Hoofdstuk XV.Slavernij is despotismus.Het is altijd van het hoogste belang, bij de beschouwing eener zaak, juist voor oogen te hebben wat zij is.Het eenige middel om juist te weten, wat deze of geneburgerlijke instelling is, bestaat in het onderzoek van de wetten, waardoor zij geregeld wordt. In verschillende tijden en bij verschillende volken, werden verschillende instellingen met den naam van slavernij bestempeld. De dienstbaarheid onder de aartsvaders was iets anders dan de dienstbaarheid bij de Israëlieten, en deze weder iets anders dan de dienstbaarheid bij de Grieken en Romeinen; al deze instellingen verschillen zeer veel van elkander. En wat is nu de Amerikaansche slavernij, zoo als wij die leeren kennen uit de wet en uit de regtspleging?Laat ons beginnen met te zeggen wat zij niet is:1. Zijn de slaven niet wat de arbeidende klasse is.2. Is zij geene voogdij.3. Is het in geenen deele een stelsel van opvoeding van een zwakker geslacht door een sterker.4. Is het geluk van den slaaf in geen opzigt haar doel.5. Is evenmin de tijdelijke welvaart of het eeuwig geluk van den slaaf hare strekking.Haar doel wordt zeer bepaaldelijk aangegeven in een vonnis van den regter Ruffin. „Het doel is het voordeel van den meester, zijne zekerheid en de publieke veiligheid.”Slavernij, dus, is onbeperkt despotisme, in den ruimsten vorm.Het zou echter eene onregtvaardigheid zijn jegens het despotismus in eenbeschaafdenStaat, wanneer wij daarmede de Amerikaansche slavernij vergeleken. De absolute regeringen in Europa beweren geen van allen gegrondvest te zijn op het eigendomsregt van den heerscher over de personen en vermogens van den beheerschte.Dit is een vorm van het despotismus, zoo als slechts in de meest barbaarsche streken der wereld bestaat, zoo als, bij voorbeeld, in Dahomey.Het absolutismus of despotismus in Europa erkent tot zekere hoogte het geluk en de welvaart van den onderdaan, als den grondslag van het gouvernement; en de wetgever wordt geacht zijne magt te bezitten tot bevordering van het volksgeluk; zijn regt als wetgever wordt verondersteld eenigzins voort te spruiten uit het denkbeeld, dat hij beter het geluk van het volk begrijpt, dan het volk zelf. Geene regering in de beschaafde wereld omhelst meer dat zuiver despotische beginsel, dat bestond in de dagen der Persische en Assyrische heerschappij.De argumenten, die de slavernij verdedigen, moeten in hoofdzaak dezelfde zijn als die, welke het despotismus van een anderen aard verdedigen; en de bezwaren, die er zijn tegen in te brengen, zijn ook juist van dezelfde soort als die, welke tegen het despotismus van anderen aard zijn aan te voeren. De gewoonten en daden waarvan zij oorzaak zijn, komen eveneens geheel overeen met die, waartoe despotismus ten allen tijde aanleiding heeft gegeven.Wordt de slaaf van misdaad verdacht, zijn meester heeft het regt om zijne schuld te onderzoeken door pijniging (zie de Staat tegen Castleman). Zijn meester heeft, door de daad, meestal magt over leven en dood, ten gevolge der uitsluiting van het getuigenis van een slaaf. Hij heeft de magt den slaaf, ten allen tijde, te verbannen, zonder daarvoor aan iemand rekenschap te zijn verschuldigd, naar eene plaats, nog verschrikkelijker dan Siberië, en hem te veroordeelen tot een arbeid, zwaarder dan op de galeijen. Hij heeft ook eene onbeperkte magt over de eer van zijn slaaf; hij kan hem beschuldigen van elke misdaad, en toch hem alle onderzoek of verhoor onthouden, en eindelijk hem verkoopen, terwijl zijne eer door eene lasterlijke aantijging, die hij niet van zich heeft kunnen werpen, bezoedeld is.Dit zijn ook allen misbruiken, die men in eene despotische regering gelaakt heeft. Het zijn regten, waarvan goede despoten geen misbruik hebben gemaakt, maar onder bescherming van iederen slaven-houdenden Staat, en onder bescherming van al de Vereenigde Staten, worden zij zonder gewetensbezwaar door achtenswaardige menschen misbruikt.Maar, wij hebben het reeds gezegd, het ergste despotismus is dat, hetwelk zich ook over de ziel uitstrekt, die de vrijheid van het geweten aan banden kan leggen, en den mensch berooft van het regt om God te leeren kennen en te dienen, zooals hij verlangt. In vroeger dagen sidderden de koningen op hun troon en de landman aan zijn haard evenzeer voor een despotismus, dat zich bevoegd verklaarde, te binden en los te maken, het Koningrijk der Hemelen te openen en te sluiten.En toch, die magt om het geweten te dwingen, om de regten te loochenen die de godsdienst geeft, en al de middelen, die een mensch ten dienste staan om zijn Maker te leeren kennen, en naar Zijn wil te leeren handelen, hem te onthouden, die magt isonder bescherming van iederen Staat en van al de Vereenigde Staten geplaatst in handen van een ieder, van welk karakter ook, die daarvoor kan betalen.Het is eene treurige maar ernstige waarheid, dat de grootste Republiek der wereld, onder hare nationale bescherming het drukkendste stelsel van despotismus heeft genomen, dat met mogelijkheid bestaan kan.Met betrekking tot een der punten, die wij hier opnoemden, namelijk het regt van den meester om zijn slaaf, dien hij van misdaad beschuldigt, een regterlijk onderzoek te onthouden, vinden wij een krachtig voorbeeld in hetgeen voor ongeveer twee jaren in het district Columbia voorviel. Het gebeurde komt, zooals het in verschillende nieuwsbladen van dien tijd werd medegedeeld, hoofdzakelijk hierop neder. Een aanzienlijk man te Washington, de hoofdstad van onze gansche Republiek, ouderling der presbyteriaansche gemeente, bezat eene slavin die voor eenige jaren hare belijdenis bij de Doopsgezinden had afgelegd. Hij beschuldigde haar van eene poging om zijn gezin te vergiftigen, en leverde haar terstond in handen van een slavenhandelaar, die haar met zich zou nemen naar Alexandria en in een slavenhuis gevangen zette, tot dat het schip waarmede hij vertrekken wilde, reisvaardig zou zijn. Het arme meisje had eene moeder, die leed als elke natuurlijke moeder lijden moest.Toen zij het lot van hare dochter vernam snelde zij naar het slavenhuis, en smeekte met tranen in de oogen dat haar een onderhoud met hare dochter werd toegestaan; maar zij werd onbarmhartig teruggestooten en weggejaagd! Toen trachtte zij een onderhoud te hebben met den ouderling; maar ook dit gelukte haar niet. Genoeg geld was haar toegezegd om hare dochter te koopen, maar de eigenaar wilde naar geene belofte luisteren.Wanhopend begaf zich de moeder naar een advokaat te Washington, en verzocht hem voor haar een brief op te stellen. Zij vertelde hem wat zij verlangde dat er in gezegd zou worden, en hij kweet zich van zijne taak, zooals zij-zelve het zou gedaan hebben, wanneer zij niet van het voorregt om onderwijs te genieten ware verstoken geweest. Haar brief luidde als volgt:Washington,25 Julij 1851.Mijnheer,Ik wend mij tot u, als tot een rijk Christen, vrijgeborene en vader, ofschoon ik-zelve slechts eene arme slavenmoeder ben. Ik wil met u spreken over een eenig kind, dat ik lief heb, die de Christen godsdienst, even als gij-zelf, belijdt, en lidmate is der Christelijke kerk, en die door de uitoefening van uw regt van eigendom, nu wegkwijnt als gevangene in een hatelijk mannen-slavenhuis, waar zij blijven moet tot zij verkocht zal zijn. Ik kom om vóór u te bepleiten de toepassing dier heilige wet: „Wat gij wilt dat u de menschen doen zullen, doe dat alzoo.”Met groote moeite heb ik vrienden gevonden, die mij willen helpen mijn kind te koopen, om ons voor die wreede scheiding te bewaren. Gij, alsvader, kunt begrijpen wat ik voelde, toen men mij zeide, dat gij besloten hadt haar verre heen te bannen, en mij dus de hoop ontnomen hadt haar ooit weder te zien.Bijna zes jaren lang heeft mijn kind slavenarbeid bij u verrigt, van haar zestiende tot haar twee-en-twintigste jaar heeft zij hard gewerkt in uwe woonkamer, uwe keuken, uw kelder en uw stal. Bij dag en bij nacht was uw wil en uw bevel voor haar de hoogste wet; maar dit alles was te vergeefs. Indien haar zelfs in al dien tijd een weinig koffij of thee gegeven is, dan was het op kosten van hare slavenmoeder, niet op uwe kosten.Gij zijt een voorganger in de gemeente en een man des gebeds. Als zoodanig en als de oppermagtige eigenaar van mijn kind, vraag ik ootmoedig, of zij die zachte en liefderijke behandeling genoten heeft, dat schoone voorbeeld heeft gezien, die haar in haar treurigen toestand konden bemoedigen? Heeft zij uit uwe handen, door een waarachtig godsdienstig onderwijs in het woord van God, eene volkomene en goede voldoening gehad voor al haren arbeid? Het is niet aan mij alleen dat gij die vragen moet beantwoorden. Gij erkent het gezag der wetten van Hem, die vrijmaking aan den gevangene verkondigde, en die u beveelt uwe dienstmaagd te geven „wat regt en billijk is.” O! ik bezweer u, onthoud in deze bangeure mijn kind niet datgene, wat haar laatste hoop zal wegnemen, en dat uwe eigene ziel in het verderf zal storten.Men zegt mij dat gij mijne dochter van misdaad beschuldigt. Kan dit waarlijk zoo zijn? Kan het zijn dat gij uwe pligten als eerlijk man en goed burger vergeet; dat gij liever de schuldige voor geld verkoopt, dan haar voor den regter te dagen, waar gijweetdat zij gaarne zou verschijnen? Wat zoudtgijzeggen, indien men u van eene misdaad beschuldigde, en weigerde u voor de regtbank te roepen? Is haar goede naam niet evenveel waard aan haar, in de Gemeente, waartoe zij behoort, als uw goede naam aan u dierbaar kan wezen?Denk, voor een oogenblik, datuwedochter, die gij liefhebt, in plaats van de mijne in deze heete dagen in eene slavengevangenis zat, gevoed werd met het ellendigste voedsel, geheel overgegeven was aan den wil van een slecht mensch en van het regt verstoken was, dat zelfs den moordenaar niet ontzegd wordt, om het gelaat zijner vrienden te zien. O! dan zoudt gij ook lijden! Och! heb dan ook medelijden met eene arme slavenmoeder en haar kind, en doe voor ons wat gij zoudt willen dat men voor u deed, wanneer gij verschijnen zult voor den Hoogsten Regter, en wanneer uwe grootste vreugde zal zijn te kunnen zeggen: „Ikheb de verdrukten vrijgemaakt.”Ellen Brown.Maar het meisje werd naar het Zuiden gezonden en daar verkocht.De schrijfster heeft deze mededeelingen ontvangen van hem, die den brief schreef. Of de handelwijze van den eigenaar stipt wettig was, is iets waarvan wij niet geheel overtuigd zijn. Dat het eene daad was, waarin de wet zich niet kon mengen, is zeker, maar even zeker is het, dat het eene daad was, waartegen de publieke geest niet opkwam. De man, die zijne magt aldus uitoefende, stond bekend als een godsdienstig man, bekleedde eene belangrijke betrekking bij de Christelijke kerk; en geene enkele handeling der Christen-gemeente, waartoe hij behoorde, toont aan, dat men zijne daad niet als zeer te regtvaardigen beschouwde.En is niet juist deze uitoefening van magt hetgeen ons hetmeest schokt, wanneer wij ze van vreemde despoten zien?Lezen wij niet met siddering, dat in Rusland of Oostenrijk een man, die van eene misdaad verdacht wordt, wordt opgeligt, van zijne vrienden wordt gescheiden, geene gelegenheid wordt gelaten om voor den regter zich te verdedigen, maar naar Siberië of eenige andere vreeselijke plaats van verbanning wordt gevoerd?Waarom is het despotismus in eenig opzigt erger wanneer het door een Staat, dan wanneer het door een persoon gepleegd wordt?Er bestaat tegenwoordig een heftige strijd tusschen het despotisch en republikeinsch beginsel. Alle argumenten, die ter verdediging van de slavernij worden aangevoerd, zijn evenzeer geldig voor de verdediging der despotische regering, en er gelden zelfs enkele argumenten ten gunste der laatste, die niet voor de eerste van kracht zijn.Er zijn argumenten, en zeer tastbare, ten gunste van eene despotische regering. Niemand kan ontkennen dat zij door despotismus eene zekere kracht, eenheid, snelheid van werking erlangt, die uit den aard der zaak eene republiek niet kan bezitten. Het despotismus heeft meer deugdelijke stelsels van staatkunde tot stand gebragt en in stand gehouden dan eenige republiek. De vorige Koning van Pruisen was door zijne absolute magt in staat een beter stelsel van volksopvoeding in te voeren, dan ons ooit gelukt is in Amerika tot stand te brengen. Hij stelde districten naar goedvinden in en verpligtte ieder ouder, of hij wilde of niet, zijne kinderen te doen schoolgaan.Indien wij hierop antwoorden—zoo als wij ook doen—dat het geven van absolute magt aan iemand, die er een regtmatig gebruik van zal maken, ongetwijfeld gunstig werken moet op den Staat, maar dat er zóó weinige menschen zijn, van wie dat rigtig gebruik is te veronderstellen, dat deze regeringsvorm niet als veilig mag beschouwd worden, dan hebben wij een argument aangevoerd, dat veel meer tegen de slavernij gerigt is dan tegen eene despotische regering, want zeker is de kans oneindig grooter om in een tijdvak van vijftig jaar één man te vinden, die in staat is om een wijs gebruik van die magt te maken, dan om iederen dag, in ons land, duizenden te vinden, die met zulk een magt kunnen bekleedworden.Het is eene treurige en zeer ernstige waarheid, dat Amerika zoowel in de handen van de slechtsten als van de besten uit het land, die despotische magt legt, die zij onveilig acht zelfs in de handen van den verlichten, wel opgevoeden en beschaafden keizer van Rusland.Met al onze republikeinsche vooroordeelen, kunnen wij niet ontkennen dat Nikolaas een man van talent, en door zijne opvoeding een zeer liberaal man is; wij weten ook dat hij een man is van een ernstig en godsdienstig karakter; hij voorzeker, die steeds handelen moet voor het oog der gansche wereld, wordt door de publieke opinie zeer aan banden gelegd, en moet zijne handelingen wel wegen. Maar wie zijn zij, aan wie de Amerikaansche wetten eene magt verleenen, onbeperkter nog dan die van den Keizer van Rusland of den Keizer van Oostenrijk? Hij kan een zeeroover geweest zijn; hij kan een dronkaard wezen; hij kan, als Souther, teregtgestaan hebben voor eene daad, waarvoor de menschheid terugdeinst; maar niet te min schenkt hem de Amerikaansche slavenwet eene onverantwoordelijke magt—magt over het ligchaam, en magt over de ziel.Aan welke zijde dan staat Amerika in dien grooten strijd, die thans tusschen zelfregering en despotismus gestreden wordt? Aan welke zijde moet Amerika staan in dien grooten strijd voor de vrijheid van geweten?Verbieden die despoten in andere rijken hun onderdanen het lezen van den Bijbel? De slaaf in Amerika is daarvan door de krachtdadigste middelen uitgesloten. Zeggen wij: „ja, maarwijlezen den Bijbel voor onze slaven en verkondigen hun het Evangelie mondeling”?Dit is juist wat het kerkelijk despotismus in Italië zegt. Zeggen wij, dat wij er niets tegen hebben, dat onze slaven den Bijbel lezen, indien het daarbij blijft; maar dat te gelijk daarmede een stroom van algemeene kennis zal binnendringen, die de bestaande orde van zaken verbreken zal—welnu, ook dat is juist wat in Italië gezegd wordt.Zeggen wij, dat wij het wenschelijk zouden achten, dat de slaaf zelf den Bijbel las, maar dat hij, in zijne onkunde, er valsche gevolgtrekkingen en dwaalbegrippen uit putten zou, en dat wij er daarom de voorkeur aan geven hem die waarheden mondeling te verkondigen—ook dit is juist wat het kerkelijke despotismus in Europa zegt.Zeggen wij in onzen hoogmoed, dat eene despotische regering alles weert wat het volk kan opvoeden en verheffen—bestaat diezelfde vrees dan niet in al de despotische slaven-Staten van Amerika?Aan welke zijde dan zal Amerika staan in dien grooten en gewigtigen strijd?
Hoofdstuk XV.Slavernij is despotismus.Het is altijd van het hoogste belang, bij de beschouwing eener zaak, juist voor oogen te hebben wat zij is.Het eenige middel om juist te weten, wat deze of geneburgerlijke instelling is, bestaat in het onderzoek van de wetten, waardoor zij geregeld wordt. In verschillende tijden en bij verschillende volken, werden verschillende instellingen met den naam van slavernij bestempeld. De dienstbaarheid onder de aartsvaders was iets anders dan de dienstbaarheid bij de Israëlieten, en deze weder iets anders dan de dienstbaarheid bij de Grieken en Romeinen; al deze instellingen verschillen zeer veel van elkander. En wat is nu de Amerikaansche slavernij, zoo als wij die leeren kennen uit de wet en uit de regtspleging?Laat ons beginnen met te zeggen wat zij niet is:1. Zijn de slaven niet wat de arbeidende klasse is.2. Is zij geene voogdij.3. Is het in geenen deele een stelsel van opvoeding van een zwakker geslacht door een sterker.4. Is het geluk van den slaaf in geen opzigt haar doel.5. Is evenmin de tijdelijke welvaart of het eeuwig geluk van den slaaf hare strekking.Haar doel wordt zeer bepaaldelijk aangegeven in een vonnis van den regter Ruffin. „Het doel is het voordeel van den meester, zijne zekerheid en de publieke veiligheid.”Slavernij, dus, is onbeperkt despotisme, in den ruimsten vorm.Het zou echter eene onregtvaardigheid zijn jegens het despotismus in eenbeschaafdenStaat, wanneer wij daarmede de Amerikaansche slavernij vergeleken. De absolute regeringen in Europa beweren geen van allen gegrondvest te zijn op het eigendomsregt van den heerscher over de personen en vermogens van den beheerschte.Dit is een vorm van het despotismus, zoo als slechts in de meest barbaarsche streken der wereld bestaat, zoo als, bij voorbeeld, in Dahomey.Het absolutismus of despotismus in Europa erkent tot zekere hoogte het geluk en de welvaart van den onderdaan, als den grondslag van het gouvernement; en de wetgever wordt geacht zijne magt te bezitten tot bevordering van het volksgeluk; zijn regt als wetgever wordt verondersteld eenigzins voort te spruiten uit het denkbeeld, dat hij beter het geluk van het volk begrijpt, dan het volk zelf. Geene regering in de beschaafde wereld omhelst meer dat zuiver despotische beginsel, dat bestond in de dagen der Persische en Assyrische heerschappij.De argumenten, die de slavernij verdedigen, moeten in hoofdzaak dezelfde zijn als die, welke het despotismus van een anderen aard verdedigen; en de bezwaren, die er zijn tegen in te brengen, zijn ook juist van dezelfde soort als die, welke tegen het despotismus van anderen aard zijn aan te voeren. De gewoonten en daden waarvan zij oorzaak zijn, komen eveneens geheel overeen met die, waartoe despotismus ten allen tijde aanleiding heeft gegeven.Wordt de slaaf van misdaad verdacht, zijn meester heeft het regt om zijne schuld te onderzoeken door pijniging (zie de Staat tegen Castleman). Zijn meester heeft, door de daad, meestal magt over leven en dood, ten gevolge der uitsluiting van het getuigenis van een slaaf. Hij heeft de magt den slaaf, ten allen tijde, te verbannen, zonder daarvoor aan iemand rekenschap te zijn verschuldigd, naar eene plaats, nog verschrikkelijker dan Siberië, en hem te veroordeelen tot een arbeid, zwaarder dan op de galeijen. Hij heeft ook eene onbeperkte magt over de eer van zijn slaaf; hij kan hem beschuldigen van elke misdaad, en toch hem alle onderzoek of verhoor onthouden, en eindelijk hem verkoopen, terwijl zijne eer door eene lasterlijke aantijging, die hij niet van zich heeft kunnen werpen, bezoedeld is.Dit zijn ook allen misbruiken, die men in eene despotische regering gelaakt heeft. Het zijn regten, waarvan goede despoten geen misbruik hebben gemaakt, maar onder bescherming van iederen slaven-houdenden Staat, en onder bescherming van al de Vereenigde Staten, worden zij zonder gewetensbezwaar door achtenswaardige menschen misbruikt.Maar, wij hebben het reeds gezegd, het ergste despotismus is dat, hetwelk zich ook over de ziel uitstrekt, die de vrijheid van het geweten aan banden kan leggen, en den mensch berooft van het regt om God te leeren kennen en te dienen, zooals hij verlangt. In vroeger dagen sidderden de koningen op hun troon en de landman aan zijn haard evenzeer voor een despotismus, dat zich bevoegd verklaarde, te binden en los te maken, het Koningrijk der Hemelen te openen en te sluiten.En toch, die magt om het geweten te dwingen, om de regten te loochenen die de godsdienst geeft, en al de middelen, die een mensch ten dienste staan om zijn Maker te leeren kennen, en naar Zijn wil te leeren handelen, hem te onthouden, die magt isonder bescherming van iederen Staat en van al de Vereenigde Staten geplaatst in handen van een ieder, van welk karakter ook, die daarvoor kan betalen.Het is eene treurige maar ernstige waarheid, dat de grootste Republiek der wereld, onder hare nationale bescherming het drukkendste stelsel van despotismus heeft genomen, dat met mogelijkheid bestaan kan.Met betrekking tot een der punten, die wij hier opnoemden, namelijk het regt van den meester om zijn slaaf, dien hij van misdaad beschuldigt, een regterlijk onderzoek te onthouden, vinden wij een krachtig voorbeeld in hetgeen voor ongeveer twee jaren in het district Columbia voorviel. Het gebeurde komt, zooals het in verschillende nieuwsbladen van dien tijd werd medegedeeld, hoofdzakelijk hierop neder. Een aanzienlijk man te Washington, de hoofdstad van onze gansche Republiek, ouderling der presbyteriaansche gemeente, bezat eene slavin die voor eenige jaren hare belijdenis bij de Doopsgezinden had afgelegd. Hij beschuldigde haar van eene poging om zijn gezin te vergiftigen, en leverde haar terstond in handen van een slavenhandelaar, die haar met zich zou nemen naar Alexandria en in een slavenhuis gevangen zette, tot dat het schip waarmede hij vertrekken wilde, reisvaardig zou zijn. Het arme meisje had eene moeder, die leed als elke natuurlijke moeder lijden moest.Toen zij het lot van hare dochter vernam snelde zij naar het slavenhuis, en smeekte met tranen in de oogen dat haar een onderhoud met hare dochter werd toegestaan; maar zij werd onbarmhartig teruggestooten en weggejaagd! Toen trachtte zij een onderhoud te hebben met den ouderling; maar ook dit gelukte haar niet. Genoeg geld was haar toegezegd om hare dochter te koopen, maar de eigenaar wilde naar geene belofte luisteren.Wanhopend begaf zich de moeder naar een advokaat te Washington, en verzocht hem voor haar een brief op te stellen. Zij vertelde hem wat zij verlangde dat er in gezegd zou worden, en hij kweet zich van zijne taak, zooals zij-zelve het zou gedaan hebben, wanneer zij niet van het voorregt om onderwijs te genieten ware verstoken geweest. Haar brief luidde als volgt:Washington,25 Julij 1851.Mijnheer,Ik wend mij tot u, als tot een rijk Christen, vrijgeborene en vader, ofschoon ik-zelve slechts eene arme slavenmoeder ben. Ik wil met u spreken over een eenig kind, dat ik lief heb, die de Christen godsdienst, even als gij-zelf, belijdt, en lidmate is der Christelijke kerk, en die door de uitoefening van uw regt van eigendom, nu wegkwijnt als gevangene in een hatelijk mannen-slavenhuis, waar zij blijven moet tot zij verkocht zal zijn. Ik kom om vóór u te bepleiten de toepassing dier heilige wet: „Wat gij wilt dat u de menschen doen zullen, doe dat alzoo.”Met groote moeite heb ik vrienden gevonden, die mij willen helpen mijn kind te koopen, om ons voor die wreede scheiding te bewaren. Gij, alsvader, kunt begrijpen wat ik voelde, toen men mij zeide, dat gij besloten hadt haar verre heen te bannen, en mij dus de hoop ontnomen hadt haar ooit weder te zien.Bijna zes jaren lang heeft mijn kind slavenarbeid bij u verrigt, van haar zestiende tot haar twee-en-twintigste jaar heeft zij hard gewerkt in uwe woonkamer, uwe keuken, uw kelder en uw stal. Bij dag en bij nacht was uw wil en uw bevel voor haar de hoogste wet; maar dit alles was te vergeefs. Indien haar zelfs in al dien tijd een weinig koffij of thee gegeven is, dan was het op kosten van hare slavenmoeder, niet op uwe kosten.Gij zijt een voorganger in de gemeente en een man des gebeds. Als zoodanig en als de oppermagtige eigenaar van mijn kind, vraag ik ootmoedig, of zij die zachte en liefderijke behandeling genoten heeft, dat schoone voorbeeld heeft gezien, die haar in haar treurigen toestand konden bemoedigen? Heeft zij uit uwe handen, door een waarachtig godsdienstig onderwijs in het woord van God, eene volkomene en goede voldoening gehad voor al haren arbeid? Het is niet aan mij alleen dat gij die vragen moet beantwoorden. Gij erkent het gezag der wetten van Hem, die vrijmaking aan den gevangene verkondigde, en die u beveelt uwe dienstmaagd te geven „wat regt en billijk is.” O! ik bezweer u, onthoud in deze bangeure mijn kind niet datgene, wat haar laatste hoop zal wegnemen, en dat uwe eigene ziel in het verderf zal storten.Men zegt mij dat gij mijne dochter van misdaad beschuldigt. Kan dit waarlijk zoo zijn? Kan het zijn dat gij uwe pligten als eerlijk man en goed burger vergeet; dat gij liever de schuldige voor geld verkoopt, dan haar voor den regter te dagen, waar gijweetdat zij gaarne zou verschijnen? Wat zoudtgijzeggen, indien men u van eene misdaad beschuldigde, en weigerde u voor de regtbank te roepen? Is haar goede naam niet evenveel waard aan haar, in de Gemeente, waartoe zij behoort, als uw goede naam aan u dierbaar kan wezen?Denk, voor een oogenblik, datuwedochter, die gij liefhebt, in plaats van de mijne in deze heete dagen in eene slavengevangenis zat, gevoed werd met het ellendigste voedsel, geheel overgegeven was aan den wil van een slecht mensch en van het regt verstoken was, dat zelfs den moordenaar niet ontzegd wordt, om het gelaat zijner vrienden te zien. O! dan zoudt gij ook lijden! Och! heb dan ook medelijden met eene arme slavenmoeder en haar kind, en doe voor ons wat gij zoudt willen dat men voor u deed, wanneer gij verschijnen zult voor den Hoogsten Regter, en wanneer uwe grootste vreugde zal zijn te kunnen zeggen: „Ikheb de verdrukten vrijgemaakt.”Ellen Brown.Maar het meisje werd naar het Zuiden gezonden en daar verkocht.De schrijfster heeft deze mededeelingen ontvangen van hem, die den brief schreef. Of de handelwijze van den eigenaar stipt wettig was, is iets waarvan wij niet geheel overtuigd zijn. Dat het eene daad was, waarin de wet zich niet kon mengen, is zeker, maar even zeker is het, dat het eene daad was, waartegen de publieke geest niet opkwam. De man, die zijne magt aldus uitoefende, stond bekend als een godsdienstig man, bekleedde eene belangrijke betrekking bij de Christelijke kerk; en geene enkele handeling der Christen-gemeente, waartoe hij behoorde, toont aan, dat men zijne daad niet als zeer te regtvaardigen beschouwde.En is niet juist deze uitoefening van magt hetgeen ons hetmeest schokt, wanneer wij ze van vreemde despoten zien?Lezen wij niet met siddering, dat in Rusland of Oostenrijk een man, die van eene misdaad verdacht wordt, wordt opgeligt, van zijne vrienden wordt gescheiden, geene gelegenheid wordt gelaten om voor den regter zich te verdedigen, maar naar Siberië of eenige andere vreeselijke plaats van verbanning wordt gevoerd?Waarom is het despotismus in eenig opzigt erger wanneer het door een Staat, dan wanneer het door een persoon gepleegd wordt?Er bestaat tegenwoordig een heftige strijd tusschen het despotisch en republikeinsch beginsel. Alle argumenten, die ter verdediging van de slavernij worden aangevoerd, zijn evenzeer geldig voor de verdediging der despotische regering, en er gelden zelfs enkele argumenten ten gunste der laatste, die niet voor de eerste van kracht zijn.Er zijn argumenten, en zeer tastbare, ten gunste van eene despotische regering. Niemand kan ontkennen dat zij door despotismus eene zekere kracht, eenheid, snelheid van werking erlangt, die uit den aard der zaak eene republiek niet kan bezitten. Het despotismus heeft meer deugdelijke stelsels van staatkunde tot stand gebragt en in stand gehouden dan eenige republiek. De vorige Koning van Pruisen was door zijne absolute magt in staat een beter stelsel van volksopvoeding in te voeren, dan ons ooit gelukt is in Amerika tot stand te brengen. Hij stelde districten naar goedvinden in en verpligtte ieder ouder, of hij wilde of niet, zijne kinderen te doen schoolgaan.Indien wij hierop antwoorden—zoo als wij ook doen—dat het geven van absolute magt aan iemand, die er een regtmatig gebruik van zal maken, ongetwijfeld gunstig werken moet op den Staat, maar dat er zóó weinige menschen zijn, van wie dat rigtig gebruik is te veronderstellen, dat deze regeringsvorm niet als veilig mag beschouwd worden, dan hebben wij een argument aangevoerd, dat veel meer tegen de slavernij gerigt is dan tegen eene despotische regering, want zeker is de kans oneindig grooter om in een tijdvak van vijftig jaar één man te vinden, die in staat is om een wijs gebruik van die magt te maken, dan om iederen dag, in ons land, duizenden te vinden, die met zulk een magt kunnen bekleedworden.Het is eene treurige en zeer ernstige waarheid, dat Amerika zoowel in de handen van de slechtsten als van de besten uit het land, die despotische magt legt, die zij onveilig acht zelfs in de handen van den verlichten, wel opgevoeden en beschaafden keizer van Rusland.Met al onze republikeinsche vooroordeelen, kunnen wij niet ontkennen dat Nikolaas een man van talent, en door zijne opvoeding een zeer liberaal man is; wij weten ook dat hij een man is van een ernstig en godsdienstig karakter; hij voorzeker, die steeds handelen moet voor het oog der gansche wereld, wordt door de publieke opinie zeer aan banden gelegd, en moet zijne handelingen wel wegen. Maar wie zijn zij, aan wie de Amerikaansche wetten eene magt verleenen, onbeperkter nog dan die van den Keizer van Rusland of den Keizer van Oostenrijk? Hij kan een zeeroover geweest zijn; hij kan een dronkaard wezen; hij kan, als Souther, teregtgestaan hebben voor eene daad, waarvoor de menschheid terugdeinst; maar niet te min schenkt hem de Amerikaansche slavenwet eene onverantwoordelijke magt—magt over het ligchaam, en magt over de ziel.Aan welke zijde dan staat Amerika in dien grooten strijd, die thans tusschen zelfregering en despotismus gestreden wordt? Aan welke zijde moet Amerika staan in dien grooten strijd voor de vrijheid van geweten?Verbieden die despoten in andere rijken hun onderdanen het lezen van den Bijbel? De slaaf in Amerika is daarvan door de krachtdadigste middelen uitgesloten. Zeggen wij: „ja, maarwijlezen den Bijbel voor onze slaven en verkondigen hun het Evangelie mondeling”?Dit is juist wat het kerkelijk despotismus in Italië zegt. Zeggen wij, dat wij er niets tegen hebben, dat onze slaven den Bijbel lezen, indien het daarbij blijft; maar dat te gelijk daarmede een stroom van algemeene kennis zal binnendringen, die de bestaande orde van zaken verbreken zal—welnu, ook dat is juist wat in Italië gezegd wordt.Zeggen wij, dat wij het wenschelijk zouden achten, dat de slaaf zelf den Bijbel las, maar dat hij, in zijne onkunde, er valsche gevolgtrekkingen en dwaalbegrippen uit putten zou, en dat wij er daarom de voorkeur aan geven hem die waarheden mondeling te verkondigen—ook dit is juist wat het kerkelijke despotismus in Europa zegt.Zeggen wij in onzen hoogmoed, dat eene despotische regering alles weert wat het volk kan opvoeden en verheffen—bestaat diezelfde vrees dan niet in al de despotische slaven-Staten van Amerika?Aan welke zijde dan zal Amerika staan in dien grooten en gewigtigen strijd?
Hoofdstuk XV.Slavernij is despotismus.Het is altijd van het hoogste belang, bij de beschouwing eener zaak, juist voor oogen te hebben wat zij is.Het eenige middel om juist te weten, wat deze of geneburgerlijke instelling is, bestaat in het onderzoek van de wetten, waardoor zij geregeld wordt. In verschillende tijden en bij verschillende volken, werden verschillende instellingen met den naam van slavernij bestempeld. De dienstbaarheid onder de aartsvaders was iets anders dan de dienstbaarheid bij de Israëlieten, en deze weder iets anders dan de dienstbaarheid bij de Grieken en Romeinen; al deze instellingen verschillen zeer veel van elkander. En wat is nu de Amerikaansche slavernij, zoo als wij die leeren kennen uit de wet en uit de regtspleging?Laat ons beginnen met te zeggen wat zij niet is:1. Zijn de slaven niet wat de arbeidende klasse is.2. Is zij geene voogdij.3. Is het in geenen deele een stelsel van opvoeding van een zwakker geslacht door een sterker.4. Is het geluk van den slaaf in geen opzigt haar doel.5. Is evenmin de tijdelijke welvaart of het eeuwig geluk van den slaaf hare strekking.Haar doel wordt zeer bepaaldelijk aangegeven in een vonnis van den regter Ruffin. „Het doel is het voordeel van den meester, zijne zekerheid en de publieke veiligheid.”Slavernij, dus, is onbeperkt despotisme, in den ruimsten vorm.Het zou echter eene onregtvaardigheid zijn jegens het despotismus in eenbeschaafdenStaat, wanneer wij daarmede de Amerikaansche slavernij vergeleken. De absolute regeringen in Europa beweren geen van allen gegrondvest te zijn op het eigendomsregt van den heerscher over de personen en vermogens van den beheerschte.Dit is een vorm van het despotismus, zoo als slechts in de meest barbaarsche streken der wereld bestaat, zoo als, bij voorbeeld, in Dahomey.Het absolutismus of despotismus in Europa erkent tot zekere hoogte het geluk en de welvaart van den onderdaan, als den grondslag van het gouvernement; en de wetgever wordt geacht zijne magt te bezitten tot bevordering van het volksgeluk; zijn regt als wetgever wordt verondersteld eenigzins voort te spruiten uit het denkbeeld, dat hij beter het geluk van het volk begrijpt, dan het volk zelf. Geene regering in de beschaafde wereld omhelst meer dat zuiver despotische beginsel, dat bestond in de dagen der Persische en Assyrische heerschappij.De argumenten, die de slavernij verdedigen, moeten in hoofdzaak dezelfde zijn als die, welke het despotismus van een anderen aard verdedigen; en de bezwaren, die er zijn tegen in te brengen, zijn ook juist van dezelfde soort als die, welke tegen het despotismus van anderen aard zijn aan te voeren. De gewoonten en daden waarvan zij oorzaak zijn, komen eveneens geheel overeen met die, waartoe despotismus ten allen tijde aanleiding heeft gegeven.Wordt de slaaf van misdaad verdacht, zijn meester heeft het regt om zijne schuld te onderzoeken door pijniging (zie de Staat tegen Castleman). Zijn meester heeft, door de daad, meestal magt over leven en dood, ten gevolge der uitsluiting van het getuigenis van een slaaf. Hij heeft de magt den slaaf, ten allen tijde, te verbannen, zonder daarvoor aan iemand rekenschap te zijn verschuldigd, naar eene plaats, nog verschrikkelijker dan Siberië, en hem te veroordeelen tot een arbeid, zwaarder dan op de galeijen. Hij heeft ook eene onbeperkte magt over de eer van zijn slaaf; hij kan hem beschuldigen van elke misdaad, en toch hem alle onderzoek of verhoor onthouden, en eindelijk hem verkoopen, terwijl zijne eer door eene lasterlijke aantijging, die hij niet van zich heeft kunnen werpen, bezoedeld is.Dit zijn ook allen misbruiken, die men in eene despotische regering gelaakt heeft. Het zijn regten, waarvan goede despoten geen misbruik hebben gemaakt, maar onder bescherming van iederen slaven-houdenden Staat, en onder bescherming van al de Vereenigde Staten, worden zij zonder gewetensbezwaar door achtenswaardige menschen misbruikt.Maar, wij hebben het reeds gezegd, het ergste despotismus is dat, hetwelk zich ook over de ziel uitstrekt, die de vrijheid van het geweten aan banden kan leggen, en den mensch berooft van het regt om God te leeren kennen en te dienen, zooals hij verlangt. In vroeger dagen sidderden de koningen op hun troon en de landman aan zijn haard evenzeer voor een despotismus, dat zich bevoegd verklaarde, te binden en los te maken, het Koningrijk der Hemelen te openen en te sluiten.En toch, die magt om het geweten te dwingen, om de regten te loochenen die de godsdienst geeft, en al de middelen, die een mensch ten dienste staan om zijn Maker te leeren kennen, en naar Zijn wil te leeren handelen, hem te onthouden, die magt isonder bescherming van iederen Staat en van al de Vereenigde Staten geplaatst in handen van een ieder, van welk karakter ook, die daarvoor kan betalen.Het is eene treurige maar ernstige waarheid, dat de grootste Republiek der wereld, onder hare nationale bescherming het drukkendste stelsel van despotismus heeft genomen, dat met mogelijkheid bestaan kan.Met betrekking tot een der punten, die wij hier opnoemden, namelijk het regt van den meester om zijn slaaf, dien hij van misdaad beschuldigt, een regterlijk onderzoek te onthouden, vinden wij een krachtig voorbeeld in hetgeen voor ongeveer twee jaren in het district Columbia voorviel. Het gebeurde komt, zooals het in verschillende nieuwsbladen van dien tijd werd medegedeeld, hoofdzakelijk hierop neder. Een aanzienlijk man te Washington, de hoofdstad van onze gansche Republiek, ouderling der presbyteriaansche gemeente, bezat eene slavin die voor eenige jaren hare belijdenis bij de Doopsgezinden had afgelegd. Hij beschuldigde haar van eene poging om zijn gezin te vergiftigen, en leverde haar terstond in handen van een slavenhandelaar, die haar met zich zou nemen naar Alexandria en in een slavenhuis gevangen zette, tot dat het schip waarmede hij vertrekken wilde, reisvaardig zou zijn. Het arme meisje had eene moeder, die leed als elke natuurlijke moeder lijden moest.Toen zij het lot van hare dochter vernam snelde zij naar het slavenhuis, en smeekte met tranen in de oogen dat haar een onderhoud met hare dochter werd toegestaan; maar zij werd onbarmhartig teruggestooten en weggejaagd! Toen trachtte zij een onderhoud te hebben met den ouderling; maar ook dit gelukte haar niet. Genoeg geld was haar toegezegd om hare dochter te koopen, maar de eigenaar wilde naar geene belofte luisteren.Wanhopend begaf zich de moeder naar een advokaat te Washington, en verzocht hem voor haar een brief op te stellen. Zij vertelde hem wat zij verlangde dat er in gezegd zou worden, en hij kweet zich van zijne taak, zooals zij-zelve het zou gedaan hebben, wanneer zij niet van het voorregt om onderwijs te genieten ware verstoken geweest. Haar brief luidde als volgt:Washington,25 Julij 1851.Mijnheer,Ik wend mij tot u, als tot een rijk Christen, vrijgeborene en vader, ofschoon ik-zelve slechts eene arme slavenmoeder ben. Ik wil met u spreken over een eenig kind, dat ik lief heb, die de Christen godsdienst, even als gij-zelf, belijdt, en lidmate is der Christelijke kerk, en die door de uitoefening van uw regt van eigendom, nu wegkwijnt als gevangene in een hatelijk mannen-slavenhuis, waar zij blijven moet tot zij verkocht zal zijn. Ik kom om vóór u te bepleiten de toepassing dier heilige wet: „Wat gij wilt dat u de menschen doen zullen, doe dat alzoo.”Met groote moeite heb ik vrienden gevonden, die mij willen helpen mijn kind te koopen, om ons voor die wreede scheiding te bewaren. Gij, alsvader, kunt begrijpen wat ik voelde, toen men mij zeide, dat gij besloten hadt haar verre heen te bannen, en mij dus de hoop ontnomen hadt haar ooit weder te zien.Bijna zes jaren lang heeft mijn kind slavenarbeid bij u verrigt, van haar zestiende tot haar twee-en-twintigste jaar heeft zij hard gewerkt in uwe woonkamer, uwe keuken, uw kelder en uw stal. Bij dag en bij nacht was uw wil en uw bevel voor haar de hoogste wet; maar dit alles was te vergeefs. Indien haar zelfs in al dien tijd een weinig koffij of thee gegeven is, dan was het op kosten van hare slavenmoeder, niet op uwe kosten.Gij zijt een voorganger in de gemeente en een man des gebeds. Als zoodanig en als de oppermagtige eigenaar van mijn kind, vraag ik ootmoedig, of zij die zachte en liefderijke behandeling genoten heeft, dat schoone voorbeeld heeft gezien, die haar in haar treurigen toestand konden bemoedigen? Heeft zij uit uwe handen, door een waarachtig godsdienstig onderwijs in het woord van God, eene volkomene en goede voldoening gehad voor al haren arbeid? Het is niet aan mij alleen dat gij die vragen moet beantwoorden. Gij erkent het gezag der wetten van Hem, die vrijmaking aan den gevangene verkondigde, en die u beveelt uwe dienstmaagd te geven „wat regt en billijk is.” O! ik bezweer u, onthoud in deze bangeure mijn kind niet datgene, wat haar laatste hoop zal wegnemen, en dat uwe eigene ziel in het verderf zal storten.Men zegt mij dat gij mijne dochter van misdaad beschuldigt. Kan dit waarlijk zoo zijn? Kan het zijn dat gij uwe pligten als eerlijk man en goed burger vergeet; dat gij liever de schuldige voor geld verkoopt, dan haar voor den regter te dagen, waar gijweetdat zij gaarne zou verschijnen? Wat zoudtgijzeggen, indien men u van eene misdaad beschuldigde, en weigerde u voor de regtbank te roepen? Is haar goede naam niet evenveel waard aan haar, in de Gemeente, waartoe zij behoort, als uw goede naam aan u dierbaar kan wezen?Denk, voor een oogenblik, datuwedochter, die gij liefhebt, in plaats van de mijne in deze heete dagen in eene slavengevangenis zat, gevoed werd met het ellendigste voedsel, geheel overgegeven was aan den wil van een slecht mensch en van het regt verstoken was, dat zelfs den moordenaar niet ontzegd wordt, om het gelaat zijner vrienden te zien. O! dan zoudt gij ook lijden! Och! heb dan ook medelijden met eene arme slavenmoeder en haar kind, en doe voor ons wat gij zoudt willen dat men voor u deed, wanneer gij verschijnen zult voor den Hoogsten Regter, en wanneer uwe grootste vreugde zal zijn te kunnen zeggen: „Ikheb de verdrukten vrijgemaakt.”Ellen Brown.Maar het meisje werd naar het Zuiden gezonden en daar verkocht.De schrijfster heeft deze mededeelingen ontvangen van hem, die den brief schreef. Of de handelwijze van den eigenaar stipt wettig was, is iets waarvan wij niet geheel overtuigd zijn. Dat het eene daad was, waarin de wet zich niet kon mengen, is zeker, maar even zeker is het, dat het eene daad was, waartegen de publieke geest niet opkwam. De man, die zijne magt aldus uitoefende, stond bekend als een godsdienstig man, bekleedde eene belangrijke betrekking bij de Christelijke kerk; en geene enkele handeling der Christen-gemeente, waartoe hij behoorde, toont aan, dat men zijne daad niet als zeer te regtvaardigen beschouwde.En is niet juist deze uitoefening van magt hetgeen ons hetmeest schokt, wanneer wij ze van vreemde despoten zien?Lezen wij niet met siddering, dat in Rusland of Oostenrijk een man, die van eene misdaad verdacht wordt, wordt opgeligt, van zijne vrienden wordt gescheiden, geene gelegenheid wordt gelaten om voor den regter zich te verdedigen, maar naar Siberië of eenige andere vreeselijke plaats van verbanning wordt gevoerd?Waarom is het despotismus in eenig opzigt erger wanneer het door een Staat, dan wanneer het door een persoon gepleegd wordt?Er bestaat tegenwoordig een heftige strijd tusschen het despotisch en republikeinsch beginsel. Alle argumenten, die ter verdediging van de slavernij worden aangevoerd, zijn evenzeer geldig voor de verdediging der despotische regering, en er gelden zelfs enkele argumenten ten gunste der laatste, die niet voor de eerste van kracht zijn.Er zijn argumenten, en zeer tastbare, ten gunste van eene despotische regering. Niemand kan ontkennen dat zij door despotismus eene zekere kracht, eenheid, snelheid van werking erlangt, die uit den aard der zaak eene republiek niet kan bezitten. Het despotismus heeft meer deugdelijke stelsels van staatkunde tot stand gebragt en in stand gehouden dan eenige republiek. De vorige Koning van Pruisen was door zijne absolute magt in staat een beter stelsel van volksopvoeding in te voeren, dan ons ooit gelukt is in Amerika tot stand te brengen. Hij stelde districten naar goedvinden in en verpligtte ieder ouder, of hij wilde of niet, zijne kinderen te doen schoolgaan.Indien wij hierop antwoorden—zoo als wij ook doen—dat het geven van absolute magt aan iemand, die er een regtmatig gebruik van zal maken, ongetwijfeld gunstig werken moet op den Staat, maar dat er zóó weinige menschen zijn, van wie dat rigtig gebruik is te veronderstellen, dat deze regeringsvorm niet als veilig mag beschouwd worden, dan hebben wij een argument aangevoerd, dat veel meer tegen de slavernij gerigt is dan tegen eene despotische regering, want zeker is de kans oneindig grooter om in een tijdvak van vijftig jaar één man te vinden, die in staat is om een wijs gebruik van die magt te maken, dan om iederen dag, in ons land, duizenden te vinden, die met zulk een magt kunnen bekleedworden.Het is eene treurige en zeer ernstige waarheid, dat Amerika zoowel in de handen van de slechtsten als van de besten uit het land, die despotische magt legt, die zij onveilig acht zelfs in de handen van den verlichten, wel opgevoeden en beschaafden keizer van Rusland.Met al onze republikeinsche vooroordeelen, kunnen wij niet ontkennen dat Nikolaas een man van talent, en door zijne opvoeding een zeer liberaal man is; wij weten ook dat hij een man is van een ernstig en godsdienstig karakter; hij voorzeker, die steeds handelen moet voor het oog der gansche wereld, wordt door de publieke opinie zeer aan banden gelegd, en moet zijne handelingen wel wegen. Maar wie zijn zij, aan wie de Amerikaansche wetten eene magt verleenen, onbeperkter nog dan die van den Keizer van Rusland of den Keizer van Oostenrijk? Hij kan een zeeroover geweest zijn; hij kan een dronkaard wezen; hij kan, als Souther, teregtgestaan hebben voor eene daad, waarvoor de menschheid terugdeinst; maar niet te min schenkt hem de Amerikaansche slavenwet eene onverantwoordelijke magt—magt over het ligchaam, en magt over de ziel.Aan welke zijde dan staat Amerika in dien grooten strijd, die thans tusschen zelfregering en despotismus gestreden wordt? Aan welke zijde moet Amerika staan in dien grooten strijd voor de vrijheid van geweten?Verbieden die despoten in andere rijken hun onderdanen het lezen van den Bijbel? De slaaf in Amerika is daarvan door de krachtdadigste middelen uitgesloten. Zeggen wij: „ja, maarwijlezen den Bijbel voor onze slaven en verkondigen hun het Evangelie mondeling”?Dit is juist wat het kerkelijk despotismus in Italië zegt. Zeggen wij, dat wij er niets tegen hebben, dat onze slaven den Bijbel lezen, indien het daarbij blijft; maar dat te gelijk daarmede een stroom van algemeene kennis zal binnendringen, die de bestaande orde van zaken verbreken zal—welnu, ook dat is juist wat in Italië gezegd wordt.Zeggen wij, dat wij het wenschelijk zouden achten, dat de slaaf zelf den Bijbel las, maar dat hij, in zijne onkunde, er valsche gevolgtrekkingen en dwaalbegrippen uit putten zou, en dat wij er daarom de voorkeur aan geven hem die waarheden mondeling te verkondigen—ook dit is juist wat het kerkelijke despotismus in Europa zegt.Zeggen wij in onzen hoogmoed, dat eene despotische regering alles weert wat het volk kan opvoeden en verheffen—bestaat diezelfde vrees dan niet in al de despotische slaven-Staten van Amerika?Aan welke zijde dan zal Amerika staan in dien grooten en gewigtigen strijd?
Hoofdstuk XV.Slavernij is despotismus.
Het is altijd van het hoogste belang, bij de beschouwing eener zaak, juist voor oogen te hebben wat zij is.Het eenige middel om juist te weten, wat deze of geneburgerlijke instelling is, bestaat in het onderzoek van de wetten, waardoor zij geregeld wordt. In verschillende tijden en bij verschillende volken, werden verschillende instellingen met den naam van slavernij bestempeld. De dienstbaarheid onder de aartsvaders was iets anders dan de dienstbaarheid bij de Israëlieten, en deze weder iets anders dan de dienstbaarheid bij de Grieken en Romeinen; al deze instellingen verschillen zeer veel van elkander. En wat is nu de Amerikaansche slavernij, zoo als wij die leeren kennen uit de wet en uit de regtspleging?Laat ons beginnen met te zeggen wat zij niet is:1. Zijn de slaven niet wat de arbeidende klasse is.2. Is zij geene voogdij.3. Is het in geenen deele een stelsel van opvoeding van een zwakker geslacht door een sterker.4. Is het geluk van den slaaf in geen opzigt haar doel.5. Is evenmin de tijdelijke welvaart of het eeuwig geluk van den slaaf hare strekking.Haar doel wordt zeer bepaaldelijk aangegeven in een vonnis van den regter Ruffin. „Het doel is het voordeel van den meester, zijne zekerheid en de publieke veiligheid.”Slavernij, dus, is onbeperkt despotisme, in den ruimsten vorm.Het zou echter eene onregtvaardigheid zijn jegens het despotismus in eenbeschaafdenStaat, wanneer wij daarmede de Amerikaansche slavernij vergeleken. De absolute regeringen in Europa beweren geen van allen gegrondvest te zijn op het eigendomsregt van den heerscher over de personen en vermogens van den beheerschte.Dit is een vorm van het despotismus, zoo als slechts in de meest barbaarsche streken der wereld bestaat, zoo als, bij voorbeeld, in Dahomey.Het absolutismus of despotismus in Europa erkent tot zekere hoogte het geluk en de welvaart van den onderdaan, als den grondslag van het gouvernement; en de wetgever wordt geacht zijne magt te bezitten tot bevordering van het volksgeluk; zijn regt als wetgever wordt verondersteld eenigzins voort te spruiten uit het denkbeeld, dat hij beter het geluk van het volk begrijpt, dan het volk zelf. Geene regering in de beschaafde wereld omhelst meer dat zuiver despotische beginsel, dat bestond in de dagen der Persische en Assyrische heerschappij.De argumenten, die de slavernij verdedigen, moeten in hoofdzaak dezelfde zijn als die, welke het despotismus van een anderen aard verdedigen; en de bezwaren, die er zijn tegen in te brengen, zijn ook juist van dezelfde soort als die, welke tegen het despotismus van anderen aard zijn aan te voeren. De gewoonten en daden waarvan zij oorzaak zijn, komen eveneens geheel overeen met die, waartoe despotismus ten allen tijde aanleiding heeft gegeven.Wordt de slaaf van misdaad verdacht, zijn meester heeft het regt om zijne schuld te onderzoeken door pijniging (zie de Staat tegen Castleman). Zijn meester heeft, door de daad, meestal magt over leven en dood, ten gevolge der uitsluiting van het getuigenis van een slaaf. Hij heeft de magt den slaaf, ten allen tijde, te verbannen, zonder daarvoor aan iemand rekenschap te zijn verschuldigd, naar eene plaats, nog verschrikkelijker dan Siberië, en hem te veroordeelen tot een arbeid, zwaarder dan op de galeijen. Hij heeft ook eene onbeperkte magt over de eer van zijn slaaf; hij kan hem beschuldigen van elke misdaad, en toch hem alle onderzoek of verhoor onthouden, en eindelijk hem verkoopen, terwijl zijne eer door eene lasterlijke aantijging, die hij niet van zich heeft kunnen werpen, bezoedeld is.Dit zijn ook allen misbruiken, die men in eene despotische regering gelaakt heeft. Het zijn regten, waarvan goede despoten geen misbruik hebben gemaakt, maar onder bescherming van iederen slaven-houdenden Staat, en onder bescherming van al de Vereenigde Staten, worden zij zonder gewetensbezwaar door achtenswaardige menschen misbruikt.Maar, wij hebben het reeds gezegd, het ergste despotismus is dat, hetwelk zich ook over de ziel uitstrekt, die de vrijheid van het geweten aan banden kan leggen, en den mensch berooft van het regt om God te leeren kennen en te dienen, zooals hij verlangt. In vroeger dagen sidderden de koningen op hun troon en de landman aan zijn haard evenzeer voor een despotismus, dat zich bevoegd verklaarde, te binden en los te maken, het Koningrijk der Hemelen te openen en te sluiten.En toch, die magt om het geweten te dwingen, om de regten te loochenen die de godsdienst geeft, en al de middelen, die een mensch ten dienste staan om zijn Maker te leeren kennen, en naar Zijn wil te leeren handelen, hem te onthouden, die magt isonder bescherming van iederen Staat en van al de Vereenigde Staten geplaatst in handen van een ieder, van welk karakter ook, die daarvoor kan betalen.Het is eene treurige maar ernstige waarheid, dat de grootste Republiek der wereld, onder hare nationale bescherming het drukkendste stelsel van despotismus heeft genomen, dat met mogelijkheid bestaan kan.Met betrekking tot een der punten, die wij hier opnoemden, namelijk het regt van den meester om zijn slaaf, dien hij van misdaad beschuldigt, een regterlijk onderzoek te onthouden, vinden wij een krachtig voorbeeld in hetgeen voor ongeveer twee jaren in het district Columbia voorviel. Het gebeurde komt, zooals het in verschillende nieuwsbladen van dien tijd werd medegedeeld, hoofdzakelijk hierop neder. Een aanzienlijk man te Washington, de hoofdstad van onze gansche Republiek, ouderling der presbyteriaansche gemeente, bezat eene slavin die voor eenige jaren hare belijdenis bij de Doopsgezinden had afgelegd. Hij beschuldigde haar van eene poging om zijn gezin te vergiftigen, en leverde haar terstond in handen van een slavenhandelaar, die haar met zich zou nemen naar Alexandria en in een slavenhuis gevangen zette, tot dat het schip waarmede hij vertrekken wilde, reisvaardig zou zijn. Het arme meisje had eene moeder, die leed als elke natuurlijke moeder lijden moest.Toen zij het lot van hare dochter vernam snelde zij naar het slavenhuis, en smeekte met tranen in de oogen dat haar een onderhoud met hare dochter werd toegestaan; maar zij werd onbarmhartig teruggestooten en weggejaagd! Toen trachtte zij een onderhoud te hebben met den ouderling; maar ook dit gelukte haar niet. Genoeg geld was haar toegezegd om hare dochter te koopen, maar de eigenaar wilde naar geene belofte luisteren.Wanhopend begaf zich de moeder naar een advokaat te Washington, en verzocht hem voor haar een brief op te stellen. Zij vertelde hem wat zij verlangde dat er in gezegd zou worden, en hij kweet zich van zijne taak, zooals zij-zelve het zou gedaan hebben, wanneer zij niet van het voorregt om onderwijs te genieten ware verstoken geweest. Haar brief luidde als volgt:Washington,25 Julij 1851.Mijnheer,Ik wend mij tot u, als tot een rijk Christen, vrijgeborene en vader, ofschoon ik-zelve slechts eene arme slavenmoeder ben. Ik wil met u spreken over een eenig kind, dat ik lief heb, die de Christen godsdienst, even als gij-zelf, belijdt, en lidmate is der Christelijke kerk, en die door de uitoefening van uw regt van eigendom, nu wegkwijnt als gevangene in een hatelijk mannen-slavenhuis, waar zij blijven moet tot zij verkocht zal zijn. Ik kom om vóór u te bepleiten de toepassing dier heilige wet: „Wat gij wilt dat u de menschen doen zullen, doe dat alzoo.”Met groote moeite heb ik vrienden gevonden, die mij willen helpen mijn kind te koopen, om ons voor die wreede scheiding te bewaren. Gij, alsvader, kunt begrijpen wat ik voelde, toen men mij zeide, dat gij besloten hadt haar verre heen te bannen, en mij dus de hoop ontnomen hadt haar ooit weder te zien.Bijna zes jaren lang heeft mijn kind slavenarbeid bij u verrigt, van haar zestiende tot haar twee-en-twintigste jaar heeft zij hard gewerkt in uwe woonkamer, uwe keuken, uw kelder en uw stal. Bij dag en bij nacht was uw wil en uw bevel voor haar de hoogste wet; maar dit alles was te vergeefs. Indien haar zelfs in al dien tijd een weinig koffij of thee gegeven is, dan was het op kosten van hare slavenmoeder, niet op uwe kosten.Gij zijt een voorganger in de gemeente en een man des gebeds. Als zoodanig en als de oppermagtige eigenaar van mijn kind, vraag ik ootmoedig, of zij die zachte en liefderijke behandeling genoten heeft, dat schoone voorbeeld heeft gezien, die haar in haar treurigen toestand konden bemoedigen? Heeft zij uit uwe handen, door een waarachtig godsdienstig onderwijs in het woord van God, eene volkomene en goede voldoening gehad voor al haren arbeid? Het is niet aan mij alleen dat gij die vragen moet beantwoorden. Gij erkent het gezag der wetten van Hem, die vrijmaking aan den gevangene verkondigde, en die u beveelt uwe dienstmaagd te geven „wat regt en billijk is.” O! ik bezweer u, onthoud in deze bangeure mijn kind niet datgene, wat haar laatste hoop zal wegnemen, en dat uwe eigene ziel in het verderf zal storten.Men zegt mij dat gij mijne dochter van misdaad beschuldigt. Kan dit waarlijk zoo zijn? Kan het zijn dat gij uwe pligten als eerlijk man en goed burger vergeet; dat gij liever de schuldige voor geld verkoopt, dan haar voor den regter te dagen, waar gijweetdat zij gaarne zou verschijnen? Wat zoudtgijzeggen, indien men u van eene misdaad beschuldigde, en weigerde u voor de regtbank te roepen? Is haar goede naam niet evenveel waard aan haar, in de Gemeente, waartoe zij behoort, als uw goede naam aan u dierbaar kan wezen?Denk, voor een oogenblik, datuwedochter, die gij liefhebt, in plaats van de mijne in deze heete dagen in eene slavengevangenis zat, gevoed werd met het ellendigste voedsel, geheel overgegeven was aan den wil van een slecht mensch en van het regt verstoken was, dat zelfs den moordenaar niet ontzegd wordt, om het gelaat zijner vrienden te zien. O! dan zoudt gij ook lijden! Och! heb dan ook medelijden met eene arme slavenmoeder en haar kind, en doe voor ons wat gij zoudt willen dat men voor u deed, wanneer gij verschijnen zult voor den Hoogsten Regter, en wanneer uwe grootste vreugde zal zijn te kunnen zeggen: „Ikheb de verdrukten vrijgemaakt.”Ellen Brown.Maar het meisje werd naar het Zuiden gezonden en daar verkocht.De schrijfster heeft deze mededeelingen ontvangen van hem, die den brief schreef. Of de handelwijze van den eigenaar stipt wettig was, is iets waarvan wij niet geheel overtuigd zijn. Dat het eene daad was, waarin de wet zich niet kon mengen, is zeker, maar even zeker is het, dat het eene daad was, waartegen de publieke geest niet opkwam. De man, die zijne magt aldus uitoefende, stond bekend als een godsdienstig man, bekleedde eene belangrijke betrekking bij de Christelijke kerk; en geene enkele handeling der Christen-gemeente, waartoe hij behoorde, toont aan, dat men zijne daad niet als zeer te regtvaardigen beschouwde.En is niet juist deze uitoefening van magt hetgeen ons hetmeest schokt, wanneer wij ze van vreemde despoten zien?Lezen wij niet met siddering, dat in Rusland of Oostenrijk een man, die van eene misdaad verdacht wordt, wordt opgeligt, van zijne vrienden wordt gescheiden, geene gelegenheid wordt gelaten om voor den regter zich te verdedigen, maar naar Siberië of eenige andere vreeselijke plaats van verbanning wordt gevoerd?Waarom is het despotismus in eenig opzigt erger wanneer het door een Staat, dan wanneer het door een persoon gepleegd wordt?Er bestaat tegenwoordig een heftige strijd tusschen het despotisch en republikeinsch beginsel. Alle argumenten, die ter verdediging van de slavernij worden aangevoerd, zijn evenzeer geldig voor de verdediging der despotische regering, en er gelden zelfs enkele argumenten ten gunste der laatste, die niet voor de eerste van kracht zijn.Er zijn argumenten, en zeer tastbare, ten gunste van eene despotische regering. Niemand kan ontkennen dat zij door despotismus eene zekere kracht, eenheid, snelheid van werking erlangt, die uit den aard der zaak eene republiek niet kan bezitten. Het despotismus heeft meer deugdelijke stelsels van staatkunde tot stand gebragt en in stand gehouden dan eenige republiek. De vorige Koning van Pruisen was door zijne absolute magt in staat een beter stelsel van volksopvoeding in te voeren, dan ons ooit gelukt is in Amerika tot stand te brengen. Hij stelde districten naar goedvinden in en verpligtte ieder ouder, of hij wilde of niet, zijne kinderen te doen schoolgaan.Indien wij hierop antwoorden—zoo als wij ook doen—dat het geven van absolute magt aan iemand, die er een regtmatig gebruik van zal maken, ongetwijfeld gunstig werken moet op den Staat, maar dat er zóó weinige menschen zijn, van wie dat rigtig gebruik is te veronderstellen, dat deze regeringsvorm niet als veilig mag beschouwd worden, dan hebben wij een argument aangevoerd, dat veel meer tegen de slavernij gerigt is dan tegen eene despotische regering, want zeker is de kans oneindig grooter om in een tijdvak van vijftig jaar één man te vinden, die in staat is om een wijs gebruik van die magt te maken, dan om iederen dag, in ons land, duizenden te vinden, die met zulk een magt kunnen bekleedworden.Het is eene treurige en zeer ernstige waarheid, dat Amerika zoowel in de handen van de slechtsten als van de besten uit het land, die despotische magt legt, die zij onveilig acht zelfs in de handen van den verlichten, wel opgevoeden en beschaafden keizer van Rusland.Met al onze republikeinsche vooroordeelen, kunnen wij niet ontkennen dat Nikolaas een man van talent, en door zijne opvoeding een zeer liberaal man is; wij weten ook dat hij een man is van een ernstig en godsdienstig karakter; hij voorzeker, die steeds handelen moet voor het oog der gansche wereld, wordt door de publieke opinie zeer aan banden gelegd, en moet zijne handelingen wel wegen. Maar wie zijn zij, aan wie de Amerikaansche wetten eene magt verleenen, onbeperkter nog dan die van den Keizer van Rusland of den Keizer van Oostenrijk? Hij kan een zeeroover geweest zijn; hij kan een dronkaard wezen; hij kan, als Souther, teregtgestaan hebben voor eene daad, waarvoor de menschheid terugdeinst; maar niet te min schenkt hem de Amerikaansche slavenwet eene onverantwoordelijke magt—magt over het ligchaam, en magt over de ziel.Aan welke zijde dan staat Amerika in dien grooten strijd, die thans tusschen zelfregering en despotismus gestreden wordt? Aan welke zijde moet Amerika staan in dien grooten strijd voor de vrijheid van geweten?Verbieden die despoten in andere rijken hun onderdanen het lezen van den Bijbel? De slaaf in Amerika is daarvan door de krachtdadigste middelen uitgesloten. Zeggen wij: „ja, maarwijlezen den Bijbel voor onze slaven en verkondigen hun het Evangelie mondeling”?Dit is juist wat het kerkelijk despotismus in Italië zegt. Zeggen wij, dat wij er niets tegen hebben, dat onze slaven den Bijbel lezen, indien het daarbij blijft; maar dat te gelijk daarmede een stroom van algemeene kennis zal binnendringen, die de bestaande orde van zaken verbreken zal—welnu, ook dat is juist wat in Italië gezegd wordt.Zeggen wij, dat wij het wenschelijk zouden achten, dat de slaaf zelf den Bijbel las, maar dat hij, in zijne onkunde, er valsche gevolgtrekkingen en dwaalbegrippen uit putten zou, en dat wij er daarom de voorkeur aan geven hem die waarheden mondeling te verkondigen—ook dit is juist wat het kerkelijke despotismus in Europa zegt.Zeggen wij in onzen hoogmoed, dat eene despotische regering alles weert wat het volk kan opvoeden en verheffen—bestaat diezelfde vrees dan niet in al de despotische slaven-Staten van Amerika?Aan welke zijde dan zal Amerika staan in dien grooten en gewigtigen strijd?
Het is altijd van het hoogste belang, bij de beschouwing eener zaak, juist voor oogen te hebben wat zij is.
Het eenige middel om juist te weten, wat deze of geneburgerlijke instelling is, bestaat in het onderzoek van de wetten, waardoor zij geregeld wordt. In verschillende tijden en bij verschillende volken, werden verschillende instellingen met den naam van slavernij bestempeld. De dienstbaarheid onder de aartsvaders was iets anders dan de dienstbaarheid bij de Israëlieten, en deze weder iets anders dan de dienstbaarheid bij de Grieken en Romeinen; al deze instellingen verschillen zeer veel van elkander. En wat is nu de Amerikaansche slavernij, zoo als wij die leeren kennen uit de wet en uit de regtspleging?
Laat ons beginnen met te zeggen wat zij niet is:
Haar doel wordt zeer bepaaldelijk aangegeven in een vonnis van den regter Ruffin. „Het doel is het voordeel van den meester, zijne zekerheid en de publieke veiligheid.”
Slavernij, dus, is onbeperkt despotisme, in den ruimsten vorm.
Het zou echter eene onregtvaardigheid zijn jegens het despotismus in eenbeschaafdenStaat, wanneer wij daarmede de Amerikaansche slavernij vergeleken. De absolute regeringen in Europa beweren geen van allen gegrondvest te zijn op het eigendomsregt van den heerscher over de personen en vermogens van den beheerschte.
Dit is een vorm van het despotismus, zoo als slechts in de meest barbaarsche streken der wereld bestaat, zoo als, bij voorbeeld, in Dahomey.
Het absolutismus of despotismus in Europa erkent tot zekere hoogte het geluk en de welvaart van den onderdaan, als den grondslag van het gouvernement; en de wetgever wordt geacht zijne magt te bezitten tot bevordering van het volksgeluk; zijn regt als wetgever wordt verondersteld eenigzins voort te spruiten uit het denkbeeld, dat hij beter het geluk van het volk begrijpt, dan het volk zelf. Geene regering in de beschaafde wereld omhelst meer dat zuiver despotische beginsel, dat bestond in de dagen der Persische en Assyrische heerschappij.
De argumenten, die de slavernij verdedigen, moeten in hoofdzaak dezelfde zijn als die, welke het despotismus van een anderen aard verdedigen; en de bezwaren, die er zijn tegen in te brengen, zijn ook juist van dezelfde soort als die, welke tegen het despotismus van anderen aard zijn aan te voeren. De gewoonten en daden waarvan zij oorzaak zijn, komen eveneens geheel overeen met die, waartoe despotismus ten allen tijde aanleiding heeft gegeven.
Wordt de slaaf van misdaad verdacht, zijn meester heeft het regt om zijne schuld te onderzoeken door pijniging (zie de Staat tegen Castleman). Zijn meester heeft, door de daad, meestal magt over leven en dood, ten gevolge der uitsluiting van het getuigenis van een slaaf. Hij heeft de magt den slaaf, ten allen tijde, te verbannen, zonder daarvoor aan iemand rekenschap te zijn verschuldigd, naar eene plaats, nog verschrikkelijker dan Siberië, en hem te veroordeelen tot een arbeid, zwaarder dan op de galeijen. Hij heeft ook eene onbeperkte magt over de eer van zijn slaaf; hij kan hem beschuldigen van elke misdaad, en toch hem alle onderzoek of verhoor onthouden, en eindelijk hem verkoopen, terwijl zijne eer door eene lasterlijke aantijging, die hij niet van zich heeft kunnen werpen, bezoedeld is.
Dit zijn ook allen misbruiken, die men in eene despotische regering gelaakt heeft. Het zijn regten, waarvan goede despoten geen misbruik hebben gemaakt, maar onder bescherming van iederen slaven-houdenden Staat, en onder bescherming van al de Vereenigde Staten, worden zij zonder gewetensbezwaar door achtenswaardige menschen misbruikt.
Maar, wij hebben het reeds gezegd, het ergste despotismus is dat, hetwelk zich ook over de ziel uitstrekt, die de vrijheid van het geweten aan banden kan leggen, en den mensch berooft van het regt om God te leeren kennen en te dienen, zooals hij verlangt. In vroeger dagen sidderden de koningen op hun troon en de landman aan zijn haard evenzeer voor een despotismus, dat zich bevoegd verklaarde, te binden en los te maken, het Koningrijk der Hemelen te openen en te sluiten.
En toch, die magt om het geweten te dwingen, om de regten te loochenen die de godsdienst geeft, en al de middelen, die een mensch ten dienste staan om zijn Maker te leeren kennen, en naar Zijn wil te leeren handelen, hem te onthouden, die magt isonder bescherming van iederen Staat en van al de Vereenigde Staten geplaatst in handen van een ieder, van welk karakter ook, die daarvoor kan betalen.
Het is eene treurige maar ernstige waarheid, dat de grootste Republiek der wereld, onder hare nationale bescherming het drukkendste stelsel van despotismus heeft genomen, dat met mogelijkheid bestaan kan.
Met betrekking tot een der punten, die wij hier opnoemden, namelijk het regt van den meester om zijn slaaf, dien hij van misdaad beschuldigt, een regterlijk onderzoek te onthouden, vinden wij een krachtig voorbeeld in hetgeen voor ongeveer twee jaren in het district Columbia voorviel. Het gebeurde komt, zooals het in verschillende nieuwsbladen van dien tijd werd medegedeeld, hoofdzakelijk hierop neder. Een aanzienlijk man te Washington, de hoofdstad van onze gansche Republiek, ouderling der presbyteriaansche gemeente, bezat eene slavin die voor eenige jaren hare belijdenis bij de Doopsgezinden had afgelegd. Hij beschuldigde haar van eene poging om zijn gezin te vergiftigen, en leverde haar terstond in handen van een slavenhandelaar, die haar met zich zou nemen naar Alexandria en in een slavenhuis gevangen zette, tot dat het schip waarmede hij vertrekken wilde, reisvaardig zou zijn. Het arme meisje had eene moeder, die leed als elke natuurlijke moeder lijden moest.
Toen zij het lot van hare dochter vernam snelde zij naar het slavenhuis, en smeekte met tranen in de oogen dat haar een onderhoud met hare dochter werd toegestaan; maar zij werd onbarmhartig teruggestooten en weggejaagd! Toen trachtte zij een onderhoud te hebben met den ouderling; maar ook dit gelukte haar niet. Genoeg geld was haar toegezegd om hare dochter te koopen, maar de eigenaar wilde naar geene belofte luisteren.
Wanhopend begaf zich de moeder naar een advokaat te Washington, en verzocht hem voor haar een brief op te stellen. Zij vertelde hem wat zij verlangde dat er in gezegd zou worden, en hij kweet zich van zijne taak, zooals zij-zelve het zou gedaan hebben, wanneer zij niet van het voorregt om onderwijs te genieten ware verstoken geweest. Haar brief luidde als volgt:
Washington,25 Julij 1851.Mijnheer,Ik wend mij tot u, als tot een rijk Christen, vrijgeborene en vader, ofschoon ik-zelve slechts eene arme slavenmoeder ben. Ik wil met u spreken over een eenig kind, dat ik lief heb, die de Christen godsdienst, even als gij-zelf, belijdt, en lidmate is der Christelijke kerk, en die door de uitoefening van uw regt van eigendom, nu wegkwijnt als gevangene in een hatelijk mannen-slavenhuis, waar zij blijven moet tot zij verkocht zal zijn. Ik kom om vóór u te bepleiten de toepassing dier heilige wet: „Wat gij wilt dat u de menschen doen zullen, doe dat alzoo.”Met groote moeite heb ik vrienden gevonden, die mij willen helpen mijn kind te koopen, om ons voor die wreede scheiding te bewaren. Gij, alsvader, kunt begrijpen wat ik voelde, toen men mij zeide, dat gij besloten hadt haar verre heen te bannen, en mij dus de hoop ontnomen hadt haar ooit weder te zien.Bijna zes jaren lang heeft mijn kind slavenarbeid bij u verrigt, van haar zestiende tot haar twee-en-twintigste jaar heeft zij hard gewerkt in uwe woonkamer, uwe keuken, uw kelder en uw stal. Bij dag en bij nacht was uw wil en uw bevel voor haar de hoogste wet; maar dit alles was te vergeefs. Indien haar zelfs in al dien tijd een weinig koffij of thee gegeven is, dan was het op kosten van hare slavenmoeder, niet op uwe kosten.Gij zijt een voorganger in de gemeente en een man des gebeds. Als zoodanig en als de oppermagtige eigenaar van mijn kind, vraag ik ootmoedig, of zij die zachte en liefderijke behandeling genoten heeft, dat schoone voorbeeld heeft gezien, die haar in haar treurigen toestand konden bemoedigen? Heeft zij uit uwe handen, door een waarachtig godsdienstig onderwijs in het woord van God, eene volkomene en goede voldoening gehad voor al haren arbeid? Het is niet aan mij alleen dat gij die vragen moet beantwoorden. Gij erkent het gezag der wetten van Hem, die vrijmaking aan den gevangene verkondigde, en die u beveelt uwe dienstmaagd te geven „wat regt en billijk is.” O! ik bezweer u, onthoud in deze bangeure mijn kind niet datgene, wat haar laatste hoop zal wegnemen, en dat uwe eigene ziel in het verderf zal storten.Men zegt mij dat gij mijne dochter van misdaad beschuldigt. Kan dit waarlijk zoo zijn? Kan het zijn dat gij uwe pligten als eerlijk man en goed burger vergeet; dat gij liever de schuldige voor geld verkoopt, dan haar voor den regter te dagen, waar gijweetdat zij gaarne zou verschijnen? Wat zoudtgijzeggen, indien men u van eene misdaad beschuldigde, en weigerde u voor de regtbank te roepen? Is haar goede naam niet evenveel waard aan haar, in de Gemeente, waartoe zij behoort, als uw goede naam aan u dierbaar kan wezen?Denk, voor een oogenblik, datuwedochter, die gij liefhebt, in plaats van de mijne in deze heete dagen in eene slavengevangenis zat, gevoed werd met het ellendigste voedsel, geheel overgegeven was aan den wil van een slecht mensch en van het regt verstoken was, dat zelfs den moordenaar niet ontzegd wordt, om het gelaat zijner vrienden te zien. O! dan zoudt gij ook lijden! Och! heb dan ook medelijden met eene arme slavenmoeder en haar kind, en doe voor ons wat gij zoudt willen dat men voor u deed, wanneer gij verschijnen zult voor den Hoogsten Regter, en wanneer uwe grootste vreugde zal zijn te kunnen zeggen: „Ikheb de verdrukten vrijgemaakt.”Ellen Brown.
Washington,25 Julij 1851.
Mijnheer,
Ik wend mij tot u, als tot een rijk Christen, vrijgeborene en vader, ofschoon ik-zelve slechts eene arme slavenmoeder ben. Ik wil met u spreken over een eenig kind, dat ik lief heb, die de Christen godsdienst, even als gij-zelf, belijdt, en lidmate is der Christelijke kerk, en die door de uitoefening van uw regt van eigendom, nu wegkwijnt als gevangene in een hatelijk mannen-slavenhuis, waar zij blijven moet tot zij verkocht zal zijn. Ik kom om vóór u te bepleiten de toepassing dier heilige wet: „Wat gij wilt dat u de menschen doen zullen, doe dat alzoo.”
Met groote moeite heb ik vrienden gevonden, die mij willen helpen mijn kind te koopen, om ons voor die wreede scheiding te bewaren. Gij, alsvader, kunt begrijpen wat ik voelde, toen men mij zeide, dat gij besloten hadt haar verre heen te bannen, en mij dus de hoop ontnomen hadt haar ooit weder te zien.
Bijna zes jaren lang heeft mijn kind slavenarbeid bij u verrigt, van haar zestiende tot haar twee-en-twintigste jaar heeft zij hard gewerkt in uwe woonkamer, uwe keuken, uw kelder en uw stal. Bij dag en bij nacht was uw wil en uw bevel voor haar de hoogste wet; maar dit alles was te vergeefs. Indien haar zelfs in al dien tijd een weinig koffij of thee gegeven is, dan was het op kosten van hare slavenmoeder, niet op uwe kosten.
Gij zijt een voorganger in de gemeente en een man des gebeds. Als zoodanig en als de oppermagtige eigenaar van mijn kind, vraag ik ootmoedig, of zij die zachte en liefderijke behandeling genoten heeft, dat schoone voorbeeld heeft gezien, die haar in haar treurigen toestand konden bemoedigen? Heeft zij uit uwe handen, door een waarachtig godsdienstig onderwijs in het woord van God, eene volkomene en goede voldoening gehad voor al haren arbeid? Het is niet aan mij alleen dat gij die vragen moet beantwoorden. Gij erkent het gezag der wetten van Hem, die vrijmaking aan den gevangene verkondigde, en die u beveelt uwe dienstmaagd te geven „wat regt en billijk is.” O! ik bezweer u, onthoud in deze bangeure mijn kind niet datgene, wat haar laatste hoop zal wegnemen, en dat uwe eigene ziel in het verderf zal storten.
Men zegt mij dat gij mijne dochter van misdaad beschuldigt. Kan dit waarlijk zoo zijn? Kan het zijn dat gij uwe pligten als eerlijk man en goed burger vergeet; dat gij liever de schuldige voor geld verkoopt, dan haar voor den regter te dagen, waar gijweetdat zij gaarne zou verschijnen? Wat zoudtgijzeggen, indien men u van eene misdaad beschuldigde, en weigerde u voor de regtbank te roepen? Is haar goede naam niet evenveel waard aan haar, in de Gemeente, waartoe zij behoort, als uw goede naam aan u dierbaar kan wezen?
Denk, voor een oogenblik, datuwedochter, die gij liefhebt, in plaats van de mijne in deze heete dagen in eene slavengevangenis zat, gevoed werd met het ellendigste voedsel, geheel overgegeven was aan den wil van een slecht mensch en van het regt verstoken was, dat zelfs den moordenaar niet ontzegd wordt, om het gelaat zijner vrienden te zien. O! dan zoudt gij ook lijden! Och! heb dan ook medelijden met eene arme slavenmoeder en haar kind, en doe voor ons wat gij zoudt willen dat men voor u deed, wanneer gij verschijnen zult voor den Hoogsten Regter, en wanneer uwe grootste vreugde zal zijn te kunnen zeggen: „Ikheb de verdrukten vrijgemaakt.”
Ellen Brown.
Maar het meisje werd naar het Zuiden gezonden en daar verkocht.
De schrijfster heeft deze mededeelingen ontvangen van hem, die den brief schreef. Of de handelwijze van den eigenaar stipt wettig was, is iets waarvan wij niet geheel overtuigd zijn. Dat het eene daad was, waarin de wet zich niet kon mengen, is zeker, maar even zeker is het, dat het eene daad was, waartegen de publieke geest niet opkwam. De man, die zijne magt aldus uitoefende, stond bekend als een godsdienstig man, bekleedde eene belangrijke betrekking bij de Christelijke kerk; en geene enkele handeling der Christen-gemeente, waartoe hij behoorde, toont aan, dat men zijne daad niet als zeer te regtvaardigen beschouwde.
En is niet juist deze uitoefening van magt hetgeen ons hetmeest schokt, wanneer wij ze van vreemde despoten zien?
Lezen wij niet met siddering, dat in Rusland of Oostenrijk een man, die van eene misdaad verdacht wordt, wordt opgeligt, van zijne vrienden wordt gescheiden, geene gelegenheid wordt gelaten om voor den regter zich te verdedigen, maar naar Siberië of eenige andere vreeselijke plaats van verbanning wordt gevoerd?
Waarom is het despotismus in eenig opzigt erger wanneer het door een Staat, dan wanneer het door een persoon gepleegd wordt?
Er bestaat tegenwoordig een heftige strijd tusschen het despotisch en republikeinsch beginsel. Alle argumenten, die ter verdediging van de slavernij worden aangevoerd, zijn evenzeer geldig voor de verdediging der despotische regering, en er gelden zelfs enkele argumenten ten gunste der laatste, die niet voor de eerste van kracht zijn.
Er zijn argumenten, en zeer tastbare, ten gunste van eene despotische regering. Niemand kan ontkennen dat zij door despotismus eene zekere kracht, eenheid, snelheid van werking erlangt, die uit den aard der zaak eene republiek niet kan bezitten. Het despotismus heeft meer deugdelijke stelsels van staatkunde tot stand gebragt en in stand gehouden dan eenige republiek. De vorige Koning van Pruisen was door zijne absolute magt in staat een beter stelsel van volksopvoeding in te voeren, dan ons ooit gelukt is in Amerika tot stand te brengen. Hij stelde districten naar goedvinden in en verpligtte ieder ouder, of hij wilde of niet, zijne kinderen te doen schoolgaan.
Indien wij hierop antwoorden—zoo als wij ook doen—dat het geven van absolute magt aan iemand, die er een regtmatig gebruik van zal maken, ongetwijfeld gunstig werken moet op den Staat, maar dat er zóó weinige menschen zijn, van wie dat rigtig gebruik is te veronderstellen, dat deze regeringsvorm niet als veilig mag beschouwd worden, dan hebben wij een argument aangevoerd, dat veel meer tegen de slavernij gerigt is dan tegen eene despotische regering, want zeker is de kans oneindig grooter om in een tijdvak van vijftig jaar één man te vinden, die in staat is om een wijs gebruik van die magt te maken, dan om iederen dag, in ons land, duizenden te vinden, die met zulk een magt kunnen bekleedworden.Het is eene treurige en zeer ernstige waarheid, dat Amerika zoowel in de handen van de slechtsten als van de besten uit het land, die despotische magt legt, die zij onveilig acht zelfs in de handen van den verlichten, wel opgevoeden en beschaafden keizer van Rusland.
Met al onze republikeinsche vooroordeelen, kunnen wij niet ontkennen dat Nikolaas een man van talent, en door zijne opvoeding een zeer liberaal man is; wij weten ook dat hij een man is van een ernstig en godsdienstig karakter; hij voorzeker, die steeds handelen moet voor het oog der gansche wereld, wordt door de publieke opinie zeer aan banden gelegd, en moet zijne handelingen wel wegen. Maar wie zijn zij, aan wie de Amerikaansche wetten eene magt verleenen, onbeperkter nog dan die van den Keizer van Rusland of den Keizer van Oostenrijk? Hij kan een zeeroover geweest zijn; hij kan een dronkaard wezen; hij kan, als Souther, teregtgestaan hebben voor eene daad, waarvoor de menschheid terugdeinst; maar niet te min schenkt hem de Amerikaansche slavenwet eene onverantwoordelijke magt—magt over het ligchaam, en magt over de ziel.
Aan welke zijde dan staat Amerika in dien grooten strijd, die thans tusschen zelfregering en despotismus gestreden wordt? Aan welke zijde moet Amerika staan in dien grooten strijd voor de vrijheid van geweten?
Verbieden die despoten in andere rijken hun onderdanen het lezen van den Bijbel? De slaaf in Amerika is daarvan door de krachtdadigste middelen uitgesloten. Zeggen wij: „ja, maarwijlezen den Bijbel voor onze slaven en verkondigen hun het Evangelie mondeling”?Dit is juist wat het kerkelijk despotismus in Italië zegt. Zeggen wij, dat wij er niets tegen hebben, dat onze slaven den Bijbel lezen, indien het daarbij blijft; maar dat te gelijk daarmede een stroom van algemeene kennis zal binnendringen, die de bestaande orde van zaken verbreken zal—welnu, ook dat is juist wat in Italië gezegd wordt.
Zeggen wij, dat wij het wenschelijk zouden achten, dat de slaaf zelf den Bijbel las, maar dat hij, in zijne onkunde, er valsche gevolgtrekkingen en dwaalbegrippen uit putten zou, en dat wij er daarom de voorkeur aan geven hem die waarheden mondeling te verkondigen—ook dit is juist wat het kerkelijke despotismus in Europa zegt.
Zeggen wij in onzen hoogmoed, dat eene despotische regering alles weert wat het volk kan opvoeden en verheffen—bestaat diezelfde vrees dan niet in al de despotische slaven-Staten van Amerika?
Aan welke zijde dan zal Amerika staan in dien grooten en gewigtigen strijd?