Chapter 16

[57]Germ. voorstaart.[58]Andersarmbanden.[59]snoeven.[60]Thanskurk.[61]Versta:tot dat, en verg. reeds vroeger.[62]allen te zamen.[63]De ark.[64]Andersverknocht, waarmeê het slechts in scherpte van uitspraak (verknoftvoorverknopt) verschilt.[65]Gallicisme voor:nadat gekoeld was.[66]Verg. boven, bl. 79b, aant.68.[67]sieren(verg.boetseeren).[68]Thansveilig.[69]zonder, zie vroeger.[70]het vuur ontstoken.[71]D. i.verdonkert.[72]voorzag in,vergoedde.[73]Germ. voormet.[74]Andersop 't nipje.[75]Voorte vlieden.[76]Gall. voorna 't ombrengen, enz.; verg. boven.[77]verpleegden; verg. 't Hoogd.aufwarten.[78]Voorregel,orde.[79]merk,teeken(door de besnijdenis).[80]Thansééne.[81]Rijmshalve voordooden.[82]wrocht,werktet gij.[83]onderhoorig.[84]vaardige,vlugge.[85]Voorde leep-oogige Lea.[86]Gelijk nog in de spreektaal voorophield.[87]tot.[88]speurden,bespeurden.[89]hals(naar de oorspronkelijke beteekenis van 't woord).[90]Germ. voorkan.[91]Voorbedacht,beraden.[92]Nam.Potifar.[93]Voorsponde.[94]alles.[95]Zoo lees ik voorvan, dat geen zin geeft.[96]Voorden troosteloozen oude.[97]veilig.[98]herderstaf.[99]Voorhij; verg. vroeger.[100]Thans totbakteverzwakt.[101]Platweg voorBooze,Satanof derg.[102]Voor den begroeiden berg-kruin.[103]schitterend.[104]Voorvonkelen.[105]voorhoofd.[106]Thanslinnen.[107]Hier in goeden zin vooruitsteek,mij verhef.[108]Thansziel.[109]vroeger.[110]achter-over,omver.[111]ijlings,plotseling.[112]Thanslachte.[113]koppiger.[114]bedwelmd,versufd.[115]hoerenkot.[116]doorsneed,ontlijfde.[117]Min gelukkig voordoortrokken.[118]verdorven.[119]keur.[120]Voorsaprijke.[121]Waarop hij namelijk gedragen werd.[122]hielp het.[123]beenderen(voorvastheid).[124]Voorbezweken.[125]bevrijdde(als "vrijstad des doodslagers" waartoe het (Jos. XXI. 11) gemaakt werd).[126]wandelvlak,-plaats.[127]Voor d', door de voorafgaande p verscherpt, en dus schijnbaar onzijdig van vorm; verg. vroeger opfeestenvenster.[128]kon er.[129]Behoort natuurlijk bij 't eerstede zon, en mag niet, met Van Lennep, tot de maan gebracht worden.[130]Dien van Nazareth.[131]Voordie, alsof erheerstond.[132]Zie acht regels vroeger, waar 't onderwerp van deze te lang afgebroken zinsnede gevonden wordt.[133]uit de scheê.[134]Rijmshalve verkort voorNazireër.[135]Voorscherer,scheerder.[136]lief.[137]kwam duur te staan.[138]Voortoorn.[139]Germ. voorstaart.[140]springfontein.[141]verliefd,verzot.[142]Verg. boven, aant.137.[143]hersenpan,hoofd.[144]Gall. voornadat mijn hoofd(van haar)ontlast was.[145]Filistijn.[146]Gall. Zie aant.144.[147]verdraaiden.[148]te vergeefs; zie vroeger.[149]Thansbeul; zie vroeger.[150]('s Drie-eenigen)Gods; verg. boven, bl. 94a, aant.415.[151]voorhoofd.[152]den plompen kop.[153]Thansin de hitte.[154]Dood.[155]huisvestte.[156]Voordaarna.[157]de lippen.[158]de Bijbel; zie boven.[159](doen)smeulen.[160]Voorlevensbedrijf.[161]te doen kwijnen,vergaan.[162]verholen.[163]puikbloem; verg. bl. 83, aant.13.[164]Min gelukkig voorvolmaakte.[165]Spreek uitbie, naar de gewoonte van den tijd.[166]den roem.[167]vleyen; zie vroeger.[168]geef(gelijk nog in de taal van 't gemeene leven).[169]maakte,veroorzaakte.[170]wellustkittelingen.[171]vat.[172]Anders, met klankverdunning,doodsnik.[173]Voorreis.[174]even.[175]Naderhand.[176]streng(hier meer rijmshalve geplaatst).[177]opwekte uit den dood.[178]schillen,vezels; verg. de spreekwijs van deschillen, die van de oogen vallen.[179]brouwsel,spijs.[180]verliet.[181]drijvend.[182]Verouderd voorzeer.[183]verblind.[184]midden; zie vroeger.[185]verscheiden.[186]Voornederlaag.[187]Thansslaat.[188]Op min aangename wijs voorzeker, versta:treft.[189]Germ. voorsameetoffluweel.[190]gereinigd,afgelikt.[191]gestold.[192]inslikken.[193]Die van haar venster.[194]als vrije erkent.[195]Lees: t'Jafo.[196]Voorrillen.[197](te berge)deed rijzen.[198]opslokken.[199]bewogen,ontroerd.[200]dat er.[201]bewegen.[202]AndersMedië; verg. vroeger.[203]'t Is metschool, als metvenster,feest,beest, enz.; verg. vroeger.[204]bezoedelden.[205]zuiverde,schoon veegde.[206]vergruisden,verstuiven deden; zie vroeger.[207]verklaren.[208]Rijmshalve, maar min gelukkig, voorverdonkerden,verouderen deden.[209]niet.[210]uitgeblonken.[211]Thanswaartoe.[212]Met de afsluitende s, die er in de volkstaal nog steeds achter gehoord wordt, en indoorgaans,volgens,trouwens, enz. algemeen aangenomen is.[213]veêr,vleugel.[214]misdrijven.[215]Gelijk vroeger, voorzeer.[216]'t ontzagwekkend aanzien.[217]Prediker Gods.[218]Rijmshalve, maar anders minder juist, voorhalsstarriger.[219]Cyrus.[220]vergruizen.[221]Thanszich.[222]verklaard,geuit.[223]streng; verg. boven, bladz. 110b, aant.176.[224]nooden,uitnoodigen.[225]Voorverstrooideofzich verstrooyende.[226]Gallicisme voordien.[227]onreine spijs.[228]wijzen.[229]afleidden.[230]stukscheurt(eig. inmotendeelde; verg. bl. 108a, aant.116).[231]Vooronaanzienlijke veste.[232]verwoesting.[233]Voorgebouwd; verg. vroeger.[234]Thans veranderd voorverschuldigde; zie vroeger.

[57]Germ. voorstaart.

[57]Germ. voorstaart.

[58]Andersarmbanden.

[58]Andersarmbanden.

[59]snoeven.

[59]snoeven.

[60]Thanskurk.

[60]Thanskurk.

[61]Versta:tot dat, en verg. reeds vroeger.

[61]Versta:tot dat, en verg. reeds vroeger.

[62]allen te zamen.

[62]allen te zamen.

[63]De ark.

[63]De ark.

[64]Andersverknocht, waarmeê het slechts in scherpte van uitspraak (verknoftvoorverknopt) verschilt.

[64]Andersverknocht, waarmeê het slechts in scherpte van uitspraak (verknoftvoorverknopt) verschilt.

[65]Gallicisme voor:nadat gekoeld was.

[65]Gallicisme voor:nadat gekoeld was.

[66]Verg. boven, bl. 79b, aant.68.

[66]Verg. boven, bl. 79b, aant.68.

[67]sieren(verg.boetseeren).

[67]sieren(verg.boetseeren).

[68]Thansveilig.

[68]Thansveilig.

[69]zonder, zie vroeger.

[69]zonder, zie vroeger.

[70]het vuur ontstoken.

[70]het vuur ontstoken.

[71]D. i.verdonkert.

[71]D. i.verdonkert.

[72]voorzag in,vergoedde.

[72]voorzag in,vergoedde.

[73]Germ. voormet.

[73]Germ. voormet.

[74]Andersop 't nipje.

[74]Andersop 't nipje.

[75]Voorte vlieden.

[75]Voorte vlieden.

[76]Gall. voorna 't ombrengen, enz.; verg. boven.

[76]Gall. voorna 't ombrengen, enz.; verg. boven.

[77]verpleegden; verg. 't Hoogd.aufwarten.

[77]verpleegden; verg. 't Hoogd.aufwarten.

[78]Voorregel,orde.

[78]Voorregel,orde.

[79]merk,teeken(door de besnijdenis).

[79]merk,teeken(door de besnijdenis).

[80]Thansééne.

[80]Thansééne.

[81]Rijmshalve voordooden.

[81]Rijmshalve voordooden.

[82]wrocht,werktet gij.

[82]wrocht,werktet gij.

[83]onderhoorig.

[83]onderhoorig.

[84]vaardige,vlugge.

[84]vaardige,vlugge.

[85]Voorde leep-oogige Lea.

[85]Voorde leep-oogige Lea.

[86]Gelijk nog in de spreektaal voorophield.

[86]Gelijk nog in de spreektaal voorophield.

[87]tot.

[87]tot.

[88]speurden,bespeurden.

[88]speurden,bespeurden.

[89]hals(naar de oorspronkelijke beteekenis van 't woord).

[89]hals(naar de oorspronkelijke beteekenis van 't woord).

[90]Germ. voorkan.

[90]Germ. voorkan.

[91]Voorbedacht,beraden.

[91]Voorbedacht,beraden.

[92]Nam.Potifar.

[92]Nam.Potifar.

[93]Voorsponde.

[93]Voorsponde.

[94]alles.

[94]alles.

[95]Zoo lees ik voorvan, dat geen zin geeft.

[95]Zoo lees ik voorvan, dat geen zin geeft.

[96]Voorden troosteloozen oude.

[96]Voorden troosteloozen oude.

[97]veilig.

[97]veilig.

[98]herderstaf.

[98]herderstaf.

[99]Voorhij; verg. vroeger.

[99]Voorhij; verg. vroeger.

[100]Thans totbakteverzwakt.

[100]Thans totbakteverzwakt.

[101]Platweg voorBooze,Satanof derg.

[101]Platweg voorBooze,Satanof derg.

[102]Voor den begroeiden berg-kruin.

[102]Voor den begroeiden berg-kruin.

[103]schitterend.

[103]schitterend.

[104]Voorvonkelen.

[104]Voorvonkelen.

[105]voorhoofd.

[105]voorhoofd.

[106]Thanslinnen.

[106]Thanslinnen.

[107]Hier in goeden zin vooruitsteek,mij verhef.

[107]Hier in goeden zin vooruitsteek,mij verhef.

[108]Thansziel.

[108]Thansziel.

[109]vroeger.

[109]vroeger.

[110]achter-over,omver.

[110]achter-over,omver.

[111]ijlings,plotseling.

[111]ijlings,plotseling.

[112]Thanslachte.

[112]Thanslachte.

[113]koppiger.

[113]koppiger.

[114]bedwelmd,versufd.

[114]bedwelmd,versufd.

[115]hoerenkot.

[115]hoerenkot.

[116]doorsneed,ontlijfde.

[116]doorsneed,ontlijfde.

[117]Min gelukkig voordoortrokken.

[117]Min gelukkig voordoortrokken.

[118]verdorven.

[118]verdorven.

[119]keur.

[119]keur.

[120]Voorsaprijke.

[120]Voorsaprijke.

[121]Waarop hij namelijk gedragen werd.

[121]Waarop hij namelijk gedragen werd.

[122]hielp het.

[122]hielp het.

[123]beenderen(voorvastheid).

[123]beenderen(voorvastheid).

[124]Voorbezweken.

[124]Voorbezweken.

[125]bevrijdde(als "vrijstad des doodslagers" waartoe het (Jos. XXI. 11) gemaakt werd).

[125]bevrijdde(als "vrijstad des doodslagers" waartoe het (Jos. XXI. 11) gemaakt werd).

[126]wandelvlak,-plaats.

[126]wandelvlak,-plaats.

[127]Voor d', door de voorafgaande p verscherpt, en dus schijnbaar onzijdig van vorm; verg. vroeger opfeestenvenster.

[127]Voor d', door de voorafgaande p verscherpt, en dus schijnbaar onzijdig van vorm; verg. vroeger opfeestenvenster.

[128]kon er.

[128]kon er.

[129]Behoort natuurlijk bij 't eerstede zon, en mag niet, met Van Lennep, tot de maan gebracht worden.

[129]Behoort natuurlijk bij 't eerstede zon, en mag niet, met Van Lennep, tot de maan gebracht worden.

[130]Dien van Nazareth.

[130]Dien van Nazareth.

[131]Voordie, alsof erheerstond.

[131]Voordie, alsof erheerstond.

[132]Zie acht regels vroeger, waar 't onderwerp van deze te lang afgebroken zinsnede gevonden wordt.

[132]Zie acht regels vroeger, waar 't onderwerp van deze te lang afgebroken zinsnede gevonden wordt.

[133]uit de scheê.

[133]uit de scheê.

[134]Rijmshalve verkort voorNazireër.

[134]Rijmshalve verkort voorNazireër.

[135]Voorscherer,scheerder.

[135]Voorscherer,scheerder.

[136]lief.

[136]lief.

[137]kwam duur te staan.

[137]kwam duur te staan.

[138]Voortoorn.

[138]Voortoorn.

[139]Germ. voorstaart.

[139]Germ. voorstaart.

[140]springfontein.

[140]springfontein.

[141]verliefd,verzot.

[141]verliefd,verzot.

[142]Verg. boven, aant.137.

[142]Verg. boven, aant.137.

[143]hersenpan,hoofd.

[143]hersenpan,hoofd.

[144]Gall. voornadat mijn hoofd(van haar)ontlast was.

[144]Gall. voornadat mijn hoofd(van haar)ontlast was.

[145]Filistijn.

[145]Filistijn.

[146]Gall. Zie aant.144.

[146]Gall. Zie aant.144.

[147]verdraaiden.

[147]verdraaiden.

[148]te vergeefs; zie vroeger.

[148]te vergeefs; zie vroeger.

[149]Thansbeul; zie vroeger.

[149]Thansbeul; zie vroeger.

[150]('s Drie-eenigen)Gods; verg. boven, bl. 94a, aant.415.

[150]('s Drie-eenigen)Gods; verg. boven, bl. 94a, aant.415.

[151]voorhoofd.

[151]voorhoofd.

[152]den plompen kop.

[152]den plompen kop.

[153]Thansin de hitte.

[153]Thansin de hitte.

[154]Dood.

[154]Dood.

[155]huisvestte.

[155]huisvestte.

[156]Voordaarna.

[156]Voordaarna.

[157]de lippen.

[157]de lippen.

[158]de Bijbel; zie boven.

[158]de Bijbel; zie boven.

[159](doen)smeulen.

[159](doen)smeulen.

[160]Voorlevensbedrijf.

[160]Voorlevensbedrijf.

[161]te doen kwijnen,vergaan.

[161]te doen kwijnen,vergaan.

[162]verholen.

[162]verholen.

[163]puikbloem; verg. bl. 83, aant.13.

[163]puikbloem; verg. bl. 83, aant.13.

[164]Min gelukkig voorvolmaakte.

[164]Min gelukkig voorvolmaakte.

[165]Spreek uitbie, naar de gewoonte van den tijd.

[165]Spreek uitbie, naar de gewoonte van den tijd.

[166]den roem.

[166]den roem.

[167]vleyen; zie vroeger.

[167]vleyen; zie vroeger.

[168]geef(gelijk nog in de taal van 't gemeene leven).

[168]geef(gelijk nog in de taal van 't gemeene leven).

[169]maakte,veroorzaakte.

[169]maakte,veroorzaakte.

[170]wellustkittelingen.

[170]wellustkittelingen.

[171]vat.

[171]vat.

[172]Anders, met klankverdunning,doodsnik.

[172]Anders, met klankverdunning,doodsnik.

[173]Voorreis.

[173]Voorreis.

[174]even.

[174]even.

[175]Naderhand.

[175]Naderhand.

[176]streng(hier meer rijmshalve geplaatst).

[176]streng(hier meer rijmshalve geplaatst).

[177]opwekte uit den dood.

[177]opwekte uit den dood.

[178]schillen,vezels; verg. de spreekwijs van deschillen, die van de oogen vallen.

[178]schillen,vezels; verg. de spreekwijs van deschillen, die van de oogen vallen.

[179]brouwsel,spijs.

[179]brouwsel,spijs.

[180]verliet.

[180]verliet.

[181]drijvend.

[181]drijvend.

[182]Verouderd voorzeer.

[182]Verouderd voorzeer.

[183]verblind.

[183]verblind.

[184]midden; zie vroeger.

[184]midden; zie vroeger.

[185]verscheiden.

[185]verscheiden.

[186]Voornederlaag.

[186]Voornederlaag.

[187]Thansslaat.

[187]Thansslaat.

[188]Op min aangename wijs voorzeker, versta:treft.

[188]Op min aangename wijs voorzeker, versta:treft.

[189]Germ. voorsameetoffluweel.

[189]Germ. voorsameetoffluweel.

[190]gereinigd,afgelikt.

[190]gereinigd,afgelikt.

[191]gestold.

[191]gestold.

[192]inslikken.

[192]inslikken.

[193]Die van haar venster.

[193]Die van haar venster.

[194]als vrije erkent.

[194]als vrije erkent.

[195]Lees: t'Jafo.

[195]Lees: t'Jafo.

[196]Voorrillen.

[196]Voorrillen.

[197](te berge)deed rijzen.

[197](te berge)deed rijzen.

[198]opslokken.

[198]opslokken.

[199]bewogen,ontroerd.

[199]bewogen,ontroerd.

[200]dat er.

[200]dat er.

[201]bewegen.

[201]bewegen.

[202]AndersMedië; verg. vroeger.

[202]AndersMedië; verg. vroeger.

[203]'t Is metschool, als metvenster,feest,beest, enz.; verg. vroeger.

[203]'t Is metschool, als metvenster,feest,beest, enz.; verg. vroeger.

[204]bezoedelden.

[204]bezoedelden.

[205]zuiverde,schoon veegde.

[205]zuiverde,schoon veegde.

[206]vergruisden,verstuiven deden; zie vroeger.

[206]vergruisden,verstuiven deden; zie vroeger.

[207]verklaren.

[207]verklaren.

[208]Rijmshalve, maar min gelukkig, voorverdonkerden,verouderen deden.

[208]Rijmshalve, maar min gelukkig, voorverdonkerden,verouderen deden.

[209]niet.

[209]niet.

[210]uitgeblonken.

[210]uitgeblonken.

[211]Thanswaartoe.

[211]Thanswaartoe.

[212]Met de afsluitende s, die er in de volkstaal nog steeds achter gehoord wordt, en indoorgaans,volgens,trouwens, enz. algemeen aangenomen is.

[212]Met de afsluitende s, die er in de volkstaal nog steeds achter gehoord wordt, en indoorgaans,volgens,trouwens, enz. algemeen aangenomen is.

[213]veêr,vleugel.

[213]veêr,vleugel.

[214]misdrijven.

[214]misdrijven.

[215]Gelijk vroeger, voorzeer.

[215]Gelijk vroeger, voorzeer.

[216]'t ontzagwekkend aanzien.

[216]'t ontzagwekkend aanzien.

[217]Prediker Gods.

[217]Prediker Gods.

[218]Rijmshalve, maar anders minder juist, voorhalsstarriger.

[218]Rijmshalve, maar anders minder juist, voorhalsstarriger.

[219]Cyrus.

[219]Cyrus.

[220]vergruizen.

[220]vergruizen.

[221]Thanszich.

[221]Thanszich.

[222]verklaard,geuit.

[222]verklaard,geuit.

[223]streng; verg. boven, bladz. 110b, aant.176.

[223]streng; verg. boven, bladz. 110b, aant.176.

[224]nooden,uitnoodigen.

[224]nooden,uitnoodigen.

[225]Voorverstrooideofzich verstrooyende.

[225]Voorverstrooideofzich verstrooyende.

[226]Gallicisme voordien.

[226]Gallicisme voordien.

[227]onreine spijs.

[227]onreine spijs.

[228]wijzen.

[228]wijzen.

[229]afleidden.

[229]afleidden.

[230]stukscheurt(eig. inmotendeelde; verg. bl. 108a, aant.116).

[230]stukscheurt(eig. inmotendeelde; verg. bl. 108a, aant.116).

[231]Vooronaanzienlijke veste.

[231]Vooronaanzienlijke veste.

[232]verwoesting.

[232]verwoesting.

[233]Voorgebouwd; verg. vroeger.

[233]Voorgebouwd; verg. vroeger.

[234]Thans veranderd voorverschuldigde; zie vroeger.

[234]Thans veranderd voorverschuldigde; zie vroeger.


Back to IndexNext