door achtervoeging van eeneain den tweeden naamval; maakt dus van den plaatsnaamJellumden geslachtsnaamJelluma, dat »Van Jellum” beteekent. Ofschoon deze oud-friesche taalform, in de volkstaal reeds in de middeleeuen uitstierf, bleef men toch nog lange daar na op deze wyze geslachtsnamen maken. Zie hier een voorbeeld.Wytse Foppeswas, in d’ eerste helft der 18deeeu, een eenvoudig man, woonachtig in het friesche dorp Dongjum, dat by Franeker ligt. Hy had geenen eigenen geslachtsnaam. Immers zijn toenaamFoppeswas anders niet als de naam van zynen vaderFoppe, in den tweeden naamval; dus een patronymikon. Zoo langWytse Foppeste Dongjum woonde, was deze eenvoudige naam hem voldoende. Maar toen hy later zich te Leeuwarden als rekenmeester en instrumentmaker vestigde, had hy eenen afsonderliken geslachtsnaam noodig, ter onderscheiding van anderen, die ook deze algemeene namenWytse Foppesdroegen. Ware onze man een Hollander of andere Nederlander geweest, wis hadde hy zich »Van Dongjum” genoemd. Nu echter, als Fries, bezigde hy, zeer gepast, ook eenen frieschen taalform; hy smeedde zich den geslachtsnaamDongjuma, datVan Dongjumbeteekent.Reeds in §44van dit werk heb ik uitvoeriger over dezen form van friesche geslachtsnamen gesproken; ik kom er ook later op terug. Zie §101.Talrijk zijn deze namen in Friesland juist niet, vooral niet in vergelyking met de geslachtsnamen die uit eenen plaatsnaam met het voorzetselvansamengesteld zijn, en ook met die friesche geslachtsnamen, welke eveneens geformd zijn door achtervoeging van die oud-frieschea, maar dan achter eenen mansvóórnaam. ZieEen en ander over friesche eigennamen, inDe Vrye Fries, dl. XIII.De volgende geslachtsnamen, tot deze byzondere groep behoorende, zijn my bekend:Anjema, Aruma, Baarda, Buruma,38van de namen der dorpenAnjum, Arum, BaardenBurum, alle vier in Friesland tusschen Fli en Lauers, in de hedendaagsche provincie Friesland gelegen. Maar er komen, meest in Groningerland, ook geslachtsnamen voor, die op deze oudfriesche wyze afgeleid zijn van groningerlandsche plaatsnamen; b. v.Beswerda, van het gehuchtBeswertby Esinge;Bieruma, van het dorpBierumin Fivelgo;Enuma, vanEnum, eene buurt tusschen Loppersum en het Zand.39Dit zijn zeker zeer oude geslachtsnamen die nog dagteekenen uit den tijd toen men ook nog in deze landstreek, in ’t oude Friesland tusschen Lauers en Eems, de friesche taal sprak. Dus minstens uit de 16deeeu. Eindelik moet hier nog genoemd worden de geslachtsnaamSmilda, die op oudfriesche wyze geformd is uit den naam van het drentsche dorpde Smilde.§92. By den rijkdom van onzen vaderlandschen bodem aan stroomen en rivieren, enz. is het natuurlik dat er ook vele geslachtsnamen van ons volk ontleend zijn aan de namen van zulke wateren. Deze geslachtsnamen zijn in den regel uit zich zelven duidelik genoeg, en eischen weinig nadere verklaring. Eene eerste plaats onder de namen der kleine rivierkes in Nederland, neemt de naamAofAain. Deze naam die eenvoudigwater,stroomend waterbeteekent, is aan vele rivierkes eigen; b. v. aande Aaby Breda;de Aaby ’s Hertogenbosch;de Aaby Gendringen inGelderland;de Aa, het bovenpand van den Angstel, in de provincie Utrecht;de Almelosche Aain Twente;de Mussel-Aende Pekel-Ain Groningerland, enz. In overeenstemming met het veelvuldig voorkomen van dezen riviernaam A, komt ook de daarvan afgeleide geslachtsnaamVan der Aageenszins zeldzaam voor. Andere geslachtsnamen, aan riviernamen ontleend, zijn nog:Van der Aar; deAaris een stroom die by Alfen uit den Rijn naar de Drecht by Nieuveen vloeit.Van Amstel; deze naam komt in Holland, vooral in Amstelland en Kennemerland algemeen voor.Van Berkel; de Berkelis een rivierke dat te Zutfen in den IJssel valt; maar deze geslachtsnaam kan eveneens aan het zuidhollandsche dorpBerkelontleend zijn.Van der DoesenVerdoes; de Doesis een stroom by Leiden.40De geslachtsnaamVan Overscheldemoge hier ook vermeld worden, al is deze naam nietrechtstreeksaan den riviernaamScheldeontleend. ImmersOverscheldeis de naam van eene landstreekover, aan den anderen kant van deScheldegelegen, even als hetOvermaasscheoverde Maas ligt. Zoo mede de maagschapsnaamOvereem, van het rivierke de Eem by Amersfoort afgeleid.Ook namen van buitenlandsche stroomen en rivieren zijn in Nederland tot geslachtsnamen geworden; b. v.Van der Hever, Van der LipmetVan der LippeenVan Wezer. DeWeseris bekend genoeg. DeHeveris een stroom in Noord-Friesland (westkust van Sleeswijk), vóór de stad Husum, tusschen het eiland Noordstrand en den vasten wal. En deLippeis een bekende zijdrivier van den Rijn, in Duitschland.—Omdat deRoer(Ruhr) en deAar(Ahr) beiden ook namen van bekende zijdrivieren van den Rijn in Duitschland zijn, zoo wel als namen van nederlandsche rivieren, zoo zoude men de op bl. 243 genoemde geslachtsnamenVan de RoerenVan der Aarook evenzeer kunnen rekenen tot de geslachtsnamen aan de namen van buitenlandsche rivieren ontleend.De maagschapsnaamJordaandoet aan de bekende rivier in Palestina denken. Toch geloof ik niet dat deze naam van dien riviernaam afkomstig is.Mogelikis het dat de oorsprong van dezen naam te zoeken zy in den naam van die byzondere wijk der stad Amsterdam, welke den naam van »de Jordaan” draagt. Maar het komt my aannemeliker voor te stellen dat de geslachtsnaamJordaan, met de patronymika daarvan,JordaansenJordaens, zynen oorsprong dankt aan den oud-nederlandschen mansvóórnaamJorden, die ook in latynschen form alsJordanus, en weer verkort alsJordaanvoorkomt. De geslachtsnamenJordenszenJordenszijn eveneens aan dezen mansnaam ontleend.§93. Een byzonder-friesche form voor deze aan riviernamen ontleende geslachtsnamen ontbreekt ook al niet. Als zoodanig zijn my bekend de geslachtsnamenEemstra, Rynstra(met den onzinnigen formVan Rynstra) enScheenstra, afgeleid van de namen der rivier deEems, van het stroomke deRyn(Lemster-Ryn), dat uit het Tjeukemeer komende, by de Lemmer in de Zuiderzee floeit, en van het rivierkede Scheene, in West-Stellingwerf, alle drie in Friesland. Men zoude den geslachtsnaamDiepstrahier ook toe kunnen rekenen, omdat ”diep”, in de noordelike gewesten een algemeene naam is voor stroomende waters; hetDokkumerdiepb. v., hetDamsterdiep, hetReitdiep, enz. Zoo ookDeelstra. En tevens de geslachtsnamenBoornstraenBoonstra, naar de rivier deBoorn(Boarn, gewoonlik alsBoan, Boonuitgesproken);EestraenIestra, naar de(Dokkumer-) Ee, volgens friesche uitspraakIe(dit woord is de friesche weêrga van het algemeen nederlandscheAofAa—zie bl. 242);FlietstraenVlietstra, naar het woordflietofvliet, in Friesland, als elders, aan eenige wateren eigen;GroustraenGrouwstra, enz. Maar het is eigenaardiger deze geslachtsnamen afkomstig te rekenen van de namen der plaatsen die aan deze stroomen liggen, en die daar mede den zelfden naam dragen. Te weten: van het dorpOldeboorn, in de wandeling enkelBoorn(Boan) genoemd; van het dorpEeofIe, in Dongeradeel; van hetVliet, zoo als eene voorstad heet van Leeuwarden, en eene van Franeker; van het dorpGrou, enz. Zie bl. 206.
§76. Ten slotte mogen hier nog eenige zeer byzondere namen vermeld worden, die tot deze groep behooren. Het zijn de geslachtsnamenRemmerswaal, Aalbertsberg, Blydenstein, Diepenhorst, TetrodeenRodenburg. De dorpenBloemendaalenOverveen, by Haarlem, droegen in de middeleeuen de namenAalbertsbergenTetrode; het stadjeAardenburgin Vlaanderen heette oorspronkelikRodenburg; Diepenhorstis de oude naam van het dorpOuddorpop ’t eiland Goeree; en een klooster van Benedictyner monniken, dat in de middeleeuen na by ’t dorp Runen in Drente lag, maar reeds in de 16deeeu opgeheven werd, droeg den naam vanBlidestat(de blyde stede),ter blider steden, ter blider steên, laterBlidensteenenBlijdenstein. Deze naam ging ook over op het dorp, dat rondom dit klooster ontstond, maar dat thans den naam van Runerwolde draagt.21Deze zes oude plaatsnamen behooren in de middeleeuen t’ huis, en zijn thans nog slechts aan geschiedkundigen bekend. De hedendaagsche geslachten die deze namen dragen, vertoonen juist in die middeleeusche namen, die sedert de 16deeeu en vroeger reeds als plaatsnamen verdwenen zijn, het bewijs van hunne oudheid. NevensRodenburgbestaat ookRoodenburchenRoodenburgals geslachtsnaam, en nevensTetrodenogTetroode, TetterodeenTettero, by verschillende geslachten. Hier uit zoude men wel kunnen afleiden, dat het hedendaagsche dorpOverveenin de middeleeuen geen onaanzienlike plaats moet geweest zijn. VanAardenburgis het bekend dat dit thans zoo stille, kleine stedeke in de middeleeuen eene groote en bloeiende havenplaats was. Over den naamRemmerswaalzie men §88.
Nog al byzonder is ook de geslachtsnaamWaterloo, die natuurlik ontleend is aan den naam van het dorpWaterlooin Zuid-Brabant, waar in 1815 de bekende veldslag plaats vond. Later dan 1811 kan de geslachtsnaamWaterloomoeielik ontstaan zijn. Hy dagteekent dus nog uit den tijd vóór den slag, toenWaterloonog, als een klein afgelegen dorpke zeer weinig bekend was. Merkweerdig dat de naam van dit eertijds zoo onbeduidende plaatske juist een geslachtsnaam worden moest!
De geslachtsnaamDeurloois ook zeer byzonder. Dit is de naam van het zeegat aan den mond van den Hont of Wester-Schelde in de Noordzee (zie §104).
§77. De bewoners van verschillende wyken of buurten in groote steden zijn elkanderen veelal zoo vreemd, als anders de bewoners van twee kleine steden of dorpen onderling zijn. Zoo konden de geslachtsnamenOudschans, KattenburgenBuitenkant, te Amsterdam voorkomende, ontstaan. Zy zijn ontleend aan de namen van drie welbekende oud-amsterdamsche buurten, waar de eerste dragers dier namen zekerlik gewoond hadden, »gewonnen, geboren en getogen” waren, eer zy in andere amsterdamsche wyken kwamen wonen, waar deze namen als toenamen, als »kenmerk van herkomst” hun gegeven werden. De geslachtsnaamVan Cattenburchechter heeft eenen anderen oorsprong, is van eenen anderen plaatsnaam ontleend. In zeer vele nederlandsche steden is er eenePeperstraat; het is gewoonlik de straat waar in de middeleeuen de kooplieden in speceryen, »die crudenieren” hunnen handel dreven en hunne winkels hadden. De maagschapsnamenPeperstraeteenVan Peperstraetezijn ontleend aan dezen straatnaam, zekerlik op de zelfde wyze als boven beschreven is aangaande de namenOudschans, enz. Tot deze zelfde groep van geslachtsnamen behooren verder nogAustraete(brabantsch voor »Oudestraat”;—deze naam is dan ook in Zuid-Brabant inheemsch);Billestraete, Binnekade, Damsteeg, Diepenstraten, Groenestege, HoogewegenHoogewegen, Hoogenstraten, KampsteegenKamsteeg, Mommersteeg, Muntstege, Nieuwesteeg, Kerkbuurt, Vierstraete, Weststrate, Zeestraten, ScheldstrateenSchelstraete, enz. Deze laatste straatnaam komt als maagschapsnaam ook voor in de formenVerschelstraeteenVerscheldstraete, dat is:Van der Scheldestrate,van de Scheldestraat. Hy moet dus oorspronkelik zijn uit de eene of andere plaats aan de rivier de Schelde gelegen. In der daad zijn deze vier geslachtsnamen dan ook eigen aan vlaamsche maagschappen.—De geslachtsnaamVreeburgdoet thans wel denken aan het bekendemarktpleinin de stad Utrecht. Maar deze naam kan evenzeeronmiddellikontleend zijn aan den naam van het oudekasteeldat in den spaanschen tijd verwoest werd, en waaraan ook het hedendaagsche plein zynen naam te danken heeft. Immers daar ter plaatse stond die oude burcht.
§78. De grootste groep van nederlandsche geslachtsnamen, of liever die groep welke het grootste aantal namen omvat, is zonder twyfel de groep die uit namen bestaat, welke met het voorvoechselvanzijn samengesteld. In der daad, zulke namen komen uit der mate veelvuldig voor by het nederlandsche volk. Dievan-namen zijn byna zonder uitzondering van aardrijkskundigen oorsprong, en men kan ze onderscheiden in byzondere en algemeene. De byzondere aardrijkskundigevan-namen bestaan uit de namen van landen, gouen, eilanden, steden, dorpen en gehuchten (buitenlandsche natuurlik even zeer als binnenlandsche), allen met het voorvoechselvaner voor; b. v.Van Engeland, Van Wieringen, Van Deventer, Van Keulen. De algemeene aardrijkskundigevan-namen bestaan uit gemeene zelfstandige naamwoorden die eene algemeene aardrijkskundige beteekenis hebben (berg,dijk,heide), maar die als byzondere aardrijkskundige namen dienst doen; eveneens metvaner voor, en zoo wel met als zonder een lidwoord. B. v.Van Dijk, Van Sluis, Van den Berg, Van der Heide.
De byzondere talrijkheid dezervan-namen, voor zoo verre zy aan de namen van uitheemsche landen en plaatsen ontleend zijn, strekt ten bewyze van de talrijkheid der vreemdelingen, die zich onder ons hebben neêrgezet. En voor zoo verre zy afkomstig zijn van de namen van inheemsche gouen en plaatsen, kan men daaruitafleiden de veelvuldigheid waar mede de Nederlanders, binnen hunne eigene landpalen, hunne woonplaatsen verwisseld hebben.
§79. De maagschapsnamen metvansamengesteld, en aan de namen van vreemde landen ontleend, zijn, uit den aard der zake, het minst talrijk. Zie hier die, welke my bekend zijn:Van Beyeren, Van Boheme, Van BourgondienenVan Bourgonje.22In de zuidelike Nederlanden komen de geslachtsnamenVan IngelandtenVan Inghelantvoor, als tegenhangers van den noord-nederlandschen geslachtsnaamVan Engeland; »Ingelant” toch, of »Inghelandt” is eene oud-nederlandsche spelwyze van ’t woordEngelland, eene spelwyze die overeenstemt met de vlaamsche en friesche volksuitspraak. Twyfelachtig zijn my de geslachtsnamenVan CornewalenCarnewal. Zijn zy ontleend aan den naam van de engelsche gouCornwallis?—Een Franschman,Adriengeheeten, verliet in de laatste helft der zeventiende eeu zyne woonplaats, de stad Rochelle, en vestigde zich in Nederland. Hier noemde hy zichAdrien de Charente, naar het gewestCharente, waar in zyne geboorteplaats Rochelle ligt. Later verdietschte hy dienaangenomenfranschen toenaam totVan Charante, en in dezen form wordt die naam nog heden door zyne nakomelingen als geslachtsnaam gedragen.23
Werd op bl. 193 de opmerking gemaakt dat de volksnaamIerniet als geslachtsnaam schijnt voor te komen, hier kan toch op den naamVan Ierlandgewezen worden.
Het oostfriesche eilandBorkum, het eerste oostwaarts in de reeks der friesche eilanden die niet tot Nederland behooren, kan ter nauer nood voor eenvreemdeiland gelden. Niet slechts omdat de Borkumers echte Friesen zijn, maar vooral ook omdat zy door zoo vele banden aan de Nederlanden en de nederlandsche koopvaardy- en visschersvloot gehecht zijn.24Immers nog tot voor weinige jarenwas dit wel het geval; in de eerste helft van deze eeu en in vorige eeuen, tydens den bloei van den nederlandschen handel en van de visschery, natuurlik nog veel meer. Aan den naam van dit, in menig opzicht zoo hoochst merkweerdige eiland zijn de geslachtsnamenVan Borkum, Van BurkomenVan Burkumontleend, met het enkeleBorkumen waarschijnlik ook metVan Buurkom. Deze geslachtsnamen komen geenszins zeldzaam voor, en behooren aan verschillende, onderling niet verwante geslachten. Ook al een bewijs voor de talrijkheid der betrekkingen die er steeds tusschen dat eiland en de Nederlanden bestonden. De formVan BurkomenVan Burkumis volgens de friesche uitspraak; naukeuriger nog zou de spelling »Börkum” zijn, gelijk d’Oost-Friesen zelven ook spreken. Zoo luidt de geslachtsnaamVan Gorkumin den mond der oude Leeuwarders ook als »Van Gurkum”; de plaatsnaamWorkumals »Wurkum”, het woordvorkals »furk”, enz.
De bovengenoemde geslachtsnamen zijn weinig in getal; maar die welke ontleend zijn aan de namen vannederlandschegouen, landstreken, eilanden, zijn even min talrijk. My zijn, als tot deze afdeeling behoorende, slechts bekend de geslachtsnamenVan Braband, Van Friesland, Van Holland, Van Drenth, (misschien ookVan Kempen),Van Marken, Van Proostdy(zoo heet eene kleine landstreek in de provincie Utrecht, gemeente Abkoude),Van Schouwen, Van Urk, Van Veluwe, Van Vlaanderen, Van Waas, Van WalcherenenVan Walchren, Van WieringenenVan Wieringhen, enVan Zeeland.
De geslachtsnaamVan Graefschepedient hier ook vermeld. Dit is eigenlik een algemeene aardrijkskundige naam, wijl niet blijkt welk graafschap bedoeld is. De oude graafschappen Zutfen en Benthem dragen beiden by de in- en omgezetenen den naam van »de Graafschap” als by uitnemendheid. Waarschijnlik is bovengenoemde geslachtsnaam aan eene dezer twee graafschappen ontleend.
§80. Geslachtsnamen samengesteld uit de namen van uitheemschestedenendorpen, met het voorvoechselvandaar voor, zijn uit den aard der zake talryker dan die aan de namen van landen en gouen ontleend. Zie hier eenigen van die namen:Van Basel, Van Bremen, Van Costenoble25(het enkelvoudigeCostenoblekomt ook voor), enz.Costenoble,Costenoblen,Constenoblenis de form waarin de naam der stadConstantinopelin oude, middeleeusche vlaamsche oorkonden geschreven staat. De geslachtsnaamVan Costenoblekomt dan ook in Vlaanderen voor, en wel in het hedendaagsche Fransch-Vlaanderen. Oogenschijnlik is deze naam reeds zeer oud. Hy dagteekent wellicht nog uit den tijd der kruistochten, toen vooral ook Vlamingen naar de hoofdstad van het turksche rijk kwamen. Immers ook juist onder de Vlamingen waren, van alle nederlandsche stammen, het eerst geslachtsnamen in gebruik.—De geslachtsnaamVan Bethlehemzal wel uit eenen huisnaam geformd zijn. Want dat hyrechtstreeksaan den naam der bekende plaats in Palestina zoude ontleend zijn, door een voormalig ingezetene dier stede, schijnt my minder aannemelik, ofschoon het mogelik blijft.—Leinsele, een dorp in Fransch-Vlaanderen en waarvan de geslachtsnaamVan Leynseeleontstaan is, kan naueliks als een vreemde plaatsnaam gelden. (zie bl. 218).
De geslachtsnaam (Van den Berg)Van Saparoeais ook een zeer byzondere. Hy is, zoo verre ik weet, d’eenigste in Nederland, die ontleend is aan den naam eener plaats in Indië. Ziehier den oorsprong van dezen naam, volgens het tijdschriftDe Navorscher, deel XXX, bl. 322.
»Saparoeais een welbekend eiland in den Molukschen archipel en behoort tot de Nederlandsch-indische bezittingen. Daar ter plaatse was in der tijd residentJ. R. van den Berg, die bij een oproer of amokpartij, in Mei 1817, met zijne geheele familie (zijne echtgenootJohanna Christina Umbgroveen drie kinderen), is vermoord, uitgenomen een kindje, het oudste zoontje, toen vijf jaar oud, dat door zijne min is gered, doch niet dan nadat het een krisslag had ontvangen, waardoor het eene oor door midden is gespleten. Later is het door de ijverige pogingen van den kapitein ter zeeQ. M. R. Ver Huell, die zich in de baai vanSaparoeabevond en onderrigt was dat het kind nog leefde, gelukt dat het hem werd uitgeleverd.
»Dit geredde kind is sedert naar Nederland overgevoerd, hier te lande opgevoed, thans (1880) een persoon tusschen de 60 en 70 jaren, een der voornaamste inwoners van Velp bij Arnhem, en sedert verscheidene jaren wethouder der gemeente Rheden.
»Vroeger teekende de bedoelde persoon zich steedsJ. L. van den berg, doch aangezien er vele familiën van dien naam zijn, en dit vaak tot verwarring aanleiding gaf, vroeg hij voor een drietal jaren verlof, bij zijnen familienaam te mogen voegenvan Saparoea, hetwelk bij koninklijk besluit is toegestaan, en sedert dien tijd voert de familie, waarvan hij thans het waardige hoofd is, den geslachtsnaamvan den Berg van Saparoea.
»Omtrent bovenbedoelde moordgeschiedenis teSaparoeakan men nadere bijzonderheden vinden in:Merkwaardige gebeurtenissen uit de Nederlandsche Geschiedenis(te Amsterdam uitgegeven), alwaar in eene noot een verhaal daarvan voorkomt.”
§81. Duitschers hebben steeds het grootste gedeelte uitgemaakt van al de vreemdelingen, die in de Nederlanden een nieu vaderland zochten en vonden. En onder dezen waren het natuurlik weêr meest lieden uit de aan Nederland grenzende streken van Duitschland, uit de pruissische Rijnprovincie, uit Westfalen met de graafschap Benthem en het Nederstift van Munster (Arenberg, Meppen), en Oost-Friesland. Dien ten gevolge is het getal geslachtsnamenontleend aan de namen van plaatsen in die gewesten gelegen, dan ook nog al aanzienlik. Zie hier eenigen van die namen, enkel van nederrijnlandsche plaatsen:Van Aken, Van AakenenVan Ake, Van Calcar, Van KleefenVan Cleeff, Van CranenburghmetVan KranenburgenVan Cranenborg26, enz.
Niet aleen dat vele Neder-Rijnlanders zich om voordeelswille in de Nederlanden neêrgezet hebben,—velen deden dit ook om redenen van godsdienstigen aard. Immers nadat de kerkherforming aan den duitschen Beneden-Rijn al spoedig grooten opgang gemaakt had, en zeer velen aldaar in de 16deeeu de kerk van Rome verlaten hadden, werden later, in de 17deen ook nog in de 18deeeu, door de wereldlike en geestelike vorsten dier streken, de Protestanten vervolgd en verdreven. Vooral ook de Doopsgezinden of Mennoniten, die geen onaanzienlik deel schynen geformd te hebben van die Herformden, hadden veelvuldige vervolging te dulden. Ofschoon enkele doopsgezinde gemeenten aldaar, onder anderen te Krefeld, Kleef en Emmerik zich nog tot in deze eeu, gedeeltelik nog tot heden toe konden staande houden in naue aansluiting aan de nederlandsche Doopsgezinden, zoo waren toch vele leden dier gemeenten genoodzaakt hun land te verlaten. En waarheen zouden zy gereeder uitwyken dan naar de naburige noordelike Nederlanden, waar de herformde kerk heerschte, en waar men die verdrevenen, die veelal welgestelde, neringdoende en nyvere burgers waren, geerne eene gastvrye ontfangst bereidde! Deze zaak is d’oorzaak dat zoo menig doopsgezind geslacht ons heden ten dage in zynen geslachtsnaam nog zyne afkomst uit Neder-Rijnland vertoont,—dat juist zulke geslachtsnamen aan nederrijnsche plaatsnamen ontleend, veelvuldigonder onze doopsgezinde landgenooten voorkomen. Zie hier eenigen daar van:Van Calcar, Van Gelder, Van Goch, Van Gulik, Van Cleeff, Van Meurs, Van Rees, enz. OokVan Bracht(tegenwoordig nog alsVan Bragtvoorkomende), zoo als de schryver heette van het zoogenoemde »Menniste Martelaarsboek”, dat is:Het bloedigh tooneel der doopsgezinde en wereloose Christenen.Brachtis de naam van een dorp by ’t stadje Kempen.
En ook evenzeer als Mennoniten, werden ook Israëliten wel uit nederrijnsche plaatsen verdreven, en zochten in de Nederlanden een vrediger verblijf. Of anderszins, toen handel en nyverheid, dus ook bloei en welvaart in de 17deeeu vooral uit vele nederrijnsche plaatsen weken, ook al ten gevolge van den uittocht der neringdoende Herformden naar de Nederlanden, toen trokken ook de Joden uit, om hier een neringryker oord te vinden. En zoo is het gekomen dat wy zulke namen alsVan KleefenVan Cleef, Van Gelder, Van Goch, Van Creveld, Van Wezel(metEmrik, Kalker, zie §73), enz. by verschillende israëlitische geslachten in Nederland aantreffen. Maar ook buitendien nog schijnt het dat vele ingezetenen der stadjesXanten, Calcar, Gochnaar Nederland gingen wonen. Immers de geslachtsnamenVan Santen, Van Sante, Van Zanten, Van Zante, Van Calcar, Van Kalker, Van Kalkert, Van Kalkeren(ook het enkeleKalker),Van Goch, Van Gogh, Van Gog, enz. in allerlei verschillende spellingen, komen zeer veelvuldig voor. Zy worden in talrijkheid echter nog verre overtroffen door voormalige ingezetenen van het stadjeGelder, wier nakroost met de geslachtsnamenVan Gelder, Van Gelderen, Van Geldre, Van Geldern, Van Geldere, Van Ghelderbuitengewoon talrijk is onder ons. De geslachtsnamenDe Gelder, De Gueldre, De GhelderenDe Gheldere, in de beide laatste formen vooral ook in Vlaanderen voorkomende, houd ik voor verfranschte formen vanVan Gelder, te meer wijl ik reden heb te vermoeden dat het noordnederlandsche geslachtDe Gelderuit Vlaanderen in Holland is komen wonen, terwijl het westvlaamsche geslachtDe Ghelderenog het oude wapen vanGelreals geslachtswapen voert. Maar de friesche geslachtsnamenGelderda, GeldraenGeldersma, evenmin alsGelders, elders in de Nederlanden inheemsch, hebben niets te maken met den plaatsnaamGelderofGelre. Deze namen zijn ontleend aan den oud-germaanschen mansvóórnaamGelder, Gelther.
§82. Minder talrijk dan de geslachtsnamen aan plaatsnamen in Neder-Rijnland ontleend, zijn onder ons die maagschapsnamen welke samengesteld zijn uit eenen westfaalschen plaatsnaam en het voorzetselvan. En toch hebben Westfalingen volstrekt niet in kleiner aantal dan Neder-Rijnlanders zich in de Nederlanden neêrgezet. Als slachters en bakkers, als bierhuishouders, vooral ook als handelaars in kleedingstoffen, met hunne talryke knechts, kellners, kantoor- en winkelbedienden en reizigers, zijn de zonen van de »Rothe Erde” rykelik onder ons vertegenwoordigd. Maar deze »Felingen” (zie bl. 191) kwamen meest allen in lateren tijd hier wonen dan de Neder-Rijnlanders. Zy kwamen toch in den regel om den broode, niet om gewetensvryheid. Immers behooren zy grootendeels tot de roomsche kerk. Zy kwamen meest in de vorige en vooral ook in deze tegenwoordige eeu—hunne scharen stroomen ons nog steeds toe; en zy brachten dies hunne geslachtsnamen reeds kant en klaar mede. Zoodat ons volk geene reden had om hen te noemen naar hunne plaatsen van herkomst—ook al ware dit na den jare 1811 nog mogelik geweest.
Eene uitzondering maken d’ inwoners van de graafschap Benthem, welke landstreek tot Westfalen gerekend wordt. Dezen zijn hooftsakelik Herformden, en de nederlandsche taal was tot diep in deze eeu hunne kerktaal, ja, is dat by sommige gemeenten, even als in Oost-Friesland, nog heden. Van daar dat er steeds veel betrekking over en weêr tusschen deze landstreek en onze Nederlanden bestond, ’t welk ook al mede aanleiding gaf (met den grooten hollandschen magneet, welvaart en rijkdom, handel en nering) om Bentheimers, in onze noordelikste gewesten als »Graafschappers” bekend, hier heen te doen trekken. Over de oorbeeldig nederlandsche geslachtsnamen dier Bentheimers zal verder in dit werk gehandeld worden; zie §159.
Zie hier eenige nederlandsche geslachtsnamen aan westfaalsche plaatsnamen ontleend. De veelvuldig voorkomende naamVanMunstermoet in d’ eerste plaats genoemd worden. En danVan Bekkum(stadje by Munster),Van Byleveld(Bielefeld, zie bl. 211), enz.27En aan bentheimer plaatsnamen ontleend zijn dezen: in d’ eerste plaats de talrijk voorkomende namenVan Bentheim, Van Benthem, Van Bentem, Van Bentum; verderVan Noothoorn(Noordhoorn, Nordhorn, stadje aan onze twentsche grens),Van VeldhuizenmetVan Velthuyse(Velthuizen, Velthusen, thans ookVelthausengenoemd, dorp in die landstreek), enz.28
§83. De Oost-Friesen zijn, wat de talrijkheid van hun volk betreft, veel geringer dan de Westfalingen en de Neder-Rijnlanders. Niettemin is het getal der Oost-Friesen, die zich voor en na in de Nederlanden gevestigd hebben, niet geringer dan het getal van onze andere oostelike buren. Vooral ook in onze noordelike gewesten, onder hunne stamgenooten, hebben zich de Oost-Friesen steeds in grooten getale neêrgezet. De omstandigheid dat de Oost-Friesen zich steeds, tot diep in deze eeu, tot de Nederlanders in ’t algemeen, tot hunne volksgenooten bewesten Eems en Lauers in het byzonder voelden aangetrokken, veel meer dan tot Duitschers—dat ook de Oost-Friesen met de Nederlanders in volkstaal, zeden, bronnenvan bestaan, godsdienst, enz. ten nausten verbonden zijn, droeg veel daar toe by. En ook boden de bloeiende nederlandsche gewesten den Oost-Friesen meer uitzicht op welvaart aan dan hun eigen land deed, vooral ook meer dan de duitsche landstreken achter hun gewest gelegen.
Uit deze talrijkheid van Oost-Friesen in de Nederlanden, zoude men mogen besluiten dat geslachtsnamen uit oostfriesche plaatsnamen met het voorvoechselvansamengesteld, ook talrijk onder ons zouden moeten voorkomen. Dit is echter het geval niet. Zulke namen zijn er wel, maar geenszins in die mate als men uit het bovenvermelde zoude mogen afleiden. Dat komt omdat de Oost-Friesen de zelfde friesche vóórnamen dragen als de nederlandsche Friesen en als allen die in de Nederlanden van frieschen stam zijn. En omdat de Oost-Friesen van ouds ook juist de zelfde oud-friesche wyze volgden om van hunne vóórnamen patronymika te formen, die dan later tot vaste geslachtsnamen werden, even als dit hier, bewesten Eems, het geval was en is. Zoo hadden dus de nederlandsche Friesen, de Groningerlanders, enz. geene redenen om aan de Oost-Friesen die zich onder hen vestigden, nieue namen, afgeleid van de plaatsen hunner herkomst, te geven. Immers droegen die Oost-Friesen reeds soortgelyke, of ook geheel gelyke, ten deele ook volkomen de zelfde namen, patronymika en andere geslachtsnamen, als de nederlandsche Friesen. Zoo treft men ook thans nog in onze noordoostelike gewesten en in de noordwestelike streken van Duitschland, voor zoo verre er oost en west van de Eems Friesen wonen, of lieden van frieschen stam, geheel de zelfde geslachtsnamen aan. Op deze gelijkheid van geslachtsnamen in Oost-Friesland en in de Nederlanden in ’t algemeen, in het nederlandsche Friesland in het byzonder, zal ik verder in dit werk nog gelegenheid hebben nader te rug te komen. Zie §160.
Nederlandsche geslachtsnamen, metvaner voor, aan oostfriesche plaatsnamen ontleend, zijn de volgenden. In de eerste plaats moet hier de geslachtsnaamVan Emdengenoemd worden, die, metVan Embden, Van Emde, Van Embde(en het eenvoudigeEmden, Emde), enz. nog al talrijk en algemeen onder ons voorkomt; ook onder onze israëlitische medeburgers. Emden trouens is ook niet slechts de voornaamste en volkrijkste der oostfrieschesteden, maar de bewoners van die aloude Eemsstad hebben ook steeds de nauste betrekkingen met de Nederlanden onderhouden. VerderVan AurichenVan Aurick, Van Bingum, Van Borssum, enz.29
Het schijnt dat vooral ook Israëliten uit Oost-Friesland zich in de Nederlanden hebben gevestigd. Immers treffen wy onder hen, behalvenVan Emden, ook de geslachtsnamenVan Geuns, Van LeerenVanNordenaan.Geunsis de nederlandsche form van den naam van het oostfriesche stedekeGödensofNeustadt-Gödens, welke naam door d’ Oost-Friesen zelven ook alsGöönsofGeunsuitgesproken wordt. Hier behoort de geslachtsnaamVan Goens(oe=ö=eu) ook genoemd worden, die even eens aan dit oostfriesche stadje ontleend is. De bekende Gouverneur-Generaal van Neêrlandsch Indië,Ryklof Van Goenswas dan ook een Oost-Fries, even als zijn ambtsvoorgangerGustaaf Willem Van Imhoff, en, zoo alsArendszeit: »entweder im Gödenschen oder zu Leer geboren.”30En dat het juist eene doopsgezinde en eene israëlitische maagschap is, die beiden den geslachtsnaamVan Geunsdragen, is ook niet zonder beteekenis. Het stadjeGeunstoch was oudtijds eene byzondere stede, waar lieden van allerlei godsdienst en kerk mochten wonen en vryelik hunne geloofsplechtigheden verrichten. Iets wat in andere oostfriesche plaatsen (’t en zy dan Emden) niet, of althans niet in die mate geoorloofd was.
§84. Na al deze namen aanbuitenlandscheplaatsnamen ontleend, zijn thans de geslachtsnamen, geformd met het voorzetselvan, uit de namen vannederlandschesteden, dorpen en gehuchten, noord en zuid, aan de beurt om hier besproken te worden. Byzonderheden leveren deze geslachtsnamen weinig op. Ook eischen zy, uit den aard der zake, voor den nederlandschen lezer geenennaderen uitleg. Zulke namen toch alsVan Groningen, Van Vlissingen, Van Gent, Van Leuvenzijn voor iedereen duidelik, en gemakkelik verklaarbaar. Wijl ik in dit werk vanallegroepen en soorten van geslachtsnamen die ik bespreek, voorbeelden heb aangevoerd, wil ik ook hier eenigen van die namen opnoemen, ofschoon het eigenlik onnoodig is, want ieder een kent ze voldoende.Van Dokkum, Van Oosterzee, Van Leens,31enz.
§85. Het aantal dezer geslachtsnamen, in de Nederlanden inheemsch, is verbazend groot. Geformd van plaatsnamen uit alle gewesten, treft men ze in al onze provinciën menigvuldig aan. Toch is de verspreiding dezer namen over alle deelen des lands geenszins gelijkmatig. Zeldzaam zijn zy nergens; maar in de noordelike en oostelike gewesten komen ze betrekkelik weinig voor. Hoe zuideliker van Friesland en Groningen en noordelik Noord-Holland men komt, hoe talryker men ze ontmoet. Het grootste deel is te vinden in de middelste streken der Nederlanden, in westelik en zuidelik Gelderland, in het Sticht van Utrecht, zuidelik Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. Het allermeeste in getal treft men deze namen aan in de groote hollandsche steden, daar by te Utrecht, Arnhem, enz; vooral ook te Rotterdam. Nog zuideliker, in Zeeland, de beide Vlaanderen, Antwerpen, Zuid-Brabant, Limburg, treden ze weêr meer op den achtergrond, ofschoon zy in deze gouen toch nog veel talryker zijn dan in Friesland, Groningen, Drente, noordelik Noord-Holland, Overijssel, noordelik en oostelik Gelderland. In ’t algemeen kan men zeggen dat zy onder de frankische bevolking meer voorkomendan onder de friesche en saksische. In de noordelikste zoowel als in de zuidelikste gewesten treden de vadersnamen meer op den voorgrond. In Friesland daarenboven worden zy nog vervangen door sommige geslachtsnamen opauitgaande en die van plaatsnamen geformd zijn. En dáár en in Noord-Holland benoorden ’t Y ook door de plaatsnamen op zich zelven, zonder eenig voor- of achtervoechsel; b. v.Dokkum, Deinum, Wydenes, Medemblik.
De plaatsnamen vanallenederlandsche landstreken hebben niet in de zelfde mate bygedragen tot het formen van de geslachtsnamen hier omschreven. Die welke van plaatsnamen uit de noordelike gewesten van ons land geformd zijn, komen niet zoo veelvuldig voor als die welke samengesteld zijn met plaatsnamen uit de middelste gedeelten van Nederland. Velen vooral zijn ontleend aan de talryke noordbrabantsche plaatsnamen. Die in eene onzer groote hollandsche steden woont, neme eens eene uitvoerige landkaart van Noord-Brabant voor zich, en zie eens hoe velen van de plaatsnamen daar op voorkomende, oorsprong gegeven hebben aan geslachtsnamen van personen uit zyne omgeving, of die hy anderszins by name kent.
Uit der mate talrijk zijn in de noordelike Nederlanden de geslachtsnamenVan StaverenenVan Hinlopen, metHinlopen, Hinlópen, Hinloope, enz. verspreid. Zoo talrijk dat het getal dergenen die deze geslachtsnamen dragen ongetwyfeld veel grooter is dan het getal der inwoners van die friesche stadjes. De reden hier van ligt voor de hand. Staveren en Hindeloopen zijn in vorige eeuen bloeiende, nering- en volkryke steden geweest. Vooral Staveren, d’ aloude friesche hoofdstad, was in de middeleeuen eene belangryke handelsstad, vol volk en rijkdom. Maar toen de handel zich van daar verplaatste, vooral naar Enkhuizen en Amsterdam, welke steden aan den ondergang van Staveren al mede hunne opkomst te danken hebben, en toen de welvaart uit den frieschen Zuidhoek verliep, toen verlieten ook vele inwoners die plaatsen en vestigden zich elders, waar zy al licht van anderen den toenaam:Van StaverenofVan Hinlopen, enz. kregen, en die toenamen als geslachtsnamen behielden.
Zeer talrijk zijn in Holland en elders in de noordelike gewestenook de geslachten die de namenVan SonenVan Zon, Van Os, Van OssenVan Oschvoeren. Zekerlik wonen er daar meer lieden dieVan SonofVan Zonheeten, dan het geheele dorp Son inwoners telt. Wat de reden is dat zoo vele ingezetenen uit die noord-brabantsche plaatsjes hunne geboorteplaats verlaten en zich elders gevestigd hebben, is my niet bekend.
De geslachtsnamenVan Belkum, in Friesland voorkomende, enBelkom, zijn ontleend aan den naam van het dorpBerlikumin Friesland, welke naam door de friesche stedelingen als »Belkum” wordt uitgesproken, terwijl hy in de eigenlike friesche taal »Berltsum” (spreek uit:Beltsum) luidt. Maar de geslachtsnaamVan Berlekomis aan den naam van het noord-brabantsche dorpBerlikumontleend.
§86. Het is bekend dat vooral in de 16deeeu zeer vele nyvere burgers uit Vlaanderen en andere zuid-nederlandsche gewesten, ten deele om geloofsvervolging te ontgaan, ten deele ook aangelokt door den bloei en de welvaart der noordelike, van het spaansche juk bevryde streken, zich in grooten getale alhier, vooral in het eigenlike Holland, hebben neêrgezet. Vele antwerpsche en brugsche kooplieden trokken naar Amsterdam, vele kunstenaars (schilders) en nyveren (spinners, wevers), naar Haarlem en Leiden. Dien ten gevolge treffen wy nog heden in het Noorden zoo vele geslachtsnamen aan, die afgeleid zijn van plaatsnamen in het Zuiden. B. v.Van Aerschot, Van Beveren, Van Bree.32En de talrijkheiddezer geslachtsnamen staat nog in geen de minste verhouding tot de duizenden van Zuid-Nederlanders die zich in het Noorden hebben neêrgezet, omdat het grootste deel dezer Vlamingen en Brabanders reeds vaste geslachtsnamen had, vóór zy zich hier vestigden. Voor zoo verre het protestantsche, vooral ook doopsgezinde geslachten zijn, die deze geslachtsnamen, aan zuid-nederlandsche plaatsnamen ontleend, voeren, dagteekent het verblijf dezer maagschappen in de noordelike gewesten reeds uit het laatst der 16deen het begin der 17deeeu. Men herinnere zich hier de afsonderlike gemeenten van »Vlaamsche Mennisten,” die tot in het laatst van de vorige eeu in vele noord-nederlandsche steden bestaan bleven. Ook de Vlamingstraat te Haarlem, waarschijnlik ook wel die in andere hollandsche steden (den Haag? Delft? Leiden?), draagt haren naam naar de Vlamingen, die zich aldaar met der woon vestigden. Dat er echter ook reeds vóór de kerkherforming Vlamingen in Holland waren komen wonen, blijkt b. v. uit de »Informacie up den staet van Hollant”, bl. 281, waar wy reeds in 1514 eenen »Jan Van Beveren” vinden als inwoner van het dorp Sassenheim, by Leiden.
De maagschapsnaamVan Bergen-Henegouwenis zeer naukeurig van form, en moet geenszins als een dubbelde naam beschoud worden. Immers draagtBergen(Mons), de hoofdstad van deHenegou, dezen toenaam ter onderscheiding van zoo menige andere bekende plaats die eveneensBergenheet; b. v. vanSt. Winox-Bergenin Vlaanderen,Bergen-op-Zoomin Brabant,Bergenin Kennemerland,Bergenin Noorwegen, enz.
Geslachtsnamen ontleend aan plaatsnamen uit het fransche gedeelte van Vlaanderen komen ook geenszins zeldzaam in Noord-Nederland voor. Zie hier eenigen:Van Belle, Van Grevelingen, Van Duynkerken,33met het enkeleDuinkerken, enz.
§87. Omgekeerd komen er in Zuid-Nederland geslachtsnamenvoor, die ontleend zijn aan plaatsnamen uit de noordelike gewesten. Maar dezen zijn daar toch niet zoo talrijk als hunne tegenhangers in het Noorden zijn, wijl er zich nooit zooveel Noorderlingen in het Zuiden gevestigd hebben, als omgekeerd. De volgende namen, die deze groep formen, zijn my bekend:Van Biervliet, Van Delft, Van Dieren.34De namenVan Tilborghechter,Van BiervlietenVan Yzendijkmogen hier eigenlik niet gelden. Immers de noordbrabantsche stadTilburgen de stadjesBiervlietenYzendijkin Zeeusch-Vlaanderen, behooren slechts in staatkundigen, geenszins in geschiedkundigen en volkenkundigen zin tot Noord-Nederland.
§88. Natuurlik zijn er onder de maagschapsnamen, tot deze groep (plaatsnamen metvaner voor) behoorende, ook eenigen waarvan de oorsprong in sommige opzichten duister is, of naderen uitleg noodig heeft. Sommigen dezer namen toch zijn ontleend aan de namen van kleine, weinig bekende plaatskes, gehuchten, enkele huizen, enz. Ook zijn er die verbasterde naamformen vertoonen, waar door de oorspronkelike naam van de plaats, die aan zulken geslachtsnaam oorsprong gaf, haast onkenbaar geworden is. Of eindelik, de plaats zelve, wier naam nog in eenen maagschapsnaam voort leeft, is reeds van den aardbodem verdwenen. Als voorbeelden kunnen in de eerste plaats gelden de geslachtsnamenVan Akendam, Van HouweningemetVan Houweningen, Van MunnikreedemetVan Munnekrede, De RommerswaelemetRemmerswaal, enz. Voor weinige jaren lag nog even benoorden de stad Haarlem, vlak voor de Nieue- of Kennemerpoort aldaar, een gehucht onder het kennemerlandsche dorp Schoten behoorende, en dat den naam vanAkendamdroeg. De geslachtsnaamVan Akendamis er aan ontleend. Thans is,door uitbreiding der stad Haarlem, en door verandering der grensscheiding tusschen de gemeenten Haarlem en Schoten, dat gehucht geheel verdwenen. De haarlemsche straat die den naam van Schoterweg draagt, met het Frans-Hals-plein en de Frans-Hals-straat, nemen volkomen de plaats in van het oudeAkendam.—Houweningenwas de naam van een der zuidhollandsche dorpen, die by den tweeden Sint-Elisabeth’s vloed, ten jare 1421, overstroomd werden, en sedert verdronken gebleven zijn ter plaatse waar thans de Biesbosch is.—Munnikreedewas in de middeleeuen een vlaamsch stedeken, gelegen by Damme tusschen Brugge en Sluis. Het is thans volkomen verdwenen.35—EnRommerswaele, ookRoemerswaalenReymerswael, was eene zeeusche stad aan den noordeliken wal van het eiland Zuid-Beveland gelegen, maar in de 17deeeu langzamerhand geheel verzwolgen door de ongebreidelde stroomen der Ooster-Schelde.—De geslachtsnamen nog heden in wezen, houden de herinnering aan deze oude plaatsen levendig.DeRommerswaele(de naam is eigen aan een zuidnederlandsch geslacht) is een verfranschte form. Zie §165.
Van Bakkenes. Deze geslachtsnaam is ontleend aan den naam van het dorpBakenes, dat in de middeleeuen benoorden de stad Haarlem lag, aan het Spaarne, maar dat reeds in d’ eerste helft der 14deeeu tot Haarlem is binnengevest. De oude dorpskerk vanBakenes, nog onder den naam van Bakenesserkerk bekend en in gebruik, staat nog heden ten dage binnen de Spaarnestad, en de Bakenessergracht, d’ oude grensscheiding tusschen dorp en stad, is daar nog aanwezig. Het volk te Haarlem spreekt nog steeds »Bakkenes” in plaats vanBakenes, en deze volksuitspraak beeldt de geslachtsnaam ook af.
Eenige geslachtsnamen zijn ook byzonder, omdat zy ontleend zijn aan de namen van middeleeusche sloten of kasteelen, die voor het grootste gedeelte geheel verdwenen zijn, of nog slechts als min of meer belangryke bouvallen bestaan. Zijn de dragers dezer namen in der daad nog afstammelingen van de oude edellieden, die deze sloten of burchten gesticht hebben en bewoond, dan vervalt debyzonderheid. Maar dit komt betrekkelik zelden voor. Meestal zijn het onadellike verwantschappen, die deze oude namen voeren, omdat een hunner voorouders, die eerst dien naam als een toenaam aannam, toevallig op de eene of andere wyze, als hoorige of dienstman of pachter, aan dat oude huis verbonden was, of misschien ook slechts op het grondgebied daar van geboren was. Wy willen slechts een paar van deze geslachtsnamen vermelden;Van BrederodeenVan Teylingen.
Indien de hedendaagsche dragers van den naamVan Brederodein der daad afstammelingen zijn der aloude graven van Brederode, gelijk wel beweerd wordt, zoo is deze geslachtsnaam zeker minder byzonder, dan waneer hy enkel ontleend is aan den naamBrederode, alsplaatsnaam, als naam van het stamslot van dat oude geslacht van hollandsche edelingen. Dat kasteel, sedert de 15de eeu in verval, ligt reeds sedert de 16de eeu als een schilderachtige bouval in het schoonste oord van Haarlems heerlike omstreken. Het geslachtVan Brederodeis dan ook te Haarlem gezeten. Het woordBrederodewordt in den haarlemschen tongval alsBreêroôuitgesproken: van daar dat een ander haarlemsch geslacht den naamVan Brerodraagt. Tegenhangers van den naamVan Brederodezijn de geslachtsnamenVan TeylingenenVan Hoogteilingen, die eveneens door burgerlike geslachten in Holland gevoerd worden, en afgeleid zijn van het oud-adellike slotTeylingen, dat sedert eeuen reeds in puin ligt by het dorp Sassenheim tusschen Haarlem en Leiden.
§89. Een byzonderegeslachtsnaamis ook nogVan Bredael(het enkelvoudigeBredaelkomt ook voor), die te Antwerpen nog al veelvuldig voorkomt.Bredaelwas in vroegere tyden, hier en daar in de Nederlanden, de volksuitspraak van den naam der stadBreda. Een huis op de Roozegracht te Amsterdam, in de laatste helft der 17deeeu, heette: »Het schip van Breda”; zeker in herinnering aan het turfschip van Breda, waarmede Prins Maurits by verrassing het kasteel van Breda innam. Een feit uit de vaderlandsche geschiedenis, by ons volk zoo wel bekend. De doodgraver van de Westerkerk te Amsterdam, die den naam van dit huis eens in zijn grafboek schryven moest, schreef echter:»’t schip van Bredael” (eigenlik schreef de man, die al zeer slecht ter penne was: »sep van Bredael.”).36Die byzondere uitspraak van dezen brabantschen plaatsnaam was dus oudtijds ook te Amsterdam in zwang.
De geslachtsnaamVan Wensveenis ontleend aan den naam van het zuidhollandsche dorpWaddinksveen, welke naam in de volkstaal aldus wordt uitgesproken.Van Beusekom, Van Blarcom, Van Deutekom, afgeleid van de plaatsnamenBeusichem, dorp in Gelderland,Blaricum, dorp in het Gooiland,DeutichemofDoetinchem, stadje in Gelderland, kunnen naueliks voor verbasteringen gelden, omdat de volksmond deze plaatsnamen gemeenlik alzoo uitspreekt. En dit is eveneens het geval met de geslachtsnamenVan Bruyssel, Van BruysselenenVan Bruyssele, Van BeemenVan Tertholen, die ontleend zijn aan de namen van de stadBrussel, van het dorpBedumin Groningerland, en van het stadjeTolenin Zeeland. Deze namen luiden in de wandelingBruessele(by de Zuid-Nederlanders),BeemenTer Tolen. By dezen laatsten naam, even als byTer Goes, Ter Gouen misschien ookTer Mei, in plaats vanGoes, GoudaenAmeide, heeft de volksmond den vollen oorspronkeliken naam behouden. De geslachtsnaamVan ter TholenofVan der Tholenkomt ook in samengetrokkenen form voor, alsVertholen.
§90. In vorige tyden, in de 16deen 17deeeu vooral, toen de geleerden hunne namen verlatynschten, heeft men het voorzetselvanby de geslachtsnamen die daar mede waren samengesteld, ook inabofaomgezet, en op die wyze getracht deze namen althans eenigszins een geleerd voorkomen te geven. Overeenkomstig de regelen der latijnsche taal gaf men het voorzetselvandoorabterug, als het daarna volgende woord met eene klinkletter begon (Ab Utrecht), en doorawaar dit niet het geval was (A Brakel). Ook voor eenehzette menab, om dat men deze letter althans als half stom beschoude (Ab Huisen). Men schreef dezeaveelalmet een teekentje, alsà, en doet dit nog wel. Waarom is my niet recht duidelik; goed Latyn is het niet.
Onder de nederlandsche geleerden van de 16deen 17deeeu en ook nog onder hunne nakomelingen in de 18deeeu, treft men menigvuldig zulke geslachtsnamen metabenaaan. Zie hier eenigen van die namen, die voor zoo verre my bekend is, thans uitgestorven zijn: †Ab Andringa, †A Besten, †A Biler, †A Bolswert, en (men schreef dieagewoonlik klein) †à Laxten, †à Vullen, †à Mark, †ab Oostbroek, enz. Die oude geleerden sprongen soms nog al wonderlik om met deze geslachtsnamen, die eigenlik en oorspronkelik slechts toenamen voor hen waren, naar de plaatsen hunner geboorte.Johannes Gerhardi à Besten, by voorbeeld, predikant te Dokkum in 1620, en die dezen toenaam waarschijnlik droeg naar zynen vader, die dan in het westfaalsche dorpBeesten, by Osnabrück,37zal geboren zijn, schreef zich ook welà Groninga, wijl hy een Groninger van geboorte was. EnJohannes Fokkes, die te Holwert, een dorp in Friesland, geboren was, verlatynschte en vergriekschte zynen naam, sedert hy hoogleeraar was te Franeker (in het midden der zeventiende eeu), totJohannes Phocylides ab Holwarda. Deze man overdreef de zaak buiten dien ook nog. Had hy zich nog maar eenvoudigab Holwertgenoemd, hy hadde althans niet dwazer gehandeld dan zoo velen zyner tijd- en ambtgenooten. Maar hy maakte van den enkelvoudigen naam zyner geboorteplaats ook nog eenen oud-frieschen genitivus:ab Holwardais Latyn en Oud-Friesch te gelijk—eene zonderlinge verbinding!—en beteekent »van van Holwert!” Dit is eene dubbele dwaasheid.
Slechts zeer weinigen van deze namen zijn tot op onze tegenwoordige dagen in het leven gebleven. My zijn slechts de volgenden bekend:A Brakel, (Lycklama) à Nyeholt, A Steringa (Lemke), A Tellinghuis, (Thomassen) à Thuessink (Van der Hoop), enAb Utrecht (Dresselhuys).
§91. In Friesland komen eenige geslachtsnamen voor, die waretegenhangers zijn van de namen die uit het voorzetselvanen eenen plaatsnaam zijn samengesteld. Het zijn als ’t ware vertalingen van zulke namen in het Oud-Friesch. In het Oud-Friesch namelik wordt eenig zelfstandig naamwoord door achtervoeging van de letterain den tweeden naamval geplaatst. Zie §44. Zoo ook zet men friesche plaatsnamen door achtervoeging van eeneain den tweeden naamval; maakt dus van den plaatsnaamJellumden geslachtsnaamJelluma, dat »Van Jellum” beteekent. Ofschoon deze oud-friesche taalform, in de volkstaal reeds in de middeleeuen uitstierf, bleef men toch nog lange daar na op deze wyze geslachtsnamen maken. Zie hier een voorbeeld.Wytse Foppeswas, in d’ eerste helft der 18deeeu, een eenvoudig man, woonachtig in het friesche dorp Dongjum, dat by Franeker ligt. Hy had geenen eigenen geslachtsnaam. Immers zijn toenaamFoppeswas anders niet als de naam van zynen vaderFoppe, in den tweeden naamval; dus een patronymikon. Zoo langWytse Foppeste Dongjum woonde, was deze eenvoudige naam hem voldoende. Maar toen hy later zich te Leeuwarden als rekenmeester en instrumentmaker vestigde, had hy eenen afsonderliken geslachtsnaam noodig, ter onderscheiding van anderen, die ook deze algemeene namenWytse Foppesdroegen. Ware onze man een Hollander of andere Nederlander geweest, wis hadde hy zich »Van Dongjum” genoemd. Nu echter, als Fries, bezigde hy, zeer gepast, ook eenen frieschen taalform; hy smeedde zich den geslachtsnaamDongjuma, datVan Dongjumbeteekent.
Reeds in §44van dit werk heb ik uitvoeriger over dezen form van friesche geslachtsnamen gesproken; ik kom er ook later op terug. Zie §101.
Talrijk zijn deze namen in Friesland juist niet, vooral niet in vergelyking met de geslachtsnamen die uit eenen plaatsnaam met het voorzetselvansamengesteld zijn, en ook met die friesche geslachtsnamen, welke eveneens geformd zijn door achtervoeging van die oud-frieschea, maar dan achter eenen mansvóórnaam. ZieEen en ander over friesche eigennamen, inDe Vrye Fries, dl. XIII.
De volgende geslachtsnamen, tot deze byzondere groep behoorende, zijn my bekend:Anjema, Aruma, Baarda, Buruma,38van de namen der dorpenAnjum, Arum, BaardenBurum, alle vier in Friesland tusschen Fli en Lauers, in de hedendaagsche provincie Friesland gelegen. Maar er komen, meest in Groningerland, ook geslachtsnamen voor, die op deze oudfriesche wyze afgeleid zijn van groningerlandsche plaatsnamen; b. v.Beswerda, van het gehuchtBeswertby Esinge;Bieruma, van het dorpBierumin Fivelgo;Enuma, vanEnum, eene buurt tusschen Loppersum en het Zand.39Dit zijn zeker zeer oude geslachtsnamen die nog dagteekenen uit den tijd toen men ook nog in deze landstreek, in ’t oude Friesland tusschen Lauers en Eems, de friesche taal sprak. Dus minstens uit de 16deeeu. Eindelik moet hier nog genoemd worden de geslachtsnaamSmilda, die op oudfriesche wyze geformd is uit den naam van het drentsche dorpde Smilde.
§92. By den rijkdom van onzen vaderlandschen bodem aan stroomen en rivieren, enz. is het natuurlik dat er ook vele geslachtsnamen van ons volk ontleend zijn aan de namen van zulke wateren. Deze geslachtsnamen zijn in den regel uit zich zelven duidelik genoeg, en eischen weinig nadere verklaring. Eene eerste plaats onder de namen der kleine rivierkes in Nederland, neemt de naamAofAain. Deze naam die eenvoudigwater,stroomend waterbeteekent, is aan vele rivierkes eigen; b. v. aande Aaby Breda;de Aaby ’s Hertogenbosch;de Aaby Gendringen inGelderland;de Aa, het bovenpand van den Angstel, in de provincie Utrecht;de Almelosche Aain Twente;de Mussel-Aende Pekel-Ain Groningerland, enz. In overeenstemming met het veelvuldig voorkomen van dezen riviernaam A, komt ook de daarvan afgeleide geslachtsnaamVan der Aageenszins zeldzaam voor. Andere geslachtsnamen, aan riviernamen ontleend, zijn nog:Van der Aar; deAaris een stroom die by Alfen uit den Rijn naar de Drecht by Nieuveen vloeit.Van Amstel; deze naam komt in Holland, vooral in Amstelland en Kennemerland algemeen voor.Van Berkel; de Berkelis een rivierke dat te Zutfen in den IJssel valt; maar deze geslachtsnaam kan eveneens aan het zuidhollandsche dorpBerkelontleend zijn.Van der DoesenVerdoes; de Doesis een stroom by Leiden.40
De geslachtsnaamVan Overscheldemoge hier ook vermeld worden, al is deze naam nietrechtstreeksaan den riviernaamScheldeontleend. ImmersOverscheldeis de naam van eene landstreekover, aan den anderen kant van deScheldegelegen, even als hetOvermaasscheoverde Maas ligt. Zoo mede de maagschapsnaamOvereem, van het rivierke de Eem by Amersfoort afgeleid.
Ook namen van buitenlandsche stroomen en rivieren zijn in Nederland tot geslachtsnamen geworden; b. v.Van der Hever, Van der LipmetVan der LippeenVan Wezer. DeWeseris bekend genoeg. DeHeveris een stroom in Noord-Friesland (westkust van Sleeswijk), vóór de stad Husum, tusschen het eiland Noordstrand en den vasten wal. En deLippeis een bekende zijdrivier van den Rijn, in Duitschland.—Omdat deRoer(Ruhr) en deAar(Ahr) beiden ook namen van bekende zijdrivieren van den Rijn in Duitschland zijn, zoo wel als namen van nederlandsche rivieren, zoo zoude men de op bl. 243 genoemde geslachtsnamenVan de RoerenVan der Aarook evenzeer kunnen rekenen tot de geslachtsnamen aan de namen van buitenlandsche rivieren ontleend.
De maagschapsnaamJordaandoet aan de bekende rivier in Palestina denken. Toch geloof ik niet dat deze naam van dien riviernaam afkomstig is.Mogelikis het dat de oorsprong van dezen naam te zoeken zy in den naam van die byzondere wijk der stad Amsterdam, welke den naam van »de Jordaan” draagt. Maar het komt my aannemeliker voor te stellen dat de geslachtsnaamJordaan, met de patronymika daarvan,JordaansenJordaens, zynen oorsprong dankt aan den oud-nederlandschen mansvóórnaamJorden, die ook in latynschen form alsJordanus, en weer verkort alsJordaanvoorkomt. De geslachtsnamenJordenszenJordenszijn eveneens aan dezen mansnaam ontleend.
§93. Een byzonder-friesche form voor deze aan riviernamen ontleende geslachtsnamen ontbreekt ook al niet. Als zoodanig zijn my bekend de geslachtsnamenEemstra, Rynstra(met den onzinnigen formVan Rynstra) enScheenstra, afgeleid van de namen der rivier deEems, van het stroomke deRyn(Lemster-Ryn), dat uit het Tjeukemeer komende, by de Lemmer in de Zuiderzee floeit, en van het rivierkede Scheene, in West-Stellingwerf, alle drie in Friesland. Men zoude den geslachtsnaamDiepstrahier ook toe kunnen rekenen, omdat ”diep”, in de noordelike gewesten een algemeene naam is voor stroomende waters; hetDokkumerdiepb. v., hetDamsterdiep, hetReitdiep, enz. Zoo ookDeelstra. En tevens de geslachtsnamenBoornstraenBoonstra, naar de rivier deBoorn(Boarn, gewoonlik alsBoan, Boonuitgesproken);EestraenIestra, naar de(Dokkumer-) Ee, volgens friesche uitspraakIe(dit woord is de friesche weêrga van het algemeen nederlandscheAofAa—zie bl. 242);FlietstraenVlietstra, naar het woordflietofvliet, in Friesland, als elders, aan eenige wateren eigen;GroustraenGrouwstra, enz. Maar het is eigenaardiger deze geslachtsnamen afkomstig te rekenen van de namen der plaatsen die aan deze stroomen liggen, en die daar mede den zelfden naam dragen. Te weten: van het dorpOldeboorn, in de wandeling enkelBoorn(Boan) genoemd; van het dorpEeofIe, in Dongeradeel; van hetVliet, zoo als eene voorstad heet van Leeuwarden, en eene van Franeker; van het dorpGrou, enz. Zie bl. 206.