RegisterOp de vreemde namen van de in dit boek omschreven kleedingstukken, stoffen, enz.A.Appeltjes-brung,163Akertjes,132B.Baai,129Bagge,143Badie (Jean-de-la),181Beuk (de),176–177Beugel (gouden),179Beugeltasch,192Beffie,130Beroepskleeding,106Blauw-baai,140Blinker (de),192Blempje,140Bles (de),179Boeken (de),179–168Boeren,93Boerschheid,91Boeren, burgers en buitenlui,112Boeren-kunst,112Boezel,132Bodem (kruin),229Bont (Friesch),181Bont (Oost-Indisch),121Bouw (de),132Buisje,204Brung (appeltjes),163Bruid (de),106–134Bruids-fristel (de),193C.Capot-hoedje,195–224Cache-nez,231Cornet-(muts),184–212Conservatisme,90Cretone (sits),128–191D.Dasje,199Doek (de),178–203–226Doek (voorspeld),191Doek (zon-dook),192Doek (roode),162Doek (dunne),138Drie-plooitjes,209Drie-strookjes (muts),213F.Falie,226Flip (de),192Foar-flechter (de),192–193Fristel,193G.Galgen,140Gezondheid (de),140Gesp (krappe),164Geweid (het),191Gefronsd (geplooid),234Gelegenheids-kleedij,106Godsdienst,104–217Granaten (koralen),199H.Haar (gespleten),149–153Haak (de),205Hartje (het),200Halsketting, (bloedkoralen),180Heupen (de),162Hulle,198Hulletje,139Huidje (hoedje),122Hollandsche hulle,103–143I en J.Jak,163–184–188Jakje,132Jekker,205K.Kap (N. Hollandsche),146Kap (Zeeuwsche),178Kap (zwarte),155Kappe-kant-strook,142Kapspelden,142Kapmantel,223Kaper,225Kassakijntje,191Kashmire-shawl,226–231Kaschijn,205Katje,140Karekas,215Karwas,140Kamerdoek,167Kamizool,205Keus (rok-),176Keus (lief-),176Keus (rand-),177Kinder-muts,172Kiep,27–195Klein-burgerlijkheid,110Klapstukken,140Knoppen,188Knoopen (Staphorster),206Kneepjes,223Knuppeldoekje,207–226Klappen (de),167Kletje,138Krul (de),179Krappen (goud),164Krullen (de),168–185Krap-lap (Krop-lap = Kralap),137–178–202Kroon (kroesel, krans),229–231Koralen (granaten),152–199Koralen (bloedkoraal),180Koralen versiering,183Kruize-ketting,142Kolder,172Kolder (slippen-),161L.Labedisten,181Lichaams-bouw,171Links en rechts,192Luif (de),228Lijfje (lifien),200M.mantel (schoor-) (schoudermantel),167Marktdagen (Middelburg),173Merinos,183Muts (Belgische),232muts (cornet-),184–212muts (baan),215muts (blauw-zijden onder-),179muts (buiten-),228Muts (bonte),211muts (boven-),223muts (dienstboden),224muts (dubbele-),230muts (flodder-),185muts (knip),214muts (pik-),153muts (plooi-),153muts (mop- = moppes),167muts (neepjes-),206muts (onder-),185–215muts (oorijzer-),153muts (strakke),230muts (strikke-),228muts (toet-),204Mutske (het),155Modes,95–97Mode-datum,178Modern,99Mutsen-opdoen(ster),173–180Middelde (het),199Mitaines,181Mouwen,130Moiré,183N.Naalden (de),149Nette (de),205Nehillenia (de vereeniging),121O.Oelof (het),190Officieele belangstelling,120–126Opdoen (van mutsen),173Oester-putten (costume),181Oorijzer,187Omhanger,223Ongelukske,230Organdine,223Overdoek,147Over-mouwen,132P.Particuliere belangstelling,121–116Paaschdag (Paaschen),179Paramat (thibet),152Pelerine,223Plak (de),234Poffer,215–223Polsmouwen,200Pooten (de),192poppen (aangekleede costume-),118–121–238Polka-baaitje,140plaatjes (slot-),150pukkel (slot-),150Pronkkamer,137Protestantsche Godsdienst,105Prentbriefkaarten,116Prak (de),192Pij,150Pijp-mouwen,152R.Ras,105–109–169–218Reclame (door Nat. kleederdr.),124Reclame (Amerikaansche),112Rechts en links,192Rimpels (plooien),146Ruigje,131Rok (onderste),199rok (hemd-),177rok (tusschen-),199rok (plooitjes-),162Rompje,137Romp (corset),146Rollen,131Ronde muts,148Roomsch-Katholieke Godsdienst,105–217Rouw-doek,223Rijglijf,129Rijks-museum,119–121S.Scheldoek,156Schoe(schouder)mantel,147Schoor (mantel),167Schort,177–191Schulk,152Schuit-hoedje,143Skoote (de),190Spelden (de),147–149Slot (pukkel, vierkant),150Slot (-plaatjes),150spelden (parel-),127Stads-kleeding,99–122Stukken (de),167–178–179Stuk (het),132Streep-rok,138Sits (cretonne),128–191Streept (wit str. rood str.),202Strik (de),200Strijker (de),192T.Takje,228Thibet (Paramat),153Top (de),199Toet (de),203Toet-muts,204Toertjes,142Tirtei,234Tuil (de),224V.Veter,191Veertjes,142–205Versiering (van koralen),183Viefschaft (= vijfschaft),202Volks-drachten,106Volks-psyche,110Voorpanden (de),131Vrouw (de),124–220Voornaald,142W.Weezen (costumes),107Weezen (Amsterdamsche),157Wentke,191Witmoer (het),193IJ.IJdelheid,122–123Z.Zondook (zondoek),192Zevenkleurige rok,199InhoudPlaat.Blz.Voorwoord81I.Inleiding87A.Over kleederdrachten in het algemeen87B.Over nationale kleederdrachten89C.Over de nationale kleederdrachten en de vooruitgaande beschaving91II.De Nederlandsche nationale kleederdrachten96A.Algemeen overzicht96B.Waar worden de Nederlandsche nationale kleederdrachten gedragen101C.Over den invloed van den godsdienst, ras, rang, stand en beroep op de Nederlandsche nationale kleederdrachten104D.Over de beteekenis van onze Nederlandsche nationale kleederdrachten uit een ethisch en aesthetisch oogpunt108E.Litteratuur over de Nederlandsche nationale kleederdrachten112F.Wat werd en wordt er voor de instandhouding, de belangenen de kennis van de Nederlandsche nationale kleederdrachten gedaan120III.De beschrijving van de Nederlandsche nationale kleederdrachten in de verschillende provinciën127Kaart van Nederland1Noord-Holland2–25127A.Marken1–7127B.Volendam8–11136C.West-Friesland12–13141D.Het Gooi18–24143I.Laren18–19144II.Blaricum20148III.Huizen21–24150E.De Noordzee-kust en de eilanden14155F.De Meeren en Polders156G.De groote steden15–17156Utrecht25–29159Spakenburg27–29159Zuid-Holland30–33165Scheveningen32–33166Zeeland34–56168A.Walcheren34–42169B.Zuid-Beveland43–51175C.Zeeuwsch-Vlaanderen54–56182D.Noord-Beveland52–53185Friesland57–64186Hindeloopen61–63189Groningen194Drenthe65194Overijsel66–73195A.Het eiland Urk66–68196B.Staphorst72–73201Gelderland74–78209A.De Veluwe74–77210B.De Achterhoek213C.De Betuwe, en het land tusschen Maas en Waal78213Noord-Brabant79–80216A.De Meierij van ’s Hertogenbosch80216B.De Baronie van Breda229C.Het Mark-Graafschap van Bergen op Zoom79233Limburg233Naschrift236Register240Inhoud245
RegisterOp de vreemde namen van de in dit boek omschreven kleedingstukken, stoffen, enz.A.Appeltjes-brung,163Akertjes,132B.Baai,129Bagge,143Badie (Jean-de-la),181Beuk (de),176–177Beugel (gouden),179Beugeltasch,192Beffie,130Beroepskleeding,106Blauw-baai,140Blinker (de),192Blempje,140Bles (de),179Boeken (de),179–168Boeren,93Boerschheid,91Boeren, burgers en buitenlui,112Boeren-kunst,112Boezel,132Bodem (kruin),229Bont (Friesch),181Bont (Oost-Indisch),121Bouw (de),132Buisje,204Brung (appeltjes),163Bruid (de),106–134Bruids-fristel (de),193C.Capot-hoedje,195–224Cache-nez,231Cornet-(muts),184–212Conservatisme,90Cretone (sits),128–191D.Dasje,199Doek (de),178–203–226Doek (voorspeld),191Doek (zon-dook),192Doek (roode),162Doek (dunne),138Drie-plooitjes,209Drie-strookjes (muts),213F.Falie,226Flip (de),192Foar-flechter (de),192–193Fristel,193G.Galgen,140Gezondheid (de),140Gesp (krappe),164Geweid (het),191Gefronsd (geplooid),234Gelegenheids-kleedij,106Godsdienst,104–217Granaten (koralen),199H.Haar (gespleten),149–153Haak (de),205Hartje (het),200Halsketting, (bloedkoralen),180Heupen (de),162Hulle,198Hulletje,139Huidje (hoedje),122Hollandsche hulle,103–143I en J.Jak,163–184–188Jakje,132Jekker,205K.Kap (N. Hollandsche),146Kap (Zeeuwsche),178Kap (zwarte),155Kappe-kant-strook,142Kapspelden,142Kapmantel,223Kaper,225Kassakijntje,191Kashmire-shawl,226–231Kaschijn,205Katje,140Karekas,215Karwas,140Kamerdoek,167Kamizool,205Keus (rok-),176Keus (lief-),176Keus (rand-),177Kinder-muts,172Kiep,27–195Klein-burgerlijkheid,110Klapstukken,140Knoppen,188Knoopen (Staphorster),206Kneepjes,223Knuppeldoekje,207–226Klappen (de),167Kletje,138Krul (de),179Krappen (goud),164Krullen (de),168–185Krap-lap (Krop-lap = Kralap),137–178–202Kroon (kroesel, krans),229–231Koralen (granaten),152–199Koralen (bloedkoraal),180Koralen versiering,183Kruize-ketting,142Kolder,172Kolder (slippen-),161L.Labedisten,181Lichaams-bouw,171Links en rechts,192Luif (de),228Lijfje (lifien),200M.mantel (schoor-) (schoudermantel),167Marktdagen (Middelburg),173Merinos,183Muts (Belgische),232muts (cornet-),184–212muts (baan),215muts (blauw-zijden onder-),179muts (buiten-),228Muts (bonte),211muts (boven-),223muts (dienstboden),224muts (dubbele-),230muts (flodder-),185muts (knip),214muts (pik-),153muts (plooi-),153muts (mop- = moppes),167muts (neepjes-),206muts (onder-),185–215muts (oorijzer-),153muts (strakke),230muts (strikke-),228muts (toet-),204Mutske (het),155Modes,95–97Mode-datum,178Modern,99Mutsen-opdoen(ster),173–180Middelde (het),199Mitaines,181Mouwen,130Moiré,183N.Naalden (de),149Nette (de),205Nehillenia (de vereeniging),121O.Oelof (het),190Officieele belangstelling,120–126Opdoen (van mutsen),173Oester-putten (costume),181Oorijzer,187Omhanger,223Ongelukske,230Organdine,223Overdoek,147Over-mouwen,132P.Particuliere belangstelling,121–116Paaschdag (Paaschen),179Paramat (thibet),152Pelerine,223Plak (de),234Poffer,215–223Polsmouwen,200Pooten (de),192poppen (aangekleede costume-),118–121–238Polka-baaitje,140plaatjes (slot-),150pukkel (slot-),150Pronkkamer,137Protestantsche Godsdienst,105Prentbriefkaarten,116Prak (de),192Pij,150Pijp-mouwen,152R.Ras,105–109–169–218Reclame (door Nat. kleederdr.),124Reclame (Amerikaansche),112Rechts en links,192Rimpels (plooien),146Ruigje,131Rok (onderste),199rok (hemd-),177rok (tusschen-),199rok (plooitjes-),162Rompje,137Romp (corset),146Rollen,131Ronde muts,148Roomsch-Katholieke Godsdienst,105–217Rouw-doek,223Rijglijf,129Rijks-museum,119–121S.Scheldoek,156Schoe(schouder)mantel,147Schoor (mantel),167Schort,177–191Schulk,152Schuit-hoedje,143Skoote (de),190Spelden (de),147–149Slot (pukkel, vierkant),150Slot (-plaatjes),150spelden (parel-),127Stads-kleeding,99–122Stukken (de),167–178–179Stuk (het),132Streep-rok,138Sits (cretonne),128–191Streept (wit str. rood str.),202Strik (de),200Strijker (de),192T.Takje,228Thibet (Paramat),153Top (de),199Toet (de),203Toet-muts,204Toertjes,142Tirtei,234Tuil (de),224V.Veter,191Veertjes,142–205Versiering (van koralen),183Viefschaft (= vijfschaft),202Volks-drachten,106Volks-psyche,110Voorpanden (de),131Vrouw (de),124–220Voornaald,142W.Weezen (costumes),107Weezen (Amsterdamsche),157Wentke,191Witmoer (het),193IJ.IJdelheid,122–123Z.Zondook (zondoek),192Zevenkleurige rok,199
A.Appeltjes-brung,163Akertjes,132
Appeltjes-brung,163
Akertjes,132
B.Baai,129Bagge,143Badie (Jean-de-la),181Beuk (de),176–177Beugel (gouden),179Beugeltasch,192Beffie,130Beroepskleeding,106Blauw-baai,140Blinker (de),192Blempje,140Bles (de),179Boeken (de),179–168Boeren,93Boerschheid,91Boeren, burgers en buitenlui,112Boeren-kunst,112Boezel,132Bodem (kruin),229Bont (Friesch),181Bont (Oost-Indisch),121Bouw (de),132Buisje,204Brung (appeltjes),163Bruid (de),106–134Bruids-fristel (de),193
Baai,129
Bagge,143
Badie (Jean-de-la),181
Beuk (de),176–177
Beugel (gouden),179
Beugeltasch,192
Beffie,130
Beroepskleeding,106
Blauw-baai,140
Blinker (de),192
Blempje,140
Bles (de),179
Boeken (de),179–168
Boeren,93
Boerschheid,91
Boeren, burgers en buitenlui,112
Boeren-kunst,112
Boezel,132
Bodem (kruin),229
Bont (Friesch),181
Bont (Oost-Indisch),121
Bouw (de),132
Buisje,204
Brung (appeltjes),163
Bruid (de),106–134
Bruids-fristel (de),193
C.Capot-hoedje,195–224Cache-nez,231Cornet-(muts),184–212Conservatisme,90Cretone (sits),128–191
Capot-hoedje,195–224
Cache-nez,231
Cornet-(muts),184–212
Conservatisme,90
Cretone (sits),128–191
D.Dasje,199Doek (de),178–203–226Doek (voorspeld),191Doek (zon-dook),192Doek (roode),162Doek (dunne),138Drie-plooitjes,209Drie-strookjes (muts),213
Dasje,199
Doek (de),178–203–226
Doek (voorspeld),191
Doek (zon-dook),192
Doek (roode),162
Doek (dunne),138
Drie-plooitjes,209
Drie-strookjes (muts),213
F.Falie,226Flip (de),192Foar-flechter (de),192–193Fristel,193
Falie,226
Flip (de),192
Foar-flechter (de),192–193
Fristel,193
G.Galgen,140Gezondheid (de),140Gesp (krappe),164Geweid (het),191Gefronsd (geplooid),234Gelegenheids-kleedij,106Godsdienst,104–217Granaten (koralen),199
Galgen,140
Gezondheid (de),140
Gesp (krappe),164
Geweid (het),191
Gefronsd (geplooid),234
Gelegenheids-kleedij,106
Godsdienst,104–217
Granaten (koralen),199
H.Haar (gespleten),149–153Haak (de),205Hartje (het),200Halsketting, (bloedkoralen),180Heupen (de),162Hulle,198Hulletje,139Huidje (hoedje),122Hollandsche hulle,103–143
Haar (gespleten),149–153
Haak (de),205
Hartje (het),200
Halsketting, (bloedkoralen),180
Heupen (de),162
Hulle,198
Hulletje,139
Huidje (hoedje),122
Hollandsche hulle,103–143
I en J.Jak,163–184–188Jakje,132Jekker,205
Jak,163–184–188
Jakje,132
Jekker,205
K.Kap (N. Hollandsche),146Kap (Zeeuwsche),178Kap (zwarte),155Kappe-kant-strook,142Kapspelden,142Kapmantel,223Kaper,225Kassakijntje,191Kashmire-shawl,226–231Kaschijn,205Katje,140Karekas,215Karwas,140Kamerdoek,167Kamizool,205Keus (rok-),176Keus (lief-),176Keus (rand-),177Kinder-muts,172Kiep,27–195Klein-burgerlijkheid,110Klapstukken,140Knoppen,188Knoopen (Staphorster),206Kneepjes,223Knuppeldoekje,207–226Klappen (de),167Kletje,138Krul (de),179Krappen (goud),164Krullen (de),168–185Krap-lap (Krop-lap = Kralap),137–178–202Kroon (kroesel, krans),229–231Koralen (granaten),152–199Koralen (bloedkoraal),180Koralen versiering,183Kruize-ketting,142Kolder,172Kolder (slippen-),161
Kap (N. Hollandsche),146
Kap (Zeeuwsche),178
Kap (zwarte),155
Kappe-kant-strook,142
Kapspelden,142
Kapmantel,223
Kaper,225
Kassakijntje,191
Kashmire-shawl,226–231
Kaschijn,205
Katje,140
Karekas,215
Karwas,140
Kamerdoek,167
Kamizool,205
Keus (rok-),176
Keus (lief-),176
Keus (rand-),177
Kinder-muts,172
Kiep,27–195
Klein-burgerlijkheid,110
Klapstukken,140
Knoppen,188
Knoopen (Staphorster),206
Kneepjes,223
Knuppeldoekje,207–226
Klappen (de),167
Kletje,138
Krul (de),179
Krappen (goud),164
Krullen (de),168–185
Krap-lap (Krop-lap = Kralap),137–178–202
Kroon (kroesel, krans),229–231
Koralen (granaten),152–199
Koralen (bloedkoraal),180
Koralen versiering,183
Kruize-ketting,142
Kolder,172
Kolder (slippen-),161
L.Labedisten,181Lichaams-bouw,171Links en rechts,192Luif (de),228Lijfje (lifien),200
Labedisten,181
Lichaams-bouw,171
Links en rechts,192
Luif (de),228
Lijfje (lifien),200
M.mantel (schoor-) (schoudermantel),167Marktdagen (Middelburg),173Merinos,183Muts (Belgische),232muts (cornet-),184–212muts (baan),215muts (blauw-zijden onder-),179muts (buiten-),228Muts (bonte),211muts (boven-),223muts (dienstboden),224muts (dubbele-),230muts (flodder-),185muts (knip),214muts (pik-),153muts (plooi-),153muts (mop- = moppes),167muts (neepjes-),206muts (onder-),185–215muts (oorijzer-),153muts (strakke),230muts (strikke-),228muts (toet-),204Mutske (het),155Modes,95–97Mode-datum,178Modern,99Mutsen-opdoen(ster),173–180Middelde (het),199Mitaines,181Mouwen,130Moiré,183
mantel (schoor-) (schoudermantel),167
Marktdagen (Middelburg),173
Merinos,183
Muts (Belgische),232
muts (cornet-),184–212
muts (baan),215
muts (blauw-zijden onder-),179
muts (buiten-),228
Muts (bonte),211
muts (boven-),223
muts (dienstboden),224
muts (dubbele-),230
muts (flodder-),185
muts (knip),214
muts (pik-),153
muts (plooi-),153
muts (mop- = moppes),167
muts (neepjes-),206
muts (onder-),185–215
muts (oorijzer-),153
muts (strakke),230
muts (strikke-),228
muts (toet-),204
Mutske (het),155
Modes,95–97
Mode-datum,178
Modern,99
Mutsen-opdoen(ster),173–180
Middelde (het),199
Mitaines,181
Mouwen,130
Moiré,183
N.Naalden (de),149Nette (de),205Nehillenia (de vereeniging),121
Naalden (de),149
Nette (de),205
Nehillenia (de vereeniging),121
O.Oelof (het),190Officieele belangstelling,120–126Opdoen (van mutsen),173Oester-putten (costume),181Oorijzer,187Omhanger,223Ongelukske,230Organdine,223Overdoek,147Over-mouwen,132
Oelof (het),190
Officieele belangstelling,120–126
Opdoen (van mutsen),173
Oester-putten (costume),181
Oorijzer,187
Omhanger,223
Ongelukske,230
Organdine,223
Overdoek,147
Over-mouwen,132
P.Particuliere belangstelling,121–116Paaschdag (Paaschen),179Paramat (thibet),152Pelerine,223Plak (de),234Poffer,215–223Polsmouwen,200Pooten (de),192poppen (aangekleede costume-),118–121–238Polka-baaitje,140plaatjes (slot-),150pukkel (slot-),150Pronkkamer,137Protestantsche Godsdienst,105Prentbriefkaarten,116Prak (de),192Pij,150Pijp-mouwen,152
Particuliere belangstelling,121–116
Paaschdag (Paaschen),179
Paramat (thibet),152
Pelerine,223
Plak (de),234
Poffer,215–223
Polsmouwen,200
Pooten (de),192
poppen (aangekleede costume-),118–121–238
Polka-baaitje,140
plaatjes (slot-),150
pukkel (slot-),150
Pronkkamer,137
Protestantsche Godsdienst,105
Prentbriefkaarten,116
Prak (de),192
Pij,150
Pijp-mouwen,152
R.Ras,105–109–169–218Reclame (door Nat. kleederdr.),124Reclame (Amerikaansche),112Rechts en links,192Rimpels (plooien),146Ruigje,131Rok (onderste),199rok (hemd-),177rok (tusschen-),199rok (plooitjes-),162Rompje,137Romp (corset),146Rollen,131Ronde muts,148Roomsch-Katholieke Godsdienst,105–217Rouw-doek,223Rijglijf,129Rijks-museum,119–121
Ras,105–109–169–218
Reclame (door Nat. kleederdr.),124
Reclame (Amerikaansche),112
Rechts en links,192
Rimpels (plooien),146
Ruigje,131
Rok (onderste),199
rok (hemd-),177
rok (tusschen-),199
rok (plooitjes-),162
Rompje,137
Romp (corset),146
Rollen,131
Ronde muts,148
Roomsch-Katholieke Godsdienst,105–217
Rouw-doek,223
Rijglijf,129
Rijks-museum,119–121
S.Scheldoek,156Schoe(schouder)mantel,147Schoor (mantel),167Schort,177–191Schulk,152Schuit-hoedje,143Skoote (de),190Spelden (de),147–149Slot (pukkel, vierkant),150Slot (-plaatjes),150spelden (parel-),127Stads-kleeding,99–122Stukken (de),167–178–179Stuk (het),132Streep-rok,138Sits (cretonne),128–191Streept (wit str. rood str.),202Strik (de),200Strijker (de),192
Scheldoek,156
Schoe(schouder)mantel,147
Schoor (mantel),167
Schort,177–191
Schulk,152
Schuit-hoedje,143
Skoote (de),190
Spelden (de),147–149
Slot (pukkel, vierkant),150
Slot (-plaatjes),150
spelden (parel-),127
Stads-kleeding,99–122
Stukken (de),167–178–179
Stuk (het),132
Streep-rok,138
Sits (cretonne),128–191
Streept (wit str. rood str.),202
Strik (de),200
Strijker (de),192
T.Takje,228Thibet (Paramat),153Top (de),199Toet (de),203Toet-muts,204Toertjes,142Tirtei,234Tuil (de),224
Takje,228
Thibet (Paramat),153
Top (de),199
Toet (de),203
Toet-muts,204
Toertjes,142
Tirtei,234
Tuil (de),224
V.Veter,191Veertjes,142–205Versiering (van koralen),183Viefschaft (= vijfschaft),202Volks-drachten,106Volks-psyche,110Voorpanden (de),131Vrouw (de),124–220Voornaald,142
Veter,191
Veertjes,142–205
Versiering (van koralen),183
Viefschaft (= vijfschaft),202
Volks-drachten,106
Volks-psyche,110
Voorpanden (de),131
Vrouw (de),124–220
Voornaald,142
W.Weezen (costumes),107Weezen (Amsterdamsche),157Wentke,191Witmoer (het),193
Weezen (costumes),107
Weezen (Amsterdamsche),157
Wentke,191
Witmoer (het),193
IJ.IJdelheid,122–123
IJdelheid,122–123
Z.Zondook (zondoek),192Zevenkleurige rok,199
Zondook (zondoek),192
Zevenkleurige rok,199
InhoudPlaat.Blz.Voorwoord81I.Inleiding87A.Over kleederdrachten in het algemeen87B.Over nationale kleederdrachten89C.Over de nationale kleederdrachten en de vooruitgaande beschaving91II.De Nederlandsche nationale kleederdrachten96A.Algemeen overzicht96B.Waar worden de Nederlandsche nationale kleederdrachten gedragen101C.Over den invloed van den godsdienst, ras, rang, stand en beroep op de Nederlandsche nationale kleederdrachten104D.Over de beteekenis van onze Nederlandsche nationale kleederdrachten uit een ethisch en aesthetisch oogpunt108E.Litteratuur over de Nederlandsche nationale kleederdrachten112F.Wat werd en wordt er voor de instandhouding, de belangenen de kennis van de Nederlandsche nationale kleederdrachten gedaan120III.De beschrijving van de Nederlandsche nationale kleederdrachten in de verschillende provinciën127Kaart van Nederland1Noord-Holland2–25127A.Marken1–7127B.Volendam8–11136C.West-Friesland12–13141D.Het Gooi18–24143I.Laren18–19144II.Blaricum20148III.Huizen21–24150E.De Noordzee-kust en de eilanden14155F.De Meeren en Polders156G.De groote steden15–17156Utrecht25–29159Spakenburg27–29159Zuid-Holland30–33165Scheveningen32–33166Zeeland34–56168A.Walcheren34–42169B.Zuid-Beveland43–51175C.Zeeuwsch-Vlaanderen54–56182D.Noord-Beveland52–53185Friesland57–64186Hindeloopen61–63189Groningen194Drenthe65194Overijsel66–73195A.Het eiland Urk66–68196B.Staphorst72–73201Gelderland74–78209A.De Veluwe74–77210B.De Achterhoek213C.De Betuwe, en het land tusschen Maas en Waal78213Noord-Brabant79–80216A.De Meierij van ’s Hertogenbosch80216B.De Baronie van Breda229C.Het Mark-Graafschap van Bergen op Zoom79233Limburg233Naschrift236Register240Inhoud245
Plaat.Blz.Voorwoord81I.Inleiding87A.Over kleederdrachten in het algemeen87B.Over nationale kleederdrachten89C.Over de nationale kleederdrachten en de vooruitgaande beschaving91II.De Nederlandsche nationale kleederdrachten96A.Algemeen overzicht96B.Waar worden de Nederlandsche nationale kleederdrachten gedragen101C.Over den invloed van den godsdienst, ras, rang, stand en beroep op de Nederlandsche nationale kleederdrachten104D.Over de beteekenis van onze Nederlandsche nationale kleederdrachten uit een ethisch en aesthetisch oogpunt108E.Litteratuur over de Nederlandsche nationale kleederdrachten112F.Wat werd en wordt er voor de instandhouding, de belangenen de kennis van de Nederlandsche nationale kleederdrachten gedaan120III.De beschrijving van de Nederlandsche nationale kleederdrachten in de verschillende provinciën127Kaart van Nederland1Noord-Holland2–25127A.Marken1–7127B.Volendam8–11136C.West-Friesland12–13141D.Het Gooi18–24143I.Laren18–19144II.Blaricum20148III.Huizen21–24150E.De Noordzee-kust en de eilanden14155F.De Meeren en Polders156G.De groote steden15–17156Utrecht25–29159Spakenburg27–29159Zuid-Holland30–33165Scheveningen32–33166Zeeland34–56168A.Walcheren34–42169B.Zuid-Beveland43–51175C.Zeeuwsch-Vlaanderen54–56182D.Noord-Beveland52–53185Friesland57–64186Hindeloopen61–63189Groningen194Drenthe65194Overijsel66–73195A.Het eiland Urk66–68196B.Staphorst72–73201Gelderland74–78209A.De Veluwe74–77210B.De Achterhoek213C.De Betuwe, en het land tusschen Maas en Waal78213Noord-Brabant79–80216A.De Meierij van ’s Hertogenbosch80216B.De Baronie van Breda229C.Het Mark-Graafschap van Bergen op Zoom79233Limburg233Naschrift236Register240Inhoud245