Chapter 36

1Blikslager, Brouwer, Herder, Kapper, Kramer, Koopman, Molenaar, Paardekoper, Schoenmaker, Timmerman, Smid, Snyder, Visscher, Voerman, Zeehandelaar, Zwaardemaker.2De Bleeker, De Brouwer, De Coopman, De Koning, De Kleermaker, De Looyer, De Landmeter, De Munter, De Jager, De Visscher.3ZieRegister van den Aanbreng, dl. I. bl. 174.4ZieDe Navorscher, dl. XXXII, bl. 85, 361, 362, 551.5Men zie aangaande dit belangryke woordDe Bo’sWestvlaamsch IdioticonenGuido Gezelle’sLoquela, jaargang 1883, bl. 14.6Register van den Aanbreng in 1511, dl. I, bl. 4.7De Molenaar, De Molenaer, Meulenaar, De Meulenaar, De Meulenaere, De Meuleneere, De Meuleneir, Muller, Mulder, De Mulder, De Muylder, De Muyldere, De Meulder(ook half-verfranscht alsDe Meuldre),De Molder, enz.MüllerenMöllergeven door hunne spelling hunnen hoogduitschen oorsprong te kennen. De geslachtsnaamDe Meulemeester(ook in hoogduitschen form alsMühlemeistervoorkomende) behoort ook tot de molenaars. Zoo medeMeulmanen het patronymikaleMeulmansmet het hoogduitscheMöhlmann. Ten slotte nogVan der Molen, Van der Meulen, Van der Muelen, Van de Molen, Vermeulen, Vermeule, Termeulen, Verwatermolen, Van der Slagmolen, Van der Heymolen, Van Dromole(d. i.Van de Roode-molen),Frankemolen, Homulle, Katemolen(kate, zie §99) en het verbasterdeKattemulle, enz.8GroenmanenFruitman, Appelman, AugurkiesmanenKomkommerman, KalkmanenSteenman, HooimanenStroman, Melkman, BlikmanenYzerman, LakenmanenPelsman, VlasmanenHennipman, MattemanenDoozeman, Brilleman, MosselmanenOesterman, Suikerman, Mosterman, VleesmanenSpekman, Wafelman, VismanenBotman.9Zeeman, Timmerman, LandmanenVeldman(ookFeltmanenVeltman),BoumanenWeiman, Huisman(zie bl. 301) enSchuurman, Veeman, KoemanmetCoeyman, SchaepmanmetSchaapman, Voerman, Veerman, Aschman, ModdermanenBaggerman.10Huysmans, Schuurmans, Coeymans, Ackermans, Timmermans, Yzermans, Botermans, Knechtmans.11Cruysmans, tegenover ’t onverbogeneKruseman(de man metkruis,kruus,kroeshaar? zie den geslachtsnaamKruishaar),Vorsselmans, Hellemans, Nelemans, Palstermans, Hurtmans, Oerlemans, Stockmans, Mosmans, Hezemans.12ZieRegister van den Aanbrengvan 1511, bl. 14.13Register van den Aanbrengvan 1511, dl. 1, bl. 3 en bl. 168.14Louis de Baecker,Les Flamands de France—Gent, 1851—bl. 185.15Informacie up den staet, faculteit ende gelegenheit der steden ende dorpen van Hollant ende Vrieslant—bl. 118 en 402.16Register van den Aanbreng van 1511—bl. 13.17De Oude Tijd, jaargang 1870, bl. 114.18Van den Bergh,Histor: Beschouwing der nederl. Eigennamen. Bl. 316.19Louis de Baecker,Les Flamands de France. Bl. 372.20Oorkonden van het St. Anthonij-Gasthuis te Leeuwarden. Bl. 265.21De oude Nederlanders hadden te recht eenen tegenzin om de zelfde klinkletter twee maal onmiddellik naast elkanderen te plaatsen. Daarom schreven zystraetenmuer, gelijk de Vlamingen voor weinige jaren nog deden, terwijl de Hollanders reeds sedert anderhalve eeustraatenmuurschryven. Zoo ookBlaevoetin plaats vanBlauvoetofBlaeuvoet; immersuenvis oorspronkelik de zelfde letter. Hoe omslachtig staan daar tegenover de spelwyzenBlaauwvoetvolgensSiegenbeek,BlauwvoetvolgensDe VriesenTe Winkel, waar men deuofvviermaal naast elkanderen plaatst (immerswis twee maalvofu) enzevenofachtklinkers op elkanderen laat volgen! De naam vanWilhelm Blaevoetkomt reeds voor in eene oorkonde van den jare 1176 (ZieLouis de Baecker,Les Flamands de France, bl. 372) En nog heden bestaat deze geslachtsnaam in Vlaanderen.22Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens. Dl. II, bl. 207.23Algoed, Alderbesten, Alderliesten(een versletene form vanalderliefsten,allerliefste),Bemindt, BlymetDe BlyenEvenbly, Brave, Dankbaar, Dapper, Edel, Ernstig, Frisch, Geneugelijk, Goedertier, Helder, KloekenCloeck, KnapenKnappe, Levendig, Netjes, Kostelijk, RijkenRyckaert, Rustige, Suyver, Vrolik, Vrolijk, VroolikenVroolijk, Verheugd, Vlug, Vroom, Welgemoed, WeltevredenenWeltevreedemetContent. NevensWelgemoedkomen ook nog voor:Ligtermoed(licht te moede, licht- of luchthartig),VrymoedenVriemoet, en het min of meer raadselachtigeVerschgemoed.24Behouden(zeker oorspronkelik de bynaam van iemand diebehoudenbleef by eenig groot ongeluk, of diebehoudent’ huis kwam van eene gevaarlike reize?),Flauw, Nugteren, Verdoold, VerlorenenVerlooremetVermist(deze laatsten als bynamen vanvermiste,verdooldeofverlorene, maar weêr te recht gekomene kinderen?),Weerloos, Welbedacht, Welbekend, ZagtenDe SagteenZuinig. Aangaande den naamVerlorenzie men ook §157.25Leep, Stout, Woest. De naamStoutkanook opgevat worden in de oude beteekenis vanmoedig,dapper(zoo als by den bynaam vanKarel den Stoute); ook kan hy eene verdietsching zijn van den hoogduitschen geslachtsnaamStolz, die ook hier te lande voorkomt.26De Goedt, De Goeje, De Goeyen, Den Goeyen, Den Besten, De Coene, De Kloeke, De Kuysche, De Milde, De RijckeenRyke, De VroeenDe Vroey(versletene en verfloeide formen vanDe Vroede),De VroomeenVroome, De WaekerenDe Wijsmet het hoogduitscheWeisen het franscheLe Sage. De bynaamDe Vroedeis reeds van zeer oude dagteekening. Immers droeg, volgens het brugsche weekbladRond den Heerd, dl. VIII, bl. 106, een aanzienlik burger van de vlaamsche stad Iperen, ten jare 1127, den naam vanWilhelm de Vroede.27Den Dullen(dat is: de dolle),De Loome, Monster(dat ook oorspronkelik de naam wezen kan van het dorpMonster[Monasterium] in het hollandsche Westland),De Harde, De HerdeenD’Harden, De Quay(oude spelling en versletene form vanDe Kwade),De Simpel, De SlimmeenSlimme(met de hoogduitsche weêrgaSchlimmer),De Sot, De Staute(zieStouthier boven),De SukkelenSukkel. VerderDe Surgeloose(het woordzorgwordt in menige gouspraak alszurg,surg,surchuitgesproken,—(zie bl. 223) metSorgelooseenSorgeloos, De Wilde, De WildenDe Wildt, en eindelikLuysteraar.28Den HeldmetHeld, HeldtenHelt, GoedbloedenGoetbloetmetGoedhart, ookJongbloed, Jongebloed, Jonckbloedt, JonckbloetenJonkbloed; dan nogJonkhart.29De Praetere, De Sorgher, Sorgdrager, Helper, TroosterenRaadgever, LigthertenLigthart, PronckertenPronk, De SloovereenSloof. Een byform van den naamRaadgeveris nog de geslachtsnaamRaadgep, eene zonderlinge quasi-verdietsching van den hoogduitschen maagschapsnaamRathgeb, die ook in ons land voorkomt. Dat deze naam reeds zeer oud is, bewijst d’ omstandigheid dat hy reeds in de middeleeuen in versletenen form voorkwam. Immers zekereWouter Ratgheer(Raadgever) was ten jare 1345 schepen der stede Sluis in Vlaanderen (zieDe Oude Tijd, jaargang 1870, bl. 114.). Verder behooren tot deze groep nog de namenLooperenDe Looper(een oude beroepsnaam? uit den tijd toen de groote heeren er eenenlooperop nahielden?),De Wandeleir, SpringerenDe Springere,Stapper, De FluiterenFluyter, De Telder, HardlooperenHartloopermetDribbelaar, Vlieger, De VliegerenDe Vlieghere, Hoogklimmer, Zwemmer, Duyker, DuikerenDuker, Schuyler, De Slooper, StokerenRoker, Blazer, BlaaserenBrommer, WaayerenZwaayer, SwerverenZwerver, De Smyter, RoeperenDe Roeper, Schrikker, Kermer, Lagcher, Weener(kan ook de naam zijn van het oostfriesche vlekWeener),Schreyeren in FrieslandSchriemer(eigenlikskriemer, datschreierbeteekent). Ten slotte nog, als patronymikon,Droomers.30LeedegangenLedeganck(oorspronkelik zeker wel de bynaam van eenen ledigganger, leêglooper),Drayer(kan ook aan een handwerk,wieldraaier, ontleend zijn),Praalder, Sluyper, Zwendelaer, Dobbelaer, Dobbelaar, Dobbeleer, DobbeleireenDe DobbelaeremetDe Dobbeleer.31De Navorscher, dl. XXXIII, bl. 234 en 236.32De Navorscher, dl. XXXIII, bl. 113.33Van LennepenTer Gouw,De Uithangteekens, dl. I. bl. 40.34De Navorscher, dl. XXXIII, bl. 128.35Informacie up den staet van Hollant, bl. 469.36De Navorscher, dl. XXVIII, bl. 456.37De Uithangteekens, dl. I, bl. 243.38ZieBijdragen voor de geschiedenis van het Bisdom van Haarlem—Haarlem, 1880—dl. VIII, bl. 72.39Keetell, Ketel, GotelingenGutteling, Schotel, Leepel, MesenHakmes, Emmer, Tobbe, KuipenDe Cuype, Ton, Ledder(de friesche form van het woordladder),Beezem, BezemenBesem, Korf, Fles, StoopenDe Stoop, BekerenDe Kroes(deze naamkanook byKroese, enz. op bl. 343 worden gevoegd),Stoel, Hooghstoel, Stoof, Stoove(oud-nederlandsche, nog in West-Vlaanderen in volle gebruik zijnde naam voor »kachel”),KeersenKaars, De KandelaerenDe Kandeleer(in de 16deeeu was er te Delft eene brouery die »In de Kandelaer” heette, even als in de 15deeeu te Leuven—Uithangteekens, dl. I, bl. 48 en dl. II, bl. 210),Slot, SleutelenDe Grendele, KlokenDe Klok, BrilenBrill. De boere-gereedschappen worden vertegenwoordigd door de geslachtsnamenDe CarneenPloeg. Verder komen nog voorCruywagen, Korswagen(is dit eene verbastering van het oude woordkordewagen= kruiwagen, nog heden in Friesland, by letterkeer,kroodwagen,krodegenoemd?),Stelwagen, aan verschillende geslachten eigen, en het versleteneStelwag(wat beteekent dit woord eigenlik? De wagenmaker heet in Groningerland »stelmaker”—zie bl. 308),Goedewaagen, enz. Vermoedelik is deze laatste naam oorspronkelik welGoudewagen, gouden wagen, ’t welk de West-Vlamingen alsgoede wagenongeveer uitspreken. De naam is wel te Gouda inheemsch, maar kan zeer wel uit Vlaanderen afkomstig zijn. »De Gouden wagen” was oudtijds als uithangteeken of gevelsteen veel in gebruik, vooral aan boere-herbergen en afspanningen; te Leeuwarden zijn er nog heden twee herbergen, die zoo heeten.40Uithangteekens, II, 265.41Uithangteekens, II, 203.42Uithangteekens, II, 170.43Uithangteekens, dl. II, bl. 190.44Uithangteekens, dl. II, bl. 238.45L. L. de Bo,Westvlaamsch Idioticon, op het woordBiebuik.46Uithangteekens, dl. I, bl. 47 en 48.47Uithangteekens, dl. I, bl. 39.48Informacie up den staet van Hollant, bl. 427, 437, 442, 488, 545.49J. P. Blok,Eene hollandsche stad in de middeleeuwen—’s Gravenhage, 1883—bl. 60.50J. H. van Dale,Het Sluische St. Kathelyne gilde, inDe oude Tijd, jaargang 1870, bl. 114.51Rond den Heerd, dl. VIII, bl. 106.52De Navorscher, dl. XXVII, bl. 80.53De Navorscher, dl. XXVII, bl. 398.54In Noord-Brabant ligt ook een dorp datBeersheet (in het land van Kuik); in Over-IJssel (Ambt Ommen) ligt een gehuchtBeerse, en in het Land van Antwerpen, by Turnhout, nog een dorpBeers. Naar dit laatste dorp draagt zekerlik het antwerpsche geslachtVan Beers, waar de dichterJan van Beerstoe behoort, zynen naam. Misschien ookBeersmans; zie bl. 322.55W. Eekhoff,Geschiedkundige beschrijving van Leeuwarden, dl. II, bl. 419.56»In den witten Brack”, was in 1600 de naam van een huis te Delft. ZieSoutendam,Een wandeling langs Delfts straten en grachten; bl. 18.57Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. I, bl. 48.58De Navorscher, dl. XXVII, bl. 78.59De Navorscher, XXVII, bl. 411, 412, 413.60Bernh. Brons Jr.Friesische Namen, bl. 56.61Edw. Gailliard,Glossaire flamand—Brugge, 1882—bl. 191.62Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. I, bl. 48.63ZieUithangteekens, dl. II, bl. 15, 328.64ZieUithangteekens, dl. II, bl. 315, 369, 371.65Register van den Aanbrengvan 1511, dl. III, bl. 60.66Uithangteekens, dl. II, bl. 353.67»In de Quack” was in 1600 de naam van een huis te Delft. ZieSoutendam,Een wandeling langs Delfts straten en grachten, bl. 18.—De kwak, eene soort van reiger, werd hier in de middeleeuen als wildbraad gegeten.68ZieDe Navorscher, dl. XXVII, bl. 78, 340, 453 en 505.69Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. I, bl. 47.70Wagenaar,Amsterdam, IV, bl. 401.71De Navorscher, dl. IV, bl. 129.72De Navorscher, dl. XXVII, bl. 412.73ZieVan LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. II, bl. 378.74Zie mijn opstel:Naamsoorsprong van Apeldoorn, inDe Navorscher, dl. XXV, bl. 559.75Van LennepenTer Gouw,De Uithangteekens, dl. II, bl. 389.76E. Laurillard,Familienamen, in het tijdschriftDe oude Huisvriend, jaargang 1882.77Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. II, bl. 42.78Donckerwolcke, Slagregen, Stofregen, Hagel, HagelslagenHaegelsteen, De DonderenDen DondermetDondersin patronymikalen form,BlitsenBlitz, De Mist, De Rijm, GrondijsenKoudijs. DeDauwenDen Dauw, Mooiweer, SpringvloedenSpringvloet, Vuur, VlamenDe Vlam, De RookenDe Roock, Vonken het hoogduitscheFunke, Van den OchtendenVan den Avondt, AvontsenSavendts, en ten slotteMiddernacht.79ZieRond den Heerd, jaargang VIII, bl. 106.80Register van den Aanbreng van 1511, dl. I, bl. 15.81Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. II, bl. 227.82Zie mijn opstelBier en Bierdrinkers in Friesland, voorkomende in deFriesche Volksalmanak voor het jaar 1884—Leeuwarden, 1884.83Dat de wijnkoelware, gold oudtijds als eene byzonder gewenschte eigenschap, gelijk uit vele volkseigene oude geschriften, enz. blijkt. Zoo luidt ook eene strofe in het schoone oud-nederlandsche volkslied van Oostland:»Daer sullen wi avont end’ morgen»Noch drincken den coelen wiin.”84Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. II, bl. 192.85De Navorscher, dl. XXIII, bl. 272.86Roem, Luister, MoedmetVrymoedenVriemoet, Rust, Gewin, Troost, KrachtenKraftmetKrafft, Vernuft, KunstenDuizendkunst(oorspronkelik zeker een bynaam voor eenen duizendkunstenaar),KennisenGoedraad.87HoonenDe Hoon, Hoogmoed, Kommer, List, Moedwil, NoodtenDe Nood, OngenametOngenaed, Ongenaeden, OngenaeenOnghena, Onrust, Schade, SorgenCleynsorgh, Schuld, De Spot, Twist, VerraedenVrees.88GeselschapmetSellschapenSellschop, GodsdeelenAelmoes, Den Handel, PostenDe Post, HaestenDe Haast, KredietenContant, Koopmanschap, Lotery, MusyckenVogelgezang, Politiek, PraalenPronk, Koestapel, Slaap(zie bl. 328 en 437) enSluymer, Sieraad, OorlofenPaspoort, SchimenSpook, ScheepvaartenZeevaert, Vijlbrief(veilbrief?),De Wet, Wonder, met het hoogduitscheWunder.89ZieGuido Gezelle’smaandbladLoquela, te Rousselaere uitgegeven, in den jaargang van 1883, bl. 85.90ZieE. Laurillard,Familienamen, voorkomende in het tijdschriftDe oude HuisvriendvanJ. J. A. Gouverneur, jaargang 1882.91De Navorscher, dl. XXVIII, bl. 85.92De Navorscher, dl. XXVIII, bl. 399.93ZieDe Navorscher; dl. XXXII, bl. 156.94»Familienamen”, een opstel, voorkomende in het tijdschriftDe oude HuisvriendvanJ. J. A. Goeverneur; in jaargang 1882. Men vergelyke aangaande dezen naam ookDe Navorscher, dl. XXXII, bl. 484.95De Navorscher, dl.XXX, bl. 537, 570. XXXII, bl. 482.96VreugdenhilenVreugdeneel(misschien oorspronkelik wel een en de zelfde naam),Rotteveel, Vethake, Wouterlood, Lammerschop, Wijckerheld, Latynhouwers, Duizendstraal, Boerlijst, Kroothoep, Handlugten, Heuveldop, Rijnbende, Liedermooi, Herderschee, Nagtglas, Koorenblik, Ondereet, Schuttero, Stokkentreeft, Geiregat.97Pieleprat, Pingeweele, Plutschouw, Hioolen, Margadant, Nonhebel, JiskootenYskoot(oorspronkelik misschien wel een en de zelfde naam),Zetteruam, Hoyack, Schuak, Pollones, Lasones, Kempees, Uloth, Mieremet, Nogarede, Boldoot, Fevesur, Wambersie.98Zie het tijdschriftRond den Heerd—Brugge, 1873—dl. VIII, bl. 364.99J. Ter Gouw,Amsterdamsche Kleinigheden, bl. 58.100Dr.J. P. Blok,Eene hollandsche stad in de middeleeuwen, bl. 336.

1Blikslager, Brouwer, Herder, Kapper, Kramer, Koopman, Molenaar, Paardekoper, Schoenmaker, Timmerman, Smid, Snyder, Visscher, Voerman, Zeehandelaar, Zwaardemaker.2De Bleeker, De Brouwer, De Coopman, De Koning, De Kleermaker, De Looyer, De Landmeter, De Munter, De Jager, De Visscher.3ZieRegister van den Aanbreng, dl. I. bl. 174.4ZieDe Navorscher, dl. XXXII, bl. 85, 361, 362, 551.5Men zie aangaande dit belangryke woordDe Bo’sWestvlaamsch IdioticonenGuido Gezelle’sLoquela, jaargang 1883, bl. 14.6Register van den Aanbreng in 1511, dl. I, bl. 4.7De Molenaar, De Molenaer, Meulenaar, De Meulenaar, De Meulenaere, De Meuleneere, De Meuleneir, Muller, Mulder, De Mulder, De Muylder, De Muyldere, De Meulder(ook half-verfranscht alsDe Meuldre),De Molder, enz.MüllerenMöllergeven door hunne spelling hunnen hoogduitschen oorsprong te kennen. De geslachtsnaamDe Meulemeester(ook in hoogduitschen form alsMühlemeistervoorkomende) behoort ook tot de molenaars. Zoo medeMeulmanen het patronymikaleMeulmansmet het hoogduitscheMöhlmann. Ten slotte nogVan der Molen, Van der Meulen, Van der Muelen, Van de Molen, Vermeulen, Vermeule, Termeulen, Verwatermolen, Van der Slagmolen, Van der Heymolen, Van Dromole(d. i.Van de Roode-molen),Frankemolen, Homulle, Katemolen(kate, zie §99) en het verbasterdeKattemulle, enz.8GroenmanenFruitman, Appelman, AugurkiesmanenKomkommerman, KalkmanenSteenman, HooimanenStroman, Melkman, BlikmanenYzerman, LakenmanenPelsman, VlasmanenHennipman, MattemanenDoozeman, Brilleman, MosselmanenOesterman, Suikerman, Mosterman, VleesmanenSpekman, Wafelman, VismanenBotman.9Zeeman, Timmerman, LandmanenVeldman(ookFeltmanenVeltman),BoumanenWeiman, Huisman(zie bl. 301) enSchuurman, Veeman, KoemanmetCoeyman, SchaepmanmetSchaapman, Voerman, Veerman, Aschman, ModdermanenBaggerman.10Huysmans, Schuurmans, Coeymans, Ackermans, Timmermans, Yzermans, Botermans, Knechtmans.11Cruysmans, tegenover ’t onverbogeneKruseman(de man metkruis,kruus,kroeshaar? zie den geslachtsnaamKruishaar),Vorsselmans, Hellemans, Nelemans, Palstermans, Hurtmans, Oerlemans, Stockmans, Mosmans, Hezemans.12ZieRegister van den Aanbrengvan 1511, bl. 14.13Register van den Aanbrengvan 1511, dl. 1, bl. 3 en bl. 168.14Louis de Baecker,Les Flamands de France—Gent, 1851—bl. 185.15Informacie up den staet, faculteit ende gelegenheit der steden ende dorpen van Hollant ende Vrieslant—bl. 118 en 402.16Register van den Aanbreng van 1511—bl. 13.17De Oude Tijd, jaargang 1870, bl. 114.18Van den Bergh,Histor: Beschouwing der nederl. Eigennamen. Bl. 316.19Louis de Baecker,Les Flamands de France. Bl. 372.20Oorkonden van het St. Anthonij-Gasthuis te Leeuwarden. Bl. 265.21De oude Nederlanders hadden te recht eenen tegenzin om de zelfde klinkletter twee maal onmiddellik naast elkanderen te plaatsen. Daarom schreven zystraetenmuer, gelijk de Vlamingen voor weinige jaren nog deden, terwijl de Hollanders reeds sedert anderhalve eeustraatenmuurschryven. Zoo ookBlaevoetin plaats vanBlauvoetofBlaeuvoet; immersuenvis oorspronkelik de zelfde letter. Hoe omslachtig staan daar tegenover de spelwyzenBlaauwvoetvolgensSiegenbeek,BlauwvoetvolgensDe VriesenTe Winkel, waar men deuofvviermaal naast elkanderen plaatst (immerswis twee maalvofu) enzevenofachtklinkers op elkanderen laat volgen! De naam vanWilhelm Blaevoetkomt reeds voor in eene oorkonde van den jare 1176 (ZieLouis de Baecker,Les Flamands de France, bl. 372) En nog heden bestaat deze geslachtsnaam in Vlaanderen.22Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens. Dl. II, bl. 207.23Algoed, Alderbesten, Alderliesten(een versletene form vanalderliefsten,allerliefste),Bemindt, BlymetDe BlyenEvenbly, Brave, Dankbaar, Dapper, Edel, Ernstig, Frisch, Geneugelijk, Goedertier, Helder, KloekenCloeck, KnapenKnappe, Levendig, Netjes, Kostelijk, RijkenRyckaert, Rustige, Suyver, Vrolik, Vrolijk, VroolikenVroolijk, Verheugd, Vlug, Vroom, Welgemoed, WeltevredenenWeltevreedemetContent. NevensWelgemoedkomen ook nog voor:Ligtermoed(licht te moede, licht- of luchthartig),VrymoedenVriemoet, en het min of meer raadselachtigeVerschgemoed.24Behouden(zeker oorspronkelik de bynaam van iemand diebehoudenbleef by eenig groot ongeluk, of diebehoudent’ huis kwam van eene gevaarlike reize?),Flauw, Nugteren, Verdoold, VerlorenenVerlooremetVermist(deze laatsten als bynamen vanvermiste,verdooldeofverlorene, maar weêr te recht gekomene kinderen?),Weerloos, Welbedacht, Welbekend, ZagtenDe SagteenZuinig. Aangaande den naamVerlorenzie men ook §157.25Leep, Stout, Woest. De naamStoutkanook opgevat worden in de oude beteekenis vanmoedig,dapper(zoo als by den bynaam vanKarel den Stoute); ook kan hy eene verdietsching zijn van den hoogduitschen geslachtsnaamStolz, die ook hier te lande voorkomt.26De Goedt, De Goeje, De Goeyen, Den Goeyen, Den Besten, De Coene, De Kloeke, De Kuysche, De Milde, De RijckeenRyke, De VroeenDe Vroey(versletene en verfloeide formen vanDe Vroede),De VroomeenVroome, De WaekerenDe Wijsmet het hoogduitscheWeisen het franscheLe Sage. De bynaamDe Vroedeis reeds van zeer oude dagteekening. Immers droeg, volgens het brugsche weekbladRond den Heerd, dl. VIII, bl. 106, een aanzienlik burger van de vlaamsche stad Iperen, ten jare 1127, den naam vanWilhelm de Vroede.27Den Dullen(dat is: de dolle),De Loome, Monster(dat ook oorspronkelik de naam wezen kan van het dorpMonster[Monasterium] in het hollandsche Westland),De Harde, De HerdeenD’Harden, De Quay(oude spelling en versletene form vanDe Kwade),De Simpel, De SlimmeenSlimme(met de hoogduitsche weêrgaSchlimmer),De Sot, De Staute(zieStouthier boven),De SukkelenSukkel. VerderDe Surgeloose(het woordzorgwordt in menige gouspraak alszurg,surg,surchuitgesproken,—(zie bl. 223) metSorgelooseenSorgeloos, De Wilde, De WildenDe Wildt, en eindelikLuysteraar.28Den HeldmetHeld, HeldtenHelt, GoedbloedenGoetbloetmetGoedhart, ookJongbloed, Jongebloed, Jonckbloedt, JonckbloetenJonkbloed; dan nogJonkhart.29De Praetere, De Sorgher, Sorgdrager, Helper, TroosterenRaadgever, LigthertenLigthart, PronckertenPronk, De SloovereenSloof. Een byform van den naamRaadgeveris nog de geslachtsnaamRaadgep, eene zonderlinge quasi-verdietsching van den hoogduitschen maagschapsnaamRathgeb, die ook in ons land voorkomt. Dat deze naam reeds zeer oud is, bewijst d’ omstandigheid dat hy reeds in de middeleeuen in versletenen form voorkwam. Immers zekereWouter Ratgheer(Raadgever) was ten jare 1345 schepen der stede Sluis in Vlaanderen (zieDe Oude Tijd, jaargang 1870, bl. 114.). Verder behooren tot deze groep nog de namenLooperenDe Looper(een oude beroepsnaam? uit den tijd toen de groote heeren er eenenlooperop nahielden?),De Wandeleir, SpringerenDe Springere,Stapper, De FluiterenFluyter, De Telder, HardlooperenHartloopermetDribbelaar, Vlieger, De VliegerenDe Vlieghere, Hoogklimmer, Zwemmer, Duyker, DuikerenDuker, Schuyler, De Slooper, StokerenRoker, Blazer, BlaaserenBrommer, WaayerenZwaayer, SwerverenZwerver, De Smyter, RoeperenDe Roeper, Schrikker, Kermer, Lagcher, Weener(kan ook de naam zijn van het oostfriesche vlekWeener),Schreyeren in FrieslandSchriemer(eigenlikskriemer, datschreierbeteekent). Ten slotte nog, als patronymikon,Droomers.30LeedegangenLedeganck(oorspronkelik zeker wel de bynaam van eenen ledigganger, leêglooper),Drayer(kan ook aan een handwerk,wieldraaier, ontleend zijn),Praalder, Sluyper, Zwendelaer, Dobbelaer, Dobbelaar, Dobbeleer, DobbeleireenDe DobbelaeremetDe Dobbeleer.31De Navorscher, dl. XXXIII, bl. 234 en 236.32De Navorscher, dl. XXXIII, bl. 113.33Van LennepenTer Gouw,De Uithangteekens, dl. I. bl. 40.34De Navorscher, dl. XXXIII, bl. 128.35Informacie up den staet van Hollant, bl. 469.36De Navorscher, dl. XXVIII, bl. 456.37De Uithangteekens, dl. I, bl. 243.38ZieBijdragen voor de geschiedenis van het Bisdom van Haarlem—Haarlem, 1880—dl. VIII, bl. 72.39Keetell, Ketel, GotelingenGutteling, Schotel, Leepel, MesenHakmes, Emmer, Tobbe, KuipenDe Cuype, Ton, Ledder(de friesche form van het woordladder),Beezem, BezemenBesem, Korf, Fles, StoopenDe Stoop, BekerenDe Kroes(deze naamkanook byKroese, enz. op bl. 343 worden gevoegd),Stoel, Hooghstoel, Stoof, Stoove(oud-nederlandsche, nog in West-Vlaanderen in volle gebruik zijnde naam voor »kachel”),KeersenKaars, De KandelaerenDe Kandeleer(in de 16deeeu was er te Delft eene brouery die »In de Kandelaer” heette, even als in de 15deeeu te Leuven—Uithangteekens, dl. I, bl. 48 en dl. II, bl. 210),Slot, SleutelenDe Grendele, KlokenDe Klok, BrilenBrill. De boere-gereedschappen worden vertegenwoordigd door de geslachtsnamenDe CarneenPloeg. Verder komen nog voorCruywagen, Korswagen(is dit eene verbastering van het oude woordkordewagen= kruiwagen, nog heden in Friesland, by letterkeer,kroodwagen,krodegenoemd?),Stelwagen, aan verschillende geslachten eigen, en het versleteneStelwag(wat beteekent dit woord eigenlik? De wagenmaker heet in Groningerland »stelmaker”—zie bl. 308),Goedewaagen, enz. Vermoedelik is deze laatste naam oorspronkelik welGoudewagen, gouden wagen, ’t welk de West-Vlamingen alsgoede wagenongeveer uitspreken. De naam is wel te Gouda inheemsch, maar kan zeer wel uit Vlaanderen afkomstig zijn. »De Gouden wagen” was oudtijds als uithangteeken of gevelsteen veel in gebruik, vooral aan boere-herbergen en afspanningen; te Leeuwarden zijn er nog heden twee herbergen, die zoo heeten.40Uithangteekens, II, 265.41Uithangteekens, II, 203.42Uithangteekens, II, 170.43Uithangteekens, dl. II, bl. 190.44Uithangteekens, dl. II, bl. 238.45L. L. de Bo,Westvlaamsch Idioticon, op het woordBiebuik.46Uithangteekens, dl. I, bl. 47 en 48.47Uithangteekens, dl. I, bl. 39.48Informacie up den staet van Hollant, bl. 427, 437, 442, 488, 545.49J. P. Blok,Eene hollandsche stad in de middeleeuwen—’s Gravenhage, 1883—bl. 60.50J. H. van Dale,Het Sluische St. Kathelyne gilde, inDe oude Tijd, jaargang 1870, bl. 114.51Rond den Heerd, dl. VIII, bl. 106.52De Navorscher, dl. XXVII, bl. 80.53De Navorscher, dl. XXVII, bl. 398.54In Noord-Brabant ligt ook een dorp datBeersheet (in het land van Kuik); in Over-IJssel (Ambt Ommen) ligt een gehuchtBeerse, en in het Land van Antwerpen, by Turnhout, nog een dorpBeers. Naar dit laatste dorp draagt zekerlik het antwerpsche geslachtVan Beers, waar de dichterJan van Beerstoe behoort, zynen naam. Misschien ookBeersmans; zie bl. 322.55W. Eekhoff,Geschiedkundige beschrijving van Leeuwarden, dl. II, bl. 419.56»In den witten Brack”, was in 1600 de naam van een huis te Delft. ZieSoutendam,Een wandeling langs Delfts straten en grachten; bl. 18.57Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. I, bl. 48.58De Navorscher, dl. XXVII, bl. 78.59De Navorscher, XXVII, bl. 411, 412, 413.60Bernh. Brons Jr.Friesische Namen, bl. 56.61Edw. Gailliard,Glossaire flamand—Brugge, 1882—bl. 191.62Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. I, bl. 48.63ZieUithangteekens, dl. II, bl. 15, 328.64ZieUithangteekens, dl. II, bl. 315, 369, 371.65Register van den Aanbrengvan 1511, dl. III, bl. 60.66Uithangteekens, dl. II, bl. 353.67»In de Quack” was in 1600 de naam van een huis te Delft. ZieSoutendam,Een wandeling langs Delfts straten en grachten, bl. 18.—De kwak, eene soort van reiger, werd hier in de middeleeuen als wildbraad gegeten.68ZieDe Navorscher, dl. XXVII, bl. 78, 340, 453 en 505.69Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. I, bl. 47.70Wagenaar,Amsterdam, IV, bl. 401.71De Navorscher, dl. IV, bl. 129.72De Navorscher, dl. XXVII, bl. 412.73ZieVan LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. II, bl. 378.74Zie mijn opstel:Naamsoorsprong van Apeldoorn, inDe Navorscher, dl. XXV, bl. 559.75Van LennepenTer Gouw,De Uithangteekens, dl. II, bl. 389.76E. Laurillard,Familienamen, in het tijdschriftDe oude Huisvriend, jaargang 1882.77Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. II, bl. 42.78Donckerwolcke, Slagregen, Stofregen, Hagel, HagelslagenHaegelsteen, De DonderenDen DondermetDondersin patronymikalen form,BlitsenBlitz, De Mist, De Rijm, GrondijsenKoudijs. DeDauwenDen Dauw, Mooiweer, SpringvloedenSpringvloet, Vuur, VlamenDe Vlam, De RookenDe Roock, Vonken het hoogduitscheFunke, Van den OchtendenVan den Avondt, AvontsenSavendts, en ten slotteMiddernacht.79ZieRond den Heerd, jaargang VIII, bl. 106.80Register van den Aanbreng van 1511, dl. I, bl. 15.81Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. II, bl. 227.82Zie mijn opstelBier en Bierdrinkers in Friesland, voorkomende in deFriesche Volksalmanak voor het jaar 1884—Leeuwarden, 1884.83Dat de wijnkoelware, gold oudtijds als eene byzonder gewenschte eigenschap, gelijk uit vele volkseigene oude geschriften, enz. blijkt. Zoo luidt ook eene strofe in het schoone oud-nederlandsche volkslied van Oostland:»Daer sullen wi avont end’ morgen»Noch drincken den coelen wiin.”84Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. II, bl. 192.85De Navorscher, dl. XXIII, bl. 272.86Roem, Luister, MoedmetVrymoedenVriemoet, Rust, Gewin, Troost, KrachtenKraftmetKrafft, Vernuft, KunstenDuizendkunst(oorspronkelik zeker een bynaam voor eenen duizendkunstenaar),KennisenGoedraad.87HoonenDe Hoon, Hoogmoed, Kommer, List, Moedwil, NoodtenDe Nood, OngenametOngenaed, Ongenaeden, OngenaeenOnghena, Onrust, Schade, SorgenCleynsorgh, Schuld, De Spot, Twist, VerraedenVrees.88GeselschapmetSellschapenSellschop, GodsdeelenAelmoes, Den Handel, PostenDe Post, HaestenDe Haast, KredietenContant, Koopmanschap, Lotery, MusyckenVogelgezang, Politiek, PraalenPronk, Koestapel, Slaap(zie bl. 328 en 437) enSluymer, Sieraad, OorlofenPaspoort, SchimenSpook, ScheepvaartenZeevaert, Vijlbrief(veilbrief?),De Wet, Wonder, met het hoogduitscheWunder.89ZieGuido Gezelle’smaandbladLoquela, te Rousselaere uitgegeven, in den jaargang van 1883, bl. 85.90ZieE. Laurillard,Familienamen, voorkomende in het tijdschriftDe oude HuisvriendvanJ. J. A. Gouverneur, jaargang 1882.91De Navorscher, dl. XXVIII, bl. 85.92De Navorscher, dl. XXVIII, bl. 399.93ZieDe Navorscher; dl. XXXII, bl. 156.94»Familienamen”, een opstel, voorkomende in het tijdschriftDe oude HuisvriendvanJ. J. A. Goeverneur; in jaargang 1882. Men vergelyke aangaande dezen naam ookDe Navorscher, dl. XXXII, bl. 484.95De Navorscher, dl.XXX, bl. 537, 570. XXXII, bl. 482.96VreugdenhilenVreugdeneel(misschien oorspronkelik wel een en de zelfde naam),Rotteveel, Vethake, Wouterlood, Lammerschop, Wijckerheld, Latynhouwers, Duizendstraal, Boerlijst, Kroothoep, Handlugten, Heuveldop, Rijnbende, Liedermooi, Herderschee, Nagtglas, Koorenblik, Ondereet, Schuttero, Stokkentreeft, Geiregat.97Pieleprat, Pingeweele, Plutschouw, Hioolen, Margadant, Nonhebel, JiskootenYskoot(oorspronkelik misschien wel een en de zelfde naam),Zetteruam, Hoyack, Schuak, Pollones, Lasones, Kempees, Uloth, Mieremet, Nogarede, Boldoot, Fevesur, Wambersie.98Zie het tijdschriftRond den Heerd—Brugge, 1873—dl. VIII, bl. 364.99J. Ter Gouw,Amsterdamsche Kleinigheden, bl. 58.100Dr.J. P. Blok,Eene hollandsche stad in de middeleeuwen, bl. 336.

1Blikslager, Brouwer, Herder, Kapper, Kramer, Koopman, Molenaar, Paardekoper, Schoenmaker, Timmerman, Smid, Snyder, Visscher, Voerman, Zeehandelaar, Zwaardemaker.2De Bleeker, De Brouwer, De Coopman, De Koning, De Kleermaker, De Looyer, De Landmeter, De Munter, De Jager, De Visscher.3ZieRegister van den Aanbreng, dl. I. bl. 174.4ZieDe Navorscher, dl. XXXII, bl. 85, 361, 362, 551.5Men zie aangaande dit belangryke woordDe Bo’sWestvlaamsch IdioticonenGuido Gezelle’sLoquela, jaargang 1883, bl. 14.6Register van den Aanbreng in 1511, dl. I, bl. 4.7De Molenaar, De Molenaer, Meulenaar, De Meulenaar, De Meulenaere, De Meuleneere, De Meuleneir, Muller, Mulder, De Mulder, De Muylder, De Muyldere, De Meulder(ook half-verfranscht alsDe Meuldre),De Molder, enz.MüllerenMöllergeven door hunne spelling hunnen hoogduitschen oorsprong te kennen. De geslachtsnaamDe Meulemeester(ook in hoogduitschen form alsMühlemeistervoorkomende) behoort ook tot de molenaars. Zoo medeMeulmanen het patronymikaleMeulmansmet het hoogduitscheMöhlmann. Ten slotte nogVan der Molen, Van der Meulen, Van der Muelen, Van de Molen, Vermeulen, Vermeule, Termeulen, Verwatermolen, Van der Slagmolen, Van der Heymolen, Van Dromole(d. i.Van de Roode-molen),Frankemolen, Homulle, Katemolen(kate, zie §99) en het verbasterdeKattemulle, enz.8GroenmanenFruitman, Appelman, AugurkiesmanenKomkommerman, KalkmanenSteenman, HooimanenStroman, Melkman, BlikmanenYzerman, LakenmanenPelsman, VlasmanenHennipman, MattemanenDoozeman, Brilleman, MosselmanenOesterman, Suikerman, Mosterman, VleesmanenSpekman, Wafelman, VismanenBotman.9Zeeman, Timmerman, LandmanenVeldman(ookFeltmanenVeltman),BoumanenWeiman, Huisman(zie bl. 301) enSchuurman, Veeman, KoemanmetCoeyman, SchaepmanmetSchaapman, Voerman, Veerman, Aschman, ModdermanenBaggerman.10Huysmans, Schuurmans, Coeymans, Ackermans, Timmermans, Yzermans, Botermans, Knechtmans.11Cruysmans, tegenover ’t onverbogeneKruseman(de man metkruis,kruus,kroeshaar? zie den geslachtsnaamKruishaar),Vorsselmans, Hellemans, Nelemans, Palstermans, Hurtmans, Oerlemans, Stockmans, Mosmans, Hezemans.12ZieRegister van den Aanbrengvan 1511, bl. 14.13Register van den Aanbrengvan 1511, dl. 1, bl. 3 en bl. 168.14Louis de Baecker,Les Flamands de France—Gent, 1851—bl. 185.15Informacie up den staet, faculteit ende gelegenheit der steden ende dorpen van Hollant ende Vrieslant—bl. 118 en 402.16Register van den Aanbreng van 1511—bl. 13.17De Oude Tijd, jaargang 1870, bl. 114.18Van den Bergh,Histor: Beschouwing der nederl. Eigennamen. Bl. 316.19Louis de Baecker,Les Flamands de France. Bl. 372.20Oorkonden van het St. Anthonij-Gasthuis te Leeuwarden. Bl. 265.21De oude Nederlanders hadden te recht eenen tegenzin om de zelfde klinkletter twee maal onmiddellik naast elkanderen te plaatsen. Daarom schreven zystraetenmuer, gelijk de Vlamingen voor weinige jaren nog deden, terwijl de Hollanders reeds sedert anderhalve eeustraatenmuurschryven. Zoo ookBlaevoetin plaats vanBlauvoetofBlaeuvoet; immersuenvis oorspronkelik de zelfde letter. Hoe omslachtig staan daar tegenover de spelwyzenBlaauwvoetvolgensSiegenbeek,BlauwvoetvolgensDe VriesenTe Winkel, waar men deuofvviermaal naast elkanderen plaatst (immerswis twee maalvofu) enzevenofachtklinkers op elkanderen laat volgen! De naam vanWilhelm Blaevoetkomt reeds voor in eene oorkonde van den jare 1176 (ZieLouis de Baecker,Les Flamands de France, bl. 372) En nog heden bestaat deze geslachtsnaam in Vlaanderen.22Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens. Dl. II, bl. 207.23Algoed, Alderbesten, Alderliesten(een versletene form vanalderliefsten,allerliefste),Bemindt, BlymetDe BlyenEvenbly, Brave, Dankbaar, Dapper, Edel, Ernstig, Frisch, Geneugelijk, Goedertier, Helder, KloekenCloeck, KnapenKnappe, Levendig, Netjes, Kostelijk, RijkenRyckaert, Rustige, Suyver, Vrolik, Vrolijk, VroolikenVroolijk, Verheugd, Vlug, Vroom, Welgemoed, WeltevredenenWeltevreedemetContent. NevensWelgemoedkomen ook nog voor:Ligtermoed(licht te moede, licht- of luchthartig),VrymoedenVriemoet, en het min of meer raadselachtigeVerschgemoed.24Behouden(zeker oorspronkelik de bynaam van iemand diebehoudenbleef by eenig groot ongeluk, of diebehoudent’ huis kwam van eene gevaarlike reize?),Flauw, Nugteren, Verdoold, VerlorenenVerlooremetVermist(deze laatsten als bynamen vanvermiste,verdooldeofverlorene, maar weêr te recht gekomene kinderen?),Weerloos, Welbedacht, Welbekend, ZagtenDe SagteenZuinig. Aangaande den naamVerlorenzie men ook §157.25Leep, Stout, Woest. De naamStoutkanook opgevat worden in de oude beteekenis vanmoedig,dapper(zoo als by den bynaam vanKarel den Stoute); ook kan hy eene verdietsching zijn van den hoogduitschen geslachtsnaamStolz, die ook hier te lande voorkomt.26De Goedt, De Goeje, De Goeyen, Den Goeyen, Den Besten, De Coene, De Kloeke, De Kuysche, De Milde, De RijckeenRyke, De VroeenDe Vroey(versletene en verfloeide formen vanDe Vroede),De VroomeenVroome, De WaekerenDe Wijsmet het hoogduitscheWeisen het franscheLe Sage. De bynaamDe Vroedeis reeds van zeer oude dagteekening. Immers droeg, volgens het brugsche weekbladRond den Heerd, dl. VIII, bl. 106, een aanzienlik burger van de vlaamsche stad Iperen, ten jare 1127, den naam vanWilhelm de Vroede.27Den Dullen(dat is: de dolle),De Loome, Monster(dat ook oorspronkelik de naam wezen kan van het dorpMonster[Monasterium] in het hollandsche Westland),De Harde, De HerdeenD’Harden, De Quay(oude spelling en versletene form vanDe Kwade),De Simpel, De SlimmeenSlimme(met de hoogduitsche weêrgaSchlimmer),De Sot, De Staute(zieStouthier boven),De SukkelenSukkel. VerderDe Surgeloose(het woordzorgwordt in menige gouspraak alszurg,surg,surchuitgesproken,—(zie bl. 223) metSorgelooseenSorgeloos, De Wilde, De WildenDe Wildt, en eindelikLuysteraar.28Den HeldmetHeld, HeldtenHelt, GoedbloedenGoetbloetmetGoedhart, ookJongbloed, Jongebloed, Jonckbloedt, JonckbloetenJonkbloed; dan nogJonkhart.29De Praetere, De Sorgher, Sorgdrager, Helper, TroosterenRaadgever, LigthertenLigthart, PronckertenPronk, De SloovereenSloof. Een byform van den naamRaadgeveris nog de geslachtsnaamRaadgep, eene zonderlinge quasi-verdietsching van den hoogduitschen maagschapsnaamRathgeb, die ook in ons land voorkomt. Dat deze naam reeds zeer oud is, bewijst d’ omstandigheid dat hy reeds in de middeleeuen in versletenen form voorkwam. Immers zekereWouter Ratgheer(Raadgever) was ten jare 1345 schepen der stede Sluis in Vlaanderen (zieDe Oude Tijd, jaargang 1870, bl. 114.). Verder behooren tot deze groep nog de namenLooperenDe Looper(een oude beroepsnaam? uit den tijd toen de groote heeren er eenenlooperop nahielden?),De Wandeleir, SpringerenDe Springere,Stapper, De FluiterenFluyter, De Telder, HardlooperenHartloopermetDribbelaar, Vlieger, De VliegerenDe Vlieghere, Hoogklimmer, Zwemmer, Duyker, DuikerenDuker, Schuyler, De Slooper, StokerenRoker, Blazer, BlaaserenBrommer, WaayerenZwaayer, SwerverenZwerver, De Smyter, RoeperenDe Roeper, Schrikker, Kermer, Lagcher, Weener(kan ook de naam zijn van het oostfriesche vlekWeener),Schreyeren in FrieslandSchriemer(eigenlikskriemer, datschreierbeteekent). Ten slotte nog, als patronymikon,Droomers.30LeedegangenLedeganck(oorspronkelik zeker wel de bynaam van eenen ledigganger, leêglooper),Drayer(kan ook aan een handwerk,wieldraaier, ontleend zijn),Praalder, Sluyper, Zwendelaer, Dobbelaer, Dobbelaar, Dobbeleer, DobbeleireenDe DobbelaeremetDe Dobbeleer.31De Navorscher, dl. XXXIII, bl. 234 en 236.32De Navorscher, dl. XXXIII, bl. 113.33Van LennepenTer Gouw,De Uithangteekens, dl. I. bl. 40.34De Navorscher, dl. XXXIII, bl. 128.35Informacie up den staet van Hollant, bl. 469.36De Navorscher, dl. XXVIII, bl. 456.37De Uithangteekens, dl. I, bl. 243.38ZieBijdragen voor de geschiedenis van het Bisdom van Haarlem—Haarlem, 1880—dl. VIII, bl. 72.39Keetell, Ketel, GotelingenGutteling, Schotel, Leepel, MesenHakmes, Emmer, Tobbe, KuipenDe Cuype, Ton, Ledder(de friesche form van het woordladder),Beezem, BezemenBesem, Korf, Fles, StoopenDe Stoop, BekerenDe Kroes(deze naamkanook byKroese, enz. op bl. 343 worden gevoegd),Stoel, Hooghstoel, Stoof, Stoove(oud-nederlandsche, nog in West-Vlaanderen in volle gebruik zijnde naam voor »kachel”),KeersenKaars, De KandelaerenDe Kandeleer(in de 16deeeu was er te Delft eene brouery die »In de Kandelaer” heette, even als in de 15deeeu te Leuven—Uithangteekens, dl. I, bl. 48 en dl. II, bl. 210),Slot, SleutelenDe Grendele, KlokenDe Klok, BrilenBrill. De boere-gereedschappen worden vertegenwoordigd door de geslachtsnamenDe CarneenPloeg. Verder komen nog voorCruywagen, Korswagen(is dit eene verbastering van het oude woordkordewagen= kruiwagen, nog heden in Friesland, by letterkeer,kroodwagen,krodegenoemd?),Stelwagen, aan verschillende geslachten eigen, en het versleteneStelwag(wat beteekent dit woord eigenlik? De wagenmaker heet in Groningerland »stelmaker”—zie bl. 308),Goedewaagen, enz. Vermoedelik is deze laatste naam oorspronkelik welGoudewagen, gouden wagen, ’t welk de West-Vlamingen alsgoede wagenongeveer uitspreken. De naam is wel te Gouda inheemsch, maar kan zeer wel uit Vlaanderen afkomstig zijn. »De Gouden wagen” was oudtijds als uithangteeken of gevelsteen veel in gebruik, vooral aan boere-herbergen en afspanningen; te Leeuwarden zijn er nog heden twee herbergen, die zoo heeten.40Uithangteekens, II, 265.41Uithangteekens, II, 203.42Uithangteekens, II, 170.43Uithangteekens, dl. II, bl. 190.44Uithangteekens, dl. II, bl. 238.45L. L. de Bo,Westvlaamsch Idioticon, op het woordBiebuik.46Uithangteekens, dl. I, bl. 47 en 48.47Uithangteekens, dl. I, bl. 39.48Informacie up den staet van Hollant, bl. 427, 437, 442, 488, 545.49J. P. Blok,Eene hollandsche stad in de middeleeuwen—’s Gravenhage, 1883—bl. 60.50J. H. van Dale,Het Sluische St. Kathelyne gilde, inDe oude Tijd, jaargang 1870, bl. 114.51Rond den Heerd, dl. VIII, bl. 106.52De Navorscher, dl. XXVII, bl. 80.53De Navorscher, dl. XXVII, bl. 398.54In Noord-Brabant ligt ook een dorp datBeersheet (in het land van Kuik); in Over-IJssel (Ambt Ommen) ligt een gehuchtBeerse, en in het Land van Antwerpen, by Turnhout, nog een dorpBeers. Naar dit laatste dorp draagt zekerlik het antwerpsche geslachtVan Beers, waar de dichterJan van Beerstoe behoort, zynen naam. Misschien ookBeersmans; zie bl. 322.55W. Eekhoff,Geschiedkundige beschrijving van Leeuwarden, dl. II, bl. 419.56»In den witten Brack”, was in 1600 de naam van een huis te Delft. ZieSoutendam,Een wandeling langs Delfts straten en grachten; bl. 18.57Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. I, bl. 48.58De Navorscher, dl. XXVII, bl. 78.59De Navorscher, XXVII, bl. 411, 412, 413.60Bernh. Brons Jr.Friesische Namen, bl. 56.61Edw. Gailliard,Glossaire flamand—Brugge, 1882—bl. 191.62Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. I, bl. 48.63ZieUithangteekens, dl. II, bl. 15, 328.64ZieUithangteekens, dl. II, bl. 315, 369, 371.65Register van den Aanbrengvan 1511, dl. III, bl. 60.66Uithangteekens, dl. II, bl. 353.67»In de Quack” was in 1600 de naam van een huis te Delft. ZieSoutendam,Een wandeling langs Delfts straten en grachten, bl. 18.—De kwak, eene soort van reiger, werd hier in de middeleeuen als wildbraad gegeten.68ZieDe Navorscher, dl. XXVII, bl. 78, 340, 453 en 505.69Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. I, bl. 47.70Wagenaar,Amsterdam, IV, bl. 401.71De Navorscher, dl. IV, bl. 129.72De Navorscher, dl. XXVII, bl. 412.73ZieVan LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. II, bl. 378.74Zie mijn opstel:Naamsoorsprong van Apeldoorn, inDe Navorscher, dl. XXV, bl. 559.75Van LennepenTer Gouw,De Uithangteekens, dl. II, bl. 389.76E. Laurillard,Familienamen, in het tijdschriftDe oude Huisvriend, jaargang 1882.77Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. II, bl. 42.78Donckerwolcke, Slagregen, Stofregen, Hagel, HagelslagenHaegelsteen, De DonderenDen DondermetDondersin patronymikalen form,BlitsenBlitz, De Mist, De Rijm, GrondijsenKoudijs. DeDauwenDen Dauw, Mooiweer, SpringvloedenSpringvloet, Vuur, VlamenDe Vlam, De RookenDe Roock, Vonken het hoogduitscheFunke, Van den OchtendenVan den Avondt, AvontsenSavendts, en ten slotteMiddernacht.79ZieRond den Heerd, jaargang VIII, bl. 106.80Register van den Aanbreng van 1511, dl. I, bl. 15.81Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. II, bl. 227.82Zie mijn opstelBier en Bierdrinkers in Friesland, voorkomende in deFriesche Volksalmanak voor het jaar 1884—Leeuwarden, 1884.83Dat de wijnkoelware, gold oudtijds als eene byzonder gewenschte eigenschap, gelijk uit vele volkseigene oude geschriften, enz. blijkt. Zoo luidt ook eene strofe in het schoone oud-nederlandsche volkslied van Oostland:»Daer sullen wi avont end’ morgen»Noch drincken den coelen wiin.”84Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. II, bl. 192.85De Navorscher, dl. XXIII, bl. 272.86Roem, Luister, MoedmetVrymoedenVriemoet, Rust, Gewin, Troost, KrachtenKraftmetKrafft, Vernuft, KunstenDuizendkunst(oorspronkelik zeker een bynaam voor eenen duizendkunstenaar),KennisenGoedraad.87HoonenDe Hoon, Hoogmoed, Kommer, List, Moedwil, NoodtenDe Nood, OngenametOngenaed, Ongenaeden, OngenaeenOnghena, Onrust, Schade, SorgenCleynsorgh, Schuld, De Spot, Twist, VerraedenVrees.88GeselschapmetSellschapenSellschop, GodsdeelenAelmoes, Den Handel, PostenDe Post, HaestenDe Haast, KredietenContant, Koopmanschap, Lotery, MusyckenVogelgezang, Politiek, PraalenPronk, Koestapel, Slaap(zie bl. 328 en 437) enSluymer, Sieraad, OorlofenPaspoort, SchimenSpook, ScheepvaartenZeevaert, Vijlbrief(veilbrief?),De Wet, Wonder, met het hoogduitscheWunder.89ZieGuido Gezelle’smaandbladLoquela, te Rousselaere uitgegeven, in den jaargang van 1883, bl. 85.90ZieE. Laurillard,Familienamen, voorkomende in het tijdschriftDe oude HuisvriendvanJ. J. A. Gouverneur, jaargang 1882.91De Navorscher, dl. XXVIII, bl. 85.92De Navorscher, dl. XXVIII, bl. 399.93ZieDe Navorscher; dl. XXXII, bl. 156.94»Familienamen”, een opstel, voorkomende in het tijdschriftDe oude HuisvriendvanJ. J. A. Goeverneur; in jaargang 1882. Men vergelyke aangaande dezen naam ookDe Navorscher, dl. XXXII, bl. 484.95De Navorscher, dl.XXX, bl. 537, 570. XXXII, bl. 482.96VreugdenhilenVreugdeneel(misschien oorspronkelik wel een en de zelfde naam),Rotteveel, Vethake, Wouterlood, Lammerschop, Wijckerheld, Latynhouwers, Duizendstraal, Boerlijst, Kroothoep, Handlugten, Heuveldop, Rijnbende, Liedermooi, Herderschee, Nagtglas, Koorenblik, Ondereet, Schuttero, Stokkentreeft, Geiregat.97Pieleprat, Pingeweele, Plutschouw, Hioolen, Margadant, Nonhebel, JiskootenYskoot(oorspronkelik misschien wel een en de zelfde naam),Zetteruam, Hoyack, Schuak, Pollones, Lasones, Kempees, Uloth, Mieremet, Nogarede, Boldoot, Fevesur, Wambersie.98Zie het tijdschriftRond den Heerd—Brugge, 1873—dl. VIII, bl. 364.99J. Ter Gouw,Amsterdamsche Kleinigheden, bl. 58.100Dr.J. P. Blok,Eene hollandsche stad in de middeleeuwen, bl. 336.

1Blikslager, Brouwer, Herder, Kapper, Kramer, Koopman, Molenaar, Paardekoper, Schoenmaker, Timmerman, Smid, Snyder, Visscher, Voerman, Zeehandelaar, Zwaardemaker.

2De Bleeker, De Brouwer, De Coopman, De Koning, De Kleermaker, De Looyer, De Landmeter, De Munter, De Jager, De Visscher.

3ZieRegister van den Aanbreng, dl. I. bl. 174.

4ZieDe Navorscher, dl. XXXII, bl. 85, 361, 362, 551.

5Men zie aangaande dit belangryke woordDe Bo’sWestvlaamsch IdioticonenGuido Gezelle’sLoquela, jaargang 1883, bl. 14.

6Register van den Aanbreng in 1511, dl. I, bl. 4.

7De Molenaar, De Molenaer, Meulenaar, De Meulenaar, De Meulenaere, De Meuleneere, De Meuleneir, Muller, Mulder, De Mulder, De Muylder, De Muyldere, De Meulder(ook half-verfranscht alsDe Meuldre),De Molder, enz.MüllerenMöllergeven door hunne spelling hunnen hoogduitschen oorsprong te kennen. De geslachtsnaamDe Meulemeester(ook in hoogduitschen form alsMühlemeistervoorkomende) behoort ook tot de molenaars. Zoo medeMeulmanen het patronymikaleMeulmansmet het hoogduitscheMöhlmann. Ten slotte nogVan der Molen, Van der Meulen, Van der Muelen, Van de Molen, Vermeulen, Vermeule, Termeulen, Verwatermolen, Van der Slagmolen, Van der Heymolen, Van Dromole(d. i.Van de Roode-molen),Frankemolen, Homulle, Katemolen(kate, zie §99) en het verbasterdeKattemulle, enz.

8GroenmanenFruitman, Appelman, AugurkiesmanenKomkommerman, KalkmanenSteenman, HooimanenStroman, Melkman, BlikmanenYzerman, LakenmanenPelsman, VlasmanenHennipman, MattemanenDoozeman, Brilleman, MosselmanenOesterman, Suikerman, Mosterman, VleesmanenSpekman, Wafelman, VismanenBotman.

9Zeeman, Timmerman, LandmanenVeldman(ookFeltmanenVeltman),BoumanenWeiman, Huisman(zie bl. 301) enSchuurman, Veeman, KoemanmetCoeyman, SchaepmanmetSchaapman, Voerman, Veerman, Aschman, ModdermanenBaggerman.

10Huysmans, Schuurmans, Coeymans, Ackermans, Timmermans, Yzermans, Botermans, Knechtmans.

11Cruysmans, tegenover ’t onverbogeneKruseman(de man metkruis,kruus,kroeshaar? zie den geslachtsnaamKruishaar),Vorsselmans, Hellemans, Nelemans, Palstermans, Hurtmans, Oerlemans, Stockmans, Mosmans, Hezemans.

12ZieRegister van den Aanbrengvan 1511, bl. 14.

13Register van den Aanbrengvan 1511, dl. 1, bl. 3 en bl. 168.

14Louis de Baecker,Les Flamands de France—Gent, 1851—bl. 185.

15Informacie up den staet, faculteit ende gelegenheit der steden ende dorpen van Hollant ende Vrieslant—bl. 118 en 402.

16Register van den Aanbreng van 1511—bl. 13.

17De Oude Tijd, jaargang 1870, bl. 114.

18Van den Bergh,Histor: Beschouwing der nederl. Eigennamen. Bl. 316.

19Louis de Baecker,Les Flamands de France. Bl. 372.

20Oorkonden van het St. Anthonij-Gasthuis te Leeuwarden. Bl. 265.

21De oude Nederlanders hadden te recht eenen tegenzin om de zelfde klinkletter twee maal onmiddellik naast elkanderen te plaatsen. Daarom schreven zystraetenmuer, gelijk de Vlamingen voor weinige jaren nog deden, terwijl de Hollanders reeds sedert anderhalve eeustraatenmuurschryven. Zoo ookBlaevoetin plaats vanBlauvoetofBlaeuvoet; immersuenvis oorspronkelik de zelfde letter. Hoe omslachtig staan daar tegenover de spelwyzenBlaauwvoetvolgensSiegenbeek,BlauwvoetvolgensDe VriesenTe Winkel, waar men deuofvviermaal naast elkanderen plaatst (immerswis twee maalvofu) enzevenofachtklinkers op elkanderen laat volgen! De naam vanWilhelm Blaevoetkomt reeds voor in eene oorkonde van den jare 1176 (ZieLouis de Baecker,Les Flamands de France, bl. 372) En nog heden bestaat deze geslachtsnaam in Vlaanderen.

22Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens. Dl. II, bl. 207.

23Algoed, Alderbesten, Alderliesten(een versletene form vanalderliefsten,allerliefste),Bemindt, BlymetDe BlyenEvenbly, Brave, Dankbaar, Dapper, Edel, Ernstig, Frisch, Geneugelijk, Goedertier, Helder, KloekenCloeck, KnapenKnappe, Levendig, Netjes, Kostelijk, RijkenRyckaert, Rustige, Suyver, Vrolik, Vrolijk, VroolikenVroolijk, Verheugd, Vlug, Vroom, Welgemoed, WeltevredenenWeltevreedemetContent. NevensWelgemoedkomen ook nog voor:Ligtermoed(licht te moede, licht- of luchthartig),VrymoedenVriemoet, en het min of meer raadselachtigeVerschgemoed.

24Behouden(zeker oorspronkelik de bynaam van iemand diebehoudenbleef by eenig groot ongeluk, of diebehoudent’ huis kwam van eene gevaarlike reize?),Flauw, Nugteren, Verdoold, VerlorenenVerlooremetVermist(deze laatsten als bynamen vanvermiste,verdooldeofverlorene, maar weêr te recht gekomene kinderen?),Weerloos, Welbedacht, Welbekend, ZagtenDe SagteenZuinig. Aangaande den naamVerlorenzie men ook §157.

25Leep, Stout, Woest. De naamStoutkanook opgevat worden in de oude beteekenis vanmoedig,dapper(zoo als by den bynaam vanKarel den Stoute); ook kan hy eene verdietsching zijn van den hoogduitschen geslachtsnaamStolz, die ook hier te lande voorkomt.

26De Goedt, De Goeje, De Goeyen, Den Goeyen, Den Besten, De Coene, De Kloeke, De Kuysche, De Milde, De RijckeenRyke, De VroeenDe Vroey(versletene en verfloeide formen vanDe Vroede),De VroomeenVroome, De WaekerenDe Wijsmet het hoogduitscheWeisen het franscheLe Sage. De bynaamDe Vroedeis reeds van zeer oude dagteekening. Immers droeg, volgens het brugsche weekbladRond den Heerd, dl. VIII, bl. 106, een aanzienlik burger van de vlaamsche stad Iperen, ten jare 1127, den naam vanWilhelm de Vroede.

27Den Dullen(dat is: de dolle),De Loome, Monster(dat ook oorspronkelik de naam wezen kan van het dorpMonster[Monasterium] in het hollandsche Westland),De Harde, De HerdeenD’Harden, De Quay(oude spelling en versletene form vanDe Kwade),De Simpel, De SlimmeenSlimme(met de hoogduitsche weêrgaSchlimmer),De Sot, De Staute(zieStouthier boven),De SukkelenSukkel. VerderDe Surgeloose(het woordzorgwordt in menige gouspraak alszurg,surg,surchuitgesproken,—(zie bl. 223) metSorgelooseenSorgeloos, De Wilde, De WildenDe Wildt, en eindelikLuysteraar.

28Den HeldmetHeld, HeldtenHelt, GoedbloedenGoetbloetmetGoedhart, ookJongbloed, Jongebloed, Jonckbloedt, JonckbloetenJonkbloed; dan nogJonkhart.

29De Praetere, De Sorgher, Sorgdrager, Helper, TroosterenRaadgever, LigthertenLigthart, PronckertenPronk, De SloovereenSloof. Een byform van den naamRaadgeveris nog de geslachtsnaamRaadgep, eene zonderlinge quasi-verdietsching van den hoogduitschen maagschapsnaamRathgeb, die ook in ons land voorkomt. Dat deze naam reeds zeer oud is, bewijst d’ omstandigheid dat hy reeds in de middeleeuen in versletenen form voorkwam. Immers zekereWouter Ratgheer(Raadgever) was ten jare 1345 schepen der stede Sluis in Vlaanderen (zieDe Oude Tijd, jaargang 1870, bl. 114.). Verder behooren tot deze groep nog de namenLooperenDe Looper(een oude beroepsnaam? uit den tijd toen de groote heeren er eenenlooperop nahielden?),De Wandeleir, SpringerenDe Springere,Stapper, De FluiterenFluyter, De Telder, HardlooperenHartloopermetDribbelaar, Vlieger, De VliegerenDe Vlieghere, Hoogklimmer, Zwemmer, Duyker, DuikerenDuker, Schuyler, De Slooper, StokerenRoker, Blazer, BlaaserenBrommer, WaayerenZwaayer, SwerverenZwerver, De Smyter, RoeperenDe Roeper, Schrikker, Kermer, Lagcher, Weener(kan ook de naam zijn van het oostfriesche vlekWeener),Schreyeren in FrieslandSchriemer(eigenlikskriemer, datschreierbeteekent). Ten slotte nog, als patronymikon,Droomers.

30LeedegangenLedeganck(oorspronkelik zeker wel de bynaam van eenen ledigganger, leêglooper),Drayer(kan ook aan een handwerk,wieldraaier, ontleend zijn),Praalder, Sluyper, Zwendelaer, Dobbelaer, Dobbelaar, Dobbeleer, DobbeleireenDe DobbelaeremetDe Dobbeleer.

31De Navorscher, dl. XXXIII, bl. 234 en 236.

32De Navorscher, dl. XXXIII, bl. 113.

33Van LennepenTer Gouw,De Uithangteekens, dl. I. bl. 40.

34De Navorscher, dl. XXXIII, bl. 128.

35Informacie up den staet van Hollant, bl. 469.

36De Navorscher, dl. XXVIII, bl. 456.

37De Uithangteekens, dl. I, bl. 243.

38ZieBijdragen voor de geschiedenis van het Bisdom van Haarlem—Haarlem, 1880—dl. VIII, bl. 72.

39Keetell, Ketel, GotelingenGutteling, Schotel, Leepel, MesenHakmes, Emmer, Tobbe, KuipenDe Cuype, Ton, Ledder(de friesche form van het woordladder),Beezem, BezemenBesem, Korf, Fles, StoopenDe Stoop, BekerenDe Kroes(deze naamkanook byKroese, enz. op bl. 343 worden gevoegd),Stoel, Hooghstoel, Stoof, Stoove(oud-nederlandsche, nog in West-Vlaanderen in volle gebruik zijnde naam voor »kachel”),KeersenKaars, De KandelaerenDe Kandeleer(in de 16deeeu was er te Delft eene brouery die »In de Kandelaer” heette, even als in de 15deeeu te Leuven—Uithangteekens, dl. I, bl. 48 en dl. II, bl. 210),Slot, SleutelenDe Grendele, KlokenDe Klok, BrilenBrill. De boere-gereedschappen worden vertegenwoordigd door de geslachtsnamenDe CarneenPloeg. Verder komen nog voorCruywagen, Korswagen(is dit eene verbastering van het oude woordkordewagen= kruiwagen, nog heden in Friesland, by letterkeer,kroodwagen,krodegenoemd?),Stelwagen, aan verschillende geslachten eigen, en het versleteneStelwag(wat beteekent dit woord eigenlik? De wagenmaker heet in Groningerland »stelmaker”—zie bl. 308),Goedewaagen, enz. Vermoedelik is deze laatste naam oorspronkelik welGoudewagen, gouden wagen, ’t welk de West-Vlamingen alsgoede wagenongeveer uitspreken. De naam is wel te Gouda inheemsch, maar kan zeer wel uit Vlaanderen afkomstig zijn. »De Gouden wagen” was oudtijds als uithangteeken of gevelsteen veel in gebruik, vooral aan boere-herbergen en afspanningen; te Leeuwarden zijn er nog heden twee herbergen, die zoo heeten.

40Uithangteekens, II, 265.

41Uithangteekens, II, 203.

42Uithangteekens, II, 170.

43Uithangteekens, dl. II, bl. 190.

44Uithangteekens, dl. II, bl. 238.

45L. L. de Bo,Westvlaamsch Idioticon, op het woordBiebuik.

46Uithangteekens, dl. I, bl. 47 en 48.

47Uithangteekens, dl. I, bl. 39.

48Informacie up den staet van Hollant, bl. 427, 437, 442, 488, 545.

49J. P. Blok,Eene hollandsche stad in de middeleeuwen—’s Gravenhage, 1883—bl. 60.

50J. H. van Dale,Het Sluische St. Kathelyne gilde, inDe oude Tijd, jaargang 1870, bl. 114.

51Rond den Heerd, dl. VIII, bl. 106.

52De Navorscher, dl. XXVII, bl. 80.

53De Navorscher, dl. XXVII, bl. 398.

54In Noord-Brabant ligt ook een dorp datBeersheet (in het land van Kuik); in Over-IJssel (Ambt Ommen) ligt een gehuchtBeerse, en in het Land van Antwerpen, by Turnhout, nog een dorpBeers. Naar dit laatste dorp draagt zekerlik het antwerpsche geslachtVan Beers, waar de dichterJan van Beerstoe behoort, zynen naam. Misschien ookBeersmans; zie bl. 322.

55W. Eekhoff,Geschiedkundige beschrijving van Leeuwarden, dl. II, bl. 419.

56»In den witten Brack”, was in 1600 de naam van een huis te Delft. ZieSoutendam,Een wandeling langs Delfts straten en grachten; bl. 18.

57Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. I, bl. 48.

58De Navorscher, dl. XXVII, bl. 78.

59De Navorscher, XXVII, bl. 411, 412, 413.

60Bernh. Brons Jr.Friesische Namen, bl. 56.

61Edw. Gailliard,Glossaire flamand—Brugge, 1882—bl. 191.

62Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. I, bl. 48.

63ZieUithangteekens, dl. II, bl. 15, 328.

64ZieUithangteekens, dl. II, bl. 315, 369, 371.

65Register van den Aanbrengvan 1511, dl. III, bl. 60.

66Uithangteekens, dl. II, bl. 353.

67»In de Quack” was in 1600 de naam van een huis te Delft. ZieSoutendam,Een wandeling langs Delfts straten en grachten, bl. 18.—De kwak, eene soort van reiger, werd hier in de middeleeuen als wildbraad gegeten.

68ZieDe Navorscher, dl. XXVII, bl. 78, 340, 453 en 505.

69Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. I, bl. 47.

70Wagenaar,Amsterdam, IV, bl. 401.

71De Navorscher, dl. IV, bl. 129.

72De Navorscher, dl. XXVII, bl. 412.

73ZieVan LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. II, bl. 378.

74Zie mijn opstel:Naamsoorsprong van Apeldoorn, inDe Navorscher, dl. XXV, bl. 559.

75Van LennepenTer Gouw,De Uithangteekens, dl. II, bl. 389.

76E. Laurillard,Familienamen, in het tijdschriftDe oude Huisvriend, jaargang 1882.

77Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. II, bl. 42.

78Donckerwolcke, Slagregen, Stofregen, Hagel, HagelslagenHaegelsteen, De DonderenDen DondermetDondersin patronymikalen form,BlitsenBlitz, De Mist, De Rijm, GrondijsenKoudijs. DeDauwenDen Dauw, Mooiweer, SpringvloedenSpringvloet, Vuur, VlamenDe Vlam, De RookenDe Roock, Vonken het hoogduitscheFunke, Van den OchtendenVan den Avondt, AvontsenSavendts, en ten slotteMiddernacht.

79ZieRond den Heerd, jaargang VIII, bl. 106.

80Register van den Aanbreng van 1511, dl. I, bl. 15.

81Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. II, bl. 227.

82Zie mijn opstelBier en Bierdrinkers in Friesland, voorkomende in deFriesche Volksalmanak voor het jaar 1884—Leeuwarden, 1884.

83Dat de wijnkoelware, gold oudtijds als eene byzonder gewenschte eigenschap, gelijk uit vele volkseigene oude geschriften, enz. blijkt. Zoo luidt ook eene strofe in het schoone oud-nederlandsche volkslied van Oostland:

»Daer sullen wi avont end’ morgen»Noch drincken den coelen wiin.”

»Daer sullen wi avont end’ morgen»Noch drincken den coelen wiin.”

»Daer sullen wi avont end’ morgen»Noch drincken den coelen wiin.”

»Daer sullen wi avont end’ morgen»Noch drincken den coelen wiin.”

»Daer sullen wi avont end’ morgen»Noch drincken den coelen wiin.”

»Daer sullen wi avont end’ morgen

»Noch drincken den coelen wiin.”

84Van LennepenTer Gouw,Uithangteekens, dl. II, bl. 192.

85De Navorscher, dl. XXIII, bl. 272.

86Roem, Luister, MoedmetVrymoedenVriemoet, Rust, Gewin, Troost, KrachtenKraftmetKrafft, Vernuft, KunstenDuizendkunst(oorspronkelik zeker een bynaam voor eenen duizendkunstenaar),KennisenGoedraad.

87HoonenDe Hoon, Hoogmoed, Kommer, List, Moedwil, NoodtenDe Nood, OngenametOngenaed, Ongenaeden, OngenaeenOnghena, Onrust, Schade, SorgenCleynsorgh, Schuld, De Spot, Twist, VerraedenVrees.

88GeselschapmetSellschapenSellschop, GodsdeelenAelmoes, Den Handel, PostenDe Post, HaestenDe Haast, KredietenContant, Koopmanschap, Lotery, MusyckenVogelgezang, Politiek, PraalenPronk, Koestapel, Slaap(zie bl. 328 en 437) enSluymer, Sieraad, OorlofenPaspoort, SchimenSpook, ScheepvaartenZeevaert, Vijlbrief(veilbrief?),De Wet, Wonder, met het hoogduitscheWunder.

89ZieGuido Gezelle’smaandbladLoquela, te Rousselaere uitgegeven, in den jaargang van 1883, bl. 85.

90ZieE. Laurillard,Familienamen, voorkomende in het tijdschriftDe oude HuisvriendvanJ. J. A. Gouverneur, jaargang 1882.

91De Navorscher, dl. XXVIII, bl. 85.

92De Navorscher, dl. XXVIII, bl. 399.

93ZieDe Navorscher; dl. XXXII, bl. 156.

94»Familienamen”, een opstel, voorkomende in het tijdschriftDe oude HuisvriendvanJ. J. A. Goeverneur; in jaargang 1882. Men vergelyke aangaande dezen naam ookDe Navorscher, dl. XXXII, bl. 484.

95De Navorscher, dl.XXX, bl. 537, 570. XXXII, bl. 482.

96VreugdenhilenVreugdeneel(misschien oorspronkelik wel een en de zelfde naam),Rotteveel, Vethake, Wouterlood, Lammerschop, Wijckerheld, Latynhouwers, Duizendstraal, Boerlijst, Kroothoep, Handlugten, Heuveldop, Rijnbende, Liedermooi, Herderschee, Nagtglas, Koorenblik, Ondereet, Schuttero, Stokkentreeft, Geiregat.

97Pieleprat, Pingeweele, Plutschouw, Hioolen, Margadant, Nonhebel, JiskootenYskoot(oorspronkelik misschien wel een en de zelfde naam),Zetteruam, Hoyack, Schuak, Pollones, Lasones, Kempees, Uloth, Mieremet, Nogarede, Boldoot, Fevesur, Wambersie.

98Zie het tijdschriftRond den Heerd—Brugge, 1873—dl. VIII, bl. 364.

99J. Ter Gouw,Amsterdamsche Kleinigheden, bl. 58.

100Dr.J. P. Blok,Eene hollandsche stad in de middeleeuwen, bl. 336.


Back to IndexNext