[Inhoud]De stad Weesp.De stad Weesp.Zo lang de Zilvren VECHT uw boorden blyft besproeien,O WESOP! en Natuur u met haar schoon vereert.Zo lang de Koopmanschap in Nederland zal bloeien;GENEVER, en door Oost en Westen word begeerd.—Zo lang de Naneef TROUW op hogen prys zal stellen,Hoort Gy, MYN VADERSTAD! uw naam met blydschap spellen.B. P.—DESTADWEESP.Onder de geene stem in Staat hebbende Steden van Holland, isWeespgeenzins eene der geringste, zo wegens derzelver oudheid, vermaardheid als vermakelijke ligging aan de Rivier deVecht; een half uur ten ZuidwestenMuiden; omtrent twee uuren ten WestenNaarden; ruim twee uuren ten ZuidoostenAmsteldam, en ruim vijf uuren ten NoordenUtrecht.NAAMSOORSPRONG.Bij de Geschiedschrijvers vind men wegens den Naams-oorsprong niets zekers geboekt. Dat deeze Stad haren naam van deUsipetenontleenen zoude, luid al te fabelachtig, om daar aan geloof te slaan. Dat zij dezelve aan eenenHere de Wesopa, die aldaar een Kasteel, van dien naam, zou gesticht hebben, verschuldigd is, is even onzeker, en dat zij om haren geduurigen kloekmoedigen tegenstand door haare vijanden, leenspreukig,WespeofWispezoude genoemd zijn, hier voor is geen’ den minsten grond te vinden: ’t zij ons genoeg dat er in Holland een Steedje is, datWezopofWeespgenoemd word, bij welke laatste benaming het thans allermeest bekend is.STICHTINGENGROOTTE.Hoewel men den tijd der Stichting dezer Stad met geene zekerheid bepalen kan; veel min of dezelve altijd met vestingen omringd of bevest is geweest; kan men echter bewijzen dat zij in den Jaare 1131 reeds bekend was, als blijkt uit zekeren brief vanAndreasden vijfentwintigsten Bisschop[2]vanUtrecht, waarin van bovengemeldenHerogewaagd word. In de handvest van HertogWillem van Beierenin ’t Jaar 1355, word vanWeesphet allereerst melding gemaakt, als van eene Stad, voorzien met poorten en wallen, en hare BurgersPoortersgenoemd.De Stad is zeer ruim en luchtig gebouwd en heeft verscheidene straaten, die zeer wél betimmerd zijn; van het Zuiden tot het Noorden doorsneden van de stroomende Rivier deVecht, waar aan een Schutsluis ligt, die in een Graft uitlopende, het grootste gedeelte der Stad wederom in tweeën deelt; terwijl het zuiderdeel met drie Graften voorzien is, die allen in de laatstgenoemde hunne inwatering hebben.—Volgends de jongste beschrijving beloopt het getal der Inwooners op bijkans 2800 menschen, woonende in omtrent 500 huizen, die wederom in ruim 730 woningen verdeeld zijn. Uit oude tekeningen en beschrijvingen blijkt het, datWeespvoorheen met steenen wallen is omgeven geweest, welker grondslagen men, bij gelegenheden, noch ontdekken kan, en waar van men noch de overblijfsels ziet aan deMuiderpoort, deWaagen den zogenaamdenOlijmolen, welke gebouwen zekerlijk voor een gedeelte als rondeelen der oude vestingwerken moeten beschouwd worden: verval en de uitleggingen der Stad hebben derzelver afbraak noodzakelijk gemaakt.—Tegenwoordig is de Stad alleen aan haar Oost en Zuidelijk gedeelte met aarde bolwerken voorzien, die naar de regelen der hedendaagsche Vestingbouwkunde opgeworpen zijn. Behalve de andere uitgangen, heeft deeze Stad drie poorten, namelijk,de Muider, Naarder of ’s Gravelandsche, en Utrechtschepoort; de eerste is een oud gebouw, in wiens voorgevel het Keizerlijke wapen staat uitgehouwen, waar onder het Jaargetal 1552: de twee laatste zijn in den Jaare 1676 gebouwd, en van eenen ordentlijken aanleg.’TWAPEN.Weespheeft twee Wapens: te weeten hetOudeenNieuwe. Het oude verbeeld een Kerk, met een’ grooten toren aan den Voorgevel en een’ kleiner’ in de midden: de figuur heeft veel[3]overeenkomst met het tegenwoordig Kerkgebouw. Het nieuwe is een zilveren paal op een blaauw veld. Het eerstgenoemde word noch ter bezegeling van brieven of decreeten gebruikt.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.De groote Kerk, waarin de Gereformeerden hunnen Godsdienst oefenen, is, volgendsJacobus de la Torre, gesticht, of ten minsten voltooid, in den Jaare 1462, wanneer zij, naar het Roomsch Kerkgebruik, aanSt. Laurentiuswierd toegewijd. Het is een schoon, lang en luchtig Gebouw, pronkende met eenen spitsen toren, in wiens Koepel een welluidend Klokkenspel hangt, in 1672 door den vermaardenPetrus Hemonivervaardigd. Op het Choor is noch een klein torentje. Dit Gesticht rust binnenwerks op 18 pijlaaren, zijnde rondom de meeste, de Predikstoel, de Gestoeltens der Regeering en anderen geplaatst.—Het Orgel, in 1592 gemaakt, heeft, naar den tijd waarin het zelve vervaardigd is, geen onaangenaam geluid, en word met deuren gesloten.—In het Choor, dat met een fraai koperen hek van de Kerk is afgescheiden, vind men een’ kleineren Preêkstoel, voormaals gebruikt, wanneer de promotie der Latijnsche Schooljeugd geschiedde. De Gereformeerde Gemeente word bediend door twee Leeraars, Leden der Classis van Amsteldam: het tractement van den Oudsten bedraagt 1000 Guldens en vrije woning in de Pastorij, dat van den jongsten is 1100 Guldens.De Lutersche Gemeente word bediend door een’ Predikant behorende onder het Consistorie van Amsteldam, zij is eene der aanzienlijkste dier Geloofsbelijderen in deeze Republiek. De plaats, ter oefening van hunnen Godsdienst geschikt, is een klein doch net Gebouw, van binnen versierd met een fraai Orgel. De oorsprong deezer Gemeente word, volgends de waarschijnlijkste berichten, gesteld op den 28sten September 1642.Tobias Brustenbachwas de eerste Leeraar maar ook te gelijk derzelver Stichter. In den Jaare 1647 wierd deeze Gemeente, die tot dien tijd haare Godsdienstige bijeenkomsten in een klein Huisje op de Achtergracht[4]gehouden had, in staat gesteld tot den aankoop van een Huis en erve, ’t welk, in 1654 met noch een ander Huis en erve vergroot, het tegenwoordig Kerkgebouw uitmaakt; tot den Jaare 1782, was zij in zodanige omstandigheden geplaatst, dat somtijds het nabuurig Amsteldam tot het onderhoud harer Leeraar moest medewerken; wanneer zij door een aanzienlijk Legaat, haar bij uiterste wille besproken door wijle VrouweVoigt, wonende te Muiderberg, in staat gesteld wierd zich zelve te kunnen onderhouden. Den 30 September 1792, wierd eene Jubelpreêk, bij gelegenheid van de 150 jarige instandblijving der Gemeente, door haaren toenmaligen Leeraar gedaan.De Roomsch Catholijken hebben hier ook eene Statie, die tegenwoordig door eenen waereldlijken Pastoor en Capellaan word waargenomen. Hun Kerkhuis is van binnen met een naar de bouwkunst geordend altaar versierd, en het gewelf met Bijbelsche en Kerkelijke Geschiedenissen fraai beschilderd. Waar aan de vochtigheid en ouderdom echter veel nadeel hebben toegebragt. Daar en boven is het Gesticht zelve zeer bouwvallig en veel te bekrompen: ter ondersteuning van het Gregoriaansche Kerkgezang is er een klein doch zeer welluidend Orgel in geplaatst. Thans is op requeste, door Kerkmeesteren dier Gemeente gepresenteerd, ten einde een geschikter Kerkhuis te erlangen, gunstig appui verleend, waar door aan het verlangen van het grootste getal der Gemeentenaaren spoedig zal voldaan worden, hebbende de Kerkbestuurders bereids daar toe een geschikte plaats aangekocht.De Joden, wier getal alhier sints weinige Jaaren merkelijk is toegenomen, hebben hier een Sijnagoge of bedehuis, dat een zeer klein doch net gebouw is.Onder de Gestichten die eenige aandacht verdienen bekleed hetSt. Bartholomei Gasthuisgeene geringe plaats. De tijd van derzelver stichting is onzeker; dat het echter van geenen jongen tijd is, blijkt uit den naam van hem aan wien het is toegewijd, en wiens beeldtenis of naam boven alle de buiteningangen dezes Gestichts is uitgehouwen. Het is een groot en geen onaanzienlijk Gebouw. Ofschoon voor zo verre men[5]kan nagaan, alleen geschikt voor een Gasthuis of herberging voor Vreemdelingen, worden thans ook de gebrekkigen en behoeftigen, die door de Diaconie ondersteund worden, daarin besteed. De bestuuring van dit huis is thans opgedragen aan 4 Regenten en 3 Regentessen, die ’s Jaarlijks of op nieuw verkoren of anderen in hunne plaatsen gesteld worden.HetBurger-Weeshuis, in vroegere Eeuwen een Klooster voorde Zusteren van St. Jan Euangelist, is een schoon en ruim Gebouw, geschikt ter herberginge en opvoeding vanWeezen, wier Ouderen Burgeren dezer Stad waren. Deszelfs bestuur staat thans aan 5 Regenten en 4 Regentessen, die mede Jaarlijks aangesteld worden.HetArmen-Weeshuis, een Gebouw, waarin sints 1667 de Armen Weezen, die te vooren in het St. Bartholomei Gasthuis gehuisvest waren, wierden opgevoed, en werwaards zij op besluit van Burgemeesteren en Vroedschappen in 1790 wederom wierden overgebragt, dient voor het tegenwoordige ter inkwartieringe der alhier in Guarnisoen liggendeMilitie.De orde vereischt dat hier ter plaatse ook melding gemaakt worde van de Stichting van wijlen den HeereCornelis van Drosthagen, bij beslotene laatste wille, 1714 gemaakt, en 1718 door zijn dood bevestigd: volgends welke hij zijne Nalatenschap, bestaande in Huizen, Landerijen enz onder het bestuur van drie Executeuren van de Roomsche Religie gesteld heeft; zo nochthans dat bij het afsterven van eenen derzelven een’ Gereformeerde door de aanblijvenden, in deszelfs plaatse, mogt verkozen worden; welk laatste reeds sints een aantal Jaaren heeft stand gegrepen.—De voordeelen, uit deeze Goederen voordspruitende, moeten in drieën verdeeld worden, als aan zijne behoeftige Vrienden van moeders zijde; aan het Arme Weeshuis, en aan Armen der Roomsche Gezindheid. Ter gedachtenisse van deezen Heer is in een gevel van een der vernieuwde Gebouwen een steen geplaatst, waarop men het volgende versjen leest:De voorzorg van DrosthagenVoor Armen, Weez’ en Magen,Zij steeds bij ’t NageslachtMet dankbaarheid herdacht!——[6]WAERELDLIJKE GEBOUWEN.Onder dezelve bekleed hetStadhuisde eerste plaats. Het is een buitengemeen schoon en kostbaar Gebouw, in den jaare 1772 geheel nieuw uit den grond opgehaald, pronkende met eenen arduin en hardsteenen Voorgevel, naar deJonischeenDorischeorden. Zo schoon dit Gebouw zich uitwendig opdoet, zo fraai is ook deszelfs binnenste. Bij het ingaan valt terstond de prachtige Vierschaar in ’t oog, welker beschouwing den Vreemdeling moet uitlokken om het zelve van binnen te bezichtigen. De Burgerzaal, Burgemeesters, Schepens en Vroedschapskamer zijn keurig geordend, naar den smaak gestoffeerd en versierd met prachtige en fraaje schilderstukken, door den Weesper BurgemeesterGijsbert Jansz. Sibille. Hoewel men den naam van deezen Kunstliefhebber in de Schilderboeken te vergeefs zoeken zou, en buiten deeze Stad weinig bekend schijnt te zijn, zo zijn echter de werken van zijne hand de opmerking der kenneren dubbel waardig.—Het Gebouw staat op de Grobbe bij de St. Joris brug, die in bovengemeld jaar met het daar voor liggend plein gelijk gemaakt is. Ter plaatse waar het tegenwoordig Stadhuis staat, was in het begin der voorige Eeuw de Schuttershof of de St. Joris Doelen; waar van in het oude Stadhuis noch eenige overblijfsels te vinden waren.DeWaag, een oud gebouw, voorheen een rondeel der Vestingen, reeds in den Jaare 1407 geschikt tot het Stadhuis, waar toe het tot 1634 gebruikt is, staat aan de Vecht. Behalve dat dezelve tot het wegen der Koopmanschappen enz. gebezigd word, strekt zij ook ter Vergaderplaats van sommige Gilden: terwijl op een harer vertrekken thans ook de Hoofdwacht der Militairen gehouden word. Derzelver Voorgevel is niet onaanzienlijk, en pronkt met het Wapen der Stad.DeStads School, mede geen onaanzienlijk Gebouw, heeft[7]men, niet zonder grond, te houden voor een gedeelte van het Klooster, het Jonge Convent genaamd: in deeze kunnen ook de Kinderen van minvermogende voor niet onderwezen worden, waar toe aan den Stads Schoolmeester, een Jaarlijks tractement gegeven word.DeStads Fransche Kostschoolvoor Jonge Heeren, is een ruim en luchtig Gebouw, staande op de nieuwe Gracht aan het Zuideinde der Stad; deeze School is in eenen zeerbloeiendenstaat.Voords is alhier noch eene Fransche Kostschool voor Jonge Juffrouwen, wier aantal geduurig toeneemt.DeVleeschhalenBank van Leeningzijn geene Stadsgebouwen, wordende de eerste gehuurd; en de laastgenoemde behoort aan eenen Jood, die daar voor eene jaarlijksche recognitie aan de Kerk betaalt.De Godsdienstige en Waereldlijke Gestichten deezer Stad beschouwd hebbende, gaan wij over tot derzelverREGEERING.Alhoewel de kundige Schrijver derGrondwettige Herstelling van Nederlands Staatswezenverzekert, dat de vastgestelde Regeeringsform vanWezopofWeesptot 1445 in handen van het Volk berustte, schijnen de handvesten der Stad ons het tegendeel aanteduiden, vermits in een geschreven handvest, die in de gedrukte niet gevonden wordt, enin 1387, aan die ghemeenen Steden en Dorpen van Amsterlandt ende van GoijlandtdoorHerthog Albrecht van Beierenis gegeven, het 1e. Art. van den volgenden inhoud is.Dat wij off dien wij dat bevelen, off onse Baliuw, die nu is off naemaels wesen zal, altoes Schepenen kiesen zal binnen Steden ende opten Dorpen, alsoe veel als costumelijk is, op onser Vrouwendach te Lichtmisse van den redelijcxsten en vroetsten knaepen, enz.—1407 gafJan van Beieren,Elect van Luijdik, als Heer van Muijden, van Wesop, van Naerden ende van Goijlandt, ook eenen openen brieve, in welken hijom oerbaer ende nutschap wille zijns lands voorss.zijne bovengenoemdeondersaten overdragenheeft eenige[8]puncten, onder welke het 10. Art. van ons handschrift dus luidt. „Item, soe willen wij dat binnen onsen Stede vanWeesopvan deser tijt voort wesen sullen seven Scepenen die onse Dienaars daer sullen setten: welke handvest doorFilips van Bourgondien,als Ruwaert ende oir der Landen van Hollandtin 1425gheconfirmeert ende ghevesticht is.Hoe het met de Regeering, voorAlbrecht van Beieren, gesteld is geweest, daar van zijn, zo ver mij bewust is, geene bewijzen voorhanden. Het zij ons genoeg betoogd te hebben dat de Graven, ten minsten, de Schepenen hebben aangesteld, en dat zulks geenzins door het Volk of deszelfs vertegenwoordigers geschied is.—Filips van Bourgondien, gaf in den Jaare 1445 aande StadWeesopde handvest, waar bij hij haarghegont ende gheconsenteertheeft,dat voortaen één ende dertich die rijcste poorteren, die meeste leggende erven en staende ghetimmert hebben, en de hoegste daer in ’t schodt staen, alle jaer op onser Vrouwendach Purificatio bij de meeste stemmen kiesen sullen vierthien goede notabile mannen, uijt den voorss. XXXI of uijt andere die poorteren vanWeesop,uijt welke XIIII persoenen alsoe bij den één en de dertich ghecoeren wesende bij der meeste stemmen onsen raede van Hollandt, onse Baliuw van Goijlandt in der tijt wesende off die wij des machtigen sullen, op onser Vrouwen-dach purificatio kiesen ende eden sullen seven Scepenen, die dat toecomende Jaer Scepenen wesen sullen; welke Scepenen voort kiesen sullen ’t eerste jaer drie Burghemeesteren van onse Stede voorss. Als dat van outs ghewoonlijk is, ende voert alle jaer twee nieuwen Burghemeesters ende eenen ouden daar in te laeten blijven.” De verkiezinge der Regenten geschied ten huidigen dage noch naar den inhoud van dit Privilegie, alleen met dit onderscheid, dat de Nominatie van Veertienen thans door de 21 Vroedschappen op Vrouwendag (2 Februarij) gemaakt word; zijnde het getal van 31, volgends besluit der Staten van Holland, genomen op 13 Januarij 1622, aldus verminderd. Ofschoon in dit Privilegie die verkiezing staat aan den Raade van Holland, den Bailiuw van Gooiland, of wien door den Grave daar toe zoude gemagtigd worden: zo is volgends een Staats resolutie van den 20sten Maart 1603 de Bailiuw van Gooiland daar toe gemagtigd. De Regeering word dus saamgesteld, uit den Hoofdofficier,[9]die tevens Drossaard van Muiden en Bailiuw van Gooiland is, en alhier eenen Stedehouder of Subsistut Schout heeft, drie Burgemeesteren, zeven Schepenen en een-en-twintig Raaden. Burgemeesteren en Vroedschappen hebben eenen Secretaris, die door hun Collegie word aangesteld; terwijl de aanstelling van den Secretaris van Schepenen door Heeren Gecommitteerde Raden van Holland geschied.DE GILDENdeezer Stad zijn de volgende:Het Timmermans, Metselaars en Glazenmakers Gild.Het Chirurgijns Gild.Het Kuipers Gild.Het Lakenkopers en Kledermakers Gild.Het Schoenmakers Gild.Het Bakkers en Kramers Gild.Het Turf- en Koorndragers Gild.Wordende Jaarlijks door Burgemeesteren en Schepenen, uit de ingeleverde nominatien, Gildemeesteren verkozen.HANDVESTENENPRIVILEGIEN (Voorrechten).Van deeze, haar door onderscheidene Graaven geschonken, zullen wij slechts de voornaamste en belangrijkste opgeeven; zijnde dezelve in aantal zeer veelen.Het eerste en aanmerkelijkste is, (voor zo verre ons bekend is, nimmer door den druk gemeen gemaakt,) dat, vanWillem van Beieren, in 1355 aan die vanWesopgegeven; waar bij het hen vergund is,dat zij met allen heuren goeden tot ewighen daghen tollen vrij vaeren sullen te lande ende te water, overal in onse landen van Hollandt, van Zeelandt ende van Vrieslandt, voerbij alle onse tollen. Van welk Voorrecht de Kooplieden vanWeespnoch hedendaags gebruik maken. In 1386. verleende HertochAlbrecht van Beieren aan zijne goede Luiden van Wesop het recht eener vrije Jaarmarkt, duerende vier daghen voor ende vier daghen na sinte Victorisdaghenz. ook vergunde hij 1401. den Weespenaren,ten ewighen daghen tollen vrij te moghen vaeren door de tollen tot Sparendamme, hoewel hij hen[10]twee Jaaren te vooren, volgende een op Pergament geschreven handschrift der Privilegiënvan Muiden, het zelve Voorrecht, benevens de vrijheid der tollen door de StedeBeverwijck, tot wederopzeggens toe, vergund had.—In 1407, gafJan van Beieren, aan de Burgerij vanWesophet recht vanVonnissen te moghen halen, (niet, gelijk zij tot hier toe verpligt waren geweest, te Amsteldam te doen), maar bij hunne eigene Rechters,op die Kerksteghe tot Wesop, aan dat Gerecht van der Parochie. Van dien tijd af schijnt Weesp dus hare eigen Criminele Rechtbank gehad te hebben, welke handvest doorFilips van Bourgondien, in 1425 nader bevestigd is. Bij deeze opgenoemde verdient ook geteld te worden, het verdrag of accord tusschen de StedenUtrecht, Weesp en Muidenin 1463 gesloten, waar bij, onder anderen ook, is vastgesteld,dat zij Stad ende Steden, die eens des anders Burgheren, poerteren ende ondersaten niet besetten noch belasten van ghenen saeken; behoudelijcken dat hunne Burgheren, poerteren en ondersaten elck in sijnre Stad en Steden den anderen wel besetten en beclaeghen, ende met recht wel bespreecken sal mogen van sijns selfs persoons schult ofte misdaden alleen enz.1545. bevestigdeKarel de Vijfde, op verzoek van Schout, Borghemeesteren, Schepenen ende Regeerders der StadWeesp, het recht vanExue, ’t welk die thoonders van soe langhe Jaeren, dat geen memorie van menschen ter contrarie en is, mede gheuseert hadden.’t Zoude niet ongevoeglijk zijn hier nu noch aantehalen de bijzondere satisfactie in den Jaare 1577 tusschenWillem den Eerstenen gevolmagtigden vanWeesp en Weesperkarspelgesloten, dan om bijzondere redenen zullen wij hier van gewagen, als wij de lotgevallen der Stad beschrijven zullen.SCHUTTERIJ.Op deeze magWeespreeds van oude tijden roem dragen. In 1410 ten tijde vanJan van Beieren(schoon zij waarschijnlijker noch eerder plaats had,) arresteerdenSchout, Scepenen en Raedenop den 4 April bereids een Reglement, waarnaar zich de Schutters gedragen moesten; aan dezelven wierden eenige voordeelige Voorrechten, als den Wijntap, de vrije Visscherij in het St. Anthonis Viswater enz. toegestaan; zijnde omtrent den eerstgenoemden met Burgemeesteren een accord gesloten,[11]terwijl de laatste om de 3 Jaaren ten voordeele der Schutterij verpacht word, gelijk zulks in den voorledene Jaare noch heeft plaats gehad.—Behalve deeze heeft zij noch eenige andere Voorrechten, doch die wij om de kortheid des besteks, hier zullen overslaan.—De Burgerkrijgsraad bestaat, uit denColonel(zijnde de aangeblevene der Heeren Regerende Burgemeesteren,)Capiteinen, Capiteinen Lieutenants,Lieutenants, Vaandrigs en Scribas, welke hunnen eigenen Secretaris hebben: men zoude dit articul met veele bijzonderheden kunnen vermeerderen, dan bijzondere redenen noodzaken ons deeze snaar onaangeroerd te laten.BEROEMDE MANNENDie alhier geboren zijn; onder deezen telt men,Arend Louff, ofLoufius, S. S. Theol. Lic. en Pastoor bij de Roomsche Gemeente alhier; geboren 17 Febr. 1597. overleden 19 Junij 1656.—Gijsbert Jansz. Sibille, Burgemeester dezer Stad, (zie bladz. 6.)Salomon van Til, beroemd Hoogleeraar in de H. Godgeleerdheid te Leiden, zag het eerste levenslicht in den aanvang des Jaars 1643. en is op den 1 November 1713. overleden.Mr.Jan Ploos van Amstel, Advocaat te Amsteldam.enPieter van Berendrecht, Contrarolleur, Eikmeester der schepen van de Ed. Mog. Heeren Raden van Staaten der vereenigde Nederlanden, Scheepmeter en Eikmeester der Stad Amsteldam.BEZIGHEDENENVERMAAKEN.Oudtijds was deeze Stad zeer vermaard wegens dezelver Bier-Brouwerijen, wier aantal zeer aanzienlijk moet geweest zijn. Het bier wierd buiten en binnen ’s Lands verzonden, en was algemeen bekend onder den naam vanVlaamschen Doctor. Zeker oude Schrijver zegt:de inwoonders van Weesp zijn rijck, en hebben nu die neeringh van ’t beste bier dat over Hollandt gedroncken wort. Dan tegenwoordig is er maar eene bierbrouwerij, die, ofschoon in vroeger dagen in merkelijk verval, thans wederom in bloei is en eene uitgebreide verzending heeft.[12]De Genever-stokerijen maken voor het tegenwoordige den grootsten handel en het bestaan der inwooneren uit. Vijftien dusdanige branderijen geven aan een groot aantal huisgezinnen het brood. Wij zullen ons met geene snorkende berekening van het verstoken van eene hoeveelheid Lasten Graan enz. ophouden; dan kunnen echter niet voorbijgaan aantestippen, dat, niet tegenstaande de laage Kunstgreepen, die men sints eenige Jaaren in ’t werk gesteld heeft, om de Weesper Genever in verachting te brengen, derzelver waarde geenzins gedaald, en derzelver verzending, vooral naar buiten ’s Lands merkelijk is toegenomen, terwijl men proevondervindelijk overtuigd is, dat zij ter buitenlandsche verzending beter voldoet dan eenige andere Nederlandsche Genever.Twee Katoendrukkerijen, met derzelver drogerijen enz. waar van een, niet verre buiten de Stad, onder de Jurisdictie van Weesper-Karspel gelegen is, geeven aan verscheiden burgers en inwooners, vooral des Zomers, een ruim bestaan; terwijl voor het overige de handwerksman in de beoefening van zijnen onderscheiden arbeid een kostwinning vindt.Wat de vermaken der Weespenaaren betreft, deeze kiest ieder naar zijn’ smaak. Onder den meergegoeden Burger heerscht thans, over ’t algemeen genomen, een eenstemmige samenverkeering, midlerwijl het beoefenen der Wetenschappen onder hen ook hand over hand toeneemt; zijnde ter dier bevordering in den Jaare 1791, een Genootschap, onder de Zinspreuk,voor het Menschdom, opgericht, ’t welk bereids uit meer dan zeventig Leden bestaat.GESCHIEDENISSEN.Weesp, oudtijds leenroerig aan het Bisdom van Utrecht, was langen tijd als zodanig onder het bestuur van den huize vanAmstel, waarom het, ten beteren verstande van deszelfs lotgevallen, niet ondienstig zal zijn daar van vooraf en kort verslag te doen. Uit eenen brief van den BisschopGodefridvan 1172 of 1174, blijkt, datEgbert van Amstelhem de helft der Tienden inWispewedergegeven had. 1225 begiftigde de Utrechtsche BisschopOtto,Gijsbrecht van Amstel, den eersten van dien naam, met de hoge Gerechtigheid vanMuiden, WeespenDiemen: 1233 gafGijsbrechtvolmagt aanMenso van Wesepeom uit[13]zijnen naam afstand te mogen doen van zekere goederen inBenscopaan de Abdisse vanRhijnsburg.Gijsbrecht van Amstel, de derde van dien naam, is ook bezitter vanWeespgeweest. OfschoonGodelindeAbdisse vanElten, bij haren afstand van Gooiland (Nardinclandt) aan GraafFloris den vijfden1280 deeze Stad mede onder hare eigendommen telde: is het echter zeer waarschijnlijk, dat hij, zelfs na zijnen zoen met den Grave, in het bezit daar van verbleven is, tot dat hij, als een medepligtige aan den moord vanFloris, het Land moest ruimen, en zijne goederen voor den Grave verbeurd verklaard wierden. GraafJan de tweede, begiftigde daar mede zijnen BroederGuido van Henegouwen, na wiens overlijden het weder aanWillem den derdenverviel, en sints welken tijd deeze Stad onder het Graaflijk bestuur gebleven is.Hier uit ziet men dus datWeesp, door de gedurige twisten van deUtrechtsche Kerkhoofdenmet de Heeren vanAmstel, noodzakelijk aan de invallen van het Krijgsvolk der Stichtenaaren, of deszelfs saamverbondenen moest bloot staan.De lotgevallen deezer Stad zijn, naar de echte bescheiden in ’s Lands Historien geboekt, de volgende. In den Jare 1204. wierdWeesp, om datAmstelde zijde vanLodewijk Grave van LoontegenWillem den Eerstenhield, door de Kennemers, onder aanvoering vanWouter van EgmondenAlbert Banjaard, in de assche gelegd, welk onheil haar 1356 door BisschopJan van Arkelna eene vierdaagsche belegering, voor de twedemaal berokkend wierd. 1374 nam de Utrechtsche BisschopArnold van Hoorneter wraake van eenen geleden hoon doorAlbrecht van Beieren, en ter ontheffinge van een Jaarlijksche schuld van 3700 ponden, sints 1356, voor het Slot vanVreeland, de Stad in, en stelde haar onder een zwaare brandschatting. 1507 vielWeespin handen vanKarel van Egmond, Hertog van Gelder; zeer veel had zij toen te lijden, ’t welk voornamelijk veroorzaakt wierd, door dien zij geweigerd had bezetting in te neemen. De Geldersche, aan den eenen kant brand hebbende doen stichten, overrompelden ze aan de andere zijde, intusschen zich de Burgerij beijverde om den brand te blusschen.In de Nederlandsche beroerten hield deeze Stad de zijde des Konings van Spanje tot in het Jaar 1577, wanneer op den 16 Januarij, doorSchout, Burghemeesteren ende ghemeene Rade ende[14]Vroedtschap tot Weesp, van wegensWeespenWeesper-Karspelghecommitteert wierden, die eersameJan Gerritz CuijpendeHillebrant Govertz, om met denPrince van Oranje, alsStadthouder over Hollandt, Zeelandt ende Vrieslandteen verding aantegaan, het welk ook op den 29sten derzelver Maand wederzijds gesloten wierd: onder de articulen van dit verdrag zijn de voornaamste,de vrijheid der Religie, ende Stad en ’t Carspel met gheenen soldaten te bezwaaren, ten waare door hoochnodigsten nood, daer het welvaren der lande, alsulcks ware vereischende, ende dan ’t zelve geschieden tot gemeijne costen der Landen van Hollandt ende Zeelandt.Niettegenstaande het evengemelde verdrag ontstonden er in 1579 reeds eenige verschillen tusschen de Roomschen en Onroomschen, welker eerstgenoemden op aandrijving der Regeering den Hervormden Godsdienst ondernamen te stooren; ’t welk ten gevolge had, dat de Staten van Holland,Willem Bardes, Burgemeester van Amsteldam derwaards zonden, die zeven Persoonen uit de Vroedschap, en drie daar van nevens den Secretaris en ouden Pastoor, behoudens Goed en Eer, ter Stad uitzettede. De straf der oproerigen beval hij aan den Schout en de Wethouderen. Dan de ballingen kreegen spoedig vrijheid om weder tot de hunnen te rug te mogen keeren.—Na dit voorval schijnt alhier de Godsdienstige vrijheid en verdraagzaamheid in hogen top geweest te zijn, ’t welk bij de Hervormden in andere Steden zeer veel opziens baarde, en waar over de beruchte Leidsche HoogleeraarSaraviain 1587 zich voor Gemagtigden der Staten in vrij bitse bewoordingen uitliet.Voor zo verre ons bekend is heeft deeze Stad in de Godsdienstige geschillen der vorige Eeuw geen deel gehad. Melding te maaken van oneenigheden met de Regeering en de Bailiuwen van Gooiland zou deeze beschrijving te langwijlig doen worden.In den Jaare 1672 wierd deeze Stad met eenen vijandlijken inval der Franschen bedreigd, en onder brandschatting gesteld; dan de penningen, daar toe ingezameld, zijn nimmer afgehaald; en men zegt, dat daar voor, met goedkeuring der Burgerij, toen het keurig Klokkenspel, waar mede de Kerktoren noch heden pronkt, vervaardigd is.In 1748 wierd het huis van den PachterHogeveen, door eenige[15]onverlaten, meestal vreemdelingen, geplunderd en afgebroken.Toen in de jongste onlusten de zucht tot Wapenoefening door gantsch Nederland veld won, was deeze Stad ook daaromtrent niet gevoelloos. Een Genootschap van Wapenhandel door eenige bijzondere persoonen reeds in November 1783 opgericht, doch nimmer door de Wethouderschap gewettigd, waar van de geachte Schrijver van het Vervolg op de Vaderlandsche Historie vanWagenaar, 8ste Deel, verkeerd onderricht is, was van eenen korten duur, vermits Heeren Burgemeesteren zulks, om bijzondere redenen, afkeurden: wordende de Schutterij in betere orde gebragt, welke langzamerhand tot dien luister steeg, waarin zij in 1786 en 1787. de bewondering der kenneren wegdroeg.Bij het formeeren van het Cordon van de Maaze tot aan de Zuiderzee, kwam alhier op den 2den October 1786 in Guarnisoen het 2de Bataillon vanOnderwater, sterk 350 Mannen, ’t welk ter versterking van de Forten Uitermeer en Hinderdam, bij beurtverwisseling, Detachementen afzond.—Op den 16 September 1787, bij gelegenheid van het verlaten der StadUtrecht, kwam hier ter versterking in Guarnisoen, een Bataillon van het RegimentAmsteldam(waardgelders).—Den volgenden dag verscheen een Detachement Pruisische Cavallerij voor de Poort, doch vlugtte weldra op het alarm dat binnen de Stad gemaakt wierd. De volgende dagen rukten ter verdediging der Stad noch verscheide Bataillons Infanterij, benevens een aantal Cavallerij binnen. Alles wierd ter Defensie in het werk gesteld. Dan op den 23sten September des morgens ten half vijf uuren wierden door een gewapend Kofschip, dat op de Vecht lag, seinschoten gedaan; het gantsche Guarnisoen vloog in de Wapenen, en welhaast vielen de Pruisische troupen de Stad aan de Oost, Zuid en Westzijde gelijktijdig aan, doch wierden genoodzaakt met verlies aftewijken.—Op den 26sten wierd op hooge order de Stad aan de Pruisische troupen ingeruimd, hebbende de brave en achtingwaardigeCommandantG. van de Poll, met den Generaal MajoorVon Kalkreuth, eene capitulatie gesloten, waar bij onder anderen,de uittocht van het Regiment Dragonders van Bijland, het Bataillon van Bijland Infanterij, het Bataillon van het Regiment Walons van van de Poll, en het Detachement[16]Artilleristen met alle Krijgseer toegestaan, en aan de Stad Weesp, aan derzelver Burgerije en aan een ieder hoofd voor hoofd in ’t bijzonder de onbepaaldste bescherming beloofd wierd: de getrouwe naarkoming daar van, heeft dien Pruisische Veldoversten toen de achting der Weespenaaren doen wegdragen.——Ingevolge de geslotene Capitulatie kwam des avonds van dien dag een Detachement Pruisschen post vatten, trekkende den volgenden dag het Hollandsch Guarnisoen met slaande trom en vliegende Vaandels uit. Zedert dien tijd tot den 8sten October zijn wij met een talrijk Guarnisoen, dat somtijds uit 13 à 1400 man bestond, bezwaard geweest; dan waar van de overgave vanMuidenenDiemerbrugons merkelijk verlichtte. Den 21sten December wierd hier geïnquartierd één Compagnie van het Pruisisch Regiment vanWoldeck, onder Commando van den Hopmanvon Siegroth, welke den 2 Mai 1788 door een Detachement Zwitsers vanMaijwierd afgelost. Sints dien tijd isWeesptot heden met krijgsvolk bezet gebleven: zijnde in alle deeze omstandigheden niemant der Burgeren met eenige Militairen belast geweest, daar denooitvolprezen Stads-regeeringdezelve in ledigstaande huizen en pakhuizen eene geschikte verblijfplaats bezorgde.Nu gaan wij over tot deREISGELEGENHEDEN.Dagelijks gaan en komen er vijf Schuiten naar en van Amsteldam.De Veerschuiten van Hilversum, ’s Graveland, de beide Loosdrechten, Nederhorst (den Berg), Nichtevecht, Vreêland en anderen varen hier door naar en van Amsteldam.’s Weeklijks des Vrijdags vaart, in den Zomer, een Schuit op Utrecht, ’t welk des Winters alle veertien-dagen geschiedt.De Veerschepen van Arnhem, Wageningen, Rheenen, Wezel en anderen passeeren langs de Vecht voorbij deeze Stad.LOGEMENTEN.De Roskam.De Eendragt.De Oude Prins, benevens eenige anderen voor den minvermogenden Reiziger.[1]
[Inhoud]De stad Weesp.De stad Weesp.Zo lang de Zilvren VECHT uw boorden blyft besproeien,O WESOP! en Natuur u met haar schoon vereert.Zo lang de Koopmanschap in Nederland zal bloeien;GENEVER, en door Oost en Westen word begeerd.—Zo lang de Naneef TROUW op hogen prys zal stellen,Hoort Gy, MYN VADERSTAD! uw naam met blydschap spellen.B. P.—DESTADWEESP.Onder de geene stem in Staat hebbende Steden van Holland, isWeespgeenzins eene der geringste, zo wegens derzelver oudheid, vermaardheid als vermakelijke ligging aan de Rivier deVecht; een half uur ten ZuidwestenMuiden; omtrent twee uuren ten WestenNaarden; ruim twee uuren ten ZuidoostenAmsteldam, en ruim vijf uuren ten NoordenUtrecht.NAAMSOORSPRONG.Bij de Geschiedschrijvers vind men wegens den Naams-oorsprong niets zekers geboekt. Dat deeze Stad haren naam van deUsipetenontleenen zoude, luid al te fabelachtig, om daar aan geloof te slaan. Dat zij dezelve aan eenenHere de Wesopa, die aldaar een Kasteel, van dien naam, zou gesticht hebben, verschuldigd is, is even onzeker, en dat zij om haren geduurigen kloekmoedigen tegenstand door haare vijanden, leenspreukig,WespeofWispezoude genoemd zijn, hier voor is geen’ den minsten grond te vinden: ’t zij ons genoeg dat er in Holland een Steedje is, datWezopofWeespgenoemd word, bij welke laatste benaming het thans allermeest bekend is.STICHTINGENGROOTTE.Hoewel men den tijd der Stichting dezer Stad met geene zekerheid bepalen kan; veel min of dezelve altijd met vestingen omringd of bevest is geweest; kan men echter bewijzen dat zij in den Jaare 1131 reeds bekend was, als blijkt uit zekeren brief vanAndreasden vijfentwintigsten Bisschop[2]vanUtrecht, waarin van bovengemeldenHerogewaagd word. In de handvest van HertogWillem van Beierenin ’t Jaar 1355, word vanWeesphet allereerst melding gemaakt, als van eene Stad, voorzien met poorten en wallen, en hare BurgersPoortersgenoemd.De Stad is zeer ruim en luchtig gebouwd en heeft verscheidene straaten, die zeer wél betimmerd zijn; van het Zuiden tot het Noorden doorsneden van de stroomende Rivier deVecht, waar aan een Schutsluis ligt, die in een Graft uitlopende, het grootste gedeelte der Stad wederom in tweeën deelt; terwijl het zuiderdeel met drie Graften voorzien is, die allen in de laatstgenoemde hunne inwatering hebben.—Volgends de jongste beschrijving beloopt het getal der Inwooners op bijkans 2800 menschen, woonende in omtrent 500 huizen, die wederom in ruim 730 woningen verdeeld zijn. Uit oude tekeningen en beschrijvingen blijkt het, datWeespvoorheen met steenen wallen is omgeven geweest, welker grondslagen men, bij gelegenheden, noch ontdekken kan, en waar van men noch de overblijfsels ziet aan deMuiderpoort, deWaagen den zogenaamdenOlijmolen, welke gebouwen zekerlijk voor een gedeelte als rondeelen der oude vestingwerken moeten beschouwd worden: verval en de uitleggingen der Stad hebben derzelver afbraak noodzakelijk gemaakt.—Tegenwoordig is de Stad alleen aan haar Oost en Zuidelijk gedeelte met aarde bolwerken voorzien, die naar de regelen der hedendaagsche Vestingbouwkunde opgeworpen zijn. Behalve de andere uitgangen, heeft deeze Stad drie poorten, namelijk,de Muider, Naarder of ’s Gravelandsche, en Utrechtschepoort; de eerste is een oud gebouw, in wiens voorgevel het Keizerlijke wapen staat uitgehouwen, waar onder het Jaargetal 1552: de twee laatste zijn in den Jaare 1676 gebouwd, en van eenen ordentlijken aanleg.’TWAPEN.Weespheeft twee Wapens: te weeten hetOudeenNieuwe. Het oude verbeeld een Kerk, met een’ grooten toren aan den Voorgevel en een’ kleiner’ in de midden: de figuur heeft veel[3]overeenkomst met het tegenwoordig Kerkgebouw. Het nieuwe is een zilveren paal op een blaauw veld. Het eerstgenoemde word noch ter bezegeling van brieven of decreeten gebruikt.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.De groote Kerk, waarin de Gereformeerden hunnen Godsdienst oefenen, is, volgendsJacobus de la Torre, gesticht, of ten minsten voltooid, in den Jaare 1462, wanneer zij, naar het Roomsch Kerkgebruik, aanSt. Laurentiuswierd toegewijd. Het is een schoon, lang en luchtig Gebouw, pronkende met eenen spitsen toren, in wiens Koepel een welluidend Klokkenspel hangt, in 1672 door den vermaardenPetrus Hemonivervaardigd. Op het Choor is noch een klein torentje. Dit Gesticht rust binnenwerks op 18 pijlaaren, zijnde rondom de meeste, de Predikstoel, de Gestoeltens der Regeering en anderen geplaatst.—Het Orgel, in 1592 gemaakt, heeft, naar den tijd waarin het zelve vervaardigd is, geen onaangenaam geluid, en word met deuren gesloten.—In het Choor, dat met een fraai koperen hek van de Kerk is afgescheiden, vind men een’ kleineren Preêkstoel, voormaals gebruikt, wanneer de promotie der Latijnsche Schooljeugd geschiedde. De Gereformeerde Gemeente word bediend door twee Leeraars, Leden der Classis van Amsteldam: het tractement van den Oudsten bedraagt 1000 Guldens en vrije woning in de Pastorij, dat van den jongsten is 1100 Guldens.De Lutersche Gemeente word bediend door een’ Predikant behorende onder het Consistorie van Amsteldam, zij is eene der aanzienlijkste dier Geloofsbelijderen in deeze Republiek. De plaats, ter oefening van hunnen Godsdienst geschikt, is een klein doch net Gebouw, van binnen versierd met een fraai Orgel. De oorsprong deezer Gemeente word, volgends de waarschijnlijkste berichten, gesteld op den 28sten September 1642.Tobias Brustenbachwas de eerste Leeraar maar ook te gelijk derzelver Stichter. In den Jaare 1647 wierd deeze Gemeente, die tot dien tijd haare Godsdienstige bijeenkomsten in een klein Huisje op de Achtergracht[4]gehouden had, in staat gesteld tot den aankoop van een Huis en erve, ’t welk, in 1654 met noch een ander Huis en erve vergroot, het tegenwoordig Kerkgebouw uitmaakt; tot den Jaare 1782, was zij in zodanige omstandigheden geplaatst, dat somtijds het nabuurig Amsteldam tot het onderhoud harer Leeraar moest medewerken; wanneer zij door een aanzienlijk Legaat, haar bij uiterste wille besproken door wijle VrouweVoigt, wonende te Muiderberg, in staat gesteld wierd zich zelve te kunnen onderhouden. Den 30 September 1792, wierd eene Jubelpreêk, bij gelegenheid van de 150 jarige instandblijving der Gemeente, door haaren toenmaligen Leeraar gedaan.De Roomsch Catholijken hebben hier ook eene Statie, die tegenwoordig door eenen waereldlijken Pastoor en Capellaan word waargenomen. Hun Kerkhuis is van binnen met een naar de bouwkunst geordend altaar versierd, en het gewelf met Bijbelsche en Kerkelijke Geschiedenissen fraai beschilderd. Waar aan de vochtigheid en ouderdom echter veel nadeel hebben toegebragt. Daar en boven is het Gesticht zelve zeer bouwvallig en veel te bekrompen: ter ondersteuning van het Gregoriaansche Kerkgezang is er een klein doch zeer welluidend Orgel in geplaatst. Thans is op requeste, door Kerkmeesteren dier Gemeente gepresenteerd, ten einde een geschikter Kerkhuis te erlangen, gunstig appui verleend, waar door aan het verlangen van het grootste getal der Gemeentenaaren spoedig zal voldaan worden, hebbende de Kerkbestuurders bereids daar toe een geschikte plaats aangekocht.De Joden, wier getal alhier sints weinige Jaaren merkelijk is toegenomen, hebben hier een Sijnagoge of bedehuis, dat een zeer klein doch net gebouw is.Onder de Gestichten die eenige aandacht verdienen bekleed hetSt. Bartholomei Gasthuisgeene geringe plaats. De tijd van derzelver stichting is onzeker; dat het echter van geenen jongen tijd is, blijkt uit den naam van hem aan wien het is toegewijd, en wiens beeldtenis of naam boven alle de buiteningangen dezes Gestichts is uitgehouwen. Het is een groot en geen onaanzienlijk Gebouw. Ofschoon voor zo verre men[5]kan nagaan, alleen geschikt voor een Gasthuis of herberging voor Vreemdelingen, worden thans ook de gebrekkigen en behoeftigen, die door de Diaconie ondersteund worden, daarin besteed. De bestuuring van dit huis is thans opgedragen aan 4 Regenten en 3 Regentessen, die ’s Jaarlijks of op nieuw verkoren of anderen in hunne plaatsen gesteld worden.HetBurger-Weeshuis, in vroegere Eeuwen een Klooster voorde Zusteren van St. Jan Euangelist, is een schoon en ruim Gebouw, geschikt ter herberginge en opvoeding vanWeezen, wier Ouderen Burgeren dezer Stad waren. Deszelfs bestuur staat thans aan 5 Regenten en 4 Regentessen, die mede Jaarlijks aangesteld worden.HetArmen-Weeshuis, een Gebouw, waarin sints 1667 de Armen Weezen, die te vooren in het St. Bartholomei Gasthuis gehuisvest waren, wierden opgevoed, en werwaards zij op besluit van Burgemeesteren en Vroedschappen in 1790 wederom wierden overgebragt, dient voor het tegenwoordige ter inkwartieringe der alhier in Guarnisoen liggendeMilitie.De orde vereischt dat hier ter plaatse ook melding gemaakt worde van de Stichting van wijlen den HeereCornelis van Drosthagen, bij beslotene laatste wille, 1714 gemaakt, en 1718 door zijn dood bevestigd: volgends welke hij zijne Nalatenschap, bestaande in Huizen, Landerijen enz onder het bestuur van drie Executeuren van de Roomsche Religie gesteld heeft; zo nochthans dat bij het afsterven van eenen derzelven een’ Gereformeerde door de aanblijvenden, in deszelfs plaatse, mogt verkozen worden; welk laatste reeds sints een aantal Jaaren heeft stand gegrepen.—De voordeelen, uit deeze Goederen voordspruitende, moeten in drieën verdeeld worden, als aan zijne behoeftige Vrienden van moeders zijde; aan het Arme Weeshuis, en aan Armen der Roomsche Gezindheid. Ter gedachtenisse van deezen Heer is in een gevel van een der vernieuwde Gebouwen een steen geplaatst, waarop men het volgende versjen leest:De voorzorg van DrosthagenVoor Armen, Weez’ en Magen,Zij steeds bij ’t NageslachtMet dankbaarheid herdacht!——[6]WAERELDLIJKE GEBOUWEN.Onder dezelve bekleed hetStadhuisde eerste plaats. Het is een buitengemeen schoon en kostbaar Gebouw, in den jaare 1772 geheel nieuw uit den grond opgehaald, pronkende met eenen arduin en hardsteenen Voorgevel, naar deJonischeenDorischeorden. Zo schoon dit Gebouw zich uitwendig opdoet, zo fraai is ook deszelfs binnenste. Bij het ingaan valt terstond de prachtige Vierschaar in ’t oog, welker beschouwing den Vreemdeling moet uitlokken om het zelve van binnen te bezichtigen. De Burgerzaal, Burgemeesters, Schepens en Vroedschapskamer zijn keurig geordend, naar den smaak gestoffeerd en versierd met prachtige en fraaje schilderstukken, door den Weesper BurgemeesterGijsbert Jansz. Sibille. Hoewel men den naam van deezen Kunstliefhebber in de Schilderboeken te vergeefs zoeken zou, en buiten deeze Stad weinig bekend schijnt te zijn, zo zijn echter de werken van zijne hand de opmerking der kenneren dubbel waardig.—Het Gebouw staat op de Grobbe bij de St. Joris brug, die in bovengemeld jaar met het daar voor liggend plein gelijk gemaakt is. Ter plaatse waar het tegenwoordig Stadhuis staat, was in het begin der voorige Eeuw de Schuttershof of de St. Joris Doelen; waar van in het oude Stadhuis noch eenige overblijfsels te vinden waren.DeWaag, een oud gebouw, voorheen een rondeel der Vestingen, reeds in den Jaare 1407 geschikt tot het Stadhuis, waar toe het tot 1634 gebruikt is, staat aan de Vecht. Behalve dat dezelve tot het wegen der Koopmanschappen enz. gebezigd word, strekt zij ook ter Vergaderplaats van sommige Gilden: terwijl op een harer vertrekken thans ook de Hoofdwacht der Militairen gehouden word. Derzelver Voorgevel is niet onaanzienlijk, en pronkt met het Wapen der Stad.DeStads School, mede geen onaanzienlijk Gebouw, heeft[7]men, niet zonder grond, te houden voor een gedeelte van het Klooster, het Jonge Convent genaamd: in deeze kunnen ook de Kinderen van minvermogende voor niet onderwezen worden, waar toe aan den Stads Schoolmeester, een Jaarlijks tractement gegeven word.DeStads Fransche Kostschoolvoor Jonge Heeren, is een ruim en luchtig Gebouw, staande op de nieuwe Gracht aan het Zuideinde der Stad; deeze School is in eenen zeerbloeiendenstaat.Voords is alhier noch eene Fransche Kostschool voor Jonge Juffrouwen, wier aantal geduurig toeneemt.DeVleeschhalenBank van Leeningzijn geene Stadsgebouwen, wordende de eerste gehuurd; en de laastgenoemde behoort aan eenen Jood, die daar voor eene jaarlijksche recognitie aan de Kerk betaalt.De Godsdienstige en Waereldlijke Gestichten deezer Stad beschouwd hebbende, gaan wij over tot derzelverREGEERING.Alhoewel de kundige Schrijver derGrondwettige Herstelling van Nederlands Staatswezenverzekert, dat de vastgestelde Regeeringsform vanWezopofWeesptot 1445 in handen van het Volk berustte, schijnen de handvesten der Stad ons het tegendeel aanteduiden, vermits in een geschreven handvest, die in de gedrukte niet gevonden wordt, enin 1387, aan die ghemeenen Steden en Dorpen van Amsterlandt ende van GoijlandtdoorHerthog Albrecht van Beierenis gegeven, het 1e. Art. van den volgenden inhoud is.Dat wij off dien wij dat bevelen, off onse Baliuw, die nu is off naemaels wesen zal, altoes Schepenen kiesen zal binnen Steden ende opten Dorpen, alsoe veel als costumelijk is, op onser Vrouwendach te Lichtmisse van den redelijcxsten en vroetsten knaepen, enz.—1407 gafJan van Beieren,Elect van Luijdik, als Heer van Muijden, van Wesop, van Naerden ende van Goijlandt, ook eenen openen brieve, in welken hijom oerbaer ende nutschap wille zijns lands voorss.zijne bovengenoemdeondersaten overdragenheeft eenige[8]puncten, onder welke het 10. Art. van ons handschrift dus luidt. „Item, soe willen wij dat binnen onsen Stede vanWeesopvan deser tijt voort wesen sullen seven Scepenen die onse Dienaars daer sullen setten: welke handvest doorFilips van Bourgondien,als Ruwaert ende oir der Landen van Hollandtin 1425gheconfirmeert ende ghevesticht is.Hoe het met de Regeering, voorAlbrecht van Beieren, gesteld is geweest, daar van zijn, zo ver mij bewust is, geene bewijzen voorhanden. Het zij ons genoeg betoogd te hebben dat de Graven, ten minsten, de Schepenen hebben aangesteld, en dat zulks geenzins door het Volk of deszelfs vertegenwoordigers geschied is.—Filips van Bourgondien, gaf in den Jaare 1445 aande StadWeesopde handvest, waar bij hij haarghegont ende gheconsenteertheeft,dat voortaen één ende dertich die rijcste poorteren, die meeste leggende erven en staende ghetimmert hebben, en de hoegste daer in ’t schodt staen, alle jaer op onser Vrouwendach Purificatio bij de meeste stemmen kiesen sullen vierthien goede notabile mannen, uijt den voorss. XXXI of uijt andere die poorteren vanWeesop,uijt welke XIIII persoenen alsoe bij den één en de dertich ghecoeren wesende bij der meeste stemmen onsen raede van Hollandt, onse Baliuw van Goijlandt in der tijt wesende off die wij des machtigen sullen, op onser Vrouwen-dach purificatio kiesen ende eden sullen seven Scepenen, die dat toecomende Jaer Scepenen wesen sullen; welke Scepenen voort kiesen sullen ’t eerste jaer drie Burghemeesteren van onse Stede voorss. Als dat van outs ghewoonlijk is, ende voert alle jaer twee nieuwen Burghemeesters ende eenen ouden daar in te laeten blijven.” De verkiezinge der Regenten geschied ten huidigen dage noch naar den inhoud van dit Privilegie, alleen met dit onderscheid, dat de Nominatie van Veertienen thans door de 21 Vroedschappen op Vrouwendag (2 Februarij) gemaakt word; zijnde het getal van 31, volgends besluit der Staten van Holland, genomen op 13 Januarij 1622, aldus verminderd. Ofschoon in dit Privilegie die verkiezing staat aan den Raade van Holland, den Bailiuw van Gooiland, of wien door den Grave daar toe zoude gemagtigd worden: zo is volgends een Staats resolutie van den 20sten Maart 1603 de Bailiuw van Gooiland daar toe gemagtigd. De Regeering word dus saamgesteld, uit den Hoofdofficier,[9]die tevens Drossaard van Muiden en Bailiuw van Gooiland is, en alhier eenen Stedehouder of Subsistut Schout heeft, drie Burgemeesteren, zeven Schepenen en een-en-twintig Raaden. Burgemeesteren en Vroedschappen hebben eenen Secretaris, die door hun Collegie word aangesteld; terwijl de aanstelling van den Secretaris van Schepenen door Heeren Gecommitteerde Raden van Holland geschied.DE GILDENdeezer Stad zijn de volgende:Het Timmermans, Metselaars en Glazenmakers Gild.Het Chirurgijns Gild.Het Kuipers Gild.Het Lakenkopers en Kledermakers Gild.Het Schoenmakers Gild.Het Bakkers en Kramers Gild.Het Turf- en Koorndragers Gild.Wordende Jaarlijks door Burgemeesteren en Schepenen, uit de ingeleverde nominatien, Gildemeesteren verkozen.HANDVESTENENPRIVILEGIEN (Voorrechten).Van deeze, haar door onderscheidene Graaven geschonken, zullen wij slechts de voornaamste en belangrijkste opgeeven; zijnde dezelve in aantal zeer veelen.Het eerste en aanmerkelijkste is, (voor zo verre ons bekend is, nimmer door den druk gemeen gemaakt,) dat, vanWillem van Beieren, in 1355 aan die vanWesopgegeven; waar bij het hen vergund is,dat zij met allen heuren goeden tot ewighen daghen tollen vrij vaeren sullen te lande ende te water, overal in onse landen van Hollandt, van Zeelandt ende van Vrieslandt, voerbij alle onse tollen. Van welk Voorrecht de Kooplieden vanWeespnoch hedendaags gebruik maken. In 1386. verleende HertochAlbrecht van Beieren aan zijne goede Luiden van Wesop het recht eener vrije Jaarmarkt, duerende vier daghen voor ende vier daghen na sinte Victorisdaghenz. ook vergunde hij 1401. den Weespenaren,ten ewighen daghen tollen vrij te moghen vaeren door de tollen tot Sparendamme, hoewel hij hen[10]twee Jaaren te vooren, volgende een op Pergament geschreven handschrift der Privilegiënvan Muiden, het zelve Voorrecht, benevens de vrijheid der tollen door de StedeBeverwijck, tot wederopzeggens toe, vergund had.—In 1407, gafJan van Beieren, aan de Burgerij vanWesophet recht vanVonnissen te moghen halen, (niet, gelijk zij tot hier toe verpligt waren geweest, te Amsteldam te doen), maar bij hunne eigene Rechters,op die Kerksteghe tot Wesop, aan dat Gerecht van der Parochie. Van dien tijd af schijnt Weesp dus hare eigen Criminele Rechtbank gehad te hebben, welke handvest doorFilips van Bourgondien, in 1425 nader bevestigd is. Bij deeze opgenoemde verdient ook geteld te worden, het verdrag of accord tusschen de StedenUtrecht, Weesp en Muidenin 1463 gesloten, waar bij, onder anderen ook, is vastgesteld,dat zij Stad ende Steden, die eens des anders Burgheren, poerteren ende ondersaten niet besetten noch belasten van ghenen saeken; behoudelijcken dat hunne Burgheren, poerteren en ondersaten elck in sijnre Stad en Steden den anderen wel besetten en beclaeghen, ende met recht wel bespreecken sal mogen van sijns selfs persoons schult ofte misdaden alleen enz.1545. bevestigdeKarel de Vijfde, op verzoek van Schout, Borghemeesteren, Schepenen ende Regeerders der StadWeesp, het recht vanExue, ’t welk die thoonders van soe langhe Jaeren, dat geen memorie van menschen ter contrarie en is, mede gheuseert hadden.’t Zoude niet ongevoeglijk zijn hier nu noch aantehalen de bijzondere satisfactie in den Jaare 1577 tusschenWillem den Eerstenen gevolmagtigden vanWeesp en Weesperkarspelgesloten, dan om bijzondere redenen zullen wij hier van gewagen, als wij de lotgevallen der Stad beschrijven zullen.SCHUTTERIJ.Op deeze magWeespreeds van oude tijden roem dragen. In 1410 ten tijde vanJan van Beieren(schoon zij waarschijnlijker noch eerder plaats had,) arresteerdenSchout, Scepenen en Raedenop den 4 April bereids een Reglement, waarnaar zich de Schutters gedragen moesten; aan dezelven wierden eenige voordeelige Voorrechten, als den Wijntap, de vrije Visscherij in het St. Anthonis Viswater enz. toegestaan; zijnde omtrent den eerstgenoemden met Burgemeesteren een accord gesloten,[11]terwijl de laatste om de 3 Jaaren ten voordeele der Schutterij verpacht word, gelijk zulks in den voorledene Jaare noch heeft plaats gehad.—Behalve deeze heeft zij noch eenige andere Voorrechten, doch die wij om de kortheid des besteks, hier zullen overslaan.—De Burgerkrijgsraad bestaat, uit denColonel(zijnde de aangeblevene der Heeren Regerende Burgemeesteren,)Capiteinen, Capiteinen Lieutenants,Lieutenants, Vaandrigs en Scribas, welke hunnen eigenen Secretaris hebben: men zoude dit articul met veele bijzonderheden kunnen vermeerderen, dan bijzondere redenen noodzaken ons deeze snaar onaangeroerd te laten.BEROEMDE MANNENDie alhier geboren zijn; onder deezen telt men,Arend Louff, ofLoufius, S. S. Theol. Lic. en Pastoor bij de Roomsche Gemeente alhier; geboren 17 Febr. 1597. overleden 19 Junij 1656.—Gijsbert Jansz. Sibille, Burgemeester dezer Stad, (zie bladz. 6.)Salomon van Til, beroemd Hoogleeraar in de H. Godgeleerdheid te Leiden, zag het eerste levenslicht in den aanvang des Jaars 1643. en is op den 1 November 1713. overleden.Mr.Jan Ploos van Amstel, Advocaat te Amsteldam.enPieter van Berendrecht, Contrarolleur, Eikmeester der schepen van de Ed. Mog. Heeren Raden van Staaten der vereenigde Nederlanden, Scheepmeter en Eikmeester der Stad Amsteldam.BEZIGHEDENENVERMAAKEN.Oudtijds was deeze Stad zeer vermaard wegens dezelver Bier-Brouwerijen, wier aantal zeer aanzienlijk moet geweest zijn. Het bier wierd buiten en binnen ’s Lands verzonden, en was algemeen bekend onder den naam vanVlaamschen Doctor. Zeker oude Schrijver zegt:de inwoonders van Weesp zijn rijck, en hebben nu die neeringh van ’t beste bier dat over Hollandt gedroncken wort. Dan tegenwoordig is er maar eene bierbrouwerij, die, ofschoon in vroeger dagen in merkelijk verval, thans wederom in bloei is en eene uitgebreide verzending heeft.[12]De Genever-stokerijen maken voor het tegenwoordige den grootsten handel en het bestaan der inwooneren uit. Vijftien dusdanige branderijen geven aan een groot aantal huisgezinnen het brood. Wij zullen ons met geene snorkende berekening van het verstoken van eene hoeveelheid Lasten Graan enz. ophouden; dan kunnen echter niet voorbijgaan aantestippen, dat, niet tegenstaande de laage Kunstgreepen, die men sints eenige Jaaren in ’t werk gesteld heeft, om de Weesper Genever in verachting te brengen, derzelver waarde geenzins gedaald, en derzelver verzending, vooral naar buiten ’s Lands merkelijk is toegenomen, terwijl men proevondervindelijk overtuigd is, dat zij ter buitenlandsche verzending beter voldoet dan eenige andere Nederlandsche Genever.Twee Katoendrukkerijen, met derzelver drogerijen enz. waar van een, niet verre buiten de Stad, onder de Jurisdictie van Weesper-Karspel gelegen is, geeven aan verscheiden burgers en inwooners, vooral des Zomers, een ruim bestaan; terwijl voor het overige de handwerksman in de beoefening van zijnen onderscheiden arbeid een kostwinning vindt.Wat de vermaken der Weespenaaren betreft, deeze kiest ieder naar zijn’ smaak. Onder den meergegoeden Burger heerscht thans, over ’t algemeen genomen, een eenstemmige samenverkeering, midlerwijl het beoefenen der Wetenschappen onder hen ook hand over hand toeneemt; zijnde ter dier bevordering in den Jaare 1791, een Genootschap, onder de Zinspreuk,voor het Menschdom, opgericht, ’t welk bereids uit meer dan zeventig Leden bestaat.GESCHIEDENISSEN.Weesp, oudtijds leenroerig aan het Bisdom van Utrecht, was langen tijd als zodanig onder het bestuur van den huize vanAmstel, waarom het, ten beteren verstande van deszelfs lotgevallen, niet ondienstig zal zijn daar van vooraf en kort verslag te doen. Uit eenen brief van den BisschopGodefridvan 1172 of 1174, blijkt, datEgbert van Amstelhem de helft der Tienden inWispewedergegeven had. 1225 begiftigde de Utrechtsche BisschopOtto,Gijsbrecht van Amstel, den eersten van dien naam, met de hoge Gerechtigheid vanMuiden, WeespenDiemen: 1233 gafGijsbrechtvolmagt aanMenso van Wesepeom uit[13]zijnen naam afstand te mogen doen van zekere goederen inBenscopaan de Abdisse vanRhijnsburg.Gijsbrecht van Amstel, de derde van dien naam, is ook bezitter vanWeespgeweest. OfschoonGodelindeAbdisse vanElten, bij haren afstand van Gooiland (Nardinclandt) aan GraafFloris den vijfden1280 deeze Stad mede onder hare eigendommen telde: is het echter zeer waarschijnlijk, dat hij, zelfs na zijnen zoen met den Grave, in het bezit daar van verbleven is, tot dat hij, als een medepligtige aan den moord vanFloris, het Land moest ruimen, en zijne goederen voor den Grave verbeurd verklaard wierden. GraafJan de tweede, begiftigde daar mede zijnen BroederGuido van Henegouwen, na wiens overlijden het weder aanWillem den derdenverviel, en sints welken tijd deeze Stad onder het Graaflijk bestuur gebleven is.Hier uit ziet men dus datWeesp, door de gedurige twisten van deUtrechtsche Kerkhoofdenmet de Heeren vanAmstel, noodzakelijk aan de invallen van het Krijgsvolk der Stichtenaaren, of deszelfs saamverbondenen moest bloot staan.De lotgevallen deezer Stad zijn, naar de echte bescheiden in ’s Lands Historien geboekt, de volgende. In den Jare 1204. wierdWeesp, om datAmstelde zijde vanLodewijk Grave van LoontegenWillem den Eerstenhield, door de Kennemers, onder aanvoering vanWouter van EgmondenAlbert Banjaard, in de assche gelegd, welk onheil haar 1356 door BisschopJan van Arkelna eene vierdaagsche belegering, voor de twedemaal berokkend wierd. 1374 nam de Utrechtsche BisschopArnold van Hoorneter wraake van eenen geleden hoon doorAlbrecht van Beieren, en ter ontheffinge van een Jaarlijksche schuld van 3700 ponden, sints 1356, voor het Slot vanVreeland, de Stad in, en stelde haar onder een zwaare brandschatting. 1507 vielWeespin handen vanKarel van Egmond, Hertog van Gelder; zeer veel had zij toen te lijden, ’t welk voornamelijk veroorzaakt wierd, door dien zij geweigerd had bezetting in te neemen. De Geldersche, aan den eenen kant brand hebbende doen stichten, overrompelden ze aan de andere zijde, intusschen zich de Burgerij beijverde om den brand te blusschen.In de Nederlandsche beroerten hield deeze Stad de zijde des Konings van Spanje tot in het Jaar 1577, wanneer op den 16 Januarij, doorSchout, Burghemeesteren ende ghemeene Rade ende[14]Vroedtschap tot Weesp, van wegensWeespenWeesper-Karspelghecommitteert wierden, die eersameJan Gerritz CuijpendeHillebrant Govertz, om met denPrince van Oranje, alsStadthouder over Hollandt, Zeelandt ende Vrieslandteen verding aantegaan, het welk ook op den 29sten derzelver Maand wederzijds gesloten wierd: onder de articulen van dit verdrag zijn de voornaamste,de vrijheid der Religie, ende Stad en ’t Carspel met gheenen soldaten te bezwaaren, ten waare door hoochnodigsten nood, daer het welvaren der lande, alsulcks ware vereischende, ende dan ’t zelve geschieden tot gemeijne costen der Landen van Hollandt ende Zeelandt.Niettegenstaande het evengemelde verdrag ontstonden er in 1579 reeds eenige verschillen tusschen de Roomschen en Onroomschen, welker eerstgenoemden op aandrijving der Regeering den Hervormden Godsdienst ondernamen te stooren; ’t welk ten gevolge had, dat de Staten van Holland,Willem Bardes, Burgemeester van Amsteldam derwaards zonden, die zeven Persoonen uit de Vroedschap, en drie daar van nevens den Secretaris en ouden Pastoor, behoudens Goed en Eer, ter Stad uitzettede. De straf der oproerigen beval hij aan den Schout en de Wethouderen. Dan de ballingen kreegen spoedig vrijheid om weder tot de hunnen te rug te mogen keeren.—Na dit voorval schijnt alhier de Godsdienstige vrijheid en verdraagzaamheid in hogen top geweest te zijn, ’t welk bij de Hervormden in andere Steden zeer veel opziens baarde, en waar over de beruchte Leidsche HoogleeraarSaraviain 1587 zich voor Gemagtigden der Staten in vrij bitse bewoordingen uitliet.Voor zo verre ons bekend is heeft deeze Stad in de Godsdienstige geschillen der vorige Eeuw geen deel gehad. Melding te maaken van oneenigheden met de Regeering en de Bailiuwen van Gooiland zou deeze beschrijving te langwijlig doen worden.In den Jaare 1672 wierd deeze Stad met eenen vijandlijken inval der Franschen bedreigd, en onder brandschatting gesteld; dan de penningen, daar toe ingezameld, zijn nimmer afgehaald; en men zegt, dat daar voor, met goedkeuring der Burgerij, toen het keurig Klokkenspel, waar mede de Kerktoren noch heden pronkt, vervaardigd is.In 1748 wierd het huis van den PachterHogeveen, door eenige[15]onverlaten, meestal vreemdelingen, geplunderd en afgebroken.Toen in de jongste onlusten de zucht tot Wapenoefening door gantsch Nederland veld won, was deeze Stad ook daaromtrent niet gevoelloos. Een Genootschap van Wapenhandel door eenige bijzondere persoonen reeds in November 1783 opgericht, doch nimmer door de Wethouderschap gewettigd, waar van de geachte Schrijver van het Vervolg op de Vaderlandsche Historie vanWagenaar, 8ste Deel, verkeerd onderricht is, was van eenen korten duur, vermits Heeren Burgemeesteren zulks, om bijzondere redenen, afkeurden: wordende de Schutterij in betere orde gebragt, welke langzamerhand tot dien luister steeg, waarin zij in 1786 en 1787. de bewondering der kenneren wegdroeg.Bij het formeeren van het Cordon van de Maaze tot aan de Zuiderzee, kwam alhier op den 2den October 1786 in Guarnisoen het 2de Bataillon vanOnderwater, sterk 350 Mannen, ’t welk ter versterking van de Forten Uitermeer en Hinderdam, bij beurtverwisseling, Detachementen afzond.—Op den 16 September 1787, bij gelegenheid van het verlaten der StadUtrecht, kwam hier ter versterking in Guarnisoen, een Bataillon van het RegimentAmsteldam(waardgelders).—Den volgenden dag verscheen een Detachement Pruisische Cavallerij voor de Poort, doch vlugtte weldra op het alarm dat binnen de Stad gemaakt wierd. De volgende dagen rukten ter verdediging der Stad noch verscheide Bataillons Infanterij, benevens een aantal Cavallerij binnen. Alles wierd ter Defensie in het werk gesteld. Dan op den 23sten September des morgens ten half vijf uuren wierden door een gewapend Kofschip, dat op de Vecht lag, seinschoten gedaan; het gantsche Guarnisoen vloog in de Wapenen, en welhaast vielen de Pruisische troupen de Stad aan de Oost, Zuid en Westzijde gelijktijdig aan, doch wierden genoodzaakt met verlies aftewijken.—Op den 26sten wierd op hooge order de Stad aan de Pruisische troupen ingeruimd, hebbende de brave en achtingwaardigeCommandantG. van de Poll, met den Generaal MajoorVon Kalkreuth, eene capitulatie gesloten, waar bij onder anderen,de uittocht van het Regiment Dragonders van Bijland, het Bataillon van Bijland Infanterij, het Bataillon van het Regiment Walons van van de Poll, en het Detachement[16]Artilleristen met alle Krijgseer toegestaan, en aan de Stad Weesp, aan derzelver Burgerije en aan een ieder hoofd voor hoofd in ’t bijzonder de onbepaaldste bescherming beloofd wierd: de getrouwe naarkoming daar van, heeft dien Pruisische Veldoversten toen de achting der Weespenaaren doen wegdragen.——Ingevolge de geslotene Capitulatie kwam des avonds van dien dag een Detachement Pruisschen post vatten, trekkende den volgenden dag het Hollandsch Guarnisoen met slaande trom en vliegende Vaandels uit. Zedert dien tijd tot den 8sten October zijn wij met een talrijk Guarnisoen, dat somtijds uit 13 à 1400 man bestond, bezwaard geweest; dan waar van de overgave vanMuidenenDiemerbrugons merkelijk verlichtte. Den 21sten December wierd hier geïnquartierd één Compagnie van het Pruisisch Regiment vanWoldeck, onder Commando van den Hopmanvon Siegroth, welke den 2 Mai 1788 door een Detachement Zwitsers vanMaijwierd afgelost. Sints dien tijd isWeesptot heden met krijgsvolk bezet gebleven: zijnde in alle deeze omstandigheden niemant der Burgeren met eenige Militairen belast geweest, daar denooitvolprezen Stads-regeeringdezelve in ledigstaande huizen en pakhuizen eene geschikte verblijfplaats bezorgde.Nu gaan wij over tot deREISGELEGENHEDEN.Dagelijks gaan en komen er vijf Schuiten naar en van Amsteldam.De Veerschuiten van Hilversum, ’s Graveland, de beide Loosdrechten, Nederhorst (den Berg), Nichtevecht, Vreêland en anderen varen hier door naar en van Amsteldam.’s Weeklijks des Vrijdags vaart, in den Zomer, een Schuit op Utrecht, ’t welk des Winters alle veertien-dagen geschiedt.De Veerschepen van Arnhem, Wageningen, Rheenen, Wezel en anderen passeeren langs de Vecht voorbij deeze Stad.LOGEMENTEN.De Roskam.De Eendragt.De Oude Prins, benevens eenige anderen voor den minvermogenden Reiziger.[1]
De stad Weesp.De stad Weesp.Zo lang de Zilvren VECHT uw boorden blyft besproeien,O WESOP! en Natuur u met haar schoon vereert.Zo lang de Koopmanschap in Nederland zal bloeien;GENEVER, en door Oost en Westen word begeerd.—Zo lang de Naneef TROUW op hogen prys zal stellen,Hoort Gy, MYN VADERSTAD! uw naam met blydschap spellen.B. P.—DESTADWEESP.
De stad Weesp.De stad Weesp.Zo lang de Zilvren VECHT uw boorden blyft besproeien,O WESOP! en Natuur u met haar schoon vereert.Zo lang de Koopmanschap in Nederland zal bloeien;GENEVER, en door Oost en Westen word begeerd.—Zo lang de Naneef TROUW op hogen prys zal stellen,Hoort Gy, MYN VADERSTAD! uw naam met blydschap spellen.B. P.—
De stad Weesp.
Zo lang de Zilvren VECHT uw boorden blyft besproeien,O WESOP! en Natuur u met haar schoon vereert.Zo lang de Koopmanschap in Nederland zal bloeien;GENEVER, en door Oost en Westen word begeerd.—Zo lang de Naneef TROUW op hogen prys zal stellen,Hoort Gy, MYN VADERSTAD! uw naam met blydschap spellen.
Zo lang de Zilvren VECHT uw boorden blyft besproeien,O WESOP! en Natuur u met haar schoon vereert.Zo lang de Koopmanschap in Nederland zal bloeien;GENEVER, en door Oost en Westen word begeerd.—Zo lang de Naneef TROUW op hogen prys zal stellen,Hoort Gy, MYN VADERSTAD! uw naam met blydschap spellen.
Zo lang de Zilvren VECHT uw boorden blyft besproeien,O WESOP! en Natuur u met haar schoon vereert.Zo lang de Koopmanschap in Nederland zal bloeien;GENEVER, en door Oost en Westen word begeerd.—Zo lang de Naneef TROUW op hogen prys zal stellen,Hoort Gy, MYN VADERSTAD! uw naam met blydschap spellen.
Zo lang de Zilvren VECHT uw boorden blyft besproeien,
O WESOP! en Natuur u met haar schoon vereert.
Zo lang de Koopmanschap in Nederland zal bloeien;
GENEVER, en door Oost en Westen word begeerd.—
Zo lang de Naneef TROUW op hogen prys zal stellen,
Hoort Gy, MYN VADERSTAD! uw naam met blydschap spellen.
B. P.—
Onder de geene stem in Staat hebbende Steden van Holland, isWeespgeenzins eene der geringste, zo wegens derzelver oudheid, vermaardheid als vermakelijke ligging aan de Rivier deVecht; een half uur ten ZuidwestenMuiden; omtrent twee uuren ten WestenNaarden; ruim twee uuren ten ZuidoostenAmsteldam, en ruim vijf uuren ten NoordenUtrecht.NAAMSOORSPRONG.Bij de Geschiedschrijvers vind men wegens den Naams-oorsprong niets zekers geboekt. Dat deeze Stad haren naam van deUsipetenontleenen zoude, luid al te fabelachtig, om daar aan geloof te slaan. Dat zij dezelve aan eenenHere de Wesopa, die aldaar een Kasteel, van dien naam, zou gesticht hebben, verschuldigd is, is even onzeker, en dat zij om haren geduurigen kloekmoedigen tegenstand door haare vijanden, leenspreukig,WespeofWispezoude genoemd zijn, hier voor is geen’ den minsten grond te vinden: ’t zij ons genoeg dat er in Holland een Steedje is, datWezopofWeespgenoemd word, bij welke laatste benaming het thans allermeest bekend is.STICHTINGENGROOTTE.Hoewel men den tijd der Stichting dezer Stad met geene zekerheid bepalen kan; veel min of dezelve altijd met vestingen omringd of bevest is geweest; kan men echter bewijzen dat zij in den Jaare 1131 reeds bekend was, als blijkt uit zekeren brief vanAndreasden vijfentwintigsten Bisschop[2]vanUtrecht, waarin van bovengemeldenHerogewaagd word. In de handvest van HertogWillem van Beierenin ’t Jaar 1355, word vanWeesphet allereerst melding gemaakt, als van eene Stad, voorzien met poorten en wallen, en hare BurgersPoortersgenoemd.De Stad is zeer ruim en luchtig gebouwd en heeft verscheidene straaten, die zeer wél betimmerd zijn; van het Zuiden tot het Noorden doorsneden van de stroomende Rivier deVecht, waar aan een Schutsluis ligt, die in een Graft uitlopende, het grootste gedeelte der Stad wederom in tweeën deelt; terwijl het zuiderdeel met drie Graften voorzien is, die allen in de laatstgenoemde hunne inwatering hebben.—Volgends de jongste beschrijving beloopt het getal der Inwooners op bijkans 2800 menschen, woonende in omtrent 500 huizen, die wederom in ruim 730 woningen verdeeld zijn. Uit oude tekeningen en beschrijvingen blijkt het, datWeespvoorheen met steenen wallen is omgeven geweest, welker grondslagen men, bij gelegenheden, noch ontdekken kan, en waar van men noch de overblijfsels ziet aan deMuiderpoort, deWaagen den zogenaamdenOlijmolen, welke gebouwen zekerlijk voor een gedeelte als rondeelen der oude vestingwerken moeten beschouwd worden: verval en de uitleggingen der Stad hebben derzelver afbraak noodzakelijk gemaakt.—Tegenwoordig is de Stad alleen aan haar Oost en Zuidelijk gedeelte met aarde bolwerken voorzien, die naar de regelen der hedendaagsche Vestingbouwkunde opgeworpen zijn. Behalve de andere uitgangen, heeft deeze Stad drie poorten, namelijk,de Muider, Naarder of ’s Gravelandsche, en Utrechtschepoort; de eerste is een oud gebouw, in wiens voorgevel het Keizerlijke wapen staat uitgehouwen, waar onder het Jaargetal 1552: de twee laatste zijn in den Jaare 1676 gebouwd, en van eenen ordentlijken aanleg.’TWAPEN.Weespheeft twee Wapens: te weeten hetOudeenNieuwe. Het oude verbeeld een Kerk, met een’ grooten toren aan den Voorgevel en een’ kleiner’ in de midden: de figuur heeft veel[3]overeenkomst met het tegenwoordig Kerkgebouw. Het nieuwe is een zilveren paal op een blaauw veld. Het eerstgenoemde word noch ter bezegeling van brieven of decreeten gebruikt.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.De groote Kerk, waarin de Gereformeerden hunnen Godsdienst oefenen, is, volgendsJacobus de la Torre, gesticht, of ten minsten voltooid, in den Jaare 1462, wanneer zij, naar het Roomsch Kerkgebruik, aanSt. Laurentiuswierd toegewijd. Het is een schoon, lang en luchtig Gebouw, pronkende met eenen spitsen toren, in wiens Koepel een welluidend Klokkenspel hangt, in 1672 door den vermaardenPetrus Hemonivervaardigd. Op het Choor is noch een klein torentje. Dit Gesticht rust binnenwerks op 18 pijlaaren, zijnde rondom de meeste, de Predikstoel, de Gestoeltens der Regeering en anderen geplaatst.—Het Orgel, in 1592 gemaakt, heeft, naar den tijd waarin het zelve vervaardigd is, geen onaangenaam geluid, en word met deuren gesloten.—In het Choor, dat met een fraai koperen hek van de Kerk is afgescheiden, vind men een’ kleineren Preêkstoel, voormaals gebruikt, wanneer de promotie der Latijnsche Schooljeugd geschiedde. De Gereformeerde Gemeente word bediend door twee Leeraars, Leden der Classis van Amsteldam: het tractement van den Oudsten bedraagt 1000 Guldens en vrije woning in de Pastorij, dat van den jongsten is 1100 Guldens.De Lutersche Gemeente word bediend door een’ Predikant behorende onder het Consistorie van Amsteldam, zij is eene der aanzienlijkste dier Geloofsbelijderen in deeze Republiek. De plaats, ter oefening van hunnen Godsdienst geschikt, is een klein doch net Gebouw, van binnen versierd met een fraai Orgel. De oorsprong deezer Gemeente word, volgends de waarschijnlijkste berichten, gesteld op den 28sten September 1642.Tobias Brustenbachwas de eerste Leeraar maar ook te gelijk derzelver Stichter. In den Jaare 1647 wierd deeze Gemeente, die tot dien tijd haare Godsdienstige bijeenkomsten in een klein Huisje op de Achtergracht[4]gehouden had, in staat gesteld tot den aankoop van een Huis en erve, ’t welk, in 1654 met noch een ander Huis en erve vergroot, het tegenwoordig Kerkgebouw uitmaakt; tot den Jaare 1782, was zij in zodanige omstandigheden geplaatst, dat somtijds het nabuurig Amsteldam tot het onderhoud harer Leeraar moest medewerken; wanneer zij door een aanzienlijk Legaat, haar bij uiterste wille besproken door wijle VrouweVoigt, wonende te Muiderberg, in staat gesteld wierd zich zelve te kunnen onderhouden. Den 30 September 1792, wierd eene Jubelpreêk, bij gelegenheid van de 150 jarige instandblijving der Gemeente, door haaren toenmaligen Leeraar gedaan.De Roomsch Catholijken hebben hier ook eene Statie, die tegenwoordig door eenen waereldlijken Pastoor en Capellaan word waargenomen. Hun Kerkhuis is van binnen met een naar de bouwkunst geordend altaar versierd, en het gewelf met Bijbelsche en Kerkelijke Geschiedenissen fraai beschilderd. Waar aan de vochtigheid en ouderdom echter veel nadeel hebben toegebragt. Daar en boven is het Gesticht zelve zeer bouwvallig en veel te bekrompen: ter ondersteuning van het Gregoriaansche Kerkgezang is er een klein doch zeer welluidend Orgel in geplaatst. Thans is op requeste, door Kerkmeesteren dier Gemeente gepresenteerd, ten einde een geschikter Kerkhuis te erlangen, gunstig appui verleend, waar door aan het verlangen van het grootste getal der Gemeentenaaren spoedig zal voldaan worden, hebbende de Kerkbestuurders bereids daar toe een geschikte plaats aangekocht.De Joden, wier getal alhier sints weinige Jaaren merkelijk is toegenomen, hebben hier een Sijnagoge of bedehuis, dat een zeer klein doch net gebouw is.Onder de Gestichten die eenige aandacht verdienen bekleed hetSt. Bartholomei Gasthuisgeene geringe plaats. De tijd van derzelver stichting is onzeker; dat het echter van geenen jongen tijd is, blijkt uit den naam van hem aan wien het is toegewijd, en wiens beeldtenis of naam boven alle de buiteningangen dezes Gestichts is uitgehouwen. Het is een groot en geen onaanzienlijk Gebouw. Ofschoon voor zo verre men[5]kan nagaan, alleen geschikt voor een Gasthuis of herberging voor Vreemdelingen, worden thans ook de gebrekkigen en behoeftigen, die door de Diaconie ondersteund worden, daarin besteed. De bestuuring van dit huis is thans opgedragen aan 4 Regenten en 3 Regentessen, die ’s Jaarlijks of op nieuw verkoren of anderen in hunne plaatsen gesteld worden.HetBurger-Weeshuis, in vroegere Eeuwen een Klooster voorde Zusteren van St. Jan Euangelist, is een schoon en ruim Gebouw, geschikt ter herberginge en opvoeding vanWeezen, wier Ouderen Burgeren dezer Stad waren. Deszelfs bestuur staat thans aan 5 Regenten en 4 Regentessen, die mede Jaarlijks aangesteld worden.HetArmen-Weeshuis, een Gebouw, waarin sints 1667 de Armen Weezen, die te vooren in het St. Bartholomei Gasthuis gehuisvest waren, wierden opgevoed, en werwaards zij op besluit van Burgemeesteren en Vroedschappen in 1790 wederom wierden overgebragt, dient voor het tegenwoordige ter inkwartieringe der alhier in Guarnisoen liggendeMilitie.De orde vereischt dat hier ter plaatse ook melding gemaakt worde van de Stichting van wijlen den HeereCornelis van Drosthagen, bij beslotene laatste wille, 1714 gemaakt, en 1718 door zijn dood bevestigd: volgends welke hij zijne Nalatenschap, bestaande in Huizen, Landerijen enz onder het bestuur van drie Executeuren van de Roomsche Religie gesteld heeft; zo nochthans dat bij het afsterven van eenen derzelven een’ Gereformeerde door de aanblijvenden, in deszelfs plaatse, mogt verkozen worden; welk laatste reeds sints een aantal Jaaren heeft stand gegrepen.—De voordeelen, uit deeze Goederen voordspruitende, moeten in drieën verdeeld worden, als aan zijne behoeftige Vrienden van moeders zijde; aan het Arme Weeshuis, en aan Armen der Roomsche Gezindheid. Ter gedachtenisse van deezen Heer is in een gevel van een der vernieuwde Gebouwen een steen geplaatst, waarop men het volgende versjen leest:De voorzorg van DrosthagenVoor Armen, Weez’ en Magen,Zij steeds bij ’t NageslachtMet dankbaarheid herdacht!——[6]WAERELDLIJKE GEBOUWEN.Onder dezelve bekleed hetStadhuisde eerste plaats. Het is een buitengemeen schoon en kostbaar Gebouw, in den jaare 1772 geheel nieuw uit den grond opgehaald, pronkende met eenen arduin en hardsteenen Voorgevel, naar deJonischeenDorischeorden. Zo schoon dit Gebouw zich uitwendig opdoet, zo fraai is ook deszelfs binnenste. Bij het ingaan valt terstond de prachtige Vierschaar in ’t oog, welker beschouwing den Vreemdeling moet uitlokken om het zelve van binnen te bezichtigen. De Burgerzaal, Burgemeesters, Schepens en Vroedschapskamer zijn keurig geordend, naar den smaak gestoffeerd en versierd met prachtige en fraaje schilderstukken, door den Weesper BurgemeesterGijsbert Jansz. Sibille. Hoewel men den naam van deezen Kunstliefhebber in de Schilderboeken te vergeefs zoeken zou, en buiten deeze Stad weinig bekend schijnt te zijn, zo zijn echter de werken van zijne hand de opmerking der kenneren dubbel waardig.—Het Gebouw staat op de Grobbe bij de St. Joris brug, die in bovengemeld jaar met het daar voor liggend plein gelijk gemaakt is. Ter plaatse waar het tegenwoordig Stadhuis staat, was in het begin der voorige Eeuw de Schuttershof of de St. Joris Doelen; waar van in het oude Stadhuis noch eenige overblijfsels te vinden waren.DeWaag, een oud gebouw, voorheen een rondeel der Vestingen, reeds in den Jaare 1407 geschikt tot het Stadhuis, waar toe het tot 1634 gebruikt is, staat aan de Vecht. Behalve dat dezelve tot het wegen der Koopmanschappen enz. gebezigd word, strekt zij ook ter Vergaderplaats van sommige Gilden: terwijl op een harer vertrekken thans ook de Hoofdwacht der Militairen gehouden word. Derzelver Voorgevel is niet onaanzienlijk, en pronkt met het Wapen der Stad.DeStads School, mede geen onaanzienlijk Gebouw, heeft[7]men, niet zonder grond, te houden voor een gedeelte van het Klooster, het Jonge Convent genaamd: in deeze kunnen ook de Kinderen van minvermogende voor niet onderwezen worden, waar toe aan den Stads Schoolmeester, een Jaarlijks tractement gegeven word.DeStads Fransche Kostschoolvoor Jonge Heeren, is een ruim en luchtig Gebouw, staande op de nieuwe Gracht aan het Zuideinde der Stad; deeze School is in eenen zeerbloeiendenstaat.Voords is alhier noch eene Fransche Kostschool voor Jonge Juffrouwen, wier aantal geduurig toeneemt.DeVleeschhalenBank van Leeningzijn geene Stadsgebouwen, wordende de eerste gehuurd; en de laastgenoemde behoort aan eenen Jood, die daar voor eene jaarlijksche recognitie aan de Kerk betaalt.De Godsdienstige en Waereldlijke Gestichten deezer Stad beschouwd hebbende, gaan wij over tot derzelverREGEERING.Alhoewel de kundige Schrijver derGrondwettige Herstelling van Nederlands Staatswezenverzekert, dat de vastgestelde Regeeringsform vanWezopofWeesptot 1445 in handen van het Volk berustte, schijnen de handvesten der Stad ons het tegendeel aanteduiden, vermits in een geschreven handvest, die in de gedrukte niet gevonden wordt, enin 1387, aan die ghemeenen Steden en Dorpen van Amsterlandt ende van GoijlandtdoorHerthog Albrecht van Beierenis gegeven, het 1e. Art. van den volgenden inhoud is.Dat wij off dien wij dat bevelen, off onse Baliuw, die nu is off naemaels wesen zal, altoes Schepenen kiesen zal binnen Steden ende opten Dorpen, alsoe veel als costumelijk is, op onser Vrouwendach te Lichtmisse van den redelijcxsten en vroetsten knaepen, enz.—1407 gafJan van Beieren,Elect van Luijdik, als Heer van Muijden, van Wesop, van Naerden ende van Goijlandt, ook eenen openen brieve, in welken hijom oerbaer ende nutschap wille zijns lands voorss.zijne bovengenoemdeondersaten overdragenheeft eenige[8]puncten, onder welke het 10. Art. van ons handschrift dus luidt. „Item, soe willen wij dat binnen onsen Stede vanWeesopvan deser tijt voort wesen sullen seven Scepenen die onse Dienaars daer sullen setten: welke handvest doorFilips van Bourgondien,als Ruwaert ende oir der Landen van Hollandtin 1425gheconfirmeert ende ghevesticht is.Hoe het met de Regeering, voorAlbrecht van Beieren, gesteld is geweest, daar van zijn, zo ver mij bewust is, geene bewijzen voorhanden. Het zij ons genoeg betoogd te hebben dat de Graven, ten minsten, de Schepenen hebben aangesteld, en dat zulks geenzins door het Volk of deszelfs vertegenwoordigers geschied is.—Filips van Bourgondien, gaf in den Jaare 1445 aande StadWeesopde handvest, waar bij hij haarghegont ende gheconsenteertheeft,dat voortaen één ende dertich die rijcste poorteren, die meeste leggende erven en staende ghetimmert hebben, en de hoegste daer in ’t schodt staen, alle jaer op onser Vrouwendach Purificatio bij de meeste stemmen kiesen sullen vierthien goede notabile mannen, uijt den voorss. XXXI of uijt andere die poorteren vanWeesop,uijt welke XIIII persoenen alsoe bij den één en de dertich ghecoeren wesende bij der meeste stemmen onsen raede van Hollandt, onse Baliuw van Goijlandt in der tijt wesende off die wij des machtigen sullen, op onser Vrouwen-dach purificatio kiesen ende eden sullen seven Scepenen, die dat toecomende Jaer Scepenen wesen sullen; welke Scepenen voort kiesen sullen ’t eerste jaer drie Burghemeesteren van onse Stede voorss. Als dat van outs ghewoonlijk is, ende voert alle jaer twee nieuwen Burghemeesters ende eenen ouden daar in te laeten blijven.” De verkiezinge der Regenten geschied ten huidigen dage noch naar den inhoud van dit Privilegie, alleen met dit onderscheid, dat de Nominatie van Veertienen thans door de 21 Vroedschappen op Vrouwendag (2 Februarij) gemaakt word; zijnde het getal van 31, volgends besluit der Staten van Holland, genomen op 13 Januarij 1622, aldus verminderd. Ofschoon in dit Privilegie die verkiezing staat aan den Raade van Holland, den Bailiuw van Gooiland, of wien door den Grave daar toe zoude gemagtigd worden: zo is volgends een Staats resolutie van den 20sten Maart 1603 de Bailiuw van Gooiland daar toe gemagtigd. De Regeering word dus saamgesteld, uit den Hoofdofficier,[9]die tevens Drossaard van Muiden en Bailiuw van Gooiland is, en alhier eenen Stedehouder of Subsistut Schout heeft, drie Burgemeesteren, zeven Schepenen en een-en-twintig Raaden. Burgemeesteren en Vroedschappen hebben eenen Secretaris, die door hun Collegie word aangesteld; terwijl de aanstelling van den Secretaris van Schepenen door Heeren Gecommitteerde Raden van Holland geschied.DE GILDENdeezer Stad zijn de volgende:Het Timmermans, Metselaars en Glazenmakers Gild.Het Chirurgijns Gild.Het Kuipers Gild.Het Lakenkopers en Kledermakers Gild.Het Schoenmakers Gild.Het Bakkers en Kramers Gild.Het Turf- en Koorndragers Gild.Wordende Jaarlijks door Burgemeesteren en Schepenen, uit de ingeleverde nominatien, Gildemeesteren verkozen.HANDVESTENENPRIVILEGIEN (Voorrechten).Van deeze, haar door onderscheidene Graaven geschonken, zullen wij slechts de voornaamste en belangrijkste opgeeven; zijnde dezelve in aantal zeer veelen.Het eerste en aanmerkelijkste is, (voor zo verre ons bekend is, nimmer door den druk gemeen gemaakt,) dat, vanWillem van Beieren, in 1355 aan die vanWesopgegeven; waar bij het hen vergund is,dat zij met allen heuren goeden tot ewighen daghen tollen vrij vaeren sullen te lande ende te water, overal in onse landen van Hollandt, van Zeelandt ende van Vrieslandt, voerbij alle onse tollen. Van welk Voorrecht de Kooplieden vanWeespnoch hedendaags gebruik maken. In 1386. verleende HertochAlbrecht van Beieren aan zijne goede Luiden van Wesop het recht eener vrije Jaarmarkt, duerende vier daghen voor ende vier daghen na sinte Victorisdaghenz. ook vergunde hij 1401. den Weespenaren,ten ewighen daghen tollen vrij te moghen vaeren door de tollen tot Sparendamme, hoewel hij hen[10]twee Jaaren te vooren, volgende een op Pergament geschreven handschrift der Privilegiënvan Muiden, het zelve Voorrecht, benevens de vrijheid der tollen door de StedeBeverwijck, tot wederopzeggens toe, vergund had.—In 1407, gafJan van Beieren, aan de Burgerij vanWesophet recht vanVonnissen te moghen halen, (niet, gelijk zij tot hier toe verpligt waren geweest, te Amsteldam te doen), maar bij hunne eigene Rechters,op die Kerksteghe tot Wesop, aan dat Gerecht van der Parochie. Van dien tijd af schijnt Weesp dus hare eigen Criminele Rechtbank gehad te hebben, welke handvest doorFilips van Bourgondien, in 1425 nader bevestigd is. Bij deeze opgenoemde verdient ook geteld te worden, het verdrag of accord tusschen de StedenUtrecht, Weesp en Muidenin 1463 gesloten, waar bij, onder anderen ook, is vastgesteld,dat zij Stad ende Steden, die eens des anders Burgheren, poerteren ende ondersaten niet besetten noch belasten van ghenen saeken; behoudelijcken dat hunne Burgheren, poerteren en ondersaten elck in sijnre Stad en Steden den anderen wel besetten en beclaeghen, ende met recht wel bespreecken sal mogen van sijns selfs persoons schult ofte misdaden alleen enz.1545. bevestigdeKarel de Vijfde, op verzoek van Schout, Borghemeesteren, Schepenen ende Regeerders der StadWeesp, het recht vanExue, ’t welk die thoonders van soe langhe Jaeren, dat geen memorie van menschen ter contrarie en is, mede gheuseert hadden.’t Zoude niet ongevoeglijk zijn hier nu noch aantehalen de bijzondere satisfactie in den Jaare 1577 tusschenWillem den Eerstenen gevolmagtigden vanWeesp en Weesperkarspelgesloten, dan om bijzondere redenen zullen wij hier van gewagen, als wij de lotgevallen der Stad beschrijven zullen.SCHUTTERIJ.Op deeze magWeespreeds van oude tijden roem dragen. In 1410 ten tijde vanJan van Beieren(schoon zij waarschijnlijker noch eerder plaats had,) arresteerdenSchout, Scepenen en Raedenop den 4 April bereids een Reglement, waarnaar zich de Schutters gedragen moesten; aan dezelven wierden eenige voordeelige Voorrechten, als den Wijntap, de vrije Visscherij in het St. Anthonis Viswater enz. toegestaan; zijnde omtrent den eerstgenoemden met Burgemeesteren een accord gesloten,[11]terwijl de laatste om de 3 Jaaren ten voordeele der Schutterij verpacht word, gelijk zulks in den voorledene Jaare noch heeft plaats gehad.—Behalve deeze heeft zij noch eenige andere Voorrechten, doch die wij om de kortheid des besteks, hier zullen overslaan.—De Burgerkrijgsraad bestaat, uit denColonel(zijnde de aangeblevene der Heeren Regerende Burgemeesteren,)Capiteinen, Capiteinen Lieutenants,Lieutenants, Vaandrigs en Scribas, welke hunnen eigenen Secretaris hebben: men zoude dit articul met veele bijzonderheden kunnen vermeerderen, dan bijzondere redenen noodzaken ons deeze snaar onaangeroerd te laten.BEROEMDE MANNENDie alhier geboren zijn; onder deezen telt men,Arend Louff, ofLoufius, S. S. Theol. Lic. en Pastoor bij de Roomsche Gemeente alhier; geboren 17 Febr. 1597. overleden 19 Junij 1656.—Gijsbert Jansz. Sibille, Burgemeester dezer Stad, (zie bladz. 6.)Salomon van Til, beroemd Hoogleeraar in de H. Godgeleerdheid te Leiden, zag het eerste levenslicht in den aanvang des Jaars 1643. en is op den 1 November 1713. overleden.Mr.Jan Ploos van Amstel, Advocaat te Amsteldam.enPieter van Berendrecht, Contrarolleur, Eikmeester der schepen van de Ed. Mog. Heeren Raden van Staaten der vereenigde Nederlanden, Scheepmeter en Eikmeester der Stad Amsteldam.BEZIGHEDENENVERMAAKEN.Oudtijds was deeze Stad zeer vermaard wegens dezelver Bier-Brouwerijen, wier aantal zeer aanzienlijk moet geweest zijn. Het bier wierd buiten en binnen ’s Lands verzonden, en was algemeen bekend onder den naam vanVlaamschen Doctor. Zeker oude Schrijver zegt:de inwoonders van Weesp zijn rijck, en hebben nu die neeringh van ’t beste bier dat over Hollandt gedroncken wort. Dan tegenwoordig is er maar eene bierbrouwerij, die, ofschoon in vroeger dagen in merkelijk verval, thans wederom in bloei is en eene uitgebreide verzending heeft.[12]De Genever-stokerijen maken voor het tegenwoordige den grootsten handel en het bestaan der inwooneren uit. Vijftien dusdanige branderijen geven aan een groot aantal huisgezinnen het brood. Wij zullen ons met geene snorkende berekening van het verstoken van eene hoeveelheid Lasten Graan enz. ophouden; dan kunnen echter niet voorbijgaan aantestippen, dat, niet tegenstaande de laage Kunstgreepen, die men sints eenige Jaaren in ’t werk gesteld heeft, om de Weesper Genever in verachting te brengen, derzelver waarde geenzins gedaald, en derzelver verzending, vooral naar buiten ’s Lands merkelijk is toegenomen, terwijl men proevondervindelijk overtuigd is, dat zij ter buitenlandsche verzending beter voldoet dan eenige andere Nederlandsche Genever.Twee Katoendrukkerijen, met derzelver drogerijen enz. waar van een, niet verre buiten de Stad, onder de Jurisdictie van Weesper-Karspel gelegen is, geeven aan verscheiden burgers en inwooners, vooral des Zomers, een ruim bestaan; terwijl voor het overige de handwerksman in de beoefening van zijnen onderscheiden arbeid een kostwinning vindt.Wat de vermaken der Weespenaaren betreft, deeze kiest ieder naar zijn’ smaak. Onder den meergegoeden Burger heerscht thans, over ’t algemeen genomen, een eenstemmige samenverkeering, midlerwijl het beoefenen der Wetenschappen onder hen ook hand over hand toeneemt; zijnde ter dier bevordering in den Jaare 1791, een Genootschap, onder de Zinspreuk,voor het Menschdom, opgericht, ’t welk bereids uit meer dan zeventig Leden bestaat.GESCHIEDENISSEN.Weesp, oudtijds leenroerig aan het Bisdom van Utrecht, was langen tijd als zodanig onder het bestuur van den huize vanAmstel, waarom het, ten beteren verstande van deszelfs lotgevallen, niet ondienstig zal zijn daar van vooraf en kort verslag te doen. Uit eenen brief van den BisschopGodefridvan 1172 of 1174, blijkt, datEgbert van Amstelhem de helft der Tienden inWispewedergegeven had. 1225 begiftigde de Utrechtsche BisschopOtto,Gijsbrecht van Amstel, den eersten van dien naam, met de hoge Gerechtigheid vanMuiden, WeespenDiemen: 1233 gafGijsbrechtvolmagt aanMenso van Wesepeom uit[13]zijnen naam afstand te mogen doen van zekere goederen inBenscopaan de Abdisse vanRhijnsburg.Gijsbrecht van Amstel, de derde van dien naam, is ook bezitter vanWeespgeweest. OfschoonGodelindeAbdisse vanElten, bij haren afstand van Gooiland (Nardinclandt) aan GraafFloris den vijfden1280 deeze Stad mede onder hare eigendommen telde: is het echter zeer waarschijnlijk, dat hij, zelfs na zijnen zoen met den Grave, in het bezit daar van verbleven is, tot dat hij, als een medepligtige aan den moord vanFloris, het Land moest ruimen, en zijne goederen voor den Grave verbeurd verklaard wierden. GraafJan de tweede, begiftigde daar mede zijnen BroederGuido van Henegouwen, na wiens overlijden het weder aanWillem den derdenverviel, en sints welken tijd deeze Stad onder het Graaflijk bestuur gebleven is.Hier uit ziet men dus datWeesp, door de gedurige twisten van deUtrechtsche Kerkhoofdenmet de Heeren vanAmstel, noodzakelijk aan de invallen van het Krijgsvolk der Stichtenaaren, of deszelfs saamverbondenen moest bloot staan.De lotgevallen deezer Stad zijn, naar de echte bescheiden in ’s Lands Historien geboekt, de volgende. In den Jare 1204. wierdWeesp, om datAmstelde zijde vanLodewijk Grave van LoontegenWillem den Eerstenhield, door de Kennemers, onder aanvoering vanWouter van EgmondenAlbert Banjaard, in de assche gelegd, welk onheil haar 1356 door BisschopJan van Arkelna eene vierdaagsche belegering, voor de twedemaal berokkend wierd. 1374 nam de Utrechtsche BisschopArnold van Hoorneter wraake van eenen geleden hoon doorAlbrecht van Beieren, en ter ontheffinge van een Jaarlijksche schuld van 3700 ponden, sints 1356, voor het Slot vanVreeland, de Stad in, en stelde haar onder een zwaare brandschatting. 1507 vielWeespin handen vanKarel van Egmond, Hertog van Gelder; zeer veel had zij toen te lijden, ’t welk voornamelijk veroorzaakt wierd, door dien zij geweigerd had bezetting in te neemen. De Geldersche, aan den eenen kant brand hebbende doen stichten, overrompelden ze aan de andere zijde, intusschen zich de Burgerij beijverde om den brand te blusschen.In de Nederlandsche beroerten hield deeze Stad de zijde des Konings van Spanje tot in het Jaar 1577, wanneer op den 16 Januarij, doorSchout, Burghemeesteren ende ghemeene Rade ende[14]Vroedtschap tot Weesp, van wegensWeespenWeesper-Karspelghecommitteert wierden, die eersameJan Gerritz CuijpendeHillebrant Govertz, om met denPrince van Oranje, alsStadthouder over Hollandt, Zeelandt ende Vrieslandteen verding aantegaan, het welk ook op den 29sten derzelver Maand wederzijds gesloten wierd: onder de articulen van dit verdrag zijn de voornaamste,de vrijheid der Religie, ende Stad en ’t Carspel met gheenen soldaten te bezwaaren, ten waare door hoochnodigsten nood, daer het welvaren der lande, alsulcks ware vereischende, ende dan ’t zelve geschieden tot gemeijne costen der Landen van Hollandt ende Zeelandt.Niettegenstaande het evengemelde verdrag ontstonden er in 1579 reeds eenige verschillen tusschen de Roomschen en Onroomschen, welker eerstgenoemden op aandrijving der Regeering den Hervormden Godsdienst ondernamen te stooren; ’t welk ten gevolge had, dat de Staten van Holland,Willem Bardes, Burgemeester van Amsteldam derwaards zonden, die zeven Persoonen uit de Vroedschap, en drie daar van nevens den Secretaris en ouden Pastoor, behoudens Goed en Eer, ter Stad uitzettede. De straf der oproerigen beval hij aan den Schout en de Wethouderen. Dan de ballingen kreegen spoedig vrijheid om weder tot de hunnen te rug te mogen keeren.—Na dit voorval schijnt alhier de Godsdienstige vrijheid en verdraagzaamheid in hogen top geweest te zijn, ’t welk bij de Hervormden in andere Steden zeer veel opziens baarde, en waar over de beruchte Leidsche HoogleeraarSaraviain 1587 zich voor Gemagtigden der Staten in vrij bitse bewoordingen uitliet.Voor zo verre ons bekend is heeft deeze Stad in de Godsdienstige geschillen der vorige Eeuw geen deel gehad. Melding te maaken van oneenigheden met de Regeering en de Bailiuwen van Gooiland zou deeze beschrijving te langwijlig doen worden.In den Jaare 1672 wierd deeze Stad met eenen vijandlijken inval der Franschen bedreigd, en onder brandschatting gesteld; dan de penningen, daar toe ingezameld, zijn nimmer afgehaald; en men zegt, dat daar voor, met goedkeuring der Burgerij, toen het keurig Klokkenspel, waar mede de Kerktoren noch heden pronkt, vervaardigd is.In 1748 wierd het huis van den PachterHogeveen, door eenige[15]onverlaten, meestal vreemdelingen, geplunderd en afgebroken.Toen in de jongste onlusten de zucht tot Wapenoefening door gantsch Nederland veld won, was deeze Stad ook daaromtrent niet gevoelloos. Een Genootschap van Wapenhandel door eenige bijzondere persoonen reeds in November 1783 opgericht, doch nimmer door de Wethouderschap gewettigd, waar van de geachte Schrijver van het Vervolg op de Vaderlandsche Historie vanWagenaar, 8ste Deel, verkeerd onderricht is, was van eenen korten duur, vermits Heeren Burgemeesteren zulks, om bijzondere redenen, afkeurden: wordende de Schutterij in betere orde gebragt, welke langzamerhand tot dien luister steeg, waarin zij in 1786 en 1787. de bewondering der kenneren wegdroeg.Bij het formeeren van het Cordon van de Maaze tot aan de Zuiderzee, kwam alhier op den 2den October 1786 in Guarnisoen het 2de Bataillon vanOnderwater, sterk 350 Mannen, ’t welk ter versterking van de Forten Uitermeer en Hinderdam, bij beurtverwisseling, Detachementen afzond.—Op den 16 September 1787, bij gelegenheid van het verlaten der StadUtrecht, kwam hier ter versterking in Guarnisoen, een Bataillon van het RegimentAmsteldam(waardgelders).—Den volgenden dag verscheen een Detachement Pruisische Cavallerij voor de Poort, doch vlugtte weldra op het alarm dat binnen de Stad gemaakt wierd. De volgende dagen rukten ter verdediging der Stad noch verscheide Bataillons Infanterij, benevens een aantal Cavallerij binnen. Alles wierd ter Defensie in het werk gesteld. Dan op den 23sten September des morgens ten half vijf uuren wierden door een gewapend Kofschip, dat op de Vecht lag, seinschoten gedaan; het gantsche Guarnisoen vloog in de Wapenen, en welhaast vielen de Pruisische troupen de Stad aan de Oost, Zuid en Westzijde gelijktijdig aan, doch wierden genoodzaakt met verlies aftewijken.—Op den 26sten wierd op hooge order de Stad aan de Pruisische troupen ingeruimd, hebbende de brave en achtingwaardigeCommandantG. van de Poll, met den Generaal MajoorVon Kalkreuth, eene capitulatie gesloten, waar bij onder anderen,de uittocht van het Regiment Dragonders van Bijland, het Bataillon van Bijland Infanterij, het Bataillon van het Regiment Walons van van de Poll, en het Detachement[16]Artilleristen met alle Krijgseer toegestaan, en aan de Stad Weesp, aan derzelver Burgerije en aan een ieder hoofd voor hoofd in ’t bijzonder de onbepaaldste bescherming beloofd wierd: de getrouwe naarkoming daar van, heeft dien Pruisische Veldoversten toen de achting der Weespenaaren doen wegdragen.——Ingevolge de geslotene Capitulatie kwam des avonds van dien dag een Detachement Pruisschen post vatten, trekkende den volgenden dag het Hollandsch Guarnisoen met slaande trom en vliegende Vaandels uit. Zedert dien tijd tot den 8sten October zijn wij met een talrijk Guarnisoen, dat somtijds uit 13 à 1400 man bestond, bezwaard geweest; dan waar van de overgave vanMuidenenDiemerbrugons merkelijk verlichtte. Den 21sten December wierd hier geïnquartierd één Compagnie van het Pruisisch Regiment vanWoldeck, onder Commando van den Hopmanvon Siegroth, welke den 2 Mai 1788 door een Detachement Zwitsers vanMaijwierd afgelost. Sints dien tijd isWeesptot heden met krijgsvolk bezet gebleven: zijnde in alle deeze omstandigheden niemant der Burgeren met eenige Militairen belast geweest, daar denooitvolprezen Stads-regeeringdezelve in ledigstaande huizen en pakhuizen eene geschikte verblijfplaats bezorgde.Nu gaan wij over tot deREISGELEGENHEDEN.Dagelijks gaan en komen er vijf Schuiten naar en van Amsteldam.De Veerschuiten van Hilversum, ’s Graveland, de beide Loosdrechten, Nederhorst (den Berg), Nichtevecht, Vreêland en anderen varen hier door naar en van Amsteldam.’s Weeklijks des Vrijdags vaart, in den Zomer, een Schuit op Utrecht, ’t welk des Winters alle veertien-dagen geschiedt.De Veerschepen van Arnhem, Wageningen, Rheenen, Wezel en anderen passeeren langs de Vecht voorbij deeze Stad.LOGEMENTEN.De Roskam.De Eendragt.De Oude Prins, benevens eenige anderen voor den minvermogenden Reiziger.[1]
Onder de geene stem in Staat hebbende Steden van Holland, isWeespgeenzins eene der geringste, zo wegens derzelver oudheid, vermaardheid als vermakelijke ligging aan de Rivier deVecht; een half uur ten ZuidwestenMuiden; omtrent twee uuren ten WestenNaarden; ruim twee uuren ten ZuidoostenAmsteldam, en ruim vijf uuren ten NoordenUtrecht.
NAAMSOORSPRONG.
Bij de Geschiedschrijvers vind men wegens den Naams-oorsprong niets zekers geboekt. Dat deeze Stad haren naam van deUsipetenontleenen zoude, luid al te fabelachtig, om daar aan geloof te slaan. Dat zij dezelve aan eenenHere de Wesopa, die aldaar een Kasteel, van dien naam, zou gesticht hebben, verschuldigd is, is even onzeker, en dat zij om haren geduurigen kloekmoedigen tegenstand door haare vijanden, leenspreukig,WespeofWispezoude genoemd zijn, hier voor is geen’ den minsten grond te vinden: ’t zij ons genoeg dat er in Holland een Steedje is, datWezopofWeespgenoemd word, bij welke laatste benaming het thans allermeest bekend is.
STICHTINGENGROOTTE.
Hoewel men den tijd der Stichting dezer Stad met geene zekerheid bepalen kan; veel min of dezelve altijd met vestingen omringd of bevest is geweest; kan men echter bewijzen dat zij in den Jaare 1131 reeds bekend was, als blijkt uit zekeren brief vanAndreasden vijfentwintigsten Bisschop[2]vanUtrecht, waarin van bovengemeldenHerogewaagd word. In de handvest van HertogWillem van Beierenin ’t Jaar 1355, word vanWeesphet allereerst melding gemaakt, als van eene Stad, voorzien met poorten en wallen, en hare BurgersPoortersgenoemd.
De Stad is zeer ruim en luchtig gebouwd en heeft verscheidene straaten, die zeer wél betimmerd zijn; van het Zuiden tot het Noorden doorsneden van de stroomende Rivier deVecht, waar aan een Schutsluis ligt, die in een Graft uitlopende, het grootste gedeelte der Stad wederom in tweeën deelt; terwijl het zuiderdeel met drie Graften voorzien is, die allen in de laatstgenoemde hunne inwatering hebben.—Volgends de jongste beschrijving beloopt het getal der Inwooners op bijkans 2800 menschen, woonende in omtrent 500 huizen, die wederom in ruim 730 woningen verdeeld zijn. Uit oude tekeningen en beschrijvingen blijkt het, datWeespvoorheen met steenen wallen is omgeven geweest, welker grondslagen men, bij gelegenheden, noch ontdekken kan, en waar van men noch de overblijfsels ziet aan deMuiderpoort, deWaagen den zogenaamdenOlijmolen, welke gebouwen zekerlijk voor een gedeelte als rondeelen der oude vestingwerken moeten beschouwd worden: verval en de uitleggingen der Stad hebben derzelver afbraak noodzakelijk gemaakt.—Tegenwoordig is de Stad alleen aan haar Oost en Zuidelijk gedeelte met aarde bolwerken voorzien, die naar de regelen der hedendaagsche Vestingbouwkunde opgeworpen zijn. Behalve de andere uitgangen, heeft deeze Stad drie poorten, namelijk,de Muider, Naarder of ’s Gravelandsche, en Utrechtschepoort; de eerste is een oud gebouw, in wiens voorgevel het Keizerlijke wapen staat uitgehouwen, waar onder het Jaargetal 1552: de twee laatste zijn in den Jaare 1676 gebouwd, en van eenen ordentlijken aanleg.
’TWAPEN.
Weespheeft twee Wapens: te weeten hetOudeenNieuwe. Het oude verbeeld een Kerk, met een’ grooten toren aan den Voorgevel en een’ kleiner’ in de midden: de figuur heeft veel[3]overeenkomst met het tegenwoordig Kerkgebouw. Het nieuwe is een zilveren paal op een blaauw veld. Het eerstgenoemde word noch ter bezegeling van brieven of decreeten gebruikt.
KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
De groote Kerk, waarin de Gereformeerden hunnen Godsdienst oefenen, is, volgendsJacobus de la Torre, gesticht, of ten minsten voltooid, in den Jaare 1462, wanneer zij, naar het Roomsch Kerkgebruik, aanSt. Laurentiuswierd toegewijd. Het is een schoon, lang en luchtig Gebouw, pronkende met eenen spitsen toren, in wiens Koepel een welluidend Klokkenspel hangt, in 1672 door den vermaardenPetrus Hemonivervaardigd. Op het Choor is noch een klein torentje. Dit Gesticht rust binnenwerks op 18 pijlaaren, zijnde rondom de meeste, de Predikstoel, de Gestoeltens der Regeering en anderen geplaatst.—Het Orgel, in 1592 gemaakt, heeft, naar den tijd waarin het zelve vervaardigd is, geen onaangenaam geluid, en word met deuren gesloten.—In het Choor, dat met een fraai koperen hek van de Kerk is afgescheiden, vind men een’ kleineren Preêkstoel, voormaals gebruikt, wanneer de promotie der Latijnsche Schooljeugd geschiedde. De Gereformeerde Gemeente word bediend door twee Leeraars, Leden der Classis van Amsteldam: het tractement van den Oudsten bedraagt 1000 Guldens en vrije woning in de Pastorij, dat van den jongsten is 1100 Guldens.
De Lutersche Gemeente word bediend door een’ Predikant behorende onder het Consistorie van Amsteldam, zij is eene der aanzienlijkste dier Geloofsbelijderen in deeze Republiek. De plaats, ter oefening van hunnen Godsdienst geschikt, is een klein doch net Gebouw, van binnen versierd met een fraai Orgel. De oorsprong deezer Gemeente word, volgends de waarschijnlijkste berichten, gesteld op den 28sten September 1642.Tobias Brustenbachwas de eerste Leeraar maar ook te gelijk derzelver Stichter. In den Jaare 1647 wierd deeze Gemeente, die tot dien tijd haare Godsdienstige bijeenkomsten in een klein Huisje op de Achtergracht[4]gehouden had, in staat gesteld tot den aankoop van een Huis en erve, ’t welk, in 1654 met noch een ander Huis en erve vergroot, het tegenwoordig Kerkgebouw uitmaakt; tot den Jaare 1782, was zij in zodanige omstandigheden geplaatst, dat somtijds het nabuurig Amsteldam tot het onderhoud harer Leeraar moest medewerken; wanneer zij door een aanzienlijk Legaat, haar bij uiterste wille besproken door wijle VrouweVoigt, wonende te Muiderberg, in staat gesteld wierd zich zelve te kunnen onderhouden. Den 30 September 1792, wierd eene Jubelpreêk, bij gelegenheid van de 150 jarige instandblijving der Gemeente, door haaren toenmaligen Leeraar gedaan.
De Roomsch Catholijken hebben hier ook eene Statie, die tegenwoordig door eenen waereldlijken Pastoor en Capellaan word waargenomen. Hun Kerkhuis is van binnen met een naar de bouwkunst geordend altaar versierd, en het gewelf met Bijbelsche en Kerkelijke Geschiedenissen fraai beschilderd. Waar aan de vochtigheid en ouderdom echter veel nadeel hebben toegebragt. Daar en boven is het Gesticht zelve zeer bouwvallig en veel te bekrompen: ter ondersteuning van het Gregoriaansche Kerkgezang is er een klein doch zeer welluidend Orgel in geplaatst. Thans is op requeste, door Kerkmeesteren dier Gemeente gepresenteerd, ten einde een geschikter Kerkhuis te erlangen, gunstig appui verleend, waar door aan het verlangen van het grootste getal der Gemeentenaaren spoedig zal voldaan worden, hebbende de Kerkbestuurders bereids daar toe een geschikte plaats aangekocht.
De Joden, wier getal alhier sints weinige Jaaren merkelijk is toegenomen, hebben hier een Sijnagoge of bedehuis, dat een zeer klein doch net gebouw is.
Onder de Gestichten die eenige aandacht verdienen bekleed hetSt. Bartholomei Gasthuisgeene geringe plaats. De tijd van derzelver stichting is onzeker; dat het echter van geenen jongen tijd is, blijkt uit den naam van hem aan wien het is toegewijd, en wiens beeldtenis of naam boven alle de buiteningangen dezes Gestichts is uitgehouwen. Het is een groot en geen onaanzienlijk Gebouw. Ofschoon voor zo verre men[5]kan nagaan, alleen geschikt voor een Gasthuis of herberging voor Vreemdelingen, worden thans ook de gebrekkigen en behoeftigen, die door de Diaconie ondersteund worden, daarin besteed. De bestuuring van dit huis is thans opgedragen aan 4 Regenten en 3 Regentessen, die ’s Jaarlijks of op nieuw verkoren of anderen in hunne plaatsen gesteld worden.
HetBurger-Weeshuis, in vroegere Eeuwen een Klooster voorde Zusteren van St. Jan Euangelist, is een schoon en ruim Gebouw, geschikt ter herberginge en opvoeding vanWeezen, wier Ouderen Burgeren dezer Stad waren. Deszelfs bestuur staat thans aan 5 Regenten en 4 Regentessen, die mede Jaarlijks aangesteld worden.
HetArmen-Weeshuis, een Gebouw, waarin sints 1667 de Armen Weezen, die te vooren in het St. Bartholomei Gasthuis gehuisvest waren, wierden opgevoed, en werwaards zij op besluit van Burgemeesteren en Vroedschappen in 1790 wederom wierden overgebragt, dient voor het tegenwoordige ter inkwartieringe der alhier in Guarnisoen liggendeMilitie.
De orde vereischt dat hier ter plaatse ook melding gemaakt worde van de Stichting van wijlen den HeereCornelis van Drosthagen, bij beslotene laatste wille, 1714 gemaakt, en 1718 door zijn dood bevestigd: volgends welke hij zijne Nalatenschap, bestaande in Huizen, Landerijen enz onder het bestuur van drie Executeuren van de Roomsche Religie gesteld heeft; zo nochthans dat bij het afsterven van eenen derzelven een’ Gereformeerde door de aanblijvenden, in deszelfs plaatse, mogt verkozen worden; welk laatste reeds sints een aantal Jaaren heeft stand gegrepen.—De voordeelen, uit deeze Goederen voordspruitende, moeten in drieën verdeeld worden, als aan zijne behoeftige Vrienden van moeders zijde; aan het Arme Weeshuis, en aan Armen der Roomsche Gezindheid. Ter gedachtenisse van deezen Heer is in een gevel van een der vernieuwde Gebouwen een steen geplaatst, waarop men het volgende versjen leest:
De voorzorg van DrosthagenVoor Armen, Weez’ en Magen,Zij steeds bij ’t NageslachtMet dankbaarheid herdacht!——
De voorzorg van Drosthagen
Voor Armen, Weez’ en Magen,
Zij steeds bij ’t Nageslacht
Met dankbaarheid herdacht!——
[6]
WAERELDLIJKE GEBOUWEN.
Onder dezelve bekleed hetStadhuisde eerste plaats. Het is een buitengemeen schoon en kostbaar Gebouw, in den jaare 1772 geheel nieuw uit den grond opgehaald, pronkende met eenen arduin en hardsteenen Voorgevel, naar deJonischeenDorischeorden. Zo schoon dit Gebouw zich uitwendig opdoet, zo fraai is ook deszelfs binnenste. Bij het ingaan valt terstond de prachtige Vierschaar in ’t oog, welker beschouwing den Vreemdeling moet uitlokken om het zelve van binnen te bezichtigen. De Burgerzaal, Burgemeesters, Schepens en Vroedschapskamer zijn keurig geordend, naar den smaak gestoffeerd en versierd met prachtige en fraaje schilderstukken, door den Weesper BurgemeesterGijsbert Jansz. Sibille. Hoewel men den naam van deezen Kunstliefhebber in de Schilderboeken te vergeefs zoeken zou, en buiten deeze Stad weinig bekend schijnt te zijn, zo zijn echter de werken van zijne hand de opmerking der kenneren dubbel waardig.—Het Gebouw staat op de Grobbe bij de St. Joris brug, die in bovengemeld jaar met het daar voor liggend plein gelijk gemaakt is. Ter plaatse waar het tegenwoordig Stadhuis staat, was in het begin der voorige Eeuw de Schuttershof of de St. Joris Doelen; waar van in het oude Stadhuis noch eenige overblijfsels te vinden waren.
DeWaag, een oud gebouw, voorheen een rondeel der Vestingen, reeds in den Jaare 1407 geschikt tot het Stadhuis, waar toe het tot 1634 gebruikt is, staat aan de Vecht. Behalve dat dezelve tot het wegen der Koopmanschappen enz. gebezigd word, strekt zij ook ter Vergaderplaats van sommige Gilden: terwijl op een harer vertrekken thans ook de Hoofdwacht der Militairen gehouden word. Derzelver Voorgevel is niet onaanzienlijk, en pronkt met het Wapen der Stad.
DeStads School, mede geen onaanzienlijk Gebouw, heeft[7]men, niet zonder grond, te houden voor een gedeelte van het Klooster, het Jonge Convent genaamd: in deeze kunnen ook de Kinderen van minvermogende voor niet onderwezen worden, waar toe aan den Stads Schoolmeester, een Jaarlijks tractement gegeven word.
DeStads Fransche Kostschoolvoor Jonge Heeren, is een ruim en luchtig Gebouw, staande op de nieuwe Gracht aan het Zuideinde der Stad; deeze School is in eenen zeerbloeiendenstaat.
Voords is alhier noch eene Fransche Kostschool voor Jonge Juffrouwen, wier aantal geduurig toeneemt.
DeVleeschhalenBank van Leeningzijn geene Stadsgebouwen, wordende de eerste gehuurd; en de laastgenoemde behoort aan eenen Jood, die daar voor eene jaarlijksche recognitie aan de Kerk betaalt.
De Godsdienstige en Waereldlijke Gestichten deezer Stad beschouwd hebbende, gaan wij over tot derzelver
REGEERING.
Alhoewel de kundige Schrijver derGrondwettige Herstelling van Nederlands Staatswezenverzekert, dat de vastgestelde Regeeringsform vanWezopofWeesptot 1445 in handen van het Volk berustte, schijnen de handvesten der Stad ons het tegendeel aanteduiden, vermits in een geschreven handvest, die in de gedrukte niet gevonden wordt, enin 1387, aan die ghemeenen Steden en Dorpen van Amsterlandt ende van GoijlandtdoorHerthog Albrecht van Beierenis gegeven, het 1e. Art. van den volgenden inhoud is.Dat wij off dien wij dat bevelen, off onse Baliuw, die nu is off naemaels wesen zal, altoes Schepenen kiesen zal binnen Steden ende opten Dorpen, alsoe veel als costumelijk is, op onser Vrouwendach te Lichtmisse van den redelijcxsten en vroetsten knaepen, enz.—1407 gafJan van Beieren,Elect van Luijdik, als Heer van Muijden, van Wesop, van Naerden ende van Goijlandt, ook eenen openen brieve, in welken hijom oerbaer ende nutschap wille zijns lands voorss.zijne bovengenoemdeondersaten overdragenheeft eenige[8]puncten, onder welke het 10. Art. van ons handschrift dus luidt. „Item, soe willen wij dat binnen onsen Stede vanWeesopvan deser tijt voort wesen sullen seven Scepenen die onse Dienaars daer sullen setten: welke handvest doorFilips van Bourgondien,als Ruwaert ende oir der Landen van Hollandtin 1425gheconfirmeert ende ghevesticht is.Hoe het met de Regeering, voorAlbrecht van Beieren, gesteld is geweest, daar van zijn, zo ver mij bewust is, geene bewijzen voorhanden. Het zij ons genoeg betoogd te hebben dat de Graven, ten minsten, de Schepenen hebben aangesteld, en dat zulks geenzins door het Volk of deszelfs vertegenwoordigers geschied is.—Filips van Bourgondien, gaf in den Jaare 1445 aande StadWeesopde handvest, waar bij hij haarghegont ende gheconsenteertheeft,dat voortaen één ende dertich die rijcste poorteren, die meeste leggende erven en staende ghetimmert hebben, en de hoegste daer in ’t schodt staen, alle jaer op onser Vrouwendach Purificatio bij de meeste stemmen kiesen sullen vierthien goede notabile mannen, uijt den voorss. XXXI of uijt andere die poorteren vanWeesop,uijt welke XIIII persoenen alsoe bij den één en de dertich ghecoeren wesende bij der meeste stemmen onsen raede van Hollandt, onse Baliuw van Goijlandt in der tijt wesende off die wij des machtigen sullen, op onser Vrouwen-dach purificatio kiesen ende eden sullen seven Scepenen, die dat toecomende Jaer Scepenen wesen sullen; welke Scepenen voort kiesen sullen ’t eerste jaer drie Burghemeesteren van onse Stede voorss. Als dat van outs ghewoonlijk is, ende voert alle jaer twee nieuwen Burghemeesters ende eenen ouden daar in te laeten blijven.” De verkiezinge der Regenten geschied ten huidigen dage noch naar den inhoud van dit Privilegie, alleen met dit onderscheid, dat de Nominatie van Veertienen thans door de 21 Vroedschappen op Vrouwendag (2 Februarij) gemaakt word; zijnde het getal van 31, volgends besluit der Staten van Holland, genomen op 13 Januarij 1622, aldus verminderd. Ofschoon in dit Privilegie die verkiezing staat aan den Raade van Holland, den Bailiuw van Gooiland, of wien door den Grave daar toe zoude gemagtigd worden: zo is volgends een Staats resolutie van den 20sten Maart 1603 de Bailiuw van Gooiland daar toe gemagtigd. De Regeering word dus saamgesteld, uit den Hoofdofficier,[9]die tevens Drossaard van Muiden en Bailiuw van Gooiland is, en alhier eenen Stedehouder of Subsistut Schout heeft, drie Burgemeesteren, zeven Schepenen en een-en-twintig Raaden. Burgemeesteren en Vroedschappen hebben eenen Secretaris, die door hun Collegie word aangesteld; terwijl de aanstelling van den Secretaris van Schepenen door Heeren Gecommitteerde Raden van Holland geschied.
DE GILDEN
deezer Stad zijn de volgende:
Wordende Jaarlijks door Burgemeesteren en Schepenen, uit de ingeleverde nominatien, Gildemeesteren verkozen.
HANDVESTENENPRIVILEGIEN (Voorrechten).
Van deeze, haar door onderscheidene Graaven geschonken, zullen wij slechts de voornaamste en belangrijkste opgeeven; zijnde dezelve in aantal zeer veelen.
Het eerste en aanmerkelijkste is, (voor zo verre ons bekend is, nimmer door den druk gemeen gemaakt,) dat, vanWillem van Beieren, in 1355 aan die vanWesopgegeven; waar bij het hen vergund is,dat zij met allen heuren goeden tot ewighen daghen tollen vrij vaeren sullen te lande ende te water, overal in onse landen van Hollandt, van Zeelandt ende van Vrieslandt, voerbij alle onse tollen. Van welk Voorrecht de Kooplieden vanWeespnoch hedendaags gebruik maken. In 1386. verleende HertochAlbrecht van Beieren aan zijne goede Luiden van Wesop het recht eener vrije Jaarmarkt, duerende vier daghen voor ende vier daghen na sinte Victorisdaghenz. ook vergunde hij 1401. den Weespenaren,ten ewighen daghen tollen vrij te moghen vaeren door de tollen tot Sparendamme, hoewel hij hen[10]twee Jaaren te vooren, volgende een op Pergament geschreven handschrift der Privilegiënvan Muiden, het zelve Voorrecht, benevens de vrijheid der tollen door de StedeBeverwijck, tot wederopzeggens toe, vergund had.—In 1407, gafJan van Beieren, aan de Burgerij vanWesophet recht vanVonnissen te moghen halen, (niet, gelijk zij tot hier toe verpligt waren geweest, te Amsteldam te doen), maar bij hunne eigene Rechters,op die Kerksteghe tot Wesop, aan dat Gerecht van der Parochie. Van dien tijd af schijnt Weesp dus hare eigen Criminele Rechtbank gehad te hebben, welke handvest doorFilips van Bourgondien, in 1425 nader bevestigd is. Bij deeze opgenoemde verdient ook geteld te worden, het verdrag of accord tusschen de StedenUtrecht, Weesp en Muidenin 1463 gesloten, waar bij, onder anderen ook, is vastgesteld,dat zij Stad ende Steden, die eens des anders Burgheren, poerteren ende ondersaten niet besetten noch belasten van ghenen saeken; behoudelijcken dat hunne Burgheren, poerteren en ondersaten elck in sijnre Stad en Steden den anderen wel besetten en beclaeghen, ende met recht wel bespreecken sal mogen van sijns selfs persoons schult ofte misdaden alleen enz.1545. bevestigdeKarel de Vijfde, op verzoek van Schout, Borghemeesteren, Schepenen ende Regeerders der StadWeesp, het recht vanExue, ’t welk die thoonders van soe langhe Jaeren, dat geen memorie van menschen ter contrarie en is, mede gheuseert hadden.
’t Zoude niet ongevoeglijk zijn hier nu noch aantehalen de bijzondere satisfactie in den Jaare 1577 tusschenWillem den Eerstenen gevolmagtigden vanWeesp en Weesperkarspelgesloten, dan om bijzondere redenen zullen wij hier van gewagen, als wij de lotgevallen der Stad beschrijven zullen.
SCHUTTERIJ.
Op deeze magWeespreeds van oude tijden roem dragen. In 1410 ten tijde vanJan van Beieren(schoon zij waarschijnlijker noch eerder plaats had,) arresteerdenSchout, Scepenen en Raedenop den 4 April bereids een Reglement, waarnaar zich de Schutters gedragen moesten; aan dezelven wierden eenige voordeelige Voorrechten, als den Wijntap, de vrije Visscherij in het St. Anthonis Viswater enz. toegestaan; zijnde omtrent den eerstgenoemden met Burgemeesteren een accord gesloten,[11]terwijl de laatste om de 3 Jaaren ten voordeele der Schutterij verpacht word, gelijk zulks in den voorledene Jaare noch heeft plaats gehad.—Behalve deeze heeft zij noch eenige andere Voorrechten, doch die wij om de kortheid des besteks, hier zullen overslaan.—De Burgerkrijgsraad bestaat, uit denColonel(zijnde de aangeblevene der Heeren Regerende Burgemeesteren,)Capiteinen, Capiteinen Lieutenants,Lieutenants, Vaandrigs en Scribas, welke hunnen eigenen Secretaris hebben: men zoude dit articul met veele bijzonderheden kunnen vermeerderen, dan bijzondere redenen noodzaken ons deeze snaar onaangeroerd te laten.
BEROEMDE MANNEN
Die alhier geboren zijn; onder deezen telt men,
Arend Louff, ofLoufius, S. S. Theol. Lic. en Pastoor bij de Roomsche Gemeente alhier; geboren 17 Febr. 1597. overleden 19 Junij 1656.—
Gijsbert Jansz. Sibille, Burgemeester dezer Stad, (zie bladz. 6.)
Salomon van Til, beroemd Hoogleeraar in de H. Godgeleerdheid te Leiden, zag het eerste levenslicht in den aanvang des Jaars 1643. en is op den 1 November 1713. overleden.
Mr.Jan Ploos van Amstel, Advocaat te Amsteldam.
en
Pieter van Berendrecht, Contrarolleur, Eikmeester der schepen van de Ed. Mog. Heeren Raden van Staaten der vereenigde Nederlanden, Scheepmeter en Eikmeester der Stad Amsteldam.
BEZIGHEDENENVERMAAKEN.
Oudtijds was deeze Stad zeer vermaard wegens dezelver Bier-Brouwerijen, wier aantal zeer aanzienlijk moet geweest zijn. Het bier wierd buiten en binnen ’s Lands verzonden, en was algemeen bekend onder den naam vanVlaamschen Doctor. Zeker oude Schrijver zegt:de inwoonders van Weesp zijn rijck, en hebben nu die neeringh van ’t beste bier dat over Hollandt gedroncken wort. Dan tegenwoordig is er maar eene bierbrouwerij, die, ofschoon in vroeger dagen in merkelijk verval, thans wederom in bloei is en eene uitgebreide verzending heeft.[12]De Genever-stokerijen maken voor het tegenwoordige den grootsten handel en het bestaan der inwooneren uit. Vijftien dusdanige branderijen geven aan een groot aantal huisgezinnen het brood. Wij zullen ons met geene snorkende berekening van het verstoken van eene hoeveelheid Lasten Graan enz. ophouden; dan kunnen echter niet voorbijgaan aantestippen, dat, niet tegenstaande de laage Kunstgreepen, die men sints eenige Jaaren in ’t werk gesteld heeft, om de Weesper Genever in verachting te brengen, derzelver waarde geenzins gedaald, en derzelver verzending, vooral naar buiten ’s Lands merkelijk is toegenomen, terwijl men proevondervindelijk overtuigd is, dat zij ter buitenlandsche verzending beter voldoet dan eenige andere Nederlandsche Genever.
Twee Katoendrukkerijen, met derzelver drogerijen enz. waar van een, niet verre buiten de Stad, onder de Jurisdictie van Weesper-Karspel gelegen is, geeven aan verscheiden burgers en inwooners, vooral des Zomers, een ruim bestaan; terwijl voor het overige de handwerksman in de beoefening van zijnen onderscheiden arbeid een kostwinning vindt.
Wat de vermaken der Weespenaaren betreft, deeze kiest ieder naar zijn’ smaak. Onder den meergegoeden Burger heerscht thans, over ’t algemeen genomen, een eenstemmige samenverkeering, midlerwijl het beoefenen der Wetenschappen onder hen ook hand over hand toeneemt; zijnde ter dier bevordering in den Jaare 1791, een Genootschap, onder de Zinspreuk,voor het Menschdom, opgericht, ’t welk bereids uit meer dan zeventig Leden bestaat.
GESCHIEDENISSEN.
Weesp, oudtijds leenroerig aan het Bisdom van Utrecht, was langen tijd als zodanig onder het bestuur van den huize vanAmstel, waarom het, ten beteren verstande van deszelfs lotgevallen, niet ondienstig zal zijn daar van vooraf en kort verslag te doen. Uit eenen brief van den BisschopGodefridvan 1172 of 1174, blijkt, datEgbert van Amstelhem de helft der Tienden inWispewedergegeven had. 1225 begiftigde de Utrechtsche BisschopOtto,Gijsbrecht van Amstel, den eersten van dien naam, met de hoge Gerechtigheid vanMuiden, WeespenDiemen: 1233 gafGijsbrechtvolmagt aanMenso van Wesepeom uit[13]zijnen naam afstand te mogen doen van zekere goederen inBenscopaan de Abdisse vanRhijnsburg.Gijsbrecht van Amstel, de derde van dien naam, is ook bezitter vanWeespgeweest. OfschoonGodelindeAbdisse vanElten, bij haren afstand van Gooiland (Nardinclandt) aan GraafFloris den vijfden1280 deeze Stad mede onder hare eigendommen telde: is het echter zeer waarschijnlijk, dat hij, zelfs na zijnen zoen met den Grave, in het bezit daar van verbleven is, tot dat hij, als een medepligtige aan den moord vanFloris, het Land moest ruimen, en zijne goederen voor den Grave verbeurd verklaard wierden. GraafJan de tweede, begiftigde daar mede zijnen BroederGuido van Henegouwen, na wiens overlijden het weder aanWillem den derdenverviel, en sints welken tijd deeze Stad onder het Graaflijk bestuur gebleven is.
Hier uit ziet men dus datWeesp, door de gedurige twisten van deUtrechtsche Kerkhoofdenmet de Heeren vanAmstel, noodzakelijk aan de invallen van het Krijgsvolk der Stichtenaaren, of deszelfs saamverbondenen moest bloot staan.
De lotgevallen deezer Stad zijn, naar de echte bescheiden in ’s Lands Historien geboekt, de volgende. In den Jare 1204. wierdWeesp, om datAmstelde zijde vanLodewijk Grave van LoontegenWillem den Eerstenhield, door de Kennemers, onder aanvoering vanWouter van EgmondenAlbert Banjaard, in de assche gelegd, welk onheil haar 1356 door BisschopJan van Arkelna eene vierdaagsche belegering, voor de twedemaal berokkend wierd. 1374 nam de Utrechtsche BisschopArnold van Hoorneter wraake van eenen geleden hoon doorAlbrecht van Beieren, en ter ontheffinge van een Jaarlijksche schuld van 3700 ponden, sints 1356, voor het Slot vanVreeland, de Stad in, en stelde haar onder een zwaare brandschatting. 1507 vielWeespin handen vanKarel van Egmond, Hertog van Gelder; zeer veel had zij toen te lijden, ’t welk voornamelijk veroorzaakt wierd, door dien zij geweigerd had bezetting in te neemen. De Geldersche, aan den eenen kant brand hebbende doen stichten, overrompelden ze aan de andere zijde, intusschen zich de Burgerij beijverde om den brand te blusschen.
In de Nederlandsche beroerten hield deeze Stad de zijde des Konings van Spanje tot in het Jaar 1577, wanneer op den 16 Januarij, doorSchout, Burghemeesteren ende ghemeene Rade ende[14]Vroedtschap tot Weesp, van wegensWeespenWeesper-Karspelghecommitteert wierden, die eersameJan Gerritz CuijpendeHillebrant Govertz, om met denPrince van Oranje, alsStadthouder over Hollandt, Zeelandt ende Vrieslandteen verding aantegaan, het welk ook op den 29sten derzelver Maand wederzijds gesloten wierd: onder de articulen van dit verdrag zijn de voornaamste,de vrijheid der Religie, ende Stad en ’t Carspel met gheenen soldaten te bezwaaren, ten waare door hoochnodigsten nood, daer het welvaren der lande, alsulcks ware vereischende, ende dan ’t zelve geschieden tot gemeijne costen der Landen van Hollandt ende Zeelandt.
Niettegenstaande het evengemelde verdrag ontstonden er in 1579 reeds eenige verschillen tusschen de Roomschen en Onroomschen, welker eerstgenoemden op aandrijving der Regeering den Hervormden Godsdienst ondernamen te stooren; ’t welk ten gevolge had, dat de Staten van Holland,Willem Bardes, Burgemeester van Amsteldam derwaards zonden, die zeven Persoonen uit de Vroedschap, en drie daar van nevens den Secretaris en ouden Pastoor, behoudens Goed en Eer, ter Stad uitzettede. De straf der oproerigen beval hij aan den Schout en de Wethouderen. Dan de ballingen kreegen spoedig vrijheid om weder tot de hunnen te rug te mogen keeren.—Na dit voorval schijnt alhier de Godsdienstige vrijheid en verdraagzaamheid in hogen top geweest te zijn, ’t welk bij de Hervormden in andere Steden zeer veel opziens baarde, en waar over de beruchte Leidsche HoogleeraarSaraviain 1587 zich voor Gemagtigden der Staten in vrij bitse bewoordingen uitliet.
Voor zo verre ons bekend is heeft deeze Stad in de Godsdienstige geschillen der vorige Eeuw geen deel gehad. Melding te maaken van oneenigheden met de Regeering en de Bailiuwen van Gooiland zou deeze beschrijving te langwijlig doen worden.
In den Jaare 1672 wierd deeze Stad met eenen vijandlijken inval der Franschen bedreigd, en onder brandschatting gesteld; dan de penningen, daar toe ingezameld, zijn nimmer afgehaald; en men zegt, dat daar voor, met goedkeuring der Burgerij, toen het keurig Klokkenspel, waar mede de Kerktoren noch heden pronkt, vervaardigd is.
In 1748 wierd het huis van den PachterHogeveen, door eenige[15]onverlaten, meestal vreemdelingen, geplunderd en afgebroken.
Toen in de jongste onlusten de zucht tot Wapenoefening door gantsch Nederland veld won, was deeze Stad ook daaromtrent niet gevoelloos. Een Genootschap van Wapenhandel door eenige bijzondere persoonen reeds in November 1783 opgericht, doch nimmer door de Wethouderschap gewettigd, waar van de geachte Schrijver van het Vervolg op de Vaderlandsche Historie vanWagenaar, 8ste Deel, verkeerd onderricht is, was van eenen korten duur, vermits Heeren Burgemeesteren zulks, om bijzondere redenen, afkeurden: wordende de Schutterij in betere orde gebragt, welke langzamerhand tot dien luister steeg, waarin zij in 1786 en 1787. de bewondering der kenneren wegdroeg.
Bij het formeeren van het Cordon van de Maaze tot aan de Zuiderzee, kwam alhier op den 2den October 1786 in Guarnisoen het 2de Bataillon vanOnderwater, sterk 350 Mannen, ’t welk ter versterking van de Forten Uitermeer en Hinderdam, bij beurtverwisseling, Detachementen afzond.—Op den 16 September 1787, bij gelegenheid van het verlaten der StadUtrecht, kwam hier ter versterking in Guarnisoen, een Bataillon van het RegimentAmsteldam(waardgelders).—Den volgenden dag verscheen een Detachement Pruisische Cavallerij voor de Poort, doch vlugtte weldra op het alarm dat binnen de Stad gemaakt wierd. De volgende dagen rukten ter verdediging der Stad noch verscheide Bataillons Infanterij, benevens een aantal Cavallerij binnen. Alles wierd ter Defensie in het werk gesteld. Dan op den 23sten September des morgens ten half vijf uuren wierden door een gewapend Kofschip, dat op de Vecht lag, seinschoten gedaan; het gantsche Guarnisoen vloog in de Wapenen, en welhaast vielen de Pruisische troupen de Stad aan de Oost, Zuid en Westzijde gelijktijdig aan, doch wierden genoodzaakt met verlies aftewijken.—Op den 26sten wierd op hooge order de Stad aan de Pruisische troupen ingeruimd, hebbende de brave en achtingwaardigeCommandantG. van de Poll, met den Generaal MajoorVon Kalkreuth, eene capitulatie gesloten, waar bij onder anderen,de uittocht van het Regiment Dragonders van Bijland, het Bataillon van Bijland Infanterij, het Bataillon van het Regiment Walons van van de Poll, en het Detachement[16]Artilleristen met alle Krijgseer toegestaan, en aan de Stad Weesp, aan derzelver Burgerije en aan een ieder hoofd voor hoofd in ’t bijzonder de onbepaaldste bescherming beloofd wierd: de getrouwe naarkoming daar van, heeft dien Pruisische Veldoversten toen de achting der Weespenaaren doen wegdragen.——Ingevolge de geslotene Capitulatie kwam des avonds van dien dag een Detachement Pruisschen post vatten, trekkende den volgenden dag het Hollandsch Guarnisoen met slaande trom en vliegende Vaandels uit. Zedert dien tijd tot den 8sten October zijn wij met een talrijk Guarnisoen, dat somtijds uit 13 à 1400 man bestond, bezwaard geweest; dan waar van de overgave vanMuidenenDiemerbrugons merkelijk verlichtte. Den 21sten December wierd hier geïnquartierd één Compagnie van het Pruisisch Regiment vanWoldeck, onder Commando van den Hopmanvon Siegroth, welke den 2 Mai 1788 door een Detachement Zwitsers vanMaijwierd afgelost. Sints dien tijd isWeesptot heden met krijgsvolk bezet gebleven: zijnde in alle deeze omstandigheden niemant der Burgeren met eenige Militairen belast geweest, daar denooitvolprezen Stads-regeeringdezelve in ledigstaande huizen en pakhuizen eene geschikte verblijfplaats bezorgde.
Nu gaan wij over tot de
REISGELEGENHEDEN.
Dagelijks gaan en komen er vijf Schuiten naar en van Amsteldam.
De Veerschuiten van Hilversum, ’s Graveland, de beide Loosdrechten, Nederhorst (den Berg), Nichtevecht, Vreêland en anderen varen hier door naar en van Amsteldam.
’s Weeklijks des Vrijdags vaart, in den Zomer, een Schuit op Utrecht, ’t welk des Winters alle veertien-dagen geschiedt.
De Veerschepen van Arnhem, Wageningen, Rheenen, Wezel en anderen passeeren langs de Vecht voorbij deeze Stad.
LOGEMENTEN.
[1]