Chapter 7

Wiik in winterkostuum.Wiik in winterkostuum.Het duurde nog lang, nadat onze toebereidselen klaar waren, eer het ijs opbrak; eerst den 10den Juli 1906 ontdekten wij drie walvischvaarders in het open water buiten King Point, het was nog onzeker, of het hun gelukken zou geheel naar buiten te komen; maar het ging. Nu was ook onze tijd gekomen; alles was gereed voor het vertrek. Onze lieveGjöabegon het laatste deel van haren tocht. Toen we langs Wiik’s graf kwamen, lieten we de vlag dalen en zonden hem onzen laatsten groet.Op Herscheleiland moesten wij nog lang wachten op het verder losgaan van het ijs; het eiland had een prachtigen plantengroei, waar King Point een ware woestijn bij was, maar de Eskimo’s hadden al het primitieve verloren, en de jeugd vertoonde duidelijk de sporen van een sterke vermenging van rassen. Daar op Herscheleiland ondervonden wij het groote leed, dat onze Manni verdronk; hij was alleen in een boot aan het eenden jagen, en in het gezicht van deGjöastond hij in het bootje, toen dat door een windstoot omsloeg.Het graf van Wiik.Het graf van Wiik.Hoewel dadelijk een boot uitgezet werd, gelukte het niet zijn lijk te vinden, ook niet na herhaalde pogingen in den loop der week gedaan. Het was een zwaar verlies voor ons allen; wij hadden hem zoo graag naar de beschaafde wereld mede genomen, om te zien wat er van hem te maken viel.Het werd 9 Augustus, eer voor goed de reis naar het Westen werd voortgezet, en nog was de vaart vol moeilijkheden in de negen dagen, die ons van den 18den scheidden, toen we om Point Barrow, Amerika’s noord-westpunt voeren. Den 30sten kwam kaap Prins van Wales, de oostelijke rots aan den ingang van de Beringstraat in zicht. Wij waren dus Aljaska voorbijgevaren, het land, waar ik op mijn voorjaarspostreis kennis mee had gemaakt, waar ik veel gastvrijheid had gevonden aan de Yukon, in Fort Mc Pherson, Circle City en Eagle City, in welke laatste plaats ik twee maanden had doorgebracht.Bij Point Barrow had ik uit Nome, de uiterste noordwestelijke bewoonde plaats aan de Beringstraat, een schrijven gekregen, of wij de gasten der stad Nome wilden zijn. De menschen toonden wel, die uitnoodiging hartelijk te meenen. De vriendelijkheid, waarmee we daar werden opgenomen en de eindelooze geestdrift, waarvan deGjöahet voorwerp was, zullen voor alle tijden tot de aangenaamste herinneringen onzer reis blijven behooren.Amundsen besluit zijn reisverhaal te Nome. Uit de dagbladen heeft men vernomen, dat de leden der expeditie over San Francisco naar Europa zijn teruggekeerd. Of deGjöain andere handen is overgegaan, en in welke, is ons onbekend; Amundsen deelt het niet mee in zijn verhaal.

Wiik in winterkostuum.Wiik in winterkostuum.Het duurde nog lang, nadat onze toebereidselen klaar waren, eer het ijs opbrak; eerst den 10den Juli 1906 ontdekten wij drie walvischvaarders in het open water buiten King Point, het was nog onzeker, of het hun gelukken zou geheel naar buiten te komen; maar het ging. Nu was ook onze tijd gekomen; alles was gereed voor het vertrek. Onze lieveGjöabegon het laatste deel van haren tocht. Toen we langs Wiik’s graf kwamen, lieten we de vlag dalen en zonden hem onzen laatsten groet.Op Herscheleiland moesten wij nog lang wachten op het verder losgaan van het ijs; het eiland had een prachtigen plantengroei, waar King Point een ware woestijn bij was, maar de Eskimo’s hadden al het primitieve verloren, en de jeugd vertoonde duidelijk de sporen van een sterke vermenging van rassen. Daar op Herscheleiland ondervonden wij het groote leed, dat onze Manni verdronk; hij was alleen in een boot aan het eenden jagen, en in het gezicht van deGjöastond hij in het bootje, toen dat door een windstoot omsloeg.Het graf van Wiik.Het graf van Wiik.Hoewel dadelijk een boot uitgezet werd, gelukte het niet zijn lijk te vinden, ook niet na herhaalde pogingen in den loop der week gedaan. Het was een zwaar verlies voor ons allen; wij hadden hem zoo graag naar de beschaafde wereld mede genomen, om te zien wat er van hem te maken viel.Het werd 9 Augustus, eer voor goed de reis naar het Westen werd voortgezet, en nog was de vaart vol moeilijkheden in de negen dagen, die ons van den 18den scheidden, toen we om Point Barrow, Amerika’s noord-westpunt voeren. Den 30sten kwam kaap Prins van Wales, de oostelijke rots aan den ingang van de Beringstraat in zicht. Wij waren dus Aljaska voorbijgevaren, het land, waar ik op mijn voorjaarspostreis kennis mee had gemaakt, waar ik veel gastvrijheid had gevonden aan de Yukon, in Fort Mc Pherson, Circle City en Eagle City, in welke laatste plaats ik twee maanden had doorgebracht.Bij Point Barrow had ik uit Nome, de uiterste noordwestelijke bewoonde plaats aan de Beringstraat, een schrijven gekregen, of wij de gasten der stad Nome wilden zijn. De menschen toonden wel, die uitnoodiging hartelijk te meenen. De vriendelijkheid, waarmee we daar werden opgenomen en de eindelooze geestdrift, waarvan deGjöahet voorwerp was, zullen voor alle tijden tot de aangenaamste herinneringen onzer reis blijven behooren.Amundsen besluit zijn reisverhaal te Nome. Uit de dagbladen heeft men vernomen, dat de leden der expeditie over San Francisco naar Europa zijn teruggekeerd. Of deGjöain andere handen is overgegaan, en in welke, is ons onbekend; Amundsen deelt het niet mee in zijn verhaal.

Wiik in winterkostuum.Wiik in winterkostuum.Het duurde nog lang, nadat onze toebereidselen klaar waren, eer het ijs opbrak; eerst den 10den Juli 1906 ontdekten wij drie walvischvaarders in het open water buiten King Point, het was nog onzeker, of het hun gelukken zou geheel naar buiten te komen; maar het ging. Nu was ook onze tijd gekomen; alles was gereed voor het vertrek. Onze lieveGjöabegon het laatste deel van haren tocht. Toen we langs Wiik’s graf kwamen, lieten we de vlag dalen en zonden hem onzen laatsten groet.Op Herscheleiland moesten wij nog lang wachten op het verder losgaan van het ijs; het eiland had een prachtigen plantengroei, waar King Point een ware woestijn bij was, maar de Eskimo’s hadden al het primitieve verloren, en de jeugd vertoonde duidelijk de sporen van een sterke vermenging van rassen. Daar op Herscheleiland ondervonden wij het groote leed, dat onze Manni verdronk; hij was alleen in een boot aan het eenden jagen, en in het gezicht van deGjöastond hij in het bootje, toen dat door een windstoot omsloeg.Het graf van Wiik.Het graf van Wiik.Hoewel dadelijk een boot uitgezet werd, gelukte het niet zijn lijk te vinden, ook niet na herhaalde pogingen in den loop der week gedaan. Het was een zwaar verlies voor ons allen; wij hadden hem zoo graag naar de beschaafde wereld mede genomen, om te zien wat er van hem te maken viel.Het werd 9 Augustus, eer voor goed de reis naar het Westen werd voortgezet, en nog was de vaart vol moeilijkheden in de negen dagen, die ons van den 18den scheidden, toen we om Point Barrow, Amerika’s noord-westpunt voeren. Den 30sten kwam kaap Prins van Wales, de oostelijke rots aan den ingang van de Beringstraat in zicht. Wij waren dus Aljaska voorbijgevaren, het land, waar ik op mijn voorjaarspostreis kennis mee had gemaakt, waar ik veel gastvrijheid had gevonden aan de Yukon, in Fort Mc Pherson, Circle City en Eagle City, in welke laatste plaats ik twee maanden had doorgebracht.Bij Point Barrow had ik uit Nome, de uiterste noordwestelijke bewoonde plaats aan de Beringstraat, een schrijven gekregen, of wij de gasten der stad Nome wilden zijn. De menschen toonden wel, die uitnoodiging hartelijk te meenen. De vriendelijkheid, waarmee we daar werden opgenomen en de eindelooze geestdrift, waarvan deGjöahet voorwerp was, zullen voor alle tijden tot de aangenaamste herinneringen onzer reis blijven behooren.Amundsen besluit zijn reisverhaal te Nome. Uit de dagbladen heeft men vernomen, dat de leden der expeditie over San Francisco naar Europa zijn teruggekeerd. Of deGjöain andere handen is overgegaan, en in welke, is ons onbekend; Amundsen deelt het niet mee in zijn verhaal.

Wiik in winterkostuum.Wiik in winterkostuum.

Wiik in winterkostuum.

Het duurde nog lang, nadat onze toebereidselen klaar waren, eer het ijs opbrak; eerst den 10den Juli 1906 ontdekten wij drie walvischvaarders in het open water buiten King Point, het was nog onzeker, of het hun gelukken zou geheel naar buiten te komen; maar het ging. Nu was ook onze tijd gekomen; alles was gereed voor het vertrek. Onze lieveGjöabegon het laatste deel van haren tocht. Toen we langs Wiik’s graf kwamen, lieten we de vlag dalen en zonden hem onzen laatsten groet.

Op Herscheleiland moesten wij nog lang wachten op het verder losgaan van het ijs; het eiland had een prachtigen plantengroei, waar King Point een ware woestijn bij was, maar de Eskimo’s hadden al het primitieve verloren, en de jeugd vertoonde duidelijk de sporen van een sterke vermenging van rassen. Daar op Herscheleiland ondervonden wij het groote leed, dat onze Manni verdronk; hij was alleen in een boot aan het eenden jagen, en in het gezicht van deGjöastond hij in het bootje, toen dat door een windstoot omsloeg.

Het graf van Wiik.Het graf van Wiik.

Het graf van Wiik.

Hoewel dadelijk een boot uitgezet werd, gelukte het niet zijn lijk te vinden, ook niet na herhaalde pogingen in den loop der week gedaan. Het was een zwaar verlies voor ons allen; wij hadden hem zoo graag naar de beschaafde wereld mede genomen, om te zien wat er van hem te maken viel.

Het werd 9 Augustus, eer voor goed de reis naar het Westen werd voortgezet, en nog was de vaart vol moeilijkheden in de negen dagen, die ons van den 18den scheidden, toen we om Point Barrow, Amerika’s noord-westpunt voeren. Den 30sten kwam kaap Prins van Wales, de oostelijke rots aan den ingang van de Beringstraat in zicht. Wij waren dus Aljaska voorbijgevaren, het land, waar ik op mijn voorjaarspostreis kennis mee had gemaakt, waar ik veel gastvrijheid had gevonden aan de Yukon, in Fort Mc Pherson, Circle City en Eagle City, in welke laatste plaats ik twee maanden had doorgebracht.

Bij Point Barrow had ik uit Nome, de uiterste noordwestelijke bewoonde plaats aan de Beringstraat, een schrijven gekregen, of wij de gasten der stad Nome wilden zijn. De menschen toonden wel, die uitnoodiging hartelijk te meenen. De vriendelijkheid, waarmee we daar werden opgenomen en de eindelooze geestdrift, waarvan deGjöahet voorwerp was, zullen voor alle tijden tot de aangenaamste herinneringen onzer reis blijven behooren.

Amundsen besluit zijn reisverhaal te Nome. Uit de dagbladen heeft men vernomen, dat de leden der expeditie over San Francisco naar Europa zijn teruggekeerd. Of deGjöain andere handen is overgegaan, en in welke, is ons onbekend; Amundsen deelt het niet mee in zijn verhaal.


Back to IndexNext