[246]voorhoofd.
[246]voorhoofd.
[247]gezouten.
[247]gezouten.
[248]het duffe puin.
[248]het duffe puin.
[249]Thansmeed.
[249]Thansmeed.
[250]Naar de Amsterdamsche spreekwijs; verg. De Vries op Hoofts Warenar, bl. 185.
[250]Naar de Amsterdamsche spreekwijs; verg. De Vries op Hoofts Warenar, bl. 185.
[251]zoo lees ik voordood.
[251]zoo lees ik voordood.
[252]staat, is op 't punt van.
[252]staat, is op 't punt van.
[253]Versta:staplen zij.
[253]Versta:staplen zij.
[254]offerwijn.
[254]offerwijn.
[255]gekeurd; verg. vroeger.
[255]gekeurd; verg. vroeger.
[256]zaam.
[256]zaam.
[257]opgehouden.
[257]opgehouden.
[258]De dubbelhoofdige Janus.
[258]De dubbelhoofdige Janus.
[259]De ongerepte Vesta.
[259]De ongerepte Vesta.
[260]onjoodschen, onbesnedenen.
[260]onjoodschen, onbesnedenen.
[261]voor.
[261]voor.
[262]teeken.
[262]teeken.
[263]Staat hier blijkbaar voorgroef(het eenegegravenevoor 't andere). Daar ieder dienjongelingzeker wel herkennen zal, teeken ik zijn naam hier maar niet aan, ten einde den Heer Roelants voor 't verwijt van nadruk te vrijwaren.
[263]Staat hier blijkbaar voorgroef(het eenegegravenevoor 't andere). Daar ieder dienjongelingzeker wel herkennen zal, teeken ik zijn naam hier maar niet aan, ten einde den Heer Roelants voor 't verwijt van nadruk te vrijwaren.
[264]In zijn latere beteekenis vangodsdienstig, kerksch.
[264]In zijn latere beteekenis vangodsdienstig, kerksch.
[265]Wel, naar de oudere gewoonte, terwijl voor onsmaardan meestaldangebezigd wordt.
[265]Wel, naar de oudere gewoonte, terwijl voor onsmaardan meestaldangebezigd wordt.
[266]straaltvanradie('t Franscherayon), en 't daaruit afgeleide werkwoord.
[266]straaltvanradie('t Franscherayon), en 't daaruit afgeleide werkwoord.
[267]koker.
[267]koker.
[268]moge.
[268]moge.
[269]Afgekort voorleest men.
[269]Afgekort voorleest men.
[270]Wachter; men herinnere zich 't Franschegardeen onskortegaard(voorcorps de garde).
[270]Wachter; men herinnere zich 't Franschegardeen onskortegaard(voorcorps de garde).
[271]Thansdoor het land.
[271]Thansdoor het land.
[272]Even als 't Hoogd.es, 't Fr.il, en onshetbij zoogenoemde onpers. werkw. Versta dus:een steenen hert moest zich erbarmen.
[272]Even als 't Hoogd.es, 't Fr.il, en onshetbij zoogenoemde onpers. werkw. Versta dus:een steenen hert moest zich erbarmen.
[273]steun.
[273]steun.
[274]Rijmshalve voorverhalen.
[274]Rijmshalve voorverhalen.
[275]Thansulieder.
[275]Thansulieder.
[276]Voorschreyen(waarmeê 't in den grond één is).
[276]Voorschreyen(waarmeê 't in den grond één is).
[277]grievende.
[277]grievende.
[278]Voorstelt.
[278]Voorstelt.
[279]Naar de gewone meening omtrent Josephus' houding, op welke echter zeker vrij wat af te dingen vallen zou. Verg. o. a. 'tgeen laatstelijk over "Titus' Cliënt" geschreven is door den scherpzinnigen Dr. BernaysUeber die Chronik des Sulp. Severus; Berlin 1861. S. 49 ff.
[279]Naar de gewone meening omtrent Josephus' houding, op welke echter zeker vrij wat af te dingen vallen zou. Verg. o. a. 'tgeen laatstelijk over "Titus' Cliënt" geschreven is door den scherpzinnigen Dr. BernaysUeber die Chronik des Sulp. Severus; Berlin 1861. S. 49 ff.
[280]schietgevaarten.
[280]schietgevaarten.
[281]Voorten beste geef, veil heb.
[281]Voorten beste geef, veil heb.
[282]Zie boven, bladz. 132b, aant.265.
[282]Zie boven, bladz. 132b, aant.265.
[283]Rijmshalve voorhoogten; verg. vroeger.
[283]Rijmshalve voorhoogten; verg. vroeger.
[284]Voorbemanden.
[284]Voorbemanden.
[285]Voorbeschoren.
[285]Voorbeschoren.
[286]Thansvond.
[286]Thansvond.
[287]als gezwollen.
[287]als gezwollen.
[288]Thans zou men zeggen:langs de stoelen.
[288]Thans zou men zeggen:langs de stoelen.
[289]mes(verg. 't Franschecoutelas).
[289]mes(verg. 't Franschecoutelas).
[290]Voorwoning, naar de Joodsche zegswijs.
[290]Voorwoning, naar de Joodsche zegswijs.
[291]Voortroep, gewemel.
[291]Voortroep, gewemel.
[292]Hier voordeur.
[292]Hier voordeur.
[293]Zoodat, dus.
[293]Zoodat, dus.
[294]Nam.pijlen.
[294]Nam.pijlen.
[295]valt(en sneeft)in.
[295]valt(en sneeft)in.
[296]in stukken hakken.
[296]in stukken hakken.
[297]Naar de Hollandsche wanspraak voormen.
[297]Naar de Hollandsche wanspraak voormen.
[298]toen.
[298]toen.
[299]leedt, dulddet gij.
[299]leedt, dulddet gij.
[300]bouwgewrocht.
[300]bouwgewrocht.
[301]eens.
[301]eens.
[302]verdwijnen der zon.
[302]verdwijnen der zon.
[303]'t gezicht verwart.
[303]'t gezicht verwart.
[304]gebouw.
[304]gebouw.
[305]Gelijk meer in de spreektaal, voorgedacht.
[305]Gelijk meer in de spreektaal, voorgedacht.
[306]Nam.dat heerofdie heerkracht.
[306]Nam.dat heerofdie heerkracht.
[307]toen.
[307]toen.
[308]Toen.
[308]Toen.
[309]alsheilig afgezette; zie boven, bl. 129a, aant.211.
[309]alsheilig afgezette; zie boven, bl. 129a, aant.211.
[310]Voorgeesten, en wel die der gevallen Engelen.
[310]Voorgeesten, en wel die der gevallen Engelen.
[311]Scheemren met een flaauwer licht.
[311]Scheemren met een flaauwer licht.
[312]dan de helderste ster.
[312]dan de helderste ster.
[313]overdwars, schuins. De dichter bedoelt blijkbaar:Gij geesten, die even ver boven zon, maan en sterren verheven waart, als wij er onder liggen.
[313]overdwars, schuins. De dichter bedoelt blijkbaar:Gij geesten, die even ver boven zon, maan en sterren verheven waart, als wij er onder liggen.
[314]bron-, water-rijk.
[314]bron-, water-rijk.
[315]Plaatselijk, niet redegevend.
[315]Plaatselijk, niet redegevend.
[316]Thansziel.
[316]Thansziel.
[317]Gelijk reeds meer, voorboeten, straffen.
[317]Gelijk reeds meer, voorboeten, straffen.
[318]Voorongemak, leed.
[318]Voorongemak, leed.
[319]Gelijk reeds meer, voorthans.
[319]Gelijk reeds meer, voorthans.
[320]kring, ronding.
[320]kring, ronding.
[321]Thansvaak.
[321]Thansvaak.
[322]Germ. voorgunst; verg. reeds vroeger.
[322]Germ. voorgunst; verg. reeds vroeger.
[323]Aarts-, hoofdbevelhebber.
[323]Aarts-, hoofdbevelhebber.
[324]Voorkoomt het.
[324]Voorkoomt het.
[325]Voorvereischen, behooren.
[325]Voorvereischen, behooren.
[326]voor.
[326]voor.
[327]afgepaalde; verg. boven.
[327]afgepaalde; verg. boven.
[328]afgedrukt, gegrift.
[328]afgedrukt, gegrift.
[329]ontkend.
[329]ontkend.
[330]gene.
[330]gene.
[331]onnoozelheid.
[331]onnoozelheid.
[332]Al spreekt men 't eerstelijkook (naar den eisch) met stommen klinker uit, zoo blijft deze herhaling toch wanluidend.
[332]Al spreekt men 't eerstelijkook (naar den eisch) met stommen klinker uit, zoo blijft deze herhaling toch wanluidend.
[333]dan onze verwanten.
[333]dan onze verwanten.
[334]schuw.
[334]schuw.
[335]Vooralzoo.
[335]Vooralzoo.
[336]Het woord is, naar Van Lenneps opmerking, minder gelukkig gekozen, voorin bedwang houdtof derg.
[336]Het woord is, naar Van Lenneps opmerking, minder gelukkig gekozen, voorin bedwang houdtof derg.
[337]over 't hoofd gezien, veronachtzaamd.
[337]over 't hoofd gezien, veronachtzaamd.
[338]Hier ware nu Vondelsnawanluidend.
[338]Hier ware nu Vondelsnawanluidend.
[339]Voorredeloos; wij gebruikenonredelijkthans in anderen zin.
[339]Voorredeloos; wij gebruikenonredelijkthans in anderen zin.
[340]De wolf, die, naar de oude volkslegende, Romulus en Remus zoogde.
[340]De wolf, die, naar de oude volkslegende, Romulus en Remus zoogde.
[341]Voorsteun.
[341]Voorsteun.
[342]Zoo lees ik vooren, dat (gelijk reeds V. Lennep opmerkt) onjuist is; men verklare hetbij, onder.
[342]Zoo lees ik vooren, dat (gelijk reeds V. Lennep opmerkt) onjuist is; men verklare hetbij, onder.
[343]Een boetprofeet dier dagen.
[343]Een boetprofeet dier dagen.
[344]beproeven.
[344]beproeven.
[345]Deze tweeden naamvals vorm herinnert aan den oorspronkelijken aard vanveelals zelfst. naamw. (verg. nogluttel).
[345]Deze tweeden naamvals vorm herinnert aan den oorspronkelijken aard vanveelals zelfst. naamw. (verg. nogluttel).
[346]Naar de oorspronkelijke beteekenis van 't woord (verg. nogrillen, d. i. ridelen)beven, dobberen. De dichter bedoelt blijkbaar:als geheel de wereld rustig voor anker schijnt te liggen.
[346]Naar de oorspronkelijke beteekenis van 't woord (verg. nogrillen, d. i. ridelen)beven, dobberen. De dichter bedoelt blijkbaar:als geheel de wereld rustig voor anker schijnt te liggen.
[347]Romulus' volksgenooten.
[347]Romulus' volksgenooten.
[348]Zie vroeger opfeest, school, enz.
[348]Zie vroeger opfeest, school, enz.
[349]Naar den oorspronkelijken klank der ij, als dubbele i; zie ook beneden, bl.140bbijendie.
[349]Naar den oorspronkelijken klank der ij, als dubbele i; zie ook beneden, bl.140bbijendie.
[350]wordt.
[350]wordt.
[351]betale, voldoe, naar de oorspronkelijke beteekenis vangelden.
[351]betale, voldoe, naar de oorspronkelijke beteekenis vangelden.
[352]dat goed, die weldaad.
[352]dat goed, die weldaad.
[353]Thansloeyen.
[353]Thansloeyen.
[354]vervorder, voortzet.
[354]vervorder, voortzet.
[355]Dichterlijk (gelijk V. L. te recht opmerkt) voor dezeven heuvelen, waarop Rome gebouwd is.
[355]Dichterlijk (gelijk V. L. te recht opmerkt) voor dezeven heuvelen, waarop Rome gebouwd is.
[356]Den lateren keizerDomitiaan.
[356]Den lateren keizerDomitiaan.
[357]Andersweeft, verzint.
[357]Andersweeft, verzint.
[358]Later veelalstreken.
[358]Later veelalstreken.
[359]doet voorkomen.
[359]doet voorkomen.
[360]Thansmetselt; verg. vroeger.
[360]Thansmetselt; verg. vroeger.
[361]eenijdel, lediggraf.
[361]eenijdel, lediggraf.
[362]Verg. boven, bl. 59a, aant.159, en dus niet met Van L. vanopklaauwenaf te leiden.
[362]Verg. boven, bl. 59a, aant.159, en dus niet met Van L. vanopklaauwenaf te leiden.
[363]gevallen.
[363]gevallen.
[364]Thans totscheiddeverzwakt (verg. echter nog het verl. deelw.gescheiden).
[364]Thans totscheiddeverzwakt (verg. echter nog het verl. deelw.gescheiden).
[365]meesteres.
[365]meesteres.
[366]herstelling(verg. nog onszichergens vanverzetten).
[366]herstelling(verg. nog onszichergens vanverzetten).
[367]onderneemt.
[367]onderneemt.
[368]dapperheid.
[368]dapperheid.
[369]Voortoorn.
[369]Voortoorn.
[370]het door onsgebouwdegrafgesteent.
[370]het door onsgebouwdegrafgesteent.
[371]Verg. boven, bl. 137, aant.332.
[371]Verg. boven, bl. 137, aant.332.
[372]wakker.
[372]wakker.
[373]wilt het.
[373]wilt het.
[374]Thansbenaauwde.
[374]Thansbenaauwde.
[375]Germanisme voorgebonden.
[375]Germanisme voorgebonden.
[376]Italiaansch voorschelm.
[376]Italiaansch voorschelm.
[377]nu; verg. vroeger.
[377]nu; verg. vroeger.
[378]vertraagt, hindert.
[378]vertraagt, hindert.
[379]ophouden, uitstel.
[379]ophouden, uitstel.
[380]Germanisme (geschals) voorgeschiedde.
[380]Germanisme (geschals) voorgeschiedde.
[381]Als eenling namelijk.
[381]Als eenling namelijk.
[382]Voorbedroefders, ten zij menbedroederslezen moet (verg. het oudehootvoorhoofd).
[382]Voorbedroefders, ten zij menbedroederslezen moet (verg. het oudehootvoorhoofd).
[383]eerlijke.
[383]eerlijke.
[384]Romeinsche, naar 't Ital. land van dien naam.
[384]Romeinsche, naar 't Ital. land van dien naam.
[385]macht, machtige stad; (verg. 't Hoogd.Gewalt).
[385]macht, machtige stad; (verg. 't Hoogd.Gewalt).
[386]mijmert.
[386]mijmert.
[387]Ontkennend; verg. boven, bl. 1, aant.8.
[387]Ontkennend; verg. boven, bl. 1, aant.8.
[388]Min gelukkig voorjuist, en terecht door Van Lennep als Rederijkers-smetjen gegispt.
[388]Min gelukkig voorjuist, en terecht door Van Lennep als Rederijkers-smetjen gegispt.
[389]schuldig, gebonden.
[389]schuldig, gebonden.
[390]zich arm vochten.
[390]zich arm vochten.
[391]ras.
[391]ras.
[392]brallen; zie vroeger.
[392]brallen; zie vroeger.
[393]Versta:derwaarts, van waar.
[393]Versta:derwaarts, van waar.
[394]Verg. boven, bl. 141b, aant.381.
[394]Verg. boven, bl. 141b, aant.381.
[395]drijvend, vlottend; verg. vroeger.
[395]drijvend, vlottend; verg. vroeger.
[396]Versta:het ondermaansche.
[396]Versta:het ondermaansche.
[397]geheel bedorven; zie vroeger.
[397]geheel bedorven; zie vroeger.
[398]Thans verouderd voorbegaan(verg. echterbeging).
[398]Thans verouderd voorbegaan(verg. echterbeging).
[399]Rijmshalve voorafgrijzen.
[399]Rijmshalve voorafgrijzen.
[400]Min gelukkig voorinzwelgen.
[400]Min gelukkig voorinzwelgen.
[401]teren.
[401]teren.
[402]vermeerderden.
[402]vermeerderden.
[403]geestendom.
[403]geestendom.
[404]Thanspoort.
[404]Thanspoort.
[405]dulden.
[405]dulden.
[406]Thansverwerpen.
[406]Thansverwerpen.
[407]telgen, kinderen.
[407]telgen, kinderen.
[408]diegene, hij, die.
[408]diegene, hij, die.
[409]verdeeld.
[409]verdeeld.
[410]ontembaar.
[410]ontembaar.
[411]Andersloeit; verg. boven.
[411]Andersloeit; verg. boven.
[412]blijmoedig.
[412]blijmoedig.
[413]blikken.
[413]blikken.
[414]onuitbluschbare.
[414]onuitbluschbare.
[415]voor.
[415]voor.
Correcties gemaakt door de bewerker