The Project Gutenberg eBook ofDe Vliegende Kogel

The Project Gutenberg eBook ofDe Vliegende KogelThis ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online atwww.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.Title: De Vliegende KogelAuthor: Jan RinkeRelease date: December 14, 2014 [eBook #47668]Most recently updated: October 24, 2024Language: DutchCredits: Produced by Jeroen Hellingman for Project Gutenberg.*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VLIEGENDE KOGEL ***

This ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online atwww.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.

Title: De Vliegende KogelAuthor: Jan RinkeRelease date: December 14, 2014 [eBook #47668]Most recently updated: October 24, 2024Language: DutchCredits: Produced by Jeroen Hellingman for Project Gutenberg.

Title: De Vliegende Kogel

Author: Jan Rinke

Author: Jan Rinke

Release date: December 14, 2014 [eBook #47668]Most recently updated: October 24, 2024

Language: Dutch

Credits: Produced by Jeroen Hellingman for Project Gutenberg.

*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VLIEGENDE KOGEL ***

Oorspronkelijke titelpagina.De Vliegende KogelGeïllustreerd doorJan RinkeMet versjes vanBram

Oorspronkelijke titelpagina.

Oorspronkelijke titelpagina.

Oorspronkelijke titelpagina.

De Vliegende KogelGeïllustreerd doorJan RinkeMet versjes vanBram

De Vliegende Kogel

De Vliegende Kogel

Geïllustreerd doorJan RinkeMet versjes vanBram

Klein Fransje speelde met een schiet.Dit was een dom gedoe,Want eensklaps ging de kogel af,Hier hielp geen pa of moe.Klein Fransje schrok zich hall’f doodEn deed een flinken val.Zijn wangen werden grutjes grauw,Bij ’t hooren van den knal.De kogel sloeg den spiegel stuk,Tot duizend brokjes glas.En boorde in den wand een gat,Als of ’t boter was.Een juffrouw met een kleinen hondLiep in de middagzonDie hond was jong, wou niet zoet meeEn trok zoo hard-ie kon.De kogel schoot het touw in tweeDe hond ging er van doorDe juffrouw riep nu, in haar schikWat ben je zoet Azo’r.Wat verderop schoot dan met gangEn met een flinken knalDe kogel door een picnictaart,Dat was een vreemd geval.Een elk was met het deeg bespatMen keek elkander aan.Wie of dien flauwen streek verzonDe pret had afgedaan.Daar turnde aan ringen neefje FransEn maakte een fijnen „zwaan”De kogel sneed het touw in tweeFrans kwam dit duur te staan,Hij viel terdege op zijn neus,Hij schreeuwde als een manZijn moeder snelde ras nabijDoch snapte niets ervan.Klein Hansje toonde trotsch, verheugd,Aan zijne kameraadsZijn mooie tiencents luchtballonHans had als altijd praats.De kogel trof de dunne draadBallon ging op de vlucht,Hansje schrok er erg vanBoos keek hij naar de lucht.Als steeds was meester boos op KeesEn schreef op ’t zwarte bord„Ik vind dat Kees een bengel is.”De kogel kwam gesnord.Nam juist de B van bengel weg,En wat las Keesje dan:„Ik vind dat Kees een engel is,”En Keesje bloosde er van.Oom John verhuisde en riep: „Ik help mee,Als men ’t klavier neerlaat.En wees voorzichtig en gebruikEen dikken stalen draad.”Maar ’t duister noodlot zond ’t loodVan Fransje door dien draadEn met een nooitgehoord muziekViel ’t mooi klavier op straat.Tom had voor d’eerste keer een lesIn ’t eedle zwemvermaakHij hing daar aan ’t hengel touwMaar eensklaps liep ’t spaak.De kogel brak ’t touw in tweeTom ging als gek te keerEn nooit meer ging hij na dien schrikAan ’t hengeltouw ter leer.Een roover op een stillen wegRiep tot een wandelaar:„Geef hier je geld!” en zwaaide erbijZijn stok met groot misbaar.Op tijd trof Fransjes kogel toenDes ruwen roovers armHet wapen viel hem uit de handHij vluchtte met groot alarm.Een sportsman op een motorfietsReed veertig mijl per uurHij had een kans op den eersten prijsMaar eensklaps keek hij zuur.De kogel trof het reservoirWaar men benzien in doetEen knal! De rijder lag in ’t zandEn riep: „O prijs, gegroet!”Een baby zoog aan speen en fleschZuchtte van louter pretMaar ’t snelle lood, in dolle vaartDoorschoot de melkflesch net.De baby met zijn leege fleschWas boos en gilde schelDe moeder dacht: „De flesch reeds leeg?Wat drinkt die bengel snel.”Een knaap in badkuip koelte zochtHij plaste ferm de guit.De kogel floot den geijser doorHet water spoot er uit.De kuip spoot vol van stoomend natDe knaap ging er van doorEn langen tijd nam hij geen bad.Al was het weder smoor.Drie paartjes voeren in een bootEn hadden heel veel pretDe kogel schoot het bootje lekTe water lag ’t sextet.De heeren zwommen naar den kantNamen de meisjes mee.En doornat kwamen ze aan land,Het bootje dreef naar zee.Moeder had voor VadertjeEen pudding klaargemaakt,Die pudding werd zoowaarlijk ookJuist midden in geraakt.De kogel vloog toen door ons boekMet steeds versnelde vaart,En zette toen zijn zwerftocht voortZijn zwerftocht, rondom d’aard.

Klein Fransje speelde met een schiet.Dit was een dom gedoe,Want eensklaps ging de kogel af,Hier hielp geen pa of moe.Klein Fransje schrok zich hall’f doodEn deed een flinken val.Zijn wangen werden grutjes grauw,Bij ’t hooren van den knal.De kogel sloeg den spiegel stuk,Tot duizend brokjes glas.En boorde in den wand een gat,Als of ’t boter was.Een juffrouw met een kleinen hondLiep in de middagzonDie hond was jong, wou niet zoet meeEn trok zoo hard-ie kon.De kogel schoot het touw in tweeDe hond ging er van doorDe juffrouw riep nu, in haar schikWat ben je zoet Azo’r.Wat verderop schoot dan met gangEn met een flinken knalDe kogel door een picnictaart,Dat was een vreemd geval.Een elk was met het deeg bespatMen keek elkander aan.Wie of dien flauwen streek verzonDe pret had afgedaan.Daar turnde aan ringen neefje FransEn maakte een fijnen „zwaan”De kogel sneed het touw in tweeFrans kwam dit duur te staan,Hij viel terdege op zijn neus,Hij schreeuwde als een manZijn moeder snelde ras nabijDoch snapte niets ervan.Klein Hansje toonde trotsch, verheugd,Aan zijne kameraadsZijn mooie tiencents luchtballonHans had als altijd praats.De kogel trof de dunne draadBallon ging op de vlucht,Hansje schrok er erg vanBoos keek hij naar de lucht.Als steeds was meester boos op KeesEn schreef op ’t zwarte bord„Ik vind dat Kees een bengel is.”De kogel kwam gesnord.Nam juist de B van bengel weg,En wat las Keesje dan:„Ik vind dat Kees een engel is,”En Keesje bloosde er van.Oom John verhuisde en riep: „Ik help mee,Als men ’t klavier neerlaat.En wees voorzichtig en gebruikEen dikken stalen draad.”Maar ’t duister noodlot zond ’t loodVan Fransje door dien draadEn met een nooitgehoord muziekViel ’t mooi klavier op straat.Tom had voor d’eerste keer een lesIn ’t eedle zwemvermaakHij hing daar aan ’t hengel touwMaar eensklaps liep ’t spaak.De kogel brak ’t touw in tweeTom ging als gek te keerEn nooit meer ging hij na dien schrikAan ’t hengeltouw ter leer.Een roover op een stillen wegRiep tot een wandelaar:„Geef hier je geld!” en zwaaide erbijZijn stok met groot misbaar.Op tijd trof Fransjes kogel toenDes ruwen roovers armHet wapen viel hem uit de handHij vluchtte met groot alarm.Een sportsman op een motorfietsReed veertig mijl per uurHij had een kans op den eersten prijsMaar eensklaps keek hij zuur.De kogel trof het reservoirWaar men benzien in doetEen knal! De rijder lag in ’t zandEn riep: „O prijs, gegroet!”Een baby zoog aan speen en fleschZuchtte van louter pretMaar ’t snelle lood, in dolle vaartDoorschoot de melkflesch net.De baby met zijn leege fleschWas boos en gilde schelDe moeder dacht: „De flesch reeds leeg?Wat drinkt die bengel snel.”Een knaap in badkuip koelte zochtHij plaste ferm de guit.De kogel floot den geijser doorHet water spoot er uit.De kuip spoot vol van stoomend natDe knaap ging er van doorEn langen tijd nam hij geen bad.Al was het weder smoor.Drie paartjes voeren in een bootEn hadden heel veel pretDe kogel schoot het bootje lekTe water lag ’t sextet.De heeren zwommen naar den kantNamen de meisjes mee.En doornat kwamen ze aan land,Het bootje dreef naar zee.Moeder had voor VadertjeEen pudding klaargemaakt,Die pudding werd zoowaarlijk ookJuist midden in geraakt.De kogel vloog toen door ons boekMet steeds versnelde vaart,En zette toen zijn zwerftocht voortZijn zwerftocht, rondom d’aard.

Klein Fransje speelde met een schiet.Dit was een dom gedoe,Want eensklaps ging de kogel af,Hier hielp geen pa of moe.Klein Fransje schrok zich hall’f doodEn deed een flinken val.Zijn wangen werden grutjes grauw,Bij ’t hooren van den knal.De kogel sloeg den spiegel stuk,Tot duizend brokjes glas.En boorde in den wand een gat,Als of ’t boter was.Een juffrouw met een kleinen hondLiep in de middagzonDie hond was jong, wou niet zoet meeEn trok zoo hard-ie kon.De kogel schoot het touw in tweeDe hond ging er van doorDe juffrouw riep nu, in haar schikWat ben je zoet Azo’r.Wat verderop schoot dan met gangEn met een flinken knalDe kogel door een picnictaart,Dat was een vreemd geval.Een elk was met het deeg bespatMen keek elkander aan.Wie of dien flauwen streek verzonDe pret had afgedaan.Daar turnde aan ringen neefje FransEn maakte een fijnen „zwaan”De kogel sneed het touw in tweeFrans kwam dit duur te staan,Hij viel terdege op zijn neus,Hij schreeuwde als een manZijn moeder snelde ras nabijDoch snapte niets ervan.Klein Hansje toonde trotsch, verheugd,Aan zijne kameraadsZijn mooie tiencents luchtballonHans had als altijd praats.De kogel trof de dunne draadBallon ging op de vlucht,Hansje schrok er erg vanBoos keek hij naar de lucht.Als steeds was meester boos op KeesEn schreef op ’t zwarte bord„Ik vind dat Kees een bengel is.”De kogel kwam gesnord.Nam juist de B van bengel weg,En wat las Keesje dan:„Ik vind dat Kees een engel is,”En Keesje bloosde er van.Oom John verhuisde en riep: „Ik help mee,Als men ’t klavier neerlaat.En wees voorzichtig en gebruikEen dikken stalen draad.”Maar ’t duister noodlot zond ’t loodVan Fransje door dien draadEn met een nooitgehoord muziekViel ’t mooi klavier op straat.Tom had voor d’eerste keer een lesIn ’t eedle zwemvermaakHij hing daar aan ’t hengel touwMaar eensklaps liep ’t spaak.De kogel brak ’t touw in tweeTom ging als gek te keerEn nooit meer ging hij na dien schrikAan ’t hengeltouw ter leer.Een roover op een stillen wegRiep tot een wandelaar:„Geef hier je geld!” en zwaaide erbijZijn stok met groot misbaar.Op tijd trof Fransjes kogel toenDes ruwen roovers armHet wapen viel hem uit de handHij vluchtte met groot alarm.Een sportsman op een motorfietsReed veertig mijl per uurHij had een kans op den eersten prijsMaar eensklaps keek hij zuur.De kogel trof het reservoirWaar men benzien in doetEen knal! De rijder lag in ’t zandEn riep: „O prijs, gegroet!”Een baby zoog aan speen en fleschZuchtte van louter pretMaar ’t snelle lood, in dolle vaartDoorschoot de melkflesch net.De baby met zijn leege fleschWas boos en gilde schelDe moeder dacht: „De flesch reeds leeg?Wat drinkt die bengel snel.”Een knaap in badkuip koelte zochtHij plaste ferm de guit.De kogel floot den geijser doorHet water spoot er uit.De kuip spoot vol van stoomend natDe knaap ging er van doorEn langen tijd nam hij geen bad.Al was het weder smoor.Drie paartjes voeren in een bootEn hadden heel veel pretDe kogel schoot het bootje lekTe water lag ’t sextet.De heeren zwommen naar den kantNamen de meisjes mee.En doornat kwamen ze aan land,Het bootje dreef naar zee.Moeder had voor VadertjeEen pudding klaargemaakt,Die pudding werd zoowaarlijk ookJuist midden in geraakt.De kogel vloog toen door ons boekMet steeds versnelde vaart,En zette toen zijn zwerftocht voortZijn zwerftocht, rondom d’aard.

Klein Fransje speelde met een schiet.Dit was een dom gedoe,Want eensklaps ging de kogel af,Hier hielp geen pa of moe.Klein Fransje schrok zich hall’f doodEn deed een flinken val.Zijn wangen werden grutjes grauw,Bij ’t hooren van den knal.De kogel sloeg den spiegel stuk,Tot duizend brokjes glas.En boorde in den wand een gat,Als of ’t boter was.

Klein Fransje speelde met een schiet.Dit was een dom gedoe,Want eensklaps ging de kogel af,Hier hielp geen pa of moe.

Klein Fransje speelde met een schiet.

Dit was een dom gedoe,

Want eensklaps ging de kogel af,

Hier hielp geen pa of moe.

Klein Fransje schrok zich hall’f doodEn deed een flinken val.Zijn wangen werden grutjes grauw,Bij ’t hooren van den knal.

Klein Fransje schrok zich hall’f dood

En deed een flinken val.

Zijn wangen werden grutjes grauw,

Bij ’t hooren van den knal.

De kogel sloeg den spiegel stuk,Tot duizend brokjes glas.En boorde in den wand een gat,Als of ’t boter was.

De kogel sloeg den spiegel stuk,

Tot duizend brokjes glas.

En boorde in den wand een gat,

Als of ’t boter was.

Een juffrouw met een kleinen hondLiep in de middagzonDie hond was jong, wou niet zoet meeEn trok zoo hard-ie kon.De kogel schoot het touw in tweeDe hond ging er van doorDe juffrouw riep nu, in haar schikWat ben je zoet Azo’r.

Een juffrouw met een kleinen hondLiep in de middagzonDie hond was jong, wou niet zoet meeEn trok zoo hard-ie kon.

Een juffrouw met een kleinen hond

Liep in de middagzon

Die hond was jong, wou niet zoet mee

En trok zoo hard-ie kon.

De kogel schoot het touw in tweeDe hond ging er van doorDe juffrouw riep nu, in haar schikWat ben je zoet Azo’r.

De kogel schoot het touw in twee

De hond ging er van door

De juffrouw riep nu, in haar schik

Wat ben je zoet Azo’r.

Wat verderop schoot dan met gangEn met een flinken knalDe kogel door een picnictaart,Dat was een vreemd geval.Een elk was met het deeg bespatMen keek elkander aan.Wie of dien flauwen streek verzonDe pret had afgedaan.

Wat verderop schoot dan met gangEn met een flinken knalDe kogel door een picnictaart,Dat was een vreemd geval.

Wat verderop schoot dan met gang

En met een flinken knal

De kogel door een picnictaart,

Dat was een vreemd geval.

Een elk was met het deeg bespatMen keek elkander aan.Wie of dien flauwen streek verzonDe pret had afgedaan.

Een elk was met het deeg bespat

Men keek elkander aan.

Wie of dien flauwen streek verzon

De pret had afgedaan.

Daar turnde aan ringen neefje FransEn maakte een fijnen „zwaan”De kogel sneed het touw in tweeFrans kwam dit duur te staan,Hij viel terdege op zijn neus,Hij schreeuwde als een manZijn moeder snelde ras nabijDoch snapte niets ervan.

Daar turnde aan ringen neefje FransEn maakte een fijnen „zwaan”De kogel sneed het touw in tweeFrans kwam dit duur te staan,

Daar turnde aan ringen neefje Frans

En maakte een fijnen „zwaan”

De kogel sneed het touw in twee

Frans kwam dit duur te staan,

Hij viel terdege op zijn neus,Hij schreeuwde als een manZijn moeder snelde ras nabijDoch snapte niets ervan.

Hij viel terdege op zijn neus,

Hij schreeuwde als een man

Zijn moeder snelde ras nabij

Doch snapte niets ervan.

Klein Hansje toonde trotsch, verheugd,Aan zijne kameraadsZijn mooie tiencents luchtballonHans had als altijd praats.De kogel trof de dunne draadBallon ging op de vlucht,Hansje schrok er erg vanBoos keek hij naar de lucht.

Klein Hansje toonde trotsch, verheugd,Aan zijne kameraadsZijn mooie tiencents luchtballonHans had als altijd praats.

Klein Hansje toonde trotsch, verheugd,

Aan zijne kameraads

Zijn mooie tiencents luchtballon

Hans had als altijd praats.

De kogel trof de dunne draadBallon ging op de vlucht,Hansje schrok er erg vanBoos keek hij naar de lucht.

De kogel trof de dunne draad

Ballon ging op de vlucht,

Hansje schrok er erg van

Boos keek hij naar de lucht.

Als steeds was meester boos op KeesEn schreef op ’t zwarte bord„Ik vind dat Kees een bengel is.”De kogel kwam gesnord.Nam juist de B van bengel weg,En wat las Keesje dan:„Ik vind dat Kees een engel is,”En Keesje bloosde er van.

Als steeds was meester boos op KeesEn schreef op ’t zwarte bord„Ik vind dat Kees een bengel is.”De kogel kwam gesnord.

Als steeds was meester boos op Kees

En schreef op ’t zwarte bord

„Ik vind dat Kees een bengel is.”

De kogel kwam gesnord.

Nam juist de B van bengel weg,En wat las Keesje dan:„Ik vind dat Kees een engel is,”En Keesje bloosde er van.

Nam juist de B van bengel weg,

En wat las Keesje dan:

„Ik vind dat Kees een engel is,”

En Keesje bloosde er van.

Oom John verhuisde en riep: „Ik help mee,Als men ’t klavier neerlaat.En wees voorzichtig en gebruikEen dikken stalen draad.”Maar ’t duister noodlot zond ’t loodVan Fransje door dien draadEn met een nooitgehoord muziekViel ’t mooi klavier op straat.

Oom John verhuisde en riep: „Ik help mee,Als men ’t klavier neerlaat.En wees voorzichtig en gebruikEen dikken stalen draad.”

Oom John verhuisde en riep: „Ik help mee,

Als men ’t klavier neerlaat.

En wees voorzichtig en gebruik

Een dikken stalen draad.”

Maar ’t duister noodlot zond ’t loodVan Fransje door dien draadEn met een nooitgehoord muziekViel ’t mooi klavier op straat.

Maar ’t duister noodlot zond ’t lood

Van Fransje door dien draad

En met een nooitgehoord muziek

Viel ’t mooi klavier op straat.

Tom had voor d’eerste keer een lesIn ’t eedle zwemvermaakHij hing daar aan ’t hengel touwMaar eensklaps liep ’t spaak.De kogel brak ’t touw in tweeTom ging als gek te keerEn nooit meer ging hij na dien schrikAan ’t hengeltouw ter leer.

Tom had voor d’eerste keer een lesIn ’t eedle zwemvermaakHij hing daar aan ’t hengel touwMaar eensklaps liep ’t spaak.

Tom had voor d’eerste keer een les

In ’t eedle zwemvermaak

Hij hing daar aan ’t hengel touw

Maar eensklaps liep ’t spaak.

De kogel brak ’t touw in tweeTom ging als gek te keerEn nooit meer ging hij na dien schrikAan ’t hengeltouw ter leer.

De kogel brak ’t touw in twee

Tom ging als gek te keer

En nooit meer ging hij na dien schrik

Aan ’t hengeltouw ter leer.

Een roover op een stillen wegRiep tot een wandelaar:„Geef hier je geld!” en zwaaide erbijZijn stok met groot misbaar.Op tijd trof Fransjes kogel toenDes ruwen roovers armHet wapen viel hem uit de handHij vluchtte met groot alarm.

Een roover op een stillen wegRiep tot een wandelaar:„Geef hier je geld!” en zwaaide erbijZijn stok met groot misbaar.

Een roover op een stillen weg

Riep tot een wandelaar:

„Geef hier je geld!” en zwaaide erbij

Zijn stok met groot misbaar.

Op tijd trof Fransjes kogel toenDes ruwen roovers armHet wapen viel hem uit de handHij vluchtte met groot alarm.

Op tijd trof Fransjes kogel toen

Des ruwen roovers arm

Het wapen viel hem uit de hand

Hij vluchtte met groot alarm.

Een sportsman op een motorfietsReed veertig mijl per uurHij had een kans op den eersten prijsMaar eensklaps keek hij zuur.De kogel trof het reservoirWaar men benzien in doetEen knal! De rijder lag in ’t zandEn riep: „O prijs, gegroet!”

Een sportsman op een motorfietsReed veertig mijl per uurHij had een kans op den eersten prijsMaar eensklaps keek hij zuur.

Een sportsman op een motorfiets

Reed veertig mijl per uur

Hij had een kans op den eersten prijs

Maar eensklaps keek hij zuur.

De kogel trof het reservoirWaar men benzien in doetEen knal! De rijder lag in ’t zandEn riep: „O prijs, gegroet!”

De kogel trof het reservoir

Waar men benzien in doet

Een knal! De rijder lag in ’t zand

En riep: „O prijs, gegroet!”

Een baby zoog aan speen en fleschZuchtte van louter pretMaar ’t snelle lood, in dolle vaartDoorschoot de melkflesch net.De baby met zijn leege fleschWas boos en gilde schelDe moeder dacht: „De flesch reeds leeg?Wat drinkt die bengel snel.”

Een baby zoog aan speen en fleschZuchtte van louter pretMaar ’t snelle lood, in dolle vaartDoorschoot de melkflesch net.

Een baby zoog aan speen en flesch

Zuchtte van louter pret

Maar ’t snelle lood, in dolle vaart

Doorschoot de melkflesch net.

De baby met zijn leege fleschWas boos en gilde schelDe moeder dacht: „De flesch reeds leeg?Wat drinkt die bengel snel.”

De baby met zijn leege flesch

Was boos en gilde schel

De moeder dacht: „De flesch reeds leeg?

Wat drinkt die bengel snel.”

Een knaap in badkuip koelte zochtHij plaste ferm de guit.De kogel floot den geijser doorHet water spoot er uit.De kuip spoot vol van stoomend natDe knaap ging er van doorEn langen tijd nam hij geen bad.Al was het weder smoor.

Een knaap in badkuip koelte zochtHij plaste ferm de guit.De kogel floot den geijser doorHet water spoot er uit.

Een knaap in badkuip koelte zocht

Hij plaste ferm de guit.

De kogel floot den geijser door

Het water spoot er uit.

De kuip spoot vol van stoomend natDe knaap ging er van doorEn langen tijd nam hij geen bad.Al was het weder smoor.

De kuip spoot vol van stoomend nat

De knaap ging er van door

En langen tijd nam hij geen bad.

Al was het weder smoor.

Drie paartjes voeren in een bootEn hadden heel veel pretDe kogel schoot het bootje lekTe water lag ’t sextet.De heeren zwommen naar den kantNamen de meisjes mee.En doornat kwamen ze aan land,Het bootje dreef naar zee.

Drie paartjes voeren in een bootEn hadden heel veel pretDe kogel schoot het bootje lekTe water lag ’t sextet.

Drie paartjes voeren in een boot

En hadden heel veel pret

De kogel schoot het bootje lek

Te water lag ’t sextet.

De heeren zwommen naar den kantNamen de meisjes mee.En doornat kwamen ze aan land,Het bootje dreef naar zee.

De heeren zwommen naar den kant

Namen de meisjes mee.

En doornat kwamen ze aan land,

Het bootje dreef naar zee.

Moeder had voor VadertjeEen pudding klaargemaakt,Die pudding werd zoowaarlijk ookJuist midden in geraakt.De kogel vloog toen door ons boekMet steeds versnelde vaart,En zette toen zijn zwerftocht voortZijn zwerftocht, rondom d’aard.

Moeder had voor VadertjeEen pudding klaargemaakt,Die pudding werd zoowaarlijk ookJuist midden in geraakt.

Moeder had voor Vadertje

Een pudding klaargemaakt,

Die pudding werd zoowaarlijk ook

Juist midden in geraakt.

De kogel vloog toen door ons boekMet steeds versnelde vaart,En zette toen zijn zwerftocht voortZijn zwerftocht, rondom d’aard.

De kogel vloog toen door ons boek

Met steeds versnelde vaart,

En zette toen zijn zwerftocht voort

Zijn zwerftocht, rondom d’aard.

ColofonBeschikbaarheidDit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van deProject Gutenberg Licentiebij dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.Dit boekje is geïnspireerd door Peter Newell’s (1862–1924) “The Hole Book” uit 1908.CoderingDit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze.Documentgeschiedenis2014-12-13 Begonnen.Externe ReferentiesDit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.

ColofonBeschikbaarheidDit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van deProject Gutenberg Licentiebij dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.Dit boekje is geïnspireerd door Peter Newell’s (1862–1924) “The Hole Book” uit 1908.CoderingDit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze.Documentgeschiedenis2014-12-13 Begonnen.Externe ReferentiesDit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.

Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van deProject Gutenberg Licentiebij dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.

Dit boekje is geïnspireerd door Peter Newell’s (1862–1924) “The Hole Book” uit 1908.

Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze.

Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.


Back to IndexNext