HETDORPHUIZEN.

[Inhoud]Het dorp HuizenHet dorp HuizenDus schetst de Tekenkunst het schoon en vrolijk HUIZEN,EenGooischevoorraadschuur van tuingewas en graan,Dat onsd’alouden staat van ’t Land nog doet herdenken,Als ’t snorrend spint, of zijn getouwen bonzend gaan:Het ruime Zuidermeir zet door de visscherij,Het breede dorp ook welvaart bij.HETDORPHUIZEN.Van dit dorp mag met recht gezegd worden, dat het één der voornaamsten van het vermaaklijkGooilandis, deszelfsLIGGING,Is anderhalf uur gaans beoostenNaarden, digt aan deZuiderzee, wier strand, even als teMuiderbergen elders, zeer flaauwlijk afloopt, zo dat men bijna een half uur ver in zee zoude kunnen gaan, zonder zig hooger dan tot den midden toe nat te maaken, welke eigenschap des oevers in den zomer geene onaangenaame uitspanningen verschaft: (zie onze beschrijving vanMuiderbergvoornoemd.)Het dorp ligt voords alleraangenaamst, ter oorzaake dat veele van de hooge en laage gedeelten des lands bebouwd zijn, en men er ook een gezicht op deZuiderzee, voornoemd, heeft; doch de huizen staan er in geene bepaalde roojing; elk heeft er zijn bebouwden grond of akker bij, zo dat het graan, en andere landvruchten, er als tusschen de huizen ingroejen: bij dit dorp behoort voords eene ongemeen grooteMeente, waarvan wij, onder onze beschrijving vanLaaren, breedvoerig genoeg gesproken hebben.NAAMSOORSPRONGVan deezen vinden wij niets aangetekend; ook hebben onze navorschingen ons desaangaande niets kunnen doen ontdekken; sommige ingezetenen beweeren, op overleveringen, datHuizeneigenlijk een visschers dorp is, en, daar de visschers gemeenlijk hutten bewoonen, hier ter plaatse veele goede huizen gevonden wordende, men daarom dit visschers dorp vereerd heeft met den naam vanHuizen, als of men zeggen wilde, het visschers dorp daarHuizenen geene hutten staan; wat de waarheid hiervan zoude weezen kunnen wij niet beslissen.STICHTINGENGROOTTE.De stichting, of eerste aanleg des dorps is mede met geene mogelijkheid te bepaalen; men wil dat het reeds zeer oud zij.Wat degroottebetreft, het wordt in de quohieren der[2]verpondingen begroot op 271 en een halve zwad, 11 voeten weiland, 256 morgen, 690 roeden geestland, en nog 177 morgen, 645 roeden zulk land, onderBussemgelegen; allenGooische morgenvan 800 roeden groot; intusschen geschiedt deeze begrooting alhier even als op alle andere plaatsen vanGooiland, naamlijk van het schotbaare land, zonder de uitgestrektheid van de heiden mede te rekenen.Dat het dorpHuizen, sedert groote honderd jaaren, niet weinig gebloeid moet hebben, blijkt uit de toeneeming van het getal der wooningen aldaar, in gemelden tijd: op de lijst van 1632, vindt men er 136 voor aangetekend, en op die van 1732, is dat getal veranderd in 285, des is het in gezegde honderd jaaren met 149 huizen vergroot, dat is meer dan ééns zo groot geworden—de bewooners deezer huizen zijn meest van denGereformeerden Godsdienst; men heeft er ook veeleDoopsgezinden, en eenige weinigeRoomschen.’TWAPEN.Dit is een melkmeisjen, draagende twee emmers, op een zilveren veld.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.De Dorps- ofGereformeerde kerk, die alhier gevonden wordt, heeft uitwendig geene bijzonderheid van eenig aanbelang; zij draagt een dikken zwaaren toren, met slagklok en uurwijzer voorzien: van binnen is ’t gebouw ongemeen fraai aangelegd; ’t gezicht op den predikstoel en daaraan gevoegde verdere aanzienlijke gestoelten, is zeer behaagelijk; zijnde alle die gestoelten bevallig bruin gekleurd.Onder den avondgodsdienst wordt het ruim verlicht door vier koperen kaarskroonen.Voor eenige jaaren is deeze kerk van binnen aanmerkelijk vernieuwd: uitwijzens het volgende versjen, dat men tegen een der wanden leest:In uw vernieuwde kerk, oHuizen! staan Gods knechten,Verkondigende aan u des Heeren dierbre rechten.Een ander versjen luidt dus:Die Godes woord aanhoort, en daarnaar niet en leeft,Is als ’t bezaaide land dat geene vruchten geeft.De Pastorij en het Schoolhuis zijn beiden aan het oogmerk zeer voldoende: in het school worden alle de dorps-kinderen, van wat Godsdienst ook, ontvangen.Wees- of Arm huizen worden hier niet gevonden: de Weezen en Armen worden by de inwooners besteed.[3]De Doopsgezinden hebben er voords eene zeer nette vergaderplaats, tot wier vernieuwing de HeerJacobus van Hoorn, in zijn leven Leeraar der VereenigdeWaterlandscheenVlaamsche DoopsgezindenteAmsteldam, veel toegebragt heeft.Wereldlijke gebouwenzijn hier niet voorhanden; het Rechthuis wordt gehouden in eene herberg, dat een zeer aanzienlijk en spacieus gebouw is.KERKLIJKE REGEERING.Deeze bestaat uit den Predikant, zijnde thans de Wel-Eerwaarde HeerDirk van den Ham, behoorende onder de Classis vanAmsteldam; benevens twee Ouderlingen en twee Diaconen, van welken jaarlijks één Ouderling en één Diacon afgaat, en door een anderen vervangen wordt, ter keuze van Schepenen, uit de nominatie van een dubbeldgetal door den Kerkenraad zelven gemaakt.WERELDLIJKE REGEERING.Deeze is wederom als op alle de andere dorpen vanGooiland, zie het geen wij deswegen onder onze beschrijving vanHilversum, enz. gezegd hebben.Er zijn teHuizentwee Kerkmeesters, die door Schout en Schepenen verkozen worden, en voor hun leven aanblijven.BijzonderevoorrechtenheeftHuizenniet; ook liggen deszelfs inwooners onder geene bijzondere verpligtingen.In den schaarbrief, waarvan wij elders spreeken, leezen wij wegens dit dorp:„Eerstelijkdat gedeelte van de heyde, ’t geen doorgaans gelegen is ten zuidoosten vanGravenveld, en ten zuidoosten van de Landerijen die opwaarts met eekenhout beplant zijn, genaamt duinen, strekkende in de lengte van deHuizer Nengaf, van daar zuidwaarts op tot aan de plantagie van de Wed. de HeerHendrik Thierens, en grenzende tot aan het veld van de Wed. den HeereAbm. Scheerenberg: loopende in de breedte vanGravenveld, en de voornoemde zogenaamde duinen, zuidoostwaards op tot aan de plantagie, behoord hebbende de Heervan Hoorn, de Wed. de HeerCornelis Nagtglas, en tot de velden van andere particulieren aldaar in het rondte gelegen, daar onder begrepen de heijde genaamt deCatheet, tot aan het land van de Wed. de HeerScheerenbergvoornoemd.”BEZIGHEDENBestaan voornaamlijk in de rederij; en den zo hoogstnuttigen[4]landbouw; er wordt, gelijk elders inGooiland, veel boekwijt gewonnen; men legt er zig ook niet weinig toe op het teelen van lange raapen, en andere aardvruchten: eenige andereHuizenaarsgeneeren zig met het weeven van grof doek, en grove wol tot seilen; het spinnen van katoen tot pitten voor kaarsen en lampen gaat er ook sterk in zwang, en alle de vruchten huns arbeids worden voornaamlijk teAmsteldamvertierd.De visscherij is er mede een tak van bestaan, waartoe deZuiderzee, gelijk gezegd is, de gelegenheid aan de hand geeft: meestal wordt er bot gevangen: deeze wordt met karren langs deVechtgevoerd, onderweg, en ook niet weinig teUtrechtverkocht; eenige anderen zeilen met hunne vangst naarZeeburg, alwaar zij dezelven in platte bennen op wagens laaden, en ze daarmede rondsomAmsteldam, in deDiemermeiren elders verkoopen: daar zij met hunne geladene wagentjens niet inAmsteldammogen komen, draagen sommige van deeze visschers, (hun voordeel met den verkoop binnen de stads poorten meenende te kunnen doen,) hunne bennen ter poorte in, en venten de bot langs de huizen uit; doch daar zij dus doende de markt-pachten niet betaalen, wordt hen niet zelden alles wat zij te koop aanbieden afgenomen: dit is buiten tegenspraak schadelijk, echter moet dat schadelijke minder zijn dan het voordeel, ’t welk zij met de gezegde verkoop weeten te doen; want hoe dikwijls hun ook het lot van beroofd te worden moge treffen, ’t kan hun niet doen besluiten dien verboden handel te staaken.„Sedert eenige jaaren”, leezen wij, „heeft men er ook begonnen bokking te droogen, die, hoewel zij teAmsteldam, onder den naam vanHarderwijker bokking, vertierd wordt, en waartoe eene bijzondere marktplaats,” (op hetKoningsplein,) „gesteld is, echter zo smaaklijk niet is als de oprechteHarderwijker visch, ’t welk aan de wijze van rooken toegeschreven wordt”: er wordt des winters ook veel spiering gevangen en vertierd.Wegens de afzonderlijkegeschiedenisvanHuizen, kan niets bijzonders gezegd worden, ook heeft het dorp in onze jongstledene beroerten weinig deel gehad.Bijzonderhedenzijn er voor den vreemdeling niet te bezichtigen.LOGEMENTEN.Het Rechthuis; men vindt er nog eene en andere herberg van minderen rang.REISGELEGENHEDENMaandag, Dingsdag en Woensdag, vaart een zeilschuit, vise versa, opAmsteldam: des winters bij besloten water rijdt er op dezelfde dagen een’ wagen.[1]

[Inhoud]Het dorp HuizenHet dorp HuizenDus schetst de Tekenkunst het schoon en vrolijk HUIZEN,EenGooischevoorraadschuur van tuingewas en graan,Dat onsd’alouden staat van ’t Land nog doet herdenken,Als ’t snorrend spint, of zijn getouwen bonzend gaan:Het ruime Zuidermeir zet door de visscherij,Het breede dorp ook welvaart bij.HETDORPHUIZEN.Van dit dorp mag met recht gezegd worden, dat het één der voornaamsten van het vermaaklijkGooilandis, deszelfsLIGGING,Is anderhalf uur gaans beoostenNaarden, digt aan deZuiderzee, wier strand, even als teMuiderbergen elders, zeer flaauwlijk afloopt, zo dat men bijna een half uur ver in zee zoude kunnen gaan, zonder zig hooger dan tot den midden toe nat te maaken, welke eigenschap des oevers in den zomer geene onaangenaame uitspanningen verschaft: (zie onze beschrijving vanMuiderbergvoornoemd.)Het dorp ligt voords alleraangenaamst, ter oorzaake dat veele van de hooge en laage gedeelten des lands bebouwd zijn, en men er ook een gezicht op deZuiderzee, voornoemd, heeft; doch de huizen staan er in geene bepaalde roojing; elk heeft er zijn bebouwden grond of akker bij, zo dat het graan, en andere landvruchten, er als tusschen de huizen ingroejen: bij dit dorp behoort voords eene ongemeen grooteMeente, waarvan wij, onder onze beschrijving vanLaaren, breedvoerig genoeg gesproken hebben.NAAMSOORSPRONGVan deezen vinden wij niets aangetekend; ook hebben onze navorschingen ons desaangaande niets kunnen doen ontdekken; sommige ingezetenen beweeren, op overleveringen, datHuizeneigenlijk een visschers dorp is, en, daar de visschers gemeenlijk hutten bewoonen, hier ter plaatse veele goede huizen gevonden wordende, men daarom dit visschers dorp vereerd heeft met den naam vanHuizen, als of men zeggen wilde, het visschers dorp daarHuizenen geene hutten staan; wat de waarheid hiervan zoude weezen kunnen wij niet beslissen.STICHTINGENGROOTTE.De stichting, of eerste aanleg des dorps is mede met geene mogelijkheid te bepaalen; men wil dat het reeds zeer oud zij.Wat degroottebetreft, het wordt in de quohieren der[2]verpondingen begroot op 271 en een halve zwad, 11 voeten weiland, 256 morgen, 690 roeden geestland, en nog 177 morgen, 645 roeden zulk land, onderBussemgelegen; allenGooische morgenvan 800 roeden groot; intusschen geschiedt deeze begrooting alhier even als op alle andere plaatsen vanGooiland, naamlijk van het schotbaare land, zonder de uitgestrektheid van de heiden mede te rekenen.Dat het dorpHuizen, sedert groote honderd jaaren, niet weinig gebloeid moet hebben, blijkt uit de toeneeming van het getal der wooningen aldaar, in gemelden tijd: op de lijst van 1632, vindt men er 136 voor aangetekend, en op die van 1732, is dat getal veranderd in 285, des is het in gezegde honderd jaaren met 149 huizen vergroot, dat is meer dan ééns zo groot geworden—de bewooners deezer huizen zijn meest van denGereformeerden Godsdienst; men heeft er ook veeleDoopsgezinden, en eenige weinigeRoomschen.’TWAPEN.Dit is een melkmeisjen, draagende twee emmers, op een zilveren veld.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.De Dorps- ofGereformeerde kerk, die alhier gevonden wordt, heeft uitwendig geene bijzonderheid van eenig aanbelang; zij draagt een dikken zwaaren toren, met slagklok en uurwijzer voorzien: van binnen is ’t gebouw ongemeen fraai aangelegd; ’t gezicht op den predikstoel en daaraan gevoegde verdere aanzienlijke gestoelten, is zeer behaagelijk; zijnde alle die gestoelten bevallig bruin gekleurd.Onder den avondgodsdienst wordt het ruim verlicht door vier koperen kaarskroonen.Voor eenige jaaren is deeze kerk van binnen aanmerkelijk vernieuwd: uitwijzens het volgende versjen, dat men tegen een der wanden leest:In uw vernieuwde kerk, oHuizen! staan Gods knechten,Verkondigende aan u des Heeren dierbre rechten.Een ander versjen luidt dus:Die Godes woord aanhoort, en daarnaar niet en leeft,Is als ’t bezaaide land dat geene vruchten geeft.De Pastorij en het Schoolhuis zijn beiden aan het oogmerk zeer voldoende: in het school worden alle de dorps-kinderen, van wat Godsdienst ook, ontvangen.Wees- of Arm huizen worden hier niet gevonden: de Weezen en Armen worden by de inwooners besteed.[3]De Doopsgezinden hebben er voords eene zeer nette vergaderplaats, tot wier vernieuwing de HeerJacobus van Hoorn, in zijn leven Leeraar der VereenigdeWaterlandscheenVlaamsche DoopsgezindenteAmsteldam, veel toegebragt heeft.Wereldlijke gebouwenzijn hier niet voorhanden; het Rechthuis wordt gehouden in eene herberg, dat een zeer aanzienlijk en spacieus gebouw is.KERKLIJKE REGEERING.Deeze bestaat uit den Predikant, zijnde thans de Wel-Eerwaarde HeerDirk van den Ham, behoorende onder de Classis vanAmsteldam; benevens twee Ouderlingen en twee Diaconen, van welken jaarlijks één Ouderling en één Diacon afgaat, en door een anderen vervangen wordt, ter keuze van Schepenen, uit de nominatie van een dubbeldgetal door den Kerkenraad zelven gemaakt.WERELDLIJKE REGEERING.Deeze is wederom als op alle de andere dorpen vanGooiland, zie het geen wij deswegen onder onze beschrijving vanHilversum, enz. gezegd hebben.Er zijn teHuizentwee Kerkmeesters, die door Schout en Schepenen verkozen worden, en voor hun leven aanblijven.BijzonderevoorrechtenheeftHuizenniet; ook liggen deszelfs inwooners onder geene bijzondere verpligtingen.In den schaarbrief, waarvan wij elders spreeken, leezen wij wegens dit dorp:„Eerstelijkdat gedeelte van de heyde, ’t geen doorgaans gelegen is ten zuidoosten vanGravenveld, en ten zuidoosten van de Landerijen die opwaarts met eekenhout beplant zijn, genaamt duinen, strekkende in de lengte van deHuizer Nengaf, van daar zuidwaarts op tot aan de plantagie van de Wed. de HeerHendrik Thierens, en grenzende tot aan het veld van de Wed. den HeereAbm. Scheerenberg: loopende in de breedte vanGravenveld, en de voornoemde zogenaamde duinen, zuidoostwaards op tot aan de plantagie, behoord hebbende de Heervan Hoorn, de Wed. de HeerCornelis Nagtglas, en tot de velden van andere particulieren aldaar in het rondte gelegen, daar onder begrepen de heijde genaamt deCatheet, tot aan het land van de Wed. de HeerScheerenbergvoornoemd.”BEZIGHEDENBestaan voornaamlijk in de rederij; en den zo hoogstnuttigen[4]landbouw; er wordt, gelijk elders inGooiland, veel boekwijt gewonnen; men legt er zig ook niet weinig toe op het teelen van lange raapen, en andere aardvruchten: eenige andereHuizenaarsgeneeren zig met het weeven van grof doek, en grove wol tot seilen; het spinnen van katoen tot pitten voor kaarsen en lampen gaat er ook sterk in zwang, en alle de vruchten huns arbeids worden voornaamlijk teAmsteldamvertierd.De visscherij is er mede een tak van bestaan, waartoe deZuiderzee, gelijk gezegd is, de gelegenheid aan de hand geeft: meestal wordt er bot gevangen: deeze wordt met karren langs deVechtgevoerd, onderweg, en ook niet weinig teUtrechtverkocht; eenige anderen zeilen met hunne vangst naarZeeburg, alwaar zij dezelven in platte bennen op wagens laaden, en ze daarmede rondsomAmsteldam, in deDiemermeiren elders verkoopen: daar zij met hunne geladene wagentjens niet inAmsteldammogen komen, draagen sommige van deeze visschers, (hun voordeel met den verkoop binnen de stads poorten meenende te kunnen doen,) hunne bennen ter poorte in, en venten de bot langs de huizen uit; doch daar zij dus doende de markt-pachten niet betaalen, wordt hen niet zelden alles wat zij te koop aanbieden afgenomen: dit is buiten tegenspraak schadelijk, echter moet dat schadelijke minder zijn dan het voordeel, ’t welk zij met de gezegde verkoop weeten te doen; want hoe dikwijls hun ook het lot van beroofd te worden moge treffen, ’t kan hun niet doen besluiten dien verboden handel te staaken.„Sedert eenige jaaren”, leezen wij, „heeft men er ook begonnen bokking te droogen, die, hoewel zij teAmsteldam, onder den naam vanHarderwijker bokking, vertierd wordt, en waartoe eene bijzondere marktplaats,” (op hetKoningsplein,) „gesteld is, echter zo smaaklijk niet is als de oprechteHarderwijker visch, ’t welk aan de wijze van rooken toegeschreven wordt”: er wordt des winters ook veel spiering gevangen en vertierd.Wegens de afzonderlijkegeschiedenisvanHuizen, kan niets bijzonders gezegd worden, ook heeft het dorp in onze jongstledene beroerten weinig deel gehad.Bijzonderhedenzijn er voor den vreemdeling niet te bezichtigen.LOGEMENTEN.Het Rechthuis; men vindt er nog eene en andere herberg van minderen rang.REISGELEGENHEDENMaandag, Dingsdag en Woensdag, vaart een zeilschuit, vise versa, opAmsteldam: des winters bij besloten water rijdt er op dezelfde dagen een’ wagen.[1]

Het dorp HuizenHet dorp HuizenDus schetst de Tekenkunst het schoon en vrolijk HUIZEN,EenGooischevoorraadschuur van tuingewas en graan,Dat onsd’alouden staat van ’t Land nog doet herdenken,Als ’t snorrend spint, of zijn getouwen bonzend gaan:Het ruime Zuidermeir zet door de visscherij,Het breede dorp ook welvaart bij.HETDORPHUIZEN.

Het dorp HuizenHet dorp HuizenDus schetst de Tekenkunst het schoon en vrolijk HUIZEN,EenGooischevoorraadschuur van tuingewas en graan,Dat onsd’alouden staat van ’t Land nog doet herdenken,Als ’t snorrend spint, of zijn getouwen bonzend gaan:Het ruime Zuidermeir zet door de visscherij,Het breede dorp ook welvaart bij.

Het dorp Huizen

Dus schetst de Tekenkunst het schoon en vrolijk HUIZEN,EenGooischevoorraadschuur van tuingewas en graan,Dat onsd’alouden staat van ’t Land nog doet herdenken,Als ’t snorrend spint, of zijn getouwen bonzend gaan:Het ruime Zuidermeir zet door de visscherij,Het breede dorp ook welvaart bij.

Dus schetst de Tekenkunst het schoon en vrolijk HUIZEN,EenGooischevoorraadschuur van tuingewas en graan,Dat onsd’alouden staat van ’t Land nog doet herdenken,Als ’t snorrend spint, of zijn getouwen bonzend gaan:Het ruime Zuidermeir zet door de visscherij,Het breede dorp ook welvaart bij.

Dus schetst de Tekenkunst het schoon en vrolijk HUIZEN,EenGooischevoorraadschuur van tuingewas en graan,Dat onsd’alouden staat van ’t Land nog doet herdenken,Als ’t snorrend spint, of zijn getouwen bonzend gaan:Het ruime Zuidermeir zet door de visscherij,Het breede dorp ook welvaart bij.

Dus schetst de Tekenkunst het schoon en vrolijk HUIZEN,

EenGooischevoorraadschuur van tuingewas en graan,

Dat onsd’alouden staat van ’t Land nog doet herdenken,

Als ’t snorrend spint, of zijn getouwen bonzend gaan:

Het ruime Zuidermeir zet door de visscherij,

Het breede dorp ook welvaart bij.

Van dit dorp mag met recht gezegd worden, dat het één der voornaamsten van het vermaaklijkGooilandis, deszelfsLIGGING,Is anderhalf uur gaans beoostenNaarden, digt aan deZuiderzee, wier strand, even als teMuiderbergen elders, zeer flaauwlijk afloopt, zo dat men bijna een half uur ver in zee zoude kunnen gaan, zonder zig hooger dan tot den midden toe nat te maaken, welke eigenschap des oevers in den zomer geene onaangenaame uitspanningen verschaft: (zie onze beschrijving vanMuiderbergvoornoemd.)Het dorp ligt voords alleraangenaamst, ter oorzaake dat veele van de hooge en laage gedeelten des lands bebouwd zijn, en men er ook een gezicht op deZuiderzee, voornoemd, heeft; doch de huizen staan er in geene bepaalde roojing; elk heeft er zijn bebouwden grond of akker bij, zo dat het graan, en andere landvruchten, er als tusschen de huizen ingroejen: bij dit dorp behoort voords eene ongemeen grooteMeente, waarvan wij, onder onze beschrijving vanLaaren, breedvoerig genoeg gesproken hebben.NAAMSOORSPRONGVan deezen vinden wij niets aangetekend; ook hebben onze navorschingen ons desaangaande niets kunnen doen ontdekken; sommige ingezetenen beweeren, op overleveringen, datHuizeneigenlijk een visschers dorp is, en, daar de visschers gemeenlijk hutten bewoonen, hier ter plaatse veele goede huizen gevonden wordende, men daarom dit visschers dorp vereerd heeft met den naam vanHuizen, als of men zeggen wilde, het visschers dorp daarHuizenen geene hutten staan; wat de waarheid hiervan zoude weezen kunnen wij niet beslissen.STICHTINGENGROOTTE.De stichting, of eerste aanleg des dorps is mede met geene mogelijkheid te bepaalen; men wil dat het reeds zeer oud zij.Wat degroottebetreft, het wordt in de quohieren der[2]verpondingen begroot op 271 en een halve zwad, 11 voeten weiland, 256 morgen, 690 roeden geestland, en nog 177 morgen, 645 roeden zulk land, onderBussemgelegen; allenGooische morgenvan 800 roeden groot; intusschen geschiedt deeze begrooting alhier even als op alle andere plaatsen vanGooiland, naamlijk van het schotbaare land, zonder de uitgestrektheid van de heiden mede te rekenen.Dat het dorpHuizen, sedert groote honderd jaaren, niet weinig gebloeid moet hebben, blijkt uit de toeneeming van het getal der wooningen aldaar, in gemelden tijd: op de lijst van 1632, vindt men er 136 voor aangetekend, en op die van 1732, is dat getal veranderd in 285, des is het in gezegde honderd jaaren met 149 huizen vergroot, dat is meer dan ééns zo groot geworden—de bewooners deezer huizen zijn meest van denGereformeerden Godsdienst; men heeft er ook veeleDoopsgezinden, en eenige weinigeRoomschen.’TWAPEN.Dit is een melkmeisjen, draagende twee emmers, op een zilveren veld.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.De Dorps- ofGereformeerde kerk, die alhier gevonden wordt, heeft uitwendig geene bijzonderheid van eenig aanbelang; zij draagt een dikken zwaaren toren, met slagklok en uurwijzer voorzien: van binnen is ’t gebouw ongemeen fraai aangelegd; ’t gezicht op den predikstoel en daaraan gevoegde verdere aanzienlijke gestoelten, is zeer behaagelijk; zijnde alle die gestoelten bevallig bruin gekleurd.Onder den avondgodsdienst wordt het ruim verlicht door vier koperen kaarskroonen.Voor eenige jaaren is deeze kerk van binnen aanmerkelijk vernieuwd: uitwijzens het volgende versjen, dat men tegen een der wanden leest:In uw vernieuwde kerk, oHuizen! staan Gods knechten,Verkondigende aan u des Heeren dierbre rechten.Een ander versjen luidt dus:Die Godes woord aanhoort, en daarnaar niet en leeft,Is als ’t bezaaide land dat geene vruchten geeft.De Pastorij en het Schoolhuis zijn beiden aan het oogmerk zeer voldoende: in het school worden alle de dorps-kinderen, van wat Godsdienst ook, ontvangen.Wees- of Arm huizen worden hier niet gevonden: de Weezen en Armen worden by de inwooners besteed.[3]De Doopsgezinden hebben er voords eene zeer nette vergaderplaats, tot wier vernieuwing de HeerJacobus van Hoorn, in zijn leven Leeraar der VereenigdeWaterlandscheenVlaamsche DoopsgezindenteAmsteldam, veel toegebragt heeft.Wereldlijke gebouwenzijn hier niet voorhanden; het Rechthuis wordt gehouden in eene herberg, dat een zeer aanzienlijk en spacieus gebouw is.KERKLIJKE REGEERING.Deeze bestaat uit den Predikant, zijnde thans de Wel-Eerwaarde HeerDirk van den Ham, behoorende onder de Classis vanAmsteldam; benevens twee Ouderlingen en twee Diaconen, van welken jaarlijks één Ouderling en één Diacon afgaat, en door een anderen vervangen wordt, ter keuze van Schepenen, uit de nominatie van een dubbeldgetal door den Kerkenraad zelven gemaakt.WERELDLIJKE REGEERING.Deeze is wederom als op alle de andere dorpen vanGooiland, zie het geen wij deswegen onder onze beschrijving vanHilversum, enz. gezegd hebben.Er zijn teHuizentwee Kerkmeesters, die door Schout en Schepenen verkozen worden, en voor hun leven aanblijven.BijzonderevoorrechtenheeftHuizenniet; ook liggen deszelfs inwooners onder geene bijzondere verpligtingen.In den schaarbrief, waarvan wij elders spreeken, leezen wij wegens dit dorp:„Eerstelijkdat gedeelte van de heyde, ’t geen doorgaans gelegen is ten zuidoosten vanGravenveld, en ten zuidoosten van de Landerijen die opwaarts met eekenhout beplant zijn, genaamt duinen, strekkende in de lengte van deHuizer Nengaf, van daar zuidwaarts op tot aan de plantagie van de Wed. de HeerHendrik Thierens, en grenzende tot aan het veld van de Wed. den HeereAbm. Scheerenberg: loopende in de breedte vanGravenveld, en de voornoemde zogenaamde duinen, zuidoostwaards op tot aan de plantagie, behoord hebbende de Heervan Hoorn, de Wed. de HeerCornelis Nagtglas, en tot de velden van andere particulieren aldaar in het rondte gelegen, daar onder begrepen de heijde genaamt deCatheet, tot aan het land van de Wed. de HeerScheerenbergvoornoemd.”BEZIGHEDENBestaan voornaamlijk in de rederij; en den zo hoogstnuttigen[4]landbouw; er wordt, gelijk elders inGooiland, veel boekwijt gewonnen; men legt er zig ook niet weinig toe op het teelen van lange raapen, en andere aardvruchten: eenige andereHuizenaarsgeneeren zig met het weeven van grof doek, en grove wol tot seilen; het spinnen van katoen tot pitten voor kaarsen en lampen gaat er ook sterk in zwang, en alle de vruchten huns arbeids worden voornaamlijk teAmsteldamvertierd.De visscherij is er mede een tak van bestaan, waartoe deZuiderzee, gelijk gezegd is, de gelegenheid aan de hand geeft: meestal wordt er bot gevangen: deeze wordt met karren langs deVechtgevoerd, onderweg, en ook niet weinig teUtrechtverkocht; eenige anderen zeilen met hunne vangst naarZeeburg, alwaar zij dezelven in platte bennen op wagens laaden, en ze daarmede rondsomAmsteldam, in deDiemermeiren elders verkoopen: daar zij met hunne geladene wagentjens niet inAmsteldammogen komen, draagen sommige van deeze visschers, (hun voordeel met den verkoop binnen de stads poorten meenende te kunnen doen,) hunne bennen ter poorte in, en venten de bot langs de huizen uit; doch daar zij dus doende de markt-pachten niet betaalen, wordt hen niet zelden alles wat zij te koop aanbieden afgenomen: dit is buiten tegenspraak schadelijk, echter moet dat schadelijke minder zijn dan het voordeel, ’t welk zij met de gezegde verkoop weeten te doen; want hoe dikwijls hun ook het lot van beroofd te worden moge treffen, ’t kan hun niet doen besluiten dien verboden handel te staaken.„Sedert eenige jaaren”, leezen wij, „heeft men er ook begonnen bokking te droogen, die, hoewel zij teAmsteldam, onder den naam vanHarderwijker bokking, vertierd wordt, en waartoe eene bijzondere marktplaats,” (op hetKoningsplein,) „gesteld is, echter zo smaaklijk niet is als de oprechteHarderwijker visch, ’t welk aan de wijze van rooken toegeschreven wordt”: er wordt des winters ook veel spiering gevangen en vertierd.Wegens de afzonderlijkegeschiedenisvanHuizen, kan niets bijzonders gezegd worden, ook heeft het dorp in onze jongstledene beroerten weinig deel gehad.Bijzonderhedenzijn er voor den vreemdeling niet te bezichtigen.LOGEMENTEN.Het Rechthuis; men vindt er nog eene en andere herberg van minderen rang.REISGELEGENHEDENMaandag, Dingsdag en Woensdag, vaart een zeilschuit, vise versa, opAmsteldam: des winters bij besloten water rijdt er op dezelfde dagen een’ wagen.[1]

Van dit dorp mag met recht gezegd worden, dat het één der voornaamsten van het vermaaklijkGooilandis, deszelfs

LIGGING,

Is anderhalf uur gaans beoostenNaarden, digt aan deZuiderzee, wier strand, even als teMuiderbergen elders, zeer flaauwlijk afloopt, zo dat men bijna een half uur ver in zee zoude kunnen gaan, zonder zig hooger dan tot den midden toe nat te maaken, welke eigenschap des oevers in den zomer geene onaangenaame uitspanningen verschaft: (zie onze beschrijving vanMuiderbergvoornoemd.)

Het dorp ligt voords alleraangenaamst, ter oorzaake dat veele van de hooge en laage gedeelten des lands bebouwd zijn, en men er ook een gezicht op deZuiderzee, voornoemd, heeft; doch de huizen staan er in geene bepaalde roojing; elk heeft er zijn bebouwden grond of akker bij, zo dat het graan, en andere landvruchten, er als tusschen de huizen ingroejen: bij dit dorp behoort voords eene ongemeen grooteMeente, waarvan wij, onder onze beschrijving vanLaaren, breedvoerig genoeg gesproken hebben.

NAAMSOORSPRONG

Van deezen vinden wij niets aangetekend; ook hebben onze navorschingen ons desaangaande niets kunnen doen ontdekken; sommige ingezetenen beweeren, op overleveringen, datHuizeneigenlijk een visschers dorp is, en, daar de visschers gemeenlijk hutten bewoonen, hier ter plaatse veele goede huizen gevonden wordende, men daarom dit visschers dorp vereerd heeft met den naam vanHuizen, als of men zeggen wilde, het visschers dorp daarHuizenen geene hutten staan; wat de waarheid hiervan zoude weezen kunnen wij niet beslissen.

STICHTINGENGROOTTE.

De stichting, of eerste aanleg des dorps is mede met geene mogelijkheid te bepaalen; men wil dat het reeds zeer oud zij.

Wat degroottebetreft, het wordt in de quohieren der[2]verpondingen begroot op 271 en een halve zwad, 11 voeten weiland, 256 morgen, 690 roeden geestland, en nog 177 morgen, 645 roeden zulk land, onderBussemgelegen; allenGooische morgenvan 800 roeden groot; intusschen geschiedt deeze begrooting alhier even als op alle andere plaatsen vanGooiland, naamlijk van het schotbaare land, zonder de uitgestrektheid van de heiden mede te rekenen.

Dat het dorpHuizen, sedert groote honderd jaaren, niet weinig gebloeid moet hebben, blijkt uit de toeneeming van het getal der wooningen aldaar, in gemelden tijd: op de lijst van 1632, vindt men er 136 voor aangetekend, en op die van 1732, is dat getal veranderd in 285, des is het in gezegde honderd jaaren met 149 huizen vergroot, dat is meer dan ééns zo groot geworden—de bewooners deezer huizen zijn meest van denGereformeerden Godsdienst; men heeft er ook veeleDoopsgezinden, en eenige weinigeRoomschen.

’TWAPEN.

Dit is een melkmeisjen, draagende twee emmers, op een zilveren veld.

KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.

De Dorps- ofGereformeerde kerk, die alhier gevonden wordt, heeft uitwendig geene bijzonderheid van eenig aanbelang; zij draagt een dikken zwaaren toren, met slagklok en uurwijzer voorzien: van binnen is ’t gebouw ongemeen fraai aangelegd; ’t gezicht op den predikstoel en daaraan gevoegde verdere aanzienlijke gestoelten, is zeer behaagelijk; zijnde alle die gestoelten bevallig bruin gekleurd.

Onder den avondgodsdienst wordt het ruim verlicht door vier koperen kaarskroonen.

Voor eenige jaaren is deeze kerk van binnen aanmerkelijk vernieuwd: uitwijzens het volgende versjen, dat men tegen een der wanden leest:

In uw vernieuwde kerk, oHuizen! staan Gods knechten,Verkondigende aan u des Heeren dierbre rechten.

In uw vernieuwde kerk, oHuizen! staan Gods knechten,

Verkondigende aan u des Heeren dierbre rechten.

Een ander versjen luidt dus:

Die Godes woord aanhoort, en daarnaar niet en leeft,Is als ’t bezaaide land dat geene vruchten geeft.

Die Godes woord aanhoort, en daarnaar niet en leeft,

Is als ’t bezaaide land dat geene vruchten geeft.

De Pastorij en het Schoolhuis zijn beiden aan het oogmerk zeer voldoende: in het school worden alle de dorps-kinderen, van wat Godsdienst ook, ontvangen.

Wees- of Arm huizen worden hier niet gevonden: de Weezen en Armen worden by de inwooners besteed.[3]

De Doopsgezinden hebben er voords eene zeer nette vergaderplaats, tot wier vernieuwing de HeerJacobus van Hoorn, in zijn leven Leeraar der VereenigdeWaterlandscheenVlaamsche DoopsgezindenteAmsteldam, veel toegebragt heeft.

Wereldlijke gebouwenzijn hier niet voorhanden; het Rechthuis wordt gehouden in eene herberg, dat een zeer aanzienlijk en spacieus gebouw is.

KERKLIJKE REGEERING.

Deeze bestaat uit den Predikant, zijnde thans de Wel-Eerwaarde HeerDirk van den Ham, behoorende onder de Classis vanAmsteldam; benevens twee Ouderlingen en twee Diaconen, van welken jaarlijks één Ouderling en één Diacon afgaat, en door een anderen vervangen wordt, ter keuze van Schepenen, uit de nominatie van een dubbeldgetal door den Kerkenraad zelven gemaakt.

WERELDLIJKE REGEERING.

Deeze is wederom als op alle de andere dorpen vanGooiland, zie het geen wij deswegen onder onze beschrijving vanHilversum, enz. gezegd hebben.

Er zijn teHuizentwee Kerkmeesters, die door Schout en Schepenen verkozen worden, en voor hun leven aanblijven.

BijzonderevoorrechtenheeftHuizenniet; ook liggen deszelfs inwooners onder geene bijzondere verpligtingen.

In den schaarbrief, waarvan wij elders spreeken, leezen wij wegens dit dorp:

„Eerstelijkdat gedeelte van de heyde, ’t geen doorgaans gelegen is ten zuidoosten vanGravenveld, en ten zuidoosten van de Landerijen die opwaarts met eekenhout beplant zijn, genaamt duinen, strekkende in de lengte van deHuizer Nengaf, van daar zuidwaarts op tot aan de plantagie van de Wed. de HeerHendrik Thierens, en grenzende tot aan het veld van de Wed. den HeereAbm. Scheerenberg: loopende in de breedte vanGravenveld, en de voornoemde zogenaamde duinen, zuidoostwaards op tot aan de plantagie, behoord hebbende de Heervan Hoorn, de Wed. de HeerCornelis Nagtglas, en tot de velden van andere particulieren aldaar in het rondte gelegen, daar onder begrepen de heijde genaamt deCatheet, tot aan het land van de Wed. de HeerScheerenbergvoornoemd.”

BEZIGHEDEN

Bestaan voornaamlijk in de rederij; en den zo hoogstnuttigen[4]landbouw; er wordt, gelijk elders inGooiland, veel boekwijt gewonnen; men legt er zig ook niet weinig toe op het teelen van lange raapen, en andere aardvruchten: eenige andereHuizenaarsgeneeren zig met het weeven van grof doek, en grove wol tot seilen; het spinnen van katoen tot pitten voor kaarsen en lampen gaat er ook sterk in zwang, en alle de vruchten huns arbeids worden voornaamlijk teAmsteldamvertierd.

De visscherij is er mede een tak van bestaan, waartoe deZuiderzee, gelijk gezegd is, de gelegenheid aan de hand geeft: meestal wordt er bot gevangen: deeze wordt met karren langs deVechtgevoerd, onderweg, en ook niet weinig teUtrechtverkocht; eenige anderen zeilen met hunne vangst naarZeeburg, alwaar zij dezelven in platte bennen op wagens laaden, en ze daarmede rondsomAmsteldam, in deDiemermeiren elders verkoopen: daar zij met hunne geladene wagentjens niet inAmsteldammogen komen, draagen sommige van deeze visschers, (hun voordeel met den verkoop binnen de stads poorten meenende te kunnen doen,) hunne bennen ter poorte in, en venten de bot langs de huizen uit; doch daar zij dus doende de markt-pachten niet betaalen, wordt hen niet zelden alles wat zij te koop aanbieden afgenomen: dit is buiten tegenspraak schadelijk, echter moet dat schadelijke minder zijn dan het voordeel, ’t welk zij met de gezegde verkoop weeten te doen; want hoe dikwijls hun ook het lot van beroofd te worden moge treffen, ’t kan hun niet doen besluiten dien verboden handel te staaken.

„Sedert eenige jaaren”, leezen wij, „heeft men er ook begonnen bokking te droogen, die, hoewel zij teAmsteldam, onder den naam vanHarderwijker bokking, vertierd wordt, en waartoe eene bijzondere marktplaats,” (op hetKoningsplein,) „gesteld is, echter zo smaaklijk niet is als de oprechteHarderwijker visch, ’t welk aan de wijze van rooken toegeschreven wordt”: er wordt des winters ook veel spiering gevangen en vertierd.

Wegens de afzonderlijkegeschiedenisvanHuizen, kan niets bijzonders gezegd worden, ook heeft het dorp in onze jongstledene beroerten weinig deel gehad.

Bijzonderhedenzijn er voor den vreemdeling niet te bezichtigen.

LOGEMENTEN.

Het Rechthuis; men vindt er nog eene en andere herberg van minderen rang.

REISGELEGENHEDEN

Maandag, Dingsdag en Woensdag, vaart een zeilschuit, vise versa, opAmsteldam: des winters bij besloten water rijdt er op dezelfde dagen een’ wagen.[1]


Back to IndexNext