HETDORPHILVERSUM.

[Inhoud]Het dorp HilversumHet dorp HilversumHet luchtig HILVERSUM verkeerd een barre grondDoor nuttige akkerbouw, in schoone kooren velden,En doet door konst en vlijt, van ouds haar naam in ’t rond,Tot eer vanGooilandsoord door haar Fabriken melden.HETDORPHILVERSUM.Onder de dorpen van het aangenaameGooiland, munt het bovengemelde in veele opzichten uit, of schoon het op ’t eerste aanzien niet voor zodanig gehouden zoude worden, vooral niet met betrekking tot deszelfs grootte; uit onze volgende aantekeningen, (die wij, bijna allen, van de waardigste hand, en uit de plaats zelve dankbaarlijk ontvangen hebben,) zal blijken datHilversum, zelfsNaarden, dat den naam vanGooiland’s hoofdstaddraagt, overtreft in getal van huizen, inwooneren, en bloei.LIGGING.Deeze is op deGooische heide, omtrent ander half uur gaands van de stadNaarden: de ligging is voords ten hoogsten aangenaam, alzo men den heuvelachtigen grond, rondsom het dorp, voor het grootste gedeelte bebouwt met rogge, haver, boekwijt, enz. welke bebouwing de aangenaamste landlijke gezichten oplevert, en in den bloeitijd der gezegde graanen, vooral van de boekwijt, veeleAmsteldammersen andere nabuuren derwaards lokt, om zig met het beschouwen dier bevallige tooneelen der Natuur te verlustigen: beklimt men het zogenaamdTrompenbergjen1zo vertoont zig als in één oogenblik[2]voor ons gezicht de blauwe heide, en vruchtbaare akkers, die met het goudgeel graan pronken, terwijl de boekwijt als een zee van melk zig vertoont—verder ziet men van daar bosschaadjes, weiden, een menigte torens, en ook een gedeelte van deZuiderzee, waarin men niet zeldzaam met het bloote oog onderscheidene schepen zien kan—het dorp zelf is in zijn bevang mede zeer aangenaam gelegen, ter oorzaake van deszelfs boomrijkheid, die zeer groot is, waardoor het op sommige plaatsen het aanzien van eene aangenaame lusthof bekomt.Weleer, gelijk blijkt, uit de brieven en raporten vanPieter Corneliszoon Hooft, Bailluw vanGooiland, schijnen de inwooners, over ’t geheel genomen, beantwoord te hebben, aan den algemeenen aart der bewooneren van hetGooiland, die naamlijk vrij kregel van aart waren; dan, sints een halve eeuw zijn zij aanmerkelijk ten goede veranderd, en wanneer men het groot getal ingezetenen in ’t oog houdt, zal men moeten erkennen, dat, in vergelijkinge van andere plaatsen, die minder inwooners hebben, hier zelfs minder ongeregeldheden, dan wel elders, gevonden worden—gewoonlijk zegt men ook dat de vrouwen veel werks maaken van het tabaksrooken, doch dit is sedert een reeks van jaaren mede zo zeer verminderd, dat deeze gewoonte nu nog slechts onder eenigen der geringste vrouwlieden gevonden wordt; terwijl de burgervrouwen het tabaksrooken zig, hier zowel als elders, tot eene schande zouden rekenen: die vanHilversum, zo wel als deGoojersover het algemeen, zijn van zeer oude tijden af bekend geweest voor een strijdbaar volk: uit zeker handschrift van een’ schoolmeester teNaarden, vinden wij desaangaande aangetekend, dat zij in buitenlandsche oorlogen aangenomen werden; daar zij alle andere volken in ervarenheid van krijgskunde te boven gingen, en onder de geoefendste krijgslieden gesteld werden: „dat zij, of tot lijfwachten der veldheeren werden verkozen, of in de voorste spits pal stonden in eenen veldslag; dat zij dubbelde soldij trokken, de slagordes aanvoerden, de krijgsamten bekleedden, en, in ’t kort, voor dapperder dan alle anderen gerekend werden: in de oorlogen hunner Vorsten tegenGelderland,Vrankrijk, en van deKeizerentegen deTurken, of eenigen anderen magtigen vijand, werden zij, op milde bezolding, ten strijde ontboden; zo dat zij, volgends dit verhaal,[3]ten allen tijde, bewijs gegeven hebben van hunneonversaagdheid.”NAAMSOORSPRONG.Hier van vinden wij niets aangetekend, en hebben er ook, niet tegenstaande alle mogelijke navorsching, niets van kunnen ontdekken; waarom wij dit artijkel verder met stilzwijgen moeten voorbijgaan.STICHTINGENGROOTTE.Zo weinig als van de naamsoorsprong des dorps geweten wordt, zo weinig wordt ook geweten van deszelfs stichting; dit is zeker, gelijk uit voorige handvesten en resolutien der oude Graaven en Hertogen blijkt, datHilversummede een oud Dorp is, en het is hoogstwaarschijnelijk dat het zijn begin genomen heeft met herdershutten, terwijl de gelegenheid des lands allergeschiktst was voor de schaaphoederij: deze gedachte wordt alleraanneemelijkst gemaakt, door zekere gadering, welke hier éénmaal ’s jaars geschiedt, onder den naam vanSchotgeld, en, dat bijzonder is, ’t geen elk betaalen moet, is uitgedrukt met zekere tekens, ’t welk in die oude tijden voor ieder duidelijk was—wat de grootte des Dorps betreft, de platte betimmerde grond wordt ten minsten op 50 morgen gesteld—de bebouwde gronden welken het Dorp omringen op 800 morgen, de gemeene weiden op circa 500 morgen; voords nog gedeeltelijk bouw- en gedeeltelijk wei land, aan onderscheidenen operfpachtuitgegeven, zamen min of meer 500 morgen, behalven een zeer aanzienlijke streek, zogenaamde Maatlanden, gelegen onder de banne vanHilversumaan deZuiderzee, welke zonder andere bemesting, dan die welken de zeevloeden ’s winters aanbrengen, jaarlijks aanmerkelijk grasgewas opleveren: eindelijk zullen de onbebouwde heigronden bijna 2000 morgen uitmaaken—Het getal der huizen wordt in de verpondingslijst van den jaare 1732 gesteld op 463. en daar dat getal op die lijst van honderd jaaren vroeger, (1632.) slechts 146 is, en er thans reeds 500 opstaan, waarbij nog eenigen, binnen weinig tijds gebouwden, gevoegd zullen worden, getuigt zulks van den ongemeenen bloei des dorps in de gezegde jaaren: deeze bloei heeft het onder anderen[4]te danken aan de landbouwerij, waarvan wij boven reeds spraken; en die ongetwijfeld nog vrij aanzienlijker zoude weezen, ware het niet dat het bereiden van de heigronden ter bebouwinge, groote zwaarigheid inhadde, of liever groote moeite en kosten vereischte, en daarom te weinig voordgezet wierd: en wat zou het gevolg daarvan weezen? wat anders, dan dit zo heilzaame, dat er duizende handen, welken nu, door gebrek aan arbeid, in ledigheid verstijven, bezigheid, en de zamenleeving eene vrij meerdere hoeveelheid van landvruchten aangeschaft zoude worden; er zoude altoos nog genoeg heigronden, die geheel ongeschikt zijn ter bebouwinge, voor de weiding der schaapen overblijven—de ondervinding heeft tog, ook in deeze omtrek, geleerd, hoe de grond, wèl bearbeid en bemest, bijna nergens geheel ondankbaar is; (zie onze beschrijving van’s Graavelandbladz. 15.)—Hilversumis zijnen bloei mede verschuldigd aan de weeverijen, welken aldaar sedert langen tijde zijn geweest.De bewooners van ditDorpworden begroot te bestaan op agt honderd huisgezinnen, waaronderGereformeerden, Roomschen,Jansenisten, en zes-en-twintigJoodschen.WAPEN.Dit is een groen veld, en op hetzelve vier boekwijt-korrels.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.De Gereformeerde Kerk, welke hier in de eerste plaatst inaanmerkingkomt,is een gebouw van welks eerste stichting men niets weet; sommigen willen, dat dezelve van ouds een parochiekerk, en aanSt. Vitustoegewijd was: in 1766 was de voorgaande Kerk, op slechts de muuren na, met het voornaamste gedeelte des dorps, door de vlamme verteerd geworden, (zie hier achter artijkelgeschiedenissen:) het tegenwoordig gebouw, dat op zondag den 3 Julij 1768 ingewijd werd, door den toenmaaligen leeraarJohannes Wilhelmus van Yssum, is zeer net en in alles aan het oogmerk beantwoordende: het zelve is breed 49, en lang 74 voeten, behalven het choor, het welk breed 26, en lang 39½ voeten is—van binnen pronkt de kerk met een goed orgel, waar bij een orchest dat op twee nette colommen rust; hetzelve orgel is vervaardigd doorAbraham Meere, orgelmaker teUtrecht: men vindt daar op 16½ Registers, 2 Clavieren, en een aangehangen pedaal, en is doorden[5]tegenwoordigen Leeraar, Gode en zijnen dienst toegewijd den 30 Julij 17882—binnen in de kerk vindt men voords een fraajen predikstoel, drie groote koperen kaarskroonen, noodige banken voor Regeering, Kerkenraad en andere persoonen, en meer dan 200 vrouwen stoelen, behalvennogeen gedistingueerde bank voor den Bailluw vanGooiland, en 2 banken voor de Heeren van de buitenplaatsen van’s Graavenland.Wat het uitwendige des gebouws betreft, het pronkt met een spitsen toren, en staat op een groot kerkhof dat met een’ muur omgeeven is: in deezen muur, tegen over den ingang van de kerk, is een vry aanzienlijk ijzeren hek, tusschen twee vierkanten steenen pijlaaren: boven op de pijlaaren staat, op die aan de linkerzijde, het wapen vanHolland, en op het andere het dorpswapen bovengemeld; beiden door leeuwen gehouden: op het voorste vlak der pijlaaren, boven aan, is, ter eene zijde, uitgehouwen een schip, en ter andere zijde een wereldkloot: onder het schip leest men den naam vanJan Jansz. Perk, en onder de wereldkloot,Japje Rijkse Nagel: deeze waren echte lieden, en hebben het gezegde hek aan de kerk geschonken: zijnde hetzelve in den brandvan1766 onbeschadigd gebleeven.Terwijl wij thans van kerk en kerkhof spreeken, kunnen wij niet af tevens melding te maaken van de nieuwe buitenbegraafplaats, welke hier ter plaatse gevonden wordt; en zeker niet weinig ten bewijze dient, hoe de ingezetenen deezer plaatse wel te leiden zijn, indien men voorzichtiglijk handelt, en den weg vanoverredingmet hun inslaat: dit heilzaame werk heeft zijn volkomen beslag gekreegen, en ’t geen niet weinig verwondering baart bij hen die weeten, hoe het grootste deel der ingezetenen den Roomschen Godsdienst is toegedaan; allen, zonder onderscheid, hebben een bijna veertienhonderdjaarig vooroordeel[6]weeten afteleggen, door hunne lijken niet meer binnen het Dorp en de Kerk, maar buiten hetzelve te laaten begraaven——Deeze begraafplaats ligt even buiten het Dorp; derzelver lengte is 354, en breedte 66 voetenRhijnlandsche maat; zij is omringd met eenen muur, 6 voeten boven den grond; de ingang van deezen buitenhof is in het midden voorzien van een ijzeren hek, op welks pilasters de woordenGedenkt te sterven, geleezen worden: tegen over dit hek vindt men een graf- of gedenk-naald op eenen kleinen heuvel van groene zooden: op de grafnaald ziet men, behalven een doodshoofd en twee schinkels in eene nis geplaatst, deeze inscriptie:Het stof keert weder tot aarde, gelijk het geweest is, en de geest weder tot God die hem gegeven heeft, en daar onderSalomon——De toegang tot deeze stille rustplaats der dooden is, als eene alléé, beplant met een dubbelde rei van ijpen- en sparren-boomen, terwijl alles in de volkomenste orde, en zo zindelijk gehouden wordt, dat ook deeze buitenbegraafplaats, liggende tusschen het golvend koorn, in veele opzichten, naar eenen hof gelijkt; zij staat onder bijzonder opzicht van eenen Opziener en Boekhouder—Op den eersten dag van het jaar 1793 heeft men ’t eerste lijk aldaar gebragt, waarbij Regeering en Kerkenraad adsisteerden; en van dien tijd af, tot heden toe, heeft men alle de lijken op deeze nieuwe begraafplaats geborgen; terwijl de Heeren Staaten vanHollandenWestvrieslandniet alléén vrijheid hadden gegeeven om de graven der kerk te sluiten, ieders graf of graven op deeze buitenhof te verplaatsen, maar ook gaven zij dispensatie, van het geen Art. 15 van de ordonnantie op het middel van trouwen en begraaven, in dato 26 October 1695, is gestatueerd, zo dat van de lijken van buiten naarHilversumvervoerd wordende, niet meer dan ééns, en wel ter plaatse van het overlijden, ’s Lands recht behoeft betaald te worden——onderscheidene graven zijn reeds aan aanzienlijke lieden, buiten deeze plaats, verkocht, en er doet zig niet weinig hoops op, of deeze begraafplaats die vooral om deszelfs hooge ligging (daar men veilig stellen mag dat zij meer dan 30 a 40 voeten boven het water ligt) boven anderen, welke in ons Vaderland gevonden worden, verre te verkiezen is, zal weldra hoe langer hoe meer van elk gezocht worden——Digt bij de grafnaald, ziet men een graf, met een groote zerk,[7]waar op de naam vanJan Abraham Dedel, 1793—De conditien, waar op men recht tot een graf kan bekomen, benevens het bericht, worden, behalven hier ter plaatse, ook teAmsteldam, (gratis,) uitgegeven bij de BoekverkoopersW. Holtropin deKalverstraat,D.enJ. Dol, in deOudenbrugsteeg, enH. Brongersover de Beurs—welk rechtgeaart Vaderlander wenscht deeze plaats, met zulk eene nuttige inrichting, niet van harten geluk! en wie, die slechts eenige menschenliefde in zijn binnenste koestert, verlangt niet hartlijk, dat men, vooral in volkrijke plaatsen in ons Vaderland, aan zulk een heilzaam werk eens eindlijk de handen slaan mag——en gaan Regenten met hun goed voorbeeld voor, weldra zal men dan ook, gelijk wij vertrouwen, ondervinden, zo als men hier teHilversumondervonden heeft, dat de ingezetenen niet zo gehecht zijn aan voorouderlijke gewoonten en vooroordeelen, of zij zijn, wanneer men hun op eene bescheidene wijze het wanvoegelijke en schadelijke onder ’t oog brengt, ook in staat om dezelve te bestrijden en te overwinnen.De pastorij is in een zeer goeden staat, dezelve is een zeer spacieus gebouw van den jaare 1767, met een goede tuin er achter; en, daar het woonverblijf van den Predikant, vóór den geweldigen brand van 1766 kort bij de kerk en toren was, bijna zonder eenig uitzicht, is de tegenwoordige pastorij geplaatst voor aan den weg, die naar’s Graaveland, Soestdijkenz. leidt, en om de menigvuldige passage een alleraangenaamst uitzicht heeft.Het Schoolhuis ligt aan de andere zijde der kerk; en is in alles aan het oogmerk beantwoordende.Op het dorp is voords een vrij aanzienlijk weeshuis, in 1786, door den braavenAmsterdammer, de HeerH. Hovie, om zijne onbepaalde menschlievendheid en mededeelzaamheid aan de armen zo bekend als bemind, opgericht; het getal der inwooners van dit huis, zo ouden als jongen, is tegenwoordig 71, waar onder er bijna 50 zijn, voor welken de voornoemde menschenvriend betaalt; terwijl zijn Ed. verder op allerleie wijze in den nood van dit huis voorziet—Dit weeshuis wordt geregeerd door 2 Regenten en 2 Regentessen, die eene vader en moeder onder zig hebben.DeRoomschenhebben er eene goede statie, die bediend wordt door een’ Pastoor en een’ Kapellaan: de Pastoor is thans[8]de Wel Eerwaarde HeerWilhelmus Holscher——de Roomschen moesten te voren hunnen godsdienst buiten de plaats verrichten, en gingen daar toe meestal naarLarenofBussem, doch in den jaare 1784 den 23 September hebben zij, op verzoek, permissie bekomen tot het bouwen eener kerk3, ’t welk een groot en fraai gebouw is—naast het kerkgebouw ziet men de pastorij, zijnde zeer net betimmerd, en met allerleie gemakken voorzien—achter het huis en kerk ligt een zeer schoone moestuin, fraai bosch en engelsche tuin——het getal derRoomschenalhier, zo oud als jong, wordt bepaald op 18 a 1900 zielen.Ook is hier een talrijkeJansenistegemeente, die op 700 leden berekend wordt: deeze wordt mede bediend door een’ Pastoor, en een’ Kapellaan, zijnde thans Pastoor de eerwaardige, HeerJ. B. E. Gijselinck: de kerk is ook een net gebouw, en in alles aan het oogmerk beantwoordende, de Pastorij is een tamelijk goed huis, waar achter een redelijk goede tuin.DeJoodenhebben teHilversumeen kleine maar zeer nette Sijnagoge, (’t welk zekerlijk voor een dorp iet zonderlings genoemd mag worden:) dezelve pronkt met een aartig torentjen, doch zonder klok daarin: deeze sijnagoge is ingewijd, 21 Augustus 1789.WERELDLIJKE GEBOUWEN.Het rechthuis is hier niet, gelijk op veele andere dorpen, met een herberg vereenigd; het maakt van binnen en buiten een zeer goede vertooning, en is kort na den brand van het jaar 1766 opgebouwd: van vooren heeft het een hoge stoep, die aan wederzijde elf treden heeft, en met een ijzere leuning voorzien is—in ’t midden ligt een’ gang, ter wederzijde van welken de noodige kamers gevonden worden; boven ieder vertrek vindt men met vergulde letteren, voorwien hetzelve geschikt is—beneden is de wooning van den Dienaar der Justitie; het vertrek voor de Nachtwacht (die hier zo wel des zomers als ’s winters gehouden wordt) en eindelijk de Gijzelkamer—het gebouw is rondom voorzien met engelsche schuifraamen—boven op de lijst van den voorgevel staat hetHilversumsche wapen: het gebouw pronkt voords met een torentjen, waarin ook een klok hangt.[9]KERKLIJKE REGEERING.DeGereformeerde GemeenteteHilversumuit meer dan 900 menschen, zo oud als jong, bestaande, wordt bediend door éénen Predikant, zijnde thans de Wel-eerwaarde HeerFredericus Ham, behoorende onder de Classis vanAmsteldam: de Kerkenraad bestaat uit den Predikant voornoemd, 2 Ouderlingen en 2 Diaconen, waarvan jaarlijks één Ouderling en één Diacon afgaat, en door anderen vervangen worden; ook zijn hier twee Kerkmeesters, waarvan ’er jaarlijks één afgaat.WERELDLIJKE REGEERING.Deeze is even als op genoegzaam alle deGooische dorpen: de Hooge Vierschaar wordt er gespannen door den Bailluw met de Schepenen vanNaarden; voords bestaat de civile Regeering in den Schout en vijf Schepenen; er zijn ook twee Buurtmeesters, en 4 Raaden, welke laatsten gewoonlijk uit elk quartier van het Dorp gekozen worden; de Schout, en de jongst in dienst zijnde Buurtmeester, stellen ieder een getal van vijf persoonen, uit welk tiental, door den Bailluw vijf nieuwe Schepenen, in plaats van die in het voorgaande jaar geregeerd hebben, verkozen worden, welke vijf nieuwe Schepenen, onder den eed gebragt zijnde, eenen nieuwen Buurtmeester, in plaats van den oudsten in dienst zijnde, verkiezen—vervolgends gaat men over tot het verkiezen van vier nieuwe Raaden, eenen Kerkmeester, enz.Het schijnt dat het DorpLaarenweleer metHilversumonder een zelfd Gerecht behoord heeft; immers in 1423 kreegen die vanHilversumeen handvest van HertogJan van Beiëren, waarin hij niet alleen aan den Bailluw het recht geeft, om, jaarlijks, op Vrouwendag, vijf Schepenen voorHilversumte kiezen, maar tevens ook spreekt van eene banscheiding te maaken tusschenLarenkerspelenHilversum; „doch de Schepenen van beiden deeze Kerspelen zouden zamen de breuken berechten in hetGooiland, terwijl de beesten, waardoor misbruik in het bosch gebeurd was, verborgd zoude worden bij goeddunken van Schepenen in den Dorpe, daar de eigenaar woonachtig was, en Schepenen vanHilversumzouden hun eigen Land en hunne Meente- of Gemeente-weiden keuren, en berechten, gelijk die vanLaarenvoormaalsplagtente doen.”Dit is zeker, (voegt onze geëerde begunstiger daar bij,) dat[10]HilversummetLarenin het kerklijke te vooren is gecombineerd geweest; de scheiding is geschied in 1605.VOORRECHTEN.DeHilversumsche gemeenteverkiest zelve haaren Leeraar——de regeerende Kerkenraad, vereenigd met de laatst afgegaane Ouderling en Diacon, formeert een twaalftal, en daar uit een nominatie van vier Predikanten, uit welk viertal, door de mans ledemaaten, in de kerk daar toe bijeenvergaderd, eenen nieuwen Leeraar verkozen wordt——of men de zogenaamde Buurtspraaken, ook als een bijzonder voorrecht kan aanmerken, kan niet zeker gezegd worden, maar dit weeten wij uit onderscheidene aantekeningen, die daarvan ter deezer plaatse nog voorhanden zijn, dat voortijds in gewigtige gevallen, vooral dan wanneer het op de kasse des Dorps aankwam, ’t zij door den Bailluw, ’t zij door de Buurtmeesters, het volk geraadpleegd werd, hoe daar in te handelen, terwijl de gemeente zonder onderscheid van godsdienst, in de kerk werd bijeenvergaderd, waarin de zaak voorgesteld en met meerderheid van stemmen daar omtrent gehandeld wierd.Eindelijk moeten wij hier nog melding maaken van het voorrecht derHilversummersop het stuk derErfgoojers, (zie onze beschrijving vanLaaren:) deHilversumsche meentof weide ligt aan de Noordzijde van’s Graaveland, is groot, gelijk wij boven zeiden, circa 500 morgen, door de runderpest, welke weleer zo streng hier te land woedde, was dezelve in merkelijk verval geraakt, dan thans is dezelve in een veel beteren staat, terwijl men daar op niet zelden 600 beesten telt, ’t geen een beter inkomen tot onderhoud oplevert——ieder erfgoojer, hier woonende, heeft het recht daar op te mogen brengen 5 koejen, en een paard, en voor ieder beest, betaalen zij, alle onkosten door elkanderen gerekend, twee guldens——volgends resolutie op Stad en Landen genomen, hebben deHilversummers, tot herstelling van hunne in vorige jaaren zo vervallen meente, de vrijheid, om van de inwooners der andereGooischeDorpen, doch Erfgoojers zijnde, jaarlijks eenige veersen en pinken aanteneemen.Over deeze meent zijn gesteld twee Schaarmeesters, die, terwijl hier een molen op deeze meent gevonden wordt, ook wel Molenmeesters genoemd worden—deeze menschen hebben het opzicht over de molen, merken het vee, ’t welk op de meent[11]gebragt wordt, en ontvangen de penningen, waarvan zij jaarlijks voor de Regeering des Dorps verantwoording doen moeten.Verder heeft men hier 4 Bekeurders, die vooral het opzicht hebben over de gemeene gronden, om wel toetezien, dat hiervan door niemand eenig misbruik gemaakt worde: oudtijds werden deeze menschen boschbewaarders genoemd, onder welke benaaming zij nog jaarlijks worden aangesteld, zekerlijk om dat zij in vorige eeuwen het opzicht gehad hebben over een zeker bosch, gelegen tusschen de bouwlanden vanHilversumen de landen vanMaartensdijk, het welk geschat wordt groot geweest te zijn 314 morgen; doch welk bosch bijna geheel reeds verdweenen was, in het begin der zeventiende eeuw———zonderling is het, dat thans hiervan geen overblijfsel meer gevonden wordt, echter heeft de landstreek, die tegenwoordig bergachtig en met heide begroeid is, nog den naam vanGoojerboschbehouden.BEZIGHEDEN.Deezen bestaan voornaamlijk in de weverijen—vóór het jaar 1766 werden hier meestal lakenweverijen gevonden, die voor rekening liepen vanAmsteldamsche Kooplieden, dan thans zijn dezelve geheel vervallen—de ingezetenen zijn niet onvernuftig in het uitvinden, van dat geen ’t welk tot hun bestaan dienen kan; bijzonder houdt men zig thans op met het weeven van zogenaamdHilversumsch witengestreept—sinds eenige jaaren is men ook hier met goed succes begonnen met het weeven van gang-kleeden en karpetten, welke fabriek meer en meer toeneemt—ook vindt men hier een fabriek vanDoorniksche kleeden, enSchotsche tapijten, waar mede de gebroedersReijnniet weinig roems behaald hebben, terwijl de Oeconomische Tak vanHaarlem, tot aanmoediging, eerst per el, ’t welk gedebiteerd werd, twee stuivers, daar na één stuiver geschonken hebben, het geen binnen weinige jaaren eene somma van meer dan drie duizend gulden bedragen heeft—welke fabriek tot nog toe met goed gevolg aan den gang is; als mede die van éénenPetrus Haan, die sinds 2 a 3 jaaren dezelve fabriek begonnen, en ook voorleden jaar in de vergadering van den Oeconomische tak niet weinig roems behaald heeft—men telt hier 76 fabrikeurs, en men rekent dat er ruim 500 getouwen aan den gang zijn—in[12]meer dan ééne droevige omstandigheid van ons dierbaar Vaderland, waarin elders fabrieken kwijnden, zijn deHilversumsche fabriekenboven anderen voorspoedig gegaan, dan, indien het oorlog nog lange moet blijven voordduuren, is er reden om te vreezen, dat dezelve ook wel rasch aan het kwijnen geraaken zullen; en hier door zoude niet alleen deeze plaats, maar ook eenige omliggende, eenen gevoeligen slag worden toegebragt, terwijl teAmersfoortvoor die vanHilversum, veel wol gesponnen wordt, in de omliggende Dorpen katoen, en bijzonder teLaarenhet hair, waarom ook van daar bijna ieder dag een vrachtwagen komt, waarmede de specie gehaald, en het afgewerkte t’huis gebragt wordt—men vindt hier ook aan het einde derGooische vaarteen loojerij, die niet onvoorspoedig is—verder telt men hier 60 a 70 boerderijen.GESCHIEDENISSEN,Deezen vinden wij, voor zoo veel het vroegere gedeelte daarvan betreft, kortlijk dus beschreven:„In de tweespalt, tusschenHollandenGelderland, terwijlFilipsvanOostenrijk, nu Koning vanSpanjegeworden, naarDuitschlandgereisd was, deed HertogKarel van Egmond, die zijnen eisch opGelderlandlevendig hield, in den jaare 1505, eenen inval inGooiland, en verbrandde het dorpHilversum, zonder dat hij echter groote buit van de inwooneren kreeg, alzo dezelven met alle hunne goederen weggevlugt waren.”„Het jaar 1672 was mede voor dit dorp zeer ongelukkig; in het laatst van de maand September, werd het door deFranschengeheel en al uitgeplonderd, en alles wat zij niet konden wegneemen, vernield.”Wat de laatere geschiedenis des dorps betreft, deeze is niet minder ongelukkig: op den eersten mai 1725 ontstond teHilversumeen zwaaren brand, waar door meer dan 50 huizen in de assche gelegd werden—dan, dit alles was nog weinig bij de ramp, welke deeze plaats in het jaar 1766 door den brand geleden heeft—het was op den 25 junij van het gemelde jaar, ’s namiddags tusschen een en twee uuren, dat dees geweldige brand eenen aanvang nam, en, ’t geen opmerkelijk is, juist in het zelfde huis, waarin de voorige brand ontstaan was, waarin thans eenJoodsche Vleeschhouwerwoonde; één van zijne huisgenooten, zegt men, had de onvoorzichtigheid gehad, om eenen[13]aschpot met vuur te digt bij brandbaare stof of hooi te zetten——weldra was alles in beweeging, om, ware het mogelijk, den brand in deszelfs beginselen te stuiten; dan eene sterke oostenwind op eene langduurende droogte volgdende, verijdelde alle de pogingen der werkzaame ingezetenen—het vuur werd met een ongelooflijk geweld door de lucht heen gevoerd, ’t geen als een regen op de huizen nederviel, en daardoor dezelve, die toen meest allen in het dorp met riet gedekt waren, zelfs op eenen verren afstand, weldra in vlam zettede, zodat veelen van hun, welke, geen gevaar voor hunne eigene wooningen vreezende, en die tot hulpe van anderen waren toegeschooten, spoedig de droevige tijding ontvingen, dat ook hunne woningen door de vlam waren aangestoken——binnen weinig uuren waren meer dan 150 huizen, en een aantal schuuren, gevuld met koorn en andere goederen, behalven het raadhuis, de pastorij, ’t schoolhuis, en de kerk, waarin eenige ingezetenen hunne goederen geborgen hadden, doch die ook een prooi der vlamme werden, in de assche gelegd: allerakeligst was de toestand der ingezetenen; van alles beroofd zworven zij als raadeloos tusschen de puinhoopen van hunne ingestorte wooningen door: duizenden lieden van de omliggende plaatsen, maar vooral vanAmsteldam, zakten derwaards om het jammerlijk tooneel van verwoesting in oogenschouw te neemen, niet alleen, maar ook om de geruïneerde inwooners, ieder naar zijn vermogen, met eene gifte te vertroosten; en zo ergens, ter dier plaatse, en in die allerjammerlijkste omstandigheid, heeft de Barmhartigheid haare hand in zegening geopend; want de meeste inwooners waren van geheel hunne bezittingen en middelen van bestaan beroofd.Niet lang na deezen brand, werden eenigen uit de Regeering vanHilversumafgezonden, om bij Hun Ed. Gr. Mog. verlof te verzoeken tot het doen eener collecte, welke gedeputeerden zig naar den Prins Erfstadhouder begaven, om zijne hooge intercessie in deezen te verzoeken, ’t welk hun door Zijn Doorl. Hoogheid niet alleen terstond beloofd werd, maar daar en boven ontvingen zij van Zijne Hoogheid, tot ondersteuning der ongelukkige ingezetenen, de somma van duizend ducaaten—weldra kreeg men verlof, om zig te mogen vervoegen aan de Regeeringen in de Steden en Dorpen, tot het verzoeken van vrijheid om eene collecte te doen, ’t geen bijna overal zeer wel geslaagd is: inAmsteldamalleen werd gecollecteerd ƒ 54605–19–2; in de gantsche provincie vanHolland, bragt de collecte op eene somma van ƒ100739–5–0; in de provincieUtrechtcollecteerde men zamen ƒ 7560–:–14, dit gevoegd bij de voorgaande somme, bedroeg de generale collecte ƒ108299–6–8: niet weinig hielp zekerlijk zulk een aanmerkelijke som, dan dezelve was echter niet toereikende tot eene volkomene vergoeding der schade, terwijl ieder, welke met eene beëedigde verklaring[14]zijn verlies moest opgeven, en van de collecte profiteeren wilde, van elken gulden omtrent zes stuivers en zes penningen ontvangen heeft: gelukkig intusschen dat de zulken zig niet alleen verbinden moesten tot de opbouwing van hunne afgebrande woningen, maar ook dat hunne huizen, volgends de resolutie van gecomm. Raaden, met pannen gedekt moesten worden: eene wijze voorzorg voorzeker! daar tog de ondervinding in het jaar 1766 teHilversumgeleerd heeft, hoe de brand, doordien de meeste huizen met riet gedekt waren, niet te blusschen was, en men integendeel ten dien tijde sommige huizen, waaronder zelfs het koepeltjen der pastorij, om dat zij met pannen gedekt waren, schoon zij van alle zijden als omringd waren van de vlam, heeft kunnen behouden.Verder wierd de Regeering vanHilversumtot opbouw der publieke gebouwen, nog toegelegd door hun Ed. Gr. Mog. gelijk wij verneemen uit het geestlijk comptoir, eene somma van tien duizend guldens—terwijl daarteboven de Heeren Staaten vanHollandenWestvrieslandvrijdom vergunden, vanordinaireen extraordinaire verpondingen van de afgebrande huizen, voor den tijd van 20 jaaren, als mede van den impost op de grove waaren en rondemaat, van de materialen, welken niet alleen tot den opbouw van de kerk, pastorij, school en rechthuis, maar ook van de afgebrande huizen zouden worden gebruikt.Onbegrijpelijk is het dat zulke beklaagenswaardige gebeurtenissen, die zeker op het platte land van onze Republiek niet zeldzaam zijn, (immers hebben wij binnen weinige jaaren, de dorpenWestmaasenAmstelveen, door den geessel des vuurs kort na elkander allerjammerlijkst zien teisteren?) ’t is onbegrijpelijk, zeggen wij dat dergelijke gebeurtenissen nog niet kunnen doen besluiten tot het daarstellen van reddingsmiddelen, in zulke gevallen alleen dienstig zijnde, als een behoorelijke voorraad van water, en een toereikend getal van brandspuiten—elders in ons werk hebben wij daartoe, naar ons oordeel, den besten raad aan den hand gegeven, dan, wij hebben het genoegen nog niet mogen hebben dat dezelve ingevolgd is, althans niet in het voornaamste gedeelte daarvan; wel zijn op het eene en andere dorp, meerdere en betere brandspuiten aangelegd; maar nog nergens heeft men voorraad van water aangeschaft; dit nu aanwezig zijnde, zal men niet ligtlijk weder een geheel dorp, of het grootste gedeelte deszelven, door het vuur zien verteeren; immers is zulks zelden, of liever nooit, het lot der steden? een voorbeeld daarvan verstrekt het digtbebouwdAmsteldam; hoe zeer geheel de stad als maar één eenige wooning schijne te weezen, zo dat er meestal tusschen huis en huis, zelfs de lucht niet kan doordringen, wordt echter, hoe zwaar een’ brand er ook moge ontstaan, nooit meer dan het erf waarop het ongeluk voorvalt, door het vuur verteerd; en dit zoude ook op het platte land gebeuren, ware het dat men de benoodigde[15]middelen daartoe aanschafte: watAmsteldamaangaat; treffender voorbeeld, ten bewijze van ons gestelde, zoude niet aangevoerd kunnen worden, dan dat van den overal bekenden eisselijken brand in denHollandschen Schouwburg; ene oceaan van vuur, geweldiger dan ergens bij menschen geheugen heeft plaats gehad, was echter niet vermogend om de aangevoerde en te werk gestelde brandspuiten te overheerschen; de werking van deezen triumpheerde op het geweld des vuurs, tot zo verre, dat volstrekt geen van de belendene huizen, waarvan de Schouwburg echter rondsom geheel digt omgeven was, een prooi der vlamme werd; de schouwburg, ja, brandde ten gronden toe af, maar niet meer!In de jongstledene beroerten heeftHilversummede zijn deel gehad; ook hier heeft menPruissisch krijgsvolkgekregen: eerst rukte de avantgarde aan: men zegt, dat even voor derzelver intrek, door een van hetgenootschapvan Wapenhandel ’t welk ook hier gevonden werdt, of door eenen anderen, geschoten was, en dat dit ten gevolge had dat dePruissen, dit gehoord hebbende, hierom op drie huizen der voornaamste, die zeer voor den wapenhandel ijverden, aanvielen, welke huizen weldra met de goederen die daarin gevonden werden, grootlijks werden vernield: hier op volgde omtrent 5000 man, zo kavallerij als infanterij, onder commando van den Grave vanVan Lottum, welk krijgsvolk, zo langNaardenzig nog niet had overgegeeven, niet ver vanTrompenbergzig gelegerd had, zijnde het hoofdkwartier aan het einde derGooische vaart; na de overgaaf vanNaarden, zijn een groot aantalPruissische soldaatenbij de burgers, geduurende eenige weeken, geinquartierd geweest.Verder gedragen zig de ingezetenen, hoe zeer in denkbeelden verschillende, zeer wèl.BIJZONDERHEDEN.Hier onder, kan men thans plaatsen het jachthuis van den Hr.Pieter van Loon, Oud-schepen der StadAmsteldam, ’t welk zijn Ed. voorleden jaar op den top van den berg, die doorgaandsHoorneboekgenaamd wordt, geplaatst heeft; dit huis heeft het ruimst en alleraangenaamst uitzicht, ’t geen men zig immer verbeelden kan; zelfs het nabijgelegene zogenaamdLoosdrechtsche bosch, is niet in den weg, terwijl men over alle boomen heen ziet—het huis vertoont een Burgt, wordt in eenGotischen smaakopgeschilderd, en geeft, zelfs op een grooten afstand, eene aartige vertooning.Verder vindt men hier nog een buitenplaats van de Hr.Arntzenius, Advocaat teAmsteldam, welke in het jaar 1793 is aangelegd: het voornaamste uitzicht van het huis, is op zijde naar den kant vanHilversum, over de uitgestrekte bouwlanden en heide.[16]REISGELEGENHEDEN,Zondags vaaren 2 schuiten van hier naarAmsteldam, ’s morgens circa elf uuren; en ’s avonds ten 9 uuren: Dingsdags en Donderdags ’s morgens ten elf uuren naar dezelfde stad, van waar zij wederom afvaren, Maandags, Dingsdags, Woensdags en Vrijdags, ’s middags ten half een uur, liggende deeze schuiten teAmsteldamop deBinnen-amsteltusschen deHalvemaansbrugenGroeneburgwal: ook vaart er een schuit naarUtrecht, Vrijdags morgens ten elf uuren, die Saturdag te rug komt en ten half elf uuren niet ver van deJacobie brug, afvaart: bij besloten water, rijdt Zondag en Donderdag ’s middags van het dorp een wagen opAmsteldam, en van daar terug.Jammer is het voor zulk een volkrijke plaats, dat de schuit niet verder komen kan, dan tot omtrent een quartier uurs van het Dorp af, van waar de goederen die zij overbrengt, per as verder naar het Dorp moeten vervoerd worden—voor eenige jaaren trachtte men dit ongemak te verhelpen, door eene vaart verder heen te graaven, en men was waarlijk reeds tot op 200 roeden na aan het Dorp genaderd, dan dit heilzaam werk moest gestaakt worden, door eene Resolutie van Hun Ed. Mog. die de afzanding vanNaardenmet kracht wilden doorzetten, ter meerdere versterking dier vesting, en daarom het verder afzanden bijHilversumverbooden—meer dan ééns heeft men op de opening der zanderij wederom op het vriendlijkst aangedrongen, en eindelijk heeft men nu, doch onder gewigtige bepalingen, als onder anderen, om het zand niet voor ballast te mogen vervoeren, wederom tot de zanderij permissie bekomen, waarmede men dit jaar dan ook reeds eenen aanvang genomen heeft, doch wij twijfelen om meer dan ééne reden, of het volgend geslacht zig nog wel zal kunnen verheugen met de vaart tot aan haare plaats te zien; behalven de bovengenoemde schuiten, rijden ook nog tweemaal in de week, en wel woendags en saturdags morgens een vrachtwagen opUtrecht, die op dezelfde dagen te rug komt: verder rijdt er visa versa een wagen, Dingsdags morgens opWeesp, Woensdags opMuiden, Donderdag opNaarden: Donderdag en Saturdags middags komt een kar vanAmersfoortdie op dezelfde dagen retourneert—’s winters bij beslooten water passeert door deeze plaats ook een postwagen vanAmsteldamopZwol, en te rug.HERBERGEN.Deezen zijn teHilversumde volgenden: Dejonge Graaf van Buuren. ’TBonte Paard. Van mindere qualiteit zijn. ’THilversumsche Veerhuis.DeKoorndraager. DeReizende Man.Het roode hart.De twee eerstgemelden zijn vrij aanzienlijke Logementen, en ook Uitspanningen.[1]1DitTrompenbergjenzegt men, zijn’ naam ontleend te hebben van den Hollandschen AdmiraalTromp,ten wiens gebruike men het zelve had afgestaan; en sommigen beweeren dat op deszelfs top door hem een coupel gebouwd is: men weet dat die dappere Held zijn hofstede in het nabijgelegen’s Graavelandhad: (zie onze beschrijving van dat dorp).↑2Het vorige orgel was mede door den brand verteerd,—meer dan 20 jaaren had men zig zonder zulk een nuttig kerkinstrument beholpen——dan, den 28 Jan. 1786 werd bij de Regeering deezer plaatse geresolveerd, om een plan tot goedmaaking der kosten voor een nieuw Orgel voor de gemeente ter tekeninge te leggen, ’t welk met het goed voorbeeld der Regenten, zulk een gewenschten uitwerking hadt, dat men weldra in staat was gesteld om een nieuw Orgel te laaten vervaardigen.↑3Deeze Kerk is ingewijd den 4 Julij 1786, zijnde toen deeerstepredikatie daar in gedaan door den Eerw. HeerPaulus Beyleveld,Pastoor teVleuten.↑

[Inhoud]Het dorp HilversumHet dorp HilversumHet luchtig HILVERSUM verkeerd een barre grondDoor nuttige akkerbouw, in schoone kooren velden,En doet door konst en vlijt, van ouds haar naam in ’t rond,Tot eer vanGooilandsoord door haar Fabriken melden.HETDORPHILVERSUM.Onder de dorpen van het aangenaameGooiland, munt het bovengemelde in veele opzichten uit, of schoon het op ’t eerste aanzien niet voor zodanig gehouden zoude worden, vooral niet met betrekking tot deszelfs grootte; uit onze volgende aantekeningen, (die wij, bijna allen, van de waardigste hand, en uit de plaats zelve dankbaarlijk ontvangen hebben,) zal blijken datHilversum, zelfsNaarden, dat den naam vanGooiland’s hoofdstaddraagt, overtreft in getal van huizen, inwooneren, en bloei.LIGGING.Deeze is op deGooische heide, omtrent ander half uur gaands van de stadNaarden: de ligging is voords ten hoogsten aangenaam, alzo men den heuvelachtigen grond, rondsom het dorp, voor het grootste gedeelte bebouwt met rogge, haver, boekwijt, enz. welke bebouwing de aangenaamste landlijke gezichten oplevert, en in den bloeitijd der gezegde graanen, vooral van de boekwijt, veeleAmsteldammersen andere nabuuren derwaards lokt, om zig met het beschouwen dier bevallige tooneelen der Natuur te verlustigen: beklimt men het zogenaamdTrompenbergjen1zo vertoont zig als in één oogenblik[2]voor ons gezicht de blauwe heide, en vruchtbaare akkers, die met het goudgeel graan pronken, terwijl de boekwijt als een zee van melk zig vertoont—verder ziet men van daar bosschaadjes, weiden, een menigte torens, en ook een gedeelte van deZuiderzee, waarin men niet zeldzaam met het bloote oog onderscheidene schepen zien kan—het dorp zelf is in zijn bevang mede zeer aangenaam gelegen, ter oorzaake van deszelfs boomrijkheid, die zeer groot is, waardoor het op sommige plaatsen het aanzien van eene aangenaame lusthof bekomt.Weleer, gelijk blijkt, uit de brieven en raporten vanPieter Corneliszoon Hooft, Bailluw vanGooiland, schijnen de inwooners, over ’t geheel genomen, beantwoord te hebben, aan den algemeenen aart der bewooneren van hetGooiland, die naamlijk vrij kregel van aart waren; dan, sints een halve eeuw zijn zij aanmerkelijk ten goede veranderd, en wanneer men het groot getal ingezetenen in ’t oog houdt, zal men moeten erkennen, dat, in vergelijkinge van andere plaatsen, die minder inwooners hebben, hier zelfs minder ongeregeldheden, dan wel elders, gevonden worden—gewoonlijk zegt men ook dat de vrouwen veel werks maaken van het tabaksrooken, doch dit is sedert een reeks van jaaren mede zo zeer verminderd, dat deeze gewoonte nu nog slechts onder eenigen der geringste vrouwlieden gevonden wordt; terwijl de burgervrouwen het tabaksrooken zig, hier zowel als elders, tot eene schande zouden rekenen: die vanHilversum, zo wel als deGoojersover het algemeen, zijn van zeer oude tijden af bekend geweest voor een strijdbaar volk: uit zeker handschrift van een’ schoolmeester teNaarden, vinden wij desaangaande aangetekend, dat zij in buitenlandsche oorlogen aangenomen werden; daar zij alle andere volken in ervarenheid van krijgskunde te boven gingen, en onder de geoefendste krijgslieden gesteld werden: „dat zij, of tot lijfwachten der veldheeren werden verkozen, of in de voorste spits pal stonden in eenen veldslag; dat zij dubbelde soldij trokken, de slagordes aanvoerden, de krijgsamten bekleedden, en, in ’t kort, voor dapperder dan alle anderen gerekend werden: in de oorlogen hunner Vorsten tegenGelderland,Vrankrijk, en van deKeizerentegen deTurken, of eenigen anderen magtigen vijand, werden zij, op milde bezolding, ten strijde ontboden; zo dat zij, volgends dit verhaal,[3]ten allen tijde, bewijs gegeven hebben van hunneonversaagdheid.”NAAMSOORSPRONG.Hier van vinden wij niets aangetekend, en hebben er ook, niet tegenstaande alle mogelijke navorsching, niets van kunnen ontdekken; waarom wij dit artijkel verder met stilzwijgen moeten voorbijgaan.STICHTINGENGROOTTE.Zo weinig als van de naamsoorsprong des dorps geweten wordt, zo weinig wordt ook geweten van deszelfs stichting; dit is zeker, gelijk uit voorige handvesten en resolutien der oude Graaven en Hertogen blijkt, datHilversummede een oud Dorp is, en het is hoogstwaarschijnelijk dat het zijn begin genomen heeft met herdershutten, terwijl de gelegenheid des lands allergeschiktst was voor de schaaphoederij: deze gedachte wordt alleraanneemelijkst gemaakt, door zekere gadering, welke hier éénmaal ’s jaars geschiedt, onder den naam vanSchotgeld, en, dat bijzonder is, ’t geen elk betaalen moet, is uitgedrukt met zekere tekens, ’t welk in die oude tijden voor ieder duidelijk was—wat de grootte des Dorps betreft, de platte betimmerde grond wordt ten minsten op 50 morgen gesteld—de bebouwde gronden welken het Dorp omringen op 800 morgen, de gemeene weiden op circa 500 morgen; voords nog gedeeltelijk bouw- en gedeeltelijk wei land, aan onderscheidenen operfpachtuitgegeven, zamen min of meer 500 morgen, behalven een zeer aanzienlijke streek, zogenaamde Maatlanden, gelegen onder de banne vanHilversumaan deZuiderzee, welke zonder andere bemesting, dan die welken de zeevloeden ’s winters aanbrengen, jaarlijks aanmerkelijk grasgewas opleveren: eindelijk zullen de onbebouwde heigronden bijna 2000 morgen uitmaaken—Het getal der huizen wordt in de verpondingslijst van den jaare 1732 gesteld op 463. en daar dat getal op die lijst van honderd jaaren vroeger, (1632.) slechts 146 is, en er thans reeds 500 opstaan, waarbij nog eenigen, binnen weinig tijds gebouwden, gevoegd zullen worden, getuigt zulks van den ongemeenen bloei des dorps in de gezegde jaaren: deeze bloei heeft het onder anderen[4]te danken aan de landbouwerij, waarvan wij boven reeds spraken; en die ongetwijfeld nog vrij aanzienlijker zoude weezen, ware het niet dat het bereiden van de heigronden ter bebouwinge, groote zwaarigheid inhadde, of liever groote moeite en kosten vereischte, en daarom te weinig voordgezet wierd: en wat zou het gevolg daarvan weezen? wat anders, dan dit zo heilzaame, dat er duizende handen, welken nu, door gebrek aan arbeid, in ledigheid verstijven, bezigheid, en de zamenleeving eene vrij meerdere hoeveelheid van landvruchten aangeschaft zoude worden; er zoude altoos nog genoeg heigronden, die geheel ongeschikt zijn ter bebouwinge, voor de weiding der schaapen overblijven—de ondervinding heeft tog, ook in deeze omtrek, geleerd, hoe de grond, wèl bearbeid en bemest, bijna nergens geheel ondankbaar is; (zie onze beschrijving van’s Graavelandbladz. 15.)—Hilversumis zijnen bloei mede verschuldigd aan de weeverijen, welken aldaar sedert langen tijde zijn geweest.De bewooners van ditDorpworden begroot te bestaan op agt honderd huisgezinnen, waaronderGereformeerden, Roomschen,Jansenisten, en zes-en-twintigJoodschen.WAPEN.Dit is een groen veld, en op hetzelve vier boekwijt-korrels.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.De Gereformeerde Kerk, welke hier in de eerste plaatst inaanmerkingkomt,is een gebouw van welks eerste stichting men niets weet; sommigen willen, dat dezelve van ouds een parochiekerk, en aanSt. Vitustoegewijd was: in 1766 was de voorgaande Kerk, op slechts de muuren na, met het voornaamste gedeelte des dorps, door de vlamme verteerd geworden, (zie hier achter artijkelgeschiedenissen:) het tegenwoordig gebouw, dat op zondag den 3 Julij 1768 ingewijd werd, door den toenmaaligen leeraarJohannes Wilhelmus van Yssum, is zeer net en in alles aan het oogmerk beantwoordende: het zelve is breed 49, en lang 74 voeten, behalven het choor, het welk breed 26, en lang 39½ voeten is—van binnen pronkt de kerk met een goed orgel, waar bij een orchest dat op twee nette colommen rust; hetzelve orgel is vervaardigd doorAbraham Meere, orgelmaker teUtrecht: men vindt daar op 16½ Registers, 2 Clavieren, en een aangehangen pedaal, en is doorden[5]tegenwoordigen Leeraar, Gode en zijnen dienst toegewijd den 30 Julij 17882—binnen in de kerk vindt men voords een fraajen predikstoel, drie groote koperen kaarskroonen, noodige banken voor Regeering, Kerkenraad en andere persoonen, en meer dan 200 vrouwen stoelen, behalvennogeen gedistingueerde bank voor den Bailluw vanGooiland, en 2 banken voor de Heeren van de buitenplaatsen van’s Graavenland.Wat het uitwendige des gebouws betreft, het pronkt met een spitsen toren, en staat op een groot kerkhof dat met een’ muur omgeeven is: in deezen muur, tegen over den ingang van de kerk, is een vry aanzienlijk ijzeren hek, tusschen twee vierkanten steenen pijlaaren: boven op de pijlaaren staat, op die aan de linkerzijde, het wapen vanHolland, en op het andere het dorpswapen bovengemeld; beiden door leeuwen gehouden: op het voorste vlak der pijlaaren, boven aan, is, ter eene zijde, uitgehouwen een schip, en ter andere zijde een wereldkloot: onder het schip leest men den naam vanJan Jansz. Perk, en onder de wereldkloot,Japje Rijkse Nagel: deeze waren echte lieden, en hebben het gezegde hek aan de kerk geschonken: zijnde hetzelve in den brandvan1766 onbeschadigd gebleeven.Terwijl wij thans van kerk en kerkhof spreeken, kunnen wij niet af tevens melding te maaken van de nieuwe buitenbegraafplaats, welke hier ter plaatse gevonden wordt; en zeker niet weinig ten bewijze dient, hoe de ingezetenen deezer plaatse wel te leiden zijn, indien men voorzichtiglijk handelt, en den weg vanoverredingmet hun inslaat: dit heilzaame werk heeft zijn volkomen beslag gekreegen, en ’t geen niet weinig verwondering baart bij hen die weeten, hoe het grootste deel der ingezetenen den Roomschen Godsdienst is toegedaan; allen, zonder onderscheid, hebben een bijna veertienhonderdjaarig vooroordeel[6]weeten afteleggen, door hunne lijken niet meer binnen het Dorp en de Kerk, maar buiten hetzelve te laaten begraaven——Deeze begraafplaats ligt even buiten het Dorp; derzelver lengte is 354, en breedte 66 voetenRhijnlandsche maat; zij is omringd met eenen muur, 6 voeten boven den grond; de ingang van deezen buitenhof is in het midden voorzien van een ijzeren hek, op welks pilasters de woordenGedenkt te sterven, geleezen worden: tegen over dit hek vindt men een graf- of gedenk-naald op eenen kleinen heuvel van groene zooden: op de grafnaald ziet men, behalven een doodshoofd en twee schinkels in eene nis geplaatst, deeze inscriptie:Het stof keert weder tot aarde, gelijk het geweest is, en de geest weder tot God die hem gegeven heeft, en daar onderSalomon——De toegang tot deeze stille rustplaats der dooden is, als eene alléé, beplant met een dubbelde rei van ijpen- en sparren-boomen, terwijl alles in de volkomenste orde, en zo zindelijk gehouden wordt, dat ook deeze buitenbegraafplaats, liggende tusschen het golvend koorn, in veele opzichten, naar eenen hof gelijkt; zij staat onder bijzonder opzicht van eenen Opziener en Boekhouder—Op den eersten dag van het jaar 1793 heeft men ’t eerste lijk aldaar gebragt, waarbij Regeering en Kerkenraad adsisteerden; en van dien tijd af, tot heden toe, heeft men alle de lijken op deeze nieuwe begraafplaats geborgen; terwijl de Heeren Staaten vanHollandenWestvrieslandniet alléén vrijheid hadden gegeeven om de graven der kerk te sluiten, ieders graf of graven op deeze buitenhof te verplaatsen, maar ook gaven zij dispensatie, van het geen Art. 15 van de ordonnantie op het middel van trouwen en begraaven, in dato 26 October 1695, is gestatueerd, zo dat van de lijken van buiten naarHilversumvervoerd wordende, niet meer dan ééns, en wel ter plaatse van het overlijden, ’s Lands recht behoeft betaald te worden——onderscheidene graven zijn reeds aan aanzienlijke lieden, buiten deeze plaats, verkocht, en er doet zig niet weinig hoops op, of deeze begraafplaats die vooral om deszelfs hooge ligging (daar men veilig stellen mag dat zij meer dan 30 a 40 voeten boven het water ligt) boven anderen, welke in ons Vaderland gevonden worden, verre te verkiezen is, zal weldra hoe langer hoe meer van elk gezocht worden——Digt bij de grafnaald, ziet men een graf, met een groote zerk,[7]waar op de naam vanJan Abraham Dedel, 1793—De conditien, waar op men recht tot een graf kan bekomen, benevens het bericht, worden, behalven hier ter plaatse, ook teAmsteldam, (gratis,) uitgegeven bij de BoekverkoopersW. Holtropin deKalverstraat,D.enJ. Dol, in deOudenbrugsteeg, enH. Brongersover de Beurs—welk rechtgeaart Vaderlander wenscht deeze plaats, met zulk eene nuttige inrichting, niet van harten geluk! en wie, die slechts eenige menschenliefde in zijn binnenste koestert, verlangt niet hartlijk, dat men, vooral in volkrijke plaatsen in ons Vaderland, aan zulk een heilzaam werk eens eindlijk de handen slaan mag——en gaan Regenten met hun goed voorbeeld voor, weldra zal men dan ook, gelijk wij vertrouwen, ondervinden, zo als men hier teHilversumondervonden heeft, dat de ingezetenen niet zo gehecht zijn aan voorouderlijke gewoonten en vooroordeelen, of zij zijn, wanneer men hun op eene bescheidene wijze het wanvoegelijke en schadelijke onder ’t oog brengt, ook in staat om dezelve te bestrijden en te overwinnen.De pastorij is in een zeer goeden staat, dezelve is een zeer spacieus gebouw van den jaare 1767, met een goede tuin er achter; en, daar het woonverblijf van den Predikant, vóór den geweldigen brand van 1766 kort bij de kerk en toren was, bijna zonder eenig uitzicht, is de tegenwoordige pastorij geplaatst voor aan den weg, die naar’s Graaveland, Soestdijkenz. leidt, en om de menigvuldige passage een alleraangenaamst uitzicht heeft.Het Schoolhuis ligt aan de andere zijde der kerk; en is in alles aan het oogmerk beantwoordende.Op het dorp is voords een vrij aanzienlijk weeshuis, in 1786, door den braavenAmsterdammer, de HeerH. Hovie, om zijne onbepaalde menschlievendheid en mededeelzaamheid aan de armen zo bekend als bemind, opgericht; het getal der inwooners van dit huis, zo ouden als jongen, is tegenwoordig 71, waar onder er bijna 50 zijn, voor welken de voornoemde menschenvriend betaalt; terwijl zijn Ed. verder op allerleie wijze in den nood van dit huis voorziet—Dit weeshuis wordt geregeerd door 2 Regenten en 2 Regentessen, die eene vader en moeder onder zig hebben.DeRoomschenhebben er eene goede statie, die bediend wordt door een’ Pastoor en een’ Kapellaan: de Pastoor is thans[8]de Wel Eerwaarde HeerWilhelmus Holscher——de Roomschen moesten te voren hunnen godsdienst buiten de plaats verrichten, en gingen daar toe meestal naarLarenofBussem, doch in den jaare 1784 den 23 September hebben zij, op verzoek, permissie bekomen tot het bouwen eener kerk3, ’t welk een groot en fraai gebouw is—naast het kerkgebouw ziet men de pastorij, zijnde zeer net betimmerd, en met allerleie gemakken voorzien—achter het huis en kerk ligt een zeer schoone moestuin, fraai bosch en engelsche tuin——het getal derRoomschenalhier, zo oud als jong, wordt bepaald op 18 a 1900 zielen.Ook is hier een talrijkeJansenistegemeente, die op 700 leden berekend wordt: deeze wordt mede bediend door een’ Pastoor, en een’ Kapellaan, zijnde thans Pastoor de eerwaardige, HeerJ. B. E. Gijselinck: de kerk is ook een net gebouw, en in alles aan het oogmerk beantwoordende, de Pastorij is een tamelijk goed huis, waar achter een redelijk goede tuin.DeJoodenhebben teHilversumeen kleine maar zeer nette Sijnagoge, (’t welk zekerlijk voor een dorp iet zonderlings genoemd mag worden:) dezelve pronkt met een aartig torentjen, doch zonder klok daarin: deeze sijnagoge is ingewijd, 21 Augustus 1789.WERELDLIJKE GEBOUWEN.Het rechthuis is hier niet, gelijk op veele andere dorpen, met een herberg vereenigd; het maakt van binnen en buiten een zeer goede vertooning, en is kort na den brand van het jaar 1766 opgebouwd: van vooren heeft het een hoge stoep, die aan wederzijde elf treden heeft, en met een ijzere leuning voorzien is—in ’t midden ligt een’ gang, ter wederzijde van welken de noodige kamers gevonden worden; boven ieder vertrek vindt men met vergulde letteren, voorwien hetzelve geschikt is—beneden is de wooning van den Dienaar der Justitie; het vertrek voor de Nachtwacht (die hier zo wel des zomers als ’s winters gehouden wordt) en eindelijk de Gijzelkamer—het gebouw is rondom voorzien met engelsche schuifraamen—boven op de lijst van den voorgevel staat hetHilversumsche wapen: het gebouw pronkt voords met een torentjen, waarin ook een klok hangt.[9]KERKLIJKE REGEERING.DeGereformeerde GemeenteteHilversumuit meer dan 900 menschen, zo oud als jong, bestaande, wordt bediend door éénen Predikant, zijnde thans de Wel-eerwaarde HeerFredericus Ham, behoorende onder de Classis vanAmsteldam: de Kerkenraad bestaat uit den Predikant voornoemd, 2 Ouderlingen en 2 Diaconen, waarvan jaarlijks één Ouderling en één Diacon afgaat, en door anderen vervangen worden; ook zijn hier twee Kerkmeesters, waarvan ’er jaarlijks één afgaat.WERELDLIJKE REGEERING.Deeze is even als op genoegzaam alle deGooische dorpen: de Hooge Vierschaar wordt er gespannen door den Bailluw met de Schepenen vanNaarden; voords bestaat de civile Regeering in den Schout en vijf Schepenen; er zijn ook twee Buurtmeesters, en 4 Raaden, welke laatsten gewoonlijk uit elk quartier van het Dorp gekozen worden; de Schout, en de jongst in dienst zijnde Buurtmeester, stellen ieder een getal van vijf persoonen, uit welk tiental, door den Bailluw vijf nieuwe Schepenen, in plaats van die in het voorgaande jaar geregeerd hebben, verkozen worden, welke vijf nieuwe Schepenen, onder den eed gebragt zijnde, eenen nieuwen Buurtmeester, in plaats van den oudsten in dienst zijnde, verkiezen—vervolgends gaat men over tot het verkiezen van vier nieuwe Raaden, eenen Kerkmeester, enz.Het schijnt dat het DorpLaarenweleer metHilversumonder een zelfd Gerecht behoord heeft; immers in 1423 kreegen die vanHilversumeen handvest van HertogJan van Beiëren, waarin hij niet alleen aan den Bailluw het recht geeft, om, jaarlijks, op Vrouwendag, vijf Schepenen voorHilversumte kiezen, maar tevens ook spreekt van eene banscheiding te maaken tusschenLarenkerspelenHilversum; „doch de Schepenen van beiden deeze Kerspelen zouden zamen de breuken berechten in hetGooiland, terwijl de beesten, waardoor misbruik in het bosch gebeurd was, verborgd zoude worden bij goeddunken van Schepenen in den Dorpe, daar de eigenaar woonachtig was, en Schepenen vanHilversumzouden hun eigen Land en hunne Meente- of Gemeente-weiden keuren, en berechten, gelijk die vanLaarenvoormaalsplagtente doen.”Dit is zeker, (voegt onze geëerde begunstiger daar bij,) dat[10]HilversummetLarenin het kerklijke te vooren is gecombineerd geweest; de scheiding is geschied in 1605.VOORRECHTEN.DeHilversumsche gemeenteverkiest zelve haaren Leeraar——de regeerende Kerkenraad, vereenigd met de laatst afgegaane Ouderling en Diacon, formeert een twaalftal, en daar uit een nominatie van vier Predikanten, uit welk viertal, door de mans ledemaaten, in de kerk daar toe bijeenvergaderd, eenen nieuwen Leeraar verkozen wordt——of men de zogenaamde Buurtspraaken, ook als een bijzonder voorrecht kan aanmerken, kan niet zeker gezegd worden, maar dit weeten wij uit onderscheidene aantekeningen, die daarvan ter deezer plaatse nog voorhanden zijn, dat voortijds in gewigtige gevallen, vooral dan wanneer het op de kasse des Dorps aankwam, ’t zij door den Bailluw, ’t zij door de Buurtmeesters, het volk geraadpleegd werd, hoe daar in te handelen, terwijl de gemeente zonder onderscheid van godsdienst, in de kerk werd bijeenvergaderd, waarin de zaak voorgesteld en met meerderheid van stemmen daar omtrent gehandeld wierd.Eindelijk moeten wij hier nog melding maaken van het voorrecht derHilversummersop het stuk derErfgoojers, (zie onze beschrijving vanLaaren:) deHilversumsche meentof weide ligt aan de Noordzijde van’s Graaveland, is groot, gelijk wij boven zeiden, circa 500 morgen, door de runderpest, welke weleer zo streng hier te land woedde, was dezelve in merkelijk verval geraakt, dan thans is dezelve in een veel beteren staat, terwijl men daar op niet zelden 600 beesten telt, ’t geen een beter inkomen tot onderhoud oplevert——ieder erfgoojer, hier woonende, heeft het recht daar op te mogen brengen 5 koejen, en een paard, en voor ieder beest, betaalen zij, alle onkosten door elkanderen gerekend, twee guldens——volgends resolutie op Stad en Landen genomen, hebben deHilversummers, tot herstelling van hunne in vorige jaaren zo vervallen meente, de vrijheid, om van de inwooners der andereGooischeDorpen, doch Erfgoojers zijnde, jaarlijks eenige veersen en pinken aanteneemen.Over deeze meent zijn gesteld twee Schaarmeesters, die, terwijl hier een molen op deeze meent gevonden wordt, ook wel Molenmeesters genoemd worden—deeze menschen hebben het opzicht over de molen, merken het vee, ’t welk op de meent[11]gebragt wordt, en ontvangen de penningen, waarvan zij jaarlijks voor de Regeering des Dorps verantwoording doen moeten.Verder heeft men hier 4 Bekeurders, die vooral het opzicht hebben over de gemeene gronden, om wel toetezien, dat hiervan door niemand eenig misbruik gemaakt worde: oudtijds werden deeze menschen boschbewaarders genoemd, onder welke benaaming zij nog jaarlijks worden aangesteld, zekerlijk om dat zij in vorige eeuwen het opzicht gehad hebben over een zeker bosch, gelegen tusschen de bouwlanden vanHilversumen de landen vanMaartensdijk, het welk geschat wordt groot geweest te zijn 314 morgen; doch welk bosch bijna geheel reeds verdweenen was, in het begin der zeventiende eeuw———zonderling is het, dat thans hiervan geen overblijfsel meer gevonden wordt, echter heeft de landstreek, die tegenwoordig bergachtig en met heide begroeid is, nog den naam vanGoojerboschbehouden.BEZIGHEDEN.Deezen bestaan voornaamlijk in de weverijen—vóór het jaar 1766 werden hier meestal lakenweverijen gevonden, die voor rekening liepen vanAmsteldamsche Kooplieden, dan thans zijn dezelve geheel vervallen—de ingezetenen zijn niet onvernuftig in het uitvinden, van dat geen ’t welk tot hun bestaan dienen kan; bijzonder houdt men zig thans op met het weeven van zogenaamdHilversumsch witengestreept—sinds eenige jaaren is men ook hier met goed succes begonnen met het weeven van gang-kleeden en karpetten, welke fabriek meer en meer toeneemt—ook vindt men hier een fabriek vanDoorniksche kleeden, enSchotsche tapijten, waar mede de gebroedersReijnniet weinig roems behaald hebben, terwijl de Oeconomische Tak vanHaarlem, tot aanmoediging, eerst per el, ’t welk gedebiteerd werd, twee stuivers, daar na één stuiver geschonken hebben, het geen binnen weinige jaaren eene somma van meer dan drie duizend gulden bedragen heeft—welke fabriek tot nog toe met goed gevolg aan den gang is; als mede die van éénenPetrus Haan, die sinds 2 a 3 jaaren dezelve fabriek begonnen, en ook voorleden jaar in de vergadering van den Oeconomische tak niet weinig roems behaald heeft—men telt hier 76 fabrikeurs, en men rekent dat er ruim 500 getouwen aan den gang zijn—in[12]meer dan ééne droevige omstandigheid van ons dierbaar Vaderland, waarin elders fabrieken kwijnden, zijn deHilversumsche fabriekenboven anderen voorspoedig gegaan, dan, indien het oorlog nog lange moet blijven voordduuren, is er reden om te vreezen, dat dezelve ook wel rasch aan het kwijnen geraaken zullen; en hier door zoude niet alleen deeze plaats, maar ook eenige omliggende, eenen gevoeligen slag worden toegebragt, terwijl teAmersfoortvoor die vanHilversum, veel wol gesponnen wordt, in de omliggende Dorpen katoen, en bijzonder teLaarenhet hair, waarom ook van daar bijna ieder dag een vrachtwagen komt, waarmede de specie gehaald, en het afgewerkte t’huis gebragt wordt—men vindt hier ook aan het einde derGooische vaarteen loojerij, die niet onvoorspoedig is—verder telt men hier 60 a 70 boerderijen.GESCHIEDENISSEN,Deezen vinden wij, voor zoo veel het vroegere gedeelte daarvan betreft, kortlijk dus beschreven:„In de tweespalt, tusschenHollandenGelderland, terwijlFilipsvanOostenrijk, nu Koning vanSpanjegeworden, naarDuitschlandgereisd was, deed HertogKarel van Egmond, die zijnen eisch opGelderlandlevendig hield, in den jaare 1505, eenen inval inGooiland, en verbrandde het dorpHilversum, zonder dat hij echter groote buit van de inwooneren kreeg, alzo dezelven met alle hunne goederen weggevlugt waren.”„Het jaar 1672 was mede voor dit dorp zeer ongelukkig; in het laatst van de maand September, werd het door deFranschengeheel en al uitgeplonderd, en alles wat zij niet konden wegneemen, vernield.”Wat de laatere geschiedenis des dorps betreft, deeze is niet minder ongelukkig: op den eersten mai 1725 ontstond teHilversumeen zwaaren brand, waar door meer dan 50 huizen in de assche gelegd werden—dan, dit alles was nog weinig bij de ramp, welke deeze plaats in het jaar 1766 door den brand geleden heeft—het was op den 25 junij van het gemelde jaar, ’s namiddags tusschen een en twee uuren, dat dees geweldige brand eenen aanvang nam, en, ’t geen opmerkelijk is, juist in het zelfde huis, waarin de voorige brand ontstaan was, waarin thans eenJoodsche Vleeschhouwerwoonde; één van zijne huisgenooten, zegt men, had de onvoorzichtigheid gehad, om eenen[13]aschpot met vuur te digt bij brandbaare stof of hooi te zetten——weldra was alles in beweeging, om, ware het mogelijk, den brand in deszelfs beginselen te stuiten; dan eene sterke oostenwind op eene langduurende droogte volgdende, verijdelde alle de pogingen der werkzaame ingezetenen—het vuur werd met een ongelooflijk geweld door de lucht heen gevoerd, ’t geen als een regen op de huizen nederviel, en daardoor dezelve, die toen meest allen in het dorp met riet gedekt waren, zelfs op eenen verren afstand, weldra in vlam zettede, zodat veelen van hun, welke, geen gevaar voor hunne eigene wooningen vreezende, en die tot hulpe van anderen waren toegeschooten, spoedig de droevige tijding ontvingen, dat ook hunne woningen door de vlam waren aangestoken——binnen weinig uuren waren meer dan 150 huizen, en een aantal schuuren, gevuld met koorn en andere goederen, behalven het raadhuis, de pastorij, ’t schoolhuis, en de kerk, waarin eenige ingezetenen hunne goederen geborgen hadden, doch die ook een prooi der vlamme werden, in de assche gelegd: allerakeligst was de toestand der ingezetenen; van alles beroofd zworven zij als raadeloos tusschen de puinhoopen van hunne ingestorte wooningen door: duizenden lieden van de omliggende plaatsen, maar vooral vanAmsteldam, zakten derwaards om het jammerlijk tooneel van verwoesting in oogenschouw te neemen, niet alleen, maar ook om de geruïneerde inwooners, ieder naar zijn vermogen, met eene gifte te vertroosten; en zo ergens, ter dier plaatse, en in die allerjammerlijkste omstandigheid, heeft de Barmhartigheid haare hand in zegening geopend; want de meeste inwooners waren van geheel hunne bezittingen en middelen van bestaan beroofd.Niet lang na deezen brand, werden eenigen uit de Regeering vanHilversumafgezonden, om bij Hun Ed. Gr. Mog. verlof te verzoeken tot het doen eener collecte, welke gedeputeerden zig naar den Prins Erfstadhouder begaven, om zijne hooge intercessie in deezen te verzoeken, ’t welk hun door Zijn Doorl. Hoogheid niet alleen terstond beloofd werd, maar daar en boven ontvingen zij van Zijne Hoogheid, tot ondersteuning der ongelukkige ingezetenen, de somma van duizend ducaaten—weldra kreeg men verlof, om zig te mogen vervoegen aan de Regeeringen in de Steden en Dorpen, tot het verzoeken van vrijheid om eene collecte te doen, ’t geen bijna overal zeer wel geslaagd is: inAmsteldamalleen werd gecollecteerd ƒ 54605–19–2; in de gantsche provincie vanHolland, bragt de collecte op eene somma van ƒ100739–5–0; in de provincieUtrechtcollecteerde men zamen ƒ 7560–:–14, dit gevoegd bij de voorgaande somme, bedroeg de generale collecte ƒ108299–6–8: niet weinig hielp zekerlijk zulk een aanmerkelijke som, dan dezelve was echter niet toereikende tot eene volkomene vergoeding der schade, terwijl ieder, welke met eene beëedigde verklaring[14]zijn verlies moest opgeven, en van de collecte profiteeren wilde, van elken gulden omtrent zes stuivers en zes penningen ontvangen heeft: gelukkig intusschen dat de zulken zig niet alleen verbinden moesten tot de opbouwing van hunne afgebrande woningen, maar ook dat hunne huizen, volgends de resolutie van gecomm. Raaden, met pannen gedekt moesten worden: eene wijze voorzorg voorzeker! daar tog de ondervinding in het jaar 1766 teHilversumgeleerd heeft, hoe de brand, doordien de meeste huizen met riet gedekt waren, niet te blusschen was, en men integendeel ten dien tijde sommige huizen, waaronder zelfs het koepeltjen der pastorij, om dat zij met pannen gedekt waren, schoon zij van alle zijden als omringd waren van de vlam, heeft kunnen behouden.Verder wierd de Regeering vanHilversumtot opbouw der publieke gebouwen, nog toegelegd door hun Ed. Gr. Mog. gelijk wij verneemen uit het geestlijk comptoir, eene somma van tien duizend guldens—terwijl daarteboven de Heeren Staaten vanHollandenWestvrieslandvrijdom vergunden, vanordinaireen extraordinaire verpondingen van de afgebrande huizen, voor den tijd van 20 jaaren, als mede van den impost op de grove waaren en rondemaat, van de materialen, welken niet alleen tot den opbouw van de kerk, pastorij, school en rechthuis, maar ook van de afgebrande huizen zouden worden gebruikt.Onbegrijpelijk is het dat zulke beklaagenswaardige gebeurtenissen, die zeker op het platte land van onze Republiek niet zeldzaam zijn, (immers hebben wij binnen weinige jaaren, de dorpenWestmaasenAmstelveen, door den geessel des vuurs kort na elkander allerjammerlijkst zien teisteren?) ’t is onbegrijpelijk, zeggen wij dat dergelijke gebeurtenissen nog niet kunnen doen besluiten tot het daarstellen van reddingsmiddelen, in zulke gevallen alleen dienstig zijnde, als een behoorelijke voorraad van water, en een toereikend getal van brandspuiten—elders in ons werk hebben wij daartoe, naar ons oordeel, den besten raad aan den hand gegeven, dan, wij hebben het genoegen nog niet mogen hebben dat dezelve ingevolgd is, althans niet in het voornaamste gedeelte daarvan; wel zijn op het eene en andere dorp, meerdere en betere brandspuiten aangelegd; maar nog nergens heeft men voorraad van water aangeschaft; dit nu aanwezig zijnde, zal men niet ligtlijk weder een geheel dorp, of het grootste gedeelte deszelven, door het vuur zien verteeren; immers is zulks zelden, of liever nooit, het lot der steden? een voorbeeld daarvan verstrekt het digtbebouwdAmsteldam; hoe zeer geheel de stad als maar één eenige wooning schijne te weezen, zo dat er meestal tusschen huis en huis, zelfs de lucht niet kan doordringen, wordt echter, hoe zwaar een’ brand er ook moge ontstaan, nooit meer dan het erf waarop het ongeluk voorvalt, door het vuur verteerd; en dit zoude ook op het platte land gebeuren, ware het dat men de benoodigde[15]middelen daartoe aanschafte: watAmsteldamaangaat; treffender voorbeeld, ten bewijze van ons gestelde, zoude niet aangevoerd kunnen worden, dan dat van den overal bekenden eisselijken brand in denHollandschen Schouwburg; ene oceaan van vuur, geweldiger dan ergens bij menschen geheugen heeft plaats gehad, was echter niet vermogend om de aangevoerde en te werk gestelde brandspuiten te overheerschen; de werking van deezen triumpheerde op het geweld des vuurs, tot zo verre, dat volstrekt geen van de belendene huizen, waarvan de Schouwburg echter rondsom geheel digt omgeven was, een prooi der vlamme werd; de schouwburg, ja, brandde ten gronden toe af, maar niet meer!In de jongstledene beroerten heeftHilversummede zijn deel gehad; ook hier heeft menPruissisch krijgsvolkgekregen: eerst rukte de avantgarde aan: men zegt, dat even voor derzelver intrek, door een van hetgenootschapvan Wapenhandel ’t welk ook hier gevonden werdt, of door eenen anderen, geschoten was, en dat dit ten gevolge had dat dePruissen, dit gehoord hebbende, hierom op drie huizen der voornaamste, die zeer voor den wapenhandel ijverden, aanvielen, welke huizen weldra met de goederen die daarin gevonden werden, grootlijks werden vernield: hier op volgde omtrent 5000 man, zo kavallerij als infanterij, onder commando van den Grave vanVan Lottum, welk krijgsvolk, zo langNaardenzig nog niet had overgegeeven, niet ver vanTrompenbergzig gelegerd had, zijnde het hoofdkwartier aan het einde derGooische vaart; na de overgaaf vanNaarden, zijn een groot aantalPruissische soldaatenbij de burgers, geduurende eenige weeken, geinquartierd geweest.Verder gedragen zig de ingezetenen, hoe zeer in denkbeelden verschillende, zeer wèl.BIJZONDERHEDEN.Hier onder, kan men thans plaatsen het jachthuis van den Hr.Pieter van Loon, Oud-schepen der StadAmsteldam, ’t welk zijn Ed. voorleden jaar op den top van den berg, die doorgaandsHoorneboekgenaamd wordt, geplaatst heeft; dit huis heeft het ruimst en alleraangenaamst uitzicht, ’t geen men zig immer verbeelden kan; zelfs het nabijgelegene zogenaamdLoosdrechtsche bosch, is niet in den weg, terwijl men over alle boomen heen ziet—het huis vertoont een Burgt, wordt in eenGotischen smaakopgeschilderd, en geeft, zelfs op een grooten afstand, eene aartige vertooning.Verder vindt men hier nog een buitenplaats van de Hr.Arntzenius, Advocaat teAmsteldam, welke in het jaar 1793 is aangelegd: het voornaamste uitzicht van het huis, is op zijde naar den kant vanHilversum, over de uitgestrekte bouwlanden en heide.[16]REISGELEGENHEDEN,Zondags vaaren 2 schuiten van hier naarAmsteldam, ’s morgens circa elf uuren; en ’s avonds ten 9 uuren: Dingsdags en Donderdags ’s morgens ten elf uuren naar dezelfde stad, van waar zij wederom afvaren, Maandags, Dingsdags, Woensdags en Vrijdags, ’s middags ten half een uur, liggende deeze schuiten teAmsteldamop deBinnen-amsteltusschen deHalvemaansbrugenGroeneburgwal: ook vaart er een schuit naarUtrecht, Vrijdags morgens ten elf uuren, die Saturdag te rug komt en ten half elf uuren niet ver van deJacobie brug, afvaart: bij besloten water, rijdt Zondag en Donderdag ’s middags van het dorp een wagen opAmsteldam, en van daar terug.Jammer is het voor zulk een volkrijke plaats, dat de schuit niet verder komen kan, dan tot omtrent een quartier uurs van het Dorp af, van waar de goederen die zij overbrengt, per as verder naar het Dorp moeten vervoerd worden—voor eenige jaaren trachtte men dit ongemak te verhelpen, door eene vaart verder heen te graaven, en men was waarlijk reeds tot op 200 roeden na aan het Dorp genaderd, dan dit heilzaam werk moest gestaakt worden, door eene Resolutie van Hun Ed. Mog. die de afzanding vanNaardenmet kracht wilden doorzetten, ter meerdere versterking dier vesting, en daarom het verder afzanden bijHilversumverbooden—meer dan ééns heeft men op de opening der zanderij wederom op het vriendlijkst aangedrongen, en eindelijk heeft men nu, doch onder gewigtige bepalingen, als onder anderen, om het zand niet voor ballast te mogen vervoeren, wederom tot de zanderij permissie bekomen, waarmede men dit jaar dan ook reeds eenen aanvang genomen heeft, doch wij twijfelen om meer dan ééne reden, of het volgend geslacht zig nog wel zal kunnen verheugen met de vaart tot aan haare plaats te zien; behalven de bovengenoemde schuiten, rijden ook nog tweemaal in de week, en wel woendags en saturdags morgens een vrachtwagen opUtrecht, die op dezelfde dagen te rug komt: verder rijdt er visa versa een wagen, Dingsdags morgens opWeesp, Woensdags opMuiden, Donderdag opNaarden: Donderdag en Saturdags middags komt een kar vanAmersfoortdie op dezelfde dagen retourneert—’s winters bij beslooten water passeert door deeze plaats ook een postwagen vanAmsteldamopZwol, en te rug.HERBERGEN.Deezen zijn teHilversumde volgenden: Dejonge Graaf van Buuren. ’TBonte Paard. Van mindere qualiteit zijn. ’THilversumsche Veerhuis.DeKoorndraager. DeReizende Man.Het roode hart.De twee eerstgemelden zijn vrij aanzienlijke Logementen, en ook Uitspanningen.[1]1DitTrompenbergjenzegt men, zijn’ naam ontleend te hebben van den Hollandschen AdmiraalTromp,ten wiens gebruike men het zelve had afgestaan; en sommigen beweeren dat op deszelfs top door hem een coupel gebouwd is: men weet dat die dappere Held zijn hofstede in het nabijgelegen’s Graavelandhad: (zie onze beschrijving van dat dorp).↑2Het vorige orgel was mede door den brand verteerd,—meer dan 20 jaaren had men zig zonder zulk een nuttig kerkinstrument beholpen——dan, den 28 Jan. 1786 werd bij de Regeering deezer plaatse geresolveerd, om een plan tot goedmaaking der kosten voor een nieuw Orgel voor de gemeente ter tekeninge te leggen, ’t welk met het goed voorbeeld der Regenten, zulk een gewenschten uitwerking hadt, dat men weldra in staat was gesteld om een nieuw Orgel te laaten vervaardigen.↑3Deeze Kerk is ingewijd den 4 Julij 1786, zijnde toen deeerstepredikatie daar in gedaan door den Eerw. HeerPaulus Beyleveld,Pastoor teVleuten.↑

Het dorp HilversumHet dorp HilversumHet luchtig HILVERSUM verkeerd een barre grondDoor nuttige akkerbouw, in schoone kooren velden,En doet door konst en vlijt, van ouds haar naam in ’t rond,Tot eer vanGooilandsoord door haar Fabriken melden.HETDORPHILVERSUM.

Het dorp HilversumHet dorp HilversumHet luchtig HILVERSUM verkeerd een barre grondDoor nuttige akkerbouw, in schoone kooren velden,En doet door konst en vlijt, van ouds haar naam in ’t rond,Tot eer vanGooilandsoord door haar Fabriken melden.

Het dorp Hilversum

Het luchtig HILVERSUM verkeerd een barre grondDoor nuttige akkerbouw, in schoone kooren velden,En doet door konst en vlijt, van ouds haar naam in ’t rond,Tot eer vanGooilandsoord door haar Fabriken melden.

Het luchtig HILVERSUM verkeerd een barre grondDoor nuttige akkerbouw, in schoone kooren velden,En doet door konst en vlijt, van ouds haar naam in ’t rond,Tot eer vanGooilandsoord door haar Fabriken melden.

Het luchtig HILVERSUM verkeerd een barre grondDoor nuttige akkerbouw, in schoone kooren velden,En doet door konst en vlijt, van ouds haar naam in ’t rond,Tot eer vanGooilandsoord door haar Fabriken melden.

Het luchtig HILVERSUM verkeerd een barre grond

Door nuttige akkerbouw, in schoone kooren velden,

En doet door konst en vlijt, van ouds haar naam in ’t rond,

Tot eer vanGooilandsoord door haar Fabriken melden.

Onder de dorpen van het aangenaameGooiland, munt het bovengemelde in veele opzichten uit, of schoon het op ’t eerste aanzien niet voor zodanig gehouden zoude worden, vooral niet met betrekking tot deszelfs grootte; uit onze volgende aantekeningen, (die wij, bijna allen, van de waardigste hand, en uit de plaats zelve dankbaarlijk ontvangen hebben,) zal blijken datHilversum, zelfsNaarden, dat den naam vanGooiland’s hoofdstaddraagt, overtreft in getal van huizen, inwooneren, en bloei.LIGGING.Deeze is op deGooische heide, omtrent ander half uur gaands van de stadNaarden: de ligging is voords ten hoogsten aangenaam, alzo men den heuvelachtigen grond, rondsom het dorp, voor het grootste gedeelte bebouwt met rogge, haver, boekwijt, enz. welke bebouwing de aangenaamste landlijke gezichten oplevert, en in den bloeitijd der gezegde graanen, vooral van de boekwijt, veeleAmsteldammersen andere nabuuren derwaards lokt, om zig met het beschouwen dier bevallige tooneelen der Natuur te verlustigen: beklimt men het zogenaamdTrompenbergjen1zo vertoont zig als in één oogenblik[2]voor ons gezicht de blauwe heide, en vruchtbaare akkers, die met het goudgeel graan pronken, terwijl de boekwijt als een zee van melk zig vertoont—verder ziet men van daar bosschaadjes, weiden, een menigte torens, en ook een gedeelte van deZuiderzee, waarin men niet zeldzaam met het bloote oog onderscheidene schepen zien kan—het dorp zelf is in zijn bevang mede zeer aangenaam gelegen, ter oorzaake van deszelfs boomrijkheid, die zeer groot is, waardoor het op sommige plaatsen het aanzien van eene aangenaame lusthof bekomt.Weleer, gelijk blijkt, uit de brieven en raporten vanPieter Corneliszoon Hooft, Bailluw vanGooiland, schijnen de inwooners, over ’t geheel genomen, beantwoord te hebben, aan den algemeenen aart der bewooneren van hetGooiland, die naamlijk vrij kregel van aart waren; dan, sints een halve eeuw zijn zij aanmerkelijk ten goede veranderd, en wanneer men het groot getal ingezetenen in ’t oog houdt, zal men moeten erkennen, dat, in vergelijkinge van andere plaatsen, die minder inwooners hebben, hier zelfs minder ongeregeldheden, dan wel elders, gevonden worden—gewoonlijk zegt men ook dat de vrouwen veel werks maaken van het tabaksrooken, doch dit is sedert een reeks van jaaren mede zo zeer verminderd, dat deeze gewoonte nu nog slechts onder eenigen der geringste vrouwlieden gevonden wordt; terwijl de burgervrouwen het tabaksrooken zig, hier zowel als elders, tot eene schande zouden rekenen: die vanHilversum, zo wel als deGoojersover het algemeen, zijn van zeer oude tijden af bekend geweest voor een strijdbaar volk: uit zeker handschrift van een’ schoolmeester teNaarden, vinden wij desaangaande aangetekend, dat zij in buitenlandsche oorlogen aangenomen werden; daar zij alle andere volken in ervarenheid van krijgskunde te boven gingen, en onder de geoefendste krijgslieden gesteld werden: „dat zij, of tot lijfwachten der veldheeren werden verkozen, of in de voorste spits pal stonden in eenen veldslag; dat zij dubbelde soldij trokken, de slagordes aanvoerden, de krijgsamten bekleedden, en, in ’t kort, voor dapperder dan alle anderen gerekend werden: in de oorlogen hunner Vorsten tegenGelderland,Vrankrijk, en van deKeizerentegen deTurken, of eenigen anderen magtigen vijand, werden zij, op milde bezolding, ten strijde ontboden; zo dat zij, volgends dit verhaal,[3]ten allen tijde, bewijs gegeven hebben van hunneonversaagdheid.”NAAMSOORSPRONG.Hier van vinden wij niets aangetekend, en hebben er ook, niet tegenstaande alle mogelijke navorsching, niets van kunnen ontdekken; waarom wij dit artijkel verder met stilzwijgen moeten voorbijgaan.STICHTINGENGROOTTE.Zo weinig als van de naamsoorsprong des dorps geweten wordt, zo weinig wordt ook geweten van deszelfs stichting; dit is zeker, gelijk uit voorige handvesten en resolutien der oude Graaven en Hertogen blijkt, datHilversummede een oud Dorp is, en het is hoogstwaarschijnelijk dat het zijn begin genomen heeft met herdershutten, terwijl de gelegenheid des lands allergeschiktst was voor de schaaphoederij: deze gedachte wordt alleraanneemelijkst gemaakt, door zekere gadering, welke hier éénmaal ’s jaars geschiedt, onder den naam vanSchotgeld, en, dat bijzonder is, ’t geen elk betaalen moet, is uitgedrukt met zekere tekens, ’t welk in die oude tijden voor ieder duidelijk was—wat de grootte des Dorps betreft, de platte betimmerde grond wordt ten minsten op 50 morgen gesteld—de bebouwde gronden welken het Dorp omringen op 800 morgen, de gemeene weiden op circa 500 morgen; voords nog gedeeltelijk bouw- en gedeeltelijk wei land, aan onderscheidenen operfpachtuitgegeven, zamen min of meer 500 morgen, behalven een zeer aanzienlijke streek, zogenaamde Maatlanden, gelegen onder de banne vanHilversumaan deZuiderzee, welke zonder andere bemesting, dan die welken de zeevloeden ’s winters aanbrengen, jaarlijks aanmerkelijk grasgewas opleveren: eindelijk zullen de onbebouwde heigronden bijna 2000 morgen uitmaaken—Het getal der huizen wordt in de verpondingslijst van den jaare 1732 gesteld op 463. en daar dat getal op die lijst van honderd jaaren vroeger, (1632.) slechts 146 is, en er thans reeds 500 opstaan, waarbij nog eenigen, binnen weinig tijds gebouwden, gevoegd zullen worden, getuigt zulks van den ongemeenen bloei des dorps in de gezegde jaaren: deeze bloei heeft het onder anderen[4]te danken aan de landbouwerij, waarvan wij boven reeds spraken; en die ongetwijfeld nog vrij aanzienlijker zoude weezen, ware het niet dat het bereiden van de heigronden ter bebouwinge, groote zwaarigheid inhadde, of liever groote moeite en kosten vereischte, en daarom te weinig voordgezet wierd: en wat zou het gevolg daarvan weezen? wat anders, dan dit zo heilzaame, dat er duizende handen, welken nu, door gebrek aan arbeid, in ledigheid verstijven, bezigheid, en de zamenleeving eene vrij meerdere hoeveelheid van landvruchten aangeschaft zoude worden; er zoude altoos nog genoeg heigronden, die geheel ongeschikt zijn ter bebouwinge, voor de weiding der schaapen overblijven—de ondervinding heeft tog, ook in deeze omtrek, geleerd, hoe de grond, wèl bearbeid en bemest, bijna nergens geheel ondankbaar is; (zie onze beschrijving van’s Graavelandbladz. 15.)—Hilversumis zijnen bloei mede verschuldigd aan de weeverijen, welken aldaar sedert langen tijde zijn geweest.De bewooners van ditDorpworden begroot te bestaan op agt honderd huisgezinnen, waaronderGereformeerden, Roomschen,Jansenisten, en zes-en-twintigJoodschen.WAPEN.Dit is een groen veld, en op hetzelve vier boekwijt-korrels.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.De Gereformeerde Kerk, welke hier in de eerste plaatst inaanmerkingkomt,is een gebouw van welks eerste stichting men niets weet; sommigen willen, dat dezelve van ouds een parochiekerk, en aanSt. Vitustoegewijd was: in 1766 was de voorgaande Kerk, op slechts de muuren na, met het voornaamste gedeelte des dorps, door de vlamme verteerd geworden, (zie hier achter artijkelgeschiedenissen:) het tegenwoordig gebouw, dat op zondag den 3 Julij 1768 ingewijd werd, door den toenmaaligen leeraarJohannes Wilhelmus van Yssum, is zeer net en in alles aan het oogmerk beantwoordende: het zelve is breed 49, en lang 74 voeten, behalven het choor, het welk breed 26, en lang 39½ voeten is—van binnen pronkt de kerk met een goed orgel, waar bij een orchest dat op twee nette colommen rust; hetzelve orgel is vervaardigd doorAbraham Meere, orgelmaker teUtrecht: men vindt daar op 16½ Registers, 2 Clavieren, en een aangehangen pedaal, en is doorden[5]tegenwoordigen Leeraar, Gode en zijnen dienst toegewijd den 30 Julij 17882—binnen in de kerk vindt men voords een fraajen predikstoel, drie groote koperen kaarskroonen, noodige banken voor Regeering, Kerkenraad en andere persoonen, en meer dan 200 vrouwen stoelen, behalvennogeen gedistingueerde bank voor den Bailluw vanGooiland, en 2 banken voor de Heeren van de buitenplaatsen van’s Graavenland.Wat het uitwendige des gebouws betreft, het pronkt met een spitsen toren, en staat op een groot kerkhof dat met een’ muur omgeeven is: in deezen muur, tegen over den ingang van de kerk, is een vry aanzienlijk ijzeren hek, tusschen twee vierkanten steenen pijlaaren: boven op de pijlaaren staat, op die aan de linkerzijde, het wapen vanHolland, en op het andere het dorpswapen bovengemeld; beiden door leeuwen gehouden: op het voorste vlak der pijlaaren, boven aan, is, ter eene zijde, uitgehouwen een schip, en ter andere zijde een wereldkloot: onder het schip leest men den naam vanJan Jansz. Perk, en onder de wereldkloot,Japje Rijkse Nagel: deeze waren echte lieden, en hebben het gezegde hek aan de kerk geschonken: zijnde hetzelve in den brandvan1766 onbeschadigd gebleeven.Terwijl wij thans van kerk en kerkhof spreeken, kunnen wij niet af tevens melding te maaken van de nieuwe buitenbegraafplaats, welke hier ter plaatse gevonden wordt; en zeker niet weinig ten bewijze dient, hoe de ingezetenen deezer plaatse wel te leiden zijn, indien men voorzichtiglijk handelt, en den weg vanoverredingmet hun inslaat: dit heilzaame werk heeft zijn volkomen beslag gekreegen, en ’t geen niet weinig verwondering baart bij hen die weeten, hoe het grootste deel der ingezetenen den Roomschen Godsdienst is toegedaan; allen, zonder onderscheid, hebben een bijna veertienhonderdjaarig vooroordeel[6]weeten afteleggen, door hunne lijken niet meer binnen het Dorp en de Kerk, maar buiten hetzelve te laaten begraaven——Deeze begraafplaats ligt even buiten het Dorp; derzelver lengte is 354, en breedte 66 voetenRhijnlandsche maat; zij is omringd met eenen muur, 6 voeten boven den grond; de ingang van deezen buitenhof is in het midden voorzien van een ijzeren hek, op welks pilasters de woordenGedenkt te sterven, geleezen worden: tegen over dit hek vindt men een graf- of gedenk-naald op eenen kleinen heuvel van groene zooden: op de grafnaald ziet men, behalven een doodshoofd en twee schinkels in eene nis geplaatst, deeze inscriptie:Het stof keert weder tot aarde, gelijk het geweest is, en de geest weder tot God die hem gegeven heeft, en daar onderSalomon——De toegang tot deeze stille rustplaats der dooden is, als eene alléé, beplant met een dubbelde rei van ijpen- en sparren-boomen, terwijl alles in de volkomenste orde, en zo zindelijk gehouden wordt, dat ook deeze buitenbegraafplaats, liggende tusschen het golvend koorn, in veele opzichten, naar eenen hof gelijkt; zij staat onder bijzonder opzicht van eenen Opziener en Boekhouder—Op den eersten dag van het jaar 1793 heeft men ’t eerste lijk aldaar gebragt, waarbij Regeering en Kerkenraad adsisteerden; en van dien tijd af, tot heden toe, heeft men alle de lijken op deeze nieuwe begraafplaats geborgen; terwijl de Heeren Staaten vanHollandenWestvrieslandniet alléén vrijheid hadden gegeeven om de graven der kerk te sluiten, ieders graf of graven op deeze buitenhof te verplaatsen, maar ook gaven zij dispensatie, van het geen Art. 15 van de ordonnantie op het middel van trouwen en begraaven, in dato 26 October 1695, is gestatueerd, zo dat van de lijken van buiten naarHilversumvervoerd wordende, niet meer dan ééns, en wel ter plaatse van het overlijden, ’s Lands recht behoeft betaald te worden——onderscheidene graven zijn reeds aan aanzienlijke lieden, buiten deeze plaats, verkocht, en er doet zig niet weinig hoops op, of deeze begraafplaats die vooral om deszelfs hooge ligging (daar men veilig stellen mag dat zij meer dan 30 a 40 voeten boven het water ligt) boven anderen, welke in ons Vaderland gevonden worden, verre te verkiezen is, zal weldra hoe langer hoe meer van elk gezocht worden——Digt bij de grafnaald, ziet men een graf, met een groote zerk,[7]waar op de naam vanJan Abraham Dedel, 1793—De conditien, waar op men recht tot een graf kan bekomen, benevens het bericht, worden, behalven hier ter plaatse, ook teAmsteldam, (gratis,) uitgegeven bij de BoekverkoopersW. Holtropin deKalverstraat,D.enJ. Dol, in deOudenbrugsteeg, enH. Brongersover de Beurs—welk rechtgeaart Vaderlander wenscht deeze plaats, met zulk eene nuttige inrichting, niet van harten geluk! en wie, die slechts eenige menschenliefde in zijn binnenste koestert, verlangt niet hartlijk, dat men, vooral in volkrijke plaatsen in ons Vaderland, aan zulk een heilzaam werk eens eindlijk de handen slaan mag——en gaan Regenten met hun goed voorbeeld voor, weldra zal men dan ook, gelijk wij vertrouwen, ondervinden, zo als men hier teHilversumondervonden heeft, dat de ingezetenen niet zo gehecht zijn aan voorouderlijke gewoonten en vooroordeelen, of zij zijn, wanneer men hun op eene bescheidene wijze het wanvoegelijke en schadelijke onder ’t oog brengt, ook in staat om dezelve te bestrijden en te overwinnen.De pastorij is in een zeer goeden staat, dezelve is een zeer spacieus gebouw van den jaare 1767, met een goede tuin er achter; en, daar het woonverblijf van den Predikant, vóór den geweldigen brand van 1766 kort bij de kerk en toren was, bijna zonder eenig uitzicht, is de tegenwoordige pastorij geplaatst voor aan den weg, die naar’s Graaveland, Soestdijkenz. leidt, en om de menigvuldige passage een alleraangenaamst uitzicht heeft.Het Schoolhuis ligt aan de andere zijde der kerk; en is in alles aan het oogmerk beantwoordende.Op het dorp is voords een vrij aanzienlijk weeshuis, in 1786, door den braavenAmsterdammer, de HeerH. Hovie, om zijne onbepaalde menschlievendheid en mededeelzaamheid aan de armen zo bekend als bemind, opgericht; het getal der inwooners van dit huis, zo ouden als jongen, is tegenwoordig 71, waar onder er bijna 50 zijn, voor welken de voornoemde menschenvriend betaalt; terwijl zijn Ed. verder op allerleie wijze in den nood van dit huis voorziet—Dit weeshuis wordt geregeerd door 2 Regenten en 2 Regentessen, die eene vader en moeder onder zig hebben.DeRoomschenhebben er eene goede statie, die bediend wordt door een’ Pastoor en een’ Kapellaan: de Pastoor is thans[8]de Wel Eerwaarde HeerWilhelmus Holscher——de Roomschen moesten te voren hunnen godsdienst buiten de plaats verrichten, en gingen daar toe meestal naarLarenofBussem, doch in den jaare 1784 den 23 September hebben zij, op verzoek, permissie bekomen tot het bouwen eener kerk3, ’t welk een groot en fraai gebouw is—naast het kerkgebouw ziet men de pastorij, zijnde zeer net betimmerd, en met allerleie gemakken voorzien—achter het huis en kerk ligt een zeer schoone moestuin, fraai bosch en engelsche tuin——het getal derRoomschenalhier, zo oud als jong, wordt bepaald op 18 a 1900 zielen.Ook is hier een talrijkeJansenistegemeente, die op 700 leden berekend wordt: deeze wordt mede bediend door een’ Pastoor, en een’ Kapellaan, zijnde thans Pastoor de eerwaardige, HeerJ. B. E. Gijselinck: de kerk is ook een net gebouw, en in alles aan het oogmerk beantwoordende, de Pastorij is een tamelijk goed huis, waar achter een redelijk goede tuin.DeJoodenhebben teHilversumeen kleine maar zeer nette Sijnagoge, (’t welk zekerlijk voor een dorp iet zonderlings genoemd mag worden:) dezelve pronkt met een aartig torentjen, doch zonder klok daarin: deeze sijnagoge is ingewijd, 21 Augustus 1789.WERELDLIJKE GEBOUWEN.Het rechthuis is hier niet, gelijk op veele andere dorpen, met een herberg vereenigd; het maakt van binnen en buiten een zeer goede vertooning, en is kort na den brand van het jaar 1766 opgebouwd: van vooren heeft het een hoge stoep, die aan wederzijde elf treden heeft, en met een ijzere leuning voorzien is—in ’t midden ligt een’ gang, ter wederzijde van welken de noodige kamers gevonden worden; boven ieder vertrek vindt men met vergulde letteren, voorwien hetzelve geschikt is—beneden is de wooning van den Dienaar der Justitie; het vertrek voor de Nachtwacht (die hier zo wel des zomers als ’s winters gehouden wordt) en eindelijk de Gijzelkamer—het gebouw is rondom voorzien met engelsche schuifraamen—boven op de lijst van den voorgevel staat hetHilversumsche wapen: het gebouw pronkt voords met een torentjen, waarin ook een klok hangt.[9]KERKLIJKE REGEERING.DeGereformeerde GemeenteteHilversumuit meer dan 900 menschen, zo oud als jong, bestaande, wordt bediend door éénen Predikant, zijnde thans de Wel-eerwaarde HeerFredericus Ham, behoorende onder de Classis vanAmsteldam: de Kerkenraad bestaat uit den Predikant voornoemd, 2 Ouderlingen en 2 Diaconen, waarvan jaarlijks één Ouderling en één Diacon afgaat, en door anderen vervangen worden; ook zijn hier twee Kerkmeesters, waarvan ’er jaarlijks één afgaat.WERELDLIJKE REGEERING.Deeze is even als op genoegzaam alle deGooische dorpen: de Hooge Vierschaar wordt er gespannen door den Bailluw met de Schepenen vanNaarden; voords bestaat de civile Regeering in den Schout en vijf Schepenen; er zijn ook twee Buurtmeesters, en 4 Raaden, welke laatsten gewoonlijk uit elk quartier van het Dorp gekozen worden; de Schout, en de jongst in dienst zijnde Buurtmeester, stellen ieder een getal van vijf persoonen, uit welk tiental, door den Bailluw vijf nieuwe Schepenen, in plaats van die in het voorgaande jaar geregeerd hebben, verkozen worden, welke vijf nieuwe Schepenen, onder den eed gebragt zijnde, eenen nieuwen Buurtmeester, in plaats van den oudsten in dienst zijnde, verkiezen—vervolgends gaat men over tot het verkiezen van vier nieuwe Raaden, eenen Kerkmeester, enz.Het schijnt dat het DorpLaarenweleer metHilversumonder een zelfd Gerecht behoord heeft; immers in 1423 kreegen die vanHilversumeen handvest van HertogJan van Beiëren, waarin hij niet alleen aan den Bailluw het recht geeft, om, jaarlijks, op Vrouwendag, vijf Schepenen voorHilversumte kiezen, maar tevens ook spreekt van eene banscheiding te maaken tusschenLarenkerspelenHilversum; „doch de Schepenen van beiden deeze Kerspelen zouden zamen de breuken berechten in hetGooiland, terwijl de beesten, waardoor misbruik in het bosch gebeurd was, verborgd zoude worden bij goeddunken van Schepenen in den Dorpe, daar de eigenaar woonachtig was, en Schepenen vanHilversumzouden hun eigen Land en hunne Meente- of Gemeente-weiden keuren, en berechten, gelijk die vanLaarenvoormaalsplagtente doen.”Dit is zeker, (voegt onze geëerde begunstiger daar bij,) dat[10]HilversummetLarenin het kerklijke te vooren is gecombineerd geweest; de scheiding is geschied in 1605.VOORRECHTEN.DeHilversumsche gemeenteverkiest zelve haaren Leeraar——de regeerende Kerkenraad, vereenigd met de laatst afgegaane Ouderling en Diacon, formeert een twaalftal, en daar uit een nominatie van vier Predikanten, uit welk viertal, door de mans ledemaaten, in de kerk daar toe bijeenvergaderd, eenen nieuwen Leeraar verkozen wordt——of men de zogenaamde Buurtspraaken, ook als een bijzonder voorrecht kan aanmerken, kan niet zeker gezegd worden, maar dit weeten wij uit onderscheidene aantekeningen, die daarvan ter deezer plaatse nog voorhanden zijn, dat voortijds in gewigtige gevallen, vooral dan wanneer het op de kasse des Dorps aankwam, ’t zij door den Bailluw, ’t zij door de Buurtmeesters, het volk geraadpleegd werd, hoe daar in te handelen, terwijl de gemeente zonder onderscheid van godsdienst, in de kerk werd bijeenvergaderd, waarin de zaak voorgesteld en met meerderheid van stemmen daar omtrent gehandeld wierd.Eindelijk moeten wij hier nog melding maaken van het voorrecht derHilversummersop het stuk derErfgoojers, (zie onze beschrijving vanLaaren:) deHilversumsche meentof weide ligt aan de Noordzijde van’s Graaveland, is groot, gelijk wij boven zeiden, circa 500 morgen, door de runderpest, welke weleer zo streng hier te land woedde, was dezelve in merkelijk verval geraakt, dan thans is dezelve in een veel beteren staat, terwijl men daar op niet zelden 600 beesten telt, ’t geen een beter inkomen tot onderhoud oplevert——ieder erfgoojer, hier woonende, heeft het recht daar op te mogen brengen 5 koejen, en een paard, en voor ieder beest, betaalen zij, alle onkosten door elkanderen gerekend, twee guldens——volgends resolutie op Stad en Landen genomen, hebben deHilversummers, tot herstelling van hunne in vorige jaaren zo vervallen meente, de vrijheid, om van de inwooners der andereGooischeDorpen, doch Erfgoojers zijnde, jaarlijks eenige veersen en pinken aanteneemen.Over deeze meent zijn gesteld twee Schaarmeesters, die, terwijl hier een molen op deeze meent gevonden wordt, ook wel Molenmeesters genoemd worden—deeze menschen hebben het opzicht over de molen, merken het vee, ’t welk op de meent[11]gebragt wordt, en ontvangen de penningen, waarvan zij jaarlijks voor de Regeering des Dorps verantwoording doen moeten.Verder heeft men hier 4 Bekeurders, die vooral het opzicht hebben over de gemeene gronden, om wel toetezien, dat hiervan door niemand eenig misbruik gemaakt worde: oudtijds werden deeze menschen boschbewaarders genoemd, onder welke benaaming zij nog jaarlijks worden aangesteld, zekerlijk om dat zij in vorige eeuwen het opzicht gehad hebben over een zeker bosch, gelegen tusschen de bouwlanden vanHilversumen de landen vanMaartensdijk, het welk geschat wordt groot geweest te zijn 314 morgen; doch welk bosch bijna geheel reeds verdweenen was, in het begin der zeventiende eeuw———zonderling is het, dat thans hiervan geen overblijfsel meer gevonden wordt, echter heeft de landstreek, die tegenwoordig bergachtig en met heide begroeid is, nog den naam vanGoojerboschbehouden.BEZIGHEDEN.Deezen bestaan voornaamlijk in de weverijen—vóór het jaar 1766 werden hier meestal lakenweverijen gevonden, die voor rekening liepen vanAmsteldamsche Kooplieden, dan thans zijn dezelve geheel vervallen—de ingezetenen zijn niet onvernuftig in het uitvinden, van dat geen ’t welk tot hun bestaan dienen kan; bijzonder houdt men zig thans op met het weeven van zogenaamdHilversumsch witengestreept—sinds eenige jaaren is men ook hier met goed succes begonnen met het weeven van gang-kleeden en karpetten, welke fabriek meer en meer toeneemt—ook vindt men hier een fabriek vanDoorniksche kleeden, enSchotsche tapijten, waar mede de gebroedersReijnniet weinig roems behaald hebben, terwijl de Oeconomische Tak vanHaarlem, tot aanmoediging, eerst per el, ’t welk gedebiteerd werd, twee stuivers, daar na één stuiver geschonken hebben, het geen binnen weinige jaaren eene somma van meer dan drie duizend gulden bedragen heeft—welke fabriek tot nog toe met goed gevolg aan den gang is; als mede die van éénenPetrus Haan, die sinds 2 a 3 jaaren dezelve fabriek begonnen, en ook voorleden jaar in de vergadering van den Oeconomische tak niet weinig roems behaald heeft—men telt hier 76 fabrikeurs, en men rekent dat er ruim 500 getouwen aan den gang zijn—in[12]meer dan ééne droevige omstandigheid van ons dierbaar Vaderland, waarin elders fabrieken kwijnden, zijn deHilversumsche fabriekenboven anderen voorspoedig gegaan, dan, indien het oorlog nog lange moet blijven voordduuren, is er reden om te vreezen, dat dezelve ook wel rasch aan het kwijnen geraaken zullen; en hier door zoude niet alleen deeze plaats, maar ook eenige omliggende, eenen gevoeligen slag worden toegebragt, terwijl teAmersfoortvoor die vanHilversum, veel wol gesponnen wordt, in de omliggende Dorpen katoen, en bijzonder teLaarenhet hair, waarom ook van daar bijna ieder dag een vrachtwagen komt, waarmede de specie gehaald, en het afgewerkte t’huis gebragt wordt—men vindt hier ook aan het einde derGooische vaarteen loojerij, die niet onvoorspoedig is—verder telt men hier 60 a 70 boerderijen.GESCHIEDENISSEN,Deezen vinden wij, voor zoo veel het vroegere gedeelte daarvan betreft, kortlijk dus beschreven:„In de tweespalt, tusschenHollandenGelderland, terwijlFilipsvanOostenrijk, nu Koning vanSpanjegeworden, naarDuitschlandgereisd was, deed HertogKarel van Egmond, die zijnen eisch opGelderlandlevendig hield, in den jaare 1505, eenen inval inGooiland, en verbrandde het dorpHilversum, zonder dat hij echter groote buit van de inwooneren kreeg, alzo dezelven met alle hunne goederen weggevlugt waren.”„Het jaar 1672 was mede voor dit dorp zeer ongelukkig; in het laatst van de maand September, werd het door deFranschengeheel en al uitgeplonderd, en alles wat zij niet konden wegneemen, vernield.”Wat de laatere geschiedenis des dorps betreft, deeze is niet minder ongelukkig: op den eersten mai 1725 ontstond teHilversumeen zwaaren brand, waar door meer dan 50 huizen in de assche gelegd werden—dan, dit alles was nog weinig bij de ramp, welke deeze plaats in het jaar 1766 door den brand geleden heeft—het was op den 25 junij van het gemelde jaar, ’s namiddags tusschen een en twee uuren, dat dees geweldige brand eenen aanvang nam, en, ’t geen opmerkelijk is, juist in het zelfde huis, waarin de voorige brand ontstaan was, waarin thans eenJoodsche Vleeschhouwerwoonde; één van zijne huisgenooten, zegt men, had de onvoorzichtigheid gehad, om eenen[13]aschpot met vuur te digt bij brandbaare stof of hooi te zetten——weldra was alles in beweeging, om, ware het mogelijk, den brand in deszelfs beginselen te stuiten; dan eene sterke oostenwind op eene langduurende droogte volgdende, verijdelde alle de pogingen der werkzaame ingezetenen—het vuur werd met een ongelooflijk geweld door de lucht heen gevoerd, ’t geen als een regen op de huizen nederviel, en daardoor dezelve, die toen meest allen in het dorp met riet gedekt waren, zelfs op eenen verren afstand, weldra in vlam zettede, zodat veelen van hun, welke, geen gevaar voor hunne eigene wooningen vreezende, en die tot hulpe van anderen waren toegeschooten, spoedig de droevige tijding ontvingen, dat ook hunne woningen door de vlam waren aangestoken——binnen weinig uuren waren meer dan 150 huizen, en een aantal schuuren, gevuld met koorn en andere goederen, behalven het raadhuis, de pastorij, ’t schoolhuis, en de kerk, waarin eenige ingezetenen hunne goederen geborgen hadden, doch die ook een prooi der vlamme werden, in de assche gelegd: allerakeligst was de toestand der ingezetenen; van alles beroofd zworven zij als raadeloos tusschen de puinhoopen van hunne ingestorte wooningen door: duizenden lieden van de omliggende plaatsen, maar vooral vanAmsteldam, zakten derwaards om het jammerlijk tooneel van verwoesting in oogenschouw te neemen, niet alleen, maar ook om de geruïneerde inwooners, ieder naar zijn vermogen, met eene gifte te vertroosten; en zo ergens, ter dier plaatse, en in die allerjammerlijkste omstandigheid, heeft de Barmhartigheid haare hand in zegening geopend; want de meeste inwooners waren van geheel hunne bezittingen en middelen van bestaan beroofd.Niet lang na deezen brand, werden eenigen uit de Regeering vanHilversumafgezonden, om bij Hun Ed. Gr. Mog. verlof te verzoeken tot het doen eener collecte, welke gedeputeerden zig naar den Prins Erfstadhouder begaven, om zijne hooge intercessie in deezen te verzoeken, ’t welk hun door Zijn Doorl. Hoogheid niet alleen terstond beloofd werd, maar daar en boven ontvingen zij van Zijne Hoogheid, tot ondersteuning der ongelukkige ingezetenen, de somma van duizend ducaaten—weldra kreeg men verlof, om zig te mogen vervoegen aan de Regeeringen in de Steden en Dorpen, tot het verzoeken van vrijheid om eene collecte te doen, ’t geen bijna overal zeer wel geslaagd is: inAmsteldamalleen werd gecollecteerd ƒ 54605–19–2; in de gantsche provincie vanHolland, bragt de collecte op eene somma van ƒ100739–5–0; in de provincieUtrechtcollecteerde men zamen ƒ 7560–:–14, dit gevoegd bij de voorgaande somme, bedroeg de generale collecte ƒ108299–6–8: niet weinig hielp zekerlijk zulk een aanmerkelijke som, dan dezelve was echter niet toereikende tot eene volkomene vergoeding der schade, terwijl ieder, welke met eene beëedigde verklaring[14]zijn verlies moest opgeven, en van de collecte profiteeren wilde, van elken gulden omtrent zes stuivers en zes penningen ontvangen heeft: gelukkig intusschen dat de zulken zig niet alleen verbinden moesten tot de opbouwing van hunne afgebrande woningen, maar ook dat hunne huizen, volgends de resolutie van gecomm. Raaden, met pannen gedekt moesten worden: eene wijze voorzorg voorzeker! daar tog de ondervinding in het jaar 1766 teHilversumgeleerd heeft, hoe de brand, doordien de meeste huizen met riet gedekt waren, niet te blusschen was, en men integendeel ten dien tijde sommige huizen, waaronder zelfs het koepeltjen der pastorij, om dat zij met pannen gedekt waren, schoon zij van alle zijden als omringd waren van de vlam, heeft kunnen behouden.Verder wierd de Regeering vanHilversumtot opbouw der publieke gebouwen, nog toegelegd door hun Ed. Gr. Mog. gelijk wij verneemen uit het geestlijk comptoir, eene somma van tien duizend guldens—terwijl daarteboven de Heeren Staaten vanHollandenWestvrieslandvrijdom vergunden, vanordinaireen extraordinaire verpondingen van de afgebrande huizen, voor den tijd van 20 jaaren, als mede van den impost op de grove waaren en rondemaat, van de materialen, welken niet alleen tot den opbouw van de kerk, pastorij, school en rechthuis, maar ook van de afgebrande huizen zouden worden gebruikt.Onbegrijpelijk is het dat zulke beklaagenswaardige gebeurtenissen, die zeker op het platte land van onze Republiek niet zeldzaam zijn, (immers hebben wij binnen weinige jaaren, de dorpenWestmaasenAmstelveen, door den geessel des vuurs kort na elkander allerjammerlijkst zien teisteren?) ’t is onbegrijpelijk, zeggen wij dat dergelijke gebeurtenissen nog niet kunnen doen besluiten tot het daarstellen van reddingsmiddelen, in zulke gevallen alleen dienstig zijnde, als een behoorelijke voorraad van water, en een toereikend getal van brandspuiten—elders in ons werk hebben wij daartoe, naar ons oordeel, den besten raad aan den hand gegeven, dan, wij hebben het genoegen nog niet mogen hebben dat dezelve ingevolgd is, althans niet in het voornaamste gedeelte daarvan; wel zijn op het eene en andere dorp, meerdere en betere brandspuiten aangelegd; maar nog nergens heeft men voorraad van water aangeschaft; dit nu aanwezig zijnde, zal men niet ligtlijk weder een geheel dorp, of het grootste gedeelte deszelven, door het vuur zien verteeren; immers is zulks zelden, of liever nooit, het lot der steden? een voorbeeld daarvan verstrekt het digtbebouwdAmsteldam; hoe zeer geheel de stad als maar één eenige wooning schijne te weezen, zo dat er meestal tusschen huis en huis, zelfs de lucht niet kan doordringen, wordt echter, hoe zwaar een’ brand er ook moge ontstaan, nooit meer dan het erf waarop het ongeluk voorvalt, door het vuur verteerd; en dit zoude ook op het platte land gebeuren, ware het dat men de benoodigde[15]middelen daartoe aanschafte: watAmsteldamaangaat; treffender voorbeeld, ten bewijze van ons gestelde, zoude niet aangevoerd kunnen worden, dan dat van den overal bekenden eisselijken brand in denHollandschen Schouwburg; ene oceaan van vuur, geweldiger dan ergens bij menschen geheugen heeft plaats gehad, was echter niet vermogend om de aangevoerde en te werk gestelde brandspuiten te overheerschen; de werking van deezen triumpheerde op het geweld des vuurs, tot zo verre, dat volstrekt geen van de belendene huizen, waarvan de Schouwburg echter rondsom geheel digt omgeven was, een prooi der vlamme werd; de schouwburg, ja, brandde ten gronden toe af, maar niet meer!In de jongstledene beroerten heeftHilversummede zijn deel gehad; ook hier heeft menPruissisch krijgsvolkgekregen: eerst rukte de avantgarde aan: men zegt, dat even voor derzelver intrek, door een van hetgenootschapvan Wapenhandel ’t welk ook hier gevonden werdt, of door eenen anderen, geschoten was, en dat dit ten gevolge had dat dePruissen, dit gehoord hebbende, hierom op drie huizen der voornaamste, die zeer voor den wapenhandel ijverden, aanvielen, welke huizen weldra met de goederen die daarin gevonden werden, grootlijks werden vernield: hier op volgde omtrent 5000 man, zo kavallerij als infanterij, onder commando van den Grave vanVan Lottum, welk krijgsvolk, zo langNaardenzig nog niet had overgegeeven, niet ver vanTrompenbergzig gelegerd had, zijnde het hoofdkwartier aan het einde derGooische vaart; na de overgaaf vanNaarden, zijn een groot aantalPruissische soldaatenbij de burgers, geduurende eenige weeken, geinquartierd geweest.Verder gedragen zig de ingezetenen, hoe zeer in denkbeelden verschillende, zeer wèl.BIJZONDERHEDEN.Hier onder, kan men thans plaatsen het jachthuis van den Hr.Pieter van Loon, Oud-schepen der StadAmsteldam, ’t welk zijn Ed. voorleden jaar op den top van den berg, die doorgaandsHoorneboekgenaamd wordt, geplaatst heeft; dit huis heeft het ruimst en alleraangenaamst uitzicht, ’t geen men zig immer verbeelden kan; zelfs het nabijgelegene zogenaamdLoosdrechtsche bosch, is niet in den weg, terwijl men over alle boomen heen ziet—het huis vertoont een Burgt, wordt in eenGotischen smaakopgeschilderd, en geeft, zelfs op een grooten afstand, eene aartige vertooning.Verder vindt men hier nog een buitenplaats van de Hr.Arntzenius, Advocaat teAmsteldam, welke in het jaar 1793 is aangelegd: het voornaamste uitzicht van het huis, is op zijde naar den kant vanHilversum, over de uitgestrekte bouwlanden en heide.[16]REISGELEGENHEDEN,Zondags vaaren 2 schuiten van hier naarAmsteldam, ’s morgens circa elf uuren; en ’s avonds ten 9 uuren: Dingsdags en Donderdags ’s morgens ten elf uuren naar dezelfde stad, van waar zij wederom afvaren, Maandags, Dingsdags, Woensdags en Vrijdags, ’s middags ten half een uur, liggende deeze schuiten teAmsteldamop deBinnen-amsteltusschen deHalvemaansbrugenGroeneburgwal: ook vaart er een schuit naarUtrecht, Vrijdags morgens ten elf uuren, die Saturdag te rug komt en ten half elf uuren niet ver van deJacobie brug, afvaart: bij besloten water, rijdt Zondag en Donderdag ’s middags van het dorp een wagen opAmsteldam, en van daar terug.Jammer is het voor zulk een volkrijke plaats, dat de schuit niet verder komen kan, dan tot omtrent een quartier uurs van het Dorp af, van waar de goederen die zij overbrengt, per as verder naar het Dorp moeten vervoerd worden—voor eenige jaaren trachtte men dit ongemak te verhelpen, door eene vaart verder heen te graaven, en men was waarlijk reeds tot op 200 roeden na aan het Dorp genaderd, dan dit heilzaam werk moest gestaakt worden, door eene Resolutie van Hun Ed. Mog. die de afzanding vanNaardenmet kracht wilden doorzetten, ter meerdere versterking dier vesting, en daarom het verder afzanden bijHilversumverbooden—meer dan ééns heeft men op de opening der zanderij wederom op het vriendlijkst aangedrongen, en eindelijk heeft men nu, doch onder gewigtige bepalingen, als onder anderen, om het zand niet voor ballast te mogen vervoeren, wederom tot de zanderij permissie bekomen, waarmede men dit jaar dan ook reeds eenen aanvang genomen heeft, doch wij twijfelen om meer dan ééne reden, of het volgend geslacht zig nog wel zal kunnen verheugen met de vaart tot aan haare plaats te zien; behalven de bovengenoemde schuiten, rijden ook nog tweemaal in de week, en wel woendags en saturdags morgens een vrachtwagen opUtrecht, die op dezelfde dagen te rug komt: verder rijdt er visa versa een wagen, Dingsdags morgens opWeesp, Woensdags opMuiden, Donderdag opNaarden: Donderdag en Saturdags middags komt een kar vanAmersfoortdie op dezelfde dagen retourneert—’s winters bij beslooten water passeert door deeze plaats ook een postwagen vanAmsteldamopZwol, en te rug.HERBERGEN.Deezen zijn teHilversumde volgenden: Dejonge Graaf van Buuren. ’TBonte Paard. Van mindere qualiteit zijn. ’THilversumsche Veerhuis.DeKoorndraager. DeReizende Man.Het roode hart.De twee eerstgemelden zijn vrij aanzienlijke Logementen, en ook Uitspanningen.[1]

Onder de dorpen van het aangenaameGooiland, munt het bovengemelde in veele opzichten uit, of schoon het op ’t eerste aanzien niet voor zodanig gehouden zoude worden, vooral niet met betrekking tot deszelfs grootte; uit onze volgende aantekeningen, (die wij, bijna allen, van de waardigste hand, en uit de plaats zelve dankbaarlijk ontvangen hebben,) zal blijken datHilversum, zelfsNaarden, dat den naam vanGooiland’s hoofdstaddraagt, overtreft in getal van huizen, inwooneren, en bloei.

LIGGING.

Deeze is op deGooische heide, omtrent ander half uur gaands van de stadNaarden: de ligging is voords ten hoogsten aangenaam, alzo men den heuvelachtigen grond, rondsom het dorp, voor het grootste gedeelte bebouwt met rogge, haver, boekwijt, enz. welke bebouwing de aangenaamste landlijke gezichten oplevert, en in den bloeitijd der gezegde graanen, vooral van de boekwijt, veeleAmsteldammersen andere nabuuren derwaards lokt, om zig met het beschouwen dier bevallige tooneelen der Natuur te verlustigen: beklimt men het zogenaamdTrompenbergjen1zo vertoont zig als in één oogenblik[2]voor ons gezicht de blauwe heide, en vruchtbaare akkers, die met het goudgeel graan pronken, terwijl de boekwijt als een zee van melk zig vertoont—verder ziet men van daar bosschaadjes, weiden, een menigte torens, en ook een gedeelte van deZuiderzee, waarin men niet zeldzaam met het bloote oog onderscheidene schepen zien kan—het dorp zelf is in zijn bevang mede zeer aangenaam gelegen, ter oorzaake van deszelfs boomrijkheid, die zeer groot is, waardoor het op sommige plaatsen het aanzien van eene aangenaame lusthof bekomt.

Weleer, gelijk blijkt, uit de brieven en raporten vanPieter Corneliszoon Hooft, Bailluw vanGooiland, schijnen de inwooners, over ’t geheel genomen, beantwoord te hebben, aan den algemeenen aart der bewooneren van hetGooiland, die naamlijk vrij kregel van aart waren; dan, sints een halve eeuw zijn zij aanmerkelijk ten goede veranderd, en wanneer men het groot getal ingezetenen in ’t oog houdt, zal men moeten erkennen, dat, in vergelijkinge van andere plaatsen, die minder inwooners hebben, hier zelfs minder ongeregeldheden, dan wel elders, gevonden worden—gewoonlijk zegt men ook dat de vrouwen veel werks maaken van het tabaksrooken, doch dit is sedert een reeks van jaaren mede zo zeer verminderd, dat deeze gewoonte nu nog slechts onder eenigen der geringste vrouwlieden gevonden wordt; terwijl de burgervrouwen het tabaksrooken zig, hier zowel als elders, tot eene schande zouden rekenen: die vanHilversum, zo wel als deGoojersover het algemeen, zijn van zeer oude tijden af bekend geweest voor een strijdbaar volk: uit zeker handschrift van een’ schoolmeester teNaarden, vinden wij desaangaande aangetekend, dat zij in buitenlandsche oorlogen aangenomen werden; daar zij alle andere volken in ervarenheid van krijgskunde te boven gingen, en onder de geoefendste krijgslieden gesteld werden: „dat zij, of tot lijfwachten der veldheeren werden verkozen, of in de voorste spits pal stonden in eenen veldslag; dat zij dubbelde soldij trokken, de slagordes aanvoerden, de krijgsamten bekleedden, en, in ’t kort, voor dapperder dan alle anderen gerekend werden: in de oorlogen hunner Vorsten tegenGelderland,Vrankrijk, en van deKeizerentegen deTurken, of eenigen anderen magtigen vijand, werden zij, op milde bezolding, ten strijde ontboden; zo dat zij, volgends dit verhaal,[3]ten allen tijde, bewijs gegeven hebben van hunneonversaagdheid.”

NAAMSOORSPRONG.

Hier van vinden wij niets aangetekend, en hebben er ook, niet tegenstaande alle mogelijke navorsching, niets van kunnen ontdekken; waarom wij dit artijkel verder met stilzwijgen moeten voorbijgaan.

STICHTINGENGROOTTE.

Zo weinig als van de naamsoorsprong des dorps geweten wordt, zo weinig wordt ook geweten van deszelfs stichting; dit is zeker, gelijk uit voorige handvesten en resolutien der oude Graaven en Hertogen blijkt, datHilversummede een oud Dorp is, en het is hoogstwaarschijnelijk dat het zijn begin genomen heeft met herdershutten, terwijl de gelegenheid des lands allergeschiktst was voor de schaaphoederij: deze gedachte wordt alleraanneemelijkst gemaakt, door zekere gadering, welke hier éénmaal ’s jaars geschiedt, onder den naam vanSchotgeld, en, dat bijzonder is, ’t geen elk betaalen moet, is uitgedrukt met zekere tekens, ’t welk in die oude tijden voor ieder duidelijk was—wat de grootte des Dorps betreft, de platte betimmerde grond wordt ten minsten op 50 morgen gesteld—de bebouwde gronden welken het Dorp omringen op 800 morgen, de gemeene weiden op circa 500 morgen; voords nog gedeeltelijk bouw- en gedeeltelijk wei land, aan onderscheidenen operfpachtuitgegeven, zamen min of meer 500 morgen, behalven een zeer aanzienlijke streek, zogenaamde Maatlanden, gelegen onder de banne vanHilversumaan deZuiderzee, welke zonder andere bemesting, dan die welken de zeevloeden ’s winters aanbrengen, jaarlijks aanmerkelijk grasgewas opleveren: eindelijk zullen de onbebouwde heigronden bijna 2000 morgen uitmaaken—Het getal der huizen wordt in de verpondingslijst van den jaare 1732 gesteld op 463. en daar dat getal op die lijst van honderd jaaren vroeger, (1632.) slechts 146 is, en er thans reeds 500 opstaan, waarbij nog eenigen, binnen weinig tijds gebouwden, gevoegd zullen worden, getuigt zulks van den ongemeenen bloei des dorps in de gezegde jaaren: deeze bloei heeft het onder anderen[4]te danken aan de landbouwerij, waarvan wij boven reeds spraken; en die ongetwijfeld nog vrij aanzienlijker zoude weezen, ware het niet dat het bereiden van de heigronden ter bebouwinge, groote zwaarigheid inhadde, of liever groote moeite en kosten vereischte, en daarom te weinig voordgezet wierd: en wat zou het gevolg daarvan weezen? wat anders, dan dit zo heilzaame, dat er duizende handen, welken nu, door gebrek aan arbeid, in ledigheid verstijven, bezigheid, en de zamenleeving eene vrij meerdere hoeveelheid van landvruchten aangeschaft zoude worden; er zoude altoos nog genoeg heigronden, die geheel ongeschikt zijn ter bebouwinge, voor de weiding der schaapen overblijven—de ondervinding heeft tog, ook in deeze omtrek, geleerd, hoe de grond, wèl bearbeid en bemest, bijna nergens geheel ondankbaar is; (zie onze beschrijving van’s Graavelandbladz. 15.)—Hilversumis zijnen bloei mede verschuldigd aan de weeverijen, welken aldaar sedert langen tijde zijn geweest.

De bewooners van ditDorpworden begroot te bestaan op agt honderd huisgezinnen, waaronderGereformeerden, Roomschen,Jansenisten, en zes-en-twintigJoodschen.

WAPEN.

Dit is een groen veld, en op hetzelve vier boekwijt-korrels.

KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.

De Gereformeerde Kerk, welke hier in de eerste plaatst inaanmerkingkomt,is een gebouw van welks eerste stichting men niets weet; sommigen willen, dat dezelve van ouds een parochiekerk, en aanSt. Vitustoegewijd was: in 1766 was de voorgaande Kerk, op slechts de muuren na, met het voornaamste gedeelte des dorps, door de vlamme verteerd geworden, (zie hier achter artijkelgeschiedenissen:) het tegenwoordig gebouw, dat op zondag den 3 Julij 1768 ingewijd werd, door den toenmaaligen leeraarJohannes Wilhelmus van Yssum, is zeer net en in alles aan het oogmerk beantwoordende: het zelve is breed 49, en lang 74 voeten, behalven het choor, het welk breed 26, en lang 39½ voeten is—van binnen pronkt de kerk met een goed orgel, waar bij een orchest dat op twee nette colommen rust; hetzelve orgel is vervaardigd doorAbraham Meere, orgelmaker teUtrecht: men vindt daar op 16½ Registers, 2 Clavieren, en een aangehangen pedaal, en is doorden[5]tegenwoordigen Leeraar, Gode en zijnen dienst toegewijd den 30 Julij 17882—binnen in de kerk vindt men voords een fraajen predikstoel, drie groote koperen kaarskroonen, noodige banken voor Regeering, Kerkenraad en andere persoonen, en meer dan 200 vrouwen stoelen, behalvennogeen gedistingueerde bank voor den Bailluw vanGooiland, en 2 banken voor de Heeren van de buitenplaatsen van’s Graavenland.

Wat het uitwendige des gebouws betreft, het pronkt met een spitsen toren, en staat op een groot kerkhof dat met een’ muur omgeeven is: in deezen muur, tegen over den ingang van de kerk, is een vry aanzienlijk ijzeren hek, tusschen twee vierkanten steenen pijlaaren: boven op de pijlaaren staat, op die aan de linkerzijde, het wapen vanHolland, en op het andere het dorpswapen bovengemeld; beiden door leeuwen gehouden: op het voorste vlak der pijlaaren, boven aan, is, ter eene zijde, uitgehouwen een schip, en ter andere zijde een wereldkloot: onder het schip leest men den naam vanJan Jansz. Perk, en onder de wereldkloot,Japje Rijkse Nagel: deeze waren echte lieden, en hebben het gezegde hek aan de kerk geschonken: zijnde hetzelve in den brandvan1766 onbeschadigd gebleeven.

Terwijl wij thans van kerk en kerkhof spreeken, kunnen wij niet af tevens melding te maaken van de nieuwe buitenbegraafplaats, welke hier ter plaatse gevonden wordt; en zeker niet weinig ten bewijze dient, hoe de ingezetenen deezer plaatse wel te leiden zijn, indien men voorzichtiglijk handelt, en den weg vanoverredingmet hun inslaat: dit heilzaame werk heeft zijn volkomen beslag gekreegen, en ’t geen niet weinig verwondering baart bij hen die weeten, hoe het grootste deel der ingezetenen den Roomschen Godsdienst is toegedaan; allen, zonder onderscheid, hebben een bijna veertienhonderdjaarig vooroordeel[6]weeten afteleggen, door hunne lijken niet meer binnen het Dorp en de Kerk, maar buiten hetzelve te laaten begraaven——Deeze begraafplaats ligt even buiten het Dorp; derzelver lengte is 354, en breedte 66 voetenRhijnlandsche maat; zij is omringd met eenen muur, 6 voeten boven den grond; de ingang van deezen buitenhof is in het midden voorzien van een ijzeren hek, op welks pilasters de woordenGedenkt te sterven, geleezen worden: tegen over dit hek vindt men een graf- of gedenk-naald op eenen kleinen heuvel van groene zooden: op de grafnaald ziet men, behalven een doodshoofd en twee schinkels in eene nis geplaatst, deeze inscriptie:Het stof keert weder tot aarde, gelijk het geweest is, en de geest weder tot God die hem gegeven heeft, en daar onderSalomon——De toegang tot deeze stille rustplaats der dooden is, als eene alléé, beplant met een dubbelde rei van ijpen- en sparren-boomen, terwijl alles in de volkomenste orde, en zo zindelijk gehouden wordt, dat ook deeze buitenbegraafplaats, liggende tusschen het golvend koorn, in veele opzichten, naar eenen hof gelijkt; zij staat onder bijzonder opzicht van eenen Opziener en Boekhouder—Op den eersten dag van het jaar 1793 heeft men ’t eerste lijk aldaar gebragt, waarbij Regeering en Kerkenraad adsisteerden; en van dien tijd af, tot heden toe, heeft men alle de lijken op deeze nieuwe begraafplaats geborgen; terwijl de Heeren Staaten vanHollandenWestvrieslandniet alléén vrijheid hadden gegeeven om de graven der kerk te sluiten, ieders graf of graven op deeze buitenhof te verplaatsen, maar ook gaven zij dispensatie, van het geen Art. 15 van de ordonnantie op het middel van trouwen en begraaven, in dato 26 October 1695, is gestatueerd, zo dat van de lijken van buiten naarHilversumvervoerd wordende, niet meer dan ééns, en wel ter plaatse van het overlijden, ’s Lands recht behoeft betaald te worden——onderscheidene graven zijn reeds aan aanzienlijke lieden, buiten deeze plaats, verkocht, en er doet zig niet weinig hoops op, of deeze begraafplaats die vooral om deszelfs hooge ligging (daar men veilig stellen mag dat zij meer dan 30 a 40 voeten boven het water ligt) boven anderen, welke in ons Vaderland gevonden worden, verre te verkiezen is, zal weldra hoe langer hoe meer van elk gezocht worden——Digt bij de grafnaald, ziet men een graf, met een groote zerk,[7]waar op de naam vanJan Abraham Dedel, 1793—De conditien, waar op men recht tot een graf kan bekomen, benevens het bericht, worden, behalven hier ter plaatse, ook teAmsteldam, (gratis,) uitgegeven bij de BoekverkoopersW. Holtropin deKalverstraat,D.enJ. Dol, in deOudenbrugsteeg, enH. Brongersover de Beurs—welk rechtgeaart Vaderlander wenscht deeze plaats, met zulk eene nuttige inrichting, niet van harten geluk! en wie, die slechts eenige menschenliefde in zijn binnenste koestert, verlangt niet hartlijk, dat men, vooral in volkrijke plaatsen in ons Vaderland, aan zulk een heilzaam werk eens eindlijk de handen slaan mag——en gaan Regenten met hun goed voorbeeld voor, weldra zal men dan ook, gelijk wij vertrouwen, ondervinden, zo als men hier teHilversumondervonden heeft, dat de ingezetenen niet zo gehecht zijn aan voorouderlijke gewoonten en vooroordeelen, of zij zijn, wanneer men hun op eene bescheidene wijze het wanvoegelijke en schadelijke onder ’t oog brengt, ook in staat om dezelve te bestrijden en te overwinnen.

De pastorij is in een zeer goeden staat, dezelve is een zeer spacieus gebouw van den jaare 1767, met een goede tuin er achter; en, daar het woonverblijf van den Predikant, vóór den geweldigen brand van 1766 kort bij de kerk en toren was, bijna zonder eenig uitzicht, is de tegenwoordige pastorij geplaatst voor aan den weg, die naar’s Graaveland, Soestdijkenz. leidt, en om de menigvuldige passage een alleraangenaamst uitzicht heeft.

Het Schoolhuis ligt aan de andere zijde der kerk; en is in alles aan het oogmerk beantwoordende.

Op het dorp is voords een vrij aanzienlijk weeshuis, in 1786, door den braavenAmsterdammer, de HeerH. Hovie, om zijne onbepaalde menschlievendheid en mededeelzaamheid aan de armen zo bekend als bemind, opgericht; het getal der inwooners van dit huis, zo ouden als jongen, is tegenwoordig 71, waar onder er bijna 50 zijn, voor welken de voornoemde menschenvriend betaalt; terwijl zijn Ed. verder op allerleie wijze in den nood van dit huis voorziet—Dit weeshuis wordt geregeerd door 2 Regenten en 2 Regentessen, die eene vader en moeder onder zig hebben.

DeRoomschenhebben er eene goede statie, die bediend wordt door een’ Pastoor en een’ Kapellaan: de Pastoor is thans[8]de Wel Eerwaarde HeerWilhelmus Holscher——de Roomschen moesten te voren hunnen godsdienst buiten de plaats verrichten, en gingen daar toe meestal naarLarenofBussem, doch in den jaare 1784 den 23 September hebben zij, op verzoek, permissie bekomen tot het bouwen eener kerk3, ’t welk een groot en fraai gebouw is—naast het kerkgebouw ziet men de pastorij, zijnde zeer net betimmerd, en met allerleie gemakken voorzien—achter het huis en kerk ligt een zeer schoone moestuin, fraai bosch en engelsche tuin——het getal derRoomschenalhier, zo oud als jong, wordt bepaald op 18 a 1900 zielen.

Ook is hier een talrijkeJansenistegemeente, die op 700 leden berekend wordt: deeze wordt mede bediend door een’ Pastoor, en een’ Kapellaan, zijnde thans Pastoor de eerwaardige, HeerJ. B. E. Gijselinck: de kerk is ook een net gebouw, en in alles aan het oogmerk beantwoordende, de Pastorij is een tamelijk goed huis, waar achter een redelijk goede tuin.

DeJoodenhebben teHilversumeen kleine maar zeer nette Sijnagoge, (’t welk zekerlijk voor een dorp iet zonderlings genoemd mag worden:) dezelve pronkt met een aartig torentjen, doch zonder klok daarin: deeze sijnagoge is ingewijd, 21 Augustus 1789.

WERELDLIJKE GEBOUWEN.

Het rechthuis is hier niet, gelijk op veele andere dorpen, met een herberg vereenigd; het maakt van binnen en buiten een zeer goede vertooning, en is kort na den brand van het jaar 1766 opgebouwd: van vooren heeft het een hoge stoep, die aan wederzijde elf treden heeft, en met een ijzere leuning voorzien is—in ’t midden ligt een’ gang, ter wederzijde van welken de noodige kamers gevonden worden; boven ieder vertrek vindt men met vergulde letteren, voorwien hetzelve geschikt is—beneden is de wooning van den Dienaar der Justitie; het vertrek voor de Nachtwacht (die hier zo wel des zomers als ’s winters gehouden wordt) en eindelijk de Gijzelkamer—het gebouw is rondom voorzien met engelsche schuifraamen—boven op de lijst van den voorgevel staat hetHilversumsche wapen: het gebouw pronkt voords met een torentjen, waarin ook een klok hangt.[9]

KERKLIJKE REGEERING.

DeGereformeerde GemeenteteHilversumuit meer dan 900 menschen, zo oud als jong, bestaande, wordt bediend door éénen Predikant, zijnde thans de Wel-eerwaarde HeerFredericus Ham, behoorende onder de Classis vanAmsteldam: de Kerkenraad bestaat uit den Predikant voornoemd, 2 Ouderlingen en 2 Diaconen, waarvan jaarlijks één Ouderling en één Diacon afgaat, en door anderen vervangen worden; ook zijn hier twee Kerkmeesters, waarvan ’er jaarlijks één afgaat.

WERELDLIJKE REGEERING.

Deeze is even als op genoegzaam alle deGooische dorpen: de Hooge Vierschaar wordt er gespannen door den Bailluw met de Schepenen vanNaarden; voords bestaat de civile Regeering in den Schout en vijf Schepenen; er zijn ook twee Buurtmeesters, en 4 Raaden, welke laatsten gewoonlijk uit elk quartier van het Dorp gekozen worden; de Schout, en de jongst in dienst zijnde Buurtmeester, stellen ieder een getal van vijf persoonen, uit welk tiental, door den Bailluw vijf nieuwe Schepenen, in plaats van die in het voorgaande jaar geregeerd hebben, verkozen worden, welke vijf nieuwe Schepenen, onder den eed gebragt zijnde, eenen nieuwen Buurtmeester, in plaats van den oudsten in dienst zijnde, verkiezen—vervolgends gaat men over tot het verkiezen van vier nieuwe Raaden, eenen Kerkmeester, enz.

Het schijnt dat het DorpLaarenweleer metHilversumonder een zelfd Gerecht behoord heeft; immers in 1423 kreegen die vanHilversumeen handvest van HertogJan van Beiëren, waarin hij niet alleen aan den Bailluw het recht geeft, om, jaarlijks, op Vrouwendag, vijf Schepenen voorHilversumte kiezen, maar tevens ook spreekt van eene banscheiding te maaken tusschenLarenkerspelenHilversum; „doch de Schepenen van beiden deeze Kerspelen zouden zamen de breuken berechten in hetGooiland, terwijl de beesten, waardoor misbruik in het bosch gebeurd was, verborgd zoude worden bij goeddunken van Schepenen in den Dorpe, daar de eigenaar woonachtig was, en Schepenen vanHilversumzouden hun eigen Land en hunne Meente- of Gemeente-weiden keuren, en berechten, gelijk die vanLaarenvoormaalsplagtente doen.”

Dit is zeker, (voegt onze geëerde begunstiger daar bij,) dat[10]HilversummetLarenin het kerklijke te vooren is gecombineerd geweest; de scheiding is geschied in 1605.

VOORRECHTEN.

DeHilversumsche gemeenteverkiest zelve haaren Leeraar——de regeerende Kerkenraad, vereenigd met de laatst afgegaane Ouderling en Diacon, formeert een twaalftal, en daar uit een nominatie van vier Predikanten, uit welk viertal, door de mans ledemaaten, in de kerk daar toe bijeenvergaderd, eenen nieuwen Leeraar verkozen wordt——of men de zogenaamde Buurtspraaken, ook als een bijzonder voorrecht kan aanmerken, kan niet zeker gezegd worden, maar dit weeten wij uit onderscheidene aantekeningen, die daarvan ter deezer plaatse nog voorhanden zijn, dat voortijds in gewigtige gevallen, vooral dan wanneer het op de kasse des Dorps aankwam, ’t zij door den Bailluw, ’t zij door de Buurtmeesters, het volk geraadpleegd werd, hoe daar in te handelen, terwijl de gemeente zonder onderscheid van godsdienst, in de kerk werd bijeenvergaderd, waarin de zaak voorgesteld en met meerderheid van stemmen daar omtrent gehandeld wierd.

Eindelijk moeten wij hier nog melding maaken van het voorrecht derHilversummersop het stuk derErfgoojers, (zie onze beschrijving vanLaaren:) deHilversumsche meentof weide ligt aan de Noordzijde van’s Graaveland, is groot, gelijk wij boven zeiden, circa 500 morgen, door de runderpest, welke weleer zo streng hier te land woedde, was dezelve in merkelijk verval geraakt, dan thans is dezelve in een veel beteren staat, terwijl men daar op niet zelden 600 beesten telt, ’t geen een beter inkomen tot onderhoud oplevert——ieder erfgoojer, hier woonende, heeft het recht daar op te mogen brengen 5 koejen, en een paard, en voor ieder beest, betaalen zij, alle onkosten door elkanderen gerekend, twee guldens——volgends resolutie op Stad en Landen genomen, hebben deHilversummers, tot herstelling van hunne in vorige jaaren zo vervallen meente, de vrijheid, om van de inwooners der andereGooischeDorpen, doch Erfgoojers zijnde, jaarlijks eenige veersen en pinken aanteneemen.

Over deeze meent zijn gesteld twee Schaarmeesters, die, terwijl hier een molen op deeze meent gevonden wordt, ook wel Molenmeesters genoemd worden—deeze menschen hebben het opzicht over de molen, merken het vee, ’t welk op de meent[11]gebragt wordt, en ontvangen de penningen, waarvan zij jaarlijks voor de Regeering des Dorps verantwoording doen moeten.

Verder heeft men hier 4 Bekeurders, die vooral het opzicht hebben over de gemeene gronden, om wel toetezien, dat hiervan door niemand eenig misbruik gemaakt worde: oudtijds werden deeze menschen boschbewaarders genoemd, onder welke benaaming zij nog jaarlijks worden aangesteld, zekerlijk om dat zij in vorige eeuwen het opzicht gehad hebben over een zeker bosch, gelegen tusschen de bouwlanden vanHilversumen de landen vanMaartensdijk, het welk geschat wordt groot geweest te zijn 314 morgen; doch welk bosch bijna geheel reeds verdweenen was, in het begin der zeventiende eeuw———zonderling is het, dat thans hiervan geen overblijfsel meer gevonden wordt, echter heeft de landstreek, die tegenwoordig bergachtig en met heide begroeid is, nog den naam vanGoojerboschbehouden.

BEZIGHEDEN.

Deezen bestaan voornaamlijk in de weverijen—vóór het jaar 1766 werden hier meestal lakenweverijen gevonden, die voor rekening liepen vanAmsteldamsche Kooplieden, dan thans zijn dezelve geheel vervallen—de ingezetenen zijn niet onvernuftig in het uitvinden, van dat geen ’t welk tot hun bestaan dienen kan; bijzonder houdt men zig thans op met het weeven van zogenaamdHilversumsch witengestreept—sinds eenige jaaren is men ook hier met goed succes begonnen met het weeven van gang-kleeden en karpetten, welke fabriek meer en meer toeneemt—ook vindt men hier een fabriek vanDoorniksche kleeden, enSchotsche tapijten, waar mede de gebroedersReijnniet weinig roems behaald hebben, terwijl de Oeconomische Tak vanHaarlem, tot aanmoediging, eerst per el, ’t welk gedebiteerd werd, twee stuivers, daar na één stuiver geschonken hebben, het geen binnen weinige jaaren eene somma van meer dan drie duizend gulden bedragen heeft—welke fabriek tot nog toe met goed gevolg aan den gang is; als mede die van éénenPetrus Haan, die sinds 2 a 3 jaaren dezelve fabriek begonnen, en ook voorleden jaar in de vergadering van den Oeconomische tak niet weinig roems behaald heeft—men telt hier 76 fabrikeurs, en men rekent dat er ruim 500 getouwen aan den gang zijn—in[12]meer dan ééne droevige omstandigheid van ons dierbaar Vaderland, waarin elders fabrieken kwijnden, zijn deHilversumsche fabriekenboven anderen voorspoedig gegaan, dan, indien het oorlog nog lange moet blijven voordduuren, is er reden om te vreezen, dat dezelve ook wel rasch aan het kwijnen geraaken zullen; en hier door zoude niet alleen deeze plaats, maar ook eenige omliggende, eenen gevoeligen slag worden toegebragt, terwijl teAmersfoortvoor die vanHilversum, veel wol gesponnen wordt, in de omliggende Dorpen katoen, en bijzonder teLaarenhet hair, waarom ook van daar bijna ieder dag een vrachtwagen komt, waarmede de specie gehaald, en het afgewerkte t’huis gebragt wordt—men vindt hier ook aan het einde derGooische vaarteen loojerij, die niet onvoorspoedig is—verder telt men hier 60 a 70 boerderijen.

GESCHIEDENISSEN,

Deezen vinden wij, voor zoo veel het vroegere gedeelte daarvan betreft, kortlijk dus beschreven:„In de tweespalt, tusschenHollandenGelderland, terwijlFilipsvanOostenrijk, nu Koning vanSpanjegeworden, naarDuitschlandgereisd was, deed HertogKarel van Egmond, die zijnen eisch opGelderlandlevendig hield, in den jaare 1505, eenen inval inGooiland, en verbrandde het dorpHilversum, zonder dat hij echter groote buit van de inwooneren kreeg, alzo dezelven met alle hunne goederen weggevlugt waren.”

„Het jaar 1672 was mede voor dit dorp zeer ongelukkig; in het laatst van de maand September, werd het door deFranschengeheel en al uitgeplonderd, en alles wat zij niet konden wegneemen, vernield.”

Wat de laatere geschiedenis des dorps betreft, deeze is niet minder ongelukkig: op den eersten mai 1725 ontstond teHilversumeen zwaaren brand, waar door meer dan 50 huizen in de assche gelegd werden—dan, dit alles was nog weinig bij de ramp, welke deeze plaats in het jaar 1766 door den brand geleden heeft—het was op den 25 junij van het gemelde jaar, ’s namiddags tusschen een en twee uuren, dat dees geweldige brand eenen aanvang nam, en, ’t geen opmerkelijk is, juist in het zelfde huis, waarin de voorige brand ontstaan was, waarin thans eenJoodsche Vleeschhouwerwoonde; één van zijne huisgenooten, zegt men, had de onvoorzichtigheid gehad, om eenen[13]aschpot met vuur te digt bij brandbaare stof of hooi te zetten——weldra was alles in beweeging, om, ware het mogelijk, den brand in deszelfs beginselen te stuiten; dan eene sterke oostenwind op eene langduurende droogte volgdende, verijdelde alle de pogingen der werkzaame ingezetenen—het vuur werd met een ongelooflijk geweld door de lucht heen gevoerd, ’t geen als een regen op de huizen nederviel, en daardoor dezelve, die toen meest allen in het dorp met riet gedekt waren, zelfs op eenen verren afstand, weldra in vlam zettede, zodat veelen van hun, welke, geen gevaar voor hunne eigene wooningen vreezende, en die tot hulpe van anderen waren toegeschooten, spoedig de droevige tijding ontvingen, dat ook hunne woningen door de vlam waren aangestoken——binnen weinig uuren waren meer dan 150 huizen, en een aantal schuuren, gevuld met koorn en andere goederen, behalven het raadhuis, de pastorij, ’t schoolhuis, en de kerk, waarin eenige ingezetenen hunne goederen geborgen hadden, doch die ook een prooi der vlamme werden, in de assche gelegd: allerakeligst was de toestand der ingezetenen; van alles beroofd zworven zij als raadeloos tusschen de puinhoopen van hunne ingestorte wooningen door: duizenden lieden van de omliggende plaatsen, maar vooral vanAmsteldam, zakten derwaards om het jammerlijk tooneel van verwoesting in oogenschouw te neemen, niet alleen, maar ook om de geruïneerde inwooners, ieder naar zijn vermogen, met eene gifte te vertroosten; en zo ergens, ter dier plaatse, en in die allerjammerlijkste omstandigheid, heeft de Barmhartigheid haare hand in zegening geopend; want de meeste inwooners waren van geheel hunne bezittingen en middelen van bestaan beroofd.

Niet lang na deezen brand, werden eenigen uit de Regeering vanHilversumafgezonden, om bij Hun Ed. Gr. Mog. verlof te verzoeken tot het doen eener collecte, welke gedeputeerden zig naar den Prins Erfstadhouder begaven, om zijne hooge intercessie in deezen te verzoeken, ’t welk hun door Zijn Doorl. Hoogheid niet alleen terstond beloofd werd, maar daar en boven ontvingen zij van Zijne Hoogheid, tot ondersteuning der ongelukkige ingezetenen, de somma van duizend ducaaten—weldra kreeg men verlof, om zig te mogen vervoegen aan de Regeeringen in de Steden en Dorpen, tot het verzoeken van vrijheid om eene collecte te doen, ’t geen bijna overal zeer wel geslaagd is: inAmsteldamalleen werd gecollecteerd ƒ 54605–19–2; in de gantsche provincie vanHolland, bragt de collecte op eene somma van ƒ100739–5–0; in de provincieUtrechtcollecteerde men zamen ƒ 7560–:–14, dit gevoegd bij de voorgaande somme, bedroeg de generale collecte ƒ108299–6–8: niet weinig hielp zekerlijk zulk een aanmerkelijke som, dan dezelve was echter niet toereikende tot eene volkomene vergoeding der schade, terwijl ieder, welke met eene beëedigde verklaring[14]zijn verlies moest opgeven, en van de collecte profiteeren wilde, van elken gulden omtrent zes stuivers en zes penningen ontvangen heeft: gelukkig intusschen dat de zulken zig niet alleen verbinden moesten tot de opbouwing van hunne afgebrande woningen, maar ook dat hunne huizen, volgends de resolutie van gecomm. Raaden, met pannen gedekt moesten worden: eene wijze voorzorg voorzeker! daar tog de ondervinding in het jaar 1766 teHilversumgeleerd heeft, hoe de brand, doordien de meeste huizen met riet gedekt waren, niet te blusschen was, en men integendeel ten dien tijde sommige huizen, waaronder zelfs het koepeltjen der pastorij, om dat zij met pannen gedekt waren, schoon zij van alle zijden als omringd waren van de vlam, heeft kunnen behouden.

Verder wierd de Regeering vanHilversumtot opbouw der publieke gebouwen, nog toegelegd door hun Ed. Gr. Mog. gelijk wij verneemen uit het geestlijk comptoir, eene somma van tien duizend guldens—terwijl daarteboven de Heeren Staaten vanHollandenWestvrieslandvrijdom vergunden, vanordinaireen extraordinaire verpondingen van de afgebrande huizen, voor den tijd van 20 jaaren, als mede van den impost op de grove waaren en rondemaat, van de materialen, welken niet alleen tot den opbouw van de kerk, pastorij, school en rechthuis, maar ook van de afgebrande huizen zouden worden gebruikt.

Onbegrijpelijk is het dat zulke beklaagenswaardige gebeurtenissen, die zeker op het platte land van onze Republiek niet zeldzaam zijn, (immers hebben wij binnen weinige jaaren, de dorpenWestmaasenAmstelveen, door den geessel des vuurs kort na elkander allerjammerlijkst zien teisteren?) ’t is onbegrijpelijk, zeggen wij dat dergelijke gebeurtenissen nog niet kunnen doen besluiten tot het daarstellen van reddingsmiddelen, in zulke gevallen alleen dienstig zijnde, als een behoorelijke voorraad van water, en een toereikend getal van brandspuiten—elders in ons werk hebben wij daartoe, naar ons oordeel, den besten raad aan den hand gegeven, dan, wij hebben het genoegen nog niet mogen hebben dat dezelve ingevolgd is, althans niet in het voornaamste gedeelte daarvan; wel zijn op het eene en andere dorp, meerdere en betere brandspuiten aangelegd; maar nog nergens heeft men voorraad van water aangeschaft; dit nu aanwezig zijnde, zal men niet ligtlijk weder een geheel dorp, of het grootste gedeelte deszelven, door het vuur zien verteeren; immers is zulks zelden, of liever nooit, het lot der steden? een voorbeeld daarvan verstrekt het digtbebouwdAmsteldam; hoe zeer geheel de stad als maar één eenige wooning schijne te weezen, zo dat er meestal tusschen huis en huis, zelfs de lucht niet kan doordringen, wordt echter, hoe zwaar een’ brand er ook moge ontstaan, nooit meer dan het erf waarop het ongeluk voorvalt, door het vuur verteerd; en dit zoude ook op het platte land gebeuren, ware het dat men de benoodigde[15]middelen daartoe aanschafte: watAmsteldamaangaat; treffender voorbeeld, ten bewijze van ons gestelde, zoude niet aangevoerd kunnen worden, dan dat van den overal bekenden eisselijken brand in denHollandschen Schouwburg; ene oceaan van vuur, geweldiger dan ergens bij menschen geheugen heeft plaats gehad, was echter niet vermogend om de aangevoerde en te werk gestelde brandspuiten te overheerschen; de werking van deezen triumpheerde op het geweld des vuurs, tot zo verre, dat volstrekt geen van de belendene huizen, waarvan de Schouwburg echter rondsom geheel digt omgeven was, een prooi der vlamme werd; de schouwburg, ja, brandde ten gronden toe af, maar niet meer!

In de jongstledene beroerten heeftHilversummede zijn deel gehad; ook hier heeft menPruissisch krijgsvolkgekregen: eerst rukte de avantgarde aan: men zegt, dat even voor derzelver intrek, door een van hetgenootschapvan Wapenhandel ’t welk ook hier gevonden werdt, of door eenen anderen, geschoten was, en dat dit ten gevolge had dat dePruissen, dit gehoord hebbende, hierom op drie huizen der voornaamste, die zeer voor den wapenhandel ijverden, aanvielen, welke huizen weldra met de goederen die daarin gevonden werden, grootlijks werden vernield: hier op volgde omtrent 5000 man, zo kavallerij als infanterij, onder commando van den Grave vanVan Lottum, welk krijgsvolk, zo langNaardenzig nog niet had overgegeeven, niet ver vanTrompenbergzig gelegerd had, zijnde het hoofdkwartier aan het einde derGooische vaart; na de overgaaf vanNaarden, zijn een groot aantalPruissische soldaatenbij de burgers, geduurende eenige weeken, geinquartierd geweest.

Verder gedragen zig de ingezetenen, hoe zeer in denkbeelden verschillende, zeer wèl.

BIJZONDERHEDEN.

Hier onder, kan men thans plaatsen het jachthuis van den Hr.Pieter van Loon, Oud-schepen der StadAmsteldam, ’t welk zijn Ed. voorleden jaar op den top van den berg, die doorgaandsHoorneboekgenaamd wordt, geplaatst heeft; dit huis heeft het ruimst en alleraangenaamst uitzicht, ’t geen men zig immer verbeelden kan; zelfs het nabijgelegene zogenaamdLoosdrechtsche bosch, is niet in den weg, terwijl men over alle boomen heen ziet—het huis vertoont een Burgt, wordt in eenGotischen smaakopgeschilderd, en geeft, zelfs op een grooten afstand, eene aartige vertooning.

Verder vindt men hier nog een buitenplaats van de Hr.Arntzenius, Advocaat teAmsteldam, welke in het jaar 1793 is aangelegd: het voornaamste uitzicht van het huis, is op zijde naar den kant vanHilversum, over de uitgestrekte bouwlanden en heide.[16]

REISGELEGENHEDEN,

Zondags vaaren 2 schuiten van hier naarAmsteldam, ’s morgens circa elf uuren; en ’s avonds ten 9 uuren: Dingsdags en Donderdags ’s morgens ten elf uuren naar dezelfde stad, van waar zij wederom afvaren, Maandags, Dingsdags, Woensdags en Vrijdags, ’s middags ten half een uur, liggende deeze schuiten teAmsteldamop deBinnen-amsteltusschen deHalvemaansbrugenGroeneburgwal: ook vaart er een schuit naarUtrecht, Vrijdags morgens ten elf uuren, die Saturdag te rug komt en ten half elf uuren niet ver van deJacobie brug, afvaart: bij besloten water, rijdt Zondag en Donderdag ’s middags van het dorp een wagen opAmsteldam, en van daar terug.

Jammer is het voor zulk een volkrijke plaats, dat de schuit niet verder komen kan, dan tot omtrent een quartier uurs van het Dorp af, van waar de goederen die zij overbrengt, per as verder naar het Dorp moeten vervoerd worden—voor eenige jaaren trachtte men dit ongemak te verhelpen, door eene vaart verder heen te graaven, en men was waarlijk reeds tot op 200 roeden na aan het Dorp genaderd, dan dit heilzaam werk moest gestaakt worden, door eene Resolutie van Hun Ed. Mog. die de afzanding vanNaardenmet kracht wilden doorzetten, ter meerdere versterking dier vesting, en daarom het verder afzanden bijHilversumverbooden—meer dan ééns heeft men op de opening der zanderij wederom op het vriendlijkst aangedrongen, en eindelijk heeft men nu, doch onder gewigtige bepalingen, als onder anderen, om het zand niet voor ballast te mogen vervoeren, wederom tot de zanderij permissie bekomen, waarmede men dit jaar dan ook reeds eenen aanvang genomen heeft, doch wij twijfelen om meer dan ééne reden, of het volgend geslacht zig nog wel zal kunnen verheugen met de vaart tot aan haare plaats te zien; behalven de bovengenoemde schuiten, rijden ook nog tweemaal in de week, en wel woendags en saturdags morgens een vrachtwagen opUtrecht, die op dezelfde dagen te rug komt: verder rijdt er visa versa een wagen, Dingsdags morgens opWeesp, Woensdags opMuiden, Donderdag opNaarden: Donderdag en Saturdags middags komt een kar vanAmersfoortdie op dezelfde dagen retourneert—’s winters bij beslooten water passeert door deeze plaats ook een postwagen vanAmsteldamopZwol, en te rug.

HERBERGEN.

Deezen zijn teHilversumde volgenden: Dejonge Graaf van Buuren. ’TBonte Paard. Van mindere qualiteit zijn. ’THilversumsche Veerhuis.DeKoorndraager. DeReizende Man.Het roode hart.De twee eerstgemelden zijn vrij aanzienlijke Logementen, en ook Uitspanningen.[1]

1DitTrompenbergjenzegt men, zijn’ naam ontleend te hebben van den Hollandschen AdmiraalTromp,ten wiens gebruike men het zelve had afgestaan; en sommigen beweeren dat op deszelfs top door hem een coupel gebouwd is: men weet dat die dappere Held zijn hofstede in het nabijgelegen’s Graavelandhad: (zie onze beschrijving van dat dorp).↑2Het vorige orgel was mede door den brand verteerd,—meer dan 20 jaaren had men zig zonder zulk een nuttig kerkinstrument beholpen——dan, den 28 Jan. 1786 werd bij de Regeering deezer plaatse geresolveerd, om een plan tot goedmaaking der kosten voor een nieuw Orgel voor de gemeente ter tekeninge te leggen, ’t welk met het goed voorbeeld der Regenten, zulk een gewenschten uitwerking hadt, dat men weldra in staat was gesteld om een nieuw Orgel te laaten vervaardigen.↑3Deeze Kerk is ingewijd den 4 Julij 1786, zijnde toen deeerstepredikatie daar in gedaan door den Eerw. HeerPaulus Beyleveld,Pastoor teVleuten.↑

1DitTrompenbergjenzegt men, zijn’ naam ontleend te hebben van den Hollandschen AdmiraalTromp,ten wiens gebruike men het zelve had afgestaan; en sommigen beweeren dat op deszelfs top door hem een coupel gebouwd is: men weet dat die dappere Held zijn hofstede in het nabijgelegen’s Graavelandhad: (zie onze beschrijving van dat dorp).↑2Het vorige orgel was mede door den brand verteerd,—meer dan 20 jaaren had men zig zonder zulk een nuttig kerkinstrument beholpen——dan, den 28 Jan. 1786 werd bij de Regeering deezer plaatse geresolveerd, om een plan tot goedmaaking der kosten voor een nieuw Orgel voor de gemeente ter tekeninge te leggen, ’t welk met het goed voorbeeld der Regenten, zulk een gewenschten uitwerking hadt, dat men weldra in staat was gesteld om een nieuw Orgel te laaten vervaardigen.↑3Deeze Kerk is ingewijd den 4 Julij 1786, zijnde toen deeerstepredikatie daar in gedaan door den Eerw. HeerPaulus Beyleveld,Pastoor teVleuten.↑

1DitTrompenbergjenzegt men, zijn’ naam ontleend te hebben van den Hollandschen AdmiraalTromp,ten wiens gebruike men het zelve had afgestaan; en sommigen beweeren dat op deszelfs top door hem een coupel gebouwd is: men weet dat die dappere Held zijn hofstede in het nabijgelegen’s Graavelandhad: (zie onze beschrijving van dat dorp).↑

1DitTrompenbergjenzegt men, zijn’ naam ontleend te hebben van den Hollandschen AdmiraalTromp,ten wiens gebruike men het zelve had afgestaan; en sommigen beweeren dat op deszelfs top door hem een coupel gebouwd is: men weet dat die dappere Held zijn hofstede in het nabijgelegen’s Graavelandhad: (zie onze beschrijving van dat dorp).↑

2Het vorige orgel was mede door den brand verteerd,—meer dan 20 jaaren had men zig zonder zulk een nuttig kerkinstrument beholpen——dan, den 28 Jan. 1786 werd bij de Regeering deezer plaatse geresolveerd, om een plan tot goedmaaking der kosten voor een nieuw Orgel voor de gemeente ter tekeninge te leggen, ’t welk met het goed voorbeeld der Regenten, zulk een gewenschten uitwerking hadt, dat men weldra in staat was gesteld om een nieuw Orgel te laaten vervaardigen.↑

2Het vorige orgel was mede door den brand verteerd,—meer dan 20 jaaren had men zig zonder zulk een nuttig kerkinstrument beholpen——dan, den 28 Jan. 1786 werd bij de Regeering deezer plaatse geresolveerd, om een plan tot goedmaaking der kosten voor een nieuw Orgel voor de gemeente ter tekeninge te leggen, ’t welk met het goed voorbeeld der Regenten, zulk een gewenschten uitwerking hadt, dat men weldra in staat was gesteld om een nieuw Orgel te laaten vervaardigen.↑

3Deeze Kerk is ingewijd den 4 Julij 1786, zijnde toen deeerstepredikatie daar in gedaan door den Eerw. HeerPaulus Beyleveld,Pastoor teVleuten.↑

3Deeze Kerk is ingewijd den 4 Julij 1786, zijnde toen deeerstepredikatie daar in gedaan door den Eerw. HeerPaulus Beyleveld,Pastoor teVleuten.↑


Back to IndexNext