HOOFDSTUK XXXI.

Intusschen maken zich ook de Boeren langzamerhand gereed, om het gastvrije erf van Dirk Kloppers te verlaten.

Zij zadelen hun paarden, nemen een hartelijk afscheid van de familie Kloppers, en hun paarden de sporen gevend, rijden zij snel de oprijlaan af tegen de heuvelen op.

Spoedig zijn zij achter den eersten heuvelkam verdwenen — slechts de oude Boerenvlag is nog zichtbaar — zij wappert nog eens boven den hoogsten heuvel — en verdwijnt uit het gezicht.

Doch Dirk Kloppers stopt zijn pijp, en met de oude vrouw aan zijn zijde houdt hij, zooals dat den baas van "Vredenoord" betaamt, met bedachtzamen, onderzoekenden blik generale inspectie in huis en hof.

Er zijn weer eenige weken verstreken. Malsche regens zijn gevallen, en hebben het dorstend aardrijk, dat om water schreeuwde verkwikt.

En de van droogte gespleten grond is op nieuw bedekt met een frisch groen, en ver, in het zuiden, in de passen van het Drakengebergte, is het eerste, teedere gras uitgesproten boven de groote, breede grafheuvels.

Weduwe Marling met haar zoon Eduard zijn verleden week na een voorspoedige reis hier te "Vredenoord" aangekomen en zijn thans de hartelijk welkome gasten der familie Kloppers.

De ontmoeting tusschen de weduwe en haar kind, haar Charles, wil ik niet beschrijven, daar ik het niet kan. Het was een éénig, zalig en heilig oogenblik in beider leven.

In het groote woonvertrek van Dirk Kloppers zijn de huisgenooten thans bijeen.

Eduard heeft met groote nauwkeurigheid en zorgvuldigheid Lena's oogen onderzocht en is tot de overtuiging gekomen, dat zij door een operatie het licht weer terug zou krijgen in haar oogen, en heden zal tot de operatie worden overgegaan.

't Is een merkwaardige groep, die gij hier ontmoet.

Dicht bij het raam, zit de blinde Lena. Naast haar staat een kleine tafel, waarop eenige heelkundige instrumenten liggen uitgespreid, en vóór haar staat Eduard Marling, de kundige, Engelsche arts met dat fijn en schrander gelaat.

Achter de groote tafel zit het oude echtpaar Kloppers, en hun zoon Jan staat, leunend op den stoel van zijn vader, met groote belangstelling te kijken naar de beginnende operatie.

De moeder van den dokter zit naast de vrouw des huizes, en haar zoon Charles heeft met Herman Hoogerhuis recht tegenover haar plaats genomen.

De jonge Arie staat dicht bij het raam, en Lodewijk Jansen, de broeder van vrouw Kloppers, die, wat men noemt toevallig hier van daag is aangekomen, zit met eengefronsd gelaat, en machtige rookwolken uitblazend, in een hoek van het vertrek.

Dat er in het vertrek een groote spanning heerscht, behoef ik wel niet te zeggen.

De weduwe bidt in haar hart tot God, dat Hij moge helpen en bijstaan.

Maar er zijn er meer, die bidden.

De dokter brengt het hoofd der blinde in de goede houding.

Nu neemt hij van de kleine tafel een lancet.

Aller oogen zijn op den jeugdigen arts gericht, maar Lodewijk Jansen barst los met harde stem: "Ik begrijp je niet, zwager, ik begrijp je niet!"

"Wat begrijp je niet?" vraagt de oude Kloppers in de grootste verbazing.

"Dat gij je kleinkind aan een Engelschman overgeeft," antwoordt hij verontwaardigd.

"En waarom aan geen Engelschman?" vraagt de oude Kloppers.

"Omdat een Engelschman nooit te vertrouwen is," antwoordt hij op ruwen toon.

Er volgt een pijnlijke pauze, en niets wordt gehoord dan het eentoonig getik der oude klok aan den muur.

"Hoe zal dat eindigen!" zucht de weduwe, en moeder Kloppers werpt een toornigen blik op haar broeder.

Maar de jonge arts wendt zich tot den huisheer.

"Mijnheer Kloppers," zegt hij schijnbaar kalm en met waardigheid, "onder deze omstandigheden zie ik van de operatie af. Ik moet ten volle worden vertrouwd, ook als de operatie geen resultaat heeft."

Hij legt het lancet, dat hij had opgenomen, bedaard neder op de kleine tafel, doch de oude Kloppers zegt met zijne klankvolle stem: "Gij hebt mijn vertrouwen, en gij houdt mijn vertrouwen."

"En wat denkt gij er van?" wendt zich de arts tot Lena. "Bedenk het, ik behoor tot de vijanden van uw volk."

"Neen," zegt zij, en zij schudt haar zwarte lokken met bekoorlijke aanvalligheid, "gij behoort niet tot de vijanden van ons volk."

"Zal ik dan beginnen?"

Zij knikt.

Hij neemt het vlijmscherpe lancet van de tafel en brengt het aan haar linker oog.

Zijn moeder kijkt hem aan en ziet zijn bleek gelaat.

"O Heere," zucht ze, "bestuur zijn oogen zijn hand!"Maar zijn hand beeft niet, en er is geen zweem van gejaagdheid of aarzeling bij hem te ontdekken.

Nu buigt hij zich voorover — vlak voor het gelaat van het meisje — en nu doet hij de haarfijne snede door het verduisterde hoornvlies van het linker ooglid.

Snel bedekt hij het geopereerde oog, en het lancet gaat nu door het hoornvlies van het rechter oog.

En nu neemt hij het bedeksel weg.

Er heerscht een onbeschrijfelijke spanning onder de aanwezigen.

"Lena," roept hij, dicht voor haar staande, "wat ziet ge?"

Er komt geen woord over haar lippen.

"De operatie is mislukt," steunt de weduwe, en den jongen dokter is de laatste bloeddrup uit het gezicht geweken.

Maar met groote geestkracht beheerscht hij zichzelve, en vraagt nog eens: "Lena, wat ziet ge?"

Nu heeft het meisje haar spraakvermogen teruggekregen.

"Wat ik zie!" juicht ze, "ik zie mijn redder! Ik zie het zwart in zijn oogen!"

Zij grijpt zijn handen en kust ze vol innige dankbaarheid. En zij loopt en huppelt naar haar grootvader, en vleit het hoofd op den schoot van haar grootmoeder neer.

En zij geeft al de huisgenooten de hand als oude kennissen, die zij in langen, langen tijd niet heeft gezien. En dan springt zij weer op, als een vlugge antilope en plaatst zich voor het raam en staart naar buiten, en verlustigt zich in het gezicht van het golvende maïsveld, van de geurende bloem, van het ruischende loover en van het dartelend lam in de weide.

En in het overstroomend gevoel harer blijdschap vouwt zij de handen, en zij roept met den eerbied, waarmede een gebed wordt uitgesproken: "Ik zie de heerlijkheid des Heeren!"

Wie kan bij zulk een blijdschap onbewogen blijven?

De oude Lodewijk Jansen is overwonnen, en er biggelen twee groote tranen in zijn grooten, ruigen baard.

Hij staat open legt zijnzware hand op den smallen schouder van den Engelschman.

"Dokter," zegt hij, "ik heb u grof beleedigd; vergeeft het mij!"

"Het is u reeds vergeven," antwoordt de aangesprokene op blijden toon.

Dokter Marling is later groot en beroemd geworden in zijn vaderland, en vele gelukkige operaties heeft hij bewerkstelligd, doch deze operatie is diep in zijn hart gegrift gebleven.

"Gij zijt een Roodbaatje, doch gij kunt het niet helpen, en gij verdiendet een Afrikaander te zijn," zegt Jansen met grooterondborstigheid.

"'t Zal wel goed komen," meende de dokter in de vroolijkste stemming.

Het was een gelukkige dag op "Vredesoord".

Charles is volkomen hersteld, en het oogenblik van het scheiden is nu aangebroken.

Er is een sterke band gelegd tusschen het huisgezin van Dirk Kloppers en de familie Marling, en daarom valt het scheiden niet gemakkelijk.

Zij hebben elkander lief gekregen, en daarom doet het scheiden zeer.

De jachtwagen komt nu voor.

Jan heeft er den moorkop en den vos voor laten spannen, en hij zelf zal, met Arie en Herman Hoogerhuis, onze gasten naar het naastbij gelegen dorp brengen. Van daar is met de postwagen gelegenheid, om de spoor te bereiken.

Alles staat gepakt en gezakt.

De oude Columbus neemt de zware koffers op zijn breeden rug en legt ze in den wagen.

De vurige paarden rukken ongeduldig aan de leeren strengen.

En nu nemen de gasten afscheid; een hartelijk, roerend afscheid, zooals menschen van elkander afscheid nemen, die elkander misschien nooit — nooit wederzien aan deze zijde van het graf.

En de dokter zegt bij het afscheid nemen; "Oom Dirk, wij gaan nu naar Engeland, en wij zullen vertellen, wat wij hebben gezien en ondervonden. Ik heb het vrijheidlievende volk der Boeren lief gekregen, en ik zou niet weten, waarom het Hollandsche ras zich niet vrij naast het Engelsche in Afrika zou mogen ontwikkelen. Me dunkt, Afrika is groot genoeg!

Ik hoop de belangen der Boeren te bepleiten, waar ikkan, en waar gij hebt gestreden met hetgeweer, daar zal ik voor de Transvaalsche Boeren strijden met hetwoord. Er zit in het Engelsche volk nog een kern, die van geen onderdrukking weten wil, en ik zal den sluimerenden vonk voor vrijheid en recht aanblazen tot een vlam, die het geheele volk zal aansteken!"

"Moge het u gelukken!" zegt de grijze Voortrekker met ernstige stem.

En nu stappen de gasten in het rijtuig.

Nog een laatste handdruk — de moedige paarden werpen zich in het tuig — de jachtwagen rolt over het erf.

Allen zijn bedroefd, doch Charles is bedroefder dan de anderen. Hij werpt een laatsten, weemoedigen blik achterwaarts op "Vredenoord", op al die plekjes, die hem zoo lief zijn geworden, en daar, tegen den ruwen stam van den lindeboom — daar staat Lena, en zij zwaait hem met haar zakdoek een laatst vaarwel toe — zijn oogen verduisteren zich — ach, scheiden doet zeer!

En nu is het avond geworden.

De oude Kloppers en zijn vrouw zitten op de bank, onder den lindeboom.

De maan werpt haar vriendelijk licht over "Vredenoord", en helder beginnen de sterren te tintelen aan den wolkeloozen hemel.

't Is stil; nauwelijks beweegt zich een blad.

Slechts het geloei der ossen wordt gehoord uit de kralen, het rinkelen der metalen bellen, die Kloppers' melkkoeien om den nek dragen, het zachte gekir van een paar duiven op den nok van het dak, en het weemoedig gezang van een Kaffer, op den drempel van zijn hut.

"En wat denkt gij," vraagt moeder Kloppers, "zal onze jonge dokter succes hebben met zijn streven, om voor onze onafhankelijkheid te pleiten?"

"Zijn streven is edel en groot," antwoordt de oude man, "maar ik vrees, dat hij er zich te veel van voorspiegelt. Laat hij voor ons pleiten! Hoe meer hoe beter. Doch wij moeten er geen overdreven verwachting op bouwen, want de publieke opinie van Engeland is vastgeroest in de gedachte, dat wij Boeren de Kaffers onderdrukken en de vrijheid niet waard zijn! En de Engelsche regeering hunkert steeds naar machtsuitbreiding."

Peinzend staart hij voor zich uit.

"Wij hebben niets," zegt hij na een pauze, "waarop wij kunnen bouwen dan op God en ons goed recht!"

"En is dat niet genoeg?" vraagt zijn vrouw.

"'t Is meer dan genoeg," antwoordt hij, en hij staart weer peinzend vóór zich uit.

"Zie, Anna," zegt hij, "veertig jaren geleden waren eenige honderden Engelsche soldaten voldoende, om ons uit Natal te jagen; in den laatsten vrijheidsoorlog schoten tien duizend Engelschen te kort, om ons onder het juk te brengen, en over twintig jaar komt Engeland met vijftig duizend man niet klaar!"

Nu zwijgt hij, en hij blikt naar de verte, waar de witte dampen uit kloven en valleien langzaam omhoog stijgen.

Het geloei der ossen is verstomd, en het rinkelen der metalen bellen heeft nu opgehouden. De duiven hebben hun nest opgezocht, en het weemoedig gezang van den Kaffer wordt niet meer gehoord.

"Ik zie een schoone en heerlijke toekomst weggelegd voor ons vaderland," zegt de grijsaard, "en het zal zich ontwikkelen tot een groot en machtig volk, als het wandelt in de ordonnantiën des Heeren, recht en gerechtigheid betracht en zijn roeping vervult: christendom en beschaving te brengen onder de blinde heidenen!"

Hij is opgestaan; zijn oogen schitteren van edele geestdrift.

Als een profeet der oudheid, zoo staat hij daar, de godvreezende, onversaagde Voortrekker. Zijn grijze lokken blinken als zilver in het licht der maan.

"Kom, Anna," zegt hij, "'t is reeds laat; wij gaan naar binnen."

Beiden gaan naar binnen....

De deur sluit zich achter hen....

En het koele nachtwindje fluistert zijn weemoedige melodiën in de kroon van den ouden lindeboom....

En in diepe rust ligt Vredenoord....

Transcriber's Notes:Dit boek bevat een aantal zetfouten.De volgende zetfouten zijn gecorrigeerd:[het trouwe dier lekt zijn handen]→ [het trouwe dier likt zijn handen][Hij vat de veldvlesch]→ [Hij vat de veldflesch][voor niets terugdeizende]→ [voor niets terugdeinzende][verborg hij in de plooiën]→ [verborg hij in de plooien][één onder hen, Kolumbus,]→ [één onder hen, Columbus,][den ijzeren voetzoel]→ [den ijzeren voetzool][wij zullen de Rookrokken]→ [wij zullen de Roodrokken][eindelijk, vrienlijker dan]→ [eindelijk, vriendelijker dan][oorlogzuchtig," antwoorde Botter.]→ [oorlogzuchtig," antwoordde Botter.][antwoordde de dappere sergant.]→ [antwoordde de dappere sergeant.][een inkpot en een]→ [een inktpot en een][Slechts êénmaal dreigde]→ [Slechts éénmaal dreigde]['s Was erg]→ ['t Was erg][met nauwlijks onderdrukte]→ [met nauwelijks onderdrukte][Sinds gnneraal Wolseley]→ [Sinds generaal Wolseley][zijn niet gewild,]→ [zijn niet gewend,][vermogende Osborn aan]→ [vermogende Osborne aan]["Kem," zeide de Voortrekker]→ ["Kom," zeide de Voortrekker][op den moordheuvel gesleert,]→ [op den moordheuvel gesleept,]["Ouwe Colombus, je]→ ["Ouwe Columbus, je][en stijgt uit het zaal.]→ [en stijgt uit het zaâl.]deze fout komt nog 2x voor (zie hieronder. De correcte vorm, "zaâl", is dialect voor "zadel".[ook uit het zaal]→ [ook uit het zaâl][moeilijker positie's geweest]→ [moeilijker posities geweest][vielen de de brandende]→ [vielen de brandende][vas het geweervuur]→ [van het geweervuur][den 18. December]→ [den 18den December][zoo kagend aankeek]→ [zoo klagend aankeek][op uwe schouders, werpen,]→ [op uwe schouders werpen,][maar zijn and beefde]→ [maar zijn hand beefde][en Colombus ging]→ [en Columbus ging][brief te schrijvon.]→ [brief te schrijven.][nam den steutel,]→ [nam den sleutel,][was gelukkig ontstapt.]→ [was gelukkig ontsnapt.][ik leef mijn psalnen]→ [ik leef mijn psalmen][getroffen doer de assegaai]→ [getroffen door de assegaai][den yijand door het]→ [den vijand door het][En hij eu zijn]→ [En hij en zijn][En ten laaatste lachtte]→ [En ten laatste lachtte][behoedzaamhaid wordt]→ [behoedzaamheid wordt][doch toe hij in]→ [doch toen hij in][zelfs uitstekend gedekt,]→ [zelf uitstekend gedekt,][er bij neervallen"!]→ [er bij neervallen!"][voorzichtig als een sluipmoord naar.]→ [voorzichtig als een sluipmoordenaar.][En hou ouder]→ [En hoe ouder][hij uit het zaal sprong.]→ [hij uit het zaâl sprong.][nog niet eemaal aan]→ [nog niet eenmaal aan][en langs deu Oostelijken]→ [en langs den Oostelijken][Met zijn schoten,]→ [Het zijn schoten,][ze zijn hart]→ [ze zijn hard][waarlijk sanatische boosheid]→ [waarlijk satanische boosheid][om Gode de eere]→ [om God de eere][met den koorstgloed in de oogen]→ [met den koortsgloed in de oogen][een flluisterende vraag]→ [een fluisterende vraag][deed de teederste snaren trilden]→ [deed de teederste snaren trillen][want dich in haar]→ [want dicht in haar][den ouden Colombus!]→ [den ouden Columbus!][en zijn band!"]→ [en zijn hand!"][eu legt zijn]→ [en legt zijn][rondbortigheid.]→ [rondborstigheid.]In de papieren versie ontbreekt zowel een inhoudsopgave als een lijst met illustraties. Voor het gemak van de lezer zijn deze, in de HTML-versie, toegevoegd aan het begin.Voetnoten zijn (indien nodig) hernummerd en naar het eind van het betreffende hoofdstuk verplaatst.Er zijn een aantal interpunctie fouten gecorrigeerd maar die worden hier niet verder genoemd.In de HTML-versie is de originele paginanummering zichtbaar. Er is daarbij gebruik gemaakt van bepaalde html-styles waardoor pagina nummers wel zichtbaar zijn, maar niet hinderen bij het zoeken op hele woorden, ook als ze (ogenschijnlijk) opgebroken zijn door een paginanummer.

Dit boek bevat een aantal zetfouten.De volgende zetfouten zijn gecorrigeerd:[het trouwe dier lekt zijn handen]→ [het trouwe dier likt zijn handen][Hij vat de veldvlesch]→ [Hij vat de veldflesch][voor niets terugdeizende]→ [voor niets terugdeinzende][verborg hij in de plooiën]→ [verborg hij in de plooien][één onder hen, Kolumbus,]→ [één onder hen, Columbus,][den ijzeren voetzoel]→ [den ijzeren voetzool][wij zullen de Rookrokken]→ [wij zullen de Roodrokken][eindelijk, vrienlijker dan]→ [eindelijk, vriendelijker dan][oorlogzuchtig," antwoorde Botter.]→ [oorlogzuchtig," antwoordde Botter.][antwoordde de dappere sergant.]→ [antwoordde de dappere sergeant.][een inkpot en een]→ [een inktpot en een][Slechts êénmaal dreigde]→ [Slechts éénmaal dreigde]['s Was erg]→ ['t Was erg][met nauwlijks onderdrukte]→ [met nauwelijks onderdrukte][Sinds gnneraal Wolseley]→ [Sinds generaal Wolseley][zijn niet gewild,]→ [zijn niet gewend,][vermogende Osborn aan]→ [vermogende Osborne aan]["Kem," zeide de Voortrekker]→ ["Kom," zeide de Voortrekker][op den moordheuvel gesleert,]→ [op den moordheuvel gesleept,]["Ouwe Colombus, je]→ ["Ouwe Columbus, je][en stijgt uit het zaal.]→ [en stijgt uit het zaâl.]deze fout komt nog 2x voor (zie hieronder. De correcte vorm, "zaâl", is dialect voor "zadel".[ook uit het zaal]→ [ook uit het zaâl][moeilijker positie's geweest]→ [moeilijker posities geweest][vielen de de brandende]→ [vielen de brandende][vas het geweervuur]→ [van het geweervuur][den 18. December]→ [den 18den December][zoo kagend aankeek]→ [zoo klagend aankeek][op uwe schouders, werpen,]→ [op uwe schouders werpen,][maar zijn and beefde]→ [maar zijn hand beefde][en Colombus ging]→ [en Columbus ging][brief te schrijvon.]→ [brief te schrijven.][nam den steutel,]→ [nam den sleutel,][was gelukkig ontstapt.]→ [was gelukkig ontsnapt.][ik leef mijn psalnen]→ [ik leef mijn psalmen][getroffen doer de assegaai]→ [getroffen door de assegaai][den yijand door het]→ [den vijand door het][En hij eu zijn]→ [En hij en zijn][En ten laaatste lachtte]→ [En ten laatste lachtte][behoedzaamhaid wordt]→ [behoedzaamheid wordt][doch toe hij in]→ [doch toen hij in][zelfs uitstekend gedekt,]→ [zelf uitstekend gedekt,][er bij neervallen"!]→ [er bij neervallen!"][voorzichtig als een sluipmoord naar.]→ [voorzichtig als een sluipmoordenaar.][En hou ouder]→ [En hoe ouder][hij uit het zaal sprong.]→ [hij uit het zaâl sprong.][nog niet eemaal aan]→ [nog niet eenmaal aan][en langs deu Oostelijken]→ [en langs den Oostelijken][Met zijn schoten,]→ [Het zijn schoten,][ze zijn hart]→ [ze zijn hard][waarlijk sanatische boosheid]→ [waarlijk satanische boosheid][om Gode de eere]→ [om God de eere][met den koorstgloed in de oogen]→ [met den koortsgloed in de oogen][een flluisterende vraag]→ [een fluisterende vraag][deed de teederste snaren trilden]→ [deed de teederste snaren trillen][want dich in haar]→ [want dicht in haar][den ouden Colombus!]→ [den ouden Columbus!][en zijn band!"]→ [en zijn hand!"][eu legt zijn]→ [en legt zijn][rondbortigheid.]→ [rondborstigheid.]In de papieren versie ontbreekt zowel een inhoudsopgave als een lijst met illustraties. Voor het gemak van de lezer zijn deze, in de HTML-versie, toegevoegd aan het begin.Voetnoten zijn (indien nodig) hernummerd en naar het eind van het betreffende hoofdstuk verplaatst.Er zijn een aantal interpunctie fouten gecorrigeerd maar die worden hier niet verder genoemd.In de HTML-versie is de originele paginanummering zichtbaar. Er is daarbij gebruik gemaakt van bepaalde html-styles waardoor pagina nummers wel zichtbaar zijn, maar niet hinderen bij het zoeken op hele woorden, ook als ze (ogenschijnlijk) opgebroken zijn door een paginanummer.

deze fout komt nog 2x voor (zie hieronder. De correcte vorm, "zaâl", is dialect voor "zadel".

In de papieren versie ontbreekt zowel een inhoudsopgave als een lijst met illustraties. Voor het gemak van de lezer zijn deze, in de HTML-versie, toegevoegd aan het begin.

Voetnoten zijn (indien nodig) hernummerd en naar het eind van het betreffende hoofdstuk verplaatst.

Er zijn een aantal interpunctie fouten gecorrigeerd maar die worden hier niet verder genoemd.

In de HTML-versie is de originele paginanummering zichtbaar. Er is daarbij gebruik gemaakt van bepaalde html-styles waardoor pagina nummers wel zichtbaar zijn, maar niet hinderen bij het zoeken op hele woorden, ook als ze (ogenschijnlijk) opgebroken zijn door een paginanummer.


Back to IndexNext