Chapter 14

O, Schotsche koning[438]! 't zelfde ik van u spreek lofzaam[439]:'t Wijdrennende gerucht van uw gevlerkte faamDe zee mij kruisen dede en, van de grens van Spanjen,Bezoeken avontuurs[440]de kust van uw Bretanjen.Wat zag ik, och, maar och! wat zag ik niet, goê God!O, werelds wonderwerk! o koning! uitgelot[441]Van d' Hemel tot iets groots! o, roem van vorstenhoven!'k Zag zooveel, dat mijn ziel mijn oog niet kost[442]gelooven:Een grijze brein, die 't hoofd eens jongelings beslaat,Mans' moedigheid, bedekt met vrouwelijk gelaat,Een rijp verstand, een geest snel, wakker, en dierweerdig[443],Een redeneering, die diepzinnig is en veerdig;In éénen geest Virgiel en Cicero[444]gestoofd,En 's Hemels gaven al gegoten in één hoofd.Volherdt, o goed[445]monarch! wilt eere op eere laden,En, effen[446]als uw lof is minder als uw daden,Maakt, dat uw voorzaat zij gevorderd door uw daân,Dat uwe aanstaande daân verleên te boven gaan;U zelf beheerscht, en wijs godvruchtig, vroom, ten lesten't Geurig getuignis van mijn veerzen wilt bevesten[447]!

O, Schotsche koning[438]! 't zelfde ik van u spreek lofzaam[439]:'t Wijdrennende gerucht van uw gevlerkte faamDe zee mij kruisen dede en, van de grens van Spanjen,Bezoeken avontuurs[440]de kust van uw Bretanjen.Wat zag ik, och, maar och! wat zag ik niet, goê God!O, werelds wonderwerk! o koning! uitgelot[441]Van d' Hemel tot iets groots! o, roem van vorstenhoven!'k Zag zooveel, dat mijn ziel mijn oog niet kost[442]gelooven:Een grijze brein, die 't hoofd eens jongelings beslaat,Mans' moedigheid, bedekt met vrouwelijk gelaat,Een rijp verstand, een geest snel, wakker, en dierweerdig[443],Een redeneering, die diepzinnig is en veerdig;In éénen geest Virgiel en Cicero[444]gestoofd,En 's Hemels gaven al gegoten in één hoofd.Volherdt, o goed[445]monarch! wilt eere op eere laden,En, effen[446]als uw lof is minder als uw daden,Maakt, dat uw voorzaat zij gevorderd door uw daân,Dat uwe aanstaande daân verleên te boven gaan;U zelf beheerscht, en wijs godvruchtig, vroom, ten lesten't Geurig getuignis van mijn veerzen wilt bevesten[447]!

O, Schotsche koning[438]! 't zelfde ik van u spreek lofzaam[439]:'t Wijdrennende gerucht van uw gevlerkte faamDe zee mij kruisen dede en, van de grens van Spanjen,Bezoeken avontuurs[440]de kust van uw Bretanjen.Wat zag ik, och, maar och! wat zag ik niet, goê God!O, werelds wonderwerk! o koning! uitgelot[441]Van d' Hemel tot iets groots! o, roem van vorstenhoven!'k Zag zooveel, dat mijn ziel mijn oog niet kost[442]gelooven:Een grijze brein, die 't hoofd eens jongelings beslaat,Mans' moedigheid, bedekt met vrouwelijk gelaat,Een rijp verstand, een geest snel, wakker, en dierweerdig[443],Een redeneering, die diepzinnig is en veerdig;In éénen geest Virgiel en Cicero[444]gestoofd,En 's Hemels gaven al gegoten in één hoofd.Volherdt, o goed[445]monarch! wilt eere op eere laden,En, effen[446]als uw lof is minder als uw daden,Maakt, dat uw voorzaat zij gevorderd door uw daân,Dat uwe aanstaande daân verleên te boven gaan;U zelf beheerscht, en wijs godvruchtig, vroom, ten lesten't Geurig getuignis van mijn veerzen wilt bevesten[447]!

O, Schotsche koning[438]! 't zelfde ik van u spreek lofzaam[439]:'t Wijdrennende gerucht van uw gevlerkte faamDe zee mij kruisen dede en, van de grens van Spanjen,Bezoeken avontuurs[440]de kust van uw Bretanjen.Wat zag ik, och, maar och! wat zag ik niet, goê God!O, werelds wonderwerk! o koning! uitgelot[441]Van d' Hemel tot iets groots! o, roem van vorstenhoven!'k Zag zooveel, dat mijn ziel mijn oog niet kost[442]gelooven:Een grijze brein, die 't hoofd eens jongelings beslaat,Mans' moedigheid, bedekt met vrouwelijk gelaat,Een rijp verstand, een geest snel, wakker, en dierweerdig[443],Een redeneering, die diepzinnig is en veerdig;In éénen geest Virgiel en Cicero[444]gestoofd,En 's Hemels gaven al gegoten in één hoofd.Volherdt, o goed[445]monarch! wilt eere op eere laden,En, effen[446]als uw lof is minder als uw daden,Maakt, dat uw voorzaat zij gevorderd door uw daân,Dat uwe aanstaande daân verleên te boven gaan;U zelf beheerscht, en wijs godvruchtig, vroom, ten lesten't Geurig getuignis van mijn veerzen wilt bevesten[447]!

O, Schotsche koning[438]! 't zelfde ik van u spreek lofzaam[439]:

't Wijdrennende gerucht van uw gevlerkte faam

De zee mij kruisen dede en, van de grens van Spanjen,

Bezoeken avontuurs[440]de kust van uw Bretanjen.

Wat zag ik, och, maar och! wat zag ik niet, goê God!

O, werelds wonderwerk! o koning! uitgelot[441]

Van d' Hemel tot iets groots! o, roem van vorstenhoven!

'k Zag zooveel, dat mijn ziel mijn oog niet kost[442]gelooven:

Een grijze brein, die 't hoofd eens jongelings beslaat,

Mans' moedigheid, bedekt met vrouwelijk gelaat,

Een rijp verstand, een geest snel, wakker, en dierweerdig[443],

Een redeneering, die diepzinnig is en veerdig;

In éénen geest Virgiel en Cicero[444]gestoofd,

En 's Hemels gaven al gegoten in één hoofd.

Volherdt, o goed[445]monarch! wilt eere op eere laden,

En, effen[446]als uw lof is minder als uw daden,

Maakt, dat uw voorzaat zij gevorderd door uw daân,

Dat uwe aanstaande daân verleên te boven gaan;

U zelf beheerscht, en wijs godvruchtig, vroom, ten lesten

't Geurig getuignis van mijn veerzen wilt bevesten[447]!


Back to IndexNext