Aan de Joodsche Rabbijnen.Klinkert[82].De rei uws priesterschaps was als van blijdschap dronken,Doen Jezus hing aan 't hout met ermen uitgestrekt,Gekruist, gegeeseld, en bespogen, en begekt,Om dat hem was den kelk der bitterheid geschonken.Zij dachten luttel, dat rechtveerdigheid, die, bovenIn 's Hemels gulden schoot, de weegschaal recht ophoudt,'t Onschuldig bloed meer schat als fijn Ofirisch goud,En telt al 't zuchten van de waarheid, hier verschoven.Maar als de dag aanbrak, die God beschoren hadTot wraak van 't schelmstuk van die godvergeten stadEn 't volk, dat veilig dacht te staan op heilge dremplen;Doen zag men baar[83]wat zonde al plagen met zich brocht,En dat de boosheid tot geen borstweer strekken mochtGeweld van muren, noch schijnheiligheid van templen.DOOR EEN IS 'T NU VOLDAEN.
De rei uws priesterschaps was als van blijdschap dronken,Doen Jezus hing aan 't hout met ermen uitgestrekt,Gekruist, gegeeseld, en bespogen, en begekt,Om dat hem was den kelk der bitterheid geschonken.Zij dachten luttel, dat rechtveerdigheid, die, bovenIn 's Hemels gulden schoot, de weegschaal recht ophoudt,'t Onschuldig bloed meer schat als fijn Ofirisch goud,En telt al 't zuchten van de waarheid, hier verschoven.Maar als de dag aanbrak, die God beschoren hadTot wraak van 't schelmstuk van die godvergeten stadEn 't volk, dat veilig dacht te staan op heilge dremplen;Doen zag men baar[83]wat zonde al plagen met zich brocht,En dat de boosheid tot geen borstweer strekken mochtGeweld van muren, noch schijnheiligheid van templen.DOOR EEN IS 'T NU VOLDAEN.
De rei uws priesterschaps was als van blijdschap dronken,Doen Jezus hing aan 't hout met ermen uitgestrekt,Gekruist, gegeeseld, en bespogen, en begekt,Om dat hem was den kelk der bitterheid geschonken.Zij dachten luttel, dat rechtveerdigheid, die, bovenIn 's Hemels gulden schoot, de weegschaal recht ophoudt,'t Onschuldig bloed meer schat als fijn Ofirisch goud,En telt al 't zuchten van de waarheid, hier verschoven.Maar als de dag aanbrak, die God beschoren hadTot wraak van 't schelmstuk van die godvergeten stadEn 't volk, dat veilig dacht te staan op heilge dremplen;Doen zag men baar[83]wat zonde al plagen met zich brocht,En dat de boosheid tot geen borstweer strekken mochtGeweld van muren, noch schijnheiligheid van templen.DOOR EEN IS 'T NU VOLDAEN.
De rei uws priesterschaps was als van blijdschap dronken,Doen Jezus hing aan 't hout met ermen uitgestrekt,Gekruist, gegeeseld, en bespogen, en begekt,Om dat hem was den kelk der bitterheid geschonken.
De rei uws priesterschaps was als van blijdschap dronken,
Doen Jezus hing aan 't hout met ermen uitgestrekt,
Gekruist, gegeeseld, en bespogen, en begekt,
Om dat hem was den kelk der bitterheid geschonken.
Zij dachten luttel, dat rechtveerdigheid, die, bovenIn 's Hemels gulden schoot, de weegschaal recht ophoudt,'t Onschuldig bloed meer schat als fijn Ofirisch goud,En telt al 't zuchten van de waarheid, hier verschoven.
Zij dachten luttel, dat rechtveerdigheid, die, boven
In 's Hemels gulden schoot, de weegschaal recht ophoudt,
't Onschuldig bloed meer schat als fijn Ofirisch goud,
En telt al 't zuchten van de waarheid, hier verschoven.
Maar als de dag aanbrak, die God beschoren hadTot wraak van 't schelmstuk van die godvergeten stadEn 't volk, dat veilig dacht te staan op heilge dremplen;
Maar als de dag aanbrak, die God beschoren had
Tot wraak van 't schelmstuk van die godvergeten stad
En 't volk, dat veilig dacht te staan op heilge dremplen;
Doen zag men baar[83]wat zonde al plagen met zich brocht,En dat de boosheid tot geen borstweer strekken mochtGeweld van muren, noch schijnheiligheid van templen.
Doen zag men baar[83]wat zonde al plagen met zich brocht,
En dat de boosheid tot geen borstweer strekken mocht
Geweld van muren, noch schijnheiligheid van templen.
DOOR EEN IS 'T NU VOLDAEN.
DOOR EEN IS 'T NU VOLDAEN.