Aanteekening.Het zal niemand verwonderen, dat voortgezet onderzoek en de herlezing van Shakespeare’s werken eenige wijzigingen in mijn studie over zijn leven, die in het najaar van 1888 geschreven werd, noodzakelijk maakten. Bij de grondige herziening, waaraan zij nu onderworpen is geworden, bleken ondertusschen niet vele veranderingen noodig te zijn; hoofdzakelijk heeft de tijdsorde van enkele tooneelstukken, uit een bepaald tijdperk van Shakespeare’s leven, eenige wijziging ondergaan. Hierbij heb ik thans twee belangrijke, na 1888 verschenen werken kunnen raadplegen, namelijk:The Henry Irving Shakespeare(London 1890) enWilliam Shakespeare, vanGeorg Brandes(1896). Het eerste is een volledige Shakespeare-uitgaaf, waarin ieder stuk van een inleiding en aanteekeningen van verschillenden aard voorzien is door Frank A. Marshall, krachtig ter zijde gestaan door Arthur Symons, Richard Garnett en anderen, en waarvoor bovendien Prof. Dowden, met roem bekend door andere geschriften over onzen dichter, een overzicht van zijn leven en de algemeene inleiding schreef. Van beide werken, vooral van het eerste, hoop ik ook zoowel voor den tekst der vertaling als voor het herzien der aanteekeningen gebruik te maken en ook acht te kunnen geven op de, trouwens vrij schaarsche, aanmerkingen op mijn werk gemaakt, voor zoover zij tot mijn kennis zijn gekomen en bruikbaar blijken, en voor zoover mijn tijd en de voortgang van den druk het mij veroorloven, want het is mijn wensch, deze uitgave zoo volkomen te doen zijn, als het mij mogelijk is.Ik meen deze aanteekening niet beter te kunnen eindigen dan door uit Dowden’s overzicht van Shakespeare’s leven het slot van een der hoofdstukken, en wel in de oorspronkelijke taal, aan te halen:“Looking back over the events of Shakespeare’s life, and the series of his plays and poems, observing especially his Sonnets, where we may well believe the poet expresses his own feelings in his own person, we seem to see a man not naturally self-contained and self-possessed, but sensitive, eager, ardent, of strong passions, quick imagination, universal sympathy; at the same time a man with a central sanity of mind, and one for whom wisdom, knowledge and self-control were constantly growing powers. So his material life, after certain errors natural to his temperament, was conducted to a prosperous issue; and his ideal life, passing through shine and shadow, touching all heights and depths of human experience, attained at the close a high table-land where the light is clear and steadfast and the finest airs of heaven are breathed by man. He sees human existence widely, calmly, with a temperate heart, with eyes purged and purified. And he sees perhaps not only the vision of life, but through it to deeper and larger things beyond. Shakespeare does not tell us what he saw when he looked beyond life with those calm experienced eyes. It was not his province to report such things to us as if he were God’s spy. But assuredly he saw nothing which confused or clouded his soul; else he could not feel towards this our mortal life so purely, wisely, gently; else the great enchanter, this Prospero of ours, could not so tranquilly resign his magic robe and staff, dismiss his airy spirits, and piously accept the duties of mere manhood”.31 December 1896.
Aanteekening.Het zal niemand verwonderen, dat voortgezet onderzoek en de herlezing van Shakespeare’s werken eenige wijzigingen in mijn studie over zijn leven, die in het najaar van 1888 geschreven werd, noodzakelijk maakten. Bij de grondige herziening, waaraan zij nu onderworpen is geworden, bleken ondertusschen niet vele veranderingen noodig te zijn; hoofdzakelijk heeft de tijdsorde van enkele tooneelstukken, uit een bepaald tijdperk van Shakespeare’s leven, eenige wijziging ondergaan. Hierbij heb ik thans twee belangrijke, na 1888 verschenen werken kunnen raadplegen, namelijk:The Henry Irving Shakespeare(London 1890) enWilliam Shakespeare, vanGeorg Brandes(1896). Het eerste is een volledige Shakespeare-uitgaaf, waarin ieder stuk van een inleiding en aanteekeningen van verschillenden aard voorzien is door Frank A. Marshall, krachtig ter zijde gestaan door Arthur Symons, Richard Garnett en anderen, en waarvoor bovendien Prof. Dowden, met roem bekend door andere geschriften over onzen dichter, een overzicht van zijn leven en de algemeene inleiding schreef. Van beide werken, vooral van het eerste, hoop ik ook zoowel voor den tekst der vertaling als voor het herzien der aanteekeningen gebruik te maken en ook acht te kunnen geven op de, trouwens vrij schaarsche, aanmerkingen op mijn werk gemaakt, voor zoover zij tot mijn kennis zijn gekomen en bruikbaar blijken, en voor zoover mijn tijd en de voortgang van den druk het mij veroorloven, want het is mijn wensch, deze uitgave zoo volkomen te doen zijn, als het mij mogelijk is.Ik meen deze aanteekening niet beter te kunnen eindigen dan door uit Dowden’s overzicht van Shakespeare’s leven het slot van een der hoofdstukken, en wel in de oorspronkelijke taal, aan te halen:“Looking back over the events of Shakespeare’s life, and the series of his plays and poems, observing especially his Sonnets, where we may well believe the poet expresses his own feelings in his own person, we seem to see a man not naturally self-contained and self-possessed, but sensitive, eager, ardent, of strong passions, quick imagination, universal sympathy; at the same time a man with a central sanity of mind, and one for whom wisdom, knowledge and self-control were constantly growing powers. So his material life, after certain errors natural to his temperament, was conducted to a prosperous issue; and his ideal life, passing through shine and shadow, touching all heights and depths of human experience, attained at the close a high table-land where the light is clear and steadfast and the finest airs of heaven are breathed by man. He sees human existence widely, calmly, with a temperate heart, with eyes purged and purified. And he sees perhaps not only the vision of life, but through it to deeper and larger things beyond. Shakespeare does not tell us what he saw when he looked beyond life with those calm experienced eyes. It was not his province to report such things to us as if he were God’s spy. But assuredly he saw nothing which confused or clouded his soul; else he could not feel towards this our mortal life so purely, wisely, gently; else the great enchanter, this Prospero of ours, could not so tranquilly resign his magic robe and staff, dismiss his airy spirits, and piously accept the duties of mere manhood”.31 December 1896.
Aanteekening.Het zal niemand verwonderen, dat voortgezet onderzoek en de herlezing van Shakespeare’s werken eenige wijzigingen in mijn studie over zijn leven, die in het najaar van 1888 geschreven werd, noodzakelijk maakten. Bij de grondige herziening, waaraan zij nu onderworpen is geworden, bleken ondertusschen niet vele veranderingen noodig te zijn; hoofdzakelijk heeft de tijdsorde van enkele tooneelstukken, uit een bepaald tijdperk van Shakespeare’s leven, eenige wijziging ondergaan. Hierbij heb ik thans twee belangrijke, na 1888 verschenen werken kunnen raadplegen, namelijk:The Henry Irving Shakespeare(London 1890) enWilliam Shakespeare, vanGeorg Brandes(1896). Het eerste is een volledige Shakespeare-uitgaaf, waarin ieder stuk van een inleiding en aanteekeningen van verschillenden aard voorzien is door Frank A. Marshall, krachtig ter zijde gestaan door Arthur Symons, Richard Garnett en anderen, en waarvoor bovendien Prof. Dowden, met roem bekend door andere geschriften over onzen dichter, een overzicht van zijn leven en de algemeene inleiding schreef. Van beide werken, vooral van het eerste, hoop ik ook zoowel voor den tekst der vertaling als voor het herzien der aanteekeningen gebruik te maken en ook acht te kunnen geven op de, trouwens vrij schaarsche, aanmerkingen op mijn werk gemaakt, voor zoover zij tot mijn kennis zijn gekomen en bruikbaar blijken, en voor zoover mijn tijd en de voortgang van den druk het mij veroorloven, want het is mijn wensch, deze uitgave zoo volkomen te doen zijn, als het mij mogelijk is.Ik meen deze aanteekening niet beter te kunnen eindigen dan door uit Dowden’s overzicht van Shakespeare’s leven het slot van een der hoofdstukken, en wel in de oorspronkelijke taal, aan te halen:“Looking back over the events of Shakespeare’s life, and the series of his plays and poems, observing especially his Sonnets, where we may well believe the poet expresses his own feelings in his own person, we seem to see a man not naturally self-contained and self-possessed, but sensitive, eager, ardent, of strong passions, quick imagination, universal sympathy; at the same time a man with a central sanity of mind, and one for whom wisdom, knowledge and self-control were constantly growing powers. So his material life, after certain errors natural to his temperament, was conducted to a prosperous issue; and his ideal life, passing through shine and shadow, touching all heights and depths of human experience, attained at the close a high table-land where the light is clear and steadfast and the finest airs of heaven are breathed by man. He sees human existence widely, calmly, with a temperate heart, with eyes purged and purified. And he sees perhaps not only the vision of life, but through it to deeper and larger things beyond. Shakespeare does not tell us what he saw when he looked beyond life with those calm experienced eyes. It was not his province to report such things to us as if he were God’s spy. But assuredly he saw nothing which confused or clouded his soul; else he could not feel towards this our mortal life so purely, wisely, gently; else the great enchanter, this Prospero of ours, could not so tranquilly resign his magic robe and staff, dismiss his airy spirits, and piously accept the duties of mere manhood”.31 December 1896.
Het zal niemand verwonderen, dat voortgezet onderzoek en de herlezing van Shakespeare’s werken eenige wijzigingen in mijn studie over zijn leven, die in het najaar van 1888 geschreven werd, noodzakelijk maakten. Bij de grondige herziening, waaraan zij nu onderworpen is geworden, bleken ondertusschen niet vele veranderingen noodig te zijn; hoofdzakelijk heeft de tijdsorde van enkele tooneelstukken, uit een bepaald tijdperk van Shakespeare’s leven, eenige wijziging ondergaan. Hierbij heb ik thans twee belangrijke, na 1888 verschenen werken kunnen raadplegen, namelijk:The Henry Irving Shakespeare(London 1890) enWilliam Shakespeare, vanGeorg Brandes(1896). Het eerste is een volledige Shakespeare-uitgaaf, waarin ieder stuk van een inleiding en aanteekeningen van verschillenden aard voorzien is door Frank A. Marshall, krachtig ter zijde gestaan door Arthur Symons, Richard Garnett en anderen, en waarvoor bovendien Prof. Dowden, met roem bekend door andere geschriften over onzen dichter, een overzicht van zijn leven en de algemeene inleiding schreef. Van beide werken, vooral van het eerste, hoop ik ook zoowel voor den tekst der vertaling als voor het herzien der aanteekeningen gebruik te maken en ook acht te kunnen geven op de, trouwens vrij schaarsche, aanmerkingen op mijn werk gemaakt, voor zoover zij tot mijn kennis zijn gekomen en bruikbaar blijken, en voor zoover mijn tijd en de voortgang van den druk het mij veroorloven, want het is mijn wensch, deze uitgave zoo volkomen te doen zijn, als het mij mogelijk is.
Ik meen deze aanteekening niet beter te kunnen eindigen dan door uit Dowden’s overzicht van Shakespeare’s leven het slot van een der hoofdstukken, en wel in de oorspronkelijke taal, aan te halen:
“Looking back over the events of Shakespeare’s life, and the series of his plays and poems, observing especially his Sonnets, where we may well believe the poet expresses his own feelings in his own person, we seem to see a man not naturally self-contained and self-possessed, but sensitive, eager, ardent, of strong passions, quick imagination, universal sympathy; at the same time a man with a central sanity of mind, and one for whom wisdom, knowledge and self-control were constantly growing powers. So his material life, after certain errors natural to his temperament, was conducted to a prosperous issue; and his ideal life, passing through shine and shadow, touching all heights and depths of human experience, attained at the close a high table-land where the light is clear and steadfast and the finest airs of heaven are breathed by man. He sees human existence widely, calmly, with a temperate heart, with eyes purged and purified. And he sees perhaps not only the vision of life, but through it to deeper and larger things beyond. Shakespeare does not tell us what he saw when he looked beyond life with those calm experienced eyes. It was not his province to report such things to us as if he were God’s spy. But assuredly he saw nothing which confused or clouded his soul; else he could not feel towards this our mortal life so purely, wisely, gently; else the great enchanter, this Prospero of ours, could not so tranquilly resign his magic robe and staff, dismiss his airy spirits, and piously accept the duties of mere manhood”.
“Looking back over the events of Shakespeare’s life, and the series of his plays and poems, observing especially his Sonnets, where we may well believe the poet expresses his own feelings in his own person, we seem to see a man not naturally self-contained and self-possessed, but sensitive, eager, ardent, of strong passions, quick imagination, universal sympathy; at the same time a man with a central sanity of mind, and one for whom wisdom, knowledge and self-control were constantly growing powers. So his material life, after certain errors natural to his temperament, was conducted to a prosperous issue; and his ideal life, passing through shine and shadow, touching all heights and depths of human experience, attained at the close a high table-land where the light is clear and steadfast and the finest airs of heaven are breathed by man. He sees human existence widely, calmly, with a temperate heart, with eyes purged and purified. And he sees perhaps not only the vision of life, but through it to deeper and larger things beyond. Shakespeare does not tell us what he saw when he looked beyond life with those calm experienced eyes. It was not his province to report such things to us as if he were God’s spy. But assuredly he saw nothing which confused or clouded his soul; else he could not feel towards this our mortal life so purely, wisely, gently; else the great enchanter, this Prospero of ours, could not so tranquilly resign his magic robe and staff, dismiss his airy spirits, and piously accept the duties of mere manhood”.
31 December 1896.