Niet zonder huivering slaan wij de hand aan eene beschrijving, die, om volledig genaamd te mogen worden, eenige zwaare boekdeelen kan beslaan, daar wij om aan den aart van ons werk te voldoen, slechts weinige bladzijden daartoe durven voor ons neemen; wij zullen derhalven alles slechts kunnen aanstippen, en evenwel behoort dat aanstippen op zodanig eene wijze te geschieden, dat de reiziger daaraan genoeg hebbe, omAmsteldam, met de behoorelijke voorloopige kennis van hetzelve, te gaan bezoeken—wij hebben hier derhalven de toegeevendheid van onze kundige leezers noodig, en ofschoon de hoop op dezelve ons niet tot zo verre kunne bemoedigen, dat wij onze huivering daardoor zouden gevoelen verdwijnen, streelt ons echter de gezegde hoop genoeg, om rustig te beginnen:LIGGING.Deeze is inAmstelland, en kan bepaalder gezegd worden te zijn, drie uuren gaans beoostenHaarlem, agt uuren ten noordoosten vanLeiden, en even zo veele uuren ten noordwesten vanUtrecht, op een laagen, weeken, moerassigen veengrond, die echter onderscheidene beddingen heeft: sommigen willen dat de lucht er ongezond is, echter zijn er naar evenredigheid geen meer zieken, of sterven er geen meer menschen dan in eenige andere stad van Nederland: men heeft er zekerlijk gebrek aan zoet water, (ofschoon ’t er weleer, vóór het verwijden der zeegaten, geweest zij,) doch het wordt er ten dienste der brouwers, en der verdere ingezetenen, bij overvloed vanWeespingevoerd, door middel van groote waterschuiten; ook zijn alle de huizen van regenbakken voorzien, en zijn er bovendien sedert eenige weinige jaaren, van stads wege, op de markten en[2]opene pleinen groote bakken aangelegd, die bestendig vol zoet water gehouden worden, met welk aanleggen, men nog werkelijk voordgaat, zo dat voortaan, het gebrek aan drinkbaar water, (een gebrek dat ter deezer stede bij koude winters al vrij nijpende plag te weezen,) niet meer te duchten is.Aan de noordzijde wordt de stad bespoeld door het beroemde IJ: de breede rivier deAmstelloopt midden door de stad, en deelt dezelve in twee deelen, deoudeennieuwe zijdegenaamd: voords is de stad alomme doorsneden met aanzienlijke, minder breede, en ook veele zeer smalle graften, waarin ten bedwang van het veele water, verscheidene schutsluizen liggen; er zijn ook veele zwaare buitensluizen, waardoor het land, rondsom de stad, onder water gezet kan worden: over het geheel draagtAmstellandmet alle recht den eernaam vanwereldberoemde Koopstad:C. Huijgens, heeft van haar wel mogen zeggen,Hoe komt gij, gulden veen! aan Hemels overdaad?Pakhuis van Oost en West! heel water en heel straat!TweemaalVenetie, waar’s ’t eind van uwe wallen?Zeg meer: zeg, vreemdeling! zeg liever niet met allen:RoemRomen, prijsParijs, kraaiCairo’s heerlijkheid,Die dieplijkst van mij zwijgt, heeft allerbest gezeid.Aan alle zijden, uitgenomen aan den IJ-kant, is de stad omgeven met eene breede watergracht, hechten en hoogen muur, en verdere wallen, in welken zes-en-twintig wèl geregelde en bemuurde bolwerken gelegd zijn: rondsom de stad liggen ook een goed aantal batterijen, van fraai geschut voorzien: in den gezegden muur zijn vijf groote en drie kleine poorten: de eerstgemelden zijn deHaarlemmer poort, deLeidsche, deUtrechtsche, deWeesperen deMuiderpoort; de kleinen, die alleenlijk openingen in den muur genaamd mogen worden, zijn hetZaagpoortjen, hetRaam-en hetWeterings-poortjen.NAAMSOORPRONG.Al vroeg, men wil in 1200, werd een dam gelegd, in de rivier deAmstel, (ter plaatse, of nabij de plaats, die nogde damgenoemd wordt,) ter weeringe van het water; deeze kreeg den naam vanAmsteldam, dat is,dam van, of,in den Amstel, en dien zelfden naam heeft de stad, van tijd tot tijd rondsom dien dam gebouwd, behouden; sommigen speldenAmsterdam, naar[3]een ouder taalgebruik, toen men de meening vandam van, of,in den Amstel, uitdrukte, door het woordAmstelredam, waarvoor men thans zou kunnen zeggenAmstelerdam.STICHTINGENGROOTTE.Veel wordt er getwist over den tijd waarin men zoude kunnen zeggen datAmsteldamhaar begin genomen heeft, ons bestek verbiedt, ons daarmede optehouden: tusschen 1177 en 1200, had het beruchte geslacht vanVan Amstel, nabij den dam bovengemeld, een slot, en men mag vaststellen dat omtrent dien tijd eenige visschers zig rondsom hetzelve hebben nedergezet, alzo zij aldaar goede gelegenheid voor hunne kostwinning vonden; de bloei deezer kostwinning heeft die lieden van tijd tot tijd, na het uitstaan van zwaare rampen, in binnenlandsche kooplieden doen veranderen; hunne welvaart heeft anderen herwaards gelokt, en op die wijze isAmsteldam, uit die kleine beginselen, tot zulke eene verbazende koopstad geworden: onder ons art.Geschiedenissen, zullen wij bepaalder van haare aanmerkelijke vergrooting spreeken: in haar geheel bevat zij meer dan 892 morgen 568 roeden.Het getal der huizen inAmsteldamen haare Voorsteden, (die mede zeer aanzienlijk zijn,) werd in den jaare 1740 begroot op 26,317; waarbij sedert nog een aanzienlijk aantal gevoegd zijn (voornaamlijk op hetWeesperveld,) gelijk er thans nog van tijd tot tijd anderen aangebouwd worden—men schat het getal der ingezetenen op ten minsten 241,000, waaronder van allerleien Godsdienst gevonden worden, gelijks straks onder ons artijkelKerklijkeenGodsdienstige gebouwenzal blijken.WAPEN.Weleer was dit een koggeschip; boven de oudste afbeeldingen van hetzelve, ziet men ’t wapen vanHolland; boven de laateren dat vanHenegouwen, wordende hetzelve gehouden door een’Henegouwer, den Graaf of een Wapenkoning verbeeldende; thans is het wapen der stad een zwarte paal, belegd met drie zilverene kruisen op een rood veld; zijnde hetzelve gekroond met eene keizerlijke kroon, in gevolge een’ gunstbrief vanMaximiliaan, gegeven in den jaare 1488.[4]KERKLIJKEENWERELDLIJKE GEBOUWEN.Deezen zijn in de daad zeer menigvuldig, en allen bezienswaardig: de eerste die ons hier voorkomt is deOude Kerkder Gereformeerde Gemeente, zijnde een zeer oud en deftig gebouw; ’t is onzeker door wie en wanneer dezelve gesticht zoude weezen; waarschijnelijk is zij de eerste Kerspelkerk vanAmsteldamgeweest; zeker is het dat zij reeds in 1372 aanwezig was: zij is van ouds voor een proefstuk van bouwkunde gehouden; ’t is een deftig kruisgebouw, beslaande in de lengte met den aanzienlijken toren 300, en zonder den toren binnenswerks 249 voeten; zij rust op 42 groote pijlaaren: behalven eenige fraai geschilderde glazen, pronkt zij van binnen met de Grafsteden van den VeldmaarschalkPaul Wirtz: binnen het ruime choor, staat een marmeren gedenktafreel, ter eere van den Schout bij nachtWillem van der Zaan; een dergelijk gedenkteken is er opgericht voor den AdmiraalJacob van Heemskerk; een ander voor den beroemden ZeeheldCornelis Janszoon, bijgenaamd hetHaantjen; en deezen worden nog overtroffen door de uitmuntende grafsteden van de Vice-AdmiraalenAbraham van der HulstenIsaak Zweerts: een Capelletjen hier nabij staande, nog een overschot van den Roomschen tijd, is doorCornelis de Graaf, Burgemeester vanAmsteldam, tot eene cierlijke grafstede verbouwd, zijnde de ingang door een fraaje koperen deur gesloten: verder zijn in deeze kerk twee orgels, waarvan echter slechts één, naamlijk het groote, gebruikt wordt: de predikstoel is bezienswaardig, gelijk mede de overige gestoelten, enz.: het ruim wordt onder den avondgodsdienst, door vijf groote en twaalf kleinere kaarskroonen verlicht.Van buiten heeft het gebouw niets aanmerkelijks dan de toren, waarop een doorluchtig houten spits staat, zijnde hetzelve kunstig in- en uit-gebogen: hij is in 1565, na agt jaaren arbeids, voltooid geworden: zijne geheele hoogte bedraagt een tal van 240 voeten: er hangt een kunstig uurwerk en klokkespel in: voor weinige jaaren toonde men aan deezen toren, wat de kunst vermag; hij werd naamlijk voor een goed gedeelte onderschraagd, om het onderste te vernieuwen.DeNieuwe Kerk, mede dezelfde gemeente toebehoorende,[5]was weleer aan de H.MariaenCatharinatoegewijd; men stelt haare stichting omtrent den jaare 1408 of 1414, door zekerenWillem Eggaert, Heer vanPurmerende, of door anderen met hem: op den 23 April des jaars 1421, des korten tijd na haare stichting, brandde zij, met een groot gedeelte der stad, geheel af: in 1645, geraakte zij andermaal in brand, en zo geweldig, dat slechts den buitenromp bleef staan: is 1648 was zij reeds weder genoegzaam bekwaam om er den kerkdienst in waarteneemen: uit het midden van haar dak rijst een klein torentjen; reden waarom men bij haare laatste opbouwing bedacht was om er een aanzienlijken toren naast aan te plaatsen; doch daarmede tot zekere hoogte gekomen zijnde, liet men het werk steeken; sommigen willen om eene ontdekte zakking, anderen om dat men nu eerst begreep dat die toren den spreekenden luister van het belenden staande stadhuis zoude verminderen; tot nog voor weinige jaaren is het onderstuk van dien toren blijven staan, en was bekend onder den naam vanOnvolmaakte toren; het stond op boogen, waaronder men kon doorgaan, ook naar een der ingangen van de kerk; doch sedert is het gezegde stuk weggenomen.DeezeGereformeerde Nieuwe Kerkis een overheerelijk kruisgebouw, lang 315, en breed 210 voeten, rustende op 52 hardsteenen zuilen: sommige haarer glazen zijn fraai beschilderd; en zij wordt des avonds verlicht door 5 groote en 12 kleine koperen kaarskroonen: er is een groot en kunstig orgel in, rustende op bonte marmeren Corinthische colommen; de deuren die er voor zijn, zijn prachtig beschilderd: behalven het groote is er ook nog een klein orgel, dat zeer helder van geluid is: de predikstoel is een ongemeen meesterstuk der beeldhouwkunde; zo is ook het koperen afschutsel van het ruime choor, en dat op eenen marmeren voetstuk rust, overheerelijk fraai, en der beschouwinge waardig: ten einde van het choor ziet men de ongemeen prachtige graftombe van den beroemden ZeeheldDe Ruiter: aan één der zijden van het ruim der kerk, achter den predikstoel, is de overheerelijke grafstede vanJan van Galen: de Zee-capiteinDavid Zweers, heeft in deeze kerk mede eene grafplaats:Joost van den Vondel, de Prins derNederlandsche Dichterenligt ook alhier begraven, uitwijzens eene urna, voor eenige[6]jaaren, ter eere zijner nagedachtenisse, in een nis, in één der pijlaaren daartoe uitgehouwen, geplaatst.DeZuider Kerkbehoort onder deAmsteldamsche kerkenvan laateren datum; zij werd in 1611 volbouwd, schoon aan den toren nog wel drie jaaren langer gearbeid is: het middendak, dat hoog boven de zijdaken uitsteekt, wordt gedragen door tien zwaare pijlaaren van blaauwen steen: dat er geen choor bij is, verstrekt onder anderen ten bewijze dat zij den Roomschen tijd niet geheugt: de toren, die zeer cierlijk is, is 237 voeten hoog; in denzelven is een fraai uurwerk en klokkenslag; voords wordt het ruim onder den avonddienst door verscheidene kaarskroonen verlicht, het geen mede in alle de andere kerken plaats heeft, waarom zulks hier ééns vooral gezegd blijft: deZuider kerkheeft voords van binnen niets aanmerkelijks, even weinig als deWester kerk, zijnde anders ééne der fraaiste kerken vanAmsteldam: in den jaare 1620 werd de bouw van deeze begonnen, (er stond vóór dien tijd slechts een loos, waarin de Godsdienst verricht werd;) in 1631 was zij voltooid; de toren echter eerst in 1638; deeze is ongemeen fraai, en overtreft in hoogte alle de torens der stad; van den grond tot aan het kruis toe bereikt bij bijna 300 voeten; van boven pronkt hij met den keizerlijken kroon van ’tAmsteldamsche wapen: er is ook een fraai, uur- en speel-werk in; de groote slagklok die de heele uuren slaat, weegt meer dan 15.000 ℔.De Kerk is binnenswerks 168 voeten lang en 97 voeten breed; in 1687 werd er een fraai orgel in gemaakt: voords is het geheele gebouw een kunststuk vanArchitectuur, ofschoon er van binnen niets aanmerkelijks in te zien zij.DeNoorder Kerkis een gebouw van den jaare 1620; zij is een fraaje kruiskerk; van binnen heeft zij vier gevels, die ieder van onderen 92 voeten breedzijn: zij pronkt met een aartig torentjen, ter hoogte van 54 voeten, zijnde ook voorzien van een slag-uurwerk: van binnen wordt haaren omtrek gesteld op 70 passen: het kruisgewelf rust op vier geweldig zwaare colommen; zij heeft verder niets bijzonders; ook is er geen orgel in.DeOude zijds Capel, eertijdsSt. Olofs capelgenaamd, wordt van sommigen voor de oudste kerk der stad gehouden; ja eenigen brengen haar reeds tot het midden der elfde eeuw: in 1646 is zij merkelijk vergroot: van binnen heeft zij almede niets bijzonders,[7]van buiten pronkt zij met een net torentjen, waarin een uurwerk is: boven een der ingangen ziet men een menschen geraamte, doodshoofden en beenderen, uit welken eenige korenairen wassen: daar onder leest men in deLatijnsche taale, de woorden:hoop des anderen levens.DeNieuwe zijds Capeldie mede van zeer oude datum is, droeg weleer de naam vanHeilige stede,1naar zeker mirakel aldaar omtrent het midden van de veertiende eeuw gebeurd, blijvende er alstoen (zegt men,) een gewijden ouwel midden in de vlamme ongeschend; thans is deeze capel geen onaartig kerkjen, zijnde vercierd met een fraai orgel, dat in 1636 vernieuwd werd; er staat een klein spits torentjen op, waarin een slaand uurwerk: op bepaalde kerktijden wordt hier ook in deHoogduitsche taalegepredikt.DeGasthuis Kerk, is een gedeelte van het oude Nonneklooster,Ter Leliën, ’t welk onder eene menigte andere kloosters hier ter stede weleer stond: het ruim bestaat uit een langen smallen elboog, ter wederzijde van gallerijen voorzien.DeOoster Kerk, enEilands Kerk, waren omtrent den jaare 1660 slechts houtene loozen; de eerstgemelde stond toen bij het gewezene willige rasphuis, en werd reeds in 1671 ingewijd; doch de andere is eene loos gebleven tot in 1736: ’t zijn beide kleine maar zeer geschikte gebouwen; op ieder staat een aartig torentjen met een slag-uurwerk; doch zij hebben verders niets aanmerkelijks: er zijn ook geene orgels in.Eindelijk is er nog deAmstel Kerk, dat een hecht vierkant hout gebouw is, omtrent den jaare 1670 voltooid: het is honderd voeten lang, en even zo breed: het dak rust van binnen op 16 houtene stijlen: de grond is met geele klinkers belegd, zo dat er niet in begraven wordt, gelijk in de andere kerken geschiedt.DeFranscheofWaalsche gemeentenhebben ter deezer stede twee kerken, den naam dragende vanOude, enNieuwe Waale Kerk: de eerste was voorheen de kerk van ’tPauline klooster, en werd[8]in 1409 gesticht; in 1661 werd zij merkelijk vergroot en verbeterd: zij heeft niets ongemeens, maar er is een goed orgel in—DeNieuwe Waale Kerk, is slechts van hout opgeslagen; zij was weleer een stads schermschool; doch werd in 1686, bij gelegenheid van de overkomst veelerFransche vlugtelingen, tot eene kerk verbouwd—Donderdags avonds houden deWaalenin deWester Kerkgebed.DeEngelsche Presbijteriaanen, hebben hunne kerk op het Begynenhof in deKalverstraat—weleer hadden de zogenaamdeBrouwnistennog eene kerk in deBarndesteeg, die naderhand ook tot deEpiscopaalengebruikt werd, doch sedert eenigen tijd is deeze gemeente bijna geheel verdweenen.DeRoomschenhebben zo binnen de stad als even buiten de poorten, een groot getal kerkhuizen; behalven dat eenige voornaame leken nog Capellen in hunne eigene huizen hebben: sedert weinige jaaren heeft deeze gemeente verlof verkregen om buiten deRaampoort, een eigenlijke kerk te bouwen, dat een zeer net, en allezins aan het oogmerk voldoend gebouw is—In deRoomschetijden had dezelfde gemeente hier ter stede, behalven de kerken die thans door die Gereformeerden gebruikt worden, nog verscheidene anderen, allen welken tot andere einden geschikt zijn geworden; op den hoek van deVrouwensteegstond er een die in huizen veranderd is: wat verder op denNieuwendijkwas deSt. Jacobs Capel, die mede in huizen veranderd is, behalven het torentjen, dat tot voor nog maar weinige jaaren boven de dakenuitstak en door Kerkmeesteren van deNieuwe Kerkmoest onderhouden worden, om dat de goederen van de gemelde Capelle aan die kerk gemaakt zijn: sedert is het gezegde torentjen afgebroken.DeLutherschenhebben tot op onzen tijd hier ter stede slechts twee kerken gehad, deOude, en deNieuwe; beiden zijn zeer ruime gebouwen, kunnende, vooral wegens de gaanderijen die er boven elkander in gemaakt zijn, veel volks bevatten.—DeNieuweis een zwaar cirkelrond gebouw, waarvan de kap gedekt is met koperene plaaten, doorKarel den Elfden, Koning vanZweeden, aan deeze kerk geschonken: in iedere deezer kerken is een fraai orgel, en beiden, vooral deNieuwe, zijn bezienswaardig—Na dat deeze Gemeente onlangs door een duisteren twist eene scheuring ondergaan heeft, en verdeeld is geworden in die van hetOude-, en die van hetNieuwe-licht, of wel is[9]het eerstgemelde gedeelde bekend, bij den naam vanDe Herstelde Gemeente, is er nog eeneLuthersche Kerk(naamlijk voor de uitgewekenen, of deHerstelden,) alhier gebouwd, ter plaatse alwaar hetDolhuisgestaan heeft: ’t is een ruim gebouw, doch zonder eenigen cieraad.DeRemonstrantenhebben hier ter stede een aartig kerkjen, op deKeizersgrachtbij dePrinsenstraat: er is een goed orgel in.De volgende zijn deDoopsgezinde Kerken: van deVereenigde Vlaamsche- enWaterlandsche, het Lam, dus genoemd naar eene brouwerij van dien naam welke er weleer stond:De kerk bij de toren, om dat zij bij deJan Roodepoorts toren staat; langen tijd heeft deeze den naam vande Spijkergedragen, om dat zij gebouwd is op eene plaats alwaar weleer een spijker-pakhuis stond:De Zon, behoorende aan de afgezonderdeVlaamsche Doopsgezinden: alle deeze kerkjens zijn wel klein, maar echter aan het oogmerk zeer voldoende: weleer hadden de oudeVlaamingennog een kerk,De Kruikjens, dus genoemd naar een herberg van dien naam daar naast staande; en deVriesche Doopsgezindeneene andere,De Arke Noachsgenaamd; doch beiden zijn niet meer in wezen.DeCollegiantenvergaderen boven ’t weeshuis dier Gemeente, op deKeizersgrachtover den gewezenen schouwburg.Nabij deRemonstranten Kerk, hebben deKwaakerseene vergaderplaats, kenbaar aan een’ driehoek, die boven den ingang staat.In deHouttuinenvergaderen deHernhutters: ook hebben dePersiaanenhier ter stede een net kerkjen; er is ook nog een kleine en netteGrieksche Kerk; op deOudezijds Voorburgwal; schuin over deOude Kerk.DePortugeescheenHoogduitsche Jooden, hebben er voords ieder eene aanzienlijke sijnagoge, die, vooral de eerstgemelde, der bezichtiginge van den vreemdeling overwaardig zijn.Ofschoon nu in de meeste Gereformeerde Kerken, zo wel als in deOude- enNieuwevan deLutherschen, (naamlijk aan hetNieuwe lichtbehoorende,) begraaven worde, (die van hetOude lichthebben zig een kerkhof opMuiderbergverkozen; zie onze beschrijving van dat dorpjen;) zijn er echter hier ter stede nog vijf groote kerkhoven, aan afgelegene oorden der stad: deJoodenhebben er drie buiten de stad; één teOuderkerk, één teMuiderberg, en één nabijZeeburg.Zijn de kerken teAmsteldam, gelijk gebleken is veelen, de verdere Godsdienstige Gestichten zijn er nog veel talrijker: wij zullen de voornaamsten met een enkel woord aanstippen.[10]HetSt. Pieters Gasthuis, dat zijnen naam ontleent van één der Gasthuizen welken weleer hier ter stede waren, komt eerst in aanmerking: het was in oude tijde de Kloosters der Oude en Nieuwe Nonnen: alles wat hierin gevonden wordt is ongemeen aan het oogmerk voldoende; het heeft zijne eigene bakkerij en brouwerij, ook is er de stads Apotheek in geplaatst: even binnen de groote poort is een Beiërt, alwaar de bedelaars en arme vreemdelingen drie nachten om niet kunnen logeeren, ontvangende des avonds en morgens ook spijs en drank.Het tegenwoordige Verbandhuis, ook in hetGasthuiszijnde, was weleer hetPesthuis, dat omtrent den jaare 1616 van daar naar buiten deLeidsche poortverplaatst, en te klein geworden zijnde, in 1630 weder verplaatst werd, daar het thans nog gezien wordt, mede buiten deLeidsche poort, een goed stuk wegs landwaards in gelegen: in 1732 is het geheel verbrand; doch ’t werd terstond weder herbouwd, juist 200 voeten lang en breed, en rondsom met een graft omgeven: ter zijde heeft het een eigen kerkhof, waarop ook sommigen met den dood gestraften begraven worden—Toen hetDolhuisweggenomen zoude worden, ter bouwinge van een kerk voor deHerstelde Luthersche Gemeente, werd aan dit huis een ruimen vleugel gebouwd, die thans voor eenDolhuisdient.HetOude Mannen- en Vrouwen-huis, staande naast het Gasthuis: dit werd gebouwd uit een loterij, door de Wethouderschap in 1600 opgesteld: het staat op een gedeelte gronds van ’tOude Nonneklooster, is een zeer royaal gebouw, en allezins bezienswaardig: het is niet aangelegd voor armen maar begunstigden, die er een aangenaam leven leiden; zij moeten bij het inkomen eenig huisraad, doch voor hun eigen gebruik, medebrengen—in 1605 werd in hetzelve een put gegraven van 232 voeten diep; bij welke graaving men onderscheidene beddingen gronds vond; onder anderen ter diepte van 72 voeten, één voet molm, en niet veel voeten dieper veele schelpen en zeehoorentjens—voor weinige jaaren is dit gebouw, aan de eene zijde, (op deKolveniers burgwal,) met een fraajen steenen poort vercierd: de doorgang vandaar naar deOude zijds achterburgwalis overdekt, heeft aan de eene zijde uitzicht door veele schuifraamen op de opene plaats of ’t bleekveld van ’t huis, en aan de andere zijde winkelkasten, die aan galanteriekramers enz. verhuurd worden.[11]HetBurger weeshuis, was weleer hetSt. Lucie kloosterin 1580 daartoe vervaardigd; vóór dien tijd was het fraai herbouwd Logement deKeizers kroon, hetBurger weeshuis: dit huis is groot, aanzienlijk, en ook zeer rijk.HetDiaconie weeshuisin deZwaanenburgerstraat, is een gebouw van den jaare 1656; dit is mede ongemeen groot; heeft niet alleen zijn eigen Apotheek, maar ook artzenijtuin.HetDiaconie-oude Mannen- en Vrouwen-huis, staande op denBinnenamstel, doet ieder wegens zijne grootte verbazen; maar meer nog als men het van binnen bezichtigt, door zijne inrichting en de orde die er over het algemeen in heerscht: het geheele ligchaam derAmsteldamsche Diaconieis bewonderens waardig, vooral wegens de onbedenkelijke sommen die het jaarlijks tot onderhoud noodig heeft.Achter dit huis ontmoet men hetKorvers hofjen, in 1722 gesticht uit eene ervenis van den HeereJan Corver, Oud-Schepen en Raad der stad; het staat onder bestuur van de Gereformeerde Diaconie, wordende er geene anderen dan gehuwde oude lieden zonder kinderen in geplaatst: zo één van beiden overlijdt moet de nablijvende in het DiaconieOude mannen-ofvrouwen-huis, bovengemeld, overgaan—een dergelijk hofjen is daar nabij nog onlangs gebouwd, uit eene ervenis van den HeereVan Mekeren.Doet de Diaconie hier ter stede zo veel aan haare Ledemaaten, de Huiszittenarmen, dat is die geene ledemaaten zijn, worden mede niet vergeten; de ruime uitdeelingen aan dezelven geschieden thans op twee plaatsen, beiden mede overbezienswaardig; naamlijk in hetOude zijds huis-zittenhuis, en in dat aan deNieuwe zijde; het eerste staat op deKorte houtgraft, op den grond van denLeprozen tuin, en het andere op dePrinsegraftbij deLelijgraft; dit laatstgemelde heeft in de stad drie ruime turfschuuren.De Huiszittenmeesters hebben ook nog eenHuiszittenweduwen Hof, in 1650 op den grond van ’tOud Karthuizers Kloostergebouwd: het is almede ongemeen groot: in hetzelve worden niet dan weduwen en hoogbejaarde dochters onderhouden: de kinderen der weduwen mogen bij hunne moeders woonen, tot dat de meisjens agttien, en de jongens negentien jaaren bereikt hebben.[12]Schoon de gezegde gebouwen, ieders aandacht trekken, door hunne grootte en talrijkheid van huisgezinnen, zij allen worden nog overtroffen door hetAalmoeseniers Weeshuis, staande op dePrinsegraftbij deLeidsche straat, in den jaare 1663 aldaar aangelegd, en naderhand nog vergroot; ’t is bijna 300 voeten breed, en drie verdiepingen hoog; en er worden bijna 2000 zielen in onderhouden: het is geschikt voor weezen, wier ouders geene burgers of ledemaaten der Gereformeerde Gemeente geweest zijn, als mede voor vondelingen, enz.DeFranscheofWaalsche Gemeente, heeft teAmsteldammede een zeer aanzienlijk weeshuis, dat ook voor het onderhouden van oude mannen en vrouwen dient; ’t staat op den hoek van deVijzel-enPrinse-graften, en is een gebouw van den jaare 1669: vóór dien tijd hadden deWaalenhun Weeshuis in deLaurierstraat: het gezin in dit huis wordt ongemeen ruim onderhouden, en in de daad vrij beter dan menig ordentelijkAmsteldamsch burgerin staat is zijne kleine huishouding te doen.DeEngelschenhadden weleer een Weeshuis aan de zuidzijde van deLoojers graft; doch hetzelve was van weinig betekenis: thans hebben zij een tamelijk fraai Weeshuis op deOudezijds achterburgwal, bij deStoofsteeg, gesticht in den jaare 1782.DeRoomschenhebben een jongens Weeshuis, staande aan de zuidzijde van deLaurier-graft; het is een vrij goed gebouw; maar komt niet in vergelijkinge met hetMaagdenhuisvan deeze Gemeente, op hetSpui, en dat eerst voor weinige jaaren, in de plaats van het oude, gebouwd is; dit huis gelijkt veel eer naar een paleis dan naar een weeshuis—Voorheen had deeze gemeente haar uitdeelings comptoir, op denNieuwezijds achterburgwal, bij hetSpui, doch thans is hetzelve verplaatst, op den grond van den afgebranden Schouwburg op deKeizersgraftbij deHuidestraat; alwaar ’t mede eene zeer aanzienlijke vertooning maakt—Op het voor weinige jaaren bebouwdeWeesperveld, hebben deRoomschenook een ruim huis voor arme oude lieden aangelegd: de pracht waarmede het gebouwd is, doet duidelijk zien dat deeze gemeente eene ruime beurs moet bezitten.Aan de noordzijde van deLauriergraft, ontmoet men het Weeshuis derLuthersche Gemeente, zijnde hetzelve na het midden der voorgaande eeuw gebouwd; het is een zeer goed gebouw,[13]en is voor weinige jaaren nog aanmerkelijk verbeterd—dezelfde Gemeente heeft niet verre van dat weeshuis, naamlijk in deKonijnenstraat, eenHofjen voor oude Vrouwen, alwaar de inwooners mede zeer goed onderhouden worden—maar van ongemeen veel meer aanziens en ruimte is hetNieuwe bestedelingshuis, door deeze Gemeente gebouwd op het reeds meergemeldeWeesperveld; het is een groot en aanzienlijk gebouw, waarin de oude lieden ook ongemeen wèl onderhouden worden.Het weeshuis derVereenigde VlaamscheenWaterlandsche Doopsgezinden, gemeenlijk hetMennonieten Weeshuisgenoemd, staat op dePrinsegraft, tusschen deVijzelstraatenReguliersgraft, en is gesticht in den jaare 1676; zijnde in alle deelen een aangenaam en luchtig gebouw, waarin de kinderen ook met allen mogelijken zorg, gevoed, gekleed, en geleerd worden.—Vooraan in deElandsstraathad dezelfde Gemeente weleer haarOude Vrouwenhuis; doch hetzelve is in 1759 geplaatst, in deKerkstraat, achter het Weeshuis voornoemd.Die van de Collegianten, hebben hun Weeshuis, van ouds deOranje appelgenoemd, ter plaatse alwaar zij hunne vergadering houden, zie hier vóór.Onder de godsdienstige gestichten ter deezer stede kunnen ook nog de volgende geteld worden, als,HetStads zijdewindhuis, geplaatst op den Cingel boven het stads magazijn: hier worden jonge meisjens van 8 tot 14 jaaren, en wier ouders van de Huiszittenmeesters, of gelijk men zegt,van de stad, en ook die, wier ouders van de Diaconie trekken, met het winden van zijde aan werk en geld geholpen, maar middelerwijl ook in het leezen, schrijven, en de gronden van den Godsdienst onderwezen.HetBegijnen-hof, in deKalverstraat, alwaar, gelijk wij reeds zeiden, deEngelschenhunne Kerk hebben: ’t is reeds een gebouw van den jaare 1389: in 1393 werd het door HertogAlbrechtin bescherminge genomen: ’t is bebouwd met wooningen voor een zeker tal Begijnen, die er hunne eigene kerk en Priester hebben: de dochterkens geneeren zig met allerlei kundig naaldwerk, waarin sommigen van haar zeer ervaaren zijn.HetLazerusofLeprozen-huis, staande bij deSt. AnthoniesofJooden breestraat: sedert de lazerij genoegzaam geheel uit deeze Landen verdweenen is, dient hetLeprozen-huis, voor eenige proveniers, en sommige simpele lieden.[14]Van hetDol-ofKrankzinnig huishebben wij reeds gesproken: (zie boven Bladz. 10).HetSt. Joris hof, staande tegen deoude Waals Kerk: was eertijds hetPauliniaanen klooster; ’t is nu een Proveniers huis, schoon ’t voorheen ook voor Leprozen gediend hebbe.Behalven alle de gemelde gebouwen vindt men hier ter stede nog eene menigte hofjens en Godsdienstige gestichten, door bijzondere persoonen van verscheidene Gezinten, met Godsdienstige oogmerken, aangelegd: de voornaamsten zijn:HetDeutzen Hofjen, op dePrinsegrafttusschen deSpiegel-enVijzel-straat, in 1695 gesticht door VrouweAgneta Deutz; er worden oude vrouwen op geplaatst, die, behalven vrije wooning, 36 guldens aan geld, 40 mand turf, 20 ℔ boter, 20 ℔ rijst, en 20 ℔ kaarsen jaarlijks genieten.VenetiaofMaarloops hofjen, naar zijnen stichterMaarloopdus genoemd, gelijk ook veelen der volgenden den naam naar hunne stichters draagen: dit hofjen staat in deElandstraat: behoeftige Vrouwen van allerleie Gezinten, uitgenomen die van denRoomschen Godsdienstzijn, genieten er vrije wooning, 50 manden turf, en nog eenig geld in ’t jaar.’TRaapen hofjenaan de Noordzijde van deBraak, wordt mede door behoeftige vrouwen bewoond: zij genieten ieder jaarlijks 25 tonnen turf.DeHuisjens van Boschstaan naast het laatstgemelde Hofjen; in dezelven wordt alleenlijk vrije wooning genoten.’TRoeters hofjen, op deLinde graft, is mede gesticht voor behoeftige vrouwen van den Gereformeerden Godsdienst, die er ook alleenlijk vrije inwooning genieten.HetOkkers hofjenin dekromme Palmstraat, bijna geheel herbouwd zijnde, moet er een gering geld op verwoond worden.’TClaas Reiniersz.Hofjenop deKeizersgraft, tusschen deBeeren-enRun-straat, behoort aan deRoomschgezinden, en voert ter spreuke,Liefde is ’t Fundament; ’t is aangelegd voor Vrouwen die bij ’t inkomen, voor ééns, honderd guldens moeten geeven.’THamershofjen, is mede voor oudeRoomschgezinde Vrouwen.’TSt. Andries Hofjenop deEgelantiersgraft; hier is een kapelletjen in ’t welk ééns ter week dienst gedaan wordt, door den Capellaan van ’tBegijnehof.DeBrouwers huisjensin de Wijdesteeg op deBloemmarkt, behooren ook aan deRoomschen; als mede[15]HetOtters hofjen, in deVinkestraat, enDeZeven keurvorstenin deTuinstraat.HetSuiker hofjenop de Lindegraft, behoort aan deLutherschen; en is aangelegd voor oude vrouwen, en vrijsters boven de 50 jaaren: ieder bewoonster geniet boven vrije wooning, jaarlijks 40 manden turf, 10 ℔ rijst, en drie dukatons aan geld—aan dezelfde Gemeente behoort ookHetGrillen hofjen, in deWeterings dwarsstraat.HetBrantzen hofjen, op deNieuwe Keizersgraftbij deWeesperstraat.HetLinden hofjen, op deLindengraft, behoort aan deDoopsgezinden, als medeDeHoeksteenin deLojerstraat, ookHetRijpen-ofRoozen-hofjenop deRoozegraft.Zie daar alleenlijk de hoofdtrekken van een schilderij van Godsdienstigheid, barmhartigheid en menschenliefde, waarop deAmsteldammersmet reden roem mogen draagen.WERELDLIJKE GEBOUWEN.In de eerste plaats komt hier ongetwijfeld voor het vorstlijke Stadhuis, dat met recht den naam draagt van ’tagtste wereldwonder: het staat op den ruimen dam, meer achterwaards dan het oude Stadhuis in 1652, door de vlamme vernield, aldaar gestaan heeft: in 1648, (des vier jaaren vóór gezegden brand,) begon men de grondslagen van het tegenwoordige te leggen; ruim een jaar en negen maanden bragt men door met het heien van de paalen, die ten getale vandertien duizend, zes honderd negen en-vyftigwerden ingeslagen, des niettegenstaande werd de bouwing zo spoedig voordgezet, (vooral na het oude huis, gelijk gezegd is, verbrand was,) dat de wethouderschap reeds op den 1 Augustus 1655 er haare zitting in nam; evenwel had het gebouw toen nog geen dak, en er werdt nog eenigen jaaren lang aan gearbeid, eer gezegd kon worden, dat het geheel voltooid was; alles onder opzicht van de ontwerpers, de beroemdeJacobus van Campen, enDaniel Stalpert.Aan dit overheerelijk Stadhuis zijn de krachten der Bouwkunde uitgeput, waarvan de beschouwing zelve alleen kan overtuigen;[16]het heeft, behalven de onderste verdieping, waarin de Wisselbank, gevangenplaatsen, en eenige kelders zijn, drie steenen verdiepingen en verwelfsels: de breedte bedraagt een tal van ruim 282 voeten, en de grootste diepte, naamlijk tusschen het voorste en achterste middenste uitsteeksel, bedraagt omtrent 236 voeten, de kleinste of zijdelijke diepte omtrent 200½ voeten: zonder den toren is het gebouw weinig minder dan 117 voeten hoog: alles wat boven den grond is, is zamengesteld uit witteBreemerenBentheimer steen, aan alle kanten met eene toereikende hoeveelheid van glasraamen voordien: in ’t middenste uitsteekzel van den voorgevel zyn negen ronde boogen, zeven van welken tot ingangen dienen, de twee overigen zijn met ijzerene traliën gesloten; met vier steenen trappen gaat men tot deeze boogen op: in ’t middenste uitsteeksel van den achtergevel, heeft men eenen langwerpig vierkanten ingang naar welken men langs zes steenen trappen, voorwaards en ook van beide zijden opgaat: boven deezen opstal staan rondsom het gebouw negentigRomeinsche Colommen, ieder, met de cieraadjen, ruim 36 voeten hoog: boven deeze rij staat een gelijke talrijke rijCorinthische Colommen; alles met cierlijke festonnen tusschen beiden: op ieder’ hoek van het dak staat eenen koperen vergulden kroon, die door vier arenden gedragen wordt; langs de daken zyn twintig dakvensters en agttien schoorsteenen geplaatst: de middenste uitsteekzels van de voor- en achter-gevel, zijn ieder met een kap gedekt, waarin overheerelijke levensgroote marmeren beelden geplaatst zijn; op de lijst van den voorkap staan drie koperen beelden, naamlijk dat derVrede, tusschen die derVoorzichtigheidenRechtvaardigheid: op de achterkap staat tusschen de beelden derMaatigheidenWakkerheideen Atlasbeeld, den hemelkloot torschende; de toren die rond en met agt halveCorinthische Colommenomringd is, staat in ’t midden boven den kap van den voorgevel op een vierkanten voetstuk, en is ruim 66 voeten hoog: op denzelven staat voor windwijzer het oude wapen der stad: de toren is met festonnen en andere sieraaden der bouwkunde getooid; ook heeft hy een kunstig uurwerk en klokkespel, op ’t welk driemaal ter week een uur gespeeld wordt; de ton van het werk weegt 4474 ponden.Het zoude ons bestek te veel gevergd weezen, wilde men eene beschrijving van het inwendige des gebouws van ons[17]vorderen, wij kunnen er slechts iet weinigs van zeggen; de talrijke vertrekken, welken er in zijn, zijn allen der bezichtiginge overwaardig; eenigen van dezelven zijn vercierd met overheerelijke schilderstukken, en beschilderingen van de voornaamste oude meesters; de vroedschapskamer munt daarin boven alle anderen uit: op de wapenkamer zijn ook veele bijzonderheden te zien, voornaamlijk van oude wapenen, harnassen, enz.Vooral zijn bewonderenswaardig de beelden, waarmede de openbaare vierschaar, die in de onderste verdieping gevonden wordt, pronkt: men ziet er in door drie boogen, die half met gehouwene steenen toegemetseld, en half met getakte koperen tralien afgesloten zijn: de ingang ter zijde is door twee zwaare metaalen deuren gesloten; slangen, zwaarden, bliksems, als mede het oude en nieuwe wapen der stad, vercieren dezelve: het binnenwerk, zijnde een rechterstoel, bank, trappen, colommen, beeldwerk, enz. is genoegzaam alles van wit marmer gehouwen: onder het beeldwerk vertoonen zigSalomon’s gerecht,Seleucus, die zig ’t oog laat uitsteeken, enBrutus, die zijne zoons doet onthalzen, alles overkunstig gehouwen.Op de tweede verdieping munt uit de burgerzaal, over welken men tot alle de op die verdieping zig bevindende kamers, gaat; deeze zaal, die met twee zwaare koperen deuren gesloten wordt, is 120 voeten lang, en omtrent 57 voeten breed: te recht is van deeze zaal gezegd: „Alles blinkt hier van marmer, en andere kostbaare steen, zo kundig bewerkt, dat de mans- en vrouwe-beelden niet slechts, maar ook het fruit- en loofwerk, de bloemen, de korenschoven, de vogeltjens, het zeegedierte en duizenderleie aartigheden meer, den aanschouwer op ’t levendigste toelagchen:” midden op den marmersteenen grond, waren twee platte halve aardklooten van gekleurden steen en geel koper kunstig ingelegd, doch dezelve zijn door het beloopen reeds geheel verdweenen; een halven hemelkloot, mede kunstig van geel koper in denzelfden grond ingelegd, is nog heden te zien: het gewelfsel is fraai beschilderd; met één woord, deeze zaal doet op het eerste gezicht verstommen, en bij nadere beschouwing houdt zij de bewondering der kenneren onafgebroken bezig.Na het stadhuis verdient deBeursgenoemd te worden: zij is gebouwd op vijf overwelfde boogen, die in denAmstel, aldaarRokingeheten, gelegd zijn: de middenste boog diende weleer ter doorvaart, doch in 1622 werd er een vaartuig met buskruid[18]onder gevonden, aldaar gelegd zijnde, zoo men zegt, met oogmerk om het gebouw, als de kooplieden vergaderd waren, in de lucht te laaten springen, en daardoor de stad eene onherstelbaare schade toetebrengen; want men moet zig miet verwonderen als men hoort dat de kooplieden op één’ beurstijd somtijds millioenen maalen millioenen schats aan papieren bij zig hebben: na dien tijd is de gezegde doorvaart gesloten: de Beurs bestaat uit een vierkant plein, omringd van breede gaanderijen, wier verwelfsels op 46 pilaaren van blaauwen arduinsteen rusten; aan de zuidzijde pronkt het gebouw met een cierlijk torentjen, voorzien van een uurwerk: ’t gebouw is binnenswerks 250 voeten lang, en omtrent 140 voeten breed; is in den jaare 1608 aangelegd,in 1613 volbouwd, en in 1668 merkelijk vergroot: boven de gezegde gaanderijen is een zogenaamde Prentekamer; welke naam zij draagt om dat er veele winkelkassen op gemaakt zijn, die meest door prentekoopers in huur gehouden worden, en welken er ook dagelijks hunne voorraad uitstallen; enkel de kassen worden ook door galanteriekramers in huur gehouden: op dezelfde verdieping vindt men mede het stads schermschool.Op hetWaterstaat een afzonderlijke beurs voor de korenkopers, die weleer slechts van hout was, doch in den jaare 1767 is deeze weggebroken, en een fraaje steenen beurs in de plaats gezet; zij is gebouwd in den smaak der groote, of koopmans beurs voornoemd: niet verre van deeze beurs, op de kolk, staat hetKorenmeeters huis, zijnde een sierlijk vierkant steenen gebouw—achter de Korenbeurs, aan de andere zijde van hetWater, vindt men hetStads Exijnshuis, dat mede een groot gebouw is, en met hardsteenen gevels pronkt: ’t is in 1637 en 1638 merkelijk vernieuwd en vergroot—bij het zelve staat hetBierdragers huisvan de oude zijde; dat van de nieuwe zijde staat op hetSpui.Amsteldamheeft drie waagen: de oudste, zijnde een gebouw van ’t jaar 1560, staat op denDam, tegen over het stadhuis; boven deeze is de militaire hoofdwacht; de toegangen tot welke, zo wel als het bordes daarvoor, is in den jaare 1778 fraai van blaauw arduinsteen vernieuwd—De tweede waag staat op deNieuwmarkt, en is de oudeSt. Anthonies poort, die in 1617 tot een waag bekwaam gemaakt werd: boven dezelve is de openbaare leerschool in de Anatomie, deSnijkamergenaamd; ook worden er veele vreemde dieren, gewassen, steenen, geraamten, enz. bewaard—de Heelmeesters hebben boven deeze waag[19]ook hunne Gildekamer—De derde waag staat op deBotermarkt, en is de gewezeneRegulierspoort, in 1668 tot een waag toebereid.Voor weinige jaaren is er ook nog eenWaterwaagaangelegd, naamlijk op denBuitenkantbij deKraansluis.HetPrinsenhof, of eigenlijker gezegd hetAdmiraliteits hof2, was voorheen hetSt. Cecilien klooster, gesticht, naar het gevoelen van sommigen, tusschen den jaare 1342 en 1352; ’t gebouw pronkt nog met het torentjen van de kloosterkerk: in 1661 is het klooster bijna geheel weg gebroken, en op deszelfs grond het tegenwoordige prachtige hof gebouwd.HetAdmiraliteitsof’sLands zeemagazijn, staat aan den IJ-kant, op den hoek vanKattenburg; ’t is een ruim gesticht van den jaare 1655, zijnde 220 voeten breed, en 200 voeten lang: in 1790 brandde het van binnen geheel uit, doch ’t werd weldra weder in die orde gebragt, waarin wij het heden beschouwen: voor dit magazijn ligt het scheeps hok, binnen het welk de oorlogschepen die onttakeld zijn, opgelegd worden: er leggen altoos fraaje pronkschepen in: nog werkelijk is men bezig met de onderneeming om aldaar een dok te maaken, doch veelen deskundigen twijfelen aan den goeden uitslag daarvan—bij ’t magazijn is ook’s Lands timmerwerf, zijnde dezelve omtrent 1500 voeten lang—Op een vrij grooten afstand van het magazijn, is’s Lands Lijnbaan, benevens die derOostindische Compagnie; het Huis dier Compagnie, op der hoek van deHoogstraat, was tot den jaare 1605 het stads magazijn: het zelve is van tijd tot tijd vergroot—HetZeemagazijnderzelfde Compagnie is een geweldig groot gebouw, in 1660 aan den IJ-kant aangelegd; achter het zelve ligt’s Compagnies werf; haareLijnbaanis opOostenburg.De gebouwen derWestindische Compagnie, zijn hetHuis, op deGarnaalsmarkt; haarpakhuisstaat opRaapenburg, aan den IJ-kant: weleer hield deeze Compagnie haare vergadering in het gebouw op denHaarlemmerdijk, thans tot eenHeeren Logementdienende: de gewapende Schutterij betrekt boven hetzelve des avonds eene wacht.[20]Onder de groote stads gebouwen munt niet weinig uit deLombard, ofBank van leening, staande op denFluweelen burgwal: in 1548 dat het huis aldaar gebouwd tot een magazijn voor de huiszittenarmen; doch in 1614 werd het tot een lombard bekwaam gemaakt, en in 1669 nog merkelijk vergroot: van de panden onder de ƒ 100 wordt slechts een’ penning van iederen gulden per week bepaald; van de panden boven de ƒ 100 tot ƒ 475 wordt 7¼ ten honderd, en van panden van ƒ 500 en daar boven, wordt 6 ten honderd ’s jaars betaald: door geheel de stad heen, wooneninbrengersofinbrengsters, die voor een bepaald loon, de panden, beneden de ƒ 100 aanneemen, en in de groote Lombard brengen.Vijf vleeschhallen waren er voorheen inAmsteldam, twee in deNes; doch de kleinste dier twee is voor eenige jaaren weggebroken, en de groote tevens een goed gedeelte verlengd: de eene was weleer een kerkjen,St. Pietertoegewijd, gelijk deSt. Pieters poorter nog tegen over is; de andere ’tMargareten klooster; de overige hallen staan op deWestermarkt, (boven dezelve is de hoofdwacht der wakende Schutterij,) op deHeeremarkt, en op deBotermarkt: deJoodenhebben nog eene afzonderlijke hal voor zig.Amsteldamheeft ook eeneLaken- Zijde- en Saai hal, alwaar de lakens, baajen en karsaajen, gelood en gestaald moeten worden: zij staat in deStaalstraat, en was weleer de stads steenhouwerij.In deKalverstraat, over denHeiligen weg, staat eenSchrijnwerkers, ofKistemaakerspand; ’t was weleer een kerkjen tot het oud Leprozenhuis behoorende: de stad verhuurt het aan eenige baazen van het Kastemaakers gild, die er allerlei schrijnwerk in te koop stellen.DeVischmarktenzijn drie in getal, één aan de oude, en één aan de nieuwe zijde, (beiden voor zeevisch dienende,) en een rivier vischmarkt, in deNes, ter plaatse alwaar weleer de kleine vleeschhal stond; zie boven.DeColveniers doelen, alwaar men in vroegeren tijd met vuurroers naar het wit plag te schieten, is thans een aanzienlijk logement, en voor eenige jaaren van vooren fraai vertimmerd: ’t was weleer eene sterkte aan denAmsteltegen deUtrechtenaars; blijkens ’t geen men in een’ steen voor dezelve leest: naamlijk de woorden,Zwicht Utrecht.Nog zijn er twee andereDoelens, ofSchutters hoven: deHand-enVoet-boogs, op deGarnalemarkt, thans geschikt tot hetWestindisch[21]huis, voornoemd, en een aanzienlijk logement—tusschen de laatstgemelde beide doelens is één der vijf stads wapenhuizen; ten einde van deBrouwersgraftis een ander, dat geweldig groot is, en tevens tot een korenmagazijn dient; voords zijn aan drie afgelegene hoeken van de stad drie anderen.Vijf voornaame stadsherbergen zijn er inAmsteldam: DeNieuwe-enOude-zijds heerelogementen, deOudeenNieuwe herbergenaan hetY, en een in de plantaadje, die zeer vermaaklijk gelegen is, gelijk de plantaadje zelve een aangenaam oord is: voorheen waren in dezelve eene menigte kleine herbergjens voor den burger, doch deezen heeft men naderhand allen verboden; misschien oordeelde men dat de burger geene uitspanning noodig heeft—thans is ’t in de plantaadje intusschen veelordentelijker, want het krielt er van bordeelen.De stad heeft ook een eigenTimmertuin, Steentuin, Steenhouwerij,Scheepstimmerwerf, Geschut- en Klokgieterij, enProefwerf.De Nederduitsche Schouwburg stond weleer op deKeizersgraft, (zie hiervoor, bladz. 9.) doch zij werd in den jaare 1772 ten eenenmaale door de vlamme verteerd; een andere is kort na den brand op hetLijdsche pleinaangelegd—op deErwte marktis een fraajeFransche Schouwburg, voor rekening van particulieren gebouwd; doch sedert eenigen tijd, mag dezelve niet gebruikt worden—in deAmstelstraat, bouwde men in den jaare 1790, een zeer goedenHoogduitschen Schouwburg, doch dezelve heeft almede moeten sluiten: eerst door verloop van het fonds, thans ter oorzaake van de tijdsomstandigheden.Weleer waren inAmsteldamdrieDoolhoven; doch twee derzelven zijn te niet geraakt; hetOudeis nog aanwezig op dePrinsengraftbij deLoojersgraft: ’t heeft een zeer schoon waterwerk; ook vertoont men er eenige aloude geschiedenissen door beweegende beeldjens: er is een houten reuzenbeeld van ongemeenen grootte, en bewonderenswaardig fraai gewerkt.Behalven de kerktorens, en die welken op de poorten, het stadhuis, enz. gevonden worden, pronkt de stad nog met denJan roodepoorts toren, op het Cingel: hij draagt den genoemden naam om dat aldaar weleer hetJan rooden poortjenstond: op denzelven is de gevangenplaats der stads militie—deRegulierstoren, aan het einde van deKalverstraatenCingel; hij is alzo genoemd om dat deRegulierspoortaldaar weleer stond: in 1672 werd onder denzelven, om reden van de omstandigheden van dien tijd, een munt aangelegd; waarom men ook den toren[22]nog deMuntstoren, en de daaraan gebouwde voornaame herberg,de Muntnoemt: in deezen toren is een schoon klokkespel——DeHaringpakkers toren, van ouds deHeilige kruistorengenaamd, staat aan denY-kant, en wordtHaringpakkers torengenoemd, om deHaringpakkerij, die er nabij is; ook houden de keurmeesters van den haring in deezen toren hunne vergadering——deSchreiers toren, staat mede aan denY-kant, en draagt zijnen naam, naar eene vrouw, die het schreiend t’scheep gaan van haaren man zo zeer ter harte nam, dat zij er krankzinnig van werd, welk voorval ook nog in een’ steen uitgehouwen, en in den torenmuur geplaatst, vertoond wordt—deMontalbaans torenstaat op deOude schans; de oorsprong van deezen naam is onzeker—de burgerij heeft hier ook eene wachtplaats.DrieJagthavensdie inAmsteldamgevonden worden, kunnen wij mede onder dit artijkel betrekken: de eene is bij deOude stads herberg, de tweede aan denAmstel, voor de hooge sluis, of breede en aanzienlijke steenen brug, en de derde bij ’t burgerwachthuis,Keerweergenaamd, ten einde vanKattenburg; uit de twee eerstgemelden zeilt jaarlijks nog een vloot van kleine vaartuigen, alhoewel zulks thans mede niet met den ouden luister geschiedt.Van de stadsKraanenzouden wij, vereischte ons bestek die naauwkeurigheid, nog iet kunnen zeggen, thans gaan wij dat point met stilzwijgen voorbij; van de schutsluizen hebben wij reeds met een enkel woord gewaagd, en zouden meenen derhalven ons artijkelWereldlijke Gebouwenhier mede te kunnen sluiten, ware het dat wij daaronder niet betrokken, de stads tuchthuizen en schoolen, waarvan wij nog een enkel woord moeten spreeken.Het eerste gebouw dat ons hierin voorkomt, is hetRasphuis, gemeenlijk hetBoevenrasphuis, ook hetTuchthuisgeroemd: hetzelve wordt gevonden op denHeiligen weg, en was weleer hetClarissen Klooster: in 1595, werd het tot een tuchthuis voor de mans bekwaam gemaakt: ’t is een gebouw allezins der bezichtiginge waardig, vooral wegens de orde welke er in heerscht, die te aanmerkelijker wordt, wanneer men nagaat dat de bewooners, eene talrijke hoop dier wezens zijn, welken op eene der uiterste grenzen van de vatbaarheden van den mensch staan, tot de ergste grouwelen in staat zijn, en echter binnen de muuren[23]van dit huis, in behoorelijken tucht gehouden, ja zelfs tot Godsdienstoefening genoodzaakt worden.’T gewezeneUrsulen kloosterheeft jaaren lang gediend voor een vrouwenTucht-ofSpin-huis; doch bij den aanbouw van een grootstads Werkhuisop ’tWeesperveld, is hetzelve ten onbruike geraakt, in zo verre het tuchtigen van vrouwlieden betreft; thans dient het tot inquartiering van militie; de schuldige vrouwen worden nu in het algemeeneWerkhuisvoornoemd geplaatst.HetWillige rasphuisvoor vrouwlieden, dat weleer aan denY-kantstond, en ter weeringe van bedelaarij diende, niet alleen, maar ook ter gevangenplaatse van vrouwen, wier gedrag opsluiting verdiende, en wier naastbestaanden de kosten van een bijzonderBeterhuisniet konden draagen, almede door den aanleg van het voornoemde algemeeneWerkhuis, ten onbruike geraakt zijnde, werd de grond daarvan bebouwd, met het allen lof verdienendeKweekschool voor de Zeevaart; eene instelling dieAmsteldameere aandoet, en ons ’t ons voorgeschreven bekrompen bestek doet betreuren; want gaarne weidden wij ten breedsten over het aanleggen van die lofwaardige schoole uit.HetVerbeterhuis, staat op de schans niet verre van hetWeteringspoortjen; ’t was weleer een huis dat diende ter genezinge van die met schurft of kwaadzeer besmet waren; het huis dient voor particuliere opsluitingen, echter moet zulks geschieden op verlof van de Regeering, die ook den Vader van hetzelve aanstelt.Men heeft inAmsteldamvoords een zeer aanzienlijkeDoorluchtige schoole, (Athenæum illustre,) ’t gebouw was weleer een kerkjen van ’tAgnieten klooster, naderhand een pakhuis voor de Admiraliteit, waartoe de onderste verdieping nog gebruikt wordt; boven de leesplaats, is eene aanzienlijke stads boekerij, die eenmaal per week voor ieder openstaat; alle de boeken zijn met koperen kettingjens aan de kassen vastgemaakt.Voorheen waren in deeze stad tweeLatijnsche schoolen, thans is er maar één, staande op deCingeltusschen deMunten denHeiligen weg: ’t is een gebouw dat allezins aan het oogmerk beantwoordt: naast hetzelve staat de wooning van den Rector.De Huiszitten- of Stads-schoolen verdienen hier ook aangemerkt te worden: zij zijn aangelegd voor de kinderen dier behoeftigen welke[24]geene ledemaaten der Gereformeerden zijn, en derhalven niet door de Diaconie onderhouden worden, deeze heeft haare eigene schoolen.Boven de Vleeschhal in deNes, is de vergaderplaats van de Opzieners over het Genootschap der Geneesmeesteren—de aanzienlijke stads Kruidtuin is in de Plantaadjen aangelegd.Na het aanstippen van alle deeze kweekschoolen der geleerdheid, waarbij wij veele andere particulieren zouden kunnen noemen, boven al het beroemde Vergaderingshuis der MaatschappyFelix Meritis, waarvan nader ons art.Bijzonderheden, zoude het niet onvoegelijk zijn hier vervolgends iet te zeggen van de geleerde mannen die de wereldberoemde stadAmsteldamuit haaren schoot heeft zien geboren worden; dan, het getal derzelven zoude eenige bladzijden vorderen die wij echter van ons bestek niet kunnen missen; ten allen tijde hebben de kunsten en weetenschappen in deeze stad gebloeid, en het welk te bewonderenswaardiger is, daarAmsteldameigenlijk den troon des koophandels genoemd mag worden; ja nog heden, nu zij de gevaarlijkste verdeeldheid in haare ingewanden voelt wroeten; nu het gezicht van duizende krijgsknechten haar dagelijks verschrikt; nu zij telkens voor de gevaarlijkste uitbarstingen beeft, nu nog werkelijk tellen deAmsteldammersonder zig zulk een groot aantal geleerden, als zij mogelijk nimmer onder zig hebben kunnen tellen: vooral vindt men die loflijke voorwerpen in den achtingwaardigen burgerstand.KERKLIJKE REGEERING.Ingevolge onze gewoonte in het reeds afgewerkt gedeelte van ons uitgebreid plan, bepaalen wij ons hier ook weder alleenlijk tot de Gereformeerde, of Heerschende kerk inAmsteldam: deeze gemeente dan wordt bediend door 29 Predikanten, één van welken in de Hoogduitsche taale moet prediken: de Gasthuiskerk had weleer haar afzonderlijken Predikant; doch thans predikt deeze ook op zijn beurt in de andere kerken, gelijk de overige Predikanten ook de Gasthuiskerk op hunne beurt moeten waarneemen: de gewoone kerkenraad bestaat voords uit gemelde Predikanten, een gelijk getal Ouderlingen, waarvan jaarlijks de helft afgaan, gelijk ook van de Diaconen, die 42 in getal zijn, en een afzonderlijk Collegie uitmaaken, doch van den grooten kerkenraad ook leden zijn: den Diaconen zijn 12 Diaconessen toegevoegd,[25]die voor al het vrouwlijke in dat groote ligchaam zorg draagen; voorheen zond de Wethouderschap twee Gemagtigden in den kerkenraad; doch sedert eenige jaaren vindt zulks geen plaats meer: in gevalle van eene vacature onder de Predikanten, worden Burgemeesteren om handopening tot het doen van een beroep verzocht; na bekomen verlof, maakt de gewoone kerkenraad een nominatie van drie, het zelfde doet het Collegie van Diaconen: deeze dubbelde nominatie wordt in den grooten kerkenraad tot een drietal gebragt, en daaruit wordt bij meerderheid van stemmen één verkozen, op welke verkiezing vervolgends de goedkeuring van Burgemeesteren verzocht wordt.WERELDLIJKE REGEERING.Deeze bestaat uit een Collegie van 36 Raaden, of Vroedschappen, 4 regeerende Burgemeesters, 9 Schepenen, en één’ Schout: eigenlijk zijn er 12, zo afgegaane als regeerende Burgemeesteren, die den Oud-raad uitmaaken, en hunne bijzondere functie hebben: de Vroedschappen behouden hunne post levenslang, doch Burgemeesteren en Schepenen worden jaarlijks, opVrouwendag, veranderd: bij ’t afsterven van één’ der Raaden, wordt in de opengevallene plaats door het Collegie zelve eenen anderen verkozen: de Schout wordt door Burgemeesteren, na voorgaand besluit der Raaden, aangesteld, en blijft aan tot hij bedankt of overlijdt: er zijn nog vijf Onderschouten, waartoe de Hoofdprovoost van ’t Aelmoesseniershuis, en de Waterschout, of Bailluw van ’t watergerecht, behooren: ieder deezer Onderschouten, gelijk ook de Hoofdschout hebben eenige gewapende dienaars onder zig; de laatstgenoemde heeft ook een’ Secretaris; de gemelde jaarlijksche verandering van regeerende Burgemeesteren geschiedt uit den Oud-raad voornoemd, (of zo die niet voltallig is, ook wel buiten dezelven,) door dien Raad zelven en door Oud- en regeerende Schepenen, bij meerderheid van stemmen: drie Burgemeesteren worden op gezegde wijze verkozen, en deezen verkiezen uit de vier van het voorgaande jaar een vierden tot President, welke post hij drie maanden bekleedt, vervolgens is ieder andere van drie tot drie maanden President: langer dan twee jaaren mag geen van hun dienen: van de 9 Schepenen, waarvan één President en[26]één Vice-president is, gaan jaarlijks 7 af: tot het benoemen van 7 anderen vervaardigt de Raad een nominatie van veertien persoonen, waaruit door den Stadhouder 7 benoemd worden: een President en Vice-president worden vervolgends uit de Oud-schepenen verkozen.De wereldlijke Regeering vanAmsteldam, bestaat voords in het Collegie vanThesaurieren Ordinaris, zamengesteld uit vier Oud-burgemeesteren; zij hebben opzicht over stads gelden, doen aanbestedingen, enz.—Thesaurieren extraordinaris: deezen ontvangen verpondingen, buitengewoone lasten, enz.—Weesmeesteren, zijnde Oud-schepenen, meestijds 8 in getal—Commissarissen van huwelijkszaaken—van deRekenkamer—van deAssurantiekamer—Commissarissen van de Wisselbank, die vanKleine Zaaken, zittende over verschillendiebeneden de ƒ 600 gaan.—die van deKamer van Zeezaaken—van deDesolate boedelkamer—Commissarissen van den grooten Excijns, dat is op graanen, gemaal, wijnen, azijn, bier, turf en koolen—voordsCommissarissen over den honderdsten en tweehonderdsten penning; wij zwijgen nu van onderscheidene boden, secretarissen, clerken en verdere mindere bedienden: de Regeering vanAmsteldamheeft voords twee Pensionarissen, waartoe gemeenlijk geleerde lieden, verkozen worden.Wegens de Colecten voor de armen, enz. is de Stad ook in eenige wijken verdeeld, en in iederen wijk zijn twee Wijkmeesters aangesteld, die hunne bijzondere diensten doen, vooral in het afgeeven van getuigschriften, waarvoor zij eene vrije bank in de kerken hebben.SCHUTTERIJ, enz.DeAmsteldamsche Schutterij, is verdeeld in 5 Regimenten, ieder van 12 Compagniën of Vendels, naamlijk hetblaauwe, ’toranje, hetwitte, ’tgeeleen ’tgroeneregiment; ieder regiment heeft 5 compagnien, en iedere compagnie bestaat uit 100 man, derhalven zijn er 6000 wakende Schutters, in 60 wijken verdeeld: behalven dat zijn er nog 4 compagnien buiten de stads poorten doch binnen derzelver vrijheid: ieder der gezegde compagniën, (in drie Corporaalschappen verdeeld) heeft een Capitein, een Lieutenant, een Vendrig, drie Serganten,[27]enz.: over het geheele ligchaam der schutterij zijn twee Colonellen aangesteld, die met de 60 Capiteinen, en 60 Lieutenants den vollen krijgsraad uitmaaken, welke op het stadhuis hunne vergaderplaats heeft: van ouds, en dat billijk was, had de gewapende schutterij verscheidene voorrechten, ook werd zij, als ’t ligchaam der Gemeente verbeeldende, in gewigtige gevallen, den welvaart der stad betreffende, door Burgemeesteren geraadpleegd; doch dat loflijk gebruik is door den tijd geheel te niet gelopen. Sedert degezegende omkeeringvan zaaken moet de gewapende burgerijoranje cocardendraagen.Behalven deeze gewapende schutterij, houdt de stad nog eenige compagniën soldaaten in dienst, die dag en nacht de poorten en andere posten bezetten, als mede een corps kanonniers: thans, bij gelegenheid van de gezegende omkeering, en tegenwoordige vrees voor het uitbarsten van de morringen des volks, heeft zij bestendig een talrijk garnisoen binnen haare muuren.De Stad wordt boven dat alles des nachts door eene omgaande gewapende ratelwacht bewaakt: deeze heeft vier wachthuizen, ofcorps de garden: op alle de torens waaken des nachts ook trompetters, die als er brand ontstaat zulks terstond ontdekken, en er door hun trompet, enz. de ratelwachts kennis van geeven, welken vervolgends ieder in zijne wijkbrandmoet roepen, na den ratel buitengewoon lang geslagen te hebben; zij moeten ook de lieden die tot het brandwezen behooren wekken: er zijn eene menigte brandspuiten zo in als buiten om de stad voorhanden, tot welken een toerijkend getal brandmeesters, en mindere brandgasten aangesteld zijn: alle deeze lieden verdienen den lof van zo onvoorbeeldig vigilant te zijn, dat bij geen menschen geheugen, in gevalle van brand, meer dan het erf waarin het ongeluk ontstaan is, ten prooje der vlamme is geworden.Bij deeze nachtlijke voorzorg, kunnen wij ook voegen dat de stad, zodra des avonds het duister valt, door eene groote menigte lantaarns op paalen gesteld verlicht wordt: voor weinig tijds heeft men eene nieuwe soort van lantaarns, die ongemeen veel lichts geeven, beginnen intevoeren, doch daarmede schijnt men niet verder voordtegaan: sommigen van deezen zijn aan uitsteekende ijzerene armen gehangen, anderen hangen aan gespannene touwen dwars over de straaten; het getal van deezen is echter maar gering.[28]DeGILDEN,Die inAmsteldamgevonden worden, zijn weinig minder dan 50 waaronder, bij voorbeeld dat van de schilders, waarin meer dan 800 baazen zijn; de leden van het wijnkoopers gild zijn ongelijk veel meer; ieder heeft zijne Overlieden, bijzondere keuren en gildewetten; doch niet weinigen van deeze broederschappen klaagen dat zij naar behooren bij die hunne keuren en wetten niet gemaintineerd worden; althans maaken deJoodener groote inbreuk op.DeVOORRECHTENDerAmsteldammerenzijn veelen, alle welken echter door hen niet genoten worden: bij verscheidene Graaflijke privilegiën werden zij door gantschHolland, ZeelandenVriesland, vrijverklaard van de Graaflijke tollen, mitszekunnen aantoonen jaar en dag poorters geweest te zijn: poorters vanAmsteldammogen, benoorden deMaazeten platten lande, in persoon noch goederen bekommerd worden, ten ware zij op dieverij of vechterij betrapt wierden: van ouds konden zij voor niet meer dan honderd ponden uit hunne goederen verbeuren:Amsteldamsche poorterskunnen in verscheidene steden, volgends onderlinge overeenkomsten, ervenissen beuren zonder tot betaaling vanExu-geldgehouden te weezen, als teDord, Haarlem, Delft, Leiden, Rotterdam,Schoonhoven, Briel, Alkmaar, en meer andere steden—In 1547 werd die vanAmsteldamde vrijheid verleend van in deZuiderzeete mogen visschen, mids zig bedienende van netten die de bepaalde wijdte hadden, en geen versmoorde visch aan land brengende, enz.Wat zullen wij voords aantekenen van deBEZIGHEDENENVERMAAKEN,Die onder deAmsteldammersuitgeoefend, en genomen worden!—hunnen koophandel zouden wij vooral ten breedsten moeten beschrijven, ware het dat wij onzen leezer een voldoend denkbeeld van die bezigheden wilden geeven; dan hier staat ons bekrompen bestek[29]ons weder in den weg: de handel derAmsteldammerenbestaat niet alleen in het vertier der waaren die in de stad gemaakt, bereid, gebragt en gebruikt worden, van welker menigte het groot getal hunner gilden ten voorbeelde verstrekt; maar ook komt daar bij het ontvangen en verzenden van goederen binnen deeze Landen, die men den binnenlandschen handel noemt; ten derden bestaat hun handel in het ontvangen en verzenden van alles wat de vier werelddeelen opleveren; voornaamlijk worden de beide eerste gedeelten van hunnen handel aangekweekt door de vrije jaar- en verscheidene week-markten, welken zij houden: de menigte van pakhuizen die alomme gevonden worden, getuigt mede van hunne uitgebreide commercie——van deeze in ’t algemeen genomen moeten als hoofdtakken beschouwd worden deO. en W. I. Compagniën, hunne vaart opGroenlandenStraat Davids, en andere takken meer; zodatAmsteldammet recht den naam van wereldstad, als door geheel de wereld haaren handel uitbreidende, draagt; hoogstbeschreienswaardig is het intusschen, dat men, wil men de waarheid niet in het aanzicht hoonen, moet bekennen dat geheel haar uitgebreide handel in verval is, en vooral haareO. en W. I. Compagniënin zulk eenen deplorabelen staat zijn, dat desaangaandeAmsteldamvan voor ééne eeuw, hemelsbreedte verschilt metAmsteldamin onzen tijd.Behalven met den koophandel geneert zigAmsteldammet allerleie fabrieken, kunsten, weetenschappen en handwerken, (’t getal der zagenmolens rondom de stad is 80,) zodanig dat men niet gemaklijk iet zoude kunnen bedenken het welk men in deeze stad niet kan bekomen; wat intusschen haare fabrieken betreft dezelven zijn mede in een allerjammerlijkst verval.Alle stadsvermaaken die bedacht kunnen worden zijn die van deAmsteldammers.GESCHIEDENISSEN.Daar wij van de geheele beschrijving van het weleer zo magtigeAmsteldam, maar een zeer kort uittreksel kunnen geeven, zullen wij ons althans in het spreeken over haare geschiedenissen, die zo wel in het kerklijke als wereldlijke zeer veelen zijn, ongemeen moeten bepaalen, en alleenlijk iet van de hoofdtrekken daarvan kunnen aanstippen—In de dertiende eeuw dan isAmsteldam[30]reeds tot een tamelijk dorp of steedjen aangegroeid; jammerlijk werd het toen verwoest, ter wraake van den bekenden moord aan GraaveFloris den Vijfden, waaraanGijsbrecht, Heer vanAmstel, medepligtig was: deeze echter bouwde het daarna weder op, en voorzag het van houtene vesten en bruggen, doch ook die zijn arbeid werd omtrent den jaare 1299, door deKennemersenWaterlandersin koolen gelegd: in 1304 verviel ’t opkomendAmsteldamin ’s Graaven ongenade, ter oorzaake van ’t ontvangen van eenige ballingen, en het moest ter straffe alle zijne bruggen en vesten weder afbreeken, eene boete betaalen, en de vrijheid van te markten missen: in de eerstvolgende vijftig jaaren kwam het echter weder in groot aanzien, zodanig dat het reeds verscheidene voorrechten ontving: na het verdrijven van den Heerevan Amstel, kwam het aan de Graaflijkheid, en vóór het einde der veertiende eeuw begon het door den koophandel reeds merkelijk te bloejen: in 1391 bezaten deAmsteldammersreeds een stuk lands op ’t eilandSchooneninDeenemarken: in 1405 konden zij hunnen Graave reeds merkelijken dienst doen, en drie jaaren daarna, rustten zij met die vanKampentwee schepen uit, om hunne koopvaarders tegen de zeevaart te beveiligen: toen deHoekscheenKabbeljaauwsche factie, geheel het Land beroerde, kreegAmsteldameen aanmerkelijk deel in de gevolgen van dien twist: in de maand April des jaars 1421, verbrandde ruim een derde gedeelte van de stad, met het Raadhuis, deNieuwe Kerken eenige andere Godsdienstige gestichten: het zelfde noodlot, echter niet zo geweldig, trof haar in 1452: in 1426 hielpen deAmsteldammersFilips den Goeden,Hoornontzetten, en niettegenstaande de teistering van den gezegden twistgeessel, nam hun bloei zo aanmerkelijk toe, dat zij in 1438 alleen twintig oorlogschepen in zee bragten; ook werden zij in den steeds voordduurenden krijg meer en meer geducht: in 1548 behaalden zij groote overwinning op deUtrechtenaars, waarvan deKloveniers doelennog getuigt: (zie hier voor, bladz. 20) ook werd omtrent dien tijd de stad aanmerkelijk uitgelegd, en met muuren en torens omringd: na in denGelderschen oorloggeen gering deel gehad te hebben, was haar aanzien reeds zodanig toegenomen, dat verscheidene Vorsten haar veele voorrechten, allen den handel betreffende, toestonden, ook was omtrent het einde der vijftiende[31]eeuw het getal der Graaflijke gebouwen binnen der stede vesten zodanig toegenomen dat er besloten werd geene nieuwen meer aanteleggen.In en omtrent den jaare 1530 was de onverdraagzaamheid in het stuk van den Godsdienst hier nog zo groot, dat onder anderen het drukken van ’t Nieuwe Testament naar de vertaaling vanLutherverboden werd, op straffe van ooguitsteeking en handafkapping; ook maakten de Wederdoopers op verscheidene plaatsen van Nederland groote beroerten, wegens Godsdienstige verschillen; teAmsteldamliepen er vijf met ontblotene zwaarden door de stad, den zegen over de rechter en den vloek over de linker zijde derzelve uitroepende, weinig tijds daarna liepen zij moedernaakt door de stad, (zij hadden hunne klederen verbrand,)weeenach!uitroepende, en de straf die sommigen van hen ondergingen, van onthoofd of verdronken te worden, konde hen echter van hunne krankzinnige dwaaling niet terug brengen; integendeel gingen zij daarin zo onvoorbeeldig voord, dat zij in den jaare 1535 een’ aanslag smeedden omAmsteldamte overvallen; den toeleg werd wel ontdekt doch konde niet geheel gestuit worden; zij overrompelden het stadhuis, het geen echter door de gewapende burgerij hun weder ontweldigd werd; een eisselijke straf ondergingen de geenen die men gevangen kreeg; onder hen bevond zig zekerenJacob van Kampen, die zig Bisschop vanAmsteldamhad laten noemen; hem werd eerst de tong uitgesneden, en hij zelf voords leevendig verbrand—onlusten van minder belang door eenigen om verscheidene redenen misnoegden, voorbijgaande, naderen wij het tijdperk waarin onze stad niet weinig had te lijden door den hevigen twist overRoomschenOnroomsch; deAmsteldammerswaren zo sterk tegen deOnroomschengekant dat deezen het nog niet hadden durven waagen er te prediken; doch daartoe gingen zij echter eindelijk over, met dit stoute gevolg dat zij in 1566 de beeldstorming in deOude kerkbegonnen, en zig zo ontzachlijk wisten te maaken dat de Wethouderschap hun het vrij buitenprediken toestond; doch daarmede niet voldaan, ondernamen zij het plonderen van twee kloosters, en gedroegen zig zo onrustig dat men moest goedvinden in 1567 een verdrag met hun te tekenen——na eene en andere tusschengebeurtenis, waaronder zelfs die, en welke geen geloof verdient, dat sommige weeskinderen[32]eene bezetenheid trof, waarbij zij grouwelijke gezichten trokken, tegen de wanden opvlogen, en ook (NB.) uitheemsche taalen spraken, en lispende vertelden wat op ’t zelfde oogenblik elders in de Vroedschap geschiedde, trof in 1570Amsteldameen deerlijk lot door een zwaaren watervloed; een zelfd lot trof haar in 1593, waardoor zij ontzaglijke schaden in haaren scheepvaart leed; geduurende deeze en andere tusschen gebeurtenissen, zeggen wij, kwam de bloedhondAlvain ’t Land, en de vervolgingen om het geloof werden ten allergrouwelijksten, vooral binnenAmsteldamvoordgezet: hij eischte eene schatting van de stad die zij niet konde opbrengen, en zij werd deswegen in eene boete van 25,000 guldens verwezen; desniettegenstaande bleeven deAmsteldammersde zijde derSpaanschenhouden, waardoor zij niet weinig van de Staatschen hadden te lijden:Alva, te zeer met schulden bezwaard, verliet haar heimelijk, en bragt daardoor veelen der rijkste inwooneren tot den bedelzak: in 1577 lagen deStaatschenhet toe om de stad bij verrassing te bemagtigen; doch die toeleg mislukte, evenwel werd zij ten volgenden jaare gedwongen zig bij verdrag overtegeeven: hier over ontstond echter weder zo hoog een verschil dat deOnroomschenzig verstoutteden, (25 Mei 1578) het stadhuis te overweldigen, en de Wethouderschap met eenige Geestlijken ter stad uittedrijven: in 1581 en vervolgends hadAmsteldamniet weinig deel in het ontwerp om de Graaflijkheid aanWillem den Eerstenoptedraagen, zij maakte er naamlijk zwaarigheid in, en ’s Prinsen onverwachte dood deed geheel de zaak achterblijven: in 1585 werd met eene tweede vergrooting der stad een aanvang gemaakt, en in hetzelfde jaar, trachtte de schelmscheLeicester, een Gezant vanEngeland, zig van eenige voorstanders der vrijheid meester te maaken; doch de waakzaamheid der Wethouderschap en Burgerij deed hem in dat gevloekte oogmerk niet slaagen: zo zeer namAmsteldam, niettegenstaande alle de gemelde folteringen, in bloei en volkrijkheid toe, dat haare muuren in 1593 nogmaals, ook andermaal in 1612, en nog eens in 1658 uitgezet werden; sedert is de stad alleenlijk binnen haare muuren meer en meer bebouwd: in 1595 was er zo groot eene schaarsheid van graan, dat Burgemeesteren zig onderling met eeden verbonden, de waare gesteldheid daarvan voor de ingezeten verborgen te houden: in 1602 gevoelde men zo hier als[33]elders eene zwaare aardbeeving; het zelfde gebeurde in 1692. De bekende onlusten tusschen deRemonstrantenenContra-Remonstranten, ten tijde van het bestand, stortten onze goede stad weder in grouwzaame beroeringen, ja zelfs tot plondering toe: in 1629 werd een veroverde zilvervloot binnen haare muuren gebragt, en, niet zonder groote opschudding onder het bootsvolk verdeeld; in 1650, ontstond er verschil tusschen de stad en PrinsWillem den Tweeden, waarom deeze dorst besluiten en ook onderneemenAmsteldamte bemagtigen, en naar zijne hand te zetten, doch zijn aanslag mislukte hem, en hij moest terug keeren, na op deeze wijs zijn’ stamhuis een onuitwischbaare schandvlek aangewreven te hebben: verscheidene maalen isAmsteldamook door de pest aangetast geworden, en wel allerhevigst in den reeds gemelden jaare 1602, toen er in één week meer dan 700 menschen aan stierven; in 1663 en 1664, sleepte die geduchte bezoeking eene ontzachlyke menigte van inwooners ten grave; in 1610 was er weder zulk een hoogen watervloed, dat het water door deWarmoesstraatbruischende heen liep: in 1619 ontstond er een oproer over de boterpacht, doch dezelve was van geen groot gevolg, en in 1625 was er weder zo hoog een vloed dat het water op denDamstond; het zelfde lot tastte de stad in 1637, en andermaal allergeweldigst in 1640 en 1651 aan: ten volgenden jaare verbrandde het stadhuis, zo dat er alleenlijk de muuren, en een gedeelte van den toren staan bleeven: in 1653 was het verval van koophandel alhier zo groot, dat er, volgends sommigen wel 3000 huizen ledig stonden; in 1654 werd alhier den vrede met den beruchtenCromwelafgekondigd, en met alle tekenen van vreugde werd geheel den dag doorgebragt: om het gemeen te behaagen deed men de trompetters het bekende deuntjeWilhelmus van Nassouweblaazen, doch zorgvuldig hield men voor den volke verborgen dat de vrede eerst zijn beslag gekregen had, na de overlevering van deacte van Seclusieof uitsluiting van den Prinse vanOranje, bekend onder den naam van ’tEeuwig Edict: na dien tijd zijn er teAmsteldamverscheidene maalen grouwzaame branden ontstaan, gelijk het ook te meermaale door vreeslijke watervloeden geteisterd is geworden: alle de kruidstooven die in haaren omtrek of nabijheid gestaan hebben, zijn de eene voor en de andere na in de lucht gesprongen,[34]tot merkelijk nadeel en verschrikking der goede inwooneren; de aanmerkelijkste zwaare brand binnen de stads muuren voorgevallen is die van denHollandschen Schouwburg, in den jaare 1772; deze indedaad was allerijsselijkst, niettegenstaande de ongeloovelijke vigilantie in het aanvoeren van alle de stads brandspruiten; en deeze allerbeschreienswaardigste gebeurtenis deed weldra zien, bij het in ’t licht verschijnen van zekere versen, datAmsteldambinnen haare muuren nog zulke lieden huisvestte, die, niettegenstaande de stad een tempel van kunst en weetenschap genoemd moge worden, en veele fraaje vernuften er zig bezig houden met het loflijk werk van de verlichting des menschdoms; zulke lieden zeggen wij, die, desniettegenstaande, het akelige afbranden van den schouwburg hielden voor eene rechtvaardige bezoeking Gods, voor eene kasteiding van zijne hand, ja voor eene wraak zijner vleklooze heiligheid over de boosheid welke in zulk een gebouw gepleegd wordt—grouwelijke, god-onteerende gedachten! zo verfoejelijk als dom! intusschen was door de vlam eene overgroote somme gelds vernield, terwijl de bestuurderen nog bezig waren veele duizenden te vertimmeren, of liever te verspillen; want eerst van binnen eene geheel andere schikking van plaatsen gemaakt hebbende, was nu kortlings alles weder op den ouden voet gebragt: ter oorzaake van welke omstandigheid, of mogelijk, (en dit zouden wij liever gelooven,) om dat de brand ontstond onder het speelen van eeneVlaamsche troup tooneellisten, aan wien het gebouw toen voor het zomer- of zogenaamd stilstaand saisoen, verhuurd was, zeker vernuft, bij gelegenheid van den brand, deeze twee regels uit zijne scherpe penne liet vloejen:De hommels rooven hier het eêlste van de beiën,Daar de oude stok om zucht; de weezen om staan schreien;Hij zinspeelde op het onderschrift, onder het blazoen van den kunsttempel:De beiën storten hier het eêlste dat zij leezen,Om d’ouden stok te voên, en ouderlooze weezen.[35]In 1672, de Staat in oorlog metFrankrijkgewikkeld zijnde, hield onze stad, onder anderen allen vredehandel met dat Rijk tegen; dit gaf door de aannadering des vijands gelegenheid, datAmsteldamrondsom onder water gezet, en in staat vantegenweêrgebragt werd: in 1681 kwamen ter oorzaake van de Geloofsvervolgingen in het gemelde Rijk, eene groote menigteFransche vlugtelingenherwaards, die allen wèl ontvangen, en zelfs met vrijdom van stads excijns voor den tijd van drie jaaren beschonken werden: vijftien jaaren daarna, (in 1696) ontstond er een geweldig oproer over zekere keure bij de Wethouderschap op ’t begraaven der dooden gemaakt, en ’t welk van dat gevolg was dat de keure ingetrokken moest worden, niettegenstaande men eenige der belhamels strafte: in de drie volgende jaaren, 1697, 1698 en 1699, was er teAmsteldamweder eene nijpende schaarsheid van graan, zodanig dat Burgemeesteren den uitvoer zelfs tot buiten den boom verboden: in den jaare 1720 hadAmsteldamniet weinig te lijden door een verregaande zucht voor den actiehandel, waardoor duizenden zig totaal ruineerden, en waaruit groote beroeringen ontstonden: wij behoeven niet aantevoeren wat er inAmsteldamwegens de verkiezing vanWillem den VierdenPrins vanOranje, tot het Erfstadhouderschap is voorgevallen, hetzelve is overgenoeg bekend: de stad echter heeft daarover minder geleden dan veele andere Nederlandsche steden; doch de verandering in ’t begeeven der Amten was voor haar van groter gevolg; men begeerde dezelven aan de Staaten vanHollandopgedragen te hebben, waartoe de Stads Raad, om het voordeel dat er de stad van trok, niet wilde verstaan; de beruchte PorceleinkooperDaniel Raap, begon nu eenen hoofdrol te speelen; hij ontwierp een request aan de vroedschap, ter ervelijkverklaaring, (in de manlijke en vrouwlijke linie,) van het Stadhouder- Capitein- en Admiraalschap-Generaal, het verkoopen der amten ten voordeele van den Lande, een vrijen krijgsraad, en het herstel der gilden in hunne voorrechten;Raapnam alle mogelijke middelen ter hand om in zijn oogmerk te slaagen, doch hij vond overal grooten tegenstand, tot op zijne besteeking een menigte volks op denDamvergaderde, het raadhuis instooven en geen gering geweld gebruikten; onder anderen stak het gespuis, in de[36]plaats van de roede van justitie een ragebol ten venstere uit; zij lagen op de regeeringskussens in dezelven; doch zodra zij door eenige gewapende schutters aangevallen werden, namen zij in aller ijl de vlugt, evenwel volgde de toestemming tot het Erfstadhouderschap eenige dagen daarna: in 1648 verhief zig een dergelijken storm tegen de pachters, en in denzelven werden eenige huizen deerelijk geplunderd, op welke schenddaad ook eene voorbeeldige strafoefening volgde, waarbij eene oproerige beweeging ontstond, die een groot getal der zamengevloeide aanschouweren het leven kostte.In 1756 gevoelde men hier weder eene aardbeeving, die geen geringe ontsteltenis veroorzaakte: in 1762 ontstond er brand in het stadhuis, welke echter nog gelukkig bij tijds gestuit werd: omtrent den jaare 1758 had deNederlandsche Koophandel, waarvan deAmsteldamsche beursde voornaamste zuil is, niet weinig te lijden door het onredelijk gedrag derEngelschen, die het niet genoeg was, weerlooze schepen optebrengen, te plonderen, verbeurd te verklaaren, maar ook ontzagen ze der Staaten vlagge niet, het geen, onder anderen, deAmsteldamsche koopliedennoodzaakte zig, desaangaande, bij requeste aan ’s Lands vaderen te adresseeren; de Heeren Bewindhebberen van deWestindische Compagnie, voegden hunne klagten bij die der kooplieden; ter staavinge van alle de klagten werden drie lijsten van genomene, geplonderde of onrechtmaatig gecondemneerde schepen, allen teAmsteldamin ’t bijzonder t’huis behoorende, ingeleverd, op de eerste lijst stonden21Schepen ter schade vanƒ 3:557.500:-:-2de lijst35——— ——— ———5:144.000:-:-3de lijst100——— ——— ———439.191:6:-Dus156Schepen ter schade vanƒ 9:140.691:6:-Met reden was des het geroep om redres zeer groot, evenwel kwam het niet, het geen bij veelen den lust tot den koophandel geheel deed verflaauwen, tot merkelijk nadeel van Staat en stad: de gezamentlijke kooplieden vanAmsteldam, DordrechtenRotterdam, leverden hunne klagten desaangaande in bij Mevrouwe de Gouvernante, maar kreegen wel verzoek om uitstel van verdere klagten, doch geene hulp: meermaals werdt in ’t vervolg over het zelfde ongelijk geklaagd, doch telkens zonder eenig wenschelijk succes niet alleen, maar zelfs kreegen[37]de klaagers het grievend antwoord, dat het voor de Vrouwe Gouvernante eenpoint d’honneurgeworden was, te stemmen in de vermeerdering van landmagt, (dit was toen een tweede zaak in verschil,) en zonder de voldoening daarvan te erlangen, voor geene vermeerdering van zeemagt konde stemmen; dat men voords de kooplieden niet zoude vleien, met de teruggaven der schepen en goederen door deEngelschengenomen.… dan, dus voordgaande zouden wij niet alleenlijk te breedvoerig worden, maar ook de afzonderlijke geschiedenis van onze stad te buiten treeden; wij hebben dit alleenlijk tot dus verre willen boeken, om onzen Leezer eenigzins te doen beseffen, hoedanigAmsteldamten dien tijde in de zenuw van zijn bestaan verdrukt werd.Onder het Stadhouderschap vanWillem den Vijfden, die zijne moeder opvolgde, gedroegen deEngelschenzig niet beter; daarbij kwam nog de twist tusschenEngelanden zijneAmericaansche Colonien, welke oorlog zo veel invloeds op den staat van ons Vaderland gehad heeft: in 1775 was er weder een grouwzaam hoogen watervloed, doch nu op zijn hoogst gekomen zijnde, bespeurde men zonderling de hand Gods ter verlossinge; want schoon het water tot des morgens ten 9 uuren 20 minuten had moeten rijzen, begon het des morgens ten 6 uur reeds te daalen, enAmsteldamwerd daardoor van het ijsselijk dreigende gevaar verlost.De voorgemelde schandelijke gedragingen derEngelschengevoegd bij hunnen oorlog metAmerica, hadden in 1780 hier ter stede een algemeene morring veroorzaakt; en alle de woelingen liepen uit op de bekende oorlogsverklaring van hetBritsche Hofaan onzen Staat, in welken oorlogAmsteldam, in gevolge de voornaame plaats welke zij in de Republiek bekleedt, een aanmerkelijk deel had; de meesten van onze tijdgenooten hebben de akelige omstandigheden waarinAmsteldamsedert gedompeld geweest is, beleefd; ook kan de gezegdeEngelsche oorlogde oorzaak genoemd worden, van alle de vorderingen van het Patriotismus tot herstel van de misbruiken in ’s Lands wettige constitutie, in welke vorderingen zij door eene tegengestelde partij bestendig gedwarsboomd werden: ieder weet datAmsteldamin alle gevallen in de zaak des Vaderlands heeft uitgemunt; nergens is de wapenhandel met zo veel luisters geoefend; maar ook nergens[38]heeft de omkeering van zaaken zulk een sensatie veroorzaakt; nergens zijn dePruissische soldaatenmet zo groot een bewondering als verbazing ontvangen; doch ook nergens heeft het hun zo veel gekost, eer zij zig konden doen gelden——wat nog dagelijks inAmsteldamvoorvalt, is ons allen bewust—wij vinden goed desaangaande niet meer te zeggen:Menig held, beroemd in ’t strijden,weet te vlugten op zijn’ tijd—Weet dan schrijver ook te zwichten,daar gij ook in ’t strijdperk zijt—Strijdperk waarin ook kan winnen,die de minste krachten heeft;Vaak ziet men bij u dat de oude,voor den zwakke zuigling beeft;Letterheld! gehard in ’t strijden,ga dan vlugten op zijn’ tijd,Toon dat gij ten nutt’ van veelen,in het letterstrijdperk zijt.Ik herinner mij deeze regelen, en zwijg.Wat ons artijkelBIJZONDERHEDENBetreft, geheelAmsteldamverdient den naam van bijzonderheid, het geen den vreemdeling, zo hij kan zeggen de stad gezien te hebben, gereedlijk zal toestemmen: intusschen kunnen wij niet nalaaten het reeds gemelde gebouw der aanzienlijke MaatschappijFelix Meritishier te noemen, als een kunsttempel van bijzondere lieden die de bewondering van de ervarenste reizigers en bouwkunstenaaren wegdraagt: deeze loflijke maatschappij, die boven alle anderen in het[39]kunstkweekendAmsteldamuitmunt, heeft haaren aanvang genomen in 1777, op deLelijgracht; vervolgends is zij verplaatst op deFlueele burgwal, bij deIllustre school, en sedert November 1788, in haar nieuw en reeds beroemd gebouw op deKeizersgracht, ’t welk zig thans in al deszelfs luister voor onzen geest vertoont, en dat wij gaarne breedvoeriger zouden beschrijven, alzo ’t zulks overwaardig genoemd mag worden; dan, niet alleen verbiedt ons bestek ons hetzelve; maar ook zouden wij andere Maatschappijen, even nuttig in haare inrichting, en in de daad nuttiger in haare uitwerkselen, ofschoon niet zo prachtig gehuist, daardoor schijnen te vernederen; wenschlijk ware het dat de uitwerkselen van de MaatschappijFelix Meritiszo verre boven die van andere Maatschappijen inAmsteldamverheven ware, als haar gebouw boven die van de bedoelde Maatschappijen uitmunt, dan zeker zoude het prachtige gebouw nog meer uitzondering verdienen; zo veel zij er dan van gezegd, dat het allezins trotsch en kundig is aangelegd: de concertzaal onder anderen met uitzondering, men getuigt van deeze dat zij in geheel Europa haare weêrgaê niet heeft.Den 31 October des laatstgemelde jaars (1788) wierd het gebouw ingewijd, in gezegde concertzaal, door den HoogleeraarVan Swinden, met eene fraaje redevoering, en een overheerelijk expres daartoe vervaardigd muzijk, ’t welk door een ongemeen sterk corps van de voornaamste muzijkmeesters werd uitgevoerd: dan, daar intusschen de concertzaal, hoe ruim ook, niet ruim genoeg was, om alle de Heeren leden met hunne Dames te bevangen, werden ten gemelden dage de Heeren alleen genodigd, en ten volgenden dage, (den 1 November,) werd de inwijding, (met eenige toepasselijke verandering,) voor de Dames alleen herhaald.DeLOGEMENTENInAmsteldamzijn te meenigvuldig om ze hier optenoemen; onder allen munten daaronder uit:[40]HetWapen van Amsteldam.De beideDoelens.De beideHeere-logementen.De drieLiesveldsche Bijbels.DeZon.HetWapen van Embden.en meer anderen.DeREISGELEGENHEDENZijn in deezen stad naar alle plaatsen meenigvuldig.NB.Onder onsart.Kerklijke en Godsdienstige Gebouwen,hebben wij vergeten te noemen deRoomsche kerkdeKrijtberg,die, veele jaaren gesloten geweest zijnde, voor weinig tijds wederom tot het dienstdoen geopend is.[1]
Niet zonder huivering slaan wij de hand aan eene beschrijving, die, om volledig genaamd te mogen worden, eenige zwaare boekdeelen kan beslaan, daar wij om aan den aart van ons werk te voldoen, slechts weinige bladzijden daartoe durven voor ons neemen; wij zullen derhalven alles slechts kunnen aanstippen, en evenwel behoort dat aanstippen op zodanig eene wijze te geschieden, dat de reiziger daaraan genoeg hebbe, omAmsteldam, met de behoorelijke voorloopige kennis van hetzelve, te gaan bezoeken—wij hebben hier derhalven de toegeevendheid van onze kundige leezers noodig, en ofschoon de hoop op dezelve ons niet tot zo verre kunne bemoedigen, dat wij onze huivering daardoor zouden gevoelen verdwijnen, streelt ons echter de gezegde hoop genoeg, om rustig te beginnen:LIGGING.Deeze is inAmstelland, en kan bepaalder gezegd worden te zijn, drie uuren gaans beoostenHaarlem, agt uuren ten noordoosten vanLeiden, en even zo veele uuren ten noordwesten vanUtrecht, op een laagen, weeken, moerassigen veengrond, die echter onderscheidene beddingen heeft: sommigen willen dat de lucht er ongezond is, echter zijn er naar evenredigheid geen meer zieken, of sterven er geen meer menschen dan in eenige andere stad van Nederland: men heeft er zekerlijk gebrek aan zoet water, (ofschoon ’t er weleer, vóór het verwijden der zeegaten, geweest zij,) doch het wordt er ten dienste der brouwers, en der verdere ingezetenen, bij overvloed vanWeespingevoerd, door middel van groote waterschuiten; ook zijn alle de huizen van regenbakken voorzien, en zijn er bovendien sedert eenige weinige jaaren, van stads wege, op de markten en[2]opene pleinen groote bakken aangelegd, die bestendig vol zoet water gehouden worden, met welk aanleggen, men nog werkelijk voordgaat, zo dat voortaan, het gebrek aan drinkbaar water, (een gebrek dat ter deezer stede bij koude winters al vrij nijpende plag te weezen,) niet meer te duchten is.Aan de noordzijde wordt de stad bespoeld door het beroemde IJ: de breede rivier deAmstelloopt midden door de stad, en deelt dezelve in twee deelen, deoudeennieuwe zijdegenaamd: voords is de stad alomme doorsneden met aanzienlijke, minder breede, en ook veele zeer smalle graften, waarin ten bedwang van het veele water, verscheidene schutsluizen liggen; er zijn ook veele zwaare buitensluizen, waardoor het land, rondsom de stad, onder water gezet kan worden: over het geheel draagtAmstellandmet alle recht den eernaam vanwereldberoemde Koopstad:C. Huijgens, heeft van haar wel mogen zeggen,Hoe komt gij, gulden veen! aan Hemels overdaad?Pakhuis van Oost en West! heel water en heel straat!TweemaalVenetie, waar’s ’t eind van uwe wallen?Zeg meer: zeg, vreemdeling! zeg liever niet met allen:RoemRomen, prijsParijs, kraaiCairo’s heerlijkheid,Die dieplijkst van mij zwijgt, heeft allerbest gezeid.Aan alle zijden, uitgenomen aan den IJ-kant, is de stad omgeven met eene breede watergracht, hechten en hoogen muur, en verdere wallen, in welken zes-en-twintig wèl geregelde en bemuurde bolwerken gelegd zijn: rondsom de stad liggen ook een goed aantal batterijen, van fraai geschut voorzien: in den gezegden muur zijn vijf groote en drie kleine poorten: de eerstgemelden zijn deHaarlemmer poort, deLeidsche, deUtrechtsche, deWeesperen deMuiderpoort; de kleinen, die alleenlijk openingen in den muur genaamd mogen worden, zijn hetZaagpoortjen, hetRaam-en hetWeterings-poortjen.NAAMSOORPRONG.Al vroeg, men wil in 1200, werd een dam gelegd, in de rivier deAmstel, (ter plaatse, of nabij de plaats, die nogde damgenoemd wordt,) ter weeringe van het water; deeze kreeg den naam vanAmsteldam, dat is,dam van, of,in den Amstel, en dien zelfden naam heeft de stad, van tijd tot tijd rondsom dien dam gebouwd, behouden; sommigen speldenAmsterdam, naar[3]een ouder taalgebruik, toen men de meening vandam van, of,in den Amstel, uitdrukte, door het woordAmstelredam, waarvoor men thans zou kunnen zeggenAmstelerdam.STICHTINGENGROOTTE.Veel wordt er getwist over den tijd waarin men zoude kunnen zeggen datAmsteldamhaar begin genomen heeft, ons bestek verbiedt, ons daarmede optehouden: tusschen 1177 en 1200, had het beruchte geslacht vanVan Amstel, nabij den dam bovengemeld, een slot, en men mag vaststellen dat omtrent dien tijd eenige visschers zig rondsom hetzelve hebben nedergezet, alzo zij aldaar goede gelegenheid voor hunne kostwinning vonden; de bloei deezer kostwinning heeft die lieden van tijd tot tijd, na het uitstaan van zwaare rampen, in binnenlandsche kooplieden doen veranderen; hunne welvaart heeft anderen herwaards gelokt, en op die wijze isAmsteldam, uit die kleine beginselen, tot zulke eene verbazende koopstad geworden: onder ons art.Geschiedenissen, zullen wij bepaalder van haare aanmerkelijke vergrooting spreeken: in haar geheel bevat zij meer dan 892 morgen 568 roeden.Het getal der huizen inAmsteldamen haare Voorsteden, (die mede zeer aanzienlijk zijn,) werd in den jaare 1740 begroot op 26,317; waarbij sedert nog een aanzienlijk aantal gevoegd zijn (voornaamlijk op hetWeesperveld,) gelijk er thans nog van tijd tot tijd anderen aangebouwd worden—men schat het getal der ingezetenen op ten minsten 241,000, waaronder van allerleien Godsdienst gevonden worden, gelijks straks onder ons artijkelKerklijkeenGodsdienstige gebouwenzal blijken.WAPEN.Weleer was dit een koggeschip; boven de oudste afbeeldingen van hetzelve, ziet men ’t wapen vanHolland; boven de laateren dat vanHenegouwen, wordende hetzelve gehouden door een’Henegouwer, den Graaf of een Wapenkoning verbeeldende; thans is het wapen der stad een zwarte paal, belegd met drie zilverene kruisen op een rood veld; zijnde hetzelve gekroond met eene keizerlijke kroon, in gevolge een’ gunstbrief vanMaximiliaan, gegeven in den jaare 1488.[4]KERKLIJKEENWERELDLIJKE GEBOUWEN.Deezen zijn in de daad zeer menigvuldig, en allen bezienswaardig: de eerste die ons hier voorkomt is deOude Kerkder Gereformeerde Gemeente, zijnde een zeer oud en deftig gebouw; ’t is onzeker door wie en wanneer dezelve gesticht zoude weezen; waarschijnelijk is zij de eerste Kerspelkerk vanAmsteldamgeweest; zeker is het dat zij reeds in 1372 aanwezig was: zij is van ouds voor een proefstuk van bouwkunde gehouden; ’t is een deftig kruisgebouw, beslaande in de lengte met den aanzienlijken toren 300, en zonder den toren binnenswerks 249 voeten; zij rust op 42 groote pijlaaren: behalven eenige fraai geschilderde glazen, pronkt zij van binnen met de Grafsteden van den VeldmaarschalkPaul Wirtz: binnen het ruime choor, staat een marmeren gedenktafreel, ter eere van den Schout bij nachtWillem van der Zaan; een dergelijk gedenkteken is er opgericht voor den AdmiraalJacob van Heemskerk; een ander voor den beroemden ZeeheldCornelis Janszoon, bijgenaamd hetHaantjen; en deezen worden nog overtroffen door de uitmuntende grafsteden van de Vice-AdmiraalenAbraham van der HulstenIsaak Zweerts: een Capelletjen hier nabij staande, nog een overschot van den Roomschen tijd, is doorCornelis de Graaf, Burgemeester vanAmsteldam, tot eene cierlijke grafstede verbouwd, zijnde de ingang door een fraaje koperen deur gesloten: verder zijn in deeze kerk twee orgels, waarvan echter slechts één, naamlijk het groote, gebruikt wordt: de predikstoel is bezienswaardig, gelijk mede de overige gestoelten, enz.: het ruim wordt onder den avondgodsdienst, door vijf groote en twaalf kleinere kaarskroonen verlicht.Van buiten heeft het gebouw niets aanmerkelijks dan de toren, waarop een doorluchtig houten spits staat, zijnde hetzelve kunstig in- en uit-gebogen: hij is in 1565, na agt jaaren arbeids, voltooid geworden: zijne geheele hoogte bedraagt een tal van 240 voeten: er hangt een kunstig uurwerk en klokkespel in: voor weinige jaaren toonde men aan deezen toren, wat de kunst vermag; hij werd naamlijk voor een goed gedeelte onderschraagd, om het onderste te vernieuwen.DeNieuwe Kerk, mede dezelfde gemeente toebehoorende,[5]was weleer aan de H.MariaenCatharinatoegewijd; men stelt haare stichting omtrent den jaare 1408 of 1414, door zekerenWillem Eggaert, Heer vanPurmerende, of door anderen met hem: op den 23 April des jaars 1421, des korten tijd na haare stichting, brandde zij, met een groot gedeelte der stad, geheel af: in 1645, geraakte zij andermaal in brand, en zo geweldig, dat slechts den buitenromp bleef staan: is 1648 was zij reeds weder genoegzaam bekwaam om er den kerkdienst in waarteneemen: uit het midden van haar dak rijst een klein torentjen; reden waarom men bij haare laatste opbouwing bedacht was om er een aanzienlijken toren naast aan te plaatsen; doch daarmede tot zekere hoogte gekomen zijnde, liet men het werk steeken; sommigen willen om eene ontdekte zakking, anderen om dat men nu eerst begreep dat die toren den spreekenden luister van het belenden staande stadhuis zoude verminderen; tot nog voor weinige jaaren is het onderstuk van dien toren blijven staan, en was bekend onder den naam vanOnvolmaakte toren; het stond op boogen, waaronder men kon doorgaan, ook naar een der ingangen van de kerk; doch sedert is het gezegde stuk weggenomen.DeezeGereformeerde Nieuwe Kerkis een overheerelijk kruisgebouw, lang 315, en breed 210 voeten, rustende op 52 hardsteenen zuilen: sommige haarer glazen zijn fraai beschilderd; en zij wordt des avonds verlicht door 5 groote en 12 kleine koperen kaarskroonen: er is een groot en kunstig orgel in, rustende op bonte marmeren Corinthische colommen; de deuren die er voor zijn, zijn prachtig beschilderd: behalven het groote is er ook nog een klein orgel, dat zeer helder van geluid is: de predikstoel is een ongemeen meesterstuk der beeldhouwkunde; zo is ook het koperen afschutsel van het ruime choor, en dat op eenen marmeren voetstuk rust, overheerelijk fraai, en der beschouwinge waardig: ten einde van het choor ziet men de ongemeen prachtige graftombe van den beroemden ZeeheldDe Ruiter: aan één der zijden van het ruim der kerk, achter den predikstoel, is de overheerelijke grafstede vanJan van Galen: de Zee-capiteinDavid Zweers, heeft in deeze kerk mede eene grafplaats:Joost van den Vondel, de Prins derNederlandsche Dichterenligt ook alhier begraven, uitwijzens eene urna, voor eenige[6]jaaren, ter eere zijner nagedachtenisse, in een nis, in één der pijlaaren daartoe uitgehouwen, geplaatst.DeZuider Kerkbehoort onder deAmsteldamsche kerkenvan laateren datum; zij werd in 1611 volbouwd, schoon aan den toren nog wel drie jaaren langer gearbeid is: het middendak, dat hoog boven de zijdaken uitsteekt, wordt gedragen door tien zwaare pijlaaren van blaauwen steen: dat er geen choor bij is, verstrekt onder anderen ten bewijze dat zij den Roomschen tijd niet geheugt: de toren, die zeer cierlijk is, is 237 voeten hoog; in denzelven is een fraai uurwerk en klokkenslag; voords wordt het ruim onder den avonddienst door verscheidene kaarskroonen verlicht, het geen mede in alle de andere kerken plaats heeft, waarom zulks hier ééns vooral gezegd blijft: deZuider kerkheeft voords van binnen niets aanmerkelijks, even weinig als deWester kerk, zijnde anders ééne der fraaiste kerken vanAmsteldam: in den jaare 1620 werd de bouw van deeze begonnen, (er stond vóór dien tijd slechts een loos, waarin de Godsdienst verricht werd;) in 1631 was zij voltooid; de toren echter eerst in 1638; deeze is ongemeen fraai, en overtreft in hoogte alle de torens der stad; van den grond tot aan het kruis toe bereikt bij bijna 300 voeten; van boven pronkt hij met den keizerlijken kroon van ’tAmsteldamsche wapen: er is ook een fraai, uur- en speel-werk in; de groote slagklok die de heele uuren slaat, weegt meer dan 15.000 ℔.De Kerk is binnenswerks 168 voeten lang en 97 voeten breed; in 1687 werd er een fraai orgel in gemaakt: voords is het geheele gebouw een kunststuk vanArchitectuur, ofschoon er van binnen niets aanmerkelijks in te zien zij.DeNoorder Kerkis een gebouw van den jaare 1620; zij is een fraaje kruiskerk; van binnen heeft zij vier gevels, die ieder van onderen 92 voeten breedzijn: zij pronkt met een aartig torentjen, ter hoogte van 54 voeten, zijnde ook voorzien van een slag-uurwerk: van binnen wordt haaren omtrek gesteld op 70 passen: het kruisgewelf rust op vier geweldig zwaare colommen; zij heeft verder niets bijzonders; ook is er geen orgel in.DeOude zijds Capel, eertijdsSt. Olofs capelgenaamd, wordt van sommigen voor de oudste kerk der stad gehouden; ja eenigen brengen haar reeds tot het midden der elfde eeuw: in 1646 is zij merkelijk vergroot: van binnen heeft zij almede niets bijzonders,[7]van buiten pronkt zij met een net torentjen, waarin een uurwerk is: boven een der ingangen ziet men een menschen geraamte, doodshoofden en beenderen, uit welken eenige korenairen wassen: daar onder leest men in deLatijnsche taale, de woorden:hoop des anderen levens.DeNieuwe zijds Capeldie mede van zeer oude datum is, droeg weleer de naam vanHeilige stede,1naar zeker mirakel aldaar omtrent het midden van de veertiende eeuw gebeurd, blijvende er alstoen (zegt men,) een gewijden ouwel midden in de vlamme ongeschend; thans is deeze capel geen onaartig kerkjen, zijnde vercierd met een fraai orgel, dat in 1636 vernieuwd werd; er staat een klein spits torentjen op, waarin een slaand uurwerk: op bepaalde kerktijden wordt hier ook in deHoogduitsche taalegepredikt.DeGasthuis Kerk, is een gedeelte van het oude Nonneklooster,Ter Leliën, ’t welk onder eene menigte andere kloosters hier ter stede weleer stond: het ruim bestaat uit een langen smallen elboog, ter wederzijde van gallerijen voorzien.DeOoster Kerk, enEilands Kerk, waren omtrent den jaare 1660 slechts houtene loozen; de eerstgemelde stond toen bij het gewezene willige rasphuis, en werd reeds in 1671 ingewijd; doch de andere is eene loos gebleven tot in 1736: ’t zijn beide kleine maar zeer geschikte gebouwen; op ieder staat een aartig torentjen met een slag-uurwerk; doch zij hebben verders niets aanmerkelijks: er zijn ook geene orgels in.Eindelijk is er nog deAmstel Kerk, dat een hecht vierkant hout gebouw is, omtrent den jaare 1670 voltooid: het is honderd voeten lang, en even zo breed: het dak rust van binnen op 16 houtene stijlen: de grond is met geele klinkers belegd, zo dat er niet in begraven wordt, gelijk in de andere kerken geschiedt.DeFranscheofWaalsche gemeentenhebben ter deezer stede twee kerken, den naam dragende vanOude, enNieuwe Waale Kerk: de eerste was voorheen de kerk van ’tPauline klooster, en werd[8]in 1409 gesticht; in 1661 werd zij merkelijk vergroot en verbeterd: zij heeft niets ongemeens, maar er is een goed orgel in—DeNieuwe Waale Kerk, is slechts van hout opgeslagen; zij was weleer een stads schermschool; doch werd in 1686, bij gelegenheid van de overkomst veelerFransche vlugtelingen, tot eene kerk verbouwd—Donderdags avonds houden deWaalenin deWester Kerkgebed.DeEngelsche Presbijteriaanen, hebben hunne kerk op het Begynenhof in deKalverstraat—weleer hadden de zogenaamdeBrouwnistennog eene kerk in deBarndesteeg, die naderhand ook tot deEpiscopaalengebruikt werd, doch sedert eenigen tijd is deeze gemeente bijna geheel verdweenen.DeRoomschenhebben zo binnen de stad als even buiten de poorten, een groot getal kerkhuizen; behalven dat eenige voornaame leken nog Capellen in hunne eigene huizen hebben: sedert weinige jaaren heeft deeze gemeente verlof verkregen om buiten deRaampoort, een eigenlijke kerk te bouwen, dat een zeer net, en allezins aan het oogmerk voldoend gebouw is—In deRoomschetijden had dezelfde gemeente hier ter stede, behalven de kerken die thans door die Gereformeerden gebruikt worden, nog verscheidene anderen, allen welken tot andere einden geschikt zijn geworden; op den hoek van deVrouwensteegstond er een die in huizen veranderd is: wat verder op denNieuwendijkwas deSt. Jacobs Capel, die mede in huizen veranderd is, behalven het torentjen, dat tot voor nog maar weinige jaaren boven de dakenuitstak en door Kerkmeesteren van deNieuwe Kerkmoest onderhouden worden, om dat de goederen van de gemelde Capelle aan die kerk gemaakt zijn: sedert is het gezegde torentjen afgebroken.DeLutherschenhebben tot op onzen tijd hier ter stede slechts twee kerken gehad, deOude, en deNieuwe; beiden zijn zeer ruime gebouwen, kunnende, vooral wegens de gaanderijen die er boven elkander in gemaakt zijn, veel volks bevatten.—DeNieuweis een zwaar cirkelrond gebouw, waarvan de kap gedekt is met koperene plaaten, doorKarel den Elfden, Koning vanZweeden, aan deeze kerk geschonken: in iedere deezer kerken is een fraai orgel, en beiden, vooral deNieuwe, zijn bezienswaardig—Na dat deeze Gemeente onlangs door een duisteren twist eene scheuring ondergaan heeft, en verdeeld is geworden in die van hetOude-, en die van hetNieuwe-licht, of wel is[9]het eerstgemelde gedeelde bekend, bij den naam vanDe Herstelde Gemeente, is er nog eeneLuthersche Kerk(naamlijk voor de uitgewekenen, of deHerstelden,) alhier gebouwd, ter plaatse alwaar hetDolhuisgestaan heeft: ’t is een ruim gebouw, doch zonder eenigen cieraad.DeRemonstrantenhebben hier ter stede een aartig kerkjen, op deKeizersgrachtbij dePrinsenstraat: er is een goed orgel in.De volgende zijn deDoopsgezinde Kerken: van deVereenigde Vlaamsche- enWaterlandsche, het Lam, dus genoemd naar eene brouwerij van dien naam welke er weleer stond:De kerk bij de toren, om dat zij bij deJan Roodepoorts toren staat; langen tijd heeft deeze den naam vande Spijkergedragen, om dat zij gebouwd is op eene plaats alwaar weleer een spijker-pakhuis stond:De Zon, behoorende aan de afgezonderdeVlaamsche Doopsgezinden: alle deeze kerkjens zijn wel klein, maar echter aan het oogmerk zeer voldoende: weleer hadden de oudeVlaamingennog een kerk,De Kruikjens, dus genoemd naar een herberg van dien naam daar naast staande; en deVriesche Doopsgezindeneene andere,De Arke Noachsgenaamd; doch beiden zijn niet meer in wezen.DeCollegiantenvergaderen boven ’t weeshuis dier Gemeente, op deKeizersgrachtover den gewezenen schouwburg.Nabij deRemonstranten Kerk, hebben deKwaakerseene vergaderplaats, kenbaar aan een’ driehoek, die boven den ingang staat.In deHouttuinenvergaderen deHernhutters: ook hebben dePersiaanenhier ter stede een net kerkjen; er is ook nog een kleine en netteGrieksche Kerk; op deOudezijds Voorburgwal; schuin over deOude Kerk.DePortugeescheenHoogduitsche Jooden, hebben er voords ieder eene aanzienlijke sijnagoge, die, vooral de eerstgemelde, der bezichtiginge van den vreemdeling overwaardig zijn.Ofschoon nu in de meeste Gereformeerde Kerken, zo wel als in deOude- enNieuwevan deLutherschen, (naamlijk aan hetNieuwe lichtbehoorende,) begraaven worde, (die van hetOude lichthebben zig een kerkhof opMuiderbergverkozen; zie onze beschrijving van dat dorpjen;) zijn er echter hier ter stede nog vijf groote kerkhoven, aan afgelegene oorden der stad: deJoodenhebben er drie buiten de stad; één teOuderkerk, één teMuiderberg, en één nabijZeeburg.Zijn de kerken teAmsteldam, gelijk gebleken is veelen, de verdere Godsdienstige Gestichten zijn er nog veel talrijker: wij zullen de voornaamsten met een enkel woord aanstippen.[10]HetSt. Pieters Gasthuis, dat zijnen naam ontleent van één der Gasthuizen welken weleer hier ter stede waren, komt eerst in aanmerking: het was in oude tijde de Kloosters der Oude en Nieuwe Nonnen: alles wat hierin gevonden wordt is ongemeen aan het oogmerk voldoende; het heeft zijne eigene bakkerij en brouwerij, ook is er de stads Apotheek in geplaatst: even binnen de groote poort is een Beiërt, alwaar de bedelaars en arme vreemdelingen drie nachten om niet kunnen logeeren, ontvangende des avonds en morgens ook spijs en drank.Het tegenwoordige Verbandhuis, ook in hetGasthuiszijnde, was weleer hetPesthuis, dat omtrent den jaare 1616 van daar naar buiten deLeidsche poortverplaatst, en te klein geworden zijnde, in 1630 weder verplaatst werd, daar het thans nog gezien wordt, mede buiten deLeidsche poort, een goed stuk wegs landwaards in gelegen: in 1732 is het geheel verbrand; doch ’t werd terstond weder herbouwd, juist 200 voeten lang en breed, en rondsom met een graft omgeven: ter zijde heeft het een eigen kerkhof, waarop ook sommigen met den dood gestraften begraven worden—Toen hetDolhuisweggenomen zoude worden, ter bouwinge van een kerk voor deHerstelde Luthersche Gemeente, werd aan dit huis een ruimen vleugel gebouwd, die thans voor eenDolhuisdient.HetOude Mannen- en Vrouwen-huis, staande naast het Gasthuis: dit werd gebouwd uit een loterij, door de Wethouderschap in 1600 opgesteld: het staat op een gedeelte gronds van ’tOude Nonneklooster, is een zeer royaal gebouw, en allezins bezienswaardig: het is niet aangelegd voor armen maar begunstigden, die er een aangenaam leven leiden; zij moeten bij het inkomen eenig huisraad, doch voor hun eigen gebruik, medebrengen—in 1605 werd in hetzelve een put gegraven van 232 voeten diep; bij welke graaving men onderscheidene beddingen gronds vond; onder anderen ter diepte van 72 voeten, één voet molm, en niet veel voeten dieper veele schelpen en zeehoorentjens—voor weinige jaaren is dit gebouw, aan de eene zijde, (op deKolveniers burgwal,) met een fraajen steenen poort vercierd: de doorgang vandaar naar deOude zijds achterburgwalis overdekt, heeft aan de eene zijde uitzicht door veele schuifraamen op de opene plaats of ’t bleekveld van ’t huis, en aan de andere zijde winkelkasten, die aan galanteriekramers enz. verhuurd worden.[11]HetBurger weeshuis, was weleer hetSt. Lucie kloosterin 1580 daartoe vervaardigd; vóór dien tijd was het fraai herbouwd Logement deKeizers kroon, hetBurger weeshuis: dit huis is groot, aanzienlijk, en ook zeer rijk.HetDiaconie weeshuisin deZwaanenburgerstraat, is een gebouw van den jaare 1656; dit is mede ongemeen groot; heeft niet alleen zijn eigen Apotheek, maar ook artzenijtuin.HetDiaconie-oude Mannen- en Vrouwen-huis, staande op denBinnenamstel, doet ieder wegens zijne grootte verbazen; maar meer nog als men het van binnen bezichtigt, door zijne inrichting en de orde die er over het algemeen in heerscht: het geheele ligchaam derAmsteldamsche Diaconieis bewonderens waardig, vooral wegens de onbedenkelijke sommen die het jaarlijks tot onderhoud noodig heeft.Achter dit huis ontmoet men hetKorvers hofjen, in 1722 gesticht uit eene ervenis van den HeereJan Corver, Oud-Schepen en Raad der stad; het staat onder bestuur van de Gereformeerde Diaconie, wordende er geene anderen dan gehuwde oude lieden zonder kinderen in geplaatst: zo één van beiden overlijdt moet de nablijvende in het DiaconieOude mannen-ofvrouwen-huis, bovengemeld, overgaan—een dergelijk hofjen is daar nabij nog onlangs gebouwd, uit eene ervenis van den HeereVan Mekeren.Doet de Diaconie hier ter stede zo veel aan haare Ledemaaten, de Huiszittenarmen, dat is die geene ledemaaten zijn, worden mede niet vergeten; de ruime uitdeelingen aan dezelven geschieden thans op twee plaatsen, beiden mede overbezienswaardig; naamlijk in hetOude zijds huis-zittenhuis, en in dat aan deNieuwe zijde; het eerste staat op deKorte houtgraft, op den grond van denLeprozen tuin, en het andere op dePrinsegraftbij deLelijgraft; dit laatstgemelde heeft in de stad drie ruime turfschuuren.De Huiszittenmeesters hebben ook nog eenHuiszittenweduwen Hof, in 1650 op den grond van ’tOud Karthuizers Kloostergebouwd: het is almede ongemeen groot: in hetzelve worden niet dan weduwen en hoogbejaarde dochters onderhouden: de kinderen der weduwen mogen bij hunne moeders woonen, tot dat de meisjens agttien, en de jongens negentien jaaren bereikt hebben.[12]Schoon de gezegde gebouwen, ieders aandacht trekken, door hunne grootte en talrijkheid van huisgezinnen, zij allen worden nog overtroffen door hetAalmoeseniers Weeshuis, staande op dePrinsegraftbij deLeidsche straat, in den jaare 1663 aldaar aangelegd, en naderhand nog vergroot; ’t is bijna 300 voeten breed, en drie verdiepingen hoog; en er worden bijna 2000 zielen in onderhouden: het is geschikt voor weezen, wier ouders geene burgers of ledemaaten der Gereformeerde Gemeente geweest zijn, als mede voor vondelingen, enz.DeFranscheofWaalsche Gemeente, heeft teAmsteldammede een zeer aanzienlijk weeshuis, dat ook voor het onderhouden van oude mannen en vrouwen dient; ’t staat op den hoek van deVijzel-enPrinse-graften, en is een gebouw van den jaare 1669: vóór dien tijd hadden deWaalenhun Weeshuis in deLaurierstraat: het gezin in dit huis wordt ongemeen ruim onderhouden, en in de daad vrij beter dan menig ordentelijkAmsteldamsch burgerin staat is zijne kleine huishouding te doen.DeEngelschenhadden weleer een Weeshuis aan de zuidzijde van deLoojers graft; doch hetzelve was van weinig betekenis: thans hebben zij een tamelijk fraai Weeshuis op deOudezijds achterburgwal, bij deStoofsteeg, gesticht in den jaare 1782.DeRoomschenhebben een jongens Weeshuis, staande aan de zuidzijde van deLaurier-graft; het is een vrij goed gebouw; maar komt niet in vergelijkinge met hetMaagdenhuisvan deeze Gemeente, op hetSpui, en dat eerst voor weinige jaaren, in de plaats van het oude, gebouwd is; dit huis gelijkt veel eer naar een paleis dan naar een weeshuis—Voorheen had deeze gemeente haar uitdeelings comptoir, op denNieuwezijds achterburgwal, bij hetSpui, doch thans is hetzelve verplaatst, op den grond van den afgebranden Schouwburg op deKeizersgraftbij deHuidestraat; alwaar ’t mede eene zeer aanzienlijke vertooning maakt—Op het voor weinige jaaren bebouwdeWeesperveld, hebben deRoomschenook een ruim huis voor arme oude lieden aangelegd: de pracht waarmede het gebouwd is, doet duidelijk zien dat deeze gemeente eene ruime beurs moet bezitten.Aan de noordzijde van deLauriergraft, ontmoet men het Weeshuis derLuthersche Gemeente, zijnde hetzelve na het midden der voorgaande eeuw gebouwd; het is een zeer goed gebouw,[13]en is voor weinige jaaren nog aanmerkelijk verbeterd—dezelfde Gemeente heeft niet verre van dat weeshuis, naamlijk in deKonijnenstraat, eenHofjen voor oude Vrouwen, alwaar de inwooners mede zeer goed onderhouden worden—maar van ongemeen veel meer aanziens en ruimte is hetNieuwe bestedelingshuis, door deeze Gemeente gebouwd op het reeds meergemeldeWeesperveld; het is een groot en aanzienlijk gebouw, waarin de oude lieden ook ongemeen wèl onderhouden worden.Het weeshuis derVereenigde VlaamscheenWaterlandsche Doopsgezinden, gemeenlijk hetMennonieten Weeshuisgenoemd, staat op dePrinsegraft, tusschen deVijzelstraatenReguliersgraft, en is gesticht in den jaare 1676; zijnde in alle deelen een aangenaam en luchtig gebouw, waarin de kinderen ook met allen mogelijken zorg, gevoed, gekleed, en geleerd worden.—Vooraan in deElandsstraathad dezelfde Gemeente weleer haarOude Vrouwenhuis; doch hetzelve is in 1759 geplaatst, in deKerkstraat, achter het Weeshuis voornoemd.Die van de Collegianten, hebben hun Weeshuis, van ouds deOranje appelgenoemd, ter plaatse alwaar zij hunne vergadering houden, zie hier vóór.Onder de godsdienstige gestichten ter deezer stede kunnen ook nog de volgende geteld worden, als,HetStads zijdewindhuis, geplaatst op den Cingel boven het stads magazijn: hier worden jonge meisjens van 8 tot 14 jaaren, en wier ouders van de Huiszittenmeesters, of gelijk men zegt,van de stad, en ook die, wier ouders van de Diaconie trekken, met het winden van zijde aan werk en geld geholpen, maar middelerwijl ook in het leezen, schrijven, en de gronden van den Godsdienst onderwezen.HetBegijnen-hof, in deKalverstraat, alwaar, gelijk wij reeds zeiden, deEngelschenhunne Kerk hebben: ’t is reeds een gebouw van den jaare 1389: in 1393 werd het door HertogAlbrechtin bescherminge genomen: ’t is bebouwd met wooningen voor een zeker tal Begijnen, die er hunne eigene kerk en Priester hebben: de dochterkens geneeren zig met allerlei kundig naaldwerk, waarin sommigen van haar zeer ervaaren zijn.HetLazerusofLeprozen-huis, staande bij deSt. AnthoniesofJooden breestraat: sedert de lazerij genoegzaam geheel uit deeze Landen verdweenen is, dient hetLeprozen-huis, voor eenige proveniers, en sommige simpele lieden.[14]Van hetDol-ofKrankzinnig huishebben wij reeds gesproken: (zie boven Bladz. 10).HetSt. Joris hof, staande tegen deoude Waals Kerk: was eertijds hetPauliniaanen klooster; ’t is nu een Proveniers huis, schoon ’t voorheen ook voor Leprozen gediend hebbe.Behalven alle de gemelde gebouwen vindt men hier ter stede nog eene menigte hofjens en Godsdienstige gestichten, door bijzondere persoonen van verscheidene Gezinten, met Godsdienstige oogmerken, aangelegd: de voornaamsten zijn:HetDeutzen Hofjen, op dePrinsegrafttusschen deSpiegel-enVijzel-straat, in 1695 gesticht door VrouweAgneta Deutz; er worden oude vrouwen op geplaatst, die, behalven vrije wooning, 36 guldens aan geld, 40 mand turf, 20 ℔ boter, 20 ℔ rijst, en 20 ℔ kaarsen jaarlijks genieten.VenetiaofMaarloops hofjen, naar zijnen stichterMaarloopdus genoemd, gelijk ook veelen der volgenden den naam naar hunne stichters draagen: dit hofjen staat in deElandstraat: behoeftige Vrouwen van allerleie Gezinten, uitgenomen die van denRoomschen Godsdienstzijn, genieten er vrije wooning, 50 manden turf, en nog eenig geld in ’t jaar.’TRaapen hofjenaan de Noordzijde van deBraak, wordt mede door behoeftige vrouwen bewoond: zij genieten ieder jaarlijks 25 tonnen turf.DeHuisjens van Boschstaan naast het laatstgemelde Hofjen; in dezelven wordt alleenlijk vrije wooning genoten.’TRoeters hofjen, op deLinde graft, is mede gesticht voor behoeftige vrouwen van den Gereformeerden Godsdienst, die er ook alleenlijk vrije inwooning genieten.HetOkkers hofjenin dekromme Palmstraat, bijna geheel herbouwd zijnde, moet er een gering geld op verwoond worden.’TClaas Reiniersz.Hofjenop deKeizersgraft, tusschen deBeeren-enRun-straat, behoort aan deRoomschgezinden, en voert ter spreuke,Liefde is ’t Fundament; ’t is aangelegd voor Vrouwen die bij ’t inkomen, voor ééns, honderd guldens moeten geeven.’THamershofjen, is mede voor oudeRoomschgezinde Vrouwen.’TSt. Andries Hofjenop deEgelantiersgraft; hier is een kapelletjen in ’t welk ééns ter week dienst gedaan wordt, door den Capellaan van ’tBegijnehof.DeBrouwers huisjensin de Wijdesteeg op deBloemmarkt, behooren ook aan deRoomschen; als mede[15]HetOtters hofjen, in deVinkestraat, enDeZeven keurvorstenin deTuinstraat.HetSuiker hofjenop de Lindegraft, behoort aan deLutherschen; en is aangelegd voor oude vrouwen, en vrijsters boven de 50 jaaren: ieder bewoonster geniet boven vrije wooning, jaarlijks 40 manden turf, 10 ℔ rijst, en drie dukatons aan geld—aan dezelfde Gemeente behoort ookHetGrillen hofjen, in deWeterings dwarsstraat.HetBrantzen hofjen, op deNieuwe Keizersgraftbij deWeesperstraat.HetLinden hofjen, op deLindengraft, behoort aan deDoopsgezinden, als medeDeHoeksteenin deLojerstraat, ookHetRijpen-ofRoozen-hofjenop deRoozegraft.Zie daar alleenlijk de hoofdtrekken van een schilderij van Godsdienstigheid, barmhartigheid en menschenliefde, waarop deAmsteldammersmet reden roem mogen draagen.WERELDLIJKE GEBOUWEN.In de eerste plaats komt hier ongetwijfeld voor het vorstlijke Stadhuis, dat met recht den naam draagt van ’tagtste wereldwonder: het staat op den ruimen dam, meer achterwaards dan het oude Stadhuis in 1652, door de vlamme vernield, aldaar gestaan heeft: in 1648, (des vier jaaren vóór gezegden brand,) begon men de grondslagen van het tegenwoordige te leggen; ruim een jaar en negen maanden bragt men door met het heien van de paalen, die ten getale vandertien duizend, zes honderd negen en-vyftigwerden ingeslagen, des niettegenstaande werd de bouwing zo spoedig voordgezet, (vooral na het oude huis, gelijk gezegd is, verbrand was,) dat de wethouderschap reeds op den 1 Augustus 1655 er haare zitting in nam; evenwel had het gebouw toen nog geen dak, en er werdt nog eenigen jaaren lang aan gearbeid, eer gezegd kon worden, dat het geheel voltooid was; alles onder opzicht van de ontwerpers, de beroemdeJacobus van Campen, enDaniel Stalpert.Aan dit overheerelijk Stadhuis zijn de krachten der Bouwkunde uitgeput, waarvan de beschouwing zelve alleen kan overtuigen;[16]het heeft, behalven de onderste verdieping, waarin de Wisselbank, gevangenplaatsen, en eenige kelders zijn, drie steenen verdiepingen en verwelfsels: de breedte bedraagt een tal van ruim 282 voeten, en de grootste diepte, naamlijk tusschen het voorste en achterste middenste uitsteeksel, bedraagt omtrent 236 voeten, de kleinste of zijdelijke diepte omtrent 200½ voeten: zonder den toren is het gebouw weinig minder dan 117 voeten hoog: alles wat boven den grond is, is zamengesteld uit witteBreemerenBentheimer steen, aan alle kanten met eene toereikende hoeveelheid van glasraamen voordien: in ’t middenste uitsteekzel van den voorgevel zyn negen ronde boogen, zeven van welken tot ingangen dienen, de twee overigen zijn met ijzerene traliën gesloten; met vier steenen trappen gaat men tot deeze boogen op: in ’t middenste uitsteeksel van den achtergevel, heeft men eenen langwerpig vierkanten ingang naar welken men langs zes steenen trappen, voorwaards en ook van beide zijden opgaat: boven deezen opstal staan rondsom het gebouw negentigRomeinsche Colommen, ieder, met de cieraadjen, ruim 36 voeten hoog: boven deeze rij staat een gelijke talrijke rijCorinthische Colommen; alles met cierlijke festonnen tusschen beiden: op ieder’ hoek van het dak staat eenen koperen vergulden kroon, die door vier arenden gedragen wordt; langs de daken zyn twintig dakvensters en agttien schoorsteenen geplaatst: de middenste uitsteekzels van de voor- en achter-gevel, zijn ieder met een kap gedekt, waarin overheerelijke levensgroote marmeren beelden geplaatst zijn; op de lijst van den voorkap staan drie koperen beelden, naamlijk dat derVrede, tusschen die derVoorzichtigheidenRechtvaardigheid: op de achterkap staat tusschen de beelden derMaatigheidenWakkerheideen Atlasbeeld, den hemelkloot torschende; de toren die rond en met agt halveCorinthische Colommenomringd is, staat in ’t midden boven den kap van den voorgevel op een vierkanten voetstuk, en is ruim 66 voeten hoog: op denzelven staat voor windwijzer het oude wapen der stad: de toren is met festonnen en andere sieraaden der bouwkunde getooid; ook heeft hy een kunstig uurwerk en klokkespel, op ’t welk driemaal ter week een uur gespeeld wordt; de ton van het werk weegt 4474 ponden.Het zoude ons bestek te veel gevergd weezen, wilde men eene beschrijving van het inwendige des gebouws van ons[17]vorderen, wij kunnen er slechts iet weinigs van zeggen; de talrijke vertrekken, welken er in zijn, zijn allen der bezichtiginge overwaardig; eenigen van dezelven zijn vercierd met overheerelijke schilderstukken, en beschilderingen van de voornaamste oude meesters; de vroedschapskamer munt daarin boven alle anderen uit: op de wapenkamer zijn ook veele bijzonderheden te zien, voornaamlijk van oude wapenen, harnassen, enz.Vooral zijn bewonderenswaardig de beelden, waarmede de openbaare vierschaar, die in de onderste verdieping gevonden wordt, pronkt: men ziet er in door drie boogen, die half met gehouwene steenen toegemetseld, en half met getakte koperen tralien afgesloten zijn: de ingang ter zijde is door twee zwaare metaalen deuren gesloten; slangen, zwaarden, bliksems, als mede het oude en nieuwe wapen der stad, vercieren dezelve: het binnenwerk, zijnde een rechterstoel, bank, trappen, colommen, beeldwerk, enz. is genoegzaam alles van wit marmer gehouwen: onder het beeldwerk vertoonen zigSalomon’s gerecht,Seleucus, die zig ’t oog laat uitsteeken, enBrutus, die zijne zoons doet onthalzen, alles overkunstig gehouwen.Op de tweede verdieping munt uit de burgerzaal, over welken men tot alle de op die verdieping zig bevindende kamers, gaat; deeze zaal, die met twee zwaare koperen deuren gesloten wordt, is 120 voeten lang, en omtrent 57 voeten breed: te recht is van deeze zaal gezegd: „Alles blinkt hier van marmer, en andere kostbaare steen, zo kundig bewerkt, dat de mans- en vrouwe-beelden niet slechts, maar ook het fruit- en loofwerk, de bloemen, de korenschoven, de vogeltjens, het zeegedierte en duizenderleie aartigheden meer, den aanschouwer op ’t levendigste toelagchen:” midden op den marmersteenen grond, waren twee platte halve aardklooten van gekleurden steen en geel koper kunstig ingelegd, doch dezelve zijn door het beloopen reeds geheel verdweenen; een halven hemelkloot, mede kunstig van geel koper in denzelfden grond ingelegd, is nog heden te zien: het gewelfsel is fraai beschilderd; met één woord, deeze zaal doet op het eerste gezicht verstommen, en bij nadere beschouwing houdt zij de bewondering der kenneren onafgebroken bezig.Na het stadhuis verdient deBeursgenoemd te worden: zij is gebouwd op vijf overwelfde boogen, die in denAmstel, aldaarRokingeheten, gelegd zijn: de middenste boog diende weleer ter doorvaart, doch in 1622 werd er een vaartuig met buskruid[18]onder gevonden, aldaar gelegd zijnde, zoo men zegt, met oogmerk om het gebouw, als de kooplieden vergaderd waren, in de lucht te laaten springen, en daardoor de stad eene onherstelbaare schade toetebrengen; want men moet zig miet verwonderen als men hoort dat de kooplieden op één’ beurstijd somtijds millioenen maalen millioenen schats aan papieren bij zig hebben: na dien tijd is de gezegde doorvaart gesloten: de Beurs bestaat uit een vierkant plein, omringd van breede gaanderijen, wier verwelfsels op 46 pilaaren van blaauwen arduinsteen rusten; aan de zuidzijde pronkt het gebouw met een cierlijk torentjen, voorzien van een uurwerk: ’t gebouw is binnenswerks 250 voeten lang, en omtrent 140 voeten breed; is in den jaare 1608 aangelegd,in 1613 volbouwd, en in 1668 merkelijk vergroot: boven de gezegde gaanderijen is een zogenaamde Prentekamer; welke naam zij draagt om dat er veele winkelkassen op gemaakt zijn, die meest door prentekoopers in huur gehouden worden, en welken er ook dagelijks hunne voorraad uitstallen; enkel de kassen worden ook door galanteriekramers in huur gehouden: op dezelfde verdieping vindt men mede het stads schermschool.Op hetWaterstaat een afzonderlijke beurs voor de korenkopers, die weleer slechts van hout was, doch in den jaare 1767 is deeze weggebroken, en een fraaje steenen beurs in de plaats gezet; zij is gebouwd in den smaak der groote, of koopmans beurs voornoemd: niet verre van deeze beurs, op de kolk, staat hetKorenmeeters huis, zijnde een sierlijk vierkant steenen gebouw—achter de Korenbeurs, aan de andere zijde van hetWater, vindt men hetStads Exijnshuis, dat mede een groot gebouw is, en met hardsteenen gevels pronkt: ’t is in 1637 en 1638 merkelijk vernieuwd en vergroot—bij het zelve staat hetBierdragers huisvan de oude zijde; dat van de nieuwe zijde staat op hetSpui.Amsteldamheeft drie waagen: de oudste, zijnde een gebouw van ’t jaar 1560, staat op denDam, tegen over het stadhuis; boven deeze is de militaire hoofdwacht; de toegangen tot welke, zo wel als het bordes daarvoor, is in den jaare 1778 fraai van blaauw arduinsteen vernieuwd—De tweede waag staat op deNieuwmarkt, en is de oudeSt. Anthonies poort, die in 1617 tot een waag bekwaam gemaakt werd: boven dezelve is de openbaare leerschool in de Anatomie, deSnijkamergenaamd; ook worden er veele vreemde dieren, gewassen, steenen, geraamten, enz. bewaard—de Heelmeesters hebben boven deeze waag[19]ook hunne Gildekamer—De derde waag staat op deBotermarkt, en is de gewezeneRegulierspoort, in 1668 tot een waag toebereid.Voor weinige jaaren is er ook nog eenWaterwaagaangelegd, naamlijk op denBuitenkantbij deKraansluis.HetPrinsenhof, of eigenlijker gezegd hetAdmiraliteits hof2, was voorheen hetSt. Cecilien klooster, gesticht, naar het gevoelen van sommigen, tusschen den jaare 1342 en 1352; ’t gebouw pronkt nog met het torentjen van de kloosterkerk: in 1661 is het klooster bijna geheel weg gebroken, en op deszelfs grond het tegenwoordige prachtige hof gebouwd.HetAdmiraliteitsof’sLands zeemagazijn, staat aan den IJ-kant, op den hoek vanKattenburg; ’t is een ruim gesticht van den jaare 1655, zijnde 220 voeten breed, en 200 voeten lang: in 1790 brandde het van binnen geheel uit, doch ’t werd weldra weder in die orde gebragt, waarin wij het heden beschouwen: voor dit magazijn ligt het scheeps hok, binnen het welk de oorlogschepen die onttakeld zijn, opgelegd worden: er leggen altoos fraaje pronkschepen in: nog werkelijk is men bezig met de onderneeming om aldaar een dok te maaken, doch veelen deskundigen twijfelen aan den goeden uitslag daarvan—bij ’t magazijn is ook’s Lands timmerwerf, zijnde dezelve omtrent 1500 voeten lang—Op een vrij grooten afstand van het magazijn, is’s Lands Lijnbaan, benevens die derOostindische Compagnie; het Huis dier Compagnie, op der hoek van deHoogstraat, was tot den jaare 1605 het stads magazijn: het zelve is van tijd tot tijd vergroot—HetZeemagazijnderzelfde Compagnie is een geweldig groot gebouw, in 1660 aan den IJ-kant aangelegd; achter het zelve ligt’s Compagnies werf; haareLijnbaanis opOostenburg.De gebouwen derWestindische Compagnie, zijn hetHuis, op deGarnaalsmarkt; haarpakhuisstaat opRaapenburg, aan den IJ-kant: weleer hield deeze Compagnie haare vergadering in het gebouw op denHaarlemmerdijk, thans tot eenHeeren Logementdienende: de gewapende Schutterij betrekt boven hetzelve des avonds eene wacht.[20]Onder de groote stads gebouwen munt niet weinig uit deLombard, ofBank van leening, staande op denFluweelen burgwal: in 1548 dat het huis aldaar gebouwd tot een magazijn voor de huiszittenarmen; doch in 1614 werd het tot een lombard bekwaam gemaakt, en in 1669 nog merkelijk vergroot: van de panden onder de ƒ 100 wordt slechts een’ penning van iederen gulden per week bepaald; van de panden boven de ƒ 100 tot ƒ 475 wordt 7¼ ten honderd, en van panden van ƒ 500 en daar boven, wordt 6 ten honderd ’s jaars betaald: door geheel de stad heen, wooneninbrengersofinbrengsters, die voor een bepaald loon, de panden, beneden de ƒ 100 aanneemen, en in de groote Lombard brengen.Vijf vleeschhallen waren er voorheen inAmsteldam, twee in deNes; doch de kleinste dier twee is voor eenige jaaren weggebroken, en de groote tevens een goed gedeelte verlengd: de eene was weleer een kerkjen,St. Pietertoegewijd, gelijk deSt. Pieters poorter nog tegen over is; de andere ’tMargareten klooster; de overige hallen staan op deWestermarkt, (boven dezelve is de hoofdwacht der wakende Schutterij,) op deHeeremarkt, en op deBotermarkt: deJoodenhebben nog eene afzonderlijke hal voor zig.Amsteldamheeft ook eeneLaken- Zijde- en Saai hal, alwaar de lakens, baajen en karsaajen, gelood en gestaald moeten worden: zij staat in deStaalstraat, en was weleer de stads steenhouwerij.In deKalverstraat, over denHeiligen weg, staat eenSchrijnwerkers, ofKistemaakerspand; ’t was weleer een kerkjen tot het oud Leprozenhuis behoorende: de stad verhuurt het aan eenige baazen van het Kastemaakers gild, die er allerlei schrijnwerk in te koop stellen.DeVischmarktenzijn drie in getal, één aan de oude, en één aan de nieuwe zijde, (beiden voor zeevisch dienende,) en een rivier vischmarkt, in deNes, ter plaatse alwaar weleer de kleine vleeschhal stond; zie boven.DeColveniers doelen, alwaar men in vroegeren tijd met vuurroers naar het wit plag te schieten, is thans een aanzienlijk logement, en voor eenige jaaren van vooren fraai vertimmerd: ’t was weleer eene sterkte aan denAmsteltegen deUtrechtenaars; blijkens ’t geen men in een’ steen voor dezelve leest: naamlijk de woorden,Zwicht Utrecht.Nog zijn er twee andereDoelens, ofSchutters hoven: deHand-enVoet-boogs, op deGarnalemarkt, thans geschikt tot hetWestindisch[21]huis, voornoemd, en een aanzienlijk logement—tusschen de laatstgemelde beide doelens is één der vijf stads wapenhuizen; ten einde van deBrouwersgraftis een ander, dat geweldig groot is, en tevens tot een korenmagazijn dient; voords zijn aan drie afgelegene hoeken van de stad drie anderen.Vijf voornaame stadsherbergen zijn er inAmsteldam: DeNieuwe-enOude-zijds heerelogementen, deOudeenNieuwe herbergenaan hetY, en een in de plantaadje, die zeer vermaaklijk gelegen is, gelijk de plantaadje zelve een aangenaam oord is: voorheen waren in dezelve eene menigte kleine herbergjens voor den burger, doch deezen heeft men naderhand allen verboden; misschien oordeelde men dat de burger geene uitspanning noodig heeft—thans is ’t in de plantaadje intusschen veelordentelijker, want het krielt er van bordeelen.De stad heeft ook een eigenTimmertuin, Steentuin, Steenhouwerij,Scheepstimmerwerf, Geschut- en Klokgieterij, enProefwerf.De Nederduitsche Schouwburg stond weleer op deKeizersgraft, (zie hiervoor, bladz. 9.) doch zij werd in den jaare 1772 ten eenenmaale door de vlamme verteerd; een andere is kort na den brand op hetLijdsche pleinaangelegd—op deErwte marktis een fraajeFransche Schouwburg, voor rekening van particulieren gebouwd; doch sedert eenigen tijd, mag dezelve niet gebruikt worden—in deAmstelstraat, bouwde men in den jaare 1790, een zeer goedenHoogduitschen Schouwburg, doch dezelve heeft almede moeten sluiten: eerst door verloop van het fonds, thans ter oorzaake van de tijdsomstandigheden.Weleer waren inAmsteldamdrieDoolhoven; doch twee derzelven zijn te niet geraakt; hetOudeis nog aanwezig op dePrinsengraftbij deLoojersgraft: ’t heeft een zeer schoon waterwerk; ook vertoont men er eenige aloude geschiedenissen door beweegende beeldjens: er is een houten reuzenbeeld van ongemeenen grootte, en bewonderenswaardig fraai gewerkt.Behalven de kerktorens, en die welken op de poorten, het stadhuis, enz. gevonden worden, pronkt de stad nog met denJan roodepoorts toren, op het Cingel: hij draagt den genoemden naam om dat aldaar weleer hetJan rooden poortjenstond: op denzelven is de gevangenplaats der stads militie—deRegulierstoren, aan het einde van deKalverstraatenCingel; hij is alzo genoemd om dat deRegulierspoortaldaar weleer stond: in 1672 werd onder denzelven, om reden van de omstandigheden van dien tijd, een munt aangelegd; waarom men ook den toren[22]nog deMuntstoren, en de daaraan gebouwde voornaame herberg,de Muntnoemt: in deezen toren is een schoon klokkespel——DeHaringpakkers toren, van ouds deHeilige kruistorengenaamd, staat aan denY-kant, en wordtHaringpakkers torengenoemd, om deHaringpakkerij, die er nabij is; ook houden de keurmeesters van den haring in deezen toren hunne vergadering——deSchreiers toren, staat mede aan denY-kant, en draagt zijnen naam, naar eene vrouw, die het schreiend t’scheep gaan van haaren man zo zeer ter harte nam, dat zij er krankzinnig van werd, welk voorval ook nog in een’ steen uitgehouwen, en in den torenmuur geplaatst, vertoond wordt—deMontalbaans torenstaat op deOude schans; de oorsprong van deezen naam is onzeker—de burgerij heeft hier ook eene wachtplaats.DrieJagthavensdie inAmsteldamgevonden worden, kunnen wij mede onder dit artijkel betrekken: de eene is bij deOude stads herberg, de tweede aan denAmstel, voor de hooge sluis, of breede en aanzienlijke steenen brug, en de derde bij ’t burgerwachthuis,Keerweergenaamd, ten einde vanKattenburg; uit de twee eerstgemelden zeilt jaarlijks nog een vloot van kleine vaartuigen, alhoewel zulks thans mede niet met den ouden luister geschiedt.Van de stadsKraanenzouden wij, vereischte ons bestek die naauwkeurigheid, nog iet kunnen zeggen, thans gaan wij dat point met stilzwijgen voorbij; van de schutsluizen hebben wij reeds met een enkel woord gewaagd, en zouden meenen derhalven ons artijkelWereldlijke Gebouwenhier mede te kunnen sluiten, ware het dat wij daaronder niet betrokken, de stads tuchthuizen en schoolen, waarvan wij nog een enkel woord moeten spreeken.Het eerste gebouw dat ons hierin voorkomt, is hetRasphuis, gemeenlijk hetBoevenrasphuis, ook hetTuchthuisgeroemd: hetzelve wordt gevonden op denHeiligen weg, en was weleer hetClarissen Klooster: in 1595, werd het tot een tuchthuis voor de mans bekwaam gemaakt: ’t is een gebouw allezins der bezichtiginge waardig, vooral wegens de orde welke er in heerscht, die te aanmerkelijker wordt, wanneer men nagaat dat de bewooners, eene talrijke hoop dier wezens zijn, welken op eene der uiterste grenzen van de vatbaarheden van den mensch staan, tot de ergste grouwelen in staat zijn, en echter binnen de muuren[23]van dit huis, in behoorelijken tucht gehouden, ja zelfs tot Godsdienstoefening genoodzaakt worden.’T gewezeneUrsulen kloosterheeft jaaren lang gediend voor een vrouwenTucht-ofSpin-huis; doch bij den aanbouw van een grootstads Werkhuisop ’tWeesperveld, is hetzelve ten onbruike geraakt, in zo verre het tuchtigen van vrouwlieden betreft; thans dient het tot inquartiering van militie; de schuldige vrouwen worden nu in het algemeeneWerkhuisvoornoemd geplaatst.HetWillige rasphuisvoor vrouwlieden, dat weleer aan denY-kantstond, en ter weeringe van bedelaarij diende, niet alleen, maar ook ter gevangenplaatse van vrouwen, wier gedrag opsluiting verdiende, en wier naastbestaanden de kosten van een bijzonderBeterhuisniet konden draagen, almede door den aanleg van het voornoemde algemeeneWerkhuis, ten onbruike geraakt zijnde, werd de grond daarvan bebouwd, met het allen lof verdienendeKweekschool voor de Zeevaart; eene instelling dieAmsteldameere aandoet, en ons ’t ons voorgeschreven bekrompen bestek doet betreuren; want gaarne weidden wij ten breedsten over het aanleggen van die lofwaardige schoole uit.HetVerbeterhuis, staat op de schans niet verre van hetWeteringspoortjen; ’t was weleer een huis dat diende ter genezinge van die met schurft of kwaadzeer besmet waren; het huis dient voor particuliere opsluitingen, echter moet zulks geschieden op verlof van de Regeering, die ook den Vader van hetzelve aanstelt.Men heeft inAmsteldamvoords een zeer aanzienlijkeDoorluchtige schoole, (Athenæum illustre,) ’t gebouw was weleer een kerkjen van ’tAgnieten klooster, naderhand een pakhuis voor de Admiraliteit, waartoe de onderste verdieping nog gebruikt wordt; boven de leesplaats, is eene aanzienlijke stads boekerij, die eenmaal per week voor ieder openstaat; alle de boeken zijn met koperen kettingjens aan de kassen vastgemaakt.Voorheen waren in deeze stad tweeLatijnsche schoolen, thans is er maar één, staande op deCingeltusschen deMunten denHeiligen weg: ’t is een gebouw dat allezins aan het oogmerk beantwoordt: naast hetzelve staat de wooning van den Rector.De Huiszitten- of Stads-schoolen verdienen hier ook aangemerkt te worden: zij zijn aangelegd voor de kinderen dier behoeftigen welke[24]geene ledemaaten der Gereformeerden zijn, en derhalven niet door de Diaconie onderhouden worden, deeze heeft haare eigene schoolen.Boven de Vleeschhal in deNes, is de vergaderplaats van de Opzieners over het Genootschap der Geneesmeesteren—de aanzienlijke stads Kruidtuin is in de Plantaadjen aangelegd.Na het aanstippen van alle deeze kweekschoolen der geleerdheid, waarbij wij veele andere particulieren zouden kunnen noemen, boven al het beroemde Vergaderingshuis der MaatschappyFelix Meritis, waarvan nader ons art.Bijzonderheden, zoude het niet onvoegelijk zijn hier vervolgends iet te zeggen van de geleerde mannen die de wereldberoemde stadAmsteldamuit haaren schoot heeft zien geboren worden; dan, het getal derzelven zoude eenige bladzijden vorderen die wij echter van ons bestek niet kunnen missen; ten allen tijde hebben de kunsten en weetenschappen in deeze stad gebloeid, en het welk te bewonderenswaardiger is, daarAmsteldameigenlijk den troon des koophandels genoemd mag worden; ja nog heden, nu zij de gevaarlijkste verdeeldheid in haare ingewanden voelt wroeten; nu het gezicht van duizende krijgsknechten haar dagelijks verschrikt; nu zij telkens voor de gevaarlijkste uitbarstingen beeft, nu nog werkelijk tellen deAmsteldammersonder zig zulk een groot aantal geleerden, als zij mogelijk nimmer onder zig hebben kunnen tellen: vooral vindt men die loflijke voorwerpen in den achtingwaardigen burgerstand.KERKLIJKE REGEERING.Ingevolge onze gewoonte in het reeds afgewerkt gedeelte van ons uitgebreid plan, bepaalen wij ons hier ook weder alleenlijk tot de Gereformeerde, of Heerschende kerk inAmsteldam: deeze gemeente dan wordt bediend door 29 Predikanten, één van welken in de Hoogduitsche taale moet prediken: de Gasthuiskerk had weleer haar afzonderlijken Predikant; doch thans predikt deeze ook op zijn beurt in de andere kerken, gelijk de overige Predikanten ook de Gasthuiskerk op hunne beurt moeten waarneemen: de gewoone kerkenraad bestaat voords uit gemelde Predikanten, een gelijk getal Ouderlingen, waarvan jaarlijks de helft afgaan, gelijk ook van de Diaconen, die 42 in getal zijn, en een afzonderlijk Collegie uitmaaken, doch van den grooten kerkenraad ook leden zijn: den Diaconen zijn 12 Diaconessen toegevoegd,[25]die voor al het vrouwlijke in dat groote ligchaam zorg draagen; voorheen zond de Wethouderschap twee Gemagtigden in den kerkenraad; doch sedert eenige jaaren vindt zulks geen plaats meer: in gevalle van eene vacature onder de Predikanten, worden Burgemeesteren om handopening tot het doen van een beroep verzocht; na bekomen verlof, maakt de gewoone kerkenraad een nominatie van drie, het zelfde doet het Collegie van Diaconen: deeze dubbelde nominatie wordt in den grooten kerkenraad tot een drietal gebragt, en daaruit wordt bij meerderheid van stemmen één verkozen, op welke verkiezing vervolgends de goedkeuring van Burgemeesteren verzocht wordt.WERELDLIJKE REGEERING.Deeze bestaat uit een Collegie van 36 Raaden, of Vroedschappen, 4 regeerende Burgemeesters, 9 Schepenen, en één’ Schout: eigenlijk zijn er 12, zo afgegaane als regeerende Burgemeesteren, die den Oud-raad uitmaaken, en hunne bijzondere functie hebben: de Vroedschappen behouden hunne post levenslang, doch Burgemeesteren en Schepenen worden jaarlijks, opVrouwendag, veranderd: bij ’t afsterven van één’ der Raaden, wordt in de opengevallene plaats door het Collegie zelve eenen anderen verkozen: de Schout wordt door Burgemeesteren, na voorgaand besluit der Raaden, aangesteld, en blijft aan tot hij bedankt of overlijdt: er zijn nog vijf Onderschouten, waartoe de Hoofdprovoost van ’t Aelmoesseniershuis, en de Waterschout, of Bailluw van ’t watergerecht, behooren: ieder deezer Onderschouten, gelijk ook de Hoofdschout hebben eenige gewapende dienaars onder zig; de laatstgenoemde heeft ook een’ Secretaris; de gemelde jaarlijksche verandering van regeerende Burgemeesteren geschiedt uit den Oud-raad voornoemd, (of zo die niet voltallig is, ook wel buiten dezelven,) door dien Raad zelven en door Oud- en regeerende Schepenen, bij meerderheid van stemmen: drie Burgemeesteren worden op gezegde wijze verkozen, en deezen verkiezen uit de vier van het voorgaande jaar een vierden tot President, welke post hij drie maanden bekleedt, vervolgens is ieder andere van drie tot drie maanden President: langer dan twee jaaren mag geen van hun dienen: van de 9 Schepenen, waarvan één President en[26]één Vice-president is, gaan jaarlijks 7 af: tot het benoemen van 7 anderen vervaardigt de Raad een nominatie van veertien persoonen, waaruit door den Stadhouder 7 benoemd worden: een President en Vice-president worden vervolgends uit de Oud-schepenen verkozen.De wereldlijke Regeering vanAmsteldam, bestaat voords in het Collegie vanThesaurieren Ordinaris, zamengesteld uit vier Oud-burgemeesteren; zij hebben opzicht over stads gelden, doen aanbestedingen, enz.—Thesaurieren extraordinaris: deezen ontvangen verpondingen, buitengewoone lasten, enz.—Weesmeesteren, zijnde Oud-schepenen, meestijds 8 in getal—Commissarissen van huwelijkszaaken—van deRekenkamer—van deAssurantiekamer—Commissarissen van de Wisselbank, die vanKleine Zaaken, zittende over verschillendiebeneden de ƒ 600 gaan.—die van deKamer van Zeezaaken—van deDesolate boedelkamer—Commissarissen van den grooten Excijns, dat is op graanen, gemaal, wijnen, azijn, bier, turf en koolen—voordsCommissarissen over den honderdsten en tweehonderdsten penning; wij zwijgen nu van onderscheidene boden, secretarissen, clerken en verdere mindere bedienden: de Regeering vanAmsteldamheeft voords twee Pensionarissen, waartoe gemeenlijk geleerde lieden, verkozen worden.Wegens de Colecten voor de armen, enz. is de Stad ook in eenige wijken verdeeld, en in iederen wijk zijn twee Wijkmeesters aangesteld, die hunne bijzondere diensten doen, vooral in het afgeeven van getuigschriften, waarvoor zij eene vrije bank in de kerken hebben.SCHUTTERIJ, enz.DeAmsteldamsche Schutterij, is verdeeld in 5 Regimenten, ieder van 12 Compagniën of Vendels, naamlijk hetblaauwe, ’toranje, hetwitte, ’tgeeleen ’tgroeneregiment; ieder regiment heeft 5 compagnien, en iedere compagnie bestaat uit 100 man, derhalven zijn er 6000 wakende Schutters, in 60 wijken verdeeld: behalven dat zijn er nog 4 compagnien buiten de stads poorten doch binnen derzelver vrijheid: ieder der gezegde compagniën, (in drie Corporaalschappen verdeeld) heeft een Capitein, een Lieutenant, een Vendrig, drie Serganten,[27]enz.: over het geheele ligchaam der schutterij zijn twee Colonellen aangesteld, die met de 60 Capiteinen, en 60 Lieutenants den vollen krijgsraad uitmaaken, welke op het stadhuis hunne vergaderplaats heeft: van ouds, en dat billijk was, had de gewapende schutterij verscheidene voorrechten, ook werd zij, als ’t ligchaam der Gemeente verbeeldende, in gewigtige gevallen, den welvaart der stad betreffende, door Burgemeesteren geraadpleegd; doch dat loflijk gebruik is door den tijd geheel te niet gelopen. Sedert degezegende omkeeringvan zaaken moet de gewapende burgerijoranje cocardendraagen.Behalven deeze gewapende schutterij, houdt de stad nog eenige compagniën soldaaten in dienst, die dag en nacht de poorten en andere posten bezetten, als mede een corps kanonniers: thans, bij gelegenheid van de gezegende omkeering, en tegenwoordige vrees voor het uitbarsten van de morringen des volks, heeft zij bestendig een talrijk garnisoen binnen haare muuren.De Stad wordt boven dat alles des nachts door eene omgaande gewapende ratelwacht bewaakt: deeze heeft vier wachthuizen, ofcorps de garden: op alle de torens waaken des nachts ook trompetters, die als er brand ontstaat zulks terstond ontdekken, en er door hun trompet, enz. de ratelwachts kennis van geeven, welken vervolgends ieder in zijne wijkbrandmoet roepen, na den ratel buitengewoon lang geslagen te hebben; zij moeten ook de lieden die tot het brandwezen behooren wekken: er zijn eene menigte brandspuiten zo in als buiten om de stad voorhanden, tot welken een toerijkend getal brandmeesters, en mindere brandgasten aangesteld zijn: alle deeze lieden verdienen den lof van zo onvoorbeeldig vigilant te zijn, dat bij geen menschen geheugen, in gevalle van brand, meer dan het erf waarin het ongeluk ontstaan is, ten prooje der vlamme is geworden.Bij deeze nachtlijke voorzorg, kunnen wij ook voegen dat de stad, zodra des avonds het duister valt, door eene groote menigte lantaarns op paalen gesteld verlicht wordt: voor weinig tijds heeft men eene nieuwe soort van lantaarns, die ongemeen veel lichts geeven, beginnen intevoeren, doch daarmede schijnt men niet verder voordtegaan: sommigen van deezen zijn aan uitsteekende ijzerene armen gehangen, anderen hangen aan gespannene touwen dwars over de straaten; het getal van deezen is echter maar gering.[28]DeGILDEN,Die inAmsteldamgevonden worden, zijn weinig minder dan 50 waaronder, bij voorbeeld dat van de schilders, waarin meer dan 800 baazen zijn; de leden van het wijnkoopers gild zijn ongelijk veel meer; ieder heeft zijne Overlieden, bijzondere keuren en gildewetten; doch niet weinigen van deeze broederschappen klaagen dat zij naar behooren bij die hunne keuren en wetten niet gemaintineerd worden; althans maaken deJoodener groote inbreuk op.DeVOORRECHTENDerAmsteldammerenzijn veelen, alle welken echter door hen niet genoten worden: bij verscheidene Graaflijke privilegiën werden zij door gantschHolland, ZeelandenVriesland, vrijverklaard van de Graaflijke tollen, mitszekunnen aantoonen jaar en dag poorters geweest te zijn: poorters vanAmsteldammogen, benoorden deMaazeten platten lande, in persoon noch goederen bekommerd worden, ten ware zij op dieverij of vechterij betrapt wierden: van ouds konden zij voor niet meer dan honderd ponden uit hunne goederen verbeuren:Amsteldamsche poorterskunnen in verscheidene steden, volgends onderlinge overeenkomsten, ervenissen beuren zonder tot betaaling vanExu-geldgehouden te weezen, als teDord, Haarlem, Delft, Leiden, Rotterdam,Schoonhoven, Briel, Alkmaar, en meer andere steden—In 1547 werd die vanAmsteldamde vrijheid verleend van in deZuiderzeete mogen visschen, mids zig bedienende van netten die de bepaalde wijdte hadden, en geen versmoorde visch aan land brengende, enz.Wat zullen wij voords aantekenen van deBEZIGHEDENENVERMAAKEN,Die onder deAmsteldammersuitgeoefend, en genomen worden!—hunnen koophandel zouden wij vooral ten breedsten moeten beschrijven, ware het dat wij onzen leezer een voldoend denkbeeld van die bezigheden wilden geeven; dan hier staat ons bekrompen bestek[29]ons weder in den weg: de handel derAmsteldammerenbestaat niet alleen in het vertier der waaren die in de stad gemaakt, bereid, gebragt en gebruikt worden, van welker menigte het groot getal hunner gilden ten voorbeelde verstrekt; maar ook komt daar bij het ontvangen en verzenden van goederen binnen deeze Landen, die men den binnenlandschen handel noemt; ten derden bestaat hun handel in het ontvangen en verzenden van alles wat de vier werelddeelen opleveren; voornaamlijk worden de beide eerste gedeelten van hunnen handel aangekweekt door de vrije jaar- en verscheidene week-markten, welken zij houden: de menigte van pakhuizen die alomme gevonden worden, getuigt mede van hunne uitgebreide commercie——van deeze in ’t algemeen genomen moeten als hoofdtakken beschouwd worden deO. en W. I. Compagniën, hunne vaart opGroenlandenStraat Davids, en andere takken meer; zodatAmsteldammet recht den naam van wereldstad, als door geheel de wereld haaren handel uitbreidende, draagt; hoogstbeschreienswaardig is het intusschen, dat men, wil men de waarheid niet in het aanzicht hoonen, moet bekennen dat geheel haar uitgebreide handel in verval is, en vooral haareO. en W. I. Compagniënin zulk eenen deplorabelen staat zijn, dat desaangaandeAmsteldamvan voor ééne eeuw, hemelsbreedte verschilt metAmsteldamin onzen tijd.Behalven met den koophandel geneert zigAmsteldammet allerleie fabrieken, kunsten, weetenschappen en handwerken, (’t getal der zagenmolens rondom de stad is 80,) zodanig dat men niet gemaklijk iet zoude kunnen bedenken het welk men in deeze stad niet kan bekomen; wat intusschen haare fabrieken betreft dezelven zijn mede in een allerjammerlijkst verval.Alle stadsvermaaken die bedacht kunnen worden zijn die van deAmsteldammers.GESCHIEDENISSEN.Daar wij van de geheele beschrijving van het weleer zo magtigeAmsteldam, maar een zeer kort uittreksel kunnen geeven, zullen wij ons althans in het spreeken over haare geschiedenissen, die zo wel in het kerklijke als wereldlijke zeer veelen zijn, ongemeen moeten bepaalen, en alleenlijk iet van de hoofdtrekken daarvan kunnen aanstippen—In de dertiende eeuw dan isAmsteldam[30]reeds tot een tamelijk dorp of steedjen aangegroeid; jammerlijk werd het toen verwoest, ter wraake van den bekenden moord aan GraaveFloris den Vijfden, waaraanGijsbrecht, Heer vanAmstel, medepligtig was: deeze echter bouwde het daarna weder op, en voorzag het van houtene vesten en bruggen, doch ook die zijn arbeid werd omtrent den jaare 1299, door deKennemersenWaterlandersin koolen gelegd: in 1304 verviel ’t opkomendAmsteldamin ’s Graaven ongenade, ter oorzaake van ’t ontvangen van eenige ballingen, en het moest ter straffe alle zijne bruggen en vesten weder afbreeken, eene boete betaalen, en de vrijheid van te markten missen: in de eerstvolgende vijftig jaaren kwam het echter weder in groot aanzien, zodanig dat het reeds verscheidene voorrechten ontving: na het verdrijven van den Heerevan Amstel, kwam het aan de Graaflijkheid, en vóór het einde der veertiende eeuw begon het door den koophandel reeds merkelijk te bloejen: in 1391 bezaten deAmsteldammersreeds een stuk lands op ’t eilandSchooneninDeenemarken: in 1405 konden zij hunnen Graave reeds merkelijken dienst doen, en drie jaaren daarna, rustten zij met die vanKampentwee schepen uit, om hunne koopvaarders tegen de zeevaart te beveiligen: toen deHoekscheenKabbeljaauwsche factie, geheel het Land beroerde, kreegAmsteldameen aanmerkelijk deel in de gevolgen van dien twist: in de maand April des jaars 1421, verbrandde ruim een derde gedeelte van de stad, met het Raadhuis, deNieuwe Kerken eenige andere Godsdienstige gestichten: het zelfde noodlot, echter niet zo geweldig, trof haar in 1452: in 1426 hielpen deAmsteldammersFilips den Goeden,Hoornontzetten, en niettegenstaande de teistering van den gezegden twistgeessel, nam hun bloei zo aanmerkelijk toe, dat zij in 1438 alleen twintig oorlogschepen in zee bragten; ook werden zij in den steeds voordduurenden krijg meer en meer geducht: in 1548 behaalden zij groote overwinning op deUtrechtenaars, waarvan deKloveniers doelennog getuigt: (zie hier voor, bladz. 20) ook werd omtrent dien tijd de stad aanmerkelijk uitgelegd, en met muuren en torens omringd: na in denGelderschen oorloggeen gering deel gehad te hebben, was haar aanzien reeds zodanig toegenomen, dat verscheidene Vorsten haar veele voorrechten, allen den handel betreffende, toestonden, ook was omtrent het einde der vijftiende[31]eeuw het getal der Graaflijke gebouwen binnen der stede vesten zodanig toegenomen dat er besloten werd geene nieuwen meer aanteleggen.In en omtrent den jaare 1530 was de onverdraagzaamheid in het stuk van den Godsdienst hier nog zo groot, dat onder anderen het drukken van ’t Nieuwe Testament naar de vertaaling vanLutherverboden werd, op straffe van ooguitsteeking en handafkapping; ook maakten de Wederdoopers op verscheidene plaatsen van Nederland groote beroerten, wegens Godsdienstige verschillen; teAmsteldamliepen er vijf met ontblotene zwaarden door de stad, den zegen over de rechter en den vloek over de linker zijde derzelve uitroepende, weinig tijds daarna liepen zij moedernaakt door de stad, (zij hadden hunne klederen verbrand,)weeenach!uitroepende, en de straf die sommigen van hen ondergingen, van onthoofd of verdronken te worden, konde hen echter van hunne krankzinnige dwaaling niet terug brengen; integendeel gingen zij daarin zo onvoorbeeldig voord, dat zij in den jaare 1535 een’ aanslag smeedden omAmsteldamte overvallen; den toeleg werd wel ontdekt doch konde niet geheel gestuit worden; zij overrompelden het stadhuis, het geen echter door de gewapende burgerij hun weder ontweldigd werd; een eisselijke straf ondergingen de geenen die men gevangen kreeg; onder hen bevond zig zekerenJacob van Kampen, die zig Bisschop vanAmsteldamhad laten noemen; hem werd eerst de tong uitgesneden, en hij zelf voords leevendig verbrand—onlusten van minder belang door eenigen om verscheidene redenen misnoegden, voorbijgaande, naderen wij het tijdperk waarin onze stad niet weinig had te lijden door den hevigen twist overRoomschenOnroomsch; deAmsteldammerswaren zo sterk tegen deOnroomschengekant dat deezen het nog niet hadden durven waagen er te prediken; doch daartoe gingen zij echter eindelijk over, met dit stoute gevolg dat zij in 1566 de beeldstorming in deOude kerkbegonnen, en zig zo ontzachlijk wisten te maaken dat de Wethouderschap hun het vrij buitenprediken toestond; doch daarmede niet voldaan, ondernamen zij het plonderen van twee kloosters, en gedroegen zig zo onrustig dat men moest goedvinden in 1567 een verdrag met hun te tekenen——na eene en andere tusschengebeurtenis, waaronder zelfs die, en welke geen geloof verdient, dat sommige weeskinderen[32]eene bezetenheid trof, waarbij zij grouwelijke gezichten trokken, tegen de wanden opvlogen, en ook (NB.) uitheemsche taalen spraken, en lispende vertelden wat op ’t zelfde oogenblik elders in de Vroedschap geschiedde, trof in 1570Amsteldameen deerlijk lot door een zwaaren watervloed; een zelfd lot trof haar in 1593, waardoor zij ontzaglijke schaden in haaren scheepvaart leed; geduurende deeze en andere tusschen gebeurtenissen, zeggen wij, kwam de bloedhondAlvain ’t Land, en de vervolgingen om het geloof werden ten allergrouwelijksten, vooral binnenAmsteldamvoordgezet: hij eischte eene schatting van de stad die zij niet konde opbrengen, en zij werd deswegen in eene boete van 25,000 guldens verwezen; desniettegenstaande bleeven deAmsteldammersde zijde derSpaanschenhouden, waardoor zij niet weinig van de Staatschen hadden te lijden:Alva, te zeer met schulden bezwaard, verliet haar heimelijk, en bragt daardoor veelen der rijkste inwooneren tot den bedelzak: in 1577 lagen deStaatschenhet toe om de stad bij verrassing te bemagtigen; doch die toeleg mislukte, evenwel werd zij ten volgenden jaare gedwongen zig bij verdrag overtegeeven: hier over ontstond echter weder zo hoog een verschil dat deOnroomschenzig verstoutteden, (25 Mei 1578) het stadhuis te overweldigen, en de Wethouderschap met eenige Geestlijken ter stad uittedrijven: in 1581 en vervolgends hadAmsteldamniet weinig deel in het ontwerp om de Graaflijkheid aanWillem den Eerstenoptedraagen, zij maakte er naamlijk zwaarigheid in, en ’s Prinsen onverwachte dood deed geheel de zaak achterblijven: in 1585 werd met eene tweede vergrooting der stad een aanvang gemaakt, en in hetzelfde jaar, trachtte de schelmscheLeicester, een Gezant vanEngeland, zig van eenige voorstanders der vrijheid meester te maaken; doch de waakzaamheid der Wethouderschap en Burgerij deed hem in dat gevloekte oogmerk niet slaagen: zo zeer namAmsteldam, niettegenstaande alle de gemelde folteringen, in bloei en volkrijkheid toe, dat haare muuren in 1593 nogmaals, ook andermaal in 1612, en nog eens in 1658 uitgezet werden; sedert is de stad alleenlijk binnen haare muuren meer en meer bebouwd: in 1595 was er zo groot eene schaarsheid van graan, dat Burgemeesteren zig onderling met eeden verbonden, de waare gesteldheid daarvan voor de ingezeten verborgen te houden: in 1602 gevoelde men zo hier als[33]elders eene zwaare aardbeeving; het zelfde gebeurde in 1692. De bekende onlusten tusschen deRemonstrantenenContra-Remonstranten, ten tijde van het bestand, stortten onze goede stad weder in grouwzaame beroeringen, ja zelfs tot plondering toe: in 1629 werd een veroverde zilvervloot binnen haare muuren gebragt, en, niet zonder groote opschudding onder het bootsvolk verdeeld; in 1650, ontstond er verschil tusschen de stad en PrinsWillem den Tweeden, waarom deeze dorst besluiten en ook onderneemenAmsteldamte bemagtigen, en naar zijne hand te zetten, doch zijn aanslag mislukte hem, en hij moest terug keeren, na op deeze wijs zijn’ stamhuis een onuitwischbaare schandvlek aangewreven te hebben: verscheidene maalen isAmsteldamook door de pest aangetast geworden, en wel allerhevigst in den reeds gemelden jaare 1602, toen er in één week meer dan 700 menschen aan stierven; in 1663 en 1664, sleepte die geduchte bezoeking eene ontzachlyke menigte van inwooners ten grave; in 1610 was er weder zulk een hoogen watervloed, dat het water door deWarmoesstraatbruischende heen liep: in 1619 ontstond er een oproer over de boterpacht, doch dezelve was van geen groot gevolg, en in 1625 was er weder zo hoog een vloed dat het water op denDamstond; het zelfde lot tastte de stad in 1637, en andermaal allergeweldigst in 1640 en 1651 aan: ten volgenden jaare verbrandde het stadhuis, zo dat er alleenlijk de muuren, en een gedeelte van den toren staan bleeven: in 1653 was het verval van koophandel alhier zo groot, dat er, volgends sommigen wel 3000 huizen ledig stonden; in 1654 werd alhier den vrede met den beruchtenCromwelafgekondigd, en met alle tekenen van vreugde werd geheel den dag doorgebragt: om het gemeen te behaagen deed men de trompetters het bekende deuntjeWilhelmus van Nassouweblaazen, doch zorgvuldig hield men voor den volke verborgen dat de vrede eerst zijn beslag gekregen had, na de overlevering van deacte van Seclusieof uitsluiting van den Prinse vanOranje, bekend onder den naam van ’tEeuwig Edict: na dien tijd zijn er teAmsteldamverscheidene maalen grouwzaame branden ontstaan, gelijk het ook te meermaale door vreeslijke watervloeden geteisterd is geworden: alle de kruidstooven die in haaren omtrek of nabijheid gestaan hebben, zijn de eene voor en de andere na in de lucht gesprongen,[34]tot merkelijk nadeel en verschrikking der goede inwooneren; de aanmerkelijkste zwaare brand binnen de stads muuren voorgevallen is die van denHollandschen Schouwburg, in den jaare 1772; deze indedaad was allerijsselijkst, niettegenstaande de ongeloovelijke vigilantie in het aanvoeren van alle de stads brandspruiten; en deeze allerbeschreienswaardigste gebeurtenis deed weldra zien, bij het in ’t licht verschijnen van zekere versen, datAmsteldambinnen haare muuren nog zulke lieden huisvestte, die, niettegenstaande de stad een tempel van kunst en weetenschap genoemd moge worden, en veele fraaje vernuften er zig bezig houden met het loflijk werk van de verlichting des menschdoms; zulke lieden zeggen wij, die, desniettegenstaande, het akelige afbranden van den schouwburg hielden voor eene rechtvaardige bezoeking Gods, voor eene kasteiding van zijne hand, ja voor eene wraak zijner vleklooze heiligheid over de boosheid welke in zulk een gebouw gepleegd wordt—grouwelijke, god-onteerende gedachten! zo verfoejelijk als dom! intusschen was door de vlam eene overgroote somme gelds vernield, terwijl de bestuurderen nog bezig waren veele duizenden te vertimmeren, of liever te verspillen; want eerst van binnen eene geheel andere schikking van plaatsen gemaakt hebbende, was nu kortlings alles weder op den ouden voet gebragt: ter oorzaake van welke omstandigheid, of mogelijk, (en dit zouden wij liever gelooven,) om dat de brand ontstond onder het speelen van eeneVlaamsche troup tooneellisten, aan wien het gebouw toen voor het zomer- of zogenaamd stilstaand saisoen, verhuurd was, zeker vernuft, bij gelegenheid van den brand, deeze twee regels uit zijne scherpe penne liet vloejen:De hommels rooven hier het eêlste van de beiën,Daar de oude stok om zucht; de weezen om staan schreien;Hij zinspeelde op het onderschrift, onder het blazoen van den kunsttempel:De beiën storten hier het eêlste dat zij leezen,Om d’ouden stok te voên, en ouderlooze weezen.[35]In 1672, de Staat in oorlog metFrankrijkgewikkeld zijnde, hield onze stad, onder anderen allen vredehandel met dat Rijk tegen; dit gaf door de aannadering des vijands gelegenheid, datAmsteldamrondsom onder water gezet, en in staat vantegenweêrgebragt werd: in 1681 kwamen ter oorzaake van de Geloofsvervolgingen in het gemelde Rijk, eene groote menigteFransche vlugtelingenherwaards, die allen wèl ontvangen, en zelfs met vrijdom van stads excijns voor den tijd van drie jaaren beschonken werden: vijftien jaaren daarna, (in 1696) ontstond er een geweldig oproer over zekere keure bij de Wethouderschap op ’t begraaven der dooden gemaakt, en ’t welk van dat gevolg was dat de keure ingetrokken moest worden, niettegenstaande men eenige der belhamels strafte: in de drie volgende jaaren, 1697, 1698 en 1699, was er teAmsteldamweder eene nijpende schaarsheid van graan, zodanig dat Burgemeesteren den uitvoer zelfs tot buiten den boom verboden: in den jaare 1720 hadAmsteldamniet weinig te lijden door een verregaande zucht voor den actiehandel, waardoor duizenden zig totaal ruineerden, en waaruit groote beroeringen ontstonden: wij behoeven niet aantevoeren wat er inAmsteldamwegens de verkiezing vanWillem den VierdenPrins vanOranje, tot het Erfstadhouderschap is voorgevallen, hetzelve is overgenoeg bekend: de stad echter heeft daarover minder geleden dan veele andere Nederlandsche steden; doch de verandering in ’t begeeven der Amten was voor haar van groter gevolg; men begeerde dezelven aan de Staaten vanHollandopgedragen te hebben, waartoe de Stads Raad, om het voordeel dat er de stad van trok, niet wilde verstaan; de beruchte PorceleinkooperDaniel Raap, begon nu eenen hoofdrol te speelen; hij ontwierp een request aan de vroedschap, ter ervelijkverklaaring, (in de manlijke en vrouwlijke linie,) van het Stadhouder- Capitein- en Admiraalschap-Generaal, het verkoopen der amten ten voordeele van den Lande, een vrijen krijgsraad, en het herstel der gilden in hunne voorrechten;Raapnam alle mogelijke middelen ter hand om in zijn oogmerk te slaagen, doch hij vond overal grooten tegenstand, tot op zijne besteeking een menigte volks op denDamvergaderde, het raadhuis instooven en geen gering geweld gebruikten; onder anderen stak het gespuis, in de[36]plaats van de roede van justitie een ragebol ten venstere uit; zij lagen op de regeeringskussens in dezelven; doch zodra zij door eenige gewapende schutters aangevallen werden, namen zij in aller ijl de vlugt, evenwel volgde de toestemming tot het Erfstadhouderschap eenige dagen daarna: in 1648 verhief zig een dergelijken storm tegen de pachters, en in denzelven werden eenige huizen deerelijk geplunderd, op welke schenddaad ook eene voorbeeldige strafoefening volgde, waarbij eene oproerige beweeging ontstond, die een groot getal der zamengevloeide aanschouweren het leven kostte.In 1756 gevoelde men hier weder eene aardbeeving, die geen geringe ontsteltenis veroorzaakte: in 1762 ontstond er brand in het stadhuis, welke echter nog gelukkig bij tijds gestuit werd: omtrent den jaare 1758 had deNederlandsche Koophandel, waarvan deAmsteldamsche beursde voornaamste zuil is, niet weinig te lijden door het onredelijk gedrag derEngelschen, die het niet genoeg was, weerlooze schepen optebrengen, te plonderen, verbeurd te verklaaren, maar ook ontzagen ze der Staaten vlagge niet, het geen, onder anderen, deAmsteldamsche koopliedennoodzaakte zig, desaangaande, bij requeste aan ’s Lands vaderen te adresseeren; de Heeren Bewindhebberen van deWestindische Compagnie, voegden hunne klagten bij die der kooplieden; ter staavinge van alle de klagten werden drie lijsten van genomene, geplonderde of onrechtmaatig gecondemneerde schepen, allen teAmsteldamin ’t bijzonder t’huis behoorende, ingeleverd, op de eerste lijst stonden21Schepen ter schade vanƒ 3:557.500:-:-2de lijst35——— ——— ———5:144.000:-:-3de lijst100——— ——— ———439.191:6:-Dus156Schepen ter schade vanƒ 9:140.691:6:-Met reden was des het geroep om redres zeer groot, evenwel kwam het niet, het geen bij veelen den lust tot den koophandel geheel deed verflaauwen, tot merkelijk nadeel van Staat en stad: de gezamentlijke kooplieden vanAmsteldam, DordrechtenRotterdam, leverden hunne klagten desaangaande in bij Mevrouwe de Gouvernante, maar kreegen wel verzoek om uitstel van verdere klagten, doch geene hulp: meermaals werdt in ’t vervolg over het zelfde ongelijk geklaagd, doch telkens zonder eenig wenschelijk succes niet alleen, maar zelfs kreegen[37]de klaagers het grievend antwoord, dat het voor de Vrouwe Gouvernante eenpoint d’honneurgeworden was, te stemmen in de vermeerdering van landmagt, (dit was toen een tweede zaak in verschil,) en zonder de voldoening daarvan te erlangen, voor geene vermeerdering van zeemagt konde stemmen; dat men voords de kooplieden niet zoude vleien, met de teruggaven der schepen en goederen door deEngelschengenomen.… dan, dus voordgaande zouden wij niet alleenlijk te breedvoerig worden, maar ook de afzonderlijke geschiedenis van onze stad te buiten treeden; wij hebben dit alleenlijk tot dus verre willen boeken, om onzen Leezer eenigzins te doen beseffen, hoedanigAmsteldamten dien tijde in de zenuw van zijn bestaan verdrukt werd.Onder het Stadhouderschap vanWillem den Vijfden, die zijne moeder opvolgde, gedroegen deEngelschenzig niet beter; daarbij kwam nog de twist tusschenEngelanden zijneAmericaansche Colonien, welke oorlog zo veel invloeds op den staat van ons Vaderland gehad heeft: in 1775 was er weder een grouwzaam hoogen watervloed, doch nu op zijn hoogst gekomen zijnde, bespeurde men zonderling de hand Gods ter verlossinge; want schoon het water tot des morgens ten 9 uuren 20 minuten had moeten rijzen, begon het des morgens ten 6 uur reeds te daalen, enAmsteldamwerd daardoor van het ijsselijk dreigende gevaar verlost.De voorgemelde schandelijke gedragingen derEngelschengevoegd bij hunnen oorlog metAmerica, hadden in 1780 hier ter stede een algemeene morring veroorzaakt; en alle de woelingen liepen uit op de bekende oorlogsverklaring van hetBritsche Hofaan onzen Staat, in welken oorlogAmsteldam, in gevolge de voornaame plaats welke zij in de Republiek bekleedt, een aanmerkelijk deel had; de meesten van onze tijdgenooten hebben de akelige omstandigheden waarinAmsteldamsedert gedompeld geweest is, beleefd; ook kan de gezegdeEngelsche oorlogde oorzaak genoemd worden, van alle de vorderingen van het Patriotismus tot herstel van de misbruiken in ’s Lands wettige constitutie, in welke vorderingen zij door eene tegengestelde partij bestendig gedwarsboomd werden: ieder weet datAmsteldamin alle gevallen in de zaak des Vaderlands heeft uitgemunt; nergens is de wapenhandel met zo veel luisters geoefend; maar ook nergens[38]heeft de omkeering van zaaken zulk een sensatie veroorzaakt; nergens zijn dePruissische soldaatenmet zo groot een bewondering als verbazing ontvangen; doch ook nergens heeft het hun zo veel gekost, eer zij zig konden doen gelden——wat nog dagelijks inAmsteldamvoorvalt, is ons allen bewust—wij vinden goed desaangaande niet meer te zeggen:Menig held, beroemd in ’t strijden,weet te vlugten op zijn’ tijd—Weet dan schrijver ook te zwichten,daar gij ook in ’t strijdperk zijt—Strijdperk waarin ook kan winnen,die de minste krachten heeft;Vaak ziet men bij u dat de oude,voor den zwakke zuigling beeft;Letterheld! gehard in ’t strijden,ga dan vlugten op zijn’ tijd,Toon dat gij ten nutt’ van veelen,in het letterstrijdperk zijt.Ik herinner mij deeze regelen, en zwijg.Wat ons artijkelBIJZONDERHEDENBetreft, geheelAmsteldamverdient den naam van bijzonderheid, het geen den vreemdeling, zo hij kan zeggen de stad gezien te hebben, gereedlijk zal toestemmen: intusschen kunnen wij niet nalaaten het reeds gemelde gebouw der aanzienlijke MaatschappijFelix Meritishier te noemen, als een kunsttempel van bijzondere lieden die de bewondering van de ervarenste reizigers en bouwkunstenaaren wegdraagt: deeze loflijke maatschappij, die boven alle anderen in het[39]kunstkweekendAmsteldamuitmunt, heeft haaren aanvang genomen in 1777, op deLelijgracht; vervolgends is zij verplaatst op deFlueele burgwal, bij deIllustre school, en sedert November 1788, in haar nieuw en reeds beroemd gebouw op deKeizersgracht, ’t welk zig thans in al deszelfs luister voor onzen geest vertoont, en dat wij gaarne breedvoeriger zouden beschrijven, alzo ’t zulks overwaardig genoemd mag worden; dan, niet alleen verbiedt ons bestek ons hetzelve; maar ook zouden wij andere Maatschappijen, even nuttig in haare inrichting, en in de daad nuttiger in haare uitwerkselen, ofschoon niet zo prachtig gehuist, daardoor schijnen te vernederen; wenschlijk ware het dat de uitwerkselen van de MaatschappijFelix Meritiszo verre boven die van andere Maatschappijen inAmsteldamverheven ware, als haar gebouw boven die van de bedoelde Maatschappijen uitmunt, dan zeker zoude het prachtige gebouw nog meer uitzondering verdienen; zo veel zij er dan van gezegd, dat het allezins trotsch en kundig is aangelegd: de concertzaal onder anderen met uitzondering, men getuigt van deeze dat zij in geheel Europa haare weêrgaê niet heeft.Den 31 October des laatstgemelde jaars (1788) wierd het gebouw ingewijd, in gezegde concertzaal, door den HoogleeraarVan Swinden, met eene fraaje redevoering, en een overheerelijk expres daartoe vervaardigd muzijk, ’t welk door een ongemeen sterk corps van de voornaamste muzijkmeesters werd uitgevoerd: dan, daar intusschen de concertzaal, hoe ruim ook, niet ruim genoeg was, om alle de Heeren leden met hunne Dames te bevangen, werden ten gemelden dage de Heeren alleen genodigd, en ten volgenden dage, (den 1 November,) werd de inwijding, (met eenige toepasselijke verandering,) voor de Dames alleen herhaald.DeLOGEMENTENInAmsteldamzijn te meenigvuldig om ze hier optenoemen; onder allen munten daaronder uit:[40]HetWapen van Amsteldam.De beideDoelens.De beideHeere-logementen.De drieLiesveldsche Bijbels.DeZon.HetWapen van Embden.en meer anderen.DeREISGELEGENHEDENZijn in deezen stad naar alle plaatsen meenigvuldig.NB.Onder onsart.Kerklijke en Godsdienstige Gebouwen,hebben wij vergeten te noemen deRoomsche kerkdeKrijtberg,die, veele jaaren gesloten geweest zijnde, voor weinig tijds wederom tot het dienstdoen geopend is.[1]
Niet zonder huivering slaan wij de hand aan eene beschrijving, die, om volledig genaamd te mogen worden, eenige zwaare boekdeelen kan beslaan, daar wij om aan den aart van ons werk te voldoen, slechts weinige bladzijden daartoe durven voor ons neemen; wij zullen derhalven alles slechts kunnen aanstippen, en evenwel behoort dat aanstippen op zodanig eene wijze te geschieden, dat de reiziger daaraan genoeg hebbe, omAmsteldam, met de behoorelijke voorloopige kennis van hetzelve, te gaan bezoeken—wij hebben hier derhalven de toegeevendheid van onze kundige leezers noodig, en ofschoon de hoop op dezelve ons niet tot zo verre kunne bemoedigen, dat wij onze huivering daardoor zouden gevoelen verdwijnen, streelt ons echter de gezegde hoop genoeg, om rustig te beginnen:LIGGING.Deeze is inAmstelland, en kan bepaalder gezegd worden te zijn, drie uuren gaans beoostenHaarlem, agt uuren ten noordoosten vanLeiden, en even zo veele uuren ten noordwesten vanUtrecht, op een laagen, weeken, moerassigen veengrond, die echter onderscheidene beddingen heeft: sommigen willen dat de lucht er ongezond is, echter zijn er naar evenredigheid geen meer zieken, of sterven er geen meer menschen dan in eenige andere stad van Nederland: men heeft er zekerlijk gebrek aan zoet water, (ofschoon ’t er weleer, vóór het verwijden der zeegaten, geweest zij,) doch het wordt er ten dienste der brouwers, en der verdere ingezetenen, bij overvloed vanWeespingevoerd, door middel van groote waterschuiten; ook zijn alle de huizen van regenbakken voorzien, en zijn er bovendien sedert eenige weinige jaaren, van stads wege, op de markten en[2]opene pleinen groote bakken aangelegd, die bestendig vol zoet water gehouden worden, met welk aanleggen, men nog werkelijk voordgaat, zo dat voortaan, het gebrek aan drinkbaar water, (een gebrek dat ter deezer stede bij koude winters al vrij nijpende plag te weezen,) niet meer te duchten is.Aan de noordzijde wordt de stad bespoeld door het beroemde IJ: de breede rivier deAmstelloopt midden door de stad, en deelt dezelve in twee deelen, deoudeennieuwe zijdegenaamd: voords is de stad alomme doorsneden met aanzienlijke, minder breede, en ook veele zeer smalle graften, waarin ten bedwang van het veele water, verscheidene schutsluizen liggen; er zijn ook veele zwaare buitensluizen, waardoor het land, rondsom de stad, onder water gezet kan worden: over het geheel draagtAmstellandmet alle recht den eernaam vanwereldberoemde Koopstad:C. Huijgens, heeft van haar wel mogen zeggen,Hoe komt gij, gulden veen! aan Hemels overdaad?Pakhuis van Oost en West! heel water en heel straat!TweemaalVenetie, waar’s ’t eind van uwe wallen?Zeg meer: zeg, vreemdeling! zeg liever niet met allen:RoemRomen, prijsParijs, kraaiCairo’s heerlijkheid,Die dieplijkst van mij zwijgt, heeft allerbest gezeid.Aan alle zijden, uitgenomen aan den IJ-kant, is de stad omgeven met eene breede watergracht, hechten en hoogen muur, en verdere wallen, in welken zes-en-twintig wèl geregelde en bemuurde bolwerken gelegd zijn: rondsom de stad liggen ook een goed aantal batterijen, van fraai geschut voorzien: in den gezegden muur zijn vijf groote en drie kleine poorten: de eerstgemelden zijn deHaarlemmer poort, deLeidsche, deUtrechtsche, deWeesperen deMuiderpoort; de kleinen, die alleenlijk openingen in den muur genaamd mogen worden, zijn hetZaagpoortjen, hetRaam-en hetWeterings-poortjen.NAAMSOORPRONG.Al vroeg, men wil in 1200, werd een dam gelegd, in de rivier deAmstel, (ter plaatse, of nabij de plaats, die nogde damgenoemd wordt,) ter weeringe van het water; deeze kreeg den naam vanAmsteldam, dat is,dam van, of,in den Amstel, en dien zelfden naam heeft de stad, van tijd tot tijd rondsom dien dam gebouwd, behouden; sommigen speldenAmsterdam, naar[3]een ouder taalgebruik, toen men de meening vandam van, of,in den Amstel, uitdrukte, door het woordAmstelredam, waarvoor men thans zou kunnen zeggenAmstelerdam.STICHTINGENGROOTTE.Veel wordt er getwist over den tijd waarin men zoude kunnen zeggen datAmsteldamhaar begin genomen heeft, ons bestek verbiedt, ons daarmede optehouden: tusschen 1177 en 1200, had het beruchte geslacht vanVan Amstel, nabij den dam bovengemeld, een slot, en men mag vaststellen dat omtrent dien tijd eenige visschers zig rondsom hetzelve hebben nedergezet, alzo zij aldaar goede gelegenheid voor hunne kostwinning vonden; de bloei deezer kostwinning heeft die lieden van tijd tot tijd, na het uitstaan van zwaare rampen, in binnenlandsche kooplieden doen veranderen; hunne welvaart heeft anderen herwaards gelokt, en op die wijze isAmsteldam, uit die kleine beginselen, tot zulke eene verbazende koopstad geworden: onder ons art.Geschiedenissen, zullen wij bepaalder van haare aanmerkelijke vergrooting spreeken: in haar geheel bevat zij meer dan 892 morgen 568 roeden.Het getal der huizen inAmsteldamen haare Voorsteden, (die mede zeer aanzienlijk zijn,) werd in den jaare 1740 begroot op 26,317; waarbij sedert nog een aanzienlijk aantal gevoegd zijn (voornaamlijk op hetWeesperveld,) gelijk er thans nog van tijd tot tijd anderen aangebouwd worden—men schat het getal der ingezetenen op ten minsten 241,000, waaronder van allerleien Godsdienst gevonden worden, gelijks straks onder ons artijkelKerklijkeenGodsdienstige gebouwenzal blijken.WAPEN.Weleer was dit een koggeschip; boven de oudste afbeeldingen van hetzelve, ziet men ’t wapen vanHolland; boven de laateren dat vanHenegouwen, wordende hetzelve gehouden door een’Henegouwer, den Graaf of een Wapenkoning verbeeldende; thans is het wapen der stad een zwarte paal, belegd met drie zilverene kruisen op een rood veld; zijnde hetzelve gekroond met eene keizerlijke kroon, in gevolge een’ gunstbrief vanMaximiliaan, gegeven in den jaare 1488.[4]KERKLIJKEENWERELDLIJKE GEBOUWEN.Deezen zijn in de daad zeer menigvuldig, en allen bezienswaardig: de eerste die ons hier voorkomt is deOude Kerkder Gereformeerde Gemeente, zijnde een zeer oud en deftig gebouw; ’t is onzeker door wie en wanneer dezelve gesticht zoude weezen; waarschijnelijk is zij de eerste Kerspelkerk vanAmsteldamgeweest; zeker is het dat zij reeds in 1372 aanwezig was: zij is van ouds voor een proefstuk van bouwkunde gehouden; ’t is een deftig kruisgebouw, beslaande in de lengte met den aanzienlijken toren 300, en zonder den toren binnenswerks 249 voeten; zij rust op 42 groote pijlaaren: behalven eenige fraai geschilderde glazen, pronkt zij van binnen met de Grafsteden van den VeldmaarschalkPaul Wirtz: binnen het ruime choor, staat een marmeren gedenktafreel, ter eere van den Schout bij nachtWillem van der Zaan; een dergelijk gedenkteken is er opgericht voor den AdmiraalJacob van Heemskerk; een ander voor den beroemden ZeeheldCornelis Janszoon, bijgenaamd hetHaantjen; en deezen worden nog overtroffen door de uitmuntende grafsteden van de Vice-AdmiraalenAbraham van der HulstenIsaak Zweerts: een Capelletjen hier nabij staande, nog een overschot van den Roomschen tijd, is doorCornelis de Graaf, Burgemeester vanAmsteldam, tot eene cierlijke grafstede verbouwd, zijnde de ingang door een fraaje koperen deur gesloten: verder zijn in deeze kerk twee orgels, waarvan echter slechts één, naamlijk het groote, gebruikt wordt: de predikstoel is bezienswaardig, gelijk mede de overige gestoelten, enz.: het ruim wordt onder den avondgodsdienst, door vijf groote en twaalf kleinere kaarskroonen verlicht.Van buiten heeft het gebouw niets aanmerkelijks dan de toren, waarop een doorluchtig houten spits staat, zijnde hetzelve kunstig in- en uit-gebogen: hij is in 1565, na agt jaaren arbeids, voltooid geworden: zijne geheele hoogte bedraagt een tal van 240 voeten: er hangt een kunstig uurwerk en klokkespel in: voor weinige jaaren toonde men aan deezen toren, wat de kunst vermag; hij werd naamlijk voor een goed gedeelte onderschraagd, om het onderste te vernieuwen.DeNieuwe Kerk, mede dezelfde gemeente toebehoorende,[5]was weleer aan de H.MariaenCatharinatoegewijd; men stelt haare stichting omtrent den jaare 1408 of 1414, door zekerenWillem Eggaert, Heer vanPurmerende, of door anderen met hem: op den 23 April des jaars 1421, des korten tijd na haare stichting, brandde zij, met een groot gedeelte der stad, geheel af: in 1645, geraakte zij andermaal in brand, en zo geweldig, dat slechts den buitenromp bleef staan: is 1648 was zij reeds weder genoegzaam bekwaam om er den kerkdienst in waarteneemen: uit het midden van haar dak rijst een klein torentjen; reden waarom men bij haare laatste opbouwing bedacht was om er een aanzienlijken toren naast aan te plaatsen; doch daarmede tot zekere hoogte gekomen zijnde, liet men het werk steeken; sommigen willen om eene ontdekte zakking, anderen om dat men nu eerst begreep dat die toren den spreekenden luister van het belenden staande stadhuis zoude verminderen; tot nog voor weinige jaaren is het onderstuk van dien toren blijven staan, en was bekend onder den naam vanOnvolmaakte toren; het stond op boogen, waaronder men kon doorgaan, ook naar een der ingangen van de kerk; doch sedert is het gezegde stuk weggenomen.DeezeGereformeerde Nieuwe Kerkis een overheerelijk kruisgebouw, lang 315, en breed 210 voeten, rustende op 52 hardsteenen zuilen: sommige haarer glazen zijn fraai beschilderd; en zij wordt des avonds verlicht door 5 groote en 12 kleine koperen kaarskroonen: er is een groot en kunstig orgel in, rustende op bonte marmeren Corinthische colommen; de deuren die er voor zijn, zijn prachtig beschilderd: behalven het groote is er ook nog een klein orgel, dat zeer helder van geluid is: de predikstoel is een ongemeen meesterstuk der beeldhouwkunde; zo is ook het koperen afschutsel van het ruime choor, en dat op eenen marmeren voetstuk rust, overheerelijk fraai, en der beschouwinge waardig: ten einde van het choor ziet men de ongemeen prachtige graftombe van den beroemden ZeeheldDe Ruiter: aan één der zijden van het ruim der kerk, achter den predikstoel, is de overheerelijke grafstede vanJan van Galen: de Zee-capiteinDavid Zweers, heeft in deeze kerk mede eene grafplaats:Joost van den Vondel, de Prins derNederlandsche Dichterenligt ook alhier begraven, uitwijzens eene urna, voor eenige[6]jaaren, ter eere zijner nagedachtenisse, in een nis, in één der pijlaaren daartoe uitgehouwen, geplaatst.DeZuider Kerkbehoort onder deAmsteldamsche kerkenvan laateren datum; zij werd in 1611 volbouwd, schoon aan den toren nog wel drie jaaren langer gearbeid is: het middendak, dat hoog boven de zijdaken uitsteekt, wordt gedragen door tien zwaare pijlaaren van blaauwen steen: dat er geen choor bij is, verstrekt onder anderen ten bewijze dat zij den Roomschen tijd niet geheugt: de toren, die zeer cierlijk is, is 237 voeten hoog; in denzelven is een fraai uurwerk en klokkenslag; voords wordt het ruim onder den avonddienst door verscheidene kaarskroonen verlicht, het geen mede in alle de andere kerken plaats heeft, waarom zulks hier ééns vooral gezegd blijft: deZuider kerkheeft voords van binnen niets aanmerkelijks, even weinig als deWester kerk, zijnde anders ééne der fraaiste kerken vanAmsteldam: in den jaare 1620 werd de bouw van deeze begonnen, (er stond vóór dien tijd slechts een loos, waarin de Godsdienst verricht werd;) in 1631 was zij voltooid; de toren echter eerst in 1638; deeze is ongemeen fraai, en overtreft in hoogte alle de torens der stad; van den grond tot aan het kruis toe bereikt bij bijna 300 voeten; van boven pronkt hij met den keizerlijken kroon van ’tAmsteldamsche wapen: er is ook een fraai, uur- en speel-werk in; de groote slagklok die de heele uuren slaat, weegt meer dan 15.000 ℔.De Kerk is binnenswerks 168 voeten lang en 97 voeten breed; in 1687 werd er een fraai orgel in gemaakt: voords is het geheele gebouw een kunststuk vanArchitectuur, ofschoon er van binnen niets aanmerkelijks in te zien zij.DeNoorder Kerkis een gebouw van den jaare 1620; zij is een fraaje kruiskerk; van binnen heeft zij vier gevels, die ieder van onderen 92 voeten breedzijn: zij pronkt met een aartig torentjen, ter hoogte van 54 voeten, zijnde ook voorzien van een slag-uurwerk: van binnen wordt haaren omtrek gesteld op 70 passen: het kruisgewelf rust op vier geweldig zwaare colommen; zij heeft verder niets bijzonders; ook is er geen orgel in.DeOude zijds Capel, eertijdsSt. Olofs capelgenaamd, wordt van sommigen voor de oudste kerk der stad gehouden; ja eenigen brengen haar reeds tot het midden der elfde eeuw: in 1646 is zij merkelijk vergroot: van binnen heeft zij almede niets bijzonders,[7]van buiten pronkt zij met een net torentjen, waarin een uurwerk is: boven een der ingangen ziet men een menschen geraamte, doodshoofden en beenderen, uit welken eenige korenairen wassen: daar onder leest men in deLatijnsche taale, de woorden:hoop des anderen levens.DeNieuwe zijds Capeldie mede van zeer oude datum is, droeg weleer de naam vanHeilige stede,1naar zeker mirakel aldaar omtrent het midden van de veertiende eeuw gebeurd, blijvende er alstoen (zegt men,) een gewijden ouwel midden in de vlamme ongeschend; thans is deeze capel geen onaartig kerkjen, zijnde vercierd met een fraai orgel, dat in 1636 vernieuwd werd; er staat een klein spits torentjen op, waarin een slaand uurwerk: op bepaalde kerktijden wordt hier ook in deHoogduitsche taalegepredikt.DeGasthuis Kerk, is een gedeelte van het oude Nonneklooster,Ter Leliën, ’t welk onder eene menigte andere kloosters hier ter stede weleer stond: het ruim bestaat uit een langen smallen elboog, ter wederzijde van gallerijen voorzien.DeOoster Kerk, enEilands Kerk, waren omtrent den jaare 1660 slechts houtene loozen; de eerstgemelde stond toen bij het gewezene willige rasphuis, en werd reeds in 1671 ingewijd; doch de andere is eene loos gebleven tot in 1736: ’t zijn beide kleine maar zeer geschikte gebouwen; op ieder staat een aartig torentjen met een slag-uurwerk; doch zij hebben verders niets aanmerkelijks: er zijn ook geene orgels in.Eindelijk is er nog deAmstel Kerk, dat een hecht vierkant hout gebouw is, omtrent den jaare 1670 voltooid: het is honderd voeten lang, en even zo breed: het dak rust van binnen op 16 houtene stijlen: de grond is met geele klinkers belegd, zo dat er niet in begraven wordt, gelijk in de andere kerken geschiedt.DeFranscheofWaalsche gemeentenhebben ter deezer stede twee kerken, den naam dragende vanOude, enNieuwe Waale Kerk: de eerste was voorheen de kerk van ’tPauline klooster, en werd[8]in 1409 gesticht; in 1661 werd zij merkelijk vergroot en verbeterd: zij heeft niets ongemeens, maar er is een goed orgel in—DeNieuwe Waale Kerk, is slechts van hout opgeslagen; zij was weleer een stads schermschool; doch werd in 1686, bij gelegenheid van de overkomst veelerFransche vlugtelingen, tot eene kerk verbouwd—Donderdags avonds houden deWaalenin deWester Kerkgebed.DeEngelsche Presbijteriaanen, hebben hunne kerk op het Begynenhof in deKalverstraat—weleer hadden de zogenaamdeBrouwnistennog eene kerk in deBarndesteeg, die naderhand ook tot deEpiscopaalengebruikt werd, doch sedert eenigen tijd is deeze gemeente bijna geheel verdweenen.DeRoomschenhebben zo binnen de stad als even buiten de poorten, een groot getal kerkhuizen; behalven dat eenige voornaame leken nog Capellen in hunne eigene huizen hebben: sedert weinige jaaren heeft deeze gemeente verlof verkregen om buiten deRaampoort, een eigenlijke kerk te bouwen, dat een zeer net, en allezins aan het oogmerk voldoend gebouw is—In deRoomschetijden had dezelfde gemeente hier ter stede, behalven de kerken die thans door die Gereformeerden gebruikt worden, nog verscheidene anderen, allen welken tot andere einden geschikt zijn geworden; op den hoek van deVrouwensteegstond er een die in huizen veranderd is: wat verder op denNieuwendijkwas deSt. Jacobs Capel, die mede in huizen veranderd is, behalven het torentjen, dat tot voor nog maar weinige jaaren boven de dakenuitstak en door Kerkmeesteren van deNieuwe Kerkmoest onderhouden worden, om dat de goederen van de gemelde Capelle aan die kerk gemaakt zijn: sedert is het gezegde torentjen afgebroken.DeLutherschenhebben tot op onzen tijd hier ter stede slechts twee kerken gehad, deOude, en deNieuwe; beiden zijn zeer ruime gebouwen, kunnende, vooral wegens de gaanderijen die er boven elkander in gemaakt zijn, veel volks bevatten.—DeNieuweis een zwaar cirkelrond gebouw, waarvan de kap gedekt is met koperene plaaten, doorKarel den Elfden, Koning vanZweeden, aan deeze kerk geschonken: in iedere deezer kerken is een fraai orgel, en beiden, vooral deNieuwe, zijn bezienswaardig—Na dat deeze Gemeente onlangs door een duisteren twist eene scheuring ondergaan heeft, en verdeeld is geworden in die van hetOude-, en die van hetNieuwe-licht, of wel is[9]het eerstgemelde gedeelde bekend, bij den naam vanDe Herstelde Gemeente, is er nog eeneLuthersche Kerk(naamlijk voor de uitgewekenen, of deHerstelden,) alhier gebouwd, ter plaatse alwaar hetDolhuisgestaan heeft: ’t is een ruim gebouw, doch zonder eenigen cieraad.DeRemonstrantenhebben hier ter stede een aartig kerkjen, op deKeizersgrachtbij dePrinsenstraat: er is een goed orgel in.De volgende zijn deDoopsgezinde Kerken: van deVereenigde Vlaamsche- enWaterlandsche, het Lam, dus genoemd naar eene brouwerij van dien naam welke er weleer stond:De kerk bij de toren, om dat zij bij deJan Roodepoorts toren staat; langen tijd heeft deeze den naam vande Spijkergedragen, om dat zij gebouwd is op eene plaats alwaar weleer een spijker-pakhuis stond:De Zon, behoorende aan de afgezonderdeVlaamsche Doopsgezinden: alle deeze kerkjens zijn wel klein, maar echter aan het oogmerk zeer voldoende: weleer hadden de oudeVlaamingennog een kerk,De Kruikjens, dus genoemd naar een herberg van dien naam daar naast staande; en deVriesche Doopsgezindeneene andere,De Arke Noachsgenaamd; doch beiden zijn niet meer in wezen.DeCollegiantenvergaderen boven ’t weeshuis dier Gemeente, op deKeizersgrachtover den gewezenen schouwburg.Nabij deRemonstranten Kerk, hebben deKwaakerseene vergaderplaats, kenbaar aan een’ driehoek, die boven den ingang staat.In deHouttuinenvergaderen deHernhutters: ook hebben dePersiaanenhier ter stede een net kerkjen; er is ook nog een kleine en netteGrieksche Kerk; op deOudezijds Voorburgwal; schuin over deOude Kerk.DePortugeescheenHoogduitsche Jooden, hebben er voords ieder eene aanzienlijke sijnagoge, die, vooral de eerstgemelde, der bezichtiginge van den vreemdeling overwaardig zijn.Ofschoon nu in de meeste Gereformeerde Kerken, zo wel als in deOude- enNieuwevan deLutherschen, (naamlijk aan hetNieuwe lichtbehoorende,) begraaven worde, (die van hetOude lichthebben zig een kerkhof opMuiderbergverkozen; zie onze beschrijving van dat dorpjen;) zijn er echter hier ter stede nog vijf groote kerkhoven, aan afgelegene oorden der stad: deJoodenhebben er drie buiten de stad; één teOuderkerk, één teMuiderberg, en één nabijZeeburg.Zijn de kerken teAmsteldam, gelijk gebleken is veelen, de verdere Godsdienstige Gestichten zijn er nog veel talrijker: wij zullen de voornaamsten met een enkel woord aanstippen.[10]HetSt. Pieters Gasthuis, dat zijnen naam ontleent van één der Gasthuizen welken weleer hier ter stede waren, komt eerst in aanmerking: het was in oude tijde de Kloosters der Oude en Nieuwe Nonnen: alles wat hierin gevonden wordt is ongemeen aan het oogmerk voldoende; het heeft zijne eigene bakkerij en brouwerij, ook is er de stads Apotheek in geplaatst: even binnen de groote poort is een Beiërt, alwaar de bedelaars en arme vreemdelingen drie nachten om niet kunnen logeeren, ontvangende des avonds en morgens ook spijs en drank.Het tegenwoordige Verbandhuis, ook in hetGasthuiszijnde, was weleer hetPesthuis, dat omtrent den jaare 1616 van daar naar buiten deLeidsche poortverplaatst, en te klein geworden zijnde, in 1630 weder verplaatst werd, daar het thans nog gezien wordt, mede buiten deLeidsche poort, een goed stuk wegs landwaards in gelegen: in 1732 is het geheel verbrand; doch ’t werd terstond weder herbouwd, juist 200 voeten lang en breed, en rondsom met een graft omgeven: ter zijde heeft het een eigen kerkhof, waarop ook sommigen met den dood gestraften begraven worden—Toen hetDolhuisweggenomen zoude worden, ter bouwinge van een kerk voor deHerstelde Luthersche Gemeente, werd aan dit huis een ruimen vleugel gebouwd, die thans voor eenDolhuisdient.HetOude Mannen- en Vrouwen-huis, staande naast het Gasthuis: dit werd gebouwd uit een loterij, door de Wethouderschap in 1600 opgesteld: het staat op een gedeelte gronds van ’tOude Nonneklooster, is een zeer royaal gebouw, en allezins bezienswaardig: het is niet aangelegd voor armen maar begunstigden, die er een aangenaam leven leiden; zij moeten bij het inkomen eenig huisraad, doch voor hun eigen gebruik, medebrengen—in 1605 werd in hetzelve een put gegraven van 232 voeten diep; bij welke graaving men onderscheidene beddingen gronds vond; onder anderen ter diepte van 72 voeten, één voet molm, en niet veel voeten dieper veele schelpen en zeehoorentjens—voor weinige jaaren is dit gebouw, aan de eene zijde, (op deKolveniers burgwal,) met een fraajen steenen poort vercierd: de doorgang vandaar naar deOude zijds achterburgwalis overdekt, heeft aan de eene zijde uitzicht door veele schuifraamen op de opene plaats of ’t bleekveld van ’t huis, en aan de andere zijde winkelkasten, die aan galanteriekramers enz. verhuurd worden.[11]HetBurger weeshuis, was weleer hetSt. Lucie kloosterin 1580 daartoe vervaardigd; vóór dien tijd was het fraai herbouwd Logement deKeizers kroon, hetBurger weeshuis: dit huis is groot, aanzienlijk, en ook zeer rijk.HetDiaconie weeshuisin deZwaanenburgerstraat, is een gebouw van den jaare 1656; dit is mede ongemeen groot; heeft niet alleen zijn eigen Apotheek, maar ook artzenijtuin.HetDiaconie-oude Mannen- en Vrouwen-huis, staande op denBinnenamstel, doet ieder wegens zijne grootte verbazen; maar meer nog als men het van binnen bezichtigt, door zijne inrichting en de orde die er over het algemeen in heerscht: het geheele ligchaam derAmsteldamsche Diaconieis bewonderens waardig, vooral wegens de onbedenkelijke sommen die het jaarlijks tot onderhoud noodig heeft.Achter dit huis ontmoet men hetKorvers hofjen, in 1722 gesticht uit eene ervenis van den HeereJan Corver, Oud-Schepen en Raad der stad; het staat onder bestuur van de Gereformeerde Diaconie, wordende er geene anderen dan gehuwde oude lieden zonder kinderen in geplaatst: zo één van beiden overlijdt moet de nablijvende in het DiaconieOude mannen-ofvrouwen-huis, bovengemeld, overgaan—een dergelijk hofjen is daar nabij nog onlangs gebouwd, uit eene ervenis van den HeereVan Mekeren.Doet de Diaconie hier ter stede zo veel aan haare Ledemaaten, de Huiszittenarmen, dat is die geene ledemaaten zijn, worden mede niet vergeten; de ruime uitdeelingen aan dezelven geschieden thans op twee plaatsen, beiden mede overbezienswaardig; naamlijk in hetOude zijds huis-zittenhuis, en in dat aan deNieuwe zijde; het eerste staat op deKorte houtgraft, op den grond van denLeprozen tuin, en het andere op dePrinsegraftbij deLelijgraft; dit laatstgemelde heeft in de stad drie ruime turfschuuren.De Huiszittenmeesters hebben ook nog eenHuiszittenweduwen Hof, in 1650 op den grond van ’tOud Karthuizers Kloostergebouwd: het is almede ongemeen groot: in hetzelve worden niet dan weduwen en hoogbejaarde dochters onderhouden: de kinderen der weduwen mogen bij hunne moeders woonen, tot dat de meisjens agttien, en de jongens negentien jaaren bereikt hebben.[12]Schoon de gezegde gebouwen, ieders aandacht trekken, door hunne grootte en talrijkheid van huisgezinnen, zij allen worden nog overtroffen door hetAalmoeseniers Weeshuis, staande op dePrinsegraftbij deLeidsche straat, in den jaare 1663 aldaar aangelegd, en naderhand nog vergroot; ’t is bijna 300 voeten breed, en drie verdiepingen hoog; en er worden bijna 2000 zielen in onderhouden: het is geschikt voor weezen, wier ouders geene burgers of ledemaaten der Gereformeerde Gemeente geweest zijn, als mede voor vondelingen, enz.DeFranscheofWaalsche Gemeente, heeft teAmsteldammede een zeer aanzienlijk weeshuis, dat ook voor het onderhouden van oude mannen en vrouwen dient; ’t staat op den hoek van deVijzel-enPrinse-graften, en is een gebouw van den jaare 1669: vóór dien tijd hadden deWaalenhun Weeshuis in deLaurierstraat: het gezin in dit huis wordt ongemeen ruim onderhouden, en in de daad vrij beter dan menig ordentelijkAmsteldamsch burgerin staat is zijne kleine huishouding te doen.DeEngelschenhadden weleer een Weeshuis aan de zuidzijde van deLoojers graft; doch hetzelve was van weinig betekenis: thans hebben zij een tamelijk fraai Weeshuis op deOudezijds achterburgwal, bij deStoofsteeg, gesticht in den jaare 1782.DeRoomschenhebben een jongens Weeshuis, staande aan de zuidzijde van deLaurier-graft; het is een vrij goed gebouw; maar komt niet in vergelijkinge met hetMaagdenhuisvan deeze Gemeente, op hetSpui, en dat eerst voor weinige jaaren, in de plaats van het oude, gebouwd is; dit huis gelijkt veel eer naar een paleis dan naar een weeshuis—Voorheen had deeze gemeente haar uitdeelings comptoir, op denNieuwezijds achterburgwal, bij hetSpui, doch thans is hetzelve verplaatst, op den grond van den afgebranden Schouwburg op deKeizersgraftbij deHuidestraat; alwaar ’t mede eene zeer aanzienlijke vertooning maakt—Op het voor weinige jaaren bebouwdeWeesperveld, hebben deRoomschenook een ruim huis voor arme oude lieden aangelegd: de pracht waarmede het gebouwd is, doet duidelijk zien dat deeze gemeente eene ruime beurs moet bezitten.Aan de noordzijde van deLauriergraft, ontmoet men het Weeshuis derLuthersche Gemeente, zijnde hetzelve na het midden der voorgaande eeuw gebouwd; het is een zeer goed gebouw,[13]en is voor weinige jaaren nog aanmerkelijk verbeterd—dezelfde Gemeente heeft niet verre van dat weeshuis, naamlijk in deKonijnenstraat, eenHofjen voor oude Vrouwen, alwaar de inwooners mede zeer goed onderhouden worden—maar van ongemeen veel meer aanziens en ruimte is hetNieuwe bestedelingshuis, door deeze Gemeente gebouwd op het reeds meergemeldeWeesperveld; het is een groot en aanzienlijk gebouw, waarin de oude lieden ook ongemeen wèl onderhouden worden.Het weeshuis derVereenigde VlaamscheenWaterlandsche Doopsgezinden, gemeenlijk hetMennonieten Weeshuisgenoemd, staat op dePrinsegraft, tusschen deVijzelstraatenReguliersgraft, en is gesticht in den jaare 1676; zijnde in alle deelen een aangenaam en luchtig gebouw, waarin de kinderen ook met allen mogelijken zorg, gevoed, gekleed, en geleerd worden.—Vooraan in deElandsstraathad dezelfde Gemeente weleer haarOude Vrouwenhuis; doch hetzelve is in 1759 geplaatst, in deKerkstraat, achter het Weeshuis voornoemd.Die van de Collegianten, hebben hun Weeshuis, van ouds deOranje appelgenoemd, ter plaatse alwaar zij hunne vergadering houden, zie hier vóór.Onder de godsdienstige gestichten ter deezer stede kunnen ook nog de volgende geteld worden, als,HetStads zijdewindhuis, geplaatst op den Cingel boven het stads magazijn: hier worden jonge meisjens van 8 tot 14 jaaren, en wier ouders van de Huiszittenmeesters, of gelijk men zegt,van de stad, en ook die, wier ouders van de Diaconie trekken, met het winden van zijde aan werk en geld geholpen, maar middelerwijl ook in het leezen, schrijven, en de gronden van den Godsdienst onderwezen.HetBegijnen-hof, in deKalverstraat, alwaar, gelijk wij reeds zeiden, deEngelschenhunne Kerk hebben: ’t is reeds een gebouw van den jaare 1389: in 1393 werd het door HertogAlbrechtin bescherminge genomen: ’t is bebouwd met wooningen voor een zeker tal Begijnen, die er hunne eigene kerk en Priester hebben: de dochterkens geneeren zig met allerlei kundig naaldwerk, waarin sommigen van haar zeer ervaaren zijn.HetLazerusofLeprozen-huis, staande bij deSt. AnthoniesofJooden breestraat: sedert de lazerij genoegzaam geheel uit deeze Landen verdweenen is, dient hetLeprozen-huis, voor eenige proveniers, en sommige simpele lieden.[14]Van hetDol-ofKrankzinnig huishebben wij reeds gesproken: (zie boven Bladz. 10).HetSt. Joris hof, staande tegen deoude Waals Kerk: was eertijds hetPauliniaanen klooster; ’t is nu een Proveniers huis, schoon ’t voorheen ook voor Leprozen gediend hebbe.Behalven alle de gemelde gebouwen vindt men hier ter stede nog eene menigte hofjens en Godsdienstige gestichten, door bijzondere persoonen van verscheidene Gezinten, met Godsdienstige oogmerken, aangelegd: de voornaamsten zijn:HetDeutzen Hofjen, op dePrinsegrafttusschen deSpiegel-enVijzel-straat, in 1695 gesticht door VrouweAgneta Deutz; er worden oude vrouwen op geplaatst, die, behalven vrije wooning, 36 guldens aan geld, 40 mand turf, 20 ℔ boter, 20 ℔ rijst, en 20 ℔ kaarsen jaarlijks genieten.VenetiaofMaarloops hofjen, naar zijnen stichterMaarloopdus genoemd, gelijk ook veelen der volgenden den naam naar hunne stichters draagen: dit hofjen staat in deElandstraat: behoeftige Vrouwen van allerleie Gezinten, uitgenomen die van denRoomschen Godsdienstzijn, genieten er vrije wooning, 50 manden turf, en nog eenig geld in ’t jaar.’TRaapen hofjenaan de Noordzijde van deBraak, wordt mede door behoeftige vrouwen bewoond: zij genieten ieder jaarlijks 25 tonnen turf.DeHuisjens van Boschstaan naast het laatstgemelde Hofjen; in dezelven wordt alleenlijk vrije wooning genoten.’TRoeters hofjen, op deLinde graft, is mede gesticht voor behoeftige vrouwen van den Gereformeerden Godsdienst, die er ook alleenlijk vrije inwooning genieten.HetOkkers hofjenin dekromme Palmstraat, bijna geheel herbouwd zijnde, moet er een gering geld op verwoond worden.’TClaas Reiniersz.Hofjenop deKeizersgraft, tusschen deBeeren-enRun-straat, behoort aan deRoomschgezinden, en voert ter spreuke,Liefde is ’t Fundament; ’t is aangelegd voor Vrouwen die bij ’t inkomen, voor ééns, honderd guldens moeten geeven.’THamershofjen, is mede voor oudeRoomschgezinde Vrouwen.’TSt. Andries Hofjenop deEgelantiersgraft; hier is een kapelletjen in ’t welk ééns ter week dienst gedaan wordt, door den Capellaan van ’tBegijnehof.DeBrouwers huisjensin de Wijdesteeg op deBloemmarkt, behooren ook aan deRoomschen; als mede[15]HetOtters hofjen, in deVinkestraat, enDeZeven keurvorstenin deTuinstraat.HetSuiker hofjenop de Lindegraft, behoort aan deLutherschen; en is aangelegd voor oude vrouwen, en vrijsters boven de 50 jaaren: ieder bewoonster geniet boven vrije wooning, jaarlijks 40 manden turf, 10 ℔ rijst, en drie dukatons aan geld—aan dezelfde Gemeente behoort ookHetGrillen hofjen, in deWeterings dwarsstraat.HetBrantzen hofjen, op deNieuwe Keizersgraftbij deWeesperstraat.HetLinden hofjen, op deLindengraft, behoort aan deDoopsgezinden, als medeDeHoeksteenin deLojerstraat, ookHetRijpen-ofRoozen-hofjenop deRoozegraft.Zie daar alleenlijk de hoofdtrekken van een schilderij van Godsdienstigheid, barmhartigheid en menschenliefde, waarop deAmsteldammersmet reden roem mogen draagen.WERELDLIJKE GEBOUWEN.In de eerste plaats komt hier ongetwijfeld voor het vorstlijke Stadhuis, dat met recht den naam draagt van ’tagtste wereldwonder: het staat op den ruimen dam, meer achterwaards dan het oude Stadhuis in 1652, door de vlamme vernield, aldaar gestaan heeft: in 1648, (des vier jaaren vóór gezegden brand,) begon men de grondslagen van het tegenwoordige te leggen; ruim een jaar en negen maanden bragt men door met het heien van de paalen, die ten getale vandertien duizend, zes honderd negen en-vyftigwerden ingeslagen, des niettegenstaande werd de bouwing zo spoedig voordgezet, (vooral na het oude huis, gelijk gezegd is, verbrand was,) dat de wethouderschap reeds op den 1 Augustus 1655 er haare zitting in nam; evenwel had het gebouw toen nog geen dak, en er werdt nog eenigen jaaren lang aan gearbeid, eer gezegd kon worden, dat het geheel voltooid was; alles onder opzicht van de ontwerpers, de beroemdeJacobus van Campen, enDaniel Stalpert.Aan dit overheerelijk Stadhuis zijn de krachten der Bouwkunde uitgeput, waarvan de beschouwing zelve alleen kan overtuigen;[16]het heeft, behalven de onderste verdieping, waarin de Wisselbank, gevangenplaatsen, en eenige kelders zijn, drie steenen verdiepingen en verwelfsels: de breedte bedraagt een tal van ruim 282 voeten, en de grootste diepte, naamlijk tusschen het voorste en achterste middenste uitsteeksel, bedraagt omtrent 236 voeten, de kleinste of zijdelijke diepte omtrent 200½ voeten: zonder den toren is het gebouw weinig minder dan 117 voeten hoog: alles wat boven den grond is, is zamengesteld uit witteBreemerenBentheimer steen, aan alle kanten met eene toereikende hoeveelheid van glasraamen voordien: in ’t middenste uitsteekzel van den voorgevel zyn negen ronde boogen, zeven van welken tot ingangen dienen, de twee overigen zijn met ijzerene traliën gesloten; met vier steenen trappen gaat men tot deeze boogen op: in ’t middenste uitsteeksel van den achtergevel, heeft men eenen langwerpig vierkanten ingang naar welken men langs zes steenen trappen, voorwaards en ook van beide zijden opgaat: boven deezen opstal staan rondsom het gebouw negentigRomeinsche Colommen, ieder, met de cieraadjen, ruim 36 voeten hoog: boven deeze rij staat een gelijke talrijke rijCorinthische Colommen; alles met cierlijke festonnen tusschen beiden: op ieder’ hoek van het dak staat eenen koperen vergulden kroon, die door vier arenden gedragen wordt; langs de daken zyn twintig dakvensters en agttien schoorsteenen geplaatst: de middenste uitsteekzels van de voor- en achter-gevel, zijn ieder met een kap gedekt, waarin overheerelijke levensgroote marmeren beelden geplaatst zijn; op de lijst van den voorkap staan drie koperen beelden, naamlijk dat derVrede, tusschen die derVoorzichtigheidenRechtvaardigheid: op de achterkap staat tusschen de beelden derMaatigheidenWakkerheideen Atlasbeeld, den hemelkloot torschende; de toren die rond en met agt halveCorinthische Colommenomringd is, staat in ’t midden boven den kap van den voorgevel op een vierkanten voetstuk, en is ruim 66 voeten hoog: op denzelven staat voor windwijzer het oude wapen der stad: de toren is met festonnen en andere sieraaden der bouwkunde getooid; ook heeft hy een kunstig uurwerk en klokkespel, op ’t welk driemaal ter week een uur gespeeld wordt; de ton van het werk weegt 4474 ponden.Het zoude ons bestek te veel gevergd weezen, wilde men eene beschrijving van het inwendige des gebouws van ons[17]vorderen, wij kunnen er slechts iet weinigs van zeggen; de talrijke vertrekken, welken er in zijn, zijn allen der bezichtiginge overwaardig; eenigen van dezelven zijn vercierd met overheerelijke schilderstukken, en beschilderingen van de voornaamste oude meesters; de vroedschapskamer munt daarin boven alle anderen uit: op de wapenkamer zijn ook veele bijzonderheden te zien, voornaamlijk van oude wapenen, harnassen, enz.Vooral zijn bewonderenswaardig de beelden, waarmede de openbaare vierschaar, die in de onderste verdieping gevonden wordt, pronkt: men ziet er in door drie boogen, die half met gehouwene steenen toegemetseld, en half met getakte koperen tralien afgesloten zijn: de ingang ter zijde is door twee zwaare metaalen deuren gesloten; slangen, zwaarden, bliksems, als mede het oude en nieuwe wapen der stad, vercieren dezelve: het binnenwerk, zijnde een rechterstoel, bank, trappen, colommen, beeldwerk, enz. is genoegzaam alles van wit marmer gehouwen: onder het beeldwerk vertoonen zigSalomon’s gerecht,Seleucus, die zig ’t oog laat uitsteeken, enBrutus, die zijne zoons doet onthalzen, alles overkunstig gehouwen.Op de tweede verdieping munt uit de burgerzaal, over welken men tot alle de op die verdieping zig bevindende kamers, gaat; deeze zaal, die met twee zwaare koperen deuren gesloten wordt, is 120 voeten lang, en omtrent 57 voeten breed: te recht is van deeze zaal gezegd: „Alles blinkt hier van marmer, en andere kostbaare steen, zo kundig bewerkt, dat de mans- en vrouwe-beelden niet slechts, maar ook het fruit- en loofwerk, de bloemen, de korenschoven, de vogeltjens, het zeegedierte en duizenderleie aartigheden meer, den aanschouwer op ’t levendigste toelagchen:” midden op den marmersteenen grond, waren twee platte halve aardklooten van gekleurden steen en geel koper kunstig ingelegd, doch dezelve zijn door het beloopen reeds geheel verdweenen; een halven hemelkloot, mede kunstig van geel koper in denzelfden grond ingelegd, is nog heden te zien: het gewelfsel is fraai beschilderd; met één woord, deeze zaal doet op het eerste gezicht verstommen, en bij nadere beschouwing houdt zij de bewondering der kenneren onafgebroken bezig.Na het stadhuis verdient deBeursgenoemd te worden: zij is gebouwd op vijf overwelfde boogen, die in denAmstel, aldaarRokingeheten, gelegd zijn: de middenste boog diende weleer ter doorvaart, doch in 1622 werd er een vaartuig met buskruid[18]onder gevonden, aldaar gelegd zijnde, zoo men zegt, met oogmerk om het gebouw, als de kooplieden vergaderd waren, in de lucht te laaten springen, en daardoor de stad eene onherstelbaare schade toetebrengen; want men moet zig miet verwonderen als men hoort dat de kooplieden op één’ beurstijd somtijds millioenen maalen millioenen schats aan papieren bij zig hebben: na dien tijd is de gezegde doorvaart gesloten: de Beurs bestaat uit een vierkant plein, omringd van breede gaanderijen, wier verwelfsels op 46 pilaaren van blaauwen arduinsteen rusten; aan de zuidzijde pronkt het gebouw met een cierlijk torentjen, voorzien van een uurwerk: ’t gebouw is binnenswerks 250 voeten lang, en omtrent 140 voeten breed; is in den jaare 1608 aangelegd,in 1613 volbouwd, en in 1668 merkelijk vergroot: boven de gezegde gaanderijen is een zogenaamde Prentekamer; welke naam zij draagt om dat er veele winkelkassen op gemaakt zijn, die meest door prentekoopers in huur gehouden worden, en welken er ook dagelijks hunne voorraad uitstallen; enkel de kassen worden ook door galanteriekramers in huur gehouden: op dezelfde verdieping vindt men mede het stads schermschool.Op hetWaterstaat een afzonderlijke beurs voor de korenkopers, die weleer slechts van hout was, doch in den jaare 1767 is deeze weggebroken, en een fraaje steenen beurs in de plaats gezet; zij is gebouwd in den smaak der groote, of koopmans beurs voornoemd: niet verre van deeze beurs, op de kolk, staat hetKorenmeeters huis, zijnde een sierlijk vierkant steenen gebouw—achter de Korenbeurs, aan de andere zijde van hetWater, vindt men hetStads Exijnshuis, dat mede een groot gebouw is, en met hardsteenen gevels pronkt: ’t is in 1637 en 1638 merkelijk vernieuwd en vergroot—bij het zelve staat hetBierdragers huisvan de oude zijde; dat van de nieuwe zijde staat op hetSpui.Amsteldamheeft drie waagen: de oudste, zijnde een gebouw van ’t jaar 1560, staat op denDam, tegen over het stadhuis; boven deeze is de militaire hoofdwacht; de toegangen tot welke, zo wel als het bordes daarvoor, is in den jaare 1778 fraai van blaauw arduinsteen vernieuwd—De tweede waag staat op deNieuwmarkt, en is de oudeSt. Anthonies poort, die in 1617 tot een waag bekwaam gemaakt werd: boven dezelve is de openbaare leerschool in de Anatomie, deSnijkamergenaamd; ook worden er veele vreemde dieren, gewassen, steenen, geraamten, enz. bewaard—de Heelmeesters hebben boven deeze waag[19]ook hunne Gildekamer—De derde waag staat op deBotermarkt, en is de gewezeneRegulierspoort, in 1668 tot een waag toebereid.Voor weinige jaaren is er ook nog eenWaterwaagaangelegd, naamlijk op denBuitenkantbij deKraansluis.HetPrinsenhof, of eigenlijker gezegd hetAdmiraliteits hof2, was voorheen hetSt. Cecilien klooster, gesticht, naar het gevoelen van sommigen, tusschen den jaare 1342 en 1352; ’t gebouw pronkt nog met het torentjen van de kloosterkerk: in 1661 is het klooster bijna geheel weg gebroken, en op deszelfs grond het tegenwoordige prachtige hof gebouwd.HetAdmiraliteitsof’sLands zeemagazijn, staat aan den IJ-kant, op den hoek vanKattenburg; ’t is een ruim gesticht van den jaare 1655, zijnde 220 voeten breed, en 200 voeten lang: in 1790 brandde het van binnen geheel uit, doch ’t werd weldra weder in die orde gebragt, waarin wij het heden beschouwen: voor dit magazijn ligt het scheeps hok, binnen het welk de oorlogschepen die onttakeld zijn, opgelegd worden: er leggen altoos fraaje pronkschepen in: nog werkelijk is men bezig met de onderneeming om aldaar een dok te maaken, doch veelen deskundigen twijfelen aan den goeden uitslag daarvan—bij ’t magazijn is ook’s Lands timmerwerf, zijnde dezelve omtrent 1500 voeten lang—Op een vrij grooten afstand van het magazijn, is’s Lands Lijnbaan, benevens die derOostindische Compagnie; het Huis dier Compagnie, op der hoek van deHoogstraat, was tot den jaare 1605 het stads magazijn: het zelve is van tijd tot tijd vergroot—HetZeemagazijnderzelfde Compagnie is een geweldig groot gebouw, in 1660 aan den IJ-kant aangelegd; achter het zelve ligt’s Compagnies werf; haareLijnbaanis opOostenburg.De gebouwen derWestindische Compagnie, zijn hetHuis, op deGarnaalsmarkt; haarpakhuisstaat opRaapenburg, aan den IJ-kant: weleer hield deeze Compagnie haare vergadering in het gebouw op denHaarlemmerdijk, thans tot eenHeeren Logementdienende: de gewapende Schutterij betrekt boven hetzelve des avonds eene wacht.[20]Onder de groote stads gebouwen munt niet weinig uit deLombard, ofBank van leening, staande op denFluweelen burgwal: in 1548 dat het huis aldaar gebouwd tot een magazijn voor de huiszittenarmen; doch in 1614 werd het tot een lombard bekwaam gemaakt, en in 1669 nog merkelijk vergroot: van de panden onder de ƒ 100 wordt slechts een’ penning van iederen gulden per week bepaald; van de panden boven de ƒ 100 tot ƒ 475 wordt 7¼ ten honderd, en van panden van ƒ 500 en daar boven, wordt 6 ten honderd ’s jaars betaald: door geheel de stad heen, wooneninbrengersofinbrengsters, die voor een bepaald loon, de panden, beneden de ƒ 100 aanneemen, en in de groote Lombard brengen.Vijf vleeschhallen waren er voorheen inAmsteldam, twee in deNes; doch de kleinste dier twee is voor eenige jaaren weggebroken, en de groote tevens een goed gedeelte verlengd: de eene was weleer een kerkjen,St. Pietertoegewijd, gelijk deSt. Pieters poorter nog tegen over is; de andere ’tMargareten klooster; de overige hallen staan op deWestermarkt, (boven dezelve is de hoofdwacht der wakende Schutterij,) op deHeeremarkt, en op deBotermarkt: deJoodenhebben nog eene afzonderlijke hal voor zig.Amsteldamheeft ook eeneLaken- Zijde- en Saai hal, alwaar de lakens, baajen en karsaajen, gelood en gestaald moeten worden: zij staat in deStaalstraat, en was weleer de stads steenhouwerij.In deKalverstraat, over denHeiligen weg, staat eenSchrijnwerkers, ofKistemaakerspand; ’t was weleer een kerkjen tot het oud Leprozenhuis behoorende: de stad verhuurt het aan eenige baazen van het Kastemaakers gild, die er allerlei schrijnwerk in te koop stellen.DeVischmarktenzijn drie in getal, één aan de oude, en één aan de nieuwe zijde, (beiden voor zeevisch dienende,) en een rivier vischmarkt, in deNes, ter plaatse alwaar weleer de kleine vleeschhal stond; zie boven.DeColveniers doelen, alwaar men in vroegeren tijd met vuurroers naar het wit plag te schieten, is thans een aanzienlijk logement, en voor eenige jaaren van vooren fraai vertimmerd: ’t was weleer eene sterkte aan denAmsteltegen deUtrechtenaars; blijkens ’t geen men in een’ steen voor dezelve leest: naamlijk de woorden,Zwicht Utrecht.Nog zijn er twee andereDoelens, ofSchutters hoven: deHand-enVoet-boogs, op deGarnalemarkt, thans geschikt tot hetWestindisch[21]huis, voornoemd, en een aanzienlijk logement—tusschen de laatstgemelde beide doelens is één der vijf stads wapenhuizen; ten einde van deBrouwersgraftis een ander, dat geweldig groot is, en tevens tot een korenmagazijn dient; voords zijn aan drie afgelegene hoeken van de stad drie anderen.Vijf voornaame stadsherbergen zijn er inAmsteldam: DeNieuwe-enOude-zijds heerelogementen, deOudeenNieuwe herbergenaan hetY, en een in de plantaadje, die zeer vermaaklijk gelegen is, gelijk de plantaadje zelve een aangenaam oord is: voorheen waren in dezelve eene menigte kleine herbergjens voor den burger, doch deezen heeft men naderhand allen verboden; misschien oordeelde men dat de burger geene uitspanning noodig heeft—thans is ’t in de plantaadje intusschen veelordentelijker, want het krielt er van bordeelen.De stad heeft ook een eigenTimmertuin, Steentuin, Steenhouwerij,Scheepstimmerwerf, Geschut- en Klokgieterij, enProefwerf.De Nederduitsche Schouwburg stond weleer op deKeizersgraft, (zie hiervoor, bladz. 9.) doch zij werd in den jaare 1772 ten eenenmaale door de vlamme verteerd; een andere is kort na den brand op hetLijdsche pleinaangelegd—op deErwte marktis een fraajeFransche Schouwburg, voor rekening van particulieren gebouwd; doch sedert eenigen tijd, mag dezelve niet gebruikt worden—in deAmstelstraat, bouwde men in den jaare 1790, een zeer goedenHoogduitschen Schouwburg, doch dezelve heeft almede moeten sluiten: eerst door verloop van het fonds, thans ter oorzaake van de tijdsomstandigheden.Weleer waren inAmsteldamdrieDoolhoven; doch twee derzelven zijn te niet geraakt; hetOudeis nog aanwezig op dePrinsengraftbij deLoojersgraft: ’t heeft een zeer schoon waterwerk; ook vertoont men er eenige aloude geschiedenissen door beweegende beeldjens: er is een houten reuzenbeeld van ongemeenen grootte, en bewonderenswaardig fraai gewerkt.Behalven de kerktorens, en die welken op de poorten, het stadhuis, enz. gevonden worden, pronkt de stad nog met denJan roodepoorts toren, op het Cingel: hij draagt den genoemden naam om dat aldaar weleer hetJan rooden poortjenstond: op denzelven is de gevangenplaats der stads militie—deRegulierstoren, aan het einde van deKalverstraatenCingel; hij is alzo genoemd om dat deRegulierspoortaldaar weleer stond: in 1672 werd onder denzelven, om reden van de omstandigheden van dien tijd, een munt aangelegd; waarom men ook den toren[22]nog deMuntstoren, en de daaraan gebouwde voornaame herberg,de Muntnoemt: in deezen toren is een schoon klokkespel——DeHaringpakkers toren, van ouds deHeilige kruistorengenaamd, staat aan denY-kant, en wordtHaringpakkers torengenoemd, om deHaringpakkerij, die er nabij is; ook houden de keurmeesters van den haring in deezen toren hunne vergadering——deSchreiers toren, staat mede aan denY-kant, en draagt zijnen naam, naar eene vrouw, die het schreiend t’scheep gaan van haaren man zo zeer ter harte nam, dat zij er krankzinnig van werd, welk voorval ook nog in een’ steen uitgehouwen, en in den torenmuur geplaatst, vertoond wordt—deMontalbaans torenstaat op deOude schans; de oorsprong van deezen naam is onzeker—de burgerij heeft hier ook eene wachtplaats.DrieJagthavensdie inAmsteldamgevonden worden, kunnen wij mede onder dit artijkel betrekken: de eene is bij deOude stads herberg, de tweede aan denAmstel, voor de hooge sluis, of breede en aanzienlijke steenen brug, en de derde bij ’t burgerwachthuis,Keerweergenaamd, ten einde vanKattenburg; uit de twee eerstgemelden zeilt jaarlijks nog een vloot van kleine vaartuigen, alhoewel zulks thans mede niet met den ouden luister geschiedt.Van de stadsKraanenzouden wij, vereischte ons bestek die naauwkeurigheid, nog iet kunnen zeggen, thans gaan wij dat point met stilzwijgen voorbij; van de schutsluizen hebben wij reeds met een enkel woord gewaagd, en zouden meenen derhalven ons artijkelWereldlijke Gebouwenhier mede te kunnen sluiten, ware het dat wij daaronder niet betrokken, de stads tuchthuizen en schoolen, waarvan wij nog een enkel woord moeten spreeken.Het eerste gebouw dat ons hierin voorkomt, is hetRasphuis, gemeenlijk hetBoevenrasphuis, ook hetTuchthuisgeroemd: hetzelve wordt gevonden op denHeiligen weg, en was weleer hetClarissen Klooster: in 1595, werd het tot een tuchthuis voor de mans bekwaam gemaakt: ’t is een gebouw allezins der bezichtiginge waardig, vooral wegens de orde welke er in heerscht, die te aanmerkelijker wordt, wanneer men nagaat dat de bewooners, eene talrijke hoop dier wezens zijn, welken op eene der uiterste grenzen van de vatbaarheden van den mensch staan, tot de ergste grouwelen in staat zijn, en echter binnen de muuren[23]van dit huis, in behoorelijken tucht gehouden, ja zelfs tot Godsdienstoefening genoodzaakt worden.’T gewezeneUrsulen kloosterheeft jaaren lang gediend voor een vrouwenTucht-ofSpin-huis; doch bij den aanbouw van een grootstads Werkhuisop ’tWeesperveld, is hetzelve ten onbruike geraakt, in zo verre het tuchtigen van vrouwlieden betreft; thans dient het tot inquartiering van militie; de schuldige vrouwen worden nu in het algemeeneWerkhuisvoornoemd geplaatst.HetWillige rasphuisvoor vrouwlieden, dat weleer aan denY-kantstond, en ter weeringe van bedelaarij diende, niet alleen, maar ook ter gevangenplaatse van vrouwen, wier gedrag opsluiting verdiende, en wier naastbestaanden de kosten van een bijzonderBeterhuisniet konden draagen, almede door den aanleg van het voornoemde algemeeneWerkhuis, ten onbruike geraakt zijnde, werd de grond daarvan bebouwd, met het allen lof verdienendeKweekschool voor de Zeevaart; eene instelling dieAmsteldameere aandoet, en ons ’t ons voorgeschreven bekrompen bestek doet betreuren; want gaarne weidden wij ten breedsten over het aanleggen van die lofwaardige schoole uit.HetVerbeterhuis, staat op de schans niet verre van hetWeteringspoortjen; ’t was weleer een huis dat diende ter genezinge van die met schurft of kwaadzeer besmet waren; het huis dient voor particuliere opsluitingen, echter moet zulks geschieden op verlof van de Regeering, die ook den Vader van hetzelve aanstelt.Men heeft inAmsteldamvoords een zeer aanzienlijkeDoorluchtige schoole, (Athenæum illustre,) ’t gebouw was weleer een kerkjen van ’tAgnieten klooster, naderhand een pakhuis voor de Admiraliteit, waartoe de onderste verdieping nog gebruikt wordt; boven de leesplaats, is eene aanzienlijke stads boekerij, die eenmaal per week voor ieder openstaat; alle de boeken zijn met koperen kettingjens aan de kassen vastgemaakt.Voorheen waren in deeze stad tweeLatijnsche schoolen, thans is er maar één, staande op deCingeltusschen deMunten denHeiligen weg: ’t is een gebouw dat allezins aan het oogmerk beantwoordt: naast hetzelve staat de wooning van den Rector.De Huiszitten- of Stads-schoolen verdienen hier ook aangemerkt te worden: zij zijn aangelegd voor de kinderen dier behoeftigen welke[24]geene ledemaaten der Gereformeerden zijn, en derhalven niet door de Diaconie onderhouden worden, deeze heeft haare eigene schoolen.Boven de Vleeschhal in deNes, is de vergaderplaats van de Opzieners over het Genootschap der Geneesmeesteren—de aanzienlijke stads Kruidtuin is in de Plantaadjen aangelegd.Na het aanstippen van alle deeze kweekschoolen der geleerdheid, waarbij wij veele andere particulieren zouden kunnen noemen, boven al het beroemde Vergaderingshuis der MaatschappyFelix Meritis, waarvan nader ons art.Bijzonderheden, zoude het niet onvoegelijk zijn hier vervolgends iet te zeggen van de geleerde mannen die de wereldberoemde stadAmsteldamuit haaren schoot heeft zien geboren worden; dan, het getal derzelven zoude eenige bladzijden vorderen die wij echter van ons bestek niet kunnen missen; ten allen tijde hebben de kunsten en weetenschappen in deeze stad gebloeid, en het welk te bewonderenswaardiger is, daarAmsteldameigenlijk den troon des koophandels genoemd mag worden; ja nog heden, nu zij de gevaarlijkste verdeeldheid in haare ingewanden voelt wroeten; nu het gezicht van duizende krijgsknechten haar dagelijks verschrikt; nu zij telkens voor de gevaarlijkste uitbarstingen beeft, nu nog werkelijk tellen deAmsteldammersonder zig zulk een groot aantal geleerden, als zij mogelijk nimmer onder zig hebben kunnen tellen: vooral vindt men die loflijke voorwerpen in den achtingwaardigen burgerstand.KERKLIJKE REGEERING.Ingevolge onze gewoonte in het reeds afgewerkt gedeelte van ons uitgebreid plan, bepaalen wij ons hier ook weder alleenlijk tot de Gereformeerde, of Heerschende kerk inAmsteldam: deeze gemeente dan wordt bediend door 29 Predikanten, één van welken in de Hoogduitsche taale moet prediken: de Gasthuiskerk had weleer haar afzonderlijken Predikant; doch thans predikt deeze ook op zijn beurt in de andere kerken, gelijk de overige Predikanten ook de Gasthuiskerk op hunne beurt moeten waarneemen: de gewoone kerkenraad bestaat voords uit gemelde Predikanten, een gelijk getal Ouderlingen, waarvan jaarlijks de helft afgaan, gelijk ook van de Diaconen, die 42 in getal zijn, en een afzonderlijk Collegie uitmaaken, doch van den grooten kerkenraad ook leden zijn: den Diaconen zijn 12 Diaconessen toegevoegd,[25]die voor al het vrouwlijke in dat groote ligchaam zorg draagen; voorheen zond de Wethouderschap twee Gemagtigden in den kerkenraad; doch sedert eenige jaaren vindt zulks geen plaats meer: in gevalle van eene vacature onder de Predikanten, worden Burgemeesteren om handopening tot het doen van een beroep verzocht; na bekomen verlof, maakt de gewoone kerkenraad een nominatie van drie, het zelfde doet het Collegie van Diaconen: deeze dubbelde nominatie wordt in den grooten kerkenraad tot een drietal gebragt, en daaruit wordt bij meerderheid van stemmen één verkozen, op welke verkiezing vervolgends de goedkeuring van Burgemeesteren verzocht wordt.WERELDLIJKE REGEERING.Deeze bestaat uit een Collegie van 36 Raaden, of Vroedschappen, 4 regeerende Burgemeesters, 9 Schepenen, en één’ Schout: eigenlijk zijn er 12, zo afgegaane als regeerende Burgemeesteren, die den Oud-raad uitmaaken, en hunne bijzondere functie hebben: de Vroedschappen behouden hunne post levenslang, doch Burgemeesteren en Schepenen worden jaarlijks, opVrouwendag, veranderd: bij ’t afsterven van één’ der Raaden, wordt in de opengevallene plaats door het Collegie zelve eenen anderen verkozen: de Schout wordt door Burgemeesteren, na voorgaand besluit der Raaden, aangesteld, en blijft aan tot hij bedankt of overlijdt: er zijn nog vijf Onderschouten, waartoe de Hoofdprovoost van ’t Aelmoesseniershuis, en de Waterschout, of Bailluw van ’t watergerecht, behooren: ieder deezer Onderschouten, gelijk ook de Hoofdschout hebben eenige gewapende dienaars onder zig; de laatstgenoemde heeft ook een’ Secretaris; de gemelde jaarlijksche verandering van regeerende Burgemeesteren geschiedt uit den Oud-raad voornoemd, (of zo die niet voltallig is, ook wel buiten dezelven,) door dien Raad zelven en door Oud- en regeerende Schepenen, bij meerderheid van stemmen: drie Burgemeesteren worden op gezegde wijze verkozen, en deezen verkiezen uit de vier van het voorgaande jaar een vierden tot President, welke post hij drie maanden bekleedt, vervolgens is ieder andere van drie tot drie maanden President: langer dan twee jaaren mag geen van hun dienen: van de 9 Schepenen, waarvan één President en[26]één Vice-president is, gaan jaarlijks 7 af: tot het benoemen van 7 anderen vervaardigt de Raad een nominatie van veertien persoonen, waaruit door den Stadhouder 7 benoemd worden: een President en Vice-president worden vervolgends uit de Oud-schepenen verkozen.De wereldlijke Regeering vanAmsteldam, bestaat voords in het Collegie vanThesaurieren Ordinaris, zamengesteld uit vier Oud-burgemeesteren; zij hebben opzicht over stads gelden, doen aanbestedingen, enz.—Thesaurieren extraordinaris: deezen ontvangen verpondingen, buitengewoone lasten, enz.—Weesmeesteren, zijnde Oud-schepenen, meestijds 8 in getal—Commissarissen van huwelijkszaaken—van deRekenkamer—van deAssurantiekamer—Commissarissen van de Wisselbank, die vanKleine Zaaken, zittende over verschillendiebeneden de ƒ 600 gaan.—die van deKamer van Zeezaaken—van deDesolate boedelkamer—Commissarissen van den grooten Excijns, dat is op graanen, gemaal, wijnen, azijn, bier, turf en koolen—voordsCommissarissen over den honderdsten en tweehonderdsten penning; wij zwijgen nu van onderscheidene boden, secretarissen, clerken en verdere mindere bedienden: de Regeering vanAmsteldamheeft voords twee Pensionarissen, waartoe gemeenlijk geleerde lieden, verkozen worden.Wegens de Colecten voor de armen, enz. is de Stad ook in eenige wijken verdeeld, en in iederen wijk zijn twee Wijkmeesters aangesteld, die hunne bijzondere diensten doen, vooral in het afgeeven van getuigschriften, waarvoor zij eene vrije bank in de kerken hebben.SCHUTTERIJ, enz.DeAmsteldamsche Schutterij, is verdeeld in 5 Regimenten, ieder van 12 Compagniën of Vendels, naamlijk hetblaauwe, ’toranje, hetwitte, ’tgeeleen ’tgroeneregiment; ieder regiment heeft 5 compagnien, en iedere compagnie bestaat uit 100 man, derhalven zijn er 6000 wakende Schutters, in 60 wijken verdeeld: behalven dat zijn er nog 4 compagnien buiten de stads poorten doch binnen derzelver vrijheid: ieder der gezegde compagniën, (in drie Corporaalschappen verdeeld) heeft een Capitein, een Lieutenant, een Vendrig, drie Serganten,[27]enz.: over het geheele ligchaam der schutterij zijn twee Colonellen aangesteld, die met de 60 Capiteinen, en 60 Lieutenants den vollen krijgsraad uitmaaken, welke op het stadhuis hunne vergaderplaats heeft: van ouds, en dat billijk was, had de gewapende schutterij verscheidene voorrechten, ook werd zij, als ’t ligchaam der Gemeente verbeeldende, in gewigtige gevallen, den welvaart der stad betreffende, door Burgemeesteren geraadpleegd; doch dat loflijk gebruik is door den tijd geheel te niet gelopen. Sedert degezegende omkeeringvan zaaken moet de gewapende burgerijoranje cocardendraagen.Behalven deeze gewapende schutterij, houdt de stad nog eenige compagniën soldaaten in dienst, die dag en nacht de poorten en andere posten bezetten, als mede een corps kanonniers: thans, bij gelegenheid van de gezegende omkeering, en tegenwoordige vrees voor het uitbarsten van de morringen des volks, heeft zij bestendig een talrijk garnisoen binnen haare muuren.De Stad wordt boven dat alles des nachts door eene omgaande gewapende ratelwacht bewaakt: deeze heeft vier wachthuizen, ofcorps de garden: op alle de torens waaken des nachts ook trompetters, die als er brand ontstaat zulks terstond ontdekken, en er door hun trompet, enz. de ratelwachts kennis van geeven, welken vervolgends ieder in zijne wijkbrandmoet roepen, na den ratel buitengewoon lang geslagen te hebben; zij moeten ook de lieden die tot het brandwezen behooren wekken: er zijn eene menigte brandspuiten zo in als buiten om de stad voorhanden, tot welken een toerijkend getal brandmeesters, en mindere brandgasten aangesteld zijn: alle deeze lieden verdienen den lof van zo onvoorbeeldig vigilant te zijn, dat bij geen menschen geheugen, in gevalle van brand, meer dan het erf waarin het ongeluk ontstaan is, ten prooje der vlamme is geworden.Bij deeze nachtlijke voorzorg, kunnen wij ook voegen dat de stad, zodra des avonds het duister valt, door eene groote menigte lantaarns op paalen gesteld verlicht wordt: voor weinig tijds heeft men eene nieuwe soort van lantaarns, die ongemeen veel lichts geeven, beginnen intevoeren, doch daarmede schijnt men niet verder voordtegaan: sommigen van deezen zijn aan uitsteekende ijzerene armen gehangen, anderen hangen aan gespannene touwen dwars over de straaten; het getal van deezen is echter maar gering.[28]DeGILDEN,Die inAmsteldamgevonden worden, zijn weinig minder dan 50 waaronder, bij voorbeeld dat van de schilders, waarin meer dan 800 baazen zijn; de leden van het wijnkoopers gild zijn ongelijk veel meer; ieder heeft zijne Overlieden, bijzondere keuren en gildewetten; doch niet weinigen van deeze broederschappen klaagen dat zij naar behooren bij die hunne keuren en wetten niet gemaintineerd worden; althans maaken deJoodener groote inbreuk op.DeVOORRECHTENDerAmsteldammerenzijn veelen, alle welken echter door hen niet genoten worden: bij verscheidene Graaflijke privilegiën werden zij door gantschHolland, ZeelandenVriesland, vrijverklaard van de Graaflijke tollen, mitszekunnen aantoonen jaar en dag poorters geweest te zijn: poorters vanAmsteldammogen, benoorden deMaazeten platten lande, in persoon noch goederen bekommerd worden, ten ware zij op dieverij of vechterij betrapt wierden: van ouds konden zij voor niet meer dan honderd ponden uit hunne goederen verbeuren:Amsteldamsche poorterskunnen in verscheidene steden, volgends onderlinge overeenkomsten, ervenissen beuren zonder tot betaaling vanExu-geldgehouden te weezen, als teDord, Haarlem, Delft, Leiden, Rotterdam,Schoonhoven, Briel, Alkmaar, en meer andere steden—In 1547 werd die vanAmsteldamde vrijheid verleend van in deZuiderzeete mogen visschen, mids zig bedienende van netten die de bepaalde wijdte hadden, en geen versmoorde visch aan land brengende, enz.Wat zullen wij voords aantekenen van deBEZIGHEDENENVERMAAKEN,Die onder deAmsteldammersuitgeoefend, en genomen worden!—hunnen koophandel zouden wij vooral ten breedsten moeten beschrijven, ware het dat wij onzen leezer een voldoend denkbeeld van die bezigheden wilden geeven; dan hier staat ons bekrompen bestek[29]ons weder in den weg: de handel derAmsteldammerenbestaat niet alleen in het vertier der waaren die in de stad gemaakt, bereid, gebragt en gebruikt worden, van welker menigte het groot getal hunner gilden ten voorbeelde verstrekt; maar ook komt daar bij het ontvangen en verzenden van goederen binnen deeze Landen, die men den binnenlandschen handel noemt; ten derden bestaat hun handel in het ontvangen en verzenden van alles wat de vier werelddeelen opleveren; voornaamlijk worden de beide eerste gedeelten van hunnen handel aangekweekt door de vrije jaar- en verscheidene week-markten, welken zij houden: de menigte van pakhuizen die alomme gevonden worden, getuigt mede van hunne uitgebreide commercie——van deeze in ’t algemeen genomen moeten als hoofdtakken beschouwd worden deO. en W. I. Compagniën, hunne vaart opGroenlandenStraat Davids, en andere takken meer; zodatAmsteldammet recht den naam van wereldstad, als door geheel de wereld haaren handel uitbreidende, draagt; hoogstbeschreienswaardig is het intusschen, dat men, wil men de waarheid niet in het aanzicht hoonen, moet bekennen dat geheel haar uitgebreide handel in verval is, en vooral haareO. en W. I. Compagniënin zulk eenen deplorabelen staat zijn, dat desaangaandeAmsteldamvan voor ééne eeuw, hemelsbreedte verschilt metAmsteldamin onzen tijd.Behalven met den koophandel geneert zigAmsteldammet allerleie fabrieken, kunsten, weetenschappen en handwerken, (’t getal der zagenmolens rondom de stad is 80,) zodanig dat men niet gemaklijk iet zoude kunnen bedenken het welk men in deeze stad niet kan bekomen; wat intusschen haare fabrieken betreft dezelven zijn mede in een allerjammerlijkst verval.Alle stadsvermaaken die bedacht kunnen worden zijn die van deAmsteldammers.GESCHIEDENISSEN.Daar wij van de geheele beschrijving van het weleer zo magtigeAmsteldam, maar een zeer kort uittreksel kunnen geeven, zullen wij ons althans in het spreeken over haare geschiedenissen, die zo wel in het kerklijke als wereldlijke zeer veelen zijn, ongemeen moeten bepaalen, en alleenlijk iet van de hoofdtrekken daarvan kunnen aanstippen—In de dertiende eeuw dan isAmsteldam[30]reeds tot een tamelijk dorp of steedjen aangegroeid; jammerlijk werd het toen verwoest, ter wraake van den bekenden moord aan GraaveFloris den Vijfden, waaraanGijsbrecht, Heer vanAmstel, medepligtig was: deeze echter bouwde het daarna weder op, en voorzag het van houtene vesten en bruggen, doch ook die zijn arbeid werd omtrent den jaare 1299, door deKennemersenWaterlandersin koolen gelegd: in 1304 verviel ’t opkomendAmsteldamin ’s Graaven ongenade, ter oorzaake van ’t ontvangen van eenige ballingen, en het moest ter straffe alle zijne bruggen en vesten weder afbreeken, eene boete betaalen, en de vrijheid van te markten missen: in de eerstvolgende vijftig jaaren kwam het echter weder in groot aanzien, zodanig dat het reeds verscheidene voorrechten ontving: na het verdrijven van den Heerevan Amstel, kwam het aan de Graaflijkheid, en vóór het einde der veertiende eeuw begon het door den koophandel reeds merkelijk te bloejen: in 1391 bezaten deAmsteldammersreeds een stuk lands op ’t eilandSchooneninDeenemarken: in 1405 konden zij hunnen Graave reeds merkelijken dienst doen, en drie jaaren daarna, rustten zij met die vanKampentwee schepen uit, om hunne koopvaarders tegen de zeevaart te beveiligen: toen deHoekscheenKabbeljaauwsche factie, geheel het Land beroerde, kreegAmsteldameen aanmerkelijk deel in de gevolgen van dien twist: in de maand April des jaars 1421, verbrandde ruim een derde gedeelte van de stad, met het Raadhuis, deNieuwe Kerken eenige andere Godsdienstige gestichten: het zelfde noodlot, echter niet zo geweldig, trof haar in 1452: in 1426 hielpen deAmsteldammersFilips den Goeden,Hoornontzetten, en niettegenstaande de teistering van den gezegden twistgeessel, nam hun bloei zo aanmerkelijk toe, dat zij in 1438 alleen twintig oorlogschepen in zee bragten; ook werden zij in den steeds voordduurenden krijg meer en meer geducht: in 1548 behaalden zij groote overwinning op deUtrechtenaars, waarvan deKloveniers doelennog getuigt: (zie hier voor, bladz. 20) ook werd omtrent dien tijd de stad aanmerkelijk uitgelegd, en met muuren en torens omringd: na in denGelderschen oorloggeen gering deel gehad te hebben, was haar aanzien reeds zodanig toegenomen, dat verscheidene Vorsten haar veele voorrechten, allen den handel betreffende, toestonden, ook was omtrent het einde der vijftiende[31]eeuw het getal der Graaflijke gebouwen binnen der stede vesten zodanig toegenomen dat er besloten werd geene nieuwen meer aanteleggen.In en omtrent den jaare 1530 was de onverdraagzaamheid in het stuk van den Godsdienst hier nog zo groot, dat onder anderen het drukken van ’t Nieuwe Testament naar de vertaaling vanLutherverboden werd, op straffe van ooguitsteeking en handafkapping; ook maakten de Wederdoopers op verscheidene plaatsen van Nederland groote beroerten, wegens Godsdienstige verschillen; teAmsteldamliepen er vijf met ontblotene zwaarden door de stad, den zegen over de rechter en den vloek over de linker zijde derzelve uitroepende, weinig tijds daarna liepen zij moedernaakt door de stad, (zij hadden hunne klederen verbrand,)weeenach!uitroepende, en de straf die sommigen van hen ondergingen, van onthoofd of verdronken te worden, konde hen echter van hunne krankzinnige dwaaling niet terug brengen; integendeel gingen zij daarin zo onvoorbeeldig voord, dat zij in den jaare 1535 een’ aanslag smeedden omAmsteldamte overvallen; den toeleg werd wel ontdekt doch konde niet geheel gestuit worden; zij overrompelden het stadhuis, het geen echter door de gewapende burgerij hun weder ontweldigd werd; een eisselijke straf ondergingen de geenen die men gevangen kreeg; onder hen bevond zig zekerenJacob van Kampen, die zig Bisschop vanAmsteldamhad laten noemen; hem werd eerst de tong uitgesneden, en hij zelf voords leevendig verbrand—onlusten van minder belang door eenigen om verscheidene redenen misnoegden, voorbijgaande, naderen wij het tijdperk waarin onze stad niet weinig had te lijden door den hevigen twist overRoomschenOnroomsch; deAmsteldammerswaren zo sterk tegen deOnroomschengekant dat deezen het nog niet hadden durven waagen er te prediken; doch daartoe gingen zij echter eindelijk over, met dit stoute gevolg dat zij in 1566 de beeldstorming in deOude kerkbegonnen, en zig zo ontzachlijk wisten te maaken dat de Wethouderschap hun het vrij buitenprediken toestond; doch daarmede niet voldaan, ondernamen zij het plonderen van twee kloosters, en gedroegen zig zo onrustig dat men moest goedvinden in 1567 een verdrag met hun te tekenen——na eene en andere tusschengebeurtenis, waaronder zelfs die, en welke geen geloof verdient, dat sommige weeskinderen[32]eene bezetenheid trof, waarbij zij grouwelijke gezichten trokken, tegen de wanden opvlogen, en ook (NB.) uitheemsche taalen spraken, en lispende vertelden wat op ’t zelfde oogenblik elders in de Vroedschap geschiedde, trof in 1570Amsteldameen deerlijk lot door een zwaaren watervloed; een zelfd lot trof haar in 1593, waardoor zij ontzaglijke schaden in haaren scheepvaart leed; geduurende deeze en andere tusschen gebeurtenissen, zeggen wij, kwam de bloedhondAlvain ’t Land, en de vervolgingen om het geloof werden ten allergrouwelijksten, vooral binnenAmsteldamvoordgezet: hij eischte eene schatting van de stad die zij niet konde opbrengen, en zij werd deswegen in eene boete van 25,000 guldens verwezen; desniettegenstaande bleeven deAmsteldammersde zijde derSpaanschenhouden, waardoor zij niet weinig van de Staatschen hadden te lijden:Alva, te zeer met schulden bezwaard, verliet haar heimelijk, en bragt daardoor veelen der rijkste inwooneren tot den bedelzak: in 1577 lagen deStaatschenhet toe om de stad bij verrassing te bemagtigen; doch die toeleg mislukte, evenwel werd zij ten volgenden jaare gedwongen zig bij verdrag overtegeeven: hier over ontstond echter weder zo hoog een verschil dat deOnroomschenzig verstoutteden, (25 Mei 1578) het stadhuis te overweldigen, en de Wethouderschap met eenige Geestlijken ter stad uittedrijven: in 1581 en vervolgends hadAmsteldamniet weinig deel in het ontwerp om de Graaflijkheid aanWillem den Eerstenoptedraagen, zij maakte er naamlijk zwaarigheid in, en ’s Prinsen onverwachte dood deed geheel de zaak achterblijven: in 1585 werd met eene tweede vergrooting der stad een aanvang gemaakt, en in hetzelfde jaar, trachtte de schelmscheLeicester, een Gezant vanEngeland, zig van eenige voorstanders der vrijheid meester te maaken; doch de waakzaamheid der Wethouderschap en Burgerij deed hem in dat gevloekte oogmerk niet slaagen: zo zeer namAmsteldam, niettegenstaande alle de gemelde folteringen, in bloei en volkrijkheid toe, dat haare muuren in 1593 nogmaals, ook andermaal in 1612, en nog eens in 1658 uitgezet werden; sedert is de stad alleenlijk binnen haare muuren meer en meer bebouwd: in 1595 was er zo groot eene schaarsheid van graan, dat Burgemeesteren zig onderling met eeden verbonden, de waare gesteldheid daarvan voor de ingezeten verborgen te houden: in 1602 gevoelde men zo hier als[33]elders eene zwaare aardbeeving; het zelfde gebeurde in 1692. De bekende onlusten tusschen deRemonstrantenenContra-Remonstranten, ten tijde van het bestand, stortten onze goede stad weder in grouwzaame beroeringen, ja zelfs tot plondering toe: in 1629 werd een veroverde zilvervloot binnen haare muuren gebragt, en, niet zonder groote opschudding onder het bootsvolk verdeeld; in 1650, ontstond er verschil tusschen de stad en PrinsWillem den Tweeden, waarom deeze dorst besluiten en ook onderneemenAmsteldamte bemagtigen, en naar zijne hand te zetten, doch zijn aanslag mislukte hem, en hij moest terug keeren, na op deeze wijs zijn’ stamhuis een onuitwischbaare schandvlek aangewreven te hebben: verscheidene maalen isAmsteldamook door de pest aangetast geworden, en wel allerhevigst in den reeds gemelden jaare 1602, toen er in één week meer dan 700 menschen aan stierven; in 1663 en 1664, sleepte die geduchte bezoeking eene ontzachlyke menigte van inwooners ten grave; in 1610 was er weder zulk een hoogen watervloed, dat het water door deWarmoesstraatbruischende heen liep: in 1619 ontstond er een oproer over de boterpacht, doch dezelve was van geen groot gevolg, en in 1625 was er weder zo hoog een vloed dat het water op denDamstond; het zelfde lot tastte de stad in 1637, en andermaal allergeweldigst in 1640 en 1651 aan: ten volgenden jaare verbrandde het stadhuis, zo dat er alleenlijk de muuren, en een gedeelte van den toren staan bleeven: in 1653 was het verval van koophandel alhier zo groot, dat er, volgends sommigen wel 3000 huizen ledig stonden; in 1654 werd alhier den vrede met den beruchtenCromwelafgekondigd, en met alle tekenen van vreugde werd geheel den dag doorgebragt: om het gemeen te behaagen deed men de trompetters het bekende deuntjeWilhelmus van Nassouweblaazen, doch zorgvuldig hield men voor den volke verborgen dat de vrede eerst zijn beslag gekregen had, na de overlevering van deacte van Seclusieof uitsluiting van den Prinse vanOranje, bekend onder den naam van ’tEeuwig Edict: na dien tijd zijn er teAmsteldamverscheidene maalen grouwzaame branden ontstaan, gelijk het ook te meermaale door vreeslijke watervloeden geteisterd is geworden: alle de kruidstooven die in haaren omtrek of nabijheid gestaan hebben, zijn de eene voor en de andere na in de lucht gesprongen,[34]tot merkelijk nadeel en verschrikking der goede inwooneren; de aanmerkelijkste zwaare brand binnen de stads muuren voorgevallen is die van denHollandschen Schouwburg, in den jaare 1772; deze indedaad was allerijsselijkst, niettegenstaande de ongeloovelijke vigilantie in het aanvoeren van alle de stads brandspruiten; en deeze allerbeschreienswaardigste gebeurtenis deed weldra zien, bij het in ’t licht verschijnen van zekere versen, datAmsteldambinnen haare muuren nog zulke lieden huisvestte, die, niettegenstaande de stad een tempel van kunst en weetenschap genoemd moge worden, en veele fraaje vernuften er zig bezig houden met het loflijk werk van de verlichting des menschdoms; zulke lieden zeggen wij, die, desniettegenstaande, het akelige afbranden van den schouwburg hielden voor eene rechtvaardige bezoeking Gods, voor eene kasteiding van zijne hand, ja voor eene wraak zijner vleklooze heiligheid over de boosheid welke in zulk een gebouw gepleegd wordt—grouwelijke, god-onteerende gedachten! zo verfoejelijk als dom! intusschen was door de vlam eene overgroote somme gelds vernield, terwijl de bestuurderen nog bezig waren veele duizenden te vertimmeren, of liever te verspillen; want eerst van binnen eene geheel andere schikking van plaatsen gemaakt hebbende, was nu kortlings alles weder op den ouden voet gebragt: ter oorzaake van welke omstandigheid, of mogelijk, (en dit zouden wij liever gelooven,) om dat de brand ontstond onder het speelen van eeneVlaamsche troup tooneellisten, aan wien het gebouw toen voor het zomer- of zogenaamd stilstaand saisoen, verhuurd was, zeker vernuft, bij gelegenheid van den brand, deeze twee regels uit zijne scherpe penne liet vloejen:De hommels rooven hier het eêlste van de beiën,Daar de oude stok om zucht; de weezen om staan schreien;Hij zinspeelde op het onderschrift, onder het blazoen van den kunsttempel:De beiën storten hier het eêlste dat zij leezen,Om d’ouden stok te voên, en ouderlooze weezen.[35]In 1672, de Staat in oorlog metFrankrijkgewikkeld zijnde, hield onze stad, onder anderen allen vredehandel met dat Rijk tegen; dit gaf door de aannadering des vijands gelegenheid, datAmsteldamrondsom onder water gezet, en in staat vantegenweêrgebragt werd: in 1681 kwamen ter oorzaake van de Geloofsvervolgingen in het gemelde Rijk, eene groote menigteFransche vlugtelingenherwaards, die allen wèl ontvangen, en zelfs met vrijdom van stads excijns voor den tijd van drie jaaren beschonken werden: vijftien jaaren daarna, (in 1696) ontstond er een geweldig oproer over zekere keure bij de Wethouderschap op ’t begraaven der dooden gemaakt, en ’t welk van dat gevolg was dat de keure ingetrokken moest worden, niettegenstaande men eenige der belhamels strafte: in de drie volgende jaaren, 1697, 1698 en 1699, was er teAmsteldamweder eene nijpende schaarsheid van graan, zodanig dat Burgemeesteren den uitvoer zelfs tot buiten den boom verboden: in den jaare 1720 hadAmsteldamniet weinig te lijden door een verregaande zucht voor den actiehandel, waardoor duizenden zig totaal ruineerden, en waaruit groote beroeringen ontstonden: wij behoeven niet aantevoeren wat er inAmsteldamwegens de verkiezing vanWillem den VierdenPrins vanOranje, tot het Erfstadhouderschap is voorgevallen, hetzelve is overgenoeg bekend: de stad echter heeft daarover minder geleden dan veele andere Nederlandsche steden; doch de verandering in ’t begeeven der Amten was voor haar van groter gevolg; men begeerde dezelven aan de Staaten vanHollandopgedragen te hebben, waartoe de Stads Raad, om het voordeel dat er de stad van trok, niet wilde verstaan; de beruchte PorceleinkooperDaniel Raap, begon nu eenen hoofdrol te speelen; hij ontwierp een request aan de vroedschap, ter ervelijkverklaaring, (in de manlijke en vrouwlijke linie,) van het Stadhouder- Capitein- en Admiraalschap-Generaal, het verkoopen der amten ten voordeele van den Lande, een vrijen krijgsraad, en het herstel der gilden in hunne voorrechten;Raapnam alle mogelijke middelen ter hand om in zijn oogmerk te slaagen, doch hij vond overal grooten tegenstand, tot op zijne besteeking een menigte volks op denDamvergaderde, het raadhuis instooven en geen gering geweld gebruikten; onder anderen stak het gespuis, in de[36]plaats van de roede van justitie een ragebol ten venstere uit; zij lagen op de regeeringskussens in dezelven; doch zodra zij door eenige gewapende schutters aangevallen werden, namen zij in aller ijl de vlugt, evenwel volgde de toestemming tot het Erfstadhouderschap eenige dagen daarna: in 1648 verhief zig een dergelijken storm tegen de pachters, en in denzelven werden eenige huizen deerelijk geplunderd, op welke schenddaad ook eene voorbeeldige strafoefening volgde, waarbij eene oproerige beweeging ontstond, die een groot getal der zamengevloeide aanschouweren het leven kostte.In 1756 gevoelde men hier weder eene aardbeeving, die geen geringe ontsteltenis veroorzaakte: in 1762 ontstond er brand in het stadhuis, welke echter nog gelukkig bij tijds gestuit werd: omtrent den jaare 1758 had deNederlandsche Koophandel, waarvan deAmsteldamsche beursde voornaamste zuil is, niet weinig te lijden door het onredelijk gedrag derEngelschen, die het niet genoeg was, weerlooze schepen optebrengen, te plonderen, verbeurd te verklaaren, maar ook ontzagen ze der Staaten vlagge niet, het geen, onder anderen, deAmsteldamsche koopliedennoodzaakte zig, desaangaande, bij requeste aan ’s Lands vaderen te adresseeren; de Heeren Bewindhebberen van deWestindische Compagnie, voegden hunne klagten bij die der kooplieden; ter staavinge van alle de klagten werden drie lijsten van genomene, geplonderde of onrechtmaatig gecondemneerde schepen, allen teAmsteldamin ’t bijzonder t’huis behoorende, ingeleverd, op de eerste lijst stonden21Schepen ter schade vanƒ 3:557.500:-:-2de lijst35——— ——— ———5:144.000:-:-3de lijst100——— ——— ———439.191:6:-Dus156Schepen ter schade vanƒ 9:140.691:6:-Met reden was des het geroep om redres zeer groot, evenwel kwam het niet, het geen bij veelen den lust tot den koophandel geheel deed verflaauwen, tot merkelijk nadeel van Staat en stad: de gezamentlijke kooplieden vanAmsteldam, DordrechtenRotterdam, leverden hunne klagten desaangaande in bij Mevrouwe de Gouvernante, maar kreegen wel verzoek om uitstel van verdere klagten, doch geene hulp: meermaals werdt in ’t vervolg over het zelfde ongelijk geklaagd, doch telkens zonder eenig wenschelijk succes niet alleen, maar zelfs kreegen[37]de klaagers het grievend antwoord, dat het voor de Vrouwe Gouvernante eenpoint d’honneurgeworden was, te stemmen in de vermeerdering van landmagt, (dit was toen een tweede zaak in verschil,) en zonder de voldoening daarvan te erlangen, voor geene vermeerdering van zeemagt konde stemmen; dat men voords de kooplieden niet zoude vleien, met de teruggaven der schepen en goederen door deEngelschengenomen.… dan, dus voordgaande zouden wij niet alleenlijk te breedvoerig worden, maar ook de afzonderlijke geschiedenis van onze stad te buiten treeden; wij hebben dit alleenlijk tot dus verre willen boeken, om onzen Leezer eenigzins te doen beseffen, hoedanigAmsteldamten dien tijde in de zenuw van zijn bestaan verdrukt werd.Onder het Stadhouderschap vanWillem den Vijfden, die zijne moeder opvolgde, gedroegen deEngelschenzig niet beter; daarbij kwam nog de twist tusschenEngelanden zijneAmericaansche Colonien, welke oorlog zo veel invloeds op den staat van ons Vaderland gehad heeft: in 1775 was er weder een grouwzaam hoogen watervloed, doch nu op zijn hoogst gekomen zijnde, bespeurde men zonderling de hand Gods ter verlossinge; want schoon het water tot des morgens ten 9 uuren 20 minuten had moeten rijzen, begon het des morgens ten 6 uur reeds te daalen, enAmsteldamwerd daardoor van het ijsselijk dreigende gevaar verlost.De voorgemelde schandelijke gedragingen derEngelschengevoegd bij hunnen oorlog metAmerica, hadden in 1780 hier ter stede een algemeene morring veroorzaakt; en alle de woelingen liepen uit op de bekende oorlogsverklaring van hetBritsche Hofaan onzen Staat, in welken oorlogAmsteldam, in gevolge de voornaame plaats welke zij in de Republiek bekleedt, een aanmerkelijk deel had; de meesten van onze tijdgenooten hebben de akelige omstandigheden waarinAmsteldamsedert gedompeld geweest is, beleefd; ook kan de gezegdeEngelsche oorlogde oorzaak genoemd worden, van alle de vorderingen van het Patriotismus tot herstel van de misbruiken in ’s Lands wettige constitutie, in welke vorderingen zij door eene tegengestelde partij bestendig gedwarsboomd werden: ieder weet datAmsteldamin alle gevallen in de zaak des Vaderlands heeft uitgemunt; nergens is de wapenhandel met zo veel luisters geoefend; maar ook nergens[38]heeft de omkeering van zaaken zulk een sensatie veroorzaakt; nergens zijn dePruissische soldaatenmet zo groot een bewondering als verbazing ontvangen; doch ook nergens heeft het hun zo veel gekost, eer zij zig konden doen gelden——wat nog dagelijks inAmsteldamvoorvalt, is ons allen bewust—wij vinden goed desaangaande niet meer te zeggen:Menig held, beroemd in ’t strijden,weet te vlugten op zijn’ tijd—Weet dan schrijver ook te zwichten,daar gij ook in ’t strijdperk zijt—Strijdperk waarin ook kan winnen,die de minste krachten heeft;Vaak ziet men bij u dat de oude,voor den zwakke zuigling beeft;Letterheld! gehard in ’t strijden,ga dan vlugten op zijn’ tijd,Toon dat gij ten nutt’ van veelen,in het letterstrijdperk zijt.Ik herinner mij deeze regelen, en zwijg.Wat ons artijkelBIJZONDERHEDENBetreft, geheelAmsteldamverdient den naam van bijzonderheid, het geen den vreemdeling, zo hij kan zeggen de stad gezien te hebben, gereedlijk zal toestemmen: intusschen kunnen wij niet nalaaten het reeds gemelde gebouw der aanzienlijke MaatschappijFelix Meritishier te noemen, als een kunsttempel van bijzondere lieden die de bewondering van de ervarenste reizigers en bouwkunstenaaren wegdraagt: deeze loflijke maatschappij, die boven alle anderen in het[39]kunstkweekendAmsteldamuitmunt, heeft haaren aanvang genomen in 1777, op deLelijgracht; vervolgends is zij verplaatst op deFlueele burgwal, bij deIllustre school, en sedert November 1788, in haar nieuw en reeds beroemd gebouw op deKeizersgracht, ’t welk zig thans in al deszelfs luister voor onzen geest vertoont, en dat wij gaarne breedvoeriger zouden beschrijven, alzo ’t zulks overwaardig genoemd mag worden; dan, niet alleen verbiedt ons bestek ons hetzelve; maar ook zouden wij andere Maatschappijen, even nuttig in haare inrichting, en in de daad nuttiger in haare uitwerkselen, ofschoon niet zo prachtig gehuist, daardoor schijnen te vernederen; wenschlijk ware het dat de uitwerkselen van de MaatschappijFelix Meritiszo verre boven die van andere Maatschappijen inAmsteldamverheven ware, als haar gebouw boven die van de bedoelde Maatschappijen uitmunt, dan zeker zoude het prachtige gebouw nog meer uitzondering verdienen; zo veel zij er dan van gezegd, dat het allezins trotsch en kundig is aangelegd: de concertzaal onder anderen met uitzondering, men getuigt van deeze dat zij in geheel Europa haare weêrgaê niet heeft.Den 31 October des laatstgemelde jaars (1788) wierd het gebouw ingewijd, in gezegde concertzaal, door den HoogleeraarVan Swinden, met eene fraaje redevoering, en een overheerelijk expres daartoe vervaardigd muzijk, ’t welk door een ongemeen sterk corps van de voornaamste muzijkmeesters werd uitgevoerd: dan, daar intusschen de concertzaal, hoe ruim ook, niet ruim genoeg was, om alle de Heeren leden met hunne Dames te bevangen, werden ten gemelden dage de Heeren alleen genodigd, en ten volgenden dage, (den 1 November,) werd de inwijding, (met eenige toepasselijke verandering,) voor de Dames alleen herhaald.DeLOGEMENTENInAmsteldamzijn te meenigvuldig om ze hier optenoemen; onder allen munten daaronder uit:[40]HetWapen van Amsteldam.De beideDoelens.De beideHeere-logementen.De drieLiesveldsche Bijbels.DeZon.HetWapen van Embden.en meer anderen.DeREISGELEGENHEDENZijn in deezen stad naar alle plaatsen meenigvuldig.NB.Onder onsart.Kerklijke en Godsdienstige Gebouwen,hebben wij vergeten te noemen deRoomsche kerkdeKrijtberg,die, veele jaaren gesloten geweest zijnde, voor weinig tijds wederom tot het dienstdoen geopend is.[1]
Niet zonder huivering slaan wij de hand aan eene beschrijving, die, om volledig genaamd te mogen worden, eenige zwaare boekdeelen kan beslaan, daar wij om aan den aart van ons werk te voldoen, slechts weinige bladzijden daartoe durven voor ons neemen; wij zullen derhalven alles slechts kunnen aanstippen, en evenwel behoort dat aanstippen op zodanig eene wijze te geschieden, dat de reiziger daaraan genoeg hebbe, omAmsteldam, met de behoorelijke voorloopige kennis van hetzelve, te gaan bezoeken—wij hebben hier derhalven de toegeevendheid van onze kundige leezers noodig, en ofschoon de hoop op dezelve ons niet tot zo verre kunne bemoedigen, dat wij onze huivering daardoor zouden gevoelen verdwijnen, streelt ons echter de gezegde hoop genoeg, om rustig te beginnen:
LIGGING.
Deeze is inAmstelland, en kan bepaalder gezegd worden te zijn, drie uuren gaans beoostenHaarlem, agt uuren ten noordoosten vanLeiden, en even zo veele uuren ten noordwesten vanUtrecht, op een laagen, weeken, moerassigen veengrond, die echter onderscheidene beddingen heeft: sommigen willen dat de lucht er ongezond is, echter zijn er naar evenredigheid geen meer zieken, of sterven er geen meer menschen dan in eenige andere stad van Nederland: men heeft er zekerlijk gebrek aan zoet water, (ofschoon ’t er weleer, vóór het verwijden der zeegaten, geweest zij,) doch het wordt er ten dienste der brouwers, en der verdere ingezetenen, bij overvloed vanWeespingevoerd, door middel van groote waterschuiten; ook zijn alle de huizen van regenbakken voorzien, en zijn er bovendien sedert eenige weinige jaaren, van stads wege, op de markten en[2]opene pleinen groote bakken aangelegd, die bestendig vol zoet water gehouden worden, met welk aanleggen, men nog werkelijk voordgaat, zo dat voortaan, het gebrek aan drinkbaar water, (een gebrek dat ter deezer stede bij koude winters al vrij nijpende plag te weezen,) niet meer te duchten is.
Aan de noordzijde wordt de stad bespoeld door het beroemde IJ: de breede rivier deAmstelloopt midden door de stad, en deelt dezelve in twee deelen, deoudeennieuwe zijdegenaamd: voords is de stad alomme doorsneden met aanzienlijke, minder breede, en ook veele zeer smalle graften, waarin ten bedwang van het veele water, verscheidene schutsluizen liggen; er zijn ook veele zwaare buitensluizen, waardoor het land, rondsom de stad, onder water gezet kan worden: over het geheel draagtAmstellandmet alle recht den eernaam vanwereldberoemde Koopstad:C. Huijgens, heeft van haar wel mogen zeggen,
Hoe komt gij, gulden veen! aan Hemels overdaad?Pakhuis van Oost en West! heel water en heel straat!TweemaalVenetie, waar’s ’t eind van uwe wallen?Zeg meer: zeg, vreemdeling! zeg liever niet met allen:RoemRomen, prijsParijs, kraaiCairo’s heerlijkheid,Die dieplijkst van mij zwijgt, heeft allerbest gezeid.
Hoe komt gij, gulden veen! aan Hemels overdaad?
Pakhuis van Oost en West! heel water en heel straat!
TweemaalVenetie, waar’s ’t eind van uwe wallen?
Zeg meer: zeg, vreemdeling! zeg liever niet met allen:
RoemRomen, prijsParijs, kraaiCairo’s heerlijkheid,
Die dieplijkst van mij zwijgt, heeft allerbest gezeid.
Aan alle zijden, uitgenomen aan den IJ-kant, is de stad omgeven met eene breede watergracht, hechten en hoogen muur, en verdere wallen, in welken zes-en-twintig wèl geregelde en bemuurde bolwerken gelegd zijn: rondsom de stad liggen ook een goed aantal batterijen, van fraai geschut voorzien: in den gezegden muur zijn vijf groote en drie kleine poorten: de eerstgemelden zijn deHaarlemmer poort, deLeidsche, deUtrechtsche, deWeesperen deMuiderpoort; de kleinen, die alleenlijk openingen in den muur genaamd mogen worden, zijn hetZaagpoortjen, hetRaam-en hetWeterings-poortjen.
NAAMSOORPRONG.
Al vroeg, men wil in 1200, werd een dam gelegd, in de rivier deAmstel, (ter plaatse, of nabij de plaats, die nogde damgenoemd wordt,) ter weeringe van het water; deeze kreeg den naam vanAmsteldam, dat is,dam van, of,in den Amstel, en dien zelfden naam heeft de stad, van tijd tot tijd rondsom dien dam gebouwd, behouden; sommigen speldenAmsterdam, naar[3]een ouder taalgebruik, toen men de meening vandam van, of,in den Amstel, uitdrukte, door het woordAmstelredam, waarvoor men thans zou kunnen zeggenAmstelerdam.
STICHTINGENGROOTTE.
Veel wordt er getwist over den tijd waarin men zoude kunnen zeggen datAmsteldamhaar begin genomen heeft, ons bestek verbiedt, ons daarmede optehouden: tusschen 1177 en 1200, had het beruchte geslacht vanVan Amstel, nabij den dam bovengemeld, een slot, en men mag vaststellen dat omtrent dien tijd eenige visschers zig rondsom hetzelve hebben nedergezet, alzo zij aldaar goede gelegenheid voor hunne kostwinning vonden; de bloei deezer kostwinning heeft die lieden van tijd tot tijd, na het uitstaan van zwaare rampen, in binnenlandsche kooplieden doen veranderen; hunne welvaart heeft anderen herwaards gelokt, en op die wijze isAmsteldam, uit die kleine beginselen, tot zulke eene verbazende koopstad geworden: onder ons art.Geschiedenissen, zullen wij bepaalder van haare aanmerkelijke vergrooting spreeken: in haar geheel bevat zij meer dan 892 morgen 568 roeden.
Het getal der huizen inAmsteldamen haare Voorsteden, (die mede zeer aanzienlijk zijn,) werd in den jaare 1740 begroot op 26,317; waarbij sedert nog een aanzienlijk aantal gevoegd zijn (voornaamlijk op hetWeesperveld,) gelijk er thans nog van tijd tot tijd anderen aangebouwd worden—men schat het getal der ingezetenen op ten minsten 241,000, waaronder van allerleien Godsdienst gevonden worden, gelijks straks onder ons artijkelKerklijkeenGodsdienstige gebouwenzal blijken.
WAPEN.
Weleer was dit een koggeschip; boven de oudste afbeeldingen van hetzelve, ziet men ’t wapen vanHolland; boven de laateren dat vanHenegouwen, wordende hetzelve gehouden door een’Henegouwer, den Graaf of een Wapenkoning verbeeldende; thans is het wapen der stad een zwarte paal, belegd met drie zilverene kruisen op een rood veld; zijnde hetzelve gekroond met eene keizerlijke kroon, in gevolge een’ gunstbrief vanMaximiliaan, gegeven in den jaare 1488.[4]
KERKLIJKEENWERELDLIJKE GEBOUWEN.
Deezen zijn in de daad zeer menigvuldig, en allen bezienswaardig: de eerste die ons hier voorkomt is deOude Kerkder Gereformeerde Gemeente, zijnde een zeer oud en deftig gebouw; ’t is onzeker door wie en wanneer dezelve gesticht zoude weezen; waarschijnelijk is zij de eerste Kerspelkerk vanAmsteldamgeweest; zeker is het dat zij reeds in 1372 aanwezig was: zij is van ouds voor een proefstuk van bouwkunde gehouden; ’t is een deftig kruisgebouw, beslaande in de lengte met den aanzienlijken toren 300, en zonder den toren binnenswerks 249 voeten; zij rust op 42 groote pijlaaren: behalven eenige fraai geschilderde glazen, pronkt zij van binnen met de Grafsteden van den VeldmaarschalkPaul Wirtz: binnen het ruime choor, staat een marmeren gedenktafreel, ter eere van den Schout bij nachtWillem van der Zaan; een dergelijk gedenkteken is er opgericht voor den AdmiraalJacob van Heemskerk; een ander voor den beroemden ZeeheldCornelis Janszoon, bijgenaamd hetHaantjen; en deezen worden nog overtroffen door de uitmuntende grafsteden van de Vice-AdmiraalenAbraham van der HulstenIsaak Zweerts: een Capelletjen hier nabij staande, nog een overschot van den Roomschen tijd, is doorCornelis de Graaf, Burgemeester vanAmsteldam, tot eene cierlijke grafstede verbouwd, zijnde de ingang door een fraaje koperen deur gesloten: verder zijn in deeze kerk twee orgels, waarvan echter slechts één, naamlijk het groote, gebruikt wordt: de predikstoel is bezienswaardig, gelijk mede de overige gestoelten, enz.: het ruim wordt onder den avondgodsdienst, door vijf groote en twaalf kleinere kaarskroonen verlicht.
Van buiten heeft het gebouw niets aanmerkelijks dan de toren, waarop een doorluchtig houten spits staat, zijnde hetzelve kunstig in- en uit-gebogen: hij is in 1565, na agt jaaren arbeids, voltooid geworden: zijne geheele hoogte bedraagt een tal van 240 voeten: er hangt een kunstig uurwerk en klokkespel in: voor weinige jaaren toonde men aan deezen toren, wat de kunst vermag; hij werd naamlijk voor een goed gedeelte onderschraagd, om het onderste te vernieuwen.
DeNieuwe Kerk, mede dezelfde gemeente toebehoorende,[5]was weleer aan de H.MariaenCatharinatoegewijd; men stelt haare stichting omtrent den jaare 1408 of 1414, door zekerenWillem Eggaert, Heer vanPurmerende, of door anderen met hem: op den 23 April des jaars 1421, des korten tijd na haare stichting, brandde zij, met een groot gedeelte der stad, geheel af: in 1645, geraakte zij andermaal in brand, en zo geweldig, dat slechts den buitenromp bleef staan: is 1648 was zij reeds weder genoegzaam bekwaam om er den kerkdienst in waarteneemen: uit het midden van haar dak rijst een klein torentjen; reden waarom men bij haare laatste opbouwing bedacht was om er een aanzienlijken toren naast aan te plaatsen; doch daarmede tot zekere hoogte gekomen zijnde, liet men het werk steeken; sommigen willen om eene ontdekte zakking, anderen om dat men nu eerst begreep dat die toren den spreekenden luister van het belenden staande stadhuis zoude verminderen; tot nog voor weinige jaaren is het onderstuk van dien toren blijven staan, en was bekend onder den naam vanOnvolmaakte toren; het stond op boogen, waaronder men kon doorgaan, ook naar een der ingangen van de kerk; doch sedert is het gezegde stuk weggenomen.
DeezeGereformeerde Nieuwe Kerkis een overheerelijk kruisgebouw, lang 315, en breed 210 voeten, rustende op 52 hardsteenen zuilen: sommige haarer glazen zijn fraai beschilderd; en zij wordt des avonds verlicht door 5 groote en 12 kleine koperen kaarskroonen: er is een groot en kunstig orgel in, rustende op bonte marmeren Corinthische colommen; de deuren die er voor zijn, zijn prachtig beschilderd: behalven het groote is er ook nog een klein orgel, dat zeer helder van geluid is: de predikstoel is een ongemeen meesterstuk der beeldhouwkunde; zo is ook het koperen afschutsel van het ruime choor, en dat op eenen marmeren voetstuk rust, overheerelijk fraai, en der beschouwinge waardig: ten einde van het choor ziet men de ongemeen prachtige graftombe van den beroemden ZeeheldDe Ruiter: aan één der zijden van het ruim der kerk, achter den predikstoel, is de overheerelijke grafstede vanJan van Galen: de Zee-capiteinDavid Zweers, heeft in deeze kerk mede eene grafplaats:Joost van den Vondel, de Prins derNederlandsche Dichterenligt ook alhier begraven, uitwijzens eene urna, voor eenige[6]jaaren, ter eere zijner nagedachtenisse, in een nis, in één der pijlaaren daartoe uitgehouwen, geplaatst.
DeZuider Kerkbehoort onder deAmsteldamsche kerkenvan laateren datum; zij werd in 1611 volbouwd, schoon aan den toren nog wel drie jaaren langer gearbeid is: het middendak, dat hoog boven de zijdaken uitsteekt, wordt gedragen door tien zwaare pijlaaren van blaauwen steen: dat er geen choor bij is, verstrekt onder anderen ten bewijze dat zij den Roomschen tijd niet geheugt: de toren, die zeer cierlijk is, is 237 voeten hoog; in denzelven is een fraai uurwerk en klokkenslag; voords wordt het ruim onder den avonddienst door verscheidene kaarskroonen verlicht, het geen mede in alle de andere kerken plaats heeft, waarom zulks hier ééns vooral gezegd blijft: deZuider kerkheeft voords van binnen niets aanmerkelijks, even weinig als deWester kerk, zijnde anders ééne der fraaiste kerken vanAmsteldam: in den jaare 1620 werd de bouw van deeze begonnen, (er stond vóór dien tijd slechts een loos, waarin de Godsdienst verricht werd;) in 1631 was zij voltooid; de toren echter eerst in 1638; deeze is ongemeen fraai, en overtreft in hoogte alle de torens der stad; van den grond tot aan het kruis toe bereikt bij bijna 300 voeten; van boven pronkt hij met den keizerlijken kroon van ’tAmsteldamsche wapen: er is ook een fraai, uur- en speel-werk in; de groote slagklok die de heele uuren slaat, weegt meer dan 15.000 ℔.
De Kerk is binnenswerks 168 voeten lang en 97 voeten breed; in 1687 werd er een fraai orgel in gemaakt: voords is het geheele gebouw een kunststuk vanArchitectuur, ofschoon er van binnen niets aanmerkelijks in te zien zij.
DeNoorder Kerkis een gebouw van den jaare 1620; zij is een fraaje kruiskerk; van binnen heeft zij vier gevels, die ieder van onderen 92 voeten breedzijn: zij pronkt met een aartig torentjen, ter hoogte van 54 voeten, zijnde ook voorzien van een slag-uurwerk: van binnen wordt haaren omtrek gesteld op 70 passen: het kruisgewelf rust op vier geweldig zwaare colommen; zij heeft verder niets bijzonders; ook is er geen orgel in.
DeOude zijds Capel, eertijdsSt. Olofs capelgenaamd, wordt van sommigen voor de oudste kerk der stad gehouden; ja eenigen brengen haar reeds tot het midden der elfde eeuw: in 1646 is zij merkelijk vergroot: van binnen heeft zij almede niets bijzonders,[7]van buiten pronkt zij met een net torentjen, waarin een uurwerk is: boven een der ingangen ziet men een menschen geraamte, doodshoofden en beenderen, uit welken eenige korenairen wassen: daar onder leest men in deLatijnsche taale, de woorden:hoop des anderen levens.
DeNieuwe zijds Capeldie mede van zeer oude datum is, droeg weleer de naam vanHeilige stede,1naar zeker mirakel aldaar omtrent het midden van de veertiende eeuw gebeurd, blijvende er alstoen (zegt men,) een gewijden ouwel midden in de vlamme ongeschend; thans is deeze capel geen onaartig kerkjen, zijnde vercierd met een fraai orgel, dat in 1636 vernieuwd werd; er staat een klein spits torentjen op, waarin een slaand uurwerk: op bepaalde kerktijden wordt hier ook in deHoogduitsche taalegepredikt.
DeGasthuis Kerk, is een gedeelte van het oude Nonneklooster,Ter Leliën, ’t welk onder eene menigte andere kloosters hier ter stede weleer stond: het ruim bestaat uit een langen smallen elboog, ter wederzijde van gallerijen voorzien.
DeOoster Kerk, enEilands Kerk, waren omtrent den jaare 1660 slechts houtene loozen; de eerstgemelde stond toen bij het gewezene willige rasphuis, en werd reeds in 1671 ingewijd; doch de andere is eene loos gebleven tot in 1736: ’t zijn beide kleine maar zeer geschikte gebouwen; op ieder staat een aartig torentjen met een slag-uurwerk; doch zij hebben verders niets aanmerkelijks: er zijn ook geene orgels in.
Eindelijk is er nog deAmstel Kerk, dat een hecht vierkant hout gebouw is, omtrent den jaare 1670 voltooid: het is honderd voeten lang, en even zo breed: het dak rust van binnen op 16 houtene stijlen: de grond is met geele klinkers belegd, zo dat er niet in begraven wordt, gelijk in de andere kerken geschiedt.
DeFranscheofWaalsche gemeentenhebben ter deezer stede twee kerken, den naam dragende vanOude, enNieuwe Waale Kerk: de eerste was voorheen de kerk van ’tPauline klooster, en werd[8]in 1409 gesticht; in 1661 werd zij merkelijk vergroot en verbeterd: zij heeft niets ongemeens, maar er is een goed orgel in—DeNieuwe Waale Kerk, is slechts van hout opgeslagen; zij was weleer een stads schermschool; doch werd in 1686, bij gelegenheid van de overkomst veelerFransche vlugtelingen, tot eene kerk verbouwd—Donderdags avonds houden deWaalenin deWester Kerkgebed.
DeEngelsche Presbijteriaanen, hebben hunne kerk op het Begynenhof in deKalverstraat—weleer hadden de zogenaamdeBrouwnistennog eene kerk in deBarndesteeg, die naderhand ook tot deEpiscopaalengebruikt werd, doch sedert eenigen tijd is deeze gemeente bijna geheel verdweenen.
DeRoomschenhebben zo binnen de stad als even buiten de poorten, een groot getal kerkhuizen; behalven dat eenige voornaame leken nog Capellen in hunne eigene huizen hebben: sedert weinige jaaren heeft deeze gemeente verlof verkregen om buiten deRaampoort, een eigenlijke kerk te bouwen, dat een zeer net, en allezins aan het oogmerk voldoend gebouw is—In deRoomschetijden had dezelfde gemeente hier ter stede, behalven de kerken die thans door die Gereformeerden gebruikt worden, nog verscheidene anderen, allen welken tot andere einden geschikt zijn geworden; op den hoek van deVrouwensteegstond er een die in huizen veranderd is: wat verder op denNieuwendijkwas deSt. Jacobs Capel, die mede in huizen veranderd is, behalven het torentjen, dat tot voor nog maar weinige jaaren boven de dakenuitstak en door Kerkmeesteren van deNieuwe Kerkmoest onderhouden worden, om dat de goederen van de gemelde Capelle aan die kerk gemaakt zijn: sedert is het gezegde torentjen afgebroken.
DeLutherschenhebben tot op onzen tijd hier ter stede slechts twee kerken gehad, deOude, en deNieuwe; beiden zijn zeer ruime gebouwen, kunnende, vooral wegens de gaanderijen die er boven elkander in gemaakt zijn, veel volks bevatten.—DeNieuweis een zwaar cirkelrond gebouw, waarvan de kap gedekt is met koperene plaaten, doorKarel den Elfden, Koning vanZweeden, aan deeze kerk geschonken: in iedere deezer kerken is een fraai orgel, en beiden, vooral deNieuwe, zijn bezienswaardig—Na dat deeze Gemeente onlangs door een duisteren twist eene scheuring ondergaan heeft, en verdeeld is geworden in die van hetOude-, en die van hetNieuwe-licht, of wel is[9]het eerstgemelde gedeelde bekend, bij den naam vanDe Herstelde Gemeente, is er nog eeneLuthersche Kerk(naamlijk voor de uitgewekenen, of deHerstelden,) alhier gebouwd, ter plaatse alwaar hetDolhuisgestaan heeft: ’t is een ruim gebouw, doch zonder eenigen cieraad.
DeRemonstrantenhebben hier ter stede een aartig kerkjen, op deKeizersgrachtbij dePrinsenstraat: er is een goed orgel in.
De volgende zijn deDoopsgezinde Kerken: van deVereenigde Vlaamsche- enWaterlandsche, het Lam, dus genoemd naar eene brouwerij van dien naam welke er weleer stond:De kerk bij de toren, om dat zij bij deJan Roodepoorts toren staat; langen tijd heeft deeze den naam vande Spijkergedragen, om dat zij gebouwd is op eene plaats alwaar weleer een spijker-pakhuis stond:De Zon, behoorende aan de afgezonderdeVlaamsche Doopsgezinden: alle deeze kerkjens zijn wel klein, maar echter aan het oogmerk zeer voldoende: weleer hadden de oudeVlaamingennog een kerk,De Kruikjens, dus genoemd naar een herberg van dien naam daar naast staande; en deVriesche Doopsgezindeneene andere,De Arke Noachsgenaamd; doch beiden zijn niet meer in wezen.
DeCollegiantenvergaderen boven ’t weeshuis dier Gemeente, op deKeizersgrachtover den gewezenen schouwburg.
Nabij deRemonstranten Kerk, hebben deKwaakerseene vergaderplaats, kenbaar aan een’ driehoek, die boven den ingang staat.
In deHouttuinenvergaderen deHernhutters: ook hebben dePersiaanenhier ter stede een net kerkjen; er is ook nog een kleine en netteGrieksche Kerk; op deOudezijds Voorburgwal; schuin over deOude Kerk.
DePortugeescheenHoogduitsche Jooden, hebben er voords ieder eene aanzienlijke sijnagoge, die, vooral de eerstgemelde, der bezichtiginge van den vreemdeling overwaardig zijn.
Ofschoon nu in de meeste Gereformeerde Kerken, zo wel als in deOude- enNieuwevan deLutherschen, (naamlijk aan hetNieuwe lichtbehoorende,) begraaven worde, (die van hetOude lichthebben zig een kerkhof opMuiderbergverkozen; zie onze beschrijving van dat dorpjen;) zijn er echter hier ter stede nog vijf groote kerkhoven, aan afgelegene oorden der stad: deJoodenhebben er drie buiten de stad; één teOuderkerk, één teMuiderberg, en één nabijZeeburg.
Zijn de kerken teAmsteldam, gelijk gebleken is veelen, de verdere Godsdienstige Gestichten zijn er nog veel talrijker: wij zullen de voornaamsten met een enkel woord aanstippen.[10]
HetSt. Pieters Gasthuis, dat zijnen naam ontleent van één der Gasthuizen welken weleer hier ter stede waren, komt eerst in aanmerking: het was in oude tijde de Kloosters der Oude en Nieuwe Nonnen: alles wat hierin gevonden wordt is ongemeen aan het oogmerk voldoende; het heeft zijne eigene bakkerij en brouwerij, ook is er de stads Apotheek in geplaatst: even binnen de groote poort is een Beiërt, alwaar de bedelaars en arme vreemdelingen drie nachten om niet kunnen logeeren, ontvangende des avonds en morgens ook spijs en drank.
Het tegenwoordige Verbandhuis, ook in hetGasthuiszijnde, was weleer hetPesthuis, dat omtrent den jaare 1616 van daar naar buiten deLeidsche poortverplaatst, en te klein geworden zijnde, in 1630 weder verplaatst werd, daar het thans nog gezien wordt, mede buiten deLeidsche poort, een goed stuk wegs landwaards in gelegen: in 1732 is het geheel verbrand; doch ’t werd terstond weder herbouwd, juist 200 voeten lang en breed, en rondsom met een graft omgeven: ter zijde heeft het een eigen kerkhof, waarop ook sommigen met den dood gestraften begraven worden—Toen hetDolhuisweggenomen zoude worden, ter bouwinge van een kerk voor deHerstelde Luthersche Gemeente, werd aan dit huis een ruimen vleugel gebouwd, die thans voor eenDolhuisdient.
HetOude Mannen- en Vrouwen-huis, staande naast het Gasthuis: dit werd gebouwd uit een loterij, door de Wethouderschap in 1600 opgesteld: het staat op een gedeelte gronds van ’tOude Nonneklooster, is een zeer royaal gebouw, en allezins bezienswaardig: het is niet aangelegd voor armen maar begunstigden, die er een aangenaam leven leiden; zij moeten bij het inkomen eenig huisraad, doch voor hun eigen gebruik, medebrengen—in 1605 werd in hetzelve een put gegraven van 232 voeten diep; bij welke graaving men onderscheidene beddingen gronds vond; onder anderen ter diepte van 72 voeten, één voet molm, en niet veel voeten dieper veele schelpen en zeehoorentjens—voor weinige jaaren is dit gebouw, aan de eene zijde, (op deKolveniers burgwal,) met een fraajen steenen poort vercierd: de doorgang vandaar naar deOude zijds achterburgwalis overdekt, heeft aan de eene zijde uitzicht door veele schuifraamen op de opene plaats of ’t bleekveld van ’t huis, en aan de andere zijde winkelkasten, die aan galanteriekramers enz. verhuurd worden.[11]
HetBurger weeshuis, was weleer hetSt. Lucie kloosterin 1580 daartoe vervaardigd; vóór dien tijd was het fraai herbouwd Logement deKeizers kroon, hetBurger weeshuis: dit huis is groot, aanzienlijk, en ook zeer rijk.
HetDiaconie weeshuisin deZwaanenburgerstraat, is een gebouw van den jaare 1656; dit is mede ongemeen groot; heeft niet alleen zijn eigen Apotheek, maar ook artzenijtuin.
HetDiaconie-oude Mannen- en Vrouwen-huis, staande op denBinnenamstel, doet ieder wegens zijne grootte verbazen; maar meer nog als men het van binnen bezichtigt, door zijne inrichting en de orde die er over het algemeen in heerscht: het geheele ligchaam derAmsteldamsche Diaconieis bewonderens waardig, vooral wegens de onbedenkelijke sommen die het jaarlijks tot onderhoud noodig heeft.
Achter dit huis ontmoet men hetKorvers hofjen, in 1722 gesticht uit eene ervenis van den HeereJan Corver, Oud-Schepen en Raad der stad; het staat onder bestuur van de Gereformeerde Diaconie, wordende er geene anderen dan gehuwde oude lieden zonder kinderen in geplaatst: zo één van beiden overlijdt moet de nablijvende in het DiaconieOude mannen-ofvrouwen-huis, bovengemeld, overgaan—een dergelijk hofjen is daar nabij nog onlangs gebouwd, uit eene ervenis van den HeereVan Mekeren.
Doet de Diaconie hier ter stede zo veel aan haare Ledemaaten, de Huiszittenarmen, dat is die geene ledemaaten zijn, worden mede niet vergeten; de ruime uitdeelingen aan dezelven geschieden thans op twee plaatsen, beiden mede overbezienswaardig; naamlijk in hetOude zijds huis-zittenhuis, en in dat aan deNieuwe zijde; het eerste staat op deKorte houtgraft, op den grond van denLeprozen tuin, en het andere op dePrinsegraftbij deLelijgraft; dit laatstgemelde heeft in de stad drie ruime turfschuuren.
De Huiszittenmeesters hebben ook nog eenHuiszittenweduwen Hof, in 1650 op den grond van ’tOud Karthuizers Kloostergebouwd: het is almede ongemeen groot: in hetzelve worden niet dan weduwen en hoogbejaarde dochters onderhouden: de kinderen der weduwen mogen bij hunne moeders woonen, tot dat de meisjens agttien, en de jongens negentien jaaren bereikt hebben.[12]
Schoon de gezegde gebouwen, ieders aandacht trekken, door hunne grootte en talrijkheid van huisgezinnen, zij allen worden nog overtroffen door hetAalmoeseniers Weeshuis, staande op dePrinsegraftbij deLeidsche straat, in den jaare 1663 aldaar aangelegd, en naderhand nog vergroot; ’t is bijna 300 voeten breed, en drie verdiepingen hoog; en er worden bijna 2000 zielen in onderhouden: het is geschikt voor weezen, wier ouders geene burgers of ledemaaten der Gereformeerde Gemeente geweest zijn, als mede voor vondelingen, enz.
DeFranscheofWaalsche Gemeente, heeft teAmsteldammede een zeer aanzienlijk weeshuis, dat ook voor het onderhouden van oude mannen en vrouwen dient; ’t staat op den hoek van deVijzel-enPrinse-graften, en is een gebouw van den jaare 1669: vóór dien tijd hadden deWaalenhun Weeshuis in deLaurierstraat: het gezin in dit huis wordt ongemeen ruim onderhouden, en in de daad vrij beter dan menig ordentelijkAmsteldamsch burgerin staat is zijne kleine huishouding te doen.
DeEngelschenhadden weleer een Weeshuis aan de zuidzijde van deLoojers graft; doch hetzelve was van weinig betekenis: thans hebben zij een tamelijk fraai Weeshuis op deOudezijds achterburgwal, bij deStoofsteeg, gesticht in den jaare 1782.
DeRoomschenhebben een jongens Weeshuis, staande aan de zuidzijde van deLaurier-graft; het is een vrij goed gebouw; maar komt niet in vergelijkinge met hetMaagdenhuisvan deeze Gemeente, op hetSpui, en dat eerst voor weinige jaaren, in de plaats van het oude, gebouwd is; dit huis gelijkt veel eer naar een paleis dan naar een weeshuis—Voorheen had deeze gemeente haar uitdeelings comptoir, op denNieuwezijds achterburgwal, bij hetSpui, doch thans is hetzelve verplaatst, op den grond van den afgebranden Schouwburg op deKeizersgraftbij deHuidestraat; alwaar ’t mede eene zeer aanzienlijke vertooning maakt—Op het voor weinige jaaren bebouwdeWeesperveld, hebben deRoomschenook een ruim huis voor arme oude lieden aangelegd: de pracht waarmede het gebouwd is, doet duidelijk zien dat deeze gemeente eene ruime beurs moet bezitten.
Aan de noordzijde van deLauriergraft, ontmoet men het Weeshuis derLuthersche Gemeente, zijnde hetzelve na het midden der voorgaande eeuw gebouwd; het is een zeer goed gebouw,[13]en is voor weinige jaaren nog aanmerkelijk verbeterd—dezelfde Gemeente heeft niet verre van dat weeshuis, naamlijk in deKonijnenstraat, eenHofjen voor oude Vrouwen, alwaar de inwooners mede zeer goed onderhouden worden—maar van ongemeen veel meer aanziens en ruimte is hetNieuwe bestedelingshuis, door deeze Gemeente gebouwd op het reeds meergemeldeWeesperveld; het is een groot en aanzienlijk gebouw, waarin de oude lieden ook ongemeen wèl onderhouden worden.
Het weeshuis derVereenigde VlaamscheenWaterlandsche Doopsgezinden, gemeenlijk hetMennonieten Weeshuisgenoemd, staat op dePrinsegraft, tusschen deVijzelstraatenReguliersgraft, en is gesticht in den jaare 1676; zijnde in alle deelen een aangenaam en luchtig gebouw, waarin de kinderen ook met allen mogelijken zorg, gevoed, gekleed, en geleerd worden.—Vooraan in deElandsstraathad dezelfde Gemeente weleer haarOude Vrouwenhuis; doch hetzelve is in 1759 geplaatst, in deKerkstraat, achter het Weeshuis voornoemd.
Die van de Collegianten, hebben hun Weeshuis, van ouds deOranje appelgenoemd, ter plaatse alwaar zij hunne vergadering houden, zie hier vóór.
Onder de godsdienstige gestichten ter deezer stede kunnen ook nog de volgende geteld worden, als,
HetStads zijdewindhuis, geplaatst op den Cingel boven het stads magazijn: hier worden jonge meisjens van 8 tot 14 jaaren, en wier ouders van de Huiszittenmeesters, of gelijk men zegt,van de stad, en ook die, wier ouders van de Diaconie trekken, met het winden van zijde aan werk en geld geholpen, maar middelerwijl ook in het leezen, schrijven, en de gronden van den Godsdienst onderwezen.
HetBegijnen-hof, in deKalverstraat, alwaar, gelijk wij reeds zeiden, deEngelschenhunne Kerk hebben: ’t is reeds een gebouw van den jaare 1389: in 1393 werd het door HertogAlbrechtin bescherminge genomen: ’t is bebouwd met wooningen voor een zeker tal Begijnen, die er hunne eigene kerk en Priester hebben: de dochterkens geneeren zig met allerlei kundig naaldwerk, waarin sommigen van haar zeer ervaaren zijn.
HetLazerusofLeprozen-huis, staande bij deSt. AnthoniesofJooden breestraat: sedert de lazerij genoegzaam geheel uit deeze Landen verdweenen is, dient hetLeprozen-huis, voor eenige proveniers, en sommige simpele lieden.[14]
Van hetDol-ofKrankzinnig huishebben wij reeds gesproken: (zie boven Bladz. 10).
HetSt. Joris hof, staande tegen deoude Waals Kerk: was eertijds hetPauliniaanen klooster; ’t is nu een Proveniers huis, schoon ’t voorheen ook voor Leprozen gediend hebbe.
Behalven alle de gemelde gebouwen vindt men hier ter stede nog eene menigte hofjens en Godsdienstige gestichten, door bijzondere persoonen van verscheidene Gezinten, met Godsdienstige oogmerken, aangelegd: de voornaamsten zijn:
HetDeutzen Hofjen, op dePrinsegrafttusschen deSpiegel-enVijzel-straat, in 1695 gesticht door VrouweAgneta Deutz; er worden oude vrouwen op geplaatst, die, behalven vrije wooning, 36 guldens aan geld, 40 mand turf, 20 ℔ boter, 20 ℔ rijst, en 20 ℔ kaarsen jaarlijks genieten.
VenetiaofMaarloops hofjen, naar zijnen stichterMaarloopdus genoemd, gelijk ook veelen der volgenden den naam naar hunne stichters draagen: dit hofjen staat in deElandstraat: behoeftige Vrouwen van allerleie Gezinten, uitgenomen die van denRoomschen Godsdienstzijn, genieten er vrije wooning, 50 manden turf, en nog eenig geld in ’t jaar.
’TRaapen hofjenaan de Noordzijde van deBraak, wordt mede door behoeftige vrouwen bewoond: zij genieten ieder jaarlijks 25 tonnen turf.
DeHuisjens van Boschstaan naast het laatstgemelde Hofjen; in dezelven wordt alleenlijk vrije wooning genoten.
’TRoeters hofjen, op deLinde graft, is mede gesticht voor behoeftige vrouwen van den Gereformeerden Godsdienst, die er ook alleenlijk vrije inwooning genieten.
HetOkkers hofjenin dekromme Palmstraat, bijna geheel herbouwd zijnde, moet er een gering geld op verwoond worden.
’TClaas Reiniersz.Hofjenop deKeizersgraft, tusschen deBeeren-enRun-straat, behoort aan deRoomschgezinden, en voert ter spreuke,Liefde is ’t Fundament; ’t is aangelegd voor Vrouwen die bij ’t inkomen, voor ééns, honderd guldens moeten geeven.
’THamershofjen, is mede voor oudeRoomschgezinde Vrouwen.
’TSt. Andries Hofjenop deEgelantiersgraft; hier is een kapelletjen in ’t welk ééns ter week dienst gedaan wordt, door den Capellaan van ’tBegijnehof.
DeBrouwers huisjensin de Wijdesteeg op deBloemmarkt, behooren ook aan deRoomschen; als mede[15]
HetOtters hofjen, in deVinkestraat, en
DeZeven keurvorstenin deTuinstraat.
HetSuiker hofjenop de Lindegraft, behoort aan deLutherschen; en is aangelegd voor oude vrouwen, en vrijsters boven de 50 jaaren: ieder bewoonster geniet boven vrije wooning, jaarlijks 40 manden turf, 10 ℔ rijst, en drie dukatons aan geld—aan dezelfde Gemeente behoort ook
HetGrillen hofjen, in deWeterings dwarsstraat.
HetBrantzen hofjen, op deNieuwe Keizersgraftbij deWeesperstraat.
HetLinden hofjen, op deLindengraft, behoort aan deDoopsgezinden, als mede
DeHoeksteenin deLojerstraat, ook
HetRijpen-ofRoozen-hofjenop deRoozegraft.
Zie daar alleenlijk de hoofdtrekken van een schilderij van Godsdienstigheid, barmhartigheid en menschenliefde, waarop deAmsteldammersmet reden roem mogen draagen.
WERELDLIJKE GEBOUWEN.
In de eerste plaats komt hier ongetwijfeld voor het vorstlijke Stadhuis, dat met recht den naam draagt van ’tagtste wereldwonder: het staat op den ruimen dam, meer achterwaards dan het oude Stadhuis in 1652, door de vlamme vernield, aldaar gestaan heeft: in 1648, (des vier jaaren vóór gezegden brand,) begon men de grondslagen van het tegenwoordige te leggen; ruim een jaar en negen maanden bragt men door met het heien van de paalen, die ten getale vandertien duizend, zes honderd negen en-vyftigwerden ingeslagen, des niettegenstaande werd de bouwing zo spoedig voordgezet, (vooral na het oude huis, gelijk gezegd is, verbrand was,) dat de wethouderschap reeds op den 1 Augustus 1655 er haare zitting in nam; evenwel had het gebouw toen nog geen dak, en er werdt nog eenigen jaaren lang aan gearbeid, eer gezegd kon worden, dat het geheel voltooid was; alles onder opzicht van de ontwerpers, de beroemdeJacobus van Campen, enDaniel Stalpert.
Aan dit overheerelijk Stadhuis zijn de krachten der Bouwkunde uitgeput, waarvan de beschouwing zelve alleen kan overtuigen;[16]het heeft, behalven de onderste verdieping, waarin de Wisselbank, gevangenplaatsen, en eenige kelders zijn, drie steenen verdiepingen en verwelfsels: de breedte bedraagt een tal van ruim 282 voeten, en de grootste diepte, naamlijk tusschen het voorste en achterste middenste uitsteeksel, bedraagt omtrent 236 voeten, de kleinste of zijdelijke diepte omtrent 200½ voeten: zonder den toren is het gebouw weinig minder dan 117 voeten hoog: alles wat boven den grond is, is zamengesteld uit witteBreemerenBentheimer steen, aan alle kanten met eene toereikende hoeveelheid van glasraamen voordien: in ’t middenste uitsteekzel van den voorgevel zyn negen ronde boogen, zeven van welken tot ingangen dienen, de twee overigen zijn met ijzerene traliën gesloten; met vier steenen trappen gaat men tot deeze boogen op: in ’t middenste uitsteeksel van den achtergevel, heeft men eenen langwerpig vierkanten ingang naar welken men langs zes steenen trappen, voorwaards en ook van beide zijden opgaat: boven deezen opstal staan rondsom het gebouw negentigRomeinsche Colommen, ieder, met de cieraadjen, ruim 36 voeten hoog: boven deeze rij staat een gelijke talrijke rijCorinthische Colommen; alles met cierlijke festonnen tusschen beiden: op ieder’ hoek van het dak staat eenen koperen vergulden kroon, die door vier arenden gedragen wordt; langs de daken zyn twintig dakvensters en agttien schoorsteenen geplaatst: de middenste uitsteekzels van de voor- en achter-gevel, zijn ieder met een kap gedekt, waarin overheerelijke levensgroote marmeren beelden geplaatst zijn; op de lijst van den voorkap staan drie koperen beelden, naamlijk dat derVrede, tusschen die derVoorzichtigheidenRechtvaardigheid: op de achterkap staat tusschen de beelden derMaatigheidenWakkerheideen Atlasbeeld, den hemelkloot torschende; de toren die rond en met agt halveCorinthische Colommenomringd is, staat in ’t midden boven den kap van den voorgevel op een vierkanten voetstuk, en is ruim 66 voeten hoog: op denzelven staat voor windwijzer het oude wapen der stad: de toren is met festonnen en andere sieraaden der bouwkunde getooid; ook heeft hy een kunstig uurwerk en klokkespel, op ’t welk driemaal ter week een uur gespeeld wordt; de ton van het werk weegt 4474 ponden.
Het zoude ons bestek te veel gevergd weezen, wilde men eene beschrijving van het inwendige des gebouws van ons[17]vorderen, wij kunnen er slechts iet weinigs van zeggen; de talrijke vertrekken, welken er in zijn, zijn allen der bezichtiginge overwaardig; eenigen van dezelven zijn vercierd met overheerelijke schilderstukken, en beschilderingen van de voornaamste oude meesters; de vroedschapskamer munt daarin boven alle anderen uit: op de wapenkamer zijn ook veele bijzonderheden te zien, voornaamlijk van oude wapenen, harnassen, enz.
Vooral zijn bewonderenswaardig de beelden, waarmede de openbaare vierschaar, die in de onderste verdieping gevonden wordt, pronkt: men ziet er in door drie boogen, die half met gehouwene steenen toegemetseld, en half met getakte koperen tralien afgesloten zijn: de ingang ter zijde is door twee zwaare metaalen deuren gesloten; slangen, zwaarden, bliksems, als mede het oude en nieuwe wapen der stad, vercieren dezelve: het binnenwerk, zijnde een rechterstoel, bank, trappen, colommen, beeldwerk, enz. is genoegzaam alles van wit marmer gehouwen: onder het beeldwerk vertoonen zigSalomon’s gerecht,Seleucus, die zig ’t oog laat uitsteeken, enBrutus, die zijne zoons doet onthalzen, alles overkunstig gehouwen.
Op de tweede verdieping munt uit de burgerzaal, over welken men tot alle de op die verdieping zig bevindende kamers, gaat; deeze zaal, die met twee zwaare koperen deuren gesloten wordt, is 120 voeten lang, en omtrent 57 voeten breed: te recht is van deeze zaal gezegd: „Alles blinkt hier van marmer, en andere kostbaare steen, zo kundig bewerkt, dat de mans- en vrouwe-beelden niet slechts, maar ook het fruit- en loofwerk, de bloemen, de korenschoven, de vogeltjens, het zeegedierte en duizenderleie aartigheden meer, den aanschouwer op ’t levendigste toelagchen:” midden op den marmersteenen grond, waren twee platte halve aardklooten van gekleurden steen en geel koper kunstig ingelegd, doch dezelve zijn door het beloopen reeds geheel verdweenen; een halven hemelkloot, mede kunstig van geel koper in denzelfden grond ingelegd, is nog heden te zien: het gewelfsel is fraai beschilderd; met één woord, deeze zaal doet op het eerste gezicht verstommen, en bij nadere beschouwing houdt zij de bewondering der kenneren onafgebroken bezig.
Na het stadhuis verdient deBeursgenoemd te worden: zij is gebouwd op vijf overwelfde boogen, die in denAmstel, aldaarRokingeheten, gelegd zijn: de middenste boog diende weleer ter doorvaart, doch in 1622 werd er een vaartuig met buskruid[18]onder gevonden, aldaar gelegd zijnde, zoo men zegt, met oogmerk om het gebouw, als de kooplieden vergaderd waren, in de lucht te laaten springen, en daardoor de stad eene onherstelbaare schade toetebrengen; want men moet zig miet verwonderen als men hoort dat de kooplieden op één’ beurstijd somtijds millioenen maalen millioenen schats aan papieren bij zig hebben: na dien tijd is de gezegde doorvaart gesloten: de Beurs bestaat uit een vierkant plein, omringd van breede gaanderijen, wier verwelfsels op 46 pilaaren van blaauwen arduinsteen rusten; aan de zuidzijde pronkt het gebouw met een cierlijk torentjen, voorzien van een uurwerk: ’t gebouw is binnenswerks 250 voeten lang, en omtrent 140 voeten breed; is in den jaare 1608 aangelegd,in 1613 volbouwd, en in 1668 merkelijk vergroot: boven de gezegde gaanderijen is een zogenaamde Prentekamer; welke naam zij draagt om dat er veele winkelkassen op gemaakt zijn, die meest door prentekoopers in huur gehouden worden, en welken er ook dagelijks hunne voorraad uitstallen; enkel de kassen worden ook door galanteriekramers in huur gehouden: op dezelfde verdieping vindt men mede het stads schermschool.
Op hetWaterstaat een afzonderlijke beurs voor de korenkopers, die weleer slechts van hout was, doch in den jaare 1767 is deeze weggebroken, en een fraaje steenen beurs in de plaats gezet; zij is gebouwd in den smaak der groote, of koopmans beurs voornoemd: niet verre van deeze beurs, op de kolk, staat hetKorenmeeters huis, zijnde een sierlijk vierkant steenen gebouw—achter de Korenbeurs, aan de andere zijde van hetWater, vindt men hetStads Exijnshuis, dat mede een groot gebouw is, en met hardsteenen gevels pronkt: ’t is in 1637 en 1638 merkelijk vernieuwd en vergroot—bij het zelve staat hetBierdragers huisvan de oude zijde; dat van de nieuwe zijde staat op hetSpui.
Amsteldamheeft drie waagen: de oudste, zijnde een gebouw van ’t jaar 1560, staat op denDam, tegen over het stadhuis; boven deeze is de militaire hoofdwacht; de toegangen tot welke, zo wel als het bordes daarvoor, is in den jaare 1778 fraai van blaauw arduinsteen vernieuwd—De tweede waag staat op deNieuwmarkt, en is de oudeSt. Anthonies poort, die in 1617 tot een waag bekwaam gemaakt werd: boven dezelve is de openbaare leerschool in de Anatomie, deSnijkamergenaamd; ook worden er veele vreemde dieren, gewassen, steenen, geraamten, enz. bewaard—de Heelmeesters hebben boven deeze waag[19]ook hunne Gildekamer—De derde waag staat op deBotermarkt, en is de gewezeneRegulierspoort, in 1668 tot een waag toebereid.
Voor weinige jaaren is er ook nog eenWaterwaagaangelegd, naamlijk op denBuitenkantbij deKraansluis.
HetPrinsenhof, of eigenlijker gezegd hetAdmiraliteits hof2, was voorheen hetSt. Cecilien klooster, gesticht, naar het gevoelen van sommigen, tusschen den jaare 1342 en 1352; ’t gebouw pronkt nog met het torentjen van de kloosterkerk: in 1661 is het klooster bijna geheel weg gebroken, en op deszelfs grond het tegenwoordige prachtige hof gebouwd.
HetAdmiraliteitsof’sLands zeemagazijn, staat aan den IJ-kant, op den hoek vanKattenburg; ’t is een ruim gesticht van den jaare 1655, zijnde 220 voeten breed, en 200 voeten lang: in 1790 brandde het van binnen geheel uit, doch ’t werd weldra weder in die orde gebragt, waarin wij het heden beschouwen: voor dit magazijn ligt het scheeps hok, binnen het welk de oorlogschepen die onttakeld zijn, opgelegd worden: er leggen altoos fraaje pronkschepen in: nog werkelijk is men bezig met de onderneeming om aldaar een dok te maaken, doch veelen deskundigen twijfelen aan den goeden uitslag daarvan—bij ’t magazijn is ook’s Lands timmerwerf, zijnde dezelve omtrent 1500 voeten lang—Op een vrij grooten afstand van het magazijn, is’s Lands Lijnbaan, benevens die derOostindische Compagnie; het Huis dier Compagnie, op der hoek van deHoogstraat, was tot den jaare 1605 het stads magazijn: het zelve is van tijd tot tijd vergroot—HetZeemagazijnderzelfde Compagnie is een geweldig groot gebouw, in 1660 aan den IJ-kant aangelegd; achter het zelve ligt’s Compagnies werf; haareLijnbaanis opOostenburg.
De gebouwen derWestindische Compagnie, zijn hetHuis, op deGarnaalsmarkt; haarpakhuisstaat opRaapenburg, aan den IJ-kant: weleer hield deeze Compagnie haare vergadering in het gebouw op denHaarlemmerdijk, thans tot eenHeeren Logementdienende: de gewapende Schutterij betrekt boven hetzelve des avonds eene wacht.[20]
Onder de groote stads gebouwen munt niet weinig uit deLombard, ofBank van leening, staande op denFluweelen burgwal: in 1548 dat het huis aldaar gebouwd tot een magazijn voor de huiszittenarmen; doch in 1614 werd het tot een lombard bekwaam gemaakt, en in 1669 nog merkelijk vergroot: van de panden onder de ƒ 100 wordt slechts een’ penning van iederen gulden per week bepaald; van de panden boven de ƒ 100 tot ƒ 475 wordt 7¼ ten honderd, en van panden van ƒ 500 en daar boven, wordt 6 ten honderd ’s jaars betaald: door geheel de stad heen, wooneninbrengersofinbrengsters, die voor een bepaald loon, de panden, beneden de ƒ 100 aanneemen, en in de groote Lombard brengen.
Vijf vleeschhallen waren er voorheen inAmsteldam, twee in deNes; doch de kleinste dier twee is voor eenige jaaren weggebroken, en de groote tevens een goed gedeelte verlengd: de eene was weleer een kerkjen,St. Pietertoegewijd, gelijk deSt. Pieters poorter nog tegen over is; de andere ’tMargareten klooster; de overige hallen staan op deWestermarkt, (boven dezelve is de hoofdwacht der wakende Schutterij,) op deHeeremarkt, en op deBotermarkt: deJoodenhebben nog eene afzonderlijke hal voor zig.
Amsteldamheeft ook eeneLaken- Zijde- en Saai hal, alwaar de lakens, baajen en karsaajen, gelood en gestaald moeten worden: zij staat in deStaalstraat, en was weleer de stads steenhouwerij.
In deKalverstraat, over denHeiligen weg, staat eenSchrijnwerkers, ofKistemaakerspand; ’t was weleer een kerkjen tot het oud Leprozenhuis behoorende: de stad verhuurt het aan eenige baazen van het Kastemaakers gild, die er allerlei schrijnwerk in te koop stellen.
DeVischmarktenzijn drie in getal, één aan de oude, en één aan de nieuwe zijde, (beiden voor zeevisch dienende,) en een rivier vischmarkt, in deNes, ter plaatse alwaar weleer de kleine vleeschhal stond; zie boven.
DeColveniers doelen, alwaar men in vroegeren tijd met vuurroers naar het wit plag te schieten, is thans een aanzienlijk logement, en voor eenige jaaren van vooren fraai vertimmerd: ’t was weleer eene sterkte aan denAmsteltegen deUtrechtenaars; blijkens ’t geen men in een’ steen voor dezelve leest: naamlijk de woorden,Zwicht Utrecht.
Nog zijn er twee andereDoelens, ofSchutters hoven: deHand-enVoet-boogs, op deGarnalemarkt, thans geschikt tot hetWestindisch[21]huis, voornoemd, en een aanzienlijk logement—tusschen de laatstgemelde beide doelens is één der vijf stads wapenhuizen; ten einde van deBrouwersgraftis een ander, dat geweldig groot is, en tevens tot een korenmagazijn dient; voords zijn aan drie afgelegene hoeken van de stad drie anderen.
Vijf voornaame stadsherbergen zijn er inAmsteldam: DeNieuwe-enOude-zijds heerelogementen, deOudeenNieuwe herbergenaan hetY, en een in de plantaadje, die zeer vermaaklijk gelegen is, gelijk de plantaadje zelve een aangenaam oord is: voorheen waren in dezelve eene menigte kleine herbergjens voor den burger, doch deezen heeft men naderhand allen verboden; misschien oordeelde men dat de burger geene uitspanning noodig heeft—thans is ’t in de plantaadje intusschen veelordentelijker, want het krielt er van bordeelen.
De stad heeft ook een eigenTimmertuin, Steentuin, Steenhouwerij,Scheepstimmerwerf, Geschut- en Klokgieterij, enProefwerf.
De Nederduitsche Schouwburg stond weleer op deKeizersgraft, (zie hiervoor, bladz. 9.) doch zij werd in den jaare 1772 ten eenenmaale door de vlamme verteerd; een andere is kort na den brand op hetLijdsche pleinaangelegd—op deErwte marktis een fraajeFransche Schouwburg, voor rekening van particulieren gebouwd; doch sedert eenigen tijd, mag dezelve niet gebruikt worden—in deAmstelstraat, bouwde men in den jaare 1790, een zeer goedenHoogduitschen Schouwburg, doch dezelve heeft almede moeten sluiten: eerst door verloop van het fonds, thans ter oorzaake van de tijdsomstandigheden.
Weleer waren inAmsteldamdrieDoolhoven; doch twee derzelven zijn te niet geraakt; hetOudeis nog aanwezig op dePrinsengraftbij deLoojersgraft: ’t heeft een zeer schoon waterwerk; ook vertoont men er eenige aloude geschiedenissen door beweegende beeldjens: er is een houten reuzenbeeld van ongemeenen grootte, en bewonderenswaardig fraai gewerkt.
Behalven de kerktorens, en die welken op de poorten, het stadhuis, enz. gevonden worden, pronkt de stad nog met denJan roodepoorts toren, op het Cingel: hij draagt den genoemden naam om dat aldaar weleer hetJan rooden poortjenstond: op denzelven is de gevangenplaats der stads militie—deRegulierstoren, aan het einde van deKalverstraatenCingel; hij is alzo genoemd om dat deRegulierspoortaldaar weleer stond: in 1672 werd onder denzelven, om reden van de omstandigheden van dien tijd, een munt aangelegd; waarom men ook den toren[22]nog deMuntstoren, en de daaraan gebouwde voornaame herberg,de Muntnoemt: in deezen toren is een schoon klokkespel——DeHaringpakkers toren, van ouds deHeilige kruistorengenaamd, staat aan denY-kant, en wordtHaringpakkers torengenoemd, om deHaringpakkerij, die er nabij is; ook houden de keurmeesters van den haring in deezen toren hunne vergadering——deSchreiers toren, staat mede aan denY-kant, en draagt zijnen naam, naar eene vrouw, die het schreiend t’scheep gaan van haaren man zo zeer ter harte nam, dat zij er krankzinnig van werd, welk voorval ook nog in een’ steen uitgehouwen, en in den torenmuur geplaatst, vertoond wordt—deMontalbaans torenstaat op deOude schans; de oorsprong van deezen naam is onzeker—de burgerij heeft hier ook eene wachtplaats.
DrieJagthavensdie inAmsteldamgevonden worden, kunnen wij mede onder dit artijkel betrekken: de eene is bij deOude stads herberg, de tweede aan denAmstel, voor de hooge sluis, of breede en aanzienlijke steenen brug, en de derde bij ’t burgerwachthuis,Keerweergenaamd, ten einde vanKattenburg; uit de twee eerstgemelden zeilt jaarlijks nog een vloot van kleine vaartuigen, alhoewel zulks thans mede niet met den ouden luister geschiedt.
Van de stadsKraanenzouden wij, vereischte ons bestek die naauwkeurigheid, nog iet kunnen zeggen, thans gaan wij dat point met stilzwijgen voorbij; van de schutsluizen hebben wij reeds met een enkel woord gewaagd, en zouden meenen derhalven ons artijkelWereldlijke Gebouwenhier mede te kunnen sluiten, ware het dat wij daaronder niet betrokken, de stads tuchthuizen en schoolen, waarvan wij nog een enkel woord moeten spreeken.
Het eerste gebouw dat ons hierin voorkomt, is hetRasphuis, gemeenlijk hetBoevenrasphuis, ook hetTuchthuisgeroemd: hetzelve wordt gevonden op denHeiligen weg, en was weleer hetClarissen Klooster: in 1595, werd het tot een tuchthuis voor de mans bekwaam gemaakt: ’t is een gebouw allezins der bezichtiginge waardig, vooral wegens de orde welke er in heerscht, die te aanmerkelijker wordt, wanneer men nagaat dat de bewooners, eene talrijke hoop dier wezens zijn, welken op eene der uiterste grenzen van de vatbaarheden van den mensch staan, tot de ergste grouwelen in staat zijn, en echter binnen de muuren[23]van dit huis, in behoorelijken tucht gehouden, ja zelfs tot Godsdienstoefening genoodzaakt worden.
’T gewezeneUrsulen kloosterheeft jaaren lang gediend voor een vrouwenTucht-ofSpin-huis; doch bij den aanbouw van een grootstads Werkhuisop ’tWeesperveld, is hetzelve ten onbruike geraakt, in zo verre het tuchtigen van vrouwlieden betreft; thans dient het tot inquartiering van militie; de schuldige vrouwen worden nu in het algemeeneWerkhuisvoornoemd geplaatst.
HetWillige rasphuisvoor vrouwlieden, dat weleer aan denY-kantstond, en ter weeringe van bedelaarij diende, niet alleen, maar ook ter gevangenplaatse van vrouwen, wier gedrag opsluiting verdiende, en wier naastbestaanden de kosten van een bijzonderBeterhuisniet konden draagen, almede door den aanleg van het voornoemde algemeeneWerkhuis, ten onbruike geraakt zijnde, werd de grond daarvan bebouwd, met het allen lof verdienendeKweekschool voor de Zeevaart; eene instelling dieAmsteldameere aandoet, en ons ’t ons voorgeschreven bekrompen bestek doet betreuren; want gaarne weidden wij ten breedsten over het aanleggen van die lofwaardige schoole uit.
HetVerbeterhuis, staat op de schans niet verre van hetWeteringspoortjen; ’t was weleer een huis dat diende ter genezinge van die met schurft of kwaadzeer besmet waren; het huis dient voor particuliere opsluitingen, echter moet zulks geschieden op verlof van de Regeering, die ook den Vader van hetzelve aanstelt.
Men heeft inAmsteldamvoords een zeer aanzienlijkeDoorluchtige schoole, (Athenæum illustre,) ’t gebouw was weleer een kerkjen van ’tAgnieten klooster, naderhand een pakhuis voor de Admiraliteit, waartoe de onderste verdieping nog gebruikt wordt; boven de leesplaats, is eene aanzienlijke stads boekerij, die eenmaal per week voor ieder openstaat; alle de boeken zijn met koperen kettingjens aan de kassen vastgemaakt.
Voorheen waren in deeze stad tweeLatijnsche schoolen, thans is er maar één, staande op deCingeltusschen deMunten denHeiligen weg: ’t is een gebouw dat allezins aan het oogmerk beantwoordt: naast hetzelve staat de wooning van den Rector.
De Huiszitten- of Stads-schoolen verdienen hier ook aangemerkt te worden: zij zijn aangelegd voor de kinderen dier behoeftigen welke[24]geene ledemaaten der Gereformeerden zijn, en derhalven niet door de Diaconie onderhouden worden, deeze heeft haare eigene schoolen.
Boven de Vleeschhal in deNes, is de vergaderplaats van de Opzieners over het Genootschap der Geneesmeesteren—de aanzienlijke stads Kruidtuin is in de Plantaadjen aangelegd.
Na het aanstippen van alle deeze kweekschoolen der geleerdheid, waarbij wij veele andere particulieren zouden kunnen noemen, boven al het beroemde Vergaderingshuis der MaatschappyFelix Meritis, waarvan nader ons art.Bijzonderheden, zoude het niet onvoegelijk zijn hier vervolgends iet te zeggen van de geleerde mannen die de wereldberoemde stadAmsteldamuit haaren schoot heeft zien geboren worden; dan, het getal derzelven zoude eenige bladzijden vorderen die wij echter van ons bestek niet kunnen missen; ten allen tijde hebben de kunsten en weetenschappen in deeze stad gebloeid, en het welk te bewonderenswaardiger is, daarAmsteldameigenlijk den troon des koophandels genoemd mag worden; ja nog heden, nu zij de gevaarlijkste verdeeldheid in haare ingewanden voelt wroeten; nu het gezicht van duizende krijgsknechten haar dagelijks verschrikt; nu zij telkens voor de gevaarlijkste uitbarstingen beeft, nu nog werkelijk tellen deAmsteldammersonder zig zulk een groot aantal geleerden, als zij mogelijk nimmer onder zig hebben kunnen tellen: vooral vindt men die loflijke voorwerpen in den achtingwaardigen burgerstand.
KERKLIJKE REGEERING.
Ingevolge onze gewoonte in het reeds afgewerkt gedeelte van ons uitgebreid plan, bepaalen wij ons hier ook weder alleenlijk tot de Gereformeerde, of Heerschende kerk inAmsteldam: deeze gemeente dan wordt bediend door 29 Predikanten, één van welken in de Hoogduitsche taale moet prediken: de Gasthuiskerk had weleer haar afzonderlijken Predikant; doch thans predikt deeze ook op zijn beurt in de andere kerken, gelijk de overige Predikanten ook de Gasthuiskerk op hunne beurt moeten waarneemen: de gewoone kerkenraad bestaat voords uit gemelde Predikanten, een gelijk getal Ouderlingen, waarvan jaarlijks de helft afgaan, gelijk ook van de Diaconen, die 42 in getal zijn, en een afzonderlijk Collegie uitmaaken, doch van den grooten kerkenraad ook leden zijn: den Diaconen zijn 12 Diaconessen toegevoegd,[25]die voor al het vrouwlijke in dat groote ligchaam zorg draagen; voorheen zond de Wethouderschap twee Gemagtigden in den kerkenraad; doch sedert eenige jaaren vindt zulks geen plaats meer: in gevalle van eene vacature onder de Predikanten, worden Burgemeesteren om handopening tot het doen van een beroep verzocht; na bekomen verlof, maakt de gewoone kerkenraad een nominatie van drie, het zelfde doet het Collegie van Diaconen: deeze dubbelde nominatie wordt in den grooten kerkenraad tot een drietal gebragt, en daaruit wordt bij meerderheid van stemmen één verkozen, op welke verkiezing vervolgends de goedkeuring van Burgemeesteren verzocht wordt.
WERELDLIJKE REGEERING.
Deeze bestaat uit een Collegie van 36 Raaden, of Vroedschappen, 4 regeerende Burgemeesters, 9 Schepenen, en één’ Schout: eigenlijk zijn er 12, zo afgegaane als regeerende Burgemeesteren, die den Oud-raad uitmaaken, en hunne bijzondere functie hebben: de Vroedschappen behouden hunne post levenslang, doch Burgemeesteren en Schepenen worden jaarlijks, opVrouwendag, veranderd: bij ’t afsterven van één’ der Raaden, wordt in de opengevallene plaats door het Collegie zelve eenen anderen verkozen: de Schout wordt door Burgemeesteren, na voorgaand besluit der Raaden, aangesteld, en blijft aan tot hij bedankt of overlijdt: er zijn nog vijf Onderschouten, waartoe de Hoofdprovoost van ’t Aelmoesseniershuis, en de Waterschout, of Bailluw van ’t watergerecht, behooren: ieder deezer Onderschouten, gelijk ook de Hoofdschout hebben eenige gewapende dienaars onder zig; de laatstgenoemde heeft ook een’ Secretaris; de gemelde jaarlijksche verandering van regeerende Burgemeesteren geschiedt uit den Oud-raad voornoemd, (of zo die niet voltallig is, ook wel buiten dezelven,) door dien Raad zelven en door Oud- en regeerende Schepenen, bij meerderheid van stemmen: drie Burgemeesteren worden op gezegde wijze verkozen, en deezen verkiezen uit de vier van het voorgaande jaar een vierden tot President, welke post hij drie maanden bekleedt, vervolgens is ieder andere van drie tot drie maanden President: langer dan twee jaaren mag geen van hun dienen: van de 9 Schepenen, waarvan één President en[26]één Vice-president is, gaan jaarlijks 7 af: tot het benoemen van 7 anderen vervaardigt de Raad een nominatie van veertien persoonen, waaruit door den Stadhouder 7 benoemd worden: een President en Vice-president worden vervolgends uit de Oud-schepenen verkozen.
De wereldlijke Regeering vanAmsteldam, bestaat voords in het Collegie vanThesaurieren Ordinaris, zamengesteld uit vier Oud-burgemeesteren; zij hebben opzicht over stads gelden, doen aanbestedingen, enz.—Thesaurieren extraordinaris: deezen ontvangen verpondingen, buitengewoone lasten, enz.—Weesmeesteren, zijnde Oud-schepenen, meestijds 8 in getal—Commissarissen van huwelijkszaaken—van deRekenkamer—van deAssurantiekamer—Commissarissen van de Wisselbank, die vanKleine Zaaken, zittende over verschillendiebeneden de ƒ 600 gaan.—die van deKamer van Zeezaaken—van deDesolate boedelkamer—Commissarissen van den grooten Excijns, dat is op graanen, gemaal, wijnen, azijn, bier, turf en koolen—voordsCommissarissen over den honderdsten en tweehonderdsten penning; wij zwijgen nu van onderscheidene boden, secretarissen, clerken en verdere mindere bedienden: de Regeering vanAmsteldamheeft voords twee Pensionarissen, waartoe gemeenlijk geleerde lieden, verkozen worden.
Wegens de Colecten voor de armen, enz. is de Stad ook in eenige wijken verdeeld, en in iederen wijk zijn twee Wijkmeesters aangesteld, die hunne bijzondere diensten doen, vooral in het afgeeven van getuigschriften, waarvoor zij eene vrije bank in de kerken hebben.
SCHUTTERIJ, enz.
DeAmsteldamsche Schutterij, is verdeeld in 5 Regimenten, ieder van 12 Compagniën of Vendels, naamlijk hetblaauwe, ’toranje, hetwitte, ’tgeeleen ’tgroeneregiment; ieder regiment heeft 5 compagnien, en iedere compagnie bestaat uit 100 man, derhalven zijn er 6000 wakende Schutters, in 60 wijken verdeeld: behalven dat zijn er nog 4 compagnien buiten de stads poorten doch binnen derzelver vrijheid: ieder der gezegde compagniën, (in drie Corporaalschappen verdeeld) heeft een Capitein, een Lieutenant, een Vendrig, drie Serganten,[27]enz.: over het geheele ligchaam der schutterij zijn twee Colonellen aangesteld, die met de 60 Capiteinen, en 60 Lieutenants den vollen krijgsraad uitmaaken, welke op het stadhuis hunne vergaderplaats heeft: van ouds, en dat billijk was, had de gewapende schutterij verscheidene voorrechten, ook werd zij, als ’t ligchaam der Gemeente verbeeldende, in gewigtige gevallen, den welvaart der stad betreffende, door Burgemeesteren geraadpleegd; doch dat loflijk gebruik is door den tijd geheel te niet gelopen. Sedert degezegende omkeeringvan zaaken moet de gewapende burgerijoranje cocardendraagen.
Behalven deeze gewapende schutterij, houdt de stad nog eenige compagniën soldaaten in dienst, die dag en nacht de poorten en andere posten bezetten, als mede een corps kanonniers: thans, bij gelegenheid van de gezegende omkeering, en tegenwoordige vrees voor het uitbarsten van de morringen des volks, heeft zij bestendig een talrijk garnisoen binnen haare muuren.
De Stad wordt boven dat alles des nachts door eene omgaande gewapende ratelwacht bewaakt: deeze heeft vier wachthuizen, ofcorps de garden: op alle de torens waaken des nachts ook trompetters, die als er brand ontstaat zulks terstond ontdekken, en er door hun trompet, enz. de ratelwachts kennis van geeven, welken vervolgends ieder in zijne wijkbrandmoet roepen, na den ratel buitengewoon lang geslagen te hebben; zij moeten ook de lieden die tot het brandwezen behooren wekken: er zijn eene menigte brandspuiten zo in als buiten om de stad voorhanden, tot welken een toerijkend getal brandmeesters, en mindere brandgasten aangesteld zijn: alle deeze lieden verdienen den lof van zo onvoorbeeldig vigilant te zijn, dat bij geen menschen geheugen, in gevalle van brand, meer dan het erf waarin het ongeluk ontstaan is, ten prooje der vlamme is geworden.
Bij deeze nachtlijke voorzorg, kunnen wij ook voegen dat de stad, zodra des avonds het duister valt, door eene groote menigte lantaarns op paalen gesteld verlicht wordt: voor weinig tijds heeft men eene nieuwe soort van lantaarns, die ongemeen veel lichts geeven, beginnen intevoeren, doch daarmede schijnt men niet verder voordtegaan: sommigen van deezen zijn aan uitsteekende ijzerene armen gehangen, anderen hangen aan gespannene touwen dwars over de straaten; het getal van deezen is echter maar gering.[28]
De
GILDEN,
Die inAmsteldamgevonden worden, zijn weinig minder dan 50 waaronder, bij voorbeeld dat van de schilders, waarin meer dan 800 baazen zijn; de leden van het wijnkoopers gild zijn ongelijk veel meer; ieder heeft zijne Overlieden, bijzondere keuren en gildewetten; doch niet weinigen van deeze broederschappen klaagen dat zij naar behooren bij die hunne keuren en wetten niet gemaintineerd worden; althans maaken deJoodener groote inbreuk op.
De
VOORRECHTEN
DerAmsteldammerenzijn veelen, alle welken echter door hen niet genoten worden: bij verscheidene Graaflijke privilegiën werden zij door gantschHolland, ZeelandenVriesland, vrijverklaard van de Graaflijke tollen, mitszekunnen aantoonen jaar en dag poorters geweest te zijn: poorters vanAmsteldammogen, benoorden deMaazeten platten lande, in persoon noch goederen bekommerd worden, ten ware zij op dieverij of vechterij betrapt wierden: van ouds konden zij voor niet meer dan honderd ponden uit hunne goederen verbeuren:Amsteldamsche poorterskunnen in verscheidene steden, volgends onderlinge overeenkomsten, ervenissen beuren zonder tot betaaling vanExu-geldgehouden te weezen, als teDord, Haarlem, Delft, Leiden, Rotterdam,Schoonhoven, Briel, Alkmaar, en meer andere steden—In 1547 werd die vanAmsteldamde vrijheid verleend van in deZuiderzeete mogen visschen, mids zig bedienende van netten die de bepaalde wijdte hadden, en geen versmoorde visch aan land brengende, enz.
Wat zullen wij voords aantekenen van de
BEZIGHEDENENVERMAAKEN,
Die onder deAmsteldammersuitgeoefend, en genomen worden!—hunnen koophandel zouden wij vooral ten breedsten moeten beschrijven, ware het dat wij onzen leezer een voldoend denkbeeld van die bezigheden wilden geeven; dan hier staat ons bekrompen bestek[29]ons weder in den weg: de handel derAmsteldammerenbestaat niet alleen in het vertier der waaren die in de stad gemaakt, bereid, gebragt en gebruikt worden, van welker menigte het groot getal hunner gilden ten voorbeelde verstrekt; maar ook komt daar bij het ontvangen en verzenden van goederen binnen deeze Landen, die men den binnenlandschen handel noemt; ten derden bestaat hun handel in het ontvangen en verzenden van alles wat de vier werelddeelen opleveren; voornaamlijk worden de beide eerste gedeelten van hunnen handel aangekweekt door de vrije jaar- en verscheidene week-markten, welken zij houden: de menigte van pakhuizen die alomme gevonden worden, getuigt mede van hunne uitgebreide commercie——van deeze in ’t algemeen genomen moeten als hoofdtakken beschouwd worden deO. en W. I. Compagniën, hunne vaart opGroenlandenStraat Davids, en andere takken meer; zodatAmsteldammet recht den naam van wereldstad, als door geheel de wereld haaren handel uitbreidende, draagt; hoogstbeschreienswaardig is het intusschen, dat men, wil men de waarheid niet in het aanzicht hoonen, moet bekennen dat geheel haar uitgebreide handel in verval is, en vooral haareO. en W. I. Compagniënin zulk eenen deplorabelen staat zijn, dat desaangaandeAmsteldamvan voor ééne eeuw, hemelsbreedte verschilt metAmsteldamin onzen tijd.
Behalven met den koophandel geneert zigAmsteldammet allerleie fabrieken, kunsten, weetenschappen en handwerken, (’t getal der zagenmolens rondom de stad is 80,) zodanig dat men niet gemaklijk iet zoude kunnen bedenken het welk men in deeze stad niet kan bekomen; wat intusschen haare fabrieken betreft dezelven zijn mede in een allerjammerlijkst verval.
Alle stadsvermaaken die bedacht kunnen worden zijn die van deAmsteldammers.
GESCHIEDENISSEN.
Daar wij van de geheele beschrijving van het weleer zo magtigeAmsteldam, maar een zeer kort uittreksel kunnen geeven, zullen wij ons althans in het spreeken over haare geschiedenissen, die zo wel in het kerklijke als wereldlijke zeer veelen zijn, ongemeen moeten bepaalen, en alleenlijk iet van de hoofdtrekken daarvan kunnen aanstippen—In de dertiende eeuw dan isAmsteldam[30]reeds tot een tamelijk dorp of steedjen aangegroeid; jammerlijk werd het toen verwoest, ter wraake van den bekenden moord aan GraaveFloris den Vijfden, waaraanGijsbrecht, Heer vanAmstel, medepligtig was: deeze echter bouwde het daarna weder op, en voorzag het van houtene vesten en bruggen, doch ook die zijn arbeid werd omtrent den jaare 1299, door deKennemersenWaterlandersin koolen gelegd: in 1304 verviel ’t opkomendAmsteldamin ’s Graaven ongenade, ter oorzaake van ’t ontvangen van eenige ballingen, en het moest ter straffe alle zijne bruggen en vesten weder afbreeken, eene boete betaalen, en de vrijheid van te markten missen: in de eerstvolgende vijftig jaaren kwam het echter weder in groot aanzien, zodanig dat het reeds verscheidene voorrechten ontving: na het verdrijven van den Heerevan Amstel, kwam het aan de Graaflijkheid, en vóór het einde der veertiende eeuw begon het door den koophandel reeds merkelijk te bloejen: in 1391 bezaten deAmsteldammersreeds een stuk lands op ’t eilandSchooneninDeenemarken: in 1405 konden zij hunnen Graave reeds merkelijken dienst doen, en drie jaaren daarna, rustten zij met die vanKampentwee schepen uit, om hunne koopvaarders tegen de zeevaart te beveiligen: toen deHoekscheenKabbeljaauwsche factie, geheel het Land beroerde, kreegAmsteldameen aanmerkelijk deel in de gevolgen van dien twist: in de maand April des jaars 1421, verbrandde ruim een derde gedeelte van de stad, met het Raadhuis, deNieuwe Kerken eenige andere Godsdienstige gestichten: het zelfde noodlot, echter niet zo geweldig, trof haar in 1452: in 1426 hielpen deAmsteldammersFilips den Goeden,Hoornontzetten, en niettegenstaande de teistering van den gezegden twistgeessel, nam hun bloei zo aanmerkelijk toe, dat zij in 1438 alleen twintig oorlogschepen in zee bragten; ook werden zij in den steeds voordduurenden krijg meer en meer geducht: in 1548 behaalden zij groote overwinning op deUtrechtenaars, waarvan deKloveniers doelennog getuigt: (zie hier voor, bladz. 20) ook werd omtrent dien tijd de stad aanmerkelijk uitgelegd, en met muuren en torens omringd: na in denGelderschen oorloggeen gering deel gehad te hebben, was haar aanzien reeds zodanig toegenomen, dat verscheidene Vorsten haar veele voorrechten, allen den handel betreffende, toestonden, ook was omtrent het einde der vijftiende[31]eeuw het getal der Graaflijke gebouwen binnen der stede vesten zodanig toegenomen dat er besloten werd geene nieuwen meer aanteleggen.
In en omtrent den jaare 1530 was de onverdraagzaamheid in het stuk van den Godsdienst hier nog zo groot, dat onder anderen het drukken van ’t Nieuwe Testament naar de vertaaling vanLutherverboden werd, op straffe van ooguitsteeking en handafkapping; ook maakten de Wederdoopers op verscheidene plaatsen van Nederland groote beroerten, wegens Godsdienstige verschillen; teAmsteldamliepen er vijf met ontblotene zwaarden door de stad, den zegen over de rechter en den vloek over de linker zijde derzelve uitroepende, weinig tijds daarna liepen zij moedernaakt door de stad, (zij hadden hunne klederen verbrand,)weeenach!uitroepende, en de straf die sommigen van hen ondergingen, van onthoofd of verdronken te worden, konde hen echter van hunne krankzinnige dwaaling niet terug brengen; integendeel gingen zij daarin zo onvoorbeeldig voord, dat zij in den jaare 1535 een’ aanslag smeedden omAmsteldamte overvallen; den toeleg werd wel ontdekt doch konde niet geheel gestuit worden; zij overrompelden het stadhuis, het geen echter door de gewapende burgerij hun weder ontweldigd werd; een eisselijke straf ondergingen de geenen die men gevangen kreeg; onder hen bevond zig zekerenJacob van Kampen, die zig Bisschop vanAmsteldamhad laten noemen; hem werd eerst de tong uitgesneden, en hij zelf voords leevendig verbrand—onlusten van minder belang door eenigen om verscheidene redenen misnoegden, voorbijgaande, naderen wij het tijdperk waarin onze stad niet weinig had te lijden door den hevigen twist overRoomschenOnroomsch; deAmsteldammerswaren zo sterk tegen deOnroomschengekant dat deezen het nog niet hadden durven waagen er te prediken; doch daartoe gingen zij echter eindelijk over, met dit stoute gevolg dat zij in 1566 de beeldstorming in deOude kerkbegonnen, en zig zo ontzachlijk wisten te maaken dat de Wethouderschap hun het vrij buitenprediken toestond; doch daarmede niet voldaan, ondernamen zij het plonderen van twee kloosters, en gedroegen zig zo onrustig dat men moest goedvinden in 1567 een verdrag met hun te tekenen——na eene en andere tusschengebeurtenis, waaronder zelfs die, en welke geen geloof verdient, dat sommige weeskinderen[32]eene bezetenheid trof, waarbij zij grouwelijke gezichten trokken, tegen de wanden opvlogen, en ook (NB.) uitheemsche taalen spraken, en lispende vertelden wat op ’t zelfde oogenblik elders in de Vroedschap geschiedde, trof in 1570Amsteldameen deerlijk lot door een zwaaren watervloed; een zelfd lot trof haar in 1593, waardoor zij ontzaglijke schaden in haaren scheepvaart leed; geduurende deeze en andere tusschen gebeurtenissen, zeggen wij, kwam de bloedhondAlvain ’t Land, en de vervolgingen om het geloof werden ten allergrouwelijksten, vooral binnenAmsteldamvoordgezet: hij eischte eene schatting van de stad die zij niet konde opbrengen, en zij werd deswegen in eene boete van 25,000 guldens verwezen; desniettegenstaande bleeven deAmsteldammersde zijde derSpaanschenhouden, waardoor zij niet weinig van de Staatschen hadden te lijden:Alva, te zeer met schulden bezwaard, verliet haar heimelijk, en bragt daardoor veelen der rijkste inwooneren tot den bedelzak: in 1577 lagen deStaatschenhet toe om de stad bij verrassing te bemagtigen; doch die toeleg mislukte, evenwel werd zij ten volgenden jaare gedwongen zig bij verdrag overtegeeven: hier over ontstond echter weder zo hoog een verschil dat deOnroomschenzig verstoutteden, (25 Mei 1578) het stadhuis te overweldigen, en de Wethouderschap met eenige Geestlijken ter stad uittedrijven: in 1581 en vervolgends hadAmsteldamniet weinig deel in het ontwerp om de Graaflijkheid aanWillem den Eerstenoptedraagen, zij maakte er naamlijk zwaarigheid in, en ’s Prinsen onverwachte dood deed geheel de zaak achterblijven: in 1585 werd met eene tweede vergrooting der stad een aanvang gemaakt, en in hetzelfde jaar, trachtte de schelmscheLeicester, een Gezant vanEngeland, zig van eenige voorstanders der vrijheid meester te maaken; doch de waakzaamheid der Wethouderschap en Burgerij deed hem in dat gevloekte oogmerk niet slaagen: zo zeer namAmsteldam, niettegenstaande alle de gemelde folteringen, in bloei en volkrijkheid toe, dat haare muuren in 1593 nogmaals, ook andermaal in 1612, en nog eens in 1658 uitgezet werden; sedert is de stad alleenlijk binnen haare muuren meer en meer bebouwd: in 1595 was er zo groot eene schaarsheid van graan, dat Burgemeesteren zig onderling met eeden verbonden, de waare gesteldheid daarvan voor de ingezeten verborgen te houden: in 1602 gevoelde men zo hier als[33]elders eene zwaare aardbeeving; het zelfde gebeurde in 1692. De bekende onlusten tusschen deRemonstrantenenContra-Remonstranten, ten tijde van het bestand, stortten onze goede stad weder in grouwzaame beroeringen, ja zelfs tot plondering toe: in 1629 werd een veroverde zilvervloot binnen haare muuren gebragt, en, niet zonder groote opschudding onder het bootsvolk verdeeld; in 1650, ontstond er verschil tusschen de stad en PrinsWillem den Tweeden, waarom deeze dorst besluiten en ook onderneemenAmsteldamte bemagtigen, en naar zijne hand te zetten, doch zijn aanslag mislukte hem, en hij moest terug keeren, na op deeze wijs zijn’ stamhuis een onuitwischbaare schandvlek aangewreven te hebben: verscheidene maalen isAmsteldamook door de pest aangetast geworden, en wel allerhevigst in den reeds gemelden jaare 1602, toen er in één week meer dan 700 menschen aan stierven; in 1663 en 1664, sleepte die geduchte bezoeking eene ontzachlyke menigte van inwooners ten grave; in 1610 was er weder zulk een hoogen watervloed, dat het water door deWarmoesstraatbruischende heen liep: in 1619 ontstond er een oproer over de boterpacht, doch dezelve was van geen groot gevolg, en in 1625 was er weder zo hoog een vloed dat het water op denDamstond; het zelfde lot tastte de stad in 1637, en andermaal allergeweldigst in 1640 en 1651 aan: ten volgenden jaare verbrandde het stadhuis, zo dat er alleenlijk de muuren, en een gedeelte van den toren staan bleeven: in 1653 was het verval van koophandel alhier zo groot, dat er, volgends sommigen wel 3000 huizen ledig stonden; in 1654 werd alhier den vrede met den beruchtenCromwelafgekondigd, en met alle tekenen van vreugde werd geheel den dag doorgebragt: om het gemeen te behaagen deed men de trompetters het bekende deuntjeWilhelmus van Nassouweblaazen, doch zorgvuldig hield men voor den volke verborgen dat de vrede eerst zijn beslag gekregen had, na de overlevering van deacte van Seclusieof uitsluiting van den Prinse vanOranje, bekend onder den naam van ’tEeuwig Edict: na dien tijd zijn er teAmsteldamverscheidene maalen grouwzaame branden ontstaan, gelijk het ook te meermaale door vreeslijke watervloeden geteisterd is geworden: alle de kruidstooven die in haaren omtrek of nabijheid gestaan hebben, zijn de eene voor en de andere na in de lucht gesprongen,[34]tot merkelijk nadeel en verschrikking der goede inwooneren; de aanmerkelijkste zwaare brand binnen de stads muuren voorgevallen is die van denHollandschen Schouwburg, in den jaare 1772; deze indedaad was allerijsselijkst, niettegenstaande de ongeloovelijke vigilantie in het aanvoeren van alle de stads brandspruiten; en deeze allerbeschreienswaardigste gebeurtenis deed weldra zien, bij het in ’t licht verschijnen van zekere versen, datAmsteldambinnen haare muuren nog zulke lieden huisvestte, die, niettegenstaande de stad een tempel van kunst en weetenschap genoemd moge worden, en veele fraaje vernuften er zig bezig houden met het loflijk werk van de verlichting des menschdoms; zulke lieden zeggen wij, die, desniettegenstaande, het akelige afbranden van den schouwburg hielden voor eene rechtvaardige bezoeking Gods, voor eene kasteiding van zijne hand, ja voor eene wraak zijner vleklooze heiligheid over de boosheid welke in zulk een gebouw gepleegd wordt—grouwelijke, god-onteerende gedachten! zo verfoejelijk als dom! intusschen was door de vlam eene overgroote somme gelds vernield, terwijl de bestuurderen nog bezig waren veele duizenden te vertimmeren, of liever te verspillen; want eerst van binnen eene geheel andere schikking van plaatsen gemaakt hebbende, was nu kortlings alles weder op den ouden voet gebragt: ter oorzaake van welke omstandigheid, of mogelijk, (en dit zouden wij liever gelooven,) om dat de brand ontstond onder het speelen van eeneVlaamsche troup tooneellisten, aan wien het gebouw toen voor het zomer- of zogenaamd stilstaand saisoen, verhuurd was, zeker vernuft, bij gelegenheid van den brand, deeze twee regels uit zijne scherpe penne liet vloejen:
De hommels rooven hier het eêlste van de beiën,Daar de oude stok om zucht; de weezen om staan schreien;
De hommels rooven hier het eêlste van de beiën,
Daar de oude stok om zucht; de weezen om staan schreien;
Hij zinspeelde op het onderschrift, onder het blazoen van den kunsttempel:
De beiën storten hier het eêlste dat zij leezen,Om d’ouden stok te voên, en ouderlooze weezen.
De beiën storten hier het eêlste dat zij leezen,
Om d’ouden stok te voên, en ouderlooze weezen.
[35]
In 1672, de Staat in oorlog metFrankrijkgewikkeld zijnde, hield onze stad, onder anderen allen vredehandel met dat Rijk tegen; dit gaf door de aannadering des vijands gelegenheid, datAmsteldamrondsom onder water gezet, en in staat vantegenweêrgebragt werd: in 1681 kwamen ter oorzaake van de Geloofsvervolgingen in het gemelde Rijk, eene groote menigteFransche vlugtelingenherwaards, die allen wèl ontvangen, en zelfs met vrijdom van stads excijns voor den tijd van drie jaaren beschonken werden: vijftien jaaren daarna, (in 1696) ontstond er een geweldig oproer over zekere keure bij de Wethouderschap op ’t begraaven der dooden gemaakt, en ’t welk van dat gevolg was dat de keure ingetrokken moest worden, niettegenstaande men eenige der belhamels strafte: in de drie volgende jaaren, 1697, 1698 en 1699, was er teAmsteldamweder eene nijpende schaarsheid van graan, zodanig dat Burgemeesteren den uitvoer zelfs tot buiten den boom verboden: in den jaare 1720 hadAmsteldamniet weinig te lijden door een verregaande zucht voor den actiehandel, waardoor duizenden zig totaal ruineerden, en waaruit groote beroeringen ontstonden: wij behoeven niet aantevoeren wat er inAmsteldamwegens de verkiezing vanWillem den VierdenPrins vanOranje, tot het Erfstadhouderschap is voorgevallen, hetzelve is overgenoeg bekend: de stad echter heeft daarover minder geleden dan veele andere Nederlandsche steden; doch de verandering in ’t begeeven der Amten was voor haar van groter gevolg; men begeerde dezelven aan de Staaten vanHollandopgedragen te hebben, waartoe de Stads Raad, om het voordeel dat er de stad van trok, niet wilde verstaan; de beruchte PorceleinkooperDaniel Raap, begon nu eenen hoofdrol te speelen; hij ontwierp een request aan de vroedschap, ter ervelijkverklaaring, (in de manlijke en vrouwlijke linie,) van het Stadhouder- Capitein- en Admiraalschap-Generaal, het verkoopen der amten ten voordeele van den Lande, een vrijen krijgsraad, en het herstel der gilden in hunne voorrechten;Raapnam alle mogelijke middelen ter hand om in zijn oogmerk te slaagen, doch hij vond overal grooten tegenstand, tot op zijne besteeking een menigte volks op denDamvergaderde, het raadhuis instooven en geen gering geweld gebruikten; onder anderen stak het gespuis, in de[36]plaats van de roede van justitie een ragebol ten venstere uit; zij lagen op de regeeringskussens in dezelven; doch zodra zij door eenige gewapende schutters aangevallen werden, namen zij in aller ijl de vlugt, evenwel volgde de toestemming tot het Erfstadhouderschap eenige dagen daarna: in 1648 verhief zig een dergelijken storm tegen de pachters, en in denzelven werden eenige huizen deerelijk geplunderd, op welke schenddaad ook eene voorbeeldige strafoefening volgde, waarbij eene oproerige beweeging ontstond, die een groot getal der zamengevloeide aanschouweren het leven kostte.
In 1756 gevoelde men hier weder eene aardbeeving, die geen geringe ontsteltenis veroorzaakte: in 1762 ontstond er brand in het stadhuis, welke echter nog gelukkig bij tijds gestuit werd: omtrent den jaare 1758 had deNederlandsche Koophandel, waarvan deAmsteldamsche beursde voornaamste zuil is, niet weinig te lijden door het onredelijk gedrag derEngelschen, die het niet genoeg was, weerlooze schepen optebrengen, te plonderen, verbeurd te verklaaren, maar ook ontzagen ze der Staaten vlagge niet, het geen, onder anderen, deAmsteldamsche koopliedennoodzaakte zig, desaangaande, bij requeste aan ’s Lands vaderen te adresseeren; de Heeren Bewindhebberen van deWestindische Compagnie, voegden hunne klagten bij die der kooplieden; ter staavinge van alle de klagten werden drie lijsten van genomene, geplonderde of onrechtmaatig gecondemneerde schepen, allen teAmsteldamin ’t bijzonder t’huis behoorende, ingeleverd, op de eerste lijst stonden
21Schepen ter schade vanƒ 3:557.500:-:-2de lijst35——— ——— ———5:144.000:-:-3de lijst100——— ——— ———439.191:6:-Dus156Schepen ter schade vanƒ 9:140.691:6:-
Met reden was des het geroep om redres zeer groot, evenwel kwam het niet, het geen bij veelen den lust tot den koophandel geheel deed verflaauwen, tot merkelijk nadeel van Staat en stad: de gezamentlijke kooplieden vanAmsteldam, DordrechtenRotterdam, leverden hunne klagten desaangaande in bij Mevrouwe de Gouvernante, maar kreegen wel verzoek om uitstel van verdere klagten, doch geene hulp: meermaals werdt in ’t vervolg over het zelfde ongelijk geklaagd, doch telkens zonder eenig wenschelijk succes niet alleen, maar zelfs kreegen[37]de klaagers het grievend antwoord, dat het voor de Vrouwe Gouvernante eenpoint d’honneurgeworden was, te stemmen in de vermeerdering van landmagt, (dit was toen een tweede zaak in verschil,) en zonder de voldoening daarvan te erlangen, voor geene vermeerdering van zeemagt konde stemmen; dat men voords de kooplieden niet zoude vleien, met de teruggaven der schepen en goederen door deEngelschengenomen.… dan, dus voordgaande zouden wij niet alleenlijk te breedvoerig worden, maar ook de afzonderlijke geschiedenis van onze stad te buiten treeden; wij hebben dit alleenlijk tot dus verre willen boeken, om onzen Leezer eenigzins te doen beseffen, hoedanigAmsteldamten dien tijde in de zenuw van zijn bestaan verdrukt werd.
Onder het Stadhouderschap vanWillem den Vijfden, die zijne moeder opvolgde, gedroegen deEngelschenzig niet beter; daarbij kwam nog de twist tusschenEngelanden zijneAmericaansche Colonien, welke oorlog zo veel invloeds op den staat van ons Vaderland gehad heeft: in 1775 was er weder een grouwzaam hoogen watervloed, doch nu op zijn hoogst gekomen zijnde, bespeurde men zonderling de hand Gods ter verlossinge; want schoon het water tot des morgens ten 9 uuren 20 minuten had moeten rijzen, begon het des morgens ten 6 uur reeds te daalen, enAmsteldamwerd daardoor van het ijsselijk dreigende gevaar verlost.
De voorgemelde schandelijke gedragingen derEngelschengevoegd bij hunnen oorlog metAmerica, hadden in 1780 hier ter stede een algemeene morring veroorzaakt; en alle de woelingen liepen uit op de bekende oorlogsverklaring van hetBritsche Hofaan onzen Staat, in welken oorlogAmsteldam, in gevolge de voornaame plaats welke zij in de Republiek bekleedt, een aanmerkelijk deel had; de meesten van onze tijdgenooten hebben de akelige omstandigheden waarinAmsteldamsedert gedompeld geweest is, beleefd; ook kan de gezegdeEngelsche oorlogde oorzaak genoemd worden, van alle de vorderingen van het Patriotismus tot herstel van de misbruiken in ’s Lands wettige constitutie, in welke vorderingen zij door eene tegengestelde partij bestendig gedwarsboomd werden: ieder weet datAmsteldamin alle gevallen in de zaak des Vaderlands heeft uitgemunt; nergens is de wapenhandel met zo veel luisters geoefend; maar ook nergens[38]heeft de omkeering van zaaken zulk een sensatie veroorzaakt; nergens zijn dePruissische soldaatenmet zo groot een bewondering als verbazing ontvangen; doch ook nergens heeft het hun zo veel gekost, eer zij zig konden doen gelden——wat nog dagelijks inAmsteldamvoorvalt, is ons allen bewust—wij vinden goed desaangaande niet meer te zeggen:
Menig held, beroemd in ’t strijden,weet te vlugten op zijn’ tijd—Weet dan schrijver ook te zwichten,daar gij ook in ’t strijdperk zijt—Strijdperk waarin ook kan winnen,die de minste krachten heeft;Vaak ziet men bij u dat de oude,voor den zwakke zuigling beeft;Letterheld! gehard in ’t strijden,ga dan vlugten op zijn’ tijd,Toon dat gij ten nutt’ van veelen,in het letterstrijdperk zijt.
Menig held, beroemd in ’t strijden,
weet te vlugten op zijn’ tijd—
Weet dan schrijver ook te zwichten,
daar gij ook in ’t strijdperk zijt—
Strijdperk waarin ook kan winnen,
die de minste krachten heeft;
Vaak ziet men bij u dat de oude,
voor den zwakke zuigling beeft;
Letterheld! gehard in ’t strijden,
ga dan vlugten op zijn’ tijd,
Toon dat gij ten nutt’ van veelen,
in het letterstrijdperk zijt.
Ik herinner mij deeze regelen, en zwijg.
Wat ons artijkel
BIJZONDERHEDEN
Betreft, geheelAmsteldamverdient den naam van bijzonderheid, het geen den vreemdeling, zo hij kan zeggen de stad gezien te hebben, gereedlijk zal toestemmen: intusschen kunnen wij niet nalaaten het reeds gemelde gebouw der aanzienlijke MaatschappijFelix Meritishier te noemen, als een kunsttempel van bijzondere lieden die de bewondering van de ervarenste reizigers en bouwkunstenaaren wegdraagt: deeze loflijke maatschappij, die boven alle anderen in het[39]kunstkweekendAmsteldamuitmunt, heeft haaren aanvang genomen in 1777, op deLelijgracht; vervolgends is zij verplaatst op deFlueele burgwal, bij deIllustre school, en sedert November 1788, in haar nieuw en reeds beroemd gebouw op deKeizersgracht, ’t welk zig thans in al deszelfs luister voor onzen geest vertoont, en dat wij gaarne breedvoeriger zouden beschrijven, alzo ’t zulks overwaardig genoemd mag worden; dan, niet alleen verbiedt ons bestek ons hetzelve; maar ook zouden wij andere Maatschappijen, even nuttig in haare inrichting, en in de daad nuttiger in haare uitwerkselen, ofschoon niet zo prachtig gehuist, daardoor schijnen te vernederen; wenschlijk ware het dat de uitwerkselen van de MaatschappijFelix Meritiszo verre boven die van andere Maatschappijen inAmsteldamverheven ware, als haar gebouw boven die van de bedoelde Maatschappijen uitmunt, dan zeker zoude het prachtige gebouw nog meer uitzondering verdienen; zo veel zij er dan van gezegd, dat het allezins trotsch en kundig is aangelegd: de concertzaal onder anderen met uitzondering, men getuigt van deeze dat zij in geheel Europa haare weêrgaê niet heeft.
Den 31 October des laatstgemelde jaars (1788) wierd het gebouw ingewijd, in gezegde concertzaal, door den HoogleeraarVan Swinden, met eene fraaje redevoering, en een overheerelijk expres daartoe vervaardigd muzijk, ’t welk door een ongemeen sterk corps van de voornaamste muzijkmeesters werd uitgevoerd: dan, daar intusschen de concertzaal, hoe ruim ook, niet ruim genoeg was, om alle de Heeren leden met hunne Dames te bevangen, werden ten gemelden dage de Heeren alleen genodigd, en ten volgenden dage, (den 1 November,) werd de inwijding, (met eenige toepasselijke verandering,) voor de Dames alleen herhaald.
De
LOGEMENTEN
InAmsteldamzijn te meenigvuldig om ze hier optenoemen; onder allen munten daaronder uit:[40]
en meer anderen.
De
REISGELEGENHEDEN
Zijn in deezen stad naar alle plaatsen meenigvuldig.
NB.Onder onsart.Kerklijke en Godsdienstige Gebouwen,hebben wij vergeten te noemen deRoomsche kerkdeKrijtberg,die, veele jaaren gesloten geweest zijnde, voor weinig tijds wederom tot het dienstdoen geopend is.[1]