Chapter 4

Boraxwagen in het Doodendal.Boraxwagen in het Doodendal.Den koetsier, die reeds vijf jaar lang borax uit dit helsche oord had gehaald, schenen de hitte zoomin als het bijtende stof te hinderen. Zonder een trek in zijn leerachtig, typisch amerikaansch gezicht te veranderen, merkte hij op: “Een uitstekende ligging hier. De lucht is fijn, het uitzicht prachtig, goede buren, er is geen verwarming noodig en de belastinginner komt hier niet dikwijls. Ik heb er al aan gedacht mij op mijn ouden dag hier te vestigen”.Gedurende de drie dagen, sedert de wagen het kleine stationDaggetin de woestijn aan den Santa-Fé-weg had verlaten, had deze koetsier, borax-Jack, op denzelfden toon, als waarop een gids toeristen op bijzonder schoone punten in het landschap opmerkzaam maakt, ons het een en ander griezeligs gewezen en met een verhaal geïllustreerd. Hier een graf, daar een graf, ginds een klein kruis, elders eenige gebleekte beenderen, naast een ledigen waterzak. En over alles de zon, de onbarmhartige, gruwzame zon, voor wier verschroeiende stralen noch het gloeiende zand, noch de heete rotsen eenige beschutting boden.In den nauwen pas tusschen de beide rijen heuvels, waardoor de wagen heenreed, blies een wind, die uit een gloeienden oven scheen te komen. “Windy Cap” heet deze pas en daardoor komt men van uit het Zuiden in het Dal des doods, “Death Valley”, de laagst gelegen plek van het amerikaansche vasteland, waar de temperatuur des zomers bijna dagelijks tot 55° à 60° C. stijgt, en waarvan de oostelijke wand door de Sierra Nevada, het hoogste gebergte der Vereenigde Staten gevormd wordt.Dit dal, dat aan den rand van de groote woestijn in het Zuidwesten van Amerika ligt, draagt zijn veelbeteekenenden, onheilspellenden naam sedert zijn ontdekking door de eerste blanke reizigers. In 1850 verdwaalde een uit zeventig Mormonen bestaand reisgezelschap, dat door Brigham Young uit Utah op een ontdekking was uitgezonden, in deze dorre woestenij. Slechts twee dier zeventig ontkwamen. De overigen bezweken onder de vlammende pijlen, die de zon op de naakte rotsen en zandvlakten afzendt en die het bloed der ongelukkige slachtoffers uit hun aderen schijnt te zuigen. Sinds die 68 Mormonen er den dood vonden, is de naam van het dal voor goed gerechtvaardigd. In den zomer van 1906 verdwenen er 15 avonturiers, wier beenderen dezen winter werden gevonden en begraven, en de kopergroeven in de nabijheid zullen volgende zomers nog wel meer waaghalzen er heen voeren.Dit doodendal is een kloof, 160 Kilometer lang en 20 tot 40 Kilometer breed, die zich 100 Meter lager dan de oppervlakte der zee, tusschen twee hooge gebergten op de grens van Californië en Nevada uitstrekt. Overdag brandt de zon aan den wolkenloozen hemel in dezen zandigen kuil tusschen de rotsen, totdat de heete lucht als uit een bakoven er uit opstijgt; des nachts waait een scherpe koude wind van de 5000 Meter hooge sneeuwtoppen der Sierra neer. In het diepste gedeelte van die kom strekken zich mijlenlange witte velden uit, alsof het sneeuwvlakten waren. Zij bestaan uit zout, het overblijfsel van den oceaan, die eens geheel zuidwest Amerika bedekte, tot dat vulkanische krachten land en bergen uit het water ophieven. In de komvormige vlakte zelf valt bijna nooit een droppel regen, zoodat dieren- en plantenleven er onbestaanbaar is, waarvoor echter moeder natuur een eigenaardige vergoeding heeft gegeven. Het doodendal is een enorm chemisch laboratorium, waarvan de grondstoffen overal voor den dag komen. Met die stoffen op haar palet heeft de natuur de wanden van het dal en de rotsen wondermooi gekleurd. Als groene en blauwe strepen vertoonen zich de aderen van het gesteente, waarin het koper voorkomt; de roode, cinnaber-houdende rotsen verheffen zich torenhoog; lichtend geel schitteren de met zwavel bedekte hellingen; grijs doen de granietmassa’s zich voor, en dofzwart steken de lavavelden bij de witte zoutvelden af. Op andere plaatsen heeft, als het ware, een meesterhand de kleuren gemengd en heerlijke kleurspelingen te voorschijn geroepen, die met alle beschrijvingen spotten. Doch overal in deze kleurenpracht loert de dood. De weinige bronnen, die uit de gedoofde kleine kraters opborrelen, bevatten vitriool en arsenik, of als het water niet doodelijk vergiftig is, dan is het toch door zijn gehalte aan zout of petroleum ondrinkbaar.De grootste van deze bronnen, die uit een oude krateropening op de helling van het “begrafenisgebergte”, aan de oostzijde van het dal ontspringt, doet een kleine beek ontstaan, waarvan de bedding uit den asphaltneerslag van het water is gevormd. Om zijn temperatuur heeft men het waterstroompje de gloeiovenbeek genoemd. Naast deze bron heeft voor eenige jaren een opmetingsexpeditie met wreeden spot een bord geplaatst, met de volgende aanwijzingen:Doodendal, 365 voet onder het zeeoppervlak.Het loopen over het gras is streng verboden.Het plukken van bloemen wordt gestraft volgens de wet.Ligging: 105 mijlen van Randsburg, 85 mijlen van Dagget, 60 mijlen van alle houtgewas, 20 mijlen van water, 40 voet van de hel. God zegene deze plek!Bailey’s opmetingsexpeditie.Kerstmis 1900.Niettegenstaande zijn schatten aan mineralen heeft dit doodendal tot nu toe geen groote voordeelen opgeleverd. De eenige, die er rijk door is geworden, is Frank J. Smith, borax-Smith, zooals men hem in Californië noemt. Toen Smith twintig jaar geleden de borax-lagen van het dal voor het eerst zag, werden in de Vereenigde Staten de borax en de soda voor een dollar per pond verkocht. De mijnen in het dal, die beide mineralen in bijna volkomen zuiveren toestand leveren, hebben Smith tot millionair gemaakt, en den prijs van het product tot op 10 cent per pond verminderd. Tegenwoordig zijn slechts weinige arbeiders in de mijnen, of liever kuilen van het doodendal werkzaam. Aanvankelijk lokten de hooge loonen, die betaald werden, honderden werklieden hier heen, en de opbrengst en het behaalde voordeel waren groot. Toen echter de arbeiders bij dozijnen ten offer vielen van de hitte, het slechte water, de giftige gassen en de andere moeilijkheden, werd het onmogelijk, het bedrijf op groote schaal voort te zetten. In het er om heen liggende deel van de woestijn werden andere, hoewel niet zulke rijke lagen der mineralen ontdekt, en thans doen de groote borax-wagens, die 40 000 pond inhouden, en bovendien nog een voorraad water voor de 2 dozijn muildieren en hun drijvers meevoeren, slechts weinige reizen per jaar. Het uit het dal aangevoerde ruwe product wordt in de fabrieken bij Dagget, aan den Santa-Fé-spoorweg, verwerkt. Dat het ook daar geen paradijs is, bewijst het feit, dat het bedrijf er van half Mei tot aan October gesloten is, daar in de er dan heerschende hitte zelfs de Indianen en Mexicanen het niet bij de ketels kunnen uithouden.Twee duizend meter boven den bodem van het dal ligt het mijn werkersstadje Greenwater, op een plateau tegen de helling van den Panamintberg. Het plaatsje schijnt zijn naam “Greenwater” gekregen te hebben omdat er noch iets groens, noch water te vinden is. Dit laatste kost er gewoonlijk 20 gulden per vat. In plaats van plantengroei vindt men er koper, enorm veel koper als de berichten waarheid spreken. Ofschoon dit stadje Greenwater eerst in October 1906 is ontstaan, en in Maart van 1907 naar een andere plaats verlegd is, wordt zijn lof toch reeds door twee weekbladen en een maandschrift aan de wereld verkondigd.Het besproken Dal des doods is niet de eenige streek, die jaarlijks, als een Moloch, haar schatting aan menschenoffers verlangt. Het rijk, waar de zon en de dorst heerschen, strekt zich over het geheele Zuidwesten van de Vereenigde Staten uit, van het Rotsgebergte in het Oosten tot bijna aan den Stillen Oceaan, en naar het Zuiden tot ver in Mexico.Overal in dit gebied bevinden zich steenhoopen, met hier en daar een verweerd houten kruis, waaronder de offers van den dorst rusten. Behalve in het hooggebergte en aan de groote rivieren, die door de gletschers daarvan gevormd worden, is er slechts op zeer groote afstanden water te vinden. De reiziger, die in een slaapwagon van een sneltrein twee dagen lang door de heete, stoffige woestenij wordt heengevoerd, bemerkt niets van het watergebrek. Hij heeft er niet het minste besef van dat het glas ijswater, dat hem door den zwarten bediende wordt overgereikt, misschien een mensch het leven zou kunnen redden, die nu slechts weinige mijlen van den spoorweg verwijderd, ellendig om het leven komt.Greenwater, een nederzetting van ontginners van kopermijnen aan den rand, van het Doodendal.Greenwater, een nederzetting van ontginners van kopermijnen aan den rand, van het Doodendal.Hoe licht men het offer der woestijn kan worden, kan ik uit eigen ervaring mededeelen. In Juni van het vorige jaar maakten wij met ons drieën van Mekka, een woestijnstationnetje aan de zuid-pacificlijn, een reis naar Los Palmos, een kleine nederzetting van goudzoekers 70K.M.van den spoorweg, om daar een nieuw ontdekte laag fossielen in oogenschouw te nemen. De eerste op de kaart aangegeven waterkom bereikten wij op den juisten tijd, doch de brandende zon en het bijtende stof hadden ons toen reeds zoo gepijnigd, dat wij ondoordacht besloten, den marsch des nachts voort te zetten en overdag aan de volgende waterkom te rusten. Door de duisternis en onze slaperigheid weken wij van den weg af, en de eerste stralen der zon vonden ons ver van ons doel verwijderd. Het laatste droppeltje water was des ochtends om 6 uur opgebruikt. Des middags verhief zich een scherpe wind, waarvan de gloeiende adem onze aderen scheen uit te drogen, terwijl het bittere stof zich in het slijmvlies van neus en mond vastzette en de kwelling van den dorst nog tienvoudig verergerde. Bij elke bodemverheffing werd naar water uit gezien, doch steeds zagen wij geen ander beeld dan kaal, geelgrijs zand, grauwe cactusplanten, harde rotswanden en flikkerende zonnestralen, onder wier invloed het onbedekte deel van de huid verschrompelde, als de schil van een appel, die langzaam aan de lucht is gedroogd. Het koortsheete bloed suisde in de ooren, voor onze oogen voerden roode zonnen een dollen dans uit, en de opgezwollen tong weigerde den dienst bijna geheel.Fred, de jongste van het gezelschap, gaf tegen twee uur den strijd met den dorst op. Met schorre stem begon hij plotseling een straatliedje te zingen, rukte zich de kleederen van het lijf en snelde, terwijl hij zijn hemd boven zijn hoofd zwaaide, naar den voet van een naburigen berg, waar de Fata Morgana bedriegelijker wijze een blauw meer voor oogen tooverde. De woestijndorst had hem in zijn klauwen gegrepen en slechts krachtige maatregelen zouden hem kunnen redden. Zonder dralen sloeg mijn metgezel den jongeling tegen den grond, en te zamen droegen wij hem naar den wagen, die de vermoeide trekdieren nauwelijks door het heete zand konden voortsleepen.In de nu volgende uren moesten wij al onze wilskracht aanwenden, om niet het voorbeeld van onzen jeugdigen makker te volgen. Onze gedachten werden steeds verwarder, steeds sterker lokte de Fata Morgana, steeds duidelijker wenkte ons het koele water te midden van het gloeiende zand. De lippen barstten open en bloeden bij elke poging, om over den te volgen weg te beraadslagen. De rimpels en plooien in het gele bestoven gelaat van mijn metgezel werden dieper en zijn oogen trokken zich ver in hun kassen terug, zoodat hij in die weinige uren wel 20 jaar ouder scheen geworden te zijn. Binnen in den wagen kreunde en zuchtte de arme Fred, ijlende als in koorts. Slechts het gedrag der muildieren, die zonder ophouden en zonder eenige leiding voortstapten, hield ons er van terug den strijd op te geven.Eindelijk, te middernacht, bereikten wij de waterkom. Tong en keel van den patient waren echter toen zoo gezwollen, dat aan drinken niet te denken viel. Met natte doeken wieschen wij den bebloedenmond van Fred, wij sprenkelden hem water over zijn lichaam, en eerst na 4 uren was het mogelijk, hem eenige droppels van het kostbare vocht te doen opnemen. Gelukkig waren wij nog genoeg bij onze zinnen, om maar heel weinig te drinken, totdat wij eenigszins hersteld waren. Drie dagen bleven wij bij deze waterbron, totdat wij ons in gezelschap van eenige goed met den weg bekenden verder waagden. De zieke Fred moest na onze terugkomst nog veertien dagen in een ziekenhuis verblijven, voor hij geheel hersteld was.Wij waren slechts ongeveer 20 uur zonder water in de woestijn geweest, en toch waren we haast omgekomen van den dorst. Het zouthoudende stof en de wind, die het lichaam als in een bakkersoven doen uitdrogen, zijn de oorzaken, die in deze amerikaansche woestijn de marteling van den dorst zoo kwellend maken en zoo spoedig den dood doen optreden. Vaak treedt het einde reeds na 36 uren in, en in menig geval nog eerder, daar bijna elk slachtoffer zich in razernij de kleederen van het lijf rukt en zijn huid onbeschut aan de zonnestralen blootstelt. De meesten verdwijnen spoorloos.Een waterkom in Arizona.Een waterkom in Arizona.Een bijzonder slechten naam heeft een waterkom in zuidelijk Arizona, waar het water zeer verborgen achter een rotswand zich verzamelt en waar men in den omtrek 38 graven vindt. Meer dan drie dozijn menschen zijn daar dicht bij water van dorst omgekomen.Is het water in het uitgestrekte Zuidwesten van Amerika negen maanden lang uiterst schaarsch, gedurende de drie andere maanden, van December tot Maart, vormt de overvloed van water de grootste moeilijkheid, waarmee de spoorwegen te worstelen hebben. In den zomer moeten vele stations eener lijn hun water wel van 100 Kilometer ver laten komen, terwijl in den regentijd het water zooveel schade aanricht, dat op sommige lijnen de dienst dagen, ja wekenlang gestaakt moet worden. De gemiddelde jaarlijksche regenval voor het geheele gebied bedraagt niet meer dan 22 à 27 centimeter, die echter vaak in 3 of 4 wolkbreuken neerstorten. Van de naakte heuvelruggen, de kale rotswanden en de geheel onbegroeide hellingen van den bodem stroomt het water als van een leien dak naar de laagste plaatsen en vormt diepe beken, die alle naar één hoofdbedding vloeien. Den drang van deze watermassa kan niets weerstaan.De spoorwegen worden verweekt en weggedreven alsof ze van bordpapier waren vervaardigd. In de twee jaar, sedert hij gereed is, heeft de nieuwe spoorweg, die van Salt Lake-city door de woestijnen van Utah en Nevada naar zuidelijk Californië leidt, door wolkbreuken een schade geleden, die op 9 millioen gulden geschat wordt.In deze overigens zoo van water verstoken woestenij, komt merkwaardigerwijs de sterkste regenval voor, die in 24 uur is opgemerkt. In de nabijheid van Campo, in het San-Jacinto-gebergte, viel op 3 Februari 1895 in enkele uren een hoeveelheid regen van 54 centimeter. Door de dalen in het gebergte wierpen zich watermuren van 8 à 10 Meter hoogte met den gang van een sneltrein in de woestijn ter neer, en na een paar dagen was er niets meer van eenige vochtigheid te bemerken!

Boraxwagen in het Doodendal.Boraxwagen in het Doodendal.

Boraxwagen in het Doodendal.

Boraxwagen in het Doodendal.

Den koetsier, die reeds vijf jaar lang borax uit dit helsche oord had gehaald, schenen de hitte zoomin als het bijtende stof te hinderen. Zonder een trek in zijn leerachtig, typisch amerikaansch gezicht te veranderen, merkte hij op: “Een uitstekende ligging hier. De lucht is fijn, het uitzicht prachtig, goede buren, er is geen verwarming noodig en de belastinginner komt hier niet dikwijls. Ik heb er al aan gedacht mij op mijn ouden dag hier te vestigen”.

Gedurende de drie dagen, sedert de wagen het kleine stationDaggetin de woestijn aan den Santa-Fé-weg had verlaten, had deze koetsier, borax-Jack, op denzelfden toon, als waarop een gids toeristen op bijzonder schoone punten in het landschap opmerkzaam maakt, ons het een en ander griezeligs gewezen en met een verhaal geïllustreerd. Hier een graf, daar een graf, ginds een klein kruis, elders eenige gebleekte beenderen, naast een ledigen waterzak. En over alles de zon, de onbarmhartige, gruwzame zon, voor wier verschroeiende stralen noch het gloeiende zand, noch de heete rotsen eenige beschutting boden.

In den nauwen pas tusschen de beide rijen heuvels, waardoor de wagen heenreed, blies een wind, die uit een gloeienden oven scheen te komen. “Windy Cap” heet deze pas en daardoor komt men van uit het Zuiden in het Dal des doods, “Death Valley”, de laagst gelegen plek van het amerikaansche vasteland, waar de temperatuur des zomers bijna dagelijks tot 55° à 60° C. stijgt, en waarvan de oostelijke wand door de Sierra Nevada, het hoogste gebergte der Vereenigde Staten gevormd wordt.

Dit dal, dat aan den rand van de groote woestijn in het Zuidwesten van Amerika ligt, draagt zijn veelbeteekenenden, onheilspellenden naam sedert zijn ontdekking door de eerste blanke reizigers. In 1850 verdwaalde een uit zeventig Mormonen bestaand reisgezelschap, dat door Brigham Young uit Utah op een ontdekking was uitgezonden, in deze dorre woestenij. Slechts twee dier zeventig ontkwamen. De overigen bezweken onder de vlammende pijlen, die de zon op de naakte rotsen en zandvlakten afzendt en die het bloed der ongelukkige slachtoffers uit hun aderen schijnt te zuigen. Sinds die 68 Mormonen er den dood vonden, is de naam van het dal voor goed gerechtvaardigd. In den zomer van 1906 verdwenen er 15 avonturiers, wier beenderen dezen winter werden gevonden en begraven, en de kopergroeven in de nabijheid zullen volgende zomers nog wel meer waaghalzen er heen voeren.

Dit doodendal is een kloof, 160 Kilometer lang en 20 tot 40 Kilometer breed, die zich 100 Meter lager dan de oppervlakte der zee, tusschen twee hooge gebergten op de grens van Californië en Nevada uitstrekt. Overdag brandt de zon aan den wolkenloozen hemel in dezen zandigen kuil tusschen de rotsen, totdat de heete lucht als uit een bakoven er uit opstijgt; des nachts waait een scherpe koude wind van de 5000 Meter hooge sneeuwtoppen der Sierra neer. In het diepste gedeelte van die kom strekken zich mijlenlange witte velden uit, alsof het sneeuwvlakten waren. Zij bestaan uit zout, het overblijfsel van den oceaan, die eens geheel zuidwest Amerika bedekte, tot dat vulkanische krachten land en bergen uit het water ophieven. In de komvormige vlakte zelf valt bijna nooit een droppel regen, zoodat dieren- en plantenleven er onbestaanbaar is, waarvoor echter moeder natuur een eigenaardige vergoeding heeft gegeven. Het doodendal is een enorm chemisch laboratorium, waarvan de grondstoffen overal voor den dag komen. Met die stoffen op haar palet heeft de natuur de wanden van het dal en de rotsen wondermooi gekleurd. Als groene en blauwe strepen vertoonen zich de aderen van het gesteente, waarin het koper voorkomt; de roode, cinnaber-houdende rotsen verheffen zich torenhoog; lichtend geel schitteren de met zwavel bedekte hellingen; grijs doen de granietmassa’s zich voor, en dofzwart steken de lavavelden bij de witte zoutvelden af. Op andere plaatsen heeft, als het ware, een meesterhand de kleuren gemengd en heerlijke kleurspelingen te voorschijn geroepen, die met alle beschrijvingen spotten. Doch overal in deze kleurenpracht loert de dood. De weinige bronnen, die uit de gedoofde kleine kraters opborrelen, bevatten vitriool en arsenik, of als het water niet doodelijk vergiftig is, dan is het toch door zijn gehalte aan zout of petroleum ondrinkbaar.

De grootste van deze bronnen, die uit een oude krateropening op de helling van het “begrafenisgebergte”, aan de oostzijde van het dal ontspringt, doet een kleine beek ontstaan, waarvan de bedding uit den asphaltneerslag van het water is gevormd. Om zijn temperatuur heeft men het waterstroompje de gloeiovenbeek genoemd. Naast deze bron heeft voor eenige jaren een opmetingsexpeditie met wreeden spot een bord geplaatst, met de volgende aanwijzingen:

Doodendal, 365 voet onder het zeeoppervlak.Het loopen over het gras is streng verboden.Het plukken van bloemen wordt gestraft volgens de wet.Ligging: 105 mijlen van Randsburg, 85 mijlen van Dagget, 60 mijlen van alle houtgewas, 20 mijlen van water, 40 voet van de hel. God zegene deze plek!Bailey’s opmetingsexpeditie.Kerstmis 1900.

Doodendal, 365 voet onder het zeeoppervlak.Het loopen over het gras is streng verboden.Het plukken van bloemen wordt gestraft volgens de wet.Ligging: 105 mijlen van Randsburg, 85 mijlen van Dagget, 60 mijlen van alle houtgewas, 20 mijlen van water, 40 voet van de hel. God zegene deze plek!

Bailey’s opmetingsexpeditie.Kerstmis 1900.

Niettegenstaande zijn schatten aan mineralen heeft dit doodendal tot nu toe geen groote voordeelen opgeleverd. De eenige, die er rijk door is geworden, is Frank J. Smith, borax-Smith, zooals men hem in Californië noemt. Toen Smith twintig jaar geleden de borax-lagen van het dal voor het eerst zag, werden in de Vereenigde Staten de borax en de soda voor een dollar per pond verkocht. De mijnen in het dal, die beide mineralen in bijna volkomen zuiveren toestand leveren, hebben Smith tot millionair gemaakt, en den prijs van het product tot op 10 cent per pond verminderd. Tegenwoordig zijn slechts weinige arbeiders in de mijnen, of liever kuilen van het doodendal werkzaam. Aanvankelijk lokten de hooge loonen, die betaald werden, honderden werklieden hier heen, en de opbrengst en het behaalde voordeel waren groot. Toen echter de arbeiders bij dozijnen ten offer vielen van de hitte, het slechte water, de giftige gassen en de andere moeilijkheden, werd het onmogelijk, het bedrijf op groote schaal voort te zetten. In het er om heen liggende deel van de woestijn werden andere, hoewel niet zulke rijke lagen der mineralen ontdekt, en thans doen de groote borax-wagens, die 40 000 pond inhouden, en bovendien nog een voorraad water voor de 2 dozijn muildieren en hun drijvers meevoeren, slechts weinige reizen per jaar. Het uit het dal aangevoerde ruwe product wordt in de fabrieken bij Dagget, aan den Santa-Fé-spoorweg, verwerkt. Dat het ook daar geen paradijs is, bewijst het feit, dat het bedrijf er van half Mei tot aan October gesloten is, daar in de er dan heerschende hitte zelfs de Indianen en Mexicanen het niet bij de ketels kunnen uithouden.

Twee duizend meter boven den bodem van het dal ligt het mijn werkersstadje Greenwater, op een plateau tegen de helling van den Panamintberg. Het plaatsje schijnt zijn naam “Greenwater” gekregen te hebben omdat er noch iets groens, noch water te vinden is. Dit laatste kost er gewoonlijk 20 gulden per vat. In plaats van plantengroei vindt men er koper, enorm veel koper als de berichten waarheid spreken. Ofschoon dit stadje Greenwater eerst in October 1906 is ontstaan, en in Maart van 1907 naar een andere plaats verlegd is, wordt zijn lof toch reeds door twee weekbladen en een maandschrift aan de wereld verkondigd.

Het besproken Dal des doods is niet de eenige streek, die jaarlijks, als een Moloch, haar schatting aan menschenoffers verlangt. Het rijk, waar de zon en de dorst heerschen, strekt zich over het geheele Zuidwesten van de Vereenigde Staten uit, van het Rotsgebergte in het Oosten tot bijna aan den Stillen Oceaan, en naar het Zuiden tot ver in Mexico.Overal in dit gebied bevinden zich steenhoopen, met hier en daar een verweerd houten kruis, waaronder de offers van den dorst rusten. Behalve in het hooggebergte en aan de groote rivieren, die door de gletschers daarvan gevormd worden, is er slechts op zeer groote afstanden water te vinden. De reiziger, die in een slaapwagon van een sneltrein twee dagen lang door de heete, stoffige woestenij wordt heengevoerd, bemerkt niets van het watergebrek. Hij heeft er niet het minste besef van dat het glas ijswater, dat hem door den zwarten bediende wordt overgereikt, misschien een mensch het leven zou kunnen redden, die nu slechts weinige mijlen van den spoorweg verwijderd, ellendig om het leven komt.

Greenwater, een nederzetting van ontginners van kopermijnen aan den rand, van het Doodendal.Greenwater, een nederzetting van ontginners van kopermijnen aan den rand, van het Doodendal.

Greenwater, een nederzetting van ontginners van kopermijnen aan den rand, van het Doodendal.

Greenwater, een nederzetting van ontginners van kopermijnen aan den rand, van het Doodendal.

Hoe licht men het offer der woestijn kan worden, kan ik uit eigen ervaring mededeelen. In Juni van het vorige jaar maakten wij met ons drieën van Mekka, een woestijnstationnetje aan de zuid-pacificlijn, een reis naar Los Palmos, een kleine nederzetting van goudzoekers 70K.M.van den spoorweg, om daar een nieuw ontdekte laag fossielen in oogenschouw te nemen. De eerste op de kaart aangegeven waterkom bereikten wij op den juisten tijd, doch de brandende zon en het bijtende stof hadden ons toen reeds zoo gepijnigd, dat wij ondoordacht besloten, den marsch des nachts voort te zetten en overdag aan de volgende waterkom te rusten. Door de duisternis en onze slaperigheid weken wij van den weg af, en de eerste stralen der zon vonden ons ver van ons doel verwijderd. Het laatste droppeltje water was des ochtends om 6 uur opgebruikt. Des middags verhief zich een scherpe wind, waarvan de gloeiende adem onze aderen scheen uit te drogen, terwijl het bittere stof zich in het slijmvlies van neus en mond vastzette en de kwelling van den dorst nog tienvoudig verergerde. Bij elke bodemverheffing werd naar water uit gezien, doch steeds zagen wij geen ander beeld dan kaal, geelgrijs zand, grauwe cactusplanten, harde rotswanden en flikkerende zonnestralen, onder wier invloed het onbedekte deel van de huid verschrompelde, als de schil van een appel, die langzaam aan de lucht is gedroogd. Het koortsheete bloed suisde in de ooren, voor onze oogen voerden roode zonnen een dollen dans uit, en de opgezwollen tong weigerde den dienst bijna geheel.

Fred, de jongste van het gezelschap, gaf tegen twee uur den strijd met den dorst op. Met schorre stem begon hij plotseling een straatliedje te zingen, rukte zich de kleederen van het lijf en snelde, terwijl hij zijn hemd boven zijn hoofd zwaaide, naar den voet van een naburigen berg, waar de Fata Morgana bedriegelijker wijze een blauw meer voor oogen tooverde. De woestijndorst had hem in zijn klauwen gegrepen en slechts krachtige maatregelen zouden hem kunnen redden. Zonder dralen sloeg mijn metgezel den jongeling tegen den grond, en te zamen droegen wij hem naar den wagen, die de vermoeide trekdieren nauwelijks door het heete zand konden voortsleepen.

In de nu volgende uren moesten wij al onze wilskracht aanwenden, om niet het voorbeeld van onzen jeugdigen makker te volgen. Onze gedachten werden steeds verwarder, steeds sterker lokte de Fata Morgana, steeds duidelijker wenkte ons het koele water te midden van het gloeiende zand. De lippen barstten open en bloeden bij elke poging, om over den te volgen weg te beraadslagen. De rimpels en plooien in het gele bestoven gelaat van mijn metgezel werden dieper en zijn oogen trokken zich ver in hun kassen terug, zoodat hij in die weinige uren wel 20 jaar ouder scheen geworden te zijn. Binnen in den wagen kreunde en zuchtte de arme Fred, ijlende als in koorts. Slechts het gedrag der muildieren, die zonder ophouden en zonder eenige leiding voortstapten, hield ons er van terug den strijd op te geven.

Eindelijk, te middernacht, bereikten wij de waterkom. Tong en keel van den patient waren echter toen zoo gezwollen, dat aan drinken niet te denken viel. Met natte doeken wieschen wij den bebloedenmond van Fred, wij sprenkelden hem water over zijn lichaam, en eerst na 4 uren was het mogelijk, hem eenige droppels van het kostbare vocht te doen opnemen. Gelukkig waren wij nog genoeg bij onze zinnen, om maar heel weinig te drinken, totdat wij eenigszins hersteld waren. Drie dagen bleven wij bij deze waterbron, totdat wij ons in gezelschap van eenige goed met den weg bekenden verder waagden. De zieke Fred moest na onze terugkomst nog veertien dagen in een ziekenhuis verblijven, voor hij geheel hersteld was.

Wij waren slechts ongeveer 20 uur zonder water in de woestijn geweest, en toch waren we haast omgekomen van den dorst. Het zouthoudende stof en de wind, die het lichaam als in een bakkersoven doen uitdrogen, zijn de oorzaken, die in deze amerikaansche woestijn de marteling van den dorst zoo kwellend maken en zoo spoedig den dood doen optreden. Vaak treedt het einde reeds na 36 uren in, en in menig geval nog eerder, daar bijna elk slachtoffer zich in razernij de kleederen van het lijf rukt en zijn huid onbeschut aan de zonnestralen blootstelt. De meesten verdwijnen spoorloos.

Een waterkom in Arizona.Een waterkom in Arizona.

Een waterkom in Arizona.

Een waterkom in Arizona.

Een bijzonder slechten naam heeft een waterkom in zuidelijk Arizona, waar het water zeer verborgen achter een rotswand zich verzamelt en waar men in den omtrek 38 graven vindt. Meer dan drie dozijn menschen zijn daar dicht bij water van dorst omgekomen.

Is het water in het uitgestrekte Zuidwesten van Amerika negen maanden lang uiterst schaarsch, gedurende de drie andere maanden, van December tot Maart, vormt de overvloed van water de grootste moeilijkheid, waarmee de spoorwegen te worstelen hebben. In den zomer moeten vele stations eener lijn hun water wel van 100 Kilometer ver laten komen, terwijl in den regentijd het water zooveel schade aanricht, dat op sommige lijnen de dienst dagen, ja wekenlang gestaakt moet worden. De gemiddelde jaarlijksche regenval voor het geheele gebied bedraagt niet meer dan 22 à 27 centimeter, die echter vaak in 3 of 4 wolkbreuken neerstorten. Van de naakte heuvelruggen, de kale rotswanden en de geheel onbegroeide hellingen van den bodem stroomt het water als van een leien dak naar de laagste plaatsen en vormt diepe beken, die alle naar één hoofdbedding vloeien. Den drang van deze watermassa kan niets weerstaan.

De spoorwegen worden verweekt en weggedreven alsof ze van bordpapier waren vervaardigd. In de twee jaar, sedert hij gereed is, heeft de nieuwe spoorweg, die van Salt Lake-city door de woestijnen van Utah en Nevada naar zuidelijk Californië leidt, door wolkbreuken een schade geleden, die op 9 millioen gulden geschat wordt.

In deze overigens zoo van water verstoken woestenij, komt merkwaardigerwijs de sterkste regenval voor, die in 24 uur is opgemerkt. In de nabijheid van Campo, in het San-Jacinto-gebergte, viel op 3 Februari 1895 in enkele uren een hoeveelheid regen van 54 centimeter. Door de dalen in het gebergte wierpen zich watermuren van 8 à 10 Meter hoogte met den gang van een sneltrein in de woestijn ter neer, en na een paar dagen was er niets meer van eenige vochtigheid te bemerken!


Back to IndexNext